0:00[GEZANG]
9:34Gemeente, ik heb namens uw kerkraad de volgende mededelingen dat betreft de collecten.
9:39Er zal gecollecteerd worden in de eerste rondgang voor de jaconie, in de tweede rondgang voor de kerkvolgdij en in de derde rondgang voor het verenigingsgebouw Eben Haezer.
9:49Deze collecten worden hartelijk in uw meldadigheid aanbevolen.
9:53Vangen wij deze dienst met elkaar aan.
9:57Onze hulp en onze enige verwachting.
10:00Sta ook dit avonduur.
10:03In de naam des Heeren, Heeren.
10:05Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
10:10Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht.
10:14Ja, tot in alle eeuwigheid.
10:17En die nooit laat varen enig werk dat zijn hand begon.
10:23Amen.
10:24Genade zij wen vrede van hem die is en die was.
10:29En die komen zal en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:34En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:38De eerstgeborene uit de doden.
10:41En de overste van alle koningen der aarde.
10:46Amen.
10:47Gemeente willen met elkaar zingen van Psalm 51 vers 2 en 4.
10:53Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad.
10:56Mijn zonde ziet mij steeds voor ogen zweven.
10:59En ook het vierde vers ontzondigt mij met hisop.
11:02En mijn ziel, nu gans belaatst, zal rein zijn en genezen.
11:08Psalm 51 en daarvan het tweede en het vierde vers.
11:12[GEZANG]
16:22Gemeente doen wij ook dit avonduur in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
16:32Met de woorden van de twaalf artikelen, apostolicum en ieder van u spreken u.
16:37Met mij in zijn of haar hart als volgt ik geloof in God de Vader, de almachtige Schepper des hemels en der aarde.
16:47En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon, onze Heere, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is
16:59gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
17:05Ten derde dagen weet erom opgestaan van de doden, op gevaren ten hemel, zit in het rechterland Gods, des almachtigen vaders, van waar ik komen zal.
17:16Om te oordelen de levenden en de doden.
17:20Ik geloof in de heilige geest.
17:22Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
17:27De gemeenschap der heiligen.
17:29De vergeving der zonden.
17:32De wederopstanding des vleesjes.
17:35En een eeuwig leven.
17:37Amen.
17:39Gemeente, we openen vanavond Gods woord in een tweetal gedeelten.
17:44Allereerst in het boek der psalmen, psalm 32.
17:48De
17:5032e psalm, waar
17:58wij lezen, Gods heilige of vuilbaar woord, een onderwijzing van David.
18:06Welgelijk zalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.
18:14Welgelijk zalig is de man die de heren de ongerechtigheid niet toerekent.
18:21En uw geest geen bedrog is.
18:24Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd in mijn brullende ganse dag.
18:30Want uw hand was dag en nacht zwaar op mij.
18:34Maar mijn sap werd veranderd in zomerdroogte.
18:39Sela, mijn zonde maakte ik u bekend.
18:43En mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.
18:47Ik zei, ik zal beleidenis van mijn overtredingen doen voor de heren.
18:52En gij vergaaf de ongerechtigheid mijner zonde.
18:56Sela, hierom zal u een ieder heilige aanbidden in vindens tijd.
19:01Ja, in een overloop van grote wateren zullen ze hem niet aanraken.
19:08Gezeid mijn verberging, geboed mij voor benauwdheid.
19:13Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.
19:18Zela, ik zal u onderwijzen en u leren van de weg die gegaan zult.
19:22Ik zal raad geven.
19:25Mijn oog zal op u zijn.
19:27Wees niet gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft.
19:33Welks muil men bruidelt met breidelt, met toom en gebit, opdat het tot u niet genaken.
19:39De goddeloze heeft vele smarten, maar die op de heren vertrouwt.
19:44Die zal de goede tierenheid omringen.
19:47Verblijt u in de heren.
19:49En verheugt u gij rechtvaardigen.
19:52En zint vrolijk alle gij oprechten van hart.
19:57Tot zover gemeente de tweede schriftlezing.
20:00En daar zal ook de tekst voor de prediking zijn.
20:03Vindt u in de profetie van Micha.
20:07En daar van het zevende hoofdstuk.
20:11Vanaf vers 7 tot en met 20.
20:14Micha 7.
20:16Vers 7 tot en met 20, waar
20:21wij lezen, maar ik zal uitzien naar de Heren.
20:25Ik zal wachten op de God mij zelfs.
20:29Mijn God zal mij horen.
20:32Verblijt u niet over mij, o mijn vijandin.
20:36Wanneer ik gevallen ben, zal ik wederop staan.
20:40Wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal bij de Heren een licht zijn.
20:47Ik zal de seragramschap dragen, want ik heb tegen hem gezondigd.
20:51Totdat hij mijn twist wist en mijn recht uitvoerde.
20:55Hij zal mij uitbrengen aan het licht.
20:59Ik zal mijn lust zien aan zijn gerechtigheid.
21:03En mijn vijandin zal het zien.
21:05En schaamte zal haar bedekken die tot mij zegt.
21:08Waar is de Heer uw God?
21:11Mijn ogen zullen haar zien.
21:13Nu zal ze worden tot vertreding en slijten straten.
21:17Ten dagen als zij uw muren zal herbouwen.
21:20Ten die dagen zal het besluit verre heen gaan.
21:23Ten die dagen zal het komen tot u toe van Asser af.
21:27Zelfs tot de vaste steden toe en van de vestingen tot aan de rivier.
21:32En van zee tot zee.
21:35En van gebergte tot gebergte.
21:37Maar dit land zal worden tot een verwoesting.
21:40Zij er inwoners halver vanwege de vrucht hun rehandelingen.
21:45Gij dan wijt uw volk met uw staf.
21:48De kudde uw erfenis die alleen woont in het woud.
21:51In het midden van een vruchtbaar land laat ze wijden in Bazen en Gilead.
21:56Als in de dagen van ouds.
21:58Ik zal haar wonderen doen zien.
22:01Als in de dagen toen gij uit Egypteland uitoogt.
22:05De heidenen zullen het zien.
22:07En beschaamd zijn vanwege al hun bacht.
22:10Zullen de hand op de mond leggen.
22:12Hun oren zullen doof worden.
22:15Zullen het stof lekken als de slang.
22:18Als kruipende dieren der aarde zullen zij zich beroeren uit hun sloten.
22:23Zullen met vervaardheid komen tot de Heere onze God.
22:26En zullen voor u vrezen.
22:29Wie is een God gelijk gij die de ongerechtigheid vergeeft.
22:35En de overtreding van het overblijfsel zijn erfenis voorbij gaat.
22:39Hij houdt zijn toren niet in eeuwigheid.
22:42Want hij heeft lust aan hoe de tieren neidt.
22:45Hij zal zich onze weder ontfermen.
22:48Hij zal onze ongerechtigheden dempen.
22:52Ja, gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
22:57Gij zult Jacob de trouw aanbrandgoede tieren uitgeven.
23:01Die gij onze vaderen van oude dagen af gezworen hebt.
23:08Tot zover gemeente, ook de tweede schrift lezen.
23:11De tekst voor de prediking vanavond vindt u in vers 18.
23:14De eerste woorden, Micha 7, vers 18a.
23:18Wie is een God gelijk gij die de ongerechtigheid vergeeft?
23:25Tot zover gemeente, ook de tekst voor de prediking.
23:28Zoeken we voor met elkaar het heilig aanzien des Heren in het gebed.
23:32Laat ons bidden.
23:36Heren, God van hemel en van aarde.
23:42Gij zijt alleen God.
23:45Gij zijt de levende God.
23:48Gij zijt de eeuwige God.
23:50Gij zijt de enige God.
23:52De drie-enige God.
23:55O heren, we hebben gelezen.
23:59En het mag vanavond de tekst voor de prediking zijn.
24:03Dat gij die God zijt.
24:06Die de ongerechtigheid vergeeft.
24:10Heren.
24:12Dat kan niemand ons doen.
24:15Dan gij alleen.
24:18En dat wilt gij doen.
24:20We hebben het ook gelezen.
24:21Gij hebt lust aan goede tierenheid.
24:25Gij hebt geen lust in onze dood.
24:29Waar wij zelf de dood verkozen hebben boven het leven.
24:33Waar wij zelf de eeuwige dood ons waardig hebben gemaakt.
24:38En dat elke dag weer opnieuw doen.
24:42En heren.
24:44Er is op aarde geen God dan gij alleen.
24:49Er is in de hemel geen God dan gij alleen.
24:54De heidense volken maakten een afgoden van hout en steen en koper.
25:02En ze hebben die trouw gediend.
25:06Trouwer dan Israël, u dienen.
25:10Trouwer zo vaak ook, heren, dan dat wij u dienen.
25:14Maar al die afgoden konden niets doen.
25:18En waar men er alles van verwachtte, verwachtte men er dat toch niet van.
25:24Men verwachtte wel rijkdom, men verwachtte wel regen.
25:28Men verwachtte wel voorspoed.
25:30Men verwachtte wel vruchtbaarheid van de afgoden.
