2 Koningen 5: 1 en 2; Goddelijke voorzienigheid

zondag 2 augustus 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Knd H. Kooiker · 103 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:24Namens uw kerkeraad zijn er voor u de volgende mededelingen.

10:27Dat betreft de collecten.

10:30De

10:31eerste collecte is voor het pastoraat.

10:34De tweede collecte voor de kerkvoegdij.

10:37En de derde collecte voor de aflossing van de kerk.

10:41En de collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

10:48Zullen wij deze dienst aanvangen.

10:54Onze hulp en onze enige verwachting.

10:59Is in de naam des Heren, Heren.

11:02Die hemel en aarde gemaakt heeft.

11:06Die trouwe houdt en eeuwig leeft.

11:10En niet laat varen.

11:13Enig werk dat zijn goddelijke hand begon.

11:18Amen.

11:20Kom

11:22gemeente zetten wij deze dienst voort door met elkaar te zingen van Psalm 33.

11:29Daarvan het achtste vers.

11:32Het is God aan tijd nog plaats verbonden, wiens toezicht over alles gaat, die het harte vormt en kan doorgronden, die

11:44aller werken gade slaat.

11:47En wat er verder volgt, Psalm 33, het achtste vers.

11:51Doen

11:52[GEZANG]

14:33we deze avond beleidenis van ons algemeen ongetwijfeld en christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

14:42En zingen wij aansluitend van Psalm 27.

14:45Het zevende vers.

14:47Zo ik niet had geloofd dat in dit leven.

14:51Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou.

14:56Mijn God.

14:57Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven.

15:02En in ieder van u en van jou.

15:05Spreekt in zijn of haar hart.

15:07Al dus.

15:10Ik geloof.

15:13In God de Vader.

15:14De Almachtige.

15:17Schepper des hemels en der aarde.

15:21En

15:22in Jezus Christus.

15:24Zijn enig geboren Zoon.

15:27Onze Heere.

15:29Die

15:30ontvangen is van de Heilige Geest.

15:34Geboren uit de macht Maria.

15:37Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

15:41Is gekruizigd.

15:43Gestorven en begraven.

15:47Nedergedaald ter helle.

15:49Ten

15:51derde dagen wederom opgestaan van de doden.

15:55Opgevaren ten hemel.

15:58Zittende ter rechterhand gods.

16:00De zalmachtige vader.

16:03Van waar hij komen zal om te oordelen.

16:07De levenden en de doden.

16:10Ik

16:12geloof in de heilige geest.

16:16Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.

16:23De gemeenschap der heiligen.

16:27Vergeving der zonden.

16:30Wederopstanding van het vlees.

16:32En een eeuwig leven.

16:36Amen.

16:37We

16:37[GEZANG]

19:14openen vanavond het woord opnieuw in het Oude Testament.

19:18En wel in het tweede boek van het Bijbelboek Koningen.

19:23Twee koningen vijf, waar we de eerste acht versen aan u zullen voorlezen.

19:30Twee koningen vijf, de versen één tot en met acht.

19:37En daar luidt het woord van God als volgt.

19:44Naaman nu, de krijgsoverste des konings van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijn heren en van hoog

19:57aanzien.

19:58Want door hem had de heren de Syriërs verlossing gegeven.

20:04Zo was deze man een strijdbaar held.

20:08Doch melaats.

20:11En er waren binden uit Syrië getogen.

20:14En hadden een kleine jonge dochter uit het land Israëls gevankelijk gebracht.

20:19Die in de dienst der huisvrouw van de Amon was.

20:25Deze zeide tot haar vrouwen.

20:27Och.

20:28Of mijn heer ware voor het aangezicht van de profeet die te Samaria is.

20:35Dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.

20:41Toen ging hij in.

20:43En gaf het zijn heer te kennen.

20:46Zeggende.

20:47Zo en zo heeft de jonge dochter gesproken.

20:51Die uit het land Israëls is.

20:56Toen zeide de koning van Syrië.

20:59Ga heen kom.

21:01En ik zal een brief aan de koning van Israël zenden.

21:06En hij ging heen en nam in zijn hand tien talenten zilver en zesduizend sikkelen goud en tien wisselklederen.

21:17En hij bracht de brief tot de koning van Israël zeggende, Zo, wanneer u deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naaman

21:29tot u gezonden.

21:31dat gij hem ontledigt van zijn melaadsheid.

21:37En het geschiedde als de koning van Israël de brief gelezen had, dat hij zijn klederen scheurde en zeide, ben ik dan God om te doden

21:49en leven te maken, dat deze tot mij zendt om een man van zijn melaadsheid te ontledigen?

21:58Want voorwaar, merk toch,

22:01En ziet dat hij oorzaak tegen mij zoekt.

22:06Maar het geschiedde als Elisa de man gods gehoord had.

22:10Dat de koning van Israël zijn klederen gescheurd had.

22:15Dat hij tot de koning zond om te zeggen.

22:20Waarom hebt gij uw klederen gescheurd?

22:23Laat hem nu tot mij komen.

22:26Zo zal hij weten dat er een profeet.

22:31In Israël is.

22:33Tot zover.

22:35Zoeken wij voor en met elkaar het aangezicht van de heren.

22:39In gemeenschappelijk gebed.

22:40Laat ons bidden.

22:48Heren.

22:49Het is opnieuw uw goedheid en uw trouw.

22:56Dat er na de eerste dienst nog een tweede dienst is.

23:04Heren dat u ook vanavond komt te spreken door uw woord.

23:11En dan zijn er misschien die aan één dienst genoeg hebben, die

23:18vanwege de warmte thuis zijn gebleven.

23:22Heren, maar het is toch het gezegde, wie nat wil worden, moet in de regen lopen.

23:29Wie bekeerd wil worden, moet zijn op die plaats waar uw woord geopend ligt.

23:39Heren, en dan danken wij u.

23:43Dat er vanavond hier weer mogen zijn.

23:47Die opgekomen zijn naar uw huis.

23:51En die thuis met ons verbonden zijn.

23:56Dan denken wij aan de gezinnen met kleine kinderen.

24:00Waar een van de ouders thuis is en misschien ook verbonden is met ons.

24:06Om zo ook deze dienst mee te beleven.

24:10We

24:11denken aan de ouderen die...

24:13Niet meer op kunnen gaan naar uw huis.

24:17Die in de stille huiskamers afgestemd zijn op de gemeente.

24:23Heren u bent niet aan tijd nog plaats verbonden.

24:27Gebonden.

24:28En u kunt en u wilt ook een zegen geven in die stille huiskamer.

24:34Waar de eenzaamheid misschien zo ervaren wordt.

24:39Waar het stil is geworden.

24:43Heren dat in die stilte.

24:45de fluistering van u gehoord mag worden.

24:49Dat er leven aan de ziel geschonken wordt.

24:53Heren, dat is niet alleen in de stille huiskamers nodig.

24:58Dat is niet alleen nodig in de oase.

