HC Zondag 31; De sleutels van het hemelrijk

zondag 19 april 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Evangelist H. Bor · 112 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:46Namens de kerkraad willen we u het volgende nog meedelen.

9:49Woensdag is er een gezamenlijke kerkdienst met de griffen van de gemeente.

9:54In

9:56deze SGP-tijdreden zal dominee D.

10:01Zoet uit Kesteren voorgaan.

10:03De aanvang is 19.30 uur.

10:06Donderdag 23 april zal de kerkelijke huwelijkbevestiging van Leendert Jan Meijer...

10:17Cornelia Borsboom uit Tolen plaatsvinden.

10:21In deze dienst zal dominee T.

10:24Heemskerk voorgaan.

10:25De dienst vangt aan om 14.30 uur.

10:30Kerkelijke huurbevestiging is aangevraagd door Paulus Jacobus Johan Grinwis.

10:38Vrijheidsweg.

10:40Vier en Adriana Cornelia Scheurwater uit Nieuw-Lekkerland.

10:47Op woensdag 17 juni 2026 eventueel bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag

10:5922 april ingediend worden bij de screma van de kerkraad.

11:07Voor deze voornemens geldt zo de Heerde wil en wij leven mogen.

11:16Verheft uw harten.

11:18Tot God.

11:20Onze hulp en onze verwachting.

11:24Is van de Heere Heere.

11:26Die hemel en aarde gemaakt heeft.

11:30Die trouw houdt in eeuwigheid.

11:33En die nooit laat varen het werk zijn er handen.

11:38Genade zij met ons en vrede.

11:42Van God de Vader.

11:44Van Jezus Christus de Zoon.

11:47Door de Heilige Geest.

11:50Amen.

11:53Gemeente laat ons deze dienst voortzetten met het zingen van Psalm 68.

11:58En daarvan het derde vers.

12:01Springt op van vreugd.

12:03Verheft zijn lof.

12:05Die daar hij woont in het hemel of een vader is er wezen.

12:09Die weduwe haar recht verschaft.

12:12Die streng haar onder drukke straf.

12:14En voor zijn wraak doet vrezen.

12:18En wat er verder volgt Psalm 68.

12:21Het derde vers.

12:22[GEZANG]

16:31Gemeente we openen vanavond de schriften in het Nieuwe Testament.

16:35Het evangelie naar beschrijving van Matthäus.

16:38Hoogstuk 15.

16:40Van vers 13 tot en met vers 28.

16:45Daarop zingen wij.

16:47Psalm 19.

16:49Het vijfde vers.

17:00beleiden we ons geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

17:04Dus we lezen eerst Matthäus 16, van 13 tot 28.

17:09We zingen Psalm 19, vers 5.

17:13En daarna beleiden we ons geloof.

17:17En

17:20als nu Jezus gekomen was...

17:22in de delen van Caesarea Philippi...

17:27vraagt Hij zijn discipelen, zeggende...

17:29Wie zeggen de mensen dat ik...

17:32De zoon des mensen ben.

17:35En ze zeiden.

17:38Sommigen Johannes de Doper.

17:40En anderen Elia.

17:43En anderen Jeremia.

17:46Of een van de profeten.

17:50En zei tot hen.

17:52Maar gij.

17:54Wie zegt gij dat ik ben?

17:57En Simon Petrus antwoordde en zei.

17:59Gij zijt de Christus.

18:01De zoon des levende gods.

18:05En Jezus antwoordde en zeide tot hem.

18:08Zalig zijt gij Simon Barjona.

18:11Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard.

18:15Maar mijn vader die in de hemel is.

18:20En ik zeg u ook.

18:23Dat gij zijt Petrus.

18:25En op deze Petra zal ik mijn gemeente bouwen.

18:30En de poorten der hel zullen dezelfde niet overweldigen.

18:36En ik zal u geven de sleutelen van het koninkrijk der hemelen.

18:42En zowat gij zult binden op de aarde, zal in de hemel gebonden zijn.

18:48En zowat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemel ontbonden zijn.

18:56Toen verbood hij zijn discipelen dat zij iemand zeggen zouden dat hij was Jezus de Christus.

19:06Van toen af begon Jezus zijn discipelen te vertonen dat hij moest heengaan naar Jeruzalem.

19:14En veel lijden van de ouderlingen en de overpriesters.

19:18En de schrift geleerden en gedood worden.

19:21En ten derde dagen opgewekt worden.

19:25En

19:26Petrus hem tot zich genomen hebbende begon hem te bestraffen.

19:31Zeggen de heren, zijt u genadig.

19:34Dit zal u geen zins geschieden.

19:38Maar hij zich omkerende.

19:41Zei we tot Petrus.

19:43Ga weg achter mij Satan.

19:45Nas.

19:47Gij zijt mij een aanstoot.

19:50Want gij verzint niet de dingen die God zijn.

19:54Maar die de mensen zijn tot zover.

19:58Ieder

19:58[GEZANG]

22:35spreken in zijn of in haar hart.

22:38Ik geloof in God de Vader.

22:42De almachtige schepper.

22:44Des hemels en der aarde.

22:47En in Jezus Christus.

22:50Zijn enige geboren zoon.

22:52Onze Heere.

22:53Die ontvangen is van de heilige geest.

22:57Geboren uit de macht Maria.

23:00Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

23:03Is gekruisigd.

23:05Gestorven en begraven.

23:08Nedig het al ter helen.

23:10Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

23:15Opgevaren ten hemel.

23:17En zittende terechterhand gods, de zalmachtige vaders.

23:21Van waar ik komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

23:26Ik geloof in de heilige geest.

23:30Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.

23:36De gemeenschap der heiligen.

23:39Vergeving der zonden.

23:42Wederopstanding des vleesjes.

23:44En een eeuwig leven.

23:48Gemeente aan behandeling vanavond is van onze katechisme zondag 15.

23:54Dan

23:56gaat het over de sleutel van het koninkrijk van God.

24:02Het

24:05staat in vraag 37.

24:06Wat verstaat...

24:08Sorry, ik heb de verkeerde.

24:11Zondag 31.

24:14Dat gaat over de sleutel van het Koninkrijk van God.

24:18Wat zijn de sleutelen des hemelrijks?

24:21Het antwoord.

24:23De verkondiging des heilige evangelies.

24:27En de christelijke ban.

24:30Of uitsluiting uit de christelijke gemeente.

24:34Door welke twee stukken het hemelrijk der gelovigen open gedaan.

24:39En de ondergelovigen toegesloten wordt.

24:43En vraag 84.

24:46Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des heilig evangelisch ontsloten en toegesloten?

24:53Het

24:55antwoord, alzo als volgens bevel van Christus aan de gelovigen allen en in ieder geval verkondigd en hopelijk betuigd wordt dat hun zo dikwijls als zij

25:08de beloften des evangelisch met een waar geloof aannemen, rachtelijk al hun zonden van God.

25:17Om de verdiensten van Christus wil vergeven zijn.

25:21Daarentegen alle ongelovigen.

25:24Die zich niet van harte bekeren.

25:26Verkondigen en betuigd wordt.

25:28Dat de toren gods.

25:30En de evige verdoemenis op hen ligt.

25:34Zolang als zij zich niet bekeren.

25:37Naar welke tuigenis de evangelisch god zal oordelen.

25:42Beide in dit en dit toekomende leven.

25:47Naast slot de vraag 85.

25:50Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door de christelijke man?

25:56Het antwoord zoals als volgens bevel van Christus.

26:03Degene die onder de christelijke namen onchristelijke leren of leven voeren.

26:09Nadat zij etterlijke malen broedelijk vermaand zijn.

26:12Van hun dwalingen of van hun schandelijk leven.

26:17Niet willen aflaten.

26:19De gemeente of degene die van de gemeente daartoe verordineerd zijn.

26:25Aangebracht worden.

26:27En zo zij zich aan de vermaning zich niet storen.

