Markus 14: 50 - 52; Christus de Borg verlaten

zondag 22 maart 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Oud. G. Nelis · 83 minuten

Transcript

0:00Vooraf

0:00[GEZANG]

12:12de volgende mededeling.

12:14Kandidaat Kooiker heeft net gebeld en die heeft vertraging onderweg.

12:19Maar hij staat nog in de file bij Rotterdam, dus hij kon hier niet op tijd zijn.

12:24En hij zou teruggaan ook naar huis.

12:27Om die reden zullen we vanmorgen leesdienst houden.

12:32En dan weten we allemaal dat in onze gemeente dat als noodvoorziening is.

12:37Maar dan hoop ik en dan bid ik.

12:40Dat dat woord geestelijke betekenis krijgt.

12:43Want de heren willen onze geestelijke nood voorzien.

12:48Zullen wij samen beginnen.

12:52Onze hulp is in de naam des heren.

12:56Die hemel en aarde gemaakt heeft.

13:00Die trouw houdt in der eeuwigheid.

13:03En die niet laat varen de werken zijner handen.

13:09Amen.

13:12Donderdag 19 maart nam de heren uit het midden van zijn familie en uit het midden van de gemeenteweg de heer Cornelis Flikweert in de leeftijd van

13:2491 jaar, laatst wonend op Koolweg 8.

13:29Zaterdag 21 maart nam de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeenteweg mevrouw Susanna Grietje.

13:43In de leeftijd van 91 jaar.

13:47Laatst wonend op Dirk Doensweg, 28M.

13:51De

13:53heren, gedenken deze rouwdragende families.

13:57En om die reden beginnen wij deze dienst met het zingen van Psalm 89, vers 19.

14:05Gedenk, o Heer, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

14:11Het leven is een dam, de dood wenkt ieder uur.

14:15Het negentiende vers van Psalm 19.

14:19Op

14:19[GEZANG]

16:50deze Leidenszondag is ook leidensstof aan

16:56de orde in deze leespreek uit Marcus 14.

17:00En daarvan het 43ste vers tot en met 52.

17:06Marcus 14 vers 43 tot en met 52.

17:14Maar stellen wij ons eerst onder de tucht van Gods heilige wet.

17:18Toen sprak God al deze woorden zeggende.

17:22Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.

17:31Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

17:35Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken.

17:41Van hetgeen dat boven in de hemel is.

17:45Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.

17:49Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

17:53Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.

17:58Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God.

18:03Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

18:07Aan het derde.

18:09En aan het vierde lid, dergenen die mij haten.

18:12En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben.

18:17En mijn geboden onderhouden.

18:21Gij zult de naam des heren uw schots niet ijdelijk gebruiken.

18:27Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam ijdelijk gebruikt.

18:34Gedenk de sabbedag dat gij dien heiligt.

18:37Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

18:42Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

18:46Dan zult gij geen werk doen.

18:49Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten

19:01is.

19:02Want in zes dagen heeft de Heere...

19:05De hemel en de aarde gemaakt.

19:08De zee en alles wat daarin is.

19:11En hij rustte ten zevende dagen.

19:14Daarom zegende de heren de sabbadag.

19:18En heiligde denzelven.

19:21Eer uw vader en uw moeder.

19:24Opdat uw dagen verlengd worden.

19:27In het land dat u de heren uw God geeft.

19:30Gij zult niet doodslaan.

19:34Gij zult niet echt breken, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

19:46Gij zult niet begeren uw naaste huis, gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog

19:58zijn os, nog zijn ezel, nog iets.

20:03Dat u's naasten is.

20:05Amen.

20:07Dan lezen wij uit Marcus 14.

20:10Vanaf het 43ste vers.

20:13Tot en met vers 52.

20:16En daar lezen we Gods woord als volgt.

20:20En terstond als hij nog sprak kwam Judas aan.

20:25Die een was van de twaalfen.

20:28En met hem een grote schare.

20:31met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en de schriftgeleerden en de ouderlingen.

20:39En die hem verriet, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende, dien ik kussen zal, die is het, grijpt hem en leidt hem zekerlijk

20:51heen.

20:52En als hij gekomen was, ging hij terstond tot hem en zeide, Rabbi, Rabbi.

21:01En kuste hem.

21:02En zij sloegen hun handen aan hem.

21:06En grepen hem.

21:07En een dergenen die daarbij stonden.

21:11Het zwaartrekkende sloeg de dienstknecht des hogepriesters.

21:15En hieuw hem zijn oor af.

21:18En Jezus antwoordende zeide tot hem.

21:22Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken.

21:26Als tegen een moordenaar.

21:28Om mij te vangen.

21:31Dagelijks was ik bij u lieden in de tempel lerende.

21:35En gij hebt mij niet gegrepen.

21:38Maar dit geschiet opdat de schriften vervuld zouden worden.

21:43En zij hem verlatende zijn allen gevloden.

21:49En een zeker jongeling volgde hem.

21:52Hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf.

21:57En die jongelingen grepen hem.

22:01En hij het lijnwaard verlatende is naakt van hen gevloden.

22:07Tot zover.

22:14Zoeken we zo met elkaar de heren in het gebed.

22:17Maar in de voorbeden en over dankzegging willen we gedenken.

22:22De rouwdragende familie Flikweert.

22:26De rouwdragende familie Tanus Aleman.

22:30De rouwdragende familie Van der Wendehoek.

22:35Die gisteren aan dat graf stond.

22:38En we doen dankzegging met het echtpaar Troost van der Wende.

22:42Kelderweg 33A.

22:44Die woensdag 18 maart mocht te gedenken 60 jaar getrouwd te zijn.

22:50Maar we denken ook aan het echtpaar Robert en Carinda Melisand.

22:54De gracht 19.

22:56Hun zoontje Silas mocht deze week na een vroeg geboorte weer thuiskomen.

23:02Uit het ziekenhuis.

23:05Maar we bidden ook voor de heer A.

23:07Heiboer van de Vlietberglaan 6.

23:10Die na een val in het Vlietland ziekenhuis is opgenomen.

23:15En we denken ook aan de moeders die in verwachting zijn.

23:19In het bijzonder als er zorgen zijn over de zwangerschap.

