Johannes 2: 13 - 25; [De ijver van Uw huis]

zondag 26 april 2026 · 09:30 uur · Ochtenddienst · Ds. J. den Boer · 98 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

9:53De gemeente Kerkraad heeft zijn naamvolende afkondigingen aangehandeld door collecten.

9:58De eerste is voor de Bonisa-zending, de tweede voor de Kerkfondij en de derde voor de aflossing van de kerk.

10:05Deze collecten worden van harte in uw mildadigheid aanbevolen.

10:12Onze hulpen en onze enige verwachting staan ook in dit morgenuur in de naam des Heren, Heren, die hemel

10:24en aarde geschapen heeft.

10:27Die trouwen houdt van geslachten tot geslachten.

10:30En die nooit, nooit zal laten varen enig werk wat zijn goddelijke hand eenmaal begonnen is.

10:41Genade, barmhartigheid en vrede worden u rijkelijk geschonken van God de Vader.

10:49En van Jezus Christus, zijn enig geboren Zoon, onze Heren.

10:55In de gemeenschap des heiligen geestes.

10:59Amen.

11:01Gemeente op dinsdag 21 april nam de heren uit het midden van haar familie.

11:06En uit het midden van de gemeenteweg mevrouw Elisabeth Thanes-Kaptein.

11:11In de leeftijd van 89 jaar.

11:14Laatst wonend in de Vlietberg.

11:17Vlietberglaan 102.4.

11:20Op donderdag 23 april nam de heren uit het midden van haar familie.

11:24En uit het midden van de gemeenteweg mevrouw Martijntje Melisand van de Klooster.

11:29In de leeftijd van 85 jaar.

11:31En laatst gewoondhebbend aan de Vlietberglaan 41.

11:37Aanleiding daarvan zingen we van Psalm 89 vers 19.

11:42Gedenk o Heer hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

11:45Het leven is een ramp, een damp.

11:48De dood wenkt ieder uur.

11:50Psalm 89 vers 19.

11:52[GEZANG]

14:36Gemeente, stel ons onder de tucht en de belofte van Gods heilige wet.

14:40En nou zingen van Psalm 19, vers 4.

14:42Des Heren werd nog tand, verspreid volmaakte glans.

14:48Toen sprak God al deze woorden, zeggende, ik ben de

14:53Heren uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid hebt.

15:00Het eerste gebod,

15:02gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

15:07Het tweede gebod.

15:09Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder om de aarde is,

15:22nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.

15:26Gij zult u voordien niet buigen, nog hen dienen.

15:30Want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.

15:40Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.

15:44En doe barmhartigheid.

15:46Aan duizenden dergenen die mij lief hebben.

15:49En mijn geboden onderhouden.

15:53Het derde gebod.

15:55Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.

16:00Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

16:05Het vierde gebod.

16:08Gedenk de sabbedag dat gij dien heiligt.

16:11Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

16:19Dan zult gij geen werk doen.

16:21Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

16:31Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat erin is.

16:38En hij rustte ten zevende dagen.

16:41Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde denzelfde.

16:47Het vijfde gebod.

16:49Eer uw vader en uw moeder.

16:52Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere, uw God, geeft.

16:58Het zesde gebod.

17:00Gij zult niet doodslaan.

17:02Het zevende gebod.

17:04Gij zult niet echtbreken.

17:06Het achtste gebod.

17:08Gij zult niet stelen.

17:10Het negende gebod.

17:12Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

17:17Het tiende gebod.

17:18Gij zult niet begeren uw naaste huis.

17:21Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

17:25Nog zijn dienstknecht.

17:26Nog zijn dienstmaagd.

17:28Nog zijn os.

17:30Nog zijn ezel.

17:32Nog iets dat uw naaste is.

17:34En de Heer Jezus heeft deze woorden samengevat in een hoofdsom.

17:38Zoals dat kunnen lezen in Matthäus 22.

17:42Gij zult liefhebben, den Heere uw God, met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand

17:54en met geheel uw kracht.

17:57Dit is het eerste en het grote gebod.

18:00En het tweede aan dit gelijk is, gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

18:08Aan deze twee geboden hangt de ganse wet.

18:12En de profeten.

18:13Gemeenten

18:13[GEZANG]

20:48in de voorbeden willen we gedenken.

20:50De familie Tanes Kapijn in verband met het overlijden van een tante.

20:55De begrafenis heeft gisteren plaatsgevonden.

20:59De familie Melisand van de Klooster in verband met het overlijden van een moeder.

21:04Grootmoeder en overgrootmoeder.

21:06De begrafenis is komende donderdag.

21:10De familie De Bruine Sperling, Emmaweg 8, op maandag 20 april.

21:16Een dochter en zusje geboren is met de naam Naomi Anna Johanna.

21:21Haar roepnaam is Naomi.

21:26De familie Hoek Metzke, Julianaweg 32.

21:31Maar op 22 april een zoon en een broertje is geboren met de naam Jelle.

21:37Tot zover de afkondigingen.

21:40Laten we de heren een zegen vragen over deze dienst en de opening van Gods woord.

21:45Heere God, we danken u dat u ons op deze morgen een ogenblik in dit gedeelte van uw wijngaard in uw huis hebt willen brengen.

21:54Heere, we hebben zomaar een paar regeltjes voorgelezen.

21:58En er wordt gesproken over sterfgevallen en er wordt gesproken over een geboorte, twee geboortes.

22:07En dat is nou precies waar het op aankomt, heere.

22:11Want dat is het begin en het einde.

22:14Maar niet het einde van het leven, maar dat is het begin van het leven na dit leven.

22:19Maar het begint bij de geboorte.

22:21En het is zo noodzakelijk, heren, dat we vanaf de eerste dag van de geboorte voor onze kinderen mogen bidden.

22:30Mogen vragen of ze die nieuwe geboorte mogen krijgen.

22:34Zonder werken niemand het koninkrijk der hemelen binnen kan gaan.

22:38En heren, dan denken we ook aan die rouwdragende families.

22:42U kent deze mensen.

22:44De boom is gevallen, heren, en ze staat nooit meer op.

22:47Dat staat in de Bijbel.

22:50Wilt u alsjeblieft geven, heren, dat deze mensen ook die enige troost mogen kennen.

22:55Beide in leven en in sterven, dat ik niet mijns, maar mijn getrouwe zaligmaker Jezus Christus eigen ben.

23:02Die volkomelijk met zijn dierbaar bloed betaalt heeft voor al mijn zonden.

23:06Dat is de enige troost die er blijft, heren.

23:10Wilt u dat alsjeblieft in de harten van die mensen werken?

23:13En wilt u ook de jonge mensen een zegenen, heren, die daar waar de kinderzegen gekomen is.

23:20En wilt u alstublieft geven dat daar ook die nieuwe geboorte gevonden wordt, wat we gezegd hebben.

23:26Maar wilt u de ouders alstublieft wijsheid geven om hun kinderen in de voorzijde leer op te voeden.

23:33En heren, nou denken we ook aan degene waar de kinderzegen nooit gekomen is, om welke reden dan ook.

23:40Of jonge mensen die nooit tot een huwelijk gekomen zijn.

23:43Of ouderen.

23:44En waar misschien altijd dat verlangen geweest is.

23:48Heren wilt u geven dat daar ook die lege plaats ingevuld mag worden.

23:51Door uw heilige geest heren.

23:54En dan mogen we ook weten dat deze kinderen die geboren zijn in het midden van de gemeente.

23:59Ook onze kinderen zijn.

24:01Want het zijn kinderen van de gemeente.

24:04We mogen voor ze bidden.

24:05We mogen voor ze...

24:09We mogen ze aan de troon der genade neerleggen...

24:13om te vragen of u ze wijsheid en kracht wil geven.

24:17Heere God, wilt u ook zijn met het evangelisatiewerk...

24:21wat komende zaterdag zal beginnen in de ring?

24:25Zo belangrijk, heren.

24:27Want als gemeente is het toch zo dat u van ons vraagt...

24:31dat we het evangelie verkondigen aan alle creaturen.

24:34En wilt u dan die mensen ook zegenen, heren, die daarmee werkzaam zijn?

24:38Maar wilt u bovenal uw woord zegenen in de harten van de mensen die misschien nog nooit van u gehoord hebben.

24:44Wilt u ook zijn, heren, met onze vorst, met onze koning.

24:48Die morgen mag gedenken dat hij 59 jaar wordt.

24:52Heren, wilt u hem ook die nieuwe geboorte geven.

24:55Zonder welke niemand het koninkrijk ter hemelen in kan gaan, heren.

25:00Zelfs niet kan zien.

25:01Ook onze koning heeft datzelfde nieuwe leven nodig.

25:05Wilt u hem voor uw goddelijke rekening nemen.

25:08En niet alleen hem, maar ook zijn gehele gezin.

25:11En wilt u geven, heren, dat hij ook mag weten dat hij één keer zijn kroon af moet leggen.

25:16En ook aan uw voeten neer moet leggen, heren.

25:19En wilt u hem dan alsjeblieft alles geven wat daarvoor nodig is.

25:24Heere God, wilt u ook met deze gemeente zijn.

25:27Een gemeente zonder herder.

25:28Wilt u geven dat daar het beroepingswerk als dat mag komen of als dat er mag zijn.

