0:02Goedenavond luisteraars.
0:04Op deze eerste zaterdagavond van het jaar 2026 heet ik u allen, jong en oud, hartelijk welkom bij het zaterdagavondverhaal.
0:17Voordat ik het eerste verhaal van dit jaar voor u ga voorlezen, wil ik u namens de andere lezers van harte Gods onmisbare zegen toewensen voor dit pas begonnen jaar.
0:28Hopelijk mogen de verhalen de stilte vervullen, maar mogen ze ook tot zegen worden.
0:35Voor uw en onze zielen.
0:37Het verhaal wat ik vanavond voor u voor wil lezen, heeft als titel een zeldzame handel.
0:44Een
0:47zeldzame handel.
0:49Savoyer is een hele bergachtige streek in Frankrijk, tegen de grens van Italië.
0:56Het gebied bestaat uit heel veel hoge bergen.
0:59Hier kun je zelfs de hoogste berg van Europa vinden, de Mont Blanc.
1:04die ruim 4800 meter hoog is.
1:08De toppen van de bergen zijn het hele jaar door met ijs en sneeuw bedekt.
1:13Het is logisch dat in zo'n bergachtig gebied niet veel groeit en dus ook de landbouw niet veel betekent.
1:20De inwoners van het gebied zijn daarom vaak heel arm.
1:24Zij werden Savoyarden genoemd.
1:29Hun zonen worden al jong de wereld ingestuurd om zelf hun dagelijks brood te gaan verdienen.
1:36Hun ouders geven de kleine zwervers meestal een marmotje of een vaatje inkt.
1:41Een potje met schoensmeer en twee borstels of iets dergelijks mee.
1:46Zo trekken de jongens dan door heel Frankrijk, Italië, Zwitserland, Duitsland en soms ook naar Nederland.
1:55Ze laten hun marmotje voor de huizen dansen of ze laten hun schilpad zien voor geld, verkopen inkt.
2:04Poetsen schoenen en laarzen op straat of ze verhuren zich ook wel als schoorsteenvegers.
2:10Op die manier verdienen ze elke dag een beetje geld.
2:15Ze leven heel eenvoudig en armoedig om wat geld over te houden.
2:20Vaak slapen ze in stallen en schuren.
2:23In de zomer slapen ze meestal buiten in het vrije veld.
2:27Soms zoeken ze onder de takken in het dichte bos een slaapplaats.
2:34een aardig sommetje geld bij elkaar.
2:37Na tien, twaalf of twintig jaren zwerven, soms wel korter of langer, keren ze weer terug naar huis, naar
2:49hun vaderland, naar hun geliefde bergen.
2:53En als ze nog terugkomen in de bergen, kopen ze van het meegebrachte geld een kleine hut en proberen zich verder in het levensonderhoud te voorzien.
3:03Als God hun kinderen schenkt,
3:06Handelen zij met hun zonen op dezelfde manier als hun ouders het hen gedaan hebben.
3:12Op
3:15een zekere dag kwam zo'n arme kleine Savoiaard in de Pruisische Rijnprovinciën in de oude en beroemde stad Trier.
3:25Daar regeerde toen in die tijd de keurvorst en aardbischop Clemens Wenceslaus.
3:33De arme Savoiaard had twee marmotjes bij zich.
3:37Hij was samen met zijn jongere broertje uit Savoyer vertrokken.
3:42Zijn broertje was onderweg gestorven, ver van vader en moeder en ver van het geliefde vaderland.
3:49Van deze broer had hij het ene marmotje geërfd.
3:54Voor de huizen van de goede oude stad Trier liet hij de beide mooie diertjes dansen.
4:00Hij verdiende best heel wat munten.
4:02Hij kreeg ze in zijn hand gestopt.
4:05of in het mutsje dat hij de mensen voorhield.
4:10De jongen bleef een hele tijd in de stad Trier.
4:14Op een middag, toen de lentezon warm en prachtig aan de blauwe hemel stond,
4:20komt hij ook bij het Keurvorstelijk Paleis.
4:24Hij gaat op een steen zitten om zich door de zon te laten beschijnen en te verwarmen.
4:30Terwijl hij daar zit, bekijkt hij het prachtige gebouw.
4:33Hij denkt aan het dorp van vader en moeder,
4:37waar je niet zulke prachtige huizen en paleizen ziet.
