PrekenHHG Ouddorp

Daniël 1: 8 - 21; De Heere sterkt Zijn volk en gedenkt aan Zijn verbond

09:30 uurOchtenddienstDs. R. van de Kamp106 min
Nog niet gestart Kanttekeningen 2

Transcript

♪ Gezang En onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft. Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid. En die niet laat varen de werken van zijn handen. Amen. Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal. En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn. En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is. De eerstgeborene uit de doden. En de overste van de koningen der aarde. Amen. Gemeente zondag 27 september nam de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente weg. Mevrouw Jacoba van der Lee. In de leeftijd van 95 jaar. Laatst wonend in de Vlietberg. Vlietberglaan 107. De begrafenis heeft vrijdag plaatsgevonden. De heren gedenken deze rouwdragende familie. Maar u en jullie gedenken te sterven. En in verband met dit overlijden zingen wij nu apsal 90. Het zesde vers, helaas, het best van onze beste dagen baart, dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen. En wat er verder volgt, Psalm 90, vers 6. Stellen ♪ Gezang we ons nu eerst voor de spiegel van Gods heilige wet. En zingen daarna uit Psalm 119, het 64e vers, ik heb uw geboden, mijn God. die ze meer dan goud, ja het fijnste goud, bemint, en uw beveling alles recht en vlekkerloos geschouwd. En wat er verder volgt, het 64e vers uit Psalm 119, na het lezen van Gods heilige wet. Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid hebt. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben, gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, nog hem dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdadere vaderen bezoekt aan de kinderen. Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben. En mijn geboden onderhouden. Gij zult de naam des heren uw schot niet eidelijk gebruiken. Want de heren zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt. Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots. Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poort is. Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en hij rustte ten zevende dagen. Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde dezelfde. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft. Gij zult niet doodslaan, gij zult niet ergbreken, gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uw naaste huis. Gij zult niet begeren uw naaste vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naaste is. We ♪ Gezang openen Gods woord vanmorgen in het boek Daniel, eerste hoofdstuk. En wij lezen vanaf vers 8 tot het einde. Dus de schriftlezing voor vanmorgen is Daniel 1 vanaf vers 8. Tot 21. Daniel nu nam voor in zijn hart dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijzen des konings. Nog met de wijn zijn drangs. Daarom verzocht hij van de overste der kamerlingen dat hij zich niet mocht ontreinigen. En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van de overste der kamerlingen. Want de oogste der kameling zei tot Daniel, ik vrees mijn heer de koning die jullie de spijs en jullie de drank verordineerd heeft. Want waarom zou hij jullie er aangezichten droeviger zien dan der jongelingen die in gelijkheid met jullie zijn? Al zo zoudt gij mijn hoofd bij de koning schuldig maken. Toen zei Daniel tot Melzar. die de oosten der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hanania, Misaël en Azaria, beproef toch uw knechten tien dagen lang en men geven ons van het gezaaide te eten en water te drinken. En men zie voor uw aangezicht onze gedaante en de gedaante der jongelingen die de stukken van de spijzen des konings eten en doe met uw knechten naar dat gij zien zult. Toen hoorde hij hen in deze zaak en hij beproefde hem tien dagen. Ten einde nu der tien dagen zag men dat hun gedaanten schoner waren en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen die de stukken van de spijzen des konings aten. Toen geschiedde het dat Melzar de stukken hunner spijzen wegnam, mitsgaders de wijn huns drangs, en hij gaf hun van het gezaaide. Deze vier jongelingen nu, aan die gaf God wetenschap en verstand in alle boeken en wijsheid. Maar Daniel gaf hij verstand in allerlei gezichten en dromen. Ten einde nu der dagen waarvan de koning gezegd had dat men hen zou inbrengen, zo bracht hen de overste der kamerlingen in voor het aangezicht van Nebuchadnezzar. En de koning sprak met hen. ...doch er werd uit hen allen niemand gevonden gelijk Daniel, Hanania, Misaël en Azaria. En zij stonden voor het aangezicht des konings. En in alle zaken van verstandige wijsheid die de koning hun afvroeg... ...zo vond hij hen tienmaal boven al de tovenaars en de sterrenkijkers... ...die in zijn ganse koninkrijk waren. Tot het eerste jaar van de koning Kores toe. Tot zover de schriftlezing. In de voorbeden hopen wij te gedenken aan de rouwdragende familie van de Lee Breukel. We denken ook aan mevrouw Nelis, geboren vroeg in de wei, molen 10 de 95. Die met nierbekkenontsteking werd opgenomen in het Maastad ziekenhuis. En nu in het ziekenhuis in Dirksland verblijft. We denken ook aan de heer J. van Splunter, Kerkhoek 12, die in deze week verschillende onderzoeken ondergaat voor een operatie die staat te wachten. Bij het gezin Tanis Spelling, Kelderweg 10, daar is op dinsdag 29 september een zoon en broertje geboren met de naam Roan Klaas. Zijn roepnaam is Roan. We denken aan het echtpaar Grinwis van der Velde, de volweg 16. Dat maandag 28 september mocht gedenken 25 jaar getrouwd te zijn. We denken aan het echtpaar Meijer Mierop, de kracht 31. Dat woensdag 30 september mocht gedenken 60 jaar getrouwd te zijn. En aan het echtpaar Tanus Meuleman, MAW 14. Die zaterdag 3 oktober mocht gedenken. 