0:00[GEZANG]
9:37Mag ik de gemeente namens de kerkraad nogmaals herinneren aan de zendingsavond, woensdag 24 juni zo de heren wil.
9:45Op deze avond hoopt Jantina Bukur een presentatie te houden over haar werk in
9:54Roemenië.
9:55De avond begint om kwart voor acht.
9:58De
9:59collecten vanavond gemeente zijn voor het voortgezet onderwijs in Malawi, voor de kerkvochtdij en voor de aflossing.
10:09Ten behoeve van de kerk.
10:10Van harte in uw milddadigheid.
10:14Aanbevolen tot zover deze mededeling.
10:17Wij verheffen gemeente onze harten tot God.
10:22Onze hulp en onze verwachting is in de naam van de Heere Heere.
10:26Die hemel en aarde gemaakt heeft.
10:30Die trouw blijft van geslacht tot geslacht.
10:34Ja tot in eeuwigheid.
10:36En die niet laat varen het werk dat zijn hand begon.
10:40Amen.
10:42Geliefde gemeente, genade zij u.
10:45En vrede van hem die is en die was en die komen zal.
10:51En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:54En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:58De eerstgeborene uit de doden.
11:01En de overste van de koningen der aarde.
11:04Amen.
11:06We
11:09gaan gemeente zingen op zaam 24, het tweede en het derde vers.
11:12Wie klimt de berg des Heren op?
11:15Wie zal die Godgeweide top voor het oog van Sions God betreden?
11:21De man die rein van hart en hand zich niet aan ijdelheid verpandt en geen bedrog pleegt in zijn eden.
11:29De versen 2 en 3 van Psalm 24.
11:31Ook
11:32[GEZANG]
15:30vanavond het christelijk geloof.
15:32We doen dat in de gemeenschap met de kerk der eeuwen en met de woorden van de apostolische geloofsbeleidenis.
15:39Terwijl we daarna zingen op Psalm 111, het vijfde vers.
15:45Wij beleiden met mond en hart.
15:49Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige.
15:54Schepper van hemel en van aarde.
15:57En ik geloof in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heren.
16:03Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.
16:08Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
16:11Is gekruisigd, gestorven en begraven.
16:16Nedergedaald ter helle.
16:18Maar die ten derde dagen wederom is opgestaan van de doden.
16:22En is opgevaren ten hemel.
16:24En nu zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader.
16:29Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
16:36Ik geloof in de Heilige Geest.
16:39Ik geloof in de heilige algemene christelijke kerk.
16:42De gemeenschap der heiligen.
16:44De vergeving der zonden.
16:46De wederopstanding des vleesjes.
16:48En het eeuwige leven.
16:51Amen.
16:52We
16:52[GEZANG]
18:33lezen gemeente nu de heilige schrift.
18:35En wel het heilige evangelie naar de beschrijving van Matthäus.
18:40Hoofdstuk 5.
18:41We lezen daarvan de versen 17 tot en met 48.
18:47Matthäus 5 vanaf vers 17.
18:52Woorden van de Heer Jezus, de grote profeet en leraar van zijn kerk.
18:59Meent niet dat ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden.
19:06Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar om die te vervullen.
19:12Want voorwaar zeg ik u, totdat de hemel en de aarde voorbij gaan, zal er niet een Jota nog een titel van de wet voorbij gaan,
19:23Totdat het alles zal zijn geschiet.
19:26Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden.
19:31En de mensen al zo geleerd zal hebben.
19:34Die zal de minste genaamd worden in het koninkrijk der hemelen.
19:39Maar zo wie dezelfde zal gedaan en geleerd hebben.
19:43Die zal groot genaamd worden in het koninkrijk der hemelen.
19:47Want ik zeg u.
19:50Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij.
19:53Dan die van de schriftgeleerden en van de fariseeën.
19:57Dat ge in het koninkrijk der hemelen geen zins zult ingaan.
20:03Ge hebt gehoord dat tot de oude gezegd is.
20:06Ge zult niet doden.
20:08Maar zo wie dood.
20:10Die zal strafbaar zijn voor het gericht.
20:13Doch ik zeg u.
20:15Zo wie ten onrechte op zijn broeder torenig is.
20:20Die zal strafbaar zijn door het gericht.
20:23En wie tot zijn broeder zegt.
20:25Raka.
20:26Die zal strafbaar zijn door de grote raad.
20:30Maar wie zegt gij dwaas.
20:32Die zal strafbaar zijn door het helse vuur.
20:36Zo gij dan uw gaven zult op het altaar offeren.
20:40En al daar gedachtig wordt.
20:42Dat uw broeder iets tegen u heeft.
20:45Laat daar dan uw gaven voor het altaar.
20:48En ga heen.
20:49Verzoen u eerst met uw broeder.
20:51En kom dan.
20:53En offert uw gaven.
20:56Wie haastig welgezind jegens zijn wederpartij.
21:01Terwijl ge nog met hem op de weg zijt.
21:04Opdat de wederpartij niet misschien u aan de rechter overleveren.
21:09En de rechter u de dienaar overleveren.
21:12En gij in de gevangenis geworpen wordt.
21:14Voorwaar.
21:15Ik zeg u.
21:16Ge zult daar geen zins uitkomen.
21:19Totdat ge de laatste penning zult betaald hebben.
21:24Ge hebt gehoord.
21:25Dat van de ouden gezegd is.
21:27Ge zult geen overspel doen.
21:29Maar ik zeg u.
21:31Dat zo wie een vrouw aanziet om dezelfde te begeren.
21:34Die heeft reeds overspel in zijn hart met haar gedaan.
21:39Indien dan uw rechteroog u ergert.
21:41Trek het uit.
21:43En werp het van u.
21:45Want het is uw nut.
21:46Dat een van uw leden verga.
21:48En niet uw hele lichaam in de hel geworpen worden.
21:52En indien uw rechterhand u ergert.
21:54Hou ze af.
21:56En werp ze van u.
21:57Want het is uw nut.
21:59Dat een van uw leden verga.
22:01En niet uw hele lichaam in de hel geworpen worden.
22:04Er is ook gezegd.
22:06Zo wie zijn vrouw verlaten zal.
22:08Die geven haar een scheidingsbrief.
22:10Maar ik zeg u.
22:12Dat zo wie zijn vrouw verlaten zal.
22:14Anders dan uit oorzaak van hoererij.
22:16Die maakt dat zij overspel doet.
22:19En zo wie de verlatene zal trouwen.
22:22Die doet overspel.
22:25Wederom hebt ge gehoord.
22:26Dat van de ouden gezegd is, ge zult de eed niet breken.
22:30Maar ge zult de heren uw eden houden.
22:32Maar ik zeg u, zweer ganselijk niet.
22:36Nog bij de hemel, omdat hij is de troon van God.
22:40Nog bij de aarde, omdat zij is de voetbank van zijn voeten.
22:44Nog bij Jeruzalem, omdat zij is de stad van de grote koning.
22:49Nog bij uw hoofd zult ge zweren, omdat gij niet een haar kunt wit of zwart maken.
22:55Maar laat uw woord ja, ja zijn.
22:58En nee, nee.
23:00Wat boven deze is, dat is uit de boze.
23:05Ge hebt gehoord dat gezegd is oog om oog en tand om tand.
23:09Maar ik zeg u dat gij de boze niet wederstaat.
23:13Maar zo wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.
23:18En zo iemand met uw rechten wil en uw rok nemen, laat hem ook de mantel.
23:24En zo wie u zal dwingen één mijl te gaan, gaat met hem twee mijlen.
23:29Geef degene die iets van u bidt en keer u niet af van degene die van u lenen wil.
23:36Ge hebt gehoord dat er gezegd is, ge zult uw naaste lief hebben en uw vijand zult gehaten.
23:41Maar ik zeg u, heb uw vijanden lief.
23:45Zegen ze die u vervloeken.
23:47Doe wel degene die u haten en bid voor degene die u geweld doen en die u vervolgen.
23:53Op dat gij mocht kinderen zijn van uw vader die in de hemelen is.
23:58Want hij doet zijn zon opgaan over bozen en goeden.
24:02En regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
24:06Want indien gij lief hebt die u lief hebben.
24:09Welk loon hebt ge?
24:10Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
24:14En indien gij uw broeders alleen groet.
24:17Wat doet gij boven anderen?
24:19Doen ook de tollenaars niet al zo?
24:23Wees dan, gij lieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is.
24:35Al dus gemeente de lezing van het heilig woord van de heren.
24:41Laten we bidden.
24:46Heren, wij beleiden u.
24:48Wij verstaan zomaar niet de dingen die van de geest van God zijn.
24:54Wij hebben, heren, zomaar geen inzicht in de geestelijkheid van uw wet.
24:59In de diepte van uw geboden.
25:01In de heiligheid van uw grote naam.
25:05In de heerlijkheid van uw zaligheid, heren.
25:11Wij zijn dwaze mensen, heren.
25:15Het ontbreekt ons aan die wijsheid die ons het ware inzicht geeft in u.
25:21En in uw weg.
25:23En in uw gebod, heren.
25:26Wij beleiden u dat we wel heel snel tevreden zijn met ons eigen keurige leven.
25:34Met ons burgerlijk bestaan.
25:36Met de weg die we gaan heren.
25:42Maar nu we samengekomen zijn.
25:44Deze avond.
25:46En nu we deze psalm gezongen hebben.
25:49En nu we deze aangrijpende woorden.
25:54Die opgetekend zijn uit uw mond.
