Exodus 15: 13; Een lofzang op de grote daden des HEEREN

zondag 16 augustus 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. C.M. Buijs · 107 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:30Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren.

10:37Heren die de hemel en de aarde geschapen heeft.

10:42Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht.

10:47En die nooit laat varen de werken zijner handen.

10:52Amen.

10:54Genade zij u en vrede van hem die is en die was.

11:01En die komen zal.

11:02En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

11:07En van Jezus Christus.

11:10Die de getrouwe getuige is.

11:12De eerstgeborene uit de doden.

11:16En de overste van de koningen der aarde.

11:21Amen.

11:23Zetten we deze dienst voortgemeten door met elkaar te gaan zingen.

11:27Uit psalm 106.

11:30En nu het zevende vers.

11:32[GEZANG]

11:59Het zevende vers.

12:00U

12:01[GEZANG]

14:31vindt de schriftlezing gemeente voor dit avontuur.

14:36Opnieuw in het boek Exodus.

14:38Het volgende hoofdstuk.

14:40Hoofdstuk 15.

14:41De eerste 21 versen.

14:42Exodus 15.

14:45De eerste 21 versen.

14:49Nog vooraf doen wij in gemeenschap met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis van ons algemeen.

14:57En ongetwijfeld christelijk geloof.

14:59En wel met de woorden van de geloofsbeleidenis van Nicea.

15:04Daarna zingen wij uit Psalm 136, het zestiende vers.

15:09Die zijn volk als beide hand leidde door woestijn en zand.

15:17Want zijn gunst, al omverspreid, zal bestaan in eeuwigheid.

15:24Psalm 136.

15:26Vers 16.

15:27En iedere van u spreken nu met mij in zijn en in haar hart al dus.

15:33Ik geloof in één God.

15:36Den almachtige Vader, Schepper des hemels en der aarde.

15:43Allerzienlijke en onzienlijke dingen.

15:47En in één Heer Jezus Christus.

15:50De enig geboren Zoon van God.

15:54Geboren.

15:55Uit de Vader.

15:56Voor alle eeuwen.

15:58God uit God.

16:01Licht uit licht.

16:04Waarachtig God uit waarachtig God.

16:07Geboren.

16:08Niet gemaakt.

16:10Van hetzelfde wezen met de Vader.

16:13Door wie alle dingen gemaakt zijn.

16:17Die om ons mensen.

16:19En om onze zaligheid is nedergekomen uit de hemel.

16:25En vlees is geworden van de heilige geest uit de maagd Maria.

16:31En een mens geworden is.

16:34Ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus geleden heeft.

16:40En begraven is.

16:41En ten derde dagen opgestaan is naar de schriften.

16:46En opgevaar is ten hemel.

16:49Zit de rechterhand des vaders.

16:51En zal wederkomen met heerlijkheid.

16:55Om te oordelen de levenden en de doden.

16:59Wiens rijk geen einde zal hebben.

17:02En in de heilige geest.

17:05Die heren is en levend maakt.

17:08Die van de vader en de zoon uitgaat.

17:11Die tezamen met de vader en de zoon.

17:16Aangebeden en verheerlijkd wordt.

17:19Die gesproken heeft door de profeten.

17:22En één.

17:24heilige, algemene en apostolische kerk.

17:29Ik beleid eendoop tot vergeving der zonden.

17:34En ik verwacht de opstanding der doden en het leven der toekomende eeuw.

17:44Amen.

17:45[GEZANG]

19:00En daar luidt het heilig en onfeilbaar woord des heren als volgt.

19:05[GEZANG]

19:28En hij is mij tot een heil geweest.

19:31Deze is mijn God.

19:34Daarom zal ik hem een liefdelijke woning maken.

19:38Hij is mijn vaders God.

19:41Die zal ik hem verheffen.

19:44De Heere is een krijgsman.

19:47Heere is zijn naam.

19:50Hij heeft faro's wagens en zijn heer in de zee geworpen.

19:54En de keur...

19:56Zijn er hoofdlieden, zijn verdronken in de Schelfzee.

20:00De afgronden hebben hen bedekt.

20:04Ze zijn in de diepten gezonken als een steen.

20:08O heren, uw rechterhand is verheerlijk geworden in macht.

20:13Uw rechterhand, o heren, heeft de vijand verbroken.

20:18En door uw grote hoogheid hebt gij niet tegen u opstonden.

20:25[GEZANG]

20:46De afgronden zijn stijf geworden in het hart der zee.

20:51De vijand zeide ik zal vervolgen.

20:56Ik zal achterhalen.

20:57Ik zal de bui delen.

21:00Mijn ziel zal van hen vervuld worden.

21:03Ik zal mijn zwaard uittrekken.

21:06Mijn hand zal hen uitroeien.

21:09Gij hebt met uw wind geblazen.

21:14De zee heeft hen gedekt.

21:17Ze zonken onder als lood in geweldige wateren.

21:21O heren.

21:23Wie is als gij onder de goden?

21:26Wie is als gij verheerlijkt in heiligheid?

21:31Vreselijk in lofzangen doen de wonder?

21:36Gij hebt uw rechterhand uitgestrekt.

21:39De aarde heeft hen verslonden.

21:43Gij leidt het door uw weldadigheid.

21:46Dit volk dat gij verlost hebt.

21:50Gij voert een zacht kunst.

21:53Door uw sterkte tot de liefdelijke woning uw heiligheid.

21:59De volken hebben het gehoord.

22:03Ze zullen sidderen.

22:04Wedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.

22:09Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen.

22:14Beving zal de machtigen der Moabieten bevangen.

22:20Al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten.

22:25Verschrikking en vrees zal op hen vallen.

22:29Door de grootheid van uw arm zullen zij verstommen als een steen.

22:34Totdat uw volk, heren, henen doorkomen.

22:40Totdat dit volk henen doorkomen.

22:43Dat gij verworven hebt.

22:45Die zult gij inbrengen.

22:49En planten hen op de berg uw erfenis.

22:53Ter plaatse, welke gij, o heren, gemaakt hebt tot uw woning.

22:59Het heiligdom, het welk uw handen gesticht hebben, o heren.

23:05De heren zal in eeuwigheid en geduurlijk regeren.

23:12Want Faro's paard met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen.

23:19En de Heere heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren.

23:24Maar de kinderen Israëls zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.

23:34En Mirjam, de profetesse, Aaron's zuster, nam een trommel in haar hand.

23:41En al de vrouwen gingen uit haar na met trommels en met rijen.

23:49Toen antwoordde Mirjam hun lieden.

23:52Zingt den Heren.

23:54Want hij is hooggeluk verheven.

23:57Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort.

24:03Tot zover de lezing uit de Heilige Schrift.

24:07Laten we nu samen het aangezicht des Heren gaan zoeken.

24:10Om hem te gaan bidden.

24:12Om de leiding van zijn Heilige Geest.

24:17Laat ons samen.

24:24Heren, almachtige en eeuwige God.

24:28Ook aan de avond van deze, uw heilige dag.

24:33Waarop u ons voor de eerste maal, maar de meeste mogen er zijn voor de tweede maal, genodigd hebt.

24:41Heb dank dat u een zodanige gezondheid, genegenheid en gelegenheid geeft.

24:48Dat we als gemeente naar uw naam genoemd.

24:52Ook in het avonduur.

24:54In

24:57dit uw bedenhuis bijeen mogen zijn.

25:00Want terecht

25:03is het opgemerkt door Calvin.

25:05De

25:07prediking van uw woord.

25:09De bediening der verzoening.

25:10Het middel door u van eeuwigheid uitgedacht.

25:15Om zondaren, gevallen adamskinderen, weglopers, deceteurs op te zoeken.

25:22Te sterk te worden.

25:26U zelf van hen te openbaren in de zoon van uw eeuwige liefde.

25:30Dat doet u bij voorkeur door middel van de dwaasheid der prediking.

25:37De werkplaats van de heilige geest.

25:40En geef ons dat diepe levende besef als voorganger, als kerkganger en luisteraar.

25:46Dat nu alle dingen gereed zijn, maar...

25:51O, als u uw heilige geest ons onthoudt in de opening van het woord.

25:58En in het spreken.

26:00Dan blijft het alles op papier wel rechtzinnig.

26:06En degelijk.

26:07En bijbels maar zo koud.

26:10Dan wordt het leven gods gemist.

26:13En hier als we nou één ding nodig hebben.

26:16Dat is de bediening en de bedouwing van de heilige geest.

26:21Van wie wij in die ontroerende diepe rijke beleidnis van geloof van Nicaea mochten beleiden.

26:28Dat uw o God de heilige geest niet zomaar een losse kracht van u is.

26:33Maar een persoon met personele eigenschappen.

26:37Gelijkwaardig aan uw o God de vader en de zoon.

