1 Koningen 16: 30 en 17: 1; [Op wie lijken we nu]

zondag 19 juli 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. J. Joppe · 105 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

11:00Onze hulp

11:02en onze verwachting is in de naam des Heren, Heren.

11:07Die hemel en aarde geschapen heeft.

11:11Die trouwen houdt tot in de eeuwigheid.

11:15En die nooit laat varen.

11:18Enig werk dat zijn hand begon.

11:23Amen.

11:26Genade zij u en vrede.

11:32En die was.

11:33En die komen zal.

11:36En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

11:40En van Jezus Christus.

11:42Die de getrouwe getuige is.

11:46Eerstgeborene uit de doden.

11:48En de overste.

11:50Van alle koningen der aarde.

11:54Amen.

11:58Gemeente zetten we deze dienst voor de met elkaar te zingen.

12:02Van psalm 111 en daarvan het tweede.

12:05En zesde vers, de zeer en werken zijn zeer groot.

12:10Wie ooit daarin zijn lust genoot, doorzoekt die ijverig en bestendig.

12:16En ook het zesde, zijn naam is heilig en geducht.

12:20De vijand beeft op zijn gerucht, maar zeere vrees zal altoos wezen.

12:26De versen 2 en 6 van psalm 111.

12:30Dit

12:31[GEZANG]

16:25herstellen we ons nu voor de spiegel van Gods heilige wet.

16:29En zingen we daarna van Psalm 34, het achtste vers.

16:33God slaat een gram gezicht op bozen die hem tegenstaan.

16:39Hij doet hun naam met hen vergaan door het hoogste strafgericht.

16:46Maar hij ziet gunstig neer op hem die naar zijn wetten leeft.

16:52God is het die hem uitkomst geeft, zijn grote naam ter eer.

16:58Het achtste vers.

16:59van Psalm 34, na het voorlezen van Gods heilige wet.

17:05Toen sprak God al deze woorden, zeggende...

17:09Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland...

17:15uit het diensthuis uitgeleid hebt.

17:20Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

17:25Gij zult u geen gesneden beeld...

17:28Nog enige gelijkenis maken.

17:31Van hetgeen boven in de hemel is.

17:34Nog van hetgeen onder op de aarde is.

17:38Nog van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

17:43Gij zult u voor die niet buigen.

17:45Nog hen dienen.

17:47Want ik de Heere uw God ben een ijverig God.

17:51Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

17:55Aan de derde.

17:57En aan het vieren lid dergenen die mij haten.

18:00En doe barmhartigheid.

18:03Aan duizenden dergenen die mij lief hebben.

18:06En mijn geboden onderhouden.

18:10Gij zult de naam des Heren en uw schots niet eidelijk gebruiken.

18:15Want de Heren zal niet ons schuldig houden.

18:18Die zijn naam eidelijk gebruikt.

18:22Gedenkt de sabbedag.

18:24Dat gij die heiligt.

18:26Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

18:30Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

18:34Dan zult gij geen werk doen.

18:37Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw vee, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

18:50Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

18:55De zee en al wat daarin is.

18:57En hij rustte ten zevende dagen.

19:01Daarom zegende de heren de sabbadag.

19:04En heiligde dezelfde.

19:06Eerd uw vader en uw moeder.

19:09Opdat uw dagen verlengd worden in het land.

19:12Dat u de heren uw God geeft.

19:16Gij zult niet doodslaan.

19:18Gij zult niet echtbreken.

19:21Gij zult niet stelen.

19:24Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

19:29Gij zult niet begeren uw snaasten huis.

19:33Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw.

19:37Nog zijn dienstknecht.

19:39Nog zijn dienstmaagd.

19:42Nog zijn os.

19:43Nog zijn ezel.

19:44Nog iets dat uw snaasten is.

19:48Amen.

19:49[GEZANG]

21:55Vanavond hopen we met de hoop van de heren stil te staan bij de geschiedenis van Elia.

22:00Het begin van de geschiedenis zoals die opgetekend staat in Gods woord.

22:05En vanmorgen lezen we 1 Koningin 16 vanaf vers 29 tot en met hoofdstuk 17, het zesde

22:17vers.

22:19We beginnen met 1 Koningin 16.

22:24Vanaf vers 29 en daar lezen we Gods heilig en onfeilbaar woord als volgt.

22:30En Agab, de zoon van Omri, werd koning over Israël in het 38ste jaar van Aza, de koning van Juda.

22:42En Agab, de zoon van Omri, regeerde over Israël te Samaria, 22 jaar.

22:50En Agab, de zoon van Omri, deed wat kwaad was.

22:54In de ogen des heren.

22:57Meer dan allen die voor hem geweest waren.

23:01En het geschieden was het een lichte zaak.

23:04Dat hij wandelde in de ogen van Jeroboam de zoon van Nebat.

23:09Dat hij nog ter vrouw nam Isebel.

23:12De dochter van Edbaal.

23:14De koning des Sidonius.

23:17En heen ging en diende de Baal.

23:20En boog zich voor hem.

23:23En hij richtte voor de Baal een altaar op in het huis van Baal.

23:28Het welk hij te Samaria gebouwd had.

23:32Ook maakte Agab een bos.

23:35Zodat Agab nog meer deed om de heren de God Israels tot toren te verwekken.

23:42Dan alle koningen van Israël die voor hem geweest waren.

23:48In zijn dagen bouwde Hiel de...

23:52Beteliet Jericho op Abiram zijn eerstgeboren zoon heeft hij haar gegrondvest.

24:00En op Zegub zijn jongste zoon heeft hij haar poorten gesteld naar het woord des heren.

24:08Dat hij door de dienst van Jozua de zoon van hun gesproken had.

24:14En Elia de Tisbiet van de inwoners van Gilead zeide tot Agab.

24:21Zo waarachtig als de Heere de God Israels leeft.

24:24Voor wiens aangezicht ik sta.

24:28Indien deze jaar een douw of regen zijn zal.

24:33Tenzij dan naar mijn woord.

24:36Daarna geschieden het woord des Heere tot hem zeggende.

24:39Ga weg van hier.

24:41Wend u naar het oosten.

24:44En verberg u aan de beekrit.

24:47Die voor aan de Jordaan is.

24:50En het zal geschieden dat gij uit de beek drinken zult.

24:55En ik heb de raven geboden dat zij u daar onderhouden zullen.

25:01Hij ging dan heen en deed naar het woord des heren.

25:05Want hij ging en woonde bij de beek Krit.

25:10Die voor aan de Jordaan is.

25:13En de raven brachten hem desmorgens brood en vlees.

25:18Desgelijks brood en vlees des avonds.

25:21En hij dronk uit de beek.

25:24Tot zover onze schriftlezing.

25:29Gemeente, bidden we de heren nu om zijn onmisbare zegen over deze dienst.

25:35En we willen in onze voorbede gedenken de grote zorgen...

25:40rondom de periode van droogte die ernstige vormen aanneemt...

