Exodus 14: 22; Door de Rode Zee

zondag 16 augustus 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. C.M. Buijs · 104 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

11:24Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren.

11:32Heren die de hemel en de aarde geschapen heeft.

11:36Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht.

11:41En die nooit laat varen de werken zijner handen.

11:46Amen.

11:48Genade zij u en vrede van hem die is en die was.

11:55En die komen zal.

11:56En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

12:01En van Jezus Christus.

12:04Die de getrouwe getuige is.

12:07De eerstgeborene uit de doden.

12:10En de overste van de koningen der aarde.

12:16Amen.

12:18Gemeente, zetten wij deze dienst voort.

12:20Om met elkaar te gaan zingen.

12:22Uit psalm 78.

12:25Het zevende vers.

12:27Zijn almacht wist de zee van een te scheiden.

12:31En het angstig heer daar droogvoets door te leiden.

12:37Als op een hoop deed hij de wateren reizen.

12:41Hij gaf desdaags om hun de weg te wijzen.

12:45Een wolkelom.

12:46Een licht des vuurs bij nacht.

12:49Totdat hij hen in het vruchtbaar.

12:54We noemden nu het zevende vers van psalm 78.

13:00U

13:01[GEZANG]

15:59vindt de schriftlezing gemeente voor dit morgenuur in Exodus 14.

16:05Te beginnen bij vers 13 tot en met vers 31.

16:10Exodus 14.

16:13Te beginnen bij vers 13 tot en met het einde van dat hoofdstuk.

16:18Toch vooraf stellen wij ons samen eerst onder de tucht van de heilige weddersheren.

16:24En zingen daarna uit psalm 106 het vierde vers.

16:29Wij hebben God op het hoogst misdaan.

16:34Wij zijn van het heilspoor afgegaan.

16:37Ja wij en onze vaderen tevens.

16:42En wat daar verder volgt in het vierde vers van psalm 106.

16:49Toen sprak God al deze woorden zeggende, ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid

17:01hebt.

17:02Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

17:07Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is.

17:18Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

17:23Gij zult u voor die niet buigen, nog geen dienen.

17:27Want ik, de Heer, uw God, ben een ijverig God.

17:31Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

17:36Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

17:42En doe barmhartigheid aan...

17:48...duizenden dergenen...

17:50...die mij lief hebben...

17:52...en mijn geboden...

17:54...onderhouden.

17:56Gij zult de naam...

17:59...des heren uus gods...

18:00...niet eidelijk gebruiken.

18:02Want de heren zal niet onschuldig houden...

18:05...die zijn naam...

18:07...eidelijk gebruikt.

18:09Gedenk de Sabbatdag...

18:11...dat gij die heiligt.

18:13Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

18:23Dan zult gij geen werk doen.

18:26Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

18:37Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

18:43De zee en alles wat daarin is.

18:47En hij rustte ten zevende dagen.

18:52Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

18:58Eer uw vader en uw moeder.

19:03Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft.

19:10Gij zult niet doodslaan.

19:13Gij zult niet echt breken.

19:15Gij zult niet stelen.

19:18Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

19:23Gij zult niet begeren uw naaste huis.

19:27Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

19:30Nog zijn dienstknecht.

19:32Nog zijn dienstmaagd.

19:34Nog zijn os.

19:35Nog zijn ezel.

19:37Nog iets dat van uw naaste is.

19:41[GEZANG]

21:24De schriftlezing voor dit morgenuur vindt u dus in Exodus 14, te beginnen bij vers 13, tot en met het einde van dat veertiende hoofdstuk.

21:36En daar luidt het heilige en onfeilbaar woord des Heren als volgt.

21:42Doch Mozes zeide tot het volk, vrees niet, staat vast en ziet het heil des Heren.

21:54Dat hij heden aan u lieden doen zal.

21:56Want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt.

22:01Zult gij niet wederzien in de eeuwigheid.

22:04De heren zal voor u lieden strijden.

22:09En gij zult stil zijn.

22:13Toen zeiden de heren tot Mozes.

22:15Wat roept gij tot mij?

22:18Zeg de kinderen Israëls dat ze voorttrekken.

22:22En gij.

22:23Hef uw staf op en strek uw hand uit over de zee.

22:28En klieg dezelfde, dat de kinderen Israëls door het midden der zee gaan op het droge.

22:35En ik, zie, ik zal het hart der Egyptenaars verstokken.

22:42Dat zij na hen daarin gaan.

22:45En ik zal verheerlijkd worden aan Farao en aan al zijn heer.

22:52Aan zijn wagens en aan zijn ruiters.

22:55En de Egyptenaars zullen weten dat ik de Heer ben.

23:00Wanneer ik verheerlijk zal worden aan Faro.

23:03Aan zijn wagens en aan zijn ruiters.

23:06En de engel gods die voor het Heer van Israël ging.

23:12Vertrok en ging achter hen.

23:16De wolkenlom vertrok ook van hun aangezicht.

23:20En stond achter hen.

23:24En zij kwam tussen het leger der Egyptenaars en tussen het leger Israëls.

23:30En de wolk was tegelijk duisternis en verlichtte de nacht.

23:37Zodat de een tot de ander niet naderde de ganse nacht.

23:42Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee.

23:48Zo deed de Heere de zee weggaan door een sterke oostenwind die ganse nacht en maakte de zee droog en de wateren werden gekliefd.

24:00En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee op het droge.

24:10En de wateren waren hun een muur tot hun rechter en tot hun linkerhand.

24:18En de Egyptenaars vervolgden hen en gingen in achter hen al Faro's paden, zijn wagens en zijn ruiters in het midden van de zee.

24:30En het geschiedde in dezelfde morgenwaken dat de heren in de kolom des vuurs en der wolk zag op het leger der Egyptenaars.

24:42En hij verschrikte het leger der Egyptenaars.

24:47En hij stiet de raderen hun erwagens weg en deed ze zwaarlijk voortvaren.

24:56Toen zeiden de Egyptenaars, laat ons vlieden van het aangezicht van Israël, want de Heere strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.

25:08En de Heere zeide tot Mozes, strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars.

25:18Over hun wagens en over hun ruiters.

25:21Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee.

25:26En de zee kwam weder.

25:29Tegen het naken van de morgen stond tot haar kracht.

25:33En de Egyptenaars vluchten niet tegemoet.

25:37En de heren stortten de Egyptenaars in het midden der zee.

25:43Want als de wateren wederkeerden.

25:47Zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het ganse heer van Faro.

25:53Dat er nagevolgd was in de zee.

25:56Er bleef niet een van hen over.

25:59Maar de kinderen Israëls gingen op het droge.

26:04In het midden der zee.

26:06En de wateren waren hun een muur.

26:10Tot hun rechter en tot hun linkerhand.

26:13Al zo.

26:16verloste de heren Israël aan die dag uit de handen der Egyptenaars.

26:22En Israël zag de Egyptenaars dood aan de oever der zee.

26:28Ook zag Israël de grote hand die de heren aan de Egyptenaars bewezen had.

26:36En het volk vreesde de heren.

26:40En zij geloofden in de heren.

26:44En aan Mozes, zijn knecht.

26:48Tot zover de lezing uit Gods woord.

26:51Laten we ons nu samen het aangezicht des Heren gaan zoeken.

26:55Om hem te gaan bidden om de leiding van zijn heilige geest.

27:00En gedenken wij vanmorgen in onze voorbeden.

27:06Mevrouw van der Klooster Nelis.

27:10Bredeweg 5.

27:12Zij ligt op haar sterfbed.

27:18Vervolgens gedenken we de hulpdiensten.

27:22We denken daarbij aan de familie en het korps van de brandweerman...

27:28die bij de inzet van de duinbrand twee weken geleden ernstig gewond was geraakt...

27:36en in de afgelopen week is overleden en deze week begraven zal worden.

27:46Vervolgens gedenken we de familie Grinwis en Pikaard.

27:51In verband met het overlijden van mevrouw Aad.

27:56Pikaard van de Oosterweg.

28:00Laat ons bidden en voorbeden gaan doen.

28:10Heren,

28:13almachtige en eeuwige God.

