0:00[GEZANG]
10:03Onze hulp en enige verwachting.
10:07Is in de naam des Heren.
10:09Die hemel en aarde gemaakt heeft.
10:13Die trouw houdt.
10:15Ewig leeft.
10:17En nooit zal laten varen.
10:20De werken zijn er handen.
10:23Amen.
10:26Genade zij u.
10:28En vrede.
10:29Van God de Vader.
10:31In Christus Jezus onze Heren.
10:35Door de Heilige Geest.
10:38Amen.
10:42Tot voortzetting van onze dienst.
10:45Psalm 18 vers 2.
10:47Ik riep tot de Heren in het midden die ellende.
10:52Tot mijn God opdat hij hulp zou zenden.
10:55Mijn klaagstem drong tot in zijn troonzaal door.
11:01Psalm 18 vers 2.
11:03[GEZANG]
14:51Zingen we ons geloof met de woorden van de apostolische geloosbeleidenis.
14:55En zingen daarna uit psalm 114 vers 4.
15:03Wat er meer volgt uit 114 vers 4.
15:09Na onze geloosbeleidenis spreken ieder van u in zijn of haar hart.
15:17Ik geloof in God de Vader.
15:20De Almachtige.
15:22Schepper des hemels en der aarde.
15:25En in Jezus Christus.
15:28Zijn enig geboren zoon.
15:31Onze Heere.
15:32Die ontvangen is van de Heilige Geest.
15:36Geboren uit de maagd Maria.
15:39Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
15:43Is gekruisigd, gestorven en begraven.
15:48Nedergedaald ter helle.
15:50Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
15:54Opgevaren ten hemel.
15:56Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
16:01Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
16:07Ik geloof in de heilige geest.
16:11Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
16:16De gemeenschap der heiligen.
16:20vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.
16:28Gods
16:29[GEZANG]
18:34heilig woord openen wij vanavond in Matthäus 27.
18:40En
18:42ik lees u daaruit de versen 33 tot en met 54.
18:48Dus Matthäus 27,
18:51de versen 33 tot en met 54.
18:57En gekomen zijnde tot de plaats genaamd Golgotha, welke is gezegd hoofdschedelplaats, gaven ze hem te drinken, edik,
19:11met gal gemengd, en als zij die gesmaakt had, wilde hij niet drinken.
19:18Toen zij nu hem gekruisigd hadden, verdeelde zij zijn klederen het lotwerpende,
19:26Opdat vervuld zou worden hetgeen gezegd is door de profeet.
19:31Ze hebben mijn klederen onder zich verdeeld.
19:35En hebben het lot over mijn kleding geworpen.
19:39En zij nederzittende bewaarden hem al daar.
19:44En ze stelden boven zijn hoofd zijn beschuldiging geschreven.
19:49Deze is Jezus, de koning der Joden.
19:54Toen werden met hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter en een ter linkerzijde.
20:00En die voorbijgingen lasterden hem, schuddende hun hoofden en zeggende, Gij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos uzelf en indien gij de
20:12zonen God zijt, zo kom af van het kruis.
20:16En desgelijks ook de overpriesters met de schriftgeleerden en ouderlingen en fariseeën,
20:24Hem bespotten de zijde.
20:26Anderen heeft hij verlost.
20:27Hij kan zichzelf niet verlossen.
20:31Indien hij de koning Israëls is.
20:34Dat hij nu afkomen van het kruis.
20:37En wij zullen hem geloven.
20:39Hij heeft op God betrouwd.
20:41Dat hij hem nu verlossen.
20:43Indien hij hem wel wil.
20:44Want hij heeft gezegd ik ben Gods zoon.
20:47En hetzelfde verweten hem ook de moordenaars.
20:51Die met hem gekruisigd waren.
20:54En van de zesde uren aan werd er duisternis over de gehele aarde tot de negende uren toe.
21:02En omtrent de negende uren riep Jezus met een grote stem.
21:08Zeggende Eli, Eli lama sabachtani.
21:13Dat is mijn God, mijn God.
21:18Waarom hebt gij mij verlaten?
21:22En sommige van die daar stonden zulks horende zeiden, deze roept Elia.
21:27En terstond een van hen toelopende nam een spons en die met edik gevuld hebbende staks op een rietstok en gaf hem te drinken.
21:37Doch de andere zeiden, houd op, laat ons zien of Elia komt om hem te verlossen.
21:44En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest.
21:51En zie, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën van boven tot beneden.
21:57En de aarde beefde en de steenrotsen scheurden.
22:01En de graven werden geopend.
22:04En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt.
22:10En uit de graven uitgegaan zijnde, na zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad.
22:16En zijn vele verschenen.
22:18En
22:19de hoofdman over honderd.
22:21En die met hem Jezus bewaarde, ziende de aardbeving.
22:25En de dingen die geschiet waren, werden zeer bevreesd.
22:29Zeggende, waarlijk, deze was Gods Zoon.
22:35Tot zover.
22:38Zoeken wij met elkaar Gods heilig aangezicht.
22:43In de voorbede gedenken we aan de heer Heiboer, Vlietberglaan 6.
22:50Die in het Vlietland ziekenhuis in Vlaardingen verblijft.
22:53Die heeft een ernstige boodschap ontvangen.
22:56En is zeer ernstig ziek.
22:58Zullen wij samen bidden?
23:04Heren,
23:07wat een wonder is dat.
23:08Dat wij tot u mogen bidden.
23:11En alles vertellen.
23:15Alles wat ons harten deert.
23:18U weet alles al.
23:20En toch wilt u het zelf uit onze mond horen.
23:25En geen nood is te groot voor u.
23:28En
23:30geen raadsels onoplosbaar.
23:35Heren, u staat boven alles.
23:40En wij danken u voor deze zeer goede vrijdag.
23:49Wij hebben er nooit om gevraagd.
23:52Om hem nooit.
23:56Er is niemand die u zoekt.
24:00Niet tot één toe.
24:02En u gaf hem.
24:05En het heeft u behaagd.
24:10Uw enige geboren zoon te verbreizelen.
24:17En daar begrijpen wij ten diepste niets van.
24:24En wij bidden u niet dat we het gaan begrijpen.
24:29Maar dat wij hem zouden kennen en lief hebben.
24:36En dat wij de kracht van zijn dood mogen ervaren in ons eigen leven.
24:47En dat wij het zullen verstaan.
24:51Goede Vrijdag is niet een heilsfeit van heel lang geleden.
24:58Maar Goede Vrijdag is een heilsfeit wat nu.
25:03En hier beleefd en ondervonden wordt.
25:09En wij bidden u.
25:11Mogen wij daar dan ook bij zijn heren.
25:16Hoeft het vanavond toch niet aan ons voorbij te gaan.
25:22En wij leggen onze harten voor u open.
25:26En u weet alles al.
25:28Wat er niet moet zijn is er.
25:31En wat er wel moet zijn is er niet.
25:35En dat is niet uw schuld.
25:39Want wij hebben met u gebroken.
25:42En wij zijn gevallen mensen.
