0:00[GEZANG]
9:48Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren die hemel en aarde geschapen heeft.
9:57Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht, ja tot in eeuwigheid.
10:02En die nooit zal laten varen enig werk dat zijn hand begon.
10:07Amen.
10:10Genade zij u en vrede van God de Vader in Christus Jezus onze Heren door de Heilige Geest.
10:20Amen.
10:23Gemeente Vrijdag 20 februari nam de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente weg.
10:30Mevrouw Jannetje Bezuwenhoek in de leeftijd van 86 jaar.
10:34Laatst gewoondhebbend op Amaliapad 51 in Stellendam.
10:39De heren gedenken de rouwdragende familie.
10:42En zingen wij nu na een moment van stilte Psalm 103 vers 8 en 9.
10:50Psalm 103 vers 8 en 9 in verband.
10:53Met dit overlijden.
10:54[GEZANG]
16:25volgt in Psalm 40, het vierde vers na de lezing van Gods wet.
16:33Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere, uw God, die
16:44u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.
16:49Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:54Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is.
17:01Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
17:03Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:07Gij zult u voor die niet buigen.
17:09Nog hen dienen.
17:11Want ik de Heere uw God.
17:13Ben een ijverig God.
17:15Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.
17:18Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
17:23En doe barmhartigheid.
17:25Aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
17:27En mij geboden onderhouden.
17:31Gij zult de naam.
17:42Gedenk de Sabbatdag, dat ge die heiligt.
17:45Zes dagen zult ge arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
17:52Dan zult ge geen werk doen.
17:54Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:04Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.
18:08De zee en alles wat daarin is.
18:11En hij rustte ten zevende dagen.
18:14Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.
18:19Eer uw vader en uw moeder.
18:22Omdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heer uw God geeft.
18:28Gij zult niet doodslaan.
18:30Gij zult niet echt breken.
18:33Gij zult niet stelen.
18:35Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
18:39Gij zult niet begeren.
18:42Uw naaste huis.
18:44Gij zult niet begeren.
18:46Uw naaste vrouw.
18:49Nog zijn dienstknecht.
18:50Nog zijn dienstmaag.
18:52Nog zijn os.
18:53Nog zijn ezel.
18:54Nog iets dat uw naaste is.
18:56En Christus leert ons dit in een hoofdsom.
18:59Gij zult lief hebben de Heer uw God.
19:02Met geheel uw hart.
19:04En met geheel uw ziel.
19:06En met geheel uw verstand en met geheel uw kracht.
19:10Dit is het eerste en het grote gebod.
19:12En het tweede aan dit gelijk is.
19:14Gij zult uw naaste lief hebben als uzelf.
19:17Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
19:22Amen.
19:22[GEZANG]
21:56Gemeente, we willen met elkaar bidden.
21:58En deze morgen voorbeden doen voor de rouwdragende familie Bezuil en Hoek.
22:03Ook voor de familie Grinwis.
22:04Omdat schoonzoon en zwager Kees Padmos uit Putten na een hartoperatie weer...
22:09thuis mocht komen.
22:12En we willen ook bidden voor het beroepingswerk...
22:14in verband met het vakant zijn van de gemeente.
22:17Vragen we de Heer ook om zijn onmisbare zegen...
22:20de opening van onze harten...
22:22en de verlichting door zijn Heilige Geest.
22:25Laat ons samen deze morgen bidden.
22:28O Heer, God van hemel en van aarde...
22:31in
22:33de stilte van uw huis...
22:35door
22:37u in uw eigen huis bijeengebracht deze morgen...
22:40komen
22:42wij tot u.
22:44In het gebed heffen
22:48wij onze stem en ons hart tot u op.
22:54U die hebt gegeven dat wij met de woorden van de psalmen al tot u konden zingen.
23:03Onze mond al konden openen tot u.
23:05Met woorden door u aan ons gegeven.
23:09Ernstige woorden.
23:13Gelijk het gras is ons kortstondige leven.
23:18Smorgen staat het er nog.
23:20Het wordt afgemaaid.
23:22En bij een zomerdag dan knispert het al in de avonduren.
23:27En zo is ons leven, heren, afgebeeld in dat gras.
23:31Maar ook afgebeeld in die bloem.
23:34Die op het veld voorheven wel sierlijk pronkt.
23:38Heen en weer wiegt in de wind, maar zo krachteloos is en teer.
23:42Want als de wind de
23:46dood komt, dan
23:48knakt die steel.
23:50En schoonheid gaat verloren.
23:53En de volgende dag komen we en...
23:56Ja, waar stond die bloem nu eigenlijk?
23:58Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
24:04Een beeld van ons sterven.
24:06En zo gedenken we deze morgen en bidden wij u ook voor de rouwdragende familie Bezuijenhoek.
24:13Waar mevrouw Bezuijen het
24:17tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld.
24:21Overging vanuit
24:24het leven, de
24:26dood.
24:28En we bidden u heren voor hen die achtergebleven zijn.
24:32Haar kinderen.
24:34En kleinkinderen, wilt u hen in hun rouw, in hun verdriet, in hun gemis, in hun pijn vertroosten waar geen mens troosten kan.
24:46En tegelijk bidden wij u met elkaar, maar ook voor elkaar over die roepstem.
24:53Wil heiligen aan onze harten.
24:55We leven daar zo makkelijk aan voorbij.
24:58Maar u roept het ons allen toe.
25:01Zijt ook gij bereid?
25:04Ben je bereid?
25:06Om mij te ontmoeten.
25:09En kunnen we dan heren.
25:11Ook dat negende vers.
25:13Van harte beamen.
25:16Uw gunst.
25:18Uw goede tierenheid.
25:19Uw trouwe liefde.
25:22Zal over ieder die u vreest.
25:25In eeuwigheid.
25:28Altoos dezelfde wezen.
25:30En weten we dat dan nu ook.
25:33Met de gerustheid.
25:34En de zekerheid.
25:36En de vastheid.
25:37Van de Heidelberger.
25:40Wat is je enige houvast.
25:42Je enige troost.
25:44Bij de in leven en sterven.
25:46Dat ik met lichaam en ziel.
25:48In leven en sterven.
25:50Niet meer van mezelf.
25:52Maar van mijn getrouwe zaligmaker.
25:55Jezus Christus ben.
25:56Hem eigen ben.
25:58Zijn eigendom ben.
26:00Dat hebben we nodig heren.
26:02Allemaal zonder uitzondering.
26:04Hier in uw huis.
26:06En met de middelen van de techniek met ons verbonden.
26:08Kinderen.
26:10jongvolwassenen, vaders en moeders...
26:11tot de oudste grijzaard in Oudorp toe.
26:15Bedeel ons, heren, met die zekerheid...
26:18dat
26:21we weten waar we naartoe reizen.
26:25Ontferm u zo, heren, over de rouwdragende familie...
26:28maar ook alle rouwdragenden in ons midden...
26:30kort of langer geleden.
26:34We willen u ook bederen voor de familie Grinwis...
26:36omdat hun schoonzoon en zwager...
26:38weer thuis mocht komen na een hartoperatie.
26:43Heren, wilt u...
26:47En gedenken en een dankbaar hart geven.
26:49En tegelijk bidden wij u heren voor alle zieken van de gemeente.
26:55Psychisch, lichamelijk.
26:57En we bidden u ook voor Kees Padmos om verder herstel.
27:03Geef daartoe wat nodig is en de middelen die aangewend werden, maar ook aangewend worden, wilt u ze zegenen.
27:11Maar ook zo'n operatie en het ziek zijn, het is een roepstem van u.
27:17Ga in door de enge poort die
27:21ten leven leidt.
27:25Gedenk ons zo alle heren.
27:26Zoals we hier zijn.
27:30Wilt u zijn met heel de gemeente.
27:35De gemeente in haar geheel.
27:37U kent ons alle.
27:38Hoofd voor hoofd.
27:39Hart voor hart.
