0:00[GEZANG]
11:26Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, Heren.
11:34Die hemel en aarde geschapen heeft.
11:38Die trouwen houdt tot in de eeuwigheid.
11:42En die nooit laat varen.
11:45Enig werk dat zijn hand begon.
11:50Amen.
11:53Genade zij u en vrede.
11:56Van hem die is.
11:59En die was.
12:00En die komen zal.
12:02En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
12:06En van Jezus Christus.
12:09Die de getrouwe getuige is.
12:12De eerstgeborene uit de doden.
12:15En de overste.
12:16Van alle koningen der aarde.
12:20Amen.
12:30En daarvan de versen 2 en 6.
12:33Dus heren, werken zijn zeer groot.
12:35Wie ooit daarin zijn lust genoot, doorzoek die ijverig en bestendig.
12:41En ook het zesde vers, de versen 2 en 6 van psalm 111.
12:46Meten
12:47[GEZANG]
16:34zingen we na de geloofsbeleidenis uit de lofzang van Maria.
16:38Het derde vers, hoe heilig is zijn naam.
16:41Laat volk bij volk de saam, barmhartigheid.
16:46Het derde vers uit de loszang van Maria na de geloofsbeleidenis.
16:52Doen wij ook dit avonduur in gemeenschap bij de kerk van alle tijden en plaatsen.
16:58Beleidenis van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.
17:04Met de woorden van de twaalf artikelen.
17:08En in ieder spreken in zijn of in haar hart.
17:11Al dus.
17:13Ik geloof.
17:15In God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
17:22En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heere.
17:30Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria.
17:37Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven.
17:45[GEZANG]
18:07Ik geloof in de Heilige Geest.
18:12Ik geloof één Heilige.
18:15Algemene christelijke kerk.
18:18De gemeenschap der heiligen.
18:21Vergeving der zonden.
18:24Wederopstanding des vleesjes.
18:26En een eeuwig leven.
18:30Amen.
18:31Gemeente,
18:32[GEZANG]
19:56we openen vanavond Gods heilig woord in Johannes 1.
20:00En lezen eruit de versen 19 tot en met 37.
20:05Johannes 1, de versen...
20:0719 tot en met 37.
20:11En
20:13in Johannes 1, te beginnen bij het negentiende vers...
20:16daar lezen we Gods heilige en ontvuilbaar woord als volgt.
20:20En dit is de getuigenis van Johannes...
20:25toen de Joden enige priesters en levieten afzonden van Jeruzalem...
20:32opdat zij hem zouden vragen, wie zijt gij?
20:38En hij beleed en loogende het niet.
20:41En beleed, ik ben de Christus niet.
20:45En zij vraagden hem, wat dan?
20:47Zijt gij Elia?
20:50En hij zeide, ik ben die niet.
20:53Zijt gij de profeet?
20:56En hij antwoordde, nee.
20:59Zij zeiden dan tot hem, wie zijt gij?
21:01Opdat wij antwoord geven mogen.
21:04Degene die ons gezonden hebben.
21:06Wat zegt gij van uzelf?
21:09Hij zei, ik ben de stem des roepende in de woestijn.
21:14Maak de weg des Heeren recht, gelijk Jezaja de profeet gesproken heeft.
21:21En de afgezondenen waren uit de fariseeën.
21:25En zij vraagden hem en spraken tot hem, waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, nog Elia, nog de profeet?
21:36Johannes antwoordde hun, zeggende,
21:39Ik doop met water, maar hij staat midden onder uw lieden, die gij niet kent.
21:47Dezelfde is het die na mij komt, welke voor mij geworden is.
21:53Wien ik niet waardig ben, dat ik zijn schoenriem zou ontbinden.
21:58Deze dingen zijn geschiet in Betabara over de Jordaan, waar Johannes was dopende.
22:06Des andere daags zag Johannes Jezus tot zich komende...
22:10en zeide, zie het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.
22:17Deze is het, van welke ik gezegd heb...
22:21na mij komt een man die voor mij geworden is.
22:25Want hij was eerder dan ik.
22:27En ik kende hem niet.
22:30Maar opdat hij aan Israël zou geopenbaard worden...
22:33daarom ben ik gekomen.
22:36Dopen hem met het water.
22:38En Johannes getuigde zeggende.
22:41Ik heb de geest zien nederdalen.
22:43Uit de hemel.
22:45Gelijk een duif.
22:46En hij bleef op hem.
22:48En ik kende hem niet.
22:50Maar die mij gezonden heeft om te dopen.
22:54Met water.
22:55Die had mij gezegd.
22:56Op welke gij de geest zult zien nederdalen.
23:00En op hem blijven.
23:02Deze is het.
23:03Die met de heilige geest doopt.
23:07En ik heb gezien en heb getuigd dat deze de zonen gods is.
23:13Dus anderendaags wederom stond Johannes en twee uit zijn discipelen.
23:19En ziende op Jezus daar wandelende, zeide hij, zeer lam gods.
23:26En die twee discipelen hoorden hem dat spreken.
23:30En zij volgden Jezus.
23:34Tot zover.
23:36Onze schriftlezing.
23:38Gemeente bidden we nu de heren om zijn onmisbare zegen.
23:41Over deze dienst laat ons bidden.
23:51Heren vervul ons allen.
23:54Heer in de kerk.
23:57Maar ook thuis of elders als we meeluisteren.
24:02Vervul ons met eerbied.
24:05En met diep ontzag.
24:07Als we aan de avond van deze dag.
24:11Zo midden in de week mogen naderen tot voor uw heilig aangezicht.
24:18Heren, wat is het een wonder dat gij ons allen tot hiertoe nog bewaart en gespaard hebt.
24:28Want dat heeft nu niemand verdiend.
24:32Als we eerlijk zijn, eerlijk gemaakt werden door uw lieve geest.
24:38Dan moeten we beleiden dat we niet zijn geweest die we hadden moeten zijn.
24:44Zoveel zonden in woorden en daden.
24:47In gedachten, maar ook in nalatigheden.
24:51En heren van nature zijn we er blind voor.
24:55Denken we dat het allemaal wel meevalt en goed zit of goed komt?
25:02Heren, wat hebben we dan de hulp en de leiding van uw heilige geest nodig?
25:09Om te leren wie we werkelijk zijn.
25:12Voor het eerst en ook bij vernieuwing.
25:16Opdat we die borg en middelaar, uw lieve zoon, dat lam gods nodig krijgen.
25:25Meer en meer nodig krijgen.
25:29En heren, dan weet u als geen ander hoe dat is in ons leven.
25:34Hoe we staan tegenover u, de heilige God.
25:38Of we die vrede al mogen kennen die alle verstand te boven gaat.
25:45Of dat we nog leven voor eigen rekening, onbekeerd en onverzoend.
25:53O heren, dat kan geen uitstel leiden.
25:57En daarom vragen we eerbiedig, zout u willen bekeren wat nog onbekeerd voortleeft?
26:05Zout u nog willen trekken vanuit de duisternis tot uw wonderbaar en heerlijk licht en zegen daartoe de prediking?
26:15En dan is het vanavond een bijzondere dienst.
26:19Wanneer we als beroepen predikant en als roepende gemeente elkaar mogen ontmoeten onder het woord.
26:29En heren dan weet u alle dingen.
26:33En dan bidden we van u geef dat het vanavond niet zou gaan om een beroepen predikant.
26:40Maar dat het om uzelf mag gaan.
26:42Dat het vanavond om dat lam gods mag gaan.
26:48Heren, dan is het zo nodig, ook in deze weken van overweging, dat we elkaar mogen vinden aan uw
27:00genadetroon.
27:02Als roepende gemeente, als beroepen predikant met onze vrouw en de kinderen.
27:12Heren, wilt u ons leiden, zendt uw licht.
27:17En uw waarheid neder.
