Handelingen 4: 12; [De zaligheid die onder de mensen is gegeven]

zondag 14 juni 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. W. Pieters · 110 minuten

Transcript

0:00Onze

0:00[GEZANG]

9:14hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde geschapen heeft, die trouwen houdt tot in eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn

9:26handen.

9:27Amen.

9:29Genade zij u en vrede van God de Vader, van God de Zoon, van God de Heilige Geest.

9:39Amen.

9:40Wij

9:42zingen van Psalm 72,

9:44daarvan de versen.

9:46Zes, negen en tien.

9:50Psalm 72, vers 6.

9:54Ja, elk der vorsten zal zich buigen en vallen voor hem neer.

9:59Al het heidendom zijn lofgetuigen, dienstvaardig tot zijn eer.

10:04Het behoeftig volk, behoeftig betekent gebrekkig.

10:08Ze bezitten niets.

10:11In hun noden, in hun ellende en pijn, gans hulpeloos tot hem gefloden of gevlucht, zal hij ten redder zijn.

10:20Vers 9, de stedelingen zullen bloeien, gelijk het maalse kruid of gewas.

10:27Zijn naam en roem zal eeuwig groeien.

10:31Ook zal eeuw in eeuw uit het nageslacht zijn grootheid zingen, zolang het zonlicht schijnt.

10:40Hun zal een schat van zegeningen in hem ten erfdeel zijn.

10:43[GEZANG]

11:11van Psalm 72.

11:13[GEZANG]

18:05Tegen zijn oneindige majesteit begaan.

18:09Niet alleen met tijdelijke maar ook met eeuwige straffen.

18:14Zowel naar ziel als lichaam gestraft worden.

18:19Welke straffen wij niet kunnen ontgaan.

18:23Tenzij aan de gerechtigheid van God genoeg geschiet voldaan wordt.

18:29Maar omdat wij zelf niet kunnen genoeg doen.

18:33En ons van de toren gods bevrijden.

18:36Daarom heeft God uit oneindige barmhartigheid zijn enige geboren Zoon aan ons tot een borg gegeven.

18:43Die, opdat hij voor ons zou genoeg doen, voor ons of in onze plaats zonde en vervloeking aan het kruis geworden is.

18:57Deze dood van de Zoon van God is de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonden.

19:05Van oneindige kracht en waardigheid.

19:10Overvloedig voldoende tot verzoening van de zonden der ganse wereld.

19:15En deze dood is daarom van zo grote kracht en waardigheid.

19:19Omdat de persoon die deze geleden heeft niet alleen een waarachtig en volkomen heilig mens is.

19:25Maar ook de eniggeboren zoon van God.

19:28Van eenzelfde eeuwig en oneindig wezen met de Vader en de Heilige Geest.

19:35Zodanig.

19:36als onze zaligmaker wezen moest.

19:39Daarbij omdat zijn dood vergezelschapt is geweest...

19:43met het gevoel van de toren gods...

19:46en van de vloek die wij door onze zonden verdiend hadden.

19:52Voorts is de belofte van het evangelie...

19:55dat in ieder die in de gekruisigde Christus gelooft...

19:58niet verderven, maar het eeuwige leven zal hebben.

20:03Welke belofte?

20:05Aan alle volken en mensen tot wie God na zijn welbehagen zijn evangelie zendt.

20:11Zonder onderscheid verkondigd en voorgesteld moet worden.

20:15Met bevel van bekering en geloof.

20:18Amen.

20:20Schriftlezing voor deze avond vindt u in het Nieuwe Testament.

20:23De handelingen der apostelen.

20:25Daar van oogstuk 4.

20:26De eerste 22 versen.

20:32Handelingen 4 vanaf vers 1 tot met vers 22.

20:37Dit hoofdstuk sluit nauw aan bij hoofdstuk 3, waar we lezen dat Petrus een toespraak houdt tot de mensen die nieuwsgierig zijn gekomen na de genezing van de kruipelen bij

20:49het tempelplein.

20:51En terwijl Petrus nog aan het spreken is, zo lezen we nu wat Lucas door godsgeest gedreven schrijft als godsheilig en onfeilbaar woord in handelingen

21:034 vanaf vers 1.

21:06En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters en de hoofdman van de tempel en de Sadduceën, zeer ontevreden zijnde, omdat zij het

21:18volk leerden en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.

21:25En zij sloegen de handen aan hen en zetten hen in bewaring tot de afvolgende dag, want het was nu avond.

21:31En velen van degenen die het woord gehoord hadden, wat geldt dus over hoofdstuk 3,

21:36Die toespraak naar die genezing.

21:40Geloofden.

21:40En het getal der mannen werd ongeveer vijfduizend.

21:45En het geschieden des anderen daags dat hun oversten en ouderlingen en schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden.

21:50En anders de hogepriester en Kajafas en Johannes en Alexander.

21:54En zoveel als er van het hogepriester geslacht waren.

21:58En toen zij hen in het midden gesteld hadden.

22:01Vroegen zij.

22:02Door welke kracht of door welke naam hebt gij dit gedaan?

22:07Toen zei Petrus, vervuld zijnde met de Heilige Geest tot hen.

22:11Hij overste van het volk en geouderlingen van Israël.

22:15Omdat wij heden rechterlijk onderzocht worden.

22:18Over de weldaad, de goede daad aan een krank mens geschiet.

22:23Waardoor hij gezond geworden is.

22:24Zo zei u allen kennelijk.

22:26Dat betekent u moet allen weten.

22:28En het ganse volk Israël moet ook weten.

22:31Dat door de naam van Jezus Christus de Nazarener.

22:36Die gij gekruisigd hebt.

22:38Die God van de doden heeft opgewekt.

22:42Door hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.

22:47Deze is de steen die door u de bouwluden veracht is.

22:52Die tot een hoofd des hoeks geworden is.

22:56En de zaligheid is in geen ander.

22:59Want er is ook onder de hemel geen andere naam die onder of aan de mensen gegeven is.

23:05Waardoor wij moeten zalig worden.

23:09Zij nu ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes en vernemende dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zich en kenden hen dat zij met Jezus geweest

23:22waren.

23:23En ziende de mens bij hen staan die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.

23:30En hun geboden hebben eruit te gaan buiten de raad, overlegden zij met elkaar, zeggende, wat zullen wij deze mensen doen?

23:40Want dat er een bekend teken door hen geschiet is, is openbaar aan allen die te Jeruzalem wonen.

23:44En wij kunnen het niet logenen of ontkennen.

23:48Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid wordt, laat ons hen scherp dreigen dat zij niet meer tot enig mens in deze naam spreken.

24:01En toen ze hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan dat zij gans en al niet zouden spreken of leren in de naam van Jezus.

24:09Maar Petrus en Johannes antwoordende, zeiden tegen hen, oordeel gij of het recht is voor God u meer te horen, gehoor

24:21te geven dan God.

24:24Want wij kunnen niet laten te spreken wat wij gezien en gehoord hebben.

24:30Maar zij dreigden hen nog meer en lieten hen gaan, nietsvindend hoe zij een straffe zouden.

24:37Omwille van het volk.

24:38Want zij vereerlijkten al een God over hetgene geschiet was.

24:42Want de mens was meer dan veertig jaren oud.

24:46Aan wie dit teken der genezing geschiet was.

24:50Willen we samen bidden.

24:55Heren.

24:57U hebt een volkomen verlosser gezonden.

25:03Hij was door u uitgekozen.

25:09Hij kwam hier op aarde.

25:13Als een klein kind.

25:15En ging de weg van bittere lijden.

25:19En smartelijk sterven.

25:23Tot in de allerdiepste versmaatheid.

25:26En angst der hel.

25:29Aan het hout van het kruis.

25:32Toen hij met luide stem riep.

25:34Mijn God, mijn God, waarom heb jij mij verlaten?

25:41En dan mag uw kerk erbij zeggen op dat wij tot God genomen zouden worden.

25:46En nooit door hem verlaten zouden worden.

25:51Verleid ons deze avond voor het eerst.

25:54Of ook opnieuw geloofsogen om op hem te zien.

26:01Van wie wij net beleidenis deden met de Duitse leerregels.

26:06Over wie wij net zongen profetisch met David.

26:11Over de meerdere Salomo.

26:13En over wie Petrus sprak voor het Sanhedrin.

26:19Uw zoon.

26:21Die volkomen verlosser is.

26:24En volkomen kan zalig maken.

26:27Al degene die door hem tot u gaan.

26:31Omdat hij altijd leeft om voor hen te bidden.

26:37U bracht ons onder uw woord.

26:39En wij danken u voor die gelegenheid.

26:42Om in vrijheid samen te komen.

26:44En om te luisteren naar wat u door een mensenkind heen tegen ons wilt zeggen.

26:52Neemt u dan vanavond zelf het woord, heren.

26:56En spreek tot in het diepst van ons innerlijk.

26:59Mijn oude man, vrouw, jongeren, middelbare leeftijd, wie we maar zijn.

27:06Is er bekommernis vanwege de zonde of helemaal niet?

27:11Is er nood in onze ziel of geen nood?

27:15Is er heunkering naar u?

27:18Of zijn we koudbloedig als een ijsspegel op

27:24de preekstoel of ook als luisteraar?

27:27O God, u kunt dat veranderen.

27:31U kunt ons door uw geest bearbeiden.

27:35U kunt tot in het diepst van ons innerlijk binnenkomen.

27:40En dan forceert u niets.

27:42O onze schepper.

27:44En dan kunt u door uw geest woning maken in het hart voor Christus Jezus.

27:49Zodat u drie enig God ons een en al zou zijn.

27:55En wij met u mogen leven en ook straks sterven.

28:01U kent ieders gemoed.

28:04U weet wat we behoeven.

28:06We hebben gezongen over een behoeftig volk dat alles mist.

28:10En geef heren dat we alles wat wij meer hebben dan Christus.

28:15Om op te steunen voor ons behoud.

28:20Kwijt zullen raken.

28:23Vanavond nog.

28:25Om als een heel leeg en arm mensenkind.

28:31Schuldig en strafwaardig mensenkind.

28:36Aan uw voeten o heren Jezus te vallen.

28:40Om het daar te bemerken dat gij opstandelingen en rebellen niet verdoemt, maar met uw Vader verzoend.

