2 Koningen 2: 23 en 24; Elisa's vloek over de jongens van Beth-El

zondag 14 juni 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. J.G. Blom · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:49Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, Heren, die hemel en aarde geschapen heeft, die trouwen houdt tot in de evigheid en

10:02nooit laat varen de werken zijner handen.

10:05Amen.

10:07Genade zij u en vrede, barmhartigheid en vertroosting van God de Vader, die zich een gemeente verkoren heeft en evige leven.

10:18God, de Zoon die het kruis heeft gedragen, de schande veracht.

10:21God, de Heilige Geest, je hart te wederbaard gevende, verlicht de ogen en verstand.

10:28Amen.

10:32Gemeente Woensdag, 11 juni, nam de Heer uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeenteweg mevrouw Pietertje Verhagen, Moerkerk, in de leeftijd van 104 jaar,

10:44laatst wonende in de Vlietberglaan 111.

10:50...dier gedenken de rouwdragende familie.

10:54In verband met het overlijden zingen wij met elkaar...

10:58...uit Psalm 89 en daarvan het negentiende vers.

11:0289 vers 19.

11:05Gedenk, o Heer, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

11:08Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.

11:11Psalm 89 en daarvan het negentiende vers.

11:15De

11:15[GEZANG]

14:25schriftlezing van deze morgen vindt u in Twee Koningen 2.

14:28En we lezen daarvan de versen 14 tot en met 25.

14:33Twee koningen, tweede versen 14 tot en met 25.

14:37Maar vooraf stellen we ons voor de spiegel van Gods heilige wet.

14:41Waarna we met elkaar zingen.

14:43Psalm 123 en dan van het tweede vers.

14:47123 vers 2.

14:49Naar de wet des heren.

14:53Toen sprak God al deze woorden zeggende.

14:55Ik ben de heren uw God die u uit Egypteland.

14:59Uit de diensthuis uitgeleid heb.

15:02Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:07Gij zult u geen gesneden beeld.

15:10Nog enige gelijkenis maken.

15:12Van hetgeen boven in de hemel is.

15:15Nog van hetgeen onder op de aarde is.

15:18Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:21Gij zult u voor die niet buigen of hen dienen.

15:24Want ik de Heer uw God ben een ijverig God.

15:28Die de misdaad der vader bezoek aan de kinderen aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

15:35En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

15:43Gij zult de naam des Heren uw schot niet eidelijk gebruiken.

15:47Want de Heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

15:54Gedenk de sabbedag dat gij die heiligt.

15:57Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw Schots, dan zult gij geen werk doen.

16:08Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw veen, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

16:19Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat erin is.

16:26En de rusten ten zevende dagen.

16:29Daarom zegenen de heren de sabbedag en heiligen dezelfde.

16:33Eert uw vader en uw moeder op dat uw dagen verlengd worden.

16:36In het land dat u de Heer uw God geeft.

16:39Gij zult niet doodslaan.

16:41Gij zult niet echt breken.

16:42Gij zult niet stelen.

16:44Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:48Gij zult niet begeren u naast een huis.

16:51Gij zult niet begeren u naast een vrouw.

16:54Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd.

16:57Nog zijn oogst, nog zijn ezel.

16:59Nog iets dat u naaste is.

17:01Amen.

17:02We

17:02[GEZANG]

19:15openen vanmorgen met elkaar Gods heilig woord.

19:17Wel in 2 Koningen 2.

19:20Lezen daarvan de versen 14 tot en met 25.

19:252 Koningen 2 te beginnen bij het 14e vers.

19:30Dan lezen we Gods woord als volgt.

19:32En dan nam de mantel van Elia.

19:35Die van hem afgevallen was.

19:37En sloeg het water en zeide.

19:40Waar is de Heer de God van Elia?

19:43Ja, dezelfde.

19:45En hij sloeg het water.

19:48En het werd herwaarts en derwaarts verdeeld.

19:51En Elisa ging erdoor.

19:54Als nu de kinderen der profeten die tegenover te Jericho waren hem zagen.

20:00Zo zeiden zij.

20:02De geest van Elia rust op Elisa.

20:06En zij kwamen hem tegemoet een bogen, zich voor hem neder ter aarde.

20:13En zij zeiden tot hem, zie nu, er zijn bij uw knecht vijftig dappere mannen.

20:21Laat hen toch heen gaan en uw heer zoeken.

20:25Of niet misschien de geest des heren hem opgenomen en op een der bergen of in een der dalen hem geworpen heeft.

20:36Doch hij zei de zend niet, maar ze hielden bij hem aan tot schamens toe.

20:43En hij zei de zend, en zij zonden vijftig mannen, die drie dagen zochten, doch hem niet vonden.

20:54Toen kwamen zij weder tot hem, daar hij te Jericho gebleven was.

21:00En hij zeide tot hen, heb ik tot jullie dan niet gezegd, gaat niet?

21:07En de mannen der stad zeiden tot Elisa.

21:10Zie toch de woning deze stad is goed.

21:16Gelijk als mijn heer ziet.

21:18Maar het water is kwaad.

21:20En het land onvruchtbaar.

21:23En hij zei.

21:25Breng mij een nieuwe schaal.

21:27En leg er zout in.

21:30En ze brachten ze tot hem.

21:33Toen ging hij uit.

21:35Tot de waterwel.

21:38En wierp het zouder in en zeide, zo zegt de Heere, ik heb dit water gezond gemaakt.

21:46Er zal geen douw nog onvruchtbaarheid meer van worden.

21:52Alzo werd het water gezond tot op deze dag naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.

22:04En hij ging...

22:07Van daarop naar Bethel.

22:09En als hij nu de weg opging.

22:14Zo kwamen kleine jongens uit de stad en bespotten hem.

22:18En zeiden tot hem kaalkop ga op.

22:22Kaalkop ga op.

22:23En hij keerde zich achterom.

22:27En hij zag ze.

22:29En vloekte hen in de naam des heren.

22:33Toen kwamen twee beren uit het woud.

22:36En we scheurden van dezelfde 42 kinderen.

22:40En hij ging vandaar naar de weg Karmel.

22:44En vandaar keerde hij weder naar Samaria.

22:51Tot zover de schriftlezing.

22:53Gemeente, wij zoeken met elkaar Gods aangezicht in het gebed.

22:56En wij denken onze voorbeden.

22:59En halen dat ook aan de rouwdragende familie Verhagen Moerkerk.

23:04Hebben net de eerste psalm ook gewijzigd en gezongen.

23:07Om ons bij de kortstondigheid van dit aardse leven te bepalen.

23:13Wij gedenken ook aan Johan Grinwis en Anneko Scheurwater.

23:16Die aanstaande woensdag 17 juni in het huwelijk hopen te treden.

23:23Het echtpakt Krijgerslingeland, Visserstraat 8.

23:27Zij mochten gisteren 13 juni gedenken 25 jaar getrouwd te zijn.

23:33Ook het tachtigjarig bestaan van de zondagsschool, dat mocht het zaadje.

23:38We denken ook aan examenkandidaten die geslaagd zijn.

23:41Maar ook degenen die in teleurstelling moesten verwerken.

23:46Jantine Boekhoer-Masterbroek.

23:49Jantine Boekhoer-Masterbroek die deze week met haar gezin naar Oudorp hoopt te komen voor een periode van verlof.

23:57Dan de synodevergadering die aanstaande vrijdag wordt gehouden.

24:03We zullen met elkaar Gods aangezicht zoeken in het gebed.

24:09Heer, het is door uw grote trouw en goedheid dat we hier vanmorgen met elkaar in de kerk bijeen mogen zijn.

24:15Het is uw goedheid en uw trouw, heren.

24:18Want er is er niet één van ons die het waard is, niet één die het verdiend heeft, niet één die het erna gemaakt heeft.

24:24Zou u met ons gedaan hebben naar onze zonde ook van de afgelopen week.

24:29Vorige week zondag en deze zondag en de tijd daartussen.

24:33Ja, dan had u ons uit het leven weg moeten nemen.

24:36Wij zijn immers niet geweest die we zouden moeten zijn.

24:41Zonde, schuld en ongerechtigheid hebben ons aangekleefd.

24:46Nochtans laat u ons vanmorgen hier met elkaar in uw huis zijn.

24:50Waarom?

24:51Omdat u maar één ding wil, dat is dat wij tot bekering zullen komen.

24:57Het evangelie van vrije genade mag ons dan ook vanmorgen verkondigd worden.

25:02Dat is uw goedheid.

25:04Uw trouw met ons die zo ontrouw zijn van nature.

25:09En nu vragen wij van u.

25:11Wilt u het woord wat uit mag gaan.

25:13Ook deze morgen zegenen aan ons hart.

25:17Wat u ons ook zult onthouden.

25:18Onthoud ons de werkende toepassende werking van uw geest niet.

25:23Van die geest die in alle waarheid leidt.

25:26Die geest die het toepast.

25:28Die schenkt Christus en zijn weldaden.

25:32Zou u dat willen schenken heren.

25:35Zou u vanmorgen naar ons om willen zien.

25:38En ons uw genade willen schenken.

25:41Dat de prediking van uw woord dan zo eenvoudig zijn.

