0:00[GEZANG]
8:53Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwen
9:05houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.
9:13Amen.
9:15Genade, warmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
9:22Door Christus Jezus zijn Zoon.
9:25In de gemeenschap des Heiligen Geestes.
9:30Amen.
9:33Gemeente, vooraf moeten wij u bekendmaken.
9:36Op woensdag 7 januari nam de Heer uit het midden van zijn familie weg.
9:42De Heer Cornelis Meuleman, de leeftijd van 63 jaar.
9:48Laatst gewoondhebbend in de Zuidwesten.
9:53Het Nesseroord, de Middelharnis.
9:55De heren gedenken de rouwdragende familie.
9:58De rouwdienst vindt morgenmiddag plaats.
10:02Aanvang kwart over één in Ebena Ezer.
10:06In verband met het overlijden beginnen wij deze dienst met het zingen uit Psalm 144.
10:12Daarvan een tweede vers.
10:15Psalm 144, vers 2.
10:17Wat is de mens?
10:18Wat is in hem te prijzen?
10:21Dat gij, o heren, hem gunsten wil bewijzen.
10:24Dat gij hem kent, wat is des mensen kind.
10:27Dat gij het acht en zo getrouw bemint.
10:31En wat er verder volgt in de tweede vers van Psalm 144.
10:35Wij
10:35[GEZANG]
14:28openen godsheilig en dierbaar woord in het evangelie van Matthäus.
14:33Daarvan naderen we het derde hoofdstuk te beginnen bij het eerste tot en met de twaalfde vers.
14:39Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 3.
14:43Vers 1 tot en met 12.
14:45Toen sprak
14:51God al deze woorden zeggende.
14:54[GEZANG]
15:14Van hetgeen dat boven in de hemel is.
15:17Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
15:21Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
15:25Gij zult u voor die die buigen nog hen dienen.
15:30Want ik de Heere uw God ben een ijveren God.
15:34Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen aan het derde.
15:41En aan het veerde lid dergenen die mij haten.
15:44En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen.
15:49Die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.
15:54Gij zult de naam des heren uw schots niet eindelijk gebruiken.
16:00Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.
16:07Gedenk den sabbedag dat gij dien heiligt.
16:10Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
16:20Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling
16:32die in uw poorten is.
16:35Want in zes dagen heeft de Heer het in hemel en de aarde gemaakt.
16:40De zee en alles wat daarin is.
16:43En in ruste ten zevende dagen.
16:47Daarom zegende de Heere den Sabbatach.
16:50En heiligde denzelven.
16:53Eer uw vader en uw moeder.
16:56Opdat uw dagen verlengd worden.
16:58In het land dat u de Heere uw God geeft.
17:02Gij zult niet doodstaan.
17:05Gij zult niet echtbreken.
17:07Gij zult niet stelen.
17:10Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
17:15Gij zult niet begeren uw snaasten huis.
17:18Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw
17:30snaasten is.
17:32Ik noem u als onze schriftlezing Matthäus 3, te beginnen bij het eerste tot en met het twaalfde vers.
17:40Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
17:43En in die dagen kwam Johannes de doper.
17:47Predikende in de woestijn van Judea.
17:51En zeggende bekeert u.
17:53Want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
17:58Want deze is het van de welken gesproken is door Jezaja de profeet.
18:03Zeggende de stem des roepende in de woestijn.
18:07Bereid een weg des heren.
18:24[GEZANG]
18:40ziende velen van de fariseeën en sadduzeeën tot zijn doop komen, sprak tot hen, gij adderen gebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van
18:52den toekomende toren, brengt dan vruchten voort der bekering waardig.
18:59En meent niet bij u zelven te zeggen, wij hebben Abraham tot een vader, want ik zeg u dat, God zelfs uit deze stenen,
19:09Abraham kinderen kan verwekken.
19:12En ook is al reden de bijl aan de wortel der bomen gelegd.
19:17Alle boom dan, die geen goede vrucht voorbrengt, wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.
19:25Ik doop u wel met water tot bekering, maar die namen komt is sterker dan ik, wiens schoenen ik niet waardig ben hem na te dragen.
19:36Die zal u met een heilige geest en met vuur dopen.
19:40Wie een zwan in zijn hand is.
19:43En hij zal zijn dorstloer doorzuiveren.
19:46En zijn tarwe in zijn schuur samenbrengen.
19:49En zal het kaf met onuitlustelijk vuur verbranden.
19:54Tot zover de schriftlezing.
19:58Gemeente de Voorbede willen we denken aan de rouwtragende familie Meuleman.
20:02En dominee Joppe en zijn gezin in verband met het uitgebrachte beroep.
20:07Art Dan en Leonie van der Klooster die aanstaande vrijdag in het huwelijk hoop te treden.
20:14Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
20:20Almachtige, eeuwige God.
20:22Het is uw trouw, uw langmoedigheid, uw goedheid.
20:26Dat u ons op deed staan en uit deed gaan naar deze plaats des gebeds.
20:32Of dat we met deze plaats verbonden mogen zijn als ouderdom.
20:38Gebreken of andere omstandigheden.
20:41Ons hinderen om samen te komen met de gemeente.
20:46Opdat we ons zouden stellen onder uw godlijke en onfeilbaar woord.
20:50Het welke we reeds gelezen hebben.
20:52Uw heilige wet die een volkomen gehoorzaamheid eist.
20:57Uw onvergankelijk eeuwig blijvend getuigenis.
21:01Het is immers uw dag die naar uw naam genoemd is.
21:05Aan uw dienst gewijd en geheiligd is.
21:10Het is dat gij ook toont uw langmoedigheid in alles.
21:14Uw woord ook waarmaakt dat zomer en winter en dag en nacht niet zullen ophouden.
21:22Totdat u de tijd gesteld hebt dat er een volleinde komt aan deze bedeling.
21:28U toont dat in het Rijk der Schepping.
21:30De waarheid, de vastheid van uw woord al zoveel duizenden jaren.
21:37U toont dat ook.
21:39In de verkondiging van uw woord.
21:41De voortgang daarvan.
21:43Dat zolang de zon en de maan schijnt.
21:46Gij door zult gaan.
21:47Met uw kerkvergaderend werk.
21:50Met de verkondiging van uw getuigenis.
21:54Gegrond op het offer van uw zoon.
21:57Waardoor gij uw welbehagen uitvoert.
22:00Wat u uitgedacht hebt van voor de grondligging der wereld.
22:03En openbaart in de tijd.
22:06En daartoe gebruikt.
22:08Dat eenvoudige middel.
22:10De dwaasheid der prediking.
22:12Om de blinde ogen te openen.
22:15Om zondaren te stuiten.
22:18In hun zonde loop op de brede weg.
22:21Om kreupelen te doen wandelen.
22:23Om armen bekend te maken.
22:26Met de boodschap van vrije genade.
22:29Van uw evangelie.
22:32Heren wil dan ook op deze dag onder ons wonen.
22:35En in ons werken.
22:38En uw woord bevestigen aan de harten van arme verloren zondaren.
22:43Dat wij uw stem daarin zouden mogen horen.
22:46De vastheid, de waarachtigheid, de betrouwbaarheid van uw woord leerden aanbidden.
22:53En leren aangreven.
22:55En in dat spoor van uw goddelijk woord onze gang, onze treden vast te mogen maken.
23:01Bij aanvang of verdere voortgang.
23:05U hebt u zo menigmaal bediend.
23:08Van deze middelijke weg.
23:09Uw koninkrijk gebouwd en uitgebreid.
23:13De werken van de vorste duisternis afbreuk gedaan.
23:17Weer het ook op deze uw dag doen.
23:19Tot roem van uw grote naam.
23:22Gedenk u heren dan ook ter uitdragenden ook.
23:26Die getroffen zijn door het smartelijk verlies.
23:29Van een geliefde zoon, een broer, een zwager.
23:36Anders begaafd die zijn plaats zo lange tijd gehad heeft in Ernesteroord.
23:42De Zuidwesten, gedenken we ook de medebewoners.
23:45De kring waarin hij zo lange tijd verkeerd heeft en die ook zozeer aan hem verbonden waren.
23:51Maar ook zijn familie, ook met deze bijzondere zorg.
23:56Breid ontfermend en genadig uw handen over en uit.
24:00En wil u zonder steunen en ook vertroosten ook in de weg die ze hierin hebben te gaan.
24:07Betoon zo uw genadige trouw en uw bijstand.
24:10U bepaalt ons geboorteuur.
24:13U stelt ook de grens aan ons leven.
24:17O, dat we het toch mogen opmerken.
24:20O, dat we ook onze dagen leren tellen.
