Lukas 15: 20; De Vader van de verloren zoon

woensdag 17 juni 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Ds. J. de Bruin · 105 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:15Zie gelijk de ogen van de knechten zijn op de hand van hun heren, en gelijk de ogen van de dienstmaagd zijn op de hand van haar vrouw.

9:23Al zo zijn onze ogen op de Heer onze God, totdat Hij ook ons genadigd zij.

9:30Amen.

9:30Geliefde gemeente, genade zij u en vrede van God de Vader, door de Heer Jezus Christus, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.

9:42Amen.

9:44Laten wij samen gaan zingen uit Psalm 31 en daarvan het zeventiende vers.

9:50Gelooft zij God die zijn genade aan mij heb grootgemaakt, die voor mijn welstand waakt.

9:57Zijn oog slaat mij in liefde gade.

9:59Hij wil mijn heil bereiden, mij in een vesting leiden.

10:04Psalm 31, het zeventiende vers.

10:06Een

10:07[GEZANG]

12:24godswoord in het Nieuwe Testament, Lukas 15.

12:27En we lezen met elkaar de versen 11 tot en met 32.

12:31Lukas 15, de versen 11 tot en met 32.

12:35Na de schriftlezing zingen wij op zalm 71 het vijftiende vers.

12:41Gij deed mij veel benauwdheid smaken en drukkend harte leed.

12:46Maar tot mijn hulp gereed zult gij mij weder levend maken.

12:50Mij uit de afgrond trekken en met uw vleugelen dekken.

12:5571, vers 15, nadat we samen gelezen hebben.

12:59Lukas 15, vers 11 tot en met 32.

13:05En hij, de Heer Jezus, zeide, een zeker mens had twee zonen.

13:10En de jongste van hen zeide tot de Vader, Vader, geef mij het deel desgoeds dat mij toekomt.

13:17En hij deelde hun het goed.

13:20En niet vele dagen daarna de jongste zoon, alles bijeen vergaderd hebbende, is weggereisd in een vergelegen land.

13:29En heeft al daar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.

13:35En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelfde land.

13:41En hij begon gebrek te lijden.

13:44En hij ging heen.

13:46En voegde zich bij een van de burgers van datzelfde land.

13:50En die zond hem op zijn land om de zwijnen te wijden.

13:54En hij begeerde zijn buik te vullen met de draf.

13:58Die de zwijnen aten.

14:00En niemand gaf hem die.

14:03En tot zichzelf gekomen zijnde.

14:06En zeide hij hoeveel huurlingen mijn vaders hebben overvloed van brood.

14:11En ik verga van honger.

14:15Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.

14:18En ik zal tot hem zeggen, Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

14:24En ik ben niet meerwaardig uw zoon genaamd te worden.

14:29Maak mij als een van uw huwelingen.

14:32En opstaande ging hij naar zijn vader.

14:36En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader.

14:40En werd met innerlijke ontferming bewogen.

14:43En toelopende viel hem om zijn hals en kuste hem.

14:49En de zoon zeide tot hem, Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

14:56En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

15:00Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten, breng u voor het beste kleed en doe het hem aan.

15:08En geef een ring aan zijn hand en schoenen aan de voeten.

15:14En breng het gemeste kalf en slacht het.

15:17En laat ons eten en vrolijk zijn.

15:20Want deze mijn zoon was dood en is wederlevend geworden.

15:25Hij was verloren en is gevonden.

15:28En zij begonnen vrolijk te zijn.

15:32En zijn oudste zoon was in het veld.

15:34En als wij kwam en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei.

15:39En tot zich geroepen hebbende, een van de knechten vraagde wat dat mocht zijn.

15:44En deze zeiden tot hem, uw broeder is wedergekomen.

15:48En uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.

15:55Maar hij werd torenig en wilde niet ingaan.

15:59Zo ging dan zijn vader uit en bad hem.

16:02Doch hij antwoordde en zeide tot de vader, zie.

16:05Ik dien u nu zoveel jaren en ik heb nooit uw gebod overtreden.

16:10En gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.

16:15Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.

16:25En hij zeide tot hem, kind, gij zijt altijd bij mij.

16:30Al het mijne is het uwe.

16:33Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn.

16:36Want deze uw broeder was dood en is wederlevend geworden.

16:41En hij was verloren en is gevonden tot zover.

16:46[GEZANG]

18:14Beleiden wij nu ons geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

18:17Ik geloof in God de Vader, de almachtige Schepper des hemels en der aarde.

18:22En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heer.

18:27die ontvangen is van de heilige geest, geboren uit de maagd Maria,

18:32die geleden heeft onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

18:41Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende terecht rond God des almachtigen vaders, van waar hij komen zal om te oordelen

18:53de levenden en de doden.

18:56Ik geloof in de heilige geest.

18:58Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

19:02De gemeenschap der heiligen.

19:05Vergeving der zonden.

19:07Wederopstanding des vleesers.

19:09En een eeuwig leven.

19:11Amen.

19:13Het woord van God wat wij met de hulp van de heren willen overdenken vanavond kunt u vinden in het voorgelezen schriftgedeelte Lucas 15.

19:22En daarvan het twintigste vers.

19:25De tekst voor de prediking, Lukas 15, vers 20.

19:30En dan lezen wij Gods woord als volgt.

19:33En opstaande ging hij naar zijn vader.

19:36En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader.

19:41En werd met innerlijke ontferming bewogen.

19:44En toelopende viel hem om zijn hals en kuste hem.

19:49Tot zover vragen wij de zegen van de Heer over de bediening van zijn woord.

19:59Heren, wat zou het een onuitsprekelijk wonder zijn als

20:03hier vanavond een mensenkind zou zijn,

20:06wiens beeld getekend is in die verloren zoon.

20:12En dat dat niet alleen een werkelijkheid van het verstand is, maar de beleving van het hart.

20:19En dat hier vanavond een arme zonda zou zijn, die het met die verloren zoon leerde bidden.

20:26Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

20:33En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

20:38En dan gaan uw kinderen leren.

20:41Daar worden degenen die zalig gemaakt worden voor ingewonnen om dat oprecht te beleiden.

20:48Als een rechteloze zondaar.

20:51Die alles verzondigd heeft.

20:55Die nog maar één recht heeft overgehouden.

20:59En dat is sterven.

21:03Omkomen.

21:06O heren dat er vanavond zulken aanwezig mogen zijn.

21:11En die straks aan het einde van deze dienst naar huis gaan.

21:17En het mogen zeggen.

21:20Ik heb een kus gekregen.

21:26Dat zou toch een wonder zijn heren.

21:29Een kus van uw opzoekende onuitsprekelijke zondagsliefde.

21:40En dat het daar niet bij blijft.

21:43Maar dat we ook dat grote wonder mogen gaan ontvangen en beleven.

21:48Dat onze vuile klederen van ons afgedaan worden.

21:54En dat wij dat beste kleed van Christus gerechtigheid mogen ontvangen.

22:01Dat wij de zegelring van de Heilige Geest mogen ontvangen.

22:06En dat wij schoenen mogen ontvangen.

22:10Om in beginsel weer te leren wandelen in de vrezen des Heren.

22:15En dat alles vanwege het gemeste kalf.

22:21Dat heen wijst.

22:24Naar u Heer Jezus Christus.

22:27Die het lam gods is dat de zonde der wereld heeft weggedragen.

22:32O Heren misschien hebben we wel heel veel preken over deze gelijkenis gehoord.

22:39En misschien hebben we wel kort geleden nog een.

22:42Preek gehoord over de gelijkenis van de verloren zoon.

22:47Maar u zorgt ervoor dat oude schatten nieuw kunnen worden.

22:51En waar we het misschien wel duizenden keren gehoord hebben.

22:54Alleen met onze oren kunt u het vanavond zo maken.

22:58Dat het een werkelijkheid van ons hart gaat worden.

23:01Voor het eerst en bij vernieuwing.

23:04En daarom bidden wij u.

23:06Om de krachtige werking en de doorwerking van uw heilige geest.

23:10Als we deze avond zo midden in de week samen mogen zijn.

23:14Onder uw woord.

23:16Wat een wonder toch.

23:18Tenmidden van een wegzinkende wereld.