25:57Door heren Jezus Christus vernomen hebben.
26:00Heren dan kunnen we toch eigenlijk niet anders bidden dan.
26:04Door grond.
26:05En ken ons.
26:07Zie heren.
26:09Of er in ons een schadelijke weg zij.
26:13Ontdek ons eraan.
26:15Ontmasker al het onze.
26:17Ons vleeslijk bestaan heren.
26:19Waarmee we van nature tevreden zijn.
26:23En in het leven van uw kinderen.
26:25Als ze aan zichzelf worden overgelaten heren.
26:27Is het niet anders.
26:28Vleeslijk en verkocht onder de zonde.
26:31Dat geldt ons.
26:32Beproef daarom vrij van omhoog.
26:35Ons hart.
26:37Dat voor uw oog alwetende steeds open ligt.
26:42Doorgrond ons heren.
26:44Opdat we als zondaren de wijk tot u nemen.
26:47Opdat we als schuldigen en onheiligen heren de toevlucht nemen tot u.
26:52Tot u heren.
26:56Die ons schiep.
26:58Die ons geschapen hebt in uw beeld.
27:01In het beeld van u met ware kennis, gerechtigheid en heiligheid.
27:06Opdat we uw recht zouden kennen.
27:09Opdat we u waarachtig en zuiver zouden dienen.
27:13Opdat we in de eeuwigheid heren.
27:16In de zalige gemeenschap met u.
27:17Uw lof zouden toebrengen.
27:20En daarin uw naam zouden verheerlijken.
27:22In alle zuiverheid zoals u dat wilt.
27:27En nu zijn we vanavond heren bij elkaar gekomen.
27:30Om opnieuw met uw heilige wet geconfronteerd te worden.
27:35Die wet van u heren.
27:37Die ons ontmaskert en ontdekt.
27:40Wanneer we gemeten worden.
27:43Met de zuivere maatstaf van uw geboden, heren.
27:47Want dan blijkt dat wij een krom en een verdraaid geslacht zijn.
27:51En dat we er niet aan kunnen voldoen, heren.
27:54Dat ons leven een verloren leven is.
27:58Afgesneden van u.
28:00En dat er nu maar één weg is.
28:02En dat er nu maar één middel is.
28:05En dat er één aan te pas moet komen, heren.
28:08Die ons weer bij u terugbrengt.
28:11Die ons brengt in de gemeenschap met hem.
28:13Die aan al uw geboden heeft voldaan.
28:16Die zijn bloed heeft gestort en zijn leven heeft gegeven.
28:21En die betaald heeft, heren.
28:23Dat wat wij in tijd of eeuwigheid niet kunnen voldoen.
28:27Maar wat hij verricht heeft.
28:30Opdat hij, heren, die door zijn geest zondaren inwint voor deze zaligheid die hij verworven heeft.
28:38Opdat hij ons deel zij.
28:40En opdat we in hem mogen hebben.
28:43Niet een eigen gerechtigheid.
28:45En niet een eigen heiligheid.
28:47Maar de gerechtigheid en de heiligheid die hij verworven heeft.
28:50Opdat we daarmee bekleed worden.
28:53Opdat u ons aanziet heren.
28:55Niet in onszelf.
28:56Maar in hem.
28:58Uw enige liefde zoon.
28:59In wie u een welbehagen hebt.
29:01En aangaande wie u het hebt gezegd.
29:04Hoort hem.
29:06Wend u tot hem toe.
29:07En wordt behouden.
29:09O alle geëinden der aarde.
29:11Want ik ben God.
29:12Een God die alleen in en door mijn lieve zoon de Heer Jezus Christus.
29:17Gemeenschap met verloren zondaren kan hebben.
29:22Heer we danken u dat we op deze avond weer samen mogen komen.
29:26Op deze warme zondag.
29:29We bidden u voor onze ouderen.
29:32Die er misschien wel veel last van hadden.
29:35Die ook
29:38wanneer er gewone temperaturen zijn heren.
29:42Zichzelf tot een last kunnen zijn.
29:46Verminder de gezondheid.
29:48En bij krachten die geweken zijn.
29:50Wilt u met onze ouderen zijn heren.
29:53En mogen ze weten dat u voor hen instaat.
29:58Naar lichaam en ziel.
30:01Ook in de dingen van de gezondheid.
30:03Ook in die dingen heren die bezwaren in het leven.
30:07Wat kunnen er veel moeite en zorgen zijn in ons bestaan hier op aarde heren.
30:11En het komt allemaal voort uit het feit dat we zondige mensen zijn.
30:16De gevolgen van de zonde, ze laten zich ook gelden.
30:19Laten ook die ons bij u mogen brengen.
30:23Vanmorgen baden we voor zieken.
30:26We baden heel in het bijzonder, heren, voor Jantina.
30:30We baden ook voor Nadine.
30:33Nu is ze in het ziekenhuis opgenomen.
30:36En ze bereidt zich voor op de operatie van morgen.
30:41Heren, wilt u haar kracht en moed geven?
30:43Wat kan er een opzien zijn?
30:46Zij met haar ouders en de anderen van het gezin.
30:49Maak het goed heren.
30:50Geef dat ze zich in haar geest bevinden zal.
30:56In uw koesterende armen.
30:58En dat haar niets overkomen zal buiten uw wil.
31:02En heren dan mag het gelden.
31:04Al bezwijkt dan mijn vlees en mijn hart.
31:06Zo is God de rotsteen van mijn hart.
31:09En mijn deel in de eeuwigheid.
31:12We zijn met allen heren die moeite en zorg hebben rond hun gezondheid.
31:16We danken u voor hen die thuis mochten komen uit het ziekenhuis.
31:20Dat u ze erbij zijn geeft dat ze nieuwe krachten mogen ontvangen.
31:24En dat een eventuele behandeling niet te vergeefd zal zijn geweest.
31:28We bidden u voor hen heren die in moeitevol omstandigheden zijn.
31:33Vanmorgen waren de gasten van de oase in ons midden.
31:36En vanmiddag, vanavond zijn ze in een andere gemeente.
31:41Heren, geef dat hun verblijf in de oase tot zegen zal zijn.
31:44En dat ook de goede zorg die daar besteed wordt onder uw zegen hun ten goede zal zijn.
31:51We bidden u voor degenen die wonen en ook werken in de Vlietberg.
31:56En ook in de woonzorglocatie De Vijver, heren.
32:00Wilt u ze nabij zijn?
32:02Geef dat ze daar een goede plek mogen hebben.
32:04We danken u dat al deze voorzieningen er ook onder uw goede zorg ook in ons midden mogen zijn.
32:11Gedenk onze samenleving.
32:14We bidden heren voor ons land en ons volk.
32:18Voor onze koning en zijn vrouw.
32:21Heren wilt u ze naar wij zijn.
32:23Ook zij behoren tot degene die zich vergapen aan het gebeuren in Amerika.
32:31Waar sport en spel de boventoon voeren.
32:35Heren wilt u ze bekeren.
32:37Wilt u ze met hun dochters bij u brengen.
32:40Heren, wat zou het kostbaar zijn als onze koning op enig moment...
32:43en onze ministers evenzeer, wanneer we uit hun mond mochten horen...
32:47dat ze rekenen met u en met uw dienst en met uw wet, heren.
32:52We bidden dat voor onze overheid in alle geledingen.
32:56We vragen dat ook, heren, voor het nieuwe college van burgemeester en wethouders.
33:00Zojuist gevormd en wellicht al aangetreden.
33:03We bidden u tegelijkertijd ook voor de gemeenteraad.
33:06Heren, mogen we ook op plaatselijk niveau geregeerd worden...
33:10Door hen die rekening houden met u en uw gebond.
33:13Dan zal het ons tot welzijn zijn, heren.
33:16We bidden u voor hen die deze nieuwe taken hebben ontvangen.
33:20Geef dat ze het niet kunnen.
33:22Dan alleen in de beleidenis van hun afhankelijkheid van u.
33:28En laat er ook gebed voor hen zijn, o heren.
33:31Wees met de voortgang van uw woord.
33:33In alles wat gebeuren mag.
33:37Qua zending en evangelisatiewerk.
33:40En de wereldwijde bijbelvertaling.
33:43En alles wat plaats mag vinden in uw naam.
33:47Uw koninkrijk zal komen heren.
33:49En uw wil zal geschieden.
33:51De geest en de bruid.
33:52Ze roepen kom heren Jezus.
33:54Ja kom spoedig.
33:56Mag dat gebed ook onder ons niet onbekend zijn heren.
33:59Geef dat er onder ons zijn.
34:00Velen en ook jongeren heren.
34:03Die iets kennen van het uitzien naar uw toekomst.
34:09Wanneer.
34:10Wanneer de zonde er niet meer zal zijn.
34:12Wanneer de afwijking en de opstand en alles heren wat scheiding maakt tussen u en ons.
34:18Uw schepselen als ze weg gedaan zullen worden.
34:20Als u alles zult zijn in allen.
34:25Wilt u ons zo bedenken.
34:27Ook in deze dienst.
34:29Waarin we bij een van de geboden zullen stilstaan.
34:31Heel praktisch.
34:33En doe ons zien in die spiegel.
34:35En ook in al deze dingen heren ons leiden.
34:38Omdat het ons gebed zij.
34:39Heren, wat wilt u dat we doen zullen?
34:42Wat wilt u dat we spreken zullen?
34:45Verhoor ons in uw genade.