23:24Zoeken we de heren in het gemeenschappelijk gebed.

23:29Heren in de hemel.

23:31U die zo hoog woont en toch zo laag wilt neerzien.

23:37Het is door uw trouw en goedheid dat uw dag weer mocht aanbreken.

23:43Het mocht weer zondag worden.

23:46En dan mogen we hier als gemeente weer samenkomen in uw huis.

23:51Of op andere plaatsen meeluisteren.

23:54Dan hebt u nog een onderscheid gemaakt met zoveel anderen.

23:59Wie er namen ook afgelezen zijn.

24:03Heren, wat is het dan uw opzoekende zondaarsliefde?

24:08Dat u opnieuw uw woord laat uitgaan.

24:12Heren, dan is het deze morgen zo onverwachts anders.

24:16Wat een allen ook een voorganger verwacht.

24:19Maar door omstandigheden kon hij hier niet komen.

24:24En dan bidden we u aan het begin van deze dienst.

24:28Wilt u dan dat eenvoudige middel als leesdienst tot zegen doen zijn.

24:35Van de luisteraars, maar ook van de lezer.

24:39We hebben allen hetzelfde nodig.

24:44Heren, we bidden u voor die rouwdragende familie Flikweert.

24:49Voor de broers, de schoonzussen, de neven en nichten van de heer Flikweert.

24:57Geeft u hen wat nodig is.

25:00Waar die lege plaats is gekomen.

25:04Heren, waar de ouderdom, de ziekte is gekomen.

25:09De gebreken van het lichaam.

25:11Heren waar het steeds moeilijker werd.

25:14En zwaarder voor de heer Flik werd.

25:17Wilt u hen vertroosten.

25:20Zoals geen mens dat kan.

25:22En het is een waarschuwing toch.

25:24Een roepstem voor ons allemaal.

25:27Dat eenmaal ook wij voor u moeten verschijnen.

25:33Heren we dragen nu op.

25:35De rouwdragende familie Tanus Aleman.

25:38Haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind.

25:44Waar zij zo lang in de familie mocht zijn.

25:48Ook op hoge leeftijd gekomen.

25:52Heren, wilt u ook hen allen troosten.

25:56Maar die zware slag is gevallen.

25:59Waar een ziekenhuisopname nodig was.

26:03Heren, waar het toch ook van de week iets beter leek te gaan.

26:08Waar dan ook de hoop weer komt op herstel, op verbetering.

26:13En toch hebt u gesproken.

26:16En zo definitief is dat einde nu gekomen.

26:21Geeft u hen uw nabijheid te ervaren in deze dagen.

26:26Ook als de begrafenis dichterbij komt.

26:30En het afscheid zo definitief is.

26:33Heren, steun en sterken.

26:37Zo bidden we ook voor de familie van Rewendehoek die gisteren aan het graf stond.

26:43Wees u ook hen nabij en goed.

26:46Als het alles zo anders is geworden, nu mevrouw van Rewendehoek er niet meer is.

26:54Heer, dan mocht ook uw woord uitgaan in de rouwdienst.

26:58En op de begraafplaats wilt u het zegenen aan de harten van de achterblijvende familie.

27:06En mag ook dat tot troost zijn.

27:09En wilt u dan zo in hun leven spreken.

27:13Dat zij ook allen u nodig hebben.

27:17Want zonder u kunnen wij toch niet leven.

27:20En kunnen we zeker niet sterven.

27:23Heren, mag zo voor een ieder, voor heel de gemeente.

27:27Die waarschuwing uitgaan.

27:29Heden ik en morgen gij.

27:32Dat we dan ook bereid zouden zijn.

27:37Heren, dan mogen we ook dankzegging doen.

27:40Met het echt waar van de troost van de wende.

27:45Heren, wat een mijlpaal mochten zij gedenken.

27:48Zestig jaar aan elkaar verbonden door de band van het huwelijk.

27:53U hebt hen willen sparen en bewaren.

27:56Met allen die hen lief en dierbaar zijn.

28:00Geeft u hen in de levensavond ook wat zij nodig hebben.

28:06Heren.

28:07Want het is bijzonder als zolang er die huwelijksband mag zijn.

28:12Het is onverdiende goedheid.

28:14Dat weten zij ook.

28:17En wilt u dan ook in hun leven.

28:21Dat ede nodig geven.

28:24Dat leven met u.

28:26En zo met de verdere familie ook hen goed en nabij zijn.

28:29Als ze dat hopen te gedenken.

28:31Wat een onderscheid.

28:33Want zoveel anderen.

28:35Heren.

28:37Die zullen dat niet meemaken.

28:39Omdat man of vrouw moest worden afgestaan aan de dood.

28:44Heren, mogen zij ook de ware dankbaarheid bij u brengen.

28:50Heren, we danken zo met Robert en Carinda Melisand.

28:54Ook dat hun zoontje Silas thuis mocht komen uit het ziekenhuis.

28:59Wat zijn het ook spannende weken geweest.

29:03Zorgen in de zwangerschap.

29:05En dan onverwachts dat hij ook geboren mocht worden.

29:09Dan heeft u de medische zorg willen zegenen.

29:12In Rotterdam en Dirksland.

29:15En nu mag hij voorspoedig opgroeien.

29:18Alles mag stabiel zijn.

29:20En hij mocht thuis komen.

29:22Zodat ze ook als gezin met elkaar van eigen plaats mogen zijn.

29:27Geeft u ook hen die dankbaarheid in het hart.

29:31Dat u leven hebt gegeven.

29:34Moeder leven hebt gespaard.

29:37Heren, dan kunnen we op één plaats terechtkomen.

29:39En dat is aan uw voeten.

29:41Om daar onze dankzegging te brengen.

29:45Heren, we bidden zo.

29:47Ook voor die moeders die in verwachting zijn.

29:51U weet waar nieuw leven wordt verwacht.

29:55Heren, dan kunnen er ook zorgen zijn.

29:58Of dat er een ziekenhuisopname nodig is.

30:01Ook in deze week.

30:03Gedenkt u aan hen.

30:05Aan de gezinnen die het betreft.

30:07Wilt u goed en nabij zijn.

30:10Want u bent niet aan tijd of plaats gebonden.

