PrekenHHG Ouddorp

Openbaring 3: 20; [Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop]

18:30 uurAvonddienstDs. H. Ottema96 min
Nog niet gestart Kanttekeningen 0

Transcript

♪ Gezang De gemeente hier in Thuis met ons verbonden allereerst de afkondigingen. Woensdagavond zal er kerkdienst worden gehouden. In deze dienst zal dominee A. Vlietstra uit Harskamp voorgaan. De dienst vangt aan om 19.30 uur. We roepen u op om ook de doordeweekse diensten bij te wonen. De kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Leendert Jan Cornelis, Lennart Kiviet uit Oltgensplaat en Baaltje Alice Westdijk. Ik heb per ongeval Vissersdijk gezegd. Dat is Vissersstraat 12 op donderdag 12 november. Eventueel bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag 30 september ingediend worden bij de skriba van de kerkenraad. Voor alle genoemde voornemens geldt zo de Heer wil en wij zo leven. Zoveel deze afkondigingen vangen wij samen deze dienst aan. Onze hulp en onze enige verwachting. Is in de naam des Heren die hemel en aarde geschapen heeft. Die de trouw bewaart van geslacht tot geslacht, ja tot in eeuwigheid. En die nooit zal laten varen enig werken dat zijn hand begon. Amen. Genade zij u en vrede. Van God de Vader. In Christus Jezus onze Heren. Door de Heilige Geest. Amen. Gemeente zetten wij deze dienst voort. Met het zingen van Psalm 103. En daarvan het vijfde vers. Psalm 103 vers 5. Hij zal zijn volk niet eindeloos kasteiden. Nog eeuwigelijk zijn gramschap ons doen leiden. Hij is het die ons zijn vriendschap biedt. 103 vers 5. ♪ Gezang Gemeente beleiden wij deze middag ons geloof. Met de woorden van de apostolische geloofsbeleidenis. Zeker daarna, Psalm 119, vers 84, dat hebben we vanmorgen ook gedaan. Maar we willen het nog een keer doen, omdat dat woord van de Heer zo belangrijk is. En het bewaren van zijn getuigenis evenzo. Psalm 119, vers 84, na het beleiden van ons geloof. En in ieder van u spreken in zijn of haar hart aldus. Ik geloof in God de Vader. De almachtige schepper des hemels en der aarde. En in Jezus Christus zijn enig geboren zoon. Onze Heere. Die ontvangen is van de Heilige Geest. Geboren uit de macht Maria. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus. Is gekruisigd. Gestorven. En begraven. Nedergedaald ter helle. Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden. Opgevaren ten hemel. Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders. Van waar hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de heilige geest. Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk. De gemeenschap der heiligen. De vergeving der zonden. De wederopstanding van het vlees. Dat is het lichaam. En een eeuwig leven. Amen. ♪ Gezang Gemeente, vragen we ook deze avond om zijn onmisbare zegen, de opening van onze harten en de verlichting door zijn heilige geest. Laat ons samen bidden. O heren, God van hemel en van aarde, u die in de hemel woont, de heilige, rechtvaardige en wij onheiligen, onrechtvaardigen in onszelf, zijn hier in uw huis bijeengekomen om uw woorden te vernemen. Maar ook om gezamenlijk onze stem tot u op te heffen. Om allereerst om een onverdiende zegen te vragen. Om u te vragen heren of u vanavond in ons midden wil zijn met uw woord. En met de bediening van uw heilige geest. Die heren is en levend maakt. Wij hebben zojuist met elkaar beleden te geloven. De heilige geest. En in een ander beleidenisgeschrift beleiden wij het. Die Heere is een levend maakt. Levend maakt dat dood is door eigen schuld. En Heere, zo komt u vanavond tot ons als u het geeft met uw woord, uw eigen stem. En schenk daarbij dan de bediening der verzoening. En geef dat wij gehoor zullen geven aan... Aan uw roepen en aan uw kloppen op de deur van ons hart. En er zijn er vast hier heren in Oudorp die de deur potdicht houden. Want als u het voor het zeggen krijgt in ons hart en in ons leven. Dan moeten we zoveel inleveren. Denken we. Maar laat ons nu vanmiddag en laat ons vanavond zien heren. Hoe u tot ons komt en tot welke mensen u komt. Steeds opnieuw ook van rustdag tot rustdag. Niet willend dat enigen verloren zullen gaan. Dat we buiten de rust zouden blijven. En zo komt u weer met uw woord. Schenk dan uw zegen. In het prediken en in het horen. Ja, geef uw heilige geest. In ons hart en ook op de kans op. Raak onze lippen aan, heren. Dat we uw woord zuiver zullen naspreken. En u, Heer Jezus, zullen schilderen zoals u hebt gegeven. Uw heilige geest op te... Door uw geest op te doen schrijven. Dat we hier in Oudorp u mogen zien. Kloppend op de deur van ons hart. Confronterend ons met wie wij zijn. En ook na ontvangen genade blijven. Doe ons uw liefde gewaar worden. Heren wees met ons allen. Zij hier, zij thuis met ons verbonden. Gedenk ons alle heren. Kinderen, jongeren, jongvolwassenen. Vaders en moeders. Tot de oudste toe. Ook haar die stervend is. Maar het naar