Hooglied 2: 3; Christus de Appelboom

woensdag 15 juli 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Ds. J. de Bruin · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

11:28Die gelijk de ogen van de knechten zijn op de hand van hun heren.

11:31En gelijk de ogen van de dienstmacht zijn op de hand van haar vrouw.

11:35Al zo zijn onze ogen op de Heren onze God.

11:39Totdat Hij ook ons genadigd zij.

11:42Amen.

11:43Geliefde gemeente, genade zij u en vrede.

11:46Van God de Vader, door de Heer Jezus Christus.

11:50In de gemeenschap des Heiligen Geestes.

11:54Amen.

11:55Laten we samen gaan zingen naar Psalm 104 en daarvan het achtste vers.

12:00God geeft de wijn tot vreugde voor het hart bereid.

12:03En de olie die een glans op het aanschijn spreidt.

12:07En het liefelijk brood dat onze kracht moet voeden.

12:10Hij wil ons dus verkwikken en behoeden.

12:13Psalm 104 en daarvan het achtste vers.

12:16We

12:16[GEZANG]

15:54lezen met elkaar hoofdstuk 2.

15:58De schriftlezing Hooglied 2 en in aansluiting erop zingen wij Psalm 119, vers 18.

16:06Doe op het pad van uw geboden trein, schaag op dat spoor mijn wankelende gangen.

16:11Daar strekt zich al mijn lust en liefde heen.

16:15Aai, neig mijn hart en vurig ziels verlangen.

16:19O heren, naar uw getuigenis alleen.

16:21Laat gierigheid mij in haar strik niet vangen.

16:25119 vers 18, nadat we geluisterd hebben naar hooglied 2.

16:31Ik ben een roos van Saron, een leliederdalen.

16:36Gelijk een lelie onder de doornen, al zo is mijn vriendin onder de dochteren.

16:41Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn liefste onder de zonen.

16:48Ik heb grote lust in zijn schaduw en zit eronder.

16:53En zijn vrucht is mijn gehemel te zoet.

16:57Hij voert mij in het wijnhuis en de liefde is zijn banier over mij.

17:03Ondersteunt gelieden mij met de flessen.

17:06Versterkt mij met de appelen, want ik ben krank van liefde.

17:11Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd en zijn rechterhand omhelzen mij.

17:16Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem, die bij de reeën of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, nog wakker maakt, totdat het dezelfde luste.

17:28Dat is de stem mijns liefste.

17:31Zie hem, hij komt, springend op de bergen, huppelend op de heuvelen.

17:39Mijn liefste is gelijk een ree of een welp der herten.

17:43Zie, hij staat achter onze muur.

17:46Kijkende uit de vensteren, blinkende uit de tralien.

17:50Mijn liefste antwoord en zeg tot mij, sta op mijn vriendin, mijn schone en kom.

17:58Want zie, de winter is voorbij.

18:01De plasregen is over.

18:03Hij is overgegaan.

18:05De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt.

18:10En de stem der tottelduiven wordt gehoord in ons land.

18:14De vijgenboom brengt zijn jonge vijgjes voort en de wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes.

18:21Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom.

18:27Mijn duiven zijn in de kloven der steenrots.

18:31In het verborgen ene steile plaats toon mij uw gedaante.

18:36Doe mij uw stem horen, want uw stem is zoet en uw gedaante is liefelijk.

18:44Vangt gijlieden ons de vossen.

18:46De kleine vossen die de wijngaarden verderven.

18:50Want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.

18:53Mijn liefste is mijn en ik ben de zijne.

18:56Die wijt onder de lelien.

18:58Totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden.

19:02Keer om mijn liefste.

19:03Word gij gelijk een ree of een welder herten.

19:07Op de bergen van Beter tot zover.

19:10We

19:11[GEZANG]

21:11leiden u ook vanavond ons geloof met de woorden.

21:13De twaalf artikelen.

21:14Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

21:19En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.

21:24Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.

21:29Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

21:37Ten derde dagen wederom opgestaan uit de doden.

21:41Opgevaren ten hemel zittende, ter rechterhand gods des almachtigen vaders, van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

21:50Ik geloof in de Heilige Geest.

21:53Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.

21:59Vergeving der zonden, wederopstanding des vleesers en een eeuwig leven.

22:04Amen.

22:06Het woord van God wat deze avond tot ons komen mag.

22:10Dat vindt u in Hooglied 2 en daarvan het derde vers.

22:14De tekst voor de prediking Hooglied 2 vers 3.

22:18En daar lezen wij het woord van God als volgt.

22:22Als een appelboom onder de bomen des wouds.

22:25Zo is mijn liefste onder de zonen.

22:29Ik heb grote lust in zijn schaduw.

22:32En zit eronder.

22:35En zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.

22:39Tot zover.

22:40Vragen wij de zegen van de Heer over de bediening van zijn woord.

22:48Heren, wat is het toch een wonder dat u steeds weer komt met uw woord.

22:53Niet alleen op de eerste dag van de week.

22:57Die bijzondere dag die u afgezonderd hebt om de gemeente God samen te roepen.

23:03En uw knechten te zenden met een woord van u.

23:06Maar ook zo midden in de week.

23:09Wat besteedt u toch veel zorg aan onze ziel, Heren.

23:15Met name als in de prediking gewezen wordt er wie u bent, maar

23:21ook wie wij zijn tegenover u.

23:25En dan zeggen wij niet teveel, heren, want uw woord laat het ons weten en uw kinderen gaan het ondervinden.

23:31We zijn ten diepste goddelozen,

23:35vijanden,

23:37rebellen.

23:40En we hebben zo zwaar en menigmaal gezondigd dat we niets hebben verdiend dan de dood.

23:49Heer, en dan krijgen we zoveel.

23:52U laat uw zon opgaan over bozen en goeden.

23:57En in de nacht komt de maan met de sterren.

24:01En het ene jagen tijden naar het andere, volgt elkaar op.

24:06En elke dag overlaat u ons met uw gunst bewijzen.

24:11We hebben vandaag weer een boterham mogen eten.

24:14En er konden weer aardappels gekookt worden.

24:18En in de koelkast was van alles te vinden.

24:22En daar niet verdiend.

24:25En toch is het zo gewoon geworden voor ons.

24:29Maar Heer, als u ons laat zien wie u bent en wie wij zijn tegenover u.

24:34Dan komen de momenten in het leven van degenen die wedergeboren worden tot een levende hoop.

24:41Dat ze bij wijze van spreken hun boterham wel eens nat maken met hun tranen.

24:47Dan wordt zelfs het kleine stukje brood onverdiende genade.

24:54Ja, heren, wilt u geven dat er velen in ons midden mogen zijn die dat afhankelijke en aanhankelijke leven mogen kennen.

25:03En dan komt u bij al die tijdelijke zegeningen ook nog eens met de prediking van uw woord.

25:08Om de weg de zaligheid te wijzen hoe nu een goddeloze zon daar in een weg van recht met u verzoend kan worden.

25:18En dat u, o Vader in de hemel, het liefste wat u had naar de aardige zonden heeft.

25:25En dat is uw enige geboren zoon, uw geliefde zoon, van

25:31wie u het behaagt dat hij deze avond in de prediking van het woord voorgesteld wordt als die ene boom onder de bomen des wouds.

25:43En we bidden u om uw zegen.

25:45Wilt u plaatsmaken voor die ene naam die onder de hemel gegeven is tot zaligheid?

25:52En waar u een goed werk begonnen bent, wilt u het voltooien, heren?

25:57En dat er vanavond arme zondaren mogen zijn.