40 jaar getrouwd te zijn. En wij denken ook op deze Israëlzondag aan het volk Israël. Laten wij de heren vragen om zijn onmisbare zegen. Heren, het is uw goedheid en uw genade. Uw barmhartigheid en langmoedigheid. Dat wij zo vanmorgen weer met de gemeente mogen samenkomen. Het zij hier. In het kerkgebouw of op afstand met ons verbonden. En dat is bijzonder heren dat u nog geen volleinding met ons maakt. Maar dat u nog betoont geen lust te hebben in onze dood. Maar dat u daarin lust hebt dat we ons zouden bekeren en leven. En heren u weet het of we vanmorgen zijn. Die het de afgelopen week geprobeerd hebben zich te bekeren. Om de zonde van zich te laten. Maar er niet in geslaagd zijn. Wat een nood heren. Kan het geven. Als wij beseffen dat we ons bekeren moeten. En het niet kunnen. En heren werk dat. Zodat er een roepen geboren wordt tot u. Door de werking en de... kracht van uw Heilige Geest, als we gaan zien dat we schuldig staan voor u. En dat wij het alles verzondigd hebben. En dat we met onze schuld voor eeuwig verloren moeten gaan. En dat is eerlijk. Maar heren, dat er nu ook een weg is, een middel is, een naam is, de mensen gegeven door welke we moeten zalig worden. En dat is de naam van de Heere Jezus Christus. Heere, geef dat hij zo ook vanmorgen mag klinken. Maar dat hij ook gehoord wordt in ons allerhart. Of we nu jong zijn. Of dat we oud zijn. En daarom, Heere, werk nog krachtig. Door de werking en de bediening van uw heilige geest. Die toch de toepassende oorzaak van de zaligheid is. Dat het woord niet langs ons heen zou gaan, maar dat het ons zou raken. Dat het woord ons eenmaal niet aan moet klagen en veroordelen. Omdat we de weg geweten hebben, maar hem niet hebben bewandeld. O heren, gedenkt nog naar de grootheid van uw goede dierenheid. En werkt nog krachtig in de gemeente, maar ook buiten de gemeente, in ons dorp. In ons land. We hebben nodig heren. Een opleving. We hebben nodig dat we ontwaken zullen uit de slaap. Als we zien wat er gebeurt om ons heen. En heren. Werk dan dat nabije leven met u. Dat aangebonden leven. En wat kan het dan ook donker zijn. En wat kan het ook moeilijk zijn. En dat wij niets meer van u ervaren. Maar heren. Als u uw aangezicht verbergt. Zegt David. Toen verschrikte ik. En daarom hebben we nodig heren. Uw liefelijk aangezicht te zien. Werk het nog heren. Schenk het nog. Het is onverdiend. Maar dat het mag zijn. Tot de eer en de verheerlijking van uw naam. Opdat uw grote daden dan ook gezien en ervaren zouden worden. En wij ook aan levende getuigen. Heere gedenksel de gemeente. De droefheid, de rouw, weduwe, wedunaren. We denken in het bijzonder ook aan de familie van de Lee, Breukel. Heere, geef ook voor hen wat nodig is. Als er een geliefde begraven moest worden de afgelopen week. Want op een graf gestaan hebben. Maar ook het woord heeft geklonken. Er is een zoekende vader. Die met uitgebreide armen staat. Die op de uitkijk staat of er verloren zonen of dochters nog terugkomen. En heren, werk dan ook nog krachtig. Ook als er zieken zijn. Heren, zoveel zieken in de gemeente. Engstig zieken die behandeld worden. Die kuren ondergaan. Heren, we bidden. Werk nog krachtig. Dat de middelen gezegend mogen worden. Maar bovenal, heren, zo heel persoonlijk dat het ook ervaren wordt. Dat u het bent die spreekt door gezondheid, door ziekte. En omdat wij u in alles nodig zouden hebben. We denken aan mevrouw Nelis die in het ziekenhuis verblijft in Dirksland. Heer, het is spannend geweest. Er werd voor haar leven gevreesd. Maar u hebt nog gespaard en doorgeholpen. En daar zeggen wij uw naam ootmoedig dank voor. Maar als zo ook de middelen ingezet zijn. Hier is achtervolgend ook met uw zegen. En opdat ze het mag ervaren. Dat het uw trouwe vaderhand is die haar draagt en spaart. En opdat ze ook mag ervaren. Dat de lichamelijke zorgen ons ook moeten brengen aan uw voeten. En dat wat lichamelijk is ook geestelijk kan worden. Ze mogen zien uw genade. Mogen zien op het alles reinigende bloed van uw zoon. Zo dragen we ook de heer Van Splunter aan u op heren. Als hij in deze week ook gesprekken en onderzoeken ondergaat. Voor een operatie die staat te wachten. Een ingrijpende operatie als hij omleidingen moet. Krijgen bij zijn hart. En we bieden heren om uw nabijheid. En dat zo ook de onderzoeken mogen duidelijk maken wat nodig is. Opdat er ook zo de juiste voorbereiding is voor de operatie. Het ligt toch alles in uw hand heren. Maar