0:00[GEZANG]
11:30Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren, Heren, die de hemel en de aarde uit niet
11:42geschapen heeft,
11:44die trouwen houdt en eeuwig leeft en die nooit zal laten varen enig werk wat zijn goddelijke
11:57hand begonnen is.
11:59Amen.
12:03Gemeente genade, vrede, barmhartigheid en vertroosting.
12:09Wordt u bij de aanvang geschonken of bij verdere voortgang rijkelijk vermenigvuldigd van God de Vader.
12:17Door zijn Zoon, Jezus Christus, de Heren, in de gemeenschap van de Heilige Geest.
12:30Amen.
12:33Gemeente, wij gaan met elkaar zingen van Psalm 95 en daarvan het vierde vers.
12:40Want hij is onze God en wij zijn het volk van zijn heerschappij.
12:47De schapen die zijn hand wil wijden.
12:51En wat er verder volgt, Psalm 95, het vierde vers.
12:56[GEZANG]
15:30Gemeente, ook deze morgen worden wij gesteld voor de spiegel en onder de tucht van de heilige wet des heren.
15:38Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid hebt.
15:51Gij zult geen andere gode voor mijn aangezicht hebben.
15:55Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen...
16:06Dat onder op de aarde is.
16:09Nog van hetgeen dat in de wateren.
16:12Onder de aarde is.
16:14Gij zult u voor die niet buigen.
16:17Nog hen dienen.
16:19Want ik.
16:20De Heere uw God.
16:22Ben een ijverig God.
16:24Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen.
16:28Aan het derde.
16:29En aan het vierde lid.
16:32Dergenen die mij haten.
16:34En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.
16:45Gij zult de naam des Heren, uw schots, niet eidelijk gebruiken.
16:50Want de Heere zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
16:58Gedenk, den Sabbadag, dat gij dien heiligt.
17:03Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
17:07Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
17:12Dan zult gij geen werk doen.
17:15Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw
17:28poorten is.
17:29Want in zes dagen heeft de Heere...
17:33De hemel en de aarde gemaakt.
17:35De zee en alles wat daarin is.
17:38En hij rustte ten zevende dagen.
17:42Daarom zegende de heren den Sabbadag.
17:45En heiligde dezelve.
17:49Eer uw vader en uw moeder.
17:52Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
17:55Dat u de heren uw God geeft.
17:58Gij zult niet doodslaan.
18:01Gij zult niet echt breken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste, gij zult
18:14niet begeren uw snaasten huis, gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd,
18:27nog zijn os, nog zijn ezel.
18:31Nog iets dat uw snaasten is.
18:35En al het volk zag de donderen en de bliksemen en het geluid der bazuin en de rokende berg.
18:44Toen het volk zulks zag, weken zij af en stonden van verre.
18:54Wij openen vanmorgen opnieuw Gods heilig en onfeilbaar woord in het Oude Testament, in het eerste boek van de Bijbel.
19:02Genesis 11, te beginnen bij vers 27, tot en met het einde.
19:10En we lezen door in Genesis 12, vers 1 tot en met vers 5.
19:17Schriftlezing, te beginnen bij Genesis 11, vers 27.
19:23En we lezen door in Genesis 12, vers 1 tot en met 5.
19:33En daar luidt Gods heilig en onfeilbaar woord al dus.
19:38En dit zijn de geboorte van Tera.
19:41Tera gewon Abram, Nahor en Haran.
19:46En Haran gewon Lot.
19:49En Haran stierf voor het aangezicht zijn vaders Tera.
19:54In het land zijn de geboorte in Urdergaldeen.
19:58En
20:00Abram en Nahor namen zich vrouwen.
20:03De naam van Abrams huisvrouw was Sarai en de naam van haar huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka en vader
20:15van Jiska.
20:16En Sarai was onvruchtbaar, zij had geen kind.
20:22En Tera nam Abram zijn zoon en Lot, Harans zoon, zijn zoon's zoon en Sarai zijn schoondochter.
20:33De huisvrouw van zijn zoon Abram.
20:35En zij togen met hen lieden uit Ur der Galdeën.
20:39Om te gaan naar het land Canaan.
20:42En zij kwamen tot Haran.
20:46En woonden al daar.
20:49En de dagen van Tera waren 205 jaar.
20:54En Tera stierf te Haran.
20:58De
21:00heren u had tot Abram gezegd.
21:02Ga gij.
21:04Uit uw land en uit uw maagschap en uit uw vaders huis naar het land dat ik u wijzen zal.
21:13En ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen en uw naam groot maken en wees een zegen.
21:23En ik zal zegenen die u zegenen en vervloeken die u vloekt.
21:28En in u.
21:30Zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
21:34En Abram toog heen.
21:37Gelijk de heren tot hem gesproken had.
21:40En Lot toog met hem.
21:44En Abram was 75 jaar oud.
21:47Toen hij uit Haran ging.
21:49En Abram nam Sarai zijn huisvrouw.
21:52En Lot zijn broeders zoon.
21:55En al hun haven die zij verworven hadden.
21:58En de zielen die zij verkregen hadden.
22:01In Haran.
22:02En zij togen uit.
22:05Om te gaan.
22:06Naar het land Kanaan.
22:08En zij kwamen.
22:10In het land Kanaan.
22:14Tot zover de schriftlezing.
22:17We willen de heren vragen.
22:18Om zijn verbeurde.
22:19Maar ook zo onmisbare zegen.
22:21Over de bediening van zijn woord.
22:23En in de voorbeden.
22:24Willen we de heren opdragen.
22:25De familie Grinwes.
22:27In verband met de zorgen.
22:28Om hun schoonzoon en zwager.
22:31Kees Padmos uit Putten die deze week een open hart operatie moet ondergaan.
22:35Laat ons bidden.
22:37O
22:43allerhoogste majesteit.
22:47Gij die in het rijk der heerlijkheid.
22:50De hemel hebt tot uw troon.
22:52En de aarde tot een voetbank van uw heilige voeten.
22:56Dat het niet kwaad zij in uw ogen heer.
22:59Als wij ons onderwinden om tot u te naderen in het gebed.
23:05Tot voor uw troon.
23:07De aanspraak plaats uw heiligheid.
23:12Want u woont toch in het hoog en in het heilige.
23:16Maar ook bij dien die van een verbreizelde en nederige geest is.
23:22O heren wilt u ons daar vanmorgen iets van doen gevoelen.
23:29Dat er plaats gemaakt wordt door uw geest in ons hart.
23:38Want wij weten niet.
23:41Te bidden gelijk het behoort.
23:45Maar de apostel die mocht het getuigen.
23:47Maar de geest bidt voor ons.
23:49Met onuitsprekelijke zuchtingen.
23:53O heren.
23:55Wilt u ons dan alles afnemen wat we kwijt moeten.
24:02En wat niet voor u kan bestaan.
24:07Maar wilt u ook ons schenken alles wat we nodig hebben.
24:12Die geest der genade.
24:15En die geest er gebeden.
24:17De geest des geloofs.
24:20Die zaligmakende bediening van de geest van Christus.
24:24Die in alle waarheid leidt.
24:27En zou u zo vanmorgen.
24:31De hoogste en de eerste plaats in ons midden willen innemen.
24:35Op uw wijze.
24:37Op die koninklijke wijze.
24:40In de weg van het wonder.
24:42In de weg van het recht.
24:45In de weg waarin u op het allerhoogst verheerlijkt wordt.
24:49En de zon daar op het allerdiepst vernederd wordt.
24:53En waarin uw volk op het allerbondigst vertroost mag worden.
24:58Heren wij moeten onze handen de lucht insteken.
25:02En het uitroepen we zijn albedervers.
25:06Ook als wij terugzien op de afgelopen week.
25:10Niet geweest die we hadden moeten zijn.
25:14Dingen gezegd die we niet hadden mogen zeggen.
25:17En gezondigd in gedachten.
25:20In woorden.
25:22In werken.
25:24In daden.
25:26Ja zelfs in de allerheiligste verrichtingen.
25:31Zijn wij besmet.
25:34Met die dodelijke kwaal.
25:37De zonde.
25:39O heren.
25:42Mag het dan zijn hier in de kerk.
25:45En thuis meeluisterend.
25:48Dat wij, zo dodelijk verwond als dat we zijn,
25:55het toch mogen roepen, Heren,
25:59ontferm u onze.
26:02Op en onder de kansel,
26:05gedenk onze naar uw barmhartigheden.
26:10Doe niet met ons naar zonde schuld en dwaasheid.
26:14Maar zie ons aan in Sion's betalende borg, die zijn leven heeft gegeven voor doden.
26:24Omdat ook in oudorp vijanden met u verzoend.
26:28En goddeloze gerechtvaardigd zullen worden.
26:31Op grond van recht.
26:33Op grond van gerechtigheid.
26:36Op grond van het bloed.
26:38De verzoening.
26:40Van die enige borg en de middelaar.
26:43De heer Jezus Christus alleen.