23:21Tenmidden van een land en volk dat steeds verder wegzinkt in goddeloosheid en zonde.

23:28Geeft u het ons nog.

23:31Vergunt u het ons nog.

23:33Om zo midden in de week.

23:35In de stilte van uw huis.

23:37Onder uw woord te mogen zijn.

23:39En mag het dan zo zijn dat we deze avond als een Maria mogen zitten aan uw voeten.

23:44Om onderwijs te mogen ontvangen.

23:47Teerkost op de weg.

23:49U weet volmaakt wat we nodig hebben, heren.

23:52Zoals we deze avond samengekomen zijn hier in de kerk.

23:56Thuis mee mogen luisteren op dit moment, op een later moment.

24:00Dichtbij of verder weg.

24:02Geef uw zegen, heren.

24:04Geef uw knecht wat nodig is.

24:07Om op alle eenvoud over deze geschiedenis te mogen spreken.

24:11En dat we oude en nieuwe schatten mogen ontdekken in deze overbekende gelijkenis.

24:17Ja, dat het een werkelijkheid mag zijn.

24:21En dat het woord, dat schriftuurlijke woord, vanavond bevinding mag zijn.

24:29Door de werking van de Heilige Geest.

24:32En als dat gebeurt, heren, wat wordt het dan goed?

24:36In dit uw bedenhuis.

24:39Want er bent u zelf aanwezig.

24:42En u hebt dat toch zelf beloofd.

24:44Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben ik in het midden van u.

24:49Heren, dat zijn grote dingen die wij vragen en niet verdient.

24:53Maar u wilt het nogthans uit lautere genade schenken.

24:58En geeft u ons dan op en onder de kansel uw zegen.

25:03Die wij niet kunnen missen op reis naar de eeuwigheid.

25:07We mogen deze gemeente hartelijk aan u opdragen.

25:10Met de kerkraad, de kerkvoogdij, heel de gemeente, kinderen, jongeren en ouderen.

25:15En heren, wat is het toch een wonder van uw welbehagen.

25:20Dat u aan deze gemeente zodanig hebt willen gedenken.

25:24Dat ze weer een eigen herder en leraar mogen ontvangen.

25:29En heren, geef hem een goede ingang op uw tijd in dit deel van uw wijngaard.

25:35En stel hem tot rijke zegen.

25:38Tot eer van uw grote naam.

25:41En als wij hier vanavond aanwezig zijn met zorgen en noden en wie kent ze niet.

25:47Laat het ons niet hoeven te hinderen in het luisteren naar uw woord.

25:51Neem het een ogenblik van ons af.

25:53En wilt u kracht geven naar kruis.

25:56U weet wat we nodig hebben.

25:58Zo zijn onze ogen op u.

26:01Geef dat alles met orde en met stichting mag verlopen.

26:04Een ieder die een taak heeft willen helpen.

26:06Maar wilt u boven alles de duivel op een afstand houden.

26:10En verblijt ons in uw bedenhuis.

26:13We vragen het uit lautere genade.

26:15Om de verdiensten van Christus wil.

26:18Amen.

26:19U

26:22krijgt gelegenheid om de heren te dienen met uw gaven.

26:25Drie collecten.

26:26De eerste voor de diakonie.

26:28De tweede kerkvoogdij.

26:30En de derde collecte voor het verenigingsgebouw Ebena Ezer.

26:35De heren zegenen u en uw gaven.

26:38Ter voorbereiding op de prediking zingen wij psalm 25, de versen 3 en 4.

26:4325, 3 en 4.

26:45Na

26:46[GEZANG]

32:32het amen van de prediking zingen wij psalm onder 3 en daarvan het zevende vers.

32:36Geen vader sloeg met groter mededogen.

32:38Op het tede kroost ooit zijn ontfermende ogen.

32:42Dan Israëls heren op ieder die hem vreest.

32:45En wat er verder volgt, psalm onder 3 en daarvan het zevende vers.

32:51Geliefde gemeente, u kent wellicht dat bekende schilderij van Rembrandt.

32:57Misschien hebt u er wel een kopie van thuis in uw woonkamer hangen.

33:01Hoe

33:03Rembrandt de terugkeer van de verloren zoon heeft geschilderd.

33:09En we weten dat Rembrandt werkte in zijn schilderijen met licht en donker.

33:16En zo schilderde hij op het doek de vader van de verloren zoon.

33:22In het licht.

33:23Terwijl alle andere personen als het ware in het donker bleven.

33:29En daarmee wilde deze schilder alle aandacht vestigen op die vader.

33:36En hij heeft die vader zo getekend, zo geschilderd.

33:40Dat voor die vader die verloren zoon geknield ligt.

33:46Met zijn gezicht verborgen in het gewaad van zijn vader.

33:53Maar als je goed naar dat schilderij gaat kijken, dan is er ook een belangrijk detail dat heel veel zegt.

34:01Want de handen van die vader, die rusten op het hoofd van de verloren zoon die geknield voor hem ligt.

34:10En ook die handen zijn in lichte kleuren geschilderd, omdat het aandacht zou trekken.

34:18En als je een poosje naar die handen gaat turen en goed gaat kijken, dan zul je een verschil bemerken tussen twee handen die Rembrandt van die vader heeft geschilderd.

34:30De ene hand is namelijk de hand van een man.

34:36En de andere hand is een hand van een vrouw.

34:41En Rembrandt wilde daarmee een Bijbelse boodschap meegeven.

34:46Die hand van die man, daarmee zinspeelde hij op Psalm 103 vers 13.

34:54Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de heren over degenen die hem vrezen.

35:03En met die vrouwenhand wilde iets duidelijk maken wat wij vinden in Jezaja 49.

35:11En toch Sion zegt.

35:14De Heer heeft mij verlaten, de Heer heeft mij vergeten.

35:18Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten?

35:22Dat zij zich niet ontfermen over de zoon van haar buik.

35:27Of schoon deze zou vergeten, zo zal ik u toch niet vergeten.

35:36Wat wilde Rembrandt nu met deze twee handen als het ware duidelijk maken?

35:42Waar wilde hij nu alle aandacht voor vragen?

35:46Op

35:48de ontferming waarmee het hart van God van eeuwigheid bewogen is.

35:56Zoals een vader en moeder zich ontfermen over hun kinderen.

36:01Zo ontfermt God de Vader zich over zijn volk.

36:07Ja, die ontferming van de vader gaat de ontferming van welke vader of moeder op aarde dan ook.

36:15Verre te boven.

36:16En

36:19dat gaat de kerk des heren die genade mag vinden.

36:22In de ogen des heren ook ondervinden.

36:29En dat heeft Rembrandt ook duidelijk willen maken.

36:32Want hij schilderde de verloren zoon.

36:37Met zijn hoofd tegen de borst van zijn vader.

36:43En de ogen van die verloren zoon waren gesloten ogen.

36:49En het enige wat hij hoorde was het kloppen van het hart van de vader.

36:56En waar spreekt dat hart nou van?

36:59Weet u het uit ondervinding?

37:03Heb je het vaderhart wel eens horen kloppen?

37:07Ja, dat zijn tere dingen.

37:10Maar weet u wat het vaderhart zegt tot zijn volk?

37:16Want bergen zullen wijken, heuvelen zullen wankelen.

37:22Maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken.

37:27En het verbond mijns vredes zal niet wankelen.

37:32Zeg de Heere, uw ontvermer.

37:36En tegen deze achtergrond willen wij dan vanavond met de hulp van de Heere eens naar die overbekende gelijkenis gaan luisteren.

37:46Waarin God de Vader mag oplichten als de Vader der barmhartigheid.

37:53Tot wie een verloren zoon, een verloren dochter, een verloren zon daar komen mag.

38:01We schrijven ons thema boven de prediking, de vader van de verloren zoon.

38:06En wij ontmoeten hem in deze gelijkenis in de eerste plaats als een trekkende vader.

38:12In de tweede plaats een uitziende vader.

38:16En tenslotte de ontfermende vader.

38:20Het gaat vanavond over de vader van de verloren zoon.

38:24En wij ontmoeten hem in de gelijkenis als de trekkende vader.

38:29Als de uitziende vader en als de ontfermende vader.