26:01Die niet zijn in zichzelf.

26:03Schuldige mensenkinderen.

26:06Zondige mensenkinderen.

26:08Die schaduw begeren.

26:11Die

26:12begeren onder die appelboom te mogen komen.

26:16Om daar te mogen zitten.

26:19Om daar die schaduw van u te mogen genieten.

26:25En die vanavond uit uw volheid, Heer Jezus Christus, genadevol genade als rijke vruchten mogen ontvangen.

26:34Wilt u dat geven, Heren?

26:36Wij kunnen dat elkaar niet geven.

26:39Maar als u nou vanavond met uw Heilige Geest in ons midden komt, dan gebeuren er toch wonderen.

26:45En mag dan licht vallen over de woorden die wij gaan overdenken.

26:51Geef alles wat nodig is in het spreken en in het luisteren.

26:55En mogen er vanavond nog wonderen gebeuren.

26:59U kent ons hart.

27:00Van kinderen, jongeren en ouderen hier in de kerk.

27:03En ook als we thuis mee mogen luisteren.

27:06U weet als we nog onbekeerd, onverzoend zijn.

27:09Wilt u het anders maken, o heren.

27:13En waar u dat goede werk begonnen bent.

27:15Wilt u versterken wat u zelf hebt gewerkt.

27:19En zo zijn onze ogen op u.

27:22Er kan ook veel in ons leven zijn.

27:24In ons persoonlijk leven zijn.

27:26Waar wij last van hebben, dat ons ook kan hinderen in het luisteren naar uw woord, wilt u het wegnemen.

27:33En dat we samen op en onder de kansel mogen ervaren dat u in ons midden wil zijn als een die dient.

27:40Gedenk deze gemeente, ook in het uitzien naar een eigenherder en leraar.

27:46U kent alle zorgen en noden in het midden van de gemeente, ook zieken, ook ernstig zieken.

27:52O God, we zouden u willen geven wat nodig is in moeilijke wegen.

27:58En wilt u kracht geven.

28:00En als er nog middelen beschikbaar zijn om het lichaam tegemoet te komen in de ziekte.

28:09Zou u die middelen dan uit genade willen zegenen.

28:12En als wij in donkerheid lopen.

28:14En als wij met psychische zorgen en noden lopen.

28:18En we zitten misschien in de put.

28:20Diep in de put.

28:21Houd ons vast heren.

28:23En maak u het licht in de duisternis.

28:27Geef ons zo een gezegend uur in uw bedenhuis.

28:31Dat hebben wij niet verdiend, maar wij vragen het uit lautere genade.

28:35Om de verdiensten van Christus wil.

28:37Amen.

28:41De dienst der offeranden vindt plaats.

28:43Er zijn drie collecten.

28:44De eerste voor de diakonie.

28:46De tweede voor de kerkvoogdij.

28:48En de derde onderhoudsfonds.

28:50Ter voorbereiding op de prediking zingen wij psalm 89 vers 3 en 4.

28:55Psalm 89 vers 3 en 4.

28:57[GEZANG]

35:55Geliefde gemeente, wij weten allemaal wel dat het boek Hooglied een liefdeslied is.

36:01Dat afhankelijk gezongen werd tussen Salomo en de Sulamitische, zijn bruid.

36:08En als je het boek Hooglied goed bestudeert, dan kom je er wel achter dat het een beurtzang is.

36:14Het ene moment is Salomo aan het woord en het andere moment is de Sulamitische aan het woord.

36:22Maar wij willen natuurlijk dieper afdalen als wij het boek Hooglied openslaan om met de hulp van de heren daar een ogenblik bij stil te staan.

36:30Want feitelijk is dit een lied waarin Christus en de bruidskerk aan het woord is.

36:37En ook in het geloofsleven is het zo dat Christus gaat spreken tot zijn bruid, maar ook dat zijn bruid bij tijden gaat spreken tot Christus.

36:49Daar is in het geestelijke leven een wisselwerking, om het zo eens te zeggen, tussen Christus en zijn bruidsgemeende.

36:58En zo mogen we ook het boek Hooglied lezen.

37:01En als we dan naar het begin van Hooglied 2 gaan kijken, dan kunnen we uit het eerste woordjes opmaken dat Christus aan het woord is.

37:08En Christus heeft zich bekendgemaakt als de roos van Saron en de lelie der dalen.

37:17En juist met die twee bloemen wil hij iets over zichzelf zeggen.

37:22Als hij zegt dat hij de roos van Saron is, dan heeft hij een rood gekleurde roos voor ogen.

37:30En wie denkt dan met mij niet direct aan het dierbare bloed dat Christus gestort heeft om verloren zondaren schoon te wassen van alle

37:42zonden.

37:43En tegelijkertijd is die roos van Saron ook een lelie der dalen.

37:48Zo schoon, zo wit.

37:52En daarin tekent Christus zichzelf als de zoon des mensen die het heilige kind Jezus is geweest.

38:02Je zou het samen kunnen vatten met enkele woorden die we in Hooglied 5 tegenkomen.

38:09Hij is blank en rood en hij draagt de banier boven tienduizend.

38:16En deze bruidegom, deze bloedbruidegom heeft werkelijk alles verworven voor een allesmissende zondaar.

38:27En wat gaat hij nu doen?

38:29Hij gaat door zijn woord en geest zondaren zalig maken.

38:34Hij gaat ze van dood levend maken.

38:37Hij gaat ze aan zichzelf gelijkvormig maken.

38:41En daarom zegt hij het ook, dat zijn bruid als een lelie is onder de doornen.

38:50Nou, als de Christus zoiets van zichzelf gezegd heeft, bezongen heeft, in de eerste twee versen van Hooglied 2, dan komt in vers 3 de reactie

39:02van de bruid.

39:03En wat gaat zij dan zeggen?

39:06Waar gaat zij van getuigen?

39:08Nou, zij gaat vertellen wie haar bruidegom voor haar is.

39:14En dan zegt ze het.

39:15Mijn bruidegom is als een appelboom.

39:20En ik kan zijn schaduw niet missen.

39:23En mijn hart gaat uit naar zijn vruchten.

39:27Daarvan zingt de bruid in vers 3.

39:30En daar willen we dan vanavond eens bij stilstaan.

39:34Het zou het een wonder zijn zeg.

39:35Als er vanavond in Oudorp nou eens mensen zijn.

39:40Die het werkelijk geleid door de Heilige Geest met hun hart mee gaan zingen.

39:46Mijn liefste.

39:50Als een appelboom onder de bomen des wouds.

39:54Al zo is hij.

39:57En dat er vanavond in ons midden zijn.

40:00Die hebben lust gekregen.

40:02Om onder zijn schaduw te zijn.

40:07En die het misschien thuis in de stilte hebben gevraagd.

40:10Mag er vanavond nog wat voor me bij zijn.

40:13Nou als de geest nou eens begint te waaien door die boom.

40:18En er valt vanavond eens een vrucht in je hart.

40:21Neem je gezegende avond.

40:23Zullen we zo eens samen gaan luisteren.

40:26Naar holi 2 vers 3.

40:28We schrijven ons thema boven de prediking.

40:31Christus de appelboom.

40:33Heel eenvoudig.

40:35Christus de appelboom.

40:36Drie gedachten.

40:38De unieke plaats van deze appelboom.

40:41Want de bruid zegt het.

40:42Als een appelboom onder de bomen des wouds.

40:45Al zo is mijn liefde onder de zonen.

40:48Onze tweede gedachte.

40:50De begeerde schaduw onder deze appelboom.

