0:00[GEZANG]
11:47De gemeente- en kerkraad heeft de navolende afkondigingen.
11:50Het is de plaats aangehandelde collecten.
11:52De eerste is voor de Bonisa-zending.
11:55De tweede voor de kerkvoldij.
11:57En de derde voor de aflossing van de kerk.
12:00Deze collecten worden van hartelijk in uw milddadigheid aanbevolen.
12:04Tot zover de afkondigingen.
12:09Onze hulpen en onze enige verwachting...
12:14staan ook in dit avontuur.
12:17In de naam des Heren, Heren.
12:20Die hemel en aarde geschapen heeft.
12:24Die trouwen houdt van geslachten tot geslachten.
12:28En die nooit, nooit zal laten varen.
12:32Enig werk wat zijn goddelijke hand eenmaal begonnen is.
12:38Genade, barmhartigheid en vrede.
12:42Worden u rijkelijk geschonken van God de Vader.
12:47En van Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, in de gemeenschap des heiligen Geestes.
12:57Amen.
12:58Gemeente, zetten we deze dienst voort met zingen van Psalm 75, vers 1.
13:03U alleen, u loven wij.
13:05Ja, wij loven u, o Heer.
13:06Psalm 75, vers 1.
13:08[GEZANG]
15:12Gemeente, we lezen vanavond het eerste artikel in het stuk van de dankbaarheid uit de Heidelbergen katechismes.
15:19En vandaar dat we ook in aansluiting erop ook lezen artikel 24 van de beleidenis des geloofs.
15:27Waarboven geschreven staat van de heiligmaking en de goede werken.
15:31Artikel 24 van de Nederlandse geloofsbeleidenis.
15:35Wij
15:38geloven dat dit waarachtig geloof in de mens gewerkt wordt door het gehoor van het hoort God en de werking des heiligen geestes.
15:50Hem wederbaart en maakt tot een nieuwe mens.
15:55En doet hem leven in een nieuw leven.
15:58En maakt hem vrij van de slavernij der zonden.
16:02Daarom is het zover vandaar dat dit rechtvaardigend makend geloof de mensen zou doen verkouden.
16:10In een vroom en heilig leven.
16:13Dat zij daarentegen zonder dit zelf en immer meer iets doen dulden uit liefde tot God.
16:19maar alleen uit liefde tot zichzelf en uit vrees van verdoemd te worden.
16:24Zo is het dan onmogelijk dat dit heilig geloof ledig zij en de mens.
16:30Aangezien wij niet spreken van een ijdel geloof, maar van zulk een, het welk de schrift noemt een geloof dat door de liefde werkt, dat de mens beweegt om zich te oefenen in
16:42de werken die God in zijn woord geboden heeft.
16:46Welke werken?
16:48Als zij voortkomen uit de goede wortel des geloofs.
16:51Goed en bij God aangenaam zijn.
16:54Overmids zij alle door zijn genade geheiligd zijn.
16:59Intussen komen zij niet in rekening om ons te rechtvaardigen.
17:04Want het is door het geloof in Christus dat wij gerechtvaardigd worden.
17:08Ook eer wij goede werken doen.
17:12Anderszins zouden zij niet kunnen goed zijn.
17:15Evenmin als een vrucht des booms goed zijn kan voordat de boom goed is.
17:20Zo doen wij dan goede werken, maar niet om te verdienen.
17:23Want wat zouden wij verdienen?
17:26Ja, wij zijn in God gehouden voor de goede werken die wij doen en niet hij in ons.
17:32Aangezien hij het is die in ons werkt, beide het willen en het werken naar zijn wil behagen.
17:39Laat ons dan letten op hetgeen dat er geschreven staat.
17:43Wanneer gij zult gedaan hebben.
17:45Al hetgeen u bevolen is, zo zegt wij zijn onder de dienstknechten.
17:50Want we hebben maar gedaan hetgeen wij schuldig waren te doen.
17:54Intussen willen wij niet logenen dat God de goede werken beloont.
17:58Maar het is door zijn genade dat hij zijn gaven kroont.
18:02Voorts, al is het dat wij goede werken doen, zo gronden wij toch onze zaligheid daar niet op.
18:09Want wij kunnen geen werk doen of het is besmet door ons vlees en ook strafwaardig.
18:15En al konden we er één voorbrengen, zo is toch de gedachtenis van één zonde genoeg dat het van God zal verworpen worden.
18:24Alzodam zouden wij altijd in twijfel slaan, herwaarts en derwaarts drijvende zonder enige zekerheid.
18:32En onze arme conscientieën, gewetens, zouden altijd gekweld worden indien zij niet steunden op de verdiensten van het lijden en sterven van onze zaligmaker.
18:44Zingen we dan van Psalm 25, vers 2.
18:46Heer, u maakt mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
18:51[GEZANG]
20:51Gemeent in de voorbeden gedenken we het bruidspaar Roeldam.
20:55Hazesweg 40 en Janne Mieke van der Dool uit Zwijnrecht.
20:59Die aanstaande vrijdag in het huwelijk hopen te treden.
21:03Laten we de heren een zegenvraag voor deze dienst om de opening van Gods woord.
21:10Almachtige God in den hemel.
21:12Voor de tweede maal op deze uw dag.
21:16Mogen we een ogenblik in uw huis komen.
21:19Om u te ontmoeten.
21:22En heren dat zijn heilige momenten.
21:25Want het is heilige grond die we mogen betreden deze avond.
21:31En misschien beseffen we ons dat niet.
21:33Maar u bent wel aanwezig hier in ons midden.
21:36Door middel van uw heilige geest.
21:38En u ziet ons.
21:39Hier op de kansel.
21:42En ook onder de kansel.
21:44En ook thuis bij de kerktelefoon.
21:50Waarbij je eigenlijk stil moet staan.
21:53Waar je jezelf moet voorbereiden.
21:55Voordat je de kerk ingaat.
21:58Omdat we weten dat we een heilig God gaan ontmoeten.
22:02Al geerde maar nou is de praktijk van alle leven.
22:06En van alle tijden.
22:08Dat veel mensen dat niet zo heel erg veel zegt.
22:14Jonge mensen, oude mensen.
22:17En we hebben allemaal onze ja-maars.
22:19Misschien wel.
22:20gereed staan om die uit te spreken in onszelf.
22:24En misschien zijn we wel druk met de dingen van de afgelopen tijd.
22:29Misschien zijn we wel druk met de dag van morgen, we weten het niet.
22:33Maar heren, als u nou met uw heilige geest ons eens stilzet deze middag.
22:38Of we nou jong zijn of dat we nou ouder zijn.
22:41Heren, als u ons nou stilzet en u laat ons zien dat u echt hier aanwezig bent.
22:48En we hebben het gelezen.
22:50In dat artikel.
22:51Op welke manier dan?
22:53Nou door woord en geest.
22:56En het woord dat gaan we zo dadelijk lezen.
22:59En uw heilige geest is hier.
23:01Dus allebei die elementen die zijn hier aanwezig.
23:04Om ons stil te zetten.
23:07Heren wilt u dan geven dat we dan mogen capituleren.
23:11Dat we ons over mogen geven.
23:14Dat we onze handen omhoog heffen en zeggen.
23:17Heren wilt u alsjeblieft mijn leven overnemen.
23:21Want ja, niemand van ons kan zeggen dat die zonde zonde is.
23:24Ik niet, de jonge mensen niet en de ouderen niet, niemand.
23:29En dat wil zeggen dat we allemaal schuldig staan ten opzichte van nu.
23:33Ja, en we hebben nou het eerste artikel van het stuk van de dankbaarheid in de Heidelbergen katechismes.
23:41En ik weet ook al heren dat veel mensen zeggen, ja dat is ook maar mensenwerk die katechismes.
23:52Op Bijbelse teksten gebaseerd.
23:54En dat is ook uw woord.
23:56En heren, als dat woord gaat werken, dan is dat ons wederstandelijk.
24:00Dan kunnen we ons er niet tegen verzetten.
24:03Heren, wilt u dat nou doen met uw Heilige Geest?
24:06En wilt u dan geven, heren, dat we voor de eerste keer misschien wel stilgezet worden?
24:11Maar ook als we genade kennen, dan hebben we het iedere keer weer opnieuw nodig om stilgezet te worden.
24:19Nou, net zoals die tempelreiniging.
24:22De ene keer was het omdat de Heer Jezus al die mensen wegjoeg en die beesten wegjoeg.
24:28En drie jaar later lezen we het weer opnieuw, dat het opnieuw moest gebeuren.
24:32Zo is het in de mensenhaard ook, precies hetzelfde.
24:35Op het ene moment de toppen van je geloof en op het andere moment het diepste van de put waar je in komt te zitten.
24:43Omdat we zo druk zijn met onszelf dat we het niet eens merken dat we in die put zitten.
24:48Maar heren, wat is het nou bijzonder.
24:50Dat u nou beloofd hebt dat u ons uit het diepst van de ellende opkomst te zoeken, heren.
24:56U daalt zo laag af in de diepte van ons bestaan.
25:02En dan zitten we daar beneden in die put.
25:05We kunnen geen kant meer op.
25:07Die wanden zijn glibberig en nat.
25:09En het breekt allemaal onder onze handen af.
25:13Maar heren, dan komt u.
25:15En dan hoeven we niet meer te klauwen.
25:18Dan hoeven we niet meer te roepen.
25:21Dan hoeven we alleen maar ons over te geven aan u.
25:24Heren, wilt u dat alsjeblieft geven.
25:27Dat dat geheimenis, als dat nog een geheimenis is in ons leven.
25:31Dat dat opgelost mag worden.
25:33En dat we mogen zien, heren, dat er bij ons niks is wat voor u kan bestaan.
25:38En dat hoeft ook niet.
25:39Want we hoeven u niet te helpen.
25:40Helemaal niet.
25:42Heren, maar het is een eenzijdig godswerk.
25:44U heeft alles gedaan.
25:46Dat ga je nou leren op Golselta, heren.
25:48Als je daarbij bepaald wordt wat dat zeggen wil.
25:51Omdat u gestorven bent.
25:53Gekruisigd bent.
25:54Om ieder verkeerd woord wat ik zeg.
25:58Iedere verkeerde daad die ik doe.
26:00Iedere gedachte die ik denk.
26:03Heren, daar bent u voor gekruisigd.
26:05En dan ga je zwijgen.
26:07Dan zeg je niks meer.