38:36Ja, de heer Jezus die deze gelijkenis vertelt.

38:39Die stelt in de gelijkenis een rijke boer voor ogen met een heel groot bedrijf.

38:46Waar hij veel personeel in dienst heeft.

38:50Waar hij zelfs mensen inhuurt voor één dag.

38:57Huurlingen of dagloners worden zij genoemd.

39:01En deze rijke boer heeft ook twee zonen.

39:05Hij was dus ook een vader.

39:08En wat voor een vader wordt ons in deze gelijkenis niet getekend.

39:14Een vader die er werkelijk alles aan doet om goed te zijn voor zijn twee zonen.

39:21Wat een trouwe zorg en wat een grote liefde hebben deze twee jongens van hun vader ontvangen.

39:32En met deze twee jongens stelde de heer Jezus het verbondsvolk Israël zijn hoorders voor ogen.

39:41En wat was de praktijk onder het bondsvolk Israël in de dagen dat de heer Jezus op aarde was?

39:49Daar zag je dat verbondsvolk in twee groepen uiteenvallen.

39:55Een groot deel wordt getekend in die oudste zoon.

40:00Dat zijn mensen die denken door de werk en der wet gerechtvaardigd te worden.

40:05Dat zijn mensen die denken dat ze een streepje voor hebben bij God.

40:09Omdat de Heer toch wel blij moet zijn met zulke rechtzinnige, degelijke kerkmensen.

40:17En aan de andere kant waren er ook onder Israël mensen die hadden gebroken met de Heer en zijn dienst.

40:25En die leefden in zonden en goddeloosheden.

40:29We komen ze in het Nieuwe Testament tegen als hoeren, als tollenaren, als zondaren.

40:39Die allemaal het etiket hebben gekregen vanwege de diepe werkelijkheid.

40:45Ze zijn verloren.

40:48Zo ver afgedwaald en gezonken in de zonden.

40:53Dat ze verloren zijn.

40:55Trouwens, ook die oudste zoon was verloren.

41:02Want of je je nou probeert op te knappen met wat uitwendige godsdienst.

41:06Of dat je in de zonde leeft.

41:08Van natuur is elk mens.

41:12Verloren.

41:14Maar heel in het bijzonder wordt dat in deze gelijkenis getekend in die tweede zoon.

41:20Die jongste zoon.

41:24Die een verloren zoon werd.

41:27En wat wordt met name in die zoon zo zichtbaar?

41:32Ja, wat nu met ons gebeurd is in ons bondshoofd Adam in het paradijs.

41:39Want daar in dat paradijsgemeente.

41:43Daar was zo'n zalig huis gezien.

41:49Van God de Vader en Adam en Eva in de Hof van Ede.

41:57Ja, die Hof van Ede was als het huis des vaders.

42:02Wat een liefde.

42:04Wat een trouwe zorg besteedde de grote schepper aller dingen aan Adam en Eva in het paradijs.

42:14O, toen konden ze nog zoveel maakt zingen.

42:17Geen vader sloeg met groter mededogen op het tedenkroost ooit zijn ontfermende ogen.

42:27Ja, Adam en Eva vreesden de heren.

42:30Zij wandelden met een oprecht hart, met volkomen liefde voor het aangezicht van God.

42:38Beter konden mensen het niet hebben als in het paradijs.

42:42En

42:44wat hadden ze op God?

42:45tegen kunnen hebben, die zo goed voor hen zorgde, die zo zijn liefde aan hen bewees.

42:53En toch, toen

42:55kwam die duivel.

42:58En met dat de mens ging luisteren naar de vader van alle leugenen,

43:06zei de mens, en u hebt het in Adam gezegd en jij ook en ik ook,

43:13ik wil niet meer leven.

43:16In dat heerlijke fijne huisgezin van God de Vader.

43:21Ik wil de wereld in.

43:24Ik wil als God zijn.

43:26Ik wil eigen Heer en Meester zijn.

43:29En alles wat de Heer in de schepping gegeven heeft.

43:32Dat wil ik gaan gebruiken naar mijn eigen zin.

43:36Ik ga alle gaven en alle talenten die God mij gaf.

43:40Die ga ik nu gebruiken in de zonden.

43:43We

43:45hebben wel gedurfd gemeente.

43:48En we durven nog veel door te zondigen tegen God.

43:54O, die jongste zoon is met het goed van zijn vader in een vergelegen land getrokken.

44:01En zo zijn wij bij God vandaan gelopen.

44:05En

44:07door onze zonden hebben we ons uit die tere gemeenschap met God gezondigd.

44:15Ja, in die wegtrekkende zoon naar dat vergelegen land.

44:21Is ons beeld getekend.

44:23En als de Heer er niet aan te pas komt.

44:27Dan blijft een zon daar liggen.

44:30In zijn diepe verlorenheid.

44:35Maar wat gaat Christus nou toch verkondigen.

44:38In deze overbekende gelijkenis.

44:43Enerzijds dat er geen mens op aarde te vinden is.

44:46Die vanuit zichzelf God zoekt.

44:51Anderzijds, dat onuitsprekelijke wonder.

44:57God zoekt een zon daar om

45:02hem te behouden.

45:05En waar niemand van nature naar God vraagt.

45:10Daar gaat God een zon daar trekken als de trekkende vader.

45:18Hoe deed hij dat?

45:20Hoe stelt de heer Jezus ons dat voor in deze gelijkenis?

45:27Wel, dat hart van die jongen die wordt geopend.

45:31Dat zit dicht.

45:33Je zou dat hart kunnen vergelijken met een bunker.

45:37Met een deur ervoor die potdicht zit.

45:40Nou, dan kun je toch niet in die bunker kijken.

45:45Maar als de Heer die bunker gaat openen.

45:48Als hij dat harde zondagshart gaat openen.

45:50Hij doet die deur open.

45:52Dan kun je erin kijken.

45:56En dat gebeurde bij die verloren zoon.

45:59Want wat staat er in het begin van vers 17?

46:02En tot zichzelf gekomen zijnde.

46:07Letterlijk staat er in het Grieks, hij ging naar binnen.

46:13Waar ging hij naar binnen?

46:15In zijn hart.

46:18De heilige geest opende zijn hart en liet hem in zijn hart kijken.

46:26Alsof hij daar naar binnen ging.

46:29Hij kwam tot zichzelf.

46:33Een gemeente.

46:34Ik hoop dat u dat mag kennen.

46:36Door het werk van Gods geest.

46:38Maar wat ga je dan ontdekken.

46:39Als je tot jezelf komt.

46:41Als die deur open gaat.

46:43En de heren laat je naar binnen kijken.

46:46Dan ga je schrikken.

46:49Echt schrikken.

46:50Wat hier van binnen zit.

46:53Een vuile bron van wanbedrijven.

46:57Walgelijk.

46:59Vies, zwart, het stinkt.

47:04Daar is niets aanwezig wat God verheerlijkt.

47:08En

47:11doordat je die zonden gaat zien, bemerk je gelijk.

47:14Door die zonden is er zo'n grote afstand tussen God en mijn hart.

47:21Die jongen zag in wat voor grote ellende hij terechtgekomen was.

47:27Hij stond buiten de gemeenschap van zijn vader.

47:31Hij was heel ver bij zijn vader vandaan gelopen.

47:36En tussen hem en zijn vader was alleen maar zonde en schuld te vinden.

47:43Hij zat daar in dat vergelegen land.

47:46Hij was de wereld ingetrokken.

47:48Hij meende daar zijn geluk te vinden.

47:51En na lange tijd heeft hij zich rijk en verrijkt gevoeld.

47:54En dacht dat hij geen dingsgebreks had.

47:58Ja, tot dat.

48:00Totdat de Heer ingreep.

48:03En hij een hongersnood zond in dat land.

48:05En toen, toen kwam hij tot zichzelf.

48:12Toen zag hij waar dat leven op uit zou lopen.

48:16Als er geen wonder in zijn leven zou gebeuren.

48:21Dan zou hij vergaan.

48:23Dan zal hij vergaan vanwege de honger.

48:26Dat betekent dan moet je sterven.

48:31En dat had die jongen verdiend.

