Hooglied 1; De bruid uit het Hooglied

zondag 6 september 2026 · 09:30 uur · Voorbereiding Heilig Avondmaal · Ds. R. van de Kamp · 108 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:10En onze verwachting is in de naam des Heren die hemel en aarde gemaakt heeft.

10:18Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid.

10:24En die niet laat varen de werken van zijn handen.

10:29Amen.

10:32Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:38En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:42En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:47De eerstgeborene uit de doden.

10:50En de overste van de koningen der aarde.

10:56Amen.

10:57Kom

11:00gemeente, laten wij met elkaar zingen uit Psalm 75.

11:04Het eerste vers.

11:05U alleen, u loven wij.

11:08En wat er verder volgt, eerste vers uit psalm 75.

11:12Stellen

11:13[GEZANG]

13:02we ons nu eerst voor de spiegel van Gods heilige wet.

13:06En zingen daarna uit psalm 38 het zesde vers.

13:11Ik ben door uw wet te schenden, krom van lende, vol van druk, benauwd van hart.

13:19En wat er verder volgt, zesde vers uit psalm 38.

13:23Na het lezen van Gods heilige wet.

13:28Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid hebt.

13:39Gij zult geen andere gode voor mijn aangezicht hebben.

13:43Gij zult u geen gesneden beeld, nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen

13:56dat in de wateren.

14:08[GEZANG]

14:23Gij zult de naam des Heren, uw God, niet eindelijk gebruiken, want de Heer is al niet onschuldig gehouden die zijn naam eindelijk gebruikt.

14:32Gedenk de Sabbatdag, dat gij dien heiligt.

14:36Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

14:40Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren, uw God.

14:44Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter.

14:50Nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

14:56Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.

15:03En hij rustte ten zevende dagen.

15:07Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

15:13Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land.

15:18Dat u de heren uw God geeft.

15:21Gij zult niet doodslaan.

15:23Gij zult niet echt breken.

15:25Gij zult niet stelen.

15:27Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

15:32Gij zult niet begeren uw naaste huis.

15:36Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

15:39Nog zijn dienstknecht.

15:41Nog zijn dienstmaagd.

15:43Nog zijn os.

15:45Nog zijn ezel.

15:47Nog iets.

15:49Dat uw naasten is.

15:50We

15:51[GEZANG]

17:20openen Gods woord vanmorgen in het Oude Testament.

17:23In het boek Hooglied.

17:25En lezen daar het eerste hoofdstuk.

17:28Dus

17:31de schriftlezing voor vanmorgen is Hooglied 1.

17:37Het Hooglied, het welk van Salomo is.

17:41Hij kussen mij met de kussen zijns mons.

17:45Want uw uitnebende liefde is beter dan wijn.

17:50Uw olieën zijn goed tot reuk.

17:54Uw naam is een olie die uitgestort wordt.

17:58Daarom hebben u de maagde lief.

18:00Trek mij.

18:02Wij zullen u nalopen.

18:04De koning heeft mij gebracht in zijn binnenkamer.

18:07Wij zullen ons verheugen en in u verblijden.

18:12Wij zullen uw uitnemende liefde vermelden.

18:16Meer dan de wijn.

18:17De oprechten hebben u lief.

18:21Ik ben zwart, doch liefelijk, geit dochteren van Jeruzalem.

18:26Gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.

18:31Ziet mij aan dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen.

18:37De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken.

18:41Ze hebben mij gezet tot een hoedster der wijngaarden.

18:46Mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.

18:50Zeg mij aan, gij die mijn ziel lief heeft, waar gij wijt, waar gij de kudde legert in de middag.

18:58Want waarom zou ik zijn als een die zich bedekt bij de kudde uwer metgezellen?

19:05Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen, zo ga uit op de voetstappen der schapen en wijt uw geiten bij de woningen der hedderen.

19:18Mijn vriendin, ik vergelijk u bij de paarden in de wagens van Faro.

19:24Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.

19:30Wij zullen uw gouden spangen maken met zilveren stipjes.

19:35Terwijl de koning aan zijn ronde tafel is, geeft mijn nardes zijn reuk.

19:42Mijn liefde is mij een bundeltje meer dan tussen mijn borsten vannacht.

19:48Mijn liefste is mij een tros van Cyprus in de wijngaarden van Engedi.

19:54Zie gij zijt schoon, mijn vriendin.

19:57Zie gij zijt schoon, uw ogen zijn duivenogen.

20:01Zie gij zijt schoon, mijn liefste, ja, liefelijk.

20:05Ook groent onze bedsteden.

20:08De balken onze huizen zijn seders.

20:12Onze galerijen zijn cypressen.

20:16Tot zover.

20:17Hooglied 1.

20:19In

20:21de voorbeden hopen wij te gedenken aan de rouwdragende familie Aleman die afgelopen woensdag aan het geopende graf stond.

20:29We

20:31denken ook aan de heer R.

20:33Zeelen, Marijkeweg 35, die gisteren een herseninfarct kreeg en nu in het Maastad ziekenhuis ligt.

20:41En we hopen ook te gedenken aan het echtpaar Flikweert het mannetje, Doornweg 2.

20:48dat maandag 31 augustus mocht gedenken 25 jaar getrouwd te zijn.

20:54Laten wij de Heere vragen om zijn onmisbare zegen.

21:04Heere, het is in uw voorzienigheid dat u ons vanmorgen hier samenbrengt.

21:12Het ligt alles in uw hand.

21:15En u hebt overal uw wijze bedoelingen mee.

21:19Want u bent het die regeert.

21:22En alle dingen werkt.

21:25Naar de raad van uw wil.

21:27En dat moet ons diep veraltmoedigen.

21:31Dat u alle dingen weet.

21:35De diepste schuilhoeken van ons hart doorzoekt.

21:40Ons veel beter kent dan dat wij onszelf kennen.

21:46Moet ons diep veraltmoedigen en doen buigen in het stof.

21:52Maar heren u weet ook hoe het kan vertroosten.

21:55Dat u alle dingen weet.

21:59Zoals de beleidenis van Petrus aan het strand van het meer van Galilea.

22:07Heren u weet alle dingen.

22:10U weet toch dat ik u lief heb.

22:15En heren werk zo in ons leven.

22:19Want wij gaan u niet lief hebben.

22:23Tenzij wij zien dat u ons lief hebt.

22:29En dat u ons daarom samenbrengt vanmorgen met de gemeente.

22:34En daarom uw woord laat horen.

22:38Uw onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.

22:44Dat

22:45er niemand is die naar u vraagt of naar u zoekt.

22:50Maar bent u het die ons zoekt.

22:54En daarom wilt u ons ontmoeten vanmorgen in de gedaante van uw woord.

22:59Heren, zegen daartoe de verkondiging van uw woord.

23:05Dat onze ogen geopend worden, onze oren doorboord worden.

23:11Dat ons hart blootgelegd wordt en dat we het gaan zien, heren, onbegrijpelijk.

23:17Terwijl wij het niet waard zijn, zwart zijn, zwart door de zonde.

23:24En de misdaden.

23:27Maar dat we het met de bruid mogen getuigen.

23:31Toch liefelijk.

23:34Onbegrijpelijk heren.

23:35Het is die zondaarsliefde.

23:38Die u van eeuwigheid bewogen hebt.

23:42En waardoor u uw zoon gegeven hebt.

23:45Tot een volkomen verzoening.

23:48Heren werk dan nog door de werking en de kracht van uw heilige geest.

