Filémon : 11 en 12; Eertijds en nu

zondag 26 juli 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Evangelist H. Bor · 100 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:51Breft uw harten tot God.

9:55Onze hulp en onze verwachting.

9:58Is van de Heere Heere.

10:01Die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:05Die trouw houdt in eeuwigheid.

10:08En die nooit laat varen.

10:10Het werk zijn er handen.

10:13Genade zij met ons en vrede.

10:16Van God de Vader.

10:19Van Jezus Christus de Zoon.

10:22Door de heilige geest.

10:24Amen.

10:27Gemeente namens kerkraad willen we u nog meedelen.

10:30Dat woensdagavond zal de kerkdienst worden gehouden.

10:35En deze dienst zal dominee IJR Bijl van Waddingsveen voorgaan.

10:42En volgende week zondag zal de eerste collecte bestemd zijn voor het pastoraat.

10:50Van de genoemde voornemens geldt zo de Heere wil en beleven.

10:55En laten we deze tient voortzetten met het zingen van Psalm 145, het zesde vers.

11:03De Heere is recht.

11:05In al zijn weg en werk, zijn goedheid, kent in het gans heelal geen perk.

11:12We

11:12[GEZANG]

14:33openen de schriften vanavond in het Nieuwe Testament.

14:36De zendbrief van de apostel Paulus aan Philemon.

14:41Maar vooraf beleiden we ons geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

14:47Waarop we zingen op salm 19 het zesde vers.

14:53Dus krijg ik van mijn plicht, o God, een klaar bericht.

14:58Wat is vooruitzicht schoon.

15:01Hij die op u vertrouwt, uw wetten onderhoudt, vindt daarin grote loon.

15:07En wat er verder wordt op salm 19.

15:10Vers 6 naar de beleidiging van het geloof.

15:13En daarna lezen we de brief aan Philemon.

15:17En

15:20ieder spreken in zijn of in haar hart.

15:23Ik geloof in God de Vader.

15:26De Almachtige Schepper.

15:29Des hemels en der aarde.

15:31En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon onze Heere.

15:36Die ontvangen is van de Heilige Geest.

15:40Geboren uit de macht Maria.

15:43Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

15:46Is gekruisigd, gestorven en begraven.

15:50Nedergedaald ter helle.

15:52Ten derde dagen weer omopgestaan van de doden.

15:56Opgevaren ten hemel.

15:58Zittende terechter aan gods des almachtige vaders.

16:03Van waar ik komen zal om te oordelen.

16:06De levende en de doden.

16:09Ik geloof.

16:11In de heilige geest.

16:13Ik geloof.

16:15Eén heilige algemene.

16:17Christelijke kerk.

16:19De gemeenschap der heiligen.

16:22Vergeving der zonden.

16:25Weeropstanding des vleesjes.

16:28En een eeuwig leven.

16:30[GEZANG]

19:05Lezen we nu de brief.

19:07Van de apostel Paulus aan Philemon.

19:10En

19:12de luid gods hoort al dus.

19:14Paulus een gevangenen.

19:17Van Christus Jezus en Timotheus, de broeder van Philemon.

19:21De geliefde en onze mede-arbeiders.

19:25En aan Appia, de geliefde.

19:27En aan Archippus, onze medestrijder.

19:31En aan de gemeente die ten nieuwe huize is.

19:35Genade, zij uw lieden en vrede.

19:39Van God onze Vader.

19:42En door de Heer Jezus Christus.

19:45Ik dank mijn God.

19:48U er altijd gedachtes zijnde in mijn gebeden.

19:53Al zou ik hoor uw liefde en geloof.

19:57Het welk gij hebt aan den Heere Jezus en jegens al de heiligen.

20:05Omdat de gemeenschap des geloofs krachtig worden.

20:09In de bekendmaken van alle goeds.

20:12Het welk in uw lieden is door Christus Jezus.

20:18Want wij hebben een grote vreugde en vertroosting over uw liefde.

20:24Dat de ingewanden der heiligen verkwikt zijn geworden door u, broeder.

20:32Daarom hoewel ik grote vrijmoedigheid heb in Christus.

20:36Om u te bevelen het geen betamelijk is.

20:39Zo bid ik nog thans liever door de liefde.

20:44Daar ik er zodanig een ben te weten Paulus een oud man.

20:50Nu ook een gevangenen van Jezus Christus.

20:54En ik bid u dan voor mijn zoon.

20:57Dewelke ik in mijn banden heb geteeld.

21:00Namelijk Onesimus.

21:04Die eertijds u onnut was.

21:07Maar nu u en mij zeer nuttig.

21:12Dewelke ik weder gezonden heb.

21:16Toch gij neemt hem.

21:18Dat is mijn ingewanden weder aan.

21:22Dewelke ik wel had willen bij me houden.

21:25Omdat hij mij voor u dienen zou in de banden des evangelies.

21:33Maar ik heb zonder u goedvinden niets willen doen.

21:37Omdat uw goeddadigheid niet zou zijn als naar bedwang.

21:44Maar naar vrijwilligheid.

21:47Want wellicht is hij daarom voor een kleine tijd.

21:52[GEZANG]

22:09Inzonderheid mij hoeveel te meer dan u beiden in het vlees en in de heren.

22:16Indien gij mij dan houdt voor een metgezel, zo neem hem aan gelijk als mij.

22:24En indien hij iets verongelijkt heeft of schuldig is,

22:29reken dat mij toe.

22:32Ik, Paulus, heb het geschreven met deze mijn hand.

22:37Ik zal het betalen,

22:39opdat ik u niet zeg dat gij ook uzelf mij daartoe schuldig bent.

22:45Ja, broeder,

22:47laat mij u hierin genieten.

22:50In de Heren verkwik mijn ingewanden.

22:54In de Heren.

22:56Ik heb aan u geschreven vertrouwende op uw gehoorzaamheid.

23:01En ik weet dat gij doen zult ook boven hetgeen ik zeg.

23:06En bereid mij ook tegelijkertijd in herberg.

23:10Want ik hoop dat ik ook door uw gebeden uw lieden zal geschonken worden.

23:18U groeten Epraphas, mijn medegevangenen in Christus Jezus.

23:25Marcus, Argestaris.

23:28Demas, Lucas, mijn medearbeiders.

23:33De genade van onze Heer Jezus Christus.

23:38Zij met uw geest.

23:41Amen.

23:42De

23:44tekstwoorden die we vanavond met hulp des Heren willen overdenken.

23:48Is eigenlijk de centrale van deze brief.

23:51Vers 11 en 12.

23:54Die eertijds uw onnut was.

23:57Maar nu.

23:59U en mij zeer nuttig, terwijl ik u weder gezonden heb.

24:06Doch gij neem hem, dat is mijn ingewande, weder aan.

24:15Het thema is Eertijds en Nu.

24:22Eertijds van Onesimus en het Nu.

24:28De eerste, de eertijdstand van Onesimus.

24:31Dat is de eerste gedachte.

24:33En de tweede gedachte.

24:35Het nu, het nut van Onesimus.

24:41Laat ons het aangezicht als heren zoeken in het gebed.

24:44Om zijn zegen te vragen over ons samen zijn deze avond.

24:53Heren, zo zijn wij ook voor de tweede maal in

24:58uw huis gekomen.

25:01Uw huis wordt genoemd.

