Lukas 23: 39 - 43; Jezus en twee moordenaars

zondag 22 maart 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Knd M.J. Kooiman · 98 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:17Gemeente, namens uw kerkenraad zijn we de volgende mededelingen.

10:23Woensdag 25 maart is er een kerkdienst waarin dominee W.

10:27Pieters uit Elspeet zal voorgaan.

10:30De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.

10:38Donderdagavond is er de avondsluiting van de categorisatie.

10:41Alle categorisanten worden om zes uur verwacht.

10:45Vooral de genoemde data geldt zo de heren wil.

10:48[GEZANG]

11:05Tot zover de mededelingen.

11:11Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren.

11:19Die hemel en aarde gemaakt heeft.

11:22Die trouw houdt en eeuwig leeft.

11:26En niet laat varen de werken zijner handen.

11:31Amen.

11:34Gemeente, we gaan met elkaar zingen uit de 48e psalm.

11:37En we zingen met elkaar het eerste vers.

11:40De Heer is groot, elk zingt zijn lof.

11:44In Salem stad en tempelhof.

11:48Waar onze God bij zuivere tonen op zijn heilige berg wil wonen.

11:55En wat er verder volgt op psalm 48, daarvan het eerste vers.

11:59We

12:00[GEZANG]

15:16doen beleidenis van ons geloof.

15:18En in aansluiting op de geloofsbeleidenis zingen we uit de 48e psalm en daarvan het vierde vers.

15:25Wij overheven majesteit, gedenken uw weldadigheid in het midden van uw helge woning.

15:35En wat er verder volgt uit Psalm 48, het vierde vers, in aansluiting op de geloofsbeleidenis.

15:43Doen we nu beleidenis van ons algemeen, ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

15:52En in ieder van u spreken met mij in zijn of haar hart als volgt.

15:59Ik geloof in God de Vader, de Almachtige.

16:05Schepper des hemels en der aarde.

16:08En in Jezus Christus, zijn enige geboren zoon, onze Heere.

16:15Die

16:16ontvangen is van de Heilige Geest.

16:19Geboren uit de maagd Maria.

16:22Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

16:26Is gekruizigd, gestorven en begraven.

16:31Nedergedaald ter helle.

16:35Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

16:40Opgevaren ten hemel.

16:42Zittende ter rechterhand gods.

16:44De zalmachtige vaders.

16:46Van waar hij komen zal.

16:49Om te oordelen.

16:51De levenden.

16:52En de doden.

16:54Ik

16:56geloof in de heilige geest.

16:58Ik geloof één heilige.

17:01Algemene christelijke kerk.

17:04De gemeenschap der heiligen.

17:06Vergeving der zonden.

17:08Wederopstanding des vleeses.

17:10En een eeuwig leven.

17:13Amen.

17:14[GEZANG]

19:53Zoeken wij Gods aangezicht in een gemeenschappelijk gebed.

20:00Heer in de hemel.

20:03Getrouw en almachtig God.

20:06Wij komen voor uw heilig aangezicht.

20:09En vervult u ons dan met eerbied en met diep ontzag.

20:15En geeft u dat er ook dank mag zijn in ons hart.

20:18Het is voor de tweede maal deze dag.

20:21Dat de deuren van dit bede huis geopend mochten worden.

20:25Dat u ons hier een plaats geeft.

20:27Of u geeft dat we op een andere manier mee mogen luisteren.

20:31U komt met uw woorden van het eeuwige leven tot ons.

20:35En de lof op u mocht klinken.

20:39Wij overheven majesteit.

20:43Gedenken.

20:45Uw weldadigheid.

20:47En dan bidden we.

20:48Geeft u dat die lof ook weerklank mag vinden in ons hart.

20:52Dat deze dienst mag zijn tot uw eer.

20:56En tot onze redding en zaligheid.

20:59Daarom bidden we u.

21:01Gaat u toch door de rijen en de paden.

21:04Opent uw harten voor uw woord.

21:06En wint u mensen in voor uw liefdesdienst.

21:10En geeft u dat wij tot de erkenning mogen komen.

21:14Dat u de grote koning bent.

21:18Bouwt u zo toch hier uw koninkrijk.

21:21En gebruikt u daartoe toch ook uw woord.

21:24Als u het toch ook zelf zegt in uw woord.

21:27In de veelheid van onderdanen.

21:30Ligt de heerlijkheid van de koning.

21:32En dan gaat het om uw koninkrijk.

21:35En om uw eer.

21:37En daarop bidden we.

21:39Breidt u uw koninkrijk uit.

21:42En wint u mensen in voor uw liefdesdienst.

21:46En dan bidden we om uw hulp en bijstand ook in deze dienst.

21:50Weest u in alle dingen nabij.

21:52Helpt u in het luisteren.

21:54Geeft u ons aandacht en concentratie voor uw woord.

21:58En neemt u de zorgen ook van ons af.

22:00Zodat we werkelijk rust mogen hebben in ons hart.

22:03Om te luisteren naar uw stem.

22:06En heren, wat zijn er dan toch ook veel zorgen.

22:10Als er ook vele in deze gemeente zijn die rouwdragend zijn.

22:17De sterfgevallen ook doorgaan.

22:21Dan weet u alleen de diepte van het verdriet.

22:26En dan kan u alleen werkelijk troosten.

22:30En dan bidden we om uw ondersteuning.

22:33Voor ieder die rouwdragend is.

22:36Als er ook in deze gemeente mensen zijn.

22:38Die korter of langer geleden.

22:41Een geliefde aan de dood hebben moeten afstaan.

22:44Dan bidden we ondersteunt u ook hen.

22:48En er zijn ook...

22:49Vele in deze gemeente die te maken hebben met ziekte.

22:52Met lichamelijk of met psychisch lijden.

22:56Dan bidden we ook voor hen.

22:57Weest u hen nabij.

23:00Ondersteunt u.

23:00En geeft u kracht om in die weg te gaan.

23:05We bidden zo neemt u ook de zorgen tijdelijk van ons af.

23:09Zodat we ruimte hebben in ons hoofd en hart.

23:12Om te luisteren naar uw woord.

23:17We bidden ook voor de gemeente.

23:20Als de gemeente al langer vakant is.

23:26En leraar aan deze plaats verbonden is.

23:29En toch is de gemeente niet herderloos.

23:32Maar mogen we ook weten van uw trouwe zorg.

23:34Ook voor deze gemeente.

23:36Maar we bidden u.

23:38Wilt u toch op uw tijd.

23:40En op uw wijze.

23:41Een herder en leraar aan deze gemeente verbinden.

23:45Geeft u toch een man om hier het evangelie te verkondigen.

23:49En om de schapen van uw kudde te wijden.

23:52En heren dan moeten wij het beleiden.

23:54Het is onverdiend.

23:58Maar dan bidden we u.