leven zijnde gaat. Wees ook haar nog nabij. En hen die haar omringen. U heeft maar een enkel woord nodig. Een enkel woord. En de deur van ons hart gaat open. Daar bidden wij u om heren. Wees zo in ons midden onverdiend uit genade. Om Jezus wil. Amen. Wij lezen vanmiddag gemeente uit het Nieuwe Testament en wel het boek Openbaring, Openbaring aan Johannes, beter gezegd de openbaring van Jezus Christus aan Johannes. En we lezen uit het derde hoofdstuk, de verse 14 tot en met 22, de brief aan de gemeente van Laodicea. Openbaring 3 vanaf vers 14. En de luid godswoord vanavond. En schrijf aan de engel van de gemeente de laodicensen, dit zegt de amen. De trouwe en waarachtige getuigen, het begin der schepping gods. Ik weet uw werken, dat gij nog koud zijt, nog heet. Och, of gij koud waart of heet. Zodan omdat gij lauw zijt en nog koud, nog heet, ik zal u uit mijn mond spuwen. Want gij zegt, ik ben rijk en verrijkt geworden. En heb geensdingsgebrek. En gij weet niet dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt. Ik raad u dat gij voor mij koopt goud. Beproefd komende uit het vuur opdat gij rijk moogt worden. En witte klederen opdat gij moogt bekleed worden. En de schande uwe naaktheid niet geopenbaard worden. En zalf uw ogen met ogen zalf opdat gezien moogt. Zo wie ik lief heb, die bestraf en kasteit ik. Wees dan ijverig en bekeer u. Zie, ik sta aan de deur en ik klop. Indien iemand mijn stem zal horen en de deur opendoen, ik zal tot hem inkomen en ik zal met hem avondmaal houden en hij met mij. Die overwint, ik zal hem geven met mij te zitten in mijn troon, gelijk als ik overwonnen heb en ben gezeten met mijn vader in zijn troon. Die horen wat de geest tot de gemeenten zegt. En de kerntekst voor deze avond vindt u in het twintigste vers. Openbaring 3 vers 20. Zie ik sta aan de deur en ik klop. Indien iemand mijn stem zal horen en de deur opendoen. Ik zal tot hem inkomen. En ik zal met hem avondmaal houden. En hij met mij. We verdelen dit vers in drie delen. Dat zijn ook de drie punten van de preek. En het eerste deel, dat is ook het eerste punt. Zie, ik sta aan de deur en ik klop. En dan het tweede punt. Indien iemand mijn stem zal horen en de deur opendoen, ik zal tot hem inkomen. En het derde punt. Ik zal met hem avondmaal houden en hij met mij. Op een baring drie vers twintig te verdelen in deze drie delen, drie punten van de preek. En voorafgaand willen wij zingen. Zand 95. Zand 95. Vanmorgen hebben we vers 4, 5 en 7 gezongen. Nu zingen we eerst vers 2. De Heer is groot en een heerlijk God. Een koning die het zaligst lot ver boven alle goden kan schenken. Hij schenkt het zaligst lot. Kan ook vanavond gebeuren. Voor het eerst en opnieuw. Omdat de Heer Jezus zijn stem laat horen. En ook zegt dat hij het is. Zie ik sta aan de deur. En ik klop. En iemand mijn stem zal horen. Vanavond opnieuw de aansporing uit vers 4. Kun je niet genoeg ter harte nemen. Zo gaan zijn stem dan heden hoort. Geloofd zijn heil en troostrijk wordt. Verhard u niet. Niet langer. Maar laat u lijden. 95 is vers 2. En dan vers 4. En inmiddels wordt nog gecollecteerd. Er zijn drie collecten. De eerste voor de oase. De tweede voor de kerkvoogdij. En de derde voor de aflossing van de kerk. En deze collecten worden hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen. 95-4. ♪ Gezang Zie, ik sta aan de deur en ik klop. Indien iemand mijn stem zal horen en de deur open doen. Ik zal tot hem inkomen. En ik zal met hem avondmaal houden. En hij met mij. Allereerst ons eerste punt. En het eerste deel van openbaring 3 vers 20. Zie, ik sta aan de deur en ik klop. Wie is die ik in deze tekst? En we moeten heel goed opletten. Want er staat een woordje voor. En dat is het woordje zie. Dus gemeente, jongelui, kinderen. Goed opletten. De Heer Jezus zelf zegt tegen jou. Let op. Zie. Ik. Wie is die ik? Nou heb ik eigenlijk al gezegd. De Heer Jezus. Maar. Wat van hem? Wat laat hij in openbaring 3 vanaf vers 14 van zichzelf zien? Twee dingen. Om te beginnen. En dat brengt ons direct weer bij Genesis 3. Dat is altijd zo. Vanuit elk schriftgedeelte. Loopt een lijn naar Genesis 3. En er loopt een lijn naar Golgotha. Hoe loopt er vanuit de openbaring 3. Een lijn naar Genesis. Nou dat kun je al zien. Aan de namen van de heer Jezus. Die hij zichzelf geeft. De amen. De waarachtige. Of de trouwe en waarachtige getuigen. En dat zie je direct. Ik heb de leugenaar van het begin geloofd. En ik ben zelf. Leugende geworden. En ik leef met leugens. Dat is pijnlijk. Maar dat is uitermate belangrijk. Om te beseffen in welk licht. Tegen welke achtergrond. Wij openbaring 3 vanaf vers 14 moeten verstaan. Het is niet prettig om te horen. Maar dat maakt in één klap duidelijk. Ook waarom dit gedeelte in de Bijbel staat. Want u, jij en ik. We zijn leugenaars. En we hebben dus iemand nodig. Die van zichzelf zegt. Ik ben de waarheid. Johannes 