28:17Ja, wie is een God gelijk als gij?

28:21Groot van macht en heerschappij.

28:25Breng ons door uw heilige geest.

28:28Die ons zojuist plaatste als voorganger, kerkganger en luisteraar.

28:33Voor de spiegel van uw heilige wet.

28:36De majesteit van uw woord.

28:39Een

28:42schenk verootmoediging.

28:44Een verbroken en verslagen hart.

28:48Want als u met voorganger en kerkganger en luisteraar in het gericht reed.

28:54En gadeslaat onze ongerechtigheden.

28:58Dan worden wij geraakt.

28:59Dan zijn we niet meer zo druk met een ander.

29:03Dan is het, gij zijt die man.

29:05Dan gaan we zakken, bukken en buigen.

29:08En dan weten we ons schuldig ook met ons ganse volk.

29:13En alles wat er gaande is, ook in de maatschappij.

29:17Dan wordt het in de beleving niet zij, maar wij hebben God.

29:23Op het hoogst misdaan.

29:25Wij zijn van het heilspoor afgegaan.

29:29Ja, wij.

29:30En onze vaderen tevens.

29:33O heren, breng ons daar allen voor

29:39het eerst op bij vernieuwing.

29:41Ook bij onze koning, koningin, de prinsesjes, minister, president, de regering, leden van Eerste en Tweede Kamer.

29:52Al en door wier hand het u behaagt ons te regeren.

29:55Maar doe het ook in alle kerken die uit de reformatie zijn voortgekomen.

30:01Want we zijn allen zeer ver van onze plaats afgeweken.

30:06Het zij ter rechter of ter linkerzijde.

30:09En we zien het niet.

30:10Maar breng gij ons terug tot u.

30:14Want u ontdekt niet alleen aan zonde en schuld als doel op zichzelf.

30:21Maar u doet dat vanuit uw barmhartigheid.

30:25Vanuit uw grote zondagliefde.

30:27Om een volk dat voor u leert bukken en buigen.

30:32En nogthans naar u leert vragen.

30:34Om die in Christus genadig en barmhartig te zijn.

30:40Vergeving schenkende van al onze ongerechtigheid.

30:44Opdat gij door ons allen recht kindelijk worden gevreesd.

30:49Daar hebt u recht op.

30:51Want u bent onze schepper en daarom niet wij zelf.

30:54De duivel, de wereld heeft recht op ons.

30:58O, laat zo uw rechten gelden.

31:00Ook vanmorgen in de prediking van uw woord in deze kerk, in de andere kerken, in heel Nederland.

31:07Ja, wereldwijd dwars door vervolging en oordelen heen.

31:13Vergeet uw oude bondsvolk, is er dan niet.

31:16Heren, scheur de hemel en scheur onze harten.

31:20In de natuur is het zo droog.

31:22Met name in Zeeland, we hoorden het.

31:25Maar ook op Goeree hier.

31:27Terwijl het in andere plaatsen ook droog is.

31:30Maar daar is relatief door uw goedheid de laatste tijd wel veel meer regen gevallen.

31:35Ach heren, schenk ons het besef dat we daar geen recht op hebben.

31:41Grote delen staan in brand.

31:46En hier hebben we het gehoord, aangrijpend.

31:52Dat een gerespecteerd brandweerman zo jaren met lust en liefde heeft gediend.

31:59Door een ongeluk van een collega.

32:03Zo zeer verwond is.

32:05De hulpdiensten.

32:07Ze hebben met lust en liefde met politie en allen daarbij gedaan.

32:13Wat mogelijk was.

32:16Maar het is niet gelukt.

32:19De man is gegaan de weg van alle vlees.

32:23O God, we zijn verbijsterd.

32:25Het hele eiland.

32:26Het hele korps.

32:28Waar ze ook vandaan gekomen zijn.

32:31Dat maakt diepe indrukken.

32:33O gedenk.

32:35De vrouw.

32:37De gezinnen.

32:39Van hem.

32:41Die zo om het leven gekomen is.

32:45Wilt u ze in deze...

32:48Ons zagwekkende weg mag in woorden voor zijn.

32:50Zelf op een verborgen wijze ondersteunen en sterken.

32:54Opdat de weg niet te veel zou zijn.

32:57Maar ook de man die

33:01het onbewust met zijn voertuig.

33:06In die zin de oorzaak gaat er ook door hem heen.

33:09Ook al heeft hij in die zin geen schuld.

33:11Maar o heren erbarm je ook over hem en de zijnen.

33:17Allen die daar zo nauw bij betrokken zijn.

33:19Wat een sprake gaat hiervan uit.

33:22O, zout u nou zelf, heren.

33:24Die indringende roepstem.

33:26Voor ons allen op het eiland.

33:29En erbuiten willen zegenen.

33:31Tot waarachtige bekering.

33:34Tot waarachtig en levend geloof.

33:37Want het leven inderdaad is een damp.

33:40En de dood wenkt ieder uur.

33:43En dan de noodzaak.

33:46om nou in Christus geborgen te zijn geworden...

33:51in wie de hitte van Gods gramschap voor

33:55eeuwig geblust is.

33:57En dat voor arme en ellendige doodschuldige zondaren...

34:02die het leven in eigen hand niet kunnen houden...

34:05mag naast de ondersteuning en de vertroosting...

34:09deze vrucht bij de brandweerkorpsen op het hele eiland tot gevolg hebben.

34:16Voor u toch niet te wonderlijk, heren.

34:17Uw naam is toch wonderlijk.

34:19En uw werk is toch wonderlijk.

34:22En zout u zo ook regen willen schenken.

34:26We durven aan de ene kant niet te bidden.

34:29En toch uw woord zegt het.

34:31Regen en droogte.

34:33Niet bij geval.

34:35Maar bij...

34:37Zijn vaandelijke hand ons toekomen.

34:39Daarom smeken we nog dan.

34:41Spleitende als onwaardigen.

34:43Die het verzondigd hebben.

34:44O God scheur de hemel.

34:46Zout ge.

34:47De droge, zeer droge aarde hier.

34:49Wil het bevochtigen.

34:51Op dat er voedsel zal zijn.

34:55Voldoende voedsel.

34:56Voor mens en dier.

34:59Maar doen we het niet alleen hier.

35:01Maar ook wereldwijd.

35:02Waar zoveel landen zijn.

35:04Waar jaar.

35:05In jaar uit verzengende hitte zijn.

35:08Maar geweldige branden geweest zijn.

35:10O God.

35:12Het is toch uw wereld.

35:15Al ligt die onder de vloek vanwege onze zonde.

35:18O sta gij erover op heer.

35:20In deze laatste dagen.

35:22Omdat we de tekenen der tijden zullen verstaan.

35:25De gerichten gods en de oordelen gods ter harte zouden nemen.

35:29Om in het heden der genade.

35:31U.

35:33te leren aanlopen als een waterstroom.

35:39Gedenk haar, die op haar uiterste ligt.

35:43We mochten horen van de mannenbroeders van de Radere Kerk...

35:46dat ze uitziende is om ontbonden te mogen worden...

35:52en

35:53met Christus te zijn, want dat is zeer ver en het beste.

35:57Heren, wees haar nabij en goed, ook in de laatste fase van haar leven.

36:03Bezoek ze zo met uw heil.

36:04Dat ze zo goed en groot van u de heren.

36:08En van haar borg en zalig maken mag spreken.

36:12Dat het ook tot zegen zal zijn voor haar man.

36:16Kinderen klein en achterkleinkinderen.

36:19U hebt dat vroeger zo vaak ook op Oudorp gedaan.

36:22Dat u het leven getuigenis van een geliefde man of vrouw.

36:28Gebruikt hebt om het nageslacht stil te zetten.

36:32O heren, verheerlijk zo uw naam.

36:34Want in de veelheid der onderdanen ligt toch de heerlijkheid van uw grote koning der koningen.

36:42Gedenk ook de familie Grinwis en Pikaard.

36:46We vernamen dat u een alleenstaande, alleengaande vrouw aadt.

36:54Uit het landen levend heb weggenomen.