25:34Maar men verwachtte geen vergeving van zonden.
25:38En eeuwig leven van de afgoden.
25:42En Heer, nu zijt Gij die God.
25:45Bij wie dat wel is.
25:47En die dat wil doen.
25:50En die dat wil schenken.
25:52Maar u alleen heren.
25:56O dat ons hart.
25:58Naar u.
26:00Naar uw zoon.
26:02Naar uw genade.
26:04Naar uw zoon en zijn schatten.
26:08Heilbegerig gemaakt mogen worden.
26:11Voor het eerst, maar ook bij aanvang, ook bij voortgaan, meer en meer, ook bij vernieuwing.
26:18En ook steeds sterker, heren.
26:21Wilt ge dat geven?
26:24En dan kan het ook niet anders dan dat wij de diepe verlorenheid van ons eigen bestaan onder ogen komen.
26:33Dat gij ons daaraan ontdekt, heren.
26:36Dat ge ons doet zien in de spiegel van uw wet.
26:41Die we zijn.
26:42Die we zijn geworden.
26:44Die we nog steeds zijn.
26:46Heren die we ook zo vaak nog zijn.
26:49Na ontvangen genade.
26:51Dat wij ons niet anders te vinden.
26:54Dan de dood.
26:55Dat er uit ons geen vrucht is.
26:57Tot in de eeuwigheid niet.
26:59En heren dat er als er vruchten mogen zijn.
27:02Na ontvangen genade.
27:03Dat dat is omdat Christus.
27:06Ons geschonken is.
27:08Tot rechtvaardigmaking en dan ook tot heiligmaking, heerlijkmaking.
27:14Volkomen verlossing als zijn vruchten zijn.
27:17Dat dat is omdat u het uw eigen woord vervult.
27:21Ik zal mijn wet in hun binnenste geven.
27:23Ik zal die in hun harten schrijven.
27:26Maar heren, bij ons is de dood wat wij voorbrengen, is de dood ook.
27:32Van ons kan er geen verwachting zijn.
27:35En heren, het is zo nodig dat we dat gaan inleven.
27:39En dat wij aan uw kant gebracht worden.
27:43Dat wij niet u aan onze kant brengen.
27:46Maar dat wij aan uw kant gebracht worden.
27:49En gaan beleiden.
27:51Uw doen is rein.
27:53Uw vondens gaan zetvaardig.
27:55Maar het ook gaan beleiden.
27:58Heren, we kunnen u niet missen.
28:02En gaan beleiden dat wij in het leven van de zonde het niet meer kunnen uithouden.
28:08En uw zoon en zijn genade en uw vriendelijk aangezicht, o Vader, niet meer kunnen missen.
28:16Opdat wij door hem tot u zullen gaan.
28:21En dat er vergeven is in hem.
28:24Omdat gij zondaren die door hem tot u gaan.
28:28Wilt aanzien in hem.
28:30Uw enige geborene.
28:32Uw geliefde zoon.
28:34Ja die blanke rood is.
28:37En de banier draagt over tienduizend.
28:40Die nooit een zonde heeft gedacht.
28:42En nooit een zonde heeft gedaan.
28:45En wie geen zonde is gevonden.
28:47Maar die tot zonde is gemaakt.
28:49O heren.
28:51Opdat nu die gerechterheid in hem.
28:53Ons toegerekend.
28:55Geschonken mag worden.
28:57Wat hij heeft aangebracht.
28:59Ons deel zal mogen worden.
29:01Door toerekening, door schenking.
29:04Heren, mag dat in ons hart en leven door uw woord en geest geloofd worden.
29:11En mag dat ook ons geschonken worden.
29:14Heren, dat we zullen komen tot u.
29:17Maar dat gij, o Heer Jezus, tot ons komt in de naam van uw Vader.
29:23En dat gij wilt wonen in onze harten.
29:26En daar het licht van uw genade doet schijnen.
29:29Want gij zijt de zon der gerechtigheid en de blinkende morgenster.
29:34Gij zijt het licht in de wereld.
29:36Wij kunnen het licht niet maken, heren, maar gij wel.
29:40O, wilt u dat doen, heren?
29:42Wilt dat schenken?
29:43O, mag het zijn dat ook in de zomer het zal zijn.
29:48Ja, het kerst-evangelie, het advents-evangelie.
29:51Een volk dat in duist is wandeld.
29:53Dat een groot licht mag zien, mag dat ook vanavond gebeuren.
29:57Heren, we kunnen op vakantie zijn.
29:59We kunnen rusten van ons werk.
30:01We kunnen onze opleiding voor een ogenblik naast ons neer hebben laten liggen.
30:05Om uit te rusten.
30:07En we kunnen toch in de duisternis verkeren.
30:10Maar wilt u heer het licht maken.
30:13Gij vergeeft de zonde.
30:17Heren mag dat vanavond geloofd worden.
30:20Mag dat vanavond geschonken worden.
30:22In uw zoon mag dat vanavond geopenbaard worden.
30:26Door uw woord en geest.
30:28Heren wilt u dat schenken.
30:30Mag zo uw woord open gaan.
30:33En dat bidden we niet alleen voor de gebeten die hier mag zijn.
30:36Dat mogen we ook vragen voor de gemeente thuis.
30:39Dat mogen we ook vragen voor de ouderen en voor de zieken.
30:42Die niet kunnen opgaan en misschien ook wel niet meer kunnen opgaan.
30:47Gedenkt u allen heren.
30:49Ook als wij kennen de gebeten uiteraard niet.
30:54Maar zo ook in het gesprek voorafgaand aan de dienst.
30:58Hoorden we van zieken.
30:59Hoorden we van zorgen.
31:01Heren, gij kent degene om wie het gaat.
31:05En gedenkt u ze.
31:07Heren, naar de rijkdom van uw genade.
31:09En geeft u ze alles wat nodig is.
31:11Ja, heren, voor ziel en voor lichaam.
31:14En voor tijden, voor eeuwigheid.
31:16Gedenk ook hen die vanavond oppassen en niet met ons kunnen gaan.
31:19Heren, gedenk ook hen die op vakantie zijn.
31:22Misschien op afstand met ons meeluisteren.
31:25En gedenk ook hen die hier op vakantie zijn.
31:27Wilt u ons een gezegende tijd geven.
31:31Bewaren voor zonden en voor ongelukken.
31:33En ons nabij zijn.
31:35En ook ons weer terugbrengen op de plek waar we wonen.
31:39Heere zegt u zo alle.
31:41Van de kleine tot de grote.
31:42En van de jongeren tot de ouderen.
31:44En wilt u deze prediking zegenen.
31:46Heere vanavond u dien naar helpen.
31:50Ondersteunen in het preken.
31:51Wilt u hem de woorden in de mond leggen.
31:54De zaak in het hart.
31:55Dat hij uw woord mag preken.
31:57Naar de zinnen meen u van uw geest.
31:59Al zo spreekt de Heere.
32:01En mag de gemeente zo het woord horen als uw woord.
32:04Gelijk het toch een waarheid is.
32:06Wilt u de rij doorgaan.
32:08O mag de hitte ons niet hinderen.
32:11En mag het dan ook zo zijn heren.
32:12Er mag een zekere koelte zijn in het gebouw.
32:15Door de middelen van de techniek.
32:16Dan mogen we u daarvoor dankbaar zijn.
32:18En mag ze ook alles met goede orde verlopen.
32:22En ons uw zegen niet onthouden.
32:25Gedenkt u zo deze gemeente, deze grote gemeente die uitziet naar de komst voor de nieuwe herder en leraar.
32:33Gedenkt u zo de mannen van de kerkenraad.
32:36Gedenkt u zo de mannenbroeders van de kerkfotij en de koster en de organist.
32:42Zegent u zo allen.
32:43En wilt u zo nabij zijn, heren, gedenk.
32:46Ja, zij die in nood zijn, de zorgen die er kunnen zijn, ook in de vakantietijd, zijn ze niet voorbij, de zorgen in de gezinnen.
32:55De moeite van het werk kunnen we meedragen.
32:58Zelfs in vakantietijd.
33:00De zorgen van de school.
33:02Heren, de zorgen die er kunnen zijn om de gezondheid.
33:05Ja, heren, zij dragen we ook op.
33:08En dragen we ook op.
33:09Die geliefden hebben we moeten afstaan.
33:12Die een man of een vrouw.
33:13En misschien wel een kind of een kleinkind.
33:16Een broer of een zus.
33:17Een vader of een moeder.
33:19Opa of een oma moeten missen.
33:21Heren, gedenkt u allen.
33:23En wilt u zijn ook met de wereld waarin we leven.
33:27In alle nood en zorg en smart.
33:30O heren, gedenk nog en zegen nog.
33:33Wil de werken van de boze verstoren.
33:36En wil geven dat deze dienst mag uitlopen op de eer van uw naam.
33:40En de uitbreiding van uw koninkrijk.
33:43En de zaligheid van zondaren.
33:45Dat vragen we van u uitgenade.
33:47Om Jezus wil.
33:49Amen.
33:52Gemeente, wij willen dan gaan zingen.