14 vers 6. Of hier de amen, de trouwe en waarachtige getuigen. Leugenaars hebben iemand nodig die waarheid is. En in het vervolg van vers 20 wordt duidelijk dat hij eten en drinken verschaft. Hij gaat een maaltijd houden. Wat leert mij dat en hoe brengt mij dat bij Genesis 3? Nou gemeente, u, jou en mijn ziel is omdat ik bij God vandaan ben geraakt. Uit Christus vandaan ben geraakt. Is mijn ziel door de zonde. Hongerig en dorstig. En ik zondig nog meer. En mijn ziel wordt nog hongeriger. En nog dorstiger. Het is als met drinken van zout water. In het oosten van Nederland begrijpen ze dat misschien iets minder goed. Maar u weet precies wat ik bedoel. Een plek aan de zee. Kinderen wat gebeurt er als je water van de zee drinkt. Dan moet je nog veel meer water drinken. Om dat zout weer af te voeren. En als je dan nog meer zout water drinkt, moet je nog meer water drinken. Om in leven te blijven. Nou, je voelt het wel aan, dat gaat mis. Dus als je van zeewater begint te drinken, sterf je. Als je zondigt en blijft zondigen en daardoor nog meer dorst krijgt om nog meer te zondigen, sterf je. Hongerig en dorstig geworden heb ik iemand nodig die mij een avondmaal verschaft. Eten en drinken waar mijn ziel van in leven blijft. Ik ben het brood des levens. Ik ben het leven. En ik geef mijn bloed als drinken. Daar kom je van tot leven en daar blijf je van in leven. Genesis 3. En dat gaat dus u allemaal aan. Iets meer over die namen van die ik. Ik sta aan de deur en ik klop. Dit zegt de amen. De heer Jezus is de amen. En dat betekent dat wat God zegt, dat hij dat ook doet. Wat God bedreigt, doet hij in u en jou en mijn leven. En wat hij belooft, dat doet hij. En waarom is Christus dan de amen? Nou, als geen ander heeft Christus ervaren dat God in zijn bedreigingen doet wat hij zegt. Alles wat God bedreigt op de zonde, is op hem gevallen. Maar ook die andere kant. Wat God in Christus belooft. Het is even vast en even zeker. Alle beloften van God zijn in Christus. Ja en amen. Dit zegt de amen. En de heer Jezus weet dus als geen ander. Dat God doet wat hij zegt. Maar daar blijft het niet bij. Hij gaat het vanavond in Oudorp ook uitzeggen. Hij gaat ons eerlijk behandelen. Die amen. De trouwe en waarachtige getuige. Hij gaat er van getuigen. Deze eigenschappen van de Heer Jezus. Die komen natuurlijk ook voor in hoofdstuk 1 van de boekopenbaring. En zo ook deze naam. Die kom je tegen in openbaring 1 vers 5. En dan lees je. En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is. Hij zegt ons de dingen eerlijk. Zie ik sta aan de deur en ik klop. Kinderen, hoe gaat dat? Hoe moet je je dat voorstellen? Nou, hier heb je een deur. Jongeren, dit is een deur. De deur van jouw hart. En vanaf deze kant staat Christus te kloppen. En jij zit achter die deur. En die deur zit nog dicht. En Christus is aan het kloppen op de deur van jouw hart. Natuurlijk niet alleen bij jongeren, ook bij alle ouderen. Tot de oudsten toe, ook zij die met ons verbonden zijn. Christus klopt vanaf de buitenkant op de deur van jouw hart. En hij zegt er ook bij dat hij het is die klopt. Want hij had ook alleen kunnen kloppen. Maar hij zegt, zie, ik sta aan de deur en ik klop. De amen, de trouwe en waarachtige getuige, ik sta vanavond te kloppen. Bij u allemaal. Bij Gods kinderen en bij onwede geboren. Allemaal staat hij te kloppen op de deur van je hart. En hoe doet hij dat? Door zijn woord. En wat heeft hij dan te zeggen? Hoe klopt hij? De gemeente gaat niet meevallen. Hij gaat je eerlijk zeggen. Wat je aan het doen bent. En hoe dat in je hart in elkaar steekt. Maar ik ga eerst zeggen. Welk hart van Christus daarachter schuilt. Voordat u nou een paar zinnen afhaakt. Lees met me mee in vers 19. Zo wie ik lief heb. Die bestraf ik en kasteit ik. Wees dan ijverig en bekeer u. Zo wie ik lief heb. Het is uit liefde wat hij je nu gaat zeggen. Wat hij ook tegen mij in de voorbereiding heeft gezegd. En dat is uitermate pijnlijk. Maar wel met een doel. Ja, uit liefde en het heeft ook nog een doel. Nu gaan we horen hoe hij klopt. Hij zegt, ik weet uw werken. Dat ge nog koud zijt, nog heet. Och, of gij koud waart, of heet. En zo is hij aan het kloppen. Hij zegt, oudorp, ik weet wat je aan het doen bent. Je probeert de wereld en God te dienen te combineren. Dat deden ze in Laodicea ook. De wereld wat en God wat. Zoveel van de wereld dat je nog net een kerkmens kan zijn. Zo weinig van God dat je er net geen last van hebt. En waarom gebruikt hij deze beelden? Nou, in de buurt van Laodicea had je twee steden. De eerste stad is Colosse, daar hadden ze heerlijk koud water. Fris, helder, drinkwater. En een stukje verderop in een steden driehoek had je Hierapolis. En daar had je heerlijke, hete, geneeskrachtige baden en geneeskrachtig heet water. Koud water bij Colosse. Heet, geneeskrachtig water in Hierapolis. Maar daar in Laodicea, daar