0:00[GEZANG]
9:02Gemeente, een enkele mededeling om te beginnen namens uw kerkenraad.
9:07Morgen op de tweede Pinksterdag zal de bevestiging van de nieuwe lidmaten plaatsvinden.
9:14In deze dienst zal dominee Ever Helst voorgaan.
9:18En de dienst vangt aan om half tien.
9:22Zo de Heer wil en wij leven.
9:25Ik deel u nu tegelijkertijd ook maar de dienst der offeranden mee.
9:29De collecten, ze zijn bestemd voor de zending van uw kerk.
9:33Vervolgens voor de kerkvoogdij en ten derde ook voor de aflossing door de kerk.
9:39En deze collecten worden hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.
9:45Tot zover deze mededelingen vooraf.
9:50Gemeente, wij verheffen onze harten nu tot God.
9:56Onze hulp en onze verwachting is in de naam van de Heere Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft.
10:05Die trouw blijft van geslacht tot geslacht.
10:09Ja tot in eeuwigheid.
10:11En die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.
10:16Amen.
10:18Geliefde gemeente.
10:20Genade zij u.
10:22En vrede.
10:24Van hem die is.
10:26En die was.
10:27En die komen zal.
10:29En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:33En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:37De eerstgeborene uit de doden.
10:40En de overste van de koningen der aarde.
10:44Amen.
10:49De steen die door de tempelbouwers verachtelijk was een plaats ontzegd.
10:56Is tot verbazing der beschouwers door God tot een hoofd des hoeks gelegd.
11:03Gemeente dit is de dag.
11:06Deze Pinksterdag, dit is de dag, de roem der dagen die Israëls God geheiligd heeft.
11:14Wij zingen aan het begin van deze dienst Psalm 118, de versen 11 en 12.
11:20[GEZANG]
16:56Gemeente, wij gaan u allereerst eerbiedig luisteren naar de woorden van Gods heilige wet.
17:03Ook op deze Pinksterdag.
17:05Ja, misschien juist op deze Pinksterdag.
17:09En we zingen gemeente vervolgens Psalm 51.
17:13Vers 6 en ook het zevende vers.
17:16Psalm 51 vers 6 en vers 7.
17:24God sprak
17:27al deze woorden.
17:28Zeggende.
17:30Ik ben de Heere uw God.
17:33Die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.
17:39Gezult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:44Gezult u geen gesneden beeld.
17:47Nog enige gelijkenis maken.
17:50Van wat boven in de hemel is.
17:53Nog van wat onder op de aarde is.
17:57Nog van wat in de wateren onder de aarde is.
18:01Ge zult u voor die niet buigen.
18:03Nog hen dienen.
18:06Want ik.
18:08De heren.
18:10Uw God.
18:11Ik ben een naïverig.
18:13Dat is een jaloers God.
18:15Die de misdaad van de vader bezoekt aan de kinderen.
18:20Aan het derde en het vierde lid van hen die mij haten.
18:24En ik doe barmhartigheid aan duizenden van hen die mij lief hebben.
18:28En mijn geboden onderhouden.
18:32Ge zult de naam van de heren uw God niet ijdel gebruiken.
18:36Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam ijdel gebruikt.
18:42Gedenk de Sabbatdag.
18:44Dat ge die heiligt.
18:47Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen.
18:50Maar de zevende dag is de Sabbat van de Heere, uw God.
18:54Dan zult ge geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
19:05Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat erin is.
19:12En hij rustte op de zevende dag.
19:17Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde die.
19:22Eerd uw vader en uw moeder.
19:27Omdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Heere uw God u geeft.
19:33Gezult niet doodslaan.
19:36Gezult niet echtbreken.
19:39Gezult niet stelen.
19:42Gezult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:46Gezult niet begeren uus naast een huis.
19:50Gezult niet begeren uus naast een vrouw.
19:53Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel.
19:58Nog iets wat van uw naaste is.
20:02[GEZANG]
25:22Gemeente, wij lezen op deze zondagmorgen het Pinkster-evangelie.
25:26We lezen het in Handelingen 2.
25:30Vanaf vers 1 tot en met het dertiende vers, Handelingen 2.
25:34We
25:38lezen daar Gods heilig woord als volgt.
25:41En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd.
25:47Waren ze allen eendrachtig bijeen.
25:51En er geschiedde haastig uit de hemel een geluid.
25:56Gelijk als van een geweldige gedreven wind.
25:59En vervulde het gehele huis waar ze zaten.
26:04En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur.
26:08En het zat op een iegelijk van hen.
26:11En ze werden allen vervuld met de Heilige Geest.
26:16En begonnen te spreken met andere talen.
26:20Zoals de geest hun gaf uit te spreken.
26:24En er waren joden te Jeruzalem wonende.
26:29Godvruchtige mannen van alle volk, dergenen die onder de hemel zijn.
26:34En als deze stem geschiet was, kwam de menigte samen en werd beroerd.
26:40Want hun iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
26:44En ze ontzetten zich allen en verwonderden zich.
26:49Zeggen de tot elkander, zie, zijn niet alle deze die daar spreken Galileërs?
26:54En hoe horen we hen in Igelik in onze eigen taal, waarin we geboren zijn?
27:01Parters en Meders en Elamiten.
27:06En die inwoners zijn van Mesopotamie en Judea en Cappadocië, Pontus en Azië en Frigie en Pamphilië, Egypte en de delen van Libië dat bij Sirene
27:18ligt.
27:20En uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten.
27:24Kretensen en Arabieren.
27:26We
27:29horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
27:37En ze ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig.
27:41Zeggende de een tegen de andere.
27:44Wat wil toch dit zijn?
27:48En anderen spottende zeiden.
27:52Ze zijn vol zoete wijn.
27:58Tot zover gemeente.
27:59Tot zover.
28:02Laten we gaan bidden en de heren eerbiedig vragen om zijn zegen.
28:07Wij doen voorbeden en ook dankzegging.
28:10Namelijk met en voor de familie van Veen Rijnbrand van de Molenweg 18.
28:16Afgelopen dinsdag 19 mei mochten ze gedenken 65
28:21jaar
28:24getrouwd te zijn.
28:28We bidden ook voor onze...
28:30De beleidingscategorisant die morgen openbare beleid is van het geloof.
28:33Hopen af te leggen in het midden van de gemeente.
28:37En natuurlijk dragen we ook het uitgebrachte beroep aan dominee van de kamp.
28:45Gemeente laten we.
28:47U
28:55heren Jezus.
28:58Ze wilden u niet.
29:01En ze erkenden u niet.
29:05We hebben het gezongen.
29:08We namen het op onze lippen.
29:11Met die aangrijpende psalm.
29:13De 118e.
29:15In dat beeld.
29:18Door de dichter gekozen.
29:19Vele eeuwen geleden.
29:21David.
29:22Door de heilige geest hem ingegeven.
29:26Het
29:27beeld dat ons herinnert aan de bouw van de tempel.
29:31Waarin de stenen werden aangebracht.
29:34En ze stonden gereed om ingevoegd te worden.
29:37In het gebouw dat zou opreizen tot eer van u.
29:41Opdat de dienst der verzoening voortgang zou vinden heren.
29:47Maar de steen.
29:49Die door de tempelbouwers verachtelijk was een plaats ontzegd.
29:53Zo zongen we het.
29:55Stenen werden terzijde geworpen.
29:58Want ze deugden niet in de ogen van hen die bezig waren te bouwen.
30:02En zo.
30:04O
30:06heren hoe aangrijpend.
30:07Een beeld dat wij nooit hadden durven kiezen.
30:12U gezegende heren Jezus Christus.
30:16God uit God.
30:18Licht uit licht.
30:20Die samen met de Vader en de Heilige Geest, één ene God.
30:24En die leeft en die regeert in eeuwigheid.
30:29Maar die u zelf vernederd hebt.
30:32Die naar deze aarde bent gekomen.
30:36Gekomen in de weg van de geboorte uit een vrouw.
30:41U die uw weg ging, heren, gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
30:48Maar ze wilden u niet.
30:50En ze mochten u niet.
30:53En ze erkenden u niet.
30:56Dat was uw weg, o Heere Jezus Christus.
30:59Maar de steen die door de tempelbouwers verachtelijk was en plaats ontzegt.
31:05Is tot verbazing der beschouwers door God.
31:09Door u, gezegende God en Vader van de Heere Jezus Christus.
31:15Door God tot een hoofd deshoeks gelegd.
31:19Tot het fundament van zijn kerk.
31:22Tot de grondslag.
31:24Van dat gebouw dat tot in eeuwigheid naar uw welbehagen zou opreizen.
31:31Uw kerk, o heren.
31:33Uw kerk die tot in eeuwigheid er zal zijn.
