0:00[GEZANG]
8:59Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen
9:12houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
9:20Amen.
9:21Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
9:29Door Christus Jezus zijn Zoon.
9:32In de gemeenschap des heiligen geestes.
9:38Amen.
9:40Gemeente, we zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 19.
9:44En daarvan het vijfde en het zevende vers.
9:48Psalm 19, des Heere vrees is rein.
9:51Zij opent een fontein van heil dat nooit vergaat.
9:56En ook het zevende vers weerhoudt, o heren uw knecht, dat hij zijn hart niet hecht aan dwaze hovernij.
10:04Wat er verder volgt in de versen 5 en 7 van psalm 19.
10:09Wij
10:09[GEZANG]
15:29openen godsheilig en dierbaar woord in het oude testament in de profeet Jezaja.
15:35Daarvan nadert het 64ste hoofdstuk te beginnen bij het eerste vers.
15:39Ik noem u als onze schriftlezing Jezaja 64 toch vooraf toen wij beleiden is.
15:46Van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
15:50Met de woorden van de twaalf artikelen.
15:53Ik geloof in God den Vader.
15:56Den Almachtige.
15:58Schepper des hemels en der aarde.
16:01En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon.
16:06Onze Heere.
16:08Die ontvangen is van de heilige geest.
16:11Geboren uit de maagd Maria.
16:15die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derde dagen wederom
16:27opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders, van waar hij komen zal
16:39om te oordelen de levenden en de doden.
16:44Ik geloof in den heiligen geest.
16:47Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
16:54De gemeenschap der heiligen.
16:57Vergeving der zonden.
16:59Wederopstanding des vleesjes.
17:02En een eeuwig leven.
17:05Ik noem nu als onze schriftlezing Isaiah 64.
17:09Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
17:13Och.
17:14Dat gij de hemelen scheuret.
17:16Dat gij nederkwaamt.
17:19Dat de bergen van uw aangezicht vervloten.
17:23Gelijk een smeltvuur brandt en het vuur de wateren doet opbobbelen.
17:28Om uw naam aan uw wederpartijders bekend te maken.
17:33Laat al zo de heidenen van uw aangezicht beven.
17:38Toen gij vreselijke dingen deed die wij niet verwachten.
17:42Gij kwaamt neder.
17:44Van uw aangezicht vervlotende bergen.
17:47Ja, van ouds heeft men het niet gehoord.
17:50Nog met oren vernomen.
17:52En geen oog heeft het gezien.
17:54Behalve gij, o God.
17:57Wat hij doen zal, dien die op hem wacht.
18:01Gij ontmoet den vrolijke.
18:03En die gerechte gij doet.
18:06Degene die uw gedenken op uw wegen.
18:09Zie, gij waart verbolgen.
18:11Omdat wij gezondigd hebben.
18:14In dezelfde is de eeuwigheid opdat wij behouden werden.
18:19Doch wij allen zijn als een onreine.
18:22En al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk leed.
18:27En wij allen vallen af als een blad.
18:31En onze misstaten voeren ons heen en weg als een wind.
18:35En er is niemand die uw naam aanroept die zich opwekt dat hij u aangrijpt.
18:43want gij verbergt uw aangezicht voor ons en gij doet ons smelten door middel van onze ongerechtigheden.
18:51Doch nu, heren, gij zijt onze vader, wij zijn leem en gij zijt onze pottenbakker en wij allen zijn uw handenwerk.
19:03Heren, wees niet zozeer verbolgen en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid.
19:10Zie, aanschouw toch, wij allen zijn uw volk.
19:14Uw heilige steden zijn een woestijn geworden.
19:18Sion is een woestijn geworden.
19:21Jeruzalem een verwoesting.
19:23Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders u loofden, is met vuur verbrand.
19:30En al onze gewenste dingen zijn tot woestijd geworden.
19:34Heren, zoudt gij u over deze dingen inhouden?
19:39Zout gij stilzijgen en ons zozeer bedrukken.
19:43Tot zover de schriftlezing.
19:46Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
19:53Almachtige, eeuwige God.
19:55Aan de avond van deze dag brengt u ons opnieuw samen.
19:59Rondom uw goddelijke en onfeilbaar woord.
20:01En het beleiden der kerk.
20:04Heren, dan hebben wij nodig.
20:06Dat onze gedachten gevangen genomen worden.
20:09En gebracht worden onder de gehoorzaamheid van uw getuigenis.
20:13Want op allerlei mogelijke wijze zal de vorste duisternis zich inspannen.
20:20En ons vlees heeft u daarbij mee.
20:22Dat we afgeleid worden van de boodschap van uw getuigenis.
20:27Dat onze gedachten overal naartoe zweven.
20:31Met allerlei zaken bezig gehouden worden.
20:35En daarom vragen wij u.
20:37Om de bediening van uw heilige geest.
20:40Opdat onze gedachten gevangen genomen worden.
20:43En we gebracht worden onder de gehoorzaamheid.
20:47Van uw woord en evangelie.
20:50Wat gij tot ons te zeggen hebt.
20:52U bedient u toch van de middelen.
20:55U hebt ons geboden bijzonder op uw dag samen te komen.
20:59En te horen naar uw woorden.
21:03En naar uw goddelijke werken.
21:06Wil dan geven, Heren, de bediening van uw geest die, Heren, is en in al de waarheid leidt.
21:13Opdat wij verlichting ontvangen in ons verstand.
21:17Een vernieuwing in onze begeerten.
21:21En een wil die leert buigen onder uw goddelijke wil.
21:26Ontferm u zo.
21:27U bent de hartenkenner.
21:29U weet wat we van nodig hebben.
21:32Niets is, o, op het majesteit bedekt voor uw alwetendheid.
21:37U kent van verre onze gedachten.
21:40En deze heeft een ontdekkende zegen nodig.
21:44En een ander heeft nodig een aansporende zegen.
21:48En weer een ander een bemoedigende, vertroostende zegen onderwijs.
21:54Wil dan nog geven wat een ieder van nodig heeft.
21:58Naar de rijkdom van uw getuigenis.
22:01U spreekt en het is er, uw gebied en het staat er.
22:04U hebt een arm met macht.
22:06En u bent groot van vermogen door ons daarop zien, bij het spreken en bij het luisteren.
22:13Ik wil zo uw genadige gunst betonen zoals we hier samengekomen zijn.
22:18Zoals er met ons meegeluisterd wordt.
22:20Heren, we willen ook daar waar ziekte, waar gebreken ervaren ondervonden worden.
22:28Waar de krachten afnemen die jaren toenemen.
22:31Het gezag van uw goddelijk woord ook in het hart geven.
22:35Wil uw hulp, uw bijstand genatigd bewijzen in alle levensomstandigheden en zorgen.
22:42Wil ook uw woord een goede voortgang geven overal waar het verkondigd wordt.
22:47Waar uw naam belederen aangeroepen wordt.
22:50Waar de gemeente zich vergaderd heeft rondom uw getuigenis.
22:56Waar de lofzang aangeheven wordt.
22:59Wilt ook uw koninkrijk bouwen en uitbreiden.
23:02Dat niet alleen te midden van ons volkenland.
23:05Maar ook daar buiten.
23:06Ook daar waar de arbeid van evangelisatie.
23:10Van zending en diakonaat verricht wordt.
23:14Schenk ook daar uw onmisbare zegen bij.
23:17Opdat ook onder het blinde heidendom.
23:19Uw koninkrijk gebouwd en uitgebreid wordt.
23:23Heren, gedenk u uw kerk waar vervolging, waar verdrukking is, waar doodsbedreigingen geuit worden, waar gevangenissen of kampen bewoond worden om
23:35uw snaamswil, willen al die plaatsen van verdrukking en benauwdheid toch krachten sterk te geven.
23:44Op u doen zien en schenk u toch bevrijding en verruiming voor het hart, voor het lichaam.
23:53Ontferm u zo in al die plaatsen die zo vele zijn in deze wereld.
23:58Wil ook zijn met uw volk Israël te beminden.
24:01Naar uw verkiezing onder vader en wil.
24:05Wil ook in deze tijd uw hulp, uw bijstand aan hen bewijzen.
24:09Maar ook gedachtig zijn.
24:11Aan uw trouw, aan uw zout verbond.
24:14Wat van geen wankelen weet.
24:16Gesloten met Abram, Isaac en Jacob.
24:19Maar wil ook het late nageslacht gedenken.
24:22Naar de grootheid uw warmhartigheden.
24:25Wil zo uw bemoeienis tonen met deze ganse schepping.
24:29Die om onze zond wil onder de vloek ligt.
24:34Maar die u niet te min bezoekt met uw zegen.
24:37Met uw onderhoudende trouw en zorg.