was het water lauw. Dus die mensen daar begrepen heel goed wat er bedoeld werd. Lauw. De wereld wat en God wat. Zodan omdat ge lauw zijt. En nog koud nog heet. Ik zal u uit mijn mond spuwen. Is dat liefde? Ja wat dacht u dan? Dat is toch liefdevol? Als die je niet door laat gaan. Om de wereld met God en zijn dienst te combineren. Ik weet wat je aan het doen bent. Ik heb het al lang gezien. Hij is een... Een trouwe en waarachtige getuige. Maar hij wil ook dat zijn kerk een waarachtige en trouwe getuige is. En dat ben je niet als je combineert. Dat de wereld om je heen zich verbaasd afvraagt. Is dat een kerkmens? En dat de kerkmensen zich vertwijfeld afvragen. Zou dat een kind van God zijn? Hoe komt dat? En nu gaat Christus met ons, met mij en met u en met jou een spa dieper. Want dat is aan de buitenkant te zien. Lauwheid. Maar wat komt dat nou door? En nou gaat hij de kern van het probleem aanwijzen. Wat zit er in mijn hart dat het zover gekomen is dat ik de wereld en God combineer? Let op, nog steeds liefde. Want gij zegt... Nou, wat zit er in ons hart? Drie dingen. Let op, er komen nu drie keer drie dingen. Want gij zegt... Ik ben rijk en verrijkt geworden. En ik heb nergens gebrek aan. Geen ding gebrek. Ik heb niks nodig. Ik heb u ook niet nodig God. Of niet meer nodig. Want dit kan kinderen van God ook overkomen. Het is ook een woord van Christus aan zijn kinderen. Wij hebben vandaan gedwaald. Zo zachtjes aan. Dat gaat niet met schokken. Zo zachtjes aan de klat erin in je gebeden. Zo zachtjes aan de klat erin met je Bijbel lezen. Want. Ik ben rijk. Verrijkt geworden. Niks nodig. Het gaat eigenlijk prima zo. En nu komt hij met zijn grote liefde aanwijzen. Daar gaat het mis, joh. Want je weet niet dat je rijk verrijkt. Nergens gebrek aan. Nou, daar komt hij. Rijk. Dat je bent ellendig en jammerlijk en arm. Met één woord samengevat. Je denkt dat je rijk bent, maar je bent arm. Je ontbreekt alles. Nu moet u weten dat Laodicea een stad was met heel veel bankiers. Dus er zitten van die rijke bankiers daar. En die moeten aanhoren, je bent arm. Wat arm? Ik arm? Heb je die auto buiten gezien? Heb je ons huis gezien? Je weet niet dat je bent. Ellendig en jammerlijk. En arm. Bij je ziel. Oh ja, het tweede wat je had te melden is, ik ben verrijkt geworden. En je bent blind. Waarom zegt de heer Jezus dat tegen Laodicea? Nou, behalve dat het een bankierstad was. Was het ook een apothekerstad. Bekend en beroemd om de ogenzalf. Tegen oogziekten. En uitgerekend tegen die apothekers. Onder zijn gehoor zegt Christus. Je hebt helemaal niet in de gaten dat je blind bent. En hij gaat nog verder. En hij zegt. Je bent ook naakt. Naakt? Wij? In Laodicea? In een oud dorp? Want het was een bankierstad, het was een apothekerstad, maar het was ook een textielstad. Het had heel veel schapen daar in de omgeving. Kinderen, daar kwamen prachtige zwarte wolven, die schapen. En daar maakten ze hele mooie zwarte kleding van. Dus ze hadden goud, ze hadden ogenzalf en ze hadden hele mooie zwarte kleren. Maar Christus zegt, je bent arm en je bent blind en je bent naakt. Nou, dan moet hij ook zelf aan te pas komen. Op het moment dat hij dat gaat zeggen, dat je niet woedend wordt. Maar is dat geen punt? Is dat een comma? Bij wijze van, natuurlijk staat er na naakt een punt. Maar Christus gaat verder. Hij gaat verder. Dat hebben we niet verdiend. Want het is mijn eigen schuld dat ik arm ben en blind en naakt. Maar hij gaat niet alleen aanwijzen, ontdekken. Maar hij gaat ook het hulpmiddel bieden daartegen. Wat een liefde, had hij toch gezegd. Zo wie ik lief heb, die bestraf en kasteit ik. Met welk doel? Nou, wat ik ben kwijtgeraakt in Genesis 3. Om dat in de herschepping weer te geven. Ik raad u, Aldorp, dat gij van mij koopt. Nou, wat heeft Christus te koop? Nou, precies die drie dingen die me ontbreken. Ik ben arm. Ik dacht dat ik rijk was, maar ik ben arm. Dus wat heb je dan nodig? Goud. Proeft komend uit het vuur. Hij zegt, kan je bij mij kopen? Wat is dat? Dat is een oprecht geloof. Dat is goud. Waar je echt wat aan hebt. Daar ben je rijk mee. Echt geloof. Want dan ben je aan de rijkste verbonden. En met hem een erfgenaam van het eeuwige leven. Mensen kunnen van alles doen om een erfenis te krijgen. Ze zijn helemaal ontdaan als een erfenis aan hen voorbij gaat. Deze erfenis kun je krijgen. Een erfgenaam van het eeuwige leven. Mede erfgenaam met Christus. Dan ben je echt rijk. Oprecht geloof. Goud, beproefd, komend uit het vuur. Maar we waren ook naakt. Ja, dan dachten we wel dat we met die prachtige zwarte kleren bedekking hadden. Maar Christus zegt, je ziel is naakt. Die heeft bekleding nodig. Wat voor kleding? Bruiloftskleding. Welke kleur heeft bruiloftskleding in de Bijbel, kinderen? Denk eens aan Matthäus 22. Dat is een wit kleed. En denk eens aan openbaring 6. Dat is een wit kleed. Wat