31:39Tot verheerlijking van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
31:44Uw werk in de eeuwigheid ooit uzelf voorgenomen.
31:49En in de tijd volbracht.
31:52Het zal voltooid worden in de eeuwigheid.
31:54Als u toekomt en ook aan u gegeven zal worden.
31:58O eeuwige drie-enige God.
32:01Wanneer u zult zijn alles en in allen.
32:05En heren, nu komen wij op deze Pinksterdag vanmorgen tot u.
32:10En u wijst het ons aan.
32:12En vanmorgen zullen we het in de prediking nog vernemen ook, heren.
32:16Dat wij zijn als zulken die de door u uitgekozen steen wegwerpen.
32:23O, hoe heeft de gezegende Heren Jezus het moeten ervaren toen hij op aarde was.
32:28En Heren, hoe geldt het heden nog dat er zoveel zijn.
32:34O, allereerst deze Heren die nimmer van u hoorden.
32:38En die zo nooit tot kennis der waarheid gekomen zijn en zullen komen.
32:44Maar Heren, ook zoveel.
32:46En
32:47geef dat wij er niet toe behoren.
32:49Ook zoveel die onder uw woord opgroeien.
32:53Die de klanken van het evangelie vernemen.
32:56Die elke zondag onder de verkondiging de levende bediening van uw woord zijn.
33:02Maar van wie het ook geldt heren.
33:04Dat hun oren zijn toegestopt en hun hart verhard.
33:09En nu komen we tot u op deze Pinksterdag.
33:13En we beleiden het heren.
33:15Van wie we het moeten hebben.
33:17Die het zal moeten doen.
33:20Die in ons leven binnen zal moeten komen voor het eerst of opnieuw.
33:25Die het gezegende werk.
33:27Het werk der zaligmaking en der wedergeboorte.
33:31En de schenking van het waarachtige geloof.
33:34En de ware bekering heren zal moeten werken.
33:38Uw eigen heilige geest.
33:41Door de heren Jezus Christus verworven.
33:46En in de volheid van de tijd.
33:48Ja dat mogen we met Pinkster ook wel zeggen.
33:51In de volheid van de tijd geschonken is.
33:55Toen de hemel opnieuw werd geopend.
33:57En toen u, o Heer Jezus Christus, inmiddels gearriveerd in de hemel.
34:01En zittende in de troon van de Vader.
34:04Die heilige geest aan uw gemeente hebt geschonken.
34:09Opdat uw zaligmakend werk.
34:12Ooit volbracht in de weg van lijden en sterven en opstanding.
34:17Opdat het voltooid zal worden, Heren.
34:20Opdat het in ons eigen leven ook een plek zal ontvangen.
34:24Opdat het niet buiten ons zou blijven.
34:27Maar opdat we het genadige werk, het zegenrijke werk van uw heilige geest zouden ontvangen.
34:35Die geest die komen zou om de wereld te overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel.
34:44Van zonde omdat ze in u niet geloofd hebben.
34:48En heren dan komt het dichtbij.
34:51Dan komt het vanmorgen wel heel dichtbij.
34:55Want dan ziet u in de prediking ons aan.
34:58Op de Pinksterdag werd er van gesproken.
35:01De apostelen ze getuigden ervan.
35:04In welke talen dan ook en met welke woorden dan ook.
35:08Heel rechtstreeks gericht.
35:11Gij hebt hem gekruisigd.
35:13Hij die door de Vader verheerlijkd was en uitgestoten in de wereld.
35:17Om het zaligmakende werk te volbrengen.
35:19Maar u hebt hem verworpen.
35:22En heren als dat nou werkelijkheid wordt in ons leven.
35:26Wanneer we in die spiegel moeten zien.
35:29Ieder heel persoonlijk.
35:31Jongens en meisjes.
35:33Ouderen.
35:34O God.
35:36Wilt u het dan maar voltrekken.
35:37En wilt u doortrekken.
35:39Geeft dat we buiten hem.
35:41De gezegende heren Jezus Christus niet kunnen blijven.
35:44Van wie u.
35:45O Vader in de hemel het meer dan een keer hebt gesproken.
35:49Deze is het.
35:50Deze is het.
35:51Deze is mijn geliefde zoon.
35:53In wie ik.
35:55Mijn welbehagen heb.
35:57Hoort hem.
35:59Omdat ook wij.
36:01Omdat ik.
36:02Ieder persoonlijk.
36:04In deze geliefde zoon van de vader.
36:07Een welbehagen zou ontvangen heren.
36:10Buiten hem niet meer kan blijven.
36:12Zie mij heren.
36:13Wien elk moet duchten.
36:14Tot uw vluchten.
36:16Om u te kennen.
36:17De enige waarachtige God.
36:20En de heren Jezus Christus.
36:22Van de vader gezonden.
36:25Door de geest gepredikt.
36:27En door uw genade geschonken.
36:31Heren, we zijn weer samengekomen.
36:33Jongeren en ouderen.
36:35In dit kerkgebouw dat ons zo bekend is.
36:39Heren, wilt u er zijn?
36:41Wilt u er zijn?
36:42Ook wanneer we thuis zitten.
36:44Of liggen misschien wel op bed.
36:46U kent ieder van ons.
36:48In de weg die u met ons gaat.
36:51Wilt u afdalen?
36:53Wilt u nabij zijn?
36:54Als we zo bedroefd zijn, om welke omstandigheid dan ook.
36:58Wilt u troosten?
36:59Wilt u kracht geven?
37:01Heren, wanneer we moeten ervaren dat ons leven wordt afgebroken in de ouderdom of misschien ook wel jonger.
37:10Heren, wilt u er zijn?
37:12Mogen we opzien tot u?
37:14Om uw genade en welbehagen te ontvangen.
37:18Heren, wees met ouders, vaders en moeders die het misschien wel moeilijk hebben met de opvoeding van de kinderen.
37:24Geef dat ze uw heilige geest nodig hebben, heren.
37:27Wees met leerkrachten op school.
37:30Die ook getuigen is, moet en willen geven.
37:32Maar het is niet altijd makkelijk.
37:34Geef uw heilige geest.
37:36O heren, als ons iets ontbreekt.
37:39Schenk ons uw geest.
37:41Die geest die de geest der genade en der gebeden is.
37:45En wilt u ons zo gedenken.
37:47Wilt u zijn met de voortgang van uw woord, heren.
37:50Ook in deze grote gemeente.
37:52We bidden u voor Dominic van der Kamp met zijn vrouw en hun gezin.
37:56Er is een roeping op ze afgekomen.
37:58Geef dat ze het maar verstaan als een roeping van u.
38:01Wilt u hun hart te neigen, heren?
38:03Mag er hoop zijn, gegronde hoop.
38:06Maar dat kan niet zonder gebed.
38:08Laat uw genade troon bestormd worden, heren.
38:12Omdat u wilt voorzien in dat wat de gemeente zo behoeft.
38:17Geef ook onze broeder wat hij daartoe nodig heeft.
38:20Schenk hem, heren.
38:21Dat hij opzien mag tot u.
38:23En de weg mag gaan die u hem wijst.
38:26Wilt u zijn met de beleiderskategorisanten.
38:30Negen in getal, ouderen en jongeren.
38:32Geeft dat hun ja-woord ingegeven mag zijn, heren.
38:36Door de stem van uw heilige geest in hun leven.
38:41Geeft vrijmoedigheid om van u te getuigen.
38:44En wilt u geven, heren, dat hun leven het niet weerspreekt.
38:48Maar dat ze iets mogen kennen van dat geheim.
38:52Heren daar zijn we niet te jong voor en daar zijn we niet te oud voor.
38:56Dat de gemeente zich mag verblijden.
38:58Dat u toedoet aan hen die zalig zullen worden.
39:01Zo bidden we het.
39:03En vragen we het in uw naam en tot uw eer.
39:06Wees met onze broeder en zuster van Veen Rijnbrand.
39:09Dat kinderen en kleinkinderen, gedenk ze heren als ze terug mogen zien.
39:13Op zoveel jaren dat u ze spaarde.
39:19Terugzien.
39:20Maar bovenal opzien.
39:23En laat heren hun toekomst.
39:25Bij u mogen zijn.
39:28Laten ze heimweel mogen hebben.
39:29Ook bij het klimmen van de jaren.
39:31Om ieder voor zich.
39:33En samen voor uw troon.
39:36Hun kronen te mogen neerwerpen.
39:38Aan de voet van het land.
39:40Heren dan is 65 jaar maar een vlekje.
39:43Dan zal de roem tot in eeuwigheid zijn.
39:46Schenk het in uw gunst.
39:49Wees zo met ons in deze dienst.
39:51Gedenk allen heren die moeite en zorgen hebben.
