HC Zondag 27; Gods teken bij Zijn spreken

zondag 22 februari 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. H. Ottema · 110 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

11:11Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren die hemel en aarde geschapen heeft.

11:20Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht, ja tot in eeuwigheid.

11:25En die nooit laat varen enig werk dat zijn hand begon.

11:30Amen.

11:33Genade zij u en vrede van God de Vader in Christus Jezus onze Heren door de Heilige Geest.

11:44Amen.

11:46Gemeente zetten wij deze avonddienst voort met het zingen van Psalm 25, het vijfde vers.

11:52Lautere goedheid, liefde koorden.

11:56Waarheid zijn des Heren paden.

11:58Hun die zijn verbond en worden als hun schatten gadeslaan.

12:05En wat er verder volgt in Psalm 25, vers 5.

12:09[GEZANG]

15:42...vergeef mijn overtreden.

15:44Uw goedheid wordt nog paal, nog perk gezet.

15:48En dan komt er iets wat ook voor vanavond belangrijk is.

15:52I was mij wel.

15:56Nou waarvan?

15:58Van ongerechtigheid.

16:00Mijn schuld is zwaar.

16:01Ik heb uw wet geschonden.

16:03Zie mijn berauw.

16:05Hoor hoe een boeterling pleit.

16:08Dat is een voortdurend gebed tot God.

16:10En dat eindigt dan met de regel.

16:12En reinig mij.

16:14Was mij.

16:15Reinig mij van al mijn vuile zonden.

16:20Psalm 51, vers 1.

16:23Na het beleiden van ons geloof.

16:26En aan ieder van u spreken in zijn of haar hart.

16:30Al dus.

16:33Ik geloof in

16:37God de Vader.

16:39De almachtige Schepper des hemels en der aarde.

16:44En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon.

16:49Onze Heren.

16:52Die ontvangen is van de Heilige Geest.

16:56Geboren uit de maagd Maria.

16:59die geleden heeft onder Pontius Pilatus...

17:02is gekruisigd, gestorven en begraven...

17:06nedergedaald ter helle.

17:08Ten

17:11derde dagen wederom opgestaan van de doden...

17:15opgevaren ten hemel...

17:18zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders...

17:22van waar hij zal komen om te oordelen...

17:24de levenden en de doden.

17:28Ik

17:31geloof in de Heilige Geest.

17:34Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.

17:40De gemeenschap der heiligen.

17:43De vergeving der zonden.

17:46De wederopstanding des vleesses.

17:50En een eeuwig leven.

17:52Amen.

17:53[GEZANG]

20:47Gemeente Vragenwerk deze avond, heer, om zijn onmisbare zegen.

20:51De opening van onze harten.

20:53En ook opnieuw om de verlichting door zijn heilige geest.

20:57Laat ons samen bidden.

21:07God van hemel en van aarde.

21:11We hebben al tot u gebeden.

21:14Al zingend.

21:17Gena.

21:19O God.

21:22Gena.

21:24Hoor mijn gebed.

21:30Gena o God.

21:32We hebben genade nodig.

21:35Als u niet in genade op ons neer zou zien.

21:38Als u niet in genade met ons zou handelen.

21:42Dan was het ogenblikkelijk afgelopen met in ieder van ons.

21:47Hier en thuis met ons verbonden.

21:50En daarom.

21:51Gena, o God.

21:56Was ons van onze ongerechtigheden.

22:00Dat hebben wij allemaal nodig.

22:06Allemaal.

22:07Onze ziel.

22:09Zo zwart.

22:11Zo vuil.

22:13Vol van ongerechtigheden.

22:15Heeft wassing nodig.

22:18Reiniging.

22:19Van al mijn vuile zonden.

22:23En dat is die allereerste keer nodig.

22:26En dat is bij de voorduur nodig.

22:29Wassing, reiniging door uw bloed en door uw heilige geest.

22:38O heren, u heeft ons weer bij elkaar gebracht.

22:41Op de plaats waar u uw bloed doet druppen.

22:46In de werkplaats van uw heilige geest.

22:50Mogen wij hier dicht bij u zijn in uw eigen huis.

22:56En wij bidden u heren of u ons dat wilt doen beseffen.

22:59Welke bijzondere plaats u ons bijeenbrengt.

23:05De plaats waar

23:09u ons wilt ontmoeten.

23:11Want u hebt ons ook vanavond iets te zeggen.

23:16Vanuit uw woord.

23:20En wij kunnen dat maar heel gewoon vinden.

23:23Al zeggen we dat misschien niet hardop.

23:27Maar het is allerminst gewoon.

23:30Dat de soevereine heilige...

23:36Rechtvaardige.

23:38God.

23:41Onheilige.

23:43Onzuivere.

23:44Onreine.

23:46Zondige.

23:47En onrechtvaardige mensen wil ontmoeten.

23:50En toch is dat wat u vanavond komt doen.

23:55O heren, leert het ons zien wie wij zelf zijn.

23:58Maar ook wie u bent.

24:01En dat die onmetelijke kloof maar op één manier kan worden overbrugt.

24:07En dat is door uzelf.

24:08Door...

24:09Uw Zoon, Jezus Christus.

24:11Die God was en bleef.

24:14En mens werd.

24:21Heren, wilt u met ons zijn?

24:23In de lezing van uw woord.

24:27Schenk wat nodig is op de kansel en eronder.

24:30Onder de bediening der verzoening.

24:33Der bedekking.

24:37O, raak onze lippen aan door uw Heilige Geest.

24:40Raak onze harten aan.

24:42We hebben vanavond beleden.

24:44Ik geloof in de Heilige Geest.

24:47En in een ander beledenis geschrift.

24:50Uw geest die heren is en levend maakt.

24:53En wij bidden u heren.

24:54Bij uw barmhartigheid.

24:56Wek hier vanavond dode zielen tot leven.

25:02Dode zielen in Oudorp.

25:04Heren wek ze tot leven.

25:06Hij beachtte dat misschien onmogelijk.

25:10Zoals ook Ezekiel die vragen moest beantwoorden.

25:13En tegen u zei.

25:14Gij weet het.

25:17En u beval hem te profiteren.

25:21Tot die beenderen.

25:23En u beval hem te profiteren.

25:25Tot de geest.

25:27En ze leefden.

25:31Kwamen tot leven.

25:33En zo kan het vanavond nog gaan heren.

25:36Dat is niet iets van een mens.

25:37Niks van een mens bij.

25:39Uw eigen werk.

25:41En wij bidden u heren in Oudorp.

25:43Met elkaar tot u.

25:45De levende God.

25:46Zend uw heilige geest.

25:48Wek zielen tot leven.

25:49Onder uw woord.

25:52Naar uw...

25:53Uw belofte.

25:58Schenk uw zegen onder de verkondiging, heren.

26:01O Heer Jezus, dat we u opnieuw mogen zien.

26:04Voor ogen geschilderd mogen krijgen en ook mogen schilderen.

26:10Bevrijd ons van onszelf, bijzonder op de kansel, maar ook eronder.

26:15Zend de Satan heen dat hij hier vanavond geen invloed heeft.

26:18Of leg hem aan banden.

26:20En wilt u geven dat jong en oud werkelijk de betekenis van de doop zal verstaan.

26:27Dat ligt niet in onze macht, dat is niet in ons vermogen.

26:30Maar schenk daartoe wat nodig is.

26:32Aan ons broze, kwetsbare, onkundige mensen.

26:37Dat we iets van de rijkdom, van uw spreken, van uw belovend spreken.

26:42En ook van het teken dat u bij uw spreken geeft, zullen verstaan.

26:48Op dat

26:50wankelmoedigen zullen worden

26:53vastgemaakt.

26:56Op dat kleingeloof zal wijken.

27:02Opdat uw onterend ongeloof.

27:06Zal worden veranderd.

27:08In geloof.

27:10Doe dat heren.

27:13Opdat wij eindelijk zullen zien.

27:17Waartoe u de doop hebt geschonken.

27:20O wees zo vanavond in ons midden.

27:22Totaal onverdiend.

27:23Doe het nog thans uit genade.

27:28Wilt u zo met ons zijn.

27:31Schenk alles wat nodig is.

27:33Om Jezus wil.

27:34Amen.

27:40Wij lezen vanavond gemeente uit.

27:43Het eerste Bijbelboek, het zeventiende hoofdstuk, de

27:47eerste veertien versen.