28:51Geef dan te spreken en te luisteren door de bediening van uw geest, opdat het niet maar klanken zullen zijn die wij beamen, maar dat door uw genadekracht er

29:04vrucht zal zijn ons tot heil en u tot eer.

29:09Zie een gunst neer op uw wereldwijde kerk.

29:12In alle facetten, in alle noden, angst en pijn.

29:16Wees bij haar.

29:19Vervolgd of verleid door de wereld.

29:21Ach, heren, geef ons op u te zien.

29:24Om bij u te schuilen.

29:26We hebben beleidenis gedaan met de kerk der reformatie.

29:30Dat u uw zoon gaf.

29:33En de prediking laat uitgaan.

29:35En de oproep om in Christus te geloven.

29:39Wil dat zelf werken uit genade.

29:42Amen.

29:46Wij zingen van Psalm 22 de laatste drie versen.

29:50Psalm 22 vers 14.

29:53Eerlang gedenkt hier aan het wereld rond.

29:56Eerlang betekent binnenkort.

29:59En toen David dat dichtte, 3000 jaar geleden, was er geen schijn van kans.

30:04Niemand zou ooit van de Filistijnen of zo of van de Egyptenaren naar de God van Israël vragen.

30:10Maar...

30:11Zegt David, het zal toch gebeuren.

30:13En nu zijn wij 3000 jaar later en het is ook gebeurd.

30:17En het gebeurt nog steeds.

30:18Haast, spoedig, wendt het zich tot God met hart en mond.

30:22En waar men ooit de wildste volken vond, zoals op Goeree Overflakkee, zal God ontvangen aan bidding, eer en dankbare lofgezangen.

30:31Hoe komt dat?

30:34Want hij regeert en zal zijn almacht tonen.

30:40Hij heerst zover de blindste heidenen wonen tot hem bekeert.

30:46Vers 15, wie vet is, dat betekent wie het goed kan doen, in overvloed leeft, rijk is, financieel gezien, eet.

30:54Nou, dat is nogal logisch, hij eet er goed van.

30:57Ja, maar, nou komt het, hij knielt ook voor Israël zeer.

31:00En dat is heel bijzonder, dat mensen van hoge stand en van veel geld toch eenvoudig knielen voor de Heer.

31:08Daar tegenover, vers...

31:0915, regel 2, wie het stof bewoont, dat is de armoedzaaier.

31:14De ellendeling die amper rond kan komen.

31:17Wat een verschil.

31:18Nee, nee, geen verschil, want die bukt mede voor hem neer.

31:22Geen verschil meer.

31:23Dus rijk en arm, samen één in het buigen voor die grote koning.

31:28En wie zijn ziel bij het leven nu niet meer heeft kunnen houden.

31:34Het vrome zaad of nageslacht van die op God betrouwden.

31:39Zal door zijn kracht hem dienen.

31:41Voor hem leven.

31:43Het zal de heren eens worden aangeschreven.

31:46Op zijn rekening komt het te staan.

31:48Omdat hij het namelijk allemaal heeft gedaan.

31:51In het nageslacht.

31:52Vers 16.

31:54Zij komen aan door goddelijk licht geleid.

31:57Om het narkroos, dat nageslacht weer.

32:00Dat de heren wordt toebereid te melden.

32:03Het heil.

32:04Of de zaligheid, de verlossing van zijn gerechtigheid van het werk van Christus.

32:11Waar we net beleidenis van delen in de Dordtse leerregels.

32:14En grote daden.

32:16De versen 14, 15 en 16 van psalm 22.

32:22Terwijl er de volgende collecten zijn.

32:26Er zijn drie collecten voor pastoraat, kerkvoogdij en aflossing van de kerk.

32:31En die collecten worden in uw mildadigheid vooruit aanbevolen.

32:34En er zijn de volgende mededelingen.

32:37Woensdag 17 juni zal de kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden.

32:42Van Paulus Jacob Grinwis en Adriana Lydia Cornelia Scheurwater.

32:47De dienst begint om half drie.

32:51Woensdagavond 17 juni zal er een kerkdienst worden gehouden.

32:57Is dominee De Bruin uit Rotterdam.

32:59En het dienst begint om half acht.

33:02Ten slotte.

33:03De bevestiging en intrede van dominee Van den Kamp.

33:07Zal plaatsvinden op 26 augustus aanstaande.

33:12En daarvan geldt zo God het geeft.

33:15Wij zingen nu psalm 22, versen 14, 15 en 16.

33:21De

33:21[GEZANG]

41:01apostel Petrus en ook de apostel Johannes.

41:06mochten de dag voor handelingen 4 in handelingen 3 beschreven.

41:12Een groot wonder verrichten, dat hebben zij niet zelf gedaan.

41:17Dat heeft God gedaan.

41:19En daar wijst Petrus dan ook op wanneer de mensen nieuwsgierig samenkomen.

41:25Maar dan zegt hij niet dat God die kruipelen genezen heeft.

41:29Ja, hij noemt wel God.

41:31Hij noemt hem de God van Abraham, van Isaac en Jacob.

41:37Maar dan zegt hij niet, die God heeft deze man genezen.

41:40Nee, die God heeft Jezus de Nazarener uit de doden opgewekt, verheerlijkt.

41:48En dus gaat het vervolgens over Jezus zelf.

41:53En dat was dan ook meteen wat hij had gezegd tegen die kreupelen.

41:57Niet in de naam van God, zegt hij, sta op een man, maar in de naam van Jezus de Nazarener.

42:06En ja, als iemand...

42:08Bij machten is.

42:09Om een verlamde man te laten staan.

42:13En te laten wandelen.

42:15Die nog nooit gewandeld heeft.

42:18En zelfs te laten springen.

42:19Huppelen.

42:21Dan moet dat wel een heel bijzonder iemand zijn.

42:26En daarom krijgen ze nu de problemen.

42:29Petrus en Johannes.

42:32Want de Sanhedristen.

42:33De leden van de Hoge Raad.

42:36Willen dat niet weten.

42:38En dus ook niet horen.

42:40Want zij hebben van Jezus gezegd dat hij een verleider was.

42:45En dat hij het volk alleen maar op de verkeerde sporen bracht.

42:50En dus moest hij weg.

42:52En daarom werd hij gekruisigd.

42:55Maar ja, als hij die kreupel heeft laten wandelen.

43:01Als hij dat kan, dan is hij dus niet een verleider.

43:04En trouwens, dan kan hij ook niet dood zijn zoals men zegt.

43:09Iedereen had hem zien sterven, dus dat klopte wel.

43:12Hij was gestorven, hij was dood.

43:14Maar volgens de leden van het Sanhedrin was hij nog steeds dood.

43:17En volgens Petrus en Johannes niet.

43:19En volgens dit wonder ook niet.

43:22Want anders zou hij nooit deze man hebben kunnen genezen.

43:27Trouwens, wie kon dat anders dan God?

43:29Dus moest Jezus, de Nazarener, ook wel God zijn.

43:34Alles bij elkaar genomen.

43:36Zijn de leden van Sanhedrin heel erg in de ellende terecht gekomen.

43:40Want hoe zit dat nou?

43:42Is Jezus nou werkelijk zoals hij had gezegd?

43:45En zoals nu ook de apostelen zeggen dat hij was.

43:49De lang beloofde verlosser.

43:51De zoon van David.

43:52De zoon van God.

43:54De Messias.

43:57Of niet?

43:59Als hij dat wel was hebben zij dus de Messias gekruisigd.

44:02En dat wilden ze natuurlijk absoluut.

44:04Niet weten en niet horen.

44:06Maar ze moesten het erkennen.

44:08En daarom lopen ze helemaal vast.

44:10Ook nu in de toespraak van Petrus.

44:13Komt datzelfde weer aan de orde.

44:15Want Petrus.

44:17Hij laat ze nog een keer horen.

44:20Dat ze allang wisten.

44:20Dat zij Jezus gekruisigd hebben.

44:22Maar dan wel die Jezus.

44:24Die God heeft opgewekt.

44:26Oh wat is dat een moeilijk iets geweest.

44:28Deze rechtszitting.

44:30In plaats van dat zij als rechters.

44:33Petrus en Johannes zouden beoordelen, worden ze nu zelf als het ware in de beklaagde bank gezet.

44:39En veroordeeld als moordenaars van de Zoon van God.

44:46En dat is geen geringe zaak.

44:49En daar gaat Petrus nog iets extra's bij zeggen.

44:54Als hij het heeft over de door de Joden gekruisigde Heer Jezus.

45:01Dan zegt hij dat...

45:03Alleen bij hem de zaligheid te vinden is.

45:06En nergens anders.

45:08En hij doet dat in vers 12.

45:11De tekst voor vanavond.

45:14Waar de apostel tegen de leden van het Sanhedrin zegt.

45:18In Nandelingen 4 vers 12.

45:21En de zaligheid is in geen ander.

45:25Want er is ook onder de hemel geen andere naam die onder de mensen gegeven is.

45:30Door welke wij moeten zalig worden.

45:34Dus waar jullie ook je zaligheid meenden te hebben gevonden.

45:39Of menen te kunnen zoeken, zegt Petrus.

45:42Het is allemaal te vergeefs.

45:44Het is allemaal niet waar.

45:45De zaligheid is in niemand anders dan Jezus.

45:51En hij haalt in verband daarmee een tekst aan uit het Oude Testament.

45:56De Bijbel van toen.

45:57En wel uit Psalm 118.

46:00De psalm die we straks ook gaan zingen.

46:03In deze psalm gebruikt David een gelijkenis, een vergelijking.

46:09Hij heeft het over iemand die eerst afgekeurd werd en later toch gerehabiliteerd, in ere hersteld werd.

46:20En dat doet hij door de gelijkenis van bouwlieden, timmerlieden, metselaars.

46:27Ze zijn bezig een huis te bouwen en dan niet met gebakken stenen zoals wij die hebben in Nederland.

46:34Maar natuurstenen, ergens opgegraven of ze liggen ook op de grond, is er al weleens rijk aan stenen, rotsen enzovoort.

46:42En je kon wellicht wel wat vinden om een huis te bouwen.

46:45Alleen, die stenen moesten wel passen.