36:57Ach u weet welke plaats ook zij innam in de familiekring.

37:00Vertroost ook die families met uw enige en echte troost in leven en sterven.

37:08Gedenk de hele gemeente waar grote zorgen zijn.

37:12Lichamelijk als we aangrijpende boodschap hebben gekregen.

37:15O God en er geschud wordt aan onze levensboom.

37:18O heren kom er in mee.

37:22Zoals bij een Hiskia.

37:24Die de boodschap kreeg.

37:25Bereid uw huis.

37:26Want gij zult sterven en niet leven.

37:29O de God vrezende man.

37:31Keerde zijn aangezicht naar de wand.

37:34Piepte als een zwaluw.

37:35Keerde als een duif.

37:37O heren.

37:37Ik word onderdrukt.

37:39Wees gij mijn borg.

37:41En heren.

37:42Als u dat werkt.

37:43Door uw lieve dierbare geest.

37:45Dan blijft u niet achter.

37:47Dan schenkt u die vol.

37:49Volkomen borg en middelaar aan een volkomen verloren zondaar en zondares.

37:54Ik voor u, waar ge anders de eeuwige dood had moeten sterven.

37:58Gedenk zo de ganse gemeente.

38:00Hier en waar ze verblijven in deze vakantietijd.

38:04Maar ook gasten hebben we al ontmoet.

38:06Die zullen ook hier zijn.

38:08Gedenk ze persoonlijk.

38:10Ook breng ze tot wat rust voor lichaam.

38:13In het huwelijk, in het gezin, met de kinderen.

38:16Maar bovenal tot een bezinningstijd.

38:19Want hier beneden, hoe mooi het ook hier is.

38:21En elders, hier beneden is het niet.

38:25Terechte leven, lievenloven is maar waar men Jezus ziet.

38:30Heren, God der Heerscharen.

38:33Zo leggen we alle noden en alle zorgen en stille verwondering voor uw aangezicht neer.

38:40O heren, hoor.

38:42O heren, vergeef.

38:44O heren, merk op en vertoef niet.

38:47En dat om uw grote en lieve naams wil.

38:51Om Jezus wil alleen.

38:53Die gij altijd hoort.

38:55Amen.

38:58Wij gaan zingen ter voorbereiding op de prediking.

39:02Opnieuw uit psalm 106.

39:05En nu de versen 5, 6 en 7.

39:10Ondertussen krijgt u gelegenheid om uw gaven te gaan.

39:15De eerste collecte is bestemd voor de diakonie.

39:19De tweede is voor de kerkvoogdij.

39:21En de derde aflossingskerk.

39:24Alle drie de collectors worden zeer hartelijk in die mildaardigheid aanbevolen.

39:30De heren zegenen u en u gaven.

39:33Wij zingen ondertussen uit Psalm 106 het vijfde vers.

39:38Onze ouders in Egypteland, beveiligd door zijn sterke hand.

39:43Het zesde.

39:44Door om zijn naamswil, om zijn macht te tonen aan dat dwaasgeslacht.

39:50Schold hij de zee dat ze uit moest drogen.

39:54En ook het zevende.

39:56De wateren keerden in een kolk.

39:58Waar paard en ruiter, vorst en volk tot een toe in de vloed versmoren.

40:06Zijn de versen 5, 6 en 7 van psalm 106.

40:13[GEZANG]

47:20de tekstgemeente voor de prediking van het woord voor dit morgenuur in het u voorgelezen schriftgedeelte Exodus 14,

47:31het 22ste vers.

47:35Exodus 14, vers 22.

47:40Waar

47:43Gods woord en onze tekst voor dit morgenuur als volgt luidt.

47:46En de kinderen Israëls zijn ingegaan.

47:52In het midden van de zee.

47:54Op het droge.

47:56En de wateren waren hun een muur.

48:00Aan hun rechter en aan hun linkerhand.

48:04Tot zover de lezing van onze tekst.

48:08Wij schrijven boven de prediking door de Rode Zee.

48:13Drie gedachten.

48:14Ten eerste Israël door de Rode Zee geleid.

48:20De tweede.

48:22Egypte in de Rode Zee verdronken.

48:27En onze derde of laatste gedachte.

48:30Christus die onze Rode Zee is.

48:36Door de Rode Zee.

48:39We staan achter een volgend stil bij ten eerste Israël door de Rode Zee geleid.

48:46Ten tweede Egypte in de Rode Zee verdronken.

48:52En ten derde, Christus, die onze Rode Zee is, gemeente van Oudorp.

49:02De Heere heeft zijn volk Israël op een wonderlijke wijze uit Egypte, uit het diensthuis uitgeleid.

49:15Maar hij leidt zijn volk niet op de kortste weg naar Canaan.

49:19Dan waren ze binnen drie dagen in een beloofde land geweest.

49:25Pedagogisch, opvoedkundig, om zijn volk te beproeven, kiest de heren heel bewust een omweg.

49:32Dat

49:38loopt uit op de Rode Zee.

49:41En Farao heeft achteraf spijt als haar op zijn hoofd gekregen.

49:46Oh, wat

49:49hebben we gedaan om het volk te laten gaan?

49:51Kom aan, wij spannen zijn wagen aan.

49:54Alle soldaten, alle ruiters, en ze jagen het volk achterna.

50:00En daar zien ze tot hun blijdschap.

50:02Ze zijn verdwaald.

50:03Ze gaan richting de Rode Zee.

50:05Oh, dat is een makkelijke buit.

50:09En op een gegeven ogenblik, zo stel ik me voor.

50:12Dan hoort dat volk.

50:15Stofwolken.

50:15Wat gebeurt daar?

50:17Een drukte.

50:18Dan komt die heldse faro met al zijn legers en paden en wagens achter het volk aan.

50:26Linksbergen, rechtsbergen.

50:28Achter faro, ja.

50:30En voor de Rode Zee.

50:31Dan vrezen zij met een grote vrezen.

50:34Zeg, wie zou niet vrezen?

50:37Israël zit als een muis in de val.

50:40Kan geen kant meer uit.

50:42En zij vreesden zeer.

50:46En dan moet je eens opletten.

50:48Wat de heren dan tegen Mozes, de man gods.

50:53De middellader van het Oude Testament.

50:55Namens hem tegen dat vreesachtige, bange volk moet spreken.

51:00Machtige woorden.

51:02Vrees niet, staat vast en ziet het heil des Heren dat hij heden aan jullie den doen zal.

51:10Want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet wederzien in eeuwigheid.

51:16De Heren zal voor jullie den strijden en gij zult stil zijn.

51:23Dat is wat.

51:26En dan geeft de Heren naar Mozes een kort en krachtig bevel.

51:30Zeg de kinderen Israëls dat ze...

51:34En zo komen aan bij onze eerste gedachte Israël door de Rode Zee geleid.

51:39Ja, u hoort het goed gemeente.

51:41De weg, de rechte weg van de heren is de weg naar de zee.

51:46De Rode Zee, Israël, moet het water in.

51:51Goddelijk moeten vanuit het eeuwige welbehagen gods.

51:55Oh, hier gaat alle beschouwingen en alle geridden neer.

52:01Ten ene maal en ten gronde.

52:02Wie hier niet alleen op de heren vertrouwt.

52:06Maar zelf aan het rekenen gaat.

52:09Die komt tot de wanhopige conclusie.

52:13Het is beter te vallen in de hand van faro.

52:16Dan in het diepe van de rode zee.

52:20Beter een leven in de slavernij van Egypte.

52:23Dan helemaal geen leven.

52:25Wie?

52:27Ja wie begrijpt hier nog iets van het doen des heren.

52:32Kolbrugge zou zeggen, de heren gaat altijd zo'n vreemde weg.

52:37Zo'n weg van beproeving.

52:40Zo'n vlees kruisigende weg.

52:43Opdat hij zijn genade alleen heerlijk zou doen uitkomen.

52:48Tot lof en eer van zijn naam.

52:51En daarom gedraagt de heren zich, met eerbied gesproken, zegt Kolbrugge, menigmaal zo vreemd in het leven van zijn heiligen, van zijn kinderen.

