Ruth 1: 6b; De HEERE bezoekt Zijn volk

zondag 2 augustus 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Knd H. Kooiker · 107 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:18Gemeente, namens uw kerkenraad zijn er voor u de volgende afkondigingen.

10:23In

10:25de voorbeden willen we gedenken aan de grote droogte die ons land tijstert.

10:32We denken ook aan de ernstig zieke in de gemeente.

10:36Het evangelisatiewerk dat plaatsvindt in de ring van ons dorp.

10:42En in de voorbeden denken wij ook aan mevrouw Boertukker, Ouderlandsweg 6, die gistermiddag haar heup heeft gebroken.

10:52En vandaag geopereerd zal worden.

10:57We denken ook aan de familie van dominee Opthof.

11:00Dominee Opthof zal op deze zondag in uw midden voorgaan.

11:06Maar hij mag eeuwig de koning in zijn schoonheid zien en groot maken.

11:17Daar zijn er nog enkele mededelingen.

11:20In de collecte, de eerste collecte is voor het pastoraat.

11:24De tweede collecte voor de kerkvoogdij.

11:27En de derde voor de aflossing van de kerk.

11:31Deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

11:36Tot zover ook de afkondigingen.

11:39En dit alles zo de heren wil en wij leven.

11:43Zullen wij deze dienst aanvangen.

11:50Onze hulp en onze enige verwachting.

11:55Is in de naam des heren heren.

11:59Die de hemel en de aarde gemaakt heeft.

12:03Die trouwen houdt.

12:05En eeuwig leeft.

12:08En niet laat varen.

12:10Enig werk dat zijn goddelijke hand begon.

12:16Amen.

12:17Kom

12:20gemeente zetten wij deze dienst voort door met elkaar te zingen.

12:23Van psalm 107.

12:27Daarvan het zevende vis.

12:31Psalm 107, het zevende ves.

12:38En wat er verder volgt, het zevende

12:51ves van Psalm 107.

12:53[GEZANG]

15:14En zingen wij aansluitend van psalm 119, daarvan het eerste vers.

15:21Welzalig zijn de oprechten van gemoed, die ongeveinst des Heren wet betrachten.

15:29Psalm 119, het eerste vers, na de lezing van Gods heilige wet.

15:39Toen sprak God al deze woorden zeggende.

15:44Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.

15:55Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

16:01Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder

16:13op de aarde is.

16:15Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

16:21Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.

16:26Want ik, de Heere, uw God, ben een ijveren God.

16:32Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

16:36Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

16:43En doe barmhartigheid.

16:46Aan duizenden dergenen die mij lief hebben.

16:49En mijn geboden onderhouden.

16:54Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken.

17:00Want de Heren zal niet onschuldig houden.

17:04Die zijn naam eidelijk gebruiken.

17:10Gedenk de Sabbatdag.

17:11Dat gij die heiligt.

17:15Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots, dan zult gij geen werk doen.

17:27Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poten is.

17:40Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en hij rustte ten zevende dagen.

17:53Daarom zegende de Heere de sabbedag en heiligde dezelfde.

18:01Eet uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u, de Heere, uw God geeft.

18:14Gij zult niet doodslaan.

18:17Gij zult niet echt breken.

18:20Gij zult niet stelen.

18:23Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

18:29Gij zult niet begeren uw snaasten huis.

18:33Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw.

18:38Nog zijn dienstknecht.

18:40Nog zijn dienstmacht.

18:43Nog zijn os.

18:45Nog zijn ezel.

18:47Nog iets dat uws naasten is.

18:51Amen.

18:53Gemeente,

18:53[GEZANG]

20:58wij openen vanmorgen het woord van God in het Oude Testament.

21:02Wel in het Bijbelboek Rut.

21:06Rut 1.

21:08En

21:14daar lezen wij de versen 1 tot en met 7a.

21:18En

21:21daar luidt het woord van God als volgt.

21:25In

21:28de dagen.

21:30Als de richters richtten, zo geschiedde het dat er honger in het land was.

21:38Daarom toog een man van Bethlehem Juda om als vreemdeling te verkeren in de velden van Moab.

21:46Hij en zijn huisvrouw en zijn twee zonen.

21:50De

21:53naam nu van deze man was Elimelech.

21:56En de naam zijn er huisvrouw Naomi.

22:00En de naam zijn er twee zonen, Maglon en Geuion, Efratus van Bethlehem-Judah.

22:08En zij kwamen in de velden van Moab en bleven al daar.

22:15En Elimelech, de man van Naomi, stierf.

22:19Maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.

22:23Die

22:25namen zich Moabitische vrouwen.

22:27De naam der ene was Orpa en de naam der andere Rut.

22:32En zij bleven al daar omtrent tien jaren.

22:37En die twee, Maglon en Geuion, stierven ook.

22:42Al zo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.

22:50Toen maakte zij zich op met haar schoondochters en keerde weder uit de velden van Moab.

22:58Want zij had gehoord in het land van Moab dat de heren zijn volk bezocht had, gevende hun brood.

23:09Daarom ging zij uit van de plaats waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar.

23:20Tot zover de schriftlezing zoeken wij voor en met elkaar het aangezicht van de heren in een gemeenschappelijk gebed.

23:29Laat ons bidden.

23:36Heren,

23:38almachtig en eeuwig God.

23:44Schenk eerbied en een heilig diep ontzag voor uw grote naam.

23:55Wanneer zojuist de psalmen zijn gezongen.

23:58De

24:00wet is voorgelezen en wij allen van de kleinste tot de grootste geblikt hebben in de spiegel van Gods wet.

24:13Heren, dan kan het niet anders.

24:16Of de veroordeling is naar ons toegekomen, al steeds opnieuw geklonken heeft, gij zult niet.

24:28Wie kan dan vanmorgen hier in de kerk vrij uitgaan?

24:34Wie kan dan zeggen, ik heb deze wet volkomen gehouden, zoals de rijke man het uitsprak?

24:44Al deze dingen heb ik gedaan.

24:48Maar er bleef zo'n grote boezemzonde in zijn hart.

24:52Verkoop alles wat je hebt.

24:57Heren, dan weet u hoe wij vanmorgen zijn opgekomen naar de kerk.

25:04Misschien uit gewoonte, omdat het weer zondag is.

25:08We hebben ons aangekleed.

25:11Heren, zou het dan de zondag mogen zijn van uw eeuwig welbehagen?

25:18Dat het vanmorgen zo'n kostbare dienst mag zijn.

25:22Waarin u door onze gewoonte komt heen te breken.

25:28En het hart door de kracht van de heilige geest komt te openen.

25:34En wij twee dingen gaan zien.

25:38Wie we zijn in onszelf.

25:41Dat de toren van God op ons rust.

25:45Dat wij voor u niet kunnen bestaan.

25:48Maar heren, dat is nooit het doel op zich van de verkondiging van het woord, want er moeten ertoe gebracht worden.

25:58Ook hier in de gemeente van Oudorp.

26:02Want niet alleen de Filistijn, de Tyrier en de Moor zullen binnengaan, maar ze zullen komen ook uit de gemeente van Oudorp, de Kleinen

26:14en de Groten, om eeuwig.

26:18U groot te maken.

26:20Want uw huis zal vol worden.

26:24En heren al zitten wij hier dan uit de gewoonte.

26:29Dan zitten wij in de werkplaats van de heilige geest.

