0:00Onze
0:00[GEZANG]
11:20hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe
11:33houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.
11:41Amen.
11:43Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
11:50Door Christus Jezus zijn Zoon.
11:54In de gemeenschap des Heiligen Geestes.
11:59Amen.
12:01Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 42.
12:05En daarvan het eerste en het tweede vers.
12:08Het heigend het der jacht ontkomen.
12:11Schreeuwt niet sterker naar het genot van de frisse waterstromen.
12:16Dan mijn ziel verlangt naar God.
12:18En ook het tweede vers.
12:19Ik heb mijn tranen.
12:21Onder het klagen tot mijn spijzen, dag en nacht, daarmee spotters durven vragen, waar is God die gij verwacht?
12:29Wat er verder volgt in de versen 1 en 2 van Psalm 42.
12:33Op
12:34[GEZANG]
17:42een godsheilig en dierbare woord in het Oude Testament, in de provincie van Jesaja, daarvan nadert het 25e hoofdstuk, te beginnen bij het eerste vers.
17:52Ik noem u als onze schriftlezing.
17:55Jezaja 25, toch vooraf toen wij beleiden is van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
18:02Met de woorden van de twaalf artikelen.
18:06Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
18:14En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heren.
18:20Die ontvangen is van de heilige geest.
18:24geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter
18:37helle, ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen
18:49vaders, van waar hij komen zal om te oordelen,
18:55De levenden en de doden.
18:58Ik geloof in den heiligen geest.
19:02Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.
19:08De gemeenschap der heiligen.
19:12Vergeving der zonden.
19:14Wederopstanding des vleesjes.
19:17En een eeuwig leven.
19:20Ik noem u als onze schriftlezing Isaiah 25.
19:25God zwoort als volgt tot ons komt.
19:29Heren, gij zijt mijn God.
19:31U zal ik verhogen.
19:33Uw naam zal ik loven.
19:36Want gij hebt wonder gedaan.
19:38Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.
19:44Want gij hebt van de stad een steenloop gemaakt.
19:47De vaste stad tot een vervallen hoop.
19:50Het paleis der vreemdlingen dat het geen stad meer zij.
19:55In eeuwigheid zal zij niet herbouwd worden.
19:59Daarom zal u een machtig volk eren.
20:02De stad der tirannige volken zal u vrezen.
20:06Want gij zijt een arme en sterkte geweest.
20:10Een sterkte der nooddruftige als hem bange was.
20:14Een toevlucht voor de vloed.
20:16Een schaduw voor de hitte.
20:18Want het blazen der tirannen is als een vloed tegen een band.
20:23Gelijk de hitte in een dorpplaats zult gij de onstuimigheid der vreemdelingen nederdrukken.
20:30Gelijk de hitte door de schaduw in de dikke wolk zal het gezang der tirammen vermederd worden.
20:37En de Heere der Heerscharen zal op deze berg alle volken een vette maaltijd maken.
20:44Een maaltijd van reine wijn, van vet volmerg, van reine wijnen die gezuiverd zijn.
20:52En hij zal op deze berg verslinden het bewindsel des aangezichts.
20:58Waarmee de alle volken bewonden zijn.
21:00En het deksel waarmee de alle natieën bedekt zijn.
21:04Hij zal den dood verslinden tot overwinning.
21:08En de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen.
21:14En hij zal de smaadheid zijn volks van de ganse aarde wegnemen.
21:19Want de Heere heeft het gesproken.
21:22En men zal te dien dagen zeggen.
21:25Zie deze is onze God.
21:28Wij hebben hem verwacht.
21:30En hij zal ons zalig maken.
21:33Deze is de Heere.
21:34Wij hebben hem verwacht.
21:37Wij zullen ons verheugen en verblijden.
21:40In zijn zaligheid.
21:42Want de hand des Heeren zal op deze berg rusten.
21:47Maar Moab zal onder hem verdorst worden, gelijk het stro verdorst wordt tot mest.
21:54En hij zal zijn handen uitbreiden in het midden van hem, gelijk als een zwemmer die uitbreidt om te zwemmen.
22:01En hij zal hun hoogmoed vernederen met de lagen van hun handen.
22:05En hij zal de hoge vesten über muren buigen, vernederen.
22:10Ja, hij zal ze ter aarde tot de stof toe doen rijken.
22:16Tot zover schriftlezing.
22:18Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
22:24Heren, gij zijt al machtige, de eeuwige, de volzalige in uzelf.
22:30Die geen mensenhanden van nodig heeft als iets behoevende in uzelf.
22:35En nogthans heeft het u behaagd naar het vrije van uw welbehagen.
22:41Uit dat gevallen menselijke geslacht zonder aan te roepen.
22:45En door de kracht van uw geest te trekken.
22:49Om hen te verwaardigen.
22:50Uw naam de eer dan binnen te geven.
22:53Die gij waardig zijt toegebracht te worden.
22:58En u hebt het in uw woord gezegd en nog is er plaats.
23:02Daarom geeft u ook in dit avonduur.
23:05Dat opnieuw uw woord mag uitgaan.
23:08Dat u ons de gelegenheid geeft om samen te komen in de genegenheid.
23:14Om op deze plaats des gebeds te zijn.
23:17Of met deze plaats verbonden te zijn.
23:20Als de opgang niet kan door ouderdom, door ziekte of door andere omstandigheden.
23:27Ik wil dan geven, heren, op deze uw dag.
23:31De dag die naar uw naam genoemd, aan uw dienst gewijd en geheiligd is.
23:36Die u zo menigmaal in de middelijke weg bezocht hebt met uw zegen.
23:41Onder en door de prediking van uw woord.
23:45Om...
23:46te roepen en zalig te maken, arme verloren zondaren, ongedacht en onverwacht en zeker onverdiend vanwege uw goede tierenheid
23:59en warmhartigheid.
24:00Schenk ook onder ons nog kennelijke bewijzen ervan.
24:04Wil ons nog gevangen nemen in het net van uw getuigenis en ons met die koorten van goede tierenheid en waarheid trekken uit de duisternis.
24:15Tot het wonderbare licht van uw evangelie van vrijmachtige genade.
24:21Heren ontferm u zo.
24:23Wil in dit avontuur ons niet aanzien in onszelf.
24:27Maar nog redenen nemen en uit uzelf zoals u ze altijd genomen hebt en nemen moet.
24:33Om uw naam nog te verheerlijken.
24:36En ons onderwijs te schenken.
24:39Ook als het gaat om het sacrament van het heilig avondmaal.
24:44Waarin de beleidenis gegrond op uw woord ons onderwijzing geeft.
24:50Gedenk ons zo in uw getrouwe ontferming naar de grootheid uw goede tierenheid.
24:55Wil dat hier doen, maar ook overal.
24:58Waar uw woord verkondigd wordt en uw naam beleden en aangeroepen.
25:04Wil dat ook doen daar waar evangelisatie, waar zending bedreven wordt.
25:11Waar diakonale werkzaamheden verricht worden.
25:14Wil al degene die op die vooruitgeschoven posities werkzaam zijn.
25:19Ook uit het midden van deze gemeente.
25:22U hulp uw bijstand genatig bewijzen.
25:25De arbeid in haar handen nog zegelen.
25:28En dat het gebruikt mag worden als middel in uw hand.
25:32Om uw koninkrijk te bouwen en uit te breiden.
25:36Gedenk ook uw kerk waar vervolging, waar verdrukking is.
25:40Waar in het verborgen samengekomen moet worden.
25:43Of waar doodsbedreigingen geuit worden, kerken in brand gestoken en beleiders gedood.
25:51Heren, u kent al die noden en zorgen en omstandigheden.
25:57U wilt toch genadig uw kerk bouwen en staande houden, ook in de hitte van de verdrukking.
26:04U wilt ook zijn met uw volk Israël, opnieuw weer in een strijd en oorlog gewikkeld.
26:11Het is u op het aller volmaakt bekend hoe ook die schepping die uit uw hand is voortgekomen na de zondeval het weer een voor vervuld is.
26:22En waarover u ook uitgesproken hebt dat er oorlogen zullen zijn en geruchten van oorlogen.
26:30En dat ook uw volk een twistappel is te midden van alle andere volkeren.