25:46als we zien hoe de gewassen...

25:49Leiden.

25:50Laat ons bidden.

25:52En ook de heren danken.

26:00Heren vervul ons met eerbied.

26:04En met diep ontzag.

26:07Als we naderen tot voor uw heilig aangezicht.

26:13O wat is het een wonder heren.

26:16Dat gij ons allen tot hiertoe bewaard en gespaard hebt.

26:24Dat we allen nog mogen zijn die we zijn.

26:30Hier in de kerk, maar ook thuis of elders als we meeluisteren.

26:39Terwijl we dat niet verdiend hebben.

26:43Want heren, wie zijn we geweest tegenover u, de heilige God?

26:48Zojuist klonken uw geboden.

26:53En als we eerlijk zijn, eerlijk gemaakt werden door uw heilige geest.

27:01Dan moeten we beleiden dat we...

27:04Niet zijn geweest die we hadden moeten zijn.

27:08Dat moeten uw kinderen beleiden.

27:12Met verdriet in het hart.

27:16Dat ze zo menigmaal eigen wegen zijn ingeslagen.

27:21O heren.

27:25Vergeef al die zonden.

27:28Maar ook als we u nog niet kennen.

27:31En als we daar misschien nog blind voor zijn.

27:34Dat we denken ach.

27:36Het valt met mij allemaal wel mee.

27:40Open dan onze ogen op dat we gaan zien wie we werkelijk zijn.

27:47Dat we zoals we geboren zijn niet voor u kunnen bestaan.

27:51Dat we wederom geboren moeten worden.

27:56Getrokken moeten worden vanuit de duisternis tot uw wonderbaar en heerlijk licht.

28:03En daartoe mag de prediking ook vanmorgen uitgaan.

28:08Niet alleen om het geloof van uw kinderen te versterken, om hen te vertroosten, te waarschuwen, te vermanen als dat nodig is, maar ook om

28:21mensen stil te zetten, te

28:24arresteren.

28:26En heren, wil uw dienstknecht deze morgen daarvoor gebruiken dat

28:33we niet meer verder kunnen met ons eigen leventje.

28:41Dat we gaan inzien wie we werkelijk zijn.

28:44Dat

28:46we zoals we leven u niet kunnen ontmoeten.

28:51O heren, we smeken eerbiedig van u om de krachtige werking van uw heilige geest.

29:00Dat

29:02hij de rijen doorgaat, oren en harten opent.

29:06Opdat we gaan inzien op wie we lijken vanmorgen.

29:14Of dat nog eens op koning Agab die leefde zonder u.

29:21Of dat we door uw genade mogen lijken op een Elia met die heerlijke naam.

29:30Mijn God is de Heere.

29:34Heere, schenk geopende oren en geopende harten.

29:38Als uw woord uit mag gaan, schenk een geopende mond van uw dienstknecht.

29:45En wil nabij zijn overal waar uw woord verkondigd mag worden.

29:50Waar ook ter wereld.

29:53Gedenk het werk van zending en evangelisatie.

29:57Heren, u weet wat nodig is.

30:01Gedenk ook ons land en volk.

30:06Als we denken aan de grote zorgen rondom de droogte.

30:15Die al verschillende weken duurt.

30:18En ernstige vormen aanneemt als we letten op de gewassen.

30:26Maar ook hoe het drinkwater meer en meer minder wordt.

30:31Heren, de signalen klinken om ons heen.

30:37Heren, geef dat er regen mag komen.

30:42Regen om het land te bevochtigen.

30:48Zodat de gewassen weer goed kunnen groeien en er straks een goede oost kan worden binnengehaald.

30:57Maar ook voor de dieren, voor de natuur is het zo nodig, heren.

31:04We hebben iets gelezen over die geschiedenis van Elia waar ook droogte kwam.

31:10Als straf op

31:13de goddeloosheid, de afgoderij van het volk.

31:18Heren, wat heeft die droogte?

31:21Ons te zeggen hier in onze omgeving.

31:25In ons land en volk.

31:28O geef dat we u mogen aanlopen als een waterstroom.

31:33Om bij u vandaan te ontvangen wat nodig is.

31:38Ook voor land en volk.

31:41Want uiteindelijk hebben we de stromen van uw geest nodig.

31:48Heer hij wilt u zo krachtig werken.

31:51Ook onder ons volk.

31:54een wederkeer komt tot u de levende God al roepen tot u.

32:02Heren, zo dragen we deze gemeente aan u op.

32:06En we zijn dankbaar dat de gemeente binnenkort uit uw hand...

32:12een

32:14nieuwe herder en leraar mag ontvangen.

32:18Heren, u weet hoe daarnaar werd uitgezien.

32:24Hoe moeilijk we het ook zelf gehad hebben toen we moesten bedanken.

32:32Heren, u weet alle dingen.

32:35En we smeken van u.

32:37Geef een goede ontvangst en een goede tijd.

32:43Aan dominee van de Kamp en zijn vrouw.

32:46De kerkenraad, de kerkvolgdij en de hele gemeente.

32:49Stel hem hier tot rijke zegen.

32:53Heren, we bidden voor het diakonaal gastenhuis, de oase.

32:59Voor de gasten.

33:01Die daar verblijven wilt u met hen zijn.

33:04Als het zo moeilijk is.

33:07Als ze soms niet meer weten hoe ze verder moeten.

33:10Als de draaglast groter is dan de draagkracht.

33:15Heere zegen allen die daar werkzaam zijn.

33:18Ook als vrijwilligers.

33:20We bidden voor de bewoners van de zorginstellingen.

33:26Als we denken aan de Vlietberg en de Vijver.

33:30Waar gehandicapten wonen.

33:33Wil ook hen nabij en goed zijn.

33:37Heren, gedenk ook de spanningen die er zijn in de gezinnen.

33:44Spanningen in huwelijken, spanningen met kinderen.

33:48We bidden voor de pleegzorg.

33:50O heren, wat zijn er vele noden en vele zorgen.

33:56Soms amper bekend, maar u weet ervan.

34:00Zou het u nabij en goed willen zijn?

34:04Heren, zo bidden we voor onze overheid.

34:08Geef toch dat men beseft wanneer er werkelijk zegen te verwachten is.

34:16Dat is toch als geleefd en regeerd zal worden naar uw woord en getuigenis.

34:25Heren, we bidden voor allen die een plaats hebben.

34:29Ook in ons koningshuiswerk nog wonderen.

34:32Van geloof en van bekering.

34:35Heren zo smeken we van u om alles wat nodig is.

34:41Ook in deze dienst aan Koster en Organist.

34:44Aan allen die een taak hebben.

34:47Heren breidt uw koninkrijk nog uit.

34:51En breek het rijk van de vorst der duisternis af.

34:55Gedenk ook allen die hier een periode van rust doorbrengen.

34:59En die vandaag hier te gast zijn.

35:01Heren schenk ze ook een gezegende dienst.