25:03Of waar gemeenteleden zich ook bevinden.

25:07Heren, dat hebben wij vanavond hier ook nodig.

25:11De bediening en de zalving van uw heilige geest.

25:17Dat het woord komt tot in ons hart.

25:21En dat dat woord dat nou zo krachtig is.

25:27En dat door de heilige geest als dynamiet wordt toegepast.

25:33Heren de heilige geest die het hardste hart verbreekt.

25:39In stukken slaat.

25:42Heren dan kunnen wij onze plek hebben ingenomen.

25:46En kan er een eeuwtlaag om ons hart zijn.

25:50Dat wij ten diepste hier wel zijn.

25:53Maar dat wij niet willen dat uw woord tot ons doordringt.

25:58Omdat ons leven dan op de kop gaat.

26:03Heren omdat er een tegenzin is.

26:06Om op jonge leeftijd door u getrokken te worden.

26:09Want dan mag er niets meer.

26:13En heren wat is dat een verkeerde opvatting.

26:18Want juist wanneer u in het leven komt.

26:22Hebben we aan veel dingen geen zin meer.

26:26Waar we nu nog trek in hebben.

26:29Heer en krijgen wij zin in andere dingen.

26:33Om te leven tot eer en tot verheerlijking van uw naam.

26:37En dat geeft een vreugde in het hart.

26:41Meer dan de vreugde van de wereld.

26:46Heren zout u dan vanavond ook.

26:49De jongste van de kinderen.

26:51Waar ook in bijzonder ook in de preek.

26:55Er aandacht geschonken wordt.

26:58Aan de God van een kind.

27:02Dan kunnen er vanavond kinderen in ons midden zijn.

27:07Die iets van u kennen.

27:10Nee dan hoeven wij geen hand op te leggen.

27:14Dan mogen wij zo'n kind volgen.

27:18In wat het zegt.

27:20En wat het doet.

27:22Want u gaat ook kinderen niet voorbij om dat nieuwe hart te geven.

27:29Waardoor er dat kinderlijk geloof is.

27:32En dat kan soms zijn tot beschaming van de ouders.

27:37Dat het kind verder is dan de ouders.

27:42Dat het kind iets mag zien van wie Jezus Christus is.

27:50We bidden u ook voor de andersbegaafden.

27:55Heren, dan spreken wij niet over de minderbegaafden.

28:00Want de minderbegaafden kunnen in uw koninkrijk de meerbegaafden zijn.

28:07Die mogen weten verlost te zijn van alle zonden.

28:14En die zich zo eenvoudig kunnen uitdrukken wie nou de Heer Jezus voor hen is.

28:22Dat ze mogen weten dat hun zonde verzoend is in dat dierbaar bloed van het lam.

28:31Heren, zout u ze nabij willen zijn?

28:35En zout u degene die anders begaafd zijn?

28:39Het staat voor u niet in de weg, want u kijkt niet naar intelligentie.

28:44U kijkt niet naar ons niveau, maar u zoekt ons hart.

28:50Het hart van een doener, een timmerman.

28:54Een loodgieter in ons midden.

28:58Het hart van een advocaat.

29:01Of wie dan ook.

29:03U zoekt en u begeert ons hart.

29:08Nee, vanuit onszelf zullen wij naar u niet vragen.

29:12Maar u doet hun vragen geboren worden in het hart.

29:16Dat is ook uw werk.

29:19En heren, als wij nou niets ervaren van wie u bent.

29:27Dat we dan met ons verstand vluchten tot u.

29:33En het maar heel eenvoudig zeggen, heren.

29:36Ik heb helemaal geen behoefte aan u.

29:40Maar het gaat om de zaligheid van mijn ziel.

29:44En het gaat om de eer en op de verheerlijking van uw naam.

29:48Heren, ik kom niet anders tot u dan alleen met mijn verstand.

29:52Want mijn wil wil niet mee.

29:56Ook in die weg.

29:58Kunt u dat hart verbreken en spreken tot tot

30:07eeuwige zegen.

30:09Heren, gedenk zo ook uw wereldwijde kerk, waar

30:15ze zich ook bevinden.

30:16Ook

30:18de kerken in Nederland, waar op dit moment ook uw woord mag uitgaan.

30:25Heren, dat wij uit mogen zien naar een opleving.

30:31Dat wij uit mogen zien naar een herleving.

30:37Dat uw kerk mag bloeien.

30:41En dat zoals ook in vroegere dagen gehoord werd in Oudorp.

30:46Waar er geen straten waren of daar waren van Gods kinderen.

30:53Heren dat er zo weer een bloei mag zijn.

30:56Dat het weer gehoord mag worden in Oudorp.

30:59Dat de psalmen weer mogen klinken uit de vele huizen.

31:03De psalmen tot lof en tot eer van uw naam.

31:07Wat zou ten wonde zijn.

31:10Maar wat denken wij gering van u.

31:12Alsof het niet zou kunnen.

31:15U hebt een arm met macht.

31:17En u hebt een hand met grote kracht.

31:20Zou u dan grote daden willen doen.

31:23In deze gemeente.

31:26Heren.

31:27Zo ziet het vanavond ook in de verkondiging op u.

31:32Zie ons aan.

31:35Niet in onszelf, maar in de zoon van uw eeuwige liefde.

31:40Uw schootzoon.

31:43Die u gezonden hebt naar deze wereld.

31:47En waar uw zoon gezegd heeft.

31:50Vader, ik kom om uw wil te doen.

31:57En met de hemelvaart mocht hij weer binnenkomen.

32:02Om daar zijn kerk voor te stellen.

32:05Die hij gekocht heeft.

32:08Die nog toegebracht moeten worden.

32:10Tot de zaligheid.

32:13Heren om daar dat bloed voor te stellen voor de vader.

32:19Waar hij voor geleden en voor gestreden heeft.

32:23En dat bloed is in kracht niet verminderd.

32:27Dat bloed is in hoeveelheid niet verminderd.

32:32Heren, en daarom kan het naar onze waarneming zo vaak hopeloos zijn, maar dat in eigen oog.

32:41Voor u is er geen hopeloze zaak, geen hopeloos mens.

32:49Heren, wees zo in ons midden.

32:53Zegen de bediening van uw woord.

32:56Help in het spreken en in het luisteren.

33:01En dat uit genade alleen.

33:04Amen.

33:09Gemeente wij zingen ter voorbereiding op de verkondiging van psalm 105.

33:16Daarvan de versen 15 en 18.

33:21Psalm 105 vers 15 en 18.

33:28Maar God zond Mozes die tevoren door hem met Aaron was verkoren.

33:36Zij beiden voerden Gods besluit door tekenen en wonderen uit en toonden in Egypteland de plagen van zijn strenge hand.

33:48En ook het achttiende vers, hij zond in plaats van vruchtbare regen zijn hagel neer die aller wegen.

33:58Wat er verder volgt, het vijftiende en het achttiende vers van Psalm 105.