53:04En de Egyptenaren die waar, die zullen ongetwijfeld hebben gejuicht...

53:07toen zij Israël de kant van de Rode Zee zagen opgaan.

53:11Ik zei het al, die buit kan ons niet meer ontgaan.

53:15Kom aan, volk van Egypte, voorwaarts, mars.

53:21En daar gaan ze.

53:23En ondertussen krijgt Mozes bevel van de heren zijn staf op te heffen...

53:28en zijn hand uit te strekken over de zee om die te klieven.

53:34Opdat de kinderen Israëls...

53:36Door het midden van de zee gaan op het droge.

53:39En opnieuw.

53:40Let daar eens goed op.

53:42Beloof de heren.

53:44Mozes.

53:45Dat hij het hart van de Egyptenaars zal verstokken.

53:50Opdat zij na hen in de rode zee gaan.

53:55En de heren spreekt.

53:57Is u voorgelezen.

53:58En ik zal.

54:00Verheerlijk worden aan faro.

54:02En aan al zijn heren.

54:03Aan zijn legers.

54:04Aan zijn wagens.

54:06En aan zijn ruiters.

54:07En zij zullen weten de Egyptenaars.

54:10Dat ik de heren ben.

54:12Wanneer ik verheerlijk zal worden aan faro.

54:15Aan zijn wagens.

54:17En aan zijn ruiters.

54:20Let goed op gemeente.

54:22Wat de heren nu vervolgens doet.

54:25Dat vind ik heel ontroerend.

54:28De engel gods.

54:29Dan ga je beschouwing houden.

54:31De engel gods.

54:33Dat is de heren Jezus Christus.

54:35Die daar.

54:36Voor zijn menselijke geboorte uit de maagd Maria.

54:40Een bepaalde gestalte aanneemt.

54:42Zo is het.

54:43De engel gods.

54:45Dat is de neerde Jezus Christus.

54:47Kijk eens.

54:48Die vertrekt zichtbaar in de wolkenlom van de spits.

54:53Naar de achterhoede.

54:55En stelt zich tussen het leger van de Egyptenaren.

55:00En het leger van Israël.

55:02Zie je het voor je?

55:03En nu.

55:04Nu begint een wol.

55:20En kijk eens, een tastbare duisternis heerst er nu tussen Egypte en Israël.

55:29Maar

55:31diezelfde wolk geeft aan de andere kant licht.

55:36Zodat voor Israël de nacht verandert in de dag.

55:42Zie je het?

55:43Voel je het?

55:45Daardoor gaat het volk Israël dus veel sneller vooruit dan de Egyptenaren.

55:51Die door die dikke, dichte duisternis langzaam, moeizaam verder kunnen gaan.

55:59En hier, geliefde, moest je dan denken, wordt de wolkenlom.

56:05Het beeld van hem, van wie Simeon geprofiteerd heeft.

56:10Deze wordt gezet tot een val en opstanding in Israël.

56:15En tot een teken dat wedersproken zal worden.

56:19Voor zijn kerk, voor zijn kinderen.

56:23Uiterste hoeksteen, zal Peter later zeggen.

56:28Uitverkoren en dierbaar.

56:30Maar voor de ongehoorzame, een steen des aanstoot.

56:36En een rots der ergernis.

56:38De Heere stelt zich dus op achter zijn volk.

56:42Met Ebit gesproken.

56:44Het lijkt alsof hij op een spoedige ondergang van de zijnen aandringt.

56:53De

56:54Heere drijft Israël als het ware het water in.

57:00Ja, die vijanden zullen nogmaals hun vreugde geschrijp.

57:06Wel hebben doen horen.

57:07Waar is God op wie jij bouwt het.

57:10En aan wie je zaak vertrouwt het.

57:12Hier ziet u het gemeente.

57:16Ervaar je het.

57:16Hier wordt het volk des heren.

57:20Alles uit de hand genomen.

57:23Dat is wat.

57:25Als een hulpeloos kind gaat het de zee in.

57:31De heren drijft het voort.

57:35En wat hen betreft.

57:37Angst, benauwdheid drijft het voort.

57:41Een wonderlijke mengeling.

57:44Voor het volk is het werkelijk een sterfenschang.

57:49Of niet?

57:50Jazeker.

57:51Jazeker.

57:52Israël moet sterven aan alle eigen weten en kunnen.

57:59En moet leren zich geheel en al over te geven.

58:05In de handen des heren.

58:08De eerste les in de woestijn.

58:13Gemeente, hier is de gang van Israël ook typisch.

58:18Voorbeeldig.

58:19Een voorbeeld, een afbeelding voor de kerk der eeuwen.

58:24Tussen haakjes leert elk kind des heren...

58:28dat het sterven aan eigen mogelijkheden en kunnen iets is.

58:36Wat toch al vrij spoedig op de leerschool van Christus geleerd wordt.

58:41En wat levenslang herhalings- en verdiepingsoefeningen zijn.

58:47Hoe groot is het.

58:50Als de Heer ons uit het diensthuis der zonden en des doods uitleidt.

58:56Ons als een goddeloze rechtvaardigt.

59:00Door het offeren bloed van Christus.

59:02En door zijn lieve geest ons onder zijn kinderen zet.

59:07Wat een blijdschap, wat een vrede.

59:10Maar wat gaat hij met ons vervolgens wegen van druk en kruis tegen vlees en bloed in.

59:19En daarom wie het van menselijke rekenkunde en redeneerkunde verwacht.

59:26Ja, die moet achter het woord C in onze tekst afhaken, afbreken.

59:33En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden der zee.

59:38En daarmee punt uit.

59:39Het einde van een volk.

59:42De jammerlijke en smadelijke ondergang van even oude beloften.

59:48Het lijkt voor Israël een gans afgesneden verloren zaak.

59:55Herkenbaar?

59:57Zoals zo vaak.

1:00:00Voor Gods kind.

1:00:02Alles uit.

1:00:05Lijkt te zijn.

1:00:07En er niets van Gods beloften terecht schijnt te komen.

1:00:15Dan wordt beleefd.

1:00:17U weg was in de zee.

1:00:19En uw pad in grote wateren.

1:00:22En uw voetstappen werden niet bekend.

1:00:28Maar

1:00:29onze tekstgemeente is nog niet helemaal uitgesproken.

1:00:33En daarom.

1:00:35Moeten wij maar niet te snel onze conclusies willen trekken.

1:00:39Wanneer het handelen van de heren voor ons zo vreemd is.

1:00:44Zo tegendraads.

1:00:47Waar wij reddeloos en radeloos.

1:00:53Verblind door het verdriet.

1:00:56En verlamd wellicht door angst en vrees een punt zetten.

1:01:01Maak de rechterhand des heren.

1:01:06Krachtige daden doet er een komma

1:01:10van.

1:01:11En voor hem is dat maar een handomdraai.

1:01:16Een kleinigheid.

1:01:18En dan gebeurt er een tweede wonder, gemeente.

1:01:22Let eens goed op.

1:01:23De jongeluiden, de meisjes, de jongens van de basisschool.

1:01:26Die kennen die geschiedenis aangrijpend.

1:01:28Altijd.

1:01:28Ook voor ouderen.

1:01:29Kijk eens.

1:01:30De heren

1:01:33neemt Mozes hand in zijn sterke rechterhand.

1:01:38Zodat Mozes zijn hand uitstrekt over de zee.

1:01:42Zie je hem doen?

1:01:43Zo.

1:01:44Zo deed de Heere.

1:01:47Dat heeft me getroffen.

1:01:48Zo deed de Heere.

1:01:50Niet Mozes.

1:01:52Zo deed de Heere.

1:01:54De

1:01:56zee weggaan door een sterke oostenwind.

1:02:00Die hele nacht door.

1:02:02En de Heere maakte de zee droog.

1:02:04En de water werden geklift.

1:02:08Het is daarom geliefde niet waar bijzonder troostvol.

1:02:13Dat er in onze tekst achter de zee niet een punt staat, maar een comma.

1:02:21Een comma.

1:02:23Het is een wonderlijk werk.

1:02:26Zeker niet geringer dan de uitocht uit Egypte zelf.