34:47Laat uw heilige geest in ons midden zijn.
34:50Tot eer en roem van uw naam.
34:52En tot heil van zondaren.
34:54We vragen het eerbiedig.
34:56Om Jezus wil alleen.
34:59Amen.
35:00We
35:04gaan gemeente nu zingen uit Psalm 15.
35:06Wij zingen van Psalm 15, de versen 1, 2 en 3.
35:11Psalm 15 vers 1, 2 en 3.
35:14De
35:15[GEZANG]
41:45gemeente na het amen van de prediking uit psalm 6 twee versen zingen.
41:50Namelijk de coupletten 2 en 9 van psalm 6 dus.
41:57De tekst voor de prediking lezen we gemeente nogmaals in Matthäus 5.
42:05Namelijk de versen 33 en volgende.
42:08Matthäus 5 vers 33 tot en met 37.
42:14Waar de Heer Jezus zegt in zijn beroemde bergreden.
42:22Wederom hebt gij gehoord dat van de ouden gezegd is.
42:28Ge zult de eed niet breken.
42:31Maar ge zult dan heren uw eden houden.
42:36Maar ik zeg u zweer ganselijk niet.
42:40Zweer in het geheel niet.
42:43Nog bij de hemel.
42:46Omdat hij is de troon van God.
42:49Nog bij de aarde, omdat hij is de voetbank van zijn voeten.
42:54Nog bij Jeruzalem, omdat zij is de stad van de grote koning.
42:58Nog bij uw hoofd zult gezweren, omdat
43:02gij niet één haar kunt wit of zwart maken.
43:06Maar laat zijn uw woord ja, ja.
43:10En nee, nee.
43:13Wat boven deze is, dat is uit den boze.
43:22En gemeente, dat geeft ons aanleiding om met elkaar vanavond te gaan luisteren.
43:27Heel bijzonder naar een van de katechismessondagen, namelijk de 37ste.
43:33Zondag 37 van onze Heidelbergse katechismes.
43:38De twee vragen 101 en 102.
43:44Dat is gemeente nog een uitbreiding van
43:48de behandeling van het derde gebod.
43:51In het geheel van de bespreking van de tien geboden des Heren.
43:57Na zondag 36,
44:02waarin nadere uitleg wordt gegeven van dat derde gebod.
44:06Gezult de naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken.
44:10Wordt een en ander nog toegespitst in zondag 37.
44:15Met deze vraag allereerst.
44:17Maar mag men ook godzalig bij de naam van God een eed zweren?
44:24En
44:26het antwoord is jawel, zeker.
44:29Als de overheid het van haar onderdanen of anderszins ook de nood vordert.
44:36Namelijk om trouw en waarheid daardoor te bevestigen.
44:41En dat tot de eer van God en tot het heil van de naaste.
44:46Want zulk eedsweren is in Gods woord gegrond.
44:52En daarom ook door de heiligen in het Oude en het Nieuwe Testament.
44:57Recht, dat is goed gebruikt geweest.
45:04Maar,
45:05volgende vraag.
45:07Mag men ook bij de heiligen of bij enig ander schepsel een eed zweren?
45:15Nee, dat niet.
45:16Nee.
45:17Want een rechte eed zweren is niet minder dan God aanroepen.
45:24Namelijk dat hij, als die alleen, als enige het hart kent.
45:31Van de waarheid getuigenis wil geven.
45:33En mij straf.
45:35Als ik vals zweer.
45:38Welke eer.
45:40Aan geen schepsel.
45:42Toebehoort.
45:44Toekomt.
45:46Zondag 37.
45:49Gemeente dus.
45:50Nog een keer.
45:51Over dat gewichtige.
45:53Derde gebod.
45:55Over de naam.
45:57Van de heren.
45:58Onze God.
45:59Die naam.
46:00Zo heilig.
46:02Groot.
46:16Nou,
46:17dat was misschien vorige week.
46:18Ik weet het niet of een enkele week geleden.
46:21Daar zal over gepreekt zijn.
46:23En het is de gemeente duidelijk gemaakt wat het derde gebod wil.
46:28Namelijk dat we niet alleen vloeken.
46:32En onnodig zweren enzovoorts.
46:34En dat het in ieder geval een grote zonde is.
46:37Om de naam van God ijdel.
46:39Dat betekent tegen het rechte gebruik in.
46:42Te noemen en te hanteren.
46:45Ons op de lippen te nemen.
46:48Maar dan achter de opstellers van de katechismesgemeente het nodig.
46:51Om dan nog eens heel speciaal in te gaan op het zweren van de eed.
46:55Hoewel dat in
46:58antwoord 99 ook al is genoemd.
47:01Nou.
47:02Nog een keer, nog
47:05een keer over de eet.
47:07Gemeente, misschien voelt u het en toch wel enigszins ook wat bij mij aan, zoals ik dat een beetje voelde opkomen toen vanuit de kerkenraad werd gevraagd of ik over de katechismes wilde spreken.
47:19Nou, met genoegen, graag.
47:22Ja, zondag 37 is aan de beurt.
47:25Gemeente, misschien voelt u het wel aan.
47:27Ja, nou, spreekt ons dat nou eigenlijk nog wel aan?
47:33De vraag, mag je een eed zweren met het antwoord daarop?
47:39Misschien denkt u wel, nou dat staat wel zo ver bij me vandaan.
47:43Een eed zweren.
47:44We hebben nu deze drie geboden gehad.
47:47Dat we geen andere goden mogen dienen.
47:50Dat we ons niet mogen buigen voor de beelden die God uitbeelden.
47:56Dat we de naam van God heiligen.
47:58En dan nu nog over de eed.
48:01Ondertussen gemeente valt het ons wel op, en mij zojuist ook weer bij het voorlezen van deze antwoorden 101 en 102, dat de Heidelbergse katechismes ook dit gedeelte net zo indringend
48:14en even uitvoerig aan de orde stelt als de andere geboden en vele andere onderwerpen die in onze katechismes aan de orde komen.
48:26Hoezo eigenlijk?
48:28Vanwaar?
48:32Twee redenen.
48:33Wel, allereerst dat onze vaderen ervan overtuigd waren...
48:38dat er geen onderdeel van ons leven is...
48:42hoe klein en ogenschijnlijk onbelangrijk ook naar wij denken...
48:47of het valt onder Gods gebod.
48:51Niets is daarvan uitgezonderd.
48:56Neutraal terrein gemeente zouden we willen.
49:00Zouden we eigenlijk wel willen.
49:01Nee nee dat zeggen we natuurlijk niet.
49:03Maar het zou wel makkelijk zijn.
49:05Als er neutraal terrein was.
49:08Waarin we konden doen wat we wilden.
49:10Nee zegt onze katechismes.
49:12Het alles horend oor van God.
49:17En het alziende oog van God.
49:20Merkt het allemaal op.
49:22Het gebod van God gemeente is zeer wijd.
49:27Even wijd.
49:29Als ons.
49:30Als jou.
49:32Als uw.
49:33Als mijn leven is.
49:34Dat is de eerste.
49:37En de tweede is dan.
49:39Als consequentie daarvan.
49:42Dat de opstellers.
49:45Zacharias Urzines.
49:46En Kaspar Olivianus.
49:50Grote theologen.
49:51Terwijl ze nog jong waren.
49:52In de 16e eeuw.
49:54Gemeente niet alleen.
49:56De schriften kenden.
49:58Maar ook de vragen van hun tijd kenden.
50:04En met name daarom.
50:06gaven ze nog eens extra aandacht vanuit het derde gebod aan het zweren van de eed.
50:13Want in die dagen, in die dagen gemeente, dus in het midden van de 16e eeuw, liet zich een richting horen, een richting in de kerk.
50:23En het waren niet de minsten.
50:25Het waren gemeenten, en laat ik dat dan maar zo zeggen, het waren de orthodoxe mensen die het nauw maakten, moet
50:35ik het zeggen zoals het onder ons wel eens gezegd wordt,
50:38Dus waren wel gemeenten die het als zo godzalig beschouwden om zich afzijdig te houden van alles wat maar te maken had met de overheid
50:50en met het openbare leven.
50:52Ze waren zo godsdienstig en ze waren zo vroom en ze wilden zo toegewijd zijn aan de heren dat ze niets te maken wilden hebben met de dingen van de overheid.
51:03Bijvoorbeeld.
51:05Het was nog niet in de tijd dat er een democratie was.
51:08Dus een stemplicht bij de verkiezingen was er nog niet.
51:11Maar ze waren niet gaan stemmen.
51:13Als het toen geweest was.
51:15Ze wilden eigenlijk een scheiding aanbrengen.
51:18Tussen het heilige terrein van de godsdienst.
51:22En al het andere dat onheilig was.
51:25Een scheiding tussen godsdienst en dagelijks leven.
51:30Tussen kerk en samenleving.
51:32Want met dat laatste moest je je zo weinig mogelijk bemoeien.
51:37En gemeente, daartegen, tegen die houding, hebben
51:42onze vaderen, en ik noemde hun namen zojuist, hebben onze vaderen kalvinisten als ze waren zich verzet.
51:49Het waren gemeente namelijk de wederdopers.
51:54Die het heel vroom en innig meenden.
51:57Die dus zoals ik zei een scheiding maakten.
52:01Maar de kalvinistische leergemeente maakt geen scheiding omdat de schrift geen scheiding maakt.
52:08Wanneer het leven van de heren wordt losgeweekt, losgemaakt van de praktijk van de dagelijkse levengemeente, dan
52:17herkennen we God niet meer als de God die over dat hele leven gaat.
