0:00[GEZANG]
10:10En onze verwachting is in de naam des Heren die hemel en aarde gemaakt heeft.
10:18Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid.
10:24En die niet laat varen de werken van zijn handen.
10:29Amen.
10:32Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
10:38En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:42En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:47De eerstgeborene uit de doden.
10:50En de overste van de koningen der aarde.
10:56Amen.
10:57Kom
11:00gemeente, laten wij met elkaar zingen uit Psalm 75.
11:04Het eerste vers.
11:05U alleen, u loven wij.
11:08En wat er verder volgt, eerste vers uit psalm 75.
11:12Stellen
11:13[GEZANG]
13:02we ons nu eerst voor de spiegel van Gods heilige wet.
13:06En zingen daarna uit psalm 38 het zesde vers.
13:11Ik ben door uw wet te schenden, krom van lende, vol van druk, benauwd van hart.
13:19En wat er verder volgt, zesde vers uit psalm 38.
13:23Na het lezen van Gods heilige wet.
13:28Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid hebt.
13:39Gij zult geen andere gode voor mijn aangezicht hebben.
13:43Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen
13:56dat in de wateren.
14:08[GEZANG]
14:23Gij zult de naam des Heren, uw God, niet eindelijk gebruiken, want de Heer is al niet onschuldig gehouden die zijn naam eindelijk gebruikt.
14:32Gedenk de Sabbatdag, dat gij dien heiligt.
14:36Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
14:40Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren, uw God.
14:44Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter.
14:50Nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
14:56Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.
15:03En hij rustte ten zevende dagen.
15:07Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.
15:13Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land.
15:18Dat u de heren uw God geeft.
15:21Gij zult niet doodslaan.
15:23Gij zult niet echt breken.
15:25Gij zult niet stelen.
15:27Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
15:32Gij zult niet begeren uw naaste huis.
15:36Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.
15:39Nog zijn dienstknecht.
15:41Nog zijn dienstmaagd.
15:43Nog zijn os.
15:45Nog zijn ezel.
15:47Nog iets.
15:49Dat uw naasten is.
15:50We
15:51[GEZANG]
17:20openen Gods woord vanmorgen in het Oude Testament.
17:23In het boek Hooglied.
17:25En lezen daar het eerste hoofdstuk.
17:28Dus
17:31de schriftlezing voor vanmorgen is Hooglied 1.
17:37Het Hooglied, het welk van Salomo is.
17:41Hij kussen mij met de kussen zijns mons.
17:45Want uw uitnebende liefde is beter dan wijn.
17:50Uw olieën zijn goed tot reuk.
17:54Uw naam is een olie die uitgestort wordt.
17:58Daarom hebben u de maagde lief.
18:00Trek mij.
18:02Wij zullen u nalopen.
18:04De koning heeft mij gebracht in zijn binnenkamer.
18:07Wij zullen ons verheugen en in u verblijden.
18:12Wij zullen uw uitnemende liefde vermelden.
18:16Meer dan de wijn.
18:17De oprechten hebben u lief.
18:21Ik ben zwart, doch liefelijk, geit dochteren van Jeruzalem.
18:26Gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
18:31Ziet mij aan dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen.
18:37De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken.
18:41Ze hebben mij gezet tot een hoedster der wijngaarden.
18:46Mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.
18:50Zeg mij aan, gij die mijn ziel lief heeft, waar gij wijt, waar gij de kudde legert in de middag.
18:58Want waarom zou ik zijn als een die zich bedekt bij de kudde uwer metgezellen?
19:05Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen, zo ga uit op de voetstappen der schapen en wijt uw geiten bij de woningen der hedderen.
19:18Mijn vriendin, ik vergelijk u bij de paarden in de wagens van Faro.
19:24Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.
19:30Wij zullen uw gouden spangen maken met zilveren stipjes.
19:35Terwijl de koning aan zijn ronde tafel is, geeft mijn nardes zijn reuk.
19:42Mijn liefde is mij een bundeltje meer dan tussen mijn borsten vannacht.
19:48Mijn liefste is mij een tros van Cyprus in de wijngaarden van Engedi.
19:54Zie gij zijt schoon, mijn vriendin.
19:57Zie gij zijt schoon, uw ogen zijn duivenogen.
20:01Zie gij zijt schoon, mijn liefste, ja, liefelijk.
20:05Ook groent onze bedsteden.
20:08De balken onze huizen zijn seders.
20:12Onze galerijen zijn cypressen.
20:16Tot zover.
20:17Hooglied 1.
20:19In
20:21de voorbeden hopen wij te gedenken aan de rouwdragende familie Aleman die afgelopen woensdag aan het geopende graf stond.
20:29We
20:31denken ook aan de heer R.
20:33Zeelen, Marijkeweg 35, die gisteren een herseninfarct kreeg en nu in het Maastad ziekenhuis ligt.
20:41En we hopen ook te gedenken aan het echtpaar Flikweert het mannetje, Doornweg 2.
20:48dat maandag 31 augustus mocht gedenken 25 jaar getrouwd te zijn.
20:54Laten wij de Heere vragen om zijn onmisbare zegen.
21:04Heere, het is in uw voorzienigheid dat u ons vanmorgen hier samenbrengt.
21:12Het ligt alles in uw hand.
21:15En u hebt overal uw wijze bedoelingen mee.
21:19Want u bent het die regeert.
21:22En alle dingen werkt.
21:25Naar de raad van uw wil.
21:27En dat moet ons diep veraltmoedigen.
21:31Dat u alle dingen weet.
21:35De diepste schuilhoeken van ons hart doorzoekt.
21:40Ons veel beter kent dan dat wij onszelf kennen.
21:46Moet ons diep veraltmoedigen en doen buigen in het stof.
21:52Maar heren u weet ook hoe het kan vertroosten.
21:55Dat u alle dingen weet.
21:59Zoals de beleidenis van Petrus aan het strand van het meer van Galilea.
22:07Heren u weet alle dingen.
22:10U weet toch dat ik u lief heb.
22:15En heren werk zo in ons leven.
22:19Want wij gaan u niet lief hebben.
22:23Tenzij wij zien dat u ons lief hebt.
22:29En dat u ons daarom samenbrengt vanmorgen met de gemeente.
22:34En daarom uw woord laat horen.
22:38Uw onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.
22:44Dat
22:45er niemand is die naar u vraagt of naar u zoekt.
22:50Maar bent u het die ons zoekt.
22:54En daarom wilt u ons ontmoeten vanmorgen in de gedaante van uw woord.
22:59Heren, zegen daartoe de verkondiging van uw woord.
23:05Dat onze ogen geopend worden, onze oren doorboord worden.
23:11Dat ons hart blootgelegd wordt en dat we het gaan zien, heren, onbegrijpelijk.
23:17Terwijl wij het niet waard zijn, zwart zijn, zwart door de zonde.
23:24En de misdaden.
23:27Maar dat we het met de bruid mogen getuigen.
23:31Toch liefelijk.
23:34Onbegrijpelijk heren.
23:35Het is die zondaarsliefde.
23:38Die u van eeuwigheid bewogen hebt.
23:42En waardoor u uw zoon gegeven hebt.
23:45Tot een volkomen verzoening.
23:48Heren werk dan nog door de werking en de kracht van uw heilige geest.
23:54Op dat we het gaan opmerken.
23:56Opdat het onze bede wordt, kus ons met uw mond, met
24:04die lippen waar genade op uitgestort is.