34:03[GEZANG]

39:47Gemeente.

39:50Met zondag 10 beleiden wij dat de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, waardoor hij hemel en aarde en alle

40:02schepselen onderhoudt en regeert.

40:05Maar

40:08gemeente, dat is nogal een inhoud.

40:11Want als wij ook in zondag 10 lezen dat gezondheid en ziekte...

40:18Dat dat alles uit zijn vadelijke hand ons toekomt.

40:26Gemeente als ons bedrijf in vruchtbare jaren verkeert.

40:32Als de Heere ons als jongeren in onze studie zegent.

40:38Als we een jongen of een meisje uit Gods hand mogen ontvangen.

40:44Als we tot een huwelijk mogen komen en er kinderen ontvangen worden.

40:50Dan

40:53denken wij er zo weinig bij na.

40:57Dan vinden wij Gods besturing vaak zo vanzelfsprekend toch.

41:06Tellen wij de gezegeningen die wij gewoon vinden.

41:14Maar gemeente, wat als nou als het bedrijf failliet gaat?

41:22Als het op het punt staat ten onder te gaan.

41:26Als Gods voorzienigheid ons ook treft in kwade dagen.

41:34Als voor de zomervakantie de studie afgebroken moest worden.

41:40Omdat het te zwaar is voor ons.

41:45Als de verkering verbroken is.

41:51Als wij onze man of vrouw verliezen door de dood of door een scheiding.

41:59Of als een arts tegen u zegt.

42:02U bent ongeneselijk ziek.

42:08Nog eens zondag tien.

42:11Dat alle dingen, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, niet bij toeval, niet

42:23bij geval, maar van Gods vadelijke hand komen.

42:30En als de Heere dan een weg met ons gaat die wij niet begrijpen.

42:36Dat wij tegen de achterkant van een borduurwerk aankijken en we zien daar al die losse draden hangen.

42:43Wij begrijpen Gods weg niet.

42:48Wat kan dat een opstand geven in het hart?

42:52Wat kan dat een verzet geven dat wij het niet met de Heren eens zijn?

43:02Er zijn erbij die door de slagen die ze getroffen hebben de kerk hebben verlaten.

43:07Met zo'n God wil ik niet te maken hebben.

43:14Maar er staat door zijn vadelijke hand.

43:22Zijn er hier die dat wel kunnen begrijpen?

43:26Gods vadelijke hand in datgene wat u overkomen is.

43:32Dat u met Jezaja zegt na een weg van diepe beproeving.

43:36Ik dank u heren dat u toornig op mij geweest zijt.

43:42Maar uw toorn is afgekeerd en u troost mij.

43:47Dat

43:49het een weg is tot eer en tot verheerlijking van zijn grote naam.

43:54Een weg waarin u gebracht bent aan de voeten van de Heer Jezus Christus.

44:04Zoals een man tegen mij zei in het pastoraat, als

44:09de Heere mij niet getroffen had door deze ziekte, was

44:15ik als een briezend paard doorgehold.

44:18Maar de Heere heeft deze ziekte willen gebruiken tot eeuwige redding van mijn hart.

44:27En gemeente, daar willen wij vanavond bij stilstaan, Gods voorzienigheid.

44:33Want twee koningen vijf toont ons Gods voorzienigheid in een weg van diepe beproeving.

44:41En met welk doel?

44:44Om een zon daar te brengen tot een heerlijke beleidenis.

44:51We hebben dat niet gelezen, maar dat staat in vers 15.

44:54Zie, nu weet ik dat er geen God is op de ganse aarde dan in Israël.

45:02Daar leidt de weg van de Heren naartoe.

45:06Maar we staan in 2 Koningen 5 aan het begin.

45:11Want we staan vanavond stil bij de eerste twee vessen uit

45:162 Koningen 5.

45:19En daar lezen wij in de eerste plaats over goddelijke voorzienigheid in een grootman.

45:26We

45:28zullen er zometeen bij stilstaan.

45:30Naaman nu, de krijgsoverste des konings van Syrië, was een grootman.

45:39Maar kinderen, let op.

45:41In onze tweede gedachte staan we stil bij de goddelijke voorzienigheid in het leven van een kleine jonge dochter.

45:49In het leven van een klein meisje.

45:52En de uitleggers gaan uit, de verkladers, van een meisje tussen de zes en de tien jaar.

45:59Zul je goed luisteren.

46:01Wat de heren nou...

46:03Langs welke weg dit meisje moest gaan tot eer en tot verheerlijking van de koning.

46:12Goddelijke voorzienigheid.

46:14In het leven van een grootman.

46:16In

46:18het leven van een klein meisje.

46:23Gemeente van morgen waren wij in Moab.

46:27En

46:29vanavond zitten wij in Syrië.

46:34Syrië is een land dat ten noordoosten ligt van Israël.

46:39Wanneer we zo de landkaart van Israël voor ons zien, dan grenst in het noorden, grenst daar Israël zo'n beetje ten hoogte van het meer van Galilea, grenst

46:51daar aan Syrië.

46:55Een land met

46:58een prachtige natuur.

47:02In het bijzonder rond de streek van Damascus, de hoofdstad van Syrië, waar twee rivieren zijn, de Abana en de Farpar.

47:12Waar de natuur is prachtig om te zien, waar het een en al leeft.

47:21Het

47:24is opmerkelijk wanneer wij in de grondtaal twee koningen vijf lezen, dat wij de naam Syrië niet tegenkomen.

47:33Want voor Syrië staat in 2 Koningen 5 in de grondtaal de plaats Aram.

47:39De zoon van Sem, de zoon van Noach.

47:45En het is pas in latere tijd door de Grieken en de Romeinen dat Aram Syrië werd genoemd.

47:53En dat ook in de Bijbel, daar het woord Aram staat en wij spreken over Syrië.

48:02Een land dat daar langs de kuststrook van de Middellandse Zee loopt.

48:07Ik zei het al, een gebied waar het leeft.

48:14Als wij Damascus binnengaan, het is een zeer oude stad.

48:18Abraham in Genesis spreekt al over Damascus.

48:22Dan bruist het daar van het leven.

48:25Dat

48:27is niet voor niks.

48:28Het ligt aan een karavaanroute.

48:30Mensen trekken daar door Damascus heen.

48:34Het is een ontmoetingscentrum.

48:38En dat is in de buurt van de rivieren de Abana en de Farpar die dat gebied bevloeien waardoor er prachtige boomgaden te vinden zijn.

48:51Maar gemeente, al is er veel leven in de natuur.

48:56Dat wil niet zeggen dat er veel leven is in het hart daar in Damascus.

49:04Want daar wordt niet de God van Israël gediend, maar daar wordt de God, de hoofdgod Rimon, de God van de donder, het symbool van de natuurlijke kracht en de vruchtbaarheid,

49:16die wordt daar aanbeden.

