HC Zondag 24; De Heiligmaking of de leer van de goede werken

zondag 11 januari 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. D. Heemskerk · 102 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

8:59Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen

9:12houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.

9:20Amen.

9:21Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.

9:29Door Christus Jezus zijn Zoon.

9:32In de gemeenschap des heiligen geestes.

9:38Amen.

9:40Gemeente, we zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 19.

9:44En daarvan het vijfde en het zevende vers.

9:48Psalm 19, des Heere vrees is rein.

9:51Zij opent een fontein van heil dat nooit vergaat.

9:56En ook het zevende vers weerhoudt, o heren uw knecht, dat hij zijn hart niet hecht aan dwaze hovernij.

10:04Wat er verder volgt in de versen 5 en 7 van psalm 19.

10:09Wij

10:09[GEZANG]

15:29openen godsheilig en dierbaar woord in het oude testament in de profeet Jezaja.

15:35Daarvan nadert het 64ste hoofdstuk te beginnen bij het eerste vers.

15:39Ik noem u als onze schriftlezing Jezaja 64 toch vooraf toen wij beleiden is.

15:46Van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.

15:50Met de woorden van de twaalf artikelen.

15:53Ik geloof in God den Vader.

15:56Den Almachtige.

15:58Schepper des hemels en der aarde.

16:01En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon.

16:06Onze Heere.

16:08Die ontvangen is van de heilige geest.

16:11Geboren uit de maagd Maria.

16:15die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derde dagen wederom

16:27opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders, van waar hij komen zal

16:39om te oordelen de levenden en de doden.

16:44Ik geloof in den heiligen geest.

16:47Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.

16:54De gemeenschap der heiligen.

16:57Vergeving der zonden.

16:59Wederopstanding des vleesjes.

17:02En een eeuwig leven.

17:05Ik noem nu als onze schriftlezing Isaiah 64.

17:09Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

17:13Och.

17:14Dat gij de hemelen scheuret.

17:16Dat gij nederkwaamt.

17:19Dat de bergen van uw aangezicht vervloten.

17:23Gelijk een smeltvuur brandt en het vuur de wateren doet opbobbelen.

17:28Om uw naam aan uw wederpartijders bekend te maken.

17:33Laat al zo de heidenen van uw aangezicht beven.

17:38Toen gij vreselijke dingen deed die wij niet verwachten.

17:42Gij kwaamt neder.

17:44Van uw aangezicht vervlotende bergen.

17:47Ja, van ouds heeft men het niet gehoord.

17:50Nog met oren vernomen.

17:52En geen oog heeft het gezien.

17:54Behalve gij, o God.

17:57Wat hij doen zal, dien die op hem wacht.

18:01Gij ontmoet den vrolijke.

18:03En die gerechte gij doet.

18:06Degene die uw gedenken op uw wegen.

18:09Zie, gij waart verbolgen.

18:11Omdat wij gezondigd hebben.

18:14In dezelfde is de eeuwigheid opdat wij behouden werden.

18:19Doch wij allen zijn als een onreine.

18:22En al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk leed.

18:27En wij allen vallen af als een blad.

18:31En onze misstaten voeren ons heen en weg als een wind.

18:35En er is niemand die uw naam aanroept die zich opwekt dat hij u aangrijpt.

18:43want gij verbergt uw aangezicht voor ons en gij doet ons smelten door middel van onze ongerechtigheden.

18:51Doch nu, heren, gij zijt onze vader, wij zijn leem en gij zijt onze pottenbakker en wij allen zijn uw handenwerk.

19:03Heren, wees niet zozeer verbolgen en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid.

19:10Zie, aanschouw toch, wij allen zijn uw volk.

19:14Uw heilige steden zijn een woestijn geworden.

19:18Sion is een woestijn geworden.

19:21Jeruzalem een verwoesting.

19:23Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders u loofden, is met vuur verbrand.

19:30En al onze gewenste dingen zijn tot woestijd geworden.

19:34Heren, zoudt gij u over deze dingen inhouden?

19:39Zout gij stilzijgen en ons zozeer bedrukken.

19:43Tot zover de schriftlezing.

19:46Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

19:53Almachtige, eeuwige God.

19:55Aan de avond van deze dag brengt u ons opnieuw samen.

19:59Rondom uw goddelijke en onfeilbaar woord.

20:01En het beleiden der kerk.

20:04Heren, dan hebben wij nodig.

20:06Dat onze gedachten gevangen genomen worden.

20:09En gebracht worden onder de gehoorzaamheid van uw getuigenis.

20:13Want op allerlei mogelijke wijze zal de vorste duisternis zich inspannen.

20:20En ons vlees heeft u daarbij mee.

20:22Dat we afgeleid worden van de boodschap van uw getuigenis.

20:27Dat onze gedachten overal naartoe zweven.

20:31Met allerlei zaken bezig gehouden worden.

20:35En daarom vragen wij u.

20:37Om de bediening van uw heilige geest.

20:40Opdat onze gedachten gevangen genomen worden.

20:43En we gebracht worden onder de gehoorzaamheid.

20:47Van uw woord en evangelie.

20:50Wat gij tot ons te zeggen hebt.

20:52U bedient u toch van de middelen.

20:55U hebt ons geboden bijzonder op uw dag samen te komen.

20:59En te horen naar uw woorden.

21:03En naar uw goddelijke werken.

21:06Wil dan geven, Heren, de bediening van uw geest die, Heren, is en in al de waarheid leidt.

21:13Opdat wij verlichting ontvangen in ons verstand.

21:17Een vernieuwing in onze begeerten.

21:21En een wil die leert buigen onder uw goddelijke wil.

21:26Ontferm u zo.

21:27U bent de hartenkenner.

21:29U weet wat we van nodig hebben.

21:32Niets is, o, op het majesteit bedekt voor uw alwetendheid.

21:37U kent van verre onze gedachten.

21:40En deze heeft een ontdekkende zegen nodig.

21:44En een ander heeft nodig een aansporende zegen.

21:48En weer een ander een bemoedigende, vertroostende zegen onderwijs.

21:54Wil dan nog geven wat een ieder van nodig heeft.

21:58Naar de rijkdom van uw getuigenis.

22:01U spreekt en het is er, uw gebied en het staat er.

22:04U hebt een arm met macht.

22:06En u bent groot van vermogen door ons daarop zien, bij het spreken en bij het luisteren.

22:13Ik wil zo uw genadige gunst betonen zoals we hier samengekomen zijn.

22:18Zoals er met ons meegeluisterd wordt.

22:20Heren, we willen ook daar waar ziekte, waar gebreken ervaren ondervonden worden.

22:28Waar de krachten afnemen die jaren toenemen.

22:31Het gezag van uw goddelijk woord ook in het hart geven.

22:35Wil uw hulp, uw bijstand genatigd bewijzen in alle levensomstandigheden en zorgen.

22:42Wil ook uw woord een goede voortgang geven overal waar het verkondigd wordt.

22:47Waar uw naam belederen aangeroepen wordt.

22:50Waar de gemeente zich vergaderd heeft rondom uw getuigenis.

22:56Waar de lofzang aangeheven wordt.

22:59Wilt ook uw koninkrijk bouwen en uitbreiden.

23:02Dat niet alleen te midden van ons volkenland.

23:05Maar ook daar buiten.

23:06Ook daar waar de arbeid van evangelisatie.

23:10Van zending en diakonaat verricht wordt.

23:14Schenk ook daar uw onmisbare zegen bij.

23:17Opdat ook onder het blinde heidendom.

23:19Uw koninkrijk gebouwd en uitgebreid wordt.

23:23Heren, gedenk u uw kerk waar vervolging, waar verdrukking is, waar doodsbedreigingen geuit worden, waar gevangenissen of kampen bewoond worden om

23:35uw snaamswil, willen al die plaatsen van verdrukking en benauwdheid toch krachten sterk te geven.

23:44Op u doen zien en schenk u toch bevrijding en verruiming voor het hart, voor het lichaam.

23:53Ontferm u zo in al die plaatsen die zo vele zijn in deze wereld.

23:58Wil ook zijn met uw volk Israël te beminden.

24:01Naar uw verkiezing onder vader en wil.

24:05Wil ook in deze tijd uw hulp, uw bijstand aan hen bewijzen.

24:09Maar ook gedachtig zijn.

24:11Aan uw trouw, aan uw zout verbond.

24:14Wat van geen wankelen weet.

24:16Gesloten met Abram, Isaac en Jacob.

24:19Maar wil ook het late nageslacht gedenken.

24:22Naar de grootheid uw warmhartigheden.

24:25Wil zo uw bemoeienis tonen met deze ganse schepping.

24:29Die om onze zond wil onder de vloek ligt.

