Lukas 7: 19 - 23; De vraag van Johannes

zondag 1 februari 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. D. Heemskerk · 96 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:48Onze hulp en onze verwachting zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die

10:01trouwe houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.

10:10Amen.

10:11Genade, barmhartigheid en vrede.

10:16Zij u van God den Vader, door Christus Jezus zijn Zoon, in de gemeenschap des heiligen Geestes.

10:28Amen.

10:30Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 119, en daarvan vers 25 en 72.

10:39Psalm 119, vers 25, gedenk aan het woord gesproken tot uw knecht.

10:45waarop ge mij verwachting hebt gegeven.

10:48Dit is mijn troost, indruk mijn toegelegd.

10:52En ook vers 72, als het mij benauwd of bang gevallen is, dan heb ik mij vermaakt in uw geboden.

11:00En wat er verder volgt in de versen 25 en 72 van psalm 119.

11:07Wij

11:07[GEZANG]

15:45openen godsheilig een dierbaar woord in het evangelie van Lukas.

15:50Daar vernader het zevende hoofdstuk te beginnen bij vers 18 tot en met vers 35.

15:56Noem u als onze schriftlezing Dukas 7 vanaf vers 18 tot 35.

16:02Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.

16:08Toen sprak God al deze woorden zeggende.

16:12Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

16:21Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

16:25Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is,

16:38nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

16:43Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.

16:47Want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij

16:59haten.

17:00En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

17:09Gij zult de naam des Heeren uw Gods niet eindelijk gebruiken.

17:16Want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.

17:22Gedenk den Sabbatdag dat gij dien heiligt.

17:25Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

17:30Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

17:36Dan zult gij geen werk doen.

17:39Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd.

17:46Nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

17:50Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

17:55De zee en alles wat daarin is.

17:59En in rusten ten zevende dagen.

18:02Daarom zegelen de Heren ten sabbedag en heiligden ten zelven.

18:08Eer uw vader en uw moeder opdat uw dagen verlengd worden.

18:13In het land dat u de Heren uw God geeft.

18:17Gij zult niet doodslaan.

18:20Gij zult niet echtbreken.

18:22Gij zult niet stelen.

18:24Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

18:29Gij zult niet begeren uw naaste huis.

18:33Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

18:36Nog zijn dienstrecht.

18:38Nog zijn dienstmaagd.

18:39Nog zijn os.

18:45Ik noemt u als onze schriftlezing Lukas 7, vanaf vers 18, waar Gods woord als volgt tot ons komt.

18:55En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.

19:01En Johannes zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende, Zijt gij degene die komen zou?

19:12Of verwachten wij een ander.

19:15En als de mannen tot hem gekomen waren.

19:18Zeiden zij Johannes de doper heeft ons tot u afgezonden.

19:22Zeggende zijt gij die komen zou.

19:25Of verwachten wij een ander.

19:28En in dezelfde uren genas hij er vele van ziekte en kwalen.

19:33En boze geesten en vele blinden gaf hij het gezicht.

19:38En Jezus antwoordende zei er tot hem gaat heen.

19:42En boodschap Johannes weder de dingen die gij gezien en gehoord hebt.

19:47Namelijk dat de blinden ziende worden.

19:50De kreupelen wandelen.

19:52De milaatsen gereinigd worden.

19:54De doven horen.

19:56De doden opgewekt worden.

19:58Den armen het evangelie verkondigd wordt.

20:01En zalig is hij die aan mij niet zal geërgerd worden.

20:07Als nu de boden van Johannes weggegaan waren.

20:10Begon hij tot de scharen van Johannes te zeggen.

20:13Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn taanschouwen.

20:16Een riet dat van de wind ginds en weder bewogen wordt.

20:21Maar wat zijt gij uitgegaan te zien.

20:23Een mens met zachte kleder bekleed.

20:26Zie die in de heerlijke kleding en welis zijn.

20:30Die zijn in de koninklijke hoven.

20:33Maar wat zijt gij uitgegaan te zien.

20:35Een profeet.

20:36Ja ik zeg u ook veel meer dan een profeet.

20:40Deze is het van welke geschreven is zie.

20:44Ik zend mijn engel voor uw aangezicht die uw weg voor u heen bereiden zal.

20:50Want ik zeg u die dan onder die van vrouwen geboren zijn.

20:54Is niemand meer de profeet dan Johannes de doper.

20:58Maar de meeste in het koninkrijk gods is meer dan hij.

21:03En al het volk hem horende en de tollenaars die met een doop van Johannes gedoopt waren.

21:11Maar de fariseeën en de wetgeleerden hebben de raad gods tegen zichzelf verworpen.

21:18Van hem niet gedoopt zijnde.

21:20En

21:22de heren zeiden, bij wie zal ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken?

21:26En wie zijn zij gelijk?

21:28Ze zijn gelijk de kinderen die op de markt zitten en elkaar ertoe roepen.

21:33En zeggen, wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst.

21:39Wij hebben uw klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.

21:43Want Johannes de doper is gekomen, nog brood etende, nog wijn drinkende.

21:49En gij zegt, hij heeft de duivel.

21:52De zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende.

21:56En gezegd, zie daar een mens die een vraten wijnzuiper is.

22:02Een vriend van tollenaren en zondaren.

22:05Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden.

22:09Van al haar kinderen.

22:11Tot zover de schriftlezing.

22:15Gemeente in Voortbeden willen we denken aan de rouwdragende familie Breen van Dam.

22:20Die afgelopen woensdag aan het graf stonden.

22:23De rouwdragende familie Pikaat die afgelopen maandag aan het graf stonden van een zus in Stellendam.

22:30De watersnoodramp van 1953,

22:33familie Groeneveld.

22:35Aanstaande dinsdag hopen er weer gezinsleden.

22:38Naar Kenia te gaan voor de stichting Ruth Shelter.

22:42En ook de vakante periode.

22:46Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

22:52Almachtige eeuwige God.

22:54Het is uw langmoedigheid, uw trouw, uw goedheid.

22:58Dat u ons deze dag weer schijnt.

23:02Uw dag doet aanbreken.

23:04De dag die naar uw naam genoemd.

23:06En aan uw dienst gewijd en geheidigd is.

23:10De dag waarop u bovenaf werkt.

23:12Uw goddelijke genade werkt.

23:14Om blind in het gezicht.

23:16Om doven te doen horen.

23:19Kreupelen te doen wandelen.

23:21Ja dat arm in het evangelie van uw vrijmachtige genade verkondigd wordt.

23:26Al de tijden.

23:28Op

23:30allerlei plaatsen is die boodschap uitgegaan.

23:33En u toont nog uw bijzondere bemoeienis.

23:37Met een ieder onze.

23:39Door ons niet alleen te schenken wat we voor dit tijdelijk leven nodig hebben.

23:44Een dak boven ons hoofd, een voedsel op tafel.

23:48Een kleding aan ons lichaam.

23:50Maar dat u ook met die bijzondere ziel zorgt dat ons afdaalt in het gewaad van uw woord.

23:57En daarin opnieuw bewijst geen lust te hebben in onze dood.

24:01Maar daarin dat wij ons zouden bekeren en zouden leven als uw goddelijke getuigenis.

24:09Reeds gelezen is wat spreekt van uw komst en van uw werk.

24:14Van uw langmoedigheid, van uw ontferming, van uw barmhartigheid.

24:20En van uw taai geduld met weerbarstige zondaren.

24:25Doe het ons verstaan, heren.

24:27Leer ons buigen voor uw woord en waarheid.

24:31Wil daartoe deze dag gebruiken, dit morgenuur.

24:35Om uw woord voor ons te ontsluiten en ons hart te brengen.

24:40Bij de waarheid van uw goddelijke getuigenis.

24:42Dat we acht leren geven.

24:45Op datgene wat u tot ons te zeggen hebt.

24:47Daartoe is nodig.

24:49De opening van ons hart.

24:51Dat is toch de verlichting van ons verstand.

24:55De vernieuwing van onze genegenheden.

24:58En de herschepping van onze weerbarstige vleeslijke wil.

25:03Op dat we leren vragen.

25:05Leer mij.

25:06Naar uw wil te handelen.