49:21We zien het in het centrum van Damaskus waar een tempel staat, de tempel van Rimon, een dode God, een afgod die geen enkel leven

49:33kan veranderen.

49:34En

49:38daar in Damaskus woont een groot man.

49:45Naaman, zo heet hij.

49:48En hij draagt dezelfde naam als de naam Naomi.

49:54Lieflijk, de schone.

49:58En

50:00gemeente, het is niet zomaar een man.

50:03Het is de krijgsoverste van koning Ben Haddad.

50:07Een strijdbaar worst.

50:11Het is de onmisbare generaal van koning Benhadad.

50:16We zouden zeggen het is de vertrouweling van de koning.

50:19Alle staatsgeheimen deelt hij met Naaman.

50:26Als hij vanavond in ons midden zou zijn, kinderen.

50:31En hij zou een uniform dragen, dan zou je opkijken tegen hem.

50:36Dan zou hij onder de onderscheidingen zitten.

50:41Er wordt wel gedacht dat deze Naaman als jonge soldaat...

50:45zo schrijven geschiedschrijvers erover...

50:48dat hij het geweest is die koning Agab, de Israëlitische koning...

50:54gedood heeft met een pijl.

50:56In ieder geval, deze Naaman is opgeklommen tot een top van eer.

51:04Wie

51:06zou dat niet wensen?

51:09Maar daarbij had hij ook een zeer beminnelijk karakter.

51:16Want hij was zeer gezien bij de mensen.

51:22We zouden zeggen het is voor koning Ben Hadad een generaal uit één stuk.

51:28Een generaal waar hij op aan kan.

51:33En dat is nodig.

51:36Want het leger van Syrië is al een aantal keren Israël binnengevallen.

51:45Syrië dat een bedreiging vormt voor Israël.

51:52En 2 Koningen 5 zegt dat

51:55in Gods voorzienigheid Syrië, Israël is binnengevallen om Israël vanwege ongehoorzaamheid te

52:08straffen.

52:10De geschiedschrijver zegt, want door hem had de Heere de Syriërs verlossing gegeven.

52:18Het is alsof de geschiedschrijver van 2 Koningen 5 al verder blikt in de geschiedenis.

52:24En dan redeneert dat dit alles niet door de God Rimon tot stand is gebracht.

52:31Maar dat het nou die grote God is in de hemel die ook de Syriërs verlossing heeft gegeven.

52:41Gemeente dat zegt dat de Heere ook heidenvolkeren regeert.

52:47En bestuurt naar zijn goddelijke wil.

52:53Want door hem had

52:57de Heere de Syriërs verlossing gegeven.

53:02Geen God Rimon die daar vereerd en aangebeden wordt.

53:08Waar geknield wordt bij de tempel daar in Damaskus.

53:13Nee, Naaman zal er zelf geen weet van hebben dat dit nou gebeurd is door de God van Israël.

53:22Maar het moet alles meewerken ten goede in het leven van Naaman.

53:31En gemeente, dan

53:34is het alsof wij in vers 1 een muziekstuk horen.

53:40Waar we zo van genieten en wat abrupt stopt.

53:48Want in één keer zijn we verslagen.

53:53In

53:56de grondtaal staat Melaats.

54:01Al dat mooie, dat grote, dat overweldigende wat we zojuist gehoord hebben, wordt teniet gedaan door dat ene woord Melaats.

54:15Naaman draagt zijn naam niet met eer.

54:20Want hij draagt een huidziekte in zich om.

54:26Die langzamerhand zijn huid verteert, maar dat niet alleen.

54:30Als de ziekte van de melaatsheid verder gaat, dan gaat het naar binnen en treedt het ook bij de organen op.

54:38Een langzaam proces van sterven, een lichaam dat wegteert.

54:48Gemeente de God van Israël heeft Naaman de Syriër niet alleen met roem gezegend.

54:57Maar dezelfde God heeft hem ook deze melaatsheid gegeven.

55:04En

55:06we zullen straks horen tot eer, tot verheerlijking van zijn naam.

55:13Ziekte en gezondheid, het is niet in onze hand, maar het is in Gods hand.

55:20En

55:23dan kunnen we opgeklommen zijn tot

55:27een top van eer.

55:29We kunnen een topbaan hebben.

55:34Maar als wij tegenover een at zitten in het ziekenhuis.

55:39En de at spreekt de woorden uit.

55:42Ik kan niets meer voor u betekenen.

55:48Dan smelt die topbaan als sneeuw voor de zon.

55:53Dan smelt dat mooie huis wat u misschien met eigen handen opgebouwd hebt.

55:59En waar u zo trots op bent.

56:04Smelt weg.

56:10Verlaten.

56:12En dan komt het maar op één ding aan.

56:15Dat ik niet mijns, maar mijns getrouwe zaligmaker eigen ben.

56:24Reken maar dat koning Ben-Hadad naar Amman naar de beste artsen heeft gestuurd.

56:30Die er maar in Syrië zijn.

56:34Want als je de beschikking hebt over zo'n generaal.

56:40Die ook notabene ook voor de mensen in de gunst is.

56:44Dan zou je zo'n generaal niet willen missen.

56:51Het is bijzonder dat wij Naaman hier tussen de mensen aantreffen.

56:58Want wat betekent dat?

57:01Naaman is met deze ziekte niet generaal af.

57:05Maar hij staat nog steeds in dienst van koning Benhadad.

57:11In Israël, wij weten het van Mirjam, daar werd een Melaatse wet buiten de gemeenschap geplaatst in verband met een besmettelijke ziekte.

57:22En zodra mensen in de buurt kwamen, dan moest men roepen, onrein, onrein.

57:30Maar u moet thuis twee koningen vijf nog eens aandachtig lezen en u komt erachter dat deze Naaman zich bevindt tussen de mensen.

57:42Dat hij zich bevindt in het paleis van koning Ben Hadad.

57:47En dat wat in Israël onrein genoemd wordt, daar in Syrië niet betiteld wordt als onrein.

58:00Gemeente, hij draagt nog een ziekte met zich om.

58:05In de eerste plaats hebben wij het gehad over zijn huidziekte.

58:13Maar hij draagt een ziekte in zich om.

58:17Die nog veel erger is.

58:20Het is een hartziekte.

58:26U zegt daar lees ik niks van in de tekst.

58:29Hij is melaads.

58:34Gemeente Naaman ziet er niet alleen van buiten afzichtelijk uit.

58:41Ook van binnen neen niet zijn organen die aangetast worden door deze vreselijke meelaatsheid.

58:49Maar Naaman draagt een onrein, een meelaats hart om.

58:55En

58:59dan komt het vanavond opeens heel dichtbij.

59:01Dan

59:04zit de kerk hier in Oudorp vol met Naamans.

59:10Want zoals wij geboren zijn,

59:14dragen wij een hartziekte.

59:18Om een

59:21hartziekte die ons heenvoert naar de dood.

59:29En of we het nou voelen of niet.