25:34Gezegend mag worden of dat er een man naar deze gemeente mag komen.

25:38Die van u vandaan afgebeden is.

25:41Waarvan u weet heren dat hij noodzakelijk is om hier zijn arbeid te moeten verrichten.

25:47Te mogen verrichten als het mag.

25:49Heren wil hem daartoe alles geven wat nodig is.

25:53Heren we vrouwen een zegen over de ouderen in ons midden.

25:56Mensen in de oase.

25:58Mensen van de Vlietberg.

26:00Mensen van de Vijver.

26:02En al die anderen.

26:04...ouderen en oudere plaatsen waar ze bij elkaar zijn, heren.

26:09Wilt u geven dat deze mensen op die plaats ook voorbereid mogen worden...

26:13...op het leven naar dit leven.

26:16Dat ze zich bewust mogen zijn.

26:18En dat kan alleen door uw heilige geest, dat is waar.

26:21Dat ze mogen weten waar de reis naartoe is, heren.

26:24En wilt u daar ook dat personeel geven...

26:26...dat ze als een lichtend licht en een zoutend zout...

26:28...als een leesbare brief van Christus hun werk mogen doen.

26:32Och, heren, dat is niet vanzelfsprekend, dat weten we ook.

26:36Als u gaat werken, heren, dan kan niemand dat stoppen.

26:39Wilt u ook zijn, heren, met het zendingswerk.

26:42Mensen die zich inzetten voor het evangelie over de grenzen heen.

26:47Heren, wilt u geven dat die mensen ook de middelen mogen krijgen om het woord te verspreiden.

26:54Het is zoals een predikant zei, het evangelie is gratis, maar de zending kost geld.

27:00En dat is ook zo.

27:02En wilt u dan geven dat die middelen die daar dan ten koste gelegd worden, dat die goed besteed mogen worden?

27:08Heren, we weten van ons vaderland.

27:13We weten van onze regering.

27:15Heren, wilt u ze tot een zegen stellen?

27:18Het zijn toch allemaal dingen waarvan we misschien vraagtekens erbij mogen zetten.

27:24Maar heren, aan de andere kant, we weten wel dat we een regering krijgen die we zelf verdiend hebben.

27:30Het is een regering die toestaat dat er 700 kinderen per week vermoord worden in de moederschoot.

27:36Het is een regering die toestaat dat er euthanasie is.

27:39En de zondagsontheiliging en al die dingen meer.

27:43Maar heren, we hebben het zelf verdiend, staat er in de Bijbel geschreven.

27:47En dan past het alleen maar dat we op onze knieën komen.

27:50En dat we onze schuld beleiden.

27:52En dat we zeggen, heren, het is onze schuld.

27:55En nou kunt u wonderen werken.

27:57U kunt geven dat heel de regering bekeerd wordt.

28:01U kunt geven, heren, dat ze allemaal uw naam aan gaan roepen op de ministerraad.

28:06Dat kan.

28:07Want u bent een god van wonderen.

28:09En wilt u dat dan doen, heren?

28:11Dan zal Nederland toch een andere kant op gaan.

28:16Dan gaan ze uw kant op.

28:18En wilt u ook zijn, heren, met alle andere raadzalen van ons vaderland...

28:23waarin beslissingen genomen worden, heren?

28:27Wilt u geven dat die mannen die vanuit die bijbelgetrouwe partijen daar zitting in nemen.

28:32Dat ze toch weten mogen dat ze het hoort hebben.

28:36Dat eeuwig blijvend getuigen is wat eeuwig zeker is.

28:41En slechte wijsheid leert heren.

28:43Wilt u ze daar tot een zegen stellen op de plaats waar u ze geroepen hebt.

28:48Wilt u ook zijn met de gezinnen in ons midden.

28:50U kent ze een voor een.

28:52U weet heren waar de spanningen zijn.

28:55U weet ook hoe moeilijk het kan zijn, heren, met kinderen en ook met ouders.

29:00Maar wilt u geven dat uw woord daar mag spreken.

29:03Dat als uw woord daar op de eerste plaats mag komen, dan komen er ook antwoorden.

29:08Door middel van uw heilige geest.

29:10En heren, daar gaat nou heel deze dienst over.

29:13Het gaat over uw heilige geest.

29:15Want als uw geest niet in het midden is, dan kunnen wij niet spreken.

29:18En dan kunnen we ook niet luisteren.

29:20Heren, wilt u dan alstublieft geven dat...

29:23U de kans al niet voorbij zal gaan als de Heilige Geest de rijen doorgaat.

29:28Wilt u ons aanraken, heren?

29:29Wilt u ons helpen?

29:31Wilt u geven, heren, dat we mogen zien dat we in alles van u zo diep en stijlafhankelijk zijn?

29:38Maar dan moeten we ook leren bukken en buigen voor de weg die u met ons gaat.

29:43En dan zingen we dat wel, heer Aymar, ik mij u bewegen door uw woord en geest bekend.

29:48Maar daar gaat het wel om.

29:50Heren, want als u gaat werken, dan leren we ook volgen.

29:53En dat is het moeilijkste wat er is, want dat wil een mens van nature niet.

29:56Dan moet hij veringewonnen worden, absoluut waar.

29:59En dat is ook zo met uw heilige wet.

30:01We hebben het gelezen.

30:03Maar hebben we nou ook gehoord dat het evangelie erin doorgeklonken heeft?

30:07Want we hebben zes keer gehoord, ik ben de Heere uw God.

30:12Dat wil zeggen dat u in het midden bent door middel van uw heilige naam.

30:16En het wil ook zeggen, heren, dat u recht hebt op onze gehoorzaamheid.

30:21Kunnen we niet aan voldoen, dat weten we allemaal.

30:23Dat kan alleen als u met uw heilige geest dat nieuwe leven gaat werken.

30:27Maar wilt u ons dan alsjeblieft voor uw goddelijke rekening nemen, heren.

30:31Voor het eerst of bij de vernieuwing.

30:33Want het is iedere keer weer nodig om opnieuw met uw verzoen te worden, heren God.

30:38Het is een dagelijks werk in die dagelijkse bekering.

30:41Dan wilt u die nieuwe geboorte dan werken.

30:44Bij ieder waar het nog niet gebeurd is.

30:47Heere God, we hebben u veel te vragen.

30:49We hebben niks te bieden.

30:50We zijn eigenlijk maar gewoon een bedelaar met lege handen.

30:53Maar wilt u onze handen dan vervullen met uw heilige geest?

30:57Uit genade vragen we dat.

30:59Om Christus wil.

31:00Amen.

31:04Gemeente, ter voorbereiding op de prediking zingen we van Psalm 23, vers 1, 2 en 3.

31:09De God des heils wil mij ten hedder wezen.

31:11Ik heb geen gebrek.

31:13Ik vrees niet, schoon ik door duistere dalen.

31:16En de derde vers.

31:17Gij zal op mijn hoofd, gij doet mijn blijdschap groeien.

31:21Maar eerst lezen we nog van Johannes 2, de verse 13 tot en met 25.

31:28Johannes 2, de verse 13 tot en met 25.

31:33En het paasgaat der joden was nabij.

31:36En Jezus ging op naar Jeruzalem.

31:39En hij vond in de tempel die ossen en schapen en duiven verkochten.

31:44En de wisselaars daar zittende en een gezel van touwtjes gemaakt hebbende, dreven hen alle uit de tempel.

31:52Ook de schapen en de ossen en het geld der wisselaars stortte hij uit en keerde de tafels om.

32:00En hij zeide tot degene die de duiven verkochte, neemt deze dingen van hier weg.

32:06Maak niet het huis mijns vaders tot een huis van koophandel.

32:10En zijn discipelen werden indachtig dat er geschreven is.

32:14De ijver van uw huis heeft mij verslonden.

32:18De joden antwoordden dan en zeiden tot hem.

32:21Wat teken toont gij ons dat gij deze dingen doet?

32:25Jezus antwoordde en zeide tot hem.

32:27Breek deze tempel en in drie dagen zal ik dezelfde oprichten.

32:32De joden zeiden dan.

32:3346 jaren is over deze tempel gebouwd.

32:37En gij zult gij dien in drie dagen oprichten.

32:42Maar hij zeide dit van de tempels, zijn lichaams.

32:46Daarom, als hij opgestaan was van de doden, werden zijn discipelen gedachtig dat hij dit tot hen gezegd had.

32:53En ze geloofden de schrift en het woord dat Jezus gesproken had.

32:58En als hij te Jeruzalem was op het paasgaan, in het feest, geloofden velen in zijn naam, ziende zijn tekenen die hij deed.

33:07Maar Jezus zelf betrouwde hun zichzelf niet.

33:11Omdat hij aan alle kende.

33:13En omdat hij niet van node had dat iemand getuigen zou van de mens.

33:17Want hij wist zelf wat in de mens was.

33:21Tot zover de schriftlezing.

33:23Zingen we dan van Psalm 23, alle drie in de verse.

33:25[GEZANG]

41:33Gemeente, als we zo het schriftgedeelte overzien.

41:36Dan zien we op de eerste plaats op de inspectie van de tempel.

41:41Op de tweede plaats op het resultaat van deze inspectie.

