Bezinningsuur - W. Teellinck: De praktijk van het Heilig Avondmaal-2

dinsdag 3 maart 2026 · 20:00 uur · Meditatie · Ds. D. Heemskerk · 52 minuten

Transcript

0:02Alle hartelijk welkom en ik stel voor dat we gaan beginnen met het zingen van Psalm 32, vers 3 en 4.

0:10Psalm 32, vers 3.

0:12Bekend, o Heer, aan uw oprecht mijn zonden.

0:15En het vierde vers.

0:17Gij zijt mij, Heren, ter schuilplaats ingevaren.

0:20Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.

0:24Psalm 32,

0:27vers 3 en 4.

0:29Deel

0:29[GEZANG]

5:37ervoor uit Matthäus.

5:3922, vers 1 tot en met 14.

5:43We

5:45openen Gods heilig en dierbare woord in Matthäus.

5:4922, vers

5:521 tot en met 14.

5:54Waar

5:56Gods woord als voogd tot ons komt.

5:59En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende, Het koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning,

6:11die zijn zoon een bruiloft bereid had.

6:14Men zond zijn dienstknechten uit om de genoden ter bruiloft te roepen, en zij wilden niet komen.

6:22Wederom zond hij andere dienstknechten, zeggende, Zeg ten genoden, zie, ik heb mijn middagmaal bereid, mijn ossen en de gemeste beesten zijn geslacht, en

6:35alle dingen zijn gereed, kom tot de bruiloft.

6:39Maar zij, zoos niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, genen tot zijn koopmanschap.

6:47En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaatheid aan en doodden hen.

6:54Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig en zijn krijgsheren zendende, heeft hij doodslagers vernield en hun stad in brand gestoken.

7:04Toen zei hij tot zijn dienstknechten, de bruiloft is wel bereid.

7:08Doch de genoden waren het niet waardig.

7:12Daarom gaat op de uitgangende wegen, en zoveel als gij er zult vinden, roep ze tot de bruiloft.

7:20En dezelfde dienst kreeg hem uitgaande op de wegen vergaderen, allen die zij vonden, bij de kwaaderen goeden, de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.

7:31En als de koning ingegaan was om de aanzittende gasten te overzien,

7:36zag hij al daar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftschreet, en zeide tot hem, vriend, hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftschreet aanhebbende?

7:49En hij verstomde.

7:51Toen zeide de koning tot de dienaars, bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis.

8:00Daar zal zijn wening en knersing der tanden, want vele zijn geroepen,

8:07Maar weinigen uitverkoren.

8:09Tot zover schriftlezing.

8:11Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.

8:16Heren zo brengt u ons in dit avontuur hierbij een.

8:19Of doet ons met deze plaats verbonden zijn.

8:22Om nog een voorbereiding te houden.

8:26Op het te bedienen sacrament van het heiligavondmaal.

8:30Een bezinningsbijeenkomst.

8:33Om ons te bezinnen.

8:36Aan de hand ook.

8:38Van een van de geschriften van een uur vroegere kinderen en knechten.

8:44U ons bijbels eerlijk ontdekkend en aansporend vertroostend onderwijs geeft.

8:53Nadat een ieder van ons van nodig heeft.

8:56Wil het gebruiken als een middel in uw hand.

8:59U bedient zich van de middelen van uw woord.

9:02Door de kracht van uw geest en het onderwijs.

9:07Ook wat naar uw woord is, de prediking van het woord, wil zo ook in die tafeltuur ons nog antwoord geven op onze vragen, onze ziele

9:19vragen, ook dat we die zouden mogen hebben, want het is toch geen vanzelfsprekende zaak uw naam te beleiden in het bieden van de gemeente, u de eer te geven,

9:31die voeding te ontvangen.

9:35Die versterking deelachtig te mogen worden.

9:38Dan moet er geestelijke honger en kommer zijn.

9:41Dan moet er oprecht geloof zijn.

9:44Hoe zwak, hoe bestreden ook.

9:46Wat versterkt wordt door middel van de sacramenten.

9:50Heren, schenk dan ons nog uw gunst, uw zegen.

9:54Bij het spreken, bij het luisteren.

9:56Aan de hand van dit onderwijs.

9:59Opdat wij uitgedreven mogen worden tot u.

10:03En uw genadentroon ontferm u zo naar uw warmhartigheden.

10:08Schenk zo nog een goede bijeenkomst die mag strekken tot verheerlijking van uw naam.

10:15Tot onderlinge stichting en onderwijzing.

10:19Tot roem van uw genade.

10:21Om Jezus willen.

10:24Uit genade.

10:25Amen.

10:29De vorige keer hebben we stilgestaan bij de eerste preek die vooral handelde over de voorbereiding.

10:35De oproep tot het ernstige onderzoek.

10:39En in deze tweede preek gaat het vooral ook over het bruiloftskleed.

10:44Hoe komen wij aan het sacrament van het heiligavondmaal?

10:48Wanneer zijn wij geschikt om deel te nemen aan dat sacrament?

10:53En dan noemt deze teling in deze tweede preek een veel uitgebreidere en veel langere preek als de eerste preek.

11:02En daarom heb ik hem maar in twee gedeelten.

11:05En het gaat om zes delen van dat bruiloftschreet.

11:12Hij noemt een zestal delen.