25:03Een plaats van gebed.

25:08Heren laat het ook zo mogen zijn.

25:11Dat we hier naartoe gekomen zijn.

25:15Om alles voor u neer te leggen.

25:19In de stilte van ons hart.

25:22Om uw aangezicht te zoeken.

25:27Heren want zo was het ook in het oude testament.

25:31Als men naar de tempel ging.

25:34Dat was de plaats waar u werd aangeroepen.

25:37Natuurlijk.

25:39Is ook thuis in de binnenkamer een plaats waar we u kunnen zoeken.

25:45Ja heren, heel de dag kunnen we met u spreken.

25:50Maar op deze plaats is een bijzondere plaats.

25:54Daar laat u zich ontmoeten.

25:58Daar bent u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

26:04Bij ons in ons midden.

26:07En heren, geef ook dat wij er zijn.

26:09Al zitten we dan hier.

26:11Kunnen we onze gedachten zo ver weg zijn.

26:15Kunnen we er totaal niet bij betrokken zijn.

26:18Maar wilt u het geven heren.

26:20Dat we vanavond met aandacht en diep ontzag.

26:25Mogen luisteren naar uw woord.

26:29En wilt u ons dan voorgegaan.

26:32Met uw heilige geest.

26:35Die ons in uw waarheid kan leiden.

26:38Hier in deze persoonlijke brief.

26:43Die Paulus schrijft aan

26:47Philemon.

26:50Over een slaaf die weggelopen is.

26:54Die onnut was.

26:58Heren, dat zijn wij ook allemaal.

27:02We zijn ook van u weggelopen.

27:05En we zijn tevens ook slaven.

27:08Slaven van

27:11de zonde.

27:11De wereld.

27:14Ons eigen vlees.

27:15En

27:18we zijn onnut van nature.

27:23Want u zegt het in die gelijkenis van die boom die daar stond en die geen vruchten gaf.

27:30Want u bent de landman die zoekt naar vruchten.

27:35En waarom beslaat hij hier onnuttelijk de aarde, zegt u, de

27:42landsman.

27:45O heren, en

27:48toen was er een beheerder die het zei.

27:53Laat hem nog dit jaar staan.

27:57O heren, geef toch ook voor ons leven.

28:02Dat we niet onnuttelijk deze aarde beslaan.

28:07Maar dat we tot nut mogen zijn.

28:10Door een nieuwe geboorte.

28:13Door de genade die gij ons geeft heer.

28:18Opdat wij tot nut zouden zijn.

28:22In uw koninkrijk.

28:25Wilt u dan vanavond zo ons onderwijzen.

28:28In uw woord.

28:30En wilt u ons voorgaan.

28:34En dat wij mogen luisteren.

28:37Met aandacht.

28:39En diep ons zag.

28:42Heren.

28:43Wilt u ons gedenken.

28:46We bidden ook voor.

28:48De droogte.

28:51Vanmiddag is er wel regen gevallen.

28:55Maar we hoorden zelfs.

28:57Dat hier de bronnen al zijn.

28:59Waar het zoute water uitkomt.

29:01Van de zee.

29:03Zo droog.

29:05Heren zout u nog regen willen geven.

29:09Dat zou verdiend zijn.

29:12Heren als.

29:14Er nooit geen druppel regen meer zou vallen.

29:18Maar wilt u het nog geven.

29:21Omdat de landman verpleit mag worden in het gewas.

29:26Onverdiend en on...

29:27Door uw genade en barmhartigheid.

29:33Bewogen om de landman zijn zegen te geven.

29:39Heren, we bidden ook voor

29:43dominee van den Kamp.

29:46Deze avond op dit uur neemt hij afscheid.

29:50Als een gemeente op huis.

29:54Heren.

29:56We lezen het ook van de apostel Paulus.

30:00Dat ze van Ephesus kwamen.

30:03Om afscheid te nemen.

30:06Kan moeilijk zijn.

30:08Heren dan bidden we van u.

30:10Wilt u hem helpen.

30:12Dat u geeft heren.

30:15Dat hij de gemeente die hij gediend heeft.

30:19Mag overgeven.

30:21In uw handen.

30:23Want u bent toch de grote herder der schapen.

30:27En zeg tegen de ene dienstkrecht.

30:29Komt en ik kom.

30:30En andere gaat en ik ga.

30:33Ik

30:34wil een goede dienst geven.

30:37En dat u ook zich mag voorbereiden.

30:41Naar de overkomst naar deze gemeente.

30:44U weet alle dingen heren.

30:47Laat het met orde en eerbied geschieden.

30:52We willen ook voor de oase en de vijvers.

30:57Heren.

30:58Weet.

31:00Dat er mensen zijn die

31:03met moeite en zorg psychische noden te kampen hebben.

31:09Die misschien hun leven vastgelopen zijn.

31:13Hoe wilt u geven, heren, dat ze daar een plaats mogen vinden van rust.

31:21Om

31:22ook u te mogen ontmoeten.

31:26Want dat is al meerdere keren gebeurd, heren.

31:30Dat u ook aan de gasten het gaf.

31:35Dat u tot hen sprak en hen verloste.

31:39En leidde.

31:40Wilt u dat geven.

31:43En wil uw naam verheerlijken heren.

31:46Gedenk aan alle noden.

31:48En psychische noden.

31:50Ook in de gemeente.

31:51Ze zijn bij u bekend.

31:54Heren.

31:56Eenzaamheid en rouw.

31:58Wees met hen.

32:01Weduwe en weduwnaren.

32:03Wees er nabij.

32:04Troost hem met uw heil.

32:07Heren dat u.

32:10Een vader der wezen wil zijn en een man voor de weduwe.

32:15En een vriend van weduwnaren.

32:18Uw beloften zijn er toch.

32:20Dat ze daarop mogen zien.

32:23Heren, gedenk aan alle kerken.

32:26Hier in het dorp.

32:29Maar ook in ons vaderland.

32:32Er is zoveel verscheurdheid en verdeeldheid.

32:36Heren, dat is niet uw schuld.

32:39Maar dat hebben wij gedaan.

32:42Wij zijn van het huidspoor afgegaan.

32:45En wij en onze vaderen hebben u verdriet aangedaan.

32:52O, leer het ons, heren, te beleiden voor u.

32:57Want als mijn volk zich zal schuldig kennen,

33:00hebt u het zelf gezegd.

33:03Dan zal ik aan mijn verbond gedenken.

33:07Heren, opdat zij één zijn in

33:11u, in Jezus Christus.

33:14En gelukkig u kijkt over al die muren heen.

33:18Wat wij allemaal presteren heren.

33:22O

33:24geef toch.

33:25Dat dat allemaal afgebroken mag worden.

33:28En dat dat huis van u gebouwd op het fundament.

33:34Van uw woord.

33:36Van uw onfeilbare woord heren.

33:39Dat het daarop gebouwd mag worden.

33:42Ook hier als gemeente.

33:45En wilt u.

33:48Gedenken heren aan uw volk Israël.

33:53Vele beloften in uw woord.

33:55We zien zo het tegendeel heren.

33:58Alle volken maken zich op om zich tegen Israël te verzetten.

34:04Maar wilt u aan uw verbond gedenken.

34:08Wil hen terugbrengen.

34:10Dat zij u de heer Jezus als de Messias.

