0:00[GEZANG]
9:41Gemeente, we hebben namens uw kerkraad voor u nog de volgende afkondigingen.
9:46Dinsdag 20 januari is er een bewustwordingsavond evangelisatie, aanvang om half acht.
9:51Tijdens deze avond zal Jos van der Hoog, die evangelist is in de Amsterdamse Bijlmer, ingaan op de noodzaak van evangelisatie.
10:00Meer informatie vindt u in de voorlaatste kerkbode.
10:05Dinsdagavond 20 januari is er ook de eerste toeristingsavond voor zorgpersoneel.
10:11Deze avond vindt plaats in het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente te Dirksland.
10:16Meer informatie vindt u in de laatste kerkbode.
10:21Van genoemde voornemens geldt zo de Heere wil en wij leven zullen.
10:25De collecten deze dienst, de eerste is voor het pastoraat, de tweede voor de kerkvoogdij en de derde collecten voor de aflossing van de kerk.
10:33Alle collecten worden van harte in uw meldadigheid aanbevolen.
10:38Beginnen wij dan deze dienst.
10:41Onze hulp.
10:44En onze enige verwachting.
10:46Is in de naam des Heren, Heren.
10:49Die hemel en aarde geschapen heeft.
10:53In de naam van die God.
10:55Die trouwen houdt.
10:56En die eeuwig leeft.
10:58En die nooit zal laten varen.
11:01De werken zijn er handen.
11:04Amen.
11:07Gemeente zetten wij deze dienst voor door met elkaar te zingen uit Sam.
11:1040 en daarvan het achtste vers.
11:13Verheug het volk, verblijt hen allen, heren, die naar u zoeken te elken stond.
11:19Leg steeds uw vrienden in de mond.
11:21De grote God zij eeuwig lof en eer.
11:25Ofschoon ik arm ben en ellendig, denkt God aan mij bestendig.
11:31Gij zijt mijn hulp, mijn kracht, mijn redder, o mijn God, bestuurder van mijn lot.
11:38Vertoef niet, blijf niet uit, hoor mijn klacht.
11:4240 vers 8.
11:44De
11:44[GEZANG]
14:47Heer zal deze avond opnieuw tot ons spreken vanuit het Oude Testament, vanuit het Bijbelboek Hosea.
14:53We hebben vanmorgen gehoord hoe
14:57de Heer een vergelijking maakt tussen een overspelige vrouw en Israël.
15:06Israël spreekt overspeld ten aanzien van de Heer, de levende God.
15:12Die als het ware de wettige echtgenoot is van Israël.
15:15Omdat de Heer een verbond met het volk gesloten heeft.
15:20En Hosea moet dan met deze vrouw in het huwelijk treden.
15:23Ze kregen drie kinderen heb ik gezegd.
15:25Israël wat laat zien.
15:26Hij gaat over van de zegen naar de vloek.
15:29Het oordeel.
15:32Lo rugama niet ontfermd.
15:34Lo ami niet mijn volk.
15:38En dan in hoofdstuk 2.
15:39We hebben gehoord hoe dat oordeel verder vorm krijgt.
15:44En dan gaan we nu, vanavond als de Heer het geeft, bij de laatste versen stilstaan, 13 tot 22.
15:50Dat de Heer de redenen neemt uit zichzelf om dit volk op te zoeken.
15:54En hen van het verderf te redden en weg ter ontkoming aan te wijzen.
16:01Maar voordat we dat doen, gaan we eerst in gehoorzaamheid aan de Heilige Schriften met de kerk van alle tijden en plaatsen beleidenis doen van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
16:11Zo u dat opgetekend vindt in de twaalf.
16:14En in ieder geval nu spreken in zijn of haar hart al dus.
16:18Ik geloof in God de Vader, den Almachtige, Schepper des Hemels en der Aarde.
16:26En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heere, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria, die
16:38geleden heeft onder Pontius Pilatus.
16:41Is gekruisigd, gestorven en begraven.
16:45Nedergedaald ter helle.
16:47Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
16:52Opgevaren ten hemel.
16:54Zittende ter rechterhand gods.
16:56Des almachtigen vaders.
16:58Van waar hij komen zal om te oordelen.
17:01De levenden en de doden.
17:04Ik geloof in een heilige geest.
17:07Ik geloof één heilige, algemene christelijke kerk.
17:11De gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden,
17:16wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.
17:23Amen.
17:24Lezen wij verder Hosea 2.
17:29Twist tegen jullie de moeder.
17:32Twist, omdat zij mijn vrouw niet is en ik haar man niet ben.
17:36En laat ze haar hoererijen van haar aangezicht en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.
17:44Opdat ik haar niet naakt uitstroop en zette haar als de dagen toen zij geboren werd.
17:50Ja, maken haar als een woestijn.
17:53En zetten haar als een dor land.
17:56En doden haar door dorst.
17:58En mij haar kinderen niet ontfermen.
18:01Omdat zij kinderen der roererijen zijn.
18:04Want hun lieden moeder hoereert.
18:07Die een lieden ontvangen heeft, handelt schandelijk.
18:11Want zij zegt, ik zal mijn boelen nagaan.
18:14Die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.
18:22Daarom, zie, ik zal uw weg met doornen betuinen.
18:26En ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.
18:32En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelfde niet aantreffen.
18:35En ze zal hen zoeken, maar niet vinden.
18:38Zij zal zeggen, ik zal heengaan en keren weder tot mijn vorige man.
18:43Want toen was mij beter dan nu.
18:46Zij bekent toch niet dat ik haar het koren en de most in de olie gegeven heb.
18:51En haar het zilver en het goud vermenigvuldigd heb.
18:54Dat zij tot de baal gebruikt hebben.
18:59Daarom zal ik wederkomen en mijn koren wegnemen op zijn tijd.
19:04En mijn most op zijn gezette tijd.
19:07En ik zal wegrukken mijn wol en mijn vlas.
19:11Dienend om haar naaktheid te bedekken.
19:14En nu zal ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen van haar boelen.
19:19En niemand zal uit mijn hand verlossen.
19:22En ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbaten.
19:29Ja, al haar gezette hoogtijden.
19:32En ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgenboom.
19:38Waarvan zij zegt, deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn boelen gegeven hebben.
19:44Maar ik zal ze stellen tot een woud.
19:46En het wild gedierte des velds zal ze vreten.
19:51En ik zal over haar bezoeken de dagen der baals waarin zij dien gerookt heeft.
19:56En zich versiert met haar voorhoofdsiersel en haar halssieraad.
20:01En is haar boelen nagegaan.
20:04Maar heeft mij vergeten, spreekt de Heere.
20:08Daarom zie, ik zal haar lokken.
20:11Ik zal haar voeren in de woestijn.
20:14En ik zal naar haar hart spreken en ik zal haar geven, haar wijngaarden vandaar af en het dal van Agor tot een deur der hoop.
20:26En al daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dagen toen zij optoog uit Egypteland.
20:34En het zal te diendagen geschieden spreek de heren, dat gij mij noemen zult mijn man en niet meer noemen zult mijn baal.
20:45En ik zal de namen der baals van haar mond weg doen.
20:49En zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.
20:53En ik zal te dien dagen een verbond voor hen maken.
20:58Met het wild gedierte des velds.
21:00Met het gevolgete des hemels.
21:03En het kruipend gedierte des aardbodems.
21:06En ik zal de boog en het zwaard en de krijg van de aarde verbreken.
21:11En zal een inzekerheid doen nederliggen.
21:16En ik zal u mij ondertrouwen in eeuwigheid.
21:19Ja, ik zal u mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht.
21:23In goede tierenheid en in barmhartigheden.
21:29En ik zal u mij ondertrouwen in geloof.
21:31En gij zult de Heren kennen.
21:34En het zal te diendagen geschieden dat ik verhoren zal.
21:38Spreek de Heren.
21:40Ik zal de hemel verhoren.
21:42En die zal de aarde verhoren.
21:44En de aarde zal het koren verhoren.
21:47Met schades de most en de olie.
21:49En die zullen Israël verhoren.
21:52En ik zal ze mij op de aarde zaaien.
21:55En zal mij ontfermen over Lorigama.
22:00En ik zal zeggen tot Loami.
22:02Gij zijt mijn volk.
22:05En dat zal zeggen.
22:07O mijn God.
22:11Zullen wij voren met elkaar de heren bidden om een onverdiende.
22:15Maar onmisbare zegen over ons samen zijn.
22:19Bidden.
22:24Heere, uw
22:29goedheid is hemelhoog.
22:32Uw waarheid tot de wolkenboog.
22:37Uw recht zingt de dichter is als godsbergen.
22:40Uw oordeel grondloos, niet te peilen.
22:45O Heere, het wil wat zeggen.
22:48U bent de Heere.
22:50Hoog verheven en toch ziet u laag neer.
22:55En hebt u de haren van ons hoofd ook deze avond geteld.
23:02Want het is waar, u bent niet ver van een ieder van ons.
23:07Heren, dat ons dat met diepe eerbied en ontzag voor uw heilige majesteit zou vervullen.
23:15Heren, we hebben het vanmorgen gehoord.
23:18Op en onder de kansel wie wij zijn.
