0:00[GEZANG]
10:06Vanmorgen een enkele mededeling vooraf, gemeente.
10:10Morgen op de tweede Pinksterdag zal de bevestiging van negen nieuwe lidmaten plaatsvinden.
10:17In deze dienst zal dominee Everhelst voorgaan.
10:20De dienst begint om half tien, zo de heren wil.
10:25U mag vandaag uw gaven geven in de dienst der offeranden.
10:30Allereerst voor het werk van de zending, vervolgens voor het werk van de kerkvochtdij.
10:36Ten derde ook voor de aflossing van de schuld van de kerk.
10:40En deze collecten wordt een hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.
10:45Tot zover deze mededelingen.
10:48Verhef gemeente uw harten tot God.
10:53Onze hulp en onze verwachting is in de naam van de Heren, Heren.
10:58Die hemel en aarde gemaakt heeft.
11:01Die trouw blijft van geslacht tot geslacht.
11:05Ja, tot in eeuwigheid.
11:07En die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.
11:12Amen.
11:13Geliefde gemeente, genade zij u.
11:16En vrede.
11:18Van hem die is en die was en die komen zal.
11:22En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
11:26En van Jezus Christus.
11:28Die de getrouwe getuige is.
11:30De eerstgeborene uit de doden.
11:33En de overste van de koningen der aarde.
11:37Amen.
11:38We
11:41gaan zingen.
11:42We doen dat met Psalm 141.
11:45Het eerste vers.
11:53141, het eerste vers.
11:56Het tweede en ook het negende vers.
11:59141, 1, 2 en 9.
12:02De
12:02[GEZANG]
17:07psalmwichtergemeente zet zijn gebed voort.
17:11In de volgende psalm, psalm 142.
17:15We willen dan ook daarvan straks zingen de versen 1 en 7.
17:21En we zullen dat doen nadat we in gemeenschap met de kerk der eeuwen beleidenis deden van het christelijk geloof.
17:29Op deze Pinksterzondagavond gemeente doen we dat met enkele woorden uit de Dordtse leerregels.
17:36Hoofdstuk 3-4, de paragrafen 11 en 12.
17:42Wellicht wilt u meelezen.
17:44Dordtse leerregels.
17:47Hoofdstuk 3-4.
17:48De paragrafen 11 en 12.
17:52Waarna we zingen.
17:53Psalm 142 nu.
17:56Vers 1 en vers 7.
18:042-3-11.
18:07Voort.
18:08Wanneer God dit zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert.
18:14Of.
18:16De ware bekering in hen werkt.
18:18Zo is het dat hij niet alleen het evangelie.
18:22Hun uiterlijk doet prediken.
18:25En hun verstand krachtig door de heilige geest verlicht.
18:29Opdat ze recht zouden verstaan.
18:32En onderscheiden de dingen die van de geest van God zijn.
18:37Maar hij dringt ook in tot de binnenste delen van de mens.
18:43Met de krachtige werking.
18:46Van zijn wederbarende geest.
18:48Hij opent het hart.
18:50Dat gesloten is.
18:53Hij vermurft wat hard is.
18:56Hij besnijdt wat onbesneden is.
18:59In de wil stort hij nieuwe hoedanigheden.
19:03En maakt dat die wil die dood was.
19:07Levend wordt.
19:08Die boos was.
19:10Goed wordt.
19:11Die niet wilde nu met de daad wil.
19:14die wederspannig was, gehoorzaam wordt.
19:18Hij beweegt en sterkt die wil al zo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen.
19:26En dan paragraaf 12.
19:29En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, die nieuwe schepping en opwekking van de doden en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de schriften gesproken
19:41wordt, de welke God.
19:44Zonder ons.
19:45In ons werkt.
19:48En deze wordt in ons niet teweeg gebracht door middel van de uiterlijke prediking alleen.
19:53Nog door aanrading of zulke manier van werking dat.
19:58Wanneer nu God zijn werk volbracht heeft het als dan nog in de macht van de mens zou staan.
20:03Wedergeboren te worden of niet wedergeboren te worden.
20:06Bekeerd te worden of niet bekeerd te worden.
20:09Maar.
20:10Het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke
20:22werking, dewelke, naar het getuigenis van de schrift die van de auteur van deze werking is ingegeven, in haar kracht niet minder nog geringer
20:35is dan de schepping of de opwekking der doden.
20:39Alzo, dat al degene in wier hart een God op deze wonderbare wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtig wedergeboren
20:51worden en met de daad geloven.
20:55En als dan wordt de wil zijnde nu vernieuwd, niet alleen door God gedreven en bewogen, maar door God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf.
21:07Waarom ook terecht gezegd wordt dat de mens door de genade die hij ontvangen heeft gelooft en zich bekeert.
21:18Amen.
21:19We
21:19[GEZANG]
23:39hebben vanmorgen het Pinkster Evangelie gelezen in handelingen 2.
23:43De versen 1 tot en met 13.
23:46Wij vervolgen nu handelingen 2 te lezen.
23:50En we beginnen nog eens bij vers 12.
23:52En we lezen tot en met vers 43.
23:55Handelingen 2.
23:57Vanaf vers 12 tot en met 43.
24:01En
24:07ze ontzetten zich allen.
24:09En werden twijfelmoedig.
24:11Zeggende de een tegen de ander.
24:13Wat wil toch dit zijn?
24:15En
24:16anderen spottende zeiden.
24:19Ze zijn vol zoete wijn.
24:23Maar Petrus staande met de elven.
24:27Verhief zijn stem en sprak tot hen.
24:30Gij Joodse mannen en gij allen die te Jeruzalem woont.
24:34Dit zij u bekend.
24:35En laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
24:38Want deze zijn niet dronken gelijk gij vermoedt.
24:41Want het is eerst de derde uren van de dag.
24:44Maar dit is het.
24:46Wat gesproken is door de profeet Joël.
24:50En het zal zijn in de laatste dagen zegt God.
24:53Ik zal uitstorten van mijn geest op alle vlees.
24:57En uw zonen en uw dochters zullen profiteren.
25:00En uw jongelingen zullen gezichten zien.
25:02En uw ouden zullen dromen, dromen.
25:05En ook op mijn dienst knechten en op mijn dienst maagden zal ik in die dagen van mijn geest uitstorten.
25:11En ze zullen profiteren.
25:13En ik zal wonderen geven in de hemel boven.
25:16En tekenen op de aarde beneden.
25:19Bloed en vuur en rookdamp.
25:23De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.
25:32En het zal zijn dat een iegelijk die de naam des Heren zal aanroepen zalig zal worden.
25:41Gij Israëlitische mannen, hoort deze woorden.
25:46Jezus, de Nazarener, een man...
25:50Van God onder jullie de betoon door krachten en wonderen en tekenen die God door hem gedaan heeft.
25:56In het midden van u.
25:58Gelijk gij zelf ook weet.
26:00Deze.
26:01Door de bepaalde raad en voorkennis van God.
26:06Overgegeven zijnde.
26:08Hebt gij genomen.
26:09En door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood.
26:15Welken God opgewekt heeft.
26:18De smarten des doods ontbonden hebbende.
26:21Al zodat het niet mogelijk was dat hij door diezelfde dood zou gehouden worden.
26:27Want David zegt van hem.
26:30Ik zag de heren te allen tijden voor mij.
26:33Want hij is aan mijn rechterhand opdat ik niet bewogen word.
26:37Daarom is mijn hart verblijt en mijn tong verheugt zich.
26:41Ja, ook mijn vlees zal rusten in hopen.
26:45Want gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, nog zult u heilige overgeven om verderving te zien.
26:52Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt.
26:56Gij zult mij vervullen met verheuging door uw aangezicht.
27:01Gij mannen broeders, het is me geoorloofd vrij uit tot u te spreken van de patriarch David, dat hij bij de gestorven en begraven is en zijn
27:13graf is onder ons tot op deze dag.
27:16Also hij dan een profeet was en wist dat God hem met ede gezworen had dat hij uit de vrucht van zijn lenden, zoveel het vlees aan gaat, de Christus verwekken zou om hem op
27:28zijn troon te zetten.
27:30Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, namelijk dat zijn ziel niet is verlaten in de hel, nog zijn vlees verderving heeft
27:42gezien.
27:44Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
27:49Hij dan, door de rechterhand van God verhoogd zijnde en de belofte van de Heilige Geest ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit, namelijk deze Heilige
28:02Geest, uitgestort wat gij nu ziet en hoort.