34:15Door het geloof mogen aanvaarden.

34:18En hem kennen.

34:21Opdat de wereld het zal zien.

34:24En dat het tot een zegen zal zijn.

34:28Voor deze wereld.

34:30Die in het boze ligt.

34:33Die zich voortwentelt.

34:35In alle ongerechtigheid heren.

34:39Waarvan gij ook van de eerste wereld gezegd heeft.

34:42Het zal zijn.

34:43Als in de dagen van Noach.

34:45Men had men dronken.

34:47Men nam ten huwelijk.

34:48Men gaf ten huwelijk.

34:49Men kocht en verkocht.

34:52Totdat het einde kwam.

34:54En deze wereld ten vure bewaard wordt.

34:58Geef heren.

35:00Dat we daar naar uit mogen zien.

35:03Dat ook het gebed in de kerk.

35:07Mag zijn kom hier Jezus.

35:10Kom dan haastiglijk.

35:12Dat u zo een God van haar bij zijn.

35:16Ook in deze avond.

35:19Vergeef al onze zonden en zie ons aan.

35:22In uw Zoon, de Heer Jezus Christus.

35:26Amen.

35:31Zing op Psalm 119, vers 32 en 88.

35:36Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van alle die u moedig vrezen.

35:41En leven naar uw goddelijk bevel.

35:43En gun leven aan mijn ziel, dan loopt mijn mond uw trouwe hulp.

35:48Stier mij in rechte sporen.

35:52De eerste collecte is voor het pastoraat.

35:56De tweede voor de kerkvoedij.

35:58En de derde voor de aflossing van de kerk.

36:02Deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

36:06De heren zegen u en u gaven.

36:08Zing op salm 119 vers 32 en 88.

36:13[GEZANG]

43:26Gemeente na het amen van de preek willen we zingen op salm 25.

43:30Het vierde vers.

43:32Zere goedheid.

43:34Kent geen palen, God is recht, dus zal hij door.

43:38Onderwijzing hen die dwalen, brengen in het recht de sporen.

43:44Wat er verder volgt zal hem 25 vers 4 na het amen van de preek.

43:52Geliefde gemeente,

43:54hoort deze brief van Paulus wel thuis in de Bijbel?

44:02Het is een persoonlijke brief die Paulus schrijft.

44:08Aan een persoon die geen ouderling is.

44:11Of oudste of voorganger.

44:15Het is eigenlijk gewoon aan een gemeentelid.

44:19Dat hij deze brief schrijft.

44:22Want alle brieven die Paulus geschreven heeft.

44:26Was aan de gemeente van Klossen, Efezen, Gelaten en noem maar op.

44:30En Romeinen.

44:33En ook aan de voorgangers.

44:35Ik denk aan Timotius de brieven van Paulus en Timotius.

44:40En deze brief, waar

44:43het eigenlijk om persoonlijke dingen gaat, hoort

44:49u wel thuis in de Bijbel.

44:51Dat zegt u, maar hij staat erin, dus het zal wel zo moeten zijn.

44:58Die vragen zijn ook gesteld natuurlijk toen men de Bijbel samenstelde.

45:05En het is altijd het mooiste, en dat moet u maar goed onthouden, gemeente.

45:11Je moet schrift...

45:13Met schrift vergelijken.

45:16Want we lezen dat in de brief aan de Colossense.

45:21Dat Paulus schrijft.

45:26Mededienst krijgt Antichicus.

45:28Terwijl ik en ik hetzelfde einde tot u gezonden heb.

45:33Omdat uw zaken weten

45:37en uw hart vertrouwsten.

45:39Met Onesimus, de getrouwe en geliefde broeder.

45:42De welke uit de uwen is.

45:45Ze zullen bekendmaken wat hier is.

45:50Dus in de Colossense brief schrijft Paulus ook over Onesimus.

45:56Waar het vanavond over gaat.

45:59Dus dan heeft de Heilige Geest het goed gedacht.

46:03Om deze brief ook op te nemen in de kanon.

46:09Van de Bijbel.

46:10En het is een brief.

46:13Waarin de bekering van een slaaf.

46:17Wordt getekend.

46:19En we zijn allemaal slaven.

46:21Of niet?

46:23Hebt u dat wel eens gevoeld?

46:26Dat u ook een slaaf bent.

46:31Slaaf van de zonde.

46:33En dan kun je dat heel concreet noemen.

46:36Slaven.

46:38Dat zijn mensen die in de dienst.

46:41Met geweld gehouden worden.

46:45Nou zegt u, ik zou niet weten wat mij kan

46:50noemen dat ik een slaaf ben.

46:53Ja, slaaf van uw geld.

46:54Dat

46:58u altijd maar werkt.

47:01Alleen maar geld verdienen.

47:04Slaaf van uw mooie huis.

47:06Van uw mooie auto misschien.

47:10Slaaf van de computer.

47:12Jongelui.

47:14Van je telefoon.

47:17Hij brandt in je zak.

47:19Je moet gehoorzamen.

47:21Je moet luisteren.

47:23Je moet hem openslaan.

47:25Je moet hem lezen.

47:27Slaaf van de drank.

47:29Zo zou ik door kunnen gaan.

47:32Slaven van de zonde, de wereld en eigen vlees.

47:38En hoe God door zijn geest dat

47:44kan veranderen.

47:45Dat u in de ware vrijheid komt.

47:49En daar gaat het over als we deze brief van de apostel Paulus lezen aan Philemon.

47:57Ten eerste het eertijds.

48:02Paulus een gevangenen als hij dan de brief schrijft aan Philemon.

48:08Dan noemt hij zich een gevangenen van Jezus Christus.

48:12Hij zit ook in Rome gevangen aan Timotheus.

48:16En Timotheus en Philemon dan broederen de geliefde mede-arbeider.

48:21En Appia en de geliefde en Archippus.

48:25Dan gaat het over de gemeente, de kleine huisgemeente die in ten huize van Philemon is.

48:32En Appia, dat is waarschijnlijk zijn vrouw.

48:38Het is een warm gezin.

48:40Iedereen is er welkom.

48:43Er worden diensten gehouden.

48:45Een soort huisgemeente.

48:48Waarschijnlijk is deze Philemon een zeer rijke man.

48:51Een groot handelsman.

48:55En hij heeft slaven in dienst.

48:59En wat is er dan gebeurd?

49:02Eén zo'n slaaf die heet Onesimus.

49:08Onesimus, op

49:10een zekere dag heeft hij wat gestolen.

49:16Want de apostel zegt het ook als hij iets schuldig is.

49:21Waarschijnlijk heeft hij misschien wel

49:24sieraden gestolen en geld.

49:28En is er vandoor gegaan.

49:35Was een slaaf.

49:38Dat betekent als een slaaf.

49:42Die de vlucht nam.

49:46Dat zo iemand waar hij ook opgepakt werd.

49:50Soms de doodstraf kreeg.

49:52Maar Onesimus riskeerde dat.

49:56En hij vluchtte naar Rome.

49:59In die grote stad.

50:01Waar hij dacht hier ben ik vrij.

50:05Hier zal niemand mij vinden.

50:08En misschien in die achterbuurten daar in de grote stad Rome.

50:12Waar hij misschien zijn geld en zijn sieraden verbraste.

50:20En waar hij de vrijheid zocht maar waar geen vrijheid is.