26:32Van hun lieden door het verbieden der sacramenten.

26:38Uit de christelijke gemeente.

26:41En van God zelf uit het rijk van Christus gesloten worden.

26:47En wederom als lidmate van Christus en zijn gemeente aangenomen.

26:54Zo wanneer zij zich waarachtig bekering beloven en bewijzen.

27:05Gaat het vanavond als thema de sleutelen van het koninkrijk.

27:12Ten

27:14eerste de sleutel van het woord, de bediening van het woord.

27:21Dus de sleutelen van het koninkrijk, de hemelen, de sleutel van het woord en de sleutel van de tucht.

27:33Laat ons het aangezicht des heren zoeken in het gebed om zijn zegen te vragen over ons samen zijn deze avond.

27:48Heren, zo komen wij de

27:51tweede maal van deze dag voor

27:55uw heilig aangezicht.

27:58En laat ons hart met eerbied vervuld worden.

28:04Als we naderen tot u hier.

28:06Want

28:08u bent die grote, die heilige God.

28:13Waar

28:14de engelen in de hemel hun aangezicht bedekken.

28:18En het driemaal heilig uitroepen.

28:22En zo mogen wij toch tot u komen.

28:26Want de apostel Paulus heeft het ons voorgezegd.

28:34Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade.

28:41Heren, uw troon is door Jezus Christus geworden.

28:46Een troon van genade.

28:50Wij hebben die deur toegesloten.

28:54Wij hebben de weg tot die troon zelf ontzegd, heren, door onze diepe val.

29:05Maar u hebt hem weer geopend.

29:08In uw zoon.

29:10Die naar de aarde gekomen is.

29:13Die de straf gedragen heeft.

29:17En zoals we dat ook lazen.

29:20Dat u het aan uw discipelen bekend maakte.

29:24Dat u moest lijden.

29:27En dat u moest sterven.

29:29Maar u zal opstaan.

29:32En u bent opgestaan.

29:34En u hebt de dood overwonnen.

29:37En u hebt de poorten van het hemelrijk geopend.

29:43Heren, daar gaat het vanavond over.

29:46Over het hemelrijk.

29:48Dat koninkrijk van u.

29:51Waarvan u zelf gezegd hebt.

29:53Het is niet het koninkrijk van deze wereld.

29:57Maar het is het koninkrijk der hemelen.

30:02U hebt zelfs tegen uw discipelen gezegd.

30:05Dat het koninkrijk der hemelen binnenin u is.

30:10Wat een eeuwig wonder.

30:15Wij die de deur op slot gedaan hebben.

30:18Wij die de koninkrijk van u toegesloten hebben door onze zonde.

30:23Dat u toch geopend heeft.

30:25Opdat het ook in onze harten zal komen.

30:31Heren, we bidden het dan van u.

30:34Ook deze avond.

30:37Van het uren leven we buiten dat koninkrijk.

30:42Dan dienen we de wereld.

30:44En dan leven we in deze wereld.

30:47Al kan het zijn dat we misschien wel godsdienstig zijn.

30:53En dat er voor de buitenman niets aan te merken is in ons leven.

31:01En toch dat

31:04we met ons

31:07hele bestaan in deze wereld leven.

31:12Maar heren, zou u dat wonder nog willen verrichten vanavond?

31:17Dat we mogen overgaan tot

31:22uw koninkrijk.

31:25Gij hebt de sleutel in uw hand, heren.

31:30Gij opent waar

31:33het gesloten is.

31:36En gij sluit wat

31:41gesloten is.

31:44En heren dan bidden we van u.

31:46Zou u dat koninkrijk voor ons willen openen.

31:52En in onze harten komen.

31:54Met uw genade.

31:56Met uw liefde.

31:59Met alles wat u verdiend hebt.

32:03O heren.

32:05U hebt een arm met macht.

32:07U spreekt er, het is er.

32:09Uw gebied en het wordt er stond.

32:14Heren, dat hebben we allemaal nodig.

32:18Want als wij sterven moeten.

32:21En we staan buiten dat koninkrijk van u.

32:25We zijn niet door wedergeboorte en vernieuwing des harten ingegaan in dat koninkrijk.

32:33Dan zal er een eeuwige rampzaligheid voor ons zijn.

32:40O heren.

32:42Bind ernst daarvan op onze harten.

32:48Want heren, we zijn allemaal op weg naar de eeuwigheid.

32:55En wilt u ook dan vanavond hen dan troosten, heren.

33:00Die door genade

33:03overgegaan zijn van de dood in het leven.

33:09Omdat ze geloven in u, Heer Jezus Christus.

33:14Die in mij gelooft zal leven.

33:18Zelfs al waren hij ook gestorven.

33:23Heren.

33:24Zou u dat willen werken.

33:28En wilt u dan zo vanavond.

33:31Dit gedeelte van onze katechismes.

33:35Voor ons verduidelijken.

33:37Wilt u ons de goddelijke lessen leren.

33:42Leren op dat ook wij.

33:45Ons mogen schikken.

33:48Onder uw tuchtende hand.

33:51Die alleen maar genezend wil werken heren.

33:55Als wij misschien in zonde leven.

34:00Als wij misschien in

34:04de zonde volharden.

34:07O heren.

34:10Dan moet de tucht gehandhaafd worden.

34:14En wat uiterlijk niet te zien is.

34:16Dat

34:18kan niet getuchtigd worden.

34:22Maar heren u ziet wel.

34:24En u kent ons hart.

34:28En u weet hoe onze wegen zijn.

34:32Heren, als dat zo is.

34:35Dat we in de zonde leven.

34:40Wilt u dan zelf ons

34:44kastijden.

34:46Opdat wij gebracht worden aan uw voeten.

34:52Trek ons dan, heren.

34:53En

34:56als we door genade uw

34:58slaande hand in het leven mogen kennen.

35:02En dat het ons bracht aan uw voeten, heren.

35:05Wil ons dan vertroosten.

35:07Met uw woord.

35:10En u weet.

35:12Van ieder wat hij nodig heeft.

35:15Dat we uw heil.

35:18Mogen zien.

35:21Heren.

35:22Gedenk zo.

35:24Alle arbeid.

35:25In uw koninkrijk.

35:32Zending en evangelisatie.

35:34Wil

35:36gij nog.

35:37Arbeiders geven heren.

35:39Die misschien op eenzame posten.

35:42Moeten staan.

35:44Maar dat zij het mogen weten dat u er bent.

35:48En dat uw koninkrijk komt.

35:52En heren, dat ze niet moedeloos zijn.

35:56Dat ze het zaad van uw woord mogen uitstrooien.

36:01En binnen ook voor de christenen die vervolgd worden.

36:06Er zijn er zoveel in deze wereld, heren.

36:10Een

36:11derde van deze wereld wordt vervolgd.

36:14En

36:16we weten het.

36:17Er

36:18zal een grote verdrukking komen.

36:21En als wij werkelijk uw koninkrijk toegedaan zijn.

36:26Dan zullen we ook iets van die vervolging kennen in ons leven.

36:32Want heren, we wonen in deze wereld.

36:36En deze wereld waar de overste der wereld alle macht heeft.

36:41Maar u staat erboven.

36:45Dat we dan tot u de toevlucht mogen nemen.

36:48Dat dan ook zij die in de gevangenissen kwijnen.

36:55De dood voor ogen hebben.

36:57Mogen zien.

36:58Op de overste leidsman.

37:01Een volleender van het geloof.

37:04Dan zal het.

37:06Gaan zoals u het wil.

37:09En heren.

37:11Gedenk ook aan alle arbeid.

37:15Op de.

37:18Verzorgingstehuizen.

37:20Ziekenhuizen.

37:22Verplegend personeel.

37:24Heren.

37:24Wilt u geven.

37:26Dat ze dat in aanvankelijkheid van u mogen doen.

37:29En wilt u.

37:31Ook hier de zorgcentra's.

37:34U kunt deze gemeente zijn.

