Lukas 7: 47; Wie veel vergeven wordt, heeft veel lief

woensdag 12 augustus 2026 · 19:30 uur · Avonddienst · Knd M.J. Kooiman · 99 minuten

Transcript

0:00Gemeente,

0:00[GEZANG]

9:55namens uw kerkenraad zijn er de volgende mededelingen.

9:59In deze dienst zijn er een drietal collecten.

10:02De eerste collecte is voor de Diakonie.

10:06De tweede collecte is voor de Kerkvogdij.

10:09En de derde collecte is voor het Verenigingsgebouw Ebena-Ezer.

10:13Deze collecten worden van hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.

10:18Tot zover de mededelingen.

10:24Onze hulp en onze enige verwachting...

10:29Is in de naam des Heren.

10:31Die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:34Die trouw houdt.

10:36En eeuwig leeft.

10:39En niet laat varen.

10:41De werken zijn er handen.

10:44Amen.

10:47Gemeente we gaan met elkaar zingen uit Psalm 147.

10:51En we zingen met elkaar het eerste en ook het tweede vers.

10:54Laat Heren lof ten hemel reizen.

10:58Hoe goed.

10:59Is onze God te prijzen.

11:02Betaamt ons psalmen aan te heffen.

11:04Die liefelijk zijn.

11:06En harten treffen.

11:08En we zingen ook met elkaar het tweede vers.

11:10Hij hield gebrokenen van harten.

11:13En hij verbindt ze in hun smarten.

11:16Die in hun zonde en ellende.

11:18Tot hem zich ter genezing wenden.

11:21Dus we zingen met elkaar psalm 147.

11:23De versen 1 en 2.

11:25Doen

11:25[GEZANG]

16:09beleidenis van het geloof.

16:11Met de woorden van de twaalf artikelen.

16:13En in aansluiting op de geloofsbeleidenis gaan we met elkaar zingen uit Psalm 147.

16:18En dan nu het zesde vers.

16:25Dus in aansluiting op de beleidenis van het geloof zingen we met elkaar uit Psalm 147 het zesde vers.

16:38Doen we nu beleidenis van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.

16:44Met de woorden van de twaalf artikelen.

16:47En in ieder van u spreken met mij.

16:49In zijn of haar hart aldus.

16:53Ik geloof in God de Vader.

16:56De Almachtige.

16:58Schepper des hemels en der aarde.

17:01En in Jezus Christus.

17:04Zijn enige geboren zoon.

17:07Onze Heere.

17:08Die ontvangen is van de Heilige Geest.

17:12Geboren uit de Maagd Maria.

17:15Die geleden heeft.

17:17onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.

17:27Ten

17:29derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods, de zalmachtige vaders, van

17:41waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

17:50Ik geloof in de Heilige Geest.

17:54Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.

17:59De gemeenschap der heiligen.

18:02Vergeving der zonden.

18:05Wederopstanding des vlees'ers.

18:08En een eeuwig leven.

18:11Amen.

18:12Gemeente

18:13[GEZANG]

20:27zoeken we Gods aangezicht in een gemeenschappelijk gebed.

20:29De

20:35Heer betoont zijn welbehagen.

20:37Aan hen die nederig naar hem vragen.

20:41Hem vrezen, zijn hulp verbijden.

20:44En door zijn hand zich laten leiden.

20:48Heren, zo mochten we zingen over uw welbehagen.

20:52En over uw liefde om mensen te verhoren.

20:55Die nederig naar u vragen.

20:59En dan bidden wij u.

21:01Leert u ons om naar u te vragen.

21:04En geeft u dat wij u mogen vrezen.

21:07En ons door uw hand laten leiden.

21:11Dat woord...

21:13Van natuur in een mensenhart niet gevonden.

21:16En daarom bidden we.

21:17Wilt u het ons leren door de verkondiging van uw woord.

21:21Geeft u dat uw woord ons op de knieën mag brengen.

21:25En dat we mogen komen op de laagste plaats.

21:29En dat we het zo naar u mogen gaan vragen.

21:34En uw hulp gaan verbijden.

21:39Dan bidden we.

21:40Gebruikt u daartoe toch ook de verkondiging van uw woord.

21:44Geeft u.

21:45Dat het door uw geest gezegend mag worden.

21:48En dat het mag komen in onze harten.

21:51En dat het ons aan u mag verbinden.

21:53Voor het eerst of bij vernieuwing.

21:58En heren, dat mogen we toch ook bidden met verwachting.

22:01Want u belooft dat u wil werken onder de verkondiging van uw woord.

22:05En u belooft ook met uw geest in ons midden te zijn.

22:09En daar pleiten we op.

22:11Doet u zoals u gesproken heeft.

22:13En geeft u dat uw woord niet ledig zal wederkeren.

22:17Maar dat het mag doen wat u behaagt.

22:21En zo is ons oog op u geslagen voor de zegen van deze dienst.

22:26En daar bidden we om.

22:30En tegelijkertijd danken wij u ook.

22:33Dat u ons een plek in dit bedenhuis geeft.

22:37Of u geeft dat we thuis mee mogen luisteren op deze door de weekse dag.

22:42En toch mag het een dag zijn waarop u uw gemeente samenroept.

22:46En waarop de woorden van het eeuwige leven mogen klinken.

22:51En dat alles is nog uw goedheid en uw trouw.

22:54En daar willen we u hartelijk voor danken.

22:58En we bidden of u deze dienst wil zegenen.

23:02Weest u in ons midden.

23:04En helpt u in alle dingen.

23:08Zo bidden we of u wil helpen in het luisteren.

23:11Geeft u aandacht en concentratie.

23:14En geeft u dat de warmte niet hinderen zal.

23:18Zo bidden we of u geopende oren wil geven.

23:21Maar bovenal een geopend hart.

23:24Een hart...

23:26Dat vol verlangen is om uw stem te horen.

23:30We vragen u ook om uw hulp en bijstand voor

23:34de verkondiging van uw woord.

23:39Geeft u uw knecht alles wat nodig is.

23:42Geeft u een stem om te spreken.

23:45En legt u de woorden in zijn mond.

23:49Als uw dienstknecht daarin toch ook zo stijlafhankelijk van u is.

23:53En hij zelf niet weet wat hij moet spreken.

23:56En ook in eigen kracht niet kan spreken.

23:59Dan bidden we of u hem in alles bij wil staan.

24:02En of u hem de liefde en de vrijmoedigheid wil geven om het evangelie te verkondigen.

24:07En geeft u ook de eerlijkheid om het woord recht te bedienen.

24:14En onthoudt u de bediening van uw geest niet.

24:17Op en onder de kansel.

24:19En geeft u zo dat uw woord vrucht mag dragen.

24:22Ook deze avond.

24:25Als er ook een avond

24:28is waarin de bijzondere tekenen in de lucht te zien zijn.

24:33Dan bidden we of wij in uw huis...

24:36De zon der gerechtigheid mogen aanschouwen.

24:39En of we niemand anders mogen zien dan Jezus Christus alleen.