26:33Waarin u in het bijzonder.

26:36Wilt spreken tot het hart.

26:39Woorden van leven.

26:44Heren maar het kan ook zijn dat wij hier zitten.

26:48En u mogen kennen, maar ons hart is dor en doods.

26:53En we

26:55smachten naar een woord van de hemel.

26:58We smachten dat de hemel open gaat.

27:01En dat wij het land van God in zijn heerlijkheid, in zijn schoonheid weer mogen zien.

27:10Misschien jaren geleden.

27:13Wanneer u intrek genomen hebt in het hart en zo die vrede geproefd en gesmaakt mocht worden.

27:23Dat we aan één woord uit de Bijbel, uit uw getuigenis genoeg hadden om de dag door te komen.

27:32Omdat er zo die vrede in het hart was.

27:37En nu de

27:40zonde, de wereld die weer zo trekt.

27:46Heren, o zout u dan een opleving willen schenken.

27:52Zout u uw vriendelijk aangezicht in gunst tot uw kerk willen wenden.

27:59Als ze verachtend zijn in de genade.

28:03Als ze naar hun eigen waarneming in Moab verkeren.

28:08En

28:09niet weten hoe ze terug moeten komen in Israël.

28:15Bij de God van Israël.

28:18Hoe ze weer moeten teruggebracht worden bij dat levende brood.

28:22Dat daar neergedaald is in de kribben van Bethlehem.

28:28Heren brengt u ze terug.

28:31We bidden u voor alle kinderen.

28:34Alle jongeren.

28:38Degenen die werken.

28:41Degenen die studeren.

28:44De kinderen die vakantie hebben.

28:47Heren wilt u ze nabij zijn.

28:51Wanneer ze ook staan, ook de jongeren die hun

28:56studie hebben afgerond en op een kruispunt staan in hun leven.

29:03Heren wijst u ze de weg ook in de studie of in het werk.

29:09We bidden ook in het bijzonder ook voor het onderwijs.

29:14Dat er ook uit deze gemeente zijn jongeren die in hun hart.

29:20Toch iets mogen ervaren van een roeping om het onderwijs in te gaan.

29:25Waar er zoveel vacatures zijn.

29:29En als we ons christelijk onderwijs willen behouden.

29:35Heren dat er zo jongeren zijn die niet gaan voor het grote geld.

29:41Maar die gaan om ook jongeren te helpen.

29:45Om ze naar de volwassenheid te brengen.

29:49In het basisonderwijs.

29:51In het voortgezet onderwijs.

29:54Heren wilt u ze nabij zijn.

29:58We bidden u voor de zieken in de gemeente.

30:02Degenen die thuis met ons verbonden zijn.

30:05Of misschien wel in het ziekenhuis.

30:09Dan denken wij aan mevrouw Boertukker.

30:12Die zo onverwacht ten val kwam.

30:16Haar heup brak.

30:18En vandaag geopereerd zal worden.

30:22Heren, zout u de handen van de artsen willen zegenen.

30:26Dat zo ook de operatie mag slagen.

30:31Maar geef ook dankbaarheid in het hart van mevrouw Boertukker.

30:36Dat u haar leven nog gespaard en bewaard hebt.

30:40Dat het nog genadetijd is.

30:43O, dat ze tot dat diepe besef mag.

30:47Komen of in dat diepe besef mag leven dat het uw sparende en bewarende hand is.

30:56Heren, zout u haar goed en nabij willen zijn.

30:59Ook in de dagen die volgen, in de revalidatie die mogelijk zal plaatsvinden.

31:06Dat ze het ooggericht mag houden of mag krijgen op u alleen.

31:16Heren wij bidden u voor het evangelisatiewerk.

31:21Dat zal plaatsvinden in de ring van ons dorp.

31:25Dat kinderen, jongeren en ouderen bekend gemaakt worden met uw woord.

31:33Heren dat u dat eenvoudige middel zo wilt zegenen.

31:37Om mensen uit de wereld te trekken met code van liefde.

31:43Dat degene die als kind in de kerk hebben gezeten.

31:50maar die de kerk vaarwel gezegd hebben door dit evangelisatiewerk, zo weer de gang mogen maken naar uw huis.

32:01Heren, want uw huis zal vol worden.

32:05En u zult ze toebrengen, ook door het evangelisatiewerk hier in ons land, maar ook in het buitenland, op de zendingsvelden.

32:16Ze zullen komen door het goddelijk lichtgeleid.

32:22Heren, zout u ook degene willen helpen ook die zo in uw dienst mogen staan om het evangelie ook op straat of waar dan ook door te geven?

32:34Het is geen gemakkelijk werk.

32:37Maar als er iets geproefd wordt van de liefde tot Christus.

32:42O, dan wil het toch ook doorgegeven worden aan anderen om ook anderen bekend te maken met dit kostbare woord.

32:53Heren, dat zo uw kerk wordt uitgebreid.

32:58We bidden u voor de grote zorgen die er zijn, ook als het gaat om de droogte van ons land.

33:07Dan denken wij in bijzonder ook aan de boeren, de akkerbouwers, die

33:13op hun land lopen en waar misschien het gebed wel in het hart is.

33:17Heren, hoe lang nog zou

33:21de hemel open mogen gaan?

33:25Dat zo deze aarde bevochtigd en doorvochtigd wordt van de regen.

33:32En dat de gewassen mogen groeien.

33:36Heren, want wij komen niet zo snel op die plaats.

33:40Dat wij op de akker onze knieën buigen en zeggen, heren, zie nog om.

33:48Want de winkels liggen nog vol.

33:51We kunnen nog uit de schappen halen wat we nodig hebben.

33:56En daarin zien wij toch dat wij de afhankelijkheid van u.

34:01Maar zo matig ervaren in het hart.

34:04Ja wanneer we als akkerbouwer, als boer.

34:09Zo dicht ook staan bij de gewassen.

34:12Dan merken wij dat als het eerste op.

34:17Omdat we zo afhankelijk zijn van het weer dat u geeft.

34:25Heren wij bidden u voor alle zorgen die er zijn.

34:28In de gemeente.

34:31We denken aan de kinderloze echtparen.

34:37Degenen die hier in de kerk zijn.

34:41Op vakantie zijn.

34:44Maar waar kinderstemmen ontbreken.

34:49Heren als we zelf een gezin mogen hebben.

34:52Dan begrijpen wij ten diepste dat diepe verdriet niet.

34:59Waar geblikt wordt naar anderen.

35:03En waar gezien wordt.

35:06Hoe er kinderen ontvangen mogen worden uit uw goddelijke hand.

35:12Bij het opgroeien er ook kleinkinderen mogen zijn.

35:18En waarbij deze ouders dat ontbreekt.

35:24Heren, zou u in dat diepe verdriet, in de pijn die ervaren wordt, nabij willen zijn.

35:33En dan denken wij ook aan de pleegouders.

35:38Die op deze wijze kinderen in hun gezin hebben opgenomen.

35:46Om zo ook een schakel te mogen zijn ook in de opvoeding.

35:51En in de godsdienstige opvoeding van kinderen.

35:57Heren wilt u ze nabij zijn.

36:00Waar het geen eigen vlees en eigen bloed is.

36:06Maar waar het gevoeld mag worden.