46:47Die moesten wel geschikt zijn.

46:48Niet iedere steen is geschikt, dat is nogal logisch.

46:51Dus een van de taken van zulke bouwhuurder was om de stenen te beoordelen of ze wel geschikt waren of niet.

46:58En waar dan in die muur?

47:00Dat is nogal een verschil of een steen ergens bovenaan komt of dat hij juist vlak onderaan bij het fundament komt.

47:07En zo hebben bouwlieden de ene steen naar de andere gekeurd.

47:14Sommige goedgekeurd en andere afgekeurd.

47:16En wat gebeurt er nou, zegt David in die gelijkenis van Psalm 118.

47:21Die steen, één van die stenen die door die bouwlieden was afgekeurd, deugt niet, past niet, niet geschikt.

47:29Die blijkt later opeens een hoeksteen te zijn.

47:32Een fundamentsteen.

47:33De belangrijkste steen van het hele gebouw.

47:37Hoe kan dat nou?

47:41Er staat dan ook bij het is een wonder in onze ogen.

47:44En wij zingen in de berijming wij zien het maar doorgronden het niet.

47:47Het is godsdaad.

47:50Afgekeurd.

47:51Ja dat hadden de bouwlieden.

47:53Petrus zegt dan zijn jullie geestelijke leidslieden.

47:57Afgekeurd ja.

47:58Jezus afgekeurd.

47:59Dat hadden ze gedaan.

48:00Goede vrijdag.

48:02Naar het kruis met hem.

48:03Dat is de enige plek waar hij thuis hoort.

48:05Nooit meer moeten ze over Jezus praten.

48:08Nooit meer aan hem denken.

48:10En zeker hem niet volgen.

48:14Maar op de derde dag werd die afgekeurde steen tot een hoeksteen.

48:21Een fundamentsteen.

48:23Door de opstanding uit de doden.

48:25De opwekking door God.

48:27En dat is dus, zegt Psalm 118 al, door God gebeurd.

48:32Tot verwondering van alle mensen.

48:35Tot verwondering natuurlijk ook van de discipelen eerst.

48:38Maar dan later ook van anderen die het horen.

48:40Zoals op de Pinksterdag in handelingen 2.

48:42En ook in handelingen 3.

48:44Waar Petrus datzelfde onderwerp aan de orde stelt.

48:47En nu stelt hij het weer aan de orde.

48:50Maar het is de vraag wat het uitwerkt.

48:53Dat is trouwens vanavond ook de vraag wat het uitwerkt.

48:56Als wij horen van een afgekeurde Heer Jezus.

48:59Dan moeten we niet denken.

49:00Dat alleen leden van het Sanhedrin zulke dwaze daad hebben gedaan.

49:07Zulke dwaze besluit hebben genomen.

49:10Op een andere manier zijn wij eigenlijk precies hetzelfde bezig.

49:15Dat kun je vergelijken met de beschuldiging van hoofdstuk 3.

49:18Waar Petrus na die genezing van die kreupele man tegen de mensen zegt.

49:22Jullie hebben Jezus verlogen.

49:24Jullie hebben voor Barabbas gekozen tegen Jezus.

49:28En dan zouden wij kunnen zeggen ja maar dat heb ik niet gedaan.

49:31Nee, maar we hebben wel gekozen voor de mensenmoordenaar van het begin.

49:35En tegen God.

49:37Uiteindelijk is dat op een andere manier precies dezelfde gezindheid.

49:42Dezelfde geneigdheid.

49:44Dezelfde keus.

49:46En zo is het nu hier ook.

49:48Wanneer de apostel zegt, jullie hebben Christus gekruisigd.

49:51Jullie hebben als Paulien en Jezus afgewezen.

49:55En Gods geest gaat je laten zien wat je met al je godsdienstige vormen.

50:02Je leven lang met Jezus hebt gedaan.

50:05Dan kom je tot de ontdekking.

50:08En verschrikking.

50:10Dat je precies hetzelfde hebt gedaan als die mensen van het Sanhedrin.

50:13Jezus afgekeurd.

50:15Jezus verworpen.

50:17Nou is dat best wel een moeilijk punt om dat te zeggen.

50:20In een christelijke gemeente die op zondagavond bij elkaar komt.

50:23Om het woord van God te horen.

50:25Want wij denken dat wij niet tegen Jezus kiezen.

50:29Dat wij juist voor hem zijn.

50:31Kijk dat heel veel mensen dat niet doen.

50:33Mensen van de wereld.

50:35En misschien ook wel andere mensen in de kerk.

50:37Maar toch wij degelijke kerkgangers.

50:40Wij kiezen toch niet tegen Jezus.

50:43Wij hebben toch Hem niet verworpen en afgekeurd.

50:47Wij vinden juist dat Hij de Zoon van God is.

50:49Dat Hij de Zaligmaker is.

50:52Vindt u dat?

50:55Maakt u dan ook gebruik van Hem?

51:01Of hebt u Hem eigenlijk niet echt nodig?

51:07Ja, dat laatste is van groot belang.

51:10Die vraag moeten we eens eerlijk beantwoorden.

51:12We weten natuurlijk rechtszinnig gezegd wel dat iedere mens hem nodig heeft.

51:16En zonder Jezus kunnen wij niet behouden worden.

51:19Maar is dat een werkelijkheid die functioneert in het dagelijks leven?

51:24In ons denken en willen en voelen?

51:26Of is het iets dat we alleen maar zeggen en ondertussen gaan we over tot de orde van de dag en we denken er helemaal niet meer aan?

51:33Totdat we weer ergens aan herinnerd worden dat Jezus is, zeggen we, oh ja, dat is waar ook.

51:38Maar ondertussen hadden we hem heel de dag niet nodig.

51:41Geen zonde schuld waarvoor wij een betalende borg nodig hebben.

51:48Een borg is iemand die de schuld overneemt.

51:51En die in plaats van de schuldige die schuld nou betaalt.

51:56Niet nodig, want ik heb geen schuld bij God.

51:58Ja, dat zeg ik natuurlijk niet, want ik ben rechtszinnig.

52:02Dus we hebben allemaal gezondigd, hebben we allemaal schuld, maar het weegt wel zo weinig dat we overal vakantie kunnen houden, dat we overal feest kunnen vieren, dat we overal hobby's kunnen houden en genieten en nooit wakker liggen van die schuld.

52:14Of is het bij u door Gods genade anders geworden?

52:19En kunt u zeggen, heren, zo was het bij mij wel.

52:23Ik zei dat ik schuldenaar was, maar het woog niet.

52:28Het was voor mij geen nood, geen smart.

52:32Geen zaak van gebed.

52:34Ik kon er gewoon mee verder leven.

52:36Degelijk erg zinnig tot en met.

52:38Maar aan Jezus voorbij.

52:40Dat is precies hetzelfde.

52:41Als wat de leden van het Sanhedrin deden.

52:44Toen zij hem afkeurden.

52:47Zij deden het op een andere manier.

52:48U hebt gelijk.

52:50Wij doen het niet op die manier.

52:51Zeker waar.

52:52Maar we doen hetzelfde.

52:54Als wij niet Jezus echt nodig hebben.

52:58Dan leggen we hem aan de kant.

53:00Plaats hem in de marge, in de zijlijn van ons leven.

53:04Als het ooit een keer zover is, dan hoop ik dat die beschikbaar is.

53:08Maar nu nog niet.

53:09Of ook als het gaat over de straf te dragen.

53:14De straf die wij met onze zonden verdiend hebben.

53:19Dat wij die niet hoeven te ondergaan.

53:21Hoe staat het daarmee?

53:22Is er hier iemand die hardop zou durven zeggen, niet in de kerk, daar gaat het niet om.

53:28Maar zo in een persoonlijk gesprek misschien.

53:32Ik geloof er niks van dat wij de hel verdiend hebben.

53:37Ik denk dat rechtzinnig oud dorp over het algemeen zal zeggen.

53:41Ja, dat klopt.

53:42We hebben wel de eeuwige straf verdiend.

53:46Net als dat we net beleden hebben met de Dordtse leerregels.

53:49Of zoals vraag 12 van de katechismes het zegt.

53:52Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben.

54:01Ik denk dat niemand zal zeggen, nee hoor, dat is niet waar.

54:05Maar nou eerlijk zijn,

54:07weegt dat ook?

54:10Denkt u dat wat de Bijbel over de hel zegt echt waar is?

54:16En dat er maar één persoon is die ons daarvan kan verlossen?

54:23En dat dat moet gebeuren in de korte tijd dat wij hier op aarde ademhalen?

54:30Als u dat werkelijk gelooft, gaat u dus niet langer aan deze persoon.

54:37Ik ken het niet.

54:38En als iemand in ons midden nog wel aan Jezus voorbij gaat.

54:44Als degene die de straf op zich nam.

54:49Dan komt dat omdat hij uiteindelijk niet gelooft.

54:52Dat hij zelf die straf verdiend heeft.

54:55En wat doet hij dan met Jezus?

54:56Ik zei het al.

54:57Hij gaat aan hem voorbij.

54:59Dus op een andere manier.

55:01Als die mensen die voor Barabbas kozen en tegen Jezus.

55:04Op dat dubbeltal weet u wel.

55:06Bij Pilatus.

55:07Het is op een andere manier dan die mensen van het Sanhedrin zeiden.

55:11Jezus is een verleider en hij moet naar het kruis.

55:15Maar u doet hetzelfde.

55:16En jij doet ook hetzelfde.

55:18En ik doe ook hetzelfde.

55:20En als dat naar binnen komt.

55:22Als de Heer dat in ons geweten indraagt.

55:27Dan worden wij voor Gods aangezicht zo

55:32klein.

55:34Zulke verloren mensen.

55:36Zulke reddeloze mensen.

55:38En dan krijgen we nodig waarmee vers 12 begint.

55:42De zaligheid.

55:44Het woord zaligheid komen we vaak in de Bijbel tegen.

55:47Nieuwe Testament tenminste wel.

55:49Het gaat steeds over redding of verlossing.

55:53Redding uit een gevaar.

55:56Verlossing van een gevangenis, van het gebonden zijn.

56:01Hebt u verlossing nodig?

56:04Ja, zeggen we allemaal weer.