37:36Heren wilt u ook daar hulp

37:40geven.

37:41En dat zij hun ogen geslagen hebben op u.

37:46Om het van u te verwachten.

37:50Heren wilt

37:53u zo in deze dienst.

37:55En alle die daar taken

37:59hebben.

38:00Wilt u hen gedenken.

38:02En dat alles mag geschieden.

38:05Tot de eer en de verheerlijking van uw naam.

38:09We bidden ook voor commissie 2 en

38:15de kerkraad.

38:17Wilt u hen ook in alle beslissingen nabij zijn.

38:23En heren dat zij zich ook in deze dingen afhankelijk van u weten.

38:30Want zonder u heren kunnen we niets.

38:34O heren geef ook een bid in de gemeente.

38:38Het zal vanavond gaan over de tucht.

38:41En

38:44dat berust alleen niet bij de kerkenraad.

38:48Maar we zijn elkander ook verschuldigd die

38:54tucht uit te oefenen.

38:57In de zin dat wij

38:59elkander opscherpen in

39:04de dienst van u.

39:05En

39:07dat we niet zwijgen.

39:10O heren, dat is zo nodig.

39:13Wilt u ons maar dicht bij u trekken.

39:17En

39:19dat...

39:20De begeerte ook in onze harten is.

39:22Wat we zojuist gezongen hebben.

39:26Des herende vrees is rein.

39:29Zij opent een fontein.

39:31Van huil.

39:33Dat nooit vergaat.

39:36Heren wilt u zo.

39:38Deze avond.

39:40Uw naam verheerlijken.

39:42Uw koninkrijk uitbreiden.

39:45Om de verdiensten.

39:46Van u Heer Jezus Christus.

39:50Die er alles voor over gehad heeft.

39:53Om deze weg.

39:56Van lijden en sterven.

39:58Maar ook de weg.

40:01Tot het leven de heerlijkheid.

40:04Die u voorgesteld gegaan is.

40:07Om zondaren te behouden.

40:10En heren.

40:12En dat we het dan ook mogen leren.

40:14Wat Paulus gezegd heeft.

40:17En waarvan ik.

40:19De voornaamste ben.

40:22Heren, dan is het goed.

40:25Dan is het zalig.

40:27Als we als arme zondaar aan uw voeten komen.

40:33Om van u het onderwijs te ontvangen.

40:37Om Jezus wil.

40:40Amen.

40:43Zingen we psalm 85, vers 1, 2 en 3.

40:50Gij hebt uw land, o Heer, uw gunst betoond.

40:54Dat Jacob zaad in vrijheid woont.

40:57Heeft dan de Heer uw gramschap nimmerend.

41:02En merk op mijn ziel.

41:04Wat antwoord God u geeft.

41:07Collecten.

41:09Die zijn bestemd voor het landelijk evangelisatiewerk.

41:13De eerste.

41:14Tweede collecten is voor de kerkvoetdij.

41:17En de derde collecten.

41:19De aflossing van de kerk.

41:21We velen deze collecten van harte.

41:23In uw mildadigheid aan.

41:25Zingen we ondertussen psalm.

41:2885, 1, 2 en 3.

41:30Weet

41:31[GEZANG]

49:55u, na het amen van de preek willen we zingen op zalm 89,

49:59het veertiende vers.

50:02Dan zal ik hen, die dwaas en wrevelijk overtreen, bezoeken met de roede en bittere tegenheen.

50:11Toch over hem, mijn gunst en goedheid, nooit doen enden.

50:17En wat er verder volgt, zal hem...

50:2089 vers 14.

50:22Na het amen van de preek.

50:26Geliefde gemeente.

50:29In de kerk praten over sleutels.

50:34Dat hoeft toch niet.

50:36Kerk is toch open.

50:39Sleutels.

50:40Hebben we nodig in de wereld.

50:42Je huis.

50:45Je brandkast.

50:47Daar heb je sleutels voor nodig.

50:50Want de dieven zijn er.

50:53Je

50:54moet alles goed bewaken.

50:56Als het je eigendom is, maar die

50:59sleutel geeft toegang.

51:03Dat is uw eigendom, uw huissleutel.

51:08Als je hem kwijt bent,

51:11dat is een ramp.

51:12Hoe kom je binnen?

51:14Maar als je die sleutel bezit, dan

51:19heb je het recht om binnen te gaan.

51:25Als je die sleutel niet bezit, dan

51:29kun je geen aanspraak erop maken.

51:34Op het bezit van je auto of wat dan ook.

51:37Want je hebt geen sleutel.

51:38Of in die brandkast, je kunt er niet in.

51:42Want je hebt niet het recht, je hebt geen sleutel.

51:46Maar toch gaat het vanavond over de sleutels van het Koninkrijk van God.

51:56Daar zijn ook sleutels voor.

51:59Om te openen en om te sluiten.

52:04In het Oude Testament kunnen we lezen dat...

52:08En gezegd wordt, ik zal de sleutel van het huis van David op de schouders leggen.

52:14En hij is het die opent.

52:18En als hij opent, wie zal dan sluiten?

52:23En dan gaat het over de grote zoon van David.

52:27Die de sleuteldrager is.

52:31Die de sleutel van het koninkrijk der hemelen heeft.

52:36En dat hebben we ook gelezen in ons schriftgedeelte.

52:43Als de Heer zegt tegen Peters en tegen zijn kerken.

52:48Ik zal u geven de sleutel van het Koninkrijk der Hemelen.

52:51En zowat gij zult binden op de aarde, zal in de hemel gebonden zijn.

52:56En zowat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemel ontbonden zijn.

53:02De sleutel van het Koninkrijk der Hemelen.

53:06Dan moeten we toch eerst eens even kijken, wat is nou dat Koninkrijk der Hemelen?

53:11Dat is niet een aards koninkrijk.

53:13Het heeft geen grenzen in de zin zoals je een stuk land hebt.

53:18En waar grenzen zijn, als je dat overgaat, dan ben je in een ander land.

53:23Een ander koninkrijk.

53:26Maar het koninkrijk van God, dat is van boven.

53:30Van de hemel.

53:34Dat is niet te begrenzen met grenzen.

53:39En toch zijn er grenzen.

53:44Dan kun je ook zomaar niet binnen gaan in dat koninkrijk der hemelen.

53:50Dan moet de deur voor je ontsloten worden.

53:55Want wij hebben dat koninkrijk van God ontvangen toen God ons geschapen heeft.

54:04En wij stonden in dat paradijs en we leefden daar in de gemeenschap met God.

54:12Dat koninkrijk was op aarde.

54:16Dat was de heerlijkheid Gods.

54:19En de gemeenschap met God werd gesmaakt.

54:23En ziet het was zeer goed.

54:26En

54:27toen is de duivel gekomen.

54:30En heeft de mens verleid.

54:32En

54:34de mens is gevallen.

54:37Toegevallen aan die duivel.

54:40En het koninkrijk werd

54:43als het ware opgetrokken naar de hemel.

54:47De aarde lag

54:51onder de vloek.

54:55De heer Jezus noemt de duivel die dan deze aarde in bezit genomen heeft.

55:00De overste der duivel.

55:02De overste der wereld.

55:04Toch

55:08heeft hij niet alles te zeggen.

55:11Want deze wereld hoort ook bij God.

55:15Hij heeft hem geschapen.

55:17En daarom heeft hij zijn zoon naar de aarde gezonden.

55:20Om deze wereld te redden.

55:24Maar het koninkrijk der hemelen.

55:26Dat is als het ware teruggetrokken.

55:29Naar de hemel.

55:30En toch heeft God het gevestigd op de aarde.

55:38Om zondaren die

55:42van God afgekeerd zijn.

55:43Te redden.

55:46En het nieuwe leven te schenken.

55:49En dat zij binnengaan in het koninkrijk der hemelen.

55:53En

55:56dat koninkrijk der hemelen.

55:57Dat

55:59is toch op aarde gekomen.

