0:00[GEZANG]
11:52Onze hulp en onze verwachting.
11:55Zij in de naam des Heren.
11:58Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
12:03Die trouwe houdt en eeuwig leeft.
12:06En die nooit laat varen de werken.
12:10Zij naar handen.
12:12Amen.
12:14Genade, warmhartigheid en vrede.
12:18Zij u van God den Vader.
12:22Door Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
12:30Amen.
12:33Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit de Tien Geboden des Heren.
12:38En daarvan nadert het eerste, het vierde vers.
12:41De Tien Geboden.
12:43Mijn ziel herdenkt met heilig beven hoe God met majesteit bekleed zijn wet op Horeb heeft gegeven.
12:52Waar hij deze woorden horen deed.
12:54En ook het vierde vers van de tien geboden des heren.
12:57We
12:58[GEZANG]
16:13openen een godsheilig en dierbaar woord in het oude testament.
16:17In het boek der psalmen daarvan na de psalm 74.
16:22Noem u als onze schriftlezing psalm 74.
16:26Door vooraf toen wij beleiden is van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
16:31Met de woorden van de twaalf artikelen.
16:35Ik geloof in God.
16:51[GEZANG]
17:07Ten derde dagen, wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
17:19Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
17:26Ik geloof in den heiligen geest.
17:29Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.
17:36De gemeenschap der heiligen.
17:39Vergeving der zonden.
17:41Wederopstanding des vleesjes.
17:44En een eeuwig leven.
17:47Ik noem u als onze schriftlezing Psalm 74.
17:51Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
17:55Een onderwijzing voor Azaf.
17:57O God, waarom verstoot gij in eeuwigheid?
18:02Waarom zou uw toren roken tegen de schapen uw weide?
18:07Gedenk aan uw vergadering, die gij van ouds verworven hebt.
18:12De roede uw erfenis, die gij verlost hebt.
18:16Den berg Sion, waarop gij gewoond hebt.
18:19Hef uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen.
18:23De vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.
18:28Uw wederpartijders hebben in het midden van uw vergaderplaatsen gebrult.
18:32Zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.
18:36En ieder werd er bekend als een die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtheid van een geboomte.
18:44Al zo hebben zij nu terzelfde graveerselen tezamen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.
18:54Zij hebben uw heiligdommen in het vuur gezet.
18:56Ter aarde toe hebben zij de woning uw naams ontheidigd.
19:02Zij hebben in hun hart gezegd, laat ons de samen uitlunderen.
19:06Zij hebben al Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.
19:11Wij zien onze tekenen niet.
19:14Er is geen profeet meer, nog iemand bij ons die weet hoe lang.
19:19Hoe lang, o God, zal de wetenpartij er snaden?
19:23Zal de vijand uw naam in eeuwigheid lasteren.
19:28Waarom trekt gij uw hand, ja uw rechterhand af?
19:32Trekt ze uit het midden van uw boezem, maak een einde.
19:36Evenwel is God mijn koning van oudsaf.
19:40Die verlossingen werkt in het midden der aarde.
19:44Gij hebt door uw sterkte de zee gespleten.
19:48Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken.
19:52Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd.
19:56Gij hebt hem tot spijzen gegeven aan het volk in dorre plaatsen.
20:01Gij hebt een fontein en beek gekliefd.
20:04Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.
20:08De dag is uwe, ook is de nacht uwe.
20:12Gij hebt het licht en de zon bereid.
20:14Gij hebt al de palen der aarde gesteld.
20:18Zomer en winter, die hebt gij geformeerd.
20:22Gedenk hieraan, de vijand heeft een herige smaad en een dwaas volk heeft uw naam gelasterd.
20:30Geef aan het wildgedierte, de ziel uw tortel duift niet over, vergeet en hoop uw ellendige niet in eeuwigheid.
20:40Aanschouw het verbond, want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.
20:48Laat een verdrukte niet beschaamd wederkeren.
20:52Laat de ellendige en noodruftige uw naam prijzen.
20:55Sta op, o God, twee stuurt, twee zaak.
20:59Gedenk de smaadheid die u van de dwazen wedervaart de ganse dag.
21:05Vergeet niet het geroep uw wederpartijders.
21:08Het getier dergenen die tegen u opstaan, klimt geduriglijk op.
21:14Tot zover schriftlezing.
21:16Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
21:22Almachtige, eeuwige God, het is aan de avond van deze dag dat u ons opnieuw samenroept en samenbrengt.
21:29Of samenverbindt ook, als we niet meer in de gelegenheid zijn.
21:34Vanwege lichamelijke omstandigheden, ouderdomsklachten, ziekten of andere noten en zorgen om op te komen naar uw huis.
21:44U komt zo nog tot ons in het gewaad van uw woord.
21:48Weer opnieuw.
21:50U toont erin uw langmoedigheid.
21:52U komt tot ons in uw genatige voorzienigheid.
21:57Het is ook uw bijzondere bemoeienis die u met een ieder onze wilt hebben.
22:02Door tot ons te komen in het gewaad van uw woord.
22:06En dat het onderscheid van zoveelen die nog nimmer van uw getuigenis gehoord hebben.
22:12En ook in het onderscheid met zoveelen die niets meer van uw getuigenis willen weten.
22:19U geeft ons de gelegenheid en de genegenheid om samen te komen.
22:24Schenk dan, Heren, als u ons gesteld hebt in de middelijke weg die u zelf geboden, ingesteld en ook zo menigmaal met uw zegen bezocht hebt.
22:36Wil ook in dit avonduur ons dan bezoeken met uw heil, met uw onderwijzingen, met uw vermaningen en vertroostingen, nadat een ieder van ons van nodig heeft.
22:48Wil zo uw handen ontfermend en zegenend over ons uitbreiden.
22:53U bent de tocht die spreekt en het is er.
22:56Uw gebied en het staat er.
22:58U hebt een armend macht.
23:00En u bent groot van vermogen.
23:03En als we ons dan gesteld hebben in de door u geboden weg.
23:07Op uw dag.
23:09Onder het geklank van uw woord.
23:11En de beleidende kerk.
23:13Wil dan.
23:15Die werking van uw heilige geest ons niet onthouden.
23:18Die Heere is en levend maakt.
23:21Die het verdorven hart vernieuwt.
23:23Die onze gangen en treden vastmaakt.
23:26In uw goddelijke en onfeilbare getuigenis.
23:29Zie zo nog op ons neder zoals we hier samen zijn.
23:33Of met deze plaats verbonden zijn.
23:35Schenkt u nog een onderscheiden zegen.
23:38Het zij tot ontdekking.
23:40Het zij tot aansporing.
23:42Of tot vertroosting en beboediging.
23:45Nadat een ieder van ons van nodig heeft.
23:48Wil dat doen op deze plaats.
23:50Maar geef dat ook overal.
23:53Waar uw woord gepredigd wordt.
23:55Waar uw naam wordt aangebeden.
23:58Waar de schriften geopend worden.
24:00Wil dat ook doen buiten onze grenzen.
24:03Ook daar waar evangelisatie.
24:06Waar zendingsarbeid bedreven wordt.
24:09Waar diakonale werkzaamheden plaatsvinden.
24:12Heere, veel in al die omstandigheden.
24:15U hulp uw bijstand genaar te betonen.
24:18En uw woord ook tot zegen stellen.
24:20En al diegenen die gij uit hebt doen gaan.
24:24Met uw kracht en sterkte bekleden.
24:27Opdat ze dienstbaar mogen zijn.
24:30Aan de verkondiging van uw woord.
24:32Aan dienst betonen aan de naaste.
24:35En aan uitbreiding van uw koninkrijk.
24:38Gedenk zo uw kerk qua vervolging.
24:40Waar verdrukking is.
24:42Waar de vorst der duisternis rondgaat.
24:45Als een briezende leeuw.
24:46Zoekende wie hij zou kunnen verslinden.
24:49Waar doodsbedreigingen geuit worden.
24:52Of kerken in brand gestoken.
24:54Of kampen en gevangenissen.
24:56Bewoond worden door beleiders van uw naam.
25:00Ontferm u nog.
25:01Naar uw barmhartigheden.
25:03En wil u ze staande houden.
25:05In de hitte van de verdrukking.
25:08Gedenkt u ook uw bondsvolk Israël.
25:10De beminden naar uw verkiezing om der vader en wil.
25:15De draagster van uw belofte.
25:17Die uit Abraham gesproken zijn.
25:20Waar u zoveel uw gunst, uw goedheid aan hebt doen genieten.
25:26Uw bijstand hebt geschonken door al de eeuwen heen.
25:29Maar ook in deze tijd.
25:31Waar de positie steeds benauwderd wordt.
25:34De vijandschap meer en meer toeneemt vanuit het geheel van de wereld.
25:39Maar ook uit het midden van ons land en volk.
25:42Och, heren, wil u zich herdenken.
25:44Uw bijstand, uw hulp niet onthouden.
25:46En bezoeken met tijdelijke, maar ook met geestelijke zegelingen.
25:51Uw naam tot eer ontferm u zo.
25:54Ook over deze ganse wereld, buiten het paradijs.
25:58Om onze zonde wil, onder de vloek.
26:02En niet te min, toont u onderhoudende trouw en zorg.
26:06Al bezoekt u ook.
26:09De aarde met uw plagen, met uw slagen.
26:13Oorlogen, de geruchten van oorlogen.
26:15Al die dingen moeten geschieden.
26:18Nog is het einde niet.
26:20U bent de tocht die de oorlogen kunt doen ophouden.