24:40Maar ook met slagen, met plagen, met beproevingen en kasteidingen.
24:46Heren, doe ons ook uw regering daarin zien en verstaan.
24:51[GEZANG]
25:16[GEZANG]
25:17Die bezig zijn met de vorming van de nieuwe regering.
25:20Maar wat een grote zorg geeft.
25:23Zeker als het gaat om de normen en waarden van uw getuigenis.
25:27Om de bescherming van het leven.
25:30Om allerlei zaken die te maken hebben.
25:33Met uw dag, met uw woord en met uw dienst.
25:36Doe ons wederkeren tot u.
25:38Ja, breng ons weder.
25:40En doet u niet uw toornigheid over ons.
25:43Gedenk u ook ons vorstenhuis.
25:46Schenk ook daar.
25:47Hartvernieuwende genade.
25:49Wil zo gedenken het kerkelijke leven in alle gebrokenheid.
25:54Met alle noden, alle zorgen, alle verdeeldheid die er is.
25:59Wil gij toch door geest en woord uw gemeente bouwen en uitbreiden.
26:05Uw naam nog groot en heerlijk maken.
26:08Gedenk zo heren.
26:10Naar de grootheid uw warmhartigheden.
26:13Ook aan de pastorale arbeid ook in het midden.
26:16Van deze gemeente.
26:18Wil ook bekwaamheid geven van keer tot keer.
26:21Uw hulp, uw bijstand ook daarin bewijzen.
26:24En het ook gebruiken als een middel in uw hand.
26:27Tot opbouw van uw koninkrijk.
26:30Gedenk ons zo in deze uren.
26:33Bij het spreken en bij het luisteren.
26:35Niet om enige verdienstelijkheid aan onze zijde.
26:38Die is er niet.
26:39Maar we willen het doen om hem.
26:41De koning der kerk.
26:44Voorspraak voor overtreders.
26:46Om Christus willen uitgenade.
26:50Amen.
26:53Gemeente wat een ontdekkende onderwijzing geeft de koning der kerk aan zijn discipelen.
26:59Ook als hen navolgen in trouw.
27:02Achter hem aankomen.
27:04Zichzelf zoeken te verlogenen.
27:06Kruis op zich mogen nemen en hem navolgen.
27:10En als we ook ijverig dan in zijn.
27:12De zaligmaker zegt als u nu alles gedaan hebt.
27:17Wat u kon doen, dan hebt u nogthans alleen datgene gedaan wat u schuldig was om te doen.
27:25En komt u niet hoger in gestalte als een onnutte dienstknecht.
27:31Het is wat het Koninkrijk God om zo te volgen, te blijven volgen.
27:37Dat geen hogere stand aan deze zijde van het graf bereikt wordt als de stand van een onnutte dienstknecht.
27:46De katechisme wijst ons daar ook op in de zondagsafdeling, die aan de orde van behandeling is, zondag 24.
27:54Die we eerst met elkaar zullen lezen.
27:57De Heidelbergse katechisme, zondag 24.
28:01De vragen 62 tot en met 64.
28:06Waar gevraagd wordt, in vraag 62, maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God?
28:15Of een stuk daarvan zijn.
28:17En het antwoord daarom.
28:20Dat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan.
28:24Gans volkomen.
28:26En de wet Gods in alle stukken gelijkvormig zijn moet.
28:31En dat ook onze beste werken in dit leven.
28:34Alle onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.
28:39Vraag 63.
28:41Hoe verdienen onze goede werken niet?
28:44die God nogthans in dit en in het toekomende leven wil belonen?
28:48Het antwoord deze beloning geschiet niet uit verdiensten, maar uit genade.
28:55Vraag 64, maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?
29:02En het antwoord neemt zij, want het is onmogelijk...
29:06dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is...
29:10niet zou voortbrengen vruchten...
29:15Het gaat in deze zondagsaafdeling gemeente over de heidigmaking of ook over de leer van de goede werken.
29:21We letten ten eerste op de verwerving van deze goede werken.
29:25Ten tweede op de veropmoediging door deze goede werken.
29:29En ten derde op de verzekering bij deze goede werken.
29:33De heidigmaking, het leven der dankbaarheid of de leer van de goede werken.
29:38We letten ten eerste op de verwerving van deze goede werken.
29:41Ten tweede op de verontmoediging door deze goede werken.
29:44En ten derde op de verzekering bij deze goede werken.
29:48Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan, gaan we eerst zingen Psalm 133.
29:55Psalm 133, het eerste vers.
29:58Hij ziet hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen.
30:04Het tweede vers, die liefdegeur moet elk tot liefde lopen.
30:09En ook het derde vers, waar liefde woont, gebiedt de heren den zegen.
30:14En evenals vanmorgen maken we u bekend dat woensdag 14 januari...
30:19is er een kerkdienst waarin de beroepenpredikant Dominique Joppe uit Barneveld voor zal gaan.
30:26De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.
30:31En vrijdag 16 januari zal de kerkelijke huwelijksbevestiging van Adriaan Dam...
30:38Hazersweg 40.
30:39En op Polonia Geertruida van der Klooster.
30:43Molenweg 18b plaatsvinden.
30:45In deze dienst zal dominee Everhelst uit Medisand voorgaan.
30:50Deze vangt aan om half drie.
30:52En van de genoemde voornemens geldt zo de Heer wil en wil leven.
30:56En de collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor Timotheus.
31:00In de tweede voor de kerkvoerderij.
31:02In de derde voor de aflossende kerk.
31:04En deze collecten worden hartelijk in uw indadigheid aanbevolen.
31:08En wij zingen Psalm 133.
31:11Gemeente,
31:12[GEZANG]
37:41de vorige zondagsafdeling behandelde de rechtvaardiging.
37:45Om niet uit lautere genade, zonder enige verdiensten.
37:52Zonder worden, groter zonder worden.
37:55Dat ontdekkende werk wat begint in de eerste afdeling.
37:59In de weg van de schuldaanzegging.
38:03Het eerste stuk, hoe groot mijn zonden en ellende zijn, dat is te meer verdiept in zondag 23.
38:10Dat we zondaar meer en meer worden.
38:15Tot geen enkel goed instaat dat we tegen al Gods geboden zwaar, menigmaal zondigen, geen ervan gehouden hebben.
38:24Nog steeds tot alle boosheid geneigd zijn.
38:27Om niet uit lautere genade, zonder enige verdiensten.
38:32Delen in de vergevende liefde Gods.
38:35Verworven en geopenbaard in de Zoon zijn er eeuwig liefde.
38:39Het is wel een moeilijke les voor het vlees.
38:42Zonder worden, groter zonder worden en zonder blijven tot de laatste sneek toe.
38:49Dat hadden we niet gedacht toen de Heere door geest en woord het hart innam.
38:55En de breuk gemaakt werd met de ongerechtigheid om die van ganser harten te verlaten.
39:01Maar er dan ook achter te komen, een diepere les.
39:05Te meer ontdekken voor nodig.
39:07Dat ook onze eigen gerechtigheid voor God niet kan bestaan.
39:12Al onze gerechtigheden, zo lazen wij in Isaiah 64.
39:18Die zijn een wegwerpelijk reed.
39:21Geven geen enkele bedekking.
39:23Om op grond daarvan vergeving te ontvangen.
39:28Dat ontdekkende proces gemeente van het zonder zijn.
39:32Is een voortgaand werk.
39:34Een voortgaand proces.
39:35Wat duurt tot onze laatste snik toe.
39:39Het krijgt meer en meer diepgang in ons hart.
39:42In ons leven.
39:44Maar dat verbroken werkverbond.
39:47Dat blijft aanspreken.
39:49We zoeken toch telkens weer op te krabbelen.
39:52Om te tonen aan de heren.
39:55Hoe goedwillend of we zijn.
39:57Welke ijver of we voor hem hebben.
40:00Welk een vuur er in ons hart brandt om hem te dienen, hem te vrezen.
40:05Toen Petrus de onderwijzing kreeg dat het uitsluitend om het offer ging, toen heeft hij het ook uitgeroepen.
40:14Geen zins, heren, dat zal u geen zins geschieden.
40:20Onze liefde, onze trouw aan de heren, dat heeft dan zo'n grote plaats.
40:26Vandaar deze vraag van de katechismes.
40:29Waar waarom kunnen onze goede werken.
40:32Niet de gerechtigheid voor God.
40:34Of een stuk daarvan zijn.
40:37Zojuist gehandeld.
40:38Om niet.
40:39Uit lautere genade.
40:41Dat is toch makkelijk zalig worden.
40:44Alles uit handen te geven.
40:45Alles loslaten.
40:47Als armen verloren zonder.
