0:00[GEZANG]
10:17Gemeente Vooraf, de volgende afkondiging namens uw Kerkraad.
10:21Woensdag 12 augustus is er een doordeweekse dienst.
10:24In deze dienst zal kandidaat M.J.
10:27Kooiman uit Delft voorgaan, aanvang half acht.
10:29Dit zo de Heerde wil en wij zullen leven.
10:32De collecten in deze dienst zijn voor ten eerste pastoraat, ten tweede kerkvoltei en ten derde voor de aflossing van de kerk van harte deze collecten aanbevolen.
10:44Laten we deze dienst aanvangen.
10:48Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren die de hemel en de aarde gemaakt heeft.
10:56Die trouw houdt tot in de eeuwigheid en die nooit laat varen de werken zijner handen.
11:02Amen.
11:04Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
11:09En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
11:13En van Jezus Christus die de...
11:15getrouwe getuige is, de eerstgeborene uit de doden en de overste van al de koningen der aarde.
11:23Amen.
11:25Zetten we gemeente deze dienst voor met het zingen van Psalm 123 en daarvan vers 1.
11:30Ik hef tot u die in de hemel zit mijn ogen op en bid.
11:36Gelijke knecht ziet op de hand zijn heren om noodruft te begeren.
11:41En wat er verder volgt in het eerste vers van Psalm 123.
11:44[GEZANG]
14:47We doen ook vanavond in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis van het algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de apostolische geloosbeleidenis.
14:57En zingen we daarna van 131 het vierde vers, dat is er al op de heren vertrouwen, het vierde van 131.
15:05Nadat we met de apostolische geloosbeleidenis hebben beleden, ik geloof in God de Vader, de almachtige Schepper des hemels en der aarde.
15:16En in Jezus Christus zijn enige geboren Zoon, onze Heere, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft
15:28onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derde dagen wederom is opgestaan van de doden, opgevaren
15:41ten hemel, zittende ter rechterhand Gods.
15:44[GEZANG]
17:29Schriftlezing voor deze avond is Filippense 4.
17:33Uit de Filipenzenbrief, het vierde hoofdstuk.
17:36En
17:39we lezen daar het woord van God als volgt, in Filipenzen 4, vanaf vers 1.
17:44Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon staat al zo in de Heren, geliefden.
17:53Ik vermaan Eodia en ik vermaan Sint-Tige dat zij eensgezind zijn in de Heren.
18:00En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel,
18:04Zijn deze vrouwen behulpzaam.
18:05Die met mij gestreden hebben.
18:07In het evangelie.
18:09Ook met Clemens.
18:10En de andere mijn mede-arbeiders.
18:13Welke namen zijn in het boek des levens.
18:16Verblijt u in de heren al een tijd.
18:18Wederom zeg ik u.
18:20Verblijt u.
18:22Uw bescheidenheid zijn alle mensen bekend.
18:24De heren is nabij.
18:27Wees tegen geen ding bezorgd.
18:29Maar laat uw begeerten in alles doorbidden en smeken.
18:33Met dankzegging.
18:34...bekend worden bij God.
18:36En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat...
18:39...zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
18:44Voortbroeders, al wat waarachtig is en al wat eerlijk is...
18:48...al wat rechtvaardig is, al wat rein is...
18:50...al wat liefelijk is, al wat wel uit, zo er enige deugd is...
18:54...en zo er enige lof is, bedenk dat zelf.
18:58Hetgeen gij ook geleerd en ontvangen en gehoord...
19:01...en in mij gezien hebt, doe dat.
19:04En de vrede en de God des vredes zal met u zijn.
19:08Ik ben grotelijks verblijt geweest in de heren.
19:11Dat gij nu eenmaal weer omverwakkerd zijt om aan mij te gedenken.
19:15Waaraan gij ook gedacht hebt.
19:16Maar gij hebt de gelegenheid niet gehad.
19:19Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek.
19:21Want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.
19:27Ik weet vernederd te worden.
19:28Ik weet ook overvloed te hebben.
19:31Alles sinds en in alles ben ik onderwezen.
19:33Bij de verzadigd te zijn en honger te lijden.
19:38Bij de overvloed te hebben en gebrek te lijden.
19:43Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft.
19:49Nochtans heb jij wel gedaan dat jij met mijn verdrukking gemeenschap hebt gehad.
19:53En ook jij Filippense weet dat in het begin des evangelies toen ik van Macedonië vertrokken ben.
20:00geen gemeente mij iets meegedeeld heeft tot rekening van uitgaven en ontvangst, dan gij alleen.
20:06Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermal gezonden tot noodruft.
20:13Niet dat ik de gaven zoek, maar ik zoek de vrucht.
20:16Die overvloedig is tot uw rekening.
20:18Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed.
20:21Ik ben vervuld geworden als ik van Epaphroditus ontvangen heb wat van u gezonden was.
20:27Als een welriekende reuk en een aangename offerande gode welbehagelijk.
20:33Nog mijn God zal naar zijn rijkdom vervullen al uw nooddrift in heerlijkheid door Christus Jezus.
20:39Onze God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid.
20:42Amen.
20:43Groet alle heiligen in Christus Jezus.
20:46U groeten de broeders die met mij zijn.
20:49Al de heiligen groeten u en het meest die van het huis des keizers zijn.
20:53De genade.
20:55Van onze Heer Jezus Christus.
20:57Zij met u allen.
21:00Amen.
21:01Tot zover de schriftlezing.
21:03Laten we het aangezicht van de Heer zoeken.
21:05In gebed.
21:10Heer in de hemel.
21:13U hebt het vanavond gezegd.
21:17Om niet bezorgd te zijn.
21:22Maar.
21:23Onze begeerten in alles.
21:25Met bidden en smeken.
21:26En dankzegging bekend te maken bij u.
21:30En Heer u weet.
21:32Dat er vanavond.
21:34Hier in de kerk en thuis bij de kerktelefoon zitten met bepaalde of zelfs vele zorgen.
21:43Er zijn er, en heren u weet wie het zijn en wat het is.
21:48Die hebben een bezwaard en beangstigd hart.
21:54In zaken dingen van het tijdelijke.
21:57In zaken dingen van het geestelijke leven.
22:02En soms allebei.
22:05En er is een verschil en dan is het één.
22:08te prefereren boven het ander, maar we hebben gehoord om niet bezorgd te zijn.
22:17Meneer, hoe zal het vanavond zover komen dat we onze zorgen als het ware kwijt zullen raken?
22:27Mag daartoe uw woord krachtig uitgaan in het midden van deze gemeente.
22:35Mogen zondaren horen wie u bent.
22:39Wie u bent in Christus, maar ook buiten Christus.
22:44Want heren, als u buiten Christus met ons te doen hebt, dan kunt u ons alleen maar verteren.
22:48Dan is uw nabijheid iets om zeer te vrezen.
22:52En
22:54open daar onze blinde ogen voor door de Heilige Geest.
22:57Wat het wil zeggen, uw nabijheid in Christus.
23:02En die vrede Gods, die in en door Jezus Christus is.
23:07En om dan te midden van alle omstandigheden, hoe ze ook zijn.
23:12Van ziekte.
23:13Van rouw.
23:14Van tegenslag.
23:17Van wanhoop.
23:18Aan onze kant.
23:20Iets te kennen van die vrede gods.
23:22Die alle verstand te boven gaat.
23:24Die de wereld ons niet kan bieden.
23:26Die de wereld ook niet kent.
23:27Die u geeft.
23:30Om iets te beoefenen van wat de dichter zegt.
23:32Heb ik ook op het te zingen.
23:33Al ging ik ook door een dal van de schaduw van de dood.
23:37Ik zou geen kwaad vrezen.
23:39Want gij.
23:40Zijt met mij.
23:43Heer, hoeft het vanavond geen theorie te zijn, maar maak het bevinding.
23:49Heer, en dat de midden van angst en zorgen mag worden ervaren, dat is er al op de Heere vertrouw om onze hoop op uw ontferming te bouwen en stil
24:01te berusten in uw beleid.
24:04Heer, ook al is de weg van ons anders dan die van een ander.
24:08Ja, Heer, dan gaat uw soeverein uw weg met een ieder in bijzonder van uw kinderen.
24:14En heren, bewaar ons ervoor dat we naar een ander zullen kijken en net als Asaf zullen mopperen.
24:21Leer ons berusten in wat u goed voor ons acht.
24:26En heren, dan is datgene
24:30wat naar de mens gesproken het meest onmogelijk is met u begaanbaar.
24:37En dat wat menselijk gesproken het meest makkelijk is, is zonder u ten diepste onbegaanbaar.
24:46Mocht ook jongeren daar achter komen.
24:48Dat wonderlijke geheim.
24:51Wat u in Christus openbaart.
24:55Een verzoend God en Vader te zijn.
24:57De Heere is nabij.
24:59Allen die hem aanroepen.