41:45En op de derde plaats zien we dan op Christus als de opstanding en het leven.

41:52Gemeente, er zijn misschien mensen in ons midden die denken van ja, dat gedeelte wat we nou net gelezen hebben, dat gaat toch over het einde van de Heer Jezus Christus.

42:04Maar de mensen die de Bijbel wat meer gelezen hebben misschien, die weten dat er over twee tempelreinigingen gesproken wordt hier in het begin.

42:16Van de omgang van de Heer Jezus over deze aarde.

42:21En inderdaad ook bij het einde daarvan.

42:24De

42:27Heerde maakte gebruik van alle feesten die volgeschreven waren door zijn vader.

42:35En we weten ook dat het op het moment van het Pascha ontzettend druk was in die tempel.

42:44Het was namelijk zo dat alle Joodse mensen drie keer per jaar aanwezig moesten zijn in Jeruzalem.

42:51Als die feesten gehouden werden.

42:53Maar ja, ook alle mensen die buiten Israël kwamen.

42:58De heidenjoden, zeg maar.

42:59Die jodengenoten.

43:01Die gingen daar ook heen.

43:03En waarom gingen die daar nou heen?

43:06We kennen allemaal de geschiedenis van Philippus en de moorman.

43:10En als je dat nou leest hoe dat in handelingen staat.

43:13Waarom ging die man er nou naartoe?

43:15Die man ging daarheen om te aanbidden.

43:20Die man ging daarheen om de heren te aanbidden.

43:25En daar gaat het nou om.

43:26En dan zien we daar de heer Jezus opgaan naar Jeruzalem.

43:31Wat zoals in de Bijbel staat.

43:33Dat is de plaats des gebeds.

43:36Dat lezen we in Jezaja.

43:39Vers 56 en dan het zevende vers.

43:43Daar staat dan, die ik ook zal brengen tot mijn heilige berg.

43:49En ik zal hen verheugen in mijn bedenhuis.

43:52Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op mijn altaar.

43:58Want mijn huis zal een bedenhuis genoemd worden voor alle volken.

44:04Kijk, en daar is de Heer Jezus nou naar op zoek.

44:07En dan kun je je voorstellen dat hij daar dat tempelplein oploopt.

44:12En jongelui, als jullie thuis een bijbel hebben waar ook wat platte gronden in staan.

44:20Dan kun je best misschien wel een platte grond vinden van de tempel.

44:24Dan zie je daar dat gebouw.

44:26En aan de linkerkant zie je de voorhof der heidenen.

44:29En aan de rechterkant zie je dan allerlei andere plaatsen waar alleen de joden mochten komen.

44:36Nou ja, kijk, die heidenen kregen natuurlijk ook al een plaatsje om te bidden.

44:41Maar dat was natuurlijk bij uitstek precies de plaats waar je nou ook die handel kon drijven.

44:47Want die heidenen waren toch niet zo belangrijk.

44:49Dus dan kon je best die koeien en die ossen en die schapen en alles wat er allemaal verhandeld werd.

44:55Nou, die kon je mooi op dat plein kwijt.

44:57Het was een groot plein.

44:59Dus ja, kon je er mooi kwijt.

45:00Maar ja, je kan je wel voorstellen, als er zoveel herrie is van al die beesten.

45:06En zoveel roering is door al die geldwisselaars.

45:09Ja, die waren er ook, want ze hadden nog geen euro's daar.

45:13Dus dat wil zeggen, het waren allemaal vreemde munten.

45:15En er moest allemaal Joods geld van gemaakt worden.

45:18Dus nou, er was een enorme business daar op dat tempelplein.

45:24En in die situatie komt de Heer Jezus dat tempelplein op.

45:30En wat zien we dan gebeuren?

45:32Want ja, eigenlijk is het toch logisch dat dat daar gebeurt.

45:36Wat moet je anders zijn?

45:38Je moet toch ergens je schapen vandaan halen en je koeien vandaan halen en je duiven vandaan halen.

45:44En ze moesten allemaal volmaakt zijn.

45:47De Joodse wet eist dat die beesten moesten allemaal volmaakt zijn.

45:51Er mocht geen kreupeldier geofferd worden.

45:54Dus het beste van het beste, dan kon je dan maar het beste op het tempelplein neerzetten.

46:00Dan wist je dat hetgeen wat je daar kocht, dat het ook goed was.

46:05Och mensen, maar zo werkt het niet.

46:08Want de heren, nou we hebben het voorgelezen in Isaiah 56.

46:13Die had bepaald dat de tempel, dat was een plaats des gebeds.

46:18En geen plaats van handel, nee.

46:22En weet u, als de Heerde God een opdracht geeft aan mensen, dan zorgt hij ook dat die uitgevoerd wordt.

46:30En in dit geval de Heerde Jezus, de Zoon van God, God zelf.

46:35Die gaat dat tempelplein op en die ziet daar dat allemaal gebeuren.

46:40En wat zien we dan staan?

46:42De heren die maakten een gezel van touwtjes.

46:47Nou ja, je kunt je wel voorstellen wat dat is.

46:49En hij jaagt al die beesten, jaagt hij dat tempelplein af.

46:54En hij keert dat geld van die wisselaars om.

46:58Dan stortte hij om en keerde de tafels om.

47:01En het moest allemaal, het tempelplein moest het af.

47:06Het moest schoongemaakt worden, want het moest weer plaatskomen voor het gebed.

47:12Daar gaat het om.

47:14Als gemeente, en dat kunnen we denk ik ook wel geestelijk doortrekken of niet.

47:19Ik weet niet hoe uw gebedsleven is, ik weet niet hoe jouw gebedsleven is.

47:24Maar als er zoveel andere dingen in je leven aanwezig zijn waar je tijdens het bidden aan kunt denken, dan is dat niet goed.

47:34En dat wil zeggen, dan moet er iets gebeuren in je leven waardoor dat dat weggenomen wordt.

47:39En hoe gebeurt dat dan?

47:41Door middel van de Heilige Geest.

47:42Alleen de Heilige Geest kan ruimte maken voor het gebed.

47:48En dat is gewoon zo.

47:49En wat zie je dan?

47:50Als de Heilige Geest gaat werken in je leven, worden al die dingen opgeruimd.

47:56Net zoals hier, de Heer Jezus dat tempelplein schoonmaakt van alles wat er niet hoort.

48:02Ze werkt dat ook in de praktijk van het geestelijke leven.

48:07Dan is er geen plaats meer voor de wereld.

48:11Dan is er ook geen plaats meer voor ons eigen vlees.

48:14Dan is er ook geen plaats meer voor de overheden in de lucht.

48:17Dan maakt God plaats voor zichzelf.

48:22Ja, zegt u dan, maar dat is toch moeilijk.

48:25Want ja, ik kan eigenlijk helemaal niet bidden.

48:30Ik vind het zo lastig om daar woorden voor te vinden.

48:33Ja mensen, laat ik het zo zeggen.

48:35De godsdienst, die hebben altijd woorden genoeg.

48:37Want die gebruiken, ja goed, die gewoon, die hebben het altijd in het bezit.

48:42Dus die missen nooit wat.

48:43Dus die hebben altijd woorden genoeg.

48:46Maar als het hier nou echt gaat om die aanspraakplaats zijner heiligheid.

48:52Nou jongelui, wat bedoel ik daar nou mee?

48:54Als het hier nou echt gaat om die plaats om te spreken met God.

49:01Begrijp je wat ik bedoel?

49:03Dan is er ook een relatie tussen de Heren en tussen jou.

49:07En die relatie tussen God en tussen jou, die wordt door de Heilige Geest gewerkt.

49:12Artikel 22 van de Nederlandse geloofsbeleidingen kun je lezen.

49:16Als de Heilige Geest begint te werken, dan maakt hij plaats voor zichzelf.

49:21Dan gaat de Heer de plaats maken voor zichzelf.

49:24En dan gaan al die dingen die niet voor hem kunnen bestaan, die gaan eruit.

49:30Ja, zeg je dan, dat is in mijn leven niet zo.

49:34Want ik ben onbekeerd.

49:35Ik weet het allemaal niet.

49:38Ik kan het allemaal niet.

49:40Dus wat begint het dan mee in jouw leven?

49:42Dan begint het dus in jouw leven en in uw leven om de aanwezigheid van de Heilige Geest.

49:49Dan begint het mee.

49:50Voordat je nou gaat bidden, wat doe je dan?

49:52Dan vraag je toch of de Heilige Geest je wil helpen.

49:55Want een mens uit zichzelf kan geen enkel gebedje doen.

49:58Echt niet.

49:59Dus dat wil zeggen, dat moet de Heilige Geest, die gaat dat werken.

50:04Ja, zeg je nou, en de volgende zegt misschien, ja, hoe kom ik nou aan de Heilige Geest dan?

50:09Nou, de Heer Jezus zegt, een ingeluk die mijn hemelse Vader de Heilige Geest zal bidden, die zal hem gegeven worden.

50:17Dus dat wil zeggen, als we onze handen samen doen en onze ogen dicht en we vragen om de Heilige Geest, dan heeft de Heer Jezus beloofd dat hij hem geeft.

50:26Want waar de meer dan twee in zijn midden aanwezig zijn.