1:02:30Want in het midden van de zee is er voor het volk van God een pad.

1:02:36Een pad.

1:02:38En de kinderen is zelfs, kijk, daar gaan ze.

1:02:41Maar ga je mee?

1:02:43Zijn ingegaan in het midden van de zee op het droge.

1:02:48De

1:02:50heren, de heren doet ze winden waaien.

1:02:53En klief en scheurt de zee.

1:02:56Zodat Israël kan gaan over het nu door de heren zelf gebaande pad.

1:03:03Een pad, kijk eens.

1:03:06Tussen twee geweldige hoge watermuren door.

1:03:12In psalm 106 staat het zo.

1:03:15En hij de heren schold de Schelfzee.

1:03:18Zodat zij verdroogden.

1:03:20En hij deed hen wandelen door de afgronden als door een woestijn.

1:03:25Het is het pad des levens.

1:03:29Jawel.

1:03:30Aan beide zijden geflakkeerd door twee hoge watermuren.

1:03:35Zo boordevol van doodsdreiging.

1:03:39En de wateren waren hun muur aan hun rechter en aan hun linkerhand.

1:03:48Met Ebit gesproken.

1:03:50Als de Heere, de almachtige verbondsgod, zijn adem even zou inhouden.

1:04:01Maak de zin eens af.

1:04:04Zou de dood en verderf Gods volk overspoelen.

1:04:11Zo dicht is Israël bij de ondergang.

1:04:17Maar de Heere die het beloofd heeft.

1:04:21Ik zal voor u dan strijden.

1:04:24En gij zult stil zijn.

1:04:26Is ook getrouw en almachtig om het ook te doen.

1:04:31Daarom komt Israël erdoor.

1:04:36Droogvoets.

1:04:37Want de Heere gaat voor.

1:04:39En de Heere gaat mee.

1:04:40En daarom geliefde is Israël midden in de dood.

1:04:46Door het leven Gods omvangen.

1:04:49Dat is wat.

1:04:50Als dat wat open gaat voor je ziel.

1:04:53En je ligt voor de poorten van de eeuwigheid zoals er een van ons.

1:04:57En je mag door de heilige geest, door het geloof zien op de ark.

1:05:03Christus in het midden.

1:05:04Dan is de vreze des doods geweken.

1:05:06Dan ziet zo iemand niets anders dan Jezus alleen.

1:05:10Dan is sterven erg.

1:05:14Word

1:05:15er maar heilig jaloers op.

1:05:16Op de grote daden gods.

1:05:18Ook het komende geslacht en de nageslachten.

1:05:22Worden zo niet de rijkste lessen geleerd.

1:05:26Juist in de diepte.

1:05:29In de afgronden van het leven.

1:05:33Het is goed om er goed acht op te geven.

1:05:37Dat het de kinderen Israëls zijn die de zee ingaan.

1:05:45En die in de Rode Zee een pad vinden voor hun voeten.

1:05:49Want Israël is het volk dat uit Abraham, Isaac en Jacob is gesproten.

1:05:58Waaruit in de volheid destijds de Heer Jezus Christus zal geboren worden.

1:06:04En dat volk moet het nou helemaal toen en nu van zijn God en van zijn belof te hebben.

1:06:12Voor dat volk is dus de Rode Zee in de handensheren een middel tot hun behoud.

1:06:21En zou komen aan bij onze tweede gedachte, Egypte in de Rode Zee verdronken.

1:06:26O, hoe anders geliefden vergaten daarentegen het volk van Egypte.

1:06:32Als zij eraan komen, waar zijn ze gebleven?

1:06:35We zien ze niet meer op een gegeven moment.

1:06:37Ook zij willen het pad door de Rode Zee betrekken.

1:06:43Waarom niet?

1:06:44Moet toch kunnen?

1:06:46Als Israël het kan, waarom zij dan niet?

1:06:49Wat dat slavenvolk gelukt, dat moet hen toch zeker gelukken?

1:06:55En daar gaan zij ook de Rode Zee in.

1:06:59Zonder levend geloof.

1:07:01In bruut ongeloof en vijandschap tegen de Heer, de God van Israël.

1:07:06U voelt het, hè?

1:07:08Dat is een geweldig groot verschil.

1:07:12Israël gaat met de Heer de zeeën in zijn weg.

1:07:17Egypte zonder hem in vijandschap.

1:07:22Ja, maar intussen is dat wel een verschil van dag en nacht.

1:07:25Ja, van leven en dood.

1:07:27Ewig wel of eeuwig we.

1:07:30Waar voor Israël alles dient tot behoudenis.

1:07:34Daar dient voor de Egyptenaren alles tot een onherroepelijke ondergang.

1:07:42Aangrijpende geschiedenis.

1:07:44Voor de Egyptenaren zal namelijk de wind van de gunst des heren niet blijven waaien.

1:07:52Zij hebben niet de belofte van een veilig gaan over de bodem van de Rode Zee.

1:08:00In plaats van de gunst des heren hebben zij eeuw uit eeuw in zijn heilige toren wakker gemaakt.

1:08:09Ontstoken.

1:08:11Want als faro en zijn leger de Rode Zee ingaan, gemeente, let daar eens op.

1:08:16Verschrik de heren vanuit de vuurkolom het leger daar van de Egyptenaren.

1:08:23En dan staat er iets heel wonderlijks, jongelui.

1:08:25En hij de heren stiet, dat betekent de heren stoot door dat omweer.

1:08:31Door die majesteit van de heren met bliksem.

1:08:33De heren stoten de raderen, de wielen van hun strijdwagens weg.

1:08:40Nou en dan?

1:08:41Ja, een zakje weg.

1:08:44Dan kan je niet meer vooruit.

1:08:45Dan kom je compleet vast te zitten.

1:08:48Het as in het zand.

1:08:52Paniek, zodat ze tegen elkaar zeggen.

1:08:54Oh, laat ons vluchten van het aangezicht van Israël.

1:08:58Want de heren strijdt voor Israël.

1:09:01Dat moeten ze toch bekennen.

1:09:02In hun conscientie moeten ze toch erkennen dat niet.

1:09:08Is dat maar nou de Heere strijd voor zijn volk.

1:09:12Dat zeggen ze in ongeloof, maar ze moeten het erkennen.

1:09:16De Heere strijd voor Israël.

1:09:18Met andere woorden, nou is het verloren.

1:09:20Nu is ze definitief voor ons verloren.

1:09:25Daar voelen ze heel goed aan.

1:09:28En dan als het volk eruit is.

1:09:31De laatste eruit gegaan is.

1:09:34Dan zegt de Heer.

1:09:35Die het van begin tot het einde beheerst.

1:09:40Tegen Mozes.

1:09:41Mozes.

1:09:41Ze zijn er allemaal uit.

1:09:44Neem uw staf.

1:09:45Strek uw hand uit over de zee.

1:09:47Nu.

1:09:48Nou mag het.

1:09:49Dat de wateren.

1:09:51Wederkeren.

1:09:52Over de Egyptenaars.

1:09:53Over hun wagens.

1:09:55En over hun ruiters.

1:09:58De Rode Zee wordt daarom voor deze vijanden van God en zijn volk aangrijpend.

1:10:05Een waar water.

1:10:09Faro en zijn ruiters zinken jammerlijk weg in de woeste golven van de Rode Zee.

1:10:18Als de muur van water links en rechts zich over hen uitstort in alle majesteit en kracht.

1:10:28Er bleef niet één van hen over.

1:10:31Als

1:10:33bezegeling.

1:10:34Bekrachtiging.

1:10:35Van

1:10:37een langdurige tegenstand.

1:10:40En voortdurende verharding.

1:10:42Tegen de heren.

1:10:43De God van Israël.

1:10:45Gemeente.

1:10:46De heer is langmoedig.

1:10:48Dat betekent de heer heeft een groot geduld.

1:10:52Hij is traag tot toren.

1:10:55Maar snel.

1:10:57Om zijn genade en barmhartigheid in de Heerde Jezus Christus te bewijzen.

1:11:02Maar maak alsjeblieft geen misbruik van Gods langmoedigheid.