24:45We willen ook de zorgen en noden voor u neerleggen.

24:50Als er ook zoveel zorgen zijn over het uitblijven van de regen.

24:56En dat ook zoveel teweeg brengt in de natuur.

25:00En ook zo het gevaar op brand verhoogt.

25:05En de schepping leidt onder de gevolgen van de droogte.

25:09Dan bidden we wilt u regen geven.

25:13En geeft u dat het land weer bevrucht mag worden met milde regen.

25:19Als de schepping er ook zo om zucht zijn we er ook zo om verlegen.

25:27En we bidden wees er ook nabij ook voor hem die zich inzette.

25:32Ter bestrijding van de branden.

25:37Als er ook een aantal dagen geleden hier op Oudorp ook zo'n brand was.

25:43En het het leven gekost heeft van een brandweerman.

25:47Dan bidden we ook voor de rouwdragende familie Vis.

25:51Ondersteunt u hen en weest u nabij.

25:55Troost u met uzelf de midden van het verdriet.

25:58En geeft u dat ze mogen ervaren dat u het hart nabij bent, dat schrijen tot uw vlucht.

26:07We leggen ook de zorgen en noden neer van deze gemeente.

26:13Als er ook in deze gemeente mensen zijn die zeer ernstig ziek zijn.

26:18Die menselijk gesproken niet lang meer te leven hebben.

26:22En die dicht bij de eeuwigheid zijn.

26:25Dan bidden we ook voor hen.

26:28Geeft u kracht om het te dragen.

26:31Maar bovenal uitzicht en zicht op u.

26:36Weest u hen nabij en alle die hen in liefde omringen.

26:42Schenkt u te midden van alle omstandigheden het zicht op u.

26:47En de ware troost in beide leven en sterven.

26:54We bidden ook voor hen die te maken hebben met lichamelijk of met psychisch lijden.

26:59Met rouw of andere vormen van kruis en drukwegen.

27:03Ondersteunt u en weest u nabij.

27:07En ontfermt u zich zo over een ieder die het moeilijk heeft.

27:11En we bidden geeft u dan dat u uw woord ook troost mag geven.

27:14En ondersteuning.

27:20We bidden ook voor

27:22ons land en volk ook op deze dag.

27:26Als wij als Nederland steeds verder afkeren van u en van uw goede geboden.

27:31En velen hun plek ook leeg laten in uw huis.

27:35En niet meer vragen naar uw wil.

27:38Dan bidden we of u wederkeer tot u wil geven.

27:43Geeft u dat uw huis weer gevuld mag worden.

27:47En dat velen weer mogen komen en mogen luisteren naar uw stem.

27:52Geeft u dat ook het woord vrucht mag dragen.

27:55Dat het getal van degene die u vrezen en dienen uitgebreid mag worden.

28:00En dat zo uw koninkrijk mag groeien.

28:05En daar bidden we om.

28:06Gebruikt u ook daartoe deze dienst.

28:08Geeft u dat het een ware eredienst mag zijn.

28:11Een dienst tot eer en verheerlijking van uw grote naam.

28:15En tot zaligheid van zondaren.

28:19En dan zijn we zo afhankelijk van u.

28:21En bidden we of u de onmisbare zegen wil schenken.

28:25Een zegen die wij verbeurd hebben.

28:28En daarom bidden we.

28:29Ziet u niet op ons.

28:31Maar wilt u zien op uw lieve zoon.

28:33De biddende hoge priester.

28:35Die u altijd hoort.

28:38Vraagt u om zijn het wil.

28:40Om Jezus wil.

28:42Amen.

28:49Gemeente.

28:50Het schriftleesje voor deze avond kan u vinden in het evangelie van Lucas.

28:54Het zevende hoofdstuk.

28:56Versen 36 tot en met 50.

29:01Dus we lezen met elkaar in het evangelie van Lucas.

29:05Het zevende hoofdstuk.

29:07Versen 36 tot en met 50.

29:15En daar klinkt Gods heilig en onfeilbaar woord tot ons.

29:22En een der fariseeën bad hem dat hij met hem aatte.

29:27En ingegaan zijnde in des fariseers huis zat hij aan.

29:32En zie, een vrouw in de stad, welke een zondares was.

29:37[GEZANG]

30:07Zeggende, deze.

30:11Indien hij een profeet was, zou al weten wat en hoedanige vrouw deze is die

30:18hem aanraakt, want zij is een zondares.

30:22En Jezus antwoordde zeide tot hem, Simon, ik heb u wat te zeggen.

30:29En hij sprak, meester zeg het.

30:33Jezus zeide, een zeker schuldheer had twee schuldenaars.

30:38De een was schuldig vijfhonderd penningen en de andere vijftig.

30:44En als zij niet hadden om te betalen, schold hij hun beide kwijt.

30:48Zeg dan, wie van deze zal hem meer lief hebben?

30:53En Simon antwoordde, zeide, ik acht het dat hij het is die hij het meest kwijt gescholden heeft.

31:03En hij zeide tot hem,

31:05gij hebt recht geoordeeld.

31:09En hij zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon, ziet gij deze vrouw?

31:16Ik ben in uw huis gekomen.

31:18[GEZANG]

31:49Daarom zeg ik u, haar zonden zijn haar vergeven.

31:53Die velen waren.

31:55Want zij heeft veel lief gehad.

31:58Maar die weinig vergeven wordt.

32:01Die heeft weinig lief.

32:04En hij zeide tot haar.

32:06Uw zonden zijn u vergeven.

32:11En die mede aan zaten begonnen te zeggen bij zichzelf.

32:15Wie is deze?

32:17Die ook de zonden vergeeft.

32:21Maar hij zeide tot de vrouw.

32:23Uw geloof heeft u behouden.

32:26Ga heen.

32:29Tot

32:30zover de schriftlezing.

32:35Ter voorbereiding op de verkondiging gaan we met elkaar zingen uit Psalm 116.

32:39En we zingen met elkaar de eerste drie versen.

32:44Dus we zingen uit Psalm 116 het eerste vers.

32:51En we zingen ook het tweede vers.

33:04En verder zingen we ook vers 3.

33:11Dus we zingen de eerste drie versen uit Psalm 116.

33:18[GEZANG]

38:33Gemeente, in antwoord op de verkondiging zullen we met elkaar zingen uit Psalm 35.

38:37En daarvan het eerste vers.

38:45En wat er verder volgt op Psalm 35, het eerste vers, een antwoord op de prediking.

38:53Gemeente, de tekstwoorden voor de prediking, die kan u vinden in het u voorgelezen schriftgedeelte.

38:59Het 47ste vers vond het uitgangspunt voor de verkondiging.

39:05Ik lees u dit vers nogmaals.

39:08Daarom zeg ik u, haar zonden zijn haar vergeven, die velen waren.

39:15Want zij heeft veel lief gehad, maar die weinig vergeven wordt.

39:21Die heeft weinig lief.

39:24Het thema voor de verkondiging.

39:26Wie veel vergeven wordt, heeft veel lief.

