0:01Onze
0:02[GEZANG]
10:35hulp en onze verwachting zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe
10:47houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:55Amen.
10:57Genade, warmhartigheid en vrede.
11:02Zij u van God den Vader, door Christus Jezus zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
11:13Amen.
11:16Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 119, en daarvan het dertiende en het negentwintigste vers.
11:25Psalm 119, vers 13.
11:33Doe mij naar uw woord herleven.
11:35Ik rijd voor uw oog mijn weg en handen bloot.
11:39En op vers 29.
11:41De Heere is mijn genoegzaam deel.
11:44Mijn goed.
11:45Ik heb gezegd.
11:46Ik zal uw woord bewaren.
11:48Ik heb u gebeen met mijn geheel gemoed.
11:51Dat zich uw heil aan mij mocht openbaren.
11:55Wees naar uw woord genadig.
11:57Aai behoed.
11:58Behoed uw knecht.
11:59En red hem uit gevaren.
12:01Ik noem u psalm 119 vers 13 en 29.
12:05Voor
12:05[GEZANG]
17:06een godsheidig en dierbaar woord in het Nieuwe Testament in de handelingen der apostelen.
17:12Daarvan nadert het tweede hoofdstuk te beginnen bij vers 32 tot en met vers 47.
17:18Noem u als onze schriftlezing handelingen 2 vanaf vers 32 tot en met 47.
17:26Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van godsheidige wet.
17:32Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.
17:43Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
17:48Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
18:00Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
18:04Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
18:08Want ik, de Heere, uw God, ben een ijveren God.
18:13Die de misdaad der vader en bezoek aan de kinderen.
18:17Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
18:22En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
18:27[GEZANG]
18:47Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
18:52Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:57Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstmecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in
19:09uw poorten is.
19:11Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en in ruste ten zevende dagen.
19:22Daarom zegen de Heer de sabbedag.
19:26En heiligde denzelven.
19:29Eer uw vader en uw moeder.
19:32Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
19:35Dat u de heren uw God geeft.
19:39Gij zult niet doodslaan.
19:41Gij zult niet echtbreken.
19:44Gij zult niet stelen.
19:46Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:51Gij zult niet begeren uw naaste huis.
19:54Gij zult die begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstrecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw snaasten
20:07is.
20:08Ik noem u als onze schriftlezing Handingen 2 te beginnen bij vers 32.
20:14Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
20:18Deze Jezus heeft God opgewekt.
20:22Waarvan wij allen getuigen zijn.
20:25Hij dan door de rechterhand gods verhoogd zijnde.
20:30En de belofte des heiligen geestes ontvangen hebbende van mijn vader.
20:35Heeft dit uitgestort dat gij nu ziet en hoort.
20:40Want David is niet opgevaren in den hemelen.
20:43Maar hij zegt de heren heeft gesproken tot mijn heren.
20:47Zit aan mijn rechterhand.
20:50Totdat ik uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank uw voeten.
20:55Zo weet er dan zekerlijk het ganse huis Israëls.
20:59Dat God hem tot een Heren en Christus gemaakt heeft.
21:03Namelijk deze Jezus die in gij gekruist hebt.
21:07En als zij dit hoorden werden zij verslagen in het hart.
21:11En zeiden tot Petrus en de andere apostelen.
21:15Wat zullen wij doen mannen en broeders?
21:18En Petrus zei er tot hen, bekeert u.
21:21En een iegelijk van u worden gedoopt in de naam van Jezus Christus.
21:26Tot vergeving der zonden.
21:28En ge zult de gaven des heilige geestes ontvangen.
21:32Want u komt de belofte toe en uw kinderen.
21:36En allen die daar verre zijn, zoveelen.
21:39Als er de Heere onze God toeroepen zal.
21:43Met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hen, zeggende, word behouden van dit verkeerd geslacht.
21:52Die dan zijn woordgaande aannamen werden gedoopt en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.
22:02En zij waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden.
22:12En een vreze kwam over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschieden door de apostelen.
22:19En allen die geloofden waren bijeen en hadden alle dingen gemeen.
22:25En zij verkochten hun goederen en haven en verdeelden dezelfde aan allen nadat elk van nodig had.
22:34En dagelijks eendrachtiglijk in de tempel volhardende en van huis tot huis broodbrekende.
22:42Aten zij tezamen met verheuging en eenvoudigheid de zarten.
22:46En prezen God.
22:48En hadden genade bij het ganse volk.
22:52En de heren deed dagelijks tot de gemeente die zalig werden.
22:56Tot zover schriftlezing.
23:00Gemeente de voorbeden willen we denken aan de beroepen predikant.
23:03Tom R.
23:04van den Kamp met zijn vrouw en gezin.
23:06De vervolgde kerk.
23:08En de behandeling van het wetsvoorstel strafbaar stelling.
23:13Conversiebehandelingen in de Eerste Kamer.
23:15Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
23:21Almachtige, eeuwige God.
23:23Uw dag is aangebroken.
23:26De dag die naar uw naam genoemd is.
23:28Aan uw dienst gewijd en geheiligd is.
23:31De dag waarop u de arbeid van uw Zoon bekroond hebt.
23:36Door hem te kronen met eer en heerlijkheid.
23:40De opstandingsdag.
23:42Doodgraf.
23:45Zijn door hem overwonnen.
23:46De macht van de vorst te duister is.
23:49Is er niet gedaan.
23:51En u hebt hem gekroond met eer en heerlijkheid.
23:54En wij hebben het gehoord uit uw woord.
23:57Hij heeft de belofte ontvangen van de heilige geest.
24:01En hij heeft die gave genomen om uit te delen.
24:05Aan wederhorigen.
24:07Opdat ze bij u zouden wonen.
24:10En door de bediening.
24:11Der verzoening.
24:13Werft u wederhorigen uit dat gevallen menselijke geslacht.
24:18Door de prediking van uw getuigenis.
24:22Door die onweerstaanbare werking van uw heilige geest.
24:25Naar uw welbehagen.
24:27En trekt u met koorten van goede tierenheid en waarheid.
24:32Uit de duisternis tot uw wonderbaar en heerlijk schijnend licht.
24:36Al de tijden door.
24:38Op allerlei plaatsen.
24:40In allerlei talen.
24:43Onder alle volkeren.
24:44Hebt gij uw koninkrijk bijeen vergaderd.
24:48En nog is er plaats.
24:50En schijnt het licht van de zon.
24:53Is deze uw dag aangebroken.
24:56Hebt u ons samengebracht.
24:58Of doet u ons met deze plaats verbonden zijn.
25:01Onder de verkondiging van uw goddelijk woord.
25:04Ook in een uur van voorbereiding.
25:07Op het sacrament van het heilig avondmaal.
25:10Heren.
25:11Dat dan de maatstaf van uw woord gehanteerd mag worden bij het spreken.
25:17Dat die maatstaf van uw goddelijke getuigenis omhelst mag worden bij het luisteren.
25:23En dat wij in dat woord onze gang, onze treden vast mogen maken.
25:29Onszelf zullen onderzoeken bij het licht van uw getuigenis.
25:34En schenk u ons daartoe de bediening, de kracht van uw heilige geest.
25:39Die Heere is en levend maakt.
25:42Die het verdorvenen vernieuwt.
25:44Breidt zo genadig en ontfermend uw handen uit.
25:48U weet wie we zijn.
25:49Hoe het met ons is op weg en reis.
25:52Naar de nimmer eindigende eeuwigheid.
25:55Als u toch ook in de woestijn van dit leven plaatsen.
26:01Aanricht tot verkwikking.
26:04Tot beleideris van uw naam en van uw werk.
26:08En van het enige offer wat uw recht voldeed.
26:12De wet vervulde.
26:15Satan verpletterde.
26:16En uw kerk zaligt.
26:19En waarvan u geboden hebt.
26:20Doe dat tot mijn de gedachten is.
26:23Wil zo overwinnend onze harten innemen.
26:28Door uw woord.
26:29Door de kracht van uw heilige geest.
26:32Als niet aanzien in onszelf.
26:34Maar ons gedachtig zijn.
26:37Naar de grootheid uw barmhartigheden.
26:39Wil ons gedenken, heren, hier of in de thuissituatie.
26:45Of in het ziekenhuis of in de verplegingrichtingen.
26:49U weet onze weg.
26:51U kent onze plaats.
