1 Koningen 18: 21; Hoelang hinkt gij op twee gedachten?

zondag 8 februari 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. H. van der Schans · 109 minuten

Transcript

0:00Onze

0:00[GEZANG]

9:18hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren, Heren, die de hemel en de aarde uit niet geschapen heeft, die

9:30trouwen houdt en eeuwig leeft en die nooit zal laten varen enig werk wat zijn goddelijke hand begonnen is.

9:43Amen.

9:46Genade zij u en vrede.

9:50Van hem die is en die was en die komen zal.

9:56En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:01En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:07De eerstgeborene uit de doden.

10:10En de overste van alle koningen der aarde.

10:16Amen.

10:19Gemeente, wij gaan met elkaar zingen van Psalm 85 en daarvan het tweede vers.

10:25Heeft dan, o Heren, uw gramschap nimmer end?

10:30Zal ze eindelijk niet eens worden afgewend?

10:33Of zal uw toren ook op ons nakroost woen?

10:38Zult ge uit een dood niet ons niet weer herleven doen?

10:43Opdat uw volk zich weer in u verblij?

10:48En wat er verder volgt, Psalm 85, het tweede vers.

10:53Gemeent

10:54[GEZANG]

14:46ook deze avond willen wij in gehoorzaamheid aan de heilige schriften in verbondenheid met de kerk van alle eeuwen en plaatsen beleidenis doen van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met

14:58de woorden van de apostolische geloofsbeleidenis waar het ware geloof in twaalf artikelen beleden wordt.

15:04En in ieder van u spreken met mij.

15:06In zijn of haar hart al dus.

15:10Ik geloof.

15:12In God.

15:15Den Vader.

15:18Den Almachtige.

15:20Schepper des hemels en der aarde.

15:24En in.

15:25Jezus Christus.

15:27Zijn enig geboren zoon.

15:30Onze Heren.

15:32Die ontvangen is van de Heilige Geest.

15:36Geboren.

15:38Uit de maagd Maria.

15:40Die geleden heeft.

15:42Onder Pontius Pilatus is gekruisigd.

15:46Gestorven en begraven.

15:48Neder gedaald ter helle.

15:50Ten derde dagen.

15:52Wederom opgestaan van de doden.

15:55Opgevaren ten hemel.

15:57Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.

16:01Van waar hij komen zal.

16:03Om te oordelen de levenden.

16:07En de doden.

16:08Ik geloof in de heilige geest.

16:12Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

16:17De gemeenschap der heiligen.

16:20Vergeving der zonden.

16:23Wederopstanding des vleesjes.

16:25En een eeuwig leven.

16:30Wij openen vanavond Gods heilige en onfeilbaar woord in het Oude Testament.

16:35In het eerste boek van Koningen en daarvan het achttiende hoofdstuk.

16:411 Koningen 18, te beginnen bij het zestiende tot en met het negenendertigste vers.

16:50En

16:55daarin 1 Koningen 18, te beginnen bij vers 16, luidt Gods heilig en onfeilbaar woord al dus.

17:05Toen ging Obadja Agab tegemoet.

17:09En zeide het hem aan.

17:11En Agab ging Elia tegemoet.

17:14En het geschiedde als Agab Elia zag.

17:18Dat Agab tot hem zeide.

17:20Zijt gij die beroeder Israëls?

17:24Toen zeide hij.

17:26Ik heb Israël niet beroed.

17:28Maar gij en uw vaders huis.

17:33Daarmede dat gij die de geboden des heren verlaten hebt.

17:37En de Baals nagevolgd zeid, nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israël op den berg Karmel en de vierhonderd en vijftig

17:49profeten van Baal en de vierhonderd profeten van het bos die van de tafel van Isebel eten.

17:56Zo zond Agab onder alle kinderen Israëls en verzamelde de profeten op de berg Karmel.

18:03Toen nadede Elia tot het ganse volk.

18:08En zeide, hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

18:13Zo de Heere God is, volgt hem na.

18:17En zo het Baal is, volgt hem na.

18:21Maar het volk antwoordde hem niet één woord.

18:26Toen zeide Elia tot het volk, ik ben alleen een profeet des Heren overgebleven.

18:33En de profeten van Baal zijn 450 mannen.

18:38Dat men ons dan twee varren geven.

18:41En dat zij voor zich de ene varr kiezen.

18:45En dezelfde in stukken delen.

18:47En op het hout leggen.

18:48Maar geen vuur daaraan leggen.

18:51En ik zal de andere varr bereiden.

18:53En op het hout leggen.

18:55En geen vuur daaraan leggen.

18:57Roept gij daarna de naam uw schots aan.

19:00En ik zal de naam des heren aanroepen.

19:04En de God die door vuur antwoorden zal.

19:08Die zal God zijn.

19:12En het ganse volk antwoordde.

19:14En zij zeiden.

19:15Dat woord is goed.

19:17En Elia zeide tot de profeten van Baal.

19:20Kiest gij lieden voor u.

19:22De ene var.

19:23En bereid gij hem eerst.

19:25Want gij zijt vele.

19:28En roep de naam uw schots aan.

19:31En leg geen vuur daaraan.

19:34En zij namen de vaart die hij hun gegeven had en bereiden hem en riepen de naam van Baal aan, van de morgen tot op de middag, zeggende, O Baal, antwoord ons.

19:47Maar er was geen stem en geen antwoorder.

19:51En zij sprongen tegen het altaar dat men gemaakt had.

19:55En het geschiedde op de middag dat Elia met hen spotte en zei de roep met luide stem, want hij is een god.

20:02Omdat hij in gepeins is.

20:04Of omdat hij wat te doen heeft.

20:06Of omdat hij een reis heeft.

20:08Misschien slaapt hij en zal wakker worden.

20:12En zij riepen met luider stem.

20:14En zij sneden zichzelf met messen.

20:17En met priemen naar hun wijze.

20:21Totdat zij bloed over zich uitstortten.

20:25En het geschiedde nu.

20:27Als de middag voorbij was.

20:30Dat zij profiteerden.

20:34Totdat.

20:35Men het spijsoffer zou offeren.

20:38Maar er was geen stem.

20:40En geen antwoorder.

20:42En geen opmerking.

20:45Toen zei de Elia tot het ganse volk.

20:48Nader tot mij.

20:50En al het volk naderde tot

20:55hem.

20:55En hij hielde het altaar des heren dat verbroken was.

20:59En Elia nam twaalf stenen naar het getal der stammen der kinderen Jacobs, tot het welk het woord des Heren geschiet was, zeggende, Israël zal uw naam zijn.

21:09En hij bouwde met die stenen het altaar in de naam des Heren.

21:14Daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijte van twee maten zaad.

21:21En hij schikte het hout en deelde de var in stukken en legde hem op het hout.

21:26En hij zeide, vult vier kruiken met water en giet het op het brandoffer en op het hout.

21:31En hij zeide, doet het een tweede malen.

21:34En zij deden het ten tweede malen.

21:37Voort zeide hij, doet het een derde malen.

21:40En zij deden het ten derde malen.

21:44Zodat het water rondom het altaar liep.

21:48Daartoe vulde hij ook de groeven met water.

21:52Het geschiedde nu, als men het spijzen verofferde.

21:56Dat de profeet Elia naderde.

21:58En zei de heren.

22:00God Abrams, Isaacs en Israëls.

22:04Dat het heden bekend worden.

22:08Dat gij God in Israël zijt.

22:12En ik uw knecht.

22:15En

22:17dat ik al deze dingen.

22:18Naar uw woord gedaan heb.

22:22Antwoord mij heren.

22:25Antwoord mij.

22:27Omdat dit volk erkennen dat gij, o heren, die God zijt, dat gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.

22:38Toen viel het vuur des heren en verteerde dat brandoffer en dat hout en die stenen en dat stof.

22:48Ja, het vuur lekte dat water op het welk in de groeven was.

22:54Als nu het ganse volk dat zag.

23:00Zo vielen zij op hun aangezichten en zeiden, de Heere is

23:08God, de Heere is

23:12God.

23:13Tot zover de lezing van Gods woord.

23:17Laat ons nu bidden om de verlichting door de Heilige Geest, om de opening van het woord en van onze harten.

23:30Heere,

23:32Gij God Abrams, Isaacs en Israëls.

23:39Dat het heden bekend worden en zij dat gij God zijt.

23:45En niemand meer.

23:47En

23:50dat uw woord de waarheid is.

23:54Omdat u de waarheid bent.

23:58Omdat u het licht bent.

24:01En gans geen duisternis in u is.

24:05Wij roepen uw naam aan heren.

24:10Zoals eenmaal uw kind en knecht Elia.

24:15Dat gedaan heeft.

24:17We hebben het gelezen.

24:20Heren.

24:22Antwoord ons.

24:26En zegen uw getuigenis.

24:31Wat we gelezen hebben.

24:34Wat verkondigd is.

24:37Heren.

24:40Wat gepredikt mag worden deze avond.

24:44In het midden van de gemeente.

24:47En wilt u zo.

24:50In Oudorp.

24:52Regeren door uw kracht.

24:55Door uw waarheid.

24:56Door uw getuigenis.

24:59Dat eeuwig zeker is.

25:02En dat eenvoudige, ware wijsheid wil leren.

25:11Wat hebben we dat nodig, heren?

25:13Hoe

25:16zal deze dienst anders een eredienst tot eer van u zijn?

25:23Wij smeken u bij uw grondeloze barmhartigheid.

25:30Of u zelf de hoogste en de eerste plaats.

25:34Wilt opeisen in onze harten.

25:38En dat we het mogen voelen vanavond.

25:42Dat ook wij in dat gericht getrokken worden.

25:47Zoals dat eenmaal gebeurde op de berg Carmel.

25:51Want u bent niet veranderd.

25:54Maar heren dat wij ook die geestelijke zegen mogen ontvangen.

26:02In ons persoonlijk leven.

26:05In ons gezinsleven.

26:07In de kring van de familie, maar ook in het geheel van de gemeente.