28:07Want David is niet opgevaren in de hemel, maar hij zegt...
28:11De Heere heeft gesproken tot mijn Heere zit aan mijn rechterhand.
28:16Totdat ik uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank uw voeten.
28:21Zo weet het dan zekerlijk het ganse huis van Israël dat God hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft.
28:30Namelijk deze Jezus die gij gekruisigd hebt.
28:35En toen ze dit hoorden werden ze verslagen in het hart.
28:41En zeiden tot Peters en de andere apostelen.
28:44Wat zullen we doen mannen en broeders?
28:47En Peters zei dat tot hen bekeert u.
28:50En een iegelijk van u worden gedoopt in de naam van Jezus Christus.
28:54Tot vergeving der zonden.
28:57En ge zult de gaven van de heilige geest ontvangen.
29:01Want u komt de belofte toe.
29:02En uw kinderen en alle die daar verre zijn.
29:05Zoveel als de Heer onze God ertoe roepen zal.
29:09En met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hij hen, zeggende, wordt behouden van dit verkeerd geslacht.
29:18Die dan zijn woordgane aanname werden gedoopt.
29:23En er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.
29:29En ze waren volhardende in de leer van de apostelen en in de gemeenschap en in de breking van het brood en in de gebeden.
29:38En een vreze kwam over alle ziel.
29:42En veel wonderen en tekenen geschieden door de apostelen.
29:50Al dus gemeente de lezing van de heilige schrift in dit avonduur.
29:55Laten we nu samen bidden.
30:02Heren, wat
30:05genade vermag.
30:10Wat genade vermag.
30:13Waar genade toe in staat is, heren.
30:17Het waren zo ongeveer de laatste woorden van de prediking van deze ochtend.
30:24Uw genade is het, heren.
30:27Dat u in de stilte van de eeuwigheid gedachten van vrede had.
30:33U niet wist.
30:35U niet volkomen wist.
30:38Wat er zou gaan geschieden.
30:41Wanneer u de mens op deze aarde een plek had gegeven.
30:45In ware gerechtigheid en heiligheid.
30:48In een zuivere kennis van u.
30:51In de harmonie met u levend in de Hof van Eden.
30:56Maar u wist het.
30:58U wist het dat diezelfde mens zich van u zou afwenden heren.
31:03En wat een machtig wonder.
31:05En u hebt het ons in uw woord geopenbaard heren.
31:07Want daardoor mogen we toch weten.
31:10Dat zalig worden een grondslag in de eeuwigheid heeft.
31:14In uw eigen hart.
31:17In uw ontfermende welbehagen heren.
31:22Genade.
31:23En was het geen genade dat u uw geliefde zoon bereid hebt gevonden.
31:28Om naar deze wereld te gaan.
31:31En hij het in vrijmoedigheid, in verbondenheid met u zei.
31:36Ik kom o God.
31:37Ik zal gaan.
31:39Ik zal het werk volbrengen.
31:41Ik zal naar de wereld gaan.
31:43Om de boze te overwinnen.
31:46Om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.
31:50En om de eer van uw naam te dienen.
31:53Genade Heer.
31:55En toen de Heer Jezus gekomen was.
31:57Oh, het was enkel genade.
31:59En nu mogen we vandaag samen zijn, heren, om een en ander maal te horen naar het kostbaar evangelie waarin
32:08de genade van de Heer Jezus Christus doorgetrokken wordt tot op de harten.
32:14Want, heren, het is een kostbare zaak dat de zaligheid verworven is.
32:19Dat uw gezegende Heer Jezus Christus na uw zielenworsteling zoveel uren in de duisternis, los van uw vader, het mocht uitroepen.
32:28Het is volbracht.
32:29De zaligheid was verworven.
32:31De vijand was verslagen.
32:33De vrede was behaald.
32:36Gerechtigheid was gekocht.
32:39Maar er was toch nog meer nodig.
32:41En heren, uw genade zorgde ervoor.
32:45En daarom mogen we aan het begin van ons gebed, heren, u wel loven en danken en prijzen.
32:50Uit het diepste van ons hart.
32:53Dat u ook uw heilige geest bereid hebt gevonden.
32:56Die geest die door Christus verworven is.
33:00En die toegerust is.
33:02Om het werk van uw lieve zoon te voltooien.
33:06Om in deze wereld zijn werk te verrichten.
33:10Als de werver.
33:12De bruidswerver.
33:14Die naar deze aarde kwam.
33:17Om ze op te sporen.
33:19Om ze aan te spreken.
33:22Om ze weg te trekken uit de duisternis.
33:26Om ze te overtuigen van eigen ongerechtigheid en onzaligheid.
33:31En om ze heen te leiden tot in het licht.
33:34Van de gemeenschap met u o heren Jezus Christus.
33:38Wat genade vermag.
33:41En we hebben het gelezen.
33:43Op die ene preek.
33:46De verkondiging aangaande Christus.
33:50De verwerver der zaligheid.
33:52Die alle dingen gedaan heeft die te doen waren.
33:56En die in volkomen gehoorzaamheid met zijn vader.
34:01Tot het einde toe.
34:02Het werk heeft verricht.
34:05Wat tot zijn missie behoorde.
34:07Heb dank, heren.
34:08Heb ontmoedigd dank.
34:10En dat heil.
34:11En vanmorgen, heren, hebben we er eveneens van vernomen.
34:15Dat heil wilt u doen verkondigen.
34:17Opdat de gerechtigheid van de Heer Jezus Christus een deel wordt van onrechtvaardige mensen.
34:24Opdat ze bedeeld worden met zijn heiligheid in hun onheilig bestaan.
34:29Opdat ze de geheiligde kennis mogen ontvangen.
34:33Want dit is het eeuwige leven.
34:35Dat ze u kennen.
34:36De enige waarachtige God.
34:38En Jezus Christus die gij gezonden hebt.
34:42En heren zo mogen we het erkennen.
34:45Zoals.
34:47O heren Jezus u zelf uw kerk het geleerd hebt.
34:50In de aanbidding van de drie enige God.
34:53Onze vader die in de hemelen zijt.
34:55Uw naam worden geheiligd.
34:57Uw koninkrijk komen.
34:59U wil geschieden.
35:01Zoals u wil geschieden in de hemel.
35:03Heren zo ook op de aarde.
35:06En dat is ons gebed.
35:09Heren, daartoe komen we tot u.
35:11En kloppen we eerbiedig bij u aan.
35:14Maar wel dringend, heren.
35:17Die we opnieuw samengekomen zijn.
35:20Onze jongens en meisjes.
35:22De opgroeiende jongeren.
35:24De jonge mensen die in de poort van de volwassenheid uitzien naar in het volle leven te staan.
35:33Diegene van ons, heren, die midden in het leven mogen staan.
35:37Met alle drukte.
35:39Alle verantwoordelijkheden.
35:40Tot en met onze ouderen heren.
35:44Wie leven afgaat.
35:46Minder wordt.
35:48Wanneer ze aan krachten moeten inleveren.
35:50Wanneer het allemaal anders wordt.
35:53En ze weliswaar mogen terugzien heren.
35:55Op een leven dat u schonk.
35:57Maar waarin het er op aan gaat komen.
35:59Zoals het er altijd op aankomt.
36:02Mijn zielen.
36:03Doorziet ge uw lot.
36:05Hoe zult ge rechtvaardig verschijnen voor God.
36:09Want heren, we kunnen wel roemen.
36:12We kunnen er ook van overtuigd zijn.
36:14Dat al de dingen die ons ook hier vanaf deze kansel verkondigd worden.
36:19In zuiverheid en betrokkenheid.
36:21Dat het allemaal waarachtig waar is.
36:24Maar heren, het moet doorgetrokken zijn tot in ons leven.
36:28En van dat wonder, dat lazen we.
36:32En de preek van Petrus.
36:35Ach heren, het was eigenlijk toch niet veel meer dan een opsomming van teksten uit het Oude Testament.
36:40Van Joël en van David en nog eens van David.
36:43Maar niet zonder.
36:45Niet zonder heren dan dat de arm werd uitgestoken.
36:50En de schuld getoond wordt.
36:53Gij.
36:54Gij.
36:55Gij hebt de heren en zaligmaker.
36:58Die gekomen was naar deze wereld om u te redden van het verderf.
37:02U hebt hem overgeleverd.
37:04En u hebt de moordenaar verkozen.
37:08En hij is aan het kruis gehecht.
37:11En gedood.
