Matthéüs 27: 50 - 54; [De dood van Christus en de vier wonderen die daarna gebeuren]

vrijdag 3 april 2026 · 19:00 uur · Avonddienst · Ds. J. van Meggelen · 103 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:03Onze hulp en enige verwachting.

10:07Is in de naam des Heren.

10:09Die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:13Die trouw houdt.

10:15Ewig leeft.

10:17En nooit zal laten varen.

10:20De werken zijn er handen.

10:23Amen.

10:26Genade zij u.

10:28En vrede.

10:29Van God de Vader.

10:31In Christus Jezus onze Heren.

10:35Door de Heilige Geest.

10:38Amen.

10:42Tot voortzetting van onze dienst.

10:45Psalm 18 vers 2.

10:47Ik riep tot de Heren in het midden die ellende.

10:52Tot mijn God opdat hij hulp zou zenden.

10:55Mijn klaagstem drong tot in zijn troonzaal door.

11:01Psalm 18 vers 2.

11:03[GEZANG]

14:51Zingen we ons geloof met de woorden van de apostolische geloosbeleidenis.

14:55En zingen daarna uit psalm 114 vers 4.

15:03Wat er meer volgt uit 114 vers 4.

15:09Na onze geloosbeleidenis spreken ieder van u in zijn of haar hart.

15:17Ik geloof in God de Vader.

15:20De Almachtige.

15:22Schepper des hemels en der aarde.

15:25En in Jezus Christus.

15:28Zijn enig geboren zoon.

15:31Onze Heere.

15:32Die ontvangen is van de Heilige Geest.

15:36Geboren uit de maagd Maria.

15:39Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

15:43Is gekruisigd, gestorven en begraven.

15:48Nedergedaald ter helle.

15:50Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

15:54Opgevaren ten hemel.

15:56Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.

16:01Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

16:07Ik geloof in de heilige geest.

16:11Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

16:16De gemeenschap der heiligen.

16:20vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.

16:28Gods

16:29[GEZANG]

18:34heilig woord openen wij vanavond in Matthäus 27.

18:40En

18:42ik lees u daaruit de versen 33 tot en met 54.

18:48Dus Matthäus 27,

18:51de versen 33 tot en met 54.

18:57En gekomen zijnde tot de plaats genaamd Golgotha, welke is gezegd hoofdschedelplaats, gaven ze hem te drinken, edik,

19:11met gal gemengd, en als zij die gesmaakt had, wilde hij niet drinken.

19:18Toen zij nu hem gekruisigd hadden, verdeelde zij zijn klederen het lotwerpende,

19:26Opdat vervuld zou worden hetgeen gezegd is door de profeet.

19:31Ze hebben mijn klederen onder zich verdeeld.

19:35En hebben het lot over mijn kleding geworpen.

19:39En zij nederzittende bewaarden hem al daar.

19:44En ze stelden boven zijn hoofd zijn beschuldiging geschreven.

19:49Deze is Jezus, de koning der Joden.

19:54Toen werden met hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter en een ter linkerzijde.

20:00En die voorbijgingen lasterden hem, schuddende hun hoofden en zeggende, Gij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos uzelf en indien gij de

20:12zonen God zijt, zo kom af van het kruis.

20:16En desgelijks ook de overpriesters met de schriftgeleerden en ouderlingen en fariseeën,

20:24Hem bespotten de zijde.

20:26Anderen heeft hij verlost.

20:27Hij kan zichzelf niet verlossen.

20:31Indien hij de koning Israëls is.

20:34Dat hij nu afkomen van het kruis.

20:37En wij zullen hem geloven.

20:39Hij heeft op God betrouwd.

20:41Dat hij hem nu verlossen.

20:43Indien hij hem wel wil.

20:44Want hij heeft gezegd ik ben Gods zoon.

20:47En hetzelfde verweten hem ook de moordenaars.

20:51Die met hem gekruisigd waren.

20:54En van de zesde uren aan werd er duisternis over de gehele aarde tot de negende uren toe.

21:02En omtrent de negende uren riep Jezus met een grote stem.

21:08Zeggende Eli, Eli lama sabachtani.

21:13Dat is mijn God, mijn God.

21:18Waarom hebt gij mij verlaten?

21:22En sommige van die daar stonden zulks horende zeiden, deze roept Elia.

21:27En terstond een van hen toelopende nam een spons en die met edik gevuld hebbende staks op een rietstok en gaf hem te drinken.

21:37Doch de andere zeiden, houd op, laat ons zien of Elia komt om hem te verlossen.

21:44En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest.

21:51En zie, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën van boven tot beneden.

21:57En de aarde beefde en de steenrotsen scheurden.

22:01En de graven werden geopend.

22:04En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt.

22:10En uit de graven uitgegaan zijnde, na zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad.

22:16En zijn vele verschenen.

22:18En

22:19de hoofdman over honderd.

22:21En die met hem Jezus bewaarde, ziende de aardbeving.

22:25En de dingen die geschiet waren, werden zeer bevreesd.

22:29Zeggende, waarlijk, deze was Gods Zoon.

22:35Tot zover.

22:38Zoeken wij met elkaar Gods heilig aangezicht.

22:43In de voorbede gedenken we aan de heer Heiboer, Vlietberglaan 6.

22:50Die in het Vlietland ziekenhuis in Vlaardingen verblijft.

22:53Die heeft een ernstige boodschap ontvangen.

22:56En is zeer ernstig ziek.

22:58Zullen wij samen bidden?

23:04Heren,

23:07wat een wonder is dat.

23:08Dat wij tot u mogen bidden.

23:11En alles vertellen.

23:15Alles wat ons harten deert.

23:18U weet alles al.

23:20En toch wilt u het zelf uit onze mond horen.

23:25En geen nood is te groot voor u.

23:28En

23:30geen raadsels onoplosbaar.

23:35Heren, u staat boven alles.

23:40En wij danken u voor deze zeer goede vrijdag.

23:49Wij hebben er nooit om gevraagd.

23:52Om hem nooit.

23:56Er is niemand die u zoekt.

24:00Niet tot één toe.

24:02En u gaf hem.

24:05En het heeft u behaagd.

24:10Uw enige geboren zoon te verbreizelen.

24:17En daar begrijpen wij ten diepste niets van.

24:24En wij bidden u niet dat we het gaan begrijpen.

24:29Maar dat wij hem zouden kennen en lief hebben.

24:36En dat wij de kracht van zijn dood mogen ervaren in ons eigen leven.

24:47En dat wij het zullen verstaan.

24:51Goede Vrijdag is niet een heilsfeit van heel lang geleden.

24:58Maar Goede Vrijdag is een heilsfeit wat nu.

25:03En hier beleefd en ondervonden wordt.

25:09En wij bidden u.

25:11Mogen wij daar dan ook bij zijn heren.

25:16Hoeft het vanavond toch niet aan ons voorbij te gaan.

25:22En wij leggen onze harten voor u open.

25:26En u weet alles al.

25:28Wat er niet moet zijn is er.

25:31En wat er wel moet zijn is er niet.