26:11En voor dit dorp.

26:14Heren, wilt u nog uw

26:18genade betonen.

26:20En bewijzen.

26:23Ook in het midden van deze grote gemeente.

26:29Heren, dat er een roepen geboren mag worden.

26:32Vanuit de diepte tot u.

26:36Ook vanwege die lege plaats.

26:40Heren, u kent de pijn.

26:43U weet.

26:45Ontzuchten.

26:46Het is.

26:47Voor u niet verborgen.

26:50Wilt gij nog.

26:52Wegen openen.

26:55Deuren openen.

26:57Grendels aan stukken breken.

27:00En geven dat.

27:02Ook hier.

27:03Aan deze plaats.

27:05Een dienaar.

27:06Uit uw rechterhand.

27:08In uw gunst naar uw raad.

27:10Gesteld mag worden.

27:14En wilt u zo de ambtelijke bediening zegenen.

27:19Sterk en ondersteun de mannenbroeders in de kerkraad.

27:23U weet wel hoe

27:26onmogelijk het is.

27:29U weet wel wat ze nodig hebben.

27:32Heel persoonlijk en ieder voor zich.

27:35Mogen we hen aan u opdragen, heren.

27:40En ook de kerkvolg, de notabelen, de kosten, de organist.

27:44Ieder die een taak heeft, ook in het verenigingsleven.

27:49Heren, dat uw koninkrijk hier gebouwd mag worden.

27:53In de diepte.

27:56In haar volheid.

27:59Om uit uw volheid te mogen ontvangen genade voor genade.

28:05Ontfermt u zich over de jongeren van de gemeente.

28:09Ook de jeugd die vanavond naar de dienst preekbespreking hoopt te houden.

28:17Heren mag het in bijzonder voor hen ook

28:22spreken.

28:23Dat u die God van Elia bent.

28:27Maar ook de God van Abraham, Isaac en Israël.

28:31En de heren van uw ganse kerk.

28:34En dat u nog door wilt gaan.

28:36Ook hier.

28:38Ook in Oudorp.

28:40Ook onder de jongeren.

28:42Op een eerlijke wijze.

28:44Op een rechte wijze.

28:45Op grond van uw woord.

28:49Schraag in dat smalle spoor.

28:53Onze wankelende schreden.

28:55En ga ons met uw heiligd voor.

28:59Waar wij allemaal, maar in het bijzonder toch ook onze jonge mensen.

29:04Zo heen en weer geslingerd worden.

29:07Door allerlei wind van leer.

29:10Alles wat ons voorgehouden wordt.

29:13Ook op het internet.

29:16Heren, dat we de geesten mogen beproeven.

29:19Of ze uit u, o God, zijn.

29:23Om door u geleid en geleerd te worden.

29:27In die beproefde weg.

29:30In de weg der waarheid.

29:32Waar uw woord het zegt.

29:34Vraagt naar de oude paden.

29:37Waarin toch de goede weg zij.

29:40En wandelt in dezelfde.

29:42Zo zult gerust vinden voor uw zielen.

29:45Wilt u het ook geven heer aan de kinderen.

29:48Dat ze ook vanavond het mogen begrijpen.

29:53En dat ze ook door uw woord gegrepen mogen worden.

29:57We dragen de ouders aan u op.

29:59De gezinnen.

30:01De kinderen.

30:03Ze thuis opgepast moet worden.

30:05Ze meegeluisterd wordt, maar ook als wij hier in uw huis mogen zijn.

30:11We bidden voor het ongeboren leven in de moederschoot.

30:15Heren, wilt u uw handen daar zegenend en beschermend over uitbreiden.

30:22Gedenkt u de middelbaren van leeftijd, de ouderen,

30:26ook zij die kinderloos zijn.

30:30U kent ook dat verborgen kruis en

30:33wilt u ook in het midden van de gemeente.

30:37Nog een opwekking geven.

30:40Dat er nog vele getrokken mogen worden uit de duisternis.

30:44Tot uw wonderbaar en heerlijk licht.

30:47Tot de kennis van die persoon.

30:50En het werk van de Heer Jezus Christus.

30:54Wien te kennen het leven is.

30:56En buiten wie geen zaligheid te zoeken of te vinden is.

31:01Wees u met de rouwdragenden, met de zieken.

31:04Tegenen die het moeilijk hebben.

31:05Die een eenzame weg moeten gaan.

31:09Een onbegrepen weg.

31:13Heren.

31:15Houd al degene.

31:18Die wankelen.

31:21Houd u ze staande.

31:23En wilt u zelf nog uitkomsten geven.

31:28Ook met degene die thuis met ons meeluisteren.

31:32Breng uw kerk in ons vaderland tot bloei.

31:36Geef nog.

31:38Dat bijeengebracht mag worden wat bijeen hoort op grond van schrift en beleidenis.

31:44Waar de martelaren zingend de brandstapel voor opgegaan zijn.

31:49En dat wij ook

31:52herkenning mogen zien

31:56over kerkmuren heen.

31:59Erbarm u over het kruis van Sion.

32:02In ons vaderland maar ook wereldwijd.

32:05Doe wel bij Sion naar uw welbehagen bouw de muren van Jeruzalem op.

32:10Ook in het werk der zending, evangelisatie.

32:14Bijbelverspreiding.

32:15Door stichtingen.

32:16Door kerken.

32:19Heren.

32:20Doe uw koninkrijk komen.

32:23En werp de troon des Satans neer.

32:26En zou u ook zo vanavond in ons midden willen zijn.

32:31Door de kracht van uw heilige geest.

32:34Die heren is en levend maakt.

32:36Open uw woord voor ons hart.

32:38Ontsluit onze harten voor uw getuigenis.

32:42En zou u zo deze wereld in diepe nood, in groot verval, nog nabij willen zijn.

32:51Ook uw volk Israël, Oekraïne, Rusland, het Midden-Oosten, in Zuid-Amerika, heren, wat is er veel aan de hand.

33:03De tijd is kort.

33:05De eeuwigheid is aanstaande.

33:08Uw naderende voetstappen worden al duidelijker gemarkeerd.

33:12Geef dat wij ons mogen haast en spoeden.

33:16Om u met blijdschap tegemoet te gaan.

33:20Wanneer komt die dag dat ik bij u zal wezen.

33:24Om te zien uw aanschijn geprezen.

33:29Wees ons zo nabij.

33:32Gedenk uw volk en kinderen.

33:34U weet waar ze gelegerd zijn.

33:37U weet met welke vragen ze naar de kerk gekomen zijn.

33:42Maar gedenk ook degene die daar nog ver.

33:46Heel ver bij vandaan leven.

33:49Die misschien wel

33:51zonder gebed naar

33:55de kerk gekomen zijn.

33:58Onverschillig of kritisch.

34:02Maar heren, wat zou het een wonder zijn.

34:05Als er ook nog mensen zijn die hun knieën gebogen hebben.

34:10Geef nog aan Arons en Hus.

34:13Hannah's en Maria's.

34:15Die bidden geleerd hebben bij u vandaan.

34:18En wilt u zo...

34:20Uw naam verheerlijken.

34:21Ook vanavond.

34:24En schenk ons heren.

34:28Die verlossing.

34:29Die in Christus Jezus is.

34:32We hebben gezongen met elkaar.

34:35En red ook het zuchtend vaderland.

34:38Maar heren red ook de zuchters hier in de kerk.

34:42Wij smeken het van u.

34:45Om uw goedheid de eer te geven.

34:49Alleen uitgenade.

34:51Om Jezus wil.

34:53Amen.

34:57Gemeente wij gaan met elkaar zingen.

34:58Van Psalm 32 vers 3.

35:01En vers 5.

35:0332 vers 3.

35:04[GEZANG]

35:22Gelijk een paard weer streven of als een muil door domheid voortgedreven.

35:28Namens uw kerkraad nogmaals de volgende afkondigingen.

35:31De heuvelente woensdag 11 februari is er een kerkdienst waarin dominee J.

35:36van Mechelen uit Montfort voor zal gaan.

35:39Aanvang om half acht.

35:41Er zijn vandaag drie collecten.

35:43De eerste is bestemd voor het pastoraat.

35:45Tweede voor de kerkvolkdij.

35:47En de derde voor de aflossing van de kerk.

35:50Van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

35:52De heren zegenen u en uw gaven.

35:54En wij zingen op salm 32 vers 3 en 5.

35:59[GEZANG]

43:02Gemeente de apostel Jacobus schrijft in zijn algemene zenbrief.

43:07Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.

43:14Wat is dat kinderen, dubbelhartigheid?

43:19Nou het woord zegt het al.

43:20Je hebt een dubbel hart, je bent niet eerlijk.

43:27Dubbelhartigheid, dat is eigenlijk schijnheiligheid.

43:29Dat je niet eerlijk bent.

43:32En dat is heel erg.

43:36Jongeren, dat je geveinst bent.

43:38Huichelachtig.

43:40Hypocriet noemen we dat.

43:43Nou, dat is al erg als mensen onder elkaar zo zijn.

43:46Het kan gebeuren.

43:49In je vriendenkring.

43:52Dat je dacht een

43:56goede vriend of vriendin te hebben.

43:57Maar achter je rug om.

44:01Wordt er lelijk over je gepraat.

44:05Dat kan heel veel schade opleveren.

44:07Wat denkt u van een huwelijk.

44:09Waarin een man of een vrouw een dubbele agenda erop nahoudt.

44:14Een dubbel leven leidt.

44:17Maar hoeveel te meer is het erg als de heren van ons moet zeggen.

44:23Een dubbelhartig man of een dubbelhartige vrouw.

44:26Is ongestadig in al zijn of haar wegen.

44:32U begrijpt het wel he.

44:35Goddienen.

44:36En de wereld dienen.

44:38God wat en de wereld wat.

44:40De zonde vasthouden.

44:42Dat gaat niet samen.

44:45Met de vrezen des heren.

44:48Toen.

44:48In de tijd van Jacobus niet.