26:23Die de spies in tweeën kan slaan en de wagenen met vuur kan verbranden.
26:29Gedenk toch in uw getrouwe ontferming.
26:31O, aan die gebieden waar strijd, waar verdrukking, waar oorlog plaatsvindt.
26:38Ontferm u nog naar uw barmhartigheden.
26:41U wilt ook zijn met ons land, met ons volk.
26:44Met de regering die over ons gesteld is.
26:47Die zo ver afwijkt van uw woorden en inzettingen.
26:51Die bewust uw naam, uw dienst bestrijdt.
26:56Logend.
26:56U werd niet eerder.
26:58U hebt ook gegeven een overheid.
27:03Die we ook verdiend hebben.
27:05Door ons dat beleiden.
27:07En doe ons zo buigen voor uw majesteit en grootheid.
27:11En wil al die schadelijke wetten die misschien zijn voortgang zullen hebben.
27:18Als u het niet verhindert wil u het nog verbreken.
27:22En nog beter toen keren tot u de levende God.
27:26Gedenk u heren ook ons vorst en huis.
27:29En ook daar uw hulp, uw bijstand betonen.
27:32Maar ook de genade van waarachtige bekering schenken.
27:36Gedenk het kerkelijk leven in alle verbanden.
27:40Ondanks alle scheuren, alle breuken.
27:43Wil geven dat uw koninkrijk mag worden uitgebreid.
27:47Uw naam verhoogd en verheerlijkt.
27:50Wil zo nog in dit avontuur ons gedenken.
27:53Naar de grootheid uw warmhartigheid.
27:56Wij vragen u dit om Jezus willen.
27:59Uitgenade.
28:00Amen.
28:04Gemeente de Dichter beleidt dat de naam des Heren heilig.
28:09En ook geducht is.
28:10Die naam die hij geopenbaard heeft.
28:13Opdat we hem zouden aanroepen.
28:15Hem zouden beleiden.
28:16Hem de eer zouden geven.
28:19En welke zegen wordt eraan verbonden.
28:21Als we die naam waarlijk mogen aanroepen.
28:24Dan heeft het ook geklonken op de dag van Pinsteren.
28:28Een egelijk die de naam des Heren zal aanroepen.
28:31Die zal zalig worden.
28:33Maar als die openbaring van de naam leidt tot lastering.
28:39Tot smaad, tot bittere verachting.
28:41Dan zal ook zijn braak, zijn toorn ook onzagelijk zijn.
28:46De katechismesafdeling die aan de orde van behandeling is, die spreekt ervan.
28:51En die zullen we eerst met elkaar lezen.
28:53Dat is zondag 36.
28:56De
28:59Heidebergse katechismes, zondag 36.
29:04Waar gevraagd wordt in vraag en antwoord 99.
29:08Wat wil het derde gebod?
29:11Dat we niet alleen met vloeken of met valse eed.
29:16Maar ook met onnodig sferen de naam gods niet lasteren.
29:20Nog misbruiken.
29:22Nog ons met ons stilzwijgen en toezien.
29:25Zulke schrikkelijke zonden deelachtig maken.
29:29En in het kort dat wij de heilige naam gods anders niet.
29:34Dan met vrezen en eerbied gebruiken.
29:37Omdat hij van ons recht beleden.
29:40...aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen worden.
29:46Vraag en antwoord 100.
29:48Is het dan zo'n grote zonde, Gods naam, met zweren en vloeken te lasteren...
29:54...dat God zich ook over diegene vertorent die zoveel als hun mogelijk is...
30:00...het vloeken en zweren niet helpen, weren en verbieden?
30:04Ja, gewisselijk.
30:06Want er is geen groter zonde...
30:18We willen gemeenten vanuit deze vragen en antwoorden stilstaan bij een drietal gedachten.
30:23Ten eerste bij de overtreding van dit gebod.
30:26Ten tweede bij de oproep door dit gebod.
30:28En ten derde bij de straf bij dit gebod.
30:31Het katechisme spreekt ons vanavond van de overtreding van dit gebod.
30:35Of van de oproep door dit gebod.
30:38En ook in de derde plaats van de straf bij dit gebod.
30:41Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.
30:45Gaan we eerst zingen naar Psalm 74.
30:48Psalm 74 en daarvan vers 17, 19 en 20.
30:55Psalm 74 vers 17.
30:57Herdenkt mijn God, herdenkt die wonderbaan daan.
31:01Een dwaasgeslacht heeft uw naam gelasterd.
31:05Het 19e vers beschouw.
31:07Herdenk uw vastgestaafd verbond.
31:10Laat dat uw hart tot onze liefde ontfonken.
31:13En ook het twintigste vers.
31:15Dat elk verdrukt uw bijstand.
31:18Eens en lang.
31:20En evenals vanmorgen de mededelingen.
31:23In verband met het te houden heiligavondmaal.
31:26Volgende week zondag.
31:28Zal er maandag 1 juli censura morem worden gehouden.
31:32Aanvang kwart over zeven.
31:35Aansluitend hierop zal om acht uur het avondmaalsgezelschap of bezinningsuur plaatsvinden.
31:41Als kerkraad willen we benadrukken dat alle gemeenteleden welkom zijn om dit moment van bezinning bij te wonen.
31:49Woensdagavond zal kerkdienst worden gehouden.
31:52Deze dienst zal de beroepen predikant, dominee R.
31:55van den Kamp, uit Opheusden voorgaan.
31:58De dienst vangt aan om half acht.
32:01We roepen iedereen op.
32:02Om deze doordeweekse dienst bij te wonen.
32:05En van de geroemde voornemens geldt zo de Heer wil.
32:08En wij leven de collecten in deze dienst.
32:11En in de eerste collecten voor het pastoraat.
32:13De tweede voor de kervodij.
32:15En de derde voor de aflossing kerk.
32:17Deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.
32:21Terwijl wij zingen uit Psalm 74 vers 17, 19 en 20.
32:27[GEZANG]
38:50Gemeente de kategees misbehandelt Gods heilige wet.
38:54In de heiligmaking gebod komt terug.
38:58Eerste stuk tot ontdekking aan onze zonden en schuld.
39:01In het tweede stuk de tuchtmeester tot de enige grond der behoudenis in Christus Jezus.
39:08En in het derde stuk de leefregel tot dankbaarheid.
39:12Om van u voortaan in beginsel naar al Gods geboden te handelen en te wandelen.
39:20En dan krijgt die wet een diepte.
39:23En een omvang waar we aan deze zijde van het graf nooit aan kunnen voldoen.
39:29Hoewel het ons verlangen geworden is, ons begeren is.
39:34Nooit aan kunnen betalen.
39:35En de bedoeling gemeente van de prediking van Gods heilige wet in de heiligmaking is.
39:42Dat we te meer onze onbekeerlijkheid, onze verlorenheid, onze ellendigheid leren verstaan.
39:49En aan de voeten van de zaligmaker terecht komen.
39:53Die niet alleen rechtvaardiging, maar die ook heiligmaking.
39:57Die een volkomen verlossing ook verworven heeft.
40:01En om telkens daar weer terecht te komen als een arme zondaar en bedelaar.
40:07Is die wet ook nodig zoals ze ons voorgehouden wordt.
40:11In de Herbergse katechismes, ook in dit stuk van de heiligmaking.
40:16Opdat wij onze zondige aard hoe langer hoe meer zullen leren kennen.
40:22des te noodzakelijker het bloed van Jezus Christus, Godzoon, van node hebben.
40:28Eerste gebod dat handelt om die enige waarachtige God eer, de aanbidding te geven, hem te dienen van ganser harte.
40:38Het tweede gebod wijst er ons op op welke wijze wij hem moeten dienen, niet door allerlei valse voorstellingen en afbeeldingen, tastbaar en zichtbaar.
40:50Brood niet door allerlei valse voorstellingen en waangedachten.
40:54Die we bij onszelf koesteren.
40:56Aangaande de majesteit en de grootheid Gods.
41:00Maar dat wij ons houden aan de norm.
41:03Aan de maatstaf van het onfeilbare woord van de levende God.
41:08En in dit derde gebod gaat het over de openbaring.
41:11Hoe de Heer zich openbaart.
41:15Dat doet hij voor het ganse mensdom.
41:17In de werken van de schepping.
41:20En onderhouding.
41:21Al datgene wat we om ons heen zien.
41:24Boven ons zien.
41:26Getuigd van de grootheid.
41:28En van de majesteit.
41:30Van onze schepper.
41:32En van onze getrouwe onderhouder.
41:34Die ondanks de ernst en de diepte van de zondeval.
41:38De grootheid van het kwaad.
41:41Deze bedeling nog niet geheel overgegeven heeft.
41:45Maar nog bezoekt met zijn zegen.
41:48Met zijn onderhoudende trouw en zorg.
41:51Het is de ervaring tenminste.
41:53Gemeente van de gelovigen.
41:55Dat als hij buiten staat.
41:57Bij nacht zoals David in psalm 8.
42:01En als hij dan die sterren hemel aanschouwt.
42:03Dat hij dan diep verwonderd is over de grote werken gods.
42:07Dat hij al wat hij uitgespannen heeft.
42:11Sterren die hij in het aanzien geroepen heeft.
42:14Dan verwondert zich de dichter over de grote werken.
42:18En bij de dag, dan ziet hij de bomen des velds, de planten, de bloemenwereld, de vissenwereld, de vogelenwereld.
42:28Hoe groot zijn uw werken, o God, de openbaring in het rijk van de schepping.