23:23En dan is er van uw maaksel geen goed te verwachten.
23:27En dat was niet omdat u het niet goed gemaakt hebt, maar omdat wij het alles verdorven hebben.
23:35Heren, wat ziet het dan vanavond uit naar uw overkomst?
23:43Scheur dan deze avond de hemelen, heren.
23:46Daal neder, beur in een hoog vertrek.
23:49Stort uw geest uit op alle vlees.
23:53Dat het waar mag worden wat Oot-Jo al schreef.
23:57Dat ook uw zonen en uw dochters zullen profiteren.
24:01Heren dat zo vol van uw geest.
24:05Mag wezen in dit uw bede huis.
24:08Dat
24:11dit huis van vreugde druisen.
24:14Heren wat kunnen wij zeggen en denken.
24:16Dat kan niet.
24:18Dat was van toen.
24:20Maar u bent onveranderd.
24:22U bent in eeuwigheid.
24:25Dezelfde.
24:26De heren.
24:28En heren dan hebben wij u alle reden gegeven.
24:30Om ook vanavond.
24:31Deze kerk voorbij te gaan.
24:34Want wij zijn niet opgekomen zoals we gemoeten hadden.
24:37Ons hart is niet voor u zoals het moet zijn.
24:40Maar heren u neemt toch altijd redenen uit uzelf.
24:45O doe dat dan ook deze avond.
24:47En ontferm u.
24:49Naar de rijkdom van uw genade en barmhartigheid.
24:53Over dit uw volk.
24:56Deze uw gemeente.
24:59Heren ga de rijen toch door.
25:01Hoeft er niet eentje achter te blijven.
25:04Als we nou vanmorgen gehoord hebben van de schrik des heren.
25:08O mag die ons dan bewegen tot het geloof.
25:12Maar dan anderzijds ook vanavond dat die liefde van Christus ons zal drijven.
25:18Heren
25:20bereid uw koninkrijk nog uit.
25:23Want het is toch in de veelheid van de onderdame.
25:26Dat uw heerlijkheid gezien wordt.
25:29O heren niet ons.
25:31Maar uw naam alleen.
25:33Tot eer.
25:35Gedenk ons heren we zijn opgekomen.
25:38En ook opnieuw namen wij ons zelf mee naar dit uw bedenhuis.
25:42We brachten de wereld in de kerk.
25:45Maar heren, nou bidden we u dat u al het wereldse eruit wegneemt.
25:52Plaats en plek maken voor uzelf.
25:54Maar we brachten ook onze kruizen mee.
25:57Bekend en onbekend.
26:00Zichtbaar en onzichtbaar.
26:02En daarom bidden we u, heren.
26:05Ook opnieuw ligt u onze kruizen op.
26:09Geef dat wij het mogen werpen op u die het gezegd heeft.
26:13Werp al uw bekomenis op hem.
26:15Want hij zorgt voor u.
26:17O heren, help ons los te laten wat wij tot u brengen.
26:24En geef ons, heren, geloof dat onze nood in uw handen de beste plaats is.
26:34Want al gaat de nood zo hoog, u rijkt hoger.
26:39Al is de ellende waar wij in verkeren zo diep.
26:43Uw hand reikt dieper.
26:45Al zijn we nog zo ziek in de kerk of buiten de kerk.
26:49Met hier verbonden.
26:50U bent de geneesheer.
26:52Al is onze rouw zo schrijnend.
26:54Onze pijn zo diep van het gemis.
26:57U troost.
26:59Beter dan een mens troosten kan.
27:03O heren, gedenk ons dan deze middag.
27:07Gedenkt u heren de huwelijken in Oudorp.
27:10U weet wat er op afkomt.
27:13U weet heren.
27:14Wat de branding van deze tijd vraagt.
27:17Als de stromen op onze huwelijken neerdalen.
27:21Met allerlei bewegingen van vernieuwing.
27:24En idealen.
27:27Vaak zo werelds.
27:30En u weet hoe dat aansluiting vindt in onze harten.
27:33Dat wij onszelf moeten gaan ontplooien.
27:36Ten koste van man.
27:38Van vrouw.
27:39Van kinderen.
27:40O heren.
27:42Houdt bijeen wat uw hand samenbracht.
27:45En dan weet u heren.
27:47Het stille verdriet binnen de huwelijken.
27:50Als daar eenzaamheid is binnen het huwelijk.
27:54Heren wilt u herstel geven waar mogelijk is.
27:59Heren wilt u geven daar waar therapieën gevolgd worden.
28:03Dat dat gezegen mag worden.
28:06Heren houdt ons vast.
28:08Houdt ons bij de moed.
28:09Geeft de duivel niet nog meer ruimte.
28:13Want als er ook kinderen zijn, gaat er zo vaak veel kapot.
28:17Ach, Heer, u weet wiens hart dat met smart vervult vanavond.
28:22O, geef wat nodig is in de opvoeding van de kinderen.
28:27Geef wat nodig is om hen voor te gaan in de vrezen van uw naam.
28:33En geef ook de kinderen gehoorzaamheid aan hun ouders.
28:37Heer, u gaf ze toch.
28:40En u wilde toch dat zij uw ogen, uw handen en uw hart op deze aarde voor de kinderen zijn.
28:48Maar dat ze dat niet weg zullen slaan.
28:51Want u hebt toch immers beloofd.
28:53Dat daar waar liefde woont.
28:56Daar gebiedt u toch de zegen.
28:58U hebt beloofd dat u daar zelf wilt wonen.
29:02Daar wordt uw heil verkregen.
29:04De zaligheid en het leven.
29:05Tot in eeuwigheid.
29:07Heer u bent een God die belooft en die waarmaakt.
29:09O mogen we het ervaren.
29:12Heere gedenk die huwelijken.
29:14Waar de kinderzegen nooit is gekomen.
29:18Heer, u weet hoe dat voor deze ouders is.
29:21Voor deze mannen en vrouwen is deze echtpaar in.
29:25Ze hadden zo graag ouders willen zijn.
29:29En anderen misschien minder.
29:33Maar heren, zou u willen geven dat waar leegte ervaren wordt.
29:37En waar toch de mogelijkheid bestaat.
29:40Zou u dan nog jong leven,
29:44nieuw leven in de moederschoot willen leggen.
29:48Als een wonderlijk borduur zo.
29:51En heren, mag dat dan onder uw hand opgroeien.
29:56Heren, u bent toch een God van wonderen.
29:59Uw woord is er vol van.
30:02Onvruchtbaarheid staat u zelfs niet in de weg.
30:06Heren, gedenk.
30:08Wanneer wij geen kinderen kregen en ongetrouwd bleven.
30:12Ook dan kan het pijn doen.
30:15Alle broers, alle zussen, alle vrienden, alle vriendinnen.
30:19Praten over kinderen.
30:21En wij hebben ze niet.
30:23Heren, wilt u ook dan.
30:27In eenzaamheid bewaren voor een zondig verlangen.
30:32Heren geef.
30:34Dat we mogen zien als er geen kinderen zijn in of buiten het huwelijk.
30:38Zo alleen zijn.
30:40Dat u ons toch de kinderen van de gemeente ook heeft toevertrouwd.
30:44En dat wij mogen doen waar ouders vaak zo weinig tijd voor over hebben.
30:49En voor vinden nog.
30:52Bidden.
30:54Met u over de kinderen van de gemeente te spreken.
30:58Om uw zegen af te smeken.
31:00Over het opgroeiend geslacht.
31:03Met die verwachting dat u het beloofd hebt.
31:05Dat uw trouw zelfs rust op het later nageslacht.
31:09Heren, gedenk.
31:11In alle omstandigheden van het leven.
31:14Ook in ons eigen volk en vaderland.
31:17Ooit het Israël van het Westen.
31:20En nu, heren.
31:22Elke dag worden er meer dan honderd baby's vermoord.
31:27Elke dag worden er mensen geholpen om een eigen gekozen einde aan het leven te maken.
31:35Heren, we bidden u om herstel.
31:38Om genezing van ons land en volk.
31:41En u hebt ons de weg gewezen.
31:43In die mijn volk zich zal veroutmoedigen en bidden.
31:49Zo zal ik aan mijn verbond gedenken.
31:52En het land genezen.
31:54O heren, leer ons dan zo voor u te buigen.
32:00En denk dan aan uw woord.
32:02Ons ten goede om uw goedheid eer te geven.
32:05Gedenk allen die een plaats gekregen hebben in Slans vergaderzalen.
32:10Op welk niveau dan ook.
32:13Heren, geef wat nodig is.
32:15En bijzonder wel als wij staan voor uw woord.
32:18Geef ons een vrijmoedig getuige te zijn op die plaats.
32:23Heren, gedenk in deze wereld die bloed uit duizend wonden.
32:27Waar spanningen oplopen.
32:30Waar wereldoorlog dreigt.
32:33Dat
32:34wij ons mogen berusten.
32:36In het God de Heere regeert.
32:40En dat wij zouden doen wat de dichter zegt.
32:43Het beeft.
32:43Gij volken.
32:45Eerd hem.
32:47O grote koning van uw kerk.
32:49Zo ziet alles op u.
32:51Het blijft ook alles op u wachten.
32:54Hoor en verhoor ons nog.