24:09Heren, werk dan nog krachtig in de gemeente, ook in het bijzonder vanmorgen in deze dienst van voorbereiding.
24:18Als u het geeft en volgende week zondag de
24:24verbondsdienst mag staan aangericht.
24:29Heren, trek dan.
24:31Want dan zullen wij u nalopen.
24:35En dat we ons zo mogen begeven op de voetstappen van de schapen.
24:42Omdat daar het leven ligt, heren.
24:45Die voetstappen brengen ons bij de header.
24:49Bij de goede header.
24:51Die zijn leven stelt voor de schapen.
24:55Dat hebben we nodig, heren.
24:57Uw borggerechtigheid.
25:01Uw plaats vervangend lijden en sterven.
25:05Dat u betaald hebt.
25:08En dat er nou geen andere weg.
25:11Geen ander middel is.
25:14Om vergeving van zonden te ontvangen.
25:18Om verzoening te ontvangen.
25:20Dan in uw zoon de Heer Jezus Christus.
25:24Op dat zijn naam.
25:25Ook vanmorgen zou schitteren.
25:28Heren u kent ons.
25:30U weet wat ons vanmorgen hier gebracht heeft.
25:35U weet, Heere, wat ons drijft.
25:39Wat er in ons leeft.
25:42En daarom hebben we nodig, Heere, het ontdekkende en overtuigende werk van uw Heilige Geest.
25:49Onthoud ons dat toch niet.
25:52Vanmorgen niet, Heere, in de bediening van uw woord.
25:55In het spreken niet en in het luisteren niet.
25:59Maar werk nog krachtig.
26:02En opdat er een vragen is naar u en uw sterkte.
26:09Daar u zich bekend maakt in uw woord.
26:12Dat zondaren welkom zijn bij u.
26:15En we beleiden het heren.
26:17We zullen het maar eerlijk zeggen.
26:19We zijn geen zondaren.
26:22We hebben het nog zo goed met onszelf getroffen.
26:26En daarom hebben we ook geen borg nodig.
26:30En dan is het eigen schuld heren.
26:33En bewaar ons ervoor dat we u de schuld zullen geven.
26:37Dat zullen we niet openlijk doen.
26:41Maar heren,
26:42breek ons harde hart.
26:46Dat doen de zwaarste slagen van uw wet, doen dat niet.
26:52Maar één druppel van uw liefde.
26:56Heren, stort die nog uit in onze harten.
26:59En opdat het ons zou brengen aan uw voeten.
27:03We dragen de gemeente aan u op, heren.
27:07Met alle zorgen en alle noden.
27:09Als er verdriet is.
27:11Als er onbegrepenheid is.
27:14Als er onzekerheid is.
27:16Als er spanningen zijn.
27:18We bidden om uw nabijheid.
27:21Om uw genade.
27:22Dan denken we bijzonder aan
27:25de familiale man.
27:27Die afgelopen week aan het geopende graf hebben gestaan.
27:31Heere, vertroost dan nog.
27:33U maakt zich bekend in uw woord.
27:35Als de God aller vertroosting.
27:39Als er dan een lege plaats is gekomen.
27:43Heere vervul die met uzelf.
27:46En opdat we ook als gemeente zouden zien.
27:50Heere dat we hier geen blijvende stad hebben.
27:53Maar opdat we de toekomende stad zouden zoeken.
27:56Die stad.
27:58Wiens kunstenaar en bouwmeester gij zelf zijt.
28:03Heere gedenk zo.
28:05Alle rouwdragende weduwe.
28:08Weed u nare.
28:09De lege plaatsen zijn het zij langere of kortere tijd geleden.
28:16We dragen de Heer zelen aan u op, Heren, die opnieuw in het ziekenhuis moest worden opgenomen met een herseninfarct.
28:26Heren, gedenken naar de grootheid van uw genade.
28:30Ontferm u over zijn lichaam.
28:35Want, Heren, levenstijd is toch genadetijd?
28:41Opdat hij zo ook u zou zoeken.
28:44Erkennen dat het alles in uw hand ligt.
28:49Erkennen dat het uw trouwe vaderzorg is.
28:53Die niet alleen gezondheid ons toeschikt.
28:56Maar ook ziekte.
28:59Heren dat is met ons verstand niet te begrijpen.
29:03Maar opdat we het zouden geloven.
29:08En daarom heren werk nog krachtig.
29:12In zijn leven.
29:14Maar ook allen die hem lief en dierbaar zijn.
29:18Geef zo wat nodig is.
29:20Ook voor het echtpaar Flik weert het mannetje.
29:24Die mocht de gedenken 25 jaar door de band van het huwelijk.
29:30Aan elkaar verbonden te zijn samen met hun zoon.
29:34Zijn vriendin.
29:36Geef wat nodig is heren.
29:40Ook eerlijk terug te zien de afgelopen 25 jaar.
29:45Maar ook voorzichtig vooruit te kijken.
29:48Want telkens weer, heren, is het nodig om het van u te verwachten.
29:55Dan is het belangrijk, het allerbelangrijkste, om naar boven te zien.
30:00En zo dragen we ze aan u op, heren.
30:03Uw zegen, uw nabijheid is nodig.
30:07In alles nodig.
30:09En ontferm u dan over hen.
30:13Heren, gedenk zo de gezinnen in de gemeente, de huwelijken.
30:18Daar Satan rondgaat als een briezende leeuw.
30:23We draaien u op die alleen moeten gaan en daar moeite mee hebben.
30:28Die dat strijd kost.
30:31Ontferm u over hen.
30:34We hebben veel van u te vragen, heren.
30:37Maar u gaat door.
30:39U gaat door met het vergaderen van een gemeente tot het eeuwige leven.
30:46En heren werk dan krachtig en zegen daartoe al het werk wat gedaan wordt in de gemeente.
30:53Ook als de zondagschool weer gaat beginnen.
30:57Heren we bidden om uw wijsheid en kracht.
31:01Uw genade voor de leiding.
31:04De juffrouw en de meesters op school.
31:08Maar ook de kinderen die de zondagsschool bezoeken.
31:11Geef dat ook buiten de gemeente.
31:13Kinderen de zondagsschool zullen bezoeken.
31:18Omdat ze het fijn vinden om van u te horen wie u bent.
31:23In uw zoon de Heer Jezus Christus.
31:27Ere gedenk zo.
31:28We
31:30zijn in alles van u afhankelijk.
31:32Werk dan nog door uw kracht.
31:36Ook als aanstaande zondag het sacrament van het Heiligavondmaal staat aangericht.
31:43Heren, u weet wat dat met ons doen kan.
31:48Als er een verlangen is, een uitzien is.
31:52Kan ook een tegenopzien zijn.
31:56Kan zoveel vragen geven.
31:59Want heren, het is uw goedheid en uw genade.
32:06En wat is het heren als wij die goedheid en genade.
32:11Als wij die niet nodig hebben.
32:14Wat is het heren.
32:17Als wij het langs ons heen kunnen laten gaan.
32:22Als de nodiging uitgaat.
32:26En dan worden er geen brave beste mensen genodigd.
32:32Maar zondaren worden genodigd.
32:35Die het leven bij zichzelf niet meer kunnen houden.
32:39Heere gedenk dan nog gedenk de gemeente.
32:42Dat bieden wij van u.
32:45Om Christus wil alleen.
32:48Amen.
32:53Namens de kerkenraad zijn er nog de volgende afkondigingen.