25:35En dat is niet uw schuld.

25:39Want wij hebben met u gebroken.

25:42En wij zijn gevallen mensen.

25:46En daar komen wij niet te boven.

25:51Ook uw kinderen komen een diepe val.

25:55Nooit te boven.

25:58Maar u gaf nog een Adam.

26:02En

26:03die heeft alles goed gedaan.

26:08Volkomen.

26:09De wet vervuld.

26:13Volkomen.

26:13De strafgedragen.

26:17Uitnemende.

26:20Onmisbare.

26:22Heren Jezus.

26:24Dat uw naam vanavond mag worden uitgeroepen.

26:29Dat u mag worden aangeprezen.

26:33En dat uw naam in ons hart geschreven wordt.

26:38Dat

26:40er nooit meer uitgaat.

26:43En dat wij.

26:44Niets en niemand weten zullen dan

26:49u en u gekruisigd.

26:54We

26:56dragen de hele gemeente aan u op.

26:58In de kerk of thuis.

27:01U weet waar ze zijn.

27:04En dank u wel dat vandaag tot tweemaal toe het evangelie van Goede Vrijdag klinken mag.

27:13Kunnen ze het nooit zeggen hier.

27:16Dat ze het niet geweten hebben.

27:19Heren.

27:20Maar mag het weer klank krijgen.

27:23In onze harten.

27:26En misschien zijn er mensen hier.

27:29Die daar al zo lang naar uitzien.

27:34En die van u maar één smeking hebben.

27:40Om hem te mogen aanschouwen.

27:45Meer hebben ze niet nodig.

27:48En met minder kan het niet.

27:52Want dat is het eeuwige leven.

27:56U te kennen en hem die u gezonden hebt.

28:01En dat is de

28:05dood.

28:06U te missen en niet te kennen.

28:10O, wil u dan nog die

28:14zielen opzoeken.

28:16Verloren zielen die zichzelf niet kunnen helpen.

28:20Heren, denk aan zieke mensen.

28:24En we dragen het bijzonder de Heer.

28:26Hij boer aan u op.

28:29Zo ernstig ziek.

28:32Heren.

28:33Wilt u hem toch een bezoekje brengen.

28:39U bent de enige die hem helpen kan.

28:44En gedenk hem.

28:46Voor zijn lichaam.

28:48En voor zijn onsterfelijke ziel.

28:53Want dat zal die man wel beseffen.

28:57Dat er nu op aan gaat komen.

29:00En dat het einde wel eens heel dichtbij zou kunnen zijn.

29:06En dan komt het aan op dat ene nodige.

29:11Heren,

29:13gedenk hem dan.

29:15En allen die hem met liefde en zorg omringen.

29:19En we zijn ze ten diepste machteloos.

29:24Maar u bent machtig, heren, om te verlossen.

29:30Gedenk met hem alle zieke mensen,

29:35alle nooddruftigen en alle beproefden, rouwdragenden en alle harten waar nood is.

29:48Heren, u weet ze wel,

29:51al zouden ze tegen geen mens zeggen, maar u kijkt door onze harten heen en u ziet alles.

30:01Gedenk die harten die tot u roepen.

30:06Dag en nacht tot u roepen.

30:09En zal zo lang roepen.

30:12En die bang zijn dat u ze vergeten bent, heren maar.

30:19U vergeet ze zomaar niet.

30:22Maar uw tijd is de beste tijd.

30:26We dragen de hele gemeente aan u op.

30:31Al die zielen, heren.

30:34Ook van kinderen en jonge mensen.

30:37Tot de alleroudsten toe.

30:42Zegen heren.

30:43De kerkenraad.

30:46Zegen.

30:47Allen die een taak hebben in deze dienst.

30:52Heren dat u zelf het woord verkondigen zou.

30:56Want u alleen kunt het brengen in ons hart.

31:01En mogen we u daarom smeken.

31:05Dat wij hem

31:08zouden mogen aanschouwen.

31:11Al zou het maar heel even zijn.

31:15En dat wij nog diepe indrukken mogen ontvangen.

31:21Van wie u bent, Heer Jezus.

31:25En van al uw weldaden.

31:28En alles wat u gedaan hebt.

31:31En dat wij werkelijk een ontmoeting...

31:37Mogen ontvangen.

31:38Op deze dag.

31:41En wij hebben niets in te brengen.

31:44Maar uitgenade alleen.

31:48We hebben het toch zelf beloofd heren.

31:53En ziet.

31:54Ik ben met uw lieden.

31:57Alle de dagen.

31:59Tot de volleinding der wereld.

32:03En daar zijn wij misschien dichterbij.

32:07Dan wij denken.

32:09Bij het.

32:12Bij die oordeelsdag.

32:15Bij de wederkomst.

32:19Want heel de wereld gaat naar het einde.

32:23En wilt u te midden van zoveel verdrukkingen en verzoekingen.

32:31Waar wij onze zonden uitleven.

32:38En als we het niet doen is dat omdat u ons vasthoudt.

32:44Maar dat zien we om ons heen.

32:46De zonde onze val uitgeleefd.

32:52Wilt u in dat alles uw kerk vasthouden.

32:58Dat ze niet de wereld zal lief hebben.

33:03Want die heeft ze niets te bieden.

33:06Maar dat wij mogen vastkleven aan uw woord.

33:12En dat woord vastkleven aan ons.

33:18En dat wij door woord en geest nieuwe mensen mogen worden.

33:25En vernieuwd mogen worden.

33:28Van heerlijkheid tot heerlijkheid.

33:33Denk aan Nederland, heren.

33:35Een land in nood.

33:37En we willen het niet zien.

33:40Een kerk in nood.

33:42En we willen er niet aan.

33:45Maar wil u nog die nood?

33:48Opbinden op onze harten.

33:51En

33:52dat het voor ons mag worden.

33:56Onhoudbare nood.

33:58En

34:00dat wij u

34:03heilig mogen lastigvallen.

34:08En dat we niet meer rusten kunnen in iets of iemand.

34:14Dan alleen in de Heere Jezus Christus.

34:19En zijn enige offer.

34:23Zijn verzoenen sterven.

34:26Dat dat zal zijn.

34:29Het enige rustpunt.

34:31Van onze harten.

34:35Gedenk zo aan ons.

34:37Neem weg alles wat de loop van uw woord in de weg kan staan.

34:44Verheerlijk uw naam.

34:45Uw vrije genade.

34:47In

34:49de verzoening van al onze zonden.

34:53In zijn.

34:54kostbare bloed.

34:56Amen.

34:57De

35:01tekst voor dit avonduur is uit Matthäus 27 vers 50 tot en met 54 en ik lees u die verse voor.

35:10En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest en zie het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën van

35:22boven tot beneden en de aarde beefde.

35:26En de steenrotsen scheurden.

35:29En de graven werden geopend.

35:31En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren.

35:36Werden opgewekt.

35:37En uit de graven uitgegaan zijnde.

35:41Na zijn opstanding kwamen zij in de heilige stad.

35:45En zijn vele verschenen.