26:46O gezegende borg en middelaar.
26:49Zou u zo vanmorgen de rijen door willen gaan.
26:54Dat u als die zoekende zaligmaker Oudorp doorgaat.
27:01En ons een bezoek brengt van de hemel.
27:05Hier in de kerk, maar ook als wij elders mee mogen luisteren.
27:11Heren, betoon nog van ons af te weten.
27:16Geef ons toch niet over aan onszelf.
27:19Want het is gewis verloren.
27:22Maar geef dat er een roepen geboren mag worden.
27:24Uit de diepte tot u.
27:27Die alleen hel kunt zenden.
27:30Dan dragen we het geheel van de gemeente aan u op.
27:33Het alle noden en zorgen.
27:36Die u op het aller volmaakst bekend zijn.
27:41Als er sprake is van moeite en verdriet.
27:45Rauw.
27:47Korter of langere tijd geleden aan een open graf.
27:50Moest worden gestaan.
27:54Heren.
27:56Als er sprake is van ziekte en zorgen.
28:00Van verborgen kruizen.
28:05Waar een ander vaak niet van af weet.
28:09Maar heer we mogen het alles bij u brengen.
28:12Want u weet het wel.
28:14En u aanschouwt toch de moeite.
28:16En het verdriet op dat we het in uw hand geven.
28:20O mag het dan zo vanmorgen zijn.
28:24Dat we alles kwijt mogen raken.
28:27Aan uw voeten mogen brengen.
28:30Al onze bekommenis op u mogen werpen.
28:34In dat diepe besef.
28:37In dat hartelijke vertrouwen.
28:40Hij zorgt voor u.
28:44Heer wij dragen in het bijzondere familie Grinwis aan u op.
28:49Die een nieuwe week zijn ingegaan met ons.
28:54Deze eerste dag van de nieuwe week.
28:56Maar waar ook deze week.
28:58Een schoonzoon en zwager Kees Padmos.
29:02Uit Putten.
29:03Deze week een open hart operatie moet ondergaan.
29:07O heren, gedenk hen in
29:11al deze moeite en zorgen.
29:14En we dragen ook Kees Padmos en zijn vrouw Lennie hartelijk aan u op.
29:22Heren, ontfermt u zich over hen beide.
29:28En alle die om hen heen mogen staan.
29:33Heren, begeef hen niet.
29:36En verlaat hen niet.
29:38Maar wilt u het licht.
29:40Van uw vriendelijk aangezicht.
29:43Over hen doen lichten.
29:45En dat u deze week mee wilt gaan.
29:49Als zij hem achter moeten laten.
29:51Als de deuren van de operatiekamer dicht gaan.
29:55En niemand mee kan.
29:58Wilt u dan mee gaan heren.
30:01Wilt u zich niet onbetuigd laten.
30:03In deze weg.
30:05En geven.
30:07Dat de handen van de artsen, van de doktoren bestuurd mogen worden.
30:12Maar dat er ook een geestelijke zegen, een geestelijke vrucht uit voort mag komen.
30:20Voor heel de familie.
30:22Heren, ontfermt u zich ook over deze lege plaats hier in Oudorp.
30:35Wilt u als de grote herder, als de overste herder.
30:40Die goede herderschapen deze kudde niet begeven en niet verlaten.
30:50En wilt u op uw tijd nog
30:55geven de man naar uw raad.
30:58Maar bovenal ook in uw gunst.
31:04En dat het gebed en de nood en
31:08het geroep.
31:10Zich mag vermenigvuldigen om hulp, om uitkomst bij u vandaan.
31:16Heren, zegen ook de Amstdragers.
31:20De raad der kerk.
31:24U weet wat ze nodig hebben.
31:26De last die op hun schouders rust.
31:30Heren, daarin betrekken wij toch ook de oud-Amstdragers.
31:36Heren, gedenk de kerkvolgden, de notabelen.
31:41Ieder die een taak heeft in de gemeente, de koster.
31:46Organisten.
31:47Kandidaat Kooiman die hier pastoraal werk mag doen.
31:52Ondersteun nog van onder eeuwig armen.
31:55En wilt u nog geven gebondenheid.
31:59Aan die oude waarheid.
32:01Naar schrift en beleidenis.
32:05Om vast te mogen houden.
32:09Aan uw woord.
32:11Vastgehouden te worden.
32:13Want wij kunnen niets vasthouden.
32:15Wij laten alles los.
32:17Maar wilt u zichzelf nog niet onbetuigd laten.
32:21En uw naam verheerlijken.
32:23En uw koninkrijk hier uitbreiden.
32:28Heren, gedenk deze wereld in diepe nood.
32:33Gedenk al die plaatsen waar oorlog is.
32:37Waar mensen zuchten onder het geweld.
32:41Waar
32:44zoveel bloed vergoten wordt.
32:48Gedenk alle die ook.
32:53Geroepen zijn in militaire dienst.
32:56Heren geef.
32:57Dat er ook vrede in ons land mag zijn.
33:01Dat we het niet zullen verwachten van een leger.
33:03Maar van u.
33:04De vredevorst.
33:05En wilt u nog thans heren.
33:07In deze verwarde tijd.
33:11Ook.
33:12Ieder die geroepen is.
33:15Ook voor de veiligheid in ons land.
33:17En voor deze wereld.
33:19Nog aangorden met kracht uit de hoogte.
33:21Gedenk het werk.
33:23Der zending.
33:24Gedenk ook Janita Bakour Mastenbroek.
33:28Die in Roemenië woont.
33:30Met haar man.
33:31En daar ook werk mag doen.
33:35Met haar gezin.
33:37Onder de kinderen.
33:40Evangelisatie mag doen in Roemenië.
33:43Sterk en ondersteun ook haar.
33:45En wil ze ook op deze uw dag.
33:47Hier in Oudorp en op alle plaatsen van uw heerschappij.
33:51Uw naam verhogen.
33:53En verheerlijken.
33:55Uw koninkrijk uitbreiden.
33:57Ook in ons midden.
34:00Onder jong en oud.
34:02Klein en groot.
34:04Weest u met de kinderen.
34:05Geef dat ze het ook mogen begrijpen vanmorgen.
34:09En dat ze u vroeg mogen kennen.
34:11Zoeken en vinden.
34:13Ook de jonge mensen.
34:15Heren.
34:16Houdt u hen vast.
34:19En gedenk ons allen.
34:22In uw gunst.
34:24In uw genade.
34:26Van de kleinste tot de grootste.
34:28Van de jongste tot de alleroudste toe.
34:33Wij smeken het alles uit genade.
34:36Om Jezus wil.
34:38Amen.
34:41Gemeente wij gaan met elkaar zingen van Psalm 119.
34:45En daar van het tiende.
34:47En ook het 88ste vers.
34:50Psalm 119 vers 10.
34:51Ik ben o heren.
34:53Een vreemdeling hier beneden.
34:55Laat uw geboden op reis mij niet ontbreken.
34:59En wat er verder volgt.
35:00In het tiende vers, ook het 88ste.
35:03Het laatste vers.
35:05Gun leven aan mijn ziel.
35:07Dan looft mijn mond uw trouwe hulp.
35:11Stier mij in rechte sporen.
35:15Namens uw kerkraad zijn er de volgende mededelingen.
35:19De heuvelente aanstaande woensdag 11 februari is er een kerkdienst.
35:24Waarin dominee Van Mechelen uit Mondvoort hoopt voor te gaan.
35:29Aanvang om half acht.
35:31De collecte voor vandaag.
35:32De eerste is bestemd voor het pastoraat.
35:34De tweede voor de kerkvolkdij.
35:36En de derde voor de aflossing van de kerk.
35:39Deze collecte worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.
35:42En wij zingen 119 vers 10 en 88.
35:47[GEZANG]
42:22Gemeente, wat is het toch een groot wonder dat de Heere mensen roept.
42:28Mensen die net als de dichter van Psalm 119 moeten zeggen gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond.
42:38Mensen van wie we gezongen hebben die zijn wetten schenden.
42:45Dat Heere mensen roept uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht ook in Oudorp.
42:54Elke zondag keer op keer gaat die roepstem uit in het midden van de gemeente.
43:02Tot verloren zondaren en zondarissen.
43:07En zo roept de Heere.
43:12Mens opdat zijn huis vol worden.
43:17Apostel Paulus noemt dat nadrukkelijk in Romeinen 8.
43:22En het wordt wel genoemd de gouden keten van de zaligheid.
43:29Want die hij tevoren verordineerd heeft.
43:32Uitverkoren heeft.
43:33Die heeft hij ook geroepen.
43:35En die hij geroepen heeft.
43:37Die heeft hij ook gerechtvaardigd.
43:40En die hij gerechtvaardigd heeft, die heeft hij ook verheerlijkt.
43:47Heb u het ooit zo gehoord?
43:50Is die roepstem ooit zo in uw hart en leven binnengekomen?
