0:00[GEZANG]
8:57We hebben voor u nog de volgende afkondigingen.
9:00Vanmiddag is er preekbespreking.
9:02Deze middag begint om half drie.
9:05Alle jongeren vanaf 14 jaar worden hiervoor uitgenodigd.
9:09En er zal ook een aparte groep zijn voor jongeren van 20 plus.
9:15Dus weet je van harte uitgenodigd.
9:18Ik vind het fijn dat er veel jongeren komen.
9:20Goede ervaring met de vorige keer.
9:23Dus ik hoop dat jullie er zullen zijn.
9:27Dinsdag 20 januari is er een bewustwordingsavond evangelisatie.
9:32Aanvang om half acht.
9:34Tijdens deze avond zal Jos van der Hoog, die evangelist is in Amsterdamse Bijlmer, ingaan op de noodzaak van evangelisatie.
9:42Meer informatie vindt u in de voorlaatste kerkbode.
9:47Dinsdagavond 20 januari is de eerste toerustingsavond voor zorgpersoneel.
9:53Deze avond vindt plaats in het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente.
10:08De eerste collect is voor het pastoraat.
10:12De tweede voor de kerkvoogdij.
10:14En de derde voor de aflossing van de kerk.
10:16Ze worden van harte in uw mildadigheid aanbevolen.
10:21Beginnen wij dan deze dienst.
10:24Onze hulp.
10:26En onze enige verwachting.
10:29Is in de naam des Heren, Heren.
10:31Die hemel en aarde geschapen heeft.
10:35In de naam van die God.
10:37Die trouwen houdt.
10:39En die eeuwig leeft.
10:41En die nooit zal laten varen.
10:44De werken zijn er handen.
10:47Amen.
10:49Gemeente, we zetten deze dienst voort om met elkaar te zingen.
10:52Uit Psalm 95 en daarvan het vierde vers.
10:56Want hij is onze God.
10:58En wij zijn het volk van zijn heerschappij.
11:02De schapen die zijn hand wil wijden.
11:05Zo gij zijn stem dan heden nu hoort.
11:08Geloof zijn heil en troostrijk woord.
11:11Verhart u niet.
11:13Maar laat u lijden.
11:1495 en daarvan het vierde vers.
11:16[GEZANG]
13:27Gemeente we hopen op deze dag als de Heer het geeft met elkaar stil te staan.
13:31Bij Hosea 2.
13:34En bij de diensten hoop ik daarbij stil te staan en dan door het hoofdstuk heen te preken.
13:39Maar dat vraagt om een klein beetje context.
13:41Hosea 1, daar moet Hosea als een profetische daad trouwen met een hoer.
13:50En wat wil dat zeggen?
13:52Dat wil zeggen dat het volk van Israël die
13:59hoer is.
14:00En wat is het kenmerk van een hoer?
14:02Die houdt het niet bij haar eigen man.
14:05Maar heeft verschillende mannen.
14:07En dat is nou het beeld van Israël.
14:08Ze was getrouwd met de Heren, de God van het Verbond.
14:12En wat deed het volk?
14:13Ze hoereerden.
14:15Dat lees je vaak in de Bijbel, jongelui.
14:17Ze hoereerden.
14:18Ze gingen andere goden achterna.
14:21En dat scherpe beeld, dat wordt gebruikt.
14:25En dat wordt ook uitgewerkt in Hosea 2.
14:28En Hosea en Gomer, want zo heette die hoer, kregen samen drie kinderen.
14:33Yisrael, dat betekent zoveel van het gaat van zegen naar vloek en oordeel.
14:41Loruchama, dat betekent niet ontfermd.
14:44En Loami, niet mijn volk, sprekende namen.
14:50En
14:52die namen van die kinderen en het beeld van die hoererij, dat is allemaal hetzelfde.
14:58Het volk van Israël keert zich van de heren af.
15:03En in hoofdstuk 2 wordt dat verder uitgewerkt.
15:05En dat gaan we met elkaar lezen.
15:07Dus de Heer zal tot ons spreken vanuit zijn heilig en onfeilbaar woord vanuit Hosea 2.
15:12Dat we in het geheel zullen lezen.
15:14Maar vooraf stellen wij ons voor de spiegel en onder de tucht van Gods heilige wet.
15:21Toen sprak God al deze woorden zeggende.
15:25Ik ben de Heer uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
15:33Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
15:37Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is, nog van hetgeen onder op de aarde is, nog van hetgeen
15:50dat in de wateren onder de aarde is.
15:53Gij zult u voor die niet buigen, nog en dienen, want ik de Heere uw God ben een ijverig God.
16:01Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
16:08En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
16:17Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken, want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
16:27Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.
16:31Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
16:35Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
16:40Dan zult gij geen werk doen.
16:43Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
16:54Want in zes dagen heeft de Heere, de hemel,
16:59En de aarde gemaakt.
17:01De zee en al wat daarin is.
17:03En hij rustte ten zevende dagen.
17:06Daarom zegende de heren de Sabbatdag.
17:09En heiligde denzelf hun.
17:13Eerd uw vader en uw moeder.
17:15Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
17:18Dat u de heren uw God geeft.
17:21Gij zult niet doodslaan.
17:25Gij zult niet echtbreken.
17:28Gij zult niet stelen.
17:31Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
17:36Gij zult niet begeren uw snaasten huis.
17:40Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat
17:53uw snaasten is.
17:58Lezen wij verder uit Hosea 2.
18:01Twist.
18:09Tegen jullie der moeder.
18:11Twist.
18:11Omdat zij mijn vrouw niet is.
18:14En ik haar man niet ben.
18:17Laat ze haar hoererijen van haar aangezicht.
18:19En haar overspelerijen van tussen haar borsten weg doen.
18:23Al dat ik haar niet naakt uitstroop.
18:26En haar zette als ten dagen toen zij geboren werd.
18:31Ja haar als een moestijn maken.
18:34En zetten haar als een dorland.
18:37En doden haar door dorst.
18:40En mij haar kinderen niet ontfermen.
18:44Omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
18:47Want een lieden moeder hoereert.
18:50Die een lieden ontvangen heeft handelt schandelijk.
18:53Want zij zegt ik zal mijn boelen nagaan.
18:56Die mij mijn brood en mijn water.
18:58Mijn wol en mijn vlas.
19:01Mijn olie en mijn drank geven.
19:04Daarom zie.
19:05Ik zal uw weg met doornen betuinen.
19:08En ik zal een heidingmuur maken dat zij haar paden niet zal vinden.
19:13En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelfde niet aantreffen.
19:17En zij zal hen zoeken, maar niet vinden.
19:21Dan zal zij zeggen, ik zal heen gaan en keren weder tot mijn vorige man.
19:27Want toen was mij beter dan nu.
19:30Zij bekent toch niet dat ik haar het koren en de most in de olie gegeven heb.
19:36En haar het zilver en het goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot een baal gebruikt hebben.
19:44Daarom zal ik wederkomen en mijn koren wegnemen op zijn tijd en mijn most op zijn gezette tijd.
19:52En ik zal wegrukken mijn wol en mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.
20:00En nu...
20:01Zal ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen van haar boelen.
20:04En niemand zal haar uit mijn hand verlossen.
20:07En ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden en haar sabbaten.
20:15Ja, al haar gezette hoogtijden.
20:18En ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgenboom.
20:22Waarvan zij zegt, deze zijn mij een hoerenloon.
20:26Dat mij mijn boelen gegeven hebben.
20:29Maar ik zal ze stellen tot een woud.
20:31En het wild gedierte des velds zal ze vreten.
20:36En ik zal over haar bezoeken de dagen der baals.
20:40Waarin zij dien gerookt heeft.
20:42En zich versiert met haar voorhoofd siersel.
20:46En haar hals sieraad.
20:48En is haar boelen nagegaan.
20:50Maar heeft mijner vergeten spreek de heren.
20:55Daarom zie ik zal haar lokken.
20:58En ik zal haar voeren in de woestijn.
21:01En ik zal naar haar hart spreken.
21:04En ik zal haar geven naar wijngaarden van daaraf.
21:07En het dal van Agor tot een deur der hoop.
21:11En al daar zal zij zingen.
21:13Als in de dagen van haar jeugd.
21:16Als ten dagen toen zij optoog uit Egypteland.
21:20En het zal te tien dagen geschieden spreek de heren.
21:24Dat gij mij noemen zult mijn man.
21:27En niet meer noemen zult.
21:29Mijn baal.
21:31En ik zal de namen der baals van haar mond weg doen.
21:34En zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.
21:38En ik zal te die dagen een verbond voor hen maken.
21:42Met het wild gedierte des velds.
21:44En met het gevogelte des hemels.
21:46En met het kruipend gedierte des aardbodems.
21:49En ik zal den boog en het zwaard en de krijg van de aarde verbreken.
21:54En zal aan een zekerheid doen neerleggen.
21:58En ik zal u mij ondertrouwen in eeuwigheid.
22:01Ja, ik zal u mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht.
22:06En in goede tierenheid en in barmhartigheden.
22:10En ik zal u mij ondertrouwen in geloof.
22:13En gij zult de Heere kennen.
22:16En het zal te die dagen geschieden dat ik verhoren zal, spreekt de Heere.
22:22Ik zal de hemel verhoren.
22:24En die zal de aarde verhoren.
22:26En de aarde zal het koren verhoren.