24:23Een wijks hart zullen bekomen wat naar u vraagt en wat naar u zoekt.
24:28Gedenk u al de andere rouwdragenden die er ook zijn in het bidden van de gemeente.
24:33Het onderscheiden, verlies.
24:37Ook van de afgelopen periode, smartelijke diepe weven die bewandeld moesten worden.
24:42Het is u op het allervoormaaks bekend.
24:45U wilt al geven dat er niet bezweken wordt onder de last die opgelegd wordt.
24:51Maar dat het ons uitdrijft tot uw genade troon.
24:55Breid zo uw handen uit bij een verlies van een man, van een vrouw, van een kind, van kinderen, van ouders, heren.
25:04U weet alle omstandigheden ontferm u zo.
25:08Naar uw barmhartigheden.
25:10U wil ook zijn met de zieken thuis in ziekenhuizen.
25:14Of die kuren ondergaan behandelingen.
25:19Of die onderzoeken hebben af te wachten.
25:22U kent ze in al hun zorgen, al hun noden.
25:26U bent toch die grote medicijnmeester.
25:29U wilt toch geven dat u bovenal benodigd mag worden.
25:34...aangeroepen mag worden in de noden van het lichaam en van de ziel.
25:39Gedenk zo in alle omstandigheden, noden en zorgen, psychische noden.
25:46Geef ook daar uw ondersteuning, uw trouw, uw goedheid in.
25:50Dervaren, gehandicapten en al diegenen aan wie ze verbonden zijn.
25:55U weet ook van al die nood, al die zorg.
25:59Gedenk u.
26:00De bewoners van de Vijver, wil u ook hen gedenken.
26:04Ook hen schenken wat ze nodig hebben.
26:07Ook als daar een lege plaats gevallen is zo kort geleden.
26:11Wil ook de bezoekers van de oase uw hulp, uw bijstand betonen.
26:15Ook hen periode geven die gezegend mag worden voor lichaam en ziel.
26:21Heren, zie zo nog neder in alle noden, alle zorgen.
26:25Die u op het aller volmaakt bekend zijn.
26:28Breid zo ontfermend en zegenend uw handen uit.
26:32Gedenk u ook, de gemeente ook.
26:35Als er een beroep is uitgebracht.
26:37Jullie ook de beroepen predikant.
26:40Licht en wijsheid geven.
26:42Om een beslissing te nemen voor uw aangezicht.
26:45Dan zal dat goed zijn voor de gemeente waar hij nog is.
26:49En voor deze gemeente.
26:51En ook voor hemzelf.
26:52En bovenal voor uw naam.
26:54En voor uw eer.
26:55Ontferm uw zoon naar de grootheid uw barmhartigheden.
26:59Weer ook bruidsbaar gedenken wat deze week in het huwelijk hoopt te treden.
27:05Wil ze ook met uw gunst en zegen vergezellen.
27:09Dat uw woord de lamp voor hun voet en tot een licht op hun levenspad mag zijn.
27:15Ontferm uw zoon naar de grootheid uw barmhartigheid.
27:19En ontsluit zo uw woord, ook als wij uw woord hopen te overdenken.
27:26Die bediening van uw heilige geest geven.
27:28Die u ook toezegt.
27:30Dien doop met uw heilige geest.
27:34Met dat vuur, met dat licht ontferm u zo.
27:39Opdat uw naam nog de eer, de heerlijkheid zal mogen ontvangen.
27:43Wij vragen u dit om Jezus willen.
27:47Uitgenade.
27:48Amen.
27:52Gemeente de Engel had gesproken tot Zacharias in het heiligdom.
27:56Toen hij de geboorteaankondiging deed van Johannes de Doper.
28:01Dat hij het hart van de vaderen wederbrengen zou tot de kinderen.
28:05En het hart van de kinderen tot de vaderen.
28:08Om den heren te bereiden een toegerust volk.
28:12Dus dat waren ze niet toegerust.
28:16Ze moesten daartoe bereid worden.
28:18Om hem te bereiden een toegerust volk.
28:22En door...
28:23Hem toe te bereiden gebruikt de Heer een middel.
28:26En dat middel is de prediking van zijn godelijk getuigenis.
28:31En onze tekstwoorden spreken daar ook van.
28:33Welke boodschap zij ontvingen om toebereid te worden.
28:37Om hem te eren en te vrezen.
28:40U vindt de woorden van onze teksten uit uw voorgerezen schriftgedeelte.
28:45Matthijs 3 vers 10 tot en met 12.
28:49Waar het woord God zelfs volgt tot ons komt.
28:52Matthijs 3 vers 10 tot en met 12.
28:55En ook is al reden de bijl aan den wortel der bomen gelegd.
29:00Alle boom dan die geen goede vrucht voorbrengt wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.
29:07Ik doop u wel met water tot bekering.
29:11Maar die na mij komt is sterker dan ik.
29:15Wiens schoenen ik niet waardig ben hem na te dragen.
29:19Die zal u met een heidige geest en met vuur dopen.
29:23Wie een zwang in zijn hand is en die zal zijn dorst doordoor zuiveren.
29:28En zijn tarwe in zijn schuur samenbrengen.
29:31En zal het kaf met onuitblustelijk vuur verbranden.
29:35We willen vanuit deze tekst worden stilstaan bij een viertal gedachten.
29:39De tekst spreekt ten eerste van de bestraffing.
29:42Ten tweede van de onderwijzing.
29:45Ten derde van de zuivering.
29:47En ten vierde van...
29:48De vertroosting.
29:50Onze tekstwoorden spreken ons ten eerste van de bestraffing.
29:53Ten tweede van de onderwijzing.
29:55Ten derde van de zuivering.
29:57En ten vierde van de vertroosting.
30:00Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.
30:03Gaan we eerst zingen uit Psalm 25 vers 3, 4 en 5.
30:08Psalm 25 vers 3.
30:10Denk aan het vaderlijk midogen, heren, waarop ik bid en pleit.
30:16Het vierde vers, Heer een goedheid kent geen panen, God is recht, dus zal ik door onderwijzing hen die dwalen brengen in het rechte spoor.
30:26En ook het vijfde vers, louter goedheid liefde koorden, waarheid zijn des Heeren paan.
30:33En we deden nu nog mee dat woensdag 14 januari is er een kerkdienst waarin de beroepen predikant dominee J.
30:41Joppe uit Barneveld voor zal gaan.
30:44De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.
30:49Vrijdag 16 januari zal de kerkelijke huwelijksbevestiging...
30:53van Adriaan Damp, Hazersweg 40...
30:57en Apollonia Geertruida van der Klooster, Bolenweg 18b plaatsvinden.
31:04Deze dienst zal door mevrouw Everhelst uit Medesand voorgaan.
31:08Deze vangt aan om half drie.
31:10En van de genoemde voornemens geldt, zo de heer wil...
31:14En wij leven.
31:16En de collecten in deze dienst zijn in de eerste voor Timotheus.
31:20In de tweede voor de kervoordij.
31:22En in de derde voor de aflossing kerk.
31:25En deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.
31:29Terwijl wij zingen uit Psalm 25 vers 3, 4 en 5.
31:33[GEZANG]
39:36Gemeente, onze tekstwoorden die spreken van hemels onderwijs.
39:41Wat duidelijk.
39:42Voorzegd is in het Oude Testament door de grote profeet Isaiah.
39:47Die gesproken heeft van de komst van deze voorloper.
39:51Van deze oud-testementische idea.
39:55Het is herhaald ook in de laatste schriftprofeet van het Oude Testament.
39:59De profeet Mandejachi.
40:01Het laatste hoofdstuk wordt gesproken van de nieuw-testementische idea die komen zou.
40:09En die het woord Gods op.
40:12krachtige, ontdekkende, op scherpe, vermanende, maar ook vertroostende wijzen zou uitspreken ook onder het volk.
40:21En die laatste woorden van de laatste profeet van het Oude Testament zijn in het eerste hoofdstuk van het Lukas-evangelie herhaald door de
40:33engel die uit het hemelsheiligdom gekomen is, afgedaald is.
40:39Bij het altaar stond het reukwerk over altaar waar de oude Zacharias de priesterlijke bediening uitoefende.
40:47En die heeft ook diezelfde woorden gesproken en de aankondiging gedaan van de voorloper van de zaligmaker Johannes de Doper.
40:58En Elisabeth heeft de vrucht mogen dragen en al gevoeld in haar lichaam voordat hij geboren was.
41:07Wat een bijzonder kind of deze Johannes zou zijn die al voor de geboorte opsprong in het lichaam van zijn moeder.
