Handelingen 9: 26 en 27; Barnabas, de zoon der vertroosting

zondag 21 juni 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. J.M.J. Kieviet · 105 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:45Gemeente, een enkele mededeling vooraf namens uw kerkraad.

10:50Aanstaande woensdagavond, 24 juni, zal er voor de gemeente een zendingsavond worden gehouden.

10:57Op deze avond hoopt Jantina Boucourt, die zoals u weet met haar man en kinderen een aantal weken in het midden van de gemeente is, een presentatie houden over haar werk voor Kimon

11:09in Roemenië.

11:12Die avond begint om kwart voor acht.

11:15En de gemeente wordt van harte verwacht.

11:18Het geldt zo de heren wil en wij leven.

11:22Gemeente in de dienst der opverhanden die in het midden van deze dienst zal worden gehouden.

11:27Mag u graven geven.

11:29Allereerst voor het voortgezet onderwijs in Balawi.

11:32Voor de kerkvolgdij en voor de aflossing van de kerk.

11:37En deze collecten worden hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.

11:42Tot zover gemeente deze mededelingen.

11:45vooraf.

11:46Wij verheffen nu onze harten tot God.

11:52Onze hulp en onze verwachting is in de naam van de Heren, Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw blijft van geslacht tot geslacht, ja,

12:05tot in eeuwigheid en die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

12:11Amen.

12:12Geliefde gemeente, genade.

12:16Barmhartigheid en vrede zij u van God de Vader, door Christus Jezus de Heere, in de gemeenschap van de Heilige Geest.

12:25Amen.

12:31Nu zal mijn ziel, nu zullen al mijn zinnen, o God mijn sterkte, u hartelijk beminnen.

12:38We zingen gemeente bij de aanvang van deze dienst, Psalm 18, de voorzang en het eerste couplet.

12:45Psalm 18, voorzang en vers 1.

12:48[GEZANG]

17:24Wij zingen gemeente van deze psalm ook het achtste vers.

17:27En we zullen dat doen nadat we eerbiedig luisteren naar de woorden van Gods heilige wet.

17:36God sprak al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

17:47Ge zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

17:51Ge zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken.

17:55Van hetgeen boven in de hemel is.

17:58Nog van hetgeen onder op de aarde is.

18:01Nog van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

18:04Ge zult u voor die niet buigen.

18:06Nog hen dienen.

18:08Want ik de heren uw God.

18:10Ik ben een naijverig God.

18:12Die de misdaad der vaderen bezoek.

18:15Aan de kinderen.

18:16Aan het derde en het vierde lid.

18:18Degene die mij haten.

18:20En ik doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.

18:27Ge zult de naam van de Heere uw God niet ijdel gebruiken, want de Heere zal niet ons schuldig houden die zijn naam ijdel het gebruikt.

18:36Gedenk de Sabbatdag dat ge die heiligt.

18:39Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat van de Heere uw God.

18:46Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

18:56Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat erin is.

19:02En in ruste op de zevende dag.

19:05Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde die.

19:10Eerd uw vader en uw moeder.

19:15Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Heere uw God u geeft.

19:20Gezult niet doodslaan.

19:22Gezult niet echtbreken.

19:25Gezult niet stelen.

19:27Gezult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

19:30Gij zult niet begeren uw naaste huis.

19:33Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

19:37Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd.

19:40Nog zijn os, nog zijn ezel.

19:43Nog iets.

19:45Wat van u naast is.

19:47Wij

19:48[GEZANG]

22:23lezen gemeente nu de heilige schrift.

22:25We doen dat vanmorgen op twee plaatsen.

22:29Beide in het nieuwe testament.

22:32We beginnen bij een gedeelte uit het boek van de handelingen der apostelen.

22:36Hoofdstuk 9 de versen 10 tot en met 31.

22:40En straks een klein gedeelte uit Paulus brief aan de gemeente in Galatie.

22:45Maar allereerst handelingen 9 vanaf vers 10.

22:54En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias.

22:59En de heren zei tot hem in het gezicht, Ananias.

23:04En hij zei, zie, hier ben ik, heren.

23:10En de heren zei tot hem, sta op en ga in de straat genaamd de rechten en vraag in het huis van Judas naar een met name Saulus van Tarzen,

23:23want zie.

23:25Hij bid.

23:27En hij heeft in een gezicht gezien.

23:29Dat een man met name Ananias inkwam.

23:32En hem de hand oplegde.

23:35Opdat hij wederom ziende werd.

23:38En Ananias antwoordde.

23:40Heren.

23:40Ik heb uit velen gehoord van deze man.

23:43Hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft.

23:47En heeft hier macht van de overpriesters.

23:50Om te binden allen die uw naam aanroepen.

23:54Maar de heren zei tot hem.

23:56Ga heen.

23:57Want deze is mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen voor de heidenen en de koningen en de kinderen Israëls.

24:07Want ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet om mijn naam.

24:13En Ananias ging heen en kwam in het huis.

24:17En de handen op hem leggende zeide hij, Sal, broeder, de Heere heeft mij gezonden.

24:26Jezus die u verschenen is op de weg die gekwaamt.

24:30Omdat ge weerziende en met de heilige geest vervuld zou worden.

24:35En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen.

24:39En hij werd terstond wederomziende.

24:41En stond op.

24:43En werd gedoopt.

24:45En toen hij spijzen genomen had werd hij versterkt.

24:48En Saulus was sommige dagen bij de discipelen die te Damaskus waren.

24:54En hij predikte terstond Christus in de synagogen.

24:58Dat hij de zoon van God is.

25:01En ze ontzetten zich allen die het hoorden.

25:04En zeiden.

25:05Is deze niet degene die te Jeruzalem verstoorde.

25:09Wie deze naam aanriepen.

25:11En die daarom hier gekomen is.

25:13Omdat hij dezelfde gebonden zou brengen tot de overpriesters.

25:18Maar Saulus werd meer en meer bekrachtigd.

25:21En overtuigde de joden die te Damaskus woonden.

25:24Bewijzende.

25:26dat deze de Christus is.

25:29En toen veel dagen verlopen waren...

25:31zo hielden de Joden tezamen raad om hem te doden.

25:35Maar hun lagen werd Saulus bekend...

25:38en ze bewaarden de poorten...

25:40beide desdaags en desnachts...

25:42omdat ze hem doden mochten.

25:45Doch de discipelen namen hem desnachts...

25:47en lieten hem neer door de muur...

25:49hem aflatende in een mand.

25:53Saulus nu...

25:54te Jeruzalem gekomen zijnde...

25:57Poogde zich bij de discipelen te voegen.

25:59Maar zij vreesden hem allen.

26:01Niet gelovende dat hij een discipel was.

26:06Maar Barnabas.

26:08Hem tot zich nemende.

26:10Leidde hem tot de apostelen.

26:12En verhaalde hun.

26:13Hoe hij op de weg de heren gezien had.

26:16En dat hij tot hem gesproken had.

26:18En hoe hij te Damaskus vrijmoedig gesproken had.

26:21In de naam van Jezus.

26:24En hij was met hen ingaande.

26:26En uitgaande te Jeruzalem.

26:29En vrijmoedig sprekende in de naam van de Heer Jezus.

26:33Sprak hij ook.

26:34En handelde tegen de Griekse Joden.

26:37Maar deze trachten hem te doden.

26:40Toch de broeders dit verstaande.

26:42Geleiden hem tot Caesarea.

26:44En zonden hem af naar Tarzan.

26:47De gemeenten dan.

26:49Door geheel Judea en Galilea en Samaria.

26:54Hadden vrede.

26:56En werden gesticht.

26:59En wandelende in de vrezen des heren.

27:02En de vertroosting van de heilige geest.

27:06Werden vermenigvuldigd.

27:10Dat was het gedeelte uit de handelingen der apostelengemeente.

27:13En nu uit de brief van Paulus aan de gelaten.

27:16Hoofdstuk 1.

27:17Wij lezen de versen 13 tot en met 24.

27:22Gelaten 1 vanaf vers 13.

27:29Want gij hebt mijn omgang gehoord.

27:31Die eer tijds in het jodendom was.

27:34Dat ik uitnemend zeer de gemeente gods vervolgde.

27:40En dezelfde verwoeste.

27:42En

27:45dat ik in het jodendom toen aan boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht.

27:50Zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen.

27:56Maar wanneer het gode behaagd heeft.

28:01Die mij van mijn moederslijf aan afgezonderd heeft.