36:10En ervaren mag worden dat u deze kinderen op de weg geplaatst hebt.

36:16Om zo ook een middel te mogen zijn in uw goddelijke hand.

36:21Om hun voor te gaan in de vrezen des heren.

36:27Heren wij bidden u voor de gezinnen waar kinderen mogen zijn.

36:33Maar waar de gebrokenheid zo ervaren wordt.

36:38In het opgroeien van onze kinderen.

36:42Als onze kinderen in de puberleeftijd zijn.

36:46En wij met grote zorg vervuld zijn.

36:51Waar kinderen andere wegen gaan.

36:55Waar ze als kleine kinderen hier nog gezeten hebben in de kerk.

37:00Maar waar we nu de lege plaats naast ons ervaren.

37:06Heren, ze zijn voor u niet te ver weg.

37:10U roept hagers uit de woestijn.

37:13Zout u dan onze jongeren?

37:16Die de kerk verlaten hebben.

37:19Of die vanmorgen misschien op bed zijn blijven liggen.

37:23Roept u ze terug.

37:26U hebt uw middelen.

37:28En uw wegen.

37:30Om jongeren terug te roepen.

37:34Om hun plek hier weer in te nemen.

37:37Om te spreken tot het hart.

37:41Heren, zo ziet het vanmorgen in alles op u.

37:47En blijft het op u wachten.

37:49Ja een verwachten.

37:53Want we zijn afhankelijk van de heilige geest.

37:57Die het woord dat ook deze morgen tot ons komt.

38:02Verder brengt dan het oor.

38:05Maar die het brengt op de bodem van ons hart.

38:09Ja dat woord dat het hele hart kan vervullen.

38:13Dat alle zorgen voor een moment weggenomen worden.

38:18En wij niemand anders zien dan Jezus alleen.

38:25Heren, gedenkt de familie van het hof.

38:29Die

38:30we nog vergeten zijn in het gebed.

38:33Waar een man en vader gemist wordt.

38:37Ach,

38:39wel het menselijk verdriet.

38:41Het

38:43menselijk leven dat elkaar niet kan missen.

38:48Maar waar toch.

38:50Als er een blik omhoog geslagen mag worden, toch gezegd mag worden.

38:56Het is door u, door u alleen om het eeuwig welbehagen.

39:03Dan kan het leven vol met raadsels zijn.

39:08Maar u roept uw knechten op uw tijd en op uw wijze.

39:15Met Jane, we zouden hem een ster aan de hemel kunnen noemen.

39:2129 jaar en hij werd afgelost van zijn post.

39:26Het was de tijd rijp om de koning groot te maken.

39:32Ewig bij hem te zijn.

39:35Heren, zou u dan zo ook de familie op het hof willen gedenken?

39:40In het verlies.

39:42En hem troosten zoals alleen u kunt.

39:47Heren, wij bidden.

39:50We zijn zoveel dingen vergeten.

39:52Als het gaat om de zorgen die er kunnen zijn in de gemeente.

39:57Maar vergeet u ze niet.

39:59Zoekt u ze op hier.

40:01En ook thuis die met ons verbonden zijn.

40:05Want u weet een woord terecht de tijd te spreken.

40:10Omdat u het hart doorgrond en kent.

40:14Wij bidden en vragen het u.

40:18Uit genade alleen.

40:21Amen.

40:26Gemeente, ter voorbereiding op de verkondiging van het woord zingen wij van psalm 81.

40:32Een

40:34psalm die ook de kinderen in ons midden goed kennen.

40:38We zullen de kinderen straks ook horen.

40:41Het twaalfde ves opent uw mond.

40:45Eist van mij vrijmoedig op mijn trouw verbond.

40:50Al wat u ontbreekt schenk ik zo gij het smeekt.

40:55Mild en overvloedig.

40:58En ook het dertiende vers.

41:00Maar mijn volk wou niet naar mijn stemmen horen.

41:04En het veertiende vers.

41:06Ik liet hen dies veracht naar hun goeddacht handelen.

41:13Psalm 81, vers 12, 13 en 14.

41:18[GEZANG]

47:33Gemeente, hoe vaak staan wij niet op kruispunten in ons leven?

47:41Dat er keuzes gemaakt moeten worden.

47:45Keuzes als het gaat om verhuizen naar een andere plaats.

47:50Of misschien wel emigreren naar een ander land.

47:55Als jongeren wanneer er vakantie is en wij ons oriënteren of al gedaan hebben op een studiekeuze.

48:03Of op een nieuwe werkomgeving.

48:07Telkens opnieuw staan wij in ons leven op kruispunten dat er een keuze gemaakt moet worden.

48:16Of wanneer wij als jongen, als meisje, verkering hebben met een jongen of een meisje uit een ander kerkverband.

48:24En we merken wel dat er een andere leer is.

48:30Keuzes die er gemaakt moeten worden.

48:34En wat staat dan in die keuze voorop?

48:37Is dat dan het grote geld?

48:38Is het de carrière die we kunnen maken?

48:43Is het misschien de omgeving of de vrijheid die we ervaren?

48:49Is het de liefde die in de verkering zo trekt dat we water bij de wijn doen om dan maar mee te gaan met het meisje of met de jongen waar het allemaal gemakkelijker

49:01aan toe gaat?

49:05Hoe maken wij onze keuzes?

49:09Maken wij die op de knieën, biddend voor het aangezicht van de Heren?

49:15Of zetten wij verstandelijk alles op een rij en beredeneren wij vanuit ons verstand, vanuit ons denken, wat nou het beste is?

49:27Want

49:30gemeente, belangrijke keuzes in ons leven kunnen verstrekkende gevolgen hebben.

49:37Gevolgen hebben die een leven lang met ons meegaan.

49:43En door onze keuzes kunnen wij bij de Heren vandaan lopen.

49:50Kunnen wij in een neerwaartse spiraal komen.

49:53Ook na ontvangen genade.

49:56Wanneer wij de gunst moeten missen van de Heren.

50:04Totdat God ingrijpt.

50:08Tot hiertoe en...

50:12En

50:14gemeente, dan houdt Rut 1 ons vanmorgen de spiegel voor.

50:18Aan de ene kant het oordeel van God over de zonde.

50:23Van

50:25eigengemaakte keuzes.

50:28Maar ook Gods trekkende kracht.

50:31Tot een genadevolle terugkeer.

50:36Gemeente, we willen vanmorgen stilstaan bij Rut 1.

50:41Daarvan het zesde vers.

50:44Het laatste gedeelte.

50:48Want zij had gehoord in het land van Moab dat de heren zijn volk bezocht had, gevende hun brood.

51:00En onder deze woorden heb ik geschreven, de heren bezoekt zijn volk.

51:05En

51:07dat doet hij op twee manieren.

51:08In de eerste plaats bezoekt hij zijn volk met het oordeel.

51:14En in de tweede plaats bezoekt hij zijn volk met zijn genade.

51:20De Heere bezoekt zijn volk in de eerste plaats met het oordeel.

51:25En in onze tweede gedachte met zijn genade.

51:31Gemeente Rut 1 begint met in de dagen dat de richters richten.

51:39Daar moeten wij bij stilstaan.

51:42Want wat waren dat nou voor dagen?

51:44De dagen van de richters.

51:48Het was de tijd tussen Jozua en

51:53koning David.