23:54Op dat we het gaan opmerken.

23:56Opdat het onze bede wordt, kus ons met uw mond, met

24:04die lippen waar genade op uitgestort is.

24:09Heren, werk dan nog krachtig in de gemeente, ook in het bijzonder vanmorgen in deze dienst van voorbereiding.

24:18Als u het geeft en volgende week zondag de

24:24verbondsdienst mag staan aangericht.

24:29Heren, trek dan.

24:31Want dan zullen wij u nalopen.

24:35En dat we ons zo mogen begeven op de voetstappen van de schapen.

24:42Omdat daar het leven ligt, heren.

24:45Die voetstappen brengen ons bij de header.

24:49Bij de goede header.

24:51Die zijn leven stelt voor de schapen.

24:55Dat hebben we nodig, heren.

24:57Uw borggerechtigheid.

25:01Uw plaats vervangend lijden en sterven.

25:05Dat u betaald hebt.

25:08En dat er nou geen andere weg.

25:11Geen ander middel is.

25:14Om vergeving van zonden te ontvangen.

25:18Om verzoening te ontvangen.

25:20Dan in uw zoon de Heer Jezus Christus.

25:24Op dat zijn naam.

25:25Ook vanmorgen zou schitteren.

25:28Heren u kent ons.

25:30U weet wat ons vanmorgen hier gebracht heeft.

25:35U weet, Heere, wat ons drijft.

25:39Wat er in ons leeft.

25:42En daarom hebben we nodig, Heere, het ontdekkende en overtuigende werk van uw Heilige Geest.

25:49Onthoud ons dat toch niet.

25:52Vanmorgen niet, Heere, in de bediening van uw woord.

25:55In het spreken niet en in het luisteren niet.

25:59Maar werk nog krachtig.

26:02En opdat er een vragen is naar u en uw sterkte.

26:09Daar u zich bekend maakt in uw woord.

26:12Dat zondaren welkom zijn bij u.

26:15En we beleiden het heren.

26:17We zullen het maar eerlijk zeggen.

26:19We zijn geen zondaren.

26:22We hebben het nog zo goed met onszelf getroffen.

26:26En daarom hebben we ook geen borg nodig.

26:30En dan is het eigen schuld heren.

26:33En bewaar ons ervoor dat we u de schuld zullen geven.

26:37Dat zullen we niet openlijk doen.

26:41Maar heren,

26:42breek ons harde hart.

26:46Dat doen de zwaarste slagen van uw wet, doen dat niet.

26:52Maar één druppel van uw liefde.

26:56Heren, stort die nog uit in onze harten.

26:59En opdat het ons zou brengen aan uw voeten.

27:03We dragen de gemeente aan u op, heren.

27:07Met alle zorgen en alle noden.

27:09Als er verdriet is.

27:11Als er onbegrepenheid is.

27:14Als er onzekerheid is.

27:16Als er spanningen zijn.

27:18We bidden om uw nabijheid.

27:21Om uw genade.

27:22Dan denken we bijzonder aan

27:25de familiale man.

27:27Die afgelopen week aan het geopende graf hebben gestaan.

27:31Heere, vertroost dan nog.

27:33U maakt zich bekend in uw woord.

27:35Als de God aller vertroosting.

27:39Als er dan een lege plaats is gekomen.

27:43Heere vervul die met uzelf.

27:46En opdat we ook als gemeente zouden zien.

27:50Heere dat we hier geen blijvende stad hebben.

27:53Maar opdat we de toekomende stad zouden zoeken.

27:56Die stad.

27:58Wiens kunstenaar en bouwmeester gij zelf zijt.

28:03Heere gedenk zo.

28:05Alle rouwdragende weduwe.

28:08Weed u nare.

28:09De lege plaatsen zijn het zij langere of kortere tijd geleden.

28:16We dragen de Heer zelen aan u op, Heren, die opnieuw in het ziekenhuis moest worden opgenomen met een herseninfarct.

28:26Heren, gedenken naar de grootheid van uw genade.

28:30Ontferm u over zijn lichaam.

28:35Want, Heren, levenstijd is toch genadetijd?

28:41Opdat hij zo ook u zou zoeken.

28:44Erkennen dat het alles in uw hand ligt.

28:49Erkennen dat het uw trouwe vaderzorg is.

28:53Die niet alleen gezondheid ons toeschikt.

28:56Maar ook ziekte.

28:59Heren dat is met ons verstand niet te begrijpen.

29:03Maar opdat we het zouden geloven.

29:08En daarom heren werk nog krachtig.

29:12In zijn leven.

29:14Maar ook allen die hem lief en dierbaar zijn.

29:18Geef zo wat nodig is.

29:20Ook voor het echtpaar Flik weert het mannetje.

29:24Die mocht de gedenken 25 jaar door de band van het huwelijk.

29:30Aan elkaar verbonden te zijn samen met hun zoon.

29:34Zijn vriendin.

29:36Geef wat nodig is heren.

29:40Ook eerlijk terug te zien de afgelopen 25 jaar.

29:45Maar ook voorzichtig vooruit te kijken.

29:48Want telkens weer, heren, is het nodig om het van u te verwachten.

29:55Dan is het belangrijk, het allerbelangrijkste, om naar boven te zien.

30:00En zo dragen we ze aan u op, heren.

30:03Uw zegen, uw nabijheid is nodig.

30:07In alles nodig.

30:09En ontferm u dan over hen.

30:13Heren, gedenk zo de gezinnen in de gemeente, de huwelijken.

30:18Daar Satan rondgaat als een briezende leeuw.

30:23We draaien u op die alleen moeten gaan en daar moeite mee hebben.

30:28Die dat strijd kost.

30:31Ontferm u over hen.

30:34We hebben veel van u te vragen, heren.

30:37Maar u gaat door.

30:39U gaat door met het vergaderen van een gemeente tot het eeuwige leven.

30:46En heren werk dan krachtig en zegen daartoe al het werk wat gedaan wordt in de gemeente.

30:53Ook als de zondagschool weer gaat beginnen.

30:57Heren we bidden om uw wijsheid en kracht.

31:01Uw genade voor de leiding.

31:04De juffrouw en de meesters op school.

31:08Maar ook de kinderen die de zondagsschool bezoeken.

31:11Geef dat ook buiten de gemeente.

31:13Kinderen de zondagsschool zullen bezoeken.

31:18Omdat ze het fijn vinden om van u te horen wie u bent.

31:23In uw zoon de Heer Jezus Christus.

31:27Ere gedenk zo.

31:28We

31:30zijn in alles van u afhankelijk.

31:32Werk dan nog door uw kracht.

31:36Ook als aanstaande zondag het sacrament van het Heiligavondmaal staat aangericht.

31:43Heren, u weet wat dat met ons doen kan.

31:48Als er een verlangen is, een uitzien is.

31:52Kan ook een tegenopzien zijn.

31:56Kan zoveel vragen geven.

31:59Want heren, het is uw goedheid en uw genade.

32:06En wat is het heren als wij die goedheid en genade.

32:11Als wij die niet nodig hebben.

32:14Wat is het heren.

32:17Als wij het langs ons heen kunnen laten gaan.

32:22Als de nodiging uitgaat.

32:26En dan worden er geen brave beste mensen genodigd.

32:32Maar zondaren worden genodigd.

32:35Die het leven bij zichzelf niet meer kunnen houden.

32:39Heere gedenk dan nog gedenk de gemeente.

32:42Dat bieden wij van u.