44:51Nu niet.

44:52En ook veel eerder.

44:54Voordat Jacobus leefde.

44:56Ook niet.

44:58Ook in 1 Koningin 18 niet.

45:02En wat is dat een ernstige roepstem.

45:04Waar we ook vanavond door Gods hulp.

45:07En onder de inwachting van zijn heilige geest.

45:10Bij bepaald worden.

45:11Bij de tekstwoorden die u vindt in het 21ste vers.

45:15Van het u voorgelezen schriftgedeelte.

45:181 Koningen 18 vers 21.

45:23En daar luidt Gods heilig en onfeilbaar woord al dus.

45:29Toen naderde Elia tot het ganse volk.

45:33En zeide hoe lang.

45:35Hinkt gij op twee gedachten.

45:38Zo de Heere God is.

45:41Volgt hem na.

45:43En zo het baal is.

45:45Volgt hem na.

45:47Maar het volk antwoordde hem.

45:50Niet één woord.

45:52Tot zover.

45:54Wij schrijven onder deze tekstwoorden.

45:57Wat we ook lezen in vers 21.

45:59Hoe lang hinkt gij op twee gedachten.

46:04Hoe lang.

46:06Hinkt gij op twee gedachten.

46:08Je zou kunnen zeggen.

46:10Hoe lang zult u nog dubbelhartig zijn.

46:13Dat is hier de betekenis.

46:15We letten in de eerste plaats op twee gedachten.

46:19In de tweede plaats op één gedachte.

46:22En in de derde plaats op Gods gedachten.

46:27Dus hoe lang hinkt gij op twee gedachten.

46:30We letten in de eerste plaats op twee gedachten.

46:32Want zo lezen we in vers 21a.

46:34Dat Elia vraagt.

46:36Hoe lang hinkt gij.

46:37Op twee gedachten.

46:40Twee gedachten.

46:41In de tweede plaats.

46:42Eén gedachte.

46:43Want dat is de keuze die de profeet het volk voorhoudt.

46:47Zo de Heere God is.

46:49Volgt hem na.

46:51Daar gaat het om.

46:52Eén gedachte.

46:55En in de derde plaats.

46:58Horen wij ook van Gods gedachte.

47:01Nee, dat lezen wij niet letterlijk in het 21ste vers.

47:05Maar dat is wel.

47:06In de achtergrond van heel deze geschiedenis.

47:10Het geheim.

47:12Dat is ook de enige reden dat de Heer het volk laat naderen in vers 30.

47:17En dat de Heer het volk laat uitroepen in vers 39.

47:21De Heer is God.

47:22De Heer is God.

47:24Daarachter schuilt het geheim van Gods gedachte.

47:29Dus in de eerste plaats twee gedachten.

47:32Want gemeente die alles beslissende vraag wordt ook ons.

47:37Vanavond voorgehouden.

47:40Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

47:46Die vraag wordt aan het hele volk gesteld.

47:49Op de karmel.

47:51En die wordt ook vanavond aan ons gesteld.

47:55Vanuit dit gedeelte van Gods woord.

47:58En die vraag wordt gesteld op dit moment.

48:02Als er een strijd gaande is in Oudorp.

48:05Wat voor strijd?

48:07Een geestelijke strijd.

48:09Zo is het altijd.

48:11Waar het woord des Heren uit gaat, in de prediking, maar ook op andere gelegenheden, dan is daar een geestelijke strijd.

48:23Een strijd tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad.

48:29Een strijd tussen de duivel en de Heren.

48:33Waar gaat die strijd over, vraagt iemand?

48:37Heel eenvoudig, om de vraag wie er nu God is.

48:42Het gaat in die strijd om de ere gods.

48:45Waar moet het anders over gaan?

48:49Wie het nu voor het zeggen heeft in u, in jou en in mijn leven.

48:55Daar gaat het over.

48:57Het is een geding om ons hart.

49:02En dat vraagt die ene onberouwelijke, waarachtige keuze van ons hart en leven.

49:11En daarom wordt het volk naar de karmel geroepen.

49:16En daarom worden ze als het ware in het gericht getrokken.

49:20Want hier vindt een soort rechtsgeding plaats.

49:23En het gaat over die ene beschuldigende vraag.

49:27Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

49:33Gemeente, er is heel veel gebeurd.

49:38Er is heel veel gebeurd in Israël.

49:42De afgelopen drieënhalf jaar.

49:45En nu is de profeet Elia...

49:48Op Gods hoogbevel heen gegaan.

49:51Om zich aan koning Agab te vertonen.

49:55Drieënhalf jaar hebben die twee elkaar niet gezien.

49:58Drieënhalf jaar heeft Agab er alles aan gedaan.

50:01Om Elia te zoeken en te vinden.

50:04En het is hem niet gelukt.

50:05Kinderen.

50:07Als dan de knechten van Agab op straat.

50:10Iemand tegenhielden.

50:12We kunnen dat zien in vers 10.

50:14Dan moest zo'n man of een vrouw.

50:17Onder edige tuigen.

50:19Of hij wel of niet wist waar Elia was.

50:23Ze moesten een eed afleggen.

50:25Om daarmee eerlijk te bevestigen.

50:28Dat ze niet wisten waar Elia was.

50:31De Heer heeft zijn kind en knecht verborgen.

50:34Dat is ook een wonder aan kinderen.

50:36Zul je dat nooit vergeten.

50:38Zo zorgt de Heer voor zijn volk.

50:40Echt waar hoor.

50:42Zo goed is het om de Heer te dienen.

50:45Zes maanden is Elia bewaard bij de Bekrit.

50:48En daarna nog drie jaar bij die weduwe in Zarfad.

50:52Sarepta Sidonis ligt tussen Tyrus en Sidon.

50:55We kunnen het lezen in het vorige hoofdstuk.

51:00En op Gods soeverein bevel, op het gebed van Elia, heeft het drie jaar en zes maanden niet geregend in Israël.

51:09Maar dat niet alleen, ook drieënhalf jaar was er geen douw.

51:13De hemel...

51:15Was strak blauw.

51:17En alles was dood en dor.

51:22Uitgedroogd.

51:23Bruin, geel.

51:26Verteerd.

51:28Een kale vlakte.

51:30Niets groeide er meer.

51:32Gemeente wij kunnen ons daar geen voorstelling van maken.

51:35Wat dat is geweest.

51:36We lezen het met enkele woorden in vers 2.

51:40Van dit hoofdstuk.

51:41En de honger nu was sterk.

51:44In Samaria.

51:45En daar wordt niet alleen de stad mee bedoeld.

51:47Maar het hele land.

51:48En wat gebeurt er dan kinderen?

51:50Ach dan zijn er dieren op het land.

51:52Die zomaar opeens.

51:54Ja dat is heel erg he.

51:56Dood neervallen.

51:57En mensen die sterven van de honger.

52:01Dat is ontzettend geweest.

52:03En degene die nog leven.

52:05Die zijn sterk vermagerd.

52:08De oordelen gods.

52:09Die drukken zwaar op het land.

52:11En op het volk.

52:13Waarom vraagt iemand.

52:16Dit is de verbondswraak

52:19des Heren.

52:21Wij horen vaak over het verbond.

52:24En er wordt veel gesproken over de belofte van het verbond.

52:28En de toezeggingen.

52:30En Gode zij dank.

52:32Mogen en moeten wij daarvan spreken.

52:34Maar er is ook een keerzijde.

52:36Daar hoort u niet zo vaak van.

52:37De verbondswraak.

52:39De oordelen van God.

52:42Die gekomen zijn over dat verbondsvolk wat naar zijn naam genoemd is.

52:46Wat afgezonderd is, wat besneden is.

52:53Wij zouden kunnen zeggen over onze tijd in Oudorp in Nederland.

52:57Het is een tijd van grote goddeloosheid.

53:00Maar toen ook.

53:02Het was een verschrikkelijke tijd.

53:05Alleen al die twee namen herinneren ons daaraan.

53:08De naam van Agap en Izebel.

53:12Die twee namen staan symbool.

53:15Voor het dieptepunt in het godsdienstige leven van Israël.

53:19En voor het toppunt van uiterste goddeloosheid.

53:22Agab heeft niet alleen de kalverdienst van Dan en Bethel gehandhaafd.

53:28Waarmee Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël zonde gedeed.

53:33Dat ook, maar daar bovenop.

53:35Heeft hij onder invloed van zijn heidense vrouw Isebel een nieuwe godsdienst ingevoerd.

53:41Een vreemde godsdienst.

53:42De godsdienst van de Baals en de Astartes.

53:46En

53:49ze hebben heel het volk verleid tot die Baalsdienst.

53:53Tot en met tempel, prostitutie en al.

53:57En in de hoofdstad Samaria is een afgodstempel ter ere van Baal opgericht.

54:03En er was een bos voor de godin Astarte.

54:10En daarmee gingen

54:13ze lijnrecht tegen de dienst des heren in.

54:16De dienst van Baal, dat is een tegengodsdienst.

54:19Tegen God, tegen de profeten des heren.

54:23De ware godsdienst wordt onderdrukt.

54:26En Gods kinderen worden vermoord of moeten zich verbergen.

54:31Profeten worden gedood.

54:33Het is een verschrikkelijke tijd.

54:36En het volk gaat er achteraan.

54:39Ze hinken op twee gedachten.

54:43God wat en Baal wat.

54:46Het is als het ware een vermenging van de ware godsdienst met de afgodendienst.

54:52Zou dat kunnen jongeren?

54:54Zou de Heer er dat toestaan denk je?

54:59Heel veel mensen denken van wel.

55:02Ze zeggen misschien wel van niet, maar ze doen wel alsof het kan.

55:05Dat blijkt al uit de levend stijl.

55:09Waar heel veel van de wereld mee door kan.

55:12Hoe dringt ook de wereldgelijkvormigheid.

55:15De kerk.

55:16Met grote kracht binnen.

55:20Dat het onderscheid bijna weg is.

55:25Tussen kerk en wereld.