48:34Want heel bewust was hij bij zijn vader weggegaan.

48:39Heel bewust had hij die keuze gemaakt om niet meer in dat goede leven met zijn vader te willen blijven.

48:48Heel bewust koos hij voor dat vergelegen land.

48:53Om daar, o gruwelijk, te zondigen.

48:58En

49:01nu hij tot zichzelf komt.

49:04Nu gaat hij het zien.

49:07Hoe zwaar en menigmaal hij gezondigd heeft.

49:13En dat tegen zijn lieve goede vader.

49:18En

49:21daar lag nou de oorzaak van de grote afstand die er gekomen was.

49:29Eigenlijk ontdekte deze jongen twee dingen.

49:36Hij ontdekte terwijl hij daar dacht de hongersnoten moeten sterven.

49:42terwijl hij daar zat tussen de onreine varkens...

49:46kreeg hij in herinnering hoe zijn vader was...

49:51en hoe goed het bij zijn vader was toen hij er nog woonde.

49:56En daartegenover ziet hij zichzelf.

50:01Ja, zo gaat het toch in de bekering.

50:05Je krijgt toch godskennis en zelfkennis.

50:11Dat gaat samen op.

50:13Het een kan het ander niet missen.

50:17En als de Heere dan de liefde van hem gaat uitstorten in je hart.

50:21En je krijgt Gods kennis en je blikt naar binnen.

50:24En je ontdekt wat hier van binnen leeft.

50:27Dan word je bedroefd.

50:30Dan krijg je smart.

50:33Ik heb gezondigd.

50:35Ik ben een doelmisser.

50:37En dat door eigen schuld.

50:39En nu verga ik door eigen schuld van honger.

50:45Ik moet sterven.

50:47En dat is verdiend.

50:51Ja dan word je eerlijk gemaakt gemeente.

50:55Dan wil je ook niets meer achterhouden.

50:59Als je je hart gaat uitstorten voor de heren die alles van je weet.

51:04En die alles van je gezien hebt.

51:09Dan weet je wat je ook zo oprecht gaat beleiden.

51:13Niet alleen dat je gezondigd hebt.

51:16Omdat je dat ontdekt in je hart.

51:20Maar je gaat ook.

51:21ervaren en ontdekken en beleiden dat je een onwaardige zonder bent.

51:29Die nergens recht op heeft.

51:32Die

51:34nergens aanspraak meer op maken kan.

51:38Moet u eens horen wat die verloren zoon zegt.

51:42Ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

51:49Geen zoon meer.

51:52Geen kind van God meer.

51:57Maar wat dan wel?

51:59Wat ben je dan wel als je geen kind van God bent?

52:05Ja, zegt de schrift, dan ben je een kind des torens.

52:10Dan ben je een kind des tuivels.

52:15O, dat wordt een werkelijkheid.

52:18Eens woonde ik in het paradijs, in die heerlijke gemeenschap met de Vader.

52:25Toen was de Heer mijn deel en mijn eeuwig goed.

52:30Maar nu, ik lig verloren.

52:34Geen vadelijke gunst meer.

52:37Geen gemeenschap met mij meer.

52:41En wat ligt er voor me?

52:43Wat kan ik alleen nog verwachten door mijn zonde?

52:47De eeuwige rampzaligheid.

52:50En dat, dat heb ik echt rechtvaardig verdiend.

52:56En dan dat wonderlijke.

52:58Wat je dan eigenlijk helemaal niet kan begrijpen.

53:02Terwijl dat een werkelijkheid voor je is.

53:05Gezondig tegen God.

53:07Zo'n grote afstand tussen God en je ziel.

53:11Niet meer wetend hoe het goed moet komen.

53:13En dan die onwaardigheid.

53:16En een ondanks dat, een

53:20trekking.

53:22Wonderlijk hè?

53:25Ondanks dat, een trekking naar God.

53:30En terwijl je dat in het begin van het geestelijke leven helemaal niet kan verklaren.

53:34En nog minder onder woorden zou durven brengen.

53:39Is dat wel de trekkende liefde van de Vader.

53:46En weet je waar je die trekkende liefde van de Vader nou zo heel sterk aan kan bemerken.

53:56Als Psalm 42 je levenslied geworden is.

54:02Ja mijn ziel.

54:05Dorst naar de Heer.

54:07God als levens, ach wanneer.

54:11Zal ik naderen voor uw ogen.

54:14In uw huis uw naam verhogen.

54:17Dat vloeit nou voort uit de trekkende liefde van de Vader.

54:23En terwijl je dat allemaal misschien nog niet zo onder woorden kan brengen, zei ik net.

54:28Gebeurt er wat in je hart?

54:30Je komt in beweging.

54:33O ja, daar moet de Heer aan te pas komen.

54:36Maar dat doet Hij dan ook.

54:38En waar u misschien meent om te komen in je godsgemis.

54:43Omdat je geen weg kan vinden om God weer tot je deel te kunnen krijgen.

54:48Gaat God zelf in je leven een weg banen.

54:53Waarin je God weer tot je deel kan krijgen.

54:57Waarin je God weer terug zal vinden.

55:01En die weg.

55:04Is Christus.

55:08Want Christus heeft het toch zelf gezegd.

55:11Ik ben de weg.

55:13De waarheid en het leven.

55:15Niemand komt tot de Vader dan door mij.

55:22Oh als wij dan hier in deze gelijkenis.

55:26Die verloren zoon ontmoeten, die getrokken wordt tot zijn vader en dan tot het besluit mag komen en zegt, ik zal opstaan en ik zal tot mijn vader

55:38gaan.

55:39Dan is hier die verloren zoon het beeld van een zondaar die door God wordt getrokken.

55:48Ja, getrokken.

55:51Het is de trekkende liefde van de Vader die een zon daar doet komen tot de troon van Gods genade.

56:01Maar zullen we nooit vergeten dat de Vader dat nooit doet buiten zijn geliefde zoon.

56:09En later zullen Gods kinderen als het terugleidend licht ontvangen het tot een verwondering gaan ontdekken.

56:17Die heerlijke samenwerking tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

56:24In dat trekken van een zondaar terug in de gemeenschap met God.

56:30Ja,

56:32dan gaat het er zo wonderlijk onverklaarbaar aan toe in het geloofsleven.

56:38Want enerzijds lees ik in de heilige schrift, in Johannes 14, vers 6, wat ik zojuist ook citeerde, niemand kan tot de Vader komen

56:51dan door mij, dat is Christus.

56:55Maar als we terug gaan bladeren in het Johannes Evangelie, lezen we in hoofdstuk 6 ook dit, niemand kan tot mij komen, dat is Christus, tenzij dat de Vader hem trekken.

57:09O, de Vader trekt een zon daar tot Christus.

57:14En Christus brengt een zon daar bij de Vader.

57:18Wonderlijk werk, hè?

57:22En is het ook gebeurd in je leven?

57:26Ja, dat is een weg die de Heren met zijn kinderen gaat.

57:31Waarin ze gaan ontdekken dat die Vader nou klaar staat.

57:38Om een verloren zon daar te ontvangen.

57:43En dat brengt ons bij onze tweede gedachte.

57:46Een uitziende vader.

57:50We hebben in onze eerste gedachte wat meer gelet op die jongste zoon.

57:54Die een verloren zoon werd.

57:56Die bij die vader weggetrokken is.

57:59Maar zullen we nu eens gaan kijken hoe het die vader vergaan is.

58:04Vanaf dat moment dat die jongen...

58:07De boerderij heeft verlaten.

58:11Wat moet dat een pijnlijke dag voor die vader geweest zijn.

58:15Wat moet het als een zwaard door zijn ziel gegaan zijn.

58:19En toen zijn jongen op een dag bij hem kwam.

58:22En om de erfenis vroeg.

58:26Nee de pijn lag niet zozeer in de vraag op zich.

58:32Want het gebeurde in de tijd van de Bijbel wel meer.

58:34Dat een kind tot zijn vader ging.

58:38Om alvast een deel van de erfenis te mogen ontvangen.

58:42Wanneer gebeurde dat?

58:43Nou als de zoon bijvoorbeeld een eigen bedrijf wilde beginnen.

58:49Of dat een zoon tot een huwelijk wilde komen.