25:08Zal dan in uw waarheid wandelen.

25:10Nee, gij ons hart en voeg u het samen.

25:13Tot de vrees van uw grote, van uw heilige naam.

25:17Wil al onze gedachten gevangen nemen.

25:20Die zo bezet, zo bezig kunnen zijn met allerlei ijdele.

25:25Met allerlei voorbijgaande zaken.

25:27Met zorgen, met moeite, met vragen.

25:31En wil u ons brengen onder de gehoorzaamheid van uw goddelijke getuigenis.

25:36Uw woord, uw waarheid ontferm u zo.

25:40Naar uw barmhartigheden in uw genatige trouw en goedheid.

25:45Uw zijn met de rouwdragenden die we genoemd hebben.

25:49Die gestaan hebben aan het geopend graf.

25:53Wil u hen ook uw onderwijzing, uw vertrouwst en ook genatiglijk verlenen.

25:59Ook als de lege plaats beleefd gaat worden.

26:03Wil ze dan uw ondersteuning, uw trouw, uw goedheid niet onthouden?

26:07Gedenk u, heren, de zieken thuis, in de ziekenhuizen, in de verplegingrichtingen.

26:14U weet al hun omstandigheden.

26:16Zij die behandelingen ondergaan, of wellicht onderzoeken, moeten afwachten, uitslagen verwachten.

26:24Heren, zie toch neder in al die noden, al die zorgen.

26:28U op het allervolmaakt bekend.

26:31En schenk toch vereniging ook met de weg die u ook daarin gaat.

26:36Gedenk u zo in alle andere noden, psychische noden.

26:41Heren, zie ook dan neder in uw getrouwe goedheid.

26:46Gedenk ook de bewoners van de vijver.

26:48Wil ook hen uw hulp, uw bijstand niet onthouden.

26:51En uw zegen ook genadiglijk verlenen.

26:55Wil zo in alle omstandigheden, alle noden, alle benauwdheden.

27:02Bewijzen de waarheid van uw woord.

27:04Als u toch zegt in al hun benauwdheid.

27:07Was hij benauwd.

27:09Heren betoon zo.

27:10Uw genadige ontferming.

27:13Dan is het toch ook een bijzondere datum.

27:15Waarbij de gedachten van de ouderen toch ongetwijfeld teruggaan.

27:20Naar die bijzondere nacht.

27:22Die nacht van diepe ramp waarin zoveel werden weggenomen.

27:26Door de majesteit van de dood.

27:29Door de verdrinkingsdood.

27:31Heren, de roepstem die toen is uitgegaan, wil ook die nog in onze gedachten terugbrengen.

27:40En gedenk u toch al degenen die daardoor getroffen zijn, die dat nog zo diep in hun binnenste gegrift hebben, wil ze gedenken ook in de verder

27:52weg.

27:52Maar ons ook nog uw wonder trouw doen verstaan van al de jaren die daarop gevolgd zijn.

28:00Ondanks de toename van de ongerechtigheid en de boosheid.

28:05Breid zo nog eens verder ook uw handen over ons uit.

28:09Doe ons de meer toch buigen voor uw woord, voor uw waarheid.

28:13Voor uw goddelijke getuigenis.

28:15Wat eeuwig, wat waarachtig, wat zeker is.

28:20Gedenk zo naar uw warmhartigheden.

28:23Uw gemeentegedenken.

28:26Ook in de voortdurende vacature.

28:29Wil ook daarin toch voorzien.

28:31Uw gunst nog betonen.

28:33Nog wegen komen aan te wijzen.

28:36Opdat de lege plaats vervuld zal mogen worden.

28:40En uw woord zijn voortgang zal hebben.

28:43Ook te midden van dit deel van uw erzen.

28:46Heren betoon zo uw genadige ontverming.

28:50Gedenk u ook de familie Groeneveld.

28:52Ook als ze ook voor de Jakonale Werksmede weer uit zullen gaan.

28:58U wilt ook die arbeid ook zegenen.

29:00En geven dat het ook mag dienen.

29:03Tot verheerlijking van uw naam.

29:05Tot uitbreiding van uw koninkrijk.

29:07U wilt zo in alle omstandigheden uw hulp, uw bijstand betonen.

29:12En uw woord voor ons openen.

29:15En ons gedenken naar de rijkdom, uw warmhartigheid.

29:19Bij het spreken, bij het luisteren.

29:22U bent de tocht die van het geven niet armer.

29:25Van het inhouden niet rijker wordt.

29:27In u is een eeuwige volheid.

29:30En u hebt toch toegezegd.

29:32Dat uw woord nooit ledig tot u wederkeren zal.

29:35Maar dat het zal doen hetgeen u behaagt.

29:38En dat het voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe u het zendt.

29:43Ontferm u dan zo naar de grootheid uw barmhartigheid.

29:46Om Jezus willen.

29:49Uitgenade.

29:50Amen.

29:53Gemeente wij zongen zo straks uit Psalm 119.

29:56Als het mij benauwd of bang gevallen is.

29:59Dan heb ik mij vermaakt in uw geboden.

30:03Dat was toch de ondervinding van de dichter.

30:07Benauwd, bang gevallen.

30:09En toch het vermaak in het woord, in de geboden des heren.

30:14Toch is dat vermaak er niet altijd.

30:17Als het benauwd of als het bang gevallen is.

30:20Dan kan er ook bange bestrijding en aanvechting zijn.

30:24Onze tekstwoorden spreken daar ook van het u voorgelezen schriftgedeelte.

30:29U vindt ze in Lukas 7, vers 19 tot 23.

30:34Lukas 7, vers 19 tot 23.

30:38Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

30:41En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hem tot Jezus.

30:48Zeggende, zijt gij degene die komen zou, of verwachten wij een ander?

30:54En als de mannen tot hem gekomen waren, zeiden zij, Johannes de doper heeft ons tot u afgezonden, zeggende, Zijt gij die komen zal, of verwachten wij een ander?

31:07En in dezelfde uren genas hier veden van ziekten en kwalen en boze geesten, en vele blinden gaf hij het gezicht.

31:16En Jezus antwoordende zeide tot hen, Gaat heen.

31:19En boodschap Johannes weder de dingen die gij gezien en gehoord hebt, namelijk,

31:25Dat de blinden ziende worden.

31:27De kreupelen wandelen.

31:29De midlaatse gereinigd worden.

31:31De doven horen.

31:32De doden opgewekt worden.

31:35Dan armen het evangelie verkondigd wordt.

31:38En zalig is hij die aan mij niet zal geërgerd worden.

31:43We willen gemeente vanuit deze tekst worden stilstaan bij een drietal gedachten.

31:47We letten ten eerste op de bestrijding van de gelovigen.

31:50In de tweede plaats de prediking aan de gelovigen.

31:54En in de derde plaats spreekt ons de tekst van de vertroosting voor de gelovigen.

31:58Vooruit onze tekstwoorden willen wij stilstaan ten eerste bij de bestrijding van de gelovigen.

32:03In de tweede plaats de prediking aan de gelovigen.

32:06En in de derde plaats de vertroosting voor de gelovigen.

32:10Maar voordat wij hierna erbij stilstaan gaan we eerst zingen uit Psalm 42 vers 1 vers 4 en 6.

32:19Psalm 42 vers 1.

32:21Het heigend hert der jacht ontkomen.

32:24Schreeuwt niet sterker naar het genot van de frisse waterstromen.

32:28Dan mijn ziel verlangt naar God.

32:31Het vierde vers.

32:32Ik denk aan u, o God, in het klagen.

32:35En ook het zesde vers.

32:36Ik zal tot God mijn stingrot spreken.

32:39Waarom, heren, vergeet gij mij?

32:42Dan zijn er nog afkondigingen.

32:47Dinsdag 3 februari is de contactmiddag.

32:51Aanvang half drie.

32:52Dinsdag 3 februari is er ook weer een jongvolwassenkring.

32:57Aanvang half acht.

32:58Een kerkelijke huwelijksbevestiging is aangevraagd door Leendert Jan Meijer, De Gracht 11 en Jannetje Cornelia Borsboom uit Toden op donderdag 23

33:10april 2026.

