0:00[GEZANG]
11:24Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren.
11:32Heren die de hemel en de aarde geschapen heeft.
11:36Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht.
11:41En die nooit laat varen de werken zijner handen.
11:46Amen.
11:48Genade zij u en vrede van hem die is en die was.
11:55En die komen zal.
11:56En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
12:01En van Jezus Christus.
12:04Die de getrouwe getuige is.
12:07De eerstgeborene uit de doden.
12:10En de overste van de koningen der aarde.
12:16Amen.
12:18Gemeente, zetten wij deze dienst voort.
12:20Om met elkaar te gaan zingen.
12:22Uit psalm 78.
12:25Het zevende vers.
12:27Zijn almacht wist de zee van een te scheiden.
12:31En het angstig heer daar droogvoets door te leiden.
12:37Als op een hoop deed hij de wateren reizen.
12:41Hij gaf desdaags om hun de weg te wijzen.
12:45Een wolkelom.
12:46Een licht des vuurs bij nacht.
12:49Totdat hij hen in het vruchtbaar.
12:54We noemden nu het zevende vers van psalm 78.
13:00U
13:01[GEZANG]
15:59vindt de schriftlezing gemeente voor dit morgenuur in Exodus 14.
16:05Te beginnen bij vers 13 tot en met vers 31.
16:10Exodus 14.
16:13Te beginnen bij vers 13 tot en met het einde van dat hoofdstuk.
16:18Toch vooraf stellen wij ons samen eerst onder de tucht van de heilige weddersheren.
16:24En zingen daarna uit psalm 106 het vierde vers.
16:29Wij hebben God op het hoogst misdaan.
16:34Wij zijn van het heilspoor afgegaan.
16:37Ja wij en onze vaderen tevens.
16:42En wat daar verder volgt in het vierde vers van psalm 106.
16:49Toen sprak God al deze woorden zeggende, ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid
17:01hebt.
17:02Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:07Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
17:18Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:23Gij zult u voor die niet buigen, nog geen dienen.
17:27Want ik, de Heer, uw God, ben een ijverig God.
17:31Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.
17:36Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
17:42En doe barmhartigheid aan...
17:48...duizenden dergenen...
17:50...die mij lief hebben...
17:52...en mijn geboden...
17:54...onderhouden.
17:56Gij zult de naam...
17:59...des heren uus gods...
18:00...niet eidelijk gebruiken.
18:02Want de heren zal niet onschuldig houden...
18:05...die zijn naam...
18:07...eidelijk gebruikt.
18:09Gedenk de Sabbatdag...
18:11...dat gij die heiligt.
18:13Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:23Dan zult gij geen werk doen.
18:26Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:37Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
18:43De zee en alles wat daarin is.
18:47En hij rustte ten zevende dagen.
18:52Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelfde.
18:58Eer uw vader en uw moeder.
19:03Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.
19:10Gij zult niet doodslaan.
19:13Gij zult niet echt breken.
19:15Gij zult niet stelen.
19:18Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:23Gij zult niet begeren uw naaste huis.
19:27Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
19:30Nog zijn dienstknecht.
19:32Nog zijn dienstmaagd.
19:34Nog zijn os.
19:35Nog zijn ezel.
19:37Nog iets dat van uw naaste is.
19:41[GEZANG]
21:24De schriftlezing voor dit morgenuur vindt u dus in Exodus 14, te beginnen bij vers 13, tot en met het einde van dat veertiende hoofdstuk.
21:36En daar luidt het heilige en onfeilbaar woord des Heren als volgt.
21:42Doch Mozes zeide tot het volk, vrees niet, staat vast en ziet het heil des Heren.
21:54Dat hij heden aan u lieden doen zal.
21:56Want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt.
22:01Zult gij niet wederzien in de eeuwigheid.
22:04De heren zal voor u lieden strijden.
22:09En gij zult stil zijn.
22:13Toen zeiden de heren tot Mozes.
22:15Wat roept gij tot mij?
22:18Zeg de kinderen Israëls dat ze voorttrekken.
22:22En gij.
22:23Hef uw staf op en strek uw hand uit over de zee.
22:28En klieg dezelfde, dat de kinderen Israëls door het midden der zee gaan op het droge.
22:35En ik, zie, ik zal het hart der Egyptenaars verstokken.
22:42Dat zij na hen daarin gaan.
22:45En ik zal verheerlijkd worden aan Farao en aan al zijn heer.
22:52Aan zijn wagens en aan zijn ruiters.
22:55En de Egyptenaars zullen weten dat ik de Heer ben.
23:00Wanneer ik verheerlijk zal worden aan Faro.
23:03Aan zijn wagens en aan zijn ruiters.
23:06En de engel gods die voor het Heer van Israël ging.
23:12Vertrok en ging achter hen.
23:16De wolkenlom vertrok ook van hun aangezicht.
23:20En stond achter hen.
23:24En zij kwam tussen het leger der Egyptenaars en tussen het leger Israëls.
23:30En de wolk was tegelijk duisternis en verlichtte de nacht.
23:37Zodat de een tot de ander niet naderde de ganse nacht.
23:42Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee.
23:48Zo deed de Heere de zee weggaan door een sterke oostenwind die ganse nacht en maakte de zee droog en de wateren werden gekliefd.
24:00En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee op het droge.
24:10En de wateren waren hun een muur tot hun rechter en tot hun linkerhand.
24:18En de Egyptenaars vervolgden hen en gingen in achter hen al Faro's paden, zijn wagens en zijn ruiters in het midden van de zee.
24:30En het geschiedde in dezelfde morgenwaken dat de heren in de kolom des vuurs en der wolk zag op het leger der Egyptenaars.
24:42En hij verschrikte het leger der Egyptenaars.
24:47En hij stiet de raderen hun erwagens weg en deed ze zwaarlijk voortvaren.
24:56Toen zeiden de Egyptenaars, laat ons vlieden van het aangezicht van Israël, want de Heere strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
25:08En de Heere zeide tot Mozes, strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars.
25:18Over hun wagens en over hun ruiters.
25:21Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee.
25:26En de zee kwam weder.
25:29Tegen het naken van de morgen stond tot haar kracht.
25:33En de Egyptenaars vluchten niet tegemoet.
25:37En de heren stortten de Egyptenaars in het midden der zee.
25:43Want als de wateren wederkeerden.
25:47Zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het ganse heer van Faro.
25:53Dat er nagevolgd was in de zee.
25:56Er bleef niet een van hen over.
25:59Maar de kinderen Israëls gingen op het droge.
26:04In het midden der zee.
26:06En de wateren waren hun een muur.
26:10Tot hun rechter en tot hun linkerhand.
26:13Al zo.
26:16verloste de heren Israël aan die dag uit de handen der Egyptenaars.
26:22En Israël zag de Egyptenaars dood aan de oever der zee.
26:28Ook zag Israël de grote hand die de heren aan de Egyptenaars bewezen had.
26:36En het volk vreesde de heren.
26:40En zij geloofden in de heren.
26:44En aan Mozes, zijn knecht.
26:48Tot zover de lezing uit Gods woord.
26:51Laten we ons nu samen het aangezicht des Heren gaan zoeken.
26:55Om hem te gaan bidden om de leiding van zijn heilige geest.
27:00En gedenken wij vanmorgen in onze voorbeden.
27:06Mevrouw van der Klooster Nelis.
27:10Bredeweg 5.
27:12Zij ligt op haar sterfbed.
27:18Vervolgens gedenken we de hulpdiensten.
27:22We denken daarbij aan de familie en het korps van de brandweerman...
27:28die bij de inzet van de duinbrand twee weken geleden ernstig gewond was geraakt...
27:36en in de afgelopen week is overleden en deze week begraven zal worden.
27:46Vervolgens gedenken we de familie Grinwis en Pikaard.
27:51In verband met het overlijden van mevrouw Aad.
27:56Pikaard van de Oosterweg.
28:00Laat ons bidden en voorbeden gaan doen.
28:10Heren,
28:13almachtige en eeuwige God.
28:17Ja, wie is een God gelijk als gij?
28:21Groot van macht en heerschappij.