32:45Om Christus wil alleen.

32:48Amen.

32:53Namens de kerkenraad zijn er nog de volgende afkondigingen.

32:57In verband met het te houden heiligavondmaal.

33:00Volgende week zondag.

33:02Zal er maandag 7 september.

33:06Censura moren worden gehouden in de consistorie.

33:08De aanvang is kwart over zeven.

33:12En aansluitend hierop zal er om acht uur het bezinningsuur plaatsvinden in Ebena Ezer.

33:19Een gemeente bezinningsuur op het Heiligavondmaal.

33:23Dat is niet alleen voor de mensen die deelnemen aan het Heiligavondmaal.

33:29Ja, voor hen zeker.

33:32Maar het is voor heel de gemeente.

33:34Ook als u worstelt.

33:37Met de bediening van het heiligavondmaal.

33:40Of als u niet worstelt.

33:44Dan kan de Heer ook de bezinningsuur gebruiken om u een worstelaar te maken.

33:51En daarom roep ik u allen hartelijk beleefd.

33:57Maar ook dringend op om het bezinningsuur bij te wonen.

34:02Volgende week zondag zal de diakoniecollecte bestemd zijn voor noodhulp aan de slachtoffers van de overstroming in Nepal en Tibet.

34:12En voor deze voornemens geldt zo de Heere wil en wij het mogen beleven.

34:19Tot zover de afkondiging.

34:21In de dienst der offerhanden worden van u een drietal gaven gevraagd.

34:25De eerste collecte is bestemd voor het pastoraat, de tweede voor de kerkvoldij.

34:30En de derde voor de aflossing van de kerk.

34:33We bevelen deze collecten van harte in uw mildadigheid aan.

34:39De heren zegenen u en uw liefde gaven.

34:44Wij gaan zingen met elkaar op salm 16.

34:47En we zingen daarvan het eerste vers.

34:51Bewaar mij toch al alvermogend God.

34:55Het derde vers, getrouwe heren, gij wilt mijn goed, mijn God.

35:00Mijn erfenis en het deel mijns bekerswezen.

35:04En ook het vierde vers.

35:06Ik zal de heren die mij getrouwe raad gegeven heeft.

35:09Met psalmgezangen prijzen.

35:12En wat er verder volgt.

35:13Eerste, derde en vierde vers.

35:16Uit psalm 16.

35:17[GEZANG]

42:31Gemeente de heren heeft het sacrament van het heiligavondmaal ingesteld.

42:37Om het geloof te versterken.

42:42En om nu met kracht en met troost des Heren heilig avondmaal te gebruiken, zijn twee dingen nodig.

42:52Zo leert ons het formulier.

42:55Opdat wij nu tot onze troost des Heren avondmaal mogen houden, is ons voor alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.

43:05En ten andere dat wij het tot dat einde richten waartoe het de Heere Christus verordineert en ingesteld heeft.

43:15Namelijk tot zijn gedachtenis.

43:18Dus ten eerste is nodig, voor alle dingen is nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.

43:28En daarom leek het mij goed om nu als eerste...

43:33dat gedeelte over de zelfbeproefing, het eerste gedeelte van het avondmaalsformulier, samen met u te lezen.

43:42Het

43:43formulier om het heilig avondmaal te houden, het eerste gedeelte.

43:54Geliefde in den Heere Jezus Christus hoort aan de woorden der inzetting van het heilig avondmaal van onze Heere Jezus Christus, welke ons beschrijft.

44:06De heilige apostel Paulus in 1 Corinthe 11.

44:10Ik heb van de heren ontvangen hetgeen ik ook u overgegeven heb.

44:16Dat de heren Jezus in de nacht in welke hij verraden werd het brood nam.

44:20En als hij gedankt had brak hij het en zei de neemt eet.

44:25Dat is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt.

44:30Doe dat tot mijn gedachten is.

44:33Desgelijks nam hij ook de drinkbeker.

44:35Na het eten des avondmaals.

44:38En zeiden deze drinkbeker.

44:40Is het nieuwe testament in mijn bloed.

44:43Doe dat zo dikwijls als gij dien zult drinken.

44:46Tot mijn gedachten is.

44:48Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten.

44:51En deze drinkbeker zult drinken.

44:54Zo verkondigt de dood des heren.

44:56Totdat hij komt.

44:58Zodan wie onwaardiglijk dit brood eet.

45:02Of de drinkbeker des heren drinkt.

45:05Die zal schuldig zijn aan het lichaam des bloeds des heren.

45:10Maar de mens beproeven zichzelf en eten al zo van het brood.

45:16En drinken van de drinkbeker.

45:18Want die onwaardiglijk eet en drinkt.

45:21Die eet en drinkt zichzelf een oordeel.

45:24Niet onderscheidende het lichaam des heren.

45:28En opdat wij nu tot onze troost des heren avondmaal mogen houden.

45:33is ons voor alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven.

45:38Ten andere dat wij het tot dat einde richten waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft, namelijk tot zijn gedachtenis.

45:49De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.

45:55Ten eerste bedenken een iegelijk bij zichzelf zijn zonde en vervloeking.

46:01Opdat hij zichzelf mishagen en zich voor God verootmoedigen.

46:06Aangezien de toren gods tegen de zonde zo groot is.

46:10Dat hij die, eer hij ze ongestraft liet blijven.

46:15Aan zijn lieve zoon Jezus Christus.

46:19Met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.

46:24Ten andere onderzoeken een ieder zijn hart.

46:27Of hij ook deze gewisse belofte gods gelooft.

46:31Dat hem al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.

46:40En de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigene toegerekend en geschonken is.

46:49Ja, zo volkomen alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaalt.

46:57En alle gerechtigheid volbracht had.

46:59Ten derde onderzoeken ieder zijn conscientie.

47:02Of hij ook gezind is voortaan.

47:05Met zijn ganse leven waarachtige dankbaarheid.

47:09Jegens God en Heren te bewijzen.

47:12En voor het aangezicht Gods oprecht te wandelen.

47:16Insgelijks of hij zonder enige geveinstheid.

47:19Alle vijandschap.

47:21Haat en nijd van harten afleggende.

47:24een ernstig voornemen heeft om van nu voortaan in waarachtige liefde en enigheid met zijn naaste te leven.

47:33Allen dan die al zo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen en voor waardige medegenoten van de tafel zijn zoons Jezus

47:46Christus houden.

47:48Daarentegen die dit getuigenis in hun hart niet gevoelen,

47:52Die eten en drinken zichzelf een oordeel.

47:56Waarom wij ook naar het bevel van Christus en van de apostel Paulus.

48:00Allen die zich met deze navolgende ergelijke zonde besmet weten.

48:07Vermanen van de tafel des heren zich te onthouden.

48:10En hun verkondigen dat zij geen deel in het rijk van Christus hebben.

48:16Als daar zijn alle afgodendienaars.

48:21Alle die verstorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen.

48:25Alle die de beelden eer aandoen.

48:28Alle tovenaars en waarzeggers die vee of mensen mitschades andere dingen zegenen.

48:34En die aan zulke zegening geloof hechten.

48:37Alle verachters van God, van zijn woord en van de heilige sacramenten.

48:42Alle godslasteraars.

48:44Alle die tweedracht, secte en muiterij in kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten.

48:51Alle mijn edigen, alle die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn.

48:57Alle doodslagers, kijvers en die in haat en nijd tegen hun naasten leven.