56:06Maar is dat ook werkelijk waar?

56:09En is dat uw dagelijks gebed?

56:11Heren, ik zit gebonden, verlos mij.

56:16Ik ben in groot gevaar, red mij.

56:21Dan is Jezus voor ons waardevol.

56:25En om nu die waarde van de Heer Jezus, van zijn persoon en werk te mogen leren kennen, mag u de Heer wel eerbiedig vragen dat hij u leert

56:38wat nodig is.

56:41Dat u hem nodig hebt.

56:44Dat u zonder hem niet kunt.

56:46Dat het werkelijk een hopeloze zaak is buiten Jezus.

56:51Een verloren zaak is als Jezus niet in uw leven komt.

56:58Nu zegt de apostel het op een heel vreemde manier wanneer hij het over die zaligheid heeft.

57:02En over dat zalig worden.

57:05En over die zaligmaker ook.

57:08Hij zegt namelijk niet.

57:10De zaligheid is in hem.

57:14Hij had het in vers 11 over die steen.

57:17Wat ik net aanhaalde op psalm 118 niet waar.

57:20Dat de heer Jezus eerst afgekeurd.

57:23Nu door God op de belangrijkste plek gelegd.

57:26Als hoeksteen, als fundamentsteen is.

57:29En dan had Petrus kunnen vervolgen.

57:31In onze tekst met de zaligheid is in hem.

57:35Maar Petrus zegt dat niet.

57:37Petrus zegt het ontkennender wijze.

57:44Buitensluitender wijze.

57:46Hij zegt, in geen ander.

57:51Waarom zegt hij dat?

57:52Is dat niet wat vreemd?

57:54Nou zijn wij natuurlijk gewend aan Handelingen 4 van 12, dus we kijken er niet van op.

57:59Maar je kunt het vergelijken met het volgende.

58:03Iemand vraagt naar het adres van de huisarts hier in Oudorp.

58:08En u zegt tegen hem, die huisarts die woont niet daar.

58:11En ook niet daar.

58:13Die woont ook niet daar.

58:15En die woont niet daar.

58:17Maar die woont daar.

58:20Dan kijkt die persoon die die huisarts nodig heeft u verbaasd aan en zegt, waar heb je het over?

58:24Waarom doe je zo raar?

58:25Waarom wijs je eerst aan waar die huisarts niet woont?

58:28Want het interesseert mij dat waar die niet woont.

58:31Ik wil weten waar die wel woont.

58:33Dat is toch voor de hand liggend?

58:35Dat je zo antwoord geeft, zoekt u de huisarts?

58:37Nou, die woont daar.

58:39Maar Petrus zegt dat zo niet.

58:40Hij zegt niet de zaligheid is in hem.

58:43En dat is niet zonder reden dat hij eerst ontkent wat...

58:47De mensen namelijk wel willen.

58:50En wel zoeken.

58:51En wel denken.

58:53Dat de zaligheid ook in een ander is.

58:56De Sadduceen dachten.

58:58Als wij de offers houden.

59:00Netjes op tijd in de tempel.

59:01En de feestdagen.

59:03Pascha zo.

59:04Dan komt het goed.

59:05Dan worden we zalig.

59:07Dan worden we gered.

59:08Dan hoeven we voor het verderf niet bang te zijn.

59:10Dan horen wij erbij.

59:12En komen we eeuwig binnen.

59:14De fariseeën namen het iets wat serieuzer.

59:17En die zeiden, ja, dat is goed om die offers natuurlijk te brengen, maar we moeten ook de wet houden.

59:23We moeten goed ons best doen.

59:24We moeten niet tegen God zondigen.

59:27We moeten steeds meer heilig leven.

59:31En dan, en als we dat maar doen, als we dat maar proberen, ons best doen, ons inspannen, nou, dan komt het goed.

59:39Want we horen ook bij het verbond van Abraham en we brengen ook de offers.

59:42En daarbij doen we nog een hele hoop goede dingen.

59:45Dus ja, wie maakt ons wat?

59:47Als Johannes de Doper het heeft over de komst van dat oordeel, dan zeggen die mensen, nou ja, het zal wel.

59:54Maar niet voor mij.

59:55Ik hoef nergens bang voor te zijn.

59:57Moet je kijken hoe goed ik mijn best doe.

1:00:00De zaligheid zochten zij in verbondsvoorrechten.

1:00:05Die verbondsvoorrechten waren er wel.

1:00:08Dat hoeven we niet te ontkennen.

1:00:10Als u het laatste stukje van hoofdstuk 3 leest, dan ziet u dat Petrus dat ook zo noemt.

1:00:15Hij zegt tegen die mensen.

1:00:17Die hij net beschuldigde van moordenaars te zijn van de vorst des levens.

1:00:20Jullie zijn kinderen van het verbond.

1:00:22Dat ontkent Petrus niet.

1:00:25Maar daar nou op te vertrouwen en daar genoeg aan te hebben.

1:00:27En te denken dat daar de zaligheid ligt.

1:00:30Dat is een vergissing.

1:00:32En zo is het ook met het houden van de offers en van de wet.

1:00:37Enzovoort enzovoort.

1:00:38Allemaal best.

1:00:39Ik zou zeggen doe je best.

1:00:41Niks verkeerd bij.

1:00:43Maar als u er ook maar enigszins op vertrouwt.

1:00:47Als wij ook maar enigszins denken dat onze tranen over de zonde.

1:00:52En dat onze goede bedoelingen en plannen en voornemens.

1:00:57En onze ernst.

1:00:58Dat dat allemaal mee kan wegen en mee kan tellen.

1:01:03Dan hebben we het 100% verkeerd.

1:01:05En daarom zegt Petrus dus niet in een ander.

1:01:09Niet ergens anders.

1:01:12Niet daar.

1:01:13U wilde daarheen naar de huisarts?

1:01:15Nee, daar woont hij niet.

1:01:16U wilde daarheen naar de huisarts?

1:01:18Nee, daar woont hij niet.

1:01:19Kijk, als dat het geval is, dan snappen wij dat die man als antwoord geeft waar hij niet woont.

1:01:25Omdat u steeds op die verkeerde plik van plan bent die huisarts te zoeken.

1:01:30Met eerbied gezegd, die huisarts, die grote hemelse medicijnmeester.

1:01:35Nee, wij zoeken de zaligheid niet bij hem, maar ergens anders.

1:01:39En Petrus snijdt dat nou allemaal af en zegt daar niet en daar niet en nergens.

1:01:45Alleen in hem.

1:01:47Daar komt nog wat bij.

1:01:49Als er één persoon was voor

1:01:53die mensen van Sanhedrin.

1:01:56Bij wie zij de zaligheid absoluut niet zouden willen zoeken.

1:02:00En van wie zij de zaligheid absoluut niet zouden willen ontvangen.

1:02:05Dan is het van die vervloekte aan het kruis.

1:02:11Dat was hun eertenaar, dat was tegen alles van hun godsdienst in.

1:02:16Als ik een vervloekte aan het kruis nodig heb, dan ben ik dus een vloekwaardige.

1:02:22En dat te erkennen is in Oudorp vanavond net zo moeilijk als in Jeruzalem toen.

1:02:29Te

1:02:31erkennen, niet rechtszinnig, maar hartelijk.

1:02:36Hij daar aan dat vloekhout is de enige weg.

1:02:42Buiten hem niets.

1:02:44Zonder hem geen zaligheid.

1:02:47Dan moet ik dus erkennen aan dat hout.

1:02:52Hebben moeten sterven onder de toren gods.

1:02:56Omdat hij mijn plaats daarin nam.

1:02:58Zo is Petrus bezig om duidelijk te maken.

1:03:02De zaligheid is in geen ander.

1:03:05U zoekt het overal.

1:03:07Behalve bij Jezus.

1:03:08Liefst niet bij hem.

1:03:10Absoluut niet bij hem.

1:03:11En dan moeten ze toch buigen.

1:03:13Wat een hartgelag.

1:03:15Wat een bittere pil.

1:03:17Wat een vreselijke preek.

1:03:19Wat worden ze tot in de diepste van hun godsdienstig en hoogmoedig bestaan geraakt.

1:03:24Een dolkstoot in hun ziel.

1:03:26Maar het is zo nodig voor hen en voor ons.

1:03:31Om te sterven aan alles buiten Jezus.

1:03:35Ja, ik zeg dat wel.

1:03:36Maar denkt u dat ik daar zin in heb?

1:03:39Daar moet je echt voor ingewonnen worden.

1:03:42En kind van God.

1:03:43Ook na ontvangen genade weer.

1:03:47Steeds weer leren dat het niet uw tranen zijn.

1:03:49En niet uw berauw.

1:03:51En zelfs niet uw bevinding.

1:03:53Waarop u steunen kunt.

1:03:55Als een bekeerd mens tot de troon der genade gaan.

1:03:58Nee als een goddeloos mens.

1:04:00Tot de troon der genade gaan.

1:04:02En zo moet ook Gods volk het steeds weer horen.

1:04:05De zaligheid is in geen ander.

1:04:09En Petrus gaat nog verder met dat uit te leggen door te zeggen.

1:04:14Want er is ook onder de hemel geen andere naam.

1:04:19Die onder de mensen gegeven is.

1:04:22Die aan de mensen gegeven is.

1:04:24Door welke wij moeten zalig worden.

1:04:28Zalig worden kan dus wel.

1:04:31Zalig worden is niet een onmogelijkheid.

1:04:34Gered worden van dat grote gevaar.

1:04:37Van Satans vreselijke omklemming verlost te worden.

1:04:41Uit de macht van verdoemenis en dood bevrijd te worden.

1:04:46Met God verzoend te worden.

1:04:48Het is niet onmogelijk.

1:04:51Maar het is ook alleen maar in hem mogelijk.

1:04:54Er is geen andere naam gegeven.

1:04:58Alleen hij.

1:05:00Het kan nog om zalig te worden.

1:05:03Ondertussen is het vreemd dat Petrus...

1:05:06Het niet heeft over een andere persoon, maar een andere naam.

1:05:10Nou zijn wij gewend aan dit vers, handelingen 4 vers 12.

1:05:15Maar als je dat voor de eerste keer hoort, dan zou je verbaasd opkijken en denken, wat bedoelt Petrus?