4:41Maar hij vindt toch dat de bergen, die de almachtige God met zijn sterke hand gemaakt heeft, veel mooier zijn dan de huizen en paleizen van de mensen.
4:52Hij denkt met een stil verlangen aan de prachtige bergen, die het stille dal van zijn geboorteplaats omringen.
5:00Hij denkt aan zijn lieve ouders, die zo ver weg in de kleine hut aan de voet van de bergen wonen.
5:07Ook denkt hij aan zijn broertje dat gestorven is en het vaderland nooit meer zal terugzien.
5:13En als hij daaraan denkt, komen er een paar heldere tranen in de ogen.
5:19Hij vouwt zijn handen en bidt tot God of hij vader en moeder zegenen wil en hem op zijn weg wil bewaren en leiden en eenmaal gelukkig weer terugbrengen wil
5:31in het heerlijke, dierbare land van zijn kinderjaren.
5:38Terwijl die arme Savoyard op de steen zit en bidt, staat de aardbisschop van Trier voor het venster van zijn paleis en kijkt naar de jongen.
5:49Hij ziet de tranen die hij uit zijn ogen wrijft.
5:54Ook ziet hij hoe de jongen zijn beide handen vouwt en bidt.
5:59Dat vindt hij zo bijzonder dat hij opdracht geeft om de kleine zwerver naar binnen te roepen.
6:07Enkele minuten later staat onze savoyaard voor de vriendelijke aartsbischop en laat zijn twee marmotjes voor hem dansen.
6:15De voorname man kijkt de jongen en zijn diertjes vriendelijk en medelijdend aan.
6:21Eindelijk zegt hij tegen de jongen, waarom zing jij niet een liedje, zoals zoveel van jouw landgenoten dat doen?
6:29Ik kan niet zingen, antwoordt de jongen met een verlegen stem.
6:34En op hetzelfde moment denkt hij aan zijn lief gestorven broertje.
6:39Hij zong altijd zo mooi en vrolijk en de tranen komen hem weer in de ogen.
6:45De aartsbisschop krijgt, als hij dit ziet, hartelijk medelijden met de jongen.
6:52De kleine savoyaard mag gaan zitten, terwijl hij vriendelijk en vertrouwelijk met hem spreekt.
6:58Daardoor gaat het hart van de arme zwerver open en hij vertelt de vriendelijke man zijn hele geschiedenis.
7:06Hij vertelt hem van het dorpje waar hij geboren is.
7:09En van de hut naar vader en moeder leven.
7:12Over de mooie hoge bergen die vanuit de hoogte op het dal en de hut neerkijken.
7:19Ook over zijn zussen die nog thuis bij vader en moeder zijn.
7:23Hij vertelt hoe vader en moeder hem en zijn broertje op een keer bij de hand hebben genomen.
7:28Hun een kastje met een marmotje om de hals hebben gehangen.
7:32En ze buiten het dorp op de grote weg gebracht hebben.
7:37Toen eindelijk...
7:38had vader tot zijn beide jongens gezegd, Ga heen in de naam van God, wees zuinig en eerlijk en kom eens gezond terug.
7:49De moeder had haar beide zonen omhelst en huilend gezegd, Blijf altijd gelovig en bid vlijtig, dan zal het goed gaan op al jullie
8:01wegen.
8:02De ouders kusten hun kinderen nog eens dat afscheid.
8:06en gingen verdrietig naar hun dorp en de kleine hut terug.
8:10De beide jongens waren vrolijk en vol goede moed over de bergen de wijde wereld ingegaan.
8:17Ze waren in Frankrijk geweest.
8:20Het langst bleven ze in het mooie grote Parijs.
8:24Ze waren door Zwitserland getrokken, wat bijna even mooi is als hun eigen geliefde en trouwe vaderland.
8:32Eindelijk kwamen ze in het prachtige Duitserland.
8:35Langs de Rijn en de Moesel hadden ze veel steden en dorpjes bezocht.
8:41Overal werden ze vriendelijk ontvangen en werd er liefdevol wat geld geschonken.
8:46Vooral de liederen van zijn broertje, die zo mooi kon zingen, vielen bij de mensen in de smaak.