22:30Met schades de most en de olie.
22:32En die zullen Israël verhoren.
22:35En ik zal ze mij op de aarde zaaien.
22:38En ik zal mij ontfermen over Lorigama.
22:41En ik zal zeggen tot Lo-Ammi.
22:44Gij zijt mijn volk.
22:46En dat zal zeggen.
22:48O mijn God.
22:52Tot zover.
22:54De schriftlezing.
22:57In de voorbeden willen wij opdragen de rouwdragende familie op het hof in verband met het plotselinge overlijden van uw oud-predikant dominee W.J.
23:07op het hof.
23:08Ook de rouwdragende familie Meuleman die afgelopen week aan het graf stond.
23:13We willen dominee Job en zijn gezin opdragen in het gebed in verband met het uitgebrachte beroep.
23:20Zaterdag 24 januari moet hij beslissen.
23:23En ook de kerkraadsvergadering.
23:26Van woensdag 21 januari.
23:28Willen we opdragen.
23:30Zullen we dan voor en met elkaar het aangezicht van de heren zoeken.
23:33In het gebed om hem te bidden en te smeken.
23:36Om een onverdiende maar zo onmisbare zegen.
23:39Laat ons bidden.
23:46Heren u
23:49bent hoog verheven.
23:52En toch zag
23:54u vanmorgen op deze aarde.
23:59Ons zitten en staan.
24:02En doorgronden u ons hart.
24:06Kende u onze gedachten hier in de kerk, maar
24:12ook thuis of op een andere plaats met ons verbonden.
24:18Heer, uw goedheid heeft u betoond,
24:22want wij mogen ook deze morgen nog weer zijn onder uw woord.
24:29Uw stem heeft weer geklonken,
24:32een eerlijk woord, een ontdekkend woord.
24:37Want Heer, ook deze morgen, als wij naderen voor uw troon, in de weg die u ons gebaand hebt, in de zoon van uw eeuwige liefde, de Heer Jezus Christus blijkt, wij zijn
24:50schuldig.
24:51Want uw wet heeft ons vanmorgen weer veroordeeld.
24:55Want er is niemand die goed doet, ook niet tot één toe.
25:00En ook uw kinderen moeten het vanmorgen beleiden.
25:04Hoe kleeft mijn ziel aan het stof, Heren?
25:08Zo vaak leef ik er langs heen.
25:12Waar wordt ook in mijn leven gevonden die vreze van uw naam?
25:18Heren, wil ons dan vanmorgen aanzien in de zoon van uw liefde.
25:23Als wij als schuldige zondaren tot voor uw genade troon naderen.
25:30En heren, we bidden en smeken u.
25:32Wilt u ons dan door uw heilige geest ook op deze dag nog onderwijzen.
25:41Want wij zijn niet beter dan Israël.
25:46Afkerig, hoererend, een eigen weg verkiezend.
25:51Want ook wij hebben een lijst met afgoden die wij dienen.
25:56Al zijn ze misschien niet in de vorm van de afgoden van Israël.
26:02En toch, ons
26:05hart is een fabriek van afgoden.
26:08Heer, ontdek ons er maar aan.
26:11Maar wil ons ook op deze dag de weg wijzen.
26:14Vanuit die schuldigstelling, vanuit het oordeel, naar de vrijspraak en naar de zegen die er is in Christus.
26:24O heren, zou u die God willen zijn die in het Dal Agor een deur der hoop opent?
26:33Zou u, heren, zich
26:36willen laten ondertrouwen op deze dag met deze uw gemeente?
26:45Opdat zij u de heren mogen kennen.
26:49Een bevindingskennis, een omgangskennis.
26:53Heren, doe nog wonderen.
26:56Heren, werk dat nog heerlijk uit.
26:59Want van u is toch het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.
27:05En u staat toch altijd in voor uw eigen eer.
27:08Heren, denk dan aan uw woord.
27:11Denk dan aan uw verbond.
27:13En doe nog wonderen, ook op deze dag.
27:16Opdat uw huis vol worden.
27:18Opdat uw koninkrijk komen.
27:22Heren, dan weet u ook wat vandaag.
27:24De goede voortgang van uw woord in de weg staat.
27:29Want u zag ons vanmorgen onze huizen verlaten.
27:34En u ziet ons nu daar zitten als wij niet op konden gaan.
27:38En u weet wat erachter blijft en u weet wat er is.
27:43En zo vaak blijft het niet achter, maar dragen we het met ons mee.
27:48De zorg, de moeite, het verdriet.
27:51Wegen van kruisendruk.
27:54Ja, onbekend voor de kerkenraad misschien.
27:59Voor de pastoral medewerker.
28:02Maar het wordt gevoeld ook vanmorgen.
28:04En het drukt onze schouders naar beneden.
28:07En het sluit ons eigenlijk af voor het woord.
28:10Voor de prediking.
28:11Het is een opgave om op te gaan.
28:14Heren, we bidden u.
28:17Mogen wij de last op u leggen vanmorgen.
28:19Die grote lastdrager.
28:22Die het voor ons uit wil dragen.
28:25O Heere, geef dat het onze hartelijke bede is.
28:31Neemt u, Heere, mijn last.
28:35En neemt u, Heere, mijn handen.
28:38En leid mij door uw raad.
28:42O Heere, gedenk diegenen die rouw dragen.
28:46Die
28:47geconfronteerd zijn geworden met diep verdriet.
28:52Onuitsprekelijke pijn.
28:54Een geliefde die afgescheurd wordt van het hart.
28:59Heren u weet wat dat achterlaat.
29:01En u weet wat de lege plaatsen achterlaten.
29:05We bidden u zou u balsen willen gieten.
29:08In die schrijnende rauwe wonden.
29:11En wilt u de rouwdragenden door huil verheffen.
29:16O heren dan denken we ook aan de familie op het hof.
29:19De oud predikant van deze gemeente.
29:23Heren zo plotseling.
29:27Moesten ze hun man en vader en opa loslaten.
29:33O heren wat een wonder.
29:36Het maakt zo'n verschil hoe we ze loslaten.
29:41En heren hij heeft het beter nu.
29:44Eeuwig thuis.
29:47Met die laatste snik.
29:50Eindelijk verlost.
29:51Van het ik.
29:54Daar ziet toch de hele kerk naar uit.
29:57O heren dan heeft dat woord geklonken ook van hem.
30:01In deze gemeente.
30:05Heren dan weet u wat het heeft uitgewerkt.
30:09Dan weet u wat de vrucht is geweest.
30:12Want die was ook voor u en niet voor hem.
30:17O heren dat dan ook juist op een dag als deze.
30:23Gedacht zou worden aan de voorgangers.
30:27Die geweest zijn.
30:29Die het woord gods verkondigd hebben.
30:33En dat we zouden bedenken.
30:36Hoe we eronder zijn geweest.
30:39En hoe het nu is.
30:42O heren wat moet het dan.
30:44Tot vrees zijn.
30:46Als we het moeten zeggen.
30:48Al die predikanten geweest.
30:50Die uw woord in alle trouw.
30:53Soms met de enige eigenzinnigheid of wat dan ook gebracht hebben.
30:56Maar toch.
30:58Uw dienaar.
30:59Met uw woord.
31:02En dan niets uitgewerkt in al die jaren heren.
31:04Dat het ons tot schuld zou zijn.
31:07En tot schuld zou worden.
31:10O heren ontferm u over die familie.
31:13En ook over de familie Meuleman.
31:16Die ook afgelopen week aan het graf stond.
31:19Die een zoon, een broer en een zwager grafwaarts moesten dragen.
31:25Ook hij had zo'n speciale plaats.
31:28Omdat hij zo speciaal was voor hen.
31:33Bijzonder was.
31:35Heren, wil ook die familie troosten.
31:39Wil hen kracht geven.
31:41Zij hebben de gang naar het graf gemaakt.
31:43De familie op het hof moet het nog doen.
31:44O ontferm u over hen.
31:46En wees hen in alles zeer nabij en goed.
31:52Heer en geef dat in het sterven van de een.
31:57Het leven geboren mag worden voor een ander.
32:01Het leven dat is uit u.
32:05Gedenk de zieken die hier kunnen zijn.
32:08Die thuis met ons verbonden zijn.
32:10Die niet kunnen meeluisteren.
32:12Chronisch ziek.
32:14Psychisch ziek.
32:16Heer u weet al dat lijden.
32:19Wilt u als die hemelse geneesheer nog wonderen doen.
32:24Willen zegen en al dat aangewend wordt.
32:27Tot het doel waartoe het aangewend wordt.
32:30En dan zal voor de een anders zijn dan voor de ander heren.
32:34Maar u weet volmaakt wat goed is voor ons.
32:36We bevelen ze u hartelijk aan.
32:40Heren gedenk alle andere noden en zorgen die nooit genoemd worden.
32:43Maar bij u bekend zijn.
32:46Heren zie erop neer.
32:48O grote koning gedenk.
32:51Alle dienstwerk in uw koninkrijk hier ter plaatse.
32:54De broeders van de kerkenraad die ook in de aankomende week hopen te vergaderen.
32:58Heer, geef hen wat nodig is.
33:00Dat de broederlijke liefde blijven.
33:03Dat de stok van liefelijkheid en samenbinding gevonden worden.
33:07En dat zo gezocht mag worden het goede voor uw gemeente.
33:11Heer, leid dan zo.