32:57In verband met het te houden heiligavondmaal.
33:00Volgende week zondag.
33:02Zal er maandag 7 september.
33:06Censura moren worden gehouden in de consistorie.
33:08De aanvang is kwart over zeven.
33:12En aansluitend hierop zal er om acht uur het bezinningsuur plaatsvinden in Ebena Ezer.
33:19Een gemeente bezinningsuur op het Heiligavondmaal.
33:23Dat is niet alleen voor de mensen die deelnemen aan het Heiligavondmaal.
33:29Ja, voor hen zeker.
33:32Maar het is voor heel de gemeente.
33:34Ook als u worstelt.
33:37Met de bediening van het heiligavondmaal.
33:40Of als u niet worstelt.
33:44Dan kan de Heer ook de bezinningsuur gebruiken om u een worstelaar te maken.
33:51En daarom roep ik u allen hartelijk beleefd.
33:57Maar ook dringend op om het bezinningsuur bij te wonen.
34:02Volgende week zondag zal de diakoniecollecte bestemd zijn voor noodhulp aan de slachtoffers van de overstroming in Nepal en Tibet.
34:12En voor deze voornemens geldt zo de Heere wil en wij het mogen beleven.
34:19Tot zover de afkondiging.
34:21In de dienst der offerhanden worden van u een drietal gaven gevraagd.
34:25De eerste collecte is bestemd voor het pastoraat, de tweede voor de kerkvoldij.
34:30En de derde voor de aflossing van de kerk.
34:33We bevelen deze collecten van harte in uw mildadigheid aan.
34:39De heren zegenen u en uw liefde gaven.
34:44Wij gaan zingen met elkaar op salm 16.
34:47En we zingen daarvan het eerste vers.
34:51Bewaar mij toch al alvermogend God.
34:55Het derde vers, getrouwe heren, gij wilt mijn goed, mijn God.
35:00Mijn erfenis en het deel mijns bekerswezen.
35:04En ook het vierde vers.
35:06Ik zal de heren die mij getrouwe raad gegeven heeft.
35:09Met psalmgezangen prijzen.
35:12En wat er verder volgt.
35:13Eerste, derde en vierde vers.
35:16Uit psalm 16.
35:17[GEZANG]
42:31Gemeente de heren heeft het sacrament van het heiligavondmaal ingesteld.
42:37Om het geloof te versterken.
42:42En om nu met kracht en met troost des Heren heilig avondmaal te gebruiken, zijn twee dingen nodig.
42:52Zo leert ons het formulier.
42:55Opdat wij nu tot onze troost des Heren avondmaal mogen houden, is ons voor alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.
43:05En ten andere dat wij het tot dat einde richten waartoe het de Heere Christus verordineert en ingesteld heeft.
43:15Namelijk tot zijn gedachtenis.
43:18Dus ten eerste is nodig, voor alle dingen is nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.
43:28En daarom leek het mij goed om nu als eerste...
43:33dat gedeelte over de zelfbeproefing, het eerste gedeelte van het avondmaalsformulier, samen met u te lezen.
43:42Het
43:43formulier om het heilig avondmaal te houden, het eerste gedeelte.
43:54Geliefde in den Heere Jezus Christus hoort aan de woorden der inzetting van het heilig avondmaal van onze Heere Jezus Christus, welke ons beschrijft.
44:06De heilige apostel Paulus in 1 Corinthe 11.
44:10Ik heb van de heren ontvangen hetgeen ik ook u overgegeven heb.
44:16Dat de heren Jezus in de nacht in welke hij verraden werd het brood nam.
44:20En als hij gedankt had brak hij het en zei de neemt eet.
44:25Dat is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt.
44:30Doe dat tot mijn gedachten is.
44:33Desgelijks nam hij ook de drinkbeker.
44:35Na het eten des avondmaals.
44:38En zeiden deze drinkbeker.
44:40Is het nieuwe testament in mijn bloed.
44:43Doe dat zo dikwijls als gij dien zult drinken.
44:46Tot mijn gedachten is.
44:48Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten.
44:51En deze drinkbeker zult drinken.
44:54Zo verkondigt de dood des heren.
44:56Totdat hij komt.
44:58Zodan wie onwaardiglijk dit brood eet.
45:02Of de drinkbeker des heren drinkt.
45:05Die zal schuldig zijn aan het lichaam des bloeds des heren.
45:10Maar de mens beproeven zichzelf en eten al zo van het brood.
45:16En drinken van de drinkbeker.
45:18Want die onwaardiglijk eet en drinkt.
45:21Die eet en drinkt zichzelf een oordeel.
45:24Niet onderscheidende het lichaam des heren.
45:28En opdat wij nu tot onze troost des heren avondmaal mogen houden.
45:33is ons voor alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.
45:38Ten andere dat wij het tot dat einde richten waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft, namelijk tot zijn gedachtenis.
45:49De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.
45:55Ten eerste bedenken een iegelijk bij zichzelf zijn zonde en vervloeking.
46:01Opdat hij zichzelf mishagen en zich voor God verootmoedigen.
46:06Aangezien de toren gods tegen de zonde zo groot is.
46:10Dat hij die, eer hij ze ongestraft liet blijven.
46:15Aan zijn lieve zoon Jezus Christus.
46:19Met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.
46:24Ten andere onderzoeken een ieder zijn hart.
46:27Of hij ook deze gewisse belofte gods gelooft.
46:31Dat hem al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.
46:40En de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is.
46:49Ja, zo volkomen alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaalt.
46:57En alle gerechtigheid volbracht had.
46:59Ten derde onderzoeken ieder zijn conscientie.
47:02Of hij ook gezind is voortaan.
47:05Met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid.
47:09Jegens God en Heren te bewijzen.
47:12En voor het aangezicht Gods oprecht te wandelen.
47:16Insgelijks of hij zonder enige geveinstheid.
47:19Alle vijandschap.
47:21Haat en nijd van harten afleggende.
47:24een ernstig voornemen heeft om van nu voortaan in waarachtige liefde en enigheid met zijn naaste te leven.
47:33Allen dan die al zo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen en voor waardige medegenoten van de tafel zijn zoons Jezus
47:46Christus houden.
47:48Daarentegen die dit getuigenis in hun hart niet gevoelen,
47:52Die eten en drinken zichzelf een oordeel.
47:56Waarom wij ook naar het bevel van Christus en van de apostel Paulus.
48:00Allen die zich met deze navolgende ergelijke zonde besmet weten.
48:07Vermanen van de tafel des heren zich te onthouden.
48:10En hun verkondigen dat zij geen deel in het rijk van Christus hebben.
48:16Als daar zijn alle afgodendienaars.
48:21Alle die verstorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen.
48:25Alle die de beelden eer aandoen.
48:28Alle tovenaars en waarzeggers die vee of mensen mitschades andere dingen zegenen.
48:34En die aan zulke zegening geloof hechten.
48:37Alle verachters van God, van zijn woord en van de heilige sacramenten.
48:42Alle godslasteraars.
48:44Alle die tweedracht, secte en muiterij in kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten.
48:51Alle mijn edigen, alle die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn.
48:57Alle doodslagers, kijvers en die in haat en nijd tegen hun naasten leven.
49:03Alle echtbrekers, hoereders, dronkaards, dieven, woekeraars, rovers, spelers, gierigaards.