25:00In de waarheid.
25:02En zo geeft u ons het gebed.
25:05Als een genademiddel.
25:06We danken u ervoor.
25:08Leer ons bidden.
25:11Leer ons af wat bidden niet is.
25:14En leer ons wat het wel is.
25:16Ja, heren, dan hebben we het steeds weer te leren, want wij zijn vleeslijk verkocht onder de zonde.
25:22Zo bidden we om uw gunst te betonen.
25:26Heren, wij zijn geneigd om allereerst te bidden om de oplossing van onze problemen, maar we bidden allereerst om uw nabijheid.
25:35Dat overtreft al het andere.
25:37We beleiden dat we van nature, en ook na ontvangen genade, hier steken blind voor zijn.
25:45Maar we danken u voor uw trouw onderwijs.
25:49Ook dit avontuur.
25:50Zegen het woord.
25:51Maak bekwaam om dat woord uit te dragen.
25:54Om aan het hart te leggen.
25:55In eenvoudigheid en duidelijkheid.
25:57Mag alles wat dat verhinderen zou kunnen.
25:59Uit de weg genomen worden.
26:01Heere, betoon zo een God te zijn van nabij.
26:05En niet van verre.
26:06Nabij u is het woord.
26:08Dat woord van zaligheid.
26:10Mag er zo onderwijs van vertroosting zijn.
26:12Vermaning en bemoediging voor uw kinderen.
26:15Ook van waarschuwing voor degenen die u niet zoeken en kennen.
26:19Die het denken te kunnen redden zonder u.
26:22Heren, dat ernstige, dat gevaarlijke, om dat te onderkennen.
26:29Heer, ontferm u ze over het geheel van de gemeente.
26:31U kent de omstandigheden van een ieder.
26:34Het zij getrouwd, het zij ongetrouwd.
26:37Het zij weduwe, wedunaar.
26:40Het zij dat we gescheiden zijn, dat ons huwelijk...
26:43Ten einde kwam door de droeve werkelijkheid van echtscheiding.
26:47Ontferm u ook over de zulken.
26:49Heer als we kinderen kregen.
26:50En die taak ontvingen om op te voeden.
26:53Maakt dat u bekwaam.
26:54Maar ook als uw weg zo met ons anders is.
26:58Tot nu toe.
27:00Maar heer ook daarin zou nog verandering kunnen komen.
27:03Ook dat leggen we voor u neer.
27:05Heer u nodig toch uit om al onze begeerten.
27:09Met binnen en smeken bij u bekend te maken.
27:13Maar leer ons allereerst te begeren.
27:16De verheerlijking van uw naam.
27:18In alles wat we doen en laten.
27:20In het kerkelijk, in het sociaal, in het economische.
27:24In het maatschappelijke leven.
27:26Wees u zo met allen.
27:29In het midden van de gemeente.
27:31U kent ook de psychische noden en zorgen.
27:35Wees ook daarin nabij.
27:38Mogen ook in onbegrepen wegen mag worden ervaren.
27:41Dat u een God bent van nabij.
27:44Zo leggen we voor u neer de gezinnen, de jeugd van de gemeente.
27:48Allen die een taak hebben in het midden van de gemeente.
27:51Ook al is het een tijd die we vakantietijd noemen.
27:55Meneer, gedenken ieder in de verantwoordelijkheden die er zijn.
27:58Kunnen het geheel van het kerkelijk leven.
28:00In de ambten, in de colleges, op de orgelbank.
28:05Heer ook als koster.
28:07Gedenk in alle taken die er mogen zijn.
28:10Mogen we doen met vreugde, ziende op de vrucht die er is voor u.
28:15Heer, om zo betrokken te zijn bij die liefdesdienst, die dienst van verzoening.
28:21En Heer, er wil nog arbeiders uitstoten in de wijngaten.
28:24Ook uit deze gemeente roepen tot werk in uw Koninkrijk.
28:29Het zij evangelisatiewerk, het zij ambtelijk werk, het zij zendingswerk.
28:34Heer, we dragen dat werk aan u op.
28:37Werk wat ten diepste niet van ons afhangt, maar waarbij u wel mensen inschakelt en gebruikt.
28:42Mag het uw zegen wegdragen in Suriname, in Malawi.
28:48Heren, in de ondersteuning daarvan, in het directe werk daarin.
28:53Geef wat nodig is, ook op andere posten, ook als er uit het midden van de kerk op andere plaatsen zijn.
28:59Zegen al het bijbelvertaalwerk, het bijbelverspreidingswerk.
29:04Mag er ook waarlijk evangelisatie, bewogenheid zijn voor jong en oud.
29:10In dit dorp en daar buiten.
29:12Op de plaatsen waar we zijn gesteld.
29:14Ook op de werkvloer.
29:15Als we mensen ontmoeten die soms nauwelijks of verkeerde beelden hebben van wat uw woord zegt.
29:22Heer, geef daartoe de bekwaamheid, de wijsheid en de bewogenheid.
29:27Niet te zwijgen maar te spreken.
29:29Zegen ook het werk onder uw bondsvolk Israël.
29:32Wil ook hen trekken uit de duisternis.
29:34Dat de kennis van de zalig maken.
29:36Heer en dan.
29:38Dan leggen we ook de omstandigheden.
29:40In de natuur aan de maal voor u neer.
29:43Heer ook als dat de tekstwoorden van vanavond raakt.
29:46Heer dan mogen we ook de begeerten naar regen.
29:49Voor u neerleggen.
29:50En er waren net wat druppels te zien.
29:53En heer dan kan.
29:55Dan kan elke weersverwachting zeggen.
29:57Het gaat niet of nauwelijks of helemaal nooit regenen.
30:01Maar u staat daar boven.
30:03Maar heren, nou is onze begeerte vaak gericht op tijdelijk aspect.
30:08Maar mag er ook een geestelijke wortel aan verbonden zijn.
30:11De bekering van onszelf en ons nageslag van ons dorp, van ons land.
30:16Om de stem die u hierin spreekt op te merken.
30:21Om te zien de ongerechtigheden waar ons land zich aan schuldig maakt.
30:25Maar ook om in uw trouw en goedheid te rusten.
30:28Heren, we leggen het voor u neer.
30:30In bijzonder degenen die zich zorgen maken.
30:34Die ook dat daadwerkelijk ondervinden.
30:37Over hoe het moet in het bedrijf of in het persoonlijke.
30:42In het maatschappelijke leven.
30:44Ontferm u uit genade.
30:46Wil nog bovenbidden en denken.
30:49Wonderen doen.
30:50Tot beschaming.
30:51Ja tot bekering.
30:52Tot verheerlijking van uw grote naam.
30:55Ik wil zo vanavond ook op deze kansel.
30:58Datgene geven wat nodig is.
31:00Niet om zelf wat te worden.
31:01Maar tot verheerlijking van die grote naam.
31:04Daar gaat het ons van nature nooit om.
31:06Maar u zorgt ervoor dat het daarom uiteindelijk zal gaan.
31:10Wat zult gij dan met uw grote naam doen.
31:13Om Jezus wil.
31:15Amen.
31:18Laten we zingen van Psalm 37, de verse 2, 3 en 6.
31:2337, vers 2.
31:25Stel op de Heer in alles uw betrouwen.
31:27Het derde vers.
31:28Geen ijdele zorgt hoe u van het heilspoor daar dwalen.
31:31En het zesde, het zachtmoedig volk zal eens de volle vrede genieten.
31:37In de zoetste rust verblijt.
31:412, 3 en 6 van 37.
31:43En u krijgt gelegenheid om uw liefdegave te geven voor de...
31:47Genoemde doelen, de heren zegenen u en ook u gaven.
31:49[GEZANG]
39:09Gemeente, de tekstwoorden voor de prediking van vanavond kunt u vinden in Filipense 4.
39:14En daarvan de versen 6 en 7.
39:16En daarbij lezen we ook vers 5b.
39:21Daar staat, de heren is nabij.
39:25En je zou tussen kunnen voegen.
39:27En daarom,
39:28wees tegen geen ding bezorgd.
39:31Maar laat u begeerten in alles door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God.
39:38En de vrede gods die alle verstanden boven gaat.
39:42Zal uw harten en uw zinnen bewaren.
39:46In Christus Jezus.
39:52Als thema, als hoofdgedachte onder dit tekstwoord willen we schrijven.
39:57Het wonder van de vrede gods te midden van alle zorgen.
40:03De tekst spreekt van bezorgdheid.
40:07De tekst spreekt ook van...
40:09Een vredegods die alle verstand te boven gaat.
40:13Dus het wonder van de vredegods te midden van alle zorgen.
40:19Je kunt zonder zorgen zijn en
40:23er slechter aan toe zijn dan met zorgen.
40:26We letten op een drietal gedachten.
40:28Ten eerste, bezorgdheid bedreigt deze vredegods.
