0:00[GEZANG]
10:03Onze hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt van geslacht tot
10:15geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn handen.
10:23Amen.
10:25Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
10:32En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:36En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:40De eerstgeborene uit de doden.
10:43En de overste van de koningen der aarde.
10:48Amen.
10:49Kom
10:52laten wij met elkaar zingen.
10:54Uit psalm 62 het eerste vers.
10:57Mijn ziel is immers stil tot God.
11:01Van hem wacht ik een heilrijk lot.
11:04En wat er verder volgt, eerste vers uit Psalm 62.
11:08[GEZANG]
13:52Vanavond met de kerk van alle tijden en alle plaatsen beleidenis van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.
14:02En zingen daarna uit Psalm 135 het derde vers.
14:07God is groot.
14:08Ik weet dat hij hoger is dan alle goden.
14:13En wat er verder volgt, de derde vers uit Psalm 135.
14:17Na de beleidenis van het geloof en in ieder van u spreken met mij.
14:22In zijn of haar hart al dus.
14:26Ik geloof in God de Vader.
14:30De almachtige schepper des hemels en der aarde.
14:35En in Jezus Christus zijn enig geboren zoon onze heren.
14:40Die ontvangen is van de heilige geest.
14:43Geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
14:56Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders van waar hij komen zal, om
15:08te oordelen de levende en de doden.
15:13Ik geloof in de Heilige Geest.
15:16Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
15:20De gemeenschap der heiligen.
15:23Vergeving der zonden.
15:26Wederopstanding des vleesjes.
15:28En een eeuwig leven.
15:31Amen.
15:32Wij
15:33[GEZANG]
16:59openen de Bijbel vanavond in het boek Daniel.
17:03En we lezen daar het zesde hoofdstuk.
17:06Te beginnen bij vers 7.
17:09En wij lezen tot vers 24.
17:12Dus
17:14de schriftlezing voor vanavond is Daniel 6 vanaf vers 7 tot 24.
17:23Zo kwamen deze vorsten en de stadhouders met hopen tot de koning en zeiden aldus tot hem.
17:31O koning Darius, leef in eeuwigheid.
17:36Al de vorsten des rijks, de overheden, de stadhouders, de raadsheren en landvolgden hebben zich beraadslaagd een koninklijke ordinantie te stellen en een
17:48sterk gebod te maken dat al wie in dertig dagen een verzoek doen zal van ene god of mens, behalve van u, o koning, die zal in de kuil
18:01van de leeuwen geworpen worden.
18:03Nu, o koning...
18:05Gij zult een gebod bevestigen en een schrift tekenen dat niet veranderd wordt naar de wet van de mede en perse die niet mag wederroepen worden.
18:16Daarom tekende de koning Darius dat schrift en gebod.
18:22Toen u Daniel verstond dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis.
18:27Hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan.
18:33En hij knielde drie tijden desdaags op zijn knieën en hij bad en deed beleidenis voor zijn God.
18:43Ganselijk gelijk hij voor deze gedaan had.
18:47Toen kwamen die mannen met hopen en zij vonden Daniel biedende en smekende voor zijn God.
18:54Toen kwamen zij nader en spraken voor de koning van het gebod des konings.
19:00Hebt gij niet een gebod getekend dat alle man die in dertig dagen van enig god of mens iets verzoeken zou, behalve van u, o koning, in
19:12de kuil der leeuwen zou geworpen worden?
19:15De koning antwoordde en zeide, het is een vaste reden naar de wet van de mede en perse die niet mag wederroepen worden.
19:26Toen antwoordde zij en zeide voor de koning,
19:29[GEZANG]
19:46Toen de koning deze reden hoorde, was hij zeer bedroefd bij zichzelf.
19:51En hij stelde het hart op Daniel om hem te verlossen.
19:55Ja, tot de ondergang der zon toe.
19:58Bemoeide hij zich om hem te redden.
20:02Toen kwamen die mannen met hopen tot de koning.
20:05En ze zeiden tot de koning.
20:06Weet o koning.
20:08Dat der mede en der perse wet is.
20:11Dat geen gebod nog ordinantie die de koning verordend heeft.
20:15Mag veranderd worden.
20:17Toen beval de koning en ze brachten Daniel voor.
20:21En wierpen hem in de kuil van de leeuwen.
20:24En de koning antwoordde en zeide tot Daniel.
20:27Uw God.
20:29Die gij geduriglijk eert, die verlossen u.
20:34En er werd één steen gebracht en op de mond des kaals gelegd.
20:39En de koning verzegelde dezelfde met zijn ring en met de ring van zijn geweldige.
20:45Opdat de wil aangaande Daniel niet zou veranderd worden.
20:50Toen ging de koning naar zijn paleis en overnachtte nuchter.
20:55En liet geen vreugde spel voor zich brengen en zijn slaap.
21:01Toen stond de koning in de vroege morgenstond met het licht op en hij ging met haast heen tot de kuil der leeuwen.
21:10Als hij nu tot de kuil genaderd was, riep hij tot Daniel met een droeve stem.
21:16De koning antwoordde en zei er tot Daniel, O Daniel, gij knecht van de levende God, heeft ook uw God die gij geduurlijk eert.
21:28U van de leeuwen kunnen verlossen?
21:32Toen sprak Daniel tot de koning.
21:34O koning, leef in eeuwigheid.
21:37Mijn God heeft zijn engel gezonden.
21:40En hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten.
21:43Dat zij mij niet beschadigd hebben.
21:46Omdat voor hem onschuld in mij gevonden is.
21:50Ook heb ik, o koning, tegen u geen misdaad gedaan.
21:56Toen werd de koning bij zichzelf zeer vrolijk en zei dat men Daniel uit de kuil trekken zou.
22:03Toen Daniel uit de kuil opgetrokken was, zo werd er geen schade aan hem gevonden, terwijl hij in zijn God geloofd had.
22:15Tot zover de schriftlezing.
22:17Laten wij nu eerst de heren vragen om zijn onmisbare zegen.
22:22Laten wij bieden.
22:28Heren, u bent de almachtige en de alomtegenwoordige God in de hemel.
22:35U is gegeven alle macht, niet alleen in de hemel, maar ook op de aarde.
22:43En uw Zoon heeft het gesproken, zonder mij kunt gij niets doen.
22:52Dat betekent voor de juffrouws en de meesters...
22:57Dat zij niets uit zichzelf kunnen, maar dat u het alles moet geven.
23:04Dat betekent voor de jongens en de meisjes.
23:08Hoewel wij vaak denken dat wij nog heel wat kunnen.