opdat hij het ook ervaren mag. Met alle die om hem heen staan. Ervaren mag dat u het bent. Die alle dingen leidt en stuurt. En zo dragen we ook de echtparen aan u op, heren. Die hun huwelijksjubilea mochten gedenken. Bijzonder als u de band van het huwelijk geeft. Maar ook het leven geeft. Dan ligt toch ook alles in uw hand. Het is niet vanzelfsprekend dat we ons huwelijksjubileum mogen gedenken. Het is ook niet toevallig, maar heren, u bent het die alle dingen geeft. En op dat zo ook bij het herdenken ook u de eer en de lof zult ontvangen. Dan is uw zegen nodig. Die was aan het begin van het huwelijk nodig. Maar ook als we 25 of 40 of zelfs 60 jaar getrouwd zijn. Meer en meer wordt het ook ervaren hoe belangrijk uw zegen, uw nabijheid is. Ontferm u dan, Heere, gedenk dan naar de grootheid van uw genade. Ook in de tijd die voor ligt. En werk dan nog krachtig uw grote naam ter eer. Heere, gedenk zo. Naar de grootheid van uw genade. Want u bent en u blijft de getrouwe. En als we het ergens kunnen zien is het wel in uw volk Israël. Ondanks hun ontrouw blijft u de getrouwe. En bent u het die doorgaat. En uw woord waarmaakt. U hebt het beloofd heren dat u ze zult voeren uit het land van het noorden. En uit alle landen waar u ze heen verstrooid hebt. En dat u ze zult brengen in hun land. Gebeurt in 1948 toen de staat Israël weer levend was. Maar u gaat daar nog mee door heren. Want er zijn nog zoveel joden buiten Israël. Maar u hebt ook beloofd dat gans Israël zalig zal worden. U hebt beloofd heren. Dat als zij zich bekeren, zult u het deksel van hun hart halen. Heren, werkt dat nog? De zoveel tegen dat volk zich kant, zoveel is, heren, zoveel vijandschap. Maar u doet wonderen, dat hebt u ook de afgelopen week weer gedaan. Als er een terroristische aanslag was op een vliegtuig met zoveel Israëliërs aan boord. Maar hebt u wonderlijk gehandeld. En de hele wereld heeft het gezien, heren. Zoals u zich eenmaal zult openbaren aan uw broeders. Zoals ook Jozef zich openbaarde aan zijn broeders. En alle man van hem deed uitgaan. Maar het hele paleis hoorde het. Dan hebt u niemand nodig heren. Dan doet u alle man van u uitgaan. Als u zich bekend maakt aan uw broeders. Maar dan zal ook de hele wereld het horen. Dat is naar uw woord heren. Maar dan wacht er ook nog een zegen voor de kerk. Want indien hun val. De rijkdom is der wereld. Hoeveel te meer. Hun opstanding. En daar zien we naar uit, heren. Werk dan nog krachtig onder het volk. Naar uw naam genoemd. Werk nog krachtig. Ook onder ons. Op alle plaatsen waar u uw kerk hebt. Uw grote naam ter eer. Onthoud ons de leiding, de bediening, de werking van uw heilige geest toch niet. Dat bidden wij van u. Om Christus wil alleen. Amen. Er is nog een enkele mededeling namens de kerkenraad. Dinsdag 6 oktober is er weer contactmiddag. De aanvang is om half drie in Ebenaar-Ezer. En dit zal de Heere wil en wij leven. In de dienst der offeranden... Worden van u een drietal gaven gevraagd. De eerste collecte is bestemd voor de commissie Israël. Van onze eigen kerk. De tweede collecte is bestemd voor de kerk Volgdij. En de derde voor de aflossing van de kerk. En we bevelen deze collecte van harte in uw mildadigheid aan. De heren zegenen u en uw liefde gaven. Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 106. En wij zingen daarvan het 23ste, 24ste en 25ste vers. Psalm 106 vers 23. Hun vijand heeft hen wreet verdrukt. Zij lagen jammerlijk gedrukt. Het 24ste vers. Nochtans was God met hen begaan. En ook het 25e, dies hebt goh God hun last verlicht, zelfs voor huns vijands aangezicht. Wij noemden u het 23e, 24e en 25e vers uit Psalm 106. ♪ Gezang Gemeente, de tekst voor vanmorgen is het gedeelte dat u zojuist is voorgelezen. Daniel 1, vanaf vers 8. Tot 21 en laten wij nog samen één keer het negende vers lezen. Vers 9 uit Daniel 1 waar Gods onfeilbaar woord als volgt luidt. En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van de overste der kamerlingen. Gemeente in dit gedeelte zien wij... Hoe de Heere zijn volk sterkt en gedenkt aan zijn verbond. De Heere sterkt zijn volk en gedenkt aan zijn verbond. Een drietal gedachten. In de eerste plaats de omstandigheden waaronder. Ten tweede de middelen waarmee. En ten derde de gevolgen ervan. De Heere sterkt zijn volk en gedenkt aan zijn verbond. De omstandigheden waaronder ten eerste. Ten tweede de middelen waarmee. En ten derde de gevolgen ervan. Gemeente, het is toch een indrukwekkende geschiedenis. Jongens en meisjes, als je dat hoort. Dat Daniel aan het hof van koning Nebukadnezar. En zoals wij de vorige keer gezien hebben, dat ging heel diep. Want ze kregen zelfs andere namen. Ze moesten totaal veranderen. Maar Daniel en zijn drie vrienden, met de hulp van de heren, kiezen zij ervoor om zich niet te ontreinigen met de spijzen van Babel. Geen vlees, geen wijn, maar gewoon alleen... Groenvoer. Van het gezaaide. En dat was hun keuze. Ja. Een keuze die de heren bij hen in het hart legden. Maar dat werd rijk gezegend. Dan zou je toch jaloers worden. Op zo'n leven. Zo'n leven in afhankelijkheid van de heren. Het leven met de heren. Om