27:51Genesis 17,

27:54vers 1 tot en met 14.

27:57En

28:02daar komt Gods woord deze avond als volgt tot ons.

28:09Als nu Abram 99 jaren oud was, zo verscheen de Heren aan Abram en zeiden tot hem, Ik ben God de Almachtige.

28:21Wandel voor mijn aangezicht en zijt oprecht.

28:25En ik zal mijn

28:29verbond stellen tussen mij en tussen u.

28:32En ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.

28:37Toen viel Abram op zijn aangezicht.

28:39En God sprak met hem, zeggende.

28:42Mijn aangaande, zie mijn verbond is met u.

28:45En gij zult tot een vader van menigte der volken worden.

28:50En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, maar uw naam zal wezen Abraham.

28:56Want ik heb u gesteld tot de vader van menigte der volken.

29:02En ik zal u gans zeer vruchtbaar maken.

29:04En ik zal u tot volken stellen en koningen zullen uit u voortkomen.

29:12En ik zal mijn verbond oprichten tussen mij en tussen u.

29:16En tussen uw zaad na u in hun geslachten tot een eeuwig verbond.

29:22Om u te zijn tot een God en uw zaad na u.

29:26En ik zal u en uw zaad na u het land uw vreemdelingsschappen geven.

29:31Het gehele land Kanaan tot eeuwige bezitting.

29:34En ik zal hun tot een God zijn.

29:40Voort zei de God tot Abram.

29:43Gij nu zult mijn verbond houden.

29:47Gij en uw zaad na u in hun geslachten.

29:51Dit is mijn verbond dat gij lieden houden zult tussen mij.

29:56En tussen u.

29:58En tussen uw zaad na u.

30:02Dat al wat mannelijk is u besneden worden.

30:06En ge zult het vlees uw voorhuid besnijden.

30:09En dat zal tot een teken des verbonds.

30:14Tussen mij en tussen u.

30:18Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden.

30:21Al wat mannelijk is in uw geslachten.

30:23De ingeborene des huizes.

30:25En de gekochte met geld van alle vreemden.

30:28Die welke niet is van uw zaad.

30:30De ingeborene van uw huis en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden.

30:36En mijn verbond zal zijn in uw liedervlees tot een eeuwig verbond.

30:41En wat mannelijk is de voorhuidhebbende, wiens voorhuidsvlees niet zal besneden worden, dezelfde ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden.

30:51Hij heeft mijn verbond gebroken.

30:55Tot zover de lezing uit Genesis 17.

31:00En we willen daar vanavond ook bijlezen uit de Heidelbergse katechismes zondag 27.

31:06Heidelbergse katechismes zondag 27.

31:09De vragen en antwoorden 72,

31:1273 en 74.

31:18Heidelbergse katechismes zondag 27, vraag 72.

31:25Is dan het uiterlijk waterbad de afwassing der zonden zelf?

31:32Neen het?

31:35Want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonden.

31:43Vraag 73.

31:45Waarom noemt dan de Heilige Geest de doop, het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden?

31:55En dan luidt het antwoord.

31:57God spreekt al zo niet zonder grote oorzaak.

32:03Namelijk niet alleen om ons daarmee te leren.

32:08gelijk de onzuiverheid des lichaams door het water...

32:10al zo ook onze zonden door het bloed en de geest van Jezus Christus...

32:16weggenomen worden.

32:18Maar veel meer omdat hij ons...

32:22door dit goddelijk pand en waarteken wil verzekeren...

32:26dat wij zo waarachtigelijk van onze zonden geestelijk gewassen zijn...

32:32als wij uitwendig met het water gewassen worden.

32:37Vraag 74.

32:40Zal men ook jonge kinderen dopen?

32:44Antwoord.

32:45Ja het.

32:48Want mitsdien zij.

32:50Aangezien zij.

32:52Al zowel als de volwassenen in het verbond gods.

32:55En in zijn gemeente begrepen zijn.

32:59En dat hun.

33:01Door Christus bloed.

33:04De vergeving van de zonde.

33:06En de heilige geest die het geloof werkt.

33:08Niet minder dan de volwassenen toegezegd wordt.

33:13Zo moeten ze ook door de doop.

33:16Als door het teken des verbonds.

33:19Der christelijke kerk ingelijfd.

33:21En van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden.

33:25Gelijk in het oude verbond of testament.

33:28Door de besnijdenis geschiet is.

33:30Voor de welke in het nieuwe verbond.

33:33De doop ingezet is.

33:37Tot zover de lezing uit Genesis 17.

33:41En ook uit de Heidelbergse katechismes.

33:43Zondag 27.

33:45En als thema onder zowel

33:51de schriftlezingen als de Heidelbergse katechismes schrijven wij vanavond Gods teken bij zijn spreken.

33:59Gods teken bij zijn spreken.

34:02En dat teken kunt u zien in vers 11 van Genesis 17.

34:06Een teken des verbonds, wat daar de besnijdenis is, waarvoor de doop is gekomen bij zijn spreken.

34:14En dat vindt u met name in vers 7.

34:19Ik zal, en wat daar verder volgt, Gods teken bij zijn spreken.

34:27De vragen en antwoorden 72,

34:2973 en 74, die ook de drie punten van de preek vormen.

34:39We gaan zo zingen, maar eerst nog weer de mededelingen.

34:43Deze week zullen de categorisaties weer gehouden worden.

34:47Woensdag, 25 februari, is er een gezamenlijke gbs-dienst met de gereformeerde gemeente.

34:53In deze gbs-dienst zal dominee A.J.

34:55de Waard uit Urk voorgaan.

34:57De dienst die plaatsvindt in de kerk vangt aan om 19.30 uur.

35:02Voor het genoemde voornemengeld, zo de Heer de Wil en wij het mogen beleven.

35:08Dan de collecten.

35:10Er zijn er drie.

35:11De eerste voor pastoraat, de tweede voor de kerkvoogdij en de derde voor de aflossing van de kerk.

35:17We bevelen deze collecten van harte in uw en jouw meeldadigheid aan.

35:22En we zingen uit Psalm 105, de bekende dooppsalm, ook het bekende doopvers.

35:28Het vijfde vers, God zal zijn waarheid nimmer krenken.

35:33En ook het zesde vers, al wat hij Isaac heeft gezworen.

35:38Psalm 105, vers 5 en 6, voorafgaand aan de verkondiging.

35:43[GEZANG]

42:19Gods

42:20teken bij

42:23zijn spreken.

42:25De

42:26vragen en antwoorden 72.

42:29...73 en 74 van de Heidelbergse katechismes.

42:33In

42:37samenhang natuurlijk met Genesis 17 wat we hebben gelezen.

42:42Vorige week is zondag 26 behandeld door dominee Van den Kamp.

42:47En vanavond willen wij horen naar de Heidelberger zondag 27...

42:51...waar het opnieuw gaat over de doop.

42:55En er wordt gemeente gevraagd in vraag 72...

42:58...is dan het uiterlijk waterbad de afwassing van de zonde zelf?

43:06En die vraag komt natuurlijk ergens vandaan.

43:13Maar voor wij daar wat nauwkeuriger naar gaan kijken, eerst maar een voorbeeld, ook voor de kinderen.

43:22Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament, iemand die het ook niet begreep.

43:25Hoe zit dat nou?

43:29En je ziet daar die man gaan.

43:31Na het werk, s'avonds, naar

43:36de Heer Jezus toe.

43:38Want hij heeft iets gehoord over het Koninkrijk.

43:45En diep in zijn hart vraagt hij zich af, hoe kom ik dat Koninkrijk in?

43:54En hij gaat naar de heer Jezus toe en hij zegt tegen hem, Rabbi, gij

44:01zijt een leraar van God gekomen, want niemand kan deze tekenen doen die gij doet, zo God met hem niet is.

44:12Maar Jezus kijkt dwars door hem heen en hij weet wat zijn echte vraag is, namelijk hoe kom ik dat koninkrijk in?

44:25En de heer Jezus gaat hem antwoorden.

44:28Ik zal je vertellen, Nicodemus, want die is het natuurlijk.

44:32Hoe je dat koninkrijk inkomt.

44:34En dat is een antwoord.

44:35Daar heeft hij niet op gerekend.

44:38Jezus antwoordde en zei tot hem.

44:40Voorwaar, voorwaar.

44:41Dat staat in het Grieks.

44:42Amen, amen.

44:46Zeg ik u.

44:48Nou, goed luisteren.