35:47En de hoofdman over honderd.

35:50En die met hem Jezus bewaarde.

35:52Ziende de aardbeving.

35:55En de dingen die geschiet waren, werden zeer bevreesd, zeggende, waarlijk, deze was Godzoon.

36:04Twee punten vanavond.

36:06Eerst de dood van Christus uit vers 50.

36:10En dan de vier wonderen die direct daarna gebeuren in de verse 51 tot en met 54.

36:19Dus de dood van Christus.

36:21En de wonderen die daarna plaats hebben.

36:26Er zijn in deze dienst drie collecten.

36:30De eerste bestemd voor pastoraat.

36:33Tweede voor kerkvoogdij.

36:36Derde voor verenigingsgebouw Eben Haezer.

36:40En deze collecten worden hartelijk in hun milddadigheid aanbevolen.

36:47Wij gaan nog zingen uit Psalm 31.

36:52Vers 11 en 12.

36:54Terwijl zij samen zich verbinden, besluiten ze mijn dood.

37:00Maar, heren, ik vertrouw in nood op u.

37:05In uw hand zijn mijn tijden.

37:08Ik verlaat me in mijn leed op u alleen.

37:12Nomde nu uit Psalm 31,

37:15vers 11 en 12.

37:17[GEZANG]

43:20Mozes was al tachtig jaar.

43:24Toen hij iets zag wat die man nog nooit gezien had.

43:28Al veertig jaar zwierf hij rond in

43:34de buurt van het geberg te Horeb.

43:39En op die dag ook was hij bij dat gebergte.

43:43En hij zag iets dat hij nog nooit had gezien.

43:49Een braambos die in brand stond en niet verteerde.

43:57En Mozes die sprak in zichzelf, nou zal ik daar toch eens naartoe gaan om te bekijken hoe dat zit.

44:05Hoe het toch mogelijk is dat die braamstruik wel in brand staat, maar niet verteert.

44:13Dus Mozes wil daar naartoe gaan en

44:18dan komt daar een goddelijke stem uit die braambos.

44:23Mozes, Mozes.

44:26En Mozes die zegt.

44:28Zit hier ben ik.

44:30En God zegt.

44:32Nader hier niet toe.

44:35Trek uw schoenen uit van uw voeten.

44:38Want de plaats waarop gestaat is heilig land.

44:45En God maakt zich ook bekend aan Mozes.

44:48Ik ben de God van Abraham, Isaac en Jacob.

44:56En dan lees je.

44:58Mozes die trekt zijn schoenen uit.

45:02En die verbergt zijn aangezicht.

45:06Want hij vreesde God aan te zien.

45:14En wat op Goede Vrijdag gebeurd is.

45:18Dat

45:21is ook nog nooit gebeurd in de hele geschiedenis.

45:25En het zal ook nooit meer gebeuren in de hele geschiedenis.

45:31Dat

45:33daar Godzoon vastgespijkerd aan het kruis.

45:39Hangt daar in de vlammen van de toren van God.

45:43En

45:45hij wordt niet verteerd.

45:47En

45:51als wij daar vanavond bij mogen stilstaan.

45:57Moeten we het allemaal grondig beseffen.

46:01U en ik.

46:03Dan staan wij op heilige grond.

46:07Wat

46:09daar gebeurt is zo heilig.

46:14Ontzagwekkend.

46:20Daar staan we op heilig grondgebied.

46:25Want wie is hij die daar hangt aan het kruis?

46:28Kent u hem?

46:30Weet u wie hij is?

46:33Zul je zeggen, dat is de Heer Jezus.

46:37Maar wie is hij?

46:39Gods enig geboren zoon.

46:46En voordat hij mens werd, was hij in de hemel.

46:52Werd hem lof toegezongen door engelen en gezaligden.

46:57Hij was de blijdschap van de hemel.

47:03En dan gaat hij vaders huis verlaten.

47:06Gaat hij naar deze aarde toe.

47:10En dan kiest hij de allerlaagste plek uit die hij bedenken kan.

47:16En hij sterft hier aan een

47:21schandpaal.

47:26En daar hangt hij.

47:28Gods enige geboren zoon.

47:32Alsof hij de grootste misdadiger is.

47:37En hij hangt daar tussen hemel en aarde.

47:41Zijn kleren zijn hem uitgetrokken.

47:44Hij is vastgespijkerd aan het kruishout.

47:47En daar hangt hij te kijken langs de openbare weg.

47:53En

47:54de mensen staan daar samengedromd.

47:57En alle aandacht gaat uit naar die middelste kruiseling.

48:02Indien gij de zonen gods bent, komt daar van het kruis af.

48:07Als u de Christus bent, verlos uzelf.

48:12En de Heere blijft aan het kruis.

48:20Toen werd het om een uur of twaalf tot een uur of drie donker, midden op de dag.

48:27Ik weet zeker, het spotten is toen opgehouden.

48:32Toen voelden ze allemaal aan van, hier

48:37gebeurt iets bijzonders.

48:40Ze konden het geen naam geven, maar wat hier gebeurt, het is niet gewoon.

48:50En drie uur lang hing daar Gods Zoon in het donker.

48:58En daar is gebeurd wat we net hebben beleden.

49:04Nedergedaald ter helle.

49:07Dus dat moet je niet letterlijk opvatten.

49:10Maar daar in die drie uren duisternis.

49:15Waren de vlammen van Gods toren.

49:19Dat ondragelijke gewicht van Gods eeuwige ongenoegen tegen de zonde.

49:26En die kwamen op hem af.

49:29En God de Vader.

49:32En dat was voor hem het allerverschrikkelijkste.

49:36God de Vader.

49:38Liet niets meer blijken van zijn liefde.

49:41Jegen zijn zoon.

49:44Die liefde was er wel.

49:47Maar in de menselijke ziel van Christus.

49:52Ervoer hij niets meer.

49:55Van vaders liefde.

49:58Integendeel.

50:01Ervoer hij.

50:03Gramschap.

50:04Toren.

50:05De haat van God tegen de zonde.

50:09En het is dat hij.

50:11Ook God was.

50:14Anders was die braambos totaal verteerd geworden.

50:21En tegen een uur of drie smiddags komt daar die smartelijke uitroep.

50:27Mijn God.

50:29Mijn God.

50:31Waarom?

50:32Hebt gij mij verlaten?

50:36Geen antwoord.

50:41Dan begint langzaam een beetje lichter te worden.

50:45En de mensen om het kruis heen krijgen ook meer praatjes.

50:50Maar

50:54het lijden van Christus is nu bijna voorbij.

50:58En we lezen in onze tekst.

51:02En Jezus wederom met een grote stem roepende gaf de geest.

51:09En

51:12dat is wel heel opmerkelijk.

51:14Dat iemand vlak voordat hij sterft met een grote stem kan roepen.

51:25Ben jij wel eens bij iemand geweest die op zijn sterfbed lag.

51:32En dat niet meer lang duurt.

51:36Zo iemand is zo zwak.

51:40Die kan niet meer goed en duidelijk spreken.

