0:02Goedenavond, beste luisteraars.
0:05We
0:07hopen dat ook jong en oud ook deze avond weer mogen luisteren naar de zaterdagavondverhalen.
0:14Ook deze week heb ik een mooi boekje, een oud boekje al kunnen vinden.
0:20Vanaf 1915 is dat geschreven.
0:24En wat de naam heeft, onder de leiding gods.
0:29Er staan ook nog wat veel oude, wat moeilijke woorden in.
0:33Dus ik probeer dat gelijk wat om te zetten.
0:36Misschien dat u nog wat oude woorden hoort, maar waarschijnlijk kent u die woorden ook wel.
0:41Dus met de titel Onder de Leiding Gods.
0:46Het was op een prachtige schone middag in de maand september, dat we een troepje kinderen ontwaren, die juist het dorpje aan een masse achter zich lieten om de grote weg naar Genève
0:58te volgen.
0:59Het zijn de kinderen uit Savoye.
1:03Welk onder leiding van een volwassen landgenoot, de grote Jaap, zoals hij daar bekend is, de wijde wereld intrekken om een bestaan te vinden.
1:13En daardoor niet meer te weten dat bergland Savoye een arm land is.
1:19En dat de ouders daar meestal buiten macht te zijn, hun kroost langer te onderhouden dan tot om 10 of 12 jaar geleefdheid.
1:31Dan weten zij niet beter om te doen dan naar een van de grote steden naar Frankrijk te gaan.
1:37En bevoorkeurd naar Parijs.
1:39Om te zien of ze door het zingen langs de straten of om schoorsteenveuger of zoiets te worden aan de kost te kunnen komen.
1:49Bezitten die kleine Savoiaards een marmotje of leerde men op de lier spelen?
1:54Dan hebben deze wel wat voor op de makkers.
1:58Welke zomaar op goed geluk af.
2:00de tocht ondernemen vooral wanneer hij zij tot het rijke holland kunnen brengen dit
2:09goede land is wijd en zijd als zodanig bekend onder de armen van de wereld en wel omdat weldadigheidszin door alle eeuwen heen in nederland een volksdeugd is geweest
2:21al is dit troepje reeds al drie dagen onderweg
2:26Zien zij er toch nog niet vermoeid uit.
2:27En tegendeel, over het geheel genomen schijnen ze levenlustig genoeg te zijn.
2:32Want begint de grote Jaap op zijn leer te spelen.
2:36En dan zingt en dan springt en het lacht dat kleine volkje dat het een lust is.
2:42De geleider met zijn onnozel gezicht is net de man naar om die kleine scharen te misleiden betreffende de toekomst die hen weldra wacht.
2:55Als hij maar eenmaal van die jeugdige landverhuizers af is, zonder dat de strafrechter daarin betrokken raakt, dan is zijn beurs in ieder geval voorzien van de voordelige voorwaarden
3:07waarop hij de kinderen afstond.
3:09En dan keert hij opgeruimd weer terug naar Savoye, om in het volgende jaar weer een nieuwe tocht te ondernemen.
3:18Wel zegt men daar dat hij niet meer in enkele dorpen zich durft te vertonen.
3:25Ja, dat hij enkele vaders en moeders van kinderen die hij wegbracht, steelsgewijs ontwijkt.
3:32Doch, dat schaadt hem minder, wel hij de man is die in de grote wereld de weg weet en men toch weer bij hem moet aanlanden als er kinderen zijn die de wereld hermoeten.
3:45Daar hij ook altijd vol aardigheid is en altijd met een luchtige glimlach die jeugdige hartjes weet te winnen,
3:53Vergeten de kinderen spoedig hoe smartelijk het een afscheid van ouders en betrekkingen viel te hunkeren en
4:03daarna naar een land waar zij worden geleid.
4:08Als wij hun landtaal, het plattelands Frans, kunnen verstaan, dan zullen wij vernemen hoe die arme kinderen onder hun omstandigheden gestemd zijn.
4:19Wat ben ik in mijn schik, zegt de een, dat we uit dat lelijke land zijn waar we niets dan hoge bergen met besneeuwde toppen te zien krijgen en woeste stromen tussen de kale rotsen.
4:31Jaap zegt dat we niet ver meer zijn van die prachtige wijnbergen in Frankrijk, waar tussen het koren groeit en waar de mensen witte brood eten.
4:41Juist, merkt een ander, en waar we zoveel stuivers zullen krijgen als de mensen ons maar geven willen.
4:48Ja, roept een derde.
4:51En sluit zich bij de praters aan, Jaap heeft zelf gezegd, die krijgen we ook met dansen en zingen voor die grote heren en die mooie dames in die grote kastelen.
5:02Jongens, roept de eerste uit, ik wou dat ik er al was.
5:06Wat zullen we daar goed hebben?
5:09Nou, vooruit maar jongens, roept de grote Jaap ertussenin.
5:12En nu weer haasje over, hupsa!
5:16En toen hij weer aan het spelen was op zijn lier onder de grappers te sprongen, zodat men het uitschaterde.
5:22Ja, dacht Jozef, een van die zeven kinderen, als ik soms
5:29wat centen verdien, dan zal ik om mijn moeder denken.
5:32En ben ik eenmaal groot genoeg, dan keer ik naar de bergen terug om mijn reizigers tot gids te dienen.
5:40Oh, was het maar zover.
5:43Eén van de beide meisjes, die een kistje droeg waarop een marmotje of een bergrat zat,
5:49kon maar volstrekt niet delen in die algemene uitbundige vreugde van die jongens.
5:56Dikwijls blikte ze weemoedig naar de wijkende bergen achter haar en stonden haar de tranen in de ogen.
6:05Zou ik ooit mijn lieve moeder weer terugzien?
6:08vroeg zij zich af, want was zij bedroefd en ik niet minder.
