Filippenzen 4: 4; Blijdschap in de Heere

zondag 9 augustus 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. R.W. Mulder · 104 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:48Gemeente vooraf de volgende afkondigingen namens uw kerkenraad.

9:52Woensdag 12 augustus is er een doordeweekse dienst.

9:55In deze dienst zal kandidaat MJ Kooiman uit Delft voorgaan.

10:00Aanvang half acht.

10:02Dit zo de heren wil en wij het mogen beleven.

10:06De collecten in deze dienst zijn voor pastoraat, kerkvoogdij en aflossing van de kerk.

10:14Het is drie collecten, we bevelen ze.

10:16Hartelijk in uw meldadigheid aan.

10:20Laten we deze dienst aanvangen.

10:22Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren die de hemel en de aarde gemaakt heeft.

10:30Die trouw houdt in der eeuwigheid en die nooit laat varen.

10:34De werken zijn er handen.

10:37Amen.

10:39Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:44Van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:47En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:51De eerstgeborene uit de doden.

10:53En de overste van al de koningen der aarde.

10:57Amen.

11:00Gemeente we willen deze eerdienst vervolgen met het zingen van Psalm 33.

11:03En daarvan vers 11.

11:05Psalm 33 het 11e vers.

11:07Laat ons Salom zijn lof ontvouwen.

11:10In hem verblijt zich ons gemoed.

11:14Omdat wij op zijn naam vertrouwen.

11:18Die naam zo heilig, groot en goed.

11:20Het elfde vers van psalm 33.

11:23Ik meen

11:24[GEZANG]

14:32te stellen wij ons ook deze zondag onder de heilige wet van de heren.

14:37En zingen we daarna van psalm 92 vers 1.

14:42Laat ons de rustdag wijden.

14:44Psalm 92 vers 1 naar de lezing van Gods heilige wet.

14:50Toen sprak God al deze woorden zeggende.

14:52Ik ben de heren uw God.

14:55Die u uit Egypteland uit de dienst thuis uitgeleid hebt.

15:00Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:04Gij zult u geen gesneden beeld.

15:06Nog enige gelijkenis maken.

15:08Van hetgeen boven in de hemel is.

15:11Nog van hetgeen onder op de aarde is.

15:14Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:18Gij zult u voor die niet buigen.

15:20Nog en dienen.

15:20Want ik de Heer uw God.

15:22Ben een ijveren God die de misdaden vader en bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

15:31En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

15:38Ge zult de naam des Heeren uw schots niet eidelijk gebruiken, want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

15:47Gedenk de sammeldag dat gij die heiligt.

15:50Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

15:57Dan zult gij geen werk doen, gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaag, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

16:07Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.

16:12En hij rustte ten zevende dagen, daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

16:20Eert uw vader en uw moeder opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.

16:27Gij zult niet doodslaan.

16:29Gij zult niet echt breken.

16:32Gij zult niet stelen.

16:34Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:39Gij zult niet begeren uw snaasten huis.

16:42Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw.

16:45Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd.

16:48Nog zijn os, nog zijn ezel.

16:50Nog iets dat uw snaasten is.

16:54Amen.

16:55De

16:56[GEZANG]

18:46schriftlezing voor deze morgen is uit de Filippense brief, het vierde hoofdstuk, de versen 1 tot en met 9.

18:53Lees uit Filippensen 4, de versen 1 tot en met 9.

18:58Het

19:03woord van God luidt als volgt in Filippensen 4 vanaf vers 1.

19:15Alzo in de heren geliefden.

19:18Ik vermaan u Odea en ik vermaan Sint-Tiger dat zij eensgezind zijn in de heren.

19:24En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel.

19:28Zij deze vrouwen behulpzaam die met mij gestreden hebben in het evangelie.

19:33Ook met Clemens en de anderen mijn mede-arbeiders welke namen zijn in het boek des levens.

19:41Verblijt u in de heren alle tijd.

19:44Wederom zeg ik.

19:46Verbleed u.

19:47Uw bescheidenheid zij alle mensen bekend.

19:50De Heere is nabij.

19:52Weest in geen ding bezorgd.

19:54Maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God.

20:00En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat.

20:04Zal uw harten en uw zinnen bewaren.

20:07In Christus Jezus.

20:10Voorstbroeders al wat waarachtig is.

20:12Al wat eerlijk is.

20:13Al wat rechtvaardig is.

20:14Al wat rein is.

20:16Al wat liefelijk is, al wat wel uit, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, bedenkt datzelfde.

20:25Hetgeen gij ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat.

20:31En de God des vredes zal met u zijn.

20:35Tot zover de schriftlezing voor deze morgen.

20:39In

20:40verband met de voorbeden noemen we u de volgende personen en omstandigheden.

20:46We willen voorbidden doen en dankzegging.

20:49Het echtpaar Tanus Akershoek van de Hazesweg 53.

20:55Dat gisteren mocht gedenken veertig jaar getrouwd te zijn.

20:59We willen voorbidden doen voor de heer A.

21:01Voogd van de Vlietberglaan 16.

21:03Die afgelopen weken ernstige boodschap kreeg.

21:08Ook willen we opdragen de hulpdiensten die de afgelopen week betrokken waren.

21:13Bij de duinbrand en de brandweerman die ernstig gewond is.

21:18Laten wij gemeente het aangezicht van de heren zoeken in gebed.

21:26Heer in de hemel, het

21:29is alles uit u, door u en tot u.

21:32Ook deze morgen, als deze eredienst ons wordt gegeven en bedoeld is, zoals de naam het zegt, om u groot te maken.

21:45En heren, dan is een prediker, een diener van het woord daartoe, van zichzelf niet in staat en ook een gemeente niet.

21:53Dan kunnen wij samenkomen gelijk we geroepen zijn te doen.

21:58Maar dan bidden we dat dit samenzijn niet tot oneer, maar tot eer van uw naam zal zijn.

22:06Niet tot onze

22:09veroordeling, maar tot onze zaligheid zal strekken.

22:14En dan bidden we om uw heilige geest.

22:18Onder de kansel in het luisteren.

22:20Thuis bij de kerktelefoon.

22:21Maar ook hier op de kansel uw geest.

22:23Dat hij de harten zal vervullen.

22:27De gedachten zal leiden.

22:28Ook de mond zal besturen.

22:30Heer om dat te zeggen.

22:32Heer in alle eenvoud, duidelijkheid, ernst en eerbied.

22:35Wat dienstbaar is.

22:38Tot de uitbreiding van uw koninkrijk.

22:40Tot de verheerlijking van uw naam.

22:43Heer en dan zijn wij mensen.

22:45Die van de turen naar u niet vragen.

22:48En ook onze blijdschap buiten u in onszelf zoeken en proberen te vinden.

22:55En het is er niet.

22:56Laat dat vanmorgen ook duidelijk worden.

23:00En wil al hetgeen wij ondernemen om

23:04verzadigd, om verkwikt te worden zonder u, wil dat afsnijden.

23:08En wil ons bekeren.

23:10Heren, bekering betekent toch dat we ons afkeren van de bronnen van de wereld die ons nooit verzadigen kunnen.

23:18Ook al proberen we het nog zo vaak.

23:21En ook al zijn we zeer dwaas om het telkens weer te doen.

23:24Maar om nou te komen tot de fontein van het leven die u bent.

23:28In Christus.

23:30Om het vanmorgen te leren.

23:32Ook door de bediening van woord en geest.

23:34Ik heren die al mijn blijdschap in u vind.

23:38Om op die naam des heren te vertrouwen.

23:41Om op die God van het verbond te rusten.

23:44Om te beleiden onze zonde en schuld.

23:47Heren we weten dat we het hebben.

23:48Maar we hebben er zo weinig besef van.

23:51En van natuur helemaal niks.

23:53Dan praten we erover.

23:54En we kunnen het eronder uithouden.

23:57Maar kom gij.

23:58En wil ons leiden op en onder de kansel.

24:01Tot die fontein van het heil.

24:03Tot die ware blijdschap.

24:05Die alle blijdschap van deze aarde ver en ver overtreft.

24:09Een blijdschap die ook bestendig is.

24:12Op het moment dat er aan de levensboom wordt geschud.

24:15En als alles tegen zit.

24:17Naar het aardse, naar het menselijke, naar het lichamelijke.

24:20En zelfs naar het psychische.

24:22Heer ontferm u ze over ons.

24:24Geef wat nodig is om uw woord in eenvoud en duidelijkheid te bedienen.

24:28Om het te horen met toepassing op onszelf.

24:33Om het niet aan te horen.

24:35Om het niet naar te kijken van een afstand.

24:37Om het niet als een toeschouwer.

24:40Maar als een deelnemer te beleven.

24:43En dan bidden we zo.

24:44Gedenk alle die thuis meeluisteren.

24:46Die met ons niet kunnen opkomen vanwege leeftijd of gezondheid.

24:50Vanwege gezinsomstandigheden.

24:52Het is u alles bekend heren.

24:53Wat er speelt hier als we verbonden zijn met de middelen.

24:57Ook als we op afstand meeluisteren.