59:33Of we ermee kunnen leven of niet.

59:36Of we het naast ons neerleggen of niet.

59:38Maar Gods woord is de waarheid.

59:41Gods woord zegt kinderen.

59:43Dat we van de hoofdschedel, dat is het puntje van ons lichaam, tot de voetzool, de onderkant van onze voet, zijn wij melaats.

59:59Naaman zag de melaatsheid op zijn huid.

1:00:02De vlekken die tevoorschijn komen en die vlekken op zijn huid die langzamerhand zijn lichaam binnendringen.

1:00:11Hij ziet het voor ogen.

1:00:14En wat hebben wij nodig?

1:00:18Dat onze ogen geopend worden.

1:00:22En dat wij gaan zien dat wij een Melaats hart hebben.

1:00:28Dat onze oren, onze tong, onze mond, onze keeuw.

1:00:33Ja, alles aan ons lichaam.

1:00:36Werktuigen zijn van de zonde.

1:00:38Want dat zit in ons.

1:00:40Om de zonde om deze wereld uit te leven.

1:00:44Om het plezier te hebben in ons leven.

1:00:47Carpe diem.

1:00:49Stond te vroeger bij onze buren op het huis.

1:00:52Als kind wist ik niet wat het betekende.

1:00:55Pluk de dag.

1:00:58Dat zit toch ten diepste.

1:01:00En dan hoeven we niet alleen de jongeren aan te spreken.

1:01:03Maar dat zit toch ten diepste in ons allerleven.

1:01:07Pluk de dag.

1:01:12Maar als de Heren met onze ogen, door de kracht van de Heilige Geest, dat wij een blik gaan slaan in ons hart, dan gaan wij zien dat wij Melaat zijn.

1:01:24En dan gaan we roepen met David, ontzondig mij met Hisop en ik zal rein zijn.

1:01:35Braco, als

1:01:38hij spreekt over Melaatsheid, spreekt hij over de kanker van de ziel.

1:01:48En dat woord dat is ingrijpend.

1:01:51De kanker van de ziel.

1:01:57En gemeente dat wij dan in ons ongeloof niet dwaas zijn door bij de heren weg te lopen.

1:02:06Maar dat wij nou met onze melaatsheid met dat zondige hart nou tot de heren vluchten.

1:02:13Want er is maar één redmiddel.

1:02:16Er is maar één geneesheer.

1:02:23Als het volk van Israël het beloofde land binnengaat, kunnen

1:02:29ze niet ingaan vanwege hun ongeloof.

1:02:34Wat is de diepste zonde van ons hart?

1:02:40Wat is de diepste meelaatsheid?

1:02:42Dat is ons ongeloof.

1:02:46Dan gaan we met Naomi gaan we redeneren en met Elimelech.

1:02:51Dan zetten wij alles verstandelijk op een rij.

1:02:55En dan zien ze daar die reuzen en dan zeggen we we kunnen het land niet binnengaan.

1:03:00Dan houden we geen rekening met de kracht en met de macht van de heren.

1:03:08Het is het hardnekkige ongeloof dat de heren op zijn plaats slaat.

1:03:17Terwijl we weten dat God stoorn op ons rust vanwege ons meelaatse hart.

1:03:24En

1:03:25dan is er maar één geneesheer.

1:03:28Dat is die geestelijke ats.

1:03:31Dat is de heelmeester Jezus Christus.

1:03:35De zoon des mensen die gekomen is om te zoeken.

1:03:41Hoort u het?

1:03:42Om te zoeken.

1:03:44Hij gaat vanavond hier de kerk rond.

1:03:47En hij zoekt zondaren.

1:03:49Hij zoekt Melaatse mensen.

1:03:51Hij zoekt geen jongeren en ouderen die het met zichzelf getroffen hebben.

1:03:56Die rechtvaardig zijn in eigen oog.

1:03:59Maar hij zoekt zondaren.

1:04:01Hij zoekt Jacobs kinderen.

1:04:03Bedriegers.

1:04:06Die kan hij redden van hun Melaatsheid.

1:04:13De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem.

1:04:19En

1:04:21door zijn striemen is ons genezing geworden.

1:04:28O gemeente, wanneer u hier zit,

1:04:31in uw laatste bestaan, roep hem dan aan.

1:04:36Roep dan de hemel aan en erken en beleid het voor zijn aangezicht.

1:04:43Dat u melaads bent.

1:04:45Dat u een zondig bestaan in u omdraagt.

1:04:48Dat u een vijand bent van God.

1:04:54Want de zondergerechtigheid daar alleen is genezing onder zijn vleugelen te vinden.

1:05:06Naaman,

1:05:08hoog in aanzien.

1:05:11Dodelijk ziek.

1:05:12Hoe

1:05:14moet het ooit goedkomen?

1:05:17O de Almachtige maakt in zijn goddelijke voorzienigheid de eerste toebereiding.

1:05:24Tot

1:05:27genezing van Naaman.

1:05:29En

1:05:31daarvoor zet hij een klein meisje in.

1:05:33Het is onze tweede gedachte.

1:05:36Een

1:05:38klein meisje.

1:05:40Gods voorzienigheid in het leven van een klein meisje.

1:05:48Want wie treffen wij daar aan?

1:05:51In Syrië.

1:05:53In dat voorname huis van Naaman.

1:05:59Je ziet het als je goed kijkt naar dat meisje wat daar rondloopt.

1:06:03En in gedachten zien wij haar gaan met een poetsdoek in de handen.

1:06:08Zij is daar bezig als jong meisje om daar dat huis schoon te maken van Naaman.

1:06:15Maar wanneer wij haar in de ogen kijken dan zien wij al dat het een meisje is.

1:06:21dat daar vreemd is.

1:06:25Dat het een meisje is dat de gelaatstrekken heeft...

1:06:29van een meisje uit Israël.

1:06:36Maar dan vragen onze kinderen, hoe kan dat dan?

1:06:39Hoe kan nou zo'n meisje, zo'n jong meisje...

1:06:42tussen de zes en de tien jaar...

1:06:44hoe kan zo'n meisje daar in dat huis van Naaman komen?

1:06:50Goddelijke voorzienigheid.

1:06:54Want hoe is dat meisje daar gekomen?

1:06:58Gemeente in Syrië waren

1:07:02er grote groepen mannen die van tijd tot tijd plundertochten ondernamen.

1:07:10Waarschijnlijk hoorden zij niet bij het leger van Naaman als generaal, maar waren het mannen, en dat konden wel groepen zijn, zo lezen wij ook van David, van 600 man die

1:07:22opeens een inval deden in het noorden van Israël en werkelijk alles plunderden wat er maar te vinden was.

1:07:33En gemeente, als het nog zo gaat om aardse goederen, kunnen

1:07:39we veel missen.

1:07:42Maar daar zijn ouders in het noorden van Israël.

1:07:48Die daar zo'n plundertoch die daar die mannen zagen aankomen.