28:06En geroepen door zijn genade.

28:09Zijn zoon in mij te openbaren.

28:12Opdat ik dezelfde door het evangelie onder de heide zou verkondigen.

28:17Zo ben ik terstond niet te raden gegaan met vlees en bloed.

28:23En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem.

28:26Tot degene die voor mij apostelen waren.

28:30Maar ik ging heen naar Arabië.

28:33En keden wederom naar Damaskus.

28:35Daarna kwam ik.

28:38Na drie jaren weder te Jeruzalem.

28:41Om Petrus te bezoeken.

28:43En ik bleef bij hem.

28:46Vijftien dagen.

28:48En ik zag geen ander van de apostelen.

28:51Dan Jacobus.

28:52De broeder des heren.

28:55Hetgeen nu ik u schrijf.

28:58Ziet.

28:59Ik getuig voor God.

29:01Dat ik niet lieg.

29:04Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrië en van Cilicië.

29:08En ik was van aangezicht onbekend aan de gemeenten in Judea die in Christus zijn.

29:15Maar ze hadden alleen gehoord dat men zei, degene die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, het welk hij eertijds verwoestte.

29:26En ze verheerlijkten God in mij.

29:33Al dus gemeent het getuigenis van de apostel.

29:37We zullen nu samen bidden en de heren eerbiedig vragen gemeente om een zegen in deze onze eredienst.

29:46Wij doen gemeente

29:48voorbeden voor onze 19-jarige Nadine Grinwis van de Volgerblok 18.

29:57Die morgen in het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam een ingrijpende open hart operatie moet ondergaan.

30:07En op dit moment is ze al onderweg naar het EMC.

30:12Of wellicht daar inmiddels al gearriveerd.

30:16We dragen haar en die bij haar horen aan de heren op.

30:20En wat we gemeente zojuist al hoorden en wat u wellicht al wist.

30:24We danken met en voor Jantina.

30:27Jantina Boucourt Mastenbroek.

30:29Met haar man en haar kinderen.

30:32Ze mochten veilig in Oudorp aankomen.

30:37Voor een verlofperiode.

30:40Zoeken we gemeente.

30:41Het heilig aangezicht.

30:44Van de heren.

30:51Lieve heren we mogen er wel jaloers op zijn.

30:54Jaloers op de gemeenten over wie we lazen.

30:57De gemeenten in Judea.

31:01En ook zelfs in Galilea.

31:03In het Galilea der heidenen.

31:06En zelfs in Samaria heren.

31:09We mogen er wel jaloers op zijn.

31:12Want die gemeenten.

31:13Die hadden vrede.

31:16En heren, de wijzer op het hier staat.

31:19Daaruit mogen we afleiden dat ze kennis hadden aan die vrede die alle verstand te boven gaat.

31:26Die vrede die afdaalt van u.

31:30Die verworven is door de Heer Jezus Christus.

31:34Die haar grondslag heeft in het eeuwig welbehagen van u.

31:38O grote en eeuwige en heilige God.

31:41En die door de heilige geest geschonken wordt.

31:45De gemeenten hadden vrede.

31:48Er was een band met u gelegd, heren.

31:51En ze riepen u aan.

31:53En ze dankten u voor zulke weldaad.

31:57En zo hadden ze ook vrede onderling.

32:00Het kan niet anders.

32:02Want het een volgt uit het ander.

32:05Waar een mens door genade mag leven, heren.

32:08En de stille vrede is in zijn hart gelegd.

32:11Dan zal hij geen ruzie zoeken met zijn buren.

32:14En met de andere gemeenteleden.

32:16Ze hadden vrede.

32:18En ze werden gesticht.

32:20Dat is immers.

32:22Ze werden gebouwd.

32:24Gefundeerd.

32:25Op de enige grondslag van genade en zaligheid.

32:30Gelegd in het bloed van de Heer Jezus Christus.

32:33Ze werden gesticht.

32:35Het stond oprecht.

32:37En waarheid pal.

32:39Als op onreekbare steunpilaren.

32:43En heren dan kan het niet anders.

32:45Dan wordt het zichtbaar in de vruchten.

32:47Want ze wandelden in de vrezen des heren.

32:51We mogen er wel jaloers op zijn.

32:53Dat getuigenis dat geschonken werd.

32:56En dat in een periode dat de gemeente vervolgd werd.

32:59En dat het allemaal niet vanzelfsprekend was.

33:03Maar ze mochten leven.

33:05In de eerste stille blijken van uw liefde.

33:08En uw genade.

33:11En wij heren.

33:13Vanmorgen samengekomen.

33:16In het ons welbekende kerkgebouw met zoveelen.

33:21Samengekomen heren om de psalmen te zingen.

33:23Om onze gaven te geven.

33:24Om de schriften te lezen.

33:26En in de verkondiging van het woord heren uw stem te vernemen.

33:31En nu bidden we genadige en barmhartige God.

33:36Of u dat wilt doen.

33:38Of u dat genadig wilt schenken heren.

33:41Het is heel wat.

33:43Om te verkeren, heren, onder de prediking van uw woord.

33:46Van wet en evangelie.

33:48Van roeping en belofte.

33:51We hebben uw wet vernomen, heren, vanmorgen.

33:54U, die het ooit hebt gesproken.

33:58Met de machtige tekenen van donder en bliksem.

34:01Mijn heren, in de afgelopen week hebben we die stem ook vernomen.

34:05De stem in de natuur, heren.

34:08Nog gepaard met grote hoosbuien.

34:11Godsprak.

34:12Geef dat we er stil van worden.

34:16U spreekt, Heren, ook in de dingen van de natuur.

34:20En dat we vandaag weer, als u het geeft, een zonnige dag mogen ontvangen.

34:24Ook daarin blijken de gunsten en de trouw van u, Heren, jegens ons.

34:30Die het beloofd hebt dat deze wereld niet meer door water zal vergaan.

34:35Maar dat de seizoenen elkaar zullen opvolgen.

34:38En dat u daarin uw gunst en zegen wil betonen.

34:42Maar laten dan de stromen van uw geest, heren, ons deel mogen zijn.

34:47U, die

34:49de akkers dorstig maakt.

34:52En die de harten dorstig maakt.

34:55Heren, die met de ploeg van uw wet door de akker van ons leven heen gaat.

35:02Omdat er plaats zal komen voor het werken voor de genade van de Heer Jezus Christus.

35:08Heren, we zullen vanmorgen vernemen over twee mensen.

35:12En een van hen was Saulus.

35:15Saulus van Tarzen, die

35:18erop gericht was om de gemeente te vervolgen.

35:21Die vurig en ijverig was om uw weg en uw werk te verstoren.

35:26En degene die uw naam leerde beleiden te binden en in de gevangenis te werpen.

35:32Maar u maakte van hem een verwoede vijand tegen u.

35:37U maakte van hem heren een die op zijn knieën terecht kwam.

35:42En die het ging smeken en roepen.

35:45Als een mens zonder rechten.

35:47Als een, heren, die het verdiend had om voor eeuwig in de duisternis onder te gaan.

35:53Het licht van zijn ogen was van hem weggenomen.

35:57En het wees heen, heren, daar heen dat hij een blind mens was geweest.

36:02Maar ondanks zijn blindheid gaf u hem geestelijke ogen, heren, om op u te zien en tot u te roepen.

36:10Heren, u wilt u werken op deze wijze en op andere wijze.

36:14Dat leggen we bij u.

36:16Ook vanmorgen.

36:17Maar als het levende en levenmakende woord mag klinken, heren.

36:22Laat het dan toch mogen geschieden.

36:24Doden zullen horen de stem van de Zoon van God.

36:28En die horen, die zullen leven.

36:31Wilt u zo afdalen tot in ons midden, heren.

36:34De jongeren en de ouderen.

36:38Onze jongeren, heren.

36:40Die onder zoveel verleiding opgroeien.

36:44Oud dorp is geen besloten gemeenschap meer.

36:48Maar wanneer in de komende dagen, heren, het gedrens en het gedreun van de Brouwersdam, van het concert, het zie, ook tot hier in

37:00het dorp zullen doordringen.

37:03Geef, heren, dat we ons ervan afwenden.

37:06En dat ook onze jongeren niet daarheen trekken.

37:09En de ouderen nog minder, heren.

37:11Maar dat we weten.

37:14Dat al dat gefeest en al dat gejoel en al dat beweeg uit

37:21de duisternis komt.