1:11:06Van Gods geduld.

1:11:08Daar komt ook een keer een eind aan.

1:11:11De Heer stelt er een grens aan.

1:11:13Men kan namelijk niet eindeloos blijven doorgaan.

1:11:18Om tegen Hem te zondigen.

1:11:20Op zijn hart te trappen.

1:11:21In zijn aangezicht te slaan.

1:11:23Zijn liefde te miskennen.

1:11:25Zijn heilige toren.

1:11:27Op te wekken.

1:11:29Komt het moment dat de Heer zegt.

1:11:32En nou is het uit.

1:11:35Ja.

1:11:36Dat is bijbels.

1:11:37Dat is de praktijk.

1:11:38Al zo samenvattend.

1:11:40Al zo op deze wijze verloste de Heer Israël.

1:11:44Aan die dag.

1:11:45Uit de hand der Egyptenaren.

1:11:47En Israël zag de Egyptenaren.

1:11:50Dood aan de oever van de zee.

1:11:52Wat een spraak.

1:11:56Ook zag Israël.

1:11:57De grote hand.

1:11:59Die de Heer aan de Egyptenaren bewezen had.

1:12:02Dat heeft me ook zo getroffen bij de voorbereiding.

1:12:05Ach, was het zomaar gebleven bij dat volk en bij ons volk.

1:12:10Nou staat er.

1:12:11En het volk vreesde de heren.

1:12:15En geloofde in de heren.

1:12:18En aan Mozes zijn knecht.

1:12:22Ach, was dat zomaar gebleven.

1:12:25O volk uit Abraham gesproten.

1:12:30Bij Israël is er dus blijdschap.

1:12:34En gejuich bij de Egyptenaren opnieuw geweem.

1:12:42Geliefde wat liggen ondergang en behoud.

1:12:45Hier toch heel dicht bij elkaar.

1:12:49Wat voor de een de weg ten leven is.

1:12:53Is voor de ander pad des doods.

1:12:57Ik moest denken aan Hebreeën 11 vers 29.

1:13:00Daar lezen wij.

1:13:01Door het geloof zijn de kinderen Israëls.

1:13:06De rode zee doorgegaan als door het droge.

1:13:10Het wil ik de Egyptenaars ook verzoekende zijn verdronken.

1:13:17Wie zich door de heren gewillig laat leiden door zijn woord en geest.

1:13:26Vindt behoud.

1:13:29Vindt zijn gunst.

1:13:31In Christus.

1:13:34Oneindig groot.

1:13:35Maar allen die zich tegen hem keren.

1:13:40Die ongehoorzaam zijn en blijven.

1:13:44En daarin doorgaan vinden de dood onherroepelijk.

1:13:50En daardoor eigen schuld.

1:13:53Gij hebt niet gewild.

1:13:57En zo komen we aan bij onze derde of laatste gedachte.

1:14:00Christus die onze rode zee is.

1:14:04Want onwillekeurig gemeente richten onze gedachten zich vanmorgen op de heilige doop.

1:14:13Het gaan door de Rode Zee is immers een beeld, een afbeelding van de Heilige Doop.

1:14:21Dat weet u, dat hoort u regelmatig als de kinderen gedoopt worden.

1:14:25In het gebed voor de Heilige Doop wordt gebeden, ontroerend, gij...

1:14:32Die de verstokte faro met al zijn volk in de rode zee verdronken hebt.

1:14:38En uw volk Israël droogvoets daardoor geleid.

1:14:42Doordat de doop beduid werd, afgebeeld werd, uitgebeeld werd.

1:14:49Ja, voor

1:14:51de een is de rode zee, de heilige doop, ten leven.

1:14:57En voor de ander ten dode.

1:14:59Geen automatisme, pas op.

1:15:03Hoe dan dominee?

1:15:04Nou kort en zakelijk, maar niet zonder liefde.

1:15:06Wel allen, mag ik het nou zo eens zeggen, die door ontdekkende genade.

1:15:12Ja, ontdekkende genade.

1:15:15De onreinigheid van hun zielen leren kennen.

1:15:19Die vuile bron van al hun manbedrijf.

1:15:23En die zich voor de hoge, heilige, rechtvaardige Godleden verootmoedigen.

1:15:28En hun reinigmaking en zaligheid buiten zichzelf.

1:15:33In het bloed van de Heerde Jezus Christus leerde zoeken en vinden.

1:15:38O, voor hen is Christus hun rode zee.

1:15:44Door welke zij gaan om de tyrannieën van Faro, dat is de duivel, te ontgaan en in te gaan.

1:15:53In het geestelijke land Canaan.

1:15:56Lees het thuis maar eens door, rustig.

1:15:58Ik citeer hier.

1:16:00Artikel 34 van de Nederlandse geloofbeleid.

1:16:05Is de moeite waard om dat thuis te lezen.

1:16:10Heb je ook een handvat om een gesprek op te gaan eventueel.

1:16:14Zij verdrinken niet in het water van de doop.

1:16:20Wie echter wel is gedoopt.

1:16:23En onderschat dat niet.

1:16:26Maar overschat de heilige doop ook niet.

1:16:28Wie echter wel is gedoopt.

1:16:30In de naam des vaders, des zonds en des heiligen geestes.

1:16:34Maar

1:16:37zijn vuile zondige hart.

1:16:39Niet aan Christus geeft.

1:16:43Om door hem.

1:16:46Zich als een zondaar en zondares.

1:16:49Met God te laten verzoenen.

1:16:52Door zijn bloed.

1:16:54Waarna het doopwater wijst.

1:16:57Die verdrinkt wel in het water.

1:17:02Van de heilige doop.

1:17:06Een kort uitstapje.

1:17:08Niet te lang.

1:17:10Terecht is er in ons gemeente.

1:17:16Een zekere schroom.

1:17:19Als het gaat over het deelnemen aan het heilige avondmaal.

1:17:24Hoewel.

1:17:25Ik ben niet gerust daarop.

1:17:28Maar ga ik niet op in.

1:17:30Maar langzamerhand kom ik tot de ontdekking.

1:17:33Dat dat bijna helemaal weg is.

1:17:36Maar goed, een gezonde schroom om aan het heiligavondmaal te gaan.

1:17:42Iedereen weet nog wel, ook in Oudorp.

1:17:45Ja, wacht even, daar stap je zo maar niet even naartoe.

1:17:47Er moet wel wat gebeurd zijn.

1:17:49Dan zijn we zondaar voor God geworden in beginsel.

1:17:52Dan hebben we Christus leren nodig krijgen en persoonlijk leren kennen.

1:17:56En dan, ja, doe dat op mijn gedachten eens.

1:17:59Hoe kun je anders de dood van de Heer Jezus gedenken als je hem niet kent?

1:18:03Als hij geen waarde gekregen heeft.

1:18:05Als hij niets kent.

1:18:06Nou, goed.

1:18:08Maar de heilige doop wordt die onder ons niet op een bepaalde wijze gruwelijk

1:18:16onderschat.

1:18:18En overschat.

1:18:19Dat is tegelijkertijd in onze tijd ook al naar gang.

1:18:22Nou ja, vooruit dominee.

1:18:24Ook vroeger voor de scheuring vaak meegemaakt.

1:18:26Dominee, zit nou toch niet te zeuren over...

1:18:30Twee keer naar de kerk gaan.

1:18:31En naar de christelijke school.

1:18:33En de christelijke opvoeding.

1:18:36Ik weet wel, die doop is geen automatisme.

1:18:39Maar dominee, niet zorgen.

1:18:41Doop dat kind nou maar.

1:18:42Want anders wordt mijn kind op school straks uitschuldigd.

1:18:46Jij bent niet gedoopt.

1:18:49Dus

1:18:51dan denkt men ergens.

1:18:54Kerkelijk geen enkele betrokkenheid vaak.

1:18:57Of heel minimaal.

1:18:58Maar ja, dat kind moet gedoopt worden.

1:19:01Bij de dominee Op het Hof.

1:19:02Die is hier gestaan.

1:19:04Dus in die lijn sta ik ook.