1:07:53En het was niet alleen om aardse goederen te doen.

1:07:57Ze trokken daar dat kind uit de armen van ouders.

1:08:00Meen jij?

1:08:04Geen keus.

1:08:07Want wie kan wat beginnen tegen zo'n grote troep mannen?

1:08:16En gemeente, dan wordt dat kleine meisje daar uit Israël, wordt meegevoerd naar Damaskus.

1:08:25Wat zal dat kind gehuild hebben toch?

1:08:30Bij je ouders vandaan getrokken, je zult toch de wanhoop nabij zijn.

1:08:38En dan zegt u van de preekstoel, goddelijke voorzienigheid, zo

1:08:46'n God.

1:08:48Die dat meisje daar rukt uit de ouders daar in Israël.

1:08:52En dat meisje dat heen gevoerd wordt naar Syrië.

1:08:57Ho, leg

1:09:00even de hand op de mond, gemeente.

1:09:03Want we zijn nog niet uitgesproken.

1:09:08Het is Gods voorzienigheid.

1:09:14Er zijn wat dingen die ons opvallen.

1:09:18Naaman draagt daar een naam met trots.

1:09:23Dit meisje is naamloos.

1:09:27Naaman heeft daar een top van eer.

1:09:32Dit meisje loopt als een dienstmeisje, als een slavinnetje in het huis van Naaman om daar het werk te doen.

1:09:43Naar alle waarschijnlijkheid op de markt daar in Damaskus, zo was het in die tijd de gewoonte dat die Syrische jongens en Syrische meisjes naar de markt in Damaskus werden opgesteld

1:09:55om te wachten totdat er iemand langskwam die zo'n slavin kocht.

1:10:04Goddelijke voorzienigheid.

1:10:06Dit meisje komt in het huis van Naaman.

1:10:13Geroofd uit het Tienstammenrijk.

1:10:16In een land waar de god Rimon gediend wordt.

1:10:24Maar gemeente, ze gaat niet alleen de grens over van

1:10:30Israël naar Syrië.

1:10:33Er

1:10:36gaat haar iemand voor.

1:10:38Er

1:10:40gaat iemand met haar mee.

1:10:45Die plek en plaats gemaakt heeft in dit jonge kinderleven voor

1:10:52Jezus Christus.

1:10:56We zullen het straks zien.

1:11:00Dat kinderlijke geloof dat daar in haar hart is.

1:11:05Want dit meisje kent het geneesmiddel wat naar amen vreemd is.

1:11:13Omdat dat straks openbaar komt in haar leven.

1:11:19Naaman hoort tot de verloren schapen daar in Syrië.

1:11:25En dit meisje kent de stem van de goede hedder.

1:11:31Jongeren, waar zou je bij willen horen?

1:11:35Ouderen, waar zou je nou bij willen horen?

1:11:39Een grotere tegenstelling is het toch niet?

1:11:42Naaman,

1:11:44roem.

1:11:47Meisje, geen enkel aanzien.

1:11:52Slavin.

1:11:54Maar het werk van Jezus Christus schiet het in haar hart.

1:12:02Nog iets.

1:12:04Dit meisje loopt daar rond in dat paleis.

1:12:08Wat

1:12:11voor gedachten zou je hebben.

1:12:14Als je daar in het huis bent van Naaman de Syriër.

1:12:18En je ziet daar je heer.

1:12:20Zo werd hij genoemd Naaman.

1:12:23Mijn heer.

1:12:25Ziek.

1:12:26Melaads.

1:12:29Jongeren, zouden we niet zeggen, boontje komt onze loontje.

1:12:34Ik ben daar uit Israël verdreven.

1:12:38Ik zit hier in een vreemd land.

1:12:40Dan zou het toch opstand in je hart zijn.

1:12:43En als je dan je heer daar ziet, Melaats, dan zou je toch kunnen zeggen van...

1:12:48Ik

1:12:50hier naartoe gevoerd, hij

1:12:53Melaats.

1:12:58Wonderlijk.

1:13:01Dit meisje is in een huis terechtgekomen.

1:13:06Waar ze liefde heeft voor Naaman en voor zijn vrouw.

1:13:15Zij ziet daar Naaman Melaats.

1:13:19Zij ziet daar Naaman dokteren.

1:13:24En ze is ermee begaan.

1:13:27Mee begaan met het lot van haar heer waarvan ze weet dat wordt sterven.

1:13:34En

1:13:38dan gebeurt er iets opmerkelijks.

1:13:43Als er tegenwoordig veel over och en ach gesproken wordt, dan

1:13:49zeggen we al vrij snel, is dat nou nodig?

1:13:53Och en ach, klinkt zo klagerig.

1:13:59Maar dit meisje wat niet gewend is om te spreken als slavin, dat

1:14:06ene woord och, dat komt uit haar tenen.

1:14:13Kroemager zegt dat ene woordje och dat ontwikkelt zich als een bloemgods voor ons oog.

1:14:21Van dit kleine meisje weet het redmiddel.

1:14:25En dat kleine meisje kan het niet meer uithouden.

1:14:29Want ze weet dat er in Israël dat er een weg is tot behoud voor Melaatsen.

1:14:38Zij weet dat in Israël daar de profeet Elisa is.

1:14:45Nee, het gaat er niet om de profeet Elisa.

1:14:48Dat is geen wonder, God.

1:14:50Maar dat nou die grote God werkt door de daden van de profeet Elisa.

1:14:56Dat de profeet Elisa door Gods kracht daden kan doen.

1:15:01Dat deze Melaatse Naaman genezen kan worden.

1:15:08Kun je het begrijpen?

1:15:10Zo'n diep verlangen van mededogen terwijl zij daar bruut heen gevoerd is naar Israël.

1:15:18En toch zo de liefde daar mag ervaren.

1:15:26Zij gebruikt dat woord ontledigen.

1:15:29Dat

1:15:32woord kennen ze niet in Syrië.

1:15:36Want ik heb het al gezegd, daar in Syrië hoeft een Melaatse niet buiten de gemeenschap te leven.

1:15:47Maar dit kleine meisje is de taal van Israël niet vergeten.

1:15:52En daarom spreekt zij over ontledigen.

1:15:56Zij bedoelt daarmee dat Naaman weer opgenomen kan worden in de gemeenschap.

1:16:04Omdat dit woord ontledigen dat meisje eigen is.

1:16:11Zoals Miriam die zich stoot aan de positie.

1:16:15Van Mozes die daar buiten dat legerkamp gezet werd.

1:16:19Zo praat dit meisje over ontledigen.

1:16:25Och of mijn heer ware voor het aangezicht van de profeet die tussen Maria is.

1:16:34En gemeente dan komt het.

1:16:36Dan zou hij hem van zijn meelaatsheid ontledigen.

1:16:43Dan

1:16:46zou hij hem.

1:16:51Kinderen, als je je ziek voelt, kan

1:16:55maar zo zijn dat mama zegt.