42:35En die komt tot ieder mensenkind.
42:38Zo maakt de Heer zich vrij, ook van het blinde heidendom.
42:43Zo leert ons de apostel Paulus in de Romeinenbrief.
42:46Dat zij niet te verontschuldigen zijn wegens de openbaring van de grote schepper.
42:53En de getrouwe onderhouder die hij bewijst aan elk schepsel op deze aarde.
43:00Maar hij openbaart zich ook niet alleen om ons en boven ons in de werken der schepping.
43:07Hij openbaart zich ook in ons door de stem van het geweten.
43:11Die ieder mens van nature nog heeft.
43:14Een sprekend geweten.
43:16De beleidenis van het geloofgemeente die spreekt over enkele vongskunst van de kennis van God die ons nog overgebleven zijn.
43:25U kunt het ook bemerken als het gaat om dit derde gebod.
43:29U komt soms mensen tegen die totaal gebroken hebben met de godsdienst.
43:35Die helemaal niets ervan willen weten of daar nog nooit van gehoord hebben.
43:41Maar één ding kunnen ze vloeken.
43:45Een naam is hier te lasteren.
43:46Dat heeft te maken met die enkele vongstens.
43:49Dat elk schepsel wetenschap heeft.
43:53Dat er een almachtig eeuwig God is.
43:57Onbegrijpelijk dat ze die dan durven lasteren, smaden en houden.
44:02Maar hoe godloos of ze ook zijn.
44:05Ze kunnen die naam nog lasteren, nog smaden en houden.
44:09Dat heeft te maken met die stem van het geweten in ons.
44:14Met de godskennis die nog in geringe mate achtergebleven is.
44:19Zoals Calvin en ook de vader dat beleidde in de beleidingsgeschriften.
44:25Maar die twee zaken, die schepping en onderhouding.
44:29En ook die stem van het geweten.
44:31Die ontneemt ons alle verontschuldiging.
44:36Maar bovenal wij gemeente, u en ik.
44:38Wij hebben de woordopenbaring.
44:41Des heren wet nog thans.
44:43Verspreidt een volmaakter glans.
44:46Terwijl zij het hart bekeert.
44:48Het is Gods getuigenis wat eeuwig zeker is.
44:51En wat een slechte, ware wijsheid leert.
44:55De openbaring die tot ons komt.
44:58Die we in onze woning hebben.
45:00Die we van jongs af aan, wat de meeste van ons betreft, gehoord hebben.
45:05Die we kunnen onderzoeken thuis.
45:07Als de Heer ons tenminste daar de lust toe geeft.
45:10En het vermaking geeft.
45:12Om met dat woord ook bezig te zijn.
45:15Om dat ook te lezen, te onderzoeken, te overdenken.
45:19En op grond van die openbaring zijn naam aan te roepen.
45:24Want er gaat het dan bijzonder ook om dat de Heer zich bovenal ook openbaart in zijn namen.
45:32Hij heeft niet één naam, zoals u en ik.
45:35Maar hij heeft vele namen.
45:38Dominique van Sliedrecht.
45:40In zijn categorisatieboekje Schrift en Beleidenis.
45:43Die spreekt wel over 200 namen.
45:46Die alleen al van de zonen gods te vinden zijn in de schrift.
45:51Op allerlei mogelijke wijze toont hij zijn majesteit en zijn grootheid.
45:57Ook onder allerlei beelden.
45:59De leeuw uit Judastam.
46:01Of de ware wijnstok.
46:03Of de blinkende morgenster.
46:05Op allerlei mogelijke wijze.
46:08Betoond tijdens zijn majesteit en zijn grootheid.
46:11Maar ook in de naam van de drie enige.
46:15De naam van God.
46:17De naam van Christus.
46:19En ook de Heilige Geest.
46:22Die zichzelf ook zo bekend maakt en openbaart.
46:26En u en ik, wij dragen namen voor onderscheiding van elkaar.
46:31Dat we een naam hebben waarbij we genoemd en aangeroepen kunnen worden.
46:37Maar die naamgemeente vertelt nog niets over ons wezen.
46:41Dat is trouwens van u en van mij, van nature voor alle gelijk.
46:46Dan beschrijft de Heere ons wezen in zijn woord.
46:50Dat er niemand is die naar God zoekt en naar hem vraagt.
46:54Dan beschrijft de Heere ons bestaan.
46:56Zij hebben alle gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.
47:00Maar we worden onderscheiden met namen.
47:03Maar de namen...
47:06die de Heren draagt, die zijn openbaring van zijn wezen.
47:11Uw naam is het wezen.
47:13Hij maakt zich daarin bekend op onderscheide wijze.
47:18En al die namen, die maken iets bekend van zijn majesteit, van zijn grootheid, van zijn goddelijke deugden, van zijn wonderlijke eigenschappen, van zijn rechtvaardigheid,
47:31van zijn almacht.
47:33Van zijn alomtegenwoordigheid.
47:36Alwetendheid.
47:37Van zijn rechtvaardigheid.
47:39En van zijn barmhartigheid.
47:42Op allerlei mogelijke wijze.
47:45Openbaart hij zich op die wijze.
47:48Op dat we door die namen.
47:50Doordrongen zouden worden van zijn grootheid.
47:53Van zijn majesteit.
47:55Eerbiedig leren buigen.
47:57Vanwege onze strafwaardigheid.
48:00En leren smeken en kermen.
48:02Om zijn warmhartigheid.
48:04En om zijn genade.
48:07Ziet.
48:08Die heidenen zijn niet te verontschuldigen.
48:11Maar wij toch zeker niet.
48:12Als we onder die duidelijke.
48:14Die heerlijke.
48:16Die wonderlijke.
48:17Die waarachtige openbaring.
48:20Van het godelijk getuigenis.
48:22Ook mogen leven.
48:24En dat ook mogen onderzoeken.
48:27Om hem zo te dienen.
48:29Dan zegt toch de dichter.
48:30Wie zou die hoogste majesteit dan niet met eerbied prijzen.
48:37Wie heeft lust de heren te vrezen.
48:40Het allerhoogst en het eeuwige goed.
48:43En God zal zelf zijn lijst van wezen leren hoe hij wandelen moet.
48:49En nu de derde gebod gemeente.
48:51Dat handelt over lasteren.
48:54Over de naam des heren.
48:56Vloeken over die naam.
48:59Ook te onteren.
49:01En als u dan in het woord leest.
49:04Wat een nietig mensenkind of we zijn.
49:07Geschapen onder zijn voorzienigheid.
49:09Uit zijn hand voortgekomen.
49:11Dat wij een nietig stof zijn.
49:13Dat het geheel van die grote schepper.
49:16En dan die grote schepper.
49:18Alle dingen die zich in zijn woord openbaart.
49:21In zijn grootheid.
49:22En in zijn majesteit.
49:24Dat er nietig mensenkind dan die grote.
49:28Schepper al de dingen lastert en smaadt.
49:32De tong die God gegeven heeft.
49:36Omdat we hem zouden bedoelen.
49:38Hem zouden eren.
49:40Hem zouden loven.
49:42Hem zouden prijzen.
49:44De apostel Jacobus.
49:45Die beschrijft het krachtig en scherp.
49:48Die tong is vol dodelijk verneind.
49:52Is ontstoken van de hel.
49:55Door de diepte van onze val.
49:57We hebben geluisterd naar de lastelijke taal.
50:01De onterende taal van onze schepper en formeerder.
50:06Bij de val in het paradijs en ons verbondshoofd Adam.
50:10Die de levende God tot een leugenaar maakte.
50:14Gij zult niet sterven, maar gij zult als God zijn.
50:18En Adam en Eva hebben dat beeld van God prijsgegeven.
50:24De waarheid verlaten.
50:26...de leugen omhelst, de lastentaal geloofd en gehoorgegeven...
50:31...en zijn gestoten buiten het paradijs en onderworpen aan de dood.
50:38De duivel, de Satan, de grote lasteraar...
50:42...die heeft de overwinning behaald over Adam en over Eva.
50:48Het is de Heere die in zijn grote langmoedigheid...
50:52...in zijn onbegrijpelijke goedheid en trouw, niettemin...
50:56Dat gevallen mens heeft opgezocht.
50:58Die grootheid en die majesteit van Godgemeente.
51:02Die aantasting door lastering en door smaad.
51:07Dat vindt plaats bij de mens, bij het mensenkind.
51:12Opmerkelijk is dat toch in onze tijd.
51:15De godsdienst neemt af.
51:18Kerken worden gesloten.
51:20Mensen breken duidelijk.
51:23Met de heren, met zijn woord, met de onderhouding van zijn dag en van zijn dienst.
51:29U zou dan denken dat vloeken zal dan toch ook niet meer gevonden worden.
51:33Als mensen zo duidelijk menen dat ze atheïst geworden zijn.
51:39Dat kan natuurlijk niet.
51:40Want dat beginsel, dat geweten, die stem, die kunt u niet tot zwijgen brengen.
51:46En soms hebt u mensen die een godsdienstige opvoeding ontvangen hebben.
51:52...die ermee gebroken hebben, die in literatuur, in boeken of op andere wijzen...
51:58...duidelijk maken dat ze niets meer te maken willen hebben met de heren en met zijn dienst.
52:05Dat bespottelijk maken, dat verachtelijk voorstellen.
52:08Er zijn verschillende boeken over geschreven.
52:12Opmerkelijk is dan dat veel mensen uit onze samenleving toch zulke boeken wel willen lezen.