26:36Gedenk ze ook naar uw trouwverbond wat van geen wankelen weet.
26:41Ze waren toch de draagster van de vleeswording van uw belofte.
26:45Ze hebben voortgebracht hem, uw zoon, in zijn waarachtige, rechtvaardige, menselijke natuur.
26:52Die zichzelf gaf tot een ranzoen voor velen.
26:56Heren, gedenkt u zo in alle nood, alle zorg, ook deze ganse schepping.
27:03Die beeft en ziddert, breidt toch uw handen nog genadig en ontfermend uit.
27:08En wil...
27:10Die gerichten die over de aarde gaan.
27:12Die oordelen die voltrokken worden.
27:15Nog gebruiken als een middel in uw hand.
27:18Opdat er voor u gebogen mag worden.
27:20Gij die alles regeert en bestuurt.
27:23Naar de raad van uw wil.
27:25Weer ook zo ons land en volk verdenken.
27:28Een nieuwe regering die aangetreden is.
27:32Maar die ons toch met grote zorg vervult.
27:35Als we letten op hun voornemens.
27:38Op hun uitgangspunten die niet vanuit uw woord, vanuit uw heilige wet opreizen.
27:44Maar die rusten op de meerderheid van menselijk denken en van menselijke stemmen.
27:52Heren, wil nog bekering geven.
27:55Doen buigen voor uw majesteit en grootheid.
27:58De zorgen zullen toch, die kunnen alleen maar groot zijn.
28:02Als we letten hoe er omgegaan wordt met het leven.
28:07Het ongeboren leven.
28:10Mensen die op leeftijd zijn gekomen.
28:12Gehandicapten.
28:14En alles wat ook uitgedacht wordt.
28:18Doe nog wederkeren tot u de levende God.
28:22En geef toch een buigen voor uw majesteit en grootheid.
28:26Doe ons beleiden.
28:29Ook op het kerkenkerf.
28:31Wij hebben u op het hoogst misdaan.
28:33Wij zijn van het heilspoor afgegaan.
28:36Ja wij.
28:37En onze vaderen tevens.
28:39En ook denkend.
28:41Ook aan de beroepsgroepen.
28:43Die vanouds onder ons volk geweest zijn.
28:46De visserij.
28:48Het boerenleven.
28:49Wat toch ook met grote zorg vervuld is.
28:52Ziende op ontwikkelingen en plannen.
28:56Geef nog uw genadige gunst.
28:58Uw trouw.
29:00Naar de bovenal.
29:01Buigen voor uw woord en waarheid.
29:04Wil zo ons vorstenhuis gedenken.
29:07Waarachtige bekering geven.
29:09Wil het kerkelijke leven ook nog zegenen.
29:13In alle gebrokenheid en verdeeldheid die er is.
29:17Maar het staat u niet in de weg.
29:20Om uw woord te zegenen.
29:21Uw koninkrijk te bouwen en uit te breiden.
29:25Zie zo nog op ons neder in dit avontuur.
29:28Naar de rijkdom uw genade.
29:30Bij het spreken en luisteren.
29:33En dat alleen om zijn het wil.
29:36Om Christus willen.
29:38Uitgenade.
29:39Amen.
29:43Gemeente wat kan de vorst der duisternis.
29:46Wat kan de vijand honen en spotten.
29:48Ook als het gaat om de ware gelovigen.
29:51Dus ik denk aan David.
29:53Die toch verschillende keren de vraag kreeg.
29:56Waar is God.
29:58Op wie gebouwd het.
29:59En aan wie genieuw zaak vertrouwd het.
30:02Velen zeggen.
30:03Zo zegt hij ook op een zekere plaats.
30:06Gij hebt geen heil.
30:07Bij God.
30:08Maar dan mocht hij ook toch tijden en ogenblikken kennen.
30:12Dat hij zijn betrouwen op de levende God mocht stellen.
30:15En het mocht beleiden.
30:16Gij heren.
30:18Gij zijt een schild voor mij.
30:20Mijn hulp.
30:21En die mijn hoofd opheft.
30:24En tot versterking van Gods werk.
30:27Heeft hij ook de sacramenten ook ingesteld.
30:31En willen wij ook stilstaan in die tafeltuur.
30:33Bij de zondagsafdeling die aan de orde van behandeling is.
30:37En die ook handelt van het heiligavondmaal des heren.
30:41Zondag 28.
30:43Zondag 28 die we eerst met elkaar zullen lezen.
30:49Waarboven geschreven staat van het heiligavondmaal ons des heren.
30:55Een vraag en antwoord 75.
30:57Hoe wordt gij in het heiligavondmaal vermaand en verzekerd.
31:01Dat gij aan de enige offerande van Christus aan het kruis volbracht.
31:07En aan al zijn goed gemeenschap hebt.
31:10En het antwoord al zo dat Christus mij en alle gelovigen tot zijn gedachten is.
31:17Van dit gebroken brood te eten.
31:20En van deze drinkbeker te drinken bevoden heeft.
31:24Daarbij ook beloofd heeft.
31:27Eerstelijk dat zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken.
31:33En zijn bloed voor mij vergoten is.
31:37Als ik met de ogen zie dat het brood des Heren bij gebroken en de drinkbeker bij mede gedeeld wordt.
31:44En ten andere dat hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft.
31:55Als ik het brood en de drinkbeker des Heren als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus uit des dienaars hand ontvang.
32:06En met de mond geniet.
32:09Vraag 76.
32:10[GEZANG]
32:34En in Christus.
32:36En in ons woont.
32:37Al zo met zijn heilig lichaam.
32:40Hoe langer hoe meer verenigd worden.
32:42Dat wij.
32:43Al is het dat Christus in de hemel is.
32:46En wij op aarde zijn.
32:49Nogthans vlees van zijn vlees.
32:51En been van zijn gebeen te zijn.
32:54En dat wij door één geest.
32:56Gelijk de leden van één lichaam.
32:59Door één ziel.
33:01Ewiglijk leven.
33:02En geregeerd worden.
33:05Vraag en antwoord 77.
33:08Waar heeft Christus beloofd dat hij de gelovigen zo zekerlijk.
33:12Al zo met zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven.
33:16Als hij van dit gebroken brood eten.
33:18En van deze drinkbeker drinken.
33:21En het antwoord in de inzetting des avondmaals.
33:25Welke al zo luid.
33:26De heer Jezus in de nacht in welke hij verraden werd.
33:30Nam het brood.
33:32En als hij gedankt had, brak hij het.
33:34En zei hij, neemt, eet, dat is mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt.
33:40Doe dat tot mijn gedachten is.
33:43Desgelijks nam hij ook de drinkbeker.
33:45Na het eten des avondmaals en zei hij, deze drinkbeker is het nieuwe testament in mijn bloed.
33:53Doe dat zo dikwijls als gij dienst zult drinken tot mijn gedachten is.
33:59Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heren totdat hij komt.
34:08Deze toezegging wordt ook herhaald door de heilige Paulus, waarin spreekt de drinkbeker de dankzegging.
34:14Die wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus?
34:21Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap des lichaams van Christus?
34:26Want één brood is het.
34:28Zo zijn wij vele in lichaam, terwijl wij allen eensbroods deelachtig zijn.
34:35Vanuit deze katechismes vragen en antwoorden gemeente willen we stilstaan bij het heilig avondmaal.
34:42We letten ten eerste op de bediening van dit sacrament, ten tweede op de versterking uit dit sacrament en ten derde op de verzekering door dit sacrament.
34:52Ten eerste de bediening van het sacrament, ten tweede de versterking uit dit sacrament.
34:57En ten derde de verzekering door dit sacrament van het heiligavondmaal.
35:02Maar voordat wij hierna erbij stilstaan.
35:06Gaan we hier zingen uit Psalm 63, het tweede en het derde vers.
35:11Psalm 63, vers 2.
35:13Ik heb u voorwaar in het heiligdom voorheen beschouwd.
35:17Met vrolijk ogen, hoe zag ik daar uw alvermogen.
35:21Hoe blonk uw goddelijk eer al om.
35:25En ook in het derde vers, dan zou ik voor uw goddelijk oog, uw deugden, al mijn leven prijzen en in uw naam mijn zang doen reizen, mijn handen heffen naar omhoog.