49:12En al degenen die een ergelijk leven leiden, deze allen, zolang zij in zulke zonde blijven, zullen zich van deze spijzen, welke Christus
49:24alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft, onthouden, opdat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worden.
49:33Maar dit wordt ons geliefde broeders en zusters niet voorgehouden,
49:38Om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken.
49:43Alsof niemand tot het avondmaal des Heren gaan mocht.
49:47Dan die zonder enige zonde waren.
49:50Want wij komen niet tot dit avondmaal om daarmee te betuigen.
49:54Dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn.
49:58Maar in tegendeel.
50:01Aangezien wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken.
50:08Zo bekennen wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.
50:12Daarom al is het dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden.
50:17Als namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben.
50:21Dat wij ons ook met zulke ijver om God te dienen niet begeven als wij schuldig zijn.
50:27Maar dagelijks met de zwakheid onze geloofs.
50:31En de boze lusten onze vleesjes te strijden hebben nogthans.
50:36Des niet tegenstaande overmids ons.
50:39Door de genade des heilige geestes zulke gebreken van harte leed zijn.
50:44En wij begeren tegen ons ongeloof te strijden.
50:48En naar alle geboden gods te leven.
50:51Zo zullen wij gewis en zeker zijn.
50:55Dat geen zonde nog zwakheid.
50:57Die nog tegen onze wil in ons overgebleven is.
51:02Ons kan hinderen.
51:04Dat ons God niet in genade zou aannemen.
51:07En al zo deze hemelse spijs en drank waardig en deelachtig maken.
51:16Tot zover het eerste gedeelte uit het avondmaals formulier.
51:20De tekst voor vanmorgen is hooglied 1.
51:24En ik wil u in het bijzonder nog een keer het tweede vers lezen.
51:30Vers.
51:31[GEZANG]
51:50Tot zover vers 2.
51:53Wij worden bepaald bij de bruid uit het hooglied.
51:58Een drietal gedachten.
51:59Wij letten in de eerste plaats op haar uiterlijk.
52:02Ten tweede op haar aantrekkelijkheid.
52:06En ten derde op haar verlangen.
52:09De bruid uit het hooglied haar uiterlijk.
52:13In de eerste plaats haar aantrekkelijkheid.
52:17Ten tweede en ten derde haar verlangen.
52:24Er zijn heel wat liederen gemaakt en er worden nog steeds heel veel liederen gemaakt.
52:30Maar het hooglied, letterlijk staat er in het Hebreeuws, dat is het lied der liederen.
52:39Dus het allermooiste, het allerheerlijkste lied.
52:45Het overstijgt alle andere liederen.
52:48En dit is het voornaamste lied, het hoogste lied.
52:55Dit ooglied is gemaakt door koning Salomo.
52:59Salomo, als hij geroepen wordt om koning te worden, dan komt de Heere bij hem over en vraagt wat hij hebben wil.
53:09Hij vraagt niet om rijkdom, hij vraagt niet om macht of om status, maar hij vraagt om wijsheid.
53:18En de Heere bedeelt Salomo met heel veel.
53:23En het wonderlijke is dan.
53:26Dan ziet u ook weer dat de heren.
53:29Als hij zijn genade schenkt.
53:31Dan is dat niet voor onszelf.
53:34Maar dat is op dat wij uitdeler zouden zijn.
53:38Van de menige lij genade en gave gods.
53:41Zo geldt dat ook voor Salomo.
53:43De heren gebruikt dan Salomo weer.
53:46Om dit lied te dichten.
53:49Het is de heilige geest die de wijsheid van Salomo gebruikt.
53:55Terwijl de Heer mensen helemaal niet nodig heeft, geen dominees nodig heeft, geen amstdragers nodig heeft, wil hij de Heer toch mensen gebruiken in zijn dienst om
54:07zijn huis vol te maken.
54:10Dat doet hij ook met Salomo.
54:13Maar als het gaat over dat hooglied, hoe moet je dat dan lezen?
54:17En daar zijn natuurlijk uiteraard verschillende meningen over.
54:21En toch denk ik ook dat heel veel met elkaar overeenkomt.
54:26Er zijn theologen die zeggen je moet het zien als een liefdeslied van koning Salomo.
54:32En waarin hij de liefde tot zijn bruid beschrijft.
54:37Een dochter van Farao.
54:40Dat doortrekt ook dat hele hooglied.
54:43Dus het is een liefdeslied, maar dan zou het ook wel heel horizontaal zijn.
54:50Er zijn verklaarders die zeggen, je moet het zo zien, het is de liefde van de heren tot zijn volk.
54:58En dan in het bijzonder tot zijn volk Israël.
55:04Er zijn ook theologen, en ik denk dat ik ook op die lijn zit, die zeggen, nee, het moet toch nog dieper.
55:11Het gaat ten diepste om de liefde van Christus tot zijn bruidskerk.
55:18En prachtig dat daar beelden voor worden gebruikt uit het dagelijkse leven.
55:25Of beter gezegd uit het dagelijkse huwelijksleven.
55:30Maar het is alles om de liefde van de Heer Jezus Christus tot zijn bruidskerk, tot zijn gemeente uit te stallen.
55:42En opdat die liefde nou uw harde hart en jouw harde hart zou breken.
55:49Dat hebben we nodig.
55:50Dat hebben we niet één keer nodig.
55:52Maar dat hebben we steeds weer nodig.
55:55Dat de Heere door zijn liefde ons hart raakt.
56:01En dat wij gaan zien dat wij hem lief hebben omdat hij ons eerst heeft lief gehad.
56:11En dat maakt het hooglied ook wel moeilijk.
56:14Want soms vraag je je af.
56:16En in de Bijbel, in de Statenvertaling wordt ons soms daarbij geholpen.
56:25Wie is er nou aan het woord?
56:27Is nou de bruid aan het woord?
56:29Of is de bruidegom aan het woord?
56:33Maar ook daar zijn verschillende meningen over.
56:36Dat maakt het moeilijk.
56:37Maar gemeente, u moet altijd denken.
56:40Ook als er verschillende verklaringen zijn dat het de Heilige Geest is die dat wil gebruiken.
56:47En misschien voor de ene de ene verklaring en voor een ander een andere verklaring.
56:53Maar natuurlijk is het belangrijk om het te verstaan dat
56:59wij weten wie er aan het woord is.
57:02Is nou de bruid aan het woord of de bruidegom?
57:07En dan wordt er in hoofdstuk 1 gesproken ook over de dochters van Jeruzalem.
57:14En zij zien neer op de bruid.
57:17Hoe zit het dan met die dochters?
57:20Zijn die dochters dan geen onderdeel van Gods gemeente?
57:25Het zijn toch de dochters van Jeruzalem?
57:28Wij zouden zeggen, met
57:31de woorden uit Lukas 24, zij zijn toch geen vreemdeling in Jeruzalem?
57:38Waar ze zien neer op de bruid.
57:42Of wat ontbreekt ze dan?
57:45Is het niet de liefde van Christus die hen ontbreekt?
57:51En waardoor ze laag neerzien op anderen.
57:55En waardoor ze zich misschien zelfs wel ergeren aan anderen.
58:03En gemeente, ik kan het onbevangen zeggen.
58:07Want ik weet nog niet hoe dat allemaal zit in de gemeente.
58:12Misschien vindt u het wel heel erg dat er mensen aangaan.
58:16Dat er bepaalde mensen aangaan.
58:18Dat u wel zegt hoe kan het toch.
