0:00[GEZANG]
9:51Onze
9:52verwachting zij in het naam des Heren.
9:57Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
10:02Die trouwe houdt en eeuwig leeft.
10:06En die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:12Amen.
10:14Genade, barmhartigheid en vrede.
10:18Zij u van God den Vader.
10:22Christus, Jezus, zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:30Amen.
10:33Gemeente, namens u en jouw kerkenraad wensen wij u aan het begin van dit nieuwe jaar Gods onmisbare, rijkmakende zegen toe.
10:42De Heren schenken een ieder in zijn persoonlijke omstandigheden alles wat nodig is voor ziel en lichaam.
10:51Hij zegenen zijn woord dat nog onder ons verkondigd mag worden.
10:56En dat die verkondiging mag zijn tot verheerlijking van zijn heilige naam.
11:00Tot uitbreiding van zijn koninkrijk.
11:03En tot zaligheid van u en jouw ziel.
11:07We willen deze dienst voortzetten door te zingen uit Psalm 84.
11:12En daarvan het eerste en het tweede vers.
11:14Hoe liefelijk, hoe vol heilgenot.
11:16O heren der legers, schade God, zijn wij uw huis.
11:21Een tempel zangen.
11:22En ook het tweede vers.
11:23Zelfs vindt de mus een huis, o heren.
11:27De zwaluw legt haar jongskens neer.
11:29In het kunstig nest bij uw altaren.
11:32En wat er verder volgt in de versen 1 en 2 van Psalm 84.
11:35[GEZANG]
16:38Gemeente, wij openen.
16:39Gods heilig en dierbaar woord in het Oude Testament.
16:43In het boek Twee Kroniken.
16:45Daarvan nadert het 29ste hoofdstuk.
16:48Te beginnen bij het eerste tot en met het 17de vers.
16:51Ik noem u.
16:53Als onze schrift lees in twee kronieken 29 te beginnen bij het eerste tot en met het zeventiende vers.
17:00Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.
17:06Toen sprak God al deze woorden zeggende.
17:09Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
17:17Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:22Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in den hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog
17:35van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:39Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:43Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vateren bezoekt aan de kinderen.
17:52Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
17:56En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
18:06Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
18:11Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
18:18Gedenk den sabbedag dat gij dien heiligt.
18:21Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
18:26Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:31Dan zult gij geen werk doen.
18:34Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstrecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:45Want in zes dagen heeft de Heere...
18:48De hemel en de aarde gemaakt.
18:50De zee en alles wat daarin is.
18:53En in rusten ten zevende dagen.
18:57Daarom zegenen de heren den Sabbatdag.
19:00En heiligden denzelven.
19:03Eer uw vader en uw moeder.
19:05Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
19:09Dat u de heren uw God geeft.
19:12Gij zult niet doodslaan.
19:14Gij zult niet echtbreken.
19:16Gij zult niet stelen.
19:18Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:23Gij zult niet begeren uw snaaste huis.
19:26Gij zult niet begeren uw snaaste vrouw.
19:29Nog zijn dienstrecht.
19:31Nog zijn dienstmaat.
19:33Nog zijn os.
19:34Nog zijn ezel.
19:36Nog iets dat uw snaaste is.
19:40Ik noem u als onze schriftlezing.
19:42Twee kronieken 29 te beginnen bij het eerste vers.
19:47Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
19:51Jehiskia werd koning.
19:5325 jaar oud zijnde.
19:55En regeerde 29 jaar te Jeruzalem.
19:59En de naam zijn moeder was Abia.
20:02Een dochter van Zacharia.
20:04En hij deed wat recht was in de ogen des heren.
20:08Naar alles wat zijn vader David gedaan had.
20:12Dezelfde deed in het eerste jaar zijn regering.
20:16In de eerste maand de deuren van het huis des Heren opende, open en betende ze.
20:23En hij bracht de priesters en de levieten in en hij verzamelde hen in de Ooststraat.
20:29En hij zei er tot hen, hoort mij, o levieten, heilig nu u zelf en heilig het huis des Heren, des Gods uw vader en breng de onreinheid
20:42uit van het heiligdom.
20:44Want onze vaders hebben overtreden en gedaan wat kwaad was in de ogen des heren onze schots.
20:53En hebben hem verlaten.
20:55En ze hebben hun aangezichten van de tabernakel des heren omgewend.
21:00En hebben de nek toegekeerd.
21:02Ook hebben zij de deuren van het voorhuis toegesloten.
21:07En de lampen uitgeblust.
21:09En het reukwerk niet gerookt.
21:11En het brandtoffer hebben zij in het heiligdom aan de God Israëls niet geofferd.
21:18Daarom is een grote toren des Heren over Juda en Jeruzalem geweest.
21:24En die heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting.
21:31Gelijk als gij ziet met uw ogen.
21:34Want zie, onze vaders zijn door het zwaard gevallen, daardoor onze zonen.
21:41En onze dochters en onze vrouwen zijn daarom in gevangenis geweest.
21:46Nu is het in mijn hart een verbond te maken met de Heere, de God Israëls, opdat de hitte zijn storens van ons afkeren.
21:56Mijn zonen, wees nu niet traag, want de Heere heeft u verkoren, dat gij voor zijn aangezicht staan zoudt om hem te dienen.
22:07En opdat gij hem, dienaars en wierokers zoudt wezen.
22:11Toen maakte zich de Leviten op.
22:13Mahat, de zoon van Amazai.
22:16En Joël, de zoon van Azaria.
22:18Van de kinderen der Kahatiten.
22:20En van de kinderen van Merari.
22:23Kis, de zoon van Abdi en Azaria.
22:25De zoon van Jehaliel.
22:27En van de Gersonieten.
22:29Joa, de zoon van Zimma.
22:31En Eden, de zoon van Joa.
22:34En van de kinderen van...
22:46En zij verzamelden hun broederen en heiligden zich.
22:55En kwamen naar het gebod des konings.
22:58Door de woorden des heren om het huis des heren te reinigen.
23:03Maar de priesters gingen binnen in het huis des heren om dat te reinigen.
23:08En ze brachten uit in het voorhof van het huis des heren al de onreinheid die zij in de tempel des heren vonden.
23:17En de levieten namen ze op om naar buiten uit te brengen in de beek Kidron.
23:23Zij begonnen nu te heiligen op de eerste der eerste maand.
23:28En op de achtste dag der maand kwamen ze in het voorhuis.
23:33...des heren en heiligt het huis des heren.
23:36In acht dagen en op de zestiende dag der eerste maand...
23:40...maakten zij een einde tot zover de schriftlezing.
23:45Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
23:53Almachtige, eeuwige God, het is een bijzonder bewijs van uw langmoedigheid...
23:58...dat wij het oude jaar mochten uitgaan in uw huis rondom uw goddelijk woord.
24:04En dat u op deze eerste dag van dit pas begonnen jaar ons opnieuw samenbrengt en samenroept.
24:12Met deze plaats verbonden doet zijn rondom uw geopend woord, uw getrouw prachtige tuigenis.
24:20Want dat is toch het begin wat u ook eist, wat ook een recht begin is.
24:27Als wij in uw huis beginnen rond het geklank van uw onfeilbaar getuigenis.
24:33Heren, geef ons dat op te merken en te verstaan.
24:37Dat gij gisteren en heden dezelfde zijt en dat tot in de eeuwigheid.
24:43En dat uw woord van geslacht tot geslacht zijn voortgang heeft op deze aarde.
24:49En dat alles spreekt ook een jaarwisseling van onze vergankelijkheid en kortstondigheid.
24:55Dat wij hier geen blijvende stad hebben, maar dat u uw woord...
25:00Van keer tot keer doet verkondigen, doet uitgaan.
25:04Dat onvergankelijk woord van u.
25:08Wat blijft tot in de eeuwigheid.
25:11En de niegelijk die door uw geest aan dat goddelijke woord verbonden wordt en blijft.
25:18Die zal ook blijven tot in de eeuwigheid.
25:22Heren, doe ons dan het belang van uw roepstem verstaan.
25:25Van de bediening der verzoening.
25:28Van de gaven van uw getuigenis.
25:31Van de belofte die u daarbij gegeven hebt.
25:34Dat het nooit ledig tot u wederkeren zal.
25:37Maar dat het zal doen hetgeen u behaagt.
25:39En dat het voorspoedig zal zijn.
25:41In hetgeen waartoe u het zendt.
25:44Dat u dat geklank moet horen.
25:47Ook in dit pas begonnen jaar.
25:50Leer ons ook achtergeven op uw roepstem.
25:53Dat we dat geklank ook mogen kennen.
25:57Mogen ervaren.
25:58Mogen ondervinden.
26:00Ons daardoor.
26:02Gegrepen weten.
26:03Ons daardoor.
26:05Verbonden voelen.
26:06Aan uw dienst.
26:08Aan uw godelijk woord.
26:09Gedenk zo in uw getrouwe ontferming.
26:12In dit nieuwe jaar.
26:14Zijn ook alle.
26:16Moeilijkheden.
26:17Alle verdriet.
26:19Alle smartelijke gemissen.
26:21Met ons meegereisd.
26:23Die we in ons hart meedragen.
26:25Gedenk u dan heren.
26:27Trouwdragenden.
26:28U weet ook wat zij voor nodig hebben.
26:30Ook in de smattelijke wegen die bewandeld moeten worden.
26:34We willen uw vertrouwsting en onderwijzing genadiglijk verlenen.
26:38En hen ondersteunen en sterken.
26:41Ook in dit pas begonnen jaar.
26:43Om toch op u te zien, van u te verwachten.
26:47U die ons leven leidt en stuurt.
26:50Die ook lasten oplegt.