32:56Om dienst wil die gij altijd hoort.
32:58Om Christus wil.
33:01Amen.
33:07Gemeente.
33:08Wij lezen in Genesis 3 vers 15 die bekende tekst.
33:11En ik zal vijandschap zetten.
33:13Tussen u en tussen deze vrouw.
33:15Tussen uw zaad en tussen haar zaad.
33:18Datzelfde zal u de kop vermorzelen.
33:20En gij zult het de verzenen vermorzelen.
33:24Wat denkt u?
33:26Wat voor hoop en verwachting was er voor Adam en Eva?
33:31Na de zondeval.
33:33Wat hadden zij te verwachten?
33:35Wat had de Heer beloofd?
33:37Ten dagen als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.
33:42Dus welke verwachting hadden ze?
33:44Omkomen.
33:46Voor eeuwig.
33:48Sterven.
33:49Verloren gaan.
33:50Maar wat lezen we dan?
33:53En ik zal.
33:56De Heer zegt, ik doe het.
33:58Ik neem redenen uit mijzelf.
34:01U onbekend.
34:02Later zal de Heer er iets meer van zeggen, van die redenen in zijn hart.
34:06Maar ik zal vijandschap gaan zetten.
34:08Ik zal aan de spits treden.
34:10Ik zal hulp bieden.
34:12Ik zal redding en verlossing geven.
34:15En gemeente, vanavond zullen we er nog iets meer van horen.
34:18Hoe de Heer dat doet.
34:19Vanuit het u voorgelezen schriftgedeelte, de versen 13 tot 22.
34:24Waar het gaat over Gods onbegrijpelijke liefde voor zondaren.
34:28Wordt uitgetekend in het ik zal.
34:32Gods onbegrijpelijke liefde voor zondaren.
34:36Wordt uitgetekend in het ik zal.
34:39Drie gedachten vragen onze aandacht.
34:41Ten eerste door hem in de woestijn gevoerd.
34:44De verse 13 tot 17.
34:47Ten tweede door hem ondertrouwd.
34:5018 en 19.
34:51En ten derde door hem hersteld.
34:5420 tot 22.
34:56Dus door hem in de woestijn gevoerd.
34:59Door hem ondertrouwd.
35:01En door hem hersteld.
35:04We gaan daar ook van zingen.
35:05Psalm 32, het eerste vers.
35:08Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven, die van de straf voor eeuwig is ontheven.
35:15Maar ook dat gebed ik beken, o heren, aan u oprecht mijn zonden.
35:21Ik verborg geen kwaad, geen enkel kwaad, dat in mij werd gevonden.
35:26Maar ik beleed naar ernstig overleg mijn boze daden.
35:31En o wonder, gij naamt.
35:34Die gunstig weg.
35:3632, 1 en 3.
35:38[GEZANG]
42:13Ten eerste door hem in de woestijn gevoerd.
42:19Gemeente, als u nou vanmorgen goed geluisterd hebt.
42:25Wat is er dan nog voor verwachting voor Israël?
42:30Wat is er dan nog voor verwachting voor een zondaar?
42:37En dan begint daar vers 13 met deze woorden.
42:40Daarom ziet.
42:41Je zou zeggen, nou dan volgt daar iets op als.
42:44God nam afscheid van Israël.
42:47God zocht zichzelf een nieuw volk naar zijn hart.
42:53Naar zijn welbehagen.
42:55Maar nee, dat staat er niet.
43:00Daarom ziet ik zal.
43:05En dat is nou het eigen aan het werk van de heren.
43:09Hoe zwaar, hoe menigmaal zegt de dichter wij ook zijn wetten schonden.
43:15Het
43:17komt altijd van zijn kant.
43:19Hij zoekt ons.
43:21En daarom gaan wij hem zoeken.
43:23Hij heeft ons eerst lief gehad.
43:25Daarom gaan wij hem lief hebben.
43:29Want ik neem u nog even weer mee naar het paradijs.
43:33Om dat te onderstrepen.
43:34Ik zal.
43:36Adem en Eva, daar staan ze.
43:39Ze zien het.
43:40In de schande van hun naaktheid.
43:42Ze horen God aankomen.
43:45Sterven.
43:45Omkomen.
43:48En dan die wonderlijke woorden.
43:51Ik zal vijandschap zetten.
43:54Ik zal het doen.
43:55Maar ja, hoe moest dat?
43:57Zonder bloedstorting geschiet er geen vergeving.
44:00Adam en Eva hadden gedood moeten worden.
44:02Maar wat doet de Heer dan?
44:04Na zijn alwijze beraad en zijn oneindige diepe liefde.
44:11Hij neemt zichzelf een land en brandoffer.
44:15Hij slacht als eerste een dier.
44:19En dat bloed der verzoening vloeit in het paradijs.
44:22En van die klederen, van dat vel van dat dier, daar worden Adam en Eva door gekleed.
44:29Ik zal.
44:32Ik zal.
44:33Hij is altijd de eerste.
44:36En dan?
44:38Wat gaat de Heer doen?
44:39Hij zegt, ik zal haar lokken.
44:44Ik zal haar ertoe verleiden.
44:46Ik zal haar het hof maken.
44:50Heel eenvoudig, jongelui.
44:52Zoals jullie dat misschien wel doen als je verliefd bent.
44:54Dan probeer je indruk te maken.
44:56Je probeert als het ware onder iemands huid te komen.
45:00Aandacht te trekken voor jou.
45:03Een ander overtuigen van je liefde.
45:07En de Heer gaat dat ook met Israël doen.
45:09Hij zegt ik ga je lokken.
45:12Ik ga je lokken tot een hernieuwd verbond met mij.
45:16De levende God.
45:19En dan zal ik je gaan voeren.
45:22In de woestijn.
45:27Gomer is inmiddels op de achtergrond verdwenen.
45:29De Heer spreekt hier rechtstreeks tot Israël.
45:33Ik ga je naar de woestijn brengen.
45:36In vers 2 werd daar al mee gedreigd.
45:40En toen ging het over Gomer.
45:41Ik zal er als een woestijn maken.
45:44Wat is nou het eigene van een woestijn?
45:47Een vruchtbare vlakte.
45:50Een leegte.
45:52Wie daar wordt overgelaten aan zichzelf, is aan de dood als het ware overgeleverd.
45:58Een woestijn is de plaats van omkomen, van sterven.
46:04Maar hier in die omkering die je na vers 13 volgt, gaat de woestijn een heel andere rol vervullen.
46:15De woestijn krijgt hier als het ware de betekenis van de woestijnreis.
46:20De plaats waar de Heer door middel van het verbond.
46:23Tot zijn volk kwam te spreken.
46:26Waar hij zijn verbond oprichtte.
46:28Waar hij zijn volk in de woestijn.
46:30De plaats van leegte, vruchtbaarheid en doodzigheid.
46:35Zijn volk in het leven heeft gehouden.
46:38Uit zijn volheid.
46:42Ik ga haar voeren in de woestijn.
46:46Waar naartoe?
46:47Naar de berg Sinai.
46:50Waar hij de leefregels voor het leven met hem zal.
46:54Gaan duidelijk maken de tien geboden.
46:58Waar hij duidelijk zal gaan maken hoe hij gediend wil worden.
47:04Daar gaat de Heer als het ware het volk Israël opnieuw na de ballingschap in terugbrengen.
47:12De woestijn, de plaats als het ware.
47:14Waar het tweede huwelijk van de Heer met het volk begon.
47:20Of zal beginnen.
47:22Waar de Heer als het ware het eerste huwelijk begon.
47:25En het tweede huwelijk begon.
47:27Daarmee verder zal gaan.
47:29En dan ga ik naar haar hart spreken.
47:32Teder spreken.
47:34In liefde spreken.
47:36Om het hart van dat volk om te buigen.
47:40Om te buigen naar de heren toe.
47:45Zoals Boaz eens teder tot Rut heeft gesproken.
47:52Gemeente, dat is nou het eigen aan het werk van de heren.
47:56Hij brengt degenen die hij gaat zalig maken in de woestijn.
48:03U zegt, hoe dan?
48:06Nou, die mensen komen op een plaats waar ze denken om te komen.
48:11Waar dan?
48:13Weet je waar die komen te staan?
48:15Onder aan de voet van de berg Sinai.
48:18Wat horen ze daar?
48:22Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.
48:34Dat verschrikt het hart.
48:38Dan wordt die vloek levend.
48:39Dan wordt het waar wat Paulus zegt.
48:41Als het gebod is ingekomen, wordt uw zonde levend.
48:44Dan ga je zien, ik heb gezondigd.
48:47Ik heb gedaan, heren, wat kwaad was in uw ogen.
48:51Ik heb uw wet overtreden, willens en wetens.
49:00Dan gaat de Heer je overtuigen.
49:02Van zonde, van gerechtigheid, van oordeel.
49:11Maar dan dat wonder dat de Heer dan tot je hart gaat spreken.
49:16Dat hij je wil gaat ombuigen.
49:19Wat ik vanmorgen gezegd heb.
49:21Dat de wereld.
49:24Die brug daar naartoe wordt opgetrokken.
49:27Dat je het daar niet mee kan houden.