35:05Ook al behoren ze misschien wel tot een ander kerkverband.

35:09Uiteindelijk gaat het om de kerk met een hoofdletter.

35:12Dat we daar van een lidmaat zullen zijn.

35:17Dan zullen we dat eeuwig blijven.

35:20Heren werk zo door uw woord en geest.

35:26Wonderen van geloof en van bekering.

35:29En dat alles mag zijn en mag strekken.

35:32Tot de eer en tot de verheerlijking van uw grote naam.

35:37Dat we aan het einde van deze dienst het mogen zeggen wat was het goed.

35:42Om in het huis van de heren te zijn.

35:46Dat hebben we niet verdiend heer als we dat aan u voorleggen.

35:51Dan moeten we beleiden alles verbeurd en verzondigd te hebben.

35:56Maar zie ons nog aan in hem.

35:59Uw lieve Zoon, de Heer Jezus Christus.

36:04Uit genade.

36:07Amen.

36:12Gemeente, voor de vakantie Bijbeldag van 25 augustus...

36:18is de organisatie nog op zoek naar vrijwilligers.

36:21Zie hiervoor ook de oproep in de kerkbode en op de Scipio-app.

36:26Dus graag mensen die zich geroepen weten om daar te helpen.

36:34De eerste collecten is bestemd voor de stichting Stefanos.

36:39Een stichting die voornamelijk werkt in Malawi.

36:44De tweede is voor de kerkvoogdij en de derde voor de aflossing van de kerk.

36:49Deze collecten worden hartelijk in uw meldadigheid aanbevolen.

36:54Zingen we nu als voorbereiding op de prediking van psalm 33.

36:59En daarvan het vijfde en het tiende vers.

37:04Van psalm 33.

37:05Vers 5.

37:07Geen ding geschiet er ooit gewisser.

37:10Dat hoog bevel van seren mond.

37:13Zijn goddelijk almacht spreekt.

37:15En het is er zijn wil gebied.

37:18En het wordt terstond.

37:20En zijn machtig arm beschermde vromen.

37:23En red hun zielen van de dood.

37:27De versen 5 en 10 van psalm 33.

37:30[GEZANG]

44:07Gemeente de...

44:08De tekst voor de prediking vindt u in 1 Koningin 16 vers 30 en hoofdstuk 17, 1 Koningin 17 vers 1.

44:211 Koningin 16 vers 30, waar Gods woord in onze tekst luidt.

44:28En aangaf de zoon van Omri deed wat kwaad was in de ogen des Heeren meer dan allen die voor hem.

44:39En

44:40dan het eerste vers van 1 Koningin 17.

44:43[GEZANG]

45:08Gemeente, we horen in deze tekstwoorden allereerst over een goddeloze koning, koning Agab.

45:17In de tweede plaats staan we stil bij een godvrezende profeet.

45:24En in de derde plaats horen we van een gevraagd oordeel.

45:31Drie aandachtspunten.

45:33Een goddeloze koning, een godvrezende profeet.

45:39De vraag van morgen is, op welke van deze twee lijken we?

45:44En tot slot staan we stil bij een gevraagd oordeel.

45:52Gemeente, wie van ons heeft de heren wel eens gebeden om een straf, een

46:02oordeel?

46:03Een

46:07straf

46:09over je kind wat hele andere wegen inslaat dan dat je...

46:17Hem of haar hebt voorgehouden.

46:22Of als we denken aan ons land.

46:27Alle goddeloosheid.

46:29Een straf.

46:31Zodat ons volk tot inkeer komt.

46:35Wie

46:38heeft de heren wel eens gevraagd om een economische crisis.

46:44Grote werkeloosheid.

46:46En

46:48armoede.

46:50Of om een bepaalde ramp.

46:53Ja, dat ons land getroffen zou worden door het oorlogsgeweld.

47:01Of dat het lange tijd niet meer regent.

47:08We leven in een tijd waarin het al een aantal weken droog is.

47:12En toen ik hier zo voor de overvlakke opreed, waar ik ben opgegroeid, dacht ik, wat ziet het er allemaal triest uit.

47:21En dat is in Barneveld niet anders.

47:23Grote.

47:26De aarde, de plantenwereld, de dierenwereld snakt naar water van boven.

47:36De beregeningsinstallaties houden het misschien wat groen.

47:41Maar als het dan weer gaat regenen, daar zien we toch naar uit.

47:47Ik kan me voorstellen dat er

47:51niemand is die om zulke dingen zou vragen.

47:57En misschien is er wel een jongere vanmorgen die zegt, nee natuurlijk niet.

48:02Als de heren zo'n gebed verhoort, dan krijg je daar zelf ook mee te maken.

48:09Met oorlog, met de gevolgen van droogte.

48:15Je kunt beter bidden om bekering van ons volk, dan om een oordeel.

48:24Maar gemeente, vanmorgen horen we over iemand die de heren...

48:29om een zwaar oordeel over zijn eigen land gevraagd heeft.

48:36De

48:37profeet Elia.

48:40U

48:43kent hem misschien wel.

48:44Een van de grote profeten uit Gods woord.

48:51Die voor velen tot grote zegen mocht zijn.

48:58Kenmerkend uit het leven van Elia is dat hij vooral een...

49:03een biddende profeet is geweest.

49:06Dat geldt natuurlijk voor alle profeten.

49:09Maar het valt ons op dat we heel vaak lezen...

49:13hoe Elia de Heere aanroept.

49:19Waarom bidt hij om

49:24een oordeel, om een straf, om droogte?

49:29En mag je daar eigenlijk wel om bidden?

49:35Gemeente, voordat we antwoord geven op deze vragen...

49:38gaan we eerst na in welke tijd deze biddende profeet Elia leefde...

49:44en wie hij eigenlijk was.

49:49Elia leefde in de tijd van koning Agab.

49:54En als we Agab horen,

49:57dan weten de meeste kinderen wel...

50:00dat hij geen godvrezende koning was, maar een goddeloze koning.

50:08Ik

50:10moet denken aan die jongen die altijd goed luisterde.

50:14Als er uit de Bijbel gelezen werd, en hopelijk doen jullie dat ook, kinderen.

50:19Eerbiedig luisteren als er gelezen wordt.

50:25Maar als het dan ging over de koningen.

50:30Ja, dan luisterde hij niet zozeer of dat ze machtig of rijk waren.

50:37Maar of ze de heren vreesden of niet.

50:43Dat vond hij het belangrijkste.

50:46En dat is toch het belangrijkste.

50:50Voor in ieder van ons.

50:53Vrezen we de heren of niet, nog niet.

51:00Gemeente over Agap is Gods woord duidelijk.

51:04Het

51:06wordt samengevat in onze eerste tekst.

51:091 Koningin 16 vers 30.

51:12En Agap de zoon van Omri deed wat kwaad was in de ogen des heren.

51:19En dan staat er bij meer dan allen die voor hem geweest waren.