26:08Dan sta je daaronder aan die kruisheuvel.
26:11Geestelijk gesproken.
26:12En dan hou je je mond.
26:13Dan kun je alleen maar...
26:16Stameloos staan daar.
26:18Stamelen.
26:19Stamelen, heren.
26:21Hoe is het mogelijk, heren?
26:23Oh, en dan kun je alleen maar amen zeggen op hetgeen wat u daar gedaan heeft.
26:28Och, Heerde God, we kunnen onszelf er niet bij zetten.
26:31Dat is het probleem.
26:32We kunnen ons daar niet naartoe werken.
26:36Dat kan ook niet, want we hebben niks te werken.
26:38Het is echt het enige werk van de Heilige Geest wat u doet.
26:43Maar daarvoor dat we ook die psalm gezongen hebben.
26:45Heer, ik maak mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
26:50Dat is een gebed, heren.
26:51We hebben het allemaal gezongen, zo te zien.
26:54Maar ja, als dat nou eens waarheid wordt.
26:58Dat uw wegen onze wegen worden.
27:02Ja, dat wil zeggen, dan moet er een heleboel veranderen in ons leven.
27:06Dat krijgen we zelf ook niet voor elkaar.
27:08Dan moeten we opnieuw geboren worden.
27:10Dan neemt u alles af wat niet voor u kan bestaan.
27:14En heren vanmorgen hebben we het ook gezegd.
27:16Dan komt die liefde ervoor in de plaats.
27:18Die liefde voor u.
27:19Die onbegrijpelijke liefde voor u.
27:22Dan komt u op de eerste plaats in ons leven.
27:26Die liefde tot God en die liefde tot de naaste.
27:29Heren God wilt u dat alsjeblieft werken.
27:31Wilt u geven heren dat we daar iets van mogen verstaan.
27:35Dat er ook een heilig verlangen in ons hart mag zijn.
27:38Om die Christus de schriften te mogen leren kennen.
27:42Heere God, en dat geldt voor jonge mensen.
27:44Want u wilt dat hun harten naar u toe geneigd worden.
27:49Dat ze hun leven in uw handen mogen leggen.
27:53Omdat ze tot heel hun leven zich aan uw dienst mogen wijden.
28:01En er zit misschien wel een jongen in ons midden.
28:03Die heeft misschien wel een roeping.
28:05Voor predikant of voor...
28:07Voor Zendeling of voor Evangelist.
28:10Of misschien wel voor Amstrader.
28:12En dan denkt hij bij zichzelf, ja, maar daar heb ik helemaal geen zin in.
28:16En toch, iedere keer komt dat vuurtje in zijn hart.
28:19Iedere keer wordt hij erbij bepaald dat het moet.
28:22En wat verzet hij zich er tegen?
28:24Heer, wil alsjeblieft geven dat hij het over mag geven.
28:29En dan blijft er geen ene smoes over.
28:31Ik kan niet leren, ik heb geen taalgevoel, ik heb dit niet, ik heb dat niet.
28:36Als u roept, dan neemt u alles mee wat hij nodig heeft, heren.
28:41Wil hem dat alsjeblieft schenken.
28:43En wil ook met de meisjes zijn aan ons midden.
28:45Die hebben misschien al een roeping voor de zending of voor een andere geestelijke taak, heren.
28:50Wilt u zich daardoor ook in toerusten, want er is toch geen grotere geestelijke taak.
28:56En dat mogen we niet zeggen misschien.
28:58Maar er is geen grotere geestelijke taak dan een huisgezin en het opvoeden van de kinderen.
29:06Wat zijn die moeders nodig?
29:08Dat ze thuis zijn.
29:09Wat zijn die moeders nodig bij het opvoeden van de kinderen?
29:13Die kinderen die u aan ons gegeven hebt als een onderpand.
29:17Niet in eigendom, maar als een onderpand, heren.
29:22En dan zorgt u ervoor dat die woorden van die moeders gezegend worden.
29:26Net zoals de moeder van Augustinus.
29:29Augustinus was ook geen beste.
29:30Die leefde zich helemaal uit in de wereld.
29:33Maar die had wel een biddende moeder.
29:35En tot u hem kwam te roepen, heren.
29:37Oh, wat zal er een blijdschap in het hart van die moeder Monika geweest zijn.
29:42Heren, biddende moeders zijn zo onzachtelijk belangrijk.
29:46Heren, wilt u ze geven?
29:48Wilt u ze ook genade geven om het gebed te mogen doen?
29:51Geldt ook voor vaders, maar voor moeders op de eerste plaats.
29:54Dat is de grootste taak.
29:56Heren, God wil alsjeblieft geven dat we er iets van mogen verstaan voor ons persoonlijke leven.
30:01We hebben het voorgelezen, een bruidspaar, Roel Dam en Janieke van der Doel.
30:07Die hopen in het huwelijk te treden.
30:09Wilt u alstublieft met deze jonge mensen zijn, heren.
30:13Dat uw woord en geest als een rode draad in hun huwelijk aanwezig mag zijn.
30:18Als een drievoudig snoer wat niet verbroken wordt.
30:22En dan gaan ze samen hand in hand op weg reizen naar die godsontmoeting.
30:28En heren, dan mogen we elkaar ondersteunen, ter linker en ter rechterzijde.
30:32En dan komt er een antwoord bij u vandaan op die vraag.
30:35Hoe kan ik rechtvaardig verschijnen voor God?
30:37Dan ga je voor elkaar bidden.
30:39Dan ga je elkaar opdragen aan de troon der genade.
30:42En dat hebben we allemaal zo nodig, heren, in de gemeente.
30:45Dat we zo voor elkaar een lichtend licht en een zoutend zout zijn.
30:49Heren, wilt u dat schenken?
30:51Wilt u het woord wat we gaan lezen, wilt u dat zegenen, heren?
30:55Omdat we er iets van mogen begrijpen.
30:57En wilt u geven dat we dichter bij u mogen komen.
31:01Heere God, dat vragen we niet uit verdiensten.
31:04Doch uit genade, oom Christus wil.
31:06Amen.
31:09De schriftlezing kunt u vinden in Romeinen 6.
31:13En daarvan de eerste veertien versen.
31:16Romeinen 6, de versen 1 tot en met 14.
31:22Wat zullen wij dan zeggen?
31:24Zullen wij in de zonde blijven?
31:27Omdat de genade te meerder worden?
31:29Dat zij verre.
31:31Wij die er zonder gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelfde leven?
31:36Of weet gij niet dat zoveel als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijn dood gedoopt zijn, wij zijn dan met hem begraven door de doop
31:48in de dood, opdat gelijkervijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des vaders, al zo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.
32:00Gemeente, even een opmerking.
32:03Deze versen die we gelezen hebben, het derde tot en met het vierde vers.
32:10Als u de kanttekeningen bij u hebt, of die heb je nog ergens thuis hopelijk, dan moet je dat eens nalezen wat de kanttekenaar daarvan zegt.
32:20Op de eerste plaats wordt er dan gezegd dat zoveel als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijn dood gedoopt zijn, dan zegt de kanttekenaar.
32:32Dat is de eerste trap van de wedergeboorte.
32:36Wij zijn dan met hem begraven door de doop in de dood.
32:39Dat is de tweede trap der wedergeboorte, zegt onze kanttekenaar.
32:45En als wij op dat gelijke wijs Christus uit de doden opgewekt is tot heerlijkheid des vaders.
32:51Als wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.
32:55Dat is de derde trap van de wedergeboorte.
32:59Het is goed om daar eens een keer aandacht aan te schenken.
33:01Misschien in de gesprekken thuis.
33:02Dat we daar eens over nadenken wat er eigenlijk staat.
33:04[GEZANG]
33:26Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.
33:30Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij dat we ook met hem zullen leven.
33:36Wetende dat Christus opgewekt zijnde uit de doden niet meer sterft.
33:41De dood heerst niet meer over hem.
33:44Want dat hij gestorven is, dat is hij de zonde eenmaal gestorven.
33:48En dat hij leeft, dat leeft hij gode.
33:50Al zo ook gij lieden.
33:53houdt het daarvoor dat gij wel der zonden dood zijt, maar goden levend zijt in Christus Jezus onze Heer.
34:02Dat dan de zonden niet heersen in uw sterfelijke lichaam, maar maar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelfde lichaam.
34:09En stelt u leden niet der zonden tot wapenen der ongerechtigheid, maar stelt u zelf een gode als uit de doden levend geworden zijnde?
34:20En stelt u leden, goden tot wapenen der gerechtigheid.
34:24Want de zonde zal over u niet heersen.
34:26Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.
34:31En dit naar aanleiding van artikel zondag 32 uit onze Heidelbergen katechismes.
34:39Die lees ik u ook nog voor.
34:43Zondag 32 van onze Heidelbergen katechismes.
34:47Het eerste artikel van het stuk van de dankbaarheid.
34:53Aangezien wij uit onze ellendigheid zonder enige verdiensten onze zijt alleen uit genade door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan
35:05nog goede werken doen?
35:07Nou, daarom dat Christus, nadat hij ons met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door zijn heilige geest tot zijn evenbeeld vernieuwt.
35:17Opdat wij ons met ons ganse leven goden dankbaar voor zijn weldaden bewezen.
35:23En hij door ons geprezen worden.
35:26Daarna ook dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij.
35:33En dat door onze godzalige wandel onze naaste ook voor Christus gewonnen wordt.
35:40Kunnen dan die niet zalig worden die in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende zich tot God niet bekeren?
35:48In geen allerlei wijze.
35:50Want de schrift zegt dat geen onkuise afgodendienaar, echtbreker, dief, gierigaard, dronkaard, lasteraar, nog rover, nog dergelijke het koninkrijk gods beërven
36:02zal.
36:03Tot zover de artikel 32 van onze Heidelbergen katechismes.
36:08Zingen we dan de voorbereiding erop van psalm 116, de verse.
36:141, 2 en 3.
36:15God heb ik lief, want die getrouwe Heer hoort mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
36:20Het tweede vers.
36:21Ik lag gekneld in banden van de dood.
36:24En het derde vers.
36:25Och Heer, och wiert mijn ziel tot door u gered.
36:28Psalm 116, versen 1, 2 en 3.
36:31[GEZANG]
43:23Jonge mensen,
43:25kategorisatie is natuurlijk
43:30een avond waar je iedere avond naar uitkijkt om dat te mogen doen.