26:54Betoon uw genatige trouw.
26:56Uw hulp en bijstand.
26:58Heren, wil ook gedenken de rouwtragenden onder ons.
27:02Korter of langere tijd geleden.
27:05Dan...
27:06Is daar de smart in het verlies.
27:08Dan valt daar de slag.
27:10Het is u op het allervoorbaatst bekend.
27:13Ook al is het enige tijd geleden.
27:15De wond wordt dan nog te scherper gevoeld.
27:18Wil dan gedenken heren.
27:20Uw onderwijzing en vertroosting niet onthouden.
27:24Ook een voorganger is zo plotseling weggenomen uit het midden van ons kerkelijk leven.
27:30Die ook hier verschillende malen uw woord gepredikt heeft.
27:34Gedenk ook de achterblijvende naar uw warmhartigheden.
27:38Wil, Heere Zoon, uw hulp, uw bijstand betonen in alle noden, alle omstandigheden, alle zorgen, de ziekten die er zijn, de behandelingen
27:51die ondergaan moeten worden, de onderzoeken die plaatsvinden, de spanningen, de zorgen, het verdriet wat dat met zich meebrengt, wil toch in al die omstandigheden.
28:03Uw hulp, uw bijstand niet onttrekken, verenigingen het hart geven met uw weg, maar ook aan de voeten brengen van uw grote hemelse medicijnmeester, die behouden kan voor
28:15lichaam en voor ziel.
28:18Gedenk zo naar de grootheid, uw warm hart en geen rook bij psychische noden.
28:22Ik wil ook dan uw hulp, uw bijstand genadigd bewijzen.
28:27Gedenk u de bewoners van de vijver, de bezoekers van de oase.
28:32U kent ze in alle onderscheide omstandigheden.
28:35Wil toch uw genade, uw geust, uw bijstand niet onttrekken.
28:40En uw zegen niet onthouden, ook aan de gehandicapten die thuis verzorgd worden.
28:45Heren, zie zo nog neder naar de grootheid, uw warmhartigheden in al die omstandigheden, noten en zorgen.
28:55Gedenk u ook de beroepen predikant, wil ook hem wijsheid en licht geven.
29:00En schenken wat u nodig geeft.
29:02En kon het zijn zijn hart inwinnen en overwinnen.
29:06Om hier de taak, de roeping nog enige tijd op zich te nemen.
29:11Onder uw voorzienigheid.
29:13Heren, zie zo nog neder.
29:15Ook op ons land, op ons volk.
29:18Ook als een wet dreigt aangenomen te worden.
29:22Die ons zou kunnen hinderen om de indringende boodschap.
29:26Van bekering en geloof.
29:29De indringende boodschap om vermaand te worden van de weg ter zonde.
29:34Als dat misschien straks wel verboden zou worden.
29:38Hoe ver zijn we weggeraakt als land en volk.
29:41In vroegere eeuwen een statengeneraal gehad.
29:45Die beval aan de kerk om een zuivere vertaling voor het volk te maken.
29:52En die daaronder te verspreiden.
29:54En nu een statengeneraal die dreigt de boodschap.
29:59van uw goddelijk woord op allerlei manieren tegen te staan en te hinderen.
30:04Doe ons weder keren, o God, onze schuils.
30:07En doe toch de niet uw toornigheid over ons.
30:11Zult gij dan eeuwiglijk over ons toornen.
30:14Wil dat toch uw gramschap, uw goede tierenheid, nog genatiglijk bewijzen.
30:19En ons nog gedenken naar de grootheid uw warmhartigheden.
30:23Breid zo ontfermend uw handen.
30:26Genadiglijk en zegenend uit.
30:28Over land en volk.
30:29Over kerk en staat.
30:32Schenk zo heren.
30:33Ook uw zegen.
30:35Bij al de arbeid die verricht wordt.
30:37Ook wat zending.
30:39Wat diakonaat betreft.
30:41Ook uit het midden van de gemeente.
30:43Breid zo genadigend.
30:45Ontfermend uw handen uit.
30:46Zie zo nog op ons neder in dit morgenuur.
30:49Wil bij het spreken en bij het luisteren.
30:52De bediening, de leiding van uw heilige geest.
30:55Ons niet onthouden.
30:57Ons niet aanzien in onszelf.
30:59Maar ons gedachtig zijn.
31:01Om zijn het wil die gij altijd hoort.
31:04Om Christus willen.
31:06Uit genade.
31:07Amen.
31:11Gemeente de dichter.
31:12Die vraagt in de psalm, psalm 15.
31:15Heren wie zou verkeren in uw tent.
31:17Dat bedoelt in het heiligdom.
31:20Wie zal daar de rechte plaats in mogen nemen.
31:22Bij het altaar.
31:24Om de heren de lof en de eer en de aanbidding aan te brengen.
31:28Wie zal verkeren in uw tent verkeren?
31:31Dat wil zeggen een korte tijd, enige tijd.
31:35Maar hij zegt ook wie zal wonen op de berg uw heiligheid.
31:39Dat spreekt meer van de eeuwigheid.
31:41Van de toekomst hier is vooral degene die de naam des heren ook moedig hebben leren vrezen.
31:48Wie zal verkeren in uw tent?
31:51Ook wellicht volgende week, als de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal zal aangericht staan.
31:58En wie zal wonen op de berg?
32:01Uwe heiligheid zijn toch wel vragen.
32:04Die ons bezet mogen houden in het heden der genade.
32:08In die wel aangename tijd, als het nog is, de dag der zaligheid.
32:14Onze tekst worden spreken van mensen die in die tent mogen wonen.
32:20En die nu mogen verblijven op de berg zijn er heiligheid.
32:24En u vindt sinds uw voorgelezen schriftgedeelte het 42ste vers van Handelingen 2.
32:31Handelingen 2 vers 42 waar Gods woord als volgt tot ons komt.
32:36En zij waren volhardende in de leerderapostelen.
32:41En in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden.
32:49Het gaat hier gemeente om een gezelschap, want wat het oprecht waardzaligmakend geloof beoefent.
32:56We letten ten eerste aan de hand van onze tekstwoorden op de bron voor het geloof.
33:01In de tweede plaats op de versterking van het geloof.
33:04En in de derde plaats op de verzuchting in het geloof.
33:08Zij waren volhardende in de leerde apostelen als de bron voor het geloof.
33:14En in de gemeenschap.
33:15En in de breking des broods, dat is de versterking van het geloof.
33:19En ook in de gebeden, dat is de verzuchting in het geloof.
33:25Voordat we hier nader bij stil hopen te staan, gaan we eerst zingen.
33:29En wel uit Psalm 25, het derde, het vijfde en het zevende vers.
33:35Psalm 25, vers 3.
33:37Denk aan het vaderlijk meedogen.
33:40Heren, waarop ik binnen pleit, milde handen.
33:43Vriendelijk ogen zijn bij u van eeuwigheid.
33:47Het vijfde vers, louter goedheid, liefde koorden.
33:51Waarheid zijn des heren paan.
33:53En ook het zevende vers, godsverborgen omgang vinden zielen.
33:57Daar zijn vrees in woont.
34:00En dan zijn er nog mededelingen in verband met het te houden.
34:04Heidig avondmaal volgende week zondag.
34:07Zal er maandag 1 juni, dus morgenavond, censuur en moren worden gehouden.
34:13Aanvang kwart over zeven.
34:15Aansluitend hierop zal om acht uur het avondmaals gezelschap of bezinningsuur plaatsvinden.
34:20Als kerkraad willen we benadrukken dat alle gemeenteleden welkom zijn om dit moment van bezinning bij te wonen.
34:29Woensdagavond zal een kerkdienst worden gehouden.
34:32In deze dienst zal de beroepen predikant dominee R.
34:35van der Kamp uit Opheusden voorgaan.
34:38De dienst vangt aan om half acht.
34:40We roepen iedereen op om deze doordeweekse dienst bij te wonen.
34:44En van de vernoemde voornemens geld, zo de Heer het wil.
34:48En we leven en de collecten in deze dienst zijn in de eerste collecten voor het pastoraat.
34:53De tweede voor de kerfhoordij.
34:55En de derde voor de aflossingskerk.
34:57Deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.
35:00En we zingen uit Psalm 25 vers 3, 5 en 7.
