0:00[GEZANG]
10:17Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft,
10:28die trouwen houdt en eeuwig leeft, en die nooit laat varen de werken zijner handen.
10:38Amen.
10:40Genade, warmhartigheid en vrede.
10:44Zij u van God den Vader, door Christus Jezus zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:56Amen.
10:59Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 119, vers 14 en 41.
11:07Psalm 119, vers 14.
11:10Och, dat ik klaar en onderscheiden zag.
11:14Hoe ik mij naar uw bevelen moet gedragen.
11:17Uw wonderen recht betrachten dag bij dag.
11:22En ook vers 41.
11:24Mijn ziel bezwijkt.
11:26Zij is gans afgemat.
11:28Daar zal uw heil met al haar lust blijft hangen.
11:32Waarop uw woord mij hoop gegeven had.
11:35Wat er verder volgt in de versen 14 en 41 van Psalm 119.
11:40[GEZANG]
16:15Gemeente, wij openen Gods heilig en dierbare woord in het Nieuwe Testament, in het evangelie van Johannes.
16:22En daar vernader het elfde hoofdstuk te beginnen bij het eerste tot en met het 29ste vers.
16:28Ik noem u als onze schriftlezing Johannes 11 vanaf vers 1 tot 29.
16:35Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.
16:41Toen sprak God al deze woorden zeggende.
16:44Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.
16:52Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:57Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde
17:09is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:15Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:18Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vateren bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde
17:31lid dergenen die mij haten.
17:33En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
17:43Gij zult de naam des Heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
17:48Want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
17:55Gedenk den Sabbatdag dat gij dien heiligt.
17:59Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
18:04Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
18:09Dan zult gij geen werk doen.
18:13Nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:24Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.
18:32En u rustte ten zevende dagen.
18:36Daarom zegende de Heere den Sabbatag en heidigde denzelven.
18:43Eer uw vader en uw moeder op dat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.
18:52Gij zult niet doodslaan.
18:55Gij zult niet echtbreken.
18:57Gij zult niet stelen.
18:59Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
19:04Gij zult niet begeren uw snaaste huis.
19:08Gij zult niet begeren uw snaaste vrouw.
19:11nog zijn dienstrecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naasten is.
19:22Ik noem u als onze schriftlezing Johannes 11 te beginnen bij het eerste vers, waar Gods woord als volgt tot ons komt.
19:32En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Marta.
19:43Maria nu was degene die de heren gezalfd heeft met zalf.
19:47En zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren.
19:51Welke broeder Lazarus krank was.
19:54Zijn zusters dan zonden tot hem.
19:57Zeggen de heren.
19:58Zie.
19:59Die jij lief hebt is krank.
20:02En Jezus dat horende zeide.
20:05Deze krankheid is niet tot een dood.
20:08Maar ter heerlijkheid gods.
20:11Opdat de zonen gods.
20:13Door dezelfde verherend worden.
20:15Jezus nu had Marta en haar zuster en Lazarus lief.
20:20Als hij dan gehoord had dat hij krank was, toen bleef hij nog twee dagen in de plaats waar hij was.
20:28Daarna zei hij verder tot de discipelen, laat ons wederom naar Judea gaan.
20:34De discipelen zeiden tot hem, Rabbi, de Joden hebben u nu onlangs gezocht te stenigen.
20:41En gaat gij wederom derwaarts?
20:44Jezus antwoordde zijn er niet twaalf uren in de dag.
20:48Indien iemand in de dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmids hij het licht deze wereld ziet.
20:56Maar indien iemand in de nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmids het licht in hem niet is.
21:04Dit sprak hij en daarna zeide hij tot hem, Lazarus, onze vriend slaapt, maar ik ga heen.
21:13Om hem uit een slaap op te wekken.
21:17Zijn discipelen dan zeiden, heren, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.
21:23Doch Jezus had gesproken van zijn dood.
21:27Maar ze meenden dat hij sprak van de rust des slaaps.
21:31Toen zeiden dan Jezus tot hen, vrij uit, Lazarus is gestorven.
21:37En ik ben blij de om uentwil, dat ik daar niet geweest ben.
21:41opdat gij geloven moogt, nog laat ons tot hem gaan.
21:47Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn mededisciplen, laat ons ook gaan, opdat wij met hem sterven.
21:58Jezus dan gekomen zijnde, vond dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.
22:04Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien vandaar.
22:10En velen uit de Joden waren gekomen tot Marta en Maria, opdat ze haar vertroosten zouden over haar broeder.
22:19Marta dan, als hij hoorde dat Jezus kwam, ging hem tegemoet.
22:25Toch Maria bleef in huis zitten.
22:28Zo zei Marta dan tot Jezus, Heren, waart gij hier geweest?
22:34Zo waren mijn broeder niet gestorven.
22:37Maar ook nu weet ik dat...
22:40Alles wat gij van God begeren zult, God u het geven zal.
22:45Jezus zei er tot haar, uw broeder zal weder opstaan.
22:50Martha zei er tot hem, ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatste dagen.
22:57Jezus zei er tot haar, ik ben de opstanding en het leven.
23:02Die in mij gelooft zal leven, al waren hij ook gestorven.
23:08En een iegelijk die leeft.
23:10En in mij gelooft zal niet sterven in der eeuwigheid.
23:16Gelooft gij dat?
23:18Zij zeiden tot hem.
23:19Ja, heren, ik heb geloofd.
23:22Dat gij zijt de Christus.
23:25De zoon van God.
23:26Die in de wereld komen zou.
23:29En dit gezegd hebbende ging zij heen.
23:32En riep Maria haar zuster heimelijk zeggende.
23:35De meester is daar.
23:37En hij roept u.
23:39Deze.
23:40Als hij dat hoorde, stond haastelijk op en ging tot hem.
23:46Tot zover de schriftlezing.
23:50Gemeente de Voorbidden, willen we denken aan de oud-dragende familie Bezuijenhoek, die afgelopen donderdag aan het graf stonden.
23:58De familie Haarmeteman, Willemineweg, 15, in verband met het overlijden van hun schoonzoon.
24:05Een zwager te Sommelsdijk, in de leeftijd van 60 jaar,
24:10Niels Mastenbroek.
24:11Kelderweg 46.
24:12En Pauline Aleman Westerweg 21.
24:16Die vrijdag 6 maart in het huwelijk hopen te treden.
24:20En de kerkraadsvergadering van aanstaande woensdag.
24:24En ook u als gemeente in de vakante periode.
24:28Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
24:34Almachtige, eeuwige God.
24:37Tenmidden van deze wereld vol rumoer.
24:40Vol oorlogen.
24:42En geruchten van oorlogen en ingrijpende gebeurtenissen.
24:46En toch die wereld die u in stand houdt in uw voorzienigheid.
24:51Die u bezoekt met uw plagen, met uw slagen, met uw kastijdingen.
24:57Waarin gij uw goddelijk woord en uw raad volvoert en vervult door al de tijden heen.
25:04Komt u op deze dag ons.
25:08Te geven dat wij ons mogen begeven onder uw goddelijk woord.
25:13Deze plaats des geweds.
25:15Dat wij hier mogen verkeren onder het licht van de zon.
25:20Waarvan u gezegd hebt zolang de zon en de maan schijnt.
25:25Gaat u door met uw kerkvergaderend werk.
25:28Om uw gemeente te vergaderen.
25:31Naar uw welbehagen.
25:33Om uw woord te doen verkondigen.
25:36De sacramenten.
25:38Dat u ook zijn voortgang mogen hebben.
25:42Tot bevestiging van al diegenen die in u het leven hebben leren zoeken en mogen vinden.