51:27Een goed voorbeeld aan zijn vader Omri van wat de vrezen des heren inhield, had hij niet.

51:38Buiten bijbelse bronnen weten we dat zijn vader naar wereldse maatstaven een man van aanzien is geweest.

51:46Hij was generaal.

51:49Met een behoorlijke invloed in het Oude Oosten.

51:52Hij bouwde Samaria.

51:55Maar daar heeft Gods woord geen aandacht voor.

51:59Uiteindelijk gaat het er niet om wat een mens naar wereldse maatstaven betekend heeft.

52:07Maar wat een mens.

52:09Wat u, jij en ik voor

52:13de heren mogen betekenen.

52:17Is uw, jou en mijn leven door

52:22genade.

52:24Een leven met de heren.

52:28Door hem en voor hem.

52:32Daar draait het om.

52:35Kijk, we kunnen hoog geklommen zijn op de maatschappelijke ladder...

52:40en gezag en invloed hebben in de maatschappij.

52:43Maar hoe is het als ons leven gelegd wordt op Gods weegschaal?

52:51Van koning Belsazar, God geteld, geteld, gewalgerd en...

52:57Te licht bevonden.

53:00Hij

53:02leefde zonder en buiten Christus.

53:06En geliefde in het werk van deze borg is nooit te licht bevonden.

53:13Vader Omri, zo lezen we in 1 Koningin 16 vers 25.

53:18En 26 deed wat kwaad was in de ogen des heren.

53:22Ja, hij deed erger dan allen die voor hem geweest waren.

53:27En hij wandelde in alle wegen van Jeroboam, de zoon van Nabat.

53:33En in zijn zonde waarmee hij Israël had doen zondigen.

53:38Dat verwijst naar de afgodendienst met de gouden kalveren, Tedan en Betel.

53:46Hij

53:50maakte dus bonter dan al zijn voorgangers.

53:55Met als gevolg dat de afgoderij welig teert in Israël.

54:04Maar zijn zoon Agab maakt het nog erger.

54:08Hij deed wat kwaad was in de ogen des heren.

54:13Zo lezen we in onze tekst meer dan allen die voor hem geweest waren.

54:20De regeringsperiode van koning Agab vormt een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het volk Israël.

54:29Allereerst wordt ons vermeld dat Agab wandelde in de zonde van Jeroboam.

54:35Dat betekent dat hij de gouden kalverendiensten Dan en Bethel in stand houdt.

54:42Hij gaat daarmee uitdrukkelijk tegen de wil van de heren in.

54:48Uit 1 Koningin 16 vers 31 maken we op dat dat niet het ergste was wat Agab deed.

54:59Want weet u wat als veel erger werd gezien?

55:03Dat is het feit dat hij trouwde met Isebel.

55:08Een heidense prinses.

55:10Ze komt uit Sidon.

55:12En in dat land werd de god, de afgod, Baal gediend.

55:19Agab neemt deze afgodendienst over.

55:22Bouwt er zelfs een altaar voor in Samaria.

55:26Ook maakt hij een bos of een gewijde paal.

55:30Ter ere van de Canaanitische god Ashera.

55:37Jonge vrienden, de geschiedenis van Agab maakt duidelijk.

55:42Dat het niet onbelangrijk is.

55:45Met welke vrouw je trouwt.

55:48Of met welke man.

55:52Denk je daaraan.

55:55Als je op zoek bent naar iemand, biddend.

55:59Hoe zeggen we dat?

56:00Eerst bekering en dan verkering.

56:07Agab zet de God van Israël aan de kant.

56:10En zet er de afgoden voor in de plaats.

56:15En door deze afgodendiensten stimuleren wekt Agab de toon van de heren meer op dan

56:24alle koningen voor hem.

56:28Gemeenteafgoden zijn al die dingen die ons van God afhouden.

56:34Denk maar eens na wie of wat het belangrijkste is in ons leven.

56:40Wat houdt ons van de heren af?

56:46Dat kan je werk zijn, je hobby.

56:50En noem maar op.

56:52Dat koning Agap het niet zo nauw neemt.

56:56Dat blijkt ook uit de herbouw van Jericho.

56:59In Jozef 6 was de vloek over deze stad uitgesproken.

57:04Jericho moest altijd een zwakke stad blijven.

57:07Het moest een teken zijn van Gods wraak over de Kanaanieten.

57:14Maar Agap is dat blijkbaar vergeten en laat de stad herbouwen.

57:19Tot een sterke stad, de puinhopen van Jericho.

57:24Die een duidelijk teken waren van de grote daden van God worden opgeruimd.

57:29Iemand heeft eens heel mooi gezegd dat Agap het inschrift van Gods genade.

57:37Boven de toegangspoort van Kanaan heeft uitgewist.

57:44Zo ver is het gekomen in Agaps dagen.

57:50Maar gemeente moeten we niet zeggen.

57:54Dat het ook zo ver gekomen is of misschien nog wel veel verder in onze dagen.

58:02Want alles wat herinnert aan wat de Heer gedaan heeft in ons vaderland.

58:08Dat moet worden opgeruimd.

58:12En er is al heel wat opgeruimd.

58:17We zeggen wel eens de appel valt niet ver van de boom.

58:20Zo is het ook met Agap.

58:21Hij neemt de zonden van zijn voorgeslacht over.

58:26Hij zondigt zelfs nog veel erger.

58:30En daarin wordt ons duidelijk getoond dat de zonde een hellend vlak is.

58:36De

58:39zonde wordt steeds bruter en

58:42omvangrijker.

58:46En zien we dat ook niet in onze samenleving.

58:54Als we denken aan allerlei reclameuitingen.

59:00Alles wat kan en mag op seksueel gebied.

59:08Gemeente, de zonde laat God niet onberoerd.

59:11God kan de zonde niet verdragen omdat hij de heilige is.

59:19En hiermee wordt ons ook duidelijk gemaakt dat Gods oordeel over de zonde nooit zonder reden is.

59:26Gods stoorn is geen willekeur, geen opwelling.

59:31Nee, het is een heilige afkeer van het kwaad.

59:40En wat is het nodig om de zonde steeds te blijven zien in haar verschrikkelijke karakter.

59:48En de zonde haten omdat God haar haat.

59:53Zo wij ontheiligen wat hij heeft voorgeschreven.

59:58Dan mogen wij gewis voor zijn straffen beheven.

1:00:05Nu gaat het vanmorgen niet alleen over die goddeloze koning Agap.

1:00:12In deze koning wordt de mens getekend zoals hij van nature is.

1:00:17Zonder God.

1:00:21Herkent u zich in Agab vanmorgen.

1:00:28Zeggen we vanmorgen.

1:00:30Agab zit hier.

1:00:35O leef daar niet langer mee door.

1:00:37Ga ermee naar de Heere.

1:00:42Die nu goddeloos en rechtvaardigd.

1:00:49Gemeente voor die goddeloze koning Agab staat.