28:25Breng ons door uw heilige geest.
28:28Die ons zojuist plaatste als voorganger, kerkganger en luisteraar.
28:33Voor de spiegel van uw heilige wet.
28:36De majesteit van uw woord.
28:39Een
28:42schenk verootmoediging.
28:44Een verbroken en verslagen hart.
28:48Want als u met voorganger en kerkganger en luisteraar in het gericht reed.
28:54En gadeslaat onze ongerechtigheden.
28:58Dan worden wij geraakt.
28:59Dan zijn we niet meer zo druk met een ander.
29:03Dan is het, gij zijt die man.
29:05Dan gaan we zakken, bukken en buigen.
29:08En dan weten we ons schuldig ook met ons ganse volk.
29:13En alles wat er gaande is, ook in de maatschappij.
29:17Dan wordt het in de beleving niet zij, maar wij hebben God.
29:23Op het hoogst misdaan.
29:25Wij zijn van het heilspoor afgegaan.
29:29Ja, wij.
29:30En onze vaderen tevens.
29:33O heren, breng ons daar allen voor
29:39het eerst op bij vernieuwing.
29:41Ook bij onze koning, koningin, de prinsesjes, minister, president, de regering, leden van Eerste en Tweede Kamer.
29:52Al en door wier hand het u behaagt ons te regeren.
29:55Maar doe het ook in alle kerken die uit de reformatie zijn voortgekomen.
30:01Want we zijn allen zeer ver van onze plaats afgeweken.
30:06Het zij ter rechter of ter linkerzijde.
30:09En we zien het niet.
30:10Maar breng gij ons terug tot u.
30:14Want u ontdekt niet alleen aan zonde en schuld als doel op zichzelf.
30:21Maar u doet dat vanuit uw barmhartigheid.
30:25Vanuit uw grote zondagliefde.
30:27Om een volk dat voor u leert bukken en buigen.
30:32En nogthans naar u leert vragen.
30:34Om die in Christus genadig en barmhartig te zijn.
30:40Vergeving schenkende van al onze ongerechtigheid.
30:44Opdat gij door ons allen recht kindelijk worden gevreesd.
30:49Daar hebt u recht op.
30:51Want u bent onze schepper en daarom niet wij zelf.
30:54De duivel, de wereld heeft recht op ons.
30:58O, laat zo uw rechten gelden.
31:00Ook vanmorgen in de prediking van uw woord in deze kerk, in de andere kerken, in heel Nederland.
31:07Ja, wereldwijd dwars door vervolging en oordelen heen.
31:13Vergeet uw oude bondsvolk, is er dan niet.
31:16Heren, scheur de hemel en scheur onze harten.
31:20In de natuur is het zo droog.
31:22Met name in Zeeland, we hoorden het.
31:25Maar ook op Goeree hier.
31:27Terwijl het in andere plaatsen ook droog is.
31:30Maar daar is relatief door uw goedheid de laatste tijd wel veel meer regen gevallen.
31:35Ach heren, schenk ons het besef dat we daar geen recht op hebben.
31:41Grote delen staan in brand.
31:46En hier hebben we het gehoord, aangrijpend.
31:52Dat een gerespecteerd brandweerman zo jaren met lust en liefde heeft gediend.
31:59Door een ongeluk van een collega.
32:03Zo zeer verwond is.
32:05De hulpdiensten.
32:07Ze hebben met lust en liefde met politie en allen daarbij gedaan.
32:13Wat mogelijk was.
32:16Maar het is niet gelukt.
32:19De man is gegaan de weg van alle vlees.
32:23O God, we zijn verbijsterd.
32:25Het hele eiland.
32:26Het hele korps.
32:28Waar ze ook vandaan gekomen zijn.
32:31Dat maakt diepe indrukken.
32:33O gedenk.
32:35De vrouw.
32:37De gezinnen.
32:39Van hem.
32:41Die zo om het leven gekomen is.
32:45Wilt u ze in deze...
32:48Ons zagwekkende weg mag in woorden voor zijn.
32:50Zelf op een verborgen wijze ondersteunen en sterken.
32:54Opdat de weg niet te veel zou zijn.
32:57Maar ook de man die
33:01het onbewust met zijn voertuig.
33:06In die zin de oorzaak gaat er ook door hem heen.
33:09Ook al heeft hij in die zin geen schuld.
33:11Maar o heren erbarm je ook over hem en de zijnen.
33:17Allen die daar zo nauw bij betrokken zijn.
33:19Wat een sprake gaat hiervan uit.
33:22O, zout u nou zelf, heren.
33:24Die indringende roepstem.
33:26Voor ons allen op het eiland.
33:29En erbuiten willen zegenen.
33:31Tot waarachtige bekering.
33:34Tot waarachtig en levend geloof.
33:37Want het leven inderdaad is een damp.
33:40En de dood wenkt ieder uur.
33:43En dan de noodzaak.
33:46om nou in Christus geborgen te zijn geworden...
33:51in wie de hitte van Gods gramschap voor
33:55eeuwig geblust is.
33:57En dat voor arme en ellendige doodschuldige zondaren...
34:02die het leven in eigen hand niet kunnen houden...
34:05mag naast de ondersteuning en de vertroosting...
34:09deze vrucht bij de brandweerkorpsen op het hele eiland tot gevolg hebben.
34:16Voor u toch niet te wonderlijk, heren.
34:17Uw naam is toch wonderlijk.
34:19En uw werk is toch wonderlijk.
34:22En zout u zo ook regen willen schenken.
34:26We durven aan de ene kant niet te bidden.
34:29En toch uw woord zegt het.
34:31Regen en droogte.
34:33Niet bij geval.
34:35Maar bij...
34:37Zijn vaandelijke hand ons toekomen.
34:39Daarom smeken we nog dan.
34:41Spleitende als onwaardigen.
34:43Die het verzondigd hebben.
34:44O God scheur de hemel.
34:46Zout ge.
34:47De droge, zeer droge aarde hier.
34:49Wil het bevochtigen.
34:51Op dat er voedsel zal zijn.
34:55Voldoende voedsel.
34:56Voor mens en dier.
34:59Maar doen we het niet alleen hier.
35:01Maar ook wereldwijd.
35:02Waar zoveel landen zijn.
35:04Waar jaar.
35:05In jaar uit verzengende hitte zijn.
35:08Maar geweldige branden geweest zijn.
35:10O God.
35:12Het is toch uw wereld.
35:15Al ligt die onder de vloek vanwege onze zonde.
35:18O sta gij erover op heer.
35:20In deze laatste dagen.
35:22Omdat we de tekenen der tijden zullen verstaan.
35:25De gerichten gods en de oordelen gods ter harte zouden nemen.
35:29Om in het heden der genade.
35:31U.
35:33te leren aanlopen als een waterstroom.
35:39Gedenk haar, die op haar uiterste ligt.
35:43We mochten horen van de mannenbroeders van de Radere Kerk...
35:46dat ze uitziende is om ontbonden te mogen worden...
35:52en
35:53met Christus te zijn, want dat is zeer ver en het beste.
35:57Heren, wees haar nabij en goed, ook in de laatste fase van haar leven.
36:03Bezoek ze zo met uw heil.
36:04Dat ze zo goed en groot van u de heren.
36:08En van haar borg en zalig maken mag spreken.
36:12Dat het ook tot zegen zal zijn voor haar man.
36:16Kinderen klein en achterkleinkinderen.
36:19U hebt dat vroeger zo vaak ook op Oudorp gedaan.
36:22Dat u het leven getuigenis van een geliefde man of vrouw.
36:28Gebruikt hebt om het nageslacht stil te zetten.
36:32O heren, verheerlijk zo uw naam.
36:34Want in de veelheid der onderdanen ligt toch de heerlijkheid van uw grote koning der koningen.
36:42Gedenk ook de familie Grinwis en Pikaard.
36:46We vernamen dat u een alleenstaande, alleengaande vrouw aadt.
36:54Uit het landen levend heb weggenomen.
36:57Ach u weet welke plaats ook zij innam in de familiekring.