33:13Eventuele bezwaren tegen de kerkelijke bevestiging kunnen tot uiterlijk woensdag 4 februari.

33:20...ingediend worden bij de schriba van de kerkenraad.

33:23En van de genoemde voornemens geld, zo de Heer wil en wil leven.

33:27En de collecten in deze dienst zijn in de eerste voor het plaatselijk jeugdwerk...

33:31...tweede voor de kerfhoedij en de derde voor de aflossende kerk.

33:35Deze collecten worden hartelijk in hun mildadigheid aanbevolen.

33:39En we zingen uit Psalm 42, vers 1, 4 en 6.

33:42[GEZANG]

40:53Gemeente van bestrijding lezen wij, zowel in het Oude Testament...

40:57...we zongen daar zojuist van.

40:59Psalm 42, waar die onderscheidingen in hoogte en in diepte telkens openbaar komen.

41:06De dichter die dorst naar God, die ook verkeert bij de afgrond, die tegen de afgrond roept bij het gedruis van de watergoten.

41:15Waar ook u mag getuigen dat de Heer de uitkomst zal geven en dan toch weer komt met de doodsteking zijn beenderen.

41:23U vindt het ook in het Nieuwe Testament.

41:26En deze geschiedenis spreekt ervan.

41:29Van Johannes de Doper.

41:31Reeds in het oude testament beloofd.

41:33Bij de profetie van Malachi.

41:36Laatste hoofdstuk.

41:37Laatste schriftprofeet.

41:39Die sprak van de komst.

41:40Van de nieuw testamentische Elia.

41:43Komen zou.

41:45En het woord wordt door de engel herhaald.

41:47Bij de oude Zacharias.

41:49Als hij staat in het heiligdom.

41:51De geboorte.

41:53Uit Elisabeth.

41:54Maar voor de geboorte gaf hij reeds getuigenis.

41:58Van zijn arbeid als hierouds.

42:00Om de koning der kerk ook te begroeten.

42:03Die bijzondere levenswandel die deze Johannes de Doper kenmerkte.

42:08Levende in de eenzaamheid.

42:09In de woestijn.

42:11Gekreten in een kemelszare mantel.

42:14Dezelfde mantel als Elia gedragen had onder het Oude Testament.

42:19En levende van springkanen.

42:21En wilde honing.

42:23Krachtige verkondiging.

42:24Van het woord die van hem uitging.

42:27Scherpe wetsprediking die hij deed horen.

42:30Aan fariseeën en schriftgeleerden.

42:33De liefdelijke onderwijzing en heenwijzing.

42:37Naar het lam gods dat de zonden der wereld wegnam.

42:41Krachtige verkondiging van het evangelie.

42:44Van vrije genade.

42:46Maar ook de teruggang die hij moest ervaren.

42:50De neergang.

42:51Daar was hij het mee eens.

42:53Zijn discipelen komen tot hem.

42:55En die zeggen, heren die met u was over de Jordaan.

42:59Ziet, ze komen alle tot hen.

43:02Ze verlaten u.

43:03Ze laten u alleen staan.

43:06Het wordt minder rondom u.

43:08De opkomst liep krachtig terug bij deze Johannes de Doper.

43:13Maar hij wist zich in roud van de koning der kerk.

43:18En hij beleed het ook.

43:19Hij moet wassen en ik minder worden.

43:24Een procesgemeente wat elk gelovige toch, als het goed is ervaart, voor eigen hart en leven.

43:30Dat het onverbeterlijk zondaar zijn meer en meer ervaren en ondervonden en doorleefd wordt.

43:39En de noodzakelijkheid van Christus Jezus in zijn profetische onderwijzing, in zijn hoge priesterlijke bediening en in zijn koninklijke regering meer en meer

43:51dierbaar.

43:53En gepast wordt.

43:54Opwassen in de kennis en in de genade van hem.

43:58Hij is immers de grond van de rechtvaardiging.

44:03Van de vergeving.

44:04Hij is de bron van de heiligmaking.

44:07Oorzaak ook van het leven der dankbaarheid.

44:10Hij is de vaste gewisse belofte van de heerlijkmaking.

44:15Straks ook in alle volkomenheid.

44:19En nu gemeente.

44:21Zit deze Johannes enige tijd in de gevangenis.

44:25En Christus de koning de kerk.

44:27Die is daar buiten.

44:29En die gaat over de aarde.

44:31En zijn discipelen die komen met deze ondervinding tot Johannes.

44:38Ze spreken over de zaligmaker van zondagen.

44:42En Johannes deed geen tekenen.

44:45Heeft geen wonderen gedaan.

44:47Geen genezingen verricht.

44:52Omstandigheden ook van deze tekstwoorden voorafgaande.

44:56Dan vindt u daar de jongeling van na in.

44:58Die uitgedragen wordt.

45:00Ook naar het graf.

45:02En de levensvorst.

45:03Die houdt het doodsbaar stil.

45:06En die wekt deze jongeling op.

45:08Uit de doden.

45:10Het is er ook letterlijk.

45:12De doden zullen horen.

45:14De stem van de zonen gods.

45:16En die ze gehoord hebben.

45:18Die zullen leven.

45:21En dan komen die discipelen tot Johannes en die vertellen hem van dat wonderwerk.

45:26Wat deze zone gods ook verricht, dat zelfs ook de doden opstaan.

45:33En dan komt de vraag van deze discipelen bij Johannes vandaan.

45:38Zijt gij degene die komen zou of verwachten wij een ander?

45:44Daar zijn er tweerlei verklaringen voor mogelijk gemeente.

45:48Kantekeningen van de Statenvertaling.

45:50Die zeggen dat is niet de nood, niet de bestrijding van deze Johannes geweest.

45:55Maar het is de bestrijding van zijn discipelen geweest.

46:00Het meester in de gevangenis.

46:03En Christus Jezus, de Zode Gods, buiten deze gevangenis.

46:08En hij was toch voorzegd door de profeet Isaiah.

46:12Hij zou de gebondenen losmaken.

46:15Hij zou de gevangenen uitvoeren uit de gevangenis.

46:19En hoe kan het dan zijn?

46:21Als hun meester Johannes de Doper in de banden zit.

46:26In de gevangenis zit.

46:28En dat de zoon van God dat niet doet aan deze Johannes.

46:33Hij kan zelfs de doden opwekken.

46:36Hij reinigt met laatsten.

46:38Hij maakt de blinden ziende.

46:41En er was toch ook van hem gezegd dat hij de gevangenen los zou maken.

46:44En de gebondenen uit zou voeren uit de gevangenis.

46:49En hoe kan het dan toch zijn?

46:51Dat hun meester Johannes de Doper, die zo heerlijk van deze koning der kerk gesproken en hem gepredikt heeft.

47:00Hoe kan het dan zijn dat hij in de banden moet zitten?

47:03Dat hij in deze gevangenis moet verblijven?

47:06Dat zou toch een wenk zijn van zijn goddelijke almacht.

47:10Om ook Johannes uit deze gevangenis te verlossen.

47:15De Romvraaggemeente, die u vaak leest, ook in het Oude Testament.

47:20Waarom verstoot ge mij, zo vraagt de dichter.

47:24Zou hij dan niet meer weten van warmhartig, van genadig te zijn.

47:31De kastijdingen, de beproevingen die zo kunnen toenemen.

47:35Dat de gelovigen zeer bestreden en aangevochten wordt.

47:40Zou er wetenschap zijn bij de allerhoogste kanttekeningen van de Statenvertaling.

47:47Die wijzen dan er ook op dat Johannes dit gevraagd heeft.

47:51Voor zijn discipelen.

47:53En dat deze discipelen.

47:55Dan te meer bevestigd zouden worden.

47:57Door het antwoord.

47:59Dat de zaligmaker inderdaad.

48:01De beloofde Messias was.

48:04Maar kan ook zijn.

48:05De gemeente Matthew Henry.

48:07Die geeft dat aan.

48:08Andere verklaarders.

48:10Die blijven bij de verklaring van de staten.

48:13Vertalers bij de kanttekeningen.

48:15Maar.

48:16Matthew Henry geeft ook aan.