25:44Dat de kinderen het kunnen begrijpen.

25:46Maar dat we ook als ouderen echt onderwijs vanmorgen van u mogen krijgen.

25:50Zou u het willen geven.

25:52Wilt u in gunstige nade naar ons omzien.

25:56En het welmaken in uw huis.

25:58Dat we hier vanmorgen een godshuis en bed al zijn.

26:02Een huis gods dat zo groot zijn heren.

26:05Als u ons dat schenkt.

26:07Wilt u zo met ons zijn vanmorgen.

26:10Onverdiend van onze kant.

26:12We zien nog een gunstige naad op ons neer.

26:15O heren wilt u dan geven.

26:19De ontdekkende genade.

26:21Laat uw woord ook ontdekkend zijn.

26:23Dat we leren verstaan wie en wat we geworden zijn door de zonde.

26:27Dat we onmogelijk voor u kunnen bestaan.

26:30Omdat we tegen u een heilige rechtvaardig God hebben gezondigd.

26:34Dat zonde tot zonde en schuld tot schuld mag worden in ons leven.

26:38Maar wilt u dan ook geven.

26:41Dat niet alleen de prediking ontdekkend is.

26:43Maar dat ze ook vertroostend mag zijn.

26:46Omdat er gewezen mag worden op u de bron van leven en zaligheid.

26:51Bij wie te verkrijgen is wat we nodig hebben.

26:53Om wel getroost te leven.

26:55En eenmaal zalig te kunnen sterven.

26:58O heren, zult u vanmorgen kennelijk in ons midden aanwezig willen zijn.

27:04Geven dat ons hart geraakt mag worden.

27:07En dat degenen die, heren, niet vreemd zijn van het leven der genade.

27:14Vanmorgen nog eens mogen ondervinden wie u voor hen bent.

27:17Dat het voor hen dan ook een bed al een huis gods mag zijn.

27:22En dat het bij hen niet verworden is tot een stuk vormendienst.

27:26Ze daarom hier in de kerk zijn.

27:29Maar dat allemaal zo door en dood geworden is.

27:32Als dat zo is.

27:34Dan vragen wij van u.

27:35Maak het leven naar uw woord heren.

27:37En wil geven dat degenen die u mogen vrezen.

27:41Vanmorgen mijn vernieuwing mogen ondervinden.

27:44Die u voor hen bent.

27:46Dat u voor hen zorgt.

27:48Dat u alles geeft wat nodig is.

27:51Heren wilt u vanmorgen een verrassend God zijn.

27:54Wilt u onze jongens en meisjes gedenken.

27:57Heer, u weet wat er aan hen getrokken wordt door de oversten van deze wereld.

28:02Om zich heel en al in zijn macht te krijgen.

28:06Maar wilt u onze kinderen, onze jeugd bewaren bij uw woord en bij uw waarheid.

28:11En wat zal dat groot zijn, heren.

28:13Als ook onder onze kinderen dat gevonden mag worden.

28:17De vrezen, uw naams, die groot en heerlijk is.

28:20Want dat is toch niet alleen iets voor oude mensen.

28:24Daar moeten onze kinderen ook van weten.

28:27Daarom vragen wij van u.

28:28Wilt u herschapend werken in harten van jongeren en van ouderen.

28:33In deze morgen.

28:34Wilt u het wel maken zodat u aan uw eer mag komen heren.

28:38Want daar gaat het toch om.

28:40Maar dat u aan uw eer ook mag komen.

28:42Het redden van zondaren in ons midden.

28:45En wat zal dan groot zijn als het gehoord mag worden.

28:48Ook hier in Oudorp.

28:49Deze en die is in Sion geboren.

28:52Daar heeft de heren naar omgezien.

28:54Daar heeft hij zijn genade.

28:57Aanverheerlijkt.

28:58Heren wilt u dat doen uit enkel goedheid en enkel trouw.

29:02Maak het zo'n onvergetelijke dienst voor ons hier in de kerk.

29:06Maar ook voor hen die met ons meeluisteren.

29:08Door middel van de kerktelefoon of op welke wijze.

29:11Dan wil dat thuis in de rust en de stilte in de huiskamer.

29:14U onmisbare zegen schenken.

29:17En geven dat het in de avond van het leven licht mag zijn.

29:22En als er geroepen zijn om uw woord te bedienen heren.

29:25Wat u ons ook zult onthouden, onthoudt ons de werking van uw geest niet.

29:30Maar wilt u geven dat wij door u mogen worden aangegord met kracht uit de hoogte.

29:36En hetgeen overdacht is thuis, dat het levendig weer voor ons mag komen.

29:41En dat het ook zo uit kunnen dragen in het midden van de gemeente.

29:45Dat het zijn met overtuigingskracht door de werking van uw geest.

29:49Zodat het woord haakt en de gemeente er niet meer los aan kan komen.

29:54En dat mag zijn een middel tot vrachtige bekering.

29:58Zie zo naar een ieder van ons om.

30:01Dan vragen we aan u, wilt u met de rouwdragende familie vragen moerkerk zijn.

30:06Waarvan een geliefde moeder gestorven is.

30:09We denken aan de kinderen, klein, nachte kleinkinderen.

30:13Broers en schoonzussen, heren, wilt u ze gedenken.

30:16Dat de grootheid van uw goede tierenheid en warmhartigheid.

30:19En wilt u geven dat door dit sterven nog winst geboren mag worden voor de eeuwigheid.

30:25Want zij die is heengegaan is slechts voorgegaan.

30:29En wij, wij zullen eens allen volgen.

30:35Gedenk zo in rouw en droefheid.

30:37Maar gedenk niet alleen aan hen die in rouw en droefheid verkeren.

30:40Maar hoeveel zijn er niet hier in de gemeente.

30:43Die alleen zijn komen te staan.

30:46Omdat de geliefde is weggenomen.

30:49Kan het jaren geleden zijn en anderen denken het niet meer bijna.

30:53Het is allemaal zo gewoon geworden.

30:56Maar voor hen die alleen gekomen zijn, is het nooit meer gewoon.

31:00Ze zijn alleen komen te staan.

31:02Wil u ook hen gedenken, heren.

31:05En voor hen zorgen en schenken wat nodig is.

31:09Maar dat mag ook blijdschap zijn.

31:11Het is gegeven dat de familie Krijgerslingeland...

31:14gisteren 25 jaar getrouwd mocht zijn.

31:18Heren, wat een goedheid en trouw hebt u dan bewezen.

31:21En wilt u geven dat ze met al die heren...

31:24Dingen waardoor ze het u dankverschuldig zijn.

31:27Ook u werkelijk dankbaar mogen zijn.

31:30En in u de ere mogen eindigen.

31:33Dat u de eer van hem mag krijgen.

31:36Heren, we hebben ook gehoord en gelezen.

31:41Dat de zondagsschool uit Mosterdzaadje 80 jaar mag bestaan.

31:46Heren,

31:47hoeveel jaren is dat evangelie dan al niet verkondigd?

31:5280 jaar.

31:54Aan kinderen uit het midden van de gemeente.

31:56Op een kinderlijke, eenvoudige, begrijpelijke wijze.

32:00Is het zaad van het evangelie uitgeworpen in harten van kinderen.

32:05En zou u willen geven heren.

32:07Dat het werk ook niet ongezegend is gebleven.

32:11En dat u ook in de komende tijd.

32:14Nog rijke vruchten mag voortbrengen van bekering en geloof.

32:17Wilt u ook onder onze kinderwerken.

32:20Ook op de zondagsschool.

32:23Wilt u met alles zijn die leiding hebben te geven.

32:26Wilt u ze alles schenken wat nodig is.

32:29Opdat u aan uw eer mag komen.

32:31En kinderen gered mogen worden voor de evigheid.

32:35Heren, gedenk ook aan de examenkandidaten.

32:38Er zijn die hartelijk verheugd zijn.

32:40Omdat ze de blijde mededeling kregen.

32:44Dat ze geslaagd zijn.

32:45Wilt u geven, heren.

32:46Dat onze kinderen alleen niet verblijd zijn daarom.

32:49Maar dat ze u er ook voor zullen danken.

32:52Hoe jong ze ook zijn.

32:54U mogen bedoelen.

32:56Dat u in een leven aan zijn u eer mag komen.

33:00En dat ook onze examenkandidaten niet blij kunnen zijn.

33:05Zonder het u bekend te maken.

33:09Maar er zullen er ongetwijfeld ook zijn die een teleurstelling moesten verwerken.

33:13Misschien nog een herkansing krijgen.

33:16Bij vragen van u wilt u ook met hen zijn.

33:19Ook hen schenken wat nodig is.

33:22Anderen zo verblijt.

33:23En zij bedroeft.

33:26Misschien wel verwacht.

33:28Misschien toch gehoopt om te slagen.

33:31Maar wilt u ze dan bijen goed zijn en schenken wat nodig is.

33:35Mocht het zijn dat er een her voor hen mag zijn.

33:38Wilt u zijn met Jan Tinabukur Mastebroek.

33:42Die deze week met haar gezin een ouder op hoopte komen voor een periode van verlof.