27:41Maar wilt u ook de hele gemeente in haar geheel gedenken.
27:45Gedenk ook de kerkenraad.
27:46In het dienen en leiden van de gemeente.
27:50We bidden u heren voor het beroepingswerk.
27:53Zend hier een man van uw raad.
27:56Die dit deel van uw wijngaard.
27:59Dit deel van uw kudde.
28:01Mag.
28:02gaan leiden en weiden in de grazige weide van uw woord.
28:10Een herder en een leraar die
28:15op u lijkt, Heer Jezus.
28:21Wilt u die hier schenken uit uw hand?
28:27Wilt u al het werk wat in de gemeente gedaan wordt zegenen?
28:30We bidden u ook voor alle kinderen van de gemeente, de jongeren, nu het winterwerk nog in volle gang is en na de vakantieperiode ook morgen weer opgenomen zal worden.
28:42We bidden u heren voor de zondagsschool die na deze morgenddienst samenkomt.
28:47O ontferm u over alles wat gedaan wordt in de gemeente.
28:54We bidden u heren ook voor deze dienst, alle die betrokken zijn.
28:57De kosters, de organisten, alle
29:01die hier een taak hebben.
29:04O wilt u ieder
29:07geven wat nodig is door u op de schouders gelegd.
29:12We bidden u heren voor deze uurgemeente, maar ook alle gemeenten in Nederland en wereldwijd.
29:17Zij die vervolgd worden.
29:19We bidden u voor uw volk Israël.
29:22Wilt u die afgebroken takken nog in de olijfboom, die oude olijfboom inplanten?
29:31Heren, we bidden u voor deze morgen of
29:35u uw heilige geest wil geven op de kansel.
29:39Raak onze lippen aan door uw heilige geest.
29:43We bidden u om uw heilige geest onder de kansel.
29:46Uw geest die heren is en levend maakt.
29:50Raak nog harten aan.
29:53Open gesloten harten.
29:56Vertroost verdrietige harten.
29:58Wilt uw harde harten verbreken.
30:01U weet precies wat nodig is.
30:03Schenk dat deze morgen.
30:05Heren zend hier uw heilige geest in uw huis.
30:08En doorwaai uw hof, uw huis.
30:11Doorwaai ook onze harten.
30:14Wij bidden u of u ons wil losmaken van onszelf.
30:19We hebben onszelf meegenomen.
30:21Met alles wat er was in de week die achter ligt.
30:24Wat ons nog kan bezetten, bezwaren, vasthouden.
30:29Maak ons er een moment los van.
30:31Til ons er bovenuit.
30:33En wij bidden u, Heer Jezus, of wij u voor ogen geschilderd mogen krijgen deze morgen.
30:39Als wij u zien gaan.
30:42De lijdensweg.
30:45Voor vijanden.
30:49Voor goddelozen.
30:52Voor onwilligen.
30:55Voor halstarigen.
30:58Voor opstandigen.
31:00Ja, voor hen.
31:06Weer de Satan uit ons midden.
31:08En wees vanmorgen in ons midden.
31:11Heer Jezus, kom zelf.
31:15Wees bij ons.
31:17Met uw woord en met uw geest.
31:21Onder uw woord zelf aanwezig.
31:25Onverdiend.
31:26Uit genade.
31:28Om Jezus wil.
31:30Amen.
31:31Wij
31:37lezen vanmorgen gemeente.
31:40Uit het Johannes evangelie.
31:44Het achttiende hoofdstuk.
31:50Eerste elf verse.
31:56Johannes 18 vers 1 tot 11.
32:00En daar komt Gods woord deze morgen als volgt tot ons.
32:04[GEZANG]
32:32Jezus dan wetende alles wat over hem komen zou, ging uit en zeide tot hen, wie zoekt gij?
32:42En zij antwoordden hem,
32:44Jezus de Nazarener.
32:49Jezus zeide tot hen, ik
32:52ben het.
32:55En Judas die hem verried, stond ook bij hen.
32:59Als hij dan tot hen zeide, ik ben het,
33:02gingen zij achterwaarts en vielen ter aarde.
33:08Hij vraagde hen dan wederom, wie zoekt gij?
33:12En ze zeiden, Jezus de Nazarener.
33:17Jezus antwoordde, ik heb u gezegd dat ik het ben.
33:21Indien gij dan mij zoekt, zo laat deze heen gaan.
33:25Opdat het woord vervuld zou worden, dat hij gezegd had, uit degene die gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren.
33:35Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelfde uit en sloeg des hoge priesters dienstknecht en hield zijn rechter oor af.
33:43En de naam van de dienstknecht was Malchus.
33:46Jezus dan zei er tot Petrus, steek uw zwaard in uw scheden.
33:51De drinkbeker die mij de Vader gegeven heeft, zal ik die niet drinken.
34:00Tot zover de lezing uit Gods woord.
34:05En onder deze elf versen uit Johannes 18 schrijven wij vanmorgen als thema.
34:11De goede herder kiest
34:14vrijwillig de dood.
34:16Om het leven van zijn schapen te redden.
34:19De goede herder liest vrijwillig de dood.
34:23Om het leven van zijn schapen te redden.
34:27Vier punten.
34:29Het eerste punt is vrijwillig.
34:31Dat komen we met name tegen in de versen 4 tot 7.
34:35Maar ook in het eerste vers.
34:37Het tweede punt willen we stilstaan bij het verraad van Judas.
34:41Dat is dan ook verraden.
34:44Vers 2 en 3.
34:45En ook het laatste stukje van vers 5.
34:49Het derde punt is zorg.
34:52Dat vinden we in vers 8 en 9.
34:56En het laatste of vierde punt is onderwerping.
35:01Dus de goede herder kriest vrijwillig de dood om het leven van zijn schapen te redden.
35:06Vrijwillig, verraden, zorg en onderwerping.
35:14Voorafgaand willen wij zingen, maar eerst een paar mededelingen.
35:17Deze week zullen de categorisaties weer gehouden worden.
35:20Woensdag 25 februari is er een gezamenlijke gbs-dienst met de gereformeerde gemeente.
35:27In deze gbs-dienst zal dominee A.J.
35:29de Waard uit Urk voorgaan.
35:31De dienst die plaatsvindt in de kerk vangt aan om 19.30 uur.
35:37Voor het genoemde voornemen geldt, zo de heren wel en wij leven mogen.
35:44De collecten zijn er drie.
35:46De eerste is voor het pastoraat, de tweede voor de kerkvogdij en de derde voor de aflossing van de kerk.
35:53We bevelen deze collecten van harte in jouw mildadigheid aan.
35:58Zingen wij voorafgaand, tot zover de mededelingen, zingen wij voorafgaand aan de verkondiging uit Psalm 56.
36:04Psalm 56, vers 2.
36:07Maar word ik ooit met vrange, bange vrees beladen, dan zal op u mijn vast betrouwen staan.
36:12En dat vers eindigt met woorden die aan Judas doen denken.
36:16Argelistig mij veraan verraden.
36:19Maar ook het vierde vers.
36:21Gij weet, o God.
36:23Hoe ik zwerven moet op aarde.
36:25Mijn tranen hebt geen uur fles vergaard.
36:27En kijkt u even mee in de regels 5 en 6.
36:31Gewist dan zal mijn wrevele vijand beven.
36:34En als ik roep straks rugwaarts zijn gedreven.
36:37En ik heb eigenlijk altijd gedacht.
36:39Dat dat gaat over degene die dan tot God roept.
36:42Maar straks rugwaarts zijn gedreven gaat over die vijanden.
36:46Die wrevele vijand die in regel 5 wordt genoemd.
36:50Dus dan zie je iets terug.
36:52...van Gethsemane.
36:53Psalm 56, vers 2 en 4, voorafgaand aan de verkondiging.
36:58De
36:58[GEZANG]
43:40herder kiest
43:42vrijwillig de dood om
43:46het leven van zijn schapen te redden.