52:21Wel, en
52:24dat waren dan ook de mensen die zeiden, en de dominees, de doperse dominees zeiden, zweren, een eet zweren is verboden.
52:34Want, heeft de Heer Jezus het niet gezegd, zweert ganselijk niet.
52:40Welgemeente, vandaar nu de vraag, met de antwoorden in zondag 37, mag men ook, en u hoort het al aankomen, mag men ook godzalig bij
52:52de naam van God een eet zweren?
52:56En het antwoord daarop is, hoewel ik in het licht van het woord van de Heer Jezus niet zou denken in eerste instantie, het antwoord van onze vaderen op grond van de schrift is, jawel, zeker.
53:09Welgemeente, zo gaan we daar vanavond een ogenblik naar luisteren.
53:12Het zweren van de eed.
53:16Twee punten, twee tegenpolen.
53:19Het godslasterlijk zweren en het godzalig zweren.
53:25Het
53:27godslasterlijk zweren en het godzalig zweren.
53:32Het
53:36zweren van een eed.
53:38Onder ons gemeente ook gebruikelijk.
53:41Wanneer je bijvoorbeeld als getuige...
53:45Niet als verdachte, maar wel als getuige voor de rechtbank een
53:51woord moet spreken.
53:53Getuigenis moet geven.
53:54Of als je
53:56benoemd bent tot burgemeester.
54:00Of gemeenteraadslid.
54:02Of wethouder.
54:04Dan wordt er van ons gevraagd dat we geen onzuivere motieven hebben gebruikt om tot dat ambt te geraken.
54:13En dan moeten we dat zeggen onder aanroeping van de naam des heren dat dat niet het geval is.
54:19En we steken onze twee vingers omhoog.
54:21En we zeggen het zo waarlijk helpen mij God almachtig.
54:25Waarbij de heren tot getuigen wordt geroepen.
54:30Mede getuigen van de waarheid die je spreekt.
54:33En om mij te straffen als ik vals zweer.
54:38In het afleggen van de eetgemeente wil ik de waarheid van wat ik zeg.
54:44En de trouw die ik toezeg bevestigen.
54:48Als staande.
54:50Voor Gods aangezicht.
54:53In dat verband gemeente is het opmerkelijk.
54:56Dat het Hebreeuwse woord voor een eedsweren.
55:01Dat is Sheva.
55:03Hoef je niet te onthouden hoor.
55:04Sheva.
55:05En gemeente dat is hetzelfde woord als het getal zeven.
55:09En de jongens en meiden in ons midden weten wel dat het getal zeven.
55:13Een symbolisch getal is.
55:15En wijst op de volheid.
55:17Op de volmaaktheid.
55:20En wat zeg ik dus als ik zweer.
55:23Ik bevestig trouw en waarheid.
55:26Je mag me eraan houden.
55:28God weet dat ik niet lieg.
55:31Zo niet, dan mag de Heer mij met zijn straffen bezoeken.
55:36Dit is de waarheid.
55:37Dit is de hele waarheid.
55:39En dit is niet anders dan de waarheid.
55:43Nog een moment en nu luidt dus de vraag van de katechismes.
55:46Mag dat?
55:48Mag dat?
55:49Mag je?
55:50En is er iets als het godzalig?
55:55En
55:56dat staat de gemeente natuurlijk tegen de achtergrond van wat de Heer Jezus, en we hebben het gelezen wat de Heer Jezus, in zijn bergreden gezegd heeft.
56:05Ik zeg u, zweer ganselijk niet.
56:09Niet bij de hemel, of niet bij Jeruzalem, of bij je hoofd, of waar dan ook.
56:13Maar hoe dan ook, zweer ganselijk niet.
56:15Laat uw woord ja, ja zijn.
56:17En uw woord nee, nee.
56:20De gemeente...
56:22Dat komt in de Bijbel ook nog op een paar andere plaatsen terug.
56:26Ik denk aan de brief van Jacobus.
56:28Jacobus die veel aandacht geeft, gemeente, aan een heilig leven.
56:33Wat lezen we daar?
56:34In de brief van Jacobus.
56:36Toch voor alle dingen, mijn broeders, zweer niet.
56:39Niet bij de hemel, niet bij de aarde of enige andere eet.
56:43Maar uw ja zijn ja en uw nee zijn nee.
56:47Dat is nogal duidelijk.
56:50We moeten...
56:51We moeten, wanneer we ons willen houden aan dat woord van de Heer Jezus, gemeente, dan zijn toch alle eden verboden.
56:59Zwerganselijk niet.
57:02Nou gemeente, dat is toch een wat te snelle conclusie.
57:07Een paar andere dingen uit het woord van God.
57:09Het is een leerdienst, dat begrijpt u wel gemeente.
57:12We lezen als het ware de schrift en proberen te onderbouwen en te kennen wat hier in de weg van de Heer is aan de hand van de Bijbel.
57:22Het is dan toch wel op zijn minst merkwaardig.
57:26Dat de schrijver van de Hebreeënbrief zonder enige zweem van afkeuring schrijft over een eedsweren.
57:34Hebreeën 6.
57:36De mensen zweren wel bij de meerdere dan zij zijn.
57:41En de eed tot bevestiging is hun een einde van alle tegenspraak.
57:46Nou, dat is de praktijk.
57:48Dat constateerde Paulus of wie de schrijver ook was.
57:51En hij spreekt er geen kwaad woord van.
57:54En in het Oude Testament gemeente is het niet anders.
57:57De wet van Mozes zegt het.
57:59Zo zal de eed tussen u beiden zijn.
58:03En de Heere zal die eed aannemen als ze oprecht gebeurd is.
58:08En in Deuteronomium 6.
58:10Ge zult de Heere uw God vrezen en hem dienen en ge zult bij zijn naam zweren.
58:17Dat kan gemeente dus kennelijk samengaan.
58:20De Heere vrezen, hem oprecht vrezen met een zuiver hart en zweren bij zijn naam.
58:28Nou, dat was ook de praktijk.
58:30De praktijk in de Bijbel.
58:33Abram bijvoorbeeld.
58:35Abram, bij de koning van Sodom.
58:39Wat zegt hij daar?
58:41Ik heb mijn hand opgeheven tot de Heer, de Allerhoogste God, die hemel en aarde bezit.
58:47Zoek ik van een draad tot een schoenriem toe.
58:50Ja, zoek ik iets dat het leven is van u nemen.
58:55Opdat u niet zult zeggen, ik heb Abram rijk gemaakt.
59:01Hij heft zijn hand op.
59:03Het gebaar bij een eet.
59:08Trouwens in het Nieuwe Testament gemeente is het niet anders.
59:10De apostel Paulus in zijn brieven komt het zelfs een paar keer tegen.
59:14Ik roep God aan tot een getuige over mijn ziel.
59:18En een andere keer in Romeinen 1.
59:20God is mijn getuige die ik dien in het evangelie van zijn zoon.
59:27En weer op een andere plaats.
59:29Er zijn nog andere dingen te noemen, maar ik volsta daarmee.
59:31Ik getuig voor God dat ik niet lieg.
59:37Wanneer we gemeente deze woorden lezen, dan is het wel duidelijk op grond van de Bijbel.
59:42Is het zweren van de eed helemaal niet af te keuren?
59:45Het is zelfs toegestaan.
59:48Maar gemeente, dan blijven we toch zitten met de vraag hoe we dan dat gedeelte uit Matthäus 5 en van Jacobus moeten lezen.
59:55De Heer Jezus zegt het toch maar zweren ganselijk niet.
1:00:01Tegen wie zegt de Heer Jezus dat?
1:00:04Gemeente in ieder geval tegen een schare die opgevoed is door de schrift geleden naar de fariseeën.
1:00:10En ze stonden er zelf ook bij.
1:00:12Ze stonden er zelf ook bij.
1:00:17Waar gaat het in Matthäus 5 over gemeente?
1:00:19Het gaat over de wet.
1:00:21De wet van God.
1:00:24Die wet heilig, groot en goed.
1:00:29En de heren had het geboden aan het volk, zijn volk, om in de weg van zijn geboden te gaan.
1:00:38Maar nu hadden de schriftgeleerden en de fariseeën en de overpriesters en andere gemeenten.
1:00:43Die hadden allerlei in de loop van de eeuwen allerlei verfijningen aangebracht.
1:00:49Met het oog op de praktijk van de weg die het volk moest gaan.
1:00:55Ze worden hier in Matthäus 5 genoemd de ouden.
1:00:58Gemeenten dat waren de oudvaders.
1:01:01Dat waren de oudvaders.
1:01:03Nou bij ons hebben de oudvaders een goede naam.
1:01:05Terecht, terecht.
1:01:06De predikers van de nadere reformatie.
1:01:09En laat ik het uitbreiden tot Puritijnse predikers.
1:01:12En Schotse predikers.
1:01:13En iemand als Koolbrugge.
1:01:14De oudvaders.
1:01:16Nou die hebben een goede naam.
1:01:18Lees hun geschriften.
1:01:19Mag ik het tussendoor even zeggen?
1:01:21Ik denk dat er in Oudorp nog wel boekenplanken zijn.
1:01:24Veel boekenplanken waar ze op staan.
1:01:28Ja misschien van je opa.
1:01:30Of van je oude moeder.
1:01:34Maar laat ze niet staan.
1:01:36Maar neem ze ter hand.