is dat witte kleed? Wat is de bekleding dat je niet meer naakt bent. Dat je ziel niet meer naakt is. En straks ook je lichaam niet meer naakt zal zijn. Als je uit het graf opstaat of als Christus terugkomt. Dat is zijn gerechtigheid en zijn heiligheid. Zijn totale gehoorzaamheid. Daar heeft hij dat kleed mee verworven. Dat bruiloftskleed. Daar kun je mee de hemel in. En witte klederen op dat gemoogd bekleed worden. En de schander uw naaktheid niet geopenbaard worden. Je naakte ziel bekleed met Christus gerechtigheid. Hij is nog steeds aan het kloppen. Hij heeft eerst gezegd wat je dacht dat je was. Rijk verrijkt geen dienstgebrek. Toen heeft hij gezegd. Maar je bent arm en blind en naakt. En nu is hij aan het aanprijzen. Ik heb alles te koop. Ik ga zo zeggen wat het kost. Je kon al kopen goud. Je kon al kopen witte klederen. Wat hebben we nog meer nodig? We waren ook blind. We zijn ook blind. Wat heb je dan nodig? Ogen zelf. Ogen zelf heb je nodig. Dan ga je helder zien wie God is. Helder zien wie je zelf bent. Helder zien wie je naasten zijn. Helder zien wat zonde is. Helder zien wat genade is. En zo staat hij maar te kloppen. Zie ik sta aan de deur. En ik klop door zijn woord. Wat een liefde. En dat doet hij dus vanavond. Maar kinderen dat doet hij ook morgen op school. Als de juf of de meester een verhaal vertelt. Is de Jezus alweer aan het kloppen op de deur van je hart. Doe mij maar open. En zo je zijn stem dan heden hoort. geloof zijn heil en troostrijk woord, verhard je nou niet langer, maar laat je lijden. Hij kan ook op ons hart, de deur van ons hart kloppen, door allerlei gebeurtenissen dichterbij en van de weg. Hij kan ook op de deur van ons hart kloppen door kasteidingen, door tegenvallers, door tegenslagen, door ziekte, door een ongeval, sterven. Soms klopt hij zachtjes. En soms klopt hij heel hard. Of hoor je zijn kloppen niet. Er zijn zoveel andere geluiden in je leven. Dat je hem eigenlijk helemaal niet hoort kloppen. Andere stemmen. Ander geluid. Dan hoor je eigenlijk niet eens dat Christus klopt. Nou vanavond. Ik hoop het. Zie ik sta aan de deur. En ik klop. Nog één ding daarover. Kun je je er niet over verbazen. Dat hij weet wat achter die deur zit. Toch blijft het kloppen. Hij weet al wat erachter zit. Maar hij klopt vanavond opnieuw. Op dat je zou open doen. En hij zegt erbij dat hij het is. En nogmaals, hij klopt op de deur van Gods kinderen. Maar hij klopt ook op de deur van al uw harten. Niemand uitgezonderd. Op alle harten is hij nu. Aan het kloppen. En hij zegt het erbij. Zie ik sta aan de deur. En ik klop. En zo komen we bij ons tweede punt. Ook het tweede deel van het tekst. Indien iemand mijn stem zal horen. En de deur open doen. Heb je nou zijn stem al gehoord? Dan zegt iemand. Dat weet ik eigenlijk niet. En hoe gaat het dan. Dat ik die deur open doe. Als ik de stem van Christus hoor. Doe je dat zelf? Nou, er zijn mensen die dat denken. Die zeggen, ik hoor nu dat Christus klopt, dus ik doe die deur open en kan hij naar binnen. En ik denk dat ik echt die deur open gedaan heb. Hoe gaat dat, de deur openen? Er staat een hele kostbare kanttekening bij dit gedeelte, kanttekening 54. En er staat, dit is niet jouw vrije wil die kiest, maar nou komt het wonder. En daarom ben ik ook met die vermaningen begonnen. Van vers 15, 16, 17 en 18. Eerst wat ik doe en dan wat er in mijn hart is. Waarom heeft Christus dat gedaan? Hij deed het uit liefde. Want door die vermaning en door het horen naar die vermaning. En achter die deur zit jij. En jij hoort het weer over je zeggen. En je gelooft het nooit. Ik zo slecht. Ik zo weinig. Goud. Moet ik dan kopen? En ik moet klederen kopen. En ik moet zalf kopen. Ik zo slecht. En dat woord komt weer door die deur heen. En eindelijk ga je het geloven wat Christus zegt. Arm, blind, naakt. En ik wil nu bij u kopen, heer Jezus. Want ik heb niks. Ik ben arm en blind en naakt. Nooit kan ik voor God bestaan. Wat kost het? Precht geloof. Gerechtigheid en heiligheid. Helder zegt. Nou de prijzen in Gods Koninkrijk. Zijn ontzaggelijk hoog. Ja daar heb je dus niks aan denk je dan. Nou even wachten. De prijzen zijn ontzaggelijk hoog. Maar hoor dan Jesaja 55. O alle gij dorstigen. Komt. Tot de wateren. En gij die. Geen geld hebt. Komt. Koopt en eet. Ja, komt. Koopt. Zonder geld. Wijn en melk. Hoe kan dat? Dat is omdat hij die staat te kloppen. Alles heeft betaald. En nu gaan we bidden met Augustinus. Geef wat u beveelt. Beveel dan wat u wil. Heren, geef me dat goud. Geef me die klederen. Geef me die ogenzaaf. En geef dan dat ik open kan doen. En weet u wat er dan gaat gebeuren gemeente? Je hebt misschien al tien, honderd keer gehoord. Dat je bent zoals beschreven staat in vers 15 tot en met 18. En je geloofde er nooit wat van. En dan komt Christus je eerlijk behandelen vanavond. En hij zegt, je denkt dat het goed zit. Maar je