25:46En daar komen wij niet te boven.
25:51Ook uw kinderen komen een diepe val.
25:55Nooit te boven.
25:58Maar u gaf nog een Adam.
26:02En
26:03die heeft alles goed gedaan.
26:08Volkomen.
26:09De wet vervuld.
26:13Volkomen.
26:13De strafgedragen.
26:17Uitnemende.
26:20Onmisbare.
26:22Heren Jezus.
26:24Dat uw naam vanavond mag worden uitgeroepen.
26:29Dat u mag worden aangeprezen.
26:33En dat uw naam in ons hart geschreven wordt.
26:38Dat
26:40er nooit meer uitgaat.
26:43En dat wij.
26:44Niets en niemand weten zullen dan
26:49u en u gekruisigd.
26:54We
26:56dragen de hele gemeente aan u op.
26:58In de kerk of thuis.
27:01U weet waar ze zijn.
27:04En dank u wel dat vandaag tot tweemaal toe het evangelie van Goede Vrijdag klinken mag.
27:13Kunnen ze het nooit zeggen hier.
27:16Dat ze het niet geweten hebben.
27:19Heren.
27:20Maar mag het weer klank krijgen.
27:23In onze harten.
27:26En misschien zijn er mensen hier.
27:29Die daar al zo lang naar uitzien.
27:34En die van u maar één smeking hebben.
27:40Om hem te mogen aanschouwen.
27:45Meer hebben ze niet nodig.
27:48En met minder kan het niet.
27:52Want dat is het eeuwige leven.
27:56U te kennen en hem die u gezonden hebt.
28:01En dat is de
28:05dood.
28:06U te missen en niet te kennen.
28:10O, wil u dan nog die
28:14zielen opzoeken.
28:16Verloren zielen die zichzelf niet kunnen helpen.
28:20Heren, denk aan zieke mensen.
28:24En we dragen het bijzonder de Heer.
28:26Hij boer aan u op.
28:29Zo ernstig ziek.
28:32Heren.
28:33Wilt u hem toch een bezoekje brengen.
28:39U bent de enige die hem helpen kan.
28:44En gedenk hem.
28:46Voor zijn lichaam.
28:48En voor zijn onsterfelijke ziel.
28:53Want dat zal die man wel beseffen.
28:57Dat er nu op aan gaat komen.
29:00En dat het einde wel eens heel dichtbij zou kunnen zijn.
29:06En dan komt het aan op dat ene nodige.
29:11Heren,
29:13gedenk hem dan.
29:15En allen die hem met liefde en zorg omringen.
29:19En we zijn ze ten diepste machteloos.
29:24Maar u bent machtig, heren, om te verlossen.
29:30Gedenk met hem alle zieke mensen,
29:35alle nooddruftigen en alle beproefden, rouwdragenden en alle harten waar nood is.
29:48Heren, u weet ze wel,
29:51al zouden ze tegen geen mens zeggen, maar u kijkt door onze harten heen en u ziet alles.
30:01Gedenk die harten die tot u roepen.
30:06Dag en nacht tot u roepen.
30:09En zal zo lang roepen.
30:12En die bang zijn dat u ze vergeten bent, heren maar.
30:19U vergeet ze zomaar niet.
30:22Maar uw tijd is de beste tijd.
30:26We dragen de hele gemeente aan u op.
30:31Al die zielen, heren.
30:34Ook van kinderen en jonge mensen.
30:37Tot de alleroudsten toe.
30:42Zegen heren.
30:43De kerkenraad.
30:46Zegen.
30:47Allen die een taak hebben in deze dienst.
30:52Heren dat u zelf het woord verkondigen zou.
30:56Want u alleen kunt het brengen in ons hart.
31:01En mogen we u daarom smeken.
31:05Dat wij hem
31:08zouden mogen aanschouwen.
31:11Al zou het maar heel even zijn.
31:15En dat wij nog diepe indrukken mogen ontvangen.
31:21Van wie u bent, Heer Jezus.
31:25En van al uw weldaden.
31:28En alles wat u gedaan hebt.
31:31En dat wij werkelijk een ontmoeting...
31:37Mogen ontvangen.
31:38Op deze dag.
31:41En wij hebben niets in te brengen.
31:44Maar uitgenade alleen.
31:48We hebben het toch zelf beloofd heren.
31:53En ziet.
31:54Ik ben met uw lieden.
31:57Alle de dagen.
31:59Tot de volleinding der wereld.
32:03En daar zijn wij misschien dichterbij.
32:07Dan wij denken.
32:09Bij het.
32:12Bij die oordeelsdag.
32:15Bij de wederkomst.
32:19Want heel de wereld gaat naar het einde.
32:23En wilt u te midden van zoveel verdrukkingen en verzoekingen.
32:31Waar wij onze zonden uitleven.
32:38En als we het niet doen is dat omdat u ons vasthoudt.
32:44Maar dat zien we om ons heen.
32:46De zonde onze val uitgeleefd.
32:52Wilt u in dat alles uw kerk vasthouden.
32:58Dat ze niet de wereld zal lief hebben.
33:03Want die heeft ze niets te bieden.
33:06Maar dat wij mogen vastkleven aan uw woord.
33:12En dat woord vastkleven aan ons.
33:18En dat wij door woord en geest nieuwe mensen mogen worden.
33:25En vernieuwd mogen worden.
33:28Van heerlijkheid tot heerlijkheid.
33:33Denk aan Nederland, heren.
33:35Een land in nood.
33:37En we willen het niet zien.
33:40Een kerk in nood.
33:42En we willen er niet aan.
33:45Maar wil u nog die nood?
33:48Opbinden op onze harten.
33:51En
33:52dat het voor ons mag worden.
33:56Onhoudbare nood.
33:58En
34:00dat wij u
34:03heilig mogen lastigvallen.
34:08En dat we niet meer rusten kunnen in iets of iemand.
34:14Dan alleen in de Heere Jezus Christus.
34:19En zijn enige offer.
34:23Zijn verzoenen sterven.
34:26Dat dat zal zijn.
34:29Het enige rustpunt.
34:31Van onze harten.
34:35Gedenk zo aan ons.
34:37Neem weg alles wat de loop van uw woord in de weg kan staan.
34:44Verheerlijk uw naam.
34:45Uw vrije genade.
34:47In
34:49de verzoening van al onze zonden.
34:53In zijn.
34:54kostbare bloed.
34:56Amen.
34:57De
35:01tekst voor dit avonduur is uit Matthäus 27 vers 50 tot en met 54 en ik lees u die verse voor.
35:10En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest en zie het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën van
35:22boven tot beneden en de aarde beefde.
35:26En de steenrotsen scheurden.
35:29En de graven werden geopend.
35:31En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren.
35:36Werden opgewekt.
35:37En uit de graven uitgegaan zijnde.
35:41Na zijn opstanding kwamen zij in de heilige stad.
35:45En zijn vele verschenen.
35:47En de hoofdman over honderd.
35:50En die met hem Jezus bewaarde.