33:48Vanwege evangelisatie.

33:49Werk uitgezonderd in het midden van de gemeente.

33:51Om te werken in Roemenië.

33:53Heren wij vragen van u.

33:54Wilt u met hen zijn en geven.

33:56Dat ze hier ook weer wat rust.

33:58Tot rust mogen komen.

34:00Om weer uitgerust te zijn.

34:02Om straks het werk weer te kunnen hervatten.

34:05Wilt u dat werk dan in Roemenië.

34:07Ook met uw zegen bekronen.

34:09Gedenk ook aan de synode vergadering.

34:11Die aanstaande vrijdag wordt gehouden.

34:14Heren wilt u geven.

34:15Dat degene die.

34:17Uitgezonden, afgezonderd zijn, afgevaardigd zijn.

34:20Ook de juiste besluiten mogen nemen overeenkomstig uw woord.

34:26Heren, er mag dankbaarheid zijn in het midden van de gemeente.

34:29Omdat dominee van den Kamp een beroep naar de gemeente heeft aangenomen.

34:33En wilt u geven, heren, dat ze met hem een gezegende periode in mogen gaan.

34:38Dat het woord wat hij mag verkondigen tot vele tot even gezegen zou mogen zijn.

34:44Gedenk hem met zijn familie als ze over zullen komen.

34:46U weet ook, heren, wat er allemaal

34:52zat te wachten ook in een gezin.

34:55We vinden het natuurlijk fijn als er een domein overkomt, maar in een gezin brengt dat heel wat teweeg.

35:00Maar wilt u geven, heren, dat alles in goede banen geleid mag worden?

35:05Wilt u zijn, heren, met de christen die vervolgd worden?

35:09Wilt u ook hen schenken wat nodig is?

35:12Als ze met gevaar van eigen leven bij elkaar komen.

35:15En niet eens bij elkaar kunnen komen.

35:17Omdat de man de vrouw en de vrouw de man zou verraden aan de overheid.

35:23Zulke dingen kunnen we ons niet voorstellen.

35:26Maar het gebeurt wel.

35:28Wij vragen van u heren.

35:30Wilt u zo met de nieten van ons zijn.

35:32In deze dienst.

35:34En wilt u het wel maken dat u aan uw eer komt.

35:38Wil dan geven

35:40heren.

35:41Dat wij er goed mee zijn.

35:43Hoor en verhoor dan uitgenade.

35:45Om Jezus' wil alleen.

35:47Amen.

35:50Ter inleiding op de prediking gaan we met elkaar zingen.

35:53Uit psalm 25.

35:55Het zesde en het negende vers.

35:5825 vers 6 en 9.

35:59Ik heb dan nog de volgende afkondiging voor u.

36:02Woensdag 17 juni.

36:04Zou de kerkelijke bevestiging plaatsvinden.

36:06Van Paulus.

36:08Jacob.

36:09Grinwis.

36:10En Adriana, Lydia, Cornelia Scheurwater.

36:14De dienst vangt aan om half drie.

36:19Woensdagavond 17 juni zal er een kerkdienst worden gehouden.

36:23De voorganger in deze dienst is dominee Jede Bruin uit Rotterdam.

36:28De dienst vangt aan om half acht.

36:31De bevestiging en intredendienst van dominee Van den Kamp...

36:42Tot zover deze mededeling.

36:44We gaan nu zingen ter inleiding op de prediking uit Psalm 25, vers 6 en vers 9.

36:51De

36:52[GEZANG]

43:42tekst van de prediking van Gods woord voor deze morgen vindt u in 2 Koningen 2.

43:47En daarvan de versen 23 en 24.

43:512 Koningen 2, de versen 23 en 24.

43:56En dan lezen we de tekst voor deze morgen als volgt.

43:59En er ging van daarop naar Bethel.

44:04Als hij nu de weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad en bespotten hem.

44:11En zeiden tot hem, kaalkop ga op, kaalkop ga op.

44:15En hij keerde zich achterom.

44:18En hij zag ze en vloekte hen in de naam des heren.

44:25Toen kwamen twee beren uit het woud.

44:28En verscheurde van dezelfde 42 kinderen.

44:33Tot zover.

44:34Het thema van de preek is Elisa's vloek over de kinderen van Bethel.

44:40Een viertal gedachten.

44:42Ten eerste herinneringen aan een rijk verleden.

44:45De tweede een verschrikkelijke zonde.

44:48De derde een ontzettende straf.

44:51En tenslotte een ernstige waarschuwing.

44:55Gemeente jongens en meisjes, daar gaan ze.

44:58Die twee profeten van de heren.

45:01Elia en Elisa.

45:03Ze zullen niet langer bij elkaar zijn.

45:06Dit is de laatste wandeling ook die ze met elkaar gaan maken.

45:10Want ook de zonen der profeten.

45:13Van de profetenschool hebben tot Elisa gezegd.

45:16Weet gij wel.

45:17Dat de heren heden uw heren van je hoofd weggenemen zal.

45:22Toen heeft Elisa gezegd.

45:23Ja dat weet ik.

45:25Maar zwijg gij stil.

45:28Ze gaan naar de Jordaan.

45:30Ze moeten aan de overzijde zijn.

45:33Maar het water van de Jordaan zal misschien hoog gestaan hebben.

45:37Zodat ze er zomaar niet over doorheen kunnen.

45:41Want er zijn altijd wel doorwaadbare plaatsen, ook in de Jordaan.

45:45Maar heren, dit geval waarschijnlijk niet.

45:48En wat doet dan Elia?

45:50Dan neemt hij zijn kemels, haar mantel.

45:53En zal er misschien een soort bundel van gemaakt hebben.

45:57Slaat ermee op het water van de Jordaan.

46:00En dan ontstaat er een pad.

46:03Zodat ze er door kunnen gaan.

46:07Aan de overkant van de Jordaan.

46:10En ik kan me zo voorstellen gemeente.

46:13Omdat ze beide weten dat het maar heel kort is.

46:16Dat ze nog met elkaar bijeen zullen zijn.

46:19Dat het zaken zijn die evenheidswaarde hebben.

46:23Die ze met elkaar bespreken.

46:25En ineens wordt het evenheid voor Elia.

46:29Want er komt een geweldige onweer opzetten.

46:32Met een vurige wagen en twee vurige paarden bespannen.

46:36Rijden tussen Elia en Elisa door.

46:39En nemen Elia mee naar de hemel.

46:45En al wonderde gaat de hemelpoort voor hem open.

46:49Zoals die later ook van de heer Jezus open zal gaan.

46:52Als hij opgenomen wordt in evige heerlijkheid.

46:57En hij wordt nagestaard door Elisa.

47:02Die man die gevraagde om twee delen van de geest van Elia te mogen ontvangen.

47:09Waarom?

47:10Omdat hij meer wil zijn dan zijn meester?

47:13Nee, gemeente.

47:15Elisa kent zich zo onbekwaam.

47:19Dat hij gevraagde om twee delen van de geest van Elia te mogen ontvangen.

47:26Omdat hij met zegen zou kunnen werken.

47:32De taak die op hem rust, rust als een zware last op zijn schouders.

47:38En als dan Elia

47:41ten hemel gevaren is, is de mantel van Elia afgevallen vlak voor de voeten van Elisa.

47:51En dan neemt Elisa de mantel van Elia die daar vlak voor hem ligt op en loopt ermee naar de Jordaan.

47:58Maar het pad is weg en

48:02Elisa moet nog aan de overkant zijn.

48:04Wat doet dan Elisa?

48:07Dan neemt hij die mantel die van Elia is geweest en slaat ermee op het water.

48:12En er komt weer een pad door het water heen.

48:16Want als hij ermee slaat op het water, dan zegt hij, waar is de Heere, de God van Elia?

48:21Ja, dezelfde.

48:23En dan blijkt het dat de geest van Elia, waar Elisa om vraagt, nu ook op hem rust.

48:30Want er ontstaat opnieuw een pad door het water.

48:36Als Elisa naar de overkant is gegaan, gaat hij eerst naar Jericho een paar dagen.

48:41Om vervolgens naar Bethel te gaan.

48:45Bethel.

48:46Ja, als hij daaraan denkt, dan vermenigvuldigen zich zijn gedachten.

48:52Want in Bethel is in de loop der eeuwen zo ontzettend veel gebeurd.

48:58Vroeger was het echt zo anders als nu.

49:02Bethel, onze jongens en meisjes, weten het ook wel.

49:05Van vader Jacob.

49:07Toen moest vluchten voor zijn broer Ezo.

49:10Hij moest vluchten voor zijn broer.

49:11Waarom?

49:12Omdat hij eerst geboorterecht op zijn linkse wijze naar zijn toe had getrokken.

49:17En later nog zijn vader bedrogen heeft.

49:20Toen had Ezo gezegd.

49:23Misschien tot een knecht.

49:25Wacht maar als straks mijn vader gestorven is.

49:28Dan zal ik hem vermoorden.

49:30Dan maak ik hem dood.

49:32En hij verwachtte dat zijn vader niet lang meer zou leven.

49:35Want Isaac had gezegd tot Esau.