41:16Om de groetenis te geven aan de koning der kerk die gedragen werd door de maagd Maria.
41:25Het is dus betrouwbaar onderwijs wat we vinden in de woorden van onze tekst.
41:29Het is een prediking van de voorloper van de zaligmaker.
41:37als in het Nieuwe Testament door de heilige geest is aangekondigd.
41:42Dus als u deze verkondiging van het woord scherp vindt...
41:46misschien ook wel hard overkomt voor uw gevoel...
41:50als u hoorder zou zijn onder zulke bediening, bedenk toch...
41:54dat het onderwijs is uitgedacht door God de Vader...
41:59en geïnspireerd door de kracht van de heilige geest...
42:03en dat dit geboden is.
42:05Door de koning der kerk.
42:07Het is bepaald niet eenvoudig.
42:09Als u een reis maakt naar de Jordaan.
42:12Om daar onder het gehoor te verkeren van Johannes de Doper.
42:16En ongetwijfeld daar enige uren over gedaan heeft om dat te komen.
42:22En de aanspraak is niet broeder en zuster.
42:25Maar is gij adderige broedsels.
42:28Zo worden ze genoemd.
42:30Wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende.
42:34Maar wanneer er een ernstige kwaad is, gemeente, dan is ook de behandeling soms extra pijnlijk.
42:45Wanneer de zonde, de hoogmoed, de eigen gerechtigheid, de zelfgenoegzaamheid zo diep wortelgeschoten heeft in het oude ademverstaan,
42:57dan zijn er ook krachtige middelen nodig om daarbij bekendgemaakt te worden, om daar ook...
43:04...aan ontdekt te worden.
43:06Dat gehoor van deze Johannes de Doper...
43:09...dat zat zo vast op de droesen van hun eigen gerechtigheid.
43:14Ze hadden nog zulke hoge gedachten van hun werkheidigheid...
43:19...en waren vervuld met zelfgenoegzaamheid.
43:23Ze moesten dus wakker geschud worden.
43:25Ze hadden dus een ernstige, een duidelijke...
43:29...een zeer bestraffende, een ontdekkende...
43:32aanspraak nodig om wakker gemaakt te worden.
43:36Ze behoorden bij de geruste de Sion en bij de zekeren op de berg van Samaria.
43:44Ze meenden een vaste, zekere grond om zichzelf te hebben.
43:49En daarom wordt deze aanspraak ook gehanteerd.
43:53Bepaald, niet liefelijk, maar wel waar.
43:57Het toonde wel de werkelijkheid.
44:00van hun verloren zondaars bestaan.
44:03Jona werd gezonden naar Nineveh.
44:06Ook bepaald niet met een aangename boodschap.
44:09Nog veertig dagen en Nineveh zal worden omgekeerd.
44:15En het werd gezegend door de kracht van de heidige geest.
44:20En deze mensen waren ook zo vast overtuigd.
44:23Ze waren immers nazaten van Abraham.
44:27Ze droegen het teken van het verbond in het lichaam.
44:30Er was van hun levenshandel en wandel in uitwendige zin niets te zeggen.
44:36Ze hadden daarom zekerheid.
44:39Ze zouden ongetwijfeld straks verwelkomd worden in de hemelstad Jeruzalem.
44:45Vanwege hun eigen gerechtigheid en werkheiligheid.
44:51Beza, een van de reformatoren.
44:54Eén van de tijdgenoten van Kalfijn die zegt, niets staat ons in de weg om een hoge dunk van onszelf te hebben.
45:04Niets staat ons in de weg, geldt ook voor u en voor mij, om een hoge dunk ook van onszelf te hebben.
45:14En vandaar deze prediking dat deze Johannes de Doper zegt in de woorden van onze tekst.
45:20En de bijl ligt al reden aan de wortel.
45:24En de kanttekening van de Statenvertaling maakt duidelijk dat het hier gaat om de strafoefenende gerechtigheid van God.
45:35De toren God die zeer ontstoken is tegen Jeruzalem, de stad Davids.
45:43En dat straks de Romeinen zullen komen en deze stad zullen belegeren en een grote verwoesting ook zullen aanbrengen.
45:53En ook deze fariseeën en schriftgeleerden, het Sanhedrin, deze grote bomen die bij zichzelf de gedachte hadden dat ze groen en fris waren.
46:05Deze eikenbomen van vermeende eigen gerechtigheid en zelfgenoegzaamheid die met hun wortels gevoed werden door onkunde, door
46:18ongeloof en door hoogmoed.
46:22Die geen goede vruchten voorbrachten.
46:25Zoals de schrift eist.
46:27Zoals in deze prediking ook aan de orde gesteld is.
46:31We missen aan deze bomen.
46:34De vruchten van de boedvaardigheid.
46:37Van de ootmoedigheid.
46:39Van de schuldbeleving.
46:41We missen de vrucht van een hartelijk berauw.
46:44Van schaamte en van vroodmoediging.
46:47Van de droefheid naar God.
46:50En van de blijdschap.
46:52In God.
46:52Door Christus.
46:53Hun ontbreed.
46:55De gelovige toevluchtneming.
46:57Tot die enige naam gegeven.
46:59Onder de hemel.
47:00Tot zaligheid.
47:02Een strijdend leven.
47:04Is bij hen niet te bespeuren.
47:06Een stervend leven.
47:08Daar hebben ze geen enkele wetenschap van.
47:12Van achteruit.
47:13En minder worden.
47:15Van zonder blijven.
47:17En bedelaar blijven.
47:19Daar hadden deze hoorders.
47:21Nog nooit iets van begrepen.
47:23En nog nooit iets van gehoord.
47:25Hopelijk gemeente.
47:27U en ik wel.
47:28Al zo lang verkerend onder het woord.
47:31Al zo vaak gehoord.
47:34De boodschap van het oude.
47:36En van het nieuwe testament.
47:37De prediking van het evangelie.
47:40Van godsvrijmachtige genade.
47:42Want die bijl ligt niet alleen aan de wortel van de boom.
47:46Van Jeruzalem.
47:48Die bijl.
47:50Die ligt niet alleen aan de wortel van het bestaan van deze fariseeën.
47:54En van deze schriftgeleerden.
47:56Maar die bij ligt ook aan u en aan mijn levensboom.
48:00Onze tijd is beperkt.
48:03Is begrensd.
48:05Is door de heren vastgesteld.
48:08Ons bestaan kent straks een einde.
48:11En dan gaan wij naar die nimmer eindigende eeuwigheid.
48:15En onze levenstijd, hoe u die ook vult.
48:19En hoe u die ook noemt.
48:20En waarmee u ook bezet bent.
48:23En hoe druk of u ook deze tijd ook bezig bent.
48:28Gods woord zegt dat het genadentijd is.
48:31Dat we leven onder zijn langmoedigheid.
48:34Dat we verkeren onder zijn woord en waarheid.
48:38En dat we opgeroepen worden om tot hem te komen.
48:42Als arm verloren zondaar.
48:45Om te delen in zijn warmhartigheid.
48:48Ernst van het woord tekent ons de kortstondigheid van ons bestaan.
48:53Die bijl die ligt ook aan de wortel van u en van mijn levensboom.
49:00En de kernwoorden gemeente van u en van mijn leven.
49:04Dat is kortstondigheid.
49:08Dat is ijdelheid.
49:10En het is strafwaardigheid.
49:12En kennen wij deze woorden in de beleving van ons hart.
49:17...de ernst van ons leven verstaan.
49:20Dat ze ons zulke verontrusting geven...
49:23...dat ze ons gedurig uitdrijven naar het troon der genade.
49:27Dat we daarom hartelijk verlegen zijn om onderwijs uit het woord.
49:33Valt niet mee, zo'n aanspraak.
49:36Zo'n krachtige, ontdekkende aanspraak.
49:40Abram sa te zijn.
49:42Adderige broedsels genoemd te worden.
49:46Menen op de goede weg te zijn.
49:48En de naam zonder dat die ook in ons hart afgedrukt wordt.
49:54Maar hoe noodzakelijk.
49:55Want Johannes zijn naam betekent de Heere is genadig.
50:01Hij is de voorloper van hem die genaamd wordt Jezus.
50:06Want hij zal zijn volk zalig maken van hun zonde.
50:12En de roeping van de koning der kerk is.
50:15Dat hij gekomen is, niet om te roepen de rechtvaardigen, maar de zondaars tot bekering.
50:23Want in de tweede plaats dan spreekt ook onze tekst van de onderwijzing.
50:27Want dan richt ook deze Johannes de Doper zich niet alleen tot de fariseeën, tot de schriftgeleerden.
