0:00Vooraf
0:00[GEZANG]
12:12de volgende mededeling.
12:14Kandidaat Kooiker heeft net gebeld en die heeft vertraging onderweg.
12:19Maar hij staat nog in de file bij Rotterdam, dus hij kon hier niet op tijd zijn.
12:24En hij zou teruggaan ook naar huis.
12:27Om die reden zullen we vanmorgen leesdienst houden.
12:32En dan weten we allemaal dat in onze gemeente dat als noodvoorziening is.
12:37Maar dan hoop ik en dan bid ik.
12:40Dat dat woord geestelijke betekenis krijgt.
12:43Want de heren willen onze geestelijke nood voorzien.
12:48Zullen wij samen beginnen.
12:52Onze hulp is in de naam des heren.
12:56Die hemel en aarde gemaakt heeft.
13:00Die trouw houdt in der eeuwigheid.
13:03En die niet laat varen de werken zijner handen.
13:09Amen.
13:12Donderdag 19 maart nam de heren uit het midden van zijn familie en uit het midden van de gemeenteweg de heer Cornelis Flikweert in de leeftijd van
13:2491 jaar, laatst wonend op Koolweg 8.
13:29Zaterdag 21 maart nam de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeenteweg mevrouw Susanna Grietje.
13:43In de leeftijd van 91 jaar.
13:47Laatst wonend op Dirk Doensweg, 28M.
13:51De
13:53heren, gedenken deze rouwdragende families.
13:57En om die reden beginnen wij deze dienst met het zingen van Psalm 89, vers 19.
14:05Gedenk, o Heer, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.
14:11Het leven is een dam, de dood wenkt ieder uur.
14:15Het negentiende vers van Psalm 19.
14:19Op
14:19[GEZANG]
16:50deze Leidenszondag is ook leidensstof aan
16:56de orde in deze leespreek uit Marcus 14.
17:00En daarvan het 43ste vers tot en met 52.
17:06Marcus 14 vers 43 tot en met 52.
17:14Maar stellen wij ons eerst onder de tucht van Gods heilige wet.
17:18Toen sprak God al deze woorden zeggende.
17:22Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
17:31Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:35Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken.
17:41Van hetgeen dat boven in de hemel is.
17:45Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
17:49Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:53Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:58Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God.
18:03Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.
18:07Aan het derde.
18:09En aan het vierde lid, dergenen die mij haten.
18:12En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben.
18:17En mijn geboden onderhouden.
18:21Gij zult de naam des heren uw schots niet ijdelijk gebruiken.
18:27Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam ijdelijk gebruikt.
18:34Gedenk de sabbedag dat gij dien heiligt.
18:37Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
18:42Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:46Dan zult gij geen werk doen.
18:49Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten
19:01is.
19:02Want in zes dagen heeft de Heere...
19:05De hemel en de aarde gemaakt.
19:08De zee en alles wat daarin is.
19:11En hij rustte ten zevende dagen.
19:14Daarom zegende de heren de sabbadag.
19:18En heiligde denzelven.
19:21Eer uw vader en uw moeder.
19:24Opdat uw dagen verlengd worden.
19:27In het land dat u de heren uw God geeft.
19:30Gij zult niet doodslaan.
19:34Gij zult niet echt breken, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:46Gij zult niet begeren uw naaste huis, gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog
19:58zijn os, nog zijn ezel, nog iets.
20:03Dat u's naasten is.
20:05Amen.
20:07Dan lezen wij uit Marcus 14.
20:10Vanaf het 43ste vers.
20:13Tot en met vers 52.
20:16En daar lezen we Gods woord als volgt.
20:20En terstond als hij nog sprak kwam Judas aan.
20:25Die een was van de twaalfen.
20:28En met hem een grote schare.
20:31met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en de schriftgeleerden en de ouderlingen.
20:39En die hem verriet, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende, dien ik kussen zal, die is het, grijpt hem en leidt hem zekerlijk
20:51heen.
20:52En als hij gekomen was, ging hij terstond tot hem en zeide, Rabbi, Rabbi.
21:01En kuste hem.
21:02En zij sloegen hun handen aan hem.
21:06En grepen hem.
21:07En een dergenen die daarbij stonden.
21:11Het zwaartrekkende sloeg de dienstknecht des hogepriesters.
21:15En hieuw hem zijn oor af.
21:18En Jezus antwoordende zeide tot hem.
21:22Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken.
21:26Als tegen een moordenaar.
21:28Om mij te vangen.
21:31Dagelijks was ik bij u lieden in de tempel lerende.
21:35En gij hebt mij niet gegrepen.
21:38Maar dit geschiet opdat de schriften vervuld zouden worden.
21:43En zij hem verlatende zijn allen gevloden.
21:49En een zeker jongeling volgde hem.
21:52Hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf.
21:57En die jongelingen grepen hem.
22:01En hij het lijnwaard verlatende is naakt van hen gevloden.
22:07Tot zover.
22:14Zoeken we zo met elkaar de heren in het gebed.
22:17Maar in de voorbeden en over dankzegging willen we gedenken.
22:22De rouwdragende familie Flikweert.
22:26De rouwdragende familie Tanus Aleman.
22:30De rouwdragende familie Van der Wendehoek.
22:35Die gisteren aan dat graf stond.
22:38En we doen dankzegging met het echtpaar Troost van der Wende.
22:42Kelderweg 33A.
22:44Die woensdag 18 maart mocht te gedenken 60 jaar getrouwd te zijn.
22:50Maar we denken ook aan het echtpaar Robert en Carinda Melisand.
22:54De gracht 19.
22:56Hun zoontje Silas mocht deze week na een vroeg geboorte weer thuiskomen.
23:02Uit het ziekenhuis.
23:05Maar we bidden ook voor de heer A.
23:07Heiboer van de Vlietberglaan 6.
23:10Die na een val in het Vlietland ziekenhuis is opgenomen.
23:15En we denken ook aan de moeders die in verwachting zijn.
23:19In het bijzonder als er zorgen zijn over de zwangerschap.
23:24Zoeken we de heren in het gemeenschappelijk gebed.
23:29Heren in de hemel.
23:31U die zo hoog woont en toch zo laag wilt neerzien.