49:41Ik weet de dag van mijn dood niet.

49:44Daarom gaat een wilbraat.

49:46Maak het klaar voor mij dat ik het eet en je zal je zegenen.

49:50En dat heeft ook Rebecca gehoord.

49:53En toen is hij naar Jacob toegegaan.

49:55En zegt Jacob maak dat je wegkomt.

49:58Want je broer wil je doden als je vader gestorven is.

50:03Zo dicht leefde Isaac bij de eeuwigheid.

50:07Ik weet de dag van mijn dood niet.

50:09Maar hij heeft nog wel veertig jaar geleefd.

50:12Maar dat wist hij niet.

50:13Dat hij nog zo lang zou leven.

50:16Toen is Jacob dus gevlucht voor zijn broer Ezo.

50:19En dan overnacht hij op een nacht.

50:22Daar ergens in het veld.

50:24In de buurt van Luz.

50:25Van die plaats.

50:26Om daar de nacht door te brengen.

50:29En dan neemt hij een steen.

50:31Je moet hem dienen als een kussen.

50:34En dan gaat Jacob slapen.

50:36Hij valt in een diepe slaap.

50:39En hij droomt daar.

50:41Wat droomt hij?

50:42Daar ziet hij een ladder die van de hemel naar de aarde rijdt.

50:46En ziet hij de engelen van God op en neder klimmen.

50:50En bovenaan die ladder ziet hij de Heren staan.

50:55Die zelfs de God van Abraham en van Isaac aan hem openbaart.

51:00De trouwe God van het verbond.

51:03Want hij zegt, ik ben de Heer.

51:04En dat staat met vijf hoofdletters, de God van het verbond.

51:07Ik ben de Heer, de God van uw vader Abraham.

51:12En de God van Isaac en dit land.

51:15Waarop je nu ligt te slapen.

51:17Dat zal ik aan u geven.

51:20En aan uw zaad.

51:22En overal waar je heen gaat zal ik je behoeden.

51:26En als Jacob dan die morgen wakker wordt, dan kunt u het wel voorstellen.

51:30Dan is hij diep en heel diep onder de indruk van wat er gebeurd is.

51:35Dat de Heere, die grote machtige God aan hem verschenen is in die nacht.

51:41Hoe vreselijk is deze plaats.

51:44Het is niet anders dan een huis gods.

51:48Dit is de poort des hemels.

51:52En voordat hij verder gaat, neemt hij die steen, wat hij met zijn hoofd op heeft liggen slapen, zet hem overeind.

52:00Neemt zijn kruikje met olie, giet er olie overheen.

52:06En dan belooft hij de heren heel plechtig, heren, als ik in gezondheid weer terug mag komen, zal ik u op deze plaats, waar deze steen staat, zal ik u offers van dank

52:18brengen, daar zal ik u de tiende brengen.

52:21Dat weet een zou.

52:23Dat dat hier gebeurd is.

52:25In Bethel, die plaats waar hij nu naartoe zou gaan.

52:29Maar ook vader Abraham heeft hier ook rijke gedachten aan.

52:34Aan Bethel, want hij was gekomen uit Ur der Gadeeën naar het land waar de Heer hem wijzen zal.

52:40En hier op deze plaats, bij Bethel.

52:43Daar is Abraham de grens over gegaan.

52:47Hij heeft dus een tent opgezet.

52:50Hij heeft een altaar gebouwd om de heren te danken.

52:53Een dankoffer te brengen voor zijn bewaring en trouw aan hem geschonken.

52:58O, wat liggen hier in Bethel nog in dierbare herinneringen.

53:03Die grond hier in Bethel, je zou ze wel heilige grond kunnen noemen.

53:09Maar ach, hoe is het fijne goud verduisterd geworden.

53:14Ja, de geplaats.

53:16Wat de heren aan zijn eer mocht komen.

53:20Dat is heel anders geworden.

53:23Want de zuivere dienst van de heren.

53:26Is in Bethel veranderd.

53:28In een vormendienst.

53:29In een eigenwillige godsdienst.

53:32Er werd in Bethel al geofferd.

53:35Maar de heren werd er niet gediend.

53:38Naar uitwijzen van zijn heilig woord.

53:42De heer had in zijn wet gezegd.

53:45En vanmorgen ook met elkaar gelezen.

53:47Dat wij geen gesneden beeld van hem mogen maken.

53:52En als voor zo'n beeld niet mogen buigen en dat aanbidden.

53:55En dat gebeurt nu in het tegenwoordige Bethel.

54:00Daar staat zo'n heiligdom van Jeroboam.

54:03Met zo'n gouden kalver in.

54:06En dat moet dan een voorstelling zijn van God.

54:09Waartoe ze moeten bidden.

54:11En dat doen ze ook.

54:14Oh, als Elise daaraan denkt.

54:18Je moet je zeggen, wat is het fijne goud toch verduisterd.

54:21Want het is een en al vormendienst geworden.

54:24En zo wil de Heere helemaal niet gediend worden.

54:29Maar Jeroboam heeft een heiligdom laten bouwen daar in Bethel en in Dan.

54:33Waarom?

54:34Nou omdat het koninkrijk van David in tweeën gescheurd is.

54:38En een tweestamrijk en een tienstamrijk.

54:41En hij reageert daar wel over dat tienstamrijk.

54:45Het grootste koninkrijk.

54:47Maar in het tweestamrijk daar ligt Jeruzalem.

54:51En hij weet het.

54:53Daar gaan straks mijn volksgenoten naartoe.

54:57Naar het Tweestamrijk, naar Jeruzalem.

55:00Om daar deren te dienen.

55:03Om hem daar offers te brengen.

55:04En dat wilde hij niet.

55:06Hij wilde zijn eigen mensen, zijn eigen land houden.

55:10Wat heeft hij toen gedaan?

55:11Hij heeft een heiligdom gebouwd in Dan.

55:14En één in Bethel.

55:16En in het noorden.

55:17En in het zuiden van het land.

55:20Waar de mensen dan moesten komen.

55:22Om God te dienen.

55:23En hij zei tot de mensen.

55:24Het is precies hetzelfde.

55:27Of je nou naar Jeruzalem gaat.

55:29Of je gaat dan naar Bethel.

55:31Het enige verschil is.

55:33Het gemak dient de mens.

55:35Anders moet je soms heel ver reizen.

55:37Maar er is altijd wel een heiligdom.

55:39Zo ongeveer.

55:40In je omgeving.

55:44De plaats.

55:46Waar de Heer zich zo kennelijk geopenbaard had.

55:49Was een plaats geworden waar de heren verdriet werd aangedaan.

55:54Abraham heeft de heren in Bethel geofferd.

55:57Daar heeft Jacob de heren geofferd.

56:00Hij heeft zijn dankoffers gebracht.

56:02Het is een plaats waar de heerlijkheid en de heiligheid van de heren.

56:08Zo kennelijk en zo rijk ervaren werd.

56:12En na dat goddeloze tegenwoordige Bethel.

56:16Met dat heiligdom, met zo'n gouden kalvering, wat de Heere zo verboden heeft, is Elisa nu op weg.

56:24O, zie hem eens gaan, gemeente, die eerbiedwaardige gestalte.

56:29Zie hem eens gaan op weg naar Bethel, gekleed in die profetenmantel die van Elia is geweest.

56:39Weemoedige gedachten aan zo'n rijk verleden.

56:43En nu aan de goddeloosheid die er in Betel gevonden wordt.

56:47Dat houdt hem bezig.

56:49Dat vervult zijn hart.

56:52Geloof maar gerust.

56:54Dat het hem verdriet heeft aangedaan.

56:57Dat Betel een plaats eens zo gezegen door de heren ook.

57:02Zo ontzettend vervallen is.

57:06Eerst kwam hier God aan zijn eer.

57:09En nu wordt God daar van zijn eer beroofd.

57:13Maar hoe is het nou met u?

57:15Als u genade mag kennen.

57:18Als u met zegen op moet gaan onder de prediking van het woord.

57:23Hoe vaak zal het misschien ook voor hier niet een huis God geweest zijn.

57:29Dat de heren kennen tot u sprak.

57:31U mocht onderwijs krijgen onder de verkondiging van het woord.

57:36U mocht proeven en smaken dat de heren goed is.

57:39En hoe is het nou met uw gemeente?

57:42Is er nog steeds een bed al voor u?

57:46Mag u nog steeds met zegen kerken?

57:49Of is het fijne goud ook bij u verduisterd?

57:53En is het bij u ook alleen nog maar een vormendienst?

57:57Wat is dat erg.

58:00Ondanks alle goddeloosheid die er in bed al gevonden wordt.

58:04Is Elisa toch op weg naar bed al?

58:08Waarom?

58:10Omdat ook daar nog een overblijfsel na de verkiezing van Gods genade is overgebleven.

58:17Mensen die staande gebleven zijn.

58:19Tenmidden van alle verzoeking en verleiding die ook op hen afkwam.

58:24Ze hebben met die goddeloosheid, met die kalverdienst in Betel niet mee willen doen.

58:30Ook daar zijn gezinnen in Betelgemeente.

58:33Waar zoveel goddeloosheid is.