1:05:21Waarom zegt hij nou niet gewoon?

1:05:22En ook is er geen andere persoon, geen andere zaligmaker of verlosser onder de hele hemel wereldwijd.

1:05:33Niet een andere verlosser, niet een andere zaligmaker.

1:05:36Maar hij zegt niet een andere naam.

1:05:39En natuurlijk bedoelt hij Jezus.

1:05:41Maar waarom zegt hij dan niet de woorden zaligmaker of verlosser of borg of middelaar.

1:05:49Maar waarom zegt hij naam?

1:05:53Het woordje naam komen wij heel vaak tegen in de Bijbel.

1:05:57Dat valt ons niet zo op.

1:05:59Maar als je het een keer gaat opzoeken of bij het lezen erop gaat letten.

1:06:03Dan kom je het wel vaker dan eens tegen.

1:06:05Onder andere.

1:06:07In de toespraak van Petrus op de Pinksterdag.

1:06:09Twee hoofdstukken hiervoor.

1:06:11Waar hij een woord van de profeet Joël aanhaalt.

1:06:14Hij zegt.

1:06:15En dat zal zijn dat in ieder die de naam des heren zal aanroepen zalig zal worden.

1:06:20Nou het valt u helemaal niet op dat er staat dat in ieder die de naam des heren zal aanroepen.

1:06:26Dat weet u al lang dat het er staat.

1:06:28Dat vindt u al gewoon dat het er staat.

1:06:30Maar het is best wel apart.

1:06:31Je zou toch denken dat Joël had gezegd.

1:06:34En Petrus natuurlijk dat dan ook citeert.

1:06:37En dat zal zijn dat in ieder die de heren zal aanroepen.

1:06:42Aanroepen betekent de hulp roepen.

1:06:44Wees mij genadig enzo.

1:06:45Dat in ieder die de heren zal aanroepen zalig zal worden.

1:06:52Maar dat zegt Joël niet en dat zegt ook Petrus niet.

1:06:55Ook hier niet.

1:06:56Hij zegt niet de persoon maar de naam.

1:07:00En het gaat over de persoon.

1:07:02En toch staat er de naam.

1:07:04Dat is om een bijzondere reden.

1:07:07Het woordje naam, dat nogal eens voorkomt, zei ik, wijst steeds op de persoon die die naam draagt.

1:07:15Maar meer, het wijst ook op dat die persoon door die naam bekend is.

1:07:22En dat is nou het grote wonder bij de gaven van de persoon.

1:07:28Ook de gaven, de bekendmaking van de naam, van wie hij is.

1:07:34Dus welke namen Jezus draagt, dat is niet toevallig of zonder betekenis.

1:07:40Zelfs menselijke namen kunnen al een bijzondere betekenis hebben.

1:07:43Denk aan de zoon van Zacharias en Elisabeth.

1:07:47Waarvan de familieleden dachten op de dag van zijn besnijdenis dat hij wel Zacharias genoemd zou worden, net als zijn vader.

1:07:53En waarvan dan Elisabeth zegt, nee, hij moet Johannes heten.

1:07:58Johannes?

1:07:58Waarom dan?

1:08:00Er is helemaal niemand in je hele familiekring die zo heet.

1:08:02Dat is toch raar?

1:08:03Ja, maar het is toch zo.

1:08:05Ja, maar nee, geen gediscussieer.

1:08:08Vraag het maar aan Zacharias.

1:08:09En die mag nu opeens gaan spreken nadat hij negen maanden niet heeft kunnen praten.

1:08:14En dan zegt hij, Johannes is zijn naam.

1:08:19Waarom dan?

1:08:20Omdat God dat wilde.

1:08:21Die had dat gezegd.

1:08:22Dat heeft Zacharias niet verzonnen en Elisabeth niet verzonnen.

1:08:25God wilde door die naam wat zeggen.

1:08:27Die naam had een betekenis.

1:08:28De Heere is genadig.

1:08:32Wat een prachtige naam.

1:08:34Nog veel meer dan bij deze jongen geldt dat van, in Lukas 1 ook genoemd, dat andere kind.

1:08:42Dat aangekondigd is.

1:08:45Namelijk Jezus.

1:08:46De engel zegt tegen Maria niet alleen dat zij haar kindje zal verwachten.

1:08:50Maar ook dat hij de naam Jezus moet dragen.

1:08:53En in een droom zegt de engel ook tegen Jozef.

1:08:57Wanneer hij zit te tobben, hoe zit dat allemaal.

1:09:00Hij weet dat Maria in verwachting is enzovoort.

1:09:03Maar, zegt die engel.

1:09:04De naam van dat kind, dat heilige kind, dat kind van God, moet Jezus zijn.

1:09:10Want die naam betekent iets heel bijzonders.

1:09:12De Heren verlost.

1:09:15Net als het woord zaligmaker, verlosser.

1:09:19Of zaligmaken, verlossen.

1:09:22Of zaligworden, verlost worden.

1:09:26Betekent Jezus ook verlosser.

1:09:28De Heren verlost.

1:09:30En toch zegt Petrus hier niet.

1:09:34Dat er maar één zaligmaker is.

1:09:37Namelijk Jezus.

1:09:39Hij zegt er is een naam.

1:09:41In die naam Jezus.

1:09:43En de vele andere namen en omschrijvingen.

1:09:47Van Jezus.

1:09:49Maakt God bekend wie hij is.

1:09:51En dat hebben wij nodig.

1:09:52Om twee dingen te leren.

1:09:56Ten eerste om God te loven.

1:09:58We hebben er net van gezongen.

1:10:00Psalm 72.

1:10:02En ten tweede om God te vertrouwen.

1:10:05Zoals ook vooral in Psalm 22 aan de orde komt.

1:10:09Twee dingen.

1:10:10Als wij niet zouden weten wie God is.

1:10:13Of als wij verkeerde gedachten over God hebben.

1:10:16We zouden niet beter weten.

1:10:19Dan dat er bijvoorbeeld een God is die niet ons kan zien.

1:10:24Zoals een kind wel eens denkt.

1:10:26Als ik nou de gordijnen dicht doe.

1:10:27Dan ziet God mij niet.

1:10:29Nou dat is dus een vergissing.

1:10:31Want God ziet je wel.

1:10:32Maar grote mensen kunnen zonder de gordijnen dicht te doen ook wel eens diezelfde dwaze gedachten hebben dat God het niet ziet.

1:10:38Maar wij weten uit de Bijbel, God ziet het wel.

1:10:41Zeg nou eens voor dat je dat niet wist.

1:10:43Of dat God al machtig is.

1:10:45De Bijbel vertelt het ons.

1:10:47Maar dat nou als je het niet wist, je zou moeten denken.

1:10:51Hoogstens misschien met de vraagsteken, zal hij machtig zijn?

1:10:54Of anders met de gedachte, hij zal wel niet machtig zijn.

1:10:59Niet zo machtig om mij te helpen.

1:11:02Nou wat voor een gebedsleven houden we dan nog over.

1:11:05Wat voor een hoop.

1:11:06Wat voor een verwachting.

1:11:07Als God niet kan helpen.

1:11:09Als God u niet ziet.

1:11:10Als God het niet weet wat in uw hart omgaat.

1:11:13Dus al die eigenschappen die de Bijbel ons over God vertelt.

1:11:18Nodigen ons uit om hem daarvoor te loven.

1:11:21En om ons vertrouwen op hem te stellen.

1:11:24In bijzondere zin geldt dit nu ook van de middelaar.

1:11:29De zaligmaker Jezus.

1:11:31Die heeft van God een naam gekregen.

1:11:34Ik heb het net gezegd.

1:11:35En allerlei dingen worden over hem bekendgemaakt.

1:11:40Het woordje naam betekent alles wat wij over hem weten.

1:11:44Alles wat God over hem bekendmaakt.

1:11:47Nodigt ons uit om deze zaligmaker te loven.

1:11:51En om hem te vertrouwen.

1:11:54Wat weten we dan over hem?

1:11:57Ik kan lang niet alles noemen in één preek.

1:12:00Dan zouden we hier vannacht om twaalf uur nog zijn.

1:12:03En nog niet uitgepreekt zijn.

1:12:04Zoveel is er wel te zeggen.

1:12:06Maar ik noem een paar dingen.

1:12:08Geen nieuwe dingen.

1:12:09U weet het allemaal wel.

1:12:10Maar het is toch goed om dat nog eens zo stilletjes te overdenken.

1:12:14Voor mij.

1:12:15En voor u.

1:12:16En voor jou.

1:12:17Bijvoorbeeld dit.

1:12:18Wij horen uit de Bijbel.

1:12:20Dat die persoon.

1:12:21Door wie wij zalig zouden kunnen en moeten worden.

1:12:25De Zoon van God is.

1:12:28Is dat belangrijk om te weten?

1:12:30Ja, want wie, denkt u, is machtig genoeg om uw zonde schuld te dragen en uw zonde straf te

1:12:42boeten?

1:12:43Kan een engel dat?

1:12:44Of

1:12:46een ander mens?

1:12:48Nee, alleen de almachtige Zoon van God.

1:12:51En wie, denkt u, is in staat om u, gevangenen van de duivel, te bevrijden?

1:13:00Uit die verschrikkelijke macht van die helse doodsvijand.

1:13:07Geen mens.

1:13:08Ook niet alle mensen samen.

1:13:11Alleen de almachtige.

1:13:15Zalig worden.

1:13:16Waar Petrus het over heeft.

1:13:18Is dus mogelijk.

1:13:21Omdat hij de zoon van God is.

1:13:24De almachtige.

1:13:26Voelt u hoe belangrijk het is dat wij over hem weten.

1:13:30Die bekende dingen nog eens een keer overdenken.

1:13:33Die ons uitnodigen om hem daarvoor te eren.

1:13:36Die ons nog meer uitnodigen en oproepen om ons vertrouwen deze avond, ja deze avond al, op hem te stellen.

1:13:46En te zeggen, Heere Jezus, als u dan de Zoon van God bent, dan is er hoop voor mij.

1:13:53Reddeloos en radicaal verloren, zondaar.

1:13:57Of ook als wij denken aan dat hij mens geworden is.