52:18Het bevestigt hun...
52:20In het afscheid nemen.
52:22In het opzeggen van de beoefening van de godsdienst.
52:27Dan vinden ze in zulke boeken.
52:29Bepaald vergelijkingsmateriaal.
52:31En bevestigingsmateriaal.
52:33Voor hun godloos standpunt.
52:36En menen ze op die weg verder te kunnen gaan.
52:40Maar die mensen overschreeuwen dan die stem van hun geweten.
52:45Hun opvoeding.
52:47Wat toch in de genen.
52:49In een meegegevenis.
52:51Van jongs of aan misschien.
52:52Daarmee gebroken hebben.
52:54Die moeten des te harder roepen.
52:56Dat ze nu een ander gevoel hebben.
52:58Die hebben daarmee gebroken.
53:01Maar opmerkelijk toch.
53:02Dat dat vloeken dan toch.
53:04Zulke ontzaggelijke plaats heeft in onze samenleving.
53:08Ze betonen met hun handel.
53:12Met hun wandel.
53:13Daarmee gebroken te hebben.
53:14En toch vloeken ze de naam.
53:18Lasteren ze de naam.
53:19Van die allerhoogste majesteit.
53:22En roepen ze in die onzachtelijke vloeken soms het eeuwig oordeel over hunzelf uit.
53:29Onbegrijpelijk lijkt dat toch.
53:30Maar het heeft te maken dus met dat geweten van de mens.
53:35Wat toch enige vongstens nog in zich draagt.
53:39En dat ze op die wijze ook hun vijandschap uiten.
53:43U zou toch verwachten.
53:45Ze zullen misschien de naam van een of andere sportheld aanroepen.
53:49Of ze zullen de naam van een of ander acteur gebruiken om hun ongenoegen duidelijk te maken.
53:54Nee, het is de naam van de grote schepper.
53:58Van de getrouwe onderhouder.
54:01Van straks de rechtvaardige rechter die vondst zal geven.
54:05Die nog hier in de tijd tot ons komt.
54:08En die onze redder wil zijn.
54:11U vindt dat lasteren van de naam des Heeren ook in de schrift.
54:14Dat u Goliath, geweldige reus.
54:18Onzagelijk die man als u hem ziet in zijn wapenrusting.
54:21En als hij verschijnt op het slagveld.
54:24Dan vlucht dat ganse volk in de tenten.
54:27Ook Saul en ook zelfs Jonathan durven het niet tegen hem op te nemen.
54:32En hij hoont de slagorde van de levende God.
54:37Zo zegt David.
54:39Dat bange dat beangstige volk wat wegvlucht in de tenten.
54:43Dat wordt toch door David nog genoemd.
54:46De slagorde van de levende God.
54:48De Heer heeft zijn naam aan het volk verbonden.
54:51Hij heeft een verbond met het volk gesloten.
54:54En zo worden ze genoemd door David.
54:58En die treedt ervoor om de reus Goliath te bestrijden.
55:02En als Faro gemeente bezoek krijgt van Mozes.
55:05En
55:07Mozes duidelijk maakt.
55:09Laat mijn volk trekken.
55:10Dat de Heer dat uitdrukkelijk gebiedt.
55:13Dan zegt Faro wie is de Heer.
55:16En hij spreekt met diepe verachting.
55:19Maar hoe heeft hij het ondervonden?
55:21In de negental plagen wie de Heer was.
55:24En tenslotte in de tiende plaag.
55:27Dat hij ook zelf erbij ten onder ging.
55:29Wie de majesteit en de grootheid Gods was.
55:33U belt zijn zargemeente.
55:35Die geeft een groot feest.
55:38Achteraf de laatste nacht van zijn leven.
55:40En die laat de heilige vaten van het huis Gods.
55:44Dat hij komen en hij drinkt wijn met zijn groten.
55:47Uit die heilige vaten gods.
55:49Om zo de spot te drijven.
55:51Met de God van Israël.
55:53U kent de geschiedenis.
55:55Teken aan de wand.
55:56En hoe in diezelfde nacht ook Belsazar.
55:59Ook Stierf of Rapsakee.
56:02Die voor de muren van Jeruzalem komt met een geweldig leger.
56:06En die zegt wie is de Heere.
56:07Al die volkeren heb ik overwonnen.
56:10En al die goden heb ik ten onder gebracht.
56:13En dacht u dat de God van Hiskia u zou helpen.
56:19U kent ook de smart van Hiskia.
56:22Hoe hij de brieven uitbreidt voor het aangezicht des heren.
56:25En de naam des heren ook aanroept.
56:27En ook op krachtige duidelijke wijze verhoring ook krijgt.
56:32Vloeken gemeente ontzag er toch.
56:35Zo groot is dat kwaad.
56:38De onkunde nogmaals is groot.
56:41Maar het vloeken neemt meer.
56:43En meer toe.
56:44Als een mens tegenslagen.
56:47Ervaart.
56:47Moeite ondervindt.
56:49Zijn ongenoegen wil uiten.
56:51Als er bezocht wordt.
56:53Met plagen.
56:54Met een ernstige ziekte.
56:56In plaats.
56:57Dat hij de naam des heren aanroept.
57:00In zijn nood.
57:01In zijn zorg.
57:03Tenmidden van zijn zonde.
57:04En van zijn schuld.
57:06Gaat hij deze naam.
57:07Juist lasteren.
57:09En vloeken.
57:10Maar het komt ook.
57:13Lichtvaardig zweren komt ook onder Gods kinderen voort.
57:15Daar geeft de Bijbel ons ook voorbeelden aan.
57:18Vandaar staat in de heiligmaking gemeente.
57:22U dacht, vloeken dat doe ik toch nooit.
57:24Dat zou ik nooit doen, vloeken.
57:26Lasteren vind ik zo erg.
57:28Dat heeft Petrus ook altijd gedacht.
57:30Na zijn bekering, dat u nooit meer zou vloeken.
57:33Toch is er een moment gekomen dat hij met vloeken en eetsweren uitriep.
57:39Ik ken de mens niet.
57:41Denk niet te hoog en te groot van uzelf.
57:44Maar kunnen er ook in ons binnenste allerlei zaken opborrelen.
57:49De zaligmaker zegt, uit het hart komen voort boerderijen, lasteringen.
57:56Dus ook lasteringen komen ook voort uit ons hart.
58:00Als de Heer ook wegen met ons gaat, die niet naar ons vlees zijn.
58:04We lezen ook van het lichtvaardig zweren bij David.
58:09Hij vraagt heel nederig aan Nabal, die heeft een schaapsgeversfeest.
58:16En hij vraagt in grote nederigheid aan Nabal of hij er ook in delen mag.
58:21Hij heeft zijn zorg gehad voor de kudde van Nabal.
58:24Hij heeft ze bewaard en beschermd.
58:26Een hele nederige David.
58:29Maar als David, als Nabal in zijn goddeloosheid, zegt wie is David?
58:35En wie is de zoon van Isai?
58:37Smaat.
58:38Daarin ook David.
58:39Smaat daarin ook de God van David.
58:42Dan zweert David en hij zegt.
58:45Eer dat het avond is.
58:46Zal er niemand van het huis van Nabal.
58:49En van zijn knechten overgebleven zijn.
58:52En hij zal ze allemaal doden en ombrengen.
58:54Het is Abigeel die hem tegemoet reist.
58:57En die hem van dat voornemen in de middelijke weg.
59:00Weet af te brengen.
59:02Daar hebt u koning Saul.
59:04Een geroepen koning.
59:06Hoewel.
59:07Hij geen genade kende.
59:09Hij zweert bij de achtervolging van de Filistijnen.
59:12Dat niemand voedsel tot zich mag nemen.
59:16Maar zijn zoon Jonathan was er onbekend mee.
59:19En die nam honing.
59:21En die wilde zelfs Jonathan doden.
59:23Als het volk niet tussen beiden kwam.
59:27De zonde gemeente van Lasteren.
59:29Daar kunnen we ook aan meedoen.
59:31Met de zonde van de latigheid.
59:33Welke boeken hebt u in huis?
59:35Welke boeken leest u?
59:37Toch geen boeken met vloeken, jonge mensen.
59:39Die zijn er ook menigvuldig in omloop.
59:43Met de lastering van de naam des Heren.
59:46Hoe gebruiken we de media?
59:48En laat u dat toe.
59:50Hantaft u de apparatuur en de programma's.
59:54Waar Gods naam in gelasterd en gehoond wordt.
59:58Hoe is onze handel?
59:59Hoe is onze wandel?
1:00:01Hoe gedragen wij ons?
1:00:03We geven toch geen reden dat de naam des Heren...
1:00:07Om ons het wil ook gelasterd.
1:00:09En gesmaat wordt.
1:00:11We geven er toch geen oorzaak voor.
1:00:14Gebeurt wel.
1:00:16Als David zeer gezondigd heeft met Batsheba.
1:00:19Dan krijgt hij de straf.
1:00:23Viervoudig.
1:00:23Zal hij het moeten wedergeven.
1:00:26Hij mag blijven leven.
1:00:28Hij ontvangt vergeving.
1:00:30Maar de Heer zegt.
1:00:31Omdat hij de vijanden des Heeren grotelijks hebt doen lasteren.
1:00:35Hoort u het?
1:00:37Dus ook een kind van God kan oorzaak geven dat de naam des Heren om zijn verkeerde handel en wandel, om zijn verkeerde gedrag, dat de naam
1:00:49des Heren gelasterd wordt.