43:57Dat u gevoeld hebt dat het echt waar is, zoals onze Duitse vader het beleidde.
44:04Dat de Heere ernstig en waarachtig betoont in zijn woord wat hem aangenaam is.
44:12Namelijk dat de geroepenen tot hem komen.
44:16En zo was het ook in het leven van Abraham.
44:23Waar we vanmorgen door Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest met u mogen luisteren naar de boodschap die tot ons komt vanuit het u voorgelezen schriftgedeelte.
44:35Bijzonder Genesis 12 en daarvan het eerste tot en met het vijfde vers.
44:40Tekstwoorden voor de prediking voor deze morgen.
44:44Genesis 12 en daarvan het eerste tot en met het vijfde vers.
44:48Waar we alleen nog vers 1 tot en met 4a lezen.
44:52En daar luidt Gods heilig en onfeilbaar woord al dus.
44:57De Heer en u had tot Abram gezegd.
45:00Ga gij uit uw land en uit uw maagschap.
45:06En uit uw vaders huis naar het land dat ik u wijzen zal.
45:11En ik zal u tot een groot volk maken.
45:15En u zegenen.
45:17En uw naam groot maken.
45:19En wees een zegen.
45:22En
45:24ik zal zegenen die u zegenen.
45:27En vervloeken die u vloekt.
45:29En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
45:36En Abraham toog heen.
45:39Gelijk de heren tot hem gesproken had.
45:44Tot zover.
45:45Wij schrijven onder deze...
45:47De heren roept Abraham en leidt hem uit.
45:52De heren roept Abraham en leidt hem uit.
45:58In de eerste plaats horen wij van een bevel, belofte en geloof.
46:04Dat is het eerste.
46:05Bevel, belofte en geloof.
46:08Drie kernwoorden worden genoemd.
46:11En dat is het begin van de uittocht uit Ur.
46:15In de tweede plaats zien wij dat er sprake is van een halve gehoorzaamheid.
46:23Een halve gehoorzaamheid in de tweede plaats.
46:27Dat is de grote beproeving die Abram ondervonden heeft in Haran.
46:32Daar zijn ze onderweg blijven steken.
46:35En in de derde plaats lezen wij van geloof en gehoorzaamheid.
46:42Want ze gaan uiteindelijk op weg naar Kanaan.
46:46Dus de heren roept Abram en leidt hen uit.
46:50We letten in de eerste plaats op bevel, belofte en geloof.
46:54Dat zijn de drie kernwoorden die alle drie eenzijdig van God uitgaan.
46:59Want hij is de auteur en de bewerker daarvan.
47:02Van het bevel, van die belofte en van dat geschonken geloof.
47:07En dan begint voor Abram de uitocht uit Ur.
47:10En dan letten wij vooral op vers 1 en 2 en 3.
47:13In de tweede plaats.
47:15Letten wij op een halve gehoorzaamheid.
47:18Want we lezen in vers 4 dat ze aankomen in Haran.
47:23Maar Haran is niet Kanaan.
47:28En we weten uit vers 4 en ook vers 31 en 32 van het vorige hoofdstuk.
47:33Dat ze daar een tijd gebleven zijn.
47:35Dat is een halve gehoorzaamheid.
47:37En in de derde plaats lezen we van het wonder in vers 4 en 5.
47:41Wat de Heere gewerkt heeft in het leven van Abram.
47:45Namelijk geloof en.
47:48Hij gaat niet alleen uit Ur, maar hij gaat ook uit Haran op weg naar Kanaan.
47:59Gemeente, wij kunnen ons afvragen waarom de Bijbel zoveel aandacht besteedt aan Abram.
48:06Waarom bijvoorbeeld de apostel Paulus in Romeinen 4 en
48:14in Galaten 3.
48:16En de apostel die
48:18geeft ook uitgebreid aandacht aan Abram in Hebreeën 11.
48:23Waarom zoveel aandacht voor Abram?
48:27Nou zegt iemand dat is vrij eenvoudig.
48:30Abram is de vader aller gelovigen.
48:33Dus hij is een belangrijk persoon.
48:36En ja zegt een ander.
48:38Abram wordt een vriend gods genoemd in de Bijbel.
48:44Wacht even.
48:45Dat gaat iets te snel.
48:49Weet u wat Abram allereerst was?
48:52Niet de vader aller gelovigen.
48:55Abram was in de eerste plaats een afgodedienaar.
49:00Een afgodedienaar.
49:02Een goddeloze noemt Paulus hem in Romeinen 4.
49:07Hoe weet u dat dat Abram de afgodediende?
49:10Wel we lezen dat in Jozua 24 vers 2.
49:13In die lange afscheidsreden van Jozua tot het volk.
49:17Dan herinnert hij het volk aan hun afkomst.
49:21Dan zegt hij onze vader hebben voorheen gewoond aan gene zijde der rivier.
49:25En ze hebben de afgoden gediend.
49:29En later moest het volk altijd.
49:33Als de eerstelingen van de oogst werden binnengehaald.
49:36Een beleidenis uitspreken.
49:38Wij zouden zeggen op dankdag.
49:40Als de eerstelingen van de oogst bij de priester worden gebracht.
49:44In de tabernakel en later in de tempel.
49:47Dan moesten ze een beleidenis doen.
49:48Voor het aangezicht als heren betuigen.
49:51En zeggen mijn vader dat was een bedorven Syriër.
49:55Mijn vader was een bedorven Syriër.
49:58Als u de kanttekening leest.
50:00In Deuteronomium 26 vers 5.
50:02Dan slaat dat in de allereerste plaats op Jacob.
50:05Maar dat moet toch ook van Abram gezegd worden.
50:09Een bedorven Syriër.
50:11Abram was een verloren mens.
50:13Een mens van gelijke bewegingen.
50:16Als u, jij en ik hier in de kerk en thuis.
50:21Maar Abram was niet alleen verloren.
50:23Hij was ook door God verkoren.
50:26De Heere heeft hem lief gehad met een eeuwige en...
50:30Een onberouwelijke liefde.
50:31Zo'n bedorven Syriër, zo'n afgodendienaar, zo'n goddeloze die van zichzelf moest zeggen dat hij stof en as was.
50:41Zo noemt Abram zichzelf.
50:46Hij is het voorwerp van het welbehagen van God.
50:51Dat zien wij vanaf die donkere bladzijde in Genesis 3, de zondeval.
50:55Dat de heren na Adam in de linie van Seth en Noach.
51:03En Sem, die gouden draad doortrekt.
51:12Nee, niet de naam van Abram staat boven dat geslachtsregister waarmee we begonnen zijn.
51:18Daar werd de naam van zijn vader genoemd.
51:20De naam van zijn vader, Tera.
51:26En dat laat zien, Abram was
51:29een mens van gelijke beweging.
51:32God heeft onderscheid gemaakt waar het niet was.
51:37Naar zijn vrijmachtig, soeverein, verkiezend welbehagen van eeuwigheid.
51:42Want de genadegift en de roeping God zijn onberouwelijk.
51:47Het is de verkiezende liefde van
51:51de drie-enige God.
51:52En daarom, de Heer roept Abram en leidt hem uit.
51:59En dat zien wij al in die drie woorden die we hebben gelezen met elkaar in dat eerste vers.
52:04De Heer u nu had tot Abram gezegd.
52:07Toen hij nog was in Mesopotamie.
52:09In Ur der Galdeeën.
52:11Dat is dus niet in Haran gebeurd.
52:14Leest u maar in handelingen 7.
52:16Die lange reden van Stephanus.
52:19Kinderen vlak voordat Stephanus gestenigd werd.
52:21Heeft hij een lange reden gehouden.
52:24Een preek lijkt het wel.
52:26En dan begint hij ook bij Abram.
52:28De heer heeft Abram geroepen in Ur der Galdeeën.
52:31Drie woorden.
52:32Ga gij uit.
52:36Er is iemand gezegd, dat zijn eigenlijk drie bijlslagen.
52:40Thomas Boston noemt twaalf bijlslagen in zijn viervoudige staat.
52:45Nou, dit zijn eigenlijk ook drie bijlslagen.
52:48Waarmee de bijl gelegd is aan de wortel van de levensboom van Abraham.
52:53Ga, gij, uit.
52:58Waar moest Abraham uitgaan, kinderen?
53:01Ach, Abraham moest afgesneden worden van die oude stam van Adam.
53:08En hij moest ingeënt worden in die tweede mens met een hoofdletter.
53:13In de laatste Adam, dat is Christus.
53:19En daarom moest hij uitgaan.
53:21Moest hij alles achter zich laten.
53:24Dat is dat bevel.
53:25Ga gij uit.
53:28En lees maar mee in vers 1.
53:30Uit uw land.
53:32Dat begrijp je wel aan kinderen.
53:33Dat is dat land waar Abraham opgegroeid was.
53:37Net zoals jij in Oudorp bent opgegroeid in Nederland.
53:42Ga gij uit uw land.
