0:00Tot
0:00[GEZANG]
10:07God.
10:10Onze hulp en onze verwachting is
10:14van de Heere Heere, die de hemel en de aarde gemaakt heeft,
10:20die trouw houdt in eeuwigheid en die nooit laat varen het werk zijn er handen.
10:29Genade zij met ons en vrede van God de Vader, van Jezus Christus de Zoon.
10:40Door de Heilige Geest.
10:43Amen.
10:46Gemeente, namens de Kerkeraad maken we u het volgende bekend.
10:53Woensdagavond zal er een kerkdienst worden gehouden.
10:56In deze dienst zal de dominee I.R.
11:00Bijl van Wattingveen voorgaan.
11:04Volgende week zondag zal de eerste collecte bestemd zijn voor het pastoraat.
11:12Van de genoemde voornemens geldt.
11:15Zo de Heerde wil.
11:16En wij leven.
11:19Laat ons deze dienst voortzetten.
11:21Met het zingen van Psalm 68.
11:25Het vierde vers.
11:26O
11:28God.
11:28Toen gij met majesteit.
11:31Uw Israël hebt uitgeleid.
11:34En op uw heil doen hopen.
11:37Toen gij langs parens woeste grond.
11:40Hun voortoog.
11:42Schokte de aard in het rond.
11:45En de hemelen dropen.
11:47En wat er verder volgt.
11:48Psalm 68 vers 4.
11:50[GEZANG]
15:45Gemeente we openen de schriften vanmorgen in het Nieuwe Testament.
15:48Het evangelie zou ik kunnen zeggen.
15:51Van de Heilige Geest.
15:54Een boek Handelingen.
15:57Hoogstuk 16 van 16 tot 34.
16:02Maar vooraf stellen we ons voor de spiegel van Gods Heilige Wet.
16:07Waarop we zingen, Psalm 119, vers 53.
16:13Uw woord is mij een lam voor mijn voet.
16:16Mijn pad een licht om het donker op te klaren.
16:20Ik zwoer en zal dit met een blij gemoed bevestigen al mijn levensjaren.
16:27Psalm 119, vers 53.
16:31En daarna lezen we handelingen 16, van 16 tot...
16:36En met 34.
16:39Toen sprak God.
16:41Al deze woorden zeggende.
16:45Ik ben de Heere uw God.
16:48Die u uit Egypteland.
16:50Uit het diensthuis uitgeleid heb.
16:54Jij zult geen andere goden.
16:57Voor mijn aangezicht hebben.
17:00Gij zult u geen gesneden beeld nog enig gelijkenis maken.
17:04Van hetgeen dat boven in de hemel is.
17:07Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
17:10Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:14Gij zult u voor die niet buigen.
17:18Nog geen dienen.
17:19Want ik de Heere uw God.
17:22Ben een ijveren God.
17:24Die de misdaad der vaderen bezoekt.
17:27Aan de kinderen, aan het derde en aan het vierdeleer dergenen die mij haten.
17:32En doe barmhartigheid aan duizend dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.
17:41Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
17:45Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
17:52Gedenk de sabbedag dat gij dien heiligt.
17:57Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
18:01Maar de zevende dag is de Sabbat, is hier in uw schot.
18:04Dan zult gij geen werk doen.
18:06Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd.
18:12Nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:16Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
18:20De zee en al wat erin is.
18:23En hij rustte ten zevende dagen.
18:27Daarom zegende de Heere de Sammedag en heiligde dezelfde.
18:33Eer uw vader en uw moeder.
18:36Omdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.
18:41Gij zult niet de tood slaan.
18:44Gij zult niet ergbreken.
18:47Gij zult niet stelen.
18:49Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naasten.
18:54Gij zult die begerenis naast zijn huis.
18:57Gij zult niet begeren u naast een vrouw.
19:00Nog zijn dienstknecht.
19:02Nog zijn dienstmaagd.
19:04Nog zijn os.
19:06Nog zijn ezel.
19:09Nog iets dat u naasten is.
19:12We
19:13[GEZANG]
21:20noemden uw handelingen 16 van 16 tot en met 34.
21:24En
21:26de luid godswoord al dus.
21:27En het geschieden als wij tot het gebed heen ging.
21:33Dat een zekere dienstmaagd hebbende een waarzeggende geest ons ontmoette.
21:40Welke naar hier een groot gewin toebracht met waarzeggen.
21:45En dezelfde volgde Paulus en ons achterna.
21:49En riep zeggende.
21:51Deze mensen zijn dienstgerechten gods.
21:54Des allerhoogste.
21:56Die ons de weg der zaligheid verkondigen.
22:01En die deed zij vele dagen lang.
22:05Maar Paulus, daarover ontevreden zijnde, keerde zich om en zeide tot een geest.
22:12Ik gebied u in de naam van Jezus Christus dat gij van haar uitgaat.
22:19En hij ging uit terzelfde uren.
22:23Als nu de heren van hetzelfde zagen dat de hoop huns gewins weg was, grepen ze Paulus en Silas en trokken hen naar de markt voor de overste.
22:37En als zij hen tot de hoofdmannen gebracht hadden...
22:40zeiden zij, deze mannen beroeren onze stad.
22:45Daar zij Joden zijn.
22:47En ze verkondigen zeden die ons niet geoorloofd zijn...
22:53aan te nemen, nog te doen.
22:57Al zo wij Romeinen zijn.
23:00En de scharen stonden gezamenlijk tegen hen op.
23:03En de hoofdmannen...
23:05Hun de klederen afgescheurd hebbende bevalen hen te geestelen.
23:11En
23:13als zij hun vele slagende gegeven hadden, wirpen ze hen in de gevangenis.
23:18En geboden de stokbewaarder dat hij hen zekerlijk bewaren zou.
23:27De welke zulke een gebod ontvangen hebbende, wirp hen in de binnenste kerker en verzekerde hun voeten in de stok.
23:36En omtrent er middernacht baden Paulus en Silas en zongen gode lofzang.
23:42De gevangenen hoeden naar hen.
23:45En het geschiedde snelk een grote aardbeving.
23:50Al zo dat de fundamenten des kerkers bewogen werden.
23:54En terstond werden al de deuren geopend en de banden van allen werden los.
24:00En
24:02de stokbewaarder wakker geworden zijnde, ziende de deuren der gevangenis geopend, trok ze.
24:08Het zwaard.
24:10En hij zou zichzelf omgebracht hebben.
24:13Menende dat de gevangenen ontfloten waren.
24:18Maar Paulus die met grote stem zegde.
24:21Doe jezelf geen kwaad.
24:24Want we zijn alle hier.
24:26En als hij licht geëist had.
24:29Sprong hij in.
24:31En werd zeer bevende.
24:33En viel voor Paulus en Silas neder aan de voeten.
24:38En hen buiten gebracht hebbende zeide hij, lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig word?
24:46En zij zeiden, geloof in de Heer Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis.
24:56En ze spraken tot hem het woord des Heren en tot allen die in zijn huis waren.
25:04En hij nam hen tot zich in diezelfde uren des nachts.
25:09En wies hen van de striemen.
25:12En hij werd terstond gedoopt.
25:17En al de zijnen.
25:19En hij bracht hen in zijn huis.