37:12En in het graf gelegd.
37:15En dat is uw zonde.
37:16Dat is uw ongerechtigheid.
37:19Het zijn immers.
37:20En heren zo moeten wij het ons toe eigen.
37:22Als deze woorden ook tot ons komen.
37:27Het zijn uiteindelijk de joden niet.
37:29Die u hebben gekruisigd.
37:32Nog die verraderlijk u togen voor het gericht.
37:35Nog die versmadelijk u spogen in het gezicht.
37:38En stieten u vol puisten.
37:41Maar wij.
37:42Ik.
37:43O heren geef ons die plek te kennen.
37:47Zoals ook de mensen daar in Jeruzalem.
37:49Die verslagen werden.
37:51Toen het woord als een zwaard naar binnen ging.
37:54En niet anders meer wisten.
37:56Dan te roepen om genade.
37:58Wat moeten we doen?
37:59En heren aan dat doen moesten ze ook nog sterven.
38:03Het moest volkomen komen.
38:06Van die ene redder en zaligmaker.
38:08Die zijn geest daartoe gezonden heeft.
38:11Heren wanneer we.
38:12Dat onder ogen mogen zien.
38:14Dan is er hoop.
38:15Dan is er uitkomst.
38:17Zoals we het vanmorgen gezongen hebben.
38:19Dit is.
38:20Dit is de poort des heren.
38:22Daar zal het rechtvaardig volk door trainen.
38:25Om hun een God ootmoedig te eren.
38:28Voor het smaken van zijn zaligheden.
38:32Heren zo bidden we om uw zegen voor deze avond.
38:34In de bediening van uw woord.
38:37We zijn gekomen naar de kerk en anderen zitten thuis.
38:40Gedenk ons heren, wilt u ons opzoeken met uw heil.
38:44We bidden heren voor het werk in uw koninkrijk.
38:48We geven vandaag onze gaven voor de zending.
38:51We bidden u heren voor het werk wat verricht wordt.
38:56Wanneer andere volkeren, wanneer we zoeken om ze te bereiken met uw woord en met de prediking van uw woord.
39:03We bidden u vooral dat werk ook in de evangelisatie.
39:07In de wereldwijde Bijbelvertaling, heren, ook zo nodig.
39:11Wilt u arbeiders nog uitstoten in uw wijngaard?
39:14En zo bidden we dat u ook daarin uw werk wilt voortzetten, heren.
39:20Wees met ons allen.
39:22Gedenk de gasten van de oase.
39:27Die wellicht van oorsprong niet uit Oudorp komen, maar uit andere plaatsen van ons land.
39:32Wie situatie het nodig was en nodig maakte om...
39:37Enkele weken of wellicht nog wat langer in de oase te zijn.
39:40Om rust te ontvangen, om begeleid te worden.
39:43Om weer nieuw perspectief en licht te mogen ontvangen.
39:47Ook dat moet van u komen, heren.
39:50We bidden dat voor de bewoners en ook het personeel van de Vlietberg.
39:54En van de Vijver.
39:56Heren, wilt u ook daar wonen en werken.
39:59Zo bidden we om uw zegen.
40:01Ook in onze samenleving, onze overheid.
40:04Onze koning en zijn gezin.
40:06Gedenk ze heren.
40:08Mogen ze ook door uw geest worden geleid.
40:10We bidden u voor de kerk die vervolgd wordt.
40:14Gedenk ze.
40:14En wilt u ondersteuning en kracht geven heren.
40:18Omdat ze mogen weten.
40:20Dat wie verwaardigd wordt om met Christus te leiden.
40:24Ook in zijn heerlijkheid zal worden opgenomen.
40:27Laat die troost.
40:29En dat uitzicht heren kracht en sterkte geven.
40:32In alle moeite en zorg.
40:34Gedenk ons zo.
40:36Wilt u ons nabij zijn.
40:37Ook in deze dienst.
40:39Wilt u hier zelf zijn.
40:41Tot eer van uw naam.
40:43En tot zaligheid van ons leven.
40:46Om Jezus wil.
40:48Amen.
40:53We zingen nu gemeente Psalm 55.
40:56We zingen daarvan de versen 1, 10 en 13.
40:59Psalm 55 vers 1, 10 en 13.
41:04Gemeente
41:04[GEZANG]
47:47na het amen van de prediking.
47:49Zingen wij het laatste vers van Psalm 105.
47:53En het uitgangspunt voor de prediking is wat we lezen in vers 21 van Handelingen 2.
48:01Handelingen 2 vers 21.
48:04En het zal zijn dat een iegelijk die de naam des Heren zal aanroepen zalig zal worden.
48:19Geliefde gemeente, we zitten vanavond onder de preek van Petrus.
48:26En wat voor een preek.
48:28Een
48:29preek zonder preekstoel.
48:33En zonder een gemeente zoals wij zijn.
48:36Ook een heel spontane preek.
48:40Hij heeft zich er niet, althans niet in concrete zin, op kunnen voorbereiden.
48:45Hij is er eigenlijk toe uitgedaagd om
48:50op te staan.
48:51En het woord te nemen.
48:54Gemeente, in de verbanden waarin deze dingen gebeurden, hebben we vanmorgen al vernomen.
49:00Kostbaar heilsfeit.
49:03De hoge God in de hemel bezocht zijn volk.
49:09De heilige geest is uitgestort.
49:11En dat ging gepaard met bijzondere verschijnselen.
49:16Iets wat op een sterke wind leek.
49:20En iets wat op vlammen leek.
49:22Maar het was toch anders.
49:25En er waren er die gingen spreken.
49:29Gingen spreken in andere talen.
49:32Gingen spreken over de wondere werken Gods.
49:36En de mensen in en bij de tempel, we hoorden het vanmorgen al, ze keken ervan op.
49:42Ze waren er verwonderd van.
49:45En ze zeiden tegen elkaar, we horen hen in onze talen de grote werken van God spreken.
49:52En er waren er ook die spotten.
49:56Maar nu gemeente, en dan?
49:58Dan zien we het gebeuren.
50:00Dan springt Petrus op.
50:03En denk maar, en we kennen hem een beetje, de vurigheid van zijn aard.
50:08Denk maar gemeente dat dat opzienbaar het was.
50:12Hij sprong werkelijk op.
50:13Hij
50:16hoorde dat zijn God en de eer van zijn God werd aangerand.
50:24En die was hem heilig.
50:25En
50:27hij verhief zijn stem.
50:28Zo lezen we.
50:29Met luide stem roept hij het aanwezigen toe.
50:33Gij Joodse mannen.
50:35Gij allen die in Jeruzalem woont.
50:37Dit zij u bekend.
50:38Hoor naar wat ik zeggen ga.
50:40En laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
50:44En dan gemeente, dan gaat Peters getuigen wat er wel aan de hand is.
50:49En dan spreekt hij over
50:52de geest van God.
50:54En vooral over de zoon van God.
50:59En het is in dit verband dat hij deze woorden te
51:05horen geeft.
51:06Het zal zijn dat een iegelijk die de naam des heren zal aanroepen.
51:14Zalig zal worden.
51:17En naar die woorden gemeente.
51:19Gaan we luisteren.
51:21Het is even een woord.
51:24Bekende tekst.
51:25Bekende tekst.
51:26We vinden zelfs op meer dan één plaats in de Bijbel.
51:30En misschien is het wel een woord dat de kinderen ooit hebben geleerd op school.
51:34Of voor de zondagsschool.
51:36Ik weet niet of het nog gebeurt.
51:37Dat je teksten uit je hoofd moet leren.
51:39Dat is heel goed.
51:40Dan heb je ze paraat.
51:42Verder in je leven.
51:43En deze tekst zou daartoe kunnen behoren.
51:46Maar gemeente de inhoud ervan doet ons ervan opzien.
51:52Door te roepen.
51:54Zul je zalig worden.
51:56Wel nu gemeente daar gaat het vanavond over.
51:59De belofte van zalig worden.
52:01En dan twee dingen.
52:02Het wonder van zalig worden.
52:05En de weg tot het zalig worden.
52:09De belofte van zalig worden.
52:11Het wonder ervan.
52:14En de weg erheen.
52:17Gemeente, dan wil ik met u eerst maar naar de kern van onze tekst.
52:22En waar ligt die in?
52:24Wel gemeente, die kern die ligt in de woorden zalig worden.
52:29Daar heeft Petrus het over.
52:31Wat is dat?
52:33Wat is gemeente zalig worden?