11:14En ik wil er dan vanavond stilstaan met de eerste drie.

11:18De eerste drie delen van dit bruiloftschreet.

11:21En zo noemt hij dat.

11:22Hij ziet dus een bepaald beeld in dat bruiloftschreet.

11:24Waarvan we zojuist ook lazen uit die gelijkenis.

11:27Dat er één ingedrongen was bij dat koningsmaal.

11:32Bij dat bruiloftsmaal.

11:34Die ontbrak het bruiloftsgeleed.

11:37Dat bruiloftsgeleed, zo zegt Teling, dat bestaat uit zes stukken.

11:41En de eerste drie, daar wilde ik vanavond bij stilstaan.

11:44Het eerste is het ware berouw over onze zonden.

11:48Het tweede is het ware geloof in Christus Jezus.

11:51En het derde is de ware liefde tot God en tot onze naasten.

11:57Dat ware berouw, zegt Teling, is nodig.

12:00Berouw blijft een zaak.

12:03Bij de aanvang van de bekering, maar ook bij de verdere voortgang.

12:07Dat is onmisbaar.

12:09En onder het oude verbond werd het paasga gegeten, het paaslam gegeten.

12:13En het ging ook samen met het gebruik van een bittere saus.

12:18En die bittere kruiden, dat was ook een bepaald beeld van de oprechte bekering.

12:25Van het berauw en van de droefheid over de zonde.

12:29Teling zegt, velen spreken dit uit.

12:32En zeggen dat ze zondaar zijn en beelden zich dit in, zonder dit in waarheid te kennen.

12:38En dat ook in oprechtheid te beleven.

12:41Het ware leed gaat niet over bepaalde zonden, maar gaat over alle zonden.

12:49David zegt, ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden.

12:54Niet minder eist God dat we dus van alle kwade paden afzien.

13:01Niet minder, met niet minder mogen wij tevreden zijn.

13:05Het gaat dus om alle zonden, niet alleen onze boezemzonde, onze lievelingszonde.

13:12De gierigaard die wil wel bepaalde andere zonden laten, nalaten, maar niet de zonde van zijn geldzucht.

13:21En dus de boezemzonde begeert er niet af te leggen.

13:25Wereldse mensen oordelen zacht over het aan de hand houden van een lievelingszonde nu ja.

13:31We zijn nu eenmaal zondaren, wordt er dan gezegd.

13:34Zo is het nu eenmaal.

13:36We zijn nu eenmaal onmachtig enzovoort.

13:39Maar hij zegt, die handelen zacht over het aan de hand houden van de lievelingszonde.

13:46Maar de oprechte haat en bestrijd en zoekt te laten alle zonde.

13:52Hij gebruikt er ook een beeld, deze teling.

13:56Hij zegt, in het huwelijk doelt u ook geen ander naast uw man.

14:00Of naast uw vrouw.

14:02En daarom moeten we tot die zonde waar we het meest aan verbonden zijn.

14:07Dus ook onze lievelingszonde, onze boezemzonde.

14:10Daarom moeten we te meer daar de strijd tegen aanbinden.

14:15En daarom ook de uitdrukkelijke vermaning in het formulier.

14:19Om allerlei zonden te haten en te verlaten.

14:23Zullen we dat niet doen, dan kan er geen plaats aan de tafel zijn.

14:28U komt als zondaar, maar u hebt als het goed is een beginsel in uw hart om de zonde te haten en de zonde ook te verlaten.

14:40De kinderen Israëls, zo gaat u het teruggeven naar het Oude Testament, die moesten in de tijd van de voorbereiding op het paasgaan, die moesten naastig hun huizen doorzoeken

14:53en om het oude zuurdezen van...

14:58de zonde van de kwaadheid en de boosheid uit te zuiveren.

15:02En zo moeten wij ons ook voorbereiden op het sacrament van het heiligavondmaal.

15:07Hoe zegenrijk zou dat zijn als we dat geduriglijk zouden doen?

15:12Wat zou de onreinheid en de overdadigheid de wijk moeten nemen?

15:19Hoe moeten wij tot dit ware berouw komen?

15:21Hoe komen wij tot dat waar berouw gedurig?

15:25Daar geeft hij ook duidelijk onderwijs in.

15:28Hij zegt, denk dan aan Christus Jezus.

15:31Aan zijn smartelijke, smadelijke weg die hij heeft moeten gaan.

15:36De hitte van de toren gods die op hem losgebrand is.

15:41De zonde die ook de kracht gaf aan de hamerslagen om nagelen te drijven door zijn gezegende handen en door zijn gezegende voeten.

15:51En ziet hoe hij kruipt als een worm en geen man in de hof van Gethsemane.

15:58En het bloedig zweet heeft uitgedrukt.

16:01Als de zonden zo'n onzachtelijke zware last zijn geweest voor de koning der kerk.

16:07Als we zo'n smart en zo'n verdrukking hem hebben gegeven.

16:12Als we zo'n dure prijs vereist hebben, namelijk zijn hartenbroed.

16:17Als we zo'n onzachtelijke strijd ook gegeven hebben aan de zonde gods.

16:22Moeten wij dan niet zeggen, als we zijn naam zoeken te beleiden.

16:27Als we voor zijn eer en dienst begeren uit te komen, moeten wij dan iets zeggen tegen de zonden.