33:14En gedenk daarin ook het beroep dat is uitgebracht op dominee Joppe.
33:18Heer, u weet het.
33:20Of hij die man is naar uw raad en naar uw hart.
33:24Uit uw rechterhand om dit volk te dienen.
33:28Heren u weet wat de gemeente nodig heeft.
33:32O gedenk dan.
33:34Ook dominee Joppe.
33:37En wil hem duidelijkheid geven.
33:39En wil hem gehoorzaamheid geven aan u.
33:42De levende God.
33:45Omdat hij in uw weg zou wandelen.
33:47Of dat nu betekent blijven in Barneveld of gaan naar Oudorp.
33:51Gedenk ook zijn gezin.
33:53Waar elk beroep toch weer een zekere onrust met zich meebrengt.
33:58Ontworteld te worden.
34:00Misschien.
34:01En weer ergens anders in te wortelen.
34:04Heren wees er nabij.
34:07Heren gedenk zo.
34:09Aan al het werk in uw koninkrijk ook hier te plaatsen.
34:13Geef kategeten wat nodig is.
34:15Het jeugdwerk, de vereniging.
34:18Wees ons ook straks nabij en goed.
34:20Bij de preekbespreking met onze jonge vrienden.
34:24Heren, geef ze een verlangen en een begeerte om ook daarbij aanwezig te zijn.
34:28Om samen na te denken over de prediking van deze morgen.
34:33En bereid ook daar een zegen, heren.
34:37Gedenk al het werk, heren, dat verricht wordt aan zending en evangelisatie.
34:44Het is zo nodig.
34:45De velden zijn wit om te oogsten en de arbeiders zo weinig.
34:49Heren, zou u willen geven dat ook die cursusavond daarbij mag gedragen.
34:54Dat er nog vrijmoedigheid gevonden mag worden bij u vandaan.
34:59Om ook tot een lichtend licht te zijn en een zoutend zout.
35:04En dat kan toch alleen als wij een leesbare brief zijn van Christus.
35:09Want anders zal toch de blinde de blinde leiden.
35:12En uw woord zegt dan vallen ze tezamen in de gracht.
35:16O geef dan heren een hartelijk verlangen.
35:19Om in uw dienst te arbeiden.
35:23Geef wat nodig is in het werk van de Bijbelvertaling.
35:27Gedenk uw volk in de verdrukking.
35:30Indrukwekkende cijfers, 388 miljoen christenen.
35:36En daar zien we geen grote acties voor gehouden worden.
35:41Want het gaat over uw kerk.
35:44En de wereld haat uw kerk.
35:47Die dient alleen maar de overste van deze wereld.
35:51De vorst van de verstrooiing en de duisternis, de duivel.
35:55En uiteindelijk...
35:57Heeft uw kerk ook geen protestmars nodig.
36:01Maar het gebed.
36:03Heer en daarom bidden we voor uw kerk in de verdrukking.
36:05Die in gevangenissen kwijnen.
36:07Die in het geheim samenkomen.
36:09Die ter dood gebracht worden.
36:12Op deze dag.
36:13Omdat ze u dienen.
36:16Heer houd ze staande.
36:18En breid uw koninkrijk verder uit.
36:21En doe hen zien.
36:23Dat er niets vreemds overkomt.
36:26Want u heeft het al gezegd, dat wat de Heer overkomt, dat dat ook zijn dienaren zal overkomen.
36:36U heeft het gezegd, zalig zijt gij, indien gij vervolgd wordt, om mijn het wil.
36:43Heere, bemoedig ze daarmee en houd ze zo standen.
36:48Gedenk, o grote koning, rechten hebben we niet.
36:52Verdiensten en aanspraak kunnen we niet laten gelden.
36:55Maar hoor ons nog om diens wil die gij altijd hoort.
36:59Om Jezus wil.
37:01Amen.
37:06Gemeente Job zegt in hoofdstuk 10.
37:09Tegen de heren ik zal tot God zeggen.
37:13Verdoem mij niet.
37:14Doe mij weten waarover gij met mij twist.
37:19En we weten allemaal op welke wijze Job beproefd is geweest.
37:23En hoe donker die weg voor Job geweest is.
37:25Ja zo donker dat hij op den duur zo ver komt.
37:28Dat hij zegt, heren, het is beter dat ik niet geboren was geweest.
37:35Maar dit is ook Job.
37:36Hij zegt, heren, veroordeel mij toch niet.
37:39Laat mij toch weten waarom u met mij twist.
37:43Waarom ik in deze diepe nood verkeer.
37:46Waarom ik in deze weg moet gaan.
37:49Wat laat ons dat zien?
37:51Nou, dat Job niet onverschillig is.
37:55Onverschillig is over de weg die de heren met hem gaat.
37:58Wat laat ons dat nog meer zien?
38:01De richting waar hij op heen gaat.
38:05De weg die hij zoekt te gaan in zijn nood.
38:09In de verdrukking.
38:12Namelijk naar de Heren toe.
38:15En dat is ook de enige goede weg.
38:18Want dat is nou het doel van al Gods twisten met ons.
38:22Dat woord hoop ik zo verder uit te leggen.
38:24Gods twisten.
38:26Op dat wij ons zouden verootmoedigen.
38:29Dat wij zouden buigen.
38:31Dat wij ons aan zijn voeten zouden neerleggen.
38:35Dat is wat God zoekt.
38:36Dan kan hij wat aan je kwijt.
38:39Maar wat zien wij?
38:42Vanmorgen als de heer het geeft het volk van Israël doet het precies andersom.
38:46Die doen niet als Job.
38:47Die doen als zichzelf.
38:49Een Adamskind.
38:50Die van natuur hun eigen weg gaat.
38:53Buiten God om.
38:54Niet wil bukken en buigen.
38:56En weet je wat er dan gebeurt?
38:58Dan trekt de Heer door met zijn oordelen.
39:02Laat het ons tot waarschuwing zijn.
39:06We staan vanmorgen stil bij Israëls ontrouw aan de Heren.
39:11Dus Israëls ontrouw aan de Heren.
39:14Dat zien we uitgetekend in het komende oordeel.
39:17En dan twee gedachten.
39:19Een waarschuwing voor het oordeel.
39:22En ten tweede een uitwerking van het oordeel.
39:26Dus ten eerste een waarschuwing voor het oordeel en ten tweede een uitwerking van het oordeel.
39:33Maar we gaan daar eerst van zingen.
39:36Uit Psalm 1, waar gezongen wordt over twee wegen en twee soorten mensen.
39:43Welzalig hij die in der bozen raad niet wandelt, nog op het pad van zon daar staat.
39:50Het tweede vers, zo iemand is als een frisse boom geplant.
39:56In een verte grond bij een stroom.
39:59Dat is iemand die vruchten voortbrengt van geloof en bekering.
40:03Maar dat is ook nog een ander volk.
40:06En zing dat maar met diep ontzag.
40:11Want we zingen als we nog niet bekeerd zijn hier gemeente onze eigen veroordeling.
40:16Gans anders is het met hem.
40:18Die het kwaad bemint.
40:21Die is als kaf dat wegstuift voor de wind.
40:24Geen zon daar.
40:25Hoor je dat?
40:26Niet één.
40:28Zondaar zal het gewis verderf ontkomen als in het gericht door God wordt wraak genomen.
40:36Het zijn nogal woorden.
40:38Hij die van deugd en godsvrucht is ontaard zal niet bestaan waar het vrome volk vergaat.
40:46Gemeente, ondertussen krijgt u gelegenheid uw liefde gaan vanaf te zonderen voor de heren en zijn dienst.
40:51Terwijl wij zingen uit Psalm 1, vers 1, 2 en 3.
40:55In
40:56[GEZANG]
48:30de eerste plaats, gemeente.
48:32Een waarschuwing voor het oordeel.
48:38De heren roept Israël tot het gericht.
48:44Wat wil dat zeggen?
48:45De heren roept Israël als het ware in een rechtbank.
48:49Twist.
48:50Dat wil dat zeggen.
48:51Tot het recht geroepen worden.
48:53In een rechtszaal geroepen worden.
48:55De heren stelt zich om te pleiten.
48:57En hij staat om de volken te richten.
49:01Waarover moet dat dan gaan?
49:03Die rechtszaak?
49:05Wel, overgehomer.
49:09Omdat zij mijn vrouw niet is.
49:12Want ze leeft in overspel en ik haar man niet ben.
49:16En dan wordt er gelijk gezegd wat er gebeuren moet.
49:20Ze moet haar hoererijen van haar aangezicht en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.
49:27Het volk wordt hier aangesproken.
49:30En nog letterlijker hier wordt als het ware rechtstreeks tot die kinderen gesproken, die drie kinderen.
49:35Jullie moeder moet stoppen met het overspel.
49:42Want zelfs na het huwelijk met Hosea blijft Gomer in overspel.
49:49Het heeft er heel veel van weg dat de tweede en de derde, dat die niet van Hosea zijn, maar kinderen voortgekomen uit Hosea.
50:01Maar
50:03dat moeten we nu verder laten rusten.
50:06De kinderen moeten als het ware hun moeder aanspreken op het overspel.
50:13Het afval van de dienst van de heren raakt de kinderen.
50:18Dat mag voor ons als ouders wel een waarschuwing zijn.
50:21Hoe leven wij in de dienst aan de heren?