39:55Gedenk ons in uw genade.
39:57En zie ze op ons neer naar de trouw van uw verbond.
40:00Niet om ons, maar om u.
40:03Tot zaligheid van onze zielen.
40:06En tot stichting van de gemeente.
40:09Om Jezus' wil.
40:11Amen.
40:16Wij zingen gemeente nu Psalm 45.
40:19Psalm 45, de versen 1 en 8.
40:2345, 1 en 8.
40:25[GEZANG]
47:09Gemeente, wij zullen na het amen van de prediking...
47:12Weer teruggaan naar psalm 118 en daarvan het tiende vers zingen.
47:19Het uitgangspunt voor de prediking lezen we in handelingen 2.
47:25Het
47:26tweede gedeelte van het elfde vers.
47:29Handelingen 2 vers 11 waar we lezen.
47:35Wij
47:37horen hen in onze talen de grote werken van God spreken.
47:49Handelingen 2 vers
47:5211.
47:56Gemeente, ik vermoed dat
47:59op deze pinksterdagen,
48:01zeker nu het zo prachtig weer is,
48:05we velen zich naar de oud-dorpse kusten zullen begeven om daar te genieten van het warme weer.
48:14Zond, zon, zee en strand is een combinatie die ook op deze dagen velen zal aantrekken, denk ik.
48:26En misschien hebt u zelf ook wel uw vakantiehuizen en verhuren gegeven door
48:32mensen die u niet of enigszins wel kenden, maar hoe dan ook, die hier gekomen zijn, niet om met u weer in de kerk te zitten, maar om vandaag en
48:44ook morgen buiten te zijn en te genieten van de natuur.
48:48Nou, vul maar in.
48:51Als u zo ontmoet, gemeente, wie weet, u
48:55zou het dus moeten vragen.
48:58Het is deze dagen pinksteren.
49:01O ja, weet je ook wat dat betekent?
49:05Wij zijn naar de kerk gegaan.
49:06Nee, niet om ons daarop te verheffen, verre daarvan.
49:09Maar niet
49:11alleen op zondag, zoals we dat gewoon zijn.
49:14Twee keer, jongens en meisjes.
49:16Jullie ook toch?
49:18Maar maandag ook nog een keer.
49:20Omdat het pinksteren is.
49:23Mag ik eens vragen?
49:27Wat betekent dat?
49:28Hebt u een idee?
49:30Met het oog waarop wij in de kerk waren en wat de boodschap was.
49:35Nou gemeente, de grootste kans zal zijn dat het antwoord is geen idee.
49:41Geen idee.
49:42Ja, heeft het wel iets met de Bijbel te maken?
49:45Ja, ja.
49:46En misschien met Jezus?
49:48Nou, hoe dan ook gemeente.
49:51Er is een absolute duisternis
49:56in de kennis te midden van ons land en volk aan gaande pinksteren.
50:06Maar nu kom ik dichterbij.
50:09Weten wij het wel?
50:12Weet u het.
50:13Wat ten diepste pinksterend is.
50:16O ja natuurlijk.
50:17We zitten hier in de kerk.
50:18De galerij en hier middenin.
50:20En aan de randen.
50:21We weten het allemaal wel.
50:22Zeker natuurlijk.
50:23De uitstorting van de heilige geest.
50:27Maar gemeente weten we.
50:30De noodzaak daarvan.
50:33De ernst die daarmee gepaard gaat.
50:37En de machtige boodschap die dat oplevert.
50:42Gaat u het maar na voor uzelf.
50:45Hoe dan ook.
50:47Gemeente, we lazen in Handelingen 2 van
50:51mensen die zelfs hier godvruchtig worden genoemd.
50:55Alles sinds godsdienstig.
50:59Helemaal ingevoerd in de Joodse godsdienst.
51:03En die er veel over konden zeggen.
51:05En daarom ook van verre landen zelfs vandaan gekomen en nu in Jeruzalem waren.
51:10Vanwege, ja, vanwege het Pinksterfeest.
51:13Maar
51:16als dan dat Pinksterfeest tot zijn doel geraakt...
51:20En er allerlei tekenen en wonderen zijn.
51:24Dan weten ze het niet.
51:29Onbekend met het diepe geheimenis van Pinksteren.
51:34Maar gemeente, wat een wonder.
51:36En dat geldt vandaag ook.
51:39Dan wordt het ons verkondigd.
51:42Peters die gaat staan.
51:43Er worden allerlei vragen gesteld.
51:46Peters die het gaat verkondigen.
51:49En de eerste reactie van de mensen die het aanhoren.
51:54Dat is onze tekst.
51:56Wij horen hen in onze talen de grote werken van God spreken.
52:06Wel nu gemeente laten we daar vanmorgen een ogenblik naar luisteren gaan.
52:10Over het spreken van de grote werken van God.
52:15Ik wil graag met u allereerst zoeken te verstaan wie er spreken.
52:21Wie zijn dat?
52:22Wie spreken er?
52:25En tenslotte.
52:26Wat ze spreken.
52:29Het spreken over de grote werken.
52:34Wie
52:36er spreken en wat ze spreken.
52:41Ik zei het algemeente, het is druk.
52:44Het is druk in Jeruzalem.
52:47Overstelpend druk.
52:49En wellicht was het ook in Jeruzalem praktijk.
52:51Het kan bijna niet anders dan allerlei...
52:54Huizen en vertrekken in verhuur werden gegeven voor al die buitenlandse joden die ter gelegenheid van dit feest het wekenfeest ofwel het pinksterfeest in Jeruzalem waren.
53:05Om daar op te gaan naar de tempel en te aanschouwen en te horen dat
53:13waardoor het pinksterfeest was ingesteld.
53:16Ze kwamen van verre.
53:17Ze worden hier gemeente in een bijzondere reeks van namen aangeduid.
53:23Ze kwamen uit het noorden.
53:26Uit Pontus.
53:28Ze kwamen van het oosten.
53:30De Parters.
53:32Ze kwamen uit het zuiden.
53:35Uit Libië bij Sirene in Afrika.
53:38En ze kwamen uit het westen.
53:41Romeinen.
53:42Maar ze waren er.
53:45Godvruchtige mensen.
53:47Het is nogal wat.
53:49Jongens en meisjes.
53:51Om voor een kerkelijk feest.
53:53En daar waren er verschillende natuurlijk in Israël.
53:56Het paasfeest, het pinksterfeest, het lofhuttenfeest.
53:59Om ter gelegenheid daarvan zo'n grote reis te ondernemen.
54:03Om aan je Joodse plichten te voldoen.
54:06Ze waren er.
54:07En we lazen het dan op enig moment.
54:09Op dit pinksterfeest, nog nooit gebeurd.
54:12Op dit pinksterfeest allerlei vreemde dingen.
54:15Een geluid.
54:16Als van een geweldige gedreven wind.
54:19Alsof er een orkaan moet.
54:24Maar geen blaadje van de bomen beweegt.
54:26Wat vreemd.
54:28En er is ook nog wat te horen.
54:32En te zien.
54:34Daar zien ze een groep mensen.
54:35Enkele tientallen.
54:36En daar is iets vreemds mee.
54:37Op hun hoofden zien ze kleine vlammetjes.
54:40Van vuur.
54:42Verdeelde tongen.
54:43Als van vuur.
54:44Maar het is geen vuur.
54:45Want er verbrandt niets.
54:46Vreemd.
54:47Wat is dat allemaal?
54:48Nog een meter.
54:49Wij zouden ook.
54:51Reageren vanuit nieuwsgierigheid.
54:54Ze willen er een verklaring van.
54:56Hun blikken zijn gericht op die vreemde verschijnselen.
54:59En hun oren spitsen om te vernemen wat het allemaal is.
55:05En gemeente, wat zien we ondertussen gebeuren?
55:08O, nu ga ik een laag dieper.
55:10Waar die mensen geen erg in hadden.
55:13Wat zien we gebeuren?
55:15Ondertussen gaat de Heer ervoor zorgen.
55:18Dat er in Jeruzalem een grote schare mensen bij elkaar is.
55:22Aan wie straks het evangelie wordt verkondigd.
55:27Het pinksterevangelie wordt verkondigd.
55:29Het evangelie aangaande Christus wordt verkondigd.
55:32Gedreven uit nieuwsgierigheid.
55:34En ook het afkeer.
55:36Ze zijn vol zoete wijn.
55:38Maar Godgemeente gaat zijn ongetuige...
55:42Hij brengt de mensen samen om straks onder het evangelie gebracht door Petrus te zijn.
55:49Ze komen aan, en we kennen het vervolg, 3000 zullen er bekeerd worden.
55:55Ze komen aan door goddelijk lichtgeleid.
55:58Ze worden gebracht onder het gehoor van de apostel Petrus.