26:39Ja zeg onze vaderen na diepgaand graven in uw woord.

26:44Dat hij heren is en levend maakt.

26:48O kom dan o God de heilige geest.

26:51Ook hedenavond hier in Oudorp en in heel Nederland.

26:55Onder Israël, onder alle de volken.

26:57Kom, o God, de heilige geest van de vier windstreken der aarde.

27:02En paar uzelf hedenavond in uw zaligmakende bediening.

27:07Aan het woord der prediking.

27:09Op dat doden, geestelijk doden zullen horen.

27:14De stem van de zonen gods.

27:17En die die stem gehoord hebben.

27:19Die zullen leven.

27:21Heren.

27:21Dat is toch uw welbehagen.

27:23Dat is toch uw liefste werk.

27:25Zo hebt gij toch uzelf geopenbaard.

27:28Dat u dat heilgeheim wat u uitgedacht hebt.

27:32Van eeuwigheid.

27:33In Christus.

27:34Dat u zelf voor de vrucht zal zorgen.

27:37En daarom zegt u het.

27:39Predik het woord.

27:40Houd aan.

27:41Tijdig en ontijdig.

27:43Zoals de ouderling van dienst.

27:46Ootmoedig bad.

27:48Werp het net aan de rechterzijde.

27:51O Heer dan kunt u het nooit doen om iets van ons.

27:54Geef ons altijd maar weer dat grondige levende besef.

27:57Als voorganger en kerkganger.

27:59Dan kunnen wij in onszelf aangemerkt nooit voor u bestaan.

28:04Ook na ontvangen genade.

28:05Niet dan klaagt alles ons aan.

28:08Maar schenkt dan door diezelfde geest.

28:11Dat afzien van onszelf.

28:13Dat opzien om een nogthans van u de heren te verwachten.

28:17Die niet en nooit beschaamd zal doen uitkomen.

28:20Die hopend op u wachten.

28:23Die geeft u voor het eerst ook bij vernieuwing en verdieping nieuwe moed.

28:27En nieuwe krachten.

28:29Want u doet het gelukkig nooit om iets van een mens.

28:32Ook niet om Israël.

28:33Maar om de verheerlijking van uw eigen naam.

28:37En daarom bidden we van u heren.

28:39Kom in ons midden.

28:41Als een die dient.

28:42Open ons hart voor uw woord.

28:45En uw woord voor ons hart.

28:47Spreek naar ons hart.

28:49Woorden der zaligheid.

28:51Mag er voedsel zijn voor alle hongerige.

28:55Drank voor alle dorstige.

28:58Versterk zo hetgeen gij hebt gewrocht.

29:00Breng zelf naderbij die van verre staan.

29:03Die zich wegschamen voor uw aangezicht.

29:06Zoveel kwaad tegen zo'n goeddoend God bedreven.

29:11Die hun ogen niet durven opwaarts te heffen naar hem hoofd.

29:14Maar het niet na kunnen laten met die tollenaar achter hem.

29:17O God, wees mij de zon daar genadig.

29:20Heren, trek ze vanavond eens met de code van uw liefde.

29:24Op dat zin het afzien van zichzelf.

29:27Mogen zien op de gekruisigde Christus.

29:31Op het bloed der verzoening.

29:34Dat daar druppelt op de hartende toehoorders.

29:37En dat betere dingen spreekt.

29:40Dan het bloed van Abel de rechtvaardige.

29:43Mogen we nogmaals de ganse gemeente hartelijk aan u opdragen.

29:48De namen die vanmorgen genoemd zijn.

29:51Zieken, rouwdragenden.

29:54Zij die liggen voor de poort van de eeuwigheid met een verlangen.

29:58Heren, wanneer komt u mij halen?

30:02Wanneer zult gij mijn bondschot tot mijn komen?

30:05Sterk haar, haar man.

30:08En de ganse familie kom erin mee, heren, op dat uit dit ziekbed en sterrenbed, waarin goed en groot van u gesproken mag worden, het nageslacht

30:20zijn hoop zou leren om een verwachting te stellen op u, de levende God, die zo'n dienenswaardige God is, zo'n prijzenswaardige

30:33God, met wie te leven is.

30:36Maar met wie ook te sterven is.

30:39Heren, gedenk ook door meneer Van der Kamp en zijn vrouw.

30:44Voornamen dat hij deze week hoopt in te pakken in.

30:49Op heusend einde van de week hopen ze over te komen.

30:53Er zal ook best heel wat door hen heen gaan.

30:56Daar op te breken.

30:57U zegt het.

30:58Maak uw gereedschap van vertrek.

31:00En hij wist ook niet dat u deze bedoeling daarmee had.

31:04Maar schenk hem ook alles wat nodig is.

31:06Ook aan zijn vrouw wat daarin nodig is.

31:09Help ze in de verhuizing.

31:11En mag hier ook een hartelijke ontvangst zijn.

31:16Heren, mogen we klein worden onder uw weldadigheid.

31:20En trouw dat u opnieuw Oudorp niet overgegeven hebt in het goeddunken van haar eigen boze dwazen hart.

31:30Het zou wel rechtvaardig geweest zijn.

31:32Dat ge betond hebt dat

31:36u opnieuw op uw tijd en wijze dwars door alles heen.

31:41En u weet het precies.

31:44Een nieuwe header en leraar.

31:46Geroepen, gewillig gemaakt en gezonden hebt.

31:50Want u zegt tegen de ene kom en hij komt.

31:54En tegen de andere gaat en hij gaat.

31:56Maak er ons heel klein onder.

32:00Op dat onze verwachting met het oog op de tijd dat hij hier hoopt te dienen in uw naam, in uw kracht.

32:07Dat werkelijk zijn en de hulp van de gemeente niet zou zijn van een mens, maar van uw levende God.

32:15Die het nogthans behaagt om door mensjes, Adams kinderen uit de stof verheven uw woord te verkondigen.

32:23Zegen zijn bediening hier door de kracht van uw heilige geest.

32:28tot verheerlijking van uw naam, tot uitbreiding van jong en oud, tot bevestiging van hen die u mogen kennen en kindelijk mogen vrezen, opdat gij in alles

32:41de lof, de eer en de aanbidding zout ontvangen.

32:45Heren, God der Heerscharen, hoor ons gebed, om dienst wil, die nou met u en de Heilige Geest, een ene God, leeft en regeert.

32:58Tot in alle eeuwigheid.

32:59Amen.

33:02Gemeente, wij gaan zingen ter voorbereiding op de prediking.

33:05Uit psalm 77.

33:08De verse 9, 10 en 11.

33:12Ondertussen krijgt u gelegenheid uw gaven te gaan geven.

33:15De eerste collecte bestemt voor de diakonie.

33:18De tweede voor de kerk Voogdij.

33:20En de derde voor Aflossingkerk.

33:23Alle drie de collectors worden zeer hartelijk in die milddadigheid aanbevolen.

33:28De heren zegenen u en u gaven.

33:31En wij zingen terwijl er gecollecteerd wordt.

33:34Psalm 77, allereerst het negende vers.

33:38Door uw arm en alvermogen hebt gij Israël uitgetogen.

33:43Jacob's kinderen, Jozef's zaad, vrijgemaakt van faro's haat.

33:50En ook het tiende.

33:51Dikke wolken, grote water, hoger zwerk, gafelgeklater.

33:57En ook het elfde, de aarde, sloeg van schrik aan het beven.

34:02Toen Zulangjipat zag streven, zeeën grote waters door, in het nooit ontdekte spoor.

34:12En wat daar verder volgt in de versen 9, 10 en 11 van psalm 77.

34:18[GEZANG]

42:28U vindt de tekst voor de prediking voor dit avonduur in het u voorgelezen schriftgedeelte Exodus 15 met name het dertiende

42:40vers.

42:41Exodus 15 vers 13 waar Gods woord en onze kerntekst voor dit avonduur als volg luidt.

42:58Dat gij verlost hebt.

43:01Gij voert een zacht kunst.

43:05Door uw sterkte.

43:08Tot de liefdelijke woning.

43:10Uw heiligheid.

43:13Tot zover de lezing van onze tekst.

43:18Schrijven boven de prediking.

43:20Een lofzang.

43:22Op de grote daden des heren.

43:28Ten eerste verlossing.

43:32Ten tweede leiding.

43:35En ten derde bestemming.

43:39Een lofzang op de grote daden des heren.

43:46Wij staan achter een volgend stil bij verlossing, leiding en bestemming.

43:55Gemeente van Oudorp.

43:58Vanmorgen niet waar.

44:00Waren wij getuigen dat de heren zijn volk Israël droogvoets door de Rode Zee leidde.

44:10En de verstokte faro met al zijn volk in de Rode Zee deed verdrinken.

44:19Aangrijpend.

44:20We zagen dat het gaan door de Rode Zee een beeld is van de heilige doop.