50:29Daar is hij zelf.

50:30Dus nou.

50:30Als je zo je handen samen doet.

50:33En je ogen dicht.

50:34En je vraagt heren.

50:35Dan ga ik u aanroepen op uw eigen belofte.

50:38U heeft al beloofd.

50:39Ik kan dat lezen in Lukas 11.

50:41Dan heeft u beloofd.

50:43Dat is een ingeluk.

50:44En wat is een ingeluk?

50:44Dat is iedereen.

50:45Ben jij ook.

50:46En dat bent u ook.

50:47Een ingeluk die mijn hemelse vader de heilige geest zal bidden.

50:50Die zal hem gegeven worden.

50:52Nou.

50:53Dus.

50:54Niemand van ons is geëxcuseerd als hij zonder de Heilige Geest gaat bidden.

50:58Maar mensen, dan gaat er wel wat gebeuren.

51:01Als de Heilige Geest gaat werken, mensen, dan gaat nogmaals alles eruit.

51:06Wordt alles van je weggenomen wat niet van God kan bestaan.

51:09En dat wil een mens natuurlijk niet, dat doet zeer.

51:12Dat is lastig, dat is vervelend.

51:14Maar achteraf zul je zien dat het de beste dag van je leven zou zijn.

51:19We zien het hier gebeuren.

51:21Want ja...

51:22En mens is natuurlijk van nature hard.

51:25Of niet?

51:25U wel?

51:27Nou, ik ook.

51:27Dus wij zijn van nature geneigd tot alle kwaad.

51:31En tot geen enkel goed staat in de Bijbel, maar dat is ook zo.

51:35Dus het onderwijs gaat dan een beetje verder.

51:39En wat zien we dan?

51:41Dat die joden die komen naar hem toe.

51:43Heel bijzonder, vindt u dat niet?

51:45Want als u een beetje tuin bent in de Bijbel...

51:48Dan weet u dat er in die tempel sprake was van de tempelpolitie.

51:53Dat waren mensen die waren in dienst van de Joodse goddiensten.

51:58En die zorgden voor de orde op het tempelplein.

52:06Dan kun je je voorstellen als er dan zo iemand dat tempel op komt.

52:09En die jaagt al die beesten weg.

52:12Ja, dat is trouwens een groot verlies voor die Joodse overheid.

52:16Want ja, ze verdienden er ook dik aan, aan die beesten.

52:19Maar goed.

52:20Dan komt de tempelpolitie en die handhaaft dan de orde.

52:24Nee, de tempelpolitie, daar lezen we niks van.

52:28De kalfijn die zegt hier, nee, dit was nou het bewijs voor de discibelen.

52:34Wie waren dat?

52:35Wie waren die discibelen dan?

52:37Wie waren dat?

52:38Nou zeg het maar, dat bent u.

52:41Want het woordje disciple dat wil zeggen leerling.

52:44Dus dat waren de leerlingen die bij de Heer Jezus waren.

52:47Die kregen hier onderwijs.

52:49Namelijk dat het gezag van de Heer Jezus Christus.

52:53Werd door God de Vader bevestigd.

52:56Want de Heer kreeg ruimte.

52:58God zelf kreeg ruimte.

53:00Om het woord te verspreiden.

53:04Wat hij meegenomen had.

53:06En wat zien we dan gebeuren?

53:08De Joden antwoorden dan.

53:10En die joden, wat zeggen ze dan?

53:12Wat teken toont gij ons dat gij deze dingen doet?

53:17Want ja, ze hadden natuurlijk die woorden van die discipelen gehoord.

53:23En wat hadden die nou gezegd?

53:25Psalm 69, vers 10.

53:27Ze werden indachtig wat er geschreven is.

53:30En het staat er niet, maar ik denk dat ze het uitgesproken hebben.

53:34Wat in hun opkwam.

53:36En wat zeiden ze dan?

53:38De ijver van uw huis heeft mij verslonden.

53:41Wat wil dat nou zeggen?

53:42Nou mensen, ik heb geprobeerd het in andere woorden te zeggen.

53:46Als God in je leven komt, dan gaat alles eruit wat niet van God kan bestaan.

53:50En dat geeft vijandschap.

53:52Dat geeft vijandschap.

53:54Dat moest David ondervinden in Psalm 69.

53:58Toen hij dat deed en toen hij dat neerschreef.

54:00En ja, dat gaat tegen het vlees in als God gaat werken.

54:05En dat gaat tegen ons karakter in.

54:07Dat gaat tegen alles in.

54:09Maar wij denken dat we staande kunnen blijven.

54:12Dan kun je niet staande blijven.

54:13En dat wil zeggen, dan krijg je dus vijandschap.

54:16En van wie krijg je dan vijandschap?

54:18Niet van de wereld hoor.

54:20Van de wereld krijg je geen vijandschap.

54:22Nee, je krijgt vijandschap van de godsdienst.

54:25Want de godsdienst weet niet wat hij hiermee aan moet.

54:28En daarom staat dan, de ijver van uw huis heeft mij verslonden.

54:33En wat krijg je dan?

54:35Nou zeg het zelf nou eens.

54:37Als je nou zo bezig bent met deze dingen.

54:40En dan kun je zeggen, ja, het staat in het woord en het is waar dat de Heilige Geest mij helpt.

54:47Maar is het dan niet zo dat er ook in ons geval vaak gevraagd wordt om een teken?

54:55Dat we het niet helemaal, ja, we horen het wel en we zien het wel, maar we willen toch nog een extra teken.

55:03Nou ja, in het consistoriegebed hoorden we van Thomas.

55:08Nou, Thomas wilde ook een teken.

55:10En wat was het antwoord van de heer Jezus?

55:12Nee, niet hetgeen die gezien hebben, maar die geloofd zullen hebben, Thomas.

55:16Nou, kijk, dat is nou het onderwijs wat de heren gaat geven.

55:21Ook hier deze morgen in ons midden.

55:24Dan mag ik u nou vragen, wat voor teken wil u nou hebben?

55:27Wat voor teken wil u nou hebben?

55:30Om te weten dat het zeker is dat de heren in je leeft en in je werkt.

55:34Wat voor teken wil je nou hebben?

55:36Zeg het eens.

55:37Als het woord nou niet genoeg is voor u of voor jou, wat voor extra teken wil u dan hebben?

55:44O, u wilt een Bijbels voorbeeld.

55:46Nou, dat kan.

55:47Er staat namelijk een heel bijzonder voorbeeld.

55:52Het teken van Jona in Lukas 11.

55:56Ja, die vroegen ook een teken aan de Heer Jezus.

56:01Of het allemaal wel waar was.

56:03En wat zegt de Heer Jezus dan?

56:05Nou, gelijk Jona voor de Ninevite een teken geweest is, al zo zal ook de Zoon des Mensen zijn voor dit geslacht.

56:15En wat was dat nou voor een teken van Jona?

56:19Heeft u daar zo bij stilgestaan wat dat is, dat teken van Jona?

56:25Nou, het teken van Jona is dat de Heer Jezus zegt op de eerste plaats dat Jona drie dagen en drie nachten in de vis was.

56:36Dat was wel een teken.

56:38Mag ik je nou vragen, wie gelooft dat nou eigenlijk?

56:41Wie gelooft dat nou eigenlijk voor jullie?

56:44Gelooft u nou echt dat Jonah drie dagen en drie nachten in de vis was?

56:50En dat hij daar overleefde en dat die vis hem uitspulde?

56:54En dat hij op dat strand kwam?

56:57En dat hij toen zijn eigen een beetje afwaste?

57:01En gelijk naar Nineveh ging?

57:02Want het gaat verder hè?

57:04En dat hij gelijk naar Nineveh ging in die grote stad?

57:07Een enorme stad, hè?

57:08Drie dag reizen ver.

57:10Nou, één dag reizen is ongeveer twintig kilometer.

57:13Dus het was een stad van zestig, zeventig kilometer in doorsnee.

57:17Nou, aardig stadje, hoor.

57:18Er woonden miljoenen mensen, staat er ook.

57:22En wat moest hij daar nou gaan doen?

57:24Die Jona daar in Nineveh.

57:26Wat ging hij daar nou doen?

57:28Hij moest spreken.

57:29En weet je wat hij zei?

57:31Jullie moeten allemaal bekeerd worden.

57:33Jullie moeten allemaal dit, jullie moeten allemaal dat.

57:36Nee, dat zei hij niet.

57:38Had hij helemaal geen zin in.

57:39Weet je wat hij zei?

57:40Hij murmelde een beetje.

57:42Van, hé, Nineveh wordt over veertig dagen omgedraaid.

57:48En dan liep hij weer gauw weg.

57:50Meer wou hij niet kwijt.

57:51Want hij wist hoe barmhartig dat God was.

57:54Hij dacht bij zijn eigen...

57:56Wie weet, dat zouden ze luisteren.

57:59Nee, over veertig dagen wordt Nineveh omgedraaid.

58:03Verder niet.

58:04En wat gebeurde er?

58:07Nou zeg het eens, wat gebeurde er?

58:09Heel Nineveh bekeerde zich.

58:12Ja, dominee, maar dat is een wondergeloofje.

58:17Dat is een wondergeloofje.