53:44Abram moest weg.
53:46Je zou kunnen zeggen dat is de buitenste cirkel.
53:49Uit uw land.
53:50Dat heidense goddeloze land.
53:53Het Ur der Galdeeën.
53:55En wat staat er dan nog meer in vers 1?
53:58Dat is de tweede cirkel.
54:00De middelste cirkel.
54:01En uit uw maagschap.
54:05Dat is zijn familie in ruimere zin.
54:08De stam waar Abram toe behoorde.
54:14Ga gij uit uw land en uit uw maagschap.
54:18En dan als derde, dat is de binnenste cirkel, uit uw vaders huis.
54:22Dat is uit de kring van zijn familie.
54:25Weg, Abram.
54:30Heb je die roep ooit ook gehoord?
54:33Ga gij uit.
54:34Nee, niet dat we moeten gaan emigreren naar een ander land.
54:38Abram moest dat wel.
54:40Maar dat we alles los moeten laten.
54:42Dat wij alles vaarwel moeten zeggen.
54:44Dat we moeten breken met de zonde.
54:47Dat goddeloze Ur de Galdeeën verlaten.
54:55Breken met die cultuur in dat heidense land.
55:01En uit uw maagschap, uit uw stam, uit die grotere familie.
55:05Waar u veiligheid denkt te hebben, maar u hebt het niet.
55:09En uit uw vaders huis, uit die tent van vader Tera.
55:14Waar hij liefde en warmte had ontvangen in zijn opvoeding.
55:18En zo moet Abram vertrekken.
55:21Als een pelgrim, als een vreemdeling op reis naar een land waar hij nog nooit van had gehoord kinderen.
55:28En waar de naam van dat land nog niet eens genoemd wordt.
55:32Hij weet niet eens waar het land ligt.
55:36En toch gaat Abraham, dat is het bevel hè.
55:40Niets kan Gods hoog bevel ooit keren.
55:44Maar de Heere geeft er ook een belofte bij, zo zien we in vers 2 en 3.
55:48En de Heere heeft er...
55:49Ook geloof bijgegeven.
55:52Ook al staat dat niet letterlijk in onze tekst.
55:54Maar het is wel gebeurd.
55:55Anders was Abraham nooit gegaan.
55:58En als wij schrift met schrift vergelijken.
56:00Dan zien wij uit Hebreeu 11 dat Abraham door het geloof is uitgegaan.
56:06Ziet u dat?
56:07Die drie woorden.
56:08Die kernwoorden uit de schrift.
56:10Die horen bij elkaar.
56:11Ze kunnen niet gemist worden.
56:13En ze worden in deze volgorde genoemd.
56:17Bevel.
56:18Belofte.
56:20En geloof.
56:22Want een geloof zonder bevel is geen geloof.
56:27Want als er alleen maar gesproken wordt over geloof en belofte.
56:31En er wordt heel veel over gesproken.
56:32Over geloof.
56:34En geloofstoerusting.
56:35En weet ik het allemaal.
56:38Remonstrans of half remonstrans.
56:40Zonder het bevel.
56:41Zonder de eis.
56:42Dat is niet uit God.
56:45Dat is niet naar de schrift.
56:48Dat is niet het geloof.
56:50Wat Abram.
56:53Heeft ontvangen.
56:55Het is niet uit u zegt Paulus.
56:57Het is Gods gave.
57:01Als eerste dat bevel.
57:03Ga gij uit uw land.
57:05En uit uw maagschap.
57:07En uit uw vaders huis.
57:09Naar het land dat ik u wijzen zal.
57:11Jongeren als je nou daar goed naar kijkt.
57:13Naar dit eerste verse.
57:15Dan is dat toch iets wat tegen het verstand ingaat.
57:19Wie doet dat nou?
57:21Abram ben je wel goed bij je hoofd.
57:24Zou je dat wel doen?
57:26Om alle schepen achter je te verbranden en zomaar te gaan.
57:31Hij wist niet kinderen of dat Canaan het beloofde land was.
57:36Hij is gegaan zonder dat hij wist waar hij komen zou.
57:44Als het ware als een blinde geleid aan de hand des heren.
57:49Hij trok naar een land wat al bewoond was notabene.
57:52Want de Canaanieten woonden toen de tijd in de land.
57:54Hebben we niet gelezen, maar dat staat verderop in vers 6.
57:59En wat denkt u?
58:00Abram had geen erfgenaam, had geen kind.
58:05Wat moet je dan in dat land gaan doen?
58:07Moet je daar een toekomst op bouwen?
58:12Zou je dan wel gaan kinderen?
58:14Zou je dat nou wel doen?
58:18Die hele roeping van God, dat bevel, die eis, dat gaat toch tegen alle menselijke redenen in, tegen je verstand in.
58:29Maar we zien in dit hoofdstuk dat Abraham niet alleen uitwendig geroepen is.
58:32Maar ook inwendig.
58:34Die krachtdadige inwendige roeping van Gods wegen.
58:40En dan kan Abraham niet blijven waar hij is.
58:42Dan kan hij niet niet gaan.
58:44Dan moet hij gaan.
58:45Dan gaat hij ook.
58:46Dan kan hij niet niet geloven.
58:48Dan moet hij geloven.
58:50En dan gaat hij geloven.
58:53Gehoorzaam aan dat soeverein bevel van God.
58:57Maar de heren.
58:58Geeft niet alleen drie keer een bevel.
59:00Ga gij uit.
59:02Maar hij geeft er ook drie keer een belofte bij.
59:04Ik zal.
59:05Ik zal.
59:06Ik zal.
59:09Dat is het tweede.
59:10De belofte.
59:14Drie keer lezen wij van dat ik zal.
59:17Maar die belofte is eigenlijk een zevenvoudige belofte.
59:20Vers 1b, vers 2 en vers 3.
59:23Hij zegt ik zal u.
59:29Ja wat zal ik u?
59:30Naar het land dat ik u wijzen zal.
59:34Dat is het eerste.
59:35En ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen.
59:38En uw naam groot maken en wijs en zegen.
59:41En nog een keer ik zal.
59:43Ik zal zegenen die u zegenen.
59:45En vervloeken die u vloekt.
59:47En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
59:51Dat is die zevenvoudige belofte.
59:55Zeven belofte kinderen als je het gaat tellen.
59:57Je zou kunnen zeggen er is ook een achtste.
59:59Dat is dat land dat ik u wijzen zal.
1:00:02Maar dat wordt niet beloofd aan Abram.
1:00:05Pas in vers 12 zegt de Heere, uw zaad zal ik dit land geven.
1:00:11En dat herhaalt de Heere nog een keer in Genesis 13, 15, 17 en 24.
1:00:17Ja, maar je zegt, ja maar Abraham heeft dat land toch in bezit genomen?
1:00:21Nee, nee.
1:00:24Abraham heeft nooit een vierkante meter grond in dat land gehad.
1:00:28Dan alleen de spelonk van Machpelah.
1:00:31En daar heeft hij goed voor betaald.
1:00:33Dat graf wat hij gekocht heeft, een familiegraf zouden we zeggen.
1:00:37Maar verder heeft Abram als een vreemdeling, als een pelgrim, als een bijwoner, als een gast, gewoond in dat vreemde land.
1:00:47Maar straks, dat volk wat uit Abram gesproten zal zijn, Abram de Hebraïer, de naam Heber komt ook in dat geslachtsregister in Genesis 11 voor.
1:00:58Dat volk uit Abram gesproten, het volk van Israël, zij zullen dat land beërven, maar dat zal nog eeuwen duren.
1:01:06Nog bijna zeven eeuwen.
1:01:09Dus die eigenlijke eerste belofte die begint pas in vers 2.
1:01:13En ik zal u tot een groot volk maken.
1:01:15Dat is de eerste belofte.
1:01:17Dat zal eerst gebeuren.
1:01:21Is dat niet een onmogelijke belofte?
1:01:24Geeft de Heer er nou deze belofte om dat geloof van Abraham te sterken?
1:01:30Dat is toch onmogelijk?
1:01:31We hebben toch niet voor niks gelezen in Genesis 11 vers 30.
1:01:35En er staat geen woord te veel of te weinig in de schrift.
1:01:38En Sarai had geen kind.
1:01:42En dan staat hier.
1:01:43En ik zal u tot een groot volk maken.
1:01:46En Sarai onverruchtbaar.
1:01:49Dat kan toch niet.
1:01:50Een groot volk als de sterren aan de hemel.
1:01:52En zand aan de oever van de zee.
1:01:55Is dat geen beproeving geweest.
1:01:58Voor het geloof van Abram.
1:02:00Dat is de eerste belofte.
1:02:02En dan de tweede.
1:02:02Dat is de goddelijke zegen.
1:02:04En ik zal u zegenen.
1:02:06Zie je dat kinderen?
1:02:08Zo zorgt de Heer voor zijn volk.
1:02:11Ik zal u zegenen.