23:12Maar wij kunnen niets zonder u.
23:17En
23:18daarom zijn wij vanavond ook in de kerk gekomen.
23:21In uw huis gekomen.
23:24Om uw naam aan te roepen.
23:28Want wat bent u nodig heren als het nieuwe schooljaar begonnen is.
23:33Wat bent u nodig in
23:37alles.
23:38Niet alleen als het gaat over de tijdelijke dingen.
23:43De dagdagelijkse dingen.
23:46Maar ook als het gaat in het bijzonder als het gaat over de eeuwige dingen.
23:52Want heren wij hebben bekering nodig.
23:58We hebben een hart nodig wat u dient.
24:02Wat u vreest.
24:04Wat u kent.
24:07We hebben een hart nodig dat ons uit onszelf uitdrijft.
24:14En tot u brengt aan uw genadetron.
24:19En daarom zijn we afhankelijk van u.
24:21En daarom komen we tot u in het gebed.
24:25En bijzonder heren, we zeggen uw naam dank.
24:28Dat zo de jongens en de meisjes, de ouders, maar
24:34ook de leerkrachten.
24:36Van het ondersteunend personeel.
24:38Het bestuur.
24:40Ook vanavond aanwezig zijn.
24:43Om zo uw hulp in te roepen.
24:46Want zonder u kunnen wij niets doen.
24:53En wat een wonder is het dan heren.
24:55Als u ons dat ware geloof schenkt.
25:00Wat doet vertrouwen.
25:02Vertrouwen op u alleen.
25:06Dat hebben we ook gehoord uit uw woord, uit de Bijbel van Daniel.
25:12Hij vertrouwde op u en daarom had hij het gebed zo nodig.
25:20En hij bad driemaal daags, ook toen dat verboden werd.
25:27En heren, dan beleiden we het.
25:29Wij
25:31schamen ons nog wel eens.
25:34Als we bidden moeten...
25:36Waar mensen zijn die dat niet gewend zijn.
25:41Als we bij een vriendje zijn of een buurjongen of buurmeisje.
25:46Waar niet uit de Bijbel gelezen wordt.
25:50En waar niet gebeden wordt om dan toch te bidden.
25:54Dat vinden wij moeilijk.
25:57Maar Daniel had het nodig.
26:01En heren, zo'n leven, zo'n leven als Daniel had door uw genade.
26:08Hebben wij ook allemaal nodig.
26:12En daarom komen we tot u in het gebed, heren.
26:15Gedenk zo al het werk wat er gedaan wordt op school.
26:19Voor de klas en in de klas.
26:24En dat we het steeds weer van u zullen verwachten.
26:28Niet zien op onze eigen kennis of kunde.
26:33Niet op ons eigen vermogen.
26:36Maar het van u alleen verwachten.
26:40En heren, werk dan ook krachtig.
26:44Dat ook de juffrouws en de meesters niet
26:48zouden gedreven worden door hun vakkennis.
26:51Maar gedreven zouden worden door de liefde van Christus.
26:57Om zo ook uit de Bijbel te vertellen.
27:01U
27:03aan te roepen.
27:05Te zingen met elkaar.
27:08Ook de psalmen te leren.
27:10En uit de Heidelbergse katechismes vragen te leren.
27:15Want heren, het is zo nodig.
27:19Het zijn toch de middelen die u ons geeft.
27:22Zodat wij u leren kennen.
27:28En ons hart gaat naar andere dingen uit.
27:31Maar reinig ons hart.
27:34Vernieuw ons hart door de werking en de kracht van uw heilige geest.
27:40Die hebben we ook vanavond nodig.
27:43In het spreken, maar ook in het luisteren.
27:47En dat wij uw stem zouden horen.
27:50Voor het eerst of opnieuw.
27:54En dat u ons aanraakt.
27:58Ons raakt tot in het diepste van ons bestaan.
28:04En dat we beleiden.
28:05Dat deed Daniel ook.
28:09Hij deed beleidenis.
28:12Beleidenis van zijn zondaars bestaan.
28:17Om dan de
28:20toevlucht te nemen.
28:23Tot uw zoon.
28:24Die zijn leven gaf.
28:27Op het vervloekte kruishout van Gogelda.
28:32En betaald heeft.
28:34Zo volkomen.
28:37Heren leer het ons.
28:41En geef dat wij zo ook vanavond.
28:45Uw woord.
28:47Mogen omhelzen.
28:50Dat we het ermee eens zijn.
28:53Met hetgeen dat u tot ons te zeggen hebt.
28:58En heren werk dan krachtig.
29:01In school.
29:04Buitenschool.
29:06In de kerk.
29:09In de gemeenten.
29:12Ook binnen ons dorp.
29:15Heren wat hebben we nodig ook elkaar op te dragen.
29:21Want we hebben allemaal dezelfde genade nodig.
29:25We hebben allemaal het bloed van de Heer Jezus Christus nodig.
29:31Tot vergeving.
29:33Van onze zonden.
29:35En tot verzoening.
29:38Met een drie ene God.
29:42Om door het geloof.
29:46Vrede te hebben met u.
29:48Heren werk het nog.
29:50Help ons zo ook.
29:53Vanavond.
29:56En onze ogen zijn op u gericht.
30:00Want zonder u.
30:02Kunnen wij niets doen.
30:04Help dan nog heren.
30:06Werk dan nog.
30:08Werk nog krachtig.
30:10Breid uw koninkrijk nog uit.
30:13Ga toch om uw naam, heren.
30:17Ook vanavond.
30:20Werk het nog.
30:22Om uw zelfs wil.
30:24Om Christus wil alleen.
30:28Amen.
30:29In
30:34de dienst van de offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.
30:38In de eerste collectie is bestemd voor de school met de Bijbel.
30:41De koningin Beatrix school.
30:44De tweede collectie is bestemd voor de kerk Valdai.
30:48En de derde voor het vereningsgebouw Ebena Ezer.
30:52Alle collecten worden van harte in uw milddadigheid aanbevolen.
30:57De heren zegenen u en uw liefde gaven.
31:01En wij gaan zingen met elkaar het psalm 116.
31:05En we zingen daarvan de eerste drie versen.
31:07Vers 1.
31:08God heb ik lief.
31:11En het tweede vers, ik lag gekneld in banden van de dood.
31:15En ook het derde vers, och heren, och wiert mijn ziel door u gered.
31:21We noemen nu vers 1, 2 en 3 uit psalm 116.