58:20En dat is een tijdelijk geloofje.

58:23En nou ja, natuurlijk is dat wonder wel gebeurd.

58:27Nou ja, Jona die draaide zich om en ze gingen weer vrolijk verder met hun werk.

58:32Oh, wacht even.

58:33De Heer Jezus die zegt er wat anders over.

58:36Ja, jullie willen toch dat teken van Jona, zegt de Heer Jezus.

58:40Nou, wat zegt de Heer Jezus dan?

58:42Nou, de mannen van Nineveh, die zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht.

58:50Dus als u, als jij vraagtekens zet bij het wonder wat bij Jona geschiet is, daar drie dagen in die vis.

59:00En ook bij die prediking van Jona.

59:04Moet je je voorstellen wat er gaat gebeuren, gasten.

59:07Maar voorstel wat er gaat gebeuren.

59:11Dan kom je voor de heren te staan.

59:13Nou, we hebben net twee gevallen gelezen.

59:17Onze tijd komt ook een keer.

59:18Dat we voor God komen te staan.

59:22Kun je dat voorstellen?

59:24Denk het niet, hè?

59:25Want de meeste mensen geloven niks dat ze gaan sterven.

59:28Echt niet.

59:28De meeste mensen geloven niet dat ze gaan sterven.

59:30Weet je dat?

59:31Geloven ze niet.

59:32Ze denken dat ze eeuwig leven.

59:34Ze denken dat ze echt, dat ze...

59:36Nou ja, dat ze toch wel minimaal 100 jaar worden.

59:40Als ze dat niet zouden geloven, dan zouden ze ernst gaan maken met hun ziel.

59:44Maar goed.

59:46Dan kom je daar voor de heren te staan.

59:51En de heer Jezus zegt dan, kijk eens om.

59:55En dan komt daar een man uit Nineveh.

1:00:02En die zegt, kom jij uit Oudorp?

1:00:05Kom jij uit Oudorp, op goede reden, want ik veel waar vandaan.

1:00:09Kom jij uit Nederland?

1:00:13En dan heb je zoveel preken gehoord.

1:00:18Je hebt zoveel keer gehoord de weg, de waarheid en het leven.

1:00:23Van de drie stukken, de twee wegen en de drie ambten.

1:00:26Moet je toch allemaal horen in één preek of niet?

1:00:29Dat heb je allemaal zoveel keer gehoord.

1:00:31En ben je nog onbekeerd?

1:00:38Dat is wat.

1:00:40Dat zal zo'n Ninevite tegen je zeggen.

1:00:44En ben je nog onbekeerd?

1:00:46Hoe kan dat?

1:00:47Heb je dan nooit geluisterd naar al die preken?

1:00:51Heb je jezelf dan nooit serieus genomen in al die preken?

1:00:55Heb je dan...

1:00:56O ja, die dominee was te licht of hij was te zwaar of hij was te dik of te dun.

1:01:01Weet ik veel wat hij allemaal was.

1:01:04Neem je het woord van God dan wel serieus wat je iedere keer hoort?

1:01:12Ja, en dan is het afgelopen met ons.

1:01:15Want de Heer Jezus die zegt hier op die prediking van Jona.

1:01:20In Lukas 11.

1:01:22Want zij...

1:01:24Die Nineviten, die heidenen, die vreselijke zondaren, weet je wel, die buitenlanders, die asielzoekers, die gekleurden, of wat, vul maar in.

1:01:37Al die mensen, al die gelukszoekers, die hebben misschien één keer in de kerk gezeten hier in Oudorp.

1:01:45En ze hebben zich bekeerd.

1:01:48Ja, is die echt?

1:01:49Nee.

1:01:51Nou, de heer Jezus zegt, want zij hebben zich bekeerd.

1:01:55Op de prediking van Jona.

1:01:57En zie meer dan Jona is hier.

1:02:00Waarom zegt de Heer Jezus dat nou?

1:02:03Waarom zegt hij hier nou.

1:02:05Op het antwoord van die mannen.

1:02:08Die vragen om een teken.

1:02:10Dat de Heer Jezus zegt.

1:02:12Breek deze tempel.

1:02:13En in drie dagen zal ik mezelf oprichten.

1:02:17Gaat het over zijn lijden en sterven.

1:02:19Maar goed dat weten jullie wel.

1:02:20Maar wat bedoelt hij daar nou mee?

1:02:22Nou kijk als je dat van Jona al niet gelooft.

1:02:26Hoe kun je dan geloven in mijn opstanding?

1:02:31Wordt het wel ernstig hè?

1:02:34Ja mensen, we hebben toch net de wet gelezen of niet?

1:02:40Misschien spreken jullie daar iets meer aan.

1:02:43Jullie hebben de wet gehoord.

1:02:45Wat heb je nou gehoord in Gods heilige wet?

1:02:48Dat de Heere God deze wereld geschapen heeft in zes dagen.

1:02:55Water, de wolken, op de aarde, onder de aarde en in de lucht.

1:02:59Of niet?

1:02:59Heb je toch gehoord of niet?

1:03:01Dat is wel te wakker te blijven.

1:03:02Nee, maar heb je dat gehoord?

1:03:05Maar geloof je dat nou echt, dat het in zes dagen geschapen is?

1:03:09Dat geloof je toch niet?

1:03:10We leren toch van de fossielen van, weet ik het, zoveel miljoen, 500 miljoen jaar oud, weet ik het.

1:03:18Dat geloven we toch allemaal?

1:03:20Dat geloven we, kun je zien hè, zo'n oud bot, wat ze hier uit de Noordzee opvissen met zijn vissersboot.

1:03:25Dat kun je zien, dat is een oude, oude dinosaurus of wat ik veel.

1:03:29Nou, kun je zien, voelen.

1:03:31We geloven niet dat de Heer er gezegd heeft, ik heb het in zes dagen geschapen.

1:03:36Moet je mij niet vragen hoe het er zit, dat weet ik ook niet.

1:03:39Dat weet ik ook niet.

1:03:40Maar ik geloof het omdat het in de Bijbel staat.

1:03:42Wat geloven we nou van het woord van God?

1:03:46Wat geloven jullie nou, gasten?

1:03:48Jongelui.

1:03:49Wat geloof je nou van het woord van God?

1:03:51Geloof je nou echt dat je gaat sterven?

1:03:54Geloof je dat je nou echt God gaat ontmoeten?

1:03:57Geloof je nou echt dat je een ander leven nodig hebt?

1:04:00Opnieuw geboren moet worden?

1:04:03Omdat je anders het koninkrijk der hemelen niet in kan gaan.

1:04:07Geloof je nou dat niets...

1:04:11Dat heb je al zoveel keer gehoord.

1:04:13Dat heb je al zoveel keer gehoord.

1:04:16Zoveel keer gehoord.

1:04:18Hou nou maar eens een keer op.

1:04:19Geef me nou het evangelie maar.

1:04:21Geef me nou het evangelie maar.

1:04:22Dat het allemaal wel goed komt.

1:04:24En dat de Heere God voor alle mensen gestorven is.

1:04:27En dat we allemaal naar de hemel gaan.

1:04:29En dat het allemaal een en al verzoening is.

1:04:34Nou, als je dat wil, dan moet je een andere Bijbel kopen, want er staat niet in mijn Bijbel.

1:04:40Dus dat wil zeggen dat de Heer Jezus, die bedoelt hier te zeggen tegen ons deze morgen, dat we zijn woord serieus moeten nemen.

1:04:50En waarom dan?

1:04:52Omdat ik gezegd heb in het begin, dat zeg ik niet, maar omdat de Heer ons laat zien dat we dit geestelijk moeten verstaan.

1:05:00Mag ik je dan even meenemen naar een ander gedeelte van Gods woord?

1:05:08In 1 Korinther 6.

1:05:09En dan moet je goed luisteren, jongelui.

1:05:14Knijp jezelf eens in je arm.

1:05:16Knijp jezelf eens in je arm.

1:05:17Zo, even flink knijpen.

1:05:19Dan weet je dat het over jou gaat.

1:05:21Zo, het gaat over jou deze ochtend.

1:05:25En dan gaat de Heerde Jezus, die kijkt jullie aan deze morgen.

1:05:29Hoe dan?

1:05:30Nou, door middel van de Heilige Geest.

1:05:31Want de Heilige Geest is hier.

1:05:33Waar twee of meer in mijn naam aanwezig zijn, daar ben ik zelf.

1:05:36Dus de Heilige Geest is hier.

1:05:39Geloof je dat echt?

1:05:40Of geloof je er niks van?

1:05:42Je gelooft veel meer in jezelf.

1:05:46Nou, houd er maar eens op om in jezelf te geloven.

1:05:50Geloof nou maar in iets anders.

1:05:51Geloof nou maar in de Heilige Geest.

1:05:54En de Heilige Geest, wat zegt hij nou deze morgen tegen jou en tegen mij?

1:06:02Nou, weet gij niet, zegt Paulus in 1 Korinther 6.

1:06:09Weet gij niet dat uw lichamen...

1:06:12Hé, hallo, heb je een lichaam of niet?

1:06:14Heb je een lichaam?

1:06:15Heb je een lichaam?

1:06:16Heb je er een?