35:38En evenals vanmorgen nog wat afkondigingen.
35:42Dinsdag 3 maart is de contactmiddag, aanvang half drie.
35:48In verband met het te houden heiligavondmaal volgende week zondag,
35:543 maart zijn zuremoren worden gehouden, aanvang kwart over zeven.
35:59Aansluitend hierop zal om acht uur het avondmaalsgezelschap plaatsvinden.
36:04Als kerkenraad willen we benadrukken dat alle gemeenteleden welkom zijn om dit moment van bezinning bij te wonen.
36:13Van de genoemde voornemens geldt, zo de Heer wil en we leven.
36:17De collecten zijn in deze dienst in de eerste voor Kimon het werk van...
36:22Jantina Boekhoor Mastenbroek.
36:24De tweede voor de kerf Hoedij.
36:27De derde voor de aflossing Kerk.
36:29En deze collecten worden hartelijk in uw meeldadigheid aanbevolen.
36:33Terwijl wij zingen uit Psalm 63 vers 2 en 3.
36:36[GEZANG]
42:48Gemeentevraag 75 begint indringend.
42:51Hoe wordt gij vermaand en verzekerd?
42:54Door het sacrament van het heiligavondmaal.
42:58Dat stelt ons direct persoonlijk.
43:01Voor Gods aangezicht.
43:03Hoe worden wij vermaand en verzekerd.
43:06Maar dan strikt persoonlijk.
43:09Catechismes is een geloofbeleidenis geschrift.
43:11Waarin de kerk haar geloof beleidt.
43:14En ook haar houding.
43:16Ook dat haar houding tot het sacrament ook opgeroepen wordt.
43:21Vermaand, opgeroepen.
43:23Om toch dat sacrament ook te gebruiken.
43:27En ook verzekerd daardoor.
43:30De tafel.
43:32Die toegericht wordt in de woestijn.
43:35Voor al degenen die iets kennen van dat nieuwe leven.
43:39Van de strijd, van de worsteling.
43:42De macht van de vorste duisternis van buiten tegen hen.
43:47De kracht van de oude mens in hen.
43:50De metgezellen van twijfel, van ongeloof, van moedeloosheid.
43:56Die zo menigmaal ook hun deel zijn.
44:00De duisternis.
44:02En dan leert dit sacrament ons dat wij door het geloof moeten leren leven.
44:08En geworpen moeten worden op de grond der zaligheid buiten ons.
44:13In Christus Jezus die in deze tekenen tot ons komt.
44:19Die zichtbare tekenen ook gegeven heeft.
44:22De verzekering door het woord en ook door middel van het heilige sacrament.
44:28Hoorbaar in de prediking van het woord.
44:32Hoort de Christus der schriften centraal te staan.
44:34En ook zichtbaar in de bediening van het sacrament.
44:38Dan wordt ook de prediking van de apostel Paulus ook duidelijk benadrukt.
44:43Ik wens onder de lieden niets anders te weten dan Jezus Christus.
44:48En dien gekruisigd.
44:50In die tekenend gemeente zien wij het volkomen middelaars werk van de borg een zalig maken.
44:58Die zijn diepe vernedering begonnen is.
45:02In zijn nederige geboorte gelegd in de kribbe van Bethlehem.
45:06En die de strijd voltooid heeft aan het vloekhout op Golgotha.
45:12Met de uitroep het is volbracht.
45:15De volkomenheid van zijn werk daarin heeft bekendgemaakt.
45:21Dat werk wat door hem verricht is.
45:24Wat door de vader bekroond is op de dag van Goede Vrijdag.
45:30Door het scheuren van het voorhangsel van boven tot beneden.
45:34Door de aardbeving die daar plaatsvond.
45:37De graven die werden geopend.
45:38Waar bovenal ook bekroond werd op de dag van zijn heerlijke opstanding.
45:43En die door de heilige geest in het woord geopenbaard is.
45:48En die ook in de middelijke weg door de kracht van diezelfde geest.
45:52Verklaard wordt aan het hart van arme en verloren zondaren.
45:58En door de bediening van het woord.
46:00En de sacramenten die onderwijzen ons.
46:04Die wijzen ons heen naar deze enige grond der zaligheid.
46:09Vermaand, opgeroepen en ook verzekerd.
46:15Uitgebreide belangstelling voor dit sacrament.
46:18In dit geloofsbeleiden is geschreven.
46:21De Heidelbergse katechismes.
46:23Dat had ook te maken met de verschillende Roomse dwalingen.
46:28Op dit terrein, vervolg van de zondagen, spreekt er ook over.
46:33Maar het gaat ook over de zekerheid, de verzekering hier.
46:37Rome en later ook de demonstranten ontkenden dat er sprake zou zijn van enige zekerheid voor de gelovigen.
46:46Dat kon niet.
46:47De gelovigen die leefden ten alle tijde in grote onzekerheid.
46:54Er was één zaak.
46:56Dat er wel zekerheid kon zijn bij Rome, de Roomse kerk en met de demonstranten.
47:02Dat was als iemand een bijzondere verschijning meemaakte.
47:06Een bijzondere droom ontving.
47:08Een stem uit de hemel.
47:10Een bijzonder teken.
47:11Dan kon er zekerheid zijn.
47:14Maar deze vormen van zekerheid heeft de reformatie op grond van de schrift krachtig afgewezen.
47:22En wel duidelijk gemaakt dat er sprake kan zijn.
47:26in het leven van de gelovigen van zekerheid...
47:29en dat de Heer daar bovenal de sacramenten ook voor gegeven heeft.
47:35En die zekerheid die de reformatie ons voorhoudt vanuit het woord...
47:40dat is dat het geloof een gave gods is.
47:43En de Heer geeft geen onzekere gaven.
47:47Dat geloof is een instrument.
47:50En dat geloof, dat rust...
47:53Op de waarachtigheid van het woord van God.
47:55En dat woord is vast.
47:57En zeker.
47:59En dat geloof dat beleidt.
48:01De grond der zaligheid.
48:03In Christus Jezus.
48:05En daarom is er sprake van zekerheid.
48:07Dat de gelovigen.
48:09Door de onderwijzingen.
48:10Door de verlichting van de heidige geest.
48:13Gebracht wordt.
48:14Tot de beleidenis.
48:16Van de vastheid.
48:17Van de belofte gods.
48:19Van de waarheid van zijn woord.
48:21En van de uitnemendheid.
48:23En de volkomenheid van de borg.
48:25En zaligmaker Christus Jezus.
48:28Dus die zekerheid gemeente is geen optelsom van een aantal tranen.
48:33En van een aantal gevoelige gestaltes.
48:36En als we nu dit beleefd hebben en dat er nog bij krijgen.
48:39En dat ook nog eens een keer zullen ontvangen.
48:42Dan groeit er zo langzaam en zeker een bepaalde zekerheid.
48:46Nee, de zekerheid ligt niet in u.
48:51Die gaat wel gepaard met tranen.
48:53Dat gaat wel samen af en toe met gevoelige gestaltes.
48:57Maar juist door die tranen en gevoelige gestaltes heen.
49:02Leert u verstaan dat de enige vastheid het woord, de waarheid gods is.
49:09En dat het enige vaste fundament het werk van de persoon des middelaars is.
49:16Kategismus, dat is u al eerder voorgehouden.
49:19Beleid dan ook in zondag zeven.
49:22Dat het waarzaligmakend geloof dit is.
49:25Niet alleen een stellig weten en kennen.
49:29Waardoor ik alles voorberachtig houd.
49:32Hetgeen God in zijn woord geopenbaard heeft.
49:36Maar ook een vast vertrouwen.
49:39Dan moet u opletten.
49:40Wat de grond van dat vertrouwen is.
49:43Een vast vertrouwen terwijl de heilige geest.
49:46Door het evangelie.
49:49In mijn hart werkt dat Christus Jezus.
49:52De enige grond tot behoud en zaligheid is.
49:56Dat zijn gerechtigheid alleen redt van de dood.
50:00Dat zijn vergevende liefde alleen de weg tot behoud en zaligheid is.
50:05Dus onder en door de verkondiging van het woord.
50:09De verlichting van de heilige geest.
50:11Die een vast vertrouwen geeft op de belofte gods.
50:16Op het woord.