40:54Ik heb grote lust in zijn schaduw.

40:58En zit eronder.

41:00En tenslotte de zoete vrucht uit deze appelboom.

41:05En zijn vrucht is mijn gehemel te zoet.

41:09Christus de appelboom, de unieke plaats, de begeerde schaduw en de zoete vrucht.

41:18De bruid van Salomo is aan het woord in onze tekst.

41:22En ze zoekt naar woorden om de schoonheid van Salomo haar bruidegom weer te geven.

41:30En terwijl ze zoekt naar woorden schiet haar iets te binnen.

41:34En wat ze vroeger wel eens gezien heeft toen ze nog lang de bruid van Salomo niet was.

41:41En we kunnen uit het boek Hooglied opmaken dat die Sulemitische vroeger een arm herinnerintje is geweest.

41:48Dat ze ook hard heeft moeten werken op het land in de brandende zon.

41:53En dan komt er een moment in haar herinnering dat ze met de kudde erop uit moest.

41:58Door de woestijnen heen, door die brandende zon.

42:01En dat ze toen in dat bergachtige gebied liep.

42:06En dat ze daar opeens een appelboom zag staan.

42:11Temidden tussen allerlei andere hoge grote bomen.

42:15Met heerlijke vruchten.

42:18En toen dat in haar herinnering kwam, kreeg ze woorden om iets van Salomo te zeggen.

42:24Als een appelboom onder de bomen van het woud.

42:29Ja, wat wilde ze daar eigenlijk mee zeggen, gemeente?

42:33Nou, een appelboom in een boomgaard.

42:36Ja, dat is gewoon.

42:39Daar kijk je niet van op, want er staan er wel meer als je in een boom gaat lopen met allemaal appelbomen.

42:45Maar om nou een appelboom te ontdekken midden in een groot bos met allerlei andere bomen, dat valt op.

42:54Dan wordt eigenlijk die appelboom opeens uniek, want hij staat niet tussen allerlei andere appelbomen, maar als enige appelboom tussen allerlei andere bomen.

43:07Ja, of het echt een appelboom is geweest, zoals we dat in onze tekst tegenkomen, is niet met zekerheid te zeggen.

43:15Want het Hebreeuwse woord wat hier in de grondtekst gebruikt wordt, is een algemeen woord voor vruchtbomen.

43:23En het meest voor de hand liggend, zo zeggen de verklaringen, is dat we aan een abrikozenboom moeten denken.

43:31Want die kon in het land Kanaan in Palestina nog weinig op zo'n unieke plaats.

43:39Terechtkomen.

43:40Appelbomen eigenlijk niet.

43:41Die werden alleen maar gekweekt in boomgaarden.

43:44En de appelbomen die er toen waren.

43:47Die gaven over het algemeen appels met een wat zure smaak.

43:50En in de context van onze tekst gaat het niet om zure vruchten.

43:54Maar heerlijke zoete vruchten.

43:58Maar omdat onze statenvertalers het woord appelboom hebben gebruikt.

44:02Gebruiken wij dat vanavond ook gewoon in de prediking.

44:06Hij stond daar.

44:08Heel opvallend, heel bijzonder, te midden van alle andere bomen van het woud.

44:16En

44:17wat de Sulimitische met dit beeld over Salomo heeft mogen zeggen, dat gaan degenen die de heren vrezen en die Christus leren kennen, nou in Christus

44:29ontdekken.

44:32En gaan ze de woorden van onze tekst op een geestelijke wijze leren verstaan.

44:36Als een appelboom onder de bomen des wouds.

44:40Al zo is mijn liefste onder de zonen.

44:44Hier wordt van een parallelisme gesproken.

44:47Appelboom en liefste dat hoort bij elkaar.

44:51En ook het woordje bomen en zonen hoort bij elkaar.

44:56En als we dan eventjes naar vers 2 gaan kijken, dan wordt er in vers 2 over dochteren gesproken.

45:02En dat woord betekent eigenlijk een gemeenschap van mensen.

45:08En zo moeten we ook het woordje zonen zien.

45:13Tenmidden van een gemeenschap van mensen.

45:16Is daar die ene mens, die tweede Adam, Christus, die uit de hoge hemel neergekomen is en de menselijke natuur hier op aarde heeft aangenomen.

45:31En hij was voor zijn bruidskerk de liefste onder de zonen, zoals een appelboom onder de bomen van het woud.

45:42Dus wat zien we in onze tekst gebeuren?

45:45Onder beeldspraak wordt de Heer Jezus getekend als een zeer uniek persoon.

45:55Ja, David heeft er al van gezongen in Psalm 45.

46:00Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen.

46:07Genade is uitgestort op uw lippen.

46:11En daarom heeft u God gezegend in eeuwigheid.

46:17En zo wordt hij nu ook voor degenen aan wie hij zich gaat openbaren als de zaligmaker van zondaren.

46:26Zo wordt hij nu ook voor zijn bruidskerk.

46:30En waarin is Christus dan uniek?

46:35Nou, u die de heren vreest vanavond, zou u het kunnen zeggen?

46:39Zou jij het kunnen zeggen?

46:42Zeg je vanavond, wat kun je zeggen van je liefste?

46:47Wat is het laatste wat je van hem gezien hebt?

46:53Ja, dan komen we toch bij het hart en gemeente.

46:58Waarin is deze appelboom, deze Christus, zo uniek?

47:05En waarin schittert hij nu als die liefste onder de zonen, te midden van het ganse menselijk geslacht?

47:13Is het allereerst niet in de heerlijke naam die hij draagt?

47:19En de zaligheid is in geen ander.

47:23Want er is ook onder de hemel, onder de mensen.

47:27Geen andere naam gegeven dan de naam Jezus.

47:31Door welke wij zalig moeten worden.

47:37En Gabriel heeft het toch gezegd.

47:39En gij zult zijn naam heten Jezus.

47:43Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonde.

47:50En hoe heet deze Jezus nog meer?

47:54Is hij niet Jezus Christus?

48:00En zegt die naam Christus nou niet?

48:03Welke unieke persoon hij is.

48:07Waar is in het heel deze wereld een mensenkind te vinden die drie ambten tegelijk heeft gedragen?

48:15Nergens.

48:17Als een appelboom onder de bomen des wouds is deze Christus.

48:24Hij is de profeet onder de profeten.

48:27En beschikt alle wijsheid om een zondaar te onderwijzen in wet en evangelie.

48:35Hij is de priester onder de priesters.

48:40Die zichzelf heeft opgeofferd.

48:43En nog steeds aan de rechterhand des vaders is.

48:47En altijd leeft om voor zijn kerk te bidden.

48:52Hij is de koning der koningen, de koning onder de koningen.

48:57En is bij machten om ongehoorzame mensen gehoorzaam te maken.

49:05En daarbij draagt hij ook de naam Kurios.

49:09Hij

49:10is de Heer.

49:12Hij is God uit God en licht uit licht.

49:17Deze appelboom onder de bomen des wouds is zo'n uniek mensenkind.

49:24Want hij is tegelijkertijd de eeuwige natuurlijke zoon van God.

49:30O, welk een appelboom is Christus.

49:35Hoor toch eens wat David van hem zingt in Psalm 2.

49:40Ik toch heb mijn koning gezalfd over Sion, de berg mijner heiligheid.

49:47Ik zal van het besluit verhalen.

49:50De Heer heeft tot mij gezegd.

49:54Gij zijt mijn zoon.

49:56Heden heb ik u gegenereerd.

49:59Eist van mij.

50:01En ik zal de heidenen geven tot uw erfdeel.