16:33Heden uit.

16:35Zij zullen zien, zo staat er bij de profeet Zachariah, in wie zij gestoken hebben en zullen bitterlijk over hem rauw klagen en kermen.

16:46Zie dit, dat moet een gruwen van de zonden in ons werken.

16:52Een ernstig voornemen in ons hart.

16:55Wordt dus niet gezegd door teling dat u als een zonderloos meis moet komen en dat u geen enkele ongerechtigheid bedreven hebt.

17:04Dat zegt er niet, maar er moet wel een beginsel in ons hart zijn om te gruben van de zonde, om daar toch tegen te strijden en om zich gedurig te beleiden.

17:17Een ernstig voornemen in het hart staat in de katechismes te.

17:22Allerheiligste.

17:23In dit leven hebben we maar een klein beginsel.

17:25Van die ware gode verheerlijke gehoorzaamheid.

17:29Dus het wordt niet volmaakt aan onze kant.

17:32Aan onze zijde.

17:33Maar het is niet zo dat we dan de zonde moeten koesteren.

17:37En goed moeten praten.

17:39Want als die zonde zulke ontzaggelijke last geweest zijn.

17:43En we hebben liefde tot de borg en zaligmaker.

17:46Dan zal er ongetwijfeld ook een haat te zijn van datgene wat...

17:51Godhaat en wat Christus Jezus in grote smart heeft moeten dragen en wegdragen.

17:59Het tweede, zo noemt hij het ware geloof in Christus.

18:04Het gelovig komen.

18:06Het oprecht geloof wordt gesterkt door de bediening van het sacrament.

18:12Door het eten en drinken.

18:14Door het deel hebben aan de prijs die hij betaald heeft en aan de gerechtigheid die hij.

18:21...verworven heeft.

18:22Onderzoek is nodig...

18:24...want opnieuw zegt Telink...

18:26...daar zijn er velen die houden zich...

18:28...voor gelovigen...

18:30...zonder waarheid in het binnenste...

18:33...zonder oprechtheid...

18:34...in het hart.

18:36En daarom delen wij...

18:37...in het oprechte...

18:39...waarzaligmakende geloof...

18:42...of wij...

18:43...het gehele woord gods...

18:46...omhelzen.

18:47Dus dat is kenmerkend.

18:49Voor het oprecht waar zaligmakend geloof dat we het gehele woord van God omhelzen.

18:55Niet alleen belofte tot zaligheid of het rechtvaardigmakende gedeelte.

19:03Dus de vergeving van zonden.

19:05Niet alleen dat we dat omhelzen en beleiden.

19:08Maar ook de belofte van de godzaligheid.

19:12Duidelijk onderscheid wat hij hier dus ook maakt.

19:17Niet alleen dat we graag zouden begeren de vergeving van zonden deelachtig te zijn, maar dat we ook de belofte van de godszaligheid, dus van het leven voor de heren, van

19:29het leven voor zijn aangezicht, dat we dat ook gaarne begeren.

19:34Dat staat natuurlijk ook in het formulier van de heilige doop.

19:36Dat we van ganser harten, van ganser zielen, met alle krachten de wereld verzaken, onze oude natuur doden.

19:46En in een nieuw godzalig leven wandelen.

19:49Dus er is wat dat betreft geen verschil.

19:52Tussen het sacrament van de heilig doop.

19:54En van het heilig avondmaal.

19:57Tedink zegt dus dat wij niet alleen begeren.

20:02Naar datgene wat hij voor ons doen wil.

20:07Dus die vergeving.

20:09Maar ook van ons gedaan wil hebben.

20:12Namelijk de heiliging.

20:16Om voor hem te leven.

20:18Rechtvaardiging.

20:19En heidiging.

20:21Twee.

20:22Onderscheiden.

20:23Maar nooit gescheiden.

20:25Weldaden.

20:26Die gaan samen.

20:27Hand in hand.

20:29Die vloeiden beide voort.

20:31Uit het middelaars hart.

20:32Van de Heer Jezus.

20:33Het bloed.

20:34De rechtvaardigmakende genade.

20:36En water.

20:37De heidigmakende genade.

20:40Die zijn niet van elkaar gescheiden.

20:42De beloften.

20:44En ook de geboden.

20:46De belofte van de vergeving.

20:48Maar ook de geboden.

20:50Wees heilig, want ik ben heilig.

20:54Het paaslam moest geheel gegeten worden.

20:59En dat paaslam beelde Christus uit.

21:02Het gaat dus om een volkomen borgenzaligmaker.

21:06Hem aan te nemen en te eren in alle dingen.

21:11Er mocht dus niets overblijven van dat paaslam.

21:14Wat overbleef moest met vuur verbrand worden.

21:17Maar het moest geheel gegeten worden.

21:20Dus niet een deel van Christus.

21:22Ik wil de Heer Jezus hebben.

21:24Maar dan bij wijze van spreken vlak voor het sterven.

21:27Maar in mijn leven heb ik er geen behoefte aan.

21:30Dat kan natuurlijk niet.

21:31Voor tijd en eeuwigheid.

21:33Voor lichaam en voor ziel.

21:36Voor hoofd en hart en hand en voet.

21:40Het gaat zo zegt...

21:42Steling in alle dingen om de vruchtdragende kracht van het woord van God.