25:21En zette hun de tafel voor.
25:24En verheugde zich.
25:26Dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.
25:36Tekstwoorden die we vanmorgen willen overdenken met de hulp des heren.
25:40Vindt u in het voorgelezen schriftgedeelte, vers 30 en 31.
25:48En
25:49hen buiten gebracht hebbende zeide hij, lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig word?
25:59En ze zeiden, geloof in de Heer Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis.
26:09En
26:11dat schrijven we er als thema boven.
26:14De prediking van de zaligheid.
26:18Ten
26:20eerste zien we een levensvraag.
26:23Wat moet ik doen?
26:25Ten tweede de levensbron.
26:28Je
26:30wordt aangewezen geloof in de Heer Jezus Christus.
26:34En de levenstaak.
26:37Gij zult zalig worden en uw huis.
26:41Dus de prediking van de zaligheid.
26:43De levensvraag.
26:45De levensbron.
26:48En de levens taak.
26:51We willen ons verenigen in het gebed.
26:53Om de heren zijn zegen te vragen.
26:54Over deze dienst.
26:57En we willen voorbeden.
27:00Een dankzegging doen.
27:02Juf.
27:04Geonne Gerwis.
27:06Die deze week.
27:08De uitslag krijgt.
27:09Van de eerste scan.
27:12Naar haar tumor operatie.
27:14In haar hoofd.
27:15We willen voor haar bidden.
27:17Laat ons samen bidden.
27:22Trouwe heren, wat
27:25bent u goed.
27:27Uw barmhartigheid is
27:31groot.
27:34En u zegt dat zelf, van uzelf.
27:39Toen u verscheen aan Mozes op de berg.
27:45Dat u een barmhartig en
27:49een genadig God was.
27:53En dat bewijst u elke dag hier.
27:57Want we lezen dat ook zo in de Bijbel.
28:04De eerste bladzijde openslaan.
28:06Dat gij de mens geschapen heeft.
28:11En dat u het gezegd heeft.
28:14Het berouwde God.
28:17Dat hij de mens gemaakt had.
28:22Want het gedicht zal van zijn mens zijn hart.
28:25Is er alle dagen boos.
28:29Heren dat moet.
28:31Dat mocht en dat moest gezegd worden.
28:34Van de eerste wereld.
28:37Maar zijn wij beter.
28:41We zitten hier allemaal.
28:44En wie zijn wij?
28:47Ook behoren tot dat menselijk geslacht.
28:51Waarvan gezegd moet worden dat het gedicht van ons mensenhart.
28:55Ten alle dagen boos is.
28:59Wat betoont u dan uw barmhartigheid heren.
29:03En uw genade.
29:05Dat we hier mogen samengekomen zijn onder uw woord.
29:11Omdat wij de boodschap van uw genade.
29:14Mogen horen.
29:17Dat wij een boodschap mogen horen.
29:19Van uw barmhartigheid.
29:22Want uw hart brandt.
29:24Van eeuwige liefde.
29:25Want u bent.
29:28Liefde.
29:30Begrijpen vele mensen dat niet.
29:33Het is ook niet te begrijpen.
29:36Maar als we zien.
29:37Op de heer Jezus Christus.
29:39Hoe hij in de wereld gekomen is.
29:43En dat het.
29:44Uw enige zoon was.
29:47Die gij gezonder hebt in de wereld.
29:49Dat allerliefste wat gij had.
29:51Hebt gij gezonder in deze wereld om zondaren.
29:56Zoals wij allen zijn.
29:59Zalig te maken.
30:02En daar gaat het vanmorgen over heren.
30:05Als we uw woord hebben opengeslagen.
30:09Dat we gelezen hebben hoe een stokbewaarder.
30:13Een man vol vijandschap en haat.
30:18In één ogenblik omkeerde.
30:22Dat de levensvraag in zijn hart ontstond.
30:27Wat moet ik doen om zalig te worden?
30:32Heren, wat
30:35zou dat een wonder zijn als die vraag ook in ons leven.
30:39En we weten natuurlijk van alles vanuit uw woord.
30:43En we zijn erbij opgevoed en we zitten hier misschien al zoveel jaren in de kerk.
30:49En we beseffen het niet dat wij zondaren zijn.
30:53Maar wilt u ons daaraan ontdekken vanmorgen.
30:57Omdat wij de bron der zaligheid mogen leren kennen.
31:02Dat bent u.
31:04Jezus Christus.
31:07Wilt u dan door uw heilige geest.
31:12Want hij is het alleen.
31:14Die onze harten kan openen.
31:18Hij is het alleen die ons alleen in uw waarheid kan leiden.
31:23Als u dat niet doet.
31:25O heilige geest.
31:28Dan staan we hier met lege handen.
31:32En daarom smeken we het van u.
31:36O heilige geest.
31:38Kom en woon in onze harten.
31:42En breek alle weerstand die er is.
31:46Ja dat kan zijn heren dat misschien vrouwen
31:51godsdienstig het
31:56niet gezien hebben.
31:57Dat
31:59we wederom geboren moeten worden.
32:03Dat er een wonder in ons leven moet plaatsvinden.
32:07Dat we misschien denken zo de weg te vervolgen.
32:11Om zo voor u te kunnen verschijnen zonder die genade.
32:18Zoals Paulus de weg naar Damascus.
32:22In één ogenblik zag hoe hij Jezus vervolgde.
32:29Heren wilt u dan ook vanmorgen die ogen openen.
32:34En wilt u...
32:36Als we misschien hier zitten heren.
32:38En we zijn gekomen omdat we moeten.
32:41Omdat het de gewoonte is.
32:44Maar het heeft ons niets te zeggen.
32:48Wilt u het dan geven vanmorgen heren.
32:50Er is geen
32:54aardbeving voor nodig.
32:57Er is maar één machtig woord van u nodig heren.
33:03Die ons stilzet op de weg die we gaan.
33:09Wilt u het dan geven heren.
33:11Dat alles in goede orde.
33:12En tot de eer van uw naam mag het schieten.
33:16En tot uitbreiding van uw koninkrijk.
33:20Heren, want gij zijt die God.
33:23Die verheerlijk wordt in de veelheid uw onderdalen.
33:28Zou u dat nog willen geven?
33:31Heren, opdat de engelen in de hemelen zullen jagen.
33:35Over één zon daar die ze bekeert.
33:39En heren, als we door genade u mogen kennen.
33:43U mogen lief hebben als dat wonder van die wonderlijke wedergeboorte in ons leven plaatsgaat heeft.
33:51Dat kan het dan koud en hard zijn.
33:56Vanmorgen bad er ook een
33:58ouderling deze woorden dat onze harten als steen zijn.
34:07Heren,
34:08niemand kan dat smelten.
34:11Alleen door uw lieve geest zult u dat willen doen.
34:17Omdat wij verenigd mogen worden in uw woord aan dit woord wat hier gesproken wordt.
34:25Wat moet ik doen om zalig te worden?
34:28Heren, gedenk ons zo.
34:31Gedenk de zieken.
34:32We dragen ze aan u op, heren.
34:36Ernstige zieken die
34:38voor de poorten van de eeuwigheid liggen.