25:50En tot verherking van uw grote naam.
25:53U brengt ons vanmorgen op deze plaats des gebeds.
25:57Of u doet ons met deze plaats verbonden zijn.
26:02Uw woord hebben we reeds gelezen.
26:04Wil bij de overdenking.
26:07Van uw grote werken.
26:09Van uw komen tot armen en verloren zondaren.
26:13In nood en dood.
26:15De werking van uw heidige geest ons niet onthouden.
26:19Opdat wij een oor mogen ontvangen om te horen.
26:22En een hart om uw woord te bewaren.
26:26Te overdenken.
26:28En de kracht van uw geest om uw woord te leren betrachten.
26:32Bij aanvang of verdere voortgang.
26:36Het is ook een uur van voorbereiding op het sacrament van het heiligavondmaal.
26:42Heren, wil u dan nog zelf de scheidslijnen trekken.
26:45En al datgene wat door u gewerkt is.
26:49Dat het ook de roep mag verstaan en mag ter harte nemen.
26:56Om versterkt te mogen worden ook in de middelijke weg.
27:00Ook als u dat geeft door het heilige sacrament.
27:05Ons alle gedenken, heren.
27:07We verkeren alle onder de roepstem.
27:10Van uw onvergankelijk, eeuwig blijvend woord.
27:13U bent de hartekender, de nierenproeven.
27:17Niets is, o oppermajestijd.
27:20Bedekt voor uw alwetendheid.
27:23Wil dan u onmisbare zegen ons niet onthouden.
27:27Wie we ook zijn.
27:28Welke leeftijd we hebben.
27:31In welke staat en toestand of we verkeren.
27:34Doe ons op u zien.
27:36Van u verwachten.
27:38Die hoop in het hart te hebben op uw goddelijk woord.
27:41Dat het nooit ledig tot u wederkeren zal.
27:44Maar dat het zal doen hetgeen u behaagt.
27:47Wil dat doen hier in dit kerkgebouw.
27:50Als er meegeluisterd wordt.
27:52Wil al degene gedenken die niet met ons op kunnen komen.
27:57Welke oorzaak ook.
27:59Er kunnen allerlei omstandigheden zijn.
28:02Ook noden en zorgen, ook angst of vrees.
28:08Heren, wil u ze gedenken, klein en groot, naar de grootheid uw barmhartigheden.
28:14Wil zo ook zijn met de rouwdragenden die de afgelopen week aan het geopend graf stonden.
28:22Wil u de kinderen en de kleinkinderen gedenken, maar ook hen die getroffen werden door het verlies van hun schoonzoon.
28:32Uw vertroosting ontvangen.
28:34Uw onderwijzing.
28:35Dat u op het hart gebonden mag worden.
28:37Dat ze gesterkt mogen worden.
28:40In dat smartvolle verlies.
28:42Die ook hen die korter of langere tijd gereden.
28:46Zo'n droevige gang moesten maken.
28:49Ze zijn u op het aller volmaaks bekend.
28:51Wil toch ook in al die rouw en droefheid.
28:55Uw hulp, uw bijstand betonen.
28:58Daar staat toch in uw woord geschreven.
29:01In al hun benauwdheid was hij benauwd.
29:04Het blijkt dat u bewogen bent over mensen die een smartvol verlies hadden.
29:11Zoals we dat ook lazen uit uw goddelijk woord.
29:14Schijnt dan toch de toevluchtneming tot u.
29:17In die omstandigheden.
29:19Gedenk u de zieken thuis in het ziekenhuis.
29:23Of behandelingen ondergaand.
29:25Of uitslagen wellicht verwachtend.
29:28U weet al de spanningen.
29:30Al de noden, al de zorgen die dat met zich meebrengt.
29:35Schenk zo uw hulp en bijstand.
29:37Gedenk u de bewoners van de vijver.
29:41Die u ook hen met uw gunst en zegen omringen.
29:44De bezoekers van de oase.
29:46Betoon toch uw genade getrouw.
29:49En ook uw hulp en bijstand.
29:51Al de noden en zorgen die ons teneer kunnen drukken.
29:56Geef toch dat we...
29:58Daarin u mogen zoeken, u die aanschouwt, alle moeite, alle verdriet, opdat we het in uw hand leren stellen.
30:05Wil zo zijn, heren, met alle nood, alle zorg die we genoemd hebben, die we niet genoemd hebben, die bekend zijn, of die in het verborgene gedragen worden.
30:18Wil zo uw hulp, uw bijstand genadig betonen en uw zegenende hand uitstrekken.
30:24Gedijk u ook deze gemeente.
30:26De kerkraad die vergadert in deze week schenkt u ook wijze ten licht hoe verder te gaan.
30:33Gedenk u toch als de grote herder van uw kerk ook deze gemeente, deze periode van vakant zijn.
30:42En wil u zelf ook uw tijd naar uw raad daarin toch voorzien tot grootmaking van uw naam.
30:50Heren, wil zo ook zijn ook met het bruidspaar wat deze week in het huwelijk ook te treden.
30:56Wil u zo voorgaan met uw heilig.
30:59De lamp van uw woord tot een licht op uw levenspad geven ook in de verdere weg.
31:04De binding aan uw dienst, aan uw woord te mogen ervaren.
31:09Ontferm u zo naar de grootheid uw warmhartigheden.
31:13Breid zo uw handen zegenend uit.
31:15Schenk zo bij het spreken en bij het luisteren.
31:18De werking van uw heilige geest.
31:21Die heren is en levend maakt.
31:24En die in al de waarheid leidt.
31:27Hoe van node is hij.
31:30Die geest die verworven is.
31:32Die voortvloeit uit het offer op golgoed aan.
31:36Ontferm u zo naar de menigvuldige rijkdom.
31:40Van uw barmhartigheid.
31:42In uw genatige trouw en goedheid.
31:45Om Jezus willen.
31:47Uit genade.
31:48Amen.
31:52Gemeente de Zaligmaker zegt mijn schapen.
31:55Die horen mijn stem.
31:57En zij volgen mij.
31:59En de bruid in het hooglied.
32:01Die roept het uit.
32:02Dit is de stem van mijn liefste.
32:05En gaat uit op het geklank.
32:06Van zijn goddelijk woord.
32:08Het was ook de ervaring van Maria.
32:10Toen ze de stem hoorde.
32:13Via haar zuster Marta.
32:15Van de koning de kerk.
32:16Van de zaligmaker.
32:18Van zondaren.
32:19Deze uren van voorbereiding.
32:21Willen wij er ook bij stilstaan.
32:22Aan de hand van de woorden van onze tekst.
32:24Die u vindt in het u voorgelezen schriftgedeelte.
32:27Johannes 11 vers 28 en 29.
32:32Waar Gods woord als volgt tot ons komt en dit gezegd hebbende.
32:36Ging zij heen en riep Maria haar zuster heimelijk zeggende.
32:41De meester is daar en hij roept u deze.
32:45Als zij dat hoorde stond haastiglijk op en ging tot hem.
32:51Vanuit onze tekstwoorden willen wij stilstaan bij een drietal gedachten.
32:55We letten ten eerste op de komst.
32:57In de tweede plaats op de nodiging door Marta.
33:01En in de derde plaats op de komst van Maria.
33:05De komst van de Zonen God.
33:07De nodiging door Marta.
33:09Maar ook de komst van Maria tot hem.
33:13De zaligmaker van zondaren.
33:15Voordat we hier nader bij stil hopen te staan.
33:18Gaan we eerst zingen uit Psalm 25.