35:52Ziende de aardbeving.
35:55En de dingen die geschiet waren, werden zeer bevreesd, zeggende, waarlijk, deze was Godzoon.
36:04Twee punten vanavond.
36:06Eerst de dood van Christus uit vers 50.
36:10En dan de vier wonderen die direct daarna gebeuren in de verse 51 tot en met 54.
36:19Dus de dood van Christus.
36:21En de wonderen die daarna plaats hebben.
36:26Er zijn in deze dienst drie collecten.
36:30De eerste bestemd voor pastoraat.
36:33Tweede voor kerkvoogdij.
36:36Derde voor verenigingsgebouw Eben Haezer.
36:40En deze collecten worden hartelijk in hun milddadigheid aanbevolen.
36:47Wij gaan nog zingen uit Psalm 31.
36:52Vers 11 en 12.
36:54Terwijl zij samen zich verbinden, besluiten ze mijn dood.
37:00Maar, heren, ik vertrouw in nood op u.
37:05In uw hand zijn mijn tijden.
37:08Ik verlaat me in mijn leed op u alleen.
37:12Nomde nu uit Psalm 31,
37:15vers 11 en 12.
37:17[GEZANG]
43:20Mozes was al tachtig jaar.
43:24Toen hij iets zag wat die man nog nooit gezien had.
43:28Al veertig jaar zwierf hij rond in
43:34de buurt van het geberg te Horeb.
43:39En op die dag ook was hij bij dat gebergte.
43:43En hij zag iets dat hij nog nooit had gezien.
43:49Een braambos die in brand stond en niet verteerde.
43:57En Mozes die sprak in zichzelf, nou zal ik daar toch eens naartoe gaan om te bekijken hoe dat zit.
44:05Hoe het toch mogelijk is dat die braamstruik wel in brand staat, maar niet verteert.
44:13Dus Mozes wil daar naartoe gaan en
44:18dan komt daar een goddelijke stem uit die braambos.
44:23Mozes, Mozes.
44:26En Mozes die zegt.
44:28Zit hier ben ik.
44:30En God zegt.
44:32Nader hier niet toe.
44:35Trek uw schoenen uit van uw voeten.
44:38Want de plaats waarop gestaat is heilig land.
44:45En God maakt zich ook bekend aan Mozes.
44:48Ik ben de God van Abraham, Isaac en Jacob.
44:56En dan lees je.
44:58Mozes die trekt zijn schoenen uit.
45:02En die verbergt zijn aangezicht.
45:06Want hij vreesde God aan te zien.
45:14En wat op Goede Vrijdag gebeurd is.
45:18Dat
45:21is ook nog nooit gebeurd in de hele geschiedenis.
45:25En het zal ook nooit meer gebeuren in de hele geschiedenis.
45:31Dat
45:33daar Godzoon vastgespijkerd aan het kruis.
45:39Hangt daar in de vlammen van de toren van God.
45:43En
45:45hij wordt niet verteerd.
45:47En
45:51als wij daar vanavond bij mogen stilstaan.
45:57Moeten we het allemaal grondig beseffen.
46:01U en ik.
46:03Dan staan wij op heilige grond.
46:07Wat
46:09daar gebeurt is zo heilig.
46:14Ontzagwekkend.
46:20Daar staan we op heilig grondgebied.
46:25Want wie is hij die daar hangt aan het kruis?
46:28Kent u hem?
46:30Weet u wie hij is?
46:33Zul je zeggen, dat is de Heer Jezus.
46:37Maar wie is hij?
46:39Gods enig geboren zoon.
46:46En voordat hij mens werd, was hij in de hemel.
46:52Werd hem lof toegezongen door engelen en gezaligden.
46:57Hij was de blijdschap van de hemel.
47:03En dan gaat hij vaders huis verlaten.
47:06Gaat hij naar deze aarde toe.
47:10En dan kiest hij de allerlaagste plek uit die hij bedenken kan.
47:16En hij sterft hier aan een
47:21schandpaal.
47:26En daar hangt hij.
47:28Gods enige geboren zoon.
47:32Alsof hij de grootste misdadiger is.
47:37En hij hangt daar tussen hemel en aarde.
47:41Zijn kleren zijn hem uitgetrokken.
47:44Hij is vastgespijkerd aan het kruishout.
47:47En daar hangt hij te kijken langs de openbare weg.
47:53En
47:54de mensen staan daar samengedromd.
47:57En alle aandacht gaat uit naar die middelste kruiseling.
48:02Indien gij de zonen gods bent, komt daar van het kruis af.
48:07Als u de Christus bent, verlos uzelf.
48:12En de Heere blijft aan het kruis.
48:20Toen werd het om een uur of twaalf tot een uur of drie donker, midden op de dag.
48:27Ik weet zeker, het spotten is toen opgehouden.
48:32Toen voelden ze allemaal aan van, hier
48:37gebeurt iets bijzonders.
48:40Ze konden het geen naam geven, maar wat hier gebeurt, het is niet gewoon.
48:50En drie uur lang hing daar Gods Zoon in het donker.
48:58En daar is gebeurd wat we net hebben beleden.
49:04Nedergedaald ter helle.
49:07Dus dat moet je niet letterlijk opvatten.
49:10Maar daar in die drie uren duisternis.
49:15Waren de vlammen van Gods toren.
49:19Dat ondragelijke gewicht van Gods eeuwige ongenoegen tegen de zonde.
49:26En die kwamen op hem af.
49:29En God de Vader.
49:32En dat was voor hem het allerverschrikkelijkste.
49:36God de Vader.
49:38Liet niets meer blijken van zijn liefde.
49:41Jegen zijn zoon.
49:44Die liefde was er wel.
49:47Maar in de menselijke ziel van Christus.
49:52Ervoer hij niets meer.
49:55Van vaders liefde.
49:58Integendeel.
50:01Ervoer hij.
50:03Gramschap.
50:04Toren.
50:05De haat van God tegen de zonde.
50:09En het is dat hij.
50:11Ook God was.
50:14Anders was die braambos totaal verteerd geworden.
50:21En tegen een uur of drie smiddags komt daar die smartelijke uitroep.
50:27Mijn God.
50:29Mijn God.
50:31Waarom?
50:32Hebt gij mij verlaten?
50:36Geen antwoord.
50:41Dan begint langzaam een beetje lichter te worden.
50:45En de mensen om het kruis heen krijgen ook meer praatjes.
50:50Maar
50:54het lijden van Christus is nu bijna voorbij.
50:58En we lezen in onze tekst.
51:02En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest.
51:09En
51:12dat is wel heel opmerkelijk.
51:14Dat iemand vlak voordat hij sterft met een grote stem kan roepen.
51:25Ben jij wel eens bij iemand geweest die op zijn sterfbed lag.
51:32En dat niet meer lang duurt.
51:36Zo iemand is zo zwak.
51:40Die kan niet meer goed en duidelijk spreken.
51:44Moet heel goed luisteren.
51:47Kun je het vaak nog niet verstaan.