30:13Wilt u dan zorgen.

30:14Zo voor het moederleven.

30:16Maar ook voor het nieuwe leven.

30:19Heren.

30:20Zo hebben we u veel te vragen.

30:22En we dragen ook aan u op.

30:24De heer Heijboer van de Vlietberglaan.

30:27Die na een val moest worden opgenomen in het ziekenhuis.

30:31Gedenkt u ook hem.

30:33Daar op die plaats.

30:35Wil de medische zorg dan zegenen.

30:37Wees hem nabij.

30:39Naar ziel en lichaam.

30:41Maar ook zijn vrouw zijn kinderen en kleinkinderen.

30:45Mogen zij allen ook om hem heen staan.

30:48Biddend om het alleen van u te verwachten.

30:52Heren.

30:54We dragen zo al deze mensen aan u op.

30:58Maar ook heel de gemeente.

31:00Die hier opgekomen is die meeluistert.

31:03Geeft u een verlangen in het hart.

31:06Om uw stem ook deze morgen te horen.

31:09Deze dag.

31:10Wilt u dan uw woord voor onze harten openen.

31:14Maar ook onze harten voor uw woord.

31:18En zo met uw heilige geest werken.

31:21Geloof en bekering.

31:23Ja mogen die vruchten toch ook gevonden worden.

31:26In onze gemeente.

31:28Heren dan gaat u nog door met uw eigen werk.

31:32Om uw koninkrijk uit te breiden.

31:34Ook op deze plaats.

31:37Wilt u zo het ambtelijk werk ook daarvoor zegenen en gebruiken.

31:42Als middel.

31:43Tot bekering tot geloof.

31:46Om uw woord te verspreiden.

31:47Om daarvan te getuigen.

31:50Dat de geur van u verspreid mag worden.

31:53Heren u weet.

31:55Ook van uw vakante plaats.

31:57Van een eigen heider en leraar.

31:59We bidden het u.

32:01Of u op uw tijd, op uw wijze, de man naar uw raad, naar onze gemeente wilt sturen.

32:08Om ons te leiden in de grazige weiden van uw woord.

32:12Heren, geeft u dan veel gebed.

32:16Opdat het ook daarin alleen in afhankelijkheid van u verwacht zal worden.

32:24Heren, wil ons gebed verhoren.

32:28Niet omdat we iets verdienen.

32:30Maar alleen uit genade geven dat ook deze dienst in orde en eerbied mag verlopen.

32:38En mag juichen tot uw eer.

32:42Dat bidden we om Jezus wil.

32:45Amen.

32:49Gaan we met elkaar zingen.

32:52Voorafgaand aan de preek uit Psalm 42.

32:56En daarvan de versen 2 en 4.

33:00Ik heb mijn tranen onder het klagen tot mijn spijzen dag en nacht.

33:06En het vierde vers.

33:08Denk aan u o God in het klagen uit de landstreek der Jordaan.

33:14En wat daar verder volgt uit Psalm 42 vers 2 en 4.

33:19En dan zijn er vooraf nog de mededelingen.

33:22De invalente woensdag 25 maart is er een kerkdienst waarin dominee W.

33:27Pieters uit Elspeet zal voorgaan.

33:30De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.

33:35Allen hartelijk welkom.

33:38En dv donderdagavond is de afsluitingsavond van de kategorisaties.

33:43Alle kategorisanten worden daarom zes uur verwacht.

33:48Zie je ook de kerkbode voor meer informatie.

33:52Tot zover de mededelingen.

33:53De collecten zijn de eerste voor het pastoraat, de tweede voor de kerk Voogdij en de derde is voor de aflossingkerk.

34:02We bevelen deze collecten van harte in hun meldadigheid aan, terwijl wij zingen uit Psalm 42, vers 2 en 4.

34:11[GEZANG]

40:03Gemeente, de tekst voor deze leespreek is uit Marcus 14, vers 50 tot en met 52.

40:13Dat is de laatste twee versen die we gelezen hebben uit Markers 14.

40:17Vers 50 tot en met 52.

40:19[GEZANG]

40:44Christus de borg heeft de kerk verlost zonder de kerk.

40:51Want er was niemand bij toen hij zijn borgtocht, zijn middelaarswerk vervulde.

40:59Hij heeft de pers alleen getreden.

41:02Alleen.

41:04Het begon al in Gethsemane.

41:07Terwijl hij daar lag te worstelen.

41:10En te wentelen in het stof als een worm.

41:13En geen man.

41:15Vanwege de angst der hel.

41:18Want hij zag de poorten der hel geopend.

41:22En toen hebben zijn discipelen geslapen.

41:26Hij heeft hen wakker moeten maken in dat lijden.

41:31Hij was ook maar een mens van gelijke beweging als wij.

41:36En dat bleek toen hij aan Petrus vroeg.

41:40Petrus, kunt ge dan niet één uur met mij waken?

41:45Ik ben zo alleen, Petrus.

41:48De heil staat open.

41:50En de macht van de duivel is losgekomen.

41:54Petrus, ik weet niet waar ik het zoeken moet.

41:57En hij zocht als een heel gewoon mens nog medeleven van een ander mens.

42:04Maar het wordt nog erger met de discipelen.

42:08Want toen ze moesten waken, hebben ze geslapen.

42:13Maar ze zijn ook nog gevlucht.

42:15En daarbij willen we vanmorgen stilstaan.

42:19Bij vluchtende discipelen.

42:22En dan staat er als thema onder deze tekstwoorden en boven deze preek.

42:28Christus de borg verlaten.

42:31Als eerste door zijn discipelen.

42:35En als tweede door een zeker jongeling.

42:40Dus Christus de borg verlaten.

42:44Als eerste door zijn discipelen.

42:46En als tweede door een zeker jongeling.

42:50De Heer Jezus heeft het hen voorzegd.

42:54In deze nacht zult gij allen aan mij geërgerd worden.

43:00Maar ze hebben het niet geloofd.

43:03Dat konden ze niet geloven.

43:05Want ze hadden de Heer Jezus immers lief.

43:08En dat was nog waar ook.

43:11Ze hadden hem lief met een waarachtige liefde.