35:04[GEZANG]
42:34Gemeente de apostel Petrus heeft het net van het woord uitgeworpen op die doorluchtige dag.
42:40De dag van de uitstorting van de heilige geest.
42:44Dat hij besteld zijnde in het apostolisch ambt in Johannes 21.
42:50Met grote kracht het woord gods mag prediken door de zalving van de heilige geest.
42:56En het woord mag zeer gezegend worden.
42:59Bediening van het woord gemeente die plaatsvindt.
43:03Op de pinsterdag mag wel duidelijk zijn wat dan de woordbediening inhoudt.
43:10Wat is dan het centrale thema in de bediening der verzoening.
43:14Het blijkt dat als de apostolische prediking uitgaat.
43:20Door de zalving van de heilige geest.
43:23Dat dan de schrift geopend wordt.
43:25Het woord wordt gepredikt.
43:28En het oude testament.
43:30Daar wordt het uitduidelijk gemaakt.
43:33Dat vele profetieën en psalmen heen wijzen.
43:38Naar het werk en naar de komst.
43:41En naar het offer van de zoon gods Christus Jezus.
43:45En Christus wordt in de bediening van het woord.
43:48In het middelpunt gezet.
43:50Hij als de beloofde aan de vader.
43:54Als de beloofde aan de vaderen.
43:56De van God gezonderen.
43:58Die in de volle destijds gekomen is.
44:00Hij is.
44:02Degene die het recht van de Vader verheerlijkt heeft.
44:05Die de schriften vervuld heeft.
44:07Die de genade verworven heeft.
44:10Die dat offer op Golgotha gebracht heeft.
44:13Hij heeft ook voor elke hoorder aan een grijpende boodschap.
44:17Een ontdekkende prediking die gijlieden gekruisigd hebt.
44:23De boordbediening gemeente van deze apostel.
44:26Die heeft een boodschap voor elke hoorder die eronder verkeert.
44:31Dat mogen dus ook duidelijk zijn.
44:33Hij spreekt elke hoorder aan.
44:36Hij geeft alle getuigenis van de aanzegging van hun zonde en schuld.
44:42Tegen de borg, tegen de zaligmaker, tegen Christus Jezus.
44:47Het waren godsdienstige joden.
44:49Het waren kerkmensen.
44:51Ze waren opgekomen om het feest te houden.
44:54Ook de Jeruzalem misschien van verre gekomen.
44:58En hen wordt gepredigd de Christus der schriften.
45:01Met bevel van bekering en geloof.
45:06En wat een apostel niet kan werken.
45:08Maar wat de heren werkt naar zijn welbehagen.
45:11Onder de bediening der verzoening.
45:13Dat is dat zij dat woord gods aanvaarden.
45:18Niet gedwongen maar ingewonnen.
45:21Die dan zijn woord gaarle aannamen.
45:24Zo staat er.
45:26Daar zit onderwerping in.
45:29Daar zit liefde in.
45:32Gaarne en gewillig hebben ze de boodschap van de aanzegging van hun zonden en schuld.
45:38Maar ook van de liefdelijke belofte en nodiging van bekering en geloof in de zadigmaker van zondaren aangenomen.
45:46Gaarne, een nieuwe wil die een vrucht is van de kracht van het woord en van het werk van de heidige geest.
45:54Het hart geraakt, de schuld aanvaard, de eigen gerechtigheid afgeworpen.
46:01Als een onder te denken dekmantel.
46:03En de gerechtigheid gods in Christus Jezus omhelst.
46:07Als enig fundament der zaligheid.
46:10Als enige grond tot behoud.
46:14Gaat gemeente om de deelname aan het sacrament van het heiligavondmaal.
46:19Dienst en uren van voorbereiding.
46:22Ook vanmorgen.
46:23Wie zal wonen in die tent des heren in het heiligdom.
46:30...met het altaar.
46:31Het geloof, dat kan sterk zijn.
46:35Het geloof kan ook zwak en aangevochten en bestreden zijn.
46:40Het gaat om waar zaligmakend geloof.
46:43En hoe zwak, hoe klein of het geloof ook is...
46:48...of hoe sterker of het ook mag zijn...
46:51...elk gelovige gemeente heeft hetzelfde voorwerp des geloofs.
46:59En dat staat in de woorden van onze tekst.
47:01Daar staat en ze waren volhardende in de leer der apostelen.
47:07Dat is de bron voor het waar geloofsleven.
47:11En daar zijn ze alle gelijk in.
47:13Al zijn er bij geweest die misschien van verre staan.
47:16Die misschien nog sidderden en beefden.
47:19Al zijn er bij geweest die met grotere overreding en kracht dat woord gods hebben aanvaard.
47:25Maar ze hebben alle...
47:27Dezelfde leerbeleving.
47:29Ze waren volhardende, zo staat er, in de leer der apostelen.
47:35En het woord leergemeente, dat heeft een verschillende betekenis.
47:40Het Griekse woord kan vertaald worden met leer.
47:43Het kan ook vertaald worden met onderwijzing.
47:47Kijk, die beide zaken zijn kenmerkend voor de oprecht gelovigen.
47:52De leer, dat is begrensd.
47:56Dat heeft duidelijke grenzen.
47:58De leer staat vast.
48:01Het is dus niet zo dat deze leer aangepast kan worden.
48:06Dat ze uitgebreid kan worden.
48:08Dat ze naar tijdsomstandigheden op een andere manier ingevuld kan worden.
48:14Nee, het is een vaste, een zekere, een gewisse leer.
48:19Het is het woord Gods.
48:21Het is zijn getuigenis wat eeuwig vast.
48:25En zeker is.
48:27En deze leergemeente die klinkt in het midden van de leer.
48:30De leugenleer.
48:31Van de vorste duisternis.
48:33Die ons verderf.
48:35En onze dood op het oog heeft.
48:38En zijn leugenleer heeft ons gebracht.
48:40Op de brede weg van het verderf.
48:43Deze leer staat in schrillen.
48:46Tegenspraak tegen de leer van de wereld.
48:48Laat ons eten.
48:49Laat ons drinken.
48:50Laat ons vrolijk zijn.
48:52Want morgen, maar dat wordt er vaak al niet meer bij gedacht en gezegd, sterven wij.
48:57Staat haaks op de leer van de fariseer en schriftgeleerden.
49:01Die op goede werken, op eigen gerechtigheid en op zelfgenoegzaamheid, ook rust.
49:09Staat ook tegenstelling tot de leer van wettische werken.
49:14Er is geen sprake van voortscheidend inzicht.
49:18Het is de leer van de apostelen.
49:21Zij waren al degenen.
49:23Ze waren dus volhardende in de leer van de apostelen.
49:29Zij bleven met de waarheid die ze gaarne en gewillig omhelst hadden.
49:35En beleden hadden de leer dat Christus Jezus enige grond tot behoud.
49:40Enige weg tot zaligheid.
49:43Dat zijn offer alleen al genoegzaam is voor de verzoening van de zondenschuld.
49:51Boodschappers waren deze apostelen.
49:54Die leer is vast en die is gewis.
49:57Die gaat niet mee met de tijd.
49:59Het is de tijdloze goddelijke openbaring van het woord der waarheid.
50:05De schrift.
50:07De Christus.
50:09Zijn offer en zijn gerechtigheid.
50:12Zijn bloed dat reinigt van alle zonden.
50:15De leer van Gods vrijmachtige genade.
50:18Die het verlorene zoekt.
50:21De leer dat in zijn naam bekering en vergeving van zonden gepredikt wordt onder alle volken.
50:31En het is inderdaad begonnen te Jeruzalem.
50:34En het is rijkelijk met de zegen van God bekroond.
50:40Leergemeente, als u deel mag nemen aan het sacrament van het heiligavondmaal.
50:45Dat u zonder was en dat u zonder geworden bent.
50:51Gebleven bent.
50:52Die leer.
50:53Dat komt u dan beleiden aan de tafel.
50:56Dat er uit u geen vrucht gevonden wordt.
50:58Tot in de eeuwigheid.
51:00Maar daarom nadert u juist.
51:03Tot de tafel.
51:04Om te beleiden dat.
51:06Uw vrucht alleen uit hem gevonden kan worden.
51:09Die enige naam gegeven.
51:11Onder de hemel.
51:12Tot zaligheid.
51:13Een enge leer.
51:15Voor rijken en verrijken.