49:30Maar dat je hem achterna gaat roepen.
49:32Dat je alleen nog maar kan hopen op zijn ontferming.
49:34Op zijn genade.
49:36Op zijn onderhouding.
49:38En door middel van die weg.
49:40Die je zelf niet kan doorzien en overzien.
49:43Want je denkt elk ogenblik om te moeten komen.
49:46Gaat de Heer het toewerken.
49:48Naar een hereniging.
49:50Een hernieuwde verbondssluiting.
49:55Ik zeg je ziet dat zelf niet.
49:59Want vraag het maar na aan Gods kinderen.
50:01Toen de Heer je liet zien wie je was.
50:03En wie je blijft.
50:06Dan moet je het eerlijk bekennen.
50:08Uit u geen vrucht meer in de eeuwigheid.
50:12Wordt uitgehouden en in het vuur geworpen.
50:18Omkomen.
50:20En dat naar recht.
50:23Maar dan houdt het niet op gemeente.
50:26Wat zegt de Heere dan?
50:27En ik zal haar geven naar wijngaarden van daaraf.
50:32En het dal Agor tot een deur der hoop.
50:35En al daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd.
50:38Als ten dagen toen zij optoog uit Egypteland.
50:43Ziet u het beeld van de woestijnreis?
50:45Komt weer voor onze aandacht.
50:47Ten dagen van haar jeugd.
50:49Ten dagen toen zij optoog uit Egypteland.
50:54En wat doet de Heer het dan als hij Israël als bij vernieuwing in die woestijn gaat leiden?
50:59Als hij degene die de zijnen zijn van eeuwigheid maar in de tijd getrokken worden gaat brengen in de woestijn.
51:06Wat doet hij dan?
51:07Hij brengt ze in het dal van Agor.
51:10Wat is dat voor een plaats wel?
51:13Toen het volk Israël, Jeruzalem of het nieuwe Kanaan inging, het beloofde land.
51:17Moesten ze door die nauwe Jordaan verleiden.
51:20Het dal van Agor.
51:24En daarachter lag Israël, het beloofde land.
51:29Het dal van Agor was als het ware de sleutel tot dat beloofde land.
51:34Het dal van Agor, wat was dat voor een plaats?
51:38Kinderen, weten jullie wat daar gebeurd is?
51:42Weet je nog van Agan?
51:44Wat deed Agan ook alweer?
51:47Weet je nog?
51:48Hij had gestolen.
51:51En dat mocht niet, dat had de Heer gezegd.
51:54En daarom was de heren Israël tegen.
51:56Verloren ze de strijd tegen Ai.
52:00Het dal van Agor.
52:03Agor betekent in het Hebreus zoveel als moeite, problemen.
52:07Nou die had het volk.
52:08Ten gevolge van de ongehoorzaamheid aan Gods geboden.
52:14Maar zelfs dit dal van Agor.
52:18Waar die steenhoop staat ten bewijze van Gods oordeel.
52:23Over Agan en het volk.
52:26Die krijgt in deze omkering een nieuwe betekenis.
52:31Want daar wordt een deur van hoop geopend.
52:37Hopen op, verwachting hebben van.
52:43Weet je wat nou zo wonderlijk is?
52:44Dat het woordje voor hoop hier gebruikt in
52:49het Hebreeuws ook voorkomt bij Raga op de Hoer.
52:54Dat schalakenkoord, daar heb je hetzelfde woord terug.
52:58Dat koord dat was een baken van hoop.
53:02In een omgeving waar alles van de wanhoop getuigde.
53:07Waar alles erop wees.
53:08God komt met zijn oordeel voor Jericho.
53:11En alles gaat eraan.
53:13Dat wordt sterven.
53:15Maar ziende op dat koord.
53:17Daar lag behoud en leven in.
53:22Waarom deed Raghab dat?
53:24God had het gesproken.
53:27Door de mond van de verspieders.
53:28En daarom.
53:30Deed ze het eenvoudig, gehoorzaam aan Gods woord.
53:40Israël krijgt dus een boodschap van redding, van behoud.
53:46En de Heere gaat haar nog meer geven.
53:48Wijngaarden.
53:51De Heere gaat herstellen wat hij eerder heeft laten verwoesten.
53:55Wat wij vanmorgen hebben gehoord.
53:59Hoofdstuk 2, vers 11.
54:02En ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgenboom.
54:08Herstel.
54:11En wat is de reactie van het volk op deze dingen?
54:17En al daar zal zij zingen.
54:21Je kan het ook vertalen met, zij gaat reageren.
54:26Zij gaat het beantwoorden.
54:29Het volk reageert positief op dit spreken naar het hart door de heren.
54:40Maar gemeente, wat liggen ook hier vanuit dit vers rijke lijnen voor het geestelijke leven?
54:46Hoe kenmerkend is dat dal van Agor in het leven geweest van Gods kinderen.
54:54Die hebben het ervaren in die engte.
54:57Waar alles tegen hen getuigd en het omkomen leek.
55:01Daarin kwam hij ruimte te brengen.
55:04In die engte.
55:07Ze moesten door de dood naar het leven.
55:09Door de vloek naar de zegen.
55:11Door de hel naar de hemel.
55:14En dan is het de Heer die de deur opent.
55:16Want wij hebben de deuren gesloten naar God toe.
55:19Allemaal.
55:21Niet gewild dat u koning over ons zou zijn.
55:23Maar de Heer zegt dan ga ik de deur openen.
55:26Omdat mijn ingewand rommelt van warmhartigheid.
55:30Voor zondaren.
55:32En hoe doet hij dat dan?
55:34Hij opent die deur door middel van de prediking.
55:36Van de beloften van het evangelie.
55:39Voor zulke mensen die moeten omkomen.
55:41Die moeten sterven naar recht.
55:43Die mogen het horen.
55:44Er is vergeving altijd bij de Heer geweest.
55:51Er is behoudenis, want er is een ander.
55:54Een ander die wel voldaan heeft aan de wet.
55:58Die de vloek heeft weggedragen.
56:01Die je dood is willen sterven.
56:05Gods Zoon, Jezus Christus.
56:09En dat alles met het behoud van al Gods deugden.
56:14Voor wie is dat nu vanavond goed nieuws?
56:18Dat de Heer Jezus Christus gekruisigd is.
56:24Voor wie is het nu vanavond goed nieuws dat hij genoemd wordt zaligmaker?
56:30Redder, verlosser, Christus, de Heere.
56:36Uw volmaakte profeet, priester en koning.
56:41Wel voor al diegenen
56:45die oog voor hem hebben gekregen.
56:48Die een nood in hun leven hebben opgemerkt.
56:51Ik heb een verlosser nodig.
56:53Want ik ben...
56:56Ik kreeg reddeloos verloren.
56:59Daarom heb ik een redder nodig.
57:06Al diegenen die hoorden wat eisen Gods heiligheid deed.
57:13Gaan op zoek naar iemand die volmaakt kan beantwoorden aan al de eisen van Gods wet.
57:19Die volmaakte gehoorzaamheid.
57:22In het Dal Agor een deur van hoop.
57:25U zegt, heeft u voor mij nog zo'n woord van hoop?
57:28O ja.
57:30Heeft u het niet gehoord?
57:32Al zo lief heeft God de wereld gehad.
57:36Wereld.
57:38In mijn hart.
57:41Vijandschap tegen God.
57:43Die wereld.
57:44Dat hij zijn enige geboren zoon gegeven heeft.
57:47Opdat er ieder die in hem gelooft.
57:48Niet verderven maar het eeuwige leven hebben.
57:53Nog een deur van hoop.
57:59Ik zie uitgebreide armen van de middelaar.
58:02Die zegt kom.
58:04Herwaarts tot mij.
58:05Allen.
58:07Die vermoeid en belast zijn.
58:09Waarvan ben je vermoeid en belast?
58:10Oh, mijn zonde.
58:13Mijn schuld.
58:14Kan Gods wet niet voldoen?
58:16Hoe kan ik die prijs ooit betalen?
58:19Hij zegt, kom.
58:21Alle vermoeiden en belasten.
58:23Tot mij.
58:25En ik zal u rust geven.
58:31Oud Testamentisch breidt God ook zijn armen zo wijd uit.
58:36Hij zegt, wend u naar mij toe.
58:38Wie?
58:39O, alle geieinden der aarde.
58:43Vanavond wordt er niemand bij het kruis vandaan gehouden.
58:45Niemand.
58:46Er wordt niemand bij de kribbe vandaan gehouden.
58:50Niemand.
58:53Maar het grote verschil ligt hierin.
58:56Er zijn er vanavond in Oudorp die hem nodig hebben als het kind in de kribbe en de koning aan het kruis.
59:02En er zijn er die hem niet nodig hebben.
59:04En die hem nodig hebben.
59:06O, die zoeken hem.
59:08Waar ze hem kunnen vinden.
59:11In de kribbe.
59:11Aan het kruis.
59:13Aans vaders rechterhand.
59:14Die doen hun mond wijd open.
59:17In die wetenschap dat hij het beloofd heeft.
59:19Ik zal hem vervullen.
59:27Ben je bang dat je te lang gezondigd hebt?
59:34Ben je bang dat je te veel gezondigd hebt?