27:21Heren u weet wat het beste is.
27:23Voor deze gemeente.
27:26En ook voor de gemeente van Barneveld die we mogen dienen.
27:29Oh het ziet alles op u.
27:32En het blijft op u wachten.
27:35Dat dragen we deze gemeente aan u op.
27:38Een gemeente die ons niet geheel onbekend is.
27:42Maar waar ook zoveel nood is.
27:48Teleurstelling.
27:49Als we terugdenken.
27:51En dan ziet de gemeente uit naar een nieuwe header en leraar.
27:57Om de gemeente te leiden in de grazige weiden van uw woord.
28:03Heren wilt u zo alles wel maken.
28:06Op uw tijd.
28:08En op uw wijze.
28:10We bidden voor de kerkenraad.
28:12Voor de kerkvolgdijen van deze gemeente.
28:16Heren u weet wat er...
28:18...op hen afkomt in deze vacaturetijd.
28:21Veel werk moet er verzet worden.
28:25En dan mag kandidaat Kooiman daarbij helpen.
28:29Maar toch, wat moet er veel geregeld worden?
28:32We dragen hen ook in het bijzonder aan u de heren op.
28:36Zou u bekwaammakende genade willen schenken...
28:40...bij de verschillende taken, ook bij het huisbezoekwerk?
28:46En gedenk ook alle anderen die bij deze gemeente betrokken zijn.
28:50Van buiten de gemeente, maar ook van binnen de gemeente.
28:55Zoveel gemeenteleden die hun krachten geven aan het werk in de gemeente.
29:02Heren, dat het ook voor hen tot zegen mag zijn.
29:06Bij de taak die ze mogen hebben op de zondagsschool.
29:11Voor de kinderen van de gemeente, de jongeren, maar ook de ouderen.
29:17De mannen en de vrouwen.
29:19We dragen zo al het werk wat hier mag plaatsvinden aan u de heren op.
29:26Ook het werk wat in andere gemeentes mag plaatsvinden.
29:30Als we meeluisteren.
29:32Misschien wel vanuit andere plaatsen.
29:36Heren zegen zo al het werk wat in uw koninkrijk gedaan mag worden.
29:42En wil ook nabij zijn allen die zich daartoe geroepen weten.
29:47Als dienaren van het goddelijke woord binnen onze hersteld hervormde kerk.
29:53Maar ook daar buiten in de andere kerkverbanden.
29:58Heren, gedenk al uw getrouwe dienstknechten.
30:02Gedenk ook het evangelisatiewerk, het zendingswerk.
30:07Bidden voor de vervolgde kerk.
30:10Voor
30:12het Joodse volk.
30:15Zou u nog vrede willen schenken waar oorlog is, waar geweld is, waar zorgen zijn?
30:23Ook als we denken aan de overheid, landelijk,
30:29provinciaal, gemeentelijk.
30:32O heren, wat zijn we diep en stel van u afhankelijk.
30:36En tegelijkertijd moeten we beleiden dat we niets verdiend hebben.
30:41En nergens recht op hebben.
30:44Maar zie nog naar ons om in gunst en in genade van boven.
30:49En wilt u ons leiden ook in deze dienst.
30:52Ons de woorden schenken die gesproken moeten worden.
30:56Dat het mag zijn naar de zin en de mening van uw heilige geest.
31:01En dat zo het geloof gewerkt mag worden, maar ook versterkt mag worden.
31:08Ja, dat uw geest in de raderen mag zijn, heren.
31:12Daar zien we naar uit.
31:14Dat is ons vurige gebed.
31:18Dat we ons ter linker en ter rechterzijde ondersteund mogen weten.
31:23Hier op deze heilige plaats.
31:26Maar ook als we in de bank zitten.
31:29Op de stoel thuis meeluisterend.
31:33Misschien wel in Bardeveld.
31:36Heren schenk ons dan met elkaar.
31:38Een rijkgezegende dienst.
31:41U weet wat we nodig hebben.
31:44Ook als we een taak hebben deze avond als koster, als organist, als ouderling van dienst.
31:51Heren, u weet wat we nodig hebben, gedenk de kinderen van de gemeente.
31:56Maar ook alle jongeren die zijn opgekomen, wilt u met hen zijn.
32:01U weet wat ze nodig hebben.
32:04Als ze alleen door hun leven gaan, als ze verkering hebben of getrouwd zijn of hopen te gaan trouwen.
32:13Heren, wilt u geven dat u gezocht mag worden.
32:19In alle dingen.
32:21En dat het van u verwacht mag worden.
32:24Ook in de gemeente.
32:26Als daar ziekte is.
32:28Als daar zorgen zijn.
32:30Als daar lege plaatsen kwamen.
32:34Heren, als mensen belast werden met de noden en de zorgen.
32:41Zodat ze een periode van rust.
32:45Ontvangen in de oase, het diakonaal gastenhuis hier in Oudorp.
32:50Ja, wil zo een ieder van ons gedenken en niemand overslaan.
32:56Dat niemand kan zeggen, het was niet voor mij.
32:59Het was voor een ander, maar niet voor mij.
33:03Heren, help ons zo.
33:05Open oren en open hart en open de mond van uw dienstknecht.
33:10En dat alles mag zijn en mag strekken tot de ere van uw naam.
33:14Ja, dat er blijdschap in de hemel mag zijn.
33:18Over zondaren die zich bekeren.
33:22En dat alleen om Jezus wil.
33:27Uit genade.
33:30Amen.
33:31[GEZANG]
33:49Deze collecten worden hartelijk in uw meldadigheid aanbevolen.
33:54Zingen we dan van de 40ste psalm.
33:59En daarvan het derde en het vierde vers.
34:02Wij noemen nu psalm 40.
34:04En daarvan het derde vers.
34:07Psalm 40 vers 3.
34:09Mijn God, gij hebt uw wonderen groot gemaakt.
34:14Wie is er niet?
34:14[GEZANG]
40:33Gemeente, de tekst voor de prediking vindt u in het gelezen schriftgedeelte Johannes 1.
40:42En daarvan vers 29b, Johannes 1.
40:46Vers 29b, waar Johannes, Johannes de Doper, Jezus tot zich ziet komen.
40:56En dan zegt, zie het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.
41:06In het thema van deze preek.
41:11Is hij het lam gods?
41:14En met de hulp van de heren willen we stilstaan bij een drietal aandachtspunten.
41:19In de eerste plaats bij een betekenisvolle naam.
41:24Het lam gods.
41:28In de tweede plaats bij een heilsvolle arbeid.
41:34We horen dat ook in onze tekst.
41:36Dat de zonde der wereld wegneemt.
41:41En in de derde plaats staan we stil bij een liefdevolle heenwijzing.
41:46En dan denken we aan het eerste woordje zie.
41:51Dus het thema van de preek is zie het lam gods.
41:55En we staan stil achter en volgens bij een betekenisvolle naam.
42:01Een huilsvolle arbeid.
42:04En een liefdevolle heenwijzing.
42:09Gemeente Jong en Oud hier.
42:11In de kerk, maar ook thuis of elders.
42:16Als u met ons verbonden bent.
42:20De Heer Jezus heeft vele namen in de schrift ontvangen.
42:29Ik
42:31denk bijvoorbeeld aan hoe hij wordt aangekondigd.
42:35Hoe over hem geprofiteerd door Jezaja.
42:40U kent die woorden wel.
42:43Wonderlijk.
42:45Raad.
42:46Sterke God.
42:48Vader der eeuwigheid.
42:51Vredevorst.
42:53En om het rijtje nog wat langer te maken.
42:56Dan denken we bijvoorbeeld aan de naam.
42:59De oud-testamentische naam.
43:01Messias.
43:04Christus.
43:05In het Nieuwe Testament.
43:08Zaligmaker.
43:10Heren.