56:04En nu denk ik dat
56:07u en jij, gemeente van morgen, niet uit nieuwsgierigheid naar de kerk gekomen bent.
56:15En niet uit sensatiezucht.
56:18Zal ik het zeggen?
56:21Uit gewoonte.
56:23Nou dat is op zich helemaal niet verkeerd.
56:25Want de Heerde Jezus ging ook naar gewoonte.
56:27Naar de synagoge.
56:30Het is zondag.
56:31Het is nog pinksterdag ook.
56:33En je hebt je misschien op zijn pinksterbest gekleed.
56:36Het ziet er allemaal keurig uit.
56:37Zoals ik het vanaf de kansel zie.
56:39En je bent zomaar in de kerk gekomen.
56:44Gemeente zou het kunnen zijn.
56:46Nee dat komt niet bij u vandaan.
56:48Dat is niet uw of jouw berekening.
56:50Maar zou het kunnen zijn.
56:55Gemeente, bibbert er wat van binnen.
56:57Voel je je ontroerd worden.
57:00Dringen zich tranen naar voren.
57:03Gemeente, zou het kunnen zijn.
57:07Dat de heren vandaag wonderen gaan doen.
57:13En dat nu ik dit gemeente inmiddels zeg.
57:16Dat er inmiddels in je hart een zucht opstijgt.
57:22En dat de woorden van de psalm die we gezongen hebben.
57:25Plotseling anders van binnen gaan klinken.
57:29Och heren.
57:31Geef thans uw zegeningen.
57:35Och heren.
57:36Geef heil op deze dag.
57:39Och dat men op deze eerstelingen.
57:42Want Pinksteren is het feest van de eerstelingen.
57:44De eerstelingen van de oogst zeker wel.
57:46Och dat men op deze dag van de eerstelingen.
57:50Een rijke oogst van voorspoed.
57:56En hoe doet de Heer dat?
57:58Nou gemeente, eenvoudig weg door de prediking.
58:03Er wordt geprekt hier op de Pinksterdag in Jeruzalem.
58:10We lezen dat al in vers 4.
58:12Ze begonnen te spreken met andere talen.
58:17Zoals de geest hun gaf uit te spreken.
58:20Over die talen, dat komt straks nog wel.
58:21Maar ze begonnen te spreken.
58:23Vers 4.
58:24En gemeente in vers 6 opnieuw.
58:26En ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
58:31En dan onze tekst.
58:33We horen hen in onze talen.
58:35De grote werken gods.
58:39En hoe het begonnen was.
58:41Hoe het begonnen was.
58:43Nou gemeente, zoals de heren doorgaans.
58:45Ook in de geschiedenis.
58:47Ook veel later in de geschiedenis.
58:49Hoe de heren een werk van opwekking begint.
58:53Want als er ooit een opwekking geweest is.
58:55Een revival.
58:56Een revij.
58:57Wel dan was het op Pinkster.
58:59Hier in Jeruzalem.
59:01Maar hoe begint de heren dat?
59:03Je moet het maar eens lezen.
59:05Die geschiedenissen.
59:06In Amerika en in Engeland.
59:09Gemeente dan was er altijd.
59:11Al is het maar een enkeling.
59:13Of een kleine groep mensen.
59:15Die zich afgezonderd hadden.
59:17In gebed.
59:20En die worstelingen voor de heren neerlegden.
59:23O God.
59:25O heren.
59:26Laat ik het nou maar zeggen gemeente.
59:27Misschien geldt het oud dorp ook wel.
59:28In ieder geval Nederland.
59:30Het is allemaal zo vlak heren.
59:32En het is allemaal zo ingezonken.
59:34En er is zoveel vormendienst.
59:36En het ziet er nog wel aardig uit heren.
59:39Maar.
59:40O wilt u eens doorwerken.
59:42Wilt u eens inwerken in de harten heren.
59:45Nou zo.
59:46Zo was het.
59:46Zo was het.
59:47120 hadden zich afgezonderd.
59:50Tien dagen lang nadat de Heer Jezus was vrezen ten hemel.
59:56Eendrachtig volhardende in het bidden.
59:58De discipelen natuurlijk.
1:00:01Met de vrouwen.
1:00:02Er was geen onderscheid.
1:00:04Helemaal niet.
1:00:05En Maria, de moeder van de Heer Jezus.
1:00:07En gemeente.
1:00:08Ik sta er maar heel even bij stil.
1:00:10Want dat is mijn tekst niet zozeer.
1:00:11Zijn broers.
1:00:13Zijn broers.
1:00:15Die leefden nog in de eerste dagen van de liefde.
1:00:18Want ze waren zojuist tot de kennis van de Heer Jezus Christus gekomen.
1:00:22In al die jaren dat de Heer Jezus op aarde was, moesten ze niks van hem hebben.
1:00:26Op enig moment wanneer de Heer Jezus in Galilea is en het paasgaat komt dichterbij, dan zeggen die broers tegen hem, ga toch naar Jeruzalem toe.
1:00:34Daar hoor je, ze moeten niks van hem hebben.
1:00:38En als de Heer Jezus aan het kruis hangt en hij zijn eerstgeborene plicht moet overdragen aan de oudste broer, dan zijn ze er niet.
1:00:48Dan moet hij Johannes nemen.
1:00:50Vrouw, zie uw zoon.
1:00:53Zoon, zie uw moeder.
1:00:57Maar in die periode van veertig dagen dat de Heer Jezus opgestaan was.
1:01:01Dan komen ook die broers tot bekering.
1:01:03En ze zijn er.
1:01:04En ze bidden.
1:01:05En ze worstelen.
1:01:08Waarop worstelen ze?
1:01:10Gemeente op Gods belofte.
1:01:12Kent u daarvan?
1:01:14Weet u daarvan?
1:01:16Worstelen op grond van Gods belofte.
1:01:20De heer Jezus had het beloofd.
1:01:22Dat de heilige geest komen zou.
1:01:24Die over u komen zal had hij gezegd.
1:01:26Niet lang na deze dagen.
1:01:28Wel nu.
1:01:30En nu.
1:01:31Nu zijn ze in de tempel.
1:01:33Zijn ze met verwachting naar de tempel gekomen.
1:01:35Gemeente hoe dan ook.
1:01:36Maar het gebeurt.
1:01:37Niet vanwege dat gebed.
1:01:39Maar op het gebed.
1:01:40Ze werden allen vervuld met de heilige geest.
1:01:47En dan ga ik het vanmorgen niet zozeer hebben over die vervulling.
1:01:50Maar over de vrucht.
1:01:51Daar gaat het vanmorgen over.
1:01:53Want dan lezen we in één adem verder.
1:01:55En ze begonnen te spreken zoals de geest hun gaf uit te spreken.
1:02:00Dat kan niet anders.
1:02:01Dat kan niet anders.
1:02:03Een vat dat vol is.
1:02:05En wanneer het er maar bij komt en bij komt, dan vloeit het over.
1:02:08Dan vloeit het over.
1:02:11Het moet gezegd worden.
1:02:13Het moet verkondigd worden.
1:02:15Het moet getuigd worden.
1:02:16En we horen ze spreken.
1:02:18De grote werken van God.
1:02:24Nog een beetje we kennen de geschiedenis en wanneer ik dat zo probeer wat na te vertellen, dan zien we daar misschien nog niet eens zo van op.
1:02:30En toch, er ligt wel iets heel bijzonders hierin.
1:02:34Dat nu de Heilige Geest, dat is een machtig heilsfeit natuurlijk.
1:02:38Dat is een heilsfeit.
1:02:40Zoals de geboorte van de Heer Jezus en het sterven van de Heer Jezus en zijn opstanding en de hemelvaart.
1:02:47Heilsfeiten.
1:02:49Gemeente Godskerk leeft toch bij feiten.
1:02:52Gods kerk leeft niet bij allerlei innerlijke beroeringen van binnen.
1:02:55Nee, gods kerk leeft bij feiten.
1:02:58Feiten die staan op recht en waarheid pal als op onwrikbare steunpilaren.
1:03:03Gods kerk is gegrond op het werk van Christus.
1:03:08De feiten die er zijn.
1:03:10Nou, zo is pinksteren ook een heilsfeit.
1:03:15Maar nu is het wel een beetje opmerkelijk.
1:03:17Is dat alles opgevallen?
1:03:18Is er iets dat u zegt, ja, maar nou.
1:03:22Dit.
1:03:24Gemeente, als de Heerde Jezus in Bethlehem geboren is.
1:03:30En dat moet verkondigd worden.
1:03:32En dat wordt verkondigd.
1:03:36Dan staat daar plotseling bij die herders die het weten moeten.
1:03:41Nou jongens en meisjes, jullie kunnen het zo aanvullen.