50:18En op het werk Gods in Christus.
50:21En kijk, nu is het bij elk gelovige niet altijd vast.
50:26En niet altijd zeker.
50:27Het is vaak een bestreden zekerheid.
50:30Een aangevochten zekerheid.
50:33We hebben te maken dat we wandelen door deze tijd, door deze wereld.
50:38We krijgen te doen met de aanvechtingen van de vorste duisternis.
50:42Met de verzoekingen en de verleidingen van deze wereld.
50:47En ook...
50:48Met de verdorvenheid van ons hart.
50:50Wat ons telkens weer doet struikelen en wankelen.
50:53En daarom juist.
50:55De boodschap van het evangelie.
50:57En daarom juist de prediking.
51:00Door middel van het sacrament.
51:02Om zo vermaand.
51:05Verzekerd te worden.
51:06Dat de grond der zaligheid.
51:09Buiten uzelf ligt.
51:10Daar vast en zeker.
51:12En wel bewaard is.
51:15Door het sacrament van de heilige doop.
51:17Als we dat recht mogen leren verstaan, dan worden we ingelijfd in de kerk.
51:23Met een hoofdletter K in de weg van wedergeboorte, van bekering.
51:28En door het sacrament van het heiligavondmaal ontvangen we gedurig voeding en versterking.
51:35Zodat wij opwassen in de kennis en in de genade van Christus Jezus.
51:43Als de enige grond tot behoud en zaligheid.
51:47Dus u groeit niet op in uzelf.
51:49U wordt niet steeds bekeerder.
51:52U wordt niet steeds heiliger.
51:54U gaat steeds meer en meer zonder zonde leven.
51:58Nee, u leert de zonde juist meer en meer kennen.
52:03U onbekeerlijk hard meer en meer beleven.
52:07En des te meer de noodzakelijkheid van de bron van leven buiten u.
52:14Van de grond der zaligheid.
52:17In Christus Jezus.
52:18Des te meer.
52:19De honger en de dorst.
52:21Naar zijn gerechtigheid.
52:23Zoals we deze dienst ook begonnen.
52:25Mijn ziel dorst naar God.
52:27Naar de levende God.
52:29Wanneer zal ik ingaan.
52:30En voor zijn aangezicht verschijnen.
52:34En toch gemeente.
52:35We zien het ook in de schrift.
52:37Hoe weinig verstonden de discipelen.
52:39Die toch drie jaar lang.
52:41Onderwijs ontvangen hadden.
52:43Van de zonen gods.
52:45Verschillende keren.
52:47Erop gewezen waren.
52:49Dat hij ging lijden.
52:50Dat hij ging sterven.
52:52En vlak voor zijn lijden en sterven.
52:55In de laatste nacht.
52:57Het avondmaal heeft ingesteld.
52:59En met hen aanzat aan de tafel.
53:03En de tekenen en zegelen uitreikten.
53:06Aan zijn discipelen.
53:08En toen het werkelijkheid werd.
53:10En hij ook daadwerkelijk dat overbracht.
53:14Waar dat gehele oude testament eruit gezien had.
53:18Dat lam gods.
53:20Wat Johannes de Doper zo krachtig gepredikt had.
53:24Die koperen slang.
53:26Dat beeld wat hij zelf gebruikte.
53:28Dat hij opgeheven werd aan het vloekhout van Golgotha.
53:32Toen stonden ze van verre.
53:34Met verslagen harten.
53:36Met wenende ogen.
53:38En sloten zichzelf op achter de deuren.
53:41Om de vrezen der joden.
53:45En hij zocht ze op in zijn onwankelbare trouw en in zijn onbegrijpelijke liefde.
53:51Die emmersgangers die over de weg gingen en die het tot elkaar uitspraken.
53:56Wij hoopten dat hij het was die Israël verlossen zou.
53:59Dat had hij gedaan.
54:01En hij had ze verlost met een volmaakte volkomen verlossing.
54:07En hij kwam bij hen en gaf de bediening van het woord.
54:11En brak het brood onder hen en hun ogen.
54:14werden geopend dat ze hem kenden.
54:17En ik kwam weg uit hen, uit hun gezicht.
54:21De gelovige gemeente is een reiziger...
54:24door de woestijn van dit leven in geestelijke zin.
54:28En net als dat volk in de woestijn...
54:30dat ontving telkens weer dat manna.
54:33En dronk water uit de steenrots.
54:36En zo geeft de Heer ook onder en door de prediking van het woord...
54:40telkens weer onderwijzingen, heenwijzingen.
54:44Afwijzingen van al het uwe, maar ook de grond der zaligheid buiten uzelf.
54:51Hij maakt duidelijk dat het verbond een genadeverbond is.
54:57En dat het gegrond is in zijn eeuwige onbegrijpelijke liefde.
55:03In stand gehouden wordt door zijn onwankelbare trouw.
55:08En hij doet wonder aan de doden.
55:10Hij richt een tafel toe in de woestijn.
55:14Als u komt naar het sacrament van het heilige avondmaal.
55:17Dan komt u om hem te beleiden.
55:21In de volkomenheid van zijn offer.
55:24In de volmaaktheid van zijn werk.
55:27Om hem de eer te geven vanwege zijn eenzijdige, eeuwige, onbegrijpelijke liefde.
55:34Vanwege zijn goddelijke trouw.
55:36Het woord en het teken wat spreekt van de zaligmaker van Zondaren.
55:43De tweede plaats gemeente in vraag en antwoord 76.
55:47Dan gaat het om de versterking uit dit sacrament.
55:51En er worden ons in dat antwoord een drietal zaken genoemd.
55:55Daar staat het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen.
56:04Met een gelovig hart.
56:06En u weet het hart dat bestaat uit een drietal zaken.
56:10Dat is ons verstand wat verlicht wordt.
56:14Dat zijn onze genegenheden.
56:16Onze begeerten die vernieuwd worden.
56:18En dat is onze wil die erschapen wordt.
56:21Dat is in geestelijke zin een nieuw hart.
56:25Dat is in geestelijke zin de aandrijvingskracht van het geestelijke leven.
56:31De verlichting in het verstand.
56:34De vernieuwing van de genegenheden.
56:36En de herschepping van onze wil.
56:39En met uw verstand wordt u zo verlicht in het woord en de waarheid.
56:43Dat u het wonder van het woord, de zuiverheid van de leer, gaat opmerken.
56:51En u daarover gaat verwonderen.
56:54En dat die eenheid in het woord van de levende God, in de verlichting van uw verstand, door u bewonderd en aangebeden mag worden.
57:04En zodanig dat de begeerten ook uitgaan naar dat woord.
57:08Een vermaak te hebben in het woord, in de wet Gods.
57:12En ook een wil die gewillig gemaakt wordt.
57:15Om in onderworpenheid aan het woord de weg des Heren te gaan.
57:21Te vragen met de dichter.
57:23Leer mij naar uw wil te handelen.
57:25Zal dan in uw waarheid wandelen.
57:28Nijg mijn hart en voeg het samen tot de vrezen van uw naam.
57:33Het is dus niet alleen met een gelovig hart.
57:36Dus een hart wat de verlichting in het verstand kent.
57:41Wat met de genegenheden uitgaat naar de Heren.
57:44Naar zijn woord.
57:46Naar zijn waarheid.
57:47Naar zijn zalige dienst.
57:49En wat ook zijn wil leert aanbidden.
57:52En ook vraagt om gewillig gemaakt te worden.
57:55Om zijn weg te gaan.
57:58Dan komt u dus tot de onderwerping.
58:01Dan komt u tot de omhelzing van het woord ter waarheid.
58:05Dan komt u tot de aanbidding van de deugde gods.
58:10Tot de lofprijzing van zijn goede tierenheid en barmhartigheid.
58:14En begeert u ook de navolging van hem.
58:19Alles weer te verlaten.
58:21Bij aanvang is dat gebeurd toch in uw leven.
58:24Gelijk een Abram Ur verliet.
58:27Gelijk een Levië Tolhuis verwelzegde.
58:31Gelijk Petrus, Johannes en Jacobus hun vangst, hun schepen verlieten.
58:37Gelijk...
58:38Dat apostel Paulus alle schade en drekklede achten.
58:42Om de uitnemendheid van de kennis van hem.