51:56Jozua die het volk van Israël geleid had gebracht had in het beloofde land in Kanaan.

52:05En

52:07de periode van koning David die erop volgt.

52:11En in die tussenliggende tijd is er sprake van de richters.

52:18Het volk van Israël, dat heeft het beloofde land ontvangen.

52:24En

52:25ze hebben geroepen, wij zullen de heren dienen en wij zullen zijn stem gehoorzaam zijn.

52:36Joshua is gestorven.

52:40Ze hebben geen aardse leider meer.

52:44Maar gemeente, ze hebben de beste leider.

52:48Ze hebben namelijk de God van Israël die hun leider is.

52:54Die zelf het volk van Israël zal leiden.

53:01Zouden ze hem blijven volgen?

53:04Ze

53:06hebben immers een grote dade gezien.

53:10De doortocht door de Jordaan.

53:13De muren van Jericho die daar...

53:17Zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam.

53:21Gemeente, dan zouden we toch zeggen.

53:23Ze hebben zulke grote daden gezien.

53:26Dat ze in zijn wegen gaan.

53:32Herkennen wij het in eigen leven.

53:37Misschien zit u hier wel.

53:40Dat de dokter zei.

53:42U bent ongeneeslijk ziek.

53:48En het bericht van de arts zoveel jaren geleden gehoord.

53:52En u mag er nog zijn.

53:57En is er nou die dankbaarheid in het hart?

54:01Is er nou die erkentelijkheid dat u de heren als het ware dagelijks nog lastig valt?

54:10Omdat de dankbaarheid in het hart nog net zo is als

54:16toen.

54:18Nou gemeente, er staat hier een nieuw geslacht.

54:21Opdat de heren niet kenden.

54:24Nog het werk dat hij aan Israël gedaan heeft.

54:29Een nieuw geslacht.

54:32En

54:34gemeente dat geslacht.

54:35Dat doet niet wat de heren geboden had.

54:41Want het volk van Israël had het gebod gekregen.

54:46Om het volk van Kanaan uit te roeien.

54:49Om hun afgoden te vernietigen.

54:52En

54:53wat doen ze?

54:56Ze hebben het voor een gedeelte hebben ze het gedaan naar Gods bevel.

55:00En een gedeelte van de Kanaanieten laten ze belasting betalen.

55:05Om er zo nog hun eigen voordeel uit te trekken.

55:12Maar ze doen nog meer.

55:14Ze buigen zich voor andere goden.

55:20De Baals, de Astarots, de goden, die

55:27dienen ze.

55:29De God van de liefde, de vruchtbaarheid, de God van de landbouw wordt daar aanbeden.

55:39Terwijl ze zo Gods grote daden hebben gezien, zou God dat door de vingers kunnen zien, gemeente?

55:49Hij is een rechtvaardig God.

55:53Hij is ook een jaloers God.

55:57Als het gaat om de eer en de verheerlijking van zijn grote naam.

56:04En God regeert met heilige toren.

56:08Want hij geeft het volk van Israël over in de handen van rovers van vijanden.

56:15En

56:17de zegen die ze ervaren maakt plaats voor tegenspoed.

56:24Omdat de hand van de heren tegen hen is.

56:30En dat voelt dat volk van Israël daar in Kanaan, voelt dat dagelijks.

56:37Allerlei plagen, ongeluk, ellende, het volk krijgt het benauwd.

56:45Ze worden zeer beangstig vanwege het oordeel.

56:52En jongens en meisjes, wat doe je?

56:56Als je benauwd hebt, als je bang bent, als je angstig bent.

57:01Dan roep je toch om hulp, dan roep je om hulp van je vader, van je moeder.

57:07Maar het kan ook zijn dat je de knieën buigt en de heren vraagt om raad, om wijsheid.

57:18Oh, en dan hebben wij niet alleen te maken met een rechtvaardig God, maar ook met een barmhartig God.

57:27Want Gods barmhartigheid is zo groot dat hij daar richten zendt.

57:35Om dat volk telkens weer opnieuw te bevrijden.

57:40Kun je het begrijpen, gemeente van Oudorp, dat de Heere zo barmhartig is?

57:47Want wij horen het, Otnieel, Ehud, tot aan Simpson toe.

57:55Maar weet u,

57:57elke keer als er een richter sterft, vervalt het volk weer opnieuw in zonde.

58:08Elke generatie die weer opvolgt zakt nog dieper weg in de zonde.

58:16En hoe herkenbaar is het?

58:19Ik zat in de voorbereiding zo te denken.

58:22Als wij ons gezin, als wij onze kinderen volgaan.

58:26En dat nou één keer op een zondag naar de kerk gaan wel voldoende is.

58:33Dan kunnen wij van onze kinderen verwachten dat ze op zeker moment niet meer gaan.

58:44Keuzes als ouders hebben ook weer verstrekkende gevolgen.

58:48Als het gaat om onze kinderen.

58:51Hoe we ze voorgaan in het woord van de heren.

58:57En gemeente dan besluit de heren.

59:00Om dat heidense volk niet langer uit te roeien.

59:04Maar hij laat hen om Israël te beproeven.

59:11Maar mijn volk wou niet naar mijn stemmen horen.

59:17Israël verliet.

59:18Ze zijn geslagen.

59:21Maar ze hebben geen pijn gevoeld.

59:25Zo kan het met ons zijn.

59:28Dat wij geslagen zijn.

59:30Dat wij hier vanmorgen geslagen zitten in de kerk.

59:34Maar dat wij niet die pijn hebben gevoeld.

59:37Waarbij we op de knieën komen voor de heren.

59:43Of we zitten vanmorgen en we schudden ons hoofd.

59:47We zeggen het is toch wat met dat volk van Israël.

59:54Dan zijn we vergeten om zelf in de spiegel te blikken.

59:59Want gemeente dat volk van Israël dat afkerig is.

1:00:04En dat de heren weer steeds opnieuw verlaat.

1:00:07Dat volk zit ook hier vanmorgen in ons midden.

1:00:10Dat volk staat hier op de kansel.

1:00:13Dat is ons hart.

1:00:15Wij vergeten zo snel Gods grote daden.

1:00:22En God kan de zonden niet ongestraft laten.

1:00:28Toen niet en nu niet.

1:00:33Want God komt met zijn oordeel.

1:00:37En we zien ze daar komen in grote groepen.

1:00:41De Midianieten, de Amalekieten.

1:00:43Het is als het ware alsof God de hand in de rug zet van deze volkeren.

1:00:49Om daar naar het volk van Israël te gaan.

1:00:53Om wat te doen.

1:00:55Om daar alles wat er groeit te plunderen en te vernietigen wat er nog over is van de oogst.

1:01:04En

1:01:07dat is toch wonderlijk?

1:01:08Wat had de heren beloofd dat ze zouden gaan naar een land overvloeiende van melk en honig.

1:01:16En nu?

1:01:17Er

1:01:20groeit praktisch niets meer op het land.

1:01:24Door eigen schuld is het een land geworden van honger.

1:01:29En

1:01:31gemeente, dat is een gevolg van de geestelijke ontrouw van het volk van Israël.

1:01:39Zelfs Bethlehem.

1:01:44Bethlehem, waar later dat levende brood daar uit de hemel daalt.

1:01:52Waar de Zoon van God gezegd heeft, Vader, ik kom om uw wil te doen, om zondaren te bevrijden, om in de gemeente van Oudorp toe te brengen.