25:00We dragen op degenen die elders verblijven vanwege vakantie.

25:04En ook degenen die hier verblijven.

25:07En tot een andere gemeente behoren.

25:09Mag zo dit

25:11samenzijn een eerdienst zijn.

25:15Omdat u er bent.

25:16Omdat u het geeft.

25:17Omdat u het doet.

25:18Heer en daar valt al het onze weg heer.

25:21Dan hoeven wij niks te presteren.

25:22Dan hoeven we nergens aan te voldoen.

25:24Dan is het pure genade.

25:27Ga zo de rijen door.

25:28En verheerlijk uzelf.

25:30U hebt het gezegd.

25:31Zo gij iets zult begeren in mijn naam.

25:33Ik zal het doen.

25:35Heren, dan begeren we in uw naam.

25:36Verheerlijk u zelf.

25:37Maak u zelf dierbaar, onmisbaar, kostbaar.

25:41Noodzakelijk.

25:42Heren, dat we de betrekkelijkheid van dit aardse bestaan zullen inzien.

25:47Dat we zelfs het mooie van wat u geeft op deze aarde niet zullen overschatten.

25:53Maar dat we het geestelijk als het kostbaarste zullen zien.

25:58Heren wilt u dan zo onze blinde ogen openen.

26:00Bij aan maar ook bij voortgang heren.

26:02Want het is telkens weer nodig om bekeerd te worden.

26:06Om elke keer weer tot dat inzicht gebracht te worden.

26:09Dat er maar één bron van geluk en één fontein van zaligheid is.

26:14Die u hebt geopend in de zoon uw eeuwige liefde Jezus Christus.

26:18In de volheid van de tijd gezonden.

26:21Om te lijden en te sterven.

26:23Heren zo bidden we.

26:24Geef wat nodig is.

26:26Schenk uw zegen.

26:28We dragen u op.

26:30Degene waar zorgen en moeite zijn.

26:32Het woord blijdschap.

26:34Als dat vanmorgen verkondigd wordt.

26:36En in de schriftlezing tot ons kwam.

26:38Misschien zo onmogelijk lijkt.

26:41Als de omstandigheden moeilijk zijn.

26:43Als we te horen kregen.

26:44Dan denken we bijzonder aan de heer Voogd.

26:46Dat de lichamelijke toestand.

26:50Zeer ernstig is.

26:52Dat de levensverwachting.

26:55Heel betrekkelijk.

26:56Wellicht kort is, heren, maar tegelijk, heren, mag hij beleven.

27:01Geschonken krijgen.

27:03Dat te midden van alles wat er gebeurt en lichamelijk aan de hand is.

27:08Afbraak en ook sterfelijkheid.

27:11Dat hij mag zien.

27:13Dat onvergankelijke leven in Christus uw Zoon.

27:17Heren, om dit aardse bestaan, waar we allen van weten dat het tijdelijk is.

27:22Op die wijze te beleven zoals u het hebt bedoeld.

27:26Zoals het ook na de zonderval alleen nog maar mogelijk is.

27:29Maar geef u genade.

27:32Naar lichaam en ziel.

27:34Heer, ook anderen waar ziekte is.

27:35Heer, er zijn er.

27:37Zo werd ons al gezegd.

27:39Meerdere in het midden van de gemeente die ernstig ziek zijn.

27:42Waar de dood Jordaan een realiteit blijkt te zijn.

27:47Maar het geldt ons allen.

27:48En dat niemand van zich daarin zal verrekenen.

27:52Ontferm u heren.

27:53Bijzonder waar het is aangezegd door de dokter.

27:56Heren waar nou behandelingen worden ondergaan.

27:58Wil het zegenen.

27:59Tot dat doel wat dienstbaar is aan uw koninkrijk.

28:04Geef uw nabijheid ook in omstandigheden van rouw en verdriet.

28:09Heren als de dood.

28:13Is gekomen en een geliefde van ons wordt weggenomen.

28:15Gedenk aan allen die gemis ervaren.

28:18Ook juist op zondag.

28:20Als gesprekken van je tijd niet meer mogelijk zijn.

28:24Als een lege plaats zo intens wordt beleefd.

28:27Als alles doorgaat en wij niet meer weten hoe het moet.

28:30Gedenken ieder.

28:31Ook in omstandigheden van dit aardse leven.

28:35Mogen we zo ook opdragen waar dankbaarheid en blijdschap is.

28:39Als u het gaf.

28:40Dat.

28:42Het Egpartanus Akkershoek, veertig jaar getrouwd mocht zijn, heren dan zijn dat.

28:47Uw goede tierenheden die daar aan te grondslag liggen, mogen ze het opmerken.

28:52Mogen ze met mond en hart uw dank bewijzen.

28:57Om te beseffen wat u hebt gegeven, is uw goedheid.

29:00En om ook wat betreft de toekomst op u te zien, zolang u het geeft, dat ze samen mogen zijn.

29:06Gedenk ze met allen die in lief en dierbaar zijn.

29:09Heer, en mogen ze in u de Heer, de Gever, eindigen.

29:14Heer, ook anderen die reden hebben tot dankbaarheid.

29:16Heer, als u het gaf dat we onze verjaardag mochten beleven.

29:21Of een ander bijzonder feit.

29:22Maar heer, elke dag vol

29:26van zegeningen en vol van gunstbewijzen is onverdiend.

29:29En mogen we het opmerken.

29:31Leer ons danken en mag het verder gaan dan onze lippen.

29:35Mag het verder gaan dan ons verstand.

29:37Mag het opkomen vanuit het hart.

29:40Gedenk ook heren de omstandigheden van de natuur.

29:43Heren dan is het zoals we soms zeggen kurkdroog.

29:46En dan is dat ook gebleken de achterliggende week.

29:49Dat er een brand is geweest ook hier in de omgeving.

29:53Met alle consequenties heren.

29:55Gedenk allen die daarin betrokken zijn geweest in de hulpverlening.

29:59Ook bijzonder die man die zo ernstig getroffen is door een ongeval.

30:04Ontferm u.

30:05Maar heren mag het ook zijn dat we deze roepstemmen op de roepstem van de droogte zullen opmerken.

30:11En tegelijk we bidden.

30:12Zou het u nog regen willen geven?

30:15Regen ook voor het gewas van het veld heren.

30:17Het was een tijdje geleden biddag.

30:19En we zien hoe betrekkelijk alles is en hoe beperkt de techniek is heren.

30:23Dan hebben we een land met zoveel techniek.

30:27En we staan erbij om te aanvaarden dat we mensenkinderen zijn.

30:34Heer, dan bent u die grote God die alles bestuurt.

30:37Ook in het rijk van de natuur.

30:39En die ons ook te kennen geeft dat we van u afhankelijk zijn.

30:42Ontferm u zo.

30:44Schenk onderworpenheid.

30:45Schenk opmerkzaamheid.

30:47En mogen we u in uw soevereiniteit billen.

30:50En tegelijk bidden we ontferm u.

30:52En mag het alles nog zijn.

30:54En sprake tot bekering.

30:56Gedenk zo deze dienst, deze dag.

30:59Iedereen die hier mag zijn.

31:01Ook die thuis meeluistert.

31:03Ook in de...

31:04Instellingen van barmhartigheid.

31:06Als we daar verblijven.

31:07Wees daar waar u ons hebt geplaatst.

31:11We denken aan de bewoners van de Vlietberg.

31:13En ook onze andersbegaafden van de Veier.

31:16Ontferm u overnieder.

31:17We bidden het u om Jezus Christus.

31:20Wel uit genade.

31:22Amen.

31:25We willen gaan zingen van Psalm 97.

31:27En daarvan de versen 1 en 7.

31:3197.

31:321.

31:33God heerst als opereren.

31:35Dat elk hem juichend eer, gij aarde, zee en eiland verheugt u in uw heiland.

31:41En het zevende, Gods vriendelijk aangezicht heeft vrolijkheid en licht voor al oprechte harten.

31:46Ten troost verspreid in smarten.

31:51Het eerste en het zevende vers van Psalm 97.

31:54U krijgt gelegenheid om voor de genoemde doelen uw gaven te geven.

31:57De heren zegenen u en ook uw gaven.

32:00[GEZANG]

38:31Gemeente, de tekstwoorden voor deze morgen kunt u vinden in het u voorgelezen schriftgedeelte Filipense 4, het vierde vers.

38:39Waar we lezen, verblijt u in de heren allen tijd.

38:47Wederom zeg ik, verblijt u.

38:51Als

38:53thema willen we onder deze tekstwoorden schrijven, blijdschap in de heren.

38:58Met een drietal punten.

39:00Ten eerste...

39:02Een blijdschap die persoonlijk is.

39:06En persoonlijk, dat betekent dat het voor u en voor mij persoonlijk geldt, maar dat het ook een relationele, een persoonlijke blijdschap is.

39:14Dat gaat verder dan blijdschap in iets, in iemand.

39:19Dat is het persoonlijke.

39:22Ten tweede, een blijdschap voor altijd.

39:25Dus niet af en toe en soms en afhankelijk van de omstandigheden, maar een blijdschap voor altijd.