51:18Voor bezittende mensen.
51:20Maar.
51:21Een ruime leer voor arme, ellendige, verloren zondaren.
51:25Die in hun zonde en ellende tot hem zich ter genezing leren wenden.
51:31En zijn naam en dienst ook lief hebben.
51:35Een leer voor noodrustigen.
51:37Een leer voor tobbers, die leergemeente.
51:41Daar gaat dus niets, wordt er vanaf gedaan.
51:45Niets mag er worden toegedaan.
51:48Het is Gods woord.
51:50Die zegt als het gaat over het waarzaligmakend geloof.
51:54Het is een stellig kennen en weten.
51:58Waardoor ik alles voor waarachtig houd.
52:02Hetgeen God in zijn woord geopenbaard heeft.
52:05Die leert.
52:06Niets.
52:07Geen twijfel.
52:09Over de waarheden van de schrift.
52:10Niet dat u alles begrijpt.
52:12Niet dat u alles verstaat.
52:15Niet dat u alles kunt bevatten wel.
52:17Nee.
52:18Dat kunt u niet aan deze zijde.
52:20Wordt u niet gevraagd.
52:21Maar wel dat u leert buigen voor dat woord God.
52:26Voor die majesteit die zich zo geopenbaard heeft.
52:30En wat we niet begrijpen en niet bevatten kunnen.
52:32Dat leren we stamelen.
52:34God is groot.
52:35En wij begrijpen hem niet.
52:38Het is ook onderwijzen gemeente.
52:41Het is dus een blijvende onderwijzen.
52:44U hoort de begenadigde gedurig vragen.
52:47Zend u licht.
52:48U hoort zeer gevorderde gelovige smeken.
52:56Leer mij naar uw wil te handelen.
52:58Ik zal dan in uw waarheid wandelen.
53:00Nijg mijn hart en voeg het samen.
53:03Tot de vrezen van uw naam om hem te dienen.
53:07Dus het blijft alles ten dele aan deze zijde.
53:11Dus die leer is buiten alle twijfel.
53:14Geen enkele discussie erover.
53:17Geen enkele twijfel eraan.
53:19Maar het ligt aan onze zijde.
53:22We hebben telkens weer nodig die onderwijzing uit het woord.
53:25Die verlichting van de heilige geest.
53:28Dat zitten aan de voeten van die hoogste profeten Lira.
53:32Die smeekbeden.
53:34Och dat ik klaar en onderscheiden zag.
53:37Hoe ik mij naar uw bevelen moet gedragen.
53:39Uw wonderen recht betrachten dag bij dag.
53:43Die verborgen omgang.
53:46En die verborgenheid van de leerder godszaligheid in beginsel te leren verstaan.
53:52Dat woord is een schat waar steeds nieuwe en steeds oude dingen uitgenomen moeten worden.
53:59U raakt gemeente aan deze zijde van het graf nooit uitgeleerd.
54:04En u raakt nooit afbekeerd.
54:07Tot op de laatste dag van de pelgrimsreis moet u bekeerd worden telkens weer.
54:13Elke keer weer.
54:16Opnieuw.
54:16En ziet de eenheid gemeente.
54:18Zij waren volhardende staten.
54:21Ze bleven erbij.
54:22Ze hielden zich eraan.
54:24De eenheid daar ook.
54:25Kijk daar ligt nu de eenheid.
54:27Er wordt in onze tijd.
54:29Zo vaak gesproken over eenheid van de kerk.
54:32Dan is het een zaak vaak van gevoel.
54:35En van emotie.
54:37En als jullie maar wat gelijk gaan denken.
54:40Als de een u dit toegeeft.
54:41En de ander die laat dat.
54:43Misschien dat we dan weer samen kunnen, dat wordt nooit wat gemeend.
54:47Dat loopt telkens weer stuk.
54:49Dat zijn menselijke redeneringen.
54:51Maar hier ligt de eenheid.
54:54Ongeacht de tijd waarin we leven.
54:56De cultuur waar we deel van uitmaken.
54:59De taal die we spreken.
55:01Het karakter wat we hebben, wat onderscheidt.
55:04De leidingen die onderscheiden en verschillend kunnen zijn.
55:08Maar hier ligt de eenheid.
55:10Dat gezamenlijk...
55:13Aanvaarden.
55:13Beleiden.
55:14Van dat goddelijke woord.
55:16Wat waarachtig.
55:17Betrouwbaar is.
55:19De omhelzing van dat profetische woord.
55:21Wat zeer vast is.
55:23Gij doet wel als gij daarop acht geeft.
55:25Als op een licht.
55:26Schijnende in een duistere plaats.
55:28Totdat de dag aanlichtte.
55:30En de morgenster opgaat in uw harten.
55:33Of we dan jong of oud zijn.
55:36Of we vijf talenten, drie talenten of één talent hebben.
55:40Welke taal we ook spreken, welk beroep we ook uitoefenen.
55:43Hoe onderscheiden kan dat alles zijn?
55:46Of we van jongs af aan geleid en geleerd zijn door het woord van de levende God.
55:52Of dat we krachtdadig tot stilstand gekomen zijn op latere leeftijd.
55:57Hier ligt de eenheid.
55:59Niet om elkaar af te meten naar elkaars weg, naar elkaars ondervindingen.
56:05Maar die gezamenlijke, gaarne.
56:10Omhelzing van het woord van God.
56:12Die gewillige hartelijke onderwerping.
56:14Aan die enige naam.
56:16Aan dat enige offer.
56:17Wat gebracht is op het vloekhout.
56:20Van Golgotha.
56:22En daarom jonge mensen vanmorgen.
56:24Wat is er niet veranderd in de wereld?
56:26Wat zijn er niet ingrijpende veranderingen als het gaat.
56:30Om de wetenschap.
56:32Om de medische wetenschap.
56:33Om vervoer.
56:35Als we dat vergelijken.
56:36De tijd van de Bijbel.
56:38Dat men geen motoren kende en zeker geen vliegtuigen.
56:42En de medische wetenschap en allerlei dingen die ontwikkeld zijn in onze tijd.
56:48Wat is er niet ontzaggelijk veel veranderd?
56:50Maar de leer niet.
56:52De leer is onveranderlijk.
56:54De Heidelbergse katechismes, er hoeft nog geen enkele wijziging in plaats te vinden.
57:00Omdat de Heidelbergse katechismes de leer weergeeft.
57:06Verwijst naar de schrift.
57:08Waar ze die leer ook uit samengevat heeft.
57:11De Nederlandse geloofsleider is de Dordtse leerregels.
57:15De geschriften van oud-vaders.
57:17Oh, als u denkt, wat betekent dat toch?
57:20De droefheid van God.
57:22Dan kunt u terecht in de schrift van vijf, zesduizend jaar terug.
57:27Dan kunt u onderwijs ontvangen van John Bunyan.
57:31400 jaar geleden in een andere samenleving.
57:35In een ander land.
57:36In een ander taal.
57:38Maar wat hij zegt over die droefheid naar God.
57:41Kunt u naadloos terugvinden in het woord.
57:45Dezelfde ervaringen.
57:47Zij waren volhardende in de leer.
57:50Wat er ook verandert in deze wereld.
57:53Hoe de samenleving zich ook kan wijzigen.
57:57Maar hier staat van de kerk.
57:59Zij waren volhardende in de leer.
58:02De apostelen en...
58:04In de gemeenschap.
58:05In de eenheid.
58:07Ook met elkaar.
58:08Daar ligt de eenheid.
58:10De gemeenschap.
58:12Ook met de heren.
58:14Want hij is een waarmaker van zijn woord.
58:18Hij eist van ons.
58:20Dat we op zijn woord en waarheid letten.
58:22En er ligt ook de eenheid.
58:24Gezamenlijk in.
58:26In de beleidenis.
58:27Van hem.
58:28Christus Jezus.
58:29Enige grond.
58:31Tot behoud.
58:32En zaligheid.
58:34En volhardende gemeente.
58:36Volhardende.
58:36Dat betekent ook in de Griekse grondtekst.
58:39Komt wat op af.
58:41Als u echte leer omhelst.
58:43Als u van ganster harte.
58:46U onderworpen maakt aan de leer van het woord van God.
58:50Komt wat op af.
58:51Ook in onze tijd.
58:52Van allerlei zijden.
58:54Van buiten.