6:14En die goede moeder, Charlano, over haar, Jozef, dat God u geleidde, terwijl wij dag en dag voor u bedden.
6:23Ja, dat zei ze.
6:25Moeder was te bedroefd om iets te zeggen.
6:29Vooruit maar kinderen, arme kleine.
6:32De hoedegod zal een betere zijn dan die gij te wachten hebt van de grote jaap, op wie zich reeds zoveel verlieten, maar er beschaamd mee uitkwamen.
6:46Drie maanden zijn er sinds die septemberavond al verlopen en slechts twee van al die kinderen hebben het tot Parijs kunnen brengen.
6:56De anderen zijn in Lyon of Nantes of in een van die tussenliggende plaatsen in het hartje van Frankrijk achtergebleven.
7:04Door die grote Japan verstand wist te brengen hoe voordelig het zou zijn als ze daar bleven.
7:12Hij bedoelde met dit te zeggen niet anders dat het voor hem voordelig zou zijn.
7:16De kinderen volgden zijn raad op en ze achten zich gelukkig, zo spoedig en goed al geplaatst te zijn.
7:25Arme kinderen.
7:27Waarom dit met hen zo uitgekomen was, begrepen zij toen misschien zelf niet.
7:33Maar in het vervolg van het verhaal zal ons het doen zien, dat Catharina Linas, die wij reeds leren kennen, en Jozef Chalano, over wie wij ook reeds spraken, beide in Parijs zelf aanwanden.
7:46onder de leiding Gods.
7:48De grote Jaap had samen overgedaan aan een zekere Vionas, een
7:54van zijn landgenoten welke zich daar als schoorsteenveger en opkoper gevestigd had.
8:01Wat voor een mens deze was, dat zal spoedig blijken.
8:06Katharina, of Katrientje, zoals Jozef haar steeds noemde, had aanvankelijk met haar marmotje rondgezworven.
8:14Doch...
8:15Toen het beestje in de winterslaap viel, had zij met zingen langs de deuren haar kost opgehaald.
8:21Was ze dan zo vrolijk gestemd?
8:23Nee, nee dat niet, ze was verder van vrolijk.
8:28Met een weemoedig hart heeft zij gezongen en wellicht daardoor enkelen geroerd, die haar een aal moest gaven.
8:36Want elke avond moest zij twee franks thuisbrengen, want we en we als ze die niet heeft opgehaald.
8:43Als ze er dan zonder slagen en met scheldwoorden afkwam, om zonder eten naar bed te gaan, dan mag ze zich gelukkig achten.
8:50Naar bed, dat wil zeggen naar haar stroozak, onder de dakpannen en gedekt onder een stuk versleten karpet.
9:00Daar kan zij dan uit wenen en aan haar lieve moeder liggen denken, die beloofd heeft, al sprak zij het op het ogenblik van afscheid niet uit, dat ze...
9:11elke avond voor haar bidden zal.
9:14Welk een voorrecht, nietwaar, ouders?
9:17Of ook slechts een moeder te bezitten van wie de kinderen de vaste overtuiging uit het ouderlijk huis meenemen dat er voor hen gebeden wordt?
9:26Die hun kinderen leerden wat bidden is.
9:30Want hoe zou ons Katrientje dit zo hebben kunnen waarderen wanneer moeder Linas haar niet reeds vroegtijdig had bekendgemaakt met een enige naam?
9:40die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.
9:44Nu zij voor haar een geheel onbekende wereld tegemoet ging, kwam het door het eenvoudig te zeggen, moeder heeft beloofd dat ze elke avond voor ons bidden zal.
9:55Zo duidelijk uit
9:58dat het jeugdige hartje een kinderlijk geloof woonde.
10:01Het uitgestrooide zaad, Gods woord, was in vruchtbare grond gevallen.
10:07En daar de Heer de waarmaker van zijn beloften is.
10:11zal hij ook de wasdom geven.
10:14Doch evenals het graan in de natuur slechts rijpen kan onder regen en windvlagen, zo zal het ook gaan met de dingen van de geest.
10:24Katrientje wist dit nog niet, want op het aanstaande kerstfeest zal ze pas acht jaar worden.
10:31Jozef is al in zijn tiende jaar.
10:33En deze is schoorsteunveger geworden, evenals de anderen van zijn makkers die van verre zijn.
10:39Daar de Savoyards gewoonlijk in Frankrijk belanden, wanneer de Zwaluwen het verlaten, worden zij door de Parijzenaars winterzwaluwen genoemd.
10:50Op de decembermorgen, welke het kerstfeest dat toen op de zondag viel vooraf ging, sleepte Jozef zich achter de meester voort aan wie de grote Jaap hen het overgedragen,
11:02met Katrientje erbij.
11:05Let wel, hij had dan overgedaan, niet verkocht.
11:10Maar wij weten wel beter.
11:12De halfgesmolten sneeuw maakte de straat een haast onbegaanbaar.
11:18En ach, hoe betreurde het kind de landstreek van zijn geboorte, waar de schitterende witte sneeuw de bergtoppen bedekte.
11:28De meester, hoewel in grof gewaad, was toch warm gekleed.
11:33Toch hij met zijn doorweten sandalen en een buisje over het hemd,
11:40klappertanden van de kou, die vinnig aangreep.
11:45Konijnenvellen, oud ijzer, lorren te koop, zo roept zijn baas met tussenpozen.
11:51En Jozef verhaalt als een echo, lorren te koop.
11:56Zwart van roet en met een krabber, een bos touw en veegroende bladen, heeft hij de handen in de doorgesleten broekzakken gestoken.
12:07En de ijzige wind doet hem huiveren.
12:11Die morgen heeft hij nog niets genuttigd.
12:14En hij benijdt Katrientje, welke in het hospitaal ligt met de koorts.
12:19Hé, denkt hij, wat moet die het lekker warm hebben.