56:02In

56:03de verkondiging van het woord.

56:06is dat koninkrijk der hemelen op aarde ook gekomen.

56:12En de grenzen van dat koninkrijk der hemelen...

56:15dat lopen dwars door kerken en dwars door gezinnen...

56:20dwars door steden en dorpen en noem maar op.

56:26Dat koninkrijk van God, dat

56:31is overal.

56:32En

56:35nu de vraag.

56:40Hoe ga je dat koninkrijk van God binnen?

56:46Dan moet het koninkrijk voor je geopend worden.

56:51En dat staat hier in vraag 83.

56:54Wat zijn de sleutel van het hemelrijk?

56:58Ten eerste is dat de verkondiging van het heilig evangelie.

57:04En

57:06de christelijke baan.

57:09Maar eerst kijken we dus naar de verkondiging van het heilig evangelie.

57:15Zoals dat in vraag 84 ook staat.

57:19Hoe wordt het hemelrijk?

57:21Door de prediking van het heilige evangelie ontsloten en toegesloten.

57:30Dus gemeente het gaat in de eerste sleutel die genoemd wordt om de verkondiging van het woord.

57:38Want

57:40het woord van God dat

57:42is krachtig.

57:44Dat is een sleutel die opent en die sluit.

57:50Die

57:52opent het koninkrijk der hemelen.

57:54En sluit dat.

57:57Want onze katechisme zit daar heel duidelijk in.

58:01Al zo.

58:02Als volgens het bevel van Christus aan de geloven.

58:07Aller en iegelijk verkondigd.

58:09Openlijk betuigd.

58:11Dus in de verkondiging van het evangelie.

58:15Dat komt tot in ieder van ons.

58:20Dat begon eigenlijk ook al in het paradijs.

58:26Daar heeft de mens de deur dicht gedaan.

58:31God niet, maar de mens.

58:35Op slot.

58:36En

58:38dan komt God tot

58:41Adam en Eva.

58:43Hij roept ze tevoorschijn.

58:46Ze

58:47waren weggekropen.

58:49Van

58:51God afgegaan.

58:54En zo doet de mens het nog.

58:59Hij zoekt God niet van zichzelf.

59:02Maar God zoekt de mens.

59:04Wat een wonder.

59:07En dan komt de Heer met de sleutel van het Koninkrijk der Hemelen in de verkondiging van het Heilig Evangelie.

59:18Ja, maar hij

59:21riep toch eerst de mens.

59:25Waar zijt gij en wat is er gebeurd eigenlijk?

59:28En Adam, die moest het eerlijk bekennen.

59:32Ik heb gegeten.

59:37Ze hebben zich eerst verontschuldigd.

59:39U weet het toch?

59:41Die vrouw die gij mij gegeven hebt.

59:45Ik kon er eigenlijk niks aan doen.

59:48Die slang.

59:51Dat beest heeft mij verleid.

59:55Was hij er niet geweest.

59:56Dan was ik ook niet gevallen.

1:00:03Maar ik heb gegeten.

1:00:06Juist.

1:00:07Daar wil God naartoe.

1:00:12Dan bekent men het.

1:00:16Dat hij de deur dicht gedaan heeft.

1:00:20En dan komt God.

1:00:22Met zijn heilig evangelie.

1:00:26Ik zal vijandschap zetten.

1:00:28Tussen uw zaad en haar zaad.

1:00:30En dezelfde zal u de kop vermorzelen.

1:00:32En gij zult de versen vermorzelen.

1:00:35Het andere woord.

1:00:37Hoe

1:00:38de jongens en de meisjes.

1:00:40Kinderen te begrijpen.

1:00:43Dat God eigenlijk zegt.

1:00:45Je bent nu een vijand van God.

1:00:49Je hebt de deur van het koninkrijk dicht gedaan.

1:00:53Maar ik zal maken.

1:00:56Dat die deur weer open gaat.

1:01:00Dat je weer aan mijn kant komt te staan.

1:01:03Want ik zal die duivel zijn kop vermorzelen.

1:01:08Oh, hij zal veel kwaad doen.

1:01:10Hij zal dat koninkrijk altijd maar aanvallen.

1:01:13En hij zal altijd maar proberen je weg te trekken van dat koninkrijk.

1:01:18Maar ik zal vijandschap zetten.

1:01:22Ik zal je tot mijn vrienden maken.

1:01:28Ten slotte zal ik dat doen.

1:01:30In de komst van mijn zoon.

1:01:33De heer Jezus Christus.

1:01:35Hij zal de overwinning behalen.

1:01:37Op de vorst der duisternis.

1:01:39En hij draagt de sleutel van het koninkrijk van God.

1:01:44Dus wat zegt dan de katechismes?

1:01:48Dat naar bevel van Christus aan de gelovigen.

1:01:53En in ieder geval openlijk betuigd wordt.

1:01:59Zo dikwijls als de belofte van het evangelie.

1:02:03Ja, maar moeten

1:02:06we niet eerst met

1:02:10de wet komen?

1:02:13Zonder aanwijzing.

1:02:17Waarom benoemt de katechisme dan eerst de verkondiging van het evangelie?

1:02:24En als ik dat goed lees, dan staat er aan alle gelovigen.

1:02:30Dan wordt hier bedoeld aan degene die onder het woord verkeren.

1:02:35Want u bent ook een gelovige toch.

1:02:38U

1:02:43gelooft toch dat de heer Jezus geleefd heeft op de aarde.

1:02:47U gelooft toch met uw verstand.

1:02:52Dat de Bijbel het woord van God is en dat God bestaat.

1:02:56Anders zou u hier toch niet zitten.

1:03:01En dat is een historisch geloof.

1:03:04En dat is gelukkig als we dat hebben.

1:03:08Als we werkelijk geloven met ons verstand.

1:03:14Dat God er is.

1:03:19Maar dat is te kort.

1:03:21Het gaat erom.

1:03:23Dat we dat heilig evangelie.

1:03:27Dat de deur van het koninkrijk van God opent.

1:03:31Dat het heilig evangelie.

1:03:33Aan ons verkondigd wordt.

1:03:36En waarom niet de wet.

1:03:39Eerst onze zonde aanwijzen.

1:03:43Gemeente.

1:03:46Al zou ik de hele avond.

1:03:48U vertellen.

1:03:51Wat u allemaal verkeerd doet.

1:03:54De wet voorhouden.

1:03:59Uw hart zou niet verbreizeld worden.

1:04:04U zou dezelfde blijven.

1:04:08Dat deden de farisees en de schriftgeleerden.

1:04:11Zij verkondigden de wet met al hun geboden.

1:04:14Een gebod hier en een regel daar.

1:04:18Maar de deur van het koninkrijk van God bleef op slot.

1:04:24Wat kan ons hart alleen maar raken.

1:04:27Wat kan de sleutel zijn.

1:04:29De verkondiging van het evangelie.

1:04:32Zoals in het paradijs.

1:04:34Aan Adam en Eve verkondigd werd.

1:04:36Dat God zijn zoon naar de aarde zal zenden.

1:04:40En dat hij zal komen.

1:04:42En dat hij de

1:04:45zonde zal uitboeten.

1:04:48En dat hij gerechtigheid zal verdienen.

1:04:51En dat hij de straf zal dragen.

1:04:55En dat hij gerechtigheid zal doen opdat

1:05:00ik bevrijd zal worden.

1:05:03Ik zal het in een heel eenvoudig voorbeeld duidelijk maken.

1:05:08Hoe je het hart van een mens kan treffen.

1:05:12Hoe God dat ook doet.

1:05:14Ik denk aan, misschien heb ik het al wat meer verteld hier, maar ik doe het nog een keer.

1:05:23Mijn jongste zoon, die was een beetje ondeugend.

1:05:26Hij

1:05:28deed niet gek of zo, maar hij deed iets wat...

1:05:33We niet graag wilden hebben.

1:05:36En mijn vrouw is er eigenlijk geen raad mee.