1:00:54Plotseling een Godvrezende profeet.

1:00:58En

1:01:00we zien dat in onze tweede tekst.

1:01:031 Koningin 17 vers 1.

1:01:06En Elia de Tesbiet van de inwoners van Gilead zeide tot Agab.

1:01:15Opeens staat hij daar voor

1:01:20ons in de Bijbel en ook voor koning Agab.

1:01:27Iemand heeft deze profeet wel eens vergeleken met een bliksemschicht.

1:01:32Die opeens verschijnt en de donkere hemel in vuur en vlam zet.

1:01:41Wij weten verder niets van zijn ouders.

1:01:44Van zijn opvoeding.

1:01:46En van zijn levensgeschiedenis.

1:01:50We zouden graag iets hebben geweten van zijn bekeringsgeschiedenis.

1:01:55Hoe is dat nu gegaan in het leven van Elia?

1:02:03Maar daar wordt niets van vermeld.

1:02:05Hij komt uit Tispenplaats in Gilead.

1:02:08En verder weten we dat hij een harig kleed droeg met een leren gordel.

1:02:13En wie denkt hierbij niet aan Johannes de Doper?

1:02:18Gemeente, het gaat niet om Elia.

1:02:21Het

1:02:23gaat om de God van Elia van morgen.

1:02:30En de betekenis van Elia ligt dan ook alleen in zijn prediking.

1:02:37In zijn boodschap.

1:02:41Want even als Johannes de Doper is hij alleen maar een stem die roept.

1:02:47Het gaat om het woord Gods.

1:02:49Als oud-testementische profeet is hij het levende woord van God.

1:02:55Want jongens en meisjes, ze hadden in die dagen nog geen Bijbel.

1:02:59Zoals wij die hebben.

1:03:01De profeten waren de stem van God.

1:03:06Het levende woord.

1:03:09Iemand door wie God zijn woord.

1:03:13Rechtstreeks spreekt.

1:03:15En wij weten niet hoe de Heer Elia geroepen heeft.

1:03:21Maar ieder woord dat hij spreekt is geladen met goddelijke volmacht.

1:03:26Elia is een gezondene.

1:03:30De Heer gebruikt mensen om zijn woord te laten doorklinken.

1:03:35Dat is vandaag zo als het woord verkondigd wordt.

1:03:40In gebrekkige mensenwoorden klinkt dat de majesteit.

1:03:45Van het woord door.

1:03:49Hebt u zo wel eens in die kerk gezeten?

1:03:55Alsof het.

1:03:58Ja dat u daar alleen zit.

1:04:01Dan valt alles weg.

1:04:03En dan blijft de majesteit van het woord over.

1:04:08Dan gaat het niet allereerst.

1:04:11Om een bepaalde predikant.

1:04:13Maar dan grijpt het woord gods ons aan.

1:04:17Tot in de diepste vezels van ons bestaan.

1:04:23Ja, dat is het werk van de Heilige Geest.

1:04:28Gemeente, daar is nog meer over Elia te zeggen.

1:04:33Ja, iets wat nog

1:04:37belangrijker is.

1:04:38Dat is de betekenis van zijn naam.

1:04:42Elia.

1:04:43Die naam betekent mijn God is.

1:04:49De Heere.

1:04:52En zo was het in het leven van Elia.

1:04:54De Godsgenade.

1:04:57De Heere die was waarlijk zijn.

1:05:03God.

1:05:03Geliefde.

1:05:04Wat ben je dan gelukkig.

1:05:08Als je de heren tot je deel mag hebben.

1:05:13Want wie de heren heeft.

1:05:15Die heeft alles.

1:05:17Denk aan David.

1:05:19Die heren is mijn header.

1:05:20Mij zal niets ontbreken.

1:05:24Dan kan het je ontbreken aan een goede gezondheid.

1:05:28Een goed geheugen.

1:05:29Dan

1:05:31kan het je misschien ontbreken aan de kinderzegen.

1:05:34Toch wie de heren tot zijn deel heeft.

1:05:37Die heeft.

1:05:39Alles.

1:05:41Weet u ervan?

1:05:42Of jij?

1:05:45Elia is er niet voor zichzelf.

1:05:47Maar voor zijn God.

1:05:49Voor

1:05:51de eer van God.

1:05:53Hij is een strijder geweest voor de eer en het recht van de God van het verbond.

1:06:00Daarin wijst hij heen naar Christus.

1:06:04Die het aan het kruis heeft uitgeroepen.

1:06:08Eli, Eli, lama sabachtani.

1:06:13Mijn God.

1:06:15Hoor je het kinderen?

1:06:17Elia.

1:06:18Mijn God is de Heer.

1:06:21Christus riep het ook.

1:06:23Eli.

1:06:24Mijn God.

1:06:25Mijn God.

1:06:27Waarom heb jij mij verlaten?

1:06:30En spottend hebben ze bij het kruis gezegd dat hij Elia riep.

1:06:38Spottend hebben

1:06:41ze die naam genoemd.

1:06:42Zonder te beseffen.

1:06:45Hebben ze de verbindingslijn tussen Elia en Christus aangewezen.

1:06:53En waar ligt die verbindingslijn in?

1:06:55De eer en het recht van God.

1:06:58Elia heeft gestreden voor de rechten van de heren.

1:07:03Die door Israël werden vertrapt.

1:07:05En

1:07:07Christus heeft eveneens gestreden voor de rechten van de heren.

1:07:14Daarom...

1:07:15Daarom Gethsemane en Golgotha.

1:07:20Waar Christus gaat Elia verre te boven.

1:07:24Omdat hij het recht Gods vervuld heeft.

1:07:27En de eer van God volmaakt verhoogd heeft.

1:07:33Gemeente wat is er belangrijk.

1:07:35Als we als

1:07:38een Elia voor die naam uitkomen.

1:07:40En ons niet schamen.

1:07:44Twee mensen ontmoeten elkaar in het paleis.

1:07:50Van de koning van Israël.

1:07:52Een profeet en een koning.

1:07:56Elia en Agab.

1:08:00Eigenlijk zijn het vertegenwoordigers van twee werelden.

1:08:05Elia is een vertegenwoordiger van het koninkrijk van God.

1:08:09Zo zouden we kunnen zeggen.

1:08:11En Agab is een vertegenwoordiger van het rijk van de duisternis.

1:08:21En straks zal blijken wie de sterkste is.

1:08:26Op de karmel zal het klinken uit vele monden.

1:08:30De Heere is God.

1:08:33De Heere is God.

1:08:35Wat

1:08:37een machtige troost voor de kerk van alle eeuwen.

1:08:41Gij Heere alleen.

1:08:42Gij zijt verwinnaar in de strijd.

1:08:45En geeft uw volk de zegen.

1:08:51Gemeente de geschiedenis van Elia wijst heen naar de komende Christus.

1:08:58Aan wiens voeten al Gods vijanden zijn

1:09:04gelegd.