37:22En wanneer wij, heren, ons daarmee inlaten.

37:26Dat we een stap in de richting van die duisternis doen.

37:30Heren, geef onze jongeren liefde tot uw dienst en tot uw naam.

37:35En dat ze u zullen zoeken en u nodig hebben.

37:39Voor hun lichaam en voor hun ziel.

37:43Voor de tijd.

37:45En voor de eeuwigheid.

37:48Heren, we bidden u voor onze nadienen.

37:50Wat heeft ze al veel meegemaakt.

37:53Zij en ook de anderen die door het gezin waartoe ze behoort, eveneens.

37:58En u in de komende dagen, morgen heel in het bijzonder, die aangrijpende operatie, heren.

38:06Die nodig is, omdat er rond haar hart zoveel is wat niet goed functioneert.

38:13Dat er een ingreep nodig is.

38:16We danken u heren voor de mogelijkheden die er heden zijn.

38:20Wilt u meegaan heren.

38:21Wilt u meegaan de operatiezaal in.

38:24Wilt u de handen van de artsen besturen.

38:28En wilt u ook in haar hart voorafgaande aan

38:34de operatie.

38:35Wilt u in haar hart het vertrouwen geven op u heren.

38:38Zoals ze dat ook beleden heeft.

38:40Dat ze maar door één geholpen kan worden.

38:43En dat u dat bent.

38:45En dat u de almachtige en de getrouwe God bent.

38:48Die ook van haar en van haar ouders.

38:51En van de anderen van het gezin af weet.

38:53Zo bidden we.

38:55Of u het nog wel wil maken.

38:57Heren we moeten leven van het wonder.

38:59Wilt u het geven.

39:00Dat het ook in haar leven mag blijken.

39:03Voor ziel en lichaam.

39:08We bidden u voor Jantina en haar man.

39:10En voor de kinderen.

39:12Die in Oudorp mochten aankomen.

39:15De gemeente door wie ze zijn uitgezonden.

39:19Om in Roemenië het kinderevangelisatiewerk te doen.

39:24Even tot zichzelf komen.

39:26Even ook weer bij familie en vrienden.

39:29En in deze Nieuwbegonnen Week straks op woensdag.

39:33Om het met de gemeente te delen.

39:35We danken u heren dat u het in haar en in hun hart gaf.

39:39Om dit gewichtige werk te doen.

39:41Om aan kinderen in Roemenië te vertellen.

39:45Dat er een Heer Jezus is.

39:47Die de kinderen tot zich roept.

39:50En die het zegt laat ze toch tot mij komen.

39:53Verhinder ze toch niet.

39:55Want heel in het bijzonder is het koninkrijk der hemelen voor hen.

39:59Wilt u sterkte en kracht geven in het werk.

40:01En wanneer ze en zij met elkaar energie mogen ontvangen.

40:06Ook in deze weken die u ze geeft.

40:10Wilt u dan geven dat ze straks weer gesterkt terug mogen gaan.

40:14Om het vervolg van het werk op te nemen.

40:16Zo wacht het op u heren.

40:18Ook in deze eredienst.

40:19Zie in uw gunst op ons neer.

40:22Wilt u een stem geven om te spreken.

40:24Een bewogenheid van het hart.

40:27En luisterende harten.

40:29Heren.

40:30Omdat we uw woord zullen verstaan.

40:32En omdat we daarin uw stem zullen vernemen.

40:35Onthoud ons uw heilige geest niet.

40:37En verhoor ons in uw genade.

40:40We vragen het eerbiedig.

40:41Om Jezus wil.

40:43Amen.

40:44We

40:50gaan gemeente opnieuw zingen.

40:51We doen dat met Psalm 25 vers 3 en 4.

40:56Psalm 25 vers 3 en 4.

40:59Straks na het amen van de prediking.

41:01Psalm 66 vers 8 en 9.

41:04Nu 25 vers 3 en 4.

41:07[GEZANG]

49:37Gemeente het uitgangspunt voor de prediking van morgen.

49:41Lezen we in handelingen 9.

49:44En daarvan de versen 26 en 27.

49:48Handelingen 9, vers 26 en 27.

49:52Dan lezen we, Saulus nu, te

49:57Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen.

50:04Maar ze vreesden hem, allen, niet gelovende dat hij een discipel was.

50:13Maar Barnabas?

50:17Hem tot zich nemende leidde hem tot de apostelen.

50:21En verhaalde hun.

50:23Hoe hij op de weg de heren gezien had.

50:26En dat hij.

50:27De heer Jezus.

50:29Tot hem.

50:30Tot Saulus gesproken had.

50:32En hoe hij te Damaskus vrijmoedig gesproken had.

50:37In de naam.

50:39Van Jezus.

50:44Geliefde gemeente.

50:46Jongens en meisjes.

50:49Kent u.

50:52Ken jij.

50:54De heren.

50:57Als de God die wonderen doet.

51:02Heb jij hem door genade mogen leren kennen.

51:08Als die God die aanbiddelijk is in zijn wegen.

51:12Die wonderlijke wegen gaat met een mensenkind.

51:17En die zalig maakt.

51:20Die zalig maakt.

51:22Mensen die het niet zijn.

51:27Dat is een wonder.

51:30Gemeente we mogen wel zeggen dat het is.

51:32Bijkans het allergrootste wonder.

51:34God verandert mensen.

51:37En

51:39niet slechts aan de buitenkant.

51:41Dat ook.

51:42Maar

51:43van binnen.

51:44En

51:47wat er dan aan de buitenkant gebeurt.

51:49Is daarvan de vrucht.

51:52Gemeente de Bijbel.

51:54Gods heilig woord.

51:56Staat er vol van.

51:59Neem nu.

52:01Neem nu Saulus.

52:02Bekend voorbeeld natuurlijk.

52:04Misschien wel het meest aangehaalde voorbeeld.

52:08Van een aangrijpende bekering.

52:11Die de heren in het hart.

52:13Van een vijand van hem en van de heren Jezus Christus voltrekt.

52:17Saulus.

52:20Lezen gemeente aan het begin van het hoofdstuk.

52:23Handelingen 9.

52:24Saulus.

52:25Blazende dreiging en moord tegen de discipelen des heren.

52:31Ging naar de hoge priester.

52:33En ging op pad.

52:35Om dreiging en moord.

52:37Daar in Damaskus.

52:39In concreetheid.

52:41te realiseren.

52:43Maar God belettet hem.

52:46Voordat hij Damaskus bereikt heeft, gemeente...

52:49zet God hem de voet dwars.

52:52Het was tot hiertoe en niet verder.

52:57En gemeente, toen was het gedaan.

53:01Toen was het gedaan met zijn boze plannen...

53:04en met zijn fanatieke godsdienstijver van deze Saulus.

53:09Deze naar eigen gedachten.

53:13Frome, voorbeeldige, schriftgeleerde man.

53:18Wiens wijsheid echte dwaasheid was.

53:21En wiens ijveren naar de dood had gevoerd.

53:25En de Heer Jezus zegt, het is gedaan met jou, Saulus.

53:31In al je eigen gerechtigheid.

53:34En gemeente, dan mag het alleen maar een wonder heten.

53:38Dat de heren niet helemaal een eind aan hem heeft gemaakt.

53:43Nee, integendeel.

53:44De heren heeft in zijn oneindige ontferming gemeente iets anders met deze Saulus voor.

53:51Hij is, en dat lazen we.

53:54Hij is bij de heren een uitverkoren vat.

54:00Om de naam van de heren Jezus uit te dragen aan Israël en aan de heidenen.

54:07Gemeente, we komen hem tegen hier in handelingen 9.

54:11Het overgrote gedeelte van dat hoofdstuk, althans het begin daarvan, is aan hem en wat hem wedervaart gewijd.

54:21Maar dan komen we ook nog een andere man tegen.

54:24Zijn naam is Barnabas, zoon der vertroosting.

54:29Over hem gemeente wordt een enkel hoofdstuk hiervoor ook geschreven, namelijk in het vierde hoofdstuk.

54:35Hij is geen schriftgeleerde.

54:37Maar hij is ook een Joodse man.

54:41Een leviet zelfs.

54:42Een leviet.

54:43Een zoon der vertroosting van geboorte uit Cyprus.

54:47U leest het in handelingen 4 vers 36.

54:50Maar die ook.

54:52Zonder dat te wijzen waarop de Heer dat deed ons verteld wordt.

