1 Koningen 17: 7 - 10a en 16; Geloofsbeproeving, -beproeving en -vertrouwen

zondag 19 juli 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. J. Joppe · 109 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:18Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, Heren.

10:25Die hemel en aarde geschapen heeft.

10:30Die trouwen houdt tot in de eeuwigheid.

10:33En die nooit laat varen.

10:36Enig werk dat zijn hand begon.

10:42Amen.

10:45Genade zij u en vrede.

10:48Van hem die is en die was.

10:52En die komen zal.

10:54En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:58En van Jezus Christus.

11:00Die de getrouwe getuige is.

11:03De eerstgeborene uit de doden.

11:06En de overste.

11:08Van alle koningen der aarde.

11:12Amen.

11:15Gemeente zetten we deze dienst voordeel met elkaar te zingen.

11:18Van psalm 32 het vierde vers.

11:21Gij zijt mijn heren.

11:24Ter schuilplaats in de gevaren.

11:26Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.

11:31Het vierde vers van psalm 32.

11:34Dan gaan

11:34[GEZANG]

15:22we naar de geloosbeleiding.

15:23Het laatste vers van psalm 27.

15:26Zo ik niet had geloofd dat in dit leven.

15:31Het zevende vers van psalm 27.

15:34Na de geloosbeleiding.

15:37Doen wij dan uw gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.

15:47Met de woorden van de twaalf artikelen en in ieder spreken in zijn of in haar hart.

15:54Al dus, ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

16:06En in Jezus Christus, zijn enige geboren zoon, onze Heere.

16:13Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.

16:20Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven.

16:29Nedergedaald ter helle.

16:33Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

16:37Opgevaren ten hemel.

16:39Zittende ten rechterhand gods des almachtigen vaders.

16:44Van waar hij komen zal om te oordelen.

16:47De levenden en de doden.

16:50Ik geloof in de heilige geest.

16:54Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.

17:01De gemeenschap der heiligen.

17:04Vergeving der zonden.

17:07Wederopstanding des vleeses.

17:09En een eeuwig leven.

17:13Amen.

17:14[GEZANG]

20:091 Koningin 17 en daarvan de eerste 16 versen.

20:14De

20:15schriftlezing is 1 Koningin 17, de versen 1 tot en met 16.

20:21En daar lezen we Gods heilig en ontvuilbaar woord als volgt.

20:25En Elia de Tisbiet van de inwoners van Gilead zeide tot Agab zo waarachtig als de heren.

20:34De God is er als leeft voor wiens aangezicht ik sta.

20:39indien deze jaren douw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.

20:47Daarna geschied het woord des Heren tot hem, zeggende, Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krit, die voor

20:59aan de Jordaan is.

21:01En het zal geschieden dat gij uit de beek drinken zult, en ik heb de raven geboden.

21:09Dat zij u daar onderhouden zullen.

21:12Hij ging dan heen en deed naar het woord des heren.

21:16Want hij ging en woonde bij de bekrit die voor aan de Jordaan is.

21:22En de raven brachten hem desmorgens brood en vlees.

21:27Desgelijks brood en vlees des avonds.

21:30En hij dronk uit de beek.

21:33En het geschiedde ten einde van vele dagen dat de beek uitdroogde.

21:38Want geen regen was in het land geweest.

21:43Toen geschiedde het woord des heren tot hem zeggende.

21:46Maak u op.

21:48Ga heen naar Zarfad dat bij Sidon is.

21:51En woon al daar.

21:54Zie ik heb daar een weduwvrouw geboden dat zij u onderhouden.

21:59Toen maakte hij zich op en ging naar Zarfad.

22:02Als hij nu aan de poort der stad kwam.

22:05Zie zo was daar een weduwvrouw hout lezende.

22:09En hij riep tot haar en zei haar, haal mij toch een weinig water in dit vat, dat ik drinken.

22:15Toen zij nu heen ging om te halen, zo riep hij tot haar en zei haar, haal mij ook een beetje broods in uw hand.

22:24Maar zij zei er zo waarachtig, als de Heere uw God leeft, indien ik een koek heb, dat alleen een handvol meel in de kruik en een

22:37weinig olie in de fles.

22:40En zie, ik heb een paar houten gelezen.

22:44Ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden dat wij het eten en sterven.

22:53En Elia zei er tot haar vrees niet.

22:56Ga heen, doe naar uw woord.

22:59Maar maak mij voor eerst een kleine koek daarvan.

23:03En breng die mij hier uit.

23:05Doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.

23:10Want zo zegt de Heere, de God Israëls.

23:15Het meel van de kruik zal niet verteerd worden.

23:19En de olie der fles zal niet ontbreken.

23:22Tot op de dag dat de Heere regen op de aardbodem geven zal.

23:29En zij ging heen en deed naar het woord van Elia.

23:33Zo at zij en hij en haar huis vele dagen.

23:39Het meel van de kruik werd niet verteerd.

23:42En de olie van de fles ontbrak niet naar het woord des heren.

23:46Dat hij gesproken had.

23:48Door de dienst van Elia.

23:51Tot zover onze schriftlezing.

23:56Gemeente bidden we de heren om zijn onmisbare zegen.

23:59Over deze dienst laat ons bidden.

24:03En ook de heren danken.

24:10Heren wat een voorrecht.

24:13Dat gij aan ons hier voor de tweede maal.

24:18De gelegenheid geeft om samen te komen.

24:23En dat gij ons de gezondheid of de redelijke gezondheid geeft om hier bijeen te zijn.

24:33En ook als we thuis mogen meeluisteren, dan mogen we daar in uw goede hand opmerken.

24:44Want heren, wat een bemoeienissen hebt

24:48gij met ons.

24:51Als we zien op ons leven, als

24:54we zien op wie we geweest zijn, dan hebt gij uw bewarende en sparende handen ook in de afgelopen uren over ons uitgestrekt.

25:06En mogen we nog zijn die we zijn.

25:09En dan weet u als die grote harte kenner hoe we staan tegenover u de heilige God.

25:18Of we die vrede al mogen kennen die alle verstand te boven gaat.

25:24Of

25:26we de betekenis van de naam van uw kind en knecht Elia al

25:33kunnen nazeggen op goede gronden.

25:36Mijn God is de Heer.

25:39Waar

25:41het vanmorgen over ging.

25:43Hoe deze profeet u

25:47gebeden heeft om een oordeel.

25:51Dat het niet meer zou regenen.

25:53Dat er geen daal meer zou komen.

25:57En dat alles op dat het volk.

26:00Tenmidden van die hongersnood.

26:03Zou gaan roepen tot u zich zou bekeren.

26:08En heren dan hopen we vanavond.

26:13Met de hulp en de leiding van uw heilige geest.

26:16Daar nog wat verder bij stil te staan.

26:18En daar geestelijke lessen uit te trekken.

26:23O, geef, heren, dat de boodschap ook van deze avond ons hart en leven mag raken.

26:31Dat het mag zijn voor uw kinderen tot

26:36bemoediging en vertroosting.

26:40Tot opscherping, tot vermaning.

26:43U weet wat ze nodig hebben.

26:46En wat kan het zwaar zijn in het leven van het geloof dat soms alles weg lijkt te zijn.

26:55Maar zout u dan weer opnieuw willen spreken.

26:59En willen werken dat we vanavond mogen drinken uit die levensbron.

27:09En ook als we er nog buiten staan heren.

27:13Dat er een vluchten mag zijn in ons leven.

27:19Tot u met de nood en met de schuld van ons leven.

27:23Met alle vragen die ons zou kunnen bezetten.

27:28Om van u te ontvangen wat nodig is.

