0:00Tot
0:00[GEZANG]
10:04God.
10:04Onze
10:07hulp en onze verwachting is van de Heere Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt in eeuwigheid en die
10:19nooit laat varen het werk zijn er handen.
10:24Genade zij met ons en vrede van God de Vader, van Jezus Christus de Zoon, door de Heilige Geest.
10:36Amen.
10:39Gemeente, we zetten deze dienst voort met het zingen van Psalm 103, het eerste vers.
10:45Looft, looft een Heer, mijn ziel, met alle krachten, verheft zijn naam, zo groot, zo heilig dacht.
10:54Och, of nu al wat in mij is, hem preest.
10:58Psalm 103, vers 1.
11:00De
11:00[GEZANG]
13:30schriften in het Nieuwe Testament, de evangeliebeschrijving van Lucas.
13:36Hoofdstuk 13 van 1 tot en met vers 9.
13:41Maar vooraf stellen we ons voor de spiegel van Gods heilige wet.
13:46Waarop we zingen Psalm 106 het derde vers.
13:50Geef dat mijn oog het goede aanschouw.
13:54Terwijl ik gij uit onbezweken trouw uw uitverkone toe wilt voegen.
14:00En daarna lezen we Lukas 13 van 1 tot en met vers 9.
14:09Toen sprak God al deze woorden zeggende.
14:13Ik ben de Heer uw God.
14:16Die u uit Egypteland.
14:19Uit het diensthuis uitgeleid heb.
14:23Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
14:28Gij zult u geen gesneden beeld nog enig gelijkenis maken.
14:32Van hetgeen dat boven in de hemel is.
14:35Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
14:38Nog van hetgeen dat in de wateren.
14:40Onder de aarde is.
14:42Gij zult u voor die niet buigen.
14:45Nog geen dienen.
14:46Want ik de Heer uw God.
14:49Ben een ijveren God.
14:51Die de misdaad der vaderen bezoekt.
14:53Aan de kinderen.
14:55Aan het derde.
14:56En aan het vierde.
14:58Degene die mij haten.
14:59En doe barmhartigheid.
15:02Aan duizenden.
15:03Degene die mij lief hebben.
15:05En mij geboden.
15:07Onderhouden.
15:09Gij zult de naam des Heren, uw schots, niet eindelijk gebruiken.
15:14Want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.
15:21Gedenk de Sabbatdag, dat gij dien heiligt.
15:25Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
15:29Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren, uw schots.
15:32Dan zult gij geen werk doen.
15:35Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht.
15:40Nog uw dienstmaagd.
15:42Nog uw vee.
15:43Nog uw vriendeling die in uw poorten is.
15:46Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
15:50De zee en al wat erin is.
15:53En hij rustte ten zevende dagen.
15:57Daarom zegende de Heer de Samadag.
16:00En heiligde dezelfde.
16:03Eerd uw vader en uw moeder.
16:06Omdat uw dagen verlengd worden in het land.
16:10Dat u de Heer uw God geeft.
16:13Gij zult niet doodslaan.
16:16Gij zult niet echt breken.
16:19Gij zult niet stelen.
16:21Gij zult geen valse getuigenis breken tegen uw naaste.
16:26Gij zult niet begeren uw naaste huis.
16:30Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
16:33Nog zijn dienstknecht.
16:35Nog zijn dienstmaagd.
16:38Nog zijn os.
16:40Nog zijn ezel.
16:42Nog iets dat u snaasten is.
16:45[GEZANG]
18:25Lukas 13 van 1 tot en met vers 9.
18:29En
18:30daar laat Gods woord al dus.
18:33Er waren diezelfde
18:36tijden enige tegenwoordig die hem boodschapten van de Galileërs.
18:43Welke bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.
18:49En Jezus antwoordde en zei er tot hem.
18:53Meent gij?
18:54Dat deze Galileërs zondaars zijn geweest boven al die Galileërs.
19:01Omdat zij zulks geleden hebben.
19:05Ik zeg u.
19:07Neem zij.
19:09Maar indien gij u niet bekeert.
19:13Zo zult gij allen desgelijks vergaan.
19:18Op
19:20die achttien.
19:21Onder welke de toren in Siloam viel.
19:24En doodde hen.
19:26Meent gij dat deze schuldenaars zijn geweest boven alle mensen die in Jeruzalem wonen?
19:36Ik zeg u, neen zij, maar
19:39in die gij u niet bekeert.
19:42Zo zult gij allen insgelijks vergaan.
19:47En hij zei de deze gelijkenis.
19:50Een zeker man had een vijgenboom geplant in zijn wijngaard.
19:56En hij kwam en zocht vrucht daarop en vond ze niet.
20:02En hij zeide tot de wijngardenier, zie, ik kom nu drie jaar zoekende vrucht op deze vijgenboom en vind ze niet.
20:13Hou hem uit, waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?
20:20En
20:21hij antwoordde en zeide tot hem, heren, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik hem omgrave.
20:32En mest gelegd zal hebben.
20:35En indien hij.
20:37Vrucht zal voorbrengen.
20:39Laat hem staan.
20:42Maar indien niet.
20:43Zo zult gij hem.
20:46Namaals.
20:48Uithouden.
20:49Tot zover.
20:51Schriftlezing.
20:54Tekstwoorden vindt u.
20:56In het voorgelezen schriftgedeelte.
20:59Vers 8 en 9.
21:01En hij antwoordde en zeide tot hem.
21:04Heren.
21:05Laat hem ook nog dit jaar, totdat ik hem omgraven en mest gelegd zal hebben.
21:14En indien hij vrucht zal voerbrengen, laat hem staan.
21:19Maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouden.
21:29We schrijven er als thema boven de gelijkenis van de vijgenboom.
21:36Ten eerste zien we op zoek naar vrucht.
21:41Ten tweede een voorbede.
21:44En ten derde het eindoordeel.
21:49Dus de gelijkheid van de
21:52vijgenboom.
21:53Op zoek naar vrucht.
21:56De voorbede en het eindoordeel.
22:03Laat ons ons verenigen in het gebed om de heren zijn zegen te vragen.
22:08Over ons samen zijn deze morgen.
22:11Een
22:12rouwdragende familie.
22:14Heerschap.
22:15En Meijer, in verband met de overlijden van Maartje, heerschap Meijer.
22:22Daar willen we voor bieden.
22:24En voor dominee Job en zijn gezin, die het beroep heeft ontvangen.
22:30Laat ons het aangezicht des heren zoeken.
22:37Heren, zo komen wij tot u op deze eerste zondag van
22:44het pas begonnen jaar.
22:47Dat wij hier in uw huis weer mogen zijn.
22:53Wat een voorrecht, heren.
22:56Dat u ons weer roept.
22:58En
23:00dat wij hier mogen samengekomen zijn.
23:05Onder uw woord.
23:07Want
23:09gij hebt het al tegen ons gezegd.
23:13Toen we de wet
23:15lazen.
23:18Ik ben de Heere uw God.
23:22God
23:24van het verbond.
23:28Heere een
23:31eeuwig wonder.
23:32Dat
23:34u een weg hebt uitgedacht.
23:37Dat mensen.
23:40Die zich van u hebben afgekeerd.
23:43Terug kunnen komen.
23:48Doordat uw Zoon, de Heer Jezus Christus, naar
23:54de aarde gekomen is.
23:58Dat hebben we met elkaar ook overdacht op de kerstfeest.
24:02En
24:04dat gij, de Heer Jezus Christus,
24:08bereidwillig was in de dienst van uw Vader.
24:13Om het welbehagen van uw Vader.
24:19Door te mogen laten gaan.
24:21Op dat mensen.
24:24Zondige mensen.
24:27Mensen die.
24:29Weggelopen zijn van u.
24:31Terug zouden kunnen komen.
24:34Hersteld in uw gemeenschap.
24:37En in uw liefde.
24:40Eeuwig.
24:41Eeuwig gelukkig zullen zijn.
24:44Heren.
24:45Wat een wonder.
24:47En daarom zijn we in uw hart.
24:49Omdat we zalig worden.