54:55Maar die ook gegrepen wordt door Christus Jezus.

54:59En die ook aan zijn voeten terecht komt.

55:02Want nu gemeente en vanmorgen.

55:04Vanmorgen in de versen 26 en 27 horen we ervan dat ze elkaar ontmoeten.

55:11En dat er iets gaat gebeuren.

55:14Met Saulus, in

55:19wiens harte heren kwam wonen.

55:21En Barnabas, de zoon der vertroosting.

55:24We gaan gemeten naar de inhoud van deze misschien niet eens zo heel bekende versen uit handelingen 9.

55:31Vanmorgen een ogenblik luisteren.

55:33Drie dingen.

55:36De beproeving van Saulus.

55:38De vrees van de apostelen.

55:41En de vertroosting door Barnabas.

55:45De beproeving van Saulus.

55:48De vrees van de apostelen.

55:51En de vertroosting door Barnabas.

55:56Ik zei het gemeente al, Saulus.

55:58De vervolger.

56:00Hij is geworden tot de volgeling.

56:04De beleider.

56:06En als iets duidelijk is, dan heeft dit er zelf niet voor gekozen om een discipel van de Heer Jezus te worden.

56:11Het is gemeente met hem zoals de Heer Jezus eerder al tot de twaalfen had gezegd.

56:16Jullie hebben mij niet uitverkoren, maar ik heb jullie uitverkoren.

56:21Wel zo was het ook.

56:22Saulus, voorwerp van goddelijke ontferming.

56:27Niet meer en niet minder.

56:30Een gemeente wanneer we lezen wat ons is overgeleverd uit de brieven van de apostel, dan blijkt.

56:37Dat het voor hem een wonder was.

56:39En dat het voor hem een wonder gebleven is.

56:42Heel zijn leven lang.

56:43En ik zal er straks nog wat nader op ingaan.

56:45Maar in ieder geval blijkt het daaruit.

56:47Het wat hij schrijft aan de gemeente van Rome.

56:51God.

56:53Gemeente van Rome.

56:54God bevestigt zijn liefde jegens ons.

56:58Dat Christus voor ons gestorven is.

57:02Toen wij nog zondaren waren.

57:05Het heeft namelijk, en dat lazen we ook in gelaten 1.

57:08Het heeft namelijk God behaagd zijn zoon in mij te openbaren.

57:15Gemeente Saulus, die nu inmiddels Paulus heet.

57:18Hij beseft het goed.

57:20Toen hij, de ijverige fariseer met wrok aan haatjegers de Heer Jezus, rondliep door de straten van Jeruzalem.

57:27Toen

57:29hing diezelfde Heer Jezus Christus al aan het kruis.

57:35Voor wie?

57:37Naar gemeente voor deze Saulus van Tarsen.

57:40Voor deze vijand van het kruis van Christus.

57:43En dat is bij Paulus, bij Saulus altijd een groot wonder gebleven.

57:51Wie roemt, die roemen in de heren.

57:57En wanneer we gemeente dan deze Saulus volgen op zijn levensweg.

58:02Dan blijkt dat hij niet zo makkelijk weg moest gaan.

58:07Van het begin van zijn bekering af al niet.

58:10O Christus stoot met de kennis van zijn genaten krachtig door in zijn hart en in zijn leven.

58:17En daar in Damaskus gemeente, daar gebeurt het al.

58:20Hij predikte terstond Christus in de synagoge.

58:25Christus, de

58:28grote profeet en leraar.

58:31Wiens woorden ten leven geworden waren voor Saulus van Tarsen.

58:37De hoge priester der gerechtigheid.

58:40Wiens bloed ook was gesprengd op het verzondigde en verloren leven van Saulus van Tarzan.

58:47De

58:49grote en eeuwige koning.

58:51Christus, de tot koning gezalfde.

58:53Die zijn hart verbroken heeft.

58:56En die intrek genomen heeft in zijn leven.

58:59De profeet en de priester en de koning van deze Saulus van Tarzan.

59:04En

59:06Saulus ver...

59:07Er stond Christus in de synagoge.

59:10Maar wat

59:12blijkt.

59:13Het is voor Saulus niet veilig meer in Damaskus.

59:16Na een aantal dagen heeft het gerucht zich verspreid.

59:19Dat deze Saulus nu zelf een volgeling van de Heer Jezus is geworden.

59:23En ze zoeken hem te doden.

59:25En dan moet Saulus vluchten uit de stad.

59:28En zo ontkomt hij aan zijn vervolgers.

59:31Waar gaat hij heen?

59:34Nou als we handelingen 9 wat onbevangen lezen.

59:36Dan lijkt het.

59:38Alsof Saulus rechtstreeks naar Jeruzalem is gereisd.

59:41Maar gemeente, zo is het toch niet gegaan.

59:44Veel jaren later schrijft Paulus erover in zijn brief aan de gelaten.

59:48Hij ging niet naar Jeruzalem terug.

59:51Nee, als

59:54het in Damaskus al niet veilig was voor hem, dan zeker.

59:58In Jeruzalem niet.

59:59Waar gaat hij heen?

1:00:00Gemeente, hij gaat naar Arabië.

1:00:02Arabië?

1:00:03Wat heeft hij daar te zoeken?

1:00:05Nou, dat weten we niet precies, maar we kunnen het ons wel voorstellen.

1:00:09Als Ananias bij hem komt, en we hebben het gelezen, gemeente, dan wijst Ananias van Gods wegen er al op Saulus, broeder, u zult de naam van de Heer Jezus gaan uitdragen

1:00:22voor Jodenen en Heiden.

1:00:23En u zult lijden terwille van mijn naam.

1:00:27En ik kan me heel goed voorstellen dat

1:00:30Saulus dit bericht eerst eens moet verwerken.

1:00:34Hij heeft er tijd voor nodig.

1:00:36Of we mogen misschien ook wel zeggen, de Heer zondert hem af.

1:00:40Een aantal jaren zelfs in een tijd van voorbereiding voor Gods aangezicht.

1:00:46Opdat hij het wonder van Gods genade te meer en meer zou overdenken.

1:00:51En in de stilte van de woestijn de heren zou zoeken in gebed en overdenking.

1:01:01We lezen in gelaten 1 dat Paulus daarna nog niet naar Jeruzalem gaat.

1:01:09Maar naar Damaskus.

1:01:11Opnieuw naar Damaskus.

1:01:12Maar wat blijkt, daar is hij ook niet veilig.

1:01:15Aan het slot van 2 Korinther 11 lezen we dat koning Aretas hem gevangen wil nemen.

1:01:20Opnieuw moet hij bevrijd worden.

1:01:22En dat doen ze dan door middel van een mand waarin ze hem aan de andere kant van de muur brengen.

1:01:27En toen, daarna, is Saulus wel naar Jeruzalem gegaan.

1:01:33En dan is het inmiddels drie jaar na zijn bekering.

1:01:39Zou hij gedacht hebben dat hij inmiddels wel veilig was.

1:01:42Nog een meet afgezien daarvan.

1:01:43Hij voelde zich gedrongen om naar Jeruzalem te gaan.

1:01:46Om wat te doen?

1:01:48Dat lezen we in gelaten 1.

1:01:50Om Petrus te bezoeken.

1:01:53Saulus acht nu de tijd gekomen om zich aan de apostelen te presenteren.

1:01:59God had hem geroepen.

1:02:02En hij wachtte als het ware een signaal uit de hemel af.

1:02:08Om zich nu te laten zenden.

1:02:10Om zich te laten uitzenden.

1:02:13En die willen delen met

1:02:16de apostelen.

1:02:18Dat kunnen we ons gemeente denk ik.

1:02:19Of ja, dat kunnen we ons toch wel voorstellen of niet.

1:02:24Als de Heer het grote wonder van zijn genade in je leven gedaan heeft.

1:02:28Als, en dat zegt de apostel van zichzelf.

1:02:32Als de Heer Christus in zijn ziel geopenbaard heeft.

1:02:36Nou dat wil je delen toch.

1:02:39Dan begrijpen we dat een van de psalmisten ervan zingt, hoort wat God mij deed ondervinden, wat hij gedaan heeft aan mijn ziel.

1:02:49En ik denk dat Saulus, of inmiddels heet hij, nee hij heet nog geen Paulus, maar hoe dan ook, dat hij ook uit de mond van de discipelen nog wel eens wat nader wil horen.