52:37En we beseffen vanavond al allemaal dat is meer dan je gelukkig voelen.
52:42Dat is meer dan happy zijn.
52:45Dat is meer dan slagen voor je diploma.
52:49Een goede baan krijgen.
52:51Kern gezond zijn.
52:53Een gelukkig gezin hebben.
52:55En een goede ouderdom mogen hebben.
52:59Zalig worden.
53:00Beter nog, zalig zijn, gemeente.
53:05Dat heeft met God te maken.
53:08Dat heeft te maken van de verhouding van jouw leven met God.
53:15En de verhouding van de heilige God.
53:17Met mijn bestaan op aarde.
53:21Zalig worden.
53:22Dat is.
53:24Dat je de heren mag leren kennen.
53:27Hem kent als je persoonlijke zaligmaker.
53:32Zalig.
53:32Dat heeft te maken van de verhouding van de mens.
53:36Een verloren mens.
53:39In een herstelde verhouding.
53:41Tot de enige.
53:43Ware.
53:44Heilige.
53:46Volzalige God.
53:49Ik las gemeente in de loop van deze dag nog een stukje uit het oude avondmaalsformulier.
53:55En daar wordt het zo kostbaar aangeduid.
53:58Namelijk in dat laatste gebed.
54:01U kent het natuurlijk wel.
54:04Maar laat ik het u aanreiken om daar eens over te mediteren.
54:08Wat daar staat.
54:10O barmhartige God en Vader.
54:13Wij danken u van ganser harten.
54:17Dat ge uit grondeloze barmhartigheid ons, uw eniggeboren zoon, tot een middelaar en offer voor onze zonden en tot een spijs en drank van
54:29het eeuwige leven geschonken hebt.
54:33Christus geschonken.
54:35En dat ge ons geeft een waarachtig geloof, waardoor we zulke uw weldaden deelachtig worden.
54:44En gemeente in datzelfde gebed.
54:46En vloeit uit dat bidden ook het danken woord.
54:48En net andersom.
54:50Wij bidden u.
54:51O getrouwe God en Vader.
54:54Dat ge door de werking van uw heilige geest.
54:58Het is als het ware een pinkstergebed.
55:00Dat ge door de werking van uw heilige geest.
55:03De gedachtenis van onze Heer Jezus Christus.
55:07En de verkondiging van zijn dood.
55:09ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof...
55:14en in de zalige gemeenschap van Christus wilt doen.
55:20Elk woord is een zaak.
55:24Een verloren mens die ligt in de duisternis...
55:28en de dood van zijn verloren bestaan...
55:30wordt door het werk en de genade van de Heilige Geestgemeente gebracht...
55:35tot de gemeenschap van Christus.
55:38Het is...
55:40Nou, het is ook de inzet van onze katechismes.
55:43Wat is nou je enige troost?
55:45Wat is je hou vast?
55:47Dit.
55:48Dat ik niet meer van mezelf ben.
55:51Maar dat ik het eigendom ben van mijn geliefde zaligmaker.
55:58Die mij gekocht heeft.
56:00En wiens bloed mij tot zaligheid geschonken is.
56:05Welgemeente, dat is de zaligheid.
56:07Ik kan het ook met...
56:09Met minder woorden zeggen.
56:12Namelijk met woorden van de 19e eeuwse dominee Ledeboer.
56:17Zalig, dat is gebracht zijn van het grootste kwaad tot het hoogste goed.
56:26Zalig, dat is getrokken uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht.
56:35Nou gemeente, dat is kostbaar.
56:38Dat is het meest belangrijke in je leven hier op aarde.
56:44Immers, wie zijn wij van nature?
56:47Gemeente, dat moet gezegd worden.
56:49Dat moet ook vanavond gezegd worden.
56:51Het is de donkere achtergrond daarvan.
56:55Wie zijn we?
56:57Dan zeg ik het maar weer met klassieke woorden.
57:00Zoals ze ook ongetwijfeld vele keren per jaar hier vanaf deze kansel klinken.
57:06Wij...
57:07Die met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn.
57:12En wij die kinderen des torens zijn.
57:16De toren van wie?
57:17Nou de toren van de heilige God vanwege de zonde waarin we leven.
57:22Kinderen des torens.
57:24Die in het rijk van God gemeente niet kunnen komen.
57:29Dat koninkrijk, de poorten van dat koninkrijk zijn voor ons dicht.
57:34Omdat we die zelf hebben dichtgeslagen.
57:37Hoe is dat gebeurd in Genesis 3?
57:39De mensgemeente die de dienst van God heeft opgezegd.
57:44En nu staan er voor de poort van de zaligheid.
57:47Staan er twee gerubiem.
57:49Twee heilige engelen.
57:50Met een flikkerend zwaard.
57:52Geen toegang.
57:57Zalig worden gemeente.
57:58Dat is niet een traject van ons uit.
58:02Dat tegen
58:05die achtergrond.
58:07Lezen we dit woord dat de apostel spreekt tot die saamvergaderde joden die hier misschien nog steeds met gefronste wenkbrauwen of met spottende ogen en gekrulde lippen horen naar wat de apostel
58:19zegt.
58:20Maar de apostel wijst het aan.
58:22Het zal zijn dat een iegelijk die de naam van de heren zal aanroepen zalig zal worden.
58:32Het.
58:33Zal zijn.
58:34En daar in gemeente ligt als het ware al een proclamatie van de naam van de genadige God.
58:41Ik zal zijn die ik zijn zal.
58:46En dat zalig worden gemeente dat is een ongehoord wonder.
58:49We zien dat ook in het verband waarin het staat.
58:53Deze mensen zijn samengekomen en vanmorgen horen we al iets van ze.
58:57Wets getrouwen, ze worden zelfs godvruchtige mensen genoemd.
59:01Mensen die niet graag uit het tempel vandaan zouden blijven.
59:04Maar er al heel wat voor over hebben gehad om hier in Jeruzalem op het wekenfeest, het pinksterfeest te zijn.
59:11En dan dit meemaken.
59:14En dan de uitleg van de apostel Petrus ontvangen.
59:17Die allereerst verwijst naar een profetenwoord van Joël.
59:22Dit is het.
59:24De versen 16 en 17.
59:26Dit is het wat gesproken is door de profeet Joël.
59:29Het zal zijn in de laatste dagen zegt God.
59:32Ik zal uitstorten van mijn geest op alle vlees.
59:36En uw zonen en uw dochters zullen profiteren.
59:39En uw jongelingen zullen gezichten zien.
59:41En uw ouden zullen dromen dromen.
59:44De laatste dagen zijn aangebroken zegt gemeente Petrus dus.
59:49En daarmee legt hij gewicht op het tijdsbestel.
59:52Waarin deze mensen leefden.
59:54En wij net zo goed.
59:55Dat is een zeer ernstige tijd.
59:57Want het is de laatste tijd.
59:59Oh het is die tijd.
1:00:01En de apostel mag het allereerst met de woorden van Joël zeggen.
1:00:04Een kostbare tijd.
1:00:06Waarin de heren zijn geest uitstort.
1:00:10Maar.
1:00:11En nu ga ik de gemeente maar kort doorheen.
1:00:14Om uiteindelijk toch weer bij onze tekst te komen.
1:00:16Maar zegt Petrus.
1:00:18Die laatste dagen, die vormen ook een bange tijd.
1:00:22Want de belofte, ooit door Joël uitgesproken, behelst ook dreigingen en verschrikkingen.
1:00:29God zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden.
1:00:36Hoe aangrijpend.
1:00:37Bloed en vuur en rookdamp.
1:00:42We zien de beelden wel eens gemeente.
1:00:45Van Oekraïne en van Iran en van Libanon.
1:00:49Bloed.
1:00:50En vuur.
1:00:51En rookdamp.
1:00:53Beseffen we.
1:00:54Het gaat er niet lang op door.
1:00:56Maar het is wel de achtergrond van onze tekst.
1:00:59Beseffen we gemeente.
1:01:00Dat we in ernstige tijden leven.
1:01:03Het zijn de laatste dagen.
1:01:04Het gaat erop aankomen.
1:01:07De strijd.
1:01:08Van
1:01:09de boze.
1:01:10Tegen het werk van Christus.
1:01:13Gaat naar een hoogtepunt.
1:01:14Een toppunt toe.
1:01:16De duivel hij weet.
1:01:17Dat hij overwonnen is.
1:01:19Maar in de laatste dagen.