50:25Want als we de zonde dienen is het altijd ons geweten wat ons aanklaagt.

50:32Het geweten en dat is nog een zegen als dat zo mag zijn gemeente.

50:36Als dat in uw hart ook leeft.

50:38Dat u voelt ik doe het er niet goed aan.

50:43En hij heeft daar in die stad de

50:47rust gezocht en de vrijheid.

50:51Maar de politie van Rome is niet mis.

50:56Als ze een slaaf vinden die niet in vrijheid gesteld was door zijn baas...

51:02en niet kon bewijzen dat hij in vrijheid was...

51:05betekende dat deze man wel

51:08gedood werd.

51:12Dus altijd op de loer zou ik niet...

51:18gevangen kunnen genomen worden of zouden ze mij niet ontdekken.

51:22In zo'n grote stad heb je toch al de vrijheid.

51:26Ik heb dat al meegehad, ook in de gevangenis, dat jongens ontsnapt waren...

51:30en dat ze dachten dat

51:34ze vrij waren.

51:37Maar bij elke hoek die ze omgingen, keken ze toch achterom.

51:41Is er geen politiewagen,

51:44geen vrije, voortgejaagd.

51:49En dan gebeurt het.

51:52Dat hij bij Paulus terecht kon.

51:54Paulus zit in de gevangenis.

51:56En Marcus en Aristarchus.

52:00En Epraphas.

52:03Medegevangenen van Jezus Christus.

52:05Is daar ook in de gevangenis.

52:07Waarschijnlijk hebben ze zich.

52:09Zoals Epraphas heeft.

52:11Zich ook laten gevangen nemen.

52:14Of is bij Paulus in de gevangenis.

52:18En je had in de gevangenis een soort.

52:22Of een plaats waar Paulus met een soldaat geketend mocht zijn.

52:30En daar de gasten ontvangen.

52:32En daar hield hij ook een preek.

52:36En op een zekere sabbat of zondag of wat dan ook.

52:40Dan komt deze Onesimus daar in de kerk.

52:46Bij Paulus.

52:49Vroeger had hij ook in de kerk gezeten met zijn baas.

52:53In Ephesus.

52:57In de school bij Tyrannus, daar naast de synagoge, hadden ze een kerk.

53:04En daar is hij veel met zijn baas geweest.

53:08Maar het interesseerde hem niks.

53:10Heel die kerkdienst niet.

53:12En de preek van Paulus nog minder.

53:16Misschien zat hij die schrootjes wel te tellen.

53:19Misschien zit er hier ook een jongen die de lampen geteld heeft.

53:23En zich niks interesseert van heel de preek niet.

53:28Kan allemaal gestolen worden.

53:30En zo was het ook bij Onesimus.

53:35Hij leed zijn eigen leven.

53:38Van God af.

53:40Eertijds onnut.

53:42En hij was ook een onnut voor zijn baas.

53:44Want dat gaat samen.

53:49En nu zit hij bij Paulus.

53:51Hij is gedreven.

53:53Eigenlijk.

53:54Door de nood gedreven.

53:56Zit hij bij Paulus.

53:58Daar onder zijn prediking.

53:59En God is het die het gebruikt.

54:05Zijn hart opent.

54:07Het

54:10wonder van de wedergeboorte vindt daar plaats.

54:14Onder de bediening van Paulus.

54:16Want Paulus zegt ik heb hem in mijn banden geteeld.

54:20Wat betekent dat?

54:22Paulus het woord verkondigd heeft.

54:24En dat dat woord ingang vindt in de hart.

54:28In het hart van deze slaaf.

54:33En dat deze slaaf in de schuld komt.

54:37Voor God.

54:39En voor de mensen.

54:42Er begint een verandering plaats te vinden.

54:45En gemeente, dan zijn we bij het hart.

54:49Is dat ook in uw leven al gebeurd?

54:53Want wij moeten wederom geboren worden.

54:59Zonder wedergeboorte zul je het koninkrijk van God niet zien.

55:05Zonder wedergeboorte zul je dat koninkrijk van God ook niet binnengaan, heeft hier Jezus duidelijk gezegd.

55:13Gij moet wederom geboren worden.

55:17Dat is van dood leven te worden.

55:20Dode zondaar.

55:22Die niets met God gelegen liet liggen.

55:25In zijn eigen leven leefde in grote egoïsme.

55:29In de zonde.

55:31Dat hij zich daar thuis voelde.

55:34En dan gaat er iets gebeuren.

55:36Een geboorte.

55:39Moeders en vaders.

55:40Moeders hebben het zelf meegemaakt.

55:43Vaders staan erbij.

55:47En wat is het mooiste?

55:49Bij

55:51een geboorte.

55:53Als dat kind ter wereld komt.

55:57En het huilt.

55:58Dan

56:01gaat er zo vreugde door je hart heen.

56:04Het leeft.

56:06Een wonder.

56:08En dan kijk je naar dat kind en dan zie je alles zit eraan en erop.

56:13Je bent er diep verwonderd over als je dat geluid van dat kind dat huilt hoort.

56:22En zo is het nou ook bij de wedergeboorte.

56:28Als ik wederom geboren word.

56:30Nieuw geboren.

56:32Komt er een droefheid naar God.

56:36Een verlader God.

56:37Een honger en torsten naar God.

56:40Naar de levende God.

56:43Dat was niet in het leven van Onesimus.

56:46Hij was tot onnut.

56:47En God had niks te betekenen in zijn leven.

56:51Hij was misschien wel bij de afgoden grootgebracht.

56:55Toen het evangelie daar in Heves gebracht werd en omstreken.

57:01En dat ik in het huis van Philemon kwam en daar totale verandering kwam.

57:07En dat het hele gezin als het ware in het hele huis vervuld werd met de vrezen van Gods naam.

57:14Het heeft hem niks geïnteresseerd en hij werd er misschien wel vijandiger door.

57:20Maar God is het die deze verlorenen gezocht heeft.

57:25En deze verloren opgeraapt heeft.

57:29Die van God weggelopen is.

57:32En dat ondeelbaar moment is gebeurd.

57:35Als hij daar onder de predikken van Paulus zit.

57:38Dat God zijn hart opende.

57:40En dat er een droefheid kwam.

57:42Een verlangen naar God.

57:43Een honger en dorst naar God.

57:48En dat hij ging luisteren.

57:51Naar het woord wat Paulus sprak.

57:53Zoals bij Lydia.

57:55De Heere opende haar hart.

57:57Dat ze acht nam op de woorden die Paulus sprak.

58:01Dat grote wonder.

58:03Dan ga je luisteren ook.

58:07Luisteren.

58:08Niet naar de dienaar alleen.

58:12Maar dan luister je naar de dienaar.

58:15Of die de woorden van God mag doorgeven.

58:20En dan zit je niet anders dan Jezus Christus daar staan.

58:25Want door die dienaar die het woord brengt.

58:29Christus die door zijn dienaar dit woord laat verkondigen.

58:36En zo schilderde Paulus ook Christus voor als de gekruisigde.

58:42Want hij heeft het al gezegd.

58:44Ik wens niets anders te prediken dan Jezus Christus.

58:47En die gekruisigde.

58:50En dan wordt het anders.

58:52In het leven.

58:55Omdat je zegt Onesimus.

58:58Een bekering of wedergeboorte.

