0:00[GEZANG]
9:48Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt van geslacht
10:00tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn handen.
10:08Amen.
10:11Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
10:17En van de zeven geesten die voor zijn trood zijn.
10:21En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:26De eerstgeborene uit de doden.
10:29En de overste van de koningen der aarde.
10:34Amen.
10:38Gemeente zondag 23 augustus nam de heren uit het midden van haar familie en uit het midden van de gemeente weg.
10:47Mevrouw Sietje Wilhelmina van der Klooster, geboren Nelis, in de leeftijd van 88 jaar.
10:55Laatst wonend op Bredeweg 5.
10:59De begrafenis heeft gisteren plaatsgevonden.
11:02Vrijdag 28 augustus heeft de heren uit het midden van zijn familie en uit het midden van de gemeente weggenomen de heer Cornelis Aleman in de leeftijd van 99
11:14jaar.
11:16Laatst wonend in de Vlietberg, Vlietberglaan 145.
11:23De heren gedenken deze rouwdragende families.
11:28En in verband met deze overlijdens zingen wij nu uit Psalm 103.
11:34Het achtste vers gelijk het gras is ons kortstondig leven.
11:39En ook het negende maar zere gunst zal over die hem vrezen.
11:45In eeuwigheid altoos dezelfde wezen.
11:49Wij noemden u het achtste en het negende vers uit psalm 103.
11:54Eerst
11:54[GEZANG]
16:09voor de spiegel van Gods heilige wet.
16:11En zingen daarna uit psalm 37 het negentiende vers.
16:16Let toch en zie op vrome en op rechte.
16:21En wat er verder volgt.
16:22Het negentiende vers uit psalm 37.
16:26Na het lezen van Gods heilige wet.
16:30Toen sprak God al deze woorden zeggende.
16:33Ik ben de Heere uw God die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt.
16:40Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:43Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken.
16:48Van hetgeen dat boven in de hemel is.
16:51Nog van hetgeen dat onder op de aarde is.
16:54Nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
16:58Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:02Want ik, de Heere uw God, ben een ijverig God.
17:06Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen.
17:09Aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
17:14En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
17:19En mijn geboden onderhouden.
17:22Gij zult de naam des heren uw schots niet eidelijk gebruiken.
17:27Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.
17:32Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.
17:35Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
17:39Maar de zevende dag is de Sabbat des heren uw schots.
17:43Dan zult gij geen werk doen.
17:46Gij, nog uw zoon, nog uw dochter.
17:49nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poort is.
17:57Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en hij rustte ten zevende dagen.
18:08Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.
18:14Eer uw vader en uw moeder.
18:17Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.
18:22Gij zult niet doodslaan.
18:24Gij zult niet de ech breken.
18:26Gij zult niet stelen.
18:28Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
18:33Gij zult niet begeren uw naaste huis.
18:36Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
18:40Nog zijn dienstknecht.
18:42Nog zijn dienstmaagd.
18:44Nog zijn os.
18:46Nog zijn ezel, nog iets dat uus naaste is.
18:51Wij
18:51[GEZANG]
20:57openen Gods woord vanmorgen in het evangelie naar de beschrijving van Lucas.
21:03En we lezen het achttiende hoofdstuk te beginnen bij vers 35.
21:09En dan lezen we het negentiende hoofdstuk in tot vers 10.
21:14Dus de schriftlezing voor vanmorgen is Lucas 18 vanaf vers 35.
21:21Tot 19 vers 10.
21:26En het geschiedde als hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan de weg zat, bedelende.
21:34En deze horende de scharen voorbij gaan, vraagde wat dat was.
21:39En zij boodschapte hem dat het Jezus de Nazarener voorbij ging.
21:44En hij riep zeggende, Jezus, gij zonen Davids, ontferm uw mijner.
21:52En die voorbijgingen bestrafte hem, zeggen, opdat hij zwijgen zou.
21:57Maar hij riep zoveel te meer, zonen Davids, ontferm u mijner.
22:03En Jezus stilstaande beval dat men dezelfde tot hem brengen zou.
22:08En als hij nabij hem gekomen was, vraagt hij hem, zeggende, wat wilt gij dat ik u doen zal?
22:16En hij zei de heren, dat ik ziende mag worden.
22:20En Jezus zeide tot hem, wordt ziende, uw geloof heeft u behouden.
22:26En terstond werd hij ziende en volgde hem, God verheerlijkende.
22:32En al het volk dat ziende gaven gode lof.
22:36En Jezus ingekomen zijnde ging hij door Jericho.
22:41En zie, daar was een man met name geheten Sageus.
22:45En deze was een overste der tollenaars en hij was rijk.
22:51En zocht Jezus te zien wie hij was.
22:54En kon niet vanwege de scharen, omdat hij klein van persoon was.
23:00En vooruitlopende klom hij op een wilde vijgenboom, opdat hij hem mocht zien.
23:07Want hij zou door die weg voorbij gaan.
23:11En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag hij hem.
23:16En zei tot hem, Sacheus, haast u en kom af.
23:21Want ik moet heden in uw huis blijven.
23:25En hij haaste zich en kwam af en ontving hem met blijdschap.
23:31En alle die het zagen murmureerden zeggende.
23:35Hij is tot een zondige man ingegaan om te herbergen.
23:40En Sacheus stond en zei tot de heren.
23:43Zie de helft van mijn goederen heren geef ik de armen.
23:48En indien ik iemand iets.
23:51door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.
23:56En Jezus zei er tot hem, heden is deze huize zaligheid geschiet, nademaal ook deze een zoon van Abram is.
24:08Want de zoon des mens is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
24:17Tot zover de schriftlezing.
24:21Dan gaan wij nu eerst over tot de bediening van het sacrament van de heilige doop en lezen daartoe het formulier om de heilige doop aan de kinderen van de gemeente te
24:33bedienen.
24:35De hoofdsom van de leer des heilige doops is in deze drie stukken begrepen.
24:40Eerstelijk dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren en daarom kinderen des torens zijn, zodat we in het rijk gods niet kunnen komen.
24:52Tenzij wij van nieuws geboren worden.
24:55Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water.
24:58Waardoor ons de onreinheid onze zielen wordt aangewezen.
25:04Opdat wij vermaand worden een mishagen aan onszelf te hebben.
25:09Ons voor God te veraltmoedigen.
25:12En onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken.
25:17Ten tweede betuigt en verzegelt ons de heilige doop.
25:22...de afwassing der zonden door Jezus Christus...
25:26...en daarom worden wij gedoopt in de naam Gods...
25:29...des vaders en des zoons en des heilige geestes.
25:34Want als wij gedoopt worden in de naam des vaders...
25:37...zo betuigt en verzegelt ons God de Vader...
25:40...dat hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht...
25:44...ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt...
25:49En daarom van alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren of ten onze beste keren wil.
25:58En als we in de naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon dat hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden.
26:07Ons in de gemeenschap zijn doods en zijn er wederopstanding inlijvende.
26:13Al zo dat wij van onze zonden bevrijd.
26:17En rechtvaardig voor God gerekend worden.
26:21Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam des heilige geestes.
26:24Zo verzekert ons de heilige geest.
26:28Door dit heilig sacrament dat hij in ons wonen.
26:32En ons tot lidmate van Christus heiligen wil.
26:36Ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben.
26:41Namelijk de afwassing onze zonden.
26:44En de dagelijkse vernieuwing onze levens.
26:47Totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.
26:56Ten derde, overmids in alle verbonden twee delen begrepen zijn.
27:00Zo worden wij ook weder van God door de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.
27:07Namelijk dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest aanhangen, betrouwen.
27:16En liefhebben van ganse harten.
27:18Van ganse zielen.
27:20Van ganse gemoeden.
27:21En met alle krachten.
27:23De wereld verlaten.
27:25Onze oude natuur doden.
27:27En in een nieuw godzalig leven wandelen.
27:31En als wij somtijds uit zwakheid in zonde vallen.