26:53En met de bedoeling dat wij onder de last gebogen.
26:57Aan uw voeten terechtkomen.
27:00Over u de kracht, de sterkte te begeren.
27:03Die gij genadiglijk wilt verlenen aan allen.
27:06Die hopend op u wachten.
27:09Wil ook gedenkende zieken, ook ziekte, ook zorgen.
27:13Het is alles met ons meegegaan.
27:15Van het ene jaar tot in dit pas begonnen jaar.
27:19Schenk dan ook uw hulp, uw bijstand.
27:21In alle nood en alle zorg.
27:24In alle spanningen die dat met zich meebrengt.
27:27Heren, wil ze brengen ook aan de voeten van u die hemelse geneesheren.
27:32Die onze krank heen kent en liefderijk geneest.
27:36Wil toch zo uw hulp, uw bijstand betonen bij alle andere zorgen en noden.
27:42Psychische noden en moeite.
27:44De zorgen rond gehandicapten en al diegenen aan wie ze verbonden zijn.
27:50De bewoners van de vijver, u kent ook hen.
27:55In de weg die zij moeten gaan, wil ze ook met mij een goed zijn.
27:59Ook in dit pasbegonnen jaar, gedenken we ook de bezoekers van de oase.
28:05Heren, we willen ook die arbeid toch zegenen, dat ook die rustperiodes.
28:10En onderwijzen we niet daarbij uitgaan, ook gezegend mogen worden.
28:14In hun omstandigheden en aan hun harten.
28:18Wil zo in alle noden, alle zorgen die bij u op het aller voormaatst bekend zijn.
28:24Uw hulp, uw bijstand betonen.
28:27Maar dan denken we ook aan de voortgang van uw woord.
28:31En van uw dienst, ook in dit pas begonnen jaar.
28:35Als ook een aantal Amstraders hun jaarwoord bij vernieuwing hopen uit te spreken.
28:40Of voor het eerst een jaarwoord mogen geven.
28:44Om verbonden te worden in de ambtelijke bediening van oudering en diaken, heren.
28:50Ik wil ook daar uw zegen over gebieden.
28:53Dat zo de lege plaatsen vervuld mochten worden.
28:56Dat ook de ambtelijke bediening zijn voortgang mag hebben.
29:00Wil u ze tot zegen stellen ook in het midden van deze gemeente.
29:05U wil dan ook straks ook een ja-woord geven.
29:10Vanuit het hart gevoed door de kracht van uw woord.
29:14In afhankelijkheid van de bediening van uw heidige geest.
29:18Om zo dienstbaar te mogen zijn ook aan dit deel uw erven.
29:23En ook al de anderen die betrokken zijn bij een goede voortgang van de dienst.
29:28De kosters, de organisten.
29:30En al degenen die een plaats hebben ook in de dienst.
29:34Wil ze uw hulp, uw bijstand ook betonen in dit nieuwe jaar.
29:39Uw genatige gunst nog verlenen.
29:43Gedenk ook de predikant op wie hun beroep is uitgebracht.
29:46Wil ook hem licht en wijsheid geven.
29:49Dat u ook daar in de weg mag gaan die u komt aan te wijzen.
29:54Betoon ze nog uw trouw, uw zorg.
29:56Ook voor dit deel uw erven.
29:59Naar de grootheid, uw barmhartigheid.
30:02Heren zie zo nog neder.
30:04Naar uw genade wil zo uw hulp, uw bijstand betonen.
30:09Uw zegenende hand ook over het geheel van de gemeente uitstrekken.
30:14En alle die een plaats, een taak, een roeping hebben.
30:17Ook de midden.
30:19...van deze gemeente.
30:20Dat hun verwachting op u gesteld mag zijn.
30:23Hun hoop op uw woord gegrond mag zijn.
30:27En de afhankelijkheid van de bediening van uw geest...
30:31...ervaren mag worden in het hart.
30:33Breid zo ontfermend en zegenend uw handen uit.
30:37Gedenk u ook ons land, ons volk.
30:40Hoe is ook de jaarswisseling weer doorgebracht.
30:45Geweld op allerlei wijze.
30:48Die niet in overeenstemming zijn met uw woord.
30:51De verontreiniging van het milieu waar zoveel zorg om is.
30:56Wat bepaalde bevolkingsgroepen de rekening ook van krijgen.
31:00Ook van ons volk.
31:02En dan gaan we dan zo zien hoe dat doorgebracht wordt.
31:06Vuur geschoten naar de hemel.
31:09Ook doet ons met smart beleiden.
31:12Opdat we toch niet op deze wijze met...
31:16De tekenen van uw langmoedigheid, van uw taai geduld.
31:20Uw traagheid het toren om zullen gaan.
31:24Maar ons leren veroopmoedigen voor u.
31:27Met de beleidenis, zoals we dat ook lazen in uw woord.
31:30Wij hebben u op het hoogst misdaan.
31:33Wij zijn van het heilspoor afgegaan, ja wij.
31:37En onze vaderen tevens schenken ons toch die gestalte bovenal.
31:43Die moedvaardigheid die u zo wel aangenaam en wel behagelijk is.
31:48Die hartelijke vernedering en veroopmoediging.
31:52Ontferm u zo naar de grootheid uw warm hart te geden.
31:56Wil zo uw woord voor ons openen door de kracht van uw geest.
32:00Tot roem van uw genade.
32:02Om Jezus willen.
32:04Amen.
32:08Gemeente, het oude jaar ligt achter ons.
32:11Nieuwjaarsdag, nieuwjaar mocht ingegaan worden.
32:15En we doen elkaar allerlei wensen, welgemeende wensen, goede wensen.
32:21Daar is geen bezwaar tegen.
32:23Dat mag, dat is ook naar het woord om elkaar het goede te wensen.
32:27Maar wat is ons voornemen?
32:30Wat is u?
32:31Wat is mijn voornemen?
32:33Ook in dit nieuw begonnen jaar, waar gaat ons hart naar uit?
32:37Ik wil er met u stilstaan bij het voornemen van koning Hiskia.
32:42Wat u verwoord vindt in de woorden van onze tekst.
32:45In twee kronieken 29.
32:48En daarvan het tiende en het elfde vers.
32:52Twee kronieken 29 vers 10 en 11.
32:55Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
32:58Nu is het in mijn hart.
33:00Een verbond te maken met de Heren.
33:03De God Israëls.
33:05Opdat de hitte zijn storens van ons afkeren.
33:11Mijn zonen.
33:13Wees u niet traag, want de Heer heeft u verkoren dat gij voor zijn aangezicht staan zoudt om hem te dienen.
33:21En opdat gij hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
33:27Het gaat in de woorden van onze tekstgemeente over de dienst des Heren.
33:31We willen stilstaan bij een drietal gedachten.
33:33We letten ten eerste op de verbinding met hem, de Heren.
33:37In de tweede plaats op de beving voor hem.
33:40En in de derde plaats op de roeping door hem.
33:43Het gaat in de woorden van onze tekst over de dienst des heren.
33:47We letten ten eerste op de verbinding met hem.
33:50Ten tweede op de beving voor hem.
33:53En ten derde op de roeping door hem.
33:56Maar voordat wij hierna erbij stil hopen te staan gaan we eerst zingen.
34:01Uit psalm 108.
34:03En daarvan het eerste en het tweede vers.
34:05Mijn hart, o hemel majesteit, is tot uw dienst en lof bereid.
34:12Ik zal zingen voor de opperheren.
34:14Ik zal op zalmen zingen tot zijn eer.
34:16En ook het tweede vers.
34:18Ik zal, o heren, uw wonder daan.
34:20Uw roem de volken doen verstaan.
34:23Want uw goede tierenheid is tot de hemelen uitgebreid.
34:29En de collecten zijn in de eerste collecten voor de diakonie.
34:34In de tweede voor de kerkvoogdij.
34:36En in de derde voor de aflossingskerk.
34:38En deze collecten worden hartelijk in uw wildadigheid.
34:42En wij zingen uit Psalm 108, vers 1 en 2.
34:46[GEZANG]
41:28Gemeente, verband van onze tekstwoorden is dat het einde van het koningschap van koning Agas gekomen is.
41:37Koningschap ten einde is een dieptepunt geweest voor het volk van Juda.
41:43Maatschappelijk ook.
41:44De oorlogen die verloren werden.
41:47Het land werd gedeeltelijk verwoest.
41:49Maar ook zeker godsdienstig is het een ontzaggelijk.
41:53...dieptepunt geweest voor het volk van Juda...
41:56...voor de tempel, voor de dienst des heren...
41:59...die in het midden van hen was opgericht.
42:02En koning Hischia, zijn zoon, gaat de regering overnemen.
42:07Wat zal er een verwachting geweest zijn bij de afgodedienaars...
42:11...die koning Agas gevolgd zijn...
42:13...in zijn schrikkelijke afgodsdienst die hij ingevoerd heeft...
42:18...en hoe hij omgegaan is met de dingen van het huis des heren.
42:22En wat zal er een vrees geweest zijn bij de oprechten die bedroefd zullen geweest zijn over de tijdsomstandigheden.
42:30Ook godsdienstig onder het volk.
42:33Maar ziet op de eerste dag van de eerste maand van het eerste jaar zijn regering.
42:41Nieuwjaarsdag.
42:42Althans, zo staat het ook in het zeventiende vers.
42:45Dat het ook de eerste dag was dat hij begon met de indringende reformatie.
42:51Van het huis en van de tempel en van de waarachtige godsdienst.
42:56En hij maakt het terstond bekend.
42:59Hij zegt in de woorden van onze tekst.
43:01Dan geeft hij direct aan die hartelijke verbinding die hij mag hebben.