43:37Je bereidt iedere categorisatieles goed voor.
43:43En daartoe word je aangespoord door je ouders.
43:47Want die zijn verantwoordelijk.
43:51Iedere avond wordt een gedeelte van het te leren onderdeel met jullie besproken thuis.
43:59Want jullie ouders hebben tegenwoordig zoveel verklaringen.
44:03Er zit er best wel eentje bij die ze kunnen gebruiken.
44:09Ga je uitzien naar het moment dat de ouderling of de pastoralwerker of de predikant jou de volgende zondagsafdeling uit mag leggen.
44:20Begrijp ik best.
44:23Alleen in de praktijk is het vaak iets anders.
44:26Maar dat ligt dan waarschijnlijk aan de dominee en dat ligt niet aan jou.
44:32Dat is de ene kant.
44:33Maar aan de andere kant is
44:39het uiterste noodzakelijk dat dit gebeurt.
44:43Want het is heel bijzonder dat je dat mag doen.
44:46Want voor de reformatie
44:49was dat onderwijs er helemaal niet.
44:54Dan had je te maken met een Roomse overheid.
44:58En met een Roomse kerkelijke overheid.
45:02En die vonden dat je dat maar uit de prediking moest opsteken.
45:11Nou ja, ik wens je veel succes, want het was in het Grieks en in het Latijn.
45:17Ik weet niet hoe het met jullie Latijn is, maar ik zou er niet veel van verstaan.
45:21Goed, jullie misschien wel, ik weet het niet.
45:24En dan werd er nog een beetje vooronderwijs gegeven tot de twaalfde jaar ongeveer.
45:32En dat gebeurde in de ene parochie wel en in de andere parochie niet.
45:36Tot de reformatie.
45:38En wat kwam men nou achter in de reformatie?
45:42Nou, dat het zo bijzonder belangrijk is dat je onderwijs krijgt.
45:46We hebben het gezongen.
45:48Heer, hij maakt mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
45:54Er zijn veel kerken die zeggen, die katechismes is ook maar mensenwerk.
45:59Dat zal wel, maar het is wel goed mensenwerk geweest.
46:02Want al die teksten die je daar vindt.
46:05En jullie hebben misschien, ik weet niet wat je hier gebruikt voor methode.
46:10Het maakt me niet zoveel uit ook, maar als je nou gewoon de methode van de katechismes gebruiksfysiek hier hebt.
46:15Het is een beetje een mottig boekje onderhand, dat weet ik ook wel.
46:18Maar dan zie je dat al die punten, daar staan allemaal bijbelteksten bij.
46:23Dat is de beste methode die er is, gewoon uit de Bijbel.
46:26Want daar kun je ook altijd op terugvallen.
46:30Je kan het nalezen, je kan er iets over zeggen, je kan erover nadenken, je kan het voorbereiden.
46:40Opgebouwd is uit drie gedeelten, ellende, verlossing en dankbaarheid.
46:44Nou ja, wat is artikel 1?
46:47De meeste mensen kennen dat uit hun hoofden.
46:53Artikel 1 kennen we allemaal en artikel 2 wordt alweer wat moeilijk.
46:56Nou goed, zondag 32 wordt het weer wat ingewikkelder.
47:01Maar gemeente, het is heel belangrijk om te doen.
47:05Wat is mijn enige troost, beide in leven en in sterven, dat ik niet mijs maar mijn getrouwe zaligmaker Jezus Christus eigen ben.
47:15Die met zijn dierbouwbloed voorkomelijk betaald heeft voor al mijn zonden.
47:19Mensen, dat is de enige troost die er is.
47:23Nou jonge vrienden, jullie moeten ook getroost worden.
47:27En we leven in een troosteloze tijd, dat weet ik ook wel, maar jullie moeten echt getroost worden.
47:32Want het komt echt een keer zover dat je voor God gaat verschijnen.
47:36En hoe wil je dan voor God verschijnen?
47:39Wat wil je meenemen dan?
47:40Je mobieltje of zo?
47:42Of je kennis?
47:43Dat kan allemaal niet.
47:46Het enige wat voor de Heerde God geldt, dat is het werk van zijn kind.
47:51Zijn lief kind Jezus.
47:53En daar gaat het al om.
47:55Mensen, want als God in je leven komt, wat gebeurt er dan?
47:59Dan word je bepaald bij je ellende.
48:02En wat is dat dan?
48:03Zijn dat dan de tien geboden?
48:05Nee, dat heb je ook geleerd uit de katechismes.
48:07Dat ik de Heer en mijn God liefhebben.
48:09Daar gaat het om met geheel mijn hart, met geheel mijn verstand, met al mijn krachten, met geheel mijn ziel.
48:15Dat is het eerste en het grote gebod.
48:16En het tweede die eraan gelijk is, je zult uw naaste liefhebben als uzelf.
48:19En als we dat niet hebben mensen, dan hebben we niks.
48:24Dan hebben we niks.
48:25Dan kunnen we ontzettend veel blote kennis hebben van allerlei zaken.
48:30Ik heb het vanmorgen genoemd, dat zeg ik nu ook allemaal niet.
48:33Maar als we de praktijk van het geestelijke leven niet kennen, hebben we echt helemaal niks.
48:42Waarom moet ik het dan leren, zeggen die gasten?
48:44Nou, heel simpel.
48:46Brakel.
48:46Ik hoop dat jullie ze thuis hebben staan, Brakel.
48:49Die twee delen, de redelijke godsdienst.
48:52Lees er ook eens in.
48:53Het is ook wel handig om er eens in te lezen.
48:54Als je ze toch hebt staan.
48:56En er is zelfs in een bepaald dagblad in Nederland een uitleg gestaan voor de jeugd van Brakel.
49:05Dat hebben jullie misschien ook al gelezen, ik hoop het tenminste.
49:08Wat zegt Brakel nou?
49:09Al die voorwerpelijke, moeilijk woord, alle verstandelijke kennis die je opdoet.
49:16Dat is helemaal niet verkeerd.
49:17En waarom is dat niet verkeerd?
49:18Nou, heel simpel, want de heren die...
49:22Kan dat gaan gebruiken in de wedergeboorte.
49:25Dan wordt al die kennis die je gekregen hebt in de loop van de jaren geestelijk toegepast.
49:31Daarvoor heb je die categorisatie nodig.
49:34Daarvoor heb je het nodig dat er eenheid komt in de leer.
49:38Dat is heel belangrijk in deze tijd, vindt u niet?
49:41In datzelfde dagblad zijn ook allerlei discussies over allerlei moeilijke woorden, waar ik ook allemaal niks van snap.
49:46Maar het gaat om geestelijke kennis, daar gaat het om.
49:52En die wordt niet gewerkt door de letters, maar die wordt gewerkt door de Heilige Geest.
49:57En in het stuk van de ellende staat ook, is er dan nog een middel om hiervan te ontkomen?
50:04Wat zegt dan de katechisme?
50:07Door de Heer Jezus Christus.
50:10Daar komt het om neer.
50:12Dus mensen, ik kan wel beginnen met zondag 32.
50:17En dat hebben ze ook gevraagd of ik dat wil doen.
50:20Ja, dat snap ik wel.
50:21Maar het gaat hier wel over het stuk van de dankbaarheid.
50:26Dus hoe zit het nou in jullie leven?
50:28Wie je ook bent, of wie je nou zit of thuis zit.
50:32Hoe zit het nou in uw persoonlijke leven met het stuk van de dankbaarheid?
50:37Heb je die eerste twee stukken al meegemaakt in je leven?
50:40Dat moet ik dan zeggen.
50:43Er zijn wel voorbeelden in het geestelijke leven van mensen die zijn door de dankbaarheid heen gegaan.
50:52En de Heer heeft het stuk van de dankbaarheid willen gebruiken om ze te bekeren.
50:57Om ze die nieuwe geboorte te geven.
50:59Maar even oppassen.
51:00Niet zeggen, de eerste twee stukken hoeven niet.
51:02Nee.
51:03In het verdere van het geestelijke leven leiden de heren ze terug naar die andere twee stukken.
51:11Maar dat werd nog steeds meer.
51:13Er werd die dankbaarheid nog steeds groter.
51:15Dus zeg nou nooit dat dat niet kan.
51:17Het kan wel.
51:18De heren kan dat gebruiken.
51:19Maar die andere twee stukken worden nooit overgeslagen.
51:22Die komen altijd weer terug in het geestelijke leven.
51:25Maar goed, voordat we nou met artikel 32 beginnen, zondag 32 beginnen.
51:31Dan moet u eerst voor uzelf eens een antwoord geven op die ene vraag.
51:35Kent u dat nou?
51:37Ken jij dat nou?
51:38Heb je daar nou enige kennis van?
51:40Een stuk dankbaarheid.
51:42Ik ben wel dankbaar dat ik de Bijbel heb.
51:45Ik ben wel dankbaar dat ik in de kerk zit.
51:48Je kan overal dankbaar voor zijn.
51:50Maar ben je nou dankbaar dat God je ziel gelegd heeft?
51:54Ben je nou dankbaar dat de heren...
51:57zijn kind aan je weg geschonken heeft op Golgotha...
52:01zoals we dat hier in Romeinen 6 gelezen hebben.
52:06En dan gaat het niet over de maten.
52:08Het gaat niet over de maten.
52:10Het gaat niet over, ik moet zoveel kennis hebben.
52:13Nee, de heer Jezus zegt het heel simpel.
52:16Je hebt maar een geloof nodig als een mosterdzaadje en dat is genoeg.
52:23Want kijk...
52:24Wij kunnen die wasdom er niet aan geven.
52:26Als de heren die wasdom gaan geven, dan gaat dat mosterdzaadje groeien.
52:31Dan krijgt dat worteltjes.
52:32Dan komt dat in de grond en dan komt er een boom op.
52:36Waarvan de heer Jezus zegt dat die is zo groot dat zelfs een heleboel vogels er zijn nesten in maken.
52:42Zo groot is die mosterdboom.
52:45Ik heb er ook nooit een gezien, maar goed, dat staat in de Bijbel.
52:48Dus ik bedoel dit ermee.
52:51Het begint bij een heel klein zaadje.
52:54Het begint bij iets kleins.
52:56En als de Heer de wasdom eraan gaat geven, dan gaat het vanzelf groeien.
53:00Nou, en dat is in het geestelijke leven.
53:02En daar gaat het nou om in een stuk van de dankbaarheid.