24:52Heren en u kent ons allen.
24:55U weet wat er leeft in onze harten.
24:58Of er een honger en dorst is naar uw gerechtigheid.
25:03Of er een verlangen is in onze harten.
25:06Om u te mogen kennen.
25:08U te mogen lief hebben.
25:11U te mogen dienen.
25:13Of dat we uit onze plicht en gewoonte hier gekomen zijn.
25:21Heren wilt u het veranderen.
25:23Wilt u geven.
25:26Dat er waarlijk een verlangen mag komen.
25:29Om u te volgen.
25:33Om u te dienen.
25:36Om de weg te gaan.
25:40Door de enge poort.
25:43Die tot het leven leidt.
25:46Want breed is de weg.
25:48Die naar het verderf gaat heren.
25:52Dat hebben we zelf gedaan.
25:55We gingen zelf allemaal die brede weg op.
25:59Maar u zegt het gaat in door die enge poort.
26:04Tot het leven.
26:07En dan moeten we alles achterlaten.
26:10O heren dat zullen we nooit doen.
26:13U weet het.
26:16Wij zullen de wereld niet loslaten.
26:19We zullen ons oude leven niet afleggen.
26:23Maar als u roept.
26:25En u roept ook voor morgen.
26:28Als de grote landsman.
26:31Die zoekt naar vrucht.
26:36En u zegt het tegen ons als we nog op die brede weg wandelen.
26:43Waarom beslaat gij onnuttelijk de aarde?
26:49Uw leven heeft totaal geen
26:53nut in deze wereld.
26:55Al bent u nog
26:58zo voornaam in dit leven.
27:02Al bent u nog zo rijk.
27:05En
27:07bezit u alles wat de aarde biedt.
27:13Maar u beslaat onnuttelijk de aarde.
27:16Heren, dat
27:19het naar binnen mag gaan.
27:21Dat het in onze harten tot
27:25het diepst van ons bestaan mag raken, heren.
27:29Dat u nu komt om te zoeken naar die vrucht.
27:36Heren, wilt u dan
27:39geven door uw genade.
27:42Dat
27:43die boom die stond daar in
27:47die hof, in die wijngaard.
27:52Die boom.
27:54Had niets.
27:55Wat in voorbracht aan vruchten.
27:59En dat moeten we allemaal.
28:01Zoals we hier zitten heren.
28:03Het zeggen.
28:04Wat brengt onze boom voort.
28:07Ons leven.
28:09Vruchten.
28:11U zoekt daarnaar.
28:14Maar zalig heren.
28:17Als we door genade.
28:18Het mogen weten.
28:21Geborgen te zijn in u heer Jezus Christus.
28:25Dan zegt u.
28:28Uw vrucht.
28:30Wordt uit mij gevonden.
28:33Heren.
28:35Dan gaat het goed.
28:37Dan zullen we niet omgehakt worden.
28:39En in het vuur geworpen worden.
28:42Maar dan zullen we.
28:44Een plaats krijgen.
28:46In die eeuwige heerlijkheid.
28:50Heren wilt u.
28:51Ons zo voorgaan.
28:53Met uw heilige geest.
28:55Dat hij ons leidde.
28:58In uw waarheid.
29:00Dat hij.
29:02Ons brengde.
29:04Bij u heren.
29:06Trek ons dan.
29:07Met de code van uw liefde.
29:10En wilt u.
29:12Het alles.
29:14Deze morgen wel maken.
29:17Heren we bidden.
29:18Ook voor de rouwdragende.
29:21Van de familie.
29:23Heerschap en Meijer.
29:27Overlijden van maatje.
29:29Heerschap Meijer.
29:32Een hoge leeftijd.
29:33Heren 84 jaar bereikt.
29:38En toch, ook
29:40zij moest haar leven eindigen.
29:45O Heere, wilt u met de bedroefde familie zijn.
29:50Wilt u troosten met uw heil en genade.
29:55Want u kunt alleen troosten.
29:57Maar niemand kan troosten.
30:00Want mensen troosten is leeg, Heere.
30:04Maar gij zijt het.
30:07Die door uw genade gaven.
30:11En kan troosten.
30:13En daar bidden we voor.
30:14Wilt u ook gedenken aan
30:18dominee Jobbe.
30:18Hij heeft het beroep ontvangen hier.
30:23En u weet wat er leeft in zijn hart.
30:27Maar wilt u als de opperhedder.
30:32Als het in uw raad kan bestaan hier.
30:35Zijn hart ombuigen.
30:38Dat hij niets anders meer kan dan een beroep aannemen.
30:45Heren, dat hebben wij niet verdiend.
30:49Maar u
30:51bent het toch.
30:53Die het beloofd heeft.
30:57Dat de gemeente de poorten der hel niet zullen overweldigen.
31:02Heren, wilt
31:05u dan nog opstaan.
31:08En ons genadigd zijn.
31:11In de heer Jezus Christus.
31:15Die als de tuinier het gezegd heeft.
31:20Laat hem nog staan.
31:23Ik zal hem omgraven en mest leggen, heren.
31:30En dat hij ervoor gebruikt mag worden om ook in deze gemeente die arbeid te verrichten.
31:39We bidden daarom, heren.
31:42Gedenk ook de zieken, ernstig zieken.
31:46Heren, wees er naar bij.
31:49Als het uur van sterven komt, wilt
31:54u geven dat ze geborgen mogen zijn.
31:58In u heer Jezus Christus.
32:03Gedenk ook.
32:04En dat bidden we ook voor.
32:05Voor de gasten.
32:07Van de oase.
32:09Wilt u ook geven heren.
32:12Dat zij daar.
32:13Dat ze daar een tijd van rust.
32:19Mogen hebben.
32:20Dat ze dan ook werkelijk.
32:23Die rust mogen vinden.
32:26En dat zij.
32:29Terug mogen keren.
32:30Naar de plaats waar zij.
32:33Hun taak hebben.
32:35Geef.
32:36Heren.
32:37Ook het personeel.
32:39De kracht en de wijsheid.
32:41Om ze te leiden.
32:43En aan
32:47te moedigen.
32:49Heren.
32:50Wilt u.
32:53Uw koninkrijk daar ook uitbreiden.
32:56Bidden ook voor de bewoners van de vijver.
32:59Van de Vlietberg.
33:02Wilt u ook daar.
33:05Zijn heren.
33:06Wilt u geven.
33:08Dat zij ook het woord wat tot hen komt, dat ze dat mogen beluisteren.
33:16Dat het gezegend zal worden aan hun hart.
33:20Heren, opdat de vruchten van geloof en bekering mag zijn.
33:26Heren, we willen ook voor de Vijverberg de woonzorg voor gehandicapten bidden.
33:33Daar is een overlijden.
33:35U weet wat een verdriet dat is.
33:39Als er een van de bewoners wegvalt.
33:42Heren wilt u ook daar zijn.
33:46Waar misschien verstandelijk de dingen niet zo op een rijtje gesteld kan worden.
33:52Maar u
33:55zijt het die het onegel en verachten.
34:00Ja dat gij dat uitverkoeren hebt.
34:04Omdat zij in deze wereld uw naam zullen beleiden.
34:09In eenvoudigheid.
34:11Heerlijk gedenk.
34:12Alle arbeid in uw koninkrijk, de zending, evangelisatie.
34:18Heren, wil verloren zonen en dochteren terugbrengen.
34:22Wil uw koninkrijk ook daar uitbreiden.
34:26Geef dat de zendingsarbeiders soms op eenzame plaatsen dat mogen doen.
34:32In afhankelijkheid van u, heren.
34:35Want u heeft het toch gezegd.
34:39Tegen uw discipel, ik ben met u.
34:41Al de dagen.
34:43Tot aan de volleinding der wereld heren.
34:46Zou u dat willen zegenen.
34:48En we gedenken ook aan de overheid heren.
34:53Wilt u ook daar zijn.
34:56Een nieuw kabinet wordt er gevormd.
34:59Allemaal zo moeilijk heren.
35:02Omdat we u verlaten hebben.