48:18En misschien dat dat ook wel de gedachte zou kunnen zijn dat Johannes zelf in zulke banden terechtgekomen is.

48:26In zo'n duisternis, in zo'n donkerheid verkeerd.

48:30Dat de bestrijding zo is toegenomen bij hem dat hij deze vraag ook voor zichzelf stelt.

48:38Johannes is inderdaad de voorloper en hij zou komen in de geest en de kracht van idea.

48:48Dat is een duidelijk bewijs wat een machtig prediker of hij zou zijn.

48:53Maar ook zelfs van Edea staat er geschreven in het woord dat er een tijd kwam.

48:59Dat hij voor één goddeloze vrouw.

49:03En deze Johannes, die goddeloze koning Herodes.

49:07Voor één goddeloze vrouw onder de Geneverbesboom terecht kwam.

49:12En dat hij begeerde te sterven.

49:15En dat hij beleed.

49:17Ik ben alleen nog maar overgebleven.

49:19De kinderen Israëls hebben uw verbond gebroken.

49:23Uw altaren afgebroken.

49:25Uw profeten met het zwaard gedood.

49:27En ik ben alleen maar overgebleven.

49:31Dus dat ook deze Johannes in zo'n moedeloosheid terechtgekomen is.

49:36Als de oud-testementische Elia.

49:40Was het niet Abraham, de vader aller gelovigen, dat hij wankelde?

49:45Ook in de geschiedenis met Sarah.

49:47Door haar over te geven in Egypte.

49:51Aan het hof van Farao.

49:53De heren heeft haar bewaard.

49:55En later ook bij de Filistijnse koning.

49:58Was het niet Jacob die die bange worsteling kende bij Priël.

50:03Ze worstelde met de God van Jacob.

50:06En het uitgeroepen had.

50:08Ik laat u niet los.

50:10Tenzij dat gij mij zegent.

50:13En de zegen ontving.

50:15De belofte werd bevestigd en bekrachtigd.

50:18En de dag, de volgende dag, toen stelde hij Rachel als achterste en Lea wat meer voor aan.

50:26De vrees was toch weer zo toegenomen dat hij hetgeen wat hij ontvangen had in rijke, overvloedige maten, dat hij dat toch verdeelde in twee groepen, was

50:38het niet Jozef.

50:39Die toch zo krachtig gesproken had toen hij de droom ontving.

50:44Van het koningschap.

50:46Wat hij zou ontvangen.

50:48En dat hij zou heersen over zijn broederen.

50:50Die ook een tijd in de gevangenis gekend heeft.

50:54Dat hij tot de schenker zei.

50:55Doe van mijn melding bij Faro.

50:59Was het die David.

51:01Die zo krachtig in het geloof stond.

51:03Dat hij zijn hand niet wilde slaan.

51:06Aan de gezalfderes heren.

51:08Aan Saul.

51:09En toch een dag later sprak.

51:11Nu zal ik nog een deze dagen omkomen.

51:14Door de hand van Saul.

51:16Die doodsteek gemeent in de beenderen.

51:19Waar is God?

51:21Op wie gebouwd het.

51:23En om wie genuwzaak vertrouwd het.

51:26Die bange bestrijding.

51:28Vijand ongeloof.

51:30Blijft zwerven door de stadmensenziel.

51:34Zo beschrijft Bunyan in zijn boek De Heilige Oorlog.

51:38Die blijft rondzwerven in die stadmensenwiel.

51:41En is.

51:43Tot veel in staat kan de levende kerk weer in bange banden brengen.

51:48En in grote benauwdheid.

51:51Kent u ook die metgezel en twijfel.

51:55En moedeloosheid.

51:57En ongeloof.

51:59Die het weer zo benauwd kunnen maken.

52:01Zulke donkere wolken over het ziele leven kunnen brengen.

52:05En zulke banden kunnen houden.

52:07Dat is toch geen vreemde zaak bij het leven van de levende kerk.

52:12Die machtige vijand ongeloof.

52:15Als u diepe wegen met u gaat.

52:17Als er smartelijke gebeurtenissen plaatsvinden.

52:21Als er een kruis wordt opgelegd.

52:23Wat u zeer drukt en zeer in benauwdheid brengt.

52:29Misschien eerder in de wereld geleefd.

52:31En toen ging het voortspoedig op allerlei wijzen.

52:35De zons ging elke dag bewijzen.

52:37Zo spreken de wind was in de rug als er wind was.

52:41En toen de vreze gods in het hart kwam, in het leven, een plaats kreeg, toen de heren de voornaamste werd, dat er toen juist tijden kwamen van moeite, van zorg en

52:53van noden, dat er onbegrepen wegen bewandeld moesten worden, dat de kasteidingen zeer groot waren, zou hij zijn warmhartigheid door toren hebben

53:05toegesloten.

53:06Weet u wat de belangrijkste is, gemeente?

53:09Dat deze discipelen.

53:11Of ze nu voor zichzelf nodig hadden.

53:14Of dat deze Johannes.

53:16In bange bestrijding verkeerde deze vraag gesteld hebben.

53:20Dat ze hun nood, hun zorg.

53:23Daar brengen.

53:25Wat de beste plaats is.

53:27Aan de voeten van de zonen gods.

53:29Bij de christens der schriften.

53:31Dat ze tot hem vluchten.

53:33Laat dat ook voor u kenmerkend zijn.

53:36Als bange nood.

53:38Als zorg.

53:42Als de invluisteringen van de vorst de duisternis in kracht toenemen.

53:46Dat ze dan deze vrucht, dit gevolg uitwerken.

53:50Dat we gebracht worden aan de voeten van de zonen gods.

53:53Dat we daar terechtkomen.

53:55Met onze bange vragen.

53:57Met onze zielzorgen.

54:00Met onze nood.

54:01Met onze moeite.

54:03En met onze zonden.

54:04Het beste adres.

54:07De tweede plaats.

54:08Dan spreekt de tekst ook van de prediking aan de gelovigen.

54:12Welke antwoordgemeente krijgt?

54:14De bestreden, de aangevochten gelovigen.

54:18Of het nu deze discipelen zijn.

54:21Of dat het Johannes is.

54:23Of dat het beide zijn.

54:25Krijgen een sterke antwoordgemeente.

54:27De schrift.

54:28Het woord.

54:30De schrift gaat voor hen geopend worden.

54:34En de zaligmaker verantwoordt zich als de Christus.

54:39Als de beloofde Messias.

54:42Die gepredikt is.

54:44Door de grote profeet Isaiah.

54:47En u kunt de vervulling.

54:49Die nu plaatsvindt.

54:51Wat in de tekst worden geschreven.

54:53Staat de 22e vers.

54:55Gaat heen boodschap Johannes.

54:56Weder de dingen.

54:57Die gij gezien.

54:59En gehoord hebt.

55:01De tekenen.

55:02De wonderen.

55:03De ovenhoren.

55:05Kreupelen wandelen.

55:07Blinden worden ziende.

55:09Zien en horen.

55:11Armen wordt het evangelie van vrije genade verkondigd.

55:16Het is de vervulling van het godswoord.

55:19Het is de vleeswording van de belofte gods.

55:23U kunt het terugvinden in Isaiah 29 vers 18.

55:28In Isaiah 35.

55:30In Isaiah 61 het eerste vers.

55:34Hij is inderdaad de beloofde.

55:37De Christus der schriften.

55:39De zaligmaker van zondaren.

55:43In Johannes 1 vindt u die eerste discipelen die zeggen wij hebben dien gevonden.

55:47Van welke Mozes en de profeten gesproken hebben.

55:51Namelijk Jezus.

55:52De zoon van Jozef.

55:54Wij hebben dien gevonden zoals hij in de schriften gepredikt werd.

55:58Wel nu gemeente de zaligmaker handelt niet anders.

56:02Met aangevochten.

56:04Met bestreden zielen.

56:05Dan brengt hij ook nu.

56:08De vastheid.

56:09De getrouwheid.

56:11De waarachtigheid.

56:13Van het woord van de levende God.

56:15Onder uw aandacht.

56:17Maak in uw woord mijn gang.

56:20Mijn treden vast.