53:06Lees maar mee.
53:09Aangezien wij uit onze ellendigheid...
53:12Artikel 32 noemt ook die ellendigheid.
53:17Dus die ellende die we over onszelf heen gehaald hebben.
53:20Daar gaat het om.
53:22Want ja, jonge mensen, niemand zegt dat je jokken moet.
53:26En ouderen, niemand zegt dat je je belastingformulier verkeerd in moet vullen.
53:30Dat stelen is dat.
53:32En niemand zegt dat je naar de buurvrouw moet kijken en dat soort dingen.
53:35Dus dat wil zeggen, we zijn allemaal zondaren.
53:37Allemaal, ik ook.
53:38We zijn allemaal zondaren.
53:40Maar al die zonden die wij doen, ik heb geprobeerd om dat in het gebed ook te zeggen.
53:45Al die dingen die wij doen, die hebben allemaal het lijden van Christus verzwaard.
53:51Weet u dat?
53:52Al die verkeerde woorden, al die verkeerde gedachten, al die verkeerde daden.
53:57Daar heeft Christus voor geleden aan het kruisen.
54:00Weet u dat?
54:01Beseft u zich wat dat zeggen wil?
54:04Toen die drinkbeker leeg gedronken werd in Gethsemane, daar waren al de zonden van Gods volk in samengebracht.
54:13Dat is wat geweest.
54:14Wij kunnen nog niet eens de zonden van de buurman dragen.
54:17Of bij je eigen kinderen of bij je kleinkinderen.
54:19Laat staan van heel die kerken gods, zoals het in openbaring staat.
54:24Die tienduizend mal tienduizend mal tienduizenden.
54:28Onvoorstelbaar.
54:28En dat heeft de Heer Jezus gedragen.
54:31Nou, dan kom ik weer bij de tekst terug.
54:33Wat we gelezen hebben.
54:35Ik heb gesproken over kennis.
54:38Over geestelijke kennis.
54:40En dat zegt Paulus dan op deze manier.
54:43In het derde vers.
54:45Of weet gij niet dat zoveel als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijn dood gedoopt zijn?
54:53En wat wil dat nou zeggen?
54:55Als je nou het leven met de heren kent, waar kom je dan terecht?
55:01Ja mensen, als je het leven met de heren kent, dan leer je je zonden kennen, toch?
55:07En jonge mensen, moet je niet gelijk zeggen, dan heb je hem met zijn zonden.
55:11Even wachten.
55:13Dus dat wil zeggen, dat zijn al onze woorden, werken en gedachten...
55:17als je die toetst aan Gods heilige wet, die kunnen dan niet bestaan.
55:21Dus dat wil zeggen dat al die dingen die ik verkeerd gedaan heb...
55:26die komen voor God te liggen.
55:31En al die dingen die ik met mijn woorden, werken en gedachten verkeerd gedaan heb...
55:36en ik heb er geen last van...
55:37dan is dat een bewijs ervan dat ik nog onbekeerd ben.
55:41Snap je?
55:42Want als je daar last van gaat krijgen, niet omdat je denkt van ik wil niet naar de hel.
55:47Of ik wil toch wel graag goed leven.
55:52En ik wil toch wel graag dat de Heere God mij helpt.
55:55Want anders gaat het verkeerd.
55:56Nee, daar gaat het niet om.
55:58Het gaat erom dat de Heere God aan zijn eer komt.
56:03En hoe komt hij dat nou?
56:05Door jouw gehoorzaamheid.
56:07Door jouw gehoorzaamheid en door mijn gehoorzaamheid.
56:10Dat wil zeggen...
56:11Dat wij zijn in het paradijs geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
56:15Daar begint het mee.
56:16Het begint niet bij openbaring, het begint bij genesis.
56:20In ware heiligheid, gerechtigheid en kennis.
56:24Daar begint het mee mensen.
56:25Het begint niet ergens halverwege, het begint bij het begin.
56:29Wij zijn naar Gods beeld en gelijkenis geschapen.
56:32In ware heiligheid, gerechtigheid en kennis.
56:36Daar moeten we mee beginnen.
56:38En dan die zondeval.
56:41Wat was dat nou eigenlijk, die zondeval?
56:43Want ik heb het over gehoorzaamheid natuurlijk.
56:46Maar wat was nou de eerste zonde, jongens?
56:48Wat was nou de eerste zonde?
56:50Zeg het eens.
56:51Je mag het best zeggen, hoor.
56:52Houd op.
56:52De eerste zonde van Adem en Eva, dat was simpel.
56:56Dat was ongehoorzaamheid.
56:58Niet luisteren naar het bevel van God.
57:02Omdat ze zichzelf liever hadden dan de Heere God.
57:06Ze wilden als God zijn.
57:08Ze wilden op de troon.
57:09En de Heere God, die moest er vanaf.
57:11Nou, dat was de eerste zonde.
57:14Maar ook gelijk de grootste zonde.
57:16Moet je eens nagaan, hè?
57:18Er staat in Genesis geschreven dat Adem en Eva een volmaakte kennis hadden.
57:23Denk eens na.
57:25Jullie zijn dus zo bij de hand.
57:26Denk eens na.
57:27Een volmaakte kennis.
57:29Dus ze wisten ten dagen als je van die boom des kennis des goeds zult eten...
57:34dan zult jij de dood sterven.
57:36Moet je over nadenken wat er staat, hè?
57:39Daar staat dat dus Adem en Eva, die wisten precies de consequentie van hun handelen.
57:47Heb je het wel eens gerealiseerd?
57:50Adem en Eva, die wisten precies de consequentie, wat de consequentie was van hun handelen.
57:55Dat ze de dood zouden sterven.
57:57Nou kijk maar om je heen wat er van terecht gekomen is.
58:01Oorlog, ellende, honger, droogte, nat, vul maar in.
58:05Al die ellende waar we in terecht gekomen zijn.
58:08Dat is de consequentie van die ene zonde.
58:14Ik probeer ermee te zeggen.
58:16En ik kan geen mens bekeren.
58:17Ik kan ook geen mens opnieuw geboren worden.
58:19Dat kan ik allemaal niet.
58:20Maar ik kan je wel wijzen op die feiten die in de Bijbel staan.
58:24En dat wil zeggen dat die val die was zo diep.
58:29Die val was zo diep.
58:31Dat realiseer je misschien.
58:33Maar die val die was zo diep.
58:36Dat er een kindje geboren moest worden.
58:39God zelf greep in in onze val.
58:42En wat werd er van dat kindje gezegd?
58:45Ja, het is kerstmis geweest, dat weet ik ook wel.
58:48Maar dat die engelen zongen, ik vind dat zo geweldig.
58:52Dat die engelen zongen dat de Heere God in zijn mensen een welbehagen heeft.
58:59Moet je eens over nadenken.
59:00Dus die diepe val kon alleen maar opgelost worden door het welbehagen van God.
59:09Moet je eens over nadenken.
59:11Dus die val van ons kon alleen maar opgelost worden door het welbehagen van God.
59:18Door de geboorte van dat lief kind Jezus.
59:23En dan ga ik terug.
59:26Dan ga ik terug naar Romeinen 6.
59:29En wat zegt dan Romeinen 6?
59:32Of weet gij niet dat zoveel als in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijn dood gedoopt zijn?
59:39En dan sta je er aan het kruis.
59:41Ben je er wel eens geweest bij het kruis?
59:42Of niet?
59:44Geestelijk bedoel ik, ben je wel eens bij het kruis geweest?
59:46Dan kom je terecht hoor.
59:47Als God in je leven komt, dan kom je daar terecht.
59:50Dan kom je echt bij het kruis terecht.
59:52En waarom kom je dan bij het kruis terecht?
59:55Omdat de Heilige Geest, als die bij je begint, want jij begint niet hoor.
1:00:01Mensen die denken tegenwoordig dat ze voor God kunnen kiezen.
1:00:04Nou kun je vergeten, God die kiest voor jou.
1:00:08God kiest voor jou in het verbond, daar heb ik het nou niet over.
1:00:11Maar dat wil zeggen dat de Heere God die kiest voor ons.
1:00:14En wat gebeurt er dan?
1:00:16Zeg het eens.
1:00:17Kun je er iets van vertellen?
1:00:19Als God nou voor je kiest, wat gebeurt er dan?
1:00:22Dan gaat hij in je werken.
1:00:24En dan kom je daar bij de heren.
1:00:26Inbiedig gesproken.
1:00:28En wat zegt de heren dan?
1:00:29Ik kan jou niet hebben.
1:00:30Ik wil jou niet zien.
1:00:32Jij kunt voor mij niet bestaan.
1:00:33Dan ga je verloren mensen.
1:00:35Dan lig je verloren.
1:00:36Dan lig je echt verloren.
1:00:38En dat is geen domineespraat.
1:00:40Maar dat is waarheid.
1:00:42En waarom lig je dan verloren?
1:00:44Omdat de Heere God laat zien dat je alleen via zijn Zoon behouden kunt worden.
1:00:50Dus de Heilige Geest, waar brengt hij je dan?
1:00:52De Heilige Geest, die brengt je bij Christus.
1:00:55En waar brengt hij je dan?
1:00:57Aan het kruis.
1:00:58Dan brengt hij je aan het kruis.
1:01:00En dan kom je daar bij het kruis.
1:01:02En wat zie je dan?
1:01:03Dan zie je jezelf aan het kruis.
1:01:05Of niet?
1:01:05Het is toch zo?
1:01:06Dan zie je jezelf aan het kruis.
1:01:09Dat de Heer Jezus daar hangt.
1:01:11Dat is door mijn schuld.
1:01:12Niet uw schuld.
1:01:13Dat is mijn schuld.
1:01:15En dat wil zeggen.
1:01:15De Heer Jezus hangt daar.
1:01:17Omdat dat de enige weg is die God bepaald heeft.
1:01:21Als kind begreep ik dat niet.
1:01:23Als kind begreep ik dat niet.
1:01:24Ik dacht nou.
1:01:25De Heer Jezus had ook wel gewoon gevangenisstraf kunnen hebben.
1:01:28Dan was het ook opgelost geweest.
1:01:29Nee.
1:01:30Nee.
1:01:30De Heer God bepaalt hoe het gaat.
1:01:32In jouw leven.
1:01:33In mijn leven.
1:01:34En in mijn leven.
1:01:35En dat wil zeggen.
1:01:36De Heer God bepaalt dat alleen.