39:32En we letten met elkaar op de volgende drie gedachten.

39:34Ten eerste, een beschamende les.

39:39Ten tweede, een verootmoedigend voorbeeld.

39:43En tot slot, een troostvolle bevestiging.

39:49Het is het thema voor de verkondiging.

39:51Wie veel vergeven wordt, heeft veel lief.

39:56Een beschamende les.

39:59Een verootmoedigend voorbeeld.

40:02Een troostvolle bevestiging.

40:07Gemeente, het moet toch wat geweest zijn tijdens deze maaltijd?

40:11Simon de Fariseer had de Heer Jezus uitgenodigd.

40:15En met hem enkele andere belangrijke gasten.

40:20Het is een aanzienlijk gezelschap op een keurig banket.

40:25En ineens loopt die vrouw daar binnen.

40:29Met een zeer slechte reputatie.

40:34De gasten moeten toch wel verbaasd zijn.

40:38Deze vrouw staat bekend als een zondares.

40:42Ze treedt Gods geboden met haar voeten.

40:47En heel de stad weet ervan.

40:49Voor

40:51ons is het alsof een hoer binnenloopt op het feestje.

40:59En terwijl het gezelschap vol verbazing en vol minachting naar deze vrouw kijkt...

41:06gaat

41:08ze rechtstreeks naar de Heere Jezus toe.

41:11Ze begint met huilen en maakt zijn voeten nat met haar tranen.

41:18En daarna geeft ze zijn voeten nog een kus.

41:22En droogt ze zijn voeten met haar haren.

41:26Vervolgens maakt ze een potje zeer kostbare zalf open.

41:30En gaat ze de voeten van de Heer Jezus zalven.

41:35En terwijl iedereen sprakeloos toekijkt, is Simon het meest ontdaan.

41:43Nee, niet over het gedrag van deze vrouw.

41:47Al heeft dat vast ook verrijving in zijn hart.

41:51Maar hij is vooral ontdaan over de reactie van de Heer Jezus.

41:57Geen afkeuring.

42:00Geen verontwaardiging.

42:02Hij laat alles zomaar gebeuren.

42:06Waarom stuurt hij deze vrouw niet weg?

42:11Ja, dit is toch ongehoord.

42:15En Simon heeft direct zijn conclusie al klaar.

42:20De Heer Jezus kan geen profeet zijn.

42:24Want een profeet had wel geweten wie deze vrouw was.

42:29En een profeet had dit gedrag nooit toegestaan.

42:35De minachting en de ergernis groeit in zijn hart.

42:43Al uit Simon het niet.

42:45Als beschaafd gastheer probeert hij alles voor zich te houden.

42:50Hij houdt zelfs nog de schijn richting de Heer Jezus hoog.

42:55En misschien is de afkeur van zijn gezicht te lezen.

43:00Misschien ook niet.

43:03Maar de kenner van het mensenhart weet het wel.

43:07De Heer Jezus die weet wat er in het hart van Simon leeft.

43:11En hij staat niet toe dat Simon hem zo min acht.

43:15En daarom richt de Heer Jezus zich tot deze fariseer.

43:21Simon, ik

43:23heb u wat te zeggen.

43:27En Simon wil wel luisteren.

43:30Meester zeg het.

43:33Staan we er vandaag bij stil wat de meester Simon...

43:38en ook ons te zeggen heeft.

43:41In de eerste plaats een beschamende les.

43:48Gemeente, de aanleiding voor de ontmoeting tussen Christus en Simon...

43:52kunnen we lezen in het 36e vers.

43:57En een der fariseeën bad hem dat hij met hem aten.

44:02En ingegaan zijnde in des fariseers huis zat hij aan.

44:07Dus Simon de fariseer nodigde de Heer Jezus uit voor een maaltijd.

44:13En het gaat hier waarschijnlijk om een officiële maaltijd.

44:17Een soort van banket.

44:19En op deze maaltijden werden vooral belangrijke gasten uitgenodigd.

44:25Het was dus een hele eer als je mocht komen op zo'n belangrijke maaltijd.

44:32En de Heer Jezus wordt door Simon uitgenodigd.

44:37Dus blijkbaar had deze fariseer een bepaalde indruk van de Heer Jezus gekregen.

44:45Misschien was hij wel onder de indruk van het onderwijs van de Heer Jezus.

44:50Of zou hij de populariteit van de Heer Jezus bewonderen?

44:56Het kan zelfs zijn dat Simon denkt dat de Heer Jezus een profeet is.

45:04In ieder geval heeft Simon de Heer Jezus uitgenodigd.

45:08En de Heer Jezus is gekomen.

45:14En gemeente, het is goed om hier even de vinger bij te leggen.

45:19Want dit is toch al wonderlijk genoeg.

45:23De Heer Jezus gaat in op de uitnodiging van Simon.

45:27Hij wil de maaltijd bij Simon houden.

45:30Als teken van wederzijdse vriendschap en respect.

45:36En nu is het te kort door de bocht om iedere fariseer af te schilderen als openlijke vijand van Christus.

45:44Nee, echt niet iedere fariseer was zo.

45:47Het waren juist de vrome en godsdienstige joden.

45:51De mensen die leefden bij Mozes en de Torah.

45:55De mensen die gerespecteerd werden door heel het volk.

46:01En daarbij, Simon had de Heer Jezus juist hoog.

46:07Hij nodigde hem tot slot van rekening uit op zijn maaltijd.

46:14Maar toch, het hart van Simon is niet op de juiste plaats.

46:21Later in de geschiedenis zal het blijken.

46:24Simon heeft de Heer Jezus ten diepste niet lief.

46:29Deze man vindt zichzelf de goed voor een zaligmaker.

46:34Hij heeft de Heer Jezus niet nodig.

46:39En toch wou de Heer Jezus wel in de aanwezigheid zijn van Simon.

46:45Toch zocht de Heer Jezus wel het hart van deze man.

46:51En hier zien we toch al iets van de liefde van Christus schitteren.

46:57Hij wil in de aanwezigheid van Simon zijn, omdat hij het behoud van Simon op het oog heeft.

47:05Zijn liefde voor het verlorene brandt.

47:10Zelfs voor iemand die zichzelf hoog acht.

47:13En Christus min acht.

47:17Wat is de Heer Jezus toch nederig en liefdevol.

47:24En daarom zal hij Simon in liefde terecht wijzen.

47:32En gemeente.

47:33Van deze opzoekende liefde moeten wij het toch ook hebben.

47:38Want als we eerlijk naar onszelf zijn.

47:40Dan moeten we toch zeggen dat we mensen zijn die zo snel vol van onszelf zijn.

47:46En zo snel leeg van God.

47:51Wij zijn ook mensen die het steeds nodig hebben om...

47:55door de Heer Jezus op de laagste plaats gebracht te worden.

48:01En wat die laagste plaats is.

48:04Zien we deze geschiedenis uitgetekend.

48:08Het feest van Simon wordt namelijk ruw verstoord.

48:12Dat

48:14kunnen we lezen in de versen 37 en 38.