43:15Maar het was een liefde die nog zo weinig inzicht had.

43:20En toch het is gebeurd.

43:23Ziet, daar hollen ze door de hof van Gethsemane.

43:27Tussen de bomen door.

43:30Petrus en Jacobus en Johannes.

43:33Daar lopen ze.

43:34Er blijft er niet één over.

43:38Ze hebben hem allen verlaten, zegt onze tekst.

43:42Hoe is dat nu toch zo gekomen?

43:44Wat is dat toch dat de discipelen opeens van hem wegvluchten.

43:50En het vluchten is ook meteen een ergernis aan hem.

43:54De Heer had het zelf gezegd.

43:56Gij zult geërgerd worden aan mij.

44:00En ze zijn ook geërgerd geworden.

44:03Want het is voor de discipelen bitter tegengevallen in de hof van Gethsemane.

44:10Daar komen de vijanden om hem te binden.

44:13Hij die de macht had over wolken, lucht en wind.

44:18Hij die de zieken genas en die de doden opwekte.

44:22Hij laat zich binden.

44:25En hij staat midden tussen de vijanden als een machteloze.

44:30Hoe is dat nu mogelijk?

44:32Hoe kan dat toch?

44:33Hoe hebben de discipelen het nu met hun meester?

44:37Ze weten het niet.

44:38Ze begrijpen het niet.

44:40Het is hun bitter.

44:44Het is immers nog maar kort geleden dat hij zijn intrede deed in de stad.

44:50En de schare die riep het uit.

44:53Hosanna, Hosanna, gezegend is hij die daar komt in de naam des heren.

44:59En daar was ineens alles vol van zijn lof.

45:03En toen hadden de discipelen gedacht.

45:06Het gaat goed, want nu zal hij wel haast zijn troon beklimmen.

45:11En wij zullen met hem aanzitten op zijn troon in het koninkrijk op deze aarde.

45:18Het is misschien nog maar een uur geleden dat ze aanzaten aan het avondmaal.

45:25Dat de discipelen nog bezig waren met elkaar te vechten over wie van hen de meeste zou zijn.

45:34De discipelen hebben nooit begrip gehad voor de boeien van die vernederde koning.

45:41Maar ze hadden in gedachten een kroon en troon, eer en macht aan deze zijde van het graf.

45:49Ze waren al bezig met elkaar de plaatsen te verdelen in dit koninkrijk.

45:55Maar nu, nu laat hij zich gevangen nemen.

45:59Nu laat hij alles met zich doen wat de vijanden maar wilden.

46:05Nu weten de discipelen niet meer wat ze aan hem hebben.

46:10Nu wordt het, haast u om uw levenswil.

46:15En ziet, daar lopen ze wat ze lopen kunnen om hun eigen leven te beveiligen.

46:23Want ze begrijpen heel goed, nu ze drie jaar lang met de Heer Jezus hebben omgegaan, dat het voor de hand ligt dat ook zij ingerekend zullen worden.

46:35Maar voor de krijgsknechten, met de boeien tot hen konden komen,

46:41Hadden ze reeds alles gedaan om weg te komen.

46:45En ze waren nergens meer te vinden.

46:47Ze hebben hem allen verlaten.

46:50Ook de discipelen.

46:52En eens is het geweest.

46:54Dat de Heer Jezus zich aanbood als het brood des levens.

46:59En toen ergerden zich velen aan hem.

47:02En we lazen van toen aan wandelden velen niet meer met hem.

47:08Maar de discipelen zijn bij hem gebleven.

47:12Ze zijn hem trouw gebleven in die drie jaren.

47:16En nu worden ze ontrouw.

47:19Nu worden ze zo geërgerd.

47:21Dat ze denken we zullen ons eigen leven proberen te redden.

47:26Want wat er nu gebeurt.

47:28Ik weet het niet.

47:30Wat de heren nu van plan is.

47:32En wat het nu toch is.

47:34Ze hadden er geen zicht op.

47:36En ze begrepen het niet.

47:40Ziet, daar doen de soldaten hem de boeien om.

47:44Christus deed niet één poging tot verweer.

47:48Integendeel, Christus laat zich binden.

47:52En nu moeten ze een meester aanschouwen met machteloze handen.

47:58De schapen die zien hun header door wolven gegrepen.

48:04Is dit degene van wie zij hoopten?

48:07Dat hij Israël zou verlossen.

48:10Het Hosanna klinkt nog in hun oren.

48:14En ziet.

48:15Nu laat die koning zich binden.

48:18Wat een teleurstelling.

48:20In één slag is al hun hoop vergaan.

48:25Dat hij zich laat binden.

48:27Om als borg hen te verlossen.

48:30Dat komt niet in hen op.

48:37Wat zal het een smart geweest zijn.

48:40Voor de Heerde Jezus.

48:42Dat zijn discipelen wegliepen.

48:45Twaalf discipelen had hij.

48:47Eén was er een verrader.

48:49En de andere elf weglopers.

48:52Eén had hem verraden.

48:54En de kus van het verraad brandt nog op zijn wang.

48:58En de andere elf die maken dat ze wegkomen.

49:02Nu het erop aankomt.

49:05Hij kon zeggen.

49:06Mijn broederen ben ik vreemd door elk onteerd.

49:10En onbekend de zonen mijner moeder vindt onder hen nog schutsheer nog behoeder.

49:18Toen de discipelen waken moesten, hebben ze geslapen.

49:23Maar nu het op hun eigen leven aankwam, nu waren ze wakker genoeg om uit de voeten te komen.

49:30En in gedachten gaan we terug naar de hof van Eden.

49:34Daar zei de Heer tot de mens, waar zijt gij?

49:39En we vragen nu ook.

49:41In de hof van Gethsemane aan de eerste Adam.

49:45Waar zijt gij?

49:47De eerste Adam is er niet.

49:50Want hij is weggelopen.

49:52Als de tweede Adam zijn borgtochtelijk werk aanvangt.

49:59Christus had nog gezegd.

50:01Indien gij dan mij zoekt.

50:02Laat deze heen gaan.

50:04En waren ze maar heen gegaan.

50:07Waren ze maar gewoon weggegaan.

50:10Maar nee, Petrus heeft eerst nog een oor afgeslagen van Malchus.

