Matthéüs 3: 10 - 12; Prediking Johannes de Doper

zondag 11 januari 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. D. Heemskerk · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

8:53Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen

9:05houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.

9:13Amen.

9:15Genade, warmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.

9:22Door Christus Jezus zijn Zoon.

9:25In de gemeenschap des Heiligen Geestes.

9:30Amen.

9:33Gemeente, vooraf moeten wij u bekendmaken.

9:36Op woensdag 7 januari nam de Heer uit het midden van zijn familie weg.

9:42De Heer Cornelis Meuleman, de leeftijd van 63 jaar.

9:48Laatst gewoondhebbend in de Zuidwesten.

9:53Het Nesseroord, de Middelharnis.

9:55De heren gedenken de rouwdragende familie.

9:58De rouwdienst vindt morgenmiddag plaats.

10:02Aanvang kwart over één in Ebena Ezer.

10:06In verband met het overlijden beginnen wij deze dienst met het zingen uit Psalm 144.

10:12Daarvan een tweede vers.

10:15Psalm 144, vers 2.

10:17Wat is de mens?

10:18Wat is in hem te prijzen?

10:21Dat gij, o heren, hem gunsten wil bewijzen.

10:24Dat gij hem kent, wat is des mensen kind.

10:27Dat gij het acht en zo getrouw bemint.

10:31En wat er verder volgt in de tweede vers van Psalm 144.

10:35Wij

10:35[GEZANG]

14:28openen godsheilig en dierbaar woord in het evangelie van Matthäus.

14:33Daarvan naderen we het derde hoofdstuk te beginnen bij het eerste tot en met de twaalfde vers.

14:39Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 3.

14:43Vers 1 tot en met 12.

14:45Toen sprak

14:51God al deze woorden zeggende.

14:54[GEZANG]

15:14Van hetgeen dat boven in de hemel is.

15:17Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.

15:21Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:25Gij zult u voor die die buigen nog hen dienen.

15:30Want ik de Heere uw God ben een ijveren God.

15:34Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen aan het derde.

15:41En aan het veerde lid dergenen die mij haten.

15:44En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen.

15:49Die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.

15:54Gij zult de naam des heren uw schots niet eindelijk gebruiken.

16:00Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.

16:07Gedenk den sabbedag dat gij dien heiligt.

16:10Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

16:20Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling

16:32die in uw poorten is.

16:35Want in zes dagen heeft de Heer het in hemel en de aarde gemaakt.

16:40De zee en alles wat daarin is.

16:43En in ruste ten zevende dagen.

16:47Daarom zegende de Heere den Sabbatach.

16:50En heiligde denzelven.

16:53Eer uw vader en uw moeder.

16:56Opdat uw dagen verlengd worden.

16:58In het land dat u de Heere uw God geeft.

17:02Gij zult niet doodstaan.

17:05Gij zult niet echtbreken.

17:07Gij zult niet stelen.

17:10Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17:15Gij zult niet begeren uw snaasten huis.

17:18Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw

17:30snaasten is.

17:32Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 3, te beginnen bij het eerste tot en met het twaalfde vers.

17:40Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

17:43En in die dagen kwam Johannes de doper.

17:47Predikende in de woestijn van Judea.

17:51En zeggende bekeert u.

17:53Want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

17:58Want deze is het van de welken gesproken is door Jezaja de profeet.

18:03Zeggende de stem des roepende in de woestijn.

18:07Bereid een weg des heren.

18:24[GEZANG]

18:40ziende velen van de fariseeën en sadduzeeën tot zijn doop komen, sprak tot hen, gij adderen gebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van

18:52den toekomende toren, brengt dan vruchten voort der bekering waardig.

18:59En meent niet bij u zelven te zeggen, wij hebben Abraham tot een vader, want ik zeg u dat, God zelfs uit deze stenen,

19:09Abraham kinderen kan verwekken.

19:12En ook is al reden de bijl aan de wortel der bomen gelegd.

19:17Alle boom dan, die geen goede vrucht voorbrengt, wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.

19:25Ik doop u wel met water tot bekering, maar die namen komt is sterker dan ik, wiens schoenen ik niet waardig ben hem na te dragen.

19:36Die zal u met een heilige geest en met vuur dopen.

19:40Wie een zwan in zijn hand is.

19:43En hij zal zijn dorstloer doorzuiveren.

19:46En zijn tarwe in zijn schuur samenbrengen.

19:49En zal het kaf met onuitlustelijk vuur verbranden.

19:54Tot zover de schriftlezing.

19:58Gemeente de Voorbede willen we denken aan de rouwtragende familie Meuleman.

20:02En dominee Joppe en zijn gezin in verband met het uitgebrachte beroep.

20:07Art Dan en Leonie van der Klooster die aanstaande vrijdag in het huwelijk hoop te treden.

20:14Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

20:20Almachtige, eeuwige God.

20:22Het is uw trouw, uw langmoedigheid, uw goedheid.

20:26Dat u ons op deed staan en uit deed gaan naar deze plaats des gebeds.

20:32Of dat we met deze plaats verbonden mogen zijn als ouderdom.

20:38Gebreken of andere omstandigheden.

20:41Ons hinderen om samen te komen met de gemeente.

20:46Opdat we ons zouden stellen onder uw godlijke en onfeilbaar woord.

20:50Het welke we reeds gelezen hebben.

20:52Uw heilige wet die een volkomen gehoorzaamheid eist.

20:57Uw onvergankelijk eeuwig blijvend getuigenis.

21:01Het is immers uw dag die naar uw naam genoemd is.

21:05Aan uw dienst gewijd en geheiligd is.

21:10Het is dat gij ook toont uw langmoedigheid in alles.

21:14Uw woord ook waarmaakt dat zomer en winter en dag en nacht niet zullen ophouden.

21:22Totdat u de tijd gesteld hebt dat er een volleinde komt aan deze bedeling.

21:28U toont dat in het Rijk der Schepping.

21:30De waarheid, de vastheid van uw woord al zoveel duizenden jaren.

21:37U toont dat ook.

21:39In de verkondiging van uw woord.

21:41De voortgang daarvan.

21:43Dat zolang de zon en de maan schijnt.

21:46Gij door zult gaan.

21:47Met uw kerkvergaderend werk.

21:50Met de verkondiging van uw getuigenis.

21:54Gegrond op het offer van uw zoon.

21:57Waardoor gij uw welbehagen uitvoert.

22:00Wat u uitgedacht hebt van voor de grondligging der wereld.

22:03En openbaart in de tijd.

22:06En daartoe gebruikt.

22:08Dat eenvoudige middel.

22:10De dwaasheid der prediking.

22:12Om de blinde ogen te openen.

22:15Om zondaren te stuiten.

22:18In hun zonde loop op de brede weg.

22:21Om kreupelen te doen wandelen.

22:23Om armen bekend te maken.

22:26Met de boodschap van vrije genade.

22:29Van uw evangelie.

22:32Heren wil dan ook op deze dag onder ons wonen.

22:35En in ons werken.

22:38En uw woord bevestigen aan de harten van arme verloren zondaren.

22:43Dat wij uw stem daarin zouden mogen horen.

22:46De vastheid, de waarachtigheid, de betrouwbaarheid van uw woord leerden aanbidden.

22:53En leren aangreven.

22:55En in dat spoor van uw goddelijk woord onze gang, onze treden vast te mogen maken.

23:01Bij aanvang of verdere voortgang.

23:05U hebt u zo menigmaal bediend.

23:08Van deze middelijke weg.

23:09Uw koninkrijk gebouwd en uitgebreid.

23:13De werken van de vorste duisternis afbreuk gedaan.

23:17Weer het ook op deze uw dag doen.

23:19Tot roem van uw grote naam.

23:22Gedenk u heren dan ook ter uitdragenden ook.

23:26Die getroffen zijn door het smartelijk verlies.

23:29Van een geliefde zoon, een broer, een zwager.

23:36Anders begaafd die zijn plaats zo lange tijd gehad heeft in Ernesteroord.

23:42De Zuidwesten, gedenken we ook de medebewoners.

23:45De kring waarin hij zo lange tijd verkeerd heeft en die ook zozeer aan hem verbonden waren.

23:51Maar ook zijn familie, ook met deze bijzondere zorg.

23:56Breid ontfermend en genadig uw handen over en uit.

24:00En wil u zonder steunen en ook vertroosten ook in de weg die ze hierin hebben te gaan.

24:07Betoon zo uw genadige trouw en uw bijstand.

24:10U bepaalt ons geboorteuur.

24:13U stelt ook de grens aan ons leven.

24:17O, dat we het toch mogen opmerken.