51:51Want die man of vrouw is dicht bij de eeuwigheid.
51:56En alle krachten zijn geweken.
51:58Moet sterven.
52:01Maar de Heer Jezus,
52:05vlak voordat hij sterft, met een grote stem roepende.
52:10En wat betekent dat?
52:13Hij sterft niet uit zwakheid.
52:17Hij sterft niet als gevolg van de kruising.
52:21Hij
52:22sterft niet omdat zijn lichaamskrachten bezwijken.
52:26Maar hij sterft omdat hij dat wil.
52:31Hij heeft zelf gezegd, hè?
52:35Ik leg mijn leven af.
52:38En ik heb macht om mijn leven weer aan te nemen.
52:42Dat kunnen wij niet.
52:47Wij kunnen ons leven niet zomaar afleggen.
52:50Maar de heren wel.
52:52En dan zie je.
52:53Hij is meer dan een gewoon mens.
52:55Hij is God uit God.
52:59Licht uit licht.
53:01Waarachtig God uit waarachtig God.
53:04En deze kostbare persoon.
53:07Deze uitnemende Christus legt zijn leven vrijwillig af.
53:17Zijn werk is af.
53:21Alles is volbracht.
53:23De wet is vervuld.
53:26De
53:28rechtvaardigheid Gods verheerlijkt.
53:31De
53:32straf gedragen.
53:34De hel uitgeblust.
53:36De
53:38zonde verzoend.
53:40En
53:42zijn bruidskerk.
53:44Is gekocht met zijn eigen bloed.
53:48Alles is volbracht.
53:51En zijn werk is af.
53:54En hij geeft zijn ziel, zijn geest aan zijn vader.
53:59Vader in uw handen beveel ik mijn geest.
54:03Christus sterft gewillig.
54:07En wat heeft dat ons te zeggen?
54:10Gewillig sterven.
54:11Ziet.
54:13Hoe grote liefde hij heeft.
54:16Tot alle zondaren.
54:19Voor
54:21wie hij gestorven is.
54:23Wat hebt u een gewillige zaligmaker.
54:28Wat hebt u een liefhebbende Christus.
54:32En wat hebt u een heren, een koning.
54:38Die
54:40alles voor u gedaan heeft.
54:43Alles wat hij is.
54:45Is hij voor u.
54:47Alles wat hij heeft.
54:49Heeft hij voor u.
54:52En op een dag als deze.
54:54Goede vrijdag.
54:56Wat een goede vrijdag.
54:59Want daar op die.
55:01Die plaats.
55:02Vol spot.
55:04En afgrijze.
55:06En schande.
55:07En hoon.
55:09Daar waar het lijkt.
55:11Dat de duivel het gewonnen heeft.
55:15Juist daar.
55:16Zien wij, als u ogen hebt in uw hoofd.
55:20Zien wij de liefde van de Heer Jezus zo duidelijk schitteren.
55:28En stralen op deze plaats.
55:31Ziet hoe lief hij hen heeft.
55:35Hij sterft gewillig.
55:38Gods kinderen hebben nooit om Christus gevraagd.
55:43Uit zichzelf.
55:46Ze gaan pas naar hem vragen als Christus naar hen vraagt.
55:53Dus hij is altijd de eerste.
55:57Dus mocht hier iemand zijn en eigenlijk hoop ik dat dat zo iemand er is.
56:03Bij wie dat in het hart als het ware uitroept.
56:09Geef mij Jezus of ik sterf.
56:15Het is of Christus.
56:18Of omkomen.
56:21Dat betekent dat hij niet ver van u is.
56:26U voelt u misschien zo ver bij hem vandaan.
56:30Maar hij kan niet zo ver bij u vandaan zijn.
56:34Dat is onmogelijk.
56:38Want pas als hij trekt.
56:42Gaat u hem naroepen.
56:44Heere Jezus.
56:47Ontferm u mijne.
56:49Zijn dood is gewillig.
56:54En toch is zijn dood noodzakelijk.
56:58Hij moet sterven.
57:03En weet u waarom hij sterven moet?
57:09Als God het u geleerd heeft dat u sterven moet.
57:15Dat u de dood verdiend hebt.
57:18Dat je dood gezondigd hebt.
57:21Dan gaat u ook begrijpen.
57:24Voor zover we het kunnen begrijpen.
57:27Dat de zaligmaker.
57:29Sterven moet.
57:32Wij hebben de dood verdiend.
57:34Of u het nou beleeft.
57:36Of niet beleeft.
57:37Het is zo.
57:40We hebben God op het hoogst misdaan.
57:43Wij allemaal.
57:46Ook kinderen.
57:48Jullie zijn niet zonder.
57:50Zonder kinderen.
57:51Je hebt Christus nodig.
57:54Kinderen.
57:55We hebben de dood verdiend.
57:58En Christus gaat de plaats van de zon daar innemen.
58:06En dan krijgt Christus mijn dood.
58:10En ik krijg zijn leven.
58:14Hij krijgt mijn doodvonnis.
58:17En ik krijg zijn vrijspraak.
58:23En daarom noemen we het vandaag Goede Vrijdag.
58:28Dat wisten de discipelen achteraf pas.
58:32Dus op die dag zelf.
58:34Wat een verschrikkelijke dag.
58:36De zwartste dag van ons leven.
58:40Maar later zagen ze.
58:42Het
58:43was de betaaldag.
58:47Voor al Gods kinderen.
58:50En ook voor mij.
58:52Wat een goede.
58:54Wat een uitnemende vrijdag is dat geweest.
58:59Want op die dag zagen wij.
59:03De
59:06liefde van Christus.
59:08Zo helder.
59:09Maar we zagen daar ook de rechtvaardigheid van God.
59:15Zo duidelijk.
59:17God stapt niet over de zonde heen.
59:20Dat kan hij niet.
59:21En dat wil hij ook niet.
59:24Hij stapt er niet overheen.
59:26En als God uw ziel redt.
59:31Kan
59:34dat maar op één manier.
59:38En dat lees je in Zajac 53.
59:43Hem, God de Vader, behaagt zijn zoon te verbreizelen.
59:56De Heer Jezus is als het ware vermalen tussen de molenstenen van Gods gerechtigheid.
1:00:10Dan moet God de Vader wel
1:00:14heel grote liefde hebben tot al de zijnen.
1:00:19Dat
1:00:21Hij...
1:00:22Zijn eigen zoon verbreizelt om het leven van hen te redden.
1:00:29Dan lijkt het erop, is niet zo, lijkt erop.
1:00:34Dat God meer van zijn kinderen houdt dan van zijn enige geboren zoon.
1:00:40Kunt u het dan nog begrijpen?
1:00:43Dat Gods kinderen zo vaak twijfelen aan de liefde van de vader.
1:00:50Dat ze hem zo vaak verdenken.
1:00:53En wantrouwen.
1:00:57Hebt u daar echt reden voor.
1:01:02En moet u niet zeggen.
1:01:04Juist op Goede Vrijdag.
1:01:07Ziet.