1:06:18Flink nijpen, dan weet je dat je een lichaam hebt.

1:06:20Ben je wakker?

1:06:20Nou, hap, ik heb een lichaam.

1:06:23Dus het gaat over jou en over mij.

1:06:25Maar straat er dan, weet jij niet dat uw lichamen leden van Christus zijn?

1:06:33U bent niet van uzelf.

1:06:36U hebt geen recht op uw eigen leven.

1:06:39U hebt geen recht op uw eigen geluk en op uw eigen...

1:06:47Uw lichaam is het eigendom van Christus.

1:06:52Dat heb je vanochtend zes keer in de wet gehoord, of niet?

1:06:54Dat heb je zes keer gehoord.

1:06:56Ik ben de Heer uw God.

1:06:59Dat wil zeggen, ik heb recht op jouw gehoorzaamheid.

1:07:02Want ik ben jouw schepper.

1:07:05En ik wil dat jij met mij verzoend wordt.

1:07:08Dat is de grootste wil van de Heer.

1:07:10Dat we na dit leven met hem verenigd worden in de hemel.

1:07:15En wat doen we?

1:07:16We verzetten ons met hand en tand.

1:07:19Want we denken dat het allemaal onzin is.

1:07:22We denken dat het allemaal voor anderen is.

1:07:25We denken dat er zoveel moet gebeuren en zoveel moet...

1:07:29Het kan nooit kloppen wat er in de Bijbel staat.

1:07:33Het kan nooit kloppen.

1:07:34Nou, geloof het maar wel hoor.

1:07:37Weet gij niet dat uw lichamen leden van Christus zijn?

1:07:42En dan zie ik de heer Jezus nog een keer dat tempelplein opkomen.

1:07:45En dan zie ik hem deze morgen deze kerk binnenkomen door middel van de heilige geest.

1:07:50En hij kijkt jou recht aan deze morgen.

1:07:52Ook al zit je met je hoofd naar beneden.

1:07:56Hij kijkt je namelijk niet aan in je gezicht.

1:07:59Maar hij kijkt je aan in je ziel.

1:08:05In je ziel.

1:08:07Waar zit die dan?

1:08:08Hier?

1:08:09Zit die daar?

1:08:10Waar zit je ziel dan?

1:08:13Wat is dat nou eigenlijk, je ziel?

1:08:15Hé vrienden, maak vragen.

1:08:17Heb je daar wel kennis van gekregen van je ziel?

1:08:19Heb je wel eens kennis gekregen van je ziel?

1:08:22Weet je wanneer je kennis van je ziel krijgt?

1:08:25Mag ik dat zeggen?

1:08:27Je krijgt kennis van je ziel als je opnieuw geboren wordt.

1:08:31Voor die tijd niet.

1:08:34Echt niet.

1:08:35Je kan erover theoretiseren.

1:08:37Je kan erover mijmeren.

1:08:39Je kan erover nadenken.

1:08:41Maar iemand die niet wederom geboren is, weet niet dat hij een ziel heeft.

1:08:47Kan ik dat bewijzen?

1:08:48Ja, kan ik bewijzen.

1:08:50Want als de Heer je gaat bekeren, dan moet je met God verzoend worden.

1:08:53Dan moet je ziel met God verzoend worden.

1:08:55Dan heb je geen rustig moment meer voordat je met God verzoend bent.

1:08:58En dat is Gods werk.

1:09:01Dus als je dat niet kent, dan leef je nog voor eigen rekening om mensen.

1:09:06Dan moet het anders worden.

1:09:07Dan moet je maar eens ernstig zorgen gaan maken over je leven deze morgen.

1:09:12Dan moet je maar eens ernstig zorgen maken over die...

1:09:15Over die meest belangrijke vraag in ons leven.

1:09:18Hoe kan ik, niet jij, hoe kan ik rechtvaardig verschijnen voor God?

1:09:24Zou je dat doen?

1:09:25Zou je dat onthouden?

1:09:28Hoe kan ik rechtvaardig verschijnen voor God?

1:09:31Wat zegt de katechisme dan?

1:09:33Alleen door een waar geloof in de Heer Jezus Christus.

1:09:35Dus buiten Christus is er geen enkel leventje.

1:09:39Geen druppie, geen zuchie, helemaal niks.

1:09:45De heilige geest gaat verder hoor.

1:09:47En wat zegt hij dan?

1:09:49In een negentiende vers.

1:09:51Al weet gij niet dat jullie de lichaam een tempel is des heilige geestes.

1:09:56Dat bedoelde de heer Jezus.

1:10:00Die tempel is er al lang niet meer hoor in Jeruzalem.

1:10:03Maar jij bent er nog.

1:10:04U bent er nog.

1:10:05En u bent een tempel van de heilige geest.

1:10:11Ho, ho, ho, ho, ho, ho.

1:10:13Wacht even, wacht even, wacht even.

1:10:17Wacht even, ik zeg iets verkeerds.

1:10:22Ik denk dat niemand kan ontkennen dat hij een lichaam heeft.

1:10:25Toch?

1:10:26Nou, dat was hij niet.

1:10:28Dus je hebt een lichaam.

1:10:30En dat in jouw lichaam, denk je toch, de meeste mensen denken.

1:10:38En dat iets in je lichaam praat tegen jou.

1:10:42Iets in je geest praat tegen jou.

1:10:46Dus het is waar dat ons lichaam een tempel is.

1:10:51Nou kijk dan ga ik even naar Griekenland.

1:10:53Ben je er wel eens geweest in Athene?

1:10:54Moet je eens gaan kijken.

1:10:55Geweldig.

1:10:55Allemaal tempels.

1:10:56Allemaal tempels.

1:10:57Voor de meest merkwaardig iets is er een tempel.

1:11:04Het is één klein tempeltje.

1:11:06Staat er ook in Griekenland.

1:11:08Ik ben er geweest één keer.

1:11:09Er staat een tempeltje van de onbekende God.

1:11:13Heel klein tempeltje.

1:11:15Van de onbekende God.

1:11:18Dat is het resultaat van de prediking van de...

1:11:21Van Paulus, dat het invulvulling kreeg.

1:11:24Maar vrienden, wat bedoel ik nou?

1:11:26Ik niet, maar het woord.

1:11:27Het woord zegt, u heeft een lichaam en u bent een tempel.

1:11:30En weet je, er zijn maar twee soorten inwoners in die tempel.

1:11:34Het is of de duivel of het is de heilige geest.

1:11:39Nou, welke woont er in u dan?

1:11:41Zeg het eens.

1:11:43Meer soorten zijn er niet hoor.

1:11:45Of de duivel woont in je tempel of de heilige geest woont in je tempel.

1:11:52Nou zeg het eens.

1:11:53En je weet het goed, je weet het goed.

1:11:56Als de Heer in je werkt, weet je het ook.

1:11:58Als de duivel in je werkt, weet je het ook.

1:11:59Want die spreekt namelijk jou aan in al je boezemzonden.

1:12:05Die spreekt namelijk jou aan in al je zwakheid.

1:12:08In al je ellende.

1:12:10In al je zelfzucht.

1:12:12In al je ik, ik, ik, ik, ik.

1:12:16Moet je sterven hoor aan je ik.

1:12:21Nou zeg het maar.

1:12:25Als het nou zo is dat u moet zeggen.

1:12:27En dat zeg je natuurlijk nooit hardop.

1:12:30Stel voor dat je nou moet zeggen dat de duivel nog in je werkt.

1:12:33Wat moet er nou gebeuren?

1:12:37Op de eerste plaats moet ik zeggen dat je daar geen zin in hebt.

1:12:40Want die duivel is zo slim, die speelt precies op al jouw verlangens in.

1:12:46Zo, dat vind je leuk, dat vind je leuk, dat vind je leuk, dat vind je leuk.

1:12:50En daar speelt hij op in.

1:12:53En als er dan gesproken wordt over de heilige geest, dan moet je maar ver vandaan blijven.

1:12:58Dat is zo saai.

1:13:01Dat is zo vervelend.

1:13:04Dan wil je niet mee geconfronteerd worden met de Heilige Geest.

1:13:08Nee, dat snap ik.

1:13:09Want weet je, als de Heilige Geest in je leven komt, weet je wat je dan krijgt?

1:13:12Dan krijg je liefde.

1:13:14Dan krijg je liefde tot God en liefde tot de naaste.

1:13:17En dat wil die duivel niet.

1:13:18Want die duivel wil dat je haat en dat je vecht en dat je neidt en dat je rommelt en dat je klets.

1:13:24Maar

1:13:26als de Heilige Geest in je leven komt, dan gaan je ogen open.

1:13:33Als er geen gegeest in je leven komt, dan gaan je ogen open en die worden dan gericht op de Heere God.

1:13:40Ja, volgens mij heb ik dat gelezen in de samenvatting van de wetten.

1:13:43Gij zult de Heer uw God lief hebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel, met al uw krachten.

1:13:48Toch?

1:13:48Dat is eerst het grote gebod.

1:13:50En dan het tweede, dan dichtgeleid.

1:13:51Gij zult u naast de lief hebben als uzelf.

1:13:54Dat ga je dan leren, dan krijg je de liefde in je hart.