50:34Maar dan richt hij zich ook tot het geheerde gehoor wat tot hem uitgegaan is.
50:38U kunt dat vinden in Lukas 3 vers 10 en vers 15.
50:43Hij is de wegbereider.
50:46Hij is de voorloper.
50:47Hij is de heroud die voor de koning der kerk uitgaat.
50:53Het is zeer onderscheiden, Johannes de Doper of de koning zelf.
50:59En toch is het niet gescheiden.
51:02Er is een eenheid.
51:03Dat is duidelijk al gemaakt voor de geboorte van de zaligmaker.
51:08Voor de geboorte van deze Johannes de Doper was er al overeenstemming.
51:14Als de stem van Maria klinkt in de woning van Elisabeth, dan springt de vrucht op in haar buik en begroet deze koning der kerk.
51:24Er was al voor de geboorte dus overeenstemming tussen beiden.
51:29Dan geeft die voorloper, die herhoudt, die geeft de koning der kerk al een groetenis, geeft hem al de eer.
51:38Hij is de vriend van de bruidegom.
51:42En hij verheerlijkt dan reeds de bruidegom.
51:45Het moet kenmerkend zijn gemeente voor de prediking van het woord.
51:50Die onderscheiding en niet gescheiden van wet en evangelie.
51:56Van de prediking van de schuldontdekking en ook van de schuldvergeving.
52:03Die wet moet klinken in u en in mijn leven.
52:06Wij begonnen vanmorgen met de prediking van de wet die u voorgelezen werd.
52:1210 geboden.
52:13Dat is niet zomaar een traditie.
52:15Maar het heeft een duidelijke plaats.
52:17In de eredienst.
52:18Dat wij zoals we komen in Gods huis.
52:22Onder de prediking van het woord.
52:24De spiegel van Gods heilige wet.
52:27Krijgen voorgesteld.
52:28Dat die ons gelezen wordt.
52:30Opdat ze in onze harten.
52:33Hetzelfde gevolg zal hebben.
52:35Als wat het ontving.
52:37In de harten van het volk.
52:38Aan de voet van de Silei.
52:40Toen het volk.
52:41Zulks hoorden weken zij af en stonden van verre.
52:46En riep het op Mozes, spreekt gij lieden voor ons.
52:51Wil uw knecht door schuld verslagen.
52:54O heren, niet voor uw vierschad dagen.
52:57Want niemand zal in dat gericht, daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen.
53:03Rechtvaardig zijn voor uw gezicht, dat is de bedoeling van de wetslezing.
53:07Elke zondagmorgen, als dat plaatsvindt.
53:11Opdat we onszelf recht leren kennen.
53:14Een mishagen aan onszelf zullen hebben.
53:17Ons voor God zullen verootmoedigen.
53:20En door de prediking van het evangelie.
53:23Door de boodschap van de heroud die ons wijst.
53:27Die ons onderwijst.
53:29Die ons heen wijst naar de zonen gods.
53:32Onze zaligheid en reinigmaking.
53:35Buiten onszelf zullen zoeken in hem.
53:38De zonen gods.
53:40De wonde moet aangewezen worden.
53:43De ernst van de kwaal moet ons duidelijk gemaakt worden.
53:48En dat doet Johannes met die aanspraak, met dit onderwijs.
53:52Hij wijst op de diepte van het addervergif in ons allerhard.
53:58Hij wijst op de korte tijd die ons nog rest.
54:01De bijl die al reden aan de wortel van de boom ligt.
54:05En hij geeft ook de boodschap.
54:09En van de zonen gods, de zaligmaker van zondaren, de medicijnmeester.
54:15Hij predikt de zaligmaker van zondaren.
54:19Bepaalt niet de mens, maar de Christus.
54:23De verkondiging gemeente van deze Johannes is niet alleen Gods heilige wet.
54:28Is niet alleen de diepte van de zonderschuld.
54:32Is niet alleen bekendmaken met het adergif wat doorgedrongen is.
54:38Tot in ons gehele bestaan en ons vergiftigd heeft.
54:42Onbekwaam gemaakt heeft tot enig goed.
54:45En geneigd tot alle kwaad.
54:48Maar, dat is niet het laatste woord van deze Johannes.
54:52Hij zegt, ik doop u wel met water.
54:55Tot bekering, maar die namen komt is sterker dan ik.
55:01Hij verkondigt hem die ook het einde der wet is.
55:06Die de wet zal vervullen.
55:08Johannes de Doper predikt de eis van Gods heilige wet.
55:14En Christus Jezus is de vervulling van de wet.
55:19De wet, u weet het wel, de jongens en meisjes die de categorisatie volgen zullen dat ook ongetwijfeld weten.
55:26Die wet heeft een drieerlei functie.
55:29Ze is tot ontdekking aan onze zonden en schuld.
55:32En ze heeft ook een heendrijvende functie.
55:37Tot de zaligmaker.
55:38Tot Christus Jezus.
55:40Tot verzoening van onze schuld.
55:42En ze is ook een leefregel.
55:44Voor de overige tijd van ons leven.
55:47Omdat we hem leren.
55:49Begeren te dienen.
55:50In overeenstemming met zijn heilige wet.
55:53Tot heiligmaking.
55:55Johannes gemeente.
55:57Die zegt.
55:57Hij is sterker dan ik.
56:00Die na me komt.
56:01Is sterker dan ik.
56:04Want Johannes.
56:06was een mens van gelijke bewegingen als u en als ik.
56:11Maar hij is waarachtig rechtvaardig mens...
56:15en waarachtig God in één persoon verenigd.
56:20Johannes was een zondaar, ook van zijn prils te begin af...
56:25in zonde ontvangen, in ongerechtigheid geboren.
56:28Maar hij, rein en zuiver, waarachtig mens...
56:34Maar ook rechtvaardig mens.
56:37Johannes heeft zijn begin in de tijd.
56:40Maar hij is sterker.
56:42Hij heeft zijn begin reeds van voor de grondlegging der wereld.
56:46God uit God.
56:48Licht uit licht.
56:49En heeft de menselijke natuur aangenomen.
56:53Johannes predikt de schrift.
56:55Het zuivere woord van God.
56:58Maar hij is sterker.
57:00Hij is het vlees geworden woord.
57:03Het woord wat bij God was.
57:07Wat God was is vlees geworden.
57:11En we hebben zijn heerlijkheid aanschouwd.
57:13Een heerlijkheid als des ene geboren zoon van de Vader.
57:18Vol van genade en waarheid.
57:21Ja, hij is zo sterk.
57:23Hij kan verlossen van de verdoemende kracht van Gods heilige wet.
57:28Hij heeft de verzoening verworven en aangebracht.
57:32Hij heeft de wet vervuld en hij heeft ook de zaligheid verworven.
57:39Het blijft ook uit zijn namen gemeente dat hij veel sterker is.
57:44Hij wordt genoemd in de schrift de Leeuw uit Judastam.
57:48Eén van zijn namen, zo zegt de profeet Isaiah, is ook sterke God, vader der eeuwigheid.
57:57Onder het Oude Testament vinden wij Simpson.
58:00En Simpson staat op in de nacht in de stad Gaza.
58:04En die neemt de poorten met de scharnieren op zijn schouder.
58:08En die poorten draagt hij op tot op het gebergte in het gezicht van Hebron.
58:16Komende overwinning op de Filistijnen wordt daarin uitgebeeld.
58:21Maar deze meerdere Simpson heeft de poorten van de dood op zich gedragen.
58:26En heeft onverderfelijkheid.
58:29En onsterfelijkheid.
58:30Een eeuwige overwinning.
58:32Heeft hij aangebracht.
58:35Simpson.
58:36Jongens en meisjes.
58:37Jullie kennen die geschiedenis wel.
58:39Van die man die nog een keer bad.
58:41Om zijn kracht.
58:42En die kreeg hij nog een keer.
58:45Zijn haren waren weer gewassen.
58:47Zijn kracht kwam nog een keer terug.
58:49En hij boog zich.
58:50En hij duwde de pilaren.
58:52Uiteen van de dagonstempel.
58:54En hij doodde.
58:56In zijn sterven meer Filistijnen.
58:59...dan hij ooit in zijn leven gedood had.
59:01Maar de zaligmaker van zondaren, de meerdere Simpson...
59:05...die heeft zichzelf gegeven tot de ransoen voor velen...
59:09...en brak de macht van de vorste duisternis...
59:13...verpletterde zijn kop, zijn raad en verwierf een eeuwige overwinning.
59:19Hij is veel sterker.