1:02:04Het kon alleen omdat dat levende brood is neergedaald daar in de kribben van Bethlehem.

1:02:14Dat levende brood dat neergedaald is.

1:02:21Gemeente daar in Bethlehem heerst.

1:02:24De dood.

1:02:27En niet alleen een volk alleen wordt getroffen.

1:02:32Maar dat wordt persoonlijk ondervonden.

1:02:38Kijk de spanning in het Midden-Oosten.

1:02:40Ook al zeggen wij het is nog zo ver bij ons bed vandaan.

1:02:45Als het gaat om de oorlogen die er zijn.

1:02:48De spanning tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran.

1:02:55U zegt dat is ver bij mij vandaan.

1:02:59Maar hoe mopperen wij als het gaat om de prijs aan de pomp?

1:03:05Merkt u het?

1:03:05Dat wat daar gebeurt in het Midden-Oosten...

1:03:08dat heeft gevolgen voor

1:03:14de sector in ons land...

1:03:15die er met name mee te maken hebben als het gaat om de transportbedrijven.

1:03:21Dan is het ver weg, maar het komt zo dichtbij.

1:03:26En gemeente, dat gebeurt daar ook in Bethlehem-Evrata.

1:03:30Want daar ontmoeten wij een echtpaar.

1:03:35Elimelech en Naomi.

1:03:39Zij leven daar in de tijd van de richters.

1:03:44En wij zeggen, nood leert bidden.

1:03:48Zo zeggen wij toch, maar pas op.

1:03:52Nood leert ook vloeken.

1:03:56Was het maar waar dat nood nou altijd leert bidden.

1:04:00Om er altijd mee bij de heren te komen.

1:04:03Maar hoe vaak is het niet dat wij een gebalde vuist hebben omhoog.

1:04:08Heren, waarom?

1:04:13En Elimelech ziet dit alles aan.

1:04:18En wat lezen wij?

1:04:20Hij toog uit.

1:04:26Heel verstandelijk beredenerend heeft Elimelech alles op een rij gezet.

1:04:33Wij lezen niet dat hij de knieën gebogen heeft, dat hij de heren geroepen heeft.

1:04:39Wij weten ook niet of de nood zo hoog was dat er geen eten was, omdat wij even later horen, vol toog ik weg en

1:04:52leeg kwam ik terug.

1:04:56Vertrouwde Elimelech niet op Gods voorzienigheid dat hij ze niet zou overgeven tot de dood omdat Bethlehem het broodhuis genoemd wordt?

1:05:10Elimelech vlucht onder het oordeel vandaan.

1:05:14Hij

1:05:15verlaat Bethlehem en

1:05:18hij kiest voor een land in de buurt waar

1:05:23brood is, waar eten is.

1:05:29Gemeente, dat komen wij veel vaker in de Bijbel tegen.

1:05:34Denk maar aan Abraham.

1:05:37Hij reist af naar Egypte vanwege de honger.

1:05:42Hij zal er als vreemdeling verkeren.

1:05:44Het zal maar voor een poosje zijn.

1:05:47En als hij daar aankomt, komt de eerste leugen al uit zijn mond.

1:05:52Want Abraham gaat zich eruit redden.

1:05:56En hij zegt tegen Sarai, zeg, gij zijt mijn zuster.

1:06:05Op eigen houtje naar een ander land.

1:06:09We

1:06:10lezen dat ook bij Isaac.

1:06:12Alhoewel bij Isaac de heren ingrijpt.

1:06:15En dat de heren tegen Isaac zegt wanneer hij naar Egypte wil trekken.

1:06:20Dat hij in Gerar moet blijven.

1:06:23Door een goddelijke vermaning.

1:06:28Maar ook hier wordt de leugen toegepast.

1:06:32Rebecca is mijn zuster.

1:06:37En gemeente, vanmorgen lezen wij van Elie Medeg niet van een gebedsworsteling, maar van een eigenmachtig optreden.

1:06:49Zullen we vanmorgen weer in de spiegel blikken?

1:06:53Wie zijn wij in de keuzes die er gemaakt worden?

1:06:59En misschien wel als boer, als landbouwer, dat we die hele stikstofcrisis en alles wat ermee speelt, dat we zeggen, maar ik vertrek, ik vertrek naar Canada.

1:07:12Daar is het allemaal beter.

1:07:16Maar zijn de knieën gebogen.

1:07:20Is gevraagd, heren, wat is uw weg met mij in mijn leven?

1:07:27Ik weet niet hoe het verder moet.

1:07:31Elimelech trekt naar Moab.

1:07:34We schrikken gemeente.

1:07:37Het zou hetzelfde zijn als dat hier een echtpaar zit.

1:07:41Wij vertrekken naar Turkije.

1:07:45Waar de andere goden gediend worden.

1:07:49Waar we denken dat wij het beter hebben.

1:07:52Want Moab, dat is het land, dat is een heidensland.

1:07:57Nee, het ligt niet ver van Israël.

1:08:00En ze zullen er maar voor een tijdje verkeren als vreemdeling.

1:08:08Maar gemeente, het is een land dat vijandig staat tegenover Israël.

1:08:13Dat met de God van Israël niet te maken wil hebben.

1:08:19Het is het land waar koning Balak William heeft ingehuurd om te vloeken.

1:08:27Maar door goddelijke ingeving moest hij zegenen.

1:08:34Het is het land waar de Moabitische vrouwen tot een struikelblok zijn.

1:08:40Voor de mannen van Israël, voor het volk van Israël in de woestijn.

1:08:45Om voor de afgoden te bidden.

1:08:51Moab is geen land voor een christelijk gezin.

1:08:55Wij zouden zeggen, daar is geen kerk waar

1:09:01de ware God gediend wordt.

1:09:05Daar is geen gemeente waar we ons zouden thuisvoelen, waar dat woord van God van de kansel klinkt.

1:09:15Maar Elimelech wil niet buigen en bukken onder het oordeel van Daan.

1:09:22Hij draagt een bijzondere naam, jongeren.

1:09:26Eli, wij horen dat in Psalm 22.

1:09:30Eli, mijn God.

1:09:33Melech is koning.

1:09:37Mijn God is koning.

1:09:41Je zou maar zo'n naam dragen.

1:09:44Maar in het hart van Eli Melech heerst ik ben koning.

1:09:51Ik stippel de route uit door het leven.

1:09:56Maar

1:09:57u zegt Naomi.

1:09:59Naomi is het toch nog.

1:10:02Naomi waarvan we zo duidelijk weten uit het boek van Rut.

1:10:06Dat nou dat levende brood dat uit de hemel is neergedaald.

1:10:13Dat levende brood daar mag Naomi van weten.

1:10:16Het is een vrouw met genade.

1:10:20Het is een vrouw die door de belofte heen mag zien op de komende Jezus Christus naar deze aarde.

1:10:34Wij weten aan de namen van Geeljon en Maglon...

1:10:38dat het wat ziekelijke, kwakkelijke jongens waren.

1:10:45Zou Naomi naast Elimelech gezeten hebben...

1:10:49en zouden ze bij wijze van spreken het pen en papier gepakt hebben...

1:10:54het is toch voor alles beter om naar Moab te vertrekken...

1:10:59als

1:11:02we twee jongens hebben.