44:28Weet u het nog?

44:29Voor het volk Israël was de Rode Zee ten leven.

44:33Maar voor het volk van Egypte, dat ongeloof in opstand en vijandschap tegen de heren het pad bewandelde, wat hij voor zijn volk bereid had, de Rode Zee was

44:46voor hem ten dode tot een eeuwige ondergaan.

44:50Voor Gods volk is Christus hun Rode Zee.

44:56Door welke zij ingaan.

44:58Om de tyrannieën van Faro, dat is van de duivel, te ontgaan.

45:04En in te gaan in het geestelijke land Kanaan.

45:08Dus artikel 34 van onze Nederlandse geloofsbeleid.

45:13Wellicht hebt u thuis naar de dienst van vanmorgen rustig is doorgelezen.

45:19Wel nu dan, in het gedeelte wat vanavond u voorgelezen is.

45:26Horen wij een lofzang op de grote daden des Heren.

45:32Na deze korte samenvatting en inleiding zijn we aangekomen bij onze eerste gedachte, verlossing.

45:40Volkgemeente, onder leiding van Mozes, de opperzangmeester, zingt dit volk dat gij verlost hebt.

45:52Hoort u dat?

45:53De Heren.

45:55De ik zal zijn die ik zijn zal.

45:58Die zo getrouw is als sterk.

46:00Hij heeft zijn volk verlost.

46:04Mag ik dat nog eens in wat grote lijnen naar voren brengen?

46:10Dan moeten we altijd terug gaan naar Egypte.

46:12We waren verlost uit

46:15Egypte, uit het diensthuis.

46:18Verlost uit de ijzeroven van Egypte.

46:23Verlost.

46:24van de Egyptische slavendrijvers.

46:26Niet minder dan tien plagen waren nodig...

46:31eer dat Farao het volk liet vertrekken uit Egypte.

46:36En daar gaan ze, schuilend achter het bloed van het paaslam.

46:42Ook het bondsvolk was alleen veilig...

46:46achter het bloed van het geslachtelam.

46:50De Heer sprak, als ik het bloed zie, zal ik voorbij gaan.

46:54Dat zegt hij nog, als je dat bloed ziet wat de Heere Jezus als lam gods gestort heeft op het kruis.

47:00Maar noodzakelijk is ook de toepassing daarvan aan ons schuldige, mijn laatste hart aan ons hart.

47:07Als de Heere door toerekening en toepassing dat bloed ziet, gaat de verderfengel voorbij.

47:15Paaslam hebben ze gegeten en kijk eens, vol goede moed, met een rijstok in haar hand verlaten ze.

47:23Egypte.

47:24En gaan de woestijn in op weg naar het beloofde land, Canaan.

47:29Vanmorgen zeiden we niet waar.

47:31De Heer is een wijs pedagoog.

47:34Hij leidt niet op de kortste weg naar Canaan.

47:38Binnen een paar dagen zouden zij geweest zijn.

47:41Heel wijze, pedagogische, opvoedkundige redenen heeft de Heer om zijn volk om te leiden.

47:51Om ze te beproeven of ze volstandig in zijn wegen zouden gaan.

47:55En in deze rechte weg.

47:56Dus heren, zo zagen wij vanmorgen.

47:58Ja, komen ze uit in een doodlopende weg.

48:02Wat het volk begaat naar de zee.

48:04Maar dan het wonder.

48:06God baande.

48:08Door de woestebare en brede stromen onze pad.

48:12Die grote en heerlijke verlossing.

48:17Was zijn werk.

48:18En daarom zal hij.

48:20Daarom.

48:21Er ook alleen de eer van ontvangen.

48:25Daar rees zijn lof op stem en snaren.

48:29Nadat hij ons beveiligd had.

48:31Toen zong Mozes.

48:33Toen.

48:34Wanneer was dat?

48:37Niet te vroeg.

48:39Ook niet te laat.

48:41Precies op tijd.

48:43Op Gods tijd.

48:45Dat is altijd de beste tijd.

48:46Op de morgen van de grote verlossing.

48:50Toen Israël de Egyptenaren dood.

48:54Aan de oever van de Rode Zee lag Ton.

48:58Zong Mozes.

49:00En de kinderen Israëls.

49:02Schrik niet.

49:03Dat zijn alleen de mannen.

49:05De heren.

49:07Dit lied.

49:09600.000 mannen.

49:14Samen heffen het gezang van de overwinning aan.

49:18Over een mannenkoor gesproken.

49:21Wat zal er toen gezongen zijn?

49:23600.000 mannen.

49:26Wat zal dat geklonken hebben?

49:29Onder leiding van de inwendige opperzangmeester en leermeester God de Heilige Geest.

49:35Ik zal de heren zingen, want hij is hooglijk verheven.

49:39Paard en zijn ruiter heeft hij in de zee geworpen.

49:46In heel deze lofzang horen wij de taal van een verlost volk.

49:53Dat op hoge en waardige toon hem prijst.

49:57Die het verlost heeft.

49:59Hoor maar.

50:00De Heere is mijn kracht en lied.

50:03En hij is mij tot een heil geweest.

50:07Deze is mijn God.

50:10Daarom zal ik hem een lieflijke woning maken.

50:14Hij is mijn vaders God.

50:17Daarom zal ik hem verheffen.

50:20De Heere is een krijgsman.

50:22Heer is zijn naam.

50:24O heren, uw rechterhand is verheerlijk geworden in macht.

50:29Uw rechterhand, o heer, heeft de vijand verbroken.

50:34En door uw grote hoogheid hebt gij die tegen uw opstondende Egyptenaars omgeworpen.

50:42Gij hebt uw brandende toren uitgezonden die hen verteerd heeft als een stoppel.

50:50Dat is wat.

50:52En door het geblaas van uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden.

50:57De stromen hebben overeind gestaan als een machtige hoop.

51:02De afgronden zijn stijf geworden in het hart van de zee.

51:07En

51:08de vijand, Egypte, zei ondertussen handen wrijvend.

51:12Ik zal vervolgen.

51:13Ik zal achterhalen.

51:15Ik zal de bui delen.

51:17Mijn ziel.

51:18Zal van hen vervuld worden.

51:20Ik zal mijn zwaard uittrekken.

51:22Mijn hand zal hen uitroeien.

51:24Ja, ja.

51:25Maar ze vergeten één ding.

51:27Dat de Heer er leeft.

51:28En dat de Heer er regeert.

51:29En dat de Heer er strijdt voor zijn volk.

51:31En dat zijn geduld nu ten einde is.

51:36Gij.

51:38Gij, Heer, hebt met die wind geblazen.

51:41De zee heeft hen gedekt.

51:44Ze zijn gezonken onder als lood in geweldige wateren.

51:50En dan komt het weer helemaal op.

51:51O heren, wie is als gij onder de goden?

51:55Wie is als gij verheerlijk in lofzangendoende wonder?

52:00En weer, gij hebt uw rechterhand uitgestrekt.

52:04De aarde heeft hen verslonden.

52:06Gij leidt het door uw weldade.

52:10Gij dit volk dat gij verlost hebt.

52:13Gij voert een zacht kunst door uw sterkte tot de liefdelijke woning.

52:20Uw heiligheid.

52:21De Heere zal in eeuwigheid.

52:24En geduurlijk regeren.

52:27Gemeente.

52:28Deze machtige lofzang.

52:31Boordevol.

52:32Van de grote.

52:34Heilsdaden gods.

52:37Onthoud dat eens.

52:38Dat is als het ware de grondslag.

52:40Het fundament.

52:42Van de theologie.

52:44Van de God van Israël.

52:46Op geregelde momenten.

52:48In de heilige schrift.

52:51Altijd op teruggegrepen.

52:53In dagen van verval enzovoort.

52:56Dat de Heer de levende God is.

52:58Die zijn volk uit Egypte, uit het diensthuis uitgeleid heeft.

53:02Door de Rode Zee.

53:04Door de woestijn.

53:05Over de Jordaan.

53:07Dat die historische heilsdaden Gods.

53:13Daar rust het levende geloof op.

53:17Toen en nu.

53:19Al leven wij in een rijkere bedeling.

53:22Nu Christus uit dat volk verhoogd is.

53:25En zit aan de rechterhand van zijn vader.

53:30En nog iets.

53:32Deze lofzang van dit mannenkoor.

53:36Dat wordt ook nog eens een keer beantwoord.

53:39Door spontaan een beurtzang van de vrouwen.

53:44Onder leiding van Mirjam.

53:45Die kennen jullie jongens en meisjes.

53:47Ik zie het aan je gezicht.

53:48Ja, Mirjam.

53:49Die ken jij, lieve jongen.

53:51De zuster van Mozes en Aaron.

53:54Precies.

53:55Er

53:57staat ergens in het woord.