1:09:04En daarom ook de vijanden van Gods kerk.

1:09:09Als Elia tot Agab spreekt.

1:09:12Zo waarachtig als de heren de God Israels leeft.

1:09:17Ja dan noemt hij Gods verbondsnaam.

1:09:22En is dat niet het ergste?

1:09:26Israël is het volk van Gods verbonds.

1:09:31De Heer heeft gezegd bij de Sinaï, ik ben de Heere, uw God.

1:09:38Zoals het ook klonk aan het begin van de wetslezing.

1:09:43Maar Israël is geworden als een overspelige vrouw die andere mannen naloopt.

1:09:52Israël heeft de Heere op zijn liefdeshart getrapt door te buigen voor de Baals en de Ashera's.

1:10:02En daar komt de Heer met zijn verbondspraak.

1:10:06Gemeente, dat heeft ons veel te zeggen.

1:10:10Want ook met ons heeft de Heer een verbond gesloten.

1:10:15In het uur van onze doop.

1:10:19Teken van Gods genadeverbond.

1:10:22Dat verplicht en vermaand ons tot een nieuwe gehoorzaamheid.

1:10:29Ons gedoopte voorhoofd predikt ons dat de God van het verbond...

1:10:35recht op ons heeft.

1:10:38En door onbekeerd te leven...

1:10:42stellen we ons bloot aan die verbondswraak.

1:10:49Kijk, de boodschap van Elia is de boodschap...

1:10:52van de goddelijke verbondswraak.

1:10:56Maar toch twist de Heer nog met Israël.

1:11:01Hij heeft het volk nog niet opgegeven.

1:11:05Want Elia brengt zijn boodschap...

1:11:08Om Israël tot inkeer te brengen.

1:11:11En dan zegt hij tot Agab van die God.

1:11:14Voor wiens aangezicht ik sta.

1:11:20Elia die stelt zich aan Agab voor.

1:11:23Als iemand die voor Gods aangezicht staat.

1:11:28En wat bedoelt hij daarmee?

1:11:29Wel hij zegt daarmee dat hij in Gods tegenwoordigheid leeft.

1:11:35In zijn nabijheid.

1:11:37En hem dient als zijn knecht.

1:11:42De band is nog nauwer.

1:11:44Hij leeft niet alleen voor God, maar wandelt ook met God.

1:11:51Jacobus getuigde in het Nieuwe Testament dat Elia een mens was van gelijke bewegingen als wij.

1:11:58En een gebed bad dat het niet zou regenen.

1:12:02En het grondwoord dat hiervoor binnen gebruikt wordt wijst op een vurig en gedurig aanhoudend gebed.

1:12:13Ik zei het al aan het begin, het leven van Elia wordt gekenmerkt als een biddend leven.

1:12:21Gods verborgen omgang vinden zielen waar

1:12:27zijn vrees in woont.

1:12:30Kent u het?

1:12:33Is dat ook zo bij u, bij jou?

1:12:37Die godvrezende profeet die komt tot de goddeloze koning het oordeel van gods wegen aanzeggen.

1:12:49Een gevraagd oordeel.

1:12:53Indien deze jaren douw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.

1:13:02Gemeente, hier treft de Heer het volk in het hart van zijn afgodische vereering.

1:13:09Men meende immers dat douw en regen komen van Baal of Ashera's of Astartes.

1:13:19Want Baal was...

1:13:20De God van de regen en Astarte, de God van de douw.

1:13:26Maar hier zet de Heer het geding in.

1:13:29Geen douw en regen dan naar mijn woord.

1:13:36Kijk, het kan in Israël lange tijd niet regenen.

1:13:40Maar de douw zorgt er wel voor dat het gras en de gewassen nat worden.

1:13:49Als de zondag gaat schijnen dan...

1:13:53Dan verdwijnt die douw.

1:13:56Wij kennen dat ook, douw.

1:13:58Maar dat is in Israël nog veel noodzakelijker.

1:14:04Gemeente, vanuit de Jacobusbrief weten we meer over hoe het komt dat Elia hier verschijnt voor koning Agab.

1:14:14Gewoonlijk worden godsprofeten door rechtstreeks openbaring van de heren tot hun optreden.

1:14:23om bijvoorbeeld een straf aan te kondigen vanwege de zonde van het volk.

1:14:29Maar hier is het Elia die

1:14:33tot God gaat...

1:14:35en om een oordeel van God over zijn volk biedt.

1:14:42Je moet denken aan wat er in openbaring 11 staat van Gods getuigen.

1:14:47Deze hebben macht de hemel te sluiten...

1:14:50opdat er geen regen, regenen...

1:14:53in de dagen hun profitering.

1:14:59Gemeente, dat is wat.

1:15:04Elia vraagt God om een oordeel over zijn volk.

1:15:12Waarom doet hij dat?

1:15:14Wil hij wraak nemen op Agab...

1:15:18die hem in 1 Koningin 21 zijn vijand noemt?

1:15:24Nee, Elia is...

1:15:28Heel verontwaardigd over de afval van het volk en de groeiende goddeloosheid waarin koning Agab voorop gaat.

1:15:40Niets schijnt meer te helpen om het volk tot inkeer te brengen.

1:15:46Al vele malen heeft Elia het woord laten horen, het volk gewaarschuwd, opgeroepen om zich tot de heren te bekeren, de afgoden af te zweren.

1:15:59Maar het volk leeft gewoon door.

1:16:03Ze luisteren niet, ze willen niet luisteren.

1:16:06En

1:16:09dan grijpt Elia naar het laatste middel en

1:16:14bidt de heren om droogte en

1:16:18hongersnood.

1:16:20De

1:16:21eer van God is in het geding.

1:16:26Die naam wordt gelasterd en gesmaad door het dienen van de afgoden.

1:16:31En dat kan Elia niet langer meer verdragen.

1:16:37Hij heeft gevraagd of de Heer het volk hardhandig een halt wil toeroepen.

1:16:43Ja, hij heeft er naar uitgezien dat het volk door het oordeel heen naar de Heer toegeslagen zou mogen worden.

1:16:50Alles uit liefde tot de eer van God.

1:16:56Gemeente wel kind van God.

1:16:59Kan de goddeloosheid verdragen.

1:17:03Als

1:17:05je alles om je heen ziet.

1:17:07Ook op een dag als deze, Godsdag, hoe Godsdag ontheiligd wordt.

1:17:14En als je ziet zoveel andere zonden en we moeten maar bij onszelf beginnen.

1:17:22Ja, dan geeft dat toch veel verdriet in het hart.

1:17:27Nee, dan hoeven we niet gelijk te bidden om een oordeel van God.

1:17:32Maar wat een pijn in ons hart geeft het verval van ons vaderland.

1:17:40Of niet?

1:17:46In het buitenland weten

1:17:49ze dat heel veel kwaad juist in Nederland begint.

1:17:56Nederland loopt voorop als

1:18:00het om zoveel zonde gaat.