1:14:01Hoe dichtbij is hij gekomen.

1:14:03Eén met ons geworden.

1:14:05In onze vervloeking neergedaald.

1:14:08In de gelijkheid van een zondig mens.

1:14:11Hij was geen zondig mens.

1:14:12Hij was een rijn mens.

1:14:13Alweer iets wat wij uit de Bijbel weten.

1:14:16Moet je indenken dat hij dat niet zou weten.

1:14:18Dat Jezus zondeloos was.

1:14:21Dan zou je moeten vrezen.

1:14:23Wanneer hij zichzelf aan het kruis offert aan God.

1:14:26Als zondig mens.

1:14:29En dat eventjes zou moeten denken.

1:14:31En niet beter zou weten.

1:14:32Dan zou je alleen maar kunnen vrezen dat God dat offer zou afwijzen.

1:14:36En zeggen zo'n zondig mens.

1:14:39Nee dat offer is waardeloos.

1:14:42En het was ook waardeloos als Jezus zondaar was.

1:14:46We hebben het net beleden in de Dordtse leerregels hoofdstuk 2.

1:14:48Omdat hij een volkomen heilig en rechtvaardig mens was.

1:14:53Daarom kunt u nog zalig worden.

1:14:55Is dat niet geweldig?

1:14:57Ja zegt u dat wist ik al lang.

1:15:00Zo, waarom maakt u er dan geen gebruik van?

1:15:04Waarom vlucht u dan niet deze avond tot Jezus?

1:15:08En te zeggen, Heer Jezus, u hebt die menselijke natuur aangenomen.

1:15:12U bent heel dichtbij gekomen.

1:15:14U bent één met ons Adams geslacht geworden.

1:15:17Maar zonder zonde, u bent een heel bijzonder mens.

1:15:20U bent toch o zo toegankelijk en benaderbaar.

1:15:24Zelfs kinderen konden bij u terecht en u omhelden ze.

1:15:28Ach, mag ik dan ook vanavond bij u terecht?

1:15:32Kijk, dat is de bedoeling van het woordje naam.

1:15:35Dat u zult weten wie hij is.

1:15:37En alles wat de Bijbel over hem zegt.

1:15:40Dat het u deze avond uitnodigt niet alleen.

1:15:44Maar dus ook vrijmoedigheid geeft.

1:15:47Om er ootmoedig

1:15:50gebruik van te maken.

1:15:53Van zijn diensten.

1:15:55Welke diensten?

1:15:57Ach, ik kan lang niet alles noemen, zei ik al.

1:15:59Ik zal nog een paar dingen noemen.

1:16:01De naam die God heeft gegeven.

1:16:04De bekendmaking van wie die zaligmaker is.

1:16:08Heeft onder andere te maken met dat hij profeet, priester, koning is.

1:16:11Gezalfd.

1:16:13De Christusnaam betekent hij is profeet of onderwijzer.

1:16:19Hij is priester en voorbidder.

1:16:23En hij is koning.

1:16:25Die drie dingen.

1:16:28Nou, wat doe je ermee?

1:16:30Voor kennisgeving aannemen.

1:16:33U zegt, ik wist het al lang.

1:16:34Ene oor in, andere weer uit.

1:16:38Overgaan tot de orde van de dag.

1:16:39Denken aan zoveel andere dingen die belangrijk zijn.

1:16:42Maar niet bij hem als de grote leraar een leerling willen zijn.

1:16:48Niet met Maria aan zijn voeten te zitten.

1:16:51Niet te vragen, heren leer mij toch hoe groot mijn zonden en ellende zijn.

1:16:56En leer mij toch hoe groot uw vergevende kracht van het bloed is.

1:17:04Onderwijzen.

1:17:06Leerling zijn.

1:17:08Leergierig zijn.

1:17:10Heilbegerig zijn.

1:17:12Voelt u dat alles zit in dat woordje naam.

1:17:15God heeft niet alleen een zaligmaker gegeven.

1:17:17Maar hij heeft hem bekend gemaakt.

1:17:20Bekend gemaakt in al zijn heerlijke eigenschappen.

1:17:22Ook dus als profeet.

1:17:24En leraar.

1:17:25En ook als priester en offerlam.

1:17:28Die niet alleen dat werk volkomen heeft volbracht.

1:17:31En door de vader werd het aanvaard.

1:17:34Dat blijkt op de morgen van de opstanding.

1:17:36Toen de vader zijn zoon wakker kuste uit de dood.

1:17:40En hij kon opstaan uit het graf.

1:17:42Omdat hij alles had volbracht.

1:17:45Omdat er niets aan ontbrak.

1:17:48O, u vindt het zo gewoon.

1:17:51Ik vind het helaas ook zo vaak zo gewoon.

1:17:56Maar verwonder u toch mensenkind.

1:17:58Dat er een zaligmaker is die alles in orde heeft gemaakt.

1:18:02Al de eigenschappen van God worden nu verheerlijkt.

1:18:07Alle geboden van God zijn gehouden.

1:18:09Alle rechten van God.

1:18:11Alles wat maar van God is.

1:18:13En nu kunt u zalig worden.

1:18:15Zonder dat het God tot oneer is.

1:18:19En zonder dat het hem zijn naam kost.

1:18:23U kunt zalig worden.

1:18:24Tot eer van God.

1:18:26Door die zaligmaker.

1:18:27Door zijn offer.

1:18:28En hij is ook nog steeds de hoge priester die bidt.

1:18:31Schrijft Paulus.

1:18:32Onder andere in Romeinen 8 vers 34.

1:18:35En later ook nog een keer in Hebreën 7 vers 25.

1:18:39Waar die prachtige woorden staan dat Christus volkomen kan zalig maken.

1:18:45Degene die door hem tot God gaan.

1:18:47Omdat hij altijd leeft om voor hen te bidden.

1:18:51Moet je eens indenken dat hij dat niet wist.

1:18:54Hij vindt het zo gewoon dat we het weten.

1:18:58Het woordje naam betekent bekendmaken.

1:19:00God heeft het bekendgemaakt.

1:19:02Als God het nou eens niet had bekendgemaakt.

1:19:05En we zouden in het onzekere verkeren.

1:19:08Of de heer Jezus wel echt genoeg had gedaan en zo ja, of hij nu nog steeds het voor ons opneemt.

1:19:14Want kind van God, hoe zwaar valt u tegen?

1:19:19Hoeveel keren moet u uzelf schuldigen?

1:19:22En kunt u maar één ding vrezen, dat u voor eeuwig verloren gaat, al bent u nog zo echt bekeerd.

1:19:28Want die zonde macht van binnen en dat ongeloof en God verdenken en beledigen, het blijft maar doorgaan.

1:19:35Hoe moet dat toch?

1:19:36Als er geen voorbiddende hoge priester zou zijn.

1:19:41Maar die is er.

1:19:42En zo is het ook voor dat derde ambt.

1:19:44Als koning.

1:19:47Gezindenken.

1:19:47Dan zou je wel verlossen.

1:19:49Van de schuld.

1:19:50Dan zou je wel verlossen.

1:19:52Van de straf.

1:19:54En verder blijf je dezelfde.

1:19:57Opstandeling.

1:19:59Onheilige.

1:20:01Vijand van God.

1:20:04Niet tot het heilige en zonderloze geneigd.

1:20:08Niet geschikt.

1:20:09Om dus straks in die reine hemel binnen te komen.

1:20:15O wonder, die koning.

1:20:19Bekendmakend wie hij is.

1:20:21Wordt duidelijk dat hij regeert.

1:20:23Dat hij de wet in het hart schrijft.

1:20:25Dat hij ons nieuwe mensen maakt.

1:20:26Door de wederbare heilige geest.

1:20:28Dat wij de wet van God lief krijgen.

1:20:30En met de dichter van Psalm 119.

1:20:32Het kunnen uitjubelen.

1:20:33Hoe lief heb ik uw wet.

1:20:35Zij is mijn vermaking de ganse dag.

1:20:38Niet die oude mensen hoor.

1:20:40Maar die nieuwe wel.

1:20:41Jazeker, die nieuwe toch echt.

1:20:43O geliefde, dat betekent dat een kind van God, naarmate hij meer die naam, die bekendmaking van Jezus overdenkt, meer en meer zich erin verdiept, wat er allemaal bekend

1:20:55is uit het Oude Testament, uit het Nieuwe Testament, uit heel die Bijbel, over die ene naam, die ene persoon, des te meer hij dat bepijnst.

1:21:05Deste meer hij zich verwondert.

1:21:07Deste meer hij hem roemt.

1:21:09En deste meer hij hem vertrouwt.

1:21:12En zich aan hem overgeeft.

1:21:13Restloos.

1:21:14En zonder enige achterdocht.

1:21:16Heren Jezus.

1:21:17U bent als profeet.

1:21:19Priester, koning.

1:21:20Volkomen geschikt.

1:21:21Om mij zalig te maken.

1:21:23Voelt u.

1:21:24Dat betekent het woordje naam.

1:21:27Bekendmaking.

1:21:28Niet alleen de persoon.

1:21:29Maar ook zoals hij zich openbaart.

1:21:33En dat blijft doorgaan.

1:21:35Niet dat hij nieuwe dingen over zichzelf bekend maakt.

1:21:38Dat staat allemaal al in de Bijbel.

1:21:40Maar toch zegt Paulus, wanneer hij Jezus al jaren kent...

1:21:45en alles wat over hem geschreven staat, heus wel wist...

1:21:49aan

1:21:50de Filippensen schrijft hij op dat ik hem ken.

1:21:54Dat klinkt alsof Paulus zegt...

1:21:58ik zou hem zo graag willen leren kennen.

1:22:03Wat zeg je?

1:22:05Willen leren kennen Paulus.

1:22:07U kent hem toch?

1:22:08Ja.

1:22:09Ik ken hem.

1:22:11Maar ik weet nog zo weinig.

1:22:13In de oefeningen van geloof.

1:22:16En in de werkzaamheden van gebed.

1:22:20Nog zo weinig wie hij is.

1:22:22Ach Heer Jezus maak u zelf bekend.

1:22:25Maak nog meer van u zelf bekend.

1:22:27Niet nieuwe dingen die niet in de Bijbel staan.