1:01:08Wat een grote liefde.
1:01:11God voor mij gehad heeft.
1:01:13Dat hij.
1:01:15Om mij te hebben.
1:01:17Om mij terug te krijgen.
1:01:20Om mij terug te brengen.
1:01:22In zijn gunst.
1:01:24Zijn geliefde zoon.
1:01:26Zo'n bittere.
1:01:28Smadelijke dood.
1:01:30Sterven moest.
1:01:35Dus kinderen van God.
1:01:39Overdenk heel veel.
1:01:40Het lijden van de Heer Jezus Christus.
1:01:45En dat u daarin zien mag.
1:01:47De gevende liefde van de Vader.
1:01:51Dat hij zijn zoon overgeeft.
1:01:55Om gekruisigd te worden.
1:02:00Zijn dood is noodzakelijk.
1:02:04Hij moet sterven om een volkomen zaligmaker te kunnen zijn van mensen die de dood verdiend hebben.
1:02:13En zolang u dat niet beseft, zal Christus niet zoveel waarde bij je hebben.
1:02:23Maar als u dat beseft, dat
1:02:26je rampzaliger bent en de dood verdiend hebt.
1:02:31En dat in plaats dat u het
1:02:36doodvonnis voltrokken wordt.
1:02:39Dat u omhelst wordt met goddelijke liefde.
1:02:44Terwijl zijn zoon in
1:02:48godverlatenheid daar aan het kruis hangt.
1:02:52Dat
1:02:56kunt u nooit peilen.
1:02:59Nooit begrijpen.
1:03:02Dat is zo'n diepte.
1:03:04Daar komt u tot in eeuwigheid niet uit.
1:03:11Daar zal de eeuwigheid niet te lang zijn.
1:03:15Om God daarvoor te loven en te prijzen.
1:03:20Wat de heer Jezus zelf zegt.
1:03:23Ik voor u.
1:03:25Daar gij anders de eeuwige dood sterven moest.
1:03:32Begrijp u nou waarom het goede vrijdag is.
1:03:38En dat een heilige plaats is.
1:03:42En dat je beseft, o kostbare heren.
1:03:46Ik ben het niet waard dat ik u aanschouwen zou.
1:03:52Dat je net als Mozes je gezicht verbergt.
1:03:58Vrezende God aan te zien.
1:04:03Zijn dood is noodzakelijk.
1:04:06Zijn dood is betalend.
1:04:10Zalig worden is geen samenwerking.
1:04:16Veel zondaren denken dat.
1:04:21Ik doe wat en wat ik tekort kom wordt aangevuld door Christus.
1:04:27Maar Christus gaat u niet bijvullen.
1:04:30Hij gaat u helemaal leeg maken.
1:04:35Zodat u niets meer overhoudt dan alleen maar zonde en ellende.
1:04:41En dan kan hij wat aan u kwijt.
1:04:45Dus zolang u daar nog mee bezig bent met die samenwerkingsvormen.
1:04:54Is er voor de Heer Jezus bij u geen plaats.
1:04:59Want hij wil alles voor je zijn.
1:05:02Of niets.
1:05:03Maar niet 95 procent.
1:05:07Nee.
1:05:08Alles.
1:05:09Of niets.
1:05:11En je zult God er later hartelijk voor bedanken.
1:05:15Dank u Heer.
1:05:16Dat u me alles hebt afgenomen.
1:05:18Wat geen Christus was.
1:05:20Dank u wel Heer.
1:05:22Dat u me hemel op leeg geschud.
1:05:25Dat ik niets meer overhield.
1:05:29Want God heeft op die manier plaatsgemaakt voor zijn kostbare zoon.
1:05:42Betalend is hij.
1:05:43Hij betaalt alles.
1:05:47En dan zou ik erbij zeggen.
1:05:49Na ontvangen genade betaalt hij al je rekeningen.
1:05:55Wat is dat een bittere teleurstelling.
1:05:59Als u na ontvangen genade erachter komt.
1:06:03Dat u niet alleen een zondaar was.
1:06:07Maar dat u een zondaar blijft.
1:06:11Gevallen mens.
1:06:13Niet in staat zelfs om een goede gedachte te denken.
1:06:19Dat zegt Paulus.
1:06:24Zonder hem niets te kunnen doen.
1:06:27Schulden maken.
1:06:28Elke dag de schuld groter maken.
1:06:32En wat doet Christus?
1:06:34Hij betaalt al jouw rekeningen.
1:06:39En voordat je bij hem komt om je schuld te beleiden...
1:06:45voordat je bij hem komt om alles te vertellen...
1:06:49heeft hij je rekeningen al lang betaald.
1:06:53En
1:06:56als hij sterft met dat ene offer...
1:07:01heeft hij in eeuwigheid volmaakt die geheiligd worden.
1:07:07Eén offer.
1:07:09Jezus, uw
1:07:11verzoenend sterven is het enige rustpunt van mijn hart.
1:07:19Daar tevreden mee te zijn.
1:07:22Daar te rusten.
1:07:23Daar te schuilen.
1:07:25Wij doen niet mee.
1:07:27Onze heiligmaking doet niet mee.
1:07:30En Christus bloed betaalt voor al uw zonden.
1:07:37En daarom wordt de mens steeds kleiner.
1:07:41Naarmate die leert wie u bent en blijft.
1:07:46Maar ook wie hij is en blijft.
1:07:50Hij vergeeft menigvuldiglijk.
1:07:57Want, zegt hij, mijn gedachten zijn niet uw gedachten.
1:08:05Mijn wegen zijn niet uw wegen.
1:08:10Ik vergeef.
1:08:13Menigvuldiglijk.
1:08:14Dus daarom arm zondaar.
1:08:17Zul je toch niet dralen.
1:08:20Zul je toch niet wachten.
1:08:22Misschien ben je zo beschaamd.
1:08:24En durf je hem niet onder ogen te komen.
1:08:27Hij weet toch alles al.
1:08:29En leg maar een volledige bekentenis af.
1:08:32Heren.
1:08:34De slang heeft me gebeten.
1:08:37Wees mij.
1:08:39Arm zondaar.
1:08:41En je zonden zijn al vergeven.
1:08:48Waar haal je dat vandaan?
1:08:50Psalm 32.
1:08:51Lees het maar na.
1:08:52[GEZANG]
1:09:09Goede vrijdag.
1:09:11Bij God is vergeving.
1:09:14Zijn dood is effectief.
1:09:19En ik zal uitleggen wat ik daarmee bedoel.
1:09:22De dood van Christus is effectief.
1:09:28Wat betekent de dood van Christus?
1:09:32U kunt zalig worden.
1:09:36U kunt zalig worden.
1:09:42Maar de dood van Christus betekent meer.
1:09:47En dat betekent...
1:09:49Alle mensen voor wie Christus gestorven is.
1:09:53Die kunnen niet alleen zalig worden.
1:09:56Ze zullen zalig worden.
1:10:01En zo krachtig is zijn dood.
1:10:03Het kan niet missen.