27:32O, gedenk zo in ieder van ons, van jong tot oud.

27:37Heren, misschien zijn er wel die eigenlijk helemaal geen zin hadden om hier vanavond te zijn.

27:44Maar mee moesten van thuis, van de ouders.

27:48Heren, we danken u dat ook die jongeren aanwezig zijn, die kinderen.

27:53En heren, geef dat ze begrijpen waarom het...

27:58Zo belangrijk is om in de kerk te zijn.

28:01In de werkplaats van de heilige geest.

28:05Waar u ook wilt werken in harten van kinderen.

28:11Ja waar gij door uw lieve geest harten wil vernieuwen.

28:17En heren u weet welke jongen welk meisje nog geen nieuw hart heeft.

28:24Welke jongeren dat nog mist of misschien helemaal niet mist.

28:28Maar zout u dan zo krachtig willen werken dat we er niet meer onderuit kunnen komen?

28:37Heere, gedenk zo, van jong tot oud.

28:41Ook als we gekomen zijn in de avond van het leven.

28:45En we het aanvoelen, het einde nadert.

28:49O, dat dat einde dan vrede mag zijn.

28:54Omdat we die vrede met u gezocht en gevonden hebben.

29:00Die vrede die zo duur verworven is door die vredevorst.

29:05En die door uw geest worden toegepast aan vijanden.

29:12Vijanden die moeten capituleren.

29:16Die het moeten opgeven.

29:20En aan uw voeten, Heer Jezus Christus, terechtkomen.

29:25We

29:27dragen haar nu op de gehele gemeente.

29:31Van jong tot oud.

29:32En we bidden ook voor allen die een taak hebben in de gemeente.

29:36We denken aan de kerkraad.

29:39De kerkvolgdij.

29:42Als ook voorbereidingen getroffen worden voor de overkomst.

29:47Van een nieuwe header en leraar.

29:50Heren schenk aan hen wat nodig is.

29:53Ook bij hem die het pastorale werk mag verrichten.

29:57Hier in het midden van deze gemeente.

30:02Breid uw koninkrijk uit.

30:04En niet alleen hier, maar ook in andere gemeentes.

30:08Van Oudorp en van Goede Overflakkee.

30:12Ja, van geheel ons land.

30:16Heren, zout u bijeen willen brengen wat waarlijk bijeen hoort.

30:22Gedenk ook het werk van de zending.

30:26De zending vanuit onze kerk, maar ook anderen die...

30:31Uitgezonden zijn die op andere plaatsen een taak mogen hebben.

30:35Om iets te betekenen in uw koninkrijk.

30:38Uw kentse heren die op moeilijke posten staan.

30:42Die andere taken hebben bij het zendingswerk.

30:48Zoveel taken zijn er.

30:50We denken aan de MAF.

30:52Aan het bijbelvertaalwerk van Wycliffe.

30:56Aan het doorgeven van...

31:00Uw woord via internet,

31:04via de media, daar waar mensen

31:07onbereikbaar zijn, tenminste voor zendelingen.

31:11U kunt dwars door alles heen breken en ook verschillende middelen gebruiken.

31:19En heren, dan gaat u nog door met uw kerkvergaderend werk.

31:24En dat laat deze dienst ook zien dat er nog toegebracht moeten worden.

31:30Naar uw verkiezend welbehagen tot die gemeente die zalig zal worden.

31:37En heren, zie dan nog ook naar een ieder van ons om in gunst en in genade van boven.

31:47En wil zo ook uw volk Israël gedenken.

31:52Heren, dat het deksel van voor hun ogen mag worden weggenomen.

31:57En dat ze tot de erkenning komen van uw Zoon, de Heer Jezus Christus.

32:04Heren, we bidden ook voor de vervolgde kerk.

32:08Vooral in die gevangenissen kwijnen.

32:10Die met gevaar voor eigen leven samenkomen.

32:14O, wat zijn wij dan bevoorrecht.

32:16En ook zo verantwoordelijk.

32:19Want wat doen we met dat woord wat in alle vrijheid gelezen mag worden.

32:25Thuis, op school, in de gemeente.

32:28Wat verkondigd mag worden.

32:31O, heren.

32:33Breid uw koninkrijk nog uit, ook onder ons.

32:38En dat het gehoord mag worden in de gemeente.

32:42Deze en die is daar in Sion geboren.

32:47En dat alleen uit genade.

32:51Dat alleen om Christus wil.

32:54Help uw dienstknecht.

32:57Organist de kostralen die een taak hebben deze avond.

33:02En dat alles mag zijn en mag strekken.

33:06Tot de eer en de verheerlijking van uw grote naam.

33:11Dat bidden we van u.

33:13Niet omdat wij iets verdiend hebben.

33:17Maar alleen uit genade.

33:20Om Jezus' wil.

33:24Amen.

33:30Gemeente, zoals vanmorgen gezegd, herinneren we u nog aan de vakantie Bijbeldag van 25 augustus.

33:38De organisatie is nog op zoek naar vrijwilligers.

33:42Zie hiervoor ook de oproep in de kerkbode en op de Scipio-app.

33:46Er zijn drie collecten.

33:48De eerste is voor de stichting Stefanos.

33:50De tweede voor de kerk Volgdij.

33:52En de derde voor de aflossing van de kerk.

33:55En deze collecten worden hartelijk in uw maldadigheid aanbevolen.

34:00Zingen we dan nu van de 91ste psalm.

34:05En daarvan het eerste en het vijfde vers van psalm 91.

34:13Daarvan het eerste vers.

34:15Hij die op Gods bescherming wacht.

34:19Wordt door de hoogste koning beveiligd.

34:22In de duistere nacht beschaduwd.

34:25In Gods woning.

34:27En ik steun op God mijn toeverlaat.

34:30Dies heb ik niets te vrezen.

34:33Wie God vertrouwt.

34:35Diendeert geen kwaad.

34:37U tent zal veilig wezen.

34:40De versen 1 en 5.

34:43Van psalm 91, terwijl uw liefdegaven worden ingezameld.

34:47[GEZANG]

41:39Gemeente, vanavond is de tekst voor de prediking genomen uit 1 Koningin 17.

41:47En daarvan de versen 7 tot en met 10a en 16.

41:54En we willen die versen nogmaals lezen.

41:571 Koningin 17, vers 7 tot en met 10a.

42:05de beek uitdroogde.

42:08Want geen regen was in het land geweest.

42:16Ik heb dat een geloofsbeproeving genoemd.

42:21Toen geschiedde het woord des Heren tot hem zeggende...

42:24Maak u op, ga heen naar Zarfat, dat bij Sidon is.

42:29En woon al daar.

42:31Zie, ik heb daar een weduwvrouw geboden dat ze u onderhouden.

42:37Toen maakte hij zich op en ging naar Zarfat.

42:44Als hij nu aan de poort der stad kwam, zie zoals daar een weduwvrouw houdt, lezende.

42:51Dat is een geloofsoefening voor Elia geweest.

42:57En tot slot vers 16.

42:59Het meel van de kruik werd niet verteerd.

43:02En de olie van de fles ontbrak niet naar het woord des heren.

43:07dat hij gesproken had door de dienst van Elia.

43:11En dat laatste vers, daar kunnen we boven schrijven geloofsvertrouwen.

43:19Gemeente, drie aandachtspunten waar we in de prediking bij hopen stil te staan.

43:25In de eerste plaats geloofsbeproeving.

43:29In de tweede plaats geloofsoefening.

43:33En in de derde plaats geloofsvertrouwen.

43:38Gemeente van Morgen hoorden we over een goddeloze koning Agab.