50:25Wat zien ze daarvan?
50:27Hoe leven wij ze voor?
50:31Zal het ook zo met onze kinderen moeten zijn dat zij aangesproken worden op ons gedrag?
50:39Wat moeten ze dan doen?
50:40Ze moet haar roererijen van haar aangezicht wegdoen.
50:46Ze waarschijnlijk wordt hier gesproken over de publieke zonde.
50:49En haar overspelerijen van tussen haar borsten.
50:53Die zonden, waarvan Matthew Henry zegt, die in het heimelijke gebeuren.
50:58Je weet wel, jongelui achter een gesloten deur.
51:02In het donker waar niemand kan zien wat je doet.
51:06Maar de Heere ziet het wel.
51:09Kijk, zo moet Israël afstand doen van de afgodendienst.
51:14In de openbare dienst.
51:17Zichtbaar voor iedereen.
51:19Wat regelmatig ook werkelijk met prostitutie te gepaard ging.
51:26Je kon de Baal en de Astartes dienen door een offer te brengen met je lichaam.
51:32Door gemeenschap te hebben met de tempelpriesters of de priesteressen.
51:39Afgodendienst is overspel.
51:43Want God heeft recht op de gehoorzaamheid van het volk.
51:47God heeft recht op jouw gehoorzaamheid.
51:49God heeft recht op mijn gehoorzaamheid.
51:51Want toen wij gedoopt zijn, toen zei de Heer tegen ons, ik ben de Heer, jouw God.
51:57Ik ben jouw schepper, ik ben jouw maker.
51:59En ik heb recht op jouw gehoorzaamheid.
52:05Zegt, dienen wij ook afgoden,
52:08waardoor wij ook geestelijk overspel pregen?
52:14Ik zeg, ja, maar ik heb geen afgoden in huis staan.
52:17Dat misschien niet.
52:20Maar vertel eens, waarbij je afgelopen week heel druk mee geweest.
52:25Zo druk dat dat eigenlijk het enige was waar je maar over spreken kon.
52:29Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over.
52:34Waar ben je in je gedachten zo vol van?
52:38Is dat je werk?
52:40Is dat je bedrijf?
52:41Is
52:43dat de nieuwe auto die je gaat kopen?
52:46Is het misschien een
52:49kind waar je zo trots op bent?
52:53Is het misschien je man?
52:55Is het misschien je vrouw?
52:56Of
52:58pleeg je afgoderij met dominees?
53:01Kan ook nog.
53:04Wat gemeente dienen wij?
53:09Wat dienen wij?
53:12Is het zichtbaar in onze levens dat wij gebroken hebben met de afgodedienst?
53:18Of niet?
53:21Heeft de Heer met eerbied gesproken de sleutelbos van je hart gekregen?
53:28Waar al die kamertjes zitten, waar al die dingen opgeslagen liggen die wij bewaren willen, die wij aandacht geven.
53:35Heeft de Heer de sleutel gekregen van al die deuren?
53:39Of hou je bepaalde delen van je hart hermetisch voor de Heer afgesloten?
53:47Dat is de reden dat je geen vrede met God hebt.
53:51Want de Heer kan niet leven in een half hart.
53:55De heren wil je hele hart.
53:58De heren wil achter elke deur in je hart kijken.
54:02Hoe vuil, hoe vunzig en hoe zondig het daarachter ook is.
54:06Want geloof me gemeente, het bloed van Jezus Christus, Godzoon, was de reinig van alle zonden.
54:13En daarom wil de heren je hele hart.
54:15En denk erom, hij is de enige die hem ook kan vervullen.
54:25Snapt u gemeente?
54:27Als de heren nou een huwelijksverbond als het ware gesloten heeft met Israël.
54:33Maar ook met ons in de doop.
54:35En wij dat verbreken.
54:38Eigenhandig.
54:39Niet omdat wij dat moeten, maar omdat wij het doen.
54:42Omdat wij dat willen.
54:44Dat de Heer niet anders kan dan met zijn bedreigingen en met zijn oordelen te komen.
54:52Verbondsbreuk.
54:53Is verschrikkelijk.
54:56Wij horen graag over de zegeningen van het verbond.
54:59Over de beloften van het verbond.
55:02Maar er is ook een verbondswraak.
55:06Wanneer ik niet gehoorzaam aan de heren.
55:08Zal dat wraakswaard mij treffen.
55:13Voel je.
55:14Als de heren zegt ik wil je alles geven.
55:17En jij zegt maar heren ik wil alles zelf doen.
55:21Dat voor zulke mensen die zo willen blijven leven.
55:26En ik zeg het met bewogenheid de hel.
55:29Een gepaste straf is.
55:32Als de heren je de hemel wil geven.
55:36En je die welbewust niet kiest.
55:44De Heer heeft geen lust aan de dood van de goddeloze.
55:48Maar daarin dat hij zich bekeert en leeft.
55:54En dan gaat de Heer dat oordeel verder toelichten.
55:58Dan zegt hij, opdat ik ze niet naakt uitstroop en zet ze als ten dagen toen zij geboren werd.
56:05Ja, maken ze als een woestijn en zetten ze als een dorland en doden ze door dorst.
56:12Naaktheid is een...
56:13Na de zondeval een symbool van schande geworden.
56:18Zullen we dat onthouden?
56:19Naaktheid is na de zondeval een symbool van schande geworden.
56:27Schaamte, kwetsbaarheid.
56:31Israël zal een zo'n vernederende straf ontvangen.
56:36Dat gelijk staat aan het naakt over straat moeten gaan.
56:41Daar zou je toch niet aan moeten denken.
56:48En toch zal het gebeuren.
56:50En wat voor een ontdekkende.
56:53Straf krijgt het volk, dan het volk zal weggevoerd worden.
56:57Het volk van het verbond zal in ballingschap gevoerd worden.
57:01Het volk van het verbond zal de tempel, Gods huis, moeten gaan missen.
57:07Die zal verwoest worden.
57:11Israël zal verslagen worden.
57:19En wat heeft dat tot gevolg?
57:20Dat ik mij haar kinderen niet ontferm.
57:23Omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
57:27Moet je je voorstellen hier in dit beeld.
57:30Hosea zegt tegen zijn kinderen.
57:32Kinderen ik kan niet meer naar jullie omzien.
57:36Want jullie zijn kinderen van een hoer.
57:39En jullie plegen ook geestelijk overspel.
57:45Daarom ontferm ik niet meer.
57:46En het woord ontfermen hier heeft alles te maken met baarmoeder.
57:52En als het goed is in de zwangerschap.
57:56Dat is al een wonder.
58:00En een moeder die mag het psychisch ook goed hebben in de zwangerschap.
58:03Wat doet ze dan met dat kind in haar buik?
58:07Dat koestert ze.
58:09Daar houdt ze de hand op.
58:11Daar bidt ze voor.
58:12Ze draagt het kind onder het hart.
58:14Maar ook als het ware op het hart.
58:17Dat is waar het woord ontfermen vandaan komt.
58:22Die liefde die er is voor dat ongeboren leven.
58:26Die heeft de heren voor zijn volk.
58:27En nu zegt hij, ik doe dat niet meer.
58:31Het kan niet meer.
58:32Je hebt de band met mij doorgesneden.
58:36O gemeente, hoe moet dat aflopen?
58:41Want wie is Israël nog?
58:44Wie bent u?
58:45Wie ben ik nog zonder de heren?
58:53Lo Ruhama, niet meer ontfermd.
58:56Lo Ami, niet meer mijn volk.
59:00Jezreel,
59:01oordeel, vloek.
59:05Hoe gaat het?
59:07Toch met dat volk.
59:08Welke kant gaat het op met dit onheilige, met dit onreine volk?
59:15Gemeente, zie je, je straft nooit goedkoop.
59:18Je zondigt nooit goedkoop.
59:20Zonde wordt altijd gestraft.
59:24En wat een wonder dat de Heer aan zijn gemeente ook vanmorgen duidelijk maakt.
59:32Ik wil je niet ongewaarschuwd verloren laten gaan.
59:38Maar als wij niet luisteren, gemeente, dan is het met ons als Jeruzalem.
59:43Ik heb u op de fluit gespeeld.
59:46Gij hebt niet gedanst.
59:48Ik heb uw klaagliederen gezongen.
59:50Gij hebt niet geweend.
59:54Want gij hebt niet gewild dat de koning over u zou zijn.
1:00:09Gemeente, heeft
1:00:11u geluisterd?
1:00:14De Heere blijft niet...
1:00:17Die eindeloos waarschuwen.
1:00:20Het kan zijn dat je vanmorgen je laatste preek hoort.
1:00:29Bij ons in Staphorst kwam op eerste kerstdag een man uit de kerk.
1:00:36En de onderweg naar huis kreeg hij een hersenbloeding.
1:00:41En voordat hij bij het ziekenhuis was al een hartstilstand.
1:00:43En in het ziekenhuis nog een hartstilstand.
1:00:45En toen de tweede dienst begon was hij al in de eeuwigheid.
1:00:48Zo snel kan het gaan.
1:00:5062 jaar.
1:00:54Dominee op het hof,
1:00:5778 jaar, is morgens van huis gegaan.
1:01:02In zijn stoel, in de studeerkamer, eeuwigheid.
1:01:06Zo snel kan het gaan.
1:01:08En dan niet geluisterd, niet gehoord.