49:03Alle echtbrekers, hoereders, dronkaards, dieven, woekeraars, rovers, spelers, gierigaards.

49:12En al degenen die een ergelijk leven leiden, deze allen, zolang zij in zulke zonde blijven, zullen zich van deze spijzen, welke Christus

49:24alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft, onthouden, opdat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worden.

49:33Maar dit wordt ons geliefde broeders en zusters niet voorgehouden,

49:38Om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken.

49:43Alsof niemand tot het avondmaal des Heren gaan mocht.

49:47Dan die zonder enige zonde waren.

49:50Want wij komen niet tot dit avondmaal om daarmee te betuigen.

49:54Dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn.

49:58Maar in tegendeel.

50:01Aangezien wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken.

50:08Zo bekennen wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.

50:12Daarom al is het dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden.

50:17Als namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben.

50:21Dat wij ons ook met zulke ijver om God te dienen niet begeven als wij schuldig zijn.

50:27Maar dagelijks met de zwakheid onze geloofs.

50:31En de boze lusten onze vleesjes te strijden hebben nogthans.

50:36Des niet tegenstaande overmids ons.

50:39Door de genade des heilige geestes zulke gebreken van harte leed zijn.

50:44En wij begeren tegen ons ongeloof te strijden.

50:48En naar alle geboden gods te leven.

50:51Zo zullen wij gewis en zeker zijn.

50:55Dat geen zonde nog zwakheid.

50:57Die nog tegen onze wil in ons overgebleven is.

51:02Ons kan hinderen.

51:04Dat ons God niet in genade zou aannemen.

51:07En al zo deze hemelse spijs en drank waardig en deelachtig maken.

51:16Tot zover het eerste gedeelte uit het avondmaals formulier.

51:20De tekst voor vanmorgen is hooglied 1.

51:24En ik wil u in het bijzonder nog een keer het tweede vers lezen.

51:30Vers.

51:31[GEZANG]

51:50Tot zover vers 2.

51:53Wij worden bepaald bij de bruid uit het hooglied.

51:58Een drietal gedachten.

51:59Wij letten in de eerste plaats op haar uiterlijk.

52:02Ten tweede op haar aantrekkelijkheid.

52:06En ten derde op haar verlangen.

52:09De bruid uit het hooglied haar uiterlijk.

52:13In de eerste plaats haar aantrekkelijkheid.

52:17Ten tweede en ten derde haar verlangen.

52:24Er zijn heel wat liederen gemaakt en er worden nog steeds heel veel liederen gemaakt.

52:30Maar het hooglied, letterlijk staat er in het Hebreeuws, dat is het lied der liederen.

52:39Dus het allermooiste, het allerheerlijkste lied.

52:45Het overstijgt alle andere liederen.

52:48En dit is het voornaamste lied, het hoogste lied.

52:55Dit ooglied is gemaakt door koning Salomo.

52:59Salomo, als hij geroepen wordt om koning te worden, dan komt de Heere bij hem over en vraagt wat hij hebben wil.

53:09Hij vraagt niet om rijkdom, hij vraagt niet om macht of om status, maar hij vraagt om wijsheid.

53:18En de Heere bedeelt Salomo met heel veel.

53:23En het wonderlijke is dan.

53:26Dan ziet u ook weer dat de heren.

53:29Als hij zijn genade schenkt.

53:31Dan is dat niet voor onszelf.

53:34Maar dat is op dat wij uitdeler zouden zijn.

53:38Van de menige lij genade en gave gods.

53:41Zo geldt dat ook voor Salomo.

53:43De heren gebruikt dan Salomo weer.

53:46Om dit lied te dichten.

53:49Het is de heilige geest die de wijsheid van Salomo gebruikt.

53:55Terwijl de Heer mensen helemaal niet nodig heeft, geen dominees nodig heeft, geen amstdragers nodig heeft, wil hij de Heer toch mensen gebruiken in zijn dienst om

54:07zijn huis vol te maken.

54:10Dat doet hij ook met Salomo.

54:13Maar als het gaat over dat hooglied, hoe moet je dat dan lezen?

54:17En daar zijn natuurlijk uiteraard verschillende meningen over.

54:21En toch denk ik ook dat heel veel met elkaar overeenkomt.

54:26Er zijn theologen die zeggen je moet het zien als een liefdeslied van koning Salomo.

54:32En waarin hij de liefde tot zijn bruid beschrijft.

54:37Een dochter van Farao.

54:40Dat doortrekt ook dat hele hooglied.

54:43Dus het is een liefdeslied, maar dan zou het ook wel heel horizontaal zijn.

54:50Er zijn verklaarders die zeggen, je moet het zo zien, het is de liefde van de heren tot zijn volk.

54:58En dan in het bijzonder tot zijn volk Israël.

55:04Er zijn ook theologen, en ik denk dat ik ook op die lijn zit, die zeggen, nee, het moet toch nog dieper.

55:11Het gaat ten diepste om de liefde van Christus tot zijn bruidskerk.

55:18En prachtig dat daar beelden voor worden gebruikt uit het dagelijkse leven.

55:25Of beter gezegd uit het dagelijkse huwelijksleven.

55:30Maar het is alles om de liefde van de Heer Jezus Christus tot zijn bruidskerk, tot zijn gemeente uit te stallen.

55:42En opdat die liefde nou uw harde hart en jouw harde hart zou breken.

55:49Dat hebben we nodig.

55:50Dat hebben we niet één keer nodig.

55:52Maar dat hebben we steeds weer nodig.

55:55Dat de Heere door zijn liefde ons hart raakt.

56:01En dat wij gaan zien dat wij hem lief hebben omdat hij ons eerst heeft lief gehad.

56:11En dat maakt het hooglied ook wel moeilijk.

56:14Want soms vraag je je af.

56:16En in de Bijbel, in de Statenvertaling wordt ons soms daarbij geholpen.

56:25Wie is er nou aan het woord?

56:27Is nou de bruid aan het woord?

56:29Of is de bruidegom aan het woord?

56:33Maar ook daar zijn verschillende meningen over.

56:36Dat maakt het moeilijk.

56:37Maar gemeente, u moet altijd denken.

56:40Ook als er verschillende verklaringen zijn dat het de Heilige Geest is die dat wil gebruiken.

56:47En misschien voor de ene de ene verklaring en voor een ander een andere verklaring.

56:53Maar natuurlijk is het belangrijk om het te verstaan dat

56:59wij weten wie er aan het woord is.

57:02Is nou de bruid aan het woord of de bruidegom?

57:07En dan wordt er in hoofdstuk 1 gesproken ook over de dochters van Jeruzalem.

57:14En zij zien neer op de bruid.

57:17Hoe zit het dan met die dochters?

57:20Zijn die dochters dan geen onderdeel van Gods gemeente?

57:25Het zijn toch de dochters van Jeruzalem?

57:28Wij zouden zeggen, met

57:31de woorden uit Lukas 24, zij zijn toch geen vreemdeling in Jeruzalem?

57:38Waar ze zien neer op de bruid.

57:42Of wat ontbreekt ze dan?

57:45Is het niet de liefde van Christus die hen ontbreekt?

57:51En waardoor ze laag neerzien op anderen.

57:55En waardoor ze zich misschien zelfs wel ergeren aan anderen.

58:03En gemeente, ik kan het onbevangen zeggen.

58:07Want ik weet nog niet hoe dat allemaal zit in de gemeente.

58:12Misschien vindt u het wel heel erg dat er mensen aangaan.