1:00:51Daarom zegt de schrift ook dat een kind gods liever schade moet lijden als dat de naam des Heren om zijn het wil gelasterd zou worden.
1:01:03Zoeken wij.
1:01:04Onze naasten te winnen voor het koninkrijk van God.
1:01:07Voor die gezegende zaligmaker van zondaren.
1:01:11Of is onze handel een wandel van zodanige aard.
1:01:16Dat de wereld denkt.
1:01:17Is dat iemand die naar de kerk gaat?
1:01:20Is dat iemand die beleiders gedaan heeft?
1:01:23Is dat iemand die aan het sacrament van het heiligavondmaal komt?
1:01:27Dan wordt de naam des heren om ons het wil ook gelasterd.
1:01:33Denk gemeente ook aan het beperkt gebruik.
1:01:37Bepaalde gedeelten van de Bijbel.
1:01:39Alleen datgene wat ons past.
1:01:42Of wat ons lijkt te passen.
1:01:44Wat ons uitkomt.
1:01:46En onze kerkgang.
1:01:47Hoe noodzakelijk.
1:01:49En hoe ook naar Gods woord.
1:01:51Maar ons gedachtloos zingen.
1:01:55Ons hartloos bidden.
1:01:57Weet u wat u zingt?
1:01:59Als u die naam zo vaak gebruikt.
1:02:01Als de naam des Heeren gebruikt wordt in ons gebed, is het met diep ontzag, met een heilige eerbied, beseffen we dat we hem dan ook aanroepen in zijn almacht, in zijn grootheid
1:02:14en in zijn heerlijkheid.
1:02:17Hoe vaak hebben we de boodschap van het woord, dat zaad overtreden, dat de vogelen het wegpikten, dat het geen kracht deed in ons hart, in ons
1:02:29leven.
1:02:30Daarom de oprechte, die beleidt hoe vreselijk zijt gij, o heren.
1:02:36Hoe heilig is zijn naam, Luthergemeente.
1:02:41Die geeft telkens aan als u nu gaat bidden.
1:02:46Dan moet u maar eerst het woord nemen.
1:02:48Hem aanbidden, hem groot maken.
1:02:51Maar ook proberen een gedeelte van het woord u voor te nemen.
1:02:55Of een artikel van het...
1:02:58Algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
1:02:59Om u daarbij te bepalen.
1:03:01En hem zo aan te roepen.
1:03:03En hem zo te beleiden.
1:03:06En de eer te geven.
1:03:08Denk aan Mozes.
1:03:09Die de naam gebruikte als een pleitgrond.
1:03:12En de heren zegt.
1:03:13Ik zal dat volk weg doen.
1:03:15Ik zal het vernietigen.
1:03:17En ik zal het tot een ander groot volk maken.
1:03:20Ja maar heren.
1:03:21Wat zult u dan uw grote naam doen?
1:03:23Uw naam.
1:03:25Zo de naam des Heren te gebruiken als een pleitgrond.
1:03:28Om uw naams wil heren.
1:03:31Zo vergeef mijn ongerechtigheid.
1:03:33Want die is groot.
1:03:34Wat zou uw naam erin verhoogd en verheerlijk worden.
1:03:38Als u mij, ellendige zondaar.
1:03:40Zou redden.
1:03:41Zou behouden.
1:03:42Zou zalig maken.
1:03:44Zo die naam aan te roepen te gebruiken.
1:03:48Een ingelijk die de naam des Heren zal aanroepen.
1:03:52Die zal zalig worden.
1:03:54Dat beval de heren ook tegen Mozes.
1:03:57Hoe moet ik dan tot het volk gaan, zegt de heren.
1:04:01Wat daar in de dienstbaarheid gebonden ligt.
1:04:03In de banden van de macht van Egypte.
1:04:06Wie zal ik zeggen die mij gezonden heeft.
1:04:09De ik zal zijn die ik zijn zal.
1:04:12Dan maakt hij zichzelf met zijn naam, van zijn genade, van zijn verbond bekend.
1:04:19Opdat die naam beleden en aangeroepen zal worden.
1:04:24Want dat is gemeente de tweede wat we ook vinden in het antwoord van 99.
1:04:28De oproep door dit gebod.
1:04:31Daar staat er ook in ons niet met zulke schrikkelijke zonden die lachtig maken.
1:04:37Maar in het kort dat wij de heilige naam gods anders niet dan met vrezen en eerbied gebruiken.
1:04:46Gebruik met vrezen en met eerbied.
1:04:50Geen slaafse vrees.
1:04:53Geen vrees voor straf, geen dienstbare vrees, geen vrees om loon, maar een heilig diep ontzag voor de majesteit en voor de grootheid van
1:05:05God.
1:05:06Niet gedachteloos bidden, gemeente.
1:05:08Of hebt u dat nooit, als u met uw gezin aan tafel zit?
1:05:12Hebben we al gebeden?
1:05:14Ja, als u net een godsontmoeting hebt gehad in het gebed, dan zal dat toch wel diep in ons binnenste gegrift staan.
1:05:22Maar hoe vaak komt dat niet bij ons voor.
1:05:24Dat we zo gedachteloos bidden.
1:05:26Dat we nog niet eens weten of we een gebeder hebben.
1:05:29Ja of nee.
1:05:31Dan heeft het geen diepe indruk gemaakt.
1:05:34Dan moeten we ook maar weer roepen.
1:05:35Heren verzoen ook onze gebeden.
1:05:38Een vroege kerkvader.
1:05:40Die weende over zijn zonde.
1:05:42Die beleed heren verzoen ook maar mijn tranen.
1:05:45Waarmee ik ween over mijn zonde.
1:05:48Onze beste werken.
1:05:50Zijn onvolkomen.
1:05:52Onze gebeden.
1:05:53En ook onze tranen.
1:05:55En ze zijn met zonde bevlekt.
1:05:58En daarom.
1:05:59Bedenk toch hoe Abraham bad.
1:06:02Ik heb u onderwonden.
1:06:04Om tot u te spreken.
1:06:06Terwijl ik stof.
1:06:08En as ben.
1:06:09Stof.
1:06:10Een nieligheid.
1:06:12Een as.
1:06:13Een strafwaardigheid.
1:06:15En zo te naderen tot de majesteit.
1:06:18En tot de grootheid.
1:06:20Gods Isaiah zegt.
1:06:23Wee mij.
1:06:24Terwijl ik een man van onreinde lippen ben.
1:06:27En woon te midden van een volk.
1:06:29Wat onrein van lippen is.
1:06:32Hoe ziet u Mozes buigen voor die majesteit en die grootheid van God.
1:06:37Als u hem aanroept vanwege zijn warmhartigheid.
1:06:41En goede tierenheid.
1:06:43Wat een worsteling kende Jacob.
1:06:45In die bange nacht.
1:06:47Ik laat u niet los.
1:06:50Tenzij dat gij mij zegent.
1:06:51Wat is uw naam?
1:06:53Zo riep hij uit.
1:06:55Wat is het dat gij naar mijn naam vraagt?
1:06:57Het gebed van Daniel.
1:06:59Die een diepe oog moet neerzint.
1:07:02En de schuld beleidt.
1:07:04Als ik zo bad.
1:07:06En beleed.
1:07:07Mijn zonde.
1:07:08En de zonde van mijn volk.
1:07:11En zo een beroep doet op de majesteit.
1:07:13Op de grootheid.
1:07:15En op de naam des heren.
1:07:17Dat u tollen naar gemeente.
1:07:19Zit u niet in de veelheid van onze woorden.
1:07:22We moeten onze woorden maar niet vermenigvuldigen.
1:07:25Zegt de heer Jezus gelijk de heidenen doen.
1:07:27Die menen met de veelheid van hun woorden.
1:07:30Menen ze de heren te kunnen bewegen tot warmhartigheid.
1:07:34Wel een gedurende gebed.
1:07:37Een gedurende gebed misschien ook al tijdens onze werkzaamheden.
1:07:40Maar een aanhoudend roepen tot de majesteit.
1:07:44En tot de grootheid God die tallenaar.
1:07:47Hij stond van verre.
1:07:50En hij had een boetvaardig hart.
1:07:51En hij riep met een boetvaardige stem.
1:07:54O God, wees mij zondaar genadig.
1:07:58Indrukken van zijn majesteit.
1:08:01Diepe indrukken van zijn rechtvaardigheid.
1:08:05Een diepe indruk van onze strafwaardigheid.
1:08:09En op grond van het evangelie van vrije genade.
1:08:13Hoop en verwachting van zijn barmhartigheid.
1:08:17En van zijn goede tierenheid.
1:08:19In Christus Jezus.
1:08:22Tot wie roepen wij?
1:08:24Dan moet u overdenken zijn deugden.
1:08:26Zijn majesteit.
1:08:28Zijn grootheid.
1:08:30Zijn heerlijkheid.
1:08:31Zijn rechtvaardigheid.
1:08:33En zijn oneindige barmhartigheid en goedertierenheid.
1:08:37In Christus Jezus.
1:08:39En wie wij in onszelf zijn en blijven.
1:08:42Armen niet te gezondaren.
1:08:44Dat weet u toch wel gemeente als u aan het gebed bent.
1:08:48Dat die gedachten.
1:08:50Daar kunnen die allemaal niet naartoe gaan.
1:08:51Terwijl u zit te bidden.
1:08:52Het is toch wat.
1:08:54Dan doet u een gebed.
1:08:55En ondertussen dwalen onze gedachten.
1:08:58Naar allerlei zaak.