1:03:00Horen over de weg en de wandel van de Heer Jezus op aarde.

1:03:04Want die discipelen, dat waren toch de oog- en oorgetuigen van zijn weg en van zijn werk.

1:03:09Hoe ging het eigenlijk allemaal?

1:03:13Saulus die weet dat de Heer hem voorbestemd heeft om het evangelie te verkondigen.

1:03:19Hij wil als het ware uit de bron putten.

1:03:22En zo komt Saulus in Jeruzalem aan.

1:03:25En dan gemeente onze tekst.

1:03:29Want dat valt hem niet mee.

1:03:32Wat lezen we?

1:03:34Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde.

1:03:38Poogde, probeerde zich bij de discipelen te voegen.

1:03:43Maar ze vrezen hem allen niet gelovende dat hij een discipel is.

1:03:51Hij ontmoet argwaan.

1:03:53Een achterdocht.

1:03:55Ze vertrouwen hem niet.

1:03:57Ze zeggen tegen elkaar weet je wie in de stad gesignaleerd is.

1:04:03Saulus van Tarzen.

1:04:04Hij

1:04:09die verwoede pogingen ondernomen heeft nog maar een paar jaar geleden.

1:04:14Om de gemeenten in de omgeving van Jeruzalem verder te verwoesten.

1:04:18Zou hij een geheim agent van de Joden zijn?

1:04:24Gemeente, hij vindt een dichte deur.

1:04:27Wat zal hem dat verdriet gedaan hebben?

1:04:31Hij wordt niet toegelaten tot de apostelen.

1:04:34Wat nu?

1:04:35Wat nu?

1:04:37Zal hij naar het Sanhedrin teruggaan?

1:04:40Zal hij weer vriendschap sluiten met Kajafas en Gamaliel en al de anderen?

1:04:44En met de overpriesters?

1:04:47Nee, dat kan niet meer.

1:04:48Dat kan niet meer.

1:04:49Die brug is opgehaald, uitgesloten.

1:04:54Maar zijn broeders in het geloof wijzen hem af.

1:04:57Wat een eenzaamheid zal dat voor Saulus hebben betekend.

1:05:02Geen toegang tot degene aan wie hij met banden van geloof en liefde verbonden is.

1:05:08Daar staat Saulus.

1:05:09In een totaal isolement.

1:05:14Welgemeente, dat is de weg van de beproeving voor Saulus.

1:05:19Gemeente, wat blijkt eruit?

1:05:22Wat moet Saulus onder ogen zien?

1:05:27Gemeente, wat moeten al Gods kinderen onder ogen zien?

1:05:32Hoe pijnlijk het ook is, dit.

1:05:37Dat gedane zaken,

1:05:40gedane zaken in het verleden, geen keer nemen.

1:05:45Dat het eertijds van je leven niet zomaar weg te poetsen is.

1:05:55Gemeente, het is al een wonder als de Heer je in zijn genade opzoekt.

1:06:01In je jeugd.

1:06:03Oh, wat een voorrecht.

1:06:05Wat een voorrecht als dat gebeurt.

1:06:08Als je niet meer buiten de Heer en zijn dienst kunt.

1:06:11Jij, jongen of meisje.

1:06:14Dat het ook jouw gebed is.

1:06:16En jouw beleidenis is.

1:06:18Misschien durf je het nog niet eens te zeggen.

1:06:21Maar zo stil op je eigen kamer mag je het wel ervaren.

1:06:25Heren.

1:06:26Hoe lief heb ik uw wet.

1:06:28Ze is mijn betrachting de ganse dag.

1:06:31En dat betekent in onze taal.

1:06:33Daar ben ik nou steeds mee bezig.

1:06:35Uw woord kan mij.

1:06:37Hoewel ik alles mis.

1:06:39Door zijn smaak en hart en zinnen strelen.

1:06:43Wanneer u de trekking van het woord van de heren mag ervaren.

1:06:46En dat je niet anders wil dan dat je de heren Jezus mag kennen.

1:06:51Hij die de zaligmaker van zondaren is gemeend.

1:06:53Ik zei, het is een machtig wonder als de Heer je in zijn genade in je jeugd opzoekt.

1:06:58Maar het is eigenlijk een nog groter wonder wanneer de Heer je als volwassene de voeten dwars zet.

1:07:04Wanneer je totaal de verkeerde kant op ging.

1:07:08En dat geldt misschien wel van jouw leven.

1:07:10Of van uw leven.

1:07:12God heeft je als het ware weggeplukt uit de weg die je ging.

1:07:16In ongerechtigheid.

1:07:19Of in eigen gerechtigheid.

1:07:22Maar gemeente, hoe groot dat wonder ook is.

1:07:25Wanneer je bijvoorbeeld als veertigjarige die

1:07:30ervaring mag ontvangen.

1:07:32En God je leven inkomt.

1:07:35Je afsnijdt van datgene waar je op gericht was.

1:07:41Je weet het misschien nog van drie, vier jaar geleden.

1:07:44Je wilde elke wedstrijd van het wereldkampioenschap voetballen volgen.

1:07:50En nu gemeente, nu kan het niet meer.

1:07:53Hoewel je van binnen misschien wel de trekking voelt.

1:07:56Die oude mens die daar altijd weer naar terug wil.

1:07:59En toch, het kan niet meer.

1:08:00De Heer heeft de brug opgehaald.

1:08:02Maar, en dat is hier bij Saulus van Tarse gemeente.

1:08:06Gedane zaken nemen geen keer.

1:08:09Saulus is erachter gekomen.

1:08:10Hij wordt eraan herinnerd.

1:08:12En hij moet het heel zijn leven meedragen.

1:08:16Wat er in de eerste misschien wel tientallen jaren van zijn leven.

1:08:20En de praktijk van zijn bestaan was.

1:08:23In toenemende mate drukt het hem.

1:08:25En hier komt hij er nog een keer achter, wanneer hij voor de dichte deur van de apostelen staat.

1:08:34Wanneer we de Bijbel lezen, gemeente, dan moeten we dat aandachtig doen.

1:08:40De woorden van de teksten tot je door laten dringen.

1:08:44Maar weet u, je moet er ook om bidden of de Heer je de verbanden in de Bijbel wil laten zien.

1:08:52De doorgaande lijn in de schriften.

1:08:55Dan openen zich vetten waar je eerst geen erg in gehad heeft.

1:08:59Neem nou, en ik wil u een ogenblik op dat punt bij de hand nemen en jou ook.

1:09:05Neem nou gemeente wat de apostel over zichzelf zegt over zijn eertijds.

1:09:09En hoe hij daaronder leidt.

1:09:13Het was in het jaar 55.

1:09:17Aan het einde van zijn derde zendingsreis.

1:09:20Twintig jaar na zijn Damaskus ervaring.

1:09:24Dat de apostel schrijft aan de Corinthians.

1:09:28Ik ben de minste van de apostelen.

1:09:31Die het niet waardig ben een apostel genaamd te worden.

1:09:34Daarom dat ik de gemeente van God vervolgd heb.

1:09:37Hoort u het?

1:09:38Dat oude zeer het komt weer boven.

1:09:41Het hindert hem.

1:09:43Het doet hem pijn.

1:09:45En ik denk er met groot verdriet aan terug.

1:09:47Het lijkt wel gemeente alsof we hier in 1 Korinther 15 een snik verwoord horen.

1:09:52Ik heb de gemeente van Christus vervolgd.

1:09:55En dan noemt hij zich.

1:09:56De minste van de apostelen.

1:10:02Maar vijf jaar later.

1:10:04In het jaar zestig.

1:10:07Als hij zijn brief schrijft aan de gemeente van Everse.

1:10:12Dan noemt hij zichzelf.

1:10:14De allerminste van al de heiligen.

1:10:18Gemeente dat is nog een stap dieper.

1:10:20Dat is nog een dieper schuldbeleidenis.

1:10:23Niet slechts de minste van de apostelen.

1:10:25Dan ben je tenminste nog een apostel.

1:10:28Maar de allerminste van al de heiligen.

1:10:34Dat was in het jaar 60.

1:10:37En dan weer vijf jaar later, in

1:10:42het jaar 65,

1:10:44kort voor zijn laatste gevangenschap in Rome, dan

1:10:49schrijft de apostel aan Timotheus.

1:10:51En gemeente, dat is nog dieper.

1:10:55Ik, die tevoren een godslasteraar was, een vervolger, een verdrukker van de gemeente, van alle zondaren, ben ik de voornaamste.