58:45Maar elke keer weer gemeente.
58:48Elke keer weer moet u verlaten, loslaten, achterlaten.
58:54U komt als zondaar tot de zaligmaker van zondaren.
58:59U komt als een goddeloze om rechtvaardiging in en door hem.
59:09Inlevende een vijand te zijn van natuur.
59:12Tot zijn onbegrijpelijke eeuwige liefde.
59:16Dat is een levenslang proces.
59:19U vindt dat proces zo beschreven in de schrift.
59:22De apostel Paulus spreekt over een stervend leven.
59:26Ik sterf alle dag gedurig achteruit.
59:30En minder worden.
59:32Arm zonder worden.
59:34En groot zonder.
59:37En een onverbeterlijk zon daar ook blijven in uzelf.
59:42En daarom dat levenslange proces van gedurige teruggang.
59:46Dat had u natuurlijk niet verwacht.
59:48U dacht vooruit te gaan.
59:50U dacht sterker te worden.
59:52U dacht de zonde de baas te worden.
59:55U dacht heiligheid te verkrijgen.
59:58Maar u moet u leren verstaan.
1:00:02Geestelijk opwassen en groeien.
1:00:04Door dat sacrament ook.
1:00:07In de kennis en in de genade van die enige grond der zaligheid.
1:00:12Het formulier spreekt er dan ook van hoe langer hoe meer ons leren overgeven aan hem.
1:00:20En de schrift zegt rechtvaardiging is een gedurig proces.
1:00:25Die gerechtvaardigd is dat hij gerechtvaardigd worden.
1:00:30Die geheiligd is dat hij geheiligd worden.
1:00:35Dat stervende leven, dat doet pijn.
1:00:38Het is een strijd tegen de wereld.
1:00:41Tegen de vorste duisternis.
1:00:43Tegen dat onverbeterlijke vlees van ons.
1:00:47Om daar gedurig de strijd mee aan te voeren.
1:00:51De apostel Paulus gemeente die die gewilligheid gekend heeft.
1:00:55Met de eerste aanslag al op weg naar Damascus.
1:01:00Toen vroeg hij toch, wat wilt gij?
1:01:03Dat ik doen zal.
1:01:04Daar hebt u die vernieuwing.
1:01:06Die nieuwe wil.
1:01:08Die nieuwe verlangens.
1:01:10Die verlichting in het verstand.
1:01:12En veel later zegt hij.
1:01:14Het goede wat ik wil.
1:01:15Dat doe ik niet.
1:01:17Ik ben vleeslijk verkocht.
1:01:19Onder de zon.
1:01:20Dus daar hebt u dat neergaande proces.
1:01:24Van zichzelf.
1:01:26Dat gedurig achteruit gaan.
1:01:28En minder worden.
1:01:30Maar dat opwassen in de kennis en in de genade van hem.
1:01:34Ik dank God door Christus Jezus, onze Heren.
1:01:38Wat vallen we toch onszelf tegen?
1:01:41Toen David twintig jaar oud was.
1:01:44Toen trok hij uit om Goliath te verslaan.
1:01:48In de kracht, in de naam des Heren.
1:01:50En dertig jaar later ongeveer.
1:01:52Toen viel hij in een smartelijke zonde met Batsheba.
1:01:57Toen Salomo aan de regering begon.
1:02:00Toen smeekte hij om wijsheid.
1:02:03En wat had hij een lust om het huis des heren te bouwen.
1:02:06Wat heeft hij daar veel voor over gehad.
1:02:08Ja alles.
1:02:10En wat boog hij in de tempel in dat lange gebed.
1:02:13Waarin de naam des heren aanriep.
1:02:15En beleed.
1:02:16Als we zondigen.
1:02:18Hoor gij dan uit de hemel de vaste plaats uw woning.
1:02:22En dan vindt u aan het einde van zijn leven.
1:02:25Dat die koning boog.
1:02:28In de afgodische tempels.
1:02:31Voor de vervoerlijke afgoden van zijn vele vrouwen.
1:02:34Zo'n neergaande weg.
1:02:37Toen Hiskia gemeend op zijn ernstig ziekbed lag.
1:02:40En er vijftien jaar bij kreeg.
1:02:43Toen heeft hij beloofd.
1:02:45Echt een voornemen van het hart.
1:02:47De levende, de levende die zal u loven.
1:02:51Gelijk ik heden doe.
1:02:52En ik zal u al zoetjes voortreden.
1:02:56Maar u kent de geschiedenis.
1:02:58Babel kwam op bezoek.
1:02:59En hij viel in de zonde van de hoogmoed en vergat de weldadigheid en de goede tierenheid gods aan hem bewezen.
1:03:08U denkt toch niet dat u het er beter afbrengt als David.
1:03:14U bent toch niet zo hoogmoedig dat u zich hoger stelt als Hiskia.
1:03:20Dat het met u beter zal verlopen als de apostel Paulus.
1:03:24Het woord is daar toch duidelijk in, in al deze voorbeelden.
1:03:29Om ons de plaats gedurig weer in te laten nemen.
1:03:34Van dat mishagen aan onszelf.
1:03:36Van de verootmoediging voor God.
1:03:39En om ons meer en meer te verwonderen.
1:03:42Over de komst.
1:03:44Over de arbeid.
1:03:46Van de zonen Gods.
1:03:47Over de prijs die hij betaald heeft.
1:03:50En de schuld die hij verzoend heeft.
1:03:53Wij zijn in onszelf zo zwak.
1:03:56dat we niet één ogenblik kunnen staande blijven.
1:04:01En u zegt ook, gemeente in het tweede...
1:04:04dan staat er ook maar ook daar benevens door de heilige geest...
1:04:08die in Christus en in ons hoont al zo met zijn heilig lichaam...
1:04:13meer verenigd worden.
1:04:15Zijn heilig lichaam.
1:04:17Maar u als een onheilige.
1:04:19Maar zijn heilig lichaam.
1:04:22En dat wij...
1:04:23Op aarde zijn nogthans vlees van zijn vlees en been van zijn benen zijn.
1:04:29Eenvoudige tekenen gemeenten, dat sacrament van het heiligavondmaal.
1:04:33De breking van het brood.
1:04:36En nu beleidt de kerk, de heren, is mijn deel.
1:04:41Vlees van zijn vlees en been van zijn benen.
1:04:45Volgende week zal dat brood gebroken worden.
1:04:49En dat betekent de verbreking van zijn lichaam.
1:04:53We hebben in dat lichaam gezondigd.
1:04:55We zijn tegen God opgestaan.
1:04:58En het oordeel, het vonnis over de zonde was, zo staat er geschreven in het woord, ten dagen als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.
1:05:10We liggen van nature onder dat vonnis van de dood.
1:05:14En de toren gods is over ons uitgesproken.
1:05:18Dat vonnis moet voltrokken worden.
1:05:20Of aan ons.
1:05:23Of aan een ander.
1:05:25Kijk en dat beeldt u dat sacrament van het heiligavondmaal uit.
1:05:29Dat recht van God.
1:05:31Dat vonnis wat voltrokken wordt.
1:05:33Dat is nu door hem ondergaan.
1:05:37En hij is het brood des levens.
1:05:40En hij is de Christus der schriften.
1:05:43Hij heeft zichzelf gegeven.
1:05:45En als we nu dat brood eten.
1:05:48Gelovig mogen eten.
1:05:50Dan wordt daarin gezien het ik.
1:05:54Voor u.
1:05:55Zijn lichaam is verbroken.
1:05:58En als we dan dat brood eten.
1:06:00Krijgen wij deel.
1:06:02Aan dat vonnis.
1:06:03Wat hij ondergaan heeft.
1:06:05Hij heeft dat vonnis ondergaan.
1:06:08En u hebt dan deel.
1:06:09Aan de voltrekking van dat vonnis.
1:06:11Het ik voor u.
1:06:13Dat gij anders de eeuwige dood.
1:06:16Had moeten sterven.
1:06:17Die wijn die gedronken wordt.
1:06:19Die ziet op zijn bloed.
1:06:21Zonder bloedstorting.
1:06:23Geschiet er geen vergeving.
1:06:26Nu heeft zijn bloed gevloeid.
1:06:28Waarin de vergevende liefde gepredikt wordt.