55:29Maar de schrift zegt iets anders.

55:31Gods woord veroordeelt ons.

55:36Als wij dat doen.

55:38En de Bijbel zegt dat Agab.

55:41Deed wat kwaad was in de ogen des heren.

55:45Meer dan alle die voor hem geweest zijn.

55:47De schrift zegt dat Agab nog meer deed.

55:50Om de heren, de God Israëls, tot toren te verwekken.

55:53Meer dan alle koningen van Israël die voor hem geweest zijn.

55:58Om hem tot toren te verwekken.

56:01En het is Agab gelukt.

56:02Het is Agab gelukt.

56:05Om de heren tot toren te verwekken.

56:08Want dan sluit de heren de hemel.

56:11En het is drieënhalf jaar droog en dor.

56:16Maar er is geen opmerken.

56:18Er is geen boete.

56:20Er is geen berauw.

56:21Er is geen bekering.

56:23Om dit geding gaat het.

56:25In Nederland.

56:27In Oudorp.

56:28In Nederhemert.

56:30In Israël op de berg Carmel.

56:38Maar nu confronteert de heren Agab en Izebel met wie hij is.

56:44Die geschiedenis van drieënhalf jaar komt nu tot een einde.

56:49Die nadert nu.

56:51Haar ontknoping die komt nu tot een climax, tot een hoogtepunt.

56:56En God wil dat Agab naar Elia gaat.

57:02Agab die wilde het andersom.

57:04Elia moest naar hem toe komen.

57:06Maar de heren bestuurt het zo dat de hofmeester van Agab, Obadja, wordt ingeschakeld.

57:12Vers 16 tot en met 20.

57:14Om Agab te gaan halen om de profeet Elia te ontmoeten.

57:20Het is wat geweest.

57:22Hij heeft die man drieënhalf jaar gezocht.

57:25En nu ligt de leiding volledig in handen van Elia.

57:30Elia heeft de leiding, dat kan niet anders.

57:33En Agab laat het allemaal gebeuren.

57:37Jonge mensen, Agab heeft goed begrepen, dat heeft Agab echt goed begrepen, dat bij Elia de sleutel ligt.

57:46Dat bij de God van Elia alleen de macht is om regen te geven.

57:58En daarom Elia heeft de leiding.

58:01En hij geeft bevel om het ganse volk uit alle windstreken van Israël.

58:06Uit alle lagen van de bevolking.

58:08En die 450 baalpriesters.

58:11En die 400 profeten van het bos.

58:13Van de godin Astarte.

58:15Samen te roepen op de berg Karmel.

58:18Zitten ze daar staan.

58:20Op die kale, bruine, gele vlakte.

58:24Waar alles dor en mat is.

58:27En dan die sterk vermagerde mensen met uitgehongerde lichamen.

58:34En dan treedt die man gods naar voren toe.

58:39Met zijn ruw harenmantel en een lederen gordel om zijn lendenen.

58:43En dan gaat hij spreken in vers 21.

58:46En dan klinkt daar dat vlammend protest.

58:49Van gods wegen, hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

58:56Dat is een ontzagwekkende vraag.

58:59Nee, niet een vraag van Elia, een vraag van de Heren.

59:03Zo komt die vraag ook vanavond naar ons toe.

59:07Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

59:15Het is een rechtsgeding, zei ik.

59:18Want de Heer heeft een twist met zijn volk.

59:22Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

59:27Hoe lang, dat is de eerste aanklacht in deze vraag.

59:31Het zijn er drie.

59:32Hoe lang is de eerste aanklacht?

59:34Hoe lang al?

59:35Ja, drieënhalf jaar zegt iemand, nee, nee, het heeft al veel langer geduurd.

59:40Dat wisten die mensen wel.

59:42Al jarenlang is het aan de gang.

59:45En zelfs al voordat Agap koning werd.

59:49En de Heere vraagt als het ware ook aan ons vanavond.

59:53Hoe lang, hoe lang leef je zonder God en buiten Christus?

59:58Hoe lang denk je dat nog vol te houden?

1:00:03Zit daar nou geen liefde achter gemeend achter deze vraag?

1:00:07De Heer had het volk toch aan zichzelf over kunnen geven.

1:00:10Doet hij niet.

1:00:12Maar hij stelt die vraag.

1:00:13Hoe lang?

1:00:15En dan de tweede aanklacht.

1:00:16Hoe lang hinkt jij?

1:00:20Persoonlijk hè.

1:00:21Het volk wordt collectief aangesproken.

1:00:24Maar ook een ieder persoonlijk.

1:00:28En daarmee komt die vraag ook vanavond heel dicht bij ons hart.

1:00:33Hoe lang hink jij?

1:00:36Mijn jongen.

1:00:37Mijn meisje.

1:00:38Man of vrouw.

1:00:41Al op twee gedachten.

1:00:44Wij worden als het ware in de prediking van het woord.

1:00:47Zo zegt Calvin.

1:00:48Gedaagd voor de rechterstoel van God.

1:00:51En er loopt een rechtstreekse lijn.

1:00:53Van de preekstoel.

1:00:55Naar de rechterstoel van Christus.

1:00:57Hier vallen beslissingen.

1:00:59Ook vanavond.

1:01:01En dan de derde aanklacht in die vraag.

1:01:04Dus eerst hoe lang.

1:01:06Gij.

1:01:07En dan die twee gedachten.

1:01:10Wat betekent dat vraagt iemand.

1:01:13Nou het had ook anders vertaald kunnen worden.

1:01:16Want als we kijken naar het Hebeuse grondwoord.

1:01:19Dan wordt dat op andere plaatsen soms ook anders vertaald.

1:01:22Ik denk aan Mephibozet kinderen.

1:01:24Je kent hem wel.

1:01:25Twee Samuel vier.

1:01:27Daar wordt hetzelfde woord gebruikt.

1:01:30Nou Mephibozet die kon niet lopen.

1:01:32Je zou het ook zo kunnen vertalen.

1:01:34Hoe lang hing jij op twee krukken.

1:01:37Als iemand die kreupel is.

1:01:38Die lam is.

1:01:39Die hing op twee krukken.

1:01:41Of.

1:01:42Zoals staat in Isaiah 17, vers 6, op twee houten of op twee takken.

1:01:47Want krukken worden van hout gemaakt, van takken, van bomen.

1:01:52Onze statenvertalers hebben het hier goed vertaald.

1:01:55Hoe lang hing jij op twee gedachten?

1:01:57Lees de kanttekeningen maar.

1:01:59Op enkele plaatsen in het Bijbelboek Job wordt ook voor die vertaling gekozen.

1:02:03En ook hier past deze vertaling heel goed.

1:02:07Het laat de betekenis zien.

1:02:09Hoe lang hinkt gij op twee gedachten.

1:02:12De ene gedachte en de andere gedachte.

1:02:15De

1:02:21verklaarders wijzen erop dat er ook nog een lijn is naar vers 26.

1:02:24Waar die honderden baalspriesters staan te springen en te dansen.

1:02:29Om dat altaar.

1:02:32Ja je zou er verdrietig van worden of niet.

1:02:34Dan als je daar naar kijkt.

1:02:37Dan ga je toch van huilen kinderen.

1:02:38Als je kijkt wat die afgotspriesters van baal doen.

1:02:42Ze gaan zichzelf snijden met messen.

1:02:46Om hun God, die niet bestaat, om

1:02:51aandacht te vragen.

1:02:53Maar hij hoort niet, we weten het uit deze geschiedenis.

1:02:56En wat deden ze dan?

1:02:57Dan maakten ze bepaalde rituelen hinken, dansstappen.

1:03:04Verschrikkelijk, rondom dat altaar van Baal.

1:03:08Maar zo deed het volk van Israël ook.

1:03:10En daarom zegt Eliaert, hoe lang hinkt gij, net als die Baals priesters, letterlijk dat doen?

1:03:17Ze staan te springen en te inken.

1:03:19Hoe lang hinkt gij nou op twee gedachten?

1:03:26Met het verbondsvolk is het precies zo.

1:03:29Ze zijn hard geslagen.

1:03:32Maar ze hebben geen pijn gevoeld.

1:03:35Hoe is het met u?

1:03:37Hoe is het met jou?

1:03:40Ook geen pijn gevoeld?

1:03:45Het is niet moeilijk gemeend om de lijnen door te trekken naar onze tijd.

1:03:49Naar de concrete situatie van ons eigen leven.

1:03:53In het gezin, in de familie.

1:03:55Op uw werk.

1:03:57In de gemeente.

1:03:58In Oudorp.

1:03:59In Nederland.

1:04:00Wat er aan de hand is in onze maatschappij.

1:04:03In onze wereld.

1:04:05In onze kerk.

1:04:06In de kerken van Nederland.

1:04:09U kunt dat zelf ook toepassen op uzelf.

1:04:14Op uw eigen situatie.

1:04:18Het is toch volstrekt duidelijk.

1:04:19Die twee gedachten staan lijnrecht tegenover elkaar.

1:04:23Het is of dit of dat.

1:04:24Het is het een of het ander.

1:04:26Maar het kan niet allebei.

1:04:30En hier betekent het, die twee gedachten die niet te verenigen zijn met elkaar.

1:04:36Dat de ware godsdienst wordt vermengd met de baalsdienst, met de afgodendienst.

1:04:41De ware dienst aan de heren die wordt overwoekerd door de dienst aan baal.

1:04:49Waarmee wordt onze

1:04:54godsdienst overwoekerd?

1:05:00Welke moderne afgoden houden wij aan de hand?

1:05:04Of hebben we letterlijk in de hand?

1:05:09Of is dat geen afgod?

1:05:12Hoeveel uren schermtijd?

1:05:14En

1:05:16wat blijft er eigenlijk nog over aan

1:05:19bijbellezen?

1:05:20Nee, niet een stukje lezen, maar het woord onderzoeken.

1:05:25Om daar echt mee bezig te zijn.

1:05:28Wij

1:05:30horen zondag aan zondag de boodschap van wet en evangelie.