probeert de wereld en godsdienst te combineren. Jij denkt dat het goed zit, maar het is een leugen. Ga ik je eerlijk zeggen. En je leeft ook met de leugen dat je het allemaal prima voor elkaar hebt. Rijk verrijkt geen dienstgebrek. Je ontbreekt alles, maar je kunt het bij mij kopen. Om niet. En bevend gaat je hand met die knop van de deur van je hart. Zou het waar zijn? Zou hij daar buiten staan? Zou hij binnen willen komen? Zou hij mij alles willen geven om niet zo'n hoge prijs betaald? En je doet de deur voorzichtig een stukje open. Maar nou is er een jongere die zegt. Ho, wacht even dominee. Maar dan moet ik veel te veel opgeven. Ook die ene zonde. Dus ik kijk wel even of Christus er staat. Maar ik doe de deur nog niet verder open. Dat heb je in het natuurlijke leven ook. Dan zit er op zo'n deur een nachtslot. Dat is zo'n ketting met zo'n oog eraan. En ik kan die deur zo'n stukje open. Dan weet je dus dat Christus daar staat. Hij weet ook dat hij het is die op de deur van je hart klopt. Maar je houdt hem netjes buiten. Waarom? Nou ja, anders heeft hij het voor het zeggen. Moet ik alles inleveren? En dat wil ik niet. Want ik had nou net een heerlijk leven. Een baan. Auto. Vriendin. Netflix abonnement. Alles keurig voor elkaar. Heerlijk genieten. Streamen tot en met. Geweldig dominee. Ik heb eigenlijk niks nodig. Nee, dat zegt Christus toch. Geen linksgebrek. Maar je bent arm. En hij weet dat je zo verloren gaat. Zo wie ik lief heb. Die bestraffen in Castelli. Lieve jongeren. Ouderen. Ga zo niet door. Ik sta nu aan de deur en ik klop. En wie niet aan mijn stem zal horen. En de deur open doen. Niet op zo'n klein nachtslot kiertje. Nee, open doen. Ik zal tot hem inkomen. Dit vermanende woord. Dit scherpe woord. Maar ook dit eerlijke woord van de heer Jezus. Is het middel. Wat hij onder de bediening van zijn heilige geest gebruikt. De geest. Die doet je dat woord dan horen. En je gaat steeds meer zien. Misschien eerst door een waas. Maar al helderder. Dat is waar. Mij ontbreekt alles. En ik heb helemaal niks. Het gaat verkeerd zo. Ja. Niet meer aan denken. Want dan verlies ik al mijn vrienden. En nu zit je weer in de kerk. En je bent al zo gewaarschuwd. Maar nu zegt Christus. Doe nou die deur open joh. Wat heb je er nou op tegen? Dat is de eerste keer. Dat die deur open kan gaan. En ook open gaat. Ook in het leven van jongeren. En wat staat er dan? Wees dan ijverig en bekeer u. Geloof in Christus. Bekeer je tot God. En zo is de Vader, ik heb dat vanmorgen gezegd en ik zeg het nog een keer. Zo is de Vader door de geest bezig om tot de Zoon te trekken. Die staat aan jouw deur te kloppen. En de Vader trekt door de geest tot de Zoon. Zodat je die deur open gaat doen. Dat is als je nog geen genade kent. Maar die eerste keer dat je de deur open gaat doen. En dan doe je de deur open. En wie zie je dan? Christus. Heb je hem gezien? Het heeft Gode behaagd zijn zoon in mij te openbaren, zegt Paulus. Ja, zegt iemand, dat was bij Paulus. Kan je dat echt weten? Nou, als Christus zich aan je heeft geopenbaard, is er liefde. Iets preciezer, wederliefde. Het is bij hem begonnen. En ik ben hem gaan liefhebben, omdat hij mij eerst heeft liefgehad, van eeuwigheid heeft liefgehad. Zou je dat... Merken. Jongeren. Als een van je vrienden een date heeft gehad. En hij komt terug en je vraagt. Nou, hoe was ze? Ja. Ja. Zeg eens. Wordt dat wat? Is dat liefde? De kans is heel klein, toch? Wat denkt u? Als die deur van je hart is open gegaan. En je kijkt Christus in zijn gezicht. En daar komt liefde, wederliefde tot hem. Die er nooit was, maar die er komt. Nou, ik verzeker je, dat weet je echt. Dat weet je heel zeker. Maar, na verloop van tijd kan gebeuren wat in Hooglied 5 staat. Er ligt die bruid op haar bed. En de bruidegom die klopt op de deur. En ze denkt, ik lig lekker op mijn bed. Ik ga mijn voeten niet vies maken. Ik blijf hier liggen. Wat is dat, als een bruid dat doet? Als de kerk van Christus dat doet? Dat is niet openlijk en vrijmoedig beleiden dat je bij hem hoort. Niet openlijk en vrijmoedig beleiden dat je bij hem hoort. Maar op bed blijven liggen. En dan gaat hij weg. Hij gaat door. En dan komt ze toch van dat bed af. De kerk komt dan toch uit haar gezapige toestand. Van wereld en God. Ja, ook na ontvangen genade. Vrees voor de wereld, dus niet God beleiden. En ze doet die deur open. En hij is weg. Dat is echt een ramp voor een ziel. Als Christus weg is gegaan. Maar er zit iets aan de deur. Er zit iets aan het handvat. Zijn liefde. Lees het maar na. Hooglied 5. Mirre. En dan ga je op zoek. Ga je op zoek. Totdat je hem vindt. Hij laat zich vinden. Opnieuw. Indien iemand mijn stem zal horen. En de deur open doen. Wat een heerlijk werk. Van de Heilige Geest. Door het woord. Als die deur dan open gaat. En je zeker weet. Als het van mij had afgehangen. Was die nooit open gegaan. En toch staat