37:00Vertroost ook die families met uw enige en echte troost in leven en sterven.
37:08Gedenk de hele gemeente waar grote zorgen zijn.
37:12Lichamelijk als we aangrijpende boodschap hebben gekregen.
37:15O God en er geschud wordt aan onze levensboom.
37:18O heren kom er in mee.
37:22Zoals bij een Hiskia.
37:24Die de boodschap kreeg.
37:25Bereid uw huis.
37:26Want gij zult sterven en niet leven.
37:29O de God vrezende man.
37:31Keerde zijn aangezicht naar de wand.
37:34Piepte als een zwaluw.
37:35Keerde als een duif.
37:37O heren.
37:37Ik word onderdrukt.
37:39Wees gij mijn borg.
37:41En heren.
37:42Als u dat werkt.
37:43Door uw lieve dierbare geest.
37:45Dan blijft u niet achter.
37:47Dan schenkt u die vol.
37:49Volkomen borg en middelaar aan een volkomen verloren zondaar en zondares.
37:54Ik voor u, waar ge anders de eeuwige dood had moeten sterven.
37:58Gedenk zo de ganse gemeente.
38:00Hier en waar ze verblijven in deze vakantietijd.
38:04Maar ook gasten hebben we al ontmoet.
38:06Die zullen ook hier zijn.
38:08Gedenk ze persoonlijk.
38:10Ook breng ze tot wat rust voor lichaam.
38:13In het huwelijk, in het gezin, met de kinderen.
38:16Maar bovenal tot een bezinningstijd.
38:19Want hier beneden, hoe mooi het ook hier is.
38:21En elders, hier beneden is het niet.
38:25Terechte leven, lievenloven is maar waar men Jezus ziet.
38:30Heren, God der Heerscharen.
38:33Zo leggen we alle noden en alle zorgen en stille verwondering voor uw aangezicht neer.
38:40O heren, hoor.
38:42O heren, vergeef.
38:44O heren, merk op en vertoef niet.
38:47En dat om uw grote en lieve naams wil.
38:51Om Jezus wil alleen.
38:53Die gij altijd hoort.
38:55Amen.
38:58Wij gaan zingen ter voorbereiding op de prediking.
39:02Opnieuw uit psalm 106.
39:05En nu de versen 5, 6 en 7.
39:10Ondertussen krijgt u gelegenheid om uw gaven te gaan.
39:15De eerste collecte is bestemd voor de diakonie.
39:19De tweede is voor de kerkvoogdij.
39:21En de derde aflossingskerk.
39:24Alle drie de collectors worden zeer hartelijk in die mildaardigheid aanbevolen.
39:30De heren zegenen u en u gaven.
39:33Wij zingen ondertussen uit Psalm 106 het vijfde vers.
39:38Onze ouders in Egypteland, beveiligd door zijn sterke hand.
39:43Het zesde.
39:44Door om zijn naamswil, om zijn macht te tonen aan dat dwaasgeslacht.
39:50Schold hij de zee dat ze uit moest drogen.
39:54En ook het zevende.
39:56De wateren keerden in een kolk.
39:58Waar paard en ruiter, vorst en volk tot een toe in de vloed versmoren.
40:06Zijn de versen 5, 6 en 7 van psalm 106.
40:13[GEZANG]
47:20de tekstgemeente voor de prediking van het woord voor dit morgenuur in het u voorgelezen schriftgedeelte Exodus 14,
47:31het 22ste vers.
47:35Exodus 14, vers 22.
47:40Waar
47:43Gods woord en onze tekst voor dit morgenuur als volgt luidt.
47:46En de kinderen Israëls zijn ingegaan.
47:52In het midden van de zee.
47:54Op het droge.
47:56En de wateren waren hun een muur.
48:00Aan hun rechter en aan hun linkerhand.
48:04Tot zover de lezing van onze tekst.
48:08Wij schrijven boven de prediking door de Rode Zee.
48:13Drie gedachten.
48:14Ten eerste Israël door de Rode Zee geleid.
48:20De tweede.
48:22Egypte in de Rode Zee verdronken.
48:27En onze derde of laatste gedachte.
48:30Christus die onze Rode Zee is.
48:36Door de Rode Zee.
48:39We staan achter een volgend stil bij ten eerste Israël door de Rode Zee geleid.
48:46Ten tweede Egypte in de Rode Zee verdronken.
48:52En ten derde, Christus, die onze Rode Zee is, gemeente van Oudorp.
49:02De Heere heeft zijn volk Israël op een wonderlijke wijze uit Egypte, uit het diensthuis uitgeleid.
49:15Maar hij leidt zijn volk niet op de kortste weg naar Canaan.
49:19Dan waren ze binnen drie dagen in een beloofde land geweest.
49:25Pedagogisch, opvoedkundig, om zijn volk te beproeven, kiest de heren heel bewust een omweg.
49:32Dat
49:38loopt uit op de Rode Zee.
49:41En Farao heeft achteraf spijt als haar op zijn hoofd gekregen.
49:46Oh, wat
49:49hebben we gedaan om het volk te laten gaan?
49:51Kom aan, wij spannen zijn wagen aan.
49:54Alle soldaten, alle ruiters, en ze jagen het volk achterna.
50:00En daar zien ze tot hun blijdschap.
50:02Ze zijn verdwaald.
50:03Ze gaan richting de Rode Zee.
50:05Oh, dat is een makkelijke buit.
50:09En op een gegeven ogenblik, zo stel ik me voor.
50:12Dan hoort dat volk.
50:15Stofwolken.
50:15Wat gebeurt daar?
50:17Een drukte.
50:18Dan komt die heldse faro met al zijn legers en paden en wagens achter het volk aan.
50:26Linksbergen, rechtsbergen.
50:28Achter faro, ja.
50:30En voor de Rode Zee.
50:31Dan vrezen zij met een grote vrezen.
50:34Zeg, wie zou niet vrezen?
50:37Israël zit als een muis in de val.
50:40Kan geen kant meer uit.
50:42En zij vreesden zeer.
50:46En dan moet je eens opletten.
50:48Wat de heren dan tegen Mozes, de man gods.
50:53De middellader van het Oude Testament.
50:55Namens hem tegen dat vreesachtige, bange volk moet spreken.
51:00Machtige woorden.
51:02Vrees niet, staat vast en ziet het heil des Heren dat hij heden aan jullie den doen zal.
51:10Want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet wederzien in eeuwigheid.
51:16De Heren zal voor jullie den strijden en gij zult stil zijn.
51:23Dat is wat.
51:26En dan geeft de Heren naar Mozes een kort en krachtig bevel.
51:30Zeg de kinderen Israëls dat ze...
51:34En zo komen aan bij onze eerste gedachte Israël door de Rode Zee geleid.
51:39Ja, u hoort het goed gemeente.
51:41De weg, de rechte weg van de heren is de weg naar de zee.
51:46De Rode Zee, Israël, moet het water in.
51:51Goddelijk moeten vanuit het eeuwige welbehagen gods.
51:55Oh, hier gaat alle beschouwingen en alle geridden neer.
52:01Ten ene maal en ten gronde.
52:02Wie hier niet alleen op de heren vertrouwt.
52:06Maar zelf aan het rekenen gaat.
52:09Die komt tot de wanhopige conclusie.
52:13Het is beter te vallen in de hand van faro.
52:16Dan in het diepe van de rode zee.
52:20Beter een leven in de slavernij van Egypte.
52:23Dan helemaal geen leven.
52:25Wie?
52:27Ja wie begrijpt hier nog iets van het doen des heren.
52:32Kolbrugge zou zeggen, de heren gaat altijd zo'n vreemde weg.
52:37Zo'n weg van beproeving.
52:40Zo'n vlees kruisigende weg.
52:43Opdat hij zijn genade alleen heerlijk zou doen uitkomen.
52:48Tot lof en eer van zijn naam.
52:51En daarom gedraagt de heren zich, met eerbied gesproken, zegt Kolbrugge, menigmaal zo vreemd in het leven van zijn heiligen, van zijn kinderen.
53:04En de Egyptenaren die waar, die zullen ongetwijfeld hebben gejuicht...