40:35Ten tweede letten we op gebed.
40:38Is het middel tot deze vrede.
40:43En ten derde letten we op Gods nabijheid.
40:46Is de kern van deze vrede.
40:52Dus als hoofdgedachte het wonder van de vredegods te midden van alle zorgen.
40:59Een drietal punten.
41:00Ten eerste bezorgdheid bedreigt deze vrede.
41:04Ten tweede gebed is het middel tot deze vrede.
41:08En ten derde, Gods nabijheid is de kern van deze vrede.
41:15De
41:16vrede Gods die alle verstand te boven gaat.
41:22Gemeente, de woorden die Paulus hier schrijft...
41:27zijn opnieuw gericht aan gelovigen, allereerst gelovigen te Filippi.
41:33Hij zegt het, de namen zijn in het boek des levens.
41:39Het kan zijn dat iemand de gedachte heeft dat als je een kind van God bent, dan werkt het als volgt.
41:45Dan heb je vertrouwen op God en dan ben je nooit meer bezorgd.
41:51Ik heb in mijn jonge jaren een hele verkeerde gedachte gehad wat het geestelijk leven zou zijn.
41:59Ik dacht dat je dan niet meer zou zondigen.
42:02En ik dacht ook werkelijk dat sommige mensen niet zondigden.
42:08En daarbij past ook de gedachte dat als je gelooft dat de Heer er is,
42:15Ja, dan ben je nooit bezorgd.
42:17Nou, dat is niet bijbels.
42:20Waarmee ik natuurlijk niet zeg dat bezorgdheid goed te keuren is.
42:27Maar de teksten worden laten duidelijk zien dat ook in Filippi en mensen waren...
42:31...kinderen
42:33van God die
42:36met bepaalde angsten en zorgen rondliepen.
42:42En die op dat terrein ook bepaalde zondigheid aan zich hadden kleven.
42:53Ja, inderdaad, ik heb het vanmorgen gezegd, ik zal het nog een keer zeggen.
42:56Dit was de gemeente waar Lydia lid van was.
43:01En ook die zo bekende stokbewaarder.
43:05Dit was de gemeente waar God zijn goed werk, zijn zaligmakend werk, inderdaad, had laten gebeuren door middel van Paulus en ook door middel van anderen.
43:16Daar waar God zijn kerk bouwt, en dat is vandaag ook het geval, daar zal Satan proberen...
43:22Individuele gelovigen te benauwen.
43:24Maar ook collectief de zaak af te breken.
43:28Dat probeert hij ook in Oudorp.
43:31Satan zit nooit stil.
43:34En Satan probeerde ook in die tijd
43:38zaken te verschrikken.
43:41En dan zegt Paulus in hoofdstuk 21.
43:43Dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen die tegenstaan.
43:47Er waren dus tegenstanders.
43:51En wij zouden zeggen de kerkenraad en anderen die waren daar verschrikt van.
43:55Die zaten daarover in.
43:57Hoe zal dat toch gaan?
43:58En komt dat wel goed?
44:02Gedachten die toch wel heel herkenbaar zijn.
44:03Als je op de omstandigheden ziet, dan kun je zomaar denken.
44:06Komt dat wel goed?
44:07En gaat dat wel goed aflopen?
44:11Paulus noemt in hoofdstuk 3 de kwade arbeiders.
44:14Nou, dat is geen onduidelijke kwalificatie.
44:17Kwade arbeiders.
44:19Die hebben geen goede bedoelingen.
44:20Die willen de boel naar hun hand zetten.
44:22Die willen de boel afbreken.
44:24Die hebben eigen belang.
44:26Kwade arbeiders.
44:28Hij noemt ook nog vijanden van het kruis van Christus.
44:32Nou, dat is de kern van het evangelie.
44:34Dat zij vijanden zijn van het kruis van Christus.
44:39Nou, als dat om de gemeente rondwaart, dat is niet best, toch?
44:44Maar er waren niet alleen van buitenaf bedreigingen, er waren ook van binnenuit zorgen.
44:51Neemt u vers 2 maar.
44:54Eordie en Sint-Tiege, twee vrouwen, zijn onderling op een of andere wijze gebroeieerd.
45:01zitten in een conflict, in een ruzie of wat het ook is geweest.
45:07En de apostel roept de voorganger op in vers 3...
45:11om zich in te zetten om deze vrouwen te helpen uit dit conflict te komen.
45:21Maar als je dan kerkenraad bent van zo'n gemeente, dan denk je...
45:23hoe zal dat dan gaan en hoe moet dat dan goedkomen en nu heb ik ook uw zorg.
45:31Gezorg en gezin kunnen er zijn op het geestelijke terrein.
45:35Als je de kracht en de macht van Satan ontwaart.
45:37En de invloed op je kinderen.
45:38Op je kleinkinderen.
45:40Dan kan ik me voorstellen dat hier een opa zit die denkt.
45:44Hoe gaat dat nou ooit.
45:45Ja ze zijn gedoopt maar.
45:47Hoe gaat dat nou ooit goed komen.
45:49Geestelijk goed.
45:51En nu zegt dit hoofdstuk niet.
45:53Er is niks aan de hand.
45:56Maar dit hoofdstuk laat u en mij omhoog kijken.
45:59In de weg van het gebed.
46:00Er is een God die leeft.
46:03En ik preek vanavond net zo hard tegen mezelf dan tegen u.
46:08Want er hoeft soms maar iets kleins te gebeuren en je ligt helemaal ondersteboven.
46:15En je denkt dat het verkeerd afloopt.
46:20Ik kan me zo voorstellen dat Lydia heeft gedacht, gaat
46:24de gemeente niet kapot?
46:27Door al die tegenstanders, die kwade arbeiders.
46:30Ik kan me zo voorstellen dat die stokbewaarder heeft gedacht, ja, ik heb wel gezien dat Paulus met de gemeenschap van Christus in die gevangenis kon zijn, maar zal ik dat ook wel?
46:42Volhouden als ik in zo'n situatie kom.
46:46Zullen we het volhouden.
46:47Komt het wel goed.
46:50En vult u maar aan.
46:54Er waren toen.
46:56En er zijn ook nu.
46:57Voldoende dingen op te noemen.
46:59Waar je gigantisch bezorgd over kunt zijn.
47:06En de Bijbel relativeert de omstandigheden nergens.
47:09En zegt nergens.
47:10Nou weet je.
47:10Er is wel een Satan.
47:11Maar stel daar wel niks voor.
47:13En er zijn wel zus en zoon.
47:15Nee, dat wordt serieus benoemd.
47:18Maar er staat iets tegenover.
47:20De levende God.
47:23Hoe komt het dat ik soms bezorgd ben?
47:29Hoe komt het dat ik denk, komt het wel goed en gaat het wel goed?
47:34Ik denk dat het hierdoor komt dat ik geneigd ben, net als u, te
47:39vergeten dat er een levende God is.
47:44Dat ik God in mijn gedachten kleineer, vergeet.
47:52Doe alsof hij er niet is.
47:55Bezorgd, wat is dat precies?
47:58Dat er problemen zijn, hoeft nog niet te betekenen dat je bezorgd bent.
48:04Maar als je die problemen, om het maar zo te zeggen, groter maakt dan God en zijn deugden, dan ontstaat er misschien zelfs wanhoop of angst.
48:18Bezorgd, het is bekommernis.
48:22Je vergeet de
48:26levende God.
48:29En je maakt de omstandigheden op de een of andere wijze groot.
48:37En het beheerst je en
48:39je staat ermee op en je gaat ermee naar bed.
48:43Het neemt je negatief in beslag.
48:47Je kunt er letterlijk van afvallen en figuurlijk je ziek van voelen.
48:51In ieder geval ontneemt het je
48:55geestelijke en ook psychologische vrede en vreugde.
49:04Maar achter bezorgdheid, en het is een zonde, zit wantrouwen.
49:13Zit God
49:15beperken, begrenzen, kleineren.
49:20In zaken zijn almacht,
49:23in zaken zijn trouw.
49:26Juist die zaken waar de apostel van Zeit verblijt je over een God die zo is.
49:32Om dat dan ter discussie te stellen.
49:35Ja, dat God vroeger al machtig was, maar ja, hoe is het nu?
49:40Dat God Israël genade bewees.
49:42Maar geldt dat ook voor mij?
49:45Ik ben bezorgd over het geestelijk welzijn.
49:49Of over de gemeente of over de kerk.
49:54Ja, waar kun je allemaal bezorgd over zijn?
49:58Ja, over alles.
50:00Over de gemeente.
50:03Over de kerk.
50:06Ik sprak pas iemand die was helemaal van mening.
50:08Het kwam met de HK niet goed.
50:11Ik zeg, als het een zaak van mensen is, heb u helemaal gelijk.
50:15Als wij het in stand moeten houden.
50:18U hebt helemaal gelijk.