51:44Moet heel goed luisteren.

51:47Kun je het vaak nog niet verstaan.

51:51Want die man of vrouw is dicht bij de eeuwigheid.

51:56En alle krachten zijn geweken.

51:58Moet sterven.

52:01Maar de Heer Jezus,

52:05vlak voordat hij sterft, met een grote stem roepende.

52:10En wat betekent dat?

52:13Hij sterft niet uit zwakheid.

52:17Hij sterft niet als gevolg van de kruising.

52:21Hij

52:22sterft niet omdat zijn lichaamskrachten bezwijken.

52:26Maar hij sterft omdat hij dat wil.

52:31Hij heeft zelf gezegd, hè?

52:35Ik leg mijn leven af.

52:38En ik heb macht om mijn leven weer aan te nemen.

52:42Dat kunnen wij niet.

52:47Wij kunnen ons leven niet zomaar afleggen.

52:50Maar de heren wel.

52:52En dan zie je.

52:53Hij is meer dan een gewoon mens.

52:55Hij is God uit God.

52:59Licht uit licht.

53:01Waarachtig God uit waarachtig God.

53:04En deze kostbare persoon.

53:07Deze uitnemende Christus legt zijn leven vrijwillig af.

53:17Zijn werk is af.

53:21Alles is volbracht.

53:23De wet is vervuld.

53:26De

53:28rechtvaardigheid Gods verheerlijkt.

53:31De

53:32straf gedragen.

53:34De hel uitgeblust.

53:36De

53:38zonde verzoend.

53:40En

53:42zijn bruidskerk.

53:44Is gekocht met zijn eigen bloed.

53:48Alles is volbracht.

53:51En zijn werk is af.

53:54En hij geeft zijn ziel, zijn geest aan zijn vader.

53:59Vader in uw handen beveel ik mijn geest.

54:03Christus sterft gewillig.

54:07En wat heeft dat ons te zeggen?

54:10Gewillig sterven.

54:11Ziet.

54:13Hoe grote liefde hij heeft.

54:16Tot alle zondaren.

54:19Voor

54:21wie hij gestorven is.

54:23Wat hebt u een gewillige zaligmaker.

54:28Wat hebt u een liefhebbende Christus.

54:32En wat hebt u een heren, een koning.

54:38Die

54:40alles voor u gedaan heeft.

54:43Alles wat hij is.

54:45Is hij voor u.

54:47Alles wat hij heeft.

54:49Heeft hij voor u.

54:52En op een dag als deze.

54:54Goede vrijdag.

54:56Wat een goede vrijdag.

54:59Want daar op die.

55:01Die plaats.

55:02Vol spot.

55:04En afgrijze.

55:06En schande.

55:07En hoon.

55:09Daar waar het lijkt.

55:11Dat de duivel het gewonnen heeft.

55:15Juist daar.

55:16Zien wij, als u ogen hebt in uw hoofd.

55:20Zien wij de liefde van de Heer Jezus zo duidelijk schitteren.

55:28En stralen op deze plaats.

55:31Ziet hoe lief hij hen heeft.

55:35Hij sterft gewillig.

55:38Gods kinderen hebben nooit om Christus gevraagd.

55:43Uit zichzelf.

55:46Ze gaan pas naar hem vragen als Christus naar hen vraagt.

55:53Dus hij is altijd de eerste.

55:57Dus mocht hier iemand zijn en eigenlijk hoop ik dat dat zo iemand er is.

56:03Bij wie dat in het hart als het ware uitroept.

56:09Geef mij Jezus of ik sterf.

56:15Het is of Christus.

56:18Of omkomen.

56:21Dat betekent dat hij niet ver van u is.

56:26U voelt u misschien zo ver bij hem vandaan.

56:30Maar hij kan niet zo ver bij u vandaan zijn.

56:34Dat is onmogelijk.

56:38Want pas als hij trekt.

56:42Gaat u hem naroepen.

56:44Heere Jezus.

56:47Ontferm u mijne.

56:49Zijn dood is gewillig.

56:54En toch is zijn dood noodzakelijk.

56:58Hij moet sterven.

57:03En weet u waarom hij sterven moet?

57:09Als God het u geleerd heeft dat u sterven moet.

57:15Dat u de dood verdiend hebt.

57:18Dat je dood gezondigd hebt.

57:21Dan gaat u ook begrijpen.

57:24Voor zover we het kunnen begrijpen.

57:27Dat de zaligmaker.

57:29Sterven moet.

57:32Wij hebben de dood verdiend.

57:34Of u het nou beleeft.

57:36Of niet beleeft.

57:37Het is zo.

57:40We hebben God op het hoogst misdaan.

57:43Wij allemaal.

57:46Ook kinderen.

57:48Jullie zijn niet zonder.

57:50Zonder kinderen.

57:51Je hebt Christus nodig.

57:54Kinderen.

57:55We hebben de dood verdiend.

57:58En Christus gaat de plaats van de zon daar innemen.

58:06En dan krijgt Christus mijn dood.

58:10En ik krijg zijn leven.

58:14Hij krijgt mijn doodvonnis.

58:17En ik krijg zijn vrijspraak.

58:23En daarom noemen we het vandaag Goede Vrijdag.

58:28Dat wisten de discipelen achteraf pas.

58:32Dus op die dag zelf.

58:34Wat een verschrikkelijke dag.

58:36De zwartste dag van ons leven.

58:40Maar later zagen ze.

58:42Het

58:43was de betaaldag.

58:47Voor al Gods kinderen.

58:50En ook voor mij.

58:52Wat een goede.

58:54Wat een uitnemende vrijdag is dat geweest.

58:59Want op die dag zagen wij.

59:03De

59:06liefde van Christus.

59:08Zo helder.

59:09Maar we zagen daar ook de rechtvaardigheid van God.

59:15Zo duidelijk.

59:17God stapt niet over de zonde heen.

59:20Dat kan hij niet.

59:21En dat wil hij ook niet.

59:24Hij stapt er niet overheen.

59:26En als God uw ziel redt.

59:31Kan

59:34dat maar op één manier.

59:38En dat lees je in Zajac 53.

59:43Hem, God de Vader, behaagt zijn zoon te verbreizelen.

59:56De Heer Jezus is als het ware vermalen tussen de molenstenen van Gods gerechtigheid.

1:00:10Dan moet God de Vader wel

1:00:14heel grote liefde hebben tot al de zijnen.

1:00:19Dat

1:00:21Hij...

1:00:22Zijn eigen zoon verbreizelt om het leven van hen te redden.

1:00:29Dan lijkt het erop, is niet zo, lijkt erop.

1:00:34Dat God meer van zijn kinderen houdt dan van zijn enige geboren zoon.

1:00:40Kunt u het dan nog begrijpen?

1:00:43Dat Gods kinderen zo vaak twijfelen aan de liefde van de vader.

1:00:50Dat ze hem zo vaak verdenken.

1:00:53En wantrouwen.

1:00:57Hebt u daar echt reden voor.

1:01:02En moet u niet zeggen.