1:05:39Hoe moest ze hem nou bereiken?

1:05:41Moest ze hem naar zijn kamer sturen?

1:05:44Moest ze een straf?

1:05:50Ze wist het niet.

1:05:54Dan gaat er soms als ouders ook een gebed in je hart.

1:05:56Hoe moet ik het nou aanpakken?

1:06:01En toen kwam hij binnen.

1:06:04Hij ging op de bank zitten.

1:06:06En mijn vrouw gaat ernaast zitten.

1:06:08En die slaat zijn arm om hem heen.

1:06:10En die zegt, je bent mijn lieve jongen.

1:06:15En toen brak hij.

1:06:16Hij

1:06:18begon niet te huilen.

1:06:20Toen zei die moeder, ik weet het.

1:06:23Ik doe het niet goed.

1:06:25Voelt u wel gemeente?

1:06:28Zo komt God tot ons.

1:06:31In het heilig evangelie.

1:06:33Hij reikt de hand van genade naar ons.

1:06:37En

1:06:40verbreekt dan je hart er niet onder.

1:06:43Blijf je dan dezelfde.

1:06:46Hij overlaat ons dag aan dag met zijn goede tierenheid.

1:06:50Want dat ga je dan opmerken.

1:06:53Wie is God?

1:06:55Die grote heilige God.

1:06:57Die gemeenschap of die ons opzoekt.

1:07:01Die zijn genade aan ons wil bewijzen.

1:07:05In de belofte van het heilige evangelie.

1:07:09De boodschap, er is genade.

1:07:12Er is verzoening.

1:07:15Er is een terugkeer mogelijk.

1:07:17En zo roept hij ook ons op.

1:07:20Mijn zoon, mijn dochter, geef mij uw hart.

1:07:25En hij smeekt het aan u.

1:07:27In het een van degenen.

1:07:29Hij gebruikt de sleutel.

1:07:32Om je hart te openen.

1:07:34En dan weet ik.

1:07:35Niemand kan zijn eigen hart openen.

1:07:37Maar God doet dat.

1:07:42Ik weet het nog.

1:07:43Dat er een jongen in de gevangenis.

1:07:45De sipiers wisten er geen raad mee.

1:07:48Ze waren bang voor hem.

1:07:50En hij wilde eigenlijk maar het liefst.

1:07:54Deze sipiers maar vermoorden.

1:07:57Als hij de kans kreeg.

1:08:02En ik zat bij hem in zijn cel.

1:08:06Ik zeg, jongen, weet

1:08:09je hoe je het kan winnen?

1:08:12Niet door haat, maar

1:08:15door liefde.

1:08:18Liefde.

1:08:20Ik zal je een voorbeeld geven, zei ik tegen hem.

1:08:24Ik zeg, de heer Jezus werd aan het kruis genageld.

1:08:28Er stond ook een sipier bij.

1:08:30Een soldaat.

1:08:33En toen hoorde hij de heer Jezus bidden.

1:08:37Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen.

1:08:44En de heren openden zijn hart.

1:08:46En ook het hart van die moedenaar.

1:08:50Ze braken.

1:08:52Onder die liefde.

1:08:55Gemeente.

1:08:57God steekt zijn hand uit.

1:09:01Tot u in het heilig evangelie.

1:09:04Hij reikt de sleutel aan.

1:09:06Van het koninkrijk der hemelen.

1:09:08Om daar binnen te gaan.

1:09:13Wat is het verschrikkelijk.

1:09:17Als die roepstem.

1:09:19Die liefdelijke nodiging van hem.

1:09:23Als hij zegt, jongen, je

1:09:28leeft in een andere wereld.

1:09:31In het koninkrijk van de vorst en duisternis.

1:09:34Maar kom toch tot mijn rijk.

1:09:37En u zal het evige leven ontvangen.

1:09:43En u weigert dat.

1:09:45In de belofte van het evangelie.

1:09:48Mijn zoon, geef mij uw hart.

1:09:51Komt allen tot mij.

1:09:54En ik zal u rust geven.

1:09:58Een nodiging en een belofte.

1:10:00Dat is altijd in het evangelie.

1:10:04Wat tot ons komt in de nodiging en de belofte die God erbij geeft.

1:10:10Heel eenvoudig.

1:10:11Opent uw mond.

1:10:12Hij is van mijn vrijmoedig op mijn trouwverbond.

1:10:14Al wat u ontbreekt.

1:10:16Schenk ik zo gij het smeekt.

1:10:19Mild en overvloedig.

1:10:20God geeft het.

1:10:23En zo.

1:10:25Zo dikwijls als het openlijk betuigd wordt.

1:10:28Zo dik was als zij de belofte niet van het evangelie met een waar geloof aannemen.

1:10:35Wachtelijk in al en al hun zonden van God om de verdiensten van Christus vergeven zijn.

1:10:47Dat God nu

1:10:50in de belofte van dat evangelie wil beloven.

1:10:56Dat hij al je zonden wil

1:11:00wegwerpen.

1:11:01In de zee van evige vergetelheid.

1:11:04Want op aarde kun je zondigen tegen mensen.

1:11:13En dan

1:11:16hoor je het nog wel eens.

1:11:17Ik wil het je wel vergeven.

1:11:20Maar vergeten doe ik het niet meer.

1:11:23En

1:11:25dan blijft er altijd iets liggen.

1:11:29Maar weet je waarbij God.

1:11:31Dat is toch niet te begrijpen gemeente.

1:11:34Dat God.

1:11:36Als hij de sleutel van het koninkrijk voor je opent.

1:11:40Dat hij je als een arme zonder.

1:11:44Als je dan tot hem komt en je zonden beleidt.

1:11:50Dat hij die vergeeft.

1:11:54Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven.

1:11:57Die van de straf voor eeuwig is ontheven.

1:12:00En ook vergeet.

1:12:04Hij komt er nooit meer op terug.

1:12:06Hij werpt ze in de zee van eeuwige vergeetelijkheid.

1:12:12Om voor u het koninkrijk der hemelen te openen.

1:12:18Want dat koninkrijk der hemelen.

1:12:20Dat zegt de heer Jezus ook tegen de discipelen.

1:12:22Als hij het erover heeft.

1:12:24Dan zegt hij dat is binnen in uw lieden.

1:12:28Dat heeft hij zelf gewerkt.

1:12:33En als je eenmaal dat koninkrijk van God.

1:12:37Door de sleutel van dat woord.

1:12:39Dat woord dat je zo krachtig in

1:12:43je hart komt.

1:12:47Dat je neergeslagen wordt.

1:12:53En dat je

1:12:54buigt voor God.

1:12:58Dat je het niet meer opgeeft.

1:13:00Want wij van nature strijden we tegen God.

1:13:05Dat doen we net als Adam en Eva in het begin.

1:13:08Dat ze zeggen.

1:13:10De schuld van zich afwerpen.

1:13:14Ik ben niet uitverkoren.

1:13:16Ik

1:13:17kan bidden.

1:13:18Het helpt toch niet.

1:13:20Ik leef maar zoals ik wil leven.

1:13:24En bekeerd worden.

1:13:27Lot uit de loterij.

1:13:30Zo gaan mensen ermee om.

1:13:34Maar gemeente, het is een

1:13:37ruim aanbod van genade.

1:13:41We kunnen allemaal zalig worden.

1:13:44God heeft gelust aan de dood van een mens.

1:13:47Maar daarin dat hij zich bekeert en leeft.

1:13:51Dat is het welmenend aanbod van zijn genade.

1:13:56Al zo volgens het bevel van Christus.

1:13:59De geloven allerliegelijk verkondigd worden en openlijk betuigd.

1:14:03Wordt zo dikwijls als zij.

1:14:05De beloftering van het evangelie met een waar geloof aannemen.

1:14:11Werachtelijk.

1:14:12Met een waar geloof aannemen.

1:14:14Werachtelijk al hun zonden van God.