53:07toen zij Israël de kant van de Rode Zee zagen opgaan.
53:11Ik zei het al, die buit kan ons niet meer ontgaan.
53:15Kom aan, volk van Egypte, voorwaarts, mars.
53:21En daar gaan ze.
53:23En ondertussen krijgt Mozes bevel van de heren zijn staf op te heffen...
53:28en zijn hand uit te strekken over de zee om die te klieven.
53:34Opdat de kinderen Israëls...
53:36Door het midden van de zee gaan op het droge.
53:39En opnieuw.
53:40Let daar eens goed op.
53:42Beloof de heren.
53:44Mozes.
53:45Dat hij het hart van de Egyptenaars zal verstokken.
53:50Opdat zij na hen in de rode zee gaan.
53:55En de heren spreekt.
53:57Is u voorgelezen.
53:58En ik zal.
54:00Verheerlijk worden aan faro.
54:02En aan al zijn heren.
54:03Aan zijn legers.
54:04Aan zijn wagens.
54:06En aan zijn ruiters.
54:07En zij zullen weten de Egyptenaars.
54:10Dat ik de heren ben.
54:12Wanneer ik verheerlijk zal worden aan faro.
54:15Aan zijn wagens.
54:17En aan zijn ruiters.
54:20Let goed op gemeente.
54:22Wat de heren nu vervolgens doet.
54:25Dat vind ik heel ontroerend.
54:28De engel gods.
54:29Dan ga je beschouwing houden.
54:31De engel gods.
54:33Dat is de heren Jezus Christus.
54:35Die daar.
54:36Voor zijn menselijke geboorte uit de maagd Maria.
54:40Een bepaalde gestalte aanneemt.
54:42Zo is het.
54:43De engel gods.
54:45Dat is de neerde Jezus Christus.
54:47Kijk eens.
54:48Die vertrekt zichtbaar in de wolkenlom van de spits.
54:53Naar de achterhoede.
54:55En stelt zich tussen het leger van de Egyptenaren.
55:00En het leger van Israël.
55:02Zie je het voor je?
55:03En nu.
55:04Nu begint een wol.
55:20En kijk eens, een tastbare duisternis heerst er nu tussen Egypte en Israël.
55:29Maar
55:31diezelfde wolk geeft aan de andere kant licht.
55:36Zodat voor Israël de nacht verandert in de dag.
55:42Zie je het?
55:43Voel je het?
55:45Daardoor gaat het volk Israël dus veel sneller vooruit dan de Egyptenaren.
55:51Die door die dikke, dichte duisternis langzaam, moeizaam verder kunnen gaan.
55:59En hier, geliefde, moest je dan denken, wordt de wolkenlom.
56:05Het beeld van hem, van wie Simeon geprofiteerd heeft.
56:10Deze wordt gezet tot een val en opstanding in Israël.
56:15En tot een teken dat wedersproken zal worden.
56:19Voor zijn kerk, voor zijn kinderen.
56:23Uiterste hoeksteen, zal Peter later zeggen.
56:28Uitverkoren en dierbaar.
56:30Maar voor de ongehoorzame, een steen des aanstoot.
56:36En een rots der ergernis.
56:38De Heere stelt zich dus op achter zijn volk.
56:42Met Ebit gesproken.
56:44Het lijkt alsof hij op een spoedige ondergang van de zijnen aandringt.
56:53De
56:54Heere drijft Israël als het ware het water in.
57:00Ja, die vijanden zullen nogmaals hun vreugde geschrijp.
57:06Wel hebben doen horen.
57:07Waar is God op wie jij bouwt het.
57:10En aan wie je zaak vertrouwt het.
57:12Hier ziet u het gemeente.
57:16Ervaar je het.
57:16Hier wordt het volk des heren.
57:20Alles uit de hand genomen.
57:23Dat is wat.
57:25Als een hulpeloos kind gaat het de zee in.
57:31De heren drijft het voort.
57:35En wat hen betreft.
57:37Angst, benauwdheid drijft het voort.
57:41Een wonderlijke mengeling.
57:44Voor het volk is het werkelijk een sterfenschang.
57:49Of niet?
57:50Jazeker.
57:51Jazeker.
57:52Israël moet sterven aan alle eigen weten en kunnen.
57:59En moet leren zich geheel en al over te geven.
58:05In de handen des heren.
58:08De eerste les in de woestijn.
58:13Gemeente, hier is de gang van Israël ook typisch.
58:18Voorbeeldig.
58:19Een voorbeeld, een afbeelding voor de kerk der eeuwen.
58:24Tussen haakjes leert elk kind des heren...
58:28dat het sterven aan eigen mogelijkheden en kunnen iets is.
58:36Wat toch al vrij spoedig op de leerschool van Christus geleerd wordt.
58:41En wat levenslang herhalings- en verdiepingsoefeningen zijn.
58:47Hoe groot is het.
58:50Als de Heer ons uit het diensthuis der zonden en des doods uitleidt.
58:56Ons als een goddeloze rechtvaardigt.
59:00Door het offeren bloed van Christus.
59:02En door zijn lieve geest ons onder zijn kinderen zet.
59:07Wat een blijdschap, wat een vrede.
59:10Maar wat gaat hij met ons vervolgens wegen van druk en kruis tegen vlees en bloed in.
59:19En daarom wie het van menselijke rekenkunde en redeneerkunde verwacht.
59:26Ja, die moet achter het woord C in onze tekst afhaken, afbreken.
59:33En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden der zee.
59:38En daarmee punt uit.
59:39Het einde van een volk.
59:42De jammerlijke en smadelijke ondergang van even oude beloften.
59:48Het lijkt voor Israël een gans afgesneden verloren zaak.
59:55Herkenbaar?
59:57Zoals zo vaak.
1:00:00Voor Gods kind.
1:00:02Alles uit.
1:00:05Lijkt te zijn.
1:00:07En er niets van Gods beloften terecht schijnt te komen.
1:00:15Dan wordt beleefd.
1:00:17U weg was in de zee.
1:00:19En uw pad in grote wateren.
1:00:22En uw voetstappen werden niet bekend.
1:00:28Maar
1:00:29onze tekstgemeente is nog niet helemaal uitgesproken.
1:00:33En daarom.
1:00:35Moeten wij maar niet te snel onze conclusies willen trekken.
1:00:39Wanneer het handelen van de heren voor ons zo vreemd is.
1:00:44Zo tegendraads.
1:00:47Waar wij reddeloos en radeloos.
1:00:53Verblind door het verdriet.
1:00:56En verlamd wellicht door angst en vrees een punt zetten.
1:01:01Maak de rechterhand des heren.
1:01:06Krachtige daden doet er een komma
1:01:10van.
1:01:11En voor hem is dat maar een handomdraai.
1:01:16Een kleinigheid.
1:01:18En dan gebeurt er een tweede wonder, gemeente.
1:01:22Let eens goed op.
1:01:23De jongeluiden, de meisjes, de jongens van de basisschool.
1:01:26Die kennen die geschiedenis aangrijpend.
1:01:28Altijd.
1:01:28Ook voor ouderen.
1:01:29Kijk eens.
1:01:30De heren
1:01:33neemt Mozes hand in zijn sterke rechterhand.
1:01:38Zodat Mozes zijn hand uitstrekt over de zee.
1:01:42Zie je hem doen?
1:01:43Zo.
1:01:44Zo deed de Heere.
1:01:47Dat heeft me getroffen.
1:01:48Zo deed de Heere.
1:01:50Niet Mozes.
1:01:52Zo deed de Heere.
1:01:54De
1:01:56zee weggaan door een sterke oostenwind.
1:02:00Die hele nacht door.
1:02:02En de Heere maakte de zee droog.
1:02:04En de water werden geklift.
1:02:08Het is daarom geliefde niet waar bijzonder troostvol.
1:02:13Dat er in onze tekst achter de zee niet een punt staat, maar een comma.
1:02:21Een comma.
1:02:23Het is een wonderlijk werk.
1:02:26Zeker niet geringer dan de uitocht uit Egypte zelf.