43:52Vrijwillig verraden zorg en onderwerping.
43:56Al is ons eerste punt vrijwillig.
44:03Gemeente van Oudorp, eerst maar een samenvatting.
44:05Waar gaat het vanmorgen over?
44:09En waarom is het goed om te luisteren?
44:14Nou, de dood treedt in door
44:19mijn totale ongehoorzaamheid in een hof.
44:27En de genezing, het
44:30leven, wordt bewerkt,
44:34bereid, door
44:37totale gehoorzaamheid vanuit een hof.
44:42Ik totaal ongehoorzaam, Christus totaal gehoorzaam.
44:47En vanmorgen zullen we hem zien gaan als de Heer het geeft.
44:50Ik verlogen en ik verraad.
44:54Christus blijft trouw.
44:56Ik draag helemaal geen zorg.
44:59Hij
45:01draagt de zorg voor de zijne.
45:07Wat ik heb bedorven en vernieuwd, kapot gemaakt voor altijd...
45:12in mijn afscheid nemen van God...
45:16en ik ga het ook nooit meer herstellen vanuit mezelf...
45:20komt
45:23God herstellen.
45:24Vorige week was de eerste Leidenszondag en vanmorgen de tweede.
45:29Waarin wij horen...
45:31hoe God herstelt in zijn Zoon.
45:35Daar gaat het vanmorgen over.
45:41En wij lezen in
45:45vers 1 van hoofdstuk 18 uit het Johannes-evangelie...
45:48Jezus dit gezegd hebbende ging uit met zijn discipelen...
45:52over
45:56de Bekidron aan de oostkant van Jeruzalem...
45:58waar een hof was in welke hij ging en zijn discipelen.
46:03De heer Jezus die uitgaat en die even later dan gearresteerd wordt.
46:11Ze komen om hem te arresteren, om hem te vangen, om hem te binden en om hem te leiden.
46:19Maar kinderen, is dat niet levensgevaarlijk?
46:26Als je bij de
46:29heer Jezus in de buurt komt.
46:32Waarom zeg ik dat?
46:33Nou, dit doet natuurlijk helemaal denken aan wat er hier in die hof Gethsemane gebeurt.
46:39Dat doet ons toch terugdenken aan een oud-testamentische geschiedenis.
46:43Waar ze ook een dienaar van God gingen arresteren.
46:47Weten jullie welke geschiedenis, kinderen, jongeren?
46:50Nou, dat is de geschiedenis van koning Ahazia.
46:53Koning Ahazia, die liep op zijn dak.
46:55En hij had daar een rooster in laten maken, een traliwerk in laten maken.
46:59Maar hij lette niet goed op en hij viel door dat trali heen.
47:03En hij wordt ziek, koning Ahazia.
47:07En hij zegt tegen zijn dienaars, ga eens vragen aan de god van Ekron.
47:12Aan de vliegengod, Baalzebub.
47:15Of ik nog beter zal worden.
47:17En die dienstknechten die gaan.
47:20Maar God zegt tegen Elia, ga naar die mannen toe.
47:24En zeg tot die mannen, is er geen God in Israël?
47:28Dat je naar die vliegen God van Ekron gaat om te vragen of je beter wordt.
47:32Zeg tegen de koning, je zult van dat bed niet afkomen, maar je zult sterven.
47:40En de Aziër wordt boos.
47:42En wat doet die kinderen, jongeren?
47:45Hij stuurt een hoofdman met 50 mensen, en dan gaan ze met zijn 51e, naar
47:51de profeet Elia.
47:52Want hij heeft al uitgevonden dat het de profeet Elia is.
47:57En Elia zit op een berg en die hoofdman komt eraan met zijn vijftig mannen.
48:02En die zegt tegen Elia, gij man gods, de koning zegt, kom af.
48:06En
48:12Elia opent zijn mond en zegt, indien ik dan een man gods ben, zo dalen vuur van de hemel en verteren u en uw vijftig.
48:21En er valt kinderen een bliksem uit de hemel en die mannen zijn nergens meer te vinden.
48:27Verteerd, weg.
48:31Nou, Asia is natuurlijk heel erg gestrokken.
48:33Die denkt, dan moeten we niet nog een keer.
48:35Oh nee.
48:37En mensen zo hardleers.
48:41Asia stuurt nog een keer een hoofdman met vijftig.
48:47En die spreekt al geïrriteerder.
48:52Gij man God, zo zegt de koning, kom haastelijk af.
48:56Staat hij daaronder aan die berg.
48:58En
48:59wat gebeurt er?
49:01Ben ik een man Gods?
49:03Zo dalen vuur van de hemel en verteren u en uw vijftig.
49:09En opnieuw valt vuur uit de hemel.
49:15En ze zijn allemaal verteerd.
49:17Het heeft inmiddels 102 mannen het leven gekost.
49:23Maar Ahazia geeft het nog niet op.
49:28En dan komt de derde hoofdman over 50, met zijn vijftigen.
49:33Maar die weet van die andere twee keer.
49:35En dan moet je horen wat hij gaat zeggen.
49:38Gij man gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten van deze vijftig dierbaar zijn, kostbaar zijn in uw ogen.
49:49En dan zegt God tegen Elia.
49:51Ga af met hem.
49:53Vrees niet voor zijn aangezicht.
49:54Hij gaat tot de koning.
49:56En hij zegt tegen Azea.
49:58Is er geen God in Israël?
49:59Dat je die vliegengod hebt gevraagd.
50:02Je zult van dat bed waar je opgekomen bent.
50:05Niet meer afkomen.
50:06Maar je zult sterven.
50:07En in het volgende vers lezen we dan.
50:10Twee koningen één.
50:11Hij sterft ook.
50:15Maar wat een contrast.
50:18Die eerste twee.
50:20Die naar Elia gaan.
50:21Zo zegt de koning.
50:22Kom af.
50:23Kom haastelijk af.
50:25En vuur daalt uit de hemel.
50:28En ze zijn niet meer.
50:31Wat dan als je bij de koning der koningen.
50:35De profeet der profeten.
50:37De priester der priesters komt.
50:40Dat moet toch levensgevaarlijk zijn.
50:47En zo komen we hier in Gethsemane.
50:50Mensen die Jezus komen arresteren.
50:55Dat moet toch levensgevaarlijk zijn.
50:57En dan zie je het grote contrast.
51:01Daar bij Ahazia die hoofdmannen, die twee over vijftig.
51:05Die met hun vijftigen in een ogenblik verteerd worden.
51:09En dat had hier in Gethsemane ook maar zo kunnen gebeuren.
51:13Maar één wenk van Jezus en ze zou er niet meer geweest zijn.
51:17Hier zien we zijn grote
51:20vrijwilligheid,
51:23gewilligheid.
51:28Alleen al in die verse vier,
51:32vijf, zes en zeven.
51:34Maar laten we eerst beginnen om iets mee te krijgen, om iets te ervaren, om iets te gaan zien.
51:40Om iets geschilderd te krijgen van de grote vrijwilligheid en gewilligheid van Jezus.
51:48Om zondaren zalig te maken in vers 1.
51:53Jezus dit gezegd hebbende, dat
51:57is Johannes 13 tot en met Johannes 17.
52:00Dat is allemaal gebeurd die donderdagavond in de opperzaal in Jeruzalem.
52:05Jezus dit gezegd hebbende.
52:07Eindigend met het hoge priesterlijk gebed.
52:09In Johannes 17.
52:12Ging uit.
52:15Jezus ging uit.
52:20Vrijwillig.
52:23Welbewust.
52:24Met zijn discipelen.
52:26Die worden pas in tweede instantie genoemd.
52:28Over de Beekiedrom.
52:30Waar een hof was.
52:31De Olijvenhof.
52:33Of Olijvenpershof.
52:35In welke hij ging.
52:37En zijn discipelen.