31:27De
31:27[GEZANG]
38:40tekst voor vanavond gemeente vindt u opgetekend in Daniel 6.
38:46En daarvan het elfde vers, vers 11 uit Daniel 6 is onze tekst.
38:53En daar luidt Gods onfeilbaar woord als volgt.
38:57Toen nu Daniel verstond dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis.
39:04Hij had nu in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan en hij knielde drie tijden desdaags op zijn knieën.
39:14En hij bad en deed beleidenis voor zijn God.
39:20Ganselijk gelijk hij voor deze gedaan had.
39:24Tot zover de tekst.
39:27Blijven bieden.
39:30Een
39:32drietal gedachten.
39:33In de eerste plaats.
39:35Blijven bieden tot een horend God.
39:40Ten tweede onder alle omstandigheden.
39:44En
39:46ten derde in het volste vertrouwen.
39:49Blijven bieden.
39:52Tot een horend God.
39:54Ten eerste onder alle omstandigheden.
39:59En ten derde in het volste vertrouwen.
40:04Want jongens en meisjes, waarom zijn wij in de kerk vanavond?
40:10Het is niet zondag.
40:14Het is geen feestdag.
40:19Dus waarom zijn we in de kerk?
40:21Wij zijn in de kerk om
40:25te bidden.
40:28Om de heren te vragen.
40:31Om zijn zegen over het schooljaar.
40:37Maar dan heb ik gelijk weer een vraag voor jullie.
40:39Wat is nou bidden?
40:43Nou, misschien zeg je wel gelijk.
40:45Bidden, dat is vragen.
40:49Vragen aan de heren als je iets wilt hebben.
40:59Maar ik denk dat het iets anders is, bidden.
41:03En ik hoop dat je dat ook onthoudt.
41:07Bidden, dat is je nood bekendmaken.
41:14Bij de heren.
41:17Wij vragen vaak om een oplossing.
41:21Je wil graag een hoogcijfer halen.
41:25Of je wil graag een bepaald werkje doen.
41:31Maar waarom dan?
41:34En als het gaat over onze nood.
41:37Dan
41:41is dat vaak heel iets anders.
41:44Als waar wij om vragen wat wij graag hebben willen.
41:49Dus bidden is je nood bekend maken bij de heren.
41:57Heb je de heren nodig in
42:01heel je leven.
42:05En als je daar een prachtig voorbeeld van wil hebben.
42:08Dan moet je luisteren naar Daniel.
42:12Daniel, hij
42:15is een vluchteling.
42:17Nou, wij
42:19hebben in ons land vluchtelingen.
42:23Dat zijn mensen die op de vlucht zijn voor oorlog.
42:27Bijvoorbeeld uit Oekraïne of uit Syrië vandaan.
42:31Of een ander land waar het gevaarlijk is.
42:35Maar Daniel is niet op de vlucht, maar Daniel is een gevangenen.
42:40Hij is gevangen genomen, hij woonde in het land Israël.
42:45Maar daar is Nebukadnezar gekomen en die heeft het volk Israël, althans een gedeelte daarvan, heeft hij meegenomen naar Babel.
42:56En
42:58dat was niet zomaar,
43:01want het volk had gezondigd.
43:04En
43:06daarom verdiende ze straf.
43:10En jongens en meisjes, dan
43:14is het volk Israël niet slechter dan dat wij zijn.
43:19Zij hebben de afgoden gediend.
43:22Ja, maar wij dienen toch niet de afgoden?
43:26Nou, onze
43:29Heidelbergse katechismes leert ons dat als wij ons vertrouwen op iets of iemand anders stellen of
43:38daarnaast...
43:40Ons vertrouwen opstellen dan op de heren alleen.
43:43Dan zijn wij afgodendienaars.
43:48En hoe snel gebeurt het niet dat je je vertrouwen stelt op je kennis.
43:54Je hebt je goed voorbereid op school.
43:58Je hebt goed je huiswerk gemaakt.
44:01Dan moet het toch wel goed gaan.
44:05Maar dan stel ik mijn vertrouwen op mezelf en op mijn eigen werk.
44:10Terwijl de heren zegt zonder mij kun je...
44:15Niets doen.
44:17En het was voor Daniel.
44:19Was het heel erg.
44:20Dat hij in ballingschap was.
44:22Want daarom kon hij niet naar de tempel.
44:26Wij zouden zeggen.
44:27Vandaag de dag.
44:28Hij kon niet naar de kerk.
44:33En dat vond hij heel erg.
44:35Dat hij niet naar de kerk kon.
44:37Nou misschien heb jij ook wel eens.
44:40Een keer dat je zegt.
44:41Nou ik was liever thuis gebleven.
44:43Ik was liever in mijn bed gebleven.
44:46De kerk.
44:48Dan moet je stilzitten.
44:50Dat is best wel moeilijk.
44:52Maar in de kerk.
44:54En dat God voor Daniel.
44:57Als het ging om de tempel.
44:59Dat is de plaats waar de Heer woont.
45:02En waar de Heer mensen wil ontmoeten.
45:06Zo wil hij dat ook vanavond doen.
45:10Hij wil jou ontmoeten.
45:13En dat doet hij door zijn woord.
45:18Daarom wordt het woord verkondigd.
45:24En Daniel, hij kon niet zonder te bidden.
45:29En drie keer op een dag, hij
45:33had open vensters naar Jeruzalem, zegt onze tekst.
45:37Drie keer dag per dag boog
45:41hij zijn knieën en stortte hij zijn hart uit voor de heren.
45:47Maakte hij aan de heren zijn nood bekend.
45:52En
45:54daarom zijn jullie in de kerk vanavond.
45:57En daarom...
45:59Is deze dienst belegd.
46:02Zodat je dat gaat zien.
46:04Hoe nodig het is.
46:07Maar ook hoe goed het is.
46:10Om alles wat ons bezighoudt.
46:13Al onze nood aan de heren bekend te maken.
46:20Daniel hij deed beleidenis.
46:24Wat zou dat betekenen?
46:27Wat zou hij beleden hebben?
46:31Dat staat niet in onze tekst.
46:34Maar ik denk, want
46:37dat lees ik ook terug in de psalmen.
46:40Dat doen alle kinderen van God.
46:43Die beleiden aan de heren dat ze niks verdiend hebben.
46:50Dat ze het allemaal verkeerd hebben gedaan.
46:53Dat ze gezondigd hebben tegen de heren.
46:57En dat daarom de heren het niet waardig is dat hij naar hen omziet.
47:05Maar wat een wonder is het.
47:07De Heere is zo genadig en barmhartig en langmoedig.