23:37Het is door uw trouw en goedheid dat uw dag weer mocht aanbreken.
23:43Het mocht weer zondag worden.
23:46En dan mogen we hier als gemeente weer samenkomen in uw huis.
23:51Of op andere plaatsen meeluisteren.
23:54Dan hebt u nog een onderscheid gemaakt met zoveel anderen.
23:59Wie er namen ook afgelezen zijn.
24:03Heren, wat is het dan uw opzoekende zondaarsliefde?
24:08Dat u opnieuw uw woord laat uitgaan.
24:12Heren, dan is het deze morgen zo onverwachts anders.
24:16Wat een allen ook een voorganger verwacht.
24:19Maar door omstandigheden kon hij hier niet komen.
24:24En dan bidden we u aan het begin van deze dienst.
24:28Wilt u dan dat eenvoudige middel als leesdienst tot zegen doen zijn.
24:35Van de luisteraars, maar ook van de lezer.
24:39We hebben allen hetzelfde nodig.
24:44Heren, we bidden u voor die rouwdragende familie Flikweert.
24:49Voor de broers, de schoonzussen, de neven en nichten van de heer Flikweert.
24:57Geeft u hen wat nodig is.
25:00Waar die lege plaats is gekomen.
25:04Heren, waar de ouderdom, de ziekte is gekomen.
25:09De gebreken van het lichaam.
25:11Heren waar het steeds moeilijker werd.
25:14En zwaarder voor de heer Flik werd.
25:17Wilt u hen vertroosten.
25:20Zoals geen mens dat kan.
25:22En het is een waarschuwing toch.
25:24Een roepstem voor ons allemaal.
25:27Dat eenmaal ook wij voor u moeten verschijnen.
25:33Heren we dragen nu op.
25:35De rouwdragende familie Tanus Aleman.
25:38Haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind.
25:44Waar zij zo lang in de familie mocht zijn.
25:48Ook op hoge leeftijd gekomen.
25:52Heren, wilt u ook hen allen troosten.
25:56Maar die zware slag is gevallen.
25:59Waar een ziekenhuisopname nodig was.
26:03Heren, waar het toch ook van de week iets beter leek te gaan.
26:08Waar dan ook de hoop weer komt op herstel, op verbetering.
26:13En toch hebt u gesproken.
26:16En zo definitief is dat einde nu gekomen.
26:21Geeft u hen uw nabijheid te ervaren in deze dagen.
26:26Ook als de begrafenis dichterbij komt.
26:30En het afscheid zo definitief is.
26:33Heren, steun en sterken.
26:37Zo bidden we ook voor de familie van Rewendehoek die gisteren aan het graf stond.
26:43Wees u ook hen nabij en goed.
26:46Als het alles zo anders is geworden, nu mevrouw van Rewendehoek er niet meer is.
26:54Heer, dan mocht ook uw woord uitgaan in de rouwdienst.
26:58En op de begraafplaats wilt u het zegenen aan de harten van de achterblijvende familie.
27:06En mag ook dat tot troost zijn.
27:09En wilt u dan zo in hun leven spreken.
27:13Dat zij ook allen u nodig hebben.
27:17Want zonder u kunnen wij toch niet leven.
27:20En kunnen we zeker niet sterven.
27:23Heren, mag zo voor een ieder, voor heel de gemeente.
27:27Die waarschuwing uitgaan.
27:29Heden ik en morgen gij.
27:32Dat we dan ook bereid zouden zijn.
27:37Heren, dan mogen we ook dankzegging doen.
27:40Met het echt waar van de troost van de wende.
27:45Heren, wat een mijlpaal mochten zij gedenken.
27:48Zestig jaar aan elkaar verbonden door de band van het huwelijk.
27:53U hebt hen willen sparen en bewaren.
27:56Met allen die hen lief en dierbaar zijn.
28:00Geeft u hen in de levensavond ook wat zij nodig hebben.
28:06Heren.
28:07Want het is bijzonder als zolang er die huwelijksband mag zijn.
28:12Het is onverdiende goedheid.
28:14Dat weten zij ook.
28:17En wilt u dan ook in hun leven.
28:21Dat ede nodig geven.
28:24Dat leven met u.
28:26En zo met de verdere familie ook hen goed en nabij zijn.
28:29Als ze dat hopen te gedenken.
28:31Wat een onderscheid.
28:33Want zoveel anderen.
28:35Heren.
28:37Die zullen dat niet meemaken.
28:39Omdat man of vrouw moest worden afgestaan aan de dood.
28:44Heren, mogen zij ook de ware dankbaarheid bij u brengen.
28:50Heren, we danken zo met Robert en Carinda Melisand.
28:54Ook dat hun zoontje Silas thuis mocht komen uit het ziekenhuis.
28:59Wat zijn het ook spannende weken geweest.
29:03Zorgen in de zwangerschap.
29:05En dan onverwachts dat hij ook geboren mocht worden.
29:09Dan heeft u de medische zorg willen zegenen.
29:12In Rotterdam en Dirksland.
29:15En nu mag hij voorspoedig opgroeien.
29:18Alles mag stabiel zijn.
29:20En hij mocht thuis komen.
29:22Zodat ze ook als gezin met elkaar van eigen plaats mogen zijn.
29:27Geeft u ook hen die dankbaarheid in het hart.
29:31Dat u leven hebt gegeven.
29:34Moeder leven hebt gespaard.
29:37Heren, dan kunnen we op één plaats terechtkomen.
29:39En dat is aan uw voeten.
29:41Om daar onze dankzegging te brengen.
29:45Heren, we bidden zo.
29:47Ook voor die moeders die in verwachting zijn.
29:51U weet waar nieuw leven wordt verwacht.
29:55Heren, dan kunnen er ook zorgen zijn.
29:58Of dat er een ziekenhuisopname nodig is.
30:01Ook in deze week.
30:03Gedenkt u aan hen.
30:05Aan de gezinnen die het betreft.
30:07Wilt u goed en nabij zijn.
30:10Want u bent niet aan tijd of plaats gebonden.
30:13Wilt u dan zorgen.
30:14Zo voor het moederleven.
30:16Maar ook voor het nieuwe leven.