48:19En zie, een vrouw in de stad welke een zondares was...

48:23verstaande dat hij in des fariseers huis aanzat...

48:27bracht een alblaste fles met zalf.

48:30En staande achteraan zijn voeten wenende, begon zij zijn voeten nat te maken met tranen.

48:37En zij droogde ze af met het haar van haar hoofd.

48:41En kuste zijn voeten.

48:43En zalfde ze met de zalf.

48:47Dus ineens verschijnt die vrouw op de maaltijd van Simon.

48:52Onuitgenodigd.

48:54En ook onwelkom.

48:56Ze heeft namelijk een zeer slechte reputatie.

49:01Ze is een zondares.

49:03En in de stad staat ze bekend als een overtreder van Gods wet.

49:09Iemand die God en zijn gebod aan haar laars slapt.

49:17En verder heeft deze vrouw geen naam.

49:21Dit is wie ze is voor de mensen.

49:25Een zondares.

49:28Iemand om te verachten.

49:32Iemand om op neer te kijken.

49:36Meer niet.

49:39En wat ze precies gedaan heeft, dat weten we uiteindelijk niet.

49:45Veel verklaarders denken dat ze een prostituee was.

49:48Maar dat hoeft ook niet het geval te zijn.

49:52In ieder geval wordt duidelijk dat ze een slechte reputatie heeft.

49:57En dan mag ze bij de mensen onbekend zijn.

50:01En bij de mensen onbemind.

50:04Ze is door God lief gehad.

50:06En van eeuwigheid gekend.

50:09Want zijn verkiezende liefde brandt voor deze vrouw.

50:14De Heer heeft haar opgezocht in haar zonde en ellende.

50:18En tot het geloof in Christus gebracht.

50:22En dat is gebeurd voor deze ontmoeting.

50:25De liefde tot de zaligmaker is in haar hart gekomen.

50:30En daarom gaat ze nu op zoek naar hem.

50:34Want deze liefde kan niet verborgen blijven.

50:38Deze liefde komt altijd naar buiten.

50:43En daarom wil deze vrouw nu de Heer Jezus haar liefde brengen.

50:48Het is de liefde die haar tot deze maaltijd drijft.

50:54Het is de liefde dat ze op zoek is naar de Heer Jezus.

50:59En daarom is ze nu gekomen in het huis van deze fariseer.

51:04En ze heeft een alblaste fles met zalf meegenomen.

51:09En het is zeer kostbare zalf.

51:13Want vanuit de andere evangelieën weten we dat deze fles ongeveer 300 penningen kost.

51:21En nu is een penning het dagloon van een arbeider.

51:25Dus deze zalf is 300 daglonen waard.

51:31Bijna een jaar salaris.

51:36Het is dus een zeer waardevol erfstuk.

51:42Maar het is niet te kostbaar om op te offeren voor Christus.

51:47En met deze zalf zal ze de voeten van de zaligmaker zalven.

51:51Het

51:53gebeurt zodra ze binnenkomt.

51:55Ze gaat regelrecht naar de Heer Jezus toe.

51:59En ze begint zijn voeten nat te maken met haar tranen.

52:03En te drogen met haar haren.

52:07En volgens geeft ze die voeten een kus.

52:10En begint ze de voeten te zalven.

52:14Ze komt hiermee op de laagste plaats.

52:20Wenend aan de voeten van Christus.

52:26En voor deze vrouw is het de beste plaats.

52:31Maar voor Simon is het een bron van ergernis.

52:36Want hoe durft die vrouw binnen te komen op zijn feest?

52:41Wie heeft haar uitgenodigd?

52:44Straks verontreinigt ze nog iedereen.

52:52Ja, en die gedachten moeten ongetwijfeld in zijn hart leven.

52:56Toch uitzien we het niet.

52:59En we lezen er ook niet over.

53:02We lezen wel over zijn aanstoot en vijandschap richting de Heer Jezus.

53:09En de fariseer die hem genoot had, zulk ziende sprak bij zichzelf.

53:15Deze, indien hij een profeet was, zou wel weten wat en hoe danige vrouw deze is die hem aanraakt.

53:23Want zij is een zondares.

53:27Ja, nu wordt het voor Simon duidelijk.

53:30De Heer Jezus kan geen profeet zijn.

53:34Want of de Heer Jezus weet niet wie die vrouw is, of

53:38hij staat dit gedrag zomaar toe.

53:41En in beide gevallen is hij geen waar profeet.

53:45En al helemaal niet de grote profeet die het volk verwacht.

53:52Een golf van minachting en teleurstelling gaan door het hart van Simon.

54:02Ja, na deze minachting zal Simon het verdienen als de Heer Jezus nu stilzwijgend weg zal gaan.

54:11Simon is toch geen enkel weerwoord waardig.

54:17Maar de Heer Jezus zoekt nog het hart van Simon.

54:20En hij geeft zelfs antwoord op de gedachten van Simon.

54:25En Jezus antwoorden zeiden tot hem.

54:29Simon, ik heb u wat te zeggen.

54:33En hij sprak, meester, zeg het.

54:37Dus blijkbaar wil Simon het nog wel horen.

54:41En de Heer Jezus vervolgt met een korte gelijkenis.

54:45Hij spreekt over twee mensen die beide een aanzienlijke schuld hadden.

54:50De een had een schuld van 500 penningen.

54:54Dus ongeveer anderhalf jaar salaris.

54:57Wij zouden zeggen een ton.

55:00En de andere heeft 50 penningen schuld.

55:04Dus ongeveer 10.000 euro.

55:06En nu kunnen beide mannen niet meer terugbetalen.

55:10Beiden zijn volledig bankroet.

55:14En de schuldeiser scholt hen beide kwijt.

55:20En wie zou nu het meest lief hebben?

55:23Degene met een grote of met een kleine schuld?

55:31Ik denk dat de jongens en meisjes het onder ons ook zullen weten.

55:34Want jongens en meisjes, fijn om een aantal van jullie te zien.

55:41Wanneer ben je meer blij?

55:44En wanneer ben je meer dankbaar?

55:47Als iemand je iets groots of iets kleins vergeeft.

55:51Stel je voor je doet wat fout.

55:53Iets heel groots.

55:55En mama is heel boos.

55:57En toch vergeeft ze je.

56:00Dan ben je toch blijer dan als je iets kleins fout doet.

56:03En je moeder het door de vingers ziet.

56:07En zo is het ook ten opzichte van de heren.

56:11Als hij je veel vergeeft, dan ben je meer dankbaar.

56:20En gemeente Simon snapt het punt in ieder geval wel direct.

56:24En Simon antwoordde zijde, ik acht het dat hij het is die hij het meest kwijtgescholden heeft.

56:33En de Heer Jezus is het met Simon eens.

56:36En hij zeide tot hem, gij hebt recht geoordeeld.

56:43En nu wordt het pijnplunt van Simon pijnlijk blootgelegd.

56:50Want Simon ziet zijn schuld niet.

56:53En daarom heeft hij weinig lief.