34:41Wilt u hen nabij zijn?
34:44Als het kan genezen, heren.
34:47Maar als de weg anders is.
34:50Dat ze dan de rapport der gerechtigheid.
34:53Door Jezus Christus.
34:56Mogen ingaan.
34:58In die eeuwige heerlijkheid.
35:01Heren daar is het beter dan hier op aarde.
35:05Maar wij willen hier op de wereld zijn.
35:08En ons leven is gebonden aan dit stof.
35:12En stof zijt gij.
35:14En tot stof zult gij wederkeren.
35:17Heren leer het ons.
35:21Wilt u ook gedenken aan.
35:24Jannie aan juffrouw Geonne Grimwis.
35:28Die deze week de eerste scan na haar tumoroperatie in haar hoofdloopt ontvangen.
35:36Wilt u geven dat het gunstige uitslag mag hebben.
35:42O heren wees haar nabij.
35:45Zegen haar met een eeuwige zegen.
35:50Jantine Bucher Mastenbroek.
35:53En een gezin die uitgezonden is.
35:57Naar Roemenië heren wilt u elkaar gedenken.
36:02In alle arbeid die ze doen mag.
36:05Het kan zijn heren dat het voor ons oog zo dikwijls als op rotse ploegen is.
36:14Maar u hebt het beloofd heren.
36:16Dat uw woord nooit ledig zal weerkeren.
36:19Maar zal doen wat u behaagt.
36:21En dat ze maar op u mag zien.
36:24Want u zei tegen de apostel Paulus.
36:29Over de stad Corinthe.
36:30Ik heb veel volks.
36:32In deze stad.
36:35En heren.
36:37Als u dat zegt.
36:38Ik heb.
36:39Dan hebt u ze al.
36:41Alleen moeten ze nog bekeerd worden.
36:45Want u hebt ze gekocht.
36:46Met uw dierbaar bloed.
36:49Zo zal het ook in Roemenië zijn.
36:52Laat haar daarop mogen zien heren.
36:55Dat u ze al hebt.
36:58Maar in de tijd zullen hun ogen geopend worden.
37:02En dat gaat niet op onze manier.
37:06Maar op uw weg.
37:09Heren we bidden ook voor het ongeboren leven.
37:16Ja heren ook wetten die nu uitgevaardigd worden.
37:19U weet dat
37:23er over gesproken wordt.
37:25Om
37:26die grens van de abortus op te trekken.
37:31O heren hoe erg.
37:35Het leven wat u gegeven hebt.
37:38Wat u hebt doen ontstaan in de
37:43moeder.
37:44Dat dat vernietigd wordt.
37:47Vermoord wordt.
37:49Doe ons dat zeffen heren.
37:51Doe ons daarvoor bidden.
37:54Worsten aan de troon der genade.
37:58Want u zult er over opstaan.
38:01U zult uw
38:04oordeel daarover vellen.
38:07Over land en volk.
38:10Heren we bidden ook voor.
38:13Onze pastorale medewerker kandidaat Kooijeman.
38:17Wilt u hem ook in de arbeid nabij zijn.
38:23Als hij in de gemeente mag dienen.
38:26Geef vrijmoedigheid heren.
38:30En dat hij de huizen in mag gaan.
38:34En het mag zeggen.
38:39Zoals het in uw woord staat.
38:42Wij dan gezanten van Christus wegen.
38:45Wij bidden u.
38:47Laat u met God verzoenen.
38:50Laat dat de boodschap mogen zijn, heren.
38:54We
38:55bidden ook voor volken in oorlog, heren.
39:00Aan alle kanten in deze wereld is er beroering en beweging.
39:05We weten van de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne en Rusland.
39:10Maar ook in Afrika.
39:13O, heren, wilt u nog opstaan?
39:16En zich over hen ontfermen.
39:18En wilt u de oorlogen doen stillen.
39:21En we weten dat het
39:24ook uw woord zegt.
39:26Er zullen geruchten van oorlogen en oorlogen zijn.
39:31Tot aan het einde toe.
39:34Maar o heren dat jonge bloed wat vloeit.
39:38De aarde.
39:40Allemaal door de zonde.
39:42Leert ons te bewegen.
39:46En we denken ook aan onze militairen.
39:49Die ons land hebben.
39:52Te bewaken en te beveiligen.
39:56Wilt u ook hen geven.
39:58Dat ze dit ook als een roeping mogen ervaren.
40:05En wilt u hen begeleiden.
40:09Bovenal heren.
40:12En dat geldt voor ons allemaal.
40:15Dat wij uw woord bewaren.
40:23Want heren dat kunnen we zelf ook nog niet eens.
40:27Maar gij zijt het.
40:30Die ons die kracht wil schenken door uw heilige geest.
40:35Heren, zie dan op ons neer.
40:37In uw gunst en genade.
40:41We hebben niets verdiend.
40:43Als u naar recht moet handelen en galen slaan onze ongerechtigheden.
40:50Wie zal dan voor u kunnen bestaan?
40:52Maar gij zijt uw God.
40:56Genade wil schenken.
40:58In de verdiensten en om de verdiensten van de Heer Jezus Christus.
41:04En daar bidden we dan ook om.
41:06Om Jezus wil.
41:09Amen.
41:11We zingen we psalm 118.
41:14Het zesde, het zevende en het achtste vers.
41:18Ze hadden mij omringd als bijen.
41:20Maar zijn door doornvuur gegaan.
41:23En de Heer is mijn tot hulp en sterkte.
41:26En Gods rechterhand is hoog verheven.
41:31De collecte.
41:33De eerste collecte is voor het pastoraat.
41:37De tweede collecte is een kerkfodij.
41:41En de derde voor de aflossing van de kerk.
41:44Deze collecten worden hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.
41:48De heren zegenen u en uw gaven.
41:52Psalm 118, 6, 7 en 8.
41:55[GEZANG]
49:43Gemeente, na het amen van de preek willen we zingen op Psalm 89, het zevende vers.
49:48Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.
49:54Zij wandelen hier in het licht van het goddelijk aanschijn voort.
50:01Geliefde gemeente, het
50:04is niet meegevallen voor het zendingsgezelschap.
50:11Toen Paulus in de droom zag, de man van Macedonië, kom over en help ons.
50:19Dan zou je denken, als hij dan aan de overkant komt en...
50:26Het woord gaat verkondigen in Filippi en andere plaatsen.
50:32En dat er spoedig zegen zal zijn.
50:38Want de nood is groot.
50:40Maar
50:43hoe valt het tegen?
50:45Vele dagen lang gaan
50:49ze buiten de rivier waar enkele vrouwen samenkomen.
50:56Naar de samenkomst.
50:58En predikt Paulus het daar aan het woord.
51:00Het is zelfs geen synagoge in Filippi.
51:04Het is echt een Romeinse stad.
51:09Gelukkig.
51:11De Heere opende het hart van Lydia.
51:15Godswonder.
51:16Dat is het eerste.
51:19Vrucht op de arbeid.
51:21En toch.
51:23U begrijpt het wel.
51:25Ze belanden ten slotte in de gevangenis.
51:28Is dat het
51:30doel van God?