27:34Zo moeten wij aan gods genade niet vertwijfelen.
27:37Nog in de zonde blijven liggen.
27:40overmiddag de doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is dat wij een eeuwig verbond met God hebben.
27:50En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan, zo mag men ze nogthans daarom van de doop niet uitsluiten, aangezien zij ook zonder hun weten der verdoemenis in
28:02Adam deelachtig zijn en al zo ook weder in Christus tot genade aangenomen worden.
28:10Gelijk God spreekt tot Abraham, de vader aller gelovigen, en overzoeks mede tot ons en onze kinderen, zeggende in Genesis 17.
28:20Ik zal mijn verbond oprichten tussen mij en tussen u, en tussen uw zaad na u, in hun geslachten, tot een eeuwig verbond om u
28:32te zijn, tot een God en uw zaad na u.
28:37Dit betuigt ook Petrus in handelingen 2 met deze woorden, want u komt de belofte toe en uw kinderen en alle die daar verre zijn, zovele als
28:49er de Heere onze God toe roepen zal.
28:52Daarom heeft God voormaals bevolen hem te besnijden, hetwelk een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was, gelijk ook Christus hen omhelst,
29:04de handen opgelegd,
29:07En gezegend heeft, Marcus 10 vers 16.
29:10Terwijl dan nu de doop in de plaats der besnijdenis gekomen is.
29:14Zo zal men de kinderen als erfgenamen van het Rijk Gods en van zijn verbond dopen.
29:22En de ouders zullen gehouden zijn hun kinderen in het opwassen hiervan breder te onderwijzen.
29:30En opdat wij dan deze heilige ordening Gods tot zijn eer.
29:36Onze troost en tot stichting van de gemeente uitrichten mogen.
29:41Zo laat ons zijn heilige naam al dus aanroepen.
29:53Machtige, eeuwige God.
29:55Gij die naar uw streng oordeel de ongelovige en onboedvaardige wereld met de zonvloed gestraft hebt.
30:04En de gelovige Noach zijn acht zielen uit uw grote barmhartigheid behouden en bewaard.
30:12Gij die de verstokte varen oom het als een volk in de rode zee verdronken hebt.
30:17En uw volk Israël droogvoed daardoor geleid door het welk de doop beduid werd.
30:23Wij bidden u bij uw grondeloze barmhartigheid.
30:28Dat gij dit kind genadiglijk wilt aanzien.
30:32En door uw heilige geest uw zoon Jezus Christus inlijven.
30:39Opdat het met hem in zijn dood begraven worden en met hem mogen opstaan in een nieuw leven.
30:46Opdat het zijn kruis hem dagelijks navolgende vrolijk dragen mogen.
30:51Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.
30:59Opdat het dit leven, hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood om uwentwil getroost verlaten.
31:08En ter laatste dagen voor de rechterstoel van Christus uw Zoon.
31:13Zonder verschrikken mogen verschijnen door hem.
31:17Onze Heer Jezus Christus uw Zoon.
31:21Die met u en de Heilige Geest een ene God leeft.
31:27En regeert in eeuwigheid.
31:31Amen.
31:34Dan verzoek ik ook moeder op te staan van haar zitplaats om zo ook antwoord te geven op de vragen die u gesteld worden.
31:42Geliefde in den Heere Christus.
31:45Je hebt gehoord dat de doop een ordening gods is om ons en ons zaad zijn verbond te verzegelen.
31:55En daarom moeten wij hem tot dat einde en niet uit gewoonte of bij gelovigheid gebruiken.
32:04En opdat het dan openbaar wordt dat gij al zo gezind zijt, zult gij van uwentwegen hierop ongeveinst antwoorden.
32:13Ten eerste, hoewel onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerhande ellendigheid, ja, aan de
32:25verdoemenis zelf onderworpen of gij niet bekend.
32:31Dat zij in Christus geheiligd zijn.
32:34En daarom als lidmate zijner gemeente behoren gedoopt te wezen.
32:41Ten andere of gij de leer die in het Oude en Nieuwe Testament.
32:45En in de artikelen van het christelijke geloof begrepen is.
32:49En in de christelijke kerk al hier geleerd wordt.
32:53Niet bekend de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen.
32:59Ten derde, of gij niet belooft en voor u neemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader en moeder zijt, in de voorzijde
33:11leer naar uw vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen.
33:19Wat is daarop voor God en zijn heilige gemeente?
33:23Uw antwoord, vader Klein.
33:26Moeder Klein.
33:30Ouders, een bijzonder moment voor u.
33:34Als de Heere zijn verbond gaat verzegelen.
33:41En als het gaat over zijn verbond, dan betreft dat zijn belofte.
33:46U komt de belofte toe.
33:50En uw kinderen, en die daar verre zijn, zovele als hij de Heere toe roepen zal.
33:58En de
34:01Heere roept.
34:02Hij maakt zich bekend.
34:04Hij maakt zijn belofte bekend.
34:07En
34:09die belofte die moet bekend gemaakt worden.
34:12Zoals onze Dordtse vaderen zeggen.
34:14Met het bevel van geloof en bekering.
34:19Het
34:21is niet vrijblijvend dat de Heer zijn belofte bekend maakt.
34:26Maar onbegrijpelijke goedheid van hem.
34:30Hij belooft laurend.
34:34Het eeuwige leven.
34:36En
34:37om het eeuwige leven in te kunnen gaan.
34:40Is de vergeving van zonden nodig.
34:43En ook dat belooft de heren.
34:46En daarom wordt jullie kind vanmorgen gedoopt in de naam des vaders.
34:51Omdat hij een eeuwig verbonder genade met hem opricht.
34:58Maar hem ook als erfgenaam aanneemt.
35:05Maar ook in de naam van de Zoon die verzegelt dat hij ons wast en reinigt in zijn bloed.
35:13En in de naam van de Heilige Geest die nou in ons wonen wil en toe-eigen hetgeen wij in Christus hebben.
35:21En dan zie je hoe volkomen het werk van de drie-enige God is.
35:29En dat hij nou dat wil wegschenken aan verloren zondaren.
35:36Het is altijd keer weer zo indringend hoe onze kinderen omschreven worden.
35:43In zonde ontvangen en geboren.
35:46En daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelf onderworpen.
35:56Maar de Heer heeft je kind er niet voor over.
35:59En daarom geeft hij het teken en zegel van de doop.
36:06En dan wordt...
36:07De naam van Laurend wordt verbonden met de naam van een drie-enige God.
36:13Hij zegt, zie je ben ik.
36:16Zie je ben ik.
36:17En jullie worden geroepen als ouders om Laurend, maar ook de andere kinderen, dat te vertellen.
36:25Dan is het toch een beter werk dan dat.
36:29Als je mag laten zien hoe goed de Heer is.
36:32En hoe genadig en barmhartig.
36:36En dat hij zijn belofte ook aan Laurend wil verzegelen.
36:42Het is werkelijk waar.
36:46Hij belooft het eeuwige leven.
36:50Ook Laurend aangenomen als zijn kind en zijn erfgename.
36:57Dan komt het aan op waarachtige bekering.
37:00Dan komt het aan op wedergeboorte en geloof.
37:05Maar dat je de doop niet zal onderschatten.
37:08Ook niet zal overschatten.
37:10Maar dat je mag zien het grote voorrecht.
37:14En vanuit die verwondering jullie kinderen mag opvoeden.
37:20De heren zei je goed en nabij.
37:24Gemeente, terwijl de kinderen binnengebracht worden.
37:27Zingen wij uit psalm 105 vers 5.
37:31God zal zijn waarheid nimmer krenken.
37:34Maar eeuwig zijn verbond gedenken.
37:37Om dan na het amen van de doopsbediening.
37:41En wij doen dat staande.
37:43Dit kind toe te zingen uit psalm 134 vers 3.
37:47Dat is heren zegen op uw daal.