43:12En vul maar aan.
43:14We zouden er nog...
43:15heel wat meer kunnen noemen.
43:18Ik
43:19heb eens een keer toen ik ergens intreden deed van een gemeentelid...
43:24een soort van schilderij ontvangen.
43:28En dat was geen afbeelding, maar er stonden alle
43:33namen op...
43:35uit
43:36de Bijbel die wezen op de Heer Jezus.
43:39Er stond bijvoorbeeld ook op de Goede Hedder, de
43:45Ware Wijnstok...
43:46het Brood des Levens.
43:48Het levende water.
43:51En geliefden, dat zijn allemaal namen uit het woord...
43:56waarmee de Heer ons duidelijk wil maken wie hij is...
44:02en wil zijn in de zoon van zijn eeuwige liefde.
44:08Die namen geven aan wie hij is en wat hij doet.
44:15Dat kunnen we van onze namen niet zeggen.
44:19Onze namen geven niet aan wie we werkelijk zijn en wat ons werk is, maar
44:27de namen van Christus wel.
44:29En vanavond staan we stil bij een bijzondere en betekenisvolle naam die hij ontvangt van Johannes.
44:41Johannes de Doper, we kennen hem wel uit de geschiedenis en is de voorloper van de Heer Jezus.
44:50En zo'n voorloper of wegbereider liep voor de koning uit.
44:55Hij baande de weg door rotsblokken weg te ruimen, kuilen dicht te maken.
45:03Johannes kondigde de komst van de koning aan.
45:08De koning komt,
45:12riep zo'n voorloper, zo'n herhoud.
45:17En bij de Jordaan predikte Johannes ook, bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
45:26En wanneer hij op een dag de Heer Jezus tot zich ziet komen, dan zegt hij niet, zie de koning komt of Christus komt, maar
45:38zie het lam Gods.
45:43Gemeente, het gaat niet om Johannes.
45:50Het gaat vanavond ook niet over een beroepen predikant.
45:55Ik hoop dat ik zelf als het ware wegval.
45:58En dat de Heer er alleen over blijft.
46:02Dat we mogen zeggen, we hebben niemand anders gezien dan Jezus alleen.
46:08Met de ogen van het geloof.
46:13We zien in het gedeelte wat we gelezen hebben.
46:17Dat het niet om een prediker gaat.
46:20Niet om Johannes.
46:21Hij is niet waardig.
46:23de schoenring van Christus te ontbinden, zegt hij zelf.
46:29Hij moest minder worden.
46:32En Christus wassen, groeien, groter, heerlijker worden.
46:41En als dat goed is, is dat ook de houding van iedere oprechte dienaar van het woord.
46:47Het gaat niet om ons, het
46:50gaat om hem.
46:52Om de Heer zelf, om Jezus Christus.
46:57We kunnen van Johannes zeggen, de morgenster die verdwijnt als de zonne der gerechtigheid opkomt.
47:04Zie het lam gods.
47:08Gemeente, ik heb dat een betekenisvolle naam genoemd.
47:14En deze naam die wordt alleen door Johannes de Doper gebruikt.
47:18En wel twee keer kort na elkaar noemt hij de Heere Jezus.
47:23Zo in onze tekst en ook in vers 36 lezen we deze naam.
47:31Waarom gebruikt Johannes deze naam?
47:36Ik kan me voorstellen dat iemand denkt aan Jezaja 53.
47:41We lezen daarin eens in het zevende vers dat hij als een lam ter slachting geleid werd.
47:48En als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijn er scheerders, al zo zijn mond niet open deed.
47:58Ongetwijfeld is Johannes van dit schriftwoord...
48:02op de hoogte geweest.
48:04Want in vers 23 citeert hij ook de profeet Jezaja.
48:11Jezaja 53 stelt Christus voor als een lam...
48:16dat onschuldig en geduldig, zonder verzet...
48:21en zwijgend verdragend de zonde op zich nam.
48:28De bekende prediker Koolbrugge schrijft dat er geen dier is...
48:35Gehele wezen, zo onschuldig, zo zagmoedig, zo bescheiden is.
48:43Geen dier, zegt de bekende prediker, laat zo alles met zich doen wat men wil.
48:52Geen dier is zo geduldig, zo volgzaam, zo gehoorzaam als een lam.
49:02Onder de verschillende offerdieren is een lam het meest geschikt...
49:06om de eigenschappen van Christus af te schaduwen.
49:14Maar gemeente, als we onder deze naam alleen maar zouden verstaan...
49:18dat Christus zacht en geduldig was als een lam...
49:22dan
49:24zou dat maar een klein gedeelte van de waarheid zijn.
49:29Wanneer Johannes de Doper Christus...
49:32Heer het lam gods noemt, dan ziet hij al die lammeren voor zich die in de tempel geofferd werden.
49:40Een
49:41lam was namelijk een belangrijk offerdier.
49:46De eerste keer dat we in de Bijbel lezen over een offer en een lam, dat is in de bekende geschiedenis uit Genesis 22.
49:58Abraham moet van de heren zijn zoon Isaac gaan offeren.
50:03En als Isaac dan op zekere moment vraagt, zie je het vuur en het hout.
50:09Maar waar is het land ten brandoffer?
50:14Dan antwoordt Abraham, God zal zichzelf een land ten brandoffer voorzien, mijn zoon.
50:23En in plaats van Isaac wordt een ram die met zijn hoorns verwart zit tussen de struiken geofferd.
50:31Die profetie van Abraham die wijst...
50:35Op het lam Gods.
50:36Hij
50:39was het ware lam.
50:40Op het welk het offer dat iedere morgen en iedere avond in de tempel gebracht werd.
50:48Dagelijks heen wees.
50:51Tijdens zo'n offer moest een lam waarop door handlegging de zonde van het volk was overgedragen sterven.
51:01Om voor het volk de straf te ondergaan.
51:06En voor hen verzoening te doen voor hun zonde.
51:11Gemeente als Johannes Christus het lam gods noemt.
51:18Dan ziet hij vooral op het paaslam.
51:21Dat de joden elk jaar tijdens het paasfeest aanschaften om te slachten en te eten.
51:30Het herinnerde aan de uitocht uit Egypte.
51:34Toen de Israëlieten in die laatste nacht een eenjarig lam moesten slachten.
51:40En u weet wel dat paaslam dat moest volkomen zijn.
51:44Daarom werd het vier dagen voor paasga uit de kudde van de lammeren uitgezocht.
51:51Om te zien of het geen gebrek had.
51:54Het moest rijn en zuiver zijn.
51:59Wel nu Christus is het onbevlekte lam gods.
52:08Niemand vindt een gebrek aan hem.
52:12Hij kan vrijmoedig zeggen wie overtuigt mij van zonde.
52:17Hij is zonder zonde.
52:21En Pasla mocht zijn eigen dood niet sterven.
52:25Wel nu zo is het ook met de Heer Jezus.
52:28Hij mag niet van ouderdom sterven.
52:30In de kracht van zijn leven sterft hij.
52:36Gemeente, we kunnen nog meer lijnen trekken.
52:40Maar wat was nu het allerbelangrijkste voor de Israëlieten in die laatste nacht toen die engel des verderfs voorbij ging?
52:52Bloed.
52:54Het bloed van het lam dat aan de bovendorpel en aan de beide zijposten gesmeerd was.
53:03Want achter dat bloed waren ze veilig.
53:08Door dat bloed werden ze behouden als de engel des verderfs voorbij ging.
53:15Wel nu het bloed van het lam gods reinigt van alle zonden.
53:23Alleen achter dat bloed zijn we veilig en welbewaard.
53:29Gemeente, al die lammeren zijn slechts voorbeelden en schaduwen van dit lam.
53:38Waar Johannes op wijst.
53:40Ze
53:42wezen allemaal heen naar het lam.