1:02:30Want in het midden van de zee is er voor het volk van God een pad.
1:02:36Een pad.
1:02:38En de kinderen is zelfs, kijk, daar gaan ze.
1:02:41Maar ga je mee?
1:02:43Zijn ingegaan in het midden van de zee op het droge.
1:02:48De
1:02:50heren, de heren doet ze winden waaien.
1:02:53En klief en scheurt de zee.
1:02:56Zodat Israël kan gaan over het nu door de heren zelf gebaande pad.
1:03:03Een pad, kijk eens.
1:03:06Tussen twee geweldige hoge watermuren door.
1:03:12In psalm 106 staat het zo.
1:03:15En hij de heren schold de Schelfzee.
1:03:18Zodat zij verdroogden.
1:03:20En hij deed hen wandelen door de afgronden als door een woestijn.
1:03:25Het is het pad des levens.
1:03:29Jawel.
1:03:30Aan beide zijden geflakkeerd door twee hoge watermuren.
1:03:35Zo boordevol van doodsdreiging.
1:03:39En de wateren waren hun muur aan hun rechter en aan hun linkerhand.
1:03:48Met Ebit gesproken.
1:03:50Als de Heere, de almachtige verbondsgod, zijn adem even zou inhouden.
1:04:01Maak de zin eens af.
1:04:04Zou de dood en verderf Gods volk overspoelen.
1:04:11Zo dicht is Israël bij de ondergang.
1:04:17Maar de Heere die het beloofd heeft.
1:04:21Ik zal voor u dan strijden.
1:04:24En gij zult stil zijn.
1:04:26Is ook getrouw en almachtig om het ook te doen.
1:04:31Daarom komt Israël erdoor.
1:04:36Droogvoets.
1:04:37Want de Heere gaat voor.
1:04:39En de Heere gaat mee.
1:04:40En daarom geliefde is Israël midden in de dood.
1:04:46Door het leven Gods omvangen.
1:04:49Dat is wat.
1:04:50Als dat wat open gaat voor je ziel.
1:04:53En je ligt voor de poorten van de eeuwigheid zoals er een van ons.
1:04:57En je mag door de heilige geest, door het geloof zien op de ark.
1:05:03Christus in het midden.
1:05:04Dan is de vreze des doods geweken.
1:05:06Dan ziet zo iemand niets anders dan Jezus alleen.
1:05:10Dan is sterven erg.
1:05:14Word
1:05:15er maar heilig jaloers op.
1:05:16Op de grote daden gods.
1:05:18Ook het komende geslacht en de nageslachten.
1:05:22Worden zo niet de rijkste lessen geleerd.
1:05:26Juist in de diepte.
1:05:29In de afgronden van het leven.
1:05:33Het is goed om er goed acht op te geven.
1:05:37Dat het de kinderen Israëls zijn die de zee ingaan.
1:05:45En die in de Rode Zee een pad vinden voor hun voeten.
1:05:49Want Israël is het volk dat uit Abraham, Isaac en Jacob is gesproten.
1:05:58Waaruit in de volheid destijds de Heer Jezus Christus zal geboren worden.
1:06:04En dat volk moet het nou helemaal toen en nu van zijn God en van zijn belof te hebben.
1:06:12Voor dat volk is dus de Rode Zee in de handensheren een middel tot hun behoud.
1:06:21En zou komen aan bij onze tweede gedachte, Egypte in de Rode Zee verdronken.
1:06:26O, hoe anders geliefden vergaten daarentegen het volk van Egypte.
1:06:32Als zij eraan komen, waar zijn ze gebleven?
1:06:35We zien ze niet meer op een gegeven moment.
1:06:37Ook zij willen het pad door de Rode Zee betrekken.
1:06:43Waarom niet?
1:06:44Moet toch kunnen?
1:06:46Als Israël het kan, waarom zij dan niet?
1:06:49Wat dat slavenvolk gelukt, dat moet hen toch zeker gelukken?
1:06:55En daar gaan zij ook de Rode Zee in.
1:06:59Zonder levend geloof.
1:07:01In bruut ongeloof en vijandschap tegen de Heer, de God van Israël.
1:07:06U voelt het, hè?
1:07:08Dat is een geweldig groot verschil.
1:07:12Israël gaat met de Heer de zeeën in zijn weg.
1:07:17Egypte zonder hem in vijandschap.
1:07:22Ja, maar intussen is dat wel een verschil van dag en nacht.
1:07:25Ja, van leven en dood.
1:07:27Ewig wel of eeuwig we.
1:07:30Waar voor Israël alles dient tot behoudenis.
1:07:34Daar dient voor de Egyptenaren alles tot een onherroepelijke ondergang.
1:07:42Aangrijpende geschiedenis.
1:07:44Voor de Egyptenaren zal namelijk de wind van de gunst des heren niet blijven waaien.
1:07:52Zij hebben niet de belofte van een veilig gaan over de bodem van de Rode Zee.
1:08:00In plaats van de gunst des heren hebben zij eeuw uit eeuw in zijn heilige toren wakker gemaakt.
1:08:09Ontstoken.
1:08:11Want als faro en zijn leger de Rode Zee ingaan, gemeente, let daar eens op.
1:08:16Verschrik de heren vanuit de vuurkolom het leger daar van de Egyptenaren.
1:08:23En dan staat er iets heel wonderlijks, jongelui.
1:08:25En hij de heren stiet, dat betekent de heren stoot door dat omweer.
1:08:31Door die majesteit van de heren met bliksem.
1:08:33De heren stoten de raderen, de wielen van hun strijdwagens weg.
1:08:40Nou en dan?
1:08:41Ja, een zakje weg.
1:08:44Dan kan je niet meer vooruit.
1:08:45Dan kom je compleet vast te zitten.
1:08:48Het as in het zand.
1:08:52Paniek, zodat ze tegen elkaar zeggen.
1:08:54Oh, laat ons vluchten van het aangezicht van Israël.
1:08:58Want de heren strijdt voor Israël.
1:09:01Dat moeten ze toch bekennen.
1:09:02In hun conscientie moeten ze toch erkennen dat niet.
1:09:08Is dat maar nou de Heere strijd voor zijn volk.
1:09:12Dat zeggen ze in ongeloof, maar ze moeten het erkennen.
1:09:16De Heere strijd voor Israël.
1:09:18Met andere woorden, nou is het verloren.
1:09:20Nu is ze definitief voor ons verloren.
1:09:25Daar voelen ze heel goed aan.
1:09:28En dan als het volk eruit is.
1:09:31De laatste eruit gegaan is.
1:09:34Dan zegt de Heer.
1:09:35Die het van begin tot het einde beheerst.
1:09:40Tegen Mozes.
1:09:41Mozes.
1:09:41Ze zijn er allemaal uit.
1:09:44Neem uw staf.
1:09:45Strek uw hand uit over de zee.
1:09:47Nu.
1:09:48Nou mag het.
1:09:49Dat de wateren.
1:09:51Wederkeren.
1:09:52Over de Egyptenaars.
1:09:53Over hun wagens.
1:09:55En over hun ruiters.
1:09:58De Rode Zee wordt daarom voor deze vijanden van God en zijn volk aangrijpend.
1:10:05Een waar water.
1:10:09Faro en zijn ruiters zinken jammerlijk weg in de woeste golven van de Rode Zee.
1:10:18Als de muur van water links en rechts zich over hen uitstort in alle majesteit en kracht.
1:10:28Er bleef niet één van hen over.
1:10:31Als
1:10:33bezegeling.
1:10:34Bekrachtiging.
1:10:35Van
1:10:37een langdurige tegenstand.
1:10:40En voortdurende verharding.
1:10:42Tegen de heren.
1:10:43De God van Israël.
1:10:45Gemeente.
1:10:46De heer is langmoedig.
1:10:48Dat betekent de heer heeft een groot geduld.
1:10:52Hij is traag tot toren.
1:10:55Maar snel.
1:10:57Om zijn genade en barmhartigheid in de Heerde Jezus Christus te bewijzen.
1:11:02Maar maak alsjeblieft geen misbruik van Gods langmoedigheid.