23:59Wilt u niet zien op ons, maar ons uit genade nog iemand schenken om uw woord te verkondigen.

24:06Als dat toch ook zo nodig is.

24:09We bidden ook voor de kerkenraad.

24:12Geeft u alles wat nodig is om deze gemeente te wijden.

24:17Geeft u dat ze een werk met vrucht en met liefde mogen doen.

24:22Helpt u ze dan in alle dingen.

24:24Geeft u ze de wijsheid.

24:27En bovenal bidden we, geeft u ze ook de bediening van uw geest.

24:32Zodat zij...

24:33Ook de gemeente mogen dienen.

24:38We vragen u zo om uw hulp en bijstand.

24:41Op en onder de kansel.

24:45Helpt u in het luisteren.

24:47En helpt u ook in het spreken.

24:50Geeft u ook daarin wat nodig is.

24:52Als we toch in alles zo stelafhankelijk van u zijn.

24:56Dan bidden we.

24:57Geeft u rust en helderheid van geest.

25:00Om hetgeen dat overdacht is ook te verkondigen.

25:03Geeft u een stem om te spreken.

25:07En geeft u bovenal de bediening van uw heilige geest.

25:11Zodat de woorden niet alleen komen tot de oren, maar ook in het hart.

25:16En dat is zo nodig in het spreken en in het luisteren.

25:20En daar bidden we om.

25:21Om de krachtige werking van uw geest.

25:26We bidden ook voor

25:29deze gemeente.

25:32Weest u bij jong en oud.

25:35Wilt u in gunst en genade ook neerzien op de jongeren.

25:39En geeft u dat.

25:41Werkt u ook in hun jonge levens.

25:43En geeft u dat ze ook mogen smaken en proeven dat u goed bent.

25:47En wint u ook jonge harten in voor uw dienst.

25:51Gebruikt u daartoe toch ook deze dienst.

25:55Geeft u dat het goed te begrijpen mag zijn.

25:58En dat harten geopend mogen worden voor u.

26:02We bidden ook voor de ouderen.

26:05Werkt u ook in harten van oudere mensen.

26:09En bouwt u ook onder hen uw koninkrijk.

26:13Ziet u zo.

26:14In gunst en genade neer op een ieder van ons.

26:17En geeft u ons onverdiend een gezegende dienst.

26:22Zo bidden we dat alles in goede orde mag verlopen.

26:26Helpt u een ieder die een taak heeft.

26:30En geeft u ook dat

26:32alles zo met stichting mag gebeuren.

26:37We bidden ook voor ons land en volk.

26:41Als we ook met elkaar zien dat Nederland steeds verder afkeert van u en van uw goede dienst.

26:46Dan bidden we om een terugkeer naar u en naar uw helzame geboden.

26:52Bidden we voor de regering, voor alle die in hoogheid gezeten zijn.

26:58Zij die ons land mogen voorgaan.

27:01Geeft u ook dat ze mogen vragen naar u en naar uw gebod.

27:07Dat bidden we ook voor de gemeenteraad die te vormen is.

27:11Geeft u ook dat zij mogen vragen naar uw wil.

27:14En dat de gemeenteraad voor mag gaan in het dienst van u.

27:20En dat ze zo ook dit land mogen regeren tot de eer en de heerlijkheid van uw grote naam.

27:29Heren, zo hebben we u veel te vragen.

27:32En dan moeten we beleiden dat wij er geen recht meer op hebben.

27:35En daarom bidden we het u.

27:37Ziet u niet op ons.

27:39Maar wilt u zien op uw lieve zoon, Jezus Christus.

27:44Op de biddende hoge priester die u altijd hoort.

27:49We vragen het u in zijn naam.

27:51Om Jezus' wil.

27:53Amen.

27:58Gemeente, we openen met elkaar Gods woord in het evangelie van Lukas.

28:02En we lezen met elkaar het 23e hoofdstuk, de verse 33 tot en met 49.

28:10Dus de schriftlezing voor deze avond kan u vinden in het evangelie van Lucas.

28:14Het 23e hoofdstuk, de verse 33 tot en met 49.

28:24En daar lezen we met elkaar een godsheilig en onfeilbaar woord al dus.

28:29En toen zij kwamen op de plaats genaamd hoofdschedelplaats, kruisigden zij hem al daar en de kwaadoeners.

28:38De een ter rechter en de ander ter linker, zeiden.

28:43En Jezus zei de Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat zij doen.

28:50En verdelende zijn klederen, wierpen zij het lot.

28:55En het volk stond en zag het aan.

28:58En ook de overste met hen beschimpte hem, zeggende.

29:03Anderen heeft hij verlost, dat hij nu zichzelf verlossen.

29:08Zo hij is de Christus.

29:10De uitverkorene gods.

29:12En

29:13ook de krijsknechten tot hem komende bespotten hem en brachten hem edek.

29:19En ze zeiden, indien gij de koning der joden zijt, zo verlos u zelven.

29:26En

29:28er was ook een opschrift boven hem geschreven.

29:30Met Griekse en Romeinse en Hebreeuwse letters.

29:36Deze is de koning der joden.

29:40En een van de kwaaddoeners die gehangen waren, lasterde hem, zeggende...

29:47Indien gij de Christus zijt, verlos uzelf en ons.

29:53Maar

29:55de andere antwoorden bestraften hem, zeggende...

29:59Vrees gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

30:05En

30:07wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf.

30:12Waardig hetgeen wij gedaan hebben.

30:14Maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

30:19En hij zeide tot Jezus.

30:22Heren, gedenk mij er.

30:24Als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

30:28En Jezus zeide tot hem.

30:31Voorwaar zeg ik u.

30:33Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

30:37En het was ontremd de zesde uren.

30:40En er werd een duisternis over de gehele aarde.

30:44Tot de negende uren toe.

30:46En de zon werd verduisterd.

30:48En het voorhangsel des tempels scheurde middendoor.

30:53En Jezus roepende met grote stem.

30:56Zei de Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.

31:01En als hij dit gezegd had, gaf hij de geest.

31:06Als nu de hoofdman over honderd zag wat er geschied was.

31:10Verheerlijkte hij God en zeide.

31:12Waarlijk, deze mens was rechtvaardig.

31:16En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschiet waren, keerde weder, slaande op hun borsten.

31:27En als een bekende stonden van verre, ook de vrouwen die hem tezamen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan.

31:36Tot zover de schriftlezing.

31:40Gemeente, ter voorbereiding op de verkondiging gaan we met elkaar zingen uit de 72e psalm.

31:45En we zingen met elkaar het zesde en ook het tiende vers.

31:49Dus we zingen met elkaar op Psalm 72 het zesde vers.

31:53Ja, elk der vorsten zal zich buigen en vallen voor hem neer.

31:59En we zingen ook het tiende vers.