33:21Vers 3, 5 en 8.
33:24Psalm 25, het derde vers.
33:27Aan het vaderlijk midogen, heren, waarop ik bidden pleit.
33:32Het vijfde vers, lautere goedheid, liefde koorden.
33:35Waarheid zijn des heren paan.
33:38En ook het achtste vers, zie op mij in gunst van boven.
33:42Wees mij toch genadig, heren.
33:45En dan zijn er nog afkondigingen.
33:48Dinsdag 3 maart is er de contactmiddag aanvang om half drie.
33:54In verband met het te houden heiligavondmaal volgende week zondag zal het dinsdag 3 maart censura moren worden gehouden.
34:03Aanvang kwart over zeven.
34:06Aansluitend hierop zal om acht uur het avondmaalsgezelschap plaatsvinden.
34:11Als kerkraad willen we benadrukken dat alle gemeenteleden welkom zijn om dit moment van bezinning bij te wonen.
34:19En van de genoemde voornemens geldt zo de Heer wil en wil leven.
34:24En de collecten zijn in deze dienst.
34:26In de eerste collecten voor Kimon.
34:28Het werk van Jantina Bokur Mastenbroek.
34:31In de tweede voor de Kervoedij.
34:33En de derde voor de Aflossing Kerk.
34:35En deze collecten worden hartelijk in uw indadigheid aanbevolen.
34:40Terwijl we zingen uit Psalm 25 vers 3, 5 en 8.
34:44[GEZANG]
42:13Gemeente opmerkelijke woorden zijn dat u bevindt.
42:15En ook in het gedeelte van Gods heilige en dierbaar woord.
42:20Dat er staat geschreven in het vijfde vers van dit hoofdstuk.
42:24Jezus nu had Marta en haar zuster een Lazarus lief.
42:29En als hij dan gehoord had dat hij krank was.
42:33Bleef hij nog twee dagen in die plaats.
42:36Hij had ze lief.
42:38En hij bleef toch uit.
42:40Ze waren in grote nood en in zorg.
42:43Gedreigd door de dood.
42:45De zaligmaker weet ervan.
42:48Hij heeft ze lief.
42:50En hij blijft toch uit.
42:52Nog enige tijd.
42:54Onderwijzen toch.
42:56Dat als hij uit blijft.
42:59Als het naar uw gevoel donker geworden is.
43:02En donker lijkt te blijven.
43:04Dat het nog geen bewijs is.
43:07Dat hij niet van onze omstandigheden af weet.
43:10Dat hij zijn liefde ingehouden heeft.
43:14Hij had zijn lief.
43:15En hij bleef toch uit.
43:18Diep verdriet gemeente.
43:20verkeren deze beide zusters Marta en Maria.
43:24En hij komt tot hen, de zaligmaker.
43:28Maar zijn vrienden en ook deze beide zusters die menen...
43:33en ook de omstanders, het is te laat.
43:36Hij is reeds gestorven, de dood is ingetreden.
43:41Ach, toen hij nog ernstig ziek was.
43:44Toen er nog leven te vinden was.
43:46Als het toen gekomen was, heren.
43:49Wart gij hier geweest, dan was onze broeder niet gestorven.
43:54Maar nu is de dood ingetreden.
43:58Misschien gemeente, ook de bediening van het sacrament van het Heiligavondmaal.
44:03Als dat volgende week gehouden wordt.
44:06En naar uw beleving alles weg is.
44:10Alles door is.
44:11Alles dood is.
44:13Hoe moet dat toch?
44:15Hoe zullen we toetreden tot het sacrament van het Heiligavondmaal?
44:19In deze omstandigheden.
44:21Ach, toen er nog wat leven was.
44:24Nog wat gevoel was.
44:27Toen ik zo'n week hard had.
44:29Toen ik nog wat tranen had.
44:31Toen het zo nabij alles leefde zijn.
44:34Als de Heer het toen gekomen was.
44:36Met de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal.
44:40Als hij toen de liefdelijke nodiging had doen uitgaan.
44:43Ja, dan had het wel gekund.
44:45Er was nog wat leven in de ziel.
44:48Daar was zo'n teer gevoel in mijn hart.
44:51Er was zo'n weekheid.
44:53Was het te bespeuren.
44:54Maar nu.
44:56Alles weg.
44:57Door.
44:58En dood.
45:00En koud.
45:01En ongevoelig.
45:03Het klopt wel gemeente met het formulier van het heiligavondmaal.
45:08Want dan staat er toch dat we moeten bedenken.
45:12Midden in de dood te liggen.
45:16Het leven.
45:18Buiten onszelf.
45:19In Christus Jezus.
45:21Die enige grond.
45:22Tot behoud en zaligheid.
45:24Te zoeken.
45:26Daar gaat Martha uit.
45:29Tot de Christus der schriften.
45:31Ze zegt.
45:32Indien gij hier geweest waren heren.
45:35Toch is er enige verwachting.
45:37Want ze zegt.
45:39Ik weet ook dat de heren.
45:41Dat God u alles geven wil.
45:44En zult.
45:45Al wat u van nodig hebt.
45:48Die beleidenis komt ze tot hem.
45:51En dan maakt de zaligmaker zich bekend.
45:54Hij zegt.
45:55Ik ben de opstanding.
45:57En het leven.
45:59Die in mij gelooft.
46:00Zal leven.
46:02Al waren hij ook gestorven.
46:06Geloof jij dat Marta?
46:08En ze zegt.
46:10Ja heren.
46:11Ik heb geloofd.
46:12En dat is duidelijk gemeente.
46:15Dat deze Marta.
46:16Ondanks dat ze dood gekomen is.
46:19Dat haar geliefde broeder is weggenomen.
46:21Dat deze Martha niet wijkt van de grond der zaak.
46:28Van het fundament van haar hoop.
46:31Van de beleidings die ze aflegt.
46:34Want ze zegt voorafgaande naar onze tekstwoorden.
46:37Ja heren, ik heb geloofd dat ik bekeerd ben.
46:41Ik heb geloofd dat mijn zonden mij vergeven zijn.
46:45Neem gemeente, uw beleid aan de tafel.
46:50Des heren.
46:51De grond der zaligheid.
46:53Het fundament.
46:55De vastheid.
46:56Buiten uzelf.
46:58Dat enige fundament.
47:00In Christus Jezus.
47:02Ik heb geloofd.
47:05Dat gij zijt.
47:06De Christus.
47:08De zonen gods.
47:10Die in de wereld komen zou.
47:12Het sacrament van het heilige avondmaal.
47:15Gemeente zegt.
47:16Doe dat.
47:17Tot mijn.
47:19Gedachten is.
47:21Dat hij de grond is.
47:22Dat hij het fundament is.
47:25Hoe donker ooit.
47:27Gods weg moog wezen.
47:29Hij ziet in gunst.
47:31Op die hem vrezen.
47:33Midden.
47:34In de dood liggende.
47:37Ook deze Martha.
47:39Maar ze houdt de beleidenis overheid.
47:42Dat Jezus is.
47:43De Christus.
47:45De grond der zaligheid.
47:47Het enige vaste.
47:50Haar droevige omstandigheden.
47:52Het gevoel wat geweken is.
47:55De smart die er in het hart is.
47:58Heeft niet zodanig de overhand.
48:01Dat de beleidenis van de zaligmaker achterwege blijft.
48:06Kijk, dat is het waard zaligmakend geloof.
48:10Wat uitsluitend bouwt op de grond der zaligheid.
48:15Buiten ons.
48:16Midden in de dood liggende.