1:13:57En die liefde die verdwijnt nooit meer, want die liefde verbindt je met Christus.

1:14:04Maar goed, hoe kom je daar nou aan?

1:14:07Want

1:14:10ja, dominee, moet je toch maar gegeven worden?

1:14:14Moet je toch maar veringewonnen worden?

1:14:17Dan moet je het allemaal voor...

1:14:19Ik heb het al zoveel keer gevraagd en de Heere God heeft nog nooit geluisterd.

1:14:25Het is

1:14:26allemaal maar zo'n mysterie het leven met de Heere.

1:14:35Mag ik je dan een advies geven?

1:14:37Ik niet, maar de Heere.

1:14:39Moet je Psalm 85 eens hardop zingen.

1:14:41Merk op mijn ziel welk antwoord God u geeft.

1:14:45Als je nou met een...

1:14:48Zoals je hier bent vanochtend.

1:14:51Je hoeft niet eerst een zwart pak te kopen ofzo.

1:14:54Je hoeft niet eerst op te knappen.

1:14:56Dat hoeft ook allemaal niet.

1:14:58Je mag gewoon komen zoals je bent.

1:15:00Zoals je geboren bent.

1:15:01Met al je zonden.

1:15:03Met al je schuld.

1:15:04En weet je wat je nou eens moet doen?

1:15:05Je moet heel die ellende boel.

1:15:08Moet je hier nou eens onder aan de kansel neerleggen.

1:15:10Plat.

1:15:11Zo, hier, leg het.

1:15:18En dan zeg je tegen de heren.

1:15:19Heren, doet u maar wat u ermee doen moet.

1:15:21Ik weet het niet.

1:15:22Ik heb gehoord dat ik me niet kan bekeren.

1:15:25Ook onzin trouwens.

1:15:26Er staat tegenkeren in de Bijbel dat je je moet bekeren.

1:15:30Maar wat is dat nou?

1:15:31Dat is terugkeren tot God.

1:15:33Dat is terugkeren tot God.

1:15:34Dat is bekeren.

1:15:35Er staat niet dat je jezelf wederom geboren kan doen worden.

1:15:38Dat kan niet.

1:15:39Absoluut niet.

1:15:40Dat is een eenzijdig godswerk.

1:15:41Maar je kan wel terugkeren tot God.

1:15:43En dan je handen in zijn handen leggen.

1:15:45Heren, dan heb ik het gelezen dat u het alleen kan.

1:15:48Wilt u het dan ook doen?

1:15:52En wat moet je dan gaan doen?

1:15:54Dan moet je je schuld beleiden.

1:15:57En dan moet je niet aankomen van ja, ik heb dit verkeerd gedaan.

1:16:00Ik heb dat verkeerd.

1:16:00Nee, dan moet je als zondaar voor God verschijnen.

1:16:04Van boven tot beneden.

1:16:06Als zondaar voor God.

1:16:08We zingen er eerst van.

1:16:10Op zaal 79 vers 4.

1:16:13Gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven.

1:16:15Onze eufeldaad wordt ons uit gunst vergeven.

1:16:18Half

1:16:18[GEZANG]

1:19:31antwoord gegeven trouwens.

1:19:36Ik heb natuurlijk al gezegd, zegt de Heer.

1:19:39Dat de Heilige Geest gegeven wordt.

1:19:42Een i-geluk.

1:19:44Maar wat moet je dan bidden dan?

1:19:48Is dat nou uw vraag?

1:19:49Weet je niet wat je bidden moet?

1:19:54Misschien heeft de Heer Jezus daar een antwoord op gegeven.

1:19:58In het tiende vers van Lukas 11 zegt hij.

1:20:01Een i-geluk die bid die ontvangt.

1:20:03En die zoekt, die vindt en die klopt.

1:20:05Die zal open gedaan worden.

1:20:07Maar waar

1:20:10moet ik dan aan bidden?

1:20:13Nou weet je, als je nou als een onbekeerde gaat bidden.

1:20:18Weet je wat je dan doet?

1:20:19Weet je dan wat je aan het doen bent?

1:20:21Dan ben je aan het bidden met een hart van steen.

1:20:26En die steen kan wel een beetje warm worden.

1:20:29En die steen kan wel een beetje verpulveren.

1:20:33Maar je krijgt hem niet weg.

1:20:36Dus wat moet je dan doen?

1:20:37Dan heb je de Heilige Geest nodig om die steen van je hart af te krijgen.

1:20:43Die vrouw zie ik daar staan, naar dat graf.

1:20:47Dan zie je die drie vrouwen met die specerijen.

1:20:52En dan lopen ze maar.

1:20:53Wie zal ons die steen afwentelen?

1:20:55Een ding van 2,5 meter hoog en tonnen zwaar.

1:20:58Dan kon je zelfs geen millimeter beweging in krijgen.

1:21:02Maar toch gingen ze.

1:21:03En er zaten ook nog soldaten voor.

1:21:06En er was ook nog verzegeld.

1:21:08En toch gingen ze.

1:21:10Waarom?

1:21:11Ze konden niet anders.

1:21:15De heren hadden gezegd, ze moesten naar Jezus toe.

1:21:20Ze konden niet buiten de heren Jezus om.

1:21:24Want mensen, eerbiedig gesproken, we moeten niet met Jezus verzoend worden hoor.

1:21:29We moeten met God verzoend worden.

1:21:32En dat gaat alleen...

1:21:33Via het werk van de Heer Jezus daarom moeten we tot bij Christus gebracht worden.

1:21:37En dat is nou het werk van de Heilige Geest.

1:21:39Dus de Heilige Geest, wat gaat hij nou doen?

1:21:42Die ga je leren bidden.

1:21:47En wat vader onder u die de zoon om brood bidt zal hem een steen geven.

1:21:55Dus wat moet je nou vragen aan de Heilige Geest?

1:21:58Of hij brood mag krijgen.

1:22:00Heer, geef me dan één kruimeltje van dat geestelijke brood.

1:22:09Hoeveel vaders zit hier in ons midden?

1:22:12Aardig wat.

1:22:13Als ik nou aan die gasten van jullie vraag, heb je je kind wel eens een steen gegeven als hij een boterham vraagt?

1:22:21Steek eens even je vingers op, wie hebt dat gedaan?

1:22:23Welke vader heeft dat gedaan?

1:22:28Boven niet, beneden niet, niemand niet.

1:22:32Nou, dat doet de Heer ook niet.

1:22:34Dat doet de Heer ook niet.

1:22:36Want de Heer is de hemelse vader, die is veel, dat is de echte vader.

1:22:39Wij zijn maar vol met zonden als vaders.

1:22:46Ik wel.

1:22:47Maar de heren niet.

1:22:48De heren is een volmaakte vader.

1:22:51Dus als je hem op brood bidt.

1:22:54Dan krijg je ook brood.

1:22:56En zoveel dat je het niet op kan.

1:22:59Dat je het zelfs nog door kan geven aan een ander ook.

1:23:05Mag ik weer even terug gaan naar Tempelplein.

1:23:09Wat was er nou te zien op dat Tempelplein?

1:23:13Nou toen al die ellende weg was.

1:23:16Zat alleen die biddende heidenen waren er nog.

1:23:21En waar...

1:23:23Wat was er nou te zien achter dat gordijn?

1:23:27Nou, voor het gordijn stond die zeven aanvoudige kandelaar.

1:23:31Die 24 uur per dag brandde, dat weet je.

1:23:34En die tafel van die toonbroden en die brandoffers en die reukofferaltaar stond er allemaal.

1:23:40En het was allemaal voor het heilige der heiligen.

1:23:47Wacht eens even.

1:23:49Wat zoek jij nou eigenlijk in het gebed?

1:23:52Hé, hallo.

1:23:53Wat zoek jij nou eigenlijk in het gebed?

1:23:55Zoek jij nou de ark ter verzoening?

1:23:57Dat ding van goud met die engeltjes erop?

1:24:01Of zoek je nou die twee stenen tafelen?

1:24:06Of zoek je die staf van Mozes?

1:24:09Al die wondertjes, weet je wel.

1:24:11Zoek je dat nou in het gebed?

1:24:13Of zoek je nou die kopere slang?

1:24:15Ook zo'n wonder.

1:24:18Als je even kon kijken achter dat gordijn, staat er helemaal niks.

1:24:27Want die Arab was al vijfhonderd jaar weg.

1:24:30Er zat helemaal niks.

1:24:35Want buiten Christus is er geen enkel leven, maar een eeuwig zielsbederf.

1:24:42Dus wat gebeurt er nou?

1:24:43De heer Jezus verkondigt hier dat hij in drie dagen gaat sterven.

1:24:51Maar ook opstaan.

1:24:53U heeft te maken.

1:24:55In het gebed met een opgestane Christus.

1:24:58En dat is mijn auto jongens.

1:25:00Dat is mijn auto.

1:25:01Want dat wil zeggen dat als je bidt.

1:25:03Dan hoort Jezus altijd.

1:25:04Hij hoort je altijd.

1:25:06Dus pas op wat je zegt.

1:25:08Je hebt het niet tegen je vriendje.

1:25:10Je hebt het ook niet tegen je buurman.

1:25:12Je hebt het tegen een hoogheilige God.