56:23Waarzaligmakend geloof.

56:24Dat wordt altijd.

56:27Door het woord van God.

56:29Bevestigd.

56:30En gevoed.

56:31En versterkt.

56:33De schrift, het woord wat dan opengaat en wat bij vernieuwing dan bekrachtigd wordt door het werk van de heilige geest.

56:42Zie de wonderen, de tekenen, de daden die hij doet, de douven horen.

56:49Gebonden worden in vrijheid gesteld.

56:52Armen wordt het evangelie van vrije genade verkondigd.

56:57Dat is toch de beste weg.

56:59Wat gebeurt er gemeente als u nederig?

57:02De zaligmaker te voet mag vallen.

57:05Als u met uw zielen nood.

57:07Met uw zondenschuld.

57:09Met uw geestelijke blindheid.

57:11Met uw doofheid.

57:12Met uw hartigheid van hart.

57:13Bij hem terecht komt.

57:15Dan geeft hij onderwijs uit het woord.

57:18Dan toont hij de schrift.

57:21Dat alles wat hij doet.

57:23Verklaard wordt uit het woord.

57:26Dat daar de vastheid in ligt.

57:28Het geloof gemeente kent als enige grond.

57:32De vastheid van het woord.

57:34Zegt toch de apostel Paulus ook in Hebreeën 11.

57:38Dat het waarzalig maakt geloof.

57:41Een gegronde hoop geeft op het woord van de levende God.

57:46En dat de gelovigen in bange bestrijding.

57:50In aanvechting.

57:52Dat woord van God omhelst.

57:55En daarbij weer terecht komt.

57:58Beste middelgemeente.

58:00Onderzoek.

58:01De schriften.

58:02Die zijn het.

58:04Die van hem getuigen.

58:06En daar vindt u de vastheid.

58:08En de waarachtigheid.

58:10Van het evangelie in.

58:13Het beste middel.

58:14Tegen twijfel.

58:16Het beste middel.

58:18Tegen de moedeloosheid.

58:20Hij is het.

58:21Die ons zijn vriendschap biedt.

58:24En hij handelt nooit.

58:25Met ons.

58:27Naar onze zonden.

58:29Hebt u te kampen.

58:31Met doofheid.

58:33Onbekend.

58:34Met het woord.

58:35Met het klank van het woord.

58:38Ziet wat hij doet.

58:40Hij geeft doven oren.

58:43Om op te merken.

58:45Dat goddelijke klank.

58:47Van zijn evangelie.

58:49Bent u kreupel.

58:52Hebt u geen voet om tot hem uit te gaan.

58:55Hebt u geen kracht.

58:57Om de toevlucht te nemen.

58:58Tot die voorgestelde hoop.

59:00En enige grond der zaligheid.

59:02Gaat heen, boodschapt Johannes deze dingen.

59:06Dat linden ziende worden en dat kreupelen wandelen.

59:11Heeft u te kampen met uw onreinheid.

59:14Met uw vloekwaardigheid.

59:16Met uw melaatsheid.

59:19Melaatsen die leren buigen aan zijn voeten.

59:23Om hem te aanbidden in zijn vrijmacht.

59:26Indien gij wilt.

59:27Die hem gelovig omhelzen in zijn almacht.

59:31Gij kunt mij reinigen.

59:33De zulke doet hij delen.

59:35In die reinigende kracht.

59:37Bent u gebonden gemeente.

59:39In banden.

59:42Zondebanden.

59:43Wereldse banden.

59:45De zorgen.

59:47Te veel moeite.

59:49Te veel kwalen.

59:51Te veel noden.

59:52Gebonden in boze lusten.

59:55Gebonden in de bonden van geldgierigheid.

59:58Gebonden in de banden van wettische.

1:00:02Zaken zo vast in bepaalde zaken van de wet.

1:00:07Telkens maar weer proberen u zelf weer op te richten door de werken der wet.

1:00:14Ziet, hij maakt de gevangenen.

1:00:18Hij maakt die gebondenen.

1:00:19Die geeft hij vrijheid.

1:00:21Die maakt hij los.

1:00:23En aan armen, die verkondigt hij de diepte, de rijkdom, de heerlijkheid.

1:00:30Van het evangelie van vrije genade.

1:00:33Ziet waar moeten we terechtkomen met die discipelen.

1:00:36Met Johannes.

1:00:38Aan de voeten van hem.

1:00:40Hij die zichzelf bekend maakt.

1:00:44In zijn verlossende kracht.

1:00:46In zijn reddende genade.

1:00:47In zijn warmhartigheid.

1:00:49Hij die gisteren en heden dezelfde is.

1:00:52En dat tot in de eeuwigheid.

1:00:55Hij is het antwoord.

1:00:57Op de vraag van de katechismes is er enig middel dat we deze straf zouden kunnen ontgaan.

1:01:03En wederom tot genade aangenomen worden.

1:01:07Ziet welke kwaal, welke nood.

1:01:11Er staan hier een heel aantal van die kwalen en noden.

1:01:14En zorgen en moeite.

1:01:17En hij wandelt te midden van de scharen.

1:01:20En wie hem aanroept in de nood, die vindt zijn gunst oneindig groot.

1:01:27In de derde plaatsgemeente dan spreekt ook de tekst van de vertroosting voor de gelovigen.

1:01:32Want er staat in het 23e vers een zaligheid die aan mij niet geërgerd wordt.

1:01:40Oude Simeon heeft het gezegd van hem.

1:01:43Deze wordt gezet tot een val en tot een opstanding velen in Israëls.

1:01:50Hij is een steen, hij is aanstoot.

1:01:53Hij zal ook zijn een rots.

1:01:56Er zijn redenen genoeg gemeente.

1:02:00Om u te ergeren aan de zaligmaker van Zondaren.

1:02:03In die tijd ook.

1:02:05Vervolg van de schriftlezing.

1:02:07Dat sprak ervan.

1:02:09Johannes de Doper kwam in grote eenvoudigheid.

1:02:12En ze zeiden hij heeft de duivel.

1:02:15En de zaligmaker die kwam eten en drinkende.

1:02:18En ze zeiden een wraad.

1:02:20En een wijnzuiker.

1:02:22Een vriend van Tollenharen.

1:02:24En van Zondaren.

1:02:26Er is genoeg te vinden aan de zaligmaker om u te stoten en te ergeren.

1:02:31En de vorst der duisternis maakt er listig gebruik van.

1:02:34En voed ook ons vlees daarin op om ons te stoten en te ergeren aan hem.

1:02:41Wat dacht u van zijn geboorteplaats?

1:02:44Dat kan toch niet, koning der koningen en de heren der heren.

1:02:50Neergelegd in een voederbak van beesten.

1:02:52In een beestenstal.

1:02:54Dat is toch niet mogelijk?

1:02:56Wat dacht u van zijn woonplaats Nazareth?

1:02:59Het over Jordaanse.

1:03:01Het Galilea der Heidenen.

1:03:03Een koning.

1:03:05En iemand van aanzien die komt toch uit zijn minst uit Jeruzalem.

1:03:10En niet uit dat verachtelijke Nazareth.

1:03:13Uit dat Galilea der Heidenen.

1:03:16En zijn eenvoudige wandel.

1:03:18De vossen hebben hoden.

1:03:20De vogelen des hemels nesten.

1:03:23Maar de zoon des mensen heeft niets waar hij het hoofd nederleggen kan.

1:03:28En vooral dat godswoord wat hij sprak.

1:03:30Hoe hij de schriften opende.

1:03:33Hoe hij de ongerechtigheid aanwees en afwees.

1:03:38Hoe hij de eigen gerechtigheid als blinkende zonde beschreef.

1:03:43In het licht van gods volmaakte een heilige wet.

1:03:48Duidelijk maakte dat geen gerechtigheid genoegzaam was.

1:03:52Als mensen zeiden.

1:03:54Om voor God te kunnen bestaan.

1:03:56O wat gaf dat een ergenis.

1:03:59Ja toen hij de schrift zo opende gemeente dat hij sprak.

1:04:02Dat niemand tot hem kon komen.

1:04:05Tenzij dat het hem gegeven werd van God de Vader.