24:20O, dat we ook onze dagen leren tellen.

24:23Een wijks hart zullen bekomen wat naar u vraagt en wat naar u zoekt.

24:28Gedenk u al de andere rouwdragenden die er ook zijn in het bidden van de gemeente.

24:33Het onderscheiden, verlies.

24:37Ook van de afgelopen periode, smartelijke diepe weven die bewandeld moesten worden.

24:42Het is u op het allervoormaaks bekend.

24:45U wilt al geven dat er niet bezweken wordt onder de last die opgelegd wordt.

24:51Maar dat het ons uitdrijft tot uw genade troon.

24:55Breid zo uw handen uit bij een verlies van een man, van een vrouw, van een kind, van kinderen, van ouders, heren.

25:04U weet alle omstandigheden ontferm u zo.

25:08Naar uw barmhartigheden.

25:10U wil ook zijn met de zieken thuis in ziekenhuizen.

25:14Of die kuren ondergaan behandelingen.

25:19Of die onderzoeken hebben af te wachten.

25:22U kent ze in al hun zorgen, al hun noden.

25:26U bent toch die grote medicijnmeester.

25:29U wilt toch geven dat u bovenal benodigd mag worden.

25:34...aangeroepen mag worden in de noden van het lichaam en van de ziel.

25:39Gedenk zo in alle omstandigheden, noden en zorgen, psychische noden.

25:46Geef ook daar uw ondersteuning, uw trouw, uw goedheid in.

25:50Dervaren, gehandicapten en al diegenen aan wie ze verbonden zijn.

25:55U weet ook van al die nood, al die zorg.

25:59Gedenk u.

26:00De bewoners van de Vijver, wil u ook hen gedenken.

26:04Ook hen schenken wat ze nodig hebben.

26:07Ook als daar een lege plaats gevallen is zo kort geleden.

26:11Wil ook de bezoekers van de oase uw hulp, uw bijstand betonen.

26:15Ook hen periode geven die gezegend mag worden voor lichaam en ziel.

26:21Heren, zie zo nog neder in alle noden, alle zorgen.

26:25Die u op het aller volmaakt bekend zijn.

26:28Breid zo ontfermend en zegenend uw handen uit.

26:32Gedenk u ook, de gemeente ook.

26:35Als er een beroep is uitgebracht.

26:37Jullie ook de beroepen predikant.

26:40Licht en wijsheid geven.

26:42Om een beslissing te nemen voor uw aangezicht.

26:45Dan zal dat goed zijn voor de gemeente waar hij nog is.

26:49En voor deze gemeente.

26:51En ook voor hemzelf.

26:52En bovenal voor uw naam.

26:54En voor uw eer.

26:55Ontferm uw zoon naar de grootheid uw barmhartigheden.

26:59Weer ook bruidsbaar gedenken wat deze week in het huwelijk hoopt te treden.

27:05Wil ze ook met uw gunst en zegen vergezellen.

27:09Dat uw woord de lamp voor hun voet en tot een licht op hun levenspad mag zijn.

27:15Ontferm uw zoon naar de grootheid uw barmhartigheid.

27:19En ontsluit zo uw woord, ook als wij uw woord hopen te overdenken.

27:26Die bediening van uw heilige geest geven.

27:28Die u ook toezegt.

27:30Dien doop met uw heilige geest.

27:34Met dat vuur, met dat licht ontferm u zo.

27:39Opdat uw naam nog de eer, de heerlijkheid zal mogen ontvangen.

27:43Wij vragen u dit om Jezus willen.

27:47Uitgenade.

27:48Amen.

27:52Gemeente de Engel had gesproken tot Zacharias in het heiligdom.

27:56Toen hij de geboorteaankondiging deed van Johannes de Doper.

28:01Dat hij het hart van de vaderen wederbrengen zou tot de kinderen.

28:05En het hart van de kinderen tot de vaderen.

28:08Om den heren te bereiden een toegerust volk.

28:12Dus dat waren ze niet toegerust.

28:16Ze moesten daartoe bereid worden.

28:18Om hem te bereiden een toegerust volk.

28:22En door...

28:23Hem toe te bereiden gebruikt de Heer een middel.

28:26En dat middel is de prediking van zijn godelijk getuigenis.

28:31En onze tekstwoorden spreken daar ook van.

28:33Welke boodschap zij ontvingen om toebereid te worden.

28:37Om hem te eren en te vrezen.

28:40U vindt de woorden van onze teksten uit uw voorgerezen schriftgedeelte.

28:45Matthijs 3 vers 10 tot en met 12.

28:49Waar het woord God zelfs volgt tot ons komt.

28:52Matthijs 3 vers 10 tot en met 12.

28:55En ook is al reden de bijl aan den wortel der bomen gelegd.

29:00Alle boom dan die geen goede vrucht voorbrengt wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.

29:07Ik doop u wel met water tot bekering.

29:11Maar die na mij komt is sterker dan ik.

29:15Wiens schoenen ik niet waardig ben hem na te dragen.

29:19Die zal u met een heidige geest en met vuur dopen.

29:23Wie een zwang in zijn hand is en die zal zijn dorst doordoor zuiveren.

29:28En zijn tarwe in zijn schuur samenbrengen.

29:31En zal het kaf met onuitblustelijk vuur verbranden.

29:35We willen vanuit deze tekst worden stilstaan bij een viertal gedachten.

29:39De tekst spreekt ten eerste van de bestraffing.

29:42Ten tweede van de onderwijzing.

29:45Ten derde van de zuivering.

29:47En ten vierde van...

29:48De vertroosting.

29:50Onze tekstwoorden spreken ons ten eerste van de bestraffing.

29:53Ten tweede van de onderwijzing.

29:55Ten derde van de zuivering.

29:57En ten vierde van de vertroosting.

30:00Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.

30:03Gaan we eerst zingen uit Psalm 25 vers 3, 4 en 5.

30:08Psalm 25 vers 3.

30:10Denk aan het vaderlijk midogen, heren, waarop ik bid en pleit.

30:16Het vierde vers, Heer een goedheid kent geen panen, God is recht, dus zal ik door onderwijzing hen die dwalen brengen in het rechte spoor.

30:26En ook het vijfde vers, louter goedheid liefde koorden, waarheid zijn des Heeren paan.

30:33En we deden nu nog mee dat woensdag 14 januari is er een kerkdienst waarin de beroepen predikant dominee J.

30:41Joppe uit Barneveld voor zal gaan.

30:44De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.

30:49Vrijdag 16 januari zal de kerkelijke huwelijksbevestiging...

30:53van Adriaan Damp, Hazersweg 40...

30:57en Apollonia Geertruida van der Klooster, Bolenweg 18b plaatsvinden.

31:04Deze dienst zal door mevrouw Everhelst uit Medesand voorgaan.

31:08Deze vangt aan om half drie.

31:10En van de genoemde voornemens geldt, zo de heer wil...

31:14En wij leven.

31:16En de collecten in deze dienst zijn in de eerste voor Timotheus.

31:20In de tweede voor de kervoordij.

31:22En in de derde voor de aflossing kerk.

31:25En deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.

31:29Terwijl wij zingen uit Psalm 25 vers 3, 4 en 5.

31:33[GEZANG]

39:36Gemeente, onze tekstwoorden die spreken van hemels onderwijs.

39:41Wat duidelijk.

39:42Voorzegd is in het Oude Testament door de grote profeet Isaiah.

39:47Die gesproken heeft van de komst van deze voorloper.

39:51Van deze oud-testementische idea.

39:55Het is herhaald ook in de laatste schriftprofeet van het Oude Testament.

39:59De profeet Mandejachi.

40:01Het laatste hoofdstuk wordt gesproken van de nieuw-testementische idea die komen zou.

40:09En die het woord Gods op.

40:12krachtige, ontdekkende, op scherpe, vermanende, maar ook vertroostende wijzen zou uitspreken ook onder het volk.

40:21En die laatste woorden van de laatste profeet van het Oude Testament zijn in het eerste hoofdstuk van het Lukas-evangelie herhaald door de

40:33engel die uit het hemelsheiligdom gekomen is, afgedaald is.

40:39Bij het altaar stond het reukwerk over altaar waar de oude Zacharias de priesterlijke bediening uitoefende.

40:47En die heeft ook diezelfde woorden gesproken en de aankondiging gedaan van de voorloper van de zaligmaker Johannes de Doper.

40:58En Elisabeth heeft de vrucht mogen dragen en al gevoeld in haar lichaam voordat hij geboren was.