1:11:07En hij bedoelt de grootste van de zondaren.

1:11:11Hoort u gemeente hoe de apostel door de knieën gaat.

1:11:15En dat hij, zo mogen we het toch wel zien denk ik.

1:11:19Naarmate hij meer en meer werd ingeleid en ingewijd.

1:11:23In de oefening van de godzaligheid.

1:11:27En Christus Jezus en zijn kruisverdiensten en zijn opstanding.

1:11:31Meer en meer betekenis in zijn leven ontvingen.

1:11:38Leerde hij zichzelf kennen.

1:11:40Als een mens vleeselijk en verkocht onder de zonde.

1:11:44En dacht hij terug aan de periode dat hij nog een vleeselijk mens was.

1:11:49Wel dan was het niet alleen meer dat hij de minste van de apostelen was.

1:11:52En de allerminste van de heiligen.

1:11:54Maar de grootste van de zondaren.

1:12:00De heren maakt zalig gemeenten die het niet zijn.

1:12:06Hebt u dat ook?

1:12:07Ken je dat ook?

1:12:09Gemeenten dat is een vrucht van genade.

1:12:12Wanneer je het zo leert zien en beleiden voor Gods aangezicht.

1:12:16En we zongen het toch.

1:12:18Sla de zonde nimmer ga die mijn jongheid heeft bedreven.

1:12:24Denk aan mij toch in genade om uw goedheid de eer te geven.

1:12:31Ik beken o heren aan u oprecht mijn zonde.

1:12:36Gemeente het is een wonder wanneer je weet dat ze vergeven zijn.

1:12:41Dat ze besprengd zijn met het bloed van de Heer Jezus Christus.

1:12:45En dat ze bij God vergeven en vergeten zijn.

1:12:48Maar

1:12:51je kunt het zelf niet vergeten.

1:12:53En hier wordt de apostel er

1:12:56snijdend diep en krenkend ernstig aan herinnerd.

1:13:02Hij staat hier voor een gesloten deur.

1:13:06De toepassing.

1:13:08Heel kort.

1:13:09De toepassing.

1:13:11Wel de toepassing is er voor jullie.

1:13:14Jongens en meiden.

1:13:16Laat het zover niet komen.

1:13:19O, we behoeven niet te wanhopen aan Gods genade.

1:13:22Zelfs die man aan het kruis.

1:13:24Die moordenaar, die kwaadoener.

1:13:26Hij mocht achter de Heer Jezus aan het Koninkrijk der Hemelen binnen.

1:13:31Maar laat het zover niet komen.

1:13:36Je gaat toch niet naar de Brouwersdam, zeg.

1:13:37Dat

1:13:39alleen al.

1:13:40Dat alleen al.

1:13:41En die voetbalwedstrijden.

1:13:44Gemiddeld laat ik niet.

1:13:45Ik hoef niet concreet te worden.

1:13:46Maar zoek toch de Heren.

1:13:50Want hoe later in je leven, hoe meer pijn en verdriet zul je hebben over al die zonden die je begint.

1:13:58Nou, dat is de eerste toepassing.

1:14:00En dan gemeenten dan de apostelen.

1:14:03U zegt, nou ja, die broeders Petrus en Jacobus en de anderen, die hadden toch wel wat toeschietelijker kunnen zijn.

1:14:11Ze zijn wel erg achterdochtig.

1:14:14Petrus, man, kijk naar jezelf, zeg.

1:14:19Moet jij je mond niet houden?

1:14:21Wat heb jij in te brengen tegen Saulus van Tarsen?

1:14:23Jij hebt zelfs de Heer Jezus Christus verlogen toen je al jaren zijn discipel was.

1:14:27En

1:14:30Jacobus, Jacobus, broer van de Heer Jezus.

1:14:34Al die drie jaren dat de Heer Jezus over de aarde ging, moest jij niks van hem hebben.

1:14:42Gemeente, ik denk toch dat we naar die achterdocht en die beduchtheid van de discipelen toch enigszins anders moeten zien.

1:14:52Wat is hun taak?

1:14:53Wat is de taak van de apostelen?

1:14:55O ja, om het evangelie te verkondigen.

1:14:57Dat was de opdracht die ze ontvangen hadden.

1:14:59Ga dan heen, onderwijs al de volkeren.

1:15:02Predik het evangelie aan alle creaturen.

1:15:04Maar gemeente, dat was niet hun enige taak.

1:15:09Wat ze ook moesten zijn.

1:15:13Wachters op Sions muren.

1:15:15Dat waren oudtijds de profeten al.

1:15:17En zij moesten het evenzeer zijn.

1:15:21Wat we bijvoorbeeld lezen.

1:15:22Het woord van de heren tot Ezekiel.

1:15:24Mensenkind.

1:15:24Ik heb u tot een wachter over het huis van Israël gesteld.

1:15:28Zo zult ge het woord in mijn mond horen.

1:15:30En hen namens mij waarschuwen.

1:15:32De wachter op de muren van Sion.

1:15:35Die moesten staan op de muren van Jeruzalem.

1:15:38Om te zien of er geen vijanden aankwamen.

1:15:42En in de gedachten van de apostelen stond daar zo'n vijand voor de deur.

1:15:49En ze dachten nou.

1:15:51We hebben wel een paar geruchten over hem gehoord, maar is het geen wolf in schaapsklederen?

1:15:58Die wachtersgemeenten hadden een argwanende houding.

1:16:02Was dat vanwege negatieve ideeën, uit hardvochtigheid of zoiets?

1:16:08Gemeente, in eerste instantie denk ik, dat was uit gehoorzaamheid aan de opperherder.

1:16:15En uit liefde tot de kudde.

1:16:19En dat geldt ook heden nog van de Amstdragers, de gemeente.

1:16:22En ik zeg het daar ook tegelijkertijd tot mijzelf.

1:16:26Van de hand van de wachters zal het bloed van de kudde geëist worden.

1:16:34Gemeente, broeders,

1:16:37Amstdragers doen zonden die niet-Amstdragers niet doen.

1:16:46Ze hebben een vermeerde verantwoordelijkheid ten opzichte van de anderen in de gemeente.

1:16:53Wat denkt u van Mozes en Aaron?

1:16:56Het volk was opstandig.

1:16:57Een murmurerend volk.

1:16:59En

1:17:02toen kreeg Mozes de opdracht om vanwege de verwijting die het volk deed omdat er geen water was.

1:17:11Mozes moest tot de rots spreken.

1:17:13En hij zou de heren water geven.

1:17:16En Mozes in zijn drift.

1:17:19In zijn vleeslijke reactie.

1:17:21Hij spreekt niet tot die rots.

1:17:23Maar hij slaat erop.

1:17:25En daarmee in zijn gedachten slaat hij het volk neer.

1:17:29Maar ondertussen doet hij niet.

1:17:31Wat God hem als opdracht had gegeven.

1:17:34Een ongehoorzame Amstrader.

1:17:37Ja, zou je zeggen.

1:17:39Maar de zonde van dat volk was toch vele malen groter.

1:17:44Maar gemeente, het volk krijgt water.

1:17:47En Mozes en Aaron moeten sterven.

1:17:52De verantwoordelijkheid van hen.

1:17:55Die opzicht hebben te houden over de gemeente.

1:18:02Welgemeente, naar het oordeel der liefde.

1:18:06Denk ik toch dat de beduchtheid van de apostelen hieruit voortkwam.

1:18:14Ze waren verantwoordelijk voor de kudde van Christus.

1:18:20Is het niet Johannes?

1:18:23En die hoorde er ook bij.

1:18:25Hij was waarschijnlijk ook nog in Jeruzalem.

1:18:27Was het niet de apostel Johannes die het later in een van zijn zendbrieven schrijft?

1:18:35Geloof niet iedere geest die zich aandient.

1:18:39Geloof ze niet klakkeloos, maar beproef de geesten of ze uit God zijn.

1:18:46Gemeente, die verantwoordelijkheid hebben de Amstbroeders ten opzichte van de gemeente heden nog.

1:18:54En die verantwoordelijkheid hebben de vaders en moeders ten opzichte van hun kinderen.

1:18:58We kunnen het zomaar uitbreiden.

1:19:00En degene in de gemeente die verantwoordelijkheid hebben, bijvoorbeeld voor het leiden van de vereniging of wat dan ook.

1:19:07Gij in uw klein hoekje en ik in het mijn.