50:05En de einden der aarden tot uw bezitting.

50:08En deze verheven goddelijke zoon van de vader.

50:15Werd mens.

50:18Is ons mensen in alles gelijk geworden.

50:22Werd een mens.

50:23Onder de mensen.

50:26Als middelaar.

50:28Als verlosser.

50:30En hoe was hij mens?

50:32Ik heb het al gezegd vanavond.

50:35Hij was een mens zonder zonde.

50:39En toch tot zonde gemaakt.

50:46O ja, die appelboom onder de bomen des wouds, die viel op.

50:52En die heerlijke vruchten en die verkwikkende schaduw, waar we straks nog meer van zullen horen, werden alleen ervaren als je heel dicht bij die appelboom gekomen was.

51:04En als je onder die boom zitten mocht.

51:07Maar als je op afstand naar zo'n woud keek, dan zag je die boom niet zo direct.

51:14Dan was hij maar heel klein en gering.

51:19En kunnen we dat ook niet van Christus zeggen?

51:23Heeft Jezaja het niet geprofiteerd?

51:26Hij had geen gedaante nog heerlijkheid als wij hem aanzagen.

51:31Zo was er geen gestalte dat wij hem begeerd zouden hebben.

51:36Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen.

51:41Een man van smarten, verzocht in krankheid en een iegelijk...

51:49Was als verbergen het aangezicht voor hem.

51:52Hij was veracht.

51:53Hij was de onwaardigste onder de mensen.

51:56Niemand heeft hem geacht.

52:01Maar weet u.

52:03Als je op de school van de heilige geest komen mag.

52:07En de heilige geest gaat je overtuigen van je zonde.

52:11Van je ongerechtigheden.

52:14Van je strafwaardigheid.

52:18En hij laat je zien dat je in de schuld staat bij God.

52:22En dat je aan het heilig recht van God nooit en ten nimmer kan voldoen.

52:28Dan wordt deze appelboom die voor velen zo gering is.

52:33En onopvallend is in dat grote woud.

52:35Dan wordt deze boom je zo dierbaar.

52:41Juist als hij geschilderd wordt in zijn vernedering.

52:46En is hij daarin ook niet uniek.

52:50Is hij daarin ook niet als een appelboom onder de bomen des wouds.

52:56Waar niemand ooit die hemelhoge schuld zou kunnen betalen.

53:01Waar niemand die onzagelijke toren over de zonde zou kunnen dragen.

53:09Heeft hij het gekund en gewild en volbracht.

53:17En

53:19mogen daarom niet met recht zeggen.

53:23Dat voor het oog des geloofs.

53:25Dat vervloekte kruishout.

53:29Met een bloedende Christus.

53:32Niet de appelboom wordt.

53:35Onder de bomen des wouds.

53:38En doet dat niet zingen.

53:40Als het geloof in de beoefening mag zijn.

53:44Bemiddelijk vorst.

53:46Uw schoonheid hoog te loven.

53:50Gaat al het schoon der mensen ver te boven.

53:55Genade is in uw lippen uitgestort.

53:59Die is geëeuwiglijk van God gezegend wordt.

54:03Wat wordt deze appelboom dierbaar.

54:06In de weg van zijn bitter lijden en sterven.

54:12Maar niet minder als het gaat om de weg van zijn verhoging.

54:18Wie heeft ooit in deze wereld kunnen zeggen.

54:22Ik leef en gij zult leven.

54:26Van

54:28wie kun je ooit zeggen.

54:31Dat hij altijd leeft om voor zijn kerk te bidden.

54:37Alleen van Christus.

54:39Deze appelboom.

54:41Die opgevaren is naar de hemel.

54:45En daar ten goede is voor zijn ganse kerk.

54:51Als een appelboom onder de bomen des wouds.

54:55Al zo is mijn liefste onder de zona.

54:59Sida gemeente.

55:02Christus.

55:02De appelboom.

55:06En nu gaat er van deze appelboom.

55:09Om dicht bij de tekst te blijven.

55:12Een lokkende geur uit.

55:15En

55:18dan is die grondtekst weer zo mooi.

55:21Want het Hebreeuwse woord dat hier inderdaad vertaald is met appelboom of in het algemeen vruchtboom.

55:27Is afgeleid van een werkwoord.

55:30En dat betekent liefelijk waaien.

55:35Uitvloeien.

55:36En

55:38zo zal de Heilige Geest de prediking van het woord gaan gebruiken.

55:42De prediking waarin Christus uitgestald wordt.

55:47Om een liefdelijke geur van Christus te doen uitgaan.

55:52Dan zal hij die geur laten waaien.

55:55Daar waar Gods woord gepredikt wordt.

55:58En waar zendt de heilige geest die lieflijke, lokkende geur daar naartoe?

56:06Nou, naar die zondaren die het geleerd hebben.

56:10Geef mij Jezus of ik sterf.

56:13Dan

56:15laat hij die geur komen tot de ziel.

56:20Die buiten Christus niet verder leven kan.

56:23En het geleerd heeft.

56:25Alleen door hem kan ik weer met God verzoend worden.

56:30En wat is het aller rijkdom.

56:33Als voor de ogen van een zondaren zondares.

56:39Deze unieke persoon geschilderd wordt.

56:43En je gaat horen dat hij naar de aarde gekomen is.

56:47Om je zalig te maken.

56:50Nee, dan hebben al die andere bomen in dat woud, hoe mooi en groot ze ook kunnen zijn, geen waarde meer.

56:58Dan hebben al die andere eikenbomen hun kracht en hun schoonheid verloren.

57:04Maar die ene, die ene appelboom, daar gaat je ziel dan toch naar uit.

57:12Omdat je het geleerd hebt, het is beter als om redding wensen.

57:19Te vluchten tot des heren macht.

57:21Dan dat men ooit vertrouwt op mensen.

57:25Of zelfs van prinsen hulp verwacht.

57:29En wat gebeurt er dan?

57:31Als hij zich zo gaat openbaren.

57:35In de prediking van het evangelie.

57:38Als die lokkende geur door de geest tot je komt.

57:43Wat zo welkom is in de nood en ellende waarin je bevindt.

57:49Dan komt er een hartelijk uitzien naar hem.

57:54Ja, dan zie je de zaligheid in die appelboom in Christus liggen.

58:00Maar je voelt het, ik moet er naartoe.

58:03Wat daar in Christus te vinden is, moet hier in mijn hart toegepast worden.

58:10En dat brengt ons bij onze tweede gedachte.

58:13De begeerde schaduw onder deze appelboom.

58:19Ja het is een onbegrijpelijk wonder gemeente.

58:22Dat God de Vader als die grote hemelse hovenier.

58:27Deze appelboom wilde planten.

58:31Hier in deze verloren wereld.

58:35Onder de mensen.

58:37Ja dat hij hem geplant heeft in zijn woord.

58:43En het is al zo'n wonder als je dan van hem mag horen vanuit dat woord.

58:48Als in hem die weg ontsloten wordt om verlost te worden van je zondeschuld en je ongerechtigheden.

58:59Ja, wat gebeurt er dan?

59:01Nou, luister maar wat de bruid zegt in onze tekst.

59:04Ik heb grote lust in zijn schaduw.

59:10Dan ontstaat er in je hart zo'n sterk, zo'n groot verlangen naar Christus.

59:18Bij hem moet ik zijn.

59:20Hij is echt het enige middel om gered te worden.

59:25Want gemeente, de begeerte naar de schaduw van Christus heeft

59:34een oorzaak.