41:07Wat een bijzonder kind of deze Johannes zou zijn die al voor de geboorte opsprong in het lichaam van zijn moeder.

41:16Om de groetenis te geven aan de koning der kerk die gedragen werd door de maagd Maria.

41:25Het is dus betrouwbaar onderwijs wat we vinden in de woorden van onze tekst.

41:29Het is een prediking van de voorloper van de zaligmaker.

41:37als in het Nieuwe Testament door de heilige geest is aangekondigd.

41:42Dus als u deze verkondiging van het woord scherp vindt...

41:46misschien ook wel hard overkomt voor uw gevoel...

41:50als u hoorder zou zijn onder zulke bediening, bedenk toch...

41:54dat het onderwijs is uitgedacht door God de Vader...

41:59en geïnspireerd door de kracht van de heilige geest...

42:03en dat dit geboden is.

42:05Door de koning der kerk.

42:07Het is bepaald niet eenvoudig.

42:09Als u een reis maakt naar de Jordaan.

42:12Om daar onder het gehoor te verkeren van Johannes de Doper.

42:16En ongetwijfeld daar enige uren over gedaan heeft om dat te komen.

42:22En de aanspraak is niet broeder en zuster.

42:25Maar is gij adderige broedsels.

42:28Zo worden ze genoemd.

42:30Wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende.

42:34Maar wanneer er een ernstige kwaad is, gemeente, dan is ook de behandeling soms extra pijnlijk.

42:45Wanneer de zonde, de hoogmoed, de eigen gerechtigheid, de zelfgenoegzaamheid zo diep wortelgeschoten heeft in het oude ademverstaan,

42:57dan zijn er ook krachtige middelen nodig om daarbij bekendgemaakt te worden, om daar ook...

43:04...aan ontdekt te worden.

43:06Dat gehoor van deze Johannes de Doper...

43:09...dat zat zo vast op de droesen van hun eigen gerechtigheid.

43:14Ze hadden nog zulke hoge gedachten van hun werkheidigheid...

43:19...en waren vervuld met zelfgenoegzaamheid.

43:23Ze moesten dus wakker geschud worden.

43:25Ze hadden dus een ernstige, een duidelijke...

43:29...een zeer bestraffende, een ontdekkende...

43:32aanspraak nodig om wakker gemaakt te worden.

43:36Ze behoorden bij de geruste de Sion en bij de zekeren op de berg van Samaria.

43:44Ze meenden een vaste, zekere grond om zichzelf te hebben.

43:49En daarom wordt deze aanspraak ook gehanteerd.

43:53Bepaald, niet liefelijk, maar wel waar.

43:57Het toonde wel de werkelijkheid.

44:00van hun verloren zondaars bestaan.

44:03Jona werd gezonden naar Nineveh.

44:06Ook bepaald niet met een aangename boodschap.

44:09Nog veertig dagen en Nineveh zal worden omgekeerd.

44:15En het werd gezegend door de kracht van de heidige geest.

44:20En deze mensen waren ook zo vast overtuigd.

44:23Ze waren immers nazaten van Abraham.

44:27Ze droegen het teken van het verbond in het lichaam.

44:30Er was van hun levenshandel en wandel in uitwendige zin niets te zeggen.

44:36Ze hadden daarom zekerheid.

44:39Ze zouden ongetwijfeld straks verwelkomd worden in de hemelstad Jeruzalem.

44:45Vanwege hun eigen gerechtigheid en werkheiligheid.

44:51Beza, een van de reformatoren.

44:54Eén van de tijdgenoten van Kalfijn die zegt, niets staat ons in de weg om een hoge dunk van onszelf te hebben.

45:04Niets staat ons in de weg, geldt ook voor u en voor mij, om een hoge dunk ook van onszelf te hebben.

45:14En vandaar deze prediking dat deze Johannes de Doper zegt in de woorden van onze tekst.

45:20En de bijl ligt al reden aan de wortel.

45:24En de kanttekening van de Statenvertaling maakt duidelijk dat het hier gaat om de strafoefenende gerechtigheid van God.

45:35De toren God die zeer ontstoken is tegen Jeruzalem, de stad Davids.

45:43En dat straks de Romeinen zullen komen en deze stad zullen belegeren en een grote verwoesting ook zullen aanbrengen.

45:53En ook deze fariseeën en schriftgeleerden, het Sanhedrin, deze grote bomen die bij zichzelf de gedachte hadden dat ze groen en fris waren.

46:05Deze eikenbomen van vermeende eigen gerechtigheid en zelfgenoegzaamheid die met hun wortels gevoed werden door onkunde, door

46:18ongeloof en door hoogmoed.

46:22Die geen goede vruchten voorbrachten.

46:25Zoals de schrift eist.

46:27Zoals in deze prediking ook aan de orde gesteld is.

46:31We missen aan deze bomen.

46:34De vruchten van de boedvaardigheid.

46:37Van de ootmoedigheid.

46:39Van de schuldbeleving.

46:41We missen de vrucht van een hartelijk berauw.

46:44Van schaamte en van vroodmoediging.

46:47Van de droefheid naar God.

46:50En van de blijdschap.

46:52In God.

46:52Door Christus.

46:53Hun ontbreed.

46:55De gelovige toevluchtneming.

46:57Tot die enige naam gegeven.

46:59Onder de hemel.

47:00Tot zaligheid.

47:02Een strijdend leven.

47:04Is bij hen niet te bespeuren.

47:06Een stervend leven.

47:08Daar hebben ze geen enkele wetenschap van.

47:12Van achteruit.

47:13En minder worden.

47:15Van zonder blijven.

47:17En bedelaar blijven.

47:19Daar hadden deze hoorders.

47:21Nog nooit iets van begrepen.

47:23En nog nooit iets van gehoord.

47:25Hopelijk gemeente.

47:27U en ik wel.

47:28Al zo lang verkerend onder het woord.

47:31Al zo vaak gehoord.

47:34De boodschap van het oude.

47:36En van het nieuwe testament.

47:37De prediking van het evangelie.

47:40Van godsvrijmachtige genade.

47:42Want die bijl ligt niet alleen aan de wortel van de boom.

47:46Van Jeruzalem.

47:48Die bijl.

47:50Die ligt niet alleen aan de wortel van het bestaan van deze fariseeën.

47:54En van deze schriftgeleerden.

47:56Maar die bij ligt ook aan u en aan mijn levensboom.

48:00Onze tijd is beperkt.

48:03Is begrensd.

48:05Is door de heren vastgesteld.

48:08Ons bestaan kent straks een einde.

48:11En dan gaan wij naar die nimmer eindigende eeuwigheid.

48:15En onze levenstijd, hoe u die ook vult.

48:19En hoe u die ook noemt.

48:20En waarmee u ook bezet bent.

48:23En hoe druk of u ook deze tijd ook bezig bent.

48:28Gods woord zegt dat het genadentijd is.

48:31Dat we leven onder zijn langmoedigheid.

48:34Dat we verkeren onder zijn woord en waarheid.

48:38En dat we opgeroepen worden om tot hem te komen.

48:42Als arm verloren zondaar.

48:45Om te delen in zijn warmhartigheid.

48:48Ernst van het woord tekent ons de kortstondigheid van ons bestaan.

48:53Die bijl die ligt ook aan de wortel van u en van mijn levensboom.

49:00En de kernwoorden gemeente van u en van mijn leven.

49:04Dat is kortstondigheid.

49:08Dat is ijdelheid.

49:10En het is strafwaardigheid.

49:12En kennen wij deze woorden in de beleving van ons hart.

49:17...de ernst van ons leven verstaan.

49:20Dat ze ons zulke verontrusting geven...

49:23...dat ze ons gedurig uitdrijven naar het troon der genade.

49:27Dat we daarom hartelijk verlegen zijn om onderwijs uit het woord.

49:33Valt niet mee, zo'n aanspraak.

49:36Zo'n krachtige, ontdekkende aanspraak.

49:40Abram sa te zijn.

49:42Adderige broedsels genoemd te worden.

49:46Menen op de goede weg te zijn.

49:48En de naam zonder dat die ook in ons hart afgedrukt wordt.

49:54Maar hoe noodzakelijk.

49:55Want Johannes zijn naam betekent de Heere is genadig.

50:01Hij is de voorloper van hem die genaamd wordt Jezus.

50:06Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonde.

50:12En de roeping van de koning der kerk is.

50:15Dat hij gekomen is, niet om te roepen de rechtvaardigen, maar de zondaars tot bekering.

50:23Want in de tweede plaats dan spreekt ook onze tekst van de onderwijzing.