33:55Van psalm 32.
33:57Vers 1 en 3.
33:59Welzalig hij.
34:00Wins zonden zijn vergeven.
34:03Die van de straf voor eeuwig is ontheven.
34:05Wins wanbedrijf.
34:07Waardoor hij was bevlekt.
34:08Voor het heilig ook de zeer is bedekt.
34:11Welzalig is de mens.
34:12Wie dit mag gebeuren.
34:13Dat God naar rechter niet wil schuldigkeuren.
34:16En die het vrome en ongeveinst gemoed.
34:19Geen snoot bedrog.
34:21Maar blank op rechtheid voed.
34:23En gemeente willen we ook zingen het derde vers.
34:26Bekend o Heer aan u oprecht mijn zonde.
34:28Ik verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden.
34:31Maar ik beleed naar ernstig overleg mijn boze daan.
34:35Gij naam die gunstig wegdies.
34:38Zal tot u het ieder van de vromen.
34:40In vindestijd met ootmoed smekend komen.
34:44Een zee van ramp mocht met haar golven slaan.
34:47Hoe hoog ze ga ze raakt hem zelfs niet aan.
34:50Psalm 32 vers 1.
34:53En vers 3.
34:53[GEZANG]
41:55Gemeente de tekst voor de prediking vindt u in het achttiende vers van Micha 7.
42:02Micha 7 vers 18.
42:05Wie is een God gelijk gij die de ongerechtigheid vergeeft.
42:15Gemeente de heidense volkeren rondom Israël.
42:22Hadden vele afgoden die zij trouw dienden.
42:27We mogen wel zeggen de heidense volkeren waren trouwer aan hun afgoden.
42:33Dan Israël was aan de God van Abraham, Isaac en Jacob.
42:38Dan Israël was aan de enige en de levende en de eeuwige God.
42:44De afgoden konden niets uitrichten.
42:47Ze konden niets zien.
42:49Ze konden niets spreken.
42:51Ze konden niets horen.
42:55Allerlei beelden voor hen gemaakt van hout en stenen, noemt u maar op.
42:59En men verwachtte van alles van die afgoden.
43:03Terwijl de Heer het hen alleen kon geven.
43:07Men verwachtte regen in dagen van droogte.
43:10Men verwachtte genezing in dagen van ziekte.
43:14Men verwachtte voorspoed.
43:16Men verwachtte de kinderzegen.
43:18Men verwachtte rijkdom.
43:19Men verwachtte van alles.
43:22Maar één ding verwachtte men niet.
43:25Van de afgoden.
43:27En dat is dit waar het vanavond over gaat.
43:31De vergeving van zonden.
43:35En daaruit voortkomend het eeuwige leven.
43:39Dat kon alleen Israël maar verwachten.
43:44Van hun God.
43:46En dat mogen naar Pinksteren.
43:49En het oude testament zien we er ook wel de sporen van.
43:52Ook de heidenden gaan verwachten.
43:56Van de God van Israël.
43:58Van de schepper van hemel en van aarde.
44:01Van de vader van de heer Jezus Christus.
44:04Van de onderhouder van al wat leeft.
44:06Van de regeerder van alle dingen.
44:09En daarover mag Micha vanavond spreken.
44:12In het tekstwoord wat aan de orde is.
44:16En we hebben dat ook gelezen.
44:18Wie is een God gelijk gij.
44:21Die de ongerechtigheid vergeeft.
44:23Gemeente mag dat ook in uw hart.
44:26Een groot verlangen zijn.
44:29Om dat te mogen geloven.
44:32Om dat te mogen weten.
44:35En mag dat misschien ook wel uw vraag zijn.
44:37Hoe kan ik dat weten?
44:39Mogen er vanavond in de kerk zijn.
44:41Die daar zojuist met blijdschap over mochten zingen.
44:47En dat hun hart van vreugde mag opspringen.
44:52En van diepe verwondering mag juichen.
44:56Dat de Heer aan zijn genade heeft gedacht.
44:59Gemeente.
45:00Daar mag in de kerk die boven is.
45:03Grote scharen zijn.
45:05De gezaligden voor het stroom.
45:07Die van dit wonder mogen weten.
45:10En daarom mochten ingaan.
45:13En ik mag u daar vanavond nog over spreken.
45:16En het woord getuigde daarvan.
45:18Van de zaligheid.
45:20God heeft zijn woord geopenbaard.
45:21Ik las dat vandaag.
45:23Ook toen ik een andere preek van komende zon had voorbereid.
45:26En was voor de Nederlandse loodsbeleiders in Wannexveen.
45:28In de predicatie uit de 18e eeuw van Arnoldus Rotterdam.
45:32Dat hij zegt, de heer heeft ons zijn woord gegeven.
45:36Opdat hij ons daar in de weg ter zaligheid zou openbaren.
45:41Wel, daarover spreekt vanavond ook Micha.
45:44In dit gedeelte door de heiligheids inspireert.
45:47Wie is een god gelijk gij.
45:49Die de ongerechtigheid vergeeft.
45:51Gemeente, we schrijven dat ook boven de preek.
45:53Wie is een God gelijk gij?
45:55Ons eerste aandachtspunt is die de ongerechtigheid vergeeft.
46:00Onze tweede gedachte is op grond waarvan de Heer de ongerechtigheid vergeeft.
46:05En onze derde gedachte is waar zich dat naar uitstrekt.
46:12Wat daar de heerlijke vrucht van is als de Heer de ongerechtigheid vergeeft.
46:15Wie is een God gelijk gij?
46:18Ons eerste aandachtspunt, die de ongerechtigheid vergeeft.
46:21Ons tweede aandachtspunt, op grond waarvan de Heer de ongerechtigheid vergeeft.
46:26En het derde aandachtspunt, gemeente, waartoe zich dat uit mag strekken.
46:31Gemeente, eerst ons eerste punt.
46:33Wie is een Godgelijkheid die de ongerechtigheid vergeeft?
46:37Gemeente, Gods woord is daar heel duidelijk over.
46:41Dat er één is die ons de zonden vergeeft.
46:46En dat is God.
46:48De fariseeën hebben de heer Jezus beschuldigd van godslastering.
46:54Als zij in de naam van zijn vader de vergeving der zonden bekend maakten.
47:01Want ze wisten het is er één die de zonden vergeeft.
47:04God.
47:05Gemeente wat betekent dat?
47:08Als God de zonden vergeeft.
47:10Dat betekent ook dat het ook met heilige eeuwig gesproken aan hem is om te bepalen.
47:17Wat zonde.
47:18Wat schuld is.
47:21En wat het niet is.
47:23Dat is niet aan ons.
47:24Dat is niet aan u.
47:26Dat is niet aan jou.
47:27Dat is niet aan mij.
47:28Wij kunnen dat niet bepalen.
47:30Het is niet aan ons om te zeggen.
47:32Dit mag wel.
47:34En dit kan niet.
47:36Niet aan ons om te zeggen.
47:37Dit doet die ander ook.
47:39Die naar de kerk gaat.
47:40Die aan het avondmaal gaat.
47:41Die misschien wel het aan bekleedt.
47:43Of misschien zelfs wel op de kansel staat.
47:48En dat we het daarom ook doen.
47:49Nee.
47:50God bepaalt met Ebit gesproken.
47:53Wat zonde is wat vergeven moet worden.
47:56En wat niet.
47:57Dat is aan hem.
47:59Aan hem alleen.
48:01En het is ook aan hem alleen.
48:03Om de voorwaarden te bepalen op grond waarvan hij wil vergeven.
48:10O dat is niet aan ons.
48:12En gemeente God is het ook alleen.
48:15Die de zonden vergeeft.
48:17Dat doet geen mens u.
48:20We kunnen niet zalig worden gemeten op de inspraak.
48:24Al is het een kind van God, al is het een amstdrager.
48:27Als die u voor uw hoop hebt, als die u misschien wel zalig verklaart, als die u...
48:32Daar kunt u niet de eeuwigheid mee in.
48:36Daar kunt u uw zaligheid niet op gronden.
48:39Zoals in de dagen van de Rooms-Katholieke Kerk.
48:42En die zijn er nog, al functioneert dat in onze dagen veel minder.
48:47Maar dat men geloof hecht aan de absolutie.
48:51Aan de vrijspraak die door een geestelijke werd verleend.
48:55Als men gebiecht had.
48:57Geen zins.
48:58God vergeeft alleen de zonde.
49:01Maar gemeente, daar moeten we ook een stap verder gaan.
49:04Wij vergeven onszelf ook de zonde niet.
49:09Wij vergeven onszelf ook de zonde niet.
49:12En ik denk dat dat in onze dagen meer dan ooit gebeurt.
49:16Niet buiten de kerk, maar in de kerk.
49:20Dat we vooruit gaan, het is wel goed.
49:22Dat we gaan redeneren.
49:25Dat we gaan optellen.
49:27Dat we gaan zeggen, nou ja, ik ben wel gezondigd.
49:31Maar de Jezus is voor de zonde gestorven.
49:34Ik ben toch gedoopt en zie toch eens de beloften.