1:01:23Toen de Heer Jezus de hemel inkwam.
1:01:27Toen werd de boze eruit verwijderd.
1:01:30Hij viel als een bliksem op de aarde.
1:01:32Gemeente, we
1:01:34zouden zelfs kunnen zeggen.
1:01:36Durf ik het te zeggen?
1:01:37Jawel.
1:01:39Gemeente, hij werd de hemel uitgebliksemd.
1:01:42Hij
1:01:43had niks meer te doen en te zeggen in het Rijk van God.
1:01:46Maar hij is nog wel op aarde.
1:01:50Zien we die tekenen om ons heen?
1:01:53Gemeente, beseft u het?
1:01:54Dat we in tijden leven waarin het op aan gaat komen.
1:01:57Wel dan is de achtergrond.
1:02:00En dan.
1:02:01In die tijd.
1:02:03Dan zal het zijn.
1:02:06Dat een ieder.
1:02:07Die de naam des heren aanroept.
1:02:12Zalig zal worden.
1:02:14Gemeente het gaat naar het eind gericht toe.
1:02:17De tijd tussen hemel, vaart en pinksteren.
1:02:21De wereldgeschiedenis gemeente wordt met bloed beschreven.
1:02:25En
1:02:27in onze tijd.
1:02:29Niet het minst.
1:02:30Ik noemde Oekraïne al.
1:02:32Ik noemde Iran al en Israël.
1:02:36Gemeente, leest u toch de krant en de Bijbel samen.
1:02:40De Bijbel en de krant met elkaar.
1:02:45Want het is in deze tijd, gemeente, dat er strijd gevoerd wordt.
1:02:50En het meeste daarvan zien we niet.
1:02:52Maar het gebeurt wel.
1:02:54De heidenen woeden.
1:02:56En de volken bedenken ijdelheid.
1:02:59De koningen der aarde stellen zich op.
1:03:02En de vorsten beraadslagen tezamen tegen de heren.
1:03:05Zeggende laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen.
1:03:10In concreetheid.
1:03:13Gemeente sinds de Tweede Wereldoorlog.
1:03:15Heeft West-Europa gerekend op de steun van Amerika.
1:03:20Maar
1:03:22Amerika is ook al bezig.
1:03:24Te meer in een snelle ontwikkeling.
1:03:28Om zich te ontwikkelen tot een natie.
1:03:33Die meer en meer ook het beeld gaat vertonen van de boze.
1:03:37Ziet u het toch?
1:03:39Wel nu.
1:03:42Tenmidden gemeente van dat tijdsgewricht.
1:03:44En van de worsteling van de grote machten op aarde.
1:03:48Mag het gelden.
1:03:50In deze wereld.
1:03:52Tenmidden van een krom en verdraaid geslacht.
1:03:55Tenmidden van de oordelen.
1:03:58Dat het waar is.
1:04:00Dat Christus gaat tonen.
1:04:03Dat zijn rijk de toekomst heeft.
1:04:07En hij is bezig gemeente.
1:04:09Om zijn kerk te vergaderen.
1:04:12Om ze te roepen.
1:04:16We baden gemeente met enkele woorden vanavond ook voor de vervolgde kerk.
1:04:20In tal van landen staat de vrijheid van godsdienst onder druk.
1:04:25Je zult maar christen zijn.
1:04:27In Noord-Korea.
1:04:29In Afghanistan.
1:04:31In Libië of in Pakistan.
1:04:33En we beseffen het.
1:04:35Wie daar de naam van de Heer Jezus openlijk beleidt.
1:04:38Is zijn of haar leven niet zeker.
1:04:42Jongens en meisjes,
1:04:44beseffen jullie, en jullie hebben als het goed is en als de Heer het geeft en is nog niet wedergekomen nog een heel leven voor je.
1:04:54Besef je dat in deze tijd, en ik meen ook in toenemende mate, er geen tijd geweest is dat de kerk van Christus vervolgd wordt in
1:05:07zulke mate als nooit geweest is.
1:05:11Zou u enigszins kunnen aanduiden?
1:05:17Hoeveel christenen in deze wereld vervolgd worden.
1:05:20Hoeveel dat er zijn.
1:05:22Zijn dat er misschien 3 miljoen?
1:05:25Zijn dat er misschien 20 miljoen?
1:05:28Gemeente, het zijn er 365 miljoen.
1:05:34Die belaagd worden in hun beleiden van de naam van Christus.
1:05:40In deze laatste dagen.
1:05:43Luther zong er al van.
1:05:45De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan.
1:05:50Hij draagt zijn rusting nog van gruwel en bedrog.
1:05:54Maar
1:05:56hij zal als kaf
1:05:58verdwijnen.
1:05:59En
1:06:02nu teken ik gemeente de dingen in het brede verband.
1:06:06Maar nu je eigen leven.
1:06:10Vanmorgen haalde ik al aan de typering van de apostel Paulus gemeente.
1:06:13Wie de mens van nature is.
1:06:16Heb je je spiegelbeeld daarin gezien?
1:06:19Heb je het moeten toe-eigenen?
1:06:21Als de apostel het zegt, gemeente, wie wij van nature zijn, los van God.
1:06:27Namelijk, dat er niemand is die God zoekt.
1:06:31Ook al zitten we ook in deze tweede dienst, gemeente, keurig, keurig.
1:06:35Ook in deze tweede dienst zitten we weer heel keurig en netjes en aandachtig te luisteren naar de bediening van het woord van God.
1:06:42Maar gemeente, het is allereerst, ja dat allereerst, om je bekend te maken wie je bent.
1:06:49Er is niemand die God zoekt.
1:06:52Ook niet tot één toe.
1:06:53Allen afgeweken.
1:06:56Samen onnut geworden.
1:06:57Er is niemand die God zoekt.
1:06:59Ook niet tot één.
1:07:01En
1:07:05het is in dat kader.
1:07:06Het is tegen die achtergrond.
1:07:09Gemeten dat de prediking van de apostel Paulus.
1:07:12En dat ik ook vanavond.
1:07:15De eenvoudige uitleg van dat woord van de apostel.
1:07:18Over zalig worden.
1:07:20Mag klinken.
1:07:23Zalig.
1:07:25Gemeente, opdat we het leren inzien, dat allereerst.
1:07:29Om zalig te worden, moet
1:07:33ik erkennen dat ik het niet ben.
1:07:37Dat ik het van nature niet ben.
1:07:39En dat ik het van mezelf ook nooit zal worden.
1:07:44En dat ik er ten diepste vanuit mezelf ook geen enkel belang bij heb.
1:07:51Gemeente, dat is de werkelijkheid van mijn verloren bestaan.
1:07:56Dat moet ik onder ogen zien.
1:07:58Gemeente, ik moet vastkomen te staan.
1:08:02Dat ik vanuit mezelf geen weg meer weet en geen weg meer zie.
1:08:10Zodat ik het met de mannen en denk ik ook de vrouwen van Jeruzalem ga uitroepen.
1:08:15Wat moet ik doen om zalig te worden?
1:08:20Om zalig te worden.
1:08:22Dat ik veranderd word.
1:08:27Kent u dat gedicht van John Newton?
1:08:29John Newton.
1:08:32Engelse dominee van rond 1800.
1:08:34Die in zijn eertijd zelfs een slavenkoopman was.
1:08:39Kent u dat gedicht van hem?
1:08:42Dit.
1:08:43Ik zal het twee keer zeggen.
1:08:46Zodat het zich hoop ik wat vasthecht in je hart.
1:08:51Er is een vraag.
1:08:53Die ik brandend ben te weten.
1:08:56Een vraag.
1:08:58Die mij beangstigt en verdriet.
1:09:01Mag ik met recht.
1:09:04Een kind des heren heten.
1:09:07Ben ik zijn eigendom?
1:09:09Of ach, ben ik het niet?
1:09:13Nog een keer.
1:09:15Er is een vraag die ik brandend ben te weten.
1:09:20Een vraag, is het zo?
1:09:22Is dat ook zo?
1:09:23Een vraag die mij beangstigt en verdriet.
1:09:27Mag ik met recht een kind des heren heten?
1:09:32Ben ik zijn eigendom?
1:09:34Of ach.
1:09:37Ben ik het niet.
1:09:39Wel gemeente om deze dingen.
1:09:43Kent u die vraag.
1:09:45En als u die vraag gaat leren kennen.
1:09:48O dan kan het zijn.
1:09:49En dat is een machtig wonder.
1:09:51Dat de Heer daar antwoord op heeft gegeven.