nou in alles hem te vragen. Maar ook zijn wil te doen. En gemeente, dan is het niet zomaar een geschiedenis. Maar dat geldt voor alle geschiedenissen in de Bijbel. Dat is allemaal heilsgeschiedenis. De Heere maakt zich bekend. En dat er bij hem vergeving is voor de grootste der zondaren. De Heere maakt zijn heil bekend. Hij maakt zichzelf bekend. En dat doet hij ook in de geschiedenissen van Daniel, ook in deze geschiedenis. Hij heeft zijn volk overgegeven in de hand van Nebukadnezar. Dat volk heeft het verzondigd, maar de Heere laat zijn volk niet los. Hij blijft zijn volk getrouw, want het is zijn verbondsvolk. En dat kunnen wij nog volgen zo in het Oude Testament. Maar dat geldt tot op de dag van vandaag. Ook in 2026 blijft de Heere getrouw aan zijn volk. Als in Rome, de gemeente van Rome, die vraag ontstaat of de Heere niet afgedaan heeft met het volk. Ze hebben zijn zoon verworpen. Als die vraag zich voordoet. Dan zegt Paulus, heeft dan God zijn volk verstoten? Dat zij verre. Hij is als het ware heilig verontwaardigd. Onmogelijk. Want de Heere kan niet van zijn volk af. Maar wil ook niet van zijn volk af. Omdat hij de getrouwe is. Hij heeft een verbond gesloten met dat volk. En zoals hij dat oud-testamentisch met het volk Israël deed. Zo doet hij dat nog steeds, ook nieuwtestementisch. Nee, dan is de kerk niet in de plaats gekomen van Israël. Wij leren geen vervangingstheologie, maar wel een uitbreidingstheologie. En dat prachtig, dat moet u maar rustig eens nalezen als u thuis komt in Romeinen 11. Daar gebruikt Paulus het voorbeeld van een olijfboom. En de natuurlijke takken zijn afgehouden. En zijn wilde takken zijn daarvoor ingeënt, maar op diezelfde stam. Zo heeft God heidenen. En dat bent u en ik. Zolang wij geen Joods bloed hebben, dan bent u een heide. De Bijbel die kent alleen maar Joden en heidenen. En God ver... Verzamelt zich een gemeente uit het ganse menselijke geslacht. Maar daarom juist. Als het gaat om zijn verbondsvolk. En dan heeft hij Abram. Waar hij zijn verbond aan openbaarde. Heeft hij het beloofd. Hem tot een groot volk te maken. En het land Kanaan tot een erfelijke bezitting te geven. En dan juist gaat de heren dat volk. Uit die erfelijke bezitting halen. Uit het beloofde land halen. Om ze in ballingschap te brengen. Rekent de heren dan af met dit volk? Gaat hij dan een punt zetten? Nee gemeente, de heren zetten geen punt. Maar een comma. Dat heeft hij gedaan. In het paradijs. Waar Adam en Eva afscheid van hem genomen hebben. Hij heeft geen punt gezet. Maar een comma. Ik zal vijandschap zetten. En toen hij dan van de hemel zag. En hoe boos de mensen waren. En dat hij dan de hele wereld door de zonvloed gestraft heeft. Zet de heren dan een punt. Nee. En hij redt Noach zijn acht zielen. In de ark. De heren zetten een comma. Maar hoeveel commas heeft hij al in uw leven gezet, gemeente? En dat hij u bewaart, gespaard heeft. Hoeveel commas heeft de Heer al in jouw leven gezet? En dan is het ook goed om op deze Israëlzondag juist daarbij stil te staan. Als de Heer het toch niet getrouw was geweest aan zijn volk Israël. Wat hadden wij dan moeten beginnen? Dan hadden we naar huis kunnen gaan. Maar het is belangrijk gemeente om te zien hoe God met zijn volk Israël handelt tot nu toe. Ook met wat er afgelopen week weer gebeurde. Onbegrijpelijk. Maar dat kan toch niet anders dan de hand van de heren zijn. En dat gaat over heel de wereld heen. En daarom weten wij ons ook. Onlosmakelijk verbonden aan Israël. En gemeente, daarmee zeggen wij niet dat Israël het nu allemaal goed doet. En dat het geen zondaren zijn. En dat ze ook geen borg of middelaar nodig hebben. Zij hebben ook den Heere Jezus Christus nodig. Er zijn geen twee wegen tot de zaligheid. Er is niet een aparte weg voor de joden en voor de heidenen. De Heer Jezus heeft zelf bij de muren van Jeruzalem gestaan. Hij heeft geweend. Hij heeft ze bijeen willen vergaderen. Gelijk en hen hare kiekens bijeen vergaderd. Maar ze hebben niet gewild. En alleen als u dat al hoort gemeente. Dat moet ons door ons vlees snijden. Want dat geldt niet alleen voor dat volk. En daarom hebben wij ook geen enkele reden om op dat volk neer te zien. Paulus schrijft dat ook aan de gemeente van Rome. Dat ze niet hooggevoelende moeten zijn. Maar wij moeten het van zijn genade hebben. En gemeente als u dan zijn trouw ziet. Ook voor een ontrouw volk. Dan is het toch verwachting. Omdat u vanmorgen dan nog. De toevlucht zou nemen tot hem. Omdat hij het is die roept en nodigt. En dat hij nou niets liever ziet dan dat zondaren de toevlucht nemen tot hem. Daniel en zijn drie vrienden, ze zijn als ballingen weggevoerd. Een uitgekind plan van Nebuchadnezzar om eerst de elite weg te halen. Om zo de leiding bij het volk weg te houden. Om het volk in radeloosheid te brengen. Dan worden ze een gemakkelijke prooi. En de elite weggevoerd. En daarvan heeft hij een aantal aan zijn hof geplaatst. Zoals we ook de vorige keer gezien hebben. Daniel en zijn drie vrienden. Geselecteerd om een plaats te krijgen aan het hof van koning Nebuchadnezzar. En gemeente, tegelijk ziet u dan de wonderlijke leiding van de heren. Want daardoor... Hebben Daniel en zijn drie vrienden ook invloed op de koning. Maar dan moeten ze wel gevormd worden. Het zijn allemaal jongens. 