1:01:38Door.
1:01:39het sterven van zijn kind, zijn toren verzoend kon worden.
1:01:45Nogmaals, daarom kom je dus bij het kruis.
1:01:47Om te zien wat daar gebeurt.
1:01:50Om te horen wat daar gezegd wordt.
1:01:52Om mee te maken wat daar...
1:01:54Om te zien wat voor mensen er allemaal rondom dat kruis staan.
1:01:59Dan zie je allemaal mensen die lopen daar voorbij.
1:02:04Sta je daar stil bij het kruis?
1:02:05Sta je stil?
1:02:07Want er zijn ook een heleboel mensen die lopen door.
1:02:09Heb je het gelezen?
1:02:11Die lopen hoofdschudding door.
1:02:12Moet je dat zien.
1:02:14Dat hij zichzelf redt.
1:02:16En dat hij die andere twee moordenaars ook maar redt.
1:02:19Nou het is allemaal niks.
1:02:21Want als het echt zou zijn.
1:02:23Dan zou het wel.
1:02:24Echt niet.
1:02:26Nee mensen.
1:02:27Als de Heer is de Heilige Geest.
1:02:29Je gaat bepalen bij hetgeen wat je bent.
1:02:31Dan kom je bij dat kruis.
1:02:32En dan sta je stil.
1:02:34Dan ben je woordeloos.
1:02:36Echt waar.
1:02:37Dan zeg je niks meer.
1:02:39Dan zie je hem met groot.
1:02:42Ik weet niet hoe ik dat noem.
1:02:44Met grote eerbied zie je dan wat daar gebeurt.
1:02:49En dan ga je met heel je hebben en houden
1:02:54sterven.
1:02:59Met al je gedachten ga je sterven.
1:03:01Dan word je helemaal leeg.
1:03:03Je wordt helemaal leeg.
1:03:06Want Christus neemt...
1:03:08Alles weg wat niet voor God kan bestaan.
1:03:10En dan sta je daar als een mul en een niet onderaan het kruis.
1:03:16En dan hoor je die woorden die de Heer zegt.
1:03:19Het is volbraagd.
1:03:22En jij hebt er geen nagelschrapje aan kunnen doen.
1:03:26Helemaal niks.
1:03:27Het is een eenzijdig werk van Christus.
1:03:31Vandaar dat die kanttekenaar ook zegt.
1:03:33Dat is de eerste trap van de wedergeboorte.
1:03:37Ja.
1:03:38En wij zijn dan met hem begraven door de doop in de dood.
1:03:41We zijn gestorven aan onszelf.
1:03:44Er is niks meer in ons oven gebleven wat niet meer van God kan bestaan.
1:03:49Ja, wacht even.
1:03:52Wacht even.
1:03:53Wat wil je nou zeggen?
1:03:55Dat Gods volk nooit meer zondigt?
1:03:56Dat zeg ik niet.
1:03:58Ik zeg alleen dat ze door de zonde die ze doen, dat ze dan nooit meer verloren kunnen gaan.
1:04:05Maar ze kunnen nog wel diep gaan, denk erom.
1:04:07Ze kunnen onzachtelijk diep gaan.
1:04:10Het kan ontzettend verkeerd gaan met dat volk van God.
1:04:14Het kunnen verschrikkelijke mensen zijn.
1:04:16En wanneer gebeurt dat?
1:04:18Als het verschrikkelijk wordt, als ze de wet weer over zich heen halen.
1:04:21Dan kan dit er niet mee door en dat kan er niet mee door.
1:04:24En dat kan niet en dat mag niet en dat niet.
1:04:26Dan worden het verschrikkelijke mensen.
1:04:27Want als ze met de eigen bekering aan de gang gaan, dan wordt het niks.
1:04:33En wat hebben ze dan nodig?
1:04:34Dan hebben ze opnieuw weer...
1:04:37de Heilige Geest nodig om bepaald te worden bij dat kruis.
1:04:40En dan moeten ze zien dat al die zonden die ze na dat nieuwe leven begaan hebben...
1:04:47daar moeten ze ook weer voor verzoend worden.
1:04:50Dat kunnen ze ook niet door eigen verdiensten.
1:04:53Dat kan alleen opnieuw door het werk van Christus.
1:04:56Ja, en dat is de tweede...
1:05:01wedergeboorte zoals het hier staat.
1:05:02Wij zijn er met hem begraven door de doop in de dood.
1:05:05Want als gelijkenwijs Christus uit de doden opgewekt is...
1:05:09dan komt de derde, de derde trap.
1:05:11Want het blijft er niet bij.
1:05:13Je hebt veel mensen die blijven staan bij het kruis.
1:05:16Maar weet u, dat deden die vrouwen ook.
1:05:19Daar, bij dat graf.
1:05:21En toen moest die engel tegen ze zeggen, hij is hier niet.
1:05:25En Petrus en Johannes moesten het zien dat die doeken opgerold waren.
1:05:30Weet u wel?
1:05:31Het teken van de zonde, die hoofddoeken en alles, die waren opgerot.
1:05:35Want Christus was opgestaan in een nieuw godzalig leven.
1:05:38Kijk, en dat is nou de troost van het derde gedeelte.
1:05:41We hebben te maken met het nieuwe leven.
1:05:45Want als je gestorven bent aan het oude leven, dan krijg je dus een nieuw leven.
1:05:49Zo simpel is het, toch?
1:05:50Het is toch eenvoudig?
1:05:52Dan krijg je een nieuw leven.
1:05:53En dat nieuwe leven, waar gaat het nou naar uit?
1:05:56Dat nieuwe leven gaat niet naar jou uit.
1:05:57Nee, dan ben je al gestorven.
1:05:58Nee, dat nieuwe leven gaat naar Christus uit.
1:06:01Dat nieuwe leven gaat naar de Heere God uit en naar je naaste uit.
1:06:06En daar gaat nou artikel 32 over.
1:06:10Aangezien we uit onze ellendigheid, zonder enige verdienselonderzijd, alleen uit genade door Christus verlost zijn.
1:06:19Nou, waar ben je nou verlost dan?
1:06:20Waar ben je verlost?
1:06:21Zeg het eens.
1:06:22Je bent verlost op Golgotha, daar ben je verlost.
1:06:25Daar ben je verlost, nergens anders.
1:06:27Niet door je werkjes, niet door je bekering, niet door je vrome smoesjes, door niks.
1:06:32Het enige waardoor je verlost wordt, dat is door het bloed van Jezus.
1:06:35En dat heb je geleerd daar onder dat kruis.
1:06:38Nou, en dat zegt onze katechismes ook.
1:06:43Waarom moeten wij dan nog goede werken doen?
1:06:45Ja, dat zou je kunnen vragen natuurlijk.
1:06:46Nou, daarom dat Christus, nadat hij...
1:06:49ons met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft.
1:06:52Die derde trap van de wedergeboorte.
1:06:54Weet het, Romeinen 6.
1:06:56Ons ook door zijn heilige geest tot zijn evenbeeld vernieuwd.
1:07:02Dus wat is nou het leven na de wedergeboorte?
1:07:06Weet je wat dat is?
1:07:08Nou, heel simpel, dan word je een bedelaar.
1:07:11Word je een bedelaar.
1:07:13Als je die nieuwe geboorte gekregen bent, dan ga je niet omhoog.
1:07:17Nee, dat mag je willen.
1:07:18Je gaat niet omhoog, nee, je gaat naar beneden.
1:07:20Je krijgt...
1:07:21Van die hele grote handen.
1:07:23Die hele grote handen.
1:07:26En dan kun je alleen maar uit genade leven.
1:07:31Uit de giften die de Heer geeft.
1:07:34Daar kun je alleen maar uit leven.
1:07:37Dus dan ga je niet omhoog, maar dan ga je naar beneden.
1:07:39En wat wil dat nou zeggen?
1:07:41Dat de Heilige Geest, die heb je nou iedere dag nodig.
1:07:45En dat heet nou de dagelijkse bekering.
1:07:48De dagelijkse bekering, dat wil zeggen dus dat je met...
1:07:51Iedere dag met God begint en dat je iedere dag je leven bij de heren neerlegt.
1:07:56En dat je dan leert luisteren naar de weg die de heren met jou gaat.
1:07:59Heer, u maakt mij uw wegen door uw woord en geest bekend.
1:08:04Leer mij hoe die zijn gelegen en waarheen u treden bent.
1:08:09Ja mensen, en dat is misschien lastig om te horen.
1:08:13Dan ben je afhankelijk van iemand anders en dat willen wij niet.
1:08:16Een klein kind, als die gaat lopen, zegt die ik het doen.
1:08:19En als hij gaat fietsen zegt hij, ik kan zonder zijwiel.
1:08:23Dat is toch een mens.
1:08:24En als hij oud is wil hij ook niet achter de rollator.
1:08:26Totdat hij omvalt.
1:08:27Dat wil zeggen mensen, zo zijn wij.
1:08:30Maar de Heilige Geest, als hij ons leven over gaat nemen, dan wordt het anders.
1:08:35Dan krijg je geestelijk onderwijs.
1:08:37En dat geestelijke onderwijs heb je nodig omdat je weet waar je naartoe gaat.
1:08:44Dat is de reden.
1:08:45Omdat je weet waar je naartoe gaat.
1:08:48Je gaat naar God toe.
1:08:49Je gaat terug naar God.
1:08:52Over dit leven heen ga je naar een ander leven toe.
1:08:57Omdat, vanmorgen heb ik dat ook gezegd, omdat je je ziel hebt leren kennen.
1:09:00Omdat je ziel gereinigd is in het bloed van de Heer Jezus Christus.
1:09:05Daarom.
1:09:06Snap je?
1:09:07En zo ga je dan...
1:09:09Om met die eeuwigheid in je ziel ga je op reis naar die ontzaggelijke godsontmoeting.
1:09:17Er wordt altijd gezegd, op weg en reis naar de eeuwigheid.
1:09:20Dat is helemaal niet waar.
1:09:21Die staan al in de eeuwigheid.
1:09:23Want er is geen mens die sterft.
1:09:24Er is niemand die sterft hoor.
1:09:26Echt niet.
1:09:28Ons lichaam gaat in het graf.
1:09:29Maar onze ziel niet.
1:09:31Die leeft eeuwig.
1:09:32En dat ga je leren in de nieuwe geboorte.
1:09:34Dan krijg je de eeuwigheid in je leven.