1:09:54Dat hij binnengekomen is in je leven.
1:09:57Dat de Heer je getrokken heeft.
1:09:59En je ogen en je hart gericht heeft op hem.
1:10:02In wie alle zaligheid is.
1:10:04Maar gemeente het gaat wel met je mee.
1:10:07Het blijft.
1:10:08Ten diepste.
1:10:10Want altijd weer moet ik met de apostel Paulus ervaren en beleiden.
1:10:15Dat de wet geestelijk is.
1:10:17O, zeker.
1:10:18De wet is geestelijk.
1:10:20Maar ik ben vleeslijk.
1:10:24En ik ben onder de zonde verkocht.
1:10:27Het goede dat ik wil.
1:10:29En als je de apostel na mag zeggen, gemeente, dat is genade.
1:10:32Het goede dat ik wil.
1:10:34Heren, dat weet u.
1:10:35Dat weet u, heren.
1:10:36Dat hebt u zelf in mijn leven gelegd.
1:10:37Het goede dat ik wil.
1:10:39Maar de apostel hij moet klagen.
1:10:41En zichzelf bij de heren beleiden.
1:10:43Het goede dat ik wil.
1:10:45Dat doe ik niet.
1:10:46En het kwade dat ik niet wil.
1:10:48Dat doe ik.
1:10:49Ik ellendig mens.
1:10:51Wie zal mij verlossen van het lichaam deze doods.
1:10:54En
1:10:56wat moet er gebeuren.
1:10:57Gemeente eens voor het eerst.
1:11:00Jazeker.
1:11:01Maar dan telkens steeds weer.
1:11:03Om daar gebracht te worden.
1:11:06Aangezien wij dan.
1:11:07Onze katechismes.
1:11:09Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel van God.
1:11:14Tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben.
1:11:17Is er een middel.
1:11:19Is er wellicht een middelaar.
1:11:21Is er een middel.
1:11:23Waardoor wij deze straf zouden ontgaan.
1:11:26En wederom tot genade komen.
1:11:28Gemeente dat is de hunkering van een ziel.
1:11:31Naar de zaligheid en aan de genade die bij God voorhanden is.
1:11:35Is er enig middel.
1:11:38En dan het antwoord van de katechismes.
1:11:41Antwoord van de katechismes?
1:11:44Dit.
1:11:45God wil dat aan zijn gerechtigheid genoegdoening wordt gedaan, gemeente.
1:11:52In al deze dingen moet ik wijzen op die God die het zegt.
1:11:59Betaal me wat je schuldig bent.
1:12:01Je bent een schuldig mens door je zonden die je gedaan hebt en de ongerechtigheid waarin je leeft.
1:12:07Betaal me wat jij schuldig bent.
1:12:09God wil.
1:12:10Dat er zijn gerechtigheid genoegdoening wordt gedaan.
1:12:16En dan klinkt dit woord.
1:12:18Dit woord.
1:12:19Het zal zijn dat een ieder die de naam des heren zal aanroepen zalig zal worden.
1:12:30Want dan kom ik bij het tweede.
1:12:31En eigenlijk zei ik er al iets van.
1:12:34De weg tot het zalig worden.
1:12:38En gemeente, dan is er weer zo'n centraal woord in onze tekst dat direct onze aandacht vraagt.
1:12:43Wat dan?
1:12:43Welk?
1:12:45Aanroepen.
1:12:46Aanroepen.
1:12:47Gemeente, hoe vindt een mens, een verloren mens, die zaligheid die bij God voorhanden is?
1:12:54Peter zegt het.
1:12:56Door de naam des Heren aan te roepen.
1:13:02Het aanroepen van de naam van de Herengemeente, dat is een veel, min of meer veel voorkomende, bijbelse uitdrukking.
1:13:12We vinden hem al in Genesis 4.
1:13:16In de dagen van Enos.
1:13:20Een van de kleinzonen van Adam en Eva.
1:13:22In de dagen van Enos begon men de naam des heren aan te roepen.
1:13:29En van wie lezen we het vooral?
1:13:32Gemeente van de aartsvaders.
1:13:33Van Abraham, Isaac en Jacob.
1:13:35Die de altaren bouwden.
1:13:38Waarbij ze de naam des heren aanroepen.
1:13:42Wat is dat eigenlijk?
1:13:43Dat aanroepen van de naam des Heren.
1:13:46Bidden, zeker.
1:13:48Bidden.
1:13:50Maar dat woord gemeent ook in het Hebreeuws en in het Grieks evenzeer.
1:13:56Dat wijst er vooral op.
1:13:58Bidden met kracht.
1:14:01Met inspanning.
1:14:03Dringend en aanhoudend.
1:14:07Aanroepen.
1:14:08Dat doe je als je in nood bent.
1:14:11Als er veel op het spel staat.
1:14:14Dan ga je roepen.
1:14:16O God, help mij.
1:14:19SOS.
1:14:20Save our souls, heren.
1:14:25In de psalmen lezen we het.
1:14:27Telkens weer.
1:14:28We hebben het ook gezongen.
1:14:30Ik riep de naam des heren aan.
1:14:34141, 142.
1:14:36En psalm 116 natuurlijk.
1:14:38De banden des doods hadden mij omvangen.
1:14:42En de angsten der hel hadden mij getroffen.
1:14:44Ik riep de naam des heren aan.
1:14:47Zeggende.
1:14:48Och.
1:14:49Och heren.
1:14:50Och werd mijn ziel door u gered.
1:14:54Och.
1:14:58De kanser van Oudorp gemeente heeft denk ik.
1:15:01Best heel wat jaren geleden.
1:15:03Want die overleed al in 1969.
1:15:05En alleen de ouderen zullen zich hem herinneren.
1:15:08De gemeente heeft denk ik best meerdere keren.
1:15:11Dominee Leen vroeg in de wei gestaan.
1:15:14Leendert vroegende wij die in Delft stond.
1:15:19Flakkeenaar van oorsprong.
1:15:21Samen met zijn drie broers die ook predikant waren.
1:15:24Lee vroegende wij.
1:15:26En
1:15:27deze domende gemeente begon ooit een van zijn preken als volgt.
1:15:33Waaraan herken je het volk van God?
1:15:36Nou dat is natuurlijk veel te noemen.
1:15:38Veel te noemen.
1:15:40Maar hij gaf het antwoord aan
1:15:43hun gebed met och en ach.
1:15:48Natuurlijk is er meer te zeggen.
1:15:50Maar het is treffend gezegd.
1:15:52Een kind van God weet van het zich klein maken van de heren.
1:15:59Buigen voor de heilige God.
1:16:02En zijn nood en ellendigheid die hij recht en grondig heeft leren kennen bij de heren te brengen.
1:16:08Och heren, och werd mijn ziel door u gered.
1:16:13Och en ach.
1:16:16Welgemeente, dat is het aanroepen.
1:16:20Van de naam van de heren.
1:16:23Dat is het ware bidden.
1:16:27Wij bidden allemaal.
1:16:28Ja toch.
1:16:29Wij bidden allemaal.
1:16:31De jongens en de meisjes.
1:16:33Dat is je thuis geleerd.
1:16:35Doe je het ook persoonlijk.
1:16:36En de vaders en moeders gaan naar de kinderen in voor.
1:16:39Wij bidden allemaal.
1:16:42Maar gemeente laat het geen automatisme zijn.
1:16:46Laat er iets van de nood van je verloren bestaan in mogen doorklinken.
1:16:51Ja en dan ook meer.
1:16:53Meer zeker wel.
1:16:54En daar komen we straks ook nog wel op.
1:16:56Maar toch ook dit.
1:16:59In Spanje gemeente.
1:17:00Ja dat is het andere uiterste.
1:17:02In Spanje hadden ze in vroege tijd wel papegaaien.
1:17:06Die het onze vader voor je konden bidden.
1:17:08Zo automatisch was het geworden.
1:17:11Nou wij hebben die papegaaien niet.
1:17:15Maar als wij ons op formulieren gebedjes.
1:17:17En ze zijn daartoe gegeven zeker wel.
1:17:19Als wij ze achterhoos bidden, heren, dan is het niet veel anders dan die papegaaien.
1:17:25Klinkt er iets in door.
1:17:27Je hart
1:17:30dat je voor de heren neemt.
1:17:33Wel, hier zegt de apostel.
1:17:35Het zal zijn dat een iegelijk die de naam van de heren zal aanroepen, zalig zal worden.