37:50Dus wij zingen nu eerst psalm 105 vers 5.
37:55En na het amen van de doopsbediening.
37:58En wij doen dat staande.
37:59Zingen wij psalm 134 vers 3.
38:03[GEZANG]
40:11O Jacobus Teunis, ik doop u in de naam des vaders en
40:21des zons en
40:24des heilige geestes.
40:26Amen, ja amen.
40:29We
40:29[GEZANG]
42:09eindigen deze doopbediening met dankzegging.
42:12En in de voorbeden hopen wij te gedenken aan de rouwdragende families van de klooster en aleman.
42:19Het echtpaar Aleman Bezuijen, Paracla 9, die maandag 24 augustus mocht te gedenken 55 jaar getrouwd te zijn.
42:30We denken ook aan het echtpaar Kleinhoek, Zuidhoek 3, die gisteren zaterdag 29 augustus mocht te gedenken 70 jaar
42:42getrouwd te zijn.
42:44Laten wij nu danken en bidden.
42:53Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven u dat gij ons en onze kinderen door het bloed van uw lieve Zoon, Jezus
43:07Christus, al onze zonden vergeven en ons door uw heilige geest tot lidmate van uw enige geboren Zoon en al zo tot uw kinderen
43:19aangenomen hebt en ons dit...
43:22Met de heilige doop bezegeld en bekrachtigd.
43:26Wij bidden u ook door hem, uw lieve zoon.
43:30Dat gij dit kind met uw heilige geest altijd wilt regeren.
43:36Opdat het christelijk en godzalig opgevoed wordt.
43:41En in de neer Jezus Christus wassen en toenemen.
43:46opdat het uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid...
43:50die gij dit kind en ons allen bewezen hebt, mogen bekennen...
43:55en in alle gerechtigheid onder onze enige leraar...
44:00koning en hoge priester Jezus Christus leven...
44:04en vromelijk tegen de zonde de duivel en zijn ganse rijk strijden...
44:11en overwinnen mogen om u.
44:15En uw Zoon, Jezus Christus, mitschades de Heilige Geest.
44:20De enige en waarachtige God, eeuwig te loven en te prijzen.
44:27Want, heren, u bent onbeschrijfelijk goed en groot.
44:32En dat u zo belooft het
44:37eeuwige leven en de vergeving van zonden.
44:42En dat u die belofte ook verzegelt.
44:45Ook vanmorgen verzegelde aan het voorhoofd van Laurend Klein.
44:51En we zeggen u namelijk moedig dank, heren.
44:55En opdat u daar de lof en de eer van zou ontvangen.
45:00Want wij dopen toch tot uw eer.
45:03Maar ook tot onze troost, heren.
45:06Geef dat het ook werkelijk tot troost mag zijn voor een ieder.
45:12Dan moeten we telkens weer beseffen als er gedoopt wordt.
45:17Dat ook wij eenmaal lagen in de handen van vader of moeder.
45:23En het teken en zegel van uw trouwverbond werd toegekend.
45:31Onbegrijpelijke goedheid.
45:32Maar dan komt ook de vraag tot ons of wij dan ook onze eigen doop verstaan.
45:41De grote waarde ervan zien.
45:44Heren werk dat in onze jongens en meisjes.
45:47In de jongeren in de gemeente.
45:49Maar ook als we in de kracht van ons leven zijn.
45:52Of in de avond van ons leven.
45:55Want we hebben allemaal hetzelfde nodig.
45:58Het gaat op de eeuwigheid aan.
46:01En zo heren gaat er ook weer de roep door de gemeente heen.
46:07Als geachte gemeenteleden.
46:10ons ontvallen zijn.
46:12We denken in het bijzonder aan de families...
46:14van de klooster en aleman.
46:18Als er aan het open graf gestaan werd...
46:22of de begrafenis nog plaats moet vinden.
46:28Heren, dat is ons allereinde.
46:30Maar
46:33wat een wonder, heren...
46:34als
46:36het niet het
46:40einde van het leven is.
46:45Maar er eeuwig leven mag zijn.
46:48Wat een wonder heren.
46:50Als u uw genade verheerlijkt.
46:53En daar bidden wij u om heren.
46:56Werk dat nog.
46:58En dat zo in alles.
47:01Uw naam en uw lof zou schitteren in ons leven.
47:07En daarom geeft u toch de bediening van uw woord.
47:11Maar ook de bediening van het sacrament.
47:16En opdat we het niet alleen zouden horen, maar het ook zouden zien.
47:22Dat u de getrouwe en de onveranderlijke verbondsgod bent.
47:29Heren, zo dragen we ook de doopouders aan u op, heren.
47:34En dat ze vanmorgen niet uit gewoonte of bij gelovigheid hebben gedoopt.
47:40Maar dat ze de diepe betekenis ervan zien.
47:44Maar ook de troost ervan mogen ondervinden.
47:48Dan is opvoeden geen hopeloze zaak.
47:51Als het gedaan mag worden in de kracht van u.
47:57Als het gedaan mag worden ziende op de overste leidsman.
48:02En volleinde des geloofs.
48:05Heren, gedenk zo dit gezin.
48:08Dat er zoveel...
48:10Op een gezinnen afkomt.
48:12Zoveel op de huwelijken afkomt.
48:15Satan gaat rond.
48:17Als een briezende leeuw.
48:19Maar zo dragen we.
48:20De gezinnen aan u op.
48:22De huwelijken aan u op.
48:26Jongens en meisjes.
48:27Die verkering hebben.
48:28En zich voorbereiden op het huwelijk.
48:31Maar
48:33wat kan het ook moeilijk zijn.
48:35Vanmorgen.
48:36Als we kinderen ten doop hebben gehouden.
48:39En die hun eigen keuzes hebben gemaakt.
48:42Waarvan wij weten dat het een doodlopende weg is.
48:47Wat kan het een pijn geven.
48:50Heren als wij hier graag hadden willen staan.
48:56Uitziende naar de kinderzegen.
48:59Of niet meer uitzien naar de kinderzegen.
49:04Wat kan het een pijn geven als we kinderen hebben verloren.
49:08Het zijn voor de geboorte of na de geboorte.
49:11En al dat verdriet heren.
49:13Die pijn.
49:15Die gebrokenheid.
49:18We dragen het alles aan u op heren.
49:21Gedenk zo nog naar de grootheid van uw genade.
49:26Er kunnen zoveel dingen onbegrepen zijn in ons leven.
49:31En we bidden om uw nabijheid, heren.
49:34Om zo geleid te worden naar de voet van het kruis.
49:40Om vertroost te worden, bemoedigd te worden, begenadigd te worden.
49:47Om nou alles uit uw hand te ontvangen.
49:51En zo dragen we alle zieken aan u op.
49:54De ernstig zieken en de langdurig zieken.
49:58Heren, als er nog behandeld wordt of niet meer behandeld wordt.
50:02Als er therapieën gedaan worden of behandelingen, operaties.
50:08We leggen het alles bij u neer, heren.
50:12U schikt ons door uw vaderhand.
50:16Niet alleen gezondheid, maar ook ziekte toe.
50:20En dat vinden wij moeilijk.
50:22Dat vinden we lastig.
50:25Maar heren.
50:27U bent toch die getrouwe Vader.
50:30Die ons met alle goed verzorgen wil.
50:33Alle kwaad van ons weren.
50:36Of dat kwaad ook ten onze beste keren wil.
50:41En heren gebruik het dan.
50:43Om ons te brengen aan uw voeten.
50:47Om u nu in alles nodig te hebben.
50:51En niet alleen in de moeilijke dingen.
50:54Maar ook in de mooie dingen, in de bijzondere dingen.
50:58En zo dragen we ook het echtpaar Aleman bezuien aan u op, heren.
51:03Met hun kinderen en kleinkinderen.
51:06Zij mochten gedenken 55 jaar getrouwd te zijn.