53:59Ze zingen bij beurten.

54:00Dat is een gevleugelde uitdrukking.

54:03Ook in het leven des geloofs.

54:05Ook in het gezelschapsleven.

54:08Ze zingen bij beurten.

54:11Dat zie je hier.

54:13Het ene kootje maakt het andere wakker.

54:16Daar gaat samenstemming vanuit.

54:20Samenbinding.

54:21Dat geeft vereniging.

54:23Aansluiting.

54:25Mirjam.

54:26De geest gods en profetessen was ze, pas op, begenadigde vrouw.

54:31De geest gods wordt ook vaardig over haar.

54:33Ze gaat profiteren, goed en groot van de heren spreken.

54:36En alle meisjes en vrouwen worden daarbij ingeschakeld.

54:41En onder begeleiding van trommels en rijen zingen al de vrouwen dit machtige refrein.

54:49Als antwoord op dat machtige mannenkoor.

54:52Wat bezingt de grote daden gods.

54:55Het vrouwenkoor zingt als antwoord daarop.

54:58Zing den heren.

54:59Want hij is hooglijk verheven.

55:02Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort.

55:07Hoe zal dat geklonken hebben?

55:09Wat zal daarvoor uitgegaan zijn onder de volken?

55:12Ik moest er opnieuw aan denken toen ik het u voorlas.

55:16Er is een machtige tuigenis uitgegaan, ook aan de heidense volkeren daar.

55:21Zou Raghab, de hoer, kind

55:27van God geworden?

55:29Moet je eens lezen wat een getuigenis die Raghab geeft.

55:32Alsof ze het, ja dat heeft ze gehoord.

55:33Dat is bij haar naar binnen gegaan.

55:36Dat heeft bij haar geleid tot...

55:39Vernieuwing van haar hart tot bekering, tot geloof in de God van Israël.

55:43Hoe Raghab hoog opgeeft van de grote daden gods.

55:47Daar gingen machtige spraken van uit.

55:51Niet te bevatten.

55:54Toen, ja, toen had gans Israël juichenstof.

56:00Toen, toen geloofden ze aan Gods woorden.

56:05Toen zong al het volk.

56:09Des hoogste lof.

56:12En weer zeggen wij nu om daar boven te staan.

56:14Heren breng ons onder.

56:16Was dat zomaar gebleven.

56:18O volk van God.

56:21En misschien dat Gods kind vanavond zegt.

56:23Was dat ook maar zo gebleven in mijn hart en leven.

56:26Toen was mij beter dan nu.

56:29Waar ben ik nou toch in terecht gekomen.

56:31In een afgezakte toestand.

56:33De aarde flessen gelijk.

56:37Maar goed we gaan door.

56:38Zo is Israël door de heren verlost.

56:42En zo worden nog heden ten dagen allen verlost.

56:47Die bij Israël worden ingelijfd.

56:50Door een waar en levend geloof.

56:54In de Heer Jezus Christus die uit dat volk verhoogd is.

56:58En gekomen is in de volheid des tijds.

57:02Want van nature gemeente zitten we allemaal in Egypte.

57:07In de slavernij der zonden des doods.

57:12Zijn we al een onderdanen van die helse faro, de vorst der duisternis.

57:18En onze grootste ellende is dat wij die dienst helemaal niet als een drukkende dienst en last ervaren.

57:26Integendeel, we voelen ons zo vrij als een vogel in de lucht en een vis in het water.

57:32Totdat de heilige geest, en echt buiten altijd voor het woord, het ons laat zien en doet gevoelen in ons hart.

57:43Dat wij slaven zijn van de duivelen van de zonde.

57:47Dat we alleen maar leven en werken ten diepste voor onszelf, voor het hier en nu, het horizontale.

57:55En dat wij ten ene maal onmachtig en onwillig zijn om onszelf uit die slavernij te verlossen.

58:06Dan gaan wij door de bediening van de Heilige Geest die u dat leert en die jou dat leert.

58:13Net als Israël in Egypte roepen vanuit die harde dienst, vanuit die knellende banden tot de heren.

58:24En wat een wondergeliefde, niet waar, als de heren dat noodgeschrij, wat zijn eigen werk is, hoort en denkt aan zijn verbond met Abram, Isaac en Jacob.

58:37En hij ziet ons aan en kent ons.

58:40Dat is kennen in ontfermende liefde.

58:43En hij verlost ons vervolgens.

58:46Uit het diensthuis der zonden en des doods.

58:49En dat alleen op grond van het bloed van het lam gods.

58:54Gestort op het kruis.

58:56Toegepast door de heilige geest aan ons hart.

58:59Tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

59:03En tegelijkertijd tot een dagelijkse vernieuwing van ons leven.

59:09Totdat wij eindelijk.

59:12Onder de gemeente der uitverkorenen.

59:16In het eeuwige leven.

59:19Onbevlekt.

59:20Zullen gesteld worden.

59:22Dat is wat.

59:22Als

59:24dat open gaat voor je ziel.

59:26Open gelegd wordt.

59:28Door de bediening van de heilige geest.

59:33Dan zit hier bij mijn ziel met een verwonderend oog.

59:37Ik heb een verschil van Gods volk gekend.

59:40Die zei, jongen.

59:42Toen dat over...

59:45die er zo overkwam, toen dacht ik, ach heren, neem me nou maar weg.

59:49Nou wil ik wel bij u zijn.

59:51Niet dat ik overspannen ben of dat ik het hier zat ben, maar dat is mij zeer verder het beste.

59:56Om nou niet meer te hoeven zondigen, om eeuwig bij u te mogen wezen en zien uw aanschijn geprezen.

1:00:04En iemand anders zei op dat gezelschap, ja dat begrijp ik, dat is een goede begeerte, maar zegt ze, ik heb ook mogen leren dat er goed is met de heren te leven.

1:00:13Ze is tot een hoge ouderdom gekomen.

1:00:16En dat is ook waar.

1:00:17Ook in deze geld.

1:00:21Iemand die de heren vreest.

1:00:23Een kind van God.

1:00:24Die moet Gods raad uitdienen.

1:00:26Ook in deze geld.

1:00:27Niet mijn wil maar de uwe geschieden.

1:00:29Denk aan Asaf.

1:00:30Gij zult mij leiden door uw raad.

1:00:34En daarna.

1:00:37Zult gij mij.

1:00:38In heerlijkheid.

1:00:40Op.

1:00:42Nemen.

1:00:45Wonderlijk.

1:00:46Om door de heren met dit verloste volk geleid te worden.

1:00:53Ja, en dan naar de tekst, het verband.

1:00:57Op een doodlopende weg, althans wat onze waarneming betreft.

1:01:03Om met dit volk te staan voor de Rode Zee.

1:01:07En opnieuw, zegt Paulus, het vonnis des doods te hebben in onszelf.

1:01:12Om in de weg van omkomen en sterven.

1:01:17Niet op onszelf te vertrouwen.

1:01:20Maar op de heren alleen.

1:01:22Die het beloofd heeft.

1:01:23Ik zal voor u dan strijden.

1:01:26En gij zult stil zijn.

1:01:28Gij zult stil zwijgen.

1:01:30Hand op de mond.

1:01:31De heren.

1:01:33Die zo getrouw is als sterk.

1:01:35Die grote verlosser.

1:01:37Die zijn volk uit zo'n grote dood verlost heeft.

1:01:41En nog verlost.

1:01:42Op wie wij hopen.

1:01:44Dat hij ons ook nog verlossen zal.

1:01:47Dat heeft hij gedaan.

1:01:49En dat doet hij nog, want hij is de onveranderlijke.

1:01:53En hij zal dat blijven doen op grond van het welbehagen des vaders.

1:02:00Op grond van het verlossingswerk van zijn teerbeminde schootzoon, de Heer Jezus Christus.

1:02:07Die door zijn verzoenend lijden en sterven een eeuwige verlossing heeft teweeggebracht.

1:02:14Dat is wat.

1:02:17En daarom is hij een verlosser, een goel, een zondenvernieler, een bevrijder.

1:02:24Die werkelijk trekt onweerstaanbaar met koorden van eeuwige liefde uit de macht van zonde, duivel en dood.

1:02:34En die stelt in de vrijheid der heerlijkheid van de kinderen.

1:02:42God, dan kan ik toch niet nalaten om Paulus even daarin mee te...

1:02:47Dat hij zegt, ja, sta dan in de vrijheid met welke Christus u vrijgemaakt heeft.

1:02:56En wordt niet wederom bevangen met het juk der dienstbaarheid van smaak niet en raak niet en roer niet aan.

1:03:02Want dat is meer tot verzadiging van het vlees.

1:03:05Maar hij is nog niet klaar.

1:03:08En hij kijkt in liefde dat vrijgemaakte volk aan.

1:03:13En hij zegt, pas op, misbruik.