1:11:05Ze hebben eten nodig omdat ze al wat kwakkelijk zijn qua gezondheid.

1:11:11Het zou toch maar zo kunnen dat we zo redeneren.

1:11:14Zelfs met ontvangen genade.

1:11:17Dat we verstandelijk alles op een rij zetten.

1:11:22De schrift zwijgt.

1:11:25Maar wie trekt er weg?

1:11:28Ook Naomi.

1:11:32God bezoekt het volk met zijn oordeel, want het oordeel van de honger in het land wordt ontlopen.

1:11:43En daar komen ze aan in de velden van Moab.

1:11:47Het

1:11:50zal eerst vreemd geweest zijn, toch?

1:11:54Als wij verhuisd zijn van de ene plaats naar de andere plaats, is het in het begin vreemd.

1:12:03Je moet aan alles wennen.

1:12:05De gebruiken.

1:12:08En waar Elimelech en Naomi.

1:12:13Er wordt niets gevonden waar ze kunnen kerken.

1:12:18Zal toch ook wennen zijn.

1:12:21U die hier zitten van de ene plaats verkast bent naar de andere plaats.

1:12:26Van het ene deel van Nederland naar het andere deel.

1:12:29Dan zegt u het was wennen.

1:12:35Maar alles wendt.

1:12:38Want het is maar voor even.

1:12:43Zo zegt Gods woord, zo zegt Rut 1 ons.

1:12:47Ze zullen daar als vreemdeling verkeren.

1:12:50Het is maar voor een tijdje.

1:12:53Nee, ze zullen geen inwoner worden van Moab.

1:12:57Ze zullen bij wijze van spreken niet ingeschreven worden als inwoner van Moab.

1:13:03Ze verkeren er als een soort vakantiegast.

1:13:07En straks als er brood is in Israël, dan trekken ze terug.

1:13:16Is er dan bij Naomi geen heimwee?

1:13:21Is er dan geen smart dat

1:13:25het land van de belofte, dat het land van Israël achtergelaten is?

1:13:31Staat ze dan niet eens buiten dat ze met heimwee kijkt naar Israël, het land overvloeiende van melk en honig?

1:13:41Het

1:13:44is maar voor even.

1:13:48Maar gemeente, dan schrikken wij als wij lezen...

1:13:52En bleven al daar.

1:13:57Het wendt.

1:14:00Zelfs het vreemde wendt.

1:14:04Zelfs de afgoden, de baals en de asterots.

1:14:09Dat die daar vereerd worden.

1:14:11De beelden van hout en steen.

1:14:14Het wendt.

1:14:17Herkennen we het niet.

1:14:20Dingen in ons leven.

1:14:23Waarvan we misschien jaren geleden gedacht hebben.

1:14:27Dat is.

1:14:30Dat

1:14:31kan niet.

1:14:33Dat mag niet.

1:14:37Of dingen waarvan u zegt.

1:14:40Ik ervaar het ook met een gezin naar levende lijven.

1:14:43Dat u zegt dat komt mijn huis niet binnen.

1:14:49En u zit hier.

1:14:51En u zegt het is zo anders gegaan.

1:14:54Het is mijn huis wel binnengekomen.

1:14:58En u voelt ook iets van die spanning.

1:15:02En bleven.

1:15:04Al daar.

1:15:06En

1:15:09gemeente dan komt daar de dood.

1:15:11Waar brood genoeg is.

1:15:15Brood in Moab in overvloed.

1:15:20Maar de dood komt ook waar overvloed is.

1:15:26Want gemeente daar in dat vreemde land.

1:15:31Daar sterft Elimelech.

1:15:36Elimelech die getrokken is naar Moab toe om daar te overleven, hij

1:15:46sterft.

1:15:52Moet je je eens voorstellen, daar wordt een graf gegraven in een vreemd land.

1:15:57Op Moabitisch grondgebied.

1:16:02En bij alle zekerheden die Elimelech heeft ingebouwd, is die één zekerheid vergeten.

1:16:13Wat is de grootste zekerheid in dit leven?

1:16:17Dat wij zullen sterven.

1:16:20Er is geen grotere zekerheid.

1:16:27Die jongen van 19 jaar, die chauffeur van de vrachtwagen,

1:16:34die heeft niet kunnen indenken dat

1:16:38hij de afgelopen week stond voor de rechter van hemel en aarde.

1:16:47Een jongen waarvan wij zouden zeggen heeft het leven voor zich.

1:16:54Tot dat rampzalige ongeluk daar op de snelweg.

1:17:00En jongeren, dan

1:17:03is het eeuwigheid.

1:17:07Wie dan niet geborgen is in het land van God.

1:17:11O, je zegt later.

1:17:14Later.

1:17:14Heeft misschien Elimelech ook wel gedacht.

1:17:17Later.

1:17:18Als ik weer terug ben in Israël, dan...

1:17:23Maar voor Elimelech kwam er geen later.

1:17:25Wij weten van zijn geestelijke staat niet.

1:17:28Maar één ding weten we wel.

1:17:30Dat de dood komt waar overvloed is.

1:17:37Bent u geborgen?

1:17:40Ben jij geborgen jongeren?

1:17:44Mag je hier vanmorgen zitten en zeggen.

1:17:46Als ik op die stoel gezeten had van die negentienjarige.

1:17:54Dan mocht ik thuiskomen.

1:17:58Ewig thuiskomen.

1:18:02Of zou je moeten zeggen, dan

1:18:06was het te laat.

1:18:10Voor eeuwig te laat, omdat ik die borg en die zaligmaker, dat levende brood die nog zijn handen uitstrekt over de gemeente van Oudorp, die nog

1:18:22zegt dat er nog zaligheid te verkrijgen is.

1:18:25Hij wordt van het geven niet minder, dat alles reinigende bloed, waar

1:18:34Naomi niet buiten kan.

1:18:37Kun jij erbuiten?

1:18:40Kunt u erbuiten?

1:18:43Of mag het zijn, ook ouderen in ons midden, dat u iets mag kennen van Jacob?

1:18:49Op uw zaligheid wacht ik, o heren.

1:18:53Hij mocht zijn voeten bij elkaar leggen om in te gaan in de eeuwige rust.

1:19:02Naomi blijft achter.

1:19:06Ze staat op een kruispunt in het leven.

1:19:12Maar gemeente de voeten van Naomi staan al zo vast op deze aarde.

1:19:18Daar in Moab.

1:19:20Ze denkt niet aan terugkeren.

1:19:24Ze is overgelaten met haar twee zonen.

1:19:28Ze blijft in Moab.

1:19:31Zo'n kruispunten.

1:19:32Waar je weer tot bezinning komt.

1:19:34Maar dit is niet het land van de belofte waar ik hoor.

1:19:41De jongens hebben daar een plek gekregen.

1:19:43Ze hebben daar hun werk in Moab.

1:19:47Het zal niet bij een christelijke werkgever zijn.

1:19:50Maar ook dat wendt.

1:19:53Misschien hun handen nog wel in begin gevouwen.

1:19:57Wanneer er brood gegeten wordt in de keet, in de schafkeet.

1:20:01Maar langzamerhand, misschien dat wel nagelaten.

1:20:04Het staat er niet, maar je probeert eens even in te denken.

1:20:08Hoe die twee jongens zich daar bewogen hebben in Moab.