52:38Maar je leest er zo overheen.
52:40Hij gaat ook weer ergens in.
52:42Hij gaat uit Jeruzalem in die hof.
52:49En dan lezen we verder in vers 4.
52:52En dat is zo'n diep vers.
52:55Want hij gaat ook weer uit die hof.
52:59Maar hoe gaat hij uit die hof?
53:00Lees eens mee.
53:02Jezus dan wetende wat over hem komen zou.
53:09Er staat één woordje tussen.
53:12Jezus dan wetende alles
53:16wat
53:19over hem komen zou.
53:21Nou, ik ken u niet zo heel goed.
53:24Maar ik weet één ding wel.
53:26Jongelui, ouderen.
53:28Als er gevaar dreigt.
53:30Ik ben weg.
53:33Zo eromheen, zo eromheen.
53:35Maakt niet uit.
53:37Wegwezen.
53:40En hoe meer ik van het gevaar weet.
53:44Hoe meer ik zorg dat ik wegkom.
53:48En lees dan vers 4.
53:50Jezus dan wetende.
53:54Alles wat over hem komen zou.
53:57Hij weet precies.
53:58Wat er de komende 24 uur gaat gebeuren.
54:02Alles.
54:05En hij gaat uit.
54:11En hij neemt.
54:12En dat is opnieuw iets van zijn vrijwilligheid.
54:14Van zijn grote gewilligheid.
54:16Hij neemt als eerste het woord.
54:18Je zou denken.
54:20Die soldaten die komen op hem af.
54:22En die dienaren van de overpriesters.
54:24En de schriftgeleerden.
54:26En de fariseeën.
54:27Die komen op hem af.
54:28Met lantaars en fakkels en wapens.
54:30En die nemen natuurlijk het woord.
54:31Bent u soms Jezus?
54:33Helemaal niet.
54:36Ze nemen niet als eerst het woord.
54:39Zie je die gewilligheid van de heer Jezus?
54:43Want hij zegt in vers 4 als eerste.
54:46Wie zoekt
54:49gij?
54:55En ze zeggen spottend.
54:59Jezus de Nazarene.
55:02Die uit Nazareth.
55:04Die uit het verachte Galilea.
55:07Die zoeken wij.
55:12En je ziet zijn grote gewilligheid en vrijwilligheid.
55:16Want hij opent zijn mond alleen maar.
55:19En hij zegt.
55:21Ik ben het.
55:25Ik ben het.
55:28En
55:30ze wijken achterwaarts.
55:32En ze vallen.
55:36Ik ben het.
55:38Geen vuur uit de hemel.
55:40Dat hen in een ogenblik verteert.
55:42Geen legioenen engelen.
55:44Geen legioenen engelen wat hen wegvaagt.
55:48Alleen een woord.
55:50Waarin voor ons in Oudorp.
55:51Deze morgen.
55:54Glashelder wordt.
55:56Iets van de macht van Jezus.
56:00En dat hij dus volkomen vrijwillig.
56:06De dood tegemoet gaat.
56:12En als ze dan een klein beetje opgekrabbeld zijn.
56:17Dan zegt hij opnieuw vers 7.
56:19Wie zoekt gij?
56:21En wat is een mens?
56:23Hij bestaat het om nog een keer te zeggen.
56:25Jezus de Nazarener.
56:27En dat hij alles volkomen in de hand heeft.
56:31Niets buiten zijn bestel omgaat.
56:33Ook daar niet.
56:34Kun je dan zien, en daar komen we straks op terug.
56:37En dat hij zegt, indien gij dan mij zoekt, zo laat deze heen gaan.
56:43Zijn bescherming.
56:45Gemeente, wat zien wij hier?
56:47Nou, hij stierf niet omdat hij er niks aan kon doen.
56:51Hij stierf niet omdat hij niet kon ontsnappen.
56:54Maar hij heeft zich totaal,
56:58helemaal, van
57:01harte gewijd aan de redding en verlossing.
57:08Van
57:10zondaren.
57:17En ik zeg u er vanmorgen bij.
57:22Zo gewillig.
57:25Als u hem hier aantreft.
57:28Jongeren, kinderen.
57:31Zo gewillig als je de Heer Jezus hier ziet gaan.
57:35In Gethsemane, uit Gethsemane.
57:38Zo gewillig.
57:42Zo gewillig is hij ook.
57:45Om jou zalig
57:49te maken.
57:50Deze morgen.
57:52Geloof je niet hè?
57:55Je vindt jezelf al heel gewillig.
57:58En het duurt eigenlijk al zo lang voor God iets doet.
58:02Maar als hij komt draait het precies om.
58:06Ben jij de onwillige?
58:08En was hij al lang gewillig?
58:11En je ziet het hier.
58:13Hoe gewillig de heer Jezus is om goddeloze zondaren in Oudorp zalig te maken.
58:24En daarom vanmorgen alleen al...
58:27Naar aanleiding van dit eerste punt.
58:29Zijn vrijwilligheid.
58:31En zijn gewilligheid.
58:33De oproep.
58:36Hartelijke oproep.
58:38Namens hem.
58:41Kom tot mij.
58:44Bekeer je tot mij.
58:46En geloof mijn woord.
58:48Dat ik zo ben.
58:51Gewillig.
58:52Om u zalig te maken.
58:57Zo gewillig.
58:59Als je hem hier ziet.
59:01Aantreft.
59:02Tegenkomt.
59:05Dus wat er ook nog aan bezwaar is.
59:08Zeg dat dan ook maar tegen hem.
59:11Ik heb nog één bezwaar.
59:13Nou eigenlijk wel vijf heer Jezus.
59:16Zeg ze maar.
59:17Hij zal ze als sneeuw voor de zon laten verdwijnen.
59:22Ga het maar tegen hem zeggen.
59:24En misschien wel onder deze dienst.
59:26Is er nog een bezwaar in je hart?
59:29Waarom bekeer je je niet?
59:31Waarom ga je niet tot deze zalig maken?
59:34Wat is je bezwaar?
59:38Spreek dat ook maar aan hem uit.
59:42Onder deze dienst.
59:43Ik heb nog één bezwaar.
59:46Of als je straks thuis bent.
59:48Ik heb nog één bezwaar.
59:52Zo gewillig.
59:56Waarom deed hij dat?
59:58Waarom gaat hij?
1:00:00Waarom doet de heer Jezus dat kinderen?
1:00:03Nou dat staat in Hebreeën 12.
1:00:07Er staat ziende op de overste leidsman en volleinde des geloofs.
1:00:12Nou dat is natuurlijk de heer Jezus.
1:00:13En dan staat er ook Jezus.
1:00:17Die het kruis heeft verdragen en de schande veracht.
1:00:21En is gezeten aan de rechterhand van de troon gods.
1:00:24Maar ik heb één stukje overgeslagen.
1:00:26Waarom heeft hij het kruis verdragen?
1:00:28Waarom heeft hij al die schande veracht?
1:00:29Dat de Heer dus nog even verder in de volgende verse...
1:00:33gebonden zal worden en geleid zal worden.
1:00:36Hij is schepper van het heelal.
1:00:37Waarom doet hij dat?
1:00:40Voor de vreugde die hem voorgesteld was.
1:00:44De vreugde dat hij zou ingaan in
1:00:49het huis van zijn vader.
1:00:52Voor zichzelf.
1:00:54Maar er staat zo'n kostbare kanttekening bij.
1:00:58Namelijk tot de welke hij door zijn lijden niet alleen zelf zou komen.
1:01:03Maar ook de gelovigen brengen.
1:01:06Hij neemt ze allemaal mee.
1:01:09Door zijn lijden tot heerlijkheid.
1:01:12Hoor jij daarbij?
1:01:13We
1:01:19hebben gehoord van het sterven van mevrouw Bezuijen.
1:01:22Maar als jij morgen sterft.
1:01:31In Hendrikido Ambacht staat het in een gevelsteen.