43:45Die deed wat kwaad was in de ogen des heren.

43:50Meer dan allen die voor hem geweest waren.

43:56Door zijn huwelijk met Isebel worden de afgoden van Baal en Astarte ingevoerd.

44:05En aan deze goddeloze koning verschijnt dan op een dag.

44:10De godvrezende profeet Elia.

44:14Jongens en meisjes, jullie weten nog wel wat zijn naam betekent.

44:19Niet meer vergeten.

44:21Mijn God is de Heer.

44:24En

44:28dat was niet alleen de betekenis van zijn naam.

44:33Zo was het ook werkelijk geworden

44:38in het leven van Elia.

44:41Hij mocht het ook beleiden.

44:44Door Gods genade.

44:45Mijn God is de Heere.

44:51Als hij aan Agab gevraagd had wie is uw God.

44:55Dan zal Baal gezegd hebben.

44:57Dan zal Agab gezegd hebben dat is Baal of Astarte.

45:02Maar

45:04voor Elia was het anders.

45:08Ja we zouden kunnen zeggen zijn naam is ook zijn opdracht.

45:13Want Elia is er niet voor zichzelf.

45:16Maar voor zijn God.

45:18Voor de eer van zijn God.

45:22En mag dat ook van u, van jou gelden.

45:27We hoorden vanmorgen dat Elia Agab

45:32die verschrikkelijke boodschap komt vertellen.

45:35Er zal geen douw of regen meer zijn totdat hij het van Elia hoort.

45:43En de profeet heeft om dit oordeel gebeden.

45:47Zo weten we uit de Jacobusbrief.

45:52We lezen het al in Deuteronomie in 28.

45:54Als Israël niet wandelt in de wegen der zieren, dan zal de hemel van koper zijn en de aarde van ijzer.

46:02De eer van God is in het geding.

46:07De naam van God wordt gelasterd en gesmaat door het dienen van de afgoden.

46:16En dat kan Elia niet langer meer verdragen.

46:20En we zeiden vanmorgen, hij heeft om dit oordeel gebeden op grond van Gods woord.

46:28Zelf moeten we altijd oppassen om te bidden om een straf.

46:33Maar Elia deed dat niet zomaar, maar deed het op grond van het woord.

46:39Hij deed dat uit liefde en tot behoud van het volk.

46:44Ja, en de heren, die verhoort dit gebed.

46:48Zo kondigt de profeet dit oordeel aan en vertrekt dan op bevel van de heren naar de beek Krit en oosten van de Jordaan, buiten de grens van het land.

47:01En daar zorgt de heren voor hem.

47:05Er is water voor hem in de beek.

47:08En tweemaal per dag brengen de raven hem brood en vlees.

47:14En dat is voor Elia een bevestiging van de belofte van God.

47:19Vanwege de raven stond Elia met het woord op en ging s'avonds met het woord naar bed.

47:26De heren gebied de raven om Elia te onderhouden.

47:33Dat

47:35is wat kinderen, vogels, komen eten brengen.

47:42Dat is wel voor Elia een oefenschool geweest, denkt u niet.

47:50Want hij moet hier louter uit Gods hand leren leven.

47:55Hij moet bij de dag leren leven.

47:59Want die raven, ja, die brengen geen voorraad voor de komende dagen.

48:08Nee, iedere keer moet hij maar afwachten of dat ze terugkomen.

48:12Maar

48:14de Heer houdt woord.

48:18Gemeente leven uit Gods hand.

48:22Ja, dat ligt ons niet zo.

48:25Dat vinden we moeilijk.

48:28Of niet?

48:30Want wij houden zo van onze voorraden.

48:34Van ons kapitaal op de bank.

48:37En

48:40dat hoeft niet verkeerd te zijn dat er wat geld op de bank staat.

48:44We hebben ook onze verantwoordelijkheid.

48:48En toch zeg ik vanavond is leven uit Gods hand...

48:53in afhankelijkheid van Hem zo'n rijk leven.

49:01En laten we ook niet vergeten dat de God van Elia nog leeft.

49:07Ik

49:10hoorde laatst nog van iemand die had een

49:14grote reparatie aan de auto moeten laten verrichten.

49:20Het was iets van 3000 euro wat ze moest betalen en dat had ze niet.

49:27Toen ze dat zo voorlegde, de nood, eerst aan de heren en toen aan die garage houden.

49:34Toen zei hij op zeker moment, ach.

49:37Ik heb de afgelopen dagen veel verdiend aan de verkoop van andere auto's.

49:42En een van die mensen aan wie ik een auto verkocht.

49:47Die zei wat je nu overhoudt.

49:49Geef dat maar aan iemand die het nodig heeft.

49:54En hij zei dat bent u.

49:57En zo hoeft u niets te betalen.

50:00Bijzonder.

50:01Leven uit Gods hand.

50:03En misschien kunt u nog wel vele andere voorbeelden noemen.

50:10Kijk, die op de hoge God vertrouwd geliefde.

50:13Die

50:15heeft zeker op geen zand gebouwd.

50:18En met hem is nog nooit iemand beschaamd uitgekomen.

50:25Het geloof waagt het met God en zijn woord alleen.

50:32Juist als het geloof, het geschonken geloof in beoefening mag zijn.

50:38En dat geloof dat wordt nooit beschaamd, maar wel beproefd.

50:44Dat lezen we in vers 7 uit ons tekstgedeelte, waar

50:51op zeker moment de beek uitdroogt.

50:55En het geschiedde ten einde van vele dagen, leest u maar mee in vers 7, dat de beek uitdroogde, want geen regen was in het land geweest.

51:05Wat

51:07een beproeving.

51:08Die

51:10beek waar Elia water uit haalde,

51:15droogt op.

51:18Elia is nu ongeveer een jaar op die eenzame plaats met God en zijn belofte.

51:24En wat heeft hij het goed.

51:26Iedere morgen en iedere avond komen die raven.

51:33Misschien is hij dat wonder wel gewoon gaan vinden.

51:38Dat kan.

51:39Ook bij iemand die de heren vreest.

51:43Dat we dingen, bijzondere dingen gewoon gaan vinden.

51:47Maar nu gaat die beek uitdrogen.

51:51En de hemel blijft gesloten.

51:55Het oordeel van God over Israël wordt zichtbaar aan de beek.

52:00Krit, wat denkt u?

52:02Zou het niet gestormd hebben in het hart van Elia?

52:06De

52:08raven komen trouw brood en vlees brengen.

52:13Maar de

52:16dood door dorst is

52:19misschien nog erger dan de hongerdood.

52:23Zonder drinken kun je niet in leven blijven.

52:30En wie wel eens in Israël geweest is in de woestijn...

52:33die

52:35weet hoe warm het daar kan zijn.

52:37En daar moet je heel veel drinken.

52:40Anders droog je uit.

52:43En wat als er geen drinken meer voorhanden is?

52:48Gemeente, hier zien we dat Elia ook betrokken wordt...

52:53in het oordeel over Israël waar hij zelf om gebeden heeft.

53:01Ik zei vanmorgen...

53:06Dat wij niet zomaar om zo'n oordeel zouden vragen.

53:10Want dat gaat ons ook raken.

53:14Ik weet niet of dat Elia daar aan gedacht heeft.

53:20Nu schijnt Gods belofte ter aarde te vallen.

53:23Zouden Gods beloftenissen hun vervulling missen?

53:29Heeft de Heer een vergeten genadigd te zijn?

53:33Heeft hij zijn barmhartigheden voor...

53:38Elia in ieder geval door zijn gramschap afgesneden.

53:45Geliefd in zulke wegen gaat de Heer nu vaak met zijn kinderen wegen.