50:16Alles tegen de draad in.

50:18En als het er dan helemaal op aankomt, dan zijn ze al bang voor het ritselen van een blad.

50:24Dan durven ze de boeien van Kajefas niet aan.

50:29En zo hebben ze met zijn elven niets anders gedaan dan zijn beker gevuld.

50:37De verlatenheid behoorde ook.

50:40Bij de volheid van zijn lijden.

50:44Hier is de header.

50:45De grote header der schapen.

50:48Hij wil zijn kerk verlossen.

50:51Hij wil voor zijn schapen de dood in.

50:53Want hij wil zijn schapen redden.

50:56Maar waar zijn de schapen?

50:58Waar ze zijn?

51:00O, er is er niet één.

51:03Ze zijn allen gevloden.

51:05En hij moet schapen redden die hem ontrouw geworden zijn.

51:10[GEZANG]

51:38[GEZANG]

51:41Judas, die was er nog bij.

51:45Want die was meegekomen om hem in te rekenen.

51:50Wat een smart.

51:52Ik zeg het nogmaals, hij was ook een mens van gelijke beweging als wij.

51:59Maar ziet, daar is plotseling nog een jongeman.

52:03Een jongeling.

52:05En hij voegt zich bij de stoet om Jezus te volgen.

52:09Vers 51 hebben we dat gelezen.

52:12En die jongeman behoort niet bij de vijanden.

52:16Anders zouden ze hem straks in zijn kraag grijpen.

52:20Hij behoort ook niet tot de discipelen.

52:23Want die zijn allen gevlucht.

52:25Maar hij behoort kennelijk tot de vrienden van Jezus.

52:30Een onbekende soldaat.

52:33Hij volgt het lam gods waar het ook heen gaat.

52:38Wie is die jongeman?

52:40Die zich zo plotseling tussen de vijanden voegt.

52:45Zeer waarschijnlijk is het Marcus zelf geweest.

52:49De schrijver van dit evangelie.

52:51Want een ander evangelie vermeldt deze gebeurtenis niet.

52:56Er was ook niemand die dit zou kunnen vermelden.

53:00Want het waren allen vijanden.

53:02En daarom ligt het voor de hand dat het de schrijver zelf is geweest.

53:08En daar komt nog bij.

53:10Dat hij een lijnwaad droeg.

53:12Dat is een nachtkleed.

53:14Dat gedragen werd onder goede mensen.

53:18En we weten dat Marcus van zeer goede huizen afkomstig was.

53:24En die jonge man in dat lijnwaad die volgt Jezus.

53:28En nu komt het nog van een kant waarvan je het niet verwacht.

53:32Je zou van de discipelen verwacht hebben.

53:35Dat ze hem volgden waar hij ook heen ging.

53:40Want ze hadden het toch beloofd.

53:42Ze zouden niet alleen volgen, maar ze zouden ook voorgaan.

53:46Ik zal mijn leven voor u zetten, zei Petrus.

53:50En de anderen zeiden hetzelfde.

53:53Maar nu komt het van een heel andere kant.

53:56Hier is er nog één die de Heere Jezus wil volgen.

54:00Die hem nog trouw blijft.

54:02Die nog meeleeft.

54:04Die nog probeert met hem gemeenschap te hebben.

54:08Hier is als het ware in die jongeman nog een Aaron of een Hur.

54:13U kent die geschiedenis wel van Mozes.

54:15Dat hij met opgeheven handen staan moest.

54:18Maar dat hij te moe werd om dat lang vol te houden.

54:22En toen kwam aan de ene kant Aaron en aan de andere kant Hur.

54:26Om zijn armen te ondersteunen.

54:29En zo wordt de grote Mozes hier nog ondersteund.

54:34Door een Aaron of een Hur.

54:37Hier is er één die het lam Gods volgt, waar het ook heen gaat.

54:43Hier is er één die het langer volhoudt dan de discipelen.

54:48Hier is er één in het lijnwaad die zijn bed heeft verlaten, die geen rust vond in de nacht, maar zo'n trekkende liefde tot Christus gevoeld heeft, dat

55:01hij in de haast is opgestaan om hem te volgen.

55:06We zouden bijna zeggen, dat is een verkwikking voor de Heer Jezus geweest.

55:12Dat is een geestelijke verkwikking.

55:14Dat er nog één is die met hem meeleeft.

55:18Die nog meegaat en die volgt.

55:21Maar nee, dat was het niet.

55:24Want het duurt niet lang of de soldaten zien dat hij erbij is.

55:30En ze willen hem inrekenen, ze willen hem arresteren en grijpen.

55:35Hem bij het lijnwaad.

55:37Hij moet ook mee.

55:39Ze laten hem niet meer los.

55:41Want hij is ook.

55:43Eén van deze.

55:45Maar ziet de jonge man.

55:47Heeft tenslotte toch.

55:50Liever zijn leven.

55:52Dan zijn lijnwaad.

55:54Zijn kleding.

55:55En hij maakt dat hij wegkomt.

55:57Zodat ze met zijn lijnwaad in de handen staan.

56:00En hoe hij thuis komt.

56:01Zo komt hij thuis.

56:03Maar hij heeft zijn leven lief.

56:05En hij wil zichzelf nog redden.

56:09Nee, dan is het toch geen verkwikking voor de leidende borg.

56:15Maar ook dit was het bittere druppel in zijn lijdensbeker.

56:20Nu ook het laatste schaap hem loslaat.

56:25Het is alsof de duivel hem toefluistert.

56:29Ziet ge nu wel, ge wordt van allen verlaten.

56:33Niemand wil nog met u te maken hebben.

56:37Het is alsof de duivel op hem afkomt en de verzoeker hem vraagt, voor wie moet ge nu sterven?

56:45Waar zijn de schapen voor wie ge uw leven moet stellen?

56:49Is er nog iemand die om uw dood vraagt?

56:53Als de Heer Jezus gewild had, had hij die boeien losgescheurd, zoals de meerdere Simpson.

57:01Want hij heeft nooit zijn haarlokken verspeeld in de zonde.

57:06En hij kon, als hij dat wilde, de engelen gebieden dat ze hem op handen zouden dragen.