1:14:17Om de verdiensten van Christus wil vergeven zijn.

1:14:20En daarentegen allen ongelovigen.

1:14:25Dus als.

1:14:27Hij dat geloof.

1:14:29In onze harten werkt.

1:14:33Ik word van dood levend door een nieuwe geboorte.

1:14:39Dan mag ik het weten.

1:14:41Dat al mijn zonden.

1:14:44Om het bloed en de gerechtigheid van Christus.

1:14:48Vergeven zijn.

1:14:51En dat je dat koninkrijk van God.

1:14:55Door dat woord wat hij gesproken heeft.

1:14:58Binnen gegaan bent.

1:15:00Ik zal u een voorbeeld geven.

1:15:05Er was een meisje die kreeg verkering met een jongen.

1:15:10Dat meisje ging elke zondag twee keer naar de kerk.

1:15:16En die jongen die deed nergens aan.

1:15:21Maar zijn aanstaande schoolvader die zegt tegen hem.

1:15:24Jongen je mag hier binnenkomen.

1:15:26Maar je gaat wel elke zondag twee keer mee naar de kerk.

1:15:33En die jongen deed dat.

1:15:35Want hij hield zoveel van dat meisje.

1:15:39En die zat daar in de kerk.

1:15:41En weet je wat hij dacht?

1:15:43Die mensen zijn allemaal gek.

1:15:46Dat ze dat nog geloven wat die man daar op de preekstoel staat te verkondigen.

1:15:52Zo zat hij drie maanden in de kerk.

1:15:55En verklaarde ze allemaal voor niet goed wijs.

1:15:58En

1:16:03toen gebeurde het.

1:16:05De dominee had als tekst.

1:16:09Sacheus, ik moet heden in uw huis blijven.

1:16:15En hij zat naast zijn meisje.

1:16:17En ineens begon hij te snikken.

1:16:21En zijn meisje zegt, joh wat is

1:16:25er?

1:16:28De heilige geest is gekomen.

1:16:31Voelt u wel aangemeend.

1:16:33De

1:16:35sleutel van het koninkrijk van God.

1:16:38Dat

1:16:40opende zijn hart.

1:16:44En de

1:16:48heilige geest kwam in zijn hart.

1:16:51En dat koninkrijk werd gevestigd.

1:16:54Een droefheid naar God.

1:16:55Die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.

1:16:59Het

1:17:03evangelie wat hopelijk verkondigd wordt.

1:17:08Want die sleutel van het koninkrijk.

1:17:11Daar wil ik ook nog iets van zeggen.

1:17:14De heer Jezus had de sleutel van het koninkrijk van God.

1:17:18En hij zegt tegen Petrus.

1:17:20Als Petrus die mooie beleidelijst heeft uitgesproken.

1:17:24Dat hij de zoon van de levende God is.

1:17:29Dan zegt de heer Jezus.

1:17:30Hij heeft vlees en bloed u niet geopenbaard.

1:17:32Met mijn vader in de hemel.

1:17:37En u zal de sleutel van het koninkrijk der hemelen ontvangen.

1:17:43En wat jullie zullen openen zal geopend worden.

1:17:46En wat jullie ontbinden zullen ontbonden zijn in de hemel.

1:17:51Nou nou, dat is nogal wat.

1:17:54Dus niet alleen aan Petrus.

1:17:56Want Petrus, als hij die schone beleid is uitspreekt.

1:18:00Dan zegt hij eigenlijk.

1:18:03En dat zegt de heer Jezus dan ook.

1:18:05Dat op deze rotsteen, op deze geloofsbeleidenis.

1:18:10Zal ik mijn gemeente bouwen.

1:18:14En de dienaren van het woord, die krijgen dan de sleutel van het woord.

1:18:19Om dat woord te verkondigen.

1:18:22Ze zijn ook sleuteldragers.

1:18:28En ze moeten dat woord ook recht verkondigen.

1:18:32Wegenbeenten als ze dat niet doen.

1:18:35Als ze het niet recht verkondigen.

1:18:38Als ze het onder een sluier brengen.

1:18:41Of eigenlijk

1:18:45de

1:18:46belofte en het evangelie bekorten.

1:18:55Dan zal ook

1:18:59de Heere gericht houden over hen.

1:19:02Het

1:19:04woord van God moet recht verkondigd worden.

1:19:07Maar niet alleen zij zijn sleuteldragers.

1:19:12Maar gemeente, u bent het zelf ook.

1:19:19Ja, maar kan ik het evangelie verkondigen?

1:19:23Nee, ik kan dat niet.

1:19:24Ik kan niet eens praten.

1:19:27Maar ik ben wel tot

1:19:31de gemeente van Jezus Christus.

1:19:33En dat betekent...

1:19:36Dat u ook geroepen wordt.

1:19:40U naast voor Christus te willen.

1:19:47Omdat ook zij zullen komen tot het evangelie.

1:19:51En dat zij zullen horen die boodschap.

1:19:56Omdat de deur ook voor hen geopend zal worden.

1:20:03Ga dan heen.

1:20:04Gij zult mijn getuige zijn.

1:20:08Zegt de heer Jezus.

1:20:09En dat zegt hij niet alleen maar.

1:20:10Tegen zijn discipelen.

1:20:11Dat zegt hij allereerst natuurlijk tegen zijn discipelen.

1:20:14Maar dat zegt hij ook tegen ons.

1:20:19Het is niet zomaar dat we in een.

1:20:22Zoals iemand in de trein zit.

1:20:25En de machinist doet alles.

1:20:27En de controleur die komt met zijn kaartjes knippen.

1:20:31En u zit daar een beetje te kijken.

1:20:37En u dendert met die trein mee.

1:20:41Maar zo gaat het niet in het koninkrijk van God.

1:20:46U heeft uw ja-woord gegeven, toch?

1:20:50En u heeft daarin gezegd dat u zijn naam zal beleiden.

1:20:57In uw levenswandel.

1:21:00In uw spreken.

1:21:03In uw gezin.

1:21:05De plaats waar God u gesteld heeft.

1:21:09Dat u daar tot zegen zal zijn.

1:21:12Dat de sleutelen van het koninkrijk bediend zullen worden.

1:21:19En dan, wat

1:21:23staat er dan?

1:21:25Werkelijk hun zonden van God en de verdiensten van Christus vergeven.

1:21:29En daarentegen alle ongeloven die zich niet van harte bekeren.

1:21:38Het is wat.

1:21:39Niet van harte.

1:21:42Misschien wel uiterlijk.

1:21:45Misschien wel keurig dat uw levenswandel goed is.

1:21:49Maar

1:21:51dat u

1:21:53toch niet

1:21:57wandelt naar

1:22:00het heilig evangelie.

1:22:03Dat u eigenlijk in twee koninkrijken wil zijn.

1:22:10Maar dat kan niet.

1:22:13Je wil God dienen.

1:22:15En je wil de

1:22:17wereld dienen.

1:22:19Dat

1:22:20kan niet.

1:22:22Want dan bent u niet door de deuren van het koninkrijk gegaan.

1:22:26Dan staat u eigenlijk en leeft u eigenlijk in

1:22:32het koninkrijk van de voorster duisternis.

1:22:35En dan is hij uw vader waarvan de heer Jezus zegt.

1:22:39Dat is uw vader en vader de leug.

1:22:44En daar hoort u bij.

1:22:45Als u ongelooflijk.

1:22:47Je verzet tegen dat evangelie.

1:22:52Die blijde boodschap.

1:22:53Die boodschap van genade.

1:22:56Je verzet je daartegen.

1:22:57En dat kun je heel vroom doen.

1:23:00Je kan zeggen ja goed.

1:23:03Och mocht het eens een keer gebeuren dat ik tot bekering kom.

1:23:08Dan zegt u eigenlijk tegen God.

1:23:13Ja, ik kan er eigenlijk niks aan doen.

1:23:15Dat moet nog maar een keer gebeuren.