35:05Omdat de mens zijn eigen weg wil gaan.
35:10En zo zien we dat ook in de regering.
35:12Maar heren wilt u nog geven.
35:16Een regering mag komen.
35:18En dat ons land stuurd mag worden.
35:23In
35:25deze crisistijd.
35:27Heren geef nog mensen die staan op uw woord.
35:34En uw woord als een lamp voor hun voet mogen hebben.
35:40Een licht op hun pad.
35:42En dat ook ze dat mogen uit.
35:46Dragen aan de regering.
35:49Heren.
35:50Geef ons er gebed voor.
35:52Want we zijn dikwijls zo biddeloos.
35:56Laat het maar over ons heen komen.
35:58Maar geef heren.
35:59Dat de nood van ons land.
36:02Op onze harten gebonden mag worden.
36:05Heren.
36:07Gedenk ook aan alle die.
36:08Met ons meeluisteren thuis.
36:11In de gezinnen.
36:13Ook de gezinnen in de gemeente.
36:15Heren wat kan er.
36:17Door allerlei omstandigheden, spanningen ontstaan.
36:22Huwelijken die
36:25lijken
36:28stuk te lopen.
36:29Wilt u zich
36:32over hen ontfermen.
36:34Heren dat wij met
36:38al deze noden tot u mogen komen.
36:41Want u bent het.
36:44Die man en vrouw samenbrengt.
36:47En u deed teken en wonderen.
36:50Het eerste teken
36:54wat u gedaan hebt was op een bruiloft heren.
36:58Dat de wijn was op.
37:01Zo kan het ook in het huwelijk zijn.
37:04Liefde die op is.
37:07Maar wilt u het vermenigvuldigen.
37:11En geven heren.
37:12Dat ze samen mogen buigen.
37:15En het hele gezin.
37:17Voor u en uw woord.
37:20Heren wees zo een genadig en een warmhartig God.
37:26Over ons.
37:29Wij hebben niets verdiend heren.
37:32Nergens recht op.
37:34Maar wilt u.
37:36Uw genade schenken.
37:40Om de verdiensten van uw lieve zoon.
37:43Die de weg van gehoorzaamheid gegaan is.
37:47De schande veracht.
37:49Het kruis gedragen heeft.
37:51Opdat ook wij.
37:53Van die vruchten.
37:56Deelgenoot mogen worden.
37:58Wij bidden dat.
37:59Om Jezus wil.
38:02Amen.
38:03We
38:06gaan zingen.
38:07Psalm 1, vers 1, 2 en 3.
38:11Welzalig hij die in de boze raad niet wandelt, nog op het pad der zonder staat.
38:16En het tweede, want hij zal zijn gelijk een frisse boom.
38:22Een derde, gans anders is met hem, die het kwaad bewindt.
38:27De collecten vandaag zijn bestemd eerst voor het plaatselijke kerkenwerk.
38:35De tweede voor de kerkvoertuig en de derde de aflossing van de kerk.
38:40En we willen u nog meedelen dat dinsdag 6 januari is er contactmiddag.
38:47De aanvang is 14 uur 30, dus half drie.
38:53En dinsdag 6 januari is er ook weer een jongvolwassen kring.
38:58Aanvang 19 uur 30.
39:02En deze week zullen ook de categorisaties...
39:05We beginnen zo de Heer u wil.
39:08En wij leven zijn deze datums genoemd.
39:12Zingen psalm 1,
39:151, 2 en 3.
39:17Ondertussen krijgt u gelegenheid uw liefde gaven.
39:20De Heer is een dienst te wijden.
39:22[GEZANG]
46:13Gemeente na het amen van de preek willen we zingen psalm 95.
46:18En daarvan het vijfde vers.
46:21Verhart u niet.
46:23Neemt zijn genade ootmoedig aan.
46:26En laat Meriba en laat Massa u ten afschrift wezen.
46:31Waar ik door uw vaders ben verzocht.
46:34En wat er verder volgt.
46:36Psalm 95, het vijfde vers na het amen van de preek.
46:43Gemeente, deze eerste zondag van het nieuwe jaar begrijpt u ook wel.
46:51Dat deze preek ook eigenlijk een nieuwjaarspreek is.
47:00Dit jaar staan.
47:05We weten niet wat het nieuwe jaar ons zal brengen.
47:08Het ligt zo
47:11als maagdelijk voor ons.
47:16Maar we beseffen allemaal.
47:19Dat wij.
47:20Wat wij in het afgelopen jaar hebben meegemaakt.
47:24En wie we zelf zijn.
47:27Dat we dat allemaal meebrengen.
47:29Het nieuwe jaar weer in.
47:32Er verandert in wezen niets.
47:35De moeite, de zorg die we in het afgelopen jaar hadden.
47:40Misschien ook wel de vreugde.
47:43Dingen die heel plezierig waren.
47:46En waar we de heren ook voor al die weldaden mogen danken.
47:52Maar dat wij dat allemaal meedragen ook weer in het nieuwe jaar in.
47:58En nu we het nieuwe jaar zijn ingegaan is de vraag.
48:02Wat zal het ons brengen natuurlijk?
48:06Wat verwachten wij ook van dit jaar?
48:11En hoe zijn we tegenover de Heren
48:15gesteld?
48:19Is er ook een verlangen om
48:23Hem te kennen?
48:26Om Hem lief te hebben?
48:28Om Hem te dienen?
48:31Of zit
48:34u bij wijze van spreken met de armen over elkaar en zegt u...
48:40Ja, ik
48:42kom naar de kerk.
48:43Ik lees in mijn Bijbel, ik bid.
48:46En ik leef mijn christelijk leven zoals het gevraagd wordt, zoals het hoort.
48:54Maar verder heb
48:57ik mijn dingen in deze wereld en heb ik deze wereld lief.
49:02En zoek ik in diepste wijze God niet.
49:07Dan bent u die
49:10onvruchtbare vijgenboom waar de Heer Jezus over spreekt.
49:16Dan slaat u tot
49:19nog toe onnuttelijk de aarde.
49:26En hij komt ook vanmorgen op
49:30bezoek.
49:30Om
49:32te zoeken naar vruchten in uw leven.
49:37En u weet van uzelf kunt u geen vruchten voorbrengen.
49:42Er zal niemand zijn die dat van zichzelf kan zeggen.
49:47Maar als genade verheerlijk wordt in het leven.
49:50Dan worden de vruchten gezien.
49:52En die vruchten zijn de vruchten waarvan de Heer Jezus zegt.
49:57Uw vrucht.
49:59Wordt uit mij gevonden.
50:03Maar hoe komt de Heer Jezus er toe om deze gelijkenis uit te spreken?
50:09Dan moeten we even terug wat we in het begin gelezen hebben van dit hoofdstuk.
50:16En eigenlijk naar het vorige hoofdstuk waar de Heer Jezus de scharen onder wijst.
50:23En dat hij wijst op de geveinsde.
50:28Gij geveinsde het aanscheid der aarde en des hemels weet gij te beproeven.
50:32Hoe beproeft gij?
50:35Deze tijd niet, zegt de Heer Jezus in het 56e vers van het vorige hoofdstuk.
50:44Ze stonden daar wat te luisteren.
50:47Maar ze
50:50vonden de preek misschien wel mooi of misschien wel heel zwaar en moeilijk.
50:57Maar ze keken naar een ander en niet naar zichzelf.
51:00En als de Heer Jezus dan de scharen onderwijst, dan is er opeens iemand die zegt.
51:07Weet u het al meester?
51:10Wat er gebeurt is daar in de tempel of de plaats waar de Galileërs hun offers brachten.
51:17En die Galileërs waren waarschijnlijk van die zeloten die tegen de Romeinen streden.
51:25En dat Pilatus de gelegenheid te baat nam om ze juist op de plaats waar het offer gebracht werd.
51:33Misschien wel in de tempel.
51:35Terwijl ze dat offerdier aan het slachten waren.
51:40Pilatus met zijn soldaten kwam en deze mannen doodde.
51:44En
51:46dat hun bloed gemengd werd met het offerbloed wat vloeide.