57:12Hij kon de vijanden vernietigen.

57:14Hij kon zijn vijanden verteren.

57:18Maar wat is kunnen?

57:19Hij kon het wel.

57:21Maar hij wil het niet vanwege de liefde.

57:25Hij is machteloos vanwege de zondaarsliefde.

57:30Hij kan zichzelf niet verlossen, want hij wil doorgaan.

57:35Hij wil nog doorgaan om de weg te betreden van lijden en sterven.

57:40Voor degene die hem verlaten hebben.

57:44En zelfs voor degene die hem verlogen hebben.

57:49Zie dat is de borg in zijn lijden.

57:52Zie dat is de hedder.

57:54En hier wordt vervuld.

57:56Sla de hedder en de schapen zullen verstrooid worden.

58:01En wie heeft de hedder geslagen uit de gemeenschap?

58:05Dat hij uit alle gemeenschap moet wegvallen.

58:09Uit de gemeenschap van mensen.

58:12Maar ook uit de gemeenschap gods.

58:14Het is God zelf geweest die de herder geslagen heeft.

58:19En deze herder is door het recht gods geslagen.

58:24En het recht gods eist dat we de straf gods op de zonde alleen zullen dragen.

58:33Hier is God.

58:35In zijn recht.

58:36Het is God zelf die het zo bestuurd heeft.

58:40En u ziet de borg.

58:42Dat hij niet alleen verlaten is van mensen.

58:45Maar bovenal van God verlaten.

58:49Want straks zal hij het uitschreeuwen.

58:52Eloi Eloi.

58:54Lama Sabachtani.

58:56Van God verlaten.

58:59Hij heeft ondervonden wat het zeggen wil.

59:03Ik ben eenzaam en ellendig.

59:07Eenzaam.

59:08Paulus was ook eenzaam.

59:10Want toen Paulus in Rome zat in de gehuurde woning.

59:14En de Romeinse wetten nog niet zo scherp waren.

59:18Had hij nog heel wat vrienden.

59:20Maar toen de rechter zei.

59:23Kom eens hier.

59:24En hij moest zich verantwoorden.

59:27Toen de vervolging weer terug kwam.

59:30Toen moest Paulus zeggen.

59:32Er was niemand bij toen ik me verantwoordde voor de rechter.

59:36Hij had ook geen vrienden meer.

59:39Was Paulus alleen?

59:42Hij was toch niet alleen.

59:44Want God was aan zijn zijde.

59:47God ondersteunde hem.

59:49Gods gunst was met Paulus.

59:52En dan kun je nogal wat meemaken.

59:55Als God er maar bij is.

59:58Maar hier is de borg van alle gemeenschap.

1:00:02Hij is van de mensen verstoten.

1:00:05Het is een voorteken.

1:00:08Namelijk een voorteken dat hij straks verstoten zal worden van God de Vader.

1:00:16Is hier in de kerk nog iemand die hem wil volgen?

1:00:22Is er hier misschien een jongen of een meisje?

1:00:26Een jongere?

1:00:27Een oudere?

1:00:29Die met hem wil meegaan naar het oordeel?

1:00:35Ik geloof het niet.

1:00:36En waarom niet?

1:00:38Het moet met schaamte worden gezegd.

1:00:41En met droefheid.

1:00:43Maar het is waar.

1:00:44Omdat we liefhebbers van onszelf zijn.

1:00:47Omdat we alles doen wat maar mogelijk is.

1:00:51Om onszelf te redden.

1:00:53Al zou het aan ons lijnwaard kosten.

1:00:57En hoe we thuis moesten komen.

1:00:59Als we het leven er maar bij houden.

1:01:03Want hier blijkt zelfs.

1:01:05Na ontvangen genade.

1:01:08We zijn liefhebbers van onszelf.

1:01:12Is dat nu de kerk?

1:01:14Is dat nu het volk van God?

1:01:18Ja, dat is nu de kerk.

1:01:21En eens heeft Petrus, de rotsman, hem gevolgd.

1:01:26En Johannes, de apostel der liefde.

1:01:30Jacobus was er ook bij.

1:01:32En de andere discipelen.

1:01:33En ze hebben hem alden verlaten.

1:01:37Zelfs met ontvangen genade.

1:01:41Wat moeten we er buiten vallen?

1:01:44En wat is het waar?

1:01:46Wat we in het begin zeiden.

1:01:48De kerk wordt verlost.

1:01:50Maar dan zonder de kerk.

1:01:53Want zij hebben meer tegengewerkt dan meegewerkt.

1:01:57In het borgwerk van Christus.

1:02:01Toen Heer Jezus van zijn lijden sprak.

1:02:04Toen zeiden ze.

1:02:06Heren wees gerust.

1:02:08Dit zal u geen zins geschieden.

1:02:12En als de Heer Jezus aan de kerk had moeten vragen, wat moet er gedaan worden om de kerk te verlossen?

1:02:19Dan was het nog voor eeuwig verloren geweest.

1:02:22Want zij hadden geen oog voor de borgtocht.

1:02:26Ze leefden uit de keuze, uit de gemeenschap van de Heer Jezus.

1:02:31Dat was hun hoop, hun zaligheid.

1:02:34En ik zeg het er uitdrukkelijk bij dat ze al hun liefde op de Heer Jezus gezet hadden.

1:02:40En zeker, ze zijn wel gevlucht.

1:02:43En zeker, dat is een ontzettende zaak geweest.

1:02:46Maar ze hebben toch de liefde van de Heer Jezus niet kunnen ontvluchten.

1:02:51Ze hebben de liefde in hun eigen hart ook niet kunnen ontvluchten.

1:02:57Maar het is hun later tot smart, tot verdriet geweest.

1:03:01Want het is een groot verschil.

1:03:04Hoe we bij de Heere Jezus vandaan lopen.

1:03:07Het is hun tot zonde geworden.

1:03:10En hier ligt het grote verschil met degene die God vreest en die hem niet vreest.

1:03:16Want wie God niet vreest kan in de zonde leven.

1:03:21En die gaat erop door.

1:03:23Soms zal het geweten spreken.

1:03:26Maar we kunnen er zo gemakkelijk mee verder.