12:23En voor de zoveelste maal heeft zijn meester te vergees geschreeuwd.
12:27En heeft Jozef het met steeds zwakkere stem nagegallend, toen de baas gemeenlijke stem draait.
12:37Het schijnt wel dat niemand er vanmorgen over denkt om zijn kachel te laten uitgaan, ten einde van de schoorste vegen zijn gang te laten gaan, zo mompelt hij.
12:47En niemand heeft wat te koop,
12:50en niemand heeft wat te koop, zo spreekt Jozef hem dromerig na.
12:55Houd je me voor de gek, snuit hij hem ten meeste toe, daar hij allesbehalve ook goed gemutst was, omdat hij nog geen cent verdiend heeft.
13:06Hij keert zich daarop neidig om en roept Jozef vinnig toe.
13:10Wil je wel wat harder schreeuwen?
13:14Ik wil wel, baas, maar ik kan het niet, zegt de kleine met een bevende stem.
13:19Zo heeft hem de kou te pakken.
13:22Wat zeg je nou?
13:23vraagt deze.
13:24Nu, ik zal je wel leren, schelm die je bent.
13:28Meteen krijgt hij een klap om de oren die raak was.
13:32Dat zag een werkman.
13:34Wel ik ken bijna tot na te kijken.
13:36En met één sprong staat hij gloeiend van verontwaardiging voor Jozef meester en roept uit.
13:42Grote leiaard, schuim je je niet om dit arme kind, dat bijna niets aan zijn lijf heeft en niet meer de natte vodden om de voeten en zulke weer achter je mee te laten baggeren?
13:55Raak er nog eens aan als je durft.
13:57Dan krijg je met mij te doen, onmens die je zijt.
14:01De voorbijgangers bleven staan.
14:04En vormde dan heel spoedig een kringetje rondom hen.
14:08Want men had schikkende en moedige en medelijdende werkman.
14:12En had te doen met die schrijende Jozef.
14:14Die barwartige Samaritaan maakte zijn zakje los.
14:18Dat hij onder de arm droeg.
14:20Brak zijn boterham door en gaf er de helft van aan Jozef.
14:24Een meewarige vrouw ging een kom warme melk voor hem halen.
14:30Ze nam zijn hoedje af en wierp haar een...
14:34Een cent in.
14:35De omstanders volgen haar voorbeeld.
14:39Zelfs kwamen de winkeliers erop toe en deden het hun erbij.
14:44En met welgevallen zag de werkman aan hoe gretig Jozef in zijn boterham inhakte.
14:51Daar keek hij in de hoed.
14:53Dank je wel, vrouw, riep hij uit.
14:56Daarvoor zullen we de knaap van de schoenen voorzien.
14:58Dan zijn we tenminste zeker van dat geld niet zal gaan in die zak van die snoeshaan daar.
15:05Meteen was hij aan de overkant bij de uitdrager ingewipt en het kind dat nu bekomen was, was spoedig warm en van goed schoeisel voorzien.
15:14Want een vrouw uit de buurt had aan die gekochte schoenen ook volle kousen toegevoegd.
15:21Pas op, snuiter, zei de werkman tot de kinderbeul, dat je die kleine niet weer aan het lijf komt.
15:29En jij, mijn jongen, als hij het weer doet...
15:32Kom dan maar naar mij toe op nummer 27,
15:35vijfde verdieping en vraag naar Louis Varro.
15:40Hoor je mij?
15:41Meer heb ik je niet te zeggen en nu tot ziens.
15:46Zonder verder antwoord af te wachten was hij reeds uit het gezicht.
15:53De volgende dag was het een dubbel feest.
15:55Voor eerst was zondag en dan, gelijk als wij weten, ook kerstdag.
16:02Daarboven was Katrientje jarig.
16:05Nog viel er ook sneeuw.
16:07Het ging niet verhinderen dat de kooplieden achter hun wagens gezeten een drukte hadden en sinaasappelen te verkopen, kokosnoten, vijgen, suikerwerk en koek.
16:18Zulke uitstalingen zijn in Parijs op zondag niet verboden.
16:22Vooral niet aan het einde van de scène, waar
16:30ook twee hospitalen liggen en de bezoekers van zieke betrekking al zo in de gelegenheid zijn.
16:36om versnaperingen op te doen en er de zieken mee te verkwekken.
16:41Juist op dat uur is daar bezoek toegestaan.
16:44Op een stoep naast het ziekenhuis vinden wij onze Jozef terug.
16:51Hij staat daar onder de sneeuwvlagen, bibberend van de kou, met zijn handen in de zak en vestigt een treurige blik op de laan die naar het ziekenhuis voert.
17:02Hij is hierheen gegaan om Katrientje te bezoeken.
17:06en voor het hek gekomen dat open staat om de bezoekers als uit te nodigen vrijmoedig naar binnen te gaan.
17:14Hij kan er maar niet toe geraken om hen te volgen.
17:17Maar waarom, vraagt men wellicht.
17:20Wel, omdat hij bemerkt heeft dat alle binnenkomende mensen bij de portier, bij de ingang, de koeken en de versnaperingen moeten laten zien, waarmee zij hun zieken zullen verrassen.
17:32En de geschenken zijn...
17:36Deze keer overvloediger dan anders, omdat het vandaag kerstfeest is.
17:40En men de kleine zieken van het hospitaal, wat genoemd wordt het kinderke Jezus, vooral wel goed bedenken mag, die arme Jozef denkt, uitgeneen
17:54waarneemt, dat het een voorwaarde is, waarin iedereen moet voldoen, om naar binnen te mogen gaan.
18:06om voor Katrientje een koekje, hoe klein ook het is, om te kopen.
18:10In Hoeghane zou hij dat lieve kleine kind toch opvrolijken met een of andere versnapering.