1:05:35Het bevel tot bekering en geloof kringt en wordt aan ons hart gelegd.

1:05:39Er

1:05:42klinkt steeds weer die dringende oproep om te breken met de zonde.

1:05:47Met de boosheid van ons hart.

1:05:51En dan wordt het stil in de kerk.

1:05:53En dan wordt het stil op de berg Karmel als die vraag gesteld wordt.

1:05:58Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

1:06:07Misschien was het wel zo toen

1:06:11u kort geleden huisbezoek kreeg.

1:06:14En die vraag aan uw hart werd gelegd.

1:06:19En u ook op dat moment wel voelde dat er echt iets moet gebeuren in uw leven.

1:06:28En dat u ja hebt geknikt.

1:06:32En toen de ouderling en de diaken.

1:06:36Toen gingen we weer over tot de orde van de dag.

1:06:38En alle indrukken zijn weer weg.

1:06:40En u praat weer over gewone dingen.

1:06:43Alsof de eeuwigheid niet aanstaande is.

1:06:48Gemeente, dat is nou onze doodstaat.

1:06:50Dat is onze dodelijke ongerustheid.

1:06:54We zijn niet ongerust.

1:06:57We zijn dodelijk gerust.

1:06:58En we gaan door.

1:07:01Hoe lang hing het gij op twee gedachten?

1:07:04Het is zelfs een spreekwoord geworden in het Nederlands.

1:07:08Dat is ook opvallend aan jongeren.

1:07:09Een bijbeltekst die een spreekwoord is geworden in ons Nederlands taalgebruik.

1:07:15Waarom nou zoveel ernst?

1:07:16Waarom zoveel aandrang?

1:07:19Nou, waar gaan al die mensen naartoe die op twee gedachten hinken?

1:07:23Waar gaan die mensen heen?

1:07:25Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.

1:07:28Waar eindigt die weg?

1:07:31Waar eindigt de brede weg?

1:07:33In de hel.

1:07:35In de buitenste duisternis waar wening zal zijn en knessing der tanden.

1:07:40Waar duizenden, miljoenen, miljarden mensen het

1:07:45uitschreeuwen van de pijn.

1:07:47Had ik maar, had ik maar, had ik maar.

1:07:50Die hebben hun leven lang gehinkt op twee gedachten.

1:07:53En het is nooit anders geworden.

1:07:55Maar dan komt de heren vanavond en dan daalt hij zo, zo laag af in Oudorp.

1:08:02En hij zegt, hoe lang, hoe

1:08:06lang hinkt gij op twee gedachten?

1:08:09Opdat al uw gedachten afgesneden worden.

1:08:12En u komt bij die ene gedachte.

1:08:15Dat u geplaatst wordt voor die enge poort waar alle hoop mijn gans ontviel.

1:08:19En dat er maar één gedachte overblijft.

1:08:22Dat is het tweede waar onze tekst van spreekt.

1:08:25In de eerste plaats twee gedachten.

1:08:27In de tweede plaats één gedachte.

1:08:29Want dat lees ik in vers 21.

1:08:31Dat Elia zegt, zo de Heere God is, volgt hem na.

1:08:35Daar

1:08:36gaat het om.

1:08:38En indien het baal is, volgt hem na.

1:08:42Elia dwingt het volk tot een keuze.

1:08:45En zo klinkt ook vanavond het bevel tot waarachtige bekering.

1:08:50Zo de Heere God is.

1:08:52Volgt hem na.

1:08:55Daar staat die man Gods, Elia.

1:08:58Met die harige mantel, met die ledere gordel.

1:09:00Die man die kon getuigen van de grote wonderen Gods.

1:09:04In zijn leven, zes maanden onderhouden bij de Beekrit.

1:09:08Door de raven, dat kan helemaal niet.

1:09:10En toch is het gebeurd.

1:09:12En drie jaar bij die weduwe van Zarfad.

1:09:14Die heidense vrouw die het getuigd heeft nota bene.

1:09:18Tot beschaming van het verbondsvolk.

1:09:22Die weduwe in Zarfad die heeft gezegd.

1:09:24Nu weet ik dat gij een man gods zijt.

1:09:27En dat het woord des heren uit uw mond de waarheid is.

1:09:33Maar het verbondsvolk wat voor Elia staat op de karmel.

1:09:36Gelooft die het eigenlijk wel?

1:09:39Gelooft u het wel?

1:09:43Geloof jij het wel?

1:09:46Ze hebben het gehoord, hoe lang hinkt gij op twee gedachten, maar het is niet genoeg.

1:09:52Het komt aan op die ene gedachte.

1:09:56Want de Heere zegt tegen dat ganse volk, zoals hij het ook tegen ons zegt, ik ben de Heere uw God.

1:10:02Hij heeft recht op een ieder van ons.

1:10:07Klinkt er dan geen liefde in, doordat de Heere nog zo omgaat met dubbelhartige mensen.

1:10:13Die hink op twee gedachten.

1:10:15Dat halfslachtige, hardnekkige volk.

1:10:20Niet de heren en Baal, maar de heren of Baal.

1:10:24Dat is de keuze.

1:10:25Dat is die ene gedachte.

1:10:27Misschien is er vanavond een jongen of een meisje die denkt, had de heren dat nou niet anders kunnen zeggen?

1:10:32Had Elia nou niet moeten zeggen, u

1:10:37moet breken met de Baal.

1:10:40En de heren alleen dienen.

1:10:43Verlaat de Baal en dien de heren alleen.

1:10:45Ja, dat had gekund.

1:10:47En toch zegt Elia dat niet.

1:10:52Staan de heren en Baal dan op dezelfde hoogte?

1:10:55Nee, zeker niet.

1:10:57Zeker niet.

1:10:58Is het dan een keuze van de vrije wil?

1:11:01Alsof Elia het volk tot een remonstrantse keuze dwingt.

1:11:05Nou, kies dan maar.

1:11:06Je kunt kiezen en zo.

1:11:08Niets van dat alles.

1:11:10Nee, wij moeten ook lezen wat er niet staat.

1:11:15Gaat u eens mee naar de karmel.

1:11:17Wat ziet u daar?

1:11:18En wat hoort u daar?

1:11:20Een hoorbare prediking, dat is deze tekst.

1:11:22Maar ook een zichtbare prediking.

1:11:24Hoe ziet die karmel eruit?

1:11:26Eén bruine gele vlakte.

1:11:29Dood en dorheid.

1:11:32Als wij daar waren geweest, dan is die berg karmel met al die vermagerde mensen een prediking op zich toch?

1:11:40De berg karmel in het noordwesten van Israël bij de Middellandse zeekust.

1:11:45550 meter boven de zeespiegel bij de stad Haifa.

1:11:49Een plaats van vruchtbaarheid, daar staat de karmel onbekend.

1:11:53En nu dood, door, onvruchtbaar.

1:11:56Een verzengende hitte.

1:11:59En dan die afgod Baal, de god van de vruchtbaarheid nota bene.

1:12:05Waar is Baal eigenlijk?

1:12:07Voelt u het?

1:12:09Het accent moet natuurlijk op het eerste van die tekst gelegd worden.

1:12:13Zo de Heere God is, volgt hem na.

1:12:16Baal is geen god.

1:12:18Dat bedoelt Elia te zeggen.

1:12:23Dus de heren wordt vergeleken met niets.

1:12:27Het

1:12:33gaat hier om dat rechtsgedinge tussen de heren en de Satan.

1:12:37Het gaat hier om de vraag wie er nu God is.

1:12:41En daarom worden die twee tegenover elkaar gezet.

1:12:43Maar Baal is natuurlijk niks.

1:12:46Dat weet u ook wel.

1:12:48Maar hoe zitten wij vast aan de afgoden?

1:12:54Hoe zitten wij vast aan ons aardse bestaan?

1:12:57Met alle roepstemmen.

1:12:59Want wat Elia hier zegt is toch niet anders dan wat profeet Ezekiel.

1:13:02Die bekende tekst.

1:13:04Zo waarachtig als ik leef.

1:13:06Ezekiel 33 spreekt de heren.

1:13:10Zo waarachtig als ik leef zegt de heren heren.

1:13:14Zo ik lust heb in de dood der goddelozen.

1:13:18Maar daarin heb ik gelust.

1:13:20Dat de goddelozen zich bekeren en leven.

1:13:23Bekeert u, bekeert u o Israël.

1:13:25Want waarom zoudt gij sterven?

1:13:27Bekeert u van uw boze wegen.

1:13:31Kijk daar gaat het hier om.

1:13:33Dat is hetzelfde.

1:13:35Die tekst die loopt als het ware parallel met onze tekst.

1:13:40Ezekiel 33.

1:13:41En wat denkt u?

1:13:43Het is toch net zo afsnijdend als de Heer Jezus zelf gepreekt heeft in Matthäus 12.

1:13:48Wie met mij niet is, die is tegen mij.

1:13:54Dus je kunt niet de Heren dienen voor 50% en voor 50% de afgoden.

1:13:59Dat is onmogelijk.

1:14:00Je kunt niet voor 99% de Heren dienen met je hart.

1:14:05En voor 1% een

1:14:10afgod aan de hand houden.

1:14:14Jongeren, je weet wat afgoden zijn.

1:14:16Ik had de gezatie geleerd.

1:14:19Je moet maar dit altijd onthouden.

1:14:21Een afgod, de naam laat het al zien.

1:14:23Af-god.

1:14:26Een afgod is alles wat je van de heren vandaan houdt.

1:14:31Een afgod is alles waarop je je vertrouwen stelt.

1:14:36Lees de katechismes maar bij het eerste gebod.

1:14:38Maar het is ook alles wat je bij de heren vandaan houdt.

1:14:41Waar je je hart op zet.

1:14:42Daar kunnen dus ook goede dingen zijn.

1:14:44Dat kan je werk zijn, dat kan je bedrijf zijn.

1:14:47Hoort u dat?

1:14:49Dat kunnen zelfs uw kinderen zijn, je oogappel.