58:55Hoon en spot.
58:57Veracht.
58:57Denkt u nog zo over.
58:59Bent u nog zo bekrompen.
59:02Neemt u nog zo nauw.
59:03Ach, kom nou, dat hoeft al niet meer in onze tijd.
59:06Daar komt wat op af, van binnen ook.
59:09Met een doodsteek in mijn beenderen zegt David.
59:12Hone mij mijn tegenpartijders.
59:15Als ze tot me zeggen, waar is uw God?
59:18En daarom volhardende.
59:21Dat is een genade.
59:23Om de voetstappen vast te blijven maken.
59:27In dat onfeilbare woord van God.
59:30Om u te houden.
59:32Aan de schrift.
59:32Aan zijn getuigenis.
59:34Al worden we een eenling.
59:36Misschien op school.
59:38Misschien op het bedrijf.
59:40Misschien wel in uw familie.
59:42In uw gezin.
59:44Maar te blijven te volharden.
59:46Ben je de leer der waarheid.
59:49En dat betekent dat woord ook volharden.
59:51Steeds bij iemand blijven.
59:55Steeds bij iemand blijven.
59:57Hoe het ook mocht tegenlopen.
59:59Gestadig op zijn goedheid hopen.
1:00:01Steeds bij iemand blijven.
1:00:03En ook wachten.
1:00:05Dat betekent het ook.
1:00:06Ik blijf ten Heere verwachten.
1:00:08Mijn ziel wacht ongestoord.
1:00:11Ik hoop in al mijn klachten op zijn onfeilbaar woord.
1:00:16Betekent ook gemeente sterk aanhouden.
1:00:20Net als die blinde Bartiméus.
1:00:22En net als die Canaanese vrouw.
1:00:25Sterk aanhouden.
1:00:26Het betekent ook gedurig.
1:00:29In dat woord.
1:00:30In die leer.
1:00:31Ook bezig zijn.
1:00:33Zoals die lieden van Berea.
1:00:35Die onderzocht de dagelijkse schriften.
1:00:38Of die dingen al zo waren.
1:00:40Zoals David.
1:00:42Die beleidt.
1:00:43Hoe zoet zijn mij uw redenen geweest.
1:00:45Zoals de apostel Paulus.
1:00:47Die zegt.
1:00:48Ik heb een vermakende wet gods.
1:00:49Naar de inwendige mens.
1:00:52Zie de bron voor het geloof gemeente.
1:00:55Het woord.
1:00:56Het profetische, het apostolische woord.
1:01:00De schrift.
1:01:01De omhelzing van het woord der waarheid.
1:01:04Een diepe eerbied voor de God der waarheid.
1:01:08Om hem de eer en de aanbidding te geven.
1:01:11En de beleiders van hem.
1:01:13Christus Jezus.
1:01:15Het vlees geworden woord.
1:01:17In de tweede plaats.
1:01:18Dan spreekt ook de tekst van de versterking van het geloof.
1:01:22Bloeitijd, gemeente van de kerk.
1:01:24Heeft helaas niet zo lang geduurd.
1:01:27De macht van de vorte duisternis.
1:01:29Die kwam er al spoedig tussendoor.
1:01:31Met een Ananias.
1:01:32Met een Safira.
1:01:34De vijandschap brak al spoedig los te Jeruzalem.
1:01:38Het ontzag week al.
1:01:40Al vrij snel.
1:01:41Ook in die stad Jeruzalem.
1:01:44Maar toch een bloeitijd.
1:01:47Eenheid.
1:01:48Volharding.
1:01:49Door de geest van het woord.
1:01:51Gebonden aan de leer.
1:01:52Die gezamenlijke.
1:01:54Dus u leest van deze discipelen.
1:01:57Kijk, dan bent u er ook vanaf van die strijd.
1:02:00Wie is nu de meeste?
1:02:01Wie is nu het verst gevorderd?
1:02:04Wie heeft nu de meeste genade?
1:02:06Wie kan u het diepst vertellen?
1:02:09Volhardende in de leer.
1:02:11Dat onze gerechtigheid buiten onszelf ligt.
1:02:15Dat onze zaligheid door het middelaarsnoed verdiend is.
1:02:20Dat onze zondenschuld.
1:02:22Door zijn offer verzoend is.
1:02:25Dat te beleiden.
1:02:26Hem de eer de aanbidding te geven.
1:02:29Ja, dan is hij de meester.
1:02:31Dan ontvangt hij de eer.
1:02:34Net als David weet wel bij het opbrengen van de ark.
1:02:38Om God met een linde lijfrok.
1:02:40Hij zegt niet, ik ben koning, wacht even opzij.
1:02:43Met mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden.
1:02:47Zal ik verheerlijk worden.
1:02:49In de levende God.
1:02:51Hem de eer.
1:02:53En de aanbidding te geven.
1:02:55Dan gaat daar geen strijd meer over.
1:02:58Misschien gemeente dat u topt.
1:03:00Ook in een week van voorbereiding.
1:03:01Hopelijk wel.
1:03:03Er is genoeg te toppen.
1:03:05Als we zien op onszelf.
1:03:06Voor u en voor mij.
1:03:08We zijn toch in alles tekort geschoten.
1:03:10We hebben toch onze gebreken weer duidelijk vertoond.
1:03:13In de afgelopen tijd.
1:03:15We hebben onze zwakheid van vlees.
1:03:18Verschillende malen weer duidelijk bewezen.
1:03:20In struikelingen.
1:03:22In wankelingen.
1:03:24En u hebt er nog ineens tranen over.
1:03:27En de gevoelige tijden is ook geweken.
1:03:31En de zonden zijn teruggekomen.
1:03:33Ja, juist dan de bediening van het sacrament van het heiligavondpaal.
1:03:38Het is ook tot versterking in het geloof.
1:03:43Het is om een duidelijker gezicht te hebben.
1:03:46Op de verdienende, de verwervende oorzaak van de genade gods.
1:03:52In Christus Jezus.
1:03:53Het is juist duidelijker.
1:03:55Dat u moet komen als een arm zondaar.
1:03:58Al de tollenaars.
1:04:00En de zondaars.
1:04:02Naderden tot hem.
1:04:04Om hem te horen.
1:04:06Ziet hij ontvangt.
1:04:08De zondaars.
1:04:09En u eet met hen.
1:04:12Juist dan.
1:04:13Als dat waar is.
1:04:14Dat u dat gevoelt.
1:04:16Uw dorheid.
1:04:17Uw verlorenheid.
1:04:19Uw ellendigheid.
1:04:20Uw schuld.
1:04:21Uw struikelingen juist dan toch te beleiden midden in de dood liggende dat de gerechtigheid buiten uzelf ligt.
1:04:31Dat het gaat om zijn voldoening aan het strafwijzend recht.
1:04:35Wat de verzoening ook inhield met armen en verloren zondaren.
1:04:41Hij heeft ook niet gezegd doe dat tot de gedachtenis van uw bekering.
1:04:45Doe dat tot de gedachtenis om een kroon te geven.
1:04:50Op uw ondervinding.
1:04:52En op uw gestaltes.
1:04:53Maar hij heeft gezegd.
1:04:55Doe dat tot mijn gedachtenis.
1:04:59Hij heeft de strijd gestreden.
1:05:01Hij heeft de prijs betaald.
1:05:04Hij heeft bloed gezweet in de hof.
1:05:07Hij heeft aan het kruis gehangen.
1:05:10De nagelen zijn door zijn handen.
1:05:12En door zijn voeten gegaan.
1:05:13Doe dat tot mijn gedachtenis.
1:05:17Hij is de grond van de rechtvaardiging.
1:05:20Hij is de bron van de heiligmaking.
1:05:22Hij is de oorzaak ook van de heerlijkmaking.
1:05:27Kijk hier aan de tafel dan wordt het geweten gestild.
1:05:32Moet de macht van de vorst de duisternis wijken.
1:05:34Daar wordt de gerechtigheid verklaard.
1:05:37Die redt van de dood.
1:05:39Uitgebeeld in de tekenen van brood en wijn.
1:05:42U moet het net aan de andere zijde uitleren werpen.
1:05:45Aan de zijde gods.
1:05:47U moet bedenken.
1:05:49Wat er geschreven staat in het formulier.
1:05:51Ik voor u.
1:05:53Daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.
1:05:57Het is volbracht.