44:49Dat zegt de heer Jezus tegen Nicodemus.

44:51Hoe kom je dat koninkrijk in?

44:53Tenzij dat iemand wederom geboren wordt.

44:57Hij kan het koninkrijk gods niet zien.

45:03Wederom geboren worden.

45:04Dan pas kom je het koninkrijk in.

45:08Johannes 3 vers 3.

45:10En twee versen verder zegt de heer Jezus.

45:12Bijna hetzelfde, maar net anders.

45:14Gaat hij het iets nauwkeuriger uitleggen.

45:19Jezus antwoordde volwaar, volwaar.

45:22Opnieuw amen, amen zeg ik u.

45:23Zo iemand niet geboren wordt uit water en geest.

45:29Hij kan in het koninkrijk gods niet ingaan.

45:35En Nicodemus snapt er helemaal niks van.

45:39En misschien u ook wel niet.

45:41Jij ook wel niet.

45:44Wedergeboren worden, hoe gaat dat dan?

45:49Geboren worden uit water en geest, hoe gaat dat dan?

45:53En kennelijk is dat dus hetzelfde.

45:57Wedergeboren worden en geboren worden uit water en geest.

46:00Eén groot vraagteken op het gezicht van die man.

46:03Hij begrijpt er niets van.

46:08En jij misschien ook wel niet.

46:10En de ouderen misschien ook wel niet.

46:13Want u zit al jaren in de kerk en u bent nog steeds niet wedergeboren.

46:17Niet geboren uit water en geest.

46:22En er kan van alles belangrijk zijn in je leven.

46:25Of je kunt doen alsof het belangrijk is.

46:28Maar het is allemaal bijzaak, vergeleken bij dit ene, geboren worden uit water en geest.

46:36Dus wij moeten wel weten wat dat is.

46:38Ook precies weten wat dat is.

46:41Nicodemus zat met die vraag, hij begreep het niet.

46:46En meerder van ons misschien ook niet.

46:47En daarom vanavond de Heidelberger 27.

46:52Want er gaat het over precies hetzelfde.

46:55Is dan het uiterlijk waterbad, dat water wat de Heer Jezus ook noemt, de afwassing van zonde zelf?

47:02En dan zegt het antwoord nee, nee het.

47:06Want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonde.

47:17Bloed.

47:18En geest.

47:21Waarom eigenlijk die vraag?

47:23Nou dat komt natuurlijk uit.

47:25Het laatste stukje van antwoord 71.

47:27Wat u vorige week heeft gehoord.

47:30En daar was de vraag.

47:32Waar heeft ons Christus toegezegd.

47:35Dat hij ons zo zeker.

47:36Met zijn bloed en geest.

47:38Wassen wil.

47:39Als wij met het doopwater gewassen worden.

47:43En een deel van het antwoord.

47:45Was toen Marcus 16.

47:48Die geloofd zal hebben.

47:50En gedoopt zal zijn.

47:51Zal zalig worden.

47:53Nog een keer.

47:54Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.

48:01En dan zegt het antwoord verder.

48:04Deze belofte.

48:05Dus als je geloofd hebt en gedoopt bent, dan zul je zalig worden.

48:09Deze belofte wordt ook herhaald.

48:12Waar de schrift de doop het bad der wedergeboorte en de afwassing van zonde noemt.

48:21Dat moeten we natuurlijk wel weten.

48:22Waar staat dat?

48:24Waar staat in de Bijbel dat het doop, het bad van de wedergeboorte, waar staat in de Bijbel dat het doop de afwassing van zonde is?

48:38Nou, dat staat in Titus 3, vers 5.

48:42Als u zo'n prachtig boekje van de Heidelbergse katechismes heeft met uitgeschreven Bijbelteksten, dan kunt u het zo aan de rechterkant zien.

48:49Wat zijn de bewijsplaatsen?

48:54Urzines en Olivianus hebben opgeschreven.

48:56Is gebaseerd op de schrift.

48:58En je kunt het zo zien.

49:00En ze hebben het in dit geval uit Titus 3.

49:05Hij heeft ons zalig gemaakt.

49:07Niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden.

49:11Maar naar zijn barmhartigheid.

49:13Door het bad der wedergeboorte.

49:16Daar heb je het.

49:17En de vernieuwing van de heilige geest.

49:21Maar nog veel meer.

49:22Handelingen 22.

49:25En nu wat vertoeft gij, sta op.

49:28Laat u dopen en uw zonden afwassen.

49:31Nou wil je het nog helderder hebben?

49:33Laat u dopen en uw zonden afwassen.

49:36Het staat er toch gewoon?

49:38Laat u dopen en uw zonden afwassen.

49:43Dus een kind dat gedoopt wordt.

49:46Een volwassene die gedoopt wordt.

49:49Die worden zijn zonden afgewassen.

49:50Dat staat er toch?

49:53Nou dan begrijp je helemaal.

49:55Dat de vraagsteller in vraag 72 vraagt.

49:58Is dan dat uiterlijk waterbad.

50:02Of de besprenging met het water.

50:05De afwassing van zonde zelf.

50:07Als we dan horen wat er in Titus 3 en Handelingen 22 staat.

50:11Want dan moet je toch concluderen.

50:14Dat water van de doop was die zonde af.

50:17Of het, dat is dus het middel, het water.

50:20Of de handeling, het dopen met water was die zonde af.

50:30Hoe zit dat?

50:32Want het staat toch in Handelingen 22, staat toch in Titus 3.

50:42Om die vraag te kunnen beantwoorden.

50:44Wat gebeurt daar nou wel en wat gebeurt daar niet.

50:49Moeten we eerst even terug naar

50:53zondag 25.

50:55En als u de

50:58Heidelberger katechismes voor u heeft liggen.

51:00Dan is het goed om daar eens even naar terug te gaan.

51:02Want dat is al wel weer even geleden.

51:04Maar dat is zo kostbaar wat daar staat.

51:07In de Heidelberger katechismes zondag 25 antwoord 66.

51:11Er staat wat sacramenten zijn.

51:14En je zou er zo overheen lezen, maar dat is zo'n kostbare antwoord.

51:19Daar moet je eigenlijk nou de komende week is heel de week op mediteren, op dat antwoord.

51:24Wat zijn sacramenten?

51:28Want dat hebben we ook vanavond opnieuw hard nodig om deze vragen te kunnen beantwoorden.

51:37Sacramenten, doop en avondmaal, zijn

51:42heilige, zichtbare, waartekenen.

51:47En zegelen.

51:49Van God ingezet.

51:53En dan komt het.

51:55Opdat hij ons door het gebruik daarvan.

52:01De belofte van het evangelie.

52:04Deste beter te verstaan geven.

52:08En verzegelen.

52:11Nou dat alleen al.

52:13Daar moeten we eens rustig over nadenken.

52:15Wat staat daar nu eigenlijk?

52:20Dus zo'n sacrament.

52:23Dat is van God gegeven.

52:28Zodat u de

52:32belofte van het evangelie des te beter verstaat.

52:38En hij wil het ook nog verzegelen daardoor.

52:42En die woordjes des te beter, daar moeten we even bij blijven haken.

52:49Er is dus iets waarin ook de belofte van het evangelie tot u komt.

52:59Maar in de sacramenten laat

53:03God het nog beter zien, eenvoudig gezegd.

53:09Waar komt de belofte van het evangelie tot in?

53:12En hoe?

53:19Onder het woord.

53:26En ik hoor het met mijn oren.

53:30En ik kan er zo slecht bij.

53:31Ik kan het maar niet geloven.

53:39De belofte van het evangelie die komt onder de verkondiging.

53:47En laten we eerst kijken wat de belofte van het evangelie is.

53:50En dan nog even horen tot wie die nou precies komt.

53:54En voor wie die belofte dan is.

53:57Dan komen we langzaam op gang om te begrijpen, wat is nou eigenlijk de doop?

54:03En wat is het niet?

54:07Nou, de belofte van het evangelie, en daarom zei ik, dit antwoord is zo kostbaar, antwoord 66.

54:13Sacramenten heiligen, zichtbaren, waartekenen en zegelen van God, zodat hij de belofte van het evangelie nog beter doet verstaan dan onder de woordverkondiging.

54:23En dat ook verzegelt, en dan staat er achteraan wat die belofte van het evangelie is.

54:27Namelijk, dat hij ons...

54:30Vanwege het enig slachtoffer van Christus.