1:11:06Van Gods geduld.
1:11:08Daar komt ook een keer een eind aan.
1:11:11De Heer stelt er een grens aan.
1:11:13Men kan namelijk niet eindeloos blijven doorgaan.
1:11:18Om tegen Hem te zondigen.
1:11:20Op zijn hart te trappen.
1:11:21In zijn aangezicht te slaan.
1:11:23Zijn liefde te miskennen.
1:11:25Zijn heilige toren.
1:11:27Op te wekken.
1:11:29Komt het moment dat de Heer zegt.
1:11:32En nou is het uit.
1:11:35Ja.
1:11:36Dat is bijbels.
1:11:37Dat is de praktijk.
1:11:38Al zo samenvattend.
1:11:40Al zo op deze wijze verloste de Heer Israël.
1:11:44Aan die dag.
1:11:45Uit de hand der Egyptenaren.
1:11:47En Israël zag de Egyptenaren.
1:11:50Dood aan de oever van de zee.
1:11:52Wat een spraak.
1:11:56Ook zag Israël.
1:11:57De grote hand.
1:11:59Die de Heer aan de Egyptenaren bewezen had.
1:12:02Dat heeft me ook zo getroffen bij de voorbereiding.
1:12:05Ach, was het zomaar gebleven bij dat volk en bij ons volk.
1:12:10Nou staat er.
1:12:11En het volk vreesde de heren.
1:12:15En geloofde in de heren.
1:12:18En aan Mozes zijn knecht.
1:12:22Ach, was dat zomaar gebleven.
1:12:25O volk uit Abraham gesproten.
1:12:30Bij Israël is er dus blijdschap.
1:12:34En gejuich bij de Egyptenaren opnieuw geweem.
1:12:42Geliefde wat liggen ondergang en behoud.
1:12:45Hier toch heel dicht bij elkaar.
1:12:49Wat voor de een de weg ten leven is.
1:12:53Is voor de ander pad des doods.
1:12:57Ik moest denken aan Hebreeën 11 vers 29.
1:13:00Daar lezen wij.
1:13:01Door het geloof zijn de kinderen Israëls.
1:13:06De rode zee doorgegaan als door het droge.
1:13:10Het wil ik de Egyptenaars ook verzoekende zijn verdronken.
1:13:17Wie zich door de heren gewillig laat leiden door zijn woord en geest.
1:13:26Vindt behoud.
1:13:29Vindt zijn gunst.
1:13:31In Christus.
1:13:34Oneindig groot.
1:13:35Maar allen die zich tegen hem keren.
1:13:40Die ongehoorzaam zijn en blijven.
1:13:44En daarin doorgaan vinden de dood onherroepelijk.
1:13:50En daardoor eigen schuld.
1:13:53Gij hebt niet gewild.
1:13:57En zo komen we aan bij onze derde of laatste gedachte.
1:14:00Christus die onze rode zee is.
1:14:04Want onwillekeurig gemeente richten onze gedachten zich vanmorgen op de heilige doop.
1:14:13Het gaan door de Rode Zee is immers een beeld, een afbeelding van de Heilige Doop.
1:14:21Dat weet u, dat hoort u regelmatig als de kinderen gedoopt worden.
1:14:25In het gebed voor de Heilige Doop wordt gebeden, ontroerend, gij...
1:14:32Die de verstokte faro met al zijn volk in de rode zee verdronken hebt.
1:14:38En uw volk Israël droogvoets daardoor geleid.
1:14:42Doordat de doop beduid werd, afgebeeld werd, uitgebeeld werd.
1:14:49Ja, voor
1:14:51de een is de rode zee, de heilige doop, ten leven.
1:14:57En voor de ander ten dode.
1:14:59Geen automatisme, pas op.
1:15:03Hoe dan dominee?
1:15:04Nou kort en zakelijk, maar niet zonder liefde.
1:15:06Wel allen, mag ik het nou zo eens zeggen, die door ontdekkende genade.
1:15:12Ja, ontdekkende genade.
1:15:15De onreinigheid van hun zielen leren kennen.
1:15:19Die vuile bron van al hun manbedrijf.
1:15:23En die zich voor de hoge, heilige, rechtvaardige Godleden verootmoedigen.
1:15:28En hun reinigmaking en zaligheid buiten zichzelf.
1:15:33In het bloed van de Heerde Jezus Christus leerde zoeken en vinden.
1:15:38O, voor hen is Christus hun rode zee.
1:15:44Door welke zij gaan om de tyrannieën van Faro, dat is de duivel, te ontgaan en in te gaan.
1:15:53In het geestelijke land Canaan.
1:15:56Lees het thuis maar eens door, rustig.
1:15:58Ik citeer hier.
1:16:00Artikel 34 van de Nederlandse geloofbeleid.
1:16:05Is de moeite waard om dat thuis te lezen.
1:16:10Heb je ook een handvat om een gesprek op te gaan eventueel.
1:16:14Zij verdrinken niet in het water van de doop.
1:16:20Wie echter wel is gedoopt.
1:16:23En onderschat dat niet.
1:16:26Maar overschat de heilige doop ook niet.
1:16:28Wie echter wel is gedoopt.
1:16:30In de naam des vaders, des zonds en des heiligen geestes.
1:16:34Maar
1:16:37zijn vuile zondige hart.
1:16:39Niet aan Christus geeft.
1:16:43Om door hem.
1:16:46Zich als een zondaar en zondares.
1:16:49Met God te laten verzoenen.
1:16:52Door zijn bloed.
1:16:54Waarna het doopwater wijst.
1:16:57Die verdrinkt wel in het water.
1:17:02Van de heilige doop.
1:17:06Een kort uitstapje.
1:17:08Niet te lang.
1:17:10Terecht is er in ons gemeente.
1:17:16Een zekere schroom.
1:17:19Als het gaat over het deelnemen aan het heilige avondmaal.
1:17:24Hoewel.
1:17:25Ik ben niet gerust daarop.
1:17:28Maar ga ik niet op in.
1:17:30Maar langzamerhand kom ik tot de ontdekking.
1:17:33Dat dat bijna helemaal weg is.
1:17:36Maar goed, een gezonde schroom om aan het heiligavondmaal te gaan.
1:17:42Iedereen weet nog wel, ook in Oudorp.
1:17:45Ja, wacht even, daar stap je zo maar niet even naartoe.
1:17:47Er moet wel wat gebeurd zijn.
1:17:49Dan zijn we zondaar voor God geworden in beginsel.
1:17:52Dan hebben we Christus leren nodig krijgen en persoonlijk leren kennen.
1:17:56En dan, ja, doe dat op mijn gedachten eens.
1:17:59Hoe kun je anders de dood van de Heer Jezus gedenken als je hem niet kent?
1:18:03Als hij geen waarde gekregen heeft.
1:18:05Als hij niets kent.
1:18:06Nou, goed.
1:18:08Maar de heilige doop wordt die onder ons niet op een bepaalde wijze gruwelijk
1:18:16onderschat.
1:18:18En overschat.
1:18:19Dat is tegelijkertijd in onze tijd ook al naar gang.
1:18:22Nou ja, vooruit dominee.
1:18:24Ook vroeger voor de scheuring vaak meegemaakt.
1:18:26Dominee, zit nou toch niet te zeuren over...
1:18:30Twee keer naar de kerk gaan.
1:18:31En naar de christelijke school.
1:18:33En de christelijke opvoeding.
1:18:36Ik weet wel, die doop is geen automatisme.
1:18:39Maar dominee, niet zorgen.
1:18:41Doop dat kind nou maar.
1:18:42Want anders wordt mijn kind op school straks uitschuldigd.
1:18:46Jij bent niet gedoopt.
1:18:49Dus
1:18:51dan denkt men ergens.
1:18:54Kerkelijk geen enkele betrokkenheid vaak.
1:18:57Of heel minimaal.
1:18:58Maar ja, dat kind moet gedoopt worden.
1:19:01Bij de dominee Op het Hof.
1:19:02Die is hier gestaan.
1:19:04Dus in die lijn sta ik ook.