1:02:13Dat zegt hij nog steeds tegen al zijn kinderen.
1:02:16Van dag tot dag en van uur tot uur en van minuut tot minuut.
1:02:21Er zal geen dag, geen moment voorbij gaan.
1:02:24Of de Heer zal zijn zegen gebieden.
1:02:27En geef aan Abram voor lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid.
1:02:31Hij zal zijn uitgang en zijn ingang bewaren.
1:02:35Dat is de tweede belofte.
1:02:36En dan de derde belofte.
1:02:38En uw naam groot maken.
1:02:42Waarom zegt de Heer dat?
1:02:45Nou u moet er eens op letten.
1:02:48Als u eerder terugbladert in de Bijbel.
1:02:51Genesis 6 vers 4 lezen we van reuzen op de aarde.
1:02:56Mensen die genoemd worden mannen van naam.
1:03:00En bij die torenbouw van Babel in Genesis 11.
1:03:04Lezen we van die bouwers die een naam voor zichzelf maken.
1:03:09Maar Gods kinderen die hoeven dat niet te doen.
1:03:11De Heer zegt ik zal uw naam groot maken.
1:03:15Wat een wonder toch he.
1:03:18Wat was de naam van Abram?
1:03:20Nou voor zichzelf zei hij Stof en As.
1:03:24Maar de naam die zijn vader Terah hem gegeven heeft.
1:03:28Dat kunnen wij afleiden uit de ongewijde geschiedenis en de afgoden die gediend werden.
1:03:32Die naam Abram betekent zoiets als de verhevende of grote vader.
1:03:38En zijn vader Tera heeft zijn zoon Abram die naam gegeven met betrekking tot een van die afgoden die ook zo heette.
1:03:48Dan ben je genoemd naar een afgod, dat is toch wat?
1:03:52Maar de Heere zegt, Abram, ik ga je naam groot maken.
1:03:57Een vader van vele volken.
1:03:59Straks krijgt hij nog een andere naam, hè?
1:04:01Abraham.
1:04:04Maar daar heeft het niet in de eerste plaats mee te maken.
1:04:07Dan gaan we meer missen, dan gaan we weer...
1:04:10Met Abram verder.
1:04:11Maar het gaat toch om die andere naam of niet dan?
1:04:14Het gaat toch om die naam die boven alle naam is.
1:04:18De naam van Christus.
1:04:21Waar de naam van Abram zal verdwijnen.
1:04:24En zijn naam alleen alle eer moet ontvangen.
1:04:31Want uit dat nageslacht.
1:04:32Uit dat zaad met een hoofdette van Abram.
1:04:35Zal de Christus geboren worden.
1:04:38We lezen toch.
1:04:40In de handelingen.
1:04:41Want de zaligheid is in geen ander.
1:04:44Want er is ook onder de hemel geen andere naam.
1:04:46Die onder de mensen gegeven is.
1:04:49Door welke wij moeten zalig worden.
1:04:53Is die naam voor u ooit dierbaar geworden gemeente.
1:04:57Hebt
1:05:05u zich ooit mogen beroemen in zijn heilige naam.
1:05:09Dat
1:05:12is de diepste betekenis van deze derde belofte.
1:05:15Ik zal uw naam groot maken.
1:05:17En dan de vierde belofte tot een zegen gesteld.
1:05:21En wees een zegen.
1:05:22Dat is een bevel he.
1:05:24En een belofte tegelijk.
1:05:25Maar het is ook een bevel.
1:05:27Het is een roeping.
1:05:28Een krachtig bevel.
1:05:29En.
1:05:32Wees een zegen.
1:05:34Voor anderen.
1:05:36Ik kom daar straks nog op terug.
1:05:37De kanttekening zegt zo mooi.
1:05:39Abram.
1:05:41Wees zo gans zeer gezegend.
1:05:44Abram.
1:05:45Dat niet gij alleen.
1:05:48In uzelf mijn zegen bezitten zult.
1:05:52Maar dat die zegen door uw zaad.
1:05:54Met een hoofd het.
1:05:55Dat is Christus.
1:05:57Over ontelbaar veel anderen uitgespreid zal worden.
1:06:01Tot in Oudorp toe.
1:06:04En wees een zegen.
1:06:07Opdat u ook gezegend zou worden door deze roepstem uit Gods woord.
1:06:12En dat u met de gezegende Abram gezegend zou worden.
1:06:16En in die voetstappen van de gelovige Abram zou gaan.
1:06:21En dan de vijfde belofte.
1:06:23Ik zal zegenen die u zegen in vers 3.
1:06:26Dat is ook een groot wonderen.
1:06:28Want wie zegent Abraham, kinderen?
1:06:32Misschien weet je het wel.
1:06:34Er is ooit iemand geweest die Abraham gezegend heeft.
1:06:39Je vindt het in Genesis 14, vers 18, Melchizedek.
1:06:44De priester des
1:06:47allerhoogste gods en de koning van Salem.
1:06:52Abraham werd persoonlijk gezegend.
1:06:54Maar deze belofte heeft ook een bredere betekenis.
1:06:57En dan hangt het weer samen met die zesde belofte.
1:07:00Ik zal vervloeken die u vloekt.
1:07:03Dat is de tegenstelling.
1:07:04Ik zal zegenen die u zegent.
1:07:06En ik zal vervloeken die u vloekt.
1:07:09Dus dat betekent.
1:07:10Alle die Abraham goed gezind zijn.
1:07:12Die zal de heren ook zegenen.
1:07:14En dat is ook gebeurd.
1:07:17Maar alle die Abraham tegenstaan.
1:07:20Die zal God vervloeken.
1:07:22Dat is de enige reden hoor.
1:07:23Dat is de enige reden dat Abram die veldslag van Kedolaomer en die andere koningen overwonnen heeft in Genesis 14.
1:07:33Ik zal vervloeken die u vloekt.
1:07:37Want wie Gods kind aanraakt, die raakt zijn oogappel aan.
1:07:40Kinderen, zie je nou hoe de Heer er voor zijn kinderen zorgt.
1:07:45Zou je daar nou niet jaloers op worden?
1:07:48Zou je nou niet ook een
1:07:51kind van hem willen zijn?
1:07:56Komt er in je hart nou niet dat verlangen, heren?
1:08:00Zo doe gij ook aan mij.
1:08:06Er is nog een toepassing.
1:08:07Ik zal zegenen die u zegenen en vervloeken die u vloekt.
1:08:11Ik denk aan het volk Israël.
1:08:15Wat denkt u van het antisemitisme, de jodenhaat?
1:08:22Het is Gods verbondsvolk.
1:08:24Nee, niet om wie dat volk is.
1:08:27Israël, seculier land.
1:08:29En toch, er liggen nog veel beloften.
1:08:32Reest u maar Romeinen 19 en 11.
1:08:35Het zijn de beminden om der vader wil.
1:08:40Dat ligt ook besloten in die vijfde en in die zesde belofte.
1:08:43Ik zal zegenen die u zegent.
1:08:46En vervloeken die u vloekt.
1:08:49O, dat wij toch ook in het gebed het goede voor Jeruzalem zouden zoeken.
1:08:54En dan die zevende belofte, die laatste belofte.
1:08:58En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
1:09:04Gemeente, dit is de aller, de aller aller grootste zegen.
1:09:07En de belangrijkste, een van de eerste belangrijkste beloften sinds Genesis 3 vers 15.
1:09:15De moederbelofte.
1:09:16Dit is een Messiaanse belofte.
1:09:19Een van de eerste en de grootste Messiaanse beloften.
1:09:23Er zijn er meer, maar deze is wel heel duidelijk.
1:09:26En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
1:09:32En die belofte, die laatste belofte, die zevende belofte, die grootste belofte.
1:09:38Hangt samen met die roeping van Abram.
1:09:40Ga gij uit uw land.
1:09:42En uit uw maatschap.
1:09:43En uit uw vaders huis.
1:09:45Naar het land dat ik u wijzen zal.
1:09:47En ik zal u tot een groot volk maken Abram.
1:09:51En u zegenen.
1:09:53En uw naam groot maken.
1:09:55En wezen zegen.
1:09:57En ik zal zegenen die u zegent.
1:09:59En vervloeken die u vloekt.
1:10:04Wat is er gebeurd na Pinksteren?
1:10:07Is die middelmuur tussen jood en heiden weggenomen.
1:10:10En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.
1:10:16Nee, het gaat hier niet om het natuurlijke zaad van Abram.
1:10:20Zonder meer, zonder onderscheid.
1:10:23Maar het gaat hier om het geestelijke zaad van Abram.
1:10:27Zij zullen die allergrootste belofte ontvangen.
1:10:32Waarvan Paulus spreekt in gelaten 3 vers 8 en 9.
1:10:36De rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen.
1:10:41Dat God tevoren aan Abram hier in Genesis 12 het evangelie verkondigd heeft.
1:10:47Zeggende in u Abram zullen alle geslachten, alle volken gezegend worden.