51:52Verschrikkelijk dat
51:55dat gebeurde.
51:56De
51:59mensen waren onder de indruk.
52:03Maar wat zegt Jezus dan?
52:07Jezus antwoordde en zei dat deze Galileërs zondig zijn geweest.
52:12Boven al de Galileërs zijn ze...
52:16Grotere zondaren geweest.
52:18Dan zij.
52:19Die dit overkomen zijn.
52:26En dan zegt hij er ook nog bij.
52:29Dat was ook een nieuwtje.
52:31Wat de heer Jezus hem dan zelf vertelde.
52:34En meent gij dat.
52:37Indien gij u niet bekeert.
52:39Dat gij ook zo zal vergaan.
52:40Maar of van die achttien.
52:43De welkende toren in Siloam viel.
52:46En doodde hen.
52:48Waarschijnlijk waren daar.
52:49Aan het werk.
52:51Of wat ze daar deden.
52:52Dat weten we niet.
52:54Misschien wel bouwvakkers.
52:55Die de toren aan het restaureren waren.
52:58En opeens stort die toren in.
53:00En 18 mensen.
53:02Die worden bedolven onder het puin.
53:04En sterven.
53:06Waren ze grotere zondaars.
53:10Dan al de mensen in Jeruzalem.
53:13Nee.
53:15En wij ze dikwijls.
53:17Dat is zeker een oordeel.
53:19Ja.
53:20Het oordeel heeft ons eigenlijk allemaal getroffen.
53:24Wij hebben God verlaten.
53:26En waar vinden we de dood?
53:31Misschien op een sterfwet.
53:34Maar misschien ook in
53:37uw auto.
53:38Als u een ongeluk krijgt.
53:41Of misschien in een brand zoals in Zwitserland.
53:46Zijn ze grotere zondaars?
53:48Nee.
53:50Ze zijn allemaal gelijk.
53:51We
53:54hebben allemaal gezondigd.
53:56En waar de dood ons vindt.
53:58Daar zal ook het oordeel zijn.
54:01Gemeente beseffen we dat ook.
54:05En dan vertelt de heer Jezus deze gelijkenis.
54:08En deze gelijkenis is ook een beetje verbonden aan deze
54:14woorden die de heer Jezus gesproken had over de
54:18mensen die dat oordeel getroffen hadden.
54:24Het gaat over een vijgenboom.
54:28Een vijgenboom die geplant werd in een wijngaard.
54:34Dat is heel opmerkelijk natuurlijk.
54:36Het gebeurde wat meer dat er vruchtbomen in een wijngaard werden geplant.
54:41Dat was een veilige plaats.
54:43Als er nog ruimte was, dan werd er zo'n boom geplant in zo'n wijngaard.
54:48In die wijngaard.
54:49Dat was een veilige plaats, want er was een muur omheen.
54:53En misschien was er ook wel zo'n toren.
54:57Dat deze plaats een zeer vruchtbare plaats was.
55:03Zelfs de heren hadden beloofd aan het volk van Israël als ze uit Egypte vertrokken dat ze in een land vloeiend van de melk en honing en dat ze onder zijn eigen wijn
55:15stok zouden zitten en vijgenboom en olijfboom en vruchten zouden voorbrengen.
55:22En zo stond die boom daar en was ze geplant in die wijngaard.
55:27Die heer van de wijngaard die had het laten neerzetten door.
55:34De tuinier.
55:37En die boom.
55:39Dat was natuurlijk een mooie boom.
55:41Met grotere bladeren.
55:44Die werd er geplant in de eerste drie jaar.
55:48Gaf die geen vrucht.
55:50Dat weet u zelf ook wel.
55:51Als u een boom plant.
55:52Dan hangt er niet direct een appel aan.
55:55Of een peer.
55:57Dat duurt eventjes.
55:59En als er drie jaar die boom.
56:01Daar geplant was.
56:03Dan in het vier jaar.
56:05Dan verwachtte de landman vrucht.
56:10Maar.
56:12Die vrucht, die
56:15was heilig.
56:18Die mocht niet geplukt worden.
56:21Die was voor God.
56:24Dus die vrucht bleef aan de boom hangen
56:28totdat hij er
56:32vanzelf afviel.
56:35Maar dat was niet voor de landman.
56:38Dat was heilig.
56:39En dan, dat volgende jaar, mocht hij gaan zoeken naar vruchten.
56:48En wat is er gebeurd?
56:49Deze landman...
56:53De bezitter van de wijngaard.
56:56Die gaat.
56:58Na die jaren gaat hij naar die wijngaard.
57:02En gaat vruchten zoeken.
57:07Maar hij vindt ze niet.
57:11Onvruchtbaar is de boom.
57:12Wel mooie bladeren.
57:14Zoals de heer Jezus op een morgen.
57:16Als hij naar Bethanië of van Bethanië komt.
57:19Vlak voor zijn sterven.
57:21Dan ziet hij ook zo'n boom.
57:23En dan heeft hij honger.
57:26Wil hij daar vijgen plukken.
57:28En hij kijkt onder de bladeren en vindt niets.
57:33En dan vervloekt hij die vijgenboom.
57:40En zo vindt die heer niks.
57:43Maar nog even over die vijgenboom.
57:49Gemeente, dat wil de heer Jezus eigenlijk de betekenis laten neerkomen op het volk.
57:56En dat zij eigenlijk ook geplant zijn.
58:02Israël in die wijngaard van God.
58:08Maar dat de Heer ook, de Heer Jezus komt ook zoeken naar vrucht.
58:16God zoekt naar vrucht.
58:19Bij het volk van Israël.
58:21En dan vindt ze niet hoe menigmaal ik u bijeen wil vergaderen.
58:25Gelijk aan hem naar de kikkers.
58:26Maar gij liet dat niet.
58:28Gewild.
58:31Maar die vijgenboom zouden we ook kunnen vergelijken met de kerk.
58:35Van vandaag.
58:40Wat brengt de kerk voor vruchten voort?
58:44Daar zoekt de landman ook naar.
58:48En ten derde, die vijgenboom kunnen we ook vergelijken bij uw persoonlijk leven.
58:56Ik en u, gemeente.
58:59En jij, jongen of meisje.
59:04God zoekt vruchten in ons leven.
59:10Want de heer Jezus, en dat heeft Johannes de Doper ook al gezegd, breng dan vruchten voort van geloof en bekering.
59:19Zijn die te bevinden in ons leven.
59:22Waarlijk vruchten.
59:24Dat
59:26zul je van jezelf niet kunnen zeggen gemeente.
59:28Dat begrijp ik ook wel.
59:32Want als genade verheerlijk wordt in je leven.
59:35Als de heilige geest in je hart komt wonen en werken.
59:39En de liefde van God uitstort in je hart.
59:42Dan kun
59:45je bij jezelf geen vruchten vinden.
59:49Dan vind je jezelf als een onvruchtbare.
59:52En dat maakt veel verdriet in je leven.
59:57Dat je God niet kan geven wat hem toekomt.
1:00:03Dat is het eerste wat de Heilige Geest werkt in je hart.
1:00:08Want ik krijg God lief.
1:00:10En dan wil je graag vruchten voorbrengen.
1:00:12Dan wil je hem dienen, dan wil je hem volgen.
1:00:16En misschien lukt dat ook wel in het begin.
1:00:20In het begin zodat je zegt, ik lees in mijn Bijbel, ik bid en ik zoek de Heer en ik ga naar de kerk.
1:00:28Ja, dan is er soms een blijdschap in je ziel.
1:00:34Maar hoe langer je op de weg bent, hoe meer je ziet...
1:00:37dat
1:00:39de vruchten die in jouw leven en in uw leven gevonden worden...
1:00:42alleen maar stinkende vruchten zijn.
1:00:44En
1:00:48toch heeft die landman er recht op...
1:00:52want hij heeft die boom niet voor niks geplant...
1:00:54en daarom komt hij zoeken naar vrucht.
1:00:58En dan zegt hij het.
1:01:03Want ik
1:01:06kom nu drie jaren zoekende vrucht op deze vijgenboom...