48:19Het leven te beleiden.
48:21Te zoeken.
48:22Buiten ons.
48:23Daar is nu net dat sacrament van het heiligavond nou voor ingesteld.
48:29Niet om uw gevoeligheid te sterken.
48:33Niet om uw tranen te kronen.
48:36Niet om uw gestaltes te belonen.
48:38Maar dat u juist te meer gevoeld ervaart.
48:43Dat in hem de vastheid.
48:45De zekerheid.
48:47De zaligheid.
48:49De overwinning te vinden is.
48:51In Christus Jezus.
48:53Alleen.
48:54Deze beleidenis.
48:56Die Petrus ook al eerder gedaan heeft.
48:59En daarom ook zalig gesproken werd.
49:02Zalig zijt gij Simon Barjona.
49:04Want vlees en bloed heeft dat niet geopenbaard.
49:08Maar mijn vader die in de hemelen is.
49:11Dezezelfde beleidenis.
49:13Die ook straks door de moorman afgelegd zal worden.
49:16Ik geloof dat Jezus Christus.
49:19De zonen gods is.
49:21Wij moeten het net.
49:23Ook in de tijd van het sacrament van het heiligavondmaal.
49:28Buiten ons.
49:30Aan de andere zijde van het schip.
49:32Leren werpen.
49:34En niet vissen.
49:36Op iets in ons.
49:38Of van ons.
49:40Maar het gaat er juist om.
49:42Dat aan de tafel beleden wordt.
49:45De vastheid van het genadeverbond.
49:48De volkomenheid van de borgen en middelaar.
49:51Die betaald heeft.
49:53Zonder iets van ons.
49:55Die de overwinning verworven heeft.
49:58Door zijn strijd.
50:00Door zijn offeranden.
50:02Door het bloed wat hij gestort heeft.
50:04Door de gerechtigheid die hij verworven heeft.
50:08Het allervolmaakste gebed.
50:11Gemeente begint niet.
50:12Met onze noden.
50:14Met onze zorgen.
50:16Zelfs niet met onze zonden.
50:19Maar vangt aan dat het gaat om de ere gods.
50:23Uw naam worden geheiligd.
50:25Uw koninkrijk komen.
50:27Uw wil geschieden.
50:29Het gaat dus om zijn naam.
50:31Om zijn eer.
50:33Om zijn grootheid.
50:35Het heiligavondmaal bewijst ons dat de zaligheid godszaak is.
50:42Door God de Vader uitgedacht.
50:46Door God de Zoon verworven en aangebracht.
50:49Door God de heilige geest wordt dat geleerd.
50:53Vanuit en door het woord.
50:56En om zo tot hem te zuchten.
50:59Tot hem te vluchten.
51:01De vastheid.
51:02De zekerheid.
51:03De volkomenheid.
51:05Van dat goddelijk genadewerk.
51:08Het is volbracht.
51:09In en door hem.
51:12En dan zegt de borgenmiddelaar.
51:14Doe dat.
51:15Tot mijne.
51:18Kijk gaat het u daarom.
51:20Ook bij het komen tot het sacrament van het heidegavendmaal.
51:25Wien heb ik nevens u omhoog.
51:28Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens u toch lusten.
51:33Om hem de eer en de aanbidding te geven.
51:37En als deze Marta deze beleidenis heeft afgelegd.
51:42Dan gaat ze naar Maria.
51:44Die achtergebleven is in de woning.
51:47En ze zegt tegen haar, de meester is daar.
51:51En hij roept u.
51:53Bekende naam, gemeente van de zaligmaker.
51:56Zo werd hij vaak genoemd.
51:58Zo noemde hem de rijke jongeling ook.
52:02Maar we kunnen hem noemen met deze naam.
52:04Maar hem niet als meester gehoorzaam zijn.
52:09Niet onder zijn woord buigen.
52:11Die rijke jongeling noemde hem zelfs goede meester.
52:16Maar toen hij het onderwijs kreeg, wat niet naar zijn zin, niet naar zijn vlees was, toen ging hij bedroefd weg.
52:24Toen luisterde hij niet naar deze meester.
52:28Dus het gaat erom dat wij hem niet alleen deze erenaam geven.
52:33Het gaat erom dat we dan ook onder zijn goddelijk woord leren buigen.
52:38Hem ook te voet vallen.
52:40Hem ook als meester erkennen.
52:44Zodanig gaat deze...
52:46Maria hem reeds herkent.
52:47Ze kende de plaats aan zijn voet in Lukastien.
52:51Het laatste gedeelte van het hoofdstuk.
52:53Dan leest u dat daar.
52:55De meester.
52:56Hij is de hoogste profeet en leraar.
53:00En hoe gelukkig gemeente.
53:02Als we naar die ongelukkige tijd van onze dienstbaarheid.
53:07Aan de wereld en aan de zonderdienst afscheid genomen hebben.
53:11Vanwege de kracht van het woord der waarheid.
53:14En de toepassende werking van de heidige geest.
53:18En als we na de tijd van de harde dienstbereid aan de wet.
53:22Waaraan we wilden voldoen.
53:24Waaraan we wilden betalen.
53:26Ook daarvan afgebracht zijn.
53:28En zijn zachte juk hebben leren kennen.
53:32Zijn liefdedienst hebben mogen smaken.
53:36Voor zijn goddelijk onvuilbaar woord hebben leren buigen.
53:39En hem de eer en de bieding te hebben leren geven.
53:44De liefde van David.
53:46Tot zijn goddelijk woord en dienst.
53:48Dat hij ons hart heeft ingenomen.
53:50Het vermaak van de apostel Paulus.
53:53In de wil in de wet is heren.
53:55Dat dat ons hoogste goed is geworden.
53:58Ziet dat hij onze meester is geworden.
54:03Te buigen onder zijn heerschappij.
54:06En onderwarpen gemaakt met gewilligheid.
54:10Aan zijn goddelijk woord en evangelie.
54:14Als hij onze meester is, hoe ontdekkend dat onderwijs dan ook was.
54:19Hoe alles ontnemend.
54:21Hoe we schuldig gesteld werden voor zijn heilig aangezicht.
54:25Hoe al onze deugden blinkende zonden werden.
54:29Maar als hij dan onze meester is, dan buigen we met smart, met schaamte.
54:35Gedenkend aan ons verleden.
54:38In de zonden doorgebracht.
54:40En ook met schaamte vervuld over ons heden.
54:44De verdorvenheid van ons hart.
54:46De zwakheid van ons vlees.
54:48En ook geen enkele verwachting hebbende van onszelf voor het toekomende.
54:53Tot hem te vluchten.
54:55Tot hem te zuchten.
54:56En hem te herkennen als de meester.
54:59Hij onderwijst ons.
55:02Ontdekt ons.
55:04Ontgrond ons.
55:05Toont ons onze vloekwaardigheid.
55:08Hij maakt ons bekend met de volkomen eis van zijn heilige wet.
55:13Hij steekt af naar de diepte van ons hart en toont onze verdorvenheid en verlorenheid.
55:20Maar hij maakt ons ook bekend met de rijkwijde, met de kracht van zijn warmhartigheid.
55:27Met de diepte van zijn onbegrijpelijke eeuwige liefde.
55:32Met zijn langmoedigheid en zachtmoedigheid.
55:36Met zijn heilig geduld met ons, ondanks onze zwakheid, verlorenheid.
55:42En ellendigheid.
55:44Hij is de meester.
55:45Hij heerst over alles.
55:48Hij verdrijft met zijn licht.
55:51Alle duisternis.