32:01Dan zal na zoveel gunst bewijzen het gezegend heidendom het geluk van deze koning prijzen.

32:08En wat er verder volgt op Psalm 72, de versen 6 en 10.

32:13[GEZANG]

38:24Gemeente, in antwoord op de prediking gaan we met elkaar zingen.

38:27Uit de 68e psalm.

38:29En zingen we daarvan de tiende vers.

38:31Gelooft zij God met diepst ontzag.

38:34Hij overlaat ons dag aan dag.

38:37Met zijn gunst bewijzen.

38:39En wat er verder volgt op psalm 68, het tiende vers.

38:42In antwoord op de prediking.

38:45De tekstwoorden voor de prediking.

38:47Die kan u vinden in het u voorgelezen schriftgedeelte.

38:50En dat zijn de versen 39 tot en met 43.

38:55Ik lees u alleen de versen 42 en 43 nogmaals.

38:59En hij zeide tot Jezus.

39:03Heren, gedenk mij er als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

39:08En Jezus zeide tot hem.

39:12Voorwaar zeg ik u?

39:14Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

39:19Thema voor de verkondiging.

39:21Jezus en twee moordenaars.

39:25We staan stil bij de volgende drie gedachten.

39:28Ten eerste, Jezus gelasterd door een moordenaar.

39:33Ten tweede, Jezus erkend door een moordenaar.

39:37En ten derde, Jezus redt één moordenaar.

39:42Dus het thema voor de verkondiging, Jezus en twee moordenaars.

39:48Jezus gelasterd door een moordenaar.

39:53Jezus erkend door een moordenaar.

39:58Red één moordenaar.

40:01Luisteren we eerst met elkaar naar het eerste punt.

40:04Jezus gelasterd door een moordenaar.

40:09Gemeente, vandaag neemt de prediking ons mee naar de kruisheuvel Golgotha.

40:15En van ver is te zien dat er drie mannen hangen.

40:19Wanneer we dichterbij komen, zien we wie de gekruisigde mannen zijn.

40:24Van de buitenste twee weten we dat het zware misdadigers zijn.

40:29Lucas omschrijft ze als kwaaddoeners.

40:32De andere evangelisten noemen ze moordenaars.

40:36Ze hebben de doodstraf gekregen vanwege hun misdaden.

40:42Ze hebben het leven van een ander genomen.

40:45En nu zal ook hun leven genomen worden.

40:50En boven de man in het midden hangt een opschrift.

40:54Deze is de koning der Joden.

41:00Wij zouden verwachten dat de grootste misdadiger in het midden hangt.

41:06Maar de man in het midden is geen misdadiger.

41:10Het is Jezus Christus.

41:14De koning van de joden.

41:17De zaligmaker.

41:19Gekomen om zijn volk te redden.

41:23Terwijl er nu niemand meer is die dit herkent.

41:27Er is niemand meer die dit ziet.

41:31Wanneer je luistert naar de mensen om de gekruisigde heen.

41:35Dan hoor je dat iedereen hiermee spot.

41:40Jezus kan de Christus niet zijn.

41:45De koning sterft de kruisnood toch niet.

41:50Hij kan zichzelf hier toch van verlossen.

41:55Je hoort het de leiders van het volk zeggen.

41:59Anderen heeft hij verlost.

42:01Dat hij nu zichzelf verlossen.

42:05Zo hij is de Christus.

42:07De uitverkorene gods.

42:10Je hoort de spotlach van de soldaten.

42:14Indien gij de koning der joden zijt, zo verlos u zelven.

42:19Maar

42:22we horen Jezus niets zeggen.

42:28Hij blijft stil.

42:31Jezus heeft geen weerwoord.

42:33Hij laat alles over zich komen.

42:37Stom voor het aangezicht van zijn scheerders.

42:41Zal

42:45er nog één iemand zijn die herkent dat Jezus de Christus is?

42:50De koning van de joden.

42:54Wie ziet er nu nog eer en heerlijkheid in deze man?

43:00Hij is bespot.

43:01Hij is geslagen, gemarteld en gekruisigd.

43:08Zijn discipelen hebben hem allemaal verlaten.

43:11Er is er niet één die bij hem gebleven is.

43:15Er is er niet één die voor deze koning gestreden heeft.

43:21En nu hangt Jezus aan het kruis.

43:25Tussen de moordenaars.

43:29Zoals de profeet Jezaja het zei.

43:32Hij

43:34is met de overtreders gesteld.

43:37Iedereen behandelt hem als een zware crimineel.

43:41Als moordenaar is hij ter dood veroordeeld.

43:46En

43:48nu sterft hij tussen de misdadigers.

43:53Zal er ooit een groter onrecht gebeuren in deze wereld?

43:57De

44:00enige zonder zonde is ter dood veroordeeld.

44:06Hij is volkomen onschuldig.

44:09En

44:11toch hangt hij tussen de moordenaars.

44:13Hij is één van hen geworden.

44:20Maar Jezus geeft geen weerwoord.

44:24Hoe diep het onrecht ook gaat.

44:28Hij

44:30laat zichzelf gewillig vernederen.

44:33Hij voelt zichzelf niet te goed om met de misdadigers gesteld te worden.

44:39Hij voelt zichzelf niet te goed.

44:42Om tussen de moordenaars te hangen.

44:45Want hij gaat deze weg uit liefde.

44:49Het is zijn zondaarsliefde die hem drijft.

44:53Hij wordt als misdadiger behandeld.

44:56Zodat misdadigers vrijuit kunnen gaan.

45:00Hij wordt ter dood veroordeeld.

45:02Om ter dood veroordeelden te redden.

45:07Wat een onbegrijpelijke en diepe liefde.

45:16En zijn liefde gaat nog meer schitteren.

45:19Als we beseffen voor wie Jezus hier hangt.

45:23Want hij hangt tussen de moordenaars.

45:26Voor hen.

45:27Hij

45:29zoekt nog het hart van beide moordenaars.

45:33Beide mannen mogen de zaligmaker ontmoeten.

45:37Beide kunnen nog gered worden.

45:44Ook is een van deze misdadigers van eeuwigheid gekend.

45:51Gods verkiezende liefde.

45:54Brandt voor een van deze moordenaars.

45:56En Christus moet deze moordenaar nog toebrengen.

46:01Voor deze moordenaar wil hij zichzelf zo diep vernederen.

46:06Voor deze moordenaar is hij ter dood gebracht.

46:13Onuitsprekelijk diep is de liefde van Jezus verzondaren.

46:17En heeft deze liefde uw hart al overwonnen.

46:28En terwijl de zaligmaker tussen de moordenaars hangt, spot iedereen met hem.

46:35Er is niemand die nog iets ziet in deze man.

46:39Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen.

46:46Zelfs een stervende misdadiger spot met hem.