50:27Want dan richt ook deze Johannes de Doper zich niet alleen tot de fariseeën, tot de schriftgeleerden.

50:34Maar dan richt hij zich ook tot het geheerde gehoor wat tot hem uitgegaan is.

50:38U kunt dat vinden in Lukas 3 vers 10 en vers 15.

50:43Hij is de wegbereider.

50:46Hij is de voorloper.

50:47Hij is de heroud die voor de koning der kerk uitgaat.

50:53Het is zeer onderscheiden, Johannes de Doper of de koning zelf.

50:59En toch is het niet gescheiden.

51:02Er is een eenheid.

51:03Dat is duidelijk al gemaakt voor de geboorte van de zaligmaker.

51:08Voor de geboorte van deze Johannes de Doper was er al overeenstemming.

51:14Als de stem van Maria klinkt in de woning van Elisabeth, dan springt de vrucht op in haar buik en begroet deze koning der kerk.

51:24Er was al voor de geboorte dus overeenstemming tussen beiden.

51:29Dan geeft die voorloper, die herhoudt, die geeft de koning der kerk al een groetenis, geeft hem al de eer.

51:38Hij is de vriend van de bruidegom.

51:42En hij verheerlijkt dan reeds de bruidegom.

51:45Het moet kenmerkend zijn gemeente voor de prediking van het woord.

51:50Die onderscheiding en niet gescheiden van wet en evangelie.

51:56Van de prediking van de schuldontdekking en ook van de schuldvergeving.

52:03Die wet moet klinken in u en in mijn leven.

52:06Wij begonnen vanmorgen met de prediking van de wet die u voorgelezen werd.

52:1210 geboden.

52:13Dat is niet zomaar een traditie.

52:15Maar het heeft een duidelijke plaats.

52:17In de eredienst.

52:18Dat wij zoals we komen in Gods huis.

52:22Onder de prediking van het woord.

52:24De spiegel van Gods heilige wet.

52:27Krijgen voorgesteld.

52:28Dat die ons gelezen wordt.

52:30Opdat ze in onze harten.

52:33Hetzelfde gevolg zal hebben.

52:35Als wat het ontving.

52:37In de harten van het volk.

52:38Aan de voet van de Silei.

52:40Toen het volk.

52:41Zulks hoorden weken zij af en stonden van verre.

52:46En riep het op Mozes, spreekt gij lieden voor ons.

52:51Wil uw knecht door schuld verslagen.

52:54O heren, niet voor uw vierschad dagen.

52:57Want niemand zal in dat gericht, daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen.

53:03Rechtvaardig zijn voor uw gezicht, dat is de bedoeling van de wetslezing.

53:07Elke zondagmorgen, als dat plaatsvindt.

53:11Opdat we onszelf recht leren kennen.

53:14Een mishagen aan onszelf zullen hebben.

53:17Ons voor God zullen verootmoedigen.

53:20En door de prediking van het evangelie.

53:23Door de boodschap van de heroud die ons wijst.

53:27Die ons onderwijst.

53:29Die ons heen wijst naar de zonen gods.

53:32Onze zaligheid en reinigmaking.

53:35Buiten onszelf zullen zoeken in hem.

53:38De zonen gods.

53:40De wonde moet aangewezen worden.

53:43De ernst van de kwaal moet ons duidelijk gemaakt worden.

53:48En dat doet Johannes met die aanspraak, met dit onderwijs.

53:52Hij wijst op de diepte van het addervergif in ons allerhard.

53:58Hij wijst op de korte tijd die ons nog rest.

54:01De bijl die al reden aan de wortel van de boom ligt.

54:05En hij geeft ook de boodschap.

54:09En van de zonen gods, de zaligmaker van zondaren, de medicijnmeester.

54:15Hij predikt de zaligmaker van zondaren.

54:19Bepaalt niet de mens, maar de Christus.

54:23De verkondiging gemeente van deze Johannes is niet alleen Gods heilige wet.

54:28Is niet alleen de diepte van de zonderschuld.

54:32Is niet alleen bekendmaken met het adergif wat doorgedrongen is.

54:38Tot in ons gehele bestaan en ons vergiftigd heeft.

54:42Onbekwaam gemaakt heeft tot enig goed.

54:45En geneigd tot alle kwaad.

54:48Maar, dat is niet het laatste woord van deze Johannes.

54:52Hij zegt, ik doop u wel met water.

54:55Tot bekering, maar die namen komt is sterker dan ik.

55:01Hij verkondigt hem die ook het einde der wet is.

55:06Die de wet zal vervullen.

55:08Johannes de Doper predikt de eis van Gods heilige wet.

55:14En Christus Jezus is de vervulling van de wet.

55:19De wet, u weet het wel, de jongens en meisjes die de categorisatie volgen zullen dat ook ongetwijfeld weten.

55:26Die wet heeft een drieerlei functie.

55:29Ze is tot ontdekking aan onze zonden en schuld.

55:32En ze heeft ook een heendrijvende functie.

55:37Tot de zaligmaker.

55:38Tot Christus Jezus.

55:40Tot verzoening van onze schuld.

55:42En ze is ook een leefregel.

55:44Voor de overige tijd van ons leven.

55:47Omdat we hem leren.

55:49Begeren te dienen.

55:50In overeenstemming met zijn heilige wet.

55:53Tot heiligmaking.

55:55Johannes gemeente.

55:57Die zegt.

55:57Hij is sterker dan ik.

56:00Die na me komt.

56:01Is sterker dan ik.

56:04Want Johannes.

56:06was een mens van gelijke bewegingen als u en als ik.

56:11Maar hij is waarachtig rechtvaardig mens...

56:15en waarachtig God in één persoon verenigd.

56:20Johannes was een zondaar, ook van zijn prils te begin af...

56:25in zonde ontvangen, in ongerechtigheid geboren.

56:28Maar hij, rein en zuiver, waarachtig mens...

56:34Maar ook rechtvaardig mens.

56:37Johannes heeft zijn begin in de tijd.

56:40Maar hij is sterker.

56:42Hij heeft zijn begin reeds van voor de grondlegging der wereld.

56:46God uit God.

56:48Licht uit licht.

56:49En heeft de menselijke natuur aangenomen.

56:53Johannes predikt de schrift.

56:55Het zuivere woord van God.

56:58Maar hij is sterker.

57:00Hij is het vlees geworden woord.

57:03Het woord wat bij God was.

57:07Wat God was is vlees geworden.

57:11En we hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.

57:13Een heerlijkheid als des ene geboren zoon van de Vader.

57:18Vol van genade en waarheid.

57:21Ja, hij is zo sterk.

57:23Hij kan verlossen van de verdoemende kracht van Gods heilige wet.

57:28Hij heeft de verzoening verworven en aangebracht.

57:32Hij heeft de wet vervuld en hij heeft ook de zaligheid verworven.

57:39Het blijft ook uit zijn namen gemeente dat hij veel sterker is.

57:44Hij wordt genoemd in de schrift de Leeuw uit Judastam.

57:48Eén van zijn namen, zo zegt de profeet Isaiah, is ook sterke God, vader der eeuwigheid.

57:57Onder het Oude Testament vinden wij Simpson.

58:00En Simpson staat op in de nacht in de stad Gaza.

58:04En die neemt de poorten met de scharnieren op zijn schouder.

58:08En die poorten draagt hij op tot op het gebergte in het gezicht van Hebron.

58:16Komende overwinning op de Filistijnen wordt daarin uitgebeeld.

58:21Maar deze meerdere Simpson heeft de poorten van de dood op zich gedragen.

58:26En heeft onverderfelijkheid.

58:29En onsterfelijkheid.

58:30Een eeuwige overwinning.

58:32Heeft hij aangebracht.

58:35Simpson.

58:36Jongens en meisjes.

58:37Jullie kennen die geschiedenis wel.

58:39Van die man die nog een keer bad.

58:41Om zijn kracht.

58:42En die kreeg hij nog een keer.

58:45Zijn haren waren weer gewassen.

58:47Zijn kracht kwam nog een keer terug.

58:49En hij boog zich.

58:50En hij duwde de pilaren.

58:52Uiteen van de dagonstempel.

58:54En hij doodde.

58:56In zijn sterven meer Filistijnen.

58:59...dan hij ooit in zijn leven gedood had.

59:01Maar de zaligmaker van zondaren, de meerdere Simpson...

59:05...die heeft zichzelf gegeven tot de ransoen voor velen...

59:09...en brak de macht van de vorste duisternis...

59:13...verpletterde zijn kop, zijn raad en verwierf een eeuwige overwinning.

59:19Hij is veel sterker.