1:06:32Verkondigd wordt.
1:06:33En door het gelovig drinken van die wijn.
1:06:37Deden wij in zijn vergevende liefde.
1:06:40Onder het oude testament.
1:06:42Dan vindt u ook dat er offermaaltijden waren.
1:06:46En in dat offer.
1:06:48Dat werd voor een deel op het altaar gebracht.
1:06:52En daarin werd God verheerlijkd.
1:06:54Het vuur van de toren, dat woedde uit op dat offer.
1:06:59En een deel van het offer, dat was voor de priester.
1:07:03En een deel van het offer werd door de gelovigen gegeten.
1:07:06Eén offer.
1:07:08En een deel op het altaar, tot verherking van God.
1:07:12Een deel voor de priester en een deel voor de gelovigen.
1:07:18En dan hoort u vaak in de schriftgemeente, de Heren is mijn deel.
1:07:24Deel te hebben in dat offer wat de Vader verheerlijkt.
1:07:29Op het kruishout van Golgotha.
1:07:32Waarin die grote hoge priester zijn loon ontvangt.
1:07:36Zijn deel ontvangt.
1:07:38De gegevenen die hij ontvangt.
1:07:40Vanwege het welbehagen van de Vader.
1:07:43En die gelovigen eten dan ook in het sacrament van het heiligavondmaal.
1:07:49Van dat offer waarin de Vader verhoogd wordt.
1:07:54Waarin die grote hoge priester zijn kerk ontvangt als loon op zijn middelaarsarbeid.
1:08:00En die gelovige eet dan ook van datzelfde offer.
1:08:05Paaslam werd ook gegeten.
1:08:07Deel te hebben aan dat paaslam.
1:08:11Dan bracht die gelovige zijn lam voor het aangezicht gods als een offer.
1:08:17En hij at dat lam.
1:08:20Maar nu heeft Johannes de Doper gezegd.
1:08:23Ziet het lam gods dat de zonde der wereld wegneemt.
1:08:28Nu is dat sacrament van het heilige avondmaal.
1:08:31Is dat ook dat eten, dat deelhebben aan dat lam.
1:08:36Wat de schuld verzoent.
1:08:38Wat het recht verheerlijkt.
1:08:40Wat het woord bevestigt.
1:08:41En wat de macht van de vorst de duisternis verpletterend en onderbrengt.
1:08:47Het is misschien moeilijk, maar voor de jongens en meisjes vanavond.
1:08:51Denk maar aan die geschiedenis van elke na.
1:08:54Die met Hannah naar het heiligdom ging.
1:08:57En Hannah was zo bedroefd.
1:08:59Ze was onvruchtbaar.
1:09:00Ze kon niet van dat offer eten.
1:09:03En Elkanah die nam een goed stuk.
1:09:06Hij gaf haar het beste stuk.
1:09:08Maar ze at er niet van.
1:09:10Maar toen ze haar ziel uitgestort had in dat heiligdom.
1:09:14En toen ze door Edie eerst bestraft werd.
1:09:17Maar daarna profiteerde Edie.
1:09:20Uw gebed zal verhoord worden.
1:09:23Uw wens zal vervuld worden.
1:09:25Toen ging ze vrolijk uit het heiligdom.
1:09:28En toen at zij van dat offer.
1:09:32Haar aangezicht was al zodanig niet meer.
1:09:36Zij at van dat offer wat deels op het altaar geofferd werd.
1:09:42Deels voor de priester was.
1:09:44Deels van de gelovigen.
1:09:46Dat is de betekenisgemeente van het Nieuw Testamentische Heiligavondmaal.
1:09:52Uw ziel uit te storten voor God.
1:09:54Uw onvruchtbaarheid aan hem te klagen.
1:09:57Om dan te delen in de belofte Gods.
1:10:00Dat hij in Christus arme, verloren zondaren.
1:10:05Met goederen zal vervullen.
1:10:07Zal bedelen met zijn gerechtigheid en heiligheid.
1:10:11De eerste Adam gemeente was geschapen.
1:10:15En toen heeft de Heer gezegd.
1:10:17Het is niet goed dat de mens alleen zij.
1:10:20Ik zal hem een hulp maken als tegenover hem.
1:10:24En hij bracht over Adam een diepe slaap.
1:10:27En toen nam hij uit Adam een rip uit zijn lenderen.
1:10:31En hij bouwde daaruit zijn bruid, zijn vrouw.
1:10:36En toen heeft Adam gezegd voor de zondeval.
1:10:40Deze is ditmaal been van mijn gemeente.
1:10:44En vlees van mijn vlees staat hier ook in het antwoord gemeente.
1:10:51En wij op aarde zijn nogthans vlees van zijn vlees en been van zijn gebeten.
1:10:57Die eerste Adam, die
1:11:00heeft dat gezegd.
1:11:01Deze is ditmaal been van mijn gebeente vlees, van mijn vlees.
1:11:06Men zal haar maninnen heten.
1:11:09Maar wat gebeurde er?
1:11:11Die bruid, Eva, die nam van de verboden vrucht.
1:11:17En die gaf ook haar man met haar.
1:11:20En ze hebben beide gezondigd.
1:11:22En hebben zich bedekt met vijgenbladeren.
1:11:25En zijn weggekropen achter het struikgewas.
1:11:29Het werkverbond was ten einde.
1:11:32Het was verbroken.
1:11:33En toen riep God, Adam, waar zijt gij?
1:11:38Hij moest tevoorschijn komen.
1:11:40Hebt gij van die boom gegeten?
1:11:43En wat deed nu die Adam gemeente?
1:11:45Hij had gezegd, maninnen, been van mijn gebeente.
1:11:49Vlees van mijn vlees.
1:11:51Maar hij zegt...
1:11:53De vrouw die gij bij mij gegeven hebt.
1:11:56Die heeft mij gegeven.
1:11:58En ik heb gegeten.
1:12:01Kijken nu deze tweede Adam.
1:12:03Het genadeverbond.
1:12:06Over hem viel ook de slaap des doods aan het vloekhout van Golgotha.
1:12:11Hij hing daar als de man van smarte.
1:12:14Als de tweede Adam.
1:12:16Als het hoofd van het genadeverbond.
1:12:19En toen werd ook zijn middelaarszijde werd geopend.
1:12:24En daar vloeide bloed en water uit.
1:12:27De verbrokenheid van zijn lichaam, het gebroken brood.
1:12:31Brook dat bloed wat vloeide uit zijn middelaars hart.
1:12:35Bloed en water.
1:12:37En zo heeft hij zijn kerk gekocht.
1:12:39Die beide weldaden.
1:12:41Het bloed, rechtvaardiging.
1:12:44Het water, heiligmaking.
1:12:47Zo is hij de oorzaak van een volkomen verlossing.
1:12:51Geworden voor arme en verloren zondaren.
1:12:54Maar deze hemelse bruidegom, gemeente, deze tweede Adam.
1:12:59Die heeft ook een ontrouwe bruid.
1:13:01Die trouwloos is.
1:13:03Die telkens weer afwijkt.
1:13:05Die elke keer weer struikelt.
1:13:08Die te kampen heeft met de macht van de vorste duisternis.
1:13:12Maar ook met de boze lusten van het vlees.
1:13:16Maar deze tweede Adam is het hoofd van het genadeverbond.
1:13:21En hij bewijst zijn onwankelbare trouw.
1:13:27Ondanks de trouweloosheid van de zijnen.
1:13:30Hij bewijst vergevende liefde.
1:13:34Ondanks de schuld en de overblijvende zonde en zwakheid van de zijnen.
1:13:39Hij is en blijft getrouw.
1:13:42Kijk en daarom mag u komen.
1:13:44Als een trouweloos.
1:13:46Als een arme.
1:13:47Als een ellendige.
1:13:49Als een verloren zondaar.
1:13:51Vanwege die volkomenheid van de tweede Adam.
1:13:55Hij gaf zijn bruid niet de schuld.
1:13:58Maar hij nam de schuld van zijn bruid op zich.
1:14:01Hij betaalde die schuld met zijn eigen lichaam.
1:14:06De verbrokenheid van het brood.
1:14:08En hij kocht ze met zijn eigen bloed.
1:14:11De uitgieting van de wijn in het sacrament van het heiligavondmaal.