51:34Zij, de mannen verkondigen, zij die niet geoorloofd zijn, zeggen ze, want ze zijn Joden en wij zijn Romeinen.
51:45En werden hun kleren van hen afgescheurd en gegezeld.
51:49En de stokbewaarder, de sipier van de gevangenis, die het opzicht had over de gevangenis, verantwoordelijk was voor al de gevangenen, die daar ook
52:01zijn
52:03levenswerk had.
52:06Moest ze opsluiten.
52:07En hij wierp ze in het binnenste van de kerker.
52:11En hij zette hun voeten in een blok.
52:14En daar zaten ze.
52:16Met open ruggen.
52:19Want het type geestelslagen die ze ontvangen hadden.
52:24Mopperen ze.
52:26Van nature zouden we allemaal gaan mopperen.
52:28Toch?
52:31Hebben we dat verdiend?
52:33Misschien bent u ook wel zo.
52:37Als u ziek wordt.
52:39Waar heb ik dat dan verdiend?
52:43Waarom hij wel en ik niet?
52:48Nee, geliefde, ze waren wat er in de Bijbel staat.
52:53Er staat, is iemand in lijden, dat hij God biedde.
53:02En dat deden ze ook.
53:04Ze baden.
53:08Is iemand goed smoets, dat hij psalmen zingen.
53:13Dat deden ze ook.
53:16En weet je wat erachter staat?
53:18Dat is het wonderlijke.
53:20En de gevangenen hoorden naar hen.
53:26Ze zaten niet te mopperen.
53:29Nee, ze baden.
53:31Misschien wel hardop.
53:33Want de gevangenen hoorden naar hen.
53:37Hun smeekbeden hieven ze naar God op.
53:40En hun lied.
53:41Ik zal zijn lof zelfs in de nacht zingen.
53:44Daar ik hem verwacht.
53:46Hebben we dat ook wel eens mogen doen.
53:49Mogen zingen in de grootste smarte.
53:52Die u meemaakte.
53:54Dat u voelde.
53:57De Heer is nabij.
54:00En de gevangenen horen er.
54:03Ja, dat staat niet zomaar horen.
54:05Zoals iemand zegt er is muziek.
54:09Ik luister daarna.
54:10Nee, het horen dat is echt luisteren.
54:14Onder de indruk, onder beslag.
54:17Van dat woord wat ze hoorden, wat ze zongen.
54:20Dat zien we in vervolg.
54:25En dan is het Gods antwoord.
54:28Wat uit de hemel komt.
54:31Want hij spreekt gewis, gemeente, heb u dat zelf ook al eens ervaren.
54:38Hij spreekt gewis tot elk die voor hem leeft.
54:44Want we hebben een sprekend God.
54:47Ja, maar hoe weet ik dat dan?
54:51Dat kan in omstandigheden zijn, in het leven die gebeuren.
54:55En het kan ook zijn dat je Gods woord leest of dat er zomaar een psalm in je hart opkomt.
55:02En dat je de stem van God hoort.
55:07En nu was Gods barmhartigheid.
55:09De aarde begon te bewegen.
55:12Het was een geweldige aardschok die plaatsvond.
55:15Het gebouw stortte niet in.
55:17Maar de poorten van de gevangenis sloegen open.
55:21De blokken waarin ze vast zaten vielen van hen af.
55:28En ze waren bevrijd.
55:32Ze konden vertrekken.
55:34Met al de gevangenen.
55:38En wat gebeurde er ook die Sipir die met grote vijandschap deze mannen, deze gezanten van God opgesloten had.
55:49En goed verzorgd dat ze zeker niet zouden ontsnappen.
55:53Hij wordt wakker in die nacht en ziet dat de deuren voor hem geopend, dat de deuren van de gevangenis open staan.
56:00En dat
56:02betekende dat natuurlijk de gevangenen ontsnapt waren.
56:08En dan was er nog maar één weg voor hem.
56:11Hij werd verantwoordelijk gesteld voor al deze gevangenen.
56:16En als er één ontsnapte, dat betekende voor hem dat de Romeinen hem zouden straffen.
56:24Dat hij voor het tribunaal zou komen en veroordeeld zou worden tot
56:29een doodstraf.
56:34Dus voor hem was er geen uitkomst meer.
56:36Als hij wakker wordt en ziet wat er gebeurd is, dan grijpt hij zijn zwaard en wil een eind aan zijn leven maken.
56:45Waarom?
56:47Voor de Romeinen was het ook een eer als je jezelf doodde.
56:56Gemeente, dat is goddeloos natuurlijk.
57:01Maar het is vandaag ook in ons vaderland waar
57:05men zegt het is een moedige daad als je een eind aan je leven maakt.
57:11Daar moet je moed voor hebben.
57:13Nee geliefde, dat is duivels.
57:18Maar voor deze man was er geen uitkomst meer.
57:20Hij zag de dood voor ogen.
57:22En er was geen andere weg meer.
57:25Wat moet hij doen?
57:30Radeloos werd hij.
57:33Dan hoort hij opeens de stem van Paulus.
57:37Doe jezelf geen kwaad.
57:42Want wij zijn allen hier.
57:47Een wonder.
57:49Er is geen een ontsnapt.
57:51Er is geen een weggelopen.
57:52Al die gevangenen waar de deur voor open stond, konden ze overtrekken.
57:57Maar ze lagen onder het gezag van de majesteit van God geliefde.
58:04Wij zijn alle hier.
58:07De gemeente, aan dit woord moet ik eens denken.
58:12Wat ik meemaakte in Gent.
58:15Dat
58:16was een gezin waar een dochter verkeerde
58:22pad op ging.
58:24Waar moeder en vader...
58:26Ontzettend veel verdriet over hadden.
58:31En het was op een pinksterdag.
58:34En toen zag ik dat gezin aankomen.
58:37En toen hoorde die vrouw zeggen.
58:39Die moeder van die dochter.
58:42Wij zijn allen hier.
58:46Tranen liepen over haar wang.
58:48Het
58:49wonder was gebeurd.
58:51De verloren dochter was teruggekeerd.
58:55Wij zijn allen hier.
58:59Voor Gods aangezicht.
59:01We zitten hier ook allemaal.
59:04Maar we zitten van nature allemaal in die gevangenis.
59:07We moeten bevrijd worden.
59:11We zijn alle hier.
59:16Doe jezelf geen kwaad.
59:18En
59:21dan gebeurt dat wonder.
59:23Dat
59:25wonder van God.
59:28En dan begint die stokbewaarder te spreken.
59:32Wat moet ik doen opdat ik zalig word, lieve heren?
59:37Het zijn ineens geen boeven meer.
59:40Het zijn geen...
59:42Nee.
59:43Het zijn dienstknechten van de Allerhoogste.
59:49Wat moet ik doen opdat ik zalig word?
59:53Hoe komt die man aan deze woorden?
59:58Nou, hij weet wel wat er gebeurd is.
1:00:01Dat
1:00:03Paulus en Silas en het gezelschap naar de rivier gingen.
1:00:09Om daar de diensten bij te wonen.
1:00:12En ook in de stad rondgingen.
1:00:15En het evangelie verkondigde dat er een meisje was.
1:00:19Met een waarzeggende geest.