1:03:17Uw evangelische vrijheid niet.

1:03:20Tot een oorzaak voor het vlees.

1:03:23Want indien gij naar het vlees leeft.

1:03:26Zo zult gij sterven.

1:03:28Maar indien gij door de geest.

1:03:30De werkingen des lichaams doods.

1:03:34Zo zult gij leven.

1:03:36Want gij zij duur gekocht.

1:03:39Zo verheerlijk dan God.

1:03:40In uw geest en in uw lichaam.

1:03:43Die van de heren zijn.

1:03:45Dat

1:03:46is een evangelische vermaning.

1:03:48Niet om je terug te werpen op jezelf, maar wel om...

1:03:52Het ziet dan toe dat gij voorzichtig wandelt in de vrezen des Heren.

1:03:59Jozef zei, zou ik dan zo'n groot kwaad doen?

1:04:02Dat oberspel met die Egyptische vrouw.

1:04:04En zondigen tegen God dat nooit.

1:04:09Laten we die vermaning ook ter harte nemen.

1:04:15Gemeente, verstaan wij er iets van?

1:04:19Met ons hart dat dat Israël aan de oever van de Rode Zee.

1:04:24Een lied van de bevrijding zingt.

1:04:28Zeggen ja.

1:04:30Dat is geestelijk voor mij ook geen vreemde zaak.

1:04:35Dat is waar.

1:04:36Zouden de verlosten.

1:04:37De vrijgekochten des heren.

1:04:41Daar niet gaan zingen van de verlossing.

1:04:44Die oneindig hoog daar bovenuit gaat.

1:04:48Ja.

1:04:50Vrijgesproken van schuld en straf.

1:04:53En een genaderecht ontvangen op het eeuwige leven.

1:04:57Zeg, als dat zijn beslag gekregen heeft.

1:05:01Moet ik het anders zeggen.

1:05:02Als dat opengelegd is door de heilige geest.

1:05:05Als dat je deel geworden is.

1:05:07Daar is je hart daar toch vol van.

1:05:10En dan loopt je mond toch van over.

1:05:13Of niet dan gelijk een bron zich uitstort op de velden.

1:05:18Nee, dan komt zo iemand niet met ik, ik, ik, ik.

1:05:22Zijn eigen subject.

1:05:23Wat hij persoonlijk ondervonden heeft.

1:05:26Dat wordt opgenomen in de grote heilsdaden gods.

1:05:30Daar wordt hij in opgenomen.

1:05:32Dat is bevinding.

1:05:33En daar gaat wat van uit.

1:05:35In alle eenvoud.

1:05:36Dan voelen ze dat is echt.

1:05:37Dat is geen napraterij.

1:05:39Geen verstandsgeloof.

1:05:40Maar dat komt bij God vandaan.

1:05:42Dat doorleeft geloof.

1:05:44Het heeft maar één begeert om goed en groot van de heren te spreken.

1:05:47En van zijn grote daden.

1:05:49Dan zou ik een ander bewijs maar spreken met een paplepel willen ingieten.

1:05:54Zo'n gunning.

1:05:55Omdat de heren dat zo eeuwig waard is.

1:05:58Om zijn zelfs wil.

1:06:00Aan zulke mensen hebben we behoefte.

1:06:02Jongeren en ouderen.

1:06:04Daar gaan we vanuit.

1:06:05Ook in deze tijd.

1:06:07De dichter zingt ervan.

1:06:09Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.

1:06:12En dat loopt nou helemaal uit gemeente.

1:06:14Dan ga ik de lijn doortrekken.

1:06:16Op de lofzang.

1:06:18Die de zangers aan de glazen zee.

1:06:20Met de situs gods zingen.

1:06:23En zij zongen het gezang van Mozes.

1:06:26De dienstknecht gods.

1:06:28En het gezang van het lam.

1:06:30Zeggen de groot en wonderlijk zijn uw werken heren.

1:06:34Gij almachtige god.

1:06:37Rechtvaardig en waarachtig.

1:06:39Zijn uw wegen.

1:06:41Gij koning der heiligen.

1:06:44Wie zou u niet vrezen heren.

1:06:46En uw naam niet verheerlijken.

1:06:48Want gij zijt alleen heilig.

1:06:56Zingt u mee met Gods volk.

1:06:59De lof des heren.

1:07:05Wordt u hierin niet meegenomen.

1:07:07Al ben je nog zo schuchter en van verre staande.

1:07:12Gaat er niks gloren in je hart.

1:07:17U zegt dominee.

1:07:18Ik

1:07:20moet helaas tot mijn schande zeggen nee.

1:07:22Het is verschrikkelijk dat ik zeggen moet.

1:07:25Vroeger was ik nog wel eens wat ontroerd in de kerk.

1:07:29Ik moest wel eens een traantje wegpinken.

1:07:31Maar ik moet vaak denken wat ze vroeger zeiden.

1:07:34Hoe ouder, hoe kouder.

1:07:38Dat is erg.

1:07:39Dat is om te huilen.

1:07:41De hemel verkwikt niet.

1:07:44En de hel verschrikt niet.

1:07:49Ik laat u niet los, zeg.

1:07:52Kunt u dan niet heilig jaloers worden?

1:07:57Op het volk gods staat deze machtige lofzang bezint.

1:08:02En zou de God van dat volk, die nog steeds dezelfde is, u en jou en mij geen onderwijs kunnen en willen geven in het zingen van klaagliederen, boetebesalmen

1:08:16en vandaaruit opkomend in het zingen van de lofzangen Israëls.

1:08:23En de ander zegt, dominee, daar raak je me mee.

1:08:26Vroeger wel, joh.

1:08:27Oh, als ik daar aan terugkijk.

1:08:30Ik heb een streepje gezet in de Bijbel.

1:08:32Meer dan eens.

1:08:33En in dat boek.

1:08:34Maar oh, maar nu niet.

1:08:36Ik ga met een gesloten mond over de aarde.

1:08:39En dat ligt niet aan de heren.

1:08:42Dat ligt aan mij.

1:08:44Door eigen schuld leef ik.

1:08:48Zo ver bij mijn verlosser vandaan.

1:08:52En dat woord slaat maar door me heen.

1:08:54Wat er staat in 68.

1:08:57De afvalligen wonen in het dorp.

1:09:02Ja, ik begrijp nu een klein beetje.

1:09:04Maar een liefdevolle vraag.

1:09:05Heb je daar nou rust bij?

1:09:07Heb je daar nou echt rust bij?

1:09:11Als dat toch waar geweest is, zucht uw ziel dan nooit eens.

1:09:17Och, weet ik derwaarts weergeleid.

1:09:20Ach, heren, bezoek me met uw heil.

1:09:24Breng me nog eens in de schuld, heren.

1:09:27Schenken verbroken en verslagen uit.

1:09:29Doe mij uw stem horen, heren.

1:09:32Dat leven.

1:09:34Dan zou mijn mond u de ere geven.

1:09:37Want het gaat ten diepste niet om mijn naam.

1:09:39Maar om uw naam.

1:09:42Want ook na onze bevrijding.

1:09:45Pas op he.

1:09:47Blijven wij in onszelf onverbetelijke zondaren en zonderessen.

1:09:52Kijk maar naar Israël.

1:09:55Ze waren nog niet bij de Rode Zee.

1:09:57En toen begonnen ze al te mopperen tegen Mozes.

1:10:00En drie dagen na het zingen.

1:10:03Van dit loflied door mannen en vrouwen murmureerden ze alweer tegen Mozes.

1:10:08Vanwege het bittere water bij Mare dat ze niet konden drinken.

1:10:12En vanmorgen na de dienst hadden wij het er ook even over als een zijlijn.

1:10:15Het was een goed gesprek, moet ik zeggen.

1:10:16Dat zal helaas veertig jaar zo doorgaan.

1:10:22Nee, aan Israël is geen eer te behalen.

1:10:26En daarom zegt de Heer dat op meer dan één plaats in zijn woord.

1:10:30Ik doe het niet om uw entwil.

1:10:32O huis van Jacob.

1:10:34Maar om mijn grote naamswil.

1:10:37Dat die verheerlijkt worden.

1:10:43Zo komen we aan bij onze tweede gedachte.

1:10:46Leiding.

1:10:47De eerste gedachte was verlossing.

1:10:48Nu staan we stil bij het element leiding.

1:10:51Want Mozes zingt door.

1:10:53Gij leidet.

1:10:56Gij leide.

1:10:57Zingt Mozes.

1:10:59Israël gemeente.

1:11:00Kijk eens.

1:11:00Wordt geleid.

1:11:02Zoals een herder.

1:11:04Zijn kudde schapen leidt.

1:11:06Zie je het voor je?

1:11:07Ook jullie jongens en meisjes.

1:11:09Psalm 77.