1:23:17U moet dat nog maar een keer doen.

1:23:21Maar dat staat nergens in de Bijbel.

1:23:24Dat staat in de Bijbel.

1:23:25Bekeert u en gelooft het evangelie.

1:23:30Dus als u dat woord wat God tot u zendt, niet

1:23:37ter harte neemt.

1:23:39Als u er niet onder buigt, dan

1:23:44verzet u zich tegen God en zijn woord.

1:23:49Want dan blijft de toren van God op je rusten.

1:23:53Want als je buiten dat koninkrijk van God staat.

1:23:57Als je niet wederom geboren bent.

1:23:59Dan sta je en dan leef je nog onder de toren van God.

1:24:04Het wordt nog niet voldrokken.

1:24:08Dat is pas bij de dood.

1:24:11Maar u leeft wel onder dat vonnis.

1:24:14Wat

1:24:19David zegt, die van de straf.

1:24:23Voor eeuwig is ontheven.

1:24:27Dat is als je binnen gegaan bent.

1:24:29In dat koninkrijk van God.

1:24:33Als je door nieuwe geboorte.

1:24:36Hem mag leren kennen.

1:24:40Dan ga je binnen.

1:24:42In dat koninkrijk van God.

1:24:44Maar anders.

1:24:46Blijft de toren van God op je rusten.

1:24:49De eeuwige doel is licht.

1:24:52Op je als het ware.

1:24:54Als ze zich niet bekeren.

1:24:56Naar welk getuigenis des een van genie God zal oordelen.

1:24:59Beide in dit en dit toekomende leven.

1:25:04Dat in

1:25:08dit leven.

1:25:09Want uw geweten zegt het u.

1:25:12Gemeente.

1:25:14Dat is de stem van God.

1:25:16Als je zo doorgaat.

1:25:19Onbekeerd.

1:25:23Dan ga je voor eeuwig verloren.

1:25:25Dat

1:25:27voel je in het diepst van je hart.

1:25:31Maar wat zal het dan zijn als die eeuwigheid binnen gaat.

1:25:36En je staat voor die troon van God.

1:25:40Dan zal hij het zeggen.

1:25:42Het was u aangeboden.

1:25:46En dan kun je alle argumenten die je misschien hier op aarde hebt.

1:25:51Om je buiten dat koninkrijk van God te houden.

1:25:55Die zijn niet meer houdbaar.

1:25:59Dan kun je op duizend vragen geen antwoord geven.

1:26:04Want dan is het te laat.

1:26:08Zoals de rijke man stond

1:26:13buiten.

1:26:15Koninkrijk van God.

1:26:17Hij was wel een kind van het verbond.

1:26:20Een kind van Abraham.

1:26:22En toch was

1:26:25hij een buitenstaander.

1:26:28Bent u dat ook.

1:26:31Haast u dan gemeente.

1:26:33Spoed u om je levenswil.

1:26:35Want de tijd is voor het kort.

1:26:39Het oordeel van God is dichtbij.

1:26:42Het hangt als het ware boven je.

1:26:46En daarom.

1:26:48Roep tot hem en

1:26:51hij zal u antwoorden.

1:26:57En dan de tweede sleutel.

1:27:00Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door de christelijke ban?

1:27:09Tucht.

1:27:12Ja, tegenwoordig is dat heel gemakkelijk natuurlijk.

1:27:17Vroeger, als je werkelijk de tucht had in de kerk, was maar één kerk.

1:27:25Als hij iets misdaan had, dan

1:27:29werd hij erop aangesproken en dan kwam hij onder censuur te staan.

1:27:33En tenslotte, zoals het hier staat, in de band gedaan en buiten de kerk gesloten.

1:27:43Tegenwoordig zeggen ze nou goed, ja,

1:27:46ik ga maar naar een andere gemeente.

1:27:52Dan kunnen ze me niks meer doen, een

1:27:56gemeente.

1:27:58Al heeft dan de gemeente de wapens van de tucht niet volledig meer in handen.

1:28:04Maar

1:28:06toch blijft het hier staan.

1:28:10Allereerst, als het over de tucht gaat, wil ik toch even erop wijzen.

1:28:18Dat wij elkaar ook moeten bevragen.

1:28:25Dat we elkaar ook moeten aanspreken.

1:28:28Want zo staat het toch in Matthäus 18.

1:28:31Als een broeder of een zuster of iemand gezondigd heeft.

1:28:35Dan ga je persoonlijk naar hem toe.

1:28:37En je spreekt met hem.

1:28:41En als hij niet luistert.

1:28:43Dan ga je naar de gemeente.

1:28:46Meestal naar de kerkenraad.

1:28:48Of de oudste.

1:28:51En je legt het probleem dan voor.

1:28:55En dan wordt er gebeden.

1:28:58Want het gaat in de tucht niet om iemand buiten de deur te zetten.

1:29:02Maar zoals de katechisme ook eindigt hier.

1:29:06Dat hij in zijn gemeente.

1:29:10Een weerwachtige bekering en beloven en bewijzen.

1:29:16Een betering, bewijzen en beloven.

1:29:20Dus het gaat erom, dat doe je toch thuis ook met je kinderen, ouders.

1:29:26Je kasteit je kinderen om hen te behouden.

1:29:32Niet om hen buiten de deur te zetten.

1:29:36Maar soms moet je het wel eens even zeggen tegen.

1:29:38Ga maar naar je kamer, ik wil je niet meer zien.

1:29:44Ga onder mijn ogen vandaan.

1:29:50Dat doe je niet.

1:29:52Voor je plezier.

1:29:53Wat doet een pijn in je hart.

1:29:56Als je kinderen zo moet tuchtigen.

1:30:01Zo is bij God ook gemeente.

1:30:04In de gemeente ook.

1:30:05Zo moet de tucht ook gehandhaafd worden.

1:30:08En dat begint zoals ik al zei bij jezelf.

1:30:15Ja die man die.

1:30:20Volgens mij ligt hij de boel op.

1:30:26Hij steelt.

1:30:29Ik zal er maar niks van zeggen, want ik vul mijn belastingpapieren ook niet zo goed in.

1:30:35Dus ja, moet ik er wat van zeggen?

1:30:38Nee, niet doen hoor.

1:30:42Ik neem maar een voorbeeld.

1:30:46Zo gaat het met alle dingen.

1:30:49Ja, ik duig ook niet.

1:30:51Moet ik er nou wat van zeggen?

1:30:53En als ik er wat van zeg, dan krijg ik scheve gezichten.

1:30:59Maar u bent verplicht om

1:31:03elkaar te waarschuwen.

1:31:06Daar begint het mee, gemeente.

1:31:10Maar zo ook is de gemeente, dat

1:31:15moet de tucht handhaven.

1:31:17Want al zo volgt het bevel van Christen.

1:31:20Degene die onder een christelijke naam, hoort u het?

1:31:26Een

1:31:27onchristelijke leer of leven voeren.

1:31:30Nadat zij etterlijke malen broedelijk vermaand zijn.

1:31:38Dus onder een christelijke...

1:31:43levenswijze toch verkeerde weg gaan.

1:31:46En die vermaand worden.

1:31:49Ze moeten vermaand worden.

1:31:53Dat is niet een leuk werk.

1:31:56Ook voor een kerkenraad niet.

1:31:58Dat

1:32:01is soms heel moeilijk.

1:32:03Maar het is tot behoud van

1:32:08degene die zondigt.

1:32:12Vermaand en...

1:32:14of hun schandelijke leven niet willen aflaten...

1:32:17der gemeenten, dergenen die die gemeenten daartoe verordend zijn.

1:32:21Dus je ziet er een trap in.

1:32:24Zo is het ook met het censuur.

1:32:26Een stille censuur, u weet dat.

1:32:31Iemand die zondigt.

1:32:33Er wordt geen naam genoemd.

1:32:36Maar eerst wordt er geprobeerd om deze broeder of zuster...