1:10:56En wie worden dan gezegend?
1:10:58Natuurlijk Satan.
1:10:59Nee natuurlijk niet.
1:11:00Dat dachten de joden.
1:11:02De fariseeën die hebben dat tegen de heer Jezus gezegd.
1:11:05Wij zijn Abrams kinderen.
1:11:08Wij zijn Abraham's zaad.
1:11:10En wat de heer Jezus gezegd heeft als antwoord.
1:11:14Indien gij Abraham's kinderen waart.
1:11:16Als dat echt zo was.
1:11:18Dan zout u de werken van Abraham doen.
1:11:22Maar ze waren het niet.
1:11:24Ja het was het natuurlijke zaad van Abraham.
1:11:27Maar het gaat om dat geestelijke zaad.
1:11:30Het gaat om de geestelijke toepassing.
1:11:32Zo dan zegt Paulus.
1:11:34Die uit het geloof zijn.
1:11:36Die worden gezegend.
1:11:38Met de gelovige Abram.
1:11:43Bent u zo gezegend.
1:11:45Met de gelovige Abram.
1:11:48Hebt u die roepstem gehoord.
1:11:50Ga gij uit.
1:11:53Bent u uit dat heidense.
1:11:55Dat goddeloze.
1:11:56Ben je
1:12:01uitgeleid.
1:12:02Uit die geestelijke ballingschap.
1:12:04Van vloek, zonde, dood, oordeel.
1:12:07En hel.
1:12:08Dat je uit de macht van de Satan.
1:12:10Getrokken bent.
1:12:13Of leef je nog naar het schema van deze wereld?
1:12:17Leef je nog, jongeren en ouderen, naar het goeddunken van je eigen hart?
1:12:23Heb
1:12:25je nog nooit die krachtdadige, inwendige roeping verstaan?
1:12:29Ga gij uit.
1:12:32En ook die belofte, ik zal, ik zal, ik zal.
1:12:37Oh als dat gebeurd is in je leven.
1:12:39Dan kan het niet anders.
1:12:41Dan word je uitgedreven.
1:12:42Dan word je eruit getrokken.
1:12:44Zoals later Lot uit Sodom.
1:12:47Haast u, spoed u om uw levenswil.
1:12:50Dan ben je net als christen uit de stadsverderf.
1:12:54Uitgeleid.
1:12:55Dan word je uitgedreven uit Ur.
1:12:58Voortgedreven uit de kracht gods.
1:13:03Voortgedreven.
1:13:04Naar dat land.
1:13:06Wat de heren beloofd heeft.
1:13:08Al degene.
1:13:09Die zijn verschijning hebben lief gehad.
1:13:11We gaan er eerst van zingen met de woorden van Psalm 84.
1:13:14En daarvan het vierde vers.
1:13:17Psalm 84 vers 4.
1:13:20Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort.
1:13:24Elk hunner zal in het zalig oord van Sion haast voor God verschijnen.
1:13:30Psalm 84 het vierde vers.
1:13:33[GEZANG]
1:16:37Gemeente de Heren roept Abram en leidt hem uit.
1:16:42We hebben in de eerste plaats gelet op
1:16:45bevel, belofte en geloof.
1:16:51Drie kernwoorden in vers 1, 2 en 3.
1:16:56Waarvan God de auteur is.
1:16:59Waar hij dat bevel gaf.
1:17:02Ga gij uit.
1:17:04En die zevenvoudige belofte in dat drie keer.
1:17:08Ik zal, ik zal, ik zal.
1:17:11En hij heeft dat ware geloof in het hart van Abram gewerkt.
1:17:16Door de kracht van dat woord en door zijn heilige geest.
1:17:20Maar we zien in de tweede plaats een halve gehoorzaamheid.
1:17:27Abram is wel uit het Ur der Galdeeën vertrokken.
1:17:30Maar we lezen in vers 4 en ook vers 31 en 32 van het vorige hoofdstuk Genesis 11.
1:17:39Dat ze in Haran zijn.
1:17:42En Haran is niet het land der beloften.
1:17:48Het Haran is niet het land, de plaats waarvan de heren gezegd had, de plaats, het land dat ik u wijzen zal.
1:17:55Dit is niet Kanaan.
1:17:59En dat is dus een halve gehoorzaamheid.
1:18:02Dat is een grote beproeving geweest voor het geloofsleven van
1:18:07Abram, voor het geestelijk leven van deze man.
1:18:11Een grote verleiding, een groot oponthoud.
1:18:17Ja, kan iemand zeggen, maar Haran, dat ligt toch wel op de route richting het noordwesten?
1:18:23En ze zijn toch al duizend kilometer op weg vanuit Ur der Galdeeën.
1:18:28Kun je je niet voorstellen kinderen.
1:18:30Ze hebben al duizend kilometer gereisd.
1:18:32Van Ur naar Haran.
1:18:35En het ligt op de weg want ze moeten langs Haran.
1:18:38Maar ze zijn daar gebleven.
1:18:40We lezen zelfs in vers 31 aan het eind.
1:18:42En zij woonden al daar.
1:18:47Het is wat.
1:18:49Zij woonden al daar.
1:18:51Zo kan het gaan.
1:18:53In het leven van een mens.
1:18:55Wel ontworteld.
1:18:57Wel geroepen.
1:18:58Wel op reis gegaan.
1:19:02Maar een mens zoekt rust.
1:19:05Zoekt u ook rust?
1:19:06Een mens zoekt overal hou vast.
1:19:10Maar waar zoeken wij dan hou vast in?
1:19:12En waar zoeken wij dan de rust in?
1:19:17Kijk als God werkt in het hart en leven van een mens.
1:19:20Dan heb je rust nog duur.
1:19:21Dan vlucht je van kamer naar kamer.
1:19:25En dan roep je het uit.
1:19:26Wat moet ik doen?
1:19:28Om zalig te worden.
1:19:29Net als die stokbewaarder.
1:19:31Net als die 3000 op de Pinksterdag.
1:19:34Dan ga je op reis.
1:19:36Dan ga je weg.
1:19:38Uit die stad verderf.
1:19:39Als een blinde zoekend en tastend.
1:19:43En zo zijn er in de christenreis ook met christen meegegaan.
1:19:49Misschien weet je dat wel jonger.
1:19:50Ik hoop dat het ook in de gezinnen gelezen wordt.
1:19:53Maar dat moet u wel doen ouders.
1:19:56De christenreis en de christinnenreis lezen met uw kinderen.
1:20:00Zeker vandaag.
1:20:02Wie gaat er mee met Christen?
1:20:04Meneer Plooybaar, zo wordt hij genoemd door Bunyan.
1:20:08En die is ook uit de stad verderfd gegaan.
1:20:11Hij was ook vastberaden om nooit meer terug te gaan.
1:20:15Maar hij kwam in de poel moedeloosheid, in die modderpoel mistrouwen.
1:20:20Dat was de eerste tegenslag.
1:20:23En meneer Plooybaar wist niet hoe snel hij eruit
1:20:28moest klauteren.
1:20:29En hij is weer teruggegaan naar de stad verderfd.
1:20:33En zo noemt Bunyan ook later, voorbij de enge poort, mensen die over de muur geklommen zijn.
1:20:40Die via een achterdeurtje binnengekomen zijn.
1:20:43Meneer onnozel, luiaard, inbeelding, vormerdienaar, huigelaar.
1:20:50Gods woord maakt ook dat onderscheid.
1:20:52Wij moeten eerlijk zijn.
1:20:56Het is niet alles goud wat er blinkt.
1:20:59Wie zijn er met Abram mee gegaan, kinderen?
1:21:02Nou, dat kun je lezen in de tekst, hè.
1:21:04In vers 31 van het vorige hoofdstuk.
1:21:08Thera, zijn vader, een meeloper op de weg.
1:21:12Lot, zijn neef, bleek later wel een kind van God te zijn.
1:21:18Sarai, zijn vrouw.
1:21:20Nahor, zijn broer, die staat hier niet.
1:21:22Maar we weten uit Genesis 28 vers 10 dat het nageslacht van Nahor in Haran terechtgekomen is.
1:21:33En de vader Thera wordt als eerste genoemd.
1:21:35Daar moeten wij niet vreemd van opkijken.
1:21:37Dat is alles naar de gewoonte van die.
1:21:40Tijd van die cultuur.
1:21:41Dat de oudste in de familie.
1:21:43De vader.
1:21:44De leiding nam.
1:21:46Het initiatief nam.
1:21:47Tera gaat voorop.
1:21:48En we lezen in de kanttekening.
1:21:50Dat Tera van Abram begrepen heeft.
1:21:52Dat God hem geroepen had.
1:21:55En dat hij meegegaan is.
1:21:57En ze zijn allemaal meegegaan.
1:22:01Er is nog iemand meegegaan.
1:22:03Weet je wie kinderen?
1:22:04Je kent hem wel.
1:22:09Er is nog iemand meegegaan.