1:00:22En dat meisje was misschien een jaar of 13, 14.
1:00:26En door die waarzeggende geest.
1:00:31Wat zij aan mensen de toekomst voorspelde.
1:00:35Dan verdienden de heren die haar in dienst hadden.
1:00:38Als slavin veel geld aan.
1:00:44En de duivel.
1:00:46Die gaat reclame maken.
1:00:48Maar het is geen reclame.
1:00:51En dat meisje roept aan deze.
1:00:54Dit gezelschap achterna.
1:00:55Deze mensen zijn dienaren van God.
1:01:00En ze verkonden de weg ter zaligheid.
1:01:04Dat klinkt allemaal mooi.
1:01:07Maar Paulus ergert zich eraan.
1:01:12Want de duivel hoeft geen reclame te maken.
1:01:14U hoeft het niet van de duivel te hebben.
1:01:17Want de duivel heeft een ander doel.
1:01:20Om het koninkrijk van God als het ware aan te vallen.
1:01:24En door deze reclame.
1:01:26Het is negatieve reclame.
1:01:29Hij wordt Paulus zeer ontevreden.
1:01:31En die zegt tegen die geest.
1:01:33Ga uit.
1:01:34In de naam van de heer Jezus Christus.
1:01:38En dan gebeurt het wonder.
1:01:40Dat meisje.
1:01:41Ze wordt bevrijd.
1:01:43Van
1:01:45die duivelse geest.
1:01:47Die in haar heerst.
1:01:51Ja tegenwoordig.
1:01:52Natuurlijk psychische ziekte.
1:01:54Dat kun je natuurlijk niet aanmerken.
1:01:58Als geest van de duivel.
1:02:03Gemeente wees er wel van verzekerd.
1:02:06Dat de duivel daar wel gebruik van maakt.
1:02:09Zelfs als u ziek bent.
1:02:12Dan sluipt hij ook binnen bij u.
1:02:18Misschien met allerlei gedachten en woorden.
1:02:23Die u van God afkeren.
1:02:27Maar wees er van verzekerd.
1:02:29Schel de Satan.
1:02:31En hij zal van u vliegen.
1:02:36En dat leest die man.
1:02:39Dat ze verkondigers waren van de weg der zaligheid.
1:02:43En daarom
1:02:45begrijpt hij.
1:02:47En dat is in één ogenblik opend.
1:02:50God zijn ogen.
1:02:51Dat deze mensen de dienaren van God zijn.
1:02:55Dat God van hemel en aarde.
1:02:58Niet de God en de goden van de Romeinen.
1:03:03Maar deze God is de ware God.
1:03:08En dan vraagt hij, wat moet ik doen opdat ik zalig word?
1:03:16Wat zou u zeggen tegen
1:03:19zo'n man?
1:03:22Meneer, er is niks aan te doen.
1:03:25Je kan er niks aan doen hoor.
1:03:28God moet het doen.
1:03:32Dacht deze man, als hij deze uitroep zegt, dat
1:03:38hij er wat aan doen kan.
1:03:39Nee, je moet het eigenlijk anders lezen.
1:03:42Het staat er als in de grondtekst, eigenlijk zo weergegeven.
1:03:48Is er nog wat aan te doen?
1:03:52Net als op de pinsterdag.
1:03:53Als die Petrus spreekt en zegt.
1:03:56Die jij genomen hebt en gekruisigd hebt.
1:04:01Is deze niet de Heer?
1:04:05Dat de mensen doorstoken worden.
1:04:07En dat ze het zeggen.
1:04:09Wat moet ik doen?
1:04:11Met andere woorden.
1:04:12Er is niks meer aan te doen.
1:04:13Als je iemand vermoord hebt.
1:04:15Dan kun je het toch nooit meer terughalen.
1:04:20Want we hebben Christus aan het kruis gehangen.
1:04:22Door onze zonde.
1:04:25We zijn allemaal modenaars.
1:04:27Wat moet ik doen?
1:04:30Er is niets meer aan te doen.
1:04:33Opdat ik zalig word.
1:04:35Hoe komt hij eraan aan dat woord opdat ik zalig word?
1:04:39Wat is dat?
1:04:40Wat is nou zalig worden?
1:04:42Dat willen we allemaal toch?
1:04:45Zoals we hier zitten.
1:04:46Er is niemand die zegt ik wil niet zalig worden.
1:04:49Ik wil straks de eeuwige heerlijkheid ingaan.
1:04:54Ik wil naar de hemel.
1:04:56Er is niemand die hier naar de hel wil toch?
1:04:59En we willen allemaal zalig worden.
1:05:02Maar het gaat erom dat we niet alleen zalig willen worden.
1:05:07Maar dat bedoelt die man dan niet.
1:05:09Maar nu zalig zijn.
1:05:13En willen we dat?
1:05:17Willen we nu die zaligheid beërven en bezitten?
1:05:23En wat is zalig?
1:05:27Mensen gebruiken het in de wereld wel als woord.
1:05:30Het is zo gelukkig.
1:05:31Het is zalig.
1:05:34U moet dat zomaar nooit meer gebruiken.
1:05:37Want het is een goddelijk woord.
1:05:41Zalig betekent van het grootste kwaad gebracht worden...
1:05:44tot het allerhoogste goed geborgen te zijn in Christus.
1:05:49Vrede hebben door het bloed des kruisers.
1:05:54Gerechtigheid ontvangen hebben als een onrechtvaardige.
1:06:00Ja, dat het goed is tussen God en je ziel.
1:06:06Dat is zalig.
1:06:09Dat er vrede is die alle verstanden boven gaat in je hart.
1:06:14Beginsel van die eeuwige vreugde in mijn hartgevoel.
1:06:18Dat is de zaligheid die God wil schenken.
1:06:22Wij zijn allemaal van God weggelopen.
1:06:24En we
1:06:26missen die zaligheid.
1:06:28De gemeenschap met God.
1:06:31Maar nu, deze man die beseft dat.
1:06:36Ik moet daar.
1:06:38Kom, ik moet dat bezitten.
1:06:40Als ik dat niet bezit, ga ik nog voor eeuwig verloren.
1:06:45Ik zal voor die rechtbank gedaagd worden.
1:06:47Maar ook voor de hoogste rechter gedaagd worden.
1:06:51En dan zal ik veroordeeld worden.
1:06:55Wat moet ik doen opdat ik zalig word?
1:06:59Is dat ook de vraag in uw hart?
1:07:02Loopt u daarmee?
1:07:05Dat ik zalig word.
1:07:08Dat ik een nieuw hart krijg, jongens en meisjes.
1:07:12Is dat ook.
1:07:15Je gebed.
1:07:16Je worsteling.
1:07:18Heren schenk mij.
1:07:20Een ander hart.
1:07:21Een nieuw hart.
1:07:23Dat naar u luistert.
1:07:24Dat u volgt.
1:07:26En dat u dient.
1:07:27Die zaligheid.
1:07:31Die je te vinden is.
1:07:32In de Heer Jezus Christus.
1:07:35Want dan geeft.
1:07:36En dat is het tweede.
1:07:39Dat Paulus zegt.
1:07:42Geloof in de Heer Jezus Christus.
1:07:45En gij zult zalig worden.