49:37En zo redeneren we, zo redeneren we, zo tellen we op.
49:42Gemeente, dat lees ik niet in Gods woord.
49:45God vergeeft.
49:47De zonde.
49:48Hij alleen.
49:50En dat was zo actueel in de dagen van Psalm 32 door David gedicht.
49:56Naar alle waarschijnlijk na zijn overspel met Batsheba.
50:01Toen het zo daarna zo donker werd in zijn leven.
50:06Sap veranderde in zo bedroogde.
50:10De Heere verborg zich.
50:13En hij voelde wel het ongenoegen van de Heere.
50:17En toch leefde David er weer overheen.
50:20Welke zonde was dat?
50:21Waarschijnlijk dat overspel.
50:23Had het al zo ver verdrongen.
50:26En zo ver in zijn gedachten weggeschoven.
50:30Dat toen de profeet naar hem toe kwam.
50:33Hij hem de zonde van Gods wegen moest aanwijzen.
50:36Hij zei die man anders had David er niet meer aan gedacht.
50:41Had zichzelf de zonde vergeven.
50:43Terwijl hij een kind van de heren was toen al.
50:48En beter zou moeten weten.
50:51En gemeente de dagen van Micha.
50:54Is dat even zo het geval.
50:57Het volk zal door Micha van Gods wegen.
51:01Op een zonde moeten worden gewezen.
51:04Het oordeel aangezegd.
51:07Het zal Samaria treffen.
51:09Het zal Jeruzalem treffen.
51:11Het zal het hele volk treffen.
51:14Maar niemand rekende ermee.
51:17In Micha 6 kunnen we lezen.
51:20Dat het volk vertrouwde op de offers die ze brachten.
51:25Gemeente, heel vaak.
51:26En dat is in Michasdagen ook zo.
51:28Hebben de profeten het volk moeten wijzen dat ze wel de offers aan de heren brachten.
51:33Het was lang niet altijd het geval dat dat niet het geval was.
51:37Maar dat ze in de zonde leefden.
51:40En vertrouwden dat het wel goed kwam.
51:44Des heren tempel, des heren tempel zijn wij.
51:48Men vergaf zichzelf de zonde.
51:51Gemeente, waar komt het nou vandaan?
51:54Uit het paradijs.
51:56Adem en Eva die het wel wisten.
51:59Die ene boom door God aangewezen.
52:04De boom der kennis des goeds en des kwaads.
52:07Met die begeerlijke vrucht voor de ogen.
52:11Waarvan de Heer sprak, ten dag als gij daarvan eten zult, zult ge de dood sterven.
52:18Maar de Satan kwam in de persoon van de slang.
52:23En de gedachten van Adem en Eva vertroebelden zich.
52:28God had toch immers gezegd, gij zult eten van alle boom deze sofs.
52:33En was deze boom dan niet door God geschapen?
52:36En zie eens die beheerlijke vrucht.
52:39Het is toch door Gods hand.
52:41Hoe zou die dan zondig kunnen zijn?
52:45En Adem en Eva kregen een geloof.
52:48En ze kwamen met elkaar overeen.
52:51En ze geloofden de boze, de slang.
52:54Ze zouden niet sterven.
52:55Ze zouden schot wezen.
52:57We kunnen daar gerust van eten, gemeente.
53:00En ze hebben ervan gegeten.
53:03En zie daar de gevolgen.
53:06Zie daar de gevolgen, gemeente.
53:08Dat kwaad is
53:10in ieders hart doorgedrongen.
53:13Overgeërfd.
53:15Van vader op zoon.
53:16Van moeder op kind.
53:18Gemeente.
53:20En dat is in Davids dag het geval.
53:23Dat is in Migas dag het geval.
53:26Dat is in onze dagen het geval.
53:29De wereld is er vol van.
53:32De wereld is met elkaar overeengekomen.
53:35Vloeken is geen zonde meer.
53:37Het verbod op godslastering is al lang uit de Nederlandse wetgeving verdwenen.
53:44Gemeenschap voor het huwelijk.
53:46De wereld is het erover eens.
53:48Het is geen zonde meer.
53:50Echt breuk.
53:52Het
53:53is geen zonde meer.
53:55We hebben er toch alles aan gedaan.
53:58Overspel.
54:00Geen zonde meer.
54:03Homosexualiteit.
54:04In die zin.
54:05Ik bedoel daarmee het leven van
54:09mensen.
54:11Tussen mensen.
54:12Relatie van mensen van hetzelfde geslacht.
54:15Geen zonde meer.
54:17Zondags arbeid.
54:19Geen zonde meer.
54:22Zondags ontheiliging.
54:24Geen zonde meer.
54:26En in de kerken.
54:28Gemeente.
54:29Zie maar in de kerken om ons heen.
54:32Waar men stond.
54:33Paul stond voor de waarheid.
54:36Voor schrift en beleidenis.
54:38De gevrijgemaakte kerken.
54:40Christelijk gereformeerde kerken.
54:43En dus ook daar de gedachten ingedrongen.
54:45De vrouw en het ambt.
54:47In onze dagen kan dat toch wel.
54:49Geen zonde meer.
54:51We lezen de schriften anders.
54:54En een huwelijk tussen hen van hetzelfde geslacht.
54:57Geen zonde meer.
54:58En een avondmansgang.
54:59Geen zonde meer gemeten.
55:02En dan kunnen wij denken aan de wereld buiten ons.
55:07En de kerken maken zeggen buiten ons.
55:11Maar nu u, jij en ik.
55:14Onze harten.
55:15Onze levens.
55:16De zonde van uw kinderen.
55:19De zonde van uw kleinkinderen.
55:20Kijkt u er ook van weg.
55:23Doet u ook de hand voor de vingers.
55:26Is het ook maar dat u als het ware.
55:29Dat er maar wat bedekt uw eigen zonde.
55:33Maar God doet het niet.
55:35De Heer doet het niet gemeente.
55:39Zie het paradijs.
55:41Zie David.
55:43Zie Amos.
55:45Zie het paradijs.
55:46Waar ademen even niet konden blijven.
55:51Waar ze voor de heren werden geroepen.
55:53Adam is een zondige bestaan voor God.
55:56Is een naakte zonde voor God.
55:59En daar niet kon blijven in de gemeenschap met God.
56:03Het paradijs moest verlaten.
56:05Moest sterven.
56:07En de toegang tot de hof afgesloten werd.
56:11En de mens in zijn zweet.
56:15Vandaag moeten we het ook doen.
56:17In zijn zweet moet werken.
56:18Als u moet werken.
56:19U hebt gezweet.
56:20Misschien wel.
56:22Herinnering aan onze val.
56:24Tot de vrouw gezegd.
56:25Tot uw man zal uw begeerte zijn.
56:27Met smartzotige kinderen beharen.
56:30En gemeente de dagen van David.
56:33Hij zondigde.
56:35Maar het was niet als voorheen.
56:38Sap veranderd in zomerdroogte.
56:42Een dort en een droogte in zijn ziel.
56:46En in de dagen van Micha gemeente.
56:48Ja de offers werden gebracht.
56:51Maar Micha moest het zeggen.
56:53In hoofdstuk 7 vers 2.
56:55De goede tieren is vergaan uit het land.
56:58Er is niemand oprecht onder de mensen.
57:02Ze loeren al te balen bloed.
57:05Ze jagen eigenlijk zijn broeder met een jachtgaar.
57:10En in vers 4 zegt hij, de beste van hen is als een toren.
57:13Het oprecht is scherper dan een torenheg.
57:16De dag uw verwachters uw bezoeken is gekomen.
57:20Nu zal hun lieder verwarring wezen.
57:23Wat een vreselijke volgen wacht het land.
57:26Vers 13.
57:28Maar dit land zal worden tot een verwoesting zijner inwoners halve.
57:35Vanwege de vrucht hun erhandelingen.
57:39Zie daar gemeente.
57:41Het oordeel.
57:44Wie vergeeft de zonde.
57:47God alleen.
57:49En wat is nou zo nodig gemeente.
57:52Dat we niet de Heer aan onze kant brengen.
57:55Willen brengen dat u krijgt de Heer niet aan uw kant.
57:59U krijgt de Heer niet aan uw kant.
58:02Maar dat wij aan zijn kant gebracht worden.
58:07Dat wij aan zijn zijde gebracht worden.
58:10Door genade.
58:12En dan mag u rustig de Heere vragen.
58:16Dat moet u zeker ook doen.
58:18Dat hij uw zonde, dat hij jouw zonde, dat hij mijn zonde, mij, u, jou bekend maken.
58:28Doe dat maar rustig.
58:30Heer ontdek mij.
58:33Aan de kant van de Heere gebracht worden.
58:36Dat we zullen zien moeten in de spiegel van Gods wet.
58:40Waar de wet wordt voorgelezen.
58:43En waar de wet u gepreekt wordt.
58:46Want de prediking is prediking van wet en van evangelie.
58:50En dat nodig is de ontdekkende genade van de heilige geest.
58:55Die overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.
59:00Omdat u op de plaats komt voor de Heer.