1:01:13Gemeente, als dan de Heer komt met de oordelen over ons leven, dan zal dat zijn als met Israël.
1:01:20Naakt,
1:01:22naakt in de woestijn, verdrogen van de dorst en sterven.
1:01:29Dat is wat je dan als het ware wacht.
1:01:32Die beeldspraak zegt al genoeg gemeente.
1:01:37Maar wat is de heer eerlijk.
1:01:39Hij zegt het ons op voorhand.
1:01:41Als je mij ongehoorzaam wilt blijven.
1:01:42Dan weet je het.
1:01:43Dan zal er dit met je gebeuren.
1:01:53Dat is wat het zeggen wil.
1:01:57Als je de weg geweten hebt.
1:01:59En die niet bewandeld hebt.
1:02:01Dat je met dubbele slagen zult geslagen worden.
1:02:07Wie gelooft dat nu eigenlijk vanmorgen?
1:02:11Geloof je dat?
1:02:12Mijn jonge vriend geloof je dat?
1:02:15Als je onbekeerd blijft.
1:02:17Dat je dan een zwaardere staf zult krijgen.
1:02:20Van de heren dan iemand die nooit van het woord van de heren gehoord heeft.
1:02:25En gelooft u dat?
1:02:27Als u al 70 of 80 jaar naar de kerk gaat.
1:02:31Dat de heren ongeloof straft.
1:02:35Met de hel.
1:02:37De eeuwige dood.
1:02:40Weet je wat ik zo bang voor ben gemeente?
1:02:45Dat we er niks van geloven.
1:02:47Want we blijven zo.
1:02:50Rustig.
1:02:51We blijven zo stil.
1:02:54Waar is nou dat geroep?
1:02:56Waar gaat nu die kreet naar boven?
1:03:00Waar zie je het in de kerk dat het meegemeente verbroken is vanwege haar onbekeerlijkheid?
1:03:07Dat er geroepen wordt, oh ik ga verloren, verloren, voor eeuwig verloren.
1:03:11Heer, is er dan nog doen aan?
1:03:18Hoe lang denk je dat de Heer nog geduld met je heeft?
1:03:31Verhart u niet, hebben we net gezongen.
1:03:33Misschien wel uit volle borst.
1:03:35Maar laat u lijden, maar doe je het ook?
1:03:38Ja, dat kan ik niet.
1:03:41Ja, en dan?
1:03:44Is dat nou wat je vannacht niet van slapen kon, omdat je niet kunt?
1:03:47Omdat je niet wilt?
1:03:52Of kun je er ook nog van slapen?
1:03:53Dan is het geen nood.
1:03:56Dan is het geen nood.
1:04:02En als de Heer het dan toch het vanmiddag eeuwigheid laat worden...
1:04:08en jou, die niet wil, voor eeuwig van zijn aangezicht moet wegvagen...
1:04:14doet hij dan onrecht?
1:04:20Nee, hè?
1:04:21Je hebt het misschien vanmorgen ook wel gelezen met mij.
1:04:24In Psalm 92 en in hem is geen onrecht.
1:04:32Gemeente, dan gaan we naar onze tweede, wat langere gedachte.
1:04:35Die uitwerking van het oordeel.
1:04:39Want hun liede moeder hoereert.
1:04:42En die hen ontvangen heeft, handelt schandelijk.
1:04:45Want zij zegt, ik zal mijn boelen nagaan.
1:04:48Die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie.
1:04:53En mijn drank geven.
1:04:57We zien hier Gomer.
1:04:59Opnieuw.
1:05:00En we kijken als het ware in haar gedachtenwereld.
1:05:04Deze vrouw van Hosea.
1:05:05Deze hoer.
1:05:07Wat zacht.
1:05:08Wat doet zij.
1:05:09Wat zegt zij.
1:05:11Zij legt uit op welke wijze zij de afgodendiensten zegt.
1:05:16Ik ga hen na.
1:05:17Die boelen.
1:05:19Diegene met wie ze overspel pleegt.
1:05:21Degene die ze lief heeft.
1:05:23Buiten Hosea om.
1:05:27Nagaan.
1:05:29Dat is als het ware hun voetstappen drukken.
1:05:32Dat is actief handelen.
1:05:39Maar de Heere zegt, als je dat doet, Israël, Gomer, dan
1:05:47doe je zonde.
1:05:49Dat is schandelijk handelen.
1:05:53Maar weet je wat Gomer denkt?
1:05:55Gomer denkt, het dienen van de afgoden levert mij wat op.
1:06:00Want...
1:06:01Die geven mij brood, water, wol, vlas, olie en drink.
1:06:06Alles wat nodig is om rond te komen.
1:06:10Om in leven te kunnen blijven.
1:06:12Om eten te kunnen bereiden.
1:06:15Maar ja, we zullen het straks in vers 7 zien.
1:06:19Dat wat Gomer denkt van de afgoden te kunnen krijgen.
1:06:23Daarvan zegt de Heer, dat is van mij.
1:06:25Dat heb ik u gegeven.
1:06:31Dat is de zegen die ik beloof bij gehoorzaamheid aan mij.
1:06:35Want dan krijg je alles.
1:06:37Heer Jezus zei dat later toch ook.
1:06:39Zoek nou eerst het koninkrijk van God.
1:06:41Dien nu eerst de heren oprecht met je hart.
1:06:45En dan zal je niets ontbreken.
1:06:48Dan zal u alles toegeworpen worden.
1:06:53Maar gemeente, dat tekent nou de diepte van de val.
1:06:57Dat wij...
1:06:59Van de afgodende zegen verwachten die de Heere ons wil geven.
1:07:07Ja, en dan in het geval van Gomer verkoopt ze zelfs haar lichaam.
1:07:12Je zou zeggen, ze verkoopt haar ziel en zaligheid aan de wereld, aan de duivel.
1:07:19En God?
1:07:21God geeft zijn gaven voor
1:07:25niets.
1:07:26Want daar is al voor betaald.
1:07:29De prijs van Gods gaven is betaald met het dierbare bloed van de Heer Jezus Christus.
1:07:36En dan geeft hij het zijn beminden als in de slaap.
1:07:41U zegt, kunt u mij ook een voorbeeld geven dan van hoe ik het van de afgoden kan verwachten.
1:07:47Een zegen verwacht van de afgoden die de Heer mij wel wil geven.
1:07:51Nou, ik
1:07:54denk dat geld een heel eenvoudig voorbeeld kan zijn.
1:07:59Geld...
1:08:00De mammon, de geldgod, is heel eenvoudig een afgod.
1:08:05Want wij denken als wij geld hebben het leven wel te kunnen organiseren.
1:08:15Als ik nood heb, geef ik geld uit om de nood op te lossen.
1:08:24We gaan nu niet een grote discussie houden over het verzekeren ja of nee.
1:08:29Het was de taak van de diakonie.
1:08:32Maar we hebben zelf bedacht dat wij geld apart gaan zetten op een...
1:08:38Ergens een plaats.
1:08:40Voor dingen waarvan wij niet weten dat ze ons gaan gebeuren.
1:08:44Want dat geeft ons zekerheid.
1:08:51Is dat het geloof van zondag 10?
1:08:56Dat de Heere zorgt.
1:09:00Zoekt eerst het koninkrijk van God en al het andere zal u toegeworpen worden.
1:09:06Hebben wij de Heere zo niet uit ons leven georganiseerd?
1:09:09En van ons geld en van onze middelen en van onze instellingen.
1:09:14Onbewust misschien.
1:09:16Een afgod gemaakt.
1:09:20Waardoor de Heer er niet meer zorgen kan.
1:09:25De Heer heeft zilver en goud.
1:09:27De Heer heeft het vee op duizend bergen.
1:09:29Luther zegt, als het nodig is kan de Heer er wel een raam in de hemel maken en het geld laten regenen.
1:09:35Kijk, dat is vertrouwen op de Heer.
1:09:37En niet op iets anders.
1:09:40Neem dat eens mee.
1:09:45Daarom ziet.
1:09:46De Heere gaat verder met het uitwerken van het oordeel.
1:09:48Ik zal uw weg met doornen betuinen en ik zal een heiningmuur maken dat zij haar paden niet zal vinden.
1:09:58Nou is het misschien al gebleken dat het niet altijd even helder is in Hosea 2 wie hier nu rechtstreeks aangesproken wordt.
1:10:06Is dit nu Gomer of is dit nu het volk Israël direct?
1:10:11Ook hier is dat lastig te zeggen.
1:10:14Bijna niet voor te stellen dat Hosea Gomer in een soort van omheinde binnenplaats of zo zou neerzetten.
1:10:24Met doornen daaromheen.
1:10:28Het is meer en nemelijk om te zeggen dat de Heer hier zegt.
1:10:31Ik zal die weg die mijn volk gaat naar de afgoden.
1:10:36Het dienen van de afgoden zal ik onmogelijk maken.
1:10:40Ik ga die weg afsluiten.
1:10:42En als ze die weg willen gaan, dan zullen ze zich hoe dan ook bezeren.
1:10:46Want ze moeten door die heiningmuur heen.
1:10:48Ze moeten over die doornen heen.
1:10:54De Heer zegt, ik maak het onmogelijk dat je die afgod nog kan dienen.
1:10:59Haar paden zal ik omtuinen.
1:11:03En hoe ontstaat er een pad, kinderen?