1:22:12Die is hier vanmorgen ook.
1:22:14Meegegaan naar de kerk.
1:22:16Dat is de duivel.
1:22:17Die is ook meegegaan.
1:22:20De duivel is mee op reis gegaan.
1:22:22Om Abraham te verwarren.
1:22:24Om hem van het rechte spoor af te leiden.
1:22:26Dat doet hij vanmorgen ook.
1:22:28Er is een strijd gaande.
1:22:29Ook in Oudorp.
1:22:33En dat zie je hier.
1:22:35Ze blijven in Haran.
1:22:37En ze woonden al daar.
1:22:42Het wordt twee keer herhaald.
1:22:44Genesis 11 vers 30 en 31.
1:22:46En Genesis 12 vers 4.
1:22:47Ze zijn in Haran geweest.
1:22:49Hoe lang?
1:22:49Dat weten we niet.
1:22:51Sommige verklaarders zeggen vijf jaar.
1:22:53Het zou kunnen, het staat niet in de Bijbel.
1:22:57Maar hoe moet dat nou verder?
1:22:59Dit is een slechte tijd geweest voor Abraham, voor zijn geestelijk leven.
1:23:06Als de Heere een mens roept, dan is de duivel er direct bij.
1:23:12En de duivel doet er alles aan dat een mens rust vindt buiten Christus, buiten die enige rustgrond.
1:23:18Waar
1:23:21bent u eigenlijk?
1:23:22Bent u nog in het Urdechaldeeën?
1:23:25Of bent u ook in Haran?
1:23:28Hebt u daar rust gevonden voor uw ziel?
1:23:33Dan moet ik u ernstig waarschuwen.
1:23:35Ga gij uit.
1:23:37Uit uw land en uit uw maagschap en uit uw vaders huis.
1:23:40Haram is niet de rustgrond.
1:23:46Een mens wil rustig gehouden worden.
1:23:48Een mens wil niet wakker geschud worden.
1:23:52Maar wat gaat de Heer nou doen?
1:23:59De Heer laat dit gebeuren.
1:24:02Maar de Heer is blij voor Roepor in het hart van Abram.
1:24:06Die roepstem is nooit uit zijn hart gegaan.
1:24:10Hij heeft nooit rust gehad.
1:24:12De anderen wel, maar Abram niet.
1:24:17Maar waar ben je nou?
1:24:18Ben je in Ur?
1:24:19Lees nou eens vers 28 van het vorige hoofdstuk, dan zul je sterven.
1:24:23En Haran, dat is de broer van Abram, stierf voor het aangezicht van zijn vader Tera.
1:24:28In het land zijn er geboort in Ur.
1:24:31Wat een onderscheid met zijn zoon Lot, de zoon van Haran.
1:24:33Die is wel meegegaan.
1:24:36O, dan moet ik u vanmorgen toch toeroepen.
1:24:39Vliet de toekomende toren.
1:24:44Ga gij uit.
1:24:48Maar die anderen dan, ja, die zijn wel meegegaan.
1:24:51Ze zijn allemaal meegegaan.
1:24:54Ze hebben niet gespot met Abram.
1:24:56Ze hebben niet gelachen.
1:24:57Ze hebben hem echt geloofd.
1:25:00En ze zijn echt meegegaan.
1:25:03En toch een halve gehoorzaamheid.
1:25:07Die beproeving halverwege in Haren.
1:25:10Want de duivel zegt ook vanmorgen, dit is toch wel genoeg.
1:25:14Je bent toch al uit Ur gegaan.
1:25:16Hier in Haran is het toch ook goed.
1:25:19En de familieleden zeggen, ja maar Abram, je moet niet overdrijven man.
1:25:23Je lijkt wel aan godsdienstwaanzin zo lijkt het.
1:25:28Dit is toch ook goed.
1:25:30Je bent al duizend kilometer vertrokken.
1:25:34En je bent toch weg uit Ur, uit die goddeloze stad, uit die omgeving.
1:25:40En hier zijn we op de grens.
1:25:43Ja, maar de grens is nog steeds die heidense omgeving.
1:25:47Die grens is nog steeds de plaats waar de maangodin sin wordt aangebeden.
1:25:52Waar al die afgoden gediend worden.
1:25:56Ja, maar ik ben op de grens en je gaat toch nu naar de kerk en je bent toch ernstig en serieus geworden.
1:26:03En zo is Abram in Haran gebleven.
1:26:07We lezen niet dat de heren in Haran tot Abram gesproken heeft.
1:26:12Een slechte tijd geweest voor zijn geestelijk leven.
1:26:17Een tijd van geestelijke verachtering, zouden wij zeggen.
1:26:22Dat is het gevaar van Haran.
1:26:25Wat moet er nou gebeuren, jongeren?
1:26:27Weet je wat er moet gebeuren?
1:26:28Een radicale breuk.
1:26:31Maar het komt niet uit Abram voort.
1:26:33Weet je wat de heren gaan doen?
1:26:34De heren gaan alles afsnijden en dan gebeurt er iets heel ergs.
1:26:39Kinderen, de vader van Abram sterft in Haran.
1:26:45Het eind van vers 32.
1:26:47Vader Tera die sterft in Haran.
1:26:52Dat is de laatste belslag zou je kunnen zeggen.
1:26:56En dan lezen wij in vers 4.
1:26:59En Abram toog heen.
1:27:04Gelijk de heren tot hem gesproken had.
1:27:07En Lot toog met hem.
1:27:09En Abram was 75 jaar oud.
1:27:12Toen hij uit Haran ging.
1:27:14Na die grote beproeving in zijn leven.
1:27:17Waar er zoveel achter gebleven zijn in Haran.
1:27:21Waar zijn vader gestorven is in Haran.
1:27:25Op de grens.
1:27:26God wat en de afgoden wat.
1:27:30Het kan niet.
1:27:32En het laat ons zien in de derde plaats is hier ook sprake van geloof en gehoorzaamheid.
1:27:38Want Abram had dat ware geloof gemeente.
1:27:41Ook al was dat geloof ingezonken in Haran.
1:27:44Al was dat geloof vermengd met ongeloof.
1:27:47Al was het een halve gehoorzaamheid.
1:27:50En dat heeft Abraham goed gevoeld.
1:27:53Maar zie hem gaan kinderen in vers 5.
1:27:55En Abraham nam Sari zijn huisvrouw.
1:27:58En Lot zijn broeders zoon.
1:28:00En al de haven die zij verkregen hadden en verworven hadden.
1:28:04En de zielen die ze verkregen hadden in Haran.
1:28:08Dus ze zijn er echt een hele tijd geweest.
1:28:11En zij togen uit om te gaan naar het land Kanaan.
1:28:18En zij kwamen
1:28:20uiteindelijk in het land Kanaan.
1:28:24Abram toog heen, vers 4.
1:28:27En zij togen uit, vers 5.
1:28:31Op grond waarvan, het staat erbij hè.
1:28:34Op grond van het woord dat de heren gesproken had.
1:28:39Dat is het enige grond.
1:28:41Dat is het enige fundament om te gaan.
1:28:45Gelijk de heren tot hem gesproken had.
1:28:48Vers 4.
1:28:49Meer had Abram niet.
1:28:51Als hij bij zijn gevoel te raden was gegaan, was hij nooit gegaan.
1:28:55Nooit.
1:28:57Dan was hij zonder twijfel in Haran gebleven.
1:29:02Maar het geloof is een vaste grond van de dingen die men hoopt.
1:29:06En een bewijs van de zaken die men niet ziet.
1:29:13Hij gaat uit op grond van het woord.
1:29:15Ga gij uit.
1:29:17En Abraham toog heen gelijk de heren tot hem gesproken had.
1:29:22Gemeente bent u zo ook in dat ware geloof weggezonken.
1:29:27Voor het woord des heren.
1:29:31Dat u genoeg had aan dat woord.
1:29:33Maar dat het woord u helemaal ingenomen heeft.
1:29:37En u gaande gemaakt heeft.
1:29:39Dat is het ware geloven.
1:29:41Gewerkt door de heilige geest in het hart.
1:29:44Zo wordt een zon daar gaande gemaakt om uit te gaan.
1:29:51Niet bij het verstand.
1:29:53Niet bij het gevoel.
1:29:55Maar omdat de Heer in het gesproken heeft.
1:29:58Omdat de Heer hem die gehoorzaamheid geschonken heeft.
1:30:03Want het geloof is in zichzelf niets.
1:30:07Heel veel mensen roemen in hun geloof.
1:30:10En zijn blij met hun geloof.
1:30:12Maar Guido de Bres zegt.
1:30:13Het is een instrument.
1:30:16Meer niet.
1:30:17Wel een gave gods.
1:30:19Niet uit u.
1:30:20Het is godsgaaf.
1:30:20Maar het is een instrument.
1:30:22Wat een kind van God.
1:30:24Een zondaar.
1:30:25Verbindt met Christus.