59:05En gemeente dat blijft ook naar ontvangenade nodig.
59:09In dagelijkse bekering.
59:12Dat het beleden wordt.
59:14Heer, uw doen is rij.
59:17U van de schans rechtvaardig.
59:21Dat we de schuld gevonden in ons hart en leven.
59:26En
59:28dat we het er ook niet meer onder kunnen uithouden.
59:30In het leven van de schulden.
59:32Maar dat we ook de heer Jezus en zijn genade niet meer kunnen misgebeten.
59:38Dat is aan de kant van de heer gebracht worden.
59:42En dat werkt wat uit in uw leven.
59:45Dat werkt wat uit in uw leven.
59:47Gebeten.
59:48Dat ziet u bij David.
59:50Ik bekende.
59:51Ik bekende o Heer aan uw precht.
59:55Verborgen en kwaad dat u mij werd gevonden.
59:57Maar ik beleed.
59:59Dan komt het tot schuldbeleidenis.
1:00:01Tot schulderkentenis.
1:00:03En schuldbeleidenis.
1:00:04Dat werkt wat uit.
1:00:06Ik zie waarbij miga miga zeven.
1:00:09Maar ik zal uitzien.
1:00:11Naar de Heer.
1:00:13Ik zal wachten.
1:00:14Op de God mijn zelfs.
1:00:17Hij zegt in vers 9, ik zal de zere graamschap dragen.
1:00:21Want ik heb tegen hem gezondigd.
1:00:23Totdat hij mijn twist wist.
1:00:25En mij recht uitvoerde.
1:00:27Hij zal mij uitbrengen aan het licht.
1:00:30En ik zal mijn licht zien.
1:00:31Aan zijn gerechtigheid gemeten.
1:00:34We moeten aan de kant van de heren gebracht worden.
1:00:37Bent u dat al?
1:00:38Ben jij dat al?
1:00:40Jongens en meisjes, vraag dat de heren maar een eenvoudig heren.
1:00:44Je mag het vanavond bidden.
1:00:46Schoon mijn zonden vele zijn.
1:00:48Maak om Jezus wil mij rein.
1:00:51Maar overdenk ook maar.
1:00:53Wat de zonden zijn in je leven.
1:00:56Waarom de heer Jezus moest sterven.
1:00:59En waarom je niet kunt behouden worden zoals je bent.
1:01:03Waar het nieuw hart nodig hebt.
1:01:06Gemeente we gaan naar het tweede punt toe.
1:01:08God vergeeft de zonden.
1:01:10Maar in de tweede plaats dan.
1:01:11Op grond waarvan.
1:01:14De Heer de zonde vergeeft.
1:01:15Gemeente, ons tweede gedachte.
1:01:19En dat is zo opmerkelijk, gemeente.
1:01:22Dat de profeet Micha zo scherp het oordeel heeft moeten preken.
1:01:27Dat hebben de profeten allen gedaan.
1:01:30Maar ze hebben ook zo ruim het evangelie gepreekt.
1:01:35U kunt dat lezen.
1:01:37Wist u hoe Micha ook al zoveel over de komende zaligmaker heeft mogen profiteren?
1:01:45Weet u.
1:01:46Hoe hij op hem heeft mogen wijzen.
1:01:48Hij moest het oordeel aanzeggen.
1:01:51Dat land getroffen zou worden.
1:01:54Dat de Heer niemand vond die voor hem kon bestaan.
1:01:58Dat heeft hij ook.
1:02:01Over de Heer Jezus mogen spreken, gemeente.
1:02:04Gemeente, als de wet scherp wordt gepreekt.
1:02:07Kan het evangelie, moet het evangelie ook ruim gepreekt worden.
1:02:10Als de wet niet meer scherp gepreekt wordt.
1:02:13Dan verblijkt ook het evangelie.
1:02:16Maar dat is bij Micha niet het geval gebeten.
1:02:19Een onbekend gedeelte.
1:02:22Wij kennen allemaal wel Micha 5.
1:02:25Jongens en meisjes ook wel.
1:02:26Hebben die vast wel mogen leren.
1:02:28Die tekst voor de school.
1:02:29Of voor de zondagsschool met kerst.
1:02:32Maar ook zo'n bekend gedeelte.
1:02:34Of onbekend gedeelte.
1:02:36Maar wel zo'n duidelijk gedeelte over de Christus.
1:02:38Vindt u in Micha 2.
1:02:40Vers 13.
1:02:42U kunt dat wel.
1:02:44Even opzoeken, want er is maar een paar bladzijden tevoren.
1:02:48En dan zegt hij, Micha vers 2 vers 13.
1:02:51Moet u lezen hoe hij daar de Jezus aanduidt.
1:02:58Door de Heilige Geest geïnspireerd.
1:03:00De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken.
1:03:06In vers 12 heeft hij gezegd, voorzeker zal ik u ook Jacob gans verzamelen.
1:03:12Dat volk zal straks worden verstrooid en weggevoerd.
1:03:16Maar de Heer zegt ik zal ze allemaal verzamelen.
1:03:21En wie zal dat nou doen gemeente?
1:03:24Want het geldt ook voor de kerk.
1:03:26Waar haalt de Heer nou zijn kinderen vandaan?
1:03:30Overal waarheen ze verstrooid zijn.
1:03:32Overal waarheen ze zijn weggedwaald.
1:03:35Overal waar ze in de zonde liggen.
1:03:37En hij zoekt ze op.
1:03:39En hij baant voor hen de weg.
1:03:41De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken.
1:03:47Ze zullen doorbreken.
1:03:50En door de poort gaan.
1:03:52En door de zelven uittrekken.
1:03:55En de koning zal voor het aangezicht heen gaan.
1:04:00En de heren in een spits gemeente.
1:04:04Zo haalt hij ook zijn kerk thuis.
1:04:07De doorbreker komt.
1:04:10De Heer Jezus komt om te zoeken een zalig te maken.
1:04:15De verloren zonder zondares.
1:04:18Hij weet waar ze zijn.
1:04:20In hun gevangenis.
1:04:22In hun donkerte.
1:04:23In hun schuld.
1:04:24In hun nood.
1:04:25In hun zorgen.
1:04:25In hun smarten.
1:04:28En hij zoekt ze op.
1:04:30En hij gaat ze voor.
1:04:32Uit het gevangenhuis.
1:04:34En hij brengt ze in het land der rusten.
1:04:38Hun koning.
1:04:40Zal voor hem aangezicht heen gaan.
1:04:44De heren in de spits.
1:04:46De heren vooraan.
1:04:48En hij zal ze thuis brengen.
1:04:51Ze komen aan.
1:04:52Door het God het licht geleid.
1:04:55Gemeente wat een rijke profetie.
1:04:58Waar Micha van heeft mogen spreken.
1:05:00En dan ook Micha 5.
1:05:03Die bekende tekst die ook de kinderen wel geleerd hebben.
1:05:06Mieke 5 vers 1.
1:05:08Mieke heeft zelfs mogen profiteren wanneer Jezus geboren zal worden.
1:05:17Zult geklein om te wezen onder de duizenden van Juda.
1:05:21Uit u zal mij voortkomen die een heerser zal zijn in Israël.
1:05:27Hij wist uitgangen zijn van de dagen van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
1:05:33En er staat in vers 3, hij zal staan en zal wijden.
1:05:37Weer het beeld van die kudde.
1:05:40Hij zal staan en zal wijden in de kracht des Heeren.
1:05:43In de hoogheid van de naam des Heeren zijn schots.
1:05:47En zullen wonen, want nu zal hij groot zijn tot aan de einden der aarde.
1:05:53En deze zal vrede zijn, het einde der aardegebeden.
1:05:57Daar valt ook ouder onder.
1:05:59En deze zal vrede zijn.
1:06:03Gemeente heeft ook David niet gezongen in de psalm van Davids grote zoon.
1:06:10En gemeente weet, waar is dat nou begonnen?
1:06:14Waar is dat heil nu begonnen?
1:06:17Is dat nou begonnen bij David?
1:06:19Nee.
1:06:20Is dat nou begonnen in de dagen van Micha?
1:06:23Nee.
1:06:24Daar staan David en Micha zelf buiten.
1:06:29Wanneer is dat nou begonnen?
1:06:30In de dagen van Adam.
1:06:32Van Abraham.
1:06:35Nee gemeente.
1:06:37Dat de Heer een God is.
1:06:40Die vergeeft gemeente.
1:06:43Weet u waar het begin daarvan is?
1:06:47Eer de mens was.
1:06:50Eer de mens geschapen was.
1:06:53Eer de mens gezondigd had.
1:06:56Heeft God daartoe al besloten.
1:07:02Wie is een God gelijk gij.
1:07:04Dat is de eeuwige God.
1:07:07Die al van eeuwigheid af.
1:07:10Heeft gesproken met zijn zoon.
1:07:13In wat wij noemen de eeuwige vrederaad.
1:07:16Gesproken heeft omdat hij wist.
1:07:19Dat de mensen in Adam van hem zou afvallen.
1:07:22Dat we het alle zouden verderven.