47:14En dat hij dan toch nog wil luisteren.
47:17Ook al heb je alles verkeerd gedaan.
47:21Sterker nog, de
47:24Heere ziet het juist zo graag.
47:27Als je vertelt aan hem dat jij een zondaar bent.
47:33En dat je alles verzondigd hebt.
47:36En dat je daarom de Heer Jezus Christus nodig hebt tot vergeving van de zonde.
47:46Daniel, hij had open vensters, open ramen, zouden wij zeggen, naar Jeruzalem.
47:52Jeruzalem, Jeruzalom, dat betekent letterlijk de stad van vrede.
47:59Daar was de plaats waar de Heren woonden.
48:05Daar was de plaats waar hij zijn heerlijkheid, zijn grootheid en zijn macht vertoonde.
48:13Daar was de plaats waar zijn huis was.
48:17En daarom bad Daniel
48:21altijd naar het oosten toe in de richting van Jeruzalem.
48:27En hij bad tot
48:31de Heren, tot God die altijd hoort.
48:39En dat is misschien wel eens moeilijk.
48:42Want wij vragen vaak heel veel en ook als het nood is, dan kan het wel eens zo zijn of het wel lijkt of dat de heren het niet hoort.
48:52Maar de
48:55heren hoort altijd, niet meer vergeten.
48:59Weet je, in de Bijbel staat, dat staat in Psalm 147, de heren hoort het geluid van de jonge raven.
49:08Een raaf, dat was een onrein dier.
49:13En zelfs hoort de Heer het geluid van een jonge raaf.
49:19Dus hij hoort ons altijd.
49:23En verhoren, dat doet hij op zijn wijze en op zijn tijd.
49:28En dat maakt het soms zo moeilijk.
49:30En dat ik het niet begrijp en dat ik denk dat de Heer het niet hoort.
49:37Maar hij hoort altijd.
49:40En Daniel weet dat.
49:43En daarom blijft hij bieden.
49:46Bieden tot een horend God.
49:51En
49:52hij weet het.
49:54Dat de Heere alles kan geven.
49:59Hij weet dat de Heere almachtig is.
50:05Dus niet gewoon machtig.
50:08Maar almachtig.
50:11En omdat de Heere almachtig is.
50:14Is hij ook de enige God.
50:18En die God.
50:21Die wil nou horen.
50:23Dat is toch onbegrijpelijk?
50:26Hoeveel mensen zijn er wel niet op deze wereld?
50:29Acht miljard.
50:32Zou die dan ook jou horen?
50:36Ja, want hij hoort het geluid van de jonge raven.
50:41En de Heere kan ook alles geven.
50:45Maar
50:47dat doet hij niet.
50:49Hij geeft alleen wat hij wil.
50:56En dat maakt het ook wel weer moeilijk.
50:58En dan denk ik aan die vader die met zijn heel erg zieke zoon bij de Heer Jezus kwam.
51:08En hij zei tegen de Heer Jezus, indien gij wilt, gij
51:16kunt hem reinigen.
51:19Twijfelde dan die man of de Heer Jezus het wel zou willen?
51:24Nee, maar
51:27hij maakte zich ondergeschikt aan de wil van de Heren.
51:33Het heb ik wel eens ergens gelezen in een oude preek.
51:37Dat als wij bidden overeenkomstig de wil van de Heren.
51:43Dan is ons gebed bij voorbaat verhoord.
51:51Alles wat gij begeren zult, zegt de Heer Jezus in mijn naam.
51:55Dat zal ik u geven.
51:58Jongens, dan
52:00kan je toch maar op één plaats terecht.
52:03Met al je vragen.
52:06En Daniel wist het.
52:08Dat met
52:11al zijn nood en met al zijn vragen.
52:15Dat hij maar op één plaats terecht kon.
52:18Bij de almachtige, de genadige en barmhartige God in de hemel.
52:28Want ik
52:32zal dat ook met een voorbeeld duidelijk maken.
52:36Als je nou een nieuwe fiets wil hebben.
52:39Omdat je oude fiets zo krakkenmikkerig is.
52:42Die kraakt en die piept.
52:44En het wordt steeds lastiger om erop te fietsen.
52:50Aan wie ga je dat dan vragen?
52:53Ga je dan naar de juffrouw toe of de meester?
52:55Ja, die kan daar toch niks aan doen.
52:58Dan moet je bij je vader of je moeder zijn.
53:04Als je kiespijn hebt, dan ga je toch niet naar de kapper.
53:09Dan moet je bij de tandarts zijn.
53:15Weten waar je met al je vragen terecht kan.
53:20Nou, Daniel wist dat.
53:23En hij had
53:26open ramen naar Jeruzalem...
53:28om het van de heren alleen te verwachten.
53:33En daarom bleef hij bidden.
53:37Ook
53:39toen het hem verboden werd.
53:41En
53:43zijn leven er mee gemoeid was.
53:45Want hij zou in de leeuwenkuil geworpen worden.
53:50Maar Daniel, hij blijft...
53:56En
53:57zo wil de heren, jongens en meisjes, dat je hem nodig hebt.
54:04En dat je met al je vragen en met al je zorgen, met al je nood, alleen
54:12naar de heren toe gaat.
54:15Er zijn wel eens grote mensen die
54:20zeggen, ja, maar je krijgt geen briefje uit de hemel.
54:26Wij krijgen niet een briefje uit de hemel, maar wij krijgen een heel boek uit de hemel.
54:34Dat is de Bijbel.
54:38En als wij de Heren aanroepen.
54:42Als wij Hem nodig hebben.
54:44Dan gaat de Heren spreken.
54:47En dat doet Hij door de Bijbel.
54:51Door zijn woord.
54:54En daarom ben ik ook blij dat jullie er zijn vanavond.
55:00En dat je ook de Bijbel lief krijgt.
55:04En dat je veel in de Bijbel leest.
55:06Die prachtige geschiedenissen van Daniel.
55:09Want daar kan je zoveel uit leren.
55:14Hij spreekt tot een ieder die voor hem leeft.
55:23Blijven bidden tot een horend God.
55:27Dat
55:29was onze eerste gedachte.
55:31We gaan naar onze tweede gedachte.
55:32Onder alle omstandigheden.
55:38Want jongens en meisjes.
55:42Heeft iemand boos naar jullie gekeken toen je zo net naar de kerk ging?
55:50Stond er misschien politie op
55:54het kerkplein?
55:56Om je naam op te schrijven, omdat je naar de kerk gaat?
56:00Nee toch?