39:33En ten derde een blijdschap die mogelijk is.

39:39Blijdschap in de heren, drie gedachten.

39:42Een blijdschap die persoonlijk is.

39:44Ten tweede een blijdschap voor altijd.

39:48En ten derde een blijdschap die mogelijk is.

39:53Dus als eerste een blijdschap die persoonlijk is.

39:59Blijdschap in de heren.

40:02Gemeente, het vierde hoofdstuk van de Filippense brief is een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een aantal dingen die hij al eerder heeft opgemerkt, nog eens

40:14opnieuw dus onder de aandacht brengt.

40:19Blijkbaar heeft de apostel, terwijl hij zat te schrijven, jongens en meisjes, bepaalde dingen nog eens een keer extra willen benadrukken.

40:26Dat heb

40:28jij misschien ook wel eens.

40:30Of via je ouders dat iemand zegt ja.

40:34En nog even dit.

40:35Let daarop.

40:36En dan komt het nog een keer.

40:38Paulus heeft al eerder geschreven over blijdschap.

40:43En ook in dit hoofdstuk komen andere zaken voor die hij al eerder heeft benoemd.

40:48Het thema eensgezindheid bijvoorbeeld.

40:50Is al eerder door hem aan de orde gesteld.

40:52En wordt in dit vierde hoofdstuk nog een keer benoemd.

40:57Nee, het is niet een...

40:59In herhaling vallen omdat hij geen woorden heeft.

41:02Omdat hij de tijd zogezegd zou willen volmaken.

41:05Maar omdat het belangrijk, omdat het ter zake is.

41:12Blijdschap in de heren.

41:15En gemeente, ik denk dat niemand van ons erop tegen is om blijdschap te ervaren.

41:23Ik denk dat we zelfs kunnen zeggen, we zijn geschapen om blijdschap te ervaren.

41:30Maar de vraag is natuurlijk, is het een blijdschap in de heren?

41:34En misschien zit hier iemand die zegt, ja, dat is nou net wat ik mis.

41:41En ik heb inmiddels al wel ontdekt dat allerlei andere blijdschap beperkt of zelfs schadelijk is.

41:48Dan heeft het over blijdschap in zondige dingen.

41:52Blijdschap in de heren.

41:54Paulus die heeft in hoofdstuk 3 eigenlijk onze tekst al eerder gezegd.

41:59Hoofdstuk 3, dan zegt hij.

42:02In vers 1, voorts mijn broeders, verblijt u in de Heren.

42:07Dus het is al eerder benoemd,

42:12verblijt u in de Heren, met letterlijk dezelfde woorden.

42:18Maar ook al in eerdere hoofdstukken, in hoofdstuk 1 en 2, benoemt hij het thema blijdschap.

42:24Ook blijdschap in bijzondere omstandigheden, in hoofdstuk 2 bijvoorbeeld, vers 17 en 18.

42:31Dan verbaast ons dat misschien.

42:33En dat heeft ook met ons tweede punt te maken.

42:34En dan zegt hij.

42:35Ja indien ik ook tot een drankoffer geofferd word.

42:40Over de offerande en bediening uw geloofs.

42:44Zo verblijt ik mij.

42:47Als ik tot een drankoffer geofferd word.

42:49Dat heeft ook met lijden te maken.

42:51Met vervolging.

42:54Omdat ik hier in jullie midden heb gewerkt.

42:56En dat door anderen wordt kwalijk genomen.

42:58En dat ik daardoor verdrukt en vervolgd word.

43:01Ik verblijt mij.

43:04En ik verblijt mij met u allen, zegt hij.

43:07En om datzelfde verblijt gij u ook.

43:09En verblijt ook uw lieden met mij.

43:11Hij zegt, wees blij met mij.

43:15En dan zegt ons verstand, dat snap ik niet.

43:17Hoe kun je nou blij zijn?

43:19Als je tot een drankoffer wordt geofferd.

43:23Als het je ook werkelijk het nodige kost.

43:27En toch is dat.

43:29Wat hij schrijft.

43:31Misschien is dat ook voor jou als jongere.

43:34Een zaak waarvan je zegt.

43:36Dat prikkelt mij.

43:37Ik snap dat niet.

43:39Waar zoek jij?

43:40Waar zoekt u?

43:41De blijdschap.

43:44Het gaat in deze brief.

43:47In het christendom.

43:48Niet over surrogaat blijdschap.

43:51Maar over echte blijdschap.

43:53Ik heren.

43:54Ik citeer al die woorden van de psalm.

43:57Die al mijn blijdschap.

43:59In u vindt.

44:01Als de apostel het heeft over verblijt u in de heren, dan is het een alles overtreffende blijdschap.

44:09En ik hoop dat degenen die hier mogen zijn, die deze blijdschap kennen, er ook van zullen getuigen.

44:14Dat is wat God wil en wat ook evangelisatie

44:20inhoudelijk mogelijk maakt.

44:23Blijdschap.

44:25Deze blijdschap in de heren, die heel persoonlijk is en niet algemeen, die sluit.

44:33Andere vormen van blijdschap uit.

44:38Die overtreft andere vormen van blijdschap.

44:44Onpersoonlijke vormen van blijdschap.

44:46Het is een hele persoonlijke en hele relationele blijdschap.

44:50Wij zijn ook in relatie met God geschapen.

44:56Laten we eerst proberen jongelui en ook ouderen iets te beseffen van wat betekent het nou?

45:04Je ergens of in iemand je verblijden.

45:07Dat is best nogal moeilijk.

45:08Als je het woord blijdschap uitspreekt.

45:11Dan heeft iedereen daar wel een beeld bij.

45:13Een gevoel bij.

45:13Een bepaald idee bij.

45:16Maar ga het nou eens uitleggen.

45:19En misschien moeten we vanmorgen juist dan tot de conclusie komen.

45:22Het is eigenlijk niet uit te leggen.

45:24Wat is nou blijdschap?

45:27Als ik aan een van de kinderen zou vragen.

45:28Kun jij mij dat uitleggen?

45:30Wat is blijdschap?

45:32Dan zeg je misschien wel.

45:33Ja, ik

45:34weet wel een beetje wat dat is.

45:38Maar ik kan het niet goed uitleggen.

45:41Als je blij bent, dan ben je niet verdrietig.

45:46Als je blij bent, dan heb je ergens plezier over.

45:51Je hebt

45:54vreugde.

45:55En dan gebruik ik een ander woord.

45:57En nog steeds kan ik het niet goed uitleggen.

46:01Als je blij bent, dan is het goed.

46:04Dan is het een situatie van

46:08vredigheid.

46:13Blijdschap heeft...

46:14Te maken met verwondering.

46:17Dankbaarheid.

46:20En zo zou je meer kunnen noemen.

46:21Maar echt uitleggen kan ik het niet.

46:24Ergens vermaak in hebben.

46:26Ergens genoeg aan hebben.

46:30U mag blij

46:33zijn over de dingen die de Heer geeft.

46:36In het natuurlijke leven.

46:37Dat mag.

46:38Dat is ook goed.

46:41Je mag blij zijn over bijvoorbeeld de natuur die God ons geeft.

46:48Ik heb de achterliggende weken veel buiten gelopen.

46:52We hadden ook vakantie.

46:54En dan zie je wat er allemaal is.

47:01In

47:02ons eigen land.

47:04Of in een ander land.

47:06Wat God geschapen heeft.

47:08Indrukwekkende bergen.

47:10Bijzondere bloemen.

47:13Dieren.

47:14En al die variatie.

47:17En al die...

47:19Ja, complexiteit van wat God heeft gemaakt.

47:26Even als ik inderdaad kreeg afgelopen week te horen.

47:28Dat hij een tentamen wat hij nog moest maken had gehaald.

47:33En daarmee een bepaald studiestuk heeft afgerond.

47:35En hij was blij.

47:37Het

47:39was een stukje spanning.

47:40Heb ik het gehaald.

47:42En als je dan een berichtje krijgt.

47:46Je hebt het voldoende.

47:48Je hebt het gehaald.

47:50Nou hij zegt ik trakteer op taart.

47:52We hebben s'avonds taart gegeten.

47:54Hij was blij.

47:56En wij met hem.

47:58Want ja, je hebt je ergens voor ingezet.

48:00En dan mag je blij zijn.

48:02Misschien heb jij je diploma gehaald, achterliggend jaar.

48:06Of iets anders mogen behalen, bereiken.

48:09Daar mag je blij over zijn.

48:11Over wat God je geeft.

48:13Niet trots over wat je zelf hebt bereikt.

48:16Maar over wat God je, waartoe God je in staat is gesteld.

48:21Gods gaven zijn reden om blij te zijn.

48:26Als je een jubileum mocht beleven en vanmorgen mocht wat afkondigen.

48:31Dat is een reden om blij te zijn, om je over te verwonderen.

48:36Als je geschikt en gepast werk mag hebben.

48:41Dat zijn allemaal redenen om blij te zijn.

48:44Over een relatie die je mocht krijgen, verkering, huwelijk, de

48:52kinderzegen.