24:34Maar die u niet te min bezoekt met uw zegen.

24:37Met uw onderhoudende trouw en zorg.

24:40Maar ook met slagen, met plagen, met beproevingen en kasteidingen.

24:46Heren, doe ons ook uw regering daarin zien en verstaan.

24:51[GEZANG]

25:16[GEZANG]

25:17Die bezig zijn met de vorming van de nieuwe regering.

25:20Maar wat een grote zorg geeft.

25:23Zeker als het gaat om de normen en waarden van uw getuigenis.

25:27Om de bescherming van het leven.

25:30Om allerlei zaken die te maken hebben.

25:33Met uw dag, met uw woord en met uw dienst.

25:36Doe ons wederkeren tot u.

25:38Ja, breng ons weder.

25:40En doet u niet uw toornigheid over ons.

25:43Gedenk u ook ons vorstenhuis.

25:46Schenk ook daar.

25:47Hartvernieuwende genade.

25:49Wil zo gedenken het kerkelijke leven in alle gebrokenheid.

25:54Met alle noden, alle zorgen, alle verdeeldheid die er is.

25:59Wil gij toch door geest en woord uw gemeente bouwen en uitbreiden.

26:05Uw naam nog groot en heerlijk maken.

26:08Gedenk zo heren.

26:10Naar de grootheid uw warmhartigheden.

26:13Ook aan de pastorale arbeid ook in het midden.

26:16Van deze gemeente.

26:18Wil ook bekwaamheid geven van keer tot keer.

26:21Uw hulp, uw bijstand ook daarin bewijzen.

26:24En het ook gebruiken als een middel in uw hand.

26:27Tot opbouw van uw koninkrijk.

26:30Gedenk ons zo in deze uren.

26:33Bij het spreken en bij het luisteren.

26:35Niet om enige verdienstelijkheid aan onze zijde.

26:38Die is er niet.

26:39Maar we willen het doen om hem.

26:41De koning der kerk.

26:44Voorspraak voor overtreders.

26:46Om Christus willen uitgenade.

26:50Amen.

26:53Gemeente wat een ontdekkende onderwijzing geeft de koning der kerk aan zijn discipelen.

26:59Ook als hen navolgen in trouw.

27:02Achter hem aankomen.

27:04Zichzelf zoeken te verlogenen.

27:06Kruis op zich mogen nemen en hem navolgen.

27:10En als we ook ijverig dan in zijn.

27:12De zaligmaker zegt als u nu alles gedaan hebt.

27:17Wat u kon doen, dan hebt u nogthans alleen datgene gedaan wat u schuldig was om te doen.

27:25En komt u niet hoger in gestalte als een onnutte dienstknecht.

27:31Het is wat het Koninkrijk God om zo te volgen, te blijven volgen.

27:37Dat geen hogere stand aan deze zijde van het graf bereikt wordt als de stand van een onnutte dienstknecht.

27:46De katechisme wijst ons daar ook op in de zondagsafdeling, die aan de orde van behandeling is, zondag 24.

27:54Die we eerst met elkaar zullen lezen.

27:57De Heidelbergse katechisme, zondag 24.

28:01De vragen 62 tot en met 64.

28:06Waar gevraagd wordt, in vraag 62, maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God?

28:15Of een stuk daarvan zijn.

28:17En het antwoord daarom.

28:20Dat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan.

28:24Gans volkomen.

28:26En de wet Gods in alle stukken gelijkvormig zijn moet.

28:31En dat ook onze beste werken in dit leven.

28:34Alle onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.

28:39Vraag 63.

28:41Hoe verdienen onze goede werken niet?

28:44die God nogthans in dit en in het toekomende leven wil belonen?

28:48Het antwoord deze beloning geschiet niet uit verdiensten, maar uit genade.

28:55Vraag 64, maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?

29:02En het antwoord neemt zij, want het is onmogelijk...

29:06dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is...

29:10niet zou voortbrengen vruchten...

29:15Het gaat in deze zondagsaafdeling gemeente over de heidigmaking of ook over de leer van de goede werken.

29:21We letten ten eerste op de verwerving van deze goede werken.

29:25Ten tweede op de veropmoediging door deze goede werken.

29:29En ten derde op de verzekering bij deze goede werken.

29:33De heidigmaking, het leven der dankbaarheid of de leer van de goede werken.

29:38We letten ten eerste op de verwerving van deze goede werken.

29:41Ten tweede op de verontmoediging door deze goede werken.

29:44En ten derde op de verzekering bij deze goede werken.

29:48Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan, gaan we eerst zingen Psalm 133.

29:55Psalm 133, het eerste vers.

29:58Hij ziet hoe goed, hoe liefelijk is het dat zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen.

30:04Het tweede vers, die liefdegeur moet elk tot liefde lopen.

30:09En ook het derde vers, waar liefde woont, gebiedt de heren den zegen.

30:14En evenals vanmorgen maken we u bekend dat woensdag 14 januari...

30:19is er een kerkdienst waarin de beroepenpredikant Dominique Joppe uit Barneveld voor zal gaan.

30:26De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.

30:31En vrijdag 16 januari zal de kerkelijke huwelijksbevestiging van Adriaan Dam...

30:38Hazersweg 40.

30:39En op Polonia Geertruida van der Klooster.

30:43Molenweg 18b plaatsvinden.

30:45In deze dienst zal dominee Everhelst uit Medisand voorgaan.

30:50Deze vangt aan om half drie.

30:52En van de genoemde voornemens geldt zo de Heer wil en wil leven.

30:56En de collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor Timotheus.

31:00In de tweede voor de kerkvoerderij.

31:02In de derde voor de aflossende kerk.

31:04En deze collecten worden hartelijk in uw indadigheid aanbevolen.

31:08En wij zingen Psalm 133.

31:11Gemeente,

31:12[GEZANG]

37:41de vorige zondagsafdeling behandelde de rechtvaardiging.

37:45Om niet uit lautere genade, zonder enige verdiensten.

37:52Zonder worden, groter zonder worden.

37:55Dat ontdekkende werk wat begint in de eerste afdeling.

37:59In de weg van de schuldaanzegging.

38:03Het eerste stuk, hoe groot mijn zonden en ellende zijn, dat is te meer verdiept in zondag 23.

38:10Dat we zondaar meer en meer worden.

38:15Tot geen enkel goed instaat dat we tegen al Gods geboden zwaar, menigmaal zondigen, geen ervan gehouden hebben.

38:24Nog steeds tot alle boosheid geneigd zijn.

38:27Om niet uit lautere genade, zonder enige verdiensten.

38:32Delen in de vergevende liefde Gods.

38:35Verworven en geopenbaard in de Zoon zijn er eeuwig liefde.

38:39Het is wel een moeilijke les voor het vlees.

38:42Zonder worden, groter zonder worden en zonder blijven tot de laatste sneek toe.

38:49Dat hadden we niet gedacht toen de Heere door geest en woord het hart innam.

38:55En de breuk gemaakt werd met de ongerechtigheid om die van ganser harten te verlaten.

39:01Maar er dan ook achter te komen, een diepere les.

39:05Te meer ontdekken voor nodig.

39:07Dat ook onze eigen gerechtigheid voor God niet kan bestaan.

39:12Al onze gerechtigheden, zo lazen wij in Isaiah 64.

39:18Die zijn een wegwerpelijk reed.

39:21Geven geen enkele bedekking.

39:23Om op grond daarvan vergeving te ontvangen.

39:28Dat ontdekkende proces gemeente van het zonder zijn.

39:32Is een voortgaand werk.

39:34Een voortgaand proces.

39:35Wat duurt tot onze laatste snik toe.

39:39Het krijgt meer en meer diepgang in ons hart.

39:42In ons leven.

39:44Maar dat verbroken werkverbond.

39:47Dat blijft aanspreken.

39:49We zoeken toch telkens weer op te krabbelen.

39:52Om te tonen aan de heren.

39:55Hoe goedwillend of we zijn.

39:57Welke ijver of we voor hem hebben.

40:00Welk een vuur er in ons hart brandt om hem te dienen, hem te vrezen.

40:05Toen Petrus de onderwijzing kreeg dat het uitsluitend om het offer ging, toen heeft hij het ook uitgeroepen.

40:14Geen zins, heren, dat zal u geen zins geschieden.

40:20Onze liefde, onze trouw aan de heren, dat heeft dan zo'n grote plaats.

40:26Vandaar deze vraag van de katechismes.

40:29Waar waarom kunnen onze goede werken.

40:32Niet de gerechtigheid voor God.

40:34Of een stuk daarvan zijn.

40:37Zojuist gehandeld.

40:38Om niet.

40:39Uit lautere genade.