18:18Wat zouden haar donkere oogjes verhelderen als zij zag dat Jozef haar niet vergeten had.
18:24Doch als hij stond daar als machteloos bij zoveel verdriet.
18:30Twee dikke tranen rollen hem over de wangen, die slechts ten dele
18:36van het roetzwarte ondaan te zijn en tekenen zich af op dat droevige gelaat.
18:42Mij dunkt, ge hebt enig medelijden met de arme knaap.
18:47In Oegane zoudt gij iets van uw overvloed hebben, willen afstaan om hem te vertroosten.
18:53Hij is erheen gegaan in de hoop zijn lieve vriendin hier te mogen geluk wensen, zoals hij dit in andere jaren deed onder de liefkozingen van twee gelukkige
19:05moeders.
19:06En nu staat hij daar bedremmeld en verslagen, want hij mag er niet in, zoals hij denkt.
19:12En waarom niet?
19:14Omdat hij niets heeft om haar aan te bieden.
19:17Ach, hij zou het hem zo gaan uit de dwaling hebben geholpen, nietwaar?
19:22En gezegd hebben, kom, Jozef, ga maar naar binnen, ook zonder iets te hebben.
19:27Men zal je nooit terugwijzen.
19:31Indien u dit ernst is, bedenk dan, tevens, dat er o zoveel omstandigheden in het leven kunnen voorkomen,
19:38waarin je op bezwaren stuit die slechts in schijn bestaan, en toch benemen nu voor een korter of langer uw vrijmoedigheid.
19:47Op één wenk des Heren te verzinken zijn wij niet in de verlegenheid geraakt, maar maakt alstans plaats voor vreugde die in u opging.
19:59Gelukkig gij, welke daarna dankbaar mag opzien tot hem die de uitkomsten gaf.
20:04Of Jozef zo gestemd was, dat zullen wij later horen.
20:08Zoveel is zeker dat het storten van de tranen alleen hem niet zou geholpen hebben.
20:13Denk maar eens aan Hagar toen zij zich zo diep bedroefd neerwierp en geen uitkomst zag.
20:21De engel des Heeren verscheen naar onverwachte sprak.
20:24God heeft de stem des jongens gehoord.
20:27Ter plaatse waar hij is, richt hij op en zie.
20:31Zo heeft hij niet uitgesproken of alle bezwaren is geweken.
20:36Hagar ziet de waterbron, vult de fles en is wel met zijn moeder.
20:40Ze zijn beiden behouden.
20:45Eensklaps verhelderde zich Jozef oog en wist hij zich de opwillende tranen met zijn mouw af.
20:51Hij heeft hem, de beschermende werkman Louis Varol, herkend.
20:57Zal deze wellicht de tweede keer hem uit zijn verdriet helpen?
21:00Wie weet, hoop doet immers leven.
21:03Zou bij de heer iets te wonderlijk zijn?
21:07Wel!
21:08Wat kom jij hier doen, kleine schafuit?
21:10vroeg Farol verwonderd.
21:14Ik wou Katrientje zo graag nog eens zien, was zijn antwoord.
21:17En wie is Katrientje dan nou mij?
21:20Mijn kameradje, de dochter van moeder Linas, waar wij samen uit Savoye gekomen zijn.
21:27Gaf wij met een enige verwondering te kennen, alsof wij voor een uitgemaakte zaak hield, dat al zijn aangelegenheden zulk een goede man wel bekend moesten zijn.
21:37Zo argeloos was zijn dankbaarheid.
21:40En zij is daar in het ziekenhuis.
21:44Arme kinderen zijn jullie toch, en wel ongelukkig.
21:47Maar wat zeg ik, eigenlijk is het een geluk voor het arme meisje, want men wordt daar uitstekend verzorgd, in een voortreffelijk godshuis.
21:56Wie verplicht is zijn kinderen daarheen te brengen, wordt al dadelijk gerustgesteld.
22:08voor de kinderen zorgen.
22:11Ze worden vertroeteld.
22:14Wat scheelt, Katrientje?
22:15ging hij overhagend voort.
22:18Ze ligt aan de koorts, meneer, zei Jozef.
22:21Ach, ik vat hem wel, mijn jongen.
22:23Meer slagen dan boterhammen.
22:26Geen vader, geen moeder meer.
22:29Wat gaat gij haar brengen?
22:31vroeg Van Rool.
22:32Niets, meneer, en daarom durf ik er niet in.
22:36En opnieuw welden de tranen op.
22:39die hij zo even had teruggedrongen in blijde hopen.
22:43Niet, zeg je?
22:44Maar dat kan zo niet.
22:46Daar, geef dit peperhuisje en deze sinaasappelen maar aan Katrientje.
22:51Ik ga nieuwe voorraad kopen.
22:53Het is iets voor een klein ding wat ik ging bezoeken, het meisje van mijn portierster.
22:58Zelf is ook ziek.
22:59En haar vader?
23:00Nu, hij is een dronkaard die ik veracht.
23:03Maar kom aan, nu ga ik naar Katrientje.
23:06Straks, als we weer heen gaan, spreken we elkaar nog wel.
23:09Sprak de vriend in nood.
23:12Zou Varel zich wel bedacht hebben in welke grote weldaad hij hier verrichten mocht?
23:17Zou hij wel geweten hebben dat een heren in zijn woord zegt dat hij zelf het hart der koningen leidt als waterbeken waarheen hij wil?
23:27Zou die milddadige werkman bij al zijn goedaardigheid wel ooit gelezen hebben wat er in Matthäus 25,
23:3534 of 40 ook voor hem te lezen stond?
23:40Wij weten het niet.
23:41Doch wel weten wij dat de Heer de blijmoedige gegeven lief heeft.
23:47O, heb dank, stamelde de ongelukkige Jozef.
23:51Wat zal Katrientje in haar schik zijn?