1:30:27En zo was het bij Abram ook.
1:30:30Weet u wat de gelovige Abram heeft moeten leren?
1:30:32Uit u geen vrucht meer in de eeuwigheid.
1:30:35Abram.
1:30:36Uw vrucht.
1:30:38Ook deze gehoorzaamheid.
1:30:40Wordt uit mij gevonden, zegt de Heere.
1:30:43En zo is Abram gegaan.
1:30:46Als nietig stof en as.
1:30:49Dat zegt hij van zichzelf in Genesis 18.
1:30:52Hier heeft hij het ook geleerd.
1:30:54Door het geloof, zegt de apostel in Hebreeuvel vers 8.
1:30:59Is Abram geroepen zijnde gehoorzaam geweest om uit te gaan.
1:31:06Naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou.
1:31:09En hij is uitgegaan, niet wetende waar hij komen zou.
1:31:14En Abram toog heen, vers 4.
1:31:17En zij togen uit, vers 5.
1:31:21Mag ik eens vragen vanmorgen, kent u dit geloof?
1:31:25Dat geloof van de schrift, dat geloof van zondag 7.
1:31:29Niet alleen een stellig weten en kennis, dat ook.
1:31:34Maar ook een hartelijk vertrouwen.
1:31:37Dat de heilige geest in mijn hart werkt.
1:31:40Dat niet alleen anderen, maar ook mij.
1:31:43Vergeving van zonde.
1:31:45Eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is.
1:31:50Om
1:31:51uit te gaan.
1:31:52Uit die stad verderf.
1:31:54Als een pelgrim, als een vreemdeling, als een bijwoner.
1:31:59Naar die stad die fundamenten heeft.
1:32:03Want die zulke dingen zeggen.
1:32:07Betonen klaarlijk dat zij een vaderland zoeken.
1:32:10Niet hier op deze wereld.
1:32:12Want deze wereld gaat voorbij.
1:32:15Maar die de wil gods doet.
1:32:17Die blijft tot in de eeuwigheid.
1:32:20Dan doet dat woord gods kracht in je leven.
1:32:22Zoals bij Abram.
1:32:23Ik las ergens.
1:32:25Luther die zou zeggen.
1:32:27Ja, hoewel de Heer in haar al niet gesproken heeft, het was een slechte tijd voor zijn hart, voor zijn ziel, voor zijn geestelijk leven.
1:32:34Luther zou zeggen, dat woord bleef maar rumoeren in zijn hart.
1:32:39Dat woord bleef maar spreken, dat woord bleef maar stormen in zijn ziel.
1:32:43Dat woord bleef maar roepen, ga gij uit, ga gij uit, ga gij uit en ik zal, ik zal, ik zal.
1:32:54En zo werkte Heren.
1:32:57Tegen hoop op hoop.
1:33:00Dat ware geloof.
1:33:02En die ware geloof is gehoorzaamheid.
1:33:07Gemeent hoest met u.
1:33:09Ben je nog in Ur?
1:33:11O geloof toch wat er staat in vers 28.
1:33:14En Haran stierf in Ur de Galdeeën.
1:33:17Je komt onherroepelijk om.
1:33:21Vliet de toekomende toren.
1:33:23Ga gij uit.
1:33:26Ben je nog in Haran?
1:33:28De tweede plaats.
1:33:29Heb je daar rust gevonden?
1:33:32Maar daar is het niet.
1:33:35Haran staat nog steeds onder de invloed van dat heidense Ur der Galdeeën.
1:33:40Hoewel duizend kilometer er vandaan.
1:33:43Daar kan meneer Ployba nog wonen uit de christenreis.
1:33:48Daar kunnen al die andere mensen nog wonen.
1:33:51Maar dat is niet de plaats der rust.
1:33:53Let daarop.
1:33:55Die ene broer van Abram blijft in Ur achter.
1:34:00En die andere broer Nahor die is in Haran uiteindelijk.
1:34:07Aan welke afgoden zit je nog vast?
1:34:10Hoeveel belslagen zijn er nog nodig om losgeslagen en losgewrikt en ontworteld te worden uit uw oude bestaan?
1:34:20De vader van Abraham is ook gestorven in Haram.
1:34:27Halve gehoorzaamheid.
1:34:28Het kan niet voor God bestaan.
1:34:31Maar het gaat om dat vaste voornemen des harten.
1:34:35Gedreven door Gods bevel.
1:34:38Voortgestuurd.
1:34:39En gelokt door zijn belofte.
1:34:42En gesterkt door het geloof.
1:34:46Thomas Shepard zegt, och, dat u maar geloofde vanmorgen.
1:34:52Dat de Heere zich met u wil verloven.
1:34:55Dat hij u ten huwelijk vraagt.
1:34:57Als hij u zo roept.
1:35:00En u zo vriendelijk lokt en nodigt.
1:35:04Ga gij uit.
1:35:06Ik zal.
1:35:08Strijd om in te gaan door de enge poort.
1:35:10Zegt de Heer Jezus.
1:35:12Niet alleen om die poort te bereiken.
1:35:15En om voor die poort te blijven staan.
1:35:18Maar u moet die poort ingaan.
1:35:21Door de kracht.
1:35:22Van het wederbarende werk van Gods geest.
1:35:26Door dat ware geloof.
1:35:28In Christus.
1:35:30Want hij zegt.
1:35:30Ik ben de weg.
1:35:32En de waarheid en het leven.
1:35:34Ik ben de deur.
1:35:36Niemand komt tot de Vader dan.
1:35:38Door mij.
1:35:41Tegen al het ongeloof.
1:35:43Tegen alle verzoekingen.
1:35:45Tegen alle rustplaatsen.
1:35:46Die niet de ware rust zijn.
1:35:50De heer Jezus zegt kind.
1:35:51Komt herwaarts tot mij.
1:35:53Alle die vermoeid en belast zijn.
1:35:56En ik zal u rust geven.
1:35:58Ik ben de deur.
1:36:00Ik zal raad geven.
1:36:02Mijn oog zal op u zijn.
1:36:05Door het geloof.
1:36:07Is Abram.
1:36:10Geroepen zijnde.
1:36:12Gehoorzaam geweest om uit te gaan.
1:36:14Naar de plaats.
1:36:16Die hij tot een erfdeel verkrijgen zal.
1:36:18En hij is uitgegaan.
1:36:21Niet wetende.
1:36:22Waar hij komen zou.
1:36:25Waar gaat u naartoe?
1:36:27Waar ga jij naartoe?
1:36:30Wachten voor u en voor jou ook een erfenis.
1:36:33Een erfdeel.
1:36:37O zoek toch de heren.
1:36:40Terwijl hij te vinden is.
1:36:42Roept hem aan.
1:36:44Terwijl hij nabij is.
1:36:46De goddelozen verlaten zijn weg.
1:36:51Dat Urderchaldee.
1:36:53En die plaats Haran.
1:36:55En de ongerechtige man zijn gedachten.
1:36:58En hij bekeren zich tot een heren.
1:37:01Zo zal God zich zijn er.
1:37:04Ook in Oudorp.
1:37:06Ontfermen.
1:37:07Want hij vergeeft.
1:37:10Menigvuldiglijk.
1:37:11Amen.
1:37:13Laat ons eindigen met dankgebed.
1:37:16Heer, hoe past het ons uw grote naam te erkennen voor uw woord.
1:37:20Wat uit mocht gaan deze morgen.
1:37:24Van onze kant alles tekort.
1:37:27Alle lek en gebrek.
1:37:29Met veel zwakheid.
1:37:32Maar Heer, uw woord is toch een kracht Gods tot zaligheid.
1:37:37Een ieder die gelooft.
1:37:39Zegen uw eigen getuigenis.
1:37:42Doe gesnadig verzoening over het onze.
1:37:44Over het zondige.
1:37:46In spreken en in luisteren.
1:37:49Wees ons nabij.
1:37:50Breng ons vanavond allemaal weer in uw huis.
1:37:55Zie ons aan.
1:37:56In gunst van boven.
1:37:59Om Jezus wil.
1:38:01Amen.
1:38:03Gemeente de Slotsang is Psalm 68 vers 17.
1:38:07Het is een half vers, 68 vers 17.
1:38:10Hoe groot, hoe vreselijk, zei het galom.
1:38:13Uit uw verheven heiligdom aanbiddelijk op erwezen.
1:38:1868 het 17e vers.
1:38:20[GEZANG]
1:40:28Gemeente hier in de kerk en thuis.
1:40:30Bewaar het woord gods in uw harten.
1:40:32Biddende om de zegen des heren.
1:40:34En gaat heen in vrede en ontvangt zijn zegen.
1:40:39De genade.
1:40:41Van onze Heer Jezus Christus.
1:40:44En de liefde gods des vaders.
1:40:48En de troostvolle gemeenschap des heiligen geestes.
1:40:54Zij en blijven met u allen.
1:41:00Amen.
1:41:01[GEZANG]