59:39Dat je het vanmorgen moest uitroepen?
59:42Israël was wel verschrikkelijk.
59:44Maar ik ben nog erger.
59:47Dat je met Paulus, met Ebid gesproken in discussie bent.
59:50Wie nou de grootste der zondaren is.
59:55Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon.
59:58Wast en reinigt van alle zonden.
1:00:02Van tachtig jaar zonden.
1:00:04Van negentig jaar zonden.
1:00:06Van honderd jaar zonden.
1:00:08Alle zonden.
1:00:09Blijf niet vasthouden aan die leugen van de duivel.
1:00:12Dat je te veel en te lang gezondigd hebt.
1:00:15Want dat is pure hoogmoed.
1:00:17Want dan zeg je dat het offer van Christus niet toereikend is voor jouw zonde.
1:00:21Durf je dat op je geweten te hebben?
1:00:24Te zeggen dat dat waar op Golgotha gebeurde.
1:00:27Dat kruis met Christus.
1:00:29Dat bloed.
1:00:30Die verzoening.
1:00:31Dat dat niet genoeg is voor jouw zonde.
1:00:35O, bidden heren dan toch om ogen die zien.
1:00:40Om een hart dat hem opmerkt.
1:00:43Om geloof om hem te omhelzen.
1:00:48En het zal te dien dagen geschieden, spreekt de Heer, dat gij mij noemen zult mijn man.
1:00:53En mij niet meer noemen zult mijn baal.
1:00:57Het
1:00:59gaat bijna alle kanten op, jongelui.
1:01:01Van de woestijnreis en nu weer naar het huwelijk.
1:01:05Maar probeer het maar te volgen.
1:01:07Niet meer mijn baal.
1:01:10De Heer is niet de baal.
1:01:12Ja, dat volk zei dat niet op de goede manier.
1:01:14Baal, Heermeester.
1:01:16Want dat betekent baal.
1:01:19Als zij Baal zeiden, dan noemden ze dat de heren met alle goden van de Baalsdienst.
1:01:25Met alles bij elkaar.
1:01:26Een menggod.
1:01:28En een menggodsdienst die de heren tot een gruwel is.
1:01:33Welke hij haat.
1:01:37Nee, de heren zegt, jij zult mij noemen weer mijn man.
1:01:45Het is weer hersteld.
1:01:48Wat is hersteld?
1:01:50Nou, kijk maar naar vers 1.
1:01:52Twist tegen jullie de moeder.
1:01:54Twist omdat zij mijn vrouw niet is en ik haar man niet ben.
1:02:03Het huwelijksverbond is hersteld, wordt hersteld.
1:02:09En het gaat van de heren uit.
1:02:11En de heren zegt, ik zal ervoor zorgen dat je het niet meer zeggen zult.
1:02:15Wat een gewonder.
1:02:17De heren zorgt dat wij hem in waarheid kunnen dienen.
1:02:22Daar doen wij niks aan.
1:02:24Ja, we moeten hem wel zoeken.
1:02:26We moeten wel leven naar zijn woord.
1:02:31Maar als ik dat laat afhangen van hoe goed ik het doe...
1:02:35dan word ik op zijn best een vrome fariseer zonder genade.
1:02:39Het
1:02:42kenmerk van Gods kinderen is dat ze bedelaars blijven.
1:02:46Ja, met genade, maar wel bedelaar.
1:02:51Gemeente, wat gebeurt er als de heren er zelf voor gaan zorgen...
1:02:54dat dat huwelijksverbond hersteld wordt?
1:02:58Weet je wat dan zo heerlijk waar wordt?
1:03:01Wat er in Jezaja 54 staat.
1:03:03Neem dat maar eens voor u, Isaiah 54 vers 10.
1:03:08Wil ik een stukje met u lezen, Isaiah 54 vanaf vers 10.
1:03:12Vanaf vers 4, sorry.
1:03:14Isaiah 54 vanaf vers 4.
1:03:17Dan zie je wat er gebeurt, dat de Heer het gaat herstellen.
1:03:21Wat zegt hij dan?
1:03:23Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden.
1:03:27Word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden.
1:03:31Maar gij zult de schaamte uwer jongheid vergeten.
1:03:34En de smaad van uw weduwsgap niet meer gedenken.
1:03:37Waarom niet?
1:03:38Want uw maker is uw man.
1:03:41Heren, daar is Garen is zijn naam.
1:03:44En de heilige Israëls uw verlosser.
1:03:47Hij zal de God des ganzen aardbodems genaamd worden.
1:03:53Uw maker is uw man.
1:03:55Een hernieuwde verbondsbetrekking.
1:03:58Een nieuw huwelijk.
1:04:00Want de Heer heeft u geroepen als een verlaten vrouw.
1:04:05Hoe beeldend.
1:04:08Een bedroefde van geest.
1:04:12Nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd.
1:04:17Hoewel gij versmaat zijt geweest, zegt uw God.
1:04:23Voor
1:04:26een klein ogenblik heb ik u verlaten.
1:04:30En oh, wat kan het dan donker zijn.
1:04:34Maar met grote ontfermingen zal ik u vergaderen.
1:04:38In een kleine toren heb ik mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen.
1:04:44En o, wat kan dat ogenblik in de ogen van een mens lang duren.
1:04:48Maar met eeuwige goede tierenheid zal ik mij u er ontfermen, zegt de Heer uw verlosser.
1:04:56En dan gaat de Heer dat bevestigen.
1:04:58Want dat zal mij zijn als de wateren van Noach.
1:05:02Toen ik gezworen heb dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan.
1:05:07Al zo heb ik gezworen.
1:05:10Ik zal niet meer op uw torenen.
1:05:14Nog op uw schelden.
1:05:19En dan gaat de Heer het nog eens bevestigen.
1:05:23En heuvelen zullen wijken en wankelen.
1:05:25Maar mijn goede tierenheid.
1:05:28Zal van u niet wijken.
1:05:30En het verbond mijns vredes.
1:05:32Zal niet wankelen.
1:05:33Zegt de Heere.
1:05:35Uw ontfermer.
1:05:38Is dat nou geen boodschap.
1:05:40Van
1:05:42herstel.
1:05:44Zie het als het ware gebeuren.
1:05:46Die schuldige zondaar.
1:05:48Het schuldige Israël.
1:05:49Schuldige gomer.
1:05:53Terugkeren tot de wettige.
1:05:57Heren en meester.
1:06:02Wetend alles verkeerd gedaan te hebben.
1:06:04Wetend op het hart van de heren getrapt te hebben.
1:06:10En dan die machtige belofte.
1:06:11Omdat God redenen uit zichzelf neemt.
1:06:16Omdat God ziet op het offer en op het lang.
1:06:20Ik zal niet meer op je tonen.
1:06:22Ik zal niet meer op je schelden.
1:06:24Ik zal dat nooit, maar dan ook nooit meer doen.
1:06:29Is het waar geworden in je leven?
1:06:33Heb je het zelf uit zijn mond gehoord?
1:06:38Daarbij eerst gestorven aan jezelf.
1:06:41Gestorven aan de wet.
1:06:43Met Christus gekruisigd.
1:06:45Want die schuld moet betaald worden.
1:06:48Maar ook met hem weer opgewekt.
1:06:50En dan mag je het weten.
1:06:53Nooit meer.
1:06:55Nooit meer zal hij op mij tonen.
1:06:57Nooit meer zal hij op mij schelden.
1:07:02Dan is er een voorkomende stel.
1:07:06In Christus.
1:07:08Die dat bewerkte.
1:07:11Dan is er vrede met God.
1:07:14En dat gaat nooit buiten het bloed om.
1:07:16Gaat nooit buiten de betaling.
1:07:17En buiten het kruis om.
1:07:21Maar dan geeft de Heer het in je hart.
1:07:23En dan wordt het onmogelijk om niet meer te geloven.
1:07:25Als je mag zien op dat lam.
1:07:28Ga je het met Thomas uitroepen.
1:07:29Mijn Heren.
1:07:31En mijn God.
1:07:36En ik zal de namen der baals van haar mond weg doen.
1:07:39En ze zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.
1:07:42Wat denk je?
1:07:44Als de Heer zichzelf zo weg schenkt.
1:07:48In zijn zoon.
1:07:49Aan zo'n schuldig volk.
1:07:52Dat ze dan nog over een baal willen praten.
1:07:57Over alles wat God niet is.
1:07:59Over alles wat Christus niet is.
1:08:06De Heer zegt.
1:08:07Daar sta ik ook voor in.
1:08:08Ik zal die namen van de baals van haar mond weg doen.
1:08:12Zie dat meervoud.
1:08:13Het volk had niet één afgod.
1:08:15Net als met ons.
1:08:15We hebben er vele.
1:08:19Je ziet het niet.
1:08:20Totdat de Heer je eraan ontdekt.
1:08:24Vanmorgen hebben we het erover gehad.
1:08:25Afgoden.
1:08:26De grootste afgod bij jezelf.
1:08:30Ik.
1:08:32Daar draait het om.
1:08:33Ik.
1:08:35Maar als de Heer je opnieuw ondertrouwt.
1:08:37Als de Heer je opnieuw in het huwelijk als het ware met hem bevestigt door het geloof.