59:22Hij is sterker dan ik, zo zegt Johannes.
59:26Hij heeft de ganse...
59:28Hele machten ondergebracht.
59:29Hij is sterker.
59:31In zijn liefde.
59:32Tot de Vader.
59:34Hij wilde zijn heerlijk heilig recht.
59:37Verhogen.
59:38En heeft dat ook gedaan.
59:40Hij is sterker.
59:41Ook in de liefde.
59:43Tot zijn kerk.
59:44Tot zijn gunstgenoten.
59:46Hoe sterk is hij niet geweest.
59:48Dat hij de ganse zonde last.
59:50Van zijn kerk op de schouders heeft gedragen.
59:53En deze ook heeft weggedragen.
59:56Wat een ontzaggelijke kracht en sterkte had hij.
59:59Toen de hitte van de toren gods op hem losbrandde.
1:00:03Wat een kracht ook in zijn langmoedigheid en overgave.
1:00:08Ook aan het vloekhout van Golgotha.
1:00:12Dat hij staande gebleven is.
1:00:15Die zelfverlogening beoefend heeft.
1:00:17Die hij ook eist van de zijnde.
1:00:20Maar die hij ten diepste heeft aangebracht.
1:00:22Wat een zelfverlogening gemeente.
1:00:25Als u bespot wordt met een doornenkroon.
1:00:28In daangezicht geslagen wordt.
1:00:31Gehoond wordt.
1:00:32Als zijn goddelijke natuur verdacht wordt gemaakt.
1:00:36Indien gij Gods zoon zijt.
1:00:39En dat hij al die hoon, al die spot.
1:00:42Al die tartingen en tergingen van de vorste duisternis.
1:00:46Dat hij als het ware doof daarvoor was.
1:00:49En zich hield aan de opdracht die hij van God de Vader ontvangen heeft.
1:00:54Ik draag uw heilige wet.
1:00:56Die gij de sterveling zet.
1:00:58In het binnenst ingewand.
1:01:01Wat een ontzaggelijke kracht.
1:01:03En sterkte heeft hij betoond.
1:01:05In zijn trouw aan de vader.
1:01:07In zijn trouw ook aan zijn kerk.
1:01:10Aan zijn gunstgenoten.
1:01:12Ook zij die trouweloos van hem gevlogen zijn.
1:01:16En Petrus die hem trouweloos verlogen heeft.
1:01:19Dat hij toch getrouw bleef.
1:01:22Sterk bleef in zijn liefde.
1:01:24En in zijn trouw aan hen.
1:01:27Zie, zegt Johannes de Doper.
1:01:30Hij is sterker dan ik die na me komt.
1:01:34Wiens goed en ik niet waardig ben.
1:01:37Hem na te dragen.
1:01:38Daar hebt u de ootmoed gemeente van Johannes de Doper.
1:01:41Deze man is bepaald niet met zichzelf gekomen in de prediking van het woord.
1:01:46Hij kon toch wel het een en ander vertellen.
1:01:48Ook over zijn eigen geestelijke leven.
1:01:51Over die bijzondere plaats die hij.
1:01:54van Gods wegen ontvangen had.
1:01:56Die bijzondere plaats die hij verkregen had als voorloper.
1:02:00Maar hij doet echt de arbeid van de herhoud van de koning.
1:02:06Hij verklaart, hij wijst heen, hij onderwijst in de zaligmaker van Zondaren.
1:02:13Het is hem echt te doen om de eer van de bruidegom.
1:02:17Hij is ook werkelijk een vriend van de bruidegom.
1:02:21En zegt, ik ben niet waardig de minste slaverdienst, dat was het, de schoenen van iemand na te dragen.
1:02:29De minste slaverdienst zou ik niet waardig zijn om aan hem te verrichten zijn schoenriem te ontbinden of zijn schoenen na te dragen.
1:02:39Ziet de diepe verootmoediging en vernedering van deze Johannes de Doper.
1:02:48Hij zegt, die zal u dopen met de heilige geest en met vuur.
1:02:52En dan moet u denken aan de pinsterdag.
1:02:54Dan vindt u dat werkelijk onder de tekenen.
1:02:56Dat als hij de prijs betaald heeft.
1:02:59De schuld verzoend heeft.
1:03:01De vrede verworven heeft.
1:03:02Het recht verheerlijkd heeft aan het kruis.
1:03:06De wet vervuld heeft.
1:03:08Dat dan zijn loon ook uitgestort wordt over zijn discipelen.
1:03:13Die bekleed worden met de kracht van de heilige geest.
1:03:16Gedoopt worden.
1:03:18Met het vuur van de heilige geest.
1:03:20Maar dit geldt niet alleen op de pinsterdag.
1:03:24Dit geldt ook elkeen die door de kracht van geest en woord levend gemaakt wordt.
1:03:30Die krijgt ook iets van die heilige geest.
1:03:33Die verlichting in het verstand.
1:03:35Die vernieuwing van de genegenheden.
1:03:38Die herschepping van onze wil.
1:03:41Dat vuur gemeente van de heilige geest.
1:03:44Dat betekent de kennis die u ontvangt.
1:03:47In de verborgenheden, in de heilgeheimen van het Koninkrijk van God.
1:03:52In de waarheid van het woord.
1:03:54Vuur zuivert ook.
1:03:56Het verlicht, het zuivert, het reinigt ook.
1:04:00Het brandt ook de ongerechtigheid ook weg.
1:04:04Het geeft ook warmte.
1:04:06Een liefdevuur, een warmte geeft het ook in het hart.
1:04:10Voor de eer, voor de naam, voor het woord, voor de dienst van God.
1:04:15Dat vuur geeft ook een heidige ijver om voor de Heer het leven.
1:04:19Om hem de eer, de aanbidding te geven.
1:04:23En dit alles werkt de heidige geest uit in het hart.
1:04:27Van armen en verloren zondaren.
1:04:30Die zal u met een heidige geest en met vuur dopen.
1:04:36Wat een vurige liefde ijver ontvangt u toch in het hart.
1:04:39Als u door deze heidige geest gedoopt wordt.
1:04:43De kracht daaruit ontvangt.
1:04:45De sterkte.
1:04:46Ook daarvan ondervindt.
1:04:49In de derde plaats gemeente.
1:04:50Dan spreekt ook de tekst van de zuivering.
1:04:52Want dan spreekt ook.
1:04:54Deze Johannes van de Wan.
1:04:56Die in zijn hand is.
1:04:59En hij zal zijn dorstvloer.
1:05:02Doorzuiveren.
1:05:03De dorstvloer dat is.
1:05:05Een bepaalde hoogte.
1:05:06Die in het veld ook was.
1:05:08In die tijd.
1:05:10En op die dorstvloer.
1:05:11Werd de halmen.
1:05:14Met de koren.
1:05:16Dat werd daar tezamen gebracht op die dorstvloer.
1:05:19En die dorstvloer is een beeld van de kerk.
1:05:22Daar vindt u tarwekorrels.
1:05:24Maar daar vindt u ook stro.
1:05:26Daar vindt u ook af.
1:05:28De zichtbare kerk.
1:05:29De gemeente zoals ze samenkomt.
1:05:32Dat is een verzameling van wijzen en van dwazenmaagden.
1:05:37Daar zit waar een vals schijn en zijn bij elkaar.
1:05:43Daar vindt u...
1:05:45Daar ook korrels, maar daar vindt u ook stro, daar vindt u ook halmen, daar vindt u ook kaf.
1:05:51En u was het gewoond op zo'n dorssloer, daar werd of met de ossen, u kent de uitdrukking wel, een dorssende os, die dus dat koren vertrad, die halmen, en alles
1:06:03wat er op die dorssloer was.
1:06:05Dorssende os wil jij niet muilbanden, maar, staat ook in de verklaringen, het werd ook met stokken, werd...
1:06:13erop geslagen, zodat de tarwekorrels losgemaakt zouden worden...
1:06:18vanuit de hulzen en vanuit de halmen.
1:06:22En dan lag daar die tarwe met dat stro, met die stoppelen, met die hulzen.
1:06:29Dat alles lag daar op die darsloer.
1:06:32Dat ligt daar bijeen.
1:06:34En dat ligt daar enige tijd bijeen.
1:06:36En dan vindt de zuivering plaats.
1:06:39Beeldgemeente van kerkelijk leven.
1:06:43Van de verkondiging van het woord.
1:06:45Er wordt geslagen met stokken.
1:06:47Het wordt gedorst.
1:06:49Het wordt vertreden.
1:06:50Daar vindt verdrukking plaats.
1:06:52En dan op een bepaald moment.