53:49Waarin alles schijnt te strijden met de belofte van God.

53:57Daar wordt het geloof beproefd.

54:02Maar weet u, in de diepte zal des te meer blijken.

54:08Wat zijn kinderen hebben aan hun God.

54:15Misschien weten we wel van die uitgedroogde beken in ons leven.

54:22Dat kan in het tijdelijke leven en wegen van moeite en zorg.

54:28We kunnen in financieel en materieel opzicht aan de grond gebracht worden.

54:33Zodat de inkomsten opdrogen.

54:37En we niet meer weten hoe het verder moet.

54:41Er

54:45kunnen zorgen zijn, grote zorgen over kinderen.

54:50Over onze gezondheid.

54:54Maar uitdrogende beken kunnen er ook zijn in het geestelijke leven.

55:03We weten dan van die zeer stille wateren en die grazige weiden.

55:10Waar

55:12David in Psalm 23 van spreekt.

55:16Wanneer Christus gezien mag worden met een oog van het geloof.

55:22In zijn middelaars heerlijkheid.

55:26Dan is er in ons leven die levende verbinding met de rivier Gods die vol water is.

55:36Maar wat kunnen er tijden komen dat bij ons het beekje uitdroogt.

55:44Voorheen wel eens in God verblijt geweest.

55:48En nu is de Heere voor onze waarneming zo ver geweken.

55:57Als het beekje in ons leven opdroogt.

56:02Dan wil de Heere dat u in dit alles Hem alleen overhoudt.

56:11Dat

56:13jij Christus alleen overhoudt.

56:18Want vergeet niet dat waar onze beken uit drogen,

56:24rivier Gods vol water blijft.

56:31Die rivier die raakt nooit leeg.

56:35Want de Heere die blijft allen die op hem betrouwen, onderhouden.

56:41Door welke beproevingen het ook heen gaat.

56:46Ook al lijkt dat helemaal niet zo.

56:49Want

56:51als de beekrit uitdracht, dan is daar straks die weduwe te zarf wat.

56:59Gemeente voor Elia is het ongetwijfeld een diepe beproeving geweest.

57:04We lezen daar niet zoveel over.

57:07Maar we kunnen ons dat wel voorstellen, of niet?

57:11Want hij had de belofte dat hij zou drinken uit de beek.

57:15Ja, en hij ziet dat het water iedere dag minder wordt.

57:20En hij denkt, wanneer zou er helemaal niets meer zijn?

57:26Ja, de heren die laten de beek eerst geheel uitdrogen.

57:32En dan pas opent hij voor Elia een andere weg.

57:41Gemeente de profeet heeft dus de dood voor ogen gehad.

57:45We lezen immers in vers 8.

57:47Toen geschiedde het woord des heren.

57:51Toen.

57:53Dat betekent toen de beek was uitgedroogd.

57:57Toen er geen uitkomst meer was.

58:01Toen Elia de dood voor ogen had.

58:06Gaat de heren niet vaak zulke wegen.

58:10Door de onmogelijkheden heen.

58:15Waarom?

58:16Waarom doet hij dat?

58:19Opdat wij er met onze redeneringen en met onze berekeningen.

58:26Er totaal buiten zullen vallen.

58:30En de Heer alleen de eer zal ontvangen.

58:36Want door de onmogelijkheden heen zal blijken.

58:40Wie de Heer is.

58:42En wat Hij doet.

58:45Als de nood op

58:48het grootst is.

58:50Dan is de redding nabij.

58:54Onze onmogelijkheden zijn Gods mogelijkheden.

59:04Ik las bij iemand die schreef dat er voor orthodoxe mensen zoals wij geen groter gevaar is dan een begripsmatig

59:17geloof.

59:20Terwijl het echte geloof een

59:25geloof is dat beproeft.

59:30En geoefend wordt.

59:35Door God telkens heen en weer geschud.

59:40Dominee G.

59:41Boer schrijft in een preek over dit gedeelte.

59:45Het geloof is als een viool.

59:49Die telkens gestemd moet worden.

59:54Op de toonhoogten van Gods welbehagen.

59:59Ik vond dat een hele mooie zin.

1:00:01En ik wil hem graag doorgeven.

1:00:03Kent G.

1:00:04Boer misschien wel.

1:00:06Oude, behoudende, hervormde predikant.

1:00:09Het geloof is als een viool die telkens gestemd moet worden op de toonhoogten van Gods welbaar.

1:00:20Dat

1:00:21gebeurt hier in deze geschiedenis.

1:00:25Misschien ook wel in uw leven.

1:00:28Tenmidden van de geloofsbeproeving.

1:00:31De

1:00:33Heer die brengt zijn kinderen in de diepte.

1:00:37En in de onmogelijkheid.

1:00:40En niet altijd.

1:00:43Soms dan mag het best wel gaan.

1:00:46Maar dan ineens zit je er weer helemaal in en doorheen.

1:00:50Waarom doet hij dat?

1:00:51Omdat zijn trouw alleen overblijft.

1:00:57Want in de geloofsbeproevingen worden dan ook de geloofsoefeningen opgedaan.

1:01:05En dat is het twee.

1:01:06We hebben iets gehoord over...

1:01:09De geloofsbeproeving.

1:01:11Nu iets over de geloofsoefening.

1:01:15Want Elia, jonge lui, die ziet bij die uitgedroogde beek geen weg meer.

1:01:25En misschien dat hij wel gedacht heeft, zoals jij als het ineens tegen zit in je leven.

1:01:31En je had gesolliciteerd en je dacht, nou, dat gaat wat worden.

1:01:37Maar ze kiezen voor een ander.

1:01:40En eigenlijk was dat de laatste sollicitatie en je denkt, hoe moet het nu verder?

1:01:47Nou, misschien dat Elia dat ook wel gedacht heeft, hoe moet het nu verder?

1:01:54Maar wat heb jij toen gedaan?

1:01:57Hopelijk je knieën gebogen, je handen gevouwen.

1:02:02En gevraagd, heren wijst u me de weg.

1:02:05Want nu weet ik het niet meer.

1:02:09Ik had dit gedacht en dat gedacht.

1:02:14Elia ziet geen weg meer, maar de heren die opent een andere weg.

1:02:21Elia,

1:02:23die weet het niet meer.

1:02:27Toen geschiedde het woord des Heren tot hem zeggende.

1:02:31Maak u op en ga heen naar Zarfat.

1:02:34Dat bij Sidon is.

1:02:36En woon al daar.

1:02:42Gemeent als we dat zo horen dan.

1:02:45Ja dan kan dat op het eerste gezicht heel mooi lijken deze weg.

1:02:50Maar

1:02:52het is wel een hele wonderlijke weg die Elia.

1:02:56Aan zo'n weg zal de profeet zeker niet gedacht hebben.

1:03:01Hij

1:03:04zou misschien gedacht hebben dat de heren door een wonder weer water in de beek zou geven.

1:03:11Maar hij moet hier weg.

1:03:15En hij moet een kant op waarbij alles tegen is.

1:03:24En daarom noem ik het ook een hele wonderlijke weg.

1:03:30Misschien dat je het wel ervaren hebt in de afgelopen week.

1:03:35Je hebt alles geregeld.

1:03:37En ineens gaat het allemaal anders.

1:03:40Ik hoor het wel eens van mensen.

1:03:43Die een vakantie geregeld hadden.

1:03:46En ineens overlijdt er iemand in de familiekring.

1:03:50De

1:03:51vakantie moet geskipt worden.

1:03:53Of

1:03:54andere dingen die afgesproken waren.