50:21Maar dat geldt ook voor de gemeente.
50:23Dat geldt voor alles.
50:25Je kunt bezorgd zijn over je bedrijf.
50:30We hebben er vanochtend nog een poosje over doorgesproken in de concertorie.
50:35Beseffen we.
50:37Want dat is natuurlijk wel belangrijk.
50:40Bezorgd zijn betekent niet dat je de omstandigheden niet serieus neemt.
50:47Vertrouwen in God.
50:47Als je vertrouwt in God, dan neem je de omstandigheden zeker.
50:50Dan heb je heus gezien.
50:54Hoe door het land eruit ziet.
50:55Dat ontken je niet, dat neem je ook serieus.
50:58Dat is ook een zaak die je hebt waargenomen.
51:01Maar dat is niet het enige.
51:07Je werk, je inkomen.
51:11Ja, het ging er nog even over, geloof ik.
51:13Op het ene moment zijn de aardappels en de koeien gevoerd.
51:17En nu denken we, hebben we volgend jaar wel aardappels genoeg.
51:21Dat is een mens.
51:24Je studie, het
51:27nieuwe schooljaar.
51:30Ik kom helaas mensen tegen die zijn bezorgd over hun huwelijk.
51:33En dat is soms zeer serieus.
51:36Over hoe het gaat met de kinderen op geestelijk terrein, op maatschappelijk terrein.
51:42Er zijn enorm veel problemen, onzekerheden, gevaren, noem maar op.
51:50En uw en mijn kracht en mogelijkheid zijn zeer beperkt.
51:57Of beter gezegd, gering nietig.
52:01En de man die dit schrijft, dat trof me toch weer als om daarover na te denken.
52:05De man die zegt, wees in geen ding bezorgd, zit, waar zat hij?
52:12In de gevangenis.
52:14Dus het is niet in een roiante villa of in een vakantiehuisje dat hij zegt, mensen het komt allemaal goed en maak je niet te druk.
52:21Nee, hij zit in de gevangenis, hij kan niet vrij in en uit gaan, hij is gebonden, hij heeft de banden letterlijk aan zich en hij zegt, wees in geen ding bezorgd.
52:33Paulus,
52:34ben je niet goed geworden?
52:37Jawel,
52:38want de Heere is nabij.
52:43Gaan we zo bij het derde punt verderop in.
52:46Want wat ligt daar een wonderlijk geheim.
52:50En soms mag
52:53je daar uit leven en soms is het zo ver weg.
52:56Dan denk je dat God niet eens van je af weet.
53:00En dan is er alleen maar angst en wanhoop.
53:03Wees in geen ding bezorgd.
53:07Nergens in.
53:09In niets.
53:11Of het nou gaat om tijdelijke dingen.
53:14Maar ook als het gaat om de geestelijke dingen.
53:17Om de zaken van Gods Koninkrijk.
53:19De zaken van zijn kerk.
53:22Israël.
53:23De moslimwereld.
53:25Midden-Oosten.
53:27Oekraïne.
53:28Maar ook hier dichtbij.
53:29Je eigen gezin.
53:34Want de
53:37Heer is nabij.
53:39Ja, het wordt gezegd tegen mensen.
53:44Waarvan we kunnen zeggen ze waren kinderen van God.
53:48Natuurlijk waren ook in Filippi, dat is helaas het geval, was er kaf onder het koren.
53:52Maar Paulus richt zich naar de aardeliefde op de gemeente Gods.
53:58Hij zegt dus niet tegen ongelovigen, allereerst wees dan geen ding bezorgd.
54:02Maar tegen Gods kinderen.
54:06Dat brengt me wel bij de opmerking dat als u Gods kind niet bent en u staat nog buiten de genade.
54:13Dan is er natuurlijk reden om je...
54:17grote zorgen te maken over de naderende wedekomst en de dood en de eeuwigheid.
54:23Helaas zijn er nogal wat mensen die
54:28reden hebben om zich zorgen te maken...
54:30en die maken zich geen zorgen.
54:31En er zijn ook mensen die hebben eigenlijk geen reden om zich zorgen te maken...
54:34en die maken zich wel zorgen.
54:37U voelt aan dat de categorie die zich zorgen zou moeten maken over hun eeuwig welzijn...
54:43en die zich niet bezorgd erover is...
54:47Dat hij er wel ernstiger aan toe is dan die andere categorie.
54:49Maar ook Gods kind heeft dit serieus te nemen.
54:55Zij het niet bezorgd.
54:56Dus dat zeggen we niet op grond van dit woord.
54:59Tegen mensen die nog buiten en zonder Christus voortleven.
55:04Daar geldt dit ten diepste niet voor.
55:09Daar heb ik wel een boodschap voor.
55:11Wend u naar hem toe.
55:13Met deze zorg.
55:16En wordt behouden.
55:18In en door hem.
55:21Die woorden de Heer is nabij worden door sommige verklaarders toegepast op de oordeelsdag.
55:27Dan staat het wat op zichzelf.
55:28Het bevredigt mij niet.
55:29Die uitlegt die verklaring.
55:31Maar goed, je kunt hem ook niet uitsluiten dat dat erin besloten ligt.
55:35De Heer is nabij als
55:39een waarschuwing.
55:39Als een ernstige waarschuwing voor de oordeelsdag.
55:44Maar het is u en mij hopelijk duidelijk geworden.
55:47Dat bezorgdheid consequenties heeft voor je innerlijke gesteldheid.
55:53Als je je zorgen maakt over omstandigheden die zich aandienen, dan slaap je minder goed, dan
56:01heeft dat consequenties voor je welzijn.
56:05En dan zegt de Heer het door middel van zijn knecht Paulus tot de gemeente van Filippi, niet
56:11alleen wees niet bezorgd, en dan een punt, maar er wordt ook een weg gewezen om die zaken kwijt te raken, zogezegd.
56:25Om wel tot die geestelijke vrede en overgave te komen die er eerst niet is.
56:33De apostel Paulus gaat helemaal in het spoor van zijn grote meester Christus Jezus.
56:38Die het ook gezegd heeft tegen zijn discipelen.
56:40Zij het niet bezorgd in Matthäus 6.
56:42Kunt u dat bijvoorbeeld lezen.
56:44Over je kleding, over je voedsel.
56:46Zij het niet bezorgd.
56:47Zoek eerst het koninkrijk van God.
56:51Uit deze tekstwoorden.
56:54Kunt u vanavond afleiden en dan spreek ik diegene aan die misschien wel vanmiddag, en u herinnert zich het nog, over dingen heeft nagedacht en daar een bepaalde beklemming en angst en zorg
57:06bij voelde.
57:07Uit deze tekst worden blijkt dat de Heer de harten kent van de gemeente, ook van Oudorp.
57:16Hij kent de bezorgdheid.
57:21En wat een wonder dat hij dan u niet afstoot en buitensluit, maar onderwijs geeft.
57:29Een vermaning, maar
57:32ten diepste ook een vertroosting en een weg tot een oplossing.
57:39Ik denk dat een
57:42aardse vader het niet fijn vindt dat
57:46een van de kinderen thuis angstig is.
57:51Het lijkt mij overduidelijk, er zit hier denk ik geen vader of moeder die zegt, ik
57:59kan het wel aanzien dat mijn kind zich zorgen maakt.
58:03Het doet me maar niks, nee.
58:06Als je ziet dat een van je kinderen zich zorgen maakt over wat dan ook.
58:09Dan ga je proberen daar wat aan te doen.
58:13Dan ga je met dat kind in gesprek.
58:16En soms voel je misschien wel dat je woorden wat hol klinken.
58:21Als je probeert dat kind van die zorgen en die noden wat vrij te maken.
58:28Wij zijn naar Gods beeld geschapen, weet u.
58:31Als u dat al hebt, wat dacht u dan van God?
58:37Mag ik het vanavond zo zeggen?
58:39Misschien vindt u het iets te plat, maar de hemelse vader wil niet dat een van zijn kinderen in Oudorp bezorgd is.
58:50En daarom zegt hij bestraffend, corrigerend, maar ook vertroostend, zijt niet bezorgd, maar bid.
59:00Maar bid.
59:02Ik wil niet dat u gekweld over de wereld gaat, maar
59:09ik wil dat u bid.
59:12Bidden is het geestelijke medicijn tegen bezorgdheid.
59:18Ik heb de achterliggende week een boek zitten lezen waar een hele verhandeling in stond over gebed.
59:24En ik dacht dat ik er al heel veel van wist, maar ik heb er nog ontzettend veel nieuwe dingen in mogen leren.
59:33Bidden is iets wonderlijks.
59:37Wat is bidden?
59:38Beslist niet.
59:41Nou, bidden is niet dat je aan God iets vertelt dat hij nog niet weet.
59:47Dus de tekst betekent niet, als er staat bekend worden bij God.