58:16Dat er bepaalde mensen aangaan.

58:18Dat u wel zegt hoe kan het toch.

58:20Maar u staat voor uzelf.

58:24En natuurlijk als u moeite hebt met iemand anders.

58:27Die aan het avondmaal deelneemt.

58:30Dan is de weg van Matthäus 18 de koninklijke weg.

58:33Dan moet u die persoon aanspreken.

58:36Bestraffen tussen u en hem of haar alleen.

58:43Er zijn zoveel dingen die wij aangrijpen om buiten schot te blijven.

58:51Maar ik hoop, gemeente, en ik bid u alles uit handen te nemen.

58:58Zodat er een arme zon daar over blijft.

59:04Dat u het van genade moet hebben.

59:06Dat u het van het alles reinigende bloed van de Heer Jezus Christus moet hebben.

59:13Dat wat denkt u?

59:15Die dochters van Jeruzalem zou de bruid het niet gevoeld hebben.

59:20En dat ze zo aangekeken werd.

59:23En dat er zo op haar neergekeken werd.

59:28En dat zegt ze zelf.

59:29Ik ben zwart.

59:32Zwart.

59:33Als de tenten van Kedar.

59:38Ik weet niet of u wel eens in Israël geweest bent.

59:40Als je die nomaden ziet.

59:42Die tenten.

59:43Die zijn pik en pik zwart.

59:46Het zijn dierenvellen.

59:48Maar die zijn zo door de zon zwart geworden.

59:54Dat de bruid zegt, dat ben ik nou.

59:57Als de tenten van Kedar.

1:00:02En zij duidt daarmee op haar lage afkomst.

1:00:06Gemeente, zij is niks.

1:00:09Ze heeft niks.

1:00:11Ze kan niks.

1:00:13Ze wil niks.

1:00:14En

1:00:16daarom onbegrijpelijk, onbegrijpelijk.

1:00:20Dat de bruidegom haar aanziet.

1:00:23Ze

1:00:25is zwart.

1:00:27Door haar afkomst.

1:00:30Maar ook zoals ze dat ook zelf beschrijft in hoofdstuk 1.

1:00:36Door haar lijden.

1:00:40De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken.

1:00:44Ze hebben mij gezet tot een hoedste der wijngaarden.

1:00:48En mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.

1:00:55Wat kan er aan lijden zijn?

1:00:58En dat vanwege verdeeldheid, vanwege ruzie, oneenigheid.

1:01:06Wat kan er aan lijden zijn?

1:01:09Vanwege de verwarring, ook in het bijzonder als we kijken op het kerkelijk erf.

1:01:15Een verbijten en vereten van elkaar.

1:01:21Dat is het smart van de bruid.

1:01:25Daardoor lijdt zij.

1:01:27Ze leidt door de kinderen mijner moeder, door haar eigen huisgenoten.

1:01:35Maar

1:01:38het gaat nog dieper bij de bruid.

1:01:41Het is vanwege haar zonde, vanwege haar afmakingen.

1:01:47Mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.

1:01:56En daar geeft ze niemand anders de schuld van.

1:01:59Die schuld die ligt bij haar.

1:02:02Vanwege haar zonden.

1:02:04Vanwege haar afmakingen.

1:02:07Vanwege haar ongeloof.

1:02:10Vanwege haar geringschatten van de heren.

1:02:14Het verdacht maken van zijn liefde.

1:02:19Haar afmakingen.

1:02:22En daardoor zegt zij, ik ben zwart als de tenten van Kedar.

1:02:32En daarom vinden wij bij deze bruid een mishagen vanwege de zonde.

1:02:42En dat vinden wij ook zo treffend in het avondmaalsformulier terug.

1:02:46Als het gaat over het stuk van de zelfbeproefing, gemeente.

1:02:50Dan is dat als eerste.

1:02:53Is er bij u nou een mishagen vanwege de zonde?

1:03:01Dat als u in de spiegel kijkt, dat u eigenlijk uw eigen...

1:03:06Niet durft te zien.

1:03:07Uw ogen niet durft op te slaan.

1:03:11Een mishagen vanwege de zonde.

1:03:15En waardoor we ons voor God veraltmoedigen.

1:03:22En dat is niet één keer gemeente.

1:03:25Dat blijft.

1:03:29Hoe groot mijn zonde en ellende zijn.

1:03:34En

1:03:39hoe ik dan van mijn zonde en ellende verlost word.

1:03:43En goden daarvoor dankbaar zijn.

1:03:46Ik zeg wel eens een kurkentrekker is het.

1:03:49Het is steeds dezelfde beweging, maar het gaat steeds dieper.

1:03:55Een mishagen vanwege de zonde.

1:03:59Moeten we het weer hebben over zonde?

1:04:01Ja, gemeente.

1:04:03Als wij het niet hebben over zonde, dan kunnen we het ook niet hebben over genade.

1:04:08En daarom is het nodig om de zonde aan te wijzen.

1:04:12Ik ben zwart.

1:04:15Gelijk de tenten van Kedar.

1:04:18En daarom heeft de bruid vergeving nodig.

1:04:22Ze heeft wassing en reiniging nodig.

1:04:26Van haar zonde.

1:04:28En

1:04:30daarom heeft ze haar bruidegom lief.

1:04:34Er is maar één naam.

1:04:37Er is maar één middel.

1:04:39Er

1:04:41is maar één middelaar.

1:04:44Gods en der mensen.

1:04:47De mens Christus Jezus.

1:04:49Die eer God de zonde ongestraft liet.

1:04:56Hij ze gestraft heeft.

1:04:59In zijn enige geboren zoon.

1:05:04Onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke zondaarsliefde.

1:05:10En om dat geloof nu te versterken.

1:05:13Laat de Heer eens een tafel aanrichten.

1:05:18Omdat hij weet dat u klein van krachten bent.

1:05:22Zwak van moed.

1:05:25En opdat u het niet alleen zou horen.

1:05:28Maar opdat u het ook zou zien.

1:05:31Zijn lichaam laten breken.

1:05:35Tot een volkomen verzoening.

1:05:38Het was onze eerste gedachte.

1:05:39Haar uiterlijk.

1:05:40We gaan naar onze tweede gedachte.

1:05:42Haar aantrekkelijkheid.

1:05:47Zwart.

1:05:49Zwart als de tenten van Kedar.

1:05:53Dat klinkt niet bepaald aantrekkelijk, gemeente.

1:05:57Hoe

1:06:01kan ze dat nou zeggen?

1:06:03Als de bruidegom haar lief heeft...

1:06:07en

1:06:09als hij haar nu wast en reinigt in zijn bloed...

1:06:13hoe

1:06:15kan ze het blijven zeggen dat ze zwart is?

1:06:20Gemeente, dan

1:06:23heeft dat alles te maken met de staat...

1:06:26of

1:06:28de stand van het leven.

1:06:30Of zeg ik dan hele vreemde dingen?

1:06:35De staat van ons leven.

1:06:39Zijn wij onder de wet of zijn wij onder de genade?

1:06:46Zijn wij nog in Adam of heeft God door zijn genade ons afgesneden van de stam Adam en ingeplant

1:06:58in Christus?

1:07:00Zijn we dood of

1:07:03levend?

1:07:05Dat is de staat van het leven.

1:07:08Maar in de stand van het leven kan

1:07:12het allemaal wel eens zo door elkaar lopen.

1:07:14En dat u het niet meer kan bezien.