23:55Houd op met bedanken en zie maar gauw bij Katrientje te komen, riep Farol hem toe, terwijl er reeds alweer een eindje ver weg was.
24:04En eindelijk waagde ook Jozef de drempel van het...
24:09hospitaal te overschrijden.
24:11De ontbladerde laan doorgaande kwam mij in een van de hoofdgebouwen en vroeg aan de deurwachter, waar is Katrientje?
24:20Deze kon hem echter zo weinig niet en onmogelijk zelfs helpen, ook al had hij Katrina Linas voluit opgegeven, want in zulke ziekenhuizen ontvangen de
24:32zieken elke nummer en ruil voor hun naam, zolang ze daar vertoeven.
24:37Ja, zelfs de ziekenzalen dragen elke nummer en daarvan wist onze Jozef niets af.
24:45Intussen zag hij de zaal eens in en tuurde goed rond.
24:48Hij kon evenwel niets anders onderscheiden dan allerlei bedjes in lange rijen netjes naast elkaar, langs de wanden, onder de brede vensters geschikt.
25:00Een van de wachtdoende zusters bemerkte Jozefs verlegenheid en kwam op hem toe lopen.
25:07omdat hij blijkbaar niet verder durfde.
25:09Zo, wel kleine man, wat zoek je hier?
25:12vroeg ze vriendelijk.
25:14Op een zoet vlijende en deelnemende toon, waarop zij dit uitte, vatte Jozef nieuwmoed.
25:21Ik zoek naar Katrintje, lieve juffrouw, ze is vandaag jarig, herhaalde hij.
25:27Wel zo, kom maar eens met mij mee, vervolgde zij, de zaal weer ingaande.
25:32Ik geloof dat ik Katrintje onder mijn kinderen heb.
25:36Komt zij niet uit Savoye?
25:38Zie, daar gint ze hem.
25:40Zijn die twee donkere kijkers, welke ons het oog hebben, niet de ogen van Katrientje die gezoekt?
25:48Zonder de antwoorden nog te vragen, zou hij in de hem overstelpende vreugde zeker op haar zijn toegevlogen, als de vriendelijke zuster hem niet glimlachend stevig bij de hand had gehouden.
26:01Lieve jongen, ging ze voort, ik ben hier de moeder van al deze kleine meisjes en buiten mijn toestemming mag niemand haar iets lekkers geven.
26:10Wat heb je voor Katrientje meegebracht?
26:12Laat eens zien.
26:13Koekjes en sinaasappelen?
26:15Doe maar, dat zal haar best wel smaken, beste jongen.
26:19Toen ze daarop al voortgaande achter in de zaal het bedje bereikte waarin Katrientje lag, hoorden de zusters slechts twee begroetingen tegelijk.
26:29Jozef?
26:31Katrientje?
26:32Dat was al wat die beiden konden uitbrengen.
26:37Nou, ben je nu tevreden, kleine?
26:39vroeg ze verder en zag daarbij het gelukkige meisje aan.
26:43Het enige antwoord daarop was een donkere blos op haar anders zo bleek aangezichtje.
26:49Toch in die sprekende blik lag een groet van enige dankbare wederliefde.
26:54Nu mogen we samen wat praten, kinderen, hernam de zuster.
26:58Katrientje is nu al heel wat beter.
27:01En niet alleen daarom sta ik er toe, ook niet omdat hij mij vertelt dat het vandaag jarig is, zoals ik van je reeds vernomen had, maar bovenal gun ik het jullie zo, omdat wij heden het grootste
27:13verjaardfeest vieren van de Heer Jezus, die 19 eeuwen geleden geboren werd in een armelijke stal op de Bethlehem.
27:23Of hebben jullie daar nog nooit van gehoord, mijn jongen?
27:27O zeker, lieve vrouw, riep Jozef met een glans van vreugd op het gelaat.
27:33Moeder, niet alleen, maar allen die in ons dorp stelden dan het kerstfeest als een prachtig feest.
27:42Men vertelde ons dat er in de huizen van de rijken daar allerlei mooie geschenken waren, die voor de kinderen waren.
27:50Juist zo.
27:51En heeft men daar ook verteld van wie die mooie geschenken kwamen, vroeg zij.
27:56Ja, het is wel mogelijk, juffrouw, maar ik kan mij niet meer herinneren, zei Jozef.
28:00Nu dan, dan zal ik het nog eens eens zeggen.
28:03Al wat wij hebben, al wat wij hopen, hebben wij alleen te danken aan de Heer Jezus, die daar eens in de kribbe van Bethlehem neerlag, om armen
28:15rijk te maken en om beproefden te vertroosten, om elkaar lief te hebben, nog meer dan jij van Katrintje uit.
28:25Verliet hij de hemel en werd een hulpbehoevend kinderke dat wij hier zulke mooie zalen hebben waar zieke meisjes op zulke frissig bedje verpleegd worden en
28:37overvloed van hulp en verzorging hebben zonder iets voor hoeven te betalen.
28:42Dat hebben wij ook aan het kinderke Jezus te danken.
28:45En daarom heet dit ziekenhuis ook zo.
28:49Hoe armelijk die hemelkoning ook derneden lag, de engelen juichten en zongen.
28:55Ere zijn God in de hoogste hemelen, vrede op aarde en in de mensen een welbehagen.
29:00Want één engel uit hun midden had het geroepen, vrees niet.
29:04Want ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al de volken wezen zal.
29:09Namelijk dat u heden geboren is, de zaligmaker, welke is Christus de Heerde.
29:15Nou, horen jullie het wel, kinderen?
29:17Ik verkondig u de grote blijdschap, die al de volken wezen zal.
29:21En daarom verblijt u ook dat Jezus geboren is.
29:25Want aan hem hebben niet alleen jullie, maar hebben ook uw moeders alles te danken.