56:02Dus wij mogen in alle vrijheid, mogen wij naar de kerk gaan.
56:09Daar waar de Heere tot ons wil spreken.
56:15We zijn vrij.
56:19En we hoeven niet naar de gevangenis als je toch naar de kerk gaat.
56:24Er zijn geen wetten die ons verbieden om naar de kerk te gaan.
56:29Maar bij Daniel was dat anders.
56:32Daar was een wet uitgevaardigd dat niemand iets mocht
56:39vragen dan alleen aan de koning.
56:43Dus je mocht niet bidden tot de heren, maar alleen...
56:49Met al je vragen moest je naar de koning gaan.
56:54Voor Daniel was dat ondenkbaar.
56:58Daniel had het gebed nodig.
57:01Dat was zijn leven.
57:05En zo wordt wel eens gezegd.
57:08Dat bidden de adem is van de ziel.
57:13Alles wat er in ons hart leeft.
57:16Dat kunnen we en mogen we tegen de heren zeggen.
57:23En dan ademen we als het ware uit.
57:26En dan om hem, zijn genade, zijn spreken in te ademen.
57:35Zo is het gebed de adem van de ziel.
57:40En daarom had Daniel dat nodig.
57:45Want de heren had hem levend gemaakt door zijn genade.
57:51En daarom kon hij niet zonder de heren meer.
57:56Maar heel veel mensen in zijn omgeving die gunden hem dat niet.
58:01Die
58:03waren misschien wel jaloers op Daniel.
58:08Want Daniel was ook heel wijs.
58:10Die wijsheid had hij van de heren gekregen.
58:14Maar omdat hij zo de heren nodig had.
58:17Had
58:19hij zo'n bijzonder leven dat iedereen jaloers was op hem.
58:26En die mensen die hem dat niet gunnen.
58:29Die maken een plan.
58:32En ze zeggen tegen de koning.
58:34Er moet een wet komen.
58:37En misschien heb je die uitdrukking wel eens gehoord.
58:39Want we gebruiken dat nog.
58:41Steeds ook gewoon in ons dagdagelijks gebruik.
58:45Een wet van mede en perse.
58:48Dat wil zeggen een wet die mag niet worden veranderd.
58:54En die wet die hield in dat niemand tot
58:59een god mocht bidden.
59:02Aan de heren iets mocht vragen.
59:04Ze moesten met alle vragen naar de koning gaan.
59:09En de koning die hoort dat.
59:13En die is daar eigenlijk ook nog wel blij mee.
59:15Hij had er niet goed over nagedacht wat de gevolgen van waren.
59:19Maar daardoor werd die koning nog belangrijker.
59:24Want alle mensen moesten tot hem gaan.
59:30Daniel mag niet meer bidden.
59:37Terwijl hij dat zo nodig heeft.
59:42En in de wet staat dat als iemand de wet overtreedt.
59:48Dan moet hij met de dood gestraft worden.
59:51Dan moet hij in de kuil met leeuwen geworpen worden.
1:00:01Betekent dat dat Daniel gaat luisteren?
1:00:04En dat hij gaat gehoorzamen aan deze wet?
1:00:09Terwijl de Heer juist aanspoort om tot hem te bidden?
1:00:16Terwijl de Heere juist oproept om met al onze nood tot hem te gaan.
1:00:23Luister, Daniel dan.
1:00:27Daniel kan niet zonder het gebed.
1:00:31En hij blijft bidden, want hij heeft de Heere nodig.
1:00:37Hij heeft de Heere in alles nodig.
1:00:41En niet alleen in de moeilijke dingen, in de dingen die hij zelf niet kan.
1:00:46Maar hij besefte dat hij zonder de heren niets kan.
1:00:50Dus hij heeft hem in alles nodig.
1:00:53En jongens en meisjes, dat is ook voor school belangrijk.
1:00:57En misschien denk je wel, ik ben slim genoeg.
1:01:00Ik kan het allemaal wel.
1:01:03Maar wij kunnen ons hart niet laten slaan.
1:01:06Wij kunnen niet ademhalen als de heren het niet geven.
1:01:09Dus wij hebben hem in alles nodig.
1:01:15En om dan onder...
1:01:18Alle omstandigheden te blijven bidden.
1:01:25Drie keer op een dag.
1:01:27Als je thuis bent.
1:01:32En misschien gebeurt het wel.
1:01:35Dat je zo nood voelt.
1:01:38Dat je op je slaapkamer je knieën buigt.
1:01:44En dat je maar stilletjes hoopt dat er niemand binnenkomt.
1:01:48Dat je niet betrapt wordt.
1:01:51Omdat je je een beetje schaamt.
1:01:55Of als je bij een vriendje bent of een buurjongen of buurmeisje.
1:02:00Die helemaal niet naar de kerk gaan.
1:02:02Waar ook niet uit de Bijbel gelezen wordt.
1:02:04En je eet mee.
1:02:07Of op een verjaardagsvisite.
1:02:11En je bent gewend om voor je eten te bidden.
1:02:14Om dan toch om
1:02:17stilte te vragen.
1:02:20Blijven bidden.
1:02:21Dat deed Daniel.
1:02:24Of als je met je vader en moeder een dagje naar de dierentuin gaat.
1:02:29En het is half één en je maag begint te knorren.
1:02:34En je krijgt van je vader en moeder een patatje op het terras.
1:02:41Om dan te bidden, de heren te vragen om een zegen over je eten.
1:02:48Overal waar je bent, onder welke omstandigheden dan ook,
1:02:54blijven bidden.
1:02:58In sommige landen is dat zelfs verboden.
1:03:04En dan mag je niet tot de heren bidden.
1:03:06Misschien alleen tot Allah.
1:03:09Of een andere god, tot Boeddha.
1:03:12Maar niet tot de heren.
1:03:15Maar wat een wonder, en dat kunnen we niet genoeg waarderen.
1:03:19Is dat niet het geval in ons land.
1:03:22Ben je vrij om
1:03:26de heren te
1:03:30bieden.
1:03:31Waar je ook bent.
1:03:36En om je dan niet te schamen.
1:03:39Het kan zelfs mensen...
1:03:43Jaloers maken.
1:03:44Als ze zien dat je bidt.
1:03:46Zit dat?
1:03:48En waarom doe je dat?
1:03:52En dan krijg je gelegenheid.
1:03:54Om te getuigen.
1:03:58Zo was het ook in het leven van Daniel.
1:04:01Hij was een getuige.
1:04:05Door met het open raam.
1:04:07Drie keer op een dag.