1:08:59Echt.
1:09:00Komt niets van ons terecht.
1:09:03Gelukkig dat die grote voorbidder.
1:09:05Voor de overtreders er is.
1:09:06In het hemels heiligdom.
1:09:08Die ook onze gebeden moet verzoenen.
1:09:11Ook daar de schuld van moet wegnemen.
1:09:14Om zo toch tot hem te naderen.
1:09:16In waarheid.
1:09:18Op rechtheid.
1:09:19Op grond van het offer van Christus.
1:09:22Met diep ontzag.
1:09:24En dan onze machteloosheid.
1:09:27Onze verlorenheid.
1:09:28Onze ontrouwheid.
1:09:30We lijden.
1:09:31Staan hier drie zaken gemeente.
1:09:34In dit antwoord.
1:09:35Daar staat op dat wij die heilige naam gods.
1:09:41Ander niet dan met vrezen en eerbied gebruiken.
1:09:46Opdat u van ons recht beleden wordt.
1:09:49Dat we hem beleiden.
1:09:50Hem de eer geven.
1:09:52Dus eerst de beleidenis van hem.
1:09:55Niet de beleidenis van uw nood.
1:09:57Van uw zorg.
1:09:58Niet de beleidenis van uw schuld zelfs.
1:10:02Maar eerst hem beleiden.
1:10:04In zijn grootheid.
1:10:06In zijn majesteit.
1:10:07Uw naam worden geheiligd.
1:10:09Uw koninkrijk komen.
1:10:11U wil geschieden gelijk in de hemel.
1:10:14Al zo ook.
1:10:15Op de aarde.
1:10:16En omdat hij dan ook.
1:10:19Recht beleden.
1:10:20En aangeroepen wordt.
1:10:22Dan hem ook aan te roepen.
1:10:24Zo staat er ook in het antwoord.
1:10:27Aanroepen door de kracht.
1:10:29Van de heilige geest.
1:10:31En dat we dan ook.
1:10:33Hem in al onze woorden.
1:10:36Er werken.
1:10:37Oorzaak geven dat hij geprees wordt.
1:10:39Dus dat we het ook uit mogen dragen.
1:10:42In onze handel.
1:10:44En in onze wandel.
1:10:46Misschien jongeren.
1:10:47Ben je op school de enige die naar de kerk gaat.
1:10:51Misschien op het werk.
1:10:52De enige die naar Gods huis gaat op zondag.
1:10:56De enige die in de Bijbel leest.
1:10:58De enige misschien die zijn handen vouwt.
1:11:01Als ook het brood gegeten wordt.
1:11:04Misschien ben je de enige.
1:11:06Wees dan dubbel voorzichtig.
1:11:09Dubbel oplettend.
1:11:10Er wordt op je gelet.
1:11:12Je wordt nauwkeurig nagemeten door de wereld.
1:11:15Of je niet een gebrek hebt.
1:11:18Geen fout maakt.
1:11:20Of je wel oprecht bent.
1:11:22Of je getrouw bent in je werk.
1:11:24Hebben we een dubbele verantwoordelijkheid.
1:11:27Want we hebben niet alleen onze eigen naam.
1:11:29Maar ook die naam des heren uit te dragen.
1:11:33Misschien gemeente.
1:11:35Staat u in uw werksituatie.
1:11:36Als een eenling.
1:11:38Op de werkvloer.
1:11:40Als kerkelijk meer levend.
1:11:42Dan bent u de kerk daar.
1:11:44U bent dan de kerk.
1:11:46Zoals u handelt.
1:11:48Zo zullen ze de kerk afrekenen.
1:11:50En de naam des heren afrekenen.
1:11:52Is dat iemand die naar de kerk gaat?
1:11:55Is dat iemand die beleidenis gedaan heeft?
1:11:58Of.
1:11:59Je kan toch wel merken.
1:12:01Dat dat iemand is die anders is.
1:12:04Die zich zo gedraagt.
1:12:06Zo hulpvaardig is.
1:12:08Zo klaar staat.
1:12:10Niet te laat op zijn werk komt.
1:12:13Niet te vroeg naar huis gaat.
1:12:15Getrouw is in alles.
1:12:17Daniel Gemeente.
1:12:19Die diende aan een wereldshof.
1:12:22En had een voornamelijke positie.
1:12:25En die kreeg vele vijanden.
1:12:27Die gingen hem nakijken.
1:12:29En die zeiden even kijken.
1:12:32Of hij fouten maakt.
1:12:34Of hij corrupt is.
1:12:36Of hij met de financiën verkeerde dingen doet.
1:12:40En ze hebben hem vele dagen nagekeken.
1:12:44En ze zeggen wij zullen in hem niets kunnen vinden.
1:12:48Dan alleen in het stuk van zijn godsdienst.
1:12:51Als we een val opstellen.
1:12:53Dan zal hij zo getrouwd zijn in zijn godsdienst.
1:12:58Hij zal er zijn leven voor over hebben.
1:13:00En u kent de geschiedenis.
1:13:02De geschiedenis van de leeuwenkuil.
1:13:04De kinderen, de jongens en meisjes kennen die geschiedenis ook.
1:13:07Dat is wat.
1:13:08Als u zo door de wereld nagezien wordt.
1:13:11In een wereldsomgeving.
1:13:13En als die wereld dan getuigt.
1:13:15Alleen in het stuk van zijn godsdienst.
1:13:18Zo getrouw aan de heren en aan zijn woord.
1:13:21Zo getrouw aan zijn koning.
1:13:24In de taak waartoe hij geroepen was.
1:13:27Hij zal uitsluitend zijn godsdienst als onopgeefbaar vasthouden.
1:13:35Blijven beleiden.
1:13:36Al zou het zijn leven kosten.
1:13:38Daar heb je Jozef, jongeling, jonge mensen.
1:13:43En dat in het huis van Potiphar.
1:13:45En dan onder godsvoorzienigheid geroofd.
1:13:48Het tent van vader.
1:13:50Redenen genoeg toch om harde gedachten te hebben van de heren.
1:13:53Als dat allemaal overkomt.
1:13:55Dan een droom gehad.
1:13:57Koning te worden.
1:13:59En dan slaaf.
1:14:00Slaaf verkocht.
1:14:01In het huis van Potiphar.
1:14:04Maar de heren was met hem.
1:14:05Wat heeft hij betoond ook.
1:14:07Als hij in de verzoeking gebracht werd.
1:14:09Zou ik zulk een groot kwaad doen.
1:14:12Zou ik zondigen.
1:14:13Tegen God.
1:14:14Dat bedoelt de katechismes gemeente.
1:14:17En in al onze woorden.
1:14:19En werken.
1:14:20Geprezen worden.
1:14:21Dat heeft de heer Jezus ook geboden.
1:14:24We zouden een licht moeten zijn op de kandelaar.
1:14:26Een zoutend zout.
1:14:28In het midden van een krom.
1:14:29En van een verdraaid geslacht.
1:14:31Dat zijn naam om ons het wil.
1:14:33Niet gelasterd worden.
1:14:35Dat is geen zondags godsdienst.
1:14:38Dat ook.
1:14:39Maar dat is.
1:14:41Een dienst.
1:14:43Van dag bij dag.
1:14:45Toen ik hier predikant was gemeente.
1:14:47Toen kwam ik bij een oude man op bezoek.
1:14:49Inmiddels al lang overleden.
1:14:51En die zei er liepen twee mannen langs de weg.
1:14:54En die kwamen bij een kerkgebouwtje.
1:14:57En op dat kerkgebouwtje.
1:14:59Daar stond.
1:15:00Des zondags om tien uur.
1:15:03En om vijf uur.
1:15:05Godsdienstoefening.
1:15:07En die ene man zei tegen die ander.
1:15:08Dat is fout wat daarop staat op dat gebouw.
1:15:11Wat is er dan aan fout?
1:15:13Zei die ander.
1:15:14Hij zegt, er moet opstaan des zondags om tien uur en om vijf uur kerkdienst.
1:15:21De rest van de week godsdienstoefening.
1:15:24Oefening in de godsdienst, elke dag.
1:15:27Het uit te dragen in onze handel en in onze wandeling.
1:15:31U hoeft niet te lopen vertellen dat u bekeerd bent.
1:15:35Of dat u zo trouw godsdienstig bent.
1:15:38U moet blijken uit onze handel, uit onze wandel, uit onze woorden.
1:15:43En uit onze gedragingen in de derde plaatsgemeente.
1:15:47Dan spreekt ook de kategoris van de straf bij dit gebod.
1:15:51Is het dan zo'n ernstige zonde?
1:15:54Oude testamentgemeente staat de doodstraf op.
1:15:58Het is een heel aantal jaren terug uit de Nederlandse wetgeving gehaald.
1:16:04Niet alleen de doodstraf.
1:16:05Dat is al in 18 zoveel uit de Nederlandse wetgeving gehaald.
1:16:10Maar ook dat vloeken.
1:16:13Heeft lange tijd in de wet gestaan dat vloeken strafbaar was.
1:16:18Dat daar zelfs een gevangenisstraf voor gegeven zou kunnen worden.
1:16:22Maar het is allemaal uit de wetgeving gehaald.
1:16:25U mag wat de Nederlandse regering betreft, wat de wetgeving betreft, ongestoord.
1:16:32Gods naam, lasteren, smaden en honen.
1:16:37Maar we zijn vanavond in Gods huis.
1:16:40En hier staat het woord.