1:01:04Juist op Goede Vrijdag.

1:01:07Ziet.

1:01:08Wat een grote liefde.

1:01:11God voor mij gehad heeft.

1:01:13Dat hij.

1:01:15Om mij te hebben.

1:01:17Om mij terug te krijgen.

1:01:20Om mij terug te brengen.

1:01:22In zijn gunst.

1:01:24Zijn geliefde zoon.

1:01:26Zo'n bittere.

1:01:28Smadelijke dood.

1:01:30Sterven moest.

1:01:35Dus kinderen van God.

1:01:39Overdenk heel veel.

1:01:40Het lijden van de Heer Jezus Christus.

1:01:45En dat u daarin zien mag.

1:01:47De gevende liefde van de Vader.

1:01:51Dat hij zijn zoon overgeeft.

1:01:55Om gekruisigd te worden.

1:02:00Zijn dood is noodzakelijk.

1:02:04Hij moet sterven om een volkomen zaligmaker te kunnen zijn van mensen die de dood verdiend hebben.

1:02:13En zolang u dat niet beseft, zal Christus niet zoveel waarde bij je hebben.

1:02:23Maar als u dat beseft, dat

1:02:26je rampzaliger bent en de dood verdiend hebt.

1:02:31En dat in plaats dat u het

1:02:36doodvonnis voltrokken wordt.

1:02:39Dat u omhelst wordt met goddelijke liefde.

1:02:44Terwijl zijn zoon in

1:02:48godverlatenheid daar aan het kruis hangt.

1:02:52Dat

1:02:56kunt u nooit peilen.

1:02:59Nooit begrijpen.

1:03:02Dat is zo'n diepte.

1:03:04Daar komt u tot in eeuwigheid niet uit.

1:03:11Daar zal de eeuwigheid niet te lang zijn.

1:03:15Om God daarvoor te loven en te prijzen.

1:03:20Wat de heer Jezus zelf zegt.

1:03:23Ik voor u.

1:03:25Daar gij anders de eeuwige dood sterven moest.

1:03:32Begrijp u nou waarom het goede vrijdag is.

1:03:38En dat een heilige plaats is.

1:03:42En dat je beseft, o kostbare heren.

1:03:46Ik ben het niet waard dat ik u aanschouwen zou.

1:03:52Dat je net als Mozes je gezicht verbergt.

1:03:58Vrezende God aan te zien.

1:04:03Zijn dood is noodzakelijk.

1:04:06Zijn dood is betalend.

1:04:10Zalig worden is geen samenwerking.

1:04:16Veel zondaren denken dat.

1:04:21Ik doe wat en wat ik tekort kom wordt aangevuld door Christus.

1:04:27Maar Christus gaat u niet bijvullen.

1:04:30Hij gaat u helemaal leeg maken.

1:04:35Zodat u niets meer overhoudt dan alleen maar zonde en ellende.

1:04:41En dan kan hij wat aan u kwijt.

1:04:45Dus zolang u daar nog mee bezig bent met die samenwerkingsvormen.

1:04:54Is er voor de Heer Jezus bij u geen plaats.

1:04:59Want hij wil alles voor je zijn.

1:05:02Of niets.

1:05:03Maar niet 95 procent.

1:05:07Nee.

1:05:08Alles.

1:05:09Of niets.

1:05:11En je zult God er later hartelijk voor bedanken.

1:05:15Dank u Heer.

1:05:16Dat u me alles hebt afgenomen.

1:05:18Wat geen Christus was.

1:05:20Dank u wel Heer.

1:05:22Dat u me hemel op leeg geschud.

1:05:25Dat ik niets meer overhield.

1:05:29Want God heeft op die manier plaatsgemaakt voor zijn kostbare zoon.

1:05:42Betalend is hij.

1:05:43Hij betaalt alles.

1:05:47En dan zou ik erbij zeggen.

1:05:49Na ontvangen genade betaalt hij al je rekeningen.

1:05:55Wat is dat een bittere teleurstelling.

1:05:59Als u na ontvangen genade erachter komt.

1:06:03Dat u niet alleen een zondaar was.

1:06:07Maar dat u een zondaar blijft.

1:06:11Gevallen mens.

1:06:13Niet in staat zelfs om een goede gedachte te denken.

1:06:19Dat zegt Paulus.

1:06:24Zonder hem niets te kunnen doen.

1:06:27Schulden maken.

1:06:28Elke dag de schuld groter maken.

1:06:32En wat doet Christus?

1:06:34Hij betaalt al jouw rekeningen.

1:06:39En voordat je bij hem komt om je schuld te beleiden...

1:06:45voordat je bij hem komt om alles te vertellen...

1:06:49heeft hij je rekeningen al lang betaald.

1:06:53En

1:06:56als hij sterft met dat ene offer...

1:07:01heeft hij in eeuwigheid volmaakt die geheiligd worden.

1:07:07Eén offer.

1:07:09Jezus, uw

1:07:11verzoenend sterven is het enige rustpunt van mijn hart.

1:07:19Daar tevreden mee te zijn.

1:07:22Daar te rusten.

1:07:23Daar te schuilen.

1:07:25Wij doen niet mee.

1:07:27Onze heiligmaking doet niet mee.

1:07:30En Christus bloed betaalt voor al uw zonden.

1:07:37En daarom wordt de mens steeds kleiner.

1:07:41Naarmate die leert wie u bent en blijft.

1:07:46Maar ook wie hij is en blijft.

1:07:50Hij vergeeft menigvuldiglijk.

1:07:57Want, zegt hij, mijn gedachten zijn niet uw gedachten.

1:08:05Mijn wegen zijn niet uw wegen.

1:08:10Ik vergeef.

1:08:13Menigvuldiglijk.

1:08:14Dus daarom arm zondaar.

1:08:17Zul je toch niet dralen.

1:08:20Zul je toch niet wachten.

1:08:22Misschien ben je zo beschaamd.

1:08:24En durf je hem niet onder ogen te komen.

1:08:27Hij weet toch alles al.

1:08:29En leg maar een volledige bekentenis af.

1:08:32Heren.

1:08:34De slang heeft me gebeten.

1:08:37Wees mij.

1:08:39Arm zondaar.

1:08:41En je zonden zijn al vergeven.

1:08:48Waar haal je dat vandaan?

1:08:50Psalm 32.

1:08:51Lees het maar na.

1:08:52[GEZANG]

1:09:09Goede vrijdag.

1:09:11Bij God is vergeving.

1:09:14Zijn dood is effectief.

1:09:19En ik zal uitleggen wat ik daarmee bedoel.

1:09:22De dood van Christus is effectief.

1:09:28Wat betekent de dood van Christus?

1:09:32U kunt zalig worden.

1:09:36U kunt zalig worden.

1:09:42Maar de dood van Christus betekent meer.

1:09:47En dat betekent...

1:09:49Alle mensen voor wie Christus gestorven is.

1:09:53Die kunnen niet alleen zalig worden.

1:09:56Ze zullen zalig worden.

1:10:01En zo krachtig is zijn dood.