40:50Uitsluitend door de warmhartigheid van de Vader.
40:53Door de toerekening van de gerechtigheid van de Zoon.
40:56Door vrije genade.
40:59Maar waarom.
41:00Ja maar waarom word ik er nu zo buiten gezet.
41:03Waarom word ik nu zo aan de kant gezet.
41:06Waarom.
41:07Kunnen onze goede werken.
41:09Niet de gerechtigheid voor God.
41:11Of dan toch maar een stukje daarvan zijn.
41:14Dat ik er toch bij betrokken blijf.
41:16Dat er toch van mijn kant.
41:18Toch iets bij.
41:19Mag komen.
41:20Oh we bedoelen het zo goed gemeente.
41:23We bedoelen het zo goed.
41:26Wees langmoedig over mij.
41:28En ik zal u alles betalen.
41:30En daarom wordt ons duidelijk gemaakt in deze katechismesafdeling waarom dat niet meer kan.
41:38U kent de christenreizen naar de eeuwigheid.
41:41Er gaat christen uit stad verderf met dat zonde pak op de rug.
41:46En met Gods woord in zijn hand.
41:49En met de roep wat moet ik doen.
41:51En hij wordt de weg gewezen naar het lichtpuntje daar in de verte.
41:56Hij ziet een lichtpuntje.
41:58En hij gaat op reis.
42:00Maar daar komt de heer wereldwijs.
42:02En hij weet er veel beter weg.
42:04Hij zegt, man, wat loop je toch te tobben en te zuchten.
42:07Ik weet een goede plek voor u, waar u van zorg ontslagen kunt worden.
42:12En hij wijst me op de berg Sine-i.
42:14Daar is het dorp.
42:16En burgemeester Wetties heeft nog wel een aantal woningen beschikbaar.
42:21Daar kun je rust vinden voor je ziel.
42:23En daar is het goed toeven en wonen.
42:27Maar als Christen gemeente bij die berg komt.
42:30Dan dreigt die berg hem te verpletteren.
42:34Dreigt hem ten onder te brengen.
42:36En hij wordt weer door evangelist in de weg van bestraffing.
42:40Weer op de rechte weg gebracht.
42:43Want hij kan daar geen blijvend onderdak ook vinden.
42:48En dat heeft te maken gemeente met de majesteit.
42:52Met de grootheid van God.
42:54Dat heeft te maken.
42:56Met wat de dichter beleidt.
42:58Gij zijt volmaakt.
43:00Gij zijt rechtvaardig heren.
43:03Uw oordeel rust.
43:05Op de allerbeste wetten.
43:08De volmaakte eis.
43:10Van de gehoorzaamheid.
43:12Er staat dan ook in het antwoord.
43:14Daarom dat de gerechtigheid.
43:16De gehoorzaamheid.
43:18Zou u ook kunnen zeggen.
43:20Die voor godsgericht bestaan kan.
43:22Gaans voorkomen.
43:24En der wet gods.
43:26In alle stukken gelijkvormig zijn moet.
43:29Dus het lukt u wellicht.
43:33Oppassend om te gaan met uw woorden.
43:35U slaagt er misschien enigszins in.
43:39Om bepaalde zonden na te laten.
43:42Waar u vroeger uw vermaken had.
43:45Maar uw gedachtenwereld.
43:46Die kunt u niet stopzetten.
43:48Dat gaat toch gedurig door.
43:50En u heeft de Heer ons niet alleen geschapen.
43:53Met zuivere werken.
43:57Tot zuivere werken en tot reine woorden.
44:00Maar ook tot zondeloze gedachten.
44:04Ons mens zijn heeft ook een innerlijke kant.
44:08En er behoort onze gedachtenwereld bij.
44:11En alles wat daarin omgaat.
44:13En daarin staan we schuldig voor God.
44:16De apostel Paulus zegt, ik kende de zonde niet.
44:19Totdat de wet zei, gij zult niet begeren.
44:23En toen kwam hij erachter.
44:24Hoe schuldig of hij stond.
44:27En David zegt in Psalm 119, in alle volmaaktheid heb ik een einde gezien.
44:33Maar uw gebod is zeer wijd.
44:37Het woord, Gods heilige wet, is niet alleen een oordeler over onze werken, over onze woorden, maar ook over onze gedachten.
44:49Het gaat niet alleen om zuivere handelingen, om zondeloze woorden.
44:56Maar het gaat ook om reine gedachten.
44:59En daarom kunnen onze goede werken nimmer de gerechtigheid voor God zijn.
45:06En zelfs ook niet een stuk ervan.
45:10Onder het Oude Testament klonk het gebod.
45:13Gij zult een volkomen lam hebben.
45:17Het lam wat met paasga geslacht en gegeten werd.
45:21Daar mocht geen gebrek aan zitten.
45:24Want het was een onderwijzing.
45:26Een heenwijzing naar dat lam gods waarvan Johannes de Doper sprak.
45:32Het lam gods wat de zonde der wereld weg zou nemen.
45:36Kijk, deze spiegel, deze maatstaf wordt ons voorgehouden.
45:42In alle stukken gelijkvormig met de eis van zijn heiligrecht.
45:48En in overeenstemming met zijn goddelijk woord en waarheid.
45:54En het antwoord gemeente dat zegt dat wij dat onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonde bevecht zijn.
46:05Na de zondeval is er dan natuurlijke liefde overgebleven.
46:09Die mag er gelukkig nog zijn.
46:11Een bewijs van de laatste tijden zal zijn dat de liefde van velen zal verkouden.
46:18Natuurlijke liefde.
46:19Een huwelijk mag er zijn.
46:22Waarin toch ook de liefde en de trouw een voorname rol inspelen als het goed is.
46:28Kinderen die door de ouders bemind worden.
46:31En kinderen die hun ouders ook lief hebben als het goed is.
46:37Vrijwilligerswerk, wat vindt er allemaal niet plaats.
46:39Bijzonder ook in onze tijd.
46:41Dat mensen toch gedreven worden.
46:43Door een vorm van liefde om zich toch in te zetten voor de naaste.
46:48De helpende handen.
46:50Die op allerlei terreinen ook daarmee geboden worden.
46:54Maar de maatstaf die u vanavond wordt voorgehouden.
46:59Dat is geen maatstaf die op deze aarde betrekking heeft.
47:05Geen vleeslijke maatstaf.
47:07Geen menselijke maatstaf.
47:10Geen begrijpelijke maatstaf.
47:12Maar het is de goddelijke maatstaf.
47:16De volmaakte eis van Gods heilige wet.
47:20Die geen enkele zonde, geen enkele onreinheid gedoogt.
47:26Het moet volmaakt, volkomen zijn.
47:30Zonder enig vlek, zonder enige rimpel.
47:34En als het daarom gaat, gemeente, als wij goede werken mogen doen...
47:39dan zit er altijd een tekort in.
47:41Daar zitten soms ook bijbedoelingen bij.
47:44Daar zit toch soms ook vlees bij.
47:47Het is toch gebrekkig.
47:49En met schulden gaat het gepaard.
47:52De beste werken die wij verrichten.
47:55Dat is Gods genade.
47:57En die vloeien voort uit het onderwijs van het woord.
48:01En door de kracht van de heidige geest.
48:05Maar dat reine werk wat de Heere werkt.
48:09Wat voortkomt uit het woord van God.
48:12En gewerkt wordt door zijn geest.
48:14Dat loopt door die vuile goot.
48:18Van ons menselijk verdorven bestaan heen.
48:21En is daarom onvolkomen en met zonde bevlekt.
48:27Een goed werk.
48:29Dat is als we boetvaardig mogen zijn.
48:33Maar dan dreigt het gevaar dat we de heren proberen te bewegen tot barmhartigheid.
48:39Met onze boetvaardigheid.
48:41Het is met zonde bevlekt.
48:44Dat we de heren mogen vertrouwen.
48:48Op zijn woord, op zijn waarheid.
48:50En toch de twijfelmoedigheid, de moedeloosheid.
48:55Die bekruipt ons zo ongedacht en onverwacht.
48:59Het is onvolkomen en met zonde bevlekt.
49:03We zijn zwakke mensen.
49:05We struikelen in velen.
49:08En zelfs de liefste kinderen van God.
49:11Die komen in hun gebreken, in hun zwakheden openbaar.
49:16Denk gemeente aan Abraham.
49:18De vader aller gelovigen.
49:20En het zijn beste werken die hij verricht heeft.
49:24Maar ik kende ook de zwakheid van het vlees.
49:27Hij vluchtte verschillende keren naar Egypte.
49:30En liet zijn vrouw Sarah bij wijze van spreken daarbij in de steek.