58:52En dat hij geld nodig had.

58:55voor dat huwelijk om een huisje te kunnen bouwen...

58:58dan gebeurde het wel eens dat een zoon aanklopte bij de vader...

59:03om al iets van de erfenis te mogen ontvangen om het daarvoor te gebruiken.

59:09En in zulke gevallen was dat ook dikwijls goed in de ogen van zo'n vader...

59:14die zo'n verzoek van een van de kinderen kreeg.

59:18En hij wilde met zijn vaderhart zijn zoon echt te hulp komen als hij dat kon.

59:25Maar dat was hier in deze gelijkheid dus niet aan de orde.

59:29Hier vinden wij niet een jongen die om de erfenis gaat vragen voor een huwelijk of voor een bedrijf dat hij wil beginnen.

59:38Maar hier ontmoeten wij een jongen die de erfenis wil hebben om die erfenis in de wereld te gaan uitgeven.

59:49Hier ontmoeten wij een jongen die met de erfenis van zijn vader in de zonde wil gaan leven.

59:57En we hebben het gehoord hoe die oudste zoon het onder woorden bracht.

1:00:00Hij heeft het goed met hoeren doorgebracht.

1:00:08En dat kreeg die vader in de gaten.

1:00:10En wat moet dat voor die vader geweest zijn.

1:00:14Toen zijn zoon daarom om de erfenis kwam.

1:00:19Wat moet het een pijnlijke dolksteek zijn geweest in dat vaderhart.

1:00:25Toen hij deze vraag hoorde en wat moet het een smat gegeven hebben.

1:00:31erf zag aflopen met een grote hoeveelheid geld om dat door te brengen in een vergelegen land.

1:00:41Maar

1:00:44dan zou ik eens een vraag willen stellen vanavond aan u, jou en mezelf.

1:00:51Hebt u er ooit wel eens een indruk van gehad?

1:00:55En ik zeg het natuurlijk menselijk.

1:00:58Heb je er ooit wel eens een indruk van gehad wat het voor de vader geweest is toen het

1:01:08Kroonjuweel van zijn schepping.

1:01:11Tegen hem zondigde.

1:01:17Wat moet het voor de schepper geweest zijn.

1:01:20Toen hij zijn mens zag vallen in de zonde.

1:01:23Om het goed van deze wereld.

1:01:26In dienst van de duivel en de zonde te gaan besteden.

1:01:31Wat moet het voor de vader geweest zijn gemeente.

1:01:35Om de mens uit het paradijs te moeten wegzenden.

1:01:40Wat moet het voor de Vader geweest zijn om de mens te zien vallen uit zijn gemeenschap?

1:01:50Oh, ik bedoel het ibidig en het is menselijk uitgedrukt.

1:01:57Maar wat een zwaard moet dat niet geweest zijn in het vaderhart van God.

1:02:06Dat de mens het aangedurfd heeft om een eerrover van God te worden.

1:02:15Die goede God.

1:02:17Die heilige God.

1:02:19Die rechtvaardige God.

1:02:21Die liefdevolle Vader.

1:02:27Als dat geloofd wordt door het werk van Gods heilige geest gemeente.

1:02:33Dan word je werkelijk een verbroken en verslagen mens.

1:02:41En zou het dan niet recht zijn.

1:02:43Dat

1:02:45God die zo in zijn deugden aangetast is.

1:02:52Dat God die zo op zijn vader had getrapt is.

1:02:58Ja, door u, door jou, door mij.

1:03:02Dat die vader als een rechter zou optreden.

1:03:08En je zou grijpen om je weg te werpen in de eeuwige rampzaligheid.

1:03:15Durft u dan nog te zeggen dat dat onrechtvaardig is van deze God?

1:03:25Oh, het is zo rechtvaardig als de Heer het ganse menselijk geslacht in die diepe, diepe verlorenheid had laten liggen.

1:03:37En dat hij nooit, nooit meer zich over één zon daar zou ontfermen.

1:03:45Dan

1:03:47zou God recht zijn in al zijn weg en werk.

1:03:55En nu het wonder.

1:03:58Dat onuitsprekelijke wonder.

1:04:02God heeft niet gewild dat het ganse menselijke geslacht in de verlorenheid zou blijven liggen.

1:04:16Hij heeft gewild dat

1:04:20een schare die niemand kan tellen

1:04:24eeuwig behouden zou worden.

1:04:27En waarom?

1:04:29Waarom?

1:04:30Kind van God in ons midden.

1:04:33Waarom?

1:04:35Heeft de Heer je opgezocht.

1:04:40Omdat zijn hart van eeuwigheid

1:04:45ontroerd is over u.

1:04:51Omdat zijn hart van eeuwigheid heeft gerommeld van barmhartigheid.

1:05:01En dat wil Christus nou duidelijk maken in deze ontroerende gelijkenis.

1:05:07Want al trok die zoon weg bij de vader.

1:05:11En wilde hij zijn vader vergeten.

1:05:14En het leven met die vader vergeten.

1:05:16Die vader kon zijn zoon niet vergeten.

1:05:21En is dat wel eens een wonder voor je geworden.

1:05:25Dat God de vader ondanks mijn diepe diepe val.

1:05:31Mij toch niet vergeten is.

1:05:37Hoe komt dat in deze gelijkenis openbaar.

1:05:42Nou die vader.

1:05:45Is vanaf de eerste dag dat die zoon weg trok bij hem.

1:05:51Blijven uitzien naar de terugkeer van zijn zoon.

1:05:58En we kunnen dat in onze vertalen niet zo duidelijk opmaken.

1:06:01Maar als je naar de Griekse tekst gaat kijken.

1:06:04Naar het woordje zag.

1:06:08Dan wordt daar een werkwoordsvorm gebruikt.

1:06:11Dat ons laat zien dat hij dat niet eens een keertje gedaan heeft.

1:06:15Maar dat hij elke keer weer op de uitkijk stond om te kijken of zijn jongen terugkwam.

1:06:25Vanaf het eerste moment dat die jongen is weggegaan.

1:06:29Waren daar momenten op de dag van de vroege morgen tot de late avond.

1:06:34Dat die vader naar het hek van het erf ging en ging kijken.

1:06:39Komt hij al terug?

1:06:43Hij stond daar te wachten.

1:06:48O, wat verlangde die vader naar de terugkeer van zijn verloren zoon.

1:06:57En daarom wordt hij ons in deze gelijkenis ook getekend als een uitziende vader.

1:07:06En is God zo ook niet?

1:07:10Ziet God ook niet uit naar de terugkeer, naar de bekering van een diepgevallen mensenkind?

1:07:19O, dat uitzien en dat wachten is een van de manieren waarop God een zonda zoekt.

1:07:30O ja, de Heere kan heel krachtdadig iemand neervellen op het slagveld van vrije genade.

1:07:36Kijk maar bij Saulus van Tarsen.

1:07:39De Heere kan met één woord een mensenkind zoals Zaccheus uit de boom halen.

1:07:47Dat de Heer in de dadelijkheid een mensenkind bekeert van doodlevend.

1:07:52Maar kan zomaar gebeuren onder de prediking van het woord.

1:07:58En we zien dat bijvoorbeeld heel duidelijk in die vorige gelijkenis die we vinden in Lukas 15.

1:08:04Waar de Heer Jezus naar dat verloren schaap gaat en het daadwerkelijk pakt.

1:08:09Opneemt en terugbrengt naar de schaapskooi.

1:08:14Maar de Heer kan het ook wel eens op een andere wijze doen.

1:08:19Dat hij wacht.

1:08:23Misschien is dat nieuw voor u.

1:08:25Maar ik probeer het uit te leggen.

1:08:28Dat de Vader ingespannen uitkijkt naar de terugkeer van een zonder.

1:08:38Nee, niet dat die zonder dat zelf doet.

1:08:40Dat is remonstrant.

1:08:43Maar in dat wachten gebeurt wat.

1:08:48Trouwens, ik vind het heel duidelijk in Jezaaier 30 vers 18.

1:08:52En daarom zal de Heer wachten.

1:08:58Opdat hij u genadigd zij.

1:09:01En daarom zal hij verhoogd worden.