8:53En ze hadden hen vaak een vriendelijk plekje in hun huis gegeven, nadat ze al lange tijd onderweg waren als het broertje ziek geworden en hij was gestorven.
9:06En daar lag hij nu op het kerkhof in het verre vreemde land.
9:11Hij zou nooit meer naar vader en moeder terugkeren die hem zo lief hadden en met groot verlangen op zijn terugkeer wachten.
9:22Alles vertelde de Savoyard aan de vriendelijke man op het paleis de Trier.
9:28En de aartsbisschop luisterde oplettend en aandachtig toe.
9:32Het verhaal van de kleine zwerver trof zijn hart.
9:36Hij kreeg zo medelijden met hem, hij ging van de jongen houden.
9:41Eindelijk zei hij, weet je wat, ik hou zo veel van marmotjes, je kunt me een van jouw diertjes wel verkopen.
9:50Ik wil het jou eerlijk en ruim betalen.
9:55De jongen dacht even na en zei toen, het
10:00is voor mij wel moeilijk en zwaar om twee kastjes te dragen, maar het marmotje van mijn lieve broertje kan ik u niet verkopen.
10:08Hij heeft het zo lief gehad en voor zijn dood heeft hij het nog hartelijk gekust.
10:15Ik wil die daarom tot aandenken houden, maar mijn eigen marmotje wil ik u heel graag verkopen, als u het wil hebben.
10:25De aartsbisschop was met dit voorstel tevreden.
10:28De jongen vroeg een klein bedrag voor het marmotje, niet meer dan dat het hem gekost had.
10:36En daarover verblijde zich de vriendelijke man.
10:39Hij betaalde hem het dubbele van wat de jongen gevraagd had en liet hem toen in zijn paleis aan tafel eten en drinken, zoveel als hij maar wilde.
10:49En nadat dit gebeurd was, nam de jongen dankbaar en beleefd afscheid van de man die zo goed voor hem geweest was en hij ging tevreden weer verder.
10:59De aartsbisschop gaf het gekochte mamotje aan een van zijn bedienden, zodat hij het eten zou geven en trouw verzorgen.
11:08En daarmee...
11:09was de zaak afgedaan.
11:14Dagen en weken en maanden gingen voorbij.
11:19De zomer was gekomen en weer verdwenen.
11:23Ook de herfst was met zijn heerlijke druiven en vruchten voorbij.
11:28Het was winter geworden in het Duitse land.
11:31De vriendelijke aartsbisschop was de jongen en zei Marmotje misschien allang vergeten.
11:37Maar op een dag, als hij weer eens voor het venster staat en kijkt naar het plein,
11:43en de straat waarop zijn huis uitkeek.
11:45Hij kijkt en hij vertrouwt zijn ogen bijna niet.
11:50Op dezelfde steen waar hij hem op die lentedag voor het eerste keer gezien had, zat weer de jongen uit Savoyer.
12:00Hij beeft van de kou en hij kijkt zo bang en zo smekend naar het paleis, alsof hij een groot verdriet heeft.
12:11Zijn houding is treurig.
12:14En angstig.
12:15Maar als hij de aartsbischop ziet en herkent, neemt hij zijn mutsje af en groet zijn vriendelijke weldoener beleefd.
12:23Maar treurig.
12:27De aartsbischop geeft direct een bevel om de jongen bij hem in de kamer te brengen.
12:34Zo gezegd, zo gedaan.
12:36Even later stond de arme, verkleumde zwerver weer voor hem.
12:43Hij moest zich eerst bij de kachel warmen.
12:46en door wat eten en drinken weer wat op kracht te komen.
12:50Toen dit gebeurd was, begon de aartsbisschok weer net als de vorige keer op een vriendelijke en hartelijke manier met hem te spreken.
12:59Zijn eerste vraag was, hoe gaat het nu met jou, mijn zoon, en hoe gaat het met je marmotje?
13:07En toen begon de kleine savoyard verdrietig te huilen.
13:11Ach meneer, zei hij, het gaat helemaal niet goed met mij.
13:16Mijn marmotje is onderweg gestorven.
13:19Ik weet niet waarmee ik nu de kost kan verdienen.
13:23Leeft uw marmotje nog, dat u toen van mij gekocht hebt?
13:28De aartsbisschop antwoordde.
13:30O ja, mijn marmotje is fris en gezond.