16 jaar, 15 jaar. Jongens die nog veel moeten leren. En daar zorgt de koning voor. Hij vertrouwt ze toe aan Aspenas. En ze moeten als eerste een andere naam krijgen. Ze moeten... Een andere identiteit krijgen. Maar er is nog veel meer nodig. Ze moeten ingewijd worden. Ingevoerd worden in de tradities. In de gewoontes. Ze moeten geleerd worden in de boeken der Galdeeën. Het moeten totaal andere jongens worden. Ze moeten in alles onderwezen. Een geweldige list van Satan. Zodat die jongens anders gaan denken. Anders dan dat ze van huis uit meegekregen hebben. Anders dat ze geleerd hebben om met al hun vragen en zorgen en noden. De toevlucht te nemen tot de God van hun vaderen Abraham, Isaac en Jacob. Dat moeten ze allemaal kwijt. Een geweldige list van Satan. Maar waar ook de apostel Paulus voor waarschuwt. Deze wereld niet gelijkvormig. En als de apostel Paulus dat schrijft. Dan bedoelt hij daarmee dat wij de wereld niet in ons denken gelijkvormig moeten worden. Dan kunnen we aan de buitenkant kan het nog allemaal netjes lijken. En dat wij niet tot de wereld gerekend worden. Maar kunnen wij in ons denken precies op dezelfde wijze denken als de wereld denkt. En daarom een hartelijke waarschuwing van de apostel Paulus. Maar ook dat u ziet, ik in deze geschiedenis zie hoe listig Satan te werk gaat. En dan doet Daniel een verzoek aan Aspenas om niet te ontreinigen. Daniel nu nam voor in zijn hart dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijzen. En daarom zegt hij tegen Aspenas, geef ons nou alleen van het gezaaide. Geen wijn, maar alleen water. En zie wat er dan gebeurt. Geef tien dagen de tijd. Maar Aspenas, het is een moeilijke keuze voor hem. Want de overste der kameling zei tot Daniel, ik vrees mijn heer de koning die jullie de spijs en jullie de drang verordineerd heeft. Want waarom zou hij jullie der aangezichten droeviger zien dan de jongelingen die in gelijkheid met de lieden zijn. Al zo zou jij mijn hoofd bij de koning schuldig maken. Het leven van Aspenas was ermee gemoeid. En toch, en toch staat Aspenas het toe. En dat is bijzonder, dat heeft alles te maken met zoals wij zojuist nog in vers 9 lazen. Dat God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van de overste der kamerlingen. Maar probeer nou eens mee te denken. Als u daar gestaan zou hebben en jullie jongens en meisjes. En je moet dingen doen. Waarvan je weet dat dat tegen Gods geboden is. Wat zou je doen? Ja, ik denk dat ik dat zou zeggen. De overheid vraagt het van me. Dat was in het geval van Daniel ook. Degene die over hem gesteld waren. Maar wij moeten goden meer gehoorzaam zijn dan de mensen. Ja, maar als je dan je vrijheid verliest. Ja. Als je dan je vrijheid verliest. Maar als je dan je leven verliest. Als je ziel dan schade leidt. Daniel nam in zijn hart voor. En dat is enkel genade gemeente. Maar wat een wonder. En daarom denk niet dat het niet meer kan. Laten wij aan Gods genade niet vertwijfelen. Nog in de zonde blijven leven. Het is enkel genade. En genade betekent om niet. Het is niet verdiend. Niet dat Daniel het verdiend had. Niet dat hij zo zijn best gedaan had. Of zo serieus was. Of degelijk was. Maar het is genade. En dat omwille van de verdiensten van de Heer Jezus Christus. Daarom. Daarom is er genade. Niet omdat u het verdiend hebt. Maar omdat het verdiend is. Het heeft Gods eigen lieve zoon. Zijn leven gekost. En hij heeft zijn lichaam laten breken. Zijn bloed laten vergieten. Tot een volkomen verzoening. Het was onze eerste gedachte. De omstandigheden waaronder. We gaan naar onze tweede gedachte. De middelen waarmee. En God geeft Daniel genade en barmhartigheid. Bij Aspenas, bij de onderdrukker. En omdat hij genade en barmhartigheid ontvangt van de onderdrukker, van Aspenas. Aspenas stemt Aspenas ook toe met het verzoek. Tien dagen. Zullen ze het proberen. Een bijzondere gemeente is het. Dat de heren Daniel bindt aan zijn geboden. Daniel nam zich voor zich niet te ontreinigen. Als je daar alleen al over nadenkt. Zo'n voornemen. Hoe makkelijk kunnen de zonden ons overspoelen. En dat we er niet eens over nadenken of iets wel goed is. Of de Heer het wel wil dat wij dat doen zullen. Maar zo makkelijk kunnen toestemmen. Maar Daniel hij nam in zijn. Het was een hartelijke keuze van hem. Het was een genadige keuze van hem. En de Heer zegt dat. Maar dat geeft ongetwijfeld strijd. En dat ziet u. Het moet ook Aspenas. Moet hij overtuigen. Maar een keuze jongens en meisjes. Als je kiest voor de weg van de heren. Voor de wil van de heren. De gunst van de heren. Dan gaat dat strijd geven. Dat is de strijd waar de postel Paulus van spreekt. Over een oude en een nieuwe mens. Want in de wedergeboorte. De wedergeboorte. Ook die moet gepreekt worden, gemeente. Dat wondere werk dat de Heere zonder ons in ons werkt. Daar is een mens totaal passief. En dat is nog maar goed ook. In dat wondere werk van de wedergeboorte ontstaat er een