1:03:58Het gaat allemaal anders.

1:04:03De wegen van de heren zijn altijd hoger dan onze wegen.

1:04:10En zijn gedachten hoger dan onze gedachten.

1:04:16En laat dat u vanavond bemoedigen.

1:04:20Laat dat u vanavond bemoedigen als jouw levensweg zo raadselachtig is.

1:04:30En je het soms niet meer weet.

1:04:35Hoe moet het nu verder?

1:04:38En ik weet van mensen die

1:04:42dat ook zeggen.

1:04:44Hoe moet het nu?

1:04:45We weten het niet meer.

1:04:47De heren weten het veel beter dan wij het weten.

1:04:53En de weg die de Heere, waarin de Heere ons leven leidt, is

1:05:01op geen kaart te vinden.

1:05:04Voor een ieder is dat een andere weg, maar wel zo dat een ieder hetzelfde beginsel leert.

1:05:12De Heere werkt in ons leven om dieper en dieper afhankelijk te zijn van God.

1:05:22En van zijn woord.

1:05:24Het gaat de heren om

1:05:28een nabijleven.

1:05:29Dat

1:05:35zo nabijleven.

1:05:38Dat

1:05:40je bij iedere stap die je zet.

1:05:42De heren nodig hebt.

1:05:48En om zo nabijleven te leren kennen.

1:05:51En dat is uiteindelijk het werk van de heilige geest.

1:05:54Maar daar moeten geloofsoefeningen aan meewerken.

1:06:04Gemeente, wat Elia moet doen is een geloofsoefening.

1:06:08Want van de Beekrit naar Sarfat...

1:06:12betekent dat hij 150 kilometer...

1:06:17150 kilometer te voet...

1:06:22dwars door het door hongersnood geteisterde Israël moet trekken...

1:06:30met alle gevaren van dien.

1:06:32En

1:06:35dan ligt Sarfat nog...

1:06:38In het gebied van Sidon, een heidens land.

1:06:42Het land van Edbaal.

1:06:47Kinderen, dat was de vader van de goddeloze Isebel.

1:06:55En dus de schoonvader van Agab.

1:06:58Elia moet dus naar de streek waar de Baalsdienst hoogtij veert.

1:07:06Naar de haard van de afgoden.

1:07:09Naar het hol van de leeuw.

1:07:12Naar de burcht van de vijand zou je kunnen zeggen.

1:07:16De Heere zorgt niet voor water in die uitgedroogde beek.

1:07:20Maar zendt zijn knecht naar een heidens land.

1:07:26Waarschijnlijk betekent de naam Sarfat smeltvuur.

1:07:30Vanwege een glasblazerijen die men daar kende.

1:07:36Maar voor Elias vlees is het eerder een smeltkroes.

1:07:43Reinigend en lauterend.

1:07:45Zoals metaal door vuur gereinigd wordt.

1:07:48Door smelten beproefd.

1:07:50Zo naar zarfat.

1:07:53Ik denk dat hij zelf nooit voor deze weg gekozen zou hebben.

1:07:58Hier zien we dat de Heer het vlees van zijn kinderen niet spaart.

1:08:02Het moet gekruisigd worden.

1:08:05Maar op die wegen verlaat hij in zijn vaderlijke zorg.

1:08:11Als u zijn kind bent.

1:08:14U nooit.

1:08:16De weg van Elia naar Zarfad.

1:08:18Ja is een weg met geloofsoefeningen geweest.

1:08:21Begrijpt u.

1:08:24Kijk als hij was gaan redeneren.

1:08:27Dan zou hij het waas hebben gevonden.

1:08:32Want ook in Sidon is het honger.

1:08:34En hij moet daar notabene gaan wonen.

1:08:39Zo heeft de Heer het gezegd.

1:08:41En woon al daar.

1:08:44Hij moet daar geen boodschap gaan brengen.

1:08:47Maar daar gaan wonen.

1:08:49Wie kiest er nu zo'n plaats uit?

1:08:53Dat zouden wij niet doen, denk ik.

1:08:57Als we zouden moeten kiezen waar we zouden wonen.

1:09:00Dan zouden we toch gaan wonen.

1:09:03Tenminste, dat hoop ik wel.

1:09:05In een dorp of in een stad.

1:09:08Waar rekening gehouden wordt met Gods woord.

1:09:12Waar je naar de kerk kunt.

1:09:14Toch?

1:09:15Ik zeg het wel eens tegen jongeren die zich voorbereiden op een huwelijk.

1:09:20Denk bij het kopen van een woning.

1:09:23kan ik in die plaats ook naar de kerk toe.

1:09:29Waarin alle getrouwheid Gods woord verkondigd wordt.

1:09:36Gemeente,

1:09:38Elia hier heeft niets te kiezen.

1:09:41Hij redeneert echter niet, maar steunt alleen op het vaste woord van God.

1:09:48Ik heb daar een weduwvrouw geboden dat zij u onderhouden.

1:09:54Ja, ook die weduwvrouw staat onder Gods bevel.

1:09:58Net zoals die zwarte raven.

1:10:01En dat moet voor Elia genoeg zijn.

1:10:04Ja, we horen hem ook hierover niet redeneren.

1:10:09Want naar een weduwvrouw, dat is ook een geloofsoefening.

1:10:14Want laten we wel bedenken dat weduwen het in die dagen niet breed hadden.

1:10:21Dat hebben we ook wel gelezen.

1:10:23Bij die ontmoeting.

1:10:26Ze heeft eigenlijk niks om Elia aan te bieden.

1:10:32Als een man was weggevallen, dan waren de inkomsten ook weg.

1:10:38Sociale voorzieningen, zoals in onze dagen, kende men niet.

1:10:43En dan hebben we het nog niet over de hongersnood, waar ook deze vrouw mee te maken had.

1:10:50Begrijpt u?

1:10:52Kijk, wanneer de heren Elia naar een rijke man had gestuurd, dan was de weg naar Sarfat gemakkelijker geweest.

1:11:01Maar nu moet die profeet naar een weduwvrouw.

1:11:06Maar de Heere die heeft haar geboden.

1:11:08Dat

1:11:09zij Elia onderhouden.

1:11:12En in blind vertrouwen op die God gaat Elia op weg.

1:11:19Toen maakte hij zich op en ging naar Sarfat.

1:11:26Ik zet mijn treden in uw spoor.

1:11:33O geliefde wat een wonder als wij ophouden met redeneren.

1:11:37En volgen waar God roept.

1:11:40Met de staf van Gods belofte in de hand.

1:11:45Hij die u roept is getrouw.

1:11:48Die het ook doen zal.

1:11:53Elia gaat naar Zarfat.

1:11:57Hij gaat als aan Gods hand.

1:12:01Zoals een kind, een jongen of een meisje de hand van vader stevig vastpakt.

1:12:08Een onbekende weg opgaat.

1:12:12Een

1:12:14onveilige weg.

1:12:17Er kon van alles onderweg gebeuren.

1:12:21Maar aan Gods hand.

1:12:23Dan kan de vijand ons niet deren.

1:12:26Hij die op Gods bescherming wacht.

1:12:31Zo zongen we toch.

1:12:33Wordt door de hoogste koning.

1:12:35Beveiligd.

1:12:36In de duistere nacht beschaduwd.

1:12:39In Gods woning.

1:12:41Het feit dat Elia naar het stamland van Isewa moet vertrekken.

1:12:48Ja, tekent ook de machteloosheid van de vijanden van Gods kerk.

1:12:56Matthew Henry schrijft zo mooi, en u moet het thuis maar eens nalezen.

1:13:00Als u de Bijbelverklaring hebt.