1:19:10Geloof niet iedere geest die zich aandient.

1:19:14Maar beproef de geesten.

1:19:16Of ze uit God zijn.

1:19:18En gemeente dat geldt ook heel persoonlijk.

1:19:20Laat niet alles toe.

1:19:23Tot je hart.

1:19:25Via je ogen.

1:19:27Via je oren.

1:19:30Vandaar denk ik.

1:19:31Vandaar.

1:19:32De

1:19:34beduchtheid van de apostelen.

1:19:37Ze vreesden hem allen.

1:19:41Niet gelovende.

1:19:43Dat hij een disciple was.

1:19:45En deze weg gemeten voor Saulus.

1:19:48Was van Gods wegen een beproeving voor Saulus.

1:19:52En was tegelijkertijd.

1:19:54Een op zichzelf niet af te keuren houding.

1:19:59Van de apostelen.

1:20:02Maar dan.

1:20:04Vers 27.

1:20:06Maar Barnabas.

1:20:09Hem tot zich nemende.

1:20:12Leidde hem tot de apostelen.

1:20:14En verhaalde hun.

1:20:17Hoe hij op de weg de heren gezien had.

1:20:19Saulus van Tarsen.

1:20:21En dat hij Christus tot Saulus gesproken had.

1:20:26En hoe hij te Damaskus vrijmoedig gesproken had.

1:20:30In de naam van Jezus.

1:20:34Barnabas.

1:20:36Nee hij was niet eens een apostel.

1:20:38Hij was lid van de gemeente.

1:20:41Een leviet was hij geweest.

1:20:44Een man die wellicht te vergelijken was.

1:20:49Met Saulus in zijn eertijd.

1:20:51Oh ik denk niet.

1:20:53Je leest er niet van.

1:20:53Omdat ook hij uitgebroken was.

1:20:55In allerlei zonden van ongerechtigheid.

1:20:57En van kwaadwilligheid.

1:20:59Maar toch.

1:21:00Ook hij was van nature een mens.

1:21:03Die in het rijk van God niet kon komen.

1:21:05Dan alleen door het wonderwerk van Gods genade.

1:21:09Door het wonder van de wedergeboorte.

1:21:13Deze Barne was.

1:21:15Een leviet.

1:21:18Een mens.

1:21:20Die Christus had leren kennen.

1:21:22Door Gods ontferming.

1:21:24Maar Barnabas hem tot zich neemende.

1:21:29Maar Barnabas.

1:21:31Barnabas hoort ervan.

1:21:33En gemeente hij zoekt hem op.

1:21:36Of misschien hij laat hem bij zich roepen.

1:21:39En dat laatste is misschien nog wel het meest waarschijnlijk.

1:21:42Hem tot zich neemende.

1:21:44Hij ontfermt zich over hem.

1:21:48Deze Barnabas gemeente was een levietstaten.

1:21:51Hij was dus uit het geslacht van Levi, uit het priesterlijk geslacht.

1:21:56Deze mens had er iets van geleerd, deze Barnabas.

1:22:01Hij was zelf voorwerp geworden van de priesterlijke ontferming van de Heer Jezus Christus.

1:22:10En hij had iets geleerd gemeten van wat het is om deze Heer Jezus Christus, die uit goddelijke eenzijdige ontferming zich over hem ontfermd had, om hem na te volgen.

1:22:22Zijn hart klopte in priestelijke bewogenheid.

1:22:27Hij roept hem bij zich.

1:22:29En hij zegt, Saulus, vertel eens.

1:22:32Hoe is het in jouw leven gegaan, man?

1:22:35Hij vraagt en informeert.

1:22:38En hij geeft Saulus gelegenheid om zijn levensverhaal te vertellen.

1:22:44Hij luistert.

1:22:45En Saulus vertelt.

1:22:48En Barnabas luistert.

1:22:51En hij stelt aanvullende vragen.

1:22:54Vraagt waarschijnlijk nog eens extra door op de punten waar het op aankomt.

1:22:59En Saulus vertelt vrijmoedig.

1:23:04Hoe voorbeeldig gemeente.

1:23:06Ik zal me niet opnieuw tot de Amstraders richten.

1:23:10Ik ben vanmorgen maar uw gastdienaar.

1:23:13Maar gemeente ligt een handreiking in.

1:23:17Hoe te staan in de gemeente.

1:23:21Ook in moeilijke situaties.

1:23:23Als de dingen schuren.

1:23:26Als er onbegrip is.

1:23:28En als de een de ander niet meer begrijpt.

1:23:31En als het allemaal ver is van de stokken liefde en samenbinding.

1:23:37Gemeente deze Barnabas.

1:23:39De Heer heeft het in zijn hart gelegd, zeker.

1:23:42Barnabas hem tot zich neemende.

1:23:45Barnabas zal misschien dezelfde achterdocht gehad hebben.

1:23:48Wat is dat met die man?

1:23:49Die zich daar zomaar aandient.

1:23:50En van wie hij ongetwijfeld gehoord heeft.

1:23:53Hij die...

1:23:54die een furieuze vijand was van Christus en zijn dienst.

1:23:58Maar hij neemt geen afstand.

1:24:00Hij treedt op hem toe.

1:24:02En hij nodigt hem uit.

1:24:04En ze gaan samen zitten.

1:24:07En ik denk dat Barnabas eerst gebeden heeft.

1:24:13Gebeden met die vroegere vervolger.

1:24:17Gebeden om waarheid.

1:24:21En dan?

1:24:23Wat Saulus vertelt, gemeente.

1:24:26O, dat is niet zomaar een mooi verhaal.

1:24:29Maar de vonk springt over.

1:24:32Namelijk de vonk van de herkenning van het werk van de Heilige Geest.

1:24:38Herkent u dat gemeente?

1:24:40Herken je dat?

1:24:42Je komt iemand tegen die je misschien maar nauwelijks kende.

1:24:45Of misschien wel van wie je allerlei merkwaardige dingen hoorde.

1:24:49En je spreekt elkaar.

1:24:51En je vraagt eens door.

1:24:53En dan wordt het warm in je binnenste.

1:24:58Dan hoor je iets wat bekend is.

1:25:02Waarvan je in je eigen leven misschien ook wel weet.

1:25:04En het ontroert je.

1:25:06En je wordt ingewonnen voor die ander.

1:25:09Oh wij gaan niet over de harten.

1:25:11Nee dat niet.

1:25:12En toch en toch.

1:25:14Gemeente Gods geest.

1:25:16Geeft gemeenschap.

1:25:18De gemeenschap der heiligen.

1:25:20De gemeenschap.

1:25:22In de herkenning van hem.

1:25:24Die het heeft gezegd.

1:25:25Ik ben in het midden van u.

1:25:28Als een die dient.

1:25:30Wel.

1:25:31En dan gebeurt het wonder.

1:25:36Dan,

1:25:38Saulus, zo horen we Barnabas zeggen.

1:25:41Saulus, ik geef je de broederhand.

1:25:44Om Christus wil sluit ik je in mijn hart.

1:25:47Ik herken in jouw woorden de grote daden van God.

1:25:52Gemeente, wat een wonder.

1:25:54Wat een wonder.

1:25:55Wanneer je dat mag horen uit de mond van een ander.

1:26:00Hoort.

1:26:01Wat God mij deed ondervinden.

1:26:04Wat hij gedaan heeft aan mijn geest.

1:26:09Ik zal het niet al te lang meer maken.

1:26:11Maar toch nog wel dit voorbeeld.

1:26:14In vroege tijd en misschien in Oudorp nog wel.

1:26:16Ik weet het niet.

1:26:19Op vlakke zeker.

1:26:20Ik heb er wel kennis mee gemaakt.

1:26:23En ik heb er ook wel bij gezeten.

1:26:24Waren er de gezelschappen.

1:26:27Gods kinderen die elkaar bij tijden opzochten.

1:26:31Die spraken over de heren en zijn dienst.

1:26:34Over wat de heren gedaan had aan hun ziel.

1:26:37Maar vooral wie hij was.

1:26:39Deze heren Jezus Christus.

1:26:41De zaligmaker van zondaren.

1:26:44En gemeente dan kwam er binnen zo'n gezelschap wel eens het gerucht.

1:26:48Dat de heren opnieuw iemand uit het dorp of uit de wijderomgeving bekeerd had.

1:26:55En als daarvan dan verslag werd gedaan op zo'n gezelschap.