53:47Het lam gods.
53:50Dat betekent dat er maar één zo is.
53:54Alle offers in het oude testament wezen heen naar het grote offer.
54:00En we zongen er van brandofferen nog offer voor de schuld.
54:05Voldeden aan gods eis nog eer.
54:09Ook onze offers niet.
54:14Want gemeente laten we maar eerlijk zijn.
54:16Wij proberen met onze offers de
54:20zonde te bedekken.
54:23En zo met God in het reinen te komen.
54:26Of niet?
54:28Als de Heere ons stelt voor de eisen van zijn heilige wet.
54:32Dan verstaan we de vraag van Micha.
54:35Waarmee zal ik de Heere tegenkomen?
54:39Het leeft in ons aller hart.
54:43We willen zo graag zelf iets doen.
54:47Zo graag zelf iets geven.
54:52Ons Bijbel lezen.
54:54Ons bidden.
54:56Onze gaven in de dienst der offeranden.
54:59Ons ambt.
55:00En
55:02dat is allemaal niet onbelangrijk.
55:05Wat we
55:07doen als het gaat om bijbellezen.
55:11Bidden, de kerkgang.
55:16Maar we kunnen er niet mee voor de heren verschijnen.
55:20En is het u en jou duidelijk dat God zijn mes zet in al onze verzoeningspogingen.
55:29En verzoeningsmiddelen.
55:32We moeten ze opgeven.
55:34Want al onze offers waarmee we denken voor de heren te kunnen verschijnen.
55:40Al die offers vormen
55:46kritiek op het werk van Christus.
55:50Gemeente wij hebben niet van nodig.
55:53Enig ander middel te zoeken of uit te denken.
55:58Om ons met God te verzoenen.
56:01Dan alleen deze enige offerande.
56:04Eenmaal geschiet.
56:06Al dus onze Nederlandse geloofsbeleidenis.
56:10En
56:12nu kringt het vanavond vanuit Gods woord.
56:14Zie het lam Gods.
56:18En
56:21daarmee.
56:21Met die paar woorden.
56:24Worden al onze offers uitgesloten.
56:30En voor onvoldoende verklaard.
56:34Laat ik het anders zeggen, daarmee wordt een dikke streep gezet door alles van ons.
56:47En we dat al door genade mogen leren kennen in ons leven.
56:52Dat niet mijn eigen kracht, niet het werk door mij volbracht.
56:56En we kunnen heel wat opnoemen.
56:59Niet het offer dat ik breng, niet de tranen die ik pleng.
57:04Schoon ik ganzen, nachten, ween kunnen redden.
57:08Hij alleen.
57:11Zelfs onze beste werken kunnen van God niet bestaan.
57:15Omdat ze met zonde bevlekt zijn.
57:20Zie het lam.
57:22Gods.
57:23De
57:25Heer heeft zijn lam gegeven.
57:27En alleen dit offer kan zijn heilig oog behagen.
57:33God zelf heeft voor dat...
57:36voor dat volmate offer gezorgd.
57:38En dan kan hij toch geen behagen meer hebben...
57:41in welk offer van ons dan ook.
57:47Gemeente, we moeten nog wat zeggen.
57:52En dat is het lam Gods.
57:54Het lam van God.
57:58Kijk, dat is nu nog nooit van één lammetje...
58:03dat geofferd moest worden gezegd.
58:09Waarom noemt Johannes de Heer Jezus hier...
58:13Het lam van God.
58:16Wel daarmee maakt hij duidelijk dat het lam Gods ten diepste God zelf is.
58:24Nathan zegt tegen David in de gelijkenis van het ooilam van die arme man.
58:32We kennen dat verhaal wel.
58:34Het at van zijn beten.
58:36Het dronk van zijn beker en sliep in zijn schoot.
58:40Het was één met hem.
58:45Zo is het ook met Godslam.
58:47Het
58:50is God zelf.
58:51Het is één met hem.
58:54God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende.
59:02Christus is Godslam.
59:04God heeft hem van eeuwigheid verordineerd.
59:10Ja, van eeuwigheid.
59:13Af heeft hij zichzelf aangeboden.
59:16O wonder van genade.
59:18Zie ik kom, o God, om uw wil te doen.
59:22Toen wij in het paradijs door onze diepe val God de rug toekeerden.
59:28Toen klonk al in de moeder belofte.
59:31Ik zal vijandschap zetten.
59:34En hoe vaak hebben de profeten in het Oude Testament niet over hem geprofiteerd.
59:40De rol des boeks is met zijn naam.
59:46Christus is Gods lam, want hij is door de Vader gegeven.
59:54Kijk, dat is nu het grote verschil.
59:57Die lammeren die geofferd werden, die werden aan God gegeven.
1:00:05Christus heeft dat lam, zijn eigen lieve zoon, aan deze wereld gegeven.
1:00:12Opdat een iegelijk die in hem gelooft niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.
1:00:21Gemeente waarvan ons uit geen weg tot God terug was.
1:00:24Daar heeft God zelf een weg gebaand door het zenden van zijn Zoon.
1:00:30En door dit lam Gods kan de wereld met God verzoend worden.
1:00:37Gemeente, toen de Heer Jezus zijn werk nog moest beginnen.
1:00:42zag Johannes al wie hij was.
1:00:45En was het dezezelfde Johannes niet...
1:00:47die voor zijn geboorte met vreugde opsprong...
1:00:51in de buik van zijn moeder.
1:00:54Toen Maria, die de moeder zou worden van het lam gods...
1:00:57zijn moeder Elisabeth groette.
1:01:01En Johannes heeft gezien hoe hij bij zijn doop in de Jordaan...
1:01:06hoe
1:01:08toen een duif op hem neerdaalde.
1:01:11Een teken, we hebben het gelezen.
1:01:14Een teken dat hij door de heilige geest gezalfd werd.
1:01:19En dat was een bevestiging voor Johannes.
1:01:21Dat hij waarlijk de zoon van God is.
1:01:26Zo getuigt hij in vers 34.
1:01:30Hij is het lam Gods.
1:01:35Gemeente een betekenisvolle naam met een rijke inhoud.
1:01:41Het
1:01:43lam van God.
1:01:45Ziet u heerlijkheid.
1:01:49In dit lam van God.
1:01:52Mag u het zeggen in verwondering.
1:01:55Misschien wel aarzelend.
1:01:58Uit genade door het geloof.
1:02:01God heeft ook dat lam voor mij gegeven.
1:02:07Om mij te kunnen redden.
1:02:12Johannes zag niet alleen wie de Heer Jezus was.
1:02:16Het lam van God.
1:02:20Maar ook wat het eigenlijke doel van zijn komst naar deze...
1:02:25Wereld was.
1:02:26Wat hij kwam doen.
1:02:30Wat zijn werk was.
1:02:33En we zijn dan bij onze tweede gedachte.
1:02:37En ik heb die genoemd een helsvolle arbeid.
1:02:43Terwijl velen hem nog niet kenden.
1:02:45Anderen hem alleen zagen.
1:02:48Als iemand die kwam bevrijden van het Romeinse juk.
1:02:52Profiteert Johannes over zijn eigenlijke werk.
1:03:00Gemeente als aan u gevraagd zou worden.
1:03:02Op de vereniging bijvoorbeeld.
1:03:05Of in het gezin.
1:03:09Waarom de Heerde Jezus naar deze aarde kwam.
1:03:14Dan denk ik dat er zijn jongeren.
1:03:17Misschien wel kinderen in het gezin.
1:03:19Die zullen zeggen ja om zieken te genezen.
1:03:23Om wonderen te verrichten.
1:03:28Om de schriften uit te leggen.
1:03:33Hij was een bijzonder mens, zeggen velen in onze dagen.
1:03:37Een voorbeeld der navolging.