59:38Een mensenkind gaat niet zomaar die schaduw van die appelboom begeren.

59:45Dan is daar een oorzaak voor.

59:50Maar wat zijn die oorzaken dan?

59:52Dan ga ik weer even naar het beeld van onze tekst.

59:57Die Sulemitische, die had die appelboom ontdekt.

1:00:02En ik stel me zo voor dat ze daar bijvoorbeeld liep met de kudde van haar vader in de brandende zon.

1:00:10En ze voelde hoe de zon stak, hoe de zon brandde op haar huid.

1:00:15Ze zegt ook ergens in Hooglied dat die zon haar zelfs zwart geblakend heeft.

1:00:21Nou, dat zegt nogal wat.

1:00:23En toen ontdekten ze opeens dat stukje bos, dat woud, met die appelboom, met die laaghangende takken.

1:00:31En daar zag ze schaduw.

1:00:34En wat was dat?

1:00:36Een welkome schaduw om eens even bij te kunnen komen naar die reis, naar dat wandelen in die felle zonnestralen.

1:00:48Ja, die schaduw, dat is nou het beeld van een bescherming.

1:00:55Tegen zonnestralen.

1:00:58En zonnestralen zijn soms in Gods woord ook het beeld van allerlei gevaren.

1:01:05Van strijd.

1:01:07Van ellende.

1:01:08En als je van zulke zonnestralen zo'n last hebt.

1:01:13En het wordt soms te veel.

1:01:16Dan begeer je een ogenblik van die zonnestralen verlost te zijn.

1:01:22En dat is toch alleen maar mogelijk in de schaduw.

1:01:27En wat zijn dan die zonnestralen geestelijk gezien.

1:01:34Die een zon daar zo'n lust geven om in die schaduw te mogen komen.

1:01:39In die schaduw van Christus terecht te mogen komen.

1:01:44Nou wat dacht je van de stekende zonnestralen.

1:01:49Van de eisen van Gods wet.

1:01:53De Heer moet maar eens met de eis van zijn wet op je afkomen.

1:01:58En hij moet maar eens als scherpe pijlen die eisen in je hart zetten.

1:02:04Alsof het zonnesteken zijn.

1:02:10En waar kun je dan alleen veilig zijn voor de vloek van de wet onder de schaduw van Christus?

1:02:18En wat dacht je van de zonnestralen van Gods toren?

1:02:23Als dat iets begint te leven in je hart, dan roep je met je zaaien uit.

1:02:28Wee mij, ik verga.

1:02:30Wie kent de sterkte van Gods toren?

1:02:34Wie zal voor Gods toren kunnen bestaan?

1:02:39Wat dacht je?

1:02:40Als daar die zonnen steken, zijn die felle stralen van Satans aanvallen, van Satans verzoekingen.

1:02:51Moet je dan niet met koning Jozef wat bij tijden uitroepen.

1:02:55In mij is geen kracht tegen zo'n grote menigte.

1:03:00En dat je te midden van die aanvechtingen uitroept.

1:03:04Ga mij bestrijden stochten keer o heer.

1:03:10En wat dacht u van de beproevingen.

1:03:14Dat kunnen ook van die felle zonnestralen zijn.

1:03:19In de wereld zul je verdrukking hebben.

1:03:23En allen die godzalig willen leven zullen op wat voor manier dan ook op een of andere manier iets van vervolging gaan ervaren.

1:03:34David heeft er diep in het oude testament ook al van gezongen hoe het leven van de ware gelovigen is.

1:03:41Als ze voort moeten gaan onder die felle zonnestralen.

1:03:46Ja dan is het enerzijds waar, God is het verbroken hart.

1:03:51Het verbreizelt en bedrukt gemoeten.

1:03:54Alle tijden nabij en goed.

1:03:57Integenheen en smart.

1:03:59Want veel wedervaardig heen.

1:04:03Veel rampen zijn des vromen lot.

1:04:06Maar uit die allen redt hem God.

1:04:09Hij is zijn heil alleen.

1:04:12Kijk, als het dan van die zonnestralen zijn, geestelijk gezien.

1:04:16Dan komt er toch een lust in die schaduw.

1:04:20Dan wordt die appelboom met zijn schaduw toch begerig.

1:04:24En

1:04:27als we dan weer bedenken dat die appelboom ziet op Christus.

1:04:35Dan is hij toch de enige persoon die je kan beschermen tegen wat voor zonnestraal dan ook.

1:04:42Die zo fel kunnen steken.

1:04:46Want hij, Christus, die appelboom onder de bomen des wouds.

1:04:52Heeft toch de vloek der wet opgevangen.

1:04:56Hij heeft toch de toren van God gedragen.

1:05:00Hij heeft alle aanvallen van de Satan op zich af laten komen.

1:05:05Hij is in de allergrootste verdrukking en benauwdheid geweest.

1:05:10En daarom is er die schaduw.

1:05:14Zijn schaduw.

1:05:18En wat is die schaduw dan?

1:05:20Hoe zou je die schaduw nou kunnen uitleggen?

1:05:25Waar Gods volk dan zoveel baat bij heeft.

1:05:30Ik kwam een mooie uitleg tegen bij dominee Abraham Hellebroek.

1:05:35Die zo'n prachtige verklaring op het boek Hooglied heeft geschreven.

1:05:40En dan noemt hij drie weldaden die je in de schaduw van Christus zou mogen ontdekken.

1:05:49Allereerst Christus genoegdoening.

1:05:53In de tweede plaats Christus voorbeden.

1:05:57En in de derde plaats Christus bescherming.

1:06:01Oh als Christus zo gaat schitteren in de prediking.

1:06:06Dan komt er zo'n grote lust in zijn schaduw.

1:06:12Dan lees ik in Jezaja 25.

1:06:15Dat Christus een schaduw is voor de hitte.

1:06:23Dan hebben we allereerst, zo zegt Hellebroek, de schaduw van zijn genoegdoening.

1:06:30De schaduw van zijn offer aan het kruis.

1:06:36O, waar de vloek van de wet mij zou moeten treffen.

1:06:41Daar is dat offer van Christus als een schaduw.

1:06:47Waarmee ik niet meer getroffen kan worden door de vloek van de wet.

1:06:53En waar God storen mij zou moeten wegzenden.

1:06:57Waar ik eeuwig onder zou moeten verzinken.

1:07:01Wordt dat kruis van Golgotha een schaduw.

1:07:06Want daar aan dat kruis is Gods schramschap geblust.

1:07:13En kan de hitte van Gods schramschap zijn kerk nooit meer treffen.

1:07:20Welk een schaduw.

1:07:23En als daar een stroom van ongerechtigheden in je hart aanwezig is.

1:07:28En je krijgt die zonde er maar niet onder.

1:07:32Dan is dat dierbare bloed van de heer Jezus als een schaduw waarmee alle zonden worden bedekt.

1:07:43Welke schaduw is dat volbrachte offer van Christus?

1:07:50Wat een grote lust gaat de kerk des heren daarnaar krijgen.

1:07:57Maar niet minder, als ik weer even bij Hellebroek blijf, naar zijn voorbeden.

1:08:04Oh wat een onmisbare schaduw is toch die voorbeden van Christus.

1:08:11Moet je nou eens aangevallen worden door de duivel.

1:08:15En je hebt niets om hem op afstand te houden.

1:08:18En je denkt dat je om moet komen onder die aanvallen van de duivel.

1:08:24Dan is daar de schaduw van zijn voorbeden.

1:08:30Simon Simon.

1:08:33Dus Satan heeft u zeer begeerd te ziften als de tarwe.