1:08:42Dan is het niet meer ik.
1:08:44Maar dan is het Hij.
1:08:49Dan gaat je mond geen baals meer beleiden.
1:08:52Maar de naam van de Heer Jezus Christus.
1:08:56Want indien jij met uw mond zult beleiden de Heer Jezus.
1:09:00En met uw hart geloven dat God hem uit de doden opgewekt heeft.
1:09:04Zo zult gij zalig worden.
1:09:09Gemeente, wat
1:09:13beleid ik met mijn mond?
1:09:16Wat beleid jij, mijn jonge vriend, met je mond?
1:09:20En u, als
1:09:23u oud en grijs geworden bent.
1:09:25Wat beleid u met uw mond?
1:09:30Het leven in de Heer Jezus Christus.
1:09:34Of mijn
1:09:36geestelijke...
1:09:38U doodstaat.
1:09:41En daar kun je ook mee roemen.
1:09:45Daar kun je heel wat mee zijn.
1:09:48Eerlijk.
1:09:50Onbekeerd.
1:09:53De oude mens hoog op het vaandel.
1:09:58Zie je wel hoe eerlijk onbekeerd ik ben.
1:10:00God moet het toch doen.
1:10:01Dat is waar.
1:10:03Maar als je daar alleen maar bij blijft.
1:10:05Bij zo'n gelukkig.
1:10:09Bid je de heren doe het dan ook heren.
1:10:11Naar uw woord.
1:10:12Naar uw belofte.
1:10:15Laat je niet afhand en oog op de heffen naar omhoog.
1:10:20Dan kun je nooit meer eerlijk ombekeerd zijn, want dan zie je het.
1:10:24Ik heb niet eens verdiend dat de Heer naar me omziet.
1:10:28Want ik ben bij hem vandaan gegaan en hij niet als eerst bij mij.
1:10:36Zeg waar loopt je mond nu van over?
1:10:40Als ik het vanavond nou aan uw kind zou vragen, wat
1:10:45zou die dan van zijn vader of zijn moeder zeggen?
1:10:49Als ik het aan mijn zoon of dochter zou vragen,
1:10:53aan mevrouw.
1:10:56Wat zou ze dan zeggen?
1:10:57Ja, op zondag heeft hij een mooi verhaal, maar door de week.
1:11:02Het zou God geklaagd zijn als dat waar zou zijn.
1:11:07Het komt er zo op aan, gemeente.
1:11:10Kloppen onze woorden en onze daden.
1:11:16Wat gaat de Heer er dan nog meer doen?
1:11:18En ik zal te dien dagen een verbond voor hen maken met het wildgedierte des velds.
1:11:25Het gevogelte des hemels en het kruipend gedierte des aardbodems.
1:11:29En ik zal de boog en het zwaard en de krijg van de aarde verbreken.
1:11:34En ik zal hen in zekerheid doen neerliggen.
1:11:40Weer een omkering.
1:11:42Eerst zien we dat de gewild gedierte komt om de vijgenbomen en die andere
1:11:51bomen om die te verwoesten.
1:11:54En niemand zal er meer kunnen zijn om ze weg te sturen.
1:11:57Niemand.
1:11:59Maar de Heer zegt ook een verbond, een bindende afspraak maken met de dieren.
1:12:08En dat verbond is plechtig.
1:12:11Daar wordt aan gehouden.
1:12:15Maar als het verbond gebroken wordt, heeft dat zelfs gevolgen voor de dieren.
1:12:20Ik las dit in Leviticus 26.
1:12:22En zo gij met mij in tegenheid zult wandelen en mij niet zult willen horen.
1:12:27Zo zal ik over u naar uw zonden zevenvoudig slagen doen.
1:12:32Want ik zal onder u zenden het gedierte van het veld, het welk u beroven en uw vee uitroeien en u verminderen zal.
1:12:40En uw wegen zullen woest worden.
1:12:44Kijk, dat is het gevolg van de zonde.
1:12:45Maar de Heer zegt, ik ga herstel brengen in deze omkering.
1:12:50In deze hernieuwde woestijntijd.
1:12:58De dieren zullen de aarde niet meer woest maken.
1:13:02De dieren zullen de oogst niet meer opeten.
1:13:09Want er zal vrede zijn.
1:13:13En de vrede die de Heer het bewerkt.
1:13:15Daar heeft Jezaja al iets over geschreven.
1:13:18Dat is niet alleen een vrede waar ik zo op kom.
1:13:21Omdat er niet meer gevochten wordt tussen landen en volken.
1:13:24Maar het is ook een vrede die de dieren raakt.
1:13:27Want wat zegt Jezaja 61 en openbaring zegt er nog veel meer van.
1:13:31Dat de koe en de berin tezamen zullen wijden.
1:13:36Kun je het je niet voorstellen?
1:13:38Een leeuw en een lam samen zullen neerleggen.
1:13:44En een klein jongske zal ze wijden.
1:13:49Wat is dat een heerlijk beeld van de vrede.
1:13:52Die er wacht voor Gods kinderen.
1:13:55Die er is op de nieuwe hemel.
1:13:57En op de nieuwe aarde.
1:14:00Vrede in het nieuwe Jeruzalem.
1:14:01In het beloofde land voor Gods kerk.
1:14:06Weet je waarom er vrede is?
1:14:08Omdat de grote vredevos daar het middelpunt is.
1:14:12Alles gaat om hem.
1:14:14En daarom is er vrede.
1:14:16Omdat hij die vrede bracht.
1:14:19Omdat hij die vrede gemaakt heeft.
1:14:21Omdat hij zijn vader verzoend heeft.
1:14:23Daarom is er vrede.
1:14:25En dat delen zelfs de dieren die ten gevolge van onze zonde lijden moeten nog in mee.
1:14:34Maar er zal ook vrede tussen mensen zijn, want de Heer zegt, ik zal de boog en het zwaard en de krijg van de aarde verbreken.
1:14:40En ik zal hen in zekerheid doen neerliggen.
1:14:46Wat toch een wonder.
1:14:50Wat liggen dan toch wat weggelegd voor Gods kinderen?
1:14:54Vrede op aarde, in de mensen van het welbehagen, hoorden we met kerst.
1:15:01Nooit meer ruzie, nooit
1:15:04meer strijd, maar
1:15:07altijd God bedoelen.
1:15:09Altijd Gods eer op het oog hebben.
1:15:12Nooit meer ik.
1:15:14Want het ik sterft met de laatste snik.
1:15:17Met al de hebbelijkheden en onhebbelijkheden die het ik maar gehad heeft op aarde.
1:15:22Het sterft om dan in te gaan in die eeuwige rust.
1:15:28Om terug te gaan in het vaderhart van God.
1:15:36Verlangt u naar die dag.
1:15:39Om daar te zijn waar Christus is.
1:15:44Bid u dat die dag spoedig komt.
1:15:46Kom Heer Jezus.
1:15:48Kom haastelijk.
1:15:50De
1:15:53kerk van de reformatie beleed het met Guido de Bruy.
1:15:57Die dag.
1:15:59Die verwacht ik.
1:16:00Met een groot verlangen.
1:16:03Is hier ook zo'n uitziend volk.
1:16:07Uitziende met Johannes.
1:16:15We gaan naar ons tweede punt die korter is.
1:16:17Door hem ondertrouwd.
1:16:21En ik zal u mij ondertrouwen in eeuwigheid.
1:16:24Ja, ik zal u mij ondertrouwen in gerechtigheid en gericht en in goede tierenheid en in barmhartigheden.
1:16:30En ik zal u mij ondertrouwen in geloof.
1:16:33En gij zult de Heren kennen.
1:16:37Ondertrouw.
1:16:39In Israël gaat net als bij ons aan het huwelijk vooraf.
1:16:43Niet iedereen gaat meer officieel in ondertrouw of verlooft zich.
1:16:48Maar dat gebeurde hier wel.
1:16:51Het directe voorstadium van een trouwdag.
1:16:54Wat gebeurde er dan?
1:16:56Werd de bruidschat vastgesteld.
1:16:59Wat de vader van de bruidegom moest betalen aan de vader van de bruid.
1:17:07En dan volgde die trouwdag zeer binnenkort.
1:17:12Zo'n ondertrouw kon dan ook niet zonder serieuze gevolgen verbroken worden.
1:17:19Maar nu heeft de heren hier het over ondertrouw.
1:17:21Dat hij zich met dat volk gaat ondertrouwen.
1:17:23Wat heeft de heren dan als bruidschat te geven?
1:17:27Nou dat waar zijn verbondsgemeente niet zelfzorg voor kan dragen.
1:17:35Zijn gerechtigheid.
1:17:38Zijn volmaaktheid.
1:17:39Zijn eerlijkheid.
1:17:40Zijn behoud.
1:17:41Redding in Christus.
1:17:46Zijn gericht.
1:17:48Wat hier zoveel betekenen als Gods handelen in eerlijkheid en goedheid.
1:17:53Zijn goedertierenheid.
1:17:55Zijn onwankelbare verbondstrouw.
1:18:01Zijn barmhartigheid.
1:18:05Dat is zijn genade.
1:18:06Dat is alles dat God doet wanneer de zonde en de schuld niet het laatste woord hebben.