1:03:40Als we zien hoe hij omging met mensen aan de rand van de samenleving.
1:03:49Maar dat alles gaat voorbij aan het eigenlijke.
1:03:54Aan het wezenlijke van zijn arbeid.
1:03:58Want hij is gekomen om de zonde te verzoenen.
1:04:04Om de schuld.
1:04:07te betalen.
1:04:08Van een iegelijk die in hem gelooft.
1:04:11Van zijn kerk.
1:04:13Hij kwam om zondaren te verzoenen, te redden, te verlossen.
1:04:19Van het grootste kwaad en te brengen tot het hoogste goed.
1:04:25Hij
1:04:27kwam om te doen wat een mens nooit voor zichzelf kon doen.
1:04:36Hoe zegt Johannes het?
1:04:38Hij is het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.
1:04:46En dat is een huilsvolle arbeid.
1:04:51Gemeente, is het u opgevallen dat er niet staat de
1:04:57zonden?
1:04:59Zeer lam gods dat de zonden der wereld wegneemt.
1:05:04Het staat er in het enkelvoud.
1:05:07En waarom zou dat zijn?
1:05:11Waarom staat er niet de zonden?
1:05:16Welgemeente, met
1:05:19de zonde wordt bedoeld de zonde die ondeelbaar is.
1:05:25Door de zonde is er scheiding gemaakt tussen God en onze ziel.
1:05:31En leven we zonder God, goddeloos, verder van natuur.
1:05:37Calvin zegt bij dit vers dat Johannes het woord zonde in het enkelvoud gebruikt voor...
1:05:44alle soorten van ongerechtigheid...
1:05:47die de mens van God vervreemd.
1:05:52En wat zijn er veel soorten van ongerechtigheid?
1:05:57In ons en buiten ons.
1:06:01Denk alleen maar aan al die zondige gedachten...
1:06:04die door ons hoofd heen kunnen gaan.
1:06:07De zondige dingen die we zien, waarover we lezen.
1:06:14Nou, al die zonden...
1:06:17Die zijn hier als het ware op één hoop geworpen.
1:06:21En worden tezamen
1:06:24zonden genoemd.
1:06:29Gemeente, wat waren er ook in de afgelopen dagen?
1:06:34Veel zonden.
1:06:36In woorden en daden.
1:06:39In gedachten en nalatigheden.
1:06:44Als we de heren niet kennen.
1:06:47Maar juist ook als we de heren mogen kennen.
1:06:54Ach, van nature zijn we daar blind voor.
1:06:56En denken we dat het wel meevalt met ons nette kerkmensen?
1:07:01Of bent u al door de Heilige Geest overtuigd...
1:07:04van zonde, gerechtigheid en oordeel?
1:07:10Hebben we al met David meebeleden?
1:07:13Want ik gevoelde de grootheid van mijn kwaad, mijn zonde.
1:07:19Zie ik mij steeds voor ogen zweven.
1:07:23Ik kijk tegen u.
1:07:25Ja...
1:07:26U alleen misdreven.
1:07:31Iemand vraagt, ik heb mijn hele leven doorgebracht in de zonde.
1:07:38Zou hij ook mijn zonde willen dragen en verzoenen?
1:07:46Gemeente, het kan ook zomaar dat bepaalde zonden bij ons boven komen.
1:07:52Waarmee we kunnen lopen.
1:07:54Ik denk aan die man die vorige week bij mij aan de deur stond.
1:07:59Een gemeentelid.
1:08:01En hij zegt, dominee, ik moet iets beleiden.
1:08:06Ik ben verkeerd geweest.
1:08:08Want in de coronatijd hebben we een gesprek gehad...
1:08:12en ik was het helemaal niet eens met het beleid van de kerkenraad...
1:08:16over de maatregelen.
1:08:18U weet nog wel,
1:08:20vijf jaar geleden, toen was het allemaal zo lastig.
1:08:24Konden we niet met velen bij elkaar komen.
1:08:29Maar hij zegt, dat is verkeerd geweest van me.
1:08:34Ik had dat niet moeten doen.
1:08:36Ik dacht het beter te weten.
1:08:40En ik heb daar berauw over.
1:08:42En ik wil dat erkennen.
1:08:44Misschien herkent u het wel.
1:08:46Dat soms bepaalde zonden in je leven zo
1:08:51levend voor ogen gesteld worden.
1:08:56En dat je dat wil oplossen.
1:09:00Uit wil praten.
1:09:02Dat je daarvoor vergeving zoekt.
1:09:07Maar zou dat kunnen?
1:09:08Denkt iemand.
1:09:10Zoveel zonden.
1:09:13Welgemeente, laten we eens even verder lezen in onze tekst.
1:09:17Zie het lam gods dat de zonde der wereld
1:09:24wegdraagt.
1:09:25De
1:09:27zonde der wereld wegneemt.
1:09:32De
1:09:34zonde der wereld, wat wordt daarmee bedoeld?
1:09:38Worden dan alle mensen door Christus zalig?
1:09:42Deze woorden geven geen grond voor een algemene verzoeningsleer.
1:09:46Welke leert dat alle mensen zalig worden.
1:09:50We hebben allemaal gezondigd.
1:09:51Christus is voor alle mensen gestorven.
1:09:54Het wordt soms zo gemakkelijk in bepaalde kringen gezegd.
1:09:59Maar daar staat niet de zonde van alle mensen.
1:10:06Maar de zonde der wereld.
1:10:12En dat sluit nu niemand uit.
1:10:17Wat een ruimte in het evangelie zien we hier.
1:10:23De wereld.
1:10:27Betekent dat het heil niet alleen voor de joden, maar ook voor de heidenen is.
1:10:35De offeranden der wet, dat weet u misschien wel, die hadden slechts betrekking op de zonde van Israël.
1:10:42Om er verzoening voor te doen.
1:10:45Maar het lam gods werd geofferd om een verzoening te zijn voor de zonde.
1:10:51De wereld betekent dat de gelovigen, Gods kinderen, zullen komen uit alle geslachten, talen en volken.
1:11:04De wereld betekent niet alleen dat
1:11:09kerkmensen zalig kunnen worden, maar ook rand- en buitenkerkelijken.
1:11:14Niet alleen mensen die netjes leven, maar ook mensen die hun leven verzondigd hebben.
1:11:23Ook tegen in die bekende woorden uit Johannes 3, vers 16.
1:11:27Want al zo lief heeft God de wereld, de kosmos, gehad.
1:11:36Dat hij zijn ene geboren zoon gegeven heeft.
1:11:41Op dat een iegelijk die in hem gelooft.
1:11:44Niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.
1:11:49Ik citeer de tekst nog een keer.
1:11:52Waarom zegt de Heer Jezus niet...
1:11:54Al zo lief heeft God zijn volk gehad.
1:12:01Kolbrugge die antwoord daarom niet.
1:12:04Omdat dit voor Nicodemus, tot wie de Heer Jezus die woorden uitspreekt uit Johannes 3 vers 16.
1:12:12Omdat dit voor Nicodemus geen troost zou zijn geweest.
1:12:19Wanneer hij later tot de erkenning van zijn verlorenheid zou gekomen zijn.
1:12:26Want wie nu een arme zondaar geworden is,
1:12:31geliefd en die kan zich niets meer aanmatigen.
1:12:35Die is met de wereld op één hoop geworpen.
1:12:42Wie ontdekt wordt aan zijn zonde en schuld ontdekt dat hij of zij één en al wereld is.
1:12:52We zeggen wel eens dat we de wereld niet in huis moeten halen.
1:12:57Vroeger bedoelden we daar de televisie mee.
1:13:00Tegenwoordig heeft bijna iedereen met een smartphone de televisie op zak.
1:13:07Maar uiteindelijk zit de wereld hier van binnen.
1:13:09De
1:13:14wereld, dat zijn wij van natuur.