1:09:36En dat ga je leren.
1:09:38dat je op reis bent naar God.
1:09:42Op reis bent naar het nieuwe Jeruzalem, als je het zo wil zeggen.
1:09:45Op reis bent naar die onzagelijke godsontmoeting.
1:09:48En wat moet je dan doen op die reis?
1:09:51Op die reis maak je niet alleen.
1:09:58Want als je links en rechts kijkt op die weg...
1:10:02dan zie je allemaal bekende mensen.
1:10:04Dan zie je allemaal mensen die datzelfde leven hebben.
1:10:07Dan zeg je, ken jij dat?
1:10:09Ja, dat ken ik ook.
1:10:10En zo ga je elkaar ondersteunen, zo ga je elkaar helpen.
1:10:15Je gaat leren zien wie die ander is.
1:10:19Dat kunnen wel mensen met een andere huidskleur zijn.
1:10:22En dat kunnen wel mensen zijn uit een ander land.
1:10:24Want de meeste mensen dachten dat Adem en Eve ook al hersteld en vormd waren.
1:10:29Maar dat is natuurlijk niet zo.
1:10:30Nee, het is zo dat die reis die wij maken, die is over heel deze wereld heen.
1:10:36Dan kom je zomaar in Suriname kinderen van God tegen.
1:10:40Ik heb ze gezien, hoor.
1:10:41Ik heb ze gesproken.
1:10:43In Malawi, ik ben er nooit geweest, maar daar kom je kinderen van God tegen.
1:10:47Je komt ze overal tegen.
1:10:49Mensen, er zijn er veel meer dan je denkt.
1:10:52Er zijn er zoveel.
1:10:54In de openbaringszijde zijn er tienduizend mal tienduizend mal tienduizenden.
1:10:59Enig idee hoeveel nullen dat dat zijn?
1:11:01Ik weet het niet.
1:11:01Heel veel.
1:11:03Zoveel zijn daar.
1:11:04Want je denkt toch niet dat we het met een kare God te maken hebben.
1:11:08We hebben het te maken met zo'n rijke God.
1:11:10Zo'n rijke God in de Heer Jezus Christus.
1:11:13Daar hebben we het mee te maken.
1:11:15Denk toch niet zo klein van jezelf, van de Heren.
1:11:18Als je klein van jezelf denkt, moet je zelf weten.
1:11:20En dat jij zelf twijfelt, dat moet je ook zelf weten.
1:11:23Dat is jouw probleem.
1:11:24Maar nooit klein van de Heren denken.
1:11:26En nooit denken dat het niet kan.
1:11:29Want bij Hem is zoveel ruimte.
1:11:31Zoveel ruimte.
1:11:33En waarom?
1:11:34Omdat hij zijn kind daarvoor gegeven heeft.
1:11:37Daarvoor, dat is de ruimte die er is.
1:11:40Nou, dat is precies wat er is.
1:11:42Dus ons door zijn heilige geest tot zijn evenbeeld vernieuwd.
1:11:48Die evangelische richtingen, die wil je wel eens leren.
1:11:55Dat je dus in navolging van de Heer Jezus moet leven.
1:12:00En alles wat Jezus gedaan heeft, dat moet jij ook doen.
1:12:04Die zijn net zo wettisch als wie dan ook.
1:12:07Want dan is het een moeder.
1:12:09Je moet blij zijn.
1:12:10Je moet altijd dit.
1:12:11Je moet altijd dat.
1:12:12Je moet zus.
1:12:13Je moet zo.
1:12:13Je weet niet wat je allemaal moet.
1:12:14Dan word je moe van mensen.
1:12:16Je hoeft niks.
1:12:17Alleen maar luisteren naar hetgeen wat de Heilige Geest tegen je zegt.
1:12:21En hoe spreekt hij dan tegen jou?
1:12:24Hoe spreekt hij dan tegen mij?
1:12:26Heel simpel.
1:12:27Door middel van het woord.
1:12:28Door middel van de Bijbel.
1:12:30Zo spreekt hij tegen mij.
1:12:33Woord en geest.
1:12:35Nog een keer, eerst vragen of de Heilige Geest je wil helpen als je de Bijbel leest.
1:12:40Ouders, als je de Bijbel uit gaat leggen aan je kinderen, eerst je knieën buigen.
1:12:44Vragen, heren, wil je me alsjeblieft helpen om Romeinen 6 uit te leggen?
1:12:49Want ik weet niet, ik begrijp het zelf geen eens.
1:12:52Dan zul je zien dat de Heilige Geest je gaat...
1:12:55Woorden geven om te spreken.
1:12:57Om het aan je kinderen.
1:12:58Of aan je vrouw.
1:12:59Of aan je man.
1:13:00Of aan je naaste uit te leggen.
1:13:02Absoluut heeft hij beloofd.
1:13:04En hij is een baanmaker van zijn woord.
1:13:06Nou.
1:13:08Dan ga je dus groeien.
1:13:10Kijk dat nieuwe leven wat je van de heren krijgt.
1:13:13Dat heeft maar één bedoeling.
1:13:14Dat je groeit.
1:13:16Dat je groeit in het geloof.
1:13:20Ja.
1:13:21Vroeger, ik hoop dat jullie de institutie ook eens lezen.
1:13:24Ja, je moet heel wat lezen, maar goed.
1:13:26Als je die institutie leest, dan lees je ook van huisbezoeken.
1:13:30En als Calvin met zijn ouderlingen en zijn medepredikers op huisbezoek gingen, wat gingen ze dan doen?
1:13:39Wat deden ze dan?
1:13:41Nou, dan gingen ze op huisbezoek om te toetsen of er groei was in het geloof.
1:13:47Dat was de hoofdtaak van de reformatie.
1:13:50Die gingen...
1:13:52Toetsen of er groei was in het geloof.
1:13:54En de ouders werden ook overhoord.
1:13:59Of ze hun kinderen wel de katechismes leerden.
1:14:02Moet je op huidbezoek eens doen.
1:14:04We vragen.
1:14:05Hé, Veentje.
1:14:07Jouw vader en moeder leerden jou niet de katechismes, hè?
1:14:11Nou, dat moet je gewoon maar eens een keer doen.
1:14:13Dat is helemaal niet op flauw te doen.
1:14:14Dat moet je gewoon doen.
1:14:15Dat is hun taak.
1:14:16Dat hebben ze beloofd bij doopvond om dat te doen.
1:14:18Op te voeden in de verzeide leer.
1:14:20Moet je niet aan de dominee overlaten van de kerkraad.
1:14:22Nee.
1:14:23Begin thuis.
1:14:24Daar begint het thuis.
1:14:25Begin gewoon thuis aan de tafel.
1:14:27Daar begint het.
1:14:28Echt waar.
1:14:29Daar begint het.
1:14:30En niet op een andere plaats.
1:14:31Niet op een reformatorische school.
1:14:32Allemaal met alle respect.
1:14:34Allemaal mooi dat er allemaal is.
1:14:35Maar het begint thuis.
1:14:37Gewoon aan de tafel.
1:14:38Daar begint het.
1:14:39Echt waar.
1:14:40En dan komt er ook respect van de ouders vandaan.
1:14:46Het zal hier in Oudorp natuurlijk niet gebeuren.
1:14:50Ik heb ons categorisatie gegeven in een bepaalde plaats.
1:14:54Niet waar ik stond, maar ergens anders.
1:14:56En dan kon ik precies aan de categorisanten horen hoe de ouders over de kerkenraad dachten.
1:15:04Hier natuurlijk niet, maar daar wel.
1:15:08Want er werd zoveel gekletst over de kerkenraad en over de dominee.
1:15:11Nou, dat kwam via de kinderen terug op categorisatie.
1:15:16Nooit doen.
1:15:17Alleen maar positief spreken over de kerkenraad.
1:15:21Alleen maar positief spreken over de predikant.
1:15:25Alleen maar positief.
1:15:26Echt waar.
1:15:27Want mensen, de kinderen piepen zoals de ouders zingen.
1:15:32Denk erom.
1:15:33Denk erom.
1:15:34Denk erom.
1:15:35Alleen maar positief.
1:15:36Dat je voor die mensen bidt, dat is wat anders.
1:15:39Maar niet over praten.
1:15:41Denk erom.
1:15:41Nooit doen.
1:15:42Dat is vernietigend voor je kinderen.
1:15:46Dat meen ik echt hoor.
1:15:47Nooit doen.
1:15:48Alleen maar positief.
1:15:50Want ze moeten groeien, groeien in hetgeen wat de Heer ze geeft.
1:15:56Ons ook zijn heilige geest tot zijn evenbeeld vernieuwt, omdat wij met ons gansige leven Gode dankbaar zijn voor zijn weldaden bewijzen en hij door ons geprezen worden.
1:16:08Zie je het staan?
1:16:09Dus wat is nou de taak van ons om God groot te maken in onze gezinnen?
1:16:17Hoe doe je dat dan?
1:16:20Nou, niet om door te roddelen over de buurman.
1:16:24Hoe doe je dat dan?
1:16:26Inderdaad, bij de maaltijden, voor zover het nog kan in deze tijd.
1:16:32Een stukje te lezen.
1:16:34De kinderen te vragen of ze er iets van verstaan hebben.
1:16:38Een discussie proberen op gang te brengen.
1:16:42En ook door te zingen, bijvoorbeeld.
1:16:46Gewoon zingen, weet je wel.
1:16:48Gewoon zalmen.
1:16:49Want we hebben allemaal zo'n dagboekje bijvoorbeeld.
1:16:51Nou ja, er staat ook die psalm.
1:16:52Ik wil, zing ze dan maar.
1:16:54Probeer die kinderen de stem te laten horen voor God.
1:16:57En weet je wat ook zo belangrijk is?
1:16:59Dat je hardop bidt.
1:17:01Ouders, dat je hardop bidt.
1:17:03Gewoon, die stem heb je niet voor niks gekregen.
1:17:06Hardop bidden.
1:17:08Ja, ik weet wel, natuurlijk zeg je dan.
1:17:10Ja, dominee, ik kan niet bidden.
1:17:11Och, mocht ik eens.
1:17:13Nou, weet je wat je dan gebruiken moet?
1:17:14Dan moet je die gebeden achterin de Bijbel gebruiken.
1:17:17Je hebt allemaal een bijbel.
1:17:18Allemaal een statenvertaling.
1:17:19Achter die staten zijn allemaal gebeden.