59:22Hij is sterker dan ik, zo zegt Johannes.

59:26Hij heeft de ganse...

59:28Hele machten ondergebracht.

59:29Hij is sterker.

59:31In zijn liefde.

59:32Tot de Vader.

59:34Hij wilde zijn heerlijk heilig recht.

59:37Verhogen.

59:38En heeft dat ook gedaan.

59:40Hij is sterker.

59:41Ook in de liefde.

59:43Tot zijn kerk.

59:44Tot zijn gunstgenoten.

59:46Hoe sterk is hij niet geweest.

59:48Dat hij de ganse zonde last.

59:50Van zijn kerk op de schouders heeft gedragen.

59:53En deze ook heeft weggedragen.

59:56Wat een ontzaggelijke kracht en sterkte had hij.

59:59Toen de hitte van de toren gods op hem losbrandde.

1:00:03Wat een kracht ook in zijn langmoedigheid en overgave.

1:00:08Ook aan het vloekhout van Golgotha.

1:00:12Dat hij staande gebleven is.

1:00:15Die zelfverlogening beoefend heeft.

1:00:17Die hij ook eist van de zijnde.

1:00:20Maar die hij ten diepste heeft aangebracht.

1:00:22Wat een zelfverlogening gemeente.

1:00:25Als u bespot wordt met een doornenkroon.

1:00:28In daangezicht geslagen wordt.

1:00:31Gehoond wordt.

1:00:32Als zijn goddelijke natuur verdacht wordt gemaakt.

1:00:36Indien gij Gods zoon zijt.

1:00:39En dat hij al die hoon, al die spot.

1:00:42Al die tartingen en tergingen van de vorste duisternis.

1:00:46Dat hij als het ware doof daarvoor was.

1:00:49En zich hield aan de opdracht die hij van God de Vader ontvangen heeft.

1:00:54Ik draag uw heilige wet.

1:00:56Die gij de sterveling zet.

1:00:58In het binnenst ingewand.

1:01:01Wat een ontzaggelijke kracht.

1:01:03En sterkte heeft hij betoond.

1:01:05In zijn trouw aan de vader.

1:01:07In zijn trouw ook aan zijn kerk.

1:01:10Aan zijn gunstgenoten.

1:01:12Ook zij die trouweloos van hem gevlogen zijn.

1:01:16En Petrus die hem trouweloos verlogen heeft.

1:01:19Dat hij toch getrouw bleef.

1:01:22Sterk bleef in zijn liefde.

1:01:24En in zijn trouw aan hen.

1:01:27Zie, zegt Johannes de Doper.

1:01:30Hij is sterker dan ik die na me komt.

1:01:34Wiens goed en ik niet waardig ben.

1:01:37Hem na te dragen.

1:01:38Daar hebt u de ootmoed gemeente van Johannes de Doper.

1:01:41Deze man is bepaald niet met zichzelf gekomen in de prediking van het woord.

1:01:46Hij kon toch wel het een en ander vertellen.

1:01:48Ook over zijn eigen geestelijke leven.

1:01:51Over die bijzondere plaats die hij.

1:01:54van Gods wegen ontvangen had.

1:01:56Die bijzondere plaats die hij verkregen had als voorloper.

1:02:00Maar hij doet echt de arbeid van de herhoud van de koning.

1:02:06Hij verklaart, hij wijst heen, hij onderwijst in de zaligmaker van Zondaren.

1:02:13Het is hem echt te doen om de eer van de bruidegom.

1:02:17Hij is ook werkelijk een vriend van de bruidegom.

1:02:21En zegt, ik ben niet waardig de minste slaverdienst, dat was het, de schoenen van iemand na te dragen.

1:02:29De minste slaverdienst zou ik niet waardig zijn om aan hem te verrichten zijn schoenriem te ontbinden of zijn schoenen na te dragen.

1:02:39Ziet de diepe verootmoediging en vernedering van deze Johannes de Doper.

1:02:48Hij zegt, die zal u dopen met de heilige geest en met vuur.

1:02:52En dan moet u denken aan de pinsterdag.

1:02:54Dan vindt u dat werkelijk onder de tekenen.

1:02:56Dat als hij de prijs betaald heeft.

1:02:59De schuld verzoend heeft.

1:03:01De vrede verworven heeft.

1:03:02Het recht verheerlijkd heeft aan het kruis.

1:03:06De wet vervuld heeft.

1:03:08Dat dan zijn loon ook uitgestort wordt over zijn discipelen.

1:03:13Die bekleed worden met de kracht van de heilige geest.

1:03:16Gedoopt worden.

1:03:18Met het vuur van de heilige geest.

1:03:20Maar dit geldt niet alleen op de pinsterdag.

1:03:24Dit geldt ook elkeen die door de kracht van geest en woord levend gemaakt wordt.

1:03:30Die krijgt ook iets van die heilige geest.

1:03:33Die verlichting in het verstand.

1:03:35Die vernieuwing van de genegenheden.

1:03:38Die herschepping van onze wil.

1:03:41Dat vuur gemeente van de heilige geest.

1:03:44Dat betekent de kennis die u ontvangt.

1:03:47In de verborgenheden, in de heilgeheimen van het Koninkrijk van God.

1:03:52In de waarheid van het woord.

1:03:54Vuur zuivert ook.

1:03:56Het verlicht, het zuivert, het reinigt ook.

1:04:00Het brandt ook de ongerechtigheid ook weg.

1:04:04Het geeft ook warmte.

1:04:06Een liefdevuur, een warmte geeft het ook in het hart.

1:04:10Voor de eer, voor de naam, voor het woord, voor de dienst van God.

1:04:15Dat vuur geeft ook een heidige ijver om voor de Heer het leven.

1:04:19Om hem de eer, de aanbidding te geven.

1:04:23En dit alles werkt de heidige geest uit in het hart.

1:04:27Van armen en verloren zondaren.

1:04:30Die zal u met een heidige geest en met vuur dopen.

1:04:36Wat een vurige liefde ijver ontvangt u toch in het hart.

1:04:39Als u door deze heidige geest gedoopt wordt.

1:04:43De kracht daaruit ontvangt.

1:04:45De sterkte.

1:04:46Ook daarvan ondervindt.

1:04:49In de derde plaats gemeente.

1:04:50Dan spreekt ook de tekst van de zuivering.

1:04:52Want dan spreekt ook.

1:04:54Deze Johannes van de Wan.

1:04:56Die in zijn hand is.

1:04:59En hij zal zijn dorstvloer.

1:05:02Doorzuiveren.

1:05:03De dorstvloer dat is.

1:05:05Een bepaalde hoogte.

1:05:06Die in het veld ook was.

1:05:08In die tijd.

1:05:10En op die dorstvloer.

1:05:11Werd de halmen.

1:05:14Met de koren.

1:05:16Dat werd daar tezamen gebracht op die dorstvloer.

1:05:19En die dorstvloer is een beeld van de kerk.

1:05:22Daar vindt u tarwekorrels.

1:05:24Maar daar vindt u ook stro.

1:05:26Daar vindt u ook af.

1:05:28De zichtbare kerk.

1:05:29De gemeente zoals ze samenkomt.

1:05:32Dat is een verzameling van wijzen en van dwazenmaagden.

1:05:37Daar zit waar een vals schijn en zijn bij elkaar.

1:05:43Daar vindt u...

1:05:45Daar ook korrels, maar daar vindt u ook stro, daar vindt u ook halmen, daar vindt u ook kaf.

1:05:51En u was het gewoond op zo'n dorssloer, daar werd of met de ossen, u kent de uitdrukking wel, een dorssende os, die dus dat koren vertrad, die halmen, en alles

1:06:03wat er op die dorssloer was.

1:06:05Dorssende os wil jij niet muilbanden, maar, staat ook in de verklaringen, het werd ook met stokken, werd...

1:06:13erop geslagen, zodat de tarwekorrels losgemaakt zouden worden...

1:06:18vanuit de hulzen en vanuit de halmen.

1:06:22En dan lag daar die tarwe met dat stro, met die stoppelen, met die hulzen.

1:06:29Dat alles lag daar op die darsloer.

1:06:32Dat ligt daar bijeen.

1:06:34En dat ligt daar enige tijd bijeen.

1:06:36En dan vindt de zuivering plaats.

1:06:39Beeldgemeente van kerkelijk leven.

1:06:43Van de verkondiging van het woord.

1:06:45Er wordt geslagen met stokken.

1:06:47Het wordt gedorst.

1:06:49Het wordt vertreden.

1:06:50Daar vindt verdrukking plaats.

1:06:52En dan op een bepaald moment.