43:05Nu is het in mijn hart.
43:09En omdat het in zijn hart is, komt het ook in de praktijk openbaar.
43:13En komt het ook in de dadelijkheid, wordt het ook ten uitvoer gebracht.
43:21Dat weet u wel, dat is ons verstand wat verlicht wordt.
43:25Wat vernieuwd wordt.
43:27Dat benevende, dat door de zonde verduisterde verstand.
43:31Daar breekt het genadelicht gods in door.
43:34Door de werking van de heilige geest.
43:36En door ons ook te brengen bij de aanvaarding.
43:40Bij de onderwerping.
43:42Bij de onderwijzing van het woord van de levende God.
43:47Onze genegenheden, onze verlangens, die worden vernieuwd.
43:51Dat is ook een onderdeel in geestelijke zin van ons hart.
43:54En onze wil die wordt gewillig gemaakt.
43:57Die wordt herschapen.
44:00Ons hart.
44:01Nu is het in mijn hart.
44:03Het is een duidelijk bewijs van de innerlijke kracht.
44:06Het is een duidelijke sprake van de ware godsdienst.
44:11Die bestaat gemeente uit gewilligheid en vrijwilligheid.
44:17Het is een gewillige dienst.
44:20Het is ook een vrijwillige dienst.
44:23Een liefdedienst.
44:24Een harte zaak.
44:26Laat dat duidelijk zijn, jonge mensen.
44:28De dienst van de levende God is geen zware dienst.
44:31Geen harde dienst.
44:33Maar de Heer maakt zich een gewillig volk.
44:37Hij maakt ons vrijwillig.
44:39Hij bevrijdt ons van de macht van de vorste duisternis.
44:44Hij trekt ons uit de duisternis tot zijn licht.
44:47En hij geeft ons...
44:49Een wil om hem te dienen.
44:51Vrijwillig.
44:52Met liefde.
44:53Met ons ganse hart.
44:55Dus dat kan nooit een zware dienst zijn.
44:58Nu is het in mijn hart.
44:59Zo spreekt deze koning het uit.
45:02Een liefdewerk.
45:03Een harte zaak is het voor hem.
45:06Een gevoelige.
45:08Een innerlijke overtuiging.
45:10En dat gaat altijd samen met uitwendige betrachting.
45:16Sommige mensen, gemeenten, die zeggen ja.
45:19Als je ze ergens uiterlijk op aanspreekt.
45:22Ja maar, daar zit het allemaal niet in.
45:25Het zit in mijn hart, zeggen ze dan.
45:28Maar als het in uw hart zit, kijk maar hier in de tekst.
45:31Dan gaat het direct samen met een uitwendige reformatie.
45:38Dan komt er in uitwendige zin een breken met de zonde.
45:41Een duidelijk afscheid van de ongerechtigheid en van de boosheid.
45:45Dus, als het in uw hart zit.
45:48Dan zit het in uw verstand.
45:50Dan zit het in uw verlangens.
45:53Dan zit het in uw wil.
45:55Dan hebt u een innerlijke aandrijfkracht.
45:59Om van nu voortaan voor de Heer het leven.
46:01Dus ja, als iemand zegt het zit in mijn hart.
46:05En in uiterlijke zin dan dient hij met volle kracht de wereld en de zonderdienst.
46:11Laat zich niet gezeggen door het woord.
46:13Dat komt niet overeen met de Bijbel.
46:16Dat staat zo niet in de schrift.
46:18Nu is het in mijn hart en ziet wat een voortvarendheid of deze koning heeft.
46:24Wat een krachtige breuk maakt hij met het eertijds van zijn goddeloze vader.
46:29En ongetwijfeld de vorsten die Agas omringd hebben.
46:33Die met leden ogen deze activiteit van deze koning Hiskia aanzagen.
46:40Wat zullen ze daar een strijd mee gehad hebben.
46:43Maar die koning begint waar de Heer met hem begonnen is.
46:48In zijn hart.
46:49Zader wedergeboorte.
46:51En die koning die maakt ook duidelijk.
46:53Nu is het in mijn hart.
46:55Zo zegt hij met de heren.
46:56De God Israels.
46:57Een verbond te maken.
46:59Een innerlijke betrachting.
47:02Een heilige ijver voor de heren.
47:04En voor zijn zalige dienst.
47:07Geen uitstel.
47:08Niet de gedachte.
47:10Nog tijd genoeg.
47:11Ik begin pas in mijn regering.
47:13Dat komt wel.
47:14Nee.
47:15Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid.
47:19En alle andere dingen zullen u worden toegeworpen.
47:23Eerste dag, eerste jaar, eerste maand.
47:28Het is echt de praktijk van heden.
47:31Zo gij mijn stem hoort, verhard uw hart niet, maar laat u lijden.
47:38Wat was er wellicht op te knappen in zijn paleisgemeente?
47:42Wat was het leger in verval geraakt?
47:45Door de verschillende nederlagen die geleden waren.
47:48Wat zou dat een zorg geweest zijn om zo spoedig mogelijk weer op sterkte te komen.
47:53Wat de militaire macht betreft.
47:55Wat had de economie een klappen gekregen.
47:59Door de zondig handelen wandel van zijn vader Agas.
48:03Wat zou daar toch een zorg voor moeten zijn.
48:06Nu is het in mijn hart.
48:08Om met de heren de God Israëls een verbond te maken.
48:13Hij begint.
48:15Maar de Heere wil waar hij begint.
48:16In zijn huis.
48:18In zijn dienst.
48:19Om hem de eer en de aanbidding te geven.
48:22Wie vader of moederlief heeft boven mij is mijns niet waardig.
48:28Nu is het in mijn hart om met de Heere een verbond te maken.
48:32Een verbinding te maken.
48:34Het was Jonathan gemeente de zoon van koning Saul.
48:38Die met die eenvoudige herder zoon David een verbond maakte.
48:43En hij gaf hem zijn boog en hij gaf hem zijn zwaard en hij gaf hem zijn gordel.
48:48Hij gaf hem al de blijken van het kroonprins zijn.
48:54Die gaf hij aan die eenvoudige herdersoon.
48:57En die onbegrijpelijke, die liefde van Jonathan tot David, die wekte de wederliefde bij David op.
49:05En ze maakten met elkaar een verbond.
49:08Maar nu dit verbond van de verbondsgat.
49:12Van hem de drie enige.
49:15Dat is een verbond wat spreekt van de Vader.
49:17En van de Zoon.
49:19En van de heidige geest.
49:21Dat is een verbond wat spreekt van recht en van waarheid.
49:26Van rechtvaardigheid en barmhartigheid.
49:29Dat is een verbond van Gods genade.
49:33Zijn vrijmachtige genade.
49:35Dat is een verbond wat voortgekomen is.
49:37Uit zijn eeuwige onbegrijpelijke eenzijdige.
49:41goddelijke liefde die hij van voor de grondlegging ter wereld gehad heeft.
49:46Dat is een verbond wat rust op de onwankelbare trouw van hem, de drie-enige God.
49:53En als u met dit verbond te maken krijgt, met het woord vanuit dit verbond, dan gaat het niet buiten schuldontdekking en schuldbeleving om.
50:04Dan krijgt u een hartelijke zielsbetrekking op de Heer en op zijn dienst.
50:09Dan krijgt u...
50:10Een onderwerping in uw hart.
50:12Aangaande zijn woord.
50:13Aangaande zijn waarheid.
50:15Dan wordt er ook een verbinding gelegd.
50:18Tussen u en tussen de heren.
50:19Ik zal u hartelijk lief hebben.
50:22Heren.
50:23Mijn sterkte.
50:24Of het zou dus fantasen.
50:26Wat wilt gij dat ik doen zal.
50:30Verstand.
50:31Van het woord.
50:32Een verlicht verstand.
50:34Kennis aan de schrift.
50:36Een verlangen wat uitgaat.
50:39Een hartelijk begeren om de waarheid te mogen kennen, te mogen beminnen, te mogen omhelzen.
50:47Eerste dag gemeente, het nieuwe jaar 2026.
50:52U hoort het voornemen van deze koning.
50:54Wat is u, wat is mijn voornemen op deze dag?
50:59In ons hart, als het in ons hart mag zijn, dan begint u vandaag.
51:05Voor het heerst op wij vernieuwing.
51:08Om opnieuw u te verbinden aan zijn zalige dienst.
51:12Waar zoekt u na?
51:14Waar verlangt u na?
51:16Wat is ons hartelijk begeren?
51:19Wat is onze bezigheid?
51:20De eerste dag van het nieuwe jaar.
51:24Waarachtige godsdienst.
51:26Dat is een harte zaak.
51:27Dat is een liefdedienst.
51:30O, dat het mag zijn, mag worden voor ons een harte zaak.
51:35En een liefdedienst ook ambtelijk.
51:38Bij vernieuwing in het ambt bevestigd of voor het eerst ook straks een ja-woord te geven.
51:42Ook voor die ambtelijke dienst.
51:45Nu is het in mijn hart.
51:47Hoe noodzakelijk toch als we als ambtsdrager geroepen worden.
51:51Om ook deze gestalte te mogen kennen.
51:54Gedurig te mogen oefenen.
51:55Om ons hartelijk te verbinden aan de dienst van de levende God.
52:00De Heer heeft hier recht op.
52:02Hij eist dit van ons.
52:04Hij is dat ook waardig.
52:06Hij heeft ons geschapen.
52:08Hij onderhoudt ons.
52:09Hij roept ons.
52:11Door het woord zijn er waarheid persoonlijk en ook ambtelijk.
52:15We leven binnen de omtuining van zijn verbond.