1:01:37Bij de oude begraafplaats.
1:01:38In dat poortgebouw.
1:01:41Oude gevelsteen.
1:01:44Zijt ook gij bereid.
1:01:48Nou dat is een vraag voor morgen.
1:01:56Weeg je dan dat je ingaat.
1:01:59Met hem.
1:02:01In die vreugde die hem voorgesteld was.
1:02:03En daarom heeft hij het kruis verdragen.
1:02:06En de schande veracht.
1:02:08Ja ook het verraad.
1:02:10Dat is ons tweede punt.
1:02:11Een ernstige waarschuwing aan ons allemaal vanmorgen, gemeente, die we tegenkomen in de versen 2 en 3 en het laatste stukje van vers 5.
1:02:20Want je kunt zoveel hebben, zoveel hebben ondervonden.
1:02:25Jaar en dag in de kerk zitten en
1:02:30nog een Judas blijken te zijn.
1:02:34Want wie was Judas?
1:02:36Ja, we hebben hem al heel gauw in onze gedachten afgeschreven.
1:02:39Ja, dat is die man die Jezus ging verraden.
1:02:44Gelukkig kwam het naar Petrus nog goed.
1:02:46Die verlogen hem.
1:02:47Maar Judas, daar denken we eigenlijk niet te veel meer over na.
1:02:50Dat is die man die Jezus verraadt.
1:02:52Ja, maar wie was Judas?
1:02:56Nou, hij heeft drie jaar
1:02:59voortdurend bij Jezus verkeerd.
1:03:02Hij is drie jaar lang voortdurend in
1:03:06zijn nabijheid geweest.
1:03:10Hij heeft alle wonderen gezien.
1:03:13Hij heeft al Jezus woorden gehoord.
1:03:16Zijn preken gehoord.
1:03:18Persoonlijk onderwijs ontvangen als discipel.
1:03:22Hij was een beleider.
1:03:26Sterker nog, hij heeft wonderen gedaan en gepreekt in Jezus' naam.
1:03:34En van die hoogte,
1:03:36zoveel gezien, zoveel gehoord.
1:03:39Zo dicht bij Jezus geweest, tot die diepte.
1:03:44Dat is maar een enkele stap.
1:03:52En wie in Oudorp hebben nou het meeste risico om een Judas te zijn?
1:04:01Dat is over nagedacht.
1:04:04Wie loopt hier het meeste risico?
1:04:13Die het meest...
1:04:15Heeft
1:04:16ontvangen.
1:04:24Je kunt zoveel theologische en godsdienstige kennis hebben.
1:04:30Je kunt zelfs andere onderwijzen.
1:04:36En toch een bedorven hart hebben.
1:04:39En verloren gaan.
1:04:41Voor altijd.
1:04:47Wie loopt het meeste risico?
1:04:51Ja, de man op de kansel.
1:04:56Wie loopt het meeste risico?
1:04:59Ja, zult u zeggen, de Amstdragers.
1:05:03Zoveel van God ontvangen.
1:05:08Het is maar een enkele stap.
1:05:14Ja, maar dat blijft nog iets te ver weg.
1:05:18Het is nog veel dichterbij.
1:05:20Want hoe bevoorrecht bent u niet allemaal.
1:05:27Allemaal.
1:05:29Zoals u hier zit.
1:05:33Wekelijks komt de Heer Jezus twee keer u opzoeken.
1:05:40Hier in zijn huis.
1:05:43Onder het woord.
1:05:45En ochtends als je je Bijbel openslaat en je gaat lezen.
1:05:48Is hij ook nabij.
1:05:50En je bidden.
1:05:51Wat een voorrechten.
1:05:55Ja, en tegelijk dan
1:05:58het risico dat
1:06:01je uiteindelijk een Judas blijkt te zijn.
1:06:03Want die zon die
1:06:06was doet smelten, maakt de klei keihard.
1:06:12En die zon die bedoeld is om
1:06:16vruchten voor te brengen, laat ook distels groeien.
1:06:23Ja, maar dominee, als u dat nou zo zegt,
1:06:28hoe zit dat dan in dat hart van die man?
1:06:33En misschien is hij wel een kind van God, misschien wel meer.
1:06:38Dominee, dit doet me pijn.
1:06:41Want weet u hoe vaak ik denk, ben ik geen Judas?
1:06:45Zal ik niet openbaar komen als een Judas?
1:06:53In dat hart van Judas, die
1:06:57sterke ketting, zat één zwakke schakel.
1:07:01Zonde tegen het achtste gebod.
1:07:08En die ketting die breekt door
1:07:11die ene zonde in zijn hart.
1:07:15Je zou kunnen zeggen met een ander beeld, dat ene kleine lek in het schip of in de kano.
1:07:21En het zingt.
1:07:24Dat ene gat in de duin of in de dijk.
1:07:28En heel het gebied stroomt onder.
1:07:32Eén zonde.
1:07:37In je hart.
1:07:39Niet opgeruimd, maar gekoesterd en bewaard.
1:07:42En
1:07:45de ketting breekt.
1:07:47En je gaat verloren.
1:07:49En het is de gewaarschuwing.
1:07:52Ja, voor die man op de kansel.
1:07:55Maar voor ons allemaal.
1:07:58Eén zonde.
1:08:00Gekoesterd.
1:08:02Judas.
1:08:14En je ziet hem daar staan in vers 5.
1:08:17En Judas die hem verriet.
1:08:19Stond ook bij hem.
1:08:24Hij staat erbij.
1:08:26Daar vooraan.
1:08:28Ook bij hem.
1:08:34Judas.
1:08:39En dan blijkt dat als ons derde punt.
1:08:41Jezus trouwe zorg voor zijn discipelen.
1:08:47Want hij heeft de tweede keer gevraagd.
1:08:51Wie zoekt gij?
1:08:52En dan zeggen ze.
1:08:52Jezus de Nazarene.
1:08:55En dan zegt hij.
1:08:56Indien gij dan mij zoekt.
1:08:57Zo laat deze heen gaan.
1:09:01Gemeente hier zie je.
1:09:03De goede herder.
1:09:07En hij doet wat hij heeft gezegd.
1:09:10Kijk maar in Johannes 17 vers 12.
1:09:13Daar heeft hij gebeden tot de vader.
1:09:15Toen ik met hen in de wereld was.
1:09:18Bewaarde ik hen in uw naam.
1:09:20Die jij mij gegeven hebt.
1:09:22Heb ik bewaard.
1:09:24En niemand uit hen is verloren gegaan.
1:09:27En daar moet Jezus nog zeggen.
1:09:29In de opperzaal.
1:09:30Als Judas.
1:09:31Vermoedelijk net is vertrokken.
1:09:33Want hij heeft dit gebed niet meer gehoord.
1:09:36Dan de zoon der verderfenis, opdat de schrift vervuld hoorde.
1:09:45Toen ik met hen in de wereld was, bewaarde ik hen in uw naam.
1:09:51Die gij mij gegeven hebt, heb ik bewaard.
1:09:54En niemand uit hen is verloren gegaan.
1:09:58En het blijkt waarheid te zijn.
1:10:02Opdat de schrift vervuld hoorde.
1:10:07O ja, over Judas.
1:10:09Maar ook dat hij die goede herder is.
1:10:12Hij...
1:10:13Doet wat hij zegt.
1:10:15En hij betoont hier wat hij over zichzelf ook heeft gezegd.
1:10:18In Johannes 10.
1:10:20Wat zegt hij over die goede herder?
1:10:23Hoe is de heer Jezus?
1:10:25We hebben hem al geschilderd gekregen vanmorgen in zijn grote gewilligheid.
1:10:30Bereidwilligheid.
1:10:31Maar zie je nu hoe hij met zijn kudde omgaat.
1:10:34Met zijn schapen omgaat.
1:10:35Wat heeft hij gezegd?
1:10:36Hij zegt in Johannes 10.