1:08:37En dan die schaduw.

1:08:39Maar ik heb voor u gebeden.

1:08:43Dat uw geloof niet zou ophouden.

1:08:46En als de zon je benauwd.

1:08:49Dan is daar die appelboom onder de boom des wouds.

1:08:53Een gezand één uit duizend.

1:08:57En die zal het zeggen.

1:08:59Zo zal hij hem genadigd zijn.

1:09:01En zeggen.

1:09:03Verlos hem.

1:09:04Dat hij in het verderf niet neerdalen.

1:09:07Ik heb verzoening gevonden.

1:09:10Welk een schaduw.

1:09:12Is de voorbeden.

1:09:13Van Christus.

1:09:16Maar er was nog iets wat Herdebroek noemde.

1:09:19Weet u het nog?

1:09:20Zijn genoegdoening.

1:09:22Zijn voorbeden.

1:09:24En zijn bewaring.

1:09:29Deze appelboom staat er voor in.

1:09:32Dat hij met zijn schaduw.

1:09:35Onder de schaduw van zijn vleugelen, zoals een ander woord het zegt in de Bijbel.

1:09:41Bewaard te midden van deze wereld.

1:09:46Bewaard te midden van de vijanden.

1:09:50Bewaard voor de valse leer.

1:09:54Bewaard voor de gevaren die dag en nacht omringen.

1:10:02O, wat is deze bewaring onmisbaar.

1:10:06Maar als je het mag ervaren, o zo rijk.

1:10:10Dan wordt er onder die schaduw van zijn bewaring gezongen.

1:10:15Hij is, al treft u het felst verdriet.

1:10:20Uw wachter die uw voet voor wankelen behoedt.

1:10:25Hij is er als wachter sluimend niet.

1:10:29Geen kwaad zal u genaken.

1:10:32Uw ziel zal hij bewaken.

1:10:37Gemeente mag ik eens vragen.

1:10:39U hebt een beetje mee zitten luisteren zo.

1:10:42Ik hoop ook een beetje mee mogen preken.

1:10:46Bij wie is er nou ook zo'n lust?

1:10:50Vanavond.

1:10:52Om onder die schaduw te mogen komen.

1:10:57Van welke zonnestralen heb je zo'n last?

1:11:01O ja, we horen allemaal van Christus.

1:11:05Het is niet de eerste keer dat u van hem hoort.

1:11:08Het is ook niet de eerste keer dat u hoort dat hij een unieke persoon is.

1:11:14Maar wat zien we nu in de praktijk in deze, wat is de praktijk in deze wereld nou?

1:11:21Moeten we niet vrezen dat velen aan hem voorbij lopen?

1:11:29Zelfs in de kerk.

1:11:36Misschien ben je al zestig jaar of tachtig jaar en nog onbekeerd.

1:11:42Dat ligt toch niet aan Christus?

1:11:46Als je dat zegt, dan durf je wat te zeggen hoor.

1:11:50Maar weet u hoe dat komt?

1:11:52Je bent tot nu toe altijd aan hem voorbij gelopen.

1:11:56Ja, dat is heel ontdekkend, dat weet ik, dat is heel scherp.

1:11:59Want dat kan onze godsdienst niet verdragen.

1:12:03Want we denken best nog wel wat te zijn.

1:12:05Met onze degelijke godsdienst, een uitwendige godsdienst.

1:12:10Maar als je na al die jaren nou nog nooit lust gehad hebt in zijn schaduw, moet je eens nagekijken hoe het bij jezelf ligt.

1:12:21Dat is toch erg als je nog nooit lust gehad hebt in zijn schaduw.

1:12:28En als je dan vanavond moet zeggen ja maar die lust kan ik mezelf toch niet opwekken.

1:12:32Nee, nee zeker niet.

1:12:34Maar wil je die lust kunnen krijgen moet je ook bij hem zijn.

1:12:40En ga dan maar met niks naar hem toe.

1:12:44En vraag maar of hij je wil geven wat nodig is om zalig te worden.

1:12:50Want nog dan zegt hij het.

1:12:54Zoek de Heer terwijl hij te vinden is.

1:12:58Roep hem aan terwijl hij nabij is.

1:13:03Verlaat toch je goddeloze weg.

1:13:05En bekeer je tot de heren.

1:13:09Maar er zullen er ongetwijfeld.

1:13:11Dat geloof ik echt.

1:13:12Ook hier in Oudorp.

1:13:15Zijn.

1:13:16Die begrijpen het.

1:13:18Die kunnen het soms niet onder woorden brengen.

1:13:21Maar als ze vanavond horen preken.

1:13:24Ik heb grote lust in zijn schaduw.

1:13:27Raakt het je hart.

1:13:30Want je weet wat het is.

1:13:34En misschien kwam je wel naar de kerk en was die lust er helemaal niet meer.

1:13:38Terwijl het in het verleden heel sterk in je ziel aanwezig was.

1:13:42Maar gaandeweg onder de prediking voel je dat het woord je ziel aanraakt.

1:13:48En de heilige geest het weer levendig maakt.

1:13:51En je onder de prediking van het woord het toch weer kan zeggen.

1:13:55Ik heb grote lust in zijn schaduw.

1:14:02Maar dat je je misschien vanavond ervaart als een Mephibozet.

1:14:10Kreupel aan beide voeten.

1:14:12En je hebt geen voeten om te gaan.

1:14:15En te komen tot die appelboom.

1:14:18Om nou onder die schaduw te mogen zitten.

1:14:23O, je staat op afstand.

1:14:26En je mag van afstand zien wat het Christus gekost heeft aan dat kruis.

1:14:34En je hebt misschien van afstand hem horen roepen, het is volbracht.

1:14:39En hoe meer je ervan hoorde, hoe sterker dat verlangen werd.

1:14:44Om onder die veilige schaduw te mogen komen.

1:14:49En er is echt iets in je hart.

1:14:52Ik heb grote lust in zijn schaduw.

1:14:57Maar dat je verder niet durft mee te zingen.

1:15:03Dat die bruid vanavond ook zegt.

1:15:07En ik zit eronder.

1:15:11En tegelijkertijd laat dat in onze tekst ook het onderscheid zien.

1:15:15Wat er kan zijn onder de ware gelovigen.

1:15:19Eerst is daar die lust.

1:15:21Waar de Heilige Geest plaats voor gaat maken.

1:15:24Die begeerte.

1:15:25Die geboren wordt in je ziel.

1:15:28Dat verlangen naar Christus.

1:15:30En daarop volgt het komen tot hem.

1:15:35En op het komen tot hem.

1:15:38Volgt het zitten onder zijn schaduw.

1:15:43En misschien zijn er nou vanavond die zeggen.

1:15:46Maar hoe kom ik daar nou?

1:15:51Nou gemeente dat gebeurt heel eenvoudig.

1:15:54Door de trekkende liefde van de vader.

1:15:57Weet u het nog een maand geleden.

1:16:00Toen we elkaar ook hier mochten ontmoeten.

1:16:03Over die trekkende liefde van de vader die de zoon trok.

1:16:09Nou eigenlijk gebeurt dat hier ook.

1:16:13Want niemand zal tot die appelboom komen tenzij dat de heren hem trekken.

1:16:19Maar tegelijkertijd geeft

1:16:24de vader het ook aan zijn zoon over die door woord en geest gaat lokken.

1:16:30En als hij gaat lokken, als hij gaat trekken, dan zul je komen.

1:16:36En dan zul je een plaatsje krijgen onder de schaduw van die appelboom.

1:16:42En dan zul je de rijke vrucht mogen genieten.