1:03:29Maar als de ware liefde in het hart uitgestort is.

1:03:33Al is het maar in het begin.

1:03:35Dan kunnen we er niet overheen.

1:03:37Dat slaat altijd naar binnen terug.

1:03:40Zoals bij deze discipelen.

1:03:42En zij hebben het later moeten bewenen, moeten beleiden.

1:03:47Zij hebben het later verstaan.

1:03:48Wat ze gedaan hadden.

1:03:51Maar nu moet het ingeleefd worden.

1:03:54Dat de kerk er buiten valt.

1:03:57En dat de kerk verlost wordt.

1:04:00Zonder dat ze er zelf bij zijn.

1:04:03En dat ze zelfs na ontvangen genade nooit gevraagd hebben naar het kruis.

1:04:10Want het kruis is ook voor hun nog een ergernis.

1:04:16De kerk is weggelopen van haar eigen borg.

1:04:20En dat moet ook vandaag ingeleefd worden.

1:04:24We menen genoeg te hebben aan onze eigen ervaring en bevinding.

1:04:29Dat het de ware liefde wel is.

1:04:32Maar dat die liefde zo weg kan zakken en plaats kan maken voor ergernis.

1:04:38We moeten altijd maar weer verlost worden van onszelf.

1:04:43Nog twee dingen.

1:04:45We hebben gehoord dat de Heerde Jezus alleen was.

1:04:49De borg en het isolement.

1:04:52We hebben gehoord dat er niemand bij was.

1:04:56En zo zal het ook zijn in de dag der dagen.

1:05:00Als we straks...

1:05:02Door de doodsjordaan gaan.

1:05:04Als we straks moeten sterven.

1:05:07Als we God moeten ontmoeten.

1:05:10Dan zal dat alleen zijn.

1:05:12Want buiten Christus.

1:05:15Zal het eeuwig beleefd worden.

1:05:18Ik ben eenzaam.

1:05:20Ik ben eenzaam.

1:05:23Geen gezelschap.

1:05:26Al was het.

1:05:27Uw eigen moeder.

1:05:29Uw vader.

1:05:31Uw man of uw vrouw.

1:05:34Ze zullen ons niet kunnen helpen.

1:05:37En dan zal het waar worden met die 38-jarige kranke die zei.

1:05:42Ik heb geen mens.

1:05:45En als we dan straks geen mens meer hebben.

1:05:48Wat zullen we dan doen?

1:05:51O de heren geven dat we nu God zoeken mogen.

1:05:55Voordat we alleen moeten sterven.

1:06:00Want er is niets vreselijker.

1:06:03Dan voor eeuwig alleen te zijn.

1:06:07Zult u het onthouden.

1:06:09Jongeren en ouderen.

1:06:12Hier staat de tweede Adam alleen.

1:06:17O eerste Adam.

1:06:19Dat bent u.

1:06:21Dat ben ik.

1:06:22O eerste Adam.

1:06:24O mens.

1:06:25Zie naar de tweede Adam.

1:06:28Om te zien wie u bent.

1:06:31Wie u geworden bent.

1:06:32Door de zonde.

1:06:35Want als dit aan het groene hout geschiet, wat zal dan aan het dorre hout geschieden?

1:06:43Omdat u geen rust meer zult kennen aan deze zijde van het graf, zolang u nog alleen bent.

1:06:51Bent u nog alleen, zonder God en zonder Christus?

1:06:57En voelt u het misschien niet?

1:07:00Dat is nog het ergste, om het niet te voelen.

1:07:05Buig de knieën, toch vandaag.

1:07:09En vraag eens of God uw harde hart wil breken.

1:07:14Want God heeft zijn zoon verlaten voor de zonde.

1:07:18En nu zou het voor ons op rekening moeten van deze zoon.

1:07:23Het tweede is, misschien zijn er nog weglopers in ons midden.

1:07:29Weglopers, loslaters, die nog van God weglopen.

1:07:35En dat ze het met de mond zeggen, heeft geen waarde.

1:07:39Maar dat ze het in hun hart gevoelen.

1:07:41En dat ze het met smart weten dat ze van God weggelopen zijn.

1:07:46Want dan worden de zonden wonden.

1:07:49En dan krijgen ze last van zichzelf.

1:07:53En ze zeggen, oh, wat ben ik toch een wegloper.

1:07:58Zijn er nog zulke weglopers?

1:08:01Zijn er nog zulke loslaters?

1:08:04Ja, nog erger zijn er nog zulke zelfliefhebbers.

1:08:10Zie de borg in zijn hart.

1:08:12Want dan is er nog een boodschap van troost.

1:08:16Dat die borg toch door is gegaan.

1:08:20Dat die borg toch zijn werk heeft volvoerd.

1:08:24Zonder dat de schapen erbij waren.

1:08:27Ja, dan is het nog mogelijk voor de grootste der zondaren.

1:08:32Gezien deze borgtochtelijke liefde.

1:08:36Maar wat wordt de zonde dan duur?

1:08:38Wat worden we dan vernederd?

1:08:41Wat worden we dan klein?

1:08:43En wat loopt het min en slecht met u af?

1:08:47Is het niet waar, volk van God?

1:08:50Wat moet u er steeds weer aan ontdekt worden?

1:08:54Dat er van uw zijde niets bij is.

1:08:57Niets te vinden is.

1:08:59Maar dat het alles...

1:09:01Van hem moet komen.

1:09:04U wordt er diep mee vernederd.

1:09:07Om te leren.

1:09:09Dat u er niets aan gedaan hebt.

1:09:12En al wat u er nog aan gedaan hebt.

1:09:16Met uw linkse handen.

1:09:18Dat hebt u verkeerd gedaan.

1:09:22Ziet.

1:09:22Zulk een is die Jezus.

1:09:25Ziet.

1:09:26Zulk een is die borg.

1:09:28Die zijn weg toch doorging.

1:09:30Voor weglopers.

1:09:33En ze konden wegvluchten zover ze wilden.

1:09:36Maar ze konden niet uit zijn hart vluchten.

1:09:40Zij lieten hem los.

1:09:43Maar hij liet hen niet los.

1:09:45En daarom zijn ze zalig geworden.