48:54Er zijn zoveel zaken, ook in het natuurlijke leven, om blij over te zijn, dankbaar.

49:01Of ja, hoe zeggen we dat precies?

49:05Toch geldt ook van geoorloofde blijdschap dat het te ver kan gaan.

49:12En wij zijn eigenlijk met weinig vertrouwd.

49:15Dat we datgene wat God ons geeft, dat we erin opgaan.

49:18Dat we erin doorschieten.

49:22En dat kan dus ook gaan met geld en goed en luxe en noem maar op.

49:27En daarnaast dus, niet

49:31alleen het doorschieten in geoorloofd.

49:34Is er helaas een

49:38blijdschap die eigenlijk geen blijdschap mag heten.

49:41Maar ik noem het toch maar zo.

49:42Een zondige blijdschap.

49:45Dan zoek je je vermaak in datgene wat God verbiedt.

49:51En ten diepste zoek je je vermaak in jezelf.

49:57Daaruit blijkt onze doodstaat.

49:59Dat we ons het liefst willen verblijden over onszelf.

50:03En niet over God.

50:06Ik ellendig mens.

50:08Ik ben er zo ellendig aan toe van nature dat ik me wil verblijden niet in mijn schepper en verbondsgod en zaligmaker, maar in mezelf.

50:19En dat zit psychologisch heel ingewikkeld aan elkaar, maar diep achter allerlei vormen van zonde zit het je willen verblijden of vertrouwen of genieten van jezelf.

50:34En dat geldt dus niet alleen iemand die aan de drank is verslaafd.

50:38Die zegt daar zoek ik mijn genot, daar zoek ik mijn blijdschap.

50:41Of in andere vormen van verslaving.

50:44Maar dat geldt ons allemaal.

50:47Blijdschap in dat wat op aarde beschikbaar is.

50:52Wat ik blijkbaar voor mezelf centraal stel.

50:59Ik zal voor de kinderen ook een voorbeeld geven.

51:01Ik denk aan het feest van koning Herodes.

51:05Het was...

51:06Het is een verjaardag en je mag over je verjaardag blij zijn.

51:09Maar het was toch een zondige blijdschap.

51:10En het hoofd van Johannes de Doper werd er tenslotte afgeslagen.

51:17Wereldse feesten.

51:21En misschien zijn er hier ook jonge lui die zeggen.

51:22Ja, ik vind het mooi om bepaalde dingen mee te maken.

51:26Maar denk er nou eens eerlijk over na.

51:28Welke werkelijke genoegdoening geeft het je?

51:31Al die feesten die beschikbaar zijn.

51:38Maar ook als je je wat ingetogen en gedraagt.

51:41Dan kun je je blijdschap zoeken in materie, in geld, in goed en niet in God.

51:47En gemeente, daar wil de Heer u en mij vanmorgen juist hebben.

51:50Hij wil niet dat u zijn gaven verwaarloost en negeert.

51:54Maar hij wil vooral dat u ook niet in zijn gaven blijft steken.

51:58Maar dat u in hem uw blijdschap zult zoeken en vinden.

52:03En die is er werkelijk.

52:07Blijdschap in de Heer.

52:11Ik heb de achterliggende weken best wel genoten van de natuur.

52:15Ik heb mooie dingen gezien.

52:17En ik heb kinderen die erg gericht zijn op de natuur.

52:22En je dan daarin meenemen.

52:23En dat is mooi.

52:28Maar de blijdschap die

52:31je dan weer ervaart als je je Bijbel opent.

52:34En je voorbereidt op de zondag.

52:36Is veel dieper.

52:38En dat wist ik vroeger niet.

52:41Ik wist het echt niet.

52:44Maar als je dat één keer hebt gesmaakt.

52:46Dan laat je je soms helaas nog wel eens meeslepen voor een tijd.

52:50Maar dan weet je toch dat je fout zit.

52:54Dat woord.

52:56Dat is zoveel dieper.

52:59Want de Christus der schriften is daarin te vinden.

53:01Dan alles van deze aarde.

53:07En als je nou denkt, ik snap dit niet.

53:09Moet je gaan bidden vanmiddag.

53:10Moet je zeggen, heren.

53:11Ik heb iets in de kerk gehoord en ik snap er niks van.

53:13Wilt u mij ook leren?

53:15Want ik ben op zoek.

53:17En dat mag hè.

53:17Naar blijdschap.

53:19En er is blijdschap in de heren.

53:22Nee, ik zeg geen kwaad woord van geoorloofde vormen van aardse blijdschap.

53:26Maar het is.

53:28Veel minder dan deze blijdschap waar Paulus over schrijft.

53:33Verblijt u.

53:35Niet in de gaven van God.

53:37Dat ook.

53:39Maar tenslotte in de Heren.

53:43In God.

53:45En daarna ook in zijn werken.

53:48En daarin ook in zijn werken.

53:50En de apostel herhaalt het.

53:51Wederom zeg ik.

53:53Verblijt u.

53:53En dat bedoelt u natuurlijk nog steeds.

53:55In de Heren.

53:55Dat bedoelt u niet.

53:57Nu los van God.

53:58Omdat hij dat er de tweede keer niet bij zegt.

54:01Verblijt u in de Heer alle tijd.

54:03Wederom zeg ik u, verblijt u.

54:04Hij herhaalt het en dat heeft toch wel een bepaalde impact.

54:08Vindt u niet?

54:12Verblijt u.

54:14Ja, verblijt u in wat God doet.

54:17En in wie God is.

54:20Hij schrijft ook in vers 10.

54:21Dat hopen we vanavond nog te lezen.

54:23Ik ben grotelijks verblijt geweest in de Heer.

54:25Dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken.

54:31Hij zegt, jullie hebben mij.

54:33Het nodige gebracht.

54:34En jullie hebben mij geholpen.

54:36En daar ben ik blij over.

54:37Maar ik zie dat als een blijdschap ook.

54:40In de heren.

54:41Want God heeft jullie ertoe gebracht.

54:43Om aan mij te gedenken.

54:44Om mij te helpen.

54:45Om mij bij te staan.

54:46En in dit geval ging het om letterlijk.

54:49Gelderlijke financiële steun.

54:51Voor Paulus.

54:52Om zijn werk te kunnen doen.

54:53Terwijl hij hier.

54:54In de gevangenis zat.

54:57Jullie hebben aan mij gedacht.

54:58Jullie hebben.

55:00Jullie opgeofferd.

55:01Jullie hebben jullie beschikbaar gesteld.

55:03Epafrodites, hij noemt zijn naam.

55:04Is bij mij gekomen met een geldbedrag.

55:07Tot ondersteuning voor de dienst.

55:12En dan zegt hij.

55:13Ik ben grotelijks verblijt geweest.

55:16Niet in jullie Filippense.

55:17Maar in de heren.

55:18Omdat ik achter jullie gedrag de heren zie.

55:24Dus dan zie je ook dat menselijke daden.

55:27En menselijke hulp niet los staat van de blijdschap in de heren.

55:31Dat je zegt.

55:32Ik ben geholpen door die en die, maar ik ben verblijt in de heren.

55:36Want ik weet, die man of die vrouw heeft dat niet uit zichzelf gedaan, maar door de besturing en leiding van de heren.

55:44Dat is niet overdreven, wat Paulus zegt, maar dat is de dingen zien in het juiste perspectief.

55:50Dan misken je mensen niet, maar je ziet het wel in het juiste perspectief.

55:56Gemeente, dat christendom, dat mag ik ook met vreugde u verkondigen, is een godsdienst van blijdschap.

56:06De islam is

56:09ten diepste een gosnisch van angst.

56:11En ik zeg niet dat vanuit

56:15de Bijbelse boodschap nooit angst is, vanwege de toon van God.

56:19Maar de kern van het christendom is niet angst, maar blijdschap.

56:26Echte blijdschap,

56:28eeuwige blijdschap.

56:30En dat blijkt niet alleen in het Nieuwe Testament en in deze brief vol van oproepen tot blijdschap.

56:37Maar dat blijkt ook al in het Oude Testament dat het christendom een godsdienst is van blijdschap.

56:41Ik noem u de psalm die we straks nog gaan zingen.

56:44Mijn overdenking van hem zal zoet zijn.

56:49Ik zal mij in de heren verblijden, zegt de dichter van psalm 104.

56:55En zo vind je meerdere psalmen met name, maar ook al op andere momenten, dat er sprake is van verwondering, van blijdschap over wie God is en wat God deed.

57:07Ik denk aan David en Abraham.

57:10Maar ook in de Nieuw Testament, die apostolische brieven, komt regelmatig de oproep voor.

57:15Verblijt u alle tijd.

57:17In Thessalonica 5, vers 16.

57:20Romeinen 12, vers 12.

57:22Verblijt u in de hoop dat een christen bij het kijken naar de toekomst een hoop heeft die een niet-christen niet kent.

57:33Als je oud wordt, zwakker wordt, zelfs ziek wordt.

57:38Dan mag een christen zich verblijden in de hoop.

57:41Dat mag hij weten.

57:42En het beste dat komt nog.