46:52Lucas vermeldt dat een van de moordenaars Jezus lastert.

46:58En het Griekse woord dat Lucas hier gebruikt...

47:01Blasfemeo wordt gebruikt voor godslastering.

47:05En wij herkennen hier het woord blasfemie in.

47:11Deze moordenaar lastert.

47:13Hij is de ergste spotter van ze allemaal.

47:17En

47:19spottend horen wij het hem zeggen.

47:23Indien gij de Christus zijt, zo

47:27verlos u zelf en

47:30ons.

47:32Dit

47:35is toch.

47:37Huiveringwekkend.

47:39Deze man lastert met de dood voor ogen.

47:44Zijn laatste uur heeft geslagen.

47:48En

47:50wat doet hij?

47:52Spotten en lasteren.

47:56Terwijl hij de dood voor ogen heeft.

47:58En het lachen hem spoedig zal vergaan.

48:04Wat een huiveringwekkende verharding.

48:07Hij

48:09wordt vanwege zijn misdaden ter dood gebracht.

48:13En in plaats van God om genade smeken, gaat hij door met het bedrijven van kwaad.

48:20Tot de laatste snik.

48:23Hij lastert een man in doodsnood.

48:26Hij toont geen enkel medelijden met Jezus.

48:31En dat hij zo'n stervend medemens bespot, is al erg genoeg.

48:36Dat is al hartverscheurend.

48:39Maar de zonde van deze man gaat veel dieper.

48:45Het is niet zomaar een stervend medemens waarmee hij spot.

48:50Nee, hij lastert Jezus Christus.

48:54De koning van de Joden.

48:58De enige zaligmaker.

49:03Deze man behoort Christus te aanbidden.

49:07Hem te voeten vallen.

49:09Hem te smeken om genade.

49:12Want

49:15spoedig zal deze moordenaar sterven.

49:20Spoedig.

49:22Zal hij voor de rechterstoel van God staan.

49:26En de enige die hem uit het oordeel kan redden is Christus.

49:31En laat Jezus nu naast hem hangen.

49:35Nooit zal hij een betere kans krijgen.

49:39Hij hoeft alleen maar te buigen.

49:41Hij hoeft alleen maar Christus om genade te smeken.

49:46De Heer Jezus is vlakbij.

49:52Maar hij bidt Christus niet om genade.

49:55Maar hij lastert hem.

49:58En al spottend gaat hij de eeuwige ondergang tegemoet.

50:09Gemeent als we dit op ons in laten werken.

50:12Dan kunnen we de bestraffing van deze moordenaar toch wel begrijpen.

50:17Vreest gij ook God niet.

50:21Daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

50:25Deze moordenaar is een afschuwelijke schurk.

50:29Eén grote kwaaddoener.

50:31Een steenharder zondaar.

50:36De bestraffing is volkomen terecht.

50:41Maar past het ons om ons boven deze man te verheffen?

50:48Wat als de bestraffing vandaag ook tegen ons moet klinken?

50:53Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?

51:01Wat staat het er met ons van nature beter voor?

51:08Deze man is vanwege zijn misdaden ter dood veroordeeld.

51:14En is dat voor ons anders?

51:22Vanuit de Bijbel weten we het.

51:24Het loon op de zonde is de dood.

51:27Wij hebben een doodsvondens over onze hals gehaald.

51:31Wij liggen vanuit onszelf onder de toorn van God.

51:36Wij verdienen de eeuwige ondergang.

51:40En daarom moet ik het u eerlijk verkondigen.

51:43Wij allen zijn ter dood veroordeelde misdadigers.

51:49Het

51:52zonder loon is de dood.

51:56Vanwege de zonde zullen we net zoals deze man op een dag moeten sterven.

52:02Dan zullen we voor de rechter van hemel en aarde moeten verschijnen.

52:08En als we dan komen met een openstaande schuld.

52:11Dan zullen we de eeuwige ondergang tegemoet gaan.

52:19Gemeente ziet u wat de zonde teweeg gebracht heeft.

52:24Dit alles hebben wij over onze hals gehaald.

52:28Door onze zonde.

52:31Wij zijn ongehoorzaam geweest aan de heren.

52:36En daarom zijn wij ter dood veroordeelde misdadigers.

52:41Zullen we ons nooit beter voelen dan deze moordenaar?

52:49Wij allen liggen vanuit onszelf onder hetzelfde oordeel.

52:58En vanuit onszelf zijn we echt geen haar beter.

53:03We

53:07zien net zo goed niet wie de zaligmaker is.

53:12En we vrezen net zo goed niet voor Gods oordeel.

53:17We lachen er eerder om dan dat we vrezen.

53:21En we zien niet wie de Heer Jezus is.

53:24Al is Hij vlakbij en komt Hij in zijn woord tot ons.

53:30Zonder Gods genade leven we alle hieraan voorbij.

53:38En zelfs het lasteren is ons niet vreemd.

53:45Want als we door het geloof Christus niet erkennen als onze Koning en Zaligmaker...

53:50dan verwerpen wij Hem.

53:56Net zoals de moordenaar dat deed.

54:00En dan zijn we ten diepste ook lasteraars.

54:05Het ongeloof maakt namelijk God tot een leugenaar.

54:10Het ongeloof lastert Jezus.

54:17Zoals de apostel Johannes het schrijft.

54:20Die God niet gelooft, heeft hem tot een leugenaar gemaakt.

54:27Want dan geloven we net zo goed niet dat Jezus de zaligmaker is.

54:33Dan spotten we met het feit dat hij ons redden kan en wil.

54:39Dan nemen we de naam Jezus wel in onze mond.

54:42Maar ten diepste verwachten we niets van hem.

54:46Dan zijn we als een ter dood veroordeelde.

54:49Die spot met de enige die ons redden kan.

54:56Het is vandaag daarom de vraag voor ons allemaal.

55:00Heeft dit doodsvondens u bij Christus gebracht?

55:04Bent u met uw zonde en schuld bij hem terechtgekomen?

55:09En heeft u hem herkend?

55:12Als uw zaligmaker.

55:15Al is het misschien zo aarzelend geweest.

55:19Al was het misschien zo vol van twijfel.

55:22Al durft u het misschien niet hardop te zeggen.

55:26Bent u tot de erkenning van Christus gebracht?

55:33Zo niet.

55:35Dan moet de bestraffing vandaag ook tegen u klinken.

55:40Vreest gij ook God niet.

55:44Daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

55:52Zie toch de ernst van de situatie in.

55:55Als u verhart in het ongeloof.

55:58Dan brengt het u naar de hel.

56:01Dan bent u als een ter dood veroordeelde.

56:03Die spot met de enige die redden kan.

56:07Dan veracht u de dag van de zaligheid.

56:12En wat is het erg.

56:14Als we de dag van de zaligheid verachten.