13:35Hoe is het gekomen dat jouw marmotje gestorven is?
13:39Vraagde hem.
13:41Ach, zei de jongen, ik denk dat het gestorven is van verdriet om mijn broertje.
13:48Ik kan hem ook maar niet vergeten.
13:50En nu vertelt hij de vriendelijke man alles, hoe het op zijn wandelingen in de laatste maanden gegaan was.
13:59Hij had veel verdrietige en zorgelijke dagen in die tijd beleefd en veel nood, armoe, honger en kou geleden.
14:09En dit vertelde hij op zijn openhartige en eerlijke manier.
14:14En de aartsbisschop luisterde weer liefdevol.
14:18en medelijdend naar hem.
14:22De Savoiaard had eindelijk zijn verhaal verteld, maar hij had nog wat op zijn hart.
14:29Hij draaide van verlegenheid zijn muts, die hij in zijn hand had, heen en weer.
14:36Hij zuchtte zeer zwaar.
14:39De aartsbisschop begreep heel goed wat hij wilde.
14:44Hij besloot na een poosje om hem te helpen om tot een openhartige
14:50en vrijmoedige bekentenis te komen.
14:53Hij vroeg hem daarom,
14:55maar hoe moet jij nu een ander mamotje krijgen, mijn zoon?
15:01En met deze vraag had de goede aartsbisschop de goede snaar geraakt.
15:06De arme jongen werd nog meer verlegen, sloeg de ogen neer en bekeek zijn muts van alle kanten.
15:15Hij vond het erg moeilijk om zijn vraag onder woorden te brengen.
15:21En de vriendelijke man herhaalde daarom zijn vraag nog eens en keek hem daarbij vriendelijk en medelijdend aan.
15:29Eindelijk kreeg de knaap vertrouwen en moed.
15:34Hoewel met bevende stem kwam hij er toch eindelijk mee voor de dag.
15:41Hij zei, ja echt, daarom ben ik weer in Trier gekomen.
15:47Ach, goede meneer, u moet mij mijn vraag niet kwalijk nemen.
15:53Ik wilde u alleen maar vragen of u mij het marmotje weer wil verkopen.
16:01U hebt het toch eigenlijk niet nodig.
16:03En ik heb het op mijn reis heel erg nodig.
16:09Toen begon de aartsbisschok te lachen en hij zei, nu mijn zoon, daar is misschien wel wat aan te doen.
16:17Maar zeg mij dan eens, hoeveel jij mij voor het diertje wil betalen?
16:23En de jongen nu...
16:25werd nu veel moediger, ook omdat zijn weldoener zijn verzoek niet had afgewezen.
16:32Hij zei, ik wil u heel graag het geld weer teruggeven, dat u mij daarvoor betaald hebt, en nog twee gulden daarbij.
16:42Daarvoor kunt u mij het diertje geven, als u zo goed wilt zijn, want meer kan ik met de beste wil niet geven.
16:53De aartsbisschop lachte weer.
16:56Hij had de eerlijke jongen al zo lief gekregen.
16:59Hij wilde hem graag weer een grote vreugde doen.
17:02Maar hij wilde ook zijn eerlijkheid op de proef stellen.
17:05En daarom zei hij, mijn zoon, daarvoor kan ik jou echt het marmotje niet geven.
17:14Want het heeft mij tot nu toe niets opgeleverd.
17:18Maar wel veel voer gekost.
17:22Maar jij hoeft niet direct zo'n verdrietig gezicht te zetten.
17:26Ik zal je een aanbod doen.
17:28die je zeker zo bevallen zal.
17:31We zullen een verdrag met elkaar sluiten en de winst delen.
17:36De
17:39jongen keek hem met zijn eerlijke ogen verbaasd aan.
17:44Hij wist niet wat dit betekenen moest.
17:47De aartsbisschop ging verder.
17:50Ik zal jou je marmotje helemaal voor niets teruggeven, maar het geld dat jij daarmee zult verdienen en overhouden,
17:59zullen wij broederlijk met elkaar delen.
18:02Ik vertrouw daarbij op jouw eerlijkheid.
18:06Jij komt de 1e januari van elk jaar weer hier in Trier bij mij.
18:12En dan zul je mij de helft geven van alles wat jij het hele jaar door met het diertje verdiend en gespaard hebt.