59:51Als ik iets in mijn gebed aan God vertel, bijvoorbeeld.
59:55Sommigen van u hebben met de droogte indirect te maken.
59:58Heer ik maak me zorgen over dat het al dagen, weken niet regent.
1:00:05Maak me zorgen over.
1:00:10Dat weet God al voordat u dat hebt verwoord.
1:00:13En toch zegt de tekst vanavond.
1:00:15Dat de Heer zegt ik wil dat u het mij vertelt.
1:00:18Dat heb je toch als moeder ook wel eens.
1:00:22Dan zit je net zo lang te vragen aan je kind.
1:00:24Totdat dat kind gezegd heeft.
1:00:26Want je had al lang door waar het kind mee zat.
1:00:28Er was wat op school ofzo.
1:00:31Met een vriendinnetje.
1:00:33En zei ze wat tegen je.
1:00:35Want je wil dat het gezegd wordt.
1:00:37Het moet eruit.
1:00:41Het moet gezegd worden.
1:00:43Het moet als het ware ontluchten.
1:00:46Leegstromen.
1:00:49Het is dus niet zo.
1:00:50Dat op het moment dat u vertelt aan God.
1:00:52Dat u zich zorgen maakt over de geestelijke toestand.
1:00:55Van een van uw kinderen.
1:00:56Dat de Heer niet weet hoe dat met uw kind ervoor staat.
1:00:59Dat weet hij al lang.
1:01:00Dat weet hij beter dan dat u dat als vader.
1:01:02En ik dat als vader kan weten.
1:01:03En toch zegt hij, maak het mij bekend.
1:01:06Maar dan moeten we dus niet vanavond denken dat als wij iets in ons gebed naar God vertellen, dat hij dat nog niet wist.
1:01:12Hij weet het volkomen, totaal.
1:01:16En wij maar gebrekkig.
1:01:19En dan zegt hij, God, ook wil ik dat betrekken op onbekeerde.
1:01:23Ik wil dat u mij alles vertelt.
1:01:26Oprecht bidden, dat
1:01:29is niet je geschikt maken of in een of andere toestand.
1:01:34Je opwerken waardoor je zegt nou heb ik een bepaalde geestelijk level en nou kan ik bidden.
1:01:40Oprecht bidden betekent niks achterhouden.
1:01:43Alles eruit gooien om het maar zo te zeggen.
1:01:48Niks verbergen.
1:01:51Heren wat ik u zeg zo is het.
1:01:55En ik kan het niet anders of beter zeggen.
1:01:59Dus laat uw begeerten in alles met bidden en smeken bekend worden.
1:02:04Bij God betekent het dus niet.
1:02:07Dat ik God iets vertel wat hij nog niet weet.
1:02:09Hij weet het volkomen.
1:02:12Beter dan ik het kan zeggen.
1:02:13En toch zegt hij.
1:02:15Ik wil dat je het zegt.
1:02:20Dus bidden is niet God informeren over iets wat hij nog niet wist.
1:02:25En ik trof iets wat mij raakte.
1:02:27Misschien raakt het u ook.
1:02:29Weet u waar God onder andere het gebed voor heeft bedoeld.
1:02:32Niet om zelf geïnformeerd te worden.
1:02:35Maar dat ik kwijtraak wat
1:02:40mij bezwaart.
1:02:43En dan hoop ik ook dat u uw zonden daarom wil beleiden.
1:02:49Omdat dat kwijt te raken wat het hart bezwaart.
1:02:55Ook die stroom van ongerechtigheden die steeds maar weer de kop opsteekt.
1:03:02Bidden is dus niet een of ander rationeel iets van, nou ja, daar kan ik een theorie over hebben die menselijk is.
1:03:13De Heer zegt vanavond, je mag je begeerten bij
1:03:18mij bekendmaken.
1:03:20En bij begeerten bedoelen we niet allereerst vleeslijke lusten.
1:03:24Ook al bedoelde ik dat net ook.
1:03:27Dat je ook je vleeslijke lusten hebt
1:03:31te beleiden.
1:03:32Maar dat wordt hier niet allereerst bedoeld.
1:03:35Hier wordt bedoeld dat wat je denkt dat je nodig hebt.
1:03:44Misschien hebt u het gemerkt.
1:03:45Het gaat nu op het moment aardig redelijk.
1:03:47Maar ik ging donderdag door mijn rug.
1:03:48Dus ik kon donderdag heel moeilijk lopen.
1:03:51En vrijdag werd het al iets beter.
1:03:53En dan ga je bidden.
1:03:54Dan zeg je heren.
1:03:55Het zou fijn zijn als ik zondag weer zonder pijn het werk kan doen.
1:04:01Nou, het is een stuk verminderd.
1:04:03Het is bijna weg.
1:04:05Maar goed, ik had er vanochtend nog wel last van.
1:04:09En dan heb je daar ook wat last van in het preken.
1:04:11En ik dacht, het is beter dat ik tijdens het preken geen pijn voel.
1:04:14Want dan preek ik makkelijker.
1:04:16Maar ik dacht, de heren, toch goed voor morgen om die pijn nog niet helemaal weg te nemen.
1:04:21Snapt u?
1:04:22Je mag wel je begeerte aan de heren vertellen.
1:04:25Heren, ik denk, maar
1:04:28niet ik beveel u.
1:04:29Dat niet.
1:04:30Je mag het voor de heren neerleggen.
1:04:34Datgene wat jij denkt.
1:04:38Ja, wat ergens aandienstbaar is.
1:04:42Wat ergens nuttig of goed voor zou zijn.
1:04:44Hopelijk ook in het kader van Gods Koninkrijk.
1:04:48Maar nooit zonder uw wil geschieden.
1:04:51De heren, ik kan een andere weg gaan.
1:04:54Dan ik begeer.
1:04:56En dan in de positieve zin.
1:05:01Soms worden mijn begeerten door de heren ingewilligd.
1:05:07Soms heeft de heren een andere weg dan ik begeer voor mij en voor u.
1:05:14Goed geacht.
1:05:16Maar je mag het wel voor de heren neerleggen.
1:05:21U wil geschieden, heren, maar dit is wat ik begeer.
1:05:26Voor mijn bedrijf, voor mijn gezin, voor de gemeente.
1:05:31En doe maar op en vul maar aan.
1:05:36U wordt dus uitgenodigd om uw begeerten bij hem bekend te maken.
1:05:40En hij weet beter dan u en ik het kunnen zeggen wat nodig is.
1:05:44Dus ook als het gaat over de droogte, de regen.
1:05:48Die voor de landbouw, ja menselijk gesproken, echt nodig is.
1:05:56Die begeerten mogen we bij de heren niet aan.
1:05:59Maar begeren we nou ook bekering.
1:06:03In dat wat er gebeurt.
1:06:07In alles.
1:06:09Laat.
1:06:11Dat wat je bezwaart en waar je dus een bepaald verlangen bij hebt.
1:06:16Laat dat maar in je gebed bij de heren neergelegd worden.
1:06:21Daar wordt u toe uitgenodigd.
1:06:24Wees er in geen ding bezorgd.
1:06:27Zeg niet, God
1:06:30is niet machtig om
1:06:33voor een bepaalde opbrengst te zorgen.
1:06:35Daar is hij wel toe machtig.
1:06:37En je mag je begeerte ook
1:06:41voor het aardse leven bekendmaken bij God.
1:06:44Ook voor je studie, ook voor je werk.
1:06:46Of voor de kerk bij God neerleggen.
1:06:51Niet eisend.
1:06:53Wel smekend.
1:06:54Als een onwaardige.
1:06:55En toch ook met verwachting.
1:06:57Dat hij machtig is en gewillig om dat te doen wat nodig is.
1:07:02En tot zijn eerst trekt.
1:07:04Vooral dat laatste.
1:07:07U hoeft er niks van uit te zonderen.
1:07:09Leren zeggen kom met dat wat je hart bezwaart.
1:07:13Met dat wat je hart benauwd.
1:07:16Aan mijn...
1:07:20Genadetroon.
1:07:21En dat is ook een troon van almacht en heerlijkheid.
1:07:26David deed dat.
1:07:27Zal ik achterna jagen?
1:07:29Of zal ik het nalaten?
1:07:32Saulus van Tarsen mocht het leren.
1:07:34Wat wilt gij dat ik doen zal?
1:07:37Met bidden en smeken.
1:07:39Ik denk niet dat daar wezenlijk veel verschil in zit.
1:07:41Het zijn twee woorden die elkaar wat overlappen.
1:07:45Maar één ding is wel duidelijk.
1:07:46Een bepaalde nood wordt er wel in geproefd.
1:07:51En de vorm waarin dit tekstwoord staat laat ook wel iets zien van een bepaalde nood.
1:07:58Ik moest nog denken bij de voorbereiding aan Petrus in de gevangenis.
1:08:01De gemeente van Jeruzalem was Jacobus kwijtgeraakt.