1:16:58Pak maar even een paracetamol.

1:17:01Jo, baat het niet.

1:17:03Schaadt ook niet.

1:17:05Misschien helpt het wel.

1:17:07Hoe vaak zeggen wij dat niet?

1:17:10Wat zegt dit kleine meisje?

1:17:13Dat zegt niet naaman.

1:17:16Je moet het eens proberen in Israël.

1:17:21Baat het niet, het schaadt ook niet.

1:17:23Ja, het is een reis, dat is waar.

1:17:27Maar aangezien de kosten voor

1:17:31Naaman niet gelden, dat zal zeker Ben Hadad vergoeden.

1:17:36Zegt dit meisje, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.

1:17:44Gemeente, dat is het taal van het kinderlijk vertrouwen.

1:17:59Zij

1:18:01weet zeker, de God van Israël is een God van kracht en van macht.

1:18:13Een

1:18:15jong meisje, maar

1:18:18niet te klein om door God gebruikt te worden in zijn heilige dienst.

1:18:26Kinderen,

1:18:28dit leert ons iets.

1:18:32Misschien heb je een vader of moeder.

1:18:35Of een opa of oma.

1:18:38En als je daar bent en je luistert.

1:18:41En ze mogen vertellen over wie de Heere is.

1:18:46Dan kan het maar zo zijn dat je zegt daar moet je oud voor zijn.

1:18:53Dat is niet waar hoor.

1:18:56Ik heb jaren voor de klas gestaan.

1:19:01Kinderen naar het graf gebracht.

1:19:06Waar zo de heerlijkheid van de koning mocht schitteren.

1:19:13Waar gezongen mocht worden bij een kleine baby.

1:19:17Een

1:19:19broertje van een kind uit mijn klas.

1:19:21Toen dat kistje het graf inging.

1:19:25Gods vriendelijk aangezicht.

1:19:28Geeft vrolijkheid en licht.

1:19:31Kun je het begrijpen?

1:19:33In zulke omstandigheden dat de Heere zo zijn naam verheerlijkt in een kinderleven.

1:19:40Zul je vanavond als je je knieën buigt, kind.

1:19:43Zul je dan zeggen, Heere, ik heb het gehoord dat u daar dat Israelitische meisje dat nieuwe leven geschonken hebt.

1:19:52Dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.

1:20:01Zij was daar in een vreemd land, hè.

1:20:05Weet u wat zo wonderlijk is?

1:20:09Zij heeft haar opvoeding niet vergeten.

1:20:14Denk eens aan Mozes, de eerste vier jaren dat hij was bij zijn moeder.

1:20:19Wat hebben daar de ouders gesproken over wie de Heere is?

1:20:25Gemeente, daar wordt het fundament gelegd in de eerste vier jaar.

1:20:31Ze nooit denken, daar is mijn kind te klein voor.

1:20:35Ik wacht nog maar even met het voorlezen van boekjes waarin het werk van de heren naar voren komt.

1:20:42Gemeenten zo vroeg mogelijk mee beginnen om ze in aanraking te brengen met het woord van de levende gods.

1:20:51Want zo kunnen er ook hier in de gemeente kinderen zijn die als dit kleine meisje een evangelist zijn.

1:21:03Die tot beschaming kunnen zijn van ouders.

1:21:08Er is nog iets bijzonders.

1:21:12Je zou toch zeggen dat de vrouw van de A-man dat is degene die het eerst hoort.

1:21:18Die zou het toch mogelijk afgedaan hebben als kletspraat.

1:21:24Als er notabene daar in Syrië geen enkele ats is die iets kan betekenen voor deze voorname generaal.

1:21:32En daar komt dan zo'n meisje die

1:21:36op het lest.

1:21:37Gaat spreken en zegt.

1:21:41U moet in Israël zijn.

1:21:46Goddelijke voorzienigheid.

1:21:48De vrouw van Naaman weet niet hoe snel ze Naaman moet raadplegen.

1:21:54En het gaat alles in een stroomversnelling.

1:21:58Want bij Naaman gaat er een licht op in zijn hart.

1:22:05Als u bij de arts komt en u hebt gehoord.

1:22:09Ik kan niets voor u betekenen.

1:22:13En u komt een volgende keer bij die arts en u hebt kuren gehad.

1:22:19En de arts zegt tot verwondering.

1:22:23Ik zie dat

1:22:26de kankercellen afnemen.

1:22:30Het gaat een kant op waarop ik niet had durven hopen.

1:22:39Gemeente, hoe verlaat u dan het ziekenhuis?

1:22:43Dan gloot er toch weer hoop in het hart.

1:22:47Misschien in gedachten al vele keren afscheid genomen van uw vrouw, van uw kinderen.

1:22:53Maar

1:22:54als u dan thuis komt en u mag de boodschap doorgeven dat er mogelijk nog redding is, dat de arts ziet dat op de scan dat de kankercellen

1:23:07zijn afgenomen, dan springt je hart toch op van vreugde.

1:23:14Naaman weet niet hoe snel die bijkoning Benhadad moet zijn.

1:23:21Want we kunnen duizend keer gehoord hebben over de geneesheer Jezus Christus, de borg en zaligmaker.

1:23:31We

1:23:34kunnen er duizend keer aan voorbij leven.

1:23:39Terwijl hij nog nodigt, nog trekt.

1:23:44Ook de gemeente van Oudorp.

1:23:47Ja, Naaman moet wel in de benen komen.

1:23:52Naaman moet wel op eigen gelegenheid naar Israël gaan, maar zie je hoe de goddelijke voorzienigheid in het leven van Naaman en in het leven van dat kleine meisje,

1:24:05hoe de Heer nou die twee sporen daar bij elkaar brengt.

1:24:11En dan gaan we het begrijpen.

1:24:15Dat het goddelijke voorzienigheid is dat dat meisje gerukt moest worden uit de handen van haar ouders.

1:24:23En daar gebracht werd in Syrië.

1:24:26En

1:24:29gemeente, wat zal dit kleine meisje later tot verwondering.

1:24:33Daar de heren gedankt en geloofd hebben wanneer naar Amman terugkomt.

1:24:39Genezen.

1:24:40Maar

1:24:43even terug.

1:24:46Even weer terug naar dat.

1:24:49Dat u hier vanaf deze kansel al

1:24:54vele honderden duizenden keren gehoord hebt.

1:24:58Dat er in uzelf geen redding is.

1:25:02Dat

1:25:03het redmiddel buiten onszelf ligt.

1:25:09Nee, velen denken in deze tijd dat ze de heren daarbij moeten helpen.

1:25:14Dat

1:25:15ze zelf een aantal...

1:25:18Sporten op een ladder moeten zetten.

1:25:21Om zo op te klimmen.

1:25:23De mens wat en de heren wat.

1:25:25Jazeker.

1:25:27Er ligt een menselijke verantwoordelijkheid.

1:25:30Om alle middelen waar te nemen die er zijn.