29:31Ook te danken dat zij voor u beiden bidden mogen en dat hun kinderen weten dat zij dit voor hen doen.
29:41Nou, laat die sinaasappel goed smaken, Katrintje.
29:46Jozef bracht hem u.
29:48Maar ooit, dit hebt gij de beiden aan de Heer Jezus te danken.
29:55Geniet dus samen.
29:56Wat hij u schonk en de helft van de sinaasappel mag Katrientje wel uitzuigen.
30:01Ik heb de gins nog wel wat anders te doen en daarom ga ik nu heen.
30:05Tot straks dus.
30:07En daarop werden de beiden alleen gelaten.
30:10Jozef was beschroomd bij zoveel vriendelijkheid.
30:13En aangedaan door de heerlijke woorden hem toegesproken.
30:17Hij wist niet wat hij zeggen zou.
30:20Het aangezicht van de zuster behield dezelfde innemende glimlach.
30:27Na, keek.
30:29Och, wat is zuster Rosalie toch lief en goed, sprak een zwak stemmetje.
30:34Ja, wel heel lief en goed, herhaalde Jozef, die
30:42maar al te gelukkig was dat zijn vriendinnetje daar in zulke mooi helder wit bedje vorm lag.
30:49Eindelijk vond Jozef gelegenheid Katrientje te vertellen wat Farol voor hem gedaan had en hoe deze als zijn beschermer was opgetreden en hoe zij deze versnaperingen naast een heren
31:01Aan hem te danken had.
31:03Ze dachten daar niet aan om dit ogenblik ook over een bozaardige meester te spreken.
31:08Zo gelukkig kan de liefde maken.
31:11Dat zij alles wat boos is, als bedekt, al wat goed is, gelooft.
31:17En al wat waarschijnlijk is, blijft hopen.
31:20En zulke belangloze liefde gevoelde deze kleine voor elkaar.
31:24Dat ze onbewust elkaar gesteund en bemoedigd hebben in de druk waaronder zij leven moesten.
31:31En bij de ontberingen die zij hadden geleden en gemeenschappelijk doorstaan hadden.
31:36Als kinderen uit hetzelfde huis.
31:40Slechts in
31:43de nood konden zij scheiden toen de liefdezuster hen daarom kwam aannamen.
31:50Aanstaande donderdag.
31:51Om één uur mag je terugkomen lieve jongen zei ze.
31:55En toen nam ze hem, toen ze het hem te kennen had gegeven dat de tijd van samen zijn verstreken was.
32:03Maar de baas zal niet toestaan.
32:05Ik zal moeten werken, merkte Jozef aan.
32:08Wel, nu dan, beste jongen, dan moet je hem ook gehoorzamer inwerken.
32:14Dus dan blijft de tweede bezoek bepaald op aanstaande zondag.
32:19Onthoud nu voorgoed, elke dag moet je de Heer Jezus voor Katrientje bidden.
32:25Dat ze mag herstellen.
32:26En kom dan terug.
32:28Wat zal je dan een vreugde zijn als je...
32:31als ze wellicht reeds op mocht zitten.
32:33Kom kinderen, zet elkaar nu gedag.
32:37Katrientje en Jozef, aangemoedigd door de innemendheid van die beminnelijke zuster, durfden elkaar in het bijzijn te omhelzen.
32:46Scheidende bleven zij elkaar ertoe lachen, tot Jozef de deur uit was en Katrientje vermoeid in haar hoofdkussen terugviel.
32:56Buitengekomen wachtte Jozef te vergeef zijn weldoener op.
32:59Farol kwam er niet meer uit.
33:02Ook niet toen de hekken reeds gesloten werden.
33:04Met een verruimd hart zocht Jozef zijn zolderkamertje op.
33:09Dunne soep en een korst roggenbrood maakten de hele middag en de avondmaal voor hem uit.
33:14En dat voor een kerstfeestviering.
33:17Bedenk nu eens, waarde lezer, hoeveel u voor hebt boven de duizenden en duizenden welke in kommer neder gezeten zijn en een kerstfeestviering hebben die ze ook niet op hun
33:29dakkamertje...
33:31evenwel onder de angst en zorgen worden doorgemaakt.
33:34En bedenk bovenal dat je dit niet in de eerste plaats aan uw betrekkingen, ouders of liefhebbende harten hebt te danken, maar aan hem die eens in Bethlehems kribbe
33:46armelijk neerlag om zich aan het vloekhout van Gogolta te laten verhogen, die daar hangende wilde sterven om arme zondaren door zijn kruisdood voor tijd en eeuwigheid bij de
33:58rijk te maken,
34:00In hem die de liefde zelf is.
34:05Aan de heer Jezus hebt gij ook alles te danken.
34:08Wat u met vreugde genot op het kerstfeest vervullen kan.
34:13De nacht, een koude nacht viel in voor Jozef.
34:16Zich onder het stuk oude deken op een strozak uitgestrekt had.
34:22Tot een grote kindervriend Jezus bad hij toen.
34:27Welke Katrientje weer kon.
34:29Zeker ook.
34:31wel wilde herstellen.
34:33Hij bad ook voor hun beide lieve moeders, die verre van hem verwijderd, zeker wel in het uur aan hen dachten, en bovenal voor hen baden.
34:42Hij dankte de heren voor zijn onuitsprekelijke genade, waardoor hij een onvergetelijke dag had mogen beleven.
34:50En onder het alles zweefde hem steeds zijn weldoener en beschermer Farol voor de geest.
34:56Hij smaakte dus vrede te midden van de strijderslevens.
35:01Dus een vrede die het verstand te boven gaat.
35:07Zesmaal zijn de sneeuw en de winterstormen over Parijs heen gegaan.
35:13Zedert wij kennis maakten met Jozef, Charlano en Katharina Linas.
35:19De Seine stroomt dansvredig door de wereldstad en de wind die onder de brugbogen doorwaait, verfrist de zoele lucht op de katen.