1:14:58Zo de Heere God is, volgt hem na.

1:15:03Hoeveel ja-woorden hebben wij uitgesproken in de kerk?

1:15:07Aan het doopvond bijvoorbeeld.

1:15:10Of bij het huwelijk, voor Gods aangezicht en voor zijn heilige gemeente.

1:15:17In de bevestiging van het ambt, bij beleidenis doen.

1:15:20Hoeveel ja-woorden spreken wij uit?

1:15:25En hoe is het nou in ons leven?

1:15:27Nou zegt de Heere vanavond zo, de Heere God is volgt hem na.

1:15:31En als het nou niet zo is, wat zegt de Heere Jezus dan in openbaring 3?

1:15:36Ik weet uw werken,

1:15:38ik weet uw werken, dat gij nog koud zijt, nog heet.

1:15:43Och, of gij koud waart of heet, maar omdat gij lauw zijt, zal ik u uit mijn mond spugen.

1:15:51Dat is dezelfde boodschap als deze tekst.

1:15:57De Heere vraagt om ons hele hart.

1:16:00Mijn zoon, mijn dochter, geef mij je hart.

1:16:03Dat koude hart, dat harde hart.

1:16:06Wat van mij niet wil weten.

1:16:08En wat buigt de Heere dan laag neer of niet dan.

1:16:12Wat zit daar in weergaloze liefde en genade.

1:16:16Maar de Heere Jezus Christus staat aan de deur van je hart.

1:16:25Maar ik zei al, er is een strijd gaande.

1:16:27Niet alleen op de karmel, maar ook in de kerk hier.

1:16:30Want als je dit hoort vanavond, dan zegt de duivel, ja maar je hebt nog een heel leven voor je.

1:16:38En de duivel zegt, ja maar je kunt je niet bekeren.

1:16:43Ik zeg u vanavond, op grond van Gods woord, hoe lang hinkt gij nog op twee gedachten?

1:16:53En iemand anders die trouw twee keer naar de kerk gaat en de woensdagavond ook is, zult u er allemaal zijn?

1:17:00En als u niet wettig verhinderd bent, hoe lang hinkt gij dan nog op twee gedachten?

1:17:06Dat iets anders belangrijker is dan een woensdagavond rondom het woord te komen.

1:17:13Hoeveel zijn er niet die er een dubbel leven op nahouden.

1:17:18En die denken ja het zal toch zo'n vaart niet lopen.

1:17:21Elia zegt nee de heren zegt hoe lang hinkt gij op twee gedachten.

1:17:27En iemand die thuis meeluistert en denkt ja voor mij kan het niet meer.

1:17:31Het zal wel voor mij niet meer kunnen.

1:17:33En die in moedeloosheid neerzinkt ik zeg u.

1:17:37Hoe lang hinkt gij op twee gedachten.

1:17:39Zo de Heere God is.

1:17:41Dat is die ene gedachte.

1:17:43Volgt hem na.

1:17:46En iemand die goed thuis is in de schrift.

1:17:49En die misschien heel kritisch luistert.

1:17:51Maar nog steeds.

1:17:54Onbekeerd.

1:17:55Zo de Heere God is.

1:17:58Volgt hem na.

1:18:01En iemand die geen moeite heeft met wereldse kleding.

1:18:04En een wereldse levensstijl.

1:18:06En denkt dat dat allemaal kan.

1:18:07Dat dat samen kan gaan met een avondmasgang.

1:18:10En met de vrezen des heren.

1:18:12Dan zeg ik u vanavond op grond van dit woord.

1:18:15Zo de Heere God is.

1:18:17Volgt hem na.

1:18:18Dan komt er echt een breuk.

1:18:21Met het leven naar het schema van de wereld.

1:18:24Dan komt er echt een breuk.

1:18:26Met het leven naar het goeddunken van ons eigen hart.

1:18:31En misschien is er wel een Agrippa in de kerk vanavond.

1:18:36Die zegt, dominee, u beweegt mij bijna een christen te worden.

1:18:43Ik zeg u, zo de Heere God is, volgt hem na.

1:18:50Nee, de Heere zegt niet, als je de wereld wil dienen, volg dan Baal maar na.

1:18:56U begrijpt het, het accent ligt op die ene keuze.

1:19:00Zo de Heere God is.

1:19:02Die ene gedachte volgt hem na.

1:19:05Opdat u vast zou lopen met uw leven.

1:19:08Opdat u uitgedreven zou worden tot de genadetroom.

1:19:12Opdat u zou gaan roepen uit de diepte tot God.

1:19:15En zou zeggen, heren, denk toch aan mij in genade.

1:19:22Om uw goedheid de eer te geven.

1:19:25We gaan ervan zingen met de woorden van Psalm 25.

1:19:28En daarvan het derde vers.

1:19:31Heren, denk aan het vadelijk meedogen.

1:19:35Heren, waarop ik piddend pleit, milde handen, vriendelijk ogen, zijn bij u van eeuwigheid.

1:19:4325, het derde vers.

1:19:45[GEZANG]

1:22:14Gemeente, de tekstwoorden uit 1 Koningen 18 vers 21 bepalen ons bij die ontdekkende vraag.

1:22:21Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

1:22:24We hebben in de eerste plaats gehoord van twee gedachten.

1:22:28In de tweede plaats van één gedachte.

1:22:31Maar Gods woord openbaart in dit gedeelte ook het wonder.

1:22:36Van Gods gedachte.

1:22:39Nee dat staat niet letterlijk in de tekst.

1:22:41Maar we zien er wel iets van in vers 30 en 39.

1:22:45Van dit hoofdstuk en de achtergrond van die hele geschiedenis.

1:22:49Hoe nou de Heere handelt met zijn volk.

1:22:54Ook in deze weg.

1:22:57Want gemeente de zaak is niet opgelost.

1:23:01De zaak is niet opgelost, want we lezen in vers 21, maar het volk antwoordde hem niet één woord.

1:23:10Dat is wat.

1:23:12Dat betekent dat die preek van Elia op dit moment nog steeds zonder vrucht is.

1:23:19Maar de Heere verwacht een antwoord van Israël, van u, jou en mij, van ons allemaal hier en thuis.

1:23:29Maar het volk zwijgt.

1:23:34Zwijgen ze allemaal?

1:23:35Ja.

1:23:36Maar het volk antwoordde hem niet één woord.

1:23:39En gemeente, dat is schuld, hè?

1:23:42Of niet dan?

1:23:44Als de Heer zo liefdevol het volk waarschuwt.

1:23:47Als hij het volk niet aan zichzelf overlaat.

1:23:51Maar nog roept, ernstig, welmenend.

1:23:57Ja, maar zegt iemand, Gods kinderen, die zeggen toch wel iets?

1:24:00Nee, die zeggen ook niets.

1:24:02Zijn er kinderen van God in dat gezelschap?

1:24:04Jazeker.

1:24:06Het is niet aan te nemen dat er geen kinderen van God...

1:24:09Op de karmel geweest zijn.

1:24:11Vanuit alle lagen en geledingen van het volk.

1:24:15Zijn er mensen samengestroomd.

1:24:17Het volgende hoofdstuk zien we dat er nog zevenduizend zijn.

1:24:22Zevenduizend.

1:24:22Die de knie voor Baal niet gebogen hebben.

1:24:25En velen waren verborgen.

1:24:27Zoals Obadja.

1:24:28Honderd.

1:24:29Twee keer vijftig.

1:24:33Maar er zijn ook kinderen gods bij geweest.

1:24:35En ook zij zwijgen.

1:24:37Op dat kritieke moment, en ze hebben ook die twee woordjes gehoord, hoe lang.

1:24:42Ze zijn ook persoonlijk aangesproken, gij.

1:24:47En die mokerslag heeft ook in hun hart geklonken.

1:24:50Hoe lang hing gij op twee gedachten?

1:24:54Neutraliteit bestaat niet.

1:24:56Neutraliteit, dat is als een vierkante cirkel, dat kan niet.

1:25:00En dan?

1:25:03Het ganse volk zwijgt.

1:25:05Dan houdt het toch op, of niet?

1:25:09Dat zouden wij zeggen.

1:25:11Het volk dat zo geslagen is.

1:25:13Geen pijn gevoeld heeft.

1:25:16Drieënhalf jaar heeft de hemel gezwegen.

1:25:19Was het droogte.

1:25:22En nu zwijgen ze ook.

1:25:23Ik las ergens in een boekje.

1:25:25Over deze tekstwoorden.

1:25:28Het volk wist het niet.

1:25:31Dat geloof ik niet.

1:25:33Ze wisten het wel.

1:25:35Daar ben ik diep van overtuigd.

1:25:37Ze wisten het heel goed.

1:25:39Maar door te zwijgen zeggen ze eigenlijk.

1:25:43Wij kunnen geen keuze maken, wij willen geen keuze maken, wij gaan door op deze weg.

1:25:48Dat is nou dat dubbelhartige, dat is nou dat huichelachtige van ons menselijk bestaan na Genesis 3.

1:25:56Dood in zonde en misdaden.

1:26:01Dat het gedichtsel des harten, des mensen te alle dagen alleenlijk boos is.

1:26:10Geen mens die naar hem vraagt.

1:26:12De goddelozen zwijgen in duisternis als in een graf.

1:26:16Het lijkt wel dat Elia op een kerkhof preekt.

1:26:20Waar alles

1:26:24zwijgt.

1:26:25Ja,

1:26:28Agab zwijgt ook.

1:26:29En die 450 Baals priesters en die 400 priesters van het bos van Astarte, die zwijgen ook.

1:26:36Maar dat is begrijpelijk, want Agab staat aan de zijlijn.

1:26:40Agab en die knechten en die priesters, die doen helemaal niet mee.

1:26:44Ze zijn uitgerangeerd, ze zijn uitgeschakeld.

1:26:47De leiding is volledig bij Elia.

1:26:50Agab die voelt wel dat hij de strijd verloren heeft, nu al.