1:06:54Zo zegt deze Johannes de Doper.
1:06:56Dan komt die koning.
1:06:59Der kerk.
1:07:00Wiens wan in zijn hand is.
1:07:02En hij zal zijn dorst doorzuiveren.
1:07:06Dat is de zekere.
1:07:07De vaste.
1:07:09De gewisse belofte.
1:07:11En die wan.
1:07:12Die werpt hij dan.
1:07:14Alles wat op die dorstvloer te vinden is.
1:07:17Dat wordt omhoog geworpen met die wan.
1:07:20En de wind maakt dan de scheiding.
1:07:22En het kaf dat stuift weg voor de wind.
1:07:26De tarwekorrel die van enig gewicht is.
1:07:30Die valt in de diepte terug.
1:07:32Het kaf wat geen waarde heeft.
1:07:35De lege omhulsels die worden weggeblazen.
1:07:39En het koren dat valt naar beneden.
1:07:42De profeet Jeremia, gemeente, die zegt.
1:07:44O mijn dorsting.
1:07:46Dan spreekt hij ook over de gemeente.
1:07:48O mijn dorsting.
1:07:50Hij heeft ze ook met het woord onderwezen, vermaand, gewaarschuwd.
1:07:56Opgeroepen tot bekering.
1:07:57O mijn dorsting.
1:07:58En de tarwe, mijn dorstvoers.
1:08:02Wat ik gehoord heb van de heren, der God, der heer Scharen.
1:08:06Dat heb ik u aangezegd.
1:08:09De bediening van het woord.
1:08:10Wet.
1:08:11En evangelie.
1:08:13De slagen die gegeven worden onder de bediening van het woord.
1:08:18Zo benaming, adderige broedsel.
1:08:20Zo beschrijving, zo diep ontdekkend van onze verlorenheid.
1:08:25Van onze schuld.
1:08:27Zo'n beschrijving van onze hoogmoed.
1:08:30Van onze zelfgenoegzaamheid.
1:08:32Bepaalt geen prijzende woorden.
1:08:35Geen bemoedigende teksten.
1:08:37Maar aanklagende woorden.
1:08:40Dat zijn die stokken waarmee we geslagen worden als we ze tenminste gevoelen.
1:08:46Want er staat ook in de schrift, ik heb ze geslagen.
1:08:49Maar ze hebben geen pijn gevoeld.
1:08:51Ze hebben geweigerd de tucht aan te nemen.
1:08:55Maar die klappen gemeenten die gegeven worden.
1:08:58Onder de bediening der verzoening op de dorssloer.
1:09:01Op het kerkelkerf.
1:09:03U kunt u als doof houden.
1:09:05U kunt eronder gevoelloos blijven.
1:09:08Het raakt u niet.
1:09:09U wordt er niet door getroffen, maar de bedoeling is dat we geslagen worden uit de wereld, uit de zonderdienst.
1:09:17Dat we geslagen worden uit onze eigen gerechtigheid en onze werkheiligheid als grond van de zaligheid.
1:09:26Dat we geslagen worden uit die eigen dunk, die grote gedachten van onszelf, die verwachtingen van onze godsdienstige verrichtingen en van onze goede werken.
1:09:38Dat we ook zelfs zo geslagen worden.
1:09:41Dat we ook onze tranen verliezen als grond voor de zaligheid.
1:09:45Onze gevoeligheden ook kwijtraken als betaalmiddel om voor God te kunnen bestaan.
1:09:51Dat echt die omhuls, huls, al dat kaf van ons losgeslagen wordt.
1:09:57Zodat er een naakte tarwekorrel overblijft.
1:10:00Een arm, een ellendig, een verloren zondaar.
1:10:04Geschikt om door God gezaligd te worden.
1:10:07Kijk en dan die zuivering als dat er nog hoog geworpen wordt.
1:10:13En alles wat leeg, wat geen inhoud heeft, dat wordt weggeblazen.
1:10:19En de tarwekorrelgemeente die valt door zijn gewicht op de grond, op de diepste plaats.
1:10:26Dat is de plaats toch van de arme zon daar.
1:10:28U verheft u niet.
1:10:30Nee, u wordt diep vernederd.
1:10:33De plaats van boete, de plaats van berauw.
1:10:37De plaats van hartelijke vernedering.
1:10:39De plaats van afhankelijkheid.
1:10:42De plaats van aanbidding.
1:10:45Van verwondering.
1:10:46Wie is aan onze God gelijk.
1:10:48Die armen opricht uit het slijk.
1:10:51Dat kaf.
1:10:53Dat heeft wel de gedaante.
1:10:55Dat heeft wel de vorm.
1:10:57Maar het heeft geen inhoud.
1:10:59Als het goed is gemeente.
1:11:01Dan.
1:11:02Heeft het woord van God ook vrucht in ons leven.
1:11:05Ook naar buiten toe.
1:11:07Maar niet alleen aan de buitenkant.
1:11:09Dan is er nog zo'n kaf.
1:11:11Omhulsel.
1:11:12Zo'n bepaalde gedaante.
1:11:14Maar het heeft geen gewicht.
1:11:16Het heeft geen inhoud.
1:11:18Maar het moet gevoed worden van binnenuit.
1:11:21Door de wortel.
1:11:22Door de wederbare kracht van het woord.
1:11:25En door het werk van de heilige geest.
1:11:28Ziet het gewicht.
1:11:30Van het woord die tarwekorrel.
1:11:33De last van de zonderschuld.
1:11:35Die we gaan gevoelen door het ontdekkend woord.
1:11:38En door de kracht van de heilige geest.
1:11:40De schuldeigening.
1:11:41Die drukt ons naar beneden.
1:11:44Die brengt ons in de diepte.
1:11:46En de diepste plaats wordt ingenomen door de prediking van het evangelie.
1:11:52De verwondering.
1:11:53De aanbidding.
1:11:54Over het evangelie van vrije genade.
1:11:57Hoe nodig toch.
1:11:59Dat we de slagen verstaan.
1:12:02De ontdekkende prediking ter harte nemen.
1:12:04De scherpe aanzeggende schuld.
1:12:07Ontdekking omhelzen.
1:12:09Om zo vroodmoedig te worden.
1:12:12En niet tegelijkertijd.
1:12:14Zoals de dichter het weergeeft in Psalm 32.
1:12:17Vers 5.
1:12:18Wat we eerst met elkaar gaan zingen.
1:12:20Wil toch niet stug.
1:12:21Gelijk een paard weer streven.
1:12:23Of als een muil door domheid voortgedreven.
1:12:27Gebid en toon.
1:12:29Door smens zijn hand bestuurt, beteugelen het woest.
1:12:32En het redeloos gediert laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.
1:12:39Het vijfde vers van Psalm 32.
1:12:41Als
1:12:41[GEZANG]
1:15:58de vierde gedachte gemeente was ook de vertrouwst.
1:16:00En die klinkt uit de woorden van onze tekst.
1:16:03Ja, dat koren, dat krijgt wel klappen.
1:16:06U krijgt klappen onder het woord, onder de bediening der verzoening.
1:16:11En weet u wat het wonderlijke is?
1:16:15Dat ook op Gods tijd ook leert bewonderen en aanbidden.
1:16:19Profeet Isaiah zegt, ik dank u, heren, dat gij toornig op mij geweest zijt.
1:16:26Wonderlijk.
1:16:28En toch is dat de werkelijkheid.
1:16:30De apostel Paulus spreekt van de kasteiding die geen zaak van vreugde is als ze tegenwoordig is.
1:16:37Maar daarna werkt ze een vreedzame vrucht der gerechtigheid voor degenen die door dezelfde geoefend worden.
1:16:45De psalmist in psalm 119 die zegt dat hij ook verblijkt is, verdrukt te zijn geweest.
1:16:54Want eer ik verdrukt werd, toen dwaalde ik.
1:16:58Ziet daarom gemeente.
1:17:00We zijn zondaars.
1:17:02We hebben de breuk gemaakt met God.
1:17:05We hebben een beginsel onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
1:17:11We zijn hartleerse mensen.
1:17:14Met een weerbarstig bestaan.
1:17:16De schrift noemt u en mij niet voor niets.
1:17:19Een wederhorige.
1:17:20Een zondaar.
1:17:22Melaats van de hoofdschedel tot de voetzool toe.
1:17:25Dat moet werkelijkheid worden.
1:17:27Daar hadden die fariseeën en schriftgeleerden totaal geen enkel besef van.
1:17:32Het was allemaal zo keurig, netjes aan de buitenkant.
1:17:35Ze waren zo trouw in de tradities.