54:33Aan het kruis volbracht.

54:35Vergeving van zonde.

54:37En het eeuwige leven.

54:39Uit genade schenkt.

54:43Dat is de belofte van het evangelie.

54:48Vergeving van zonde.

54:49En eeuwig leven.

54:51Uit genade.

54:52Op grond van Christus offer.

55:00Tot wie komt die belofte?

55:06Tot de uitverkorenen zegt iemand.

55:09Zeker waar.

55:11Goed luisteren.

55:12Ik zeg tot wie.

55:14Komt de belofte.

55:15Dat is nog wat anders.

55:16Als voor wie is de belofte.

55:19Maar eerst maar tot wie komt de belofte.

55:25Tot u allen.

55:27Allemaal.

55:30Is dat waar dominee?

55:33Kijk het rustig na.

55:35In Dordtse Regels hoofdstuk 2 artikel 5.

55:39Voorts is de belofte van het evangelie.

55:41Dat een iegelijk die in de gekruisigde Christus gelooft.

55:45In Oudorp.

55:46Niet verderven.

55:48Maar het eeuwige leven hebben.

55:50Welke belofte die u net heeft gehoord.

55:54Als je in de gekruisigde Christus gelooft.

55:57Johannes 3 vers 16.

55:58Dan ga je niet verloren maar heb je eeuwig leven.

56:02Welke belofte aan alle volken en mensen.

56:07Tot welke God naar zijn welbehagen zijn evangelisent.

56:12Zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden.

56:18Met bevel van bekering en geloof.

56:24Wat is de opdracht van al godsdienaren om u deze belofte te verkondigen?

56:32Allemaal die

56:35in de gekruisigde Christus gelooft.

56:37Heden gaat niet verloren, maar heeft eeuwig leven.

56:43Wat een evangelie.

56:45Maar u gelooft het niet.

56:51Dat kan dus.

56:52Het evangelie klinkt en u gelooft het niet.

56:59Veden, door het evangelie geroepen, bekeerden zich niet.

57:09Maar het is wel de opdracht van elke dienaar om die belofte vrijmoedig aan allen te verkondigen.

57:18Komt tot u allen.

57:22Wie in de gekruisigde gelooft gaat

57:27niet verloren, heeft eeuwige levenheden.

57:30En

57:36tegelijk moeten we zeggen, voor wie is die belofte nou?

57:42Voor een ieder die gelooft en zich bekeert.

57:48Niet morgen, maar nu.

57:50Niet morgen bekeren en deze belofte geloven nu.

57:55Ja, maar dat kan ik niet, hominee.

57:59Zeg dat nou eens vanavond onder de dienst tegen de heren.

58:04Beleid het er maar.

58:06Ik kan het niet.

58:07En als je je dan eerlijk gaat maken, dan zeg je er zachtjes achteraan.

58:11En ik wil ook niet.

58:13Want dan moet ik mijn oude leventje loslaten.

58:16En ja, precies.

58:18Daar zit het op vast.

58:22Het kan ook iets anders zijn.

58:23Allerlei belemmeringen.

58:25Zeg het maar.

58:26Maak mij los van alles wat nog hindert.

58:29En doe mij uw woord geloven.

58:36Dus allereerst komt onder het woord.

58:42De belofte van het evangelie tot u allen.

58:44Met bevel van geloof.

58:46En bekering.

58:48Onder het woord.

58:49Dat in ieder die in de gekruistigde Christus gelooft.

58:53Ik zeg het nog een keer.

58:54Niet verderven.

58:55Maar eeuwig leven hebben.

58:56En ik

59:00heb dat vanmorgen gezegd.

59:01En ik zeg het nog een keer.

59:03Ik ben er zo diep van onder de indruk geraakt.

59:05Naar aanleiding van Jezaja 52, het laatste stukje.

59:09En u moet dat thuis maar eens nalezen.

59:11Jezaja 52 vanaf vers 13.

59:13Daar begint het vierde lied.

59:14Het vierde lied vanaf Jezaja 40 tot 55.

59:18Dat begint in Jezaja 52 vers 13.

59:21Daar gaat dat heerlijke lied van Jezaja klinken.

59:23Die man opent zijn mond en die gaat zingen over een leidende borg.

59:28En dan begint de vers 13 en dan zingt hij in vers 14.

59:32Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, al zo verdorven was zijn gelaat.

59:41Meer dan van iemand en zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen.

59:46Zie je de leidende borg, zie je hem daar bloedend, daar

59:51in Jeruzalem.

59:52En hij wordt heen en weer gestuurd van Pilatus naar Herodes en weer terug.

59:56En dan die gang naar het kruis.

59:59Oh, hij ziet er zo mismaakt uit.

1:00:04Vele zich over u ontzet hebben.

1:00:06Al zo verdorven was zijn gelaat.

1:00:07Kijk eens naar zijn gezicht, jongelui, kinderen.

1:00:09Kijk eens naar het gezicht van de Heer Jezus.

1:00:11Al die wonden.

1:00:13Kijk eens naar zijn lichaam.

1:00:14Al die wonden.

1:00:15Komt allemaal bloed uit.

1:00:20En wat gaat hij met dat bloed doen dat hij gestort heeft?

1:00:25Dat staat in vers 15.

1:00:28Al zo zal hij, die leidende Christus, na

1:00:34zijn verhoging...

1:00:36Vele heidenen besprengen.

1:00:40Koningen zullen hun mond over hem toe houden.

1:00:42En dan komt het.

1:00:44Want dewelke het niet verkondigd was.

1:00:46In Oudorp.

1:00:47Het was er niet verkondigd.

1:00:50Zullen het

1:00:53zien.

1:00:56En dewelke het niet gehoord hebben.

1:00:59Zullen het verstaan.

1:01:03Christus heeft zijn bloed gestort.

1:01:06Maar hij sprengt het.

1:01:08Elke kerkdienst weer opnieuw.

1:01:10Vanmorgen en ook vanavond.

1:01:13Laat die zijn dierbaar bloed sprengen op de gemeente van Oudorp.

1:01:17Je bent onder zijn bloed.

1:01:20Dat is de belofte van het evangelie die komt.

1:01:23Ik spreng mijn bloed op u.

1:01:25Iedereen die in die gekruisigde, die bloedstortende middelaar gelooft.

1:01:30Zal niet verderven maar eeuwig leven hebben.

1:01:32En hij komt zo dichtbij met zijn bloed.

1:01:35In de werkplaats van zijn heilige geest.

1:01:37En dat.

1:01:41Dat hij dus zijn bloed sprengt.

1:01:44En dat als je in hem gelooft, eeuwig leven hebt en niet verloren gaat.

1:01:50Dat wat onder de verkondiging plaatsvindt door zijn woord en door zijn geest.

1:01:56Daar ontvang je vergeving.

1:01:59Daar word je met God verzoend.

1:02:01Daar word je rechtvaardig voor God.

1:02:03Met die bedekking met zijn bloed.

1:02:09Dat wordt door God des

1:02:13te beter te verstaan geven.

1:02:16En verzegeld in de doop.

1:02:23En om het nog een keer ook voor kinderen glashelder te maken.

1:02:26Kinderen, kijk eens hier.

1:02:28Dit is de zon daar.

1:02:31Dit is de zon daar.

1:02:32Er is niks omheen.

1:02:33En God kijkt naar die zon daar.

1:02:35Wat ziet hij?

1:02:36Zonde.

1:02:41Maar als er nou eens iets om die zon daarheen zou zitten.

1:02:44Dan ziet God die zon daar niet meer.

1:02:46Maar dan ziet hij dat wat er omheen is.

1:02:51Dan moet de zon daar dus bedekt zijn.

1:02:54Nou, stel nou dat die zon daar voor de helft bedekt is.

1:02:58Wat ziet God dan?

1:03:00Ja, nog steeds zonde.

1:03:05Stel dat die voor 99% bedekt is.

1:03:08Wat ziet God dan?

1:03:09Hij ziet nog steeds zonde.

1:03:12En als God zonde ziet, ga je voor eeuwig verloren.

1:03:17Wanneer is het in orde?

1:03:19Wanneer is het goed voor God, kinderen?

1:03:21Nou, dat is heel eenvoudig.

1:03:23Als je helemaal bedekt bent, waarmee?

1:03:28Met het bloed.

1:03:29Van de Heer Jezus.

1:03:31Met zijn gerechtigheid.