1:10:06Als hij voor je gestorven is.
1:10:09De
1:10:11zaligheid kunt u niet mislopen.
1:10:17Als hij voor je gestorven is.
1:10:19Hij
1:10:23zal u nooit begeven.
1:10:25En nooit verlaten.
1:10:28Wat er ook gebeurt, misschien wel een vaderlijke kasteidingen als hij je misdraagt.
1:10:37Maar u wordt nooit buiten de deur gezet.
1:10:41Dat denken Gods kinderen wel eens.
1:10:44Nou wil God niets meer met me te maken hebben.
1:10:48Nu ben ik van de genade vervallen.
1:10:51Nou zal die me wegsturen en nooit meer naar me omkijken.
1:10:55Ja, maar dat kan toch niet?
1:10:58Er is toch geen afval der heiligen.
1:11:01Maar Gods kinderen zijn in eigen oog geen heiligen.
1:11:11Maar een zondaar.
1:11:13En ze weten nu tegen wie ze gezondigd hebben.
1:11:18Tegen een liefhebbend, goeddoend, betalend.
1:11:25Dat maakt de zonde zo bitter voor ze.
1:11:29En dan zijn ze zo wegwerpelijk in eigen oog.
1:11:34Maar.
1:11:35Vrees niet, arme bedelaar.
1:11:38God kan niet van u af.
1:11:41Kan die niet.
1:11:44Al zou die het willen, hij zou het niet kunnen.
1:11:48Christus heeft alle goddelijke toren weggedragen.
1:11:55En voor de zijne is er niets meer over.
1:12:00En dat betekent,
1:12:03zo is ze dan nu.
1:12:06Geen verdoemenis voor degene.
1:12:10Die in Christus Jezus zijn.
1:12:15En dat wonder wordt als het goed is steeds groter.
1:12:22Je hebt ook mensen die worden steeds grotere christenen.
1:12:29Daar klopt iets niet.
1:12:31Maar als God u bekeert zult u steeds kleiner worden.
1:12:36En het wonder steeds groter.
1:12:39En dat zegt Johannes de Doper toch ook.
1:12:42Hij moet wassen.
1:12:43Ik minder worden.
1:12:46Zijn dood is effectief.
1:12:48Hij kan niet van u af.
1:12:50En Gods kerk zal zalig worden.
1:13:02Heeft deze stervende Jezus waarde
1:13:07voor je gekregen?
1:13:10Meer waarde dan dertig zilverlingen.
1:13:17Hoe ben je aan hem gekomen?
1:13:20Zijn je ogen voor hem open gegaan?
1:13:25En hebt u hem hartelijk lief gekregen?
1:13:31En kom uw woorden te kort om hem aan te prijzen.
1:13:36Dat staat in het hooglied van Salomo.
1:13:38Daar vragen ze.
1:13:39Maar wat is uw liefste nou meer dan een andere liefste?
1:13:43Waarom maak je je zo druk?
1:13:46En dan denkt die bruid even na.
1:13:49En
1:13:50dan zegt ze.
1:13:52Mijn liefste is blank en rood.
1:13:58Blank in zijn godheid.
1:14:01Rood in zijn mensheid.
1:14:04Blank in zijn verdiensten, rood in zijn betaling.
1:14:09Hij draagt de banier boven tienduizend.
1:14:14Hij is de schoonste van alle kinderen der mensen.
1:14:20Genade is op zijn lippen uitgestort.
1:14:24En
1:14:28waar kun je dat aan merken, dat u hem hebt leren kennen?
1:14:33Dat u groot verlangen hebt om hem lief te hebben.
1:14:38En dat uw liefde eindeloos tekortschiet.
1:14:43En dat u geen ander verlangen hebt dan dit.
1:14:47Ach heren.
1:14:48Mag ik u toch lief hebben.
1:14:52Paulus zou zeggen.
1:14:53O dat ik hem kennen mag.
1:14:55Dat ik hem toch mag kennen.
1:14:59Of hebt u geen enkele interesse in Christus.
1:15:04Ben je nooit zondaar voor God geworden.
1:15:08Heeft hij geen waarde voor je.
1:15:12Dan weet je toch.
1:15:14Waar jouw reis heen is.
1:15:17En de Heer roept naar je.
1:15:20Heeft zijn handen naar je uitgestrekt.
1:15:25Waarom wilt gij sterven?
1:15:28Mensenkind.
1:15:30Waarom toch?
1:15:32Waarom zoek jij jouw geluk op een plek waar het niet is?
1:15:38Waar ben je mee bezig?
1:15:40En
1:15:42daarom is het Goede Vrijdag.
1:15:45Zodat jij het nog een keer horen kunt.
1:15:49Buiten Jezus is geen leven.
1:15:54Hij heeft gehoord.
1:15:56Buiten Jezus geen leven.
1:16:00Bij wie moet je wezen?
1:16:02O Heer Jezus.
1:16:04Mag ik u leren kennen?
1:16:07En
1:16:10ziet.
1:16:13En Matthäus die vestigt onze aandacht erop.
1:16:18En we zijn bij punt 2 aangekomen.
1:16:20En ziet.
1:16:21Wij
1:16:26letten meestal niet zo goed op.
1:16:28En daarom zegt Matthäus.
1:16:30Zie wat er nu toch gebeurt.
1:16:33Vier grote wonderen.
1:16:38Met dat Christus sterft.
1:16:42Is de tempel.
1:16:44Is de natuur.
1:16:45De schepping.
1:16:47Alles komt in beweging.
1:16:50Het voorhangsel des tempels.
1:16:54Scheurde in tweeën.
1:16:55Van boven tot beneden.
1:16:59Ik denk dat u wel een beetje weet hoe de tempel eruit zag.
1:17:04En de tabernakel.
1:17:07Ik denk dat de kinderen dat nog wel weten.
1:17:11Dat die tempel of tabernakel twee ruimtes had.
1:17:15Eerst het heilige en daar staat het reukofferaltaar.
1:17:19En de tafel met toonbroden stond daar.
1:17:24Daar kwam de priester elke dag om het reukwerk aan te steken.
1:17:31En daar stond ook de kandelaar.
1:17:36Maar daarachter had je een klein kamertje.
1:17:40Het heilige der heiligen.
1:17:43En daar mocht geen mens komen.
1:17:47Dan alleen de hoge priester.
1:17:51Eenmaal per jaar grote verzoendag.
1:17:57En als hij daar kwam, kwam hij eerst met reukwerk.
1:18:02Zodat heel die ruimte vervuld werd met rook.
1:18:06En die man dus niks kon zien.
1:18:09En dan kwam hij met dierenbloed.
1:18:14Om voor zichzelf te verzoenen.
1:18:16En dan met bloed om voor het volk te verzoenen.
1:18:22En tussen dat heilige en het heilige der heiligen.
1:18:26Hing een heel dik kleed, een tapijt.
1:18:30Dat was vuistdik borduurwerk.
1:18:37En die tempel die
1:18:40er was in de tijd van de Heer Jezus.