1:11:12Daar staat, we zongen ervan.

1:11:14Gij leidt uw volk als een kudde door de hand van Mozes en Aaron.

1:11:20Ik hoor mijn leermeester nog zeggen in Utrecht.

1:11:22Jongens pas op.

1:11:24Als jullie over die gelijkenis gaan spreken.

1:11:27En over schapen en lammetjes.

1:11:29Ga alsjeblieft niet romantiseren.

1:11:32Want die schapen zijn echt niet van die gewillige lieve diertjes.

1:11:36Ze zijn vaak zo eigenwijs en eigenzinnig.

1:11:41Gaan zo menigmaal hun eigen weg dwalen van de kudde af.

1:11:45Moeten telkens weer door de herden teruggehaald worden.

1:11:50Nou, daar is Israël ten voeten uit mee getekend.

1:11:52Een ongehoorzaam en hardnekkig en tegensprekend volk.

1:11:59Waar staat dat?

1:12:01Ik heb mijn handen uitgebreid, zegt de Heer, naar een tegensprekend volk.

1:12:07Dwalende van hart.

1:12:09Wat een barmhartigheid, wat een genade, wat een geduld van de Heer.

1:12:14Daar zouden wij toch allen vanavond onder moeten wegsmelten, toch?

1:12:18Of niet dan?

1:12:20Ja, altijd maar weer eigen wegen willen gaan.

1:12:24Altijd mopperen.

1:12:25Dan te heten, dan te koud en dan geen eten en dan geen drinken.

1:12:29En maar zeuren en maar mopperen onder Gods genadige, goede, liefdevolle leiding.

1:12:37In Psalm 95, aangrijpend, daar klaagt de Heer van zijn volk.

1:12:42Veertig jaar,

1:12:44zegt de Heer, heb ik verdriet gehad van dit volk.

1:12:50Dat is wat, wat een pijn heeft de Heer aan dat volk.

1:12:53Geleden, nogthans, het is niet gans en al verdeld om Christus' wil.

1:12:57Ze werden dagelijks begenadigd.

1:13:00Het manna hemelsbrood verzadigd.

1:13:03En ook hierin, ik ben me al lang voor, ik voel het wel.

1:13:06Ook hierin is Israël het beeld van Gods kerk van alle tijden en plaatsen.

1:13:13En ik trek weer die lijn door.

1:13:16Bevrijd van de schulderzonde en van de macht van de boze door het offer en bloed van Christus.

1:13:22Dacht dat volk, niet waar, rechtstreeks naar Canaan te gaan.

1:13:27Nu stap ik rustig aan.

1:13:29Ik betreed een effebaan.

1:13:30Alle zonden weg.

1:13:31Ik zal nooit meer zonden.

1:13:33Ik zal u hartelijk lief hebben.

1:13:35De Heer is mijn alles.

1:13:36Mijn eten en mijn drinken.

1:13:39Dat is goed.

1:13:42Maar de Heer ging een omweg.

1:13:46Hij ging je beproeven.

1:13:47Hij ging zijn eigen werk lauteren.

1:13:50Op die weg kwamen allerlei ontberingen.

1:13:53Ook op lichamelijk, maatschappelijk gebied, in je gezin, het werk.

1:13:57Op die weg kwamen we vijanden tegen die ons te sterk waren.

1:14:02Eendagskinderen.

1:14:03En dan schreeuwden we weer.

1:14:06Heren help ons want wij vergaan.

1:14:08Want in ons is geen kracht tegen die grote menigte die op ons afkomt.

1:14:15Maar wanneer de heren ons deed terugzien.

1:14:18Op de weg die wij hadden afgelegd.

1:14:21Met alle kronkels en afbuigingen.

1:14:26Dan moeten we toch zeggen in de terugleiding dat het toch een rechte weg was.

1:14:34Dan moeten we met verontmoediging en verwondering beleiden dat het ons op die weg toch aan niets heeft ontbroken.

1:14:46Weet u daarvan dat de heren u zo wel eens kwam op te zoeken en zei kijk me nou eens aan.

1:14:51Wat doe ik nou verkeerd?

1:14:53Waar kom je nou aan mij tekort?

1:14:56Heeft het u nou ooit aan iets ontbroken?

1:15:02Bent u daar dus nooit onderweg gesmolten?

1:15:05Nee, heren, ga uit van mij.

1:15:06Ik ben een zonder mens.

1:15:07U bent goed en goedonder geweest voor een mopraar, voor een wederstrever, voor een onverbetelijke.

1:15:16Dan leiden de goedertierenheden dus, heren, u voor het eerst op bij vernieuwing tot bekering.

1:15:23Kan de heer er geen kwaad mee doen, want hij is niet kwaad.

1:15:26Wij zijn kwaad.

1:15:26De heer is goed en vriendelijk en weldadig.

1:15:31Echt.

1:15:32En

1:15:34niets ontbroken.

1:15:36Er was brood voor onze honger.

1:15:38Water

1:15:40voor onze dorst.

1:15:42De Heer zelf streed tegen onze vijanden.

1:15:45En als Satan meer dan eens.

1:15:48Niet waar.

1:15:48Probeerde te ziften als de tarwe.

1:15:50Dan was daar de voorbede van Christus.

1:15:54Ik heb voor u gebeden.

1:15:57Dat uw geloof niet ophouden.

1:16:00Als we onze krachten voelden wijken en bezwijken, maakte hij verrassend waar.

1:16:07Ik geef de moedekracht en ik vermenigvuldig de sterkte dien die geen krachten heeft.

1:16:14O, als wij dan zien wie wij tegenover hem zijn, een klagend en murmurend en opstandig volk, dan

1:16:26wordt het wonder.

1:16:27Al groter en groter dat hij met zulk een volk verder gaat.

1:16:33Hij, die getrouwe leidsman.

1:16:38Die zo getrouw is als sterk.

1:16:41U zegt, hoe is dat mogelijk?

1:16:43Leg dat eens uit dominee.

1:16:45Hoe is dat toch mogelijk?

1:16:47Hoor, hoor hoe Mozes doorzingt.

1:16:52Gij leidt het door u.

1:16:58Weldadigheid dit volk.

1:17:00Daar een streep onder.

1:17:01In dat woord weldadigheid, daar horen wij het woord weldaad in.

1:17:08En wat is een weldaad?

1:17:11Ja, dat is een Oud-Hollands Bijbels woord.

1:17:13Wat is een weldaad?

1:17:14Ik denk dat de jonge lui het best wel aanvoelen.

1:17:17Wat is een weldaad?

1:17:20Iets wat je ontvangt, maar

1:17:25helemaal niet verdient hebt.

1:17:29Weldadigheid.

1:17:30Is de trouw van de Heere aan zijn verbond.

1:17:34Dat is zijn geset.

1:17:36Zijn verbondstaat.

1:17:38Wat de Heere van eeuwigheid gezworen heeft aan zijn heilverbond.

1:17:43Dat.

1:17:44Dat hij trouw blijft aan zichzelf.

1:17:46Ik heb eens gezworen.

1:17:48Bij mijn eigen heiligheid.

1:17:50Zoals ik aan David lieg.

1:17:52Dat.

1:17:56En door alle ontrouw van zijn volk.

1:18:01Gods verbondstrouw.

1:18:03Gods weldadigheid niet en niet gedaan.

1:18:09Ook al wordt het verbond van onze kant menigmaal verbroken.

1:18:14Hij houdt getrouw zijn woord.

1:18:18Hij gedenkt in zijn heilige verbondstoren aan zijn eeuwige ontferming.

1:18:25De Heere is het namelijk verplicht aan zijn eigen naam.

1:18:30Aan zijn eigen eer.

1:18:33Om al zijn beloften te vervullen.

1:18:37Door uw weldadigheid.

1:18:41Zo zingt Mozes.

1:18:43Kijk en daarin ligt nu de enige grond.

1:18:46En de vastigheid.

1:18:48Godezang.

1:18:50Buiten ons in het drie enige verbond Jehovah.

1:18:54Vader, Zoon en Heilige Geest.

1:18:56In dat eeuwige verbond der genade.

1:19:00Dat van geen wankelen weet.

1:19:02Wat oprecht staat.

1:19:03En waarheid pal.

1:19:05Als op onwrikbaar steunpilaren.

1:19:07Moet je Zaja 54 eens lezen.

1:19:09Bergen mogen wankelen.

1:19:11En heuvelen wankelen.

1:19:12Wijken.

1:19:13Maar het verbond mijn vrede.

1:19:15Zeg de heren.

1:19:16U ontfermer.

1:19:18Zal niet wankelen nog bezwijken.

1:19:21En

1:19:25aan het einde van de tweede gedachte.

1:19:29Zeg.

1:19:30Weet u waarin de heren nou wel verheerlijkt?

1:19:32Wat denkt u?