1:03:37Je kent vast die geschiedenis uit Matthäus 22.

1:03:40Dat die man er op die bruiloft zat.

1:03:42En hij had geen bruiloftskleed aan.

1:03:45Dat is Christus gerechtigheid en heiligheid.

1:03:49Die heb je nodig.

1:03:51Helemaal om je heen.

1:03:52En als je dan dat ontvangen hebt van hem.

1:03:56Dan kijkt God naar je.

1:03:58En hij zegt.

1:04:01Volkomen rechtvaardig.

1:04:02Volkomen heilig.

1:04:04Hoe is het mogelijk?

1:04:06Ja, helemaal bedekt met Christus gerechtigheid en heiligheid.

1:04:12En

1:04:17dat schenkt hij onder de verkondiging.

1:04:22En je neemt het aan door

1:04:26zijn geest.

1:04:29En

1:04:39om dat ook heel helder te maken.

1:04:41Hoe gaat dat?

1:04:43God die schenkt, toe

1:04:50-eigent.

1:04:51En de zondaar die het zich toe eigent.

1:04:57Nou, daar zit daar een bedelaar.

1:04:59Zie je hem zitten?

1:05:02Vuile lompen aan.

1:05:04Versleten kleren aan die man.

1:05:08En er komt een

1:05:11koning aan.

1:05:14En hij heeft prachtig wit kleed in zijn handen.

1:05:20En daar zit die bedelaar.

1:05:22Kinderen zien hem zitten en die man kijkt omhoog.

1:05:24En die denkt, dat moet ik hebben.

1:05:26Want dan ben ik een koningskind.

1:05:30Maar hij heeft één probleem, die bedelaar.

1:05:33Zijn armen zijn lam.

1:05:36Zie hem zitten.

1:05:38Hij kijkt naar dat kleed en wat doet de koning?

1:05:40De koning reikt het hem aan.

1:05:44Eigent het hem toe.

1:05:49Maar hij moet het aannemen.

1:05:52Dat moet u vanavond onder de verkondiging.

1:05:55Aannemen.

1:05:58Maar hij kan het niet.

1:06:00Want zijn armen zijn lam.

1:06:03Hoe moet dat ooit goedkomen?

1:06:06Want hij moet het aannemen.

1:06:07Moet u ook.

1:06:12Hij zelf krijgt dat nooit meer voor mekaar.

1:06:15Maar kijk eens.

1:06:17Kijk eens goed, kinderen, jongeren.

1:06:20Daarachter die koning, daar schuilt nog iemand.

1:06:23En die komt nu tevoorschijn.

1:06:25Dat is de helper.

1:06:28Dat is de erbijgeroepene.

1:06:32Dat is de

1:06:35parakleed.

1:06:38Erbijroepen in het Grieks is parakleed.

1:06:41Die wordt erbijgeroepen.

1:06:43En kijk eens, die gaat naar die wedelaar toe.

1:06:47En die heft langzaam die armen van die bedelaar op.

1:06:51En wat nooit kon gaat dan gebeuren.

1:06:55Zijn armen gaan omhoog.

1:06:56Nog verder omhoog.

1:06:58Hoe hoog?

1:06:58Tot hij uit de handen van de koning kan aannemen.

1:07:04Zich toe-eigend.

1:07:06Hij heeft het niet zelf gedaan wel.

1:07:07Nee.

1:07:08Het was door de geest.

1:07:10En toch heeft hij het zelf gedaan.

1:07:12Aangenomen.

1:07:13Door de geest.

1:07:15Onder de verkondiging.

1:07:17Uw gerechtigheid.

1:07:18Uw heiligheid.

1:07:19Die heerlijke bedekking.

1:07:22En hij heeft dat witte kleed.

1:07:24Hij kan ter bruiloft ingaan.

1:07:27En zo zit je vanavond onder de verkondiging.

1:07:29Elke keer onder de verkondiging.

1:07:31Elke keer komt de Heer Jezus met die bedekking.

1:07:36Zijn gerechtigheid en heiligheid.

1:07:38Dat prachtige witte bruiloftskleed.

1:07:41En je hebt het nodig.

1:07:42En je kunt het maar niet aannemen.

1:07:45Totdat de geest komt.

1:07:47En dat je doet aannemen.

1:07:49Nou dat.

1:07:50Dat wordt nog zichtbaarder in de doop.

1:07:56Want.

1:07:58Wat onder het woord gebeurt.

1:08:01Het bloed drupt.

1:08:02En de geest doet zijn werk.

1:08:05Dat zie je in de doop.

1:08:08Hoor maar nog een keer in het antwoord.

1:08:10Nee net.

1:08:10Want het bloed van Jezus Christus.

1:08:13En de Heilige Geest.

1:08:14Beide.

1:08:15Reinigt ons van alle zonden.

1:08:18Het bloed van Jezus Christus.

1:08:20En de Heilige Geest.

1:08:22Dus

1:08:25er is reiniging door bloed en reiniging door de geest.

1:08:31Reiniging door bloed, dat is

1:08:34rechtvaardiging.

1:08:37Reiniging door de geest, dat is

1:08:41heiliging.

1:08:42Van dag tot dag de geest aan het werk in mijn leven.

1:08:50Rechtvaardiging, een uitspraak van God als rechter.

1:08:55Gij zijt rechtvaardig, niet op grond van iets van u.

1:09:00Maar op grond van het werk van mijn lieve zoon.

1:09:03Reken ik u zijn rechtvaardigheid, zijn gerechtigheid toe.

1:09:12Heiliging.

1:09:13Dat is werk van God als vader.

1:09:16Dat is werk van Christus.

1:09:19Daarom dat Christus ons door zijn geest tot zijn evenbeeld vernieuwt.

1:09:25Antwoord 86.

1:09:28Rechtvaardiging.

1:09:29Eén moment.

1:09:31Al kan het niet altijd evengoed aanwijsbaar zijn.

1:09:35Lees Brakel hoofdstuk 31.

1:09:39Maar wel één moment.

1:09:41Heiliging.

1:09:43Heel je leven tot je de laatste adem uitblaast.

1:09:52Reinigt ons van alle zonden.

1:09:57Hoe doet de Heilige Geest dat bij u in Oudorp?

1:10:01En ook in Achterberg?

1:10:02Hoe doet hij dat?

1:10:07Wat gaat de Heilige Geest in je hart met zonden doen?

1:10:13Nou, hij wekt allereerst een innerlijke afkeer.

1:10:18Een afschuw, een haat tegen alle zonden.

1:10:21Zodat je ze gaat haten en vlieden.

1:10:25Dus hij wekt een haten.

1:10:29Maar daar blijft het niet bij.

1:10:30Het is niet alleen een gezindheid.

1:10:32Het is niet alleen een afschuw.

1:10:35Maar hij leert je ook laten.

1:10:40Je gaat het niet meer doen.

1:10:44Twee dingen doet de Heilige Geest dus in je hart.

1:10:46En kijk daar je leven nou eens op na.

1:10:48Ook je leven van de afgelopen week.

1:10:50Jongeren, afgelopen week, vakantieweek.

1:10:52Iets minder druk dan anders.

1:10:54Wat heb je nou gedaan?

1:10:57Was de Heilige Geest in je hart.

1:11:01Waardoor je de zonde ging haten.

1:11:03Maar hij leerde je ook te laten.

1:11:09Ja, zeg jij.

1:11:11Maar ik weet eigenlijk niet zo goed of de Heilige Geest in mijn hart aan het werk is.

1:11:17Want soms heb ik dat wel.

1:11:19En soms heb ik het niet.

1:11:21En soms heb ik wat last van de zonde.

1:11:22En de volgende dag weer helemaal niet.

1:11:24En hoe zit dat nou?

1:11:29Hoe kun je dat weten, gemeente?

1:11:33Of het het werk van de geest is of dat het algemeen werk is.

1:11:41Algemene zondekennis of geestelijke zondekennis.

1:11:45Door de geest geleerd.

1:11:47Hoe

1:11:51kun je het weten?

1:11:54Nou, ik wil op zijn minst twee dingen noemen.

1:11:58Het eerste is, de

1:12:02liefde maakt het verschil.

1:12:06Want anders heb je het wel over zonde.

1:12:09En zit je er soms over in.

1:12:11Maar heb je er geen verdriet van.

1:12:15Maar als je hebt geleerd.

1:12:20Ik heb u lief gehad met een eeuwige liefde.