1:26:58Bijvoorbeeld door iemand die zo'n jong bekeerde had gesproken.

1:27:02Dan werd aan elkaar gevraagd.

1:27:04En?

1:27:07En, heb je er het wonder in gehoord?

1:27:11Heb je er het wonder in gehoord?

1:27:14Welgemeente, en dat is de toetsteen.

1:27:17En als dan gezegd kan worden dat juist de verwondering van Gods opzoekende genade verwoord was.

1:27:25Welgemeente, dan waren ze blij.

1:27:28Want het leven uit Gods genade, het wonder, dat was het kenmerk.

1:27:34En dan werd zo iemand, nou,

1:27:37dan werd zo iemand.

1:27:40Overgenomen.

1:27:41Of nou.

1:27:42Beter nog.

1:27:44Werd geschonken.

1:27:46Aan dat gezelschap.

1:27:48Welgemeente zo.

1:27:49Wel zo.

1:27:50En dan kan Barnabas het niet voor zichzelf houden.

1:27:54Hij gaat naar de apostelen toe.

1:27:56En hij vertelt.

1:27:58Wat hij uit de mond van Saulus van Tarzen.

1:28:01Gehoord heeft.

1:28:02Dat het echt waar is.

1:28:04God verandert mensen.

1:28:07En dan gaan de apostelen overstag.

1:28:11En ze spreken.

1:28:14Ze spreken Saulus van Tarsen.

1:28:18Waarover hebben ze het?

1:28:19Nou gemeente ongetwijfeld.

1:28:21Niet alleen over de weg van Saulus.

1:28:24Maar ze hebben het over de God van Saulus.

1:28:27En ze hebben het over de Christus van Saulus.

1:28:32Vrijmoedig sprekende in de naam van de Heer Jezus Christus.

1:28:38Sprak hij en getuigde hij en verwoorde hij het werk.

1:28:44Van God.

1:28:46Nou gemeente wat leert deze geschiedenis ons.

1:28:49Ik sla maar een accolade.

1:28:50En neemt u het maar mee.

1:28:52Wel allereerst dit.

1:28:55Dat het een kruis kan zijn.

1:28:57In het leven van Gods kinderen.

1:28:59Wanneer ze denken.

1:29:01Aan het verleden.

1:29:03En hun vleeselijk bestaan.

1:29:05Maar het kruis gemeente.

1:29:07Wil hen te meer doen roemen.

1:29:09In het werk en de genade.

1:29:12Van de Heer Jezus Christus.

1:29:14Hij die in mijn ziel en in mijn leven geopenbaard is.

1:29:19Zelfs aan mij.

1:29:20De

1:29:22tweede les, we hoorden het.

1:29:25Dat wie verantwoordelijkheid heeft in de gemeente.

1:29:29Gemeente voorzichtig en waakzaam moet zijn.

1:29:33De geesten moet beproeven of ze uit God zijn.

1:29:37Dat geldt ook heel persoonlijk.

1:29:40De waakzaamheid en de beduchtheid.

1:29:44Maar wat een wonder gemeente.

1:29:46Wat een wonder.

1:29:48Als er in de gemeente zulke Barnabassen zijn.

1:29:51Zonen en dochters der vertroosting.

1:29:55Wat een voorrecht.

1:29:56Als je zo'n Barnabas tegenkomt.

1:30:00Zeker.

1:30:01Misschien bent u dat wel.

1:30:02Of jij.

1:30:03Zeker wanneer je eenzaam bent.

1:30:06Als ze niet naar je horen.

1:30:08Als je geen gehoor vindt.

1:30:11Als je je afgewezen voelt.

1:30:14Een Barnabas.

1:30:15Die naar je wil luisteren.

1:30:18Aan wie je weg.

1:30:20En wie de heren voor je is.

1:30:22Als je het mag delen.

1:30:24Een zegen als je zo'n Barnabas tegenkomt.

1:30:28Maar gemeente nog grotere zegen.

1:30:30Als je door Gods genade.

1:30:33Zelf zo'n Barnabas bent.

1:30:36Als je leven mag.

1:30:38Uit de bron van troost en licht.

1:30:41En als je mag wijzen.

1:30:43Naar hem.

1:30:45Naar hem.

1:30:46En je het mag zeggen.

1:30:48Kom.

1:30:49Luister toe.

1:30:50Gij Godgezinden.

1:30:52Gij die de heren van harte vreest.

1:30:54Hoort wat God mij deed ondervinden.

1:30:57Wat hij gedaan heeft aan mijn geest.

1:31:00Tot eer van de heren.

1:31:02En

1:31:03tot stichting van de gemeente.

1:31:06Amen.

1:31:07De

1:31:07[GEZANG]

1:36:22gemeente de heren danken en

1:36:25bidden.

1:36:30Heren dat zullen Saulus en Barnabas.

1:36:33En later in de kring van de apostelen zeker ook gedaan hebben.

1:36:38Uw naam ootmoedig gedankt, heren.

1:36:42U die wegen opent.

1:36:45U die ook harten opent en harten verbreekt.

1:36:49En het voorrecht zelfs geeft, heren, van de gemeenschap.

1:36:54Niet alleen met u.

1:36:56En dan komt het alles uit voort.

1:36:58Door de geest der genade en der gebeden.

1:37:01Maar als vrucht daarvan ook de gemeenschap der gelovigen.

1:37:06Der heiligen, heren.

1:37:09Dat zijn in zichzelf onheiligen.

1:37:11En daar moeten ze telkens weer achter komen heren.

1:37:13Maar dan toch.

1:37:15De gemeenschap.

1:37:16En hier de gemeenschap van de vertroosting.

1:37:21Vanuit de eigen ervaring en bevinding van Barnabas.

1:37:24Die een zoon der vertroosting was.

1:37:26En voorwerp was van de vertroosting die u hem gaf heren.

1:37:31Mocht hij Saulus opzoeken.

1:37:32En bij de hand nemen.

1:37:34En hem vertroosten.

1:37:36En hem daar brengen.

1:37:38Waar zijn woord en het woord van Christus klinken mocht en aanvaard werd.

1:37:44En de broeders u dankten en loofden, heren.

1:37:47Voor zulk een voorrecht dat zo'n verwoede vijand opgezocht was door u.

1:37:54Heren, als wij tot u komen aan het einde van deze dienst.

1:37:59Dan moeten we beleiden, heren, dat we het zelf ook zijn.

1:38:02In ieder geval van natuur.

1:38:04Vijanden van u en van uw dienst.

1:38:07En de sporen daarvan heren.

1:38:10En de vreselijke gevolgen daarvan.

1:38:14Ze trekken ook nog door in het leven van uw kinderen.

1:38:17Ontdek ons ze maar aan.

1:38:18Maar heren wilt u van vijanden vrienden maken.

1:38:22Broeders van u.

1:38:24O heren Jezus Christus.

1:38:25De macht van uw genade is er toch nog steeds.

1:38:28En de heilige geest is uitgestort heren.

1:38:30En u bent nog niet teruggekomen.

1:38:32Het is nog steeds, ook vandaag.

1:38:34De dag der zaligheid.

1:38:37De welaangename dag.

1:38:39De dag waarop u het roept tot ons.

1:38:43Wend je naar mij toe.

1:38:45En word behouden.

1:38:46Alle gij einden der aarde.

1:38:48Ook de kustlanden.

1:38:49Ook in Oudorp.

1:38:51Want ik ben God.

1:38:52Ik ben God.

1:38:53En niemand meer.

1:38:55Ik heb recht op je.

1:38:56En laat het heren dan ons gebed zijn.

1:38:59Heren trek ons.

1:39:00Trek mij.

1:39:01En we zullen u nalopen.

1:39:03Heb dank voor dit stille uur.

1:39:05We vragen om uw zegen.

1:39:06Gedenk ons deze dag.

1:39:08En breng ons ook vanmiddag weer samen.

1:39:11Om Jezus wil.

1:39:13Amen.

1:39:15We zingen gemeente ten slotte ook het laatste.

1:39:17Versetiende van psalm 66.

1:39:18[GEZANG]

1:41:18Verhef gemeente uw hart en biddend tot God.

1:41:21Ontvang zijn zegen en ga heen in vrede.

1:41:25De heren zegenen u.

1:41:27En behoeden u.

1:41:29De Heere doe zijn aangezicht over u licht en hij zij u genadig.

1:41:33De Heere verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:41:40Amen.

1:41:41[GEZANG]