1:07:19En daarom laat de Heer eens een woord verkondigen om het geloof te werken en te versterken.

1:07:28Maar in bijzonder geeft hij de sacramenten tot versterking van het geloof.

1:07:35Want de bruid mag zeggen, ik ben zwart, maar

1:07:39liefelijk.

1:07:44Niet alleen zwart als de tenten van Kedar, maar

1:07:53ook als de gordijnen van

1:07:57Salomo.

1:07:58Ik ben zwart, doch liefelijk, gij dochteren van Jeruzalem, gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.

1:08:15Een prachtige mooie uitdrukking, een prachtige mooie vergelijking.

1:08:19Zij vergelijkt zowel dat zwarte als

1:08:23dat lieflijke.

1:08:26En misschien hebt u wel de Bijbel met uitleg, de BMU.

1:08:31Ik noem dat altijd de Bijbel met mogelijke uitleg.

1:08:35Want hier gaat de uitleg, denk ik, niet helemaal goed.

1:08:41Die tenten, die gordijnen van Salomo, die

1:08:48zijn zo kunstig.

1:08:51Die zijn zo heerlijk, zo kleurrijk.

1:08:56Zwart als de tenten van Kedar, toch liefelijk als de gordijnen van Salomon.

1:09:10Wij zouden zeggen, gemeente, is dat niet een beetje grootspraak van die bruid?

1:09:20Trekt ze hier niet een te grote broek aan?

1:09:25Is dit niet arrogant?

1:09:26Stelt ze zich niet zelf op de voorgrond?

1:09:31Door te zeggen dat zij liefelijk is?

1:09:36Gemeente, ze zou het werk van de heren ontkennen.

1:09:41Als het niet zo was.

1:09:43Daar zou de heren voor verdacht houden.

1:09:48Maar dat kan zo onmogelijk.

1:09:50Ziende op haarzelf.

1:09:54Dan is zij zwart.

1:09:58Maar als ze buiten zichzelf op de ander ziet.

1:10:03Dan mag ze zeggen, toch liefelijk.

1:10:08Zij is vol van de liefde van Christus.

1:10:14Ze wordt gedreven door de liefde van Christus.

1:10:18En waarom heeft ze hem lief?

1:10:22Omdat hij haar eerst lief gehad heeft.

1:10:31En uit die liefde mag zij getuigen.

1:10:35En uit die liefde...

1:10:37Mag zij leven.

1:10:40Ik ben zwart.

1:10:43Doch liefelijk.

1:10:49Wij zeggen gemeente.

1:10:50Liefde is blind.

1:10:53En dan kan je soms.

1:10:56Denk je dat wel eens.

1:10:57Als je een meisje met een bepaalde jongen ziet lopen.

1:11:00Dan denk je.

1:11:00Wat ziet die meid toch in die jongen.

1:11:03Of andersom.

1:11:05En dan zeggen we.

1:11:06Liefde is blind.

1:11:07Maar liefde is niet blind gemeente.

1:11:12Liefde maakt juist ziend.

1:11:15En door de liefde gaan wij veel meer zien als dat een ander ziet.

1:11:22En dat geldt ook voor de liefde van Christus.

1:11:25Dan zien wij hem in

1:11:29zijn volheid en in zijn rijkdom.

1:11:32Dan zien wij hem in zijn onvoorwaardelijke liefde.

1:11:39En de bruidegom zegt, gij zijt de schoonste onder de vrouwen.

1:11:45En

1:11:49daarom heeft ze hem nodig.

1:11:52En kan ze niet buiten zijn gemeenschap.

1:11:56Zeg mij aan.

1:12:00Gij die mijn ziel lief heeft.

1:12:03Waar gij wijt.

1:12:04Waar gij de kudde legert in de middag.

1:12:07Want waarom zou ik zijn als een die zich bedekt bij de kudde uw metgezellen.

1:12:13Zij ziet uit naar zijn gemeenschap.

1:12:18En ze wil die gemeenschap ervaren.

1:12:25Beleven.

1:12:25Misschien bent u dat ook wel, die daar naar uitziet.

1:12:29Om die gevoelige genade nog weer eens te ervaren.

1:12:35Maar de Heer weet wat nodig is.

1:12:39En de Heer weet wat goed is voor u.

1:12:44Want gemeente, het zijn sterke benen die de wereld dragen.

1:12:48Maar dat geldt ook voor het geestelijke leven.

1:12:51En dan zouden we zomaar weer zijn genade kunnen verkwanselen.

1:12:57De Heere weet wat goed is.

1:12:59En wat nodig is.

1:13:02En zo gaat hij haar de weg wijzen.

1:13:07Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen.

1:13:11Zo ga uit op de voetstappen der schapen.

1:13:19De bruidegom zegt tegen zijn bruid.

1:13:24Je moet letten op de voetstappen van de schapen.

1:13:30En die drukken.

1:13:35Maar je zult maar gewoon eens heel eenvoudig zeggen.

1:13:39U moet letten op Gods volk.

1:13:42Op degene die de heren kennen.

1:13:45En hem dienen.

1:13:48En als u ziet dat ze behoefte hebben aan het woord.

1:13:53En aan de verkondiging van het woord.

1:13:56Dan hun voetstappen drukken.

1:14:01Want de bruidegom zegt het.

1:14:03Die voetstappen die brengen u bij de herder.

1:14:10Dan zult u de herder treffen.

1:14:13Dan zult u zijn gemeenschap ervaren.

1:14:18Dan zult u het zien dat hij de goede header is.

1:14:22Die zijn leven stelt voor de schapen.

1:14:29Zijn voetstappen drukken.

1:14:32De voetstappen van de schapen drukken.

1:14:37Dat betekent volgen gemeente.

1:14:40En volgen dat

1:14:43is geloven.

1:14:45Geloven.

1:14:47Terwijl u het niet ziet.

1:14:49U het niet begrijpt.

1:14:50U er niet bij kan.

1:14:53Maar onvoorwaardelijk de stem van de header.

1:14:58De stem van de bruidegom.

1:15:02Volgen.

1:15:11Zijn belofte.

1:15:16Zijn vermaningen.

1:15:21Zijn onderwijs.

1:15:26Hem volgen als hij roept.

1:15:31En de nodiging uitgaat.

1:15:33Kom herwaarts tot mij.

1:15:36Alle die vermoeid en belast zij.

1:15:39O alle gij dorstige.

1:15:41Kom tot de wateren.

1:15:46Als hij roept.

1:15:50Wend u naar mij toe.

1:15:52Word behouden.

1:15:54Als hij zegt.

1:15:56Ik ben de deur der schapen.

1:15:59Een iegelijk.

1:16:01Die binnengaat.

1:16:04Die zal wijde vinden.

1:16:07McShane zegt, dit is het ruimste evangelie.

1:16:10Als hij zich zo voorstelt.

1:16:17Onvoorwaardelijk hem volgen.

1:16:20De voetstappen van de schapen.

1:16:26En dan gaat de bruidekom haar beschrijven.

1:16:30Haar aantrekkelijkheid.

1:16:32Hij vergelijkt ze met paarden.

1:16:34De paarden van Farao.

1:16:40En wat is er nou aan een paard zo aantrekkelijk gemeente?

1:16:43Nou in de eerste plaats zijn kracht.

1:16:47Maar in de tweede plaats ook het zierlijke.

1:16:50Waarmee een paard zich beweegt.

1:16:55En daar geniet de bruidegom van.