30:19Heren.
30:20Zo hebben we u veel te vragen.
30:22En we dragen ook aan u op.
30:24De heer Heijboer van de Vlietberglaan.
30:27Die na een val moest worden opgenomen in het ziekenhuis.
30:31Gedenkt u ook hem.
30:33Daar op die plaats.
30:35Wil de medische zorg dan zegenen.
30:37Wees hem nabij.
30:39Naar ziel en lichaam.
30:41Maar ook zijn vrouw zijn kinderen en kleinkinderen.
30:45Mogen zij allen ook om hem heen staan.
30:48Biddend om het alleen van u te verwachten.
30:52Heren.
30:54We dragen zo al deze mensen aan u op.
30:58Maar ook heel de gemeente.
31:00Die hier opgekomen is die meeluistert.
31:03Geeft u een verlangen in het hart.
31:06Om uw stem ook deze morgen te horen.
31:09Deze dag.
31:10Wilt u dan uw woord voor onze harten openen.
31:14Maar ook onze harten voor uw woord.
31:18En zo met uw heilige geest werken.
31:21Geloof en bekering.
31:23Ja mogen die vruchten toch ook gevonden worden.
31:26In onze gemeente.
31:28Heren dan gaat u nog door met uw eigen werk.
31:32Om uw koninkrijk uit te breiden.
31:34Ook op deze plaats.
31:37Wilt u zo het ambtelijk werk ook daarvoor zegenen en gebruiken.
31:42Als middel.
31:43Tot bekering tot geloof.
31:46Om uw woord te verspreiden.
31:47Om daarvan te getuigen.
31:50Dat de geur van u verspreid mag worden.
31:53Heren u weet.
31:55Ook van uw vakante plaats.
31:57Van een eigen heider en leraar.
31:59We bidden het u.
32:01Of u op uw tijd, op uw wijze, de man naar uw raad, naar onze gemeente wilt sturen.
32:08Om ons te leiden in de grazige weiden van uw woord.
32:12Heren, geeft u dan veel gebed.
32:16Opdat het ook daarin alleen in afhankelijkheid van u verwacht zal worden.
32:24Heren, wil ons gebed verhoren.
32:28Niet omdat we iets verdienen.
32:30Maar alleen uit genade geven dat ook deze dienst in orde en eerbied mag verlopen.
32:38En mag juichen tot uw eer.
32:42Dat bidden we om Jezus wil.
32:45Amen.
32:49Gaan we met elkaar zingen.
32:52Voorafgaand aan de preek uit Psalm 42.
32:56En daarvan de versen 2 en 4.
33:00Ik heb mijn tranen onder het klagen tot mijn spijzen dag en nacht.
33:06En het vierde vers.
33:08Denk aan u o God in het klagen uit de landstreek der Jordaan.
33:14En wat daar verder volgt uit Psalm 42 vers 2 en 4.
33:19En dan zijn er vooraf nog de mededelingen.
33:22De invalente woensdag 25 maart is er een kerkdienst waarin dominee W.
33:27Pieters uit Elspeet zal voorgaan.
33:30De dienst vindt plaats in de kerk en vangt aan om half acht.
33:35Allen hartelijk welkom.
33:38En dv donderdagavond is de afsluitingsavond van de kategorisaties.
33:43Alle kategorisanten worden daarom zes uur verwacht.
33:48Zie je ook de kerkbode voor meer informatie.
33:52Tot zover de mededelingen.
33:53De collecten zijn de eerste voor het pastoraat, de tweede voor de kerk Voogdij en de derde is voor de aflossingkerk.
34:02We bevelen deze collecten van harte in hun meldadigheid aan, terwijl wij zingen uit Psalm 42, vers 2 en 4.
34:11[GEZANG]
40:03Gemeente, de tekst voor deze leespreek is uit Marcus 14, vers 50 tot en met 52.
40:13Dat is de laatste twee versen die we gelezen hebben uit Markers 14.
40:17Vers 50 tot en met 52.
40:19[GEZANG]
40:44Christus de borg heeft de kerk verlost zonder de kerk.
40:51Want er was niemand bij toen hij zijn borgtocht, zijn middelaarswerk vervulde.
40:59Hij heeft de pers alleen getreden.
41:02Alleen.
41:04Het begon al in Gethsemane.
41:07Terwijl hij daar lag te worstelen.
41:10En te wentelen in het stof als een worm.
41:13En geen man.
41:15Vanwege de angst der hel.
41:18Want hij zag de poorten der hel geopend.
41:22En toen hebben zijn discipelen geslapen.
41:26Hij heeft hen wakker moeten maken in dat lijden.
41:31Hij was ook maar een mens van gelijke beweging als wij.
41:36En dat bleek toen hij aan Petrus vroeg.
41:40Petrus, kunt ge dan niet één uur met mij waken?
41:45Ik ben zo alleen, Petrus.
41:48De heil staat open.
41:50En de macht van de duivel is losgekomen.
41:54Petrus, ik weet niet waar ik het zoeken moet.
41:57En hij zocht als een heel gewoon mens nog medeleven van een ander mens.
42:04Maar het wordt nog erger met de discipelen.
42:08Want toen ze moesten waken, hebben ze geslapen.
42:13Maar ze zijn ook nog gevlucht.
42:15En daarbij willen we vanmorgen stilstaan.
42:19Bij vluchtende discipelen.
42:22En dan staat er als thema onder deze tekstwoorden en boven deze preek.
42:28Christus de borg verlaten.
42:31Als eerste door zijn discipelen.
42:35En als tweede door een zeker jongeling.
42:40Dus Christus de borg verlaten.
42:44Als eerste door zijn discipelen.
42:46En als tweede door een zeker jongeling.
42:50De Heer Jezus heeft het hen voorzegd.
42:54In deze nacht zult gij allen aan mij geërgerd worden.
43:00Maar ze hebben het niet geloofd.
43:03Dat konden ze niet geloven.
43:05Want ze hadden de Heer Jezus immers lief.
43:08En dat was nog waar ook.
43:11Ze hadden hem lief met een waarachtige liefde.
43:15Maar het was een liefde die nog zo weinig inzicht had.
43:20En toch het is gebeurd.