59:01Zie je aan de vruchten.

59:04Want je kan als ouderling natuurlijk op huisbezoek gaan.

59:07En iemand kan een heel prachtig verhaal vertellen.

59:10Wat God aan zijn ziel gedaan heeft.

59:12Maar als hij daar niks van ziet.

59:15Dan zit er toch een vraagteken bij.

59:20Is dat van God?

59:22Of heeft hij dat allemaal zelf verzonnen?

59:26De boom zal toch aan zijn vrucht gekend worden.

59:30Deze man was onnut.

59:33Zijn naam was nuttig.

59:35Dat betekent Onesimus.

59:36Zo hadden zijn ouders natuurlijk hem die naam gegeven.

59:40Die hadden gedacht, deze jongen is nuttig in deze wereld.

59:45En misschien zitten hier ook ouders die hun kinderen namen geven.

59:49En hopen dat hun kinderen tot groot nut zullen zijn in deze wereld.

59:53Daar hoop je toch allemaal op.

59:56Maar wat wens u dan?

1:00:00Wat voor nut?

1:00:03Dat ze diplomas behalen.

1:00:06Dat ze een geweldige mooie baan krijgen.

1:00:08Dat ze veel geld verdienen.

1:00:10Dat ze een mooi huis hebben.

1:00:11En dat ze alles hebben wat ze...

1:00:13En daar kun je trots op zijn.

1:00:15En dan kun

1:00:18je dat aan andere mensen vertellen.

1:00:19Mijn zoon dit en mijn zoon dat.

1:00:22Is dat het doel van het leven?

1:00:26Ben je dan nuttig?

1:00:28Als je niet wederom geboren bent, gemeente.

1:00:33Dan besla je onnuttelijk de aarde.

1:00:37Want God ziet

1:00:40onnuttelijk de aarde.

1:00:44Misschien heb je een zoon die

1:00:47niet zo begaafd is.

1:00:51Die misschien in een psychiatrisch centrum zit.

1:00:57Waar je geen verwachten van hebt.

1:01:01Dat deze jongen kan vertellen wie God is.

1:01:07Weet u, die

1:01:10is nuttig op deze wereld.

1:01:14Zijn leven heeft nut.

1:01:17Dus die ouders die dachten hij zal nuttig zijn.

1:01:19Dus we geven hem de naam nuttig.

1:01:25Onesimus.

1:01:26Maar hij was een grote onnut.

1:01:29Dat was zijn bestaan.

1:01:34En hoe is het nou bij u?

1:01:35Deze vraag komt ook naar u toe.

1:01:39Bent u nuttig op deze aarde?

1:01:43Of onnuttig?

1:01:47Als genade verheerlijk wordt.

1:01:51Als dat niet zo is.

1:01:54Dan voelen we ons wel nuttig.

1:01:57Maar als genade verheerlijk wordt in je leven.

1:02:01Dan ga je tegen de heren zeggen.

1:02:04Heren ik ben maar een onnutte dienstgelegd.

1:02:07Dat is niet geen woorden.

1:02:08Maar dat ga je beleiden.

1:02:11Maar in mij in Christus.

1:02:15Worden die vruchten gevonden van het nut.

1:02:18Dat je mag zijn op deze wereld.

1:02:20Om hem te verheerlijken.

1:02:23Want de heilige geest.

1:02:26Heeft dat in je hart gelegd.

1:02:30Maar als u u nuttig voelt.

1:02:33En voelt.

1:02:34Ik kan dit en ik doe dat.

1:02:37Net als die rijke man.

1:02:39Of die man die voor in de tempel stond.

1:02:43Die stond erachter in.

1:02:45En hij zei.

1:02:46Ik vast tweemaal per week.

1:02:48Ik geef tiende en ik doe dit en ik doe dat.

1:02:53Die was onnuttig.

1:02:56Nuttig.

1:02:57Dan gaan we naar onze tweede gedachte.

1:03:00Het nut.

1:03:03Van Onesimus.

1:03:04Hij komt tot geloof en bekering.

1:03:07Hij wordt wederom geboren.

1:03:13En dat zie je gelijk.

1:03:16Dat wordt gelijk gezien.

1:03:19Hij wordt behulpzaam.

1:03:22Hij heeft gesprekken natuurlijk met Paulus gehad.

1:03:26En hij heeft zijn leven verteld.

1:03:28En hij heeft alles verteld.

1:03:29Hij heeft alles opgebiekt wat hij gestolen had.

1:03:32Want Paulus schrijft dat als hij iets gedaan heeft.

1:03:36Als hij schuldig is.

1:03:39Het rekent het mij toe.

1:03:43We zijn schuldig.

1:03:46Hij heeft het allemaal opgebiegd.

1:03:49Ik kon er niet meer van zwijgen.

1:03:52Ik ben zo wel eens naar God gegaan.

1:03:55Met uw leven.

1:03:58Alles, alles voor God neer te leggen.

1:04:01Heel je leven voor hem neer te leggen.

1:04:04Dat is wedergeboorte.

1:04:08Dan lever je jezelf uit aan God.

1:04:16Maar hij wordt nuttig, zei ik.

1:04:20Want hij helpt Paulus.

1:04:22Paulus schrijft er ook over aan Philemon.

1:04:25Hij is me nu tot nut.

1:04:28Want Paulus heeft misschien wel gezegd.

1:04:31Jongen wil je die brief even wegbrengen op de post.

1:04:34En

1:04:35Paulus kon natuurlijk niet weg uit die gevangenis.

1:04:38Nou hij heeft die boodschap gedaan.

1:04:40En heeft misschien wel mensen bezocht.

1:04:42En woorden doorgegeven die Paulus gezegd heeft.

1:04:46Voor die mensen tot troost in de gemeente van Rome.

1:04:53En hij was een knechje.

1:04:55Paulus die zegt ik zou hem wel willen behouden.

1:04:59Maar bekering betekent ook wat anders.

1:05:04Al eerst moet ik zeggen wedergeboorte.

1:05:07Daar volgt bekering uit.

1:05:13Want dat is altijd belangrijk gemeente.

1:05:16Mensen die zeggen dat ze wedergeboren zijn.

1:05:19Maar waar blijft de bekering?

1:05:21En

1:05:26Paulus geeft hem daar ook voor onderwijs voor.

1:05:30Bekering.

1:05:31Hij moet terug.

1:05:33Hij moet terug naar zijn baas.

1:05:38Hij moet terug om de schade te betalen.

1:05:42Hij moet terug om

1:05:45zijn schuld te beleiden.

1:05:48Bekering.

1:05:48Zich omkeren.

1:05:52Dat is ook de weg van de wedergeboorte.

1:05:57Daar volgt bekering op.

1:06:00Je naar God toe keren.

1:06:03Wij zijn van hem afgekeerd.

1:06:06Maar als ik vernieuwd word door de heilige geest.

1:06:10Dan keer ik me naar God toe.

1:06:13En dan ga ik terug naar God.

1:06:17Zoals de verloren zoon.

1:06:19Hij ging terug naar zijn vader.

1:06:23Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan.

1:06:26Ik zal zeggen ik heb gezondigd.

1:06:28Tegen de hemel en tegen u.

1:06:31En hij kon het natuurlijk nooit meer goed maken gemeente.

1:06:36En ook Onesimus kon het.