56:17Als we vlakbij de Heer Jezus zijn.

56:20Maar onze toevlucht niet tot hem nemen.

56:24En we zonder Christus de eeuwige ondergang tegemoet gaan.

56:29Vandaag komt Christus nog tot u in zijn woord.

56:34Nu biedt hij zijn genade nog aan.

56:37Nu kan u de toevlucht nog tot hem nemen.

56:44Maar er komt een dag waarop het te laat is.

56:49Zoals het voor deze moordenaar nu te laat is.

56:54En wat zal het een ontreddering zijn geweest voor deze man toen hij stierf.

57:03Zo dicht bij de zaligmaker.

57:08Toch zo ver weg.

57:11Hij had eeuwig gelukkig kunnen zijn.

57:15Maar nu leidt hij eeuwig pijn.

57:17In de buitenste duisternis.

57:21Daar waar wening zal zijn.

57:24En knersing der tanden.

57:28En weet u wat het allerergste is voor deze man?

57:36Hij heeft de zaligmaker ontmoet.

57:40Maar hem niet.

57:45In plaats van hem om genade te smeken, heeft hij gespot en gelasterd.

57:56Dit kan hij nooit meer rechtzetten.

58:00Dit zal zijn geweten hem de rest van de eeuwigheid verwijten.

58:07Hoe kon ik ooit zo dwaas zijn?

58:14Had ik nou maar.

58:19Maar nu is het te laat.

58:22Voor eeuwig te laat.

58:25En dat zal een hel in de hel zijn.

58:33En gemeente, als u geen acht slaat op de zaligheid.

58:37En u onbekeerd sterft.

58:40Dan zal dit ook uw lot zijn.

58:43Een hel in de hel.

58:51En ik zeg dat niet om u stuk te preken.

58:56Zodat u maar gedragen uw lot tegemoet ziet.

58:59Nee, ik zeg dit om u te bewegen tot het geloof.

59:03Het is nog niet te laat.

59:05Ga daarom niet verloren door eigen schuld.

59:09Het is nog niet te laat, maar het heeft wel haast.

59:15Laat u daarom vandaag met God verzoenen en vlucht tot de zaligmaker.

59:25In deze geschiedenis zien we toch ook zijn liefde.

59:30Jezus hoort het gespot aan, maar hij zwijgt stil.

59:35Hij laat alles over zich komen.

59:40En dan gaat iemand onverwacht het opnemen voor Jezus.

59:45De andere moordenaar gaat hem verdedigen.

59:49Vanuit de andere evangelieën weten wij dat hij eerst net zo goed spotte met zijn kameraad.

59:57Maar door Gods genade is er op het allerlaatst verandering gekomen.

1:00:04Nu kan hij het spotten niet meer aanhoren.

1:00:07Hij wil niet dat Jezus gelasterd wordt.

1:00:11Hij richt zich tot de andere moordenaar.

1:00:14En daar staan we verder bij stil.

1:00:16In de tweede gedachte.

1:00:20Jezus erkent door een moordenaar.

1:00:25De andere moordenaar gaat zijn vroegere kameraad bestraffen.

1:00:29Vreest gij ook God niet.

1:00:32Daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

1:00:36Je ondergaat net zoals Jezus de kruisdood.

1:00:42Je kan nu toch niet spotten.

1:00:45En de straf die wij krijgen is terecht.

1:00:49Maar Jezus heeft niets verkeerd gedaan.

1:00:53Hij verdient dit niet.

1:00:55Hou op met lasteren.

1:00:58En

1:01:01het is vrij opmerkelijk wat hier gebeurt.

1:01:06Deze moordenaar erkent de onschuld van Jezus.

1:01:10En openlijk komt hij ervoor uit dat de zaligmaker onrechtvaardig behandeld wordt.

1:01:19En we zien hier het verschil met de discipelen.

1:01:23Want waar lezen wij dat Petrus opkwam voor zijn meester?

1:01:29Ja, in Gethsemane wou hij vechten.

1:01:31Toen ging hij erop losslaan met zijn zwaard.

1:01:35Maar toen de zaak hopeloos was, heeft hij hem verlogen.

1:01:41Waar lezen wij over Johannes, die de onschuld van zijn meester bepleit heeft?

1:01:48Hij is stilletjes op afstand gevolgd.

1:01:51Of een andere discipel?

1:01:55Gemeente, het is er niet één.

1:01:58Deze moordenaar doet wat de discipelen nalaten om te doen.

1:02:05Hij beleidt dat Jezus onschuldig is.

1:02:09De zaligmaker heeft nooit enige zonde of fout begaan.

1:02:15Toch hangt hij hier tussen de misdadigers.

1:02:19Hij vlekkeloos rein, volkomen heilig, volkomen rechtvaardig.

1:02:27Hangt tussen de moordenaars.

1:02:30En

1:02:31wie legt zijn vinger hierbij?

1:02:35Eén van deze moordenaars.

1:02:41Daarom hoeft niemand eraan te twijfelen.

1:02:43Dat Christus onschuldig is.

1:02:46Het is niet vanwege zijn eigen zonde dat hij gekruisigd is.

1:02:51Hij ondergaat dit oordeel plaatsvervangend.

1:02:55Hij sterft onschuldig.

1:02:58Voor schuldige zondaren.

1:03:01Hij wordt vermoord.

1:03:03Om moordenaars te redden.

1:03:09En een moordenaar mag hiervan getuigen.

1:03:15Vervolgens richt de moordenaar zich direct tot Jezus.

1:03:19En spreekt hij vanaf het kruis.

1:03:23Heren, gedenk mij er.

1:03:26Als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:03:31Hij gaat een beroep doen.

1:03:33Op de genade van de zaligmaker.

1:03:37Daar staan we later verder bij stil.

1:03:40Er is namelijk iets heel opmerkelijks aan het verzoek van deze man.

1:03:44Hij spreekt namelijk over het koninkrijk van Jezus.

1:03:50Deze moordenaar erkent hiermee dat Jezus de koning is.

1:03:54Ik denk dat de kinderen onder ons het ook zullen begrijpen.

1:03:57Want jongens en meisjes, wie

1:04:01heeft een koninkrijk?

1:04:05Als je een koninkrijk hebt, dan ben je toch een

1:04:10koning.

1:04:13Deze man spreekt over het koninkrijk van Jezus.

1:04:17En daarmee heeft hij gelijk.

1:04:19Want hij zegt hiermee dat Jezus een koning is.

1:04:24En omdat de Heer Jezus dit gezegd had, is hij veroordeeld.

1:04:29Daarom heeft iedereen hem uitgelachen.

1:04:32Maar deze moordenaar ziet nu terecht in dat Jezus de koning van de Joden is.

1:04:38En hij komt er ook openlijk voor uit.