52:19Onder het woord van zijn goddelijke trouw.
52:23We leven onder de prediking en de aanbieding van de weldaden van zijn verbond.
52:29Uit de persoon des middelaars.
52:32We hebben alle al verschillende ja-woorden achter ons.
52:36Een ja-woord bij het huwelijk.
52:38Een ja-woord bij de heilige doop.
52:40Als de heren ons daarboe overwaardigden dat we de kinderzegen mochten ontvangen.
52:46Een ja-woord ook bij het afleggen van de beleidenis.
52:50En nu ook een ja-woord al eerder gegeven.
52:53En ook straks.
52:54Of voor het eerst ook bij de ambtelijke bediening.
52:58En dan zegt toch het formulier van de heilige doop.
53:01En dat geldt ook voor het ambt.
53:02De wereld verzaken.
53:04Onze ouderen natuurlijk doden.
53:06In een nieuw godzalig leven wandelen.
53:10Met ons ganse hart.
53:12Ons ganse ziel.
53:13Alles wat in ons is.
53:15Hem te dienen.
53:16Hem te vrezen.
53:18Dan komt u achter uw tekort.
53:19En achter uw gebrek.
53:21En dan vermenigvuldigt u de schuld.
53:24Persoonlijk en ambtelijk.
53:25Maar dat is wel de opdracht.
53:28Dat houdt toch dat ja-woord in.
53:30In ons is niets dan gebrek.
53:33En niets dan tekort, daar komt Hiskia straks ook achter.
53:36Dat hij ook maar een zon daar bleef in zichzelf.
53:40Tot zijn smart en tot zijn schaamte.
53:42Ook al doet de Heer grote weldaden.
53:45Genezing van zijn ziekte althans.
53:47Uitstel van het tijdstip van de dood voor 15 jaar.
53:52Maar ook dat brengt er weer door.
53:55En toch dit begin.
53:57De smart gemeente dat we gebrekt tekort hebben.
54:02Die ontstaat alleen daar waar dit hartelijk voornemen.
54:06Waar dit door God gewerkte nieuwe beginsel in het hart gelegd wordt.
54:12Juist dan gaan we ons gebrek, ons tekort en onze schuld beleven voor zijn aangezicht.
54:19Ziet, deze dienst aan de levende God hoeft er geen ambtsdrager voor te zijn.
54:25Dat is ook persoonlijk.
54:27Deze beleider is uit te spreken.
54:29Geen leeftijdsbeperking is daarin.
54:32Niet te jong.
54:33Nog te oud.
54:34Het is de indringende oproep.
54:37Wat uitgaat ook in dit nieuwe jaar.
54:40Om God te zoeken.
54:41In wie alleen het behoud.
54:43De zaligheid te vinden is.
54:45De tweede plaats gemeente.
54:47Dat spreekt ook de tekst.
54:48Van de beving voor hem.
54:50Staat ook in de woorden van onze tekst.
54:53De God Israëls.
54:54Opdat de hitte van zijn toren.
54:57Van ons afkeren.
55:00De hitte van zijn toren, daar was alle reden voor, gemeente.
55:03Die omstandigheden, die waren toch zeer droevig.
55:07Als we rondom ons zien, ons land, ons volk.
55:11Ach, ook als we zien, zo'n oudejaarsnacht.
55:14Wat er allemaal de lucht in gejaagd wordt, verschrikkelijk toch.
55:18Hoe ver zijn we gekomen, te midden van ons volk en land.
55:21Er wordt gesproken over armoede.
55:24En alle mensen die het moeilijk hebben, financieel.
55:30Geklaagd ook over de luchtvervuiling.
55:33De boeren moeten minder worden en de vissers.
55:36Die kunnen we niet meer verdragen.
55:38En als je dan ziet hoe zo'n nacht wat over de lucht ingejaagd wordt.
55:43Wereldwijd onzaggelijk toch.
55:45Die schone schepping die de Heer ons gegeven heeft.
55:48Die hij nog onderhoudt om die zo te vervuilen en te verwoesten.
55:53Dat is de mens toch geworden.
55:55En nu gaan we in de schrift duizenden jaren terug.
55:59Dan is er één volk.
56:01Dat is het volk Israël.
56:02Wat de heren afgezonderd had.
56:05Apart gezet had.
56:07En een bijzonder verbond met hen gemaakt had.
56:10En wat een weldaden en zegelingen had hij aan dit volk gegeven.
56:14Wat is hij uitgeleid uit de dienstbreid van Egypte.
56:17Doorgeleid door de Rode Zee.
56:20Ingeleid in het land Kanaan.
56:22Zijn weldaden en zegelingen betoond.
56:25Die
56:27tabernakel gegeven.
56:29De tempel gebouwd door David voorbereid.
56:32Door Salomo gebouwd.
56:34De dienst van de levende God.
56:37We moeten eens kijken wat ervan geworden is.
56:40Eén volk waar de heren zichzelf al geopenbaard hebben.
56:44Het is toch een wonder dat er een kerk is nog.
56:47Dat de heren zijn woord nog doet uitgaan.
56:49Als al duizenden jaren geleden dat verbond van God zo verzondigd werd.
56:56Zo ontheiligd werd.
56:58Als een huis zo vervuild werd.
57:00Zo met onreinheid ook vervuld werd.
57:04Er staat gemeente van deze koning.
57:07Hij zegt onze vaderen hebben hun aangezicht van de tempel afgewend.
57:12Ze hebben de dienst van God de nek toegekeerd.
57:16Dat is toch wat.
57:17Zoveel weldaden.
57:18Zoveel zegeningen.
57:20Zoveel wonderen.
57:21En dan de levende God de nek toegekeerd.
57:25Als teken van verachting.
57:28Als een duidelijk krachtig bewijs van het verlaten van de levende God van Israël.
57:34Te breken met hem en met zijn zalige dienst.
57:38En de komst van de afgoden in het heiligdom.
57:42En valse leringen die werden ingevoerd.
57:46Ijdelheden kregen ruim baan.
57:49En kwam zelfs zo ver bij deze koning Aag als bij zijn vader.
57:53Dat hij de deuren van het godshuis gesloten had.
57:57Hoefde niet meer.
57:58Kerk sluit in gemeenten.
58:00Ook in ons land.
58:02Ze zeggen 1700 kerken gaan er dicht de komende tijd.
58:06Zoveel kerken.
58:08Sportpaleizen gaan open.
58:09Moskeeën worden er gebouwd.
58:11En 1700 kerken worden gesloopt of gaan dicht.
58:15Functioneren niet meer.
58:16Of lopen haast leeg.
58:18We mogen toch wel vrezen.
58:21De hitte van de toren van God.
58:23Waar ook deze koning voor beefde.
58:25Als hij daar aan dacht.
58:27Hoe de omstandigheden waren.
58:29De deuren van het huis gods gesloten.
58:33De lampen.
58:35Bewijs van het woord.
58:37En van de werking van de heidige geest.
58:40Woord en geest.
58:41De lampen.
58:42Die moesten branden.
58:43Die hadden ze geblust.
58:45Hadden ze uitgeblazen.
58:47En het reukwerk offer altaar.
58:49Wat sprak van de Christus.
58:51Van zijn voorbeden.
58:52Dat hij de grote voorbidder was.
58:55Dat reukwerk.
58:56Dat functioneerde niet meer.
58:58En het brandofferaltaar.
59:00De prediking van de zaligmaker van zondaren.
59:04De verkondiging van het offer.
59:06De vloeien van het bloed.
59:08Wat reinigt van alle zonden.
59:10De onderwijzing.
59:11De heenwijzing.
59:13Naar de persoon des middelaars.
59:16Ze hadden hun rug naar het brandofferaltaar.
59:19Hadden ze toegekeerd.
59:21De grond der zaligheid.
59:24Werd niet meer beleden.
59:26Werd niet meer groot gemaakt.
59:27Niet meer verheerlijkd.
59:30Stond een keer centraal in de bediening der verzoening.
59:33Dan gaat het toch om gemeente dat de Christus verkondigd wordt.
59:37Moet u opletten, Amstdragers.
59:39Dat dat de kern van de prediking blijft.
59:41Dat was de kern van de prediking.
59:44Voor de apostel Paulus verkondigde ter stand Christus.
59:48Dat hij de zonen gods was.
59:51Dat was een prediking al die tijd door.
59:54Ik wens onder jullie niets anders te weten dan Jezus Christus en dien gekruisigd.
1:00:00Dat hij verkondigd wordt in zijn gezegende namen.
1:00:03Dat hij duidelijk gemaakt wordt in zijn noodzakelijke ambten.
1:00:06Als hoogste profeet en leraar.
1:00:09Als enige hoge priester, als eeuwige koning.
1:00:12Dat hij ook gepredigd wordt in zijn beide naturen.
1:00:17Zijn menselijke natuur en zijn goddelijke natuur.
1:00:20In de weldaden die hij verworven heeft.
1:00:23In de eigenschappen die hij heeft.
1:00:26Dat hij verkondigd wordt zoals hij geboden heeft.
1:00:30In mijn naam moet gepredikt worden.
1:00:33Bekering en vergeving van zonden onder alle volken.
1:00:37Hebt u op toe te zien als ouderlingen.
1:00:39Ook in de komende tijd dat het woord gods gepredikt wordt.
1:00:44En dat ook bij het woord gebleven wordt.
1:00:47Dat recht en genade.
1:00:50Dat schuldbeleving en schuldvergeving.
1:00:54Dat de zon daar en bovenal de Christus verkondigd wordt.
1:00:57Dat zijn naam groot gemaakt en verheerlijkd wordt.