56:57Simon beseft niet wie hij is ten opzichte van de heren.

57:02En daarom beseft hij niet dat hij vergeving nodig heeft.

57:07En daarom heeft hij Christus niet nodig.

57:10En kan hij niets met een zaligmaker verzondaren.

57:17Want uit de gelijkenis volgt helemaal niet...

57:19dat Simon ook daadwerkelijk een kleinere schuld heeft.

57:24Nee, ook zijn schuld is helemaal hoog.

57:27Alleen Simon ziet het niet.

57:31Verder volgt ook niet...

57:33dat de schuld van Simon vergeven is.

57:38Wat wel volgt, is dat Simon volledig mis zit met zijn beeld van de Heer Jezus.

57:45En dat is nu het diepste probleem van Simon.

57:49Deze fariseer ziet niet waar Christus voor gekomen is.

57:54Hij kan niets met een zaligmaker die gekomen is om het verlorene te zoeken.

58:01Omdat Simon zichzelf niet verloren voelt.

58:08Gemeente, we zien hier dat zelfkennis...

58:11en kennis van Christus alles met elkaar te maken hebben.

58:15Als we hoge gedachten van onszelf hebben...

58:19dan hebben we lage gedachten over de Zaligmaker.

58:24En als we echt leren om laag te denken van onszelf...

58:27dan gaan we hoog denken over Christus.

58:33We zien het toch bij Simon?

58:35Deze man is te vol van zichzelf om Christus lief te hebben.

58:40Hij is blind voor zijn schuld.

58:43En daarom ook blind voor Christus.

58:48En met deze gelijkenis wil de Heer Jezus hem deze vroodmoedigende les leren.

58:55En dat doet hij uit liefde, omdat hij het behoud van Simon op het oog heeft.

59:03En vanavond mag hetzelfde onderwijs tot ons klinken.

59:08En wie zou nu meer lief hebben?

59:12Degene met veel of met weinig schuld?

59:18Als we denken dat we weinig schuld hebben, dan hebben we de zaligmaker ten diepste niet nodig.

59:25Dan leven we aan het evangelie voorbij.

59:29Dan minachten we Christus in ons hart.

59:38Daarom is het nodig dat we tot lage gedachten van onszelf gebracht worden.

59:46Tegelijkertijd is het ook waar dat een waar besef van zonde en schuld altijd uitdrijft tot Christus.

59:53Als de Heilige Geest werkt, dan leidt het altijd tot hoogachting en liefde van de Zaligmaker.

1:00:00Het maakt God groot.

1:00:02En onszelf zo klein.

1:00:05De heilige geest brengt altijd op de laagste plaats.

1:00:10Aan de voeten van de Heer Jezus.

1:00:15En bent u ooit op die plek gebracht.

1:00:21Weet u wat het is om als een zondaar aan de voeten van Christus terecht te komen?

1:00:30Zo niet.

1:00:32Dan bent u ten diepste zoals Simon.

1:00:36Vol van uzelf.

1:00:39En leeg van God.

1:00:42En dat geldt nu uiteindelijk voor een ieder die niet van genade leeft.

1:00:46Ze zijn als Simon.

1:00:50En nu is het nodig voor de Simons en Simoners in de kerk dat ze op de laagste plek gebracht worden.

1:00:58En daar geeft Christus dit onderwijs voor.

1:01:03En hij vervolgt door te wijzen op het voorbeeld van de vrouw.

1:01:07Dan staan we verder bij stil de tweede gedachte.

1:01:10Een verontmoedigend voorbeeld.

1:01:15Gemeente na het onderwijs uit de gelijkenis gaat Christus verder.

1:01:20Deze twee personen uit de gelijkenis staan namelijk beeld voor twee mensen.

1:01:24Voor Simon en voor de vrouw.

1:01:27De vrouw heeft de grote schuld.

1:01:31Het is haar vergeven.

1:01:33En ze beseft het.

1:01:35En daarom heeft ze veel lief.

1:01:39Maar Simon ziet niet dat hij schuld heeft.

1:01:42En daarom ontbreekt de liefde.

1:01:46En om Simon tot dit inzicht te brengen, vervolgt Christus zijn onderwijs door te wijzen op het voorbeeld van deze vrouw.

1:01:55En hij zich omkerende naar de vrouw zeide tot Simon.

1:02:00Ziet gij deze vrouw?

1:02:05Simon, ziet u het verschil tussen deze vrouw en u?

1:02:11Zij heeft veel lief.

1:02:14Maar waar is uw liefde?

1:02:18Het verschil wordt toch duidelijk uit de daden?

1:02:23En dat gaat de Heer Jezus heel concreet uitwerken.

1:02:27Ik ben in uw huis gekomen.

1:02:30Water heb gij niet tot mijn voeten gegeven.

1:02:33Maar deze heeft mijn voeten met tranen nat gemaakt.

1:02:37En met het haar van haar hoofd afgedroogd.

1:02:40Gij hebt mij geen kus gegeven.

1:02:43Maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten mijn voeten te kussen.

1:02:50Met olie hebt gij mijn hoofd niet gezalfd.

1:02:54Maar deze heeft mijn voeten met zalf gezalfd.

1:02:57Uit de dalen wordt het verschil duidelijk.

1:03:01De in de ogen van Simon zo zondige vrouw heeft vele blijken van haar liefde gegeven.

1:03:11Maar Simon, niet

1:03:14één.

1:03:16Hij heeft zelfs de normale gastvrijheid nagelaten.

1:03:22Water voor de voeten van Christus heeft hij niet gegeven.

1:03:26En het gaat hier om een normale omgangsvorm in die dagen.

1:03:30Iedereen liep op sandalen door het stof.

1:03:34Het was niet meer dan fatsoenlijk als je je gasten een tijltje water gaf.

1:03:38Zodat ze zelf hun voeten konden wassen.

1:03:42Maar Simon heeft het niet gedaan.

1:03:47Maar de zondares.

1:03:49Heeft de voeten van Christus gewassen met haar tranen.

1:03:52En afgedroogd met haar haren.

1:03:56Dat laat toch zo duidelijk haar liefde zien.

1:04:01Ze brengt de Heer Jezus haar tranen.

1:04:05Tranen van diep berauw.

1:04:07Omdat haar hart gebroken is onder een besef van zonde en schuld.

1:04:13En

1:04:15ze daarom nu bitterlijk moet wenen.

1:04:18Maar ook tranen van blijdschap en verwondering.

1:04:23Blijdschap over de vergeving.

1:04:26Verwondering over de vrijspraak.

1:04:30Het zijn daarom bittere en zoete tranen.

1:04:36En de ogen die voorheen gebruikt werden om de zonde te aanschouwen...

1:04:40worden nu gebruikt om de voeten van de zaligmaker nat te maken.

1:04:46En vervolgens droogt ze zijn voeten af met haar haren.

1:04:51Lager kan ze zichzelf toch niet vernederen.

1:04:54Ze gebruikt haar haren als een handdoek.

1:04:59Haar haren, de schoonheid van de vrouw.