1:26:56Agab is niet alleen uitgeschakeld, hij is niet meer dan een toeschouwer.

1:27:03Nee, het gaat hier over dat volk, over dat verbondsvolk.

1:27:07Wij zouden zeggen over de mensen uit de kerk.

1:27:13En ook van die mensen is niets te verwachten.

1:27:16Ja, straks wel, zegt iemand.

1:27:18Want straks zeggen ze toch in vers 39 aan het eind, de Heere is God, de Heere is God.

1:27:24Zijn ze dan allemaal bekeerd?

1:27:28Zou dat zo zijn?

1:27:30Weet u wat Matthew Henry, de bekende Bijbelverklaarder, daarvan zegt?

1:27:34Matthew Henry zegt, bij sommigen mogen wij hopen, was het hart veranderd.

1:27:43Maar bij het gros, zegt Matthew Henry, was het volk wel overtuigd, maar niet bekeerd.

1:27:51Ze gaven de waarheid wel toe dat de Heere God is.

1:27:55Ze konden niet anders.

1:27:56Het bewijs lag er.

1:27:58Ze moesten wel dit uitroepen.

1:28:03Ze gaven de waarheid wel toe dat de Heere God is.

1:28:07Maar ze stemden niet in met het verbond dat Hij ook hun God zou zijn.

1:28:15Kijk, daar loopt het over.

1:28:19En dan raak ik een gevoelig punt.

1:28:23Ook bij Gods kinderen.

1:28:25Als de Heer er gesproken heeft in uw leven.

1:28:28Als u weet van die krachtdadige inwendige roeping.

1:28:33Als u weet dat u uit de dood bent overgegaan in het leven.

1:28:37In dat ondeelbare ogenblik.

1:28:41Maar hoe kan het gaan op die pelgrimsweg?

1:28:44We hebben het gezien bij Abraham vanmorgen.

1:28:47En we hebben het gezongen vanmorgen.

1:28:49I zoek uw knecht.

1:28:51Schoon hij, zei uw wette schont.

1:28:54Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond.

1:28:56Dat onbedacht zijn header heeft verloren.

1:28:59Hoe kan ook Gods kind verachterd zijn in de genade?

1:29:04Als u de eerste liefde hebt verlaten, is het zo?

1:29:09Wat komt er dan ook een roepstem binnen vanuit deze tekst?

1:29:12En zou het dan ooit nog goed komen?

1:29:14U zwijgt.

1:29:16En u buigt het hoofd.

1:29:18En de duivel komt erop af en die zegt, is het wel ooit waar geweest?

1:29:23In je leven.

1:29:24Is God wel echt begonnen?

1:29:26Of ben je zelf begonnen?

1:29:30O, gij verdrukt en door onwede voortgedreven en ongetrooste.

1:29:35Hoort.

1:29:36Want wat moet hier nou gebeuren?

1:29:40Misschien is hier iemand die overtuigd is van zonde.

1:29:44En die een belofte heeft gekregen en er rijk mee geworden is.

1:29:47Maar het is nog niet opgelost.

1:29:49Hoe moet het dan?

1:29:50Wat moet er dan gebeuren?

1:29:52Gemeente, dan moet er vuur van de hemel komen.

1:29:55Hoor toch vanavond, er moet vuur van de hemel komen.

1:30:00En al die mensen dachten dat er regen zou komen.

1:30:03Maar er moet eerst iets anders gebeuren.

1:30:07Eerst klinkt uit de mond van die getrouwe godsgezant Elia het woord des Heren.

1:30:13Die veroordelende kracht van het woord.

1:30:16Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?

1:30:19Zo de Heere God is, volgt hem na die ene gedachte.

1:30:23Maar dan dat zwijgende volk, wat horen ze?

1:30:27In vers 30, nader tot mij.

1:30:29Dat is toch een wonder of niet dan?

1:30:32Wel gelukzalig is de mens die gij verkiest en doet naderen.

1:30:39Dat de Heer nog bemoeienis heeft met dat volk.

1:30:43En wat staat er dan verder in vers 30?

1:30:46En Elia heelde het altaar des Heren wat verbroken was door die priesters.

1:30:52En daarmee wordt voor het volk zichtbaar en duidelijk wat het probleem is.

1:30:58Dat heeft Elia gezegd ook in het volgende hoofdstuk.

1:31:00De kinderen Israëls hebben uw verbond gelaten.

1:31:03Ze hebben uw altaren afgebroken.

1:31:05En ze hebben uw profeten met het zwaard gedood.

1:31:08En dat altaar, dat

1:31:11moet hersteld worden.

1:31:14Dat Baals altaar moet afgebroken worden.

1:31:17En het altaar voor de heren moet opgericht worden.

1:31:22En kinderen, jullie weten hoe het gegaan is.

1:31:24En je kent de geschiedenis.

1:31:25We hebben het gelezen.

1:31:27Nou gaat Elia.

1:31:29De Heren, de God Abrams, de God Isaacs en de God Israels aanroepen de ware God.

1:31:35En dan komt er vuur van de hemel.

1:31:38Eerst vuur, dan pas regen.

1:31:43Gemeente, er is verzoening nodig.

1:31:45Er kan geen regen komen of zegen komen tenzij dat er een offer gebracht is.

1:31:53En wat is daar nou de grondslag van?

1:31:55Dat zijn Gods gedachten.

1:31:57Dat is Gods welbehagen.

1:31:59Dat is die grondslag.

1:32:01Die onwikbare vastigheden.

1:32:03Die hij gehad heeft van eeuwigheid.

1:32:06Over dat schuldige volk.

1:32:07Van wie Jezaja later moest zeggen.

1:32:10Een os kent zijn bezitter nog.

1:32:12En een ezel de krip zijn heer.

1:32:14Maar mijn volk heeft geen kennis en verstaat niet.

1:32:18En dat zwijgende volk.

1:32:20Dat kijkt en dat ziet toe.

1:32:24En dan gaat Elia bidden.

1:32:26Maar er is nog iets gebeurd.

1:32:30Bijna honderd jaar geleden, tien hoofdstukken eerder, is er al iets gebeurd.

1:32:37Lagen er al gebeden die opgezonden zijn voor Gods aangezegd in 1 Koningin 8.

1:32:43En dat gebed wordt hier verhoord, ook verhoord.

1:32:46Niet alleen het gebed van Elia, maar ook het gebed van Salomo in 1 Koningin 8.

1:32:52Toen de tempel is ingewijd.

1:32:54Wat heeft Salomo toen gebeden?

1:32:56Die man die lag op zijn knieën.

1:32:57Het lijkt wel of hij een voorgevoel gehad heeft.

1:33:00Dat dit hier zou gebeuren.

1:33:02En wat heeft Salomo gevraagd?

1:33:04Hij heeft gezegd.

1:33:05Heren.

1:33:06Als de hemel gesloten zal zijn.

1:33:10En als er geen regen is.

1:33:13Omdat zij tegen u gezondigd zullen hebben.

1:33:16En dan gaat hij door.

1:33:18Dan gaat hij zeggen.

1:33:19Als zij uw naam beleiden.

1:33:21En als zij zich bekeren zullen.

1:33:23Als gij hen geplaagd hebt heren.

1:33:25O hoor dan van de hemel.

1:33:27En vergeef de zonde van uw knechten.

1:33:30En van uw volk Israël.

1:33:33En als gij hen geleerd zult hebben de goede weg.

1:33:36Dat heeft Elia ze geleerd hij hier.

1:33:39O heren geef dan regen op het land.

1:33:42Dat gij uw volk tot een erfdeel gegeven hebt.

1:33:45En dan beroept Salomo.

1:33:47Zich op het woord wat de heren eerder al tot David gesproken heeft.

1:33:52Aangaande dit volk.

1:33:53Nu dan, o God Israëls, laat toch uw woord waar worden.

1:33:59Het welk gij gesproken hebt tot uw knecht, tot mijn vader David.

1:34:06Dus de Heere verhoort het gebed van David, van Salomo en hier van Elia.

1:34:11Maar het is alles om de grote zoon van David.

1:34:14Die komen zou en die gekomen is in de volheid des tijds.

1:34:19Op grond van wij welbaren.

1:34:21Op grond van zijn eigen woord.

1:34:23Op grond van zijn gedachte.

1:34:26Gods gedachte.

1:34:27Op grond van dat offer wat gans verteerd wordt.

1:34:31Door vuur van de hemel.

1:34:33Met dat hele altaar.

1:34:35Het is een heenwijzing naar Goede Vrijdag.

1:34:38De apostel zegt in Hebreeën 13.

1:34:40Wij hebben een altaar.

1:34:43Met een hoofdletter.

1:34:44Dat altaar is een type van Christus.

1:34:48En dat vuur van de hemel wat neerdaalt op de altaar, dat is een heenwijzing naar Goede Vrijdag.

1:34:55Waar God het

1:34:58vuur van de toren en van zijn gramschap heeft laten neerkomen op zijn zoon.

1:35:07Plaatsvervangend voor mensen die moeten zeggen ik ben uw gramschap dubbelwaardig.

1:35:14En gemeente hier zwijgt het volk op de karmel.

1:35:17Maar op die andere berg, op die heuvel Golgotha, heeft de borg ook gezwegen.

1:35:23Maar dat is toch anders, hè?

1:35:26Hij heeft gezwegen in zijn liefde.

1:35:29Hij

1:35:31heeft gezwegen in zijn liefde.

1:35:33Hij heeft ook geroepen.

1:35:35Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?

1:35:40Omdat er in Oudorp een volk zal zijn wat nimmer meer door hem verlaten zou worden.

1:35:46Toen zweeg God.

1:35:48In die drie uur durende duisternis.

1:35:51Hing hij daar tussen hemel en aarde.

1:35:54En kwam er vuur van de hemel.

1:35:56En is hij verteerd.

1:35:57Heeft hij zijn ziel uitgestort in de dood.

1:36:00En is hij nedergedaald ter helle.

1:36:03Om een volk te verlossen.