58:35Waar de heren gevreesd worden.

58:38En daar zijn ook studenten, dat zijn jonge mensen die naar de profetenschool gaan.

58:43Jonge mensen die de heren dienen en vrezen.

58:47Eliezer weet dat.

58:49Maar hij weet ook hoeveel vijandschap er op af kan komen.

58:55Want die vormendienst, die wil niet weten van de ware dienst van de heren.

59:01Daar komt zoveel op af.

59:03Nu staan we bij onze tweede gedachte stil bij een verschrikkelijke zonde.

59:09Ja, ik meen, het is een verschrikkelijke zonde.

59:12Die vijandschap die er in het hart van die jongens in Bethel gevonden wordt.

59:18Tegen Elisa, de diena van de Allerhoogste God.

59:23Als Elisa het stadje Bethel nadert hebben gelezen.

59:27Dan verlaat juist een groep jongeren.

59:31Jonge jongens staat er.

59:33Nou, het zullen naar de grondteksten ook ongeveer jongens geweest zijn van een jaar of tien, twaalf, dertien misschien.

59:40Veertien jaar.

59:41Je zou zeggen, en stel pubers.

59:44En wat zien zij tot een grote verbazing en tot een grote blijdschap.

59:48Daar komt de profeet Elisa aan.

59:52En als ze bij hem komen, dan stellen ze zich tegen hem op.

59:56Het zijn allemaal jongens.

59:58Maar als het over de goddeloosheid gaat, dan zijn ze volwassen.

1:00:02Hoor ze, de spot is uitbraken.

1:00:06Kaalkop, ga op.

1:00:08Kaalkop, ga op.

1:00:10Wat een vreselijke spot en hol moet Elisa ondervinden.

1:00:16Dit is geen kwa jongenstaal meer.

1:00:19Maar dit is een onzachtelijke vijandschap tegen Elisa.

1:00:23En tegen de God van Elisa.

1:00:26Die God die hij dient met al de liefde van zijn hart.

1:00:29Het is niet anders dan een helse vijandschap.

1:00:34Tegen de levende God.

1:00:37Elisa was kaal.

1:00:39Zo zal het wel geweest zijn.

1:00:41Maar de dodelijke angel ziet niet in het feit dat hij kaal is.

1:00:45Maar in die twee woordjes.

1:00:47Ga op.

1:00:49Want de inwoners van Bethel.

1:00:52Hebben gehoord.

1:00:54Dat Elia naar de hemel is gevaren.

1:00:58En toen ze dat hoorden hebben ze gedacht.

1:01:01Daar hebben we tenminste geen lachs meer van.

1:01:04Die waarschuwende stem van Elia hoeven wij niet meer te horen.

1:01:09Daar komen we makkelijk van af.

1:01:13Kwamen nou ook maar zo af van Elisa.

1:01:17En dan snerken die jongens die uit Bethel komen.

1:01:21Die pubers zeg maar.

1:01:23Die snerken Elisa toe.

1:01:25Met een hart vol vijandschap was je ook maar met Elia opgevaren naar de hemel.

1:01:31Dan waren we tenminste van jou af.

1:01:33Verdwijnen naar de hemel.

1:01:35Lelijke bemoeial die je bent.

1:01:38We moeten jou en jouw vermaning niet.

1:01:42Opgeschoten jongens.

1:01:44Vinden zich natuurlijk ontzettend stoer om zo te doen tegen één man alleen.

1:01:50Om die profeet zo te bespotten.

1:01:52Ze lachen.

1:01:54Ze hebben er een schik in.

1:01:56Om die profeet met zijn ouderwetse ideeën zo te bespotten.

1:02:01Ze spotten met Elisa.

1:02:04Maar in wezen spotten zij met de God van Elisa.

1:02:09En dat is heel erg gemeente.

1:02:12Heel erg.

1:02:14Als wij met de heren, met zijn volk, met zijn kinderen de spot drijven.

1:02:22Want de heer heeft ook zelf gezegd, wie mijn volk aanraakt, raakt mijn oogappel aan.

1:02:29God rekent de smaad die wij Gods kinderen toerekenen, toebrengen.

1:02:34God rekent het alsof dat het hem is aangedaan.

1:02:40Jongens en meisjes en ouderen.

1:02:42Steek nooit de spot met Gods kinderen.

1:02:48Gods kinderen die misschien wel dingen hebben waar ze niet in meedoen.

1:02:52En dingen waar ze jullie ook voor waarschuwen.

1:02:56Jongelui, scheld je ouders nooit uit.

1:02:59Voordat ze hopeloos ouderwets zijn.

1:03:03Dat ze met hun tijd niet mee kunnen.

1:03:06En dat je het daarom zo slecht hebt.

1:03:09Terg je ouders niet door lelijke opmerkingen te maken.

1:03:14En voor een voeten te gooien dat je nooit iets mag.

1:03:17Die mag het en die mag het en jij mag het niet.

1:03:20Waarom niet?

1:03:21Omdat die andere ouders, die zijn niet zo serieus.

1:03:25Maar je hebt met ouders misschien hopelijk te maken.

1:03:28Die de heren vrezen.

1:03:31Behandel jonge mensen, je ouders nooit vijandig.

1:03:35Steek nooit de draak met je ouders.

1:03:38Zeker niet als je godvrezende ouders mag hebben.

1:03:42Beledig hen niet.

1:03:45En behandel ze niet op een verschrikkelijke wijze.

1:03:49Met iemand spotten die dicht bij de Heer leeft.

1:03:55Dat is heel erg.

1:03:58Want dan spot je uiteindelijk met de Heer die in dat leven van die man of van die vrouw wederbarend is gaan werken.

1:04:04Door zijn woord en geest.

1:04:06Spot nooit met Gods kinderen.

1:04:09Steken de draak niet mee.

1:04:11Want het is een spotten op een rijntje van een evige afgrond als je daarmee bezig bent.

1:04:17Spotten met Gods kinderen.

1:04:20Dat is heel, heel erg.

1:04:24Vergeet nooit dat God niet met zich laat spotten, gemeente.

1:04:30En dat wat de mens zaait, dat hij dat ook zal maaien.

1:04:38Wat de mens zaait, dat zal hij inderdaad maaien.

1:04:42Want in die spottaal, die wij van die jongens horen, die jongens in Bethel.

1:04:48Horen we eigenlijk hun ouders spreken.

1:04:51Horen we eigenlijk hun ouders denken.

1:04:54Over Elia en nu ook over Elisa dus.

1:04:59Want in het bijzijn van hun kinderen, zo stel ik me voor, is het aan de keukentafel.

1:05:04Dat er gesproken wordt over Elisa, de dienst van Elisa en de God van Elisa.

1:05:11Zo ging het ook in die gezin in Bethel.

1:05:14Want daarin werd met minachtingen en spottende wijzen gesproken.

1:05:19Eerst over Elia en nu over Elisa.

1:05:23Want die spottaal die we uit de mond van die kinderen vernemen.

1:05:29Dat hebben ze zelf allemaal niet bedacht.

1:05:32Hier openbaart zich de vrucht van de opvoeding.

1:05:36Aan deze kinderen horen gemeende wat er thuis besproken wordt.

1:05:41We zeggen we kleine potjes hebben grote oren.

1:05:46Hun ouders hebben gespot met de heren.

1:05:51Met de God van Elia in ieder geval.

1:05:53En Elisa.

1:05:54En met Elia en Elisa.

1:05:57Ze spotten ermee ook dat Elia volgens hen levend naar de hemel is opgevaren.

1:06:07Maar ze hebben gezegd.

1:06:08En de kinderen waren erbij.

1:06:11Gelukkig.

1:06:11Daar heb ik geen last meer van.

1:06:13Niets meer van te duchten.

1:06:16Waren wij ook maar van Elisa af.

1:06:19Dan zou ons leven heel anders worden.

1:06:22Deze ouderen waren zo vijandig.

1:06:25Omdat ze de ware dienst van de heren omgeruild hebben.

1:06:29Voor een valse kalverendienst.

1:06:31Of misschien wel voor de baal.

1:06:33Want die werd ook in die dagen ineens al gediend.

1:06:37Daarom haten zij de heren.

1:06:40Daarom haten zij daar in Bethel godsgaarne getrouwe dienstknechten.

1:06:46Waar ook Elisa toe behoort.

1:06:49En die spottaal van die ouders.

1:06:54Dat namen die kinderen klakkeloos over.

1:06:58Wat een ontzettende aangrijpende les ligt daar ook voor ons in en voor onze kinderen.

1:07:07Ouders, het kan best zijn dat

1:07:12u zich niet altijd kunt vinden de prediking.

1:07:14U

1:07:16krijgt weer een nieuwe dominee.

1:07:18En ik hoop dat deze domein mag preken naar de zinnen en meningen van Gods geest.

1:07:22En dat u voor u altijd onderwijs mag hebben.

1:07:25Maar als het eens een keer wat minder is.

1:07:28Domen zijn ook niet altijd dezelfde.

1:07:31Maar laat het dan toch niet zo zijn.

1:07:34Dat als u thuis komt en zit met de kinderen en de koffie.