1:05:04Het is nu allemaal een teken van haar nederigheid.

1:05:10Dit laat toch wel het verschil zien met Simon.

1:05:15Deze fariseer heeft niet eens een teltje water gegeven.

1:05:19Terwijl hij de gastheer is.

1:05:23En de Heer Jezus vervolgt zijn boodschap aan Simon.

1:05:27Gij hebt mij geen kus gegeven.

1:05:31Maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten mijn voeten te kussen.

1:05:38Geen kus.

1:05:41En

1:05:42het gaat hier wederom om een normale omgangsvorm uit die tijd en cultuur.

1:05:48Mensen rondom de Middellandse Zee begroeten elkaar met een kus op de wangen.

1:05:53Het is een teken van respect en vriendschap.

1:05:58Maar Simon heeft het niet gedaan.

1:06:02Maar de zondares, die heeft de voeten van de Heer Jezus gekust.

1:06:07Omdat de wang van Christus te hoog was en ze die eer niet verdiende, ze had liever de laagste plaats.

1:06:16Als ze maar een plek mocht krijgen.

1:06:20En als teken van liefde kussen nu de voeten van Christus.

1:06:26En de mond die voorheen gebruikt werd voor zondige woorden.

1:06:30Wordt nu gebruikt om de voeten van de zaligmaker te kussen.

1:06:37Maar Simon heeft geen kus gegeven.

1:06:42En de zalving die laat nogmaals het gebrek aan de kant van Simon zien.

1:06:49Met olie hebt gij mijn hoofd niet gezalfd.

1:06:52Maar deze heeft mijn voeten met zalf gezalfd.

1:06:57En nu was zalven met olie niet een normaal teken van respect.

1:07:02Maar het was wel de eer die een profeet toekomt.

1:07:06De profeten uit het Oude Testament werden gezalfd met olie.

1:07:12Ja, dat heeft Simon niet gedaan.

1:07:15Nee, hij heeft zelfs de tegenovergestelde gedaan.

1:07:19Hij heeft Christus in zijn hart miskend als profeet.

1:07:24En de Heer Jezus wijst hem er hier nu op om dat bloot te leggen.

1:07:31Want Simon heeft Jezus in zijn hart niet erkend, maar juist miskend.

1:07:38Maar de zondige vrouw, die heeft de voeten van de Heer Jezus wel gezalfd.

1:07:44Omdat zijn hoofd wederom te hoog was.

1:07:49Daarom zalfden ze maar zijn voeten.

1:07:52En nee, niet met olie, maar met zeer kostbare zalf.

1:07:57Het was wel een jaar salaris waard.

1:08:00Maar geen offer was te veel.

1:08:02En geen zalf te duur.

1:08:07Gemeente, ziet u deze vrouw?

1:08:12Hoe duidelijk blijkt haar liefde.

1:08:16En hoe duidelijk blijkt het gebrek van Simon.

1:08:22Die conclusie trekt de Heer Jezus ook zelf.

1:08:26Daarom zeg ik u.

1:08:27Haar zonden zijn haar vergeven.

1:08:29Die vele waren.

1:08:31Want zij heeft veel lief gehad.

1:08:34Maar die weinig vergeven wordt.

1:08:37Heeft weinig lief.

1:08:41En we moeten deze woorden goed verstaan.

1:08:44Het is niet zo dat ze vergeven is.

1:08:47omdat ze veel lief gehad heeft.

1:08:50Nee, ze is vergeven en daarom heeft ze veel lief.

1:08:56De liefde is een bewijs van haar vergeving.

1:09:00Omdat iedereen uit de liefde kan zien dat er geloof is in haar hart...

1:09:05en dat ze vergeven is.

1:09:08Dat blijkt ook wel uit de bevestiging.

1:09:11Het geloof is de grond van de vergeving en niet de liefde.

1:09:16Maar het geloof blijkt wel uit de liefde.

1:09:23En het tegenovergestelde is ook waar.

1:09:26Uit het gebrek aan liefde kan iedereen zien dat er geen geloof is in het hart van Simon.

1:09:33En dat Simon niet vergeven is.

1:09:37En gemeente, dit verootmoedigende voorbeeld komt ook tot ons.

1:09:42Want uiteindelijk zijn we als één van beiden.

1:09:46Of we zijn gekomen op de laagste plaats.

1:09:51En we weten wat het is om als een zondaar met tranen in de ogen te komen aan de voeten van Christus.

1:09:59Dan is ons veel vergeven.

1:10:02En dan hebben we veel lief.

1:10:06Of we zijn zoals Simon.

1:10:10Dan is ons weinig vergeven.

1:10:13En hebben we weinig lief.

1:10:19En gemeente.

1:10:21Als we nog onbekeerd zijn.

1:10:23Dan zien we in het voorbeeld van deze vrouw ons gebrek.

1:10:28Want dit is toch ook een beschamend voorbeeld voor al de Simons en Simoners in de kerk.

1:10:35En dan heeft de meester u wat te zeggen.

1:10:42Ziet u deze vrouw?

1:10:47Ziet u haar tranen?

1:10:51Waar zijn uw tranen?

1:10:56Is uw hart ooit verbroken vanwege uw zonde en schuld?

1:11:04En waar zijn uw tranen van blijdschap en verwondering over de vergeving?

1:11:13Ja, en ik weet het wel.

1:11:15Het zit hem niet in de tranen.

1:11:17De een heeft heel veel verdriet en hult nog steeds niet.

1:11:21De andere hult veel sneller.

1:11:25Het gaat uiteindelijk niet om de tranen, maar wel om het gebroken hart vanwege de zonde.

1:11:32En de diepe blijdschap en verwondering.

1:11:37En heeft de Heilige Geest dit nu in uw leven gewerkt?

1:11:45Zo niet, dan mist u alles.

1:11:48En dan moet het vandaag ook tegen u klinken.

1:11:52En dan zegt de meester het ook vanavond.

1:11:56Water hebt gij niet tot mijn voeten gegeven.

1:12:01Maar deze heeft mijn voeten met tranen nat gemaakt en met het haar van haar hoofd afgedroogd.

1:12:10En ziet u haar kussen?

1:12:13Wanneer heeft u de voeten van Christus gekust?

1:12:18Bent u ooit zo voor hem neergevallen?

1:12:22En heeft u ooit zo nederig hem uw liefde bewezen?

1:12:29Zo niet.

1:12:30Dan ziet u nogmaals uw gebrek.

1:12:34Simon, Simone.

1:12:37U heeft de meester niet eens één bewijs van uw liefde gegeven.

1:12:44Gij hebt mij geen kus gegeven.

1:12:47Maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten mijn voeten te kussen.

1:12:54En ziet u deze de zalving?

1:12:58Met welke zalf heeft u de voeten van Christus gezalfd?

1:13:04Heeft u hem ooit erkend als de grote profeet?

1:13:10Heeft u ooit hem zo nederig uw liefde bewezen?

1:13:16Hem ooit zo'n offer gebracht?