57:45En de wereld die moet zeggen.

57:47We hebben het gehad.

57:49En het slechtste is aanstaande.

57:53Zij blijden om nog een voorbeeld te noemen uit de tweede Korintiusbrief.

57:58Toch wat bedoel je met verblijt u in de heren.

58:03Dan zeggen we dat tegen jongelui en aan jullie.

58:05Maar niet minder dan de ouderen.

58:07Trek de wereld.

58:09Zoek je vreugde in

58:13God.

58:14In wie hij is.

58:16En wat hij doet.

58:19Om op je knieën voor God te zeggen.

58:21Heren ik ben uw schepsel.

58:22En ik ben door u gemaakt met de bedoeling dat ik u zou genieten.

58:27En dat u van mij zult genieten.

58:29En het is zo anders dan het is bedoeld.

58:32Ik las het vanmorgen nog.

58:34Vanuit Genesis 1.

58:36Het was zeer goed.

58:38Het was goed.

58:39En het is nu zo anders.

58:42En dan wil de heren u en mij er toe.

58:45Om de blijdschap in hem te zoeken.

58:48Omdat hij daar te vinden is.

58:50En dat is een verzadigende.

58:52Dat is ook een bestendige blijdschap.

58:54En er zijn er hier zo.

58:56Vermoed ik.

58:57Die dit kunnen beamen.

59:00Blijdschap in de heren.

59:03Dat je het weet.

59:04Alles wat God geeft.

59:05Hoe groot het ook is.

59:08Verliest het toch van het.

59:11Relationele van deze blijdschap.

59:13Ja, je mag je verblijden in wat God doet, zeker ook in het herscheppingswerk.

59:19In het scheppingswerk, maar ook in het herscheppingswerk om je te verblijden in wat God heeft gedaan en wat God nog zal doen.

59:26Maar dieper nog is het je verblijden in wie God is.

59:32Om het anders te zeggen, blijdschap over Gods daden wordt

59:38overtroffen door blijdschap in Gods deugden, in Gods eigenschappen.

59:44Paulus wist van blijdschap in Gods daden.

59:47Hij dankte God over alles wat er in Filippi was gebeurd.

59:52De stokbewaarde was tot geloof gekomen, Lydia.

59:56Hij zegt het in hoofdstuk 1.

59:57Het goede werk van God is in uw midden begonnen.

1:00:02En God zal het ook volleindigen.

1:00:03Daar was hij blij over.

1:00:06Dat God zonder trok uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht.

1:00:10Kijk, dat is toch ook een zaak waar u zich, als het goed is, over verblijft.

1:00:15Daar kijkt u toch naar uit, heren.

1:00:16Dat dat gebeurt in ons midden.

1:00:21Verdiept en bestendigd.

1:00:25Gods daden.

1:00:27Staan nooit los van Gods deugden.

1:00:31En wie zich in Gods daden verblijt.

1:00:33Echt verblijt.

1:00:34En niet surroegaat.

1:00:37Die zal zich ook in Gods deugden verblijden.

1:00:43Bent u wel eens blij geweest over wie God is?

1:00:47En dan hoop ik dat het meer is dan een blijdschap over Gods almacht.

1:00:51Dat is ook groot.

1:00:54Dat je je mocht verblijden over Gods almacht.

1:00:57Over iets wat er in zijn voorzienigheid in uw leven gebeurde.

1:01:01U hebt zich over verblijden over Gods almacht.

1:01:04Dat is groot.

1:01:05Dat is niet genoeg.

1:01:08Het is ook nodig en mogelijk om je te verblijden in Gods soevereiniteit.

1:01:16Dat je zegt, heren, ik begrijp u niet.

1:01:19En dat doet het zelfs soms en regelmatig voor mijn vleespijn.

1:01:23Maar ik verblijf mij in uw soevereiniteit.

1:01:27Dat u het mag doen en zult doen wat u wilt en wat goed is.

1:01:32Om je te verblijden over zijn wijsheid.

1:01:37Dat kan in de natuur, maar ook in de weg der zaligheid.

1:01:41Om je te verblijden over zijn trouw.

1:01:45Heb je de achterliggende week je nog verblijden over de trouw van God?

1:01:52Als hij het zegt, keert weder tot mij, gij afkerige kinderen.

1:01:55Ik zal uw afkeringen genezen.

1:01:58Daar zit zijn genade in.

1:02:00Maar ook zijn trouw.

1:02:03De Heer wil dat al door op zich in hem verblijden en niet in zichzelf.

1:02:06En in de zonde al helemaal niet.

1:02:08En dat is eigenlijk hetzelfde.

1:02:09In jezelf je verblijden of in de zonde, dat is hetzelfde.

1:02:13Maar hij zegt, verblijt je in mijn genade.

1:02:16Verblijt je in mijn Christus.

1:02:18Die ik in wijsheid en

1:02:22in trouw en goede tierenheid heb gegeven.

1:02:26Gods daden in schepping en herschepping komen voort uit zijn deugden.

1:02:33Blijdschap.

1:02:37Blijdschap over Gods werk.

1:02:40Blijdschap over wie God is.

1:02:44Peter zegt het in zijn brief.

1:02:47Gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus.

1:02:50Al zo verblijt u opdat gij ook in de openbaring zijn heerlijkheid u mocht verblijden.

1:02:54Ook blijdschap over wat God nog zal doen.

1:02:57De Heer heeft wat het nodige gedaan in het leven van zijn volk.

1:03:01Maar wat hij nog zal doen.

1:03:03Hij zal het werk ook afmaken.

1:03:06Vertrouwende ditzelfde dat hij die in uw goed werk begonnen heeft.

1:03:09Het zal volleindigen dat op de dag van Jezus Christus.

1:03:12Want is dat ook een zaak van blijdschap.

1:03:14Het ligt vast in hem.

1:03:18Wat er ook gebeurt.

1:03:19Hoe het ook gaat.

1:03:22Dat raakt op dat tweede punt.

1:03:23Te allen tijd.

1:03:26Blijdschap in de heren.

1:03:29In die tijd had je de keizer die opriep om hem te vereren.

1:03:34Maar Paulus die roept vrijmoedig op om je in God te verblijden.

1:03:38Die keizer dat is maar een middeltje.

1:03:41En het accent ligt hier bij het woordje heren op de heer Jezus.

1:03:45De kurios, de zaligmaker.

1:03:48En het is de wens van de vader.

1:03:52En het is het werk van de geest dat

1:03:56soldaren zich in Jezus Christus en zijn volkomen reinigend bloed en heiligend bloed verblijden.

1:04:06Verblijt u in

1:04:08wat hij deed.

1:04:11Verblijt u over wat hij zei en zegt.

1:04:16Verblijt u over wat hij leed en streed.

1:04:20Op Golgotha in Gethsemane.

1:04:24Ik voor u.

1:04:26Dan ga je anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:04:29Die blijdschap.

1:04:31Dat

1:04:32is de diepste blijdschap.

1:04:34Heer ik ben uw straf waard.

1:04:38En u geeft uw zoon.

1:04:44U kunt God niet meer verheerlijken dan zich te verblijden in zijn zoon.

1:04:49Om in hem je zaligmaker en zaligheid te zoeken.

1:04:54Het is de wens van de Vader dat vandaag in Oudorp.

1:04:59Zondaren zich verblijden.

1:05:00Niet in zichzelf.

1:05:02Dat ze zichzelf zullen vervoeien.

1:05:05Maar zich zullen verblijden over dat volkomen borgwerk van Jezus Christus.

1:05:12Ik ben er niet tegen dat u zich verblijt in de natuur.

1:05:15Dat mag.

1:05:17Maar helaas komen

1:05:20velen niet verder dan dat.

1:05:24En dan heb je eeuwig te weinig.

1:05:28Wie is uw blijdschap?

1:05:32Het is groot als je je mag verblijden in je man of vrouw.

1:05:35Als je een gezegend huwelijk mag hebben.

1:05:37Maar ik hoop niet dat u zegt.

1:05:39Dat is de persoon waarmee ik mij het hoogste in verblijt.

1:05:44Verblijt u in de heren.

1:05:47Ons tweede punt, voor altijd.

1:05:54De apostel die zegt er nog iets bij.

1:05:57Hij zegt, allen tijd.

1:06:02Nou en dat je blij kunt zijn als je je diploma hebt gehaald.

1:06:05Of dat het op het werk mee zit.

1:06:08En dat het goed mag gaan in het huwelijk.

1:06:11Dat snappen we dan nog wel een beetje.

1:06:15Waarbij het nog steeds de vraag is of het dan wel echte blijdschap is.

1:06:18Want als je kijkt naar die tien meerlaatste mannen.

1:06:21Er werden er tien genezen.

1:06:23Maar er was er maar eentje die echt verblijd was in de heren.

1:06:26Want die keerde terug.

1:06:27Die negen vonden het best dat ze genezen waren.

1:06:31En gingen naar huis.

1:06:34Verblijd u in de heren.

1:06:35Dat is

1:06:37nog niet zo dat je kunt zeggen.

1:06:39Als je maar iets moois hebt dan lukt dat wel.