55:52Zijn almacht verplettert de macht.
55:55Van de vorste duisternis.
55:57Hij is de meester.
55:59Over de hel.
56:00Over de duisternis.
56:02Over de dood.
56:03Over het graf.
56:05Over de zonderschuld.
56:07Gij heren alleen.
56:09Gij zijt.
56:11De verwinnaar in de strijd.
56:13En gegeeft uw volk de zegen.
56:15Ziet gemeente brood en wijn.
56:18Verkondigt volgende week als de Heer het geeft.
56:22Dat hij als de meester getriomfeerd heeft.
56:26Over alles.
56:28Door de gebrokenheid van zijn lichaam.
56:32Door de uitstorting van zijn hartbloed.
56:34Heeft hij het uitgeroepen.
56:36Het is volbracht.
56:39En is hij de meester.
56:40Zo buig u dan voor hem neer.
56:43In de tweede plaats.
56:44Dan spreekt ook de tekst van de nodiging.
56:47Door Marta.
56:49Marta is nu in een wat andere gestalte.
56:52Als een Lucas 10.
56:53Toen ze zo druk bezig was.
56:55Voor de meester.
56:57Om alles in gereedheid te brengen.
56:59En ze een bestraffing vroeg.
57:01Voor haar zuster Maria.
57:03Maar nu mag ze anders zijn.
57:05En ze roept tot deze Maria.
57:07De meester.
57:09Is daar.
57:09En hij roept u.
57:12Staat gemeente in onze tekst.
57:15Zij doet dit heimelijk.
57:17Waarschijnlijk vrees.
57:19Voor de joden.
57:20Die in de omgeving waren.
57:22En die de zaligmaker.
57:24De borg.
57:25De middelaar.
57:26De meester.
57:27Voor een deel althans vijandig gezind waren.
57:30En dat ze daarom ook heimelijk roept.
57:34Maar misschien mag u er ook alleen zien.
57:36Dat ze Maria persoonlijk roept.
57:39Maria is verbonden aan de meester.
57:41Kende de plaats aan de voeten van deze meester.
57:45Kende het gehoorzaam buigen voor zijn goddelijk woord van deze meester.
57:50En als volgende week de roep uitgaat.
57:53De nodiging klinkt om de naam des heren te beleiden.
57:57Om deze meester eer en aanbidding te geven.
58:02Om uw gehoorzaamheid te betonen.
58:05Om zijn naam te beleiden.
58:08Om hem die door de Vader aangewezen is.
58:11Deze is mijn geliefde zoon.
58:13Hoort hem gehoorzaam te zijn.
58:16Om te gedenken zijn bitter lijden en sterven.
58:20Hem de eer dan bidding te geven.
58:23Dan komt die roep niet tot ieder.
58:26Die komt wel tot elk.
58:29Iets kent van dat nieuwe leven.
58:32Die door geest en woord geleerd en geleid is.
58:35Die...
58:37Vanwege zijn verlorenheid, ellendigheid, schuld en overblijvende zonde en zwakheid.
58:44De noodzakelijkheid van deze meester heeft leren kennen.
58:48Van deze borg en zaligmaker heeft leren zoeken.
58:53Die iets kennen van het vreemdeling zijn.
58:57Van het gas zijn.
58:58Van het op doorreis zijn.
59:01Ik ben, o heren, een vreemdeling hier beneen.
59:05Laat uw geboon op reis mij niet ontbreken.
59:09Iets kennen van die drie kernzaken waar de Heidelbergse katechisme van spreekt.
59:15Van de ontdekking en beleving van uw zonden en schuld.
59:20Van de noodzakelijkheid en de kracht van de vergeving buiten uzelf in Christus Jezus.
59:27En van de begeerte van de heiligmaking om van u voortaan voor zijn aangezicht te leven.
59:35In beginsel naar al zijn geboden.
59:38Het beleiden van de zonde en schuld.
59:42En ook het van harte bestrijden van onze zonde en schuld.
59:47Die drie ambtengemeenten van de zonen gods.
59:51Het
59:52hoogste profeet en leraarsambt.
59:56Enige hoge priester.
59:58En de eeuwige koning hem daarin van nodig te hebben.
1:00:02En dat hij de plaats ontvangen heeft in ons leven.
1:00:05Dat hij de voornaamste plaats gekregen heeft in ons huis, in ons huwelijk als we dat mogen hebben.
1:00:13Dat hij de eerste is en dat we ook verlangen hem te zoeken, hem te beleiden, hem de eer en de aanbidding te geven.
1:00:23En hij roept allen die het leven kennen, die iets weten van de worsteling, van de toevluchtneming.
1:00:31En juist ook als er de nood en de dood en de ongelijkvormigheid gekend en doorleefd en beleden moet worden.
1:00:41Juist dan, het gaat immers erom dat we leren afsterven, afzien van al het onze.
1:00:50Dat we achteruit gaan met onszelf, minder worden, opwassen in de kennis en in de genade van deze enige grond.
1:01:00Tot behoud en zaligheid in Christus Jezus.
1:01:04Daar gaat het om.
1:01:06Ook als u in een weg van verberging gaat.
1:01:09In een weg van duisternis en donkerheid voor uzelf.
1:01:12Van aanvechting.
1:01:15Ook als u gebracht bent in een onbegrepen weg.
1:01:18Een smattelijk verlies.
1:01:20Een ernstige ziekte.
1:01:22Ook als u gaat voor uzelf in een weg van ongeloof die u aanklaagt.
1:01:29Van twijfel, van moedeloosheid is het ooit wel waar geweest.
1:01:34Zou hij wel weten van mijn droevig lot?
1:01:37Zou de allerhoogste van mijn plagen en van mijn bittere rampen wel kennis dragen?
1:01:42Maar als dat u terneerdrukt en uitdrijft tot de troon zijn er genade.
1:01:48Ziet hij bleef uit bij deze geliefde discipelen.
1:01:52De nood was nog niet volkomen.
1:01:55Er was een hoop.
1:01:57Want ze hadden nog leven.
1:01:59Lazarus was nog niet gestorven.
1:02:01Als u nu zou komen.
1:02:03Maar hij bleef uit.
1:02:06Misschien ook zo voor u in het geestelijke.
1:02:08Dat hij daarom uit blijft.
1:02:10Om werkelijk met lege handen.
1:02:13Met uw verzondig bestaan.
1:02:16Met uw dorheid.
1:02:17Met uw koudheid.
1:02:19In de middelijke weg.
1:02:22Dit te beleven en te ondervinden.
1:02:24Om zo van uzelf af te zien.
1:02:28Midden in de dood liggende het leven.
1:02:32Buiten onszelf.
1:02:34In Christus Jezus te zoeken.
1:02:37Waarom deze weg?
1:02:40Waarom zo lang uitgebleven?
1:02:43Waarom dit smartelijk verlies?
1:02:46Waarom reeds naar het graf gegaan?
1:02:48En in het graf gelegd?
1:02:51En dan komt de Zaligmaker als hij vier dagen reeds in het graf ligt.
1:02:57Waarom is hij nu pas gekomen?
1:03:00Waarom niet eerder toen alles zo levendig en zo gevoelig was?
1:03:04Toen er nog leven was, ziet gemeente.
1:03:08Dan komt hij.
1:03:09Het sacrament van het heiligavondmaal wijst ons.
1:03:13Op de vastheid, de zekerheid, de volkomenheid van het offer op Golgotha.
1:03:21Daar ligt de gerechtigheid.
1:03:24In hem ligt de heiligheid.
1:03:28Bij hem moet u zijn die in hun zonden en ellenden tot hem zich ter genezing wenden.