40:41Dat is toch makkelijk zalig worden.

40:44Alles uit handen te geven.

40:45Alles loslaten.

40:47Als armen verloren zonder.

40:50Uitsluitend door de warmhartigheid van de Vader.

40:53Door de toerekening van de gerechtigheid van de Zoon.

40:56Door vrije genade.

40:59Maar waarom.

41:00Ja maar waarom word ik er nu zo buiten gezet.

41:03Waarom word ik nu zo aan de kant gezet.

41:06Waarom.

41:07Kunnen onze goede werken.

41:09Niet de gerechtigheid voor God.

41:11Of dan toch maar een stukje daarvan zijn.

41:14Dat ik er toch bij betrokken blijf.

41:16Dat er toch van mijn kant.

41:18Toch iets bij.

41:19Mag komen.

41:20Oh we bedoelen het zo goed gemeente.

41:23We bedoelen het zo goed.

41:26Wees langmoedig over mij.

41:28En ik zal u alles betalen.

41:30En daarom wordt ons duidelijk gemaakt in deze katechismesafdeling waarom dat niet meer kan.

41:38U kent de christenreizen naar de eeuwigheid.

41:41Er gaat christen uit stad verderf met dat zonde pak op de rug.

41:46En met Gods woord in zijn hand.

41:49En met de roep wat moet ik doen.

41:51En hij wordt de weg gewezen naar het lichtpuntje daar in de verte.

41:56Hij ziet een lichtpuntje.

41:58En hij gaat op reis.

42:00Maar daar komt de heer wereldwijs.

42:02En hij weet er veel beter weg.

42:04Hij zegt, man, wat loop je toch te tobben en te zuchten.

42:07Ik weet een goede plek voor u, waar u van zorg ontslagen kunt worden.

42:12En hij wijst me op de berg Sine-i.

42:14Daar is het dorp.

42:16En burgemeester Wetties heeft nog wel een aantal woningen beschikbaar.

42:21Daar kun je rust vinden voor je ziel.

42:23En daar is het goed toeven en wonen.

42:27Maar als Christen gemeente bij die berg komt.

42:30Dan dreigt die berg hem te verpletteren.

42:34Dreigt hem ten onder te brengen.

42:36En hij wordt weer door evangelist in de weg van bestraffing.

42:40Weer op de rechte weg gebracht.

42:43Want hij kan daar geen blijvend onderdak ook vinden.

42:48En dat heeft te maken gemeente met de majesteit.

42:52Met de grootheid van God.

42:54Dat heeft te maken.

42:56Met wat de dichter beleidt.

42:58Gij zijt volmaakt.

43:00Gij zijt rechtvaardig heren.

43:03Uw oordeel rust.

43:05Op de allerbeste wetten.

43:08De volmaakte eis.

43:10Van de gehoorzaamheid.

43:12Er staat dan ook in het antwoord.

43:14Daarom dat de gerechtigheid.

43:16De gehoorzaamheid.

43:18Zou u ook kunnen zeggen.

43:20Die voor godsgericht bestaan kan.

43:22Gaans voorkomen.

43:24En der wet gods.

43:26In alle stukken gelijkvormig zijn moet.

43:29Dus het lukt u wellicht.

43:33Oppassend om te gaan met uw woorden.

43:35U slaagt er misschien enigszins in.

43:39Om bepaalde zonden na te laten.

43:42Waar u vroeger uw vermaken had.

43:45Maar uw gedachtenwereld.

43:46Die kunt u niet stopzetten.

43:48Dat gaat toch gedurig door.

43:50En u heeft de Heer ons niet alleen geschapen.

43:53Met zuivere werken.

43:57Tot zuivere werken en tot reine woorden.

44:00Maar ook tot zondeloze gedachten.

44:04Ons mens zijn heeft ook een innerlijke kant.

44:08En er behoort onze gedachtenwereld bij.

44:11En alles wat daarin omgaat.

44:13En daarin staan we schuldig voor God.

44:16De apostel Paulus zegt, ik kende de zonde niet.

44:19Totdat de wet zei, gij zult niet begeren.

44:23En toen kwam hij erachter.

44:24Hoe schuldig of hij stond.

44:27En David zegt in Psalm 119, in alle volmaaktheid heb ik een einde gezien.

44:33Maar uw gebod is zeer wijd.

44:37Het woord, Gods heilige wet, is niet alleen een oordeler over onze werken, over onze woorden, maar ook over onze gedachten.

44:49Het gaat niet alleen om zuivere handelingen, om zondeloze woorden.

44:56Maar het gaat ook om reine gedachten.

44:59En daarom kunnen onze goede werken nimmer de gerechtigheid voor God zijn.

45:06En zelfs ook niet een stuk ervan.

45:10Onder het Oude Testament klonk het gebod.

45:13Gij zult een volkomen lam hebben.

45:17Het lam wat met paasga geslacht en gegeten werd.

45:21Daar mocht geen gebrek aan zitten.

45:24Want het was een onderwijzing.

45:26Een heenwijzing naar dat lam gods waarvan Johannes de Doper sprak.

45:32Het lam gods wat de zonde der wereld weg zou nemen.

45:36Kijk, deze spiegel, deze maatstaf wordt ons voorgehouden.

45:42In alle stukken gelijkvormig met de eis van zijn heiligrecht.

45:48En in overeenstemming met zijn goddelijk woord en waarheid.

45:54En het antwoord gemeente dat zegt dat wij dat onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonde bevecht zijn.

46:05Na de zondeval is er dan natuurlijke liefde overgebleven.

46:09Die mag er gelukkig nog zijn.

46:11Een bewijs van de laatste tijden zal zijn dat de liefde van velen zal verkouden.

46:18Natuurlijke liefde.

46:19Een huwelijk mag er zijn.

46:22Waarin toch ook de liefde en de trouw een voorname rol inspelen als het goed is.

46:28Kinderen die door de ouders bemind worden.

46:31En kinderen die hun ouders ook lief hebben als het goed is.

46:37Vrijwilligerswerk, wat vindt er allemaal niet plaats.

46:39Bijzonder ook in onze tijd.

46:41Dat mensen toch gedreven worden.

46:43Door een vorm van liefde om zich toch in te zetten voor de naaste.

46:48De helpende handen.

46:50Die op allerlei terreinen ook daarmee geboden worden.

46:54Maar de maatstaf die u vanavond wordt voorgehouden.

46:59Dat is geen maatstaf die op deze aarde betrekking heeft.

47:05Geen vleeslijke maatstaf.

47:07Geen menselijke maatstaf.

47:10Geen begrijpelijke maatstaf.

47:12Maar het is de goddelijke maatstaf.

47:16De volmaakte eis van Gods heilige wet.

47:20Die geen enkele zonde, geen enkele onreinheid gedoogt.

47:26Het moet volmaakt, volkomen zijn.

47:30Zonder enig vlek, zonder enige rimpel.

47:34En als het daarom gaat, gemeente, als wij goede werken mogen doen...

47:39dan zit er altijd een tekort in.

47:41Daar zitten soms ook bijbedoelingen bij.

47:44Daar zit toch soms ook vlees bij.

47:47Het is toch gebrekkig.

47:49En met schulden gaat het gepaard.

47:52De beste werken die wij verrichten.

47:55Dat is Gods genade.

47:57En die vloeien voort uit het onderwijs van het woord.

48:01En door de kracht van de heidige geest.

48:05Maar dat reine werk wat de Heere werkt.

48:09Wat voortkomt uit het woord van God.

48:12En gewerkt wordt door zijn geest.

48:14Dat loopt door die vuile goot.

48:18Van ons menselijk verdorven bestaan heen.

48:21En is daarom onvolkomen en met zonde bevlekt.

48:27Een goed werk.

48:29Dat is als we boetvaardig mogen zijn.

48:33Maar dan dreigt het gevaar dat we de heren proberen te bewegen tot barmhartigheid.

48:39Met onze boetvaardigheid.

48:41Het is met zonde bevlekt.

48:44Dat we de heren mogen vertrouwen.

48:48Op zijn woord, op zijn waarheid.

48:50En toch de twijfelmoedigheid, de moedeloosheid.

48:55Die bekruipt ons zo ongedacht en onverwacht.

48:59Het is onvolkomen en met zonde bevlekt.

49:03We zijn zwakke mensen.

49:05We struikelen in velen.

49:08En zelfs de liefste kinderen van God.

49:11Die komen in hun gebreken, in hun zwakheden openbaar.

49:16Denk gemeente aan Abraham.

49:18De vader aller gelovigen.

49:20En het zijn beste werken die hij verricht heeft.

49:24Maar ik kende ook de zwakheid van het vlees.

49:27Hij vluchtte verschillende keren naar Egypte.