1:17:39Ze waren zo nauwgezet in uitwendige zin.
1:17:43In de werkende wet.
1:17:45Dus deze naam.
1:17:47Daar werden ze wat de meeste betreft toornig om.
1:17:50Dat was toch heel misplaatst.
1:17:53Om zo genoemd te worden.
1:17:55Om zo getekend te worden.
1:17:57Maar hopelijk mag het met u anders zijn.
1:18:00Dat u hebt leren verstaan.
1:18:02Voor God geen bestaan te hebben.
1:18:05Schuldig te staan.
1:18:07Aan al zijn geboden.
1:18:09Misschien wel enige kennis met schaamte dat ik tegen al Gods geboden zwaar menigmaal gezondigd heb.
1:18:16Geen ervan gehouden heb nog steeds.
1:18:19Tot alle boosheid geneigd ben.
1:18:21Dat is de beleidenis van de kerk.
1:18:24Daar heeft de medicijnmeester niet alleen de diagnose uitgesproken.
1:18:30Maar heeft de patiënt ook de diagnose erkend.
1:18:35En omhelst.
1:18:36En niet langer van zich geduwd.
1:18:39Maar gebogen onder dat bestraffende woord.
1:18:42Dat korengemeente dat wordt geslagen.
1:18:45En dat valt in de diepte.
1:18:47Ondaan.
1:18:48Van al die valse omhulsels.
1:18:51Waarmee onze eerste ouders al begonnen zijn.
1:18:55Vijgenbladeren.
1:18:56Te nemen van het geboomte.
1:18:58En de schaamte, de schande van hun naaktheid.
1:19:01Daarmede te bedekken.
1:19:03Maar ze werden hun ontnomen.
1:19:05Door het onderwijs van het woord.
1:19:07Die valse bedekkingen.
1:19:09En dan krijgt u de diepste plaats.
1:19:12Had dat David niet een hoge plaats.
1:19:15Koning over een groot land.
1:19:17Hij toog aan het hoofd van zijn legermacht uit.
1:19:21Om de vijanden te bestrijden.
1:19:23Had eer en heerlijkheid in overvloed.
1:19:27Maar als hij onder het woord was.
1:19:30Als de Heer hem weer door zijn heidige wet tot stilstand had gebracht.
1:19:35Als dat ontdekkend ligt van de heidige geest.
1:19:38Hem weer beschenen had en in hem geschenen had.
1:19:42Dan zegt hij, opdat ze uit mijn behoudenis moed zouden mogen scheppen.
1:19:48Neemt hij de laagste plaats in onder het volk.
1:19:52Als er bij de volkstelling in de schuld komt.
1:19:55Dan zegt hij, ik heb gezondigd.
1:19:59Maar wat hebben deze arme schapen gedaan?
1:20:02En als de apostel Paulus onderwijs krijgt bij vernieuwing.
1:20:07Dan zegt hij.
1:20:09Van welke ik de voornaamste ben.
1:20:12Zo'n ijveraar.
1:20:13Zo'n man bedeeld met de heilige geest.
1:20:16Zo'n heilige liefde ijver voor de heren.
1:20:20En voor zijn woord.
1:20:22En voor zijn dienst.
1:20:23En toch weer op de plaats gebracht.
1:20:25Dan zegt hij.
1:20:27Dat hij een prediking is van de grote langmoedigheid van God.
1:20:31Van zijn verdraagzaamheid.
1:20:33Voor al degenen die in hem geloven zullen.
1:20:36Ten eeuwige leven.
1:20:39Weet u wat er komt, gemeente?
1:20:41Omdat als we recht geleerd en onderwezen worden, dan
1:20:45is er geen onderscheid.
1:20:47Dan hebben wij dezelfde afkomst uit Adam en Eva.
1:20:51Dan hebben we hetzelfde beginsel, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
1:20:57Dan beleid wij dat wij allen gezondigd hebben en de heerlijkheid gods derven.
1:21:04Dat wij om niet, zonder enige verdiensten, onze zijns.
1:21:10Als u dat beleeft, dan begrijpt u toch wel dat er geen enkel onderscheid is met uw medemens.
1:21:17Dat God onderscheid gemaakt heeft waar geen onderscheid was.
1:21:23Wie is de eigenaar van het zaad?
1:21:26Dat is toch de grote schepper en herschepper van hemel en aarde.
1:21:31Wie gaat over het zonlicht wat zo nodig is voor de wasdom?
1:21:36Wie gaat over de bevochtiging van het zaad?
1:21:40Wie laat dat vallen uit het hemelsheiligdom?
1:21:43Wie zorgt voor de wasdom?
1:21:46En wie zorgt voor de slagen en voor de plagen...
1:21:50die ons ontdoen van al onze valse bedekkingen...
1:21:54en verontschuldigingen en tegenwerpingen...
1:21:58en die ons deze laagste plaats doen innemen?
1:22:02Ja, dan moet je toch zeggen, dat is toch alles van de Heere.
1:22:04Het is uit Hem, het is door Hem en het is tot Hem.
1:22:09Wie roemt, die roemen in den Heere.
1:22:13Die zaadkorrel, dat is toch een gave.
1:22:16Dat is het wonderwerk van God.
1:22:19Dat is niets uit u.
1:22:20Het is Gods gave.
1:22:22Niet uit te werken op dat niemand roemen.
1:22:27En ziet dan die kasteidingen, die beproevingen, die verdrietelijkheden.
1:22:34Die diepe wegen die we moeten bewandelen.
1:22:37Die smartelijke ervaringen.
1:22:39Die we ondervinden.
1:22:41Maar we waren niet voor ons gemak.
1:22:44In deze bedeling.
1:22:47God heeft ons geschapen tot zijn eer.
1:22:50Om hem te bedoelen.
1:22:51Hem te verheerlijken.
1:22:53En nu bent u dat scheppingsdoel.
1:22:55U en ik dat zijn we kwijtgeraakt.
1:22:57Door onze diepe val.
1:23:00En nu heeft hij zijn zoon gezonden.
1:23:02Tot oprichting.
1:23:03Tot vernieuwing.
1:23:04Tot herschepping.
1:23:06Maar die val is zo diep.
1:23:08Die verkleefdheid.
1:23:09Aan de zonde is zo groot die binding aan het aardse.
1:23:13Aan het ijdele, aan het vergankelijke.
1:23:16Aan het voorbijgaande is zo sterk.
1:23:19Dat deze aanspraken, deze stokslagen.
1:23:24Die dorsende stappen van de os noodzakelijk zijn.
1:23:28Om ons in te winnen, over te winnen.
1:23:31Om ons buigzaam te maken voor zijn naam, voor zijn eer.
1:23:36Om ons roepende te maken, om zijn genade.
1:23:39En om zijn warmhartigheid.
1:23:42Kijk gemeente.
1:23:43Dan staat er toch in onze tekstwoorden de vertroosting.
1:23:47Hij brengt zijn tarwe in de schuur.
1:23:50Na al die slagen.
1:23:54Vanuit die diepe plaats.
1:23:55Dan raapt hij die tarwe op.
1:23:58Op zijn tijd en wijze.
1:24:00En dan brengt hij die tarwe in de schuur.
1:24:04En mij.
1:24:05Hiertoe.
1:24:06Zo zegt Asaf.
1:24:07Door u bereid.
1:24:09Opnemen.
1:24:10In uw eeuwigheid.
1:24:12Na de honger.
1:24:14De verzadiging.
1:24:16Na de dorst.
1:24:18De eeuwige lafenis.
1:24:20Hij slaat om te helen.
1:24:23Prediking gemeente van Johannes de Doper.
1:24:26En
1:24:28de zaligmaker van zondagen.
1:24:29De eenheid.
1:24:30De leer van het oude en nieuwe testament.
1:24:34Vindt u ook hier duidelijk.
1:24:36De een.
1:24:37Het is één eenheid.
1:24:40Christus van eeuwigheid.
1:24:43Daalt af in de tijd.
1:24:45Johannes zijn begin in de tijd.
1:24:48En die wijst op hem die de eeuwigheid heeft verworven voor arme verloren zondaren.
1:24:56Ziet, hij wordt u gepredikt ook vanmorgen gemeente.
1:25:01Vanuit de woorden van onze tekst.
1:25:03De vriend van de bruidegom Johannes de Dope.
1:25:07Die geeft deze boodschap door aan u en aan mij.
1:25:11Van die hemelse bruidegom.
1:25:14Die de sterkste is.
1:25:16Sterker dan de macht van de vorste duisternis.