hier. Indien iemand. Mijn stem zal horen. En de deur open doen. De bevelkling doet die deur open. Honderd procent jouw verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd. Honderd procent zijn werk. Want je weet. Achteraf. Als ik het had moeten doen, was het nooit gebeurd. Nou, dan gaat de deur open. En dan staat Christus. En dan? Wat gebeurt er dan? Kinderen, zie je het voor je? Hier is de deur. Daar buiten staat Christus. En die deur is net open gegaan. Ver genoeg dat hij naar binnen kan. En wat doet Christus dan als die deur van jouw hart open gaat? Dan is hij achteruit. Wat een walm aan zonde. Wat een lucht aan ongerechtigheid. Oh hier kan ik. Wil ik. Ja hier wil ik naar binnen. Sterker nog. Ik zou tot hem inkomen. Hij gaat naar binnen. Dus de eerste verwondering was al. Hoe kan hij blijven kloppen. Terwijl hij weet wat er in jouw hart is. Zonde in gedachten. Zonde in woorden. Zonde in werken. Elke dag honderden. En ze stapelen maar op. En Christus blijft maar kloppen. Hij gaat de deur open en komt hij nog binnen ook. En hij blijft ook in je hart wonen. Hij gaat nooit meer weg. Nooit meer weg. En wat komt hij doen dan? Nou, dat is ons derde punt. Ik zal tot hem inkomen en ik zal met hem avondmaal houden. Dus Christus komt door zijn geest en ook met zijn geest in jouw hart wonen. Een drie-enig God komt daar wonen, want de geest maakt plaats voor de zoon en de vader. Christus komt naar binnen en hij blijft in je hart. En hij gaat een maaltijd met je houden. Ja, zegt hij, dat gaat zeker over het heiligavondmaal. Want dat staat hier toch. Ik zal tot hem inkomen en ik zal met hem avondmaal houden. Nou, dat is ook het heiligavondmaal. Maar het heiligavondmaal maakt alleen maar zicht. Wat elke rustdag onder het woord gebeurt. Dan zegt hij, dat heb ik me nog nooit gerealiseerd. Dus Christus die klopt op de deur van je hart. En als je nou deze rustdag, deze zondag open doet. Dan komt hij naar binnen. Hij blijft er. En hij gaat op datzelfde moment onder het woord avondmaal met je houden. Schenkt hij zijn lichaam. Schenkt hij zijn bloed onder het woord. Echt. Ja, dat staat zo heerlijk in de katechismes. Het heeft duidelijk heel lang geduurd voordat men het zelf opviel. Maar in antwoord 66 staat het zo diep beschreven. Sakramenten zijn eigenlijk schilderijen. Zichtbare waartekenen en zegelen van God ingezet. Opdat hij, ik zal eerst zeggen wat er in de katechismes staat en dan ga ik het uitleggen. Opdat hij door het gebruik daarvan. De belofte van het evangelie des te beter te verstaan geven en verzegelen. En een tijdje geleden bleef ik haken bij des te beter. Ik dacht, des te beter? Dan is er dus iets wat er al was. Onder het woord voedt hij zielen met zijn lichaam. Laaft hij zielen met zijn bloed. Onder het woord houdt hij avondmaal. Hij komt binnen. En hij houdt avondmaal onder zijn woord. En wat hij onder zijn woord doet, is eens per drie maanden zichtbaar aan zijn tafel. Dan laat hij het ook nog een keer zien, proeven, smaken. Daar gaan we straks van zingen, voor dorst en voor eten. Proeven en smaken wat hij onder het woord al geeft. Laat hij zien, eigenlijk als in een schilderij, zie je het voor je ogen gebeuren. Dat gebroken brood. Dat is de spijzer van mijn ziel. Die vergoten wijn, zijn bloed. De spijzer van mijn ziel. De drank van mijn ziel. Maar dat deed hij al onder het woord. Ik zal tot hem inkomen en ik zal met hem avondmaal houden. Ja, je hebt echt zijn vlees en bloed nodig voor je ziel. Anders komt je ziel niet tot leven en blijft je ziel niet in leven. En als u in de tekst kijkt, dan ziet u dat er nog vier woordjes achteraan staan. Achter de comma. En hij met mij. Jongeren, waarom staat dat er? Kinderen, dat is toch logisch? Als de Heer Jezus is binnengekomen en zegt hij, ik zal met hem avondmaal houden. Ja, natuurlijk is dat dan ook dat die zon daar met hem avondmaal houdt. Maar u weet natuurlijk al lang in Oudorp, er staat geen woord te veel, geen woord te weinig in de Bijbel. Dus waarom staat dit er? Waarom staat hier een hij met mij? Dat is omdat de rollen omdraaien. Wat bedoelt u? Nou, hij komt binnen als gast. Toch? Ja, met een hoofdletter. Maar hij blijkt de gastheer. En hij neemt alles mee. Je hoeft geen eten te hebben. Je hoeft geen drinken te hebben. Hij neemt alles mee. Dat is zichzelf. Hij is de gastheer. Weet je waar dat ook gebeurt? Als hij is opgestaan op diezelfde dag. Lopen twee mannen met een verdrietig gezicht van Jeruzalem naar Emmaus. En die ene kennen we als Cleopas. Maar er voegt zich een vreemdeling bij hen. Je zou kunnen zeggen een gast. En die mengt zich in het gesprek. En als Cleopas en zijn metgezel bij hun huis aangekomen zijn. Dan willen ze naar binnen gaan. En die gast houdt zich alsof hij verder zal gaan. Maar ze dwingen hem om binnen te komen. En dan gaan ze eten. Een avondmaal. En de gast blijkt de gastheer. Want Jezus