43:23Ziet, daar hollen ze door de hof van Gethsemane.
43:27Tussen de bomen door.
43:30Petrus en Jacobus en Johannes.
43:33Daar lopen ze.
43:34Er blijft er niet één over.
43:38Ze hebben hem allen verlaten, zegt onze tekst.
43:42Hoe is dat nu toch zo gekomen?
43:44Wat is dat toch dat de discipelen opeens van hem wegvluchten.
43:50En het vluchten is ook meteen een ergernis aan hem.
43:54De Heer had het zelf gezegd.
43:56Gij zult geërgerd worden aan mij.
44:00En ze zijn ook geërgerd geworden.
44:03Want het is voor de discipelen bitter tegengevallen in de hof van Gethsemane.
44:10Daar komen de vijanden om hem te binden.
44:13Hij die de macht had over wolken, lucht en wind.
44:18Hij die de zieken genas en die de doden opwekte.
44:22Hij laat zich binden.
44:25En hij staat midden tussen de vijanden als een machteloze.
44:30Hoe is dat nu mogelijk?
44:32Hoe kan dat toch?
44:33Hoe hebben de discipelen het nu met hun meester?
44:37Ze weten het niet.
44:38Ze begrijpen het niet.
44:40Het is hun bitter.
44:44Het is immers nog maar kort geleden dat hij zijn intrede deed in de stad.
44:50En de schare die riep het uit.
44:53Hosanna, Hosanna, gezegend is hij die daar komt in de naam des heren.
44:59En daar was ineens alles vol van zijn lof.
45:03En toen hadden de discipelen gedacht.
45:06Het gaat goed, want nu zal hij wel haast zijn troon beklimmen.
45:11En wij zullen met hem aanzitten op zijn troon in het koninkrijk op deze aarde.
45:18Het is misschien nog maar een uur geleden dat ze aanzaten aan het avondmaal.
45:25Dat de discipelen nog bezig waren met elkaar te vechten over wie van hen de meeste zou zijn.
45:34De discipelen hebben nooit begrip gehad voor de boeien van die vernederde koning.
45:41Maar ze hadden in gedachten een kroon en troon, eer en macht aan deze zijde van het graf.
45:49Ze waren al bezig met elkaar de plaatsen te verdelen in dit koninkrijk.
45:55Maar nu, nu laat hij zich gevangen nemen.
45:59Nu laat hij alles met zich doen wat de vijanden maar wilden.
46:05Nu weten de discipelen niet meer wat ze aan hem hebben.
46:10Nu wordt het, haast u om uw levenswil.
46:15En ziet, daar lopen ze wat ze lopen kunnen om hun eigen leven te beveiligen.
46:23Want ze begrijpen heel goed, nu ze drie jaar lang met de Heer Jezus hebben omgegaan, dat het voor de hand ligt dat ook zij ingerekend zullen worden.
46:35Maar voor de krijgsknechten, met de boeien tot hen konden komen,
46:41Hadden ze reeds alles gedaan om weg te komen.
46:45En ze waren nergens meer te vinden.
46:47Ze hebben hem allen verlaten.
46:50Ook de discipelen.
46:52En eens is het geweest.
46:54Dat de Heer Jezus zich aanbood als het brood des levens.
46:59En toen ergerden zich velen aan hem.
47:02En we lazen van toen aan wandelden velen niet meer met hem.
47:08Maar de discipelen zijn bij hem gebleven.
47:12Ze zijn hem trouw gebleven in die drie jaren.
47:16En nu worden ze ontrouw.
47:19Nu worden ze zo geërgerd.
47:21Dat ze denken we zullen ons eigen leven proberen te redden.
47:26Want wat er nu gebeurt.
47:28Ik weet het niet.
47:30Wat de heren nu van plan is.
47:32En wat het nu toch is.
47:34Ze hadden er geen zicht op.
47:36En ze begrepen het niet.
47:40Ziet, daar doen de soldaten hem de boeien om.
47:44Christus deed niet één poging tot verweer.
47:48Integendeel, Christus laat zich binden.
47:52En nu moeten ze een meester aanschouwen met machteloze handen.
47:58De schapen die zien hun header door wolven gegrepen.
48:04Is dit degene van wie zij hoopten?
48:07Dat hij Israël zou verlossen.
48:10Het Hosanna klinkt nog in hun oren.
48:14En ziet.
48:15Nu laat die koning zich binden.
48:18Wat een teleurstelling.
48:20In één slag is al hun hoop vergaan.
48:25Dat hij zich laat binden.
48:27Om als borg hen te verlossen.
48:30Dat komt niet in hen op.
48:37Wat zal het een smart geweest zijn.
48:40Voor de Heerde Jezus.
48:42Dat zijn discipelen wegliepen.
48:45Twaalf discipelen had hij.
48:47Eén was er een verrader.
48:49En de andere elf weglopers.
48:52Eén had hem verraden.
48:54En de kus van het verraad brandt nog op zijn wang.
48:58En de andere elf die maken dat ze wegkomen.
49:02Nu het erop aankomt.
49:05Hij kon zeggen.
49:06Mijn broederen ben ik vreemd door elk onteerd.
49:10En onbekend de zonen mijner moeder vindt onder hen nog schutsheer nog behoeder.
49:18Toen de discipelen waken moesten, hebben ze geslapen.
49:23Maar nu het op hun eigen leven aankwam, nu waren ze wakker genoeg om uit de voeten te komen.
49:30En in gedachten gaan we terug naar de hof van Eden.
49:34Daar zei de Heer tot de mens, waar zijt gij?
49:39En we vragen nu ook.
49:41In de hof van Gethsemane aan de eerste Adam.
49:45Waar zijt gij?
49:47De eerste Adam is er niet.
49:50Want hij is weggelopen.
49:52Als de tweede Adam zijn borgtochtelijk werk aanvangt.
49:59Christus had nog gezegd.
50:01Indien gij dan mij zoekt.
50:02Laat deze heen gaan.
50:04En waren ze maar heen gegaan.
50:07Waren ze maar gewoon weggegaan.
50:10Maar nee, Petrus heeft eerst nog een oor afgeslagen van Malchus.
50:16Alles tegen de draad in.