1:13:20Al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:13:28Bekend is het verhaal van Luther.
1:13:31De duivel die vocht hem aan, Luther, erkende het.
1:13:35Hij moest zich met de wereld op.
1:13:38Eén hoop laten werpen.
1:13:41Hij was niet beter dan die verloren wereld.
1:13:46Toen las hij al zo lief heeft God de wereld gehad.
1:13:51En de wereld dat was hij zelf.
1:13:53En wat deed hij?
1:13:54Hij nam zijn pen en strekte het woord wereld door.
1:13:57En zette daar zijn eigen naam voor in de plaats.
1:14:01En toen stond er al zo lief heeft God Maarten Luther gehad.
1:14:08En eigenlijk kon hij dat niet begrijpen.
1:14:10En zo is het toch.
1:14:12Als de Heer werkt in ons hart en leven.
1:14:15In de nood van onze zonde en schuld.
1:14:19En je mag gaan leren zien.
1:14:21Op en vluchten tot die borg en middelaar.
1:14:26Dan blijft de verwondering over.
1:14:30Christus is een volkomen zaligmaker.
1:14:35En die huilsvolle arbeid van Christus.
1:14:39Is al genoegzaam.
1:14:42Voldoende voor allen.
1:14:44Nee, niet dat iedereen zalig wordt.
1:14:48Maar ik denk aan wat de Dordtse leerregels zo duidelijk zeggen.
1:14:52De enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonde.
1:14:57Is van oneindige kracht en waardigheid.
1:15:01Overvloedig genoegzaam.
1:15:03Tot verzoening van de zonden.
1:15:05Der ganse wereld.
1:15:09Gemeente, dat bloed is zo krachtig.
1:15:13Dat er wel tienduizenden werelden door verlost kunnen
1:15:20worden.
1:15:21En zou het dan voor u, voor jou die zich afvraagt.
1:15:28Ontdekt aan zonde en schuld.
1:15:31Zou het voor mij wel kunnen.
1:15:35Als
1:15:38Christus de zonde der wereld wegneemt.
1:15:43Waarom dan ook niet uw...
1:15:46Jouw en mijn zonden.
1:15:48Als we ze voor hem beleiden.
1:15:51En smeken om vergeving.
1:15:56Dat bloed van Christus.
1:15:58Dat wordt ons allen aangeboden.
1:16:01Maar van nature willen we het niet.
1:16:04Mogen we al de genade delen.
1:16:07In dat volbrachte middelaarswerk van het lam gods.
1:16:11Geliefden laten we dat bloed toch niet onrein achter.
1:16:17Hij is het lam gods.
1:16:20Dat de zonde der wereld
1:16:23wegneemt.
1:16:26Wat een wonderlijk werk.
1:16:28Gemeente.
1:16:30God had de zonde kunnen wegnemen door de zon daar weg te nemen.
1:16:35Zoals hij deed ten tijde van de zonvloed.
1:16:41Maar nu heeft hij een weg uitgedacht om de zonde te niet doen.
1:16:46En de zon daar te sparen.
1:16:50Door zijn lieve zoon.
1:16:53Die geen zonde gekend nog gedaan had.
1:16:56Maar tot zonde gemaakt werd.
1:17:00En hij neemt die zonde op zich.
1:17:03En hij draagt die zonde weg zoals op de grote verzoendag.
1:17:09De bok de woestijn werd ingestuurd.
1:17:12We kennen dat beeld wel.
1:17:14Beladen met alle zonde.
1:17:16Zo gaat hij de woestijn van de Godverlatenheid in.
1:17:22En als u de heren mag vrezen.
1:17:24Oprecht.
1:17:27Dan mogen we toch zeggen, daar gaat hij voor u.
1:17:31In uw plaats.
1:17:34Onpelbare zondagsliefde.
1:17:37Om uw overtredingen is hij verwond.
1:17:41Om uw ongerechtigheden is hij verbreizeld.
1:17:47De straf die u de vrede aanbrengt, die was op hem.
1:17:52En door zijn striemen.
1:17:54Is uw genezing geworden.
1:17:59Daar kun je niet over uit.
1:18:02Als je dat mag gaan geloven.
1:18:04Ja ook voor
1:18:07mij.
1:18:08Oh wat wordt dat lam gods.
1:18:11Dan dierbaar.
1:18:13Gepast.
1:18:15Onmisbaar.
1:18:19Waar heeft het lam gods de zonde der wereld weggenomen.
1:18:26Jonge vrienden wat denken jullie.
1:18:30Ik hoor iemand hard opdenken toen hij stierf.
1:18:34Aan het kruishout van Golgotha en het uit, riep het, is volbracht.
1:18:42Dat is een goed antwoord.
1:18:45We lezen in 1 Peter 2 dat de lam God onze zonden in zijn lichaam gedragen heeft tot
1:18:53op het hout.
1:18:55Dit betekent niet dat de Heer Jezus onze zonden alleen aan het kruis zou gedragen hebben.
1:19:02Het hout is wel de plaats waar Christus meer...
1:19:06dan op enige andere plaats de straf die op de zonde rusten heeft gedragen.
1:19:13Maar ook daarvoor voelde hij het gewicht van de toon gods.
1:19:20Bijvoorbeeld in de Hof van Gethsemane.
1:19:23Al die jaren van zijn leven...
1:19:27waarin hij bijzonder aan het einde droeg de toon van God tegen de zonde.
1:19:33Je zou kunnen zeggen vanaf zijn geboorte.
1:19:36We leven in de dagen na kerst.
1:19:39Vanaf zijn geboorte.
1:19:42Vanaf de kribbe is hij begonnen met het verlossingswerk.
1:19:48Met die heilsvolle arbeid.
1:19:51En daarom spreekt Johannes in onze tekst niet over dat hij de zonde der wereld zal wegnemen.
1:20:00Of weggenomen heeft.
1:20:02Maar wegneemt.
1:20:08Tegenwoordige tijd.
1:20:11Hij neemt de zonde der wereld weg.
1:20:16En dat duidt niet op een eenmalige daad.
1:20:22Hoewel zijn kruisverdienste eenmalig is.
1:20:25En niet herhaald hoeft te worden.
1:20:30Maar ten diepste gaat het om een voortdurende daad.
1:20:36Want wanneer dat offer van Christus wordt toegepast aan het hart.
1:20:42Ja dan is er die vergeving.
1:20:44Die verzoening.
1:20:47En is het niet zijn voortdurende ambt en werk om de zonden weg te nemen?
1:20:53O, wat een troost is die huilsvolle arbeid.
1:21:00En als u na ontvangen genade, u die de heren mag vrezen, in grote zonden valt.
1:21:07Hij wil ze vergeven wegnemen.
1:21:10Zo schrijft Johannes dat toch, de evangelist.
1:21:16Niet Johannes de doper.
1:21:18Maar Johannes in een van zijn apostolische brieven.
1:21:22Indien iemand gezondigd heeft.
1:21:24Wij hebben een voorspraak bij de Vader.
1:21:28Jezus Christus.
1:21:29De rechtvaardige.
1:21:31En hij is een verzoening voor onze zonde.
1:21:37En als hij die zonde heeft weggenomen.
1:21:42Dan zijn ze spoorloos.
1:21:45Zo zingen we dat toch zo ver het...
1:21:49West verwijderd is van het oosten.
1:21:52Zo ver heeft hij om onze ziel te troosten.
1:21:55Van ons de schuld en zonden weggedaan.
1:22:02Kijk, gemeente, als wij mensen elkaar zonden vergeven...
1:22:07dan is het vaak wel vergeven, maar niet vergeten.
1:22:10Maar zo is de Heer er niet.
1:22:12Hoe zeggen we dat?
1:22:13Hij werpt ze achter zijn rug in een zee van eeuwige vergetenheid.