1:17:42Paulus, nee, niet Paulus, maar Petrus.
1:17:45Hij verbindt het ontvangen van de zaligheid aan dat aanroepen van de naam des heren.
1:17:53Een belofte.
1:17:54Een ruimhartige.
1:17:56Een royale belofte.
1:18:02Mag ik eens wat opmerken, gemeente?
1:18:06Ik denk, en
1:18:08ik weet het wel zeker...
1:18:10dat we nergens in de Bijbel iets vinden...
1:18:16waaruit zou blijken dat mensen zalig worden zonder gebed.
1:18:25Wilt u dat eens vasthouden?
1:18:27In de Bijbel...
1:18:30Zijn nergens mensen te vinden die zalig worden zonder gebed.
1:18:39Gemeente, iemand kan blind of doof zijn.
1:18:42Maar dat staat hem niet in de weg om zalig te worden.
1:18:47Zelfs kan iemand een buitengewoon goddeloze leven achter zich hebben.
1:18:53En hij kan toch behouden worden.
1:18:57Je kunt lijden aan een ernstige depressie.
1:19:01En zelfs aan een verlammende verslaving.
1:19:07Toch zalig worden.
1:19:10Maar gemeente laat het u vanavond gezegd zijn.
1:19:13Zonder gebed.
1:19:15Zal niemand zalig worden.
1:19:19In wiens leven geen gebed is.
1:19:22Die
1:19:25zal niet behouden worden.
1:19:28Absoluut onmogelijk.
1:19:32Luther gemeente had ook zo'n soort uitdrukking.
1:19:34Ik geef het maar door.
1:19:36Hij had ook zo'n soort vraag als van dominee vroegende wij.
1:19:39Waaraan kent men een ware christen?
1:19:42Het is ongeveer net zoiets, maar hij zegt het een beetje anders.
1:19:44Waaraan kent men een ware christen?
1:19:48Aan drie dingen.
1:19:50Luther wist het dan met een mondje Latijn te zeggen.
1:19:53Aan oratio, meditatio en tentatio.
1:19:59En wat bedoelde Luther daarmee?
1:20:01Een ware christen kent men door tentatio.
1:20:05Dat is...
1:20:06Dat is bestrijding, dat is aanvechting.
1:20:09Een ware christen bevindt zich op het front.
1:20:12Er wordt om zijn ziel, om zijn leven gevochten.
1:20:15Tentatio.
1:20:15Een
1:20:17ware christen kenmerkt zich door meditatio.
1:20:22Overdenking van de dingen.
1:20:24Ik rijk het u maar aan.
1:20:27Overdenking.
1:20:27Maar bovenal, en dat noemde hij niet eerst.
1:20:31Oratio.
1:20:33Gebed.
1:20:34Gebed.
1:20:37Horen jullie dat?
1:20:38Jongens en meiden, hoe
1:20:42zit dat?
1:20:42Hoe zit dat?
1:20:44Weet jullie slaapkamer ervan dat je een bidder bent?
1:20:50Weet de hemel ervan dat je de naam van de heren aanroept?
1:20:57Denk aan Samuel, die kleine jongen.
1:21:00Hij was al maar een kleuter.
1:21:01En wat lezen we van hem?
1:21:04Hij bad al daar de heren aan.
1:21:10Dat was een kleine jongen.
1:21:12En een wat oudere man.
1:21:15Daniel.
1:21:16Hij knielde drie keer per dag.
1:21:21En hij bad.
1:21:22De heren.
1:21:24Hij lag op zijn knieën.
1:21:27Maar zeg je.
1:21:29Dominee je moet eens weten.
1:21:31Ik kan helemaal niet bidden.
1:21:34Je moet het eens weten.
1:21:36Ik stumper maar wat.
1:21:38En ik begrijp Paulus zo goed.
1:21:41Die het zegt.
1:21:42Wij weten niet te bidden zoals het behoort.
1:21:45Weet u.
1:21:47Als ik bid om vergeving van mijn zonden.
1:21:50Dan moet ik allereerst bidden om mijn gebed of mijn gebed gezuiverd wordt.
1:21:56En als ik met tranen tot de heren ga.
1:21:59Oh dan moeten die tranen nog gewassen worden van allerlei onzuiverwaaiheid.
1:22:06Dan ben je wel in goed gezelschap.
1:22:08Dan ben je wel in goed gezelschap.
1:22:10Als dat je aanklaagt.
1:22:11Dat dat op je hart rust.
1:22:13Als je er geen weg mee weet.
1:22:15Als je zegt heren nu zegt u het.
1:22:17Roep mij aan.
1:22:19En ik kan het nog niet eens.
1:22:21Nou, gemeente de discipelen horen de Heer Jezus ooit bidden.
1:22:25Lukas 11.
1:22:26En dan zien ze elkaar aan.
1:22:28Tenminste, ik denk dat ik zo dat hoofdstuk moet lezen.
1:22:30En dan zien ze elkaar aan en dan zeggen ze.
1:22:34De meester bidt.
1:22:35Nou, dan kunnen wij helemaal niet bidden.
1:22:38En weet u wat ze toen deden?
1:22:40Toen gingen ze naar de Heer Jezus toe.
1:22:43En toen vroegen ze.
1:22:44Heer Jezus, wilt u ons leren bidden?
1:22:48Nou, dat is het beste gebed.
1:22:50Dat is het beste gebed.
1:22:51Wilt u ons leren bidden?
1:22:53En toen deed hij het.
1:22:54Indien gij bidt, lees maar na.
1:22:56Lukas 11.
1:22:58En de apostel Paulus?
1:23:00Hij schrijft het aan de Romeinen.
1:23:02Dan is hij al jaren evangelieprediker.
1:23:05Nou, in zijn eertijds kon hij bidden.
1:23:07O, wat kon hij de fariseer Saulus van Tarsem bidden?
1:23:13En nu kan hij het niet meer.
1:23:16Romeinen 8.
1:23:17Wij weten niet te bidden zoals het behoort.
1:23:23Je mag hem even als het vandaag pinksteren.
1:23:25En dan mag ik u en jij.
1:23:27En jou.
1:23:28Als je daarmee loopt.
1:23:30Mag ik je wijzen.
1:23:31Op wie?
1:23:32Op wie?
1:23:34Op die geest.
1:23:37Die Christus verworven heeft.
1:23:39En die hij aan zijn kerk heeft gegeven.
1:23:41De geest.
1:23:43Der genade.
1:23:45En der gebeden.
1:23:46En
1:23:48hij is het.
1:23:49Hij is het.
1:23:51Die in deze belofte zit gemeente.
1:23:54Het zal zijn.
1:23:56Het is waarachtig waar.
1:23:58Dat een iegelijk.
1:24:00Wie dan ook.
1:24:01Die de naam des heren zal aanroepen.
1:24:05Zalig zal worden.
1:24:08Ik weet niet of u dat prachtige boekje van Willem Teling kent.
1:24:12Of
1:24:13u het ook gelezen hebt.
1:24:15Willem Teling.
1:24:17Een
1:24:18oude schrijver.
1:24:19Eeuwen geleden.
1:24:20Hij was als het ware de vader van de nadere reformatie.
1:24:23Hij schreef een boekje.
1:24:26Soliloquium.
1:24:26Weet je wat het betekent?
1:24:28Soliloquium.
1:24:29Alleen spraak.
1:24:31En de ondertitel van het boekje is.
1:24:34De betrachtingen van een zondaar.
1:24:37In de angsten van zijn wedergeboorte.
1:24:40En heel dat boekje is één gebed.
1:24:45En wanneer je het ter hand neemt.
1:24:48Wanneer je dat boekje biddend ter hand neemt.
1:24:52Gemeente je zult de eerste niet zijn.
1:24:55Die meegenomen wordt.
1:24:57Om je hart voor de heren uit te storten.
1:25:01Zo zeggen.
1:25:04Ga maar eens naar boekhandel Akershoek.
1:25:06Ik weet niet of hij er op een rijtje heeft staan.
1:25:10Kostbaar boekje.
1:25:12Leerzaam.
1:25:13Willem Teling.
1:25:15Soliloquium.
1:25:16Maar belangrijker dan dat.
1:25:19En daar wil ik het nu vanavond maar op toespitsen.
1:25:22Nu heeft Gods kerkgemeente voorbidders.
1:25:27Twee zelfs.
1:25:28Twee voorbidders.
1:25:31Eén in de hemel.
1:25:33En dat is de Heer Jezus.