1:16:42En dan blijkt uit het Oude Testament dat deze zonde door de heren zo hoog opgenomen wordt.
1:16:49Dat uitdrukkelijk lasteren, smaden en honen van zijn naam.
1:16:54Dat daar zelfs de doodstraf voor gegeven werd.
1:16:58Een man in het leger lasterde uitdrukkelijk de naam des heren.
1:17:03En Mozes kreeg het bevel om dat doodvondst over hem te voltrekken.
1:17:09Ziet, het is ook wat.
1:17:11Om die naam die gegeven is tot zaligheid.
1:17:15Die naam waarin hij zichzelf in zijn majesteit en zijn grootheid geopenbaard heeft.
1:17:20Die naam die heilig, groot en goed is.
1:17:24Als we die naam lasteren.
1:17:27Als we zelf het eeuwig oordeel over onszelf ook uitroepen.
1:17:32Bij de aanroeping van die naam.
1:17:34Want zachtelijk toch.
1:17:36Soms gemeente voor de jonge kinderen.
1:17:38Ze kunnen nauwelijks praten.
1:17:39Ze kunnen al vloeken.
1:17:40Is toch ontzaggelijk.
1:17:42Als dat gehoord wordt.
1:17:44Ook uit kindermonden.
1:17:46Daarom bedenk.
1:17:47Hoe ernstig de heren.
1:17:49De zonde opneemt.
1:17:51Al doet onze overheid dat niet.
1:17:53Onze omgeving dat niet.
1:17:55Al denken we zelf er wat lichtvaardig over.
1:17:58Catechismes.
1:17:59Die stoont ons op grond van de schrift.
1:18:01Dat de heren deze zonde.
1:18:03Zeer ernstig neemt.
1:18:05Maar weet u.
1:18:07Wie als godslasteraar.
1:18:09Het doodvonnis heeft ondergaan.
1:18:11Als Christus geweest.
1:18:13Als godslasteraar.
1:18:15Deze heeft God gelasterd.
1:18:17Zo sprak de hoge priester.
1:18:19In zijn geveinsde vroomheid.
1:18:21Wat getuigenis hebben wij nog van nodig.
1:18:24En de zaligmaker werd op grond.
1:18:26Van zijn beleidenis.
1:18:29En van zijn zuivere.
1:18:31Onbesmette handel en wandel.
1:18:34Gedurende 33 jaren.
1:18:36Als een god.
1:18:38God slasteraar.
1:18:40Ter dood veroordeeld.
1:18:42Hij is ook de zonde.
1:18:44Van belastering.
1:18:46Voor al de berouwe zondaars.
1:18:50Ook verzoend.
1:18:51Hij heeft ook daarvoor.
1:18:53De prijs betaald.
1:18:55Denk aan het kruis gemeente.
1:18:57Daar hing hij.
1:19:00Toen hij.
1:19:01Het recht van God verheerlijkte.
1:19:04Toen werd hij gesmaat.
1:19:05Gehold.
1:19:07En gelasterd.
1:19:09Door kerkvolk.
1:19:10Gelasterd, gesmaten, gehoond.
1:19:13Indien gij God zoon zijt.
1:19:15Zo kom af van het kruis.
1:19:17En wij zullen u geloven.
1:19:19Getart en gehoond werd hij.
1:19:22Maar hij heeft de opdracht aan God de Vader vervuld.
1:19:26Tot het einde toe.
1:19:28En zijn discipelen zwegen gemeente.
1:19:31Die zwegen.
1:19:32Zonder van een latigheid.
1:19:34Ze hadden een persoonlijke, prachtige bekering.
1:19:39En een ambtelijke roeping.
1:19:41En zij zwegen aan de voet van het kruis.
1:19:44Toen hij gelasterd, gehoond en gesmaat werd.
1:19:47En de moordenaar en de Romeinse hoofdman.
1:19:52Die gingen hem beleiden.
1:19:54Toen hij de rechtsgrond aanbracht.
1:19:57Van de barmhartigheid gods.
1:20:00Toen hij het recht des vaders verheerlijkte en verhoogde.
1:20:04Door te betalen in zijn lichaam aan het vloekhout.
1:20:10Ziet gemeente.
1:20:11Die bij de moordenaren.
1:20:14Die rechts en links van hem hingen.
1:20:16Het evangelie in het midden.
1:20:19Hij betaalde.
1:20:20Hij voldeed.
1:20:22Hij verhoogde het recht.
1:20:24O ziet.
1:20:25Die naam.
1:20:26Zo heilig.
1:20:27Zo groot.
1:20:28En zo geducht.
1:20:31Misschien hebt u daar geen last van gemeente.
1:20:33Maar als onze naam in het geding is.
1:20:36Wat kunnen we dan torenen.
1:20:38Wat kunnen we dan beledigd zijn.
1:20:40Als wij gesmaat worden.
1:20:43Als we gehoond worden.
1:20:44Als we belasterd worden.
1:20:47Wat kunnen we dan moeilijk hebben.
1:20:49Kunnen we soms nachten niet slapen.
1:20:51Wat ons aangedaan is.
1:20:53Maar die naam des Heer.
1:20:55Als die gelasterd wordt.
1:20:57Hebben we daar wel eens last mee.
1:20:59Wat kunnen we daar toch gemakkelijk overheen stappen.
1:21:03Als zijn naam ontheerd wordt.
1:21:05Maar het is wel de opdracht.
1:21:06Het is het verlangen.
1:21:08Het is een begeren die naam zo heilig en geducht de eer en aanbidding te geven.
1:21:14We gaan dat ook eerst zien in Psalm 111 en daarvan het zesde vers.
1:21:21Zijn naam is heilig en geducht en de vijand beeft op zijn gerucht.
1:21:28Psalm 111 en daarvan het zesde vers.
1:21:32Als
1:21:32[GEZANG]
1:23:47de profeet Elisa gelasterd wordt, gemeente Kaalkop, ga op.
1:23:53Dan vloekte hij en in de naam des heren, onzachtelijke geschiedenis, de bethel, de twee beren die uit het bos kwamen, de kinderen verscheurden.
1:24:03Ziet hoe ernstig zal de heren dan de ontheidiging, de lastering, de bewuste smading en lastering van zijn heerlijke namen ook nemen.
1:24:16Als hij al zo lief de wereld heeft gehad.
1:24:20Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.
1:24:25Die grote gaven vanuit de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onze schots.
1:24:30Omdat een igel die in hem gelooft niet verderven.
1:24:34Maar die naam wordt gelasterd.
1:24:36Hoe vaak wordt die naam van de Heer Jezus ook niet genoemd.
1:24:40En gelasterd en gesmaat.
1:24:42Bij het minste of bij het geringste.
1:24:45Is hij toen nodig gemeente.
1:24:47Dat we toch oplettend zijn.
1:24:50Dat we dit ontzaggelijke kwaad toch zoeken te bestrijden.
1:24:54En dat we leren vragen om bewaring ook voor de deur van onze mond.
1:25:00Voor onze tong die ook tot dit kwaad in staat is.
1:25:06Schrift zegt, gemeente, dat dit een ernstige zonde is.
1:25:10Toch zijn er in de hemel vloekers.
1:25:13Ik denk aan John Bunyan.
1:25:15Jonge mensen kennen die geschiedenis wel.
1:25:20Die kon zo ontzaggelijk vloeken op 17, 18-jarige leeftijd.
1:25:24Dat een vrouw van lichte zeden in Bedford begon te trillen en te beven.
1:25:30En die zei, jongen, jij bent in staat om de ganse stad Bedford te bederven.
1:25:36En daar schrok Bunjang enige tijd van.
1:25:39Later, toen hij tot bekering kwam, heeft de heren zorg gedragen.
1:25:45En verwaardigd dat niet alleen een stad.
1:25:48Maar dat het op de dag van vandaag.
1:25:50Dat hij een boek mocht schrijven.
1:25:52De Christenreis naar de eeuwigheid.
1:25:54Wat op de Bijbel na het meest gelezen boek ter wereld is.
1:25:59Onbegrijpelijk toch.
1:26:00Hoe dat toch kan.
1:26:02Denk aan Petrus.
1:26:04Een apostel.
1:26:06Die zo bevreesd was voor de dood op dat moment.
1:26:10Zo dacht zo sterk te zijn.
1:26:12En in zijn zwakheid en krachtloosheid op het baar kwam.
1:26:15En de naam des heren.
1:26:17Het kan dus zelfs ook na ontvangen genade.
1:26:22Maar het is niet ook voor deze zonde.
1:26:24Is de zonnegods borg geworden.
1:26:27Als deze ernstige zonde met smart en schaamte beleden wordt.
1:26:33Als we ons leren verontmoedigen en vernederen voor zijn majesteit.
1:26:37Hij heeft de smaad gedragen.
1:26:40Moeten we denken, zuiver, rein, zonderloos, zonder erfschuld.
1:26:47Zonder erf smet.
1:26:49Wie van u overtuigt mij van zonde, zo heeft hij gezegd.
1:26:53Zondeloos geleefd tot de laatste roep toe.
1:26:56En dan als een lasteraar veroordeeld.
1:27:01Kijk, wie zijn we gemeente.
1:27:03Wij leven onder de openbaring van de naam.
1:27:06En het sacrament van de heilige doop heeft die naam ook afgetekend op u en op mijn voorhoofd.
1:27:12Bent u een aanroeper of bent u een lasteraar?
1:27:17Eén van beiden.
1:27:18Een aanroeper van deze gezegende naam.
1:27:21Of een lasteraar.