1:01:10en vind ze niet.
1:01:12Hou
1:01:15hem uit.
1:01:19Waartoe beslaat hij onnuttelijk de aarde?
1:01:22Leg
1:01:25even de nadruk op dat laatste.
1:01:30Deze man, de landsman, die zoekt vrucht.
1:01:34God zoekt vrucht.
1:01:36En
1:01:38hij zegt, waarom beslaat hij nog onnuttelijk de aarde?
1:01:43Als
1:01:44uw leven niet
1:01:48geborgen is in de Heer Jezus Christus gemeente.
1:01:52Dan
1:01:54beslaat uw leven onnuttelijk de aarde.
1:01:59Of bent u professor.
1:02:01Of bent u dokter.
1:02:03Of u bent
1:02:05grootszakeman.
1:02:09U zit in de regering.
1:02:11Of welke voorname positie u ook hebt.
1:02:16Voor de wereld misschien een heel belangrijk figuur.
1:02:22Maar voor God beslaat u onnuttelijk de aarde.
1:02:29Beseffen we dat ook.
1:02:34En daarom kan iemand.
1:02:35Ik denk aan mijn broer.
1:02:38Hij had het syndroom van Down.
1:02:45En toen liep hij een keer op straat.
1:02:48En
1:02:50toen zeiden de mensen zo achter zijn rug.
1:02:54Dat is een ongelukkige jongen.
1:02:59Hij draait zich om en hij zegt tegen die mensen.
1:03:02Als je onbekeerd bent, dan ben je ongelukkig.
1:03:07Dan besla je eigenlijk onnuttelijk de aarde.
1:03:12Beseffen we dat ook wel.
1:03:14Dat ons leven totaal onnuttig is.
1:03:18En dat die landman gelijk heeft.
1:03:22En dat God gelijk heeft als hij zou zeggen, neem hem weg, hou hem uit.
1:03:33Want dat bedoelt de Heer Jezus ook te zeggen, zoals die mensen daar omgekomen zijn.
1:03:39We weten het niet hoe het innerlijk bij deze mensen was, maar het was tijd, houd ze uit.
1:03:48En
1:03:53hoe zal het bij u zijn als die landman bij u die vruchten zoekt?
1:04:00Vindt hij ze dan?
1:04:04Nou misschien denkt u van wel.
1:04:07Dat u al aardig op weg bent.
1:04:12Maar uw vrucht.
1:04:14Van uzelf.
1:04:15Dat zijn stinkende vruchten.
1:04:16Al uw gerechtigheden.
1:04:18En daarom zegt hier Jezus ook in dat vorige hoofdstuk.
1:04:22En Johannes zegt het ook.
1:04:24Addergebroedsel.
1:04:26Ze menen het eeuwige leven binnen te gaan.
1:04:31Maar van buiten zijn ze mooi.
1:04:33En zoals graven gekalkt.
1:04:36En wit gemaakt.
1:04:37Maar van binnen.
1:04:40Alleen maar.
1:04:41Door het beenderen.
1:04:43De dood.
1:04:46En dat is in hen te vinden.
1:04:51Die landman heeft er recht op.
1:04:53God heeft er recht op.
1:04:55Hij heeft ons zo geschapen gemeente.
1:04:58Dat wij vruchten zouden voortbrengen.
1:05:01Dat wij God zouden verheerlijken.
1:05:04Daarom heeft hij die mens geschapen.
1:05:06Dat was het slotstuk van de schepping.
1:05:09Dat hij die mens schiep naar zijn beelden.
1:05:12Naar zijn gelijkenis.
1:05:14Omdat deze mens hem zou verheerlijken.
1:05:17De schepping verheerlijkt God ook.
1:05:22Maar de mens stond hoger dan de schepping.
1:05:24Dan de dieren en alles wat God geschapen heeft.
1:05:29Dat was eigenlijk het verlengstuk.
1:05:33Dat
1:05:35God zijn naam kon verheerlijken.
1:05:38Dat hij die mens die kon spreken.
1:05:44Die kon bidden.
1:05:45Die kon loven.
1:05:48Ja, die kon alles wat God hem gegeven had om hem te verheerlijken.
1:05:56Zijn beeld en
1:05:59zijn gelijkenis.
1:06:00Maar
1:06:03geen vruchten, stinkende vruchten.
1:06:09Maar dan is er
1:06:11de tuinier en
1:06:16die houdt een voorbeden.
1:06:21Want de landman die...
1:06:25Die vindt het onnuttig dat die boom daar nog zal staan.
1:06:28Want als hij die boom weghaalt.
1:06:31Als hij die omhakken in vuur werpt.
1:06:33Dan zal er een andere boom geplant kunnen worden.
1:06:36Dan zal het tot verheerlijking van de hele wijngaard zijn.
1:06:41Want stel je voor die boom die staat daar met zijn rijke bladeren.
1:06:47Maar geen vruchten.
1:06:48En die overschaduwt het andere.
1:06:51De druiven struiken.
1:06:55En zodoende krijgen
1:06:58die geen zon.
1:07:02En daarom is het maar beter dat je hem weghaalt.
1:07:05Je bent een sta in de weg voor een ander.
1:07:10Een gemeente, zo kan het met een christen zijn.
1:07:13Die de naam van Christus draagt.
1:07:17Die voor deze wereld een sta in de weg is.
1:07:24Dat ze hier in Oudorp moeten zeggen, oh die gaan daar naar die kerk.
1:07:28Nou, geef ze de ruimte.
1:07:33Ze bedriegen je waar je bij staat.
1:07:37Ik hoop niet dat dat van u gezegd kan worden, gemeente.
1:07:40Maar
1:07:42dat de wereld, die
1:07:46let heel scherp op.
1:07:48En die ziet soms nog beter de dingen als dat je ze zelf ziet.
1:07:55Maar nu komt die tuinier en die begint te pleiten.
1:08:00Dat is onze tweede gedachte, een voorbede.
1:08:05En hij antwoordde en zei tot hem, heren laat hem nog dit jaar.
1:08:12Totdat ik hem om graven en mest gelegd zal hebben.
1:08:17Hij, de tuinier.
1:08:20De man die de tuin onderhoudt.
1:08:24Die daar zijn werk doet.
1:08:31Is die dan tegenovergesteld tegenover de landman?
1:08:36Als we dat vergelijken met God de Vader en God de Zoon.
1:08:41Zijn ze het met elkaar niet eens?
1:08:44Jawel.
1:08:47Want ook de zoon, hij weet het.
1:08:50Die mens is verdorven, die heeft de dood verdiend.
1:08:53Die heeft geen rechten.
1:08:55En
1:08:58het is de liefde van de vader dat hij zijn zoon gezonden heeft.
1:09:02Laten we het eerlijk zeggen dat hij zo'n tuinier heeft.
1:09:06Die hart voor de tuin heeft.
1:09:09Die hart voor de landman heeft en voor de tuin.
1:09:13Zo heeft Christus, de zoon van God.
1:09:17Omdat God...
1:09:18Liefde is.
1:09:19En God zijn zoon gezonden heeft.
1:09:22Hebben ze beiden.
1:09:26Zijn ze met ontferming.
1:09:28Over ons.
1:09:30Bewogen gemeente.
1:09:32God.
1:09:33Is met ontferming.
1:09:36Bewogen.
1:09:37Vergeet dat nooit.
1:09:38Hij zoekt altijd het beste voor u.
1:09:41Misschien is er wel zo'n stemmetje in je hart.
1:09:43Die zegt ja.
1:09:44Denk je dat God naar mij omziet.
1:09:47Denk je dat God jouw gebed hoort.
1:09:50Dat zegt de duivel natuurlijk.
1:09:53Maar God is bewogen met uw lot en uw weg.
1:10:00Er is hier niemand in de kerk die
1:10:04kan zeggen dat God niet bewogen is met hem.
1:10:10Daarom staat er ook laat hem dit jaar nog staan.
1:10:16Geef hem genadetijd.
1:10:23Genadetijd dat hebben we allemaal gekregen.