1:07:26Dat we alle zouden moeten sterven.
1:07:28De dood zouden verkiezen boven het leven.
1:07:32Niemand zichzelf zou kunnen redden.
1:07:35Maar hij gedachten van vrede heeft gehad.
1:07:38Zijn ingewanden rommelden van barmhartigheid.
1:07:43En zij zich een gemeente ten eeuwige leven heeft verkoren.
1:07:49En dat hij in zijn zoon.
1:07:51Zijn zoon heeft geroepen.
1:07:53Om te komen gebeten.
1:07:55En hij sprak het sierkomgebet.
1:07:59Staat in Micah 7.
1:08:01Zo heerlijk.
1:08:03In het slot van vers 18.
1:08:05Hij houdt zijn toren niet in eeuwigheid.
1:08:11Want hij heeft lust aan goede tierenheid.
1:08:16Zida de Heer is heilig.
1:08:19De Heer is rechtvaardig.
1:08:22Maar hij heeft lust aan goede tierenheid.
1:08:27En hoe bewijst hij dat?
1:08:29In zijn zoon gemeente.
1:08:31Daar is er maar één.
1:08:32En die is in de volheid des tijds gekomen.
1:08:35Er is er maar één die niet heeft gedaan wat wij al hebben gedaan.
1:08:39Hij heeft niet gezonderd.
1:08:41Er is er maar één geweest.
1:08:43Die heeft gedaan wat wij niet hebben gedaan.
1:08:46Hij heeft de wet van zijn vader gehouden.
1:08:49Hij droeg die heilige wet.
1:08:52Die hij de sterfling zet.
1:08:54In het binnenst ingewand.
1:08:56Dat heeft hij gedaan gemeente.
1:08:59Geen zonde is in hem aan te wijzen.
1:09:03De boze kwam ook om hem, de tweede Adam, te verleiden.
1:09:08Terwijl hij hongerde, bood hij hem aan om van stenen brood te maken.
1:09:14Hij deed het niet.
1:09:15Hij voerde mee naar het dak van de tempel.
1:09:18Dat hij zou bewijzen de zonen gods te zijn door ze daarvan af te werpen.
1:09:22En de engelen zouden komen om hem te redden.
1:09:24Hij deed het niet.
1:09:26En hij bood hem aan de koninkrijker van deze wereld.
1:09:29Om daar voor hem te buigen.
1:09:31Eenmaal voor de boze.
1:09:33En hij zou het krijgen.
1:09:33Hij deed het niet.
1:09:36Hij heeft hem nog verleid.
1:09:37Toen hij het kruis zing.
1:09:39Door de monden van de mensen die het zeiden.
1:09:42Dien hij de zoon gods is.
1:09:43Dat hij afkomt van het kruis.
1:09:46Dan zullen we geloven dat hij gods zoon is.
1:09:48Hij deed het niet gebed.
1:09:51In alles heeft hij maar één ding voor ogen gehouden.
1:09:54Ik moet voor voldoening zorgen.
1:09:58Hij wilde maar één ding doen.
1:10:00Zijn vader dienen en eren en verheerlijken.
1:10:04Aan het eisende recht van zijn vader voldoen.
1:10:08Hij had maar één ding voor ogen gehad.
1:10:10De zaligheid van zijn kerk.
1:10:13Om ze duur te kopen.
1:10:15Die de vader van eeuwigheid verkoren heeft.
1:10:19En gemeend om de prijs te betalen.
1:10:22Dat er voor zondaar en zonder rest zijn weg dus behoud zou mogen zijn.
1:10:28Zie daar gebeten.
1:10:30Hij is die weggegaan van bitter lijden.
1:10:34Van smaad en hoon en spot.
1:10:37Hij is die weggegaan.
1:10:39Ja van het vloekhout.
1:10:41Om die dood te sterven.
1:10:43Door zijn vader vervloekt.
1:10:46Hij heeft de strijd gestreden met de boze.
1:10:50Hij heeft daar zo bitter geleden.
1:10:52In de godverlaatheid moeten verkeren.
1:10:56En de angst der hel moet een proef moeten smaken.
1:11:00De volle toren van God werd op hem gelegd.
1:11:03Over de zonde van het hele menselijke geslacht.
1:11:07En dat hun behoeven van de zijnen geweend.
1:11:10Hij heeft het alles willen volbrengen.
1:11:13Wat is het waar?
1:11:15Dat daar aan het kruis houdt.
1:11:18Gods liefde, Gods toren en zijn liefde elkaar kruisen.
1:11:23Dan wordt gena van waaruit blij ontmoet.
1:11:27De vrede met een kus.
1:11:30Van het recht gegroet.
1:11:31En ziende op die Christus.
1:11:35Mag Michaël nou zeggen.
1:11:36Wie is een God.
1:11:38Gelijk jij.
1:11:40Die de ongerechtigheid vergeeft.
1:11:44En de overtreding van het overblijfsel.
1:11:47Zijn erfenis voorbij gaat.
1:11:49Hij houdt zijn toren niet in eeuwigheid.
1:11:53Want hij heeft lust.
1:11:55Aan goede tierenheid.
1:11:57Hij liep het uit.
1:11:58Het is volbracht.
1:12:00Hij is uit de doden opgestaan.
1:12:03En al wat hij heeft verworven.
1:12:06Wil hij de naam van zijn vader schenken gemeente.
1:12:10En wie ontvangen nou vergeving gemeente.
1:12:13Die nou door hem tot God mogen gaan.
1:12:18En waar hij zich nou aanziet.
1:12:20In zijn zoon.
1:12:22Gemeente wat is nou het wonder van de vergeving.
1:12:28Dat God de mens aanziet.
1:12:31In zijn zoon.
1:12:34In zijn zoon.
1:12:35Op wie hij al zijn toren heeft gelegd.
1:12:39In zijn zoon.
1:12:41Op de grote verzoendag.
1:12:44Bij dat ene boekje.
1:12:45De woestijnige zonde.
1:12:46Dat zit op Christus.
1:12:49Die al de toren.
1:12:52En al de last.
1:12:55En al de zonde.
1:12:56En al de schuld.
1:12:58Van zijn volk heeft overgenomen.
1:13:02En weggedragen.
1:13:05En hoe wil de Heer dan vergeven, gemeente, zo ver het west is van het oosten.
1:13:11Zo ver doet hij onze overtredingen van ons.
1:13:17En hoe wil de Heer dan vergeven, gemeente, gaarne zegt het woord.
1:13:22Hij is een gaarne vergevend God.
1:13:26En ook na het vangen nade is u uzelf weer uitgezonderd.
1:13:30U kunt uzelf niet uitzonderen.
1:13:32Wil hij het ook menigmaal.
1:13:36En menigvuldig doen.
1:13:39En hij zegt, hoe weet ik dat nu voor mezelf?
1:13:42Dat we mogen geloven.
1:13:43Ja, de Heer laat zijn woord preken met eis van bekering, geloof, gemeente.
1:13:48Ik wil er vanuit het woord dit over zeggen.
1:13:53De Heer zegt in zijn woord twee dingen bij elkaar horen.
1:13:58En die worden veel uit elkaar getrokken.
1:14:02De Heer zegt in zijn woord dat we naar hem moeten vluchten.
1:14:04De Heer zegt in zijn woord dat we ons aan hem moeten toevertrouwen.
1:14:09Wel gelukzalig zijn alle die vast op hem betrouwen.
1:14:12Naar ik meen.
1:14:14Naar ik meen krijgt dat in onze dagen.
1:14:17Best wel veel aandacht.
1:14:19In de prediking.
1:14:22En die moet er ook zijn.
1:14:24Die moet er ook zijn.
1:14:28En dat moet ook ten volle doelkring.
1:14:29Dat is het honderd procent.
1:14:32Maar het andere is ook.
1:14:34Helemaal het woord.
1:14:36Wij hebben hem verwacht.
1:14:39In de weg zijn er gerichten.
1:14:41Als je bijvoorbeeld Isaiah 26 leest.
1:14:45Staat er wel gelukzalig zij die op de heren betrouwen.
1:14:49Maar er staat ook wij hebben hem verwacht.
1:14:52In de weg van zijn gericht.
1:14:54Dat is niet alleen een komen van de zon daar tot Christus.
1:14:59Dat is ook een komen van hem.
1:15:02Tot de zon daar.
1:15:04Die bij hem niet kan komen.
1:15:08Gemeente.
1:15:10En dat is een troost.
1:15:12En dat is een vreugde.
1:15:14En dat is een beleidschap.
1:15:17Dat wil de Heer het doen.
1:15:19Dat wil Hij het doen.
1:15:22En dat is altijd weer een weg van missen.
1:15:26Van zoeken.
1:15:28En van vinden.
1:15:30En van gevonden worden.
1:15:33Van veroordeel.
1:15:35Ja.
1:15:36Maar ook van vrijspraak.
1:15:38En dat hoeft het niet zo groot te maken.
1:15:42Zoals in de zin van een hele bijzondere ervaring.
1:15:45Die u soms misschien wel eens bij anderen hoort.
1:15:47Dat u zegt dat zal dat ooit bij mij zo.