1:12:24Mij zo, ja, zegt God.

1:12:27Ja, ik heb je lief gehad met een eeuwige liefde.

1:12:32Jeremia 31.

1:12:34Zo'n monster, zo'n vuil mens, zo'n zondaar.

1:12:41U had toch wel beter die, die of die, of die in Alderop uit kunnen zoeken.

1:12:46Nee, zegt God, ik heb u lief gehad.

1:12:48Nou, als je dat hebt ervaren.

1:12:53Dan wordt de zonde zo bitter.

1:12:57Want dan ga je steeds meer zien.

1:13:02Ik doe hem daarmee verdriet.

1:13:06Ik stel hem daarmee teleur.

1:13:09Ik doe mijn lieve heren daar pijn mee.

1:13:20En hoe meer kennis je van God krijgt.

1:13:22Hoe meer kennis je van Christus krijgt.

1:13:25Hoe bitterder de zonden worden.

1:13:28En ga je die zonde.

1:13:30En dat is het tweede.

1:13:34Meer haten dan

1:13:37de straf.

1:13:41Want eerst ben je eigenlijk alleen maar bang voor de straf.

1:13:44Toch?

1:13:45Als ik maar niet in de hel kom.

1:13:48De rest maakt niet zoveel uit, maar als ik maar niet daar kom.

1:13:52En daarom ga ik God wel proberen te dienen.

1:13:55Maar dan draait het om.

1:13:58U bent rechtvaardig.

1:14:00En ik heb straf verdiend.

1:14:03En oh, wat ga je dan de zonde haten en vlieden.

1:14:09De zonde nog veel meer haten dan de straf die daarbij hoort.

1:14:14Je wordt er zo bang van de zonde.

1:14:17Want het legt op alles een schaduw.

1:14:19Er

1:14:22komt tussen God en je ziel, het is als een bewolkte dag.

1:14:27De afgelopen dagen veel bewolkte dagen.

1:14:29Van die grijzige dagen.

1:14:31En hoe meer zonden er tussen gaan zitten, hoe bewolkter het wordt.

1:14:36Ja, daarachter, daar schijnt het licht.

1:14:39Want dat weet je ergens nog wel.

1:14:40Maar je ervaart alleen maar donkerheid.

1:14:51Haten van de zonde.

1:14:53En je hebt niks liever dan

1:14:56vergeving van die zonde.

1:14:59Dat is het allernodigste wat je hebt.

1:15:03Dat heb ik het allernodigste, heren.

1:15:06Vergeving van die zonde, want dat moet er tussenuit.

1:15:09Moet weg tussen u en mij.

1:15:14Alles kunnen missen, behalve vergeving.

1:15:17En

1:15:24dat wordt je verkondigd.

1:15:28Vergeving van zonde verkondigd.

1:15:31En dat gebeurt onder het woord, door Gods geest.

1:15:38Voor het eerst maar ook weer opnieuw vrijgesproken van schuld en straf.

1:15:44Vergeving.

1:15:45Maar

1:15:47nog zichtbaarder.

1:15:50Des te beter te verstaan gegeven en verzegeld in de doop.

1:15:56Dat

1:16:00water op

1:16:03je ziel.

1:16:03Dat

1:16:05bloed op je ziel.

1:16:08Dat bedekt.

1:16:10En

1:16:13de geest die

1:16:16de heiliging werkt.

1:16:21Is het uiterlijk waterbad de afwassing van zonden zelf?

1:16:26Nee.

1:16:27Het

1:16:29bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt van alle zonden.

1:16:35Het is een teken en een zegel.

1:16:38En daar komen we nu bij.

1:16:39Want dat is vraag 73.

1:16:41U begrijpt, we kunnen er maar iets van zeggen vanavond.

1:16:45Want er wordt natuurlijk gevraagd, waarom noemt dan de Heilige Geest de doop het water wedergeboorte en de afwassing van zonden?

1:16:55Waarom wordt dat dan toch zo door de Heilige Geest genoemd?

1:16:59En dan geeft het antwoord twee redenen.

1:17:02God spreekt al zo niet zonder grote oorzaak.

1:17:06En dan komen er twee dingen.

1:17:09Het is om ons iets te leren en om ons iets te verzekeren.

1:17:14En die woorden moeten we even vasthouden, want die zitten in het antwoord.

1:17:17Dat zijn de sleutelwoorden.

1:17:19Wat wil God ons leren?

1:17:21Dat is het eerste.

1:17:24Namelijk niet alleen om ons daarmee te leren.

1:17:28Dat gelijkt de onzuiverheid van het lichaam door het water.

1:17:32Al zo ook onze zonden door het bloed en de geest van Jezus Christus weggenomen worden.

1:17:39Dus zoals water een lichaam reinigt.

1:17:42Zo worden door het bloed en de geest van Christus zonden van een ziel afgewassen.

1:17:48Heb je ze zien zitten die zonden op je ziel?

1:17:53Met niets krijg je ze eraf.

1:17:56Er is maar één middel om een vuile ziel schoon te maken.

1:18:01En dat is het bloed.

1:18:03En de geest van

1:18:06Christus.

1:18:08Dat wil God leren.

1:18:11Er zit een onderwijselement in.

1:18:13In de doop.

1:18:15Zoals een lichaam door water schoon wordt.

1:18:18Zo wordt je ziel door het bloed en de geest van Christus schoon.

1:18:22Kijk nou maar.

1:18:26Tot versterking van je geloof.

1:18:29Eerst volgende doopdienst.

1:18:32Kijk er nou maar eens naar.

1:18:34Want je kon het niet meer voor mogelijk houden.

1:18:37Als ik dan terugkijk de afgelopen weken, de afgelopen maanden, dan wordt het aangevochten.

1:18:43Dan is er kleingeloof, dan is er zwakgeloof, dan is er soms ook wel ongeloof of heel vaak ongeloof.

1:18:50En dan zegt God tegen al zijn kinderen, kijk eens naar die doop.

1:18:57Ik wil je weer leren, onderwijzen, zoals een lichaam door water gewassen wordt.

1:19:03Zo is jouw ziel door

1:19:07het bloed en de geest van Christus.

1:19:11Als

1:19:15je gelooft in de belofte.

1:19:19Het teken bij het spreken.

1:19:22Nooit van elkaar losmaken.

1:19:26En ik kan zo moeilijk geloven.

1:19:29Nou zegt God, dan laat ik het je ook nog zien.

1:19:35Dat is het eerste.

1:19:37Om ons iets te leren.

1:19:40Maar hij gaat nog verder.

1:19:41Hij gaat ook verzekeren.

1:19:43Kijk maar.

1:19:44Maar veel meer omdat hij ons door dit goddelijk pand en waarteken wil verzekeren.

1:19:51Dat wij zo waarachtig van onze zonden geestelijk gewassen zijn.

1:19:56Als we uitwendig met het water gewassen worden.

1:20:00Goddelijk pand en waarteken.

1:20:02Een goddelijk pand is een garantie.

1:20:04En het is ook nog een waarmerk.

1:20:06Als in een bankbiljet.

1:20:12Ik zei er net al iets van.

1:20:14Maar ik wil het nog wat verder uitwerken.

1:20:15Waarbij?

1:20:17Dat is het thema van vanavond.

1:20:19Het is een teken bij zijn spreken.

1:20:26Bij zijn...

1:20:28belovend spreken.

1:20:29En

1:20:39waar dat geloof er

1:20:43is, daar

1:20:47dient het tot versterking.

1:20:50Dus het is tegen ongeloof, het is voor kleingeloof, het is voor zwakgeloof, het is voor aangevochten geloof.

1:21:04God, een vergevend God.

1:21:07En hij meent het als hij zegt, mijn zoon, mijn dochter, je zonden zijn vergeven.

1:21:22Ik zal het nog anders zeggen.

1:21:26En zo zei Augustinus het al, en je komt het ook bij Calvin tegen.

1:21:32De doop is

1:21:34een zichtbaar teken,

1:21:40afwassing, reiniging, van een onzichtbare genade.

1:21:48Dat moet je eens onthouden.

1:21:50Je ziet iets, maar het verwijst naar iets erachter wat onzichtbaar is.

1:22:02En wat je ziet valt

1:22:07niet automatisch samen met wat erachter zit.

1:22:12Of wat er gebeurt valt niet automatisch samen.

1:22:17Met wat erachter zit.

1:22:18Wat bedoel ik?