1:06:54Zo zegt deze Johannes de Doper.

1:06:56Dan komt die koning.

1:06:59Der kerk.

1:07:00Wiens wan in zijn hand is.

1:07:02En hij zal zijn dorst doorzuiveren.

1:07:06Dat is de zekere.

1:07:07De vaste.

1:07:09De gewisse belofte.

1:07:11En die wan.

1:07:12Die werpt hij dan.

1:07:14Alles wat op die dorstvloer te vinden is.

1:07:17Dat wordt omhoog geworpen met die wan.

1:07:20En de wind maakt dan de scheiding.

1:07:22En het kaf dat stuift weg voor de wind.

1:07:26De tarwekorrel die van enig gewicht is.

1:07:30Die valt in de diepte terug.

1:07:32Het kaf wat geen waarde heeft.

1:07:35De lege omhulsels die worden weggeblazen.

1:07:39En het koren dat valt naar beneden.

1:07:42De profeet Jeremia, gemeente, die zegt.

1:07:44O mijn dorsting.

1:07:46Dan spreekt hij ook over de gemeente.

1:07:48O mijn dorsting.

1:07:50Hij heeft ze ook met het woord onderwezen, vermaand, gewaarschuwd.

1:07:56Opgeroepen tot bekering.

1:07:57O mijn dorsting.

1:07:58En de tarwe, mijn dorstvoers.

1:08:02Wat ik gehoord heb van de heren, der God, der heer Scharen.

1:08:06Dat heb ik u aangezegd.

1:08:09De bediening van het woord.

1:08:10Wet.

1:08:11En evangelie.

1:08:13De slagen die gegeven worden onder de bediening van het woord.

1:08:18Zo benaming, adderige broedsel.

1:08:20Zo beschrijving, zo diep ontdekkend van onze verlorenheid.

1:08:25Van onze schuld.

1:08:27Zo'n beschrijving van onze hoogmoed.

1:08:30Van onze zelfgenoegzaamheid.

1:08:32Bepaalt geen prijzende woorden.

1:08:35Geen bemoedigende teksten.

1:08:37Maar aanklagende woorden.

1:08:40Dat zijn die stokken waarmee we geslagen worden als we ze tenminste gevoelen.

1:08:46Want er staat ook in de schrift, ik heb ze geslagen.

1:08:49Maar ze hebben geen pijn gevoeld.

1:08:51Ze hebben geweigerd de tucht aan te nemen.

1:08:55Maar die klappen gemeenten die gegeven worden.

1:08:58Onder de bediening der verzoening op de dorssloer.

1:09:01Op het kerkelkerf.

1:09:03U kunt u als doof houden.

1:09:05U kunt eronder gevoelloos blijven.

1:09:08Het raakt u niet.

1:09:09U wordt er niet door getroffen, maar de bedoeling is dat we geslagen worden uit de wereld, uit de zonderdienst.

1:09:17Dat we geslagen worden uit onze eigen gerechtigheid en onze werkheiligheid als grond van de zaligheid.

1:09:26Dat we geslagen worden uit die eigen dunk, die grote gedachten van onszelf, die verwachtingen van onze godsdienstige verrichtingen en van onze goede werken.

1:09:38Dat we ook zelfs zo geslagen worden.

1:09:41Dat we ook onze tranen verliezen als grond voor de zaligheid.

1:09:45Onze gevoeligheden ook kwijtraken als betaalmiddel om voor God te kunnen bestaan.

1:09:51Dat echt die omhuls, huls, al dat kaf van ons losgeslagen wordt.

1:09:57Zodat er een naakte tarwekorrel overblijft.

1:10:00Een arm, een ellendig, een verloren zondaar.

1:10:04Geschikt om door God gezaligd te worden.

1:10:07Kijk en dan die zuivering als dat er nog hoog geworpen wordt.

1:10:13En alles wat leeg, wat geen inhoud heeft, dat wordt weggeblazen.

1:10:19En de tarwekorrelgemeente die valt door zijn gewicht op de grond, op de diepste plaats.

1:10:26Dat is de plaats toch van de arme zon daar.

1:10:28U verheft u niet.

1:10:30Nee, u wordt diep vernederd.

1:10:33De plaats van boete, de plaats van berauw.

1:10:37De plaats van hartelijke vernedering.

1:10:39De plaats van afhankelijkheid.

1:10:42De plaats van aanbidding.

1:10:45Van verwondering.

1:10:46Wie is aan onze God gelijk.

1:10:48Die armen opricht uit het slijk.

1:10:51Dat kaf.

1:10:53Dat heeft wel de gedaante.

1:10:55Dat heeft wel de vorm.

1:10:57Maar het heeft geen inhoud.

1:10:59Als het goed is gemeente.

1:11:01Dan.

1:11:02Heeft het woord van God ook vrucht in ons leven.

1:11:05Ook naar buiten toe.

1:11:07Maar niet alleen aan de buitenkant.

1:11:09Dan is er nog zo'n kaf.

1:11:11Omhulsel.

1:11:12Zo'n bepaalde gedaante.

1:11:14Maar het heeft geen gewicht.

1:11:16Het heeft geen inhoud.

1:11:18Maar het moet gevoed worden van binnenuit.

1:11:21Door de wortel.

1:11:22Door de wederbare kracht van het woord.

1:11:25En door het werk van de heilige geest.

1:11:28Ziet het gewicht.

1:11:30Van het woord die tarwekorrel.

1:11:33De last van de zonderschuld.

1:11:35Die we gaan gevoelen door het ontdekkend woord.

1:11:38En door de kracht van de heilige geest.

1:11:40De schuldeigening.

1:11:41Die drukt ons naar beneden.

1:11:44Die brengt ons in de diepte.

1:11:46En de diepste plaats wordt ingenomen door de prediking van het evangelie.

1:11:52De verwondering.

1:11:53De aanbidding.

1:11:54Over het evangelie van vrije genade.

1:11:57Hoe nodig toch.

1:11:59Dat we de slagen verstaan.

1:12:02De ontdekkende prediking ter harte nemen.

1:12:04De scherpe aanzeggende schuld.

1:12:07Ontdekking omhelzen.

1:12:09Om zo vroodmoedig te worden.

1:12:12En niet tegelijkertijd.

1:12:14Zoals de dichter het weergeeft in Psalm 32.

1:12:17Vers 5.

1:12:18Wat we eerst met elkaar gaan zingen.

1:12:20Wil toch niet stug.

1:12:21Gelijk een paard weer streven.

1:12:23Of als een muil door domheid voortgedreven.

1:12:27Gebid en toon.

1:12:29Door smens zijn hand bestuurt, beteugelen het woest.

1:12:32En het redeloos gediert laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.

1:12:39Het vijfde vers van Psalm 32.

1:12:41Als

1:12:41[GEZANG]

1:15:58de vierde gedachte gemeente was ook de vertrouwst.

1:16:00En die klinkt uit de woorden van onze tekst.

1:16:03Ja, dat koren, dat krijgt wel klappen.

1:16:06U krijgt klappen onder het woord, onder de bediening der verzoening.

1:16:11En weet u wat het wonderlijke is?

1:16:15Dat ook op Gods tijd ook leert bewonderen en aanbidden.

1:16:19Profeet Isaiah zegt, ik dank u, heren, dat gij toornig op mij geweest zijt.

1:16:26Wonderlijk.

1:16:28En toch is dat de werkelijkheid.

1:16:30De apostel Paulus spreekt van de kasteiding die geen zaak van vreugde is als ze tegenwoordig is.

1:16:37Maar daarna werkt ze een vreedzame vrucht der gerechtigheid voor degenen die door dezelfde geoefend worden.

1:16:45De psalmist in psalm 119 die zegt dat hij ook verblijkt is, verdrukt te zijn geweest.

1:16:54Want eer ik verdrukt werd, toen dwaalde ik.

1:16:58Ziet daarom gemeente.

1:17:00We zijn zondaars.

1:17:02We hebben de breuk gemaakt met God.

1:17:05We hebben een beginsel onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.

1:17:11We zijn hartleerse mensen.

1:17:14Met een weerbarstig bestaan.

1:17:16De schrift noemt u en mij niet voor niets.

1:17:19Een wederhorige.

1:17:20Een zondaar.

1:17:22Melaats van de hoofdschedel tot de voetzool toe.

1:17:25Dat moet werkelijkheid worden.

1:17:27Daar hadden die fariseeën en schriftgeleerden totaal geen enkel besef van.

1:17:32Het was allemaal zo keurig, netjes aan de buitenkant.

1:17:35Ze waren zo trouw in de tradities.