21:47Mond, hart, handel en wandel.

21:51Niet alleen naar sommigen, maar naar alle geboden.

21:55Begeer het leven.

21:57Het is een zeer belangrijk kenmerk.

21:59U vindt hetzelfde ook terug bij John Bunyan.

22:02Ik heb u wel eens genoemd.

22:05Komst en welkomst tot Christus Jezus.

22:08Wat is komen tot Christus Jezus?

22:11Dat is geloven in hem, zegt John Bunyan.

22:14Wat is dan komen tot de Heer Jezus of geloven in hem?

22:18Dat is de volstrekte behoefte van het hart aan hem tot rechtvaardigmaking.

22:26Dus tot de belofte der zaligheid en tot heiligmaking, tot de geboden der zaligheid.

22:34Die maakt het dus ook duidelijk.

22:37Dat dat bij elkaar hoort komen tot hem.

22:41Het kan dus niet zijn dat iemand verheugd is over de vergeving.

22:45En tegelijk geen lust heeft om naar al Gods geboden beginnen te leven.

22:51Men neemt dan wel de beloften aan.

22:54Maar achter bedreigingen van geen waarde of kracht.

22:59De beleidenis alleen dat hij voor onze zonde gestorven is.

23:04Maar voortleven in de zonde.

23:07Is dus geen blijk van een waar oprecht geloof te delen.

23:12In de vergevende liefde.

23:14Maakt ook dat u de zonde gaat beleiden.

23:18Gaat mijden.

23:19En ook van ganser harte gaat bestrijden.

23:23Zonder heiligmaking.

23:25Dus zonder dat leven der dankbaarheid.

23:28Zonder de begeerte om voor de heren te leven.

23:31Naar al zijn geboden.

23:33Naar al zijn inzettingen.

23:35Zal niemand de heren zien.

23:39U wilt hem, zo zegt Telink dan wel.

23:42U wilt hem wel aannemen als hij iets belooft.

23:46Maar niet als hij iets verbiedt.

23:49Ja, dat kan niet samen gaan.

23:51Dus je moet hem niet alleen aannemen.

23:53Als hij het leven, de vergeving belooft.

23:58Maar u moet hem ook gehoorzaam zijn.

24:01Ook aannemen als hij iets verbiedt.

24:06Ook gebied om naar zijn geboden, naar zijn inzettingen te wandelen.

24:11Helaas zijn vele van deze gedachten, zegt hij, toch het wordt ons niet voorgehouden deze dingen.

24:20En dan komt hij ook weer, toch met een stukje onderwijs, om ons niet al te zeer te ontmoedigen.

24:25Toch niet voorgehouden om de verslagen harten van de gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het heiligavondmaal des Heren gaan mocht.

24:35Dan die zonder enige zonde waren.

24:38In tegendeel.

24:40Aangezien wij het leven buiten onszelf in Christus Jezus zoeken.

24:46Zo bekennen wij ermee dat wij midden in de dood liggen.

24:52We behoren dus in oprechtheid te komen.

24:56Bedenk hoe vast het woord gods is.

24:59Doe dat tot mijn gedachten is.

25:02Zie dan ook.

25:04Hoe hij ten volle betaald heeft, komt dan ook zwak, ook kleingelovigen die toch dit oprecht beginsel hebben om te smaken dat zijn

25:16vergevende liefde tot de grond der zaligheid is om te dorsten naar zijn heiligmakende kracht.

25:24Het offer gaf bloed en water.

25:28Hij heeft zich vernederd, de prijs betaald en de schuld verzoend.

25:34Het recht verhoogt op dat gij vastelijk zou geloven, het ik voor u, dat gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

25:45Het derde deel van het bruiloftschrijd, dat is de ware liefde.

25:50Liefde is een onmisbare voorwaarde.

25:53Het is het voornaamste kenmerk van genade.

25:57Het gaat dan ook wel om ware liefde, oprechte liefde.

26:03Met een hoofdletter.

26:04Die liefde die de heren op de eerste plaats zet.

26:09Dat het om God gaat.

26:11In de tweede plaats kenmerk zegt die liefde dat we hem zoeken te behagen.

26:17En een derde kenmerk van deze liefde is dat we onze naasten zoeken wel te doen.

26:24Vele roemen over de liefde terwijl hun hart niet naar de heren uitgaat.

26:30Ze denken weinig aan hem.

26:32kennen geen overtijzing van zijn woorden en van zijn werken of zijn hart en onverzoenlijk.

26:39We moeten beantwoorden in beginsel aan de hoofdsom van de wet.

26:44God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.

26:50En zijn liefde moet oproepen tot wederliefde.

26:55Hoe lief had hij de vader en zijn naaste, die verloren zondaren.

27:02En vijanden van natuur waren.

27:03En dat wordt ook beleden.

27:05En aanschouwt aan het sacrament van het heiligavondmaal.

27:09Die onbegrijpelijke, eeuwige, vrijmachtige, eenzijdige liefde van God.

27:15Het al zo lief heeft God de wereld gehad.

27:18Dat hij zijn enige geborene zoon gegeven heeft.

27:21Opdat een egalitie in hem gelooft.

27:24Niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.

27:27En die liefde is liefde met een hoofdletter.