1:01:38Want ze hebben de waarheid gods.
1:01:40Op een bevindelijke wijze verklaard.
1:01:42De oudvaders.
1:01:44Gemeente hier klinkt het wat anders.
1:01:46De ouden ze hebben gezegd.
1:01:50Wat hebben ze gezegd?
1:01:52Die ouden daar in Israël.
1:01:54Die zeiden raak niet en smaak niet en roer niet aan.
1:02:00Let er goed op.
1:02:01Dat wel dat niet.
1:02:02Punctueel je handen wassen en dat soort dingen.
1:02:05Nou zegt de Heer Jezus.
1:02:07En gemeente de Heer Jezus was een scherpe prediker.
1:02:09Hij doet niet voor Johannes de Doper onder.
1:02:12Hij zegt.
1:02:14Als uw gerechtigheid, en
1:02:18dat is dat je recht voor God kunt staan.
1:02:21Als uw gerechtigheid niet overvloediger is, niet zuiverder is.
1:02:26Niet God vruchtiger is dan die van de schriftgeleerden en de fariseeën.
1:02:31Je zult het koninkrijk van God niet ingaan.
1:02:35Nou dat was ook de boodschap van Nicodemus, dat weet u wel.
1:02:38Daar gaan we nou niet op in.
1:02:40Een geleerd gesprek met die rabbi uit Nazareth wil hebben.
1:02:44En hij bracht zijn eigen gerechtigheid mee.
1:02:46En hij kon zich meten, dacht hij aan deze Jezus.
1:02:49Nou, zegt de Heer Jezus, als je het meer niet hebt.
1:02:51Als dat het nou is.
1:02:53Van raak niet en smaak niet en roer niet aan.
1:02:57Denk dan maar niet dat je daarmee de poort van het koninkrijk der hemelen kunt passeren.
1:03:03Nou gemeente, dat is ondertussen.
1:03:06Voor ons.
1:03:07Voor u en mij.
1:03:10Die vanavond weer keurig in de kerk zitten.
1:03:12Goed.
1:03:13Goed.
1:03:13Zeker.
1:03:16Maar die misschien heimelijk.
1:03:17Heimelijk.
1:03:19Het ligt ons allemaal.
1:03:21Het ligt ons allemaal.
1:03:22Een grond.
1:03:25Denken te kunnen maken.
1:03:28Van de dingen dat je toch nauw neemt.
1:03:30Nee, nee.
1:03:31Raak niet.
1:03:31Smaak niet.
1:03:32Roer niet aan.
1:03:32Dat heeft een geurtje.
1:03:33Nee, zo zeggen we het niet.
1:03:34Maar dan toch.
1:03:36En heimelijk denken we.
1:03:38Dat het ons een fundament geeft.
1:03:40Een basis verstrekt.
1:03:43Een vloertje geeft.
1:03:45Om straks.
1:03:46Op te kunnen staan.
1:03:47Nou de Heer Jezus breekt het af.
1:03:50Maar gemeente ik ga dat nog niet allemaal meer na.
1:03:52Maar lees het maar eens na.
1:03:53En we hebben het gelezen in Matthäus 5.
1:03:55U hebt gehoord dat door de ouden gezegd is.
1:03:58Namelijk over doodslag en over vergelding.
1:04:01En over het liefhebben van de naaste.
1:04:03Maar zegt de Heer Jezus.
1:04:04Maar ik zeg u.
1:04:07En gemeente dan gaat de Heer Jezus.
1:04:09De wet van God verklaren.
1:04:12Naar haar geestelijke zijde.
1:04:15Naar de intentie.
1:04:17Waarmee in de weg van Gods geboden gegaan wordt.
1:04:21In de weg van nou ja.
1:04:24Noem het maar.
1:04:25Psalm 119.
1:04:26Hoe lief heb ik uw wet.
1:04:29Ze is mijn betrachting de ganse dag.
1:04:31Uw woord kan mij hoewel ik alles mis.
1:04:34Door zijn smaak en hart en zinnen strelen.
1:04:37Omdat het ingebed is.
1:04:39In dat andere gebed.
1:04:40Och schonk ge mij de hulp van uw geest.
1:04:42Oud testament is nog.
1:04:44Maar daar.
1:04:45En gemeente daar gaat de Heer Jezus.
1:04:48Al dat raakt niet en smaakt niet.
1:04:49Gaat hij opzij schuiven.
1:04:50Ja het is goed.
1:04:51Het is goed.
1:04:53Om te zoeken.
1:04:54Naar de wil van de heren je weg te gaan.
1:04:56Maar gemeente nou over dat zweren.
1:05:01U hebt gehoord dat door de ouder gezegd is.
1:05:03Je zult de eed niet breken.
1:05:05Maar je zult de heren uw eden houden.
1:05:07Nou zeker.
1:05:09Zeker.
1:05:11Maar hoe wordt dat dan uitgelegd door die ouderen?
1:05:13Nou.
1:05:14Als je nou zweert zo zeiden ze.
1:05:17Doe dat dan niet.
1:05:18Bij de naam van God.
1:05:20Want als je dat doet.
1:05:22Dan zit je eraan vast.
1:05:24Maar doe dat dan onder aanroeping van de hemel.
1:05:29Of de aanroeping van de aarde.
1:05:31Of bij Jeruzalem.
1:05:33Of bij de haren van je hoofd.
1:05:34Nou dat was, gemeente, dat was de praktijk gebleken.
1:05:39Zo waar Jeruzalem de stad van God is.
1:05:43En zo waar in de hemel God regeert.
1:05:46Zo waar.
1:05:48En ze meenden.
1:05:49Dat dat een lichtere eetswering was.
1:05:52En wanneer ze daar de kantjes wat van afhaalden.
1:05:55Nou dan zou het in de vergelding van die overtreding nog wel meevallen.
1:05:59En tegelijkertijd dachten ze.
1:06:01We zweren wel.
1:06:03Maar we doen het op een lichtere manier.
1:06:06Gemeente wat het was.
1:06:09Zelfhandhaving op een zogenaamd frome manier.
1:06:13Wel zegt de Heerde Jezus.
1:06:15Als het zo is.
1:06:17Als dat je weg is.
1:06:19Als je denkt dat je daarmee voor God kan bestaan.
1:06:22Zweer dan maar liever in het geheel niet.
1:06:25Zweert ganselijk niet.
1:06:28Maar laat uw ja, ja zijn.
1:06:30En uw nee, nee.
1:06:33Want u denkt het wel.
1:06:36U denkt het wel, zegt de Heer Jezus.
1:06:39Dat je er op deze wijze bent.
1:06:40Maar bedenk eens.
1:06:42De hemel.
1:06:43Als je zweert bij de hemel.
1:06:45Dat is de troon van God.
1:06:47En Jeruzalem.
1:06:49Dat is de stad van God.
1:06:53Denk niet dat je op zo'n lichtvaardige wijze de heren tevreden kunt stellen.
1:07:02Nou gemeente, ik
1:07:05weet niet of het u wel eens ontglipt.
1:07:08Of jou.
1:07:10Dat je je woorden kracht wil bijzetten.
1:07:12Je beweert iets.
1:07:13En je ziet in het fronsen van de wenkbrauwen van degene tot wie het zegt dat ze je eigenlijk niet geloven.
1:07:20En dan wil je het als het ware nog iets krachtiger zeggen.
1:07:25En dan noemen we zomaar niet de naam van God.
1:07:28Nee, daar zijn we tergzinnig voor.
1:07:30Dat doen we niet.
1:07:31Maar
1:07:34dan kan het best zijn dat je zegt, ik durf er een eed op te doen.
1:07:39En tegelijkertijd doe je het gemeente.
1:07:42Want een eedsweren, dat is jezelf met die anderen voor Gods rechterstoel plaatsen.
1:07:48En zelfs, gemeente, ik schroom even om het te zeggen.
1:07:53Want het is wel op de rand.
1:07:56Maar onder ons komt het ook wel voor, denk ik.
1:08:00Dat iemand zegt, nou, ik mag doodvallen als het niet waar is.
1:08:07Misschien ben je wat stoer.
1:08:08Jij.
1:08:10Jij.
1:08:11Je hebt een biertje op.
1:08:12En je zit met je vrienden.
1:08:14En je hebt het hoogste woord.
1:08:16En een ander zegt, nou man, ik geloof er niks van.
1:08:18En dan?
1:08:18En dan kan het zomaar uit je mond komen.
1:08:20Of niet?
1:08:21Of zijn we daar in Oudorp te goed voor?
1:08:24Gemeente, dat kan zomaar gebeuren.
1:08:28En dan ziet God je aan.
1:08:31En dan zegt hij, hoewel je de naam van de Heer het niet noemt.
1:08:34Maar je bedoelt het als een eet.
1:08:36En een eet is, en ik zeg het nog maar een keer.
1:08:38Een eet is jezelf en de ander voor Gods rechterstoel plaatsen.
1:08:43En dan zegt de Heer, je zult mijn naam niet ijdel gebruiken.
1:08:49Want de Heer zal het vergelden.
1:08:50Hij laat het niet over zijn kant gaan.
1:08:55Het godslastelijk.
1:08:59Nou laat ik daar nu niet verder op invaar.
1:09:03Ik ga terug gemeente naar vraag 101.
1:09:09Mogen we ook godzalig...
1:09:12Bij de naam van God.
1:09:13Een eed zweren.
1:09:15Ja.
1:09:16En ik haalde de voorbeelden al aan.