1:22:20Nou, heel eenvoudig.

1:22:23Als een kind gedoopt wordt, is het dan een kind van God of niet?

1:22:37Als je wat je ziet laat samenvallen met wat er onzichtbaar is bedoeld...

1:22:42dan moet je zeggen ja.

1:22:44Want

1:22:46ik zie dat het kind gedoopt wordt.

1:22:47Ik zie dat het afgewassen wordt.

1:22:49Het valt helemaal samen met wat er bedoeld wordt.

1:22:52De ziel wordt afgewassen.

1:22:53De zonden die worden vergeven.

1:22:55Dus als dat samenvalt, wat ik zie en wat er betekend wordt...

1:22:58dan is het antwoord ja.

1:23:00Is ogenblikkelijk een kind van God.

1:23:05Is dat wat de Bijbel zegt?

1:23:08Antwoord nee.

1:23:13Want je ziet iets.

1:23:16Namelijk afwassing.

1:23:18En er wordt iets mee bedoeld.

1:23:20Namelijk afwassing van je ziel.

1:23:25En wanneer valt dat nou samen?

1:23:27Daar zit nog iets tussen.

1:23:30Daar zit

1:23:32geloof tussen.

1:23:42Zodra er geloof is in wat God belooft.

1:23:50Valt wat je ziet.

1:23:53En wat er bedoeld wordt samen.

1:23:57Zodra je zijn belovend spreken gelooft.

1:24:03Die in de zoon gelooft.

1:24:05Heeft eeuwig leven en gaat niet verloren.

1:24:12Ogenblikkelijk valt

1:24:14het teken samen

1:24:18met wat er wordt betekend.

1:24:21En verzegeld.

1:24:26Beloftige wijze komt het tot u.

1:24:33Maar als je Gods belovend spreken niet gelooft.

1:24:40Dan heb je aan die belofte.

1:24:44En nu zeg ik het heel zwart-wit.

1:24:45Heel straf.

1:24:48Niets.

1:24:48Je

1:24:55hebt die aanneming nodig.

1:24:58Van wat God zegt onder zijn woord.

1:25:01En ik kan het maar niet.

1:25:02Nee, dat is het werk van zijn geest.

1:25:06Maar zodra je zijn belovend spreken gaat geloven.

1:25:11O, dan komt er zo'n heerlijkheid bij de volgende doopbediening.

1:25:15Want dan zie je.

1:25:17Zo waarachtig als ik het daar zie.

1:25:20Zo waarachtig.

1:25:21Ben ik van.

1:25:23Al mijn zonden gereinigd.

1:25:24De

1:25:31doop zegt niks over die doopeling.

1:25:34Zegt ook niets over die doopouders.

1:25:37Waar zegt de doop iets over?

1:25:40Nou, dat is ons thema.

1:25:41Het is een teken bij de doopeling.

1:25:45Bij de doopouders.

1:25:47Welnee.

1:25:48Het is een teken bij zijn spreken.

1:25:54Die belofte van het evangelie.

1:25:58Oh, als je dat gaat onderkennen.

1:26:02Ik moet zijn woord geloven.

1:26:04En ik kan het niet geloven.

1:26:07En dan komt er dat eerste kleine beetje geloof.

1:26:10Die allereerste keer dat je hand omhoog gaat.

1:26:13En je toe-eigent wat God toe-eigent.

1:26:16En die tweedeleid toe-eigeling.

1:26:18Die van God en de mijne.

1:26:20Die komen bij elkaar.

1:26:21Niet door mezelf, maar door zijn geest.

1:26:23En ik mag het toe-eigenen.

1:26:24Dan komt dat eerste kleine beetje geloof.

1:26:27En dat geloof gaat God versterken.

1:26:31Door je te laten zien.

1:26:35En door te verzegelen.

1:26:41Wilt u voorbeelden?

1:26:43Nieuwe testament.

1:26:46Nou kinderen jullie kennen wel die man.

1:26:48Die sipier.

1:26:49Die Paulus en Silas zo goed opgesloten had.

1:26:51En er is een aardbeving.

1:26:52En die gevangenisdeuren springen open.

1:26:54En die man denkt.

1:26:56Nou maak ik een eind aan mijn leven.

1:26:58Want anders doen de Romeinen het straks.

1:27:03Doe mezelf geen kwaad.

1:27:04Want wij zijn alle hier.

1:27:05Lieve heren wat moet ik doen.

1:27:07Omdat ik zalig word.

1:27:14Geloof in Christus.

1:27:17Tot vergeving van al je zonden.

1:27:21Handelingen 16.

1:27:23En dan wordt die man gedoopt met heel zijn huis.

1:27:32Want hij kon zich toch wel afvragen.

1:27:34Zou het nou echt al mijn zonden vergeven zijn?

1:27:43Nog iemand anders?

1:27:46Handelingen 9.

1:27:48Handelingen 8.

1:27:49Die moorman.

1:27:54Hij heeft beleden.

1:27:56Christus.

1:27:59En die doop.

1:28:03Teken en zegel.

1:28:05Van wat hij is gaan geloven.

1:28:08Uit het woord.

1:28:10Je zegt ja.

1:28:17Nou als je dit zo allemaal hebt gehoord.

1:28:23Ja dan is de volgende vraag voorstelbaar.

1:28:30Moet je dan wel jonge kinderen dopen?

1:28:37Moet dat?

1:28:45Als je dit allemaal zo hebt gehoord en wat op je in hebt laten werken.

1:28:48Zal men ook de jonge kinderen dopen?

1:28:50Vraag 74.

1:28:51Daar is natuurlijk heel veel over te doen.

1:28:56Maar we hebben niet voor niets Genesis 17 vers 7 gelezen.

1:29:00En ook de omliggende versen.

1:29:04Maar het is misschien goed voordat we daarna gaan kijken.

1:29:07Om even met een voorbeeld te beginnen.

1:29:09En ik heb het niet zelf bedacht, ik heb het bij Warfield gelezen.

1:29:14Het oude testament, zegt Warfield, dat

1:29:19is als een rijk gemöbuleerde kamer die

1:29:23schaars is verlicht.

1:29:26Alles staat in die kamer, maar er is maar een klein beetje licht.

1:29:33Dat is het oude testament, het oude verbond.

1:29:36Alles is aanwezig, maar een klein beetje licht.

1:29:41En onder het nieuwe verbond, het nieuwe testament...

1:29:45Gaat alleen maar helder licht schijnen.

1:29:48Op wat er al lang was.

1:29:51Alles is er dus al.

1:29:53In het oude testament.

1:29:55Het oude verbond.

1:29:57Dat is één doorlopende lijn.

1:29:59Tot vandaag de dag.

1:30:00Het geloof van Abraham.

1:30:03Is precies hetzelfde geloof.

1:30:05Als een kind van God in Oudorp.

1:30:07Dat is niet een ander geloof.

1:30:14En dan zie je dat alles wat er dus al is.

1:30:17Alleen meer licht krijgt.

1:30:21Nou dan ga je lezen.

1:30:23Ik zal.

1:30:25Genesis 17, vers 7.

1:30:27Mijn verbond oprichten.

1:30:29Tussen mij en tussen u.

1:30:33En tussen uw zaad na u in hun geslachten.

1:30:38Tot een eeuwig verbond.

1:30:41En

1:30:45er staat een comma.

1:30:47Maar eigenlijk zou u nu een half uur stil moeten houden.

1:30:51Want dit is toch onvoorstelbaar wat er nu komt.

1:30:54Moet je horen.

1:30:57Om u te zijn tot een God.

1:31:05En dan stopt het niet.

1:31:07En uw zaad na u.

1:31:18Tot een eeuwig verbond.

1:31:22Om u te zijn tot een God.

1:31:27En uw zaad na u.

1:31:32Onvoorstelbaar.

1:31:33Wat God hier zegt.

1:31:40Abraham.

1:31:41Ik ben je God.

1:31:44En niet alleen van jou.

1:31:47Maar ook van je kinderen.

1:31:48En alle die nog geboren zullen worden.

1:31:50En

1:32:00dat verbond gemeente.

1:32:03Is nog steeds van kracht.

1:32:08Onveranderd.

1:32:10Behalve dat

1:32:13het teken van

1:32:16bloedig

1:32:17onbloedig is geworden.

1:32:20Wanneer?

1:32:21Bij

1:32:25Christus

1:32:28stuiven.