1:09:04Opdat hij zich over jullie de ontfermen.

1:09:08Want de Heer is een God des gerichts.

1:09:11En wel gelukzalig zijn allen die hem verwachten.

1:09:15Dan lijkt het alsof de Vader niets doet.

1:09:19Dat hij alleen maar aan het wachten is.

1:09:23En op een vlakke gedachte zou je dan denken, het moet dan bij die zon zelf vandaan komen.

1:09:30Maar zo ligt het niet.

1:09:32Want in dat wachten van de Vader doet hij wel degelijk iets.

1:09:39En wat dan?

1:09:40Heel concreet hier in onze tekst.

1:09:42En ook zoals we dat vinden in Isaiah 30.

1:09:46Dan houdt de Heer zich als het ware wat stil.

1:09:51Maar ondertussen komt hij met zijn tucht.

1:09:57Toen Jezaja dat mocht profiteren, de heren zal wachten.

1:10:03Toen heeft de heren gewacht totdat het volk in de verontmoediging kwam.

1:10:11Maar daar was wel eens een tucht voor nodig, namelijk de tucht van de ballingschap.

1:10:16En dat zien we eigenlijk ook hier bij die verloren zoon.

1:10:19Wat gaat de heren nou gebruiken om die jongen te tuchtigen, om die jongen als het ware te trekken, terwijl hij zelf een wachtende vader is.

1:10:31Hij zendt die hongersnood.

1:10:36Juist op dat moment toen die jongen geen geld meer had.

1:10:43En juist toen was die hongersnood noodzakelijk.

1:10:47Opdat die jongen ging zien dat als er niets gebeurt.

1:10:50Dan sterf ik van de honger.

1:10:53En juist toen heb ik al eerder gezegd.

1:10:56Krijg je het vroegere leven van zijn vader in herinnering.

1:11:00En dat deed hem opstaan en tot zijn vader gaan.

1:11:05Niet wetend dat die vader al elke dag op hem stond te wachten.

1:11:13En zo kan de Heere in het leven van een mensenkind wel eens een tegenspoed zenden.

1:11:20Een

1:11:21ernstige roepstem.

1:11:23Een

1:11:24ongeluk.

1:11:26Een ernstige ziekte.

1:11:28Een indringende ernstige preek over de wederkomst.

1:11:33En dat de Heer die tuchtiging wil gaan gebruiken om je stil te zetten.

1:11:40En terwijl je niets in de gaten hebt.

1:11:44Is daar een wachtende vader.

1:11:48Die met al die omstandigheden bezig is om je geschikt voorwerp te maken.

1:11:54En je op dat punt te brengen.

1:11:57Dat je niets anders meer kan dan opstaan en terugkeren.

1:12:07Terwijl hij staat te wachten.

1:12:11Om genadigd te zijn.

1:12:15En daarom ombekeer de zon daar in ons midden.

1:12:18Als er een tegenspoed komt.

1:12:21Als er een kruis komt.

1:12:23Als er een roepstem komt.

1:12:26Sla het niet in de wind.

1:12:29Maar keer weder tot de Heren.

1:12:33Hij wil genadigd zijn.

1:12:36Hij wil ontdekkende, armmakende genade schenken.

1:12:42Om in die weg vertroostende, rijkmakende genade te schenken.

1:12:50O welke vader is hij?

1:12:54Hoor eens wat hij zegt bij monden van Hosea.

1:12:58Ik zal heen gaan en keren weder tot mijn plaats.

1:13:05En dan vul ik het evenzelfde zaakje erbij in.

1:13:08Om te wachten.

1:13:10Om uit te zien.

1:13:12Waarop?

1:13:13Totdat zij zichzelf een schuldig kennen.

1:13:17En mijn aangezicht zoeken.

1:13:20En als het hen bange zal zijn.

1:13:25Zullen ze me vroeg zoeken.

1:13:28En natuurlijk is dat allemaal zijn verborgen werking.

1:13:33Door woord en geest in het hart.

1:13:36Ja

1:13:38dan komt hij.

1:13:39En dan werkt hij zodanig.

1:13:42Dat de verloren zon daar het in zijn hart gaat zeggen.

1:13:46En door Gods geest die keuze mag maken.

1:13:50Komt en laat ons wederkeren tot de Heren.

1:13:54Want Hij heeft ons verscheurd.

1:13:57Maar Hij zal ons genezen.

1:14:00Hij heeft geslagen.

1:14:02Hij zal ons verbinden.

1:14:06Oh en wie zo mag komen.

1:14:09Die zal ontdekken.

1:14:12Dat die vader die je God tegen wie je zo gezondigd hebt.

1:14:16Die je zou kunnen wegzenden.

1:14:19Naar echt.

1:14:21Dat hij nogthans een uitziende, trekkende, wachtende vader is.

1:14:29En hij wil niets liever dan een omkomende zon daar genadigd zijn.

1:14:37Waarom?

1:14:39Omdat God van eeuwigheid gedachten des vredes heeft gehad.

1:14:46Omdat hij het gesproken heeft.

1:14:50Is niet Efri mijn dierbare zoon.

1:14:54Is hij mij niet een troetelkind.

1:14:57Kunt u dat nou nog begrijpen gemeente.

1:15:01Die God die daar zo tegen gezondigd hebben.

1:15:06Dat

1:15:08die God nog tegen zijn volk wil zeggen.

1:15:11U bent mijn troetelkind.

1:15:16Want sinds dat ik tegen hem gesproken heb,

1:15:20denk ik nog ernstiglijk aan hem.

1:15:25Daarom rommelt mijn ingewand over hem.

1:15:29En ik zal mij zijne zekerlijk ontfermen.

1:15:35En nog steeds in de 21ste eeuw maakt hij het waar.

1:15:40Dat er een volk op aarde is dat uit ondervinding weet.

1:15:46Ik ben wel ellendig.

1:15:49Enno druftig, maar de Heere denkt aan mij.

1:15:56Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder.

1:16:00O mijn God, vertoef niet.

1:16:05Welke uitziende vader.

1:16:08Hij wacht om genadigd te zijn.

1:16:12Maar hoe kan dat dan toch?

1:16:15Want dominee, weet u wel wat ik ontdekt heb in mijn leven?

1:16:21Inderdaad, ik heb naar binnen gekeken.

1:16:23Ik heb mijn zondige leven teruggekregen.

1:16:26En ik heb zo tegen God gezondigd.

1:16:29Maar nu heb ik in het heilige woord iets ontdekt.

1:16:32Dat doet mij vrezen, dat doet mij beven.

1:16:35Wat dan?

1:16:36God is vertorend over mijn zonde.

1:16:42En hij stapt niet over de zonde heen.

1:16:47Ik heb de heren leren kennen vanuit het woord als een rechtvaardige rechter.

1:16:52Die de zonde niet ongestraft kan laten.

1:16:56Als een God die waarheid en trouw laat zien aan zijn eigen woord.

1:17:02Ook aan zijn bedreigingen.

1:17:05En de heren doet toch geen afstand van zijn recht.

1:17:10De heren doet toch geen afstand van zijn oordeel.

1:17:14Dan zou God toch geen God meer zijn?

1:17:17Hoe kan het dan toch dat hij in de Bijbel getekend wordt als een vader die wacht?

1:17:25Als een vader die uitziet om een zondaar genadigd te zijn?

1:17:32Hoe kan dat toch?

1:17:34Terwijl ik zo moedwillig en vrijwillig gezondigd heb en bij hem vandaan gelopen ben?

1:17:44Weet u het geheim?

1:17:50Heb je het op de school van vrije genade geleerd hoe God dit kan doen?

1:17:56Weet u hoe dat kan?

1:17:58Omdat God de Vader eens op iemand gewacht heeft.

1:18:08Omdat God hier op aarde iemand opgewacht heeft.

1:18:15Een

1:18:18persoon die ons mensen in alles gelijk geworden is.

1:18:24Uitgenomen de zonde.

1:18:25Ken je hem?

1:18:27Het

1:18:29is zijn geliefde zoon.

1:18:31Jezus Christus.

1:18:35Die wilde bij de Vader vandaan gaan.

1:18:40Naar een vergelegen land.