1:09:18En de katechisme zegt het.
1:09:19Als de overheid dat van haar onderdanen vergt.
1:09:23Namelijk.
1:09:24Om de trouw en de waarheid van je woorden te bevestigen.
1:09:28En dat tot eer van God.
1:09:30En tot heil van de naaste.
1:09:33Gemeente.
1:09:35Waartoe dient het eigenlijk?
1:09:37Wat is het oogmerkte bedoeling van die eed?
1:09:41Nou gemeente dat is.
1:09:44Om de zonde in te perken.
1:09:47Ze dient om een wal op te werpen tegen de stroom van leugen en bedrog.
1:09:55Want alle mens is leugenachtig.
1:10:00Merk je dat wel eens als je naar binnen kijkt?
1:10:03Voel je je wel eens op de rand staan dat je zomaar een leugen zou vertellen?
1:10:09Alle mens is leugenachtig.
1:10:11En alleen God is waarachtig.
1:10:16En gemeente, als nou...
1:10:20Een getuigenis gegeven moet worden.
1:10:21Ik haal dat al aan.
1:10:22Bijvoorbeeld voor de rechtbank.
1:10:24Je bent getuige geweest van iets wat strafwaardig is.
1:10:27Bij een ander dan.
1:10:29En je moet daar een verklaring over afleggen.
1:10:34Nou dan wil die rechtbank.
1:10:35Dan wil die rechter weten dat het toch echt waar is.
1:10:37Wat je zegt.
1:10:38Want hij zal mede op jou en uw oordeel.
1:10:41Zal hij zijn uitspraak doen.
1:10:43Hij moet erop aankunnen.
1:10:44En om het gewicht te geven.
1:10:48Mag in zo'n situatie de naam van God.
1:10:53erbij aangeroepen worden.
1:10:57En gemeente, u begrijpt het wel.
1:10:59Je moet wel met de duivel durven samenspannen...
1:11:03om bij het uitspreken van een eed nog te durven liegen.
1:11:10En ook onze burgerlijke wet, gemeente...
1:11:12geeft een hoge straf op mijn eed.
1:11:18Want onze rechtsstaat, wat er van over is, maar hoe dan ook...
1:11:23onze rechtsstaat kan alleen bestaan...
1:11:26Bij waarheid en recht.
1:11:32Begrijpt u gemeente als ik zeg.
1:11:35Dat die eet.
1:11:37En de noodzak van die eet.
1:11:39En de eis ook van een godvruchtig eet zweren.
1:11:46Begrijpt u het als ik zeg.
1:11:48Dat dat ten diepste tot onze schande is.
1:11:52Omdat gemeente daarin blijkt dat ik zomaar niet te vertrouwen ben.
1:11:56Dat ik een onbetrouwbaar mens ben.
1:11:59En dat ik tot alle kwaad zomaar in staat ben.
1:12:03Zelfs ook in de overtreding van dat derde gebod.
1:12:08Adam en Eva.
1:12:10In hun rechte staat.
1:12:12Hadden de eet niet nodig.
1:12:15Ze waren immers geschapen.
1:12:17Naar het beeld van God.
1:12:20In ware kennis.
1:12:22Gerechtigheid.
1:12:23En heiligheid.
1:12:26De woorden van de mens.
1:12:27Totdat Eva valt in de valstreek van de boze.
1:12:30De woorden van de mens.
1:12:33Waren zuiver.
1:12:35En waarachtig.
1:12:37En gericht.
1:12:38Op de eer van Gods naam.
1:12:40En brachten ook heil teweeg.
1:12:44Maar sinds Adam.
1:12:46En wij met hem van de heren zijn afgevallen.
1:12:50Gemeente is.
1:12:52Is het rijk.
1:12:54Waar wij leven.
1:12:55Er een van leugen.
1:12:58En argelistigheid.
1:13:01Zoals Adam.
1:13:03Zo ben ik.
1:13:05Als God Adam ter verantwoording roept.
1:13:07Dan begint hij er al mee.
1:13:10Daar zit iets geniepigs, iets onechts in, iets onwaarachtigs in.
1:13:16Adam, Adam.
1:13:19Wel, zegt Adam, nou de vrouw die u me gegeven hebt.
1:13:23Ziet u, hij
1:13:26doet een stap terug.
1:13:27En hij wil niet buigen voor wat recht en billig en waarachtig is.
1:13:34Ik lees het in onze Dordtse leerregels, hoofdstuk 3, 4.
1:13:39Zodanig als nu de mens Adam geweest is.
1:13:43Namelijk na de val,
1:13:45zodanige kinderen heeft hij voortgebracht.
1:13:50En gemeente, dat verbindt ons.
1:13:53Dat geldt van mij en van u en van ons allemaal.
1:13:55We zijn kinderen van Adam.
1:13:58Al zo, zeggen onze leerregels, dat de verdorvenheid van Adam op al zijn nakomelingen gekomen is.
1:14:07En
1:14:09dat is ons beeld.
1:14:11Gemeente, dat is ons beeld.
1:14:12Dat wist u wel.
1:14:14Maar het moet ons telkens weer gezegd worden, gemeente.
1:14:17Daar is de prediking voor.
1:14:19Ook de waarheid.
1:14:21De waarheid aangaat ons verdorven bestaan.
1:14:23Dat kan niet zomaar één keer gezegd worden en je neemt het voor kennisgeving aan.
1:14:27Maar gemeente, dat moet erin gebeiteld worden.
1:14:30Dat moet ingekerfd worden in ons hart.
1:14:34Opdat we onze nood en ellendigheid recht en grondig kennen.
1:14:38Opdat we voor de vergeving van onze zonden de toevlucht tot de Heer Jezus Christus nemen.
1:14:44En omdat we met het oog op een heilig leven als vrucht van het werk van de Heer Jezus Christus ook tot hem de toevlucht nemen.
1:14:51Maar daartoe is het nodig dat ik weet wie ik ben.
1:14:55En dat het licht van Gods heiligheid gemeente over mijn leven strijkt.
1:15:01Als de apostel Paulus gemeente zijn brief aan de gemeente van Rome schrijft.
1:15:06En wat een kostelijke dingen schrijft hij.
1:15:09Het is voor iemand als Luther.
1:15:11Is het geweest een openbaring van wie Christus is.
1:15:14Het heil en de genade van de Heer Jezus Christus.
1:15:18Met name door het lezen van de Romeinenbrief.
1:15:22Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof.
1:15:25Hebben vrede bij God door onze Heer Jezus Christus.
1:15:29Zo is er dan nu geen verdoemenis.
1:15:31Voor degenen die in Christus Jezus zijn.
1:15:33Die niet naar het vlees wandelen.
1:15:35Maar naar de geest.
1:15:36Maar voordat de apostel dat alles schrijft.
1:15:41Hoofdstuk 1.
1:15:43En twee.
1:15:43En drie.
1:15:45Dan citeert hij de psalmen 14 en 53.
1:15:48Twee psalmen.
1:15:50En dan wijst hij erop.
1:15:51Dat de ogen van God.
1:15:54Over de mensenwereld gaan.
1:15:56Het alziend oog van de heren.
1:15:59En dat de heren ze zoekt.
1:16:01Dat de heren ze zoekt.
1:16:02Alsof hij het niet wist.
1:16:04Dat hij ze zoekt.
1:16:06Wie rechtvaardig zijn.
1:16:08Wie heilig leven.
1:16:09Wie God lief hebben.
1:16:11Wie buiten hem niet meer kunnen.
1:16:13Wie vanuit zichzelf.
1:16:15Reinheid en zuiverheid tevoorschijn brengen.
1:16:18En weet u.
1:16:19Dan is er niemand.
1:16:21Dan is er werkelijk niemand.
1:16:24Er is niemand die God zoekt.
1:16:27En als de apostelgemeente dat dan concreet gaat maken.
1:16:31Let er dan eens op.
1:16:32Let er dan eens op in Romeinen 3.
1:16:33En lees het vanavond nog maar eens.
1:16:35Met welke beelden doet hij dat?
1:16:37Dan doet hij met beelden die direct aansluiten op het derde gebod.
1:16:41Hoe dan?
1:16:43Wel.
1:16:44Hun keel.
1:16:46Is een geopend graf.
1:16:49Met hun tongen plegen ze bedrog.
1:16:54Slangenvenijn is onder hun lippen.
1:16:56Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid.
1:17:01En dan vat hij het samen.
1:17:03Op dat alle mond.
1:17:04Ook weer datzelfde beeld.
1:17:06Op dat alle mond gestopt worden.
1:17:09En de hele wereld.
1:17:12Dus ook jij.
1:17:13En ik.
1:17:14En wij allemaal.
1:17:15Op dat de hele wereld.
1:17:18Gemeente.
1:17:19Voor God verdoemelijk zij.
1:17:21Dat is het stempel dat op ons leven gezet is.
1:17:25Van nature.
1:17:25Dat is de pasfoto.
1:17:27Dat is onze identiteit van nature.
1:17:33Vandaar dit derde gebod.
1:17:36En vandaar de toespitsing in zondag 37.
1:17:41Op die woorden die uit onze mond zouden komen.
1:17:46Waarin we gemeente de brutaliteit hebben als we het verkeerd doen.
1:17:50En de vrijmoedigheid mogen hebben als we het godzalig doen.
1:17:53Om de naam van God aan te roepen.
1:17:56En hem te betrekken bij de woorden die ik spreek.
1:18:04Omdat ik gemeente.