1:09:49Johannes heeft het goed verstaan als hij later zegt wij hebben hem lief.

1:09:54Omdat hij ons eerst heeft lief gehad.

1:09:58En zij dachten eerst veel voor Jezus te moeten doen.

1:10:02En ze hebben later begrepen dat Jezus alles voor hen doen moest.

1:10:07Ze dachten voor Jezus te kunnen sterven.

1:10:10En ze hebben later begrepen dat Jezus voor hen moest sterven.

1:10:16De borg alleen.

1:10:19Want de kerk wil niet mee.

1:10:21Want een ontdekking is er nodig.

1:10:23De kerk wil niet mee.

1:10:25En ten tweede, de kerk kan niet mee.

1:10:30Want dan zou zijn werk niet volmaakt zijn.

1:10:33En de kerk mag niet mee.

1:10:35Want het is God die hij tegen heeft.

1:10:39En al zo moet het recht Gods geschieden.

1:10:44Wanneer dan de discipelen vluchten.

1:10:46En de jongeling bij de kraag gegrepen wordt.

1:10:49Dan is het God die ze doet vluchten.

1:10:52Maar dan is het God die de jongeman grijpt.

1:10:57Want de borg moet alleen de schuld betalen.

1:11:01Alleen.

1:11:02Omdat er voor de kerk.

1:11:04Een eeuwige gemeenschap zou zijn met God.

1:11:08En met al de heiligen.

1:11:11Omdat de kerk zou zingen.

1:11:13God is met mij.

1:11:16Wien zou ik vrezen?

1:11:18Omdat ze nimmer meer van hem verlaten zouden worden.

1:11:22En omdat ze voor eeuwig.

1:11:25Ja, eeuwig zullen kunnen juichen.

1:11:27Ik loof eerlang u in een grote schaar.

1:11:31Ja, de borg alleen.

1:11:34Maar het is een grote schare in gemeenschap met God.

1:11:38Die niemand kan tellen.

1:11:40En dan.

1:11:42Niets uit u.

1:11:44Maar al uit hem.

1:11:46Wie dat beleeft.

1:11:48Wordt al kleiner.

1:11:50En dat is niet erg.

1:11:52Dat is gelukkig.

1:11:54Want hier wordt de borg al groter.

1:11:58O Christus.

1:12:00Hier komt u.

1:12:02Aan de eer van uw borgtocht.

1:12:07Amen.

1:12:08Zullen

1:12:12we samen eindigen met dankgebed.

1:12:16Heren in de hemel.

1:12:18Hoe

1:12:20zullen wij ooit uw lijden recht leren betrachten.

1:12:27Daar kunnen ons verstand kan daar niet bij.

1:12:31Die diepe weg die u bent gegaan.

1:12:35Die eenzame weg waar we over hebben gehoord.

1:12:42Heren, waar het leek dat tot op het laatste moment er toch nog zondige mensen waren die u bleven volgen.

1:12:50Maar één voor één vluchten ze weg.

1:12:56En dat is nu het beeld ook voor ons en van ons.

1:13:02Dat wij vluchten.

1:13:04Ja wij zijn weggelopen.

1:13:06Uit de hof van Eden.

1:13:09Een eigen gekozen weggegaan.

1:13:12Een doodlopende weg.

1:13:15Heren.

1:13:16Dan is het uw zondaarsliefde.

1:13:19Dat is ook het evangelie wat we mochten horen.

1:13:22Dat u opzoekt.

1:13:24Die verloren zijn.

1:13:26Die verloren liggen.

1:13:28Weglopers.

1:13:29Die wilt.

1:13:31U nog ontvangen.

1:13:32En met hen eten.

1:13:35Heren.

1:13:36Wilt u zo deze leespreek zegenen.

1:13:40Want een waarschuwing.

1:13:42Is er van uitgegaan.

1:13:44Dat zelfs.

1:13:45Na ontvangen genade.

1:13:47Ze u alleen gelaten hebben.

1:13:50Grote woorden gesproken.

1:13:53En toch.

1:13:54Moest u alleen die beker drinken.

1:13:58Heren om zo.

1:13:59Die voldoening.

1:14:02Te voldoen, die prijs, die schuld.

1:14:06De zonde der wereld hebt u weggedragen.

1:14:10U hebt die volkomen verzoening aangebracht.

1:14:13Heer, en wat is het dan nodig?

1:14:15Dat wij weten dat uw bloed ook aan ons hart is gestreken.

1:14:21Want dan zullen we eenmaal eeuwig met uw avondmaal kunnen houden.

1:14:27Geef zo, dat verlangen in ons aller hart.

1:14:31Voor het eerst of opnieuw.

1:14:34Bevestig uw werk.

1:14:35En zegen u het kleine.

1:14:38Het kleingelovige.

1:14:39Het zwakgelovige.

1:14:41Want u begint.

1:14:42Daar gaat u mee verder.

1:14:44Heren.

1:14:45Breid zo uw koninkrijk nog uit.

1:14:47Geef ons allen wat nodig is.

1:14:50Ook als we van hier gaan.

1:14:53Brengt u ons veilig thuis.

1:14:55Gedenkt u ook aan kandidaat Kooiker.

1:14:57Die op de terugweg is naar huis.

1:14:59Hoe alles zo onverwachts ook veranderde.

1:15:03Heren, gedenk ook hem.

1:15:05En geeft u dat we allen een gezegende zondag mogen hebben.

1:15:11Brengt u ons vanavond ook hier samen.

1:15:14Onder uw woord, we bidden het.

1:15:16Uit genade alleen.

1:15:19Om Jezus wil.

1:15:21Amen.

1:15:24Zingen wij tot slot uit psalm 38.

1:15:28Na van de versen 2, 3.

1:15:37En vers 3.

1:15:40En vers 11.

1:15:47En wat er verder volgt in de versen 2, 3 en 11 uit Psalm 38.

1:15:55Eindigen

1:15:56[GEZANG]

1:19:56we deze leesdienst met de zegebeden uit de avondzaal.

1:20:00O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:20:04O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:20:08O Geest, zend uw troost ons neer.

1:20:13Drieëne God, u zij al de eer.

1:20:17Amen.

1:20:17[GEZANG]