1:03:37Om zijn naam te beleiden.
1:03:39U komt niet om uw bekering te beleiden.
1:03:41U komt niet om uw gestaltes te beleiden.
1:03:46U komt niet, kijk eens hoe gevoelig of ik nu ben, groot als dat zo mag zijn.
1:03:51Maar pas op dat u daar de grond niet van maakt.
1:03:54En dat u daar de kracht van het avondmaal niet in zoekt.
1:03:57U komt juist in uw verlorenheid.
1:04:00Al de tollenaars en de zondaars nadert u tot hem om hem te horen.
1:04:06Ziet, hij ontvangt de gevoelige zondaars.
1:04:10Neem, hij ontvangt de zondaars en eet met hen.
1:04:15Hij alleen de eer.
1:04:17Hij alleen de aanbidding.
1:04:19In het afzien van al het onze hem de eer en de aanbidding te geven.
1:04:25Hij zal het verbond met hen in eeuwigheid bewaren.
1:04:29Het is trouw al wat hij ooit beval.
1:04:32Het staat op recht en waarheid, Paul.
1:04:34Als op onwriepere steunpilaren.
1:04:37De derde plaats, gemeente.
1:04:39Dan spreekt ook de tekst van de komst van Maria.
1:04:43Er staat in de woorden van onze tekst deze.
1:04:47Als zij dat hoorden, stond haastiglijk op.
1:04:52Staat enerzijds in de Bijbel, zij die geloven.
1:04:56Die haasten niet.
1:04:58Dat betekent dat u niet in eigen kracht.
1:05:01Met behulp van uw sterkte.
1:05:03Dat u het een en ander tot stand zoekt te brengen.
1:05:07Maar het geloof kent ook een heilige haast.
1:05:11Ik denk aan de herders.
1:05:14Toen ze de boodschap hoorden van de geboren koning der joden.
1:05:17Toen hadden zij heilige haast.
1:05:20Zij kwamen met haast.
1:05:22Zo staat er.
1:05:24De apostel Paulus die spreekt haast u om uw levenswil.
1:05:30Ze talmde niet.
1:05:32Geen verhinderingen.
1:05:34Geen ophouders.
1:05:36Geen belemmeringen op haar weg.
1:05:39Maar ze gaat tot hem.
1:05:40De zaligmaker van zondagen.
1:05:43Ze stond haastiglijk op.
1:05:45O, volgende week.
1:05:47Als daar de nodiging uitgaat.
1:05:50Als de roepstem van de koning der kerk weer klinkt.
1:05:54Op hem de eer te geven.
1:05:56Hem te beleiden.
1:05:57Hem groot te maken.
1:05:59Iets te kennen van deze heilige haast.
1:06:02Ze ging op de roepstem.
1:06:04De meester is daar.
1:06:07En u roept u.
1:06:09En zij stond op.
1:06:10Ze herkende hem als de meester.
1:06:13Ze wist van de onderwerping aan haar meester.
1:06:17Ze wist van de liefdevolle verbinding aan haar meester.
1:06:22En...
1:06:23Ze komt dan met haar zorg, met haar nood, met haar verdriet.
1:06:27Tot hem, de grote meester.
1:06:30Met haar nood, met haar schuld, met haar overblijvende zonde en zwakheid.
1:06:37Volgende week, gemeente, als God het geeft, staat daar de nodiging van de tafel.
1:06:41En de meester is daar.
1:06:44In de vastheid van zijn woord.
1:06:47In de onveranderlijkheid van zijn belofte.
1:06:50In...
1:06:52Dat eeuwige verbond der genade.
1:06:54De tekenen daarvan.
1:06:56In de gerechtigheid die daar gepredikt wordt.
1:06:59Die red van de dood.
1:07:00In de tekenen van zijn onwankelbare trouw.
1:07:04De meester is daar.
1:07:07Deze tekenen van zijn trouw.
1:07:09En hij roept u.
1:07:13En zij stond haastiglijk op.
1:07:16En ging tot hem.
1:07:18We gaan er eerst van zingen uit Psalm 111.
1:07:21En daarvan het vijfde vers, Psalm 111, vers 5.
1:07:25Het is trouw al wat hij ooit beval.
1:07:29Het staat op recht en waarheid, Paul, als op onbrekbare steunpilaren.
1:07:35En wat er verder volgt in het vijfde vers van Psalm 111.
1:07:39[GEZANG]
1:09:34De meester is daar gemeente, evangelie van vrije genade.
1:09:38Waarvan het woord zegt dat het de Jood een ergernis is.
1:09:42Blijkt ook uit deze geschiedenis.
1:09:44De tegenstand.
1:09:45De vijandschap.
1:09:46Hoe groot was in die dagen.
1:09:48Ook in het landschap van Judea.
1:09:52De discipelen.
1:09:53Die zijn bevreesd om die kant weer uit te gaan.
1:09:56Om daarin af te dalen.
1:09:58De Jood een ergernis.
1:09:59De Griek een dwaasheid.
1:10:02Maar dient die geloofd.
1:10:04Is het de kracht gods.
1:10:06En de wijsheid gods.
1:10:08Het sacrament van het heiligavondmaal.
1:10:11Is gegeven tot versterking van het waar zaligmakend geloof.
1:10:16Hij kent onze zwakheid.
1:10:18Onze nood.
1:10:20Onze aanvechting.
1:10:21Onze bestrijding.
1:10:23En hij komt ons dan te hulp.
1:10:25Niet alleen door te komen tot ons oor.
1:10:28Met de prediking van het evangelie.
1:10:31Maar ook met de zichtbare tastbare bewijzen van zijn onbankenbare trouw.
1:10:36En van het offer wat hij gebracht heeft.
1:10:39En de prijs.
1:10:40Die hij betaald heeft.
1:10:42Om zo het waarzaligmakend geloof.
1:10:46Wat een vaste grond is.
1:10:48De dingen die men hoopt.
1:10:50En het bewijst er zaken.
1:10:52Die men niet ziet.
1:10:54Om dat in de middelijke weg.
1:10:55Te versterken door deze tekenen.
1:10:58Dat offer.
1:11:00De breking van zijn lichaam.
1:11:02En de uitgitting van zijn bloed.
1:11:05Want u bent niet bestand.
1:11:08Tegen de kracht van de zonde.
1:11:10U bent niet opgewassen tegen de verleidingen en tegen de verzoekingen.
1:11:15Telkens weer struikelen wij.
1:11:18Wij kunnen niet bestaan tegen die volmaakte rechtvaardige eis van Gods heilige wet.
1:11:24Die ons schuldig stelt.
1:11:26Die niet alleen een oordeler is over onze werken.
1:11:30Die ons niet alleen schuldig stelt aangaande onze woorden.
1:11:34Maar die ook een oordeler is van onze gedachten.
1:11:38En wie zal kunnen bestaan?
1:11:41Voor de aanklachten, voor de beschuldigingen van de macht van de vorst ter duisternis.
1:11:47Maar de meester wel.
1:11:49Die gepredikt wordt in het sacrament van het heiligavondmaal.
1:11:54De meester heeft de wet voldaan.
1:11:57Hij heeft het recht van de vader verheerlijkt.
1:12:00En hij heeft het duidelijk gemaakt, ik voor u.
1:12:03Dat geen ander te eeuwige dood had moeten sterven.
1:12:07De meester wel, die heeft de kop van de vorst ter duisternis.
1:12:11Die heeft het gif van Satan ten onder gebracht.
1:12:15Zijn kop vermorseld.