1:20:15Begrijpelijk.

1:20:16Ze krijgen verkering.

1:20:19Met Moabitische meisjes.

1:20:23Hoe kan het ook anders.

1:20:26Wanneer wij in dat land wonen.

1:20:31En onze kanttekening zegt.

1:20:33Als het nou bekeerde meisjes waren.

1:20:35Als het nou meisjes waren die overgegaan waren.

1:20:39Van de religie van Moab naar de ware godsdienst.

1:20:43Dan is het toegestaan.

1:20:47Maar gemeente Rut moet nog toegebracht worden.

1:20:51En Orpa zegt op zeker moment, ik keer terug.

1:20:55Terug naar mijn volk.

1:20:58Ik keer terug naar mijn gods.

1:21:05Gemeente, daar vindt een huwelijk plaats.

1:21:09Maar heel opmerkelijk, ik zeg het heel teer.

1:21:15Beide huwelijken blijven kinderloos.

1:21:20En zou de heren voor Naomi daarmee iets te zeggen hebben?

1:21:28Dat de heren als het ware tegen Naomi zegt, er mag hier geen vermenging plaatsvinden.

1:21:34Want Naomi, dit is niet het land van de rusten.

1:21:40Dit is niet het land waar je thuis hoort.

1:21:46En de dood komt opnieuw.

1:21:50Twee mannen in de kracht van hun leven, Machlon en Gileon.

1:21:57Hoe weten wij dat in de kracht van hun leven?

1:21:59Omdat Rut later nog een kind mag voortbrengen, zijn Maglon en Gieljon jong.

1:22:08Maar de heren kijken niet naar leeftijd.

1:22:12Ze worden daar in Moab weggemaaid.

1:22:15Drie graven, we zien ze daar op een rij zijn gedolven.

1:22:22U zegt maar, dit is het moment om terug te keren.

1:22:28Want Naomi staat weer opnieuw op een kruispunt in het leven.

1:22:36De dood onherroepelijk.

1:22:41En nog merkt Naomi, God slaan de hand niet op.

1:22:49Merken wij het op

1:22:52als God ontslaat.

1:22:57Misschien wel van het ene naar het andere.

1:23:01Dat u zegt, ik ben nog niet uit de ene ellende of...

1:23:06De volgende komt eraan, zoals in het leven van Job.

1:23:14Waar brengt het u?

1:23:18Begrijpt u dat de Heere slaat uit liefde?

1:23:22Om te tuchtigen.

1:23:26En die liefde slagen is alsof de Heere de hand in uw rug zet.

1:23:35En zegt, u kijkt de verkeerde kant op.

1:23:38U verwacht het nog van deze wereld.

1:23:40U verwacht het nog van het hier en nu.

1:23:42Maar alsof die grote God als het ware het hoofd beetpakt.

1:23:46En zegt, kijk omhoog.

1:23:48Daar is verwachting.

1:23:51Daar is de troost te vinden.

1:23:57Daar staat ze.

1:24:00Ze is overgebleven met haar twee schoondochters.

1:24:09En wat staat er dan?

1:24:12Alleen overgebleven.

1:24:17Want schoondochters, hoe eigen ze kunnen worden, is

1:24:23geen eigen vlees en eigen bloed.

1:24:27Wij

1:24:30zouden zeggen, nu is het moment om terug te keren, terug te keren naar Bethlehem.

1:24:38Nee, Gods oordeel voltrekt zich niet altijd als vuur en bliksem.

1:24:45Zoals bij David met Batsheba.

1:24:49Dat was een moment.

1:24:52Maar Gods oordeel kan zich ook langzamerhand voltrekken in ons leven.

1:24:59Dat

1:25:01het woord van God dichter blijft, ook na ontvangen genade.

1:25:07Dat de waardevolle boeken die wij in de kast hebben...

1:25:12Waar Christus uitgestald wordt in zijn heerlijkheid.

1:25:16Dat ze alsmaar dichter blijven.

1:25:19Langzaam wegglippen bij het woord van God.

1:25:22Maar daarmee ook langzamerhand wegglippen bij de heren vandaan.

1:25:31Dat kan na ontvangen genade lang goed gaan.

1:25:37Wij kunnen wel in de zonde vallen.

1:25:39Maar Gods kind kan niet in de zonde blijven liggen.

1:25:43Want dan gaat de Heer met eerbied gesproken het katrol ter hand nemen.

1:25:48Om zijn kind terug te roepen.

1:25:52Al is het mijlen ver bij hem vandaan.

1:25:57Want gemeente, als

1:26:02wij de Heer mogen kennen.

1:26:06En we leven ver bij hem vandaan.

1:26:10Dan treedt er een verstilling.

1:26:14In de vreugde op die wij eerder mochten ondervinden.

1:26:21Tans ontsteekt ons hart niet in vuur en vlam.

1:26:27Wat

1:26:28in die eerste liefde zo ervaren mocht worden.

1:26:34Maar de Heere weet ze wel terug te brengen.

1:26:38Al is het na tien jaar.

1:26:42Want

1:26:45de Heere bezoekt zijn volk.

1:26:47Met

1:26:49zijn genade.

1:26:52Nog kort.

1:26:55Want wat brengt nou Naomi terug in Israël?

1:27:07Wat staat er?

1:27:08De Heere bezocht zijn volk, hen gevende brood.

1:27:18Daarin, in dat vreemde, in dat heidense land, wordt gehoord dat er brood is.

1:27:27Brood, dat

1:27:31is er in Moab ook voldoende.

1:27:34Maar gemeente, dat signaal in dat heidense land dat er brood is, dat geeft bij Naomi aan, dit

1:27:46is niet het land waar ik thuis hoor.

1:27:50Kolbrugge zegt vanaf dat moment dat Naomi hoort dat er in Israël brood is, kan wel zes of zeven jaar geleden zijn, dat er alweer brood was.

1:28:02Maar als ze dit hoort, zegt Kolbrugge, smaakt haar het brood uit Moab.

1:28:09Niet meer.

1:28:10Er

1:28:13komt zo'n heimwee in haar hart.

1:28:17Heimwee in het hart om terug te keren naar Israël.

1:28:21Het land van de belofte.

1:28:23Het land waar straks dat levende brood neerdaalt in de kribben van Bethlehem.

1:28:32Ik moest denken aan die Arend.

1:28:36Die op zeker moment zijn jongen uit het nest gooit.

1:28:40Die dat nest opschudt.

1:28:43Zo zit de Heere onder het leven van Naomi, dat nest op te schudden en te zeggen, Naomi, ik heb je al vele keren op een kruispunt

1:28:55gebracht in het leven, maar je bent niet de weg gegaan terug.

1:29:00Je moet je omkeren, bekeren, terugkeren.

1:29:08Een jongere zegt maar bekering heeft Naomi niet nodig.

1:29:12Want ik heb in de preek gehoord dat Naomi het leven met de heren kent.

1:29:17Je hebt gelijk jongere.

1:29:20Deels.

1:29:22Bekering is nodig aan het begin.

1:29:26Van ons oude leven naar het leven met Christus.

1:29:33Maar we hebben dagelijks bekering nodig die het leven met de heren kennen.

1:29:39Omdat dagelijks die oude mens in ons, die wil zich voeden met alles van deze wereld.

1:29:46Die wil het brood van deze wereld eten.