51:10En het echtpaar Kleinhoek, die 70 jaar getrouwd zijn.
51:17Heren, wat een goedheid.
51:19Zo hebt u hen nog gespaard en bewaard.
51:26Ze mogen nog bij elkaar zijn.
51:29En dat is niet vanzelfsprekend.
51:31U hebt niet alleen het leven gegeven.
51:34Maar u hebt ook de band van het huwelijk gegeven.
51:37En we zeggen uw naam ootmoedig dank daarvoor heren.
51:41Maar wees ook met deze echtparen als ze in de avond van hun leven gekomen zijn.
51:48En dat het ook ten tijde des avonds licht mag zijn heren.
51:53Werkt dat nog?
51:55Het kan toch alleen door uw genade.
51:58Het kan toch alleen door het volbrachte werk van uw Zoon, heren.
52:03Omring hen met uw trouwe vaderzorg, want u gaat door.
52:09En dat betoont u ook nog weer in ons land en aan ons volk, heren.
52:14Als een milde regen ook het land mocht bedekken.
52:19Maar het land zoveel...
52:23Water nodig heeft, heren.
52:26Het kwijnt onder de droogte.
52:30Bent u nog genadig.
52:32Maar heren, gedenk ons zo.
52:35En dat wij ook u ervoor erkennen zullen.
52:39En u ook steeds weer nodig zullen hebben.
52:42Heren, gedenk zo.
52:44Naar de grootheid van uw genade.
52:49We zijn verlegen om de werking en om de bediening van uw heilige geest.
52:54Onthoud ons die niet.
52:56Als uw woord verkondigd zou worden, help nog, heren, in spreken en in luisteren.
53:03En opdat ook deze dienst ook werkelijk een eredienst zou zijn.
53:08Een dienst tot de eer en de verheerlijking van uw grote naam.
53:15Ontferm u over ons.
53:18Dat bidden wij van u.
53:19Om Christus wil alleen.
53:23Amen.
53:30Namens uw kerkenraad zijn er nog de volgende afkondigingen.
53:34Dinsdag 1 september is er weer contactmiddag.
53:37De aanvang is half drie.
53:39En woensdag 2 september is er een gezamenlijke kerkdienst met de gereformeerde gemeente.
53:45In deze dienst voor de school met de Bijbel zal ik zelf in uw midden voorgaan.
53:51En de dienst vangt aan om zeven uur.
53:57Voor al de genoemde voornemens geldt zal de Heer er wil en wij leven zullen.
54:08In de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.
54:12De eerste collectie is bestemd voor het plaatselijk kerkenwerk.
54:15De tweede voor de kerkvolgdij.
54:18En de derde voor de aflossing van de kerk.
54:21Alle drie de collecten van harte.
54:23In uw mildadigheid aanbevolen, de heren zegenen u en uw liefde gaven.
54:30Wij gaan zingen met elkaar uit de lofzang van Maria.
54:35En wij zingen daarvan het vierde, het vijfde en ook het zesde vers.
54:40Des heren arm is sterk.
54:43Het vijfde vers, die stout zijn op hun macht.
54:48En ook het zesde, hij heeft na lang geduld met goederen vervuld der hongerige monden.
54:54Hij noemde het vierde, vijfde en zesde vers uit de lofzang van Maria.
55:00[GEZANG]
1:01:08Gemeente, de tekst voor vanmorgen vindt u opgetekend in Lukas 19.
1:01:14En daarvan het negende vers.
1:01:17Vers 9 uit Lukas 19 is de tekst voor vanmorgen.
1:01:24En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt.
1:01:28En we worden
1:01:46door deze tekst bepaald bij de bekrachtiging van Gods verbond.
1:01:56In de eerste plaats staan wij stil bij een opgericht verbond.
1:02:02Ten tweede bij een werkzaam verbond.
1:02:06En in de derde plaats bij een onhelst verbond.
1:02:11De bekrachtiging van Gods verbond.
1:02:15In de eerste plaats een opgericht verbond.
1:02:18Ten tweede een werkzaam verbond.
1:02:22En in de derde plaats een omhelst verbond.
1:02:27Gemeente, in dit gedeelte zien wij de Heer Jezus.
1:02:30Hij komt vanuit Galilea en hij gaat naar Judea.
1:02:36Hij is op weg naar Jeruzalem om daar het paasgaaf te vieren.
1:02:42En zoals het gebruikelijk was, je ging niet door het gedeelte waar de Samaritanen woonden.
1:02:50Dus dan werd er door het over Jordaanse heen gereisd.
1:02:54En ter hoogte van Jericho stak men de Jordaan over om naar Jeruzalem te gaan.
1:03:01En terwijl hij op reis gaat naar Jericho ontmoet hij daar eerst de blinde Bartimaeus.
1:03:10En daar gebeurt een groot wonder.
1:03:13Die Bartimaeus roept, gij zonen Davids ontferm uw mijner.
1:03:20En hij wordt tegengehouden door de mensen die zeggen, joh schaam je en maak niet zo'n kabaal.
1:03:27Maar het is de Heer Jezus die die mensen gebruikt om Bartimaeus tot hem te leiden.
1:03:34Sta op, heb goede moed, hij roept u.
1:03:39En Bartimaeus als de Heer Jezus aan hem vraagt, wat is je wens, wat moet ik doen dat ik ziende mag worden.
1:03:50En hij wordt terstond ziende.
1:03:53Zijn ogen worden geopend.
1:03:55En wat hij nog nooit gezien heeft.
1:03:57Dat mag hij dan gaan zien.
1:04:00Een bijzonder groot wonder.
1:04:02En u begrijpt.
1:04:03Dat is natuurlijk als een lopend vuurtje door Jericho gegaan.
1:04:08Die Bartimaeus die al zo lang daar aan de weg zit te bedelen.
1:04:14Die is weer ziende gemaakt.
1:04:18En zo komt de Heer Jezus.
1:04:21In Jericho.
1:04:23En Lucas.
1:04:26Die zegt.
1:04:27En zie.
1:04:31En dat is iets typisch voor Lucas.
1:04:36En met dat woordje zie.
1:04:38Daar trekt hij onze aandacht mee.
1:04:41Hij wil dat het.
1:04:43Onze volle aandacht krijgt.
1:04:46En zie.
1:04:47Er was een zeker mens.
1:04:50Een zeker mens.
1:04:52Niet zomaar iemand.
1:04:54Maar het was een.
1:04:57Een grote bekende in Jericho.
1:05:00Als je zijn naam noemde, dan was er niemand die zei, waar heb je het over?
1:05:06Het was een bekende in heel Jericho.
1:05:12Zaccheus.
1:05:14Zaccheus' naam komt van zakai, dat betekent zuiver of rijn.
1:05:21En dan kun je je afvragen, deze Zaccheus deed...
1:05:28Was
1:05:29het nou te zien in zijn leven dat zijn naam zuiver betekende, eerlijk betekende, rein betekende?
1:05:39Hij was niet een gewone tollenaar, hij was de overste van de tollenaren.
1:05:45Dat had ermee te maken dat de route van Jeruzalem naar Jericho, naar het over-Jordaanse...
1:05:54was een drukke handelsroute.
1:05:56Dus daar moest veel tol geheven worden.
1:05:59Verschillende tollenaren waren daar nodig.
1:06:02Maar deze Sacheus was de overste van die tollenaren.
1:06:07En voor de Joden hulde hij dus met de vijand.
1:06:12Hij inde de belastingen voor de bezetter, voor de Romeinen...
1:06:18en hulde daarmee aan de vijand.
1:06:26Als het daarover gaat, gemeente, een
1:06:30Jood, Sacheus, een van hen.
1:06:35Maar zij hadden hem overgegeven aan de heidenen.
1:06:42Misschien moet u dat maar eens doen als u thuis komt in Matthäus 18.
1:06:47Daar staat ons de koninklijke weg beschreven.