1:12:16Hij heeft de strijd gestreden.
1:12:19En hij heeft de overwinning behaald.
1:12:22Die meesterwelgemeente die kan.
1:12:25Door het spreken van zijn woord.
1:12:27Door de bediening van het sacrament.
1:12:30Het geweten ook tot stil te brengen.
1:12:33Dat alle aanklachten verdwijnen.
1:12:36En dat de rust en zegen gevonden wordt.
1:12:40Ja, wie mag treden tot de tafel des Heren?
1:12:43Dat is toch altijd de vraag.
1:12:45En dat is toch altijd uw zorg.
1:12:47Want juist als de nodiging uitgaat, dan wordt u opgeroepen tot zelfonderzoek, tot beproeven van uzelf.
1:12:56En dan gaat u het na.
1:12:58Wie is de afgelopen tijd geweest?
1:13:00Wat leeft er in mijn hart?
1:13:02Wat gaat er om in mijn gedachten?
1:13:05Dat zijn bepaald geen aangename zaken die goden.
1:13:10Wel aangenaam zijn.
1:13:12Waarmee we voor hem kunnen bestaan.
1:13:15Daarom.
1:13:16Als u Satan.
1:13:18Als meester nog dient.
1:13:20Als u nog wel bewust.
1:13:22De zonde.
1:13:23De wereld nawandelt.
1:13:25En daarin uw vermaak.
1:13:26En uw lust nog hebt.
1:13:28Ja dan kunt u aan de tafel des heren.
1:13:31Niet deelnemen.
1:13:32Dan wordt u niet genodigd.
1:13:34Het is een heimelijke roepgemeente.
1:13:37Het is een strikt persoonlijke nodiging die uitgaat.
1:13:41En die gericht is tot Maria.
1:13:44En nu is Maria geen vrouw die hele uitgebreide verhalen heeft.
1:13:48Er staat ze niet onbekend in de schrift.
1:13:51Het is een vrouw die zwijgzaam is.
1:13:54Maar bij wie het wel een hartenwerk is.
1:13:56Dus het komt er ook niet op aan.
1:13:58Het is groot natuurlijk.
1:13:59Als u helder en klaar mag vertellen wie de Heer voor u is.
1:14:03En wat hij in uw hart en leven gedaan heeft.
1:14:07Maar deze Maria die is gekenmerkt door zwijgzaamheid.
1:14:13Lukas 10 vers 38 tot 42.
1:14:16Ook als ze bestreden wordt, aangevochten wordt door haar zuster Marta.
1:14:21Dan zwijgt ze.
1:14:23Terwijl ze verlegen was om het woord.
1:14:26Terwijl ze het hoogste goed was zoekende.
1:14:30Terwijl ze toch bezig was met de opdracht van de zonen.
1:14:33God zoekt eerst het koninkrijk gods.
1:14:36En zijn gerechtigheid.
1:14:37En alle andere dingen zullen nu worden toegeworpen.
1:14:41Ze werd bestraft door haar eigen zuster.
1:14:44En ze zweeg.
1:14:46En ze heeft beleden de zaligmaker straks.
1:14:49Mag ze hem beleiden.
1:14:50Door de zalving die ze geeft.
1:14:53En er komen al die discipelen op haar aan.
1:14:56Ze vergrimmen tegen haar staat er in het woord.
1:14:59En ze zwijgt weer.
1:15:01Ze gaat zich niet verdedigen.
1:15:03Ze zwijgt weer.
1:15:05Dus het gaat er niet om, gemeente.
1:15:07Het zou wel groot zijn, maar als u helder en klaar onder woorden kunt brengen.
1:15:11Het gaat om het hart.
1:15:13Het gaat om waarheid in het binnenste.
1:15:16En God ziet het hart aan.
1:15:18Die ziet niet de gestalte aan van Eliab.
1:15:21Die gaat niet af op bepaalde menselijke voorrechten van een eerstgeboorte.
1:15:26Maar hij ziet het hart aan.
1:15:30Ziet deze Maria.
1:15:32Die mag.
1:15:34Aan deze roepstem gehoorgeven.
1:15:36En wordt ook heimelijk.
1:15:38Geroepen.
1:15:40Maar als de meester nog de wet is gemeente.
1:15:43Als u nog.
1:15:44Poogt met uw goede werken.
1:15:46Met uw gerechtigheden.
1:15:48Met uw vormen.
1:15:50Hoe goed hoe bijbels op zichzelf.
1:15:51En ook dat we die in stand zoeken te houden.
1:15:54Maar als dat de grond voor u.
1:15:56Zal zijn.
1:15:58Dan kunt u ook aan de tafel.
1:16:00Geen vertroosting ontvangen.
1:16:03Het gaat werkelijker om dat we komen zoals het vormen hier ons voorhoudt.
1:16:09Een mishagen aan onszelf te hebben.
1:16:12Ons voor God te verootboedigen.
1:16:15Onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken.
1:16:20Het gaat er echt om bedenkende onze zonde en onze vervloeking.
1:16:28Dat de toren gods tegen de zonde zo groot is.
1:16:32Dat eer dat hij die gestraft heeft.
1:16:35Heeft aan ons gestraft.
1:16:37Heeft hij ze gestraft.
1:16:38Aan zijn eigen lieve zoon.
1:16:41De zaligheid.
1:16:43Buiten onszelf te zoeken.
1:16:46Dat is voorbereiding gemeente.
1:16:49Afzien van al het uwe.
1:16:51Een mishagen aan onszelf.
1:16:54Een verootmoediging.
1:16:55Een vernedering voor de majesteit.
1:16:57En voor de grootheid gods.
1:17:00En ziet hoe het staat hier in deze geschiedenis.
1:17:04Dat hij pas komt als daar de onmogelijkheid beleefd wordt.
1:17:10Als daar de dorheid en de dood de overhand heeft.
1:17:14Dat hij nog uitblijft als er nog enige verwachting is bij Marta en bij Maria.
1:17:21En als die verwachting tot een eind gekomen is, dan blijft die beleidenis.
1:17:27Kijk, daar gaat het nu om.
1:17:29Dat we de beleidenis van hem blijven doen.
1:17:32Wie is er onder uw bieden.
1:17:34Die den heren vreest.
1:17:36Die de stem zijn knechts hoort.
1:17:38Als hij in de duisternissen wandelt.
1:17:42En geen licht heeft.
1:17:45Daar hebt u deze omstandigheid gemeen.
1:17:47Dat is geloofsoefening.
1:17:49Dat is geloofsoefening.
1:17:51U zoekt het op alle mogelijke wijze.
1:17:54Tastbare zaken.
1:17:55Zichtbare zaken.
1:17:57Gevoelige genietingen, gevoelige zaken, die zijn er.
1:18:01Maar waar zaligmakend geloof heeft niet zijn fundament op tastbare, zichtbare zaken.
1:18:09Waar zaligmakend geloof leeft niet op gevoelige genietingen en gestaltes.
1:18:15Dat geloof kan wel als vrucht een gevoelige genieting hebben.
1:18:20Maar het geloof zelf grondt zich op de zaligmaker.
1:18:26Op de Christus.
1:18:28En dat is zo opmerkelijk bij deze Marta.
1:18:31En dat is zo duidelijk bij deze Maria.
1:18:35Dat hoewel ze in zulke nood en dood.
1:18:38In zulke duisternis voor zichzelf verkeren.
1:18:41En zulke vragen hebben.
1:18:43Waarom is hij niet eerder gekomen.
1:18:45Toen Lazarus nog leefde.