49:30En liet zijn vrouw Sarah bij wijze van spreken daarbij in de steek.

49:34Ik denk aan Noach.

49:36Hij wandelde met God.

49:38Hij was rechtvaardig.

49:39U zou denken na die zondeval.

49:42Dan doet hij daar het offer.

49:44Hij offert van het reine vee.

49:46Hij bouwt een wijngaard.

49:48En die drinkt zich dronken.

49:50Ook hij was een mens die ook met zonde bezet bleef.

49:57Denk gemeente aan Raaghab de Hoer.

50:00Wat een best werk was het.

50:01Een goed werk.

50:03Dat ze de verspieders verborg onder het vlas.

50:07Maar dat beste werk was met zonde bevlekt.

50:10Ze maakte gebruik van een leugen.

50:12Het was een noodleugen.

50:14Maar het was onvolkomen.

50:16De heren zag.

50:17Haar intentie aan.

50:19Haar goede bedoeling.

50:20De liefde tot het volk van God.

50:22Het beven voor zijn woord.

50:24Maar dat beste werk was met zonde, met onvolkomenheid bevlekt.

50:31En daarom, ook al hebben wij tranen vanwege onze zonde.

50:35Een oud vader, een vroege kerkvader heeft gezegd.

50:38Heren verzoen ook mijn tranen.

50:41Onze beste werken zijn onvolkomen.

50:45Daar hebt u David.

50:47Dat was toch een best werk.

50:49Dat hij zegt.

50:50Die ark gods die moet in Jeruzalem komen.

50:53Wij hebben ze in de dagen van Sal niet gezocht.

50:56Dat was toch een best werk.

50:58Dat hij een begeerte had.

51:00Dat de ark die van gods geuns getuigt.

51:03De oud testamentische prediking van de christens der schriften.

51:07Dat hij die bij zich wilde hebben in Jeruzalem.

51:11In het heiligdom.

51:13Maar hij zette de ark op een wagen.

51:16De begeerte was goed, maar de weg die hij verkoos was onvolkomen en was met zonde bevlekt.

51:24En zo vindt u in vele geschiedenissen van Gods woord dat de beste werken ook van de kinderen Gods onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.

51:35Daarom zegt de katechismes, het moet gans volkomen en der wet Gods in alle stukken gelijkvormig zijn.

51:45En dan alleen kan dat voor God bestaan.

51:48Daarom gemeenten het beste werk.

51:50Dat is het werk van de Zonen Gods.

51:52Dat werk is in alle stukken volkomen geweest.

51:58Heeft aan dat gericht voldoening gegeven.

52:01Heeft verzoening gegeven voor armen en verloren zondaren.

52:05Dat werk is een volmaakt, volkomen werk geweest.

52:10Gedreven door de liefde tot de Vader.

52:14En door de liefde tot behoud van zijn kerk heeft hij dat volmaakte werk verricht.

52:19Dat is de grond waarop verloren zondaren rechtvaardiging, vergeving van schuld en zonde kunnen ontvangen.

52:28Om dat beste werk van de Christus der schriften.

52:33In de tweede plaatsgemeente dan spreekt ook de katechismes van de veropmoediging door de goede werken.

52:40Want er staat in...

52:41Vraag en antwoord 63.

52:44Hoe verdienen onze goede werken niet die God nogthans in dit en in het toekomende leven wil belonen?

52:55Rechtvaardiging, vergeving en heiligmaking, het leven der dankbaarheid, zijn twee onderscheiden, niet gescheiden weldaden.

53:07Ze zijn onderscheiden, maar ze zijn niet...

53:11In het Oude Testament vindt u het brandofferaltaar in het heiligdom.

53:18En dat is de prediking van de rechtvaardiging, van de vergeving.

53:23En daarnaast stond het koperwasvat.

53:26Dat is de prediking van de heiligmaking.

53:29Die stonden bij elkaar, rechtvaardiging en heiligmaking.

53:35Twee onderscheide, niet gescheide weldaden.

53:40Het wees heen, gemeente, naar het grote offer op Golgotha.

53:44Wat Christus Jezus daar gebracht heeft.

53:48En toen hij uitgeroepen heeft, het is volbracht.

53:51Toen vloeide uit zijn middelaars hart, door de speerstoot van de soldaat, bloed.

53:57Daar hebt u het brandtofferaltaar, de vergeving en water.

54:03Daar hebt u het koperen wasvat, de heidigmaking, rechtvaardiging.

54:08En heiliging vloeide beide uit zijn middelaars hart.

54:13Naar deze aarde.

54:15Verworven voor de zijnen.

54:17Dus hij is een volkomen borg en middelaar.

54:21Hij heeft de schuld verzoend.

54:23Het recht verheerlijkd.

54:25Dat is dat bloed.

54:26Hij heeft ook de gehoorzaamheid verworven.

54:29Die een recht geeft op het eeuwige leven.

54:33Voor al degenen die in hem geloven zullen ten eeuwige leven.

54:37En dat is.

54:38De heiligmaking.

54:40Een volkomen borgen middelaar.

54:43En u zegt de vraag.

54:45Maar verdienen dan onze goede werken niet.

54:48Die God nogthans.

54:50In dit en in de toekomende leven.

54:52Wil belonen.

54:54Zeker wel gemeente.

54:56U krijgt loon.

54:57Om de vrezen gods.

54:59U krijgt een zegen.

55:02Als u de heren mag kennen.

55:04Hem mag dienen.

55:05Hem mag vrezen.

55:07Het geeft een vrede in uw hart.

55:09Het geeft een zegen over uw arbeid.

55:13De schrift zegt nooit heb ik de rechtvaardige gezin nog zijn zaad zoekende brood.

55:21De belofte die de Heer geeft voor dit tegenwoordige en voor dit toekomende leven.

55:28Als een koning over het land van Juda God vreesde.

55:32Dan werd die koning maar ook zijn volk werd gezegend.

55:37Overwinningen werden behaald.

55:39De vijanden werden verdreven.

55:42De Heer gaf daar zijn zegen over, over die vrezen van zijn naam.

55:47En jonge mensen vanavond en kinderen.

55:50Wie was er beter af, denken jullie?

55:53Jozef of zijn broeders?

55:56Het lijkt dat zijn broeders beter af waren.

56:00Jozef kreeg een slavenkneed.

56:02Hij ging later zelfs de gevangenis in.

56:04En zijn broeders mochten al die jaren...

56:07In vrijheid zijn.

56:09Maar een kwellend geweten.

56:11Een sprekend geweten.

56:12Kwam meer en meer.

56:14Bij hen openbaar.

56:16Zit het bloed van onze broeder.

56:18Het wordt gezocht.

56:20Ze hebben geen rustige tijd gehad.

56:22Al die tijd.

56:23En Jozef was toch beter af.

56:25Zou ik zulke groot kwaad doen.

56:27Zou ik zondigen tegen God.

56:30Een vredige conscientie.

56:32Al kwam hij in de gevangenis.

56:33En de droom werd vervuld.

56:35Hij kwam ook op de troon.

56:38Wie is er beter af geweest?

56:40Orpa of Rut?

56:41Het lijkt Orpa toch.

56:43Dan gaat ze terug naar haar volk, naar haar goden.

56:47Misschien spoedig een man gevonden.

56:49Misschien werd een nieuwe boerderij gekregen.

56:52Maar Rut, wat een rijke zegen toch.

56:55Te vrezen des heren.

56:57Dat goede werk, gewrocht door het woord, door de kracht van de geest in het hart.

57:03Uw volk is mijn volk.

57:05Uw God, mijn God.

57:07Die buigende gestalte op de akker van Boas.

57:11De toevluchtneming in de nacht.

57:14Op de dorstvloer van Boas.

57:16Het was een goed werk.

57:18De heren kwamen toch rijk te zegenen.

57:21Wie is er beter af geweest?

57:23Koningszaal of David, de vluchteling, de balling.

57:28Die jaren in de woestijnen omzwierf.

57:31En in spelonken en grotten gewoond heeft.

57:35En Saul die veertig jaar lang geregeerd heeft en David ten dode toe vervolgde.

57:40U zou zeggen, David toch, met die vele duizenden van Israël.

57:45U zou zeggen, Saul toch, met die vele duizenden van Israël die David achterna jaagde.

57:51En toch, het is toch David geweest.

57:53Die toch de zegen toch ten diepste kreeg.

57:56Stad van Jozefat, God vrezende koning.

58:00Hij had rijkdom en eer in overvloed.

58:04Dus als we de heren mogen kennen, hem mogen vrezen.

58:08Dan komt de heren in begeenslaan zijn eer.

58:12Dan is het een zegen voor onszelf.