1:14:17Leden van Indichaam, zegt het slot van het antwoord.
1:14:21Allemaal gelijk, gemeente.
1:14:24Er is geen verschil aan de tafel, dus heren.
1:14:27Daar is geen onderscheid.
1:14:30Koning David was koning.
1:14:34Maar toen de ark opgevoerd werd naar Jeruzalem toe.
1:14:39De ark, het oud-testementische beeld van Christus.
1:14:43De wetstafelen in de ark.
1:14:45Ik draag uw heilige wet.
1:14:47Die gij de sterveling zet in het binnenste ingewand.
1:14:50Toen uw ark opgevoerd werd naar Jeruzalem.
1:14:53Toen omgorde David zich met een linnen lijfrok.
1:14:57En huppelde uit alle macht.
1:15:00Voor het aangezicht des heren.
1:15:02Samen met zijn dienstknechten.
1:15:04En met zijn dienstmaagden.
1:15:06Als we het zicht op de Christus hebben.
1:15:09Dan vallen alle verschillen weg.
1:15:12Er is geen sprake van een groot gelovige of van een klein gelovige.
1:15:17Maar dan ontvangt hij alleen de eer en de aanbidding.
1:15:22Wordt hij groot gemaakt als die arke des verbonds in het midden staat.
1:15:28De derde plaats gemeent ook de verzekering door dit heilig avondmaal.
1:15:33Want dan wordt tenslotte gevraagd waar heeft Christus beloofd dat hij de gelovigen zo zekerlijk.
1:15:39Al zo met zijn lichaam aan bloed wil spijzigen.
1:15:42Waar geleerd de vel in de schrift in het woord.
1:15:46In het Nieuwe Testament.
1:15:47Door de koning der kerk zelf.
1:15:50Geboden.
1:15:51Ingesteld.
1:15:53De lamp van zijn woord.
1:15:54Is daartoe onze leidsman.
1:15:57De schrift die spreekt van zijn bange worsteling.
1:16:00Van het bloedig zweet wat hij heeft uitgedrukt.
1:16:03Van de zware worsteling en strijd die hij gevoerd heeft.
1:16:08De ontrouw van zijn kerk die hij ervaren heeft.
1:16:12De verlating van zijn discipelen.
1:16:15De verberging van het aangezicht des vaders.
1:16:19Maar hij heeft vol hart in de belofte aan God de Vader gegeven.
1:16:25Dat hij zijn kerk zou loskopen.
1:16:28Het welbehagen zou ontsluiten.
1:16:30De barmhartigheid zou verwerven.
1:16:32Hij is het antwoord op de schuldvraag.
1:16:38Hij heeft dat met te tekenen en zegelen ook van het heiligavondmaal willen bevestigen.
1:16:45En hij zegt, doe dat tot mijn gedachten is.
1:16:47Dus, in het sacrament van het heilige avondmaal staat niet de mens centraal.
1:16:53Ook niet de bekeerde mens.
1:16:56Maar staat Christus centraal.
1:16:58Hij alleen ontvangt al de eer, al de aanbidding.
1:17:03Door de fariseer en schriftgeleerden gehaat.
1:17:07Door de wereld niet begrepen.
1:17:09Door de kerk niet verstaan.
1:17:12Maar hij heeft strijd alleen gestreden.
1:17:15Niemand der volken was met hem.
1:17:18Hij de dood en zij het leven.
1:17:21Hij de duister is en zij het licht.
1:17:25Hij de toren en zij de gunst.
1:17:29Welke strijd heeft hij gestreden.
1:17:32Maar ook welke overwinning heeft hij behaald.
1:17:34Die aan de tafel beleden wordt.
1:17:37We gaan er ook eerst van zingen uit Psalm 22.
1:17:40En daarvan het dertiende vers.
1:17:42Ik loof eerlang.
1:17:44U in een grote schaar.
1:17:46En wat ik u beloofd in het heetst gevaar.
1:17:49Betaal ik op het heilig dank altaar.
1:17:51Bij die u vrezen.
1:17:54Het dertiende vers van psalm 22.
1:17:56[GEZANG]
1:20:19Eenvoudige middelen gemeente heeft de heren geboden.
1:20:23Geen kostbare zaken.
1:20:24Maar die eenvoudig te verkrijgen zijn.
1:20:28Brood en wijn.
1:20:30En zo heeft de zaligmaker zich ook.
1:20:33Duidelijk gemaakt in het Johannes Evangelie kunt u dat lezen.
1:20:37Zesde hoofdstuk, zevende hoofdstuk.
1:20:39Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt.
1:20:43Joden verstonden dat niet.
1:20:45Maar het was toch duidelijk.
1:20:46Die offermaaltijden onder het Oude Testament.
1:20:50Die wezen heen, die onderwezen in de borgen zalig maken.
1:20:55Zoals dat offer deels gegeten werd.
1:20:58Dat was het eten van dat offer.
1:21:02Waarin de vader verhoogd werd.
1:21:04Het woord bevestigd werd.
1:21:07De macht van de vorst de duisternis verpletterd werd.
1:21:10De zon daar gezaligd werd.
1:21:12Wie zo zijn vlees at en zijn bloed dronk.
1:21:15Dat doen wij.
1:21:17Als we de tekenen gelovig mogen nemen.
1:21:20In het sacrament van het heilig avondmaal.
1:21:24Om het geloof te versterken in hem.
1:21:27De zonen gods.
1:21:29Wanneer u komt tot het sacrament van het heilige avondmaal.
1:21:33Dan doet u beleidenis van uzelf.
1:21:35Van uw verlorenheid.
1:21:37Van uw schuld.
1:21:38En van uw zonde.
1:21:40Van het zondaar zijn.
1:21:41En u doet beleidenis van hem.
1:21:45Voornaamste kenmerk gemeente van genade.
1:21:48Is de liefde gods in het hart.
1:21:50Geloof kan zwak zijn.
1:21:52Kan flakkerend zijn.
1:21:54Kan zeer bestreden zijn.
1:21:56Maar waar zaligmakend geloof is.
1:22:00Ten alle tijden door de liefde werkende.
1:22:03Ik denk maar aan het eerste avondmaal.
1:22:06De discipelen die drie jaren lang onderwijsgenoten hadden.
1:22:12Van de koning der kerk.
1:22:14De zaligmaker van Zondaren.
1:22:17Hij heeft het avondmaal niet met hun gehouden.
1:22:21Vanwege hun krachtig geloofsleven.
1:22:23Hij heeft het niet gehouden.
1:22:26Vanwege hun overmatige kennis.
1:22:30Hij heeft het ook niet met hen gehouden.
1:22:33Vanwege hun grote trouw.
1:22:35Maar hij heeft het gedaan vanwege de liefde.
1:22:39Beginsel van het leven wat in hun hart was.
1:22:42Ik heb zeer begeerd met u dit avondmaal te houden.
1:22:46Zegt hij.
1:22:47Hij heeft het begeerd met hen te houden.
1:22:50En u kent de geschiedenis van de discipelen.
1:22:54Diezelfde nacht.
1:22:55Hebben ze hem allen verlaten.
1:22:58En zijn van hem gevloden.
1:23:01En hij zong met hen de lofzang.
1:23:04Gaande in die smartelijke weg.
1:23:06Die hij moest ondergaan.
1:23:09En daarom.
1:23:10Het gaat niet om de mate van het geloof.
1:23:13Maar het gaat om waar oprecht geloof.
1:23:17Ook als het bestreden.
1:23:19Aangevochten is.
1:23:20Juist dan.
1:23:22Een kind wordt geen kind van u.
1:23:24Op een bepaalde leeftijd.
1:23:26Of door de ontwikkeling van lichaamskracht.
1:23:30Maar zodra het geboren is.
1:23:32Is het een kind.
1:23:33En heeft het voeding nodig.
1:23:36En zo is het ook in het geestelijke.
1:23:38Gods woord spreekt van schapen.
1:23:40Maar ook van lammeren.
1:23:42En ook van zogenden.
1:23:44Het woord spreekt van mannen en vaders in Christus.
1:23:47Maar ook van jongelingen.
1:23:49En ook van zuigelingen.
1:23:51Zijn de eigenschappen van het woord.