1:22:20Ja, niet dat hij ze vergeten is.
1:22:24Maar hij gedenkt ze niet meer.
1:22:27Zoals we dat ook zingen in Psalm 79.
1:22:31Gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven.
1:22:36Het
1:22:38lam gods.
1:22:40Een betekenisvolle naam.
1:22:44Dat de zonde der wereld wegneemt.
1:22:48Een haalsvolle arbeid.
1:22:51Maar gemeente, onze tekst spreekt ook, en dat is het derde en het laatste aandachtspunt, van een liefdevolle heenwijzing.
1:23:03In de 16e eeuw leefde in Duitsland de reformatorisch gezinde schilder Matthias Grunewald.
1:23:16En
1:23:18deze tijdgenoot van Luther die heeft op een aangrijpende wijze de kruising van Christus...
1:23:25Hij
1:23:27heeft een schilderij gemaakt.
1:23:30Met het kruis waar de Heer Jezus aanhangt.
1:23:33Tussen die twee moordenaars.
1:23:36Wij beelden de Heer Jezus liever niet af.
1:23:39Maar hij deed dat wel.
1:23:42Maar bij dat kruis schilderde hij ook Johannes de Doper.
1:23:49Die leefde toen niet meer.
1:23:51Toen Christus gekruisigd werd.
1:23:54Want hij is door Herodes onthoofd.
1:23:58Maar je kunt wel zien dat het Johannes de Doper is, want hij heeft een
1:24:03kebelsharde mantel om,
1:24:06een leren gordel.
1:24:10En hij wijst naar dat middelste kruis, waar
1:24:17de Heer Jezus aan hangt.
1:24:20En als je goed naar dat schilderij kijkt,
1:24:24dan zie je dat die wijsvinger van Johannes wel extreem lang is.
1:24:34Dat is niet een foutje van Groenewald.
1:24:37Dat heeft hij bewust gedaan.
1:24:41Want dat schilderij heeft alles te maken met onze tekst.
1:24:46En vooral met dat eerste woordje.
1:24:49Zie.
1:24:50Zie het lam gods.
1:24:53En
1:24:55gemeente dat eerste woordje.
1:24:58Dat hebben we overgeslagen.
1:25:00Even laten liggen.
1:25:03Maar dat bevat een liefdevolle heenwijzing.
1:25:08Het is een woordje wat in de Bijbel regelmatig voorkomt.
1:25:14Zie, ziet.
1:25:17En misschien weet u wel eens dat door uw vorige predikanten gezegd.
1:25:23Dan moet je opletten.
1:25:26Dan moet je alert zijn.
1:25:28Als dat woordje zie in de Bijbel staat, dan vraagt dat onze aandacht.
1:25:35Er komt iets belangrijks.
1:25:39Dat woordje zie, dat wijst ergens op.
1:25:44Als hij Johannes Christus ziet komen,
1:25:49dan strekt hij als het ware zijn vinger uit.
1:25:53En wijst hem aan, zie het lam Gods.
1:26:02En dat is nog steeds de enige taak.
1:26:06Of laat ik het zo zeggen, de belangrijkste taak van al Gods dienstknecht.
1:26:11En al zeker de zonde moet aangewezen worden.
1:26:14Wie de mens is van nature.
1:26:17Een zondaar die voor God niet kan bestaan.
1:26:22Maar er moet ook gewezen worden op die borg en middelaar.
1:26:28Jezus Christus.
1:26:31Zo zeggen we dat toch?
1:26:32We moeten met twee woorden spreken.
1:26:34Wet en evangelie.
1:26:36Een rijke Christus voor een arme zondaar.
1:26:40We moeten spreken over zonde, maar ook over genade.
1:26:48Ja, dat is de taak.
1:26:51Ook van mij als diener van het woord.
1:26:53Hem aanwijzen.
1:26:55En aanprijzen.
1:26:58Als het lam gods.
1:27:00Kijk dat is van jezelf.
1:27:03En van de mens afwijzen.
1:27:07En heen wijzen naar hem.
1:27:11En daar mogen we u en jou.
1:27:15En mezelf vanavond toe oproepen.
1:27:19Zie.
1:27:21Nee Christus is niet meer op de aarde.
1:27:24Zodat we hem met lichamelijke ogen kunnen zien.
1:27:28Maar dat bedoelde Johannes in zijn dagen ten diepste ook niet.
1:27:32Zie met de ogen van het geloof.
1:27:36En dat is iets wat de heilige geest kan en wil schenken.
1:27:41Juist ook op het gebed.
1:27:43Zie het lam gods.
1:27:48Dat tot ons komt vanavond in het gebaat van het woord.
1:27:54Gemeente zo'n evangelie is niet.
1:27:57Is niet naar de mens.
1:28:00Dat staat haak op onze gedachten.
1:28:04En juist in onze dagen wordt het openlijk gezegd.
1:28:07Een lam gods dat sterft in mijn plaats.
1:28:11Ik zal mezelf wel redden.
1:28:14De verzoeningen plaats vervangend lijden en sterven.
1:28:18Dat wordt aangevallen.
1:28:20Er worden vraagtekens bij gezet.
1:28:24En zo wordt het hart van het evangelie weggehaald.
1:28:29En dat is verschrikkelijk.
1:28:32Zie het lam Gods.
1:28:37Over nature zijn we geestelijk blind.
1:28:40Ik zei het al.
1:28:41We zien niet wie we zelf zijn.
1:28:43We zien niet wie God is.
1:28:47We zien niet wie Christus is.
1:28:51En als we met onze natuurlijke ogen het lam God zien.
1:28:54Op de weg van zijn lijden en sterven.
1:28:58Waar we de komende weken weer naartoe leven.
1:29:01Naar de lijdenstijd.
1:29:04Als we hem met natuurlijke ogen zien, dan krijgen we alleen maar medelijden met hem.
1:29:09Zoals die wenende vrouwen die hem volgen op de kruisweg.
1:29:13Tot wie Christus sprak, weent niet over mij, maar weent over uzelf.
1:29:21Gemeentebitte heren, of u, of
1:29:25jij ziende mag worden.
1:29:29Want als de Heilige Geest onze ogen opent en we ontdekt worden aan onze zonde en schuld.
1:29:38Wat wordt het lam Gods dan noodzakelijk en
1:29:44onmisbaar?
1:29:47Wat krijgt dat lam dan een waarde?
1:29:56Verlost.
1:29:57Niet
1:29:58door zilver of goud.
1:30:01Maar door het dierbare bloed van Christus.
1:30:05Als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam.
1:30:11Daar mag het zingen in het hart.
1:30:14Al wat aan hem is, is gans begeerlijk.
1:30:19Zulk één is mijn liefste.
1:30:26Gemeente, zie het lam gods op zijn leidensweg.
1:30:32Zie hem in de hof van Gethsemane.
1:30:36Zie hem staan voor Pilatus, waar hij onschuldig bevonden...
1:30:40toch veroordeeld werd op dat schuldige zondaren
1:30:47vrijuit zouden gaan.
1:30:51Ziet u heerlijkheid.
1:30:54In zo'n plaatsvervanger.
1:30:58Kunt u het nog uithouden?
1:31:01Tegen zoveel zaligmakers.
1:31:04Liefde.
1:31:06God heeft het liefste wat hij had gegeven.
1:31:10En Christus heeft zichzelf gegeven.
1:31:15Verbreekt al deze liefde.
1:31:18Uw harde hart niet.
1:31:20O, zie in tijden van tegenspoed op hem.
1:31:25Nee, hij neemt het lijden niet weg.
1:31:28Maar hij wil troosten in het lijden.
1:31:33Ook als uw leven momenteel door diepe dalen gaat.
1:31:37Zie dan op hem.
1:31:41Zie in het uur van uw sterven op hem.