1:18:06Omdat ik voorzichtig zal wandelen.
1:18:09En dat mijn woorden met zout besprend zijn.
1:18:14Dat er geen onreine reden.
1:18:16En onzuivere klanken uit mijn mond tevoorschijn komen.
1:18:22Want de naam van God.
1:18:24En de waarheid van God zijn heilig bij God.
1:18:30Nou zegt u, ja, ik ben het er eigenlijk wel mee eens vanavond als u dat allemaal zo zegt.
1:18:36En ja, zo is het ook wel, maar...
1:18:39Ja, dominee, maar ondertussen blijft er toch nog wel een eind bij me vandaan.
1:18:43Want ik ben geen burgemeester en ik ben helemaal niet gevraagd...
1:18:47om wethouder te worden in de gemeente en zo, dat soort dingen.
1:18:49En met de rechtbank ben ik nog niet meer in aanraking gekomen.
1:18:53Dus dat aidsweren valt in mijn leven nog wel mee.
1:18:56Dus als ik straks vertrek weer uit de kerk, nou ja, dan ben ik het er wel mee eens.
1:19:01Maar dan kan ik het eigenlijk voor kennisgeving aannemen.
1:19:04Nou, gemeente, dat vraag ik me af.
1:19:12Een aidsweren.
1:19:15Gemeente, dat doen we ook.
1:19:17En dat doen we bij uitstek.
1:19:20Niet alleen in de samenleving.
1:19:24Maar gemeente, dat doen we ook op bijzondere momenten in de kerk.
1:19:31In het midden van de gemeente.
1:19:35Wanneer tijdens een gemeenteraadsvergadering, laat ik het nog maar een keer noemen, daardoor iemand een eet moet worden afgelegd.
1:19:40Ik zei al, dan wordt op dat moment die persoon samen met de hele gemeenteraad voor Gods aangezicht gebracht.
1:19:51Maar in de kerk, jongens en meiden.
1:19:55In de kerk, broeders en zusters.
1:19:58In de kerk zijn we al samengekomen voor Gods aangezicht.
1:20:04En wanneer in de kerk, en dat gebeurt bij bijzondere gelegenheden.
1:20:09Wanneer de dienaar van het woord ons aanziet.
1:20:12En het vraagt, wat is daarop uw antwoord?
1:20:16Dan geldt gemeente ons ja-woord als een eet.
1:20:21Want onze hulp, zo beginnen we de dienst toch, onze hulp.
1:20:25En onze verwachting is van de Heere die de hemel en de aarde gemaakt heeft.
1:20:30Die trouw blijft.
1:20:32En die niet laat vaarden werken van zijn handen.
1:20:34We roepen als het ware de naam van de Heere gemeente al over ons uit.
1:20:41En in de samenkomst van de gemeente.
1:20:44Komt niet zomaar een willekeurige groep mensen samen.
1:20:47Maar komen zij samen.
1:20:49Gemeente die in
1:20:52het oordeel daar liefde zo getypeerd.
1:20:55De gemeente van Christus zijn.
1:20:59Ook als je hier nog met een onbekeerd hart en een onzuivere ziel zit.
1:21:04Dan ook.
1:21:07Dat ja-woord.
1:21:10Nou gemeente, wanneer
1:21:15we onze kinderen ten doop houden.
1:21:19Of bij het doen van openbare beleidenis.
1:21:22Of bij de bevestiging van ons huwelijk.
1:21:26Of bij de aanvaarding van een ambt.
1:21:30Het is maar een enkel woord dat van ons gevraagd wordt.
1:21:32Ja.
1:21:35Maar het is de formulering van een eed.
1:21:39Voor Gods aangezicht.
1:21:41En gemeente, nu komt het dichtbij.
1:21:43En ik betrek mezelf er ook bij.
1:21:46Zijn dan inderdaad onze eden godzalig?
1:21:54Kunnen onze ja-woorden, gemeente, voor Gods aangezicht uitgesproken?
1:21:59Kunnen zij de toets van de heiligheid en de waarheid van God doorstaan?
1:22:05Zijn ze inderdaad, zoals onze katechisme zegt, tot Gods eer en tot onze naasten heil?
1:22:14Onze ja-woorden.
1:22:16Denk er nog eens aan terug.
1:22:19Zoek nog eens die momenten op.
1:22:20In je geheugen.
1:22:22In je herinnering.
1:22:24Toen je op een plechtig moment hier stond.
1:22:27En het werd gevraagd.
1:22:29Wat is daarop uw antwoord?
1:22:31Gemeente we mogen ten aanzien van deze ja-woorden.
1:22:34Mogen we de heren wel bidden.
1:22:36Doorgrond mij o God.
1:22:38En ken mijn hart.
1:22:41Beproef mij.
1:22:42En ken mijn gedachten.
1:22:44Zie.
1:22:45Of er bij mij een schadelijke weg is.
1:22:48En leidt mij heren op uw weg.
1:22:51Gij zult.
1:22:52En daar hadden die ouden dan wel gelijk in.
1:22:54Gij zult den heren uw eden houden.
1:22:58Want onze jaworen zijn opgeklommen tot in de hemel.
1:23:03Zullen we eens nog even langs gaan.
1:23:05Heel kort.
1:23:06De doopbelofte.
1:23:08Gemeente.
1:23:10Aangaande je kinderen.
1:23:12Waarin je beloofd hebt.
1:23:14Om je kinderen voor te leven.
1:23:16En voor te bidden.
1:23:18In de vrezen des heren.
1:23:20Ze bij de hand te nemen.
1:23:23Omdat je eigen leven een voorbeeld zal zijn.
1:23:25Wat het betekent.
1:23:27Om niet zonder de heren je weg te gaan.
1:23:31Hoe is.
1:23:32Hoe was.
1:23:33De opvoeding.
1:23:35Is het een opvoeding in afhankelijkheid van de heren.
1:23:38Of met alle lek en gebrek.
1:23:40En ik weet er zelf ook wel van.
1:23:43En ik zie het om me heen.
1:23:45En wat heb ik situaties meegemaakt gemeente.
1:23:48In mijn pastorale bezoeken.
1:23:50Wanneer de kinderen zeker bij het ouder worden afdwalen.
1:23:56En niet voor elke stap die je kinderen zetten.
1:23:58Ben je als ouders direct verantwoordelijk.
1:24:01Maar voel het maar wel zo.
1:24:03Heb je er echt alles aan gedaan.
1:24:06Om ze bij de dienst van de heren te bewaren.
1:24:09En was er, is er in je gezin.
1:24:12Een zodanig klimaat.
1:24:14Een godvruchtig, een godvrezend klimaat.
1:24:16Dat je gezin als het ware een klein kerkje is.
1:24:19Waarin de heren gediend wordt.
1:24:22In het samen bidden.
1:24:24In het samen spreken.
1:24:27In het samen lezen.
1:24:29In het samen zingen.
1:24:31En
1:24:33je kinderen ken je.
1:24:34Je kinderen ken je.
1:24:36We hebben ons ja-woord vooruitgesproken.
1:24:41En de openbare beleidenis.
1:24:44Toen we met zoveel woorden zeiden te midden van de kerk.
1:24:48Dat de Heer het waard is dat we hem dienen.
1:24:51Om hem aan te hangen.
1:24:53Te betrouwen.
1:24:54En lief te hebben.
1:24:56En dat van ganse harten.
1:24:59Of was het gemeente maar een formaliteit?
1:25:01En je denkt er misschien nog wel eens aan terug.
1:25:04En misschien denk je ook nog wel terug met Heimwee aan de ontvankelijkheid van je jeugdige jaren toen er nog indrukken waren.
1:25:12Maar inmiddels is het wel dertig jaar geleden.
1:25:15En het heeft totaal geen rol meegespeeld sindsdien.
1:25:21En als je op dat moment, gemeente, ik zal dat verder niet nadrukkelijk uitwerken.
1:25:26Er is toch wel een relatie tussen het doen van openbare beleidnis en het aangaan aan de tafel des Heeren.
1:25:33Hoewel dat geen automatisme is, maar toch is dat een zaak van worsteling geweest en geworden.
1:25:39Want je hebt ja gezegd.
1:25:45En in het ambt, broeders, in het ambt.
1:25:48En daarmee spreek ik ook tot mezelf.
1:25:51En vanmorgen haalt het al een ogenblik aan.
1:25:54Dat angstdragers zonden doen.
1:25:57En overtredingen tonen.
1:26:01Die de gemeente niet doet.
1:26:03Dat mag wegen.
1:26:05Zijn we werkelijk zo ijverig.
1:26:07Voor de dienst van God.
1:26:10Dat we met hart en ziel.
1:26:12Daarin de heren bedoelen.
1:26:13Nou gemeente hoe dan ook.
1:26:18Je zegt wie kan dan ja zeggen.
1:26:21Wie kan dan die eet doen.
1:26:24Nou biddend.
1:26:26Biddend mag je het doen gemeente.
1:26:29En als we terugzien, en als ik terugzie, dan zinkt me de moed in de schoenen.
1:26:36En dan moet ik zeggen, wat heb ik ervan terechtgebracht?
1:26:41We zongen die twee psalmen, hè?
1:26:43Psalm 24 en Psalm 15.
1:26:47Hebt u de overeenkomst bemerkt tussen die twee psalmen?
1:26:52Wie klimt de berg des Heren op?
1:26:54Dat betekent, wie kan voor God staan?
1:26:58Wie behoort hem toe?