1:15:49Dat kan.
1:15:50Heel eenvoudig.
1:15:52Dat werkt heren door woord en geest.
1:15:55Maar het is wel een zaak waar het woord van spreekt.
1:15:58Dat is wel een zaak waar u niet zonder kunt.
1:16:01Dat is wel een zaak die de heren wil geven.
1:16:05Maar ik, dat vindt u.
1:16:08We hebben ervan gezongen.
1:16:10Ik beleid.
1:16:12Ernste overleg.
1:16:14Mijn boze daan.
1:16:16Gij naam die gunstig weg.
1:16:20Toen ik vroeger een jongen van een jaar of tien was.
1:16:24Katwijk.
1:16:26En die psalm hoorde ze horen.
1:16:28En dat is niet een afwachten.
1:16:30Dat is een verwachten.
1:16:32Dat is een verbijden.
1:16:33Dat is een uitzien.
1:16:36Ik zal de seragramschap dragen.
1:16:39Want ik heb tegen hem gezondigd.
1:16:41Tot hij mijn twist wist en mijn recht uitvoerde.
1:16:44En hij zal mij uitbrengen aan het licht.
1:16:46Ik zal mijn lust zien.
1:16:49Aan zijn gerechtigheid.
1:16:51Gemeente.
1:16:53Zijnen die dat mogen zingen.
1:16:55Welzalig hij.
1:16:57Wiens zonden zijn vergeven.
1:17:00Die van de straf.
1:17:01Voor eeuwig is ontheven.
1:17:04Wiens wanbedrijf waardoor hij was bevlekt.
1:17:07Voor het heilig oom des heren is bedekt.
1:17:11Welzalig is de mens.
1:17:12Ja het is een wonder.
1:17:14Het is een wonder.
1:17:15Een eeuwig wonder.
1:17:16Welzalig is de mens.
1:17:18Wien het mag gebeuren.
1:17:19Dat God naar recht.
1:17:21Hem niet wil schuldigkeuren.
1:17:24Omdat onthouden gemeente.
1:17:26Moet op de heren vertrouwen.
1:17:28Op hem vlucht als die ene pijler.
1:17:30En hij wil komen.
1:17:33Tot de ziel die tot hem zucht.
1:17:35En nou vanavond moet zeggen.
1:17:37Daar weet ik niet van.
1:17:38Dan vindt u in het boek van de psalmen.
1:17:41Vindt u bijna elke psalm.
1:17:43Wordt u de weg gewezen.
1:17:46Blijf de heren verwachten.
1:17:49Mijn ziel wacht ongestoord.
1:17:52Ik hoop in al mijn klachten.
1:17:54Zijn of fel.
1:17:56Paar woord.
1:17:57Mijn ziel vol angst en zorgen.
1:17:59Wacht sterker op de heren.
1:18:01Wacht dus op de morgen.
1:18:03De morgenacht wanneer.
1:18:06Zijn die ervan mogen zingen.
1:18:08Gemeente, men hoorde vrome tent weer halmen.
1:18:13Van hulp en heil ons aangebracht.
1:18:18Dan gaan we ook naar het derde punt toe, gemeente.
1:18:21Waar strekt zich dat toe uit, gemeente?
1:18:24Wel, gemeente, dat is zo'n rijkdom.
1:18:29David mag daarvan zingen in Psalm 32.
1:18:36En dat was bij hem een antwoord van genade.
1:18:39Dat de Heer weer het licht van zijn genade deed schijnen.
1:18:42En dan mag het in zijn leven ook weer waar worden.
1:18:47Gij omringt mij.
1:18:49Daar gij mij ruimte stelt met blij gezang.
1:18:53Dat mijn verlossing meldt.
1:18:56En in de omruimde psalm, we hebben het vanavond gelezen.
1:18:59Hierom zal u in iedere heilige aanbidding vinden.
1:19:02Stijgt ja in een overloop.
1:19:04Van grote water zullen ze hem niet aanraken.
1:19:07Gij zijt mij een verberging.
1:19:10Gij behoedt mij voor benauwdheid.
1:19:15Gij omringt mij met vrolijke zangen van bevrijding.
1:19:19Gemeente zie ook eens bij Micha.
1:19:22Wat Micha daarvan mag zeggen.
1:19:24In het negentiende vers.
1:19:26Hij zal zich onze weder ontfermen.
1:19:30Hij zal onze ongerechtigheden dempen.
1:19:35Waar zijn die zonden dan?
1:19:37Ze zijn niet meer te vinden, gemeente.
1:19:40In een diepe kuil.
1:19:42Om het nooit meer op te graven.
1:19:45Om er nooit meer op terug te komen.
1:19:48U kunt een ander.
1:19:50En een ander kan u misschien wel pijn doen.
1:19:54En als de ander u om vergeving vraagt.
1:19:57Of u de ander om vergeving vraagt.
1:19:59En u krijgt vergeving.
1:20:00Of u geeft vergeving.
1:20:02Dan zult u dat naar het woord moeten doen.
1:20:06Maar als dan...
1:20:08Een ander weer diezelfde persoon na verloop van tijd weer opnieuw iets doet.
1:20:13Een onwillekeurig borrel tot weer naar boven dat we zeggen ja.
1:20:18Maar toen deed hij dat ook wel.
1:20:22Dat is meteen weer terug.
1:20:24Als wij al vergeven.
1:20:27Als wij al vergeven.
1:20:31Vergeten we ergens niets.
1:20:33Maar de Heer zegt dat hij de zonde nooit meer zal gedenken.
1:20:41Gij zult onze ongerechtigheden dempen.
1:20:45Ja, gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
1:20:53Gemeente, we moeten niet denken aan de Noordzee.
1:20:56Maar
1:20:57stel eens voor,
1:20:59daar in het stille oceaan.
1:21:02In de tientallen kilometers diepte van de zee.
1:21:06Als
1:21:09u daar wat in werpt, overboord gaat.
1:21:13Dat vindt u nooit meer terug.
1:21:17En dat doet de Heer met uw zonde.
1:21:20Dat wil Hij doen met jouw zonde.
1:21:24Waar dat in uw gedachten weer terugkomt.
1:21:27Waar de boze je er weer mee plaagt.
1:21:30Zegt de Heer dat Hij ze nooit meer zal gedenken.
1:21:35Hij heeft ze gelegd op zijn zool.
1:21:38En het lam heeft ze weggedragen.
1:21:42O die zonde.
1:21:43Ze zijn verteerd in het vuur van Golgotha.
1:21:47De Heer vindt er niets meer van.
1:21:50Dat hij zich gestraft heeft aan zijn zonen.
1:21:52Daarom is het waar.
1:21:54Hij zal onze ongerechtigheden dempen.
1:21:57Ja, gij zult al hun zonden in de diepte der zee werpen.
1:22:01Zo vergeeft de Heer de gemeente.
1:22:03Zo ver het westen is van het oosten.
1:22:06En u weet, als wij van het westen naar het oosten gaan, dan komen we uit een aasje.
1:22:10Maar als u een aasje bent en u gaat naar het oosten, dan komt u uit een Amerika.
1:22:15Of een Zuid-Amerika.
1:22:17Waarmee u zo vergeeft de Heer.
1:22:20Dat vindt u nooit meer terug.
1:22:23Hij heeft lust aan goede tierenheid.
1:22:27Zo gaar wil de Heer het woord vergeven.
1:22:31Dat u de prediking geeft.
1:22:33Dat u het woord geeft.
1:22:35Omdat u op die zaligmaker leert hopen.
1:22:38Dat u hem zult zoeken.
1:22:40Die het belooft.
1:22:42Die mij zoekt.
1:22:42Die vindt mij.
1:22:44En die klopt u het open gedaan.
1:22:47En die bid die zal gegeven worden.
1:22:51O gemeente hoe vergeeft u de zonde.
1:22:54Al waar uw zondes gelaken.
1:22:57Ik zal ze maken.
1:22:58Waar ze rood als karmo zijn.
1:23:01Ik zal ze maken.
1:23:02Witter dan wol.
1:23:05Gemeente.
1:23:06Ik denk ook aan wat zondag 21.
1:23:09Daarvan zegt op een zo rijke wijze.
1:23:13In zondag 21.
1:23:15Waar het ook gaat over.
1:23:16De zonde vergeving.
1:23:18Wat gelooft gij van de vergeving der zonden.
1:23:21Dat God.
1:23:22Om de genoegdoenis van Christus wil al mijn zonden.
1:23:26Ook mijn zondige aard.
1:23:29Waarmee ik al mijn leven lang te strijden niet meer wil gedenken.
1:23:33Maar mij het genade de gerechtigheid van Christus schenken.
1:23:38Opdat ik niet meer in het gericht Gods kom.
1:23:42Gemeente mijn zonden.
1:23:43Ja al mijn zonden.
1:23:45Maar ook uw zondige aard.
1:23:49Dat driftige karakter misschien wel.
1:23:51Of dat argwanende karakter.
1:23:53Of dat hoogmoedige karakter.
1:23:56Of die ene zwakheid in uw leven.