1:01:01Daar hebben wij wel op toe te zien.
1:01:03Ook in ons kerkelijk leven.
1:01:05Want er is wel een breuk geweest in 2004.
1:01:09Maar we hebben allerlei mensen meegenomen.
1:01:11En we zijn zelf ook mens.
1:01:13We zijn zo geneigd om allerlei vernieuwingen plaats te geven.
1:01:18Ach, wat maakt het eigenlijk uit?
1:01:21En zo langzaam maar zeker.
1:01:23Gaat sluipenderwijs, gemeente.
1:01:25Gaat langzaam, komt het naar binnen.
1:01:28En op een bepaald moment is het niet meer tegen te houden.
1:01:32Ziet hier het verval wat gekomen is.
1:01:35Het werd steeds erger.
1:01:37Het breidde zich steeds meer uit.
1:01:40En ziet wat de gevolgen waren.
1:01:43De koning die beeft, die zegt ook dat de hitte zijn storens...
1:01:48van ons afkeren, van ons weggenomen wordt.
1:01:53Hij zei niet, het is hopeloos.
1:01:55Het is zo koud allemaal.
1:01:57Het is zo duister.
1:01:59Er is niets meer te doen.
1:02:01Nee, hij zei, nu is het in mijn hart om met de heren verbond te maken.
1:02:06Met de God Israëls.
1:02:09Omdat de hitte zijn storens van ons afkeren.
1:02:13Om toch voor hem te buigen.
1:02:15Zo bruut.
1:02:17Zo openbaar.
1:02:18Zo goddeloos waren de omstandigheden.
1:02:23De smeekbeden om de komst van de Messias.
1:02:25Het reukwerk over altaar.
1:02:27Dat brandde niet meer.
1:02:30De lamp van het woord was geblust.
1:02:33Het licht van de geest werd niet geëerd en niet aanbeden.
1:02:38En vooral dat brand over altaar gemeente.
1:02:41De prediking van Christus Jezus.
1:02:43Edige naam gegeven onder de hemel tot zaligheid.
1:02:49En ziet, dat moeten we ook toezien in de ambten.
1:02:52Niet eenvoudig.
1:02:53Moeten we ook zelf naastig de schrift elke keer onderzoeken.
1:02:57Elke keer weer de schat van het woord tot ons nemen.
1:03:01En onderzoeken.
1:03:03Dan behoren we een lieder van Berea te zijn als we in het Amst staan.
1:03:06Die dagelijks de schriften onderzochten.
1:03:10Of die dingen al zo waren.
1:03:13Bijzondere roeping.
1:03:14Niet eenvoudig gemeente Amstragen te zijn.
1:03:16Echt niet als we het recht mogen waarnemen.
1:03:20We hebben een belangrijke taak.
1:03:22En we moeten maar oprekenen dat de ambtsdragers straks een dubbele verantwoordelijkheid hebben.
1:03:27We moeten voor God verschijnen, niet alleen persoonlijk, maar ook ambtelijk.
1:03:32Een dubbele verantwoordelijkheid.
1:03:35We maken ook een dubbele schuld.
1:03:37We hebben dubbele genade van noden.
1:03:39We moeten maar omdenken en de ambten ook maar opdragen in de gebeden.
1:03:44Of ze de kracht mogen ontvangen en getrouw mogen zijn.
1:03:49Aan de roeping.
1:03:50Die tot hen is uitgegaan.
1:03:52Om de heren ook.
1:03:54Op die wijze te mogen dienen.
1:03:56In zijn koninkrijk.
1:03:58Ziet gemeente.
1:03:59Gaat erom.
1:04:01Dat we zo'n druftige arme zon daar worden.
1:04:04Die de lamp van het woord.
1:04:07En het licht van de heidige geest.
1:04:09Niet kan missen.
1:04:10Het gaat erom.
1:04:12Dat we zo'n verloren zon daar worden.
1:04:14Die gevoelt.
1:04:15Dat al zijn gebeden.
1:04:17Al zijn werken.
1:04:18Al zijn tranen te kort schieten.
1:04:20En dat we die grote voorspraak nodig hebben.
1:04:23Het gaat erom dat we komen tot het altaar.
1:04:27Waar Gods recht in verheerlijk wordt.
1:04:29In het offer van de Zoon.
1:04:31En dat we dat hart en bloed voor onszelf en voor onze ziel ook inroepen.
1:04:36Dat hij ons dierbaar.
1:04:39Gepast.
1:04:40Onmisbaar.
1:04:42Doodzakelijk wordt.
1:04:42Wien heb ik nevens u omhoog.
1:04:45Ziet.
1:04:46Is dat woord van God ons dierbaar.
1:04:49Komen we daarom naar het heiligdom.
1:04:51Om onderwezen te worden.
1:04:53In hem die de weg.
1:04:55De waarheid.
1:04:56En het leven is.
1:04:57In de Christus.
1:04:58Der schriften.
1:05:00Of hebben we genoeg.
1:05:01Aan wat lichten.
1:05:03Aan wat vormen.
1:05:04Aan wat traditie.
1:05:06Of is het in ons hart.
1:05:08Hoe brandde mijn genegenheid.
1:05:10Om scheren voor of in te trainen.
1:05:13Mijn ziel bezwaait.
1:05:14Van sterk.
1:05:17Ach, wanneer zal ik opgaan voor uw aangezicht mogen verschijnen?
1:05:23De gemeente in de derde plaats, dan spreekt ook de tekst van de roeping door hem.
1:05:28Wat dan zegt deze koning?
1:05:29Mijn zonen, wees nu niet traag.
1:05:33En de kanttekeningen wijzen erop, gemeente, dat hij zegt zonen.
1:05:37De koning was jong.
1:05:39Die Amsterdaks waren misschien wel een stuk ouder dan hij.
1:05:42Hij noemt ze mijn zonen, uit liefde tot de ambtelijke bediening.
1:05:47Tot de zaak des heren.
1:05:49Mijn zonen.
1:05:50Wees niet traag.
1:05:52Om dan te staan in die dienst des heren.
1:05:55De heren heeft u verkoren.
1:05:58Geroepen.
1:05:59Straks gemeente.
1:06:00Klinkt het formulier.
1:06:02Deze Amstraders zijn geroepen.
1:06:05Wette geroepen.
1:06:06Twee tal gestaan.
1:06:08De gemeente heeft gestemd.
1:06:10En dan zegt het formulier.
1:06:11Dan zijn we door de gemeente.
1:06:14Door God zelf.
1:06:17Geroepen tot de ambtelijke bediening.
1:06:20Wettig geroepen plaats in het midden van de gemeente ook in te nemen.
1:06:27En nu worden ze geroepen in de woorden van onze tekst.
1:06:31Na een tijd van grote nalatigheid en van groot verval.
1:06:36Worden die levieten, die priesters ook geroepen.
1:06:39Het diepe verval.
1:06:40Het altaar verplaatst.
1:06:43Het koperen wasvat, gemeente, zo staat elders in de schrift...
1:06:46wat sprak van de heidigmaking.
1:06:48Dat stond op steunpularen, op voeten.
1:06:52En dat koperen wasvat hadden ze op de grond gezet.
1:06:56Altar verplaatst, koperen wasvat.
1:06:59Altar niet centraal, koperen wasvat op de grond gezet.
1:07:03Lampen uitgeblust, ons zag het toch.
1:07:07Maar deze koning die zegt, de Heer heeft u verkoren.
1:07:11Er is arbeid voor u.
1:07:13Werk te doen.
1:07:15Om toch te staan in het heiligdom.
1:07:18Des heren.
1:07:19Wees niet traag.
1:07:21Maar de heren heeft u verkoren.
1:07:24Kenmerken gemeente.
1:07:26Van de ambtelijke bediening.
1:07:29Dat is dat we moeten staan naar zuiverheid.
1:07:32Naar reinheid.
1:07:34Naar waarheid.
1:07:36Naar de verherking van de deugde gods.
1:07:39Nauwgezetheid.
1:07:40Om toch te dienen in overeenstemming.
1:07:44Met de opdracht, met het woord van de levende God.
1:07:48Niet toegeven aan moderne invloeden.
1:07:51Niet toegefelijk te zijn.
1:07:53Maar erop toe te zien dat de lamp van het woord brandt.
1:07:58Dat de lamp van de geest, de noodzakelijkheid van de toepassende kracht.
1:08:03Van de werking van de heidige geest.
1:08:05Ons duidelijk voorgehouden wordt.
1:08:07Dat we gewezen worden op de noodzakelijkheid.
1:08:11Van die verlichting van ons verstand.
1:08:14Van die vernieuwing van ons hart.
1:08:15Door het werk van de heidige geest.
1:08:18Wat de Heer wilt geven onder het woord.
1:08:21Maar ook dat weer ook altaargemeente.
1:08:24Die voorspraak.
1:08:26Indien wij gezondigd hebben.
1:08:28Wij hebben een voorspraak.
1:08:29Bij de Vader.
1:08:31Jezus Christus de rechtvaardige.
1:08:33De komst van hem.
1:08:35Uw komst alleen is het.
1:08:37Die mijn heil volmaken zal.
1:08:39De geestelijke intrek.
1:08:41Dat hij centraal staat.
1:08:43Dat dat brandofferaltaar ook de voorname plaats ontvangt.
1:08:48Daar spreekt dat immers.
1:08:50Van de deugde gods.
1:08:52Van recht en van genade.
1:08:54Van voldoening.
1:08:56Maar ook verzoening.
1:08:59Daarom die zaken toch voor te staan.
1:09:01Het woord.
1:09:02De waarheid gods.
1:09:05Dat in de prediking van het woord niet de mens centraal staat.