1:18:04Elia vraagt uit liefde en tot behoud van het volk om een oordeel.

1:18:12Ook in Israël geloven ze dat Baal de God van de natuur is.

1:18:17En ik zei al dat hij regen geeft.

1:18:21Nou, Elia wil laten zien dat Baal niet bestaat.

1:18:25En

1:18:27dat er maar één God is die droogte en regen kan geven.

1:18:35We kunnen zoveel liefde van boven ontvangen en hebben.

1:18:41Tot eer van God en het huil van de naaste.

1:18:47Dat het gebed opklimt.

1:18:49Heren, roep hen een halt toe.

1:18:55Zodat ze desnoods naar u toegeslagen worden.

1:18:59Omdat u verheerlijk wordt.

1:19:03Enkel uit liefde tot gods eer.

1:19:06En het volk is er al dat hij lief heeft.

1:19:10Bid Elia heren.

1:19:13Laat het niet meer regenen.

1:19:16Laat er geen douw meer komen.

1:19:24Maar dominee mag je wel om een dergelijk oordeel bidden.

1:19:31Staat dat ergens in de Bijbel.

1:19:36Ja, dit gebed wordt door Gods woord zelf opgeroepen.

1:19:42In Deuteronomium 11 zegt de Heer de hemel te zullen toesluiten...

1:19:47zodat er geen regen meer zal vallen en de aarde ophoudt gewas te geven...

1:19:55indien Israël van hem zou afwijken en andere goden zou gaan dienen.

1:20:06En dat woord kende Elia.

1:20:08En dat greep hij aan.

1:20:10Hij is gaan bidden.

1:20:12Sta op heren.

1:20:13Want Israël heeft u verlaten.

1:20:16Gehoond en veracht.

1:20:18Laat het bekend worden dat gij God zijt.

1:20:22Laat de hemel van koper worden.

1:20:25En de aarde tot stof worden.

1:20:27Opdat het bekend wordt dat gij alleen God zijt.

1:20:33En de heren verhoort Elias gebed.

1:20:35En stuurt hem naar Agab.

1:20:38Om het oordeel aan te zeggen.

1:20:40En zo verschijnt hij voor die goddeloze koning.

1:20:44En daarom begint Elia zijn boodschap met de woorden.

1:20:47Zo waarachtig als de heren de God van Israël leeft.

1:20:50Ik las ergens dat deze taal gloeit van liefde.

1:20:55Voor de majesteit des heren.

1:21:00Indien deze jaren douw of regen zijn zou.

1:21:08Aankondiging van het oordeel klinkt.

1:21:10Geen regen.

1:21:11En ook geen douw.

1:21:13Ik zei al iets over die douw.

1:21:16Die douw in het oosten is veel natter dan onze douw.

1:21:20De douw valt van mei tot oktober en zorgt in de droge maanden voor voldoende vocht voor de plantengroei.

1:21:27Er zal geen regen of douw meer zijn in Israël.

1:21:35Gemeente, dat is een verschrikkelijk oordeel.

1:21:39Dat betekent immers honger en dorst.

1:21:45Er zal geen gewas meer groeien op het land.

1:21:50Er zal geen water meer zijn voor mens en dier.

1:21:57Gemeente, dit woord vol oordeel over de zonden is een teken van Gods bemoeienis.

1:22:08Hij laat zijn volk niet los.

1:22:13Achter de oordeelsprediking mogen we Gods uitgestoken hand zien.

1:22:21Naar een zondig volk.

1:22:24En

1:22:26geldt dat niet in heel

1:22:29veel omstandigheden.

1:22:32Als het leed u treft.

1:22:36Als er moeitevolle omstandigheden komen in uw leven.

1:22:42Dan wordt aan onze levensboom geschud.

1:22:46En dan zegt de Heer ook daarin.

1:22:51Wend u naar mij toe.

1:22:53En wordt behouden.

1:23:00Gods gericht over zijn volk is ook bedoeld tot lautering.

1:23:07Tenzij dan naar mijn woord.

1:23:09En zijn woord is Gods woord.

1:23:11Verwacht geen regen of douw.

1:23:14Totdat u opnieuw van mij hoort.

1:23:20Gemeente Elia is een ware profeet.

1:23:23Omdat hij het volk oproept tot bekering.

1:23:28Tot breken met de zon.

1:23:33Tot lautering ook.

1:23:34Ik zei het al.

1:23:36Is dat ook nodig?

1:23:38Dat we ook naar ontvangen genade door de slagen die ons treffen.

1:23:45Deste meer aan de heren verbonden worden.

1:23:50Die wil schenken wat we nodig hebben.

1:23:56Ja, Elia die zegt.

1:23:58In die weg van bekering.

1:24:00In die weg van breken met de zonde.

1:24:03Is er zegen te verwachten.

1:24:10Gemeente, wat

1:24:13een boodschap.

1:24:17Wat een boodschap die

1:24:20Elia moet brengen.

1:24:23En waar hij om gebeden heeft.

1:24:25Het gaat hem om de eer van God en het huil van het volk.

1:24:33Nu moeten we niet blijven steken in Elia vanmorgen.

1:24:37Zo aan het eind van de preek.

1:24:39En ik heb al een aantal malen de lijn doorgetrokken.

1:24:46Naar de Heer Jezus Christus.

1:24:50Die gezegd heeft meer dan Elia is hier.

1:24:58Hij heeft ook geroepen

1:25:01om te breken met de zonde.

1:25:04En gewaarschuwd voor de straf.

1:25:07In allerlei bewoordingen.

1:25:11Eigenlijk net zoals Elia.

1:25:14Hij heeft gezegd wie in de zoon gelooft die heeft het eeuwige leven.

1:25:19En wie de zoon ongehoorzaam is de toon gods blijft op hem.

1:25:31En wat heeft het uitgewerkt?

1:25:35Ook de prediking die in ons leven al vele malen geklonken heeft.

1:25:43Of laat ik het nog iets anders zeggen.

1:25:47Waar ik mee begon.

1:25:51Gemeente op wie lijken we nu?

1:25:55Kinderen op wie lijken jullie?

1:25:59Lijk je nu op koning Agap?

1:26:04Leef je midden in de wereld jonge vrienden?

1:26:08En maakt het je eigenlijk niet uit fijn dat je er bent of meeluistert vanmorgen?

1:26:15Maar bedenk toch dat deze wereld met al haar begeerlijkheid voorbij gaat.

1:26:23Als

1:26:24je onverwacht voor de Heren moet verschijnen, dan laat de duivel je vallen als een baksteen.

1:26:33En dan sta je daar voor God met een hemelhoge schuld zonder borg en middelaar.

1:26:42O, laat het zover niet komen.

1:26:47Vanmorgen moet ik je zeggen en mag ik je zeggen, de God van Elia leeft nog.

1:26:53En hij wil maar één ding, dat je je bekeert en leeft.

1:26:59En dat kan geen uitstel leiden.