1:08:04Eén van de apostelen.
1:08:05Die was door Herodes gedood.
1:08:07En toen zijn ze in gebed gegaan.
1:08:09Toen hebben ze de heren aangelopen en gezegd.
1:08:11Ik weet niet precies wat ze gezegd hebben, maar ongeveer dit.
1:08:14Heren.
1:08:15Wil u knecht Petrus nog voor de gemeente bewaren en behouden.
1:08:19We zijn ook Jacobus al kwijtgeraakt.
1:08:20Het hangt niet van mensen af.
1:08:22Maar het was hun begeerte dat Petrus nog een poosje dienstbaar zou zijn.
1:08:28Aan de zaak van de gemeente en van de heren.
1:08:31En dat hebben ze met besmeken en bidden bij God bekend gemaakt.
1:08:36Dat hebben ze neergelegd.
1:08:39Toen het gebeurde waren ze wat verbaasd.
1:08:42Dus er was wat te weinig dankzegging in dat bidden.
1:08:45Want als je echt bid en dank tegelijk.
1:08:49Dan leg je het voor de heren neer in de wetenschap.
1:08:51Dat ook hij machtig en gewillig is.
1:08:54Tegelijk ook soeverein om te doen waarom
1:08:59je hebt gevraagd.
1:09:01Bidden in afhankelijkheid en vertrouwen.
1:09:05En daarom ook met dankzegging.
1:09:07Dan kun je de heren danken.
1:09:10Terwijl dat niet betekent dat je daarmee zegt.
1:09:13Daarmee weet ik ook dat gebeurt wat ik begeer.
1:09:17Maar als niet gebeurt wat ik begeer, dan heeft de Heer een betere weg voor mij bepaald.
1:09:28Dat is een geloofzaak.
1:09:30Je legt je begeerte voor de Heer neer.
1:09:33Je weet dat Hij machtig en gewillig en soeverein is.
1:09:37En dus als niet gebeurt wat jij begeert, moet er een hogere zaak aan de orde zijn.
1:09:46En Paulus krijgt te horen als hij bidt of die doorn in het vlees weg mag.
1:09:51Mijn genade is u genoeg.
1:09:55Ik vroeg eens aan de katechizanten.
1:09:58Is het gebed van Paulus nou verhoord of niet verhoord?
1:10:01Sommigen waren van mening van niet.
1:10:03Er was er gelukkig ook een die zei.
1:10:05Zeker is dat verhoord.
1:10:07Want hij kreeg te horen.
1:10:08Mijn genade is u genoeg.
1:10:12Is verhoring dat ik krijg wat ik had gewenst of bedacht.
1:10:18Of is verhoring.
1:10:21Mijn genade is u genoeg.
1:10:24Mijn kracht wordt in zwakheid voorbracht.
1:10:26Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft.
1:10:29Paulus zegt, ik heb gebrek gehad, ik heb honger geleden.
1:10:33Maar ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft.
1:10:38Ziet u, dat hoort bij elkaar.
1:10:40Dus bidden met dankzegging, dat is niet.
1:10:42Ik weet zeker dat er gebeurt waar ik om heb gebeden.
1:10:45Maar ik weet wel zeker dat als niet gebeurt wat ik heb begeerd.
1:10:51Dat er iets beters door God is bepaald.
1:10:56En daarom niet mijn wil.
1:10:59Maar u wil geschieden.
1:11:01Ik las het eens in een krantje van.
1:11:03Ik dacht HVC of SDOK.
1:11:07Stond in dat een man in een strafkamp bad.
1:11:09Of die weer terug mocht naar zijn gemeente.
1:11:12Ik zeg heren maar als het beter is dat ik hier.
1:11:15Een getuige van u ben.
1:11:18Is dat ook goed.
1:11:19En toen liet hem de heren nog een aantal maanden daar zijn.
1:11:23En daarna mocht hij naar huis.
1:11:27Met bidden en smeken.
1:11:28Bekend maken bij God.
1:11:29En ook met dankzegging.
1:11:31En zo mag ik u.
1:11:33Op grond van dit tekstwoord.
1:11:36Hartelijk uitnodigen.
1:11:38Aansporen en oproemen.
1:11:40Stort uw hart uit.
1:11:42Voor hem houdt niets achter.
1:11:45En vertel hem maar bij.
1:11:47Hoe onoprecht je bent.
1:11:49En dat je misschien sommige dingen alleen maar met je verstand zegt.
1:11:53Om het maar zo voor de heren neer te leggen.
1:11:55Wees niet bezorgd, maar bid.
1:11:59En dat betekent niet dat je je verantwoordelijkheid niet neemt.
1:12:02Want je leest ook in het vervolg van het hoofdstuk dat Paulus daar zeker op wijst.
1:12:06Hoe bepaalde menselijke zaken en verantwoordelijkheden ertoe doen.
1:12:11We gaan naar ons laatste punt.
1:12:13Gods nabijheid is de kern van deze vrede.
1:12:21Bidden en smeken met dankzegging.
1:12:24Wat is daarvan het gevolg?
1:12:26Wat is daarvan de vrucht?
1:12:29U krijgt een wonderlijke weg gewezen, maar ook iets wonderlijks daarin beloofd.
1:12:35In deze weg zal
1:12:40de Heer vrede geven.
1:12:44Wenst hij vrede uit te delen
1:12:49en te doen ervaren.
1:12:50Niet een beetje, maar
1:12:54een volle vrede.
1:12:55Wat staat er in de tekst?
1:12:57En de vrede gods?
1:13:02En u voelt aan, dat kan en dat bestaat niet buiten het werk van Christus.
1:13:08En hij wordt ook genoemd in de tekst aan het eind.
1:13:11In zijn bloedgerechtigheid bestaat die vrede gods.
1:13:14En die vrede gods, voor een zondaar die het niet heeft verdiend.
1:13:19Die alle verstand erboven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jezus.
1:13:29Er is iemand heel bezorgd.
1:13:33Hij wordt verteerd door angst.
1:13:35En hij leert steeds de tekst.
1:13:37En je zegt, heren, u zegt dat
1:13:40ik aan uw adres moet zijn.
1:13:43En mag zijn.
1:13:46En hij stort zijn hart uit voor de heren.
1:13:50Dan zegt dit woord, dat daar de vrucht van zal zijn.
1:13:55Vrede in je ziel.
1:14:01Nog een keer, hoeveel vrede?
1:14:02Een vrede die alle verstand te boven gaat.
1:14:08Die zal uw harten en uw zinnen bewaren.
1:14:12Bewaren, dat betekent, je
1:14:15wordt ergens...
1:14:16Voor bewaard, voor onvrede, voor onrust.
1:14:21Dus het is dat waar een soort schild, een soort beschermmantel.
1:14:25De vrede gods als een beschermmantel.
1:14:29Als een wonderlijke afweer.
1:14:36Cruciaal is om te zien dat dat nooit buiten Christus om kan en hoeft en zal zijn.
1:14:44Het is een vrede die door het bloed van Christus is verdiend en bewerkt en door de geest wordt toegepast.
1:14:51Alle verstand erboven, waar hebben we het dan over?
1:14:57Dat je eerst in bepaalde problemen je heel erg zorgen maakte.
1:15:04Je werd gekweld door bepaalde gedachten en angsten.
1:15:09Je mocht op je knieën gaan.
1:15:12Je mocht je hart uitstorten voor de heren.
1:15:14En de heren gaf door zijn geest in die weg een
1:15:20wonderlijke vrede.
1:15:23En als je dat één keer hebt beleefd,
1:15:27dan onderken je ook alle surrogaat.
1:15:33Een die vrede zegt de Bijbel.
1:15:35Die je eigenlijk met geen pen kunt beschrijven.
1:15:38Die je ook niet goed aan een ander kunt uitleggen.
1:15:42Die vrede die niet meer afhangt van de omstandigheden.
1:15:49Ik denk aan die man.
1:15:50En hij was echt verdrietig.
1:15:52Die zat bij de kist van zijn vrouw.
1:15:54En hij had haar hartelijk lief.
1:15:55Maar de vrede van God vervulde zijn hart.
1:15:59En hij kon de rouw dragen.
1:16:02Hij zat niet te lachen.
1:16:05Maar er straalde vrede.
1:16:08Van hem uit.
1:16:13Natuurlijk.
1:16:14Kun je je voorstellen dat iemand die.
1:16:16Zijn geliefde moet missen.
1:16:17Zich afvraagt hoe moet ik verder.
1:16:20En om dat dan maar aan de heren te vertellen.
1:16:22En bij hem uit te storten.
1:16:24En in die weg te vreden van God.
1:16:26Die alle verstand te boven gaat ervaren.
1:16:30Dat zegt onze tekst.
1:16:34Er staat in de tekst niet.
1:16:35Als je bidt worden al je problemen opgelost.