1:04:10Te bidden tot een levende God.
1:04:14Wij zouden zeggen.
1:04:16Zo staat dat in het Nieuwe Testament.
1:04:18Zo noemt de Heer Jezus dat.
1:04:20Daniel, hij was een lichtend licht en een zoutend zout.
1:04:27Een zoutend zout, dat moet je even vasthouden.
1:04:36Om dan onder alle omstandigheden, ook als je leven ermee gemoeid is...
1:04:41om dan toch de heren aan te roepen.
1:04:44Te
1:04:46bidden tot God.
1:04:48Zoals Daniel.
1:04:50Je zou zeggen, hoe kan dat?
1:04:53Dat kan, jongens en meisjes.
1:04:56Alleen als je de heren echt lief hebt.
1:05:03Zoals we net met elkaar gezongen hebben uit Psalm 116.
1:05:07God heb ik lief, want die getrouwe heren hoort mijn stem.
1:05:15Mijn
1:05:17smekingen, mijn klagen.
1:05:20En
1:05:24hoe komt het dan dat
1:05:27Daniel de heren zo lief heeft?
1:05:30Dat is omdat de heren...
1:05:33Hem eerst heeft lief gehad.
1:05:40Onbegrijpelijke en onbeschrijfelijke liefde van de heren.
1:05:46Die heeft zondaren lief.
1:05:49Zo
1:05:51lief dat hij daarom zijn ene geboren zoon gegeven heeft.
1:05:59En dat wordt prachtig verwoord door de apostel Johannes in zijn zendbrief.
1:06:04Hierin is de liefde gods.
1:06:09Jegens ons geopenbaard.
1:06:12Dat hij zijn enige geboren zoon.
1:06:16Gegeven heeft.
1:06:19Dat weten jullie toch jongens en maatjes.
1:06:22Dat
1:06:23de heer Jezus gekomen is.
1:06:26Naar deze aarde.
1:06:29Dat hij door zijn vader is neergelegd.
1:06:32Daar in die beestenstal.
1:06:34In de kribbe.
1:06:37En dat hij de weg gegaan is.
1:06:39Van de kribbe naar het kruis.
1:06:41Zijn hele leven was lijden.
1:06:44Dat heeft hij ervoor over gehad.
1:06:46Om jou te redden.
1:06:49Dat heeft hij ervoor over gehad.
1:06:52Om zondaren te
1:06:56verzoenen met hem.
1:06:59En waardoor het nog kan.
1:07:02Ook vanavond nog kan.
1:07:05En daarom roept de Heer en nodigt hij.
1:07:09Opdat je tot hem zou gaan.
1:07:12Zoals Daniel.
1:07:15Blijven bidden.
1:07:17Hem nodig hebben.
1:07:21Voor alles.
1:07:22Voor
1:07:24school.
1:07:24Voor de tijdelijke dingen.
1:07:27Maar in het bijzonder als het onze ziel betreft.
1:07:31Voor de eeuwige dingen.
1:07:34Het was onze tweede gedachte onder alle omstandigheden.
1:07:40We gaan naar onze derde gedachte in het volste vertrouwen.
1:07:46Je zou zeggen, hoe durft Daniel?
1:07:50Hoe durft hij?
1:07:52En dan zo met de ramen open, zodat iedereen het kan zien en iedereen het kan horen.
1:07:57Drie keer op een dag te bidden, terwijl er een wet ligt die dat verbiedt.
1:08:05Hoe kan het dat Daniel dat durft?
1:08:08Daar is maar één antwoord op.
1:08:12En het antwoord is dat hij vertrouwde op de heren.
1:08:17Prachtig, als
1:08:19je dat ziet in het leven van Daniel.
1:08:22Daniel gaat ook naar de koning Nebukadnezar toe.
1:08:26Als hij gedroomd heeft.
1:08:29Weet je wel van dat beeld wat hij voor zich zag.
1:08:32Maar hij was de droom vergeten.
1:08:34En omdat niemand die droom kon uitleggen.
1:08:37Moesten alle wijzen en alle tovenaars van Babel.
1:08:41Die moesten omgebracht worden.
1:08:43En dan zegt Daniel.
1:08:44Maar ik zal u die droom uitleggen.
1:08:51Was dat omdat Daniel zo wijs was?
1:08:54Nee.
1:08:56Maar omdat hij vertrouwde op de heren.
1:08:59En dat de heren hem zou helpen.
1:09:02En dat de heren hem in alles zou helpen.
1:09:09En als Daniel dan in de leeuwenkuil geworpen wordt.
1:09:13Nou
1:09:16de koning die kan er niet van slapen.
1:09:20Maar Daniel heeft rustig geslapen tussen de leeuwen.
1:09:27En waarom deden die leeuwen dan Daniel helemaal niets?
1:09:33Was het dan misschien omdat ze geen honger hadden?
1:09:37Nou, we hebben het gelezen in Daniel 6.
1:09:41Er was een engel die
1:09:44Daniel beschermde.
1:09:47Maar ik dacht,
1:09:49misschien is dat niet een helemaal goede gedachte.
1:09:54Maar ik zei net, Daniel was een zoutend zout.
1:09:59Ik denk dat die leeuwen Daniel veel te zout vonden.
1:10:03Dat
1:10:07gebeurt wel eens.
1:10:08Tenminste, dat overkomt mij wel eens.
1:10:11Dan maak ik soep.
1:10:14En dan doe ik er wat zout bij, maar dan schiet de dop eraf.
1:10:17De halve zoutpot erin.
1:10:19Niet meer te eten.
1:10:24Daniel een zoutend zout.
1:10:27De leeuwen
1:10:29hadden geen zin in Daniel.
1:10:32Het was de hand van de heren die Daniel beschermde.
1:10:39Maar als het gaat over vertrouwen, wat
1:10:43is dan vertrouwen?
1:10:46En ik kan wel tegen jullie zeggen, je moet vertrouwen.
1:10:52Het wordt nog wel eens heel makkelijk gezegd, je moet gewoon vertrouwen.
1:10:58Nou, zo gewoon is dat niet.
1:11:02En ik kan ook zelf mij geen vertrouwen geven.
1:11:08En ik kan ook jullie geen vertrouwen geven.
1:11:12Dat is een werk van de Heren, wat de Heren werkt door de werking en de kracht van de Heilige Geest.
1:11:20Maar
1:11:24het is goed om hier nog meer
1:11:28over na te denken.
1:11:30Dat vertrouwen.
1:11:32Stel je voor, er
1:11:35komt iemand bij je en die zegt, mag ik wat geld lenen?