1:10:25En misschien dit jaar misschien ook nog wel.
1:10:30We weten het niet, u kan zomaar onverwachts naar het einde van uw leven komen.
1:10:35Maar zoals het er nu uitziet, u hebt nog elk ogenblik genade.
1:10:43En dat is de bewogenheid van God over uw leven.
1:10:46U zit onder het woord u hebt, Gods woord u heeft.
1:10:52De dingen van het koninkrijk waar u in onderwezen bent,
1:10:57weggewezen is het
1:11:01afgelopen jaar.
1:11:04Maar ook in dit jaar.
1:11:05Als de heren het geeft.
1:11:08Dan is de hoop dat u ook een dienaar krijgt.
1:11:13Die uw onderwijs geeft.
1:11:17Wat is de heren barmhartig gemeente.
1:11:21We mogen erop pleiten.
1:11:23Op die barmhartigheid van God.
1:11:27Laat hem dit jaar nog staan.
1:11:31Want deze landman.
1:11:33Of deze tuinier.
1:11:35Die heeft er alles voor over.
1:11:36De heer Jezus Christus.
1:11:38Heeft er alles voor over.
1:11:42En hij heeft er alles voor over gehad.
1:11:44Dat u hier zit.
1:11:50Want wat hij zegt.
1:11:51Ik zal het omgraven.
1:11:53Ik zal er mest bij strooien.
1:11:57Omgraven.
1:11:58Dat betekent dat hij de spader inzet.
1:12:00En misschien wat wortels blootlegt.
1:12:03Die verdort zijn.
1:12:04Die hij afsnijdt.
1:12:07Dat is wel pijnlijk voor die boom.
1:12:12Maar het is zo nodig.
1:12:14Omdat dat vocht.
1:12:16Wat van de regen.
1:12:19Naar beneden valt op die grond.
1:12:21Dat hij de wortels zal bereiken.
1:12:23En als voeding zal kunnen geven.
1:12:26Zo is
1:12:29de landsman zelf.
1:12:30De heer Jezus Christus.
1:12:33Afgedaald gemeente.
1:12:36Hij is
1:12:39zelf de
1:12:42dood ingegaan.
1:12:45Hij zelf is
1:12:49onder het oordeel en het gericht van God gekomen.
1:12:53Beseffen we dat ook.
1:12:57Wat hij ervoor overgehaald heeft.
1:13:00Om de straf te
1:13:04dragen die ons de vrede wil aanbrengen.
1:13:07Dat
1:13:09hij zijn gearbeid heeft.
1:13:12Dag en nacht gebeden geworteld.
1:13:16En dat hij nog in de hemel daar bidt.
1:13:20Dat staat zelfs in zijn hoge priesterlijk gebed.
1:13:23Dat hij bidt.
1:13:26Niet alleen voor
1:13:32degenen die hij.
1:13:34Zijn discipelen en degenen die al geroepen zijn.
1:13:38Tot het hem.
1:13:40Maar dat hij ook bidt.
1:13:42Voor degenen die.
1:13:44Nog in deze wereld zijn.
1:13:49Die nog onbekeerd zijn.
1:13:51Die ook toegebracht zullen worden.
1:13:53Hij bid ervoor.
1:13:54En dat gebed dat ligt er.
1:13:56En dat gebed ligt ook voor uw gemeente.
1:14:00En daarom zegt hij.
1:14:01Laat hem.
1:14:03Dit jaar nog staan.
1:14:07En ik zal eraan arbeiden.
1:14:10Ik zal mijn best doen.
1:14:12Ik
1:14:16zal hem.
1:14:17Met het evangelie.
1:14:20En
1:14:23aankondigen.
1:14:24Wie ik ben.
1:14:26Dat ik die God ben.
1:14:28Die het beste voor je zoekt.
1:14:33Die je oproept.
1:14:35Tot geloof en bekering.
1:14:37Want daar gaat het om.
1:14:40Want dat zegt de heer Jezus ook.
1:14:42Als die twee berichten.
1:14:45Tot hem komen.
1:14:46En daar zelf ook iets van zegt.
1:14:49Indien jij u niet bekeert.
1:14:52Zult gij.
1:14:54En desgelijks vergaan.
1:14:59En daarom roept hij ook ons op tot bekering.
1:15:05En wat is bekering?
1:15:06Nou
1:15:09dat weten we zo toch.
1:15:10Zo zag je ze dan toch wel.
1:15:12Je hoort het elke week.
1:15:13Ik was pas bij iemand die zei.
1:15:15Ja het gaat allemaal over hetzelfde.
1:15:18Over bekering.
1:15:23In een café gaat het ook allemaal over hetzelfde.
1:15:27Altijd hetzelfde dreun.
1:15:30Altijd hetzelfde muziek.
1:15:32Altijd hetzelfde.
1:15:34Maar bekering is heel wat anders.
1:15:38Dat is niet hetzelfde wat ik elke zondag hoort.
1:15:42Dan gaat het mij.
1:15:43Dan komt het in mijn oren en dan luister ik wel, maar ik sla het niet op.
1:15:50Maar als de Heilige Geest dat
1:15:56woord ingang vindt in mijn hart.
1:15:59Dan
1:16:01komt er een totale omkering.
1:16:04Bekering betekent je omkeren.
1:16:06Je staat met je gezicht van God af.
1:16:11Omkeren betekent met je gezicht naar God toe te staan.
1:16:17Indien jij u niet bekeert.
1:16:20Maar kun je dat dan zelf?
1:16:23Nee gemeente.
1:16:24Er is niemand die dat kan.
1:16:27We kunnen het niet omdat we het niet willen.
1:16:30Dat is het.
1:16:32Maar God zegt ik wil en zij zullen.
1:16:36Dat
1:16:38is het wonder.
1:16:40Dat God het is.
1:16:42Die jou omkeert.
1:16:47Denk aan al de bekeringen.
1:16:49Lees dat maar in de Bijbel hoe het gaat.
1:16:51Denk aan Paulus.
1:16:52Dat is dan een Paulus bekering.
1:16:55Zeg dat zou ik ook wel willen beleven.
1:16:57Nou ik hoop het niet.
1:17:00Dat hij dat zo beleeft.
1:17:01Want dat is een diepe weg die Paulus moest gaan.
1:17:06Moet hij niet altijd naar verlangen.
1:17:08Maar als de Heer komt.
1:17:12Dan is Paulus of Saulus in zijn diepe vijandschap tegen Christus.
1:17:20En dan ziet hij die Christus die aan voren.
1:17:23Sal, sal, wat vervolg jij mij.
1:17:26Wat gebeurt er dan?
1:17:28Dan ziet hij de liefde van Christus.
1:17:32Dan
1:17:34ziet hij de liefde van God.
1:17:36En
1:17:38dan ziet hij ook wie hij tegenover die liefde van God is.
1:17:43Een vijand.
1:17:44En
1:17:47dan draait hij om.
1:17:49Dat is de werking van de heilige geest.
1:17:53Sal.
1:17:55Wat vervolgt gij mij?
1:17:57Dat zegt de heer Jezus dan in liefde.
1:17:59Maar dan breekt het.
1:18:03Wie zijt gij heer?
1:18:05Ik ben Jezus.
1:18:07Die gij vervolgt.
1:18:10Dan valt hij op zijn knie.
1:18:12O
1:18:14gemeente, dan draai je om.
1:18:19Radicaal.
1:18:20Een bekering is iets radicaals.
1:18:23En het gaat altijd door in je leven.
1:18:26Het is niet één keer.
1:18:28Maar indien gij u niet bekeert.
1:18:30Dat is die vruchten van geloof en bekering.
1:18:33Die gezien moeten worden.
1:18:35Die dagelijkse omkering.
1:18:38Eerst die totale omkering.
1:18:41En dan die dagelijkse omkering tot God.
1:18:45Dat onze voeten altijd weer gericht worden naar God toe.
1:18:50Door de Heilige Geest die dat wil werken.
1:18:54En daar gebruikt de Heer dan misschien ook wel wegen voor om je te brengen daar.