58:20Maar u staat voor uzelf.
58:24En natuurlijk als u moeite hebt met iemand anders.
58:27Die aan het avondmaal deelneemt.
58:30Dan is de weg van Matthäus 18 de koninklijke weg.
58:33Dan moet u die persoon aanspreken.
58:36Bestraffen tussen u en hem of haar alleen.
58:43Er zijn zoveel dingen die wij aangrijpen om buiten schot te blijven.
58:51Maar ik hoop, gemeente, en ik bid u alles uit handen te nemen.
58:58Zodat er een arme zon daar over blijft.
59:04Dat u het van genade moet hebben.
59:06Dat u het van het alles reinigende bloed van de Heer Jezus Christus moet hebben.
59:13Dat wat denkt u?
59:15Die dochters van Jeruzalem zou de bruid het niet gevoeld hebben.
59:20En dat ze zo aangekeken werd.
59:23En dat er zo op haar neergekeken werd.
59:28En dat zegt ze zelf.
59:29Ik ben zwart.
59:32Zwart.
59:33Als de tenten van Kedar.
59:38Ik weet niet of u wel eens in Israël geweest bent.
59:40Als je die nomaden ziet.
59:42Die tenten.
59:43Die zijn pik en pik zwart.
59:46Het zijn dierenvellen.
59:48Maar die zijn zo door de zon zwart geworden.
59:54Dat de bruid zegt, dat ben ik nou.
59:57Als de tenten van Kedar.
1:00:02En zij duidt daarmee op haar lage afkomst.
1:00:06Gemeente, zij is niks.
1:00:09Ze heeft niks.
1:00:11Ze kan niks.
1:00:13Ze wil niks.
1:00:14En
1:00:16daarom onbegrijpelijk, onbegrijpelijk.
1:00:20Dat de bruidegom haar aanziet.
1:00:23Ze
1:00:25is zwart.
1:00:27Door haar afkomst.
1:00:30Maar ook zoals ze dat ook zelf beschrijft in hoofdstuk 1.
1:00:36Door haar lijden.
1:00:40De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken.
1:00:44Ze hebben mij gezet tot een hoedste der wijngaarden.
1:00:48En mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.
1:00:55Wat kan er aan lijden zijn?
1:00:58En dat vanwege verdeeldheid, vanwege ruzie, oneenigheid.
1:01:06Wat kan er aan lijden zijn?
1:01:09Vanwege de verwarring, ook in het bijzonder als we kijken op het kerkelijk erf.
1:01:15Een verbijten en vereten van elkaar.
1:01:21Dat is het smart van de bruid.
1:01:25Daardoor lijdt zij.
1:01:27Ze leidt door de kinderen mijner moeder, door haar eigen huisgenoten.
1:01:35Maar
1:01:38het gaat nog dieper bij de bruid.
1:01:41Het is vanwege haar zonde, vanwege haar afmakingen.
1:01:47Mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.
1:01:56En daar geeft ze niemand anders de schuld van.
1:01:59Die schuld die ligt bij haar.
1:02:02Vanwege haar zonden.
1:02:04Vanwege haar afmakingen.
1:02:07Vanwege haar ongeloof.
1:02:10Vanwege haar geringschatten van de heren.
1:02:14Het verdacht maken van zijn liefde.
1:02:19Haar afmakingen.
1:02:22En daardoor zegt zij, ik ben zwart als de tenten van Kedar.
1:02:32En daarom vinden wij bij deze bruid een mishagen vanwege de zonde.
1:02:42En dat vinden wij ook zo treffend in het avondmaalsformulier terug.
1:02:46Als het gaat over het stuk van de zelfbeproefing, gemeente.
1:02:50Dan is dat als eerste.
1:02:53Is er bij u nou een mishagen vanwege de zonde?
1:03:01Dat als u in de spiegel kijkt, dat u eigenlijk uw eigen...
1:03:06Niet durft te zien.
1:03:07Uw ogen niet durft op te slaan.
1:03:11Een mishagen vanwege de zonde.
1:03:15En waardoor we ons voor God veraltmoedigen.
1:03:22En dat is niet één keer gemeente.
1:03:25Dat blijft.
1:03:29Hoe groot mijn zonde en ellende zijn.
1:03:34En
1:03:39hoe ik dan van mijn zonde en ellende verlost word.
1:03:43En goden daarvoor dankbaar zijn.
1:03:46Ik zeg wel eens een kurkentrekker is het.
1:03:49Het is steeds dezelfde beweging, maar het gaat steeds dieper.
1:03:55Een mishagen vanwege de zonde.
1:03:59Moeten we het weer hebben over zonde?
1:04:01Ja, gemeente.
1:04:03Als wij het niet hebben over zonde, dan kunnen we het ook niet hebben over genade.
1:04:08En daarom is het nodig om de zonde aan te wijzen.
1:04:12Ik ben zwart.
1:04:15Gelijk de tenten van Kedar.
1:04:18En daarom heeft de bruid vergeving nodig.
1:04:22Ze heeft wassing en reiniging nodig.
1:04:26Van haar zonde.
1:04:28En
1:04:30daarom heeft ze haar bruidegom lief.
1:04:34Er is maar één naam.
1:04:37Er is maar één middel.
1:04:39Er
1:04:41is maar één middelaar.
1:04:44Gods en der mensen.
1:04:47De mens Christus Jezus.
1:04:49Die eer God de zonde ongestraft liet.
1:04:56Hij ze gestraft heeft.
1:04:59In zijn enige geboren zoon.
1:05:04Onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.
1:05:10En om dat geloof nu te versterken.
1:05:13Laat de Heer eens een tafel aanrichten.
1:05:18Omdat hij weet dat u klein van krachten bent.
1:05:22Zwak van moed.
1:05:25En opdat u het niet alleen zou horen.
1:05:28Maar opdat u het ook zou zien.
1:05:31Zijn lichaam laten breken.
1:05:35Tot een volkomen verzoening.
1:05:38Het was onze eerste gedachte.
1:05:39Haar uiterlijk.
1:05:40We gaan naar onze tweede gedachte.
1:05:42Haar aantrekkelijkheid.
1:05:47Zwart.
1:05:49Zwart als de tenten van Kedar.
1:05:53Dat klinkt niet bepaald aantrekkelijk, gemeente.
1:05:57Hoe
1:06:01kan ze dat nou zeggen?
1:06:03Als de bruidegom haar lief heeft...
1:06:07en
1:06:09als hij haar nu wast en reinigt in zijn bloed...
1:06:13hoe
1:06:15kan ze het blijven zeggen dat ze zwart is?
1:06:20Gemeente, dan
1:06:23heeft dat alles te maken met de staat...
1:06:26of
1:06:28de stand van het leven.
1:06:30Of zeg ik dan hele vreemde dingen?
1:06:35De staat van ons leven.
1:06:39Zijn wij onder de wet of zijn wij onder de genade?
1:06:46Zijn wij nog in Adam of heeft God door zijn genade ons afgesneden van de stam Adam en ingeplant
1:06:58in Christus?
1:07:00Zijn we dood of
1:07:03levend?
1:07:05Dat is de staat van het leven.
1:07:08Maar in de stand van het leven kan
1:07:12het allemaal wel eens zo door elkaar lopen.
1:07:14En dat u het niet meer kan bezien.
1:07:19En daarom laat de Heer eens een woord verkondigen om het geloof te werken en te versterken.