1:04:45Gemeente, we zien toch met deze beleidenis.

1:04:48De genade van God schitteren.

1:04:51Deze moordenaar is een van de grootste gelovigen uit de Bijbel geworden.

1:04:58Hij heeft zo'n krachtig geloof.

1:05:03Want wie ziet er nu nog in dat Jezus een koning is?

1:05:09De zaligmaker is bespot.

1:05:12Hij is geslagen.

1:05:14Hij is gemarteld en gekruizigd.

1:05:17Zijn discipelen hebben hem verlaten.

1:05:20Er is niet één onderdaan bij hem gebleven.

1:05:25Er is niemand die in hem een koning ziet.

1:05:30Behalve deze moordenaar.

1:05:35Als enige erkent hij dat Jezus de koning is.

1:05:41Anderen kunnen met hem spotten.

1:05:44Maar ik zal hem beleiden als mijn koning.

1:05:47Ik zal mij tot hem wenden om genade.

1:05:53Gemeente, wat een krachtig.

1:05:55En groot geloof zien wij hier schitteren.

1:06:01En hoe zal deze man geweten hebben dat Jezus de koning is?

1:06:07Er is maar één verklaring.

1:06:09Hij moet het opschrift boven het kruis gelezen hebben.

1:06:14Deze is de koning der Joden.

1:06:21Het is een korte preek geweest voor deze man.

1:06:24En deze preek is gezegend geworden.

1:06:27Hij heeft geloofd.

1:06:30En Jezus erkent.

1:06:33En dit geloof is niet van een mens gekomen.

1:06:37We zien hier het werk van de Heilige Geest schitteren.

1:06:42Want welk mens zal nu nog zien dat Jezus een koning is?

1:06:48Dat zal geen enkel mens doen.

1:06:51Maar de Heilige Geest heeft het hart van deze man geopend.

1:06:56Daardoor is deze man gaan zien wie er naast hem hangt.

1:07:01Daardoor is hij gaan zien dat Jezus de koning is.

1:07:04En is hij voor hem te voet gevallen.

1:07:09Gemeend als de Heilige Geest zo kan werken in het hart van een moordenaar,

1:07:14zult u daarom nooit wanhopen aan Gods genade.

1:07:21Als Christus van deze man een onderdaan kan maken, dan kan het toch ook voor u.

1:07:30Deze moordenaar heeft heel zijn leven doorgebracht in het kwaad.

1:07:36Hij is ter dood veroordeeld vanwege zijn misdaden.

1:07:42Aan het kruis ontmoet hij de Zaligmaker.

1:07:46En hij heeft zelfs nog gespot.

1:07:49Maar op het aller, allerlaatste moment komt hij tot bekering.

1:07:56Het was de Heilige Geest die door alle hardheid heenbrak.

1:08:01En van een spottende moordenaar een beleidende geloven gemaakte.

1:08:07Dan hoeft u toch nooit te wanhopen aan Gods genade.

1:08:14U kan niet te groot denken over Gods genade.

1:08:19Wel te klein.

1:08:24En het laat ons toch ook zien dat het nooit te laat is om Gods genade te verkrijgen.

1:08:31Gods genade kan altijd nog doorbreken.

1:08:35Zelfs aan het eind wanneer de dood nadert.

1:08:40En laat dat toch tot bemoediging zijn.

1:08:43Als u oud bent en nog altijd onbekeerd.

1:08:49Tegelijkertijd wil ik het wel tegen de jongeren zeggen.

1:08:52Dat je dit niet als excuus mag gebruiken.

1:08:55Om je bekering uit te stellen.

1:08:57Want jonge vrienden.

1:08:59In de Bijbel staat een voorbeeld van iemand die op het laatst bekeerd werd.

1:09:04Het is er ook maar één.

1:09:07Je kan je bekering niet uitstellen tot de laatste dag.

1:09:11Je moet je vandaag bekeren.

1:09:14Vandaag roept de Zaligmaker tot je.

1:09:17Bekeer je.

1:09:18Breek met de zonde.

1:09:20Zoek de Heren.

1:09:23Want hoe weet je of morgen komt.

1:09:28Wat als vandaag je laatste dag is.

1:09:31En je morgen moet sterven.

1:09:34En dan?

1:09:37Waar ben je dan?

1:09:42Daarom moeten jullie het voorbeeld van de moordenaar navolgen.

1:09:46En gaan roepen tot de heren.

1:09:49Heren, gedenk mij er als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:09:57En gemeten uit dit verzoek zien we ook dat deze man heel goed weet wie de Heer Jezus is.

1:10:04Heren, hij is de zaligmaker.

1:10:08De enige die hem kan redden.

1:10:12Want deze moordenaar is in hetzelfde oordeel als de andere man.

1:10:18Zijn laatste uur heeft geslagen.

1:10:22Spoedig zal hij voor de rechter van hemel en aarde verschijnen.

1:10:29Maar anders dan de andere man ziet hij het in.

1:10:33Hij beseft dat hij Gods genade nodig heeft.

1:10:37En hij erkent zijn schuld.

1:10:40Het blijkt uit de bestraffing.

1:10:43Vreest gij ook God niet.

1:10:46Daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

1:10:50En wij toch rechtvaardiglijk.

1:10:53Want wij ontvangen straf.

1:10:55Waardig hetgeen wij gedaan hebben.

1:10:58Wij toch rechtvaardig.

1:11:04Deze moordenaar ziet in dat hij de rechtvaardige straf krijgt.

1:11:09Terwijl hij de kruisdood sterft.

1:11:12Beleidt hij de rechtvaardigheid van de straf, de

1:11:17martelingen, de schande, de pijn.

1:11:21Het is allemaal terecht.

1:11:24En als deze man straks door God veroordeeld wordt, kan hij alleen nog maar zijn hoofd buigen.

1:11:33Hij

1:11:36heeft geen enkel weerwoord meer.

1:11:38De

1:11:40eeuwige ondergang is een verdiende loon.

1:11:46Door het werk van de geest is deze man zijn strafwaardigheid gaan zien.

1:11:53Gemeente, als de Heilige Geest werkt in uw hart.

1:11:56Dan heeft u er iets van leren verstaan.

1:12:01En wij toch rechtvaardig.

1:12:05Want we ontvangen straf.

1:12:08Waardig hetgeen wij gedaan hebben.

1:12:11Dan hebben we net zoals deze man geleerd om ons hoofd te buigen voor God.

1:12:18Dan zijn we een veroordeelde misdadiger geworden in eigen oog.

1:12:23En zijn we onze eigen schuld gaan zien.

1:12:26En dan wordt de eeuwige ramp zaligheid.

1:12:29Het verdiende loon.

1:12:35Tegelijkertijd laat deze man het er niet bij.

1:12:38Hij wenst zich in zijn zonde en ellende tot de zaligmaker.