1:25:20Sterker dan de zuigkracht van de zonde en de werelddienst.
1:25:26Zo sterk dat hij met die lautere goedheid die liefde koorden.
1:25:31U kan trekken uit dat moeras van de ongerechtigheid.
1:25:35En van de verdorvenheid.
1:25:38Sterker dan de slijkende modder van de zonde.
1:25:40De heilige geest.
1:25:42Die zal hij geven.
1:25:44Die geeft licht.
1:25:45Die geeft vuur.
1:25:47Die geeft een heilige liefdeijver.
1:25:49Die geeft warmte.
1:25:51Maar die moet hij geven.
1:25:54Dus u moet een smekeling worden.
1:25:57Een smekeling blijven aan de troon van zijn genade.
1:26:01Armen zal hij met goederen vervullen.
1:26:05Rijken.
1:26:06Heeft u ledig weggezonden.
1:26:08Dus er staat duidelijk in de tekst.
1:26:10Gemeente die na meekomt.
1:26:12Die zal u.
1:26:13Dus we moeten het uit hem verkrijgen.
1:26:16Dus u moet komen.
1:26:18In uw armoede.
1:26:19In uw schuld.
1:26:21In uw verlorenheid.
1:26:22In uw onwetendheid.
1:26:24In uw ellendigheid.
1:26:25Hem nederig te voet te vallen.
1:26:29Opdat we dat liefde vuur.
1:26:32Opdat we die geestelijke warmte.
1:26:34Omdat we die geheiligde kennis zouden mogen verkrijgen in de verborgenheden, in de heilgeheimen van zijn koninkrijk.
1:26:43Wie hem nederig valt te voet, die zal van hem zijn wegen leren.
1:26:49O, wat een kracht gemeente de wet.
1:26:52Wat een verdoemende kracht.
1:26:54Hij zet ons erbuiten.
1:26:56We kunnen voor God niet bestaan.
1:26:58En wat een geweldige macht de vorste duisternis.
1:27:03Profeet van de oude dag die zegt, zou ook een machtige.
1:27:07Als de vorste duisternis te vang ontnomen worden.
1:27:11Zouden de gevangenen eens rechtvaardigen.
1:27:14We zijn rechtvaardig in zijn handen terecht gekomen.
1:27:17Zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen.
1:27:22Johannes zegt, hij is sterker dan ik.
1:27:25Hij is de sterkste.
1:27:28Dat staat ook in Isaiah.
1:27:30Dat ik de heren.
1:27:32Die zal u verlossen.
1:27:34Hij trekt.
1:27:35Hij moet trekken.
1:27:37Die ons getrokken heeft.
1:27:39Uit de macht van de boze.
1:27:40Zo diep.
1:27:42Zo vast zitten wij.
1:27:43In de slijkende modder van de zonde.
1:27:46In onze tegenwerpingen.
1:27:48In onze redeneringen.
1:27:50In onze verontschuldigingen.
1:27:51Hij trekt.
1:27:52Met liefde koorden.
1:27:54Uit loutere goedheid.
1:27:56Uit de duisternis.
1:27:57Tot zijn licht.
1:27:58Ziet op dat we tot.
1:28:00Hem zouden komen is hij gekomen.
1:28:04En dan moet u komen.
1:28:06En dan mag u komen.
1:28:07En dan zult u komen.
1:28:10Uitsluitend op grond.
1:28:11Van de onderwijzing.
1:28:13De heenwijzing.
1:28:15De liefdelijke lokking en nodiging.
1:28:18Prediking van het evangelie van vrije genade.
1:28:21En dan belooft hij ook.
1:28:23En die tot mij komt.
1:28:26Die zal ik geen zins uitwerpen.
1:28:30Hoe dicht de deur ook lijkt te zitten.
1:28:32Hoe duister uw weg ook is.
1:28:34De volharding, de aanhouding.
1:28:36Aan de troon zijn er genade.
1:28:39Hebt u ook vrees voor kaf?
1:28:41Zo'n leeg omhulsel.
1:28:44Wat straks weggeblazen zal worden door de wind van de toren van God.
1:28:48Door de stormwind.
1:28:50Leeg, ijdel.
1:28:51Ach, nu onze leegheid.
1:28:54Onze ijdelheid.
1:28:55Onze lichtheid.
1:28:57Onze verlorenheid.
1:28:59Te beleiden.
1:29:00Ziet gemeente het kaf.
1:29:02Een ernstige boodschap toch.
1:29:04Een bijl.
1:29:05De kortstondigheid.
1:29:08De ijdelheid.
1:29:09De strafwaardigheid.
1:29:11Een kaf.
1:29:12Leeg.
1:29:13Zonder inhoud.
1:29:15Stuift weg voor de wind.
1:29:17Het kaf.
1:29:18En het stro.
1:29:19Dat wordt verbrand.
1:29:21Door het vuur.
1:29:23Zo is deze prediking van deze Johannes de Doper.
1:29:26Wat een onzachtelijke boodschap.
1:29:29En wat een vertroosting voor al diegenen.
1:29:31Door het slagen van het woord.
1:29:33Door het onderwijs van het evangelie.
1:29:36Dat woord ook in zijn ontdekkende, bestraffende, vermanende kracht.
1:29:41Leren omhelzen.
1:29:43Daarvoor leren buigen.
1:29:44Want als dan het kaf verbrand wordt door het vuur.
1:29:49Zal het koren vergaderd worden in de schuur.
1:29:53Vreest zere macht.
1:29:56En dient zijn majesteit.
1:29:58En dan zegt de dichter, juicht, bevend, juichen.
1:30:03Er is nog een weg, nog een middel.
1:30:06Sterker dan ik, zegt Johannes de Doper.
1:30:08De sterkste, de held, de Leeuward-Judas-Stam.
1:30:12En dient zijn majesteit, vreest zere macht en dient zijn majesteit.
1:30:18Juicht bevend, bevende vanwege onze zonde en schuld.
1:30:23En toch te juichen op het gezicht van zijn vermogen.
1:30:28Hij is sterker dan ik.
1:30:31En kus de zoon.
1:30:32Van ouds u toegezijd.
1:30:35Eer u zijn toren.
1:30:37Verdelg voor aller ogen.
1:30:39Amen.
1:30:40Eindigen wij met het gebed.
1:30:43Heere, gij bracht ons in dit morgenuur rondom.
1:30:47Dit uw woord.
1:30:48De prediking van oude en nieuwe testament.
1:30:55Dezelfde boodschap, wet en evangelie.
1:31:00Vloek en zegen.
1:31:02De noodzaak.
1:31:04En ook de mogelijkheid.
1:31:06Van bekering.
1:31:08Wedergeboorte.
1:31:09Bind het op ons hart.
1:31:11Gedenk ons in uw genade getrouw.
1:31:14Doe ons.
1:31:16Bevangen worden met een heilige schrik.
1:31:19Vanwege deze aanspraak.
1:31:22En deze benaming.
1:31:24Maar dat die schrik.
1:31:26Ons dan mag bewegen.
1:31:28Tot dat oprechte geloof.
1:31:30In hem.
1:31:31Uw zoon.
1:31:32De zaligmaker van zondagen.
1:31:35Het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.
1:31:39Ontferm u zo.
1:31:41Naar uw barmhartigheden.
1:31:43Wil ons ook in dit avontuur weer samenbrengen rondom uw woord.
1:31:47En het beleiden der kerk.
1:31:49Wil ook het onderwijs op de zondagsschool ook zegenen.
1:31:53En ook zij die daarbij hebben voor te gaan uw hulp, uw bijstand bewijzen.
1:31:59Heren, zie zo nog op ons neder.
1:32:02In uw genadige trouw.
1:32:04En vergevende liefde.
1:32:06Omzijnend wil.
1:32:07Die gij altijd hoort.
1:32:09Om Christus willen.
1:32:12Uit genade.
1:32:13Amen.
1:32:16Wij zingen tot slot.
1:32:17Psalm 32.
1:32:19En nu het derde en het zesde vers.
1:32:21Psalm 32 vers 3.
1:32:23Bekende o heren.
1:32:25Aan u oprecht mijn zonden.
1:32:27Verborg geen kwaad.
1:32:29Dat in mij werd gevonden.
1:32:31En ook het zesde vers rechtvaardig volk verheft uw blijde klanken.
1:32:35Psalm 32 vers 3 en 6.
1:32:38Gaat
1:32:39[GEZANG]
1:37:58nu heen in vrede dragende de zegen des heren.
1:38:01De heren zegenen u en behoeden u.
1:38:05De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:38:11De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:38:17Amen.
1:38:18[GEZANG]