tweemens. De oude en de nieuwe mens. Nou, inmiddels voor de 18 plus kategorisanten is dat praten kennis. En ik heb daar het beeld gebruikt van twee honden. Twee honden in één hok. Een goede hond en een kwaaie hond. En wie geef je nou te eten? En dat geldt voor ieder wedergeboren mens. Wie geef je nou te eten? Die oude mens of de nieuwe mens? En hoe geven wij de oude mens te eten? Die geven wij te eten door... Ons in allerlei verzoekingen te begeven. En daarom liet de Heer Jezus zijn discipelen ook te bieden. In het aller volmaakste gebed. Leid ons niet in verzoekingen. Want het is toch ook niet eerlijk gemeente. Als wij onze vinger in de vlam steken. En dan vervolgens aan de Heer vragen of hij de pijn wil wegnemen. Hoe geef je die oude mens te eten? Nou, door te blijven optrekken met die ongelovige vrienden. Die steeds weer aan je lopen te trekken. Ach joh, maakt toch niet zoveel uit. Toch, één keer is toch niet zo erg. Ga gewoon mee. Gemeente, ik heb een man gekend. Hij was twintig. En zijn vrienden kwamen op zondagmiddag. Kom joh, ga mee. Naar de bioscoop. En vanaf dat moment is hij nooit meer in de kerk geweest. Nooit meer in de kerk geweest. Zijn kinderen niet gedoopt. Zijn kinderen er niet bij opgevoed. Maar een van zijn kinderen. Dat gaf de heren in het hart. Je moet weer naar de kerk. En dat heeft ze gedaan. En inmiddels helemaal overgeschreven. Met heel de gezin. De heren laat niet los. Maar wat kunnen wij. Een donkerheid over onze ziel halen. Als je gevoelig bent voor mooie kleren. Dan moet je niet gaan winkelen. Er is trouwens een verschil tussen winkelen en boodschappen doen. Dat begrijpt u wel. Als u boodschappen gaat doen. Dan heeft u precies helder wat u nodig hebt. En als u gaat winkelen. Dan komt misschien wel het tiende gebod in gedrang. Gij zult niet begeren. Waar we het vanavond over hebben. Of misschien nog dichter bij huis, gemeente. Het ging over die oude mens, hoe we die te eten geven. Als uw werk u nou totaal in beslag neemt. En dat als u s'avonds thuis komt, u geen lust meer hebt om nog een goed boek te lezen. En dat u zo afgedraaid bent van de hele week. Ja, u redt het nog net om naar de kerk te gaan. Maar de rest van de dag. Voor apengapen op de bank. Weet u wat de Heer Jezus zegt? Als uw oog u ergert. Hou hem uit. Of ik denk aan Job. Die zegt. Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen. Gemeente zijn wij niet comfort christenen. Maar die godzaliglijk willen leven. In Christus Jezus. Schrijft apostel Paulus aan zijn geestelijke zoon Timotheus. Die godzaliglijk willen leven. Zullen vervolgd worden. Zullen strijd hebben. Strijd kennen. En als u geen strijd hebt gemeente. En ik bedoel dan die strijd met de zonde. Dan moet u zichzelf ernstig nakijken. Dan moet u zichzelf ernstig onderzoeken. Of u niet loopt op die brede weg die tot het verderf lijkt. Maar wij kunnen op die brede weg ook een smalle weg creëren. Op de brede weg een smalle weg. En dan denken we nog heel wat van onszelf. Dan kunnen we onszelf nog verheffen boven mensen in de wereld. En je snapt het toch niet dat die mensen zo leven. En zie ons dan eens, wij zijn ernstig en wij zijn zoekende. En waardoor we rustig op de brede weg kunnen voortwandelen. Omdat we ons daar een smalle weg op gemaakt hebben. Begrijpt u het gemeente? En daarom is het nodig om de toevlucht te nemen tot den Heere Jezus Christus. U zegt, misschien wel had ik maar meer zicht op mijn zonde. Of als de Heer hem nou eens tegenkwam. Wat dan gemeente? Moet er eerst iets ernstigs gebeuren? Laat toch zo'n dwang voor u niet nodig wezen. Want wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Ja dan kunnen wij terwijl wij in de kerk zitten. Kunnen wij God verlaten. Zo aangrijpend. En daarom hebben we nodig geleerd. Geleid te worden. En dan hebben wij geen hoge priester die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden. Schrijft de apostel Paulus. Als er één verzocht is. Verzoekingen moesten ondergaan. Is het de Heer Jezus Christus wel. Toen hij verzocht werd van de Satan in de woestijn. En de Satan zei als je voor me buigt zal ik je al de koninkrijken van deze aarde geven. Gemeente wat een verzoeking. Hij moest gaan lijden en sterven. Om de koninkrijken van deze aarde te beërven. En hij kreeg ze zo in de schoot geworpen. Het zou met kruis besparen. Maar hij heeft het niet gedaan. Onbegrijpelijke goedheid en liefde. Dan was het bekeken met de zaligheid. En daarom met alle verzoekingen. De middelen. Zoals we hier zien bij Daniel. Hij nam in zijn hart voor. Door Gods genade hebben wij de Heren nodig. Hebben wij het werk van zijn Zoon onwisbaar nodig. Het was onze tweede gedachte, de middelen waarmee. We gaan naar onze derde gedachte, de gevolgen ervan. Want de Heere gedenkt aan zijn verbond. Hij brengt zijn kerk in de wereld. Maar niet om ze onder te laten gaan. Niet om ze teniet gedaan te worden. Zingt u nog maar een keer Psalm 106. Zoals ze dat zojuist gedaan hebben. De Heere gedenkt aan zijn verbond. Ik ben de Heere uw God. En gij zult mij tot een volk zijn. En hij houdt zijn volk staande. In een voluit vijandige omgeving. En in Babel was