1:13:02Inzee wel was Elia's grootste vijandin.

1:13:08Maar om haar de machteloosheid van haar boosaardigheid te tonen.

1:13:14Zal God zelfs in haar eigen land.

1:13:19Een schuilplaats voor hem, voor Elia vinden.

1:13:24Het is alsof de heren hier spot met de vijanden van het volk.

1:13:30Gemeente Elia gaat dwars door de oordelen heen naar Zorvat.

1:13:36En wat zal die onderweg niet gezien hebben?

1:13:40Kijk, als wij hier over het eiland rijden, dan zien we ook de gevolgen van de droogte.

1:13:46Daar

1:13:49is het nog veel erger.

1:13:52Want het is al een jaar lang droog.

1:13:56Geen regen.

1:13:57En geen douw.

1:14:00En hij zal overal de sporen van de droogte en de honger gezien hebben.

1:14:05Zal hij niet geleden hebben op zijn weg door het land.

1:14:08Dat door en mat van droogte brandt.

1:14:12Hij moet naar de weduwen te Zarfat.

1:14:17Gemeente de Heer Jezus zelf.

1:14:19Heeft deze geschiedenis in Nazareth aangehaald.

1:14:24Daar waren vele weduwen in Israël.

1:14:27In de dagen van Elia.

1:14:29Toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was.

1:14:33Zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.

1:14:39En tot geen van haar werd Elia gezonden.

1:14:43Zegt de Heer Jezus.

1:14:45Dan na Sarepta Sidonis tot een vrouw die weduwe was.

1:14:52Kijk zoals de Heer Jezus.

1:14:55Zoals Nazareth Jezus verwierp.

1:14:59Zo had Israël de God van Elia verworpen.

1:15:02En daarom werden alle weduwen in Israël gepasseerd.

1:15:07Daarom gaat het hier in de persoon van Elia, het woord van God, naar de heidenen.

1:15:14Gemeente ligt hier en geen waarschuwing voor ons, voor ons land.

1:15:21Waar de Heere Eerdheid zoveel wonderen heeft verricht.

1:15:28Wat gebeurt er als we geen acht slaan op het woord van God?

1:15:33Maar ons buigen voor de baals van onze tijd.

1:15:38En dan kan er een moment aanbreken dat de Heer de kandelaar van zijn woord wegneemt.

1:15:42En hoe vreselijk als het heil ons voorbij gaat door eigen schuld.

1:15:49Omdat we het verachten.

1:15:52En is zo'n oordeel niet erger dan de honger en de droogte?

1:16:00Iemand schreef.

1:16:03Ja, dat is een oordeel in het oordeel.

1:16:08Als we dat woord niet meer horen.

1:16:12Elia moet naar Zarfad.

1:16:14Naar een plaats waar voor God geen plaats is.

1:16:18God gaat zoeken degenen die naar hem niet gevraagd hebben.

1:16:26Is het ook niet zo met die meerdere Elia?

1:16:29De Heer Jezus Christus.

1:16:32Hij kwam naar deze aarde.

1:16:36En er was geen plaats.

1:16:38Hij kwam om de toon gods te dragen in het smeltvuur.

1:16:43Hij ging het oordeel in.

1:16:45En werd gelauterd als geen ander.

1:16:49Maar in hem is die eeuwige genade vast.

1:16:55Voor altoos.

1:16:59Gemeente, we hebben gehoord over geloosbeproeving.

1:17:05De bekrit droogde uit.

1:17:08En wij hebben wat lijnen getrokken naar het leven van ieder van ons.

1:17:13Ook het geestelijke leven.

1:17:15We hoorden ook over de geloofsoefening.

1:17:20Elia die moet van de heren, daar kiest hij niet zelf voor.

1:17:24Maar de heren die stuurt hem naar dat heidense zarf wat dwars door Israël.

1:17:28Maar hij gaat op het woord van de heren.

1:17:32Ik heb daar een weduwvrouw geboden dat zij u onderhouden.

1:17:39Dat wekt geloofsvertrouwen.

1:17:43En dat is het derde.

1:17:44En het laatste.

1:17:48Geloofsvertrouwen.

1:17:50Wie de heren op zijn woord gelooft.

1:17:53En vertrouwt.

1:17:55Die komt nooit beschaamd uit.

1:17:59We lezen daarvan in vers 16.

1:18:01Wat ook tot het tekstgedeelte behoort.

1:18:04Het meel van de kruik werd niet verteerd.

1:18:06En de olie van de fles ontbrak niet.

1:18:09Naar het woord des Heren dat hij gesproken had door de dienst van Elia.

1:18:15Gemeente, we hebben het gelezen.

1:18:17Elia die komt aan bij Zarfat.

1:18:22En jongens en meisjes dan bij de poort van Zarfat.

1:18:27Daar ontmoet Elia een vrouw.

1:18:32Ze raapt wat stukken hout bij elkaar.

1:18:35En hij spreekt haar aan.

1:18:41Hoe weet hij dat dat die weduwe is?

1:18:44Misschien dat de heren hem dat wel bekend gemaakt heeft.

1:18:47Dat zij het is.

1:18:50Hoe het ook zij.

1:18:52De heren doet geen half werk.

1:18:55En Gods voorzienigheid gaat over alle dingen.

1:18:58Elia vraagt daar eerst om water.

1:19:03En als hij al op weg is om het te halen.

1:19:07Vraagt hij ook om brood.

1:19:09Maar

1:19:11kan en mag Elia dat wel vragen in een periode.

1:19:15Van hongersnood.

1:19:18Ja.

1:19:20Want de Heere heeft gezegd.

1:19:22Ik heb daar een weduwvrouw geboden.

1:19:25Dat zij u onderhouden.

1:19:28En daar mag Elia zich in het geloof op verlaten.

1:19:35Geloofs.

1:19:36In

1:19:39dat geloof spreekt hij tot haar.

1:19:43Tot die vrouw die leeft midden in het heidendom en in goddeloosheid.

1:19:51Gemeente, wat een ontroerend antwoord geeft de vrouw dan in het twaalfde vers.

1:19:58Kijk maar mee, wat een diepe ellende spreekt hieruit.

1:20:02Het kruis van het weduwschap kan zo zwaar zijn.

1:20:07Die lege plaats, dat gemis van een geliefde.

1:20:13En sommigen weten daar maar al te goed van, al vele jaren,

1:20:19wat dat is.

1:20:22Als je nog getrouwd mag zijn, kun je daar niet in komen.

1:20:25En gemeenteleden zeggen het wel eens tegen elkaar.

1:20:28Je moet dat meemaken, dominee.

1:20:30Wat dat nu is.

1:20:32Om een geliefde te moeten missen.

1:20:36En het is waar, de Heer die ondersteunt me.

1:20:40Maar ik ben mijn maatje kwijt.

1:20:42Met wie ik ook over geestelijke zaken sprak.

1:20:46Over de preek bijvoorbeeld.

1:20:50Hier in Zarfat komt daar ook nog wat anders bij.

1:20:57Daar komt voor deze weduwe ook nog het kruis van de honger bij.

1:21:04Nog één keer zal zij samen met haar zoon kunnen eten.

1:21:10En dan zullen ze van de honger moeten sterven.

1:21:15Dat is wat kinderen.

1:21:20We kunnen ons dat niet voorstellen.

1:21:23Dat je bijvoorbeeld vanavond of morgen.

1:21:29Voor de laatste maal zou eten en daarna niet meer.

1:21:36Omdat er niets meer is.

1:21:41Ja, maar dominee, wij hebben nog de koelkast en de kelder waar nog zoveel in is.