1:13:22Simon, Simone, welk offer is Christus u waard?

1:13:29Om u maar iets te noemen.

1:13:31Heeft u ooit een zondig verlangen omwille van hem geofferd?

1:13:40Als u niet van genade leeft, dan ziet u hier uw gebrek.

1:13:45Met olie hebt gij mijn hoofd niet gezalfd, maar deze heeft mijn voeten met zalf gezalfd.

1:13:53Zelfs het kleinste offer brengt u niet aan Christus.

1:14:02Gemeente, als u niet van genade leeft.

1:14:04Dan ziet u toch in het voorbeeld van deze vrouw uw gebrek.

1:14:09En dan heeft de meester u vanavond wat te zeggen.

1:14:13Simon, Simone, de meester heeft u wat te zeggen.

1:14:21Maar die weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.

1:14:26U leeft met een openstaande schuld.

1:14:31En al kijkt u op anderen neer.

1:14:34En weet u misschien heel goed hoe alles moet.

1:14:40U ligt onder de toorn van God.

1:14:43En reist af naar de eeuwige rampzaligheid als er geen verandering komt.

1:14:56Maar ook als we van genade leven.

1:14:58Dan zien we toch in het voorbeeld van deze vrouw ons tekort.

1:15:02En dan hebben we toch alle redenen om deze vrouw na te volgen.

1:15:06En de Heer Jezus ons zijn tranen brengen.

1:15:13Tranen van berauw.

1:15:15Maar ook tranen van verwondering.

1:15:18Dan hebben we toch alle redenen om steeds weer neer te knielen aan zijn voeten.

1:15:23En hem de liefde van ons hart te brengen.

1:15:26En hem kussen met de kussen van onze mond.

1:15:31En heel ons leven aan hem opofferen.

1:15:36Als we van vergeving mogen leven.

1:15:39Dan is hij ons dit toch alles waard.

1:15:42Want dan heeft hij zijn leven gegeven.

1:15:45Zodat wij vergeven kunnen worden.

1:15:48Zullen we ons dan nooit te goed voelen.

1:15:50Om hem onze liefde te bewijzen.

1:15:54En zoekt u dan steeds maar weer een plek aan zijn voeten.

1:16:01En uiteindelijk is dat toch voor ons allemaal nodig.

1:16:05Of we nu van genade leven of niet.

1:16:08We moeten het voorbeeld van deze vrouw navolgen.

1:16:12En komen op de laagste plaats.

1:16:16Met tranen in de ogen aan de voeten van Christus.

1:16:24En gemeente, dat is de beste plaats.

1:16:29En ik wil het ook tegen de jongeren zeggen.

1:16:32Komen aan de voeten van de Heer Jezus is niet zwaar of verdrietig.

1:16:37Ja, er zijn tranen over de zonde.

1:16:40Maar geloof me, een kind van God wil die tranen niet missen.

1:16:45Want er zijn ook tranen van blijdschap.

1:16:49Dus het is niet zo dat Gods kinderen alleen maar droevig zijn.

1:16:53Ja, verdriet over de zonde is er zeker.

1:16:56Maar ook vreugde.

1:16:58En deze diepe vreugde is een vreugde die alle vreugde van de wereld overtreft.

1:17:06En vandaag mag het ook klinken.

1:17:09Aan de voeten van Christus zijn we welkom.

1:17:14Dan staan we daarbij stil bij de laatste gedachte.

1:17:17Een troostvolle bevestiging.

1:17:22Gemeten nadat Christus het voorbeeld van deze vrouw gebruikt heeft als spiegel voor Simon.

1:17:27Gaat hij zich nu direct tot de vrouw richten.

1:17:30En hij zeide tot haar.

1:17:32Uw zonden zijn u vergeven.

1:17:36En nu mag de vrouw het aan zijn voeten horen.

1:17:39Uw zonden zijn u vergeven.

1:17:43En wat een vreugde en verwondering moet dat zijn geweest.

1:17:49Het was vanwege haar zonde dat ze zo moest huilen.

1:17:52En dat ze de toevlucht tot Christus nam.

1:17:56En nu mag ze horen dat haar zonden vergeven zijn.

1:18:02En dat alles omdat er geloof is in haar hart.

1:18:08En ze wist dat Christus de zaligmaker is.

1:18:12Die de zonden vergeven kan en wil.

1:18:18En dat geloof moet toch al in haar hart zijn geweest.

1:18:24Want vanwege dit geloof is ze toch op zoek gegaan naar de Heer Jezus.

1:18:30Wat had haar anders de vrijmoedigheid gegeven om te komen op het feestje van Simon.

1:18:38En wat had anders de liefde in haar hart ontstoken.

1:18:44Het is toch het wonder van vergeving wat haar hart in vuur en vlam zet voor Christus.

1:18:51Vanwege het geloof wou ze zijn voeten wassen met haar tranen.

1:18:57En afdrogen met haar haren.

1:19:00Vanwege het geloof wou ze heel haar leven aan hem toewijden.

1:19:06Het geloof maakte geen offer te groot en geen zalf te duur.

1:19:12En gemeente, uiteindelijk is het geloof ook de enige grond waarom ze vergeven is.

1:19:18Dat zien we ook in de bevestiging van Christus.

1:19:22Maar hij zeide tot de vrouw, uw geloof heeft u behouden.

1:19:29Ga heen in vrede.

1:19:33Uw geloof heeft u behouden.

1:19:37Dus niet uw tranen.

1:19:39En ook niet uw offer.

1:19:43Zelfs niet uw liefde.

1:19:47Het is geloof alleen.

1:19:51Alleen omdat deze vrouw als een arm zon bij haar redding zocht bij Christus.

1:19:57Alleen omdat ze alles in hem zocht.

1:20:01En niks in zichzelf.

1:20:04Het is geloof alleen.

1:20:09En gemeente als we van genade leven.

1:20:12Dan is het bij ons toch niet anders.

1:20:17We worden alleen vergeven als we komen als een arm zondaar die niets heeft.

1:20:22Het is geloof alleen.

1:20:28En tegelijkertijd, het ware geloof blijft nooit alleen.

1:20:33Het gaat altijd samen met tranen van schuld en tranen van beleidschap.

1:20:40En al zijn er misschien geen tranen in uw ogen, dan wel in het hart.

1:20:45Want het ware geloof ontsteekt altijd de liefde tot Christus.

1:20:50Het maakt Christus groot en onszelf klein.

1:20:55En als het geloof is in ons hart, dan willen we hem onze liefde bewijzen.

1:21:01En hem alles toewijden.

1:21:04En dat maakt geen zalf te duur en geen offer te groot.

1:21:08En

1:21:13gemeente, dat geloof is een gave van de Heilige Geest.

1:21:18We zien hier de Heilige Geest aan het werk in het hart van deze vrouw.

1:21:23Want het is de Heilige Geest die deze vrouw aan de voeten van Christus gebracht heeft.

1:21:28Want hij werkt het besef van zonde en schuld.

1:21:32Hij drijft de mens uit tot Christus.