1:11:05Als je één keer over het gras loopt, heb je geen pad, hè?
1:11:08Na tien keer ook niet.
1:11:10Dan moet je heel vaak over dezelfde plek, over het gazon lopen en dan krijg je een pad.
1:11:16Dat laat hier iets in, gemeente.
1:11:18Het was het gewone werk van dit volk.
1:11:21Om uit te gaan, om te zondigen, om de heren achter te laten en de afgoden te dienen.
1:11:29Het is niet één keer uit zwakheid in zonde vallen, nee.
1:11:33Het is een voornemen.
1:11:35Ik ben met God gebroken.
1:11:38En ik ga mijn eigen weg.
1:11:39Ik wil met hem niets meer te maken hebben.
1:11:44Maar dit weet ik nu wel.
1:11:45Het zonde pad is een pad vol doornen.
1:11:50Ben je erachter gekomen?
1:11:54Wat heeft de zonde je gebracht?
1:11:58Wees eens heel eerlijk vanmorgen.
1:12:03Wat heeft je
1:12:07zwarte geld je gebracht?
1:12:16Wat heeft het kijken van porno je gebracht?
1:12:23Wat heeft het omduiken van de belasting je gebracht?
1:12:29Wat heeft je ongehoorzaamheid aan...
1:12:32Je ouders die je gebracht.
1:12:36Pijn.
1:12:38Verdriet.
1:12:40Eenzaamheid.
1:12:41Gebrokenheid.
1:12:43Verwrongenheid.
1:12:45Dat is wat er gebeurt als je die veilige muur van Gods geboden doorbreekt.
1:12:49Dan doe je je pijn.
1:12:54Dat gaat nooit goed.
1:12:56Het kan wel even een kik geven.
1:12:58Het kan wel even fijn zijn.
1:13:01Maar het is een pad met doornen.
1:13:03Je haalt je eraan los.
1:13:05Het maakt je kapot.
1:13:07Het eindigt in de dood.
1:13:12Weet je wat zo'n wonder is?
1:13:15En Gods kinderen vanmorgen weten dat.
1:13:18Want die leefden ook zo, hè?
1:13:20Allemaal.
1:13:22Zondige mensen.
1:13:24En dat blijven ze tot de laatste snik.
1:13:27Maar de Heer ging hen dat laten zien, dat zij zo leefden.
1:13:30Dat zij over dat pad met doornen gingen.
1:13:33En de Heer ging dat pad met die doornen steeds enger, steeds smaller maken.
1:13:38En die weg naar de zonde werd steeds meer afgesneden.
1:13:44Vroeger werd er weleens gezegd, ze gingen overal de dood opschrijven.
1:13:48Nergens vonden ze het vermaak en het leven meer in.
1:13:52De brug naar de wereld werd opgehaald.
1:13:55Want ze konden de wereld niet meer dienen.
1:13:58Want de wereld met haar begeerlijkheid gaat voorbij.
1:14:02Ze hebben het gezien en ze moesten het geloven.
1:14:06En ze hebben het gelezen en gehoord.
1:14:08Maar wie de wil van God doet, die bestaat tot in de eeuwigheid.
1:14:11En de wil van God doen, betekent daar de zonde.
1:14:15Haten en bij de zonde vandaan vluchten.
1:14:18En God gehoorzaam zijn.
1:14:23En dat kan soms heel geleidelijk gaan.
1:14:25Dat de Heer je zo in die engte gaat brengen.
1:14:29Dat de Heer je zondaar gaat maken voor hem.
1:14:32Ik zit te denken aan de verloren zoon.
1:14:36Uit die gelijkenis.
1:14:38Die jongen kwam niet direct tot inzicht.
1:14:40Nee, er was eerst een hongersnood nodig.
1:14:44En na de hongersnood ging die...
1:14:48Niet denken dan ga ik naar mijn vader.
1:14:49Nee, toen ging hij werken bij de varkens.
1:14:53Eigenlijk zonk hij nog dieper weg in het moeras van de zonde.
1:14:56En toen werd tegen hem gezegd.
1:15:00Je mag die draf van de varkens niet eten.
1:15:02En
1:15:05toen komt hij tot inzicht.
1:15:06Komt hij tot zijn hart.
1:15:09Hoeveel huurlingen van mijn vader hebben het beter dan ik.
1:15:16En zo kan de Heer ook vandaag nog een ziel in de klem brengen.
1:15:22En je terugleiden.
1:15:24En je terugbrengen daar waar je vandaan gekomen bent.
1:15:31En gemeente, dat kan ook soms met één woord.
1:15:34Één woord in de prediking en de weg naar de zonde wordt afgesloten.
1:15:40Één woord in het Bijbellezen aan tafel.
1:15:42In je hart op de juiste plaats gevallen en gebracht door de geest.
1:15:47En het is voorbij met het dienen van de wereld.
1:15:49Je ziet het.
1:15:51Je ziet het.
1:15:53Je ziet het.
1:15:56Radicale omkeer.
1:15:57Misschien kun je het wel vertellen.
1:15:58Omdat je het ziet bij je vader of bij je moeder dat dat gebeurd is.
1:16:02Eerst deden ze van alles en overal aan mee.
1:16:05En opeens kon het niet meer.
1:16:06Of die jongen of dat meisje uit je vriendengroep.
1:16:10Of woensdagavond niet meer naar de keet of ergens anders naartoe.
1:16:13Nee, een bijbellezing.
1:16:16Of misschien wel ergens anders op het eiland.
1:16:19Naar de bijbellezing.
1:16:22Hongerig geworden.
1:16:23Naar het woord van de levende God.
1:16:30En dan beide niet in één keer.
1:16:32Want dat blijkt ook wel bij Israël.
1:16:34Want zij zal haar boelen nalopen.
1:16:36Toch weer erop uitgaan.
1:16:38Dat is nou het hart van een zondaar.
1:16:40Maar dezelfde niet aantreffen.
1:16:42Zij zal hen zoeken, maar niet vinden.
1:16:45Dan zal zij zeggen, ik zal heen gaan.
1:16:47En keer hem weer tot mijn vorige man.
1:16:49Want toen was mij beter dan nu.
1:16:54De Heer zegt, als je dan toch uitgaat.
1:16:58Je zult niets aantreffen.
1:17:00Je zult er niets meer vinden.
1:17:08En dan weegt Gomer als het ware haar opties.
1:17:11En ze zegt, weet je wat ik doe?
1:17:13Als de Heer dan de weg zo afsluit, dan ga ik terug.
1:17:17Ga terug naar Hosea.
1:17:20Ik ga weer met hem leven.
1:17:28En dat laat ons iets zien.
1:17:30Dat er nooit tot een werkelijke scheiding gekomen is tussen Gomer en Hosea.
1:17:35En tussen Israël en tussen de Heren.
1:17:38Tussen jou en tussen de Heren.
1:17:41Die scheiding valt pas definitief bij je laatste snik.
1:17:47Want als Hosea en Gomer werkelijk gescheiden waren, na haar overspel, dan hadden ze niet meer samen kunnen komen.
1:17:57Onmogelijk kon Gomer dan zeggen, ik ga weer met Hosea leven.
1:18:01Deuteronomium 24 maakt dat heel duidelijk.
1:18:05Dus de oplossing van Gomer, nou ik kom wel terug en ik ga dan wel weer naar Hosea, is een onmogelijke, een oppervlakkige keuze.
1:18:13Want het gaat haar nog niet om haar man.
1:18:16Maar om wat hij te geven heeft.
1:18:23Want ze hadden het toch wel goed bij hem.
1:18:27Wat wil dat nou zeggen?
1:18:29Dit vers.
1:18:30Wel de enige.
1:18:31De enige hoop en oplossing die er nog is voor Israël.
1:18:35Is Gods oneindige barmhartigheid.
1:18:40Zijn genade.
1:18:41Zijn ontverming.
1:18:43En opnieuw denk ik aan die verloren zoon.
1:18:45Kon hij het goed maken?
1:18:48Dat weten jullie wel, jongelui.
1:18:49Die verloren zoon kon het niet meer goedmaken.
1:18:51Net als Gomer, die kon het ook niet goedmaken.
1:18:54Het moest van de andere kant komen.
1:18:56In die gelijkenis moest het van die vader komen.
1:19:03Want voor mij geldt er brandoffer nog offer voor de schuld.
1:19:08Voldeden aan uw eis nog eer.
1:19:10Het moet van Christus komen.
1:19:16En dan wordt het verder...
1:19:31Kijk, hier staat Israël weer op de voorgrond.
1:19:36Zie, het gaat om de zegeningen.
1:19:38En ze zien het niet, dat de zegeningen die ze ontvangen hebben voor een levensonderhoud, dat dat van de Heren komt, van de Verbondsgod.
1:19:54Ze hebben het niet op waarde geschat.
1:19:56Ze hebben het niet gewaardeerd.
1:20:00Israël dacht het elders beter te hebben.
1:20:04Dat is toch een machtige list van de duivel.
1:20:07Dat hij de zonde zo voortschildert.
1:20:11Alsof dat leven met de vorst van de duisternis, met de duivel.
1:20:15Beter is dan het leven met de heren.
1:20:19En we zijn er allemaal gevoelig voor.
1:20:24Want wat zie je, wat denk je als je op...
1:20:28Insta kijkt naar al die succesvolle mensen.