1:06:38Kan het niet meer goed maken.

1:06:40Want wat een slaaf die zijn geld verbrast heeft.

1:06:43Misschien heeft hij toch wel een prachtige sieraad meegenomen.

1:06:48En verkwanseld.

1:06:50En geld van zijn baas.

1:06:54Kan hij het ooit terugbetalen?

1:06:56Nee, nooit meer.

1:06:57De schuld die wij gemaakt hebben bij God.

1:07:01Gemeente.

1:07:02Kunnen we nooit meer terugbetalen.

1:07:06Hebt hij die nood wel eens gevoeld?

1:07:08In je ziel.

1:07:11Tegen een goeddoend God gezondigd hebben.

1:07:15Nooit meer terug te kunnen betalen.

1:07:19Wat ik gedaan heb.

1:07:23Dat blijft toch een pijn.

1:07:24Een smart.

1:07:27Diep van je ziel.

1:07:31Of kent u daar niks van?

1:07:33Weet u dat niet?

1:07:35Dan vraag ik me af.

1:07:37Bent u werkelijk wedergeboren?

1:07:41Kent u dat nieuwe leven?

1:07:45Maar dat is niet alleen gemeente dat.

1:07:48We dan die schuld voelen.

1:07:51Maar we willen het goed maken.

1:07:55Bekering.

1:07:56En dat zie je dikwijls in het nieuwe leven.

1:08:00Als een mens tot God bekeerd wordt.

1:08:02En wedergeboord in het nieuwe leven ontvangt.

1:08:05Dan wil hij alles aan God teruggeven.

1:08:09Maar hoe meer hij dat probeert.

1:08:12Denk eens aan Zacchaeus.

1:08:15De helft van mijn goederen geef ik aan de arm.

1:08:18Dat kon hij.

1:08:21Natuurlijk.

1:08:21Geld

1:08:23zat.

1:08:25Wat ik ontvreemd heb,

1:08:27geef ik vier dubbel weder.

1:08:31Misschien komt hij dat ook wel.

1:08:34Anders zeg je dat niet.

1:08:38Maar in de praktijk kwam

1:08:43hij bij mevrouw Jansen.

1:08:45Bij meneer Jansen.

1:08:48En daar had hij de boel flink afgeperst.

1:08:53En hij belde daaraan.

1:08:54We zouden vandaag zeggen.

1:08:58En de meneer die daar woont, die zegt...

1:09:00Ja, meneer Jansen woont hier niet meer, want hij is overleden.

1:09:04Kon het niet meer goed maken.

1:09:07Gemeente begrijpt u het beeld.

1:09:11Zonde die we gedaan hebben.

1:09:13Kunnen we nooit meer herstellen.

1:09:17Met de liefde van ons hart zou je dat willen.

1:09:20Maar je kan het niet meer.

1:09:21Maar het hoeft ook niet meer.

1:09:25Want Paulus schrijft deze brief aan Philemon.

1:09:31Het is heel persoonlijk.

1:09:35En dan zegt hij dat hij hoe deze jongen tot geloof en bekering gekomen is.

1:09:41En dan zegt hij dat hij een oud man is.

1:09:46Een gevangene van Christus.

1:09:48En ik bid u voor mijn zoon, dewelke ik in mijn banden geteeld heb, Onesimus.

1:09:54Eertijds u onnut.

1:09:58Hoort u het?

1:10:00Philemon, voor jou was hij onnut.

1:10:03Maar nu u en mij.

1:10:07Zeer nuttig.

1:10:09Dewelke ik weder gezonden heb.

1:10:13Wat gebeurde er?

1:10:14Paulus heeft op een zekere dag gezegd tegen

1:10:18Onesimus.

1:10:20Jongen, je kan hier niet blijven.

1:10:24Je moet terug naar je baas.

1:10:27En dat heeft Onesimus ook wel gevoeld.

1:10:31Maar het was nog zo fijn.

1:10:33Als hij in Rome met Paulus onder de prediking zat.

1:10:38En voor Paulus allerlei werkjes kon doen.

1:10:43Maar je moet terug.

1:10:46Kering betekent teruggaan.

1:10:49Met je schuld naar

1:10:52God.

1:10:55Keri, hoe

1:10:58moet dat?

1:10:59Hoe zal mijn baas me ontvangen?

1:11:03En daarom schrijft Paulus die aanbevelingsbrief.

1:11:07En Tychicus, die

1:11:11mag met hem meegaan.

1:11:14Een broeder in Christus.

1:11:18En Onesimus, die krijgt die brief mee in zijn zak.

1:11:25Hoe zal het aflopen?

1:11:29Terug naar God.

1:11:32Wedergeboden.

1:11:34Bekering.

1:11:35Terug naar God.

1:11:37En naar Gods geboden.

1:11:40Want de hemel is, daar is God.

1:11:44Daar kun je niet naartoe.

1:11:46Maar wat God hier geopenbaard heeft.

1:11:50Zijn woord.

1:11:52Zijn geboden.

1:11:53Dat ik terugkeer tot hem.

1:11:58Door de Heilige Geest.

1:12:01Weet je wat nou zo'n wonder is?

1:12:03Paulus die zegt tegen Philemon.

1:12:09Ik heb het zomaar niet gedaan.

1:12:11Ik heb het niet zonder uw goedvinden gedaan.

1:12:16Omdat uw goeddadigheid niet zou zijn als u me bedwangt.

1:12:20Want wellicht is hij daarom voor een kleine tijd van u gescheiden geweest.

1:12:24Omdat u hem eeuwig weder zou hebben.

1:12:27Hier schrijft Paulus, je krijgt hem.

1:12:29Als een broeder terug in de Heer Jezus Christus.

1:12:34Vertaan niet meer als een dienstknecht.

1:12:36Niet meer als een slaaf.

1:12:38We zouden zeggen hier wordt eigenlijk heel de slavernij opgeheven.

1:12:43Maar dat was Paulus zijn bedoeling niet.

1:12:47Maar het is wel zo.

1:12:50Gemeente daar valt alles weg.

1:12:54Waar Gods liefde gaat wonen.

1:12:58Al ben je rijk en de ander is arm.

1:13:01Al ben je een slaaf.

1:13:03Dan ben je allemaal gelijk.

1:13:05Een broeder en zuster.

1:13:06In Christus.

1:13:09Dat is de christelijke gemeente.

1:13:11Hier in deze brief.

1:13:12Zie je dat.

1:13:14Als mensen ooit beginnen over die slavernij van vroeger.

1:13:17Dan leg ik deze brief maar eens voor.

1:13:20Aan de mensen.

1:13:21En zeg ik maar eens.

1:13:22Kijk.

1:13:22Dat was nou de liefde van Christus.

1:13:25Die woonde in de harten van deze mensen.

1:13:29En hij heeft deze slaaf.

1:13:31In liefde.

1:13:32Niet als een dienstklecht.

1:13:36Maar als een broeder.

1:13:38In zonderheid hoeveel te meer.

1:13:41Dat ik beide in het vlees en in de heren.

1:13:45Dus in het dagelijkse leven.

1:13:48Maar ook geestelijk in de heren.

1:13:51Een broeder.

1:13:52Verbonden.

1:13:53Door de eeuwige liefde van God aan elkaar.

1:13:57Indien gij mij dan houdt voor een metgezel.