1:07:48Geloof in de Heer Jezus Christus.
1:07:56Is dat niet wat
1:07:59snel?
1:07:59Vindt u niet?
1:08:03Dat ben je zomaar toch niet?
1:08:06Geloof in de Heer Jezus Christus.
1:08:09Wie
1:08:12is dat?
1:08:13Ja, we kennen hem allemaal uit de Bijbel.
1:08:17We horen het elke zondag.
1:08:19Wie Jezus Christus is.
1:08:21De Zoon van God die gekomen is op aarde.
1:08:24Om zondaren zalig te maken.
1:08:27Christus de gezalfde profeet, priester en koning.
1:08:32Van hevigheid gezalfd, gezonden in deze wereld.
1:08:38Die zijn leven gegeven heeft aan
1:08:42het vloekhout van het kruis.
1:08:45Die opgestaan is uit de doden.
1:08:50Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde.
1:08:55Jezus Christus.
1:08:59Geloof in hem.
1:09:02Geloven.
1:09:03Wat is dat?
1:09:05Wat is nou geloven?
1:09:08Oh, we geloven allemaal historisch.
1:09:12Er is hier niemand toch die hier in de kerk zegt, zit en zegt, ik geloof niet dat Jezus Christus de Zoon van God is.
1:09:22Dat geloven we allemaal.
1:09:23We zijn gedoopt en hebben beleidenis misschien gedaan.
1:09:28We zijn
1:09:30kerkmensen en we zitten hier elke zondag en we lezen thuis uit de Bijbel en we bidden.
1:09:36En we geloven in de Heer Jezus.
1:09:40Maar is dat genoeg?
1:09:41Is dat het geloof?
1:09:43Het echte geloof?
1:09:45Want geloven, dat
1:09:49is je overgeven aan God.
1:09:53Dat is je hand opheffen naar God.
1:09:58Dat is je lege hart komen tot God.
1:10:01Dat is geloven.
1:10:04Naar de bron komen.
1:10:06Ik zal u een voorbeeld geven.
1:10:09Er staat in de Bijbel dat Noach...
1:10:14Bevreesd geworden is.
1:10:17En de ark.
1:10:19Door het geloof.
1:10:21Heeft toebereid.
1:10:25Stel je voor.
1:10:26U loopt op straat.
1:10:27Met een vriend te wandelen.
1:10:29En die vriend heeft heel veel verstand van het weer.
1:10:33En de zon schijnt helder.
1:10:35En die zegt.
1:10:37Let op.
1:10:40Over een uur krijgen we een donderbaan.
1:10:43Je
1:10:51kan natuurlijk zeggen.
1:10:52Hij kan zoveel zeggen.
1:10:54Maar ik geloof er niks van.
1:10:56Het is veel te mooi weer.
1:10:59Maar je kan hem ook geloven.
1:11:01Dat je zegt.
1:11:02Als dat gebeurt.
1:11:03Dan moeten we zien dat we thuis komen.
1:11:05Dan geloof je.
1:11:07En zo geloofde.
1:11:09Noach het woord van God.
1:11:11Wat God tegen hem gezegd had.
1:11:13En het werd werkelijkheid in zijn leven.
1:11:15En het werd werkelijkheid voor deze man.
1:11:18Dat hij sterven moest.
1:11:19God ontmoeten.
1:11:21En dat hij voor het gericht zal staan.
1:11:24En dat er maar.
1:11:25En dan.
1:11:27Geeft als het ware.
1:11:30Paulus de reddingsboei gooit hem als het ware toe.
1:11:33Geloof in de heer Jezus Christus.
1:11:37En gij zult zalig worden.
1:11:42Hij is het.
1:11:44Die gekomen is.
1:11:46In deze wereld.
1:11:48Om zondaren zalig te maken.
1:11:52Waarvan Paulus zegt waarvan ik de voornaamste ben.
1:11:56Gemeente.
1:11:57Hoe doe je dat nou?
1:12:00Geloven.
1:12:02Je overgeven.
1:12:04Aan hem.
1:12:06En dan zeg ik dikwijls begin maar met het verstand.
1:12:10Gewoon.
1:12:11Heren.
1:12:12U weet het.
1:12:13Ik heb een toegesloten hart.
1:12:16Ik kan niet geloven zoals het moet in de Bijbel.
1:12:20Maar wilt u het mij schenken.
1:12:23Dat echte geloof.
1:12:26Wat de gave van u is.
1:12:29Komen tot hem.
1:12:31Tot de Heer Jezus Christus.
1:12:34Want hij zegt het.
1:12:35Wie tot mij komt zal ik geen zins uitwerpen.
1:12:40Wie je ook bent.
1:12:41Wat je ook bent.
1:12:42Maar kom je met je koude hart en harde hart.
1:12:45Maar kom.
1:12:47Want hij is het die de levensbron is.
1:12:51Hij is het die de
1:12:55rekening betaald heeft.
1:12:57Die alle gerechtigheid vervuld heeft.
1:12:59Die de zonde verzoend heeft.
1:13:02En de bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden.
1:13:10Daar is redding.
1:13:12Dat biedt Hij aan.
1:13:14Dat is de levensbron.
1:13:16Daar kun je de zaligheid vinden.
1:13:20Jezus zegt van zichzelf, ik ben het levende water.
1:13:24Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald.
1:13:27En die de wereld het leven geeft.
1:13:29En dat brood wordt u vanmorgen geschonkt.
1:13:32Christus wordt u als het ware voor
1:13:36de voeten gelegd.
1:13:39Geloof in de Heer Jezus Christus.
1:13:43Maar dat kan ik toch niet.
1:13:46Want geloof is een gaven van God.
1:13:50Houd dat vast gemeente.
1:13:52Het komt alleen maar van Hem.
1:13:55Maar Hij wil het schenken.
1:13:58Zoals die vader van de maan ziekenknaap.
1:14:01Ik geloof, heren, kom mijn ongelovigheid te hulp.
1:14:06En terstond krijg
1:14:10jij geloof.
1:14:13Jezus, Christus, de levensbron.
1:14:18Hij is
1:14:20het die
1:14:22zondaren zalig maakt.
1:14:24En
1:14:26ook deze stokbewaarder.
1:14:28Er is maar één weg, man.
1:14:29En dat is tot hem te gaan.
1:14:33Geloof in de Heer Jezus Christus.
1:14:36Je lege handen uit te strekken naar deze zaligmaker.
1:14:42Die God als reddingsboei in deze wereld geworpen heeft.
1:14:48Grijp,
1:14:50zoals Paulus het ook zegt, naar het eeuwige leven.
1:14:55Dat kun je vandaag doen, gemeente.
1:14:58God nodigt u daartoe uit.
1:15:02En dan kom je misschien tot ontdekking dat je geen handen hebt en geen voeten hebt.
1:15:07Om te gaan.
1:15:09Dan voel je je misschien wel machteloos.
1:15:13Krachteloos.
1:15:13Dat je zegt ik heb niks.
1:15:15Juist dan.
1:15:17Dat laat de Heer je zien.
1:15:20Dat je in jezelf niets hebt.
1:15:23En dat je ook niets moet zoeken in jezelf.