alles gericht. Om nou de God van Israël te niet te doen. Door zijn volk te niet te doen. En dat gaat door, gemeente, die strijd gaat door tot op de dag van vandaag. Alles zal zich tegen Israël keren. De volken zullen zich... Tot Jeruzalem wenden en ze zullen zich vertillen aan die lastige stenen. En daarom is te vrezen ook voor ons land en volk. Ze maatregelen uitvaardigen tegen Israël. En nogmaals doet Israël alles goed. Het zijn zondare gemeenten die waarachtige bekering nodig hebben. En daarom is het ten diepste ook niet tegen het volk Israël. Maar het is tegen de God van het volk Israël. En daarom is het ook een geestelijke strijd. En als het gaat over die strijd, een geestelijke strijd. Dan zie je de onredelijkheid. Je kunt het gewoon niet begrijpen. Maar dat is het kenmerk van een geestelijke strijd. Het gaat tegen het levende kind van God. Maar houdt Israël dan de geboden? Zoals Daniel deelt dat hij het in zijn hart voornam, zich niet te ontreinigen. Houdt het volk Israël dan zijn geboden? Misschien hebben wij wel een veel te positief beeld van het land Israël. Als u beseft dat 80% van de inwoners van Israël is gewoon seculier. Leeft gewoon voor het vaderland heen. 10% is orthodox of ultra-orthodox. Dat zijn die mannen in die zwarte lange jassen zeg maar. Met die hoge hoeden, die pijpenkrullen. En dan heb je nog 10% dat is Messias beleidend. Of een andere godsdienst. Maar 80% seculier. Hoezo? Houden ze gods geboden. En ondanks hun ontrouw gemeente. Heeft God dan zijn volk verstoten. Dat zijn verre. Hij blijft de getrouwe. De onveranderlijke. En daarom hij kan niet van zijn verbond af. Maar hij wil ook niet van zijn verbond af. Dan zou hij ophouden om God te zijn. En als u dan zo diep trouw ziet. En dat de roeping Gods onberouwelijk is. Gemeente dat moet toch uw harde hart breken. Want daarom is hij ook nog aan u getrouw. En daarom brengt hij u vanmorgen nog in zijn huis. En wil hij nog tot u spreken. En wil hij nog van vrede tot u spreken. En is hij het nog die nodig en roept. En dan de gevolgen. Als we dan kijken wat er gebeurt in het leven van Daniel en zijn drie vrienden. In die tien dagen zijn zij schoner en vetter. Dan al de anderen. Die zich volgegeten hebben. Met vlees. En volgedronken hebben met wijn. En terwijl Daniel en zijn drie vrienden. Alleen van het gezaaide gegeten hebben. Waren zij schoner en vetter. En de Heer doet nog meer. Hij gaf wijsheid. Wijsheid zodat ze verstandiger waren. Dan al de wijzen van Babel. En Daniel gaf hij verstand in gezichten en in dromen. En gemeente, dat maakt het zo onbegrijpelijk. Dat de Heere eenvoudig werkt door mensen. Ik heb de vorige keer gezegd dat de Heere zijn voorzienigheid uitwerkt door beslissingen van mensen. Dus de Heere schakelt mensen niet uit, maar schakelt ze in. De Heere heeft mensen helemaal niet nodig. En toch wil hij ze gebruiken. Wil hij ook Daniel en zijn drie vrienden gebruiken om zijn raad te volvoeren. Dat is het wondere werk van zijn genadegemeente. Als hij in u gaat werken, dan gaat hij u niet uitschakelen. Maar dan gaat hij juist inschakelen. En dan gaat hij uw verstand verlichten. En dan gaat u dingen zien die u nog nooit gezien hebt. Misschien een bepaald bijbelgedeelte, wel honderd keer gelezen. En dat het u niks zei. Maar als de Heilige Geest gaat werken, dan wordt het levend. En dan breekt hij dat gesloten hart open. Dat harde hart, dat vermurft hij. En dan gaat alles op zijn kop. En dan moet het ook alles anders in uw leven. En dan kunt u uw oude leven niet meer vasthalten. En dan wordt het één groot wonder. Er is geen wonderlijker leven dan het leven met de heren. En dat hij zo nog mensen gebruiken wil om zijn koninkrijk uit te breiden. De heren sterkt zijn volk. En gedenkt aan zijn verbond. Maar wie is dan zijn volk? Gemeente, in de eerste plaats. Is dat zijn volk Israël. En waarom heeft hij dat volk verkoren? Omdat het zo'n geweldig volk is. Omdat het zo'n groot en sterk volk is. Een machtig volk. Hij roept Abram. Abraham. Uit het Urder Galdeeën. Daar waar Abram de afgoden diende. Leest u maar na in Joshua. En hij roept Abram. En hij trekt hem uit het Euder-Galdeeën. En geeft het beloofde land tot een erfelijke bezitting. En zo moet u ook de geschiedenis van heel Israël volgen. Dan moet je de krant lezen met de Bijbel in je hand. Want de Heer volvoert zijn raad. En Gods roeping onberouwelijk. En daarom... Kan Paulus het ook zeggen. Hij is als het ware heilig verontwaardigd. Als er gedacht wordt dat God zijn volk verstolt heeft. Ondanks dat ze het zo verzondigd hebben. Ondanks dat ze de afgoden gediend hebben. Ondanks dat ze zijn eigen lieve zoon niet aangenomen hebben. Hij is tot de zijnen gekomen. En de zijnen hebben hem niet aangenomen. Getuigd Johannes. Maar gemeente, u ziet daar gewoon uw eigen beeld in. En ik, tot de zijne gekomen. U draagt toch ook het teken en zegel van zijn verbond? Hij komt vanmorgen tot de zijne. En aangrijpend als dan het getuigenis klinkt. De zijne hebben hem niet aangenomen. Nee, de kerk is niet in de plaats gekomen van Israël. Maar mogen wel delen in dezelfde verwachting. Gemeente, daar