1:07:28Maar in bijzonder geeft hij de sacramenten tot versterking van het geloof.
1:07:35Want de bruid mag zeggen, ik ben zwart, maar
1:07:39liefelijk.
1:07:44Niet alleen zwart als de tenten van Kedar, maar
1:07:53ook als de gordijnen van
1:07:57Salomo.
1:07:58Ik ben zwart, doch liefelijk, gij dochteren van Jeruzalem, gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
1:08:15Een prachtige mooie uitdrukking, een prachtige mooie vergelijking.
1:08:19Zij vergelijkt zowel dat zwarte als
1:08:23dat lieflijke.
1:08:26En misschien hebt u wel de Bijbel met uitleg, de BMU.
1:08:31Ik noem dat altijd de Bijbel met mogelijke uitleg.
1:08:35Want hier gaat de uitleg, denk ik, niet helemaal goed.
1:08:41Die tenten, die gordijnen van Salomo, die
1:08:48zijn zo kunstig.
1:08:51Die zijn zo heerlijk, zo kleurrijk.
1:08:56Zwart als de tenten van Kedar, toch liefelijk als de gordijnen van Salomon.
1:09:10Wij zouden zeggen, gemeente, is dat niet een beetje grootspraak van die bruid?
1:09:20Trekt ze hier niet een te grote broek aan?
1:09:25Is dit niet arrogant?
1:09:26Stelt ze zich niet zelf op de voorgrond?
1:09:31Door te zeggen dat zij liefelijk is?
1:09:36Gemeente, ze zou het werk van de heren ontkennen.
1:09:41Als het niet zo was.
1:09:43Daar zou de heren voor verdacht houden.
1:09:48Maar dat kan zo onmogelijk.
1:09:50Ziende op haarzelf.
1:09:54Dan is zij zwart.
1:09:58Maar als ze buiten zichzelf op de ander ziet.
1:10:03Dan mag ze zeggen, toch liefelijk.
1:10:08Zij is vol van de liefde van Christus.
1:10:14Ze wordt gedreven door de liefde van Christus.
1:10:18En waarom heeft ze hem lief?
1:10:22Omdat hij haar eerst lief gehad heeft.
1:10:31En uit die liefde mag zij getuigen.
1:10:35En uit die liefde...
1:10:37Mag zij leven.
1:10:40Ik ben zwart.
1:10:43Doch liefelijk.
1:10:49Wij zeggen gemeente.
1:10:50Liefde is blind.
1:10:53En dan kan je soms.
1:10:56Denk je dat wel eens.
1:10:57Als je een meisje met een bepaalde jongen ziet lopen.
1:11:00Dan denk je.
1:11:00Wat ziet die meid toch in die jongen.
1:11:03Of andersom.
1:11:05En dan zeggen we.
1:11:06Liefde is blind.
1:11:07Maar liefde is niet blind gemeente.
1:11:12Liefde maakt juist ziend.
1:11:15En door de liefde gaan wij veel meer zien als dat een ander ziet.
1:11:22En dat geldt ook voor de liefde van Christus.
1:11:25Dan zien wij hem in
1:11:29zijn volheid en in zijn rijkdom.
1:11:32Dan zien wij hem in zijn onvoorwaardelijke liefde.
1:11:39En de bruidegom zegt, gij zijt de schoonste onder de vrouwen.
1:11:45En
1:11:49daarom heeft ze hem nodig.
1:11:52En kan ze niet buiten zijn gemeenschap.
1:11:56Zeg mij aan.
1:12:00Gij die mijn ziel lief heeft.
1:12:03Waar gij wijt.
1:12:04Waar gij de kudde legert in de middag.
1:12:07Want waarom zou ik zijn als een die zich bedekt bij de kudde uw metgezellen.
1:12:13Zij ziet uit naar zijn gemeenschap.
1:12:18En ze wil die gemeenschap ervaren.
1:12:25Beleven.
1:12:25Misschien bent u dat ook wel, die daar naar uitziet.
1:12:29Om die gevoelige genade nog weer eens te ervaren.
1:12:35Maar de Heer weet wat nodig is.
1:12:39En de Heer weet wat goed is voor u.
1:12:44Want gemeente, het zijn sterke benen die de wereld dragen.
1:12:48Maar dat geldt ook voor het geestelijke leven.
1:12:51En dan zouden we zomaar weer zijn genade kunnen verkwanselen.
1:12:57De Heere weet wat goed is.
1:12:59En wat nodig is.
1:13:02En zo gaat hij haar de weg wijzen.
1:13:07Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen.
1:13:11Zo ga uit op de voetstappen der schapen.
1:13:19De bruidegom zegt tegen zijn bruid.
1:13:24Je moet letten op de voetstappen van de schapen.
1:13:30En die drukken.
1:13:35Maar je zult maar gewoon eens heel eenvoudig zeggen.
1:13:39U moet letten op Gods volk.
1:13:42Op degene die de heren kennen.
1:13:45En hem dienen.
1:13:48En als u ziet dat ze behoefte hebben aan het woord.
1:13:53En aan de verkondiging van het woord.
1:13:56Dan hun voetstappen drukken.
1:14:01Want de bruidegom zegt het.
1:14:03Die voetstappen die brengen u bij de herder.
1:14:10Dan zult u de herder treffen.
1:14:13Dan zult u zijn gemeenschap ervaren.
1:14:18Dan zult u het zien dat hij de goede header is.
1:14:22Die zijn leven stelt voor de schapen.
1:14:29Zijn voetstappen drukken.
1:14:32De voetstappen van de schapen drukken.
1:14:37Dat betekent volgen gemeente.
1:14:40En volgen dat
1:14:43is geloven.
1:14:45Geloven.
1:14:47Terwijl u het niet ziet.
1:14:49U het niet begrijpt.
1:14:50U er niet bij kan.
1:14:53Maar onvoorwaardelijk de stem van de header.
1:14:58De stem van de bruidegom.
1:15:02Volgen.
1:15:11Zijn belofte.
1:15:16Zijn vermaningen.
1:15:21Zijn onderwijs.
1:15:26Hem volgen als hij roept.
1:15:31En de nodiging uitgaat.
1:15:33Kom herwaarts tot mij.
1:15:36Alle die vermoeid en belast zij.
1:15:39O alle gij dorstige.
1:15:41Kom tot de wateren.
1:15:46Als hij roept.
1:15:50Wend u naar mij toe.
1:15:52Word behouden.
1:15:54Als hij zegt.
1:15:56Ik ben de deur der schapen.
1:15:59Een iegelijk.
1:16:01Die binnengaat.
1:16:04Die zal wijde vinden.
1:16:07McShane zegt, dit is het ruimste evangelie.
1:16:10Als hij zich zo voorstelt.
1:16:17Onvoorwaardelijk hem volgen.
1:16:20De voetstappen van de schapen.
1:16:26En dan gaat de bruidekom haar beschrijven.
1:16:30Haar aantrekkelijkheid.
1:16:32Hij vergelijkt ze met paarden.
1:16:34De paarden van Farao.
1:16:40En wat is er nou aan een paard zo aantrekkelijk gemeente?
1:16:43Nou in de eerste plaats zijn kracht.
1:16:47Maar in de tweede plaats ook het zierlijke.
1:16:50Waarmee een paard zich beweegt.
1:16:55En daar geniet de bruidegom van.
1:16:59Als hij zo naar zijn bruid kijkt.