1:19:34Waarin wordt nou de Heere verheerlijkd?

1:19:38Hierin.

1:19:40Dat

1:19:41onverbetelijke zondaren en zondarissen.

1:19:46Als dwaalzieke en eigenwijze schapen.

1:19:53Zich hoe langer hoe meer leren overgeven.

1:19:58Aan de leiding van die goede herder.

1:20:03Die zijn leven gegeven heeft, gesteld heeft.

1:20:07Vooral zijn schapen.

1:20:12Daarom niets uit ons.

1:20:15En al uit hem.

1:20:18Zo komt men in Jeruzalem.

1:20:21Onze derde gedachte.

1:20:23Bestemming.

1:20:25Gemeente let ook daar op.

1:20:27Ook daar zingt Mozes van.

1:20:28Jij voert hen zachtkens door uw sterkte.

1:20:33Ja maar naartoe.

1:20:34Tot de liefdelijke woning uw heiligheid.

1:20:38Zit iets voor u?

1:20:39De weg.

1:20:41Door de heren bepaald.

1:20:43De weg die de heren met zijn volk gaat.

1:20:46Heeft een doel hoor.

1:20:48Een bestemming.

1:20:50De reis gaat naar Canaan.

1:20:53Beloofde land.

1:20:54En dat land noemt Mozes hier heel teer.

1:20:58De liefdelijke woning van uw heiligheid.

1:21:02Dat moet je wel drie, vier keer lezen.

1:21:05De liefdelijke woning van uw heiligheid.

1:21:11U weet gemeente dat het beloofde land een vruchtbaar land is.

1:21:14Een land vloeiende van melk en honing.

1:21:18Maar het heet ook de woning van Gods heiligheid.

1:21:23Zeg, help me eens.

1:21:26Zou Mozes hier denken aan de tabernakel?

1:21:32Aan de latere tempel?

1:21:34Waar de Heer zijn naam zal doen wonen?

1:21:39Waar hij zelf woont en troont op de lofzangen van Israël.

1:21:45Daar zal ik bij u komen en tot u spreken van boven het verzoendeksel.

1:21:53Dat

1:21:56is toch de bestemming van zijn volk.

1:22:01Kijk en met dat grote doel heeft hij het toch uit Egypte verlost.

1:22:07En daarom leidt en onderhoudt hij al die jaren in de woestijn.

1:22:13Om het daar te brengen waar zijn naam wordt aangeroepen.

1:22:18In het schoon Jeruzalem.

1:22:21Dat hij door zijn woning luisteren geeft.

1:22:24Zeg, hoe komt Israël tot zijn bestemming?

1:22:28Het staat nog maar helemaal aan het begin van die lange woestijnreis.

1:22:34En Mozes mag...

1:22:36Door de bediening van de Heilige Geest ervan zingen.

1:22:38Door uw sterkte.

1:22:41Uw kracht.

1:22:45In eigen kracht komt het volk er nooit.

1:22:48Maar door zijn kracht komt het volk er zeker.

1:22:53Dat

1:22:54is zeer moedgevend geliefde.

1:22:57Voor dat Pelgrims volk.

1:22:59Dat op reis is door de woestijn van dit aardse leven.

1:23:04Naar het land der beloft het kanan hierboven.

1:23:08Dwars door alles heen gaat het.

1:23:10Toch naar

1:23:12de liefdelijke woning van zijn heiligheid.

1:23:15Waar de Heere voorgoed woont bij zijn volk.

1:23:19En waar zijn volk eeuwig mag wonen bij hem.

1:23:23Oh wat zal dat zijn.

1:23:25En nogmaals.

1:23:26In ons is geen kracht.

1:23:29Dat

1:23:33is een gezonde zaak.

1:23:34Om dat gezond in te leven.

1:23:38Op dat God in Christus.

1:23:41Zijn kracht.

1:23:43Zijn opstandingskracht.

1:23:47In ons opstandige hart.

1:23:49Hoe langer hoe meer.

1:23:50Kan verheerlijken.

1:23:53Om

1:23:55zo te gaan.

1:23:56Van kracht.

1:23:57Tot kracht.

1:23:59Het is Israels God.

1:24:01Die krachten heeft.

1:24:04Van wie het volk zijn sterkte heeft.

1:24:07Looft God.

1:24:08Elk moet hem vrezen.

1:24:11Maar het ligt vast in hem.

1:24:13Die voorgegaan is door leiden tot heerlijkheid.

1:24:16Om plaats te bereiden voor al de zijnen.

1:24:20En die het ook gesproken heeft.

1:24:22Ik kom weder tot u.

1:24:24En zal u tot mij nemen.

1:24:26Opdat gij ook zijn moogt waar ik ben.

1:24:31Vader ik wil dat waar ik ben.

1:24:33Ook die bij mij zijn die gij mij gegeven hebt.

1:24:36Opdat ze mijn heerlijkheid mogen aanschouwen.

1:24:39Die ik bij u had eer de wereld was.

1:24:43Diepe, vertroostende, ontroerende Johannes 17.

1:24:47En

1:24:51dat is de heerlijke bestemming van dat volk.

1:24:55Nomaals, dat reizende is door de woestijn van dit leven.

1:24:59Met het aangezicht naar Jeruzalem.

1:25:03En voor hen die hier zo vaak zingen.

1:25:06Ik ben, o heren, een vreemdeling hier beneden.

1:25:11En dan weer, gij weet, o God, hoe ik zwerven moet op aard.

1:25:17Mijn tranen hebt geen nieuwe fles vergaard.

1:25:21Die ook met heimwee kennen, God des levens.

1:25:25Ach, wanneer zal ik naderen voor uw ogen?

1:25:30In uw huis uw naam verhogen?

1:25:33De uiteindelijke bestemming is de lieflijke woning van uw heiligheid.

1:25:39Hoort u het?

1:25:40Het is een heilige woning.

1:25:43Gewijd en geheiligd.

1:25:46Aan de heren.

1:25:48Heilig toch en te eren.

1:25:50Is de heren.

1:25:52Der heren.

1:25:54Geen onreine komt er binnen.

1:25:57En

1:26:01Koolbrugge zou dan zeggen.

1:26:04Daarom is hij.

1:26:06Ook voor dat onheilige.

1:26:09Heilige volk.

1:26:10Verstaat u dat?

1:26:11Ze zijn heilig in Christus.

1:26:13Volmaakt.

1:26:14Alsof ze nooit enige zonde hadden gekend of gedaan.

1:26:17Maar ze blijven bevlekt en bevluid vanwege hun oude mens.

1:26:20Die vuile bron van hun wandeldrijf.

1:26:22En daarom is hij, Christus, ook voor dat onheilige, heilige volk.

1:26:28Zo dierbaar, zo kostbaar.

1:26:31Die tot heiligheid is gegeven.

1:26:34En die het gesproken heeft.

1:26:37Ik heilig mijzelf voor hen.

1:26:40Opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

1:26:44Daar, o geliefde.

1:26:46Daarboven is de zonde uitgebannen.

1:26:48Daar zullen de boze lusten van het vlees godsvolk niet meer regeren.

1:26:54Daar zal geen inwoner zeggen ik ben ziek.

1:26:58Daar zullen ze niet meer hongeren en zullen niet meer dorsten.

1:27:02En God, hun God en Vader zal alle tranen van hun ogen afwissen.

1:27:10Dat zal wat zijn.

1:27:11Dat

1:27:13zal wat zijn voor godsvolk.

1:27:14Niet te vatten wonderen.

1:27:16Zeg jong en oud.

1:27:19Verlangt u ernaar?

1:27:23Of hebt u er geen zicht op?

1:27:26En geen zin in?

1:27:30Hoe ligt dat nou?

1:27:31Het is vakantietijd.

1:27:32Dan mag je best wat uitrusten.

1:27:34Ook als je hier blijft.

1:27:37Alsjeblieft.

1:27:38Al die branden waren eigenlijk niet.

1:27:41En ongelukken laten we rustig hier blijven.

1:27:44Maar goed.

1:27:45Hoe je dat ook.

1:27:46Maar vakantietijd.

1:27:48Rustperiode.

1:27:49Zeker.

1:27:50Maar ook een stuk bezinning.

1:27:52Want we hebben geen blijvende stad.

1:27:54Ik denk aan die brandweerman die zo...

1:27:56Ja, op een grijpende wijze.

1:27:59Dat is ontzaggelijk.

1:28:01We hebben hier geen blijvende stad.

1:28:04Het is ons mensen gezet eenmaal te sterven.

1:28:07En daarna het oordeel.

1:28:10En ik hoor mijn oude leraar nog zeggen.

1:28:12Dat geeft mij geweldig aan.

1:28:14Toen zei hij opeens...

1:28:15En dat is op zichzelf nog niet het ergste als we sterven moeten.