1:15:27Maar dat je uit jezelf als het ware moet treden.
1:15:31Om tot God te gaan.
1:15:33Moeder kom ik.
1:15:35Armen naakt tot die God die zalig maakt.
1:15:41De levensprong.
1:15:44Maar ook de
1:15:47levenstaak.
1:15:51Wat moet ik doen opdat ik zalig word?
1:15:54Ik geloof in de Heer Jezus Christus.
1:15:56En gij zult zalig worden.
1:16:01Het is niet misschien.
1:16:04Gemeente, het is niet een misschien.
1:16:08Mocht dat lot eens mij ten deel vallen.
1:16:11Zo zijn er veel christenen die rustig afwachten.
1:16:17En zeggen, ja, ik kan er niks aan doen.
1:16:26Alleen, ja, godsvolken, dat zijn de kinderen van God die verkoren zijn.
1:16:30En als ik niet verkoren ben, dan kom ik er niet.
1:16:33En zo is de duivel je een zoet houden.
1:16:37En dan kun je de wereld in de zonde vasthouden.
1:16:42En dat is ons leven.
1:16:45En de duivel heeft schik.
1:16:47Die zegt die heb ik.
1:16:50God zegt.
1:16:52Wend u naar mij toe.
1:16:54En word behouden want ik ben God.
1:16:56En niemand meer.
1:16:58Kom dan.
1:17:00Met lege handen.
1:17:02Lege harten.
1:17:05Boze harten.
1:17:07Opstandige harten.
1:17:08Hij breekt ze.
1:17:10In duizend stukken.
1:17:13Een wat zalig moment.
1:17:15En gij zult zalig worden.
1:17:19Maar Paulus, kun je dat dan zomaar zeggen?
1:17:23Geloof in de Heer Jezus Christus en jij zult zalig worden?
1:17:28Ja, dat
1:17:31kan hij, mag hij zeggen en moet hij zeggen.
1:17:35Want wie tot hem gaat, die zal gerekt worden.
1:17:39Die zal zalig worden, die zal de eeuwige heerlijkheid beërven.
1:17:47Want daarom is hij in deze wereld gekomen.
1:17:50Om zondaren zalig te worden, te maken.
1:17:54En gij en uw huis.
1:17:59Kan dat allemaal?
1:18:03Gaat dat niet wat snel?
1:18:06In diezelfde nacht lezen we dat zij onderwijs ontvangen.
1:18:11En dat ze dan gedoopt worden.
1:18:15En dat de eindigde tekst.
1:18:19En verheugde zich dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden
1:18:27was.
1:18:31Zou u het ook niet zo?
1:18:32Zo willen, hè?
1:18:34Dat
1:18:37u zegt...
1:18:38Ja, mijn kinderen.
1:18:41Waar zaten ze gisteravond?
1:18:45Ik weet niet hoe laat hij thuis kwam.
1:18:49Hij komt wel in de kerk, maar hij zit hier wel.
1:18:52Maar hij heeft er niet veel zin in.
1:18:56Ik heb hem vanmorgen nog uit zijn bed moeten trommelen.
1:19:00Opstaan, jongen.
1:19:01Kerk.
1:19:06Gij en uw huis.
1:19:10Dat zou wel ooit kunnen.
1:19:12Misschien een zoon of een dochter die bij mij helemaal niet meer in de kerk komt.
1:19:17Die zeggen, vader en moeder, kijk het maar.
1:19:20Ik heb niks meer met die kerk.
1:19:22En met het geloof.
1:19:25Hoe komt het ooit goed?
1:19:28En hier, zo in één ogenblik, in één nacht, gebeurt het wonder.
1:19:35Ja, dat staat in de Bijbel en dat geloof ik ook wel.
1:19:38Maar kan
1:19:40dat vandaag nog?
1:19:41Ja, geliefde, dat kan nog.
1:19:46Gij en uw huis.
1:19:50Want God is geen karig God.
1:19:53Hij is een God die barmhartig is en een ruim hart heeft.
1:20:00En ons wil zeggen dat hij van geslacht op geslacht zijn genade wil verheerlijken.
1:20:10En ook in ons gezin.
1:20:14Maar dan is er ook de vraag.
1:20:18Worstelt u aan de troon der genade ermee?
1:20:22Loopt u er elke dag?
1:20:25Mee naar Gods troon.
1:20:30Want dat wil de Heer.
1:20:34Dat dat op je hart gebonden zal zijn.
1:20:37En dat u met uw kinderen voor Gods aangezicht zal komen.
1:20:41Leg de namen van mijn kinderen voor u neer.
1:20:44Staat er in een gedicht.
1:20:47Gij en uw huis een belofte die God geeft.
1:20:52En dat gebeurde hier.
1:20:55Ze werden gedoopt.
1:20:57Ze gingen door de poort van het christelijke leven.
1:21:01Poort.
1:21:04Waarin de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest bevestigd werd.
1:21:08En door die poort zijn we allemaal gegaan.
1:21:12Gemeente.
1:21:13En
1:21:14de belofte die God gegeven heeft.
1:21:20Aan het begin van die poort.
1:21:21En het kind.
1:21:23Ik wil je God zijn.
1:21:27En aan de ouders.
1:21:29Ik wil je God zijn.
1:21:31In alle geslacht.
1:21:35God belooft het.
1:21:38Maar worstelen we er ook mee.
1:21:40Aan de troon der genade.
1:21:42Omdat de Heer die belofte zal vervullen in ons leven.
1:21:46Gij en uw huis.
1:21:49En gemeente dat is ook de noodzaak van ons leven.
1:21:56Want de belofte van God die laten we zo gemakkelijk liggen.
1:22:01En de duivel redeneert er maar overheen en zegt dan tegen ons, je kan niks.
1:22:07Dat is waar, hij heeft het allemaal gelijk.
1:22:09Je moet hem altijd gelijk geven.
1:22:11Want wat hij zegt, je bent niet uitverkoren, dan kom je er toch niet.
1:22:15En al die dingen meer kan de duivel allemaal tegen je zeggen.
1:22:18En dan houdt hij je zoet.
1:22:22Maar worstel je met de belofte die God gegeven heeft.
1:22:26Heere God, u heeft het mij gezegd.
1:22:29Dat u mijn God wilde zijn.
1:22:31Ik ben van u weggelopen.
1:22:32Ik heb u de rug toegekeerd.
1:22:34En dat doe ik elke dag heren.
1:22:36Maar u bent het.
1:22:38Die verloren zonen en dochteren thuis brengt.
1:22:42Het is in uw hand.
1:22:44En daarom smeek ik het van u heren.
1:22:46Schenk die genade.
1:22:51Omdat ik en mijn huis.
1:22:53Zullen zalig worden.
1:22:57Gelukkig worden.
1:22:59Want dan ben je pas gelukkig.
1:23:00Jongens en meisjes.
1:23:02Als je die God mag leren kennen als de liefde van God in je hart stroomt.
1:23:09Ik was een jongen van een jaar of 18, 17, 18.
1:23:12Toen dacht ik dat de wereld wel aankom.
1:23:15En dat ik nou die kerk, dat zag ik niet zitten meer.
1:23:24En als ik 21 was en wilden mijn ouders natuurlijk geen verdriet doen.