1:17:21Een gebed als je wakker wordt.
1:17:23Een gebed als je naar bed gaat.
1:17:25Een gebed voor het eten.
1:17:26Een gebed na het eten.
1:17:27Een gebed voor de kerkdienst.
1:17:28Heeft u het gedaan vanmiddag?
1:17:30Heeft u het gebed gebruikt vanmiddag?
1:17:32Voordat u hier kwam met uw kinderen?
1:17:34Heeft u uw knieën gebogen om te vragen of de Heer een zegen wil geven?
1:17:37Voor die jonge gasten ook.
1:17:39Ook deze middag.
1:17:40Of voor je kleinkinderen.
1:17:42En ook een gebed als je weer terugkomt na de prediking.
1:17:46En ook een gebed voor de katechismes staat er ook in.
1:17:49En een gebed na de katechismes.
1:17:51Ja, het zijn allemaal formulieren gebeden.
1:17:53Ja, dat weet ik wel.
1:17:54Maar als je nou vrijmoedigheid krijgt om het te doen...
1:17:57misschien komt die vrijmoedigheid van de Heilige Geest dan wel...
1:18:01als je hier gebruik van maakt.
1:18:03Dan mag je misschien wel eens een gebedje voor jezelf doen.
1:18:06Maar weet je wat je verkeerd kunt doen?
1:18:09Je kan maar één ding verkeerd doen.
1:18:11Dat is het niet doen.
1:18:12Dat is het meest verkeerde wat je kan doen.
1:18:14Het niet doen.
1:18:15Hoe moeten die kinderen dat dan leren?
1:18:18Hoe moeten die kinderen dat dan leren?
1:18:19Hoe ze moeten bidden?
1:18:21Als jullie het niet leren als ouders.
1:18:23Maar natuurlijk doen ze het hier op Oudorp allemaal.
1:18:26Ik zeg iets wat bij u niet voorkomt natuurlijk.
1:18:31Maar misschien als er eentje is die het nog niet doet.
1:18:34Dan zou ik er vandaag maar mee beginnen.
1:18:36Het is niet moeilijk hoor.
1:18:37Zeg gewoon achter je bijbel.
1:18:38Je kan het gewoon gebruiken.
1:18:40Daarna ook dat elk bij zichzelf en van zijn geloof.
1:18:44uit de vruchten verzekerd zijn.
1:18:46Nogmaals, we hebben het hier over het nieuwe leven.
1:18:49Hoe weet je nou...
1:18:50en we hebben het gelezen in artikel 24...
1:18:53hoe weet je nou dat de Heer in mij werkt?
1:19:01Als je nou bij jezelf gaat zoeken, vind je niks.
1:19:04Als je bij jezelf gaat zoeken, vind je niks.
1:19:07Weet je wat je moet doen als je dat dan wil weten?
1:19:10Moet je eens aan je collega vragen wat hij erover denkt.
1:19:13Of je buurvrouw, of je buurman.
1:19:16Hoe die over jou denken.
1:19:19Dat is de toetssteen.
1:19:21Want je bent een lichtend, lichtende, zoutend, zout gods kinderen.
1:19:24Die stralen iets uit.
1:19:26Die leggen beslag in hun woorden en in hun daden.
1:19:33Dus als je collega nog nooit van jou gehoord heeft dat je naar de kerk gaat...
1:19:37dan moet je toch je rekening nog eens overrekenen of het wel echt is.
1:19:41Dus dat wil zeggen, mensen...
1:19:44Die vruchten die er zijn, die komen altijd openbaar.
1:19:48Ja, maar ik heb zo...
1:19:50Nogmaals, al is het dan maar een klein vruchtje.
1:19:53Toen was het niet zo groot, maar een klein pieterpeuterig vruchtje.
1:19:57En als de Heer het geeft, dan gaat dat vruchtje groeien.
1:20:01Kun jij niet, maar dat kan de Heer wel.
1:20:03Maar geen vrucht is ook geen boom.
1:20:06Als er geen boom is, is er ook geen vrucht.
1:20:08Zo simpel is het.
1:20:09Nou, dus mensen dat wil zeggen dat...
1:20:11Wat hier staat in die katechismes, je kan het zien dat elk bij zichzelf en van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zijn.
1:20:21Welke vruchten dan?
1:20:23Nou, de kantteken of de katechismes verwijst naar gelaten vijf.
1:20:29Wat staat er dan?
1:20:30Want in Christus Jezus heeft nog besnijdenis enige kracht, nog voorhuid.
1:20:36Maar het geloof door de liefde werkende en de vrucht des geestes is liefde.
1:20:43Blijdschap, vrede, langmoedigheid, goede tierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
1:20:51Dat zijn de vruchten van de Heilige Geest.
1:20:55Het gaat niet over de hoeveelheid, het gaat over de kwaliteit.
1:21:03Niet over de kwantiteit.
1:21:05Het gaat niet over de hoeveelheid, het gaat over het echte.
1:21:07Het echte leven.
1:21:09Mensen, het echte leven kan niet zwijgen.
1:21:11Als je een babytje hebt, die beweegt toch en die huilt toch en die eet toch en die doet toch van alles, of niet?
1:21:19Waarom doet dat kind dat?
1:21:20Omdat het leeft.
1:21:21Nou, en dat is met het geestelijk leven precies hetzelfde.
1:21:24Dan kun je niet zwijgen.
1:21:25Kun je niet zwijgen.
1:21:26Als je dan bij een ander komt en zegt, joh, hoe staat het nou met jou?
1:21:29Ken jij dat leven nou ook?
1:21:32Heb je dat nou ook van de heren gekregen?
1:21:35Want je kan toch niet zonder, je kan toch zonder dat leven niet voor God verschijnen?
1:21:40En het gaat niet over de hoeveelheid, maar over de kwaliteit.
1:21:45Ja, zegt de katechismes.
1:21:46En dat door onze godzalige wandel.
1:21:51Al is maar het vegen van het stoepje van je buurman als de sneeuw ligt.
1:21:56Gewoon door je godzalige wandel.
1:21:59Onze naasten ook voor Christus gewonnen worden.
1:22:03Dat is een taken, dat is een opdracht.
1:22:06Niet zomaar van je zoek het maar uit wat er gebeurt, nee.
1:22:09Als de Heer in je werkt, dan krijg je een opdracht.
1:22:11Dat je een lichtend licht en een zoutend zout.
1:22:13Een leesbare brief van Christus bent.
1:22:16Ook als je in een bejaardenhuis ligt.
1:22:18Of bent.
1:22:20Dan kun je nog groots van de Heer spreken.
1:22:22Gewoon zomaar één of twee woordjes.
1:22:23Het hoeft niet vroom te worden.
1:22:25Alsjeblieft niet.
1:22:25En je hoeft ook niet over jezelf te vertellen.
1:22:28Ook niet.
1:22:28Maar spreek er maar over de Heer.
1:22:30Gebruik er maar een bijbeltekst.
1:22:32Gebruik er maar gewoon de dingen die de Heer gegeven heeft in zijn woord.
1:22:36Dat wil hij.
1:22:37Hij wil groot gemaakt worden met zijn eigen woord.
1:22:40Niet door jeugdgroepen die door ons geprutst.
1:22:42Nee, gewoon door zijn eigen woord.
1:22:44Zo wil hij geëerd worden.
1:22:46Hij wil namelijk dat wij gaan voldoen aan hetgeen waartoe dat we geschapen zijn in het paradijs.
1:22:51En wat was dat?
1:22:52Dat we God groot maken.
1:22:54Door onze woorden, werken en gedachten.
1:22:56In alle lek en gebrek.
1:22:57Nou, en daarvoor heb je nou iedere dag die bekering nodig.
1:23:00Dan kom je met al je ellende en met je tekortkomingen voor God te zeggen.
1:23:04Heren, ik heb er weer niks van gemaakt.
1:23:07Wil je me alsjeblieft vergeven?
1:23:09Wil je me alsjeblieft helpen, heren, om het morgen goed te doen?
1:23:12Nou, mensen, zo simpel is het.
1:23:15Zo eenvoudig is het.
1:23:18Het is niet moeilijker.
1:23:19Het is gewoon zoals het hier staat.
1:23:22Dan komen we bij de vraag en antwoord 87.
1:23:27Ja, kunnen
1:23:30dan die niet zalig worden...
1:23:33die in hun goddeloze, ondankbaar leven voortvarende zich tot God niet bekeren?
1:23:40Wat denk je zelf?
1:23:43Dat denk je nou zelf.
1:23:46Als je nou bij al die woorden iedere keer je schouders ophaalt.
1:23:51En dat kun je rechtszinnig doen ook.
1:23:54Moet je maar gegeven worden.
1:23:55Moet me dit, moet me dat.
1:23:58En ja, als ik niet uitverkoren ben.
1:24:00Dan hoef ik mijn best ook niet te doen.
1:24:03Wordt er toch nooit wat.
1:24:05En als ik wel uitverkoren ben.
1:24:06Dan word ik toch al bekeerd.
1:24:08Dan maak ik mij gedruk over.
1:24:09Nou, dat zegt de duivel tegen je.
1:24:12Dat zegt de duivel tegen je.
1:24:13Dat je je maar absoluut niet druk moet maken.
1:24:17Maar wat zegt God nou tegen jou?
1:24:20De Heere God laat ons zien dat we nog in het heden der genade zijn.
1:24:25De Heere God laat zien dat we op weg en reis zijn naar die ontzaggelijke godsontmoeting.
1:24:34De Heere God laat ons zien hoe groot onze ellende is, maar ook hoe groot onze verlossing is.
1:24:40Dat hebben we gelezen in Romeinen 6.
1:24:45Want indien wij met hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking zijn doods.
1:24:51Zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking zijn er opstanding.
1:24:55Dit wetende dat onze oude mens met hem gekruisigd is.
1:25:00Omdat het lichaam der zonden teniet gedaan worden.
1:25:03Omdat wij niet meer de zonden dienen.
1:25:04Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonden.
1:25:08Als we met Christus gestorven zijn, zullen we ook met Christus leven.
1:25:13Vrienden, maak je nou vragen.
1:25:15Waar wil je anders je troost vandaan halen?
1:25:19Waar wil je nou anders je troost vandaan halen dan?
1:25:23Ik bedoel, als je nou God gaat ontmoeten.
1:25:28En je kent dat leven niet.
1:25:29Wat moet je dan?
1:25:31Dan is het een eeuwigheid in de duisternis.