1:18:44Dat was een tempel die door Herodes de Grote.
1:18:49Die tiran van de kindermoord, die had die tempel verfraaid en uitgebouwd tot een schitterend bouwwerk.
1:18:59Dus er hing me daar een voorhangsel van metershoog en heel dik borduurwerk.
1:19:09En om drie uur was juist die priester daar voor het reukwerk, voor het avondoffer.
1:19:18En wat zal die man geschrokken zijn.
1:19:21Toen dat voorhangsel scheurde.
1:19:25Niet van beneden naar boven wat je verwachten zou.
1:19:29Maar van boven naar beneden.
1:19:33Het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën.
1:19:39Dat is Gods werk.
1:19:45En wat heeft dat dan te betekenen?
1:19:48Om te beginnen heeft de heer Jezus gezegd.
1:19:51Breek deze tempel.
1:19:53En daar bedoelt hij zijn lichaam mee.
1:19:55En ik zal hem opbouwen.
1:19:57In drie dagen.
1:20:00Dus eigenlijk was die tempel in Jeruzalem.
1:20:05Een afbeelding van Christus.
1:20:08En het verlossingswerk.
1:20:11En als Christus sterft.
1:20:14Kun
1:20:16je dat merken in de tempel.
1:20:18Want dat voorhangsel scheurt van boven naar beneden.
1:20:25Iedereen kan binnenkomen.
1:20:28Iedereen kan naar binnen kijken.
1:20:30En
1:20:34weet je wat dat betekent?
1:20:41Zondaren mogen met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade.
1:20:49Er is één toegang tot God.
1:20:52Dat is de Heer Jezus Christus.
1:20:58Alle andere toegangen afgesloten.
1:21:01Ik hoop dat u dat weet.
1:21:04Alle andere toegangen afgesloten.
1:21:07Er blijft er maar één over.
1:21:10Christus zelf.
1:21:13En dat staat ook in de Hebreënbrief.
1:21:16Daar staat terwijl wij dan broeders vrijmoedigheid hebben.
1:21:20Om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus.
1:21:26Zonder bloed geen vrijmoedigheid.
1:21:30Met bloed veel vrijmoedigheid.
1:21:34Op een verse en levende weg.
1:21:38Welke hij ons ingewijd heeft.
1:21:41Door het voorhangsel.
1:21:43Dat is door zijn vlees.
1:21:46Dus met dat het lichaam van Christus door de dood als het ware verscheurd wordt.
1:21:53Heeft een zondaar toegang tot ben
1:22:01je van God gescheiden.
1:22:04U kunt God terugkrijgen.
1:22:07Maar alleen door
1:22:10de Heer Jezus Christus.
1:22:12En als u met dat bloed gewassen bent.
1:22:17U mag met vrijmoed.
1:22:19Vrijmoedigheid toegaan.
1:22:21Hoe je ook voelt.
1:22:23Hoe je ook bent.
1:22:24Met vrijmoedigheid.
1:22:26Want je hebt een priester over het huis gods.
1:22:31De Heer Jezus.
1:22:33En die weg is geplavijd met bloed.
1:22:39God
1:22:42heeft zo'n intense haat tegen de zonde.
1:22:47Maar
1:22:49hij bemint zondaren.
1:22:53En dan mogen zondaren met
1:22:59dat bloed vrijmoedig toegaan.
1:23:03En
1:23:06als de Canaanese vrouw hier ook is of thuis meeluistert.
1:23:12Zelfs een hondje mag binnenkomen.
1:23:16Want voorhangsel is gescheurd.
1:23:20Toegang is geopend.
1:23:25Ik heb die deur dicht gegooid.
1:23:28Ik ben weggelopen bij God om nooit meer terug te keren.
1:23:33En God heeft de deur geopend.
1:23:36En daarom zondaren.
1:23:39Al bij de ergste, de doodste, de hardste, de oudste zondaar van de hele omgeving.
1:23:50Zijn bloed reinigt van alle zonden.
1:23:55U kunt nooit zeggen als u straks voor de rechterstoel staat.
1:24:00Ik was te slecht.
1:24:02Dat
1:24:03kunt u niet zijn.
1:24:06Je kunt alleen maar zeggen.
1:24:08Ik heb niet gewild.
1:24:10Ik heb niet gewild.
1:24:16Dat de voorhang zo scheurt wil ook zeggen.
1:24:20God gaat die tempel verlaten.
1:24:22Die is niet meer nodig.
1:24:24Want die tempel was alleen maar een voorbeeld van Christus.
1:24:28En wat daar gebeurde was alleen maar een voorbeeld van het verlossingswerk.
1:24:34En als Christus gestorven is.
1:24:38Is die tempel.
1:24:40Niet meer nodig.
1:24:42En één generatie later is die tempel verwoest.
1:24:48Geen één steen is op de andere gebleven.
1:24:52En op die tempelberg is er niets meer van die tempel te zien.
1:24:58Maar daarnaast staat een moskee.
1:25:02God
1:25:03heeft aan die plaats met Ebit gezegd.
1:25:06Niets meer te zoeken.
1:25:08Wat is onze tempel?
1:25:11Christus.
1:25:13Hij is onze tempel.
1:25:16Hij is ons altaar.
1:25:18Hij is onze hoge priester.
1:25:20We hebben geen stenen tempel in Jeruzalem meer nodig.
1:25:28Maar er gebeurt nog meer.
1:25:31De aarde beefde.
1:25:33En de steenrotsen scheurden.
1:25:35Dus de grond staat te schokken.
1:25:37Net als bij de opstanding.
1:25:39De steenrotsen die versplinteren.
1:25:43Heel de schepping komt in beweging.
1:25:46Wat is er aan de hand?
1:25:48Haar schepper sterft.
1:25:53Hemel en aarde zijn door Christus gemaakt.
1:25:56En als Christus sterft.
1:25:59Is heel de schepping in rouw.
1:26:03Ziet u de verbinding tussen schepper en schepping.
1:26:08Tussen Christus lichaam en de tempel.
1:26:12En het als Christus sterft.
1:26:15Tempel en schepping in beweging komen.
1:26:19En dat zijn roepstemmen Gods geweest.
1:26:23Oordelen van God.
1:26:27Wie zal voor zijn gramschap staan?
1:26:33En wie zal voor de hittigheid zijn storens bestaan?
1:26:39Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur.
1:26:43En de rotstenen worden van hem vermorzeld.
1:26:47En dat wil zeggen.
1:26:49Wat heeft God een roepstemmen laten uitgaan tot het volk der Joden?
1:26:56Tot hun waarachtige bekering.
1:27:01Het is in het jaar 70 gebeurd dat dat stad en tempel verwoest werden.
1:27:06En het volk deels vermoord, deels verstrooid in alle landen.
1:27:14En God heeft ze zo vaak gewaarschuwd.
1:27:17Zo vaak.
1:27:19O Jeruzalem, Jeruzalem.
1:27:22Hoe menigmaal heb ik u bijeen willen vergaderen.