27:31Die is zo onbegrijpelijk diep dat hij die had voor opstandelingen, voor rebellen, voor zondaren.

27:39Die zondaren blijven tot hun laatste sneek toe.

27:43Die ontrouw zijn, telkens weer weglopen.

27:47En ook het derde gedeelte van het formulier wijst nadrukkelijk op de onderlinge liefde en eenheid.

27:55Die ook onder de deelnemers van het heiligavondmaal.

28:00Behoort te zijn de onderlinge liefde en de eenheid.

28:04De eenheid zoals ik die een zondag ook genoemd heb.

28:08Voorbeeld van David bij de ark.

28:10Die huppelde voor het aangezicht als heren.

28:13Samen met zijn dienstknechten en met zijn dienstmaagden.

28:16Er was geen verschil in rang of stand of positie.

28:21Maar de heren alleen de eer en de aanbidding.

28:26Dus dat zijn de eerste drie delen van het.

28:29Bruiloft schreef het ware berouw over onze zonden.

28:33Het ware geloof in Christus Jezus.

28:35En ook de ware liefde tot God en onze naasten.

28:42Ik heb een aantal vragen ook gekregen.

28:49Die hoop ik dan ook even door te nemen.

28:51En misschien zijn er nog wel meer vragen.

28:53Maar ik heb alvast een beginnetje.

28:56Eerste vraag is, u eindigde de vorige keer om met teling terecht te stellen, rechte zelfbeproeving is en blijft nodig.

29:04Zijn we bekleed met het bruiloftskleed?

29:08Als een toevluchtnemend geloof ook geloof is, hoe klein en zwak en bestreden ook, wanneer krijgt en draagt men dan het bruiloftskleed?

29:18Kan men dit ook dragen in de belofte?

29:22Ja, ik denk dat we dit bruiloftskleed altijd...

29:26In de belofte krijgen.

29:27Het is in de belofte.

29:29Het is het geloof.

29:31Dat de Heer ons bekleden zal.

29:33Met zijn gerechtigheid.

29:35En toevluchtnemend geloof.

29:37Is waarzaligmakend geloof.

29:42Denk aan die bloedvloeiende vrouw.

29:43Die zegt.

29:44Als ik de zoon van zijn kleed maar zal aanraken.

29:47Dan zal ik gezond zijn.

29:50Daar hebt u het wezenlijke van het geloof.

29:52Het vertrouwen.

29:53Dat de Heer Jezus.

29:55almachtig en gewillig is om haar gezond te maken.

30:00En zo is ze tot Christus gegaan.

30:02Dus dat is het wezenlijke van het geloof, dat we de Heer Jezus beleiden als de enige grond, de enige oorzaak van behoud en van zaligheid.

30:14En dat geloof, dat kan zeer bestreden zijn, dat kan zwak, dat kan klein zijn.

30:21Ook in het formulier wat we behandeld hebben die vorige keren.

30:26Dan wordt de aarde, de natuur van het geloof ons duidelijk voorgehouden.

30:30Maar dan haasten de vaderen zich ook om duidelijk te maken.

30:34Dat ook de bestredenen, de aangevochtenen.

30:38Al is het dat we nog niet zo'n volkomen geloof hebben.

30:42En ons nog niet met zulke ijver begeven tot God als we schuldig zijn.

30:47Dat we niettemin gerechtig zijn.

30:50Om deel te nemen aan het sacrament van het heilig avondmaal.

30:54Uw kleinste kinderen.

30:56Die krijgen de meeste zorg.

30:59Hebben de meeste aandacht.

31:01Ontvangen de meeste nabijheid.

31:04En zo is het ook in een geestelijke zin.

31:06De zwakken, de aangevochtenen.

31:08Als het maar een geloof is.

31:11Wat hem beleidt.

31:12Wat de zonde bestrijdt.

31:15En wat liefde kent tot de heren.

31:17En tot zijn zalige dienst.

31:20Dus er staat ook heel duidelijk in het formulier of ik ook deze gewisse belofte van God geloof.

31:27Het is in de belofte dat Bruiloft schreef.

31:30U gaat hier nog niet met een Bruiloft schreef over de aarde.

31:34Maar de belofte Gods die gewis is dat hij straks die arme verloren ellendige zondaren zal beklederen met de klederen des heils.

31:47Tweede vraag, er wordt ook geleerd.

31:50Dat de rechtvaardiging een punt is.

31:52Jezus sprak tot de geraakte zoon.

31:54Wees welgemoed.

31:56Uw zonden zijn u vergeven.

31:58En de heiliging een proces.

32:01U stelde zondagavond in de katechisme spreekt.

32:04Dat ook de rechtvaardiging procesmatig verloopt.

32:08De schrift zegt.

32:10Rechtvaardiging is een voortdurend proces.

32:12Die gerechtvaardigd is.

32:14Dat hij gerechtvaardigd wordt.

32:16Die geheiligd is.

32:18Dat hij.

32:19Geheiligd worden, kunt u daar ook iets meer over zeggen?

32:23Ja, misschien heb ik me niet helemaal juist uitgedrukt.

32:26De rechtvaardiging, zo wordt altijd gezegd, is volkomen.

32:31Alleen die volkomenheid van de rechtvaardiging, die wordt niet altijd door de gelovigen zo ervaren.

32:38En de heiliging is een proces, maar een afstervingsproces van de oude mens.