1:25:36Die aan de rechterhand van de Vader is.
1:25:39Van wie de apostel het zegt.
1:25:41Die ook voor ons bidt.
1:25:45Hij die zelf in alle benauwdheden benauwd is geweest.
1:25:49Hij die bestookt is door de boze.
1:25:52Hij weet wat het is.
1:25:54Als je daar ligt te kermen voor de Heren.
1:25:57En het zegt.
1:25:58O God.
1:26:00Wees mij de zon daar genadig.
1:26:02En als de boze je bestookt en zegt.
1:26:04Je hebt geen heil bij God.
1:26:06Hij weet ervan.
1:26:07Want hij is verzocht geweest door diezelfde boze.
1:26:11En hij heeft hem overwonnen.
1:26:13De Heere Jezus.
1:26:15De voorbidder van Gods kerk in de hemel.
1:26:20En Gods kerk heeft er nog een.
1:26:22De heilige geest in de harten.
1:26:24Die naar God voor en in de heiligen bidt.
1:26:31Welgemeente, mag ik op hem wijzen.
1:26:34Als je het niet weet.
1:26:36Als je het niet kunt.
1:26:38Als je de woorden niet kunt vinden, zucht dan maar.
1:26:42En als je niet kunt zuchten, stumper dan maar.
1:26:46En leg het er maar voor.
1:26:48O God, geef mij te bidden zoals het behoort.
1:26:52O God, wees mij de zon daar genadig.
1:26:57Weet je?
1:26:59En dan mag je de naam des Heren aanroepen.
1:27:02Welke naam?
1:27:03Wel die grote naam waarin de Heer het heeft gezegd.
1:27:06Weet je wie ik ben?
1:27:08Ik ben die ik ben.
1:27:12De ik zal zijn.
1:27:15Ik zal zijn die ik zijn zal.
1:27:19Ik die mijn belofte getrouw vervul.
1:27:22En die het in jou en uw leven wil waarmaken.
1:27:25Het zal zijn dat een ieder die de naam des heren zal aanroepen zalig zal worden.
1:27:33En dan staat er een iegelijk.
1:27:36Een iegelijk.
1:27:37Wie mij aanroept in de nood, vindt mijn gunst oneindig groot.
1:27:45En weet u, dan kan het ook nog een troost zijn.
1:27:48Dat dit woord niet één keer, niet twee keer, maar drie keer in de Bijbel is opgenomen.
1:27:57Joël, zo'n 700 jaar voor Christus.
1:28:01Hier Petrus, op de Pinksterdag.
1:28:04En tenslotte in Romeinen 10.
1:28:07De apostel Paulus.
1:28:08Zo'n 25 jaar later.
1:28:10Het zal zijn dat een iegelijk die de naam des heren zal aanroepen.
1:28:17Zalig zal worden.
1:28:19En waar wil de heren op aanwerken gemeente?
1:28:22Nou vanmorgen kwam het ook al aan de orde.
1:28:24Op de lof van zijn naam.
1:28:27Als hij het waar gaat maken.
1:28:28Tot verwondering.
1:28:30Tot aanbidding.
1:28:32Geloofd.
1:28:33Geloofd zij de heren.
1:28:35Dag aan dag overlaat hij ons.
1:28:38Die God is onze zaligheid.
1:28:41Om Christus wil.
1:28:42Die God is onze God van volkomen zaligheid.
1:28:47En bij de heren de heren zijn uitkomsten.
1:28:51Zelfs tegen de dood.
1:28:53Wel nu.
1:28:54Die gunst heeft God zijn volk bewezen.
1:28:58Opdat het altoos hem zou vrezen.
1:29:03Hier in beginsel.
1:29:05Ach, met veel vermenging van duisternis en boosheid en zonde.
1:29:09Maar ooit volkomen.
1:29:12Als God zal zijn.
1:29:15Alles in allen.
1:29:18En als je hem tot in alle eeuwigheid mag aanroepen en aanbidden.
1:29:24Zal dat niet de zaligheid in de zaligheid zijn.
1:29:31Amen.
1:29:32[GEZANG]
1:32:21Heren, laat het ons maar een wonder zijn.
1:32:24Dat u nog aangeroepen wilt worden.
1:32:29Bij uw naam heren.
1:32:31Uit onze mond.
1:32:33En we hebben een onreine mond.
1:32:37Vanuit ons hart.
1:32:39En dat is van natuur een onzuiver hart.
1:32:43In ons bestaan.
1:32:45En dat is bestaan heren.
1:32:47Dat
1:32:49koers zet.
1:32:50Naar het verderf.
1:32:53Maar u wilt aangeroepen worden.
1:32:55Als die God.
1:32:57Die uw oor neigt.
1:32:59Roep mij aan.
1:33:01In de dag der benauwdheid.
1:33:04Ik zal je eruit helpen.
1:33:06En je zult mij eren.
1:33:08U wilt erin verheerlijk worden.
1:33:11Heren.
1:33:12En u heren Jezus.
1:33:13U hebt uw armen uitgebreid.
1:33:15Kom dan tot mij.
1:33:17Kom herwaarts tot mij.
1:33:19Die vermoeid en belastheid.
1:33:21Hoe dan ook.
1:33:22Waarmee dan ook.
1:33:24En ik.
1:33:26Ik zal je geven wat je ontbreekt.
1:33:28Open maar je mond.
1:33:30Vraag het aan mij vrijmoedig.
1:33:32Op grond van mijn trouwverbond.
1:33:34En al wat je ontbreekt.
1:33:37Dat schenk ik.
1:33:38Als je het smeekt.
1:33:40Mild en overvloedig.
1:33:42En dat alles.
1:33:44Verworven.
1:33:45Door u.
1:33:46O gezegende heren Jezus Christus.
1:33:49Die aan het kruis geen toegang meer had tot de vader.
1:33:52En die het moest uitroepen.
1:33:54O mijn God.
1:33:56Waarom hebt ge mij verlaten?
1:33:58Opdat uw kinderen nimmer meer van u verlaten zouden worden.
1:34:03Maar tot in eeuwigheid in uw gemeenschap mogen leven.
1:34:09Heren we danken u voor het stille uur dat u ons gaf.
1:34:12Onder de bediening van uw woord.
1:34:14Laat uw pinkstergeest o heren bezit nemen.
1:34:18Of door uw genade bezit genomen hebben van ons leven.
1:34:23En we bidden dat heel in bijzonder voor onze jongeren.
1:34:25Heren.
1:34:26Onze jongens en meisjes.
1:34:27Misschien nog wel met hun ontvankelijk hart.
1:34:30Met hun geroerd gemoed.
1:34:34Die het wel begrijpen.
1:34:36Op kinderlijke wijze.
1:34:38Dat van dat nieuwe hart.
1:34:40En dat van de dingen waarin ze u mogen zoeken.
1:34:44Heren laat dat in hun jonge leven een plaats mogen hebben.
1:34:47Dan zullen ze voor veel zonden bewaard worden.
1:34:50We bidden dat ook voor onze jongeren heren.
1:34:52Die in de storm van dit leven staan.
1:34:54Met zoveel verleiding.
1:34:56Tot wie de boze het zegt, geef nou je hart dan maar aan mij.
1:35:00En ik zal je alles geven wat je wenst.
1:35:03Hoe het zal op bedrog uitkomen en op een grote teleurstelling.
1:35:08O Heer, bewaar onze jongeren.
1:35:10Geef dat ze mogen leven in de vrezen van uw naam.
1:35:15Wilt u ons uw zegen niet onthouden.
1:35:18Het verdere van deze zondag.
1:35:22Wilt u morgen heel in bijzonder gedenken en in bijzondere dienst staan.
1:35:25De jongeren en de ouderen die met hun ja-woord heren zich mogen verbinden aan de gemeente en aan uw dienst.
1:35:32We bidden om uw heilige geest heren die hun hart regeert en in hun hart mag leven.
1:35:41Geef wat we nodig hebben.
1:35:43Wilt u ons genadigd verhoren.
1:35:45Ons voorzien wat we behoeven.
1:35:48En dat alles om Jezus wil alleen.
1:35:52Amen.
1:35:55We zingen gemeente tenslotte van de derde psalm het tweede vers.
1:35:59[GEZANG]
1:39:39Verhef gemeente uw hart en biddend tot God, ontvang zijn zegen en ga heen in vrede.
1:39:47De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest, zij met u allen.
1:39:59Amen.
1:40:00[GEZANG]