1:23:54En zuigelingen hebben toch voeding nodig.
1:23:56Anders kunnen ze nooit geen jongeling en nog minder een man worden.
1:24:00Zo heeft ook de oprecht gelovige voeding versterking nodig.
1:24:06Op was in de kennis van hem in zijn profetisch ambt.
1:24:12In zijn hoge priesterlijk ambt.
1:24:14In zijn koninklijk ambt.
1:24:16Op was in de kennis van de weldaden die hij verworven heeft.
1:24:21Op was in de kennis...
1:24:23Van zijn goddelijke eigenschappen.
1:24:25Van zijn almachtige kracht.
1:24:27En van zijn onwankelbare trouw.
1:24:30Kijk, we mogen niet oppervlakkig aangaan.
1:24:33Dat zouden we toch niet durven.
1:24:35En eigenlijk onderzoeken we zichzelf.
1:24:38Doorgrond me.
1:24:39Beproef me.
1:24:40Zie of er bij mij een schadelijke weg is.
1:24:43Lijk mij op de eeuwige weg.
1:24:46Juist omdat we eerbied hebben ontvangen voor de maatstaf van het woord.
1:24:51Juist omdat we door Gods genade inzicht hebben gekregen in onze afkomst.
1:24:58In ons verdorven bestaan.
1:25:00Hebben we lust.
1:25:02Hebben we behoefte aan onderzoek.
1:25:04Er is zoveel wat duister is.
1:25:08Er is zoveel doorheid.
1:25:10Zoveel ongelijkvormigheid.
1:25:12Zoveel verlorenheid.
1:25:14Maar als dat de beleving is met schaamte en smart.
1:25:17Moet ons dat niet weghouden.
1:25:20Maar doet ons dat er meer verstaan?
1:25:22Dat we een betaalmiddel hebben buiten onszelf.
1:25:26Dat we dat nodig hebben, een gerechtigheid.
1:25:29Die zonder ons en niettemin voor ons verworven is.
1:25:35Het mag ook niet gemakkelijk afblijven, gemeente, van de bediening van het sacrament.
1:25:41Vanwege de zwakheid van het geloof kan zwak zijn.
1:25:45Ik denk aan Peter, dus wat heeft hij?
1:25:47krachtig geloofsbeleidenis gedaan.
1:25:50Gij zijt de Christus, de Zoon des levende Gods.
1:25:55En de Zaligmaker sprak tot hem...
1:25:58Zalig zijt gij, Simon Barjona, zijt gij.
1:26:02Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard.
1:26:05En
1:26:07toen kwam die verzoeking met dat dienstmeisje.
1:26:10En toen zei hij, ik ken de mens niet.
1:26:13Maar als de Heer nu in ons hart, in ons leven gewerkt heeft...
1:26:17Een beginsel van het nieuwe leven geschonken heeft.
1:26:21En volgende week gaat de nodiging uit.
1:26:24Om te gedenken wat een worsteling hij daarvoor gedaan heeft.
1:26:28Wat een offer hij daarvoor gebracht heeft.
1:26:32Wat een strijd hij daarvoor gestreden heeft.
1:26:35En u zegt dan ik ken de mens niet.
1:26:39Hem te verlogenen dan.
1:26:41Als er een oprecht werk in uw binnenste is.
1:26:44Zo beleden.
1:26:46En dan toch zo.
1:26:49De Zaligmaker zegt wie mij beleiden zal voor de mensen.
1:26:54Dat is niet alleen met het heiligavondmaal.
1:26:57Dat is ook in de praktijk van ons leven van alle dag.
1:27:00In ons uitgaan, in ons ingaan.
1:27:03Met onze woorden, met onze werken, met onze gedachten.
1:27:08Wie mij beleiden zal voor de mensen, die zal ik ook beleiden voor mijn vader.
1:27:14Die in de hemelen is.
1:27:16Maar die mij verlogenen zal voor de mensen.
1:27:18Die zal ik ook verlogenen.
1:27:21Ook daarom.
1:27:22Onderzoek uzelf.
1:27:24Dat proeft uzelf.
1:27:25Hij richt zijn tafel toe.
1:27:29En hij zegt in de schrift.
1:27:31Gij slechten.
1:27:32Keert herwaarts.
1:27:33Komt.
1:27:34Eet van mijn brood.
1:27:35Drink van de wijn.
1:27:37Die ik gemengd heb.
1:27:39Om hem de eer.
1:27:40De aanbidding te geven.
1:27:42Doe dat.
1:27:43Tot mijn gedachten is.
1:27:45In dat liefdebevel gemeente van de zonen gods wat hij geeft.
1:27:50Dat verbreken ons hart.
1:27:51Dat vernederen en verootmoedigen ons.
1:27:55Maar geven ook een uitgang tot hem.
1:27:58Op dat mijn ziel uw naam beleid.
1:28:03En u geheiligd zij.
1:28:06Amen.
1:28:06Eindigen wij met gebed.
1:28:11Heren, gij bracht ons in dit avontuur opnieuw bijeen rondom onderwijs.
1:28:18Aangaande het sacrament.
1:28:20Door u onder het oude testament paasga genoemd.
1:28:24In het nieuwe testament, het heiligavondmaal.
1:28:29Ingesteld door u.
1:28:31Tot uw gedachten is.
1:28:33Op dat niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar.
1:28:38De prijs getoond wordt.
1:28:41Die gij betaald hebt.
1:28:43Het offer beleden wordt.
1:28:46Wat gij gegeven hebt.
1:28:48Aan het vloekhout van Golgotha.
1:28:50Doe het ons verstaan heren.
1:28:52Schenk zo in de week van voorbereiding.
1:28:55Dat onze gedachten.
1:28:56Ons hart.
1:28:57Daarop gericht mag worden.
1:28:59En daarmee bezet mag zijn.
1:29:01Gedenk ons zo.
1:29:02In uw genade getrouw.
1:29:04En goedheid verzoen.
1:29:06Wat niet was naar uw woord.
1:29:07Bij het spreken.
1:29:09Bij het luisteren.
1:29:10Maar wil datgene wat naar uw woord was met uw zegen achtervolgen.
1:29:14Wil ook in deze week uw hulp, uw bijstand betonen.
1:29:18Bij de werkzaamheden die we moeten verrichten.
1:29:21Waar u ons ook gesteld hebt.
1:29:23Ons kracht te schenken tot alles.
1:29:26Wil bij ziekten, bij rouw uw ondersteuning.
1:29:30Uw bijstand niet onthouden.
1:29:32Gedenk u ook het bruidspaar wat u natuurlijk hoopt te treden.
1:29:36Wil ze ook met uw geunst en zegen vergezellen.
1:29:39Maar u kent ook daar de omstandigheden.
1:29:42De vader van de bruidegom.
1:29:44Nog niet zo lang geleden uitgedragen.
1:29:47En daarom het huwelijk uitgesteld.
1:29:50De droevige omstandigheden die ook nu in de familie zijn.
1:29:53Verlies van een familielid.
1:29:55Wil ook de weduwe gedenken ook in deze gang.
1:30:00Breid zo uw handen nog genadig.
1:30:02En ontfermend uit.
1:30:03En schijn toch lust en vermaak.
1:30:06Om de gangen en treden vast te maken.
1:30:09In uw onfeilbaar woord en evangelie.
1:30:12Behoed en bewaar u ons.
1:30:14Ook in dit avontuur op en over de weg.
1:30:17Verzoen het zondige en het verkeerde.
1:30:20Zie neder in uw gunst en goedheid.
1:30:23Om Jezus willen.
1:30:25Amen.
1:30:28Wij zingen tot slot uit Psalm 27.
1:30:31En daarvan het derde en het zevende vers.
1:30:34Och, mocht ik in die heilige gebouwen.
1:30:38De vrije gunst die eeuwig hem bewoog en ook het zevende vers.
1:30:42Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel gods gunst en hulp genieten zou.
1:30:48Psalm 27 vers 3 en 7.
1:30:50[GEZANG]
1:37:06Gaat u heen in vrede dragende de zegen des heren.
1:37:10De heren zegenen u en behoeden u.
1:37:13De heren toe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.
1:37:18De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:37:22En geven u vrede.
1:37:25Amen.
1:37:26[GEZANG]