1:16:59Als hij zo naar zijn bruid kijkt.

1:17:03En haar ziet in haar bewegingen.

1:17:09In het volgen van hem.

1:17:14In het drukken van zijn voetstappen.

1:17:23Uw wangen zijn liefelijk.

1:17:27En waarom?

1:17:28Die bruid die moet zeggen ik ben zwart.

1:17:32Ze schaamt zich.

1:17:36En als hij haar de weg aanwijst.

1:17:40Die zij zo vaak niet ziet.

1:17:43Niet begrijpt.

1:17:45Vragen bijstelt.

1:17:47Dan schaamt ze zich.

1:17:51En dan komen er blosjes op haar wangen.

1:17:54Van schaamte.

1:17:57En wat ziet die bruidegom dat graag.

1:18:03En dat hij het nou is die

1:18:06haar gekocht heeft.

1:18:09Met zijn dierbaar bloed.

1:18:12Daarin ligt schoonheid.

1:18:16Als zij het beleidt dat ze het niet waardig is.

1:18:21Dat hij nog naar haar omziet.

1:18:25Nee, ze heeft niets waar ze zichzelf op kan beroemen.

1:18:31Ze heeft niets om hem aan te bieden.

1:18:37Het is enkel en alleen zijn genade.

1:18:42En dat is nou precies waarom ze hem nodig heeft.

1:18:47En waarom ze hem lief heeft.

1:18:49Die bruidegom die haar hart heeft ingenomen.

1:18:56Die in haar plaats is gaan staan.

1:18:59Terwijl zij de dood heeft verdiend.

1:19:03En het is rechtvaardig.

1:19:05Terwijl zij het zich schuldig heeft gemaakt.

1:19:09Is

1:19:12het haar bruidegom.

1:19:13Die

1:19:15in haar plaats is gaan staan.

1:19:17Hij gebonden.

1:19:20Opdat zij nimmer meer gebonden hoeft te zijn.

1:19:25Hij betaalt de schuld vereffend.

1:19:30Zodat zij vrij mag zijn.

1:19:33En daarom hem nodig.

1:19:38En wat bijzonder.

1:19:39Dat de bruidegom nou haar.

1:19:44Aantrekkelijk vindt.

1:19:45Uw wangen zijn liefelijk in de spangen.

1:19:49Uw hals in de parelsnoeren.

1:19:54Haar aantrekkelijkheid.

1:19:56Het was onze tweede gedachte.

1:19:58We gaan naar onze derde gedachte.

1:20:00Haar verlangen.

1:20:03Want het is nodig gemeente.

1:20:06Telkens weer dat de bruidegom haar overtuigt.

1:20:11Want als ze op zichzelf ziet.

1:20:14Dan moet ze zeggen.

1:20:16Ik ben het niet waardig.

1:20:22Dat is ook het gevaar van de zelfbeproeving.

1:20:26Dat we in onszelf blijven hangen.

1:20:30Maar u vindt het ook terug in die drie stukken.

1:20:35En opdat we niet in

1:20:39onszelf blijven staren, maar buiten onszelf.

1:20:44Gemeente, dat is het welk van de zelfbeproeving, zeg ik wel eens.

1:20:47Dan moet je met één oog in jezelf en met één oog omhoog kijken.

1:20:54Ik ben zwart.

1:20:57Toch?

1:20:58Lieflijk.

1:21:02Zij kan het niet.

1:21:05Zij wil het niet.

1:21:08Ten diepste.

1:21:10Dat

1:21:12is ook een ontdekking.

1:21:13Een overtuiging.

1:21:19Haar schuld.

1:21:21Ze

1:21:23heeft het werkelijk alles verzondigd.

1:21:28En

1:21:30daarom verlangt ze een kus van zijn mond.

1:21:35Hij kussen mij met de kussen zijn mond.

1:21:41En waarom dan?

1:21:43Waarom is die kus voor haar zo belangrijk?

1:21:47Omdat er genade op zijn lippen is uitgestort.

1:21:54En van die genade, daar moet zij het hebben.

1:21:58Zij niets, maar hij alles.

1:22:03Alles wat

1:22:06aan hem is, is gans begeerlijk.

1:22:11Hij is rood.

1:22:14En draag de banier boven tienduizenden gemeenten.

1:22:20En daarom welke vijanden u ook bestrijden.

1:22:25En welke aanklachten Satan ook inbrengt.

1:22:30Maar

1:22:32hij draagt de banier boven tienduizend.

1:22:39Zijn schoonheid hoog te loven.

1:22:44Gaat al het schoon der mensen ver te boven.

1:22:52En ze weet het, de bruid.

1:22:54Arm in zichzelf.

1:22:56En ze zegt, trek mij.

1:23:00Dan zullen wij u nalopen.

1:23:06Zijn er nog vanmorgen die dat ook nodig hebben?

1:23:12Misschien al zoveel jaren worstelen met het heiligavondmaal.

1:23:17Is het nou ook voor mij?

1:23:21Eet en drink ik mijzelf geen oordeel?

1:23:30En dat is mogelijk, gemeente.

1:23:33Ons zelf een oordeel te eten en te drinken.

1:23:40Maar u kunt zich ook een oordeel zitten.

1:23:46Omdat u het allesreinigende bloed van de Heer Jezus Christus niet nodig hebt.

1:23:54Dat u buiten zijn gemeenschap kunt.

1:23:59Dat hij het is die zo laag afdaalt.

1:24:03Om gemeenschap te hebben met zondaren.

1:24:11Niet gewild.

1:24:14Het leven te ontvangen in zijn naam.

1:24:20Trek mij.

1:24:23O misschien dat u het wel ervaren hebt.

1:24:25Dat je vastgeklonken zit aan de bank.

1:24:28Wat

1:24:31zullen de mensen er wel niet van zeggen.

1:24:33En

1:24:37aan de andere kant.

1:24:40Het besef.

1:24:42Dat u hem nodig hebt.

1:24:47Strijd van binnen.

1:24:50En strijd van buiten.

1:24:53Trek mij.

1:24:56Want zij verlangt naar zijn gemeenschap.

1:25:01Ze kan niet zonder hem en buiten hem.

1:25:06Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

1:25:10En dan ziet wijn op de dingen die van deze wereld zijn.

1:25:14Op het dagelijkse leven, alle tijdelijke.

1:25:18Het genot van deze wereld.

1:25:21Uw uitnemende liefde is

1:25:25beter dan wijn.

1:25:26Trek mij, wij zullen u nalopen.

1:25:29De koning heeft mij gebracht.

1:25:32In zijn binnenkamer.

1:25:34De meest intieme plek.

1:25:38Om samen te zijn.

1:25:40Om hem te ervaren.

1:25:43Zijn stem te horen.

1:25:46Zijn reuk te ruiken.

1:25:50Hem te omhelzen.

1:25:54En zo is ook de tafel.

1:25:57De meest intieme plek in het oude Israël.

1:26:02Aan tafel.

1:26:03Daar

1:26:05werd gevraagd.

1:26:09Naar het hart.

1:26:11Daar werden de meest verborgen dingen gedeeld met elkaar.

1:26:17Uitgewisseld.

1:26:18De zorgen.

1:26:20De nood.

1:26:24Trek mij.

1:26:26Wij zullen u nalopen.

1:26:31Ze heeft hem nodig.

1:26:33Ze kan niet meer zonder haar bruidegom.

1:26:39En is zij het dan waardig?