49:34Ik denk aan Noach.
49:36Hij wandelde met God.
49:38Hij was rechtvaardig.
49:39U zou denken na die zondeval.
49:42Dan doet hij daar het offer.
49:44Hij offert van het reine vee.
49:46Hij bouwt een wijngaard.
49:48En die drinkt zich dronken.
49:50Ook hij was een mens die ook met zonde bezet bleef.
49:57Denk gemeente aan Raaghab de Hoer.
50:00Wat een best werk was het.
50:01Een goed werk.
50:03Dat ze de verspieders verborg onder het vlas.
50:07Maar dat beste werk was met zonde bevlekt.
50:10Ze maakte gebruik van een leugen.
50:12Het was een noodleugen.
50:14Maar het was onvolkomen.
50:16De heren zag.
50:17Haar intentie aan.
50:19Haar goede bedoeling.
50:20De liefde tot het volk van God.
50:22Het beven voor zijn woord.
50:24Maar dat beste werk was met zonde, met onvolkomenheid bevlekt.
50:31En daarom, ook al hebben wij tranen vanwege onze zonde.
50:35Een oud vader, een vroege kerkvader heeft gezegd.
50:38Heren verzoen ook mijn tranen.
50:41Onze beste werken zijn onvolkomen.
50:45Daar hebt u David.
50:47Dat was toch een best werk.
50:49Dat hij zegt.
50:50Die ark gods die moet in Jeruzalem komen.
50:53Wij hebben ze in de dagen van Sal niet gezocht.
50:56Dat was toch een best werk.
50:58Dat hij een begeerte had.
51:00Dat de ark die van gods geuns getuigt.
51:03De oud testamentische prediking van de christens der schriften.
51:07Dat hij die bij zich wilde hebben in Jeruzalem.
51:11In het heiligdom.
51:13Maar hij zette de ark op een wagen.
51:16De begeerte was goed, maar de weg die hij verkoos was onvolkomen en was met zonde bevlekt.
51:24En zo vindt u in vele geschiedenissen van Gods woord dat de beste werken ook van de kinderen Gods onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.
51:35Daarom zegt de katechismes, het moet gans volkomen en der wet Gods in alle stukken gelijkvormig zijn.
51:45En dan alleen kan dat voor God bestaan.
51:48Daarom gemeenten het beste werk.
51:50Dat is het werk van de Zonen Gods.
51:52Dat werk is in alle stukken volkomen geweest.
51:58Heeft aan dat gericht voldoening gegeven.
52:01Heeft verzoening gegeven voor armen en verloren zondaren.
52:05Dat werk is een volmaakt, volkomen werk geweest.
52:10Gedreven door de liefde tot de Vader.
52:14En door de liefde tot behoud van zijn kerk heeft hij dat volmaakte werk verricht.
52:19Dat is de grond waarop verloren zondaren rechtvaardiging, vergeving van schuld en zonde kunnen ontvangen.
52:28Om dat beste werk van de Christus der schriften.
52:33In de tweede plaatsgemeente dan spreekt ook de katechismes van de veropmoediging door de goede werken.
52:40Want er staat in...
52:41Vraag en antwoord 63.
52:44Hoe verdienen onze goede werken niet die God nogthans in dit en in het toekomende leven wil belonen?
52:55Rechtvaardiging, vergeving en heiligmaking, het leven der dankbaarheid, zijn twee onderscheiden, niet gescheiden weldaden.
53:07Ze zijn onderscheiden, maar ze zijn niet...
53:11In het Oude Testament vindt u het brandofferaltaar in het heiligdom.
53:18En dat is de prediking van de rechtvaardiging, van de vergeving.
53:23En daarnaast stond het koperwasvat.
53:26Dat is de prediking van de heiligmaking.
53:29Die stonden bij elkaar, rechtvaardiging en heiligmaking.
53:35Twee onderscheide, niet gescheide weldaden.
53:40Het wees heen, gemeente, naar het grote offer op Golgotha.
53:44Wat Christus Jezus daar gebracht heeft.
53:48En toen hij uitgeroepen heeft, het is volbracht.
53:51Toen vloeide uit zijn middelaars hart, door de speerstoot van de soldaat, bloed.
53:57Daar hebt u het brandtofferaltaar, de vergeving en water.
54:03Daar hebt u het koperen wasvat, de heidigmaking, rechtvaardiging.
54:08En heiliging vloeide beide uit zijn middelaars hart.
54:13Naar deze aarde.
54:15Verworven voor de zijnen.
54:17Dus hij is een volkomen borg en middelaar.
54:21Hij heeft de schuld verzoend.
54:23Het recht verheerlijkd.
54:25Dat is dat bloed.
54:26Hij heeft ook de gehoorzaamheid verworven.
54:29Die een recht geeft op het eeuwige leven.
54:33Voor al degenen die in hem geloven zullen ten eeuwige leven.
54:37En dat is.
54:38De heiligmaking.
54:40Een volkomen borgen middelaar.
54:43En u zegt de vraag.
54:45Maar verdienen dan onze goede werken niet.
54:48Die God nogthans.
54:50In dit en in de toekomende leven.
54:52Wil belonen.
54:54Zeker wel gemeente.
54:56U krijgt loon.
54:57Om de vrezen gods.
54:59U krijgt een zegen.
55:02Als u de heren mag kennen.
55:04Hem mag dienen.
55:05Hem mag vrezen.
55:07Het geeft een vrede in uw hart.
55:09Het geeft een zegen over uw arbeid.
55:13De schrift zegt nooit heb ik de rechtvaardige gezin nog zijn zaad zoekende brood.
55:21De belofte die de Heer geeft voor dit tegenwoordige en voor dit toekomende leven.
55:28Als een koning over het land van Juda God vreesde.
55:32Dan werd die koning maar ook zijn volk werd gezegend.
55:37Overwinningen werden behaald.
55:39De vijanden werden verdreven.
55:42De Heer gaf daar zijn zegen over, over die vrezen van zijn naam.
55:47En jonge mensen vanavond en kinderen.
55:50Wie was er beter af, denken jullie?
55:53Jozef of zijn broeders?
55:56Het lijkt dat zijn broeders beter af waren.
56:00Jozef kreeg een slavenkneed.
56:02Hij ging later zelfs de gevangenis in.
56:04En zijn broeders mochten al die jaren...
56:07In vrijheid zijn.
56:09Maar een kwellend geweten.
56:11Een sprekend geweten.
56:12Kwam meer en meer.
56:14Bij hen openbaar.
56:16Zit het bloed van onze broeder.
56:18Het wordt gezocht.
56:20Ze hebben geen rustige tijd gehad.
56:22Al die tijd.
56:23En Jozef was toch beter af.
56:25Zou ik zulke groot kwaad doen.
56:27Zou ik zondigen tegen God.
56:30Een vredige conscientie.
56:32Al kwam hij in de gevangenis.
56:33En de droom werd vervuld.
56:35Hij kwam ook op de troon.
56:38Wie is er beter af geweest?
56:40Orpa of Rut?
56:41Het lijkt Orpa toch.
56:43Dan gaat ze terug naar haar volk, naar haar goden.
56:47Misschien spoedig een man gevonden.
56:49Misschien werd een nieuwe boerderij gekregen.
56:52Maar Rut, wat een rijke zegen toch.
56:55Te vrezen des heren.
56:57Dat goede werk, gewrocht door het woord, door de kracht van de geest in het hart.
57:03Uw volk is mijn volk.
57:05Uw God, mijn God.
57:07Die buigende gestalte op de akker van Boas.
57:11De toevluchtneming in de nacht.
57:14Op de dorstvloer van Boas.
57:16Het was een goed werk.
57:18De heren kwamen toch rijk te zegenen.
57:21Wie is er beter af geweest?
57:23Koningszaal of David, de vluchteling, de balling.
57:28Die jaren in de woestijnen omzwierf.
57:31En in spelonken en grotten gewoond heeft.
57:35En Saul die veertig jaar lang geregeerd heeft en David ten dode toe vervolgde.
57:40U zou zeggen, David toch, met die vele duizenden van Israël.
57:45U zou zeggen, Saul toch, met die vele duizenden van Israël die David achterna jaagde.
57:51En toch, het is toch David geweest.
57:53Die toch de zegen toch ten diepste kreeg.
57:56Stad van Jozefat, God vrezende koning.
58:00Hij had rijkdom en eer in overvloed.
58:04Dus als we de heren mogen kennen, hem mogen vrezen.
58:08Dan komt de heren in begeenslaan zijn eer.
58:12Dan is het een zegen voor onszelf.
58:14En dan zijn we toch ook tot nut voor onze naasten.
58:18Een licht op de kandelaar.