1:17:39Ze waren zo nauwgezet in uitwendige zin.

1:17:43In de werkende wet.

1:17:45Dus deze naam.

1:17:47Daar werden ze wat de meeste betreft toornig om.

1:17:50Dat was toch heel misplaatst.

1:17:53Om zo genoemd te worden.

1:17:55Om zo getekend te worden.

1:17:57Maar hopelijk mag het met u anders zijn.

1:18:00Dat u hebt leren verstaan.

1:18:02Voor God geen bestaan te hebben.

1:18:05Schuldig te staan.

1:18:07Aan al zijn geboden.

1:18:09Misschien wel enige kennis met schaamte dat ik tegen al Gods geboden zwaar menigmaal gezondigd heb.

1:18:16Geen ervan gehouden heb nog steeds.

1:18:19Tot alle boosheid geneigd ben.

1:18:21Dat is de beleidenis van de kerk.

1:18:24Daar heeft de medicijnmeester niet alleen de diagnose uitgesproken.

1:18:30Maar heeft de patiënt ook de diagnose erkend.

1:18:35En omhelst.

1:18:36En niet langer van zich geduwd.

1:18:39Maar gebogen onder dat bestraffende woord.

1:18:42Dat korengemeente dat wordt geslagen.

1:18:45En dat valt in de diepte.

1:18:47Ondaan.

1:18:48Van al die valse omhulsels.

1:18:51Waarmee onze eerste ouders al begonnen zijn.

1:18:55Vijgenbladeren.

1:18:56Te nemen van het geboomte.

1:18:58En de schaamte, de schande van hun naaktheid.

1:19:01Daarmede te bedekken.

1:19:03Maar ze werden hun ontnomen.

1:19:05Door het onderwijs van het woord.

1:19:07Die valse bedekkingen.

1:19:09En dan krijgt u de diepste plaats.

1:19:12Had dat David niet een hoge plaats.

1:19:15Koning over een groot land.

1:19:17Hij toog aan het hoofd van zijn legermacht uit.

1:19:21Om de vijanden te bestrijden.

1:19:23Had eer en heerlijkheid in overvloed.

1:19:27Maar als hij onder het woord was.

1:19:30Als de Heer hem weer door zijn heidige wet tot stilstand had gebracht.

1:19:35Als dat ontdekkend ligt van de heidige geest.

1:19:38Hem weer beschenen had en in hem geschenen had.

1:19:42Dan zegt hij, opdat ze uit mijn behoudenis moed zouden mogen scheppen.

1:19:48Neemt hij de laagste plaats in onder het volk.

1:19:52Als er bij de volkstelling in de schuld komt.

1:19:55Dan zegt hij, ik heb gezondigd.

1:19:59Maar wat hebben deze arme schapen gedaan?

1:20:02En als de apostel Paulus onderwijs krijgt bij vernieuwing.

1:20:07Dan zegt hij.

1:20:09Van welke ik de voornaamste ben.

1:20:12Zo'n ijveraar.

1:20:13Zo'n man bedeeld met de heilige geest.

1:20:16Zo'n heilige liefde ijver voor de heren.

1:20:20En voor zijn woord.

1:20:22En voor zijn dienst.

1:20:23En toch weer op de plaats gebracht.

1:20:25Dan zegt hij.

1:20:27Dat hij een prediking is van de grote langmoedigheid van God.

1:20:31Van zijn verdraagzaamheid.

1:20:33Voor al degenen die in hem geloven zullen.

1:20:36Ten eeuwige leven.

1:20:39Weet u wat er komt, gemeente?

1:20:41Omdat als we recht geleerd en onderwezen worden, dan

1:20:45is er geen onderscheid.

1:20:47Dan hebben wij dezelfde afkomst uit Adam en Eva.

1:20:51Dan hebben we hetzelfde beginsel, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.

1:20:57Dan beleid wij dat wij allen gezondigd hebben en de heerlijkheid gods derven.

1:21:04Dat wij om niet, zonder enige verdiensten, onze zijns.

1:21:10Als u dat beleeft, dan begrijpt u toch wel dat er geen enkel onderscheid is met uw medemens.

1:21:17Dat God onderscheid gemaakt heeft waar geen onderscheid was.

1:21:23Wie is de eigenaar van het zaad?

1:21:26Dat is toch de grote schepper en herschepper van hemel en aarde.

1:21:31Wie gaat over het zonlicht wat zo nodig is voor de wasdom?

1:21:36Wie gaat over de bevochtiging van het zaad?

1:21:40Wie laat dat vallen uit het hemelsheiligdom?

1:21:43Wie zorgt voor de wasdom?

1:21:46En wie zorgt voor de slagen en voor de plagen...

1:21:50die ons ontdoen van al onze valse bedekkingen...

1:21:54en verontschuldigingen en tegenwerpingen...

1:21:58en die ons deze laagste plaats doen innemen?

1:22:02Ja, dan moet je toch zeggen, dat is toch alles van de Heere.

1:22:04Het is uit Hem, het is door Hem en het is tot Hem.

1:22:09Wie roemt, die roemen in den Heere.

1:22:13Die zaadkorrel, dat is toch een gave.

1:22:16Dat is het wonderwerk van God.

1:22:19Dat is niets uit u.

1:22:20Het is Gods gave.

1:22:22Niet uit te werken op dat niemand roemen.

1:22:27En ziet dan die kasteidingen, die beproevingen, die verdrietelijkheden.

1:22:34Die diepe wegen die we moeten bewandelen.

1:22:37Die smartelijke ervaringen.

1:22:39Die we ondervinden.

1:22:41Maar we waren niet voor ons gemak.

1:22:44In deze bedeling.

1:22:47God heeft ons geschapen tot zijn eer.

1:22:50Om hem te bedoelen.

1:22:51Hem te verheerlijken.

1:22:53En nu bent u dat scheppingsdoel.

1:22:55U en ik dat zijn we kwijtgeraakt.

1:22:57Door onze diepe val.

1:23:00En nu heeft hij zijn zoon gezonden.

1:23:02Tot oprichting.

1:23:03Tot vernieuwing.

1:23:04Tot herschepping.

1:23:06Maar die val is zo diep.

1:23:08Die verkleefdheid.

1:23:09Aan de zonde is zo groot die binding aan het aardse.

1:23:13Aan het ijdele, aan het vergankelijke.

1:23:16Aan het voorbijgaande is zo sterk.

1:23:19Dat deze aanspraken, deze stokslagen.

1:23:24Die dorsende stappen van de os noodzakelijk zijn.

1:23:28Om ons in te winnen, over te winnen.

1:23:31Om ons buigzaam te maken voor zijn naam, voor zijn eer.

1:23:36Om ons roepende te maken, om zijn genade.

1:23:39En om zijn warmhartigheid.

1:23:42Kijk gemeente.

1:23:43Dan staat er toch in onze tekstwoorden de vertroosting.

1:23:47Hij brengt zijn tarwe in de schuur.

1:23:50Na al die slagen.

1:23:54Vanuit die diepe plaats.

1:23:55Dan raapt hij die tarwe op.

1:23:58Op zijn tijd en wijze.

1:24:00En dan brengt hij die tarwe in de schuur.

1:24:04En mij.

1:24:05Hiertoe.

1:24:06Zo zegt Asaf.

1:24:07Door u bereid.

1:24:09Opnemen.

1:24:10In uw eeuwigheid.

1:24:12Na de honger.

1:24:14De verzadiging.

1:24:16Na de dorst.

1:24:18De eeuwige lafenis.

1:24:20Hij slaat om te helen.

1:24:23Prediking gemeente van Johannes de Doper.

1:24:26En

1:24:28de zaligmaker van zondagen.

1:24:29De eenheid.

1:24:30De leer van het oude en nieuwe testament.

1:24:34Vindt u ook hier duidelijk.

1:24:36De een.

1:24:37Het is één eenheid.

1:24:40Christus van eeuwigheid.

1:24:43Daalt af in de tijd.

1:24:45Johannes zijn begin in de tijd.

1:24:48En die wijst op hem die de eeuwigheid heeft verworven voor arme verloren zondaren.

1:24:56Ziet, hij wordt u gepredikt ook vanmorgen gemeente.

1:25:01Vanuit de woorden van onze tekst.

1:25:03De vriend van de bruidegom Johannes de Dope.

1:25:07Die geeft deze boodschap door aan u en aan mij.

1:25:11Van die hemelse bruidegom.

1:25:14Die de sterkste is.

1:25:16Sterker dan de macht van de vorste duisternis.

1:25:20Sterker dan de zuigkracht van de zonde en de werelddienst.