58:14En dan zijn we toch ook tot nut voor onze naasten.

58:18Een licht op de kandelaar.

58:21Dat zegt toch de zaligmaker van degene die hem kennen en vrezen.

58:25Een zoutend zout.

58:27Tenmidden van een krom en van een verdraaid geslacht.

58:30Schapen tenmidden van de wolven.

58:33Dus u krijgt loon.

58:36Maar u krijgt dat loon niet uit verdiensten, maar u krijgt dat loon uit genade.

58:43Het is een verwaardiging dat u goede werken mag doen.

58:48Het geeft dus geen recht op de zaligheid dat u die goede werken doet.

58:53Maar het is een bewijs dat de overmacht van het woord en het werk van de geest intrek genomen heeft in uw hart.

59:03Dus het is een verwaardiging.

59:06U bouwt geen rechten op.

59:08Op de genade gods.

59:10Maar het is een bewijs dat het zaligmakend werk.

59:15Wat voortvoert uit het welbehagen van God.

59:18Wat door het woord en door de kracht van de geest gewerkt wordt in uw hart.

59:22Dat dat in u mag zijn.

59:25Ik noem u een bijbels voorbeeld gemeente.

59:27Van iemand die zo'n goed werk mocht doen.

59:31En die dat toch beleefde.

59:34dat het uitsluitend genade was.

59:36Romeinse hoofdman.

59:38Hij heeft een ernstig zieke knecht.

59:41En de ouderingen van de synagoge, de Joden, die zeggen...

59:44Heren, die man is het nu echt waardig dat je hem dat doet.

59:48Hij heeft ons volk lief, want hij heeft ons de synagoge gebouwd.

59:55Hij is waardig dat je hem dat doet.

59:58En even later gemeente zegt die man...

1:00:01Zendt die man een bericht tot de zaligmaker en zegt.

1:00:04Heren, ik ben het niet waardig dat gij onder mijn dak zout inkomen.

1:00:08Ziet u, dat zijn nu mensen die goede werken doen.

1:00:12Die krijgen bij dat goede werk wat ze mogen verrichten zoveel zelfkennis.

1:00:18Dat ze de plaats van de verontmoediging leren innemen.

1:00:23En dat ze verwonderd zijn over de goedheid en de genade van God.

1:00:31Op die akker van Boaz.

1:00:33Ze wordt daar verklaard door Boaz.

1:00:36Het is me wel aangezegd.

1:00:37Alles wat gij gedaan hebt.

1:00:39Hoe gij uw land van uw geboorte, uw vader, uw moeder verlaten hebt.

1:00:44En zij het gegaanere volk wat gij tevoren niet kende.

1:00:48En ze zegt, u hebt naar mijn hart gesproken.

1:00:51Hoewel ik niet ben als één uw dienstmaagden.

1:00:55Hoort u het?

1:00:56De verootmoediging niet.

1:00:57U hebt gelijk Boaz.

1:00:59Ik heb er inderdaad al heel veel voor over gehad.

1:01:03Ik ben blij dat u dat opgemerkt hebt.

1:01:05Neem toch.

1:01:06U vindt een diepe verootmoediging en een vernedering bij haar.

1:01:12Daar hebt u het goede werk in de Canaanese vrouw.

1:01:16Ze roept de zaligmaker achterna.

1:01:19Ze krijgt geen antwoord.

1:01:21Maar ze blijft roepen.

1:01:23Ze krijgt antwoord en ze wordt.

1:01:26Vanwege haar roepen, haar kermen, haar zuchten.

1:01:30Een hondeken genoemd.

1:01:32En ze zegt ja heren.

1:01:34Doch de hondekens eten van de kruimkunst die er vallen van de tafel.

1:01:39Van hun heren.

1:01:40Hoort u het?

1:01:42De verwaardiging.

1:01:44Het goede werk.

1:01:46Dat brengt verootmoediging met zich mee.

1:01:49Dat geeft vernedering in het hart.

1:01:51Dat geeft een diepe buiging voor de majesteit en de grootheid gods.

1:01:55U wordt verwaardigd.

1:01:57God maakt onderscheid.

1:01:59Waar geen onderscheid is.

1:02:01U wordt door woord en geest bearbeid.

1:02:04Maar u krijgt tegelijkertijd zelfkennis.

1:02:08U leert uw afkomst verstaan uit Adam.

1:02:12U leert uw hart kennen vol verdorvenheid.

1:02:15U leert ook zien dat de Heer recht heeft op volkomen gehoorzaamheid.

1:02:21En het is maar gebrekkig.

1:02:24Het is maar ten dele.

1:02:25Het is in alles tekort.

1:02:27U beleeft uw tekort.

1:02:30Daar hebt u de oordeelsdag gemeente.

1:02:33Daar staan ze aan de rechterhand.

1:02:36Die de heren gevreesd hebben.

1:02:38En de zaligmakende koning der kerk.

1:02:41Die spreekt het oordeel uit.

1:02:43En die zegt u.

1:02:44Ik was hongerig.

1:02:46En u hebt mij te eten gegeven.

1:02:49Ik was dorstig.

1:02:51En u hebt mij te drinken gegeven.

1:02:53Ik was in de gevangenis.

1:02:55En u hebt mij bezocht.

1:02:58En die rechtvaardigen die zeggen, klopt allemaal.

1:03:00En nog veel meer.

1:03:02Nee, dat zeggen ze niet.

1:03:04Ze zeggen, heren, wanneer hebben wij u dan te eten gegeven?

1:03:09En wanneer hebben wij u dan te drinken gegeven?

1:03:12En wanneer was u dan krank?

1:03:14En wanneer was u in de gevangenis?

1:03:17Zoveel dat gij aan mijn minste broederen gedaan hebt, zo heb gij dat aan mij gedaan.

1:03:23Maar hoort u, wat de beleidenis is van de oprechte.

1:03:27Dus die hebben niet allerlei medailles vanwege hun goede werken op hun borst hangen.

1:03:34Maar hoe meer ze gedaan hebben, hoe lager of ze aan de grond geraakt zijn.

1:03:40Hoe meer verootmoedigd en vernederd of ze zijn.

1:03:44Het is net als een vruchtboom.

1:03:46Die beladen is met vruchten.

1:03:48Dan hangen de takken het laagst aan de grond.

1:03:51Waar de meeste vruchten gevonden worden.

1:03:54Daar hangen de takken het laagst.

1:03:56Zo is het ook met zo'n gelovigen.

1:03:58Hoe meer goede werken, hoe meer godskennis.

1:04:03Hoe meer zelfkennis, hoe meer verwondering.

1:04:07Verwaardigd te zijn, hem de eer en de aanbidding te geven.

1:04:12U leeft, u tekort in gemeente.

1:04:14Wij hebben een volkomen borg en middelaar nodig.

1:04:18De katechisme zegt, deze beloning geschiet niet uit verdiensten.

1:04:24Maar uit genade.

1:04:25Het is alleen genade dat we hem de eer mochten geven.

1:04:30Niet uit u.

1:04:31Het is Gods gaven.

1:04:33Niet uit de werken op dat niemand roemen.

1:04:37Meer goede werken, des te groter de vernedering.

1:04:42Die goede werken zijn nooit de prijs voor de genade.

1:04:47Maar zijn het bewijs van Gods genade in uw hart.

1:04:53Dat u hem mag bedoelen, hem de eer en de aanbidding mag geven.

1:04:58Ja, daar blijft toch eigenlijk helemaal niets van ons over.

1:05:02Geen gerechtigheid kunnen we voortbrengen.

1:05:04En wat we aan goede werken doen, dat is uitsluitend genade.

1:05:10Echt zondaar blijven.

1:05:12Maar dan komt die volgende vraag gemeent in de katechismes.

1:05:17Vraag 64.

1:05:19Maar maak deze leer niet zorgeloze.

1:05:23En goddeloze mensen.

1:05:25Daar komt de laatste tegenwerping in de katechismes.

1:05:29Aangaande de leer van de rechtvaardiging.

1:05:32En heiligmaking.

1:05:34Die verworven is door Christus Jezus.

1:05:37De rechtvaardiging.

1:05:39Hij heeft het vonnis des doods ondergaan.

1:05:42Uitgesproken op de zonde.

1:05:44En de heiligmaking.

1:05:46Hij heeft de gehoorzaamheid verworven.

1:05:49Die een recht geeft.

1:05:51Op het eeuwige leven.

1:05:53Maar als we nu alles uit handen moeten geven.

1:05:57Als we nu tot niets in staat zijn.

1:06:01Als nu alles uit Gods genade voortvloeit.

1:06:05Als dat geleerd wordt.

1:06:07Ja maar maakt dat de mensen dan niet zorgeloos.