1:26:41Gemeente, het avondmaalsformulier, u hebt het net gehoord.

1:26:46Spreekt over waardige disgenoten aan zijn tafel.

1:26:53Wie is het waardig?

1:26:56Is de bruid het waardig?

1:27:00Bent u het waardig?

1:27:02Ben ik het waardig om het te bedienen?

1:27:12De bruid, ze mishaagt zichzelf

1:27:17vanwege haar zonde.

1:27:20Ik

1:27:22ben zwart.

1:27:25Een mishagen vanwege de zonde.

1:27:28En daarom een veraltmoedige voor God.

1:27:33Maar wat u ook bij die bruid hoort.

1:27:39Is dat zij de gewisse belofte gods geloof.

1:27:43Dat al haar zonde.

1:27:46Omwille van het volbrachte werk van haar bruidegom.

1:27:50Haar zijn vergeven.

1:27:53Dan gaat het niet om een gewis geloof.

1:27:59Maar het gaat om een geloof in de gewisse belofte.

1:28:03En als wij dan nog geen volkomen geloof hebben.

1:28:07Zoals het avondmaals formulier zegt.

1:28:11Dan is juist dat avondmaal zo nodig.

1:28:14Om dat zwakke geloof.

1:28:16Om dat te versterken.

1:28:20Om de gewisse, de zekere belofte gods.

1:28:27Die in hem gelooft.

1:28:31Als dienstzonden zijn vergeven.

1:28:34Dan

1:28:38mag ik, nee dan moet ik ook vanmorgen.

1:28:41De

1:28:43sleutelen van het Koninkrijk Gods hanteren gemeente.

1:28:48Zondag 31 uit de Heidelbergse katechismes.

1:28:51De sleutelen van het hemelrijk.

1:28:54Die het hemelrijk

1:28:56ontsluiten of toesluiten.

1:29:02En wanneer wordt dat hemelrijk ontsloten?

1:29:06Zo dikwijls als wij de belofte van het evangelie.

1:29:12Ik spreek de Heidelbergers gisteren maar na.

1:29:15Zo dikwijls als wij de belofte van het evangelie met een waar geloof aannemen.

1:29:24Dan moet u verkondigd worden.

1:29:26De vergeving van zonde.

1:29:29Dan is het de grote bruidegom.

1:29:34Die u welkom heet aan zijn tafel.

1:29:38Al is het dan met

1:29:42knikkende knieën.

1:29:44Met gebroken oog.

1:29:48Maar hij

1:29:51nodig.

1:29:52Kan niet meer zonder hem.

1:29:55Hij is mijn leven.

1:30:00Kunt u dan nog buiten hem gemeente.

1:30:05Dan is dat ook merkbaar.

1:30:08Dat u heilig voor zijn aangezicht wilt leven.

1:30:13Dan is er een strijd.

1:30:15Een strijd tegen de zonde.

1:30:18Ons is het zonder register voorgehouden.

1:30:21Degenen die zich niet van harte bekeren.

1:30:26Zijn niet welkom.

1:30:28Aan de tafel des heren.

1:30:32En vervolgens laat het avondmaal ook zien.

1:30:35Dat het niemand is zonder enige zonde.

1:30:39Dat is niet wat we met onze avondmaalsgang betuigen.

1:30:43Dat wij zonder enige zonde zijn.

1:30:47Maar dat we midden in de dood liggen.

1:30:51En het leven zoeken buiten onszelf.

1:30:56Dan komt er ook een begeerde.

1:30:58Om heilig voor zijn aangezicht te leven.

1:31:02Dan moet het ook in orde zijn, gemeente.

1:31:05Met uw naaste.

1:31:06Dan mag er niks meer tussen liggen.

1:31:10Maar zo laat de bruidegom zijn tafel aanrichten.

1:31:16Als de Heer het geeft.

1:31:18Aanstaande zondag.

1:31:21En hij betoont.

1:31:23Zijn onbegrijpelijke zondaarsliefde.

1:31:27Hij

1:31:29ziet zijn bruid niet meer in haarzelf.

1:31:34Maar hij ziet zijn bruid.

1:31:36In zijn volbrachte werk.

1:31:40De God aller genade.

1:31:43Door het geloof.

1:31:46Ziet de zon daar niet meer aan.

1:31:48Maar zijn

1:31:51zoon.

1:31:53Omdat het werk van zijn zoon zo volkomen is.

1:31:57Volkomen beantwoord.

1:32:01Aan zijn gerechtigheid.

1:32:04Zo

1:32:05wil hij het geloof versterken.

1:32:10En daarom gemeente.

1:32:15Indien gij het niet weet.

1:32:18O gij schoonste onder de vrouwen.

1:32:21Zo ga uit op de voetstappen der schapen.

1:32:27En wijt u geiten.

1:32:29Bij de woningen der hedderen.

1:32:33Amen.

1:32:35Wij

1:32:40zingen uit Psalm 68.

1:32:42Het veertiende vers.

1:32:44Uw God o Israël heeft de kracht.

1:32:47Door zijn bevel u toegebracht.

1:32:51En wat er verder volgt.

1:32:52Het veertiende vers uit Psalm 68.

1:32:55Laten

1:32:55[GEZANG]

1:36:49we eindigen met dankgebed.

1:36:53Heren we zeggen uw naam.

1:36:55Ootmoedig dank voor uw woord.

1:36:59En dat bent u eerlijk.

1:37:02U gaat eerlijk met ons om.

1:37:06En we hebben het gezien in het leven van de bruid.

1:37:09Ze moet het bekennen dat zij zwart is.

1:37:14Maar liefelijk.

1:37:17En dat omwille van het volbrachte werk van uw zoon.

1:37:22De grote bruidegom.

1:37:24Die zijn bruid lief gehad heeft met een eeuwige liefde.

1:37:30En daarom getrokken met goede tierenheid.

1:37:37Onbegrijpelijke liefde.

1:37:39Heeft u bewogen.

1:37:43En daarom heer als u het geeft.

1:37:45Mag aanstaande zondag de avondmaalstafel aangericht staan.

1:37:52Breng dan aan heren die aanhoren.

1:37:55Die u kennen.

1:37:58Die buiten u niet meer kunnen leven.

1:38:03Maar heren als wij nog u niet kennen.

1:38:06Verander het dan deze week nog.

1:38:09Deze week van voorbereiding.

1:38:13En omdat we naar u gaan vragen.

1:38:16En naar u gaan zoeken.

1:38:19Maak ons eerlijk heren.

1:38:22Het moeilijkste wat er is.

1:38:24Die ware zelfbeproeving.

1:38:28Want wij zijn niet eerlijk.

1:38:30En daarom hebben we de werking.

1:38:32De bediening van uw geest zo nodig.

1:38:37Leid ons in al de waarheid.

1:38:41Aanvaard ook onze dank.

1:38:44Breng ons ook vanavond weer samen onder de verkondiging van uw woord.

1:38:49We bidden het van u.

1:38:51Om Christus wil alleen.

1:38:54Amen.

1:38:58Onze slotsang is uit Psalm 2.

1:39:00Het zesde vers vreest zere macht en dient zijn majesteit.

1:39:05En ook het zevende wel zalig zij.

1:39:08Die naar zijn reine leer in hem hun heil.

1:39:12Hun hoogst geluk beschouwen.

1:39:15Het zesde en zevende vers uit Psalm 2 als slotsang.

1:39:19[GEZANG]

1:44:23Amen.

1:44:24[GEZANG]