1:07:39Dat je dan eens zegt, nou er was vanmorgen weer helemaal niks aan.

1:07:44Dat je dat afkraakt.

1:07:47Predaking.

1:07:48De dominee, de kerkraad.

1:07:52In het bijzijn van uw kinderen.

1:07:54Doe het niet, zeker niet als die kinderen kritisch zijn.

1:07:57Als hun kinderen een leeftijd hebben dat ze overal tegen aanschoppen en tegen aantrappen.

1:08:03Je plukt je eigen vruchten, eerlijk waar.

1:08:07Zeg nooit, nou het was vanmorgen weer helemaal niets.

1:08:11Er wordt aan de keukentafel zoveel kwaad gesticht als het daarover gaat.

1:08:17Ik heb een gezin gekend.

1:08:19Die vrouw ging nog met een paar jongere kinderen naar de plaatselijke gemeenten.

1:08:25Maar die man kon het er niet vinden.

1:08:26Die ging een paar dorpen verderop.

1:08:28Een heel ander soort kerk.

1:08:31En als ze dan thuis kwamen, dan werd er wel gesproken.

1:08:34Ja, bij jullie is het niks en bij jullie is het niks.

1:08:38En weet u wat die oude kinderen toen zeiden, gemeenten?

1:08:42Als het daar niks is en het is daar niks.

1:08:45Dan is het nergens dat wij gaan.

1:08:47Nooit meer dat kerk eens gebeurt.

1:08:48Die kinderen zijn nooit meer naar de kerk gegaan en ouders plukten hun eigen vruchten.

1:08:53Want wie wind zaait, zal storm oosten.

1:08:58Houdt u dominee, houdt

1:09:01u ambtdragers nooit naar beneden.

1:09:04Weet u, de beste kritiek is zelfkritiek.

1:09:09En zelfkritiek, je komt er niet meer aan een ander toe.

1:09:13Je hebt meer dan genoeg aan jezelf.

1:09:18En houd er rekening mee.

1:09:21Dat God een jaloers God is op zijn eer.

1:09:25En dat hij zich niet ongestraft laat beledigen.

1:09:29Dat hij zijn kinderen niet ongestraft op hun hart laat trappen.

1:09:33Hij zal het u aanrekenen.

1:09:36Vast en zeker.

1:09:38God laat niet met zich spotten.

1:09:41Zo komen we bij onze derde gedachte.

1:09:44Een ontzettende straf.

1:09:51Het blijkt.

1:09:53Dat die jongens met Elisa gespot hebben, maar dat ze achter hem zijn komen lopen.

1:09:58Dan kunnen ze hem heerlijk uitjouwen natuurlijk, die man die voor hen uitgaat.

1:10:03Maar plotseling staat er, keert Elisa zich om.

1:10:08Is hij nou boos?

1:10:10Dat hij zo ontzettend op zijn hart getrapt wordt door die jongens.

1:10:14Dat die jongens hem zo door het slijk halen.

1:10:17Dat ze hem zo beledigen.

1:10:20Nee, Elisa is helemaal niet boos.

1:10:25Wat hij wel is.

1:10:26Hij is heilig vertorend.

1:10:30Omdat die jongens met de heren.

1:10:33En omdat die jongens met de hemelvaart van de lia de spot drijven.

1:10:39En dan staat er en hij vloekte ze.

1:10:41En hij zag ze en hij vloekte ze.

1:10:43In de naam des heren.

1:10:47Vreselijk is het wat deze jongens gemeenten.

1:10:50Wat deze jongens doen.

1:10:52Vreselijk het is wat deze jongens durven uitkramen.

1:10:57Maar nog veel erger is het.

1:10:59Wat die jongens nu moeten beluisteren.

1:11:03Nu zullen horen uit de mond van Elisa.

1:11:06Omdat ze God getergd hebben.

1:11:09Want al dat spotten van hen.

1:11:11Dat is niet anders dan een dolkstoot steken in het hart van God.

1:11:15Daar zijn ze mee bezig.

1:11:18En gemeente een mens zondigt nooit goedkoop.

1:11:22Ook deze jongens niet.

1:11:24Dan moeten ze wel nemen uit de mond van Elisa.

1:11:26En ik zeg u.

1:11:28Jongens van Bethel.

1:11:29Vervloekt zijn jullie.

1:11:31Omdat je de spot hebt gestoken met de heren.

1:11:34Omdat je zijn heilige naam hebt doorstoken.

1:11:38God duldt niet.

1:11:40Dat jullie zijn naam.

1:11:42Dat jullie zijn eer door het slijk halen.

1:11:44Hij laat niet met zich spotten.

1:11:49Kijk eens wat er gebeurt.

1:11:51Jongens lopen op de weg.

1:11:54Weerskanten en bomen.

1:11:56Weerkant in een bos, een woud.

1:11:58En eens beginnen de takken te buigen en te kraken.

1:12:04En er komen twee beren tevoorschijn.

1:12:09Normaal houden die beren zich op in het bos en komen ze er niet uit.

1:12:12Want ze hebben hun eigen gebied, hun eigen territorium.

1:12:16En daarom komen ze ook niet in contact met mensen.

1:12:20Alleen als ze heel veel honger hebben, dan komen ze wel in de buurt van mensen.

1:12:27Ontzettend is het wat hier gebeurt.

1:12:29Want die beren vallen er niet ontziende woede.

1:12:33Die spotten de jongens aan.

1:12:36En in paniek, dat kunt u wel voorstellen, vliegen ze alle kanten op.

1:12:40Om aan die beren te ontkomen zijn we niet bang om Elia te beledigen.

1:12:45We zijn doodsbenauwd voor die beren.

1:12:50Staan doodsangsten uit.

1:12:52Maar de een na de ander waar ze ook heen vluchten, de een na de ander wordt door een beer gegrepen.

1:12:58En tegen die geweldige spierkracht van die beren en die geweldige klauwen van die beer kunnen zij niets beginnen.

1:13:05Menselijke kracht valt hier in het niet bij die sterke beren.

1:13:09In een korte tijd worden 42 jongens door die beren verscheurd.

1:13:15Er ligt een ontzielde lichaam in een bloed op de weg.

1:13:21Het meeste huiveringwekkende is dit wel gemeente.

1:13:25Dat dit niet maar een ongeluk is wat hier gebeurt.

1:13:30Maar dat het een oordeel van de heren is wat hier gebeurt.

1:13:34Want het verscheuren van die jongens.

1:13:36Want die jongens worden wel verscheurd door die beren.

1:13:41Maar die jongens worden niet opgegeten door die beren.

1:13:45Die beren waren niet uit het bos gekomen omdat ze voedselgebrek hadden.

1:13:49En om zich op de ene wijze moesten...

1:13:52Moest aan eten zien te komen en niets ervan.

1:13:56Deze beren naar de bos gekomen rond.

1:13:58Omdat de Heere hen gestuurd heeft.

1:14:02Om deze jongens te grijpen.

1:14:05Vreselijk is het voor die spotters.

1:14:08Om zo als spottend zo de evigheid in te gaan.

1:14:12Om zo voor God te moeten verschijnen.

1:14:16Rekenschap af te leggen van hun goddeloze daden.

1:14:19Met God en met zijn dienstknechten zo te spotten.

1:14:24Misschien vraagt u zich af,

1:14:26is dat toch niet haltebaar?

1:14:29Is dat niet halte streng van de heren?

1:14:32Om 42 jongens zo te laten sterven.

1:14:37Gemeente, wij zijn altijd op zoek naar excuses.

1:14:41Dat de feiten maar wat afgezwakt worden.

1:14:45Nee gemeente, het is niet te erg.

1:14:49Wat de heren doen, het is vreselijk wat die jongens hebben gedaan.

1:14:54Zo met God en met zijn dienst.

1:14:57Met zijn knechten zo spotten.

1:15:01Opgeschoten jongens nog wel.

1:15:03Je zou denken misschien dat het te zwaar is.

1:15:06Hou te rekenen in mijn gemeente.

1:15:08God laat nooit, nooit ongetraft.

1:15:14Het zich spotten door u niet.

1:15:17Door jou niet.

1:15:19En door mij niet.

1:15:21Hoe jong die jongens ook waren.

1:15:27Zoveel bittere vijandschap was er in hun hart.

1:15:30Dat de heren het hen toerekend.

1:15:33Omdat ze de profeet zo beledigd hebben.

1:15:37Gespot hebben met de hemelvaart van Alia.

1:15:40En daarom ook met hem hebben gespot.

1:15:42De jongens waren geen kleine jongens meer.

1:15:45Van de eerste of de tweede groep van de basisschool.

1:15:49Nee.

1:15:50Het waren jongens die aan het einde van de basisschool zaten.

1:15:53Misschien al wat voortgezet onderwijs van de achterdag.

1:15:56Een jaar of 10, 12, 13, 14 jaar.

1:16:00Ze wisten dus heel goed wat ze...

1:16:02Kijk, een klein kind kun je niet altijd kwalijk nemen.

1:16:05Maar deze jongens wisten heel goed wat ze deden.

1:16:09Ze wisten heel goed dat zij de heren beledigden.