1:10:38Ik ben de goede herder.
1:10:39Wat is het kenmerk van de goede herder?
1:10:41De goede herder stelt zijn.
1:10:43Leven voor de schapen.
1:10:45En nog een keer in vers 15.
1:10:47Ik stel mijn leven voor de schapen.
1:10:50En dan zegt hij.
1:10:51Ik kan mijn leven afleggen.
1:10:52En ik kan mijn leven ook weer aannemen.
1:10:54Want ik heb macht hetzelfde af te leggen.
1:10:56En om hetzelfde weer aan te nemen.
1:10:58Dit gebod heb ik van mijn vader ontvangen.
1:11:00En dan komt vers 28.
1:11:04En ik geef hun het eeuwige leven.
1:11:07En ze zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid.
1:11:12En niemand.
1:11:15Niemand zal dezelfde uit mijn hand rukken.
1:11:22Dat is een goede herder.
1:11:23Dat is dé goede herder.
1:11:26Dat heeft hij gezegd in Johannes 10.
1:11:28Ik
1:11:29stel mijn leven voor de schapen.
1:11:31Een goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
1:11:34En ze zullen niet verloren gaan in de eeuwigheid.
1:11:37Niemand zal die schapen van mij uit mijn hand rukken.
1:11:48Niemand.
1:11:50En je ziet het hier gaan gebeuren.
1:11:54De tijdelijke uitredding hier.
1:11:56Maar daarachter ligt op de geestelijke uitredding.
1:12:01Indien gij dan mij zoekt, zo laat deze heen gaan.
1:12:04Opdat het woord vervuld zou worden, vers 9, dat hij gezegd had.
1:12:07Uit degene die gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren.
1:12:14Zo is de herder.
1:12:16Maar wat ligt hier nog meer op, gemeente?
1:12:19Waar valt hier ook het licht op?
1:12:23Dat die herder je
1:12:26niet beproeft.
1:12:30Boven wat je aan kunt.
1:12:36U zegt nogal wat.
1:12:39U moet dus weten waar ik mee top.
1:12:44Is dat zo?
1:12:46Dat God die last die hij op je legt.
1:12:48Op maat maakt.
1:12:50Veel te zwaar.
1:12:53Luister naar het woord.
1:12:56Uw liede heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke.
1:13:00De God is getrouw.
1:13:02Welke u niet zo later verzocht.
1:13:06Worden boven hetgeen gij vermoogd.
1:13:12Maar hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven op dat gij ze kunt verdragen.
1:13:19Niet zal laten verzocht worden hetgeen gij vermoogt.
1:13:24Boven hetgeen gij vermoogt.
1:13:26En je ziet hier die discipelen in Gethsemane met Jezus uitgegaan.
1:13:32En ze staan nog om hem heen.
1:13:38En hij kent hun harten.
1:13:41En hij zegt, indien gij mij zoekt, zo laat deze heen gaan.
1:13:47Hij zal je niet beproeven.
1:13:50Hij zal je niet verzoeken.
1:13:53Boven hetgeen je vermoogt.
1:13:57En ook in de donkerste uren.
1:14:04Als je hem niet meer ziet.
1:14:06Hem niet meer gewaarwoord.
1:14:08Het zo stil is geworden.
1:14:10En zo donker is geworden.
1:14:12Is zijn oog altijd op je.
1:14:16Oh wat een troost is dat voor al Gods kinderen.
1:14:19En
1:14:24het wordt hier donker.
1:14:25In het leven van een disciple.
1:14:29Want ze zullen bij hem vandaan gaan.
1:14:31Hij die het licht des levens is.
1:14:34Waar ze drie jaar mee opgetrokken zijn.
1:14:37Maar dat woord reist met hen mee.
1:14:40Indien gij dan mij zoekt, zo laat deze heen gaan.
1:14:49En hoe komt dat nou gemeente dat het zo donker kan worden in ons leven?
1:14:55We hebben gebeden voor hen die psychisch lijden.
1:15:01Maar je kunt ook in geestelijke donkerheid zitten.
1:15:04En die twee kunnen ook nog met elkaar te maken hebben.
1:15:07Wel onderscheiden, maar vaak niet tusscheiden.
1:15:10Hoe komt het nou dat het zo donker wordt?
1:15:16Je sluit jezelf op.
1:15:18Je sluit jezelf af.
1:15:23En misschien, als
1:15:26je heel eerlijk bent...
1:15:27moet je zeggen, soms koester ik het nog ook.
1:15:32En ik zeg niks meer tegen God.
1:15:35Ik ga niet meer bidden.
1:15:36Ik ga niet meer spreken met u.
1:15:38Want het heeft allemaal geen zin.
1:15:41Oh, wat kan er in een mens hart opkomen en opklimmen?
1:15:44Ik doe het niet meer.
1:15:45Ik stop er mij.
1:15:47En je sluit jezelf af.
1:15:49En je sluit jezelf op.
1:15:50En je kijkt naar de einde.
1:15:52En er is geen lichtpunt meer.
1:15:56Donker geworden.
1:15:58En ja, je weet wel.
1:16:00Die tekst uit 1 Korinther 10.
1:16:01Hij zal je niet beproeven of verzoeken boven hetgeen je vermoogt.
1:16:06Maar het is te zwaar.
1:16:08Dit kan niet.
1:16:09Dit is niet eerlijk.
1:16:11En zeker zo die laatste vraag.
1:16:14Die kan zo je hart bezetten en bestormen.
1:16:17En je raakt.
1:16:19Bij God.
1:16:19En je raakt bij Christus vandaan.
1:16:24Opgesloten in jezelf.
1:16:28Wat is de uitweg?
1:16:33Wat is de uitweg?
1:16:39Terug naar hem.
1:16:41En je weet het met je hoofd.
1:16:44En diep in je hart weet je het ook.
1:16:46En je doet het toch niet.
1:16:53Al heb je dan de woorden niet meer.
1:16:55Al heb je de lust niet meer.
1:16:57Al heb je de moed niet meer.
1:17:00Dan zeg toch maar één zinnetje.
1:17:03Ontferm uw mijner.
1:17:05Help me.
1:17:12En het is je misschien wel overkomen.
1:17:15Dat je niet meer wilde bidden.
1:17:18En je lag toch ineens op je knieën.
1:17:23Het is je overkomen dat je niks meer wou zeggen.
1:17:27En je mond ging toch open.
1:17:30Maar misschien kent u ook wel mensen hier in Oudorp, in uw buurt.
1:17:34Die zo verstrikt zijn geraakt.
1:17:37Die zo in het donker zitten.
1:17:39En misschien ligt het bij jezelf ook op de loer.
1:17:43Nou, als je iemand uit je buurt kent.
1:17:47Help.
1:17:48Hem haar dan.
1:17:50Door dat over te nemen.
1:17:52Door die woorden te gaan zeggen.
1:17:54Waar die ander het niet meer zegt.
1:17:56Help hem haar dan.
1:18:01Om je om te keren.
1:18:04Weer naar dat licht toe.
1:18:06Dat die duisternis weg gaat.
1:18:08En die beklemming weg gaat.
1:18:10Want hij is nog dezelfde.
1:18:14Hij is nog precies dezelfde.
1:18:18En zijn oog.
1:18:20Is op je geweest.
1:18:26Draai je om.
1:18:28En lees anders nog eens een keer.
1:18:31Heidelbergse katechismes, vraag 44.
1:18:33En het antwoord.
1:18:34Waarom volgt dat nedergedaald in de hel?
1:18:37Nee, de heer Jezus is niet in de hel geweest.
1:18:42Zijn nederdaal ter hel, dat begint hier.
1:18:45Johannes 18 en 19.
1:18:47Dat begint in Gethsemane, als die engel hem komt versterken.
1:18:51Daar is zijn nederdaaling ter hel.