1:27:04Want bij hem is vergeving te vinden, verzoening, vrede met God en vrede die alle verstanden boven gaat.

1:27:17Of mag je door

1:27:20Gods genade op Elia lijken?

1:27:26Mijn God is de Heere.

1:27:30Je durft het niet altijd te zeggen.

1:27:33Maar toch, het

1:27:36is anders geworden in je leven.

1:27:38Misschien al van jongs af aan.

1:27:43Geschonken door de Heere.

1:27:44Mijn God is de Heere.

1:27:47Nee, dat betekent niet dat je een gemakkelijke weg gaat.

1:27:51Dat het altijd mee zit.

1:27:54Het zit veel meer tegen dan mee.

1:27:58Maar dan mag je het van die God verwachten.

1:28:01En dan heb je ook als een Elia

1:28:04verdriet over de zonde die je om je heen ziet.

1:28:11Als je een gezin mag hebben in je familiekring.

1:28:15In de omgeving, in ons land, in deze wereld.

1:28:19En

1:28:22dat brengt je handen samen toch.

1:28:27Iedere dag weer opnieuw.

1:28:29O heren.

1:28:30Bekeer nog wat onbekeerd is.

1:28:34Trek nog vanuit de duisternis tot uw wonderbaar en heerlijk licht.

1:28:42Want wie mag beleiden?

1:28:44Mijn God is de Heer.

1:28:48Ja, die gunt dat ook aan

1:28:52een ieder.

1:28:53Die de Heer nog niet kent.

1:28:57En daarom zoek de Heer.

1:28:59Als

1:29:01je hem nog niet kent.

1:29:03Het is nog genadentijd.

1:29:05Zoek de Heere terwijl hij te vinden is.

1:29:08Roep hem aan.

1:29:11Terwijl hij nabij is.

1:29:14Denk aan die naam van Elia.

1:29:17En vraag maar Heere.

1:29:19Dat dat nu ook mijn beleidenis mag zijn.

1:29:23Mijn God is de Heere.

1:29:27Want die God van Elia.

1:29:30Die leeft nog.

1:29:33En die werkt nog.

1:29:35En die God die kan agaps.

1:29:40Veranderen in Elias.

1:29:43Gelooft u dat?

1:29:46Als iemand moet zeggen.

1:29:48En er staan talloze voorbeelden van in de Bijbel.

1:29:52Nee niet van Agap helaas.

1:29:54Maar wel van koning Manasse bijvoorbeeld.

1:29:58Als u moet zeggen ik ben nog zo'n Agap.

1:30:01Zou het voor mij nog kunnen?

1:30:03O zeker.

1:30:05Er is genade.

1:30:07Voor de grootste van de zondaren.

1:30:11O wend u zich dan.

1:30:14Tot hem.

1:30:15En heb geen rust.

1:30:19Voordat je het mag weten.

1:30:21Mijn God.

1:30:23Is de Heer.

1:30:26Om Christus wil.

1:30:29Die het oordeel gedragen heeft.

1:30:33De straf.

1:30:34Die mij de vrede aanbrengt.

1:30:37Was.

1:30:38Op

1:30:40hem.

1:30:42Amen.

1:30:45Gemeente zingen we van psalm 74.

1:30:48En daarvan.

1:30:50Het negentiende en het twintigste vers.

1:30:53Van Psalm 74 vers 19 en 20.

1:30:56[GEZANG]

1:34:00Gemeente laat ons samen de heren danken en bidden.

1:34:08Heren zo mogen we bijna aan het einde van deze dienst.

1:34:12Uw naam ootmoedig dank zeggen.

1:34:15Voor het woord wat tot ons kwam.

1:34:20En in aangap werd ons alle leven zoals dat van nature is getekend.

1:34:29Heren geeft dat we niet boven die goddeloze koning gaan staan.

1:34:37Maar ernaast gaan staan.

1:34:42En wat een wonder als we niet meer op Agab lijken.

1:34:48Maar een Elia zijn geworden.

1:34:53Een nieuw hart hebben ontvangen.

1:34:55Een hart dat voor u leeft.

1:34:59Dat u lief heeft.

1:35:02Dat voor uw naam en uw eer opkomt.

1:35:07O heren wil dat schenken aan ons allen.

1:35:10Bekeer nog wat onbekeerd is.

1:35:15En geef ook dat de kinderen en jongeren al heel jong.

1:35:20Mogen lijken op een Elia.

1:35:24En het door uw genade beleiden.

1:35:27Mijn God is

1:35:31de heren.

1:35:33Niet de baal.

1:35:35Niet de astartes.

1:35:37Niet al die andere dingen die ons van u afhouden.

1:35:43Mijn God is de Heere.

1:35:48Heere werk zo het geloof.

1:35:50Maar versterk het ook bij uw kinderen.

1:35:54Als we om ons heen zien.

1:35:57O dan slaat de schrik ons om het hart.

1:36:02Heere dan hebben we uw oordelen te vrezen.

1:36:06Maar geef dat.

1:36:08Dat alles wat er om ons heen gebeurt.

1:36:11Aan oorlogen rampen.

1:36:16Ook als slagen ons treffen.

1:36:20Dat het ons bij u mag brengen.

1:36:24Om daar te ontvangen wat nodig is.

1:36:27Om getroost te leven.

1:36:29En eenmaal zalig te kunnen sterven.

1:36:34O heren, versterk zo het geloof bij allen die u mogen vrezen.

1:36:39En ga met een ieder van ons.

1:36:42Neem weg al het verkeerde wat er was in spreken en luisteren.

1:36:46En zegen het uwe.

1:36:48Breng veilig op de plaats van bestemming.

1:36:50En breng ons vanavond hier weer samen bijeen.

1:36:53Om opnieuw stil te staan bij je gedeeld uit het leven van uw kind en knecht.

1:37:00En ten diepste bij uw werk.

1:37:03Want daar gaat het om.

1:37:05Omdat uw naam ook de eer zal ontvangen.

1:37:11Dat smeken we van u.

1:37:14Dank voor alles wat u gaf ook aan uw dienstknecht.

1:37:18Om Jezus wil.

1:37:22Amen.

1:37:25Gemeente zingen we tot slot van de zeventiende psalm.

1:37:29En daarvan het vierde vers.

1:37:30Van de zeventiende psalm.

1:37:34Noemen we u het vierde vers.

1:37:37Zeventien.

1:37:38Vers vier.

1:37:39Maak u wel dan wonderbaar.

1:37:42Gij die uw kinderen wilt behoeden.

1:37:45Gemeente

1:37:46[GEZANG]

1:40:51gaat dan u heen in vrede.

1:40:53En ontvang de zegen des heren.

1:40:57De heren zegenen u.

1:40:59En

1:41:00hij behoeden u.

1:41:02De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.

1:41:08De heren verheffen zijn aangezicht over u.

1:41:12En geven u vrede.

1:41:19Amen.

1:41:20[GEZANG]