1:17:03En haar ziet in haar bewegingen.
1:17:09In het volgen van hem.
1:17:14In het drukken van zijn voetstappen.
1:17:23Uw wangen zijn liefelijk.
1:17:27En waarom?
1:17:28Die bruid die moet zeggen ik ben zwart.
1:17:32Ze schaamt zich.
1:17:36En als hij haar de weg aanwijst.
1:17:40Die zij zo vaak niet ziet.
1:17:43Niet begrijpt.
1:17:45Vragen bijstelt.
1:17:47Dan schaamt ze zich.
1:17:51En dan komen er blosjes op haar wangen.
1:17:54Van schaamte.
1:17:57En wat ziet die bruidegom dat graag.
1:18:03En dat hij het nou is die
1:18:06haar gekocht heeft.
1:18:09Met zijn dierbaar bloed.
1:18:12Daarin ligt schoonheid.
1:18:16Als zij het beleidt dat ze het niet waardig is.
1:18:21Dat hij nog naar haar omziet.
1:18:25Nee, ze heeft niets waar ze zichzelf op kan beroemen.
1:18:31Ze heeft niets om hem aan te bieden.
1:18:37Het is enkel en alleen zijn genade.
1:18:42En dat is nou precies waarom ze hem nodig heeft.
1:18:47En waarom ze hem lief heeft.
1:18:49Die bruidegom die haar hart heeft ingenomen.
1:18:56Die in haar plaats is gaan staan.
1:18:59Terwijl zij de dood heeft verdiend.
1:19:03En het is rechtvaardig.
1:19:05Terwijl zij het zich schuldig heeft gemaakt.
1:19:09Is
1:19:12het haar bruidegom.
1:19:13Die
1:19:15in haar plaats is gaan staan.
1:19:17Hij gebonden.
1:19:20Opdat zij nimmer meer gebonden hoeft te zijn.
1:19:25Hij betaalt de schuld vereffend.
1:19:30Zodat zij vrij mag zijn.
1:19:33En daarom hem nodig.
1:19:38En wat bijzonder.
1:19:39Dat de bruidegom nou haar.
1:19:44Aantrekkelijk vindt.
1:19:45Uw wangen zijn liefelijk in de spangen.
1:19:49Uw hals in de parelsnoeren.
1:19:54Haar aantrekkelijkheid.
1:19:56Het was onze tweede gedachte.
1:19:58We gaan naar onze derde gedachte.
1:20:00Haar verlangen.
1:20:03Want het is nodig gemeente.
1:20:06Telkens weer dat de bruidegom haar overtuigt.
1:20:11Want als ze op zichzelf ziet.
1:20:14Dan moet ze zeggen.
1:20:16Ik ben het niet waardig.
1:20:22Dat is ook het gevaar van de zelfbeproeving.
1:20:26Dat we in onszelf blijven hangen.
1:20:30Maar u vindt het ook terug in die drie stukken.
1:20:35En opdat we niet in
1:20:39onszelf blijven staren, maar buiten onszelf.
1:20:44Gemeente, dat is het welk van de zelfbeproeving, zeg ik wel eens.
1:20:47Dan moet je met één oog in jezelf en met één oog omhoog kijken.
1:20:54Ik ben zwart.
1:20:57Toch?
1:20:58Lieflijk.
1:21:02Zij kan het niet.
1:21:05Zij wil het niet.
1:21:08Ten diepste.
1:21:10Dat
1:21:12is ook een ontdekking.
1:21:13Een overtuiging.
1:21:19Haar schuld.
1:21:21Ze
1:21:23heeft het werkelijk alles verzondigd.
1:21:28En
1:21:30daarom verlangt ze een kus van zijn mond.
1:21:35Hij kussen mij met de kussen zijn mond.
1:21:41En waarom dan?
1:21:43Waarom is die kus voor haar zo belangrijk?
1:21:47Omdat er genade op zijn lippen is uitgestort.
1:21:54En van die genade, daar moet zij het hebben.
1:21:58Zij niets, maar hij alles.
1:22:03Alles wat
1:22:06aan hem is, is gans begeerlijk.
1:22:11Hij is rood.
1:22:14En draag de banier boven tienduizenden gemeenten.
1:22:20En daarom welke vijanden u ook bestrijden.
1:22:25En welke aanklachten Satan ook inbrengt.
1:22:30Maar
1:22:32hij draagt de banier boven tienduizend.
1:22:39Zijn schoonheid hoog te loven.
1:22:44Gaat al het schoon der mensen ver te boven.
1:22:52En ze weet het, de bruid.
1:22:54Arm in zichzelf.
1:22:56En ze zegt, trek mij.
1:23:00Dan zullen wij u nalopen.
1:23:06Zijn er nog vanmorgen die dat ook nodig hebben?
1:23:12Misschien al zoveel jaren worstelen met het heiligavondmaal.
1:23:17Is het nou ook voor mij?
1:23:21Eet en drink ik mijzelf geen oordeel?
1:23:30En dat is mogelijk, gemeente.
1:23:33Ons zelf een oordeel te eten en te drinken.
1:23:40Maar u kunt zich ook een oordeel zitten.
1:23:46Omdat u het allesreinigende bloed van de Heer Jezus Christus niet nodig hebt.
1:23:54Dat u buiten zijn gemeenschap kunt.
1:23:59Dat hij het is die zo laag afdaalt.
1:24:03Om gemeenschap te hebben met zondaren.
1:24:11Niet gewild.
1:24:14Het leven te ontvangen in zijn naam.
1:24:20Trek mij.
1:24:23O misschien dat u het wel ervaren hebt.
1:24:25Dat je vastgeklonken zit aan de bank.
1:24:28Wat
1:24:31zullen de mensen er wel niet van zeggen.
1:24:33En
1:24:37aan de andere kant.
1:24:40Het besef.
1:24:42Dat u hem nodig hebt.
1:24:47Strijd van binnen.
1:24:50En strijd van buiten.
1:24:53Trek mij.
1:24:56Want zij verlangt naar zijn gemeenschap.
1:25:01Ze kan niet zonder hem en buiten hem.
1:25:06Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.
1:25:10En dan ziet wijn op de dingen die van deze wereld zijn.
1:25:14Op het dagelijkse leven, alle tijdelijke.
1:25:18Het genot van deze wereld.
1:25:21Uw uitnemende liefde is
1:25:25beter dan wijn.
1:25:26Trek mij, wij zullen u nalopen.
1:25:29De koning heeft mij gebracht.
1:25:32In zijn binnenkamer.
1:25:34De meest intieme plek.
1:25:38Om samen te zijn.
1:25:40Om hem te ervaren.
1:25:43Zijn stem te horen.
1:25:46Zijn reuk te ruiken.
1:25:50Hem te omhelzen.
1:25:54En zo is ook de tafel.
1:25:57De meest intieme plek in het oude Israël.
1:26:02Aan tafel.
1:26:03Daar
1:26:05werd gevraagd.
1:26:09Naar het hart.
1:26:11Daar werden de meest verborgen dingen gedeeld met elkaar.
1:26:17Uitgewisseld.
1:26:18De zorgen.
1:26:20De nood.
1:26:24Trek mij.
1:26:26Wij zullen u nalopen.
1:26:31Ze heeft hem nodig.
1:26:33Ze kan niet meer zonder haar bruidegom.
1:26:39En is zij het dan waardig?
1:26:41Gemeente, het avondmaalsformulier, u hebt het net gehoord.