1:06:00De verbreking van zijn lichaam wordt uitgebeeld.
1:06:03De uitstorting van zijn hart en bloed wordt gepredikt.
1:06:06In die beide tekenen van brood en van wijn.
1:06:10En dat is tot versterking.
1:06:14Tot het waar.
1:06:15Zalig maakt nog geloof.
1:06:17Hecht zich dus aan het woord.
1:06:20Geloof beleidt het vlees geworden woord.
1:06:24Dus wat is dat versterking?
1:06:26Wat is dan versterking van het geloof?
1:06:28Dan gaat het toch om die belofte gods.
1:06:31Of ik ook deze gewisse belofte gods geloof.
1:06:36Dan gaat het om de arbeid van Christus.
1:06:39Die in die belofte gepredikt wordt.
1:06:42Ons duidelijk gemaakt wordt.
1:06:44Niet alleen hoorbaar.
1:06:46Maar ook zichtbaar in die tekenen van brood.
1:06:48En van wijn.
1:06:49Doe dat tot mijn gedachten is.
1:06:53Zo dikwijls.
1:06:54Als u dit brood zult eten.
1:06:56En deze wijn zult drinken.
1:06:58Verkondig dan de dood van hem.
1:07:02Erkenning gemeente.
1:07:04Van de rechtvaardigheid van de wet.
1:07:07Doorleving.
1:07:08Van de strafwaardigheid.
1:07:10Van onszelf als arm.
1:07:12Ellendig verloren zonder.
1:07:14Maar ook hopend.
1:07:16En voorberachtig houdend.
1:07:18De barmhartigheid gods in Christus Jezus.
1:07:21Die ons gepredikt wordt in die tekenen van brood en van wijn.
1:07:26Dat hij gekomen is.
1:07:28Dat hij geleden heeft.
1:07:31Dat hij gestorven is.
1:07:33Dat hij het uitgeroepen heeft.
1:07:35Het is volbracht.
1:07:38En zo deel te hebben aan het offer.
1:07:41De verbreking van het lichaam.
1:07:44Wordt uitgebeeld in de...
1:07:46Breken van het brood staat in de tekstgemeente.
1:07:49In de gemeenschap en in de breking des broods.
1:07:54De meeste verklaarders, ook Alvijn.
1:07:57Die zeggen dit is de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal geweest.
1:08:03Wat toen veelvuldig plaatsvond.
1:08:05Zo vlak na het offer op Golgotha.
1:08:10Zo krachtig de uitstorting van de heilige geest.
1:08:14Zo helder, zo duidelijk.
1:08:16De prediking van deze apostelen.
1:08:19Zo sterk de binding ook van de gemeente.
1:08:22Tenmidden van de verdrukking.
1:08:24Dat zij veelvuldig dat sacrament van het heiligavondpaal hebben bediend.
1:08:29De breking van het brood.
1:08:31En dan zegt de zaligmaker dat is mijn lichaam.
1:08:35Wat voor u gebroken is.
1:08:37Zoals mijn lichaam verbroken is aan het kruis.
1:08:41En voldaan heeft aan het strafwijzend recht.
1:08:45Zoals zo de voldoening gegeven is aan de deugde van de Vader.
1:08:49De verzoening verworven is voor armen en verloren zondaren.
1:08:53Dan krijgt u deel door het eten van het brood aan dat offer.
1:08:58Zoals onder het oude testament ook de gelovigen ook deels van dat offer had.
1:09:06En daarom zegt de dichter ook.
1:09:08De Heere is mijn deel.
1:09:11Mijn goed.
1:09:13Mijn zalig slot.
1:09:14Etende van dat offer, dat gebroken brood.
1:09:18En drinkende de wijn.
1:09:21Het altaar onder het oude verbond.
1:09:23En nu in het Nieuwe Testament.
1:09:28De prediking van Christus Jezus tot versterking van het waar.
1:09:33Zaligmakende geloof.
1:09:34Maar in de derde plaats, gemeente, dan spreekt ook de tekst.
1:09:37Van de verzuchting in het geloof.
1:09:39Daar staat ook en in de gebeden.
1:09:44En dat wordt ook vaak in de tekst of in de schrift ook duidelijk gemaakt in het Nieuwe Testament.
1:09:49Ook in het zuchten, de verzuchting.
1:09:52Wij weten niet te bidden gelijk het behoort.
1:09:57Maar de geest zelf zucht in ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
1:10:03Dus niet als de fariseerden en de schriftgeleerden.
1:10:06Die hebben aan woorden geen gebrek.
1:10:09Die kunnen het urenlang volhouden.
1:10:11Op de hoeken van de straat dan ook.
1:10:14Voornamelijk om onder de mensen ook een naam te verkrijgen.
1:10:17Zit hem niet in de lengte gemeente.
1:10:20Het zit hem niet in een woordkeus.
1:10:23Het zit hem in waardheid in het hart.
1:10:26Hij is nabij de ziel die tot hem zucht.
1:10:30En die troost het hart dat schrijend tot hem vlucht.
1:10:34En in Romeinen 8 dan toont ook de apostel dat dat waarde bidden een zuchten is.
1:10:42Aan onze zijde.
1:10:43Die gewerkt wordt door de kracht van de heilige geest.
1:10:47Want u staat toch in de strijd tegen de driekoppige vijand.
1:10:54U hebt geen overwinningsleven.
1:10:56De strijd is wel gewonnen.
1:10:59De overwinning is gewis en zeker.
1:11:01Maar u staat toch aan deze zijde.
1:11:04U bent toch in deze bedeling.
1:11:07U hebt toch te maken met drie machtige vijanden.
1:11:11De wereld.
1:11:13In welk midden u woont en werkt.
1:11:15De macht van de vorste duisternis.
1:11:18Die altijd bezig is om diegene die het in waarheid om de heren en om zijn dienst te doen is te belagen en te hinderen.
1:11:28Allerlei bezwaren op te werpen.
1:11:31Vooral in de week van voorbereiding.
1:11:33Hij wijst u op de achterliggende tijd.
1:11:36Nee, bepaalt geen voldoende gehaald gemeente toch.
1:11:40Als u denkt, als u...
1:11:42Begeert ook aan te komen volgende week aan het sacrament van het heilige haantman.
1:11:46Dan komt het toch zeker niet omdat u zo'n voorbeeldige wandel gehad hebt in de afgelopen tijd.
1:11:52Want dan is er geen rechtmatige plaats aan deze tafel als zelfgenoegzaamheid nog uw deel is.
1:12:00En als u meent dat u op grond van uw verrichtingen, van uw daden, van uw gevoeligheden wel een rechtmatige plaats kunt innemen aan de tafel.
1:12:12Des heren, tegendeel toch.
1:12:15Daar staat toch in de schrift de Allerheiligste.
1:12:18Staat in de katechismes.
1:12:20De allervoornaamste gelovigen hebben maar een klein beginsel van die ware gode verheerlijke gehoorzaamheid.
1:12:27Dus als de Allerheiligste tot een klein beginsel komen.
1:12:32En dat is nog genade.
1:12:34Dan is er toch niets te roemen.
1:12:36In of van onszelf.
1:12:38Dan moeten we toch komen in de beleidenis.
1:12:40Ik heb gedaan.
1:12:42Dat kwaad was in uw oog, dies ben ik, heren, uw gramschap, dubbelwaardig en toch komen.
1:12:49Want tollenaren en zondaren, die worden genodigd.
1:12:53Strijd ook met uzelf, uw oude mens, die zich nooit onderwerpt aan de wil, aan de wet van God.
1:13:01En het gevaar van de verzoekingen, van de verleidingen, van de bedreigingen, van allerlei zijden, dat geeft een smekend.
1:13:10Een zuchtend leven aan de troon van Gods genade.
1:13:13Om onderwijzing.
1:13:15Dat geeft de beden.
1:13:17Om een voortgaande vergeving van zonden.
1:13:21Om uw naams wil heren.
1:13:23Zo vergeef mijn ongerechtigheid.
1:13:25Dat geeft een dorst en betrekking op het sacrament van het heiligavondmaal.
1:13:30Omdat daar de grond van de vergeving.
1:13:33Omdat daar de bron voor de heiligmaking ons zo duidelijk gepredikt wordt.
1:13:38Buiten ons.
1:13:40Het vloeit uit hem voort.