1:32:40tot de gemeente weer terug te krijgen.

1:32:43Zich te bekeren van zijn zondige weg.

1:32:47Met brouw en schuld beleiden.

1:32:51Maar als hij zich volhart in de zonde.

1:32:53Wat moet je dan doen?

1:32:56Ja dan moet je het aan de gemeente zeggen.

1:33:00Dat betekent aan de oudste.

1:33:03En dan.

1:33:05Wat moet er dan gebeuren op den duur?

1:33:08Als hij maar doorgaat.

1:33:10Dan moet er voor hem gebeden worden.

1:33:14Als de naam bekend gemaakt wordt.

1:33:17Of eerst zonder zijn naam te noemen.

1:33:22Is dat dan wel eens.

1:33:23Dat zal ook hier wel gebeurd zijn.

1:33:27Hebt u wel eens een nachtje van wakker gelegd.

1:33:32Gemeente.

1:33:34Van die persoon.

1:33:36Heb u wel eens geworsteld.

1:33:40Op je knieën.

1:33:42O God.

1:33:43Breng hem toch terug.

1:33:46Die broeder is afgedwaald.

1:33:49Of.

1:33:51Roddelen we.

1:33:53Vertellen we het aan anderen.

1:33:54Hebben we het al gehoord.

1:33:55Nou.

1:33:56Die ook een scheve schaats kan rijden.

1:33:58Zeg.

1:33:58Nou nou.

1:34:00Het is wat.

1:34:02Je vindt het niet erg.

1:34:06Maar als je het erg vindt.

1:34:09Dan ga je eronder gebukt.

1:34:12Dan draag je dat als een last mee.

1:34:15Want het is een lid.

1:34:17En als een lid leidt.

1:34:19Leiden toch alle leden.

1:34:23Dan worstel je aan de troon der genade.

1:34:25O God bekeer.

1:34:27En bekeert hem.

1:34:29Leid hem toch terug.

1:34:33En als ten slotte hij

1:34:38volhaart.

1:34:41Gelukkig gebeurt er niet zoveel.

1:34:43Maar dan

1:34:45moet je hem uitsluiten.

1:34:48Hij mag niet deelnemen aan de sacramenten.

1:34:51Hij wordt uitgesloten.

1:34:54Uit de gemeente in de band gedaan.

1:34:57En dit is ten opzichte tegenover de Roomse kerk.

1:35:00De Roomse kerk kan in de band doen.

1:35:03En dan kun je eigenlijk nooit meer terug.

1:35:07Als je eenmaal buiten de kerk gesloten wordt.

1:35:12Dan ben je overgegeven aan de verlorenheid, de hel.

1:35:18Maar zo is het in de gemeente van Christus niet.

1:35:24Dan is die broeder of die zuster die buiten gesloten wordt.

1:35:31Zoals Efraim.

1:35:33Hij

1:35:35werd ook buiten gesloten.

1:35:37De Heer zegt, ga er maar uit jongen.

1:35:42Zo kun je hier niet blijven.

1:35:47En toen gebeurde het.

1:35:50Toen kreeg Efraim raal.

1:35:53En hij klopte op zijn heup.

1:35:58En toen zag God dat.

1:36:00Want

1:36:01God ziet alles.

1:36:02Gelukkig bent u er ook zo blij mee.

1:36:05Dat God nu alles weet van je.

1:36:09Ook je zonde.

1:36:11Maar ook het hartelijk verdriet over die zonde.

1:36:18Als je dat ook zo eerlijk kan beleiden aan hem.

1:36:21En

1:36:24toen zag God hoe Evere hem daar

1:36:28brouw had.

1:36:29En op zijn heup geklopt.

1:36:30En dan wordt...

1:36:32God bewogen tot het innerlijke van zijn ingewanten.

1:36:37Dat raakt God op zijn diepstgemeente.

1:36:42Als we als een arme zondaar tot hem komen.

1:36:46Dan kan God niet meer omheen.

1:36:50Dan kan Jezus niet omheen gemeente.

1:36:53Hij is het.

1:36:55Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken.

1:36:59Wat verloren was.

1:37:02En zalig.

1:37:03Als hij je mag vinden zo.

1:37:07In de binnenkamer.

1:37:08Met een gebroken en verslagen hart.

1:37:12Dan zul je weer hersteld worden.

1:37:17Dan zal het zo zijn als we met David mogen instemmen.

1:37:23Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven.

1:37:27En dat David ook moest zeggen.

1:37:29Dat kwaad wat hij heeft gedaan.

1:37:32Dat God er niet meer aan dacht.

1:37:36En hersteld werd.

1:37:40In diepste wezen.

1:37:43Wat we in het paradijs verloren hebben.

1:37:46Dat we dat terug ontvangen.

1:37:49Hier, nu, in dit leven.

1:37:54Want in het paradijs verloren we het eeuwige leven.

1:37:58En hier wil

1:38:01God als een brouwhebbend zonder het eeuwige leven weer teruggeven.

1:38:12Dan ga je dat koninkrijk binnen.

1:38:15Dan weet je, ik moet wel een keer sterven.

1:38:19Maar dan wordt het sterven niet een ondergang.

1:38:24Maar een doorgang tot het eeuwige leven.

1:38:29De gemeente zullen

1:38:32we dat niet zoeken.

1:38:34De wereld gaat voorbij.

1:38:37Met alle begeerlijkheden.

1:38:40Maar die de wil van God doet.

1:38:43Die heeft het eeuwige leven.

1:38:46Amen.

1:38:47Laat

1:38:48[GEZANG]

1:41:38ons samen danken en bidden.

1:41:41Heren wat een wonder.

1:41:45Dat gij die dwaas en

1:41:48wrevelig overtreden.

1:41:51Bezoekt met de roede.

1:41:52En toch zegt u over hen.

1:41:57Uw gunst en goedheid nooit doen enden.

1:42:03Niet veilen in uw trouw.

1:42:06Nog mijn verbond ooit schenden.

1:42:11Heren, wat

1:42:14bent u goed.

1:42:15Dat

1:42:17liet u ook vanavond zien.

1:42:21Dat u, al

1:42:24hebben we dan vrevelig overtreden.

1:42:28En als u komt met de roede in ons leven.

1:42:33Dat u dan toch daarin alleen maar uw liefde laat blijken.

1:42:42Heren, geef ons daar oog voor.

1:42:45Want dat kunnen we toch in die stok bijten.

1:42:50Heren, opstandig worden.

1:42:54Als u kastuit.

1:42:58Maar geef, heren, dat we aan uw voeten komen.

1:43:03Dat wij vernederd worden.

1:43:06Dat we gebroken worden voor uw heilig aangezicht.

1:43:12Omdat uw naam verheerlijk zal worden.

1:43:16Heren, dan zullen we ook die vrede, die liefde, die genade van u ontvangen.

1:43:24Heren, geef dat wij wat we besproken hebben vanavond mee mogen dragen in onze hart.

1:43:32En dat het zijn vruchten mag dragen in de gemeente.

1:43:36Gedenk ons in de week die weer voor ons ligt, heren.

1:43:40En ons bewaren.

1:43:42Bewaren bij uw woord.

1:43:45En onze harten vervullen met de vrede van u.

1:43:52Heren, wees zo met ons.

1:43:56Vergeef al het zondige en zie ons aan in uw zoon.

1:44:01De heer Jezus Christus.

1:44:04Amen.

1:44:08We zingen tot slot de psalm 118, het negende vers.

1:44:13De Heer wou mij wel hardkastijden, maar stortte mij niet in de dood.

1:44:19Verzagde vaderlijk mijn lijden.

1:44:22[GEZANG]

1:47:34Eindigen te beden uit de avondzang.

1:47:37O Vader, dat uw liefde ons blijkt.

1:47:41O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:47:44O Geest, zendt u troost ons neer.

1:47:48Triëne God, u zij al de eer.

1:47:52Amen.

1:47:53[GEZANG]