58:21Dat zegt toch de zaligmaker van degene die hem kennen en vrezen.
58:25Een zoutend zout.
58:27Tenmidden van een krom en van een verdraaid geslacht.
58:30Schapen tenmidden van de wolven.
58:33Dus u krijgt loon.
58:36Maar u krijgt dat loon niet uit verdiensten, maar u krijgt dat loon uit genade.
58:43Het is een verwaardiging dat u goede werken mag doen.
58:48Het geeft dus geen recht op de zaligheid dat u die goede werken doet.
58:53Maar het is een bewijs dat de overmacht van het woord en het werk van de geest intrek genomen heeft in uw hart.
59:03Dus het is een verwaardiging.
59:06U bouwt geen rechten op.
59:08Op de genade gods.
59:10Maar het is een bewijs dat het zaligmakend werk.
59:15Wat voortvoert uit het welbehagen van God.
59:18Wat door het woord en door de kracht van de geest gewerkt wordt in uw hart.
59:22Dat dat in u mag zijn.
59:25Ik noem u een bijbels voorbeeld gemeente.
59:27Van iemand die zo'n goed werk mocht doen.
59:31En die dat toch beleefde.
59:34dat het uitsluitend genade was.
59:36Romeinse hoofdman.
59:38Hij heeft een ernstig zieke knecht.
59:41En de ouderingen van de synagoge, de Joden, die zeggen...
59:44Heren, die man is het nu echt waardig dat je hem dat doet.
59:48Hij heeft ons volk lief, want hij heeft ons de synagoge gebouwd.
59:55Hij is waardig dat je hem dat doet.
59:58En even later gemeente zegt die man...
1:00:01Zendt die man een bericht tot de zaligmaker en zegt.
1:00:04Heren, ik ben het niet waardig dat gij onder mijn dak zout inkomen.
1:00:08Ziet u, dat zijn nu mensen die goede werken doen.
1:00:12Die krijgen bij dat goede werk wat ze mogen verrichten zoveel zelfkennis.
1:00:18Dat ze de plaats van de verontmoediging leren innemen.
1:00:23En dat ze verwonderd zijn over de goedheid en de genade van God.
1:00:31Op die akker van Boaz.
1:00:33Ze wordt daar verklaard door Boaz.
1:00:36Het is me wel aangezegd.
1:00:37Alles wat gij gedaan hebt.
1:00:39Hoe gij uw land van uw geboorte, uw vader, uw moeder verlaten hebt.
1:00:44En zij het gegaanere volk wat gij tevoren niet kende.
1:00:48En ze zegt, u hebt naar mijn hart gesproken.
1:00:51Hoewel ik niet ben als één uw dienstmaagden.
1:00:55Hoort u het?
1:00:56De verootmoediging niet.
1:00:57U hebt gelijk Boaz.
1:00:59Ik heb er inderdaad al heel veel voor over gehad.
1:01:03Ik ben blij dat u dat opgemerkt hebt.
1:01:05Neem toch.
1:01:06U vindt een diepe verootmoediging en een vernedering bij haar.
1:01:12Daar hebt u het goede werk in de Canaanese vrouw.
1:01:16Ze roept de zaligmaker achterna.
1:01:19Ze krijgt geen antwoord.
1:01:21Maar ze blijft roepen.
1:01:23Ze krijgt antwoord en ze wordt.
1:01:26Vanwege haar roepen, haar kermen, haar zuchten.
1:01:30Een hondeken genoemd.
1:01:32En ze zegt ja heren.
1:01:34Doch de hondekens eten van de kruimkunst die er vallen van de tafel.
1:01:39Van hun heren.
1:01:40Hoort u het?
1:01:42De verwaardiging.
1:01:44Het goede werk.
1:01:46Dat brengt verootmoediging met zich mee.
1:01:49Dat geeft vernedering in het hart.
1:01:51Dat geeft een diepe buiging voor de majesteit en de grootheid gods.
1:01:55U wordt verwaardigd.
1:01:57God maakt onderscheid.
1:01:59Waar geen onderscheid is.
1:02:01U wordt door woord en geest bearbeid.
1:02:04Maar u krijgt tegelijkertijd zelfkennis.
1:02:08U leert uw afkomst verstaan uit Adam.
1:02:12U leert uw hart kennen vol verdorvenheid.
1:02:15U leert ook zien dat de Heer recht heeft op volkomen gehoorzaamheid.
1:02:21En het is maar gebrekkig.
1:02:24Het is maar ten dele.
1:02:25Het is in alles tekort.
1:02:27U beleeft uw tekort.
1:02:30Daar hebt u de oordeelsdag gemeente.
1:02:33Daar staan ze aan de rechterhand.
1:02:36Die de heren gevreesd hebben.
1:02:38En de zaligmakende koning der kerk.
1:02:41Die spreekt het oordeel uit.
1:02:43En die zegt u.
1:02:44Ik was hongerig.
1:02:46En u hebt mij te eten gegeven.
1:02:49Ik was dorstig.
1:02:51En u hebt mij te drinken gegeven.
1:02:53Ik was in de gevangenis.
1:02:55En u hebt mij bezocht.
1:02:58En die rechtvaardigen die zeggen, klopt allemaal.
1:03:00En nog veel meer.
1:03:02Nee, dat zeggen ze niet.
1:03:04Ze zeggen, heren, wanneer hebben wij u dan te eten gegeven?
1:03:09En wanneer hebben wij u dan te drinken gegeven?
1:03:12En wanneer was u dan krank?
1:03:14En wanneer was u in de gevangenis?
1:03:17Zoveel dat gij aan mijn minste broederen gedaan hebt, zo heb gij dat aan mij gedaan.
1:03:23Maar hoort u, wat de beleidenis is van de oprechte.
1:03:27Dus die hebben niet allerlei medailles vanwege hun goede werken op hun borst hangen.
1:03:34Maar hoe meer ze gedaan hebben, hoe lager of ze aan de grond geraakt zijn.
1:03:40Hoe meer verootmoedigd en vernederd of ze zijn.
1:03:44Het is net als een vruchtboom.
1:03:46Die beladen is met vruchten.
1:03:48Dan hangen de takken het laagst aan de grond.
1:03:51Waar de meeste vruchten gevonden worden.
1:03:54Daar hangen de takken het laagst.
1:03:56Zo is het ook met zo'n gelovigen.
1:03:58Hoe meer goede werken, hoe meer godskennis.
1:04:03Hoe meer zelfkennis, hoe meer verwondering.
1:04:07Verwaardigd te zijn, hem de eer en de aanbidding te geven.
1:04:12U leeft, u tekort in gemeente.
1:04:14Wij hebben een volkomen borg en middelaar nodig.
1:04:18De katechisme zegt, deze beloning geschiet niet uit verdiensten.
1:04:24Maar uit genade.
1:04:25Het is alleen genade dat we hem de eer mochten geven.
1:04:30Niet uit u.
1:04:31Het is Gods gaven.
1:04:33Niet uit de werken op dat niemand roemen.
1:04:37Meer goede werken, des te groter de vernedering.
1:04:42Die goede werken zijn nooit de prijs voor de genade.
1:04:47Maar zijn het bewijs van Gods genade in uw hart.
1:04:53Dat u hem mag bedoelen, hem de eer en de aanbidding mag geven.
1:04:58Ja, daar blijft toch eigenlijk helemaal niets van ons over.
1:05:02Geen gerechtigheid kunnen we voortbrengen.
1:05:04En wat we aan goede werken doen, dat is uitsluitend genade.
1:05:10Echt zondaar blijven.
1:05:12Maar dan komt die volgende vraag gemeent in de katechismes.
1:05:17Vraag 64.
1:05:19Maar maak deze leer niet zorgeloze.
1:05:23En goddeloze mensen.
1:05:25Daar komt de laatste tegenwerping in de katechismes.
1:05:29Aangaande de leer van de rechtvaardiging.
1:05:32En heiligmaking.
1:05:34Die verworven is door Christus Jezus.
1:05:37De rechtvaardiging.
1:05:39Hij heeft het vonnis des doods ondergaan.
1:05:42Uitgesproken op de zonde.
1:05:44En de heiligmaking.
1:05:46Hij heeft de gehoorzaamheid verworven.
1:05:49Die een recht geeft.
1:05:51Op het eeuwige leven.
1:05:53Maar als we nu alles uit handen moeten geven.
1:05:57Als we nu tot niets in staat zijn.
1:06:01Als nu alles uit Gods genade voortvloeit.
1:06:05Als dat geleerd wordt.
1:06:07Ja maar maakt dat de mensen dan niet zorgeloos.
1:06:10En goddeloos.
1:06:12Je kan er niets aan doen.