breekt, zegent en breekt en deelt. En ze herkennen hem aan het breken van het brood en hij is weg uit hun ogen. De gast blijkt de gastheer die in alles voor zich... Daarom staat er en hij met mij. Nou, en dan is Christus binnengekomen. De gast blijkt de gastheer. Die eten en drinken verschaft. Zijn lichaam en zijn bloed. En wat proef je dan onder het woord. Deze mijn hartelijke liefde en trouw jegens u. Voor iemand die waande zichzelf rijk verrijkt. Geen rings gebrekt hebben. Die aangepakt moet worden om dat aangezegd te krijgen. Waar de hoogmoed vanaf straalt. Ik wil met je avondmaal houden. Ik wil met jouw avondmaal houden. En ik geef je te eten en te drinken. En ik laat je proeven deze mijn hartelijke liefde en trouw jegens u. Ik geef je mijn lichaam. Ik geef je mijn bloed. Omdat jij anders had moeten sterven. Ik ben in jouw plaats gegaan. En je smaakt onder het woord. O, straks ook aan het avondmaal. Maar onder het woord smaak je al. Volkomen vergeving. Vrede met God. Verzoening. Recht op eeuwige leven. Wat een heerlijke smaken. Kijk, zo komen leugenaars in aanraking met de waarheid. Christus zelf. Zo worden hongerige en dorstige zielen niet langer met zeewater gelaafd. Waardoor het alleen maar erger wordt, de zonde. Maar hongerige en dorstige zielen krijgen... Eten waar je echt van tot leven komt en in leven blijft. En dat is Christus. Zelf. En dat is heel belangrijk. Met hemzelf. En uit hem komen alle weldaden. Nooit los die weldaden. Wat nog meer? Nou ook die rust van vanmorgen. Die rust. Heel alternelen. Straks helemaal. Zachtmoedig volk zal eens de volle vrede genieten in de zoetste rust. En wat gebeurt er nog meer als Christus dan zo binnengekomen is. En onder het woord met je eet en drinkt. Nou er komt vertrouwelijke omgang. Er komt een gesprek op gang. En onder de dienst ga je hem ook al dingen vragen. En je hoort zo vanaf de prikstoel het antwoord. Je gaat hem ook gehoorzamer. En je ziet dat Christus roept. En je gaat gehoor geven. Ja door zijn woord en geest. En dan komt het tot gemeenschap, omgang met hem. Die dingen zijn onlosmakelijk. Zijn stem, gehoor, avondmaal. Eten en drinken. Onder het woord. Ja, en daarna ook zichtbaar aan zijn tafel. Zie, ik sta aan de deur en ik klop. Indien iemand mijn stem zal horen en de deur open doen. Ik zal tot hem inkomen. En ik zal met hem avondmaal houden. Nu al onder het woord. En hij met mij. Dat begint nu al. En dan één keer in de drie maanden het avondmaal. Waarom een maaltijd? Nog even. En dan begint de bruiloft van het land. Met die witte klederen aan. En het gezang. En waar zul je dan komen? Nou, dat is datfus 21. Die overwint. Ik zal hem geven. Te zitten in mijn troon. Goed lezen. Ik zal hem geven. Met mij. Te zitten in mijn troon. Hij komt in je wonen. En hij houdt je ook vast. Zodat je zult overwinnen. En je. Ja wat is de hemel zonder Christus. Dat je met hem. Mag zitten in zijn troon. Gelijk hij. Is gezeten met zijn vader. In zijn troon. Die oren heeft. Die horen wat de geest tot de gemeente. Nee. Gemeenten. Zeg. Toen Laodicea. Vanavond. Oudorp. Gemeenten. Christus eigen woord. Zie ik sta aan de deur en ik klop. Zo ga mijn stem dan heden hoort. Gelooft mijn heil en troostrijk woord. Verhoudt u niet. Maar laat u leiden. Amen. Zingen we allereerst over de dorst van een ziel uit Psalm 42, vers 1. ♪ Gezang Laten wij samen danken en bidden. Heere, geef dat in al onze levens. Kinderlevens, jongere levens, jongvolwassen levens. Het leven van ouderen zo mag zijn. Mijn ziel dorst naar de Heere. En ik ga beseffen, die dorst van mijn ziel is nergens mee te lessen. Dan met Christus alleen. Die honger van mijn ziel nergens mee te stillen. Dan met Christus alleen. Leer het ons heren. Neem ons alles af wat we wanen te hebben. En geef dat we alles van u zullen kopen. Van u zullen kopen om niet. Wat een heerlijke koopman bent u. Die zulke goederen om niet aanbiedt. Geef dat we tot u zullen gaan. Om ze te kopen. Om niet zonder prijs, zonder geld, goud, klederen, ogen zelf. Doe uw woord met ons gaan, heren. En geef dat we zullen beseffen in u rijk te zijn. Allerrijkst erfgenaam van het eeuwige leven. Doe uw woord met ons meereizen, ook deze week in. En geef dat we acht zullen slaan op uw kloppen. Op welke wijze ook. En dan ook gehoor zullen geven. U zullen gaan beleiden. Voor de mensen. Vergeef alle zonden in spreken en horen beiden. En zegen ons. Onverdiend. Uit genade. Om Jezus wil. Amen. We zingen ook nog over het eten. De spijzen. Uit Psalm 145 vers 5. Uw heerschappij verduurt zelfs de eeuwigheid. Gij sterkt door spijzen terecht de tijd hun krachten. 145, het vijfde vers, onze slotsang. ♪ Gezang Gemeente, gaat u heen in vrede. Ontvangende met een biddend hart de zegen des Heeren. De genade van de Heer Jezus Christus. En de liefde van God de Vader. En de gemeenschap van de Heilige Geest. Zij en blijven met u. Amen. ♪ Gezang