1:31:47Zie in de dag van het oordeel niet op mensen, niet op de kerk.
1:31:51Waar u nooit uw plaats leeg liet.
1:31:54Maar zie op hem.
1:31:58Zie het lam gods.
1:32:01Gemeente, mijn woorden schieten te kort.
1:32:04Om hem naar waarde groot te maken.
1:32:09Om hem uit te schilderen.
1:32:12Niet zoals Groenewald.
1:32:14Maar met woorden aan te wijzen en aan te prijzen.
1:32:20En het is mijn vurige bede.
1:32:23Of hij die gebrekkige schildering van de heerlijkheid van dit offer wil gebruiken.
1:32:30Om zon daarin te trekken.
1:32:33Uit de duisternis tot zijn wonderbaar en heerlijk licht.
1:32:40Gemeente, wat is de uitwerking van die korte preek van Johannes de Doper geweest?
1:32:46We weten het niet.
1:32:50Maar de volgende dag staat hij daar weer.
1:32:54En als hij de Heer Jezus in zijn omgeving ziet wandelen, dan zegt hij opnieuw, ziet het lam Gods.
1:33:04En wat is de uitwerking?
1:33:06We hebben het gelezen aan het eind van de schriftlezing.
1:33:10Twee van zijn discipelen verlaten Johannes en
1:33:15volgen Jezus.
1:33:19O, wat een heerlijke vrucht heeft deze liefdevolle heenwijzing door de Heilige Geest uitgewerkt.
1:33:27Hem volgen als die schuldovernemende en die schuldwegdragende borg.
1:33:38Ja, als
1:33:42dat de uitwerking van deze prediking mag zijn.
1:33:46Wat gaat u dan gezegend naar huis, geliefde?
1:33:49Niemand anders gezien dan Jezus alleen.
1:33:55Nee, dan gaat het niet meer om een beroepen predikant.
1:33:59Als u het lam gods in de weg van waarachtig geloof en bekering hebt mogen leren kennen.
1:34:06Als uw zaligmaker.
1:34:08Als u mag weten dat uw naam geschreven staat in het boek des levens des lams.
1:34:19Wat wacht u dan een heerlijke toekomst.
1:34:23Hier al op aarde.
1:34:25Maar
1:34:26straks hierboven.
1:34:29Johannes de evangelist mag er al iets van
1:34:34zien, horen en opschrijven.
1:34:36In openbaring vijf het lam.
1:34:39Het
1:34:41lam dat geslacht is.
1:34:44Is waardig te ontvangen de kracht.
1:34:47En rijkdom.
1:34:48En wijsheid.
1:34:50En sterkte.
1:34:52En eer.
1:34:52En heerlijkheid.
1:34:54En dankzegging.
1:34:55Hem die op de troon zit.
1:34:58En het lam.
1:34:59Zij de dankzegging.
1:35:01En de eer.
1:35:02En de heerlijkheid.
1:35:03En de kracht.
1:35:04In alle eeuwigheid.
1:35:07O rampzalig.
1:35:10Als we aan dit lam voorbij leven.
1:35:14Als we op zo'n grote zaligheid.
1:35:19Geen acht geven.
1:35:21En daarom.
1:35:23Zie.
1:35:24Het lam gods.
1:35:27Dat de zonde der wereld.
1:35:32Wegneemt.
1:35:34Amen.
1:35:37Gemeente zingen we van psalm 32.
1:35:40En daarvan het eerste vers.
1:35:43Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven.
1:35:46Die van de straf voor eeuwig is ontheven.
1:35:50Het eerste vers van psalm 32.
1:35:53Gemeente
1:35:53[GEZANG]
1:39:18laat ons samen de heren danken en bidden.
1:39:23Heren zo mogen we uw grote naam dankzeggen.
1:39:27Voor uw woord.
1:39:31We hebben het mogen horen.
1:39:33Die inhoudsvolle naam.
1:39:37Het lam gods.
1:39:40Het lam van u.
1:39:43Wat u gegeven hebt.
1:39:45En
1:39:48we hebben het gehoord.
1:39:49Dat
1:39:51werk.
1:39:54Die huilsvolle arbeid.
1:39:57Dat de zonde der wereld wegneemt.
1:40:01We
1:40:03hebben gehoord de ruimte.
1:40:05Maar het komt.
1:40:06Er wel op aan dat we persoonlijk.
1:40:11Met de nood en de schuld van ons leven.
1:40:15Bij u terecht komen.
1:40:18En heren wil dat schenken voor het eerst of opnieuw.
1:40:23Dan weet u wat we nodig hebben heren.
1:40:28Geopende ogen.
1:40:30Geloofs ogen.
1:40:33Om nu dat lam van gods te mogen zien.
1:40:36Met de ogen des geloofs.
1:40:39En om nu in hem alles te vinden wat nodig is voor tijd en eeuwigheid.
1:40:49Heren, met meer hoeft het niet, met minder kunnen we het niet.
1:40:55Want rampzalig zijn we als we op zo'n grote zaligheid geen acht geven.
1:41:02En heren, dan weet u hoe het in ons leven is.
1:41:07Of we dat lam van u al mogen kennen als
1:41:11onze borg en middelaar.
1:41:15Heren als dat nog niet zo is.
1:41:17O wil het werken.
1:41:18En zegen daartoe uw woord.
1:41:21De verkondiging van dat woord.
1:41:23Neem weg al het verkeerde.
1:41:25Al het zondige.
1:41:27Zegen het uwe.
1:41:29En heren ga met een ieder van ons.
1:41:32U weet wat we nodig hebben.
1:41:36Zend uw licht en uw waarheid neder.
1:41:40Dat die ons leiden.
1:41:44Ook met het oog op het beroepingswerk.
1:41:48Heren we.
1:41:50Vragen nogmaals om alles wat nodig is.
1:41:54Voor de gemeente.
1:41:55Voor onszelf.
1:41:57Voor ons gezin.
1:41:58Ga ons met uw heiligd voor.
1:42:04Gedenk ons.
1:42:05Allen die ons lief en dierbaar zijn.
1:42:08Ook degene uit ons gezin die vanavond hier in deze dienst aanwezig zijn.
1:42:15Een zoon en een aanstaande schoondochter.
1:42:19Samen met onze lieve vrouw.
1:42:22Heren, wil ook de andere kinderen van het gezin gedenken die op afstand meeleven.
1:42:29Bij wie het ook onrustig is, wat is de weg die vader moet gaan.
1:42:37Heren, wilt u het nog wel maken in alle dingen.
1:42:42Dat bidden we van u.
1:42:45Enkel en alleen om
1:42:48Jezus' wil.
1:42:51Amen.
1:42:55Gemeente, laten we samen zingen psalm 25, het tweede vers.
1:42:59En dat is een psalm die ik vaker laat zingen als ik ergens op beroep moet preken.
1:43:06Een hele toepasselijke en bekende psalm.
1:43:09Heer, hij maakt mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
1:43:15En van die God mogen we het verwachten.
1:43:17Als gemeente, als beroepenpredikant, dat de Heer ons de weg wil wijzen.
1:43:24En ik wil u alvast heel hartelijk bedanken voor het gebed.
1:43:29Waarvan ik zeker ben dat u dat ook doet.
1:43:33Belangrijk om elkaar zo te vinden aan Gods genadetroon.
1:43:37Om door hem geleid en geleerd en bekeerd te worden.
1:43:42En als we nog onbekeerd voortleven.
1:43:44Zingen we het tweede vers van Psalm 25.
1:43:47[GEZANG]
1:46:36Gemeente, ga dan u heen in vrede.
1:46:38En ontvang de zegen.
1:46:41De
1:46:42heren zegenen u en hij behoeden u.
1:46:47De heren doen zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.
1:46:52De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:47:02Amen.
1:47:03[GEZANG]