1:06:14Totaal niets.
1:06:16We zijn tot niets in staat.
1:06:18Maar als dat geleerd wordt.
1:06:21Dat maakt toch mensen die zorgeloos worden.
1:06:23Je kan er toch niets aan doen.
1:06:25Dat maakt mensen goddeloos.
1:06:28Je kan toch niets beginnen.
1:06:30Mens kan zich nu eenmaal niet bekeren.
1:06:32We kunnen niet voor de heren leven.
1:06:34We moeten verkoren zijn.
1:06:36En als we niet verkoren zijn, dan komt er toch niets van terecht.
1:06:39U kent zulke redeneringen wel.
1:06:43Zorgeloos gemeente leven.
1:06:46En goddeloos.
1:06:47Maar eigen zin.
1:06:48Het is gemeente.
1:06:50Een tegenwerping in die tijd die bij Rome vandaan kwam.
1:06:54En die ook bij de demonstranten later ook ging leven.
1:06:58Rome die een gedeeltelijke vrije wil leert.
1:07:01En de demonstranten die een volledige vrije wil leren.
1:07:07En de godsdienst bij Rome en bij de demonstranten.
1:07:11Die bestond voor een groot deel uit angst, uit vrees.
1:07:16De mensen moesten in de klem gebracht en gehouden worden.
1:07:20En ze moesten goede werken gaan doen.
1:07:23De leer van de rechtvaardiging in Rome bestond voor een gedeelte uit de prijs die Christus betaald had.
1:07:31Maar er moest een deel van zijn mensenzijde nog toegevoegd worden.
1:07:37En zo werd de mens in de klem gehouden en tot ijver aangezet.
1:07:41Gewillig gemaakt om giften te geven aan de kerk.
1:07:45En ook gedreven om toch godsdienstig te leven.
1:07:50Uit angst voor het oordeel.
1:07:52Uit angst ook voor de toren.
1:07:55De drijfveer was slaafse vrees.
1:07:58Angst, benauwdheid.
1:08:00Of dienstbare vrees.
1:08:02De begeerte om loon.
1:08:06Kijk, en als de Heere in uw leven komt.
1:08:09Dan krijgt de zorgeloosheid een doodsteek.
1:08:13Die wordt u opgezegd.
1:08:14En aan uw goddeloosheid wordt u ontdekt.
1:08:19En u krijgt een heilige ijver, een heilige zorg voor zijn eer en voor zijn naam en voor zijn dienst.
1:08:27De zorgeloosheid die komt aan een eind.
1:08:31En de goddeloosheid gaat u inleven bij uzelf.
1:08:36En het antwoord gemeente maakt ons duidelijk, neen zij.
1:08:40Want het is onmogelijk dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is.
1:08:48niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.
1:08:52Weet uw gemeente wat de Rooms en de Remonstranten niet begrepen?
1:08:56Dat de ware godsdienst geen ogendienst is...
1:09:00maar dat het een liefdedienst is.
1:09:03Geen dienst uit een slaafse vrees, uit angst.
1:09:07Geen dienst om dienstbare vrees, om loon.
1:09:12Maar de ware godsdienst is een liefdedienst.
1:09:17De Heere schiet de pijl af in de weg van waarachtige bekering.
1:09:21En die raakt het hart van de arme zondaar.
1:09:24En die pijl is in de liefde gods gedood.
1:09:28Die geeft terstond een ontdekking aan de majesteit en aan de grootheid gods.
1:09:33En ook een liefdebetrekking op hem.
1:09:35Om hem te dienen.
1:09:37Met een begeerte hem te vrezen.
1:09:41Gedreven ook door de liefde.
1:09:44Ziet die nieuwe wil.
1:09:46Die wordt herschapen.
1:09:47En ondanks de spot van de wereld.
1:09:50De tegenstand.
1:09:52Van buiten.
1:09:53En van binnen.
1:09:54De haat van de vorste duisternis.
1:09:57Er is een liefdebeginsel in het hart.
1:10:00Die de heren gaat zoeken en gaat bedoelen.
1:10:03Om hem zelf.
1:10:06Het is net als met een huwelijk.
1:10:10Dat is toch ook maar een zwak beeld natuurlijk.
1:10:12Maar als u met de bruidegom.
1:10:16Met de bruid begeert het trouwen.
1:10:18Om het bezit van de bruidegom.
1:10:19Of van de bruid.
1:10:20Dat loopt niet goed af gemeente.
1:10:23Dat gaat niet goed.
1:10:24Het gaat om de persoon.
1:10:26Om de ander toch.
1:10:28De liefde is persoonsgericht.
1:10:31En als u de heren gaat dienen.
1:10:33Uit angst voor de hel.
1:10:34Of uit de begeerte voor de hemel.
1:10:37Neem.
1:10:37De ware godsdienst is.
1:10:40Op de heren zelf gericht.
1:10:42Wien heb ik nevens u omhoog.
1:10:44Wat zou mijn hart.
1:10:45Wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten.
1:10:49En u zeide, de Rome en de remonstranten die zeiden.
1:10:54Als u dat gaat leren.
1:10:56Dat het uit enkel genade is.
1:10:59Zonder enige verdiensten.
1:11:01Dan krijgen de mensen niet meer naar de kerk.
1:11:04Dan krijgen ze niet meer tot een gave bewogen.
1:11:07Nee, je moet ze angst en vrees inboezemen.
1:11:10Ze moeten wat doen.
1:11:12Ze moeten zelf ook aan de slag.
1:11:14Hun goede werken zijn van voornaam belang om ze zo meer en meer te binden aan de kerk en aan de dienst, aan de godsdienst.
1:11:26Zorgeloos en godloos, gemeente.
1:11:28Ik zal in de Bijbel een aantal voorbeelden opnoemen van mensen die zeker waren van hun zaligheid.
1:11:36Eet dan.
1:11:37Psalm 89, het eerste vers.
1:11:40Ik zal eeuwig zingen van Gods goede tieren heen.
1:11:45En zijn waarheid en alle tijd vermelden in mijn reen.
1:11:48Nou, dat is iemand die mag zeker weten dat hij zalig zal worden straks.
1:11:54En toen is Eetam de wereld ingetrokken.
1:11:58Toen is hij zorgeloos geworden.
1:12:00Toen is hij goddeloos gaan leven.
1:12:02Wel, nee.
1:12:03U hoort hem verderop in de psalm klagen over de verberging van Gods aangezicht.
1:12:08Maar ach, mijn God, waar blijkt uw trouw nu?
1:12:11Waar uw eer?
1:12:19U ziet wel, het bond juist meer aan de dienst des heren.
1:12:25Het is een liefdedienst.
1:12:27Betrokken op zijn majesteit, op zijn grootheid.
1:12:30Een hartelijk verlangen om voor hem te leven.
1:12:33David, hij mocht van jongs af aan de heren kennen en vrezen.
1:12:39En is hij toen zorgeloos en goddeloos gaan leven?
1:12:42Kijk dat staat in de katechismes gemeente.
1:12:44Het is onmogelijk.
1:12:47Dat als er een levende verbinding mag zijn met de persoon des middelaars.
1:12:51Als we hem door een waar geloof zijn ingeplant.
1:12:55Als er levenssappen getrokken worden.
1:12:59Uit de wortel Davids.
1:13:01Uit de stam van Izzi.
1:13:03Dan is het toch onmogelijk.
1:13:05Dat daar de vruchten van zorgeloosheid en goddeloosheid uit voortkomen.
1:13:12Dat is toch een dwaze, een onschriftuurlijke gedachte die hem toch oneer aandoet.
1:13:18Als u nog openlijk zorgeloos en godloos leeft, is dat een duidelijk bewijs.
1:13:24Dat er geen gelovige toevluchtneming tot de zaligmaker van zondaren heeft plaatsgevonden.
1:13:31Daar hebt u de apostel Paulus.
1:13:34Wat een ijver in de dienst van de levende God.
1:13:37En die is verzekerd dat hij straks behouden en zalig zal worden.
1:13:41Hij zegt, ik weet in wie ik geloofd heb.
1:13:45En hebt u één bewijs dat apostel Paulus daarom zorgeloos en godloos is gaan leven.
1:13:53Integendeel toch.
1:13:54Hij heeft zijn leven opgeteerd in de dienst van de levende God.
1:13:58Dat is koning Josia onder het oude verbond.
1:14:02En hij was zestien jaar oud en hij begon de God van zijn vader David te zoeken.
1:14:08Honderden jaren tevoren zijn vader David geleefd.
1:14:12En hij begon de God van zijn vader David te zoeken.
1:14:15En hij ging een aantal voorvaderen, sloeg hij over en hij kwam bij zijn vader David terecht.