1:09:09Ook niet de bekeerde mens centraal staat.
1:09:12Er heeft trouwens een echt bekeerd mens geen enkele behoefte aan.
1:09:16Om gestreeld te worden in de bediening der verzoening.
1:09:19Die heeft zoveel tekort.
1:09:21Zoveel gebrek.
1:09:22Die is er meer om verlegen dat Christus verkondigd wordt.
1:09:27Dat de gronder zaligheid aangewezen en aangewezen wordt.
1:09:32Dat hem een weg gewezen wordt.
1:09:34Met zijn tekort.
1:09:35Met zijn dorheid.
1:09:36Met zijn biddenloosheid.
1:09:38Met zijn gevoelloosheid.
1:09:39Met zijn overblijvende zonde en zwakheid en ongerechtigheid.
1:09:43Dat hem dat brandofferaltaar gepredikt wordt.
1:09:47Dat die hornen hem worden aangewezen.
1:09:50Om daaraan gelovig zich te hechten.
1:09:54Om zo verbonden te zijn aan dat offer.
1:09:57Wat de prijs betaald heeft voor de zondenschuld van zijn ganse kerk.
1:10:05Deze koninggemeente die zegt niet.
1:10:06Ach het is allemaal zo duister op het kerkenkerf.
1:10:09Is toch geen beginnernaam.
1:10:11Nee hij zegt.
1:10:12Wees niet traag.
1:10:14Wees niet traag.
1:10:16Hij roept ze op.
1:10:17Niet moedeloos te zijn.
1:10:19De zaak is niet hopeloos.
1:10:21Maar dat gij voor zijn aangezicht staan zoudt.
1:10:24Om hem te dienen.
1:10:26En opdat gij hem dienaars en wierokers zou mogen zijn.
1:10:31Wel nu gemeente het nieuwe jaar.
1:10:33U in het ambt en als gemeente.
1:10:36Dat we toch daarna zouden zoeken en staan.
1:10:39Dat in onze godsdienst dat brandofferaltaar de centrale plaats inneemt.
1:10:47Dat we begeren te leven bij het reukwerkofferaltaar.
1:10:51Dat we ons gedurig afhankelijk weten van de brandende lamp van het woord.
1:10:56Van de bediening van de heidige geest.
1:11:00Of...
1:11:01Hebt u een uitwendige godsdienst genoeg?
1:11:04Is het u voldoende af en toe naar de kerk te gaan?
1:11:08En door de week, ja dan zijn er zoveel bezigheden.
1:11:12Dan ontbreekt ons daar de tijd voor.
1:11:14Onze agenda is in het nieuwe jaar ook zo gevuld.
1:11:19We hebben daar niet altijd tijd voor.
1:11:22Op allerlei mogelijke wijze proberen we toch onder de klem, onder de ijs vandaan te komen.
1:11:29Maar ziet hier gemeente.
1:11:31Dit voornemen toch.
1:11:33Die Hiskia.
1:11:35Ach, die krijgt straks behoefte gemeente aan.
1:11:38Gods verbond.
1:11:40Toch is het een vrucht.
1:11:42Uit dat verbond van God.
1:11:44Dat hij deze woorden uitspreekt.
1:11:47En straks kermt hij.
1:11:49Keert hij als een duif.
1:11:51Piept hij als een zwaluw.
1:11:53En vreffen zijn ogen zich omhoog.
1:11:56En roept hij het uit.
1:11:57O heren, wees gij mijn borg.
1:12:00Ziet u wel.
1:12:01Blijft een kermend volk.
1:12:03U zou zeggen zo'n koning die zo begint.
1:12:06Dat brandtoffer altaar centraal.
1:12:08Het wierook altaar gaat weer branden.
1:12:11De lamp van het woord.
1:12:13Het licht van de heidige geest.
1:12:14De deuren van het godshuis worden ontsloten.
1:12:17Ze worden gebeterd.
1:12:19Hij reinigt het altaar.
1:12:21Hij reinigt het huis.
1:12:23Hij werpt het allemaal uit.
1:12:25Nou zo'n man die hoeft toch niet bang te zijn.
1:12:28Als de doodstijd die daar komt.
1:12:30En dan ziet u.
1:12:32Dat de heren er een ellendig en arm volk op nahoudt.
1:12:37Dat ze niet verder komen dan de bedelaarstand.
1:12:40En dat als dan de doodstrijging over hem valt, ook mede.
1:12:44Dat hij nog geen zoon had, ongetwijfeld was dat ook een zeer belangrijke zaak.
1:12:50De voortgang van het geslacht van David.
1:12:53De komst van de zonen gods uit dat geslacht van David.
1:12:57Maar hij keert zijn aangezicht om naar de wand.
1:13:01piept als een zwaluw, keert als een duif.
1:13:03O heren, ik word onderdrukt.
1:13:07Wees gij mijn borg.
1:13:09Ziet u wel.
1:13:11Dus dat brandofferaltaar, gemeente...
1:13:13dat moet telkens weer als gronderzaligheid aangewezen worden.
1:13:18Dat reukwerkofferaltaar, die voorbeden...
1:13:21moet elke keer weer opnieuw als de grote voorspraak...
1:13:26voor overtreders gepredigd worden.
1:13:30Die lamp van het woord dat er ligt op ons levenspad.
1:13:33Die kracht van de heilige geest is telkens weer nodig.
1:13:37Ook in het nieuwe jaar.
1:13:39O dat het ook u mij ons voornemen persoonlijk ambtelijk mocht zijn.
1:13:47Nu is het in mijn hart om met de heren de God Israëls een verbond te maken.
1:13:55Amen.
1:13:56We gaan zingen uit Psalm 135.
1:13:59Daarvan het eerste vers, prijst de naam van uw God, zere knechten hier vergaard.
1:14:06Prijs zijn naam en wijs gebod, psalm 135.
1:14:12En daarvan het eerste vers.
1:14:14[GEZANG]
1:15:50Gemeente, lezen wij nu eerst het formulier om ouderingen en diakenen te bevestigen.
1:16:00Geliefde christen en gelieden, weet hoe wij nu tot onderscheide reizen u voorgedragen hebben.
1:16:06De namen.
1:16:08Van onze tegenwoordige medebroeders.
1:16:12Van onze
1:16:32tegenwoordige medebroeders die tot de dienst van het ouderingschap en van het diakenschap.
1:16:38...deze gemeente verkoren zijn om te vernemen...
1:16:41...of iemand wat had waarom zij in hun ambt niet zouden behoren bevestigd te worden.
1:16:48Het is nu al zo dat voor ons niemand is verschenen...
1:16:52...die iets wettigs tegen hen voortgebracht heeft.
1:16:56Waarom wij thans in de naam des Heren tot de bevestiging zullen voortvaren.
1:17:02Om hiertoe te komen, zult gij, broeders, die men bevestigen zal...
1:17:08...en voorts allen die hier nu tegenwoordig zijn...
1:17:11...vooreerst aanhoren uit het woord gods...
1:17:15...een korte verklaring van de instelling...
1:17:18...en het ambt der ouderlingen en diakenen.
1:17:23Belangende de ouderlingen is aan te merken...
1:17:25...dat het woord ouderling of oudste...
1:17:28...het welk uit het Oude Testament is genomen...
1:17:31...en een persoon betekent die in een aanzienlijk ambt van de regering...
1:17:37over anderen gesteld is, toegeschreven wordt aan tweerlei personen die in de kerk van Jezus Christus dienen.
1:17:45Want een apostel zegt, de ouderlingen die wel regeren, zullen dubbele eerwaardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het woord en de leer.
1:17:57Daar ziet men dat in de apostolische kerk twee soorten van ouderingen zijn geweest.
1:18:04waarvan de eersten hebben gearbeid in het woord en de leer en de anderen niet.
1:18:09De eersten waren de dienaars des woords en herders die het evangelie verkondigden en de sacramenten bedienden, maar de anderen die niet in het woord arbeidden
1:18:22en nogthans mede in de gemeente dienden, droegen een bijzonder ambt dat ze namelijk over de kerk opzicht hadden.
1:18:31En die regeerden met de dienaars des woords.
1:18:34Want Paulus en Romeinen twaalf gesproken hebben er van het leerambt.
1:18:38En ook van het ambt.
1:18:40De uitdeling of diakenschap spreekt daarna van deze dienst afzonderlijk zeggende.
1:18:47Die een voorstander is.
1:18:49Dat hij zulks doet in naastigheid.
1:18:52Eens gelijks op een andere plaats vermeldt hij.
1:18:55Onder de gaven en ambten die God in de gemeente gesteld heeft.
1:19:00De regering.
1:19:01Zo is dan deze soort van dienaars.
1:19:04Ten andere die het evangelie prediken.
1:19:07Tot hulp en bijstand.
1:19:09Gelijk in het oude testament.
1:19:11De gemeente Leviten.
1:19:12In de dienst dat stabbennakels.
1:19:15En priesters bijgevoegd waren.
1:19:17Als medehelpers.
1:19:19In hetgeen de priesters.
1:19:20Alleen niet hadden kunnen doen.
1:19:23Blijvende nogthans.
1:19:25Die ambten altijd onderscheiden.
1:19:28Bovendien is het goed.
1:19:30dat bij de dienaars des woords zodanige mannen tot mederegeerders gevoegd worden.
1:19:35Ten einde daardoor uit de gemeente gods te meer geweerd worden...
1:19:39alle tyrannie en heerschappij die lichter kan inbreken...
1:19:45wanneer bij één alleen of bij zeer weinigen de regering staat.
1:19:51En also maken de dienaars des woords en de ouderingen...