32:45En dat duurt levenslang.

32:47Met de rechtvaardiging op proces heb ik bedoeld dat het dus niet zo is zoals sommige mensen weleens de indruk geven.

32:54Je hebt een bepaalde beleving, een vierschaar beleving wordt het ook wel genoemd.

32:59En als je dat nu maar beleefd hebt, dan heb je het en dan bezit je het en dan ben je gerechtvaardigd.

33:05Een gerechtvaardigde zon daar ben je dan.

33:07Ja, en dan is het eigenlijk toch wel, het voornaamste van de strijd is dan toch wel voorbij.

33:13En ja, dan mag je toch...

33:16Wel geloven dat alles goed is.

33:18Ja, die rechtvaardiging, die kan ik zo in de schrift niet vinden.

33:22De rechtvaardiging vindt plaats door het geloof.

33:26Het geloof rechtvaardigt.

33:29Het geloof geeft deel aan de grond van de rechtvaardiging.

33:34Dat is Christus Jezus.

33:36En leeft uit de bron van de heiliging.

33:39Dat is ook Christus Jezus.

33:42David, daar mogen we toch van geloven.

33:45Dat het een zonder was die de rechtvaardiging door het geloof kende.

33:49Wat zegt hij in psalm 25?

33:52Om uw snaams wil heren, zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.

33:59Wat bidt hij in psalm 51?

34:02Gena, o God, gena, hoor mijn gebed.

34:05Hoor hoe een boeteling pleit en reinig mij van al mijn vuile zonden.

34:11Ja, u zou toch zeggen, David, waar heb je het toch over?

34:14Je bent toch gerechtvaardigd.

34:16Maar het is wel duidelijk in de schrift.

34:18Dat de levende kerk dus telkens weer de toevlucht neemt.

34:24Tot de vergevende liefde gods.

34:26En tot de heiligmakende kracht.

34:29En dus ik zal mij doen overhouden.

34:32Een ellendig en een arm volk.

34:34En die zullen op de naam des heren betrouwen.

34:38Het is ook opmerkelijk dat de heer Jezus in Johannes 3.

34:42Niet spreekt van.

34:46Nicodemus, als gij niet gerechtvaardigd wordt, gij kunt het Koninkrijk Gods niet zien.

34:51Nee, hij spreekt over de wedergeboorte.

34:55Zonder de wedergeboorte kunt gij het Koninkrijk Gods niet inkomen.

35:01Dat is het zaligmakend begin.

35:03Want God werkt in Christus Jezus.

35:07En dan volgen ook daar de kennis aan, aan de rechtvaardiging door het geloof.

35:13De heidiging uit het geloof.

35:15De heerlijkmaking die straks de kroon is voor de armen verloren zonder.

35:21Het blijft toch een kermend leven.

35:25Het ligt vast in Christus Jezus.

35:28Door het geloof mag dat beleden worden.

35:30En dat geloof wordt ook gesterkt aan het sacrament van het heiligavondmaal.

35:35Maar we moeten oppassen voor het gevaar dat mensen een beetje gaan rusten op die weldaden en daarmee.

35:44Een beetje de hoogte ingroeien.

35:45En dat leert de schrift bepaald niet.

35:48Dus dit houdt ons aan de grond.

35:52Als een arm verloren zonder.

35:55Die telkens weer van noden heeft.

35:57Tot het altaar.

35:58Tot de grond der zaligheid te gaan.

36:01Dat leert ook het oude testament.

36:03Ze brachten niet één keer een offer.

36:06Maar ze moesten elke keer weer met het offer komen.

36:09Voor Gods aangezicht.

36:11En wij moeten ook.

36:12Elke keer weer op grond van hem, de zonen gods.

36:16Die de vergevende liefde verworven heeft.

36:19De heiligmakende genade verdiend heeft.

36:23Telkens weer dat wonder in hem zien.

36:26En daaruit gesterkt te worden.

36:30Ja, als u andere gedachten hebt.

36:35Dan zegt u het maar.

36:37We zitten hier om elkaar.

36:38Probeer het onderwijs op grond van het woord.

36:42De derde vraag, teling gaat nog altijd fel tekeer tegen hen die afblijven, ondanks dat zij beleidenis hebben afgelegd.

36:50Hoewel u ook zegt, maar vooral in de tweede preek, dat het geen vanzelfsprekendheid moet zijn.

36:57We zien in steeds meer gemeenten, ook van onze hersteltevormde kerk, dat in de prediking veel meer dan vroeger aangedrongen wordt op deelname aan het heiligavondmaal, zonder

37:10dat waarschuwend duidelijk gemaakt wordt.

37:12Wat daartoe nodig is, met als gevolg grote aantallen avondmagangers bij wie vervolgens dezelfde zondag of anders wel door de weeks van een nieuwe godzalige levenswandel

37:25weinig of niets te merken is.

37:28Moeten we deze ontwikkeling positief duiden, omdat toch velen gehoorzaam zijn aan het bevel van Christus?

37:37Ja, daar zijn ook verschillende dingen van te zeggen.

37:42Telink heeft het zojuist duidelijk gemaakt, dat rechtvaardiging en heiliging, dat de beleidenis aan de tafel en de handel en wandel door de week, dat dat toch in overeenstemming

37:54behoort te zijn.