1:16:46Onze laatste gedachte.

1:16:47De zoete vrucht uit deze appelboom.

1:16:52Ja als de vader een zonda gaat trekken.

1:16:55Die niet meer buiten Christus leven kan.

1:16:59Dan zal zo'n zonda komen.

1:17:03Dan zullen ze komen met geween.

1:17:07Vanwege hun zonde en ellende.

1:17:10Dan worden ze gevoed in een rechte weg.

1:17:13Met smekingen.

1:17:16Wees mij een rots om in te wonen, een schuilplaats waar mijn hart steeds toevlucht vindt in smart.

1:17:27Uw hoog bevel zal blijkbaar tonen dat gij, o groot ontfermer, mijn burgd zijt en beschermer.

1:17:38Ja, zij zullen komen in een rechte weg, daarin zullen ze zich niet stoten.

1:17:44En dan brengt de Heer zichzelf onder die verkwikkende schaduw.

1:17:50Van de appelboom Christus.

1:17:53Door die trekkende liefde van de Vader.

1:17:58Hij trekt door zijn Zoon.

1:18:02En

1:18:04wat gaat er dan gebeuren?

1:18:07Nou opletten.

1:18:08Juist diegenen die niet komen durven.

1:18:13Dan ga je de stem van deze bruidegom.

1:18:19Ontdekken in het woord.

1:18:22Zo ontdekken.

1:18:26Dat je gaat geloven dat hij heel persoonlijk tot je spreekt.

1:18:31Ja dat is het werk van de Heilige Geest.

1:18:34Maar dat gebeurt onder de prediking.

1:18:38En dan gaat Christus zijn stem laten horen.

1:18:45Kijkt u maar eens in vers 10.

1:18:47Mijn liefste antwoord en zeg tot mij.

1:18:51Sta op mijn vriendin.

1:18:53Mijn schone.

1:18:56En kom.

1:18:58En

1:19:03als Christus zo gaat spreken.

1:19:05Met kracht gaat spreken.

1:19:06Dan ga je komen.

1:19:09Wat je misschien niet voor mogelijk kon houden.

1:19:13Waar duizend blokkaden waren die je op afstand hield.

1:19:17Maar als hij krachten gaat spreken.

1:19:20En krachten gaat trekken door woord en geest.

1:19:24Dan kom je.

1:19:26Al is het soms schuchter.

1:19:30Al is het met een Esther die het gezegd heeft.

1:19:34Kom ik kom dan kom ik kom.

1:19:36Maar wel aan zijn voeten.

1:19:37Je kan niet meer op afstand blijven.

1:19:40Er is zo'n trekking.

1:19:42En elke keer weer is daar die stem.

1:19:45Kom.

1:19:48Wend u naar mij toe.

1:19:51Zo iemand dorst die komen tot mij en drinken.

1:19:57En dan ga je die stem kennen.

1:20:01Herkennen.

1:20:02En door het geloof gehoorzamen.

1:20:08En dan kun je ook vers 8 begrijpen.

1:20:11Van Hoogliet 2.

1:20:13Waar staat.

1:20:15Dat is de stem mijns liefste.

1:20:17Ziet hem.

1:20:18Hij komt springend op de berg en huppelend op de heuvelen.

1:20:22Waar u dan niet tot hem kan komen.

1:20:24Komt hij tot u.

1:20:29Om dan een plaatsje te mogen krijgen onder zijn schaduw.

1:20:35Ja, dan komt er een vluchten tot die appelboom.

1:20:39Zoals de bloedvreker achter de moordenaar aankomt.

1:20:44Die op weg was naar de vrijstad.

1:20:47En

1:20:49dan is het net alsof er boven die appelboom geschreven staat.

1:20:53Die kostelijke belofte.

1:20:56Ik zal u rust geven.

1:21:02Dan zie ik in gedachten dat Zulamitische meisje daar weer even lopen.

1:21:06Ze ontdekt die boom.

1:21:10De wind waait en die geur van die vruchten komt op haar af.

1:21:16Ze ziet die boom, ze ziet de schaduw.

1:21:19En een trekkende kracht is er om naar die boom toe te gaan.

1:21:24En daar komt ze.

1:21:26Onder de schaduw.

1:21:28Daar mag ze gaan zitten.

1:21:30Daar mag ze leunen tegen die appelboom.

1:21:34Ja, daar zit ze.

1:21:35Met lege handen.

1:21:37En

1:21:39uit de appelboom.

1:21:42Vallende vruchten in haar lege handen.

1:21:46En ze mag ze eten.

1:21:49En die vruchten zijn voor haar hem hemel te zoet.

1:21:55Kijk, zo gaat het nog steeds gemeente.

1:21:58Echt waar.

1:21:59Als een zon daar door de nood gedreven.

1:22:02Onder die appelboom Christus terecht mag komen.

1:22:06Dan gaat hij ook die lieflijke geur bemerken.

1:22:09En die zoete vrucht genieten.

1:22:13Dat doet de Heilige Geest.

1:22:15Hij gaat het uit Christus nemen en hij brengt het in je hart.

1:22:20Ja, om de beeldtaal van onze tekst te gebruiken, dan gaat die wind des geesten zwaaien.

1:22:29En dan brengt hij die liefdelijke geur van Christus tot in je hart.

1:22:36Dat schrijen tot hem vluchten.

1:22:40Dat tot hem zuchten.

1:22:44Om die vermoeide bedelaar te gaan verkwikken.

1:22:50Ja, dan gaat die wind van de geest soms zo krachtig door die boom heen.

1:22:57Dat niet alleen een geur ervan uitgaat.

1:23:01Maar dat die vruchten daadwerkelijk loskomen van die boom.

1:23:06En die in je hart terecht mogen komen.

1:23:09Ja, wat zijn die vruchten dan?

1:23:12Daar zou ik al uren over kunnen preken.

1:23:15Dus ik moet het natuurlijk beperken.

1:23:16Maar dat zijn wel de genadegiften van Christus.

1:23:24Wat dacht je?

1:23:26Als je eens een ogenblik te midden van je nood en ellende onder die schaduw mag zijn.

1:23:32En de Heer geeft bijvoorbeeld die vrucht van

1:23:38zijn opzoekende zondagsliefde.

1:23:42En je mag daar in je hart iets van beleven door het geloof.

1:23:48Dat hij je gaat verkwikken.

1:23:51Dat hij je gaat verkwikken met zijn woord.

1:23:53Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.

1:23:58En daarom heb ik u getrokken in mijn schaduw.

1:24:03Kom, eet maar van mijn liefdesappelen, o mijn bruid.

1:24:10Wat is dat toch een zoete vrucht.

1:24:14Als je iets van zijn liefde in je hart mag ervaren.

1:24:19Of de Heere komt met een rijke belofte.

1:24:23Die precies past bij de nood van je hart.

1:24:27Bij de omstandigheden van je hart.

1:24:30Bijvoorbeeld dat je vanavond in Gods huis gekomen bent.

1:24:36En je kon niet verder komen dan Heere.

1:24:40Een stroom van ongerechtigheden heeft de overhand op mij.

1:24:47En je hoort vanavond in de prediking dat er een fontein geopend is, een bloedfontein geopend is, die nog veel krachtiger is dan

1:25:00die stroom van ongerechtigheden.

1:25:03En dat die nu geopend is tegen de zonde en tegen de onreinheid.

1:25:10Is dat geen zoete vrucht uit de appelboom Christus?

1:25:17Maar weet je wat nog zoeter is?

1:25:19Als de Heer die belofte gaat vervullen.