1:11:39Ik heb dat zelf wel eens meegemaakt.
1:11:41Ik kwam uit het buitenland terug, op Schiphol.
1:11:46En ik liep naar beneden, naar de trein toe, om verder naar huis te gaan.
1:11:51En er kwam iemand en die zei, heb u vijf euro voor mij?
1:11:55Want ik heb zo'n honger.
1:11:59Nou ja, ik vond het best een beetje eng.
1:12:01Dan moet je je portemonnee voor de dag halen.
1:12:04En stel je voor dat hij je uit de handen grist.
1:12:08Maar ik gaf hem vijf euro en hij vloog naar boven...
1:12:11om daar bij de McDonald's wat eten te kopen.
1:12:18Maar hij vroeg om vijf euro.
1:12:19Als nou iemand aan je vraagt, mag
1:12:23ik wat geld lenen?
1:12:24Nou, zeg, dat is prima.
1:12:25Hoeveel heb je nodig?
1:12:27Ja, dat weet ik niet precies.
1:12:32Kun je niet je bankpasje geven?
1:12:35En de code erbij, dan kan ik zelf even kijken hoeveel ik nodig heb.
1:12:40Nou, dan zeg je, dat doen we maar niet.
1:12:44Tenzij een
1:12:46goede vriend het vraagt.
1:12:49Of je broer of zus.
1:12:53Dan zeg je hier, neem maar mee, kijk maar, het komt wel weer een keer terug.
1:12:58Dan vertrouw je je portemonnee toe aan een ander.
1:13:03En waarom?
1:13:04Omdat je die ander kent.
1:13:08Nou gaat het niet over onze portemonnee.
1:13:12Maar het gaat over ons leven.
1:13:17En durf je dan je leven toe te vertrouwen aan een ander.
1:13:25Dan is toch het eerste wat nodig is dat je de ander kent.
1:13:31En dat betekent als het gaat over ons leven aan de heren toevertrouwen.
1:13:39Dan moeten wij hem kennen.
1:13:41En
1:13:43dat is weer prachtig.
1:13:45Want zo zegt ook onze Heidelbergse katechisme stad.
1:13:48En misschien heb je die zondag al wel eens geleerd.
1:13:51Wat nodig is voor een waar gebed.
1:13:54Dat wij de enige ware God recht kennen.
1:14:01En dat wij weten dat hij rechtvaardig is.
1:14:04Dat hij de zonde moet straffen.
1:14:07Maar ook weten dat hij oneindig barmhartig is.
1:14:14En dat hij de zonde wil vergeven.
1:14:19En dat de Heere rechtvaardig en barmhartig is, dat
1:14:25kunnen wij het beste leren op de kruisheuvel Gogelta.
1:14:33Gods rechtvaardigheid eiste de dood van zijn zoon.
1:14:40En het was Gods barmhartigheid die
1:14:44zijn zoon gaf.
1:14:50Dat is één.
1:14:52Dus dat wij de Heere kennen en hij laat zich kennen in zijn woord.
1:14:59En daarom is de verkondiging van dat woord zondag aan zondag.
1:15:06En daarom jongens, laat je plaats niet leeg.
1:15:09Als er kerk is, en daarom ben ik blij dat je er bent vanavond.
1:15:13Want als het woord verkondigd wordt, de oude mensen zeiden vroeger, als je nat wil worden, dan moet je in de regen gaan lopen.
1:15:22Als je bekeerd wil worden, dan moet je onder het woord zijn.
1:15:28Maar het tweede is
1:15:31dat wij dan...
1:15:32Dat is vertrouwen dat wij alles loslaten.
1:15:36En ik
1:15:38zal maar eerlijk zijn.
1:15:40Ik wil het zo graag vasthouden.
1:15:43Ik wil het graag zelf doen.
1:15:46En ik wil mijn leven onder controle houden.
1:15:49Ik wil het overzicht hebben.
1:15:52Maar de Heer zegt, nee,
1:15:54geef het nou aan mij.
1:15:58Want ik weet op
1:16:02het allervolmaakst wat het beste is voor jou.
1:16:08En dan niet alleen in de moeilijke dingen en de ingewikkelde dingen het aan hem geven.
1:16:16Maar ook of misschien wel juist in die dingen die
1:16:22u zo goed afgaan.
1:16:23Het
1:16:26allermoeilijkste.
1:16:30Om dan het los te laten.
1:16:34En wij houden vast.
1:16:35Tot de laatste vezel toe.
1:16:39Wij verzetten ons.
1:16:42Wij doen er alles aan.
1:16:44Om de heren uit handen te blijven.
1:16:48En dan zie je.
1:16:50Hier in het leven van Daniel.
1:16:54Als de Heere in je hart gaat werken.
1:16:56Wat er dan gaat gebeuren.
1:16:58Dan wil je niet anders.
1:17:01Als het aan hem overgeven.
1:17:06Dat vertrouwen.
1:17:08Je mag ook zeggen geloven.
1:17:12Geloven dat is een gave.
1:17:14Dat is een geschenk van de Heere.
1:17:17En wees er ontstellend dankbaar voor.
1:17:20Dat het een geschenk is.
1:17:22Want als u het zelf moest werken.
1:17:25Dan was het voor eeuwig verloren.
1:17:28Maar wat een wonder.
1:17:30En hoe werkt de Heer dan dat geloof?
1:17:34Onze katechismes is er zo eenvoudig in.
1:17:37Dat werkt hij door de Heilige Geest.
1:17:42Door het evangelie.
1:17:49En wat is dan het evangelie?
1:17:52Het evangelie is.
1:17:55Dat God zijn eigen lieve zoon niet gespaard heeft.
1:18:02Maar heeft hem voor ons alle overgegeven.
1:18:06Zoals de apostel Paulus schrijft aan de gemeente van Rome.
1:18:13Dat is het evangelie.
1:18:16Dat het nou om niet is.
1:18:21Je hoeft zelf niks mee te brengen.
1:18:24Je kan ook niks meebrengen.
1:18:27Maar het hoeft ook niet.
1:18:30Genade.
1:18:32Dat wil zeggen dat het alles en alleen van de Heere is.
1:18:36En daarom kan het, jongens en meisjes.
1:18:40En daarom roept hij.
1:18:43Daniel mocht zo zijn leven uit handen geven.
1:18:50Maar weet je, ik ken nog iemand die
1:18:54zijn leven uit handen heeft gegeven.
1:19:00Denken jullie met me mee?