1:32:30En daar zie je aan dat dat is het middelpunt van heel de wereldgeschiedenis.

1:32:35Daar worden de twee bloedige sacramenten onbloedige sacramenten.

1:32:44Paasga wordt avondmaal.

1:32:48Besnijdenis.

1:32:49Wordt doop.

1:32:51En daar middenin staat het kruis.

1:32:55Waar al het bloed wordt gestort.

1:32:58Waar alle offers in worden vervuld.

1:33:03Eén doorlopende lijn.

1:33:05Vanuit het Oude Testament naar het Nieuwe Testament.

1:33:08Met daar middenin het kruis.

1:33:11Waar bloedig onbloedig wordt.

1:33:13En verder verandert er niets.

1:33:19Die God van het verbond.

1:33:22Is in zijn belovend spreken.

1:33:25Nog precies dezelfde.

1:33:27Om u te zijn tot een God.

1:33:29En u zal na u.

1:33:31Uw kinderen ook.

1:33:35Wanneer eigenlijk?

1:33:38Kinderen, wanneer werd jij een verbondskind?

1:33:41Ik denk toen ik gedoopt werd.

1:33:47Te laat.

1:33:49Ik denk toen ik geboren werd.

1:33:53Te laat.

1:33:55Wanneer is een kind een verbondskind?

1:33:58En als hier vrouwen zijn die een kind onder hun hart dragen.

1:34:04Wanneer is uw kind een verbondskind?

1:34:10Bij de ontvangenis.

1:34:13Bij de conceptie.

1:34:15Is het een verbondskind.

1:34:18En het wordt geboren op Gods tijd als hij dat geeft.

1:34:23En dan kan het na enige tijd worden gedoopt.

1:34:28En het behoort gedoopt te wezen.

1:34:30Omdat het een verbondskind is.

1:34:39Was het best stilgestaan?

1:34:42Kinderen, heb je er wel eens bij stilgestaan?

1:34:45Je werd niet een verbondskind.

1:34:47God kwam niet in een verbond met jou toen je gedoopt werd.

1:34:50Hij was al met jou in een verbond.

1:34:58Maar dan die

1:35:01schokkende werkelijkheid.

1:35:04Die absolute ernst gemeente van Oudorp.

1:35:09Dat je dus een verbondskind kunt zijn.

1:35:13Door God geschapen.

1:35:16Hij leest het bijna in Malachi.

1:35:22Door God geschapen.

1:35:24En op die wijze aan hem verbonden.

1:35:27Maar nog meer.

1:35:29God heeft zich ook verbondsgewijze aan je verbonden.

1:35:36En beloofd.

1:35:38Zijn belovend spreken boven je hoofd laten uitspreken.

1:35:42En

1:35:49nog kun je verloren gaan.

1:35:51Door eigen schuld.

1:35:54Dat is zo agrijpend.

1:36:00Om bij stil te staan.

1:36:01Maar ik moet het doen.

1:36:05Want ik kom bij ziekbedden.

1:36:09Gemeente, ik kom bij sterfbedden.

1:36:14Mensen die een paar dagen na hun geboorte zijn gedoopt.

1:36:17En dan 70, 80, 90.

1:36:21Een jaar worden of nog ouder.

1:36:25En er is maar één ding van belang.

1:36:28En dat is wat God belooft.

1:36:32Dat je dat gaat geloven.

1:36:35De rest is onbelangrijk in heel je leven.

1:36:39En 70 jaar lang gebeurt het niet.

1:36:4280 jaar lang gebeurt het niet.

1:36:44En 90 jaar lang gebeurt het niet.

1:36:46Terwijl het zo dichtbij is.

1:36:50En tegelijk een onoverbrugbare kloof.

1:36:54Maar zo dichtbij is het heil gekomen.

1:36:58Bijna tastbaar.

1:36:59Want elke preek gaat de Heer Jezus door de gemeente.

1:37:03Elke preek is de werkplaats van de Heilige Geest.

1:37:06Zo dichtbij.

1:37:07En toch niet geloofd.

1:37:09Een verbondskind.

1:37:10En toch verloren gaan.

1:37:13O de Heren verhoeden dat hier in Oudorp.

1:37:16Dat u verloren zou gaan.

1:37:17Terwijl u zo dichtbij bent geweest.

1:37:21Ik

1:37:23zal mijn jonge kinderen dopen.

1:37:25Ja, want verbondskinderen.

1:37:28En daarom horen ze gedoopt te wezen.

1:37:32Want het antwoord zegt ja.

1:37:35Want net als de volwassenen zijn ze in het verbond van God en in zijn gemeente begrepen.

1:37:44En door Christus bloed wordt ook hun verlossing van zonden en de heilige geest toegezegd.

1:37:53Beloofd.

1:37:55En ze worden door de doop.

1:37:59Van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden.

1:38:02Maar

1:38:07ouders.

1:38:08Uw

1:38:09kinderen.

1:38:11Moeten gaan geloven wat God belooft.

1:38:14Dan

1:38:18zijn ze zalig.

1:38:21Dan mag u ze breder van onderwijzen.

1:38:25Zal men ook de jonge kinderen dopen.

1:38:28Ja.

1:38:29Dat

1:38:32kan niet anders.

1:38:34Eén doorlopende lijn.

1:38:35En lees dan vanavond of morgenochtend die verse nog eens na.

1:38:39Genesis 17 vers 7.

1:38:429.

1:38:4210.

1:38:44En uw zaad na u.

1:38:47En in het Nieuwe Testament de preek van Petrus.

1:38:51Want u komt.

1:38:53Hoor je dat?

1:38:54De belofte toe.

1:38:58En uw kinderen.

1:39:03Onderwijs ze daar maar in.

1:39:04Breder.

1:39:06Veelvuldig.

1:39:07Totdat ze geloven wat God belooft.

1:39:10En u zelf erbij.

1:39:13Amen.

1:39:19Maar zeer de gunst zal over die hem vrezen.

1:39:23In eeuwigheid altoos dezelfde wezen.

1:39:27En wat er volgt in 103 vers 9.

1:39:29[GEZANG]

1:42:42Laten wij danken en bidden.

1:42:44O

1:42:48heren.

1:42:50Doe ons geloven wat u belooft.

1:42:55En we kunnen het zelf maar niet.

1:42:59Tot u komt.

1:43:00Met uw heilige geest.

1:43:02En daarom bidden wij u heren.

1:43:03Ook na deze dienst.

1:43:06Ook om met uw geest.

1:43:08En geef en schenk uit genade.

1:43:12Dat ik kan.

1:43:13Aannemen.

1:43:15Toeigenen.

1:43:16De

1:43:18gerechtigheid van uw zoon.

1:43:20Die u wil schenken.

1:43:22En toerekenen.

1:43:25En geef dan heren.

1:43:26Dat we in onze doop.

1:43:28Zullen zien.

1:43:29In hem gewassen.

1:43:32In hem rechtvaardig.

1:43:34In hem de heiliging.

1:43:36In hem alles.

1:43:40Steeds opnieuw.

1:43:42Versterking.

1:43:43Van het geloof.

1:43:46Door uw teken bij u spreken.

1:43:49O Heer, doe uw woord met ons meegaan.

1:43:53Vergeef alle zonden.

1:43:55Alle gebrek.

1:43:57In wat wij spraken.

1:43:59In wat wij hoorden.

1:44:03Heer, wilt u het zelf met uw zegen achtervolgen.

1:44:07Ga met ons mee deze nieuwe week in.

1:44:09In alles wat wacht.

1:44:11Bewaar voor zonden.

1:44:14Zie ons aan in uw zoon.

1:44:16Om Jezus wil.

1:44:17Amen.

1:44:21Alles wat u nu nog ontbreekt, daar gaan we over zingen.

1:44:26Opent uw mond, eist van mij vrijmoedig.

1:44:29Op welke grond?

1:44:31Op mijn trouwverbond.

1:44:34Al wat u ontbreekt, schenk ik zo geit smeekt.

1:44:37Mild en overvloedig.

1:44:3981-12.

1:44:40[GEZANG]

1:46:06Gemeente gaat u heen in vrede.

1:46:09Ontvangende met een biddend hart de zegen des Heren.

1:46:15De genade van de Heer Jezus Christus.

1:46:19En de liefde van God de Vader.

1:46:22En de gemeenschap van de Heilige Geest.

1:46:25Zij met u allen.

1:46:28Amen.

1:46:29[GEZANG]