1:25:24En als je daadwerkelijk mag gaan ervaren dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden.

1:25:34Al moet je diep buigen voor de Heer.

1:25:38Al moet je de Heer toestemmen dat je strafwaardig bent.

1:25:43En dat je naar Gods recht de eeuwige rampzaligheid verdiend hebt.

1:25:48Maar dat Christus er dan is als die bloedfontein.

1:25:53En dat de Heilige Geest met eerbied gesproken het bloed uit Christus neemt.

1:25:59Om het te laten druppelen op je aanklagend geweten en je schuldige hart.

1:26:09En daardoor dat bloed al je zonden worden weggenomen.

1:26:16Is dat geen zoete vrucht uit de appelboom Christus?

1:26:24Is het ook geen zoete vrucht als hij je laat zien wat het hem gekost heeft?

1:26:31En je mag iets ervaren.

1:26:33Zijn overdenking van hem zal mij zoet zijn.

1:26:39Onder de predik van het woord.

1:26:42Of als je door genade een plaatsje aan zijn tafel gekregen hebt.

1:26:48Doe dat tot mijn gedachten is.

1:26:54Als je geleid bent naar de kribbe van Bethlehem.

1:26:59En je hoort dat kinderke Jezus tot je zeggen.

1:27:03Hier lig ik voor u.

1:27:06Met mijn volkomen heiligheid.

1:27:10Om uw zonden.

1:27:12Waarin u ontvangen en geboren bent.

1:27:15Voor het aangezicht van mijn vader te bedekken.

1:27:20Dat je een zoete vrucht ontvangt.

1:27:24Als je hoort hoe Christus gegezeld werd.

1:27:27Bij Pontius Pilatus.

1:27:31En ziende op die leidende borg.

1:27:35Hij hetzelfde tot je gaat zeggen.

1:27:38Door mijn striemen is u genezing geworden.

1:27:46Wat een zoete vruchten zijn dat.

1:27:49Als je die mag ontvangen.

1:27:53En als je daarna ontvangen genade kind van God.

1:27:57Toch weer in de zonde valt.

1:28:00Nee je wilde het niet.

1:28:01Maar het is toch weer gebeurd.

1:28:04En je voelt gelijk weer die afstand tussen God en je hart.

1:28:08Want er ligt er gelijk weer wat tussen.

1:28:10Wat dan?

1:28:10Wat dan?

1:28:12Dat de Heer zich terug moet trekken.

1:28:14Dat het zo donker wordt in je geestelijk leven.

1:28:18Dat je niets meer van die zoete vruchten ervaart.

1:28:23Dat je afvaart, zit ik nog wel onder die schaduw?

1:28:28Maar dat Hij daar met die heerlijke vrucht komt.

1:28:32Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen op dat genietzondigd.

1:28:42Nee heren, zo zou het moeten zijn.

1:28:44Niet zondigen.

1:28:46Niet zondigen.

1:28:47Maar het is toch weer gebeurd heren.

1:28:50Toch weer gebeurd.

1:28:51Nou zegt de heren.

1:28:53En er komt weer zo'n zoete vrucht uit die appelboom.

1:28:57En indien iemand gezondigd heeft.

1:29:01Als het dan toch weer gebeurd is.

1:29:04Wij hebben een voorspraak.

1:29:09Bij de Vader.

1:29:11Jezus Christus.

1:29:13De rechtvaardige.

1:29:15En hij is een verzoening voor onze zonde.

1:29:18En niet alleen voor de onze.

1:29:21Maar voor de zonde der gehele wereld.

1:29:25Gemeente wat een ruimte.

1:29:29Zie je wel dat je nooit te veel gezondigd kan hebben.

1:29:33Ook als je na ontvangen genade toch weer gezondigd hebt.

1:29:38Wij hebben een voorspraak.

1:29:41Zegt de kerk des heren.

1:29:45En wat smaken zulke vruchten op gods tijd.

1:29:49Weer zo heerlijk zoet.

1:29:52Dan weet u wat dat dan tenslotte uitwerkt.

1:29:55In het hart van Gods kinderen.

1:29:58Heimwee.

1:30:00Een verlangen.

1:30:02Een lust.

1:30:04Om niet alleen in schaduw te zijn.

1:30:07Maar op een plaat te zijn waar schaduw niet meer nodig is.

1:30:13En dat is hierboven.

1:30:16Om eeuwig storeloos met een drieëne God te mogen zijn.

1:30:23En daar heeft de heer Jezus ook een zoete vrucht voor gegeven.

1:30:27En voor allen die iets kennen van de woorden van onze tekst.

1:30:32Zal het straks voor eeuwig waar worden.

1:30:35In het huis mijns vaders zijn vele woningen.

1:30:41Anderszins zo zou ik het u gezegd hebben.

1:30:43Ik ga heen om uw plaats te bereiden.

1:30:46En wanneer ik zal heen gegaan zijn.

1:30:49En uw plaats bereid zal hebben.

1:30:52Zo kom ik weder.

1:30:54En zal u tot mij nemen.

1:30:57Opdat gij ook zij moogt.

1:31:00Waar ik ben.

1:31:02Dan is de kerk des heren.

1:31:05Voor eeuwig.

1:31:07Storeloos verenigd.

1:31:09Met haar bruidegom.

1:31:11Die appelboom.

1:31:12Onder de bomen des wouds.

1:31:15Amen.

1:31:15Laten

1:31:16[GEZANG]

1:34:03wij de heer nog bidden en danken.

1:34:06Heren wat een woord wilde u vanavond laten verkondigen.

1:34:11En zo bent u toch voor arme zondaren.

1:34:16Heer, u weet wat het woord vanavond met ons allen gedaan heeft.

1:34:22Heer, u weet of er vanavond zijn geweest die werden verkwikt.

1:34:27Die het misschien niet konden indenken, maar dat ze vanavond een ogenblik onder die appelboom mochten zijn.

1:34:36Of misschien bent u wel op afstand gebleven.

1:34:39Zagen we het wel, maar konden we niet dichterbij komen.

1:34:44Dan kunt u het ook toch na deze preek doen.

1:34:47Als de stille naprediker.

1:34:50En als we het geestelijke leven missen heren.

1:34:53Wilt u het dan anders maken.

1:34:56Want u bent bij machten.

1:34:58Om een zonda van doodleven te maken.

1:35:01Daarin bent u ook zeer uniek.

1:35:05Hartelijk dank voor alles wat u gaf.

1:35:07Ook deze avond.

1:35:08En als we straks weer naar huis gaan heren.

1:35:10Wilt u ons bewaren op de onveilige wegen.

1:35:14Er kan toch zomaar wat gebeuren, heren.

1:35:17En dat weten we allemaal wel.

1:35:19Bewaart u ons, heren.

1:35:21En geeft dat we elkaar op een later moment weer eens mogen ontmoeten.

1:35:25We vragen het uit louter genade om de verdiensten van Christus' wil.

1:35:29Amen.

1:35:32Wij zingen tot slot Psalm 91, het eerste vers.

1:35:35Hij die op Gods bescherming wacht, wordt door de hoogste koning beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Gods woning.

1:35:4391 vers 1.

1:35:44[GEZANG]

1:38:33Gaat in uw vrede, draagt met u de zegen van de Heren die ik in zijn naam op u mag leggen.

1:38:39De genade van ons Heer Jezus Christus en de liefde van God de Vader en de troostvolle gemeenschap door de Heilige Geest, zij en blijven

1:38:51met u allen.

1:38:53Amen.

1:38:54[GEZANG]