1:19:55tezamen een college of gezelschap, zijnde als een raad der kerk...
1:20:00En vertonende de gehele gemeente.
1:20:03Waarop de Heere Christus ziet wanneer hij zegt.
1:20:05Zegt het der gemeente.
1:20:07Het wel geen zins verstaan kan worden.
1:20:10Van alle lidmaten der gemeente.
1:20:12Ieder in bijzonder.
1:20:14Maar zeer bekwamelijk van degene die de gemeente.
1:20:17Waarvan zij verkoren zijn regeren.
1:20:21Zo is dan ten eerste het ambt der ouderlingen.
1:20:24Met de dienaars des woords op zich te hebben over de gemeente.
1:20:28Die hun bevodenis naastigde toe te zien.
1:20:31Of een iegelijk zich behoorlijk gedraagt in beleidenis en in wandel.
1:20:36Die zich onstichtelijk gedragen te vermanen.
1:20:40En te verhoeden dat de sacramenten ontheiligd worden.
1:20:44Zoveel mogelijk is.
1:20:46Ook mede tegen de onboedvaartigen volgens de christelijke discipline.
1:20:50Of kerkelijke tucht te handelen.
1:20:53En de boedvaartigen weder in de school der kerk te ontvangen.
1:20:57gelijk niet alleen blijkt uit de voormalde uitspraak van Christus, maar ook uit meer andere uitspraken der schrift, dat deze dingen niet staan bij één of twee personen alleen, maar
1:21:10bij velen die daartoe gesteld zijn.
1:21:12Ten tweede, nadien de apostel beveelt dat onder de christenen alles betamelijk en ordelijk zal toegaan, en niemand anders dan door wettige beroeping in de kerk van Christus
1:21:25behoort te dienen,
1:21:26Volgens de christelijke ordinantie daarvan zijnde.
1:21:30Zo is mede het werk der oudelingen daarop acht te nemen.
1:21:34En in alle voorvallende zaken die de welstand en de goede orde der kerk betreffen.
1:21:41Met goede raad den dienaars des woords behulpzaam te zijn.
1:21:46Ja ook met raad en troost alle gemene christenen te dienen.
1:21:51Ten derde is hun ambt in zonderheid mede toezicht te nemen.
1:21:56op de lering en de wandel der dienaars des woords...
1:22:00ten einde alles tot stichting der kerk gericht mogen worden...
1:22:04en dat geen vreemde leer worden voorgesteld...
1:22:07volgens hetgeen wij lezen in Handelingen 20 vers 28...
1:22:12waar de apostel vermaand naast de gewachten houden...
1:22:15tegen de wolven die in de schaapskooi van Christus mochten komen...
1:22:20om het welk te doen de ouderingen schuldig zijn...
1:22:23Gods woord.
1:22:25Naastig te doorzoeken en zichzelf geduriglijk te oefenen in de overlegging van de verborgenheden des geloofs.
1:22:34Aangaande de diakenen kunnen wij van hun oorsprong en instelling lezen in de handelingen der apostelen.
1:22:42Al daar vinden wij dat in het begin de apostelen zelf de bediening der armen gehad hebben.
1:22:49Aan wie er voeten gelegd werd de prijs der verkochte goederen.
1:22:54En aan hun iederlijk werd uitgedeeld nadat elk vernood had.
1:22:59Maar al zo daarna een murmurering ontstond.
1:23:02Omdat de weduwen der Grieken in de dagelijkse bediening overgeslagen werden.
1:23:08Zo zijn door de vermaning der apostelen mannen gekozen geworden.
1:23:13Die eigenlijk hun werk van de bediening der armen maken zouden.
1:23:18Opdat de apostelen in het gebed en in de bediening des woords.
1:23:23En dit is van die tijd af onderhouden geweest in de kerk.
1:23:29Gelijk blijkt uit Romeinen 12.
1:23:32Alwaar de apostel van deze dienst sprekende zegt dat degenen die uitdelen zulks doen zullen in eenvoudigheid.
1:23:41En elders sprekende van de behulpsels bedoelt hij degenen die in de gemeente gesteld zijn om de armen en ellendigen te helpen in de nood.
1:23:53Uit welke plaatsen genoeg te zien is, welk het ambt is der diakenen.
1:23:58Namelijk ten eerste dat zij in alle getrouwheid en naastigheid de aanmoezen en goederen die den armen gegeven worden verzamelen en bewaren.
1:24:10Ja, ook vlijtig zijn om te helpen toezien dat tot hulp der armen vele goede middelen gevonden mogen worden.
1:24:19Het tweede deel van hun ambt bestaat in de uitdeling, waartoe men vereist wordt niet alleen gaven van onderscheiding en voorzichtigheid, om de aanmoezen niet
1:24:31te besteden dan waar het nodig is, maar ook blijmoedigheid en eenvoudigheid om met een bewogen hart en toegenegen gemoed de armen te helpen, gelijk
1:24:43ten apostel eist in Romeinen 12 en 2 Korinther 9.
1:24:47Waartoe zeer goed is dat zij niet alleen met de uiterlijke gift.
1:24:52Maar ook met troostelijke redenen uit het woord gods aan de armen en ellendigen hulp bewijzen.
1:25:02Ten einde dan geliefde broeders.
1:25:19Pieter Tanis.
1:25:21Een egelijk mogen horen.
1:25:23Dat gij gezinsheid.
1:25:25In de voorzijde dienst.
1:25:27Of de voorzijde diensten.
1:25:29Elk in het zijne.
1:25:31Aan te nemen.
1:25:32Zo zult gij antwoorden.
1:25:33Op hetgeen u voorgehouden.
1:25:35Zal worden.
1:25:37Een aantal vragen.
1:25:38En eerstelijk vraag ik u.
1:25:40Ouderingen en diaken.
1:25:42Of gij niet gevoeld.
1:25:43In uw harten.
1:25:44Dat gij wettiglijk.
1:25:46Van Gods gemeente.
1:25:48en misdien van God zelf tot deze heilige diensten...
1:25:53elke in het zijnde beroepen zijt.
1:25:57Ten tweede, of gij de schriften die in het Oude en Nieuwe Testament...
1:26:01houdt voor het enige woord Gods en de volkomen leerderzaligheid...
1:26:07en alle leringen verwerpt die daartegen strijden.
1:26:12Ten derde, of gij belooft uw ambt gelijk het hier tevoren beschreven is...
1:26:18Volgens deze leer getrouwelijk naar uw vermogen te bedienen.
1:26:23Gij Oudringen, Krijnkast Leijn, Lienis Klepper, Koenraad Maarten Tanis, Willem Westhoeven.
1:26:33In de kerkregering Devens de Dienaars en Zwoorts.
1:26:36En gij Diakenen, Cornelis Adriaan Grinwis, Jacob Roest, Gerrit de Ronde en Pieter Tanis.
1:26:44In de bediening der armen.
1:26:47En ook gezamenlijk beloofd u in alle godszaligheid te gedragen.
1:26:52Mede u onderwerpende aan de kerkelijke vermaningen in die gij u kwaamt tontgaan.
1:27:01Krijnkast Lijn, wat is hier op uw antwoord?
1:27:04Linus Klepper, wat is hier op uw antwoord?
1:27:09Koenraad Maarten Tanis, wat is hier op uw antwoord?
1:27:13Willem Westhoeven, wat is hier op uw antwoord?
1:27:17Cornelis Adriaan Grimwis, wat is hier op uw antwoord?
1:27:21Jacob Roest, wat is hier op uw antwoord?
1:27:25Gerrit Ronde, wat is hier op uw antwoord?
1:27:29En Pieter Thanes, wat is hier op uw antwoord?
1:27:35De almogende God en Vader, geef u u allen tezamen zijn genade.
1:27:42Dat gij in deze uw dienst, in deze uw diensten, getrouwelijk en vruchtbaar moogt verkeren.
1:27:50Amen.
1:27:52Gemeente, wij zingen uit Psalm 119, vers 67.
1:27:58Ik ga de tekst niet aanpassen.
1:28:00Het is een bede die voor ons allen nodig is.
1:28:03Maak in uw woord mijn gang en treden vast.
1:28:05Dus de net bevestigde Amstragers mogen dit ook meezingen.
1:28:11Het geldt hun in bijzonder.
1:28:13Maak in uw woord mijn gang en treden vast.
1:28:17Opdat ik mij niet van uw paan...
1:28:20Moog keren.
1:28:21Psalm 119 vers 67.
1:28:24Wij zingen dit staande.
1:28:25Nog
1:28:26[GEZANG]
1:30:38een enkel woord.
1:30:39Een bijzondere taak is voor het eerst.
1:30:42Of bij vernieuwing weer op uw schouders gelegd.
1:30:45Een bijzondere roeping.
1:30:47Een ambtelijke roeping.
1:30:49Het is een ambtelijke verwaardiging.
1:30:52God verwaardigt ons als armen.
1:30:55Ellendige verloren zondaren.
1:30:57Toch een bijzondere plaats in te nemen in het kerkelijke leven.
1:31:01Door ons te roepen tot het ouderingenambt of het diakenambt.
1:31:07En zo ook dienstbaar te mogen zijn aan zijn koninkrijk.
1:31:11Om hem ook op die wijze eer te geven.
1:31:16Het is een bijzondere taak, een bijzondere roeping.
1:31:19Een bijzonder ja-woord wat u voor het eerst of ook bij verdieping weer uitgesproken hebt.
1:31:24U weet wel dat het een eed is.
1:31:26Het mocht zijn dat het voortvloeide ook uit hetzelfde beginsel wat in het hart van Hiskia was.
1:31:33Nu is het in mijn hart om met de heren te goddesverbonds.