1:06:10En goddeloos.

1:06:12Je kan er niets aan doen.

1:06:14Totaal niets.

1:06:16We zijn tot niets in staat.

1:06:18Maar als dat geleerd wordt.

1:06:21Dat maakt toch mensen die zorgeloos worden.

1:06:23Je kan er toch niets aan doen.

1:06:25Dat maakt mensen goddeloos.

1:06:28Je kan toch niets beginnen.

1:06:30Mens kan zich nu eenmaal niet bekeren.

1:06:32We kunnen niet voor de heren leven.

1:06:34We moeten verkoren zijn.

1:06:36En als we niet verkoren zijn, dan komt er toch niets van terecht.

1:06:39U kent zulke redeneringen wel.

1:06:43Zorgeloos gemeente leven.

1:06:46En goddeloos.

1:06:47Maar eigen zin.

1:06:48Het is gemeente.

1:06:50Een tegenwerping in die tijd die bij Rome vandaan kwam.

1:06:54En die ook bij de demonstranten later ook ging leven.

1:06:58Rome die een gedeeltelijke vrije wil leert.

1:07:01En de demonstranten die een volledige vrije wil leren.

1:07:07En de godsdienst bij Rome en bij de demonstranten.

1:07:11Die bestond voor een groot deel uit angst, uit vrees.

1:07:16De mensen moesten in de klem gebracht en gehouden worden.

1:07:20En ze moesten goede werken gaan doen.

1:07:23De leer van de rechtvaardiging in Rome bestond voor een gedeelte uit de prijs die Christus betaald had.

1:07:31Maar er moest een deel van zijn mensenzijde nog toegevoegd worden.

1:07:37En zo werd de mens in de klem gehouden en tot ijver aangezet.

1:07:41Gewillig gemaakt om giften te geven aan de kerk.

1:07:45En ook gedreven om toch godsdienstig te leven.

1:07:50Uit angst voor het oordeel.

1:07:52Uit angst ook voor de toren.

1:07:55De drijfveer was slaafse vrees.

1:07:58Angst, benauwdheid.

1:08:00Of dienstbare vrees.

1:08:02De begeerte om loon.

1:08:06Kijk, en als de Heere in uw leven komt.

1:08:09Dan krijgt de zorgeloosheid een doodsteek.

1:08:13Die wordt u opgezegd.

1:08:14En aan uw goddeloosheid wordt u ontdekt.

1:08:19En u krijgt een heilige ijver, een heilige zorg voor zijn eer en voor zijn naam en voor zijn dienst.

1:08:27De zorgeloosheid die komt aan een eind.

1:08:31En de goddeloosheid gaat u inleven bij uzelf.

1:08:36En het antwoord gemeente maakt ons duidelijk, neen zij.

1:08:40Want het is onmogelijk dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is.

1:08:48niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.

1:08:52Weet uw gemeente wat de Rooms en de Remonstranten niet begrepen?

1:08:56Dat de ware godsdienst geen ogendienst is...

1:09:00maar dat het een liefdedienst is.

1:09:03Geen dienst uit een slaafse vrees, uit angst.

1:09:07Geen dienst om dienstbare vrees, om loon.

1:09:12Maar de ware godsdienst is een liefdedienst.

1:09:17De Heere schiet de pijl af in de weg van waarachtige bekering.

1:09:21En die raakt het hart van de arme zondaar.

1:09:24En die pijl is in de liefde gods gedood.

1:09:28Die geeft terstond een ontdekking aan de majesteit en aan de grootheid gods.

1:09:33En ook een liefdebetrekking op hem.

1:09:35Om hem te dienen.

1:09:37Met een begeerte hem te vrezen.

1:09:41Gedreven ook door de liefde.

1:09:44Ziet die nieuwe wil.

1:09:46Die wordt herschapen.

1:09:47En ondanks de spot van de wereld.

1:09:50De tegenstand.

1:09:52Van buiten.

1:09:53En van binnen.

1:09:54De haat van de vorste duisternis.

1:09:57Er is een liefdebeginsel in het hart.

1:10:00Die de heren gaat zoeken en gaat bedoelen.

1:10:03Om hem zelf.

1:10:06Het is net als met een huwelijk.

1:10:10Dat is toch ook maar een zwak beeld natuurlijk.

1:10:12Maar als u met de bruidegom.

1:10:16Met de bruid begeert het trouwen.

1:10:18Om het bezit van de bruidegom.

1:10:19Of van de bruid.

1:10:20Dat loopt niet goed af gemeente.

1:10:23Dat gaat niet goed.

1:10:24Het gaat om de persoon.

1:10:26Om de ander toch.

1:10:28De liefde is persoonsgericht.

1:10:31En als u de heren gaat dienen.

1:10:33Uit angst voor de hel.

1:10:34Of uit de begeerte voor de hemel.

1:10:37Neem.

1:10:37De ware godsdienst is.

1:10:40Op de heren zelf gericht.

1:10:42Wien heb ik nevens u omhoog.

1:10:44Wat zou mijn hart.

1:10:45Wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten.

1:10:49En u zeide, de Rome en de remonstranten die zeiden.

1:10:54Als u dat gaat leren.

1:10:56Dat het uit enkel genade is.

1:10:59Zonder enige verdiensten.

1:11:01Dan krijgen de mensen niet meer naar de kerk.

1:11:04Dan krijgen ze niet meer tot een gave bewogen.

1:11:07Nee, je moet ze angst en vrees inboezemen.

1:11:10Ze moeten wat doen.

1:11:12Ze moeten zelf ook aan de slag.

1:11:14Hun goede werken zijn van voornaam belang om ze zo meer en meer te binden aan de kerk en aan de dienst, aan de godsdienst.

1:11:26Zorgeloos en godloos, gemeente.

1:11:28Ik zal in de Bijbel een aantal voorbeelden opnoemen van mensen die zeker waren van hun zaligheid.

1:11:36Eet dan.

1:11:37Psalm 89, het eerste vers.

1:11:40Ik zal eeuwig zingen van Gods goede tieren heen.

1:11:45En zijn waarheid en alle tijd vermelden in mijn reen.

1:11:48Nou, dat is iemand die mag zeker weten dat hij zalig zal worden straks.

1:11:54En toen is Eetam de wereld ingetrokken.

1:11:58Toen is hij zorgeloos geworden.

1:12:00Toen is hij goddeloos gaan leven.

1:12:02Wel, nee.

1:12:03U hoort hem verderop in de psalm klagen over de verberging van Gods aangezicht.

1:12:08Maar ach, mijn God, waar blijkt uw trouw nu?

1:12:11Waar uw eer?

1:12:19U ziet wel, het bond juist meer aan de dienst des heren.

1:12:25Het is een liefdedienst.

1:12:27Betrokken op zijn majesteit, op zijn grootheid.

1:12:30Een hartelijk verlangen om voor hem te leven.

1:12:33David, hij mocht van jongs af aan de heren kennen en vrezen.

1:12:39En is hij toen zorgeloos en goddeloos gaan leven?

1:12:42Kijk dat staat in de katechismes gemeente.

1:12:44Het is onmogelijk.

1:12:47Dat als er een levende verbinding mag zijn met de persoon des middelaars.

1:12:51Als we hem door een waar geloof zijn ingeplant.

1:12:55Als er levenssappen getrokken worden.

1:12:59Uit de wortel Davids.

1:13:01Uit de stam van Izzi.

1:13:03Dan is het toch onmogelijk.

1:13:05Dat daar de vruchten van zorgeloosheid en goddeloosheid uit voortkomen.

1:13:12Dat is toch een dwaze, een onschriftuurlijke gedachte die hem toch oneer aandoet.

1:13:18Als u nog openlijk zorgeloos en godloos leeft, is dat een duidelijk bewijs.

1:13:24Dat er geen gelovige toevluchtneming tot de zaligmaker van zondaren heeft plaatsgevonden.

1:13:31Daar hebt u de apostel Paulus.

1:13:34Wat een ijver in de dienst van de levende God.

1:13:37En die is verzekerd dat hij straks behouden en zalig zal worden.

1:13:41Hij zegt, ik weet in wie ik geloofd heb.

1:13:45En hebt u één bewijs dat apostel Paulus daarom zorgeloos en godloos is gaan leven.

1:13:53Integendeel toch.

1:13:54Hij heeft zijn leven opgeteerd in de dienst van de levende God.

1:13:58Dat is koning Josia onder het oude verbond.

1:14:02En hij was zestien jaar oud en hij begon de God van zijn vader David te zoeken.

1:14:08Honderden jaren tevoren zijn vader David geleefd.

1:14:12En hij begon de God van zijn vader David te zoeken.