1:26:46Spreekt over waardige disgenoten aan zijn tafel.
1:26:53Wie is het waardig?
1:26:56Is de bruid het waardig?
1:27:00Bent u het waardig?
1:27:02Ben ik het waardig om het te bedienen?
1:27:12De bruid, ze mishaagt zichzelf
1:27:17vanwege haar zonde.
1:27:20Ik
1:27:22ben zwart.
1:27:25Een mishagen vanwege de zonde.
1:27:28En daarom een veraltmoedige voor God.
1:27:33Maar wat u ook bij die bruid hoort.
1:27:39Is dat zij de gewisse belofte gods geloof.
1:27:43Dat al haar zonde.
1:27:46Omwille van het volbrachte werk van haar bruidegom.
1:27:50Haar zijn vergeven.
1:27:53Dan gaat het niet om een gewis geloof.
1:27:59Maar het gaat om een geloof in de gewisse belofte.
1:28:03En als wij dan nog geen volkomen geloof hebben.
1:28:07Zoals het avondmaals formulier zegt.
1:28:11Dan is juist dat avondmaal zo nodig.
1:28:14Om dat zwakke geloof.
1:28:16Om dat te versterken.
1:28:20Om de gewisse, de zekere belofte gods.
1:28:27Die in hem gelooft.
1:28:31Als dienstzonden zijn vergeven.
1:28:34Dan
1:28:38mag ik, nee dan moet ik ook vanmorgen.
1:28:41De
1:28:43sleutelen van het Koninkrijk Gods hanteren gemeente.
1:28:48Zondag 31 uit de Heidelbergse katechismes.
1:28:51De sleutelen van het hemelrijk.
1:28:54Die het hemelrijk
1:28:56ontsluiten of toesluiten.
1:29:02En wanneer wordt dat hemelrijk ontsloten?
1:29:06Zo dikwijls als wij de belofte van het evangelie.
1:29:12Ik spreek de Heidelbergers gisteren maar na.
1:29:15Zo dikwijls als wij de belofte van het evangelie met een waar geloof aannemen.
1:29:24Dan moet u verkondigd worden.
1:29:26De vergeving van zonde.
1:29:29Dan is het de grote bruidegom.
1:29:34Die u welkom heet aan zijn tafel.
1:29:38Al is het dan met
1:29:42knikkende knieën.
1:29:44Met gebroken oog.
1:29:48Maar hij
1:29:51nodig.
1:29:52Kan niet meer zonder hem.
1:29:55Hij is mijn leven.
1:30:00Kunt u dan nog buiten hem gemeente.
1:30:05Dan is dat ook merkbaar.
1:30:08Dat u heilig voor zijn aangezicht wilt leven.
1:30:13Dan is er een strijd.
1:30:15Een strijd tegen de zonde.
1:30:18Ons is het zonder register voorgehouden.
1:30:21Degenen die zich niet van harte bekeren.
1:30:26Zijn niet welkom.
1:30:28Aan de tafel des heren.
1:30:32En vervolgens laat het avondmaal ook zien.
1:30:35Dat het niemand is zonder enige zonde.
1:30:39Dat is niet wat we met onze avondmaalsgang betuigen.
1:30:43Dat wij zonder enige zonde zijn.
1:30:47Maar dat we midden in de dood liggen.
1:30:51En het leven zoeken buiten onszelf.
1:30:56Dan komt er ook een begeerde.
1:30:58Om heilig voor zijn aangezicht te leven.
1:31:02Dan moet het ook in orde zijn, gemeente.
1:31:05Met uw naaste.
1:31:06Dan mag er niks meer tussen liggen.
1:31:10Maar zo laat de bruidegom zijn tafel aanrichten.
1:31:16Als de Heer het geeft.
1:31:18Aanstaande zondag.
1:31:21En hij betoont.
1:31:23Zijn onbegrijpelijke zondaarsliefde.
1:31:27Hij
1:31:29ziet zijn bruid niet meer in haarzelf.
1:31:34Maar hij ziet zijn bruid.
1:31:36In zijn volbrachte werk.
1:31:40De God aller genade.
1:31:43Door het geloof.
1:31:46Ziet de zon daar niet meer aan.
1:31:48Maar zijn
1:31:51zoon.
1:31:53Omdat het werk van zijn zoon zo volkomen is.
1:31:57Volkomen beantwoord.
1:32:01Aan zijn gerechtigheid.
1:32:04Zo
1:32:05wil hij het geloof versterken.
1:32:10En daarom gemeente.
1:32:15Indien gij het niet weet.
1:32:18O gij schoonste onder de vrouwen.
1:32:21Zo ga uit op de voetstappen der schapen.
1:32:27En wijt u geiten.
1:32:29Bij de woningen der hedderen.
1:32:33Amen.
1:32:35Wij
1:32:40zingen uit Psalm 68.
1:32:42Het veertiende vers.
1:32:44Uw God o Israël heeft de kracht.
1:32:47Door zijn bevel u toegebracht.
1:32:51En wat er verder volgt.
1:32:52Het veertiende vers uit Psalm 68.
1:32:55Laten
1:32:55[GEZANG]
1:36:49we eindigen met dankgebed.
1:36:53Heren we zeggen uw naam.
1:36:55Ootmoedig dank voor uw woord.
1:36:59En dat bent u eerlijk.
1:37:02U gaat eerlijk met ons om.
1:37:06En we hebben het gezien in het leven van de bruid.
1:37:09Ze moet het bekennen dat zij zwart is.
1:37:14Maar liefelijk.
1:37:17En dat omwille van het volbrachte werk van uw zoon.
1:37:22De grote bruidegom.
1:37:24Die zijn bruid lief gehad heeft met een eeuwige liefde.
1:37:30En daarom getrokken met goede tierenheid.
1:37:37Onbegrijpelijke liefde.
1:37:39Heeft u bewogen.
1:37:43En daarom heer als u het geeft.
1:37:45Mag aanstaande zondag de avondmaalstafel aangericht staan.
1:37:52Breng dan aan heren die aanhoren.
1:37:55Die u kennen.
1:37:58Die buiten u niet meer kunnen leven.
1:38:03Maar heren als wij nog u niet kennen.
1:38:06Verander het dan deze week nog.
1:38:09Deze week van voorbereiding.
1:38:13En omdat we naar u gaan vragen.
1:38:16En naar u gaan zoeken.
1:38:19Maak ons eerlijk heren.
1:38:22Het moeilijkste wat er is.
1:38:24Die ware zelfbeproeving.
1:38:28Want wij zijn niet eerlijk.
1:38:30En daarom hebben we de werking.
1:38:32De bediening van uw geest zo nodig.
1:38:37Leid ons in al de waarheid.
1:38:41Aanvaard ook onze dank.
1:38:44Breng ons ook vanavond weer samen onder de verkondiging van uw woord.
1:38:49We bidden het van u.
1:38:51Om Christus wil alleen.
1:38:54Amen.
1:38:58Onze slotsang is uit Psalm 2.
1:39:00Het zesde vers vreest zere macht en dient zijn majesteit.
1:39:05En ook het zevende wel zalig zij.
1:39:08Die naar zijn reine leer in hem hun heil.
1:39:12Hun hoogst geluk beschouwen.
1:39:15Het zesde en zevende vers uit Psalm 2 als slotsang.
1:39:19[GEZANG]
1:44:23Amen.
1:44:24[GEZANG]