37:56En ja, het gaat om versterking van het waar zaligmakend geloof dus.

38:02Er moet toch een beginsel zijn van dat nieuwe leven, van dat waar zaligmakend geloof.

38:11Grote aantallen waren er ook in de dagen van Telink.

38:14En Telink die spreekt in Middelburg.

38:18Toen was meer de gedachte van als je beleiderings gedaan hebt.

38:22Dan was je ook welkom aan het sacrament van het heiligavondmaal.

38:28Dat was in die dagen wat meer de praktijk.

38:32Maar die zegt in Middelburg dat hij een avondmaalsdienst bijwoonde.

38:37Er waren wel meer dan duizend avondmaalgangers.

38:42Maar zowel Telink als ook in de preken van dominee Smijtengeld.

38:47Als ook in preken van dominee Udemans.

38:51Echte nadere reformatoren.

38:55Die zeggen ook in hun nabetrachtende dienst.

38:58U bent vanmorgen gekomen als varkens aan de troggen dus.

39:02Dat was ook niet altijd dat men daar de handen op legde.

39:06Dus dat men ook wel duidelijk...

39:09Waarschuwde tegen de losse levenswandel door de week.

39:13En dan toch een avondmaalsgang aan de tafel.

39:16Toen de zeer godvrezende dominee Jodokus van Lodestein in Utrecht rond 1630, 1640 predikant werd.

39:26Toen gaf hij in het begin kategorisatie in het heiligavondmaal.

39:34Om dus de avondmaalsgang op duidelijke, eerlijke wijze te bevorderen.

39:38Maar toen hij vele jaren in Utrecht stond.

39:42En toch vele kerkgangers die door de week toch wel een vrij los leven hadden.

39:49En zondags aan het heiligavondmaal deelnamen.

39:52Toen heeft Lodestein geweigerd het avondmaal langer te bedienen in Utrecht.

39:57Dus daar zijn allerlei verschillende dingen altijd geweest.

40:00Ik ga Oudorp niet in de hoogte steken of prijzen.

40:07Maar sinds de emeritaat kom ik toch wel in een heel aantal gemeentes ook wel het heilige aandma bedienen.

40:13Ik moet zeggen en ik hoop dat het ook zo blijft in uw gemeente.

40:17Dat de stichtelijke wijze waarop het hier toch toe gaat.

40:21Dat er toch wel haast wel een van de uitzonderingen gaat worden in kerkelijk Nederland.

40:26Als ik let op de kleding aan de tafel des heren.

40:30Dat men soms op sportschoenen bij wijze van spreken naar de avondmaatstafel snelt.

40:35Ik vind dat toch wel heel ernstig.

40:37En dat is in de hersteltevormde kerk.

40:40Dus dat herstelt, daar komen we natuurlijk nooit aan.

40:43Maar die naam, daar krijgen we ook steeds meer wat bedenkingen tegen.

40:48Zo hersteld zijn we niet.

40:50Ik vind het toch wel een droevige ontwikkeling dat de eerbied...

40:56En het zit niet in die kleren, dat weet ik wel.

40:58We zijn zwarte zondaren met gepaste kleding aan het heiligavondmaal.

41:03Dat is niet het hoofdkenmerk van genade, maar gaat er ook niet buiten om.

41:08De buitenkant is toch ook weer een spiegel van de binnenkant.

41:12En dan is het nog een voorrecht als het nog op een stichtelijke wijze gevierd mag worden.

41:17Dat er toch nog eerbied mag zijn.

41:20Ook rond dat sacramentus.

41:22Ja, de geweldige toevloed tot het heiligavondmaal.

41:26Als het allemaal geest en leven was.

41:28Natuurlijk.

41:29Dan zou het bijzonder positief zijn.

41:31Maar de uitingen.

41:33Ook aan de tafel.

41:35En door de week.

41:37Die geven daar niet altijd dat gevoel bij.

41:40Dat het allemaal geest en leven is.

41:42We mogen niet over het hart oordelen.

41:44Dus Dordtse vader hebben gezegd.

41:47In hoofdstuk 3 en 4.

41:50Van Dordtse leerregels.

41:52Als iemand uiterlijk zijn geloof beleidt.

41:54En zijn leven zoekt in te richten naar het woord van God.

41:57Dan hebben wij van de zulken het beste te hopen.

42:01En ze deden verder geen uitspraken over het hart van degene die aan het heiligavondmaal ging.

42:08Maar ze letten wel op de uitwendige zaken.

42:12We mogen geen tucht uitoefenen over het hart van de ander.

42:16We mogen niet zeggen tegen iemand, u bent toch onbekeerd, u hoort niet aan het heiligavondmaal.

42:21Maar we mogen wel wijzen op...

42:23Uiterlijke zonden en zaken.

42:25Als die niet in overeenstemming zijn.

42:29Aan de tafel des heren.

42:31Wat de eerbied betreft.

42:32Of als de handelen wandelt door de week.

42:35Niet eens naar het woord van God.

42:39In een voorbereidingspreek.

42:41Dat is een vierde laatste vraag.

42:43Van Koen Radmel.

42:45Over psalm 50 vers 16 en 17.

42:48Zegt deze onder andere.

42:50Wet, predicatie.

42:53Wetberedicaties zijn nodig bij het heiligavondmaal.