1:03:43Wat staat daar?
1:03:45Daar staat niet iemand uit Bethlehem.
1:03:47Nee, nee.
1:03:49Dan staat er een gezant uit de hemel.
1:03:51Een engel.
1:03:52Een engel.
1:03:53Een bode van God.
1:03:55Zie ik verkondig uw grote blijdschap.
1:03:58Die al de volken wezen zal.
1:04:00Namelijk dat u heden geboren is de zaligmaker.
1:04:03Welke is Christus de Heere in de stad van David.
1:04:06En even later.
1:04:07Even later daalt daar zelfs een menigte van een hemels heerleger.
1:04:13En het klinkt.
1:04:15Ere zij God.
1:04:16Met kerst zijn de boodschappers engelen.
1:04:24En op de paasmorgen.
1:04:26Gemeente, dan maakt de Heer opnieuw gebruik van engelen.
1:04:30Ze brengen aan de vrouwen de boodschap van de opstanding.
1:04:34Hij is hier niet.
1:04:35Hij is hier niet.
1:04:37Hij is opgestaan.
1:04:38Wat zoekt ge de levende bij de doden?
1:04:40Ook nu weer.
1:04:41De prediking van het heilsfeit uit de mond van hemelboden.
1:04:51Hemelvaart van de Heer Jezus.
1:04:52Tien dagen hiervoor.
1:04:55Opnieuw.
1:04:56Twee engelen.
1:04:58Die daar bij de discipelen staan en zeggen.
1:05:00Wat staat ge en ziet op naar de hemel.
1:05:03Deze Jezus die van u opgenomen is in de hemel.
1:05:06Zal al zo wederkomen.
1:05:08Gelijk als gij hem naar de hemel hebt zien heen varen.
1:05:12Gemeente wat is de lijn?
1:05:14De goddelijke lijn.
1:05:16De soevereine keuze van de heilige God.
1:05:20Hij zendt boodschappers uit zeker.
1:05:23Hij zendt boodschappers uit.
1:05:25Om de.
1:05:27De werken van God in de feiten van het heil rond de Heer Jezus Christus bekend te maken.
1:05:32Met kerst, met Pasen, met hemelvaart.
1:05:35Engelen.
1:05:39En nu weer een engel.
1:05:41Daalt er een engel af.
1:05:43Die het zegt tot die mensen in de tempel.
1:05:45Ziet, wij verkondigen uw grote blijdschap die al de volken wezen zal.
1:05:50Namelijk dat uw heden is gegeven de hemel uit te hogen.
1:05:54Nee
1:05:56dus.
1:05:58Nee.
1:06:00Mensen.
1:06:02Mensen.
1:06:03Zij mogen getuigen zijn.
1:06:07Gemeente we zouden kunnen denken.
1:06:09Die engelen.
1:06:10Die zijn toch veel geschikter om de grote werken van God op de aarde te verkondigen.
1:06:15Is het getuigenis van engelen niet veel indrukwekkender dan dat van mensen?
1:06:21God beschikt.
1:06:23In zijn soevereiniteit.
1:06:26Gemeente.
1:06:26Ja.
1:06:27Vanaf nu.
1:06:29Ja vanaf nu.
1:06:32Mensen.
1:06:34Mensenkinderen.
1:06:35Immers, het
1:06:38moet door mensen gebracht worden.
1:06:42Gemeente, wat is er van die mensen te zeggen?
1:06:44Laten we daar een ogenblik bij stilstaan.
1:06:47Die getuigen van de waarheid gods en van de machtige daden die hij verricht.
1:06:53Wat is er van die mensen te zeggen?
1:06:57Nou gemeente, dat zijn hier, en laten we het dan beperken tot de discipelen.
1:07:02Dat zijn allereerst in zichzelf onkundige mensen.
1:07:07Geen van hen heeft het ooit gebracht tot leraar in Israël.
1:07:10Geen van hen is ooit lid geweest van het Sanhedrin.
1:07:13En die discipelen van de Heer Jezus ze kwamen nog uit een achterlijk gebied ook.
1:07:18Ooit zeiden ze van en ziet zijn niet alle die daar spreken Galileërs.
1:07:22Hun spraak maakt ze openbaar.
1:07:26En dan nog wat.
1:07:28Wat zijn ze hartleers gebleken.
1:07:32Tot op het laatste moment toe.
1:07:35En wat toonden ze dikwijls een ongelovig hartgemeente.
1:07:40Zelfs.
1:07:41Zelfs als de Heer Jezus zich op de berg in Galilea heeft geopenbaard aan zijn discipelen.
1:07:46Dan lezen we nog sommigen twijfelden.
1:07:50Dat
1:07:54zijn ze.
1:07:55Dat zijn ze.
1:07:58En wat
1:08:00zijn ze dikwijls vreesachtig.
1:08:02Wat zijn ze vreesachtig met Pasen.
1:08:05Dan zitten ze achter gesloten deuren.
1:08:07En ze zijn bang voor de wraak van de Joodse leidslieden.
1:08:11En denk eens aan Petrus.
1:08:13Die beefde als een riet toen een slavinnetje hem een paar dagen geleden vragen stelde over zijn verhouding met de Heer Jezus.
1:08:20En toen de Heer Jezus zich uit Semene werd gearresteerd, ze vluchten allemaal weg.
1:08:25Dat
1:08:28zijn ze.
1:08:30Mensen die in zichzelf, vanuit zichzelf, vanuit de bron van hun leven, geen sprankje geloof kunnen voorbrengen.
1:08:41Die vreesachtig zijn.
1:08:43Die dikwijls dwaalziek zijn.
1:08:46Die dikwijls opstandig zijn.
1:08:50Gemeente mag ik eerst een korte toepassing maken.
1:08:54En laat ik het dan maar niet over mezelf hebben.
1:08:57Maar laat ik vanmorgen dan maar eens de broeders van de kerkenraad aankijken.
1:09:01Toen u kandidaat gesteld werd.
1:09:03Ik weet het niet natuurlijk.
1:09:04Heb u er niet over gesproken.
1:09:06Dat is lang geleden of kort geleden.
1:09:10Misschien dacht u wel.
1:09:11Ik?
1:09:11Ik?
1:09:13Ik ben totaal onbekwaam.
1:09:15En u herkende zich misschien wel in
1:09:20Mozes.
1:09:22Die ik niet wilde.
1:09:23En Jeremia.
1:09:24Die ik niet kon.
1:09:25Ik ben jong.
1:09:27De
1:09:29broeders.
1:09:31Maar er zullen hier wel leerkrachten in de kerk zitten.
1:09:35Die hier voor een klas jongeren staan.
1:09:39En die het christelijk onderwijs willen dienen.
1:09:42Maar die dikwijls op allerlei onmogelijkheden aanlopen bij zichzelf.
1:09:49Die zo graag zouden willen dat het onderwijs dat ze brengen in de klas.
1:09:55Ook geestelijk invloed op die jongeren zouden.
1:09:57En wat gemeente, wat zal ik spreken over leerkrachten en onderwijzers.
1:10:01Maar de vaders en moeders.
1:10:04Die het aan de heren hebben beloofd om hun kinderen op te voeden in de vrezen des heren.
1:10:09En wat moet je zeker bij het ouder worden van de kinderen.
1:10:12Wat moet je je eigen onbekwaamheden en onmogelijkheden inleven.
1:10:18Ongeschikt.
1:10:20Ongeschikt in het ambt of buiten het ambt.
1:10:24Om door te geven wie de heren voor zondaren is.
1:10:32Totaal ongeschikt.
1:10:34Wel gemeente, dat geldt overigens van ons allemaal.
1:10:37Wat geldt er van ons?
1:10:39Nou, gemeente, dat de heren ons geschapen heeft.
1:10:43Onze katechisme zegt het zo prachtig.
1:10:46Om God zijn schepperrecht te kennen.
1:10:49Hem van harte lief te hebben en hem te loven en te prijzen.
1:10:53Om de heren te dienen met zijn hart en met zijn mond.
1:10:58En wat komt ervan?
1:11:00Wat komt ervan?
1:11:03Nou gemeente, het is nog ernstiger.
1:11:05Als ik het begin van de Romeinenbrief lees.
1:11:08Die machtige brief van de apostel Paulus.
1:11:11Waarin hij als het ware de registers van het evangelieorgel open trekt.
1:11:15En het plenen met volle werk van Gods genade werkt.
1:11:19Laat horen in die Romeinenbrief.
1:11:21Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof.
1:11:23Hebben vrede bij God door onze Heer Jezus Christus.
1:11:27Maar
1:11:30tegen welke achtergrond?
1:11:32Wat is het begin van die brief?
1:11:35Moet je eens lezen.