1:25:26Zo sterk dat hij met die lautere goedheid die liefde koorden.

1:25:31U kan trekken uit dat moeras van de ongerechtigheid.

1:25:35En van de verdorvenheid.

1:25:38Sterker dan de slijkende modder van de zonde.

1:25:40De heilige geest.

1:25:42Die zal hij geven.

1:25:44Die geeft licht.

1:25:45Die geeft vuur.

1:25:47Die geeft een heilige liefdeijver.

1:25:49Die geeft warmte.

1:25:51Maar die moet hij geven.

1:25:54Dus u moet een smekeling worden.

1:25:57Een smekeling blijven aan de troon van zijn genade.

1:26:01Armen zal hij met goederen vervullen.

1:26:05Rijken.

1:26:06Heeft u ledig weggezonden.

1:26:08Dus er staat duidelijk in de tekst.

1:26:10Gemeente die na meekomt.

1:26:12Die zal u.

1:26:13Dus we moeten het uit hem verkrijgen.

1:26:16Dus u moet komen.

1:26:18In uw armoede.

1:26:19In uw schuld.

1:26:21In uw verlorenheid.

1:26:22In uw onwetendheid.

1:26:24In uw ellendigheid.

1:26:25Hem nederig te voet te vallen.

1:26:29Opdat we dat liefde vuur.

1:26:32Opdat we die geestelijke warmte.

1:26:34Omdat we die geheiligde kennis zouden mogen verkrijgen in de verborgenheden, in de heilgeheimen van zijn koninkrijk.

1:26:43Wie hem nederig valt te voet, die zal van hem zijn wegen leren.

1:26:49O, wat een kracht gemeente de wet.

1:26:52Wat een verdoemende kracht.

1:26:54Hij zet ons erbuiten.

1:26:56We kunnen voor God niet bestaan.

1:26:58En wat een geweldige macht de vorste duisternis.

1:27:03Profeet van de oude dag die zegt, zou ook een machtige.

1:27:07Als de vorste duisternis te vang ontnomen worden.

1:27:11Zouden de gevangenen eens rechtvaardigen.

1:27:14We zijn rechtvaardig in zijn handen terecht gekomen.

1:27:17Zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen.

1:27:22Johannes zegt, hij is sterker dan ik.

1:27:25Hij is de sterkste.

1:27:28Dat staat ook in Isaiah.

1:27:30Dat ik de heren.

1:27:32Die zal u verlossen.

1:27:34Hij trekt.

1:27:35Hij moet trekken.

1:27:37Die ons getrokken heeft.

1:27:39Uit de macht van de boze.

1:27:40Zo diep.

1:27:42Zo vast zitten wij.

1:27:43In de slijkende modder van de zonde.

1:27:46In onze tegenwerpingen.

1:27:48In onze redeneringen.

1:27:50In onze verontschuldigingen.

1:27:51Hij trekt.

1:27:52Met liefde koorden.

1:27:54Uit loutere goedheid.

1:27:56Uit de duisternis.

1:27:57Tot zijn licht.

1:27:58Ziet op dat we tot.

1:28:00Hem zouden komen is hij gekomen.

1:28:04En dan moet u komen.

1:28:06En dan mag u komen.

1:28:07En dan zult u komen.

1:28:10Uitsluitend op grond.

1:28:11Van de onderwijzing.

1:28:13De heenwijzing.

1:28:15De liefdelijke lokking en nodiging.

1:28:18Prediking van het evangelie van vrije genade.

1:28:21En dan belooft hij ook.

1:28:23En die tot mij komt.

1:28:26Die zal ik geen zins uitwerpen.

1:28:30Hoe dicht de deur ook lijkt te zitten.

1:28:32Hoe duister uw weg ook is.

1:28:34De volharding, de aanhouding.

1:28:36Aan de troon zijn er genade.

1:28:39Hebt u ook vrees voor kaf?

1:28:41Zo'n leeg omhulsel.

1:28:44Wat straks weggeblazen zal worden door de wind van de toren van God.

1:28:48Door de stormwind.

1:28:50Leeg, ijdel.

1:28:51Ach, nu onze leegheid.

1:28:54Onze ijdelheid.

1:28:55Onze lichtheid.

1:28:57Onze verlorenheid.

1:28:59Te beleiden.

1:29:00Ziet gemeente het kaf.

1:29:02Een ernstige boodschap toch.

1:29:04Een bijl.

1:29:05De kortstondigheid.

1:29:08De ijdelheid.

1:29:09De strafwaardigheid.

1:29:11Een kaf.

1:29:12Leeg.

1:29:13Zonder inhoud.

1:29:15Stuift weg voor de wind.

1:29:17Het kaf.

1:29:18En het stro.

1:29:19Dat wordt verbrand.

1:29:21Door het vuur.

1:29:23Zo is deze prediking van deze Johannes de Doper.

1:29:26Wat een onzachtelijke boodschap.

1:29:29En wat een vertroosting voor al diegenen.

1:29:31Door het slagen van het woord.

1:29:33Door het onderwijs van het evangelie.

1:29:36Dat woord ook in zijn ontdekkende, bestraffende, vermanende kracht.

1:29:41Leren omhelzen.

1:29:43Daarvoor leren buigen.

1:29:44Want als dan het kaf verbrand wordt door het vuur.

1:29:49Zal het koren vergaderd worden in de schuur.

1:29:53Vreest zere macht.

1:29:56En dient zijn majesteit.

1:29:58En dan zegt de dichter, juicht, bevend, juichen.

1:30:03Er is nog een weg, nog een middel.

1:30:06Sterker dan ik, zegt Johannes de Doper.

1:30:08De sterkste, de held, de Leeuward-Judas-Stam.

1:30:12En dient zijn majesteit, vreest zere macht en dient zijn majesteit.

1:30:18Juicht bevend, bevende vanwege onze zonde en schuld.

1:30:23En toch te juichen op het gezicht van zijn vermogen.

1:30:28Hij is sterker dan ik.

1:30:31En kus de zoon.

1:30:32Van ouds u toegezijd.

1:30:35Eer u zijn toren.

1:30:37Verdelg voor aller ogen.

1:30:39Amen.

1:30:40Eindigen wij met het gebed.

1:30:43Heere, gij bracht ons in dit morgenuur rondom.

1:30:47Dit uw woord.

1:30:48De prediking van oude en nieuwe testament.

1:30:55Dezelfde boodschap, wet en evangelie.

1:31:00Vloek en zegen.

1:31:02De noodzaak.

1:31:04En ook de mogelijkheid.

1:31:06Van bekering.

1:31:08Wedergeboorte.

1:31:09Bind het op ons hart.

1:31:11Gedenk ons in uw genade getrouw.

1:31:14Doe ons.

1:31:16Bevangen worden met een heilige schrik.

1:31:19Vanwege deze aanspraak.

1:31:22En deze benaming.

1:31:24Maar dat die schrik.

1:31:26Ons dan mag bewegen.

1:31:28Tot dat oprechte geloof.

1:31:30In hem.

1:31:31Uw zoon.

1:31:32De zaligmaker van zondagen.

1:31:35Het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.

1:31:39Ontferm u zo.

1:31:41Naar uw barmhartigheden.

1:31:43Wil ons ook in dit avontuur weer samenbrengen rondom uw woord.

1:31:47En het beleiden der kerk.

1:31:49Wil ook het onderwijs op de zondagsschool ook zegenen.

1:31:53En ook zij die daarbij hebben voor te gaan uw hulp, uw bijstand bewijzen.

1:31:59Heren, zie zo nog op ons neder.

1:32:02In uw genadige trouw.

1:32:04En vergevende liefde.

1:32:06Omzijnend wil.

1:32:07Die gij altijd hoort.

1:32:09Om Christus willen.

1:32:12Uit genade.

1:32:13Amen.

1:32:16Wij zingen tot slot.

1:32:17Psalm 32.

1:32:19En nu het derde en het zesde vers.

1:32:21Psalm 32 vers 3.

1:32:23Bekende o heren.

1:32:25Aan u oprecht mijn zonden.

1:32:27Verborg geen kwaad.

1:32:29Dat in mij werd gevonden.

1:32:31En ook het zesde vers rechtvaardig volk verheft uw blijde klanken.

1:32:35Psalm 32 vers 3 en 6.

1:32:38Gaat

1:32:39[GEZANG]

1:37:58nu heen in vrede dragende de zegen des heren.

1:38:01De heren zegenen u en behoeden u.

1:38:05De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.

1:38:11De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:38:17Amen.

1:38:18[GEZANG]