1:14:02Zo neem hem gelijk als mij aan.

1:14:06En indien ik iets verongelijkt heeft of schuldig is, rekent het mij toe.

1:14:17Paulus, kun je dat nou zeggen?

1:14:21Je hebt toch niks?

1:14:23Je kan toch die sieraden niet teruggeven?

1:14:27Je kan dat geld toch niet teruggeven, man?

1:14:30Je zit in de gevangenis.

1:14:31Daar pakken ze alles van je af.

1:14:36Hoe moet dat?

1:14:40Hoe moet die schuld gedelgd worden?

1:14:43Hoe zal zijn baas dat geld terugkrijgen?

1:14:51En toch zegt Paulus.

1:14:52Rekent het mij maar toe.

1:14:56Stuur de rekening maar naar mij.

1:14:58Ik zal alles betalen.

1:15:01Maar dan wijst hij.

1:15:04Op iets.

1:15:06Dat hij zegt ja.

1:15:09Maar

1:15:10Philemon.

1:15:12Jij hebt ook nog een schuld bij mij.

1:15:17Welke schuld?

1:15:20Je was een heiden.

1:15:23Je was iemand die ook.

1:15:25Misschien wel je slaven slecht behandelde.

1:15:28Je was wel iemand die tegenover God zoveel schuld gemaakt heeft.

1:15:33Van de hemel tot de aarde toe.

1:15:37Want zo zie je toch als God je hart opent.

1:15:41Dan zie je die schuldberg voor je.

1:15:44En

1:15:47die schuld.

1:15:48Ik heb u Christus verkondigd.

1:15:50En die schuld heeft Christus overgenomen.

1:15:53Hij die onze gerechtigheid is.

1:15:58Hij.

1:15:59Heeft betaald.

1:16:03En ik heb door Gods genade u dat evangelie mogen verkondigen.

1:16:08En uw hart is geopend.

1:16:11Ik heb u ook geteeld.

1:16:13Zoals ik Onesimus in mijn banden geteeld heb.

1:16:18Hij heeft hem met liefde zo toegesproken.

1:16:22Misschien was het toch wel heel moeilijk soms.

1:16:25Om hem te bereiken.

1:16:28Maar God.

1:16:29Hij heeft zijn hart geopend.

1:16:31En hij heeft hem geteeld.

1:16:33En je weet wat dat is.

1:16:36Een teler van planten.

1:16:42Soms moet er behoedzaam mee omgegaan worden.

1:16:46In de zomer je plant het en je kijkt er niet meer naar om.

1:16:49Er moet geschoffeld worden.

1:16:51Er moet van alles bevochtigd worden.

1:16:54En die plant moet behandeld worden.

1:16:57Geteeld.

1:16:59En zo heeft hij Onesimus onderwezen.

1:17:03Geteeld in zijn banden.

1:17:06Terwijl hij misschien zelf ook genoeg had aan zichzelf.

1:17:09Heeft hij zich toch gegeven om deze slaaf.

1:17:14Uit de klauwen van de vorst der duisternis te redden.

1:17:19En wat is het geweldig gemeente.

1:17:21Wat een verbinding geeft dat aan de dienaar.

1:17:26Ik hoop dat het ook als uw nieuwe dienaar komt.

1:17:32Dat hij er ook vele zal telen.

1:17:36Ook in de banden.

1:17:39Want we zijn, als het goed is, is hij een gevangenen van Jezus Christus.

1:17:46En zal hij in de prediking ook u de weg wijzen.

1:17:51En dat u ook gevangen genomen mag worden door Christus.

1:17:58En dat u hetzelfde mag ervaren wat Onesimus ervoer.

1:18:05Teelt in de banden, toch

1:18:08in de vrijheid gekomen.

1:18:12En nu op weg.

1:18:15Naar Filemen, naar Colosse.

1:18:17Naar dat grote huis.

1:18:19Met misschien andere slaven.

1:18:23De huisgemeente, hoe moet het gaan?

1:18:26Met de brief in zijn zak.

1:18:30Maar er ging iemand mee.

1:18:34Wat staat er?

1:18:36Tychicus.

1:18:37Ik heb het u al voorgelezen in de Colossense brief.

1:18:41Tychicus.

1:18:44Een broeder in Christus die hem als het ware aan gaat bevelen.

1:18:49Maar ook de brief die hij in zijn zak heeft.

1:18:53Een geliefde gemeente.

1:18:55Ik heb gezegd, wedergeboorte.

1:18:59Bekering.

1:19:01Volgt op wedergeboorte.

1:19:04Terug te keren naar God.

1:19:07Een hoog.

1:19:08Met een hoge huis.

1:19:11Hoge schuld.

1:19:13Huizen, hoge schuld.

1:19:16Terug te keren naar God.

1:19:20Weet je wie er mee gaat?

1:19:22De

1:19:24Heer Jezus Christus.

1:19:29Die ging ook mee met de verloren zoon naar zijn vader.

1:19:35Die was erbij.

1:19:37Door de heilige geest.

1:19:39Het was natuurlijk maar gelijkenis.

1:19:41Maar het heeft diepe achtergrond.

1:19:45Zoals Tychicus.

1:19:47En de brief die Paulus schrijft.

1:19:50Gaat mee.

1:19:51Gaat Christus mee.

1:19:54Wanneer u naar God terug in bekering is.

1:19:57Dat de Heer Jezus erbij is.

1:20:00En dat hij.

1:20:04Als we bij de Vader komen.

1:20:07Als we bij God wegkomen op onze knieën.

1:20:10En onze schuld beleiden.

1:20:12Dan hoor ik de Heer Jezus spreken.

1:20:21Hij bad het ook al aan het kruis.

1:20:23Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen.

1:20:27Maar een veel diepere beden.

1:20:31Ik wil niet dat deze in het verderf nederdalen.

1:20:37Want ik heb verzoening gevonden.

1:20:41Dan staat hij borg.

1:20:43Met zijn dierbaar bloed.

1:20:45Voor

1:20:47de Vader.

1:20:48Ik wil niet dat deze verloren gaat.

1:20:53O gemeente.

1:20:56Dan ziet God in Christus.

1:21:00U aan.

1:21:02Alsof u nog nooit geen zonde gekend of gedaan heeft.

1:21:07Of u zelf alle gerechtigheid volbracht heeft.

1:21:14En dan sta je in de vrijheid.

1:21:18De vrijheid van de kinderen van God.

1:21:22En dat is een vrijheid.

1:21:24Dan kan ik u niet verklaren wat dat is gemeente.

1:21:29Als u in die vrijheid mag staan.

1:21:32Al klaagt dan uw geveten aan tegen al de geboden van God gezondigd te hebben.

1:21:38En geen daarvan gehouden te hebben.

1:21:41Maar dat je dan aan de belofte van dat woord van God.

1:21:45Van Christus.

1:21:48Die het gezegd heeft van zaligheid.

1:21:51Wiens zonden zijn vergeven.

1:21:53Die van de straf voor even is ontheven.

1:21:57Wiens wanbedrijf waardoor hij was bevlekt.

1:21:59Voor het heilig oog des Heer is bedekt.

1:22:03Omdat hij.

1:22:05Deze Jezus.

1:22:07Die erbij is.

1:22:10Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken.

1:22:13Dat verloren was.

1:22:14Omdat hij erbij is.