1:11:36Romeinen 1, Romeinen 2, Romeinen 3.
1:11:41Er is niemand die verstandig is.
1:11:44Er is niemand die God zoekt.
1:11:46Allen zijn ze afgeweken.
1:11:48Samen zijn ze onnut geworden.
1:11:51Moet je eens lezen in Romeinen 3.
1:11:53En gemeente, dat geldt dus ons allemaal.
1:11:56Van mij hier op de kansel en u in de bank geldt van ons allemaal.
1:11:59Allen onnut geworden.
1:12:01En dan moet je eens doorlezen in Romeinen 3.
1:12:03Als de apostelgemeente dat concreet gaat maken, dan wijst hij.
1:12:07Ja, moet je eens horen, ik zal het u voorlezen.
1:12:10Hun keel, dan gaat het dus over het spreken, over het getuigen.
1:12:14Hun keel is een geopend graf.
1:12:18Met hun tongen plegen ze bedrog.
1:12:22Slangenvenijn is onder hun lippen.
1:12:24Welke mond is vol van vervloeking en bitterheid.
1:12:27Er is geen vreze gods voor hun ogen.
1:12:32Gemeente, we zijn met z'n allen tot.
1:12:34Totaal failliet.
1:12:38Totaal bankroet.
1:12:40Om maar één iets tot eer van onze schepper te doen of te spreken.
1:12:49In het ambt en
1:12:51buiten het ambt.
1:12:55Totaal ongeschikt.
1:12:59Maar nu keer ik het om.
1:13:02En nu ga ik naar Pinksteren toe.
1:13:05Gemeente, waar ligt de redding?
1:13:09De verlossing?
1:13:11Uit die diepe verloren stand.
1:13:14Uit die dode staat die ons mensen allen betreft.
1:13:20Wie
1:13:22moet eraan te pas komen, gemeente?
1:13:24God, de Heilige Geest.
1:13:28Hij is het.
1:13:29Hij is het.
1:13:31En als we straks Petrus horen spreken.
1:13:34En als de apostelen getuigenis geven.
1:13:37En als deze twaalf, inmiddels met Matthias erbij.
1:13:41En deze honderdtwintig gaan spreken.
1:13:45Met bewogenheid en met vervoering vanuit hun hart.
1:13:48Gemeente, dan putten ze niet uit hun eigen bron.
1:13:51Maar dan is het het werk.
1:13:53Het werk van Gods genade.
1:13:56Dan is het het werk van de Heilige Geest.
1:14:00Dan is het alleen door Hem.
1:14:04Gemeente, dat Gods kerk.
1:14:06En nu sla ik heel wat over.
1:14:09Want er gaat heel wat aan vooraf.
1:14:11Maar gemeente, zoals ik al zei, hier gaat het vanmorgen over.
1:14:14Waaruit zal het blijken?
1:14:16Dat Gods werk voortgang heeft.
1:14:18En dat de Heere mensen trekt uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht.
1:14:24En dat hij ze in hun dood begiftigt met het leven.
1:14:27Het leven van de openbaring en de opstanding van de Heere Jezus Christus.
1:14:32Waaruit gaat het uiteindelijk blijken?
1:14:35Wel, we zien het hier.
1:14:36We zien het hier.
1:14:39Ze werden allen vervuld met de Heilige Geest gemeten.
1:14:42Dit is de toetssteen vanmorgen.
1:14:44Dit is de toetssteen.
1:14:46Ze werden allen vervuld met de heilige geest.
1:14:49En ze begonnen te spreken.
1:14:52Zoals de geest hun gaf uit te spreken.
1:14:58Kan het leiden vanmorgen.
1:15:01Om jezelf te toetsen.
1:15:04Om langs die maatstaf je eigen leven te zien gemeente.
1:15:08We
1:15:09kunnen wel veel zeggen.
1:15:11Maar is het dit spreken.
1:15:13Het
1:15:14spreken.
1:15:16En zo dadelijk gaan we luisteren naar wat ze dan zeggen.
1:15:19Maar gemeente dit.
1:15:21De heilige geest ontvangen.
1:15:24Die binnenkomt in mijn leven.
1:15:27Die mijn dichte hart openbreekt.
1:15:31Die mijn leven maakt tot een leven zoals God het heeft bedoeld.
1:15:39En u ziet God in de hemel.
1:15:41Ook vanmorgen.
1:15:43Ook vanmorgen.
1:15:44U ziet God in de hemel.
1:15:47Gemeente, wie van ons dat betreft.
1:15:50Nu denk ik aan een woord, gemeente, dat ik ergens lees in het profetenboek van Jezaja.
1:15:56Wat is nu het getuigenis van de drie-enige God over mijn bestaan?
1:16:04Gemeente, is het dit met
1:16:08dat woord uit het profetenboek van Jezaja?
1:16:11Als de Heer mij ziet en hij ziet ons.
1:16:15Hij ziet de broeders van de kerkraad.
1:16:17Hij ziet die dominee op de prikstoel.
1:16:19Hij ziet die jonge mensen.
1:16:21Hij ziet de vaders en moeders.
1:16:23Is het nu dit?
1:16:25Dat de heilige God dit getuigenis geeft.
1:16:29Dit volk heb ik mij geformeerd.
1:16:33Ze
1:16:35zullen mijn lof vertellen.
1:16:38Gemeente, dat is om eens een ogenblik bij stil te staan.
1:16:43Om
1:16:44heel stil je voor Gods aangezicht te beproeven.
1:16:48Beproef vrij van omhoog mijn hart.
1:16:51Dat voor uw oog al wetende steeds open ligt.
1:16:57Gemeente, is ons leven daarmee gekenmerkt?
1:17:01Dit volk, ja dan is het Gods werk.
1:17:03Zeker, dat zegt de heren dat ook.
1:17:06Dit volk heb ik mij geformeerd.
1:17:09Ze zullen mijn lof vertellen.
1:17:13Gemeente, wat genade vermag.
1:17:17In mensen, van wie het geldt.
1:17:21Van wie het geldt.
1:17:23Dat hun tong bedrog is.
1:17:26Hun keel een geopend graf.
1:17:30Slangenvenijn onder hun lippen.
1:17:32Welke mond vol is van vervloeking.
1:17:34Geef deze gods voor hun ogen.
1:17:37Maar door het werk van godsgenade.
1:17:39En door zijn geest.
1:17:43Getransformeerd.
1:17:45Wedergeboren tot.
1:17:47Getuigen van het werk.
1:17:48Van de grote werken gods.
1:17:51Over wie de heren het getuigenis geeft.
1:17:54Dit volk heb ik mij geformeerd.
1:17:58Ze zullen mijn lof vertellen.
1:18:04En wat gaan ze dan spreken?
1:18:07Nou gemeente, ik ga er nu maar aan voorbij.
1:18:10Denk u daar dan zelf maar over.
1:18:12Ik ga er nu maar aan voorbij dat ze het doen in al die talen.
1:18:19En dat ieder het in zijn eigen taal mag vernemen.
1:18:23Laat het, en dan zeg ik het maar met een enkel woord.
1:18:26Laat het gemeente van morgen dan maar een teken zijn.
1:18:29Van het wondervolle werk van Gods heilige geest.
1:18:34Gemeente, God maakt zalig die het niet zijn.
1:18:38En God doet spreken die van nature met een gesloten mond rondlopen.
1:18:42En God geeft woorden.
1:18:45God geeft getuigenis.
1:18:48Zodanig dat het nog verstaan wordt ook.
1:18:52Dat een ander het zegt.
1:18:54Die er ook verstand van gekregen heeft.
1:18:58Wat ik hier hoor.
1:19:00Oh ik ga het verstaan.
1:19:02Het is het werk des Heren.
1:19:05Gemeente wat elkaar niet verstaat.
1:19:08Zo kan het ook in de gemeente zijn.
1:19:11Dat je elkaar niet verstaat.
1:19:13Dat je verkeerde en verschillende wegen gaat.
1:19:16Maar God smeet één volk.
1:19:19Uit allerlei talen en tongen en natie.
1:19:24En hij smeet die gemeenschap.
1:19:27Waarvan het geldt, en ik zeg het maar met een oud vers.
1:19:30Dat denk ik in Oudorp nog wel verstaan wordt.
1:19:35Zoete banden die mij binden.
1:19:39Aan des heren lieve volk.
1:19:41Wis.
1:19:43Ze zijn mijn harte vrienden.
1:19:45Haar taal.
1:19:47Mijn harte tolk.
1:19:49Daar gaat God voor zorgen gemeente.
1:19:52Dan ga je elkaar verstaan.
1:19:55Ook in de verschillende standen van het geestelijk leven.
1:19:59Maar dan ga je elkaar verstaan.