1:14:15En hij ging een aantal voorvaderen, sloeg hij over en hij kwam bij zijn vader David terecht.

1:14:22En begeerde dien God te dienen van zijn vader David.

1:14:27U kent de geschiedenis waar hij alles gereformeerd heeft in Jeruzalem.

1:14:32Afgodsdienst opgeruimd heeft.

1:14:34En stad en tempel en land gezuiverd heeft van de valse godsdienst, de afgodsdienst.

1:14:42En toen vond hij het wetboek.

1:14:44En toen werd het wetboek hem voorgelezen.

1:14:47En toen dat wetboek hem voorgehouden werd.

1:14:50Toen zei die koning niet.

1:14:53Gelukkig dat ik zo gereformeerd heb.

1:14:55Nee, toen werd hij verbroken.

1:14:58Hij weende zeer.

1:14:59Hij zegt, ga het heen.

1:15:01Vraag de heren voor mij.

1:15:02En voor het overblijfsel van het volk.

1:15:04Want de toren gods zal groot zijn over Jeruzalem.

1:15:09Vanwege de afgodsdienst.

1:15:11En als u dan een vertroosting krijgt.

1:15:14Dat hij gespaard zal worden.

1:15:16Omdat uw hart week geworden is.

1:15:19Dan leest u daarna.

1:15:20Dan gaat u nog meer land en volk oproepen.

1:15:24Om God te dienen.

1:15:26En ruimt u te meer de afgoden nog op.

1:15:29Dus.

1:15:30Dat klopt toch wat hier staat in de Heidelbergse kategorismes.

1:15:34Het is onmogelijk.

1:15:36Dat als we verbonden zijn met de persoon des middelaars.

1:15:41Als we iets kennen van dat waar, zaligmakend geloof, dat onze lust, ons vermaak niet zou zijn om voor de Heer te leven.

1:15:50Hem te zoeken, hem te bedoelen, dat is toch een vanzelfsheid.

1:15:55Om hem de eer en de aanbidding te geven.

1:15:59De Dordtse vaderengemeente zeggen in het eerste hoofdstuk van de Dordtse leerregels, als het ook gaat om de leer van de verkiezing,

1:16:08dan...

1:16:09Zijn de vruchten het bewijs van de verkiezing.

1:16:13Als we voor God begeren te leven.

1:16:15Naar zijn inzettingen.

1:16:17Als we voor een ganster harten met de zonde begeren te breken.

1:16:21Als we de vruchten mogen voorbrengen van oprecht geloof.

1:16:25Van ootmoed.

1:16:26Van vernedering.

1:16:28Van binding aan zijn dienst.

1:16:30Dan is dat het bewijs van zijn verkiezende liefde.

1:16:35Als we daar iets van mogen verstaan van die verkiezende liefde...

1:16:39zullen we te meer ons verootmoedigen, zo zeggen de Dordtse vaderen...

1:16:43voor de majesteit en de grootheid Gods.

1:16:46En des te meer verlangen om Hem te dienen, Hem te vrezen en voor Hem te leven.

1:16:54Rome en de remonstranten en de natuurlijke mens...

1:16:58verstaat niet dat de dienst van God een liefdedienst is.

1:17:04En vanzelfsheid is voor het hart.

1:17:06En vermaak in het woord.

1:17:08In de wet gods.

1:17:10En begeerte me David.

1:17:12Hoe zoet zij mij.

1:17:13Uw redenen geweest.

1:17:15Een verlangen.

1:17:16Ja ook een beleidenis.

1:17:18Wat u ook uitspreekt.

1:17:20Op zalm 119 vers 83.

1:17:22Wat vree heeft elk.

1:17:24Die uw wet bemint.

1:17:26Zij zullen aan geen hinderpaal.

1:17:28Zich stoten.

1:17:29We gaan het ook eerst zingen.

1:17:31Ik heren.

1:17:32die al mijn blijdschap in u vindt.

1:17:35Hoop op uw heil met al uw gunstgenoten.

1:17:38Ik doe u gewoon, oprecht en welgezind.

1:17:43Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

1:17:46Psalm 119, vers 83.

1:17:48[GEZANG]

1:20:52Nimmer gescheiden.

1:20:54De Dordtse vaderen, maar ook de oudvaders hebben geleerd op grond van de schrift.

1:20:58Waar de rechtvaardiging is, daar vindt u ook de heiligmaking.

1:21:03En soms als het voor de rechtvaardiging, als dat verduisterd ligt voor de arme zondaar.

1:21:08Mag die vanuit de heiligmaking vertrouwd zijn.

1:21:12Dat u ook deelt in de vergeving.

1:21:14Als daar de worsteling, de strijd ervaren wordt.

1:21:18Tegen die driekoppige vijand.

1:21:20De smart over de zonde.

1:21:22Het haten en het vlieden van datgene wat God haat.

1:21:25De begeerte om hem te bedoelen.

1:21:28Er is een eenheid in.

1:21:30Rechtvaardiging en heiligmaking.

1:21:32Ze vloeien voort.

1:21:33Uit die ene bron.

1:21:36Kruishout van Golgotha.

1:21:38Het hart van de zaligmaker.

1:21:40Wat doorstoken door wond werd.

1:21:43Bloed en water vloeiden uit.

1:21:46En in zondag 23.

1:21:49Daar wordt de rechtvaardiging geleerd.

1:21:52Om niet.

1:21:53En de heiligmaking.

1:21:55Eveneens om niet.

1:21:57In zondag 24.

1:21:59Het vloeit alles voort.

1:22:01Uit de Christus.

1:22:02Ter schriften.

1:22:04En als we werkelijk delen mogen.

1:22:07In het geestelijke leven.

1:22:08Dan worden wij een steeds groter zondaar.

1:22:11Een verloren zondaar.

1:22:13En we komen niet.

1:22:14In een hogere stand terecht.

1:22:16Als de gestand van de bedelaar.

1:22:19Zondaar.

1:22:20En bedelaar, vernederend vindt u niet.

1:22:24Maar hebt u dan iets in uzelf wat u een hogere stand zou kunnen geven?

1:22:30Komt u dan bij uzelf zuivere, reine, volmaakte dingen tegen...

1:22:36die een overeenstemming zouden kunnen zijn met Gods wet...

1:22:40die u een andere plaats zouden geven als de dichter die zegt...

1:22:45wil uw knecht door schuld verslagen, o heren, niet voor uw vier schadagen.

1:22:51Zou u dan een andere psalm kunnen zingen als David die zegt...

1:22:54Psalm 130, zo gij de ongerechte geden gade slaat.

1:22:59Heren, wie zal bestaan?

1:23:02Kunt u dan een andere lofzang zingen als dat Daniel deed?

1:23:07Als ik zo bad en beleed mijn zonde en de zonde van mijn volk.

1:23:14Kunt u dan een andere taal hanteren als die van Abraham die zegt...

1:23:18Ik heb mij onderwonden.

1:23:20Om tot u te spreken, terwijl ik stof, mijn nietigheid en as, mijn strafwaardigheid leid.

1:23:28Het is toch de taal van de levende kerk.

1:23:31Het gehele psalmboek staat er vol van.

1:23:33Dat wij, als we goede werken mogen doen, dat dat ook een genade gaven van God is.

1:23:41Een verwaardiging, vernederend, maar toch ook vertroostend als u zelf recht leert kennen.

1:23:48Dat nu alles uit handen gegeven mag worden.

1:23:51Dat rechtvaardiging en heiligmaking.

1:23:55De heerlijkmaking.

1:23:57Dat alles verworven is in de persoon des middelaars.

1:24:01En dat we telkens als een noodrustige.

1:24:03Als een arme.

1:24:04Als een verlegen zondaar.

1:24:07Tot de troon der genade moeten komen.

1:24:10Vertrozen toch dat het ook niet hoeft.

1:24:13David zegt in Psalm 116.

1:24:15Wat zal ik den Heere vergelden voor al zijn weldaden aan mij bewezen?

1:24:21Wat zal ik vergelden?

1:24:22Hij heeft niets om te vergelden.

1:24:24Totaal niets.

1:24:26Maar u hoeft ook niets te hebben om te vergelden.

1:24:30Als zo'n verlegen zon daar te buigen aan de voeten van hem.

1:24:36Uitwins hart.

1:24:39Rechtvaardiging.

1:24:40Heiligmaking.

1:24:41Een volkomen verlossing vloeit.

1:24:43Een volkomen borg.

1:24:46En zalig maken.

1:24:47Ach wilt u nu echt.

1:24:49Met die weinige ogenblikken in uw leven dat u hem bedoelt.

1:24:54Wilt u nu dat offer voorbij gaan.

1:24:57Die prijs die hij betaald heeft.