1:14:22En begeerde dien God te dienen van zijn vader David.
1:14:27U kent de geschiedenis waar hij alles gereformeerd heeft in Jeruzalem.
1:14:32Afgodsdienst opgeruimd heeft.
1:14:34En stad en tempel en land gezuiverd heeft van de valse godsdienst, de afgodsdienst.
1:14:42En toen vond hij het wetboek.
1:14:44En toen werd het wetboek hem voorgelezen.
1:14:47En toen dat wetboek hem voorgehouden werd.
1:14:50Toen zei die koning niet.
1:14:53Gelukkig dat ik zo gereformeerd heb.
1:14:55Nee, toen werd hij verbroken.
1:14:58Hij weende zeer.
1:14:59Hij zegt, ga het heen.
1:15:01Vraag de heren voor mij.
1:15:02En voor het overblijfsel van het volk.
1:15:04Want de toren gods zal groot zijn over Jeruzalem.
1:15:09Vanwege de afgodsdienst.
1:15:11En als u dan een vertroosting krijgt.
1:15:14Dat hij gespaard zal worden.
1:15:16Omdat uw hart week geworden is.
1:15:19Dan leest u daarna.
1:15:20Dan gaat u nog meer land en volk oproepen.
1:15:24Om God te dienen.
1:15:26En ruimt u te meer de afgoden nog op.
1:15:29Dus.
1:15:30Dat klopt toch wat hier staat in de Heidelbergse kategorismes.
1:15:34Het is onmogelijk.
1:15:36Dat als we verbonden zijn met de persoon des middelaars.
1:15:41Als we iets kennen van dat waar, zaligmakend geloof, dat onze lust, ons vermaak niet zou zijn om voor de Heer te leven.
1:15:50Hem te zoeken, hem te bedoelen, dat is toch een vanzelfsheid.
1:15:55Om hem de eer en de aanbidding te geven.
1:15:59De Dordtse vaderengemeente zeggen in het eerste hoofdstuk van de Dordtse leerregels, als het ook gaat om de leer van de verkiezing,
1:16:08dan...
1:16:09Zijn de vruchten het bewijs van de verkiezing.
1:16:13Als we voor God begeren te leven.
1:16:15Naar zijn inzettingen.
1:16:17Als we voor een ganster harten met de zonde begeren te breken.
1:16:21Als we de vruchten mogen voorbrengen van oprecht geloof.
1:16:25Van ootmoed.
1:16:26Van vernedering.
1:16:28Van binding aan zijn dienst.
1:16:30Dan is dat het bewijs van zijn verkiezende liefde.
1:16:35Als we daar iets van mogen verstaan van die verkiezende liefde...
1:16:39zullen we te meer ons verootmoedigen, zo zeggen de Dordtse vaderen...
1:16:43voor de majesteit en de grootheid Gods.
1:16:46En des te meer verlangen om Hem te dienen, Hem te vrezen en voor Hem te leven.
1:16:54Rome en de remonstranten en de natuurlijke mens...
1:16:58verstaat niet dat de dienst van God een liefdedienst is.
1:17:04En vanzelfsheid is voor het hart.
1:17:06En vermaak in het woord.
1:17:08In de wet gods.
1:17:10En begeerte me David.
1:17:12Hoe zoet zij mij.
1:17:13Uw redenen geweest.
1:17:15Een verlangen.
1:17:16Ja ook een beleidenis.
1:17:18Wat u ook uitspreekt.
1:17:20Op zalm 119 vers 83.
1:17:22Wat vree heeft elk.
1:17:24Die uw wet bemint.
1:17:26Zij zullen aan geen hinderpaal.
1:17:28Zich stoten.
1:17:29We gaan het ook eerst zingen.
1:17:31Ik heren.
1:17:32die al mijn blijdschap in u vindt.
1:17:35Hoop op uw heil met al uw gunstgenoten.
1:17:38Ik doe u gewoon, oprecht en welgezind.
1:17:43Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.
1:17:46Psalm 119, vers 83.
1:17:48[GEZANG]
1:20:52Nimmer gescheiden.
1:20:54De Dordtse vaderen, maar ook de oudvaders hebben geleerd op grond van de schrift.
1:20:58Waar de rechtvaardiging is, daar vindt u ook de heiligmaking.
1:21:03En soms als het voor de rechtvaardiging, als dat verduisterd ligt voor de arme zondaar.
1:21:08Mag die vanuit de heiligmaking vertrouwd zijn.
1:21:12Dat u ook deelt in de vergeving.
1:21:14Als daar de worsteling, de strijd ervaren wordt.
1:21:18Tegen die driekoppige vijand.
1:21:20De smart over de zonde.
1:21:22Het haten en het vlieden van datgene wat God haat.
1:21:25De begeerte om hem te bedoelen.
1:21:28Er is een eenheid in.
1:21:30Rechtvaardiging en heiligmaking.
1:21:32Ze vloeien voort.
1:21:33Uit die ene bron.
1:21:36Kruishout van Golgotha.
1:21:38Het hart van de zaligmaker.
1:21:40Wat doorstoken door wond werd.
1:21:43Bloed en water vloeiden uit.
1:21:46En in zondag 23.
1:21:49Daar wordt de rechtvaardiging geleerd.
1:21:52Om niet.
1:21:53En de heiligmaking.
1:21:55Eveneens om niet.
1:21:57In zondag 24.
1:21:59Het vloeit alles voort.
1:22:01Uit de Christus.
1:22:02Ter schriften.
1:22:04En als we werkelijk delen mogen.
1:22:07In het geestelijke leven.
1:22:08Dan worden wij een steeds groter zondaar.
1:22:11Een verloren zondaar.
1:22:13En we komen niet.
1:22:14In een hogere stand terecht.
1:22:16Als de gestand van de bedelaar.
1:22:19Zondaar.
1:22:20En bedelaar, vernederend vindt u niet.
1:22:24Maar hebt u dan iets in uzelf wat u een hogere stand zou kunnen geven?
1:22:30Komt u dan bij uzelf zuivere, reine, volmaakte dingen tegen...
1:22:36die een overeenstemming zouden kunnen zijn met Gods wet...
1:22:40die u een andere plaats zouden geven als de dichter die zegt...
1:22:45wil uw knecht door schuld verslagen, o heren, niet voor uw vier schadagen.
1:22:51Zou u dan een andere psalm kunnen zingen als David die zegt...
1:22:54Psalm 130, zo gij de ongerechte geden gade slaat.
1:22:59Heren, wie zal bestaan?
1:23:02Kunt u dan een andere lofzang zingen als dat Daniel deed?
1:23:07Als ik zo bad en beleed mijn zonde en de zonde van mijn volk.
1:23:14Kunt u dan een andere taal hanteren als die van Abraham die zegt...
1:23:18Ik heb mij onderwonden.
1:23:20Om tot u te spreken, terwijl ik stof, mijn nietigheid en as, mijn strafwaardigheid leid.
1:23:28Het is toch de taal van de levende kerk.
1:23:31Het gehele psalmboek staat er vol van.
1:23:33Dat wij, als we goede werken mogen doen, dat dat ook een genade gaven van God is.
1:23:41Een verwaardiging, vernederend, maar toch ook vertroostend als u zelf recht leert kennen.
1:23:48Dat nu alles uit handen gegeven mag worden.
1:23:51Dat rechtvaardiging en heiligmaking.
1:23:55De heerlijkmaking.
1:23:57Dat alles verworven is in de persoon des middelaars.
1:24:01En dat we telkens als een noodrustige.
1:24:03Als een arme.
1:24:04Als een verlegen zondaar.
1:24:07Tot de troon der genade moeten komen.
1:24:10Vertrozen toch dat het ook niet hoeft.
1:24:13David zegt in Psalm 116.
1:24:15Wat zal ik den Heere vergelden voor al zijn weldaden aan mij bewezen?
1:24:21Wat zal ik vergelden?
1:24:22Hij heeft niets om te vergelden.
1:24:24Totaal niets.
1:24:26Maar u hoeft ook niets te hebben om te vergelden.
1:24:30Als zo'n verlegen zon daar te buigen aan de voeten van hem.
1:24:36Uitwins hart.
1:24:39Rechtvaardiging.
1:24:40Heiligmaking.
1:24:41Een volkomen verlossing vloeit.
1:24:43Een volkomen borg.
1:24:46En zalig maken.
1:24:47Ach wilt u nu echt.
1:24:49Met die weinige ogenblikken in uw leven dat u hem bedoelt.
1:24:54Wilt u nu dat offer voorbij gaan.
1:24:57Die prijs die hij betaald heeft.
1:25:00Die schuld die hij verzoend heeft.