1:20:31Wat denk je dan?
1:20:33Zou ik ook wel willen.
1:20:35Al dat geld.
1:20:37Die mooie auto's, die grote huizen.
1:20:40Mooie tuinen.
1:20:43Een mooi lichaam.
1:20:47Enzovoort, enzovoort, enzovoort.
1:20:51De duivel geeft je een ander besef van wat goed is dan wat God doet.
1:20:57Hij bedriegt je.
1:20:58Hij misleidt je.
1:21:00En dat is zijn werk al vanaf Genesis 3.
1:21:05Maar we hollen hem achterna.
1:21:07Die grootste leugenaar die er bestaat.
1:21:10Hij zei tegen Adam en Eva, je zult niet sterven.
1:21:14Nou, wie hier heeft nog nooit een begrafenis meegemaakt?
1:21:18En heb je het met eigen ogen gezien?
1:21:20De duivel is een leugenaar.
1:21:24De duivel is een leugenaar.
1:21:29En wat is het dan verschrikkelijk?
1:21:31Dat wij godsgaven die wij van hem ontvangen...
1:21:36misbruiken in dienst van de duivel.
1:21:40Je zegt, hoe bedoelt u nou de adem die jij in je longen hebt?
1:21:46Van wie heb je die gekregen?
1:21:50Van de heren.
1:21:53Maar waar gebruik je die nu voor?
1:21:57Om de heren te loven en te prijzen?
1:22:01Of om de melodieën van de wereld te zingen?
1:22:05De energie en de kracht die je gekregen hebt, gebruik je die nu om de heren te zoeken?
1:22:12Of gebruik je die in dienst van de boze?
1:22:20Moet je kijken wat je van de heren krijgt.
1:22:23En vraag het maar aan iemand die ziek is.
1:22:29Die ziet dat het niet een vanzelfsprekendheid is om adem in de longen te hebben.
1:22:33Om een lichaam te hebben dat het elke dag doet.
1:22:37Dat mee wil naar de plaats waar jij ook heen wil.
1:22:42Het is onverdiende goedheid die we van God hebben ontvangen.
1:22:46Zie het dan niet.
1:22:48Alles wat ik heb gekregen vandaag boven de hel is onverdiende goedheid.
1:22:57En moeten we die God die ons dan overlaat met onverdiende goedheid.
1:23:02Dan niet met eer biedt.
1:23:04Prijzen gemeente.
1:23:08De Heer gaat verder.
1:23:10En hij gaat het nog als het ware het mes er dieper in zetten.
1:23:14En hij zegt ik zal terugkomen.
1:23:16En ik zal mijn koren.
1:23:17Let op mijn koren.
1:23:19Niet die van die boelen, niet die van die afgoden.
1:23:23Nee, mijn koren wegnemen op zijn tijd.
1:23:25Mijn most, mijn wijn op de gezette tijd.
1:23:28Ik zal wegrukken mijn wol, mijn vlas.
1:23:31Dienende om aan naaktheid te bedekken.
1:23:36De Heer zegt, wat jij denkt terug te krijgen bij mij, je vorige man.
1:23:42Nou, dat ga ik nu wegnemen.
1:23:44Dat ga ik nu wegnemen.
1:23:46Je zult in de schande van je naaktheid blijven.
1:23:51Want je hebt mij verlaten.
1:23:53Je hebt mijn verbond verlaten.
1:23:56Verbroken.
1:23:57Je bent God vergeten.
1:24:01En
1:24:04mijn oordeel zal jou nu tot schande en schaamte brengen.
1:24:10Honger.
1:24:12Armoede.
1:24:14Wegvoering.
1:24:18En nu zal ik haar dwaasheid ontdekken voor de ogen van haar boelen.
1:24:22En niemand zal haar uit mijn hand verlossen.
1:24:27Dat is wat gemeente.
1:24:31Zelfs de wereld zegt dit vers als het ware.
1:24:34Zal het zien dat God geweken is van zijn verbondsvolk.
1:24:44Dat is wat.
1:24:46Dat ze in Nederland moeten zeggen, moet je kijken wat er in Oudorp is gebeurd.
1:24:49God is Oudorp voorbij gegaan.
1:24:52Het lijkt wel dat ze overgegeven zijn aan het goeddunken van hun eigen hart.
1:24:57Mens praat erover, mens spreekt erover, de kranten staan er vol van.
1:25:05Gemeente, wat
1:25:07is het getuigenis wat wij nalaten in de wereld?
1:25:13En ik wil u een pastorale ervaring die mij zeer heeft aangegrepen niet onthouden.
1:25:23Er lag iemand op zijn einde,
1:25:25jong, maar
1:25:29kende de heren niet.
1:25:31Een bijbel op het nachtkastje in het ziekenhuis.
1:25:38De nood.
1:25:40God ontmoette hen niet te kunnen.
1:25:42Ze schreeuwden het uit.
1:25:45En dan zegt zo'n zuster.
1:25:47Maar er ligt toch een bijbel op uw nachtkastje.
1:25:50Ja maar ik ken God niet.
1:25:52Ik kan niet lezen.
1:25:53Ik kan niet bidden.
1:25:57En dan zeg je ten diepste in die nood tegen de wereld.
1:26:00Ja die bijbel ligt daar wel.
1:26:02Maar ik heb er misschien al wel veertig jaar in gelezen.
1:26:05Maar het heeft me niks gedaan.
1:26:06Vijftig jaar gelezen.
1:26:07Maar het heeft me niet geholpen.
1:26:11Gemeente.
1:26:11Is dat wat wij willen achterlaten in de wereld?
1:26:17En ik zeg niks over
1:26:21een doodstrijd die er kan zijn.
1:26:23Ook bij Gods kinderen is die daar soms.
1:26:26Niet iedereen gaat als het ware met een uitgestreken zeil de hemel in.
1:26:32Sommigen gaan in het donker.
1:26:33Dat kan.
1:26:35Maar dit was anders.
1:26:37Dit was omdat ze onbekeerd was.
1:26:41Omdat ze God niet kende.
1:26:46Moet dan de wereld zo over ons spreken, zoals zij ook over Israël sprak?
1:26:51Wat
1:27:00gaat de Heer er nog meer doen?
1:27:02En ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden, haar Sabbaten.
1:27:07Ja, al haar gezette hoogtijden.
1:27:12Weet je wat de Heer eigenlijk zegt?
1:27:15De Heer zegt, ik maak een eind aan jullie zondagen.
1:27:19Ik maak een eind aan het kerstfeest.
1:27:21Goede vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren.
1:27:24Ik maak er een eind aan.
1:27:27Ik kan het niet meer aanzien.
1:27:32Dat je zo diep gezonken bent in de dienst aan mij.
1:27:37Dat al die heidense goddeloze dingen in de godsdienst, in de tempel en op alle andere plaatsen.
1:27:45Dat het niet meer pijn doet, dat het niet meer schuurt, dat het niet meer tot zonde is.
1:27:49Maar dat je erin vol hart.
1:27:53Ook in Amos zegt de Heer er zoiets.
1:27:56Ik haat, ik versmaat uw feesten.
1:27:59Ik mag uw verbodsdagen niet rieken.
1:28:01Want ofschoon gij mij brandoffer offert, mitsgades uw spijsoffer, ik heb er toch geen welgevallen aan.
1:28:07En het dankoffer van uw vette beesten mag ik niet zien.
1:28:11Doe het getieren van uw liederen van mij weg.
1:28:14Ook mag ik uw luide spel niet horen.
1:28:21Gemeente, dan mag een bange vraag vanmorgen mijn en uw hart wel vervullen.
1:28:25Hoe kijkt de Heer dan nu naar onze eredienst?
1:28:31Zal het ook van ons zeggen vanmorgen?
1:28:35Doe dat getier van vol mijn aangezicht weg.
1:28:39Ik kan het niet aanzien.
1:28:43Verbondsgemeente van Oudorp, dat je me verbond hebt, verbroken en daarin vol hart.
1:28:49En
1:28:56gemeente, dat is niet omdat de Heer hard is.
1:29:01Dat is niet omdat de Heer zo graag torent.
1:29:04Maar dat de Heer zich hier als het ware zo in zijn hart laat zien...
1:29:08en wij zijn toren uitgetekend vinden in deze tekstverse...
1:29:13dat zegt iets over hoe groot zijn liefde is.
1:29:22Want een God die niet torent, kan ook niet lief hebben.
1:29:28En ja, dan is dat bij God allebei honderd procent.
1:29:34Gods torengemeente is Gods nee tegen de zonde.
1:29:41Hij haat de zonde.
1:29:43En zo zouden wij de zonde ook moeten haten.
1:29:50Wil je zien hoe diep God de zonde haat, moet je naar Golgotha gaan.
1:29:53Daar zie je waar de prijs van de zonde is.
1:29:56Het dierbaar bloed van Gods eigen zoon, die we zo kort geleden nog in de krib hebben zien liggen.
1:30:03Onschuldig, ongeschuldig gemaakt.
1:30:09Niet in zonde en ongerechtigheid ontvangen, maar beladen met zonde en ongerechtigheid.
1:30:15Een spot en smaad van mensen geworden.
1:30:18De vloek van de wet gedragen.
1:30:21Om God weer te verzoenen.
1:30:24De felheid van de toren van God werd zichtbaar op Golgotha.