1:25:34Dat eist de heren van u.

1:25:39Maar als de heilige geest.

1:25:42Deze geneesheer.

1:25:45Deze arts doet ontkiemen in het hart.

1:25:51Als de Heilige Geest het hart opmerkzaam gaat maken.

1:25:58Dat er niet alleen voor opa en oma.

1:26:02Dat er niet alleen voor vader en moeder redding is.

1:26:07Maar dat er voor de jongste onder ons en die thuis meeluistert redding is.

1:26:16Dan komt de schreeuw in het hart.

1:26:20Heren, genees mij.

1:26:24Red mijn leven.

1:26:29Want de Heere maakt niet alleen bekend met onze meelaatsheid.

1:26:35Dat is niet het uiteindelijke doel.

1:26:39De Heere maakt ons bekend met ons hart.

1:26:44Zodat wij gaan roepen om Jezus Christus.

1:26:51Dat dat bloed dat reinigt van alle zonden.

1:26:55Dat dat toegepast wordt aan ons hart.

1:27:01Dat doet de Heere op zijn tijd ook daar bij de Jordaan.

1:27:07Dat gaat nog wel langs een diepe weg.

1:27:11Langs een hele diepe weg.

1:27:14Dat Naaman weer rechts omkeert maakt naar Syrië.

1:27:20Omdat zijn trots, zijn hoogmoed, dat

1:27:26moet de kop ingedrukt worden.

1:27:29Maar de Heere doet nooit geen halfwerk.

1:27:32Wat hij begint, dat eindigt hij ook.

1:27:34En hij zal de trots en de hoogmoed die er in ons hart leeft, zal hij ten onder brengen.

1:27:44Maar als hij zichzelf gaat openbaren aan het hart,

1:27:51als wij dat bloed van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden,

1:27:58mag ik het zo zeggen, ons hart voelen binnenstromen.

1:28:05Wat komt er dan een liefde in mee?

1:28:09Een liefde die je weder liefde geeft in het hart.

1:28:16Dat u zo verwonderd bent dat de Heere naar u, naar jou heeft omgezien.

1:28:22Dat u het uitroept, dat jij het uitroept.

1:28:26Het is door u.

1:28:29Het is door u alleen om het eeuwig welbehagen.

1:28:33Ik heb alleen maar tegengewerkt.

1:28:36Maar u bent die God die mij in de kraag gevat heeft.

1:28:40Die Jezus Christus hebt toegepast aan mijn hart.

1:28:45Een

1:28:48klein meisje.

1:28:50In zijn dienst.

1:28:53Dat is wat?

1:28:56Een instrument in Gods hand.

1:29:01Gaat het nou om dit kleine meisje?

1:29:05Ze zal zeggen het gaat om de eer en de heerlijkheid van mijn koning.

1:29:15Mag u het nazeggen?

1:29:18Mag jij het nazeggen?

1:29:22Amen.

1:29:29Gemeente wij zingen als antwoord op de verkondiging van Psalm 31 vers 17.

1:29:35En daar lezen wij geloofd zij God die zijn genade aan mij heeft groot gemaakt.

1:29:44Die voor mijn welstand waakt.

1:29:47Zijn oog slaat mij in liefde gade.

1:29:51Hij wil mij heil bereiden.

1:29:54Mij in een vesting leiden.

1:29:57En als u het zingt.

1:30:00Zing dan maar met de preek in uw gedachten mee.

1:30:04Dan ziet u wat er in deze psalm gebeurt.

1:30:07Wat in de preek naar voren kwam.

1:30:1031 vers 17.

1:30:12[GEZANG]

1:31:57Zullen wij danken en bidden.

1:32:07Kronkelwegen.

1:32:11In menselijke ogen.

1:32:14Leiden tot het doel.

1:32:18In uw voorzienigheid.

1:32:22Heren dan kunnen er vanavond ook mensen in ons midden zijn.

1:32:27Gemeenteleden.

1:32:28Voor wie het leven een raadsel is.

1:32:33Die uw voorzienigheid niet

1:32:39kunnen zien.

1:32:41Die niet begrijpen de weg die u met hen gaat.

1:32:48Dat zal ook dit meisje.

1:32:51Zo vaak niet begrepen hebben.

1:32:55Maar later heeft ze het mogen opmerken.

1:33:00Dat die grote God in Israël.

1:33:05Daar in dat donkere Syrië.

1:33:08In dat donkere Damaskus.

1:33:12In haar leven is als een ster aan de hemel.

1:33:17Waar dit meisje mag getuigen van de macht en de kracht.

1:33:22En hij zal genezen worden.

1:33:28Heren, dan staan we als gemeente voor de spiegel.

1:33:33Of wij dat kinderlijke geloof mogen hebben, is

1:33:38niet te koop, is

1:33:41ook niet gratis.

1:33:44Want wie het bloed aan

1:33:48het kruishout ziet druppen, weet dat het duur gekocht is.

1:33:54En dat één druppel van zo'n kostbare waarde is.

1:34:00Dat

1:34:01één druppel van dat bloed.

1:34:05Het zondige hart reinigt.

1:34:08Geheel en al.

1:34:11En dat zo het gebed ook is in deze gemeente.

1:34:16Ontzondig mij met hies op.

1:34:20En mijn hart zal rein zijn.

1:34:24Witter dan sneeuw.

1:34:27Heren gaat u met de gemeente mee naar huis.

1:34:30Ze hebben vanmorgen gehoord hoe daar een begenadigde Naomi.

1:34:37teruggetrokken moest worden naar het land van de belofte, naar Kanaan.

1:34:43En vanavond gehoord hoe zo'n heidense generaal, al hebben we maar het eerste stukje gehoord, gebracht moet worden bij de God van Israël.

1:34:57Om tot een heerlijke beleidenis te komen, nu weet ik dat de God van Israël de enige ware God is.

1:35:10Heren, helpen sterkte in al het werk dat ook deze week wacht.

1:35:17Wanneer we vakantie hebben, behoed en bewaar ons in alles.

1:35:22In bijzonder voor een onverwachte, onverzoende dood.

1:35:29Dat we bereid zijn u te ontmoeten.

1:35:34Hoor ons, uit genade alleen.

1:35:40Amen.

1:35:45Onze slotpsalm is psalm 51, vers 7.

1:35:49Waar de woorden ook in deze psalm naar ons toekomen.

1:35:54O God, gij God mijns heils, vergeef mijn schuld.

1:35:59Psalm 51, het zevende vers.

1:36:03[GEZANG]

1:39:33Eindigen wij deze dienst met de beden uit de avondzang.

1:39:40O Vader,

1:39:42dat uw liefde ons blijkt.

1:39:47O Zoon.

1:39:49Maak ons uw beeld gelijk.

1:39:52O Geest, zend uw troost ons neer.

1:39:57Drie-ene God, u zij al de eer.

1:40:04Amen.

1:40:05[GEZANG]