1:06:51Als u wat hebt tegen uw broeder, als u ziet dat uw broeder zondigt.
1:06:57Dan moet u naar hem toe gaan.
1:06:58Dan moet u hem daarvoor waarschuwen en vermanen.
1:07:02En als u dan luistert, dan hebt u hem gewonnen.
1:07:05Maar als hij niet luistert, dan moet u een getuige meenemen.
1:07:09En dan hem opnieuw vermanen.
1:07:12En als hij dan weer niet luistert, dan moet het de gemeente gezegd worden.
1:07:17En als hij dan nog niet luistert, nog niet zich bekeert van zijn boze weg.
1:07:28overgeleverd worden.
1:07:29De heidenen overgeleverd worden.
1:07:33En ik heb het wel eens gehoord in Jeruzalem...
1:07:36dat een ultra-orthodoxe jood met een megafoon daar liep...
1:07:40en die ging uitleggen wat het verschil tussen een jood en een heiden was.
1:07:45En hij zei, een heiden die heeft geen ziel.
1:07:49Dat betekent het net hetzelfde als een dier.
1:07:53Dus...
1:07:54Onder het Joodse volk was Zaccheus overgegeven aan
1:08:01de heidenen.
1:08:03Maar Zaccheus droeg wel het teken en zegel van Gods verbond aan zijn lichaam.
1:08:13Ook Zaccheus, hij was besneden ten achtste dagen.
1:08:20En wij zouden zeggen een verbondskind.
1:08:25De Heere had ook aan hem betoond, ik.
1:08:29Ik ben de Heere uw God.
1:08:32Net zoals hij dat met Lauren gedaan heeft vanmorgen.
1:08:36Ik ben de Heere uw God.
1:08:43En gij zult mij tot een volk zijn.
1:08:46Daar hebt u het tweede deel in dat verbond.
1:08:50Opdat wij ons zouden bekeren en geloven hetgeen de Heere belooft.
1:09:01En had Zaccheus dat nou...
1:09:03Waar gemaakt in zijn leven.
1:09:06Was dat nou waarheid geworden in zijn leven.
1:09:11En wij moeten zeggen het tegendeel was waar.
1:09:16Wat was er met Zaccheus gebeurd.
1:09:18Het grote geld had hem te pakken gekregen.
1:09:21En doordat het grote geld hem te pakken gekregen had.
1:09:25Had hij afscheid genomen van de heren en van zijn dienst.
1:09:30En hij had de heren vaarwel gezegd, maar de heren had hem nog niet vaarwel gezegd.
1:09:36Daar ziet u gemeente de onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke trouw en goedheid van de heren.
1:09:44Deze man door het geld had zich gestort in de zonde.
1:09:50En daar ziet u gemeente de zonde een hellend vlak.
1:09:56En jongens, je kan wel eens denken van ja, is dat nou zo erg als ik dat doe.
1:10:01Als ik één keer doe.
1:10:05De zonde een hellend vlak.
1:10:08En het wordt steeds makkelijker om de zonde te omarmen.
1:10:14En daarom kon hij met een gerust hart, kon hij overste van de tollenaren zijn.
1:10:24En gemeente, het staat er allemaal niet.
1:10:26Maar als je dan zo'n gedeelte behandelt, dan denk je daarover na.
1:10:33Wat moet het voor de ouders geweest zijn van Zaccheus?
1:10:38Ze hebben hun kind de
1:10:42heren toegewijd.
1:10:43Ze hebben hem laten besnijden op de achtste dag.
1:10:48Je hebt je kind laten dopen.
1:10:53En je ziet dat je kind een andere weg kiest.
1:10:58Een weg waarvan je weet dat
1:11:03het eindigt in de eeuwige dood.
1:11:08Wat kunnen er een geweldige vragen leven dan gemeente.
1:11:13Waarom?
1:11:18En u bent misschien wel een beetje bang voor die waarom vraag.
1:11:23Wordt nog wel eens gezegd.
1:11:26U kunt beter maar vragen waartoe.
1:11:29Maar waarom is een voluit bijbelse vraag.
1:11:33Kijkt u de psalmen maar na.
1:11:36En de profeten.
1:11:40En wat een wonder wordt het.
1:11:43Als al onze waarom vragen besloten liggen in die grote waarom vraag op het kruis.
1:11:52Mijn God, mijn God,
1:11:55waarom hebt gij mij verlaten?
1:12:03Wat een geweldige vragen kan het geven op dat het ons zou aansporen.
1:12:08Nee, niet met gebalde vuisten, maar
1:12:13met gevouwen handen.
1:12:15Waarom, heren?
1:12:18Maak die jongen nou die keus.
1:12:20Of
1:12:22dat meisje.
1:12:23Bewaar hem.
1:12:28Om nou de heren te houden aan zijn eigen woord.
1:12:34En aan zijn eigen verbond.
1:12:37Wat
1:12:43een geweldige lesgemeente hier in die Sachees.
1:12:46Dan
1:12:50zijn er blijkbaar twee julei kinderen van het verbond.
1:12:54Twee
1:12:58julei kinderen en daarom...
1:13:02Is wedergeboorte nodig.
1:13:07Onmisbaar.
1:13:09Ons doopformulier zet ermee in.
1:13:13Dat tenzij wij wederom geboren worden.
1:13:17Wij het koninkrijk gods niet kunnen ingaan.
1:13:21En
1:13:24hoe rijk dan ook het verbond.
1:13:26En gemeente.
1:13:27Ik denk wel eens.
1:13:28We kunnen niet rijk en niet ruim genoeg zijn.
1:13:32Als het gaat over gods trouwverbond.
1:13:37En dat zullen we ook zien in deze geschiedenis.
1:13:40Maar
1:13:44altijd vasthouden.
1:13:48Dat geloof en bekering nodig is.
1:13:53En zoals onze Dordtse vaderen dat leren in artikel 12.
1:13:58In hoofdstuk 3, 4 van de Dordtse leerregels.
1:14:01Wat wedergeboorte is.
1:14:02Dat werk dat hij zonder ons in ons werkt.
1:14:08En dat door deze genade.
1:14:12Een mens daadwerkelijk gaat geloven en zich bekeren.
1:14:18Ziet u hoe nodig die wedergeboorte is.
1:14:22Zaccheus hij leefde op de erfenis van het verbond.
1:14:33Hem kwamen de beloften van het evangelie toe.
1:14:38De
1:14:40beloften van de vergeving van zonden.
1:14:44En de belofte van het eeuwige leven.
1:14:48Maar als we het aan hem zouden vragen.
1:14:50Sacheus.
1:14:52Wat is jou beloofd jongen?
1:14:57Of als ik het u zou vragen.
1:14:59Of jullie jongens en meisjes.
1:15:01Wat heeft de Heer je nou beloofd?
1:15:08Besefte dan Sacheus wat hem beloofd was.
1:15:12Hij was zo gericht op het aardse.
1:15:16Op het hiernumaals.
1:15:18Om zijn vermogen te vergroten.
1:15:20Om zijn bezittingen te vermeerderen.
1:15:24Gericht op de dingen van deze tijd.
1:15:28En hij dacht helemaal niet aan de eeuwige dingen.
1:15:35Maar God heeft met hem een verbond der genade opgericht.
1:15:43Een opgericht verbond.
1:15:46Onze eerste gedachte.
1:15:48We gaan naar onze tweede gedachte.
1:15:49Een werkzaam verbond.
1:15:52Deze Zaccheus, hij heeft het gehoord.
1:15:56Het wonder wat daarop gebeurd is op de weg naar Jericho met Bartimaeus.
1:16:01Hij heeft het gehoord, de mensen hebben hem geloofd en geprezen.
1:16:07Die Jezus, hij wilde zien wie hij was, zegt vers 3.
1:16:15En zocht Jezus te zien wie hij was.
1:16:23Gemeente, het is een hele kunst, een heilige kunst om te laten staan wat er staat.