1:16:38Maar er staat wel in de tekst.
1:16:40Er is een God die zo dichtbij komt.
1:16:44Dat je met niemand meer ruilen wilt.
1:16:47Ook al mis je natuurlijk je geliefde of je gezondheid of wat dan ook het probleem kan zijn.
1:16:54De kern van de vrede is
1:16:58de nabijheid van God.
1:17:01En de rijkdom van het christen zijn.
1:17:05En daarom durf ik ook jullie jongelui in bijzonder aan te sporen.
1:17:08Zoek de Heer.
1:17:09En niet om er zogezegd beter van te worden.
1:17:11Maar om wel werkelijk te beleven wie God is.
1:17:20Met deze vrede, en ik zeg het in alle voorzichtigheid,
1:17:24is ziekte, hoe ernstig ook,
1:17:28beter dan gezondheid.
1:17:33Dan moet je oppassen, dominee, wat je zegt.
1:17:36Nee, het is het woord van God.
1:17:39Met deze vrede is
1:17:43rouw
1:17:45draagbaar.
1:17:47En zelfs soms, wonderlijk, zonder deze vrede is de aanwezigheid van heel je familie eigenlijk leeg.
1:17:58En bij toch nog arm.
1:18:01Wij zeggen wel eens, ja die man heeft dat meegemaakt.
1:18:04Maar als nou de Heere nabij is, moet je dan zo iemand beklagen?
1:18:08Ja of nee?
1:18:09Nou het antwoord is nee.
1:18:12De kern van deze vrede.
1:18:15En daarom heb ik u vers 5b met vrijmoedigheid erbij gelezen.
1:18:21Bestaat in de Heere is nabij.
1:18:23En als dat niet zou kloppen, dan klopt het in ieder geval op zand 23.
1:18:27Die gaan we straks zingen.
1:18:28Wanneer ik ging in het dal van de schaduw.
1:18:31Al ging ik ook door het dal van de schaduw van de dood.
1:18:35Ik zou geen kwaad vrezen, want
1:18:39gij zijt met mij.
1:18:44Gods nabijheid is meer waard dan
1:18:51Gods
1:18:53hulp.
1:18:55In de zin van dat een probleem wordt opgelost.
1:18:58Natuurlijk mag je begeren dat een probleem wat je ervaart wordt opgelost.
1:19:06Ik ken mensen die dragen in hun huwelijk.
1:19:12Een gigantisch kruis.
1:19:14Eén van de twee heeft een psychische stoornis.
1:19:19En dat is niet mis.
1:19:21Maar Gods vrede is cruciaal daarin.
1:19:25En die vrouw, ze schreef me pas geleden nog.
1:19:29Hoe wonderlijk de nabijheid van de heren voor haar was in de moeilijke weg die ze moest gaan.
1:19:37En eerder had ze me een keer geschreven.
1:19:42Dat ze iets had ontdekt bij een man waardoor ze volle...
1:19:46Toestemming zou hebben om van hem te scheiden.
1:19:48Maar die vrede met God.
1:19:51Dat is zo bijzonder.
1:19:54En je merkt het.
1:19:58De vrede van God.
1:19:59Die alle verstand erboven gaat.
1:20:01Dat is niet te begrijpen.
1:20:03Dat is niet te beschrijven.
1:20:04Dat is niet te bevatten.
1:20:05Dat is wel te beleven.
1:20:06Dat is het geheim van
1:20:09het christen zijn.
1:20:10En misschien zegt u dominee.
1:20:12En als je dat dan niet beleeft.
1:20:14Ga dan op je knieën.
1:20:15Want dat zegt de tekst.
1:20:17En laat je begeerten.
1:20:19Dat je natuurlijk.
1:20:20Op verbetering hoopt.
1:20:23En een oplossing.
1:20:24Dat mag je vertellen.
1:20:27Dat mag je bij de heren neerleggen.
1:20:29Dat geeft hij ook.
1:20:31Regelmatig.
1:20:33Maar meer dan een oplossing.
1:20:36Is zijn nabijheid.
1:20:39Zij het niet bezorgt.
1:20:41Waarom niet?
1:20:41Want de heren.
1:20:43Is nabij.
1:20:45Als hij nou ver af zou zijn.
1:20:48Dan was er reden om.
1:20:50Wanhopig en angstig te zijn.
1:20:51Maar als hij nou nabij is.
1:20:53En als hij het nou.
1:20:56Bewaarheid.
1:20:56Waarmaakt moet ik zeggen.
1:20:57Ik ben met jullie in alle de dagen tot aan de verleiding van de wereld.
1:21:01Oh en ik kan u genoeg opnoemen uit mijn eigen leven.
1:21:05Dat je hier niet uitleeft.
1:21:09Dan heb je paniek.
1:21:11Dan ben je onrustig.
1:21:13Wat heb ik dan te doen?
1:21:16Dan moet ik naar mijn slaapkamer of studeerkamer gaan en zeggen.
1:21:19Heer ik ben bezorgd.
1:21:22Ik zie het niet meer zitten.
1:21:23Ik weet niet hoe het moet.
1:21:26Ik ben angstig.
1:21:28Ik zit te tellen, ik zit te rekenen.
1:21:30Hier ben ik.
1:21:33Geef uw vrede.
1:21:35Zoals u het hebt beloofd.
1:21:38Natuurlijk, God kan elk probleem wat u en ik ervaar, oplossen.
1:21:45Maar dikwijls, en dat is mijn bezwaar ook tegen heel dat welvaartsevangelie en ook tegen die gebedsgenezingspraktijken.
1:21:52Heel dikwijls lost hij het probleem niet op, maar gaat hij zijn nabijheid betonen.
1:21:57En ik vind het mooi als mensen elkaar een kaartje sturen.
1:22:02En daarop schrijven, Gods nabijheid toegewenst.
1:22:07Waar kun je elkaar beter toewensen dan dat?
1:22:09Die vrede van God.
1:22:13Mag ik nog een voorbeeld geven?
1:22:15Toen ik dit voorbereidde, moest ik denken aan een sterfbed wat ik eens meemaakte.
1:22:20En die vrouw die een bepaalde ziekte had,
1:22:24vertelde hoe bang ze was om te sterven.
1:22:30En ze had allerlei vragen of ze wel echt een kind van God was, noem maar op.
1:22:35En we hebben elkaar erop gewezen dat we daarmee naar de Heren moesten gaan.
1:22:39En dat lijkt ons om zo'n dooddoener.
1:22:40Maar het is de waarheid.
1:22:42En op een moment.
1:22:44En achteraf bleek dat dat een dag of twee, drie voor haar dood is geweest.
1:22:48Toen kwam ik weer bij haar.
1:22:50En toen zegt ze tegen mij.
1:22:53Ik ben niet meer bang.
1:22:56Ze was verbaasd.
1:22:57Want ze was zo bang geweest.
1:22:58En ze had dat ook aan de kinderen wel verteld.
1:23:00Die zaten daar ook wel een beetje mee in de maag.
1:23:04Ze zegt ik ben niet meer bang.
1:23:08En ik vroeg.
1:23:10Hoe komt dat dan?
1:23:12Wat denkt u?
1:23:14En nog zie ik dat gezicht voor me in gedachten.
1:23:19Stralend.
1:23:20Toen zegt ze.
1:23:21Mijn vrede geef ik u.
1:23:24Mijn vrede laat ik u.
1:23:26Zijn woord uit Johannes.
1:23:28Ik dacht hoofdstuk 14 of 16.
1:23:31Mijn vrede geef ik u.
1:23:35Mijn vrede laat ik u.
1:23:37En die angst voor de dood.
1:23:39En die was gigantisch.
1:23:41En de dood is een gigantische vijand.
1:23:46Niet de grootste.
1:23:47Wel de laatste.
1:23:49Maar de Heere gaf vrede.
1:23:53En ze kon het niet uitleggen.
1:23:56Het was in de weg van het gebed en door het woord ontvangen.
1:24:01Bidden is niet toveren.
1:24:03Bidden is niet manipuleren.
1:24:04Bidden is geen psychologisch trucje.
1:24:06Maar het is wel het genademiddel wat God u en mij geeft.
1:24:09Niet allereerst dat ik het gebed gebruik.
1:24:14Om te krijgen wat ik wil.
1:24:15Maar om zijn nabijheid te gaan beleven.
1:24:19Om zijn genade te
1:24:23gaan ontvangen.
1:24:24Op zijn tijd en wijze.
1:24:26Dat ontvangen wat nodig is.
1:24:28De Heer is nabij.
1:24:30We gaan er zo van zingen.
1:24:31Allen die hem aanroepen.
1:24:33Allen die hem aanroepen in de waarheid.
1:24:35Gemeente dus bidden.
1:24:37En dat mocht ik opnieuw lezen de achterliggende week.
1:24:41Bidden betekent niet dat ik allereerst krijg wat ik wil.