50:18En als het er dan helemaal op aankomt, dan zijn ze al bang voor het ritselen van een blad.
50:24Dan durven ze de boeien van Kajefas niet aan.
50:29En zo hebben ze met zijn elven niets anders gedaan dan zijn beker gevuld.
50:37De verlatenheid behoorde ook.
50:40Bij de volheid van zijn lijden.
50:44Hier is de header.
50:45De grote header der schapen.
50:48Hij wil zijn kerk verlossen.
50:51Hij wil voor zijn schapen de dood in.
50:53Want hij wil zijn schapen redden.
50:56Maar waar zijn de schapen?
50:58Waar ze zijn?
51:00O, er is er niet één.
51:03Ze zijn allen gevloden.
51:05En hij moet schapen redden die hem ontrouw geworden zijn.
51:10[GEZANG]
51:38[GEZANG]
51:41Judas, die was er nog bij.
51:45Want die was meegekomen om hem in te rekenen.
51:50Wat een smart.
51:52Ik zeg het nogmaals, hij was ook een mens van gelijke beweging als wij.
51:59Maar ziet, daar is plotseling nog een jongeman.
52:03Een jongeling.
52:05En hij voegt zich bij de stoet om Jezus te volgen.
52:09Vers 51 hebben we dat gelezen.
52:12En die jongeman behoort niet bij de vijanden.
52:16Anders zouden ze hem straks in zijn kraag grijpen.
52:20Hij behoort ook niet tot de discipelen.
52:23Want die zijn allen gevlucht.
52:25Maar hij behoort kennelijk tot de vrienden van Jezus.
52:30Een onbekende soldaat.
52:33Hij volgt het lam gods waar het ook heen gaat.
52:38Wie is die jongeman?
52:40Die zich zo plotseling tussen de vijanden voegt.
52:45Zeer waarschijnlijk is het Marcus zelf geweest.
52:49De schrijver van dit evangelie.
52:51Want een ander evangelie vermeldt deze gebeurtenis niet.
52:56Er was ook niemand die dit zou kunnen vermelden.
53:00Want het waren allen vijanden.
53:02En daarom ligt het voor de hand dat het de schrijver zelf is geweest.
53:08En daar komt nog bij.
53:10Dat hij een lijnwaad droeg.
53:12Dat is een nachtkleed.
53:14Dat gedragen werd onder goede mensen.
53:18En we weten dat Marcus van zeer goede huizen afkomstig was.
53:24En die jonge man in dat lijnwaad die volgt Jezus.
53:28En nu komt het nog van een kant waarvan je het niet verwacht.
53:32Je zou van de discipelen verwacht hebben.
53:35Dat ze hem volgden waar hij ook heen ging.
53:40Want ze hadden het toch beloofd.
53:42Ze zouden niet alleen volgen, maar ze zouden ook voorgaan.
53:46Ik zal mijn leven voor u zetten, zei Petrus.
53:50En de anderen zeiden hetzelfde.
53:53Maar nu komt het van een heel andere kant.
53:56Hier is er nog één die de Heere Jezus wil volgen.
54:00Die hem nog trouw blijft.
54:02Die nog meeleeft.
54:04Die nog probeert met hem gemeenschap te hebben.
54:08Hier is als het ware in die jongeman nog een Aaron of een Hur.
54:13U kent die geschiedenis wel van Mozes.
54:15Dat hij met opgeheven handen staan moest.
54:18Maar dat hij te moe werd om dat lang vol te houden.
54:22En toen kwam aan de ene kant Aaron en aan de andere kant Hur.
54:26Om zijn armen te ondersteunen.
54:29En zo wordt de grote Mozes hier nog ondersteund.
54:34Door een Aaron of een Hur.
54:37Hier is er één die het lam Gods volgt, waar het ook heen gaat.
54:43Hier is er één die het langer volhoudt dan de discipelen.
54:48Hier is er één in het lijnwaad die zijn bed heeft verlaten, die geen rust vond in de nacht, maar zo'n trekkende liefde tot Christus gevoeld heeft, dat
55:01hij in de haast is opgestaan om hem te volgen.
55:06We zouden bijna zeggen, dat is een verkwikking voor de Heer Jezus geweest.
55:12Dat is een geestelijke verkwikking.
55:14Dat er nog één is die met hem meeleeft.
55:18Die nog meegaat en die volgt.
55:21Maar nee, dat was het niet.
55:24Want het duurt niet lang of de soldaten zien dat hij erbij is.
55:30En ze willen hem inrekenen, ze willen hem arresteren en grijpen.
55:35Hem bij het lijnwaad.
55:37Hij moet ook mee.
55:39Ze laten hem niet meer los.
55:41Want hij is ook.
55:43Eén van deze.
55:45Maar ziet de jonge man.
55:47Heeft tenslotte toch.
55:50Liever zijn leven.
55:52Dan zijn lijnwaad.
55:54Zijn kleding.
55:55En hij maakt dat hij wegkomt.
55:57Zodat ze met zijn lijnwaad in de handen staan.
56:00En hoe hij thuis komt.
56:01Zo komt hij thuis.
56:03Maar hij heeft zijn leven lief.
56:05En hij wil zichzelf nog redden.
56:09Nee, dan is het toch geen verkwikking voor de leidende borg.
56:15Maar ook dit was het bittere druppel in zijn lijdensbeker.
56:20Nu ook het laatste schaap hem loslaat.
56:25Het is alsof de duivel hem toefluistert.
56:29Ziet ge nu wel, ge wordt van allen verlaten.
56:33Niemand wil nog met u te maken hebben.
56:37Het is alsof de duivel op hem afkomt en de verzoeker hem vraagt, voor wie moet ge nu sterven?
56:45Waar zijn de schapen voor wie ge uw leven moet stellen?
56:49Is er nog iemand die om uw dood vraagt?
56:53Als de Heer Jezus gewild had, had hij die boeien losgescheurd, zoals de meerdere Simpson.
57:01Want hij heeft nooit zijn haarlokken verspeeld in de zonde.
57:06En hij kon, als hij dat wilde, de engelen gebieden dat ze hem op handen zouden dragen.
57:12Hij kon de vijanden vernietigen.