1:22:17Omdat hij zich borgstelt.

1:22:21Kan de vader niets anders meer doen.

1:22:24En kan God ook niets anders meer doen.

1:22:28Dan al je zonden wegwerpen.

1:22:33In de zee van evige vergetelheid.

1:22:36Ik denk aan mijn lieve vrouw.

1:22:39Ze was 19 jaar.

1:22:43Ze kon wel van het ene feest jongelui.

1:22:46Naar het andere feest.

1:22:48Dan zat ze het liefst maar op de dansvloer.

1:22:54Dat was het leven van haar.

1:22:58En toen moest ze naar de kerk.

1:23:01God stuurde ze.

1:23:04Toen kwamen ze onder een preek terecht van een dominee.

1:23:06Die preekte over Psalm 3.

1:23:09Ik lag en sliep gerust van zere trouwbewust.

1:23:12Ik zeg het nu maar in de bereimde vorm.

1:23:16Maar die dominee draaide het om.

1:23:20En die zegt, als jij de wereld dient en als je naar de feesten gaat en als je gaat dansen en naar de radio luistert.

1:23:28Zo was dat vroeger natuurlijk en het is nu niet anders.

1:23:34Dan slaap je ook.

1:23:39Maar als je wakker wordt, dan

1:23:44is het eeuwig te laat.

1:23:47Toen is ze sidderend naar huis gegaan.

1:23:52Gemeente, ze kon niet meer verder leven.

1:23:53De

1:23:55hele nacht geworsteld.

1:23:58O God, bekeer mij.

1:24:02En de volgende morgen kwam de Heere over met zoveel liefde.

1:24:08Gij hebt mijn rechterhand gevat.

1:24:11En toen zei ze, toen voelde ik die hand om mijn hand heen.

1:24:17En er daalde zo'n diepe vrede in mijn hart en toen riep ik uit.

1:24:21O God, waar zijn mijn zonden?

1:24:27En toen hoorde

1:24:31ze een stem die zei, ze zijn geworpen.

1:24:34In de zee van eeuwige vergetelheid.

1:24:38En de vrede gods die zij met u lieten.

1:24:43En zo mocht ze leven.

1:24:47Omgekeerd.

1:24:50Wedergeboren.

1:24:52Vernieuwd.

1:24:55En tot God gekeerd.

1:24:58Want dan ga je weg naar God toe.

1:25:02Dan ga je je schuld beleiden.

1:25:05Wat je aan mensen gedaan hebt.

1:25:07Zo zien we het ook bij deze man.

1:25:10Hij gaat terug.

1:25:11Al is het misschien wel bezwaarlijk.

1:25:14Dat hij wel gedacht heeft.

1:25:15Hoe zal het vallen?

1:25:18Maar Paulus zegt.

1:25:20Neem mij aan als uw ingewanden.

1:25:25En daar komt Philemon niet meer omheen.

1:25:31Want er was de liefde.

1:25:33Paulus die zegt niet.

1:25:34Je moet het doen.

1:25:37En je zal het doen.

1:25:38Want ik ben de dienstgeleg van Jezus Christus.

1:25:41Nee.

1:25:42Hij gaat als het ware beneden hem staan.

1:25:46En zegt dan.

1:25:47Neem mij aan als mijn ingewanden.

1:25:51Mijn hart.

1:25:53Mijn liefdevol hart.

1:25:55Wat gevuld is met de liefde van Christus.

1:25:58En gemeente.

1:26:00Ik hoop dat uw dienaar ook zo mag dienen.

1:26:04Maar bovenal.

1:26:07Dat u uw dienaar.

1:26:11Ook zo zal het dienen.

1:26:13Als

1:26:16God hem hier een plaats geeft.

1:26:18Dat

1:26:20u hem niet draagt.

1:26:22Op uw handen.

1:26:24Dan

1:26:27zult u hem laten vallen.

1:26:28Dan zal het hem wel tegenvallen.

1:26:30Dan doet hij dit niet.

1:26:32En doet hij dat niet.

1:26:33Maar dat

1:26:37u hem op uw hart draagt.

1:26:41Dan zal het een eeuwige zegen.

1:26:43Ook voor u persoonlijk zijn.

1:26:47Dat wens ik u.

1:26:48Als gemeente toe.

1:26:50[GEZANG]

1:30:05Laat ons samen danken en bieden.

1:30:08Heren, wat bent u goed.

1:30:12Als we deze brief met elkaar hebben gelezen.

1:30:17Dat uw zoon zwerf.

1:30:20Ja, zo iemand die zoiets doet.

1:30:25Die zich van u afgekeerd heeft.

1:30:29En niets met u te maken wilde hebben.

1:30:32Dat u hem opzocht.

1:30:34Dat uw ogen daar liepen.

1:30:37Doorliepen.

1:30:38De straten.

1:30:40Van Rome in de achterbuurt.

1:30:44En dat u hem niet losliet.

1:30:47Maar dat het uur aanbrak.

1:30:51Dat u hem arresteerde.

1:30:55Heren.

1:30:57Laat dat ook mogen gebeuren in ons alle leven.

1:31:03Want we zullen nooit tot u komen heren.

1:31:08Al doen we dat misschien wel uiterlijk.

1:31:11Maar innerlijk blijven we ver van u.

1:31:14En

1:31:16daarom smeken we het van u.

1:31:18Trek ons heren.

1:31:20Met de koorden van uw eeuwige liefde.

1:31:23Opdat we zullen komen.

1:31:26Jong en oud.

1:31:29We hebben allemaal datzelfde nodig.

1:31:32Wij erom geboren te worden.

1:31:36En die berachtige bekering.

1:31:38Tot u de levende God.

1:31:41Heren en dat wilt u nog doen.

1:31:44U bent dezelfde.

1:31:46Die niet ophoudt.

1:31:48Om zondaren zalig te maken.

1:31:52Heren wilt u dan zo.

1:31:54Met deze gemeente zijn.

1:31:56In alle noden.

1:31:58En zorgen.

1:32:00Dat u uw zegerende armen over deze gemeente uitbreidt.

1:32:05Ook in de komende week die weer voor ons ligt.

1:32:09Als de arbeid of de vakantie daar is.

1:32:12Heren geeft dat we de tijd mogen uitkopen.

1:32:17Daar de dagen boos zijn.

1:32:20En bewaar ons heren.

1:32:24Voor de zonde allereerst.

1:32:27Maar bewaar ons ook voor een onverzoende dood.

1:32:30Het kan zo dichtbij zijn.

1:32:33En dan onvoorbereid.

1:32:36Pint het op onze harten.

1:32:39Heren, ga zo met ons.

1:32:41Wilt u al het zondige wat er was, ook vanavond.

1:32:44Wilt u dat genadiglijk vergeven.

1:32:48En zie ons aan.

1:32:50In uw Zoon, de Heer Jezus Christus.

1:32:54Amen.

1:32:56Zingen tot op Psalm 32, het vierde vers.

1:33:01Gij zijt mij, Heer, ter schouwplaats in gevaren.

1:33:04Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.

1:33:08Einduwe

1:33:09[GEZANG]

1:37:01te beden uit de avondzang.

1:37:03O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:37:07O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:37:11O Geest, dat u troost ons neer.

1:37:15Triëne God, u zij al de eer.

1:37:19Amen.

1:37:19[GEZANG]