1:04:10Dus het is Gods werk.

1:04:13Het welbehagen van de Vader.

1:04:16Het zaad van het wedergeboorte.

1:04:18Uit welk het woord is de kracht van de heidige geest.

1:04:22Die trekkende liefde, loutere goedheid, liefdekoorden, waarheid zijn des Heren paan.

1:04:28Ze ergerden zich.

1:04:29Ze zeiden, deze reden is hard.

1:04:32Dat is toch hard?

1:04:34Dat geen buiten gezet te worden.

1:04:36Geen enkele verdiensten aan te kunnen brengen.

1:04:40En zo ijverig geweest.

1:04:42En zo hard gewerkt.

1:04:43En zo zwaar gezoegd.

1:04:46En dan geen enkele erkenning voor hetgeen wat u gedaan hebt.

1:04:52Deze reden is hard.

1:04:53Wie kan dezelfde horen.

1:04:55Maar kijk.

1:04:56Als u als een uitgewerkte verloren zondaar.

1:05:00Als een kreupel.

1:05:02Als een blinde.

1:05:03Als een doof mens aan de voeten van de zaligmaker terecht gekomen bent.

1:05:07Dan leert u beleiden.

1:05:10Gij hebt de woorden des eeuwige levens.

1:05:13En de gezelschapgemeente wat u had.

1:05:16Eenvoudige Galileese mannen.

1:05:19Die hij geroepen had tot apostelen.

1:05:21En die hem vergezelden.

1:05:23En dat het gehoor wat zich rondom hem heen verzamelde.

1:05:27Dat is toch ergerlijk.

1:05:29Tolle naren en zondaren.

1:05:31Ze naderden tot hem.

1:05:33Om hem te horen.

1:05:35En de fariseers die spraken het met afschuw uit.

1:05:39Ziet hij ontvangt de zondaren.

1:05:41En die eet met hem.

1:05:44En dan komt hij in die stad Jericho.

1:05:47En dan gaat hij die stad door.

1:05:48Rijden dikst aan de mensen langs de straat.

1:05:52En dan zag Geus kan er niet bij komen te klein.

1:05:55Klimt in een boom.

1:05:57Hij is tot een zondige man ingegaan.

1:06:00Om te herbergen.

1:06:02Dat is de schriftgemeente.

1:06:04Hij is gekomen om te zoeken.

1:06:06Zalig te maken.

1:06:08Dat verloren was.

1:06:10Hij is gekomen niet om te roepen de rechtvaardigen.

1:06:13Maar de zondaars.

1:06:15Tot bekering.

1:06:17En als hij dan zijn werk deed.

1:06:18Bovenal op de sabbedag.

1:06:21Als hij een dorman.

1:06:23Weer het leven gaf in de hand.

1:06:25Als een kromgebogen vrouw kwam op te richten.

1:06:29Wat een ergernis.

1:06:31Wat een stootting aan hem.

1:06:34En aan de arbeid die hij verrichtte.

1:06:38De ergernis dat de ongerechtigheid bekendgemaakt werd.

1:06:42Dat de eigen gerechtigheid afgewezen werd.

1:06:46En dat hij zijn gerechtigheid als enige grond tot behoud.

1:06:51Uitsluitend aan, prees.

1:06:54Calvin, gemeente, die tekent bij deze tekstwoorden aan.

1:06:58Wat staat u nu in de weg om tot Christus Jezus te gaan?

1:07:03Wat staat u in de weg om tot hem uit te gaan?

1:07:09Ja, er zijn zoveel hindernissen.

1:07:11Er zijn zoveel bezwaren.

1:07:13U staat uzelf in de weg.

1:07:15Uw verstand, uw dogmatiek, uw redenen, uw werken.

1:07:22U staat uzelf in de weg.

1:07:23Wat staat u in de weg om tot hem in te gaan?

1:07:27En wat dringt u, zegt Calvin, om u van hem toch af te keren?

1:07:34Ziet, de zaligmaker zegt het, dat is de vertrouwsting.

1:07:38Van de oprecht gelovigen die ondanks alle hindernissen, alle beletselen, alle bezwaren, met zijn zonde, met zijn schuld.

1:07:50De bevende zonders hand leert leggen.

1:07:53Op de waarheid van het woord.

1:07:55En tot hem leert uit te gaan.

1:07:57En voor hem leert buigen.

1:08:00Aanhoudend en volhardend.

1:08:03Hem als de enige weg tot behoud.

1:08:06En tot zaligheid te zien.

1:08:09O, wat hebben we toch te kampen met die doofheid van onze oren.

1:08:14Met blindheid in onze weg.

1:08:17Met die kreupelheid van onze voeten.

1:08:20Met die hardigheid van ons hart.

1:08:22Met die onboedvaardigheid.

1:08:24Die geestelijke domheid.

1:08:27Maar als dan de overmacht van het woord in ons hart, in ons leven komt.

1:08:32En wij ziende op onszelf.

1:08:35Afziende van onszelf.

1:08:38Horend het geklank van het liefdelijke evangelie.

1:08:42Onze kreupelen voeten zetten.

1:08:44In de waarheid van het woord.

1:08:47En ondanks de hindernissen.

1:08:50De bezwaren, de influisteringen van de worst, de duisternis.

1:08:54Onze vleeslijke overleggingen tot hem gaan.

1:08:59Ja, dan valt het niet mee, gemeente.

1:09:01Want hoe dichter of u bij hem komt, hoe meer uw ongelijkvormigheid openbaar kwam.

1:09:09Toen de jongste zoon terugkeerde bij de zwijnen.

1:09:13Toen hij nog bij de zwijnen was.

1:09:15Toen dacht hij, ik kan nog wel huurling zijn.

1:09:18Hoeveel huurlingen mijn vaders hebben overvloed van brood.

1:09:22Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.

1:09:25En ik zal zeggen.

1:09:27Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

1:09:30En dat ik toch een van zo'n huurling nog zou mogen zijn bij de vader.

1:09:35Maar hoe dichter of hij bij de vader kwam.

1:09:38Hoe meer de zonde drukte tegen de goedheid van de vader gezondigd te hebben.

1:09:44En geheel om geschikt te zijn om nog enige dienst voor de Vader te doen.

1:09:50Alleen maar een schuld leeft nog over.

1:09:52Vader, ik heb gezondig tegen de hemelen voor u.

1:09:56Bent kindschap niet meer waardig.

1:09:59Is dat dit ervaring gemeent als we door geest en woord geleid worden.

1:10:05Overtuigd worden.

1:10:06Dat hoe dichter, hoe meer we het woord lezen.

1:10:10Hoe meer licht of ontvangen op die uitnemendheid.

1:10:14Op die volkomenheid.

1:10:16Op de gepastheid van deze borg en zaligmaker.

1:10:20We te meer ook zien hoe diep of de zonde wordt geschoten heeft.

1:10:24Wat een onbekeerlijk hart over omdragen.

1:10:28Wat een verlorenheid over wij onszelf ook blijven waarnemen.

1:10:33Maar dan toch te komen.

1:10:36En bij hem te blijven.

1:10:38Hoe ontdekkend, hoe schuldigstellend ook zijn woord is.

1:10:42Maar ziet ook hoe.

1:10:45Daar hebt u die blinde Bartimaeus.

1:10:48Hij riep Jezus.

1:10:50Gij zonen Davids.

1:10:52Ontfermt u mijner.

1:10:55Aanhoudend.

1:10:57Volhardend.

1:10:58Ondanks de hindernissen.

1:10:59De scharen.

1:11:00Die zei hou maar op Bartimaeus.

1:11:03Stop met dat roepen.

1:11:05Maar hij riep zoveel te meer.

1:11:08Zie het gemeente.

1:11:09Dat is de strijd.

1:11:11Dat is de worsteling.

1:11:13Het is natuurlijk niet zo.

1:11:14U wordt er stond van uw kwaal genezen.

1:11:17U hebt er stond een bevrijdend gevoel.

1:11:20Neem vasthoudend aan het woord.

1:11:24Hoe het ook mag tegenlopen.

1:11:26Gestadig op zijn goedheid te hopen.