1:21:36En dan kan een mens niets anders meer dan te komen aan de voeten van Christus.

1:21:41Met tranen in de ogen.

1:21:44Want ze zullen komen met smeking en geween.

1:21:51En de Heilige Geest werkt ook het vertrouwen in het hart.

1:21:56En dat vervult de ogen met tranen van blijdschap en verwondering.

1:22:01En zo komt de liefde ook in het hart.

1:22:05En dan gaan we hem alles toewijden.

1:22:09En gemeente, vandaag is het de vraag voor ons allemaal.

1:22:15Heeft de Heilige Geest dit geloof ook gewerkt in uw hart?

1:22:19Weet u wat het is om als een zondaar met tranen in de ogen te komen aan de voeten van Christus?

1:22:32En we zien toch ook in deze geschiedenis dat

1:22:36Christus...

1:22:37Zondaren welkom heet.

1:22:40En dat hij het is die zondaren vergeven wil.

1:22:45En dat mag vanavond ook klinken.

1:22:49Zondaren zijn welkom.

1:22:52En daarom bevestigt hij het nu voor de ogen van iedereen.

1:22:57De zonden van deze vrouw zijn vergeven.

1:23:01Haar zonden zijn haar vergeven.

1:23:05Die velen waren.

1:23:07Al roept het vragen op bij de rest van de aanwezigen.

1:23:13Christus bevestigt het nogmaals.

1:23:16Ik ben het die uw zonde vergeeft.

1:23:20Uw geloof heeft u behouden.

1:23:23Ga

1:23:24heen in vrede.

1:23:30Gemeente, misschien zit er hier iemand die daar zo naar verlangt.

1:23:37Mocht ik dit maar horen van de zaligmaker.

1:23:41Uw zonde zijn u vergeven.

1:23:46En dat wil de Heer ook aan u bevestigen.

1:23:51Door zijn woord en geest.

1:23:55Als u net zoals deze vrouw aan zijn voeten terechtkomt.

1:24:01En u mag komen.

1:24:03Wie u ook bent.

1:24:05Wat u ook gedaan heeft.

1:24:07Er is ruimte aan de voeten van Christus voor zondaren.

1:24:13En u hoeft niets mee te nemen.

1:24:16Al ontbreekt u aan alles.

1:24:19En heeft u geen traan genoeg.

1:24:25Niemand is te slecht.

1:24:27U kan er alleen maar te goed voor zijn.

1:24:31Vandaag is het toch ook bevestigd.

1:24:35Als deze zondares welkom is, dan bent u dat toch ook.

1:24:43En als u aan de voeten van Christus terechtkomt, dan mag het ook tot u klinken.

1:24:49Uw zonden zijn u vergeven.

1:24:54Nee, niet vanwege uw tranen.

1:24:57En ook niet vanwege uw offer.

1:25:00En zelfs niet vanwege uw liefde.

1:25:05Maar omwille van zijn bloed.

1:25:12En hij verzekert ons hiervan.

1:25:14Door het geloof.

1:25:16Als we genoeg nemen met zijn volbrachte werk.

1:25:20En komen op de laagste plaats.

1:25:24Aan de voeten van de zaligmaker.

1:25:31Gemeente tot slot.

1:25:33We lezen hoe het afloopt met deze vrouw.

1:25:36Ze mocht het horen uit de mond van Christus.

1:25:40Uw geloof heeft u behouden.

1:25:43Ga heen in vrede.

1:25:47En daarna mocht ze vol blijdschap weggaan.

1:25:51Maar weet u wat we niet lezen?

1:25:55Hoe het afloopt met Simon.

1:25:58Het verhaal heeft een open einde.

1:26:01We lezen nergens over de verootmoediging van Simon.

1:26:06En we lezen ook niet over zijn weerwoord.

1:26:11De geschiedenis is nog niet af.

1:26:14Het wacht nog op een antwoord van Simon.

1:26:19Zo wacht het ook op een antwoord van ons.

1:26:23Dit alles verkondigt.

1:26:25Dat er nog ruimte is aan de voeten van de zaligmaker.

1:26:28Voor Simon de fariseer.

1:26:32Maar ook voor de Simons en Simones in de kerk.

1:26:38Deze geschiedenis wacht nog op een antwoord van u.

1:26:44Amen.

1:26:44[GEZANG]

1:29:30Laten we de heren samen danken en bidden.

1:29:35Heer in de hemel.

1:29:37Het past ons om uw grote naam ootmoedig dank te zeggen.

1:29:40Dat u met uw evangelieverkondiging tot ons kwam.

1:29:44En dat wij nog allen mochten horen.

1:29:48Dat onze zonden vergeven kunnen worden.

1:29:50Als we komen aan de voeten van Christus.

1:29:54En we mochten ook horen dat zondaren welkom zijn bij hem.

1:29:59Dan bidden we of u uw woord wil zegenen.

1:30:02Geeft u dat het ons mag brengen aan de voeten van uw lieve zoon.

1:30:06En dat we met tranen in de ogen mogen komen op de laagste plaats.

1:30:11Werkt u dat zo uit voor het eerst of bij vernieuwing.

1:30:14En geeft u zo dat uw woord vrucht mag dragen.

1:30:18En dan bidden we of u...

1:30:19De verkondiging van uw woord wil zegenen.

1:30:22En of u het zondige en gebrek.

1:30:24In spreken en in luisteren wil vergeven.

1:30:27En of u het uwe nog wil zegenen.

1:30:30Zo danken wij u voor de verkondiging van uw woord.

1:30:33En we bidden om de vrucht.

1:30:37We bidden ook gaat u ook met ons mee.

1:30:38Ook het verdere van deze week in.

1:30:41Schenkt u in ieder wat nodig is.

1:30:44En u weet ook.

1:30:46Wie het moeilijk hebben.

1:30:48En wie zo verlegen zijn om uw troost.

1:30:51En daar bidden we om.

1:30:52Wees u nabij het hart wat schrijnt tot uw vlucht.

1:30:55En geeft u ieder die het moeilijk heeft kracht om het te dragen.

1:30:59En bovenal te midden van de omstandigheden zicht op u.

1:31:04Ontvertig zich zo over aan ieder van ons.

1:31:06En bewaart u op alle wegen.

1:31:10Dit alles vragen wij u.

1:31:13Uit genade om Jezus wil.

1:31:15Amen.

1:31:19Gemeente, we gaan tot slot zingen uit Psalm 32.

1:31:22En we zingen met elkaar het eerste en ook het zesde vers.

1:31:26Dus we gaan met elkaar zingen uit Psalm 32,

1:31:30het eerste vers.

1:31:35En we zingen ook het zesde vers.

1:31:55Dus de slotsang is Psalm 32, het eerste en het zesde vers.

1:31:58[GEZANG]

1:36:29Eindigen wij met de zegenbeden uit de avondzang.

1:36:33O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:36:38O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:36:44O Geest, zend uw troost ons neer.

1:36:49Drie-enig God, u zij al de eer.

1:36:55Amen.

1:36:55[GEZANG]