1:19:01Je ziet het, wat de Heer Jezus zegt hier.
1:19:05Ik zal hem omgraven.
1:19:07Er
1:19:10hoeft u niet naar narigheid te verlangen, ook in je leven niet.
1:19:13Maar het kan soms gebeuren dat de Heer je tegenkomt.
1:19:19Dat het allemaal niet zo gaat als je verwacht dat in het nieuwe jaar.
1:19:26Dat ziekte komt, dat nood komt.
1:19:32Dat er iets gebeurt in uw leven dat u niet verwacht had.
1:19:36Het
1:19:39is de roepstem van God.
1:19:43Het is liefde gemeten.
1:19:46Dat
1:19:49kunnen we niet zomaar aanvaarden, dat weet ik.
1:19:52Maar als de Heilige Geest uw ogen daarvoor opent.
1:19:55Dan ziet u de slaande hand de liefde aan van God.
1:20:02Zoals David het gezegd heeft.
1:20:04Het is goed voor mij verdrukt.
1:20:07Te zijn geweest.
1:20:08Omdat ik al dus.
1:20:09Uw goddelijk recht zou leren.
1:20:13Omgraven.
1:20:15Maar ook mest leggen.
1:20:19Dan zou je dat als positief.
1:20:21Kunnen bekijken.
1:20:23De liefdelijke nodigingen.
1:20:26Zal ik uit laten gaan.
1:20:28Naar u.
1:20:30Zonder keer je om.
1:20:34Roep mij aan.
1:20:36In de dag der benauwdheid.
1:20:38En ik zal u eruit helpen.
1:20:40En gij zult mij eren.
1:20:43Dan
1:20:44komt hij met zijn lievelijke nodiging tot u.
1:20:49Dan zegt hij tegen een jongen of een meisje.
1:20:51Waarom ben
1:20:55je zo verkeerd?
1:20:58En ga je deze verkeerde weg op?
1:21:03Het is een doodlopende weg jongen.
1:21:06Met die drugs en met
1:21:10je smartphone.
1:21:13Met alles wat je doet in deze wereld.
1:21:17Die weg loopt dood.
1:21:20Wend u naar mij toe.
1:21:21En word behouden.
1:21:24Want ik kan je veel meer geven.
1:21:26De wereld gaat voorbij.
1:21:29Met alle begeerlijkheden.
1:21:32Maar die de wil van God doet.
1:21:35Die heeft het eeuwige leven.
1:21:38Dan begint het eeuwige leven.
1:21:40Jongens en meisjes.
1:21:41Als je werkelijk tot geloof en bekering komt.
1:21:46Dan voel je en dat weet je.
1:21:49Diep in je hart.
1:21:51Dat er iets geboren is wat nooit meer sterft.
1:21:56Dat altijd blijft.
1:21:59Dat is eeuwig.
1:22:01Wat zegt onze katechisme?
1:22:03Hartelijke vreugde in God.
1:22:07Dat is een vreugde die nooit meer voorbij gaat.
1:22:11Die ligt op de bodem van je hart.
1:22:14En daar kan nooit de vreugde van de wereld tegenop.
1:22:17Dat
1:22:20is de gave die God geeft.
1:22:24Dat is als die bekering werkelijkheid wordt.
1:22:28Hij zoekt de vreugde en de voorbeden.
1:22:33Van de zaligmaker.
1:22:37Jezus Christus.
1:22:39Hij is het.
1:22:40En dan tenslotte.
1:22:41Het eindoordeel.
1:22:43Dat
1:22:46lezen we in dat laatste.
1:22:50Indien hij vrucht zal voorbrengen.
1:22:53Laat hem staan.
1:22:54Maar indien niet.
1:22:56Zo
1:22:57zult gij hem namaals uithouden.
1:23:01Dus de landsman.
1:23:03En
1:23:06de tuinier.
1:23:07We zouden zeggen God de Vader.
1:23:09En de zoon, ze zijn het wel eens.
1:23:12De
1:23:16boom zullen we uithouden als die geen vrucht draagt.
1:23:20Dan moeten we hem omhakken.
1:23:22En zoals Johannes de Doper gezegd heeft.
1:23:25Dan zal de bijl ligt aan de wortel.
1:23:28En de boom die geen vruchten draagt.
1:23:32Wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.
1:23:36Dat is het eindoordeel.
1:23:39De landman die de vruchten zocht.
1:23:44Waar hij recht op had.
1:23:47De tuinier die
1:23:50barmhartig is.
1:23:53En daar vertegenwoordigt de barmhartigheid van God.
1:23:56Dan komt een keer een eind aan.
1:24:00Aan de barmhartigheid van God komt een keer een eind gemeente.
1:24:04Aan genadertijd komt een keer een eind.
1:24:08En als er dan geen vruchten zijn.
1:24:11Als er geen geloof en bekering is in je leven.
1:24:20Dan zal het toch een keer moeten gebeuren.
1:24:26Dan zal toch het eindoordeel komen.
1:24:29En dat eindoordeel dat kun je vergelijken met
1:24:36Belsasar.
1:24:37U kent de geschiedenis van Belsasar met Daniel.
1:24:42Dat Belsasar in die nacht een groot feest hield.
1:24:47En dat plotseling aan de wand van de feestzaal een hand kwam.
1:24:53En daar stond geschreven meneer.
1:24:56Meneer tekel u verzien.
1:25:00Gewogen, gewogen.
1:25:01Maar ter licht bevonden.
1:25:04En
1:25:07in diezelfde nacht.
1:25:09Werd Belsasar gedood.
1:25:12God
1:25:14kwam.
1:25:16Met het eindoordeel.
1:25:19Hou hem.
1:25:21Namaals.
1:25:21En
1:25:24zo wordt uw leven gewogen.
1:25:27Gemeente.
1:25:28En mijn leven ook.
1:25:31Gewogen.
1:25:34En als we op die weeschaal gelegd zouden worden.
1:25:39Nu.
1:25:39Dan
1:25:42zou precies hetzelfde moeten staan.
1:25:45Wat op de muur stond.
1:25:47Gewogen, gewogen.
1:25:49Maar te licht bevonden.
1:25:54Dat zou voor ons allemaal gelden.
1:25:57Zal niemand van ons komen.
1:26:02Maar.
1:26:02Wat
1:26:05staat er in de tekst.
1:26:07Waarin hij een vrucht zal voorbrengen.
1:26:10Laat hem staan.
1:26:14Als er werkelijk vrucht gevonden wordt.
1:26:17En juist.
1:26:20Nou zit u misschien met die vraag.
1:26:21Wat is nou de vrucht van mijn leven?
1:26:27Wat is nou de vrucht van uw leven?
1:26:31Want hij zoekt ernaar.
1:26:36Misschien zegt u wel.
1:26:39Met droefheid in uw ziel.
1:26:43Ik vind geen vrucht.
1:26:48En waarom vond u die niet?
1:26:51De fariseer vond wel vrucht.
1:26:53Die zegt.
1:26:55Wij vasten twee maanden per week.
1:26:58Geef tiende.
1:26:59Ik doe dit en ik doe dat.
1:27:02Hij had vruchten genoeg.
1:27:05Hij kon ze zomaar tellen.
1:27:07En lag ze zomaar voor de heren neer.
1:27:12Misschien vindt u het zelf ook wel zo.
1:27:15Dat u zegt, ja maar ik lees in mijn Bijbel.
1:27:18Ik ben christelijk en ik leef toch netjes.
1:27:23Ik zou niet weten wat er aan mij bekeert.
1:27:28Ik weet wel, ik moet de genade van God hebben.
1:27:31En ik moet, ja ik moet bekeerd zijn.
1:27:36Maar volgens mij zijn de vruchten wel te zien in mijn leven.
1:27:41Eigen gerechtigheid.
1:27:44Maar genade leert.
1:27:47Gemeente het diepst van ons bestaan.
1:27:50Dat we twee lege handen hebben.
1:27:55Dat is verdriet.
1:27:57Maar
1:28:00weet je wat de Heer Jezus dan zegt?