1:19:06In zoverre.
1:19:07Hij zegt.
1:19:08Ook al zouden de drie vier geslachten.
1:19:10Helemaal onkrekkelijk.
1:19:11Krachtens godsgenade verbond.
1:19:13Dopen wij toch wel de kinderen.
1:19:16En uiteraard geven we daar pastoraal onderwijs bij.
1:19:18Dat de doop geen automatisme is.
1:19:20Geen tovermiddel.
1:19:21Wat de doop vraagt.
1:19:23Om een wandel in de wegen des heren.
1:19:25Kort en bondig.
1:19:26Wij kunnen ons aan het heiligavondmaal.
1:19:30een oordeel eten en drinken.
1:19:33Een, hè?
1:19:34En als er geen bekering en geloof opvolgt...
1:19:37dan loopt dat uit op het eeuwige oordeel.
1:19:39Maar vergeten wij niet...
1:19:41wij kunnen ook in het doopwater verdrinken.
1:19:45Noach wordt ook aangehaald in doopformulieren.
1:19:49Lieve kinderen, de zonvloed die kwam.
1:19:52Noach heeft 120 jaar gepredikt.
1:19:55Ze hebben met hem uitgelachen.
1:19:57Gespot.
1:19:59Dwaas die je bent om een ark te bouwen.
1:20:01Maar de vloed kwam.
1:20:03En Noach en zijn acht zielen gingen naar binnen.
1:20:05En de heren sloot toe.
1:20:07Datzelfde water.
1:20:09Waarop die ark dreef.
1:20:10Een beeld van Christus en van de kerk.
1:20:12Was tot oordeel van alle ongelovige ongehoorzame mensen.
1:20:17Die gespot hadden met de heren.
1:20:20En met de prediker der gerechtigheid.
1:20:22En zijn omgekomen.
1:20:23De tekenen.
1:20:26Doop en avondmaal.
1:20:28Zijn dubbele tekenen.
1:20:30Aan de ene kant.
1:20:32Tot oordeel.
1:20:34En de andere kant.
1:20:35Tot bevrijding.
1:20:36Tot bevestiging.
1:20:38Het komt altijd aan op een persoonlijk levend geloof.
1:20:42De doop op zichzelf.
1:20:44Al is het een inzetting gods.
1:20:46Het avondmaal op zichzelf.
1:20:48Een inzetting van Christus voor zijn kerk.
1:20:51Op zichzelf maken de sacramenten ons niet zalig.
1:20:55Zijn tekenen.
1:20:57En zegelen en waartekenen.
1:21:00Van de beloften gods.
1:21:02Die in Christus Jezus.
1:21:04Ja en amen zijn.
1:21:05Ze vragen.
1:21:06Toop en heilig avondmaal.
1:21:08Verrachtig geloof.
1:21:10Verrachtige bekering.
1:21:11En wat de heren nou ook nog een keer.
1:21:14Zonder ons.
1:21:15Door zijn lieve dierbare geest.
1:21:17Wil wekken.
1:21:18Wil werken.
1:21:19En wil versterken.
1:21:21Dan maken wij een gelovig gebruik.
1:21:25Van de heilige doop.
1:21:27En van het heilig avondmaal.
1:21:30Tot ere van de ere.
1:21:32En tot bevestiging in het allerheiligst geloof.
1:21:35En tot een leven gedoopt.
1:21:38In de kinderlijke vrezen des heren.
1:21:47Er zijn tenslotte maar twee mogelijkheden.
1:21:50Voor Christus of tegen Christus.
1:21:52Een derde weg is er niet hoor.
1:21:53Dat is de brede weg.
1:21:56Nogmaals wie als een verloren en de doodschuldige zonder en zonderes zijn leven zoekt buiten zichzelf in Christus bloed.
1:22:07Weten dat
1:22:10er door zere gunst in het offeren bloed van de Heer Jezus een pad loopt.
1:22:17Het eeuwige onvergankelijke leven.
1:22:21Dat moet verkondigd worden.
1:22:24Geen zonde, dood, duivel, graf en hel.
1:22:29zal Gods kind van dat leven kunnen afhouden.
1:22:32Want Christus, die hun rode zee is, met
1:22:39wie ze zijn gekruisigd, gestorven, begraven en opgestaan en in de hemel gezet, even ze twee, is het leven van hun
1:22:51leven geworden.
1:22:54Ja, hun leven, zegt de apostel, is met Christus verborgen.
1:23:00In God.
1:23:02O Koolbrugge.
1:23:04Daar kan de duivel.
1:23:06De dood en de hel.
1:23:08Er niet een van Gods gekenden.
1:23:11Uit weg rukken.
1:23:12Zo vast ligt Gods kerk.
1:23:15In de doorboorde middelaars handen.
1:23:18Van haar borg en middelaar.
1:23:20Mijn kind.
1:23:21Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd.
1:23:24Uw muren zijn steeds voor mij.
1:23:27Dat is wat.
1:23:29Als je zo vast op.
1:23:30Christus mag liggen.
1:23:31Wat ben je dan een gelukkig mens?
1:23:35Onuitsprekelijk gelukkig.
1:23:41Daarom tegen de gelovigen zal Christus bloed niet getuigen of roepen om verraak.
1:23:49De wind van Gods heilige geest zal in haar en in zijn leven blijven waaien.
1:23:59Totdat de voet veilig mag worden gezet op de eeuwige...
1:24:05Van het hemelse kanaam.
1:24:10Maar wie het bloed van het lam veracht.
1:24:13Niet doen hoor.
1:24:14Zou het niet doen.
1:24:16En zich tegen de heren blijft keren.
1:24:19Hoe godsdienstig en vroom ook wellicht ingekleed.
1:24:24Van
1:24:27zijn hand zal God het bloed van zijn zoon eisen.
1:24:33Dan.
1:24:34Oh dan zal er niet langer.
1:24:38een weg zijn waarop uw voet veilig kan gaan.
1:24:42Maar dan zal de watervloed van Gods rechtvaardige toren...
1:24:48uw, jou en mijn leven wegvagen in eeuwige ondergang en verderf.
1:24:54Dat is wat.
1:24:55Want wie zal bestaan in dat heilige gericht?
1:25:01Paulus haalt deze geschiedenis aan...
1:25:04tot waarschuwing voor de gemeente van Korinthe.
1:25:07Waarvan alles aan de hand was.
1:25:10Je moet die eerste Korintherbrief maar eens lezen.
1:25:13En dan schrijft hij in het vermanende gedeelte van zijn brief 1 Korinther 10.
1:25:16Dat ze allen onder de wolk waren.
1:25:18En allen door de zee doorgegaan zijn.
1:25:22En allen in Mozes gedoopt zijn.
1:25:25In de wolk en in de zee.
1:25:29Maar in het meerdere deel van hen heeft God geen welgevallen gehad.
1:25:33Want ze zijn in de woestijn ter neder geslagen.
1:25:37En dan zegt de apostel als een vader in Christus.
1:25:40Hij heeft er niet eentje over hoor.
1:25:43Van die Corinthians voor het verderf.
1:25:45Als een vader in Christus.
1:25:46Zegt Paulus.
1:25:48En deze dingen zijn geschiet.
1:25:49O gemeente van Corinthe.
1:25:51O gemeente van Oudorp.
1:25:53Ons tot voorbeelden.
1:25:56Opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben.
1:26:02Gelijkerwijs.
1:26:02Als zij lust gaat hebben.
1:26:05Volk stond op om te eten.
1:26:07te drinken en te spelen.
1:26:09Vorig jaar waren we hier ook.
1:26:12En toen moest ik dat...
1:26:13Nee, ik moest niks.
1:26:14De kerkenraad is lief en hartelijk.
1:26:15Maar die vroeg het bewogen.
1:26:17Ik heb begrepen dat er weer een kermis is.
1:26:19Lieve kinderen, ga daar niet naartoe.
1:26:22Daar is de Heer niet.
1:26:25Dat doet hier een groot verdriet.
1:26:28Dat moet je niet doen.
1:26:29Luister naar papa en mama.
1:26:31Ga daar niet heen.