1:06:44Absoluut niet.

1:06:48Toch zegt de apostel, al een tijd.

1:06:50Dus dan geldt het niet alleen op momenten van hulp en bijstand en verwondering, maar ook op moeilijke dagen, op verdrietige dagen.

1:07:01En dan zeg je misschien wel, is

1:07:05die Paulus dan wel helemaal bij de werkelijkheid?

1:07:10En we snappen die vraag.

1:07:14Je kunt toch niet zeggen, verblijt je op het moment dat je een...

1:07:19Uitslag krijgt dat je ernstig ziek bent.

1:07:22Dan kun je toch niet blij zijn.

1:07:24U hebt gelijk, met die uitslag kun je niet blij zijn.

1:07:27Dat is een gevolg niet van iets positiefs, maar van de zonde.

1:07:34En toch zegt hij ook niet, verblijf je over dat

1:07:39punt op zich.

1:07:40Maar in de Heere allen tijd, dat moet u wel bij elkaar houden.

1:07:45En als u bedenkt dat Paulus dit schrijft vanuit de gevangenis.

1:07:52Waarschijnlijk in Rome.

1:07:55Dan kleurt het toch wat anders.

1:07:57Hij zit in de gevangenis en schrijft tegen mensen die buiten de gevangenis zijn.

1:08:03Verblijt u in de heren al een tijd.

1:08:07Dat maakt het toch wel iets anders.

1:08:09Als iemand in een hotelkamer zit.

1:08:12Met weet ik niet wat voor prettige dingen.

1:08:15Of dat iemand in de gevangenis zit en dit schrijft.

1:08:18Het was de apostel die in Filippi juist in de gevangenis had gezeten.

1:08:23Dus ze wisten ervan.

1:08:25En hoe hij had gezongen, lofzangen tot Gods eer.

1:08:28En hij schrijft ook aan deze gemeente in hoofdstuk 1 vers 29.

1:08:32Het is u uit genade gegeven in de zaak van Christus te geloven.

1:08:38Maar ook voor hem te lijden.

1:08:40Dan zegt hij het is genade om te lijden voor de zaak van Christus.

1:08:43Dus ook als je te maken hebt met moeilijke omstandigheden.

1:08:48Betekent dat niet dat er reden is voor wanhoop.

1:08:51Maar nog steeds geldt ook dan verblijt u.

1:08:54Nee, niet in die omstandigheden, maar in de heren in die omstandigheden verkerend.

1:09:01Dus je bent niet blij omdat je ziek bent of omdat je ergens voor gezakt bent of omdat je een ramp of wat dan ook meemaakt.

1:09:10Nee, maar ook in die omstandigheden is er alle reden om je niet wanhopig te gedragen en te voelen, maar te verblijden in de heren.

1:09:22En dan snappen we inmiddels.

1:09:24Dat dit niet gaat over een of andere.

1:09:27Om het maar zo te zeggen.

1:09:28Smile op het gezicht.

1:09:30Dit gaat over een innerlijke diepe zaak.

1:09:35Blijdschap in de heren.

1:09:36Terwijl je moet lijden.

1:09:38Terwijl het moeilijk is.

1:09:41Blijdschap in de heren.

1:09:43Ook hier waren zorgen.

1:09:46Ik zal het allemaal nu niet gaan opnomen.

1:09:48Maar in de hoofdstukken 2 en 3 staat genoeg.

1:09:51Waar zorgen over waren.

1:09:54Er was verdeeldheid.

1:09:57Er waren externe moeilijkheden.

1:10:00En Paulus zegt.

1:10:02Verblijt u.

1:10:03Ook in deze omstandigheden.

1:10:05In de heren.

1:10:07En dan blijken oude en nieuwe testamenten een eenheid te zijn.

1:10:11Want dan neem ik u even mee naar Habakkuk.

1:10:13Habakkuk 3.

1:10:15Die bekende woorden.

1:10:17Die nog steeds mogelijk zijn.

1:10:19En die ook werkelijkheid worden.

1:10:21Alhoewel de vijgenboom niet bloeien zal.

1:10:23En geen vrucht aan de wijnstok zijn zal.

1:10:26Dat het werk van de olijfboom liegen zal dus te zitten.

1:10:29Niks aan de boom.

1:10:31Het land is door.

1:10:34En misschien denkt u ook.

1:10:36Mijn land is ook door.

1:10:38Ik zie weinig groeien.

1:10:40Het is kurkdroog.

1:10:41De velden brengen geen spijzen voor.

1:10:44Dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal.

1:10:47Dus dieren sterven in de tijd van Habbekuk.

1:10:50Dat er geen rund in de stalling wezen zal.

1:10:53En dan lijkt het wel of die man niet goed bij zijn hoofd is.

1:10:57Maar hij zegt het.

1:10:57Zo zal ik nogthans in de heren van vreugde opspringen.

1:11:02Ik zal mij verheugen in de God, mijn zels.

1:11:04Habakkuk, leg mij dat nou eens uit.

1:11:07Ben je nou helemaal niet goed geworden?

1:11:11Nee, Habakkuk verblijft zich in de soevereiniteit van de heren.

1:11:15In de trouw van God.

1:11:16Hij klamt zich vast, ook in deze omstandigheden, aan zijn zaligmaker.

1:11:25Dat betekent dat je zegt, ook al is het nog zo moeilijk.

1:11:29En ook al ga ik er zeer onder gebukt.

1:11:32Ik weet dat God er is.

1:11:36Dat God het niet verkeerd doet.

1:11:38Dat God het alles bestuurt.

1:11:41En dat God het uiteindelijk ten goede zal doen zijn.

1:11:47Nee, je verblijft je niet over die lege stal.

1:11:49Over dat dorre land.

1:11:51Over die mindere opbrengst.

1:11:53Dat zijn geen zaken van blijdschap.

1:11:57Maar wel in het feit dat de Heer ook in deze omstandigheden er vanaf weet.

1:12:02En het niet uit de hand loopt.

1:12:04En dan mag de kerk het weten vanuit het verbond.

1:12:09Dat alle dingen moeten meewerken ten goede.

1:12:14Toen ik dit aan het voorbereiden was.

1:12:17En dat zal ongeveer drie weken geleden zijn.

1:12:19Toen moest ik terugdenken aan

1:12:23ongeveer een maand daarvoor.

1:12:25Toen ik iets meemaakte waar ik zeer verdrietig van was.

1:12:31Ik was ook boos op de heren.

1:12:34Ik kon het nog wel aardig binnen kamers houden.

1:12:37Ik was wel boos.

1:12:39Ik dacht, heren, wat maakt u mij nou?

1:12:42Waarom laat u nou dit gebeuren?

1:12:45En je voelde van binnen wrevel, opstand, boosheid, weerstand, noem maar op.

1:12:55En een paar dagen later bleek dat die gebeurtenis waar ik niet meer te weg kon.

1:13:04Totaal iets opleverde wat ik nooit, nooit had verwacht.

1:13:10En als ik daar nu op terugkijk dan zeg ik.

1:13:12O heren wat bent u wonderlijk wijs en goed.

1:13:17Dan kun je alleen maar schamen.

1:13:20En toch verblijden over die trouw van God.

1:13:24Want hij had mij op dat moment en ook op vele andere momenten kunnen wegstoten.

1:13:27En hij deed het niet.

1:13:30En hij bevestigde het opnieuw.

1:13:34En wij weten dat.

1:13:35Voor degenen die God lief hebben.

1:13:37Alle dingen moeten meewerken ten goede.

1:13:41Maar dat voelde op dat moment niet zo.

1:13:44Het gevoel was totaal anders.

1:13:47Wij weten.

1:13:49En omdat je het weet.

1:13:52En dat heeft ook met je verstand te maken.

1:13:54Maar dat gaat toch dieper dan het verstand.

1:13:56Omdat je het weet vanuit het woord.

1:13:59Omdat je weet dat God betrouwbaar is.

1:14:01Dan zeg je heren.

1:14:02Ik snap uw weg niet.

1:14:04Maar ik zal me toch in u verblijden.

1:14:07Want u bent goed en goeddoende, soeverein en wijs.

1:14:12Begrijpt u?

1:14:14Dan kan het toch gebeuren dat iemand bij de kist zit van zijn kind.

1:14:20En verdrietig is over het verlies van dat kind.

1:14:23Intens verdrietig.

1:14:25En zich toch tegelijkertijd

1:14:28verblijt in de heren.

1:14:31Zoals Habakkuk als boer in moeilijke omstandigheden was.

1:14:36En toch zei, ik zal van vreugde opspringen in de heren.

1:14:42Dat is het geheim van het christendom.

1:14:45Dat heeft ermee te maken met wat de apostel zegt.

1:14:49De Heere is nabij, waar we vanavond als God het geeft meer over zullen zeggen.

1:14:54Dit is geen

1:14:57oppervlakkige, geen aardse en zelfs geen emotionele, maar een geestelijke blijdschap.

1:15:05Een geestelijke verwondering die uiteindelijk alles met Gods soevereiniteit te maken heeft.

1:15:11Heren, u bent God.