1:16:30En niet allerlei dingen erachter te zoeken of om het verklaarbaar te maken.
1:16:38Want als wij het weer kunnen verklaren, als we het kunnen uitleggen, dan is het wonder eruit.
1:16:46Maar laten staan dat wonder.
1:16:52Zaccheus, een
1:16:55ontdekte zon daar staat er helemaal niet.
1:17:02Was hij zoekend gemaakt?
1:17:05Staat er helemaal niet.
1:17:09Was hij serieus geworden?
1:17:12Degelijk geworden?
1:17:14Staat er helemaal niet, gemeente.
1:17:18Hij wilde Jezus zien wie hij was.
1:17:27En daarom, het is maar een klein mannetje, een mizermannetje, zouden wij zeggen.
1:17:32Er
1:17:34gebeurt heel weinig dat er in de Bijbel gesproken wordt over uiterlijke kenmerken.
1:17:40Maar hier van Zaccheus wordt het gezegd dat hij klein van persoon was.
1:17:45En dat u begrijpt dat hij daarom in die bomen ging zitten.
1:17:50In die wilde vijgenbomen.
1:17:51Een wilde vijgenboom die zijn takken laag heeft bij de grond.
1:17:56Daar kon hij makkelijk inklimmen.
1:18:00En tussen de bladeren zich verschuilen.
1:18:03Hij verstopt zich.
1:18:08Dat is heel anders dan met Bartimaeus.
1:18:12Bartimaeus, als hij hoort hoe de Heere Jezus, als de Heere Jezus langskomt, dan begint hij te roepen en hij gaat steeds harder roepen.
1:18:21Zonen Davids, ontferm uw mijner.
1:18:26Maar Sacheus, hij wilde alleen de Heere Jezus maar zien, zien wie hij was.
1:18:37Maar wat gebeurde?
1:18:39De Heere Jezus ziet hem.
1:18:43Terwijl hij zich verstopt heeft, daar in die vijgenboom.
1:18:47Als de Heer Jezus voorbij komt, dan ziet hij Sacheus.
1:18:53En
1:18:57prachtig, en
1:19:00dat denk ik altijd aan mijn ouderlijk huis.
1:19:02Mijn moeder had
1:19:05een schilderij hangen van Sacheus, daar in die vijgenboom.
1:19:08En
1:19:10daar wordt verschillend over gedacht.
1:19:12Mag je de Heer Jezus dan afbeelden?
1:19:15Nou, je zag de Heer Jezus op zijn rug.
1:19:17Die stond voor die vijgenboom.
1:19:22En mijn moeder had dat schilderij zeer lief.
1:19:27Want dat was haar leven.
1:19:31Opgezocht.
1:19:33Door de Heer Jezus.
1:19:37En ze kreeg de dominee op bezoek.
1:19:39En de dominee zei.
1:19:40Vrouw van de kamp.
1:19:41Dat kan toch niet.
1:19:42Daar staat de Heer Jezus op.
1:19:46Maar ze zei.
1:19:47Dominee.
1:19:48Ik heb u hoog.
1:19:49Maar u kunt er alles van vinden.
1:19:51Maar ik haal het echt niet weg.
1:19:52Het is mijn leven.
1:19:57Hij zag Zacchaeus.
1:20:05En hij noemt zijn naam.
1:20:11Dat is bijzonder.
1:20:14Kende niet hem dan.
1:20:17Ja, van eeuwigheid.
1:20:20Van eeuwigheid gekend.
1:20:23Deze zagees.
1:20:25Maar u vindt dat op meer plekken in de Bijbel.
1:20:27Denk aan Nathanael.
1:20:29De Heer heeft hem van verre gezien.
1:20:36Dat wordt een wonder toch gemeente.
1:20:40Als je vanmorgen je naam mag horen noemen.
1:20:44Omdat hij je roept.
1:20:51Terwijl jij helemaal niet hem zoekt.
1:20:56Terwijl je ten diepste hem
1:21:00niet nodig hebt.
1:21:04Misschien wel vanmorgen zo naar de kerk gekomen.
1:21:10Ja, het hoort er nou helemaal bij.
1:21:12Je bent het gewend.
1:21:16Maar niet
1:21:19met de begeerte.
1:21:21Om hem te ontmoeten.
1:21:24Hem te omhelzen.
1:21:29En dat dan zo vanmorgen je naam klinkt.
1:21:32Zou het kunnen, gemeente.
1:21:39Is de Heere dan veranderd?
1:21:44Hij is toch dezelfde.
1:21:48Maar Sacheus, hij wordt gebracht.
1:21:52Terwijl hij er zelf niet eens in de gaten heeft.
1:21:55Hij wordt gebracht op
1:21:58het werkingsgebied van Koning Jezus.
1:22:01En
1:22:04daar bevindt u zich ook op.
1:22:06En jullie, jongens en meisjes, vanmorgen.
1:22:10Het werkingsgebied van
1:22:14Koning Jezus.
1:22:21Want de Heer Jezus komt vanmorgen ook door
1:22:26de gemeente.
1:22:27Hij
1:22:30moest door Jericho gaan.
1:22:35En vanmorgen moet hij door Oudorp gaan.
1:22:43En dan zegt de Heer Jezus tegen
1:22:47Zaccheus.
1:22:48Haast u.
1:22:49Kom
1:22:51af.
1:22:57Hoort u zijn
1:23:00woord.
1:23:03De meester is daar.
1:23:06En
1:23:08hij roept u.
1:23:10Haast u.
1:23:12En kom af.
1:23:14Of
1:23:23bent u net zoals die fariseers.
1:23:26Ze
1:23:28mopperen.
1:23:29U
1:23:37moppert misschien wel.
1:23:43Of jij jongen.
1:23:45Gisteravond wat laat geworden.
1:23:47En dan alweer vroeg in de kerk zijn.
1:23:50Maar
1:23:58hij wil je ontmoeten vanmorgen.
1:24:00In de gedaante van zijn woord.
1:24:04Haast u en
1:24:07kom af.
1:24:09Want ik moet heden in uw huis blijven.
1:24:19Ik moet.
1:24:21Daar zit een goddelijk moeten achter.
1:24:25Hij
1:24:28moet in het huis van Sacheus verblijven.
1:24:38En zo werd vanmorgen jullie zoon gedoopt.
1:24:41Hij
1:24:43moet in
1:24:46jullie huis blijven.
1:24:50Daarom gedoopt in de naam des vaders.
1:24:54Omdat hij een eeuwig verbonder genade opricht.
1:25:00En ons als zijn kind en erfgenaam aanneemt.
1:25:05Ons met alle goed verzorgen wil.
1:25:08Onbegrijpelijk toch gemeente.
1:25:11Wat een liefde.
1:25:14Gedoopt in de naam des Zons, omdat hij betuigt en verzegelt dat hij ons wast en reinigt in zijn bloed.
1:25:24En gedoopt in de naam van de Heilige Geest, omdat hij in ons wonen wil en toe-eigenen hetgeen wij in Christus hebben.
1:25:36Ziet u
1:25:40het lichaam van Christus in het doopwater?
1:25:50Als het gaat over het heiligavondmaal.
1:25:56Dan zijn wij bang om ons een oordeel te eten en te drinken.
1:26:06Maar wij mogen ook wel bang zijn om ons een oordeel te dopen.
1:26:15Beseft u het.
1:26:17Dat we ook kunnen verdrinken.
1:26:20In het doopwater.
1:26:22Een
1:26:27werkzaam verbond.
1:26:30Daarom staat hij.
1:26:33En roept.
1:26:35Haast u.
1:26:37Kom af, want ik moet heden in uw huis blijven.
1:26:44Een werkzaam verbond in de tweede plaats.
1:26:47We gaan in de derde plaats naar een omhelst verbond.
1:26:51Een
1:26:55opgericht verbond.