1:28:02Uw
1:28:05vrucht
1:28:07wordt in mij gevonden.
1:28:09Dat
1:28:10betekent dat
1:28:13hij alles
1:28:15volbracht heeft.
1:28:17Om uw leven.
1:28:19Wat u.
1:28:21Moest leven.
1:28:21Over te doen.
1:28:23En voor zijn vader.
1:28:26Als borg en middelaar.
1:28:29Voor mij de vruchten heeft verdiend.
1:28:32En mij geschonken heeft.
1:28:34Uw vrucht wordt in mij gevonden.
1:28:37Dat zijn de gaven.
1:28:39De liefde.
1:28:40De blijdschap.
1:28:41De vrede.
1:28:42Van God.
1:28:43Die God in onze harten uitstort.
1:28:49Kun je niet op eigen rekening schrijven gemeente.
1:28:53En dat wil je ook niet.
1:28:57Maar de droefheid.
1:28:59Dat is de prachtige bekering.
1:29:01De droefheid van God.
1:29:02Dat ik voel en ervaar.
1:29:05In het diepst van mijn hart.
1:29:06Ik heb geen vreugde.
1:29:08Maar de hartelijke vreugde in God.
1:29:11Dat die vreugde.
1:29:12De liefde van God en al.
1:29:14De gaven van God.
1:29:15Ook in mijn hart is.
1:29:17En dat ik.
1:29:18Dat van God gekregen heb.
1:29:21En wat je gekregen hebt.
1:29:23Dat is van jou.
1:29:26En als het eindoordeel komt.
1:29:29Gemeente.
1:29:30Dan zal ik.
1:29:34Mogen wijzen op hem.
1:29:37En dan zal deze middelaar.
1:29:40Jezus Christus.
1:29:42Voor mij.
1:29:45Borg zijn.
1:29:46En
1:29:48hij zal het zeggen.
1:29:50Ik
1:29:52wil niet dat deze.
1:29:54In het verderf neertaalt.
1:29:57Want ik heb verzoening gevonden.
1:30:03Dan worden al die vruchten die
1:30:06hij verdient aan mijn leven toegepast.
1:30:09In de eeuwige zaligheid ziet God mij aan.
1:30:13Alsof ik nooit geen zonde gekend of gedaan heb.
1:30:17Of ik zelf alle gerechtigheid volbracht heb.
1:30:21Zegt onze katechismus.
1:30:23Wat
1:30:25een wonder.
1:30:26Een heilige ruil in het leven als dat plaatsvindt.
1:30:32Dan mag je blijven staan.
1:30:35Zoals de Heer Jezus het hier ook zegt.
1:30:38Indien hij vrucht voorbrengt.
1:30:42Laat hem staan.
1:30:44En dat staat in uw Bijbel schuin gedrukt.
1:30:50Eigenlijk staat het er niet.
1:30:51Maar laat hem staan.
1:30:54Met andere woorden.
1:30:57Zegt de Bijbel eigenlijk.
1:30:59Indien hij vrucht zal voorbrengen.
1:31:01Dan is het van zelfzijd.
1:31:05Dat die boom blijft staan.
1:31:07Daar hoef je eigenlijk geen woord meer aan te geven.
1:31:12Want dan laat hij die boom het zien.
1:31:18Je ziet het bij een ware christen.
1:31:21Hoef je geen vragen bij te stellen.
1:31:24Die man of die vrouw.
1:31:27Die vreest God.
1:31:30Dat weten ze in het dorp ook.
1:31:33Toch?
1:31:34Weten ze het van u ook?
1:31:37Laat hem staan.
1:31:41Wat zal het zijn geliefde?
1:31:45Zullen wij kunnen bestaan in het oordeel van God?
1:31:49Of niet?
1:31:51Met die vraag wil ik u naar huis sturen.
1:31:55Het gaat om het eindoordeel.
1:31:58Zullen wij voor hem kunnen bestaan?
1:32:02Als die grote dag komt.
1:32:06Genadertijd voorbij.
1:32:09Zal het dan klinken.
1:32:11Komt in geen gezegende des vaders.
1:32:13En beërft het koninkrijk.
1:32:14Wat weggelegd is voor de grondlegging der wereld.
1:32:18Of gaat weg van mij.
1:32:21Ik heb u nooit gekend.
1:32:24Als zat u alle zondagen in de kerk.
1:32:27Ik ken u niet.
1:32:29Want u kwam nooit bij mij.
1:32:31Met uw arme zondagsleven.
1:32:33U kwam nooit bij mij.
1:32:36Om je uit te leveren aan mij.
1:32:40Ik ken u niet.
1:32:43O gemeente.
1:32:45Zoek de Heer.
1:32:48Want hij zoekt u.
1:32:50En hij laat u nog niet los.
1:32:53Schijnt u nog genade.
1:32:55Daarom.
1:32:57Wat zal het zijn.
1:32:59Als hij tegenover u staat en u staat tegenover hem.
1:33:05Geen vruchten.
1:33:07Weggeworpen.
1:33:08In het vuur gestort.
1:33:12Amen.
1:33:13Laat
1:33:13[GEZANG]
1:35:20ons samen danken en bidden.
1:35:23Heren,
1:35:25laat hem dit jaar nog staan.
1:35:30Wat een diepe bewogenheid, heren, over ons leven.
1:35:37Dat gunt u ons.
1:35:40Het eeuwige leven.
1:35:43En heren u weet hoe we er tegenover staan.
1:35:46Hoe we geluisterd hebben vanmorgen.
1:35:50Hoe dat tot ons gekomen is.
1:35:55Wilt u geven heren.
1:35:59Dat we de woorden mogen bewaren.
1:36:02Die van u zijn.
1:36:05In ons hart.
1:36:07Zoals Maria.
1:36:09Ze bewaarte al die woorden in haar hart.
1:36:13En
1:36:15de heilige geest is het.
1:36:17Die ons alleen maar kan
1:36:20brengen.
1:36:21Waar
1:36:22ik niet wil komen.
1:36:25U wil ons brengen.
1:36:26Aan uw voeten.
1:36:29Gezegende plaats Heer.
1:36:31Om daar te zijn.
1:36:32Dat
1:36:33we alles, alles, heel ons leven voor u mogen neerleggen.
1:36:40Dan zult u het zeggen.
1:36:42Uit u geen vrucht meer.
1:36:44In de eeuwigheid.
1:36:46Maar
1:36:48uw vrucht wordt
1:36:50in mij gevonden.
1:36:53O Heerlijk.
1:36:55Als dat mag gebeuren in ons leven.
1:36:58Dan worden we de gelukkigste mensen van de wereld.
1:37:01Dan kunnen
1:37:04ze alles.
1:37:05Van ons krijgen.
1:37:06Omdat
1:37:07we u hebben.
1:37:09En in u hebben we alles.
1:37:11Heren.
1:37:13Ga met ons in het verder van deze dag.
1:37:17Wil u dienaar die vanavond op voort te gaan.
1:37:20Zegelen.
1:37:22En zegen.
1:37:24De hele gemeente heren.
1:37:27We hebben het niet verdiend.
1:37:30Maar we smeken het van u.
1:37:34Dat wij.
1:37:36Die zegen.
1:37:37Die eeuwige zegen.
1:37:39Zullen begeren.
1:37:42Heren.
1:37:43Vergeef al het zondige wat er was.
1:37:46En zie ons aan.
1:37:49In uw Zoon, Heer Jezus Christus.
1:37:53Amen.
1:37:57Zing op Zalm 27.
1:37:59En daarvan het zevende vers.
1:38:03Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou.
1:38:09Mijn God, waar was mijn hoop?
1:38:13Mijn moed gebleven met de verder volk.
1:38:16[GEZANG]
1:41:40Met de beden uit de avond zang.
1:41:42O Vader dat uw liefde ons blijkt.
1:41:45O Zoon maak ons uw beeld gelijk.
1:41:49O Geest zangt uw troost ons neer.
1:41:52Triëne God.
1:41:54U zij al de eer.
1:41:57Amen.
1:41:57[GEZANG]