1:19:05Wie heeft nog meer zijn leven uit handen gegeven?
1:19:11Dat is de Heere Jezus.
1:19:15Zijn leven werd overgeleverd in de handen van zondaren.
1:19:25Die hem naar het kruis hebben gebracht.
1:19:30Zodat hij de kruis doodstierf.
1:19:34En daarmee heeft hij betaald.
1:19:37Voor
1:19:39de schuld.
1:19:41Die jullie, die u en die ik gemaakt heb.
1:19:50Om het te beleiden met Daniel.
1:19:53Drie keer daags.
1:19:54O
1:19:57God.
1:19:59Wees mij de zon daar genadig.
1:20:06Dan is maar één ding nodig in je leven.
1:20:11Dat je die zon, die
1:20:16borg is.
1:20:17Een borg, dat is iemand die instaat voor de schuld.
1:20:22Als jij het niet meer kunt betalen, dan neemt de borg het van je over.
1:20:29Om die borg te leren kennen.
1:20:32Voor de schuld die wij gemaakt hebben.
1:20:36Dan krijg je de Heere lief.
1:20:40En dan blijf je bidden.
1:20:43Zoals Daniel.
1:20:44Ook als je leven ermee gemoeid is.
1:20:49En
1:20:54bijzonder toch.
1:20:58Dat de Zoon van God.
1:21:01Nadat hij opgestaan is uit de doden.
1:21:04Opgevaren is ten hemel.
1:21:07En nu zit aan de rechterhand van zijn vader.
1:21:12En daar bidt hij.
1:21:16Een biddende.
1:21:18Hoge priester.
1:21:20En
1:21:24wat ziet hij nu graag.
1:21:27Dat je net zo doet als Daniel.
1:21:30Dat je hem mag kennen.
1:21:35Meer en meer mag kennen.
1:21:38En het zijn de woorden van de Heer Jezus zelf.
1:21:41Die mij kent.
1:21:44Die kent de Vader.
1:21:47En dan mag je zien.
1:21:49Dat het die trouwe Vader is.
1:21:52Die je nou met alle goed verzorgen wil.
1:21:56Alle kwaad van je weren.
1:21:58Of dat kwaad.
1:22:00Ten beste keren wil.
1:22:02Dat wil zeggen.
1:22:04Dan ben je er eeuwig.
1:22:06Goed mee.
1:22:08Dan mag je eeuwig.
1:22:10Hem groot maken.
1:22:12Hem loven.
1:22:14En prijzen.
1:22:16Blijven bidden.
1:22:19Ja maar.
1:22:21Ik kan niet bidden.
1:22:25Nou bid dat dan.
1:22:27Dat is dan je nood.
1:22:29En breng die nood dan bij de heren.
1:22:32Ja, maar ik wil niet bidden.
1:22:35Ja, maar wees eerlijk.
1:22:36En breng die nood dan bij de heren.
1:22:41Drie keer op een dag.
1:22:43Zeg maar, ik wil mezelf zijn.
1:22:45Maar heren, neem u mijn leven over.
1:22:51Blijven bidden.
1:22:53Tot een horend God.
1:22:56In de eerste plaats.
1:22:58Onder...
1:22:59In alle omstandigheden.
1:23:00Ten tweede.
1:23:02En in het volste vertrouwen.
1:23:05Ten derde.
1:23:08Blijven bidden.
1:23:10Amen.
1:23:16Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 146.
1:23:20En we zingen daarvan het derde vers.
1:23:22Zalig hij die in dit leven Jacob's God ter hulpe heeft.
1:23:29Derde vers uit Psalm 146.
1:23:32[GEZANG]
1:26:13Laten wij eindigen met dankgebed.
1:26:18Heren, alle reden om uw grote naam te danken.
1:26:23Dat er een vrijmoedige toegang is tot uw genadetron.
1:26:28En dat omwille van het volbrachte werk van uw Zoon, de Heer Jezus Christus.
1:26:36En heren, geef dat onze jongens en meisjes, maar ook de leerkrachten, het bestuur, maar ook als kerkenraad.
1:26:47Amstdragers.
1:26:49Gemeenteleden.
1:26:50Ja wij allen.
1:26:53Gebruik zouden maken van die vrijmoedige toegang.
1:26:59Heren wat een wonder is het.
1:27:01Als uw liefde uitstort in onze harten.
1:27:06Dat harde hart breekt.
1:27:10Door één druppel van uw liefde.
1:27:14Heren gedenk zo.
1:27:16Jongens en meisjes.
1:27:20Niet alleen op de school met de Bijbel.
1:27:23Maar ook in het speciaal onderwijs.
1:27:26Het voortgezet onderwijs.
1:27:30Heere geef wat nodig is.
1:27:32Om nou u te kennen.
1:27:34U de enige ware God recht te kennen.
1:27:39Om onze nood voor u neer te leggen.
1:27:42Ons zondaars bestaan.
1:27:44En dat wij het niet kunnen.
1:27:46Dat wij altijd weer.
1:27:51Zondige bijbedoelingen hebben.
1:27:53Onze meest heilige verrichtingen nog met zonde bevlekt zijn.
1:27:59O God allergenade.
1:28:02U bent toch een horend God in de hemel.
1:28:06U hoort het geluid van de jonge raven.
1:28:10Hoor dan ook ons gebed.
1:28:14En werk nog krachtig.
1:28:16Onder het personeel.
1:28:18Onder het bestuur.
1:28:20Werk nog krachtig in de gemeenten, in het dorp, heren.
1:28:24In ons land.
1:28:26Geef een verlevendiging.
1:28:28Een opwekking in uw kerk.
1:28:32Uw grote naam ter eer.
1:28:34Breng nog vele toe.
1:28:36De velden zijn toch wit om te oosten.
1:28:40De nood van de tijd is groot.
1:28:44Heren, werk dan nog.
1:28:48En hoor nog uitgenade.
1:28:52Om Christus wil alleen.
1:28:55Amen.
1:28:59Wij zingen nog tot slot uit Psalm 121.
1:29:02Het eerste en ook het laatste vers.
1:29:05Sla de ogen naar het gebergte heen.
1:29:08Het eerste vers en het vierde.
1:29:10De Heere zal u steeds gaten slaan.
1:29:14En wat er verder volgt.
1:29:15Het eerste en vierde vers uit Psalm 121 als slotsang.
1:29:19[GEZANG]
1:33:26Ga dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.
1:33:33De Heren zegenen u en behoeden u.
1:33:37De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:33:43De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:33:50Amen.
1:33:50[GEZANG]