1:16:13En dat ze Elisa op het hart hebben getrapt.

1:16:17En vergeet niet, de heer laat het nooit ongestraft.

1:16:21De heer straft ons hier in de tijd.

1:16:24Dan is er misschien nog een mogelijkheid van bekering.

1:16:27Of hij rekent het ontzoek voor het eerst in de eeuwigheid.

1:16:31Dan is het voor eeuwig te laat.

1:16:3442 jongens liggen er dood op de weg.

1:16:38Liggen daar in eigen bloed.

1:16:40Dat kunt u wel begrijpen, gemeente.

1:16:42Dan is er in bed al rouw en droefheid.

1:16:44In de gezinnen.

1:16:46Waar een kind uit het leven is weggenomen.

1:16:50Klinkt dan ook een onbeschrijfelijk geklagend geween in de straat, in de huis, in Bethel.

1:16:57Er heert diep rouw en droefheid.

1:17:01In menige woning, als er zo'n gedood kind door een beer opengescheurd in huis wordt gebracht.

1:17:11Een

1:17:12jongen.

1:17:14Maar het

1:17:16was de eigen schuld van die ouders.

1:17:19Want

1:17:20ze hebben eigenlijk de kinderen opgejut en opgestoot.

1:17:24Door altijd maar zo minachtig over de heren, over zijn diensten, over zijn knechten, de profeten te spreken.

1:17:30Ze hebben het aan zichzelf te danken.

1:17:32Ze plukken hun eigen vruchten.

1:17:34Want nogmaals, die vijandschap die er gevonden werd in het hart van de kinderen tot Elisa.

1:17:39En zijn vijandschap, die hadden hun kinderen zelf met de paplepel ingegoten.

1:17:44Ze hebben in het bijzijn van hun kinderen zo vaak kwaad gesproken over Elisa.

1:17:49En die vijandschap waarom hun kinderen gedood werden.

1:17:53Hebben ze dus aan zichzelf te danken.

1:17:56Het was geen baldadigheid van die jongens.

1:17:59Die ze uitscholden.

1:18:01Ze wisten heel goed wat ze deden.

1:18:03Ze deden het opzettelijk en heel bewust.

1:18:08Maar er zijn in Bethel gelukkig ook nog gezinnen.

1:18:12Waar de heren gevreesd worden.

1:18:15Ouders zijn die hun kinderen voorgaan en voorleven in de vrezen des heren.

1:18:21Er staat dus in Bethel ook een profeetenschool.

1:18:26Een school in die vreselijke plaats.

1:18:30Waar de vreze des Heren gevonden wordt onder de studenten die daar studeren.

1:18:34Eerst onder leiding van Elia en nu onder leiding van Elisa.

1:18:40Ook daar is dus nog een overblijfsel naar de verkiezing van Gods genade.

1:18:45Hoe is het nou met ons gemeente?

1:18:50Zijn wij ouders die geen commentaar spuien?

1:18:54Als we uit de kerk komen en

1:18:57zeggen...

1:18:58Het was weer helemaal niks.

1:19:00Wordt dat gelukkig onder ons hoop ik niet gevonden.

1:19:03Weet u wat ik zo graag zou willen?

1:19:06Ik praat niet voor mezelf voor.

1:19:08Dat u met achting zou spreken over de dienaren van het woord.

1:19:13Die u het woord gods, het woord der zaligheid verkondigen.

1:19:17Elke zondag weer opnieuw.

1:19:20En dat als je thuis komt.

1:19:24Misschien onder het genot van een kopje koffie.

1:19:27Dat u je kinderen mag zeggen.

1:19:29Dat is

1:19:31vanmorgen zo aangenaam voor me.

1:19:36De Heere is zo naar mijn hart gesproken.

1:19:39Ik heb zoveel onderwijs vanmorgen van de Heere mogen ontvangen.

1:19:44Wat is het groot gemeente als je zo'n getuigenis mag geven wie de Heere door genade voor u is.

1:19:51Weet u, dat kan goed zijn dat uw kinderen er stil onder zijn.

1:19:57Dat uw kinderen er verwonderd over zijn.

1:20:00Misschien niet altijd gedacht, want de kinderen zijn ook maar gewone kinderen.

1:20:06Dat ze er bewogen onder zijn.

1:20:10En wat is er dan groot?

1:20:12Als je zo'n getuigenis mag geven en dan niet één keer...

1:20:15maar je levert je kinderen voor wat het is leren te dienen, te vrezen.

1:20:20Als je mag merken dat je kinderen met vragen komen.

1:20:24Vader, moeder, hoe zit dit?

1:20:26Hoe zit dat?

1:20:27En hoe moet ik dit zien?

1:20:29Hoe zit dat?

1:20:30Je kinderen met vragen komen.

1:20:33En als je mag merken, mijn kind kan met de wereld niet meer mee.

1:20:37Ik kan met alle begeerlijkheid niet meer mee.

1:20:41En je mag merken, mijn kind wordt ook in het hart geraakt onder de prediking van het woord.

1:20:47En dan zit je stil in de kerk.

1:20:50En dan kijk je naar je kind dat naast je zit.

1:20:53En dan zie je hoe aandachtig dat kind luistert.

1:21:00Dat het de woorden des levens als het ware indringt.

1:21:05Gemeente, wat is het groot als dat zo mag zijn.

1:21:07Als je niet meer commentaar komt naar de preek.

1:21:09En de hele zaak thuis helemaal afbreekt.

1:21:12Want dat gebeurt natuurlijk.

1:21:14Maar als je juist een goed getuigenis mag geven.

1:21:17Wie de heren door genade voor u is.

1:21:20En als je mag zeggen, kinderen.

1:21:23Als het voor mij kon, zo groot de zon daar als ik geweest ben.

1:21:27Dan kan het ook voor jullie.

1:21:30Wat is het groot, gemeente, als je mag zien.

1:21:33Dat de heren werken hier nageslacht.

1:21:36Dat er zo'n meerder zijn die de heren mogen vrezen.

1:21:40Een leven aan zo'n godelijk bevel.

1:21:43Wat mag je daarover verblijden?

1:21:46Als je merkt mijn kind is geen vreemdeling meer van het leven der genade.

1:21:51Daar heeft de heren naar omgezien.

1:21:54Je mag een kind op een eenvoudige wijze wel eens vertellen.

1:21:59Wat hij aan de preek mag hebben.

1:22:02Wat het gedaan heeft in het hart.

1:22:05En daar ben je er verwonderd over.

1:22:08En zeggen, heer, wat een woord.

1:22:10Dat u niet alleen met mij begonnen bent.

1:22:13Maar zoals u het mag zien, bent u nu ook met mijn kind bezig.

1:22:17Heren, zou u willen doortrekken.

1:22:21En uw genade kennelijk willen verheerlijken in het leven van mijn kind.

1:22:26Zodat het ook mag getuigen van uw opzoek en de liefde en trouw in het leven.

1:22:33Als je dat leven mag kennen met de herengemeente, moet je er ook maar niet raar van opzien.

1:22:38Waar de andere kant ook vijandschap op afkomt.

1:22:41Waarom?

1:22:43Omdat de duivel niet graag wil dat hij een van de zijne kwijnd raakt.

1:22:47Hij heeft er niet één over voor de heer Jezus.

1:22:51Daarom komt hij met zijn vijandschap.

1:22:54En de heer Jezus heeft dat ook gezegd.

1:22:56Hij heeft gezegd, een dienstknecht is niet meer dan zijn heer.

1:23:00Hij heeft gezegd, ze hebben mij gehaat.

1:23:04Ze zullen ook u haat.

1:23:07Wat hebben ze de zoon van God niet gehaat, gemeente?

1:23:11Wat heeft hij niet de vijandschap ondervonden?

1:23:14Ze hebben toch oud geroepen, weg met hem, kruis hem, kruis hem.

1:23:19Toen hij aan het kruis hing.

1:23:22Toen hebben ze gespot en gezegd.

1:23:26Vreselijk, vreselijk.

1:23:28Spotten met de heren, met zijn kinderen.

1:23:32En nu ook even spotten met de zoon van God.

1:23:36Staan ze aan het kruis te brallen en te lallen.

1:23:40Als je nou de zoon van God bent, kom af van het kruis en we zullen u geloven.

1:23:46Als de Heer Jezus dan uitroept, elemi, elemi, lama sabachtani.

1:23:51Dan zeggen die spotters tot elkaar.

1:23:54Laten we nou eens zien of Elia komt om hem te verlossen.

1:23:58Dat is dan die vreselijke gemeente.

1:24:01Wat een spottaal.

1:24:04Maar de Heer die heeft gezwegen toen hij zo vals beschuldigd werd.

1:24:10Maar hij zal niet blijven zwijgen.

1:24:15Want

1:24:16eens zal hij.

1:24:19Die hier onze rechter wilde zijn.

1:24:21Onze redder wilde zijn.

1:24:24Straks onze rechter zijn.

1:24:27En dan zal hij vragen.

1:24:28Wat heb je met mijn woord gedaan?

1:24:30Wat heb je met de prediking van mijn woord gedaan?

1:24:34Hoe heb je de kinderen die ik heb toevertrouwd opgevoed?