1:15:14En ik ben mens.

1:15:16En omdat u God bent.

1:15:18Mijn schepper.

1:15:20Ja ook mijn verbondsgod.

1:15:21Heb ik alle reden ten alle tijden.

1:15:24Om u nu te verblijden.

1:15:27Ook als het er niet op lijkt.

1:15:30Ja dan kan ik inderdaad droefheid hebben.

1:15:34Over omstandigheden.

1:15:36En blijdschap.

1:15:37In de heren.

1:15:39Verblijt u.

1:15:41Niet in allerlei omstandigheden.

1:15:44Maar in de heren.

1:15:46Te alle tijd.

1:15:47Wat die omstandigheden ook zijn.

1:15:50En dat het niet verzelfsprekend is.

1:15:51Blijkt wel uit die herhaling.

1:15:53Wederom zeg ik.

1:15:55Verblijt u.

1:15:56Verblijt u in wie God is.

1:16:00Dat woord komt tot mij.

1:16:02Dat mag ik uitdragen aan u.

1:16:05Dat is geen menselijke vondst.

1:16:09Maar geestelijk onderwijs.

1:16:12Verblijt u in.

1:16:13Wat Jezus Christus leed en deed.

1:16:16En dat voor zondaren.

1:16:18Die telkens en telkens maar weer.

1:16:21God beledigen.

1:16:22God kwetsen.

1:16:24God verlaten.

1:16:25Oh wat een wonder.

1:16:27Zijn trouw.

1:16:29Zijn genade.

1:16:32Daar kun je toch niet op.

1:16:33Dat

1:16:34God zo is.

1:16:36Heren.

1:16:36Wie bent u.

1:16:38Voor zo een.

1:16:40Als ik was.

1:16:41Ben.

1:16:42En blijf.

1:16:45Tenslotte.

1:16:46Een blijdschap die mogelijk is.

1:16:50De apostel schrijft op een bijzondere manier.

1:16:53Verblijt u in de heren.

1:16:55Wederom zeg ik verblijt u.

1:16:56Hoe schrijft hij?

1:16:59Dus heb je het al wel door.

1:17:00In het Nederlands kun je het ook wel een beetje zien.

1:17:03Hij schrijft het in de gebiedende wijs.

1:17:07Het is geen wens.

1:17:09Maar een gebod.

1:17:11Paulus zegt niet ik heb een advies voor u.

1:17:16En kijk eens wat je ervan vindt.

1:17:18Of het je wat lijkt.

1:17:19Nee het is een gebod.

1:17:23Jij krijgt vanmorgen niet de keus om je in iemand anders dan in God te verblijden.

1:17:29Gelukkig niet.

1:17:31En dat is genade.

1:17:32En het is tegelijk ook klemmend.

1:17:36Dus het is een gebiedende wijs.

1:17:38Waarbij wij dus geen ruimte geboden krijgen om ergens anders.

1:17:42En iemand anders onze blijdschap te zoeken.

1:17:45Het is meer dan een aanbeveling.

1:17:49Het is meer dan een aansporing.

1:17:51Het is een gebod.

1:17:52Een gebiedende wijs.

1:17:56Blijkbaar.

1:17:57Is dit nodig voor Gods volk.

1:18:01En dan al helemaal ook voor onbekeren.

1:18:05Omdat wij blijkbaar dit uit onszelf niet willen en niet doen.

1:18:12Omdat wij blijkbaar in staat zijn om elders.

1:18:15Om in andere dingen.

1:18:16In sport.

1:18:18In werk.

1:18:19In geld.

1:18:20Of in andere relaties onze blijdschap.

1:18:23Onze hoogste blijdschap te zoeken.

1:18:25En dat wil God niet.

1:18:28Dat is genade.

1:18:31Zijn goedheid en mijn dwaarsheid komen in dit gebod aan

1:18:37het licht.

1:18:38Het is zijn goedheid dat hij het niet adviserend, maar bevelend tot ons laat komen.

1:18:43En het legt ook tegelijk bloot uw en mijn dwaarsheid.

1:18:47Want hier zitten en hier staan mensen die in staat zijn om overal, behalve in God, hun blijdschap te zoeken.

1:18:57En dan ben je tachtig jaar bezig om blijdschap te zoeken en je komt teleurgesteld uit.

1:19:04Of misschien nog ouder.

1:19:07En de Heer zegt.

1:19:08Zoek o jongen.

1:19:10Zoek o meisje.

1:19:11Je blijdschap.

1:19:13Bij en in mij.

1:19:16Wat een goedheid he.

1:19:18En dan ben jij bezig.

1:19:20Om van alles en nog wat van stal te halen.

1:19:22En overal heen te gaan.

1:19:24Letterlijk figuurlijk.

1:19:25Om blij te worden.

1:19:27En je gaat het niet redden.

1:19:30Luidte God.

1:19:32De bron van vreugde.

1:19:34De bron van het hoogste.

1:19:36Goed.

1:19:38Verplicht u en mij.

1:19:41Om bij hem zich te vervoegen.

1:19:43Heer ik heb overal blijdschap gezocht.

1:19:45En het blijkt elke keer tussen mijn vingers weg te glippen.

1:19:50En u zegt u.

1:19:51Dat het bij u in de gebieden der wijs gezocht moet worden.

1:19:57De bron van vreugde.

1:19:59De bron van blijdschap.

1:20:01Verplicht u en mij om het bij hem te zoeken.

1:20:03Omdat het bij hem te vinden.

1:20:05Te verkrijgen is.

1:20:08Zal dit ooit gebeuren?

1:20:11Nou, je kunt een dode van alles gebieden, maar hij doet het niet.

1:20:16Je kunt tegen een dode gaan zeggen, eet eens op, maar hij doet het niet.

1:20:20Heeft het dan wel zin, Paulus, om te zeggen, verblijt u in de Heer?

1:20:24Ja.

1:20:28Niet omdat Paulus iets kan, maar omdat het door het woord gebeurt.

1:20:34Gemeente, een preek is geen lezing.

1:20:37In een lezing wordt informatie gewisseld.

1:20:40En dan kun je zeggen, interessant, nuttig, leuk, mooi.

1:20:45Maar een preek is geen lezing.

1:20:50Het levende woord van God.

1:20:56Moet ik mij verwonderen?

1:20:58Of moet de kerkenraad zich verwonderen?

1:21:00Laat ik mezelf er even.

1:21:01Als er komende week iemand, een van de ambroeders zou opbellen.

1:21:05En zou zeggen.

1:21:07Beste ouderling.

1:21:10Ik heb toch zoiets wonderlijks meegemaakt.

1:21:13Ik zat zondag in de kerk.

1:21:15En ik heb in de heren blijdschap gevonden.

1:21:21Dat is natuurlijk een wonder.

1:21:23Dat is zeker niet normaal.

1:21:26En tegelijk geldt.

1:21:29Het is wat wij mogen verwachten van het woord.

1:21:35Als dit woord tot u komt.

1:21:38In godsvoorzienigheid.

1:21:41Mogen we verwachting hebben dat de heren wil dat er zich zullen verblijden in hem.

1:21:46En zijn woord zal niet ledig wederkeren.

1:21:49Ik ben weleens bang dat we daarin te voorzichtig.

1:21:53Ja natuurlijk we zijn het onwaardig.

1:21:55Maar dat kan ook doorschieten.

1:21:57Hebben we nog verwachting van het woord?

1:21:59Nee.

1:22:00Niet van een dominee.

1:22:03Maar van het woord.

1:22:05Heb ook geen verwachting van uw nieuwe predikant.

1:22:08Maar van het woord.

1:22:10O heren u brengt uw woord door middel van mensen.

1:22:13Op dat doden zullen horen.

1:22:15Op dat dwazen zich zullen verblijden in de heren.

1:22:19Dat een jongen uit Oudorp.

1:22:21Die tot en met gisteren bezig was.

1:22:24Om overal en nergens een blijdschap te zoeken.

1:22:27In God de blijdschap gaat vinden.

1:22:31Een blijdschap die mogelijk is.

1:22:34God werkt.

1:22:36Inderdaad door de gebiedende wijs.

1:22:38Dat wat niet kan en nooit te verwachten was.

1:22:42Het is de heilige geest die het woord zo gebruikt.

1:22:46En daarom zeggen we vanmorgen niet.

1:22:48Ik hoop maar dat u zich in hem verblijden zal.

1:22:52Dat staat niet in dit woord.

1:22:53Dat staat verblijt u in de heren.

1:22:56Het legt onze dwaasheid ingrijpend bloot.

1:22:59Want we doen het niet.

1:23:01En we willen het niet.

1:23:02En we zullen het niet.

1:23:03En toch.

1:23:05Zijn woord zal niet ledig wederkeren.

1:23:07Een blijdschap.

1:23:08Die mogelijk is, die werkelijkheid wordt.

1:23:12Als zijn woord keert niet ledig weer.

1:23:16Verblijt u in de Heer.

1:23:18Dat zeg ik tegen mensen.

1:23:19En dat zegt de mens die dit uit zichzelf nooit doet en wil en kan en zal.