1:12:42Hij gaat een beroep doen op Christus.

1:12:45Hij vraagt de heren om genade.

1:12:49Heren, gedenk mij er.

1:12:51Als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:12:56En valt het u ook op?

1:12:58Hij vraagt niet om verlossing van het kruis.

1:13:02Hij buigt onder de straf.

1:13:05Voor deze man hoeft het niet meer.

1:13:08Deze straf is terecht.

1:13:13Maar hij smeekt de heren wel om genade voor zijn ziel.

1:13:19Terwijl dit voor de lasterende moordenaar niet meer nodig was.

1:13:23Gedenk mijner.

1:13:25Hij vraagt alleen maar of de Heer Jezus in genade aan hem wil denken.

1:13:30Meer heeft hij niet nodig.

1:13:32Eén genadige gedachte van de Heer Jezus is genoeg.

1:13:36Want Christus kan volkomen zalig maken.

1:13:40Als Jezus aan deze moordenaar denkt, dan is het goed voor eeuwig.

1:13:48En gemeente, als de geest in ons hart werkt, dan hebben we dit ook leren verstaan.

1:13:54Dan hebben we onze toevlucht genomen tot de zaligmaker.

1:13:59Al kan u misschien niet hardop zeggen dat het ook voor u is.

1:14:03Toch leert u tot hem te vluchten.

1:14:06En dan weet hij u ook dat hij de volkomen zaligmaker is.

1:14:12En dat één genadige gedachte van hem genoeg is.

1:14:17En dat gaat hij ook bevestigen aan deze moordenaar.

1:14:22Dan staan we tot slot bij stil in de laatste gedachte.

1:14:27Jezus redt één moordenaar.

1:14:33We horen nu Jezus spreken.

1:14:36Terwijl hij al die tijd gezwegen had.

1:14:39Het gespot, het gewoon heeft hij stilgedragen.

1:14:44Hij had geen weerwoord.

1:14:48Maar nu een moordenaar een beroep doet op zijn genade.

1:14:52Dan gaat hij spreken.

1:14:55We horen de middelste gekruisigde zeggen.

1:14:59Voorwaar ik zeg u.

1:15:02Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

1:15:06De zaligmaker zegt het met alle nadruk.

1:15:10Voorwaar?

1:15:11Amen.

1:15:12Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

1:15:16Er zit niets onzeker in dit antwoord.

1:15:21Want Christus verzekert deze man dat hij in genade aan hem wil denken.

1:15:26Deze moordenaar mag na zijn sterven bij Jezus zijn.

1:15:31Zijn ziel mag naar het paradijs gaan.

1:15:34Na zijn dood gaat deze moordenaar in, in de eeuwige heerlijkheid.

1:15:39En daar zal hij God eeuwig groot maken.

1:15:47Gemeente, dit betekent wel dat Christus hem niet redt van de kruisdood.

1:15:53Deze moordenaar moet door de dood het leven ingaan.

1:15:58Pas na zijn dood zal hij de zaligheid ingaan.

1:16:02En wat is het ontzettend om de kruisdood te sterven.

1:16:07En bij ons is het toch niet anders.

1:16:11Als de Heer Jezus ons redt, dan bespaart Hij ons niet voor het lijden.

1:16:17Dan zullen we nog steeds moeten sterven om het eeuwige leven in te gaan.

1:16:22En wat is de dood verschrikkelijk.

1:16:26Hoe kunnen we er tegenop zien?

1:16:30Maar met deze zaligmaker kunnen we getroost leven.

1:16:35En getroost sterven.

1:16:38Dan is de dood een doorgang tot het eeuwige leven.

1:16:45Gemeente, in de bekering van deze moordenaar zagen we het werk van de geest schitteren.

1:16:51En in het antwoord van de zaligmaker zien we de genade van Christus schitteren.

1:16:57Want het is genade alleen die deze moordenaar redt.

1:17:02Deze man kan er niets aan toevoegen.

1:17:05Hij kan zichzelf niet redden.

1:17:08En hij heeft niet eens meer de tijd om iets bij te dragen.

1:17:12En dat hoeft ook allemaal niet.

1:17:15Het is enkel en alleen vrije genade.

1:17:19En

1:17:22verder bevestigt Jezus zijn liefde voor deze man.

1:17:25En troost hem.

1:17:27Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

1:17:32En met deze woorden kan de moordenaar sterven.

1:17:39En we moeten ons wel beseffen.

1:17:42Wanneer Jezus deze woorden spreekt.

1:17:46Hij hangt zelf ook aan het kruis.

1:17:50Hij leidt hier helse smarten en kwellingen.

1:17:55Hij voelt dat zijn krachten steeds minder worden.

1:17:58En hij is ook aan het sterven.

1:18:01En om te ademen moet hij zichzelf aan de spijkers optrekken.

1:18:07En voelt hij de spijkers steeds dieper gaan in zijn handen en voeten.

1:18:13En daarom doet elke adem steeds meer pijn.

1:18:18En kost elke adem steeds meer moeite.

1:18:23Totdat de kracht ontbreekt om te ademen.

1:18:27Maar Jezus spaart zijn adem niet.

1:18:32Hij spreekt om een moordenaar te troosten.

1:18:38Zelfs wanneer Jezus de kruisdood sterft, heeft hij oog voor zondaren, de pijn.

1:18:46De smarte en zelfs de ademnood die weerhouden hem niet om te spreken.

1:18:52Hij redt niet alleen deze moordenaar.

1:18:56Hij troost hem ook nog.

1:18:59Kan u het begrijpen?

1:19:04Ik niet.

1:19:06Ik kan het alleen maar bewonderen.

1:19:09Zijn liefde en genade is toch onbegrijpelijk groot.

1:19:13Hij redt niet alleen de moordenaar.

1:19:16Hij troost hem ook nog.

1:19:18Ten koste van zichzelf.

1:19:21Hij spaart zijn adem niet.

1:19:24Om een moordenaar te antwoorden.

1:19:28Heeft deze liefde van Christus uw hart al overwonnen.

1:19:37En om deze moordenaar werkelijk te kunnen troosten.

1:19:40Moest de zaligmaker sterven.

1:19:44Daarom ondergaat hij nu gewillig de kruisdood.

1:19:48Daarom redt hij zichzelf nu niet.

1:19:51Hij is ter dood veroordeeld.

1:19:54Om ter dood veroordeelden te redden.

1:19:58En het grootste wonder.

1:20:00Hij doet dit gewillig.

1:20:02Het is zijn liefste werk.

1:20:05Zelfs voor een moordenaar.

1:20:08Heeft u nog een bewijs nodig.

1:20:10Van de liefde van de zaligmaker.

1:20:17En hiermee bewijst de heer Jezus ook wie hij werkelijk is.

1:20:21Hij is de Christus.