1:25:14Die altijd hoort.

1:25:16Als je naar Willem-Alexander gaat.

1:25:17Dan kom je niet binnen hoor.

1:25:18Maar bij God wel.

1:25:19Want hij hoort altijd.

1:25:21Altijd.

1:25:21Hij hoort je altijd.

1:25:27De heer Jezus verwijst hier naar zijn sterven en opstanding.

1:25:30En wat gebeurde er nou bij het sterven?

1:25:33Wat gebeurde er nou?

1:25:35Ging dat gordijn, dat ging doormidden.

1:25:37En dat is niet zomaar een kleedje hoor.

1:25:39Dat is een ding van zeven centimeter dik.

1:25:41Hij was geprobeerd om een kram doormidden te scheuren.

1:25:43Nou, daar staat een kleed van zeven centimeter dik.

1:25:46Dat lukt je niet.

1:25:48Want dat kleed werd om de zeven jaar vernieuwd.

1:25:52En dat ging dwars doormidden.

1:25:57En wat lezen we nou in de Hebreeënbrief?

1:26:00Dat de heer Jezus ons voorgaat door het voorhangsel.

1:26:05Wat ingewijd is door zijn bloed.

1:26:09Zie ik daar de heer Jezus gaan?

1:26:12Zie je het gebeuren mensen?

1:26:15Dan kun je twee dingen doen hoor.

1:26:17Die kan je omkeren.

1:26:18Zeggen van nou niet voor mij.

1:26:20Zoek het maar uit.

1:26:21Ga liever naar de hel.

1:26:25Of je kan volgen.

1:26:28En de een doet dat stamelend.

1:26:31Heel voorzichtig.

1:26:32Stapje voor stapje.

1:26:33Zal het wel voor mij zijn?

1:26:35Zal het wel echt zijn?

1:26:36Maar je kan niet anders.

1:26:37Want je ziet die voetstappen van Jezus daar.

1:26:39Door dat voorhangsel.

1:26:41En dan kom ik in dat heilige.

1:26:45En er mag niemand.

1:26:46Nee, er is niks meer.

1:26:47Want de Heer Jezus gaat je voor.

1:26:49Naar het vaderhart van God.

1:26:51Daar moet je zijn.

1:26:53Je moet met God verzoend worden.

1:26:56En dat gaat alleen achter de Heer Jezus aan.

1:27:04Daar moet je zijn.

1:27:06Vandaag.

1:27:07Niet morgen, niet volgende week.

1:27:08Het kan te laat zijn.

1:27:10Je kan zomaar opgeroepen worden.

1:27:12En dan kom je nog een keer.

1:27:14Dan word je geconfronteerd met die Ninevite.

1:27:17O, waar is die zonder die in de kerk dan?

1:27:19Zegt hij.

1:27:20Ik heb je al gezien.

1:27:21Waar is die in de kerk dan?

1:27:24En ben je dan onbekeerd?

1:27:26Je bent weer de andere kant op gegaan.

1:27:28Had je liever het feest met de wereld?

1:27:30Had je liever de mammon?

1:27:31Had je liever de eigendom?

1:27:33Had je liever...

1:27:34Weet ik het.

1:27:37Alles

1:27:38uitgenomen, Christus.

1:27:43Ja.

1:27:45Maar dan zie ik de heer Jezus weer.

1:27:47Dan gaan we eindigen hoor.

1:27:48Dan zien we de heer Jezus weer.

1:27:52En dan ziet hij dat een heleboel mensen daar aanwezig waren.

1:27:57En die geloofden alleen in zijn wonderen.

1:28:01De wonderen die hij deed.

1:28:03Die hadden een wondergeloof.

1:28:05Zoals het heet.

1:28:07Heb je het al gehoord?

1:28:09Die en die.

1:28:10Die is beter.

1:28:12Bijzonder wat die man allemaal doet.

1:28:15Het is toch wat.

1:28:18Maar ze namen weer een bak koffie en het was over.

1:28:20Zit je zo ook in de kerk vanochtend, of niet?

1:28:23Ja, ja.

1:28:24Een preek zus, een preek zoon.

1:28:26Wil je nog een bakkie?

1:28:28Wil je nog een bakkie?

1:28:30Dan gaan we lekker eten.

1:28:31Dan gaan we een dutje doen.

1:28:32En vanavond, nou ja, zien we wel weer.

1:28:39De heer Jezus, zitten jullie zitten vanochtend?

1:28:41Mij ook, ik zie me staan.

1:28:45En dan, maar de heer Jezus, die betrouwde zichzelf niet.

1:28:50Omdat hij in alle kende.

1:28:51Dat zal wat zijn.

1:28:54Hij wist hoe diep dat het geloof ging.

1:29:00Een wondergeloof is geen geloof alleen een waarzaligmakend geloof.

1:29:03Een geloof dat in Christus geworteld is.

1:29:08En er moest nog drie jaar overheen voordat de mensen dat begrepen.

1:29:13Misschien bij u ook nog wel zo.

1:29:16Misschien moet u ook nog wel veel meer onderwijs hebben voordat de Heilige Geest u volledig ontsluit.

1:29:25Maar wat hij begon is, dat trekt hij door.

1:29:27Denk erom.

1:29:28Hij zal nooit laten varen.

1:29:29De werken zijn er handen.

1:29:34De heer Jezus heeft het niet van node dat

1:29:37u in zijn wonderen gelooft.

1:29:40De heer Jezus heeft het alleen maar van je node dat u hem volgt door dat voorhangsel heen.

1:29:45Dat is het.

1:29:47U moet achter hem aan door dat voorhangsel.

1:29:50En weet je wat er nog meer in Hebraïs staat?

1:29:52Op een verse en levende weg.

1:29:55Dus dat is ook voor Oudorp.

1:29:58Deze morgen.

1:29:58Ook voor de jongens en meisjes.

1:30:01Jongeren en ouderen.

1:30:03Die verse en levende weg.

1:30:05Jezus Christus.

1:30:06Kijk eens naar de voorhangsel.

1:30:08Het is er niet meer.

1:30:09Het is weg.

1:30:09Kijk eens naar die ark.

1:30:10Het is er niet meer.

1:30:11Het is weg.

1:30:12Wat is er over?

1:30:13Een pad naar het vaderhart verholt.

1:30:16Mijn vriend, daar moet je zijn.

1:30:18Daar moet je zijn.

1:30:20Met minder kan het niet.

1:30:24Dus neem afscheid van alles wat jou bij Christus vandaan houdt.

1:30:29Door middel van de heilige geest, dat kun je ook niet.

1:30:32Door middel van de heilige geest.

1:30:34Een iegelijk team in hemelse vadergoed, ik heb het gezegd.

1:30:37Maak eens ernst met je eigen leven.

1:30:40Maak eens ernst deze dag met je leven voor God.

1:30:43Maak eens ernst in deze dag met je geestelijk leven.

1:30:49Want er komt misschien geen maandag, dat weet je.

1:30:51Er komt misschien geen maandag, dat weet je.

1:30:53Het kan zomaar sterven zijn vandaag.

1:30:55En dan onverzoend sterven omdat je niet gewild hebt.

1:31:00Dat de Heer Jezus koning, priester en profeet over je zou zijn.

1:31:04Vreselijk.

1:31:05Laat het niet zo wegkomen.

1:31:07Achter hem aan.

1:31:08Door het voorhangsel.

1:31:10Maar het vaderhart van God.

1:31:11Amen.

1:31:17Heer God, wilt u zelf de naprediker zijn van uw eigen woord?

1:31:21Wilt u verkeerde weg nemen, heren, wat er was?

1:31:23En het spreken en het luisteren.

1:31:26Och, heren, wilt u met die toppers zijn die er altijd maar weer tegenaan lopen.

1:31:30Dat ze het niet kunnen.

1:31:32En dat ze niet ver gekomen.

1:31:35En dat ze nog meer onderwijs nodig hebben.

1:31:38En heren, dan horen we drie keer ik.

1:31:42Ik.

1:31:43Ik.

1:31:46En als u met uw heilige geest gaat werken, dan gaan we sterven aan ik.

1:31:50Dan komt er gij voor in de plaats.

1:31:53Dan komt u ervoor in de plaats.

1:31:56En heren, wilt u ons daar brengen, op die plaats.

1:32:00Die plaats van liefde.

1:32:02Die plaats van vrijheid.

1:32:03Die plaats van genegenheid, geborgenheid.

1:32:07Die plaats van vrede.

1:32:10Want dat blijft er over.

1:32:11Er blijft vrede over voor het volk van God.

1:32:15Heren, wil ze daar brengen.

1:32:17Deze dag uit genade om Christus wel.

1:32:20Amen.

1:32:23Opent uw mond, eis van mij vrijmoedig op mijn trouwvermond.

1:32:26Al wat ik ontbreekt, schenk ik zo gijt smeekt, mild en overvloedig.

1:32:32Psalm 81, vers 12.

1:32:34De

1:32:34[GEZANG]

1:34:33gemeente gaat er heen in vrede, dragende de zegen des Heren.

1:34:36De Heren zegenen u en moeden u.

1:34:39De Heere doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:34:44De Heere verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:34:50Amen.

1:34:51[GEZANG]