1:26:57Een
1:27:01werkzaam verbond.
1:27:02De Heere laat niet los, gemeente.
1:27:07Wij laten los.
1:27:10Maar om de Heere vast te houden, hem te manen op zijn boord.
1:27:16Wat ziet hij het graag.
1:27:19Om de heren te manen op hetgeen hij beloofd heeft.
1:27:26Maar ook een omhelst verbond.
1:27:28De heren Jezus ziet Zaccheus.
1:27:31En
1:27:35wat ziet Zaccheus in de ogen van de heren Jezus.
1:27:39Daarin schittert zijn liefde.
1:27:43Zijn zondagsliefde.
1:27:51Als je dat gaat zien, dat breekt je hart.
1:27:55Denk maar aan Petrus.
1:27:57Daar in de zaal van Kajefas.
1:27:59Als hij zijn meester driemaal heeft verlogen.
1:28:04En de Heer Jezus kijkt hem aan.
1:28:14Misschien wel het lastigste jongen.
1:28:17Als je vader je zo aankijkt zonder iets te zeggen.
1:28:23En je ziet de droefheid in zijn ogen.
1:28:25Maar
1:28:28je ziet ook de liefde.
1:28:31De bewogenheid.
1:28:33De ontferming.
1:28:35Een
1:28:38blik van liefde.
1:28:42En Saffergeus komt af.
1:28:48En hij ontvangt hem met blijdschap.
1:28:57Met blijdschap.
1:29:00Zegeus, weet je wat het betekent man?
1:29:03Je moet je oude leventje opgeven.
1:29:06Jij bent niet meer voor het zeggen.
1:29:08Jij moet koning af zijn.
1:29:11Er wordt een ander koning in je leven.
1:29:14Hij ontving hem met blijdschap.
1:29:18Geen beter leven gemeente.
1:29:21Dan het leven met de heren.
1:29:23Het leven uit de volheid en de rijkdom van de heren Jezus Christus.
1:29:31Wat Zaccheus hier doet, is
1:29:34hij omhelst het verbond.
1:29:39We zijn er ook bij bepaald uit het doopformulier dat onze kinderen nog nergens van weten.
1:29:44Niet weten dat ze verdoemelijk liggen in Adam.
1:29:48Niet weten dat er genade is in de Heer Jezus Christus.
1:29:53En daarom wordt je geroepen als ouders om hen op te voeden, te onderwijzen.
1:29:59En om hen...
1:30:01En als zij tot hun verstand gekomen zijn, dat zij dan ook dat verbond omhelzen.
1:30:08Wilt u een prachtig voorbeeld van iemand die dat verbond omhelst?
1:30:13Dan moet u zijn bij Rut.
1:30:15Rut met haar schoonmoeder komt bij de grens van Moab.
1:30:20En Naomi zegt tegen Rut, zou je toch ook niet teruggaan?
1:30:24Wat heb je nog te zoeken?
1:30:26Ga toch terug.
1:30:28Maar Rut zegt nee.
1:30:33En wat is dan haar antwoord?
1:30:36Uw volk is mijn volk.
1:30:40En uw God mijn God.
1:30:43En daar ziet u precies de twee delen van dat verbond.
1:30:49Waar ook ons doopformulier over spreekt.
1:30:52Maar wat natuurlijk ons leert.
1:30:55De Heere ons leert vanuit zijn woord.
1:30:58Ik ben de Heere uw God.
1:31:02En gij zult mij tot een volk zijn.
1:31:07Uw volk, mijn volk.
1:31:10En uw God, mijn God.
1:31:14Zij wil de voorwaarden van dat verbond aanvaarden.
1:31:21En leven tot zijn eer.
1:31:24Zo is het ook met Zaccheus.
1:31:26En daarom ontving hij hem met blijdschap.
1:31:36En dan gaat de Heer Jezus spreken.
1:31:39Heden is deze huizen zaligheid geschiet.
1:31:47Heden.
1:31:51Nu.
1:31:52Of
1:31:55zoals dat woord ook vertaald kan worden vanuit het Grieks.
1:31:57Vandaag.
1:32:01Zoals de engelen gesproken hebben tot de hedders.
1:32:05Heden is geboren.
1:32:07De zaligmaker.
1:32:11Heden is uw huis.
1:32:15Zaligheid geschiet.
1:32:17Ja, maar wacht even.
1:32:22Dat betrof toch alleen Sacheus?
1:32:26Hoe kan de Heer Jezus nou zeggen dat zijn hele huis zaligheid is geschiet?
1:32:33En dat komen we vaker tegen in het Nieuw Testament.
1:32:36Dat komen we ook tegen in handelingen 16.
1:32:39We hebben Paulus en Silas in Filippi in de gevangenis zitten.
1:32:45De stokbewaarder.
1:32:47En dan ineens de gevangenisdeuren opengaan.
1:32:51De stokbewaarder zich van het leven wil beroven.
1:32:54En die zegt, wat moet ik doen om zalig te worden?
1:32:58En dan zeggen Paulus en Silas tegen hem, geloof in de Heer Jezus.
1:33:03En gij zult zalig worden.
1:33:06Gij en uw huis.
1:33:08Dan
1:33:11zegt u, maar het is toch een persoonlijke zaak?
1:33:13Zalig worden, dat
1:33:17is toch persoonlijk?
1:33:19Ja, gemeente.
1:33:22Maar wat gebeurt er als die stokbewaarder
1:33:26Paulus en Silas in huis neemt?
1:33:29Dan komt zijn hele gezin onder het werkingsgebied van koning Jezus.
1:33:34Want Paulus en Silas gaan het woord verkondigen.
1:33:39En zo mag bij jullie toch ook het woord opengaan in huis.
1:33:43Mag er gesproken worden over wie de Heer is.
1:33:46Mag er gebeden worden, mag er gezongen worden.
1:33:55Komen onder de kracht van het woord.
1:34:02En daarom het hele huis zalig.
1:34:09Ja, maar eerst nog bekering en
1:34:14geloof.
1:34:17Ja, maar dat belooft de Heer.
1:34:19Het
1:34:22hele huis zaligheid.
1:34:27U moet thuis...
1:34:29U hebt ongetwijfeld de kanttekeningen bij de Statenvertalers.
1:34:33Maar dan moet u de kanttekeningen bij deze tekst dus lezen.
1:34:37Het
1:34:41hele huis van Sacheus zaligheid.
1:34:44Tenzij, zeggen de kanttekenaar.
1:34:48Tenzij zij dit door ongeloof verwerpen.
1:34:57Dat is aangrijpend gemeente.
1:34:59Dat
1:35:02is schuld.
1:35:03Bij
1:35:06u, bij
1:35:10mij.
1:35:1535 jaar lang heb
1:35:19ik het verworpen.
1:35:29Heden is
1:35:32uw huis zaligheid geschiet.
1:35:35En
1:35:38de heren liet het niet alleen horen vanmorgen, maar ook zien.
1:35:46En waarom dan?
1:35:48Was er dan iets in Sacheus?
1:35:52Vond de Heere een aanknopingspunt in het leven van Sacheus?
1:36:00Na de maal gij een zoon van Abraham bent.
1:36:07Omdat u een zoon van Abraham bent.
1:36:13En waarom is dat zo belangrijk?
1:36:15Gemeente, dat wijst op het verbond wat de Heere opgericht heeft met Abraham.
1:36:26En waarin hij Abraham beloofd heeft hem tot een groot volk te maken en hem het beloofde land te geven.
1:36:34Het zijn schaduwen van Gods genadeverbond die heden ten dagen nog op geld doen.
1:36:41Hij zal zich een kudde, een schare vergaderen uit alle volken, talen, natieën die hem groot zullen maken.
1:36:51Een schare die niemand tellen kan.
1:36:57En hij zal ze brengen in het hemelse Kanaan.
1:37:01In uw zaad, heeft hij gezegd tegen Abraham, zullen alle volken van deze wereld gezegend worden.