1:20:23De koning.

1:20:25Door te sterven aan het kruis.

1:20:28En in die weg kan hij zondaren redden.

1:20:32Al spot iedereen met hem.

1:20:36Al ziet alleen deze moordenaar dat in.

1:20:40Christus is de koning.

1:20:42Hij zal zijn volk zalig maken.

1:20:46Deze koning zal onderdanen hebben.

1:20:51En daar zorgt hij ook zelf voor.

1:20:54Hij wint mensen in voor zijn dienst.

1:20:58Door het werk van de geest mag de moordenaar nu getuigen, ingewonnen voor het koninkrijk van Christus.

1:21:08Gemeente, de bekering van deze moordenaar is toch één grote prediking van de gewilligheid en de macht van Christus.

1:21:20Christus heeft het hart van deze man omgewogen.

1:21:24Gods genade is hem te sterk geworden.

1:21:28Hij heeft de moordenaar tot de erkenning van Jezus gebracht.

1:21:34En als de Heer Jezus zelfs deze moordenaar kan redden, dan kan hij u toch ook redden.

1:21:43En vandaag mag ik u deze koning verkondigen.

1:21:47Christus zal onderdanen hebben.

1:21:51Mensen zullen hem erkennen en om genade smeken.

1:21:55Daar zorgt de koning zelf voor.

1:21:58Hij wint harten in voor zijn liefdesdienst.

1:22:02Hij maakt van vijanden vrienden.

1:22:05Want de zaligmaker overwint mensen door zijn woord en geest.

1:22:11En als hij zo in uw leven werkt, dan wordt hij u te sterk.

1:22:17Dan gaat u buigen en geeft u uzelf gewillig over.

1:22:23Dan leert u om genade te smeken.

1:22:26Dan leert u Christus de voeten vallen.

1:22:31En vandaag kan het ook voor u.

1:22:34Wie u ook bent.

1:22:36Al bent u aan het eind van uw leven.

1:22:40Al heeft u alles doorgebracht.

1:22:44Al verdient u de dood.

1:22:47Koning Jezus zoekt uw hart.

1:22:51Laat u overwinnen door vrije genade.

1:22:55De zaligmaker wil dat u een onderdaan van hem wordt.

1:22:59Val hem dan te voet.

1:23:02Smeek hem om genade.

1:23:05Christus roept nog vanaf het kruis.

1:23:08Wend u naar mij toe.

1:23:10Word behouden.

1:23:16Gemeente tot slot.

1:23:18De lasterende moordenaar heeft ook het opschrift gelezen.

1:23:23Hij kon toen nog buigen en Gods genade zoeken.

1:23:29Dit bracht hem echter niet tot de erkenning van Christus.

1:23:34Hij ging lasterend door tot hij zijn laatste adem uitblies.

1:23:40En zijn ogen opensloeg in de hel.

1:23:44Voelt u het verschil tussen beide mannen?

1:23:48Beide hingen vlak bij de zaligmaker.

1:23:51Beide zagen het opschrift.

1:23:54De een lastert Jezus en is voor eeuwig verloren gegaan.

1:24:00De ander erkent hem en is voor eeuwig behouden geworden.

1:24:07De scheiding viel in het leven.

1:24:11Tijdens de ontmoeting met de zaligmaker.

1:24:15En dezelfde scheiding voltrekt zich nu onder ons.

1:24:19En nu loopt de scheidslijn dwars door de kerk.

1:24:23We zijn zoals één van beide moordenaars.

1:24:27Want een ontmoeting met Christus is nooit vrijblijvend.

1:24:31Zijn woorden stellen ons altijd voor een keuze.

1:24:36En nu zijn er maar twee opties.

1:24:40Vallen we Christus te voet?

1:24:42Of lasteren wij hem?

1:24:48En als we vandaag Christus de voet vallen.

1:24:51Dan zal hij ook ons genadigd zijn.

1:24:54Dan mogen we straks in het paradijs zijn.

1:24:59En als u hem blijft verwerpen.

1:25:03Dan zal u uiteindelijk als godsgenade het niet verhoed.

1:25:07Spottend ten onder gaan.

1:25:10Dan moet de bestraffing ook tegen u klinken.

1:25:14Vreest gij ook God niet.

1:25:18Daar gij in hetzelfde oordeel zijt.

1:25:23Amen.

1:25:23Laten

1:25:24[GEZANG]

1:29:29we de heren samen danken en bidden.

1:29:33Heer in de hemel.

1:29:36Getrouw en almachtig God.

1:29:38Wij willen uw naam hartelijk dank zeggen.

1:29:40Dat u met uw evangelie woord tot ons gekomen bent.

1:29:45En dat u het in ieder van ons nog heeft aangezegd.

1:29:48Dat we het leven kunnen vinden.

1:29:51In een weg van knielen voor de zaligmaker.

1:29:55Bewaart u ons dan voor het ongeloof.

1:29:58En geeft u dat wij Christus te voet mogen vallen.

1:30:02Voor het eerst of bij vernieuwing.

1:30:05Geeft u dat daartoe toch ook deze prediking mocht uitgaan.

1:30:09Dat het uw koninkrijk mag laten uitbreiden.

1:30:13En dat het uw naam de eer mag toebrengen.

1:30:18Heb zo dank voor het woord.

1:30:22Zegent u het uwe.

1:30:24En vergeeft u het zondige en het gebrek.

1:30:27Als alles wat wij doen ook met schuld bevlekt is.

1:30:30Dan bidden we, ziet u niet op ons.

1:30:33Maar zegent u het nog uit genade.

1:30:37We bidden ook voor de gemeente.

1:30:39We zijn een nieuwe week ingegaan.

1:30:41Geeft u dan ook met het oog op het komende alles wat nodig is.

1:30:46Bewaart u in ieder van ons.

1:30:48En gaat u ook met ons mee.

1:30:51Als u ook weet wat voor ons ligt.

1:30:54En er ook dingen kunnen zijn waar wij zo tegenop zien.

1:30:58Dan bidden we om uw ondersteuning en om uw bijstand.

1:31:03Gedenkt u zo naar de grootheid van uw troon aan ieder van ons.

1:31:08Heb zo dank voor wat u gaf.

1:31:11Dit alles bidden we en danken wij uitgenade om Jezus' wil.

1:31:15Amen.

1:31:18Gemeente, we gaan tot slot zingen uit Psalm 145 en daarvan de tweede vers.

1:31:24Ik zal, o Heer, die ik mijn koning noem, de luister van uw majesteit en roem.

1:31:36En wat er verder volgt op Psalm 145, het tweede vers.

1:31:39[GEZANG]

1:34:28Eindigen wij met de zegebeden uit de avondzang.

1:34:30[GEZANG]

1:34:49Zij al de eer.

1:34:51Amen.

1:34:52[GEZANG]