1:23:28Dan zou ik de kerk verlaten.
1:23:33Toen kwam God.
1:23:36En die zei tot hiertoe en niet ver.
1:23:39Nu is het gebeurd.
1:23:41Toen boog ik.
1:23:44En toen stroomde de
1:23:48eeuwige liefde in mijn hart.
1:23:51Een gemeente.
1:23:54Dan ben je ongelukkig.
1:23:56Omdat je voelt.
1:23:59Ik heb tegen God gezondigd.
1:24:02Ik heb God verdriet gedaan.
1:24:05Maar je bent ook gelukkig.
1:24:08Omdat je vrede voelt.
1:24:10Door het bloed van Jezus Christus.
1:24:15En dat gaat nooit meer weg.
1:24:17Dat blijft op de bodem van je hart liggen.
1:24:21Het kan wel eens koud en hard voelen.
1:24:23En toch.
1:24:25God laat u nooit meer los.
1:24:29En u mag leven.
1:24:30Dan begint het echte leven.
1:24:35Is de beginsel van die eeuwige vreugde.
1:24:39Wat ik gisteren zo verspreekt in je hart.
1:24:42Want in de wereld heb je geen vreugde hoor jongens.
1:24:45En meiden.
1:24:46Er is geen vreugde.
1:24:48Dat is gemaakte vreugde.
1:24:51U weet het toch wel.
1:24:54Beste man.
1:24:56Die was circusartiest.
1:25:02En die man was helemaal psychisch.
1:25:07Zag hij het niet meer zitten.
1:25:09Hij ging naar de dokter.
1:25:13De dokter zegt, nou ja, ik weet een goed middel, joh.
1:25:18Dat het met je opvreugd.
1:25:20En dat je eens een avond moet naar het circus gaan.
1:25:23En dan moet je daar eens rustig gaan zitten.
1:25:25En dan kun je alles vergeten.
1:25:27En dan heb je heel de avond plezier.
1:25:30Hij zei, maar dokter, ik
1:25:34ben die clown.
1:25:36Van de circus.
1:25:38Toen had die dokter geen medicijn meer.
1:25:43Gemeente.
1:25:44Er zijn geen medicijnen te vinden.
1:25:48Alleen het bloed van Jezus Christus.
1:25:51Godzoon.
1:25:53Dat reinigt.
1:25:54Van alle zonden.
1:25:58En dat doet je ook in
1:26:03psychische nood.
1:26:05Vrede vinden.
1:26:08In Christus.
1:26:11Vreugde.
1:26:14Omdat zijn ganze huis
1:26:17gelovig was geworden.
1:26:19En waar zie je dat nou aan?
1:26:21Hoe weet je dat nou?
1:26:25Aan de vruchten.
1:26:26We zullen dat vanavond ook zien.
1:26:28Aan de vruchten.
1:26:31Hij haalt de mannen in huis.
1:26:34Hij wast zijn wonden.
1:26:37De barmhartigheid van Christus.
1:26:40Van God.
1:26:42Wordt in zijn leven zichtbaar gemeend.
1:26:45En hij geeft ze te eten en te drinken.
1:26:49Hij verzorgt ze met zoveel liefde.
1:26:53Eerst met zoveel haat.
1:26:55En nu de liefde.
1:26:57En zo zie je de vruchten
1:27:01van het geloof.
1:27:03Dan verandert er iets in je leven.
1:27:09Je zal niet helemaal veranderen.
1:27:11Natuurlijk, je blijft een mens.
1:27:12Maar toch verandert er wat.
1:27:16Je krijgt een andere levensrichting.
1:27:18En je krijgt oog voor je naaste.
1:27:23Want je leefde van nature met je eigen ik.
1:27:27Je stond altijd voorop.
1:27:30Maar dan wordt het anders.
1:27:33Dan krijg
1:27:35je oog voor je naaste.
1:27:37En je zoekt het goede.
1:27:39Voor het allerbeste.
1:27:44Wat ik ook in het gebed gezegd heb.
1:27:49Van uw pastoraal medewerker.
1:27:52Dan zal u de huizen ingaan.
1:27:57En uw buurvrouw het zeggen.
1:27:59Laat u met God verzoenen.
1:28:02Dan ben je natuurlijk geen gezant van Jezus Christus.
1:28:05En toch wel.
1:28:07Wij bidden u.
1:28:09Laat u met God verzoenen.
1:28:12Dat wordt je levensrichting.
1:28:17Gemeente.
1:28:18De levensvraag.
1:28:21Leefde die ook in uw hart.
1:28:25Hebt u al gezien de levensbron Jezus Christus.
1:28:30En ook uw levensstaak.
1:28:33Te wandelen.
1:28:35In de vrezen van Gods heilige naam.
1:28:39Amen.
1:28:40Laat
1:28:41[GEZANG]
1:31:19ons samen danken en bidden.
1:31:22Heren wij danken u.
1:31:25Dat gij
1:31:27vanmorgen ook laat zien.
1:31:30Uw barmhartigheid over ons.
1:31:34Want heren gij hebt geen lust in onze dood.
1:31:38Maar daarin.
1:31:40Dat we ons zouden bekeren en leven.
1:31:44Want heren als we u mogen kennen.
1:31:48Als we mogen geborgen zijn in dat dierbare bloed van uw lam van God.
1:31:53Heren dan begint het leven.
1:31:55Het echte leven.
1:31:57Het leven met u.
1:32:00Dat is een zalig leven.
1:32:03Dat is een gelukkig leven.
1:32:07Want er is nog nooit iemand geweest heren.
1:32:10Die die vredige gekend en in u geborgen was.
1:32:17Die terug gegaan is.
1:32:20Nooit meer.
1:32:21Want ze zijn de uwe.
1:32:24Heren wilt u dat woord ook vanmorgen.
1:32:27Dat we het mee mogen dragen in onze harten.
1:32:31En dat er vruchten gezien mogen worden.
1:32:34Van geloof.
1:32:36Bekering.
1:32:38Heren.
1:32:40Breek onze hart.
1:32:43En doe ons knielen voor u.
1:32:49Dat we het zeggen.
1:32:52Heren hier ben ik.
1:32:54Kan niet meer verder.
1:32:56Zonder u.
1:32:59Heren ga met ons.
1:33:01In deze verdere dag.
1:33:04Wees ons nabij.
1:33:06Breng ons vanavond hier weer samen.
1:33:09Wil met uw heilige geest ons leiden.
1:33:13We bidden dat.
1:33:15In de vergeving van al onze zonden.
1:33:18Om Christus wil.
1:33:20We
1:33:24zingen tenslotte psalm 138.
1:33:26Het tweede vers.
1:33:27Door al uw deugden aangespoord.
1:33:29Hebt gij uw woord.
1:33:31En trouw verheven.
1:33:34[GEZANG]
1:36:40Eindigen we te beden uit de avondzang.
1:36:43O Vader dat uw liefde ons blijkt.
1:36:47O Zoon maak ons uw beeld gelijk.
1:36:51O Geest en U troost ons neer.
1:36:55Triëne God.
1:36:57U zij al de eer.
1:37:00Amen.
1:37:01[GEZANG]