35:30Zetten wij ons enige ogenblikken op die bank neer,
35:34Ziet je daar wel dat magazijn vol benodigdheden van allerlei aard?
35:39Die prachtige kachels, die blinkende brandpannen, gereedschappen van alle soort en nog zoveel alles zo keurig netjes gerangschikt
35:51bij de uitstalling?
35:53Let nu op, daar verschijnen de kooplustigen met welk een onderzoekende blik gaan zij van het ene raam naar het andere.
36:02En bemerk je ook de jonge man?
36:05Blijkbaar een winkelbediende.
36:07Welk een aantrekkelijke jongeling is hij, dat open oog, waaruit fijn vernuft en ongekunstelde vrijheid en vriendelijkheid en stoute volharding spreekt.
36:18Met hoeveel voorkomenheid biedt hij de koper aan, zonder die evenal op te dringen wanneer de kopers er blijkbaar minder zin in hebben.
36:28Nu deze zaak schijnt wel te bloeien, want het bezoek staat er niet stil.
36:33In de klanten verlaten de winkel met de meest voldanige zichten over de inkopen welke zij gedaan hebben.
36:40Na hun vertrek schikte bediende alles weer in de strikte orde om met eindloos geduld en blijmoedige ernst van voornavraam weer te beginnen.
36:50Daar verneemt men een stem.
36:53Jozef, laat het maar zoals het is.
36:55Het is nu ongeveer tijd om te eten, vriend.
36:58Moet je niet vanavond prijs in voor de cursus in het boek houden?
37:02ja mijnheer ik ben zoo aanstonds gereed antwoordde reeds de beschreven bediende voor hij naar binnen ging was alles weer op de gewone plaats gezet alsof er niets gebeurd was in
37:14de enige minuten keert de jongeman in het magazijn terug en laat zijn oog nog even over alles gaan en treedt er op naar buiten wat ziet hij er gezond en ferm uit met zijn krachtvolle flinke houding
37:27en rustigen tred
37:28die aan een vast karakter zonder overeiling of drift doet denken.
37:34Wie zou in die persoon de schoorste veger Jozef Schalano herkennen?
37:38En toch, hij is het, die kleine Savoiaard.
37:42Volgen wij hem thans op zijn weg.
37:45Hij gaat onder scheide straten door, verschillende bruggen over, en treedt daarna een huis op de boulevard binnen.
37:54In de tijd waarin het verhaal ons verplaatst,
37:57was Parijs niet meer ingesloten door een vesting of door bolwerken.
38:02Vlug bestijgt hij de veertig trappen hoge verdieping.
38:06En een reeds bejaarde vrouw wacht de bezoeker af.
38:09En binnen tredende worden er hartelijke kussen tussen moeder en zoon gewisseld.
38:15Onder het goedenavond moeder van Jozef en het ben je daar eindelijk mee jongen van moeder Shalano.
38:22De
38:24tafel wordt gedekt, de spijzen worden gereed gezet.
38:27Gods zegen wordt erover afgebeden en onder wisselen van enige gedachten over het weer doet het men zich wel smaken.
38:36Laat ons nu deze twee verlaten om langs dezelfde weg terugkerende te beproeven of wij Katrintje ook weer kunnen weervinden.
38:45We weten reeds welke onuitstaanbare leven de beide jeugdige Savoia's bij hun meester doormaakten.
38:53Voor Jozef duurde dit nog enige maanden voort.
38:57Want toen de winter om was, vertrok Vionas weer naar Savoie, waar hij een andere werkring zocht dan jeugdige landgenoten in de vreemde aan de kosten helpen.
39:09De man met de ruwe inborst en in zijn jeugd behandeld zoals hij later ook anderen deed, was dus gelukkig voor Jozef vertrokken.
39:17En deze is door Vionas weer overgedaan aan een andere schoorsteenveger, die Jozef goed, ja vaderlijk behandelde.
39:27Het spreekwoord werd bevestigd.
39:29Na regen komt zonneschijn.
39:31Of, gelijk het versje dat beter uitdrukt door de woorden naar het zuren, geeft hij het zoet.
39:40Want, al wat er ook voorvalt op het gehele wereld rond, het zij met een enkel schijnbaar vergeten kind plaatst, grijpt de Heere dit en doet dit om het even en
39:53men of het herkennen wil of niet.
39:55God had.
39:56De beide kinderen in zijn genade langs moeilijke paden geleid.
40:00En hij had ze kommer en leed doen uitstaan.
40:03En in het verdriet geen ogenblik verlaten.
40:06Uitrijdingen en verrassingen doen doorleven.
40:09En dat alles om hen tot zich te trekken.
40:13Hun hart te doen vertederen.
40:15En van dag tot dag nauwer aan hem te verbinden.
40:18Door het geloof.
40:19Wat een vast vertrouwen is op hetgeen hij beloofd heeft.
40:24Alle middelen, ook de harde niet uitgesloten, moeten daartoe meewerken ten goede.
40:30Toen Katrientje het ziekenhuis verliet, werd ze op een naaischool voor de handwerkstand geplaatst, waar ze tevens lager onderwijs genoot om op haar vijftiende
40:42jaar uitsluitende naaien te leren en in het huishouden te worden opgeleid.
40:47De naaischool was de stichting van een liefdadige dame, welke gesteund werd door verschijdende vermogenden.
40:55Deze inrichting, meer bepaald voor wezen, men vervaardigde daar vrouwenkleren en linnengoed.
41:04En we mochten, nog wat maakloon betreft, nog wat voor de verkoop beneden, de vaste prijs aangaat en geen druk door veroorzaken aan naaiers waarin daarin haar bestaan vinden.
41:16Zodoende had men onderscheid weten te maken tussen ware liefdadigheid en voorgewende mensenmin.