1:18:47Dat die beleidenis van hen.
1:18:50Dezelfde beleidenis is.
1:18:52En dat ze zo hem de eer en de aanbidding geven.
1:18:56Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zal.
1:19:02De Meester is daar.
1:19:04Ze haast zich.
1:19:07Marta met de beleidenis.
1:19:09En Maria met de naam van de Meester komt ze haastiglijk tot hem.
1:19:16Kijk, daar gaat het u om.
1:19:18Dat is nu het zaligmakend werk.
1:19:20Dat u doet beleven uw dorheid, uw dood, uw ongelijkvormigheid.
1:19:26Uw verlorenheid.
1:19:27Maar wat diezelfde grote gedachten van God in Christus houdt.
1:19:33Hem de eer en de aanbidding geeft.
1:19:36Gij heren alleen, gij zijt de verwinnaar in de strijd.
1:19:40En gij geeft uw volk de zegen aan de tafel des heren.
1:19:46Door de tekenen van brood en wijn.
1:19:49Wel, hij roept u.
1:19:51Die iets kent van de liefde tot hem.
1:19:55Die iets gevoelt van de waardigheid van hem in uw hart.
1:20:00U al mijn liefde waardig schatten.
1:20:04Die deze strijd doorleeft.
1:20:07Die dorheid en die dood.
1:20:09En die ongelijkvormigheid.
1:20:11En die onmogelijkheid.
1:20:14U die geen gerechtigheid van uzelf bezit.
1:20:18Geen heiligheid hebt.
1:20:20Maar hij is de grond van de zaligheid.
1:20:24Hij is de oorzaak van de rechtvaardiging van de vergeving.
1:20:28Hij is de bron van de heiligmaking van het nieuwe leven.
1:20:33Hij is die eeuwige oorzaak van de heerlijkmaking die straks ontvangen zal worden.
1:20:40Voor al diegenen die hem in waarheid hebben leren vrezen.
1:20:45Aan die tafelgemeente wordt uitgereikt het tekenen van zijn liefde.
1:20:50En van zijn trouw.
1:20:52En van zijn verbond.
1:20:54Van zijn onwankelbare, eeuwige, goddelijke trouw en liefde.
1:21:01Het ik voor u.
1:21:03En dat geloof, dat beleid hem.
1:21:06Dat hoopt op zijn woord.
1:21:08Dat weet zich afhankelijk van zijn werk.
1:21:11Ik blijf mijn heren verwachten.
1:21:15En mijn ziel wacht ongestoord.
1:21:18En ik hoop in al mijn klachten op zijn onfeilbaar...
1:21:25En hij heeft het bevoden, dat sacrament van het heiligavondmaal.
1:21:30En hij heeft dat gezegd, doe dat tot mijn gedachtenis.
1:21:35Zolang de zon en de maan schijnt en deze wereld die schudt in zijn voegen nog bestaat.
1:21:43Zolang gaat zijn woord nog voort, wordt het sacrament nog bediend.
1:21:49Wordt zijn naam nog beleden, ook in deze tijd nog.
1:21:52Doe dat tot mijn gedachtenis.
1:21:56Dat het overdenken wat hij gestreden heeft.
1:21:59Wat hij geleden heeft.
1:22:01Hoe hij de toren gods uitgeblust heeft.
1:22:05De gerechtigheid verworven heeft.
1:22:07Wat een bange worsteling hij gekend heeft.
1:22:10Hoe ernstig zijn de zonden.
1:22:12Als een het bloedig zweet uitdrukte bij de zonen gods.
1:22:15En ik kroop als een worm en geen man.
1:22:18In de hof van Gethsemane.
1:22:21Om dat toch te gedenken.
1:22:24Hem zo de eer.
1:22:25De aanbidding te geven.
1:22:27De meester.
1:22:28Zo klonk het woord.
1:22:30Van Marta tot Maria.
1:22:32Is daar.
1:22:34En hij roept u.
1:22:35Volgende week gemeente.
1:22:37Is de meester daar.
1:22:39In de tekenen van brood.
1:22:41En van wijn.
1:22:43En worden alle armen.
1:22:45Verloren zondaren.
1:22:46Die te kampen hebben.
1:22:48Met de dood en de dorheid.
1:22:50In zichzelf.
1:22:53die te kampen hebben met hun onmogelijkheid...
1:22:55moedeloosheid en verlorenheid...
1:22:59maar die nogthans begeren hem te beleiden...
1:23:04hem de eer te geven, hem groot te maken...
1:23:08worden geroepen om tot deze meester te komen...
1:23:13om in hun zonden en ellenden...
1:23:17tot hem zich ter genezing te wenden.
1:23:21Amen.
1:23:23Eindigen wij met gebed.
1:23:27Heerlijk, hij zei dat hij ook dat ons komt in het gewaad van uw goddelijk en onfeilbaar woord.
1:23:33En ons tekent uw kerk, uw kinderen in hun nood, in hun dood.
1:23:41En ons ook voorhoudt wanneer u komt en hoe u komt.
1:23:48En dat u komt tot elk een die iets kent.
1:23:54Van dat leven uit u.
1:23:57En wat blijft beleiden.
1:24:00De naam van u.
1:24:03Hoe donker ook de weg moog wezen.
1:24:06Wil ons zo gedenken ook in deze week van voorbereiding.
1:24:11Wil ons dat rechte onderwijs geven.
1:24:16Wat ons bekend maakt met onze zwakheid.
1:24:20En onmogelijkheid.
1:24:22Maar wat toch door geest en woord.
1:24:25Die beleidenis doet.
1:24:28Waarop een Petrus zalig gesproken wordt.
1:24:31Waardoor een Marta bemoedigd wordt.
1:24:35Waarop een Maria leert komen tot hem.
1:24:38De zaligmaker van zondagen.
1:24:41Breidt zo uw handen genadig en ontfermend over ons uit.
1:24:45En wil ons zo bezet doen zijn.
1:24:48Met uw woord, met uw waarheid.
1:24:50Door de kracht van uw geest.
1:24:52En ook als er nog een bijeenkomst zal zijn om...
1:24:57ons te bezinnen op dat sacrament.
1:25:00Schenk ook daar toch de lust en de gelegenheid en de genegenheid toe.
1:25:05Gedenk ons het verdere van deze uw dag.
1:25:09Schenk uw zegen ook bij het werk op de zondagsschool.
1:25:12Ik wil ook daar geven wat nodig is, bij het onderwijs wat gegeven wordt.
1:25:19Dat het ook tot zegen mag zijn.
1:25:21Breng ons ook in dit avontuur weer bijeen rondom uw woord.
1:25:26En een beleidende kerk.
1:25:28Gedenk ons in uw sparende en bewarende trouw.
1:25:31Wij vragen u dit om Jezus willen.
1:25:34Uitgenade.
1:25:35Amen.
1:25:38Wij zingen tot slot het psalm 84.
1:25:41Daarvan het derde en het zesde vers.
1:25:43Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alleen van u verwacht.
1:25:48Die kiest de welgebaande wegen.
1:25:51En ook het zesde vers.
1:25:53Want God de Heere zo goed zo mild.
1:25:56Is ten allen tijd een zon en schild, hij zal genade en ere geven.
1:26:01En wat er verder volgt in de versen 3 en 6 van Psalm 84.
1:26:06Ga
1:26:07[GEZANG]
1:31:53nu heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:31:56De Heren zegenen u en behoeden u.
1:31:59De Heren toe zijn aangezicht over uw lichten en zij u genadig.
1:32:05De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:32:12Amen.
1:32:13[GEZANG]