1:27:26Maar ge hebt niet gewild.
1:27:31Heeft God ons ook gewaarschuwd.
1:27:38Als God zou komen met oordelen over Nederland.
1:27:43Kunnen wij dan zeggen.
1:27:45Heren u hebt ons niet gewaarschuwd.
1:27:49Kunnen wij niet zeggen.
1:27:52Kunnen misschien zeggen.
1:27:54Ik wou er niet aan.
1:27:56Of ik heb de andere kant op gekeken.
1:27:59Maar wat een waarschuwingen krijgen wij.
1:28:05Ook wij.
1:28:09Kerkgangers, de
1:28:12wereld is bezig om te vergaan.
1:28:15En daarom zoek jouw heil niet op de verkeerde plaats.
1:28:22Je leeft maar één keer.
1:28:25Je sterft maar één keer.
1:28:27En daarom heden dan.
1:28:30Zo gij zijn stem hoort.
1:28:33Verhard u toch niet.
1:28:35Zie je niet dat je daarmee bezig bent om jezelf te verharden.
1:28:41Als jij doorgaat.
1:28:45Geloof zijn heil en troostrijk woord.
1:28:49En dat gold ook voor de joden van die tijd.
1:28:53Niet dat dat Gods laatste woord was voor de joden.
1:28:56Nee zo niet.
1:28:58Maar wel een diep ingrijpend oordeel.
1:29:03En God heeft ze gewaarschuwd.
1:29:06En ze
1:29:11hebben niet geluisterd.
1:29:13De graven werden geopend.
1:29:15Er waren veel rotsgraven bij.
1:29:19En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt.
1:29:25Dus wat is daar precies gebeurd?
1:29:28Door die aardbeving komen vele graven.
1:29:31Die komen open te liggen.
1:29:34En vele mensen die gestorven zijn, die komen tot leven.
1:29:40En zij liggen daar drie dagen in hun graf te kijken.
1:29:46En pas op de paasmorgen zijn zij in de stad verschenen.
1:29:59En dan hebben wij heel veel nieuwsgierige vragen te stellen.
1:30:14En ondertussen wordt er iemand de kerk uitgedragen.
1:30:17En ik denk dat daar heel goed voor gezorgd wordt.
1:30:23En ik hoop dat ik nog een beetje aandacht voor het woord van God mag hebben.
1:30:30En wat wil Matthäus daar nou mee zeggen?
1:30:33Dat zoveel doden zijn opgewekt en ze zijn verschenen in de heilige stad.
1:30:39Daar wil Matthäus dit mee zeggen.
1:30:42De dood van Christus is levenwekkend.
1:30:48En dat gebeurt als het ware gelijk al.
1:30:53Christus noemt zichzelf het stervende tarwegraan.
1:30:57En hij zegt, als een graankorrel alleen blijft, brengt hij geen vrucht voort.
1:31:03Maar hij moet in de grond worden gestopt.
1:31:06En die korrel moet sterven.
1:31:09En dan brengt hij veel vrucht voort.
1:31:12En dat zie je.
1:31:14Dat met Goede Vrijdag de doden worden opgewekt.
1:31:20En wat betekent dat?
1:31:22De dood van Christus is het leven voor de kerk.
1:31:32Doordat hij sterft mag ik leven.
1:31:36En andersom.
1:31:38En ik hoop dat je het begrijpt.
1:31:40Het leven van Christus betekent het sterven van zijn kinderen.
1:31:49Moet ik het een beetje uitleggen?
1:31:51De levende Christus, als die in jouw hart woont, krijg jij een stervend leven.
1:31:59Je moet sterven aan je eigen ik.
1:32:02En dat doet pijn.
1:32:05En in die weg ervaart u wat dan?
1:32:10De opstandingskracht.
1:32:12Van de heren.
1:32:14Ervaart u.
1:32:15De kracht van zijn dood.
1:32:17En de kracht van zijn bloed.
1:32:20En die heidense hoofdman.
1:32:23Die staat erbij.
1:32:25Heeft dat aangezien.
1:32:27De
1:32:28kruising.
1:32:29Het gedrag van de heren Jezus.
1:32:32Die drie uurige duisternis.
1:32:36Heeft alles aangezien.
1:32:38De aardbeving.
1:32:39En die heidense Romeinen.
1:32:42Die zegt, met zijn soldaten, waarlijk, deze was God zo.
1:32:51En Matthäus die kijkt ons aan en die zegt, er komen er nog veel meer.
1:32:59De Joden hebben hem bespot.
1:33:01Niet allemaal, maar wel veel.
1:33:03Maar het zijn heidenen die tot die goddelijke ontdekking komen.
1:33:09Deze is God zo.
1:33:13Hun ogen gaan open.
1:33:15En op die plaats der schande.
1:33:18Klinkt de lof des Heer.
1:33:22Deze is Gods Zoon.
1:33:27Zalig zijn ze.
1:33:29Wie hij niet onbekend is gebleven.
1:33:35Hij zegt het.
1:33:36Ik leef.
1:33:38En gij zult leven.
1:33:41Al gaat het door het water.
1:33:43En al gaat het door het vuur.
1:33:45Hij zorgt voor je.
1:33:49En als jij denkt dat je omkomt.
1:33:51Je zult alleen maar ervaren.
1:33:54De kracht van zijn dood.
1:33:56De kracht van zijn opstanding.
1:33:59Vrees niet.
1:34:02En als u hem niet kent.
1:34:04Mag ik u dan een goede raad geven.
1:34:09Roep dag en nacht naar de hemel.
1:34:13En vraag één ding.
1:34:15Heere Jezus.
1:34:17Mag ik u leren kennen?
1:34:19Amen.
1:34:22Zullen wij samen danken?
1:34:26Heren,
1:34:28gedenk aan ons.
1:34:31Ook aan die man die net de kerk is uitgedragen.
1:34:35U weet hoe het met hem is en wilt u voor hem zorgen.
1:34:40En dat vragen wij u voor ons allen.
1:34:43Heren, breng ons veilig thuis.
1:34:46Gedenk de luisteraars thuis.
1:34:49Gedenk ze die alleen thuiskomen, alleen hebben geluisterd.
1:34:55En mag het nog wat nalaten heren.
1:34:58Deze dag.
1:34:59Dat wij hem zouden mogen lief hebben.
1:35:04Omdat hij het waardig is.
1:35:06Dat alles vragen wij u.
1:35:09Uit genade alleen.
1:35:11Amen.
1:35:14Onze slotsang is 22 vers 12.
1:35:2022 het twaalfde vers.
1:35:24Gij die God vreest.
1:35:27Gij alle prijs den Heer.
1:35:29En wat ermee volgt uit 22, 12 de vers.
1:35:34[GEZANG]
1:38:53Gaat u heen in vrede en ontvang met een biddend hart de zegen des Heren.
1:39:00De genade van de Heer Jezus Christus.
1:39:04En de liefde van God de Vader.
1:39:07En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:39:11Zijn met u allen.
1:39:13Amen.
1:39:14[GEZANG]