1:11:30En u verwacht hem te stellen op het woord.

1:11:32Wat zegt al wat u ontbreekt.

1:11:34Dat schenk ik.

1:11:35Zo gij het smeet in hem.

1:11:38Is geen tekort.

1:11:40En zalig is hij die aan mij niet geërgerd wordt.

1:11:45Die zich niet stoot aan mijn uitnemendheid.

1:11:49Die zich niet ergert aan mijn leer tot zaligheid.

1:11:54Maar die leert buigen.

1:11:55Die de waarheid van het hoort leert verstaan.

1:11:58Die de kracht van de profetie leert omhelzen.

1:12:02En die in hem de vervulling ziet.

1:12:04Van de belofte gods het vrouwenzaad.

1:12:08Die met Abram zich verheugt over zijn komst.

1:12:12Die met Jacob beleidt op uw zaligheid wacht ik, o heren.

1:12:17Die met de moedvaardige zonderes buigt aan zijn gezegende voeten.

1:12:22Om van hem genezing, ontferming te ontvangen.

1:12:26Waar de dichter ook van zingt in Psalm 103.

1:12:29Het tweede vers wat we eerst met elkaar gaan zingen.

1:12:32Het tweede vers van Psalm 103.

1:12:34Loof hem.

1:12:36Die u al wat ge hebt misdreven.

1:12:39Hoeveel het zij.

1:12:41Genadig wil vergeven.

1:12:43Uw krank heen kent.

1:12:45En liefderijk geneest.

1:12:47De tweede vers.

1:12:48Van de honderd en derde psalm.

1:12:50[GEZANG]

1:14:58Zijd gij degene die komen zou gemeente.

1:15:02En wij weten op grond van het profetische apostolische woord.

1:15:07Dat hij het is die gekomen is.

1:15:10De zaligmaker van zondaren.

1:15:12Geen twijfel over mogelijk.

1:15:14Dat hij de waarachtige, de getrouwe getuige gods is.

1:15:18Gekomen in de volle destijd.

1:15:21Om de last van de zonde en schuld te dragen en weg te dragen.

1:15:27Om de toren gods te blussen.

1:15:30Om de vorste duisternis te verslaan, te verkletteren.

1:15:35En om zijn kerk te redden en te zaligen.

1:15:39Ziet gemeente.

1:15:41Misschien deed Johannes in de banden.

1:15:44Ik denk dan aan de woorden van Isaiah 50, het tiende vers.

1:15:47Wie is er onder de lieden die de Heren vreest?

1:15:51Die de stem zijn knechts hoort als hij in de duisternis wandelt.

1:15:57Zo zat daar deze Johannes der neder.

1:16:01En geen licht heeft.

1:16:03Dat hij dan betrouw op de naam des Heren en steunen op zijn God.

1:16:09Deze discipelen gemeenten van Johannes misschien in vertwijfeling.

1:16:13Misschien ook in ijverzucht, zo zeggen sommige verklaarders.

1:16:18Ja, ze konden het niet verdragen.

1:16:19Ze waren zo verknocht aan Johannes de Doper.

1:16:22En nu kwam de Zoon de God, thans in hoeverre of ze dat gezien hebben.

1:16:29En nu ging Johannes achteruit.

1:16:33Zijn gevolg liep weg.

1:16:35Hij zat in de gevangenis, in de banden.

1:16:39Wij zouden toch zeggen als de zaligmaker zou komen, dan zou toch Johannes de voornaamste discipelen worden.

1:16:46Die kreeg toch de beste plaats onder de discipelen.

1:16:49Het moet in de gevangenisgemeente, want een onbegrepen weg is dat geweest.

1:16:54In de banden verkerend.

1:16:56En straks gaat de deur open.

1:16:58Maar niet om bevrijd te worden voor de tijd, maar om onthoofd te worden.

1:17:03En de bevrijding voor de eeuwigheid te mogen ontvangen.

1:17:09Maar wat een weg voor het vlees.

1:17:11En dan deze discipelen.

1:17:13Die wettische ijverzucht wellicht.

1:17:16Hij was slechts een voorloper.

1:17:18En hij wees heen op de koning der kerk.

1:17:22Deze discipelen die hebben zoveel strijd.

1:17:24Die zijn zo verbonden aan Johannes.

1:17:27Die willen hem nog niet de plaats geven.

1:17:30Die hij waardig is.

1:17:31En die er toe komt.

1:17:34Een strijd ook in het geestelijke leven toch.

1:17:37O die werkende wet.

1:17:39O, telkens maar weer met iets van onszelf tevoorschijn te komen.

1:17:44Onze tranen die we schrijen.

1:17:47Onze gevoelige aandoeningen die we zo dierbaar achten.

1:17:52Onze gestaltes waar we zelf zo'n grote voldoende voor geven.

1:17:57En die de plaats dreigen in te nemen van Hem, de Zonen God.

1:18:03U moet juist sterven.

1:18:05U moet juist achteruit.

1:18:07U moet juist minder worden.

1:18:10Die tranen zijn wel goed, maar Christus is beter.

1:18:14Zo'n gevoelige gestalte is liefelijk.

1:18:17Maar de gestalte van de zaligmaker is dierbaarder.

1:18:21Is heerlijker.

1:18:23Hij moet wassen.

1:18:25Ik moet minder worden.

1:18:28Hoort u hoe Johannes dat gezegd heeft?

1:18:31Minder worden.

1:18:32Niet ik ben minder geworden.

1:18:35Ik moet minder worden.

1:18:38Een proces.

1:18:40Levenslang.

1:18:41Tot in de gevangenis toe.

1:18:43Daar zit hij.

1:18:45En minder geworden.

1:18:47Het valt niet mee.

1:18:48Om zo minder te worden.

1:18:50Om dag en dag in een duistere cel te moeten verkeren.

1:18:54En de dood voor ogen.

1:18:57Valt niet mee gemeente.

1:18:59Elke keer weer opnieuw.

1:19:02Dat wettische beginsel wat naar voren komt.

1:19:06En door de wet te leren sterven telkens weer.

1:19:11Om bij hem de grote levensvorst terecht te komen.

1:19:16Versterking gemeente geschiet door het geloof.

1:19:21Wat het woord gods omhelst.

1:19:24Dat de heren zekerlijk zijn belofte vervult.

1:19:28Dan moet u niet in verwarring gebracht worden.

1:19:31Als u met Jozef in de kou terecht komt.

1:19:35Als vrome broeders u binden en verkopen naar Egypte.

1:19:40Moet u niet in verwarring gebracht worden.

1:19:43Als u gelasterd en gesmaat wordt.

1:19:46En u de gevangenis terechtkomt in Egypte.

1:19:50Alsof de heren geen waarmaker van zijn woord zou zijn.

1:19:54Dan moet u niet in vertwijfeling terechtkomen.

1:19:57Zoals David in vertwijfeling kwam.

1:20:00Als u de belofte krijgt van het koningschap.

1:20:03En een paleis.

1:20:05En voorlopig woont u in de woestijn.

1:20:08En hebt u als huis een spelonk.

1:20:11En een koningszaal die u achtervolgt.

1:20:14Dat zijn toch omstandigheden dat u in vertwijfeling komt.

1:20:18Zien er op het zaal.

1:20:20Zien er op uw woning.

1:20:22Zien er de dorheid om u en in u.

1:20:26Maar dan dat het van buiten u komt.

1:20:29Dat het buiten u vast ligt.

1:20:31Gewis en zeker is.

1:20:33In de belofte gods.

1:20:36Dan moet u niet in moedeloosheid geraken.

1:20:39Gemeente als u met Gideon.

1:20:41Naar driehonderd man.

1:20:43Naar een grote menigte moet uittrekken.

1:20:46Om de overwinning te behalen.

1:20:49Dan moet u niet denken.

1:20:50Nu weet de Heer er nooit meer van mij af.

1:20:52Zoals Job op de ashoop zat.

1:20:55Alles ontnomen.

1:20:57En dan ook in diepe vertwijfeling zich afvroeg.

1:21:02Wat of de Heer het daarmee voor had.

1:21:04En toch ook weer kwam tot de beleidenis.