1:30:28Uitgestort op zijn eigen zoon.
1:30:30Zo had God de zonde.
1:30:31Maar zo lief had God de wereld dat hij zijn enige geboren zoon gegeven heeft.
1:30:36Opdat de niegelijk die in hem gelooft niet verderven.
1:30:39Maar het eeuwige leven hebben.
1:30:42O gemeente.
1:30:45Gelooft u dit heil en troostrijk woord al.
1:30:52En ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgenboom waarvan zij zegt.
1:30:57Deze zijn mij een hoerenloon dat mij mijn boelen gegeven hebben.
1:31:01Maar ik zal ze stellen tot een mout.
1:31:03En het wild gedierte des velds zal ze vreten.
1:31:09Baal is de god van de vruchtbaarheid.
1:31:14En dan lijkt Baal in het klimaat van het midden oogsten met veel droogte een ideale oplossing.
1:31:21Maar ze is het niet.
1:31:25En de Heer laat het zien.
1:31:27Want het is niet van de baal.
1:31:29Ik laat hier alles groeien en bloeien.
1:31:31Maar ik ga het wegnemen.
1:31:32Ik ga wegnemen je wijnstok en je vijgenboom.
1:31:35Je zegt, nou ja goed, niet erg toch, pootje weer nieuwe.
1:31:38Ja, maar weet je hoe lang het duurt voordat een wijnstok en een vijgenboom weer hun vruchten geven?
1:31:44Heel lang.
1:31:46Jaren.
1:31:47Voordat je daar een goede oogst van krijgt.
1:31:49Het is geen graan.
1:31:50Tot volgend jaar weer groeit.
1:31:52Een half jaar later.
1:31:53Nee, de wijnstok en de vijgenboom.
1:31:56Een vreselijk oordeel.
1:31:59En wat nog meer, er zullen niet genoeg mensen zijn om het overgeblevene van het oordeel te onderhouden.
1:32:07Wat er nog over is aan wijnstokken en vijgenbomen, dat wordt door het wild gedierte van het veld opgevreten.
1:32:14Het wordt overwoekerd.
1:32:17Want er zijn nog maar zo weinig mensen in het land overgebleven naar de wegvoering dat het hele land als het ware met onkruid ten onder gaat.
1:32:30De vruchten worden de prooi van het ongedierte.
1:32:33En daarom is het waar wat Micha zegt.
1:32:35Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden.
1:32:40En Jeruzalem zal tot steenhopen worden.
1:32:42En de berg van dit huis tot een hoogte van het woud.
1:32:49En tot slot zegt de Heer, ik zal over haar bezoeken de dagen des Baals.
1:32:53Waarin zij die gerookt heeft.
1:32:55En zich versiert met haar voorhoofd siersel en haar hals sieraad.
1:32:59En is haar boelen nagegaan.
1:33:01Maar is mij vergeten.
1:33:05Opnieuw blijkt.
1:33:07Hartstochtelijk.
1:33:08Dingde Israël.
1:33:11De Baal.
1:33:12Ging Gomer in het overspel.
1:33:14Doen wij de zonde.
1:33:17Ja Gomer versierde zich ervoor.
1:33:21Voorhoofd Siersel.
1:33:22Hals Sierande.
1:33:25Het beeld van overspel.
1:33:27Van verleiding.
1:33:28Maar de Heer zegt ik heb het wel gezien.
1:33:29Ik zie wel wat je doet vanuit de hemel, want ik ken van ver je gedachten, je zitten en je opstaan.
1:33:38Maar wat is het gevolg van al dat druk zijn voor de wereld?
1:33:41Van al dat versieren voor de wereld en in de wereld en met de wereld?
1:33:46Dat je God vergeet.
1:33:49Hem niet in je gedachten brengen.
1:33:54Is dat bij ons ook zo?
1:33:55Is dat bij jou zo misschien?
1:33:57Dat je God niet in je gedachten brengt?
1:33:59Weet je
1:34:03wie jou niet vergeet?
1:34:04God.
1:34:07Weet je nog waarom?
1:34:08Hij is je schepper.
1:34:11Hij heeft recht op jouw gehoorzaamheid.
1:34:13En jij hebt niet het recht.
1:34:15En ik heb niet het recht.
1:34:17En wij hebben niet het recht om één minuut langer onbekeerd door te leven.
1:34:23Want hij eist bekering.
1:34:25Hij eist geloof.
1:34:27Hij eist onderworpenheid aan hem.
1:34:30De levende God.
1:34:34Gemeente.
1:34:35Voelt u de pijn en het verdriet door deze woorden heen klinken?
1:34:39Het smart God aan zijn hart.
1:34:42Het doet hem intens veel verdriet.
1:34:45Dat wij ons volharden.
1:34:47Want hij heeft geen lust in onze dood.
1:34:52Dus volhard dan niet in de zonde.
1:34:55Verhard je dan niet langer.
1:34:58Maar laat je lijden.
1:35:01Gemeente, je zondigt.
1:35:05Tegen een goeddoend God.
1:35:07En we gaan besluiten.
1:35:09Maar ik wil je nog eerst een vraag stellen.
1:35:13Misschien denk je, ja zo'n God moet die nou gaan dienen?
1:35:15Die met zo'n scherpe preek, met zoveel oordeel naar mij toe komt.
1:35:20Zeg eens, wat
1:35:23heeft de Heer in je misdaan?
1:35:27Wat heeft de Heer in je misdaan?
1:35:33Waarvan wil je de Heer beschuldigen?
1:35:39Wat ontbreekt er aan Gods oplossing met eerbied gesproken?
1:35:45Jezus Christus.
1:35:48Voor uw zonde nood.
1:35:53Dan ontbreekt er een hem.
1:35:56En als u dan vanmorgen moet zeggen.
1:35:58Nee er ontbreekt niets aan hem.
1:36:00En ik heb niks tegen hem.
1:36:01Waarom bent u dan nog ombekeerd?
1:36:06Waarom dient u hem dan nog op uw manier?
1:36:11Gemeente.
1:36:12Nogmaals.
1:36:14Hij heeft geen lust.
1:36:17In de dood van de goddelozen.
1:36:18Maar daarin.
1:36:20Dat de goddelozen zich bekeren.
1:36:22En leven.
1:36:24Amen.
1:36:26Zingen we samen uit Psalm 119, het zestigste vers.
1:36:30Al het goddeloze volk verdoet gij als schuim van de aarde.
1:36:34En wat daar verder volgt uit 119, vers 60.
1:36:37[GEZANG]
1:39:12Zullen wij nog danken.
1:39:17Heren, dat
1:39:19we toch de diepte van de gezongen woorden tot
1:39:23ons door laten dringen.
1:39:24Uw
1:39:26oordeel, heren, zal toch niets dan vreselijk wezen.
1:39:33En heren, dan hebben wij vanmorgen iets over dat aangekondigde oordeel gehoord.
1:39:41En dan weten wij allen van die twee wegen en van twee uiteinden, hemel en hel.
1:39:51En dan hebben we gehoord dat u geen lust hebt in onze dood, maar daarin dat wij ons zouden bekeren en leven.
1:39:58Het is uw vermaak om zondaren zalig te maken.
1:40:01Heren, o bewaar ons dan voor een volharden in het ongeloof.
1:40:07Bekeer ons van ons ongeloof.
1:40:09Bekeer ons van onze onwil.
1:40:12U bent het zo eeuwig waard, heren.
1:40:15Om gediend, geloofd, geëerd en geprezen te worden.
1:40:19Er is niet een betere God.
1:40:20Er is geen betere zaligmaker.
1:40:23Er is geen dierbaardere Heer Jezus.
1:40:27O heren, geef toch dat het gebeurd mag zijn vanmorgen.
1:40:33Dat zonder zonde werd schuld schuld.
1:40:36Dat het gebod inkwam.
1:40:38En de vloek van de wet ook tegen ons uitgesproken werd.
1:40:42En dat wij die hoorden.
1:40:44O heren bereid dan zelf plaats voor het evangelie van vanavond.
1:40:52Vanuit het tweede deel.
1:40:54Heren doe genadig verzoening.
1:40:57Over de gesproken woorden.
1:41:01Die niet waren naar de reinheid van uw heiligdom.
1:41:06Over de gedachten bij het luisteren.
1:41:10Die eveneens besmet waren.
1:41:13En wilt uwe heren.
1:41:15Rijkelijk bekronen.
1:41:17O grote koning van uw kerk.
1:41:20Ontvang onze dank.
1:41:22Voor het spreken en het luisteren.
1:41:25Voor uw gaven van uw geest.
1:41:28Voor de gaven van uw zoon.
1:41:31Uw naam.
1:41:32Moet eeuwig eer ontvangen.
1:41:35Amen.
1:41:38Tot slot zingen we gemeente op zaal 95.
1:41:41En nu het vijfde vers.
1:41:43Verhard u niet.
1:41:44Neemt zijn genade ootmoedig aan.
1:41:4895-5.
1:41:50Bij
1:41:50[GEZANG]
1:44:04deze dienst met de zegenbeden uit de avondzang.
1:44:07O
1:44:08Vader, dat uw liefde ons blijkt.
1:44:13O Zoon, maak ons uw beeld gelijk.
1:44:18O Geest, zend uw troost ons neer.
1:44:23Driehenig God, u zij al de eer.
1:44:28Amen.
1:44:29[GEZANG]