1:37:09Ook het Nederlandse volk.
1:37:11Ook u.
1:37:16Tenzij u het door ongeloof verwerpt.
1:37:23Gemeente, dan komt er niemand onschuldig vanmorgen uit Gods huis.
1:37:30Maar omdat u dan ook de toevlucht zult nemen tot hem.
1:37:34De toevlucht zult nemen tot het kruis van Golgotha.
1:37:38Daar waar verzoening heeft plaatsgevonden.
1:37:42Daar waar het alles reinigende bloed van de Heer Jezus Christus stroomt.
1:37:50Wie zijn dan de kinderen van Abraham?
1:37:53Misschien dat u wel zegt, ja, dat
1:37:57gaat om het natuurlijk zaad van Abraham.
1:38:00Nee.
1:38:02De gelovigen worden tot het zaad van Abram gerekend.
1:38:08En
1:38:11daar ligt de kracht van het nieuwe verbond.
1:38:13En daarom konden wij ook vanmorgen met vrijmoedigheid zien.
1:38:17Uit Psalm 105 vers 5.
1:38:19God zal zijn waarheid nimmer krenken.
1:38:23Maar eeuwig zijn verbond gedenken.
1:38:27Zijn woord houdt stand.
1:38:31Tot in alle eeuwigheid.
1:38:34Maar wat is het nodig, die hartelijke toestemming.
1:38:39Zoals Zaccheus, om hem nou te ontvangen met blijdschap.
1:38:45Gemeente, dat kan toch niet anders.
1:38:48Als u ziet hoe groot uw nood en schuld is.
1:38:53Als de Heilige Geest u gaat ontdekken.
1:38:56Dat er nou niets, maar dan ook niets klopt in uw leven.
1:39:01Ook na ontvangen genade niet.
1:39:04En dat u daarom het alles reinigende bloed van de Heer Jezus Christus nodig heeft.
1:39:10Dan is het toch blijdschap als u hoort dat hij aan zijn verbond gedenkt.
1:39:20Tenzij u
1:39:22het door ongeloof verwerpt.
1:39:26En daarom, ik zei het u al, dan is er schuld.
1:39:30Waarom dat u de toevlucht zult nemen.
1:39:33Hij roept en hij nodigt.
1:39:38Dan is het nodig.
1:39:40Die waarachtige wedergeboorte.
1:39:43Dat werk.
1:39:45Wat de Heere zonder ons in ons werkt.
1:39:50Tot de eer en de verheerlijking van zijn grote naam.
1:39:56Ja.
1:39:58Dat maakt het misschien wel weer moeilijk voor u.
1:40:01Want u hebt het niet in de hand.
1:40:03Wedergeboorte.
1:40:05Daarin is de mens volledig passief.
1:40:10Maar weet u dan niet.
1:40:13Dat hier.
1:40:15Dat doopvond.
1:40:16Het bad der wedergeboorte wordt genoemd.
1:40:21Ziet u dan niet.
1:40:23Wie de Heere is.
1:40:26In zijn onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.
1:40:32En daarom worden onze kinderen gedoopt.
1:40:36Niet omdat wij geloven.
1:40:39Maar opdat wij geloven.
1:40:43Opdat u zo uw doop gaat verstaan.
1:40:47Prachtig mooi.
1:40:48Als u het hoofdstuk over de doop leest in de Redelijke Godsdienst van Brakel, dan wijst Brakel er ook op.
1:40:55Er wordt gedoopt tot Gods eer, tot onze troost, maar ook tot stichting van de gemeente.
1:41:03En dat u beseft dat u ook eenmaal hier dat teken en zegel van zijn trouwverbond hebt ontvangen.
1:41:12En dat u vanmorgen weer gebezen bent.
1:41:15U hebt het weer gezien.
1:41:18Zijn verbondstrouw en zijn verbondsliefde.
1:41:23En daarom gemeente, wij moeten de doop niet overschatten.
1:41:27Maar ik denk dat het gevaar van onze dagen veel meer ligt in het onderschatten van de doop.
1:41:35Het is een belovend God.
1:41:38En die zijn belofte verzegelt.
1:41:41Zo heel persoonlijk in het leven van Laurent.
1:41:44Hij weet het nog niet, maar ik ga jullie hem vertellen straks.
1:41:48Een belovend God.
1:41:50En hoe zullen wij dan ontvlieden.
1:41:53Hebreeu 12.
1:41:55Hoe zullen wij ontvlieden.
1:41:57Indien we op zo'n grote zaligheid.
1:42:01Geen acht hebben.
1:42:03Hij is het gemeente.
1:42:04Die roept.
1:42:05En nodig.
1:42:07Omdat u vanmorgen nog de toevlucht zult nemen.
1:42:11Tot hem.
1:42:12Hij ziet niets liever.
1:42:15Dan dat zondaren zich wenden aan zijn genadetron.
1:42:20Daarom gaf hij zijn zoon onbeschrijfelijke en onbegrijpelijke zondaarsliefde.
1:42:29Ik moet heden in uw huis blijven.
1:42:35Amen.
1:42:41Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 118.
1:42:45En wij zingen daarvan het zevende vers.
1:42:48De Heere is mij.
1:42:50Tot hulp en sterkte.
1:42:52Hij is mijn lied.
1:42:53Mijn psalmgezangen.
1:42:55Wat er verder volgt.
1:42:56Zevende vers.
1:42:57Uit psalm 118.
1:42:59[GEZANG]
1:45:40Laten wij eindigen met dankgebed.
1:45:48Heren u bent het waardig.
1:45:49Dat we u de lof en de eer toebrengen.
1:45:54U bent de getrouwe.
1:45:56De onveranderlijke verbondsgod.
1:46:00Een opgericht verbond.
1:46:03Maar ook een werkzaam verbond.
1:46:06Want u bracht ons daarom vanmorgen samen.
1:46:09Onder de verkondiging van het woord.
1:46:11En de bediening van het sacrament van de heilige dop.
1:46:17Maar heren geef.
1:46:20Dat nou ook dat verbond omhelst mag worden.
1:46:24Door uw genade.
1:46:29En dat de woorden ons niet los zou laten.
1:46:32Heden moet ik in uw huis blijven.
1:46:38Opdat we af zullen komen.
1:46:40En hem met blijdschap zullen ontvangen.
1:46:45Heren, wijzelf de naprediker.
1:46:48En geef toch dat eenmaal dit woord niet tegen ons moet getuigen.
1:46:56Maar werk nog krachtig in jong en oud.
1:47:00Breng ons ook vanavond weer samen, heren.
1:47:03We
1:47:06zijn afhankelijk.
1:47:08En opdat we die afhankelijkheid ook zouden ervaren, beleven.
1:47:13Dan
1:47:15schenk ook een opmerkzaam hart.
1:47:19En dat we het zien heren.
1:47:20Dat het uw genade is.
1:47:22Uw goedheid is.
1:47:24Waardoor u nog roept en nodigt.
1:47:27En dan wordt er niemand uitgesloten.
1:47:31Tenzij we onszelf uitsluiten.
1:47:34En het door ongeloof verwerpen.
1:47:37Bewaar onze voorheren gedenk zo.
1:47:40Naar de grootheid van uw genade.
1:47:44Dat bidden wij van u.
1:47:46Om Christus wil alleen.
1:47:49Amen.
1:47:52Onze slotsang is op Psalm 21, het derde vers, gij die hem gunstig hebt gered.
1:47:59En ook het vierde vers, hij heeft al God van u begeerd, het onvergankelijk leven.
1:48:05Wij noemden het derde en vierde vers op Psalm 21 als slotsang.
1:48:09Ga
1:48:10[GEZANG]
1:51:27dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.
1:51:34De heren zegenen u en behoeden u.
1:51:37De heren doen zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.
1:51:43De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:51:49Amen.
1:51:50[GEZANG]