1:24:44Maar wel dat ik het bij de Heer bekend maak.
1:24:47Terwijl hij het al weet.
1:24:48Maar om vooral zijn aanwezigheid.
1:24:52Zijn nabijheid.
1:24:54Zijn grootheid.
1:24:56Te doen beleven.
1:24:58Zijn bestaan.
1:25:00Dat ik als zondaar mag rusten.
1:25:03Niet anders dan een zondaar.
1:25:06Zijn goddelijk hart.
1:25:09Wat in en door het bloed van Christus.
1:25:11Een verzoende betrekking is.
1:25:16Bewaard worden in Christus Jezus.
1:25:18Dat betekent dat door zijn werk.
1:25:20En door zijn bestaan.
1:25:23Mijn hart en mijn gedachten worden beschermd.
1:25:27Voor angst, wanhoop en bezorgdheid.
1:25:30Wat er anders gemakkelijk in zou binnendringen.
1:25:34Gemeente, de tekst belooft ons dus geen bevrijding van moeilijkheden allereerst.
1:25:41Dat kan.
1:25:44En dat gebeurt.
1:25:47Dus als u uw begeerte voor regen of iets anders voor de heren neerlegt.
1:25:52Dat is goed.
1:25:56Maar de tekst bedoelt allereerst om die vrede in hem.
1:26:02In de weg van het gebed te ervaren.
1:26:05Te beleven.
1:26:08Gods hulp is groot.
1:26:11Maar Gods genadige nabijheid overtreft.
1:26:16De uitkomst van welk probleem dan ook.
1:26:20En als God zijn eigen zoon niet heeft gespaard.
1:26:23Hoe zal hij ons dan ook voor
1:26:25en met hem alle dingen schenken.
1:26:29Gemeente de tekst is een opnieuw een bevel.
1:26:33Maar geen bevel wat rust op onze mogelijkheden.
1:26:37Een uitnodiging.
1:26:39Een kracht.
1:26:41Wat een wonder dat de Heere weet.
1:26:44En misschien mocht u vanavond ervaren.
1:26:47In beschaamtheid Heere.
1:26:49U kent de zorgen.
1:26:50De angsten van mijn hart.
1:26:53Dat leid ik af uit de tekst.
1:26:56Die ons vanavond wordt gepreekt.
1:26:59Mag ik dan deze weg ook gaan.
1:27:02Om mijn begeerten.
1:27:05Om mijn verlangens.
1:27:06Om dat wat ik denk nodig te hebben.
1:27:08Wat goed voor mij zou kunnen zijn.
1:27:12Niet zonder het u wil geschieden.
1:27:13Voor u neer te leggen.
1:27:14In de wetenschap dat u machtig en gewillig bent om te doen wat nodig is.
1:27:18En zult doen wat nodig is.
1:27:20Maar allereerst en allermeest.
1:27:22Die vrede.
1:27:24Die
1:27:25alle verstand te boven gaat.
1:27:28Die in en door Jezus Christus is.
1:27:32Te ontvangen.
1:27:34In rouw.
1:27:36In ziekte.
1:27:37Terwijl je afscheid moet nemen.
1:27:39Van deze of gene voor lange tijd.
1:27:43Terwijl je weet ik niet wat voor moeilijkheden.
1:27:47Je voor ogen had.
1:27:50En dan dat wonder.
1:27:52Ik ben met u.
1:27:54Met hem is
1:27:58het moeilijke wonderlijk makkelijk.
1:28:02En zonder hem is
1:28:06het makkelijkste met een mens gesproken.
1:28:08Eigenlijk
1:28:10super moeilijk.
1:28:12Misschien zegt u.
1:28:15Ik vind het raadselachtige taal.
1:28:17Nou het is geloofstaal.
1:28:19Met hem kan ik zijn in het dal van de schaduw van de dood.
1:28:25En zonder hem.
1:28:27Is het ten diepste in de meest comfortabele omstandigheden.
1:28:31Ellendig leeg.
1:28:32De vrede gods.
1:28:34Die alle verstand te boven gaat.
1:28:36Wil hij geven.
1:28:39Anders had hij u vanavond.
1:28:41Het niet laten preken.
1:28:45Amen.
1:28:48Psalm 23 vers 2.
1:28:50Ik vrees niet meenschoot.
1:28:52Ik door duistere dalen.
1:28:54Psalm 23 vers 2.
1:28:55Laten
1:28:56[GEZANG]
1:31:53wij danken en bidden.
1:31:57Heer in de hemel.
1:32:00Wat een wonder dat
1:32:03u vrede geeft.
1:32:06Ten midden van zorgen.
1:32:08Ten midden van intense problemen.
1:32:13Die voor ons zonder die vrede ons zouden verteren.
1:32:20Wat een wonder als u dat geeft.
1:32:22Een vrede die alle verstand te boven gaat.
1:32:24Een voorsmaak van de eeuwige vrede.
1:32:29Maar gedenk allen die nog de aardse vrede.
1:32:34En meer niet.
1:32:36Als hel.
1:32:37Barre wenselijk achter.
1:32:40Laat ze zien dat.
1:32:42Ten midden van alle welvaart en alle comfort.
1:32:45Uiteindelijk.
1:32:47Het leeg is.
1:32:50Mag er verlangen komen naar die.
1:32:53Wonderlijke vrede.
1:32:54Die vrede gods.
1:32:55Die onze harten en zinnen bewaart.
1:32:57In Christus Jezus.
1:33:00Om die heilige rust.
1:33:01Die heilige overgave te kennen.
1:33:04Ook in.
1:33:05Ziekte.
1:33:07Rauw.
1:33:07En tegenslag.
1:33:08Juist dan.
1:33:09In vervolging.
1:33:10Ten midden van vijandschap.
1:33:13Of wat er ook maar speelt.
1:33:16Gedenk al uw kinderen, heren.
1:33:19Die zich zo vaak beangstigd weten.
1:33:24En er zo vaak dat we de
1:33:28omstandigheden meer gewicht toekennen dan de levende God.
1:33:32Dat is zonde.
1:33:34Mogen we die zonde ook beleiden.
1:33:36En mogen we ook met onze begeerten.
1:33:38Ook voor het aardse leven.
1:33:41Dan kan het ook gaan om het krijgen van een kind.
1:33:44Of het ontvangen van een huwelijkspartner.
1:33:48En kan het gaan om gezondheid.
1:33:50Mogen we ook die begeerten bij u brengen.
1:33:55Wetend dat u machtig bent om dat te doen wat wij niet kunnen.
1:33:59Maar ook om die vrede te hunkeren daarna.
1:34:05Als u niet geeft wat wij begeren.
1:34:10Om in een heilige overgave dat te
1:34:16aanvaarden.
1:34:17Ik heb dank voor uw woord, heren.
1:34:19We hebben er.
1:34:20Niet alles nog van kunnen zeggen.
1:34:22We zijn ook maar beperkt in wat we ervan bevatten.
1:34:25Wil het zegenen.
1:34:27Wil het onze in het spreken maar ook in het luisteren verzoenen en wegnemen.
1:34:32En het uw doel overblijven.
1:34:33Mag de tekst als een kostbare schat ook worden meegedragen.
1:34:39En mogen velen.
1:34:40Ja kon het zijn allen.
1:34:41Die vrede gods die alle verstand te boven gaat.
1:34:45Ten midden van alles wat er gebeurt.
1:34:47Beoefenen, beleven.
1:34:50Bejubelen.
1:34:51Heer, we danken u voor deze dag.
1:34:54Doe het onze weg, dat het uwe zal gloriëren.
1:34:58Gedenk in de taken die er zijn.
1:35:00Maar gedenk ook als we achter het arbeidsproces staan.
1:35:03We willen ieder nabij zijn.
1:35:06De gang in de weg die gegaan moet worden, mag het zijn.
1:35:11Met David, met mijn God, dring ik door een bende, spring ik over een muur.
1:35:16Hoor ons gebed, om Jezus' wil.
1:35:21In dankzegging van uw naam.
1:35:25Amen.
1:35:28145, 6 en 7 tot slot.
1:35:30145, 6.
1:35:31De Heer is recht in al zijn weg en werk.
1:35:35Dus een aanvaarding van wat God doet.
1:35:37Zijn goedheid kent in het gans heelal geen perk.
1:35:41En hij is nabij.
1:35:42De ziel die tot hem zucht in het zevende.
1:35:456 en 7 van 145.
1:35:48[GEZANG]
1:39:46Gemeente Thuis en hier verheft uw harten tot God.
1:39:49En draagt met u de zegen van de Heren die wij.
1:39:52In zijn naam op u leggen.
1:39:54De genade van de heer Jezus Christus.
1:39:57En de liefde van God.
1:39:58En de gemeenschap des heiligen geestes.
1:40:01Zij met u allen.
1:40:03Amen.
1:40:04[GEZANG]