1:18:14En hoe?
1:18:15Hoe geeft hij dat?
1:18:17In eeuwigheid en geloof.
1:18:21En het woordje geloof moet je hier eigenlijk vertalen, zegt de kanttekening met trouw.
1:18:26Hij blijft de onwankelbaar getrouwe.
1:18:31Eeuwig.
1:18:33Wat zegt, wat doet de Heer?
1:18:35Hij zegt, ik geef mezelf aan u.
1:18:37Israël opnieuw.
1:18:40En u ontrouw Israël.
1:18:42Als u nou doorgenade ja mag zeggen op deze ondertrouw.
1:18:47Dan deelt u in het huwelijk.
1:18:49In al mijn weldaden.
1:18:55Je deelt in mijzelf.
1:18:58En daarom staat er.
1:18:59En gij zult de heren kennen.
1:19:03En dat is zo'n diep woord.
1:19:04Want het woord voor kennen dat hier gebruikt wordt in het Hebraeus.
1:19:07Dat wordt ook gebruikt voor bekennen.
1:19:11De intieme gemeenschap tussen man en vrouw.
1:19:13De eenwording van twee lichamen.
1:19:18Je zult de heren kennen.
1:19:22Geestelijk een worden.
1:19:24Je ziel zal samensmelten met Christus.
1:19:28En wat krijg je dan van hem?
1:19:32Omgangskennis.
1:19:34Bevindelijke kennis.
1:19:36Dan ga je de bruid naspreken.
1:19:38Mijn liefste.
1:19:40O, dat kan ik je vertellen.
1:19:41Die is blank en rood.
1:19:43Hij draagt de banier boven 10.000.
1:19:46En dan gaat ze hem helemaal uittekenen.
1:19:49Zijn handen, zijn voeten, zijn enkels.
1:19:54Zijn hele lichaam.
1:19:55Wat 10, 11 dingen gaat ze van hem zeggen.
1:19:58Ja, zulk één besluit ze dan is mijn liefste.
1:20:01Zulk één is mij een vriend.
1:20:09Ken je de heren?
1:20:13Heb je het van hem gekregen?
1:20:16Omdat je het zag dat je het niet had.
1:20:18Gerechtigheid.
1:20:20Gericht.
1:20:22Goedentierenheid.
1:20:23Barmhartigheid.
1:20:24Trouw.
1:20:29Hoe krijg ik dat?
1:20:32Hoe trouw ik met de heren?
1:20:33Met Ebid gesproken.
1:20:35Hoe mag ik hem kennen?
1:20:38Door het geloof.
1:20:43Want door het geloof word je in Christus rechtvaardig.
1:20:48En ontvang je al die weldaden die ik zojuist opnoemde.
1:20:55Door het geloof wordt je Christus ingelijfd.
1:20:59Wij van Adam afgehouden.
1:21:02Die dode dorre tak.
1:21:04Die dode dorre boom.
1:21:06Die geen vrucht meer kan voortbrengen in de eeuwigheid.
1:21:08Er wordt die dode tak ingeënt in die levende boom.
1:21:12Jezus Christus.
1:21:13En ga je in hem en door hem vruchten dragen.
1:21:17En dat gaat door het geloof.
1:21:20Wat doet nou het geloof gemeente?
1:21:21Wat is nou eigen aan het geloof?
1:21:24Het geloof rust.
1:21:26Het rust op Gods belofte.
1:21:31Het gaat niet meer jamaren.
1:21:34Het gaat niet meer discussiëren.
1:21:36Het valt onvoorwaardelijk voor al de uitspraken van Gods woord.
1:21:41Ter veroordeling en tot vrijspraak.
1:21:47En wat geloof ik dan?
1:21:49Dat niet alleen anderen, maar ook mij.
1:21:52vergeving der zonden, eeuwige rechtigheid en zaligheid van God geschonken is.
1:22:01Is.
1:22:03Houdt u dat vast?
1:22:04Dat niet wordt.
1:22:04Is.
1:22:07Uit louter pure genade alleen om de verdiensten van Christus wil.
1:22:14En wat heb ik daar dan aan?
1:22:16Wat is daar de vrucht van?
1:22:19Wel, al is het dat mijn geweten mij...
1:22:23Aanklaag dat ik tegen al Gods geboden zwaarlijk gezondigd heb en er geen van gehouden heb.
1:22:30En nog steeds tot alle boosheid geneigd ben.
1:22:35Nochtans God.
1:22:36Zonder enige verdiensten mijnerzijds.
1:22:39Uit pure genade mij de volkomen genoegdoening.
1:22:44Gerechtigheid, heiligheid van Christus.
1:22:47Schenkt en toerekent.
1:22:50Evenals had ik nooit zonder gehad nog gedaan.
1:22:53Ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht die Christus voor mij volbracht heeft.
1:23:00Zover ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.
1:23:08U zegt, dat was de Heidelbergse katechisme.
1:23:11Ja, dat is waar.
1:23:12Maar die spreekt van de praktijk van het geestelijk leven.
1:23:18Mag je door het geloof zo op Christus rusten.
1:23:23Heb je genoeg aan
1:23:26hem.
1:23:27En kun je nooit meer genoeg krijgen van hem.
1:23:31Kijk.
1:23:33Dat is nou de vrucht van het geloof.
1:23:36Zo volmaakt wordt je God voorgesteld als een reine bruid.
1:23:41Als wat je nooit een zonde gehad of een zonde gedaan.
1:23:47Dan ga je uit de rechtszaal naar de trouwzaal.
1:23:51Ontvang je witte klederen, de mantel der gerechtigheid, het bruiloftskleed.
1:23:57Waarmee je mag ingaan en kunt ingaan in de hemelse gelukzaligheid.
1:24:03En dan zie ik daar zo'n gomer staan.
1:24:06Dan zie ik het schuldige Israël.
1:24:07Dan zie ik zo'n kind van God staan.
1:24:10En die stamelt ziende op het lam.
1:24:12O, gij zijt schoon, mijn liefste.
1:24:15Ja, liefelijk.
1:24:23Maar weet je wat hun grote verwondering is?
1:24:26Dat zij dat niet alleen van het lam zeggen.
1:24:29Maar dat het lam dat nou ook van hen zegt.
1:24:34Mijn liefste.
1:24:36Mijn duiven.
1:24:38Doe mij nou je stem horen.
1:24:41Want je stem is zoet.
1:24:43Doe mij je gedaan te zien.
1:24:45Want ik zie je zo graag.
1:24:48Ik kan het niet voorstellen.
1:24:51Dat Christus er met eerbied gesproken en vermaak in heeft om nou zo'n bruid aan te zien.
1:24:58Van wie hij alle armoede heeft overgenomen.
1:25:00Alle schuld heeft weggenomen.
1:25:02Die zelf niks te bieden had.
1:25:04Gij zijt schoon, mijn vriendin.
1:25:09En zij stamelen in diepe verwondering.
1:25:13Ik ben...
1:25:15Van mijn liefste.
1:25:17En zijn genegenheid.
1:25:19Is tot mij.
1:25:23En wat volgt daarop.
1:25:24Ten derde door hem herstelt.
1:25:27En het zal ten dien dagen geschieden.
1:25:31Dat ik verhoren zal.
1:25:33Spreek de heren.
1:25:34Ik zal de hemel verhoren.
1:25:37En die zal de aarde verhoren.
1:25:40En de aarde zal het koren verhoren.
1:25:42Met schades de most en de olie.
1:25:44En die zullen Israël verhoren.
1:25:49Die toekomstige zegen van die vernieuwde betrekking met de heren en zijn volk wordt nu nog verder onthuld.
1:25:57De heren zegt, ik zal verhoren.
1:26:00Ik zal op jullie gebed gaan luisteren.
1:26:03Ik zal ernaar gaan luisteren.
1:26:04Ik zal erop reageren.
1:26:08Want ja, in die huwelijksgemeenschap, in het de heren kennen, daar
1:26:15hoort ook luisteren bij, horen bij.
1:26:22Ik zal verhoren.
1:26:26In het Hebraeus zit daar de naam van de Heere in verborgen.
1:26:30Ik zal.
1:26:32Ik ben die ik ben.
1:26:33Ik zal zijn die ik zijn zal.
1:26:35De Heere zegt het ligt in mij.
1:26:37Het is mijn naam.
1:26:38Mijn oren staan elke dag open voor mijn volk.
1:26:42En dat is nou ten diepste gemeente wat er staat in Psalm 81.
1:26:46Ik ben de Heere.
1:26:49Ik zal zijn die ik zijn zal.
1:26:53Uw God.
1:26:56Doe uw mond wijd open.
1:26:58En ik zal, heb je weer?
1:27:01Ik zal hem vervullen.
1:27:04De Heer zegt, mijn naam zegt het al dat ik het zal doen.
1:27:11Wat roemt Paulus later?
1:27:12Omdat hij het heeft ervaren dat dat nou zo waar is.
1:27:15Hij zegt die ook zijn eigen zoon niet gespaard heeft.
1:27:19Maar heeft hem voor ons allen overgegeven.
1:27:21Hoe zal hij ons ook met hem niet alle dingen schenken?