1:18:53Waarom wordt het dan als laatste genoemd, als vijfde of zesde trap...
1:18:56van de staat van zijn vernedering?
1:19:00Nou, het is het diepste lijden.
1:19:02Maar het vindt plaats hier in Gethsemane.
1:19:05Op weg naar het kruis.
1:19:07En aan het kruis zelf.
1:19:08En dan lees je.
1:19:09Waarom volgt daar in ons beleiden.
1:19:12Nedergedaald ter helle.
1:19:16Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen.
1:19:20Verzekerd zij en mij ganselijk vertroosten.
1:19:25Dat mijn Heer Jezus Christus.
1:19:28Dat is geloofstaal.
1:19:29Dat mijn Heer Jezus Christus.
1:19:32Door zijn onuitsprekelijke benauwdheid.
1:19:35Smarte.
1:19:36Verschrikking.
1:19:38In welke hij in zijn ganse lijden.
1:19:41Maar in zonderheid aan het kruis gezonken was.
1:19:45Mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.
1:19:52O als het zo donker wordt.
1:19:55Kruip dan maar naar Golgotha.
1:20:01En licht je hoofd op.
1:20:04En zie op een stervende Christus.
1:20:10Waarvoor deed u dat?
1:20:13Om de vreugde voorgesteld.
1:20:15Om al mijn kinderen door het lijden heen tot heerlijkheid te brengen.
1:20:23Wat een zorg.
1:20:25Ja, voor wie eigenlijk?
1:20:27Voor
1:20:30wie doet hij dit, kinderen?
1:20:35Jongeren, zo
1:20:37laat deze een heen gaan.
1:20:39Ja, dat zijn de discipelen.
1:20:41Wat zijn dat voor mannen?
1:20:44Oh, zullen we ze niet hardvallen?
1:20:47Maar zullen we eens kijken?
1:20:49Ze gaan allemaal weg.
1:20:53Ook Petrus?
1:20:55Ook Petrus.
1:20:58Ook Andreas?
1:21:00Ook Andreas.
1:21:03Ja maar, ja
1:21:06ook Jacobus en Johannes.
1:21:10Mogen wij aan uw rechterhand zitten?
1:21:14Jezus vraagt, kunt gij de drinkbeker drinken die ik drinken zal?
1:21:20Wij kunnen.
1:21:21En
1:21:24zo steek ik ook in elkaar.
1:21:28O jawel, het is uit liefde.
1:21:31Wij kunnen.
1:21:34En hier kom je ze tegen.
1:21:37In de hof.
1:21:40Zo laat deze heen gaan.
1:21:43En ze gaan.
1:21:45Want hij draagt alles alleen.
1:21:52Niks van u, van jou, van mij erbij.
1:21:56Wat een zorg.
1:22:01Gewillig.
1:22:04Onderging hij ook dat verraad.
1:22:07Van die ene.
1:22:09Van de twaalf.
1:22:12En hij bleef onder alles oog houden voor zijn schapen.
1:22:18Wat een trouwe herderzorg.
1:22:23En zo is hij nog.
1:22:25Hij is nog niet veranderd.
1:22:28Zoals we hem hier tegenkomen.
1:22:29Zo is hij nog precies hetzelfde.
1:22:38Uit degene die jij mij gegeven hebt heb ik niemand verloren.
1:22:43En hij gaat vrijwillig.
1:22:44Dat was ons eerste punt.
1:22:48Hij neemt het initiatief.
1:22:50Hij doet alles.
1:22:51Hij zegt alles.
1:22:52Maar nou staat er iemand op.
1:22:55Petrus.
1:22:57Ons vierde punt.
1:22:58Onderwerping.
1:23:00Petrus die pakt zijn zwaard.
1:23:02Petrus Simon Petrus dan hebben de zwaard, trok het zelf uit en sloeg des hogepriesters dienstknecht.
1:23:08En hij slaat zijn rechteroor eraf.
1:23:10En we weten op basis van het Johannes evangelie en dat het Petrus is geweest.
1:23:15Dat weten we uit de andere evangelieën niet.
1:23:17En ook de naam van die dienstknecht dat het Malchus is.
1:23:22En ogenblikkelijk zegt Jezus tegen Petrus.
1:23:26Steek uw zwaard in uw scheden.
1:23:28Stop dat zwaard terug Petrus.
1:23:32Want hij gaat vrijwillig.
1:23:34Hij gaat ook alleen.
1:23:38Niemand mag en moet hem daar in de weg staan.
1:23:40Ook Petrus niet.
1:23:42Maar hij gaat ook met volledige onderwerping.
1:23:48Want wat heeft hij gebeden?
1:23:50In Gethsemane.
1:23:54Zo net gebeden.
1:23:59Hij valt op zijn aangezicht.
1:24:01En hij bidt.
1:24:02En hij zegt.
1:24:03Vader, indien het mogelijk is.
1:24:06Laat deze drinkbeker van mij voorbij gaan.
1:24:10Nog niet wat ik wil.
1:24:12Maar wat gij wilt.
1:24:18En de heer Jezus gaat de tweede keer.
1:24:20En hij zegt mijn vader indien deze drinkbeker van mij niet voorbij kan gaan.
1:24:25Tenzij dat ik hem drinken.
1:24:27U wil geschieden.
1:24:33Hij gaat met zijn discipelen.
1:24:34En hij gaat nog een keer.
1:24:36En hij zegt dezelfde woorden.
1:24:40En hij zegt het hier tegen Petrus.
1:24:42En de andere discipelen hebben het ook gehoord.
1:24:45En Johannes die dit evangelie heeft geschreven.
1:24:47Die stond daar natuurlijk ook bij.
1:24:51De drinkbeker.
1:24:55Die mij de Vader gegeven heeft.
1:25:00Ja, want hij ging niet voorbij.
1:25:02Ook niet toen hij het drie keer had gebeden.
1:25:05Maar daarbij had gezegd, niet mijn wil, maar uw wil geschieden.
1:25:09Die drinkbeker ging niet voorbij.
1:25:11Jezus zegt, die drinkbeker die mij de Vader gegeven heeft, zal ik die niet drinken.
1:25:20Kinderen, heb je wel eens in die drinkbeker van de Heer Jezus gekeken?
1:25:27Die drinkbeker waar de Heer Jezus het over heeft.
1:25:31Die hij moet gaan drinken.
1:25:33Die zit helemaal vol.
1:25:36Wat zit daarin?
1:25:39Weet je dat?
1:25:41Heb je wel eens goed naar die drinkbeker gekeken?
1:25:46Daar zitten alle zonden van al Gods kinderen in.
1:25:53Helemaal vol zit die beker met hun zonden.
1:25:56Maar weet je wat er ook in zit?
1:25:59Er zit het toren van God.
1:26:02En misschien ken je dat woord wel niet, toren.
1:26:05Dat is een oud woord voor boosheid.
1:26:08Een wraak.
1:26:09De toren van God, de boosheid van God over alle zonden van al zijn kinderen zit in die ene beker.
1:26:23En daar heb je denk ik nog nooit over nagedacht kinderen.
1:26:26Maar al zou er één zonde in zitten.
1:26:29En al zou de toren van God, de boosheid van God over die ene zonde in een drinkbeker zitten.
1:26:35En je moet hem leeg drinken.
1:26:40Dat krijg je nooit leeg.
1:26:42Dat kun je nooit dragen.
1:26:44Want dat is eeuwig lijden in de hel.
1:26:51En nou zit die beker vol met alle zonden en met alle toren, alle boosheid van
1:27:01God in één beker.
1:27:05En Jezus zegt,
1:27:07de drinkbeker die mij de Vader gegeven heeft, zal ik die niet drinken.
1:27:17Maar nou een vraag.
1:27:21Zitten uw zonden in die beker?
1:27:27Zitten jouw zonden in die beker?
1:27:31Zit de toorn van God die op u rust in die beker?
1:27:38Want het is van twee, één.