1:24:38Heb je ze opgevoed voor mij?

1:24:40Voor mijn dienst?

1:24:42We hebben ze alleen maar opgevoed voor de wereld.

1:24:46Dan moet u verantwoording afleggen gemeente.

1:24:49En wat is het groot als u mag zeggen heren.

1:24:53Het is dat u namen omgezien hebt.

1:24:56Ander was het met mij even verkeerd afgelopen.

1:24:59Maar ik mag u eerlijk zeggen heren.

1:25:02Ik

1:25:03heb zeer geijverd voor uw namen zak.

1:25:06En ik mag het weten.

1:25:08Dat er ook in mijn nageslacht zijn.

1:25:11Uw eeuwig mogen bedoelen.

1:25:14Eeuwig leven tot uw eer.

1:25:17Dat is het groot gemeente als je dat mag vertellen.

1:25:21Heer het is uw werk alleen.

1:25:24Waardoor u behouden mocht worden.

1:25:26Heer laat ons verkondigen.

1:25:28Het heil dat nooit vergaten blijft tot in de eeuwigheid.

1:25:31Is het een wonder gemeente dat je zondag nog onder dat woord mag verkeren.

1:25:36Altijd weer opnieuw.

1:25:38Onze laatste gedachte.

1:25:40Ik heb er eigenlijk al heel wat van gezegd.

1:25:42Dus ik houd het maar heel kort nu.

1:25:44Een ernstige waarschuwing.

1:25:46En dan zeg ik dat onze jongens en meisjes vanmorgen in de kerk.

1:25:49Ik ben ontzettend blij dat jullie er vanmorgen ook allemaal zijn.

1:25:54Maar spreek altijd met eerbied.

1:25:57En spreek altijd met achting.

1:26:00Over de heren.

1:26:02Zijn dienst.

1:26:04En over zijn gaarne getrouwe dienstknechten.

1:26:07Spreek met achting over Gods kinderen.

1:26:11Ook als zij dingen hebben waar zij niet in mee kunnen.

1:26:15Jij het wel doet.

1:26:16En zij je misschien wel moeten bestraffen.

1:26:20Zij kunnen het niet meer.

1:26:22Omdat in hen iets van het leven der heiligmaking gevonden wordt.

1:26:26We spotten nooit met Gods kinderen.

1:26:31Als er misschien een andere weg gaat dan jij gaat.

1:26:34Maar weet dan, dit is het werk van de Heer.

1:26:38Dat is zijn alvermogen.

1:26:41Jongelui wat is het groot.

1:26:43Als je onder de prediking van het woord mag zitten.

1:26:46Als je aandachtig mag luisteren.

1:26:49Naar wat er gepredikt wordt.

1:26:52En tegelijkertijd de beden van je hart mag zijn heren.

1:26:56Zegen dat woord ook aan mijn hart.

1:26:59Dat ik u mag leren kennen heren.

1:27:02Als mijn persoonlijke borg en zaligmaker.

1:27:06Het zou zo groot zijn als.

1:27:08Als ook jij iets van het leven der genade mag kennen.

1:27:13En dat bij jou mag zijn zoals we gezongen hebben voor de dienst.

1:27:17Wie heeft lust de heren te vrezen.

1:27:21Dat het jouw gebed mag zijn, jouw psalm mag zijn.

1:27:23Wie heeft lust de heren te vrezen.

1:27:25Het allerhoogste en evengoed.

1:27:27God zal zelfs een lijstman wezen en leren.

1:27:31Want goed dat nimmer meer vergaat zal u ongestoord verwerven.

1:27:37En zo God geelig zat zal het gezegend aardrijk erven.

1:27:41Is dat geen rijke belofte?

1:27:44En omdat de Heer het beloofd heeft, jonge mensen, wil de Heer het ook geven.

1:27:50Hij kan het je schenken, maar hij wil er wel door jou omgevraagd om gebeden zijn.

1:27:58Ouders, u heeft vanmorgen gehoord hoe erg het is als u allerlei zaken aan de keukentafel bespreekt met uw kinderen.

1:28:07Dit deugt niet in de kerk en dat moet anders in de kerk.

1:28:10En zus en zoon, ik zeg u, je plukt je eigen vrucht en doe het niet.

1:28:16Want het zal het groot zijn als u straks thuis mag komen.

1:28:21En u mag met uw kinderen spreken over dat wat gekend moet worden.

1:28:26Hopelijk dat u er ook wat van mee mocht nemen vanmorgen naar uw huis.

1:28:30Dat u met uw kinderen over mag spreken hoe de heren erin gediend en

1:28:35gevreesd worden.

1:28:37Want als u het niet voorleeft en niet voorhoudt.

1:28:40Hoe zullen uw kinderen het dan moeten weten?

1:28:43Hoe groot is het als u het uit mag dragen.

1:28:46Het woord beslag mag leggen op uw kinderen.

1:28:49En ook zij het eigendom van Christus mogen worden voor tijd en eeuwigheid beide.

1:28:54Amen.

1:28:57Zingen met elkaar.

1:28:59Absalom 119 vers 68.

1:29:02119 vers 68.

1:29:04Uw aangezicht vertoon aan uw knecht een vriendelijk oog.

1:29:08Een troostrijk liefdeteken.

1:29:11Absalom 119 vers 68.

1:29:13We

1:29:14[GEZANG]

1:31:58zullen met de kouderen danken.

1:32:01Heer, het is dan de morgen van deze dag en het einde van deze dienst ook.

1:32:06Dat we met elkaar naderen tot voor uw aangezicht.

1:32:10Dan danken wij u voor het onderwijs wat u ons wilde geven, ook vanmorgen.

1:32:15Vragen we aan u, wilt u het zegen aan onze harten.

1:32:18Geef we eerder dat we niet de zaak zelf afbreken.

1:32:22Dat is niet zo moeilijk.

1:32:24Maar dat we u den heren mogen nodig hebben.

1:32:29Alle vrijmoedigheid mogen spreken over uw naam en over uw zaak.

1:32:33Over wie u voor ons wilt zijn.

1:32:37En als we ook van kunnen getuigen wie u voor ons geweest bent.

1:32:42Dat u naar ons hebt omgezien.

1:32:44En zo te liefde mogen spreken.

1:32:48Dan zou het groot zijn als de kinderharten, de harten van onze kinderen er door geraakt mogen worden.

1:32:54Als ons getuigen is.

1:32:56Dat u gezegend wordt aan de harten van de kinderen.

1:33:00Zodat ze u mogen leren kennen voor eigen hart en leven.

1:33:04Dat ze niet kwalijk spreken over uw dienst.

1:33:07Hoe jong de kinderen ook zijn, het reeds voor hen een liefdedienst mag zijn.

1:33:12Waar uw volk zoveel mag zeggen, het heeft mij nog nooit verdroot.

1:33:17Schenk dat uit genade, heren, alleen.

1:33:20En zo met een ieder van ons.

1:33:22Wat is het goed om in uw huis te zijn.

1:33:24Mocht het vanmorgen hier ook een huis gods zijn geweest en werd al.

1:33:29Heren, doe dat ook voor het aanstaande echtpaar.

1:33:33Als de huwelijksbevestigingen zo plaatsvinden.

1:33:35Zijn met elkaar samenkomen in Gods huis.

1:33:39Om het zegen over hun verbindenis af te smeten.

1:33:42Dus u geeft altijd dank voor hem.

1:33:44Een huis Gods mag zijn.

1:33:46Zo kennelijk mogen ervaren wie u voor hem bent.

1:33:50Als het huwelijksleven met u beginnen ook.

1:33:54De eerste stap in het huwelijksleven zetten.

1:33:56Naar uw huis.

1:33:57Wij vragen van u.

1:33:59Wilt u hen in alle wegen bewaren en sparen?

1:34:02Wilt u met hen zijn?

1:34:05God van nabij en niet van verre.

1:34:07En zo geef wat nodig is.

1:34:09Geef hen met allen die in lief en dierbaar zijn.

1:34:11Een goede en gezegende dag.

1:34:13Laat het zijn dat alles mag uitlopen.

1:34:17Op de eer en de verheerlijking van uw grote naam.

1:34:24Wees met ons als een huisgaan.

1:34:25Leef ons veilig thuis.

1:34:27Lees ons in het verdere van deze dag nabij.

1:34:30Hoe de gemeente met lust en liefde opgaat.

1:34:33Voor de tweede keer op deze dag ook weer straks.

1:34:36Om onder uw woorden te mogen verkeren.

1:34:38Over u te mogen horen heren.

1:34:41De bron van leven en zaligheid.

1:34:43We vragen het u om.

1:34:44Jezus wil.

1:34:45Amen.

1:34:47We zingen tenslotte met elkaar uit.

1:34:50Psalm 103 dan van het negende vers.

1:34:52103 vers 9.

1:34:53Maar zeer de gunst zal over die hem vrezen.

1:34:56In evigheid.

1:34:58Altoos.

1:35:00Dezelfde wezen.

1:35:01103 vers 9.

1:35:02[GEZANG]

1:37:57[GEZANG]

1:38:13[GEZANG]