1:23:25En toch zal het gebeuren.

1:23:28En die voorbeelden die zijn er.

1:23:31Deze wonderlijke imperatives gebiedende wijs.

1:23:35Gebruikt God.

1:23:37Om niet alleen schuldig te stellen en erachter te komen dat het niet zo is.

1:23:42Maar ook om te laten gebeuren dat je zegt, heren.

1:23:46Dan hoef ik me er niet over te verbazen dat er een moeder vanmorgen zegt, heren.

1:23:50Mag dit komende week gebeuren?

1:23:54Vandaag.

1:23:58Voorbeeld in de Bijbel.

1:24:00Blijdschap in de Heer.

1:24:01In moeilijke omstandigheden.

1:24:02Abraham woont inmiddels al een poosje in Canaan.

1:24:07Maar heeft nog steeds geen kind.

1:24:09En dan zegt de heer Jezus later, Abram uw vader heeft met verheuging, met verheuging verlangd.

1:24:15Omdat hij mijn dag zou zien.

1:24:18En heeft hem gezien.

1:24:20En is verblijt geweest.

1:24:22Abram heeft als een blijde vreemdeling gewoond in Kanaan.

1:24:28Terwijl er maar niks of amper iets te zien was van de vervulling van Gods belofte.

1:24:34Maar hij zag op de betrouwbaarheid van God.

1:24:38Ook als het tegendeel wordt ervaren.

1:24:40Blijdschap in de heren.

1:24:42Ook als tegenslag.

1:24:44Er is blijdschap in de heren.

1:24:47Wetend van die hoop.

1:24:50Van dat werk van die borgen zalig maken dat volkomen is.

1:24:54Tenmidden van lijden, verdrukking en moeite.

1:24:57De apostelen hadden het.

1:24:59En ze waren verblijd.

1:25:01Omdat ze voor de naam van Christus mochten lijden.

1:25:05Ik moet nog denken aan de kamerling.

1:25:07Uithandelingen 8.

1:25:09Philippus was weg.

1:25:11En hij reisde zijn weg met blijdschap.

1:25:15Wordt erbij gezegd.

1:25:16Waarom was die man blij?

1:25:18O Jezus Christus was hem geopenbaard.

1:25:23Het hing niet van mensen af.

1:25:25Het was niet van mensen gebonden.

1:25:27Het was een blijdschap in de Heren.

1:25:30Gemeente.

1:25:32Ik weet uw omstandigheden niet.

1:25:35U denkt misschien.

1:25:37U moest eens weten.

1:25:38Dan zou u niet over durven preken.

1:25:41Ik weet het niet.

1:25:42God weet het wel.

1:25:44En hij weet waarover moet worden geprikt.

1:25:48Ik heb erom gebeden.

1:25:51Heren, moet het die tekst of die tekst of die tekst zijn.

1:25:56Het is door de heren bestuurd.

1:25:59Het is zijn woord tot u.

1:26:02Die zegt, het liefst in uzelf verblijt.

1:26:06Maar daar heeft God u niet voor over.

1:26:09Verblijt u in de heren.

1:26:11Verblijt u in die diebare zaligmaker.

1:26:14Die aan het kruis wilde hangen.

1:26:16Die in de kribben wilde liggen.

1:26:18Om zondaren.

1:26:20Die zich elke dag weer bevuilen.

1:26:23Zalig te maken.

1:26:24Gemeente.

1:26:27Een wonderlijk gebod.

1:26:29Verblijt u in de heren.

1:26:31Te allen tijden.

1:26:33Wat uw situatie ook is.

1:26:35Zie op hem.

1:26:37In zijn wijsheid.

1:26:39In zijn trouw.

1:26:40In zijn genade.

1:26:42In zijn rechtvaardigheid.

1:26:44Hij zal ook recht zetten wat krom

1:26:48getrokken is door Satan en zondaren.

1:26:50Hij zal het recht zetten.

1:26:51Verblijt u in die God.

1:26:53Die eenmaal alles recht zet.

1:26:55Die alles volkomen maakt.

1:26:57Maar besef ook.

1:27:00Dat als je dit negeert.

1:27:02Dat je hiervan afkeert.

1:27:05En je blijft je verblijden in allerlei dingen van de aarde.

1:27:09En in het bijzonder wel van de zonde.

1:27:11Dan eindigt het in een eeuwige droefheid.

1:27:16Dat is ook de werkelijkheid.

1:27:18Die de Bijbel ons laat zien.

1:27:20Maar het levendmakende, verblijdende woord van God klinkt ook vandaag in Oudorp.

1:27:26Verblijd u in de Heren.

1:27:29Al een tijd.

1:27:31Wederom, nog een keer zeg ik het.

1:27:32Zeg Paulus, zeg God.

1:27:35Verblijt u.

1:27:37Amen.

1:27:39Zingen we 104 vers 17.

1:27:42104 vers 17.

1:27:44Laten

1:27:44[GEZANG]

1:31:16we danken en bidden.

1:31:21Heer in de hemel.

1:31:24Wij moeten beleiden.

1:31:26Dat we onze blijdschap altijd wel weer op de verkeerde plaats en in onszelf zoeken.

1:31:34En daarmee komen we uiteindelijk teleurgesteld uit.

1:31:40En als u het niet verrood.

1:31:42Voor eeuwig teleurgesteld.

1:31:44Nu kwam u met uw woord.

1:31:47En u komt met uw woord.

1:31:50Tot mensen.

1:31:52Die dit niet willen en kunnen en zullen doen.

1:31:56Uit zichzelf.

1:32:00Vanwege hun dwaasheid en blindheid.

1:32:01En oppervlakkigheid.

1:32:03En vijandigheid.

1:32:05Maar wat een wonder dat u gebiedend komt.

1:32:07En u sprak en zei licht.

1:32:09En er was licht.

1:32:10En zo komt u ook om blijdschap te scheppen.

1:32:14In Christus.

1:32:17Die bron.

1:32:18Van ontferming en troost.

1:32:20Die in hem openbaar komt.

1:32:23Uit uw triëne God.

1:32:26Mag het dan toch.

1:32:28Ook vandaag weer werkelijkheid worden.

1:32:30We begeren het in uw naam.

1:32:33Ze zullen in uw naam.

1:32:34Zich al de dag verblijden.

1:32:37Die naam alle namen.

1:32:40Jezus.

1:32:43Uit de school des vaders gekomen.

1:32:47Wat een goede tierenheid.

1:32:49Wat een wijsheid.

1:32:50Wat een soevereiniteit Gods.

1:32:53Hier mogen we dan.

1:32:55Voor het eerst en opnieuw in u al onze blijdschap vinden.

1:33:02We danken u voor uw woord.

1:33:04Uw woord zal niet ledig, weet ik, heer.

1:33:06Het wordt door de duivel betwist.

1:33:07Het verstand begrijpt het niet.

1:33:09Het ongeloof betwist het.

1:33:11Maar, heren, we leggen het in uw hand.

1:33:15Wetend dat in welke omstandigheden we ook zijn, dat u er bent.

1:33:20Heb zo'n dank voor hetgeen u gaf ook in deze dienst.

1:33:22Vergeef het ons en het zondige.

1:33:24Heren, want tot in de heiligste verrichtingen zoeken we iets in onszelf.

1:33:30Wil het wegnemen.

1:33:31Wil het uitdelgen.

1:33:33Ga mee als we huisarts gaan.

1:33:35Als we thuis al zijn.

1:33:36Geef nog een goede nabetrachting.

1:33:38En breng ook vanavond de gemeente.

1:33:40Andermaal onder uw woord.

1:33:42Gedenk zo in uw ontferming.

1:33:45Verheerlijk uw naam.

1:33:47En we zeggen u dank heren.

1:33:49U bent de bron van blijdschap.

1:33:52De bron van vreugd.

1:33:55Mag het dan zo zijn.

1:33:56Dan ga ik op tot Gods altaar.

1:33:58En tot God mijn God.

1:34:00De bron van vreugd.

1:34:01Die na kortstondig ongenugd mij eindeloos verheugt.

1:34:05Hoor ons gebed.

1:34:07Om Jezus wil.

1:34:09Amen.

1:34:11Zingen we 89, 7 en 8.

1:34:15Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.

1:34:18Zij wandelen hier in het licht van goddelijk aanschijn voort.

1:34:21Zij zullen in uw naam zich al de dag verblijden.

1:34:25En het achtste.

1:34:26Gij toch.

1:34:26Gij zijt hun roem.

1:34:29De kracht.

1:34:30Van hun kracht.

1:34:32En wat er verder volgt.

1:34:33In 89, 7 en 8.

1:34:36[GEZANG]

1:40:29Gemeente Thuisen.

1:40:30Hier verheft uw hart en tot God draagt met u de zegen van de heren die wij in zijn naam op u leggen.

1:40:36De heren zegenen u en hij behoeden u.

1:40:40De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en hij zij u genadig.

1:40:45De heren verheffen zijn aangezicht over u.

1:40:48En hij geven u vrede.

1:40:51Amen.

1:40:52[GEZANG]