1:25:02Die gerechtigheid die hij verworven heeft.
1:25:06Wilt u die dan geringer achten.
1:25:08Dan die weinige tranen van u.
1:25:11Die enkele ogenblikken.
1:25:13Dat u de strijd tegen de zonde mag voeren.
1:25:16Maar dan weer in moedeloosheid of in twijfelmoedigheid geraakt.
1:25:21Het gaat gemeente om zijn werk.
1:25:23Dat is het beste werk.
1:25:26Het werd niet begrepen door de wereld.
1:25:28De Griek achtte de dwaasheid.
1:25:30Het werd veracht op het kerkenkerf.
1:25:34Het is de Jood een ergernis.
1:25:36Het werd bespot en gehoond toen hij dat goede werk ook aanbracht.
1:25:42Een doornenkroon kreeg hij op het hoofd.
1:25:44Een spotmantel om de schouders.
1:25:46Een rietstaf in de hand.
1:25:48Toen hij dat grote goede, dat allerbeste werk, dat grote verheerlijkende, dat zielzaligende werk verrichtte.
1:25:57Toen werd hem spot en hoon en bittere verachting aangedaan.
1:26:03Maar, dien die gelooft, is hij de kracht en de wijsheid Gods omhelst.
1:26:11Door het oprecht waar zaligmakend geloof.
1:26:14De zaligmaker van zondaren.
1:26:17Kijk en als u dat leert zien gemeente.
1:26:20Dan krijgt u ook een heilige zorgeloosheid.
1:26:24Een heilige zorgeloosheid.
1:26:26Dat hij ervoor gezorgd is.
1:26:28Dat hij betaald heeft.
1:26:30En dan krijgt u een doorleefde goddeloosheid.
1:26:35Ziende op uzelf.
1:26:37Een heilige zorgeloosheid ziende op hem.
1:26:41En het doorleefde zorgeloosheid die u in de gestalte van diepe veropmoediging brengt en houdt.
1:26:48En daarom, als u nog de zorgeloosheid uitleeft en de goddeloosheid bedrijft, smeet dan toch om zijn gerechtigheid.
1:26:59Om zijn barmhartigheid.
1:27:01Om hem te vrezen, hem te dienen, tot hem te zuchten, tot hem te vluchten.
1:27:08O die moorden naar het kruis.
1:27:10In zijn uiterste.
1:27:12Onder de prediking van dat evangelie.
1:27:15Die smeekte gedenk mijner.
1:27:18Als je in uw koninkrijk zult gekomen zijn.
1:27:21Prees de zaligmaker.
1:27:23Hij beleed zijn onschuld.
1:27:25Hij beleed zijn koningschap.
1:27:27Als jij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.
1:27:31En hij vroeg om een gedachte.
1:27:32Wat werd in rijk uitbetaald.
1:27:36Maar het is toch echt genadeloos.
1:27:38Als iemand zo zijn leven doorgebracht heeft.
1:27:41Zo verzondigd heeft.
1:27:43En als hij in zijn uiterste, niet te min, zijn laatste dag.
1:27:48Zijn beste dag.
1:27:50Dat goede werk van de Zaligmaker bekroonde met eer en heerlijkheid.
1:27:55Als jij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.
1:27:58Wat kreeg je een rijk loon uitbetaald.
1:28:03Maar het was een genade loon.
1:28:05Heden zult jij met mij in het paradijs zijn.
1:28:08Ziet, die begeerte dat vermaak in de dingen van Gods Koninkrijk.
1:28:13Wie heeft lust de Heren te vrezen?
1:28:17Het allerhoogst en eeuwig goed.
1:28:20God zal zelf zijn lijstman wezen.
1:28:23De lust, het vermaak, de liefde tot de Heren en tot zijn dienst.
1:28:28Een apostelgemeente die zegt, al degene die zijn verschijning hebben lief gehad.
1:28:35De kern van het geestelijke leven.
1:28:38Liefde tot God en Christus.
1:28:41Door de kracht van de heilige geest.
1:28:44Hem de eer en de aanbidding te geven.
1:28:46U schiet toch in alles tekort.
1:28:48Hebt u dat nooit?
1:28:50Die afdwalende gedachten tijdens uw gebed.
1:28:53Of de psalm gezongen in de kerk.
1:28:56Ja, wat hebben we eigenlijk gezongen?
1:28:58De Bijbel gelezen.
1:29:00Ja, wat is er van nagebleven?
1:29:02Onze beste werken toch.
1:29:04De heren zoeken.
1:29:06Gods woord lezen.
1:29:08De psalmen zingen, maar het is toch alles vol tekort.
1:29:12Vol gebrek, vol zonde.
1:29:14Onze beste werken zijn onvolkomen en met zonde bevlekt.
1:29:20Maar dan hij, de zaligmaker van zondaren.
1:29:23De voorspraak voor de overtreders.
1:29:27Een volkomen borg en middelaar die het gezegd heeft.
1:29:31Ik voor u, dat geen ander te eeuwige dood had moeten sterven.
1:29:37Rechtvaardiging.
1:29:39Vergeving zondag 23.
1:29:42Heiligmaking.
1:29:43Het recht verworven op het eeuwige leven.
1:29:46Is uitsluitend.
1:29:47Door hem verworven.
1:29:49De zaligmaker van zondagen.
1:29:52En zijn kerk.
1:29:54Zijn volk.
1:29:55Komt niet verder.
1:29:56Als een hartelijke wens.
1:29:58Een begeerte.
1:29:59Om inbeginsel voor hem te leven.
1:30:02Naar al zijn geboden.
1:30:03En inzettingen.
1:30:05En als het straks sterven wordt, dan wordt er van hen gezegd dat vrome volk in u verheugt.
1:30:11Zal dan huppelen van ziele vreugd.
1:30:14Daar zij hun wens, namelijk omstoreloos, omzondeloos, omeindeloos.
1:30:21Dat lam gods de eer en de aanbidding te geven, daar zij hun wens verkrijgen.
1:30:28Amen.
1:30:29Eindigen wij met gebed.
1:30:33Heren, gij bracht ons in dit avontuur rondom dit uw woord bijeen.
1:30:37De leidende kerk waarin ons getekend wordt.
1:30:42Wat we geworden zijn en wat we blijven in onszelf.
1:30:47In deze bedeling.
1:30:49O dat u aan uw eer komt.
1:30:53In uw welbehagen.
1:30:55In het offer van uw zoon.
1:30:58Door de kracht van uw heilige geest.
1:31:00U de drieënige, de eer.
1:31:03De aanbidding hier in beginsel.
1:31:06Straks in alle volkomenheid.
1:31:09Wil er plaats voor maken in onze harten.
1:31:12Gedenk ons.
1:31:13In uw genade getrouw.
1:31:15Verzoen wat niet was naar uw woord.
1:31:18Gedenk u hier ook deze gemeente ook.
1:31:20Deze periode van vakant zijn.
1:31:23Wil ook de beroepen predikant helderheid en duidelijkheid geven.
1:31:28Schenk ook uw zegen ook in het midden van dit volk.
1:31:32Wil zo.
1:31:34Ook in deze week zijn we te rauwdragenden.
1:31:37Die grafwaarts moeten gaan.
1:31:39Om een geliefde uit te dragen.
1:31:41Kunnen ze ook daarbij ondersteunen.
1:31:43Geven wat nodig is.
1:31:45Ik denk ook het bruidsparlement in het huwelijk hoop te treden.
1:31:50Wil ons ook voor de arbeid toerist ingeven.
1:31:54En ook schenken bovenal dat onze gedachten.
1:31:59Ook tijdens onze werkzaamheden zich bezig mogen houden.
1:32:04Met hem die zichzelf gaf als grond tot rechtvaardiging.
1:32:10De vergeving als bron tot heidigmaking.
1:32:14De goede werken als oorzaak van volkomen verlossing.
1:32:20Behoed en bewaar u ons op en over gevaarvolle wegen.
1:32:24En breng ons op de bestemde plaats.
1:32:27Gedenk u ook de alleenstaande en de alleengaande.
1:32:31Laat de grootheid uw genade.
1:32:34Om Jezus willen.
1:32:36Amen.
1:32:38Wij zingen tot slot het psalm 68 en daarvan het tweede en het zeventiende vers.
1:32:44Het vrome volken u verheugt, zal huppelen van zielenvreugd.
1:32:48En ook het zeventiende vers, hoe groot, hoe vreselijk, zei het galom.
1:32:52Psalm 68, vers 2 en 17.
1:32:55[GEZANG]
1:38:19Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:38:22De Heren zegenen u en behoeden u.
1:38:26De heren toe zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.
1:38:31De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:38:38Amen.
1:38:39[GEZANG]