1:19:06In zoverre.

1:19:07Hij zegt.

1:19:08Ook al zouden de drie vier geslachten.

1:19:10Helemaal onkrekkelijk.

1:19:11Krachtens godsgenade verbond.

1:19:13Dopen wij toch wel de kinderen.

1:19:16En uiteraard geven we daar pastoraal onderwijs bij.

1:19:18Dat de doop geen automatisme is.

1:19:20Geen tovermiddel.

1:19:21Wat de doop vraagt.

1:19:23Om een wandel in de wegen des heren.

1:19:25Kort en bondig.

1:19:26Wij kunnen ons aan het heiligavondmaal.

1:19:30een oordeel eten en drinken.

1:19:33Een, hè?

1:19:34En als er geen bekering en geloof opvolgt...

1:19:37dan loopt dat uit op het eeuwige oordeel.

1:19:39Maar vergeten wij niet...

1:19:41wij kunnen ook in het doopwater verdrinken.

1:19:45Noach wordt ook aangehaald in doopformulieren.

1:19:49Lieve kinderen, de zonvloed die kwam.

1:19:52Noach heeft 120 jaar gepredikt.

1:19:55Ze hebben met hem uitgelachen.

1:19:57Gespot.

1:19:59Dwaas die je bent om een ark te bouwen.

1:20:01Maar de vloed kwam.

1:20:03En Noach en zijn acht zielen gingen naar binnen.

1:20:05En de heren sloot toe.

1:20:07Datzelfde water.

1:20:09Waarop die ark dreef.

1:20:10Een beeld van Christus en van de kerk.

1:20:12Was tot oordeel van alle ongelovige ongehoorzame mensen.

1:20:17Die gespot hadden met de heren.

1:20:20En met de prediker der gerechtigheid.

1:20:22En zijn omgekomen.

1:20:23De tekenen.

1:20:26Doop en avondmaal.

1:20:28Zijn dubbele tekenen.

1:20:30Aan de ene kant.

1:20:32Tot oordeel.

1:20:34En de andere kant.

1:20:35Tot bevrijding.

1:20:36Tot bevestiging.

1:20:38Het komt altijd aan op een persoonlijk levend geloof.

1:20:42De doop op zichzelf.

1:20:44Al is het een inzetting gods.

1:20:46Het avondmaal op zichzelf.

1:20:48Een inzetting van Christus voor zijn kerk.

1:20:51Op zichzelf maken de sacramenten ons niet zalig.

1:20:55Zijn tekenen.

1:20:57En zegelen en waartekenen.

1:21:00Van de beloften gods.

1:21:02Die in Christus Jezus.

1:21:04Ja en amen zijn.

1:21:05Ze vragen.

1:21:06Toop en heilig avondmaal.

1:21:08Verrachtig geloof.

1:21:10Verrachtige bekering.

1:21:11En wat de heren nou ook nog een keer.

1:21:14Zonder ons.

1:21:15Door zijn lieve dierbare geest.

1:21:17Wil wekken.

1:21:18Wil werken.

1:21:19En wil versterken.

1:21:21Dan maken wij een gelovig gebruik.

1:21:25Van de heilige doop.

1:21:27En van het heilig avondmaal.

1:21:30Tot ere van de ere.

1:21:32En tot bevestiging in het allerheiligst geloof.

1:21:35En tot een leven gedoopt.

1:21:38In de kinderlijke vrezen des heren.

1:21:47Er zijn tenslotte maar twee mogelijkheden.

1:21:50Voor Christus of tegen Christus.

1:21:52Een derde weg is er niet hoor.

1:21:53Dat is de brede weg.

1:21:56Nogmaals wie als een verloren en de doodschuldige zonder en zonderes zijn leven zoekt buiten zichzelf in Christus bloed.

1:22:07Weten dat

1:22:10er door zere gunst in het offeren bloed van de Heer Jezus een pad loopt.

1:22:17Het eeuwige onvergankelijke leven.

1:22:21Dat moet verkondigd worden.

1:22:24Geen zonde, dood, duivel, graf en hel.

1:22:29zal Gods kind van dat leven kunnen afhouden.

1:22:32Want Christus, die hun rode zee is, met

1:22:39wie ze zijn gekruisigd, gestorven, begraven en opgestaan en in de hemel gezet, even ze twee, is het leven van hun

1:22:51leven geworden.

1:22:54Ja, hun leven, zegt de apostel, is met Christus verborgen.

1:23:00In God.

1:23:02O Koolbrugge.

1:23:04Daar kan de duivel.

1:23:06De dood en de hel.

1:23:08Er niet een van Gods gekenden.

1:23:11Uit weg rukken.

1:23:12Zo vast ligt Gods kerk.

1:23:15In de doorboorde middelaars handen.

1:23:18Van haar borg en middelaar.

1:23:20Mijn kind.

1:23:21Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd.

1:23:24Uw muren zijn steeds voor mij.

1:23:27Dat is wat.

1:23:29Als je zo vast op.

1:23:30Christus mag liggen.

1:23:31Wat ben je dan een gelukkig mens?

1:23:35Onuitsprekelijk gelukkig.

1:23:41Daarom tegen de gelovigen zal Christus bloed niet getuigen of roepen om verraak.

1:23:49De wind van Gods heilige geest zal in haar en in zijn leven blijven waaien.

1:23:59Totdat de voet veilig mag worden gezet op de eeuwige...

1:24:05Van het hemelse kanaam.

1:24:10Maar wie het bloed van het lam veracht.

1:24:13Niet doen hoor.

1:24:14Zou het niet doen.

1:24:16En zich tegen de heren blijft keren.

1:24:19Hoe godsdienstig en vroom ook wellicht ingekleed.

1:24:24Van

1:24:27zijn hand zal God het bloed van zijn zoon eisen.

1:24:33Dan.

1:24:34Oh dan zal er niet langer.

1:24:38een weg zijn waarop uw voet veilig kan gaan.

1:24:42Maar dan zal de watervloed van Gods rechtvaardige toren...

1:24:48uw, jou en mijn leven wegvagen in eeuwige ondergang en verderf.

1:24:54Dat is wat.

1:24:55Want wie zal bestaan in dat heilige gericht?

1:25:01Paulus haalt deze geschiedenis aan...

1:25:04tot waarschuwing voor de gemeente van Korinthe.

1:25:07Waarvan alles aan de hand was.

1:25:10Je moet die eerste Korintherbrief maar eens lezen.

1:25:13En dan schrijft hij in het vermanende gedeelte van zijn brief 1 Korinther 10.

1:25:16Dat ze allen onder de wolk waren.

1:25:18En allen door de zee doorgegaan zijn.

1:25:22En allen in Mozes gedoopt zijn.

1:25:25In de wolk en in de zee.

1:25:29Maar in het meerdere deel van hen heeft God geen welgevallen gehad.

1:25:33Want ze zijn in de woestijn ter neder geslagen.

1:25:37En dan zegt de apostel als een vader in Christus.

1:25:40Hij heeft er niet eentje over hoor.

1:25:43Van die Corinthians voor het verderf.

1:25:45Als een vader in Christus.

1:25:46Zegt Paulus.

1:25:48En deze dingen zijn geschiet.

1:25:49O gemeente van Corinthe.

1:25:51O gemeente van Oudorp.

1:25:53Ons tot voorbeelden.

1:25:56Opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben.

1:26:02Gelijkerwijs.

1:26:02Als zij lust gaat hebben.

1:26:05Volk stond op om te eten.

1:26:07te drinken en te spelen.

1:26:09Vorig jaar waren we hier ook.

1:26:12En toen moest ik dat...

1:26:13Nee, ik moest niks.

1:26:14De kerkenraad is lief en hartelijk.

1:26:15Maar die vroeg het bewogen.

1:26:17Ik heb begrepen dat er weer een kermis is.

1:26:19Lieve kinderen, ga daar niet naartoe.

1:26:22Daar is de Heer niet.

1:26:25Dat doet hier een groot verdriet.

1:26:28Dat moet je niet doen.

1:26:29Luister naar papa en mama.

1:26:31Ga daar niet heen.