1:36:05Wat helwaardig is.

1:36:07En wat nooit, nooit, nooit uit zichzelf.

1:36:12Weer iets kan aanbrengen.

1:36:15Omdat er een volkomen verzoening zou zijn voor verbondsbrekers, voor hinkende, dubbelhartige, halfslachtige, schuldige mensen.

1:36:27Want vijanden worden met God verzoend en goddelozen worden gerechtvaardigd op grond van recht, op grond van dat offer.

1:36:35Kijk,

1:36:39dat is de enige grond voor een beschuldigend geweten.

1:36:45Twee gedachten, één gedachte.

1:36:49Gods gedachte.

1:36:51De Zoon van God, de Heer Jezus, heeft maar één gedachte gehad.

1:36:55Weet u welke gedachte?

1:36:57Het ging hem om de eer van zijn vader.

1:37:01De eer van God, die was hier in het geding.

1:37:04En die was ook op Golgotha in het geding.

1:37:07En gemeente, dan is er nog iets heel ontroerends.

1:37:10Als het gaat om Gods gedachte.

1:37:14En dan gaan we eindigen.

1:37:17Jonge mensen, ik heb jullie uitgelegd wat dat woord gedachten nog meer kan betekenen in de grondtaal.

1:37:22In het Hebraeus kan het ook betekenen hinken op twee takken, op twee houten, op twee gedachten.

1:37:30Maar dat woord wordt voor het eerst in de Bijbel gebruikt in Exodus 12 vers 13.

1:37:36Je kent de geschiedenis van die verderfengel die in de nacht het land doorging.

1:37:42Al die eerstgeborenen werden gedood.

1:37:45Tenzij...

1:37:46Dat er bloed was gestreken aan de zijposten en aan de bovendorpel.

1:37:50En wat staat er in Exodus 12 vers 13?

1:37:54En er wordt dit woord gebruikt.

1:37:57Gedachten, wanneer ik het bloed zie, zal ik jullie er voorbij gaan.

1:38:05Wat een wonder toch.

1:38:07Dat dat bloed persoonlijk toegepast is aan uw hart, kind van God.

1:38:13Voed het oud vertrouwen weder.

1:38:16Zoek ins hoogste lof.

1:38:18Uw lust.

1:38:20En dan, als dat vuur gekomen is van de hemel.

1:38:24Wat komt er dan?

1:38:25Dan pas komt de regen.

1:38:28Al die mensen hebben gedacht dat er eerst regen zou komen.

1:38:31Maar het moet eerst Goede Vrijdag worden.

1:38:33Eerst vuur van de hemel.

1:38:36Op de kruishuivel Golgotha, zoals hier.

1:38:39Op de karmel.

1:38:40En dan komt de regen.

1:38:43Pas na Goede Vrijdag wordt het pinksteren.

1:38:48De uitstorting van de Heilige Geest.

1:38:51En stort op hen een milde regen.

1:38:54Een regen die hen overdekt, verkwikt en hun tot zegen stekt.

1:38:59Dan is die middelmuur tussen Jood en Heiden weggenomen.

1:39:03En dan werkt de Geest Gods krachtig.

1:39:06Het beeld van de regen.

1:39:08Het beeld van het werk van de Geest Gods.

1:39:13Zou dat ooit kunnen?

1:39:15Zo de Heere God is, volgt hem na.

1:39:18Hoe zal dat gebeuren?

1:39:20Nou zoveel als we door de geest gods geleid worden.

1:39:23Die zijn kinderen gods.

1:39:25Zo gaat het gebeuren.

1:39:28Zoals het gaat in Psalm 32.

1:39:31Welzalig hij.

1:39:32Wiens zonden zijn vergeven.

1:39:34Maar dan ga je ook een walging krijgen.

1:39:37Aangaande jezelf.

1:39:38En misschien is er zo iemand in de kerk vanavond.

1:39:41Die totaal overhoop ligt met zichzelf.

1:39:45En met zijn zonden.

1:39:46En denkt.

1:39:47Heer hoe moet het nou?

1:39:49Zou het voor mij nog kunnen.

1:39:51Dat je moet zeggen.

1:39:53Niet Elia.

1:39:55Niet Agab.

1:39:57Maar ik ben die beroeder Israëls.

1:40:00En dan sta je in dat rechtsgeding.

1:40:02En dan kan het zijn dat er al veel afgoden opgeruimd zijn in je leven.

1:40:08Maar dan gaat het om dat ene.

1:40:10Om dat offer.

1:40:12Om dat bloed.

1:40:13Als ik het bloed zal zien dan zal ik jullie er voorbij gaan.

1:40:17Ik noemde u vanmorgen de naam van Thomas Shepard.

1:40:20Ik noem hem nog een keer.

1:40:22Hij zegt.

1:40:23Ach.

1:40:25Hoor toch de roep van Christus.

1:40:27Ook vanaf dit hoofdstuk.

1:40:32Hoor de roep van Christus.

1:40:35O dat u maar geloofde dat Christus u.

1:40:38Armen verloren zondaars en zondaressen roept.

1:40:42En dat hij deze weg.

1:40:45Die hij met u gaat.

1:40:47Dat in deze weg de hand van de Heer Jezus is.

1:40:51Die gereed staat om u te behouden.

1:40:54Opdat u zou gaan roepen, opdat jij zou gaan roepen.

1:40:57Dat je een beroep doet op Gods gedachte.

1:41:00Net als die moordenaar aan het kruis.

1:41:02Hij deed het hè.

1:41:04Wij toch rechtvaardig.

1:41:06Wij ons vangen straf.

1:41:08Hij veroordeelde zichzelf.

1:41:11Hij kende de gerechtigheid van Christus.

1:41:14Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

1:41:16Hij mocht zien op dat offer.

1:41:18Op dat bloed.

1:41:20Maar dan doet hij een beroep op Gods gedachte.

1:41:22Heren, gedenk mijner.

1:41:26Als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn.

1:41:32En de Heer heeft het gezegd.

1:41:33Heden, zult gij met mij.

1:41:37Dat was voor die man het wonderen.

1:41:38Niet het paradijs, nee.

1:41:40Drie woordjes.

1:41:41Gij met mij.

1:41:44Dan ga je het zeggen hoor.

1:41:47Deze God.

1:41:48Is onze God.

1:41:50Dan ga je het zeggen met Thomas.

1:41:52Mijn heren.

1:41:54En mijn God.

1:41:55En hij zal ons geleiden.

1:41:58Ter dood toe.

1:42:00Amen.

1:42:02Laat ons eindigen met dankgebed.

1:42:05O heren wij smeken van u.

1:42:08Bij uw grondeloze barmhartigheid.

1:42:11Of uw woord als een kracht gods tot zaligheid.

1:42:15Door uw geest.

1:42:18In onze harten mag neerdalen.

1:42:20Dat het gebeurd is in dit uur.

1:42:23Maar dat het ook zal gebeuren in deze nieuwe week die we zijn ingegaan.

1:42:27Heren dat het woord niet ledig tot u zal wederkeren.

1:42:31Maar dat u alles doet wat u behaagt.

1:42:33En dat het voorspoedig zal zijn.

1:42:36Ook hier in Oudop waar u het gezonden hebt.

1:42:40Heren, heren.

1:42:43Verzoen al het zondige wat er was in het luisteren.

1:42:46Maar vooral in het spreken zoveel tekort.

1:42:49O heren.

1:42:53Verzoen de zware schuld.

1:42:57Die ons wel met schrik mag vervullen.

1:43:02Bewijs ons uw genade.

1:43:04Ga met ons mee naar onze huizen.

1:43:08Weest u met de moeders in de gezinnen.

1:43:11Sterk en ondersteun ze bij u vandaan.

1:43:14Dat ze op u mogen hopen.

1:43:16Dat ze moeders in Israël mogen zijn.

1:43:19Weest u met de vaders.

1:43:21Ook in de opvoeding.

1:43:23Op hun werk.

1:43:25Gedenk alle die werkzaam zijn.

1:43:28In het onderwijs.

1:43:29In de zorg.

1:43:30In welk beroep of bedrijf dan ook.

1:43:33Op zee.

1:43:36Of op de boerderij.

1:43:37In de kas of elders.

1:43:39Op de vrachtwagen.

1:43:41Heren ontferm u zo over de jongeren.

1:43:45Op

1:43:46hun werk.

1:43:47In hun studie.

1:43:49Ook de preekbespreking vanavond.

1:43:53Zegenen heren.

1:43:54En neem ze bij de hand.

1:43:56En neem ze voor uw rekening.

1:43:59Ook de kinderen.

1:44:00Bewaar ze ook deze week.

1:44:02Op school.

1:44:04En zie ons allen aan.

1:44:06In gunst van boven.

1:44:08Gedenk de kerkraad.

1:44:10Zegenen in de ambtelijke bediening.

1:44:13En wees ons allen een toevlucht.

1:44:15En sterkte.

1:44:17Om Jezus wil.

1:44:19Amen.

1:44:23Gemeente de Slot zang is Psalm 48.

1:44:25En daarvan het laatste vers.

1:44:27Het zesde vers.

1:44:28Dat is een half vers.

1:44:30Deze God is onze God.

1:44:33Hij is ons deel.

1:44:34Ons zalig slot.

1:44:36Door tijd nog eeuwigheid te scheiden.

1:44:39Ter dood toe zal hij ons geleiden.

1:44:4148 het zesde vers.

1:44:43[GEZANG]

1:46:14Gemeente hier in de kerk en thuis.

1:46:16Bewaar het woord Gods in uw harten.

1:46:18Biddende om de zegen des Heren.

1:46:21En gaat heen in vrede en ontvangt zijn zegen.

1:46:25De heren zegenen u.

1:46:27En hij behoeden u.

1:46:31De heren doen zijn aanschijn over uw lichten.

1:46:35En zij u genadig.

1:46:37De heren verheffen zijn aangezicht over u.

1:46:44En geven u vrede.

1:46:49Amen.

1:46:50[GEZANG]