1:22:30Maar die oude dingen die nieuw worden doordat het licht van de Heilige Geest erop valt.

1:22:36Doordat het oog des geloofs het aanschouwt.

1:22:39Doordat het hart in de liefde het omhelst.

1:22:41Doordat alles van binnen op deze zaligmaker zich geheel en al verlaat.

1:22:46Dat is wat Paulus dus begeert in Filippense 3.

1:22:49Nadat hij vele jaren Christus al kende, verlangt hij nog steeds alsof hij er weinig, ja alsof hij er nog niks van wist.

1:22:57En zo betekent het woordje naam in onze tekst.

1:23:00De bekendmaking waar u levenslang vermaak in zult hebben een kind van God.

1:23:07Om meer te studeren in hem.

1:23:09Dat verveelt nooit.

1:23:11Dat wordt nooit taai en saai.

1:23:13Alleen maar nieuwe ontdekkingen.

1:23:16Nieuwe verwonderingen.

1:23:17Nieuwe aanbiddingen.

1:23:19Nieuwe bemoedigingen.

1:23:20Nieuwe vertrouwstingen.

1:23:21En alles opdat die naam verheerlijk wordt.

1:23:25Waardoor wij moeten zalig worden, zegt Petrus en schrijft Lukas.

1:23:33Het woordje moeten is een bijzonder woord in dit verband.

1:23:36Je zou hebben gedacht dat Petrus schrijft door wie wij kunnen zalig worden.

1:23:45En dat zou ook zeker wel hebben klopt.

1:23:49Dat klopt ook zeker als hij dat had gezegd.

1:23:51Maar hij zegt het woordje moeten.

1:23:53En het woordje moeten betekent iets meer dan alleen maar kunnen.

1:23:57Ook wel het woord kunnen.

1:23:59Dan zouden wij het op deze manier kunnen omschrijven.

1:24:02Gemeent dat Peter zegt als iemand zalig wordt moet het door hem.

1:24:10En door niemand anders.

1:24:11Dat woordje moeten betekent dus alleen door hem kan het.

1:24:16Maar het woordje moeten heeft ook de betekenis van een goddelijk moeten.

1:24:21En daar zitten wij in een diep geheim.

1:24:24Wat ook tegelijkertijd een rijke troost is voor...

1:24:29Nee,

1:24:31niet voor goedwillende mensen.

1:24:36Die denken, ik wil het zelf ook graag zalig worden.

1:24:41En ook nog wel door Jezus.

1:24:43Ze hebben geen idee van hun vijandschap, afkerigheid en onwil.

1:24:51Dus, als hij nou zou staan door wie wij...

1:24:56Willen zalig worden.

1:24:58Dan hadden ze gezegd.

1:24:59Ja dat is zo.

1:25:00Dat wil ik ook.

1:25:02Maar dat zegt Petrus niet.

1:25:04Hoewel tussen haakjes door genade.

1:25:07Wordt dat ook wel waar.

1:25:09Want de heren maakt onwilligen welgewillig.

1:25:13Zodat zij het ook van harte.

1:25:15Zouden kunnen zeggen.

1:25:17Door wie wij willen zalig worden.

1:25:21Maar toch.

1:25:22Het woordje moeten duidt erop.

1:25:24Dat het.

1:25:26Ondanks al onze tegenwerking.

1:25:28En ondanks al ons verzet.

1:25:32En ondanks al onze vijandschap en haat.

1:25:35En ondanks al onze onwil.

1:25:38Toch gebeurt.

1:25:40Kijk maar naar Saulus van Tarzen.

1:25:43We zullen hem eventjes een interviewtje afnemen.

1:25:46Hij is net uit Jeruzalem vertrokken.

1:25:48En je vraagt hem, zegt Saulus.

1:25:50Die Jezus hè.

1:25:53Zou jij door hem met God verzoend willen worden?

1:25:58Paulus had op de grond gespuugd van verachting voor Jezus.

1:26:03Zou je door hem zaliger worden?

1:26:05Nooit en never.

1:26:07Dus geen gewilligheid, nee.

1:26:10En zo kan ik doorgaan met vele voorbeelden.

1:26:12En misschien kunt u het wel met uw eigen voorbeeld aanvullen.

1:26:16En herinnert u zich hoe u in het verleden er zo tegen was.

1:26:22Niet zozeer tegen de kerkdienst misschien, dat kan ook.

1:26:25Maar tegen de hele godsdienst, ja dat kan ook.

1:26:28Maar toch, al was u godsdienstig en al was u kerkelijk.

1:26:32Dat u toch achteraf bij het terugzien moet constateren.

1:26:36Ik was toen een tegenstander.

1:26:38Ik verzette mij.

1:26:40Ik wilde niet.

1:26:43Toen een dominee het zei, geloofde ik niet dat hij gelijk had.

1:26:46Maar de Heer heeft het mij toch geleerd.

1:26:48Dat ik niet wilde.

1:26:50En ach gemeente, nou staat hij in moeten.

1:26:54Saulus van Thuizen moest zalig worden.

1:26:57De Heer heeft niet gevraagd.

1:26:59Heb je er zin in?

1:27:00Komt het gelegen?

1:27:01Zie je er wat in?

1:27:03Niks.

1:27:04God gaat niet overleggen met u.

1:27:07En ook niet met mij.

1:27:08Als hij dat met mij had gedaan, was ik geen predikant geworden.

1:27:12Was ik geen kind van God geworden.

1:27:15Was ik nog steeds een slaaf van de duivel geweest.

1:27:18Absoluut.

1:27:20Dus God doet het.

1:27:21En hij heeft me wel gewillig gemaakt.

1:27:23Net als Saulus van Taas en al die anderen.

1:27:25Maar ze waren en wij waren het niet.

1:27:28En voor zulke mensen die die onwil inleven, wordt het woordje moeten zulke heerlijke troost.

1:27:35Die zeggen, omdat God het wil, daarom gebeurt het.

1:27:40Omdat hij het initiatief neemt.

1:27:42Omdat hij zijn zoon gezonden heeft.

1:27:44Omdat hij zijn geest uitgestort heeft.

1:27:47Omdat hij de zendelingen naar Nederland gestuurd heeft.

1:27:49Omdat hij die bijzondere gelegenheid, misschien een ongeluk of wat anders, of een blijde gebeurtenis...

1:27:56Gebruikt heeft.

1:27:57Om mij stil te zetten.

1:27:59Anders had ik nooit naar hem gevraagd.

1:28:01Toen heeft hij mij mijn zonde laten zien.

1:28:03Toen heeft hij mij tot Christus geleid.

1:28:05En als hij dat niet had gedaan.

1:28:07Was het nooit gebeurd.

1:28:08Moeten.

1:28:09Goddelijk moeten.

1:28:10Zo is de Bijbel nogal eens bezig.

1:28:12Met dat heerlijke godsbesluit.

1:28:16Hij wil het.

1:28:17En daarom gebeurt het.

1:28:19En zo mag u ook deze avond.

1:28:22Als een onwillige.

1:28:24Uzelf aan hem aanbevelen.

1:28:26En zeggen, Heere Jezus, zou u mij ook zalig willen maken.

1:28:32Terwijl ik zoveel ertegenin doe.

1:28:36Toch zonden vasthoud.

1:28:38Toch ongeloofsgedachten koester.

1:28:41Toch mijzelf bedoel.

1:28:43Toch niet op de laagste plaats wil buigen.

1:28:46Zoveel ertegenin.

1:28:48Met mijn vroom worden.

1:28:49Met mijn ernstig worden.

1:28:51Toch zoveel ertegenin.

1:28:54O, wilt u het nou doen?

1:28:56Want anders komt het nooit goed.

1:28:57Moeten zalig worden.

1:28:59En dan nog één ding.

1:29:01De apostel zegt dat er geen andere naam of geen andere persoon is dan die ene.

1:29:08En misschien denkt iemand waarom maar die ene.

1:29:13Is dat niet een beetje aan de magere kant?

1:29:17Zou het niet veel fijner zijn als er meer waren?

1:29:21Misschien hebt u dat nog nooit zo gedacht.

1:29:23Maar in de Roomse kerk is dat een feit.

1:29:27Al eeuwenlang wordt daar gepreekt dat Jezus een verlosser is.

1:29:32Eén van de vele.

1:29:34Wel de belangrijkste, jazeker.

1:29:36Maar dan toch één van de meerdere.

1:29:40Er zijn er meerdere.

1:29:41En één is heel belangrijk van die anderen.

1:29:44En dat is Maria.

1:29:46Maria wordt dan ook officieel door de Roomse kerk genoemd medeverlosseres.

1:29:50Nu ga ik vanavond niet de Roomse mensen over de hekel halen.

1:29:53Heb ik geen enkele behoefte aan.

1:29:55Maar ik wil alleen maar zeggen dat het dus niet vanzelfsprekend is...

1:29:58dat wij ook opgevoed zijn bij alleen Jezus en geen ander.

1:30:06Want heel veel mensen denken ook een ander.

1:30:10Maar stel u nou eens voor dat dat zou kunnen.

1:30:14Stel u nou eens voor dat Maria ook medeverlosseres zou kunnen zijn voor u.

1:30:20Mag ik eens vragen, als u bestudeert wat de Heilige Schrift over Jezus zegt...

1:30:27Hoe hij geschikt is.

1:30:30Door God geschikt gemaakt.

1:30:31Gezalfd met de Heilige Geest.

1:30:33Tot profeet, priester, koning.

1:30:35In de weg van zijn vernedering.

1:30:36Tot in de allerdiepste versmaatheid en angst der hel.

1:30:39De weg van zijn verhoging.

1:30:41Tot de rechterhand van zijn vader op de troon.

1:30:43Al die dingen.

1:30:45Als u die bestudeert.

1:30:47Hebt u dan nog behoefte aan een andere naam.

1:30:52Een andere persoon.

1:30:53Een andere zaligmaker.

1:30:56De vraag waarom er niet meer zijn, is eigenlijk net zo'n vraag als waarom er maar één zon is.

1:31:03Dan zou ik willen vragen, als iemand over meer zonnen praat hier, die dus de aarde zouden beschijnen en zo.

1:31:11Wat natuurlijk helemaal niet kan, maar stel je voor.