1:21:46Ja, maar in Zarfat, bij deze weduwe, is

1:21:53dat er niet.

1:21:55Deze vrouw is op weg gegaan voor haar galgemaal.

1:22:00Haar laatste maal.

1:22:02En het is opvallend dat deze weduwvrouw zweert bij de God van Elia.

1:22:11Zo waarachtig als de Heere uw God leeft.

1:22:16Vers 12.

1:22:20Hoe komt ze daarbij?

1:22:23Ja, dat is niet uit het heidendom te verklaren.

1:22:26Het is omdat ze staat onder Gods bevel.

1:22:29En gemeente, hoe dat in haar leven gegaan is, ik weet het niet.

1:22:37Maar als ik dit zo lees, dan kunnen we toch niet anders concluderen dan dat Baal haar

1:22:45in ieder geval in de steek gelaten heeft.

1:22:54Zijn beeld mag een mond hebben, maar spreken doet hij niet.

1:22:59Hij mag ogen hebben, maar zien doet hij niet.

1:23:02Hij mag oren hebben, maar horen doet hij niet.

1:23:06We weten niet hoeveel ze weet van de God van Israël.

1:23:08Maar

1:23:10één ding weet ze wel.

1:23:12De

1:23:13God van Israël leeft.

1:23:17Gemeente weet u dat ook.

1:23:18Ja

1:23:21met uw hoofd.

1:23:22Maar

1:23:23bevindelijk.

1:23:24Met het hart.

1:23:25Dat

1:23:27u mag weten.

1:23:28Mag geloven.

1:23:29Wij hebben een God.

1:23:31Die leeft.

1:23:33En die hoort.

1:23:35En die ziet.

1:23:37En die weet.

1:23:38Wat ik nodig heb.

1:23:40En wat ik in het gebed aan hem voorleg.

1:23:45De God van Israël leeft.

1:23:50Soms kunnen mensen uit de wereld.

1:23:53Kerkmensen die het zo goed.

1:23:55Menen te weten diep.

1:23:57We schamen.

1:24:00Dan leren we van hen een les.

1:24:03Wat betekent de God van Elia in ons leven?

1:24:07Jong en oud.

1:24:08En ik vraag het nog een keer.

1:24:13Is de betekenis van de naam van Elia.

1:24:16Mijn God is de Heer.

1:24:19Ook onze beleiding is geworden.

1:24:21Door waarachtig geloof en bekering.

1:24:23En

1:24:25kunnen anderen dat aan ons merken.

1:24:28Zegt u dat wel eens tegen mensen die het moeilijk hebben?

1:24:30We hebben een God die leeft.

1:24:33En verwachten daarvan.

1:24:35Nee, niet dat wij iets verdiend hebben.

1:24:38Maar hij wil uit genade uitkomst geven, nabij zijn.

1:24:45Elia ontmoet deze weduwvrouw in doodsnood.

1:24:51Is dat niet een beeld?

1:24:54Misschien wel voor u of jou.

1:24:58Waar de heren niet ons levend voedsel is.

1:25:03Ja, hoe zijn we geestelijk dood en blijven we geestelijk dood wanneer God niet levenwekkend spreekt?

1:25:11Hoe dreigt de eeuwige dood?

1:25:15Geliefde, wanneer we zo doorgaan, te midden van de verdiende oordelen, klinkt daar een woord van redding.

1:25:25Omdat de meerdere Elia onder de oordelen is doorgegaan.

1:25:32Hij hing in de oordelen.

1:25:34En overwon.

1:25:38En daarom mag Elia het verkondigen.

1:25:42Ook al moet dat heilsfeit nog plaatsvinden in de tijd.

1:25:48Elia mag het verkondigen in de velden van Zarfath.

1:25:52Vrees niet.

1:25:54Daar

1:25:56ligt het wonder vast.

1:25:59Van de redding uit de klauwen van de dood.

1:26:03Vrees niet.

1:26:06Zo klonk het in de doodsnacht van deze wereld.

1:26:10In de velden van Efratah.

1:26:14Kinderen jullie weten dat wel wat de engel zei.

1:26:17Aan die hedders in Efratahs velden.

1:26:19Vrees niet.

1:26:21Ziet ik verkondig u grote blijdschap.

1:26:25Die al de volken wezen zal.

1:26:28Namelijk dat u heden geboren is de zaligmaker.

1:26:34Vrees niet.

1:26:35Ga heen zegt Elia.

1:26:37Vers 13.

1:26:38Wees maar mee.

1:26:39Doe naar uw woord.

1:26:41Maar maak mij voor eerst een kleine koek daarvan.

1:26:44En breng die mij hier uit.

1:26:46En uw zoon zult gij daarna wat maken.

1:26:50Want zo zegt de Heere.

1:26:51De God is er als het meel van de kruik zal niet verteerd worden.

1:26:56En de olie der fles zal niet ontbreken.

1:26:59Tot op de dag dat de Heere regen op de aardbodem geven zal.

1:27:04Gemeente als we deze woorden goed tot ons laten doordringen.

1:27:07Dan zien we dat de Heere van deze vrouw alles.

1:27:11Opeist.

1:27:12Het

1:27:14laatste restje meel.

1:27:16En het laatste restje olie.

1:27:19Eist hij op.

1:27:22Ja wat hebben wij voor de heren over.

1:27:25Hij heeft recht op ons leven.

1:27:28Ja op alles.

1:27:30En

1:27:31zij ging heen.

1:27:33En deed naar het woord van Elia.

1:27:36Zo at zij.

1:27:38En hij en haar huis.

1:27:40Vele.

1:27:42Ach, onvoorwaardelijk doet ze wat Elia zegt in de naam van de Heer.

1:27:47En

1:27:49komt niet beschouwd uit.

1:27:51Want het meel vermindert niet en de olie ontbrak niet.

1:27:56Wat

1:27:58een wonder hè.

1:28:01Dat meel dat raakte niet op kinderen.

1:28:05Kijk, als wij meel gebruiken om iets te bakken, dan is het op een zeker moment op.

1:28:11En dan moet je moeder naar de bakker of naar de supermarkt om meel te halen.

1:28:17En olie.

1:28:19Dat raakte ook niet op.

1:28:25Wat bijzonder.

1:28:26De heren gaven geen balen meel en honderden liters olie.

1:28:36Tegelijk, er bleef steeds een handje vol meel en een beetje olie.

1:28:43Per keer genoeg.

1:28:46Wat zullen ze daar goed gehad hebben in Zarfat?

1:28:49Denkt u niet.

1:28:51En wat zullen ze zich verwonderd hebben?

1:28:55Per keer, niet meer en niet minder.

1:29:01Wat kunnen we hieruit leren?

1:29:03Wel, zo moet deze vrouw bij de dag leven.

1:29:06En zo krijgt ook Elia herhalingsonderwijs.

1:29:11De

1:29:14kinderen en de jongeren weten wel wat dat is.

1:29:18Ik heb nu vakantie, maar ik denk de afgelopen weken, die laatste weken van het schooljaar, ik weet dat nog wel toen ik zelf voor de klas stond, daar worden dingen herhaald.

1:29:29Dan wordt even gekeken wat heb je allemaal geleerd.

1:29:32Dat wordt nog eens even herhaald zodat je het niet vergeet.

1:29:38Elia krijgt ook herhalingsonderwijs.

1:29:42Opdat hij het niet vergeet.

1:29:44Elia en de weduwe en haar zoon worden dagelijks begenadigd.

1:29:49Ze moeten bij de dag leven.

1:29:50Ze krijgen geen kans om een voorraad aan te leggen.