1:21:07Ik weet.

1:21:07Mijn verlasser leeft.

1:21:11Schots weg, gemeente.

1:21:12U moet geoefend worden.

1:21:15We moeten door het vuur gelouterd worden.

1:21:18We moeten beproefd worden, gelijk zilver beproefd wordt.

1:21:21Het schuim moet ervan af.

1:21:23Dat zilver, de genade gods, schittert in het vuur van de beproeving.

1:21:29Dat goud gaat er meer blinken, als het ook op die wijze ook gelouterd wordt.

1:21:36Het zicht raakt u kwijt op uzelf.

1:21:39Het wordt met u minder.

1:21:41Achteruit.

1:21:42Is dit wel van hem?

1:21:44Is dit nu Gods weg?

1:21:46U dacht ik word bekeerder.

1:21:48Ik word heiliger.

1:21:50Ik ga de zonde overwinnen.

1:21:53Het gaat de goede kant uit.

1:21:55Ik klim hoger op.

1:21:57Is dit Gods weg?

1:21:59Om dan achteruit minder te worden.

1:22:02Zijt gij degene die komen zou.

1:22:05Ja hij is dan gekomen.

1:22:07Als dat waarheid mag zijn in uw hart.

1:22:10Dat zijn de genadige ondervindingen die de Heer uitwerkt in de ziel.

1:22:15Dan is Hij gekomen.

1:22:17Met het woord zijn er genade.

1:22:19En door de kracht van de heilige geest.

1:22:23Want zo handelt Hij.

1:22:25Zo doet Hij.

1:22:26Zo spreekt Hij.

1:22:29Opdat u met uw doofheid.

1:22:32Met uw blindheid.

1:22:34Met uw kreupelheid.

1:22:37Met uw armoede terechtkomt.

1:22:39Aan de voeten van Hem.

1:22:41Wie hem nederig valt te voet, die zal van hem zijn wegen leren.

1:22:47Hij is het gemeente.

1:22:49We hebben de vastheid van het profetische apostolische woord voor ons.

1:22:54Dat hij het is die gekomen is.

1:22:59Onweerlegbaar.

1:23:00Het is de vastheid van het godsgetuigenis.

1:23:03Wat ons vanuit het Oude Testament en het Nieuwe Testament dit voorhoudt.

1:23:09Dat hij de zaligmaker van zondagen is.

1:23:12De zonen gods.

1:23:14Gekomen in de volheid destijds.

1:23:17En u komt ook nu tot u en tot mij.

1:23:20In het gewaad van zijn woord.

1:23:22Hij is nog dezelfde.

1:23:24Hij doet nog dezelfde wonderen.

1:23:26Hij geeft nog dezelfde genade.

1:23:29Wie hem nederig valt de voet.

1:23:31Hij is gisteren en heden dezelfde.

1:23:33En dat tot in de eeuwigheid.

1:23:37En straks zal hij wederkomen.

1:23:40Ten oordeel.

1:23:42Maar dan niet meer als redder.

1:23:46Niet meer als zaligmaker.

1:23:48Maar dan als rechter.

1:23:50Om u en mij verantwoording af te eisen.

1:23:53Van het rentmeesterschap.

1:23:55Over zijn woord.

1:23:57Over zijn getuigenis.

1:23:59En hij zegt gemeente zalig is hij.

1:24:02Is zij.

1:24:04Die aan mij niet geërgerd wordt.

1:24:08Die zich niet stoot aan mij.

1:24:10Zich niet ergert aan mij.

1:24:13Maar die buigt.

1:24:14Die mij gepast.

1:24:16Hij als dierbaar.

1:24:19Als zaligmaker.

1:24:20Als middelaar leert.

1:24:22Te voetvallen.

1:24:24Om hem te erkennen.

1:24:26Die komt in zijn onkunde.

1:24:29Ziet gemeente in de woorden van de tekst.

1:24:31Wat hij doet.

1:24:33In welk gezelschap of hij verkeert.

1:24:36Doven.

1:24:37Blinden.

1:24:38Kreupelen.

1:24:39Armen.

1:24:41Het

1:24:42is het gezelschap van de zonen gods.

1:24:46Bent u ook onder dit gezelschap te vinden?

1:24:50Hebt u ook last van die geestelijke doofheid?

1:24:54Kampt u ook met die geestelijke blindheid?

1:24:57Hebt u geen voet om uit te gaan?

1:25:00Gevoelt u de dorheid en de dodigheid in uw hart?

1:25:03Arm aan ontdekking.

1:25:05Arm aan genade.

1:25:08Arm aan schuldbeleving.

1:25:11Arm aan kennis van de schuldvergeving.

1:25:14Daar staat.

1:25:15Gaat heen.

1:25:17Boodschap Johannes.

1:25:18Deze dingen.

1:25:20Zalig is hij die aan mij niet geërgerd wordt.

1:25:24De dichtergemeente die zegt.

1:25:26Gans hulpeloos.

1:25:28Tot hem gevloden.

1:25:31Die zal hij ten redder zijn.

1:25:34Amen.

1:25:35Eindigen wij het gewet.

1:25:39Heren, gij bracht ons in dit morgenuur rondom.

1:25:42Dit uw woord.

1:25:44Uw getrouw getuigenis.

1:25:46Wat tot ons komt.

1:25:49Dat gij het zijt.

1:25:50Die in het gewaad van uw goddelijk woord.

1:25:53Dezelfde zijt.

1:25:55Dezelfde blijft.

1:25:57En tot ons afdaalt.

1:26:00Want u hebt het toch.

1:26:02Toegezegd in uw woord.

1:26:03Het geloof is uit het gehoor.

1:26:05Door het gepredikte woord.

1:26:09Dat woord gemeente.

1:26:11Wat onder ons.

1:26:13verkondigd wordt.

1:26:14Alle vlees is als gras.

1:26:17En al de goede tierenheid is als een bloem van het veld.

1:26:22Dat gras verdort en de bloem valt af.

1:26:26Maar dit is het woord wat blijvende kracht heeft en wat blijft tot in de eeuwigheid.

1:26:34Johannes was een voorbijganger.

1:26:37Zo leert uw woord het.

1:26:39Hij moest minder worden.

1:26:41Dat zijn alle voorgangers.

1:26:43We gedenken dan ook aan de familie op het hof die in diepe rouw en droefheid gedompeld is.

1:26:50Door het smartelijk verlies van een geliefde man, een vader, een grootvader.

1:26:56Heren, gedenken ze ook in de verdere weg.

1:26:59Zij treuren niet als degenen die zonder hoop zijn.

1:27:03Maar u kent ook het plotselinge verlies wat beleefd moet worden.

1:27:08Zo lange tijd ook hier in het midden van de gemeente verkeerd.

1:27:12U wordt ook gepredikt.

1:27:14Wil nog zo uw genadige geunst en zegen ook in de verder weg verdienen.

1:27:21Gedenk ook in het verder van deze dag aan ieder onze.

1:27:26Schenk toch uw zegen ook straks over het werk van de zondagsschool.

1:27:31Wil ons ook in dit avontuur weer samenbrengen rondom uw woord.

1:27:35En de beleidende kerk, verzoen genadiglijk dat wat niet naar uw woord was.

1:27:42Bij het spreken en luisteren.

1:27:44Wij vragen u dit uit genade alleen.

1:27:48Om Jezus willen.

1:27:50Amen.

1:27:53Wij zingen tot slot uit Psalm 72.

1:27:56En daarvan het zesde en het zevende vers.

1:27:58Ja, elk der vorsten zal zich buigen.

1:28:01En vallen voor hem neer.

1:28:03En ook het zevende vers.

1:28:05Hoe driftigen zal hij verschonen.

1:28:07Psalm 72, vers 6 en 7.

1:28:10[GEZANG]

1:32:47Gaat nu heen in vrede, dragende de zevendes, heren.

1:32:51De heren zegenen u en behoeden u.

1:32:54De heren doen zijn aangezicht over u lichten.

1:32:57En zij u genadig.

1:33:00De heren verheffen zijn aangezicht over u.

1:33:03En geven u vrede.

1:33:06Amen.

1:33:07[GEZANG]