57:14Hij kon zijn vijanden verteren.
57:18Maar wat is kunnen?
57:19Hij kon het wel.
57:21Maar hij wil het niet vanwege de liefde.
57:25Hij is machteloos vanwege de zondaarsliefde.
57:30Hij kan zichzelf niet verlossen, want hij wil doorgaan.
57:35Hij wil nog doorgaan om de weg te betreden van lijden en sterven.
57:40Voor degene die hem verlaten hebben.
57:44En zelfs voor degene die hem verlogen hebben.
57:49Zie dat is de borg in zijn lijden.
57:52Zie dat is de hedder.
57:54En hier wordt vervuld.
57:56Sla de hedder en de schapen zullen verstrooid worden.
58:01En wie heeft de hedder geslagen uit de gemeenschap?
58:05Dat hij uit alle gemeenschap moet wegvallen.
58:09Uit de gemeenschap van mensen.
58:12Maar ook uit de gemeenschap gods.
58:14Het is God zelf geweest die de herder geslagen heeft.
58:19En deze herder is door het recht gods geslagen.
58:24En het recht gods eist dat we de straf gods op de zonde alleen zullen dragen.
58:33Hier is God.
58:35In zijn recht.
58:36Het is God zelf die het zo bestuurd heeft.
58:40En u ziet de borg.
58:42Dat hij niet alleen verlaten is van mensen.
58:45Maar bovenal van God verlaten.
58:49Want straks zal hij het uitschreeuwen.
58:52Eloi Eloi.
58:54Lama Sabachtani.
58:56Van God verlaten.
58:59Hij heeft ondervonden wat het zeggen wil.
59:03Ik ben eenzaam en ellendig.
59:07Eenzaam.
59:08Paulus was ook eenzaam.
59:10Want toen Paulus in Rome zat in de gehuurde woning.
59:14En de Romeinse wetten nog niet zo scherp waren.
59:18Had hij nog heel wat vrienden.
59:20Maar toen de rechter zei.
59:23Kom eens hier.
59:24En hij moest zich verantwoorden.
59:27Toen de vervolging weer terug kwam.
59:30Toen moest Paulus zeggen.
59:32Er was niemand bij toen ik me verantwoordde voor de rechter.
59:36Hij had ook geen vrienden meer.
59:39Was Paulus alleen?
59:42Hij was toch niet alleen.
59:44Want God was aan zijn zijde.
59:47God ondersteunde hem.
59:49Gods gunst was met Paulus.
59:52En dan kun je nogal wat meemaken.
59:55Als God er maar bij is.
59:58Maar hier is de borg van alle gemeenschap.
1:00:02Hij is van de mensen verstoten.
1:00:05Het is een voorteken.
1:00:08Namelijk een voorteken dat hij straks verstoten zal worden van God de Vader.
1:00:16Is hier in de kerk nog iemand die hem wil volgen?
1:00:22Is er hier misschien een jongen of een meisje?
1:00:26Een jongere?
1:00:27Een oudere?
1:00:29Die met hem wil meegaan naar het oordeel?
1:00:35Ik geloof het niet.
1:00:36En waarom niet?
1:00:38Het moet met schaamte worden gezegd.
1:00:41En met droefheid.
1:00:43Maar het is waar.
1:00:44Omdat we liefhebbers van onszelf zijn.
1:00:47Omdat we alles doen wat maar mogelijk is.
1:00:51Om onszelf te redden.
1:00:53Al zou het aan ons lijnwaard kosten.
1:00:57En hoe we thuis moesten komen.
1:00:59Als we het leven er maar bij houden.
1:01:03Want hier blijkt zelfs.
1:01:05Na ontvangen genade.
1:01:08We zijn liefhebbers van onszelf.
1:01:12Is dat nu de kerk?
1:01:14Is dat nu het volk van God?
1:01:18Ja, dat is nu de kerk.
1:01:21En eens heeft Petrus, de rotsman, hem gevolgd.
1:01:26En Johannes, de apostel der liefde.
1:01:30Jacobus was er ook bij.
1:01:32En de andere discipelen.
1:01:33En ze hebben hem alden verlaten.
1:01:37Zelfs met ontvangen genade.
1:01:41Wat moeten we er buiten vallen?
1:01:44En wat is het waar?
1:01:46Wat we in het begin zeiden.
1:01:48De kerk wordt verlost.
1:01:50Maar dan zonder de kerk.
1:01:53Want zij hebben meer tegengewerkt dan meegewerkt.
1:01:57In het borgwerk van Christus.
1:02:01Toen Heer Jezus van zijn lijden sprak.
1:02:04Toen zeiden ze.
1:02:06Heren wees gerust.
1:02:08Dit zal u geen zins geschieden.
1:02:12En als de Heer Jezus aan de kerk had moeten vragen, wat moet er gedaan worden om de kerk te verlossen?
1:02:19Dan was het nog voor eeuwig verloren geweest.
1:02:22Want zij hadden geen oog voor de borgtocht.
1:02:26Ze leefden uit de keuze, uit de gemeenschap van de Heer Jezus.
1:02:31Dat was hun hoop, hun zaligheid.
1:02:34En ik zeg het er uitdrukkelijk bij dat ze al hun liefde op de Heer Jezus gezet hadden.
1:02:40En zeker, ze zijn wel gevlucht.
1:02:43En zeker, dat is een ontzettende zaak geweest.
1:02:46Maar ze hebben toch de liefde van de Heer Jezus niet kunnen ontvluchten.
1:02:51Ze hebben de liefde in hun eigen hart ook niet kunnen ontvluchten.
1:02:57Maar het is hun later tot smart, tot verdriet geweest.
1:03:01Want het is een groot verschil.
1:03:04Hoe we bij de Heere Jezus vandaan lopen.
1:03:07Het is hun tot zonde geworden.
1:03:10En hier ligt het grote verschil met degene die God vreest en die hem niet vreest.
1:03:16Want wie God niet vreest kan in de zonde leven.
1:03:21En die gaat erop door.
1:03:23Soms zal het geweten spreken.
1:03:26Maar we kunnen er zo gemakkelijk mee verder.
1:03:29Maar als de ware liefde in het hart uitgestort is.