18:20Als mijn voorstel jou bevalt, geef mij dan je hand erop.
18:26De jongen had met grote aandacht geluisterd.
18:30Hij begreep heel goed...
18:32wat de aartsbisschop eigenlijk wilde.
18:34Hij wist alleen niet of het aanbod echt gemeend was, of
18:40dat het maar een grap was die de deftige man met hem wilde maken.
18:44Maar omdat de aartsbisschop hem nu de hand toestak en nog eens herhaalde, als jij het ook wil, geef mij dan de hand en de zaak is in orde.
18:56Toen werd hij zeer vrolijk en moedig.
18:58Hij legde de hand trouwhartig in de rechterhand van zijn weldoener en zei,
19:03Ja, als u het wilt, mag het in godsnaam al zo zijn.
19:12Deze zeldzame handel, zoals niet vaak in een vorstelijk paleis voorkomt, werd gesloten.
19:20En nu geeft de aartsbisschop bevel aan de bediende het marmotje, dat hij op deze manier verkocht had, naar zijn nieuwe eigenaar te brengen.
19:29Toen het lieve, vrolijke diertje gebracht werd, was de jongen bijna buiten zichzelf van blijdschap.
19:36Hij haalde het uit zijn hokje, drukte het aan zijn hart en kuste het enkele keren liefdevol.
19:44Ook het diertje lijkt zijn vroegere meester en speelgenoot te herkennen.
19:49Het lief koosde hem op allerlei manieren en het diertje was zo blij, dat het gezicht van de jongen verschillende keren gelikt werd.
20:00De gelukkige savoyaard wilde nu dankbaar en vrolijk zijn weg vervolgen, maar de bischop zei,
20:07Nee, mijn kleine vriend, zo gauw gaat het niet.
20:10Ik moet voor jou en voor mij zorgen dat wij ook goede zaken met elkaar kunnen doen.
20:17Hij had namelijk gezien dat de kleding van de jongen behoorlijk gescheurd en versleten was en hij er ook erg armoedig uitzag.
20:26En daarom zei hij verder, jij mag mij nu ook geen schande aandoen, maar je moet er fatsoenlijk uitzien.
20:38De mensen zullen jou dan vriendelijker en liefdevoller tegemoetkomen en we zullen dan ook meer verdienen.
20:46Hij gaf bevel dat er voor de jongen goede, warme en fatsoenlijke kleding gemaakt moest worden.
20:53Dit gebeurde dan ook in een paar dagen en al deze tijd moest de savoyard in het paleis blijven en werd hij heel goed verzorgd.
21:04Toen eindelijk al de kledingstukken klaar waren,
21:08moest de jongen nog één keer bij zijn goede weldoener komen om afscheid van hem te nemen.
21:14Hij zag er zeer goed en netjes uit.
21:17Hier was de aartsbisschok blij mee.
21:20En hij waarschuwde hem om God voor ogen en in het hart te hebben en ook om zijn gegeven belofte trouw en ijverig
21:33te houden.
21:34Dit beloofde onze Savoiaard met een bewogen hart.
21:38Hij nam blijmoedig en dankbaar afscheid en trok toen weer blij de wijde wereld in om met zijn kleine marmotje daar buiten zijn geluk te beproeven.
21:53De winter ging langzaam voorbij.
21:55Met zijn sneeuw en ijs de zachte lente kwam.
22:00De velden en weiden werden weer groen door de lieflijke en warmende stralen van de lentezon.
22:08Daarop volgde de hete zomer.
22:11Ook deze verdween en werd door de vruchtdragende herfst vervangen.
22:16Langzamerhand was ook deze weer verdwenen.
22:20De wind was scherper, de zonnestralen werden zeldzamer en zwakker, de verkleurde bladeren vielen van de bomen en de vrolijke trekvogels gingen
22:32op reis naar het verre warme zuiden.
22:35Eindelijk was de koude winter weer gekomen.
22:39IJs!
22:41Het sneeuw bedekte de bossen en de weilanden, bergen en dalen, hutten en huizen.
22:48Het kerstfeest was voorbij en de nieuwjaarsdag stond voor de deur.
22:55De aartsbisschop dacht aan zijn vriendje met wie hij de zeldzame handel had gesloten.