1:10:03Het kan niet missen.

1:10:06Als hij voor je gestorven is.

1:10:09De

1:10:11zaligheid kunt u niet mislopen.

1:10:17Als hij voor je gestorven is.

1:10:19Hij

1:10:23zal u nooit begeven.

1:10:25En nooit verlaten.

1:10:28Wat er ook gebeurt, misschien wel een vaderlijke kasteidingen als hij je misdraagt.

1:10:37Maar u wordt nooit buiten de deur gezet.

1:10:41Dat denken Gods kinderen wel eens.

1:10:44Nou wil God niets meer met me te maken hebben.

1:10:48Nu ben ik van de genade vervallen.

1:10:51Nou zal die me wegsturen en nooit meer naar me omkijken.

1:10:55Ja, maar dat kan toch niet?

1:10:58Er is toch geen afval der heiligen.

1:11:01Maar Gods kinderen zijn in eigen oog geen heiligen.

1:11:11Maar een zondaar.

1:11:13En ze weten nu tegen wie ze gezondigd hebben.

1:11:18Tegen een liefhebbend, goeddoend, betalend.

1:11:25Dat maakt de zonde zo bitter voor ze.

1:11:29En dan zijn ze zo wegwerpelijk in eigen oog.

1:11:34Maar.

1:11:35Vrees niet, arme bedelaar.

1:11:38God kan niet van u af.

1:11:41Kan die niet.

1:11:44Al zou die het willen, hij zou het niet kunnen.

1:11:48Christus heeft alle goddelijke toren weggedragen.

1:11:55En voor de zijne is er niets meer over.

1:12:00En dat betekent,

1:12:03zo is ze dan nu.

1:12:06Geen verdoemenis voor degene.

1:12:10Die in Christus Jezus zijn.

1:12:15En dat wonder wordt als het goed is steeds groter.

1:12:22Je hebt ook mensen die worden steeds grotere christenen.

1:12:29Daar klopt iets niet.

1:12:31Maar als God u bekeert zult u steeds kleiner worden.

1:12:36En het wonder steeds groter.

1:12:39En dat zegt Johannes de Doper toch ook.

1:12:42Hij moet wassen.

1:12:43Ik minder worden.

1:12:46Zijn dood is effectief.

1:12:48Hij kan niet van u af.

1:12:50En Gods kerk zal zalig worden.

1:13:02Heeft deze stervende Jezus waarde

1:13:07voor je gekregen?

1:13:10Meer waarde dan dertig zilverlingen.

1:13:17Hoe ben je aan hem gekomen?

1:13:20Zijn je ogen voor hem open gegaan?

1:13:25En hebt u hem hartelijk lief gekregen?

1:13:31En kom uw woorden te kort om hem aan te prijzen.

1:13:36Dat staat in het hooglied van Salomo.

1:13:38Daar vragen ze.

1:13:39Maar wat is uw liefste nou meer dan een andere liefste?

1:13:43Waarom maak je je zo druk?

1:13:46En dan denkt die bruid even na.

1:13:49En

1:13:50dan zegt ze.

1:13:52Mijn liefste is blank en rood.

1:13:58Blank in zijn godheid.

1:14:01Rood in zijn mensheid.

1:14:04Blank in zijn verdiensten, rood in zijn betaling.

1:14:09Hij draagt de banier boven tienduizend.

1:14:14Hij is de schoonste van alle kinderen der mensen.

1:14:20Genade is op zijn lippen uitgestort.

1:14:24En

1:14:28waar kun je dat aan merken, dat u hem hebt leren kennen?

1:14:33Dat u groot verlangen hebt om hem lief te hebben.

1:14:38En dat uw liefde eindeloos tekortschiet.

1:14:43En dat u geen ander verlangen hebt dan dit.

1:14:47Ach heren.

1:14:48Mag ik u toch lief hebben.

1:14:52Paulus zou zeggen.

1:14:53O dat ik hem kennen mag.

1:14:55Dat ik hem toch mag kennen.

1:14:59Of hebt u geen enkele interesse in Christus.

1:15:04Ben je nooit zondaar voor God geworden.

1:15:08Heeft hij geen waarde voor je.

1:15:12Dan weet je toch.

1:15:14Waar jouw reis heen is.

1:15:17En de Heer roept naar je.

1:15:20Heeft zijn handen naar je uitgestrekt.

1:15:25Waarom wilt gij sterven?

1:15:28Mensenkind.

1:15:30Waarom toch?

1:15:32Waarom zoek jij jouw geluk op een plek waar het niet is?

1:15:38Waar ben je mee bezig?

1:15:40En

1:15:42daarom is het Goede Vrijdag.

1:15:45Zodat jij het nog een keer horen kunt.

1:15:49Buiten Jezus is geen leven.

1:15:54Hij heeft gehoord.

1:15:56Buiten Jezus geen leven.

1:16:00Bij wie moet je wezen?

1:16:02O Heer Jezus.

1:16:04Mag ik u leren kennen?

1:16:07En

1:16:10ziet.

1:16:13En Matthäus die vestigt onze aandacht erop.

1:16:18En we zijn bij punt 2 aangekomen.

1:16:20En ziet.

1:16:21Wij

1:16:26letten meestal niet zo goed op.

1:16:28En daarom zegt Matthäus.

1:16:30Zie wat er nu toch gebeurt.

1:16:33Vier grote wonderen.

1:16:38Met dat Christus sterft.

1:16:42Is de tempel.

1:16:44Is de natuur.

1:16:45De schepping.

1:16:47Alles komt in beweging.

1:16:50Het voorhangsel des tempels.

1:16:54Scheurde in tweeën.

1:16:55Van boven tot beneden.

1:16:59Ik denk dat u wel een beetje weet hoe de tempel eruit zag.

1:17:04En de tabernakel.

1:17:07Ik denk dat de kinderen dat nog wel weten.

1:17:11Dat die tempel of tabernakel twee ruimtes had.

1:17:15Eerst het heilige en daar staat het reukofferaltaar.

1:17:19En de tafel met toonbroden stond daar.

1:17:24Daar kwam de priester elke dag om het reukwerk aan te steken.

1:17:31En daar stond ook de kandelaar.

1:17:36Maar daarachter had je een klein kamertje.

1:17:40Het heilige der heiligen.

1:17:43En daar mocht geen mens komen.

1:17:47Dan alleen de hoge priester.

1:17:51Eenmaal per jaar grote verzoendag.

1:17:57En als hij daar kwam, kwam hij eerst met reukwerk.

1:18:02Zodat heel die ruimte vervuld werd met rook.

1:18:06En die man dus niks kon zien.

1:18:09En dan kwam hij met dierenbloed.

1:18:14Om voor zichzelf te verzoenen.

1:18:16En dan met bloed om voor het volk te verzoenen.

1:18:22En tussen dat heilige en het heilige der heiligen.

1:18:26Hing een heel dik kleed, een tapijt.

1:18:30Dat was vuistdik borduurwerk.

1:18:37En die tempel die

1:18:40er was in de tijd van de Heer Jezus.