1:28:20Nou, wie dacht...

1:28:21Dan is ze mij kwijt, dominee.

1:28:22Dan is ze mij voor eeuwig kwijt.

1:28:24Toen zegt hij, nee.

1:28:25Hij zegt, dat is op zichzelf nog niet het ergste als we sterven moeten.

1:28:30Hij zei daarachter, als we maar bereid zijn.

1:28:34Als we maar als een arme schuldige zonder geborgen zijn in de bloedgerechtigheid van Christus.

1:28:40Dan lig je vast op hem.

1:28:41Dan zal niets je kunnen scheiden van de liefde gods die er is in Christus Jezus.

1:28:47En dan zei hij er altijd een hartelijke opwekking achter.

1:28:51Haast u dan, spoed u dan om in het heden der genade hem aan te roepen...

1:28:56en niet eerder te rusten voordat je in hem geborgen bent door de Heilige Geest.

1:29:01Nou, dat is waar.

1:29:04Maar ik

1:29:05zeg ook eens dit, wees nou eens eerlijk.

1:29:08Dat is toch geen leven?

1:29:11Zomaar vergeven doelloos rondreizen en zien waar we uitkomen.

1:29:21Dat kan toch niet.

1:29:22Zo kun je toch de eeuwigheid niet aandoen.

1:29:25Dat moet ons toch op de knieën brengen.

1:29:28Dan kom ik weer met dat opeisende recht.

1:29:30We zijn geen slachtoffer, maar schuldenaar.

1:29:32We kunnen ons nergens achter verschuilen.

1:29:35Natuurlijk moet hij gegeven worden.

1:29:36Maar denk af en morgen.

1:29:38Vraag naar de Heer en zijn sterkte.

1:29:39Dan ga je op de knieën.

1:29:41Dan ga je bidden om een gebed tegen jezelf in.

1:29:44Dat zegt de Heer zo hartelijk.

1:29:46Doe je mond wijd open.

1:29:48Wanhoop niet aan hem.

1:29:50Ook als je heel oud geworden bent.

1:29:51En levensmoe.

1:29:53En misschien een beetje somber en fatalistisch.

1:29:56Nee, dat is van de duivel.

1:29:58Nee, wanhoop niet aan de heren.

1:30:01Maar leer op een gezonde wijze heilzaam te wanhoop aan jezelf.

1:30:06En die kostbare tijd die de heren je nog geeft te gebruiken.

1:30:09Om hem aan te lopen als een waterstroom.

1:30:14Om in die weg te ervaren.

1:30:19Dat de Heer een hoorder van het gebed is.

1:30:23En dat degene die hem aanroept in de nood.

1:30:27Die het werkelijk om hem te doen is.

1:30:29Om in een rechte weg met hem verzoend te mogen worden.

1:30:32Wie hem aanroept in de nood.

1:30:34Die vindt zijn gunst.

1:30:38Oneindig groot.

1:30:40Want de Heer is in Christus zeer barmhartig.

1:30:44En genadig.

1:30:46O zo mild.

1:30:48In het schuld vergeven.

1:30:50Maar verhard u niet.

1:30:52Vanmorgen kwam het ook aan de orde.

1:30:55Nu weer verhard u niet.

1:30:58Laat Israël, laat Massameriba een baken in zee zijn.

1:31:03Ga zo niet door.

1:31:04Dan zult u zeker daar komen waar de Heere niet is.

1:31:09De plaats van de buitenste duisternis.

1:31:13Waar wening zal zijn en knessing de tanden.

1:31:17Gods pelgrims volk roept u hartelijk, indringend, lokkend, uitnodigend op.

1:31:28Kom, kom,

1:31:32kom, ga met ons en doe als wij.

1:31:37Volk van God, u die op reis bent naar die lieflijke woning.

1:31:42Zeg, zou u nou van hem?

1:31:46En van zijn grote heerlijke daden niet zingen.

1:31:50Met hart en mond.

1:31:53Uw hoop, uw kudde woonde daar.

1:31:57Uit vrije goedheid waard gij haar.

1:32:01Een vriendelijk beschermer.

1:32:03En het ellendige uitlandige dat land.

1:32:07Bereid door uw sterke hand.

1:32:11O Israëls ontfermer.

1:32:15Amen, ja amen.

1:32:17Wij gaan daarvan zingen.

1:32:19Uit psalm 68, het vijfde vers.

1:32:23Psalm 68, vers 5.

1:32:25[GEZANG]

1:36:21Laat ons samen dank zeggen en bidden.

1:36:26Heren, schenk ons een hart als vrucht op de prediking van vandaag.

1:36:35Een hart bereid gemaakt door uw heilige geest en woord tot uw lof.

1:36:42En tot uw eer en tot uw dienst.

1:36:45Want heren, tot dat grote heerlijke doel hebt u ons geschapen.

1:36:53Naar uw beeld en naar uw gelijkenis.

1:36:56En dat zijn we door eigen schuld in Adam kwijtgeraakt.

1:37:00In Christus, de laatste Adam, de volkomen borgenmiddelaar.

1:37:07Is het terug te verkrijgen.

1:37:10Voor ellendigen, voor uitlandigen.

1:37:14Die midden in de dood liggen.

1:37:16Die zichzelf voor langer meer als een onverbetelijke leren kennen.

1:37:20En nogthans buiten u niet kunnen leven en sterven.

1:37:24Heren, wees zelf naar uw belofte door uw heilige geest.

1:37:29De grote naprediker en toepasser.

1:37:33Wat we vanmorgen en vanavond in de vervolgprediking hebben gehoord.

1:37:38Zegen het onderwijs.

1:37:40O, geef.

1:37:42dat onze jonge meisjes en jongens, hoe jong ze ook zijn...

1:37:46onze pubers, onze vaders en moeders...

1:37:50zij die tot hoge leeftijd gekomen zijn, die meegeluisterd hebben...

1:37:54vanuit een verzorgingshuis of waar dan ook...

1:37:59dat ze van uwentwege geraakt zijn.

1:38:03Dat het woord zijn kracht heeft gedaan.

1:38:07Ontdekkend, jaloersmakend, schuldigstellend.

1:38:12Maar ook uitdrijvend in het zien op die gewillige, al genoegzame verlosser.

1:38:19Die held die volkomen verlossing heeft teweeg gebracht.

1:38:26En wie het liefste werk het is om nou met zulke mensen van doen te hebben.

1:38:32En dat tot lof en eer van uw grote naam.

1:38:35Bewaar ons ervoor.

1:38:37dat we op zo'n grote zaligheid en zalig maken...

1:38:40geen acht zouden geven, heren.

1:38:42Dan is het ook niet te zeggen...

1:38:44wat het is om het bloed van Christus onrein geacht te hebben.

1:38:50Dan blijft er geen slachtoffer meer over onze zonde...

1:38:53maar een eeuwige verschrikking.

1:38:56En nogthans hebt u aangedrongen...

1:38:58meer dan een herder betaamt.

1:39:00Vliet, vliet de toekomende toren.

1:39:04Wend u naar mij.

1:39:06Word behouden, o alle geëinden der aarde, want ik ben God en niemand meer.

1:39:12Heren, u zorgt voor de vrucht.

1:39:14Ik heb het zelf gezegd, dat u wordt nooit ledig tot u zal wederkeren.

1:39:19Het zal altijd doen wat u wel behagelijk is.

1:39:22Heb ook moedig dank.

1:39:24Neem het onze genade weg.

1:39:26Wees met dit volk in zijn totaliteit.

1:39:29Verenigde marboeders van de Radere Kerk, de diaken en de ouderlingen, persoonlijk.

1:39:36Amtelijk, in hun gezinnen.

1:39:37Het college van kerkvoogden en notabelen.

1:39:41Ook rondom de overkomst van dominee Van der Kamp.

1:39:44De organisten, de kosters, alle die bij de gemeente betrokken zijn.

1:39:48Drijf ze naar elkaar toe.

1:39:50Door uw trekkende liefde.

1:39:52Doe ze beleven in veroopmoediging.

1:39:55En in de praktijk waar liefde woont.

1:40:00Gebieden heren de zegen.

1:40:02Daar woont hij zelf.

1:40:04Daar wordt nou zijn heil verkregen en het leven tot in eeuwigheid.

1:40:12Amen.

1:40:14Onze slotsang is uit psalm 66, het derde vers.

1:40:20God baande door de hoestebare en brede stromen ons een pad.

1:40:27En wat daar verder volgt in het derde vers van psalm 66.

1:40:31[GEZANG]

1:43:49Ontvangt dan nu de zegen des heren en gaat heen in vrede.

1:43:55De heren zegenen u en hij behoeden u.

1:43:59De heren doen zijn aangezicht over u lichten en zijn u genadig.

1:44:05De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:44:13Amen.

1:44:14[GEZANG]