is de hervormde kerk uniek in. De enige kerk die een beleidende uitspraak doet over Israël. In de kerkorde. Dat was in de oude situatie zo. Maar dat is blijven staan. Maar we zien ook in de PKN hoeveel weerstand het tegenkomt. Mag er nog wel... Een Israël zondag zijn. Dan zie je hoe alles zich keert tegen Israël. Tot zelfs de kerk toe. Maar er zal een moment komen gemeente. Dat ook het volk Israël. Jezus de Nazarener. Die zoon van die timmerman. Zullen erkennen. Dat hij de Messias is. Waarvan de profeten altijd zo heerlijk gesproken hebben. Er zal een moment komen. Waarvan de apostel Paulus ook schrijft. Dat als zij zich bekeren. Dan zal het deksel van hun hart worden weggenomen. En dan zullen ze het zien. Gans Israël zal zalig worden. Prachtig als u de kanttekeningen leest. Die over het algemeen wat terughoudend zijn. Wat sober zijn als het gaat over de belofte voor Israël. Maar in Romeinen 11 vers 26 gaan ze helemaal open. Gaan alle registers open. Het ziet op een nationale bekering. Gemeente zal het dan niet zo zijn. Dat heel de wereld het horen zal. Zoals Jozef die zich bekend maakt aan zijn broeders. In Egypte. Doet alle man van mij uitgaan. Nee, daar heeft de Heer er niemand voor nodig. En als Jozef zich bekend gemaakt heeft. Ik ben Jozef. Dan hoort het hele paleis het. En zo zal het ook zijn. Als Christus zich bekend maakt aan zijn broeders. Dat heeft Paulus ook gezien in Romeinen 11. En dat indien hun val dan is. De rijkdom van de wereld. Het evangelie verstoten. Ze hebben Paulus uit de synagoge geworpen. En dan ging Paulus naar de heidene. Zo heb u het evangelie gekregen. Omdat de joden het verworpen hebben. Indien hun val dan is de rijkdom der wereld. Hoeveel te meer. Als de heren hen zal levend maken. Dan wacht er nog een rijke tijd gemeente. Zie ik het? Ik zie het niet. Maar ik geloof het. Omdat de Heer het beloofd heeft. Er moeten er nog vele worden toegebracht. De Heer gaat nog grote wonderen doen. Hij doet nog grote wonderen. Ook vanmorgen. Door het u te laten verkondigen. Dat er redding is. Dat er vergeving is. En u hebt nodig. Hem te omhelzen. Als borg en middelaar. Jezus de Nazarener. En daarom bent u geen haar beter als een jood. Want een jood zocht naar een zaligmaker die aansloot bij zijn vlees. En dat doen wij ook. Ik wil wel zalig worden. Maar wel graag op mijn manier. Maar dan moet er een streep door alles wat van u is. Ik moet sterven. Aan alles wat van mij is. Aan mijn degelijkheid. En aan mijn godsdienst. Sterf aan alles. Om Christus te gewinnen. En de heren weten. Dat u het niet kunt. En dat u zich niet kunt bekeren. Maar hij wacht. Hij wacht. Tot u het hem komt vertellen. En dat u geen raad meer weet. Omdat u zich bekeren moet. Maar u kunt het niet. En daarom wacht hij om genadigd te zijn. En hij zegt zie hier ben ik. Zie ik hier ben ik. Wend u toch naar mij toe. En wordt behouden. O alle gij einde der aarde. Want ik ben God. En niemand meer. Ik ben de Heere. Uw God. De Heere sterkt zijn volk. En gedenkt aan zijn verbond. Amen. Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 91 vers 1. Hij die op Gods bescherming wacht. Wordt door de hoogste koning beveiligd in de duistere nacht. En wat er verder volgt. Eerste vers uit Psalm 91. Laten ♪ Gezang wij eindigen met dankgebed. Heren alle reden om u. te danken, te loven en te prijzen voor uw onveranderlijke verbondstrouw. Ondanks onze ontrouw blijft u de getrouwe. En daarom kwam u ook vanmorgen om ons te ontmoeten in de gedaante van uw woord. En we zeggen u namelijk moedig dank, heren. En wat legt u het dicht aan ons hart. Maar opdat we ons niet zouden blijven verzetten. En telkens hebben we het weer nodig. Om ons te leggen aan uw voeten. Heren we bieden het van u. Wees zo zelf de naprediker. We hebben veel reden om u te danken. Want zo mocht er ook in de gemeente nog weer een kind geboren worden. Bij het gezin Tanis Sperling. En Roan werd geboren. Maar Roan heeft ook nodig om wederom geboren te worden. En zoals u de geboorte hebt gewerkt. Is het ook nodig dat u dat wondere werk van de wedergeboorte werkt. Heren werk het. En dat hij al jong u mag leren kennen. En zegen daartoe ook de opvoeding van de ouders. Dat het woord open mag gaan. Dat ze hem leren bieden. En leren zingen. Om u groot te maken. Samen met de andere kinderen van het gezin. We zeggen u naam dank heren. Dat u ook het leven van moeder gespaard hebt. Maar werk dan krachtig. En dat om dit gezin mag zijn. Een kerkje in de kerk. Heren ga met ons. Breng ons veilig thuis. Ook vanavond hier weer samen. Onder de verkondiging van uw woord. Bidden we van u. Om Christus wil alleen. Amen. Onze slotsang is uit Psalm 21. En wij zingen daarvan het derde en ook het zesde vers. Gij die hem gunstig hebt gered. En ook het zesde vers. Gewis gij zult al eeuwen door hem met uw gunst verzellen. En wat er verder volgt, derde en zesde vers, Absalom 21. Dan ♪ Gezang in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren. De Heren zegenen u en behoeden u. De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig. De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede. Amen. ♪ Gezang