1:26:33Duivelse stinkherrie.

1:26:35Daar hoor je niet met een gedood voor.

1:26:37Of doe je de heren groot verdriet.

1:26:39En vraag op papa en mama.

1:26:41Die houden veel van jullie.

1:26:43Dat het gezellig thuis mag zijn.

1:26:44Je gaat ergens anders naartoe.

1:26:46Of we zoeken elkaar op.

1:26:47Maar zoek niet de plaatsen van de goddeloosheid op.

1:26:52Daar kun je niet sterven.

1:26:53Daar kun je de heren niet ontmoeten.

1:26:55En nogmaals.

1:26:55Daar doe je de heren verdriet mee.

1:26:57En ook al word je misschien wel getrokken.

1:27:01Om daar eens te gaan kijken.

1:27:03Doe het niet.

1:27:04Luister naar de heren en naar zijn moord.

1:27:06En luister naar papa en mama.

1:27:09En buig je voor de heren.

1:27:12En zie eens hoe goed en vriendelijk de Heer is voor degene die hem vrezen.

1:27:17Dan krijg je een vrede en een rust en een blijdschap in je hart.

1:27:22Die alle verstand te boven gaat.

1:27:24Dan zeg je weg wereld, weg schatten.

1:27:28Jij kunt niet bevatten hoe rijk ik wil ben.

1:27:31Ik heb alles verloren.

1:27:33Maar ik heb Jezus verkoren.

1:27:35Wiens eigen ik ben.

1:27:37En weer komt dat versje van Lederboer.

1:27:39In mijn hart.

1:27:41Zoekt Jezus veel.

1:27:44Zoekt Jezus vroeg.

1:27:46Wie Jezus heeft.

1:27:48Die heeft.

1:27:52Meer dan genoeg.

1:27:54Daarom.

1:27:54We eindigen.

1:27:55Heden.

1:27:56Als je dan denkt.

1:27:57Die arme brandinman.

1:27:59Hebben dat gelezen.

1:28:01Ik voel me jullie mee.

1:28:02Dat is een geweldige impuls.

1:28:05We denken aan zijn nabestaanden.

1:28:11Ook aan de man die in onschuld.

1:28:13Denk daar ook eens aan.

1:28:15Onze hadden er eigenlijk geen woorden voor.

1:28:20Draag ze maar op.

1:28:22Oké, probeer ze op te dragen.

1:28:24De troon der genade.

1:28:25Of de heer iets goeds voor de heerheid voort mag komen.

1:28:29Hij heeft nog steeds zijn arm met macht.

1:28:32En zijn rechterhand doet nog steeds groot vermogen.

1:28:35Echt hoor.

1:28:36Hij heeft geen lust op plagen.

1:28:37Hij plaagt de mensenkinderen niet van harte.

1:28:40Maar om ze naar zich toe te trekken.

1:28:43Daarom hoor ik de heren zeggen.

1:28:44Heden.

1:28:45Maar geen uitstelijden.

1:28:47Indien gij zijn stem hoort.

1:28:49Ach.

1:28:50Verhaard u dan toch niet langer.

1:28:52Gij verhaarde en verstokte zonder een zonderes.

1:28:55Maar laat u lijden.

1:28:58Door hem.

1:28:59Die wel geen lust heeft in de tood van de goddeloze.

1:29:03Maar daarin dat de goddeloze zich bekeert en leeft.

1:29:08Hij roept ons zo hartelijk, welmenend, lokkend en indringend toe vanmorgen.

1:29:15Met uitgebreide armen.

1:29:17Bent u naar mij toe.

1:29:20Word behouden.

1:29:22Alle geëinden der aarde.

1:29:24Want ik ben God.

1:29:26En niemand meer zeg.

1:29:29Jong en oud.

1:29:30Vraag dan naar den Heere en zijn sterkte.

1:29:35Naar hem die al uw heil bewerkte.

1:29:39Zoek dagelijks zijn aangezicht.

1:29:42Gedenkt aan hetgeen hij heeft verricht.

1:29:46Aan zijn door lucht te wonderdaan.

1:29:49En wilt zijn straffen gade slaan.

1:29:53Amen.

1:29:54Ja, amen.

1:29:56Wij gaan daarvan zingen.

1:29:58Upsalm 105, derde vers.

1:30:00Ik denk dat al onze kinderen dat kennen.

1:30:02Zing het maar eerbiedig mee.

1:30:04Vraag naar de Heren en zijne sterkte.

1:30:07105, vers 3.

1:30:08[GEZANG]

1:32:42Laat ons samen dank zeggen en bidden.

1:32:48Getrouwe ontvermer, vriendelijke beschermer.

1:32:56Vervul ons met eerbied, met ootmoed.

1:33:00Ook met een stille verwondering en een hartelijke dankzegging.

1:33:06Dat gij God en goed en groot zijt.

1:33:12Zegen de prediking van uw woord die in alle rust en stilte mocht uitgaan.

1:33:19Geef dat al predikende en al luisterende in de kerk en van waar we meegeluisterd hebben.

1:33:26Door uw heilige geest het ingedragen is.

1:33:31In zondagsharten van kleine, grote en ouderen.

1:33:35Als een dynamische kracht gods tot zaligheid.

1:33:39Om aan de ene kant altijd maar weer opnieuw alles wat van ons is.

1:33:43Onze ongerechtigheden.

1:33:46Onze eigen gerechtigheden.

1:33:47Op te blazen.

1:33:49Weg te doen.

1:33:50En om Christus en

1:33:54zijn gerechtigheid en heiligheid.

1:33:56En opstandingskracht en gehoorzaamheid te openbaren.

1:34:00Om ons waarlijk naar lichaam en ziel te verlaten.

1:34:05Restloos te leren verlaten.

1:34:07Op uw belofte woord.

1:34:10Al gaat u menigmaal zulke vreemde wegen.

1:34:15Door de totale onmogelijkheid heen.

1:34:19Nogthans zult u niet en nooit beschaamd doen uitkomen.

1:34:24En niet op deze wijze.

1:34:26Alleen van u den heren verwachten.

1:34:29Van wie de dichter mocht getuigen.

1:34:31Maar bij den heren heren.

1:34:34Zijn uitkomsten.

1:34:36Zelfs tegen de dood.

1:34:38God.

1:34:39Die helpt in nood.

1:34:41Is in Sion groot.

1:34:43Heb dank voor alles wat u gaf.

1:34:45Verzoen het onze.

1:34:47Zegen het uwe.

1:34:48Heilig ons in uw waarheid.

1:34:49En geef vanavond in de middelijke weg.

1:34:52Voor zover mogelijk.

1:34:53Dat we er alweer in getrouwheid zullen zijn.

1:34:56Om het vervolg te horen.

1:34:58van deze ontroerende, onderwijzende geschiedenis.

1:35:03We smeken het u om Jezus' wil.

1:35:06Amen.

1:35:08Onze slotsang zijn drie coupletten uit Psalm 136...

1:35:13die alles met de prediking te maken hebben.

1:35:16Maar organist, u zult mij niet kwalijk nemen als ik erbij zeg...

1:35:20ik zie toch wat jonge kinderen.

1:35:22En ik weet als opa dat al onze jonge kindertjes...

1:35:26als die naar de basisschool gaan...

1:35:29Waar ze ook wonen, die leren bijna allemaal ook het eerste versje.

1:35:33Loof de heren, want hij is goed.

1:35:36Loof hem met een blij gemoed.

1:35:38Want zijn gunst, al onverspreid, zal bestaan in eeuwigheid.

1:35:43Dus ik wil die vragen, organist.

1:35:45Begin met het eerste vers, 136 vers 1.

1:35:48En dan zingen we die drie korte versjes erachter na.

1:35:5113, 14 en 15.

1:35:52[GEZANG]

1:40:43Vangt dan nu de zegen des heren en gaat heen.

1:40:47In vrede.

1:40:48De genade van onze Heer Jezus Christus.

1:40:53En de liefde van God.

1:40:55En de gemeenschap van de Heilige Geest.

1:40:58Zij met u allen.

1:41:00Amen.

1:41:01[GEZANG]