1:20:01Waarin?
1:20:02Nou dan zegt onze tekst het.
1:20:04De grote werken van God.
1:20:08De grote werken van God.
1:20:10In dit oorspronkelijke.
1:20:12In dit Grieks gemeente staat.
1:20:14De grootheden gods.
1:20:16Dat waarin God groot is.
1:20:19En waarin hij zijn grootheid kenbaar maakt.
1:20:24De grootheden gods.
1:20:28En als je nou doorleest in handelingen 2.
1:20:32En je gaat aandachtig gemeten die preek.
1:20:35Die preek van de apostel Petrus is woord voor woord.
1:20:38Ja je mag het wel met je vinger erbij.
1:20:40Zodat elk woord, want elke woord is een zaak.
1:20:43Zodat je het woord voor woord gaat lezen.
1:20:46Wat nou die prediking van Peters inhield.
1:20:50Wel gemeente, dan zijn dat niet zozeer de dingen die de mens van binnen beleeft.
1:20:56Zoete invallen en alles.
1:21:00Nee, waar de apostelgemeente over spreekt.
1:21:05Wat geldt in het rijk der genade.
1:21:09Dat is het werk van Christus Jezus.
1:21:13Gods lieve zoon.
1:21:15Daarover gaat hij spreken.
1:21:17Dat was ook zijn opdracht.
1:21:19Dat was ook zijn opdracht.
1:21:20Gij zult mijn getuige zijn.
1:21:22En de Heilige Geest, hij zal van mij getuigen.
1:21:27Mijn gemeente Godskerk.
1:21:30Godskerk is op haar best.
1:21:33Wanneer ze mediteert over wie haar Christus is.
1:21:38En wanneer ze getuigenis geeft van wie deze zaligmaker is.
1:21:44Zongen we het niet?
1:21:45Zong je het zo mee?
1:21:47Bemiddelijk vorst.
1:21:48Bemiddelijk vorst.
1:21:50Uw schoonheid hoog te loven gaat al het schoon der mensen ver te boven.
1:21:58Die vorst op wiens lippen genade is uitgestort.
1:22:03En die door zijn geest gemeente diezelfde genade op mijn lippen uitstort.
1:22:07Om ervan te getuigen wie deze Christus is.
1:22:12De grote profeet en leraar die gekomen is.
1:22:16Om de verborgen raad en willen gaande de zaligheid volkomen te openbaren.
1:22:22De eeuwige hoge priester.
1:22:25Die voldoening gegeven heeft aan zijn vader.
1:22:28Door zijn leven te geven en zijn bloed te storten.
1:22:31En die altoos leeft om voor zijn kerk te bidden.
1:22:35En de eeuwige koning.
1:22:38Die op de troon van mijn hart is gaan zitten.
1:22:41Wiens eigen werk het is.
1:22:43En die zijn volk bewaart.
1:22:45Bij de verkregen verlossing.
1:22:47En die al zijn en mijanden verdoen zal.
1:22:50Als hij ze verpletteren zal.
1:22:53Onder zijn machtige koningsvoet.
1:22:57Gemeente, laat ik je nog iets van zeggen.
1:22:59Het
1:23:00getuigenis.
1:23:01De grote werken gods.
1:23:03Laat ik het in drie woorden zeggen, gemeente.
1:23:07Dat is allereerst dat waartoe de Heer Jezus naar de wereld kwam.
1:23:12Waarvoor?
1:23:13Wel, om de werken van de duivel te verbreken.
1:23:17Dat was de allereerste belofte.
1:23:19Ik zal vijandschap zetten.
1:23:21Zijn kop zal vermorzeld worden.
1:23:25Gemeente God wil zijn kroonjuweel.
1:23:28God wil zijn mens terug.
1:23:30En daarom moet die boze vernietigd worden.
1:23:34Hij die de mensengeslacht in zijn greep had.
1:23:38Hij moet onmachtig gemaakt worden.
1:23:40En
1:23:42Christus Jezus.
1:23:43Hij heeft het verricht.
1:23:45Die grote werken Gods.
1:23:48Hij heeft zijn zoon gezonden om de werken van de duivel te verbreken.
1:23:52En hij heeft het ook gedaan.
1:23:56In zijn strijd aan het kruis.
1:23:58Toen zelfs zijn vader hem verliet.
1:24:01Toen hij in de duister is, die drie uren lang verkeerde.
1:24:06Toen heeft hij hem bevochten.
1:24:08En hij heeft hem overwonnen.
1:24:12Als de Heer Jezus gemeente enkele tientallen jaren later aan Johannes op Padmos verschijnt.
1:24:21In zijn machtige koningsgestalte.
1:24:24Blinkend van heerlijkheid en heiligheid.
1:24:26En Johannes.
1:24:28Ja, zelfs Johannes.
1:24:30Johannes, de discipel die Jezus lief had.
1:24:33Die aan zijn borst lag.
1:24:34En Johannes, totaal overweldigd.
1:24:37Door de heerlijkheid en de majesteit van deze gezegende koning.
1:24:41Aan zijn voeten valt.
1:24:44Wat zegt dan, gemeente, deze koning tot zijn dienstknecht?
1:24:49Johannes.
1:24:52Johannes, weet je wel wie ik ben?
1:24:54Ik, ik ben de alfa en de omega.
1:24:58Ik ben de eerste en de laatste en de levende.
1:25:02Zie, ik ben dood geweest, maar ik leef tot in alle eeuwigheid.
1:25:06En, ik heb de boze overwonnen.
1:25:09Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
1:25:14Waar de boze je heen wilde trekken.
1:25:17In de aanvechtingen.
1:25:20Die het kenmerk zijn van het leven van Gods kinderen.
1:25:23Maar.
1:25:24Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
1:25:28En Johannes.
1:25:29Johannes.
1:25:30Ik ben er al geweest.
1:25:32En twee hoeven niet te sterven.
1:25:34Zegt Koolbrugge.
1:25:35Begrijpt u het?
1:25:36Twee hoeven niet te sterven.
1:25:37Ik was er al.
1:25:38Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
1:25:41En voor allen.
1:25:42Die de toevlucht tot mij namen.
1:25:45Zijn die deuren dicht.
1:25:46En niemand zal ze uit mijn hand.
1:25:50De poorten der hel
1:25:53zullen de mijnen niet overweldigen.
1:25:58En de poort van de hemel gaat open.
1:26:01Voor allen die in Christus geloven.
1:26:03Wel nu gemeente.
1:26:05Dit heil wil God nu doen verkondigen.
1:26:10En de heilige geest.
1:26:12Hij maakt het waar.
1:26:14En hij brengt het te binnen.
1:26:18Omdat Gods kinderen het zouden weten.
1:26:20In alle aanvechting.
1:26:22Wanneer de doodvijanden van de wereld.
1:26:26En de duivel.
1:26:27En ook je eigen boze vlees op je aankomen.
1:26:31En je zo telkens denkt onder te liggen.
1:26:34Welgemeente, dan mag Gods kerk het weten.
1:26:37Wij hebben een koning.
1:26:39Een koning.
1:26:40Die nu gezeten is in de troon.
1:26:43Wat een machtige boodschap.
1:26:46Is dit niet de verkondiging van de grote daden Gods?
1:26:52En dan nog iets.
1:26:53Het tweede.
1:26:55Tot die grote daden godsgemeente.
1:26:58Behoort ook.
1:27:00Dat de zoon des mensen gekomen is.
1:27:03Om te zoeken.
1:27:04En zalig te maken wat verloren is.
1:27:09Was toch zijn naam?
1:27:10Gezult zijn naam heette Jezus.
1:27:13Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
1:27:17Hij maakt zalig.
1:27:18Ik zei het al.
1:27:19Hij maakt zalig.
1:27:20Die het niet zijn.
1:27:22In de weg.
1:27:24Van zijn lijden en sterven.
1:27:26Heel de heilsweg.
1:27:27Van kribben en kruis.
1:27:29Gemeente die uiteindelijk uitloopt.
1:27:32Op het pinksterfeit.
1:27:35Wanneer de verhoogde heren Jezus Christus.
1:27:38Zijn geest uitstoot.
1:27:40En die zaligheid.
1:27:41Die hij verworven heeft.
1:27:44Ik zeg het gemeente ook maar even in een notendop.
1:27:46Maar u weet het.
1:27:47Die hij verworven heeft.
1:27:49Nu ook gaat toepassen.
1:27:52Wegschenken.
1:27:53Uitdelen.
1:27:54Royaal gaat uitdelen.
1:27:56Want de zaligmaker van Gods kerkgemeente.
1:27:59Is niet alleen een zaligmaker van verwerving.
1:28:02Maar hij is niet minder.
1:28:04Een zaligmaker van toe-eigening.