1:27:00Wie zal die Godgeweide top voor het oog van Sions God betreden?
1:27:04Wie?
1:27:06Het antwoord hebben we ook gezongen.
1:27:09De man, de vrouw, die rein van hart en hand zich niet aan ijdelheid verpandt.
1:27:17En geen bedrog is in zijn eden.
1:27:20Ook de eden hiervoor in de kerk.
1:27:24En die andere psalm, ook een vraag.
1:27:27Dezelfde vraag.
1:27:28Heren, wie zal verkeren in uw tent?
1:27:32Wie zal wonen op de berg van uw heiligheid?
1:27:35Wie kan bij God verkeren?
1:27:37Wie?
1:27:37Ja, die oprecht wandelt en die gerechtigheid werkt.
1:27:41En die met zijn hart de waarheid spreekt.
1:27:44Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid.
1:27:49Dan kan het niet meer.
1:27:54Dan is er zoveel reden om de heren mijn schuld en mijn tekort te beleiden.
1:27:58En dan ook nog te bedenken gemeente.
1:28:01En dan ook nog te bedenken.
1:28:03Dat bij de overtreding ook van dit derde gebod het geld.
1:28:08Vervloekt.
1:28:10Vervloekt is een ieder.
1:28:11Die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet.
1:28:15Om dat te doen.
1:28:19Moet ik nou amen zeggen?
1:28:21Nee ik zeg nog geen amen.
1:28:23Het gaat wel op schieten.
1:28:25Maar dan mag ik herinneren gemeente.
1:28:27En u bent me misschien al voor.
1:28:29En laat het een zaak van uw hart zijn.
1:28:32Waar u de hoop bij alle erkenning van schuld en zonde mag beleiden.
1:28:39Nu ligt de grondslaggemeente van die eed niet in mij.
1:28:45Maar in hem, van wie het wel geldt.
1:28:48Dat hij geen onrecht gedaan heeft.
1:28:51En er is geen bedrog in zijn mond geweest.
1:28:55Het behaagde de heren hem te verbreizelen.
1:28:58Hij heeft hem krank, heeft hem ziek gemaakt.
1:29:01Maar het welbehagen van de heren is door zijn hand gelukkig voortgegaan.
1:29:08En daarom, in de beleidenis van onze schuld, in de erkenning van ons tekort, is het de Heer Jezus die het zegt.
1:29:17Al wat ge de Vader bidden zult in mijn naam, dat zal hij u geven.
1:29:23En gemeente, dan mag het gaan gelden.
1:29:26Dan mag het gaan gelden.
1:29:28Dat
1:29:30laatste vers.
1:29:32Wat we in Matthäus 5 hebben gelezen.
1:29:36En als we het letterlijk nemen, dan schrikken we.
1:29:40Wees dan, gij lieden volmaakt.
1:29:43Gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is.
1:29:49Volmaakt?
1:29:49Ik volmaakt?
1:29:52Nee, mezelf niet.
1:29:54Nooit en ten nimmer.
1:29:55In deze bedeling in geen enkel opzicht.
1:29:57Zelfs de apostel Paulus moet het zeggen.
1:29:59Het goede dat ik wil, dat doe ik niet.
1:30:01En het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.
1:30:03En wat uit mijn mond voortkomt.
1:30:05Ach.
1:30:06Ik struikel in vele dingen.
1:30:09Maar dan toch.
1:30:10Maar dan toch.
1:30:12Wanneer we.
1:30:13En daar ga ik nog verder niet op in.
1:30:15In de weg waarin.
1:30:16Maar daar zijn weer andere preken voor.
1:30:18Maar als ik nog mag schuilen bij hem.
1:30:20De toevlucht mag nemen.
1:30:22Tot hem.
1:30:23Die zijn armen uitbreidt.
1:30:26En die het zegt.
1:30:27Kom dan maar tot mij.
1:30:28Kom herwaarts tot mij.
1:30:30Als je vermoeid en belast bent.
1:30:33Wanneer je zucht.
1:30:34Zucht vanwege je onvolkomenheid.
1:30:36Ook vanwege de dingen die uit mijn mond zijn voortgekomen.
1:30:40En als je bij hem mag schuilen.
1:30:42Weet u.
1:30:44Het is een woord van Koolbrugge.
1:30:46Dan zegt de Heer.
1:30:49Zoals ge zijt.
1:30:51Zo zijt ge mij heilig.
1:30:54Het zijn maar enkele woorden.
1:30:56Maar gemeente het is een diep geheim.
1:30:58Zoals gij zijt.
1:31:00Zo zijt ge mij heilig.
1:31:02Hoe dan?
1:31:03Wel.
1:31:04Moede kom ik.
1:31:06Arm en naakt.
1:31:09Als een leugenspreker.
1:31:11Als een eetverbreker.
1:31:14Moede kom ik.
1:31:15Arm en naakt.
1:31:17Tot de God die zalig maakt.
1:31:21En dan kom ik met tranen bij hem aan.
1:31:24In mijn zuchten en mijn zorgen niet verborgen.
1:31:27Daar hij alles ziet en weet.
1:31:30En dan wil hij mij overkleden.
1:31:32Met zijn gerechtigheid en zijn heiligheid.
1:31:35En dan hou ik niks anders over gemeente.
1:31:38Dan dit.
1:31:40Ook in de confrontatie met dit derde gebod.
1:31:44De heren wilden op mijn kermen.
1:31:48Zich over mij ontfermen.
1:31:50Hij heeft mijn stem gehoord.
1:31:53De heren wilden op mij smeken.
1:31:56Geen hulp mij doen ontbreken.
1:31:58Weet u het geheim?
1:32:00Hij.
1:32:00Hij.
1:32:01Hij.
1:32:02Hij houdt trouw.
1:32:05Zijn woord.
1:32:07Amen.
1:32:08We
1:32:09[GEZANG]
1:35:54zullen de heren danken en bidden, gemeente.
1:36:00Heren, laat het ons een wonder zijn.
1:36:02We zijn er vanmorgen mee begonnen.
1:36:04Over het wonder.
1:36:06Maar is dit geen wonder, heren?
1:36:09Dat u hoort naar de stem van één...
1:36:13uit wiens mond woorden kwamen...
1:36:17vol onzuiverheid en oprechtheid.
1:36:20En zelfs in het kermen en roepen, heren, moeten
1:36:25onze woorden nog gereinigd worden.
1:36:27En onze tranen moeten nog gewassen worden.
1:36:30En het kan alleen en het zal alleen door het alles reinigend en alles heiligend bloed van uw geliefde Zoon, de Heer Jezus Christus.
1:36:41Geef ons vanwege ons vleeselijk bestaan, heren, maar een welbehagen in Hem.
1:36:49In hem tot wie we roepen mogen.
1:36:51Ik laat u niet los.
1:36:53Tenzij u mij zegent en heiligt.
1:36:56En de vernieuwende kracht van uw genade.
1:36:59In mijn hart en leven doet blijken.
1:37:02Heren.
1:37:02Dat is tot eer van uw naam.
1:37:05We danken u voor dit stille uur.
1:37:07Het was een onderwerp heren.
1:37:10Waarvan we in eerste instantie zouden dachten.
1:37:12Zouden denken.
1:37:13En heren het geldt ook de dienaar.
1:37:16Om daarover te preken.
1:37:17Dan kies ik liever een andere stof.
1:37:20Maar wanneer u heren de zaken vult.
1:37:22En er zicht op geeft.
1:37:24Dan ligt er evangelie.
1:37:26In uw gebod.
1:37:28Want al uw geboden.
1:37:30Heren ze zijn vervuld.
1:37:31Door de heren Jezus Christus.
1:37:34Door hem.
1:37:35En door hem alleen.
1:37:36En u mag uw kerk leven.
1:37:37Van de gaven en de zegeningen.
1:37:39Die bij hem voorhanden zijn.
1:37:41En die de heilige geest uit hem neemt.
1:37:44En ze genadig schenkt in mijn leven.
1:37:48Gedenk ons in deze nieuw begonnen week.
1:37:51Wees met de zendingsavond, heren.
1:37:53Geef dat er een goede opkomst mag zijn.
1:37:55En dat er een goed meeleven, een biddend meeleven mag zijn.
1:37:58Met het werk wat elders gebeurt.
1:38:01Gedenk ons deze hele week.
1:38:03In alle taken en roepingen.
1:38:05Of wanneer we niet anders hebben te doen dan thuis te zitten.
1:38:09Of misschien om bed te liggen.
1:38:11Vanwege de zwakheid van ons leven.
1:38:13Heren, als u er wilt zijn.
1:38:15Dan is zelfs die plaats tot een heiligdom gemaakt.
1:38:20Laten we zo mogen leven.
1:38:22Onder uw zegenende handen.
1:38:24Geleid ons leven jongeren en ouderen.
1:38:26En wilt u ons uw genade betonen.
1:38:29Ook door de dienst van het woord.
1:38:31We bidden het.
1:38:32Om Jezus wil.
1:38:34Amen.
1:38:38We zingen gemiddeld tenslotte.
1:38:39Het laatste vers van de berijming van de tien geboden.
1:38:43Verhef
1:38:44[GEZANG]
1:40:34gemeente uw harten biddend tot God.
1:40:37Ontvang zijn zegen en ga heen in vrede.
1:40:40De
1:40:42genade van de Heer Jezus Christus.
1:40:46En de liefde van God.
1:40:48En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:40:52Zij met u allen.
1:40:55Amen.
1:40:56[GEZANG]