1:18:44Dat was een tempel die door Herodes de Grote.

1:18:49Die tiran van de kindermoord, die had die tempel verfraaid en uitgebouwd tot een schitterend bouwwerk.

1:18:59Dus er hing me daar een voorhangsel van metershoog en heel dik borduurwerk.

1:19:09En om drie uur was juist die priester daar voor het reukwerk, voor het avondoffer.

1:19:18En wat zal die man geschrokken zijn.

1:19:21Toen dat voorhangsel scheurde.

1:19:25Niet van beneden naar boven wat je verwachten zou.

1:19:29Maar van boven naar beneden.

1:19:33Het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën.

1:19:39Dat is Gods werk.

1:19:45En wat heeft dat dan te betekenen?

1:19:48Om te beginnen heeft de heer Jezus gezegd.

1:19:51Breek deze tempel.

1:19:53En daar bedoelt hij zijn lichaam mee.

1:19:55En ik zal hem opbouwen.

1:19:57In drie dagen.

1:20:00Dus eigenlijk was die tempel in Jeruzalem.

1:20:05Een afbeelding van Christus.

1:20:08En het verlossingswerk.

1:20:11En als Christus sterft.

1:20:14Kun

1:20:16je dat merken in de tempel.

1:20:18Want dat voorhangsel scheurt van boven naar beneden.

1:20:25Iedereen kan binnenkomen.

1:20:28Iedereen kan naar binnen kijken.

1:20:30En

1:20:34weet je wat dat betekent?

1:20:41Zondaren mogen met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade.

1:20:49Er is één toegang tot God.

1:20:52Dat is de Heer Jezus Christus.

1:20:58Alle andere toegangen afgesloten.

1:21:01Ik hoop dat u dat weet.

1:21:04Alle andere toegangen afgesloten.

1:21:07Er blijft er maar één over.

1:21:10Christus zelf.

1:21:13En dat staat ook in de Hebreënbrief.

1:21:16Daar staat terwijl wij dan broeders vrijmoedigheid hebben.

1:21:20Om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus.

1:21:26Zonder bloed geen vrijmoedigheid.

1:21:30Met bloed veel vrijmoedigheid.

1:21:34Op een verse en levende weg.

1:21:38Welke hij ons ingewijd heeft.

1:21:41Door het voorhangsel.

1:21:43Dat is door zijn vlees.

1:21:46Dus met dat het lichaam van Christus door de dood als het ware verscheurd wordt.

1:21:53Heeft een zondaar toegang tot ben

1:22:01je van God gescheiden.

1:22:04U kunt God terugkrijgen.

1:22:07Maar alleen door

1:22:10de Heer Jezus Christus.

1:22:12En als u met dat bloed gewassen bent.

1:22:17U mag met vrijmoed.

1:22:19Vrijmoedigheid toegaan.

1:22:21Hoe je ook voelt.

1:22:23Hoe je ook bent.

1:22:24Met vrijmoedigheid.

1:22:26Want je hebt een priester over het huis gods.

1:22:31De Heer Jezus.

1:22:33En die weg is geplavijd met bloed.

1:22:39God

1:22:42heeft zo'n intense haat tegen de zonde.

1:22:47Maar

1:22:49hij bemint zondaren.

1:22:53En dan mogen zondaren met

1:22:59dat bloed vrijmoedig toegaan.

1:23:03En

1:23:06als de Canaanese vrouw hier ook is of thuis meeluistert.

1:23:12Zelfs een hondje mag binnenkomen.

1:23:16Want voorhangsel is gescheurd.

1:23:20Toegang is geopend.

1:23:25Ik heb die deur dicht gegooid.

1:23:28Ik ben weggelopen bij God om nooit meer terug te keren.

1:23:33En God heeft de deur geopend.

1:23:36En daarom zondaren.

1:23:39Al bij de ergste, de doodste, de hardste, de oudste zondaar van de hele omgeving.

1:23:50Zijn bloed reinigt van alle zonden.

1:23:55U kunt nooit zeggen als u straks voor de rechterstoel staat.

1:24:00Ik was te slecht.

1:24:02Dat

1:24:03kunt u niet zijn.

1:24:06Je kunt alleen maar zeggen.

1:24:08Ik heb niet gewild.

1:24:10Ik heb niet gewild.

1:24:16Dat de voorhang zo scheurt wil ook zeggen.

1:24:20God gaat die tempel verlaten.

1:24:22Die is niet meer nodig.

1:24:24Want die tempel was alleen maar een voorbeeld van Christus.

1:24:28En wat daar gebeurde was alleen maar een voorbeeld van het verlossingswerk.

1:24:34En als Christus gestorven is.

1:24:38Is die tempel.

1:24:40Niet meer nodig.

1:24:42En één generatie later is die tempel verwoest.

1:24:48Geen één steen is op de andere gebleven.

1:24:52En op die tempelberg is er niets meer van die tempel te zien.

1:24:58Maar daarnaast staat een moskee.

1:25:02God

1:25:03heeft aan die plaats met Ebit gezegd.

1:25:06Niets meer te zoeken.

1:25:08Wat is onze tempel?

1:25:11Christus.

1:25:13Hij is onze tempel.

1:25:16Hij is ons altaar.

1:25:18Hij is onze hoge priester.

1:25:20We hebben geen stenen tempel in Jeruzalem meer nodig.

1:25:28Maar er gebeurt nog meer.

1:25:31De aarde beefde.

1:25:33En de steenrotsen scheurden.

1:25:35Dus de grond staat te schokken.

1:25:37Net als bij de opstanding.

1:25:39De steenrotsen die versplinteren.

1:25:43Heel de schepping komt in beweging.

1:25:46Wat is er aan de hand?

1:25:48Haar schepper sterft.

1:25:53Hemel en aarde zijn door Christus gemaakt.

1:25:56En als Christus sterft.

1:25:59Is heel de schepping in rouw.

1:26:03Ziet u de verbinding tussen schepper en schepping.

1:26:08Tussen Christus lichaam en de tempel.

1:26:12En het als Christus sterft.

1:26:15Tempel en schepping in beweging komen.

1:26:19En dat zijn roepstemmen Gods geweest.

1:26:23Oordelen van God.

1:26:27Wie zal voor zijn gramschap staan?

1:26:33En wie zal voor de hittigheid zijn storens bestaan?

1:26:39Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur.

1:26:43En de rotstenen worden van hem vermorzeld.

1:26:47En dat wil zeggen.

1:26:49Wat heeft God een roepstemmen laten uitgaan tot het volk der Joden?

1:26:56Tot hun waarachtige bekering.

1:27:01Het is in het jaar 70 gebeurd dat dat stad en tempel verwoest werden.

1:27:06En het volk deels vermoord, deels verstrooid in alle landen.

1:27:14En God heeft ze zo vaak gewaarschuwd.

1:27:17Zo vaak.

1:27:19O Jeruzalem, Jeruzalem.

1:27:22Hoe menigmaal heb ik u bijeen willen vergaderen.

1:27:26Maar ge hebt niet gewild.