1:27:46Of ze zitten niet in die beker.
1:27:50En u moet eeuwig die toorn van God ondergaan.
1:27:57Of uw zonde en Gods toorn zitten wel in die beker.
1:28:00En u zult nooit die toorn weer ondergaan.
1:28:04Kun
1:28:10je dat weten?
1:28:12Ja, dat kun je weten.
1:28:17Door Gods woord en door zijn geest.
1:28:19Hij maakt het je bekend.
1:28:22Onder de verkondiging.
1:28:24Waar je zonder zijn gebleven.
1:28:26Waar die toren van God is gebleven.
1:28:29En die rust.
1:28:30Of nog op je hoofd.
1:28:32Of die is in die beker.
1:28:39Wat is dan het verschil?
1:28:44Of.
1:28:45Of.
1:28:46Er zit natuurlijk iets tussen.
1:28:50Wat zit daar tussen?
1:28:53Er zit maar één ding tussen.
1:28:58We staan er in twee woorden.
1:29:01En dat is.
1:29:03Geloof.
1:29:04En.
1:29:06Bekering.
1:29:11Geloof in wat?
1:29:13In
1:29:15de belofte van het evangelie.
1:29:18Wat belooft het evangelie van morgen en alle dagen?
1:29:25Dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, hedenmorgen niet
1:29:35verloren zal gaan, maar eeuwig leven hebben.
1:29:41Want dan ben je bedekt met zijn bloed.
1:29:43Dan is de toorn van God gestild.
1:29:47Zal ik het met een heel eenvoudig voorbeeld duidelijk maken.
1:29:50Dat een kind het kan begrijpen.
1:29:52Als je één seconde, één zonde tegen één gebod van God.
1:29:59Ik zal het nog een keer zeggen.
1:30:00Eén seconde, één zonde tegen één gebod van God.
1:30:07Die zonde, die
1:30:11roept tot God om wraak.
1:30:14Die zonde die zegt, u moet straffen.
1:30:17En God is rechtvaardig, dus hij straft ook.
1:30:23En die roepende stem van al was het maar die ene zonde.
1:30:27Hoe kan die stem gesteeld worden?
1:30:29Ik
1:30:33heb misschien nog nooit zo bij nagedacht.
1:30:35Maar alle zonden die niet verzoend zijn.
1:30:37In heel Oudorp en in heel deze kerk.
1:30:40Dat is één groot luid roepen tot God om raak.
1:30:44Het is een wonder dat hij het niet doet.
1:30:47Dat er geen vuur uit de hemel neerdaalt.
1:30:51Één luid roepen.
1:30:52Maar laten we uitgaan van één zonde.
1:30:54En die blijft maar roepen tot God om raak.
1:30:57U moet straffen, u moet tornen, u moet uw raak doen gelden.
1:31:01Hoe wordt zo'n zonde stil?
1:31:06Dan moet er iets overheen.
1:31:09Dan moet die zonde bedekt worden.
1:31:13Waarmee?
1:31:15Met het bloed van Christus.
1:31:21En dan komt het bloed van Christus zodra je door God geschonken geloof in zijn zoon krijgt onder het woord.
1:31:29Door zijn geest, dus je zit hier op de goede plek vanmorgen.
1:31:32O, dat is niet automatisch.
1:31:34Maar dit is wel de plaats waar hij dat geloof werkt.
1:31:36Door zijn woord en door zijn geest.
1:31:38Zodra je in Jezus gelooft, die ene zonde wordt dan bedekt met zijn bloed.
1:31:43Want onder de verkondiging wordt zijn bloed gesprengd op de gemeente in Oudorp.
1:31:48Jezus sprengt zijn bloed hedenmorgen op de gemeente.
1:31:51En zodra je in hem gelooft, dan bedekt dat bloed die zonde.
1:31:57En het wordt zo stil.
1:32:03God hoort niks meer.
1:32:05Is helemaal stil geworden.
1:32:08Dat is de bediening der bedekking.
1:32:11Met het bloed van Christus onder het woord.
1:32:13Dat is de bediening der verzoening.
1:32:18Zijn bloed.
1:32:21Alleen.
1:32:24En dat is dat grote onderscheid.
1:32:27Tussen de toorn van God.
1:32:29Die in die beker is.
1:32:31En die jij dan eeuwig moet leeg drinken.
1:32:34En nooit kan leeg drinken.
1:32:37Of je hebt geloof in hem gekregen.
1:32:40En al die zonden zijn bedekt.
1:32:43En al die zonden zijn in die beker van hem gegaan.
1:32:46En hij heeft die beker volledig leeg gedronken.
1:32:51Zoals hij heeft gezegd.
1:32:53De drinkbeker die mij de vader geeft, zal ik die niet drinken.
1:32:58En in Johannes 18 en in Johannes 19, daar zie je het gebeuren.
1:33:03Daar drinkt hij die beker tot de bodem leeg.
1:33:08Geloof dan in hem en
1:33:11bekeer je.
1:33:14Vanmorgen nog.
1:33:16Tot die goede herder.
1:33:19Zodat hij ook jouw leidsman is.
1:33:25Amen.
1:33:30Zingen wij gemeente Psalm 23 het eerste vers.
1:33:33De God des heils wil mij ten herder wezen.
1:33:37[GEZANG]
1:36:36Laten wij danken en bidden.
1:36:42O Heer Jezus.
1:36:44U die de goede herder bent.
1:36:48Geef dat wij vanmorgen uw stem mogen hebben gehoord.
1:36:54En u zullen volgen.
1:36:57Waar u ook heen gaat.
1:37:02En als we u nog niet volgen.
1:37:06O bekeer ons tot u.
1:37:08Nu we hebben gezien en gehoord.
1:37:11Hoe u bent.
1:37:13Zo gewillig.
1:37:15Om goddeloze zondaren te bekeren.
1:37:18Met zo'n zorg.
1:37:20En zo'n onderwerping.
1:37:24O heren.
1:37:26Geef dat we u mogen lief krijgen.
1:37:29Ook de kinderen in Aldorp.
1:37:31Dat ze zoveel van u gaan houden.
1:37:33Heer Jezus.
1:37:34Door uw woord en door uw geest.
1:37:37O werk geloof.
1:37:39In kinderen harten.
1:37:40In jongeren harten.
1:37:41In ouderen harten.
1:37:42Tot het oudste hart toe.
1:37:45Hier en thuis met ons verbonden.
1:37:48Opdat wij zullen weten.
1:37:49Ik hoef die drinkbeker niet meer te drinken.
1:37:52De heer Jezus heeft hem voor mij gedronken.
1:37:54Helemaal.
1:37:57Doe uw woord zo bij ons blijven.
1:37:59In deze lijdenstijd.
1:38:02Breng ons vanavond opnieuw bijeen.
1:38:06Als u ons wil onderwijzen.
1:38:08Opnieuw.
1:38:09Over de heilige doop.
1:38:12En waarom wij jonge kinderen moeten dopen.
1:38:17Heren, geef daartoe wat nodig is.
1:38:20Geef gebed ook voor de verkondiging.
1:38:22En breng ons opnieuw in uw huis.
1:38:25Verzoen alle zonden in spreken en horen wijden.
1:38:29Om Jezus wil.
1:38:30Amen.
1:38:33Wij zingen nog een keer over die herder uit Psalm 80.
1:38:36Laat ons, o God der legermachten, niet vruchteloos op uw bijstand wachten.
1:38:40Ga onze hateren zelf tekeer.
1:38:44Getrouwe herder, breng ons weer, breng ons weder.
1:38:47En wat er volgt in Psalm 80, het vijfde vers.
1:38:50[GEZANG]
1:41:24Gemeente gaat u heen in vrede, ontvangende met een biddend hart de zegen des Heren.
1:41:31De Heren zegenen u en behoeden u.
1:41:36De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:41:42De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:41:51Amen.
1:41:52[GEZANG]