41:24Welke laatste maar al te dikwijls slaagt.
41:28Doordien men arme vrouwen en vooral ook kinderen gebruikt.
41:31En ten einde het loon voor de handelmbijd zeer laag te houden.
41:35Met het doel beneden de vaste prijs te verkopen.
41:38En de ondernemer daardoor te verrijken.
41:40Toen mevrouw Daskamp, want zo heette deze dame.
41:44Eens een jeugdige zieke in het ziekenhuis de kinderke Jezus bezocht.
41:49Had zij de kleine Catharina opgemerkt.
41:52Een genegenheid voor haar opgevat.
41:54En ze had vernomen onder welke treurige omstandigheden dit kind zou gaan verkeren als ze weer terug moest komen bij Vionas.
42:03Deze onmens stelde zij schadeloos voor het gemis van het kind.
42:08Of liever gezegd van het bedelgeld dat het inbracht.
42:11Een kleine toelage van desjaars aan moeder Linas schonk de dame de vrijheid om Katrintje te beschermen.
42:20Tot zij haar achttiende jaar zou volbracht hebben.
42:23Kwam dan alles uit zoals men met grond kon verwachten, dan zou het meisje wanneer het een betrekking naar eigen keuze verwierf een uitzet en een schenking in geld ontvangen.
42:36Door als dan een vak grondig te kennen, was zij in zekere zin onafhankelijk en bleef zij dus al dus jaren achtereen onder christelijke leiding in een stad als in een stad zoals Parijs.
42:50Op het hoge blik.
42:51Dat wij Jozef hebben teruggevonden als bedienend magazijn, ging Katrientje haar veertiende jaar in.
42:58Door het ontvangen onderwijs was haar verstand gelukkig ontwikkeld.
43:03En door de uitstekende leiding waar zij althans voor haar leeftijd vlug en bekwaam was.
43:10Bovenal bezat zij een dankbaar hart, niet alleen Jezus haar weldoemster, maar ook Jezus God.
43:17die haar tot hiertoe had gebracht en haar zo genadig had verlost, uit de ellende waar zij verkeerd had, tot aan haar ziekte in het ziekenhuis.
43:28En al zo had zij daar de toegebrachte offers van de liefde niet beschaamd, en hoopte men dat zij eenmaal de vruchten zou mogen plukken van een welbesteden jeugd.
43:39Maar een zware slag heeft dat tere meisje getroffen, haar lieve moeder.
43:46zal ze op aarde nimmer weer zien.
43:49Het doodsbericht heeft haar dieper getroffen dan zij zichzelf wel bewust is.
43:55Haar zwaarmoedigheid is in zichzelf een gekeerde karakter, kon het leed slechts met moeite te boven komen.
44:03En na die dag zag man haar zelden meer glimlachen.
44:07En evenwel bleef zij de lieveling van allen.
44:10Ja, het scheen zelfs alsof men nog meer hartelijkheid voor haar had gekregen.
44:17Zij bleef een voorbeeld van plichtsbetrachtingen en zelfverlogende liefde voor allen met wie ze in aanraking kwam en werd daardoor de lieveling van allen, vooral
44:29voor haar beschermster, mevrouw Deskamp.
44:33En toch verhief zij zich daar niet op.
44:36Het was alsof zij het niet eens bemerkte, dat men haar prees, al gevoelde zij zich gelukkig en men meer...
44:45dan tevreden was over hetgeen haar waartoe vertrouwd.
44:49Zonder in het minst ooit enige onverschilligheid te doen blijken, was het haar tot een gewoonte geworden om te zeggen, ik ben blij dat u tevreden over mij bent.
45:01Of, geef mij daarover geen lof, ik deed wat ik kon, het is toch mijn plicht.
45:07Toch verviel ze van dag tot dag, zodat de opzichters zich over haar ongerust begonnen te maken.
45:15en men ertoe kwam om in overleg met mevrouw Deskamp toch de geneesheer te raadplegen.
45:21Deze dacht aanvankelijk bij het heimwee naar Savoye, hetgeen bij zulke kinderen wel meer voorkwam.
45:30Er waren dus echter zoveel bewijzen voorhanden dat er tegenspraken, dat men op het laatst niet meer wist wat er van te denken valt.
45:39Zij wist even min, doch wie in haar vertrouwen deelde,
45:44kreeg spoedig de overtuiging dat bij Katrinkje wel een heimwee was.
45:49Toch niet naar Savoye, maar naar de hemel.
45:55Tot
45:59zover het eerste deel van dit verhaal.
46:02We hopen volgende week het tweede deel voor u ook te lezen.
46:09Na
46:11dit
46:12verhaal willen we gaan zingen met elkaar de psalm.
46:19Die er wel een beetje bij past ook.
46:22En dat is psalm 3.
46:23En dan hebben we over het eerste vers.
46:26Hoe vreselijk groeit de God.
46:28Het saamgezworen rot.
46:30Dat dergenen die mij drukken.
46:32Zij maken niet alleen.
46:35Den opstand algemeen.
46:37Om mijn kroon te ontrukken.
46:39Maar velen doen van mij.
46:41Hoe bitterlijk ook lij.
46:43Nog de smaartaal horen.
46:45God zal hem nu niet meer.
46:47Verlossen als wel eer.
46:49Hem is geen huil beschoren, maar dan ook, het vierde vers, sta op, verlos mij, Heer.
46:56Gij hebt, o God, wel eer, getoond voor mij te waken, mijn haters onderdrukt en mij het gevaar ontrukt.
47:03Gij sloeg dan op de kaken, verbrekend onverwacht, een tanden door uw macht.
47:09Ik heb de overhand verkregen, gij Heer alleen, gij zijt, verwinnaar in de strijd, en geef uw volk den zegen.
47:18Ik wens u allen een goede en een gezegende zondag.
47:22[GEZANG]