1:18:45Nee, niet om het goed van zijn vader door te brengen.

1:18:50Maar om het goed van zijn vader bij zijn vader terug te brengen.

1:18:57Dat is die uitverkoren kerk.

1:19:02En daarvoor wilde Christus zijn heerlijkheid afleggen.

1:19:07En liet hij zich als het ware bekleden met die vieze, vuile, stinkende vodden van die verloren zoon.

1:19:17En werd hij die verloren zoon in alle dingen gelijk.

1:19:23En waar die verloren zoon terecht kwam bij de onreine varkens.

1:19:28Daar wilde Christus afdalen tot een onrein volk.

1:19:37En toen Christus daar was afgedaald.

1:19:40Wacht.

1:19:56[GEZANG]

1:19:58EN MUZIEK

1:20:16Om onze ongerechtigheden is hij verbreizeld.

1:20:20En

1:20:22de straf die ons de vrede aanbrengt was op hem.

1:20:28En door zijn striemen is ons genezing geworden.

1:20:33Ja, toen hij zijn ziel uitgestort heeft.

1:20:38Als een schuld offer gesteld heeft.

1:20:42Zal hij zaad zien.

1:20:44Hij zal de dagen verlengen.

1:20:48En het welbehagen des heren zal door zijn hand gelukkig voortgaan.

1:20:54Daarom, daarom alleen is

1:21:00er een wachtend God.

1:21:02Voor

1:21:05de komst van een verloren zonder die niets anders meer kan zeggen.

1:21:13Moeder kom ik, arm en naakt, tot de God.

1:21:19Die zalig maakt.

1:21:21Die de armen kleed en voedt.

1:21:25Die de zon daar leven doet.

1:21:28Zo kwam die verloren zoon thuis.

1:21:32Men heeft ervaren dat de vader met innerlijke ontferming bewogen was.

1:21:37Onze laatste gedachte.

1:21:38De ontfermende vader.

1:21:41Elke dag stond hij op de uitkijk.

1:21:45Totdat.

1:21:48Totdat die dag aanbrak.

1:21:51Hij zag hem komen.

1:21:54En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader.

1:22:02Letterlijk staat er in het Grieks.

1:22:04En als hij zich ver van hem hield, zag hem zijn vader.

1:22:11Dus hoe moeten we ons dat zo voorstellen?

1:22:14Tenminste, zo doe ik dat dan maar.

1:22:16Ik denk altijd heel beeldend.

1:22:18Ik zie daar die boerderij in een vallei liggen.

1:22:22En over die heuvel komt die jongen.

1:22:25En daar ziet hij de boerderij van zijn vader.

1:22:29En als hij nog ver van hem was.

1:22:33Ik zie hem daar op dat topje van die heuvel staan.

1:22:36Als hij zich ver van hem hield.

1:22:42Hij durfde niet meer verder.

1:22:44Begrijp je dat?

1:22:47Oh, hij zag het liggen.

1:22:51Mogelijk zag hij een glimp van zijn vader bij het hek.

1:22:56Maar hij durfde niet meer.

1:22:59Hij bleef op afstand staan.

1:23:02Hij hield zich ver van hem.

1:23:06O, er komt een tijd in het geloofsleven dat de Heer van zijn kerk een uitgewerkte zonda maakt.

1:23:14Dan heb je niets meer te zeggen.

1:23:16Dan kun je niets meer.

1:23:17Dan moet je op afstand blijven.

1:23:20Dan moet het van de andere kant komen.

1:23:26Maar de Vader zag het.

1:23:29En wat gebeurde er toen?

1:23:31Toen werd hij met innerlijke ontferming bewogen.

1:23:33Natuurlijk was het al lang in zijn hart.

1:23:36Maar hij snelde op zijn jongen af.

1:23:40En alles wat de vader doet en spreekt.

1:23:45Dat openbaart zijn ontfermde liefde voor zijn verloren zoon.

1:23:50Nee, die vader wandelde niet naar zijn zoon.

1:23:54Dat staat niet in de grondtekst.

1:23:56Maar hij rende naar zijn zoon.

1:23:59En juist omdat de Heer Jezus dat zo benadrukt, komt nog duidelijk openbaar met welke grote ontferming dat hart van de Vader bewogen was.

1:24:10Want het was in de tijd van de Bijbel de gewoonte dat rijke voorname mensen, als ze in aanraking kwamen met arme zwervers, heel

1:24:23langzaam en statig naar zulke mensen toe liepen en dikwijls vanuit de hoogte op ze neerkeken.

1:24:32Ja, dat gebeurde veel bij rijke mensen in de tijd van de Bijbel.

1:24:36Maar nu gaat Heer Jezus die vader tekenen.

1:24:39Ja, dat was ook een rijke man, maar die doet dat juist niet.

1:24:42Die doet precies het tegenovergestelde.

1:24:45Alsof hij alle waardigheid van zijn rijkdom aflegt.

1:24:48En als een barmhartige vader heel snel naar zijn jongen toe rent.

1:24:55En waar een rijke man niet zomaar zijn hand zou uitsteken naar een arme vieze zwerver.

1:25:02Neemt deze vader zijn jongen in zijn armen.

1:25:06En waar een rijke heer nooit over zou denken.

1:25:10Om zo'n vieze schooier een kus te geven.

1:25:12Dan gaat deze vader zijn zoon kussen.

1:25:16Om nog sterker te laten zien.

1:25:19En de hoorders hier in Lukas 15.

1:25:23Beseften dat de wijzer op de heer Jezus dit tekent.

1:25:26Nog meer laat zien.

1:25:28Hoe groot ontferming die vader voor die jongen had.

1:25:34Waar hij op afstand bleef.

1:25:37Ging de vader naar hem toe.

1:25:41En hiermee wil Christus openbaren.

1:25:44Hoe groot en diep de begeerte van zijn vader is.

1:25:50Om in en door hem op grond van zijn offer.

1:25:55Verloren zondaren welkom te heten.

1:25:58En zijn barmhartigheid te bewijzen.

1:26:01O welke vader is God toch.

1:26:04O ja hij zal je laten zien dat hij niet alleen barmhartig is.

1:26:09Hij zal ook wel laten zien dat hij rechtvaardig is.

1:26:12En het geheim van zalig worden is altijd nog dit.

1:26:17Dat een zon daar op grond van recht behouden wordt.

1:26:22Om het zo eens te zeggen wil God zijn barmhartigheid openbaren.

1:26:29Dan kan het niet anders of hij eerst zijn gerechtigheid geopenbaard.

1:26:35En is dat niet op gogeltaat duidelijk geworden.

1:26:39Dat is nou de plaats waar gerechtigheid en barmhartigheid elkaar hebben ontmoet.

1:26:47En op grond van het offer van Christus, die aan het heilige recht van God voldaan heeft, kan de Vader zijn barmhartig hart

1:27:00gaan openen voor een diepgevallen mensenkind.

1:27:04En de oude Zacharias die heeft er zo rijk van gezongen.

1:27:09Toen hij kreeg te geloven dat Christus ook op de aarde gekomen was voor hem.

1:27:15Die nooit in schoner glans verscheen.

1:27:21Dan nu door Gods barmhartig heen.

1:27:26Die met ons lot bewogen.

1:27:29Om ons van zonde en ongeval te ontslaan.

1:27:33Een ster in Jacob op doet gaan.

1:27:36De zon des heils doet aan de kimmen staan.

1:27:42Het is om Christus offer.

1:27:44Dat het barmhartige hart van God de Vader open gaat.

1:27:50En dat wilde Christus nou openbaren in deze gelijkenis.

1:27:56Toen

1:27:59die jongen daar lag in de armen van zijn vader.

1:28:04En hij het niet kon begrijpen dat zijn vader hem nog wilde kussen.

1:28:12Toen zonk hij weg in verwondering.

1:28:16Maar het is niet bij die liefdeskus gebleven.

1:28:22Maar hij kreeg nog veel meer.

1:28:26En dat moet echt een wonder voor hem geweest zijn.

1:28:29Hij die gezegd heeft, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

1:28:34Ik ben niet meer waard uw zoon genaamd te worden.

1:28:40Kreeg een kleed, een

1:28:43ring en schoenen.