1:27:29Dat is waar.
1:27:29Het gaat eerst over geestelijke dingen.
1:27:32Maar Gods kinderen weten dat het waar is.
1:27:35Dat het ook gaat over allerlei aardse zorg.
1:27:39Want hij zal de zijnen niet om laten komen.
1:27:42In dure tijd en hongersnood.
1:27:46Want wie heeft de dorst geleden voor de kerk?
1:27:50Christus.
1:27:52Wiens gebed werd niet verhoord?
1:27:55Van Christus.
1:27:56Opdat Gods kinderen wel gehoord zouden worden.
1:28:01Wie heeft er honger gehad?
1:28:03Christus, op dat Gods kerk nooit meer honger, nooit meer dorst zou hebben.
1:28:08En zo zou ik wel door kunnen gaan.
1:28:12Wie werd gevangen?
1:28:14Christus, op dat Gods kerk vrijheid zou hebben in en door hem.
1:28:23Zal hij ons ook met hem niet alle dingen schenken?
1:28:29En dan is Gods antwoord op de doorheid van Israël en van mij.
1:28:34Op mijn doodzijd, op mijn vloek en op mijn leegte.
1:28:38Is leven, vruchtbaarheid, zegen.
1:28:44Een rijke zegen.
1:28:48Want er komt vrucht.
1:28:51Er komt oogst.
1:28:53Er komt wijn.
1:28:54Er komt olie.
1:28:57En dan gaat het volk in de gemeenschap met de heren weer zien.
1:29:02O, alle zegen komt van boven.
1:29:05Van de heren.
1:29:09Niet van Baal.
1:29:10Niet van mijn boelen, zoals we vanmorgen hoorden dat ze dat dachten.
1:29:15Vers 4.
1:29:16Nee, van de heren.
1:29:24En die zullen, leest u het goed, Israël verhoren.
1:29:28Ik heb er een aantal keer zijdelings gezegd.
1:29:31Israël, dat
1:29:34stond nu voor oordeel.
1:29:39Betekent de naam niet letterlijk, maar alles wat ermee te maken heeft staat voor oordeel.
1:29:44Onheil.
1:29:46Maar nu gaat die naam zijn oorspronkelijke betekenis weer aandoen.
1:29:49Yisrael betekent letterlijk in het Hebreus, God zaait.
1:29:55En daarom, omdat God gaat zaaien, zal zijn volk weer eten.
1:30:01Jij zal hen alles geven, want het oordeel is weggenomen.
1:30:10En dan gaat het verder in vers 22.
1:30:13En ik zal ze mij op de aarde zaaien.
1:30:16En ik zal mij ontfermen over Lorigama.
1:30:19En ik zal zeggen tot Loami.
1:30:21Gij zijt mijn volk.
1:30:23En dat zal zeggen.
1:30:24O mijn God.
1:30:28Ik zal ze mij op de aarde zaaien.
1:30:30Daar zit eigenlijk alweer de naam van Israël in.
1:30:35En God zaait niet alleen maar aaren, koren.
1:30:40En allerlei andere dingen.
1:30:42Hij zaait met eerbied gesproken ook mensen.
1:30:47In Petrus 2 vers 10 zegt het raak de heidenen, want God plant ook heidenen en maakt ze deelgenoot van dit heerlijke nieuws, van deze omkering.
1:30:59Ook zij mogen in Christus aan hem verbonden worden.
1:31:06En dan gaat alles anders.
1:31:08Want lorugama, wat betekent niet ontfermd.
1:31:12Wat zegt de Heere?
1:31:14Ik zal mij ontfermen.
1:31:18Zie je, alles is omgedraaid naar die hernieuwing, naar het herstel.
1:31:23Ik zou mij ontfermen.
1:31:26En tot het volk dat het eeuwig verdient, dat dat God nooit meer hun God zou zijn.
1:31:32En zij nooit meer zijn volk.
1:31:34De Heer zegt, gij zijt mijn volk.
1:31:40En dan blijft er voor dat volk nog maar één ding over met Thomas.
1:31:44O mijn God.
1:31:50Gemeente, wat wordt dan waar?
1:31:53Dat er maar één volk gelukkig is.
1:31:55En dat is niet Israël van de eerste versen.
1:32:001 tot en met 12.
1:32:03Maar dat is dat volk wat kennis heeft van die versen 13 tot 22.
1:32:12Voor hen geldt het.
1:32:14Zo is er dan nu geen verdoemenis.
1:32:16Voor diegenen die in Christus Jezus zijn.
1:32:19Die niet wandelen naar het
1:32:23vlees.
1:32:27De geest.
1:32:29Die zeggen het.
1:32:30De Heer is mijn God.
1:32:36Gemeente.
1:32:38Opnieuw.
1:32:39Verhard u dan niet.
1:32:43Want alles wat tot uw zaligheid nodig is, is u vandaag verkondigd.
1:32:49En ik weet het met alle lek en alle gebrek.
1:32:52Kon ik het maar volmaakt.
1:32:53Het gaat nooit.
1:32:55Maar alles wat tot uw zaligheid nodig is, heeft de Heer vandaag tot u gezegd.
1:32:59Vanuit Hosea 2.
1:33:00Verhard u dan niet.
1:33:02Maar laat u lijden.
1:33:06Amen.
1:33:08We zingen ervan op Psalm 39 het vijfde vers.
1:33:11Nu dan o heren.
1:33:12Wat is het dat ik verwacht.
1:33:16Kunnen
1:33:16[GEZANG]
1:35:26we nog danken en bidden.
1:35:32Nou hebt u de harten gezien.
1:35:35En misschien zaten er vanavond wel die zijden.
1:35:37Die man heeft het makkelijk zeggen.
1:35:41Gelooft zijn heil en troostrijk woord.
1:35:43Verhard u niet.
1:35:44Maar laat u lijden.
1:35:47Maar ik kan het niet.
1:35:50Heren, we doen onze mond wijd open.
1:35:55Wilt u onze verlegenheid, uw gelegenheid maken.
1:36:00Om uw naam te verhogen in de harten van zulke zondaren die het niet kunnen.
1:36:09Die er ook achtergekomen zijn dat ze het niet willen.
1:36:13Omdat het op hun manier moest.
1:36:15Maar heer, u gaat zo vrij uw eigen weg.
1:36:19Heren, gedenk ons dan, jong en oud.
1:36:23Van de kleinste tot de grootste.
1:36:25Ja, de kinderen in de moederschoot.
1:36:28Misschien nog maar in het allerprilste begin.
1:36:32Zie ons aan in Christus.
1:36:37Red onze zielen van de dood.
1:36:41Opdat wij uw lof zouden verhogen.
1:36:45O Heer, dat uit aller mond zal klinken.
1:36:48Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen.
1:36:52Ontvang onze dank, Heer.
1:36:54Voor alles wat u geschonken hebt op deze dag.
1:36:57Op en onder de kansel.
1:37:00In uw huis.
1:37:02Met de preekbespreking.
1:37:03O heren, wilt u het zondiger wat er geweest is genadig wegnemend uwe bekronen.
1:37:09En geef dat de nasmaak van de gesproken woorden.
1:37:15Mag doorgaan tot volgende week zondag om opnieuw voedsel te krijgen voor de ziel.
1:37:21Heren, draagt u in het hart als het niet gebeurd is.
1:37:25Gedenk ons.
1:37:26Als ook deze week de plicht roept.
1:37:30Geef ons heren wat nodig is.
1:37:33In ieder op zijn of haar plaats.
1:37:36Sterk onze hand en zegen onze vlijt.
1:37:40Bewaar ons allen.
1:37:42Als wij in en uit gaan.
1:37:44Bewaar ons voor een onverzoend sterven.
1:37:48Heren ga met ons mee.
1:37:51Begeven verlaat ons niet.
1:37:54En zie op ons neder in gena.
1:37:56Om uw goedheid eer te geven.
1:38:00Uitgenade.
1:38:00Amen.
1:38:04Gemeente, dat volk van die laatste versen is een volk dat zalig is.
1:38:09Want ze hebben naar Gods klanken gehoord.
1:38:12Zij wandelen in het licht van het goddelijke aanschijn voort.
1:38:16Zij zullen in zijn naam zich alle dag verblijden.
1:38:20Mooi voorstellend, zijn goedheid straalt hen toe.
1:38:24Zijn macht schraagt ondersteund en in het lijden.
1:38:28Zijn onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen.
1:38:33Maar zijn gerechtigheid.
1:38:34En naar zijn woord verhogen.
1:38:37En wat zegt dat volk daar als antwoord op heren?
1:38:40Dat is nou alles alleen maar door u.
1:38:43Door u alleen om het eeuwig welbehagen.
1:38:46Laten we ervan zingen.
1:38:4789, 7 en 8.
1:38:50Dan zingen
1:38:50[GEZANG]
1:43:49wij deze dienst met de zegenbeden uit de avondzang.
1:43:53O Vader, dat uw liefde ons blijkt.
1:43:58O Zoon.
1:44:00Maak ons uw beeld gelijk.
1:44:02O Geest, zendt uw troost ons neer.
1:44:07Drieenig God, u zij al de eer.
1:44:12Amen.
1:44:13[GEZANG]