1:27:23Niemand heeft ooit God gezien.
1:27:26De enige geborene zoon.
1:27:28Die in de school des vaders is.
1:27:31Die heeft hem ons verklaard.
1:27:34In zijn rechtvaardigheid.
1:27:35En ook in zijn barmhartigheid.
1:27:38En dan denk ik nogmaals aan het kruis op Golgoza.
1:27:41En de hilde zalig maken in het midden.
1:27:44Links en rechts.
1:27:46Twee moordenaars.
1:27:47Twee zondaars.
1:27:49Twee duidelijke bewijzen.
1:27:52Zij hebben alle gezondigd.
1:27:54En ze derfden allebei de heerlijkheid gods.
1:27:58En ze hingen daar aan het vloekhout.
1:28:01Het zou hun sterfdag worden.
1:28:03De laatste dag van het leven.
1:28:06En in die laatste dag van het leven geconfronteerd.
1:28:09Met de zonen gods.
1:28:11Die als lasteraar ter dood veroordeeld was.
1:28:14En hing.
1:28:15Aan dat vloekhout van het kruis.
1:28:18En die ene moordenaar.
1:28:21Die blijft een lasteraar.
1:28:24Van
1:28:25los uzelf en ons.
1:28:27Hij blijft een lasteraar.
1:28:30En die andere moordenaar gemeente.
1:28:33Dat was een lasteraar.
1:28:35En het wordt een worstelaar.
1:28:37En die blijft een bedelaar.
1:28:39Aan de troon der genade.
1:28:41Gedenk mij er.
1:28:42Als gij in uw koninkrijk.
1:28:45Zult gekomen zijn.
1:28:47O hij mag een godlover worden.
1:28:50Tot in eeuwigheid.
1:28:52Er zijn ook vloekers in de hemel.
1:28:54Maar wel verlost.
1:28:56Van die ontzaggelijke zonde.
1:28:57En van het vloeken.
1:28:59Uit het hart.
1:29:01Zegt de heer Jezus.
1:29:03Niet tegen de wereld.
1:29:05Dat zegt hij tegen zijn discipelen.
1:29:07Uit het hart.
1:29:08Komen voort.
1:29:11Boze bedenkingen.
1:29:13Lasteringen.
1:29:15En die verontreinigen de mens.
1:29:17Wat zijn we toch een ellendig verloren zondaar.
1:29:22Soms gemeente wordt gezegd dat als een mens verloren gaat.
1:29:27Dan zal hij eeuwig God lasteren.
1:29:30Toch moeten we daar wat voorzichtig mee zijn.
1:29:34Ik vind nergens in de Bijbel één tekst waarin staat.
1:29:39Dat de onbekeerden die onbekeerd sterven.
1:29:43In de hel God zullen lasteren.
1:29:46Zou dat zo zijn?
1:29:47We lezen wel dat mensen in de tijd.
1:29:50Als de toren gods openbaar komt.
1:29:53Als de plagen over de aarde komen.
1:29:56Ook in het boek openbaringen.
1:29:57Dat de mensen god lasterden.
1:30:01En ze bekeerden zich niet.
1:30:03Als er een grote hit op de aarde geworpen wordt.
1:30:08Welke tijden gaan we beleven?
1:30:10Als u de toenemende temperaturen ziet.
1:30:13Als er een grote hit op de aarde geworpen wordt, de mensen lasterden God.
1:30:19Maar ze bekeerden zich niet, dus ze waren nog in het heden der genade.
1:30:23Maar ik kan nergens een tekst vinden, als u hem wel vindt, mag ik u laten weten, dat er in de hel, dat daar God gelasterd zou worden.
1:30:32Ik denk dat de overtuiging van de majesteit van de grootheid Gods, voor al degenen die voor hem moeten verschijnen.
1:30:42verantwoording af moeten leggen van hun verloren zondig leven.
1:30:46Dat die indrukken van de majesteit en de grootheid God zodanig zijn...
1:30:51dat ze de rechtvaardigheid zullen moeten erkennen.
1:30:55Het recht van God zullen moeten erkennen tot in eeuwigheid.
1:31:00Denk aan Job, gemeente, kind van God.
1:31:03Maar hij riep de heren tot verantwoording toen de heren hem aansprak.
1:31:09Toen legde hij de hand op de mond.
1:31:12En dan heeft hij gezegd, ik vervoei mij in stof en as.
1:31:15Zoveel indruk maakte de majesteit en de grootheid gods.
1:31:19En ook zijn vrijmacht en zijn rechtvaardigheid.
1:31:23Toen die man zonder bruiloftskneed door de zaligmaker aangesproken werd.
1:31:29Vriend, waartoe zijt gier, dan staat er en hij verstomde.
1:31:33Denk dat dat toch de ervaring zal zijn.
1:31:36Dat de majesteit en de grootheid gods zo ontzaggelijk zal zijn.
1:31:41Dat we zullen moeten verstommen.
1:31:43En dat hij niet gehoond en gelasterd zal worden.
1:31:47Maar dat de rechtvaardigheid van het vonnis ook de mond tot zwijgen zal brengen.
1:31:54Ontzaglijk toch.
1:31:55Heer, bewaar ons daarvoor.
1:31:57Voor die plaats.
1:31:58En verwaardigen ons als arm.
1:32:01Verloren zonder zijn naam de eer.
1:32:04De aanbidding te geven.
1:32:06Hem hier in beginsel te mogen.
1:32:10Bedoelen straks.
1:32:12Tot er alle eeuwigheid.
1:32:13Te mogen loven.
1:32:15En hebt u zich misdaan.
1:32:17Ook aan dit derde gebod.
1:32:19Dan zijn we nog in het heden der genade.
1:32:22Dan heb ik u voorbeelden genoemd.
1:32:24Uit de schrift.
1:32:26En uit de geschiedenis der kerk.
1:32:28Van vloekers.
1:32:29Die eeuwig de heren de aanbidding.
1:32:32Lofzang.
1:32:33Mogen toebrengen.
1:32:35Daarom deze zonde.
1:32:39Waar we alle schulden gaan staan.
1:32:41Ook zelfs tot in de kerk toe.
1:32:43Met ons gedachteloos zingen.
1:32:45Met ons biddeloos bidden.
1:32:47Met ons geestloos luisteren.
1:32:50Deze zonden mogen ons veroopmoedigen.
1:32:53Mishagen aan onszelf geven.
1:32:56En onze zaligheid en gerechtigheid buiten onszelf doen zoeken in hem.
1:33:02De zaligmaker van zondaren.
1:33:05Die ook de zonden...
1:33:07Van de lastering.
1:33:08Voor al de zijnen verzoend.
1:33:12Gedragen.
1:33:13Weggedragen heeft.
1:33:14Aan het vloekhout.
1:33:16Des kruises.
1:33:17Amen.
1:33:18Eindigen wij.
1:33:19Met gebed.
1:33:22Heren.
1:33:23Gij bracht ons in dit avontuur.
1:33:25Onder dit onderwijs van.
1:33:27Het beleiden is geschrift.
1:33:30Dan hebt gij uw naam geopenbaard.
1:33:33Op allerlei wijze.
1:33:35En allerlei eigenschappen schitteren daarin.
1:33:39De eigenschap van uw rechtvaardigheid.
1:33:42Van uw heiligheid.
1:33:44Van uw majesteit.
1:33:46Van uw grootheid.
1:33:48Die uitroepen geven zoals het in uw woord staat.
1:33:52Wie zou u niet vrezen o koning der koningen.
1:33:56Maar ook van uw warmhartigheid.
1:33:58Van uw oneindige goede tierenheid.
1:34:01Dan zegt u toch tot arme zondaren.
1:34:04Ik doe het niet om uw het wil.
1:34:06O huis Israëls.
1:34:09Het zijn u bekend.
1:34:11Maar ik doe het om mijn heilige naam wil.
1:34:14Die gij ontheiligd hebt.
1:34:17Geef ons daar een diep besef van.
1:34:20Doe ons op uw naam hopen.
1:34:23Verzoen wat niet was naar uw woord.
1:34:25Bij het spreken, bij het luisteren.
1:34:28Gedenk ons ook in deze week van voorbereiding.
1:34:32Dat we een beleider, een aanroeper van uw naam mogen worden.
1:34:39Of mogen zijn een uitdrager van uw naam en van uw werk.
1:34:45Ook door de week.
1:34:47Gedenk voor uw getrouwe ontferming.
1:34:49Naar de rijkdom uw barmhartigheid.
1:34:53Gedenk u ook de beroepenpredikant.
1:34:55Schenk u ook getrouwheid om op te komen.
1:34:59Heren, zie zo nog neder.
1:35:01Gedenk u ook de ernstig zieken die er ook zijn in het midden van de gemeente.
1:35:06Schenk u nog een zin op u.
1:35:08En verwachting van u.
1:35:10Gedenk ons zo in uw sparende trouw en goedheid.
1:35:13Op en over de wegen.
1:35:15Om Jezus willen.
1:35:17Amen.
1:35:20Wij zingen tot slot het psalm 89.
1:35:23En daarvan het zesde en het zevende vers.
1:35:25Gij schiept het barre noord en het soede zuiden samen.
1:35:29En ook het zevende vers.
1:35:30Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.
1:35:34Psalm 89 vers 6 en 7.
1:35:37[GEZANG]
1:40:31Gaat nu heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:40:34De Heren zegenen u en behoeden u.
1:40:37De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:40:43De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:40:49Amen.
1:40:50[GEZANG]