1:29:54Iedere dag moeten ze bedelen bij de bron.

1:30:00Zijn we ook zo vandaag.

1:30:03Naar Gods huis gekomen.

1:30:06Met die leeg kruik.

1:30:08En die lege fles.

1:30:10Het meel van de kruik werd niet verteerd.

1:30:14En de olie van de fles ontbrak niet.

1:30:16Mag ik de lijn doortrekken.

1:30:18Van

1:30:21het meel.

1:30:22Naar hem.

1:30:23Die het brood des levens is.

1:30:26Dat uit de hemel is neergedaald.

1:30:31In hem vinden hongerige zielen.

1:30:35Alles voor tijd.

1:30:37En eeuwigheid.

1:30:39En is olie in de schrift niet een symbool.

1:30:42Van de heilige geest.

1:30:44Het

1:30:47meel.

1:30:48En de olie.

1:30:51Hebben we in geestelijke zin.

1:30:53Beiden nodig.

1:30:56Want het geestelijke leven.

1:30:58Wordt gewerkt.

1:31:00In stand gehouden.

1:31:03En geoefend.

1:31:05Vanuit het werk van Christus.

1:31:08Vanuit hem.

1:31:09Die het brood des levens is.

1:31:13Door.

1:31:14De heilige geest.

1:31:17Denk aan die olie.

1:31:20Geliefden in de heren.

1:31:22Vindt u genoeg.

1:31:25Om alle noodruft.

1:31:27Naar ziel en lichaam te vervullen.

1:31:32En uit zijn volheid ontvangen behoeftigen.

1:31:36En hongerige zondaren.

1:31:40Genade voor genade.

1:31:44Weet u dat?

1:31:46Ik hoop het wel.

1:31:48Dat u dat gaat leren.

1:31:50Want weet u hoe vaak we al komen met

1:31:55onze lege kruiken en lege fles.

1:31:58En

1:32:03dat betekent ja dat we van onszelf niets hebben.

1:32:06Er is bij hem altijd genoeg.

1:32:15Buiten Christus komen we voor eeuwig om.

1:32:18Maar in hem zullen we voor eeuwig behouden worden.

1:32:24Ja bij hem is er...

1:32:26Genoeg overvloeiende genade.

1:32:29Voor de grootste der zondaren.

1:32:32En

1:32:34we hebben net.

1:32:35Als deze weduwe te zarf had.

1:32:39Hem iedere dag weer nodig.

1:32:41Voor het eerst.

1:32:43En telkens weer opnieuw.

1:32:46Meel.

1:32:48En olie.

1:32:51Christus.

1:32:52En zijn weldaden.

1:32:54En de heilige geest.

1:32:56Die het toepast.

1:33:01Oh hij kan.

1:33:03En wil.

1:33:05En zal in nood.

1:33:07Dat zien we hier.

1:33:09Zelfs bij het naderen van de dood.

1:33:13Volkomen uitkomst geven.

1:33:18En daarom gelooft zij God.

1:33:23Met diepst ontzag.

1:33:26Hij overlaat ons dag aan dag met zijn gunstbewijzen.

1:33:34Zegt u daar amen op.

1:33:38Amen.

1:33:41Gemeente, we gaan eerst zingen van Psalm 146 en straks Psalm 68 vers 10.

1:33:48Eerst Psalm 146 vers 3.

1:33:51Zalig jij die in dit leven Jacobs God ter hulp heeft.

1:33:57Het derde vers van Psalm 146.

1:34:00[GEZANG]

1:36:15Gemeente, eindig mij dankzij.

1:36:21Heren, zo mogen we uw grote naam dankzeggen voor

1:36:25het onderwijs wat tot ons kwam.

1:36:29Vanuit deze bekende geschiedenis van Elia.

1:36:35Waarin zoveel onderwijs ligt opgesloten.

1:36:40Vanmorgen hoorden we over Agab en Elia.

1:36:45Die tegenstelling.

1:36:48Die twee

1:36:50soorten mens.

1:36:53Een mens zonder u.

1:36:55En een mens die u door genade mag kennen.

1:37:00En we werden opgeroepen.

1:37:04Om ons eigen leven ernaast te leggen.

1:37:07Op wie lijken wij nu?

1:37:10We werden aangespoord om als we nog op Agab lijken.

1:37:16Geen rust te hebben.

1:37:19Eer dat we door genade een Elia zijn geworden.

1:37:26Mijn God is de Heer.

1:37:31En we hebben vanavond gehoord dat dat niet altijd gemakkelijk is.

1:37:36Dat geloof wordt beproefd.

1:37:41Dat wordt geoefend.

1:37:46Zodat dat vertrouwen sterker mag worden.

1:37:50Geloofsvertrouwen.

1:37:51O heren wil het werken.

1:37:54Als dat nog gemist wordt.

1:37:56Dat ware geloof.

1:37:59En heren geef dat.

1:38:00Dat het sterker mag worden.

1:38:02Door de geloofsoefeningen.

1:38:04En de geloofsbeproevingen heen.

1:38:08Want wat is dat ook telkens voor Edea aan les geweest.

1:38:14Hij had het voor zichzelf heel anders gedacht.

1:38:19Maar uw weg is altijd de beste.

1:38:21Hoe moeilijk ook.

1:38:24Daar mogen we ook uw zegen, uw nabijheid verwachten.

1:38:29Heren, we danken u dat we elkaar zo vandaag tot tweemaal toe mochten ontmoeten.

1:38:35En het was goed om hier te zijn.

1:38:39Om zo in alle eenvoud uw woord te verkondigen.

1:38:43Wil het met uw zegen achtervolgen.

1:38:46En wil het zondige het verkeerde genadig vergeven.

1:38:51Ga met een ieder van ons heren.

1:38:54Als we van hier gaan.

1:38:56Breng veilig op de plaats van bestemming.

1:38:59En als we hier onze vakantieperiode doorbrengen.

1:39:03Geef ons dan een goede tijd hier.

1:39:06Een tijd van rust.

1:39:08Misschien wel na alles wat er heeft plaatsgevonden in ons leven.

1:39:13Naar moeite en zorgen dat we naar het lichaam tot rust mogen komen.

1:39:20Maar bovenal die rust mogen.

1:39:22Zoeken en vinden die alleen te verkrijgen is door die grote rustaanbrenger.

1:39:28De Heere Jezus Christus.

1:39:32Heere, gedenk ook degenen die thuis met ons hebben meegeluisterd.

1:39:37In de avond van het leven.

1:39:40Of vanwege de oppas voor de kinderen.

1:39:43Of diegenen die een handicap hebben.

1:39:46Die een beperking hebben.

1:39:48Heere, we bidden ook voor hen.

1:39:50Ook hier in de gemeente.

1:39:53Als daar beperkingen zijn, een handicap.

1:39:56Als daar ook verzorgers, ouders omheen staan.

1:40:02Wil dan ook de kracht schenken.

1:40:05Ja, alles wat nodig is.

1:40:07Ga zo met een ieder van ons, heren.

1:40:10Begeef ons niet.

1:40:12En verlaat ons niet.

1:40:15Om Jezus' wil.

1:40:19Amen.

1:40:20De

1:40:24gemeente zingen we tot slot van psalm 68.

1:40:27Tiende vers, 68 vers 10.

1:40:30Mijn,

1:40:30[GEZANG]

1:44:38ga dan u heen in vrede en ontvang de zegen des Heren.

1:44:42De genade van onze Heer Jezus Christus.

1:44:48En de liefde van God onze Vader.

1:44:52En de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest.

1:44:58Zij met u allen.

1:45:03Amen.

1:45:03[GEZANG]