1:13:42En ook de beden om verdere heiliging.
1:13:45En dat kunt u ook lezen in de schriftgemeente.
1:13:48Dat soms voorname gelovigen.
1:13:51Die vergaten soms al te bidden.
1:13:53Dat kan ook.
1:13:55Joshua.
1:13:56Die gebionieten.
1:13:58En die mannen vraagten het de mond des heren niet.
1:14:03Zo staat er.
1:14:04Hij vergat het gebed.
1:14:06Hij ging in op hun list.
1:14:08Hij maakte met hen een verbond.
1:14:10Zonder de heren te raadplegen.
1:14:13Als David gebeden had.
1:14:15Voordat hij het dak opging.
1:14:17Was hij ongetwijfeld staande gebleven.
1:14:20In de verzoeking met Batsheba.
1:14:23Als Heskia van tevoren zijn knieën gebogen had.
1:14:27Voordat de gezandschap van Babel op bezoek kwam.
1:14:30En innig te smeken of de heren hem toch wilden verwaardigen.
1:14:33Om te midden van die wereld.
1:14:35De naam en het werk des heren uit te dragen.
1:14:39Hadden dat ongetwijfeld mogen doen.
1:14:42En omdat hij dat gebed vergeten was.
1:14:45Kwam hij niet verder dan zijn schatten.
1:14:48En zijn goederen.
1:14:49En zijn wapenhuis.
1:14:51Daarom bedelaarsleven gemeente.
1:14:54Want dan staat er toch.
1:14:55Ze waren ook in de gebeden volhartende.
1:14:59Gebed.
1:15:00U ziet het.
1:15:01De leer.
1:15:02De gemeenschap.
1:15:04Het sacrament.
1:15:06En het gebedsleven.
1:15:08Het zuchtende leven.
1:15:10Aan de troon van Gods genade.
1:15:11Waar de dichter ook van getuigd.
1:15:13In psalm 145.
1:15:15Het zesde vers wat we ook eerst gaan zingen.
1:15:17Psalm 145.
1:15:19Vers 6.
1:15:22De Heer is recht.
1:15:23In al zijn weg en werk.
1:15:25En zijn goedheid kent.
1:15:27In het gans heelal geen perk.
1:15:29Hij is nabij de ziel die tot hem zucht.
1:15:32En hij troost het hart.
1:15:34Dat schrijnt tot een vlucht.
1:15:36Psalm 145.
1:15:38En daarvan het zesde vers.
1:15:40[GEZANG]
1:18:243000 gemeenten op die Pinksterdag kwamen onder de klem van het woord.
1:18:30Tot de beleider is wat zullen wij doen.
1:18:32En onder de woordbediening aanvaarden zij de schuld.
1:18:37Hadden daar niets meer tegen in te brengen.
1:18:39Werden ook bevrijd door de kracht van het evangelie.
1:18:43Dus het gaat om wet en evangelie.
1:18:47Wanneer u komt aan de tafel des heren.
1:18:49Dan zijn deze beide kernzaken u niet vreemd.
1:18:54De veroordeling van Gods heilige wet.
1:18:57En de bevrijdende kracht van het evangelie van vrije genade.
1:19:02Geen evangelie zonder wet.
1:19:06Zoals ook in onze tijd zo vaak op gang doet.
1:19:09De wet is vervuld.
1:19:11De wet is volbracht.
1:19:12We hebben niets meer te maken met de wet.
1:19:14Zo wordt er dan gezegd.
1:19:16Alleen nog maar evangelie.
1:19:18We zijn gered.
1:19:19En als geredde mensen gaan we straks zo ten hemel in.
1:19:23Zonder strijd, zonder aanvechting.
1:19:26Zonder enig verlangen om in beginsel naar al Gods geboden te beginnen te leven.
1:19:32Zonder heiligmaking in de praktijk van het dagelijkse leven.
1:19:38Waarvan de apostel zegt, zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
1:19:45De schrift is daar niet onduidelijk over.
1:19:48Maar ook gemeente, geen wet zonder evangelie.
1:19:51Alleen de wet.
1:19:53De werkende wet.
1:19:54Gewicht van de wet.
1:19:56Alleen een beleidenis van zonder een schuld.
1:19:59Zonder uitzicht.
1:20:01Zonder doorzicht.
1:20:02Zonder inzicht.
1:20:04In het liefdelijke evangelie van vrije genade.
1:20:08De apostel Petrus heeft beide verkondigd.
1:20:12Wet en evangelie.
1:20:15De schrift geopend.
1:20:17De Christus verklaard.
1:20:18De mens verklaard.
1:20:20Maar ook het evangelie duidelijk gemaakt.
1:20:23Voor armen en verloren zondaren.
1:20:26Dus wanneer bent u welkom gemeente aan de tafel des heren.
1:20:31Als we deze bijbelse kenmerken enigszins mogen verstaan en ondervinden.
1:20:38Dat gaarne aannemen.
1:20:41Van zo'n schuldigstellend, veroordelend maar ook bevrijdend woord van het dierbaar evangelie.
1:20:51In Christus Jezus.
1:20:53En volharden.
1:20:55Gaarne aannemen.
1:20:57Er zijn mensen die nemen het graag aan.
1:20:59Zoals u dat leest in de gelijkenis.
1:21:02Van de zaaier die uitging om te zaaien.
1:21:04Daar stond met vreugde.
1:21:06Gaarne namen ze het aan.
1:21:08Maar als verdrukkingen vervolgd komt.
1:21:10Nee, hier staat.
1:21:12Ze waren volhardende.
1:21:14Ze hebben het gaarne aangenomen.
1:21:17En ze waren ook.
1:21:19Volhardende.
1:21:20Zo volharden ook erbij.
1:21:22Ook als het gaat stormen.
1:21:25Ook als de duisternis over u gaat vallen.
1:21:28Ook als u gehoond en bespot wordt.
1:21:31Gaarne aannemen.
1:21:33Een nieuwe wil.
1:21:34En daarbij ook volharden.
1:21:36Ook als de vijand hoont.
1:21:39En u hindert.
1:21:40Ook als de hemel zich bedekt.
1:21:43Dat u geen antwoord lijkt te krijgen.
1:21:45Dat u in de duisternis voortgaat.
1:21:48Dat de spotters durven vragen, waar is God?
1:21:51Op wie gebouwd het?
1:21:53En op wie genuw zaak vertrouwt het?
1:21:56O mijn ziel, wat buig u neder.
1:21:59Gaar me aannemen.
1:22:01En ook volharden met deze leer.
1:22:05Kijk, en dan die eenheid gemeente.
1:22:08En de gemeenschap, onderlinge twist, is dan verdwenen.
1:22:14Eenheid, gezamenlijk in de leer.
1:22:16Met begrip voor elkaars tekorten.
1:22:18Voor elkaars gebreken.
1:22:20En bovenal met smart en schaamte.
1:22:24Over ons eigen gebrek.
1:22:26Over onze eigen schoot.
1:22:28De ander uitnemender achter dan ons.
1:22:31Dat is even moeilijk.
1:22:32De ander uitnemender achter dan u zelf.
1:22:37Dat is even tegengesteld.
1:22:39En dat hoogmoedige verwaande adem moet staan.
1:22:43Waarin we geboren worden.
1:22:45En niet tenminste de vrucht van de kracht van de heilige geest.
1:22:50Deze discipelen waren kinderen.
1:22:51God, ze hadden verschillende keren de strijd ook al onderling gekend.
1:22:55Wie van hen de meeste was.
1:22:57Ze waren wel in staat om te zitten aan de linker- en aan de rechterhand van de zaligmaker.
1:23:02U hoort ze daar niet over.
1:23:03Ziet u hoe belangrijk of het is dat we niet discussiëren over het woord.
1:23:09Dat we niet gaan twisten over het woord.
1:23:11Dat we niet onze mening gaan uiten over bepaalde gedeeltes van het woord.
1:23:16Want dit begrijpen we niet.
1:23:17En dat kan toch zo niet zijn.
1:23:19En waarom zouden we nog zes?
1:23:21Maar volhardende, gaarne aannemende.
1:23:26En volhardende.
1:23:28En daar komt de een uit het woord.
1:23:30Uit het woord, gezamenlijk aanvaarden van het woord.
1:23:34De Calvijngemeente die zegt het gaat dus hier om vier zaken.