42:56Zou het in onze tijd in verband met het gestelde in vraag 3, dus over die toevloed, daaraan misschien schorten dat dit te weinig gebeurt?

43:06In zijn algemeenheid gesproken en gedachtig aan de Heidelbergse katechismesvraag en antwoord 115, dus waar de kenmerken gegeven worden van de avondmaalsgang.

43:18Ja, je hoort ook wel eens van...

43:22Ja, dat in de prediking.

43:24Ja, we moeten groeien in het geloof.

43:28Ja, we moeten groeien in het geloof.

43:30Als er nog geen geloof is, kan je ook niet groeien in het geloof.

43:34Dus misschien dat er toch wel een aantal gevallen te vanzelfsprekend van wordt uitgegaan.

43:42Dat er al geloof is.

43:45De wedergeboorte noodzakelijk.

43:48Toprecht geloof noodzakelijk.

43:50En als dat er is, dan kan er inderdaad...

43:52Praken zijn van groei en van wasdom.

43:56Ja, we moeten toch geconfronteerd worden met de boodschap van het woord.

44:01De drie kernzaken die de katechismes ook duidelijk voorhoudt.

44:05Die ook in het formulier van het heilige avondmaal aan de orde komt.

44:09Dat we als zon daar, maar dat moet niet alleen een naam voor ons zijn.

44:14Maar dat we daar toch ook iets van beleven met ons hart.

44:17De boedvaardigheid.

44:19En als zon daar komen, tot hem.

44:22De zaligmaker van zondaren.

44:24En dat we niet alleen tot hem komen om te delen in zijn vergevende liefde.

44:30Maar dat we ook verlegen zijn om zijn heiligmakende kracht.

44:33Wien heb ik nevens u omhoog?

44:36Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten?

44:43Dat waren de vragen van verschillende vragenstellers.

44:46Ik weet niet of er nog meer vragen zijn of opmerkingen.

44:55Zeg u het gerust.

44:57Het is een bezinningsuur.

44:59En als u een vraag stelt, helpt u misschien een ander.

45:02Dan

45:05krijgt u ook een antwoord.

45:08Geen vragen verder.

45:11Dan zullen we nog met elkaar zingen uit Psalm 73, vers 13.

45:17Als u

45:28[GEZANG]

47:38misschien een vraag hebt en u...

47:40Ik wil hem liever niet in het openbaar stellen.

47:41De vragen die ik vanavond had, had ik ook via de e-mail gekregen.

47:46U weet mijn e-mailadres, hoop ik.

47:49En dan kunt u me ook gewoon een vraag over de e-mail sturen voor de volgende keer bij Leven en Welzijn.

47:55Ik noem uw naam niet, hoef er niet bang voor te zijn.

47:57Maar het is wel goed als u met een aantal vragen komt.

48:01Het verlevert de zaak misschien wat.

48:04Dus van harte welkom als u het gewoon over de e-mail doet.

48:07Dan blijft het gewoon anoniem.

48:09En geeft het wel de gelegenheid om de vragen te behandelen.

48:13Ik ga u nog voor in gebed.

48:16Heren, zo bracht u ons vanavond hierbij een rondom dit onderwijs.

48:22Dat bruiloftskleed, wat uit zoveel delen bestaat.

48:27O, dat we dat toch zoeken om de schande van onze verlorenheid, van onze geestelijke naaktheid te bedekken.

48:36Door dat kleed wat u...

48:39In het evangelie belooft en toezegt.

48:41Aan allen die tot u leren zuchten.

48:44En leren vluchten.

48:46Die van gans raar te begeren.

48:49Uw naam te beleiden.

48:51En de zonde te bestrijden.

48:54Wil het werken in onze harten.

48:56Dat nieuwe beginsel.

48:58Door het zader wedergeboorte.

49:01Het welk uw woord is.

49:02Door de kracht van uw heilige geest.

49:05Tot verheerlijking van uw grote naam.

49:08Wil zo zondag als u het geeft ook de tafel gereed doen staan.

49:15De nodiging uit doen gaan.

49:17En dat het alles met stichting, met orde, met eerbied mag plaats hebben.

49:23Ook dat we onderwijs mogen ontvangen.

49:27Vertroosting die lachtig mogen worden.

49:29Versterking mogen verkrijgen uit en door hem.

49:35Doe dat tot mijn gedachten is.

49:39Heren, verwaardig ons ertoe, gedenk ons in uw genadige trouw.

49:43Geef ons zo die toevluchtneming tot die voorgestelde hoop en enige grond der zaligheid.

49:50In de zekerheid dat gij de waarachtige, de betrouwbare, de almachtige en de zeer genadige zijt voor een arm, ellendig, verloren

50:02zonder en zonderes.

50:04Op dat zo uw naam, uw eer.

50:07Geroemd en geprezen zal worden.

50:10Verzoen wat niet was naar uw woord bij het spreken, bij het luisteren.

50:14Maar wil wat naar uw woord was.

50:16Met uw zegen achtervolgen.

50:18Gedenk ons in uw sparende trouw en goedheid ook op en over de wegen.

50:23Breng ons op de bestemde plaats.

50:26Wij vragen u dit om Jezus wil.

50:29Uitgenade.

50:30Amen.

50:33Ik wens u alle wel thuis.

50:34[GEZANG]