1:25:34Een eeuwigheid, dat duurt erg lang hoor.
1:25:37Dat duurt heel lang.
1:25:39Dat is heel lang.
1:25:42Jullie leven hier bij de Noordzee volgens mij.
1:25:45Dan moet je eens een theelepeltje meenemen.
1:25:48En met dat theelepeltje moet je eens proberen om die zee leeg te scheppen.
1:25:54Gegarandeerd dat het je lukt.
1:25:55Het lukt je.
1:25:56Het lukt je echt.
1:25:58Je kan er een miljoen jaar over doen.
1:26:01Je kan er tien miljoen jaar over doen.
1:26:03Maar op een gegeven moment is die zee echt leeg.
1:26:07Want de eeuwigheid is nooit leeg.
1:26:09Dat stopt nooit.
1:26:12En dan een eeuwigheid bij jezelf zeggen.
1:26:14Ik heb niet gewild.
1:26:15Ik heb niet gewild.
1:26:16Ik heb niet gewild.
1:26:17Ik heb niet gewild.
1:26:19Net zoals die rijke man.
1:26:23Die arme Lazarus.
1:26:25Die zit dan in de hel.
1:26:27En dan heeft hij geen druppel water om zijn tong te verkoelen.
1:26:32Ja, en wat zegt hij dan tegen Abraham?
1:26:34Het is beeldspraak, snap je ook wel.
1:26:36Wat zegt hij dan?
1:26:37Abraham, stuur nou die laarzen dus.
1:26:41Hij dacht dat hij nog wat te zeggen had, die arme man.
1:26:45Ja, hij dacht dat hij die nog kon commanderen.
1:26:48Ja, dat had hij vroeger moeten doen, maar nou niet.
1:26:50Maar goed, ja.
1:26:51stuurt Lazarus nou naar de aarde en zegt tegen mijn broers, die nog op de aarde zijn, dat ze zich bekeren.
1:27:01Nee, zegt de heer Jezus.
1:27:03Dat zegt hij ook tegen jou, hè?
1:27:05Nee, echt niet.
1:27:07Echt niet.
1:27:08En waarom niet?
1:27:10Nou, zeg het eens.
1:27:11Waarom niet?
1:27:12Wat zei de heer Jezus?
1:27:14Waarom niet?
1:27:14Want ze hebben Mozes en de profeten.
1:27:19We hebben het woord.
1:27:21We hebben de Bijbel.
1:27:24Here I mark my...
1:27:25Uwe wegen door uw woord en geest bekend.
1:27:28We hebben de buim.
1:27:29En er is nog nooit iemand, in Nederland denk ik, er is nog nooit iemand buiten het woord gods om in de ruimte gekomen.
1:27:40Echt niet.
1:27:41Echt niet.
1:27:42Met alle respect.
1:27:44Ik zeg, ik heb het niet over de indianen, ik heb het ook niet over de heidenen, daar heb ik het niet over.
1:27:49Daar zegt Paulus iets anders over in Romeinen 2.
1:27:53Die zei zichzelf tot een oordeel.
1:27:54Maar jij bent geen heidene.
1:27:58Je gedraagt je misschien wel als een heide, maar je bent het niet.
1:28:01Dat wil zeggen, de Heer gaat de weg met ons zoals het in het woord staat.
1:28:05Door woord en door geest.
1:28:09Dus als je nou bij jezelf zegt, ik ken dat leven niet.
1:28:12Die man heeft over een stuk de dankbaarheid.
1:28:14Ik heb dat niet.
1:28:15Wat moet je dan doen?
1:28:17Wat is daar dan de reden van dat je dat niet kan?
1:28:21Nou, de reden dat je dat niet kan, is omdat je onbekeerd bent.
1:28:25Dat je nog voor jezelf leeft, dat je nog in je eigen leven leeft.
1:28:29Dus wat moet je dan doen?
1:28:30Daar moet je dus mee stoppen.
1:28:32Dan moet je je handen samen doen, je ogen dicht, terugkeren tot God...
1:28:35en zeggen, Heere God, ik ben van u afgevallen, ik moet bekeerd worden...
1:28:38maar ik heb er geen zin in, wil u het doen?
1:28:41Zou je zo'n brutale keer kunnen zijn, alsjeblieft?
1:28:44Want het gaat wel over je eigen zielen heilen, het gaat niet over een ander.
1:28:48Het gaat over jouw verhouding ten opzichte van de Heere God.
1:28:51Dan zal hij zeggen, dan ga je met je schuld, ga je terug naar God.
1:28:58Goed, ik heb het in het begin ook gezegd.
1:29:00En dan zegt de Heer de God, het is naar recht dat je voor eeuwig verdoemd wordt.
1:29:04Weet je dat?
1:29:05Het is naar recht dat je voor eeuwig verdoemd wordt.
1:29:08Want het is de Heilige Geest die gaat werken dan.
1:29:11En de Heilige Geest die zegt, kom maar hier, kom maar hier.
1:29:15Wat zegt de Heilige Geest dan?
1:29:18Als we dat kunnen vinden in Johannes 14.
1:29:21Die Geest die overtuigt, dus laatst wil ik zeggen wel.
1:29:24Die Heilige Geest die overtuigt.
1:29:27Zeg het eens.
1:29:28Johannes 14.
1:29:29Die Heilige Geest die overtuigt van zonde, gerechtigheid en van oordeel.
1:29:34Ah, nou hebben we het, de zonde.
1:29:36Ja, mis, mis, mis, mis.
1:29:39Nee, zegt Jezus.
1:29:41Van zonde, omdat ze in mij niet geloofd hebben, zegt Jezus.
1:29:47Dat is zonde.
1:29:48Niet geloven in de Heer Jezus Christus.
1:29:52Dat is zonde.
1:29:53Dat is namelijk de reden dat je verloren gaat en dat je verloren blijft.
1:29:57Dat is de reden.
1:29:59Dat is de reden.
1:30:00Er is geen andere reden.
1:30:02Ja, maar dominee, ik heb dat geloof niet.
1:30:05Ja, dat geloof is ook niks.
1:30:08Zet je geloof maar bij de prullenbak hoor.
1:30:10Dat is echt niks.
1:30:11Want dat geloof, zegt artikel 22 van de Nederlandse geloofbeleid, dat is een instrument.
1:30:18Dat is een instrument wat de Heilige Geest gebruikt in de wedergeboorte.
1:30:23Om al de verdiensten van Christus aan je hart toe te passen.
1:30:27Dus dat geloof.
1:30:29Je hoeft je geloof niet eens mee te nemen.
1:30:31Want de Heer geeft dat geloof.
1:30:33En het geloof dat is uit het gehoor.
1:30:35En het gehoor is uit het woord Gods.
1:30:37Het is echt een cirkel hoor.
1:30:38Dat komt echt, komt iedere keer weer terug bij het woord.
1:30:42Daarom is dat woord zo belangrijk.
1:30:45Dat je dus dat woord ook eens leest en bestudeert.
1:30:48En erover nadenkt.
1:30:50Mensen als je nou levensgevaarlijk ziek bent.
1:30:54En je bent opgegeven met alle eerbieden.
1:30:59En hier ligt het medicijn.
1:31:02Om beter te worden.
1:31:04Dat leg ik hier neer.
1:31:05Zo, hier.
1:31:07Zo, hier ligt hij.
1:31:11En er zitten twee mensen die hebben die ziekte hier.
1:31:14En ze zeggen niks en ze doen niks.
1:31:17Maar dan gaan we de kerk uit.
1:31:18En ik garandeer dat die twee mensen naar de kant zullen komen.
1:31:21En een papiertje meenemen.
1:31:26Wil je dan alsjeblieft je eigen Bijbel gebruiken?
1:31:29Die je allemaal hebt.
1:31:31Want dat is de weg, de waarheid en het leven, om met God verzoend te worden.
1:31:35Dat is het enige medicijn om te leven, om eeuwig te leven.
1:31:40Ja, je leeft toch wel eeuwig, maar het is eeuwig wel of eeuwig weer.
1:31:44Om eeuwig gelukzalig met Christus in het nieuwe Jeruzalem te zijn.
1:31:50Vrienden, dat is toch geweldig om dat te mogen doen.
1:31:52Om daar te mogen zijn.
1:31:54Geen tranen meer, geen gebrek, geen ziekte.
1:31:57Alleen maar blijdschap.
1:31:59Alleen maar vrolijkheid.
1:32:02Alleen maar volmaaktheid.
1:32:06Amen.
1:32:10We zingen van psalm 147 vers 1.
1:32:13Laat ze heren lof ten hemel reizen.
1:32:15Hoe goed is het onze God te prijzen.
1:32:17[GEZANG]
1:34:51Gemeente laten we danken.
1:34:54Heren God wilt u zelf de naprediker zijn van uw eigen woord.
1:34:59Wilt u het verkeerde alsjeblieft wegnemen heren.
1:35:02Wat er was in het spreken en het luisteren.
1:35:05Want zonder uw geest kunnen we niet spreken en ook niet luisteren.
1:35:09Maar u kunt er wel een nalezing geven.
1:35:13U kunt wel woorden indachtig maken die gesproken zijn.
1:35:17In het verdere van deze dag of van deze week.
1:35:21Heren, u hebt toch geen lust in de dood van de goddelozen.
1:35:25Maar hierin.
1:35:26Dat is zich bekeren en leven.
1:35:28U heeft ons leven op het oog.
1:35:30En niet ons eeuwig omkomen.
1:35:33O heren, wil zo met ons zijn als we van hier gaan.
1:35:37Wilt u ons brengen daar waar we thuis horen.
1:35:41En wilt u geven heren dat u ook bij de eenzame.
1:35:45Nog een ogenblikje wil zijn.
1:35:48Mensen die alleen thuis zitten of alleen thuis komen.
1:35:53Alsjeblieft wil ze opzoeken met uw heilige geest heren.
1:35:56En wil ze onderwijs geven in dat stukje van hun leven.
1:36:00Uit genade op Christus wil vragen we dat.
1:36:03Amen.
1:36:05De heer betoont zijn welbehagen aan hen die nederig naar hem vragen.
1:36:10147 vers 6.
1:36:11[GEZANG]
1:39:12Gemeente gaat een heen in vrede dragende de zegen des heren.
1:39:16De heren zegenen u en behoeden u.
1:39:19De heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:39:25De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:39:31Amen.
1:39:31[GEZANG]