1:03:33Al is het maar in het begin.
1:03:35Dan kunnen we er niet overheen.
1:03:37Dat slaat altijd naar binnen terug.
1:03:40Zoals bij deze discipelen.
1:03:42En zij hebben het later moeten bewenen, moeten beleiden.
1:03:47Zij hebben het later verstaan.
1:03:48Wat ze gedaan hadden.
1:03:51Maar nu moet het ingeleefd worden.
1:03:54Dat de kerk er buiten valt.
1:03:57En dat de kerk verlost wordt.
1:04:00Zonder dat ze er zelf bij zijn.
1:04:03En dat ze zelfs na ontvangen genade nooit gevraagd hebben naar het kruis.
1:04:10Want het kruis is ook voor hun nog een ergernis.
1:04:16De kerk is weggelopen van haar eigen borg.
1:04:20En dat moet ook vandaag ingeleefd worden.
1:04:24We menen genoeg te hebben aan onze eigen ervaring en bevinding.
1:04:29Dat het de ware liefde wel is.
1:04:32Maar dat die liefde zo weg kan zakken en plaats kan maken voor ergernis.
1:04:38We moeten altijd maar weer verlost worden van onszelf.
1:04:43Nog twee dingen.
1:04:45We hebben gehoord dat de Heerde Jezus alleen was.
1:04:49De borg en het isolement.
1:04:52We hebben gehoord dat er niemand bij was.
1:04:56En zo zal het ook zijn in de dag der dagen.
1:05:00Als we straks...
1:05:02Door de doodsjordaan gaan.
1:05:04Als we straks moeten sterven.
1:05:07Als we God moeten ontmoeten.
1:05:10Dan zal dat alleen zijn.
1:05:12Want buiten Christus.
1:05:15Zal het eeuwig beleefd worden.
1:05:18Ik ben eenzaam.
1:05:20Ik ben eenzaam.
1:05:23Geen gezelschap.
1:05:26Al was het.
1:05:27Uw eigen moeder.
1:05:29Uw vader.
1:05:31Uw man of uw vrouw.
1:05:34Ze zullen ons niet kunnen helpen.
1:05:37En dan zal het waar worden met die 38-jarige kranke die zei.
1:05:42Ik heb geen mens.
1:05:45En als we dan straks geen mens meer hebben.
1:05:48Wat zullen we dan doen?
1:05:51O de heren geven dat we nu God zoeken mogen.
1:05:55Voordat we alleen moeten sterven.
1:06:00Want er is niets vreselijker.
1:06:03Dan voor eeuwig alleen te zijn.
1:06:07Zult u het onthouden.
1:06:09Jongeren en ouderen.
1:06:12Hier staat de tweede Adam alleen.
1:06:17O eerste Adam.
1:06:19Dat bent u.
1:06:21Dat ben ik.
1:06:22O eerste Adam.
1:06:24O mens.
1:06:25Zie naar de tweede Adam.
1:06:28Om te zien wie u bent.
1:06:31Wie u geworden bent.
1:06:32Door de zonde.
1:06:35Want als dit aan het groene hout geschiet, wat zal dan aan het dorre hout geschieden?
1:06:43Omdat u geen rust meer zult kennen aan deze zijde van het graf, zolang u nog alleen bent.
1:06:51Bent u nog alleen, zonder God en zonder Christus?
1:06:57En voelt u het misschien niet?
1:07:00Dat is nog het ergste, om het niet te voelen.
1:07:05Buig de knieën, toch vandaag.
1:07:09En vraag eens of God uw harde hart wil breken.
1:07:14Want God heeft zijn zoon verlaten voor de zonde.
1:07:18En nu zou het voor ons op rekening moeten van deze zoon.
1:07:23Het tweede is, misschien zijn er nog weglopers in ons midden.
1:07:29Weglopers, loslaters, die nog van God weglopen.
1:07:35En dat ze het met de mond zeggen, heeft geen waarde.
1:07:39Maar dat ze het in hun hart gevoelen.
1:07:41En dat ze het met smart weten dat ze van God weggelopen zijn.
1:07:46Want dan worden de zonden wonden.
1:07:49En dan krijgen ze last van zichzelf.
1:07:53En ze zeggen, oh, wat ben ik toch een wegloper.
1:07:58Zijn er nog zulke weglopers?
1:08:01Zijn er nog zulke loslaters?
1:08:04Ja, nog erger zijn er nog zulke zelfliefhebbers.
1:08:10Zie de borg in zijn hart.
1:08:12Want dan is er nog een boodschap van troost.
1:08:16Dat die borg toch door is gegaan.
1:08:20Dat die borg toch zijn werk heeft volvoerd.
1:08:24Zonder dat de schapen erbij waren.
1:08:27Ja, dan is het nog mogelijk voor de grootste der zondaren.
1:08:32Gezien deze borgtochtelijke liefde.
1:08:36Maar wat wordt de zonde dan duur?
1:08:38Wat worden we dan vernederd?
1:08:41Wat worden we dan klein?
1:08:43En wat loopt het min en slecht met u af?
1:08:47Is het niet waar, volk van God?
1:08:50Wat moet u er steeds weer aan ontdekt worden?
1:08:54Dat er van uw zijde niets bij is.
1:08:57Niets te vinden is.
1:08:59Maar dat het alles...
1:09:01Van hem moet komen.
1:09:04U wordt er diep mee vernederd.
1:09:07Om te leren.
1:09:09Dat u er niets aan gedaan hebt.
1:09:12En al wat u er nog aan gedaan hebt.
1:09:16Met uw linkse handen.
1:09:18Dat hebt u verkeerd gedaan.
1:09:22Ziet.
1:09:22Zulk een is die Jezus.
1:09:25Ziet.
1:09:26Zulk een is die borg.
1:09:28Die zijn weg toch doorging.
1:09:30Voor weglopers.
1:09:33En ze konden wegvluchten zover ze wilden.
1:09:36Maar ze konden niet uit zijn hart vluchten.
1:09:40Zij lieten hem los.
1:09:43Maar hij liet hen niet los.
1:09:45En daarom zijn ze zalig geworden.
1:09:49Johannes heeft het goed verstaan als hij later zegt wij hebben hem lief.