23:02Hij zei in zichzelf, nu zal mijn kleine vriend uit Savoyer wel gauw komen met mij afrekenen.
23:11en de winst met mij delen.
23:13Hij verheugde zich zeer op de brave knaap, die hij hartelijk had liefgekregen.
23:20Dillia's dag kwam, maar
23:23de jongen uit Savoyer kwam niet.
23:25Zijn vriend ten weldoener wachtte van de morgen tot de avond van deze dag op hem, maar
23:33hij kwam niet.
23:34De vriendelijke vorst verwonderde zich wel heel erg daarover, want de jongen had toch zo'n eerlijk gezicht.
23:42en was zo vrij moedig en betrouwbaar geleken.
23:46Hoe de schijn ook tegen hem was, de aartsbischop kon hem toch niet verdenken.
23:53Hij dacht in zichzelf, wie weet, waardoor die arme jongen verhinderd is, waardoor hij zijn gegeven woord niet kon houden.
24:02Hij ligt misschien ergens ziek, zodat hij niet bij mij kan komen.
24:07En die hoop wachtte hij van dag tot dag, van week tot week.
24:13Het tweede jaar ging voorbij.
24:15De
24:16tweede nieuwjaarsdag ging voorbij.
24:19Maar onze jongen uit Savoyer bleef weer weg.
24:23En nu werd de vriendelijke aartsbisschop inwendig zeer verdrietig.
24:31De jongen was misschien wel gestorven, zo dacht hij.
24:36En het maakte hem verdrietig dat hij misschien net als zijn broertje in een vreemd land gestorven was.
24:43En de arme ouders...
24:45in het Savoosje land hun beide kinderen niet meer zouden zien.
24:52Of de jongen was op het slechte pad geraakt, en was de dankbaarheid en de belofte die hij gegeven had vergeten.
24:59En dat deed de vrome man nog meer verdriet.
25:03Hij treurde om hem als om een verloren zoon.
25:08Hij werd heel verdrietig als hij erover dacht dat hij misschien gemeen bedrogen was.
25:17Zo gingen er na die winterse dag, waarop de zeldzame handel in het keurvorstelijk paleis de Trier was gesloten, drie, vier,
25:29ja, wel zes lange jaren voorbij, en nu was het weer nieuwjaarsdag geworden.
25:36De aartsbischop was de jongen met zijn handel en het marmotje helemaal vergeten,
25:46maar dan meldt zich een jongeling bij hem aan de poort.
25:50die hem dringend te spreken vraagt voor zaken.
25:52De aartsbisschop kan zich met de beste wil geen zaak herinneren die hij met een jongeling zou moeten bespreken.
26:01De vreemdeling wil ook niet aan de bediende vertellen voor welke zaak hij de aartsbisschop wil spreken.
26:08Hij laat zijn verzoek om de aartsbisschop te mogen spreken des te dringender en vriendelijker herhalen.
26:17Eindelijk geeft de vorst bevel
26:20om hem toch maar binnen te laten komen.
26:24De deur wordt geopend en een jongeling, die zeer fatsoenlijk en netjes gekleed is en door zijn hele houding een goede, aangename indruk maakt, komt de kamer binnen.
26:37De aartsbisschop bekijkt hem met welgevallen, maar hij kan zich niet herinneren dat hij de jongen ooit eerder in zijn leven gezien heeft.
26:47De jongeling groette eerst beleefd en eerbiedig en daarop zei hij,
26:53Meneer, misschien herinnert u het zich nog dat u eens aan een arme Savoose jongen een marmotje verkocht hebt, ook met de
27:05belofte dat de winst gedeeld zou worden.
27:09De jongen zou op elke nieuwsdag samen met u de winst verrekenen die hij in de loop van het jaar gemaakt had en deze met u delen.
27:19O ja, zei de aartsbisschop.
27:24Ik herinner het mij, maar de jongen heeft zijn woord niet gehouden.
27:29Weet jij misschien iets van hem?
27:32De jongeling antwoordde met bewogen stem.
27:36Meneer, oordeel niet zo hard over hem.
27:42Toen de savoyard afscheid van u genomen had, ging hij bij Koblenz over de Rijn.
27:50Daarna reisde hij door Duitsland en is daarna naar Frankrijk en Parijs gegaan.