1:23:38Het gaat om de leer.
1:23:41Ga naar aannemende.
1:23:43Het gaat ook om de onderwijzing.
1:23:45De blijvende onderwijzing van het woord.
1:23:49Straks zal de kennis volmaakt zijn.
1:23:52Maar hier zien we in een spiegel als in een duistere reden.
1:23:55Zegt een apostel.
1:23:56Het zal altijd maar ten dele zijn.
1:24:00De gemeenschap.
1:24:01De eenheid.
1:24:04Belangrijke zaakgemeente ook aan de tafel.
1:24:06De eenheid.
1:24:07De gemeenschap.
1:24:09Onderlinge.
1:24:09Verschillige schillen dienen toch opgelost te worden.
1:24:13Moeten toch aan elkaar beleden worden.
1:24:15De eenheid, de gemeenschap ook.
1:24:18Zo zegt Calvin, is van groot belang.
1:24:21De breking des broods.
1:24:23Bediening van het sacrament van het heiligavondmaal.
1:24:26En de volharding in het gebed.
1:24:29De nodiging gaat uit, gemeente, volgende week als de Heer het geeft.
1:24:34En deze leer maakt u klein.
1:24:38Houdt u klein.
1:24:39Brengt u aan de grond.
1:24:41Houdt u aan de grond.
1:24:43Maar geeft hem de eer, Christus Jezus.
1:24:46En doe dat tot mijn gedachten.
1:24:48Gedenk dan.
1:24:50Als u geplaagd wordt, gehinderd wordt.
1:24:53Belaagd wordt door de macht van de vorst de duisternis.
1:24:55Als alle bezwaren oprijzen.
1:24:58Ach, het gaat ook niet om de gedachtenis van uw bekering.
1:25:02Het gaat niet om de gedachtenis van uw geestelijke ondervindingen.
1:25:06Het gaat ook niet...
1:25:09Over de gedachtenis aan uw struikelingen.
1:25:12Aan uw zonden, aan uw schulden die u terug zouden houden.
1:25:16Het gaat om de gedachtenis van hem.
1:25:19Dat hij een volkomen offer gebracht heeft.
1:25:23De prijs betaald heeft.
1:25:24En dat hij dat gedaan heeft.
1:25:27Omdat een wederhorig volk altijd bij hem zou wonen.
1:25:31Omdat zondaren zalig zouden worden.
1:25:34Omdat vijanden met God verzoend zouden worden.
1:25:37Daarom heeft hij dit betaald.
1:25:40Deze prijs heeft hij betaald op het vloekhout van Golgotha.
1:25:45Dus u komt om zijn naam, om zijn werk te beleiden.
1:25:50Kijk, en dat geeft een band, ook in geestelijke zin.
1:25:54David gemeente kende meer band aan Jonathan dan aan zijn eigen broeders.
1:25:59Hopelijk is dat wat veranderd bij die broeders.
1:26:02Maar zoals ze hem houden en bespotten...
1:26:06Kunnen we ons voorstellen dat David een meer geestelijke band had aan Jonathan, de zoon van Saul, dan aan zijn eigen broeders, Rut.
1:26:17Hij heeft meer geestelijke band gehad aan Naomi dan aan haar vader en moeder, aan haar ouderlijk huis en het land haar geboorte.
1:26:28Dat is toch ook de opdracht van de Zaligmaker.
1:26:32Zo wie achter mij wil komen.
1:26:34Verlogenen zichzelf, nemen zijn kruis op en volgen mij.
1:26:39Wie vader, moeder, man, vrouw, kinderen, akkers en goederen lief heeft boven mij, is mijns niet waardig.
1:26:50Ziet als u gegrepen bent door het woord.
1:26:53Als u het woord gaarne aangenomen hebt, omhelst hebt.
1:26:59Als het u enig verlangen is om bij dat goddelijke woord te blijven.
1:27:04Te volharden.
1:27:06Als u als arme zon daar telkens weer met lege handen.
1:27:10Met uw onkunde komt aan de troon der genade.
1:27:14Om door hem geleid.
1:27:15Door hem geleerd te worden.
1:27:17Als het steeds minder met u wordt.
1:27:20Als u meer achteruit.
1:27:22Als vooruit gaat.
1:27:24Als u misschien wel vrienden verliest.
1:27:26Of kennissen kwijtraakt.
1:27:28Omdat u niet zo meegaan bent.
1:27:30En niet zo open staat.
1:27:32Voor bepaalde dingen.
1:27:35Die overtuiging die de heilige geest in onze harten werkt.
1:27:39Dat smekend gebed steven kent aan de troon der genade.
1:27:44O, dan bent u nog een welkome gast volgende week.
1:27:48Aan de tafel des heren.
1:27:50Om zijn naam, om zijn offer, om zijn gerechtigheid te beleiden.
1:27:55Als enige grond tot behoud en zaligheid.
1:28:00Omziende op zijn offer.
1:28:02De volkomen prijs die hij betaald heeft.
1:28:05De overwinning die hij behaald heeft.
1:28:08De gerechtigheid die hij verworven heeft.
1:28:11Om dat te beleiden.
1:28:13Zijn naam tot eer.
1:28:16En uw arme, nooddruftige, schuldige ziel tot zaligheid.
1:28:22Amen.
1:28:23Eindigen wij met het gebed.
1:28:28Heerlijk, hij bracht ons in uw trouw en uw goedheid.
1:28:31In dit morgenuur.
1:28:33Rondom uw woord bijeen.
1:28:36Uw getuigenis.
1:28:37Tot onderzoek.
1:28:39Wie we zijn, behoren wij.
1:28:42Bij die gemeente van u.
1:28:45Die ons getekend wordt in de woorden van de tekst.
1:28:49Al staan we voor ons gevoel van verre.
1:28:52Al is onze beleidenis bevende.
1:28:56Vanwege onze zwakheid.
1:28:58Onze struikelingen, onze aanvechtingen en bestrijdingen.
1:29:02Maar o, uw woord.
1:29:05Uw waarheid.
1:29:07Uw leer is ons zoeter dan honing.
1:29:10En dan honing zijn.
1:29:13En dat hebben we lief.
1:29:14Daar hebben we ons vermaak in.
1:29:17Om u de eer dan binnen te geven die gevaardigheid toegebracht te worden.
1:29:23Wil zo plaatsmaken voor uzelf.
1:29:26Voor uw goddelijk woord.
1:29:28Voor dat enige offer.
1:29:30Voor de beleidenis van hem.
1:29:32Die het zo waard is beleden te worden.
1:29:36En die het ook bevoden heeft om hem te beleiden voor de mensen.
1:29:41Dan zal hij ook ons beleiden in het hemels heiligdom.
1:29:45Voor het aangezicht van de vader en van al de engelen.
1:29:49Heren ontferm u zo.
1:29:51Wil zelf nog helderheid geven.
1:29:54Ons uw licht, uw waarheid nederzenden.
1:29:58Opdat wij ook in deze week van voorbereiding.
1:30:02In de rechte gestalte.
1:30:05Op een Bijbelse wijze.
1:30:07Uw naam mogen beleiden tot roem van uw genade.
1:30:11Wil ons gedenken in het verder van deze dag.
1:30:13Ook in dit avontuur ons hier weer samen brengen rondom uw woord.
1:30:17En het beleiden der kerk.
1:30:19Wil ook het werk op de zondagsschool ook zegelen.
1:30:22En al diegenen die de leiding hebben te geven.
1:30:25Uw hulp en bijstand niet onthouden.
1:30:28Behoed en bewaar u ons op en over de weg.
1:30:31Wij vragen het u uit genade alleen.
1:30:35Om Jezus willen.
1:30:37Amen.
1:30:40Wij zingen tot slot in psalm 43.
1:30:42En daarvan het derde en het vijfde vers.
1:30:46Zend heren uw licht en waarheid neder.
1:30:49En breng mij door die glans geleid tot uw gewijde tenten weder.
1:30:53En ook het vijfde vers.
1:30:54Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen.
1:30:58En wat er verder volgt in het derde en vijfde vers van psalm 43.
1:31:02[GEZANG]
1:34:54Gaat u heen in vrede dragende de zegen des heren.
1:34:57De heren zegenen u en behoeden u.
1:35:00De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:35:06De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:35:13Amen.
1:35:13[GEZANG]