1:26:33Duivelse stinkherrie.
1:26:35Daar hoor je niet met een gedood voor.
1:26:37Of doe je de heren groot verdriet.
1:26:39En vraag op papa en mama.
1:26:41Die houden veel van jullie.
1:26:43Dat het gezellig thuis mag zijn.
1:26:44Je gaat ergens anders naartoe.
1:26:46Of we zoeken elkaar op.
1:26:47Maar zoek niet de plaatsen van de goddeloosheid op.
1:26:52Daar kun je niet sterven.
1:26:53Daar kun je de heren niet ontmoeten.
1:26:55En nogmaals.
1:26:55Daar doe je de heren verdriet mee.
1:26:57En ook al word je misschien wel getrokken.
1:27:01Om daar eens te gaan kijken.
1:27:03Doe het niet.
1:27:04Luister naar de heren en naar zijn moord.
1:27:06En luister naar papa en mama.
1:27:09En buig je voor de heren.
1:27:12En zie eens hoe goed en vriendelijk de Heer is voor degene die hem vrezen.
1:27:17Dan krijg je een vrede en een rust en een blijdschap in je hart.
1:27:22Die alle verstand te boven gaat.
1:27:24Dan zeg je weg wereld, weg schatten.
1:27:28Jij kunt niet bevatten hoe rijk ik wil ben.
1:27:31Ik heb alles verloren.
1:27:33Maar ik heb Jezus verkoren.
1:27:35Wiens eigen ik ben.
1:27:37En weer komt dat versje van Lederboer.
1:27:39In mijn hart.
1:27:41Zoekt Jezus veel.
1:27:44Zoekt Jezus vroeg.
1:27:46Wie Jezus heeft.
1:27:48Die heeft.
1:27:52Meer dan genoeg.
1:27:54Daarom.
1:27:54We eindigen.
1:27:55Heden.
1:27:56Als je dan denkt.
1:27:57Die arme brandinman.
1:27:59Hebben dat gelezen.
1:28:01Ik voel me jullie mee.
1:28:02Dat is een geweldige impuls.
1:28:05We denken aan zijn nabestaanden.
1:28:11Ook aan de man die in onschuld.
1:28:13Denk daar ook eens aan.
1:28:15Onze hadden er eigenlijk geen woorden voor.
1:28:20Draag ze maar op.
1:28:22Oké, probeer ze op te dragen.
1:28:24De troon der genade.
1:28:25Of de heer iets goeds voor de heerheid voort mag komen.
1:28:29Hij heeft nog steeds zijn arm met macht.
1:28:32En zijn rechterhand doet nog steeds groot vermogen.
1:28:35Echt hoor.
1:28:36Hij heeft geen lust op plagen.
1:28:37Hij plaagt de mensenkinderen niet van harte.
1:28:40Maar om ze naar zich toe te trekken.
1:28:43Daarom hoor ik de heren zeggen.
1:28:44Heden.
1:28:45Maar geen uitstelijden.
1:28:47Indien gij zijn stem hoort.
1:28:49Ach.
1:28:50Verhaard u dan toch niet langer.
1:28:52Gij verhaarde en verstokte zonder een zonderes.
1:28:55Maar laat u lijden.
1:28:58Door hem.
1:28:59Die wel geen lust heeft in de tood van de goddeloze.
1:29:03Maar daarin dat de goddeloze zich bekeert en leeft.
1:29:08Hij roept ons zo hartelijk, welmenend, lokkend en indringend toe vanmorgen.
1:29:15Met uitgebreide armen.
1:29:17Bent u naar mij toe.
1:29:20Word behouden.
1:29:22Alle geëinden der aarde.
1:29:24Want ik ben God.
1:29:26En niemand meer zeg.
1:29:29Jong en oud.
1:29:30Vraag dan naar den Heere en zijn sterkte.
1:29:35Naar hem die al uw heil bewerkte.
1:29:39Zoek dagelijks zijn aangezicht.
1:29:42Gedenkt aan hetgeen hij heeft verricht.
1:29:46Aan zijn door lucht te wonderdaan.
1:29:49En wilt zijn straffen gade slaan.
1:29:53Amen.
1:29:54Ja, amen.
1:29:56Wij gaan daarvan zingen.
1:29:58Upsalm 105, derde vers.
1:30:00Ik denk dat al onze kinderen dat kennen.
1:30:02Zing het maar eerbiedig mee.
1:30:04Vraag naar de Heren en zijne sterkte.
1:30:07105, vers 3.
1:30:08[GEZANG]
1:32:42Laat ons samen dank zeggen en bidden.
1:32:48Getrouwe ontvermer, vriendelijke beschermer.
1:32:56Vervul ons met eerbied, met ootmoed.
1:33:00Ook met een stille verwondering en een hartelijke dankzegging.
1:33:06Dat gij God en goed en groot zijt.
1:33:12Zegen de prediking van uw woord die in alle rust en stilte mocht uitgaan.
1:33:19Geef dat al predikende en al luisterende in de kerk en van waar we meegeluisterd hebben.
1:33:26Door uw heilige geest het ingedragen is.
1:33:31In zondagsharten van kleine, grote en ouderen.
1:33:35Als een dynamische kracht gods tot zaligheid.
1:33:39Om aan de ene kant altijd maar weer opnieuw alles wat van ons is.
1:33:43Onze ongerechtigheden.
1:33:46Onze eigen gerechtigheden.
1:33:47Op te blazen.
1:33:49Weg te doen.
1:33:50En om Christus en
1:33:54zijn gerechtigheid en heiligheid.
1:33:56En opstandingskracht en gehoorzaamheid te openbaren.
1:34:00Om ons waarlijk naar lichaam en ziel te verlaten.
1:34:05Restloos te leren verlaten.
1:34:07Op uw belofte woord.
1:34:10Al gaat u menigmaal zulke vreemde wegen.
1:34:15Door de totale onmogelijkheid heen.
1:34:19Nogthans zult u niet en nooit beschaamd doen uitkomen.
1:34:24En niet op deze wijze.
1:34:26Alleen van u den heren verwachten.
1:34:29Van wie de dichter mocht getuigen.
1:34:31Maar bij den heren heren.
1:34:34Zijn uitkomsten.
1:34:36Zelfs tegen de dood.
1:34:38God.
1:34:39Die helpt in nood.
1:34:41Is in Sion groot.
1:34:43Heb dank voor alles wat u gaf.
1:34:45Verzoen het onze.
1:34:47Zegen het uwe.
1:34:48Heilig ons in uw waarheid.
1:34:49En geef vanavond in de middelijke weg.
1:34:52Voor zover mogelijk.
1:34:53Dat we er alweer in getrouwheid zullen zijn.
1:34:56Om het vervolg te horen.
1:34:58van deze ontroerende, onderwijzende geschiedenis.
1:35:03We smeken het u om Jezus' wil.
1:35:06Amen.
1:35:08Onze slotsang zijn drie coupletten uit Psalm 136...
1:35:13die alles met de prediking te maken hebben.
1:35:16Maar organist, u zult mij niet kwalijk nemen als ik erbij zeg...
1:35:20ik zie toch wat jonge kinderen.
1:35:22En ik weet als opa dat al onze jonge kindertjes...
1:35:26als die naar de basisschool gaan...
1:35:29Waar ze ook wonen, die leren bijna allemaal ook het eerste versje.
1:35:33Loof de heren, want hij is goed.
1:35:36Loof hem met een blij gemoed.
1:35:38Want zijn gunst, al onverspreid, zal bestaan in eeuwigheid.
1:35:43Dus ik wil die vragen, organist.
1:35:45Begin met het eerste vers, 136 vers 1.
1:35:48En dan zingen we die drie korte versjes erachter na.
1:35:5113, 14 en 15.
1:35:52[GEZANG]
1:40:43Vangt dan nu de zegen des heren en gaat heen.
1:40:47In vrede.
1:40:48De genade van onze Heer Jezus Christus.
1:40:53En de liefde van God.
1:40:55En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:40:58Zij met u allen.
1:41:00Amen.
1:41:01[GEZANG]