27:57Hij heeft altijd aan u en aan zijn schuld gedacht, maar
28:02hij was zo ver van Trier en de reis was voor hem in de winter dubbel zwaar.
28:09Hij dacht dat hij net zo goed zijn schuld in één keer en met één reis kon afdoen.
28:17Toen hij in Parijs kwam, is zijn lieve marmotje gestorven, maar
28:23de trouwe God heeft hem niet verlaten.
28:28Want zijn landgenoten trok zich zijn lot aan en ging met hem een handel voor gezamenlijke rekening aan.
28:35Ze hebben toen hard gewerkt en eerlijk met elkaar gehandeld.
28:39En God heeft zijn zegen daaraan willen geven.
28:43En nu wilde hij het dan ook niet langer uitstellen om zijn schuld te betalen.
28:49Toen hij dit jaar zijn boeken afsloot, nam hij de helft van zijn winst, 2000 gulden.
28:57En brengt hij nu aan zijn weldoende.
28:59Met hartelijke dank.
29:02Met deze woorden legde de jongeling enige zware rollen geld op de tafel.
29:08En de aartsbisschop lacht alweer.
29:11Maar nu met de tranen in de ogen herriep.
29:14Hoe?
29:15Ben jij dan de Savoyese jongen?
29:19Heb jij dan zoveel geld met het marmoetje verdiend?
29:24Nee, dat niet.
29:26Antwoordde de jongeling.
29:27Maar wat ik toen verdiende.
29:29is toch het begin van mijn latere handel geweest.
29:33En daarom komt u ook met alle recht de helft toe.
29:38Ik vraag u hartelijk de betaling van mijn schuld van mij aan te nemen.
29:43Ik kan u toch nooit alles betalen wat u eens voor de arme jongen gedaan hebt.
29:49Nu was de vrome vorst zeer hartelijk verblijt dat hij zich in de jongeling niet vergist had.
29:57Hij zei tot hem, mijn vriend.
30:01Het geld neem ik nooit van jou aan.
30:05Heb jij dan niet begrepen dat de zaak die ik toen met je had eigenlijk niet serieus bedoeld was?
30:13God zei dank die jou zo rijk gezegend heeft.
30:17Neem het geld dat jij eerlijk verdiend hebt.
30:21Neem het nu als een geschenk van mij weer aan.
30:25De trouwe God vergoedde jou je eerlijkheid en behoedde en zegende je verder.
30:32Joling schrok toen hij deze woorden hoorde.
30:36Eerst wilde hij het geld niet weer aannemen en was zeer bedroefd dat hij zijn schuld niet mocht voldoen.
30:46Uiteindelijk moest hij de wil van de aartsbisschop toch gehoorzamen en al het geld weer mee terugnemen.
30:53Het
30:54spreekt vanzelf dat zijn vaderlijke vriend en weldoener hem nog een lange tijd bij zich hield en hem zijn liefde...
31:02op allerlei manieren bewees.
31:04En toen ze eindelijk van elkaar afscheid namen, schrijden ze samen tranen van verdriet en vreugde.
31:13De
31:14jongeling verliet zijn weldoener onder de hartelijkste en ontroerendste woorden van dank.
31:21En toen hij over het voorplein van het paleis ging, stond de aartsbisschop weer aan het venster en keek hem zo lang mogelijk na,
31:32totdat hij eindelijk...
31:34Nog één keer vrolijk groetend om de hoek van de straat verdween.
31:41Tot
31:46zover het verhaal van een zeldzame handel.
31:50Aan het slot willen we gaan luisteren naar Psalm 146, vers 1, 3 en 5.
31:57Vers 1, prijs de Heer met blijde galmen, gij mijn ziel hebt rijke stof.
32:04Het derde, zaligheid die in dit leven.
32:08Jacob's God ter hopen heeft.
32:10En ook het vijfde vers.
32:13Het is de Heer die het recht der armen, der verdrukten gelden doet, die het liefderijk erbarmen, hongerigen mildelijk voedt, die gevangenen
32:25vrijheid schenkt en aan hun ellende denkt.
32:30Voor morgen wens ik u allen een hele goede zondag.
32:33Voor straks een goede nachtrust.
32:36Hartelijk dank voor het luisteren.
32:39En beleven en welzijn.
32:40Tot een volgende keer.
32:42***
32:43[GEZANG]