1:28:07Die het genadig schenkt.
1:28:09Die door zijn geest harten verbreekt.
1:28:11En die zichzelf openbaart.
1:28:15En het waarmaakt.
1:28:17De schuld.
1:28:19Uw volks.
1:28:20Hebt ge uit uw boek gedaan.
1:28:23Ook ziet ge geen van hun zonden aan.
1:28:27De grote werken gods?
1:28:29Wel, om de werken van de duivel te verbreken.
1:28:33Vervolgens om te zoeken en te vinden en zalig te maken wat verloren is.
1:28:40Kunt u het aanvullen wat de derde is?
1:28:42Weet u het?
1:28:43Ja, zeg je.
1:28:44Jazeker.
1:28:45O, dat heeft de Heer zelf afgestempeld in mijn ziel.
1:28:48Wat dan?
1:28:48Wel, om zijn vader te verheerlijken.
1:28:52Daartoe bovenal gemeente.
1:28:54Zie was dat niet het woord van de Heer Jezus.
1:28:57Toen in de stilte van de eeuwigheid zijn vader hem verkoos en hem aanwees.
1:29:01Zie.
1:29:02O mijn vader.
1:29:03Ik zal gaan.
1:29:05Ik kom om uw wil te doen.
1:29:07Uw wet is in mijn binnenste.
1:29:09Als het ware ingekerfd in de wanden van mijn hart.
1:29:13En zo gemeente.
1:29:14Zo heeft hij het gedaan.
1:29:16O mijn vader, ik heb uw naam verheerlijk op de aarde.
1:29:20Verheerlijk ook mij, gij vader.
1:29:22En de vader deed het.
1:29:23Want hij had een welbehagen in zijn zoon.
1:29:26En hij gaf zijn zoon permissie.
1:29:29Om de heilige geest.
1:29:31Die verworven geest.
1:29:33Aan zijn kerk te schenken.
1:29:35Die zondaren gaat trekken.
1:29:37En roepen.
1:29:38En zalig zal maken.
1:29:40Hij zal mij verheerlijken.
1:29:45Maar gemeente, dat is het.
1:29:47Dat is het.
1:29:49Ik denk dat ik de preek kan gaan besluiten.
1:29:51Dit is het.
1:29:52Ja, nog één ding natuurlijk.
1:29:55Maar dat is voor u.
1:29:56Dat is voor u.
1:29:57En voor jou.
1:29:59Vandaag.
1:30:00En morgen.
1:30:01Op deze pinksterdagen.
1:30:03De reactie.
1:30:05De reactie.
1:30:08De reflectie zeggen we ook wel tegenwoordig.
1:30:11Wat bracht het teweeg?
1:30:14Wat brengt het bij u teweeg?
1:30:16O, dan zijn er.
1:30:18Dan zijn er.
1:30:19Die zich verwonderen.
1:30:23Zelfs met ontzetting.
1:30:24Vers 7.
1:30:25Ze ontzetten zich allen.
1:30:27En ze verwonderden zich.
1:30:30Die zijn er.
1:30:31In verbazing spreken we elkaar aan.
1:30:35Er zijn er ook die van hun stuk raken.
1:30:39Vers 12.
1:30:40Ze ontzetten zich en ze werden twijfelmoedig.
1:30:43En ze zeggen tegen elkaar.
1:30:44Wat is dit toch?
1:30:45Wat is dit?
1:30:48Ja, dan zijn er ook spotters.
1:30:51Ze zijn vol zoete wijn.
1:30:55Maar gemeente Petrus gaat door.
1:30:58En Petrus gaat achter zijn orgel zitten.
1:31:01En Petrus gaat de melodie van de eeuwige God en Vader in zijn verkiezing.
1:31:08En
1:31:09van de Heer Jezus Christus in zijn komen tot zaligheid.
1:31:12En van de Heilige Geest in de toepassing van dit zaligmakende werk.
1:31:18Hij gaat het verkondigen.
1:31:20Hij gaat het zeggen.
1:31:22Zodat ze straks hun hoofd buigen.
1:31:26En ze zeggen, hoe
1:31:30zullen we zalig worden?
1:31:32Hoe zullen we zalig worden?
1:31:35Verslagen in hun hart.
1:31:36Wat zullen we doen?
1:31:38Wat zullen we doen?
1:31:41Welgemeente langs deze weg.
1:31:42Zo gaat God door.
1:31:45Ook heden nog.
1:31:46In 2026.
1:31:49En hij werkt erop aan gemeente.
1:31:51Dat de hemel vol wordt.
1:31:53De
1:31:55vraag is.
1:31:56Zal ik er zijn?
1:31:58Hoe dan ook.
1:31:59Dit is.
1:32:01Dit is de poort des heren.
1:32:03Daar zal het rechtvaardig volk doortreden.
1:32:06Om hun God ootmoedig te eren.
1:32:09Hoor je het?
1:32:10Daar gaat het op aan.
1:32:11De eer van de Vader.
1:32:13Voor het smaken.
1:32:15Het ontvangen.
1:32:17En tot in eeuwigheid genieten.
1:32:19Van zijn zaligheden.
1:32:23Amen.
1:32:23Wij
1:32:24[GEZANG]
1:35:33zullen gemeente de heren danken en bidden.
1:35:40Heren we begrijpen Luther wel.
1:35:43Dat
1:35:44hij van deze 118e psalm zei.
1:35:48Dat is mijn psalm.
1:35:50Dit is mijn psalm.
1:35:53Want het geeft weer.
1:35:55Wat de heren mij zelf heeft geleerd.
1:35:57De heren wou mij wel hard kastijden.
1:36:00Maar stortten mij niet in de dood.
1:36:03Verzagden vaderlijk mijn lijden.
1:36:05En redden mij uit alle nood.
1:36:08En over de steen.
1:36:10Die door de tempelbouwers verachtelijk was een plaats ontzeg.
1:36:14Maar die tot u tot grondzag van uw kerk werd gemaakt.
1:36:18Luther die het beleed.
1:36:19Heren.
1:36:20Mogen wij door uw genade.
1:36:22Door het wonder van het wederbare werk van uw heilige geest het ook getuigen.
1:36:28Ik ben een mens vanuit mezelf.
1:36:30Dood door de misdaden en de zonden.
1:36:32Maar o heren wat een wonder.
1:36:34Ik zal niet sterven.
1:36:36Maar leven.
1:36:38En ik zal de werkendes heren vertellen.
1:36:41Het moet gehoord worden.
1:36:44Er mag van getuigd worden.
1:36:46Van deze grote heren Jezus Christus.
1:36:49Die kwam om de werken van de duivel te verbreken.
1:36:52En in beginsel deed hij het in mijn leven.
1:36:55En die kwam om te zoeken en te vinden en zalig te maken wat verloren is.
1:36:59En die heeft me gevonden op het vlakke des velds.
1:37:02Maar hij zei, leef, ja leef.
1:37:05En die heeft mij gezet op het spoor.
1:37:09Dat het grootste, het hoogste doel van mijn leven bij tijden toch is.
1:37:14Ik zal de naam van de heren verkondigen.
1:37:18En ik zal hem eren en ik heb heimwee naar het leven wanneer ik dat in volmaaktheid mag doen.
1:37:24Is dat niet het leven van uw kerk, heren, ook in alle strijd en aanvechting?
1:37:29Opdat ik nu sterke wederstand doe, maar met mijn koning zal zegen vieren.
1:37:35En hier en nu, ook kan het niet geloven, maar door het geloof weet ik het.
1:37:40Hier en nu ben ik al meer dan overwinnaar.
1:37:44Door hem, die mij overwonnen heeft.
1:37:47En die mij in zijn overwinning betrokken heeft.
1:37:52Heren wilt u ons opzoeken.
1:37:54Jongeren en ouderen.
1:37:56Ons in kennis brengen met dit grote geheimenis.
1:38:00De zaligheid in en door de Heer Jezus Christus.
1:38:04Geschonken en gewerkt.
1:38:06Door de geest der genade en der gebeden.
1:38:10Heren wees met ons deze dag.
1:38:12Breng ons ook aan het einde van deze dag samen.
1:38:15En laat het einde van vandaag mogen juichen.
1:38:18Tot uw eer.
1:38:20Om Jezus wil.
1:38:22Amen.
1:38:26We zingen gemeente nog uit Psalm 19.
1:38:28En daarvan het zesde vers.
1:38:30[GEZANG]
1:41:48Verhef gemeente uw hart en biddend tot God.
1:41:52Ontvang zijn zegen en ga heen in vrede.
1:41:57De genade van de Heer Jezus Christus.
1:42:00En de liefde van God.
1:42:03En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:42:06Zij met u allen.
1:42:08Amen.
1:42:09[GEZANG]