1:31:14Dan zou ik willen vragen, heb je daar niet genoeg aan die ene zon?

1:31:18Alle mensen op aarde leven immers van wat de aarde voortbrengt, mede door de zon.

1:31:24Niet een andere zon.

1:31:26Een tweede, een derde.

1:31:27Nee, die ene zon.

1:31:28Is dat niet genoeg?

1:31:29Ja, dat is genoeg.

1:31:31En lekker genieten van de zon.

1:31:35Lenteweer, straks zomerweer.

1:31:37Heb je dan nog een andere zon nodig?

1:31:40Omdat zij ook genieten van de zon, wil ik een andere zon om van te genieten?

1:31:44Antwoord nee.

1:31:45We kunnen allemaal van diezelfde zon genieten.

1:31:48En hebben allemaal aan die ene zon genoeg.

1:31:51Nou, dat is geestelijk en nog veel meer.

1:31:55Ook het geval met die zon der gerechtigheid.

1:31:58U hebt geen tweede nodig.

1:32:00Al zou die er zijn.

1:32:02U had hem niet nodig.

1:32:04Aan hem heb u genoeg.

1:32:06Nee, niet zo van ik moet er maar genoeg aan hebben.

1:32:10Ik moet er maar genoegen meenemen.

1:32:12Er is nog eenmaal helaas geen tweede.

1:32:14Nee, als ik alles bestudeer heb ik geen tweede nodig.

1:32:18Hij is alles.

1:32:19Hij bevat alles.

1:32:20Hij geeft alles.

1:32:21En nog iets.

1:32:22Nog iets heel belangrijks.

1:32:24Als u hem leert kennen, hebt u hem zo lief dat u ook geen andere wilt.

1:32:31Maar dat u zegt, deze ene is al mijn liefde waardig.

1:32:35Al wat aan deze naam, deze persoon is, is zo rijk.

1:32:44Al wat aan hem is, is gans begeerlijk.

1:32:48Ik hoef geen tweede.

1:32:49Er is geen tweede.

1:32:50Ik heb geen tweede nodig.

1:32:52Ik heb genoeg aan Jezus.

1:32:54Daar komt dit nog bij.

1:32:56Wat zegt God.

1:32:58Over zijn zoon.

1:32:59Al bij de doop.

1:33:01In de Jordaan.

1:33:02Deze is mijn geliefde zoon.

1:33:04In wie ik mijn welbehagen heb.

1:33:07Niet in een ander.

1:33:08Maar in hem.

1:33:09Als God nu met Jezus tevreden is.

1:33:12Ach kind van God.

1:33:14Wanneer u misschien wel heel moedeloos bent.

1:33:17En aangevochten bent.

1:33:19En door de duivel zo bestreden bent.

1:33:23En in benauwdheid raakt.

1:33:25En misschien wel heel uw bekering.

1:33:27Ach, er blijft geen spaan van over, lijkt het wel.

1:33:31En al uw bevinding.

1:33:32Ach, is het niet allemaal inbeelding geweest?

1:33:35Is het niet allemaal mensenwerk geweest?

1:33:38U kunt zo alles kwijtraken.

1:33:40Dan mag ik toch wel de vraag stellen.

1:33:43Die Koolbrugge eens, als het ware, direct van God kreeg.

1:33:47En waar hij ook over schreef, zodat ik het maar napraat.

1:33:51Maar mag het zijn ook uit eigenaar te leven.

1:33:53Deze vraag.

1:33:54Hebt u genoeg aan mijn lam?

1:33:59Amen.

1:34:01Eindigen wij met dankgebed.

1:34:04Heren, meer lammeren?

1:34:07Nee.

1:34:09Meer gekruisigde Christussen?

1:34:12Ook niet.

1:34:14Meer voorbidders?

1:34:17Meer zaligmakers?

1:34:20Allemaal nee, heren.

1:34:22Alleen uw zoon.

1:34:24Wereldwijd bekend gemaakt.

1:34:26Ook onder ons.

1:34:28Al eeuwenlang.

1:34:29Ook aan ons.

1:34:31Al jarenlang.

1:34:32Ook vanavond.

1:34:34Iets, iets maar.

1:34:36Van wie hij is.

1:34:38En hoe hij daarmee.

1:34:42Ons allen aantrekkelijk is.

1:34:45En tot zich nodigt.

1:34:47Om als ouderen of jongeren.

1:34:50Onze hele maal.

1:34:53Aan deze ene persoon over te geven.

1:34:58Die in zijn naam zoveel over zichzelf vertelt.

1:35:01Die

1:35:03in de Bijbel zo zichzelf in al zijn heerlijkheid en begeerlijkheid uitstalt.

1:35:10Zo volkomen zaligmaker is.

1:35:14Ach heren dan zouden wij toch ook nooit meer iets anders willen.

1:35:18Maar heren Jezus aan u zoveel genieting en vermaak hebben.

1:35:25Dat u onze liefste onze enige bent.

1:35:28Niemand anders.

1:35:30Wilt u dat uit genade schenken heren.

1:35:34Aan jong en oud voor het eerst en ook steeds weer.

1:35:38We hebben iets ervan gezegd wat Petrus mocht doorgeven aan die vijandige mensen.

1:35:44En hij mocht het zeggen wij moeten zalig worden.

1:35:48Ach heren mag het nou ook vanavond zijn.

1:35:50Dat elke jongen die dit hoort en elk meisje.

1:35:56Dat elke man, elke vrouw.

1:36:01Hier of thuis.

1:36:03Bij

1:36:04dat woordje wij.

1:36:06Ook zijn of haar eigen naam begeert in te vullen.

1:36:12En het heel persoonlijk wenst te maken.

1:36:17Door die ene naam, door die ene zaligmaker.

1:36:20Moed en mag en kan.

1:36:25En ach, ja zelfs.

1:36:27Nu ook.

1:36:29Wil ik zalig worden.

1:36:32En zal ik zalig.

1:36:34Ach heren, dat kan nooit uit ons.

1:36:37Onbegrijpelijk.

1:36:38Onverklaarbaar.

1:36:40Maar wat niet uit ons kan, kan wel uit u.

1:36:42En we smeken dan ook, wil dat aan de hele gemeente geven.

1:36:46En bidden u voor de gemeente.

1:36:48Nu zij een nieuwe predikant zal krijgen als u het geeft.

1:36:53Wees u met hem die het beroep heeft aangenomen.

1:36:56Zijn gezin.

1:36:58De kerkraad, de gemeente.

1:37:00Geef een vruchtbare tijd.

1:37:02Een gezegende tijd.

1:37:04Geen verwachting van een mens, maar alle verwachting van u.

1:37:08Wees bij ons als wij deze plaats zullen verlaten.

1:37:11Behoed en bescherm over kortere en langere afstanden.

1:37:14Geef ons nog heilige gedachten, Heere Jezus, dat ons hart naar u uitgaat.

1:37:18En dat u ons aantrekkelijk zult zijn uitgenade.

1:37:23Amen.

1:37:26Wij zingen over die steen in Psalm 118,

1:37:31versen 10, 11 en 12.

1:37:34Psalm 118 vers 10.

1:37:36Dit is de poort des heren.

1:37:38Daar zal het rechtvaardig volk doortrainen.

1:37:41Om hun een God ootmoedig te eren.

1:37:44Voor het smaken zijn er zalig heen.

1:37:47De zaligheid van de zaligmaker.

1:37:50Ik zal uw naam, dat is uiteindelijk de naam van de zaligmaker.

1:37:55En goedheid prijzen.

1:37:58Gij hebt gehoord of verhoord.

1:38:00Gij zijt mijn geest door uw ontelberig gunstbewijzen tot hulp en heil, dat is een ander woord voor zaligheid, en vreugd geweest.

1:38:09Vers 11.

1:38:10De steen die door de tempelbouwers verachtelijk was een plaats ontzegd of geweigerd, afgekeurd, is tot verbazing der beschouwers van of door God ten

1:38:23hoofd des hoeks gelegd.

1:38:25Hoe kan dat toch?

1:38:26Nou, dan staat er wij.

1:38:27Dit werk is door Gods alvermogen.

1:38:29Gods almacht.

1:38:31Paasmorgen.

1:38:32Almacht Gods.

1:38:33Uit de doden levend geworden.

1:38:35Door zeer een hand alleen geschiet.

1:38:38Het is een wonder in ons ogen.

1:38:40Wij zien het.

1:38:41En mag het zijn vanavond ook met ogen desgeloos.

1:38:45Met toe-eigening van hart.

1:38:46Wij zien het.

1:38:47Maar doorgronden het niet.

1:38:49Het blijft altijd een wonder.

1:38:50Vers 12.

1:38:51Dit is de dag, de roem der dagen.

1:38:53Die opstandingsdag.

1:38:54Die wij vandaag.

1:38:56Mogen herdenken.

1:38:57Elke week.

1:38:58Eerste dag van de week.

1:38:59Opstandingsdag.

1:39:00De dag.

1:39:01De roem der dagen.

1:39:02Die Israels God geheiligd heeft.

1:39:04Voor die verachte steen.

1:39:07Laat ons verheugd van zorg ontslagen.

1:39:09Hem roemen.

1:39:10Die ons blijdschap geeft.

1:39:13Nou.

1:39:13Zullen we het doen?

1:39:14Niet alleen maar met de mond.

1:39:16Maar in de diepe verwondering van het hart.

1:39:19En dan ook meteen bidden.

1:39:21Och heren.

1:39:23Geef tans.

1:39:24Geef nu uw zegeningen.

1:39:26Ach heren, geef heil, zaligheid, verlossing op deze dag.

1:39:31Och dat men op deze eerstellingen, toen waren er drieduizend op het pinksteren, nog tweeduizend erbij volgens hoofdstuk vier.

1:39:39En dat is gegroeid tot op deze dag toe.

1:39:42Och dat men op deze eerstellingen een rijke oogst van voorspoed zag.

1:39:47De verse 10, 11 en 12 van psalm 118.

1:39:52[GEZANG]

1:47:10Verheft uw harten tot God, dragende met u de zegen des Heren.

1:47:15De Heren zegenen u en behoeden u.

1:47:19De Heren door zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:47:25De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:47:31Amen.

1:47:31[GEZANG]