1:09:54Omdat hij ons eerst heeft lief gehad.
1:09:58En zij dachten eerst veel voor Jezus te moeten doen.
1:10:02En ze hebben later begrepen dat Jezus alles voor hen doen moest.
1:10:07Ze dachten voor Jezus te kunnen sterven.
1:10:10En ze hebben later begrepen dat Jezus voor hen moest sterven.
1:10:16De borg alleen.
1:10:19Want de kerk wil niet mee.
1:10:21Want een ontdekking is er nodig.
1:10:23De kerk wil niet mee.
1:10:25En ten tweede, de kerk kan niet mee.
1:10:30Want dan zou zijn werk niet volmaakt zijn.
1:10:33En de kerk mag niet mee.
1:10:35Want het is God die hij tegen heeft.
1:10:39En al zo moet het recht Gods geschieden.
1:10:44Wanneer dan de discipelen vluchten.
1:10:46En de jongeling bij de kraag gegrepen wordt.
1:10:49Dan is het God die ze doet vluchten.
1:10:52Maar dan is het God die de jongeman grijpt.
1:10:57Want de borg moet alleen de schuld betalen.
1:11:01Alleen.
1:11:02Omdat er voor de kerk.
1:11:04Een eeuwige gemeenschap zou zijn met God.
1:11:08En met al de heiligen.
1:11:11Omdat de kerk zou zingen.
1:11:13God is met mij.
1:11:16Wien zou ik vrezen?
1:11:18Omdat ze nimmer meer van hem verlaten zouden worden.
1:11:22En omdat ze voor eeuwig.
1:11:25Ja, eeuwig zullen kunnen juichen.
1:11:27Ik loof eerlang u in een grote schaar.
1:11:31Ja, de borg alleen.
1:11:34Maar het is een grote schare in gemeenschap met God.
1:11:38Die niemand kan tellen.
1:11:40En dan.
1:11:42Niets uit u.
1:11:44Maar al uit hem.
1:11:46Wie dat beleeft.
1:11:48Wordt al kleiner.
1:11:50En dat is niet erg.
1:11:52Dat is gelukkig.
1:11:54Want hier wordt de borg al groter.
1:11:58O Christus.
1:12:00Hier komt u.
1:12:02Aan de eer van uw borgtocht.
1:12:07Amen.
1:12:08Zullen
1:12:12we samen eindigen met dankgebed.
1:12:16Heren in de hemel.
1:12:18Hoe
1:12:20zullen wij ooit uw lijden recht leren betrachten.
1:12:27Daar kunnen ons verstand kan daar niet bij.
1:12:31Die diepe weg die u bent gegaan.
1:12:35Die eenzame weg waar we over hebben gehoord.
1:12:42Heren, waar het leek dat tot op het laatste moment er toch nog zondige mensen waren die u bleven volgen.
1:12:50Maar één voor één vluchten ze weg.
1:12:56En dat is nu het beeld ook voor ons en van ons.
1:13:02Dat wij vluchten.
1:13:04Ja wij zijn weggelopen.
1:13:06Uit de hof van Eden.
1:13:09Een eigen gekozen weggegaan.
1:13:12Een doodlopende weg.
1:13:15Heren.
1:13:16Dan is het uw zondaarsliefde.
1:13:19Dat is ook het evangelie wat we mochten horen.
1:13:22Dat u opzoekt.
1:13:24Die verloren zijn.
1:13:26Die verloren liggen.
1:13:28Weglopers.
1:13:29Die wilt.
1:13:31U nog ontvangen.
1:13:32En met hen eten.
1:13:35Heren.
1:13:36Wilt u zo deze leespreek zegenen.
1:13:40Want een waarschuwing.
1:13:42Is er van uitgegaan.
1:13:44Dat zelfs.
1:13:45Na ontvangen genade.
1:13:47Ze u alleen gelaten hebben.
1:13:50Grote woorden gesproken.
1:13:53En toch.
1:13:54Moest u alleen die beker drinken.
1:13:58Heren om zo.
1:13:59Die voldoening.
1:14:02Te voldoen, die prijs, die schuld.
1:14:06De zonde der wereld hebt u weggedragen.
1:14:10U hebt die volkomen verzoening aangebracht.
1:14:13Heer, en wat is het dan nodig?
1:14:15Dat wij weten dat uw bloed ook aan ons hart is gestreken.
1:14:21Want dan zullen we eenmaal eeuwig met uw avondmaal kunnen houden.
1:14:27Geef zo, dat verlangen in ons aller hart.
1:14:31Voor het eerst of opnieuw.
1:14:34Bevestig uw werk.
1:14:35En zegen u het kleine.
1:14:38Het kleingelovige.
1:14:39Het zwakgelovige.
1:14:41Want u begint.
1:14:42Daar gaat u mee verder.
1:14:44Heren.
1:14:45Breid zo uw koninkrijk nog uit.
1:14:47Geef ons allen wat nodig is.
1:14:50Ook als we van hier gaan.
1:14:53Brengt u ons veilig thuis.
1:14:55Gedenkt u ook aan kandidaat Kooiker.
1:14:57Die op de terugweg is naar huis.
1:14:59Hoe alles zo onverwachts ook veranderde.
1:15:03Heren, gedenk ook hem.
1:15:05En geeft u dat we allen een gezegende zondag mogen hebben.
1:15:11Brengt u ons vanavond ook hier samen.
1:15:14Onder uw woord, we bidden het.
1:15:16Uit genade alleen.
1:15:19Om Jezus wil.
1:15:21Amen.
1:15:24Zingen wij tot slot uit psalm 38.
1:15:28Na van de versen 2, 3.
1:15:37En vers 3.
1:15:40En vers 11.
1:15:47En wat er verder volgt in de versen 2, 3 en 11 uit Psalm 38.
1:15:55Eindigen
1:15:56[GEZANG]
1:19:56we deze leesdienst met de zegebeden uit de avondzaal.
1:20:00O Vader, dat uw liefde ons blijkt.
1:20:04O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.
1:20:08O Geest, zend uw troost ons neer.
1:20:13Drieëne God, u zij al de eer.
1:20:17Amen.
1:20:17[GEZANG]