1:23:59Waarvan u moet zeggen als.
1:24:02Dan ligt het kwaad er mij bij.
1:24:06Ook dat geweten.
1:24:08Die Heer weet dat.
1:24:10En hij zegt ik wil het niet meer meer gedenken.
1:24:14Niet meer meer gedenken.
1:24:16Hij weet uw zonde die u nog zult doen.
1:24:20En toch vergeeft hij ja.
1:24:23Dan van onze kant is elke dag weer bekering nodig.
1:24:27En vergeving nodig.
1:24:29En kan de Heer zijn kinderen moeten straffen.
1:24:32Al zegt dan weile dominee van Sliedrecht.
1:24:36In het kategorisatieboekje.
1:24:37Wat misschien ook wel de wat ouderen onder ons hebben gehad.
1:24:40Op lijnskategorisatie en schriftelijke beleidenis.
1:24:42Dat de straffen voor Gods kinderen geen straffen meer zijn.
1:24:45Maar kastijdingen.
1:24:48Hij moet ons wel kastijden.
1:24:51En toch blijft het waar.
1:24:53Uw zonden vergeven.
1:24:56Uw zondige aard.
1:24:58Neem er meer gedenk.
1:25:01Gemeente dan zelfs het sterven.
1:25:03Zegt de katechisme.
1:25:05Is geen straf meer op de zonde.
1:25:08Maar een verlost worden.
1:25:10Van het lichaam de zonde.
1:25:11Een afleggen van het lichaam de zonde.
1:25:15Dat God om de genoeding van Christus wil.
1:25:18Al mijn zonden op mijn zondige aard.
1:25:21Waarmee ik al mijn leven lang te strijden heb niet meer wil gedenken.
1:25:25Maar mij uitgenade.
1:25:28De gerechtigheid van Christus schenken.
1:25:33Denk eens aan die bruiloftzaal.
1:25:37Waar zij in hun naaktheid bekleed mogen zijn.
1:25:42Bekleed met het kleed van het lam.
1:25:47Overkleed met zijn gerechtigheid.
1:25:49En bekleed met de mantel van zijn heil.
1:25:52O gemeente.
1:25:54Op dat ik nimmer meer in het gericht Gods kom.
1:26:00U zegt klopt dat wel.
1:26:02Want een kind van God.
1:26:04In het stervenzuur staan we toch voor de rechterstoel van God.
1:26:09Gaan de boeken toch open.
1:26:11Als de heer Jezus wederkomt zal hij toch over de levenden en de doden.
1:26:17En dan toch dan geen gericht meer.
1:26:22Dan zal ik hem zien.
1:26:25Mijn rechter ja.
1:26:27Mijn redder die in de nood.
1:26:30Uw redder is geweest.
1:26:33Die van het verderf uw leven wil verschonen.
1:26:38Met goedheid en barmhartigheden kroon.
1:26:42Die in de nood.
1:26:44Uw redder is geweest.
1:26:47Dan weten ze daar.
1:26:49Zo vergeeft de Heer.
1:26:52Hij vergeeft ze gaar.
1:26:55Hij vergeeft ze menigmaal.
1:26:58Daar mocht u vanavond op gewezen worden.
1:27:02Met een hartelijke aandrang.
1:27:05Om de Heer te zoeken.
1:27:08En niet uit te stellen.
1:27:11Terwijl hij te vinden is.
1:27:13En hem aan te roepen.
1:27:16Terwijl hij nabij is.
1:27:18En dan zegt de Heer Jezus.
1:27:19Die in mij gelooft.
1:27:21Die zal leven.
1:27:23Oh waar hij gestorven.
1:27:24Ja.
1:27:25Die in mij gelooft.
1:27:28Wordt niet veroordeeld.
1:27:30Omdat hij geloofd heeft in de enige geboren zoon van God.
1:27:37Die niet gelooft is al reden veroordeeld.
1:27:41Maar die mij gelooft wordt niet veroordeeld.
1:27:47Gemeente, wie is een God gelijk jij?
1:27:52Die de ongerechtigheid vergeeft.
1:27:55En de overtreding van het overblijf zijn erfenis voorbij gaat.
1:27:59Hij houdt zijn toren niet in eeuwigheid.
1:28:03Want hij heeft lust aan goede tierenheid.
1:28:08Amen.
1:28:11Gemeente wij gaan zingen.
1:28:12Van Psalm 103 vers 2.
1:28:14Loof hem die u al wat gij hebt misdreven.
1:28:18Hoeveel het zij genadig wil vergeven.
1:28:21103 vers 2.
1:28:22[GEZANG]
1:31:03Gemeente eindigen wij met dankzegging.
1:31:07Heere God van hemel en aarde.
1:31:11Aan het einde van deze kerkdienst in Oudorp.
1:31:15Op deze warme zomeravond.
1:31:19Met Oudorpers in de kerk.
1:31:22Misschien wel meeluisterende gemeenteleden van Elders.
1:31:26En misschien ook wel vakantiegangers van Elders vanavond in de kerk.
1:31:32Mochten we horen van Psalm 32.
1:31:36Mochten we horen van Micha 7.
1:31:40Mochten we horen wie gij zijt, wie gij wilt zijn.
1:31:44Voor zondaren en voor zondarissen, voor mensen, kinderen.
1:31:51En heren, we mogen het ook zingen, looft hem die u al wat gij hebt misdreven.
1:31:58Alle misdaden, alle zonden.
1:32:01Hoe zwaar, hoe vaak, hoe veel.
1:32:06Heren, die we misschien wel tegen niemand durven zeggen.
1:32:11Ja, heren, de zonde van gedachten, van woorden, van werken.
1:32:16Gij weet het alles.
1:32:19Heren, maar gij zeid het.
1:32:21Ja, door het bloed van uw zoon mag er verzonning zijn.
1:32:27En heren, wat u wassen mag het onze beden dan zijn.
1:32:31Heren, ontzondig mij en was mij.
1:32:35Zo zal ik witter zijn dan sneeuw.
1:32:37Was mij geheel.
1:32:42Ja, de worstelingen zijn.
1:32:45Aan de troon der genade mag de hoop op u gevestigd worden.
1:32:50Mag het van u verwacht worden.
1:32:52Mag in u geloofd worden.
1:32:54Op u vertrouwd worden.
1:32:56Heren, mag u ook verbeden worden.
1:32:59In ouderp.
1:33:01Door deze vrede.
1:33:04Op wat er zal zijn.
1:33:05De eeuwige aanbidding.
1:33:09In beginsel al hier op aarde.
1:33:12Ewig voor uw troon.
1:33:14Want u laat zich vinden.
1:33:17Heren.
1:33:18En u bent die God.
1:33:20Ja die het ook zegt.
1:33:22Op uw nood geschwein.
1:33:25Deed ik grote wonderen.
1:33:27Niet om.
1:33:28Maar op ons gebed.
1:33:31Heren.
1:33:32En dan blijft toch één ding over.
1:33:34Het lam.
1:33:35En de vader.
1:33:37Die verkoren heeft.
1:33:39In zijn eeuwige liefde.
1:33:42Dan is toch alles uit u en door u en tot u.
1:33:46Dan is het toch tot uw eer, heren.
1:33:48Het is toch tot uw eer om zondaren te behouden.
1:33:53Ja, het is ook tot uw eer als zondaren die voor u niet wilden buigen, verloren zullen gaan.
1:34:00Heren, dan zal ook in het verderf aan uw eer komen.
1:34:03Maar er komt toch meer aan uw eer in het behoud.
1:34:08Heren, zegert u zo de prediking.
1:34:11Heb dank dat alles met orde mocht verlopen.
1:34:13Breng ons veilig thuis.
1:34:16Geef onze gezegende overdenking.
1:34:18Geef ons een goede voortzetting van onze vakantie.
1:34:21Ook als we nog werken, als we nog weggaan.
1:34:25Gaat ons allen met u heiligd voor.
1:34:27Heren, we vragen het van u uitgenade om Jezus' wil.
1:34:30In de vergeving onze zonde mag het zijn, heren.
1:34:34Dat onze God zult zijn.
1:34:36En dat we eenmaal bij u mogen zijn.
1:34:40En niet verloren hoeven te gaan.
1:34:43Uitgenade vragen wij u dat.
1:34:44Om Jezus wil.
1:34:46Amen.
1:34:49Gemeente op Salmon de 3 vers 6.
1:34:51Zo hoog zijn troon.
1:34:52Mocht boven de aarde wezen.
1:34:54Zo groot is ook voor alle die hem vrezen.
1:34:56De gunst waarmee hij hen wil gaten slaan.
1:35:00Salmon de 3 vers 6.
1:35:01[GEZANG]
1:37:48Gemeente gaat dan heen in vrede.
1:37:51Ontvangt de zegen des heren.
1:37:55De heren zegenen u.
1:37:57En hij behoede u.
1:37:59De heren doen zijn aangezicht over u lichten.
1:38:02En zij u genadig.
1:38:04De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:38:09En hij geven u zijn vrede.
1:38:13Amen.
1:38:13[GEZANG]