1:28:47Ja, zegt u, dat zijn toch hele gewone dingen.

1:28:49Ja, en toch zeggen ze zoveel.

1:28:52Want toen hij wegging bij zijn vader, toen droeg hij ook een prachtig kleed.

1:28:57Maar daar is niks meer van te zien.

1:29:00Dat is niet meer dan vieze, vuile vodden die nog stinken.

1:29:03Ook naar de varkens waar hij een tijdje tussen gezeten heeft.

1:29:07Maar wat gaat God nu met de zon daar doen?

1:29:10Die gaat die vieze, vuile vodden wegnemen.

1:29:15Hij gaat een mensenkind ontkleden.

1:29:19Ja, dan ben je niks meer.

1:29:21Dan ben je naakt.

1:29:24En dan moet je gewassen worden.

1:29:26En dat doet de Heer ook.

1:29:28En waar een zon daar gewassen wordt, krijgt hij ook het beste kleed.

1:29:34Het hing al klaar op de boerderij.

1:29:39Het is het kleed van de vergeving der zonden.

1:29:43Het is de mantel der gerechtigheid die Christus geweven heeft.

1:29:50Aan het kruis op Golgotha.

1:29:52Terwijl hij zelf als een naakte borg aan het vloekhout hing.

1:30:00Dat kleed zei tegen die jongen.

1:30:03Het is weer goed.

1:30:04Er ligt niks meer tussen u en mij.

1:30:07O mijn zoon.

1:30:10Alle zonden zijn weggenomen.

1:30:13En die ring.

1:30:15In de tijd van de Bijbel droegen alleen hele rijke mensen een ring.

1:30:19En koningen.

1:30:22En die ringen, die zegelringen waren echt het eigendom van die rijke voorname personen.

1:30:29En een koning of een rijke man zou zomaar niet die ring weggeven aan een ander.

1:30:35En als die het zou doen, dan moet die ander aan wie hij de ring zou geven van zeer grote waarde zijn.

1:30:45Ja, die ring was het eigendom van de vader.

1:30:51En wat gaat hij doen?

1:30:53Hij gaat die ring aan zijn zoon geven.

1:30:56Omdat die zoon zo'n grote waarde voor zijn vader had.

1:31:02En met dat die ring aan de vingeren van die jongen wordt geschoven.

1:31:08Zegt die ring tegen die jongen.

1:31:11Ja, zegt die vader tegen die jongen.

1:31:13Die ring, mijn jongen.

1:31:15Dat is nou een zegel voor je.

1:31:18Dat je mijn eigendom bent.

1:31:22Die ring die ik eigenlijk moet dragen omdat het mijn eigendom is.

1:31:27Die geef ik nu aan u.

1:31:29Want je bent van mij mijn jongen.

1:31:32Je bent mijn zoon.

1:31:34Je bent mijn kind.

1:31:36En dat zul je altijd blijven.

1:31:41En als die jongen naar zijn ring keek.

1:31:45Dan zei die ring tegen hem.

1:31:49Aangenomen tot kind van God.

1:31:54En hij kreeg ook nog schoenen aan de voeten.

1:31:57Ja, dat droeg alleen de zonen en dochters van rijke mensen.

1:32:02Slaven niet.

1:32:03En die liepen op blote voeten.

1:32:05Nou, ik stel me helemaal voor dat die jongen ook zijn schoenen kwijtgeraakt was en dat hij op blote voeten teruggekeerd is.

1:32:11Want hij wilde niets meer zijn dan een slaaf bij zijn vader voor één dag nog.

1:32:16Een dagloner.

1:32:19Maar nu krijgt hij schoenen aan de voeten.

1:32:23En die schoenen die zeggen ook tegen hem.

1:32:26Mijn jongen je bent mijn slaaf niet.

1:32:29Je bent mijn kind.

1:32:31Maar die schoenen die roepen je ook op.

1:32:34Om nou nooit meer bij me weg te lopen.

1:32:38Om nou te wandelen zoals ik dat wil mijn jongen.

1:32:42Ja die schoenen die prediken.

1:32:45Het wandelen in de vreze des heren.

1:32:49Die schoenen, mijn jongen, die prediken je nou dat je staat in de vrijheid van de kinderen van God.

1:32:59En dat alles werd hem geschonken

1:33:04vanwege de persoon waar dat geslacht de kalf naar wees.

1:33:10Jezus Christus.

1:33:13Moet ik nog meer vertellen, gemeente, nog meer zeggen.

1:33:18Welk een God er in de hemel is.

1:33:22Die in Christus een ontfermende vader wil zijn.

1:33:28Voor de grootste der zondaren.

1:33:32Zou u niet een beetje moed krijgen arme zondaar.

1:33:35Die er niet bij kan.

1:33:37Die ook zo van verre staat.

1:33:40Voor wie het te groot is om te geloven een kindersheren te zijn.

1:33:44Bekleed te zijn met de mantel der gerechtigheid.

1:33:48Oh misschien is er wel iets in je leven gebeurd.

1:33:52Wat zo'n diepe impact op je heeft gehad.

1:33:56Dat je misschien verkeerde godsbeelden ontvangen hebt.

1:34:00Gekregen hebt.

1:34:02Ontstaan zijn in gedachten.

1:34:04Dat het misschien een hele moeilijke zaak is.

1:34:07Om God als een vader te kunnen zien.

1:34:12Maar de schrift zegt het.

1:34:15En zo wil hij zijn.

1:34:17Voor een diepgevallen zondaar.

1:34:21Welke ontfermde God een vader is hij niet?

1:34:25Zou je hem niet zoeken?

1:34:28Hoor eens wat hij ten slotte zegt.

1:34:31Ben ik een vader?

1:34:33Waar is mijn eer?

1:34:37En diezelfde vader zegt ook tegen jou jongeren.

1:34:40Mijn zoon, mijn dochter, geef mij uw hart.

1:34:46O om Christus wil,

1:34:50wil hij genadigd zijn.

1:34:54Wil hij barmhartig zijn, staat hij nog op de uitkijk.

1:35:01En wil hij door zijn woord en geest zijn belofte vervullen.

1:35:07Zij zullen komen met geween.

1:35:11En met smekingen zal ik hen voeren.

1:35:15Ik zal ze leiden aan de waterbeken.

1:35:18In een rechte weg waarin zij zich niet zullen stoten.

1:35:24Want ik ben Israël.

1:35:27Tot een vader.

1:35:30En Evaim.

1:35:32Die is mijn eerstgeborene.

1:35:36Amen.

1:35:37[GEZANG]

1:38:12Laten wij de heren nog bidden en danken.

1:38:16Heren dat we toch zuivere grote gedachten van u zouden mogen krijgen.

1:38:24Een kleine gedachte van onszelf.

1:38:28Dat u zo wil zijn.

1:38:31Voor een diepgevallen mensenkind.

1:38:34O, daar zal voor uw kerk de eeuwigheid lang genoeg zijn.

1:38:40Om een drieëne God daar eeuwig voor te danken.

1:38:44Hartelijk dank dat we zo bijeen mochten zijn.

1:38:47Dat u in ons midden wilde zijn.

1:38:50Maar wil u ook met ons meegaan als we het kerkgebouw weer gaan verlaten.

1:38:55En wil u de stille naprediker zijn van dit uw woord.

1:39:00Vergeeft u ook de zonden.

1:39:03Want ook in de allerheiligste verrichtingen kleven de zonden aan.

1:39:07Doe er verzoening over, heren.

1:39:10En zegen het uwe om Jezus' wil.

1:39:14Amen.

1:39:16Wij zingen tot slot op Psalm 68, het vijfde vers.

1:39:20Uw hoop, uw kudde woonde daar.

1:39:22Uit vrije goedheid waart gij haar een vriendelijk beschermer.

1:39:2768, vers 5.

1:39:28[GEZANG]

1:43:00Gaat hij in vrede, draagt mij u de zegen van de heren die ik in zijn naam op u mag leggen.

1:43:06De genade van ons Heer Jezus Christus en de liefde van God de Vader en de troostvolle gemeenschap door de Heilige Geest, zij en blijven

1:43:19met u allen.

1:43:21Amen.

1:43:21[GEZANG]