1:25:00Die schuld die hij verzoend heeft.

1:25:02Die gerechtigheid die hij verworven heeft.

1:25:06Wilt u die dan geringer achten.

1:25:08Dan die weinige tranen van u.

1:25:11Die enkele ogenblikken.

1:25:13Dat u de strijd tegen de zonde mag voeren.

1:25:16Maar dan weer in moedeloosheid of in twijfelmoedigheid geraakt.

1:25:21Het gaat gemeente om zijn werk.

1:25:23Dat is het beste werk.

1:25:26Het werd niet begrepen door de wereld.

1:25:28De Griek achtte de dwaasheid.

1:25:30Het werd veracht op het kerkenkerf.

1:25:34Het is de Jood een ergernis.

1:25:36Het werd bespot en gehoond toen hij dat goede werk ook aanbracht.

1:25:42Een doornenkroon kreeg hij op het hoofd.

1:25:44Een spotmantel om de schouders.

1:25:46Een rietstaf in de hand.

1:25:48Toen hij dat grote goede, dat allerbeste werk, dat grote verheerlijkende, dat zielzaligende werk verrichtte.

1:25:57Toen werd hem spot en hoon en bittere verachting aangedaan.

1:26:03Maar, dien die gelooft, is hij de kracht en de wijsheid Gods omhelst.

1:26:11Door het oprecht waar zaligmakend geloof.

1:26:14De zaligmaker van zondaren.

1:26:17Kijk en als u dat leert zien gemeente.

1:26:20Dan krijgt u ook een heilige zorgeloosheid.

1:26:24Een heilige zorgeloosheid.

1:26:26Dat hij ervoor gezorgd is.

1:26:28Dat hij betaald heeft.

1:26:30En dan krijgt u een doorleefde goddeloosheid.

1:26:35Ziende op uzelf.

1:26:37Een heilige zorgeloosheid ziende op hem.

1:26:41En het doorleefde zorgeloosheid die u in de gestalte van diepe veropmoediging brengt en houdt.

1:26:48En daarom, als u nog de zorgeloosheid uitleeft en de goddeloosheid bedrijft, smeet dan toch om zijn gerechtigheid.

1:26:59Om zijn barmhartigheid.

1:27:01Om hem te vrezen, hem te dienen, tot hem te zuchten, tot hem te vluchten.

1:27:08O die moorden naar het kruis.

1:27:10In zijn uiterste.

1:27:12Onder de prediking van dat evangelie.

1:27:15Die smeekte gedenk mijner.

1:27:18Als je in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:27:21Prees de zaligmaker.

1:27:23Hij beleed zijn onschuld.

1:27:25Hij beleed zijn koningschap.

1:27:27Als jij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:27:31En hij vroeg om een gedachte.

1:27:32Wat werd in rijk uitbetaald.

1:27:36Maar het is toch echt genadeloos.

1:27:38Als iemand zo zijn leven doorgebracht heeft.

1:27:41Zo verzondigd heeft.

1:27:43En als hij in zijn uiterste, niet te min, zijn laatste dag.

1:27:48Zijn beste dag.

1:27:50Dat goede werk van de Zaligmaker bekroonde met eer en heerlijkheid.

1:27:55Als jij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:27:58Wat kreeg je een rijk loon uitbetaald.

1:28:03Maar het was een genade loon.

1:28:05Heden zult jij met mij in het paradijs zijn.

1:28:08Ziet, die begeerte dat vermaak in de dingen van Gods Koninkrijk.

1:28:13Wie heeft lust de Heren te vrezen?

1:28:17Het allerhoogst en eeuwig goed.

1:28:20God zal zelf zijn lijstman wezen.

1:28:23De lust, het vermaak, de liefde tot de Heren en tot zijn dienst.

1:28:28Een apostelgemeente die zegt, al degene die zijn verschijning hebben lief gehad.

1:28:35De kern van het geestelijke leven.

1:28:38Liefde tot God en Christus.

1:28:41Door de kracht van de heilige geest.

1:28:44Hem de eer en de aanbidding te geven.

1:28:46U schiet toch in alles tekort.

1:28:48Hebt u dat nooit?

1:28:50Die afdwalende gedachten tijdens uw gebed.

1:28:53Of de psalm gezongen in de kerk.

1:28:56Ja, wat hebben we eigenlijk gezongen?

1:28:58De Bijbel gelezen.

1:29:00Ja, wat is er van nagebleven?

1:29:02Onze beste werken toch.

1:29:04De heren zoeken.

1:29:06Gods woord lezen.

1:29:08De psalmen zingen, maar het is toch alles vol tekort.

1:29:12Vol gebrek, vol zonde.

1:29:14Onze beste werken zijn onvolkomen en met zonde bevlekt.

1:29:20Maar dan hij, de zaligmaker van zondaren.

1:29:23De voorspraak voor de overtreders.

1:29:27Een volkomen borg en middelaar die het gezegd heeft.

1:29:31Ik voor u, dat geen ander te eeuwige dood had moeten sterven.

1:29:37Rechtvaardiging.

1:29:39Vergeving zondag 23.

1:29:42Heiligmaking.

1:29:43Het recht verworven op het eeuwige leven.

1:29:46Is uitsluitend.

1:29:47Door hem verworven.

1:29:49De zaligmaker van zondagen.

1:29:52En zijn kerk.

1:29:54Zijn volk.

1:29:55Komt niet verder.

1:29:56Als een hartelijke wens.

1:29:58Een begeerte.

1:29:59Om inbeginsel voor hem te leven.

1:30:02Naar al zijn geboden.

1:30:03En inzettingen.

1:30:05En als het straks sterven wordt, dan wordt er van hen gezegd dat vrome volk in u verheugt.

1:30:11Zal dan huppelen van ziele vreugd.

1:30:14Daar zij hun wens, namelijk omstoreloos, omzondeloos, omeindeloos.

1:30:21Dat lam gods de eer en de aanbidding te geven, daar zij hun wens verkrijgen.

1:30:28Amen.

1:30:29Eindigen wij met gebed.

1:30:33Heren, gij bracht ons in dit avontuur rondom dit uw woord bijeen.

1:30:37De leidende kerk waarin ons getekend wordt.

1:30:42Wat we geworden zijn en wat we blijven in onszelf.

1:30:47In deze bedeling.

1:30:49O dat u aan uw eer komt.

1:30:53In uw welbehagen.

1:30:55In het offer van uw zoon.

1:30:58Door de kracht van uw heilige geest.

1:31:00U de drieënige, de eer.

1:31:03De aanbidding hier in beginsel.

1:31:06Straks in alle volkomenheid.

1:31:09Wil er plaats voor maken in onze harten.

1:31:12Gedenk ons.

1:31:13In uw genade getrouw.

1:31:15Verzoen wat niet was naar uw woord.

1:31:18Gedenk u hier ook deze gemeente ook.

1:31:20Deze periode van vakant zijn.

1:31:23Wil ook de beroepen predikant helderheid en duidelijkheid geven.

1:31:28Schenk ook uw zegen ook in het midden van dit volk.

1:31:32Wil zo.

1:31:34Ook in deze week zijn we te rauwdragenden.

1:31:37Die grafwaarts moeten gaan.

1:31:39Om een geliefde uit te dragen.

1:31:41Kunnen ze ook daarbij ondersteunen.

1:31:43Geven wat nodig is.

1:31:45Ik denk ook het bruidsparlement in het huwelijk hoop te treden.

1:31:50Wil ons ook voor de arbeid toerist ingeven.

1:31:54En ook schenken bovenal dat onze gedachten.

1:31:59Ook tijdens onze werkzaamheden zich bezig mogen houden.

1:32:04Met hem die zichzelf gaf als grond tot rechtvaardiging.

1:32:10De vergeving als bron tot heidigmaking.

1:32:14De goede werken als oorzaak van volkomen verlossing.

1:32:20Behoed en bewaar u ons op en over gevaarvolle wegen.

1:32:24En breng ons op de bestemde plaats.

1:32:27Gedenk u ook de alleenstaande en de alleengaande.

1:32:31Laat de grootheid uw genade.

1:32:34Om Jezus willen.

1:32:36Amen.

1:32:38Wij zingen tot slot het psalm 68 en daarvan het tweede en het zeventiende vers.

1:32:44Het vrome volken u verheugt, zal huppelen van zielenvreugd.

1:32:48En ook het zeventiende vers, hoe groot, hoe vreselijk, zei het galom.

1:32:52Psalm 68, vers 2 en 17.

1:32:55[GEZANG]

1:38:19Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.

1:38:22De Heren zegenen u en behoeden u.

1:38:26De heren toe zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.

1:38:31De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:38:38Amen.

1:38:39[GEZANG]