1:27:31Heeft God ons ook gewaarschuwd.

1:27:38Als God zou komen met oordelen over Nederland.

1:27:43Kunnen wij dan zeggen.

1:27:45Heren u hebt ons niet gewaarschuwd.

1:27:49Kunnen wij niet zeggen.

1:27:52Kunnen misschien zeggen.

1:27:54Ik wou er niet aan.

1:27:56Of ik heb de andere kant op gekeken.

1:27:59Maar wat een waarschuwingen krijgen wij.

1:28:05Ook wij.

1:28:09Kerkgangers, de

1:28:12wereld is bezig om te vergaan.

1:28:15En daarom zoek jouw heil niet op de verkeerde plaats.

1:28:22Je leeft maar één keer.

1:28:25Je sterft maar één keer.

1:28:27En daarom heden dan.

1:28:30Zo gij zijn stem hoort.

1:28:33Verhard u toch niet.

1:28:35Zie je niet dat je daarmee bezig bent om jezelf te verharden.

1:28:41Als jij doorgaat.

1:28:45Geloof zijn heil en troostrijk woord.

1:28:49En dat gold ook voor de joden van die tijd.

1:28:53Niet dat dat Gods laatste woord was voor de joden.

1:28:56Nee zo niet.

1:28:58Maar wel een diep ingrijpend oordeel.

1:29:03En God heeft ze gewaarschuwd.

1:29:06En ze

1:29:11hebben niet geluisterd.

1:29:13De graven werden geopend.

1:29:15Er waren veel rotsgraven bij.

1:29:19En vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt.

1:29:25Dus wat is daar precies gebeurd?

1:29:28Door die aardbeving komen vele graven.

1:29:31Die komen open te liggen.

1:29:34En vele mensen die gestorven zijn, die komen tot leven.

1:29:40En zij liggen daar drie dagen in hun graf te kijken.

1:29:46En pas op de paasmorgen zijn zij in de stad verschenen.

1:29:59En dan hebben wij heel veel nieuwsgierige vragen te stellen.

1:30:14En ondertussen wordt er iemand de kerk uitgedragen.

1:30:17En ik denk dat daar heel goed voor gezorgd wordt.

1:30:23En ik hoop dat ik nog een beetje aandacht voor het woord van God mag hebben.

1:30:30En wat wil Matthäus daar nou mee zeggen?

1:30:33Dat zoveel doden zijn opgewekt en ze zijn verschenen in de heilige stad.

1:30:39Daar wil Matthäus dit mee zeggen.

1:30:42De dood van Christus is levenwekkend.

1:30:48En dat gebeurt als het ware gelijk al.

1:30:53Christus noemt zichzelf het stervende tarwegraan.

1:30:57En hij zegt, als een graankorrel alleen blijft, brengt hij geen vrucht voort.

1:31:03Maar hij moet in de grond worden gestopt.

1:31:06En die korrel moet sterven.

1:31:09En dan brengt hij veel vrucht voort.

1:31:12En dat zie je.

1:31:14Dat met Goede Vrijdag de doden worden opgewekt.

1:31:20En wat betekent dat?

1:31:22De dood van Christus is het leven voor de kerk.

1:31:32Doordat hij sterft mag ik leven.

1:31:36En andersom.

1:31:38En ik hoop dat je het begrijpt.

1:31:40Het leven van Christus betekent het sterven van zijn kinderen.

1:31:49Moet ik het een beetje uitleggen?

1:31:51De levende Christus, als die in jouw hart woont, krijg jij een stervend leven.

1:31:59Je moet sterven aan je eigen ik.

1:32:02En dat doet pijn.

1:32:05En in die weg ervaart u wat dan?

1:32:10De opstandingskracht.

1:32:12Van de heren.

1:32:14Ervaart u.

1:32:15De kracht van zijn dood.

1:32:17En de kracht van zijn bloed.

1:32:20En die heidense hoofdman.

1:32:23Die staat erbij.

1:32:25Heeft dat aangezien.

1:32:27De

1:32:28kruising.

1:32:29Het gedrag van de heren Jezus.

1:32:32Die drie uurige duisternis.

1:32:36Heeft alles aangezien.

1:32:38De aardbeving.

1:32:39En die heidense Romeinen.

1:32:42Die zegt, met zijn soldaten, waarlijk, deze was God zo.

1:32:51En Matthäus die kijkt ons aan en die zegt, er komen er nog veel meer.

1:32:59De Joden hebben hem bespot.

1:33:01Niet allemaal, maar wel veel.

1:33:03Maar het zijn heidenen die tot die goddelijke ontdekking komen.

1:33:09Deze is God zo.

1:33:13Hun ogen gaan open.

1:33:15En op die plaats der schande.

1:33:18Klinkt de lof des Heer.

1:33:22Deze is Gods Zoon.

1:33:27Zalig zijn ze.

1:33:29Wie hij niet onbekend is gebleven.

1:33:35Hij zegt het.

1:33:36Ik leef.

1:33:38En gij zult leven.

1:33:41Al gaat het door het water.

1:33:43En al gaat het door het vuur.

1:33:45Hij zorgt voor je.

1:33:49En als jij denkt dat je omkomt.

1:33:51Je zult alleen maar ervaren.

1:33:54De kracht van zijn dood.

1:33:56De kracht van zijn opstanding.

1:33:59Vrees niet.

1:34:02En als u hem niet kent.

1:34:04Mag ik u dan een goede raad geven.

1:34:09Roep dag en nacht naar de hemel.

1:34:13En vraag één ding.

1:34:15Heere Jezus.

1:34:17Mag ik u leren kennen?

1:34:19Amen.

1:34:22Zullen wij samen danken?

1:34:26Heren,

1:34:28gedenk aan ons.

1:34:31Ook aan die man die net de kerk is uitgedragen.

1:34:35U weet hoe het met hem is en wilt u voor hem zorgen.

1:34:40En dat vragen wij u voor ons allen.

1:34:43Heren, breng ons veilig thuis.

1:34:46Gedenk de luisteraars thuis.

1:34:49Gedenk ze die alleen thuiskomen, alleen hebben geluisterd.

1:34:55En mag het nog wat nalaten heren.

1:34:58Deze dag.

1:34:59Dat wij hem zouden mogen lief hebben.

1:35:04Omdat hij het waardig is.

1:35:06Dat alles vragen wij u.

1:35:09Uit genade alleen.

1:35:11Amen.

1:35:14Onze slotsang is 22 vers 12.

1:35:2022 het twaalfde vers.

1:35:24Gij die God vreest.

1:35:27Gij alle prijs den Heer.

1:35:29En wat ermee volgt uit 22, 12 de vers.

1:35:34[GEZANG]

1:38:53Gaat u heen in vrede en ontvang met een biddend hart de zegen des Heren.

1:39:00De genade van de Heer Jezus Christus.

1:39:04En de liefde van God de Vader.

1:39:07En de gemeenschap van de Heilige Geest.

1:39:11Zijn met u allen.

1:39:13Amen.

1:39:14[GEZANG]