1:31:38Om met hem toch deze verbinding aan te gaan.
1:31:41En zo wordt in aangezicht ook te mogen staan.
1:31:45En we kennen wel de overleggingen van het hart.
1:31:48Zo vaak ook de uitspraak, ja we zijn onbekwaam.
1:31:52Dat mocht u maar veel beleven, uw onbekwaamheid.
1:31:56Dat het echt niet alleen met de tong beleden werd.
1:31:59Maar dat het ook een hartelijke overtuiging is.
1:32:02Om bekwaam te zijn.
1:32:04Om deze arbeid te mogen verrichten.
1:32:06Dan hebben wij bekwaammakende ambtelijke genade nodig.
1:32:11Die bij de heren te verkrijgen is.
1:32:13En elke keer weer opnieuw het lege handen.
1:32:16Ook in ambtelijke zin voor hem te verschijnen.
1:32:19Opdat hij ons de krachten, de sterkte daartoe ook zou verlenen.
1:32:26We hebben altijd maar één troost.
1:32:27We hoeven niet met onszelf op huisbezoek te gaan.
1:32:30We mogen met het woord.
1:32:32Het woord van de levende God komen.
1:32:34En u zult u bemerken als dat uw intentie is.
1:32:37Niet met uzelf.
1:32:39Maar met de heren met zijn goddelijk woord te komen.
1:32:43Daaruit sprekende.
1:32:44Daaruit onderwijzende.
1:32:46Als al de heren zo'n dorsende os.
1:32:48Ook tijdens die ambtelijke werkzaamheden.
1:32:51Niet muilbanden.
1:32:52Maar zullen we ook daar de vertroosting.
1:32:54Uit mogen ervaren.
1:32:56De heren zegenen u.
1:32:57En de bediening.
1:32:58Die u op u hebt mogen nemen.
1:33:02Tot grootmaking van zijn naam.
1:33:04En tot uitbreiding.
1:33:05Van zijn koninkrijk.
1:33:08Het is voor u ook een bijzonder moment.
1:33:11Diakon Thanes.
1:33:12Na zo'n lange tijd.
1:33:13Hebt u in de ambtelijke bediening.
1:33:16Werkzaam geweest.
1:33:17U zei zo straks in de concertorie.
1:33:20Het was 1990.
1:33:22Toen heb ik u bevestigd in het ambt.
1:33:24Eerlijk gezegd had het dat niet meer helder.
1:33:26U dus wel.
1:33:281990 bent u in het ambt bevestigd als diaken.
1:33:332026 dan zien we elkaar weer onder deze omstandigheden.
1:33:37En dan is het dat u de taak van het diakenschap ook neerlegt in het midden van de gemeente.
1:33:44De ambtelijke periode is voorbij.
1:33:46Grote getrouwheid hebt u dat werk ook mogen verrichten.
1:33:51Vele jaren lang.
1:33:52Dat is toch een hele periode geweest.
1:33:55Dat God u daar de kracht, de lust voor gaf.
1:33:57Ook verdriet is u niet bespaard gebleven.
1:34:00U niet, mij niet.
1:34:02Ook allerlei zorgen, allerlei moeilijkheden.
1:34:05Maar de Heer heeft u ook gedragen al die tijd.
1:34:08Hij mocht u ook in de verdere weg uw hulp, zijn bijstand betonen.
1:34:14En ook samen met uw vrouw en gezin.
1:34:17Ook doen delen telkens weer in zijn goddelijke zegen.
1:34:21En genade.
1:34:22Dat zij zo.
1:34:23Ik vervolg de lezing van het formulier.
1:34:27Zo wees dan gij ouderingen naastig in de regering der kerk.
1:34:33Die uw nevens de dienaars des woords bevolen is.
1:34:37Zijt mede als wachters over het huis en de stad gods.
1:34:42Om het ieder getrouwelijk te vermanen en te waarschuwen voor zijn verderf.
1:34:48Heb acht op de onderhouding van de zuiverheid der leer.
1:34:51En de vroomheid des levens in de gemeente des heren.
1:34:55En gij, diakenen, zijt vlijtig in de verzameling der almoezen.
1:35:01Voorzichtig en blijmoedig in het uitreiken daarvan.
1:35:05Komt en bedrukt de hulp.
1:35:07Verzorg de rechte weduwen en wezen.
1:35:11Bewijst weldadigheid aan alle mensen.
1:35:14Maar in zonderheid aan de huisgenoten des geloofs.
1:35:17Zijt allen dan gezamenlijk in uw dienst getrouw.
1:35:22En behoud de verborgenheid des geloofs in een reine conscientie.
1:35:26Goede voorgangers zijnde voor geheel het volk.
1:35:30Al zo zult gij uzelf een goede opgang verkrijgen.
1:35:35En veel vrijmoedigheid in het geloof.
1:35:37Het welk is in Christus Jezus.
1:35:40En hierna maals ingaan in de vreugde uw zeren.
1:35:44Aan de andere zijde geliefde christenen.
1:35:47Ontvang deze mannen als dienstknechten gods.
1:35:51Wil de ouderingen die wel regeren dubbele eer waardig achten.
1:35:56Begeeft u gewilliglijk onder hun opzicht en regering.
1:36:01Voorziet de diakenen met goede middelen tot hulp der armen.
1:36:05Zijt weldadig gij rijken, geeft mildelijk en deelt gaarne mede.
1:36:11En gij armen, zijt arm van geest en gedraagt u jegens uw verzorgers in alle eerbied.
1:36:18Wees dankbaar gegens hen en murmureert niet.
1:36:22Volgt Christus om de spijzen der ziel en niet om het brood.
1:36:26Die gestolen heeft, steed er niet meer, maar arbeid er liever.
1:36:32Werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebben meten te delen.
1:36:37Degene die nood heeft, dit doende.
1:36:40Elk in het zijne zult gij van de heren ontvangen het loon der gerechtigheid.
1:36:47Doch als wij van onszelf hiertoe onbekwaam zijn, zo laat ons de almachtige God aldus aanroepen.
1:36:58Heere God, hemelse Vader, wij danken u dat het u belieft heeft tot meerdere wasdom uw kerk daarin te verordenen.
1:37:09Deze dienaars des woords, regeerders en helpers, waardoor uw gemeente in goede vrede en welstand zou kunnen bewaard worden.
1:37:19En de arme mensen onderhouden.
1:37:22En dat gij ons thans in deze plaats verleend hebt.
1:37:26Mannen van goede getuigenis die begiftigd zijn met uw geest.
1:37:31Wij bidden u verleen hun meer en meer zodanige gaven.
1:37:37Als hun in hun bediening nodig zijn.
1:37:40De gaven der wijsheid, der klokheid, der onderscheiding en der weldadigheid.
1:37:46Ten einde een ieder zich behoorlijk kwijten in zijn ambt.
1:37:50De ouderingen u vlijtig op zich te nemen op de leer en de wandel.
1:37:55In het weren der wolven uit de schaapskooi van uw lieve zoon.
1:38:00En in het vermanen en bestraffen der ongeregelde mensen.
1:38:04Eens gelijks de diakenen.
1:38:06In het naastig ontvangen en mild en voorzichtig uitdeden der aalmoezen.
1:38:12Aan de armen.
1:38:14Als ook mede in het liefelijk vertroost van deze met uw heidig woord.
1:38:19Schenk aan beide de ouderingen en diakenen uw genade.
1:38:24Dat zij in hun getrouwe arbeid volstandiglijk voortgaan.
1:38:29Zonder door enige moeite, verdriet of vervolging der wereld niet meer te vertragen.
1:38:36Verleen ook in zonderheid uw goddelijke zegen aan dit volk.
1:38:42Waarover zij gesteld zijn, opdat zij zichzelf aan de goede vermaning der ouderingen gaarne onderwerpen, hen in eer houdende om hun amst wil, geeft
1:38:55een rijke, milde harten tot de armen en de armen een dankbaar gemoed, jegens degenen die hen helpen en bedienen, ten einde al zo'n iegelijk zich kwijtende in zijn ambt,
1:39:08uw heilige naam.
1:39:10Daardoor groot gemaakt.
1:39:12En het rijk uw zoons Christus bevorderd mogen worden.
1:39:16In wiens naam wij ons gebed besluiten.
1:39:19Zeggende onze vader die in den hemelen zijt.
1:39:23Uw naam worden geheiligd.
1:39:26Uw koninkrijk komen.
1:39:29U wil geschieden gelijk in den hemel.
1:39:31Al zo ook op de aarde.
1:39:34Geef ons heden ons dagelijks brood.
1:39:38En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
1:39:43En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
1:39:48Want uwer is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
1:39:57Amen.
1:40:00Gemeente, wij zingen tot slot de psalm 75.
1:40:03En daarvan het eerste en het tweede vers.
1:40:06Psalm 75, vers 1.
1:40:09U alleen.
1:40:10U loven wij.
1:40:12Ja wij loven u.
1:40:13O heren.
1:40:14En ook in het tweede vers.
1:40:16Als ik het ambt ontvangen zal.
1:40:18Wil ik volgens eed en plicht.
1:40:21Altoos recht doen.
1:40:22In het gericht.
1:40:24En wat er verder volgt.
1:40:25In de verse 1 en 2.
1:40:26Van psalm 75.
1:40:27[GEZANG]
1:43:45Gaat u heen in vrede.
1:43:46Draagende de zegen des heren.
1:43:48De heren zegenen u.
1:43:50En behoeden u.
1:43:51De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:43:55En zij u genadig.
1:43:57De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:44:01En geven u vrede.
1:44:04Amen.
1:44:05[GEZANG]