1:29:48Maar er is ook een nieuwe mens.

1:29:51Die niet anders wil dan God bedoelen.

1:29:55Die niet anders wil dan de eer en de heerlijkheid van die grote God voor ogen te hebben.

1:30:06Maar Matthew Henry zegt als de ene beproeving niet goed genoeg is om ons te doen ontwaken.

1:30:12Tot een besef van onze zonde en onze plicht.

1:30:16Dan

1:30:18zal het door een ander wel teweeg gebracht worden.

1:30:24Want daar gaat Naomi.

1:30:27Ze gaat uit de plaats.

1:30:31Ze gaat uit het land van Moab.

1:30:39Zijn ze hier vanmorgen.

1:30:41Nee, ik bedoel niet dat u werkelijk uitgegaan bent uit het land van Moab.

1:30:48Maar dat u geestelijk uit Moab bent weggetrokken.

1:30:53Geestelijk uit uw zonde staat.

1:30:59Uit uw doodsheid.

1:31:03En dat u gebracht bent bij dat levende brood bij de kribbe van Bethlehem.

1:31:09Wat

1:31:12zal dat voor Naomi geweest zijn?

1:31:16Als daar dat levende brood...

1:31:20Als daar in Israël weer het brood is.

1:31:23Elke stap brengt haar nader bij haar thuisland.

1:31:32Gemeente, na ontvangen genade.

1:31:36Elke stap hier op deze aarde

1:31:40brengt ons naar het thuisland.

1:31:43En dan moet ik het zeggen met Thomas Boston.

1:31:47Dan kunnen onze wegen kronkelwegen zijn.

1:31:52Dat u zegt, ik zie het niet.

1:31:54Ik begrijp Gods weg niet.

1:31:57Zal Naomi vaak niet begrepen hebben.

1:32:02Maar later zal ze mogen verstaan.

1:32:06Want wat is de inhoud van het boekje Rut?

1:32:08Daarmee ga ik eindigen.

1:32:10Het gaat niet om Naomi.

1:32:13Het gaat ook niet om Rut.

1:32:15Maar het gaat om de laatste woorden van het Bijbelboekje Rut.

1:32:20En Obed gewoon Isaïe.

1:32:23En Isaïe gewon David omdat Davids grote zoon, Jezus Christus, daar in Bethlehem geboren moest worden.

1:32:36En weet u wat het wonderlijke is?

1:32:39Daar moest een ruts

1:32:41vooruit Moab gebracht worden naar Israël.

1:32:46Wij zouden zeggen, hoe kan het?

1:32:48Zo'n kronkelweg.

1:32:50De

1:32:53Heere weet welke weg er was.

1:32:59Maar wonderlijk is, wij zien het.

1:33:02Hij kan van zijn kinderen niet af.

1:33:07Ze kunnen voor een poosje in de zonde liggen.

1:33:13Maar er zal een moment komen dat ze verzadigd zullen zijn met zijn beeld.

1:33:19Ze zullen thuiskomen van Moab in het hemelse Kanaan.

1:33:25Daar

1:33:27zal geen nacht meer zijn.

1:33:30Daar zal geen beproeving meer zijn.

1:33:33Daar zal geen kronkelweg meer zijn.

1:33:36Geen dwaalweg.

1:33:38Want wat staat er?

1:33:40Het lam dat in het midden van de troon is.

1:33:46Zal hen wijden.

1:33:49En zal hun tot een leidsman zijn.

1:33:53Jongeren van Oudorp.

1:33:55Dan heb je de beste leidsman.

1:33:58Als die middelaar.

1:34:01Jezus Christus.

1:34:04De toren van God die op je rust.

1:34:07Wanneer je buiten deze zaligmaker leeft.

1:34:11Hij zegt het.

1:34:13Het lam van God zal hun tot een leidsman zijn.

1:34:18Dan wordt de toren van God geblust.

1:34:23Wij

1:34:24gaan naar huis.

1:34:25Wie zijn er?

1:34:27Die straks mogen thuiskomen.

1:34:31Ja, straks thuis.

1:34:34Ewig thuis.

1:34:37Amen.

1:34:42Gemeente wij zingen als antwoord op de verkondiging van Psalm 85.

1:34:48Het vierde vers.

1:34:50Psalm 85 het vierde vers.

1:34:53Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet.

1:34:58De vrede met een kus van recht gegroet.

1:35:02Dan spruit de trouw uit de aarde blij omhoog.

1:35:07Gerechtigheid ziet neer van schemelsboog.

1:35:11En dan komt het.

1:35:12Dan zal de Heer ons het goede weer doen zien.

1:35:17Dan zal ons land zijn volle garven bien.

1:35:21Gerechtigheid gaat voor zijn aangezicht.

1:35:24Hij zet ze al om.

1:35:27Waar hij zijn treden richt.

1:35:29Psalm 85, het vierde vers.

1:35:32[GEZANG]

1:38:23Zullen wij danken en bidden.

1:38:31Zo mocht ook deze morgen uw woord verkondigd worden.

1:38:37Hier in de gemeente van Oudorp.

1:38:41En heren geef dat er velen zijn.

1:38:46Die dat brood van Moab niet smaakt.

1:38:51Maar die zoveel trek gekregen hebben in dat levende brood.

1:38:58Die u niet kunnen missen.

1:39:02Die zo vaak van de plaats zijn.

1:39:06Misschien wel jaren.

1:39:08En weer teruggetrokken moeten worden met koden van liefde.

1:39:14Waar weer opnieuw een bekering moet plaatsvinden.

1:39:19U kent ze ook hier in de gemeente.

1:39:24Heren wilt u uw

1:39:27woord zegenen.

1:39:30Niet alleen zo tijdens deze dienst.

1:39:33Maar dat het ook meegaat naar huis.

1:39:37Heren dat wij het mogen overdenken.

1:39:42Biddend op de knieën voor u.

1:39:46Heren wie ben ik nou voor uw heilig aangezicht.

1:39:50U die gezegd hebt in uw woord dat u een leidsman wilt zijn voor kinderen, voor jongeren, voor ouderen.

1:39:58Zoekt u ze op, heren.

1:40:01Trekt u ze.

1:40:03Die nog in de duisternis rondzwerven.

1:40:06Wilt u ons ook deze avond weer hier bij elkaar brengen.

1:40:12Wanneer we opnieuw stil mogen staan.

1:40:16Bij Gods voorzienigheid.

1:40:19In het leven van de amen.

1:40:23Heren.

1:40:24Wil alles geven wat nodig is, ook in de voorbereiding.

1:40:30Wij vragen u, doe verzoening over al het zondige.

1:40:35En zegen het uwe, om

1:40:38Christus wil.

1:40:41Amen.

1:40:45Onze slotpsalm is psalm 86, het zesde ves.

1:40:49Leer mij naar uw wil te handelen.

1:40:52Ik zal dan in uw waarheid wandelen.

1:40:56En wat er verder volgt, Psalm 86, het zesde vers.

1:41:01Eindigen

1:41:02[GEZANG]

1:43:39wij deze dienst met de beden uit de avondzang.

1:43:44O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:43:49O

1:43:51Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:43:55O Geest, zend uw troost ons neer.

1:44:01Drie-ene God, U.

1:44:05Zij al de eer.

1:44:08Amen.

1:44:09[GEZANG]